VIII.

VIII.De Kleeding als Bondgenoote der Zinnelijkheid.De kleeding heeft onder het voorwendsel het lichaam bescherming te verleenen tegen allerlei uitwendige invloeden, een geheel andere functie te vervullen. Kleeding is lichaamsversiering in dienst der zinnelijkheid en der ijdelheid.Is voor den man in het algemeen de kleeding een der middelen om zijn maatschappelijke positie te demonstreeren, voor de vrouw is de kleeding gedurende een groot deel van haar leven een direct erotisch probleem, een vraagstuk, waarmee zij zich in den sexueelen strijd om het bestaan aanhoudend moet bezighouden. Vandaar dat wij ons hier uit den aard der zaak voornamelijk bij de kleeding der vrouw moeten bepalen.Diana met haar boschnymfen badende.Diana met haar boschnymfen badende.Naar de schilderij van Jean François de Froy (1679–1752), Stedelijk Museum, Bazel.Photo Haufstaengl, München.Het allervoornaamste, zoo niet het eenige doel van het decoratief vertoonvan de kleeding der vrouw is: verhooging der erotische bekoring van het vrouwelijk lichaam. De vrouw kleedt zich, niet om bekleed te zijn, maar om te bekoren en te behagen. De rest is bijzaak.Tot op zekere hoogte is ook bij de mannen de kleeding een erotisch probleem, maar zij is dit in veel geringere mate en op geheel andere wijze. De man heeft in het liefdeleven de oogenschijnlijk actieve rol van aanvallende partij; daarbij kan de kleeding, die zijn stand en zijn welstand al of niet overeenkomstig de werkelijkheid te kennen geeft, hem behulpzaam zijn in den eersten stormloop. En ook streeft de man er bij de keuze van kleeding naar, dat ze hem zoo voordeelig mogelijk late uitkomen. Maar bij de vrouw is de kleeding het groote middel om hare natuurlijke sexueele aantrekkingskracht onberekenbaar te verhoogen en tot op gevorderden leeftijd intact te houden. En dit geldt niet alleen van de geraffineerde pronk en van den opzettelijken opschik, maar van elke lichaamsbedekking der vrouw in het algemeen.Men weet thans, en de vergelijkende volkenkunde levert daarvoor dag aan dag nieuwe bewijzen, dat het een dwaling is, als men spreekt van een den mensch van den beginne af aangeboren schaamtegevoel, dat hem er toe zou hebben gedreven zekere deelen van het lichaam te bedekken. Wij weten verder, dat integendeel elke vorm van kleeding oorspronkelijk nooit eenig ander doel heeft gehad dan om te strekken ter versiering ten behoeve van oogmerken, die in laatste instantie bevrediging der zinnelijkheid beoogen.De vrouw is, en wordt nog om haar hartstocht voor kleeding, waarmee de tegenwoordige vrouw als erfelijk is belast, veel gesmaad en bespot. De mannen maken zich gaarne vroolijk over al die linten en strikken, al dat kant en bont, al dien blinkenden en kleurigen opschik, die sinds duizenden jaren in het leven der schoone sexe een zoo voorname rol spelen, en zij zien er minachtend en geringschattend op neer en verbeelden zich daarboven verheven te zijn. Ten onrechte, want de vrouw neemt al die hulpmiddelen te baat, wijl ondervinding haar heeft geleerd en nog dagelijks leert, dat juist die hulpmiddelen op den man een onweerstaanbare uitwerking hebben. De vrouw kleedt en tooit zich en schikt zich op, niet in de eerste plaats, omdat zij zelf daar zoo op gesteld is, maar omdat zij den man daartegen zwak weet. Als de man den spot drijft met de zucht naar opschik der vrouw, bespot hij eenvoudig zijn eigen voorliefde voor de opgeschikte vrouw.Gewoonlijk beschouwt men het geheimzinnige hulsel, waarin de vrouw hare natuurlijke bekoorlijkheden verbergt, als een lustig spel der grillige phantasie, waaraan de vrouwelijke ijdelheid zich te buiten gaat. Evenwel is hier allerminst sprake van een spel. De kleeding is voor de vrouw de oorlogsrusting in haar lijdelijk offensief in den strijd der liefde. Van de doelmatigheid dier wapenrusting hangt haar overwinning af. Zich opschikken is het zwak der vrouwen dat haar sterk maakt—het is voor haar een erotisch machtsmiddel.64. Allegorie op de Vrouwelijke IJdelheid.64. Allegorie op de Vrouwelijke IJdelheid.Naar de schilderij van Hendrik Goltzius (1558–1617), Stedelijk Museum, Bazel.Photo Hanfstaengl, München.Dat het erotisch probleem der kleeding op zoo uiteenloopende wijze is opgelost, is te verklaren als volgt. Bij het versieren van het lichaam gaat de mensch, op welken trap van beschaving hij zich ook bevindt—zoowel op den hoogsten als op den laagsten trap—steeds er naar uit, de speciale eigenschappen van het ras, die natuurlijk als voordeelen boven andere rassen worden aangemerkt, zoo scherp en zoo gunstig mogelijk te laten uitkomen. Voor een zoo volmaakt mogelijk exemplaar van zijn ras te worden aangezien, daarnaar streeft onwillekeurig ieder mensch. De meest in ʼt oog springende ras-eigenschappen der Europeanen, speciaal der Europeesche vrouwen, zijn: betrekkelijk lange beenen, een natuurlijke taillevorming met merkbare insnoering van den middel, verder een breed bekken, ronde heupen en stevige borsten, als halve bollen op de borstkas staande. Deze speciale eigenschappen der Europeesche rassen hebben de richting bepaald, waarin de kleeding zich in dit werelddeel heeft ontwikkeld. Uit het streven om de lengte der beenen te laten uitkomen, ontstond de rok, die het mogelijk maakt met een oogopslag de verhouding daarvan tot het bovenlichaam op te nemen. Evenzoo danken gordels en ceinturen hun ontstaan aan de zucht om er de aandacht op te vestigen, dat men in taillevorming niet achterstond. Toen de kleeding zichzoover had ontwikkeld, dat ze zich gesplitst had in een geheel afzonderlijke onder- en bovenkleeding, werden ten behoeve van ditzelfde oogmerk de achtereenvolgende vormen van het corset uitgedacht, als een hulpmiddel om de verdere vrouwelijke eigenschappen van het blanke ras—breed bekken en staande borsten—aan het geheel bekleede lichaam toch nog te kunnen tentoonstellen. Dat dit geen hypothese is, leert een vergelijking met een menigte andere rassen, bij welke een breed bekken, taille-insnoering en een opgerichte boezem niet tot de speciale raskenmerken behooren. Bij zulke rassen, het Chineesche bijvoorbeeld, is in de kleeding geen spoor te ontdekken van een streven om de taille in te snoeren of den boezem kunstmatig omhoog te persen.Het corset is dus een hulpmiddel in dienst der erotische instincten der vrouwen van het blanke ras, en dit verklaart, waarom men deze vrouwen er tot dusver nog niet toe heeft kunnen krijgen, en er wellicht nimmer toe zal krijgen, van het corset afstand te doen, en waarom zelfs eenmaal van dit folterwerktuig bekeerde dames het onder een andere benaming al of niet onder eenigszins gewijzigden vorm, al spoedig weer binnen smokkelen.In het algemeen is de kleeding ontstaan uit de ervaring, dat het verhulde lichaam meer en langduriger bekoort dan het naakte lichaam. Hierover is al nader uitgewijd in het hoofdstuk dat handelt over den invloed der zintuigen in het liefdeleven en in dat over de schaamte.65. Venus Toilet makend.65. Venus Toilet makend.Gravure van C. Normand, naar de schilderij van Correggio; uit “Galérie des Peintres les plus célèbres”.Een natuurlijk gevolg van de zucht om de bijzondere raseigenschappen te laten uitkomen en voor een volmaakt vertegenwoordigster van het ras te kunnen doorgaan, is gelijk van zelf spreekt: overdrijving. Wie een verlangde eigenschap in den hoogsten graad bezit of schijnt te bezitten, valt het eerst en het meest in het oog. Zoodoende zoekt de kleeding gewoonlijk een bijzondere ontwikkeling van de bovengenoemde raseigenschappen voor te wenden. Daarbij wordt in den regel weinig of geen rekening gehouden met de natuurlijke harmonie, grondslag en eerste eisch van elke ware schoonheid. Maar, esthetische overwegingen komen bij de kleeding zoo goed als niet aan het woord. Met de kleeding toch worden geen esthetische,maar practisch-erotische oogmerken beoogd. En nu moge het waar zijn, dat hoogstzelden vrouwen met de breedste heupen, den weelderigsten boezem en de omvangrijkste callipygische bekoorlijkheden als werkelijke schoonheden en esthetische idealen worden aangemerkt, toch leert de ondervinding maar al te duidelijk, dat in werkelijkheid toch diegenen de voorkeur genieten, bij wie deze raseigenschappen het krachtigst ontwikkeld zijn. De vrouw wil niet in de eerste plaats schoon genoemd zijn, maar zij wil bovenal gezocht en begeerd zijn, en zoo strekt de kleeding niet om de schoonheid der vrouw te verhoogen, maar om hare zinnelijke aantrekkingskracht te verhoogen.De passieve rol van de vrouw in het geslachtsleven dwingt haar, als zij in haar passiviteit toch actief wil optreden—d.w.z. als zij schijnbaar lijdelijk wil blijven en toch erotische actie wil voeren—de kleeding als bondgenoote te aanvaarden.Deze bondgenoote toch stelt haar meer dan iets anders in staat, verdekt offensief op te treden. Zij mag er met zekerheid meer effect van verwachten dan zelfs van de meest verleidelijke coquetterie, het andere groote actieve middel der vrouw; deze wordt tot een nauw verstaanbaar gefluister, vergeleken bij de beeldrijke lofrede, die de vrouw door haar kleeding op zich kan laten houden tot den man. De kleeding is, kort gezegd, de hoogste troef in het spel der verlokking. Door de pracht in haar kleeding en door steeds up to date daarmee te zijn, kan de vrouw bovendien haar welstand ten toon spreiden. Door daarbij een goede keuze en eenigen smaak aan den dag te leggen kan zij tenslotte met haar kleeding zelfs hooggespannen verwachtingen wekken omtrent hare geestelijke kwaliteiten. Zoo is de kleeding voor de vrouw een onuitputtelijk arsenaal en haar operatiebasis in den sexueelen strijd om het bestaan.Het zou der vrouw geringe moeite kosten al datgene, wat zij met haar kleeding vermag, op de edelste en meest esthetische manier te doen, en haar natuurlijk schoon met behulp der kleeding eenige malen te verdubbelen. In plaats daarvan is als regel de bekleeding der vrouw, met esthetisch oog bezien, een toonbeeld hetzij van leelijkheid, hetzij van dwaasheid. De kleeding, die zou kunnen dienen het vrouwenschoon te verhoogen, doet eigenlijk niet anders dan dat schoon onkenbaar maken. Wat de bestaande schoonheid kon versterken en vermeerderen, verwoest haar. De natuurlijke schoonheid wordt bedekt met leelijkheid; om mooi te zijn, maakt men zich leelijk!De oplossing van deze tegenstrijdigheid is eenvoudig.Koning Candaules van Lygië geeft zijn schoone vrouw prijs aan de blikken van zijn gunsteling Gyges.Koning Candaules van Lygië geeft zijn schoone vrouw prijs aan de blikken van zijn gunsteling Gyges.Naar de schilderij van Ferdinand Bol (1616–1680), Museum, Brunswijk.Photo Bruckmann, München.De kleeding is voor de vrouw geen doel, maar middel. Het doel is niet schoon te zijn, maar begeerd te worden. Niet de roem der schoonheid is het doel in den sexueelen wedstrijd, maar de verovering van den man. En daarbij staan de kansen niet het gunstigst voor het schoone en harmonische, maar voor het opzichtige en buitensporige. De vrouw moet in de eerste plaats den bruidssluier machtig worden. Daartoe is het niet voldoende schoon te zijn. Integendeel, het welslagen is zeer weinig gewaarborgd, als de oplossing van dit vraagstukwordt gezocht in de richting van het esthetisch zuiver schoone; zekerheid bijna van slagen daarentegen is er, als men de kunst verstaat de aandacht op zich te vestigen, en door iets opvallends boven de eindelooze massa van mededingsters weet uit te steken. Het zwakste punt van de te veroveren vesting, den man, is diens zinnelijkheid. Op dit punt moet hij dus bij voorkeur worden aangetast. Aanvallen in dezen zin, zoo, dat de schijn van lijdelijkheid blijft bewaard, kan de vrouw het best met haar kleeding. Daarin dus zoekt zij zonder te spreken de verleidelijkste zinnelijke beloften te doen. Het slagen is zeker voor wie daarin slaagt. Ieder costuum moet aan de mannenwereld de verzekering geven: ik ben datgene, of ik bennogdatgene, wat de vrouw in de eerste plaats zijn moet—instrument der zinnelijkheid. Alles moet daarbij voor de brute logica van der vrouwen strijd om het bestaan wijken.Geen der schijnbare dwaasheden in de vrouwenkleeding is dan ook dwaasheid. Integendeel, alles is daarbij altijd verwonderlijk doelmatig ingericht op het verlangde effect.De leiding heeft daarbij de mode!De mode is het, die het bovengeschetste probleem op telkens nieuwe wijze oplost. Deze voert de vrouwen, die haar uniform aannemen, naar een vrijwel zekere overwinning. In dienst der mode bereiken de vrouwen bijna zeker haar doel—zij het verminkt.De mode is tegelijk de machtigste vriendin en de boosaardigste vijandin van de vrouw en de bekendste en daarom de meest en het luidst gesmade misdadigster tegen de heerlijke schoonheid der vrouw. Het is volstrekt geen phrase als men zegt, dat de meeste modes meer vrouwen te gronde richten dan eenige oorlog mannen het leven gekost heeft. Wel vergiet de mode geen bloed, zij doodt niet direct, maar des te meer gewonden en verminkten vallen er op hare slagvelden. Maar juist daarom is de mode barbaarscher nog dan de oorlog. Want de nakomelingen, die uit de verminkte en verzwakte slachtoffers der mode geboren worden, moeten mede boeten. Aan tienduizenden onschuldigen worden door een vergald leven de zonden der ouders gewroken. En het schijnbaar zonderlingste daarbij is, dat er waarschijnlijk nog nimmer een mode geweest is, die niet, behalve tegen de gezondheid, tevens tegen de schoonheid zondigde. De mode is doorgaans met alle begrippen van schoonheid volkomen in strijd en heden ten dage is de naar de regelen der mode bekleede vrouw zoover als maar mogelijk schijnt van eenig natuurlijk schoonheidsideaal verwijderd. Woorden als “chique” vervangen bij de aangekleede vrouw het begrip schoon; een chique vrouw, ontkleed, is niet zelden de meest afschrikkende tegenstelling van het vrouwen-schoonheidsideaal, zooals ons dat in de Aphroditeʼs der oudheid nog altijd op het heerlijkst belichaamd is. En een evenbeeld eener Aphrodite, naar de regelen van welke mode ook aangekleed, volkomen onherkenbaar zijn.Het schijnt ten allen tijde de opzettelijke bedoeling van de mode te zijngeweest, alles wat de natuur aan vrouwenschoon laat ontstaan, te misvormen en te vernielen. En ook heeft de mode de vrouw verlaagd. Iedere mode toch streeft er alleen naar, de vrouw als geslachtswezen kunstmatig meer presentabel te maken. Zij vestigt daarom als met schreeuwende reclame de aandacht op alles wat de vrouw tot vrouw maakt. Niet de innerlijke en uiterlijke harmonie, het psychische en geestelijke wezen in de vrouw komt in de kleeding tot uiting, maar wel beijvert de mode zich de intieme lichamelijkebekoorlijkhedender vrouw aan te prijzen en te laten uitkomen, zoo, dat ieders aandacht er dadelijk bij wordt bepaald, dat zij lichamelijk over de middelen beschikt, die haar als geslachtswezen bruikbaar maken. De mode verlaagt de vrouw door dit alles tot een levende reclamezuil der zinnelijkheid.66. De Mode, Misdadigster jegens het Vrouwenschoon.66. De Mode, Misdadigster jegens het Vrouwenschoon.Fransche karikatuur van Aug. Rassenfosse, 1896.En doordat de mode om haar doel te bereiken gedurig moet zoeken naar iets nieuws dat opzien verwekt, maakt zij de vrouw van tijd tot tijd tot een afzichtelijk monster, dat eer schrik aanjaagt dan bekoring uitoefent.De mode heeft de vrouw nooit anders dan misvormd en daarvan ook in ruime mate blijvende sporen nagelaten. Iedere modegril is een nieuwe zonde tegen de natuurlijke schoonheid. Altijd zoekt de mode het in het abnormale, dwaze en onredelijke. Dit geldt zoowel van de constante plaatselijke of nationale modedrachten—met eenige weinige uitzonderingen—als van de zeer veranderlijke grootsteedsche en mondaine modes. Wat de mode dicteert is als regel onnatuurlijk en in zijn zotte onzinnigheid belachelijk.Niets bijvoorbeeld is schooner en heerlijker dan de blos der gezondheid, het frissche bloeiende rood der wangen. De mode veracht die natuurlijke schoonheid, en verklaart haar voor ordinair, boersch, de eerste de beste boerin ziet er immers ook zoo uit! En bovendien, de dame, die in de wereld verkeert, zich angstvallig wacht voor elke inspanning, in de salons haar leven slijt en meer kunstlicht dan daglicht ziet, kan onmogelijk anders dan vale, bleeke wangen hebben. De mode weet echter raad, zij verklaart de bleeke, vale tint, waarmee boudoir, salon en balzaal het aangezicht kenteekenen, voor voornaam, deftig en interessant. Zoo wordt het ziekteverschijnsel tot schoonheidsregel verheven en de kleur der gezondheid wordt veracht, geschuwd, zelfs kunstmatigverwijderd en vervangen door de doodsch-vale modekleur. Bleekheid wordt interessant en pikant, zij schijnt te spreken van smachtend verlangen en aan de liefde gewijde nachten. En als de bleekheid niet vanzelf wil komen, dan wordt zij kunstmatig op het aangezicht gebracht.Op dezelfde wijze heeft de mode bij elk deel van het vrouwelijk lichaam als met voorbedachten rade gestreefd naar ontaarding en misvorming. Van den schedel tot aan de voeten heeft zij de vrouw verminkt, van haar natuurlijk schoon beroofd en voor het geroofde ergerlijke reclame-achtige surrogaten in de plaats gesteld.67. De Vrouw en de Pauw.67. De Vrouw en de Pauw.Illustratie uit “De levensgeschiedenis van den beroemden fabeldichter Esopus”, Ulm, 1475.Bepalen wij ons een oogenblik bij den voet. De voet is een der meest delicate schoonheden van het vrouwelijk lichaam. De heerlijke volmaaktheid van dit lichaamsdeel maakt het tot een klein scheppingswonder op zichzelf. De voet is echter niet uitsluitend sieraad, hij heeft een functie, en deze is, het geheele lichaam een bevallige en vlugge bewegelijkheid te verleenen—zonder krachtigen voet geen gracieusen en zekeren gang. Nu geldt terecht een kleine voet als schoon. Maar de mode, wier wezen bestaat in karikatuur-achtige overdrijving, is niet tevreden met klein; schoonheid moet niet twijfelachtig zijn, maar zich duidelijk manifesteeren. De voet moet derhalve niet slechts klein zijn, maar zeer klein, abnormaal, wanstaltig klein. Zoo luidt de wet der mode voor alle vrouwen en naar het schijnt voor alle tijden. En negen tienden der vrouwen wringen haar leven lang haar voeten in te kleine schoenen, waarin de voeten zoo onnatuurlijk worden samengeperst, dat het eenvoudig onmogelijk is behoorlijk rechtop te staan, om maar niet te spreken van een paar uur flink loopen. Zoo verandert de sierlijke rythmus van het gaan in een onbeholpen, erbarmelijk gewaggel in eendachtige lompheid. En deze inbreuk op de harmonische schoonheid is nog hetgeringstenadeel, want de onmogelijkheid, behoorlijk te kunnen loopen, is vrij wat ernstiger. Maar, zoo fluistert deverdwaasdemode, waarom behoefteen dame eigenlijk te loopen? En zij troost haar verminkte slachtoffers met de dwaasheid, dat toeren te voet voor een dame ongepast en onbetamelijk zijn. Er zijn zelfs tijden geweest, dat loopen voor een vrouw ronduit onfatsoenlijk werd genoemd. Abnormaal kleine voeten getuigen er tevens van, dat de bezitster zich de weelde heeft kunnen verlooven zich van het vermogen van het gaan te berooven—daarom zijn zulke verminkte voeten tevens het symbool geworden van maatschappelijke voornaamheid, waardoor men zich nog met des te vuriger ijver aan deze zelfverminking overgeeft.Zoo zijn er nog tallooze mode-dwaasheden, waardoor het vrouwenschoon voor altijd wordt vernietigd. Het lichaam van iedere vrouw, die bij voortduring concessies doet aan de Draconische wetten der mode, vertoont onuitwischbare sporen van de aangerichte verwoesting—ze is in den volsten zin des woords voor haar gansche leven geteekend. Aan de voeten liggen de teenen niet meer regelmatig naast elkander, maar ze zijn tot een afzichtelijk kluwen over elkaar gewrongen. En dan de taille-snoering! Deze vult dag aan dag de ziekenkamers en de zalen der vrouwenklinieken met een talloos leger van slachtoffers, die allen met de afschuwelijke insnoering van het corset, het Kaïnsteeken der mode, zijn gestriemd.Hierbij schijnt het inderdaad, of een booze geest een afschuwelijk spel van dwaasheden drijft met de vrouw. De grootste trots en het schoonste sieraad van het opgroeiend meisje zijn hare borsten. Honderden hoogstaande vrouwen hebben ons dit geheime welgevallen geschetst. Vol schuchterheid ontwaart zij de eerste ronding, met onschuldig welbehagen volgt zij den langzamen aanwas, en met klimmende verrukking ziet zij de beide halfronden van vrouwelijke heerlijkheid zich verheffen in maagdelijke volheid. Ze weet instinctief, dat dit het verhevenste sieraad is van de jonge vrouw, dat het haar dagelijks begeerlijker maakt voor den geliefde. En hoewel ze dit alles gevoelt en weet, toch snoert zij zich in en perst zich ineen, dag aan dag, week aan week. Het onvermijdelijk gevolg blijft niet uit en doet zich weldra gevoelen. Zij voelt de vastheid en elasticiteit van den mishandelden jongen boezem verminderen en verdwijnen, nog vóór hij zich in volrijpe schoonheid heeft kunnen ontplooien. Maar zij gaat door met zich in te snoeren—de mode gebiedt het. En zij troost zich met de drogreden, dat men het immers toch niet ziet. De ergerlijke, ja misdadige zotternij van de mode springt hier wel het duidelijkst in het oog: om den schijn van schoonheid van een jongen boezem te fingeeren, wordt de werkelijk bestaande schoonheid verwoest. Dit staat inderdaad gelijk met den leugen te verkiezen boven de waarheid, uit louter lust tot liegen. Het is de werkelijkheid prijsgeven en opofferen voor iets wat diezelfde werkelijkheid verzwakt nabootst.Zoo