Glossarium

GlossariumA. verwijst naar de aanteekeningen.A|B|D|E|F|G|H|I, Y|J|K, Q|L|M|N|O|P|R|S, Z|T|U|V|WAader,260: slagaar, pols?zieslagh-ader.ader-slagh,1691.aen-doen,679: aannemen.aengaen, overkomen,613. —op,1726.aengevochten met droefheyt,10A.aen-leggen, overleggen, inrichten,81A.130.182.aen-nemen, tot zich nemen, ontvangen, accipere,854—aannemen,1411A.aen-schouwen,941.aen-steken met, ontsteken in,1265.aen-vangen, aanvaarden,717.aen-veerden,682:den spinrock, gaan spinnen.aen-voeden, kweken,1022A.aerdigh, bevallig, lief, fraai,138,150,337,1052,1178.aerdsche dal,766,819.aert, natuur, geaardheid, inborst, soort,823,928,1271,1296, wijze,562.aes, voedsel,511.af-breken, doen ophouden,1350.afgesondert,1850: afgescheiden.af-leyden,1312: weg voeren.af-nemen, opmaken, uitlezen,1668.achter, door langs,579,618.achtinge, (in — komen), aanmerking,1911.al, geheel, alle,80,354,1190.al, wel, nu, al,123,147,351,594,826,1127A.,1141,1170,1319,1397,1610: nog al,1930.algelijck, evenzeer,1070. — evenwel,1363.schoon ... al, ofschoon,268,605.al te mael, alles (te zamen),135,645.als, alles,724.ampt, taak,21.anders, voor ’t overige,1800.Bbaey,312.banen, doorploegen,250.bedencken, overwegen,596.in—brengen,833.een in—houden,216.in—komen,1847.bedrijf,126: doen en laten. —755: gerei.bedroufd, droevig,1123,1176,1290.bedroufd syn in,172.beducht, bekommerd,775.began,praes.?,721A.begerigh des,1646.begeven,hem—tot, zich inlaten met,870.begrijp,346.behulp, hulp,206,254,1172,1335.bejagh, handelingen, bedrijf, nering, voordeel,11,62,536,848,1036,1044,1058,1224,1800.bekeyd, verkeerd,170A.bekend,noyt—, ongehoord,700.bekennen, herkennen,860,1575.beklappen, verraden,1219. Kil. deferre; vgl. Mned.bequaem, geschikt,543,636.beleeft, fatsoenlik, innemend,290,303,485,1142.belenden, terechtkomen,296.belet, beletsel,308.bemercken, opmerken,1648,1799.bemoeyen,hem—des,1065.benaeuwen, knellen,1417.benevens, naast, met,332,579.beprouven, ondervinden,763.bericht, lering en oefening,1714.beroeren, ontroeren,504.790: raken;885.beschadigen, kwaad doen,1958.bescheet, bescheid,1533.bescheyden, duidelik te onderscheiden,1763.bescheydentheit, oordeel,1741.bescheyt,met—,256, klaar en duidelik.beschrijven, schriftelik uitnodigen,1421.beseten, in bezit genomen,230.beset, wel overlegd, bedachtzaam,572,1381.besien, opmerken,401,403,405,409.besigh in, druk met,351.ontrent,373.besmetten haer bedde,742.besluyten, opmaken,88,1796.besorgen, zorgen voor,1209.besorght syn, zorg hebben,769.bespreck, overeenkomst,854.bestaen, gaan staan,1278; (iem.) — (als), verwant zijn,1387.besteden in, aanwenden, gebruiken tot,46,918,1798.beste-moeder, grootmoeder,329.beswaerd,1395: bitter.bevallick,893.bevallen,c. dat. pers., goed zijn,498,638A.bevangen(van), overheerst,1385,1649,1750.bevestigen, handhaven, volhouden,1787,1796.bevragen, ondervragen,279.bevrijt