VII.

VII.De Rol der Zintuigen in het Liefdeleven.De zintuigen vervullen in het liefdeleven de rol van koppelaars; zij staan allen in meerdere of mindere mate in directen dienst van de zinnelijkheid, de smaak misschien uitgezonderd.Elk der zintuigen heeft in het liefdeleven een zeer bepaalde functie. Gezamenlijk dienen zij de natuur in het tot elkander voeren der sexen.Zeer bescheiden is daarbij de taak van densmaakzin. Tot deze nemen echter dikwijls impotente individuen de toevlucht, om door smaakprikkels geslachtsprikkels op te wekken of te versterken. Het geloof in het bestaan van genotmiddelen, die het vermogen bezitten erotische gevoelens wakker te roepen, is nu en dan in de geschiedenis zeer algemeen geweest, waarbij echter steeds het bijgeloof een zekere rol speelde. Wij herinneren hierbij aan de vele eeuwenlang algemeen in zwang geweest zijnde minnedranken, waarmee men deels door middel van den smaak, deels door tooverwerking bij een bepaald persoon liefde jegens zich meende te kunnen opwekken. Natuurlijk waren van zulke minnedrankendie genotmiddelen, welke geslachtsdrift gezegd werden op te wekken, dusgenaamdeaphrodisiaca, steeds de hoofdbestanddeelen. Van een bepaalde natuurlijke functie van den smaak in het leven der liefde blijkt echter weinig of niets. Waar men den smaak in dienst tracht te stellen van de zinnelijkheid, heeft dit in elk geval steeds iets opzettelijks en gewilds, waarbij men tracht natuurlijke gevoelens kunstmatig op te wekken.Geheel anders staat het reeds met de beteekenis van hetgehoorin het zinneleven. Dit blijkt reeds uit het feit, dat met het intreden der geslachtelijke rijpheid de menschelijke stem zich wijzigt, waarmee de natuur als het ware dit feit hoorbaar kenbaar maakt. Verder blijkt dit uit het verschil tusschen de mannen- en de vrouwenstem, een verschil dat nog de sexe verraadt waar die zich opzettelijk verborgen tracht te houden. Talrijke geluiden oefenen voorts een krachtige erotische werking uit. De stem, zang en muziek zijn in de eerste plaats lokmiddelen der liefde. In het dierenleven, deze spiegel van het menschelijk leven in natuurlijke dingen, vindt men dit terug in de loktonen beider seksen bij een menigte diersoorten. En ook getuigen van de macht van het gehoor op de zinnelijkheid, de gemakkelijke zegepralen in de liefde van groote zangers en zangeressen, ook al zijn deze door de natuur stiefmoederlijk bedeeld met lichaamsschoon. De oude Atheners beschouwden muziek, inzonderheid fluitspel, als het machtigste hulpmiddel tot opwekking en prikkeling der zinnelijkheid; en bij hen bestond eeuwenlang een afzonderlijke klasse van prostituees: de fluitspeelsters, die gewoon waren ware orgiën van geslachtelijke buitensporigheden aan te richten.Sterker misschien nog is de invloed van denreukzinop de zinnelijkheid. Deze vermag, hoewel bij verschillende individuen in zeer verschillende mate, rechtstreeks onopzettelijk den geslachtslust op te wekken en te prikkelen. Häckel beweert zelfs, dat de reuk de quintessence van alle geslachtelijke liefde is. Zwaardemaker heeft ontdekt dat alle erotisch werkende geuren behooren tot een en dezelfde groep van scheikundige stoften, n.l. tot de caprylen. Bij vele dieren spelen verschillende natuurlijke geuren in hun geslachtsleven een zeer belangrijke rol, bijvoorbeeld bij het muskusdier en den bever. Bij den mensch kunnen, vooral bij zeer zinnelijke naturen, de erotisch werkende caprylgeuren van allerlei lichaamsafscheidingen krachtig op de geslachtelijke instincten inwerken.In het sexueele leven spelen de erotische geuren dan ook een groote rol. Tegenover de lichamelijke uitwasemingen van de andere sekse bezitten vooral mannen maar een zeer gering weerstandsvermogen. Vele anders moeilijk te verklaren sexueele connecties berusten op den onweerstaanbaren invloed van geslachtsgeuren. De meeste plotselinge liefdesbetrekkingen tusschen in stand of in leeftijd zeer uiteenloopende individuen zijn aan de erotische prikkelbaarheid van den reukzin toe te schrijven. Vele mannen schijnen ongevoelig voor het uiterlijk schoon of andere eigenschappen der vrouwen, terwijl zij zich in sterke mate voelen aangetrokken door de vrouwelijke atmosfeer. En evenals ererotische reukprikkels zijn die aantrekking uitoefenen, zijn er ook geuren die afstooten; m.a.w. er zijn sympathieke en antipathieke geslachtsgeuren.Neptunus en Amphitrite.Neptunus en Amphitrite.Schoonheidsidealen der 15de eeuw, Vlaamsche School. Naar de schilderij van Jan Gossaert (1470–1541), Kaiser-Friedrich-Museum, Berlijn.Photo Bruckmann, München.Het ligt in den aard der vrouw alle ter harer beschikking staande erotische machtsmiddelen over den man tot den hoogsten graad van volkomenheid op te voeren. Alles in haar drijft haar aan om hare magnetische aantrekkingskracht op den man te versterken en hem aan zijn natuurlijken plicht van aanvallen—aanvallen waarin steeds zij overwinnares zal zijn—met alle kracht te herinneren. Het ligt dus voor de hand, dat ook der mannen zwakheid tegen erotische geuren door de vrouw wordt benut om hem te dwingen tot het geslachtelijk offensief, dat haar de sexueele zegepraal moet brengen. En zoo zien wij dan ook ten alle tijde en overal de vrouwen zich hullen in wolken van kunstmatige erotische geuren, teneinde te trachten de natuur te verbeteren, ze aan te vullen, te versterken. Hoe bewuster met dit rondom zich spreiden van prikkelende geuren beoogd wordt den man aan te lokken, des te sterker en overvloediger wordt van zulke geuren gebruik gemaakt, zoo dat de aanwending daarvan dan ook haar hoogtepunt bereikt bij de prostituees, die ter bereiking van hare oogmerken in de eerste plaats zoeken naar snelwerkende zinnelijke prikkels.De vrouw bedient zich zeer algemeen van zulke geuren, de man daarentegen zelden en dan nog in veel mindere mate. Dit bewijst, dat de vrouw weet van het aanwenden van geuren effect te kunnen verwachten, en dat de man evenzoo weet, dat erotische geuren op de vrouw weinig of geen uitwerking hebben. De vrouw parfumeert zich niet wijl zij zelf zooveel behagen schept in welriekende geuren, maar in de eerste plaats om hare geslachtelijke aantrekking te verhoogen, den man te lokken en te boeien. Met het zich hullen in de geuren van muskus, amber, patschouli, ylan-ylan, heliotroop, reseda, viooltjes, beoogt de vrouw, bewust of onbewust, hetzelfde als met haar opschik en haar toilet, haar kleeding en hare verdere lokmiddelen. De vrouw parfumeert zich om te behagen. En daar zij zelf weinig of niet vatbaar is voor de zinnelijke bekoring door middel van den reukzin, kunnen erotische geuren door den man niet met vrucht worden toegepast. Vandaar parfumeeren mannen zich niet met het doel, bij de vrouw erotische voorstellingen op te wekken.Men meent te hebben waargenomen, dat elk parfum verschillende sexueele voorstellingen opwekt; dat de eene erotische geur het geslachtsinstinct in andere richting leidt dan de andere. Ook schijnt op elk individu een bepaald sexueel parfum krachtiger erotische prikkeling uit te oefenen dan de overige.De erotische voorstellingen, opgewekt door den reukzin, zijn in het algemeen van lager orde. Zinnelijkheid, daardoor opgewekt, begeert gewoonlijk niets dan onmiddellijke bevrediging der geslachtsdrift. Vandaar dat erotische geuren tot de gebruikelijke lokmiddelen der prostituees behooren. De aard van den geur, die de zinnelijkheid heeft opgewekt, is veelal van invloed op de hevigheid der zinnelijke bekoring. Bij wie daarvoor ontvankelijk zijn, werken bijvoorbeeld directe lichaamsuitwasemingen der andere sexe veel krachtiger opde animale begeerten, dan de kunstmatige erotische parfums dit doen op dezulken bij wie daardoor geslachtelijke voorstellingen worden wakker geroepen. Esthetisch is de zinnelijkheid, opgewekt door geuren, nimmer.Het zintuig der zinnelijkheid bij uitnemendheid is hetgevoel. Het gevoel heeft zijn zetel in de huid, en zoo is de geheele huid in zekeren zin geslachtsapparaat, zij is, zooals Bölsche opmerkt, “de groote koppelaarster, de allesbeheerschende middelaarster in liefdeszaken.” Bij onesthetische naturen bestaan de blijken van liefde allereerst in bevoeling, aanraking, betasting. Maar ook in het algemeen oefent aanraking der huid, in het bijzonder elke liefkoozende en zacht wrijvende of krieuwelende aanraking, een sterk sexueele werking uit.57. Zinnelijkheid—“Het Gevoel”.57. Zinnelijkheid—“Het Gevoel”.Holl. gravure van Jan Saenredam (1565–1607), naar een teek. van Hendrik Goltzius (1558–1616), Prentenkabinet, Amsterdam.De huid is intusschen niet overal in gelijke mate geslachtelijk prikkelbaar. De gedeelten die dit vermogen in hooge mate bezitten heeten de erogene (geslachtelijk in hooge mate prikkelbare) zones. Deze prikkelbaarheid is uit den aard der zaak geconcentreerd in de geslachtszone en daar weer het sterkst in de eigenlijke zetel van het wellustgevoel, n.l. de eikel bij den man en de clitoris bij de vrouw, bij wie tevens het slijmvlies van vagina en vulva een hooge mate van sexueele sensibililiteit bezit.In het liefdeleven der sexen spelen intusschen die erogene zones de hoofdrol, wier prikkelbaarheid minder intens is, en ook is haar esthetische waarde hooger. Iedere aanraking van personen tusschen wie een geslachtelijke connectie bestaat is een merkwaardige sexueele zede op zichzelf, zooveel het ineenstrengelen der handen en het gearmd gaan, als de kus en de omhelzing. Alle zinnelijke liefde uit en openbaart zich allereerst in den drang, de geliefde of begeerde tegenpartij in het minnespel aan te raken—het wezen der menschelijke geslachtsliefde bestaat in een neiging tot alzijdige lichamelijke aanraking, en niet zelden is bij sterk zinnelijke naturen aanraking voldoende voor geslachtelijke bevrediging—bij sommigen kan reeds een hartstochtelijke kus die bevrediging teweegbrengen.De invloed van het gevoel op de zinnelijkheid is zoo sterk, dat teropwekking van erotische voorstellingen en sexueele verlangens het volstrekt geen vereischte is, dat de aanraking plaats heeft tusschen de individuen welke die voorstellingen of verlangens gelden. Aanraking van een geheel onbekend persoon, onverschillig of deze van gelijke of andere sexe is, kan de minnende plotseling aan het geliefde wezen herinneren en dit in al zijn begeerlijkheid voor oogen stellen. Zelfs de aanraking van het eigen lichaam kan met behulp van de phantasie geslachtelijke opwinding veroorzaken, een feit, waarop de mogelijkheid der onanie berust. Tenslotte kan de huid ook door allerlei stoffen zooals bont, wol, fluweel