M

MMadril,13,1242. Oude naam van Madrid; nog ’t adjektief: Madrileens.maeghde-krans,200A.mael,male, reiszak,1014,1015,1050.maer en,47A.,484,950,1602.machtigh, rijk, overvloedig,104,581,635,643,1146,1416.maken, doen,889,1254. — fingéren, verdichten,75.hem—, zich begeven,479.den sieckaert—, het schijn van ziek aannemen, ziek zijn,1625A.mal, dwaas, dartel,524,1634.mal, dwaasheid,960.mallen, mal doen,613.medeçijn, doctor medicus,164; passim.meer,sonder—,1177.meest, meest altijd,350.meynen, denken,1025.meyt, maagd,695.meloenen,1724A.memorie,by—stellen,1246: te boek stellen.mensch,niet een—,40,795.geen—,23,1413.merckelick, duidelik, gewichtig,1610.mercken, zich bepalen bij,1310.midden,te— (op,in,)17,520,565.min, minder,1585.minnekoortse,1585.mits, vermits, met dat, door,14,63,147,326,361,519,1153.moedigh, driest,1059.mogen, kunnen,3,12,48,497,535,585,704,730,782,834,1039,1068,1306,1375,1412,1427,1499,1534,1925. —, mogen,1223,1413,1414,1498. —, moeten,1497A.Nnaderhant, daarna, later,283.naer, duister,124,728.naer, na, nadat,317,553.naerder,189.nau, scherp,29.naeu-keurigh, kieskeurig,640.neygen,sich—,100A.nemen, aannemen,1304. —, uithalen, opmaken,1584.lust—in, behagen krijgen,1088.neus,89A.nevens, naast, in gezelschap van,355,622.niet, niets,320,756,766,768,818,1048.nieusgier volck,340.nieuwen,van—aan,699.nichte, kleindochter,330,478,1108.nicker, duivel, boze geest,1000.nimmermeer, nooit,631,742,771,797.noen,947A.noch, nog, nochtans, bovendien, ook,49,135,612,802,869.noyt, nimmermeer,1222.noodelick, noodzakelik,1863.nootsakelick, natuurlik,1943.Ooyt,1131: wanneer ook.ombreken, ontbreken,1098.om-drijven, verbijsteren,234.ommegaen, gebeuren, voorvallen,1008.ommegangh, voorgevallene, verloop,1378.omringht met,1269.omsichtigheyt,1765.om-tieën, vertrekken, verbijsteren,885.om-voeren, rondvoeren, brengen,2,1314. —, medeslepen344. —, doen bewegen, kloppen,1156.onbekend, vreemd,76,356.onbekommert, zonder lasten,810.onbewust, zonder erg,1300.onderdies, ondertussen,489.onderentusschen,1939.onderhouwen, bezig houden,138.onderrechten, inlichten,1547.ondersouck doen op, onderzoek instellen naar,1445,1558,1828.onderstaen, ondernemen,719,1967.ondertasten, doorwoelen,1050.ondervinden, uitvorsen, te weten komen,258,1132,1598,1615,1633.onder-vragen, navorsen,1836.ondeugend, slecht, verkeerd,1214.oneenigheyt, tweedracht,1885.oneerlick, oneerbaar,56.ongebonden, uit het bedwang,1006.ongedaen, haveloos, deformis; verwilderd, dissolutus,1511.ongelegentheyt, verlegenheid,1707.ongemack, ongeluk, schade,526.onguer, onrein, vuil, onkies, gemeen, vies,26,543,646,1366.onlanghs, kort te voren,1478.onlustigh, ontdaan, terneergeslagen,608.onreyn aen,1896.onruste, ontevredenheid,1885.ons, onze,1299A.,1328.ontdoen,hem—van, in de steek laten,1308.ontfangen,293. —,aannemen,310,917.ontgaen,hem—in, zich te buiten gaan in,127.onthouden,sich—, zijn verblijf houden,1637. —, wegblijven,607.ontijdigh, onrijp,194.ontluicken,1333: open