is de mode de boosaardigste vijandin, die de vrouwenwereld heeft en tevens de meest bedriegelijke schijnvriendin.Maar in weerwil van dat alles schijnt de heerschappij van de mode nog ongeschokt, neen, zich nog altijd hechter te vestigen.Andromeda door Perseus bevrijd.Andromeda door Perseus bevrijd.Naar de schilderij van Guiseppe Cesari dʼArpino (1560–1640), Keizerlijk Museum, Weenen.Phot. Bruckmann, München.De reden daarvan is, dat zij de vindingrijkste en meest succesvolle bondgenoote is van de vrouw in haar strijd om het bestaan. Daardoor kan de mode de gansche vrouwenwereld slaafsch aan zich onderwerpen en oppermachtig over haar heerschen als een despotieke gebiedster, die geenerlei inbreuk op haar tiranieke wetten duldt.Het hoofddoel der kleeding is voor de vrouw zinnelijk begeerlijk te zijn. Zinnelijk nu werken op den gezonden doorsnee-man van nature die vormen, die getuigen van bijzondere geschiktheid voor de functie, die aan de vrouw is toebedeeld: een breed bekken en weelderige borsten. Een breed bekken verzekert een krachtige ontwikkeling van het wordende kind, en een goed-ontwikkelde boezem belooft voor dat kind een overvloedige voedselbron te zijn. De kleeding moet de vrouw daarbij te hulp komen, zij moet de vormen in de gewenschte richting corrigeeren. Om die reden is de vrouwenkleeding in hoofdzaak een erotisch probleem, dat de mode ten koste desnoods van alles, helpt oplossen.De mode streeft volstrekt niet, wij zeiden het reeds, naar schoonheid; zij streeft alleen naar het telkens weer op nieuwe manier versterken der zinnelijke bekoring van de vrouw. Het is een dwaling te meenen, dat de mode dwaas is; zij doet alleen dwaas voor zoover dit ter bereiking harer oogmerken noodig is. Hare dwaasheid is berekend. Hare buitensporigheden zijn wel overwogen. Er heerscht in het rijk der mode allerminst willekeur, niet de caprice roept modes in het leven, maar de eisch der strengste doelmatigheid. De mode is dwaas uit overleg, en met volmaakte kennis van de zwakke punten van den tegenstander. De dwaasheden der mode blameeren minder de vrouw, dan den man; zij getuigen niet van voorliefde voor het dwaze bij de vrouw, maar bij den man. Want de mode kleedt de vrouw alleen hierom dwaas, wijl dit het welslagen van het beoogde doel verzekert.68. Venus Kallipygos.68. Venus Kallipygos.Grieksche kunst; Museo Nazionale, Napels.In de mode heerscht niet het toeval, evenmin de gril van het oogenblik; alles in de mode is nuchteren berekening, vooral hare vermeende onbestendigheid. In die onbestendigheid toch ligt voor een belangrijk gedeelte het geheim van haar succes. De mode immers bedoelt aandacht te trekken. Het meest trekt de aandacht het nieuwe. Daarom, ieder oogenblik wat nieuws, ieder seizoen nieuwe vormen, om het der vrouw mogelijk te maken in steeds nieuwe combinaties al hare bekoorlijkheden en al hare lichamelijke, geestelijke en materieele eigenschappen en bezittingen ten toon te spreiden. Zoo is de mode veranderlijk niet uit grilligheid, maar uit berekening. Als de zinnelijke bekoring eener modedracht begint te verminderen, dan heeft de mode al weer een nieuwe gereed, Zoo vult zij de “beschaafde” wereld aanhoudend met nieuwe vrouwen, die er geheel anders uitzien dan die van gisteren, en waarvan weer opnieuw het maximum van zinnelijke lokking uitgaat.Hoe ten volle mode en kleeding in directen dienst staan der zinnelijkheid blijkt allereerst uit het antwoord op de vraag, waar de modes eigenlijk vandaan komen. Hieromtrent worden wij voldoende ingelicht door de zedemeestersvan alle tijden. Steeds hooren wij dezen in alle toonaarden jammeren en met de grootste zedelijke verontwaardiging ontsteld verzekeren, dat de meeste en succesvolste scheppingen der mode door de beroepspriesteressen van Venus zijn uitgedacht. Deze bewering is volkomen juist, het bewijs er voor is zonder eenige moeite te leveren. Maar in het feit zelf ligt niets verwonderlijks, het is een zeer natuurlijk en volkomen logisch gevolg van het bovengeschetste doel van de kleeding. Het is de dagelijks en ieder uur beoefende taak der bedoelde priesteressen van Venus: geslachtswerktuig en niets anders dan dat te zijn; om goede zaken te maken zijn zij gedwongen op het geraffineerdst te werk te gaan. Omdat haar geest zich daar voortdurend bij moet bepalen, vinden zij natuurlijk de beste oplossingen van de vraag: hoe met de kleeding de krachtigste bekoring uit te oefenen en zij zijn steeds de eersten om de uitwerking van nieuwe vindingen te beproeven. Het succes dat deze klasse van vrouwen daarmee heeft, blijft bij de rest niet onopgemerkt en ook der op eerbaarheid gestelde vrouw blijft niets over dan het voorbeeld te volgen, willen zij niet riskeeren in de niets ontziende concurrentie ten onder te gaan, d. w. z. over het hoofd gezien en terzijde geschoven te worden.Het is de taak der mode, haar eenige taak eigenlijk, de geslachtsverschillen te laten uitkomen, op hunne aanwezigheid opmerkzaam te maken, alle lijnen, die sexeverschillen markeeren, als te onderstreepen en zoo noodig te corrigeeren.Voor het blanke menschenras is de boezem het voornaamste uiterlijke geslachtskenmerk der vrouw. Daarvan gaat naar den man de krachtigste bekoring uit. Stratz merkt terecht hieromtrent op: “Bijzonder sterk en eigenaardig is de bekoring, die de vrouwelijke borsten op ons uitoefenen. Terwijl de natuurvolken daarvoor ten eenenmale onverschillig zijn en zelfs bij de Japanners en Chineezen, die toch ook geheel bekleed gaan, de boezem geen zinnelijke beteekenis schijnt te hebben, zijn de borsten bij de op hoogeren trap staande volken van het Kaukasische ras het zinnebeeld der vrouwelijkeaantrekkingskracht geworden en zij gelden, als zij goed zijn ontwikkeld, als het hoogste sieraad van het vrouwelijk lichaam.”69. Duitsche Vrouwendracht omstreeks 1520; dezelfde Ontkleed.69. Duitsche Vrouwendracht omstreeks 1520; dezelfde Ontkleed.C. H. Stratz, “Frauenkleidung”Naar een teekening van Hans Holbein den Jongere (1497–1543), Museum, Bazel. Natuurlijk is dit de mode niet onbekend. Zij maakt integendeel het meeste werk van den boezem. Hare vernuftigste en meest geraffineerde scheppingen gelden altijd den boezem. Zij doet de middelen aan de hand om deze al of niet voorhanden schoonheid op het duidelijkst te laten uitkomen, en waar ze geheel ontbreekt, ze voor te wenden. Dit begint al bij het jonge meisje, want een vroege krachtige ontwikkeling van de buste heeft ten alle tijde gegolden voor een benijdenswaardig geschenk der natuur. Het tot puberteit komende meisje vestigt met haar kleeding dan ook het eerst de aandacht op haar boezem; daarmee opent zij haar lijdelijk offensief tegen de mannenwereld; met den boezem begint het tentoonstellen der vrouwelijkheid. En van dat oogenblik blijft steeds de boezem de stelling van waar uit de erotische strijd wordt gevoerd, het geheele leven door, tot in den ouderdom toe. Nog altijd een mooien gevulden, weelderigen boezem te hebben, dat is de grootste triumf der volrijpe vrouw. En wijl hetde mode nooit te doen is om werkelijkheid, maar alleen om schijn, en zij met de werkelijkheid zelfs geen rekening wenscht te houden, verwoest zij, naar we boven zagen, eerst de werkelijkheid, om vervolgens met schijn het door haar vernielde weer aan te vullen. Zij handelt als een berekenend speculant, die kunstmatig gebrek schept om zich een vlotter afzetgebied te verzekeren. Alle mode is voor de ontwerpers trouwens niets dan koopmanschap.Vandaar is dus het verlokkend presenteeren van den boezem ten allen tijde het voornaamste probleem geweest, dat de mode zich ter oplossing zag voorgelegd. En zij heeft dat probleem in den loop der tijden op honderden verschillende manieren weten op te lossen. Het liefst, wijl het meeste effect verzekerend, bedient zij zich daarbij van gedeeltelijke ontblooting, de decolletage. Het decolleté bedoelt niets anders, dan bekoring uit te oefenen op den man. Wel oefent het bekleede lichaam krachtiger erotische aantrekking uit dan het naakte lichaam. Maar bij het decolleteeren staat men voor een dier gecompliceerde gevallen, die aan toepassing der homeopathie doen denken. Zoo blijft er voor den leugenaar als laatste middel over om te misleiden: de waarheid te zeggen, wijl niemand die dan van hem gelooft. Langs een gelijksoortigen omweg gaat de erotische bekoring met behulp van decolleté. Het bekleede lichaam werkt op den Europeeschen mensch veel zinnelijker, dan het naakte lichaam. Door de bekleeding is in de plaats van de onverschilligheid der wilden voor het alledaagsche naakte een brandende nieuwsgierigheid gekomen voor het zich in kleederen verbergende lichaam. Treffend zou dit blijken als een vrouw in negligé, maar geheel bekleed, zich op straat zou begeven in gezelschap van een andere met ontbloote armen, beenen enz.—aller blikken zouden zich wenden naar het negligé, de slechts gedeeltelijk bekleede gezellin zou ternauwernood worden opgemerkt.Het bekleede lichaam prikkelt de phantasie, die, eenmaal aan het werk, zich het verborgene en onbekende in de gloeiendste en heerlijkste kleuren afmaait. De steeds weer opnieuw opgewekte nieuwsgierigheid en de steeds opnieuw in werking gebrachte verbeelding verschaffen het bekleede lichaam een nimmer verzwakkende zinnelijke bekoring. Het decolleteeren nu schijnt een tegemoetkoming aan deze nieuwsgierigheid. Niet echter om die nieuwsgierigheid te bevredigen—daarmee ware niets gewonnen—maar integendeel om haar nog sterker te prikkelen.Zoo blijkt uit het decolleté hoe diep en hoe grondig de mode zich in het haar ter oplossing gegeven thema heeft ingedacht. Zij maakt met de strategie van een wereldveroverend veldheer geniaal gebruik van elke voor de hand liggende en meer nog van elke niet voor de hand liggende gunstige omstandigheid. Met de decolletage benut zij het feit, dat gedeeltelijke en beperkte tegemoetkoming niet leidt tot bevrediging der nieuwsgierigheid, maar tot nog grootere nieuwsgierigheid: zij exploiteert met de ten deele ontbloote boezems met weergalooze handigheid het verschijnsel, dat een enkel woord van een geheim de nieuwsgierigheid om alles te weten opvoert tot de uiterste grens van spanning.Psyche ontvangt de eerste kus van Amor.Psyche ontvangt de eerste kus van Amor.Naar de schilderij van François Pascal Gérard (1770–1837), Louvre, Parijs.N. Photogr. Gesellschaft, Berlijn.Dat het decolleteeren geen ander dan het hier geschetste doel beoogt, en dat men dit ten allen tijde ook zeer goed geweten heeft, valt direct te bewijzen met tal van verbodsbepalingen dienaangaande. Zoo waren er in tijden, waarin het decolleté niet alleen binnenshuis maar ook daarbuiten mode was, veelal allerlei voorschriften, hetzij wettelijke verordeningen, hetzij decreeten van den goeden toon, die de aanwending van dit lokmiddel aan zekere regelen onderwierpen. Herhaaldelijk komt men daarbij voorschriften tegen die aan ongehuwde vrouwen een lager decolleté toestaan dan aan getrouwde vrouwen. Weduwen worden dan in dit opzicht als gehuwd aangemerkt totdat de wettelijke termijn, binnen welke zij geen nieuw huwelijk mochten aangaan, verstreken was. Daarna mochten zij zich weer decolleteeren als jonge meisjes. Met deze regeling werd natuurlijk zonder meer erkend, dat het decolleté mannenvangst beoogde, en dat dit recht eigenlijk alleen aan ongehuwde vrouwen toekwam.De bedoeling van het decolleté is ontegenzeggelijk alleen deze, den boezem prijs te geven aan de blikken der mannen teneinde zinnelijke bekoring uit te oefenen. Of daarbij precies doelbewust dan wel werktuigelijk en uit navolgingssleur wordt gehandeld, is natuurlijk vrijwel om het even.Nu laat de zinnelijkheid zich het allerminst bekoren door openlijk vertoon, zonder meer. Er is een vorm van decolleté, die slechts weinig bekoort en waarbij de bekorende kracht in elk geval slechts van korten duur is: het toonen van den boezem in zijn eenvoudige naaktheid, zooals men het gezicht en de handen bloot laat. Er zijn tijden geweest, waarin dit de mode was. En steeds bleek dan, dat er in een ommezien van tijd ook van dit, als kostbaarste sieraad der vrouw en als het heerlijkst erotisch wonder der schepping zoo vaak bezongen uitgangspunt van zinnelijke aantrekkingskracht, niet meer bekoring uitging, dan van gezicht of handen. Naaktheid heeft geen blijvende bekoorlijkheid. Deze vorm van decolleté beantwoordde dan ook allerminst aan het gestelde doel en is dan ook waarschijnlijk zelden of nooit als direct middel ter bekoring bedoeld. Daarvoor zijn een menigte andere manieren van ontblooting uitgedacht—gedeeltelijke ontblooting, waarbij het zichtbaar gedeelte de nieuwsgierigheid naar de rest had te prikkelen; en de bedekte ontblooting, waarbij het kleed los den boezem bedekte en op elk gewenscht oogenblik opengeworpen kon worden, evenals de rok kan worden opgenomen om het been te toonen.Zoo heeft het decolleté zoolang de mode de vrouwenkleeding beheerscht, regelmatig heen en weer geschommeld tusschen een minimale en een maximale ontblooting. Bij dat maximum werd het kleed zoover opengelegd, dat vrijwel de geheele voorkant van het bovenlichaam aan de blikken werd prijsgegeven. Koningin Isabella van Beieren bracht in de 16e eeuw een mode in zwang, waarbij het kleed van den hals tot aan den middel openhing, en aan haar hof moet deze mode onmiddellijk met een waren hartstocht zijn aangenomen. In de 16eeeuw heerschte deze mode herhaaldelijk en er werden toen nog allerleimiddelen bedacht, om het erotisch effect nog te verhoogen: rondom de borsten werden schitterende versierselen gelegd; ook werden wel beide tepels verbonden door met diamanten bezette borstketens.Van langen duur zijn zulke modes echter nimmer geweest. Tegen een zoo ver en zoo consequent doorgevoerden zin voor openbaarheid staken steeds onmiddellijk zware stormen van oppositie op. En wel uit de vrouwenwereld zelf. Misschien uit mededoogen met de bedreigde zedelijkheid. Vermoedelijk en waarschijnlijk echter om nog een andere reden, die dan tevens de eigenlijke reden was. Een zoo ver gaand decolleté konden natuurlijk slechts de zeer weinige zeer ruim met boezemschoon bedeelde vrouwen zich veroorloven. Zij die op dit punt niet bijzonder op de vrijgevigheid der natuur hadden te roemen of die reeds tot meer respectabelen dan bekoorlijken leeftijd waren geklommen, gevoelden jegens zulke modes heel gauw onoverkomelijke “gemoedsbezwaren”, die zich dan lucht gaven in een categorisch non possumus. Deze categorie van vrouwen nu maakt ten allen tijde de groote meerderheid uit en door haar aantal reeds weten zij dan weldra een haar zoozeer ongunstige en dus onwelgevallige mode in miscrediet te brengen.70. Duitsche Kleederdrachten der 16e Eeuw.70. Duitsche Kleederdrachten der 16e Eeuw.Gravure van H. Aldegrever (1502–1560).De allereerste eisch voor een mode om wat haar hoofdlijnen betreft langen tijd te kunnen heerschen is, dat zij alle vrouwen in staat stelt erotische aantrekking uit te oefenen. Een mode, die de volle werkelijkheid onthult, voldoet wel het minst aan dien eisch. Haar bestaan is daarom altijd van korten duur. En de mode is daar om alle vrouwen in den strijd om het sexueel bestaan een kans te geven. Om die reden schommelde het decolleté meestal tusschen grenzen, waarbij de mannelijke nieuwsgierigheid in voldoende mate geprikkeld werd, zonder dat omtrent de werkelijkheid iets bepaalds viel waar te nemen, en die elke mogelijkheid openlieten om de natuur te corrigeerenen aan te vullen naar den eisch van het schoonheidsideaal van den dag.De mode heeft het van tijd tot tijd ook wenschelijk en voor haar doel nuttig geacht heel niet te decolleteeren, tenminste in het openbaar. Zoo is het geweest in ongeveer de geheele 19e eeuw. Maar nooit werd daarmee dan tevens het werken met de erotische bekoring van den boezem prijsgegeven. Integendeel, het probleem werd dan in tegenovergestelde richting even bevredigend opgelost. Wat getoond moest worden bleef angstvallig bedekt, maar daarbij werd even angstvallig zorg gedragen, dat het verborgene zijn aanwezigheid even duidelijk verried als wanneer het onbedekt ware gelaten. Het beginsel, waardoor de mode zich bij het oplossen van dit ingewikkelde vraagstuk liet leiden, was dit: de vrouw moet geheel bekleed zijn en toch het effect maken van niet bekleed te zijn. Hoe weergaloos geniaal dit schijnbaar absurde probleem is opgelost, daarvan getuigen heele reeksen van modes uit den modernen tijd. Het meerendeel der moderne vrouwenmodes, waarbij letterlijk niets onbedekt wordt gelaten, maakt niettemin een veel zinnelijker effect dan vele openlijk losbandige modes uit vroegere tijden met al hare verregaande ontblootingen, en zij zijn samen te vatten in de formule: in kleederen naakt.71. Welgestelde Nederlandsche omstreeks 1630.71. Welgestelde Nederlandsche omstreeks 1630.Naar Abraham Bosse (1610–1678).C. H. Stratz “Frauenkleidung”.Niet minder merkwaardig is het spel, dat de mode in den loop des tijds heeft gedreven met de bekleeding van het onderlichaam, den rok. Bij dit kleedingstuk, dat een heele reeks bekoorlijkheden drastisch moet demonstreeren, komt in alle tijden nog duidelijker uit, dat het hoofddoel der vrouwelijke kleeding is: zinnelijke bekoring uit te oefenen op de andere sexe en der vrouw de jacht op den man te vergemakkelijken. Het pronken met den boezem laat nog plaats voor andere opvattingen; de boezem der vrouw is van majestueuse schoonheid, zijn aanblik kan verheven gedachten wekken, waaraan zinnelijkheid vreemd is. Maar de bekoorlijkheden waar de rok de aandacht der andere sexe bij heeft te bepalen, zijn van geheel anderen, van direct en uitsluitend zinnelijken aard. De rok heeft der mode tenallen tijde groote moeilijkheden bereid. Met eenvoudige niet-bedekking kon hier gevoegelijk niet worden gewerkt. Daarom zocht men het steeds in het opzichtige en buitensporige, en de meeste en allerergste modedwaasheden betreffen dan ook den rok.De meest in het oog springende dwaasheden, die met den vrouwenrok alzoo zijn begaan, bestaan in zijn buitensporige verlenging, zijn buitensporige verwijding en zijn buitensporige vernauwing. Buitensporige verkorting is daarentegen ondoelmatig gebleken.Het zoeken van de mode, om het erotisch probleem van den rok op te lossen in diens lengte, heeft als uiterste opgeleverd den rok met sleep. De sleep is telkens, als de mode hem invoerde, langen tijd in zwang gebleven. Hij beantwoordde niet alleen aan de eerste eischen, die de mode stelt aan ieder kleedingstuk van de vrouw, maar hij bleek tevens uitermate geschikt om hem te laten getuigen van den welstand der draagster. De sleep toch belet elke vrije beweging. Alleen rijke en voorname vrouwen kunnen zich de weelde veroorloven kleederen te dragen die dwingen tot nietsdoen, en als met geweld tot welke bezigheid ook, ongeschikt maken. Een sleep met zich mee te voeren gaf dus rijkdom, macht, aanzien te kennen. Zoo was de sleep het symbool van voornaamheid en deftigheid. En hij beantwoordde tevens bij uitstek aan het hoofddoel, dat met elk kleedingstuk der vrouw in de eerste plaats wordt beoogd. Hoe langer de rok is, des te vaker ziet de vrouw zich gedwongen hem op te nemen, en des te hooger ook moet hij worden opgenomen. Er is geen beter voorwendsel om op ongezocht schijnende wijze de beenen te toonen, dan te lange rokken te dragen. Bij den sleeprok heeft de vindingrijke mode dus de omgekeerde methode te baat genomen als bij den boezem: zij ontbloot niet, maar geeft te veel, en schept daardoor de “noodzakelijkheid” dat te veel ieder oogenblik buiten werking te stellen. Of en wanneer die noodzakelijkheid zich voordoet, daarover beslist de draagster, en natuurlijk valt dan die noodzakelijkheid telkens zeer opmerkelijk samen met de directe utiliteit dier manœuvre.Uit een en ander valt zonder veel moeite de conclusie te trekken, dat het stelselmatig en overdreven angstvallig verbergen der beenen door de vrouwenkleeding niet geschiedt ter wille der schaamachtigheid, die delicate intimiteiten aan het gezicht zoekt te onttrekken, maar juist ter wille van het tegendeel. Men bedekt overdreven om voorwendsels aan de hand te doen tot onthulling en dat juist dan te doen als daarvan effect mag worden verwacht. Vandaar is de korte, voetvrije rok als erotisch lokmiddel veel minder bruikbaar dan de te lange rok, want hij biedt geen gelegenheid tot doeltreffend manœuvreeren.De oplossing van het probleem door een buitensporig verwijden rok schiep nog meer mogelijkheden om de beenen—niet te bedekken. Deze vorm van rokken is vooral in de 18een 19eeeuw onder de benamingen hoepel-, baleinrok en crinoline in de mode geweest. Deze rokken komen ons heden verregaand afschuwelijk voor. Zij maakten de vrouwen tot wangedrochten. Maar dat zijzoo lang in de mode bleven bewijst op zichzelf reeds, dat zij niettemin volkomen beantwoordden aan hun doel.Alles IJdelheid.Alles IJdelheid.Naar de schilderij van Tiziano Vecelli (Titiaan, 1477–1576), Gall. dellʼAcc. di S. Luca, Rome.Photo Alinari, Florence.Zooals van zoovele buitensporigheden der mode, wordt de uitvinding van den wijduitstaande rok toegeschreven aan een vorstelijke minnares, en wel aan mevr. de Montespan. Als bewijs daarvoor beroept men zich op een brief van hertogin Elisabeth Charlotte van 22 Juli 1718, waarin het heet: “Madame de Montespan heeft den hoepelrok uitgevonden om te verbergen dat zij zwanger was (de Montespan stierf in 1707). Want telkens als zij dien rok aanhad was het alsof op haar voorhoofd stond geschreven dat zij weer zwanger was; ten hove zeide men dan tegen