en zijde geslachtelijk worden geprikkeld, een verschijnsel, hetwelk berust op een geheel complex van factoren, die wij hier niet nader kunnen nagaan, maar die blijkens de romans van Sacher-Masoch en de verdere Masochistische literatuur in het zinneleven van vele individuen een groote rol spelen.Het gevoelszintuig werkt evenwel niet alleen door liefkoozende en streelende aanraking op de zinnelijkheid. Integendeel, ook pijnlijke aanraking kan een erotische uitwerking hebben. En wel zonder dat er een reden is om aan abnormaliteit te denken.58. Amor Flagellant.58. Amor Flagellant.Fransche gravure van P. Scalberge (1638).In de geschiedenis der sexueele zeden speelt de dusgenaamdeflagellatieeen zeer groote rol. Flagellatie bestaat in slaan of geeselen van het ontbloote lichaam met erotische oogmerken. Dit is de letterlijke beteekenis van dezen term, terwijl het opzettelijk zich daaraan overgevenflagellantismegenoemd wordt. Bij uitbreiding spreekt men gewoonlijk echter van flagellatie in al die gevallen, waarbij uit lichamelijk leed erotisch genot wordt geput. Dit verschijnsel doet zich zoowel actief voor als passief. Bij de actieve flagellatie werkt het slaan erotisch op dengene die slaat; dit is veel waargenomen bij degenen voor wie slaan gewoonte is geworden, bijvoorbeeld onderwijzers. Passieve flagellatie is die, waarbij de geslagene erotisch genot ondervindt, en dit leidt tot het op het eerste gezichtabnormale en ongerijmde verschijnsel dat lichaamssmart niet gemeden en geschuwd, maar integendeel begeerd en gezocht wordt.Havelock Ellis, die dit verschijnsel het eerst en ook het grondigst heeft onderzocht, somt tal van voorbeelden op om te bewijzen, dat de vrouw een zekere neiging bezit smart te zoeken en door smart te genieten, een opvatting die evenwel weinig ingang heeft gevonden. Vermoedelijk berust de gewaarwording van erotisch genot bij slaan enz. eenvoudig op de prikkel, die daardoor wordt uitgeoefend op de huidzenuwen; dit heeft bloedsaandrang naar het getroffen lichaamsgedeelte ten gevolge, wat via de ruggemergscentra een prikkel uitoefent op het zenuwstelsel der geslachtsorganen. Hiermee wordt aan het geheele verschijnsel alle romantische kleur en alle geheimzinnigheid ontnomen en onderscheidt het flagellantisme zich alleen in graad van de erotische gevoeligheid voor liefkozingen en streelende aanrakingen.Niettemin zijn er tijden geweest, waarin de flagellatie het meest geliefkoosde aphrodisiacum was, dat nog baat scheen te geven als alle andere zonder effect bleven. Eigenlijk treft men de flagellatie aan in alle tijden in wier intiem leven men tot dusver heeft kunnen doordringen. Blijkbaar behoort zij dus tot het gebied der sexueele zeden.Het meest algemeen schijnt de flagellatie in zwang te zijn geweest in de 18e eeuw. Zij was toen ongetwijfeld een normaal hoofdbestanddeel van het geheele geslachtsleven. In alle rangen en standen der samenleving werden roede en zweep in dienst gesteld van de liefde, en men sprak daarvan openlijk met de meeste vrijmoedigheid. Men zag er een bijzondere delicatesse van het sexueele genieten in. Vele mannen bezochten geregeld inrichtingen, waar gelegenheid bestond zoowel om zichzelf met de roede te laten behandelen, of als om zich te laven aan het schouwspel dat anderen, en dan bij voorkeur meisjes en kinderen, op die wijze werden bewerkt. In alle ook maar eenigszins naar de eischen des tijds ingerichte bordeelen waren bovendien dusgenaamde erotische folterkamers, voorzien van alle instrumenten, die dezen zonderlingen vorm van genot en deze paradoxale voorbereiding tot genot, konden dienen.Waar men echter het flagellantisme aantreft als een gezocht en gebruikelijk bestanddeel der sexueele zeden, vindt men vrijwel altijd tevens een in zinnelijkheid geheel opgaand, erotisch ontaard milieu, dat de zinnelijkheid zoekt op te drijven tot een niet te verzadigen en niets-ontziende begeerte, die aan vermogen meer eischt dan de natuur in staat is vrijwillig te schenken. Dan wordt de natuur, wijl slaan op zekere lichaamsdeelen de geslachtscentra prikkelt, met de zweep gedwongen meer te geven dan zij eigenlijk kan. Evenwel is dit blijkbaar slechts een der oorzaken, die tot het flagellantisme leiden. Vermoedelijk doet zich, waar het tenminste mannen betreft, daarbij ook gelden een zeker pervers genot in eigen vernedering. De diepste vernedering voor den man nu in sexueele dingen is zijn mannelijken aard af te leggen en zich door de vrouw als physiek de mindere te zien behandelen,zich physiek aan de vrouw te onderwerpen en zich weerloos door haar geweld te laten aandoen. Hierop doelt blijkbaar een Engelsche schrijver over de sexueele zeden der 18eeeuw, waar hij zegt: “Vele lieden, die maar een gebrekkige kennis hebben van de menschelijke natuur, gelooven, dat de hartstocht voor de flagellatie alleen voorkomt bij grijsaards en bij dezulken, die door sexueele uitspattingen zijn uitgeput. Dit is echter volstrekt niet het geval. Er zijn evenveel jongelingen en mannen in de volle kracht des levens, die door dezen hartstocht zijn aangegrepen, als ouden van dagen en verzwakte personen”.Gewoonlijk wordt Engeland beschouwd als het land, waar deze ontaarding der gezonde zinnelijkheid ten allen tijde het meest werd aangetroffen. Een feit is het, dat vooral Engelsche schrijvers zich met dit verschijnsel hebben beziggehouden. Ook is er geen land waar het gebruik van de roede en van lijfstraffen in het algemeen zoo wordt verheerlijkt als in Engeland. Niettemin schijnt het minstens voorbarig, op deze twee gronden de flagellatie als een specifiek Engelsche geslachtszonde aan te merken. En dit te minder, waar het bekend is, dat in de 17een 18eeeuw vooral deze ontaarding der zinnelijkheid ook in andere landen zeer algemeen voorkwam en men er zich speciaal in tallooze kloosters van het verste Zuiden tot in het hoogste Noorden aan overgaf. Alles wijst er op, dat het flagellantisme alleen daar bloeien kan, waar de natuurlijke prikkels beginnen te verstompen, zoodat de natuur alleen nog maar door de zweep er toe kan worden gebracht de overspannen begeerte te bevredigen. Hiervoor spreekt ook het bekende feit, dat prostituees zich gaarne en met pervers genot door hare souteneurs laten mishandelen.De manie van het flagellantisme kan zoowel hetero-sexueel zijn als homo-sexueel, wat trouwens met alle geslachtelijke perversies het geval is. Sommige navorschers der sexueele zeden, zooals Iwan Block en Lawes, zijn van meening, dat het vrouwelijk geslacht meer tot actieve zoowel als tot passieve flagellomanie geneigd is dan het mannelijke, iets wat trouwens a priori waarschijnlijk is—wat de passieve flagellatie betreft wijl onderwerping en dulding meer in den aard der vrouw ligt, dan in dien van den man; en wat de actieve flagellatie aangaat wijl machtsmisbruik een gewoon verschijnsel is bij den machtelooze, die in de gelegenheid komt macht uit te oefenen—en dit is in sexueel opzicht het geval als de door zinnelijkheid ontaarde man zich willoos en onmachtig aan de vrouw overlevert, bereid om in ruil voor geslachtsgenot alles van haar te dulden.In den tegenwoordigen tijd wordt het flagellantisme waarschijnlijk niet of bijna niet meer beoefend met de zweep of de roede. Tegenwoordig zijn het de masseuses aan wier handen flagellomane individuën zich ter “verpleging” overgeven.Minstens van even groote beteekenis als de gevoelszin is voor het sexueeleleven degezichtszin. Dit is tevens het zintuig, dat als aangewezen is om de zinnelijkheid te veredelen en te idealiseeren en de esthetische waarde van den gezichtszin voor het liefdeleven is grooter dan die van de overige zinnen tezamen. De gezichtszin wekt de begeerte tot bezit op door middel van schoonheidsprikkels—het oog roept de zinnelijkheid wakker door de bekoring der schoone vormen.59. Danae.59. Danae.Naar de schilderij van Correggio (1494—1534), Museum Borghese, Rome.N. Photo Gesellsch., Berlijn.Het is de natuurlijke taak der vrouw, de bij den man sluimerende zinnelijkheid op haar persoon te vestigen. Dit kan op groote schaal het best en daarom met de meeste kans op succes geschieden door te werken op den gezichtszin. Deze manier van lokking levert de meeste kans een groot aantal te bekoren; zij verschaft dus een ruime keuze. En doordat de gezichtszin fijnere, edeler instincten wakker roept, levert de lokking, die zich wendt tot den gezichtszin, tevens de meeste kans op tot bekoring der beste, meest begeerenswaardige exemplaren; lokking, gericht op den gezichtszin, verschaft daardoor niet alleen een ruime keuze, maar tevens keus uit het beste. Om deze redenen trachten alle vrouwen in de eerste plaats schoon te zijn, d.w.z.te beantwoorden aan de heerschendeschoonheids-idealenvoor de vrouw. Om haar schoonheid te verhoogen en gebreken daarin te verbergen vindt het vrouwelijk geslacht dan ook altijd weer nieuwe hulpmiddelen uit.60. Het Gevoel.60. Het Gevoel.Uit de serie: De vijf zintuigen. Hollandsche kopergravure van Willem de Passe, begin 17e eeuw. Prentenkabinet, Amsterdam.Tot die hulpmiddelen behoort in de allereerste plaats de kleeding. C. H. Stratz neemt als vaststaande aan, dat het oorspronkelijk doel der kleeding niet lichaamsbedekking geweest is, maarlichaamsversiering. Reeds vroeg zal de ondervinding de vrouwen hebben geleerd, dat bedekking en verberging der bekoorlijkheden de zinnelijkheid meer prikkelt, dan openlijk tentoonstellen daarvan. Tegenwoordig is bij de meeste volken het bedekken van het lichaam wel schijnbaar de hoofdzaak, vooral in de gematigde en koude luchtstreken, maar overal is niettemin voor het vrouwelijk geslacht verhooging der schoonheid ter verhooging der sexueele aantrekkingskracht de ware en eigenlijke hoofdzaak bij haar kleeding. Het is voor de vrouw bij het kiezen harer kleeding vrijwel onverschillig wat bedekt of niet bedekt wordt, mits de kleeding haar slechts goed, d. i. verleidelijk en verlokkend staat. Bij den man is dit geheel anders. In de mannenwereld dient de kleeding behalve tot lichaamsbedekking allereerst tot aanduiding van standsverschil; door zijn kleeding vestigt de man de aandacht op zijn stand in de maatschappij; hij demonstreert er zijn werkelijken of denkbeeldigen welstand mee, maar sexueele oogmerken spelen in de mannenkleeding geen noemenswaardige rol. Vandaar overal een veel grootere eenvormigheid in de mannen- dan in de vrouwenkleeding, Natuurlijk staat dit rechtstreeks in verband met de schijnbare activiteit en de even schijnbare passiviteit van man en vrouw in het leven der