met...van,334.bewegen, aandoening,1301. — drijven,893. —, ontroeren,1069; vgl. gewach, Gloss. Gran.bewijzen, tonen,336.bewust, wetende, kennis hebbende,177,1021.by, door,357,731, passim.bidden des,191,1721.bieden(geluck), wensen,734.billick, rechtgeaard,294.binden, samenvoegen, verbinden,1125,1282.binnen-komen, te binnen komen,1688.bysonder, merkwaardig,1814bly van,547.blussen,1118: doen ophouden.bocht, kromming, perk,71,367.bosch,coll.,354.bossen,903.bont-genoot, bondslid,827.bot,op een—, in eens,1679.bouve-jacht, boevetroep,1064; vgl. Hd. Jagd.boven al, voornamelik,81.brant,711: vlam?breet, uitvoerig,103. —, algemeen,1741.breyn,151A.1006.breken,den kop—, inslaan,748.aen stucken—850.broeck,1034A.bruyt-stuck,323A.bucht, beurs,830.buyten, zonder,120.buyten gewoonte, ongewoon,1703.buyten spoor,169,658.buyten-hof, uitspanning,333.Ddaet,in—, werkelik,1331A: innerlik.inder—, juist,1236.metter—, dadelik,499,1258,1279,1422.in volle—, ten volle,1352,1410;583: in werkelikheid.dan,1435.danck,tegen—, zijns ondanks,1166.dapper, snel, krachtig,1068.dat, omdat,24,794.dat jae,1762A.dat neen,1830.delieden beurse,1522A.deerlick, betrokken,269.deerne,1552,1636,1757.deftigh, soliede, degelik, ernstig,659A,683,1525.des, derhalve,57.die,pron.,183,1007. — ... —1954.diefte, diefstal,749,1305.dienen,c. dat., dienstig zijn, passen,587,592.dier, meisje, passim.dicht, gedicht,187.dickmael,109.doen,bystant—,1306.doen,705.als—,1506.doen,remplacerend werkw.,442,1043,1791.dom, onervaren, onnozel,1345.doorsien, doordringen in,1205.doot,1127A.doot,de bleecke—,1312,1322A.: diep ongeluk.draet,op een—weten,93.dragen, voeren,1114. — (tot), koesteren, toedragen aan,1619,1635,1642.hem—, zich gedragen,126. — dulden, lijden,1214.dralen, gedraal,1197.dreyghen,99: voorspellen.dril,1663: trilling, beweging.drillen, sidderen,1218.drouf,1213,1264,1328.druck, verdriet,1118,1335.duyden, strekken,684A.dutten, mijmeren, soezen,379.dwingen, noodzaken,1137.Eechter,1344.edel, voortreffelik, ridderlik,230,1130;1425: —geest, bel esprit. — helt,821. — man, van voorname afkomst,720.eenigh, enkel,920.eens, eenmaal,1201. —805,1327,1399.eensaem, alleen,18,267,355,891. —524: verlaten.eer,723: na.eer,met—,1368.eerbaer, fatsoenlik,955.eerlick,949: deftig.eerst,35: in de eerste plaats.eerste, voornaamste,1336.eertzvaders,1964.eerweerd, edel,1171.eygen, zelfde,149,173,490,599. —, eigenaardig, biezonder,1607,1763.eygentlyck, biezonder,1436.eyntelick,1523.ergh, boos,999.ernst, aandrang, verlangen, drift,190,1093,1267,1273.ernstelick, met aandrang,1719.ervarentheyt, ondervinding,1808,1832,1956.even, even zeer,644. —, juist,1067,1593,1620,1947.even-selfs, insgelijks,234,278.even soo, even wèl,754.even-staegh, voortdurend,166,307,331,1118,1215.