elkander: Madame de Montespan draagt haar hoepelrok, ze is dus weer zwanger. Ik geloof echter, dat zij zich maar zoo hield in de hoop weer wat meer consideratie te ondervinden.”Dat de wijde rok niet is uitgevonden door Mevr. de Montespan blijkt evenwel ten duidelijkste hieruit, dat zulke rokken veel vroeger reeds in Engeland gedragen werden. Daarentegen is het niet onwaarschijnlijk, dat er datgene mee werd beoogd, wat in bovenaangehaald citaat aan de minnares van Lodewijk XIV werd toegedicht: zwangerschap te verbergen. Reeds hierom is dit waarschijnlijk wijl in dien dartelen tijd ongeveer elke dame zich dagelijks aan het gevaar eener buitenechtelijke zwangerschap blootstelde, terwijl zwangerschap, zooals gewoonlijk in tijden van zinnelijke ontaarding, als iets belachelijks, als iets doms en bespottelijks gold. Zoodoende was er de dames alles aan gelegen haar fataal malheur op het gladde ijs der galanterie zoo lang mogelijk te verbergen. Hierop zullen wij later ruimschoots gelegenheid hebben uitvoeriger terug te komen.72. Fransche Hofdame in Crinoline, omstreeks 1760,72. Fransche Hofdame in Crinoline, omstreeks 1760,naar een gravure van J.M. Moreau le jeune (1741–1814).G. H. Stratz, “Frauenkleidung”.In elk geval valt hiermee moeilijk te verklaren, dat deze rok, in weerwil van zijn tallooze ongemakken en zijn verregaande leelijkheid, toch tot driemaal toe geruimen tijd in de mode is herrezen. Daarvoor moeten nog andere redenen zijn geweest. En het is niet moeilijk die te ontdekken. De wijd uitstaande stijve rok was een vorm van bedekking, die de vrouwen tot veelvuldige en telkens langdurige en verstgaande onthulling van wat zij niet wenschte te verbergen niet slechts verleidde, maar direct noodzaakte. De hoepelrok-dragende dame moest bij het gaan, door de vele hindernissen die zich daarbij noodzakelijk moesten voordoen, eenige dozijnen keeren per uur zich op de meest drastisch werkende wijze ten toon stellen. Dit beteekende, dat zij even zooveel malen zich de vurig begeerde gelegenheid ongezocht zag geboden om met hare meest intieme bekoorlijkheden op het verleidelijkst te pronken. De constructie dezer rokken was zoo, dat zij als het ware van zelf een zich openend en weer sluitend decolleté van onderen naar boven deden ontstaan.73. Onderkleeding 18e Eeuw.73. Onderkleeding 18e Eeuw.Detail uit de schilderij “LʼEssai du corset” van P.A. Wille (1748–1815).G.H. Stratz “Frauenkleidung”.De voorliefde der vrouwenwereld voor deze gedrochtelijke rokken berustte dus eenvoudig op hunne erotische doelmatigheid. Voor een kleedingstuk, dat haar steeds een als betooverd gevolg van exemplaren der andere sexe garandeert, trotseert de vrouw met vreugde en heroïeke zelfopoffering alle ongemakken, iederen last. En de mode heeft nog geen zekerder werkend toestelkunnen vinden dan deze soort rokken. Zijn zonderlinge vorm moest elk oogenblik onvermijdelijk even zonderlinge ontblootingen, d.w.z. gelegenheden daartoe, veroorzaken. En de noodzakelijke voorwaarde, dat die ontblootingen steeds konden doorgaan vooronopzettelijk, ongewild enongezocht, was daarbij in ruime mate aanwezig. Al die opzettelijke ongelukjes hadden het extra verlokkende en verleidelijke van het toevallige en momenteele. En welke ongehoorde perspectieven de wijduitstaande rok elk oogenblik beloofde, bijvoorbeeld bij het opgaan der trappen, bij het instappen in een rijtuig en bij tallooze andere gelegenheden, kan men zich heden ten dage eerst duidelijk voorstellen als men weet dat in dien tijd van een dessous nog eigenlijk geen sprake was. Onder de baleinrok werd slechts een zeer kort onderrokje gedragen en een pantalon was in de geheele 17een 18eeeuw een diep veracht kleedingstuk. Het gold voor de vrouw als iets zeer onbetamelijks en schandelijks, een pantalon te dragen, deze werd alleen welvoegelijk geacht voor oude vrouwen. Alleen bij het rijden droegen de dames een pantalon. Door dit alles schonkde hoepel- of baleinrok de vrouw de zekerheid, dat ten allen tijde vurige blikken in hoopvolle verwachting op haar waren gevestigd, blikken, die in spanning het oogenblik verbeidden, dat een gelukkig toeval, of een ondeugende streek van den wind de zoozeer begeerde openbaring zou bewerken. Iets pikanters valt trouwens nauwelijks te bedenken. Niet in den roes der overgave, maar in de meest onschuldige en onverwachte situaties en op de meest ongezocht schijnende manieren konden met behulp van dezen rok de intiemste bekoorlijkheden voor een ondeelbaar oogenblik aan de nieuwsgierigen blikken worden prijsgegeven. En deze openbaring van een oogenblik was, naar de ervaring dag aan dag leerde, voldoende om den blik der mannen in den geest ook verder te doen doordringen en hun verbeelding heen te leiden naar het laatste. Het was de tot de uiterste grens opgevoerde tegemoetkoming der vrouw aan de wenschen van den man, de echt vrouwelijk gemaskeerde toenadering, waarbij niets werd nagelaten en toch niets kon worden bewezen en de schijn nog in ten volle bevredigende mate gehandhaafd bleef. De hoepelrok, hoe monsterachtig en hoe wanstaltig ook, hulde de vrouw in een wolk van erotische bekoring met onweerstaanbaar aantrekkend vermogen. Aan den eersten en hoogsten eisch, aan welk kleedingstuk der vrouw ook gesteld, werd door dezen rok op bijna, ideëel volmaakte wijze voldaan. En daarom was hij voor de vrouw een inderdaad ideëel kleedingstuk, een der doelmatigste en dus schoonste geschenken der mode aan de vrouw.De nauwe rok heeft hetzelfde probleem in tegenovergestelde richting, maar niet minder bevredigend, opgelost. De mode wijzigt zich naar de algemeene inzichten en opvattingen van het oogenblik. In den eenen tijd worden groteske middelen vereischt, in den anderen tijd kan de mode met meer natuurlijke volstaan. Met den nauwen rok wordt niets onthuld en alles getoond. De vormen blijven bedekt, maar het oog kan al hun lijnen volgen, ook de intiemste en meest delicate, niets wordt werkelijk gezien, maar allesvalt te raden; men ziet de werkelijkheid, maar nog gehuld in den sluier der illusie.Kortgeleden heeft de mode een vergeefsche poging gewaagd, nog een stap verder te gaan, en de vrouwen een kleedingstuk te geven, dat het midden hield tusschen rok en pantalon. Deerotischebekoring, zooals de vrouw die wenscht, bleek van dat kleedingstuk echter gering. Ondanks de grootste reclame is het de mode niet mogen gelukken het ingang te doen vinden.74. Gesluierde Dame te Constantinopel.74. Gesluierde Dame te Constantinopel.C.H. Stratz, “Frauenkleidung”.Op precies dezelfde manier als de bekleeding met bovenkleeding slechts een middel is om de nieuwsgierigheid naar het verborgene te prikkelen, en die nieuwsgierigheid nog te versterken door gedeeltelijke of momenteele onthullingen—op precies dezelfde manier woekert de mode in de kleeding der vrouw met elk ander kleedingstuk. Ook het schijnbaar geringste en meest ondergeschikte heeft zijn hooge erotische beteekenis en zijn bepaalde erotische functie—van den hoogen hak der schoen (die zelfs een sterk geprononceerde erotische beteekenis heeft, wijl hij het lichaam een stand geeft, waarbij de boezem naar voren en de callipygische heerlijkheden naar achteren zich scherper afteekenen) tot de versierselen van het hoofdhaar, alles staat bij de vrouw in directen en regelrechten dienst der passieve verlokking, alles heeft dit eene doel: de andere sexe toe te roepen: vergeet-mij-niet. Daartegenover staat, dat de vrouw, zoodra zij er zich van bewust wordt dat zij in sexueel opzicht heeft afgedaan, dikwijls volkomen onverschillig wordt voor kleeding en voor allen opschik, endan niet zelden aan de verzorging harer uiterlijke verschijning evenveel te weinig zorg besteedt als vroeger te veel. Dit ligt trouwens in den aard der vrouw, die overhelt tot uitersten.Io en Zeus.Io en Zeus.Naar de schilderij van Correggio (1494–1534), Kaiser-Friedrich-Museum, Berlijn.Photo Bruckmann, München.Ongeveer altijd kiest de mode een bepaald centrum van bekoorlijkheden van het vrouwelijk lichaam uit, om daarop allermeest de attentie te doen vallen. En heeft zij eenmaal een keus gedaan, dan ontziet zij verder geen middel om haar doel zoo volkomen mogelijk te bereiken. Dat is een kwarteeuw geleden gebleken, toen het een tijdlang de mode was inzonderheid te pronken met callipygische bekoorlijkheden. Met behulp van den cul de Paris of de tournure was toen eensklaps elke vrouw uiterlijk herschapen in een Venus Kallipygos. Deze mode viel ook daarom zoo in den smaak, wijl zij onmiddellijk zoozeer in de gunst viel ook der oudere dames. Het onthaal dat een nieuwe mode vindt, de opgang, dien zij maakt, en de levensduur, die haar is beschoren, hangen in niet geringe mate af van de dames van middelbaren leeftijd; deze toch hebben het vrijwel in haar macht, een mode die haar niet aanstaat, in korten tijd in miscrediet te brengen. En een nieuwe mode staat deze dames het best aan, als zij ook haar eenige gelegenheid biedt om nog eenige laatste triumfen te vieren. En de mode der tournure was haar bijzonder gunstig. Alle schoonheden zijn vergankelijk, enkele der heerlijkste schoonheden bloeien alleen in de jeugd, andere zijn duurzamer, het duurzaamste zijn de bekoorlijkheden van Venus Kallipygos; de volheid dier bekoorlijkheden is op den leeftijd der rijpheid zelfs het grootst. Vandaar de geestdrift waarmee deze mode door de in leeftijd reeds ietwat gevorderde dames geaccepteerd en met alle argumenten—behalve de ware—verdedigd werd.75. Joodsch Meisje uit Tunis.75. Joodsch Meisje uit Tunis.G.H. Stratz, “Frauenkleidung”.Deze mode was zooveel als een omkeering der decolletage. De rol,die anders de borsten speelden, werd nu door haar tegenvoeters vervuld; het uitstralingscentrum van erotische aantrekking was van de noordpool verplaatst naar de zuidpool.76. Javaansch Keukenmeisje in Sarong.76. Javaansch Keukenmeisje in Sarong.C.H. Stratz, “Frauenkleidung”.Wat bij deze wel doeltreffende maar weinig delicate mode eenigszins zou kunnen verwonderen, is dit, dat zij viel midden in een periode van zeer hooggestemde fatsoensbegrippen, waarvan wij in het hoofdstuk over de Sexueele moraal (volgend deel) nader komen te spreken. En in werkelijkheid was de callipygische mode bij het schaamtelooze af indecent; in tweeërlei opzicht zocht zij het lager bij den grond dan de modes, die bij uitnemendheid als onkiesch en onbetamelijk gelden, die namelijk, welke de vrouwen met den ontblooten boezem laten pronken. Weliswaar kan men in het algemeen zeggen, dat het lichaam geen enkele bekoorlijkheid bezit, die op zichzelf verachtelijk of van lagere orde is. Voor callipygische schoonheden behoeft de bezitster zich evenmin te schamen als voor welke andere natuurlijke schoonheid. Maar zoo zeker als dit is, even zeker is het, dat de aard der effecten van alle schoonheden in het minst niet gelijk staat. Het effect van den vrouwelijken boezem kan rein zijn. De boezem is niet slechts het heerlijkst erotisch wonder aan de vrouw, maar tevens het verhevenste erotisch wonder. Hij vertegenwoordigt niet louter het genot, maar hij is ook het symbool van de verheven bestemming der vrouw. Hij getuigt meer nog dan van de heerlijkheid der vrouw, van de gloriën van het moederschap. De equatoriale bekoorlijkheden daarentegen zijn direct en uitsluitend zinnelijk; zij zijn provoceerend erotisch, zij voeren de phantasie zonder omwegen regelrecht heen naar het laatste en vestigen de aandacht zonder meer op de geslachtsgemeenschap. En onder die bekoorlijkheden van lager orde zijn de callipygische ontegenzeggelijk de brutaalste en grofste. Daarmee te pronken iswel de duidelijkste en meest directe provocatie van den erotischen stormloop der mannen, en het minst delicate erotisch gastmaal, dat de mode aan de zinnelijke mannenoogen ooit heeft voorgezet.77. Javaansche Bruid.77. Javaansche Bruid.Naar een photo in het Ethnographisch Museum te Rotterdam.Een der jongste vindingen der altijd met weer nieuwe vindingen verrassende mode is de blouse. Deze heeft weer de algemeene taak zóó te verbergen, dat niets verborgen blijft. Ook de blouse beantwoordt volkomen aan dezen eisch. En wel op zeer bijzondere en zeer geraffineerde wijze. Zij verraadt niet, zooals de bovenkleeding in het algemeen, den plastischen vorm, maar die velerlei kleine verborgenheden en heimelijkheden waarnaar de man zoo nieuwsgierig is en die zijn nieuwsgierigheid, hoe ook bevredigd, altijd weer sterker prikkelen. In de eerste plaats veroorlooft de blouse effectvol te woekeren met de pikante linnen- en kantwonderen, daaronder als in hinderlaag opgesteld. Gelijk het retroussé in staat stelt de met kant afgezette jupon, en van tijd tot tijd zelfs de dartele volants van nog intiemer kleedingstuk hun werk te laten doen, evenzoo is de blouse bestemd met de niet minder pikante ondertaille en verdere chemiserieën te manoeuvreeren.78. Witgeschminkte Birmaansche Actrice.78. Witgeschminkte Birmaansche Actrice.C.H. Stratz, “Frauenkleidung”.De blouse is gedurende haar betrekkelijk kort maar glorierijk bestaan al herhaaldelijk verbeterd en daardoor voor haar edel doel telkens geschikter gemaakt. De laatste vinding is geweest haar laag uit te snijden en de uitsnijding weer te vullen met à jour entredeux, die alles lieten zien wat zij verborgen. Daarmee was met de blouse alles bereikt, wat met haar te bereiken viel. De man kon op zijn gemak alle voor hem zoo interessante en voor de vrouw zoo vleiende waarnemingen ongehinderd doen. Het was als een naar alle regelen der kunst opgemaakte etalage. En waar de draagster het van pas oordeelde eenige toenadering te toonen, daar behoefde zij zich slechts ongezocht een weinig voorover te buigen, om den begunstigde nog meer zekerheid te verschaffen omtrent de hem interesseerende punten. En zulks kon geschieden zonder iets te riskeeren, verdere tegemoetkoming was ook bij den besten wil niet meer doenlijk, want deze blouses hadden en hebben steeds rugsluiting. Dit is echter een voordeel te meer van deze etalageblouse. De heerlijkheden, die de beschouwer te zien krijgt, maken hem door hun onbereikbaarheid nog begeeriger en hongeriger en wekken tenslotte ook den kooplust.De mode, die de vrouwenwereld tallooze diensten bewijst, is niettemin de boosaardigste en wreedaardigste vijandin van de vrouw,gelijk wij boven al hebben uiteengezet. Met haar voortoovering van schijnschoon heeft zij in ontelbare gevallen wezenlijk schoon voor altijd verwoest. Doch alle strijd tegen de mode is tot dusver nutteloos en doelloos gebleken, en haar almacht over de vrouw is nog altijd ongeschokt, zij is voor iederen strijder een onvatbare vijandin. Op één punt verslagen, herrijst zij als een onsterfelijke fenix onmiddellijk weer uit haar asch. Ook heden nog dient de kleeding in de allereerste plaats erotische doeleinden. Elk vrouwenkleed is er op berekend om den man er toe te brengen in gedachten de draagster te ontkleeden en te genieten. Met haar kleeding wil de groote meerderheid der vrouwen eenvoudig de begeerte der andere sexe wekken, bewust of onbewust (maar meestal bewust), direct gevolg van de wet der passiviteit, die haar een afwachtende houding heeft opgelegd, welke wet zij tegelijkertijd naleeft en overtreedt. Het is pikant en streelend voor de vrouwelijke eigenliefde, zich ten alle tijde door velen bewonderd en in den geest genoten te weten, en dit genot verzekert haar alleen de mode, die daarbij nog de kansen verhoogt op meer tastbare successen.De vrijheid om met de kleeding erotisch te manœuvreeren is ten allen tijde aangemerkt als een standsvoorrecht. In vroegere tijden werd aan de vrouwen uit het volk eenvoudig verboden zich te kleeden, zooals de vrouwen der hoogere standen. Er zijn tallooze verbodsbepalingen uitgevaardigd, die aan “gewone” vrouwen het dragen van een of ander erotisch zeer effectvol kleedingstuk ontzegden. Nimmer daarentegen is ergens aan de vrouwen het dragen verboden van kleeding die haar verleelijkten en ontsierden. Gelijk de economische machtsmiddelen in het algemeen beschouwd werden als een uitsluitend voor de hoogere standen bestemde gave der natuur, zoo zijn ten allen tijde de erotische machtsmiddelen aangemerkt als het speciale voorrecht van de beter gesitueerde vrouw.Diana met haar boschnymfen overvallen door Satyrs.Diana met haar boschnymfen overvallen door Satyrs.Naar de schilderij van P.P. Rubens (1577–1640).Photo Bruckmann, München.Met de komst der burgerlijke gelijkheid voor de wet was dit voorrecht niet meer in stand te houden met wettelijke maatregelen. Maar het streven omhet te handhaven bestaat nog evenzeer als voorheen en met andere middelen wordt het dan ook nog evenzeer gehandhaafd als vroeger. Het voornaamste middel daartoe is de kostbaarheid der materialen. Door deze op te voeren tot een zekere hoogte wordt een groot deel der vrouwenwereld van het deelnemen aan den erotischen kruistocht tegen de mannenwereld automatisch uitgesloten. Een tweede middel is de snelle wisseling der mode. Door beide middelen vereenigd beschikt de rijkste steeds over de verst-dragende en nieuwste wapens in den sexueelen strijd.Een derde middel is nog de zorgvuldige beïnvloeding der kleedingzeden in de richting van het standsvoorrecht. Bij het toepassen van dit middel komt vooral ook de kerk te hulp. De toepassing van het middel ligt opgesloten in de machtspreuk, dat het de meid niet past evenzoo gekleed te gaan als mevrouw. In die formule uit zich niet in de eerste plaats de vrees voor uitwissching der standsgrenzen, maar het bedreigde voorrecht van in erotische kleeding den boventoon te voeren. Angst voor geslachtelijk de mindere te zijn van de maatschappelijk mindere, is er in aan het woord.In den jongsten tijd is b.v. het gedecolleteerde balkleed beschouwd als de uitrusting, waarop uitsluitend de hoogere standen recht hebben. Het zou de hevigste verontwaardiging wekken, als het dienstmeisje gedecolleteerd naar bals zou gaan, terwijl men het heel natuurlijk vindt dat zelfs jonge meisjes uit eigen kring zich in de meest schaamtelooze drachten voor de mannen te pronk stellen. George Hirth schrijft hieromtrent in zijn werk:Wege zur Kunst: “De kunst, jonge meisjes in gedachten te ontkleeden en te genieten, leert men het best op hof- of dergelijke bals, waarbij voor de vrouwen ontblooting van een groot deel van het bovenlichaam obligatoir is. En het is verbazend, hoe gauw jonge vrouwen der hoogste standen zich met deze voor ons mannen zoo prikkelende tepronkstelling verzoenen. Niettemin zouden diezelfde vrouwen met verachting den neus ophalen, als op bals van het mindere volk de vrouwen een even diepen blik lieten slaan in haar erotische verborgenheden.”Dat bij de minder welgestelde klassen het decolleté en zoovele andere erotische manoeuvres met de kleeding bijna niet voorkomen, heeft natuurlijk een andere oorzaak, dan dat zij het uitsluitend recht der bemiddelden op het toepassen van deze erotische kunstmiddelen zouden erkennen. De ware oorzaak is, dat deze modes een zeer hoog minimum van luxe in de kleeding vereischen, een luxe die verre boven haar pecunaire draagkracht gaat. De mode is echter een industrie, en als elke industrie streeft zij er voortdurend naar, haar afzetgebied te vergrooten en uit te breiden. En weinige industrieën hebben het zoozeer in haar macht, haar afzetgebied zoo oneindig en nog altijd meer uit te breiden, als de mode. Zoo zij hare wonderproducten slechts financieel binnen het bereik brengt der massa, dan is die massa onmiddellijk bereid die producten te koopen. Veel heeft de mode al in die richting gedaan. Met een variant op een stelling van een vermaard philosoof kan men zeggen, dat met de goedkoopte van de scheppingen der mode alle Chineesche murenvan standsverschil, voor het uiterlijk tenminste, zijn weggevallen. Sinds het meisje uit het volk zich goedkoop naar de mode kan kleeden, is zij een even gedweëe slavin dezer tiranieke heerscheres gebleken, als haar beter met geldelijke middelen toegeruste sexegenooten. Haar offervaardigheid jegens dezen afgod is zelfs nog grooter, want veelal moet zij zich in diens dienst verder nagenoeg alles ontzeggen. Gewillig offert zij hem haar eersten en laatsten stuiver.De kleeding als uiterlijk kenmerk der sexe is reeds vroeg een onderwerp geweest, waarmee ook de wetgever zich inliet. En daarbij doet zich het eigenaardig verschijnsel voor, dat de wetten zich meer inlieten met den aard der kleeding, dan met het gekleed-zijn zelf. Blijkbaar heeft zich maar hoogstzelden de noodzakelijkheid voorgedaan—en dan nog slechts in enkele alleenstaande gevallen—dat een gemeenschap haar leden de verplichting moest opleggen zich te kleeden. De voordeelen der kleeding in sexueel zoowel als in ander opzicht, zijn ten allen tijde zoo ten volle begrepen, dat alleen dwepers, krankzinnigen en andere geestelijk-abnormalen de voorkeur hebben gegeven aan naakt loopen. Anders schijnt het echter gesteld met de kleederdracht, die voor de eigen sexe de algemeen gebruikelijke was. Ten alle tijde schijnt het noodig te zijn geweest, den mannen te verbieden zich te verkleeden als vrouw, en omgekeerd. Reeds Mozes vaardigde een dusdanig verbod uit: Het kleed eens mans zal niet zijn aan eene vrouw, en een man zal geen vrouwenkleed aantrekken; want al wie zulks doet, is den Heere uwen God een gruwel (Deut. 22: 5).79. Bacchanten en Faunen.79. Bacchanten en Faunen.Hollandsche kopergravure, 18e eeuw.80. Zegepraal der Kuischheid.80. Zegepraal der Kuischheid.Naar de schilderij van Lorenzo Lotto (1480–1556), Palazzo Rospigliosi, Rome.Photo Bruckmann, München.