liefde.De vrouw is in het liefdeleven de aantrekkende magneet, en alle middelen waarmee zij die aantrekking van nature vermag uit te oefenen, tracht zij—natuurlijk veelal zonder zich daarvan duidelijk bewust te zijn—kunstmatig te versterken. Daar zekere geuren de geslachtelijke aantrekking blijkente versterken, hult zij zich in wolken van erotische geuren. Daar opzichtigheid en opschik in nog hoogere mate sexueele aantrekking uitoefenen, hult zij zich tevens in wolken van opzichtigen opschik. Iedere vrouw, die zich opschikt en mooi kleedt, heeft daarmee de al of niet bewuste bedoeling hare natuurlijke geslachtelijke aantrekkingskracht te verhoogen.Om het oog der mannen te bekoren en zoodoende hun zinnelijkheid op te wekken, versierden de vrouwen zich aanvankelijk met elk veelkleurig en fraai voorwerp, dat zij maar machtig konden worden. Daaruit ontwikkelde zich de kleeding, die ook daar waar bescherming van het lichaam tegen koude of warmte een gebiedende noodzakelijkheid is, toch, vooral wat de vrouwen betreft, in de eerste plaats wordt dienstbaar gemaakt aan schoonheid, ter verhooging van de sexueele aantrekkingskracht. De leiding gaat daarbij sinds onheugelijke tijden uit van een factor, die deze neiging tegelijkertijd aanwakkert, exploiteert en bevredigt: de mode. Wat deze op een gegeven oogenblik mooi verklaart, daaraan onderwerpen zich nagenoeg alle vrouwen, ook al gemakshalve, wijl dat haar ontslaat van de moeite, zelf uit te vinden, wat mooi is. Bij deze onderwerping blijkt steeds, hoezeer het schijnbare hoofddoel der kleeding: bescherming van het lichaam tegen koude of warmte, in werkelijkheid bijzaak is. Als de mode zulks voorschrijft, ontblooten alle vrouwen gewillig boezem, schouders, armen enz.Bij vele dusgenaamde onbeschaafde volksstammen dragen alleen gehuwde vrouwen kleederen. De mannen beschouwen haar als een bezit, dat zij angstvallig en ijverzuchtig aan alle nieuwsgierige en begeerige blikken wenschen te onttrekken. Bij zulke stammen is het dan tevens regel, dat zelfs volwassen jongedochters geheel naakt loopen. Daarentegen zijn er ook stammen bij welke de ongehuwde vrouwelijke leden zich kleeden, met het bewuste doel, hare sexueele aantrekkingskracht te verhoogen en zich begeerenswaardiger te maken, terwijl de gehuwde vrouwen zulks niet meer noodig achten en ongekleed gaan. Hier gaat men derhalve uit van de—zielkundig juiste—opvatting, dat van verbergende, bedekkende kleeding, wijl zij de nieuwsgierigheid opwekt en de phantasie in werking brengt, machtiger bekoring uitgaat dan van de algeheele naaktheid, die niets meer te raden overlaat, en wier bekoring door de gewoonte zeer snel afneemt, zooals iedereen weet, die een tijdlang onder naaktlevende wilden vertoefd heeft. Datzelfde beginsel is thans ongeveer overal doorgedrongen, niet alleen in wat men noemt de beschaafde wereld, maar ook overal waar men die beschaving, zij het in nog zoo geringe mate, heeft leeren kennen.Het Gezicht.Het Gezicht.Uit de serie: De Vijf Zinnen (Kopergravure van F. de Widt, 17eeeuw).Bekleeding en bedekking van het lichaam sluiten echter de mogelijkheid in, dat zich ook in het verleidelijkste en bekoorlijkste hulsel, inplaats van een begeerenswaardige Venus, een Megera verbergt. Deze mogelijkheid matigt en vermindert weer de aantrekkingskracht der bekleeding. De kleeding moet daarom niet slechts verbergen, maar tegelijkertijd zooveel mogelijk aanduidingen geven van wat zij verbergt, en het hoogste raffinement der vrouwenkleeding bestaatdan ook hierin: zoo weinig mogelijk te toonen, doch op een wijze dat er zooveel mogelijk valt te raden, volgens den paradox:in kleederen naakt. Een nauwsluitend tricotcostuum of een kleed van dunne, zich aan het lichaam leggende stoffen verbergt alles, doch laat tevens alles raden en oefent daardoor een machtige erotische werking uit, wat reeds de Ouden wisten. Dit feit, dat een doelmatige gedeeltelijke bedekking of ontblooting sexueel sterker behaagt en bekoort dan de volle naaktheid, is een onderdeel van een veel omvattender verschijnsel in het leven der sexen. De mannelijke zinnelijkheid wenscht geen dadelijke, lijdelijke overgave, zij verlangt integendeel verzet, tegenstand, zij wil de zege stuk voor stuk bevechten, wat zich aanbiedt wordt weinig of niet meer begeerd, wat zich al te licht prijsgeeft trekt niet aan, stoot eer af. Evenzoo is het met de zich vrijelijk aan den blik prijsgevende naaktheid. De berekende schijnbeschaamdheid der half bekleede Venus van Medici is verleidelijker en aanlokkender voor de mannelijke zinnelijkheid dan de onbekommerde naaktheid van de Venus van het Vatikaan.Is het doel der bovenkleeding verlokking in het algemeen, dat der onderkleeding is in hoofdzaak persoonlijke verlokking van den begunstigden man. Hoe dichter de vrouwelijke kleeding de huid nadert, des te ingewikkelder en gecompliceerder en teven des te meer zinnenbedwelmend wordt zij. Kanten, borduursels, linten, strikken, de meest phantastische stoffen, de geraffineerdste kleurencontrasten. Natuurlijk ligt in dat alles een diepere bedoeling. De schatten van vinding en phantasie, die de linnenkast eener welgestelde dame vertegenwoordigt, verraadt te duidelijk, hoezeer men zich in die schijnbaar zoo onbeduidende bijzaak als de onderkleeding heeft verdiept. De artistieke pracht en de erotische doelmatigheid van elk onderdeel van het vrouwelijk dessous bewijzen voldoende, dat hiermee iets anders wordt beoogd dan lichaamsbekleeding. Het dessous is weer een dier middelen waarmee de vrouw zich kwijt van de taak haar door de natuur toegewezen: zich tegenover den man schijnbaar passief te gedragen en hem toch op het geraffineerdst te bekoren en te verlokken en hem bij voortduring door haar erotische overmacht aan zich onderworpen te houden. Zoo zien wij dan ook, dat geen vrouw die zichzelf respecteert zich bij de keus harer onderkleeding alleen door hygiënische overwegingen laat leiden; integendeel, de dame van heden kleedt zich, wat haar dessous betreft, ʼs winters vrijwel precies zoo als in den zomer, hoezeer zij zoodoende haar gezondheid in gevaar brengt. Heel het vrouwelijk dessous is een wolk van erotische verlokking. Moet de vrouw bij haar bovenkleeding zich om tal van redenen beperken, bij haar onderkleeding kan zij vrijelijk en ongehinderd haar lokkende zinnelijkheid uitleven; de onderkleeding immers ligt buiten het gebied der openbare zedelijkheid. Hierbij kan men alle beschikbare phantasie te hulp roepen en kan men zich alles veroorloven. En zoo is aan de vrouwelijke onderkleeding alles verleidelijk, pikant, een ware orgie van vormen en kleuren. Wij zullen het thema der kleeding in het volgend hoofdstuk uitwerken.61. IJdelheid.61. IJdelheid.Duitsche karikatuur uit de 16e eeuw.Behalve de kleeding zijn er nog tal van andere factoren, die der vrouw de mogelijkheid openen om door middel van den gezichtszin erotischen invloed uit te oefenen en overal en in alle tijden zien wij de vrouwen zich in ruime mate van die mogelijkheid bedienen. En tevens met voorliefde. De blikken te bekoren is voor de vrouw eenerzijds voor haar ijdelheid het meest streelend, en anderzijds is dit tegelijk het zekerst en het veiligst. De oogen een verrukkelijk schouwspel te bereiden is bovendien de eerste gunst, die de vrouw den man bewijst, het is de gebruikelijke ouverture van alle vrouwelijke flirt, en het gansche spel der vrouwelijke coquetterie bestaat voornamelijk hierin, door pikante poses, verleidelijke houdingen en schijnbaar achteloos aan den blik prijsgeven van intieme bekoorlijkheden den man te behagen. Door zoo op den gezichtszin te werken kan de vrouw, zonder haar schijnbaar passieve rol in het leven der liefde af te leggen, toch actief optreden, en dat met onweerstaanbare macht. De sexueele gevoeligheid van den gezichtszin biedt de vrouw de mogelijkheid, de mannelijke zinnelijkheid reeds op een afstand te doen ontvlammen en tot de begeerde uitbarsting te brengen.De gezichtszin staat bij sommige, vooral mannelijke individuen dermate onder den invloed der zinnelijkheid, dat het zien alleen van een individu der andere sexe de verbeelding zoodanig prikkelt, dat bevrediging der geslachtsdrift plaats vindt. Hammond beschrijft dit als volgt: “Bijvoorbeeld een man ziet een vrouw, die zinnelijke bekoring op hem uitoefent. Hij concentreert al zijn aandacht op haar, laat zijn verbeelding werken, stelt zich voor dat hij haar nadert, trapsgewijze brengt hij dan met zijn phantasie alle stadiën van den coïtus voor zijn geestesoog, tot het tenslotte tot orgasme komt. Er zijn mannen, die alleen dezen vorm van zinnelijke prikkeling kennen, doch dan deze methode meermalen op een dag kunnen toepassen”. In enkele gevallen is het zien van een afbeelding eener vrouw of het denken aan een vrouw, al voldoende, orgasme te veroorzaken. Tot de natuurlijke cohabitatie zijn zulke personen in den regel ten volle impotent. Dit verschijnsel is ongetwijfeld een gevolg van het feit, dat het schoonheids-ideaal, dat op de zinnelijkheid inwerkt, en deze in actie brengt, het individu overweldigt door middel van den gezichtszin. Alle zinnelijkheid verlangt in de eerste plaats te zien. De masturbantbeschouwt bij zijn practijken veelal een vrouw of een afbeelding, of zijn verbeelding plaatst hem deze voor oogen. En ook bij het gewone en normale geslachtsleven speelt deze ideëele coïtus een belangrijke rol: men cohabiteert met een persoon en denkt daarbij aan een andere.62. Het Oog, Pijlen der Liefde schietend.62. Het Oog, Pijlen der Liefde schietend.Hollandsche gravure, 17e eeuw.Het zintuig van het gezicht, het oog, speelt in het liefdeleven nog een andere rol. Liefde wordt allereerst verklaard met het oog. Het is de blik die de vonk schiet welke de hartstocht der liefde tot uitbarsting brengt, evenals een bliksemstraal de met electriciteit geladen onweerswolken. De blikken dergenen, die door duistere sympathiën zich tot elkaar voelen aangetrokken en tot elkander worden gevoerd, ontmoeten elkander en toonen elkander de diepte der ziel, waarin reeds de geheimzinnige en geurige bloem der liefde tot ontluiking is gekomen. Zoo is het dat de echte liefde wordt verklaard. Het overige is vooreerst maar het overige en komt later. Het oog vermag in de liefde onuitsprekelijke dingen te zeggen. Het is de blik die de eerste liefdesverklaring stamelt.63. Amor bestuurt der vrouwen Toilet.63. Amor bestuurt der vrouwen Toilet.Naar de schilderij van een onbekenden meester der school van Fontainebleau, 16e eeuw, Louvre, Parijs.Phot. Alinari.

