V.VERBODEN VRUCHTEN.De sexueele neigingen zoeken hare bevrediging niet altijd op geoorloofde wegen. Geoorloofd zijn alleen die wegen, die de heerschende sexueele moraal openlaat. In de tegenwoordige beschaafde wereld is de eenige onvoorwaardelijk geoorloofde vorm van geslachtsverkeer die van het huwelijk. Alle buitenechtelijk geslachtsverkeer is of overspel, of prostitutie, of wat anders, maar in elk geval in strijd met de sexueele moraal, dus verboden. Een verbod, dat zich gerespecteerd wil zien, moet kunnen beschikken over strafmiddelen. De sexueele moraal heeft als middel ter kastijding voor die overtredingen, welke niet vallen onder de strafwet, de licht ontvlambare verontwaardiging van alle fatsoenlijke menschen, dus van alle menschen. De fatsoenlijke lieden zijn zooveel als de onbezoldigde scherprechters der beleedigde sexueele gerechtigheid; hun taak is het elken sexueelen onverlaat te tuchtigen metopspraak, onthouding van achting, verbanning uit de zedelijke fatsoensgemeenschap, en zoo voort.Nu kan men elke wet eerbiedigen op twee manieren. Eerstens door haar werkelijk te eerbiedigen. Men beloopt dan geen kans op straf, maar smaakt ook de zoetheden der verboden vrucht niet. Ten tweede door haar in schijn te eerbiedigen en haar in het geheim, ongezien, zoo gezegd aan z’n laars te lappen. Deze manier opent, afgezien van een miniem risico, de aanlokkelijke mogelijkheid van het verbodene te kunnen smaken zonder vrees voor den bitteren nasmaak; of, commercieel uitgedrukt, de mogelijkheid van te kunnen koopen zonder betalen. Zij ontheft van straf en schenkt vrijheid van beweging. Men behoeft de eene niet te duchten en toch de andere niet te ontberen.Op welke van deze twee manieren wordt nu de sexueele moraal geëerbiedigd? Wellicht door eenigen op de eerstgenoemde manier. Maar zeer zeker door bijna allemaal op de tweede manier. En dan is er nog een restant, dat de sexueele moraal eerbiedigt op geen enkele manier.121. Een première.121.Een première.—Wat is het hier mooi!J. L. Forain in „Le Courrier Français”.De sexueele moraal heeft dus te doen met drie categorieën: een categorie van menschen die doet wat ze voorschrijft; een die den schijn aanneemt alsof; en een die haar openlijk braveert. Houvast heeft die arme sexueele moraal alleen aan deze laatste; alleen op deze kan ze staat maken. De beide andere categorieën zijn onbetrouwbaar en twijfelachtig—allen die deze categorieën vormen houden zich of ze behooren tot de eerste, en van niemand hunner is het volstrekt zeker. De sexueele moraal heeft dus eigenlijk maar te doen met twee categorieën:met eerlijke vijanden, aan wier gezindheid blijkens hun woorden en daden niet valt te twijfelen, en met vrienden van oncontroleerbare goede trouw. De sexueele moraal wordt alleen door haar vijanden niet bedrogen. Door al hare aanhangers vermoedelijk wel. Zij kan alleen staat maken op wie maling aan haar hebben. Hare getrouwen zijn onbetrouwbaar.122. Hoe dat toeging omstreeks 1500.122.Hoe dat toeging omstreeks 1500.Duitsche houtsnede, einde 15e eeuw.Men heeft al begrepen, dat deze interessante situatie aan de sexueele humor niet kan zijn ontgaan. En dan ziet men ook gemakkelijk in, dat hier voor alle vormen van humor en satire weer een onmetelijk terrein te ontginnen ligt. Inderdaad, zoowel de openlijke sexueele opstandigheid als de leidzame gehoorzaamheid en de snoode schijntrouw bieden humor en satire in ruime mate stof. Maar het meest doet dat toch natuurlijk, om niet ver te zoeken redenen, de laatste. En onder de schijngetrouwen der sexueele moraal natuurlijk weer diegenen, die haar het geraffineerdst bedriegen en om den tuin weten te leiden. De intensiteit van den erotischen humor neemt toe met de sluwheid waarmee de sexueele moraal bij haar figuurlijken neus wordt genomen.Dit blijkt al dadelijk uit de manier, waarop de sexueele humor omspringt met de beide hoofdschotels van het menu der verboden vruchten: de prostitutie en het overspel.De prostitutie, in haar wezen trouwens meer tragisch dan komisch, biedt den erotischen humor maar weinig aangrijpingspunten. En dat wijl zij met de sexueele moraal op voet van openlijke vijandschap leeft. Komische elementen zijn in de prostitutie eigenlijk alleen de teleurstellingen, die allen wachten die heul en troost bij haar zoeken (zie de plaat: In den Venustempel, of geld op, geen liefde meer) en die in het algemeen hierop neerkomen, dat men inplaats van bij de prostitutie de gehoopte en voorgespiegelde genoegens te smaken, alle kans loopt eerst uitgeplunderd en vervolgens afgeranseld te worden. Verder weet de sexueele humor uit de openlijke prostitutie niet veel bruikbaar materiaal te halen (fig. 12, 43, 50, 79, 127). Iets meer heeft de humor aan de geheime, zich verbergende prostitutie, die zich bedient van maskers, dus schijnconcessies doet aan de sexueele moraal (fig. 31. 51). Maar steeds is het komische in den humor, die ontleend is aan de prostitutie, zeer voelbaar geforceerd. Evenzeer als alle prostitutie slechts een surrogaat is van geslachtsleven, is alle humor, daaraan ontleend, slechts een surrogaat van humor.123. Huiselijke scène.123.Huiselijke scène.—Hou je kalm, kind-lief, het meisje is braaf en vol ijver.—Ja juist, als ik niet oppaste, zou ze voor mij niet veel te doen overlaten.H. Zasche in „Sekt”, Weenen.Geheel anders is het gesteld met het overspel. Zoo armelijk en troebel als bron van humor de prostitutie is, zoo onuitputtelijk saprijk is ten deze de verboden vrucht die overspel heet. Daarbij toch is allereerste eisch: de sexueele moraal behendig te misleiden. Daardoor is in overspel altijd een komisch element. Zelfs waar men als moralist het overspel tegemoet treedt, valt daarin veelal een komische toon te beluisteren.„De vrouwen zijn gemeenschappelijk eigendom, dat is de wet van de natuur”, zeide een losbol, die op overspel was betrapt, tot den wijsgeer Diogenes, die hem daarover onderhield. Diogenes antwoordde:„Het vleesch dat men aan tafel op zijn bord krijgt, was eerst gemeenschappelijk eigendom, zeer zeker. Maar als het eenmaal in porties is gedeeld en verdeeld, dan—gij zult dit toegeven—zou het lomp en ongemanierd zijn, de portie van uw buurman van diens bord te nemen en op te eten. De schouwburg is voor alle burgers; maar als de plaatsen eenmaal zijn bezet, dan heeft niemand het recht een ander van zijn plaats te gooien en er zelf te gaan zitten. En zoo zijn ook de vrouwen gemeenschappelijk eigendom; maar zoodra ze op de manier van het land haar man hebben gekregen, heeft niemand anders meer recht op haar. Wie zich niet tevreden stelt met de zijne, maar jacht maakt op die van anderen, is een aap of een vraatzieke wolf.”Evoluties vóór den tooneelkijker.Evoluties vóór den tooneelkijker.Naar F. von Reznicek in „Simplizissimus”, 1904.Van alle verboden vruchten uit het sexueele paradijs lokt het overspel het meest de erotische humoristen aan. Van welken aard de humor is, die zij uit deze verboden vrucht weten te halen, daarvan geven de humoresken fig. 77, 96, 97, 106 eenig denkbeeld. De beide voornaamste komische elementenvan den overspelshumor zijn de slimheid waarmee de bedrogen partij (de man of