gaan.ontrecken,1853.ontrent, om, bij, in, onder,24,60,96,174,1016,1693,1721,1723.ontseggen, weigeren, van de hand wijzen,932,980.ontset, verbijsterd,969.ontsluyten, beginnen,1120.ontsteken, ontroerd, irritatus,221,1164.ontstelt, uit de gewone toestand gebracht,489.ontwaecken,388: tot zelfkennis komen.ontwerp, voorstel,595.onverbroken, niet te verbreken,1858.onverdult, toorn,1128.onverlet,desen—, desniettegenstaande,164A.,1085. —, ongehinderd,770.onwaardeerlick, onwaardeerbaar,1934.oock, nog,644,707,952,1008,1024,1219.oorlof, verlof,1349.oorspronck, herkomst, origo,1433.op een nieu,1326A.open,met een—mont,1235. —doen(de werelt), verlichten,815; vgl. patefacere orbem.open stellen, open en bloot leggen,738.openen,een heusche mont—,892.opmerkinge, opmerkzaamheid,1833.op-nemen, in bescherming nemen,1768.op-tieën, naar boven trekken,1070. —, spannen,1169A.op-tijgen, aanwrijven,749.op-vatten, aangrijpen,1367,1373.over-dragen, aandragen,371.over-eenkomste, overeenstemming,1884.overgeven,hem—, zich onderwerpen,578.overheeren, meester zijn,702.overhoop, door elkaar,1077,1087.overlast, overladen,195.overslaen, het oog laten gaan over,948.overstorten,1055.Ppagjen, kleine page,354.payen,142: verschalken.palen,plur., oord,2,1198; vgl. fines, orae.pant, bezitting, schat,544,580. —, onderpand,559. — goed,72.paren, metgezel worden, consociare,1272.partuyr, wederhelft,1918.passen op, letten op, geven om, zich storen aan, saamgaan met,10,21,968,1437,1608,1696,1764.peyl, merkteeken,827.peysen op, bepeinsen,590.perck, omheinde ruimte,906. Kil. parck, warande, roborarium: viviarium, locus septus in quo ferae vivae pascuntur, vulgo parcus.plegen, doen,1200,1895.plagh,94A.,707,722,866,986,1675,1923. —,792,971.pogen,983.praem, knel,1222.praet,22,1196.prang,650: nauwende perken.prangen,de ziele—,1226.predicatie doen,1525.prenten,84A.: bezig houden?preuf, preuve, proef, bewijs,591,1364,1653.Rracker, gerechtsdienaar,1031.raden tot, dringen, drijven tot,1360. Kil. raeden, j(tem), op-raeden, incitare.raet, middel,153. —, overleg,572.raken, betreffen, aangaan,110,931,1106,1223,1416,1561: roeren.rakente,352: raken aan het.ranck, streek, boerte? klucht?54.rapen, verzamelen,769,776.vreughde—,161. vgl. Kil. raepen ghe-noeghte. voluptatem capere, haurire: delectari. Vgl. Oudemans.ras,1267.rasen,de baren—,806.rauw,rouw, onbeschaafd, lomp,305,967,1849. —, onervaren,672.recht, juist,1452.rechten,de gemeene—,1839, A.reden, spreken, taal, woorden,262A,485A.734,933,1038.reden, verstand,229,298,671,703.schijn van—,142: schijn van waarheid.reys,een—,52,193,515,711.ridder,720.ridderschap,het—, ridderlike waardigheid,558.ringekens,1508.rijck, machtig,114.rijsen, komen,446,526,922.roemen, zich beroemen,1629.roep, gerucht,1032A.roepen over,1729: halen bij.roeren, aanroeren, behandelen, “Aenmerck.” bladz.69.rock,542A.romp, lichaem,1186.ront, openhartig,205,262,598.rot, bende, schaar,61,175,612. —370, A: troepje.rustigh, solide, flink,272. — vertrouwd,832.