VII.De Rol der Zintuigen in het Liefdeleven.De zintuigen vervullen in het liefdeleven de rol van koppelaars; zij staan allen in meerdere of mindere mate in directen dienst van de zinnelijkheid, de smaak misschien uitgezonderd.Elk der zintuigen heeft in het liefdeleven een zeer bepaalde functie. Gezamenlijk dienen zij de natuur in het tot elkander voeren der sexen.Zeer bescheiden is daarbij de taak van densmaakzin. Tot deze nemen echter dikwijls impotente individuen de toevlucht, om door smaakprikkels geslachtsprikkels op te wekken of te versterken. Het geloof in het bestaan van genotmiddelen, die het vermogen bezitten erotische gevoelens wakker te roepen, is nu en dan in de geschiedenis zeer algemeen geweest, waarbij echter steeds het bijgeloof een zekere rol speelde. Wij herinneren hierbij aan de vele eeuwenlang algemeen in zwang geweest zijnde minnedranken, waarmee men deels door middel van den smaak, deels door tooverwerking bij een bepaald persoon liefde jegens zich meende te kunnen opwekken. Natuurlijk waren van zulke minnedrankendie genotmiddelen, welke geslachtsdrift gezegd werden op te wekken, dusgenaamdeaphrodisiaca, steeds de hoofdbestanddeelen. Van een bepaalde natuurlijke functie van den smaak in het leven der liefde blijkt echter weinig of niets. Waar men den smaak in dienst tracht te stellen van de zinnelijkheid, heeft dit in elk geval steeds iets opzettelijks en gewilds, waarbij men tracht natuurlijke gevoelens kunstmatig op te wekken.Geheel anders staat het reeds met de beteekenis van hetgehoorin het zinneleven. Dit blijkt reeds uit het feit, dat met het intreden der geslachtelijke rijpheid de menschelijke stem zich wijzigt, waarmee de natuur als het ware dit feit hoorbaar kenbaar maakt. Verder blijkt dit uit het verschil tusschen de mannen- en de vrouwenstem, een verschil dat nog de sexe verraadt waar die zich opzettelijk verborgen tracht te houden. Talrijke geluiden oefenen voorts een krachtige erotische werking uit. De stem, zang en muziek zijn in de eerste plaats lokmiddelen der liefde. In het dierenleven, deze spiegel van het menschelijk leven in natuurlijke dingen, vindt men dit terug in de loktonen beider seksen bij een menigte diersoorten. En ook getuigen van de macht van het gehoor op de zinnelijkheid, de gemakkelijke zegepralen in de liefde van groote zangers en zangeressen, ook al zijn deze door de natuur stiefmoederlijk bedeeld met lichaamsschoon. De oude Atheners beschouwden muziek, inzonderheid fluitspel, als het machtigste hulpmiddel tot opwekking en prikkeling der zinnelijkheid; en bij hen bestond eeuwenlang een afzonderlijke klasse van prostituees: de fluitspeelsters, die gewoon waren ware orgiën van geslachtelijke buitensporigheden aan te richten.Sterker misschien nog is de invloed van denreukzinop de zinnelijkheid. Deze vermag, hoewel bij verschillende individuen in zeer verschillende mate, rechtstreeks onopzettelijk den geslachtslust op te wekken en te prikkelen. Häckel beweert zelfs, dat de reuk de quintessence van alle geslachtelijke liefde is. Zwaardemaker heeft ontdekt dat alle erotisch werkende geuren behooren tot een en dezelfde groep van scheikundige stoften, n.l. tot de caprylen. Bij vele dieren spelen verschillende natuurlijke geuren in hun geslachtsleven een zeer belangrijke rol, bijvoorbeeld bij het muskusdier en den bever. Bij den mensch kunnen, vooral bij zeer zinnelijke naturen, de erotisch werkende caprylgeuren van allerlei lichaamsafscheidingen krachtig op de geslachtelijke instincten inwerken.In het sexueele leven spelen de erotische geuren dan ook een groote rol. Tegenover de lichamelijke uitwasemingen van de andere sekse bezitten vooral mannen maar een zeer gering weerstandsvermogen. Vele anders moeilijk te verklaren sexueele connecties berusten op den onweerstaanbaren invloed van geslachtsgeuren. De meeste plotselinge liefdesbetrekkingen tusschen in stand of in leeftijd zeer uiteenloopende individuen zijn aan de erotische prikkelbaarheid van den reukzin toe te schrijven. Vele mannen schijnen ongevoelig voor het uiterlijk schoon of andere eigenschappen der vrouwen, terwijl zij zich in sterke mate voelen aangetrokken door de vrouwelijke atmosfeer. En evenals ererotische reukprikkels zijn die aantrekking uitoefenen, zijn er ook geuren die afstooten; m.a.w. er zijn sympathieke en antipathieke geslachtsgeuren.Neptunus en Amphitrite.Neptunus en Amphitrite.Schoonheidsidealen der 15de eeuw, Vlaamsche School. Naar de schilderij van Jan Gossaert (1470–1541), Kaiser-Friedrich-Museum, Berlijn.Photo Bruckmann, München.Het ligt in den aard der vrouw alle ter harer beschikking staande erotische machtsmiddelen over den man tot den hoogsten graad van volkomenheid op te voeren. Alles in haar drijft haar aan om hare magnetische aantrekkingskracht op den man te versterken en hem aan zijn natuurlijken plicht van aanvallen—aanvallen waarin steeds zij overwinnares zal zijn—met alle kracht te herinneren. Het ligt dus voor de hand, dat ook der mannen zwakheid tegen erotische geuren door de vrouw wordt benut om hem te dwingen tot het geslachtelijk offensief, dat haar de sexueele zegepraal moet brengen. En zoo zien wij dan ook ten alle tijde en overal de vrouwen zich hullen in wolken van kunstmatige erotische geuren, teneinde te trachten de natuur te verbeteren, ze aan te vullen, te versterken. Hoe bewuster met dit rondom zich spreiden van prikkelende geuren beoogd wordt den man aan te lokken, des te sterker en overvloediger wordt van zulke geuren gebruik gemaakt, zoo dat de aanwending daarvan dan ook haar hoogtepunt bereikt bij de prostituees, die ter bereiking van hare oogmerken in de eerste plaats zoeken naar snelwerkende zinnelijke prikkels.De vrouw bedient zich zeer algemeen van zulke geuren, de man daarentegen zelden en dan nog in veel mindere mate. Dit bewijst, dat de vrouw weet van het aanwenden van geuren effect te kunnen verwachten, en dat de man evenzoo weet, dat erotische geuren op de vrouw weinig of geen uitwerking hebben. De vrouw parfumeert zich niet wijl zij zelf zooveel behagen schept in welriekende geuren, maar in de eerste plaats om hare geslachtelijke aantrekking te verhoogen, den man te lokken en te boeien. Met het zich hullen in de geuren van muskus, amber, patschouli, ylan-ylan, heliotroop, reseda, viooltjes, beoogt de vrouw, bewust of onbewust, hetzelfde als met haar opschik en haar toilet, haar kleeding en hare verdere lokmiddelen. De vrouw parfumeert zich om te behagen. En daar zij zelf weinig of niet vatbaar is voor de zinnelijke bekoring door middel van den reukzin, kunnen erotische geuren door den man niet met vrucht worden toegepast. Vandaar parfumeeren mannen zich niet met het doel, bij de vrouw erotische voorstellingen op te wekken.Men meent te hebben waargenomen, dat elk parfum verschillende sexueele voorstellingen opwekt; dat de eene erotische geur het geslachtsinstinct in andere richting leidt dan de andere. Ook schijnt op elk individu een bepaald sexueel parfum krachtiger erotische prikkeling uit te oefenen dan de overige.De erotische voorstellingen, opgewekt door den reukzin, zijn in het algemeen van lager orde. Zinnelijkheid, daardoor opgewekt, begeert gewoonlijk niets dan onmiddellijke bevrediging der geslachtsdrift. Vandaar dat erotische geuren tot de gebruikelijke lokmiddelen der prostituees behooren. De aard van den geur, die de zinnelijkheid heeft opgewekt, is veelal van invloed op de hevigheid der zinnelijke bekoring. Bij wie daarvoor ontvankelijk zijn, werken bijvoorbeeld directe lichaamsuitwasemingen der andere sexe veel krachtiger opde animale begeerten, dan de kunstmatige erotische parfums dit doen op dezulken bij wie daardoor geslachtelijke voorstellingen worden wakker geroepen. Esthetisch is de zinnelijkheid, opgewekt door geuren, nimmer.Het zintuig der zinnelijkheid bij uitnemendheid is hetgevoel. Het gevoel heeft zijn zetel in de huid, en zoo is de geheele huid in zekeren zin geslachtsapparaat, zij is, zooals Bölsche opmerkt, “de groote koppelaarster, de allesbeheerschende middelaarster in liefdeszaken.” Bij onesthetische naturen bestaan de blijken van liefde allereerst in bevoeling, aanraking, betasting. Maar ook in het algemeen oefent aanraking der huid, in het bijzonder elke liefkoozende en zacht wrijvende of krieuwelende aanraking, een sterk sexueele werking uit.57. Zinnelijkheid—“Het Gevoel”.57. Zinnelijkheid—“Het Gevoel”.Holl. gravure van Jan Saenredam (1565–1607), naar een teek. van Hendrik Goltzius (1558–1616), Prentenkabinet, Amsterdam.De huid is intusschen niet overal in gelijke mate geslachtelijk prikkelbaar. De gedeelten die dit vermogen in hooge mate bezitten heeten de erogene (geslachtelijk in hooge mate prikkelbare) zones. Deze prikkelbaarheid is uit den aard der zaak geconcentreerd in de geslachtszone en daar weer het sterkst in de eigenlijke zetel van het wellustgevoel, n.l. de eikel bij den man en de clitoris bij de vrouw, bij wie tevens het slijmvlies van vagina en vulva een hooge mate van sexueele sensibililiteit bezit.In het liefdeleven der sexen spelen intusschen die erogene zones de hoofdrol, wier prikkelbaarheid minder intens is, en ook is haar esthetische waarde hooger. Iedere aanraking van personen tusschen wie een geslachtelijke connectie bestaat is een merkwaardige sexueele zede op zichzelf, zooveel het ineenstrengelen der handen en het gearmd gaan, als de kus en de omhelzing. Alle zinnelijke liefde uit en openbaart zich allereerst in den drang, de geliefde of begeerde tegenpartij in het minnespel aan te raken—het wezen der menschelijke geslachtsliefde bestaat in een neiging tot alzijdige lichamelijke aanraking, en niet zelden is bij sterk zinnelijke naturen aanraking voldoende voor geslachtelijke bevrediging—bij sommigen kan reeds een hartstochtelijke kus die bevrediging teweegbrengen.De invloed van het gevoel op de zinnelijkheid is zoo sterk, dat teropwekking van erotische voorstellingen en sexueele verlangens het volstrekt geen vereischte is, dat de aanraking plaats heeft tusschen de individuen welke die voorstellingen of verlangens gelden. Aanraking van een geheel onbekend persoon, onverschillig of deze van gelijke of andere sexe is, kan de minnende plotseling aan het geliefde wezen herinneren en dit in al zijn begeerlijkheid voor oogen stellen. Zelfs de aanraking van het eigen lichaam kan met behulp van de phantasie geslachtelijke opwinding veroorzaken, een feit, waarop de mogelijkheid der onanie berust. Tenslotte kan de huid ook door allerlei stoffen zooals bont, wol, fluweel en zijde geslachtelijk worden geprikkeld, een verschijnsel, hetwelk berust op een geheel complex van factoren, die wij hier niet nader kunnen nagaan, maar die blijkens de romans van Sacher-Masoch en de verdere Masochistische literatuur in het zinneleven van vele individuen een groote rol spelen.Het gevoelszintuig werkt evenwel niet alleen door liefkoozende en streelende aanraking op de zinnelijkheid. Integendeel, ook pijnlijke aanraking kan een erotische uitwerking hebben. En wel zonder dat er een reden is om aan abnormaliteit te denken.58. Amor Flagellant.58. Amor Flagellant.Fransche gravure van P. Scalberge (1638).In de geschiedenis der sexueele zeden speelt de dusgenaamdeflagellatieeen zeer groote rol. Flagellatie bestaat in slaan of geeselen van het ontbloote lichaam met erotische oogmerken. Dit is de letterlijke beteekenis van dezen term, terwijl het opzettelijk zich daaraan overgevenflagellantismegenoemd wordt. Bij uitbreiding spreekt men gewoonlijk echter van flagellatie in al die gevallen, waarbij uit lichamelijk leed erotisch genot wordt geput. Dit verschijnsel doet zich zoowel actief voor als passief. Bij de actieve flagellatie werkt het slaan erotisch op dengene die slaat; dit is veel waargenomen bij degenen voor wie slaan gewoonte is geworden, bijvoorbeeld onderwijzers. Passieve flagellatie is die, waarbij de geslagene erotisch genot ondervindt, en dit leidt tot het op het eerste gezichtabnormale en ongerijmde verschijnsel dat lichaamssmart niet gemeden en geschuwd, maar integendeel begeerd en gezocht wordt.Havelock Ellis, die dit verschijnsel het eerst en ook het grondigst heeft onderzocht, somt tal van voorbeelden op om te bewijzen, dat de vrouw een zekere neiging bezit smart te zoeken en door smart te genieten, een opvatting die evenwel weinig ingang heeft gevonden. Vermoedelijk berust de gewaarwording van erotisch genot bij slaan enz. eenvoudig op de prikkel, die daardoor wordt uitgeoefend op de huidzenuwen; dit heeft bloedsaandrang naar het getroffen lichaamsgedeelte ten gevolge, wat via de ruggemergscentra een prikkel uitoefent op het zenuwstelsel der geslachtsorganen. Hiermee wordt aan het geheele verschijnsel alle romantische kleur en alle geheimzinnigheid ontnomen en onderscheidt het flagellantisme zich alleen in graad van de erotische gevoeligheid voor liefkozingen en streelende aanrakingen.Niettemin zijn er tijden geweest, waarin de flagellatie het meest geliefkoosde aphrodisiacum was, dat nog baat scheen te geven als alle andere zonder effect bleven. Eigenlijk treft men de flagellatie aan in alle tijden in wier intiem leven men tot dusver heeft kunnen doordringen. Blijkbaar behoort zij dus tot het gebied der sexueele zeden.Het meest algemeen schijnt de flagellatie in zwang te zijn geweest in de 18e eeuw. Zij was toen ongetwijfeld een normaal hoofdbestanddeel van het geheele geslachtsleven. In alle rangen en standen der samenleving werden roede en zweep in dienst gesteld van de liefde, en men sprak daarvan openlijk met de meeste vrijmoedigheid. Men zag er een bijzondere delicatesse van het sexueele genieten in. Vele mannen bezochten geregeld inrichtingen, waar gelegenheid bestond zoowel om zichzelf met de roede te laten behandelen, of als om zich te laven aan het schouwspel dat anderen, en dan bij voorkeur meisjes en kinderen, op die wijze werden bewerkt. In alle ook maar eenigszins naar de eischen des tijds ingerichte bordeelen waren bovendien dusgenaamde erotische folterkamers, voorzien van alle instrumenten, die dezen zonderlingen vorm van genot en deze paradoxale voorbereiding tot genot, konden dienen.Waar men echter het flagellantisme aantreft als een gezocht en gebruikelijk bestanddeel der sexueele zeden, vindt men vrijwel altijd tevens een in zinnelijkheid geheel opgaand, erotisch ontaard milieu, dat de zinnelijkheid zoekt op te drijven tot een niet te verzadigen en niets-ontziende begeerte, die aan vermogen meer eischt dan de natuur in staat is vrijwillig te schenken. Dan wordt de natuur, wijl slaan op zekere lichaamsdeelen de geslachtscentra prikkelt, met de zweep gedwongen meer te geven dan zij eigenlijk kan. Evenwel is dit blijkbaar slechts een der oorzaken, die tot het flagellantisme leiden. Vermoedelijk doet zich, waar het tenminste mannen betreft, daarbij ook gelden een zeker pervers genot in eigen vernedering. De diepste vernedering voor den man nu in sexueele dingen is zijn mannelijken aard af te leggen en zich door de vrouw als physiek de mindere te zien behandelen,zich physiek aan de vrouw te onderwerpen en zich weerloos door haar geweld te laten aandoen. Hierop doelt blijkbaar een Engelsche schrijver over de sexueele zeden der 18eeeuw, waar hij zegt: “Vele lieden, die maar een gebrekkige kennis hebben van de menschelijke natuur, gelooven, dat de hartstocht voor de flagellatie alleen voorkomt bij grijsaards en bij dezulken, die door sexueele uitspattingen zijn uitgeput. Dit is echter volstrekt niet het geval. Er zijn evenveel jongelingen en mannen in de volle kracht des levens, die door dezen hartstocht zijn aangegrepen, als ouden van dagen en verzwakte personen”.Gewoonlijk wordt Engeland beschouwd als het land, waar deze ontaarding der gezonde zinnelijkheid ten allen tijde het meest werd aangetroffen. Een