VIII.De Kleeding als Bondgenoote der Zinnelijkheid.De kleeding heeft onder het voorwendsel het lichaam bescherming te verleenen tegen allerlei uitwendige invloeden, een geheel andere functie te vervullen. Kleeding is lichaamsversiering in dienst der zinnelijkheid en der ijdelheid.Is voor den man in het algemeen de kleeding een der middelen om zijn maatschappelijke positie te demonstreeren, voor de vrouw is de kleeding gedurende een groot deel van haar leven een direct erotisch probleem, een vraagstuk, waarmee zij zich in den sexueelen strijd om het bestaan aanhoudend moet bezighouden. Vandaar dat wij ons hier uit den aard der zaak voornamelijk bij de kleeding der vrouw moeten bepalen.Diana met haar boschnymfen badende.Diana met haar boschnymfen badende.Naar de schilderij van Jean François de Froy (1679–1752), Stedelijk Museum, Bazel.Photo Haufstaengl, München.Het allervoornaamste, zoo niet het eenige doel van het decoratief vertoonvan de kleeding der vrouw is: verhooging der erotische bekoring van het vrouwelijk lichaam. De vrouw kleedt zich, niet om bekleed te zijn, maar om te bekoren en te behagen. De rest is bijzaak.Tot op zekere hoogte is ook bij de mannen de kleeding een erotisch probleem, maar zij is dit in veel geringere mate en op geheel andere wijze. De man heeft in het liefdeleven de oogenschijnlijk actieve rol van aanvallende partij; daarbij kan de kleeding, die zijn stand en zijn welstand al of niet overeenkomstig de werkelijkheid te kennen geeft, hem behulpzaam zijn in den eersten stormloop. En ook streeft de man er bij de keuze van kleeding naar, dat ze hem zoo voordeelig mogelijk late uitkomen. Maar bij de vrouw is de kleeding het groote middel om hare natuurlijke sexueele aantrekkingskracht onberekenbaar te verhoogen en tot op gevorderden leeftijd intact te houden. En dit geldt niet alleen van de geraffineerde pronk en van den opzettelijken opschik, maar van elke lichaamsbedekking der vrouw in het algemeen.Men weet thans, en de vergelijkende volkenkunde levert daarvoor dag aan dag nieuwe bewijzen, dat het een dwaling is, als men spreekt van een den mensch van den beginne af aangeboren schaamtegevoel, dat hem er toe zou hebben gedreven zekere deelen van het lichaam te bedekken. Wij weten verder, dat integendeel elke vorm van kleeding oorspronkelijk nooit eenig ander doel heeft gehad dan om te strekken ter versiering ten behoeve van oogmerken, die in laatste instantie bevrediging der zinnelijkheid beoogen.De vrouw is, en wordt nog om haar hartstocht voor kleeding, waarmee de tegenwoordige vrouw als erfelijk is belast, veel gesmaad en bespot. De mannen maken zich gaarne vroolijk over al die linten en strikken, al dat kant en bont, al dien blinkenden en kleurigen opschik, die sinds duizenden jaren in het leven der schoone sexe een zoo voorname rol spelen, en zij zien er minachtend en geringschattend op neer en verbeelden zich daarboven verheven te zijn. Ten onrechte, want de vrouw neemt al die hulpmiddelen te baat, wijl ondervinding haar heeft geleerd en nog dagelijks leert, dat juist die hulpmiddelen op den man een onweerstaanbare uitwerking hebben. De vrouw kleedt en tooit zich en schikt zich op, niet in de eerste plaats, omdat zij zelf daar zoo op gesteld is, maar omdat zij den man daartegen zwak weet. Als de man den spot drijft met de zucht naar opschik der vrouw, bespot hij eenvoudig zijn eigen voorliefde voor de opgeschikte vrouw.Gewoonlijk beschouwt men het geheimzinnige hulsel, waarin de vrouw hare natuurlijke bekoorlijkheden verbergt, als een lustig spel der grillige phantasie, waaraan de vrouwelijke ijdelheid zich te buiten gaat. Evenwel is hier allerminst sprake van een spel. De kleeding is voor de vrouw de oorlogsrusting in haar lijdelijk offensief in den strijd der liefde. Van de doelmatigheid dier wapenrusting hangt haar overwinning af. Zich opschikken is het zwak der vrouwen dat haar sterk maakt—het is voor haar een erotisch machtsmiddel.64. Allegorie op de Vrouwelijke IJdelheid.64. Allegorie op de Vrouwelijke IJdelheid.Naar de schilderij van Hendrik Goltzius (1558–1617), Stedelijk Museum, Bazel.Photo Hanfstaengl, München.Dat het erotisch probleem der kleeding op zoo uiteenloopende wijze is opgelost, is te verklaren als volgt. Bij het versieren van het lichaam gaat de mensch, op welken trap van beschaving hij zich ook bevindt—zoowel op den hoogsten als op den laagsten trap—steeds er naar uit, de speciale eigenschappen van het ras, die natuurlijk als voordeelen boven andere rassen worden aangemerkt, zoo scherp en zoo gunstig mogelijk te laten uitkomen. Voor een zoo volmaakt mogelijk exemplaar van zijn ras te worden aangezien, daarnaar streeft onwillekeurig ieder mensch. De meest in ʼt oog springende ras-eigenschappen der Europeanen, speciaal der Europeesche vrouwen, zijn: betrekkelijk lange beenen, een natuurlijke taillevorming met merkbare insnoering van den middel, verder een breed bekken, ronde heupen en stevige borsten, als halve bollen op de borstkas staande. Deze speciale eigenschappen der Europeesche rassen hebben de richting bepaald, waarin de kleeding zich in dit werelddeel heeft ontwikkeld. Uit het streven om de lengte der beenen te laten uitkomen, ontstond de rok, die het mogelijk maakt met een oogopslag de verhouding daarvan tot het bovenlichaam op te nemen. Evenzoo danken gordels en ceinturen hun ontstaan aan de zucht om er de aandacht op te vestigen, dat men in taillevorming niet achterstond. Toen de kleeding zichzoover had ontwikkeld, dat ze zich gesplitst had in een geheel afzonderlijke onder- en bovenkleeding, werden ten behoeve van ditzelfde oogmerk de achtereenvolgende vormen van het corset uitgedacht, als een hulpmiddel om de verdere vrouwelijke eigenschappen van het blanke ras—breed bekken en staande borsten—aan het geheel bekleede lichaam toch nog te kunnen tentoonstellen. Dat dit geen hypothese is, leert een vergelijking met een menigte andere rassen, bij welke een breed bekken, taille-insnoering en een opgerichte boezem niet tot de speciale raskenmerken behooren. Bij zulke rassen, het Chineesche bijvoorbeeld, is in de kleeding geen spoor te ontdekken van een streven om de taille in te snoeren of den boezem kunstmatig omhoog te persen.Het corset is dus een hulpmiddel in dienst der erotische instincten der vrouwen van het blanke ras, en dit verklaart, waarom men deze vrouwen er tot dusver nog niet toe heeft kunnen krijgen, en er wellicht nimmer toe zal krijgen, van het corset afstand te doen, en waarom zelfs eenmaal van dit folterwerktuig bekeerde dames het onder een andere benaming al of niet onder eenigszins gewijzigden vorm, al spoedig weer binnen smokkelen.In het algemeen is de kleeding ontstaan uit de ervaring, dat het verhulde lichaam meer en langduriger bekoort dan het naakte lichaam. Hierover is al nader uitgewijd in het hoofdstuk dat handelt over den invloed der zintuigen in het liefdeleven en in dat over de schaamte.65. Venus Toilet makend.65. Venus Toilet makend.Gravure van C. Normand, naar de schilderij van Correggio; uit “Galérie des Peintres les plus célèbres”.Een natuurlijk gevolg van de zucht om de bijzondere raseigenschappen te laten uitkomen en voor een volmaakt vertegenwoordigster van het ras te kunnen doorgaan, is gelijk van zelf spreekt: overdrijving. Wie een verlangde eigenschap in den hoogsten graad bezit of schijnt te bezitten, valt het eerst en het meest in het oog. Zoodoende zoekt de kleeding gewoonlijk een bijzondere ontwikkeling van de bovengenoemde raseigenschappen voor te wenden. Daarbij wordt in den regel weinig of geen rekening gehouden met de natuurlijke harmonie, grondslag en eerste eisch van elke ware schoonheid. Maar, esthetische overwegingen komen bij de kleeding zoo goed als niet aan het woord. Met de kleeding toch worden geen esthetische,maar practisch-erotische oogmerken beoogd. En nu moge het waar zijn, dat hoogstzelden vrouwen met de breedste heupen, den weelderigsten boezem en de omvangrijkste callipygische bekoorlijkheden als werkelijke schoonheden en esthetische idealen worden aangemerkt, toch leert de ondervinding maar al te duidelijk, dat in werkelijkheid toch diegenen de voorkeur genieten, bij wie deze raseigenschappen het krachtigst ontwikkeld zijn. De vrouw wil niet in de eerste plaats schoon genoemd zijn, maar zij wil bovenal gezocht en begeerd zijn, en zoo strekt de kleeding niet om de schoonheid der vrouw te verhoogen, maar om hare zinnelijke aantrekkingskracht te verhoogen.De passieve rol van de vrouw in het geslachtsleven dwingt haar, als zij in haar passiviteit toch actief wil optreden—d.w.z. als zij schijnbaar lijdelijk wil blijven en toch erotische actie wil voeren—de kleeding als bondgenoote te aanvaarden.Deze bondgenoote toch stelt haar meer dan iets anders in staat, verdekt offensief op te treden. Zij mag er met zekerheid meer effect van verwachten dan zelfs van de meest verleidelijke coquetterie, het andere groote actieve middel der vrouw; deze wordt tot een nauw verstaanbaar gefluister, vergeleken bij de beeldrijke lofrede, die de vrouw door haar kleeding op zich kan laten houden tot den man. De kleeding is, kort gezegd, de hoogste troef in het spel der verlokking. Door de pracht in haar kleeding en door steeds up to date daarmee te zijn, kan de vrouw bovendien haar welstand ten toon spreiden. Door daarbij een goede keuze en eenigen smaak aan den dag te leggen kan zij tenslotte met haar kleeding zelfs hooggespannen verwachtingen wekken omtrent hare geestelijke kwaliteiten. Zoo is de kleeding voor de vrouw een onuitputtelijk arsenaal en haar operatiebasis in den sexueelen strijd om het bestaan.Het zou der vrouw geringe moeite kosten al datgene, wat zij met haar kleeding vermag, op de edelste en meest esthetische manier te doen, en haar natuurlijk schoon met behulp der kleeding eenige malen te verdubbelen. In plaats daarvan is als regel de bekleeding der vrouw, met esthetisch oog bezien, een toonbeeld hetzij van leelijkheid, hetzij van dwaasheid. De kleeding, die zou kunnen dienen het vrouwenschoon te verhoogen, doet eigenlijk niet anders dan dat schoon onkenbaar maken. Wat de bestaande schoonheid kon versterken en vermeerderen, verwoest haar. De natuurlijke schoonheid wordt bedekt met leelijkheid; om mooi te zijn, maakt men zich leelijk!De oplossing van deze tegenstrijdigheid is eenvoudig.Koning Candaules van Lygië geeft zijn schoone vrouw prijs aan de blikken van zijn gunsteling Gyges.Koning Candaules van Lygië geeft zijn schoone vrouw prijs aan de blikken van zijn gunsteling Gyges.Naar de schilderij van Ferdinand Bol (1616–1680), Museum, Brunswijk.Photo Bruckmann, München.De kleeding is voor de vrouw geen doel, maar middel. Het doel is niet schoon te zijn, maar begeerd te worden. Niet de roem der schoonheid is het doel in den sexueelen wedstrijd, maar de verovering van den man. En daarbij staan de kansen niet het gunstigst voor het schoone en harmonische, maar voor het opzichtige en buitensporige. De vrouw moet in de eerste plaats den bruidssluier machtig worden. Daartoe is het niet voldoende schoon te zijn. Integendeel, het welslagen is zeer weinig gewaarborgd, als de oplossing van dit vraagstukwordt gezocht in de richting van het esthetisch zuiver schoone; zekerheid bijna van slagen daarentegen is er, als men de kunst verstaat de aandacht op zich te vestigen, en door iets opvallends boven de eindelooze massa van mededingsters weet uit te steken. Het zwakste punt van de te veroveren vesting, den man, is diens zinnelijkheid. Op dit punt moet hij dus bij voorkeur worden aangetast. Aanvallen in dezen zin, zoo, dat de schijn van lijdelijkheid blijft bewaard, kan de vrouw het best met haar kleeding. Daarin dus zoekt zij zonder te spreken de verleidelijkste zinnelijke beloften te doen. Het slagen is zeker voor wie daarin slaagt. Ieder costuum moet aan de mannenwereld de verzekering geven: ik ben datgene, of ik bennogdatgene, wat de vrouw in de eerste plaats zijn moet—instrument der zinnelijkheid. Alles moet daarbij voor de brute logica van der vrouwen strijd om het bestaan wijken.Geen der schijnbare dwaasheden in de vrouwenkleeding is dan ook dwaasheid. Integendeel, alles is daarbij altijd verwonderlijk doelmatig ingericht op het verlangde effect.De leiding heeft daarbij de mode!De mode is het, die het bovengeschetste probleem op telkens nieuwe wijze oplost. Deze voert de vrouwen, die haar uniform aannemen, naar een vrijwel zekere overwinning. In dienst der mode bereiken de vrouwen bijna zeker haar doel—zij het verminkt.De mode is tegelijk de machtigste vriendin en de boosaardigste vijandin van de vrouw en de bekendste en daarom de meest en het luidst gesmade misdadigster tegen de heerlijke schoonheid der vrouw. Het is volstrekt geen phrase als men zegt, dat de meeste modes meer vrouwen te gronde richten dan eenige oorlog mannen het leven gekost heeft. Wel vergiet de mode geen bloed, zij doodt niet direct, maar des te meer gewonden en verminkten vallen er op hare slagvelden. Maar juist daarom is de mode barbaarscher nog dan de oorlog. Want de nakomelingen, die uit de verminkte en verzwakte slachtoffers der mode geboren worden, moeten mede boeten. Aan tienduizenden onschuldigen worden door een vergald leven de zonden der ouders gewroken. En het schijnbaar zonderlingste daarbij is, dat er waarschijnlijk nog nimmer een mode geweest is, die niet, behalve tegen de gezondheid, tevens tegen de schoonheid zondigde. De mode is doorgaans met alle begrippen van schoonheid volkomen in strijd en heden ten dage is de naar de regelen der mode bekleede vrouw zoover als maar mogelijk schijnt van eenig natuurlijk schoonheidsideaal verwijderd. Woorden als “chique” vervangen bij de aangekleede vrouw het begrip schoon; een chique vrouw, ontkleed, is niet zelden de meest afschrikkende tegenstelling van het vrouwen-schoonheidsideaal, zooals ons dat in de Aphroditeʼs der oudheid nog altijd op het heerlijkst belichaamd is. En een evenbeeld eener Aphrodite, naar de regelen van welke mode ook aangekleed, volkomen onherkenbaar zijn.Het schijnt ten allen tijde de opzettelijke bedoeling van de mode te zijngeweest, alles wat de natuur aan vrouwenschoon laat ontstaan, te misvormen en te vernielen. En ook heeft de mode de vrouw verlaagd. Iedere mode toch streeft er alleen naar, de vrouw als geslachtswezen kunstmatig meer presentabel te maken. Zij vestigt daarom als met schreeuwende reclame de aandacht op alles wat de vrouw tot vrouw maakt. Niet de innerlijke en uiterlijke harmonie, het psychische en geestelijke wezen in de vrouw komt in de kleeding tot uiting, maar wel beijvert de mode zich de intieme lichamelijkebekoorlijkhedender vrouw aan te prijzen en te laten uitkomen, zoo, dat ieders aandacht er dadelijk bij wordt bepaald, dat zij lichamelijk over de middelen beschikt, die haar als geslachtswezen bruikbaar maken. De mode verlaagt de vrouw door dit alles tot een levende reclamezuil der zinnelijkheid.66. De Mode, Misdadigster jegens het Vrouwenschoon.66. De Mode, Misdadigster jegens het Vrouwenschoon.Fransche karikatuur van Aug. Rassenfosse, 1896.En doordat de mode om haar doel te bereiken gedurig moet zoeken naar iets nieuws dat opzien verwekt, maakt zij de vrouw van tijd tot tijd tot een afzichtelijk monster, dat eer schrik aanjaagt dan bekoring uitoefent.De mode heeft de vrouw nooit anders dan misvormd en daarvan ook in ruime mate blijvende sporen nagelaten. Iedere modegril is een nieuwe zonde tegen de natuurlijke schoonheid. Altijd zoekt de mode het in het abnormale, dwaze en onredelijke. Dit geldt zoowel van de constante plaatselijke of nationale modedrachten—met eenige weinige uitzonderingen—als van de zeer veranderlijke grootsteedsche en mondaine modes. Wat de mode dicteert is als regel onnatuurlijk en in zijn zotte onzinnigheid belachelijk.Niets bijvoorbeeld is schooner en heerlijker dan de blos der gezondheid, het frissche bloeiende rood der wangen. De mode veracht die natuurlijke schoonheid, en verklaart haar voor ordinair, boersch, de eerste de beste boerin ziet er immers ook zoo uit! En bovendien, de dame, die in de wereld verkeert, zich angstvallig wacht voor elke inspanning, in de salons haar leven slijt en meer kunstlicht dan daglicht ziet, kan onmogelijk anders dan vale, bleeke wangen hebben. De mode weet echter raad, zij verklaart de bleeke, vale tint, waarmee boudoir, salon en balzaal het aangezicht kenteekenen, voor voornaam, deftig en interessant. Zoo wordt het ziekteverschijnsel tot schoonheidsregel verheven en de kleur der gezondheid wordt veracht, geschuwd, zelfs kunstmatigverwijderd en vervangen door de doodsch-vale modekleur. Bleekheid wordt interessant en pikant, zij schijnt te spreken van smachtend verlangen en aan de liefde gewijde nachten. En als de bleekheid niet vanzelf wil komen, dan wordt zij kunstmatig op het aangezicht gebracht.Op dezelfde wijze heeft de mode bij elk deel van het vrouwelijk lichaam als met voorbedachten rade gestreefd naar ontaarding en misvorming. Van den schedel tot aan de voeten heeft zij de vrouw verminkt, van haar natuurlijk schoon beroofd en voor het geroofde ergerlijke reclame-achtige surrogaten in de plaats gesteld.67. De Vrouw en de Pauw.67. De Vrouw en de Pauw.Illustratie uit “De levensgeschiedenis van den beroemden fabeldichter Esopus”, Ulm, 1475.Bepalen wij ons een oogenblik bij den voet. De voet is een der meest delicate schoonheden van het vrouwelijk lichaam. De heerlijke volmaaktheid van dit lichaamsdeel maakt het tot een klein scheppingswonder op zichzelf. De voet is echter niet uitsluitend sieraad, hij heeft een functie, en deze is, het geheele lichaam een bevallige en vlugge bewegelijkheid te verleenen—zonder krachtigen voet geen gracieusen en zekeren gang. Nu geldt terecht een kleine voet als schoon. Maar de mode, wier wezen bestaat in karikatuur-achtige overdrijving, is niet tevreden met klein; schoonheid moet niet twijfelachtig zijn, maar zich duidelijk manifesteeren. De voet moet derhalve niet slechts klein zijn, maar zeer klein, abnormaal, wanstaltig klein. Zoo luidt de wet der mode voor alle vrouwen en naar het schijnt voor alle tijden. En negen tienden der vrouwen wringen haar leven lang haar voeten in te kleine schoenen, waarin de voeten zoo onnatuurlijk worden samengeperst, dat het eenvoudig onmogelijk is behoorlijk rechtop te staan, om maar niet te spreken van een paar uur flink loopen. Zoo verandert de sierlijke rythmus van het gaan in een onbeholpen, erbarmelijk gewaggel in eendachtige lompheid. En deze inbreuk op de harmonische schoonheid is nog hetgeringstenadeel, want de onmogelijkheid, behoorlijk te kunnen loopen, is vrij wat ernstiger. Maar, zoo fluistert deverdwaasdemode, waarom behoefteen dame eigenlijk te loopen? En zij troost haar verminkte slachtoffers met de dwaasheid, dat toeren te voet voor een dame ongepast en onbetamelijk zijn. Er zijn zelfs tijden geweest, dat loopen voor een vrouw ronduit onfatsoenlijk werd genoemd. Abnormaal kleine voeten getuigen er tevens van, dat de bezitster zich de weelde heeft kunnen verlooven zich van het vermogen van het gaan te berooven—daarom zijn zulke verminkte voeten tevens het symbool geworden van maatschappelijke voornaamheid, waardoor men zich nog met des te vuriger ijver aan deze zelfverminking overgeeft.Zoo zijn er nog tallooze mode-dwaasheden, waardoor het vrouwenschoon voor altijd wordt vernietigd. Het lichaam van iedere vrouw, die bij voortduring concessies doet aan de Draconische wetten der mode, vertoont onuitwischbare sporen van de aangerichte verwoesting—ze is in den volsten zin des woords voor haar gansche leven geteekend. Aan de voeten liggen de teenen niet meer regelmatig naast elkander, maar ze zijn tot een afzichtelijk kluwen over elkaar gewrongen. En dan de taille-snoering! Deze vult dag aan dag de ziekenkamers en de zalen der vrouwenklinieken met een talloos leger van slachtoffers, die allen met de afschuwelijke insnoering van het corset, het Kaïnsteeken der mode, zijn gestriemd.Hierbij schijnt het inderdaad, of een booze geest een afschuwelijk spel van dwaasheden drijft met de vrouw. De grootste trots en het schoonste sieraad van het opgroeiend meisje zijn hare borsten. Honderden hoogstaande vrouwen hebben ons dit geheime welgevallen geschetst. Vol schuchterheid ontwaart zij de eerste ronding, met onschuldig welbehagen volgt zij den langzamen aanwas, en met klimmende verrukking ziet zij de beide halfronden van vrouwelijke heerlijkheid zich verheffen in maagdelijke volheid. Ze weet instinctief, dat dit het verhevenste sieraad is van de jonge vrouw, dat het haar dagelijks begeerlijker maakt voor den geliefde. En hoewel ze dit alles gevoelt en weet, toch snoert zij zich in en perst zich ineen, dag aan dag, week aan week. Het onvermijdelijk gevolg blijft niet uit en doet zich weldra gevoelen. Zij voelt de vastheid en elasticiteit van den mishandelden jongen boezem verminderen en verdwijnen, nog vóór hij zich in volrijpe schoonheid heeft kunnen ontplooien. Maar zij gaat door met zich in te snoeren—de mode gebiedt het. En zij troost zich met de drogreden, dat men het immers toch niet ziet. De ergerlijke, ja misdadige zotternij van de mode springt hier wel het duidelijkst in het oog: om den schijn van schoonheid van een jongen boezem te fingeeren, wordt de werkelijk bestaande schoonheid verwoest. Dit staat inderdaad gelijk met den leugen te verkiezen boven de waarheid, uit louter lust tot liegen. Het is de werkelijkheid prijsgeven en opofferen voor iets wat diezelfde werkelijkheid verzwakt nabootst.Zoo is de mode de boosaardigste vijandin, die de vrouwenwereld heeft en tevens de meest bedriegelijke schijnvriendin.Maar in weerwil van dat alles schijnt de heerschappij van de mode nog ongeschokt, neen, zich nog altijd hechter te vestigen.Andromeda door Perseus bevrijd.Andromeda door Perseus bevrijd.Naar de schilderij van Guiseppe Cesari dʼArpino (1560–1640), Keizerlijk Museum, Weenen.Phot. Bruckmann, München.De reden daarvan is, dat zij de vindingrijkste en meest succesvolle bondgenoote is van de vrouw in haar strijd om het bestaan. Daardoor kan de mode de gansche vrouwenwereld slaafsch aan zich onderwerpen en oppermachtig over haar heerschen als een despotieke gebiedster, die geenerlei inbreuk op haar tiranieke wetten duldt.Het hoofddoel der kleeding is voor de vrouw zinnelijk begeerlijk te zijn. Zinnelijk nu werken op den gezonden doorsnee-man van nature die vormen, die getuigen van bijzondere geschiktheid voor de functie, die aan de vrouw is toebedeeld: een breed bekken en weelderige borsten. Een breed bekken verzekert een krachtige ontwikkeling van het wordende kind, en een goed-ontwikkelde boezem belooft voor dat kind een overvloedige voedselbron te zijn. De kleeding moet de vrouw daarbij te hulp komen, zij moet de vormen in de gewenschte richting corrigeeren. Om die reden is de vrouwenkleeding in hoofdzaak een erotisch probleem, dat de mode ten koste desnoods van alles, helpt oplossen.De mode streeft volstrekt niet, wij zeiden het reeds, naar schoonheid; zij streeft alleen naar het telkens weer op nieuwe manier versterken der zinnelijke bekoring van de vrouw. Het is een dwaling te meenen, dat de mode dwaas is; zij doet alleen dwaas voor zoover dit ter bereiking harer oogmerken noodig is. Hare dwaasheid is berekend. Hare buitensporigheden zijn wel overwogen. Er heerscht in het rijk der mode allerminst willekeur, niet de caprice roept modes in het leven, maar de eisch der strengste doelmatigheid. De mode is dwaas uit overleg, en met volmaakte kennis van de zwakke punten van den tegenstander. De dwaasheden der mode blameeren minder de vrouw, dan den man; zij getuigen niet van voorliefde voor het dwaze bij de vrouw, maar bij den man. Want de mode kleedt de vrouw alleen hierom dwaas, wijl dit het welslagen van het beoogde doel verzekert.68. Venus Kallipygos.68. Venus Kallipygos.Grieksche kunst; Museo Nazionale, Napels.In de mode heerscht niet het toeval, evenmin de gril van het oogenblik; alles in de mode is nuchteren berekening, vooral hare vermeende onbestendigheid. In die onbestendigheid toch ligt voor een belangrijk gedeelte het geheim van haar succes. De mode immers bedoelt aandacht te trekken. Het meest trekt de aandacht het nieuwe. Daarom, ieder oogenblik wat nieuws, ieder seizoen nieuwe vormen, om het der vrouw mogelijk te maken in steeds nieuwe combinaties al hare bekoorlijkheden en al hare lichamelijke, geestelijke en materieele eigenschappen en bezittingen ten toon te spreiden. Zoo is de mode veranderlijk niet uit grilligheid, maar uit berekening. Als de zinnelijke bekoring eener modedracht begint te verminderen, dan heeft de mode al weer een nieuwe gereed, Zoo vult zij de “beschaafde” wereld aanhoudend met nieuwe vrouwen, die er geheel anders uitzien dan die van gisteren, en waarvan weer opnieuw het maximum van zinnelijke lokking uitgaat.Hoe ten volle mode en kleeding in directen dienst staan der zinnelijkheid blijkt allereerst uit het antwoord op de vraag, waar de modes eigenlijk vandaan komen. Hieromtrent worden wij voldoende ingelicht door de zedemeestersvan alle tijden. Steeds hooren wij dezen in alle toonaarden jammeren en met de grootste zedelijke verontwaardiging ontsteld verzekeren, dat de meeste en succesvolste scheppingen der mode door de beroepspriesteressen van Venus zijn uitgedacht. Deze bewering is volkomen juist, het bewijs er voor is zonder eenige moeite te leveren. Maar in het feit zelf ligt niets verwonderlijks, het is een zeer natuurlijk en volkomen logisch gevolg van het bovengeschetste doel van de kleeding. Het is de dagelijks en ieder uur beoefende taak der bedoelde priesteressen van Venus: geslachtswerktuig en niets anders dan dat te zijn; om goede zaken te maken zijn zij gedwongen op het geraffineerdst te werk te gaan. Omdat haar geest zich daar voortdurend bij moet bepalen, vinden zij natuurlijk de beste oplossingen van de vraag: hoe met de kleeding de krachtigste bekoring uit te oefenen en zij zijn steeds de eersten om de uitwerking van nieuwe vindingen te beproeven. Het succes dat deze klasse van vrouwen daarmee heeft, blijft bij de rest niet onopgemerkt en ook der op eerbaarheid gestelde vrouw blijft niets over dan het voorbeeld te volgen, willen zij niet riskeeren in de niets ontziende concurrentie ten onder te gaan, d. w. z. over het hoofd gezien en terzijde geschoven te worden.Het is de taak der mode, haar eenige taak eigenlijk, de geslachtsverschillen te laten uitkomen, op hunne aanwezigheid opmerkzaam te maken, alle lijnen, die sexeverschillen markeeren, als te onderstreepen en zoo noodig te corrigeeren.Voor het blanke menschenras is de boezem het voornaamste uiterlijke geslachtskenmerk der vrouw. Daarvan gaat naar den man de krachtigste bekoring uit. Stratz merkt terecht hieromtrent op: “Bijzonder sterk en eigenaardig is de bekoring, die de vrouwelijke borsten op ons uitoefenen. Terwijl de natuurvolken daarvoor ten eenenmale onverschillig zijn en zelfs bij de Japanners en Chineezen, die toch ook geheel bekleed gaan, de boezem geen zinnelijke beteekenis schijnt te hebben, zijn de borsten bij de op hoogeren trap staande volken van het Kaukasische ras het zinnebeeld der vrouwelijkeaantrekkingskracht geworden en zij gelden, als zij goed zijn ontwikkeld, als het hoogste sieraad van het vrouwelijk lichaam.”69. Duitsche Vrouwendracht omstreeks 1520; dezelfde Ontkleed.69. Duitsche Vrouwendracht omstreeks 1520; dezelfde Ontkleed.C. H. Stratz, “Frauenkleidung”Naar een teekening van Hans Holbein den Jongere (1497–1543), Museum, Bazel. Natuurlijk is dit de mode niet onbekend. Zij maakt integendeel het meeste werk van den boezem. Hare vernuftigste en meest geraffineerde scheppingen gelden altijd den boezem. Zij doet de middelen aan de hand om deze al of niet voorhanden schoonheid op het duidelijkst te laten uitkomen, en waar ze geheel ontbreekt, ze voor te wenden. Dit begint al bij het jonge meisje, want een vroege krachtige ontwikkeling van de buste heeft ten alle tijde gegolden voor een benijdenswaardig geschenk der natuur. Het tot puberteit komende meisje vestigt met haar kleeding dan ook het eerst de aandacht op haar boezem; daarmee opent zij haar lijdelijk offensief tegen de mannenwereld; met den boezem begint het tentoonstellen der vrouwelijkheid. En van dat oogenblik blijft steeds de boezem de stelling van waar uit de erotische strijd wordt gevoerd, het geheele leven door, tot in den ouderdom toe. Nog altijd een mooien gevulden, weelderigen boezem te hebben, dat is de grootste triumf der volrijpe vrouw. En wijl hetde mode nooit te doen is om werkelijkheid, maar alleen om schijn, en zij met de werkelijkheid zelfs geen rekening wenscht te houden, verwoest zij, naar we boven zagen, eerst de werkelijkheid, om vervolgens met schijn het door haar vernielde weer aan te vullen. Zij handelt als een berekenend speculant, die kunstmatig gebrek schept om zich een vlotter afzetgebied te verzekeren. Alle mode is voor de ontwerpers trouwens niets dan koopmanschap.Vandaar is dus het verlokkend presenteeren van den boezem ten allen tijde het voornaamste probleem geweest, dat de mode zich ter oplossing zag voorgelegd. En zij heeft dat probleem in den loop der tijden op honderden verschillende manieren weten op te lossen. Het liefst, wijl het meeste effect verzekerend, bedient zij zich daarbij van gedeeltelijke ontblooting, de decolletage. Het decolleté bedoelt niets anders, dan bekoring uit te oefenen op den man. Wel oefent het bekleede lichaam krachtiger erotische aantrekking uit dan het naakte lichaam. Maar bij het decolleteeren staat men voor een dier gecompliceerde gevallen, die aan toepassing der homeopathie doen denken. Zoo blijft er voor den leugenaar als laatste middel over om te misleiden: de waarheid te zeggen, wijl niemand die dan van hem gelooft. Langs een gelijksoortigen omweg gaat de erotische bekoring met behulp van decolleté. Het bekleede lichaam werkt op den Europeeschen mensch veel zinnelijker, dan het naakte lichaam. Door de bekleeding is in de plaats van de onverschilligheid der wilden voor het alledaagsche naakte een brandende nieuwsgierigheid gekomen voor het zich in kleederen verbergende lichaam. Treffend zou dit blijken als een vrouw in negligé, maar geheel bekleed, zich op straat zou begeven in gezelschap van een andere met ontbloote armen, beenen enz.