GlossariumA. verwijst naar de aanteekeningen.A|B|D|E|F|G|H|I, Y|J|K, Q|L|M|N|O|P|R|S, Z|T|U|V|WAader,260: slagaar, pols?zieslagh-ader.ader-slagh,1691.aen-doen,679: aannemen.aengaen, overkomen,613. —op,1726.aengevochten met droefheyt,10A.aen-leggen, overleggen, inrichten,81A.130.182.aen-nemen, tot zich nemen, ontvangen, accipere,854—aannemen,1411A.aen-schouwen,941.aen-steken met, ontsteken in,1265.aen-vangen, aanvaarden,717.aen-veerden,682:den spinrock, gaan spinnen.aen-voeden, kweken,1022A.aerdigh, bevallig, lief, fraai,138,150,337,1052,1178.aerdsche dal,766,819.aert, natuur, geaardheid, inborst, soort,823,928,1271,1296, wijze,562.aes, voedsel,511.af-breken, doen ophouden,1350.afgesondert,1850: afgescheiden.af-leyden,1312: weg voeren.af-nemen, opmaken, uitlezen,1668.achter, door langs,579,618.achtinge, (in — komen), aanmerking,1911.al, geheel, alle,80,354,1190.al, wel, nu, al,123,147,351,594,826,1127A.,1141,1170,1319,1397,1610: nog al,1930.algelijck, evenzeer,1070. — evenwel,1363.schoon ... al, ofschoon,268,605.al te mael, alles (te zamen),135,645.als, alles,724.ampt, taak,21.anders, voor ’t overige,1800.Bbaey,312.banen, doorploegen,250.bedencken, overwegen,596.in—brengen,833.een in—houden,216.in—komen,1847.bedrijf,126: doen en laten. —755: gerei.bedroufd, droevig,1123,1176,1290.bedroufd syn in,172.beducht, bekommerd,775.began,praes.?,721A.begerigh des,1646.begeven,hem—tot, zich inlaten met,870.begrijp,346.behulp, hulp,206,254,1172,1335.bejagh, handelingen, bedrijf, nering, voordeel,11,62,536,848,1036,1044,1058,1224,1800.bekeyd, verkeerd,170A.bekend,noyt—, ongehoord,700.bekennen, herkennen,860,1575.beklappen, verraden,1219. Kil. deferre; vgl. Mned.bequaem, geschikt,543,636.beleeft, fatsoenlik, innemend,290,303,485,1142.belenden, terechtkomen,296.belet, beletsel,308.bemercken, opmerken,1648,1799.bemoeyen,hem—des,1065.benaeuwen, knellen,1417.benevens, naast, met,332,579.beprouven, ondervinden,763.bericht, lering en oefening,1714.beroeren, ontroeren,504.790: raken;885.beschadigen, kwaad doen,1958.bescheet, bescheid,1533.bescheyden, duidelik te onderscheiden,1763.bescheydentheit, oordeel,1741.bescheyt,met—,256, klaar en duidelik.beschrijven, schriftelik uitnodigen,1421.beseten, in bezit genomen,230.beset, wel overlegd, bedachtzaam,572,1381.besien, opmerken,401,403,405,409.besigh in, druk met,351.ontrent,373.besmetten haer bedde,742.besluyten, opmaken,88,1796.besorgen, zorgen voor,1209.besorght syn, zorg hebben,769.bespreck, overeenkomst,854.bestaen, gaan staan,1278; (iem.) — (als), verwant zijn,1387.besteden in, aanwenden, gebruiken tot,46,918,1798.beste-moeder, grootmoeder,329.beswaerd,1395: bitter.bevallick,893.bevallen,c. dat. pers., goed zijn,498,638A.bevangen(van), overheerst,1385,1649,1750.bevestigen, handhaven, volhouden,1787,1796.bevragen, ondervragen,279.bevrijt met...van,334.bewegen, aandoening,1301. — drijven,893. —, ontroeren,1069; vgl. gewach, Gloss. Gran.bewijzen, tonen,336.bewust, wetende, kennis hebbende,177,1021.by, door,357,731, passim.bidden des,191,1721.bieden(geluck), wensen,734.billick, rechtgeaard,294.binden, samenvoegen, verbinden,1125,1282.binnen-komen, te binnen komen,1688.bysonder, merkwaardig,1814bly van,547.blussen,1118: doen ophouden.bocht, kromming, perk,71,367.bosch,coll.,354.bossen,903.bont-genoot, bondslid,827.bot,op een—, in eens,1679.bouve-jacht, boevetroep,1064; vgl. Hd. Jagd.boven al, voornamelik,81.brant,711: vlam?breet, uitvoerig,103. —, algemeen,1741.breyn,151A.1006.breken,den kop—, inslaan,748.aen stucken—850.broeck,1034A.bruyt-stuck,323A.bucht, beurs,830.buyten, zonder,120.buyten gewoonte, ongewoon,1703.buyten spoor,169,658.buyten-hof, uitspanning,333.Ddaet,in—, werkelik,1331A: innerlik.inder—, juist,1236.metter—, dadelik,499,1258,1279,1422.in volle—, ten volle,1352,1410;583: in werkelikheid.dan,1435.danck,tegen—, zijns ondanks,1166.dapper, snel, krachtig,1068.dat, omdat,24,794.dat jae,1762A.dat neen,1830.delieden beurse,1522A.deerlick, betrokken,269.deerne,1552,1636,1757.deftigh, soliede, degelik, ernstig,659A,683,1525.des, derhalve,57.die,pron.,183,1007. — ... —1954.diefte, diefstal,749,1305.dienen,c. dat., dienstig zijn, passen,587,592.dier, meisje, passim.dicht, gedicht,187.dickmael,109.doen,bystant—,1306.doen,705.als—,1506.doen,remplacerend werkw.,442,1043,1791.dom, onervaren, onnozel,1345.doorsien, doordringen in,1205.doot,1127A.doot,de bleecke—,1312,1322A.: diep ongeluk.draet,op een—weten,93.dragen, voeren,1114. — (tot), koesteren, toedragen aan,1619,1635,1642.hem—, zich gedragen,126. — dulden, lijden,1214.dralen, gedraal,1197.dreyghen,99: voorspellen.dril,1663: trilling, beweging.drillen, sidderen,1218.drouf,1213,1264,1328.druck, verdriet,1118,1335.duyden, strekken,684A.dutten, mijmeren, soezen,379.dwingen, noodzaken,1137.Eechter,1344.edel, voortreffelik, ridderlik,230,1130;1425: —geest, bel esprit. — helt,821. — man, van voorname afkomst,720.eenigh, enkel,920.eens, eenmaal,1201. —805,1327,1399.eensaem, alleen,18,267,355,891. —524: verlaten.eer,723: na.eer,met—,1368.eerbaer, fatsoenlik,955.eerlick,949: deftig.eerst,35: in de eerste plaats.eerste, voornaamste,1336.eertzvaders,1964.eerweerd, edel,1171.eygen, zelfde,149,173,490,599. —, eigenaardig, biezonder,1607,1763.eygentlyck, biezonder,1436.eyntelick,1523.ergh, boos,999.ernst, aandrang, verlangen, drift,190,1093,1267,1273.ernstelick, met aandrang,1719.ervarentheyt, ondervinding,1808,1832,1956.even, even zeer,644. —, juist,1067,1593,1620,1947.even-selfs, insgelijks,234,278.even soo, even wèl,754.even-staegh, voortdurend,166,307,331,1118,1215.