feit is het, dat vooral Engelsche schrijvers zich met dit verschijnsel hebben beziggehouden. Ook is er geen land waar het gebruik van de roede en van lijfstraffen in het algemeen zoo wordt verheerlijkt als in Engeland. Niettemin schijnt het minstens voorbarig, op deze twee gronden de flagellatie als een specifiek Engelsche geslachtszonde aan te merken. En dit te minder, waar het bekend is, dat in de 17een 18eeeuw vooral deze ontaarding der zinnelijkheid ook in andere landen zeer algemeen voorkwam en men er zich speciaal in tallooze kloosters van het verste Zuiden tot in het hoogste Noorden aan overgaf. Alles wijst er op, dat het flagellantisme alleen daar bloeien kan, waar de natuurlijke prikkels beginnen te verstompen, zoodat de natuur alleen nog maar door de zweep er toe kan worden gebracht de overspannen begeerte te bevredigen. Hiervoor spreekt ook het bekende feit, dat prostituees zich gaarne en met pervers genot door hare souteneurs laten mishandelen.De manie van het flagellantisme kan zoowel hetero-sexueel zijn als homo-sexueel, wat trouwens met alle geslachtelijke perversies het geval is. Sommige navorschers der sexueele zeden, zooals Iwan Block en Lawes, zijn van meening, dat het vrouwelijk geslacht meer tot actieve zoowel als tot passieve flagellomanie geneigd is dan het mannelijke, iets wat trouwens a priori waarschijnlijk is—wat de passieve flagellatie betreft wijl onderwerping en dulding meer in den aard der vrouw ligt, dan in dien van den man; en wat de actieve flagellatie aangaat wijl machtsmisbruik een gewoon verschijnsel is bij den machtelooze, die in de gelegenheid komt macht uit te oefenen—en dit is in sexueel opzicht het geval als de door zinnelijkheid ontaarde man zich willoos en onmachtig aan de vrouw overlevert, bereid om in ruil voor geslachtsgenot alles van haar te dulden.In den tegenwoordigen tijd wordt het flagellantisme waarschijnlijk niet of bijna niet meer beoefend met de zweep of de roede. Tegenwoordig zijn het de masseuses aan wier handen flagellomane individuën zich ter “verpleging” overgeven.Minstens van even groote beteekenis als de gevoelszin is voor het sexueeleleven degezichtszin. Dit is tevens het zintuig, dat als aangewezen is om de zinnelijkheid te veredelen en te idealiseeren en de esthetische waarde van den gezichtszin voor het liefdeleven is grooter dan die van de overige zinnen tezamen. De gezichtszin wekt de begeerte tot bezit op door middel van schoonheidsprikkels—het oog roept de zinnelijkheid wakker door de bekoring der schoone vormen.59. Danae.59. Danae.Naar de schilderij van Correggio (1494—1534), Museum Borghese, Rome.N. Photo Gesellsch., Berlijn.Het is de natuurlijke taak der vrouw, de bij den man sluimerende zinnelijkheid op haar persoon te vestigen. Dit kan op groote schaal het best en daarom met de meeste kans op succes geschieden door te werken op den gezichtszin. Deze manier van lokking levert de meeste kans een groot aantal te bekoren; zij verschaft dus een ruime keuze. En doordat de gezichtszin fijnere, edeler instincten wakker roept, levert de lokking, die zich wendt tot den gezichtszin, tevens de meeste kans op tot bekoring der beste, meest begeerenswaardige exemplaren; lokking, gericht op den gezichtszin, verschaft daardoor niet alleen een ruime keuze, maar tevens keus uit het beste. Om deze redenen trachten alle vrouwen in de eerste plaats schoon te zijn, d.w.z.te beantwoorden aan de heerschendeschoonheids-idealenvoor de vrouw. Om haar schoonheid te verhoogen en gebreken daarin te verbergen vindt het vrouwelijk geslacht dan ook altijd weer nieuwe hulpmiddelen uit.60. Het Gevoel.60. Het Gevoel.Uit de serie: De vijf zintuigen. Hollandsche kopergravure van Willem de Passe, begin 17e eeuw. Prentenkabinet, Amsterdam.Tot die hulpmiddelen behoort in de allereerste plaats de kleeding. C. H. Stratz neemt als vaststaande aan, dat het oorspronkelijk doel der kleeding niet lichaamsbedekking geweest is, maarlichaamsversiering. Reeds vroeg zal de ondervinding de vrouwen hebben geleerd, dat bedekking en verberging der bekoorlijkheden de zinnelijkheid meer prikkelt, dan openlijk tentoonstellen daarvan. Tegenwoordig is bij de meeste volken het bedekken van het lichaam wel schijnbaar de hoofdzaak, vooral in de gematigde en koude luchtstreken, maar overal is niettemin voor het vrouwelijk geslacht verhooging der schoonheid ter verhooging der sexueele aantrekkingskracht de ware en eigenlijke hoofdzaak bij haar kleeding. Het is voor de vrouw bij het kiezen harer kleeding vrijwel onverschillig wat bedekt of niet bedekt wordt, mits de kleeding haar slechts goed, d. i. verleidelijk en verlokkend staat. Bij den man is dit geheel anders. In de mannenwereld dient de kleeding behalve tot lichaamsbedekking allereerst tot aanduiding van standsverschil; door zijn kleeding vestigt de man de aandacht op zijn stand in de maatschappij; hij demonstreert er zijn werkelijken of denkbeeldigen welstand mee, maar sexueele oogmerken spelen in de mannenkleeding geen noemenswaardige rol. Vandaar overal een veel grootere eenvormigheid in de mannen- dan in de vrouwenkleeding, Natuurlijk staat dit rechtstreeks in verband met de schijnbare activiteit en de even schijnbare passiviteit van man en vrouw in het leven der liefde.De vrouw is in het liefdeleven de aantrekkende magneet, en alle middelen waarmee zij die aantrekking van nature vermag uit te oefenen, tracht zij—natuurlijk veelal zonder zich daarvan duidelijk bewust te zijn—kunstmatig te versterken. Daar zekere geuren de geslachtelijke aantrekking blijkente versterken, hult zij zich in wolken van erotische geuren. Daar opzichtigheid en opschik in nog hoogere mate sexueele aantrekking uitoefenen, hult zij zich tevens in wolken van opzichtigen opschik. Iedere vrouw, die zich opschikt en mooi kleedt, heeft daarmee de al of niet bewuste bedoeling hare natuurlijke geslachtelijke aantrekkingskracht te verhoogen.Om het oog der mannen te bekoren en zoodoende hun zinnelijkheid op te wekken, versierden de vrouwen zich aanvankelijk met elk veelkleurig en fraai voorwerp, dat zij maar machtig konden worden. Daaruit ontwikkelde zich de kleeding, die ook daar waar bescherming van het lichaam tegen koude of warmte een gebiedende noodzakelijkheid is, toch, vooral wat de vrouwen betreft, in de eerste plaats wordt dienstbaar gemaakt aan schoonheid, ter verhooging van de sexueele aantrekkingskracht. De leiding gaat daarbij sinds onheugelijke tijden uit van een factor, die deze neiging tegelijkertijd aanwakkert, exploiteert en bevredigt: de mode. Wat deze op een gegeven oogenblik mooi verklaart, daaraan onderwerpen zich nagenoeg alle vrouwen, ook al gemakshalve, wijl dat haar ontslaat van de moeite, zelf uit te vinden, wat mooi is. Bij deze onderwerping blijkt steeds, hoezeer het schijnbare hoofddoel der kleeding: bescherming van het lichaam tegen koude of warmte, in werkelijkheid bijzaak is. Als de mode zulks voorschrijft, ontblooten alle vrouwen gewillig boezem, schouders, armen enz.Bij vele dusgenaamde onbeschaafde volksstammen dragen alleen gehuwde vrouwen kleederen. De mannen beschouwen haar als een bezit, dat zij angstvallig en ijverzuchtig aan alle nieuwsgierige en begeerige blikken wenschen te onttrekken. Bij zulke stammen is het dan tevens regel, dat zelfs volwassen jongedochters geheel naakt loopen. Daarentegen zijn er ook stammen bij welke de ongehuwde vrouwelijke leden zich kleeden, met het bewuste doel, hare sexueele aantrekkingskracht te verhoogen en zich begeerenswaardiger te maken, terwijl de gehuwde vrouwen zulks niet meer noodig achten en ongekleed gaan. Hier gaat men derhalve uit van de—zielkundig juiste—opvatting, dat van verbergende, bedekkende kleeding, wijl zij de nieuwsgierigheid opwekt en de phantasie in werking brengt, machtiger bekoring uitgaat dan van de algeheele naaktheid, die niets meer te raden overlaat, en wier bekoring door de gewoonte zeer snel afneemt, zooals iedereen weet, die een tijdlang onder naaktlevende wilden vertoefd heeft. Datzelfde beginsel is thans ongeveer overal doorgedrongen, niet alleen in wat men noemt de beschaafde wereld, maar ook overal waar men die beschaving, zij het in nog zoo geringe mate, heeft leeren kennen.Het Gezicht.Het Gezicht.Uit de serie: De Vijf Zinnen (Kopergravure van F. de Widt, 17eeeuw).Bekleeding en bedekking van het lichaam sluiten echter de mogelijkheid in, dat zich ook in het verleidelijkste en bekoorlijkste hulsel, inplaats van een begeerenswaardige Venus, een Megera verbergt. Deze mogelijkheid matigt en vermindert weer de aantrekkingskracht der bekleeding. De kleeding moet daarom niet slechts verbergen, maar tegelijkertijd zooveel mogelijk aanduidingen geven van wat zij verbergt, en het hoogste raffinement der vrouwenkleeding bestaatdan ook hierin: zoo weinig mogelijk te toonen, doch op een wijze dat er zooveel mogelijk valt te raden, volgens den paradox:in kleederen naakt. Een nauwsluitend tricotcostuum of een kleed van dunne, zich aan het lichaam leggende stoffen verbergt alles, doch laat tevens alles raden en oefent daardoor een machtige erotische werking uit, wat reeds de Ouden wisten. Dit feit, dat een doelmatige gedeeltelijke bedekking of ontblooting sexueel sterker behaagt en bekoort dan de volle naaktheid, is een onderdeel van een veel omvattender verschijnsel in het leven der sexen. De mannelijke zinnelijkheid wenscht geen dadelijke, lijdelijke overgave, zij verlangt integendeel verzet, tegenstand, zij wil de zege stuk voor stuk bevechten, wat zich aanbiedt wordt weinig of niet meer begeerd, wat zich al te licht prijsgeeft trekt niet aan, stoot eer af. Evenzoo is het met de zich vrijelijk aan den blik prijsgevende naaktheid. De berekende schijnbeschaamdheid der half bekleede Venus van Medici is verleidelijker en aanlokkender voor de mannelijke zinnelijkheid dan de onbekommerde naaktheid van de Venus van het Vatikaan.Is het doel der bovenkleeding verlokking in het algemeen, dat der onderkleeding is in hoofdzaak persoonlijke verlokking van den begunstigden man. Hoe dichter de vrouwelijke kleeding de huid nadert, des te ingewikkelder en gecompliceerder en teven des te meer zinnenbedwelmend wordt zij. Kanten, borduursels, linten, strikken, de meest phantastische stoffen, de geraffineerdste kleurencontrasten. Natuurlijk ligt in dat alles een diepere bedoeling. De schatten van vinding en phantasie, die de linnenkast eener welgestelde dame vertegenwoordigt, verraadt te duidelijk, hoezeer men zich in die schijnbaar zoo onbeduidende bijzaak als de onderkleeding heeft verdiept. De artistieke pracht en de erotische doelmatigheid van elk onderdeel van het vrouwelijk dessous bewijzen voldoende, dat hiermee iets anders wordt beoogd dan lichaamsbekleeding. Het dessous is weer een dier middelen waarmee de vrouw zich kwijt van de taak haar door de natuur toegewezen: zich tegenover den man schijnbaar passief te gedragen en hem toch op het geraffineerdst te bekoren en te verlokken en hem bij voortduring door haar erotische overmacht aan zich onderworpen te houden. Zoo zien wij dan ook, dat geen vrouw die zichzelf respecteert zich bij de keus harer onderkleeding alleen door hygiënische overwegingen laat leiden; integendeel, de dame van heden kleedt zich, wat haar dessous betreft, ʼs winters vrijwel precies zoo als in den zomer, hoezeer zij zoodoende haar gezondheid in gevaar brengt. Heel het vrouwelijk dessous is een wolk van erotische verlokking. Moet de vrouw bij haar bovenkleeding zich om tal van redenen beperken, bij haar onderkleeding kan zij vrijelijk en ongehinderd haar lokkende zinnelijkheid uitleven; de onderkleeding immers ligt buiten het gebied der openbare zedelijkheid. Hierbij kan men alle beschikbare phantasie te hulp roepen en kan men zich alles veroorloven. En zoo is aan de vrouwelijke onderkleeding alles verleidelijk, pikant, een ware orgie van vormen en kleuren. Wij zullen het thema der kleeding in het volgend hoofdstuk uitwerken.61. IJdelheid.61. IJdelheid.Duitsche karikatuur uit de 16e eeuw.Behalve de kleeding zijn er nog tal van andere factoren, die der vrouw de mogelijkheid openen om door middel van den gezichtszin erotischen invloed uit te oefenen en overal en in alle tijden zien wij de vrouwen zich in ruime mate van die mogelijkheid bedienen. En tevens met voorliefde. De blikken te bekoren is voor de vrouw eenerzijds voor haar ijdelheid het meest streelend, en anderzijds is dit tegelijk het zekerst en het veiligst. De oogen een verrukkelijk schouwspel te bereiden is bovendien de eerste gunst, die de vrouw den man bewijst, het is de gebruikelijke ouverture van alle vrouwelijke flirt, en het gansche spel der vrouwelijke coquetterie bestaat voornamelijk hierin, door pikante poses, verleidelijke houdingen en schijnbaar achteloos aan den blik prijsgeven van intieme bekoorlijkheden den man te behagen. Door zoo op den gezichtszin te werken kan de vrouw, zonder haar schijnbaar passieve rol in het leven der liefde af te leggen, toch actief optreden, en dat met onweerstaanbare macht. De sexueele gevoeligheid van den gezichtszin biedt de vrouw de mogelijkheid, de mannelijke zinnelijkheid reeds op een afstand te doen ontvlammen en tot de begeerde uitbarsting te brengen.De gezichtszin staat bij sommige, vooral mannelijke individuen dermate onder den invloed der zinnelijkheid, dat het zien alleen van een individu der andere sexe de verbeelding zoodanig prikkelt, dat bevrediging der geslachtsdrift plaats vindt. Hammond beschrijft dit als volgt: “Bijvoorbeeld een man ziet een vrouw, die zinnelijke bekoring op hem uitoefent. Hij concentreert al zijn aandacht op haar, laat zijn verbeelding werken, stelt zich voor dat hij haar nadert, trapsgewijze brengt hij dan met zijn phantasie alle stadiën van den coïtus voor zijn geestesoog, tot het tenslotte tot orgasme komt. Er zijn mannen, die alleen dezen vorm van zinnelijke prikkeling kennen, doch dan deze methode meermalen op een dag kunnen toepassen”. In enkele gevallen is het zien van een afbeelding eener vrouw of het denken aan een vrouw, al voldoende, orgasme te veroorzaken. Tot de natuurlijke cohabitatie zijn zulke personen in den regel ten volle impotent. Dit verschijnsel is ongetwijfeld een gevolg van het feit, dat het schoonheids-ideaal, dat op de zinnelijkheid inwerkt, en deze in actie brengt, het individu overweldigt door middel van den gezichtszin. Alle zinnelijkheid verlangt in de eerste plaats te zien. De masturbantbeschouwt bij zijn practijken veelal een vrouw of een afbeelding, of zijn verbeelding plaatst hem deze voor oogen. En ook bij het gewone en normale geslachtsleven speelt deze ideëele coïtus een belangrijke rol: men cohabiteert met een persoon en denkt daarbij aan een andere.62. Het Oog, Pijlen der Liefde schietend.62. Het Oog, Pijlen der Liefde schietend.Hollandsche gravure, 17e eeuw.Het zintuig van het gezicht, het oog, speelt in het liefdeleven nog een andere rol. Liefde wordt allereerst verklaard met het oog. Het is de blik die de vonk schiet welke de hartstocht der liefde tot uitbarsting brengt, evenals een bliksemstraal de met electriciteit geladen onweerswolken. De blikken dergenen, die door duistere sympathiën zich tot elkaar voelen aangetrokken en tot elkander worden gevoerd, ontmoeten elkander en toonen elkander de diepte der ziel, waarin reeds de geheimzinnige en geurige bloem der liefde tot ontluiking is gekomen. Zoo is het dat de echte liefde wordt verklaard. Het overige is vooreerst maar het overige en komt later. Het oog vermag in de liefde onuitsprekelijke dingen te zeggen. Het is de blik die de eerste liefdesverklaring stamelt.63. Amor bestuurt der vrouwen Toilet.63. Amor bestuurt der vrouwen Toilet.Naar de schilderij van een onbekenden meester der school van Fontainebleau, 16e eeuw, Louvre, Parijs.Phot. Alinari.