—aller blikken zouden zich wenden naar het negligé, de slechts gedeeltelijk bekleede gezellin zou ternauwernood worden opgemerkt.Het bekleede lichaam prikkelt de phantasie, die, eenmaal aan het werk, zich het verborgene en onbekende in de gloeiendste en heerlijkste kleuren afmaait. De steeds weer opnieuw opgewekte nieuwsgierigheid en de steeds opnieuw in werking gebrachte verbeelding verschaffen het bekleede lichaam een nimmer verzwakkende zinnelijke bekoring. Het decolleteeren nu schijnt een tegemoetkoming aan deze nieuwsgierigheid. Niet echter om die nieuwsgierigheid te bevredigen—daarmee ware niets gewonnen—maar integendeel om haar nog sterker te prikkelen.Zoo blijkt uit het decolleté hoe diep en hoe grondig de mode zich in het haar ter oplossing gegeven thema heeft ingedacht. Zij maakt met de strategie van een wereldveroverend veldheer geniaal gebruik van elke voor de hand liggende en meer nog van elke niet voor de hand liggende gunstige omstandigheid. Met de decolletage benut zij het feit, dat gedeeltelijke en beperkte tegemoetkoming niet leidt tot bevrediging der nieuwsgierigheid, maar tot nog grootere nieuwsgierigheid: zij exploiteert met de ten deele ontbloote boezems met weergalooze handigheid het verschijnsel, dat een enkel woord van een geheim de nieuwsgierigheid om alles te weten opvoert tot de uiterste grens van spanning.Psyche ontvangt de eerste kus van Amor.Psyche ontvangt de eerste kus van Amor.Naar de schilderij van François Pascal Gérard (1770–1837), Louvre, Parijs.N. Photogr. Gesellschaft, Berlijn.Dat het decolleteeren geen ander dan het hier geschetste doel beoogt, en dat men dit ten allen tijde ook zeer goed geweten heeft, valt direct te bewijzen met tal van verbodsbepalingen dienaangaande. Zoo waren er in tijden, waarin het decolleté niet alleen binnenshuis maar ook daarbuiten mode was, veelal allerlei voorschriften, hetzij wettelijke verordeningen, hetzij decreeten van den goeden toon, die de aanwending van dit lokmiddel aan zekere regelen onderwierpen. Herhaaldelijk komt men daarbij voorschriften tegen die aan ongehuwde vrouwen een lager decolleté toestaan dan aan getrouwde vrouwen. Weduwen worden dan in dit opzicht als gehuwd aangemerkt totdat de wettelijke termijn, binnen welke zij geen nieuw huwelijk mochten aangaan, verstreken was. Daarna mochten zij zich weer decolleteeren als jonge meisjes. Met deze regeling werd natuurlijk zonder meer erkend, dat het decolleté mannenvangst beoogde, en dat dit recht eigenlijk alleen aan ongehuwde vrouwen toekwam.De bedoeling van het decolleté is ontegenzeggelijk alleen deze, den boezem prijs te geven aan de blikken der mannen teneinde zinnelijke bekoring uit te oefenen. Of daarbij precies doelbewust dan wel werktuigelijk en uit navolgingssleur wordt gehandeld, is natuurlijk vrijwel om het even.Nu laat de zinnelijkheid zich het allerminst bekoren door openlijk vertoon, zonder meer. Er is een vorm van decolleté, die slechts weinig bekoort en waarbij de bekorende kracht in elk geval slechts van korten duur is: het toonen van den boezem in zijn eenvoudige naaktheid, zooals men het gezicht en de handen bloot laat. Er zijn tijden geweest, waarin dit de mode was. En steeds bleek dan, dat er in een ommezien van tijd ook van dit, als kostbaarste sieraad der vrouw en als het heerlijkst erotisch wonder der schepping zoo vaak bezongen uitgangspunt van zinnelijke aantrekkingskracht, niet meer bekoring uitging, dan van gezicht of handen. Naaktheid heeft geen blijvende bekoorlijkheid. Deze vorm van decolleté beantwoordde dan ook allerminst aan het gestelde doel en is dan ook waarschijnlijk zelden of nooit als direct middel ter bekoring bedoeld. Daarvoor zijn een menigte andere manieren van ontblooting uitgedacht—gedeeltelijke ontblooting, waarbij het zichtbaar gedeelte de nieuwsgierigheid naar de rest had te prikkelen; en de bedekte ontblooting, waarbij het kleed los den boezem bedekte en op elk gewenscht oogenblik opengeworpen kon worden, evenals de rok kan worden opgenomen om het been te toonen.Zoo heeft het decolleté zoolang de mode de vrouwenkleeding beheerscht, regelmatig heen en weer geschommeld tusschen een minimale en een maximale ontblooting. Bij dat maximum werd het kleed zoover opengelegd, dat vrijwel de geheele voorkant van het bovenlichaam aan de blikken werd prijsgegeven. Koningin Isabella van Beieren bracht in de 16e eeuw een mode in zwang, waarbij het kleed van den hals tot aan den middel openhing, en aan haar hof moet deze mode onmiddellijk met een waren hartstocht zijn aangenomen. In de 16eeeuw heerschte deze mode herhaaldelijk en er werden toen nog allerleimiddelen bedacht, om het erotisch effect nog te verhoogen: rondom de borsten werden schitterende versierselen gelegd; ook werden wel beide tepels verbonden door met diamanten bezette borstketens.Van langen duur zijn zulke modes echter nimmer geweest. Tegen een zoo ver en zoo consequent doorgevoerden zin voor openbaarheid staken steeds onmiddellijk zware stormen van oppositie op. En wel uit de vrouwenwereld zelf. Misschien uit mededoogen met de bedreigde zedelijkheid. Vermoedelijk en waarschijnlijk echter om nog een andere reden, die dan tevens de eigenlijke reden was. Een zoo ver gaand decolleté konden natuurlijk slechts de zeer weinige zeer ruim met boezemschoon bedeelde vrouwen zich veroorloven. Zij die op dit punt niet bijzonder op de vrijgevigheid der natuur hadden te roemen of die reeds tot meer respectabelen dan bekoorlijken leeftijd waren geklommen, gevoelden jegens zulke modes heel gauw onoverkomelijke “gemoedsbezwaren”, die zich dan lucht gaven in een categorisch non possumus. Deze categorie van vrouwen nu maakt ten allen tijde de groote meerderheid uit en door haar aantal reeds weten zij dan weldra een haar zoozeer ongunstige en dus onwelgevallige mode in miscrediet te brengen.70. Duitsche Kleederdrachten der 16e Eeuw.70. Duitsche Kleederdrachten der 16e Eeuw.Gravure van H. Aldegrever (1502–1560).De allereerste eisch voor een mode om wat haar hoofdlijnen betreft langen tijd te kunnen heerschen is, dat zij alle vrouwen in staat stelt erotische aantrekking uit te oefenen. Een mode, die de volle werkelijkheid onthult, voldoet wel het minst aan dien eisch. Haar bestaan is daarom altijd van korten duur. En de mode is daar om alle vrouwen in den strijd om het sexueel bestaan een kans te geven. Om die reden schommelde het decolleté meestal tusschen grenzen, waarbij de mannelijke nieuwsgierigheid in voldoende mate geprikkeld werd, zonder dat omtrent de werkelijkheid iets bepaalds viel waar te nemen, en die elke mogelijkheid openlieten om de natuur te corrigeerenen aan te vullen naar den eisch van het schoonheidsideaal van den dag.De mode heeft het van tijd tot tijd ook wenschelijk en voor haar doel nuttig geacht heel niet te decolleteeren, tenminste in het openbaar. Zoo is het geweest in ongeveer de geheele 19e eeuw. Maar nooit werd daarmee dan tevens het werken met de erotische bekoring van den boezem prijsgegeven. Integendeel, het probleem werd dan in tegenovergestelde richting even bevredigend opgelost. Wat getoond moest worden bleef angstvallig bedekt, maar daarbij werd even angstvallig zorg gedragen, dat het verborgene zijn aanwezigheid even duidelijk verried als wanneer het onbedekt ware gelaten. Het beginsel, waardoor de mode zich bij het oplossen van dit ingewikkelde vraagstuk liet leiden, was dit: de vrouw moet geheel bekleed zijn en toch het effect maken van niet bekleed te zijn. Hoe weergaloos geniaal dit schijnbaar absurde probleem is opgelost, daarvan getuigen heele reeksen van modes uit den modernen tijd. Het meerendeel der moderne vrouwenmodes, waarbij letterlijk niets onbedekt wordt gelaten, maakt niettemin een veel zinnelijker effect dan vele openlijk losbandige modes uit vroegere tijden met al hare verregaande ontblootingen, en zij zijn samen te vatten in de formule: in kleederen naakt.71. Welgestelde Nederlandsche omstreeks 1630.71. Welgestelde Nederlandsche omstreeks 1630.Naar Abraham Bosse (1610–1678).C. H. Stratz “Frauenkleidung”.Niet minder merkwaardig is het spel, dat de mode in den loop des tijds heeft gedreven met de bekleeding van het onderlichaam, den rok. Bij dit kleedingstuk, dat een heele reeks bekoorlijkheden drastisch moet demonstreeren, komt in alle tijden nog duidelijker uit, dat het hoofddoel der vrouwelijke kleeding is: zinnelijke bekoring uit te oefenen op de andere sexe en der vrouw de jacht op den man te vergemakkelijken. Het pronken met den boezem laat nog plaats voor andere opvattingen; de boezem der vrouw is van majestueuse schoonheid, zijn aanblik kan verheven gedachten wekken, waaraan zinnelijkheid vreemd is. Maar de bekoorlijkheden waar de rok de aandacht der andere sexe bij heeft te bepalen, zijn van geheel anderen, van direct en uitsluitend zinnelijken aard. De rok heeft der mode tenallen tijde groote moeilijkheden bereid. Met eenvoudige niet-bedekking kon hier gevoegelijk niet worden gewerkt. Daarom zocht men het steeds in het opzichtige en buitensporige, en de meeste en allerergste modedwaasheden betreffen dan ook den rok.De meest in het oog springende dwaasheden, die met den vrouwenrok alzoo zijn begaan, bestaan in zijn buitensporige verlenging, zijn buitensporige verwijding en zijn buitensporige vernauwing. Buitensporige verkorting is daarentegen ondoelmatig gebleken.Het zoeken van de mode, om het erotisch probleem van den rok op te lossen in diens lengte, heeft als uiterste opgeleverd den rok met sleep. De sleep is telkens, als de mode hem invoerde, langen tijd in zwang gebleven. Hij beantwoordde niet alleen aan de eerste eischen, die de mode stelt aan ieder kleedingstuk van de vrouw, maar hij bleek tevens uitermate geschikt om hem te laten getuigen van den welstand der draagster. De sleep toch belet elke vrije beweging. Alleen rijke en voorname vrouwen kunnen zich de weelde veroorloven kleederen te dragen die dwingen tot nietsdoen, en als met geweld tot welke bezigheid ook, ongeschikt maken. Een sleep met zich mee te voeren gaf dus rijkdom, macht, aanzien te kennen. Zoo was de sleep het symbool van voornaamheid en deftigheid. En hij beantwoordde tevens bij uitstek aan het hoofddoel, dat met elk kleedingstuk der vrouw in de eerste plaats wordt beoogd. Hoe langer de rok is, des te vaker ziet de vrouw zich gedwongen hem op te nemen, en des te hooger ook moet hij worden opgenomen. Er is geen beter voorwendsel om op ongezocht schijnende wijze de beenen te toonen, dan te lange rokken te dragen. Bij den sleeprok heeft de vindingrijke mode dus de omgekeerde methode te baat genomen als bij den boezem: zij ontbloot niet, maar geeft te veel, en schept daardoor de “noodzakelijkheid” dat te veel ieder oogenblik buiten werking te stellen. Of en wanneer die noodzakelijkheid zich voordoet, daarover beslist de draagster, en natuurlijk valt dan die noodzakelijkheid telkens zeer opmerkelijk samen met de directe utiliteit dier manœuvre.Uit een en ander valt zonder veel moeite de conclusie te trekken, dat het stelselmatig en overdreven angstvallig verbergen der beenen door de vrouwenkleeding niet geschiedt ter wille der schaamachtigheid, die delicate intimiteiten aan het gezicht zoekt te onttrekken, maar juist ter wille van het tegendeel. Men bedekt overdreven om voorwendsels aan de hand te doen tot onthulling en dat juist dan te doen als daarvan effect mag worden verwacht. Vandaar is de korte, voetvrije rok als erotisch lokmiddel veel minder bruikbaar dan de te lange rok, want hij biedt geen gelegenheid tot doeltreffend manœuvreeren.De oplossing van het probleem door een buitensporig verwijden rok schiep nog meer mogelijkheden om de beenen—niet te bedekken. Deze vorm van rokken is vooral in de 18een 19eeeuw onder de benamingen hoepel-, baleinrok en crinoline in de mode geweest. Deze rokken komen ons heden verregaand afschuwelijk voor. Zij maakten de vrouwen tot wangedrochten. Maar dat zijzoo lang in de mode bleven bewijst op zichzelf reeds, dat zij niettemin volkomen beantwoordden aan hun doel.Alles IJdelheid.Alles IJdelheid.Naar de schilderij van Tiziano Vecelli (Titiaan, 1477–1576), Gall. dellʼAcc. di S. Luca, Rome.Photo Alinari, Florence.Zooals van zoovele buitensporigheden der mode, wordt de uitvinding van den wijduitstaande rok toegeschreven aan een vorstelijke minnares, en wel aan mevr. de Montespan. Als bewijs daarvoor beroept men zich op een brief van hertogin Elisabeth Charlotte van 22 Juli 1718, waarin het heet: “Madame de Montespan heeft den hoepelrok uitgevonden om te verbergen dat zij zwanger was (de Montespan stierf in 1707). Want telkens als zij dien rok aanhad was het alsof op haar voorhoofd stond geschreven dat zij weer zwanger was; ten hove zeide men dan tegen elkander: Madame de Montespan draagt haar hoepelrok, ze is dus weer zwanger. Ik geloof echter, dat zij zich maar zoo hield in de hoop weer wat meer consideratie te ondervinden.”Dat de wijde rok niet is uitgevonden door Mevr. de Montespan blijkt evenwel ten duidelijkste hieruit, dat zulke rokken veel vroeger reeds in Engeland gedragen werden. Daarentegen is het niet onwaarschijnlijk, dat er datgene mee werd beoogd, wat in bovenaangehaald citaat aan de minnares van Lodewijk XIV werd toegedicht: zwangerschap te verbergen. Reeds hierom is dit waarschijnlijk wijl in dien dartelen tijd ongeveer elke dame zich dagelijks aan het gevaar eener buitenechtelijke zwangerschap blootstelde, terwijl zwangerschap, zooals gewoonlijk in tijden van zinnelijke ontaarding, als iets belachelijks, als iets doms en bespottelijks gold. Zoodoende was er de dames alles aan gelegen haar fataal malheur op het gladde ijs der galanterie zoo lang mogelijk te verbergen. Hierop zullen wij later ruimschoots gelegenheid hebben uitvoeriger terug te komen.72. Fransche Hofdame in Crinoline, omstreeks 1760,72. Fransche Hofdame in Crinoline, omstreeks 1760,naar een gravure van J.M. Moreau le jeune (1741–1814).G. H. Stratz, “Frauenkleidung”.In elk geval valt hiermee moeilijk te verklaren, dat deze rok, in weerwil van zijn tallooze ongemakken en zijn verregaande leelijkheid, toch tot driemaal toe geruimen tijd in de mode is herrezen. Daarvoor moeten nog andere redenen zijn geweest. En het is niet moeilijk die te ontdekken. De wijd uitstaande stijve rok was een vorm van bedekking, die de vrouwen tot veelvuldige en telkens langdurige en verstgaande onthulling van wat zij niet wenschte te verbergen niet slechts verleidde, maar direct noodzaakte. De hoepelrok-dragende dame moest bij het gaan, door de vele hindernissen die zich daarbij noodzakelijk moesten voordoen, eenige dozijnen keeren per uur zich op de meest drastisch werkende wijze ten toon stellen. Dit beteekende, dat zij even zooveel malen zich de vurig begeerde gelegenheid ongezocht zag geboden om met hare meest intieme bekoorlijkheden op het verleidelijkst te pronken. De constructie dezer rokken was zoo, dat zij als het ware van zelf een zich openend en weer sluitend decolleté van onderen naar boven deden ontstaan.73. Onderkleeding 18e Eeuw.73. Onderkleeding 18e Eeuw.Detail uit de schilderij “LʼEssai du corset” van P.A. Wille (1748–1815).G.H. Stratz “Frauenkleidung”.De voorliefde der vrouwenwereld voor deze gedrochtelijke rokken berustte dus eenvoudig op hunne erotische doelmatigheid. Voor een kleedingstuk, dat haar steeds een als betooverd gevolg van exemplaren der andere sexe garandeert, trotseert de vrouw met vreugde en heroïeke zelfopoffering alle ongemakken, iederen last. En de mode heeft nog geen zekerder werkend toestelkunnen vinden dan deze soort rokken. Zijn zonderlinge vorm moest elk oogenblik onvermijdelijk even zonderlinge ontblootingen, d.w.z. gelegenheden daartoe, veroorzaken. En de noodzakelijke voorwaarde, dat die ontblootingen steeds konden doorgaan vooronopzettelijk, ongewild enongezocht, was daarbij in ruime mate aanwezig. Al die opzettelijke ongelukjes hadden het extra verlokkende en verleidelijke van het toevallige en momenteele. En welke ongehoorde perspectieven de wijduitstaande rok elk oogenblik beloofde, bijvoorbeeld bij het opgaan der trappen, bij het instappen in een rijtuig en bij tallooze andere gelegenheden, kan men zich heden ten dage eerst duidelijk voorstellen als men weet dat in dien tijd van een dessous nog eigenlijk geen sprake was. Onder de baleinrok werd slechts een zeer kort onderrokje gedragen en een pantalon was in de geheele 17een 18eeeuw een diep veracht kleedingstuk. Het gold voor de vrouw als iets zeer onbetamelijks en schandelijks, een pantalon te dragen, deze werd alleen welvoegelijk geacht voor oude vrouwen. Alleen bij het rijden droegen de dames een pantalon. Door dit alles schonkde hoepel- of baleinrok de vrouw de zekerheid, dat ten allen tijde vurige blikken in hoopvolle verwachting op haar waren gevestigd, blikken, die in spanning het oogenblik verbeidden, dat een gelukkig toeval, of een ondeugende streek van den wind de zoozeer begeerde openbaring zou bewerken. Iets pikanters valt trouwens nauwelijks te bedenken. Niet in den roes der overgave, maar in de meest onschuldige en onverwachte situaties en op de meest ongezocht schijnende manieren konden met behulp van dezen rok de intiemste bekoorlijkheden voor een ondeelbaar oogenblik aan de nieuwsgierigen blikken worden prijsgegeven. En deze openbaring van een oogenblik was, naar de ervaring dag aan dag leerde, voldoende om den blik der mannen in den geest ook verder te doen doordringen en hun verbeelding heen te leiden naar het laatste. Het was de tot de uiterste grens opgevoerde tegemoetkoming der vrouw aan de wenschen van den man, de echt vrouwelijk gemaskeerde toenadering, waarbij niets werd nagelaten en toch niets kon worden bewezen en de schijn nog in ten volle bevredigende mate gehandhaafd bleef. De hoepelrok, hoe monsterachtig en hoe wanstaltig ook, hulde de vrouw in een wolk van erotische bekoring met onweerstaanbaar aantrekkend vermogen. Aan den eersten en hoogsten eisch, aan welk kleedingstuk der vrouw ook gesteld, werd door dezen rok op bijna, ideëel volmaakte wijze voldaan. En daarom was hij voor de vrouw een inderdaad ideëel kleedingstuk, een der doelmatigste en dus schoonste geschenken der mode aan de vrouw.De nauwe rok heeft hetzelfde probleem in tegenovergestelde richting, maar niet minder bevredigend, opgelost. De mode wijzigt zich naar de algemeene inzichten en opvattingen van het oogenblik. In den eenen tijd worden groteske middelen vereischt, in den anderen tijd kan de mode met meer natuurlijke volstaan. Met den nauwen rok wordt niets onthuld en alles getoond. De vormen blijven bedekt, maar het oog kan al hun lijnen volgen, ook de intiemste en meest delicate, niets wordt werkelijk gezien, maar allesvalt te raden; men ziet de werkelijkheid, maar nog gehuld in den sluier der illusie.Kortgeleden heeft de mode een vergeefsche poging gewaagd, nog een stap verder te gaan, en de vrouwen een kleedingstuk te geven, dat het midden hield tusschen rok en pantalon. Deerotischebekoring, zooals de vrouw die wenscht, bleek van dat kleedingstuk echter gering. Ondanks de grootste reclame is het de mode niet mogen gelukken het ingang te doen vinden.74. Gesluierde Dame te Constantinopel.74. Gesluierde Dame te Constantinopel.C.H. Stratz, “Frauenkleidung”.Op precies dezelfde manier als de bekleeding met bovenkleeding slechts een middel is om de nieuwsgierigheid naar het verborgene te prikkelen, en die nieuwsgierigheid nog te versterken door gedeeltelijke of momenteele onthullingen—op precies dezelfde manier woekert de mode in de kleeding der vrouw met elk ander kleedingstuk. Ook het schijnbaar geringste en meest ondergeschikte heeft zijn hooge erotische beteekenis en zijn bepaalde erotische functie—van den hoogen hak der schoen (die zelfs een sterk geprononceerde erotische beteekenis heeft, wijl hij het lichaam een stand geeft, waarbij de boezem naar voren en de callipygische heerlijkheden naar achteren zich scherper afteekenen) tot de versierselen van het hoofdhaar, alles staat bij de vrouw in directen en regelrechten dienst der passieve verlokking, alles heeft dit eene doel: de andere sexe toe te roepen: vergeet-mij-niet. Daartegenover staat, dat de vrouw, zoodra zij er zich van bewust wordt dat zij in sexueel opzicht heeft afgedaan, dikwijls volkomen onverschillig wordt voor kleeding en voor allen opschik, endan niet zelden aan de verzorging harer uiterlijke verschijning evenveel te weinig zorg besteedt als vroeger te veel. Dit ligt trouwens in den aard der vrouw, die overhelt tot uitersten.Io en Zeus.Io en Zeus.Naar de schilderij van Correggio (1494–1534), Kaiser-Friedrich-Museum, Berlijn.Photo Bruckmann, München.Ongeveer altijd kiest de mode een bepaald centrum van bekoorlijkheden van het vrouwelijk lichaam uit, om daarop allermeest de attentie te doen vallen. En heeft zij eenmaal een keus gedaan, dan ontziet zij verder geen middel om haar doel zoo volkomen mogelijk te bereiken. Dat is een kwarteeuw geleden gebleken, toen het een tijdlang de mode was inzonderheid te pronken met callipygische bekoorlijkheden. Met behulp van den cul de Paris of de tournure was toen eensklaps elke vrouw uiterlijk herschapen in een Venus Kallipygos. Deze mode viel ook daarom zoo in den smaak, wijl zij onmiddellijk zoozeer in de gunst viel ook der oudere dames. Het onthaal dat een nieuwe mode vindt, de opgang, dien zij maakt, en de levensduur, die haar is beschoren, hangen in niet geringe mate af van de dames van middelbaren leeftijd; deze toch hebben het vrijwel in haar macht, een mode die haar niet aanstaat, in korten tijd in miscrediet te brengen. En een nieuwe mode staat deze dames het best aan, als zij ook haar eenige gelegenheid biedt om nog eenige laatste triumfen te vieren. En de mode der tournure was haar bijzonder gunstig. Alle schoonheden zijn vergankelijk, enkele der heerlijkste schoonheden bloeien alleen in de jeugd, andere zijn duurzamer, het duurzaamste zijn de bekoorlijkheden van Venus Kallipygos; de volheid dier bekoorlijkheden is op den leeftijd der rijpheid zelfs het grootst. Vandaar de geestdrift waarmee deze mode door de in leeftijd reeds ietwat gevorderde dames geaccepteerd en met alle argumenten—behalve de ware—verdedigd werd.75. Joodsch Meisje uit Tunis.75. Joodsch Meisje uit Tunis.G.H. Stratz, “Frauenkleidung”.Deze mode was zooveel als een omkeering der decolletage. De rol,die anders de borsten speelden, werd nu door haar tegenvoeters vervuld; het uitstralingscentrum van erotische aantrekking was van de noordpool verplaatst naar de zuidpool.76. Javaansch Keukenmeisje in Sarong.76. Javaansch Keukenmeisje in Sarong.C.H. Stratz, “Frauenkleidung”.Wat bij deze wel doeltreffende maar weinig delicate mode eenigszins zou kunnen verwonderen, is dit, dat zij viel midden in een periode van zeer hooggestemde fatsoensbegrippen, waarvan wij in het hoofdstuk over de Sexueele moraal (volgend deel) nader komen te spreken. En in werkelijkheid was de callipygische mode bij het schaamtelooze af indecent; in tweeërlei opzicht zocht zij het lager bij den grond dan de modes, die bij uitnemendheid als onkiesch en onbetamelijk gelden, die namelijk, welke de vrouwen met den ontblooten boezem laten pronken. Weliswaar kan men in het algemeen zeggen, dat het lichaam geen enkele bekoorlijkheid bezit, die op zichzelf verachtelijk of van lagere orde is. Voor callipygische schoonheden behoeft de bezitster zich evenmin te schamen als voor welke andere natuurlijke schoonheid. Maar zoo zeker als dit is, even zeker is het, dat de aard der effecten van alle schoonheden in het minst niet gelijk staat. Het effect van den vrouwelijken boezem kan rein zijn. De boezem is niet slechts het heerlijkst erotisch wonder aan de vrouw, maar tevens het verhevenste erotisch wonder. Hij vertegenwoordigt niet louter het genot, maar hij is ook het symbool van de verheven bestemming der vrouw. Hij getuigt meer nog dan van de heerlijkheid der vrouw, van de gloriën van het moederschap. De equatoriale bekoorlijkheden daarentegen zijn direct en uitsluitend zinnelijk; zij zijn provoceerend erotisch, zij voeren de phantasie zonder omwegen regelrecht heen naar het laatste en vestigen de aandacht zonder meer op de geslachtsgemeenschap. En onder die bekoorlijkheden van lager orde zijn de callipygische ontegenzeggelijk de brutaalste en grofste. Daarmee te pronken iswel de duidelijkste en meest directe provocatie van den erotischen stormloop der mannen, en het minst delicate erotisch gastmaal, dat de mode aan de zinnelijke mannenoogen ooit heeft voorgezet.77. Javaansche Bruid.77. Javaansche Bruid.Naar een photo in het Ethnographisch Museum te Rotterdam.Een der jongste vindingen der altijd met weer nieuwe vindingen verrassende mode is de blouse. Deze heeft weer de algemeene taak zóó te verbergen, dat niets verborgen blijft. Ook de blouse beantwoordt volkomen aan dezen eisch. En wel op zeer bijzondere en zeer geraffineerde wijze. Zij verraadt niet, zooals de bovenkleeding in het algemeen, den plastischen vorm, maar die velerlei kleine verborgenheden en heimelijkheden waarnaar de man zoo nieuwsgierig is en die zijn nieuwsgierigheid, hoe ook bevredigd, altijd weer sterker prikkelen. In de eerste plaats veroorlooft de blouse effectvol te woekeren met de pikante linnen- en kantwonderen, daaronder als in hinderlaag opgesteld. Gelijk het retroussé in staat stelt de met kant afgezette jupon, en van tijd tot tijd zelfs de dartele volants van nog intiemer kleedingstuk hun werk te laten doen, evenzoo is de blouse bestemd met de niet minder pikante ondertaille en verdere chemiserieën te manoeuvreeren.78. Witgeschminkte Birmaansche Actrice.78. Witgeschminkte Birmaansche Actrice.C.H. Stratz, “Frauenkleidung”.De blouse is gedurende haar betrekkelijk kort maar glorierijk bestaan al herhaaldelijk verbeterd en daardoor voor haar edel doel telkens geschikter gemaakt. De laatste vinding is geweest haar laag uit te snijden en de uitsnijding weer te vullen met à jour entredeux, die alles lieten zien wat zij verborgen. Daarmee was met de blouse alles bereikt, wat met haar te bereiken viel. De man kon op zijn gemak alle voor hem zoo interessante en voor de vrouw zoo vleiende waarnemingen ongehinderd doen. Het was als een naar alle regelen der kunst opgemaakte etalage. En waar de draagster het van pas oordeelde eenige toenadering te toonen, daar behoefde zij zich slechts ongezocht een weinig voorover te buigen, om den begunstigde nog meer zekerheid te verschaffen omtrent de hem interesseerende punten. En zulks kon geschieden zonder iets te riskeeren, verdere tegemoetkoming was ook bij den besten wil niet meer doenlijk, want deze blouses hadden en hebben steeds rugsluiting. Dit is echter een voordeel te meer van deze etalageblouse. De heerlijkheden, die de beschouwer te zien krijgt, maken hem door hun onbereikbaarheid nog begeeriger en hongeriger en wekken tenslotte ook den kooplust.De mode, die de vrouwenwereld tallooze diensten bewijst, is niettemin de boosaardigste en wreedaardigste vijandin van de vrouw,gelijk wij boven al hebben uiteengezet. Met haar voortoovering van schijnschoon heeft zij in ontelbare gevallen wezenlijk schoon voor altijd verwoest. Doch alle strijd tegen de mode is tot dusver nutteloos en doelloos gebleken, en haar almacht over de vrouw is nog altijd ongeschokt, zij is voor iederen strijder een onvatbare vijandin. Op één punt verslagen, herrijst zij als een onsterfelijke fenix onmiddellijk weer uit haar asch. Ook heden nog dient de kleeding in de allereerste plaats erotische doeleinden. Elk vrouwenkleed is er op berekend om den man er toe te brengen in gedachten de draagster te ontkleeden en te genieten. Met haar kleeding wil de groote meerderheid der vrouwen eenvoudig de begeerte der andere sexe wekken, bewust of onbewust (maar meestal bewust), direct gevolg van de wet der passiviteit, die haar een afwachtende houding heeft opgelegd, welke wet zij tegelijkertijd naleeft en overtreedt. Het is pikant en streelend voor de vrouwelijke eigenliefde, zich ten alle tijde door velen bewonderd en in den geest genoten te weten, en dit genot verzekert haar alleen de mode, die daarbij nog de kansen verhoogt op meer tastbare successen.De vrijheid om met de kleeding erotisch te manœuvreeren is ten allen tijde aangemerkt als een standsvoorrecht. In vroegere tijden werd aan de vrouwen uit het volk eenvoudig verboden zich te kleeden, zooals de vrouwen der hoogere standen. Er zijn tallooze verbodsbepalingen uitgevaardigd, die aan “gewone” vrouwen het dragen van een of ander erotisch zeer effectvol kleedingstuk ontzegden. Nimmer daarentegen is ergens aan de vrouwen het dragen verboden van kleeding die haar verleelijkten en ontsierden. Gelijk de economische machtsmiddelen in het algemeen beschouwd werden als een uitsluitend voor de hoogere standen bestemde gave der natuur, zoo zijn ten allen tijde de erotische machtsmiddelen aangemerkt als het speciale voorrecht van de beter gesitueerde vrouw.Diana met haar boschnymfen overvallen door Satyrs.Diana met haar boschnymfen overvallen door Satyrs.Naar de schilderij van P.P. Rubens (1577–1640).Photo Bruckmann, München.Met de komst der burgerlijke gelijkheid voor de wet was dit voorrecht niet meer in stand te houden met wettelijke maatregelen. Maar het streven omhet te handhaven bestaat nog evenzeer als voorheen en met andere middelen wordt het dan ook nog evenzeer gehandhaafd als vroeger. Het voornaamste middel daartoe is de kostbaarheid der materialen. Door deze op te voeren tot een zekere hoogte wordt een groot deel der vrouwenwereld van het deelnemen aan den erotischen kruistocht tegen de mannenwereld automatisch uitgesloten. Een tweede middel is de snelle wisseling der mode. Door beide middelen vereenigd beschikt de rijkste steeds over de verst-dragende en nieuwste wapens in den sexueelen strijd.Een derde middel is nog de zorgvuldige beïnvloeding der kleedingzeden in de richting van het standsvoorrecht. Bij het toepassen van dit middel komt vooral ook de kerk te hulp. De toepassing van het middel ligt opgesloten in de machtspreuk, dat het de meid niet past evenzoo gekleed te gaan als mevrouw. In die formule uit zich niet in de eerste plaats de vrees voor uitwissching der standsgrenzen, maar het bedreigde voorrecht van in erotische kleeding den boventoon te voeren. Angst voor geslachtelijk de mindere te zijn van de maatschappelijk mindere, is er in aan het woord.In den jongsten tijd is b.v. het gedecolleteerde balkleed beschouwd als de uitrusting, waarop uitsluitend de hoogere standen recht hebben. Het zou de hevigste verontwaardiging wekken, als het dienstmeisje gedecolleteerd naar bals zou gaan, terwijl men het heel natuurlijk vindt dat zelfs jonge meisjes uit eigen kring zich in de meest schaamtelooze drachten voor de mannen te pronk stellen. George Hirth schrijft hieromtrent in zijn werk:Wege zur Kunst: “De kunst, jonge meisjes in gedachten te ontkleeden en te genieten, leert men het best op hof- of dergelijke bals, waarbij voor de vrouwen ontblooting van een groot deel van het bovenlichaam obligatoir is. En het is verbazend, hoe gauw jonge vrouwen der hoogste standen zich met deze voor ons mannen zoo prikkelende tepronkstelling verzoenen. Niettemin zouden diezelfde vrouwen met verachting den neus ophalen, als op bals van het mindere volk de vrouwen een even diepen blik lieten slaan in haar erotische verborgenheden.”Dat bij de minder welgestelde klassen het decolleté en zoovele andere erotische manoeuvres met de kleeding bijna niet voorkomen, heeft natuurlijk een andere oorzaak, dan dat zij het uitsluitend recht der bemiddelden op het toepassen van deze erotische kunstmiddelen zouden erkennen. De ware oorzaak is, dat deze modes een zeer hoog minimum van luxe in de kleeding vereischen, een luxe die verre boven haar pecunaire draagkracht gaat. De mode is echter een industrie, en als elke industrie streeft zij er voortdurend naar, haar afzetgebied te vergrooten en uit te breiden. En weinige industrieën hebben het zoozeer in haar macht, haar afzetgebied zoo oneindig en nog altijd meer uit te breiden, als de mode. Zoo zij hare wonderproducten slechts financieel binnen het bereik brengt der massa, dan is die massa onmiddellijk bereid die producten te koopen. Veel heeft de mode al in die richting gedaan. Met een variant op een stelling van een vermaard philosoof kan men zeggen, dat met de goedkoopte van de scheppingen der mode alle Chineesche murenvan standsverschil, voor het uiterlijk tenminste, zijn weggevallen. Sinds het meisje uit het volk zich goedkoop naar de mode kan kleeden, is zij een even gedweëe slavin dezer tiranieke heerscheres gebleken, als haar beter met geldelijke middelen toegeruste sexegenooten. Haar offervaardigheid jegens dezen afgod is zelfs nog grooter, want veelal moet zij zich in diens dienst verder nagenoeg alles ontzeggen. Gewillig offert zij hem haar eersten en laatsten stuiver.De kleeding als uiterlijk kenmerk der sexe is reeds vroeg een onderwerp geweest, waarmee ook de wetgever zich inliet. En daarbij doet zich het eigenaardig verschijnsel voor, dat de wetten zich meer inlieten met den aard der kleeding, dan met het gekleed-zijn zelf. Blijkbaar heeft zich maar hoogstzelden de noodzakelijkheid voorgedaan—en dan nog slechts in enkele alleenstaande gevallen—dat een gemeenschap haar leden de verplichting moest opleggen zich te kleeden. De voordeelen der kleeding in sexueel zoowel als in ander opzicht, zijn ten allen tijde zoo ten volle begrepen, dat alleen dwepers, krankzinnigen en andere geestelijk-abnormalen de voorkeur hebben gegeven aan naakt loopen. Anders schijnt het echter gesteld met de kleederdracht, die voor de eigen sexe de algemeen gebruikelijke was. Ten alle tijde schijnt het noodig te zijn geweest, den mannen te verbieden zich te verkleeden als vrouw, en omgekeerd. Reeds Mozes vaardigde een dusdanig verbod uit: Het kleed eens mans zal niet zijn aan eene vrouw, en een man zal geen vrouwenkleed aantrekken; want al wie zulks doet, is den Heere uwen God een gruwel (Deut. 22: 5).79. Bacchanten en Faunen.79. Bacchanten en Faunen.Hollandsche kopergravure, 18e eeuw.80. Zegepraal der Kuischheid.80. Zegepraal der Kuischheid.Naar de schilderij van Lorenzo Lotto (1480–1556), Palazzo Rospigliosi, Rome.Photo Bruckmann, München.