A. verwijst naar de aanteekeningen.

A|B|D|E|F|G|H|I, Y|J|K, Q|L|M|N|O|P|R|S, Z|T|U|V|W

A|B|D|E|F|G|H|I, Y|J|K, Q|L|M|N|O|P|R|S, Z|T|U|V|W

Aader,260: slagaar, pols?zieslagh-ader.ader-slagh,1691.aen-doen,679: aannemen.aengaen, overkomen,613. —op,1726.aengevochten met droefheyt,10A.aen-leggen, overleggen, inrichten,81A.130.182.aen-nemen, tot zich nemen, ontvangen, accipere,854—aannemen,1411A.aen-schouwen,941.aen-steken met, ontsteken in,1265.aen-vangen, aanvaarden,717.aen-veerden,682:den spinrock, gaan spinnen.aen-voeden, kweken,1022A.aerdigh, bevallig, lief, fraai,138,150,337,1052,1178.aerdsche dal,766,819.aert, natuur, geaardheid, inborst, soort,823,928,1271,1296, wijze,562.aes, voedsel,511.af-breken, doen ophouden,1350.afgesondert,1850: afgescheiden.af-leyden,1312: weg voeren.af-nemen, opmaken, uitlezen,1668.achter, door langs,579,618.achtinge, (in — komen), aanmerking,1911.al, geheel, alle,80,354,1190.al, wel, nu, al,123,147,351,594,826,1127A.,1141,1170,1319,1397,1610: nog al,1930.algelijck, evenzeer,1070. — evenwel,1363.schoon ... al, ofschoon,268,605.al te mael, alles (te zamen),135,645.als, alles,724.ampt, taak,21.anders, voor ’t overige,1800.

ader,260: slagaar, pols?zieslagh-ader.

ader-slagh,1691.

aen-doen,679: aannemen.

aengaen, overkomen,613. —op,1726.

aengevochten met droefheyt,10A.

aen-leggen, overleggen, inrichten,81A.130.182.

aen-nemen, tot zich nemen, ontvangen, accipere,854—aannemen,1411A.

aen-schouwen,941.

aen-steken met, ontsteken in,1265.

aen-vangen, aanvaarden,717.

aen-veerden,682:den spinrock, gaan spinnen.

aen-voeden, kweken,1022A.

aerdigh, bevallig, lief, fraai,138,150,337,1052,1178.