De zintuigen vervullen in het liefdeleven de rol van koppelaars; zij staan allen in meerdere of mindere mate in directen dienst van de zinnelijkheid, de smaak misschien uitgezonderd.

Elk der zintuigen heeft in het liefdeleven een zeer bepaalde functie. Gezamenlijk dienen zij de natuur in het tot elkander voeren der sexen.

Zeer bescheiden is daarbij de taak van densmaakzin. Tot deze nemen echter dikwijls impotente individuen de toevlucht, om door smaakprikkels geslachtsprikkels op te wekken of te versterken. Het geloof in het bestaan van genotmiddelen, die het vermogen bezitten erotische gevoelens wakker te roepen, is nu en dan in de geschiedenis zeer algemeen geweest, waarbij echter steeds het bijgeloof een zekere rol speelde. Wij herinneren hierbij aan de vele eeuwenlang algemeen in zwang geweest zijnde minnedranken, waarmee men deels door middel van den smaak, deels door tooverwerking bij een bepaald persoon liefde jegens zich meende te kunnen opwekken. Natuurlijk waren van zulke minnedrankendie genotmiddelen, welke geslachtsdrift gezegd werden op te wekken, dusgenaamdeaphrodisiaca, steeds de hoofdbestanddeelen. Van een bepaalde natuurlijke functie van den smaak in het leven der liefde blijkt echter weinig of niets. Waar men den smaak in dienst tracht te stellen van de zinnelijkheid, heeft dit in elk geval steeds iets opzettelijks en gewilds, waarbij men tracht natuurlijke gevoelens kunstmatig op te wekken.

Geheel anders staat het reeds met de beteekenis van hetgehoorin het zinneleven. Dit blijkt reeds uit het feit, dat met het intreden der geslachtelijke rijpheid de menschelijke stem zich wijzigt, waarmee de natuur als het ware dit feit hoorbaar kenbaar maakt. Verder blijkt dit uit het verschil tusschen de mannen- en de vrouwenstem, een verschil dat nog de sexe verraadt waar die zich opzettelijk verborgen tracht te houden. Talrijke geluiden oefenen voorts een krachtige erotische werking uit. De stem, zang en muziek zijn in de eerste plaats lokmiddelen der liefde. In het dierenleven, deze spiegel van het menschelijk leven in natuurlijke dingen, vindt men dit terug in de loktonen beider seksen bij een menigte diersoorten. En ook getuigen van de macht van het gehoor op de zinnelijkheid, de gemakkelijke zegepralen in de liefde van groote zangers en zangeressen, ook al zijn deze door de natuur stiefmoederlijk bedeeld met lichaamsschoon. De oude Atheners beschouwden muziek, inzonderheid fluitspel, als het machtigste hulpmiddel tot opwekking en prikkeling der zinnelijkheid; en bij hen bestond eeuwenlang een afzonderlijke klasse van prostituees: de fluitspeelsters, die gewoon waren ware orgiën van geslachtelijke buitensporigheden aan te richten.

Sterker misschien nog is de invloed van denreukzinop de zinnelijkheid. Deze vermag, hoewel bij verschillende individuen in zeer verschillende mate, rechtstreeks onopzettelijk den geslachtslust op te wekken en te prikkelen. Häckel beweert zelfs, dat de reuk de quintessence van alle geslachtelijke liefde is. Zwaardemaker heeft ontdekt dat alle erotisch werkende geuren behooren tot een en dezelfde groep van scheikundige stoften, n.l. tot de caprylen. Bij vele dieren spelen verschillende natuurlijke geuren in hun geslachtsleven een zeer belangrijke rol, bijvoorbeeld bij het muskusdier en den bever. Bij den mensch kunnen, vooral bij zeer zinnelijke naturen, de erotisch werkende caprylgeuren van allerlei lichaamsafscheidingen krachtig op de geslachtelijke instincten inwerken.

In het sexueele leven spelen de erotische geuren dan ook een groote rol. Tegenover de lichamelijke uitwasemingen van de andere sekse bezitten vooral mannen maar een zeer gering weerstandsvermogen. Vele anders moeilijk te verklaren sexueele connecties berusten op den onweerstaanbaren invloed van geslachtsgeuren. De meeste plotselinge liefdesbetrekkingen tusschen in stand of in leeftijd zeer uiteenloopende individuen zijn aan de erotische prikkelbaarheid van den reukzin toe te schrijven. Vele mannen schijnen ongevoelig voor het uiterlijk schoon of andere eigenschappen der vrouwen, terwijl zij zich in sterke mate voelen aangetrokken door de vrouwelijke atmosfeer. En evenals ererotische reukprikkels zijn die aantrekking uitoefenen, zijn er ook geuren die afstooten; m.a.w. er zijn sympathieke en antipathieke geslachtsgeuren.

Neptunus en Amphitrite.Neptunus en Amphitrite.Schoonheidsidealen der 15de eeuw, Vlaamsche School. Naar de schilderij van Jan Gossaert (1470–1541), Kaiser-Friedrich-Museum, Berlijn.Photo Bruckmann, München.

Neptunus en Amphitrite.

Schoonheidsidealen der 15de eeuw, Vlaamsche School. Naar de schilderij van Jan Gossaert (1470–1541), Kaiser-Friedrich-Museum, Berlijn.

Photo Bruckmann, München.

Het ligt in den aard der vrouw alle ter harer beschikking staande erotische machtsmiddelen over den man tot den hoogsten graad van volkomenheid op te voeren. Alles in haar drijft haar aan om hare magnetische aantrekkingskracht op den man te versterken en hem aan zijn natuurlijken plicht van aanvallen—aanvallen waarin steeds zij overwinnares zal zijn—met alle kracht te herinneren. Het ligt dus voor de hand, dat ook der mannen zwakheid tegen erotische geuren door de vrouw wordt benut om hem te dwingen tot het geslachtelijk offensief, dat haar de sexueele zegepraal moet brengen. En zoo zien wij dan ook ten alle tijde en overal de vrouwen zich hullen in wolken van kunstmatige erotische geuren, teneinde te trachten de natuur te verbeteren, ze aan te vullen, te versterken. Hoe bewuster met dit rondom zich spreiden van prikkelende geuren beoogd wordt den man aan te lokken, des te sterker en overvloediger wordt van zulke geuren gebruik gemaakt, zoo dat de aanwending daarvan dan ook haar hoogtepunt bereikt bij de prostituees, die ter bereiking van hare oogmerken in de eerste plaats zoeken naar snelwerkende zinnelijke prikkels.

De vrouw bedient zich zeer algemeen van zulke geuren, de man daarentegen zelden en dan nog in veel mindere mate. Dit bewijst, dat de vrouw weet van het aanwenden van geuren effect te kunnen verwachten, en dat de man evenzoo weet, dat erotische geuren op de vrouw weinig of geen uitwerking hebben. De vrouw parfumeert zich niet wijl zij zelf zooveel behagen schept in welriekende geuren, maar in de eerste plaats om hare geslachtelijke aantrekking te verhoogen, den man te lokken en te boeien. Met het zich hullen in de geuren van muskus, amber, patschouli, ylan-ylan, heliotroop, reseda, viooltjes, beoogt de vrouw, bewust of onbewust, hetzelfde als met haar opschik en haar toilet, haar kleeding en hare verdere lokmiddelen. De vrouw parfumeert zich om te behagen. En daar zij zelf weinig of niet vatbaar is voor de zinnelijke bekoring door middel van den reukzin, kunnen erotische geuren door den man niet met vrucht worden toegepast. Vandaar parfumeeren mannen zich niet met het doel, bij de vrouw erotische voorstellingen op te wekken.

Men meent te hebben waargenomen, dat elk parfum verschillende sexueele voorstellingen opwekt; dat de eene erotische geur het geslachtsinstinct in andere richting leidt dan de andere. Ook schijnt op elk individu een bepaald sexueel parfum krachtiger erotische prikkeling uit te oefenen dan de overige.

De erotische voorstellingen, opgewekt door den reukzin, zijn in het algemeen van lager orde. Zinnelijkheid, daardoor opgewekt, begeert gewoonlijk niets dan onmiddellijke bevrediging der geslachtsdrift. Vandaar dat erotische geuren tot de gebruikelijke lokmiddelen der prostituees behooren. De aard van den geur, die de zinnelijkheid heeft opgewekt, is veelal van invloed op de hevigheid der zinnelijke bekoring. Bij wie daarvoor ontvankelijk zijn, werken bijvoorbeeld directe lichaamsuitwasemingen der andere sexe veel krachtiger opde animale begeerten, dan de kunstmatige erotische parfums dit doen op dezulken bij wie daardoor geslachtelijke voorstellingen worden wakker geroepen. Esthetisch is de zinnelijkheid, opgewekt door geuren, nimmer.

Het zintuig der zinnelijkheid bij uitnemendheid is hetgevoel. Het gevoel heeft zijn zetel in de huid, en zoo is de geheele huid in zekeren zin geslachtsapparaat, zij is, zooals Bölsche opmerkt, “de groote koppelaarster, de allesbeheerschende middelaarster in liefdeszaken.” Bij onesthetische naturen bestaan de blijken van liefde allereerst in bevoeling, aanraking, betasting. Maar ook in het algemeen oefent aanraking der huid, in het bijzonder elke liefkoozende en zacht wrijvende of krieuwelende aanraking, een sterk sexueele werking uit.

57. Zinnelijkheid—“Het Gevoel”.57. Zinnelijkheid—“Het Gevoel”.Holl. gravure van Jan Saenredam (1565–1607), naar een teek. van Hendrik Goltzius (1558–1616), Prentenkabinet, Amsterdam.

57. Zinnelijkheid—“Het Gevoel”.

Holl. gravure van Jan Saenredam (1565–1607), naar een teek. van Hendrik Goltzius (1558–1616), Prentenkabinet, Amsterdam.