De kleeding heeft onder het voorwendsel het lichaam bescherming te verleenen tegen allerlei uitwendige invloeden, een geheel andere functie te vervullen. Kleeding is lichaamsversiering in dienst der zinnelijkheid en der ijdelheid.

Is voor den man in het algemeen de kleeding een der middelen om zijn maatschappelijke positie te demonstreeren, voor de vrouw is de kleeding gedurende een groot deel van haar leven een direct erotisch probleem, een vraagstuk, waarmee zij zich in den sexueelen strijd om het bestaan aanhoudend moet bezighouden. Vandaar dat wij ons hier uit den aard der zaak voornamelijk bij de kleeding der vrouw moeten bepalen.

Diana met haar boschnymfen badende.Diana met haar boschnymfen badende.Naar de schilderij van Jean François de Froy (1679–1752), Stedelijk Museum, Bazel.Photo Haufstaengl, München.

Diana met haar boschnymfen badende.

Naar de schilderij van Jean François de Froy (1679–1752), Stedelijk Museum, Bazel.

Photo Haufstaengl, München.

Het allervoornaamste, zoo niet het eenige doel van het decoratief vertoonvan de kleeding der vrouw is: verhooging der erotische bekoring van het vrouwelijk lichaam. De vrouw kleedt zich, niet om bekleed te zijn, maar om te bekoren en te behagen. De rest is bijzaak.

Tot op zekere hoogte is ook bij de mannen de kleeding een erotisch probleem, maar zij is dit in veel geringere mate en op geheel andere wijze. De man heeft in het liefdeleven de oogenschijnlijk actieve rol van aanvallende partij; daarbij kan de kleeding, die zijn stand en zijn welstand al of niet overeenkomstig de werkelijkheid te kennen geeft, hem behulpzaam zijn in den eersten stormloop. En ook streeft de man er bij de keuze van kleeding naar, dat ze hem zoo voordeelig mogelijk late uitkomen. Maar bij de vrouw is de kleeding het groote middel om hare natuurlijke sexueele aantrekkingskracht onberekenbaar te verhoogen en tot op gevorderden leeftijd intact te houden. En dit geldt niet alleen van de geraffineerde pronk en van den opzettelijken opschik, maar van elke lichaamsbedekking der vrouw in het algemeen.

Men weet thans, en de vergelijkende volkenkunde levert daarvoor dag aan dag nieuwe bewijzen, dat het een dwaling is, als men spreekt van een den mensch van den beginne af aangeboren schaamtegevoel, dat hem er toe zou hebben gedreven zekere deelen van het lichaam te bedekken. Wij weten verder, dat integendeel elke vorm van kleeding oorspronkelijk nooit eenig ander doel heeft gehad dan om te strekken ter versiering ten behoeve van oogmerken, die in laatste instantie bevrediging der zinnelijkheid beoogen.

De vrouw is, en wordt nog om haar hartstocht voor kleeding, waarmee de tegenwoordige vrouw als erfelijk is belast, veel gesmaad en bespot. De mannen maken zich gaarne vroolijk over al die linten en strikken, al dat kant en bont, al dien blinkenden en kleurigen opschik, die sinds duizenden jaren in het leven der schoone sexe een zoo voorname rol spelen, en zij zien er minachtend en geringschattend op neer en verbeelden zich daarboven verheven te zijn. Ten onrechte, want de vrouw neemt al die hulpmiddelen te baat, wijl ondervinding haar heeft geleerd en nog dagelijks leert, dat juist die hulpmiddelen op den man een onweerstaanbare uitwerking hebben. De vrouw kleedt en tooit zich en schikt zich op, niet in de eerste plaats, omdat zij zelf daar zoo op gesteld is, maar omdat zij den man daartegen zwak weet. Als de man den spot drijft met de zucht naar opschik der vrouw, bespot hij eenvoudig zijn eigen voorliefde voor de opgeschikte vrouw.

Gewoonlijk beschouwt men het geheimzinnige hulsel, waarin de vrouw hare natuurlijke bekoorlijkheden verbergt, als een lustig spel der grillige phantasie, waaraan de vrouwelijke ijdelheid zich te buiten gaat. Evenwel is hier allerminst sprake van een spel. De kleeding is voor de vrouw de oorlogsrusting in haar lijdelijk offensief in den strijd der liefde. Van de doelmatigheid dier wapenrusting hangt haar overwinning af. Zich opschikken is het zwak der vrouwen dat haar sterk maakt—het is voor haar een erotisch machtsmiddel.

64. Allegorie op de Vrouwelijke IJdelheid.64. Allegorie op de Vrouwelijke IJdelheid.Naar de schilderij van Hendrik Goltzius (1558–1617), Stedelijk Museum, Bazel.Photo Hanfstaengl, München.

64. Allegorie op de Vrouwelijke IJdelheid.

Naar de schilderij van Hendrik Goltzius (1558–1617), Stedelijk Museum, Bazel.

Photo Hanfstaengl, München.

Dat het erotisch probleem der kleeding op zoo uiteenloopende wijze is opgelost, is te verklaren als volgt. Bij het versieren van het lichaam gaat de mensch, op welken trap van beschaving hij zich ook bevindt—zoowel op den hoogsten als op den laagsten trap—steeds er naar uit, de speciale eigenschappen van het ras, die natuurlijk als voordeelen boven andere rassen worden aangemerkt, zoo scherp en zoo gunstig mogelijk te laten uitkomen. Voor een zoo volmaakt mogelijk exemplaar van zijn ras te worden aangezien, daarnaar streeft onwillekeurig ieder mensch. De meest in ʼt oog springende ras-eigenschappen der Europeanen, speciaal der Europeesche vrouwen, zijn: betrekkelijk lange beenen, een natuurlijke taillevorming met merkbare insnoering van den middel, verder een breed bekken, ronde heupen en stevige borsten, als halve bollen op de borstkas staande. Deze speciale eigenschappen der Europeesche rassen hebben de richting bepaald, waarin de kleeding zich in dit werelddeel heeft ontwikkeld. Uit het streven om de lengte der beenen te laten uitkomen, ontstond de rok, die het mogelijk maakt met een oogopslag de verhouding daarvan tot het bovenlichaam op te nemen. Evenzoo danken gordels en ceinturen hun ontstaan aan de zucht om er de aandacht op te vestigen, dat men in taillevorming niet achterstond. Toen de kleeding zichzoover had ontwikkeld, dat ze zich gesplitst had in een geheel afzonderlijke onder- en bovenkleeding, werden ten behoeve van ditzelfde oogmerk de achtereenvolgende vormen van het corset uitgedacht, als een hulpmiddel om de verdere vrouwelijke eigenschappen van het blanke ras—breed bekken en staande borsten—aan het geheel bekleede lichaam toch nog te kunnen tentoonstellen. Dat dit geen hypothese is, leert een vergelijking met een menigte andere rassen, bij welke een breed bekken, taille-insnoering en een opgerichte boezem niet tot de speciale raskenmerken behooren. Bij zulke rassen, het Chineesche bijvoorbeeld, is in de kleeding geen spoor te ontdekken van een streven om de taille in te snoeren of den boezem kunstmatig omhoog te persen.

Het corset is dus een hulpmiddel in dienst der erotische instincten der vrouwen van het blanke ras, en dit verklaart, waarom men deze vrouwen er tot dusver nog niet toe heeft kunnen krijgen, en er wellicht nimmer toe zal krijgen, van het corset afstand te doen, en waarom zelfs eenmaal van dit folterwerktuig bekeerde dames het onder een andere benaming al of niet onder eenigszins gewijzigden vorm, al spoedig weer binnen smokkelen.

In het algemeen is de kleeding ontstaan uit de ervaring, dat het verhulde lichaam meer en langduriger bekoort dan het naakte lichaam. Hierover is al nader uitgewijd in het hoofdstuk dat handelt over den invloed der zintuigen in het liefdeleven en in dat over de schaamte.

65. Venus Toilet makend.65. Venus Toilet makend.Gravure van C. Normand, naar de schilderij van Correggio; uit “Galérie des Peintres les plus célèbres”.

65. Venus Toilet makend.

Gravure van C. Normand, naar de schilderij van Correggio; uit “Galérie des Peintres les plus célèbres”.

Een natuurlijk gevolg van de zucht om de bijzondere raseigenschappen te laten uitkomen en voor een volmaakt vertegenwoordigster van het ras te kunnen doorgaan, is gelijk van zelf spreekt: overdrijving. Wie een verlangde eigenschap in den hoogsten graad bezit of schijnt te bezitten, valt het eerst en het meest in het oog. Zoodoende zoekt de kleeding gewoonlijk een bijzondere ontwikkeling van de bovengenoemde raseigenschappen voor te wenden. Daarbij wordt in den regel weinig of geen rekening gehouden met de natuurlijke harmonie, grondslag en eerste eisch van elke ware schoonheid. Maar, esthetische overwegingen komen bij de kleeding zoo goed als niet aan het woord. Met de kleeding toch worden geen esthetische,maar practisch-erotische oogmerken beoogd. En nu moge het waar zijn, dat hoogstzelden vrouwen met de breedste heupen, den weelderigsten boezem en de omvangrijkste callipygische bekoorlijkheden als werkelijke schoonheden en esthetische idealen worden aangemerkt, toch leert de ondervinding maar al te duidelijk, dat in werkelijkheid toch diegenen de voorkeur genieten, bij wie deze raseigenschappen het krachtigst ontwikkeld zijn. De vrouw wil niet in de eerste plaats schoon genoemd zijn, maar zij wil bovenal gezocht en begeerd zijn, en zoo strekt de kleeding niet om de schoonheid der vrouw te verhoogen, maar om hare zinnelijke aantrekkingskracht te verhoogen.

De passieve rol van de vrouw in het geslachtsleven dwingt haar, als zij in haar passiviteit toch actief wil optreden—d.w.z. als zij schijnbaar lijdelijk wil blijven en toch erotische actie wil voeren—de kleeding als bondgenoote te aanvaarden.

Deze bondgenoote toch stelt haar meer dan iets anders in staat, verdekt offensief op te treden. Zij mag er met zekerheid meer effect van verwachten dan zelfs van de meest verleidelijke coquetterie, het andere groote actieve middel der vrouw; deze wordt tot een nauw verstaanbaar gefluister, vergeleken bij de beeldrijke lofrede, die de vrouw door haar kleeding op zich kan laten houden tot den man. De kleeding is, kort gezegd, de hoogste troef in het spel der verlokking. Door de pracht in haar kleeding en door steeds up to date daarmee te zijn, kan de vrouw bovendien haar welstand ten toon spreiden. Door daarbij een goede keuze en eenigen smaak aan den dag te leggen kan zij tenslotte met haar kleeding zelfs hooggespannen verwachtingen wekken omtrent hare geestelijke kwaliteiten. Zoo is de kleeding voor de vrouw een onuitputtelijk arsenaal en haar operatiebasis in den sexueelen strijd om het bestaan.

Het zou der vrouw geringe moeite kosten al datgene, wat zij met haar kleeding vermag, op de edelste en meest esthetische manier te doen, en haar natuurlijk schoon met behulp der kleeding eenige malen te verdubbelen. In plaats daarvan is als regel de bekleeding der vrouw, met esthetisch oog bezien, een toonbeeld hetzij van leelijkheid, hetzij van dwaasheid. De kleeding, die zou kunnen dienen het vrouwenschoon te verhoogen, doet eigenlijk niet anders dan dat schoon onkenbaar maken. Wat de bestaande schoonheid kon versterken en vermeerderen, verwoest haar. De natuurlijke schoonheid wordt bedekt met leelijkheid; om mooi te zijn, maakt men zich leelijk!

De oplossing van deze tegenstrijdigheid is eenvoudig.

Koning Candaules van Lygië geeft zijn schoone vrouw prijs aan de blikken van zijn gunsteling Gyges.Koning Candaules van Lygië geeft zijn schoone vrouw prijs aan de blikken van zijn gunsteling Gyges.Naar de schilderij van Ferdinand Bol (1616–1680), Museum, Brunswijk.Photo Bruckmann, München.

Koning Candaules van Lygië geeft zijn schoone vrouw prijs aan de blikken van zijn gunsteling Gyges.

Naar de schilderij van Ferdinand Bol (1616–1680), Museum, Brunswijk.

Photo Bruckmann, München.

De kleeding is voor de vrouw geen doel, maar middel. Het doel is niet schoon te zijn, maar begeerd te worden. Niet de roem der schoonheid is het doel in den sexueelen wedstrijd, maar de verovering van den man. En daarbij staan de kansen niet het gunstigst voor het schoone en harmonische, maar voor het opzichtige en buitensporige. De vrouw moet in de eerste plaats den bruidssluier machtig worden. Daartoe is het niet voldoende schoon te zijn. Integendeel, het welslagen is zeer weinig gewaarborgd, als de oplossing van dit vraagstukwordt gezocht in de richting van het esthetisch zuiver schoone; zekerheid bijna van slagen daarentegen is er, als men de kunst verstaat de aandacht op zich te vestigen, en door iets opvallends boven de eindelooze massa van mededingsters weet uit te steken. Het zwakste punt van de te veroveren vesting, den man, is diens zinnelijkheid. Op dit punt moet hij dus bij voorkeur worden aangetast. Aanvallen in dezen zin, zoo, dat de schijn van lijdelijkheid blijft bewaard, kan de vrouw het best met haar kleeding. Daarin dus zoekt zij zonder te spreken de verleidelijkste zinnelijke beloften te doen. Het slagen is zeker voor wie daarin slaagt. Ieder costuum moet aan de mannenwereld de verzekering geven: ik ben datgene, of ik bennogdatgene, wat de vrouw in de eerste plaats zijn moet—instrument der zinnelijkheid. Alles moet daarbij voor de brute logica van der vrouwen strijd om het bestaan wijken.

Geen der schijnbare dwaasheden in de vrouwenkleeding is dan ook dwaasheid. Integendeel, alles is daarbij altijd verwonderlijk doelmatig ingericht op het verlangde effect.

De leiding heeft daarbij de mode!

De mode is het, die het bovengeschetste probleem op telkens nieuwe wijze oplost. Deze voert de vrouwen, die haar uniform aannemen, naar een vrijwel zekere overwinning. In dienst der mode bereiken de vrouwen bijna zeker haar doel—zij het verminkt.

De mode is tegelijk de machtigste vriendin en de boosaardigste vijandin van de vrouw en de bekendste en daarom de meest en het luidst gesmade misdadigster tegen de heerlijke schoonheid der vrouw. Het is volstrekt geen phrase als men zegt, dat de meeste modes meer vrouwen te gronde richten dan eenige oorlog mannen het leven gekost heeft. Wel vergiet de mode geen bloed, zij doodt niet direct, maar des te meer gewonden en verminkten vallen er op hare slagvelden. Maar juist daarom is de mode barbaarscher nog dan de oorlog. Want de nakomelingen, die uit de verminkte en verzwakte slachtoffers der mode geboren worden, moeten mede boeten. Aan tienduizenden onschuldigen worden door een vergald leven de zonden der ouders gewroken. En het schijnbaar zonderlingste daarbij is, dat er waarschijnlijk nog nimmer een mode geweest is, die niet, behalve tegen de gezondheid, tevens tegen de schoonheid zondigde. De mode is doorgaans met alle begrippen van schoonheid volkomen in strijd en heden ten dage is de naar de regelen der mode bekleede vrouw zoover als maar mogelijk schijnt van eenig natuurlijk schoonheidsideaal verwijderd. Woorden als “chique” vervangen bij de aangekleede vrouw het begrip schoon; een chique vrouw, ontkleed, is niet zelden de meest afschrikkende tegenstelling van het vrouwen-schoonheidsideaal, zooals ons dat in de Aphroditeʼs der oudheid nog altijd op het heerlijkst belichaamd is. En een evenbeeld eener Aphrodite, naar de regelen van welke mode ook aangekleed, volkomen onherkenbaar zijn.

Het schijnt ten allen tijde de opzettelijke bedoeling van de mode te zijngeweest, alles wat de natuur aan vrouwenschoon laat ontstaan, te misvormen en te vernielen. En ook heeft de mode de vrouw verlaagd. Iedere mode toch streeft er alleen naar, de vrouw als geslachtswezen kunstmatig meer presentabel te maken. Zij vestigt daarom als met schreeuwende reclame de aandacht op alles wat de vrouw tot vrouw maakt. Niet de innerlijke en uiterlijke harmonie, het psychische en geestelijke wezen in de vrouw komt in de kleeding tot uiting, maar wel beijvert de mode zich de intieme lichamelijkebekoorlijkhedender vrouw aan te prijzen en te laten uitkomen, zoo, dat ieders aandacht er dadelijk bij wordt bepaald, dat zij lichamelijk over de middelen beschikt, die haar als geslachtswezen bruikbaar maken. De mode verlaagt de vrouw door dit alles tot een levende reclamezuil der zinnelijkheid.

66. De Mode, Misdadigster jegens het Vrouwenschoon.66. De Mode, Misdadigster jegens het Vrouwenschoon.Fransche karikatuur van Aug. Rassenfosse, 1896.

66. De Mode, Misdadigster jegens het Vrouwenschoon.

Fransche karikatuur van Aug. Rassenfosse, 1896.

En doordat de mode om haar doel te bereiken gedurig moet zoeken naar iets nieuws dat opzien verwekt, maakt zij de vrouw van tijd tot tijd tot een afzichtelijk monster, dat eer schrik aanjaagt dan bekoring uitoefent.

De mode heeft de vrouw nooit anders dan misvormd en daarvan ook in ruime mate blijvende sporen nagelaten. Iedere modegril is een nieuwe zonde tegen de natuurlijke schoonheid. Altijd zoekt de mode het in het abnormale, dwaze en onredelijke. Dit geldt zoowel van de constante plaatselijke of nationale modedrachten—met eenige weinige uitzonderingen—als van de zeer veranderlijke grootsteedsche en mondaine modes. Wat de mode dicteert is als regel onnatuurlijk en in zijn zotte onzinnigheid belachelijk.

Niets bijvoorbeeld is schooner en heerlijker dan de blos der gezondheid, het frissche bloeiende rood der wangen. De mode veracht die natuurlijke schoonheid, en verklaart haar voor ordinair, boersch, de eerste de beste boerin ziet er immers ook zoo uit! En bovendien, de dame, die in de wereld verkeert, zich angstvallig wacht voor elke inspanning, in de salons haar leven slijt en meer kunstlicht dan daglicht ziet, kan onmogelijk anders dan vale, bleeke wangen hebben. De mode weet echter raad, zij verklaart de bleeke, vale tint, waarmee boudoir, salon en balzaal het aangezicht kenteekenen, voor voornaam, deftig en interessant. Zoo wordt het ziekteverschijnsel tot schoonheidsregel verheven en de kleur der gezondheid wordt veracht, geschuwd, zelfs kunstmatigverwijderd en vervangen door de doodsch-vale modekleur. Bleekheid wordt interessant en pikant, zij schijnt te spreken van smachtend verlangen en aan de liefde gewijde nachten. En als de bleekheid niet vanzelf wil komen, dan wordt zij kunstmatig op het aangezicht gebracht.

Op dezelfde wijze heeft de mode bij elk deel van het vrouwelijk lichaam als met voorbedachten rade gestreefd naar ontaarding en misvorming. Van den schedel tot aan de voeten heeft zij de vrouw verminkt, van haar natuurlijk schoon beroofd en voor het geroofde ergerlijke reclame-achtige surrogaten in de plaats gesteld.

67. De Vrouw en de Pauw.67. De Vrouw en de Pauw.Illustratie uit “De levensgeschiedenis van den beroemden fabeldichter Esopus”, Ulm, 1475.

67. De Vrouw en de Pauw.

Illustratie uit “De levensgeschiedenis van den beroemden fabeldichter Esopus”, Ulm, 1475.