MMadril,13,1242. Oude naam van Madrid; nog ’t adjektief: Madrileens.maeghde-krans,200A.mael,male, reiszak,1014,1015,1050.maer en,47A.,484,950,1602.machtigh, rijk, overvloedig,104,581,635,643,1146,1416.maken, doen,889,1254. — fingéren, verdichten,75.hem—, zich begeven,479.den sieckaert—, het schijn van ziek aannemen, ziek zijn,1625A.mal, dwaas, dartel,524,1634.mal, dwaasheid,960.mallen, mal doen,613.medeçijn, doctor medicus,164; passim.meer,sonder—,1177.meest, meest altijd,350.meynen, denken,1025.meyt, maagd,695.meloenen,1724A.memorie,by—stellen,1246: te boek stellen.mensch,niet een—,40,795.geen—,23,1413.merckelick, duidelik, gewichtig,1610.mercken, zich bepalen bij,1310.midden,te— (op,in,)17,520,565.min, minder,1585.minnekoortse,1585.mits, vermits, met dat, door,14,63,147,326,361,519,1153.moedigh, driest,1059.mogen, kunnen,3,12,48,497,535,585,704,730,782,834,1039,1068,1306,1375,1412,1427,1499,1534,1925. —, mogen,1223,1413,1414,1498. —, moeten,1497A.Nnaderhant, daarna, later,283.naer, duister,124,728.naer, na, nadat,317,553.naerder,189.nau, scherp,29.naeu-keurigh, kieskeurig,640.neygen,sich—,100A.nemen, aannemen,1304. —, uithalen, opmaken,1584.lust—in, behagen krijgen,1088.neus,89A.nevens, naast, in gezelschap van,355,622.niet, niets,320,756,766,768,818,1048.nieusgier volck,340.nieuwen,van—aan,699.nichte, kleindochter,330,478,1108.nicker, duivel, boze geest,1000.nimmermeer, nooit,631,742,771,797.noen,947A.noch, nog, nochtans, bovendien, ook,49,135,612,802,869.noyt, nimmermeer,1222.noodelick, noodzakelik,1863.nootsakelick, natuurlik,1943.Ooyt,1131: wanneer ook.ombreken, ontbreken,1098.om-drijven, verbijsteren,234.ommegaen, gebeuren, voorvallen,1008.ommegangh, voorgevallene, verloop,1378.omringht met,1269.omsichtigheyt,1765.om-tieën, vertrekken, verbijsteren,885.om-voeren, rondvoeren, brengen,2,1314. —, medeslepen344. —, doen bewegen, kloppen,1156.onbekend, vreemd,76,356.onbekommert, zonder lasten,810.onbewust, zonder erg,1300.onderdies, ondertussen,489.onderentusschen,1939.onderhouwen, bezig houden,138.onderrechten, inlichten,1547.ondersouck doen op, onderzoek instellen naar,1445,1558,1828.onderstaen, ondernemen,719,1967.ondertasten, doorwoelen,1050.ondervinden, uitvorsen, te weten komen,258,1132,1598,1615,1633.onder-vragen, navorsen,1836.ondeugend, slecht, verkeerd,1214.oneenigheyt, tweedracht,1885.oneerlick, oneerbaar,56.ongebonden, uit het bedwang,1006.ongedaen, haveloos, deformis; verwilderd, dissolutus,1511.ongelegentheyt, verlegenheid,1707.ongemack, ongeluk, schade,526.onguer, onrein, vuil, onkies, gemeen, vies,26,543,646,1366.onlanghs, kort te voren,1478.onlustigh, ontdaan, terneergeslagen,608.onreyn aen,1896.onruste, ontevredenheid,1885.ons, onze,1299A.,1328.ontdoen,hem—van, in de steek laten,1308.ontfangen,293. —,aannemen,310,917.ontgaen,hem—in, zich te buiten gaan in,127.onthouden,sich—, zijn verblijf houden,1637. —, wegblijven,607.ontijdigh, onrijp,194.ontluicken,1333: open gaan.ontrecken,1853.ontrent, om, bij, in, onder,24,60,96,174,1016,1693,1721,1723.ontseggen, weigeren, van de hand wijzen,932,980.ontset, verbijsterd,969.ontsluyten, beginnen,1120.ontsteken, ontroerd, irritatus,221,1164.ontstelt, uit de gewone toestand gebracht,489.ontwaecken,388: tot zelfkennis komen.ontwerp, voorstel,595.onverbroken, niet te verbreken,1858.onverdult, toorn,1128.onverlet,desen—, desniettegenstaande,164A.,1085. —, ongehinderd,770.onwaardeerlick, onwaardeerbaar,1934.oock, nog,644,707,952,1008,1024,1219.oorlof, verlof,1349.oorspronck, herkomst, origo,1433.op een nieu,1326A.open,met een—mont,1235. —doen(de werelt), verlichten,815; vgl. patefacere orbem.open stellen, open en bloot leggen,738.openen,een heusche mont—,892.opmerkinge, opmerkzaamheid,1833.op-nemen, in bescherming nemen,1768.op-tieën, naar boven trekken,1070. —, spannen,1169A.op-tijgen, aanwrijven,749.op-vatten, aangrijpen,1367,1373.over-dragen, aandragen,371.over-eenkomste, overeenstemming,1884.overgeven,hem—, zich onderwerpen,578.overheeren, meester zijn,702.overhoop, door elkaar,1077,1087.overlast, overladen,195.overslaen, het oog laten gaan over,948.overstorten,1055.Ppagjen, kleine page,354.payen,142: verschalken.palen,plur., oord,2,1198; vgl. fines, orae.pant, bezitting, schat,544,580. —, onderpand,559. — goed,72.paren, metgezel worden, consociare,1272.partuyr, wederhelft,1918.passen op, letten op, geven om, zich storen aan, saamgaan met,10,21,968,1437,1608,1696,1764.peyl, merkteeken,827.peysen op, bepeinsen,590.perck, omheinde ruimte,906. Kil. parck, warande, roborarium: viviarium, locus septus in quo ferae vivae pascuntur, vulgo parcus.plegen, doen,1200,1895.plagh,94A.,707,722,866,986,1675,1923. —,792,971.pogen,983.praem, knel,1222.praet,22,1196.prang,650: nauwende perken.prangen,de ziele—,1226.predicatie doen,1525.prenten,84A.: bezig houden?preuf, preuve, proef, bewijs,591,1364,1653.Rracker, gerechtsdienaar,1031.raden tot, dringen, drijven tot,1360. Kil. raeden, j(tem), op-raeden, incitare.raet, middel,153. —, overleg,572.raken, betreffen, aangaan,110,931,1106,1223,1416,1561: roeren.rakente,352: raken aan het.ranck, streek, boerte? klucht?54.rapen, verzamelen,769,776.vreughde—,161. vgl. Kil. raepen ghe-noeghte. voluptatem capere, haurire: delectari. Vgl. Oudemans.ras,1267.rasen,de baren—,806.rauw,rouw, onbeschaafd, lomp,305,967,1849. —, onervaren,672.recht, juist,1452.rechten,de gemeene—,1839, A.reden, spreken, taal, woorden,262A,485A.734,933,1038.reden, verstand,229,298,671,703.schijn van—,142: schijn van waarheid.reys,een—,52,193,515,711.ridder,720.ridderschap,het—, ridderlike waardigheid,558.ringekens,1508.rijck, machtig,114.rijsen, komen,446,526,922.roemen, zich beroemen,1629.roep, gerucht,1032A.roepen over,1729: halen bij.roeren, aanroeren, behandelen, “Aenmerck.” bladz.69.rock,542A.romp, lichaem,1186.ront, openhartig,205,262,598.rot, bende, schaar,61,175,612. —370, A: troepje.rustigh, solide, flink,272. — vertrouwd,832.