de vrouw) om den tuin wordt geleid, en de betrapping op heeterdaad. De waarschijnlijkheid is in dit soort sexueele humor in den regel ver te zoeken en er valt uit dezen humor alleen op te maken hoe de phantasie der humoristen dit probleem ziet en behandelt.124. Nog geen rust!124.Nog geen rust!Satire van J. L. Forain in „Le Courrier Français”.Een onuitputtelijk motief is voor de sexueele satire op het overspel de dienstbode. Waar zij het opneemt voor de dienstbode, daar draagt zoodanige satire gewoonlijk een scherp sociaal karakter en brengt zij met gloeiende verontwaardiging het feit aan het licht, dat deze maatschappelijke zwakke door de mannelijke gezinsleden niet zelden wordt beschouwd, althans behandeld als sexueele lijfeigene, die men het recht heeft met taalvuil te overstelpen, die zich oneerbare aanrakingen moet laten welgevallen, en die er niet alleen is om des daags mevrouw te dienen, maar ook om daarna de heerenter wille te zijn. Scherp wordt deze toepassing van het recht van den maatschappelijk sterkste gehekeld door den Franschen humorist Forain in zijn plaat „Nog geen rust” (fig. 124). Tot laat in den avond is het meisje op de been geweest om de huishouding te verzorgen; als zij eindelijk doodmoe op den rand van haar bed zit, komt de heer des huizes er haar aan herinneren, dat ze ook bij hem in dienst is.Deze opvatting is intusschen door en door modern. Wel heeft het dienstmeisje der laatste eeuwen niet over te weinig belangstelling van de zijde der humoristen etc. te klagen; maar het voor haar op te nemen was iets waar de vroegere satire zich niet mee ophield. Zoo is in de literatuur zoowel als in de prentkunst en meer nog in van mond tot mond gaande anecdoten de dienstbode de heldin van galante avontuurtjes—de geraffineerde verleidster, die bij voortduring den onschuldigen heer des huizes in haar netten lokt of de deugd van den zoon lagen legt. Op de overige zonden, die op ander dan sexueel terrein haar door de humoristen der oude scholen ten laste werden gelegd, kunnen wij hier natuurlijk niet ingaan.125. Een getuigschrift.125.Een getuigschrift.„Hierbij verklaart ondergeteekende, dat Lize Klein hem ruim een jaar met trouw en ijver heeft gediend en gedurende dien tijd in geen enkel opzicht iets te wenschen heeft overgelaten”.G. Kuhn in „Leipziger Karikatur”.Een typeerend voorbeeld van deze eenzijdige opvatting van de gevaarlijkheid der dienstbode voor de deugd der mannelijke gezinsleden geven wij hier in een tamelijk banaal prentje van H. Zasche uit het Weener spotblad „Sekt” (fig. 123). Het is hier de oude geschiedenis: Vrouwlief, die haar man betrapt op familiariteiten met het coquette dienstmeisje, en manlief, die zich van den domme houdt. Niet onaardig wordt in het onderschrift een variant geleverd op den Engelschen professor die door zijn echtvriendin op heeterdaad werd betrapt dat hij het dienstmeisje zoende, en op haar betuiging, dat zij „hoogst-hoogst-onaangenaam was verrast” met grappigen ernst verklaarde: „Pardon, Louise,ikben verrast”.Trouwens ook nu nog is in de spies-burgerlijke humoristische bladen, die de heerschende meeningen van de groote massa der eerzame, zij het niet overdreven intelligente burgerij weergeven,het dienstmeisje de loszinnige pierewaaister, die zich maar liefst zoo gauw mogelijk laat verleiden en elke intentie in die richting met de meeste inschikkelijkheid tegemoet komt. Het wantrouwigst is natuurlijk mevrouw met haar kring van intieme vriendinnen en de deugdzaamheid van het meisje wordt in den regel te sterker gewantrouwd naarmate het verschil in leeftijd met mevrouw grooter is.126. Mevrouw en dienstbode te Parijs.126.Mevrouw en dienstbode te Parijs.—Jij hebt geen klagen, jij kunt meteen tenminste nog naar bed gaan om te slapen.Satire van J. L. Forain.Er zijn echter ook weer erotische humoristen, die ten deze het dienstmeisje wreken; bijvoorbeeld door stekeligheden als deze:—En nog iets, meisje. Je getuigschriften zijn goed, maar dit wou ik nog weten: heb je een vrijer?—Zeker, mevrouw. En een erge knappe jongen. Maar ik laat hem toch niet hier komen ….. mijn vorige mevrouw is ook al haast met hem schoot gegaan.Waar humor en satire zich zoo algemeen en zoo onvermoeibaar met het dienstmeisje als middelpunt van sexueele situaties bezighouden, daar ligt het voor de hand aan te nemen, dat het werkelijke leven hun daarvoor aanhoudend stof levert.127. De strijd om het bestaan.127.De strijd om het bestaan.—Denkt u er om, dat ik overmorgen om de huur kom?—Of ik er om denk? Ik heb er al twee nachten niet voor geslapen.Uit „Sect”, Weenen.Humor en satire toch putten altijd uit de werkelijkheid, het zijn de enfants terribles, die verklappen wat er achter het gordijn van de eerzame samenleving al zoo te koop is. Wat zij ons te zien geven, daar is gewoonlijk wat van aan. Wie geen vreemdeling is in het brave Jeruzalem onzer maatschappij weet trouwens, dat het dienstmeisje inderdaad het middelpunt is van ongeoorloofde sexualiteit, en dat zoowel Forain als Zasche en Kuhn c.s. gelijk hebben. Beiden laten ze een tegenovergestelde zijde vande waarheid zien. En dieper in de werkelijkheid verbergt zich achter dat oogenschijnlijk zoo komische een wereld van aangrijpende levenstragiek. De levensomstandigheden drijven scharen van levenslustige, dartele jonge vrouwen, dorstende naar wat levensgenot, maar zonder middelen om zich ook het minste te kunnen veroorloven, in omgevingen, waar niet zelden het voornaamste levensprobleem is: hoe het leven te vullen met genietingen.Het frissche jonge leven, met een meest kleurloos verleden achter zich en zonder veel zorg voor de toekomst, komt in aanraking met het door onafgebroken genot geblaseerde, dat juist alleen nog maar voor dat jonge en frissche kan ontvlammen. Wat uit zulke situaties lichtelijk kan voortkomen, is niet twijfelachtig—armoede, coquetterie en genotzucht zijn fatale raadgeefsters, de eene grijnst, de andere vleien; de jonge meisjes uit het volk leenen hun maar al te gaarne het oor. Zoo komen zij ten val en niemand ontziet zich de eerste te zijn om steenen op haar te werpen—on les accable, zegt Victor Hugo,avec la splendeur de tout ce qui est immaculé et inaccessible. Veel interessants aangaande het dienstmeisje als sexueele prooi en als sexueele vrijbuitster heeft Octave Mirbeau onthuld in zijn boek „Le journal d’une femme de chambre”.De algemeene moraal van allen humor op ongeoorloofde sexueele verhoudingen schijnt deze te zijn: dat het zoo erg niet is en dat ze het allemaal doen, dat de een openlijk zondigt, de ander in het geheim, de een zus de ander zoo, maar dat per saldo niemand heelemaal zuiver is—een opvatting waarop het maar het best schijnt niet te diep in te gaan, maar ze eenvoudig te laten voor rekening van den sexueelen humor, daarbij in het oog houdende dat deze gewoonlijk overdrijft en dat overdrijven is: vergroot voorstellen van—de waarheid.128. Simplicitas.128.Simplicitas.Fransch vignet door Lemire.De verraderlijke schaduw.De verraderlijke schaduw.Engelsche mezzotint van Wogels naar een schilderij van Schall (1718–1778).129. De vergelijking.129.De vergelijking.Naar de schilderij van Schall (18e eeuw).