De huid is intusschen niet overal in gelijke mate geslachtelijk prikkelbaar. De gedeelten die dit vermogen in hooge mate bezitten heeten de erogene (geslachtelijk in hooge mate prikkelbare) zones. Deze prikkelbaarheid is uit den aard der zaak geconcentreerd in de geslachtszone en daar weer het sterkst in de eigenlijke zetel van het wellustgevoel, n.l. de eikel bij den man en de clitoris bij de vrouw, bij wie tevens het slijmvlies van vagina en vulva een hooge mate van sexueele sensibililiteit bezit.

In het liefdeleven der sexen spelen intusschen die erogene zones de hoofdrol, wier prikkelbaarheid minder intens is, en ook is haar esthetische waarde hooger. Iedere aanraking van personen tusschen wie een geslachtelijke connectie bestaat is een merkwaardige sexueele zede op zichzelf, zooveel het ineenstrengelen der handen en het gearmd gaan, als de kus en de omhelzing. Alle zinnelijke liefde uit en openbaart zich allereerst in den drang, de geliefde of begeerde tegenpartij in het minnespel aan te raken—het wezen der menschelijke geslachtsliefde bestaat in een neiging tot alzijdige lichamelijke aanraking, en niet zelden is bij sterk zinnelijke naturen aanraking voldoende voor geslachtelijke bevrediging—bij sommigen kan reeds een hartstochtelijke kus die bevrediging teweegbrengen.

De invloed van het gevoel op de zinnelijkheid is zoo sterk, dat teropwekking van erotische voorstellingen en sexueele verlangens het volstrekt geen vereischte is, dat de aanraking plaats heeft tusschen de individuen welke die voorstellingen of verlangens gelden. Aanraking van een geheel onbekend persoon, onverschillig of deze van gelijke of andere sexe is, kan de minnende plotseling aan het geliefde wezen herinneren en dit in al zijn begeerlijkheid voor oogen stellen. Zelfs de aanraking van het eigen lichaam kan met behulp van de phantasie geslachtelijke opwinding veroorzaken, een feit, waarop de mogelijkheid der onanie berust. Tenslotte kan de huid ook door allerlei stoffen zooals bont, wol, fluweel en zijde geslachtelijk worden geprikkeld, een verschijnsel, hetwelk berust op een geheel complex van factoren, die wij hier niet nader kunnen nagaan, maar die blijkens de romans van Sacher-Masoch en de verdere Masochistische literatuur in het zinneleven van vele individuen een groote rol spelen.

Het gevoelszintuig werkt evenwel niet alleen door liefkoozende en streelende aanraking op de zinnelijkheid. Integendeel, ook pijnlijke aanraking kan een erotische uitwerking hebben. En wel zonder dat er een reden is om aan abnormaliteit te denken.

58. Amor Flagellant.58. Amor Flagellant.Fransche gravure van P. Scalberge (1638).

58. Amor Flagellant.

Fransche gravure van P. Scalberge (1638).

In de geschiedenis der sexueele zeden speelt de dusgenaamdeflagellatieeen zeer groote rol. Flagellatie bestaat in slaan of geeselen van het ontbloote lichaam met erotische oogmerken. Dit is de letterlijke beteekenis van dezen term, terwijl het opzettelijk zich daaraan overgevenflagellantismegenoemd wordt. Bij uitbreiding spreekt men gewoonlijk echter van flagellatie in al die gevallen, waarbij uit lichamelijk leed erotisch genot wordt geput. Dit verschijnsel doet zich zoowel actief voor als passief. Bij de actieve flagellatie werkt het slaan erotisch op dengene die slaat; dit is veel waargenomen bij degenen voor wie slaan gewoonte is geworden, bijvoorbeeld onderwijzers. Passieve flagellatie is die, waarbij de geslagene erotisch genot ondervindt, en dit leidt tot het op het eerste gezichtabnormale en ongerijmde verschijnsel dat lichaamssmart niet gemeden en geschuwd, maar integendeel begeerd en gezocht wordt.

Havelock Ellis, die dit verschijnsel het eerst en ook het grondigst heeft onderzocht, somt tal van voorbeelden op om te bewijzen, dat de vrouw een zekere neiging bezit smart te zoeken en door smart te genieten, een opvatting die evenwel weinig ingang heeft gevonden. Vermoedelijk berust de gewaarwording van erotisch genot bij slaan enz. eenvoudig op de prikkel, die daardoor wordt uitgeoefend op de huidzenuwen; dit heeft bloedsaandrang naar het getroffen lichaamsgedeelte ten gevolge, wat via de ruggemergscentra een prikkel uitoefent op het zenuwstelsel der geslachtsorganen. Hiermee wordt aan het geheele verschijnsel alle romantische kleur en alle geheimzinnigheid ontnomen en onderscheidt het flagellantisme zich alleen in graad van de erotische gevoeligheid voor liefkozingen en streelende aanrakingen.

Niettemin zijn er tijden geweest, waarin de flagellatie het meest geliefkoosde aphrodisiacum was, dat nog baat scheen te geven als alle andere zonder effect bleven. Eigenlijk treft men de flagellatie aan in alle tijden in wier intiem leven men tot dusver heeft kunnen doordringen. Blijkbaar behoort zij dus tot het gebied der sexueele zeden.

Het meest algemeen schijnt de flagellatie in zwang te zijn geweest in de 18e eeuw. Zij was toen ongetwijfeld een normaal hoofdbestanddeel van het geheele geslachtsleven. In alle rangen en standen der samenleving werden roede en zweep in dienst gesteld van de liefde, en men sprak daarvan openlijk met de meeste vrijmoedigheid. Men zag er een bijzondere delicatesse van het sexueele genieten in. Vele mannen bezochten geregeld inrichtingen, waar gelegenheid bestond zoowel om zichzelf met de roede te laten behandelen, of als om zich te laven aan het schouwspel dat anderen, en dan bij voorkeur meisjes en kinderen, op die wijze werden bewerkt. In alle ook maar eenigszins naar de eischen des tijds ingerichte bordeelen waren bovendien dusgenaamde erotische folterkamers, voorzien van alle instrumenten, die dezen zonderlingen vorm van genot en deze paradoxale voorbereiding tot genot, konden dienen.

Waar men echter het flagellantisme aantreft als een gezocht en gebruikelijk bestanddeel der sexueele zeden, vindt men vrijwel altijd tevens een in zinnelijkheid geheel opgaand, erotisch ontaard milieu, dat de zinnelijkheid zoekt op te drijven tot een niet te verzadigen en niets-ontziende begeerte, die aan vermogen meer eischt dan de natuur in staat is vrijwillig te schenken. Dan wordt de natuur, wijl slaan op zekere lichaamsdeelen de geslachtscentra prikkelt, met de zweep gedwongen meer te geven dan zij eigenlijk kan. Evenwel is dit blijkbaar slechts een der oorzaken, die tot het flagellantisme leiden. Vermoedelijk doet zich, waar het tenminste mannen betreft, daarbij ook gelden een zeker pervers genot in eigen vernedering. De diepste vernedering voor den man nu in sexueele dingen is zijn mannelijken aard af te leggen en zich door de vrouw als physiek de mindere te zien behandelen,zich physiek aan de vrouw te onderwerpen en zich weerloos door haar geweld te laten aandoen. Hierop doelt blijkbaar een Engelsche schrijver over de sexueele zeden der 18eeeuw, waar hij zegt: “Vele lieden, die maar een gebrekkige kennis hebben van de menschelijke natuur, gelooven, dat de hartstocht voor de flagellatie alleen voorkomt bij grijsaards en bij dezulken, die door sexueele uitspattingen zijn uitgeput. Dit is echter volstrekt niet het geval. Er zijn evenveel jongelingen en mannen in de volle kracht des levens, die door dezen hartstocht zijn aangegrepen, als ouden van dagen en verzwakte personen”.

Gewoonlijk wordt Engeland beschouwd als het land, waar deze ontaarding der gezonde zinnelijkheid ten allen tijde het meest werd aangetroffen. Een feit is het, dat vooral Engelsche schrijvers zich met dit verschijnsel hebben beziggehouden. Ook is er geen land waar het gebruik van de roede en van lijfstraffen in het algemeen zoo wordt verheerlijkt als in Engeland. Niettemin schijnt het minstens voorbarig, op deze twee gronden de flagellatie als een specifiek Engelsche geslachtszonde aan te merken. En dit te minder, waar het bekend is, dat in de 17een 18eeeuw vooral deze ontaarding der zinnelijkheid ook in andere landen zeer algemeen voorkwam en men er zich speciaal in tallooze kloosters van het verste Zuiden tot in het hoogste Noorden aan overgaf. Alles wijst er op, dat het flagellantisme alleen daar bloeien kan, waar de natuurlijke prikkels beginnen te verstompen, zoodat de natuur alleen nog maar door de zweep er toe kan worden gebracht de overspannen begeerte te bevredigen. Hiervoor spreekt ook het bekende feit, dat prostituees zich gaarne en met pervers genot door hare souteneurs laten mishandelen.

De manie van het flagellantisme kan zoowel hetero-sexueel zijn als homo-sexueel, wat trouwens met alle geslachtelijke perversies het geval is. Sommige navorschers der sexueele zeden, zooals Iwan Block en Lawes, zijn van meening, dat het vrouwelijk geslacht meer tot actieve zoowel als tot passieve flagellomanie geneigd is dan het mannelijke, iets wat trouwens a priori waarschijnlijk is—wat de passieve flagellatie betreft wijl onderwerping en dulding meer in den aard der vrouw ligt, dan in dien van den man; en wat de actieve flagellatie aangaat wijl machtsmisbruik een gewoon verschijnsel is bij den machtelooze, die in de gelegenheid komt macht uit te oefenen—en dit is in sexueel opzicht het geval als de door zinnelijkheid ontaarde man zich willoos en onmachtig aan de vrouw overlevert, bereid om in ruil voor geslachtsgenot alles van haar te dulden.

In den tegenwoordigen tijd wordt het flagellantisme waarschijnlijk niet of bijna niet meer beoefend met de zweep of de roede. Tegenwoordig zijn het de masseuses aan wier handen flagellomane individuën zich ter “verpleging” overgeven.

Minstens van even groote beteekenis als de gevoelszin is voor het sexueeleleven degezichtszin. Dit is tevens het zintuig, dat als aangewezen is om de zinnelijkheid te veredelen en te idealiseeren en de esthetische waarde van den gezichtszin voor het liefdeleven is grooter dan die van de overige zinnen tezamen. De gezichtszin wekt de begeerte tot bezit op door middel van schoonheidsprikkels—het oog roept de zinnelijkheid wakker door de bekoring der schoone vormen.

59. Danae.59. Danae.Naar de schilderij van Correggio (1494—1534), Museum Borghese, Rome.N. Photo Gesellsch., Berlijn.

59. Danae.

Naar de schilderij van Correggio (1494—1534), Museum Borghese, Rome.

N. Photo Gesellsch., Berlijn.

Het is de natuurlijke taak der vrouw, de bij den man sluimerende zinnelijkheid op haar persoon te vestigen. Dit kan op groote schaal het best en daarom met de meeste kans op succes geschieden door te werken op den gezichtszin. Deze manier van lokking levert de meeste kans een groot aantal te bekoren; zij verschaft dus een ruime keuze. En doordat de gezichtszin fijnere, edeler instincten wakker roept, levert de lokking, die zich wendt tot den gezichtszin, tevens de meeste kans op tot bekoring der beste, meest begeerenswaardige exemplaren; lokking, gericht op den gezichtszin, verschaft daardoor niet alleen een ruime keuze, maar tevens keus uit het beste. Om deze redenen trachten alle vrouwen in de eerste plaats schoon te zijn, d.w.z.te beantwoorden aan de heerschendeschoonheids-idealenvoor de vrouw. Om haar schoonheid te verhoogen en gebreken daarin te verbergen vindt het vrouwelijk geslacht dan ook altijd weer nieuwe hulpmiddelen uit.

60. Het Gevoel.60. Het Gevoel.Uit de serie: De vijf zintuigen. Hollandsche kopergravure van Willem de Passe, begin 17e eeuw. Prentenkabinet, Amsterdam.

60. Het Gevoel.

Uit de serie: De vijf zintuigen. Hollandsche kopergravure van Willem de Passe, begin 17e eeuw. Prentenkabinet, Amsterdam.