aerdsche dal,766,819.

aert, natuur, geaardheid, inborst, soort,823,928,1271,1296, wijze,562.

aes, voedsel,511.

af-breken, doen ophouden,1350.

afgesondert,1850: afgescheiden.

af-leyden,1312: weg voeren.

af-nemen, opmaken, uitlezen,1668.

achter, door langs,579,618.

achtinge, (in — komen), aanmerking,1911.

al, geheel, alle,80,354,1190.

al, wel, nu, al,123,147,351,594,826,1127A.,1141,1170,1319,1397,1610: nog al,1930.

algelijck, evenzeer,1070. — evenwel,1363.

schoon ... al, ofschoon,268,605.

al te mael, alles (te zamen),135,645.

als, alles,724.

ampt, taak,21.

anders, voor ’t overige,1800.

Bbaey,312.banen, doorploegen,250.bedencken, overwegen,596.in—brengen,833.een in—houden,216.in—komen,1847.bedrijf,126: doen en laten. —755: gerei.bedroufd, droevig,1123,1176,1290.bedroufd syn in,172.beducht, bekommerd,775.began,praes.?,721A.begerigh des,1646.begeven,hem—tot, zich inlaten met,870.begrijp,346.behulp, hulp,206,254,1172,1335.bejagh, handelingen, bedrijf, nering, voordeel,11,62,536,848,1036,1044,1058,1224,1800.bekeyd, verkeerd,170A.bekend,noyt—, ongehoord,700.bekennen, herkennen,860,1575.beklappen, verraden,1219. Kil. deferre; vgl. Mned.bequaem, geschikt,543,636.beleeft, fatsoenlik, innemend,290,303,485,1142.belenden, terechtkomen,296.belet, beletsel,308.bemercken, opmerken,1648,1799.bemoeyen,hem—des,1065.benaeuwen, knellen,1417.benevens, naast, met,332,579.beprouven, ondervinden,763.bericht, lering en oefening,1714.beroeren, ontroeren,504.790: raken;885.beschadigen, kwaad doen,1958.bescheet, bescheid,1533.bescheyden, duidelik te onderscheiden,1763.bescheydentheit, oordeel,1741.bescheyt,met—,256, klaar en duidelik.beschrijven, schriftelik uitnodigen,1421.beseten, in bezit genomen,230.beset, wel overlegd, bedachtzaam,572,1381.besien, opmerken,401,403,405,409.besigh in, druk met,351.ontrent,373.besmetten haer bedde,742.besluyten, opmaken,88,1796.besorgen, zorgen voor,1209.besorght syn, zorg hebben,769.bespreck, overeenkomst,854.bestaen, gaan staan,1278; (iem.) — (als), verwant zijn,1387.besteden in, aanwenden, gebruiken tot,46,918,1798.beste-moeder, grootmoeder,329.beswaerd,1395: bitter.bevallick,893.bevallen,c. dat. pers., goed zijn,498,638A.bevangen(van), overheerst,1385,1649,1750.bevestigen, handhaven, volhouden,1787,1796.bevragen, ondervragen,279.bevrijt met...van,334.bewegen, aandoening,1301. — drijven,893. —, ontroeren,1069; vgl. gewach, Gloss. Gran.bewijzen, tonen,336.bewust, wetende, kennis hebbende,177,1021.by, door,357,731, passim.bidden des,191,1721.bieden(geluck), wensen,734.billick, rechtgeaard,294.binden, samenvoegen, verbinden,1125,1282.binnen-komen, te binnen komen,1688.bysonder, merkwaardig,1814bly van,547.blussen,1118: doen ophouden.bocht, kromming, perk,71,367.bosch,coll.,354.bossen,903.bont-genoot, bondslid,827.bot,op een—, in eens,1679.bouve-jacht, boevetroep,1064; vgl. Hd. Jagd.boven al, voornamelik,81.brant,711: vlam?breet, uitvoerig,103. —, algemeen,1741.breyn,151A.1006.breken,den kop—, inslaan,748.aen stucken—850.broeck,1034A.bruyt-stuck,323A.bucht, beurs,830.buyten, zonder,120.buyten gewoonte, ongewoon,1703.buyten spoor,169,658.buyten-hof, uitspanning,333.

baey,312.

banen, doorploegen,250.

bedencken, overwegen,596.in—brengen,833.een in—houden,216.in—komen,1847.

bedrijf,126: doen en laten. —755: gerei.