V.VERBODEN VRUCHTEN.De sexueele neigingen zoeken hare bevrediging niet altijd op geoorloofde wegen. Geoorloofd zijn alleen die wegen, die de heerschende sexueele moraal openlaat. In de tegenwoordige beschaafde wereld is de eenige onvoorwaardelijk geoorloofde vorm van geslachtsverkeer die van het huwelijk. Alle buitenechtelijk geslachtsverkeer is of overspel, of prostitutie, of wat anders, maar in elk geval in strijd met de sexueele moraal, dus verboden. Een verbod, dat zich gerespecteerd wil zien, moet kunnen beschikken over strafmiddelen. De sexueele moraal heeft als middel ter kastijding voor die overtredingen, welke niet vallen onder de strafwet, de licht ontvlambare verontwaardiging van alle fatsoenlijke menschen, dus van alle menschen. De fatsoenlijke lieden zijn zooveel als de onbezoldigde scherprechters der beleedigde sexueele gerechtigheid; hun taak is het elken sexueelen onverlaat te tuchtigen metopspraak, onthouding van achting, verbanning uit de zedelijke fatsoensgemeenschap, en zoo voort.Nu kan men elke wet eerbiedigen op twee manieren. Eerstens door haar werkelijk te eerbiedigen. Men beloopt dan geen kans op straf, maar smaakt ook de zoetheden der verboden vrucht niet. Ten tweede door haar in schijn te eerbiedigen en haar in het geheim, ongezien, zoo gezegd aan z’n laars te lappen. Deze manier opent, afgezien van een miniem risico, de aanlokkelijke mogelijkheid van het verbodene te kunnen smaken zonder vrees voor den bitteren nasmaak; of, commercieel uitgedrukt, de mogelijkheid van te kunnen koopen zonder betalen. Zij ontheft van straf en schenkt vrijheid van beweging. Men behoeft de eene niet te duchten en toch de andere niet te ontberen.Op welke van deze twee manieren wordt nu de sexueele moraal geëerbiedigd? Wellicht door eenigen op de eerstgenoemde manier. Maar zeer zeker door bijna allemaal op de tweede manier. En dan is er nog een restant, dat de sexueele moraal eerbiedigt op geen enkele manier.121. Een première.121.Een première.—Wat is het hier mooi!J. L. Forain in „Le Courrier Français”.De sexueele moraal heeft dus te doen met drie categorieën: een categorie van menschen die doet wat ze voorschrijft; een die den schijn aanneemt alsof; en een die haar openlijk braveert. Houvast heeft die arme sexueele moraal alleen aan deze laatste; alleen op deze kan ze staat maken. De beide andere categorieën zijn onbetrouwbaar en twijfelachtig—allen die deze categorieën vormen houden zich of ze behooren tot de eerste, en van niemand hunner is het volstrekt zeker. De sexueele moraal heeft dus eigenlijk maar te doen met twee categorieën:met eerlijke vijanden, aan wier gezindheid blijkens hun woorden en daden niet valt te twijfelen, en met vrienden van oncontroleerbare goede trouw. De sexueele moraal wordt alleen door haar vijanden niet bedrogen. Door al hare aanhangers vermoedelijk wel. Zij kan alleen staat maken op wie maling aan haar hebben. Hare getrouwen zijn onbetrouwbaar.122. Hoe dat toeging omstreeks 1500.122.Hoe dat toeging omstreeks 1500.Duitsche houtsnede, einde 15e eeuw.Men heeft al begrepen, dat deze interessante situatie aan de sexueele humor niet kan zijn ontgaan. En dan ziet men ook gemakkelijk in, dat hier voor alle vormen van humor en satire weer een onmetelijk terrein te ontginnen ligt. Inderdaad, zoowel de openlijke sexueele opstandigheid als de leidzame gehoorzaamheid en de snoode schijntrouw bieden humor en satire in ruime mate stof. Maar het meest doet dat toch natuurlijk, om niet ver te zoeken redenen, de laatste. En onder de schijngetrouwen der sexueele moraal natuurlijk weer diegenen, die haar het geraffineerdst bedriegen en om den tuin weten te leiden. De intensiteit van den erotischen humor neemt toe met de sluwheid waarmee de sexueele moraal bij haar figuurlijken neus wordt genomen.Dit blijkt al dadelijk uit de manier, waarop de sexueele humor omspringt met de beide hoofdschotels van het menu der verboden vruchten: de prostitutie en het overspel.De prostitutie, in haar wezen trouwens meer tragisch dan komisch, biedt den erotischen humor maar weinig aangrijpingspunten. En dat wijl zij met de sexueele moraal op voet van openlijke vijandschap leeft. Komische elementen zijn in de prostitutie eigenlijk alleen de teleurstellingen, die allen wachten die heul en troost bij haar zoeken (zie de plaat: In den Venustempel, of geld op, geen liefde meer) en die in het algemeen hierop neerkomen, dat men inplaats van bij de prostitutie de gehoopte en voorgespiegelde genoegens te smaken, alle kans loopt eerst uitgeplunderd en vervolgens afgeranseld te worden. Verder weet de sexueele humor uit de openlijke prostitutie niet veel bruikbaar materiaal te halen (fig. 12, 43, 50, 79, 127). Iets meer heeft de humor aan de geheime, zich verbergende prostitutie, die zich bedient van maskers, dus schijnconcessies doet aan de sexueele moraal (fig. 31. 51). Maar steeds is het komische in den humor, die ontleend is aan de prostitutie, zeer voelbaar geforceerd. Evenzeer als alle prostitutie slechts een surrogaat is van geslachtsleven, is alle humor, daaraan ontleend, slechts een surrogaat van humor.123. Huiselijke scène.123.Huiselijke scène.—Hou je kalm, kind-lief, het meisje is braaf en vol ijver.—Ja juist, als ik niet oppaste, zou ze voor mij niet veel te doen overlaten.H. Zasche in „Sekt”, Weenen.Geheel anders is het gesteld met het overspel. Zoo armelijk en troebel als bron van humor de prostitutie is, zoo onuitputtelijk saprijk is ten deze de verboden vrucht die overspel heet. Daarbij toch is allereerste eisch: de sexueele moraal behendig te misleiden. Daardoor is in overspel altijd een komisch element. Zelfs waar men als moralist het overspel tegemoet treedt, valt daarin veelal een komische toon te beluisteren.„De vrouwen zijn gemeenschappelijk eigendom, dat is de wet van de natuur”, zeide een losbol, die op overspel was betrapt, tot den wijsgeer Diogenes, die hem daarover onderhield. Diogenes antwoordde:„Het vleesch dat men aan tafel op zijn bord krijgt, was eerst gemeenschappelijk eigendom, zeer zeker. Maar als het eenmaal in porties is gedeeld en verdeeld, dan—gij zult dit toegeven—zou het lomp en ongemanierd zijn, de portie van uw buurman van diens bord te nemen en op te eten. De schouwburg is voor alle burgers; maar als de plaatsen eenmaal zijn bezet, dan heeft niemand het recht een ander van zijn plaats te gooien en er zelf te gaan zitten. En zoo zijn ook de vrouwen gemeenschappelijk eigendom; maar zoodra ze op de manier van het land haar man hebben gekregen, heeft niemand anders meer recht op haar. Wie zich niet tevreden stelt met de zijne, maar jacht maakt op die van anderen, is een aap of een vraatzieke wolf.”Evoluties vóór den tooneelkijker.Evoluties vóór den tooneelkijker.Naar F. von Reznicek in „Simplizissimus”, 1904.Van alle verboden vruchten uit het sexueele paradijs lokt het overspel het meest de erotische humoristen aan. Van welken aard de humor is, die zij uit deze verboden vrucht weten te halen, daarvan geven de humoresken fig. 77, 96, 97, 106 eenig denkbeeld. De beide voornaamste komische elementenvan den overspelshumor zijn de slimheid waarmee de bedrogen partij (de man of de vrouw) om