Tot die hulpmiddelen behoort in de allereerste plaats de kleeding. C. H. Stratz neemt als vaststaande aan, dat het oorspronkelijk doel der kleeding niet lichaamsbedekking geweest is, maarlichaamsversiering. Reeds vroeg zal de ondervinding de vrouwen hebben geleerd, dat bedekking en verberging der bekoorlijkheden de zinnelijkheid meer prikkelt, dan openlijk tentoonstellen daarvan. Tegenwoordig is bij de meeste volken het bedekken van het lichaam wel schijnbaar de hoofdzaak, vooral in de gematigde en koude luchtstreken, maar overal is niettemin voor het vrouwelijk geslacht verhooging der schoonheid ter verhooging der sexueele aantrekkingskracht de ware en eigenlijke hoofdzaak bij haar kleeding. Het is voor de vrouw bij het kiezen harer kleeding vrijwel onverschillig wat bedekt of niet bedekt wordt, mits de kleeding haar slechts goed, d. i. verleidelijk en verlokkend staat. Bij den man is dit geheel anders. In de mannenwereld dient de kleeding behalve tot lichaamsbedekking allereerst tot aanduiding van standsverschil; door zijn kleeding vestigt de man de aandacht op zijn stand in de maatschappij; hij demonstreert er zijn werkelijken of denkbeeldigen welstand mee, maar sexueele oogmerken spelen in de mannenkleeding geen noemenswaardige rol. Vandaar overal een veel grootere eenvormigheid in de mannen- dan in de vrouwenkleeding, Natuurlijk staat dit rechtstreeks in verband met de schijnbare activiteit en de even schijnbare passiviteit van man en vrouw in het leven der liefde.

De vrouw is in het liefdeleven de aantrekkende magneet, en alle middelen waarmee zij die aantrekking van nature vermag uit te oefenen, tracht zij—natuurlijk veelal zonder zich daarvan duidelijk bewust te zijn—kunstmatig te versterken. Daar zekere geuren de geslachtelijke aantrekking blijkente versterken, hult zij zich in wolken van erotische geuren. Daar opzichtigheid en opschik in nog hoogere mate sexueele aantrekking uitoefenen, hult zij zich tevens in wolken van opzichtigen opschik. Iedere vrouw, die zich opschikt en mooi kleedt, heeft daarmee de al of niet bewuste bedoeling hare natuurlijke geslachtelijke aantrekkingskracht te verhoogen.

Om het oog der mannen te bekoren en zoodoende hun zinnelijkheid op te wekken, versierden de vrouwen zich aanvankelijk met elk veelkleurig en fraai voorwerp, dat zij maar machtig konden worden. Daaruit ontwikkelde zich de kleeding, die ook daar waar bescherming van het lichaam tegen koude of warmte een gebiedende noodzakelijkheid is, toch, vooral wat de vrouwen betreft, in de eerste plaats wordt dienstbaar gemaakt aan schoonheid, ter verhooging van de sexueele aantrekkingskracht. De leiding gaat daarbij sinds onheugelijke tijden uit van een factor, die deze neiging tegelijkertijd aanwakkert, exploiteert en bevredigt: de mode. Wat deze op een gegeven oogenblik mooi verklaart, daaraan onderwerpen zich nagenoeg alle vrouwen, ook al gemakshalve, wijl dat haar ontslaat van de moeite, zelf uit te vinden, wat mooi is. Bij deze onderwerping blijkt steeds, hoezeer het schijnbare hoofddoel der kleeding: bescherming van het lichaam tegen koude of warmte, in werkelijkheid bijzaak is. Als de mode zulks voorschrijft, ontblooten alle vrouwen gewillig boezem, schouders, armen enz.

Bij vele dusgenaamde onbeschaafde volksstammen dragen alleen gehuwde vrouwen kleederen. De mannen beschouwen haar als een bezit, dat zij angstvallig en ijverzuchtig aan alle nieuwsgierige en begeerige blikken wenschen te onttrekken. Bij zulke stammen is het dan tevens regel, dat zelfs volwassen jongedochters geheel naakt loopen. Daarentegen zijn er ook stammen bij welke de ongehuwde vrouwelijke leden zich kleeden, met het bewuste doel, hare sexueele aantrekkingskracht te verhoogen en zich begeerenswaardiger te maken, terwijl de gehuwde vrouwen zulks niet meer noodig achten en ongekleed gaan. Hier gaat men derhalve uit van de—zielkundig juiste—opvatting, dat van verbergende, bedekkende kleeding, wijl zij de nieuwsgierigheid opwekt en de phantasie in werking brengt, machtiger bekoring uitgaat dan van de algeheele naaktheid, die niets meer te raden overlaat, en wier bekoring door de gewoonte zeer snel afneemt, zooals iedereen weet, die een tijdlang onder naaktlevende wilden vertoefd heeft. Datzelfde beginsel is thans ongeveer overal doorgedrongen, niet alleen in wat men noemt de beschaafde wereld, maar ook overal waar men die beschaving, zij het in nog zoo geringe mate, heeft leeren kennen.

Het Gezicht.Het Gezicht.Uit de serie: De Vijf Zinnen (Kopergravure van F. de Widt, 17eeeuw).

Het Gezicht.

Uit de serie: De Vijf Zinnen (Kopergravure van F. de Widt, 17eeeuw).

Bekleeding en bedekking van het lichaam sluiten echter de mogelijkheid in, dat zich ook in het verleidelijkste en bekoorlijkste hulsel, inplaats van een begeerenswaardige Venus, een Megera verbergt. Deze mogelijkheid matigt en vermindert weer de aantrekkingskracht der bekleeding. De kleeding moet daarom niet slechts verbergen, maar tegelijkertijd zooveel mogelijk aanduidingen geven van wat zij verbergt, en het hoogste raffinement der vrouwenkleeding bestaatdan ook hierin: zoo weinig mogelijk te toonen, doch op een wijze dat er zooveel mogelijk valt te raden, volgens den paradox:in kleederen naakt. Een nauwsluitend tricotcostuum of een kleed van dunne, zich aan het lichaam leggende stoffen verbergt alles, doch laat tevens alles raden en oefent daardoor een machtige erotische werking uit, wat reeds de Ouden wisten. Dit feit, dat een doelmatige gedeeltelijke bedekking of ontblooting sexueel sterker behaagt en bekoort dan de volle naaktheid, is een onderdeel van een veel omvattender verschijnsel in het leven der sexen. De mannelijke zinnelijkheid wenscht geen dadelijke, lijdelijke overgave, zij verlangt integendeel verzet, tegenstand, zij wil de zege stuk voor stuk bevechten, wat zich aanbiedt wordt weinig of niet meer begeerd, wat zich al te licht prijsgeeft trekt niet aan, stoot eer af. Evenzoo is het met de zich vrijelijk aan den blik prijsgevende naaktheid. De berekende schijnbeschaamdheid der half bekleede Venus van Medici is verleidelijker en aanlokkender voor de mannelijke zinnelijkheid dan de onbekommerde naaktheid van de Venus van het Vatikaan.

Is het doel der bovenkleeding verlokking in het algemeen, dat der onderkleeding is in hoofdzaak persoonlijke verlokking van den begunstigden man. Hoe dichter de vrouwelijke kleeding de huid nadert, des te ingewikkelder en gecompliceerder en teven des te meer zinnenbedwelmend wordt zij. Kanten, borduursels, linten, strikken, de meest phantastische stoffen, de geraffineerdste kleurencontrasten. Natuurlijk ligt in dat alles een diepere bedoeling. De schatten van vinding en phantasie, die de linnenkast eener welgestelde dame vertegenwoordigt, verraadt te duidelijk, hoezeer men zich in die schijnbaar zoo onbeduidende bijzaak als de onderkleeding heeft verdiept. De artistieke pracht en de erotische doelmatigheid van elk onderdeel van het vrouwelijk dessous bewijzen voldoende, dat hiermee iets anders wordt beoogd dan lichaamsbekleeding. Het dessous is weer een dier middelen waarmee de vrouw zich kwijt van de taak haar door de natuur toegewezen: zich tegenover den man schijnbaar passief te gedragen en hem toch op het geraffineerdst te bekoren en te verlokken en hem bij voortduring door haar erotische overmacht aan zich onderworpen te houden. Zoo zien wij dan ook, dat geen vrouw die zichzelf respecteert zich bij de keus harer onderkleeding alleen door hygiënische overwegingen laat leiden; integendeel, de dame van heden kleedt zich, wat haar dessous betreft, ʼs winters vrijwel precies zoo als in den zomer, hoezeer zij zoodoende haar gezondheid in gevaar brengt. Heel het vrouwelijk dessous is een wolk van erotische verlokking. Moet de vrouw bij haar bovenkleeding zich om tal van redenen beperken, bij haar onderkleeding kan zij vrijelijk en ongehinderd haar lokkende zinnelijkheid uitleven; de onderkleeding immers ligt buiten het gebied der openbare zedelijkheid. Hierbij kan men alle beschikbare phantasie te hulp roepen en kan men zich alles veroorloven. En zoo is aan de vrouwelijke onderkleeding alles verleidelijk, pikant, een ware orgie van vormen en kleuren. Wij zullen het thema der kleeding in het volgend hoofdstuk uitwerken.

61. IJdelheid.61. IJdelheid.Duitsche karikatuur uit de 16e eeuw.

61. IJdelheid.

Duitsche karikatuur uit de 16e eeuw.

Behalve de kleeding zijn er nog tal van andere factoren, die der vrouw de mogelijkheid openen om door middel van den gezichtszin erotischen invloed uit te oefenen en overal en in alle tijden zien wij de vrouwen zich in ruime mate van die mogelijkheid bedienen. En tevens met voorliefde. De blikken te bekoren is voor de vrouw eenerzijds voor haar ijdelheid het meest streelend, en anderzijds is dit tegelijk het zekerst en het veiligst. De oogen een verrukkelijk schouwspel te bereiden is bovendien de eerste gunst, die de vrouw den man bewijst, het is de gebruikelijke ouverture van alle vrouwelijke flirt, en het gansche spel der vrouwelijke coquetterie bestaat voornamelijk hierin, door pikante poses, verleidelijke houdingen en schijnbaar achteloos aan den blik prijsgeven van intieme bekoorlijkheden den man te behagen. Door zoo op den gezichtszin te werken kan de vrouw, zonder haar schijnbaar passieve rol in het leven der liefde af te leggen, toch actief optreden, en dat met onweerstaanbare macht. De sexueele gevoeligheid van den gezichtszin biedt de vrouw de mogelijkheid, de mannelijke zinnelijkheid reeds op een afstand te doen ontvlammen en tot de begeerde uitbarsting te brengen.

De gezichtszin staat bij sommige, vooral mannelijke individuen dermate onder den invloed der zinnelijkheid, dat het zien alleen van een individu der andere sexe de verbeelding zoodanig prikkelt, dat bevrediging der geslachtsdrift plaats vindt. Hammond beschrijft dit als volgt: “Bijvoorbeeld een man ziet een vrouw, die zinnelijke bekoring op hem uitoefent. Hij concentreert al zijn aandacht op haar, laat zijn verbeelding werken, stelt zich voor dat hij haar nadert, trapsgewijze brengt hij dan met zijn phantasie alle stadiën van den coïtus voor zijn geestesoog, tot het tenslotte tot orgasme komt. Er zijn mannen, die alleen dezen vorm van zinnelijke prikkeling kennen, doch dan deze methode meermalen op een dag kunnen toepassen”. In enkele gevallen is het zien van een afbeelding eener vrouw of het denken aan een vrouw, al voldoende, orgasme te veroorzaken. Tot de natuurlijke cohabitatie zijn zulke personen in den regel ten volle impotent. Dit verschijnsel is ongetwijfeld een gevolg van het feit, dat het schoonheids-ideaal, dat op de zinnelijkheid inwerkt, en deze in actie brengt, het individu overweldigt door middel van den gezichtszin. Alle zinnelijkheid verlangt in de eerste plaats te zien. De masturbantbeschouwt bij zijn practijken veelal een vrouw of een afbeelding, of zijn verbeelding plaatst hem deze voor oogen. En ook bij het gewone en normale geslachtsleven speelt deze ideëele coïtus een belangrijke rol: men cohabiteert met een persoon en denkt daarbij aan een andere.

62. Het Oog, Pijlen der Liefde schietend.62. Het Oog, Pijlen der Liefde schietend.Hollandsche gravure, 17e eeuw.

62. Het Oog, Pijlen der Liefde schietend.

Hollandsche gravure, 17e eeuw.

Het zintuig van het gezicht, het oog, speelt in het liefdeleven nog een andere rol. Liefde wordt allereerst verklaard met het oog. Het is de blik die de vonk schiet welke de hartstocht der liefde tot uitbarsting brengt, evenals een bliksemstraal de met electriciteit geladen onweerswolken. De blikken dergenen, die door duistere sympathiën zich tot elkaar voelen aangetrokken en tot elkander worden gevoerd, ontmoeten elkander en toonen elkander de diepte der ziel, waarin reeds de geheimzinnige en geurige bloem der liefde tot ontluiking is gekomen. Zoo is het dat de echte liefde wordt verklaard. Het overige is vooreerst maar het overige en komt later. Het oog vermag in de liefde onuitsprekelijke dingen te zeggen. Het is de blik die de eerste liefdesverklaring stamelt.

63. Amor bestuurt der vrouwen Toilet.63. Amor bestuurt der vrouwen Toilet.Naar de schilderij van een onbekenden meester der school van Fontainebleau, 16e eeuw, Louvre, Parijs.Phot. Alinari.

63. Amor bestuurt der vrouwen Toilet.

Naar de schilderij van een onbekenden meester der school van Fontainebleau, 16e eeuw, Louvre, Parijs.

Phot. Alinari.


Back to IndexNext