Bepalen wij ons een oogenblik bij den voet. De voet is een der meest delicate schoonheden van het vrouwelijk lichaam. De heerlijke volmaaktheid van dit lichaamsdeel maakt het tot een klein scheppingswonder op zichzelf. De voet is echter niet uitsluitend sieraad, hij heeft een functie, en deze is, het geheele lichaam een bevallige en vlugge bewegelijkheid te verleenen—zonder krachtigen voet geen gracieusen en zekeren gang. Nu geldt terecht een kleine voet als schoon. Maar de mode, wier wezen bestaat in karikatuur-achtige overdrijving, is niet tevreden met klein; schoonheid moet niet twijfelachtig zijn, maar zich duidelijk manifesteeren. De voet moet derhalve niet slechts klein zijn, maar zeer klein, abnormaal, wanstaltig klein. Zoo luidt de wet der mode voor alle vrouwen en naar het schijnt voor alle tijden. En negen tienden der vrouwen wringen haar leven lang haar voeten in te kleine schoenen, waarin de voeten zoo onnatuurlijk worden samengeperst, dat het eenvoudig onmogelijk is behoorlijk rechtop te staan, om maar niet te spreken van een paar uur flink loopen. Zoo verandert de sierlijke rythmus van het gaan in een onbeholpen, erbarmelijk gewaggel in eendachtige lompheid. En deze inbreuk op de harmonische schoonheid is nog hetgeringstenadeel, want de onmogelijkheid, behoorlijk te kunnen loopen, is vrij wat ernstiger. Maar, zoo fluistert deverdwaasdemode, waarom behoefteen dame eigenlijk te loopen? En zij troost haar verminkte slachtoffers met de dwaasheid, dat toeren te voet voor een dame ongepast en onbetamelijk zijn. Er zijn zelfs tijden geweest, dat loopen voor een vrouw ronduit onfatsoenlijk werd genoemd. Abnormaal kleine voeten getuigen er tevens van, dat de bezitster zich de weelde heeft kunnen verlooven zich van het vermogen van het gaan te berooven—daarom zijn zulke verminkte voeten tevens het symbool geworden van maatschappelijke voornaamheid, waardoor men zich nog met des te vuriger ijver aan deze zelfverminking overgeeft.

Zoo zijn er nog tallooze mode-dwaasheden, waardoor het vrouwenschoon voor altijd wordt vernietigd. Het lichaam van iedere vrouw, die bij voortduring concessies doet aan de Draconische wetten der mode, vertoont onuitwischbare sporen van de aangerichte verwoesting—ze is in den volsten zin des woords voor haar gansche leven geteekend. Aan de voeten liggen de teenen niet meer regelmatig naast elkander, maar ze zijn tot een afzichtelijk kluwen over elkaar gewrongen. En dan de taille-snoering! Deze vult dag aan dag de ziekenkamers en de zalen der vrouwenklinieken met een talloos leger van slachtoffers, die allen met de afschuwelijke insnoering van het corset, het Kaïnsteeken der mode, zijn gestriemd.

Hierbij schijnt het inderdaad, of een booze geest een afschuwelijk spel van dwaasheden drijft met de vrouw. De grootste trots en het schoonste sieraad van het opgroeiend meisje zijn hare borsten. Honderden hoogstaande vrouwen hebben ons dit geheime welgevallen geschetst. Vol schuchterheid ontwaart zij de eerste ronding, met onschuldig welbehagen volgt zij den langzamen aanwas, en met klimmende verrukking ziet zij de beide halfronden van vrouwelijke heerlijkheid zich verheffen in maagdelijke volheid. Ze weet instinctief, dat dit het verhevenste sieraad is van de jonge vrouw, dat het haar dagelijks begeerlijker maakt voor den geliefde. En hoewel ze dit alles gevoelt en weet, toch snoert zij zich in en perst zich ineen, dag aan dag, week aan week. Het onvermijdelijk gevolg blijft niet uit en doet zich weldra gevoelen. Zij voelt de vastheid en elasticiteit van den mishandelden jongen boezem verminderen en verdwijnen, nog vóór hij zich in volrijpe schoonheid heeft kunnen ontplooien. Maar zij gaat door met zich in te snoeren—de mode gebiedt het. En zij troost zich met de drogreden, dat men het immers toch niet ziet. De ergerlijke, ja misdadige zotternij van de mode springt hier wel het duidelijkst in het oog: om den schijn van schoonheid van een jongen boezem te fingeeren, wordt de werkelijk bestaande schoonheid verwoest. Dit staat inderdaad gelijk met den leugen te verkiezen boven de waarheid, uit louter lust tot liegen. Het is de werkelijkheid prijsgeven en opofferen voor iets wat diezelfde werkelijkheid verzwakt nabootst.

Zoo is de mode de boosaardigste vijandin, die de vrouwenwereld heeft en tevens de meest bedriegelijke schijnvriendin.

Maar in weerwil van dat alles schijnt de heerschappij van de mode nog ongeschokt, neen, zich nog altijd hechter te vestigen.

Andromeda door Perseus bevrijd.Andromeda door Perseus bevrijd.Naar de schilderij van Guiseppe Cesari dʼArpino (1560–1640), Keizerlijk Museum, Weenen.Phot. Bruckmann, München.

Andromeda door Perseus bevrijd.

Naar de schilderij van Guiseppe Cesari dʼArpino (1560–1640), Keizerlijk Museum, Weenen.

Phot. Bruckmann, München.

De reden daarvan is, dat zij de vindingrijkste en meest succesvolle bondgenoote is van de vrouw in haar strijd om het bestaan. Daardoor kan de mode de gansche vrouwenwereld slaafsch aan zich onderwerpen en oppermachtig over haar heerschen als een despotieke gebiedster, die geenerlei inbreuk op haar tiranieke wetten duldt.

Het hoofddoel der kleeding is voor de vrouw zinnelijk begeerlijk te zijn. Zinnelijk nu werken op den gezonden doorsnee-man van nature die vormen, die getuigen van bijzondere geschiktheid voor de functie, die aan de vrouw is toebedeeld: een breed bekken en weelderige borsten. Een breed bekken verzekert een krachtige ontwikkeling van het wordende kind, en een goed-ontwikkelde boezem belooft voor dat kind een overvloedige voedselbron te zijn. De kleeding moet de vrouw daarbij te hulp komen, zij moet de vormen in de gewenschte richting corrigeeren. Om die reden is de vrouwenkleeding in hoofdzaak een erotisch probleem, dat de mode ten koste desnoods van alles, helpt oplossen.

De mode streeft volstrekt niet, wij zeiden het reeds, naar schoonheid; zij streeft alleen naar het telkens weer op nieuwe manier versterken der zinnelijke bekoring van de vrouw. Het is een dwaling te meenen, dat de mode dwaas is; zij doet alleen dwaas voor zoover dit ter bereiking harer oogmerken noodig is. Hare dwaasheid is berekend. Hare buitensporigheden zijn wel overwogen. Er heerscht in het rijk der mode allerminst willekeur, niet de caprice roept modes in het leven, maar de eisch der strengste doelmatigheid. De mode is dwaas uit overleg, en met volmaakte kennis van de zwakke punten van den tegenstander. De dwaasheden der mode blameeren minder de vrouw, dan den man; zij getuigen niet van voorliefde voor het dwaze bij de vrouw, maar bij den man. Want de mode kleedt de vrouw alleen hierom dwaas, wijl dit het welslagen van het beoogde doel verzekert.

68. Venus Kallipygos.68. Venus Kallipygos.Grieksche kunst; Museo Nazionale, Napels.

68. Venus Kallipygos.

Grieksche kunst; Museo Nazionale, Napels.

In de mode heerscht niet het toeval, evenmin de gril van het oogenblik; alles in de mode is nuchteren berekening, vooral hare vermeende onbestendigheid. In die onbestendigheid toch ligt voor een belangrijk gedeelte het geheim van haar succes. De mode immers bedoelt aandacht te trekken. Het meest trekt de aandacht het nieuwe. Daarom, ieder oogenblik wat nieuws, ieder seizoen nieuwe vormen, om het der vrouw mogelijk te maken in steeds nieuwe combinaties al hare bekoorlijkheden en al hare lichamelijke, geestelijke en materieele eigenschappen en bezittingen ten toon te spreiden. Zoo is de mode veranderlijk niet uit grilligheid, maar uit berekening. Als de zinnelijke bekoring eener modedracht begint te verminderen, dan heeft de mode al weer een nieuwe gereed, Zoo vult zij de “beschaafde” wereld aanhoudend met nieuwe vrouwen, die er geheel anders uitzien dan die van gisteren, en waarvan weer opnieuw het maximum van zinnelijke lokking uitgaat.

Hoe ten volle mode en kleeding in directen dienst staan der zinnelijkheid blijkt allereerst uit het antwoord op de vraag, waar de modes eigenlijk vandaan komen. Hieromtrent worden wij voldoende ingelicht door de zedemeestersvan alle tijden. Steeds hooren wij dezen in alle toonaarden jammeren en met de grootste zedelijke verontwaardiging ontsteld verzekeren, dat de meeste en succesvolste scheppingen der mode door de beroepspriesteressen van Venus zijn uitgedacht. Deze bewering is volkomen juist, het bewijs er voor is zonder eenige moeite te leveren. Maar in het feit zelf ligt niets verwonderlijks, het is een zeer natuurlijk en volkomen logisch gevolg van het bovengeschetste doel van de kleeding. Het is de dagelijks en ieder uur beoefende taak der bedoelde priesteressen van Venus: geslachtswerktuig en niets anders dan dat te zijn; om goede zaken te maken zijn zij gedwongen op het geraffineerdst te werk te gaan. Omdat haar geest zich daar voortdurend bij moet bepalen, vinden zij natuurlijk de beste oplossingen van de vraag: hoe met de kleeding de krachtigste bekoring uit te oefenen en zij zijn steeds de eersten om de uitwerking van nieuwe vindingen te beproeven. Het succes dat deze klasse van vrouwen daarmee heeft, blijft bij de rest niet onopgemerkt en ook der op eerbaarheid gestelde vrouw blijft niets over dan het voorbeeld te volgen, willen zij niet riskeeren in de niets ontziende concurrentie ten onder te gaan, d. w. z. over het hoofd gezien en terzijde geschoven te worden.

Het is de taak der mode, haar eenige taak eigenlijk, de geslachtsverschillen te laten uitkomen, op hunne aanwezigheid opmerkzaam te maken, alle lijnen, die sexeverschillen markeeren, als te onderstreepen en zoo noodig te corrigeeren.

Voor het blanke menschenras is de boezem het voornaamste uiterlijke geslachtskenmerk der vrouw. Daarvan gaat naar den man de krachtigste bekoring uit. Stratz merkt terecht hieromtrent op: “Bijzonder sterk en eigenaardig is de bekoring, die de vrouwelijke borsten op ons uitoefenen. Terwijl de natuurvolken daarvoor ten eenenmale onverschillig zijn en zelfs bij de Japanners en Chineezen, die toch ook geheel bekleed gaan, de boezem geen zinnelijke beteekenis schijnt te hebben, zijn de borsten bij de op hoogeren trap staande volken van het Kaukasische ras het zinnebeeld der vrouwelijkeaantrekkingskracht geworden en zij gelden, als zij goed zijn ontwikkeld, als het hoogste sieraad van het vrouwelijk lichaam.”

69. Duitsche Vrouwendracht omstreeks 1520; dezelfde Ontkleed.69. Duitsche Vrouwendracht omstreeks 1520; dezelfde Ontkleed.C. H. Stratz, “Frauenkleidung”

69. Duitsche Vrouwendracht omstreeks 1520; dezelfde Ontkleed.

C. H. Stratz, “Frauenkleidung”

Naar een teekening van Hans Holbein den Jongere (1497–1543), Museum, Bazel. Natuurlijk is dit de mode niet onbekend. Zij maakt integendeel het meeste werk van den boezem. Hare vernuftigste en meest geraffineerde scheppingen gelden altijd den boezem. Zij doet de middelen aan de hand om deze al of niet voorhanden schoonheid op het duidelijkst te laten uitkomen, en waar ze geheel ontbreekt, ze voor te wenden. Dit begint al bij het jonge meisje, want een vroege krachtige ontwikkeling van de buste heeft ten alle tijde gegolden voor een benijdenswaardig geschenk der natuur. Het tot puberteit komende meisje vestigt met haar kleeding dan ook het eerst de aandacht op haar boezem; daarmee opent zij haar lijdelijk offensief tegen de mannenwereld; met den boezem begint het tentoonstellen der vrouwelijkheid. En van dat oogenblik blijft steeds de boezem de stelling van waar uit de erotische strijd wordt gevoerd, het geheele leven door, tot in den ouderdom toe. Nog altijd een mooien gevulden, weelderigen boezem te hebben, dat is de grootste triumf der volrijpe vrouw. En wijl hetde mode nooit te doen is om werkelijkheid, maar alleen om schijn, en zij met de werkelijkheid zelfs geen rekening wenscht te houden, verwoest zij, naar we boven zagen, eerst de werkelijkheid, om vervolgens met schijn het door haar vernielde weer aan te vullen. Zij handelt als een berekenend speculant, die kunstmatig gebrek schept om zich een vlotter afzetgebied te verzekeren. Alle mode is voor de ontwerpers trouwens niets dan koopmanschap.

Vandaar is dus het verlokkend presenteeren van den boezem ten allen tijde het voornaamste probleem geweest, dat de mode zich ter oplossing zag voorgelegd. En zij heeft dat probleem in den loop der tijden op honderden verschillende manieren weten op te lossen. Het liefst, wijl het meeste effect verzekerend, bedient zij zich daarbij van gedeeltelijke ontblooting, de decolletage. Het decolleté bedoelt niets anders, dan bekoring uit te oefenen op den man. Wel oefent het bekleede lichaam krachtiger erotische aantrekking uit dan het naakte lichaam. Maar bij het decolleteeren staat men voor een dier gecompliceerde gevallen, die aan toepassing der homeopathie doen denken. Zoo blijft er voor den leugenaar als laatste middel over om te misleiden: de waarheid te zeggen, wijl niemand die dan van hem gelooft. Langs een gelijksoortigen omweg gaat de erotische bekoring met behulp van decolleté. Het bekleede lichaam werkt op den Europeeschen mensch veel zinnelijker, dan het naakte lichaam. Door de bekleeding is in de plaats van de onverschilligheid der wilden voor het alledaagsche naakte een brandende nieuwsgierigheid gekomen voor het zich in kleederen verbergende lichaam. Treffend zou dit blijken als een vrouw in negligé, maar geheel bekleed, zich op straat zou begeven in gezelschap van een andere met ontbloote armen, beenen enz.—aller blikken zouden zich wenden naar het negligé, de slechts gedeeltelijk bekleede gezellin zou ternauwernood worden opgemerkt.

Het bekleede lichaam prikkelt de phantasie, die, eenmaal aan het werk, zich het verborgene en onbekende in de gloeiendste en heerlijkste kleuren afmaait. De steeds weer opnieuw opgewekte nieuwsgierigheid en de steeds opnieuw in werking gebrachte verbeelding verschaffen het bekleede lichaam een nimmer verzwakkende zinnelijke bekoring. Het decolleteeren nu schijnt een tegemoetkoming aan deze nieuwsgierigheid. Niet echter om die nieuwsgierigheid te bevredigen—daarmee ware niets gewonnen—maar integendeel om haar nog sterker te prikkelen.

Zoo blijkt uit het decolleté hoe diep en hoe grondig de mode zich in het haar ter oplossing gegeven thema heeft ingedacht. Zij maakt met de strategie van een wereldveroverend veldheer geniaal gebruik van elke voor de hand liggende en meer nog van elke niet voor de hand liggende gunstige omstandigheid. Met de decolletage benut zij het feit, dat gedeeltelijke en beperkte tegemoetkoming niet leidt tot bevrediging der nieuwsgierigheid, maar tot nog grootere nieuwsgierigheid: zij exploiteert met de ten deele ontbloote boezems met weergalooze handigheid het verschijnsel, dat een enkel woord van een geheim de nieuwsgierigheid om alles te weten opvoert tot de uiterste grens van spanning.

Psyche ontvangt de eerste kus van Amor.Psyche ontvangt de eerste kus van Amor.Naar de schilderij van François Pascal Gérard (1770–1837), Louvre, Parijs.N. Photogr. Gesellschaft, Berlijn.

Psyche ontvangt de eerste kus van Amor.

Naar de schilderij van François Pascal Gérard (1770–1837), Louvre, Parijs.

N. Photogr. Gesellschaft, Berlijn.

Dat het decolleteeren geen ander dan het hier geschetste doel beoogt, en dat men dit ten allen tijde ook zeer goed geweten heeft, valt direct te bewijzen met tal van verbodsbepalingen dienaangaande. Zoo waren er in tijden, waarin het decolleté niet alleen binnenshuis maar ook daarbuiten mode was, veelal allerlei voorschriften, hetzij wettelijke verordeningen, hetzij decreeten van den goeden toon, die de aanwending van dit lokmiddel aan zekere regelen onderwierpen. Herhaaldelijk komt men daarbij voorschriften tegen die aan ongehuwde vrouwen een lager decolleté toestaan dan aan getrouwde vrouwen. Weduwen worden dan in dit opzicht als gehuwd aangemerkt totdat de wettelijke termijn, binnen welke zij geen nieuw huwelijk mochten aangaan, verstreken was. Daarna mochten zij zich weer decolleteeren als jonge meisjes. Met deze regeling werd natuurlijk zonder meer erkend, dat het decolleté mannenvangst beoogde, en dat dit recht eigenlijk alleen aan ongehuwde vrouwen toekwam.

De bedoeling van het decolleté is ontegenzeggelijk alleen deze, den boezem prijs te geven aan de blikken der mannen teneinde zinnelijke bekoring uit te oefenen. Of daarbij precies doelbewust dan wel werktuigelijk en uit navolgingssleur wordt gehandeld, is natuurlijk vrijwel om het even.

Nu laat de zinnelijkheid zich het allerminst bekoren door openlijk vertoon, zonder meer. Er is een vorm van decolleté, die slechts weinig bekoort en waarbij de bekorende kracht in elk geval slechts van korten duur is: het toonen van den boezem in zijn eenvoudige naaktheid, zooals men het gezicht en de handen bloot laat. Er zijn tijden geweest, waarin dit de mode was. En steeds bleek dan, dat er in een ommezien van tijd ook van dit, als kostbaarste sieraad der vrouw en als het heerlijkst erotisch wonder der schepping zoo vaak bezongen uitgangspunt van zinnelijke aantrekkingskracht, niet meer bekoring uitging, dan van gezicht of handen. Naaktheid heeft geen blijvende bekoorlijkheid. Deze vorm van decolleté beantwoordde dan ook allerminst aan het gestelde doel en is dan ook waarschijnlijk zelden of nooit als direct middel ter bekoring bedoeld. Daarvoor zijn een menigte andere manieren van ontblooting uitgedacht—gedeeltelijke ontblooting, waarbij het zichtbaar gedeelte de nieuwsgierigheid naar de rest had te prikkelen; en de bedekte ontblooting, waarbij het kleed los den boezem bedekte en op elk gewenscht oogenblik opengeworpen kon worden, evenals de rok kan worden opgenomen om het been te toonen.

Zoo heeft het decolleté zoolang de mode de vrouwenkleeding beheerscht, regelmatig heen en weer geschommeld tusschen een minimale en een maximale ontblooting. Bij dat maximum werd het kleed zoover opengelegd, dat vrijwel de geheele voorkant van het bovenlichaam aan de blikken werd prijsgegeven. Koningin Isabella van Beieren bracht in de 16e eeuw een mode in zwang, waarbij het kleed van den hals tot aan den middel openhing, en aan haar hof moet deze mode onmiddellijk met een waren hartstocht zijn aangenomen. In de 16eeeuw heerschte deze mode herhaaldelijk en er werden toen nog allerleimiddelen bedacht, om het erotisch effect nog te verhoogen: rondom de borsten werden schitterende versierselen gelegd; ook werden wel beide tepels verbonden door met diamanten bezette borstketens.

Van langen duur zijn zulke modes echter nimmer geweest. Tegen een zoo ver en zoo consequent doorgevoerden zin voor openbaarheid staken steeds onmiddellijk zware stormen van oppositie op. En wel uit de vrouwenwereld zelf. Misschien uit mededoogen met de bedreigde zedelijkheid. Vermoedelijk en waarschijnlijk echter om nog een andere reden, die dan tevens de eigenlijke reden was. Een zoo ver gaand decolleté konden natuurlijk slechts de zeer weinige zeer ruim met boezemschoon bedeelde vrouwen zich veroorloven. Zij die op dit punt niet bijzonder op de vrijgevigheid der natuur hadden te roemen of die reeds tot meer respectabelen dan bekoorlijken leeftijd waren geklommen, gevoelden jegens zulke modes heel gauw onoverkomelijke “gemoedsbezwaren”, die zich dan lucht gaven in een categorisch non possumus. Deze categorie van vrouwen nu maakt ten allen tijde de groote meerderheid uit en door haar aantal reeds weten zij dan weldra een haar zoozeer ongunstige en dus onwelgevallige mode in miscrediet te brengen.

70. Duitsche Kleederdrachten der 16e Eeuw.70. Duitsche Kleederdrachten der 16e Eeuw.Gravure van H. Aldegrever (1502–1560).

70. Duitsche Kleederdrachten der 16e Eeuw.

Gravure van H. Aldegrever (1502–1560).

De allereerste eisch voor een mode om wat haar hoofdlijnen betreft langen tijd te kunnen heerschen is, dat zij alle vrouwen in staat stelt erotische aantrekking uit te oefenen. Een mode, die de volle werkelijkheid onthult, voldoet wel het minst aan dien eisch. Haar bestaan is daarom altijd van korten duur. En de mode is daar om alle vrouwen in den strijd om het sexueel bestaan een kans te geven. Om die reden schommelde het decolleté meestal tusschen grenzen, waarbij de mannelijke nieuwsgierigheid in voldoende mate geprikkeld werd, zonder dat omtrent de werkelijkheid iets bepaalds viel waar te nemen, en die elke mogelijkheid openlieten om de natuur te corrigeerenen aan te vullen naar den eisch van het schoonheidsideaal van den dag.

De mode heeft het van tijd tot tijd ook wenschelijk en voor haar doel nuttig geacht heel niet te decolleteeren, tenminste in het openbaar. Zoo is het geweest in ongeveer de geheele 19e eeuw. Maar nooit werd daarmee dan tevens het werken met de erotische bekoring van den boezem prijsgegeven. Integendeel, het probleem werd dan in tegenovergestelde richting even bevredigend opgelost. Wat getoond moest worden bleef angstvallig bedekt, maar daarbij werd even angstvallig zorg gedragen, dat het verborgene zijn aanwezigheid even duidelijk verried als wanneer het onbedekt ware gelaten. Het beginsel, waardoor de mode zich bij het oplossen van dit ingewikkelde vraagstuk liet leiden, was dit: de vrouw moet geheel bekleed zijn en toch het effect maken van niet bekleed te zijn. Hoe weergaloos geniaal dit schijnbaar absurde probleem is opgelost, daarvan getuigen heele reeksen van modes uit den modernen tijd. Het meerendeel der moderne vrouwenmodes, waarbij letterlijk niets onbedekt wordt gelaten, maakt niettemin een veel zinnelijker effect dan vele openlijk losbandige modes uit vroegere tijden met al hare verregaande ontblootingen, en zij zijn samen te vatten in de formule: in kleederen naakt.

71. Welgestelde Nederlandsche omstreeks 1630.71. Welgestelde Nederlandsche omstreeks 1630.Naar Abraham Bosse (1610–1678).C. H. Stratz “Frauenkleidung”.

71. Welgestelde Nederlandsche omstreeks 1630.

Naar Abraham Bosse (1610–1678).

C. H. Stratz “Frauenkleidung”.

Niet minder merkwaardig is het spel, dat de mode in den loop des tijds heeft gedreven met de bekleeding van het onderlichaam, den rok. Bij dit kleedingstuk, dat een heele reeks bekoorlijkheden drastisch moet demonstreeren, komt in alle tijden nog duidelijker uit, dat het hoofddoel der vrouwelijke kleeding is: zinnelijke bekoring uit te oefenen op de andere sexe en der vrouw de jacht op den man te vergemakkelijken. Het pronken met den boezem laat nog plaats voor andere opvattingen; de boezem der vrouw is van majestueuse schoonheid, zijn aanblik kan verheven gedachten wekken, waaraan zinnelijkheid vreemd is. Maar de bekoorlijkheden waar de rok de aandacht der andere sexe bij heeft te bepalen, zijn van geheel anderen, van direct en uitsluitend zinnelijken aard. De rok heeft der mode tenallen tijde groote moeilijkheden bereid. Met eenvoudige niet-bedekking kon hier gevoegelijk niet worden gewerkt. Daarom zocht men het steeds in het opzichtige en buitensporige, en de meeste en allerergste modedwaasheden betreffen dan ook den rok.

De meest in het oog springende dwaasheden, die met den vrouwenrok alzoo zijn begaan, bestaan in zijn buitensporige verlenging, zijn buitensporige verwijding en zijn buitensporige vernauwing. Buitensporige verkorting is daarentegen ondoelmatig gebleken.

Het zoeken van de mode, om het erotisch probleem van den rok op te lossen in diens lengte, heeft als uiterste opgeleverd den rok met sleep. De sleep is telkens, als de mode hem invoerde, langen tijd in zwang gebleven. Hij beantwoordde niet alleen aan de eerste eischen, die de mode stelt aan ieder kleedingstuk van de vrouw, maar hij bleek tevens uitermate geschikt om hem te laten getuigen van den welstand der draagster. De sleep toch belet elke vrije beweging. Alleen rijke en voorname vrouwen kunnen zich de weelde veroorloven kleederen te dragen die dwingen tot nietsdoen, en als met geweld tot welke bezigheid ook, ongeschikt maken. Een sleep met zich mee te voeren gaf dus rijkdom, macht, aanzien te kennen. Zoo was de sleep het symbool van voornaamheid en deftigheid. En hij beantwoordde tevens bij uitstek aan het hoofddoel, dat met elk kleedingstuk der vrouw in de eerste plaats wordt beoogd. Hoe langer de rok is, des te vaker ziet de vrouw zich gedwongen hem op te nemen, en des te hooger ook moet hij worden opgenomen. Er is geen beter voorwendsel om op ongezocht schijnende wijze de beenen te toonen, dan te lange rokken te dragen. Bij den sleeprok heeft de vindingrijke mode dus de omgekeerde methode te baat genomen als bij den boezem: zij ontbloot niet, maar geeft te veel, en schept daardoor de “noodzakelijkheid” dat te veel ieder oogenblik buiten werking te stellen. Of en wanneer die noodzakelijkheid zich voordoet, daarover beslist de draagster, en natuurlijk valt dan die noodzakelijkheid telkens zeer opmerkelijk samen met de directe utiliteit dier manœuvre.