den tuin wordt geleid, en de betrapping op heeterdaad. De waarschijnlijkheid is in dit soort sexueele humor in den regel ver te zoeken en er valt uit dezen humor alleen op te maken hoe de phantasie der humoristen dit probleem ziet en behandelt.124. Nog geen rust!124.Nog geen rust!Satire van J. L. Forain in „Le Courrier Français”.Een onuitputtelijk motief is voor de sexueele satire op het overspel de dienstbode. Waar zij het opneemt voor de dienstbode, daar draagt zoodanige satire gewoonlijk een scherp sociaal karakter en brengt zij met gloeiende verontwaardiging het feit aan het licht, dat deze maatschappelijke zwakke door de mannelijke gezinsleden niet zelden wordt beschouwd, althans behandeld als sexueele lijfeigene, die men het recht heeft met taalvuil te overstelpen, die zich oneerbare aanrakingen moet laten welgevallen, en die er niet alleen is om des daags mevrouw te dienen, maar ook om daarna de heerenter wille te zijn. Scherp wordt deze toepassing van het recht van den maatschappelijk sterkste gehekeld door den Franschen humorist Forain in zijn plaat „Nog geen rust” (fig. 124). Tot laat in den avond is het meisje op de been geweest om de huishouding te verzorgen; als zij eindelijk doodmoe op den rand van haar bed zit, komt de heer des huizes er haar aan herinneren, dat ze ook bij hem in dienst is.Deze opvatting is intusschen door en door modern. Wel heeft het dienstmeisje der laatste eeuwen niet over te weinig belangstelling van de zijde der humoristen etc. te klagen; maar het voor haar op te nemen was iets waar de vroegere satire zich niet mee ophield. Zoo is in de literatuur zoowel als in de prentkunst en meer nog in van mond tot mond gaande anecdoten de dienstbode de heldin van galante avontuurtjes—de geraffineerde verleidster, die bij voortduring den onschuldigen heer des huizes in haar netten lokt of de deugd van den zoon lagen legt. Op de overige zonden, die op ander dan sexueel terrein haar door de humoristen der oude scholen ten laste werden gelegd, kunnen wij hier natuurlijk niet ingaan.125. Een getuigschrift.125.Een getuigschrift.„Hierbij verklaart ondergeteekende, dat Lize Klein hem ruim een jaar met trouw en ijver heeft gediend en gedurende dien tijd in geen enkel opzicht iets te wenschen heeft overgelaten”.G. Kuhn in „Leipziger Karikatur”.Een typeerend voorbeeld van deze eenzijdige opvatting van de gevaarlijkheid der dienstbode voor de deugd der mannelijke gezinsleden geven wij hier in een tamelijk banaal prentje van H. Zasche uit het Weener spotblad „Sekt” (fig. 123). Het is hier de oude geschiedenis: Vrouwlief, die haar man betrapt op familiariteiten met het coquette dienstmeisje, en manlief, die zich van den domme houdt. Niet onaardig wordt in het onderschrift een variant geleverd op den Engelschen professor die door zijn echtvriendin op heeterdaad werd betrapt dat hij het dienstmeisje zoende, en op haar betuiging, dat zij „hoogst-hoogst-onaangenaam was verrast” met grappigen ernst verklaarde: „Pardon, Louise,ikben verrast”.Trouwens ook nu nog is in de spies-burgerlijke humoristische bladen, die de heerschende meeningen van de groote massa der eerzame, zij het niet overdreven intelligente burgerij weergeven,het dienstmeisje de loszinnige pierewaaister, die zich maar liefst zoo gauw mogelijk laat verleiden en elke intentie in die richting met de meeste inschikkelijkheid tegemoet komt. Het wantrouwigst is natuurlijk mevrouw met haar kring van intieme vriendinnen en de deugdzaamheid van het meisje wordt in den regel te sterker gewantrouwd naarmate het verschil in leeftijd met mevrouw grooter is.126. Mevrouw en dienstbode te Parijs.126.Mevrouw en dienstbode te Parijs.—Jij hebt geen klagen, jij kunt meteen tenminste nog naar bed gaan om te slapen.Satire van J. L. Forain.Er zijn echter ook weer erotische humoristen, die ten deze het dienstmeisje wreken; bijvoorbeeld door stekeligheden als deze:—En nog iets, meisje. Je getuigschriften zijn goed, maar dit wou ik nog weten: heb je een vrijer?—Zeker, mevrouw. En een erge knappe jongen. Maar ik laat hem toch niet hier komen ….. mijn vorige mevrouw is ook al haast met hem schoot gegaan.Waar humor en satire zich zoo algemeen en zoo onvermoeibaar met het dienstmeisje als middelpunt van sexueele situaties bezighouden, daar ligt het voor de hand aan te nemen, dat het werkelijke leven hun daarvoor aanhoudend stof levert.127. De strijd om het bestaan.127.De strijd om het bestaan.—Denkt u er om, dat ik overmorgen om de huur kom?—Of ik er om denk? Ik heb er al twee nachten niet voor geslapen.Uit „Sect”, Weenen.Humor en satire toch putten altijd uit de werkelijkheid, het zijn de enfants terribles, die verklappen wat er achter het gordijn van de eerzame samenleving al zoo te koop is. Wat zij ons te zien geven, daar is gewoonlijk wat van aan. Wie geen vreemdeling is in het brave Jeruzalem onzer maatschappij weet trouwens, dat het dienstmeisje inderdaad het middelpunt is van ongeoorloofde sexualiteit, en dat zoowel Forain als Zasche en Kuhn c.s. gelijk hebben. Beiden laten ze een tegenovergestelde zijde vande waarheid zien. En dieper in de werkelijkheid verbergt zich achter dat oogenschijnlijk zoo komische een wereld van aangrijpende levenstragiek. De levensomstandigheden drijven scharen van levenslustige, dartele jonge vrouwen, dorstende naar wat levensgenot, maar zonder middelen om zich ook het minste te kunnen veroorloven, in omgevingen, waar niet zelden het voornaamste levensprobleem is: hoe het leven te vullen met genietingen.Het frissche jonge leven, met een meest kleurloos verleden achter zich en zonder veel zorg voor de toekomst, komt in aanraking met het door onafgebroken genot geblaseerde, dat juist alleen nog maar voor dat jonge en frissche kan ontvlammen. Wat uit zulke situaties lichtelijk kan voortkomen, is niet twijfelachtig—armoede, coquetterie en genotzucht zijn fatale raadgeefsters, de eene grijnst, de andere vleien; de jonge meisjes uit het volk leenen hun maar al te gaarne het oor. Zoo komen zij ten val en niemand ontziet zich de eerste te zijn om steenen op haar te werpen—on les accable, zegt Victor Hugo,avec la splendeur de tout ce qui est immaculé et inaccessible. Veel interessants aangaande het dienstmeisje als sexueele prooi en als sexueele vrijbuitster heeft Octave Mirbeau onthuld in zijn boek „Le journal d’une femme de chambre”.De algemeene moraal van allen humor op ongeoorloofde sexueele verhoudingen schijnt deze te zijn: dat het zoo erg niet is en dat ze het allemaal doen, dat de een openlijk zondigt, de ander in het geheim, de een zus de ander zoo, maar dat per saldo niemand heelemaal zuiver is—een opvatting waarop het maar het best schijnt niet te diep in te gaan, maar ze eenvoudig te laten voor rekening van den sexueelen humor, daarbij in het oog houdende dat deze gewoonlijk overdrijft en dat overdrijven is: vergroot voorstellen van—de waarheid.128. Simplicitas.128.Simplicitas.Fransch vignet door Lemire.De verraderlijke schaduw.De verraderlijke schaduw.Engelsche mezzotint van Wogels naar een schilderij van Schall (1718–1778).129. De vergelijking.129.De vergelijking.Naar de schilderij van Schall (18e eeuw).
V.VERBODEN VRUCHTEN.