bedroufd, droevig,1123,1176,1290.

bedroufd syn in,172.

beducht, bekommerd,775.

began,praes.?,721A.

begerigh des,1646.

begeven,hem—tot, zich inlaten met,870.

begrijp,346.

behulp, hulp,206,254,1172,1335.

bejagh, handelingen, bedrijf, nering, voordeel,11,62,536,848,1036,1044,1058,1224,1800.

bekeyd, verkeerd,170A.

bekend,noyt—, ongehoord,700.

bekennen, herkennen,860,1575.

beklappen, verraden,1219. Kil. deferre; vgl. Mned.

bequaem, geschikt,543,636.

beleeft, fatsoenlik, innemend,290,303,485,1142.

belenden, terechtkomen,296.

belet, beletsel,308.

bemercken, opmerken,1648,1799.

bemoeyen,hem—des,1065.

benaeuwen, knellen,1417.

benevens, naast, met,332,579.

beprouven, ondervinden,763.

bericht, lering en oefening,1714.

beroeren, ontroeren,504.790: raken;885.

beschadigen, kwaad doen,1958.

bescheet, bescheid,1533.

bescheyden, duidelik te onderscheiden,1763.

bescheydentheit, oordeel,1741.

bescheyt,met—,256, klaar en duidelik.

beschrijven, schriftelik uitnodigen,1421.

beseten, in bezit genomen,230.

beset, wel overlegd, bedachtzaam,572,1381.

besien, opmerken,401,403,405,409.

besigh in, druk met,351.ontrent,373.

besmetten haer bedde,742.

besluyten, opmaken,88,1796.

besorgen, zorgen voor,1209.

besorght syn, zorg hebben,769.

bespreck, overeenkomst,854.

bestaen, gaan staan,1278; (iem.) — (als), verwant zijn,1387.

besteden in, aanwenden, gebruiken tot,46,918,1798.

beste-moeder, grootmoeder,329.

beswaerd,1395: bitter.

bevallick,893.

bevallen,c. dat. pers., goed zijn,498,638A.

bevangen(van), overheerst,1385,1649,1750.

bevestigen, handhaven, volhouden,1787,1796.

bevragen, ondervragen,279.

bevrijt met...van,334.

bewegen, aandoening,1301. — drijven,893. —, ontroeren,1069; vgl. gewach, Gloss. Gran.

bewijzen, tonen,336.

bewust, wetende, kennis hebbende,177,1021.

by, door,357,731, passim.

bidden des,191,1721.

bieden(geluck), wensen,734.

billick, rechtgeaard,294.

binden, samenvoegen, verbinden,1125,1282.

binnen-komen, te binnen komen,1688.

bysonder, merkwaardig,1814

bly van,547.

blussen,1118: doen ophouden.

bocht, kromming, perk,71,367.

bosch,coll.,354.bossen,903.

bont-genoot, bondslid,827.

bot,op een—, in eens,1679.

bouve-jacht, boevetroep,1064; vgl. Hd. Jagd.

boven al, voornamelik,81.

brant,711: vlam?

breet, uitvoerig,103. —, algemeen,1741.

breyn,151A.1006.

breken,den kop—, inslaan,748.aen stucken—850.

broeck,1034A.

bruyt-stuck,323A.

bucht, beurs,830.

buyten, zonder,120.

buyten gewoonte, ongewoon,1703.

buyten spoor,169,658.

buyten-hof, uitspanning,333.

Ddaet,in—, werkelik,1331A: innerlik.inder—, juist,1236.metter—, dadelik,499,1258,1279,1422.in volle—, ten volle,1352,1410;583: in werkelikheid.dan,1435.danck,tegen—, zijns ondanks,1166.dapper, snel, krachtig,1068.dat, omdat,24,794.dat jae,1762A.dat neen,1830.delieden beurse,1522A.deerlick, betrokken,269.deerne,1552,1636,1757.deftigh, soliede, degelik, ernstig,659A,683,1525.des, derhalve,57.die,pron.,183,1007. — ... —1954.diefte, diefstal,749,1305.dienen,c. dat., dienstig zijn, passen,587,592.dier, meisje, passim.dicht, gedicht,187.dickmael,109.doen,bystant—,1306.doen,705.als—,1506.doen,remplacerend werkw.,442,1043,1791.dom, onervaren, onnozel,1345.doorsien, doordringen in,1205.doot,1127A.doot,de bleecke—,1312,1322A.: diep ongeluk.draet,op een—weten,93.dragen, voeren,1114. — (tot), koesteren, toedragen aan,1619,1635,1642.hem—, zich gedragen,126. — dulden, lijden,1214.dralen, gedraal,1197.dreyghen,99: voorspellen.dril,1663: trilling, beweging.drillen, sidderen,1218.drouf,1213,1264,1328.druck, verdriet,1118,1335.duyden, strekken,684A.dutten, mijmeren, soezen,379.dwingen, noodzaken,1137.