Uit een en ander valt zonder veel moeite de conclusie te trekken, dat het stelselmatig en overdreven angstvallig verbergen der beenen door de vrouwenkleeding niet geschiedt ter wille der schaamachtigheid, die delicate intimiteiten aan het gezicht zoekt te onttrekken, maar juist ter wille van het tegendeel. Men bedekt overdreven om voorwendsels aan de hand te doen tot onthulling en dat juist dan te doen als daarvan effect mag worden verwacht. Vandaar is de korte, voetvrije rok als erotisch lokmiddel veel minder bruikbaar dan de te lange rok, want hij biedt geen gelegenheid tot doeltreffend manœuvreeren.

De oplossing van het probleem door een buitensporig verwijden rok schiep nog meer mogelijkheden om de beenen—niet te bedekken. Deze vorm van rokken is vooral in de 18een 19eeeuw onder de benamingen hoepel-, baleinrok en crinoline in de mode geweest. Deze rokken komen ons heden verregaand afschuwelijk voor. Zij maakten de vrouwen tot wangedrochten. Maar dat zijzoo lang in de mode bleven bewijst op zichzelf reeds, dat zij niettemin volkomen beantwoordden aan hun doel.

Alles IJdelheid.Alles IJdelheid.Naar de schilderij van Tiziano Vecelli (Titiaan, 1477–1576), Gall. dellʼAcc. di S. Luca, Rome.Photo Alinari, Florence.

Alles IJdelheid.

Naar de schilderij van Tiziano Vecelli (Titiaan, 1477–1576), Gall. dellʼAcc. di S. Luca, Rome.

Photo Alinari, Florence.

Zooals van zoovele buitensporigheden der mode, wordt de uitvinding van den wijduitstaande rok toegeschreven aan een vorstelijke minnares, en wel aan mevr. de Montespan. Als bewijs daarvoor beroept men zich op een brief van hertogin Elisabeth Charlotte van 22 Juli 1718, waarin het heet: “Madame de Montespan heeft den hoepelrok uitgevonden om te verbergen dat zij zwanger was (de Montespan stierf in 1707). Want telkens als zij dien rok aanhad was het alsof op haar voorhoofd stond geschreven dat zij weer zwanger was; ten hove zeide men dan tegen elkander: Madame de Montespan draagt haar hoepelrok, ze is dus weer zwanger. Ik geloof echter, dat zij zich maar zoo hield in de hoop weer wat meer consideratie te ondervinden.”

Dat de wijde rok niet is uitgevonden door Mevr. de Montespan blijkt evenwel ten duidelijkste hieruit, dat zulke rokken veel vroeger reeds in Engeland gedragen werden. Daarentegen is het niet onwaarschijnlijk, dat er datgene mee werd beoogd, wat in bovenaangehaald citaat aan de minnares van Lodewijk XIV werd toegedicht: zwangerschap te verbergen. Reeds hierom is dit waarschijnlijk wijl in dien dartelen tijd ongeveer elke dame zich dagelijks aan het gevaar eener buitenechtelijke zwangerschap blootstelde, terwijl zwangerschap, zooals gewoonlijk in tijden van zinnelijke ontaarding, als iets belachelijks, als iets doms en bespottelijks gold. Zoodoende was er de dames alles aan gelegen haar fataal malheur op het gladde ijs der galanterie zoo lang mogelijk te verbergen. Hierop zullen wij later ruimschoots gelegenheid hebben uitvoeriger terug te komen.

72. Fransche Hofdame in Crinoline, omstreeks 1760,72. Fransche Hofdame in Crinoline, omstreeks 1760,naar een gravure van J.M. Moreau le jeune (1741–1814).G. H. Stratz, “Frauenkleidung”.

72. Fransche Hofdame in Crinoline, omstreeks 1760,

naar een gravure van J.M. Moreau le jeune (1741–1814).

G. H. Stratz, “Frauenkleidung”.

In elk geval valt hiermee moeilijk te verklaren, dat deze rok, in weerwil van zijn tallooze ongemakken en zijn verregaande leelijkheid, toch tot driemaal toe geruimen tijd in de mode is herrezen. Daarvoor moeten nog andere redenen zijn geweest. En het is niet moeilijk die te ontdekken. De wijd uitstaande stijve rok was een vorm van bedekking, die de vrouwen tot veelvuldige en telkens langdurige en verstgaande onthulling van wat zij niet wenschte te verbergen niet slechts verleidde, maar direct noodzaakte. De hoepelrok-dragende dame moest bij het gaan, door de vele hindernissen die zich daarbij noodzakelijk moesten voordoen, eenige dozijnen keeren per uur zich op de meest drastisch werkende wijze ten toon stellen. Dit beteekende, dat zij even zooveel malen zich de vurig begeerde gelegenheid ongezocht zag geboden om met hare meest intieme bekoorlijkheden op het verleidelijkst te pronken. De constructie dezer rokken was zoo, dat zij als het ware van zelf een zich openend en weer sluitend decolleté van onderen naar boven deden ontstaan.

73. Onderkleeding 18e Eeuw.73. Onderkleeding 18e Eeuw.Detail uit de schilderij “LʼEssai du corset” van P.A. Wille (1748–1815).G.H. Stratz “Frauenkleidung”.

73. Onderkleeding 18e Eeuw.

Detail uit de schilderij “LʼEssai du corset” van P.A. Wille (1748–1815).

G.H. Stratz “Frauenkleidung”.

De voorliefde der vrouwenwereld voor deze gedrochtelijke rokken berustte dus eenvoudig op hunne erotische doelmatigheid. Voor een kleedingstuk, dat haar steeds een als betooverd gevolg van exemplaren der andere sexe garandeert, trotseert de vrouw met vreugde en heroïeke zelfopoffering alle ongemakken, iederen last. En de mode heeft nog geen zekerder werkend toestelkunnen vinden dan deze soort rokken. Zijn zonderlinge vorm moest elk oogenblik onvermijdelijk even zonderlinge ontblootingen, d.w.z. gelegenheden daartoe, veroorzaken. En de noodzakelijke voorwaarde, dat die ontblootingen steeds konden doorgaan vooronopzettelijk, ongewild enongezocht, was daarbij in ruime mate aanwezig. Al die opzettelijke ongelukjes hadden het extra verlokkende en verleidelijke van het toevallige en momenteele. En welke ongehoorde perspectieven de wijduitstaande rok elk oogenblik beloofde, bijvoorbeeld bij het opgaan der trappen, bij het instappen in een rijtuig en bij tallooze andere gelegenheden, kan men zich heden ten dage eerst duidelijk voorstellen als men weet dat in dien tijd van een dessous nog eigenlijk geen sprake was. Onder de baleinrok werd slechts een zeer kort onderrokje gedragen en een pantalon was in de geheele 17een 18eeeuw een diep veracht kleedingstuk. Het gold voor de vrouw als iets zeer onbetamelijks en schandelijks, een pantalon te dragen, deze werd alleen welvoegelijk geacht voor oude vrouwen. Alleen bij het rijden droegen de dames een pantalon. Door dit alles schonkde hoepel- of baleinrok de vrouw de zekerheid, dat ten allen tijde vurige blikken in hoopvolle verwachting op haar waren gevestigd, blikken, die in spanning het oogenblik verbeidden, dat een gelukkig toeval, of een ondeugende streek van den wind de zoozeer begeerde openbaring zou bewerken. Iets pikanters valt trouwens nauwelijks te bedenken. Niet in den roes der overgave, maar in de meest onschuldige en onverwachte situaties en op de meest ongezocht schijnende manieren konden met behulp van dezen rok de intiemste bekoorlijkheden voor een ondeelbaar oogenblik aan de nieuwsgierigen blikken worden prijsgegeven. En deze openbaring van een oogenblik was, naar de ervaring dag aan dag leerde, voldoende om den blik der mannen in den geest ook verder te doen doordringen en hun verbeelding heen te leiden naar het laatste. Het was de tot de uiterste grens opgevoerde tegemoetkoming der vrouw aan de wenschen van den man, de echt vrouwelijk gemaskeerde toenadering, waarbij niets werd nagelaten en toch niets kon worden bewezen en de schijn nog in ten volle bevredigende mate gehandhaafd bleef. De hoepelrok, hoe monsterachtig en hoe wanstaltig ook, hulde de vrouw in een wolk van erotische bekoring met onweerstaanbaar aantrekkend vermogen. Aan den eersten en hoogsten eisch, aan welk kleedingstuk der vrouw ook gesteld, werd door dezen rok op bijna, ideëel volmaakte wijze voldaan. En daarom was hij voor de vrouw een inderdaad ideëel kleedingstuk, een der doelmatigste en dus schoonste geschenken der mode aan de vrouw.

De nauwe rok heeft hetzelfde probleem in tegenovergestelde richting, maar niet minder bevredigend, opgelost. De mode wijzigt zich naar de algemeene inzichten en opvattingen van het oogenblik. In den eenen tijd worden groteske middelen vereischt, in den anderen tijd kan de mode met meer natuurlijke volstaan. Met den nauwen rok wordt niets onthuld en alles getoond. De vormen blijven bedekt, maar het oog kan al hun lijnen volgen, ook de intiemste en meest delicate, niets wordt werkelijk gezien, maar allesvalt te raden; men ziet de werkelijkheid, maar nog gehuld in den sluier der illusie.

Kortgeleden heeft de mode een vergeefsche poging gewaagd, nog een stap verder te gaan, en de vrouwen een kleedingstuk te geven, dat het midden hield tusschen rok en pantalon. Deerotischebekoring, zooals de vrouw die wenscht, bleek van dat kleedingstuk echter gering. Ondanks de grootste reclame is het de mode niet mogen gelukken het ingang te doen vinden.

74. Gesluierde Dame te Constantinopel.74. Gesluierde Dame te Constantinopel.C.H. Stratz, “Frauenkleidung”.

74. Gesluierde Dame te Constantinopel.

C.H. Stratz, “Frauenkleidung”.

Op precies dezelfde manier als de bekleeding met bovenkleeding slechts een middel is om de nieuwsgierigheid naar het verborgene te prikkelen, en die nieuwsgierigheid nog te versterken door gedeeltelijke of momenteele onthullingen—op precies dezelfde manier woekert de mode in de kleeding der vrouw met elk ander kleedingstuk. Ook het schijnbaar geringste en meest ondergeschikte heeft zijn hooge erotische beteekenis en zijn bepaalde erotische functie—van den hoogen hak der schoen (die zelfs een sterk geprononceerde erotische beteekenis heeft, wijl hij het lichaam een stand geeft, waarbij de boezem naar voren en de callipygische heerlijkheden naar achteren zich scherper afteekenen) tot de versierselen van het hoofdhaar, alles staat bij de vrouw in directen en regelrechten dienst der passieve verlokking, alles heeft dit eene doel: de andere sexe toe te roepen: vergeet-mij-niet. Daartegenover staat, dat de vrouw, zoodra zij er zich van bewust wordt dat zij in sexueel opzicht heeft afgedaan, dikwijls volkomen onverschillig wordt voor kleeding en voor allen opschik, endan niet zelden aan de verzorging harer uiterlijke verschijning evenveel te weinig zorg besteedt als vroeger te veel. Dit ligt trouwens in den aard der vrouw, die overhelt tot uitersten.

Io en Zeus.Io en Zeus.Naar de schilderij van Correggio (1494–1534), Kaiser-Friedrich-Museum, Berlijn.Photo Bruckmann, München.

Io en Zeus.

Naar de schilderij van Correggio (1494–1534), Kaiser-Friedrich-Museum, Berlijn.

Photo Bruckmann, München.

Ongeveer altijd kiest de mode een bepaald centrum van bekoorlijkheden van het vrouwelijk lichaam uit, om daarop allermeest de attentie te doen vallen. En heeft zij eenmaal een keus gedaan, dan ontziet zij verder geen middel om haar doel zoo volkomen mogelijk te bereiken. Dat is een kwarteeuw geleden gebleken, toen het een tijdlang de mode was inzonderheid te pronken met callipygische bekoorlijkheden. Met behulp van den cul de Paris of de tournure was toen eensklaps elke vrouw uiterlijk herschapen in een Venus Kallipygos. Deze mode viel ook daarom zoo in den smaak, wijl zij onmiddellijk zoozeer in de gunst viel ook der oudere dames. Het onthaal dat een nieuwe mode vindt, de opgang, dien zij maakt, en de levensduur, die haar is beschoren, hangen in niet geringe mate af van de dames van middelbaren leeftijd; deze toch hebben het vrijwel in haar macht, een mode die haar niet aanstaat, in korten tijd in miscrediet te brengen. En een nieuwe mode staat deze dames het best aan, als zij ook haar eenige gelegenheid biedt om nog eenige laatste triumfen te vieren. En de mode der tournure was haar bijzonder gunstig. Alle schoonheden zijn vergankelijk, enkele der heerlijkste schoonheden bloeien alleen in de jeugd, andere zijn duurzamer, het duurzaamste zijn de bekoorlijkheden van Venus Kallipygos; de volheid dier bekoorlijkheden is op den leeftijd der rijpheid zelfs het grootst. Vandaar de geestdrift waarmee deze mode door de in leeftijd reeds ietwat gevorderde dames geaccepteerd en met alle argumenten—behalve de ware—verdedigd werd.

75. Joodsch Meisje uit Tunis.75. Joodsch Meisje uit Tunis.G.H. Stratz, “Frauenkleidung”.

75. Joodsch Meisje uit Tunis.

G.H. Stratz, “Frauenkleidung”.

Deze mode was zooveel als een omkeering der decolletage. De rol,die anders de borsten speelden, werd nu door haar tegenvoeters vervuld; het uitstralingscentrum van erotische aantrekking was van de noordpool verplaatst naar de zuidpool.

76. Javaansch Keukenmeisje in Sarong.76. Javaansch Keukenmeisje in Sarong.C.H. Stratz, “Frauenkleidung”.

76. Javaansch Keukenmeisje in Sarong.

C.H. Stratz, “Frauenkleidung”.

Wat bij deze wel doeltreffende maar weinig delicate mode eenigszins zou kunnen verwonderen, is dit, dat zij viel midden in een periode van zeer hooggestemde fatsoensbegrippen, waarvan wij in het hoofdstuk over de Sexueele moraal (volgend deel) nader komen te spreken. En in werkelijkheid was de callipygische mode bij het schaamtelooze af indecent; in tweeërlei opzicht zocht zij het lager bij den grond dan de modes, die bij uitnemendheid als onkiesch en onbetamelijk gelden, die namelijk, welke de vrouwen met den ontblooten boezem laten pronken. Weliswaar kan men in het algemeen zeggen, dat het lichaam geen enkele bekoorlijkheid bezit, die op zichzelf verachtelijk of van lagere orde is. Voor callipygische schoonheden behoeft de bezitster zich evenmin te schamen als voor welke andere natuurlijke schoonheid. Maar zoo zeker als dit is, even zeker is het, dat de aard der effecten van alle schoonheden in het minst niet gelijk staat. Het effect van den vrouwelijken boezem kan rein zijn. De boezem is niet slechts het heerlijkst erotisch wonder aan de vrouw, maar tevens het verhevenste erotisch wonder. Hij vertegenwoordigt niet louter het genot, maar hij is ook het symbool van de verheven bestemming der vrouw. Hij getuigt meer nog dan van de heerlijkheid der vrouw, van de gloriën van het moederschap. De equatoriale bekoorlijkheden daarentegen zijn direct en uitsluitend zinnelijk; zij zijn provoceerend erotisch, zij voeren de phantasie zonder omwegen regelrecht heen naar het laatste en vestigen de aandacht zonder meer op de geslachtsgemeenschap. En onder die bekoorlijkheden van lager orde zijn de callipygische ontegenzeggelijk de brutaalste en grofste. Daarmee te pronken iswel de duidelijkste en meest directe provocatie van den erotischen stormloop der mannen, en het minst delicate erotisch gastmaal, dat de mode aan de zinnelijke mannenoogen ooit heeft voorgezet.

77. Javaansche Bruid.77. Javaansche Bruid.Naar een photo in het Ethnographisch Museum te Rotterdam.

77. Javaansche Bruid.

Naar een photo in het Ethnographisch Museum te Rotterdam.

Een der jongste vindingen der altijd met weer nieuwe vindingen verrassende mode is de blouse. Deze heeft weer de algemeene taak zóó te verbergen, dat niets verborgen blijft. Ook de blouse beantwoordt volkomen aan dezen eisch. En wel op zeer bijzondere en zeer geraffineerde wijze. Zij verraadt niet, zooals de bovenkleeding in het algemeen, den plastischen vorm, maar die velerlei kleine verborgenheden en heimelijkheden waarnaar de man zoo nieuwsgierig is en die zijn nieuwsgierigheid, hoe ook bevredigd, altijd weer sterker prikkelen. In de eerste plaats veroorlooft de blouse effectvol te woekeren met de pikante linnen- en kantwonderen, daaronder als in hinderlaag opgesteld. Gelijk het retroussé in staat stelt de met kant afgezette jupon, en van tijd tot tijd zelfs de dartele volants van nog intiemer kleedingstuk hun werk te laten doen, evenzoo is de blouse bestemd met de niet minder pikante ondertaille en verdere chemiserieën te manoeuvreeren.

78. Witgeschminkte Birmaansche Actrice.78. Witgeschminkte Birmaansche Actrice.C.H. Stratz, “Frauenkleidung”.

78. Witgeschminkte Birmaansche Actrice.

C.H. Stratz, “Frauenkleidung”.

De blouse is gedurende haar betrekkelijk kort maar glorierijk bestaan al herhaaldelijk verbeterd en daardoor voor haar edel doel telkens geschikter gemaakt. De laatste vinding is geweest haar laag uit te snijden en de uitsnijding weer te vullen met à jour entredeux, die alles lieten zien wat zij verborgen. Daarmee was met de blouse alles bereikt, wat met haar te bereiken viel. De man kon op zijn gemak alle voor hem zoo interessante en voor de vrouw zoo vleiende waarnemingen ongehinderd doen. Het was als een naar alle regelen der kunst opgemaakte etalage. En waar de draagster het van pas oordeelde eenige toenadering te toonen, daar behoefde zij zich slechts ongezocht een weinig voorover te buigen, om den begunstigde nog meer zekerheid te verschaffen omtrent de hem interesseerende punten. En zulks kon geschieden zonder iets te riskeeren, verdere tegemoetkoming was ook bij den besten wil niet meer doenlijk, want deze blouses hadden en hebben steeds rugsluiting. Dit is echter een voordeel te meer van deze etalageblouse. De heerlijkheden, die de beschouwer te zien krijgt, maken hem door hun onbereikbaarheid nog begeeriger en hongeriger en wekken tenslotte ook den kooplust.

De mode, die de vrouwenwereld tallooze diensten bewijst, is niettemin de boosaardigste en wreedaardigste vijandin van de vrouw,gelijk wij boven al hebben uiteengezet. Met haar voortoovering van schijnschoon heeft zij in ontelbare gevallen wezenlijk schoon voor altijd verwoest. Doch alle strijd tegen de mode is tot dusver nutteloos en doelloos gebleken, en haar almacht over de vrouw is nog altijd ongeschokt, zij is voor iederen strijder een onvatbare vijandin. Op één punt verslagen, herrijst zij als een onsterfelijke fenix onmiddellijk weer uit haar asch. Ook heden nog dient de kleeding in de allereerste plaats erotische doeleinden. Elk vrouwenkleed is er op berekend om den man er toe te brengen in gedachten de draagster te ontkleeden en te genieten. Met haar kleeding wil de groote meerderheid der vrouwen eenvoudig de begeerte der andere sexe wekken, bewust of onbewust (maar meestal bewust), direct gevolg van de wet der passiviteit, die haar een afwachtende houding heeft opgelegd, welke wet zij tegelijkertijd naleeft en overtreedt. Het is pikant en streelend voor de vrouwelijke eigenliefde, zich ten alle tijde door velen bewonderd en in den geest genoten te weten, en dit genot verzekert haar alleen de mode, die daarbij nog de kansen verhoogt op meer tastbare successen.

De vrijheid om met de kleeding erotisch te manœuvreeren is ten allen tijde aangemerkt als een standsvoorrecht. In vroegere tijden werd aan de vrouwen uit het volk eenvoudig verboden zich te kleeden, zooals de vrouwen der hoogere standen. Er zijn tallooze verbodsbepalingen uitgevaardigd, die aan “gewone” vrouwen het dragen van een of ander erotisch zeer effectvol kleedingstuk ontzegden. Nimmer daarentegen is ergens aan de vrouwen het dragen verboden van kleeding die haar verleelijkten en ontsierden. Gelijk de economische machtsmiddelen in het algemeen beschouwd werden als een uitsluitend voor de hoogere standen bestemde gave der natuur, zoo zijn ten allen tijde de erotische machtsmiddelen aangemerkt als het speciale voorrecht van de beter gesitueerde vrouw.

Diana met haar boschnymfen overvallen door Satyrs.Diana met haar boschnymfen overvallen door Satyrs.Naar de schilderij van P.P. Rubens (1577–1640).Photo Bruckmann, München.

Diana met haar boschnymfen overvallen door Satyrs.

Naar de schilderij van P.P. Rubens (1577–1640).

Photo Bruckmann, München.

Met de komst der burgerlijke gelijkheid voor de wet was dit voorrecht niet meer in stand te houden met wettelijke maatregelen. Maar het streven omhet te handhaven bestaat nog evenzeer als voorheen en met andere middelen wordt het dan ook nog evenzeer gehandhaafd als vroeger. Het voornaamste middel daartoe is de kostbaarheid der materialen. Door deze op te voeren tot een zekere hoogte wordt een groot deel der vrouwenwereld van het deelnemen aan den erotischen kruistocht tegen de mannenwereld automatisch uitgesloten. Een tweede middel is de snelle wisseling der mode. Door beide middelen vereenigd beschikt de rijkste steeds over de verst-dragende en nieuwste wapens in den sexueelen strijd.

Een derde middel is nog de zorgvuldige beïnvloeding der kleedingzeden in de richting van het standsvoorrecht. Bij het toepassen van dit middel komt vooral ook de kerk te hulp. De toepassing van het middel ligt opgesloten in de machtspreuk, dat het de meid niet past evenzoo gekleed te gaan als mevrouw. In die formule uit zich niet in de eerste plaats de vrees voor uitwissching der standsgrenzen, maar het bedreigde voorrecht van in erotische kleeding den boventoon te voeren. Angst voor geslachtelijk de mindere te zijn van de maatschappelijk mindere, is er in aan het woord.

In den jongsten tijd is b.v. het gedecolleteerde balkleed beschouwd als de uitrusting, waarop uitsluitend de hoogere standen recht hebben. Het zou de hevigste verontwaardiging wekken, als het dienstmeisje gedecolleteerd naar bals zou gaan, terwijl men het heel natuurlijk vindt dat zelfs jonge meisjes uit eigen kring zich in de meest schaamtelooze drachten voor de mannen te pronk stellen. George Hirth schrijft hieromtrent in zijn werk:Wege zur Kunst: “De kunst, jonge meisjes in gedachten te ontkleeden en te genieten, leert men het best op hof- of dergelijke bals, waarbij voor de vrouwen ontblooting van een groot deel van het bovenlichaam obligatoir is. En het is verbazend, hoe gauw jonge vrouwen der hoogste standen zich met deze voor ons mannen zoo prikkelende tepronkstelling verzoenen. Niettemin zouden diezelfde vrouwen met verachting den neus ophalen, als op bals van het mindere volk de vrouwen een even diepen blik lieten slaan in haar erotische verborgenheden.”

Dat bij de minder welgestelde klassen het decolleté en zoovele andere erotische manoeuvres met de kleeding bijna niet voorkomen, heeft natuurlijk een andere oorzaak, dan dat zij het uitsluitend recht der bemiddelden op het toepassen van deze erotische kunstmiddelen zouden erkennen. De ware oorzaak is, dat deze modes een zeer hoog minimum van luxe in de kleeding vereischen, een luxe die verre boven haar pecunaire draagkracht gaat. De mode is echter een industrie, en als elke industrie streeft zij er voortdurend naar, haar afzetgebied te vergrooten en uit te breiden. En weinige industrieën hebben het zoozeer in haar macht, haar afzetgebied zoo oneindig en nog altijd meer uit te breiden, als de mode. Zoo zij hare wonderproducten slechts financieel binnen het bereik brengt der massa, dan is die massa onmiddellijk bereid die producten te koopen. Veel heeft de mode al in die richting gedaan. Met een variant op een stelling van een vermaard philosoof kan men zeggen, dat met de goedkoopte van de scheppingen der mode alle Chineesche murenvan standsverschil, voor het uiterlijk tenminste, zijn weggevallen. Sinds het meisje uit het volk zich goedkoop naar de mode kan kleeden, is zij een even gedweëe slavin dezer tiranieke heerscheres gebleken, als haar beter met geldelijke middelen toegeruste sexegenooten. Haar offervaardigheid jegens dezen afgod is zelfs nog grooter, want veelal moet zij zich in diens dienst verder nagenoeg alles ontzeggen. Gewillig offert zij hem haar eersten en laatsten stuiver.

De kleeding als uiterlijk kenmerk der sexe is reeds vroeg een onderwerp geweest, waarmee ook de wetgever zich inliet. En daarbij doet zich het eigenaardig verschijnsel voor, dat de wetten zich meer inlieten met den aard der kleeding, dan met het gekleed-zijn zelf. Blijkbaar heeft zich maar hoogstzelden de noodzakelijkheid voorgedaan—en dan nog slechts in enkele alleenstaande gevallen—dat een gemeenschap haar leden de verplichting moest opleggen zich te kleeden. De voordeelen der kleeding in sexueel zoowel als in ander opzicht, zijn ten allen tijde zoo ten volle begrepen, dat alleen dwepers, krankzinnigen en andere geestelijk-abnormalen de voorkeur hebben gegeven aan naakt loopen. Anders schijnt het echter gesteld met de kleederdracht, die voor de eigen sexe de algemeen gebruikelijke was. Ten alle tijde schijnt het noodig te zijn geweest, den mannen te verbieden zich te verkleeden als vrouw, en omgekeerd. Reeds Mozes vaardigde een dusdanig verbod uit: Het kleed eens mans zal niet zijn aan eene vrouw, en een man zal geen vrouwenkleed aantrekken; want al wie zulks doet, is den Heere uwen God een gruwel (Deut. 22: 5).

79. Bacchanten en Faunen.79. Bacchanten en Faunen.Hollandsche kopergravure, 18e eeuw.

79. Bacchanten en Faunen.

Hollandsche kopergravure, 18e eeuw.

80. Zegepraal der Kuischheid.80. Zegepraal der Kuischheid.Naar de schilderij van Lorenzo Lotto (1480–1556), Palazzo Rospigliosi, Rome.Photo Bruckmann, München.

80. Zegepraal der Kuischheid.

Naar de schilderij van Lorenzo Lotto (1480–1556), Palazzo Rospigliosi, Rome.

Photo Bruckmann, München.


Back to IndexNext