De sexueele neigingen zoeken hare bevrediging niet altijd op geoorloofde wegen. Geoorloofd zijn alleen die wegen, die de heerschende sexueele moraal openlaat. In de tegenwoordige beschaafde wereld is de eenige onvoorwaardelijk geoorloofde vorm van geslachtsverkeer die van het huwelijk. Alle buitenechtelijk geslachtsverkeer is of overspel, of prostitutie, of wat anders, maar in elk geval in strijd met de sexueele moraal, dus verboden. Een verbod, dat zich gerespecteerd wil zien, moet kunnen beschikken over strafmiddelen. De sexueele moraal heeft als middel ter kastijding voor die overtredingen, welke niet vallen onder de strafwet, de licht ontvlambare verontwaardiging van alle fatsoenlijke menschen, dus van alle menschen. De fatsoenlijke lieden zijn zooveel als de onbezoldigde scherprechters der beleedigde sexueele gerechtigheid; hun taak is het elken sexueelen onverlaat te tuchtigen metopspraak, onthouding van achting, verbanning uit de zedelijke fatsoensgemeenschap, en zoo voort.Nu kan men elke wet eerbiedigen op twee manieren. Eerstens door haar werkelijk te eerbiedigen. Men beloopt dan geen kans op straf, maar smaakt ook de zoetheden der verboden vrucht niet. Ten tweede door haar in schijn te eerbiedigen en haar in het geheim, ongezien, zoo gezegd aan z’n laars te lappen. Deze manier opent, afgezien van een miniem risico, de aanlokkelijke mogelijkheid van het verbodene te kunnen smaken zonder vrees voor den bitteren nasmaak; of, commercieel uitgedrukt, de mogelijkheid van te kunnen koopen zonder betalen. Zij ontheft van straf en schenkt vrijheid van beweging. Men behoeft de eene niet te duchten en toch de andere niet te ontberen.Op welke van deze twee manieren wordt nu de sexueele moraal geëerbiedigd? Wellicht door eenigen op de eerstgenoemde manier. Maar zeer zeker door bijna allemaal op de tweede manier. En dan is er nog een restant, dat de sexueele moraal eerbiedigt op geen enkele manier.121. Een première.121.Een première.—Wat is het hier mooi!J. L. Forain in „Le Courrier Français”.De sexueele moraal heeft dus te doen met drie categorieën: een categorie van menschen die doet wat ze voorschrijft; een die den schijn aanneemt alsof; en een die haar openlijk braveert. Houvast heeft die arme sexueele moraal alleen aan deze laatste; alleen op deze kan ze staat maken. De beide andere categorieën zijn onbetrouwbaar en twijfelachtig—allen die deze categorieën vormen houden zich of ze behooren tot de eerste, en van niemand hunner is het volstrekt zeker. De sexueele moraal heeft dus eigenlijk maar te doen met twee categorieën:met eerlijke vijanden, aan wier gezindheid blijkens hun woorden en daden niet valt te twijfelen, en met vrienden van oncontroleerbare goede trouw. De sexueele moraal wordt alleen door haar vijanden niet bedrogen. Door al hare aanhangers vermoedelijk wel. Zij kan alleen staat maken op wie maling aan haar hebben. Hare getrouwen zijn onbetrouwbaar.122. Hoe dat toeging omstreeks 1500.122.Hoe dat toeging omstreeks 1500.Duitsche houtsnede, einde 15e eeuw.Men heeft al begrepen, dat deze interessante situatie aan de sexueele humor niet kan zijn ontgaan. En dan ziet men ook gemakkelijk in, dat hier voor alle vormen van humor en satire weer een onmetelijk terrein te ontginnen ligt. Inderdaad, zoowel de openlijke sexueele opstandigheid als de leidzame gehoorzaamheid en de snoode schijntrouw bieden humor en satire in ruime mate stof. Maar het meest doet dat toch natuurlijk, om niet ver te zoeken redenen, de laatste. En onder de schijngetrouwen der sexueele moraal natuurlijk weer diegenen, die haar het geraffineerdst bedriegen en om den tuin weten te leiden. De intensiteit van den erotischen humor neemt toe met de sluwheid waarmee de sexueele moraal bij haar figuurlijken neus wordt genomen.Dit blijkt al dadelijk uit de manier, waarop de sexueele humor omspringt met de beide hoofdschotels van het menu der verboden vruchten: de prostitutie en het overspel.De prostitutie, in haar wezen trouwens meer tragisch dan komisch, biedt den erotischen humor maar weinig aangrijpingspunten. En dat wijl zij met de sexueele moraal op voet van openlijke vijandschap leeft. Komische elementen zijn in de prostitutie eigenlijk alleen de teleurstellingen, die allen wachten die heul en troost bij haar zoeken (zie de plaat: In den Venustempel, of geld op, geen liefde meer) en die in het algemeen hierop neerkomen, dat men inplaats van bij de prostitutie de gehoopte en voorgespiegelde genoegens te smaken, alle kans loopt eerst uitgeplunderd en vervolgens afgeranseld te worden. Verder weet de sexueele humor uit de openlijke prostitutie niet veel bruikbaar materiaal te halen (fig. 12, 43, 50, 79, 127). Iets meer heeft de humor aan de geheime, zich verbergende prostitutie, die zich bedient van maskers, dus schijnconcessies doet aan de sexueele moraal (fig. 31. 51). Maar steeds is het komische in den humor, die ontleend is aan de prostitutie, zeer voelbaar geforceerd. Evenzeer als alle prostitutie slechts een surrogaat is van geslachtsleven, is alle humor, daaraan ontleend, slechts een surrogaat van humor.123. Huiselijke scène.123.Huiselijke scène.—Hou je kalm, kind-lief, het meisje is braaf en vol ijver.—Ja juist, als ik niet oppaste, zou ze voor mij niet veel te doen overlaten.H. Zasche in „Sekt”, Weenen.Geheel anders is het gesteld met het overspel. Zoo armelijk en troebel als bron van humor de prostitutie is, zoo onuitputtelijk saprijk is ten deze de verboden vrucht die overspel heet. Daarbij toch is allereerste eisch: de sexueele moraal behendig te misleiden. Daardoor is in overspel altijd een komisch element. Zelfs waar men als moralist het overspel tegemoet treedt, valt daarin veelal een komische toon te beluisteren.„De vrouwen zijn gemeenschappelijk eigendom, dat is de wet van de natuur”, zeide een losbol, die op overspel was betrapt, tot den wijsgeer Diogenes, die hem daarover onderhield. Diogenes antwoordde:„Het vleesch dat men aan tafel op zijn bord krijgt, was eerst gemeenschappelijk eigendom, zeer zeker. Maar als het eenmaal in porties is gedeeld en verdeeld, dan—gij zult dit toegeven—zou het lomp en ongemanierd zijn, de portie van uw buurman van diens bord te nemen en op te eten. De schouwburg is voor alle burgers; maar als de plaatsen eenmaal zijn bezet, dan heeft niemand het recht een ander van zijn plaats te gooien en er zelf te gaan zitten. En zoo zijn ook de vrouwen gemeenschappelijk eigendom; maar zoodra ze op de manier van het land haar man hebben gekregen, heeft niemand anders meer recht op haar. Wie zich niet tevreden stelt met de zijne, maar jacht maakt op die van anderen, is een aap of een vraatzieke wolf.”Evoluties vóór den tooneelkijker.Evoluties vóór den tooneelkijker.Naar F. von Reznicek in „Simplizissimus”, 1904.Van alle verboden vruchten uit het sexueele paradijs lokt het overspel het meest de erotische humoristen aan. Van welken aard de humor is, die zij uit deze verboden vrucht weten te halen, daarvan geven de humoresken fig. 77, 96, 97, 106 eenig denkbeeld. De beide voornaamste komische elementenvan den overspelshumor zijn de slimheid waarmee de bedrogen partij (de man of de vrouw) om den tuin wordt geleid, en de betrapping op heeterdaad. De waarschijnlijkheid is in dit soort sexueele humor in den regel ver te zoeken en er valt uit dezen humor alleen op te maken hoe de phantasie der humoristen dit probleem ziet en behandelt.124. Nog geen rust!124.Nog geen rust!Satire van J. L. Forain in „Le Courrier Français”.Een onuitputtelijk motief is voor de sexueele satire op het overspel de dienstbode. Waar zij het opneemt voor de dienstbode, daar draagt zoodanige satire gewoonlijk