daet,in—, werkelik,1331A: innerlik.inder—, juist,1236.metter—, dadelik,499,1258,1279,1422.in volle—, ten volle,1352,1410;583: in werkelikheid.

dan,1435.

danck,tegen—, zijns ondanks,1166.

dapper, snel, krachtig,1068.

dat, omdat,24,794.

dat jae,1762A.

dat neen,1830.

delieden beurse,1522A.

deerlick, betrokken,269.

deerne,1552,1636,1757.

deftigh, soliede, degelik, ernstig,659A,683,1525.

des, derhalve,57.

die,pron.,183,1007. — ... —1954.

diefte, diefstal,749,1305.

dienen,c. dat., dienstig zijn, passen,587,592.

dier, meisje, passim.

dicht, gedicht,187.

dickmael,109.

doen,bystant—,1306.

doen,705.als—,1506.

doen,remplacerend werkw.,442,1043,1791.

dom, onervaren, onnozel,1345.

doorsien, doordringen in,1205.

doot,1127A.

doot,de bleecke—,1312,1322A.: diep ongeluk.

draet,op een—weten,93.

dragen, voeren,1114. — (tot), koesteren, toedragen aan,1619,1635,1642.hem—, zich gedragen,126. — dulden, lijden,1214.

dralen, gedraal,1197.

dreyghen,99: voorspellen.

dril,1663: trilling, beweging.

drillen, sidderen,1218.

drouf,1213,1264,1328.

druck, verdriet,1118,1335.

duyden, strekken,684A.

dutten, mijmeren, soezen,379.

dwingen, noodzaken,1137.

Eechter,1344.edel, voortreffelik, ridderlik,230,1130;1425: —geest, bel esprit. — helt,821. — man, van voorname afkomst,720.eenigh, enkel,920.eens, eenmaal,1201. —805,1327,1399.eensaem, alleen,18,267,355,891. —524: verlaten.eer,723: na.eer,met—,1368.eerbaer, fatsoenlik,955.eerlick,949: deftig.eerst,35: in de eerste plaats.eerste, voornaamste,1336.eertzvaders,1964.eerweerd, edel,1171.eygen, zelfde,149,173,490,599. —, eigenaardig, biezonder,1607,1763.eygentlyck, biezonder,1436.eyntelick,1523.ergh, boos,999.ernst, aandrang, verlangen, drift,190,1093,1267,1273.ernstelick, met aandrang,1719.ervarentheyt, ondervinding,1808,1832,1956.even, even zeer,644. —, juist,1067,1593,1620,1947.even-selfs, insgelijks,234,278.even soo, even wèl,754.even-staegh, voortdurend,166,307,331,1118,1215.

echter,1344.

edel, voortreffelik, ridderlik,230,1130;1425: —geest, bel esprit. — helt,821. — man, van voorname afkomst,720.

eenigh, enkel,920.

eens, eenmaal,1201. —805,1327,1399.

eensaem, alleen,18,267,355,891. —524: verlaten.

eer,723: na.

eer,met—,1368.

eerbaer, fatsoenlik,955.

eerlick,949: deftig.

eerst,35: in de eerste plaats.

eerste, voornaamste,1336.

eertzvaders,1964.

eerweerd, edel,1171.

eygen, zelfde,149,173,490,599. —, eigenaardig, biezonder,1607,1763.

eygentlyck, biezonder,1436.

eyntelick,1523.

ergh, boos,999.

ernst, aandrang, verlangen, drift,190,1093,1267,1273.

ernstelick, met aandrang,1719.

ervarentheyt, ondervinding,1808,1832,1956.

even, even zeer,644. —, juist,1067,1593,1620,1947.

even-selfs, insgelijks,234,278.

even soo, even wèl,754.

even-staegh, voortdurend,166,307,331,1118,1215.


Back to IndexNext