een scherp sociaal karakter en brengt zij met gloeiende verontwaardiging het feit aan het licht, dat deze maatschappelijke zwakke door de mannelijke gezinsleden niet zelden wordt beschouwd, althans behandeld als sexueele lijfeigene, die men het recht heeft met taalvuil te overstelpen, die zich oneerbare aanrakingen moet laten welgevallen, en die er niet alleen is om des daags mevrouw te dienen, maar ook om daarna de heerenter wille te zijn. Scherp wordt deze toepassing van het recht van den maatschappelijk sterkste gehekeld door den Franschen humorist Forain in zijn plaat „Nog geen rust” (fig. 124). Tot laat in den avond is het meisje op de been geweest om de huishouding te verzorgen; als zij eindelijk doodmoe op den rand van haar bed zit, komt de heer des huizes er haar aan herinneren, dat ze ook bij hem in dienst is.Deze opvatting is intusschen door en door modern. Wel heeft het dienstmeisje der laatste eeuwen niet over te weinig belangstelling van de zijde der humoristen etc. te klagen; maar het voor haar op te nemen was iets waar de vroegere satire zich niet mee ophield. Zoo is in de literatuur zoowel als in de prentkunst en meer nog in van mond tot mond gaande anecdoten de dienstbode de heldin van galante avontuurtjes—de geraffineerde verleidster, die bij voortduring den onschuldigen heer des huizes in haar netten lokt of de deugd van den zoon lagen legt. Op de overige zonden, die op ander dan sexueel terrein haar door de humoristen der oude scholen ten laste werden gelegd, kunnen wij hier natuurlijk niet ingaan.125. Een getuigschrift.125.Een getuigschrift.„Hierbij verklaart ondergeteekende, dat Lize Klein hem ruim een jaar met trouw en ijver heeft gediend en gedurende dien tijd in geen enkel opzicht iets te wenschen heeft overgelaten”.G. Kuhn in „Leipziger Karikatur”.Een typeerend voorbeeld van deze eenzijdige opvatting van de gevaarlijkheid der dienstbode voor de deugd der mannelijke gezinsleden geven wij hier in een tamelijk banaal prentje van H. Zasche uit het Weener spotblad „Sekt” (fig. 123). Het is hier de oude geschiedenis: Vrouwlief, die haar man betrapt op familiariteiten met het coquette dienstmeisje, en manlief, die zich van den domme houdt. Niet onaardig wordt in het onderschrift een variant geleverd op den Engelschen professor die door zijn echtvriendin op heeterdaad werd betrapt dat hij het dienstmeisje zoende, en op haar betuiging, dat zij „hoogst-hoogst-onaangenaam was verrast” met grappigen ernst verklaarde: „Pardon, Louise,ikben verrast”.Trouwens ook nu nog is in de spies-burgerlijke humoristische bladen, die de heerschende meeningen van de groote massa der eerzame, zij het niet overdreven intelligente burgerij weergeven,het dienstmeisje de loszinnige pierewaaister, die zich maar liefst zoo gauw mogelijk laat verleiden en elke intentie in die richting met de meeste inschikkelijkheid tegemoet komt. Het wantrouwigst is natuurlijk mevrouw met haar kring van intieme vriendinnen en de deugdzaamheid van het meisje wordt in den regel te sterker gewantrouwd naarmate het verschil in leeftijd met mevrouw grooter is.126. Mevrouw en dienstbode te Parijs.126.Mevrouw en dienstbode te Parijs.—Jij hebt geen klagen, jij kunt meteen tenminste nog naar bed gaan om te slapen.Satire van J. L. Forain.Er zijn echter ook weer erotische humoristen, die ten deze het dienstmeisje wreken; bijvoorbeeld door stekeligheden als deze:—En nog iets, meisje. Je getuigschriften zijn goed, maar dit wou ik nog weten: heb je een vrijer?—Zeker, mevrouw. En een erge knappe jongen. Maar ik laat hem toch niet hier komen ….. mijn vorige mevrouw is ook al haast met hem schoot gegaan.Waar humor en satire zich zoo algemeen en zoo onvermoeibaar met het dienstmeisje als middelpunt van sexueele situaties bezighouden, daar ligt het voor de hand aan te nemen, dat het werkelijke leven hun daarvoor aanhoudend stof levert.127. De strijd om het bestaan.127.De strijd om het bestaan.—Denkt u er om, dat ik overmorgen om de huur kom?—Of ik er om denk? Ik heb er al twee nachten niet voor geslapen.Uit „Sect”, Weenen.Humor en satire toch putten altijd uit de werkelijkheid, het zijn de enfants terribles, die verklappen wat er achter het gordijn van de eerzame samenleving al zoo te koop is. Wat zij ons te zien geven, daar is gewoonlijk wat van aan. Wie geen vreemdeling is in het brave Jeruzalem onzer maatschappij weet trouwens, dat het dienstmeisje inderdaad het middelpunt is van ongeoorloofde sexualiteit, en dat zoowel Forain als Zasche en Kuhn c.s. gelijk hebben. Beiden laten ze een tegenovergestelde zijde vande waarheid zien. En dieper in de werkelijkheid verbergt zich achter dat oogenschijnlijk zoo komische een wereld van aangrijpende levenstragiek. De levensomstandigheden drijven scharen van levenslustige, dartele jonge vrouwen, dorstende naar wat levensgenot, maar zonder middelen om zich ook het minste te kunnen veroorloven, in omgevingen, waar niet zelden het voornaamste levensprobleem is: hoe het leven te vullen met genietingen.Het frissche jonge leven, met een meest kleurloos verleden achter zich en zonder veel zorg voor de toekomst, komt in aanraking met het door onafgebroken genot geblaseerde, dat juist alleen nog maar voor dat jonge en frissche kan ontvlammen. Wat uit zulke situaties lichtelijk kan voortkomen, is niet twijfelachtig—armoede, coquetterie en genotzucht zijn fatale raadgeefsters, de eene grijnst, de andere vleien; de jonge meisjes uit het volk leenen hun maar al te gaarne het oor. Zoo komen zij ten val en niemand ontziet zich de eerste te zijn om steenen op haar te werpen—on les accable, zegt Victor Hugo,avec la splendeur de tout ce qui est immaculé et inaccessible. Veel interessants aangaande het dienstmeisje als sexueele prooi en als sexueele vrijbuitster heeft Octave Mirbeau onthuld in zijn boek „Le journal d’une femme de chambre”.De algemeene moraal van allen humor op ongeoorloofde sexueele verhoudingen schijnt deze te zijn: dat het zoo erg niet is en dat ze het allemaal doen, dat de een openlijk zondigt, de ander in het geheim, de een zus de ander zoo, maar dat per saldo niemand heelemaal zuiver is—een opvatting waarop het maar het best schijnt niet te diep in te gaan, maar ze eenvoudig te laten voor rekening van den sexueelen humor, daarbij in het oog houdende dat deze gewoonlijk overdrijft en dat overdrijven is: vergroot voorstellen van—de waarheid.128. Simplicitas.128.Simplicitas.Fransch vignet door Lemire.De verraderlijke schaduw.De verraderlijke schaduw.Engelsche mezzotint van Wogels naar een schilderij van Schall (1718–1778).129. De vergelijking.129.De vergelijking.Naar de schilderij van Schall (18e eeuw).
De sexueele neigingen zoeken hare bevrediging niet altijd op geoorloofde wegen. Geoorloofd zijn alleen die wegen, die de heerschende sexueele moraal openlaat. In de tegenwoordige beschaafde wereld is de eenige onvoorwaardelijk geoorloofde vorm van geslachtsverkeer die van het huwelijk. Alle buitenechtelijk geslachtsverkeer is of overspel, of prostitutie, of wat anders, maar in elk geval in strijd met de sexueele moraal, dus verboden. Een verbod, dat zich gerespecteerd wil zien, moet kunnen beschikken over strafmiddelen. De sexueele moraal heeft als middel ter kastijding voor die overtredingen, welke niet vallen onder de strafwet, de licht ontvlambare verontwaardiging van alle fatsoenlijke menschen, dus van alle menschen. De fatsoenlijke lieden zijn zooveel als de onbezoldigde scherprechters der beleedigde sexueele gerechtigheid; hun taak is het elken sexueelen onverlaat te tuchtigen metopspraak, onthouding van achting, verbanning uit de zedelijke fatsoensgemeenschap, en zoo voort.
Nu kan men elke wet eerbiedigen op twee manieren. Eerstens door haar werkelijk te eerbiedigen. Men beloopt dan geen kans op straf, maar smaakt ook de zoetheden der verboden vrucht niet. Ten tweede door haar in schijn te eerbiedigen en haar in het geheim, ongezien, zoo gezegd aan z’n laars te lappen. Deze manier opent, afgezien van een miniem risico, de aanlokkelijke mogelijkheid van het verbodene te kunnen smaken zonder vrees voor den bitteren nasmaak; of, commercieel uitgedrukt, de mogelijkheid van te kunnen koopen zonder betalen. Zij ontheft van straf en schenkt vrijheid van beweging. Men behoeft de eene niet te duchten en toch de andere niet te ontberen.
Op welke van deze twee manieren wordt nu de sexueele moraal geëerbiedigd? Wellicht door eenigen op de eerstgenoemde manier. Maar zeer zeker door bijna allemaal op de tweede manier. En dan is er nog een restant, dat de sexueele moraal eerbiedigt op geen enkele manier.
121. Een première.121.Een première.—Wat is het hier mooi!J. L. Forain in „Le Courrier Français”.
121.Een première.
—Wat is het hier mooi!
J. L. Forain in „Le Courrier Français”.
De sexueele moraal heeft dus te doen met drie categorieën: een categorie van menschen die doet wat ze voorschrijft; een die den schijn aanneemt alsof; en een die haar openlijk braveert. Houvast heeft die arme sexueele moraal alleen aan deze laatste; alleen op deze kan ze staat maken. De beide andere categorieën zijn onbetrouwbaar en twijfelachtig—allen die deze categorieën vormen houden zich of ze behooren tot de eerste, en van niemand hunner is het volstrekt zeker. De sexueele moraal heeft dus eigenlijk maar te doen met twee categorieën:met eerlijke vijanden, aan wier gezindheid blijkens hun woorden en daden niet valt te twijfelen, en met vrienden van oncontroleerbare goede trouw. De sexueele moraal wordt alleen door haar vijanden niet bedrogen. Door al hare aanhangers vermoedelijk wel. Zij kan alleen staat maken op wie maling aan haar hebben. Hare getrouwen zijn onbetrouwbaar.
122. Hoe dat toeging omstreeks 1500.122.Hoe dat toeging omstreeks 1500.Duitsche houtsnede, einde 15e eeuw.
122.Hoe dat toeging omstreeks 1500.
Duitsche houtsnede, einde 15e eeuw.
Men heeft al begrepen, dat deze interessante situatie aan de sexueele humor niet kan zijn ontgaan. En dan ziet men ook gemakkelijk in, dat hier voor alle vormen van humor en satire weer een onmetelijk terrein te ontginnen ligt. Inderdaad, zoowel de openlijke sexueele opstandigheid als de leidzame gehoorzaamheid en de snoode schijntrouw bieden humor en satire in ruime mate stof. Maar het meest doet dat toch natuurlijk, om niet ver te zoeken redenen, de laatste. En onder de schijngetrouwen der sexueele moraal natuurlijk weer diegenen, die haar het geraffineerdst bedriegen en om den tuin weten te leiden. De intensiteit van den erotischen humor neemt toe met de sluwheid waarmee de sexueele moraal bij haar figuurlijken neus wordt genomen.
Dit blijkt al dadelijk uit de manier, waarop de sexueele humor omspringt met de beide hoofdschotels van het menu der verboden vruchten: de prostitutie en het overspel.
De prostitutie, in haar wezen trouwens meer tragisch dan komisch, biedt den erotischen humor maar weinig aangrijpingspunten. En dat wijl zij met de sexueele moraal op voet van openlijke vijandschap leeft. Komische elementen zijn in de prostitutie eigenlijk alleen de teleurstellingen, die allen wachten die heul en troost bij haar zoeken (zie de plaat: In den Venustempel, of geld op, geen liefde meer) en die in het algemeen hierop neerkomen, dat men inplaats van bij de prostitutie de gehoopte en voorgespiegelde genoegens te smaken, alle kans loopt eerst uitgeplunderd en vervolgens afgeranseld te worden. Verder weet de sexueele humor uit de openlijke prostitutie niet veel bruikbaar materiaal te halen (fig. 12, 43, 50, 79, 127). Iets meer heeft de humor aan de geheime, zich verbergende prostitutie, die zich bedient van maskers, dus schijnconcessies doet aan de sexueele moraal (fig. 31. 51). Maar steeds is het komische in den humor, die ontleend is aan de prostitutie, zeer voelbaar geforceerd. Evenzeer als alle prostitutie slechts een surrogaat is van geslachtsleven, is alle humor, daaraan ontleend, slechts een surrogaat van humor.
123. Huiselijke scène.123.Huiselijke scène.—Hou je kalm, kind-lief, het meisje is braaf en vol ijver.—Ja juist, als ik niet oppaste, zou ze voor mij niet veel te doen overlaten.H. Zasche in „Sekt”, Weenen.
123.Huiselijke scène.
—Hou je kalm, kind-lief, het meisje is braaf en vol ijver.
—Ja juist, als ik niet oppaste, zou ze voor mij niet veel te doen overlaten.
H. Zasche in „Sekt”, Weenen.
Geheel anders is het gesteld met het overspel. Zoo armelijk en troebel als bron van humor de prostitutie is, zoo onuitputtelijk saprijk is ten deze de verboden vrucht die overspel heet. Daarbij toch is allereerste eisch: de sexueele moraal behendig te misleiden. Daardoor is in overspel altijd een komisch element. Zelfs waar men als moralist het overspel tegemoet treedt, valt daarin veelal een komische toon te beluisteren.
„De vrouwen zijn gemeenschappelijk eigendom, dat is de wet van de natuur”, zeide een losbol, die op overspel was betrapt, tot den wijsgeer Diogenes, die hem daarover onderhield. Diogenes antwoordde:„Het vleesch dat men aan tafel op zijn bord krijgt, was eerst gemeenschappelijk eigendom, zeer zeker. Maar als het eenmaal in porties is gedeeld en verdeeld, dan—gij zult dit toegeven—zou het lomp en ongemanierd zijn, de portie van uw buurman van diens bord te nemen en op te eten. De schouwburg is voor alle burgers; maar als de plaatsen eenmaal zijn bezet, dan heeft niemand het recht een ander van zijn plaats te gooien en er zelf te gaan zitten. En zoo zijn ook de vrouwen gemeenschappelijk eigendom; maar zoodra ze op de manier van het land haar man hebben gekregen, heeft niemand anders meer recht op haar. Wie zich niet tevreden stelt met de zijne, maar jacht maakt op die van anderen, is een aap of een vraatzieke wolf.”
Evoluties vóór den tooneelkijker.Evoluties vóór den tooneelkijker.Naar F. von Reznicek in „Simplizissimus”, 1904.
Evoluties vóór den tooneelkijker.
Naar F. von Reznicek in „Simplizissimus”, 1904.
Van alle verboden vruchten uit het sexueele paradijs lokt het overspel het meest de erotische humoristen aan. Van welken aard de humor is, die zij uit deze verboden vrucht weten te halen, daarvan geven de humoresken fig. 77, 96, 97, 106 eenig denkbeeld. De beide voornaamste komische elementenvan den overspelshumor zijn de slimheid waarmee de bedrogen partij (de man of de vrouw) om den tuin wordt geleid, en de betrapping op heeterdaad. De waarschijnlijkheid is in dit soort sexueele humor in den regel ver te zoeken en er valt uit dezen humor alleen op te maken hoe de phantasie der humoristen dit probleem ziet en behandelt.
124. Nog geen rust!124.Nog geen rust!Satire van J. L. Forain in „Le Courrier Français”.
124.Nog geen rust!
Satire van J. L. Forain in „Le Courrier Français”.
Een onuitputtelijk motief is voor de sexueele satire op het overspel de dienstbode. Waar zij het opneemt voor de dienstbode, daar draagt zoodanige satire gewoonlijk een scherp sociaal karakter en brengt zij met gloeiende verontwaardiging het feit aan het licht, dat deze maatschappelijke zwakke door de mannelijke gezinsleden niet zelden wordt beschouwd, althans behandeld als sexueele lijfeigene, die men het recht heeft met taalvuil te overstelpen, die zich oneerbare aanrakingen moet laten welgevallen, en die er niet alleen is om des daags mevrouw te dienen, maar ook om daarna de heerenter wille te zijn. Scherp wordt deze toepassing van het recht van den maatschappelijk sterkste gehekeld door den Franschen humorist Forain in zijn plaat „Nog geen rust” (fig. 124). Tot laat in den avond is het meisje op de been geweest om de huishouding te verzorgen; als zij eindelijk doodmoe op den rand van haar bed zit, komt de heer des huizes er haar aan herinneren, dat ze ook bij hem in dienst is.
Deze opvatting is intusschen door en door modern. Wel heeft het dienstmeisje der laatste eeuwen niet over te weinig belangstelling van de zijde der humoristen etc. te klagen; maar het voor haar op te nemen was iets waar de vroegere satire zich niet mee ophield. Zoo is in de literatuur zoowel als in de prentkunst en meer nog in van mond tot mond gaande anecdoten de dienstbode de heldin van galante avontuurtjes—de geraffineerde verleidster, die bij voortduring den onschuldigen heer des huizes in haar netten lokt of de deugd van den zoon lagen legt. Op de overige zonden, die op ander dan sexueel terrein haar door de humoristen der oude scholen ten laste werden gelegd, kunnen wij hier natuurlijk niet ingaan.
125. Een getuigschrift.125.Een getuigschrift.„Hierbij verklaart ondergeteekende, dat Lize Klein hem ruim een jaar met trouw en ijver heeft gediend en gedurende dien tijd in geen enkel opzicht iets te wenschen heeft overgelaten”.G. Kuhn in „Leipziger Karikatur”.
125.Een getuigschrift.
„Hierbij verklaart ondergeteekende, dat Lize Klein hem ruim een jaar met trouw en ijver heeft gediend en gedurende dien tijd in geen enkel opzicht iets te wenschen heeft overgelaten”.
G. Kuhn in „Leipziger Karikatur”.
Een typeerend voorbeeld van deze eenzijdige opvatting van de gevaarlijkheid der dienstbode voor de deugd der mannelijke gezinsleden geven wij hier in een tamelijk banaal prentje van H. Zasche uit het Weener spotblad „Sekt” (fig. 123). Het is hier de oude geschiedenis: Vrouwlief, die haar man betrapt op familiariteiten met het coquette dienstmeisje, en manlief, die zich van den domme houdt. Niet onaardig wordt in het onderschrift een variant geleverd op den Engelschen professor die door zijn echtvriendin op heeterdaad werd betrapt dat hij het dienstmeisje zoende, en op haar betuiging, dat zij „hoogst-hoogst-onaangenaam was verrast” met grappigen ernst verklaarde: „Pardon, Louise,ikben verrast”.
Trouwens ook nu nog is in de spies-burgerlijke humoristische bladen, die de heerschende meeningen van de groote massa der eerzame, zij het niet overdreven intelligente burgerij weergeven,het dienstmeisje de loszinnige pierewaaister, die zich maar liefst zoo gauw mogelijk laat verleiden en elke intentie in die richting met de meeste inschikkelijkheid tegemoet komt. Het wantrouwigst is natuurlijk mevrouw met haar kring van intieme vriendinnen en de deugdzaamheid van het meisje wordt in den regel te sterker gewantrouwd naarmate het verschil in leeftijd met mevrouw grooter is.
126. Mevrouw en dienstbode te Parijs.126.Mevrouw en dienstbode te Parijs.—Jij hebt geen klagen, jij kunt meteen tenminste nog naar bed gaan om te slapen.Satire van J. L. Forain.
126.Mevrouw en dienstbode te Parijs.
—Jij hebt geen klagen, jij kunt meteen tenminste nog naar bed gaan om te slapen.
Satire van J. L. Forain.
Er zijn echter ook weer erotische humoristen, die ten deze het dienstmeisje wreken; bijvoorbeeld door stekeligheden als deze:
—En nog iets, meisje. Je getuigschriften zijn goed, maar dit wou ik nog weten: heb je een vrijer?
—Zeker, mevrouw. En een erge knappe jongen. Maar ik laat hem toch niet hier komen ….. mijn vorige mevrouw is ook al haast met hem schoot gegaan.
Waar humor en satire zich zoo algemeen en zoo onvermoeibaar met het dienstmeisje als middelpunt van sexueele situaties bezighouden, daar ligt het voor de hand aan te nemen, dat het werkelijke leven hun daarvoor aanhoudend stof levert.
127. De strijd om het bestaan.127.De strijd om het bestaan.—Denkt u er om, dat ik overmorgen om de huur kom?—Of ik er om denk? Ik heb er al twee nachten niet voor geslapen.Uit „Sect”, Weenen.
127.De strijd om het bestaan.
—Denkt u er om, dat ik overmorgen om de huur kom?
—Of ik er om denk? Ik heb er al twee nachten niet voor geslapen.
Uit „Sect”, Weenen.
Humor en satire toch putten altijd uit de werkelijkheid, het zijn de enfants terribles, die verklappen wat er achter het gordijn van de eerzame samenleving al zoo te koop is. Wat zij ons te zien geven, daar is gewoonlijk wat van aan. Wie geen vreemdeling is in het brave Jeruzalem onzer maatschappij weet trouwens, dat het dienstmeisje inderdaad het middelpunt is van ongeoorloofde sexualiteit, en dat zoowel Forain als Zasche en Kuhn c.s. gelijk hebben. Beiden laten ze een tegenovergestelde zijde vande waarheid zien. En dieper in de werkelijkheid verbergt zich achter dat oogenschijnlijk zoo komische een wereld van aangrijpende levenstragiek. De levensomstandigheden drijven scharen van levenslustige, dartele jonge vrouwen, dorstende naar wat levensgenot, maar zonder middelen om zich ook het minste te kunnen veroorloven, in omgevingen, waar niet zelden het voornaamste levensprobleem is: hoe het leven te vullen met genietingen.
Het frissche jonge leven, met een meest kleurloos verleden achter zich en zonder veel zorg voor de toekomst, komt in aanraking met het door onafgebroken genot geblaseerde, dat juist alleen nog maar voor dat jonge en frissche kan ontvlammen. Wat uit zulke situaties lichtelijk kan voortkomen, is niet twijfelachtig—armoede, coquetterie en genotzucht zijn fatale raadgeefsters, de eene grijnst, de andere vleien; de jonge meisjes uit het volk leenen hun maar al te gaarne het oor. Zoo komen zij ten val en niemand ontziet zich de eerste te zijn om steenen op haar te werpen—on les accable, zegt Victor Hugo,avec la splendeur de tout ce qui est immaculé et inaccessible. Veel interessants aangaande het dienstmeisje als sexueele prooi en als sexueele vrijbuitster heeft Octave Mirbeau onthuld in zijn boek „Le journal d’une femme de chambre”.
De algemeene moraal van allen humor op ongeoorloofde sexueele verhoudingen schijnt deze te zijn: dat het zoo erg niet is en dat ze het allemaal doen, dat de een openlijk zondigt, de ander in het geheim, de een zus de ander zoo, maar dat per saldo niemand heelemaal zuiver is—een opvatting waarop het maar het best schijnt niet te diep in te gaan, maar ze eenvoudig te laten voor rekening van den sexueelen humor, daarbij in het oog houdende dat deze gewoonlijk overdrijft en dat overdrijven is: vergroot voorstellen van—de waarheid.
128. Simplicitas.128.Simplicitas.Fransch vignet door Lemire.
128.Simplicitas.
Fransch vignet door Lemire.
De verraderlijke schaduw.De verraderlijke schaduw.Engelsche mezzotint van Wogels naar een schilderij van Schall (1718–1778).
De verraderlijke schaduw.
Engelsche mezzotint van Wogels naar een schilderij van Schall (1718–1778).
129. De vergelijking.129.De vergelijking.Naar de schilderij van Schall (18e eeuw).
129.De vergelijking.
Naar de schilderij van Schall (18e eeuw).