MMadril,13,1242. Oude naam van Madrid; nog ’t adjektief: Madrileens.maeghde-krans,200A.mael,male, reiszak,1014,1015,1050.maer en,47A.,484,950,1602.machtigh, rijk, overvloedig,104,581,635,643,1146,1416.maken, doen,889,1254. — fingéren, verdichten,75.hem—, zich begeven,479.den sieckaert—, het schijn van ziek aannemen, ziek zijn,1625A.mal, dwaas, dartel,524,1634.mal, dwaasheid,960.mallen, mal doen,613.medeçijn, doctor medicus,164; passim.meer,sonder—,1177.meest, meest altijd,350.meynen, denken,1025.meyt, maagd,695.meloenen,1724A.memorie,by—stellen,1246: te boek stellen.mensch,niet een—,40,795.geen—,23,1413.merckelick, duidelik, gewichtig,1610.mercken, zich bepalen bij,1310.midden,te— (op,in,)17,520,565.min, minder,1585.minnekoortse,1585.mits, vermits, met dat, door,14,63,147,326,361,519,1153.moedigh, driest,1059.mogen, kunnen,3,12,48,497,535,585,704,730,782,834,1039,1068,1306,1375,1412,1427,1499,1534,1925. —, mogen,1223,1413,1414,1498. —, moeten,1497A.

Madril,13,1242. Oude naam van Madrid; nog ’t adjektief: Madrileens.

maeghde-krans,200A.

mael,male, reiszak,1014,1015,1050.

maer en,47A.,484,950,1602.

machtigh, rijk, overvloedig,104,581,635,643,1146,1416.

maken, doen,889,1254. — fingéren, verdichten,75.hem—, zich begeven,479.den sieckaert—, het schijn van ziek aannemen, ziek zijn,1625A.

mal, dwaas, dartel,524,1634.

mal, dwaasheid,960.

mallen, mal doen,613.

medeçijn, doctor medicus,164; passim.

meer,sonder—,1177.

meest, meest altijd,350.

meynen, denken,1025.

meyt, maagd,695.

meloenen,1724A.

memorie,by—stellen,1246: te boek stellen.

mensch,niet een—,40,795.geen—,23,1413.

merckelick, duidelik, gewichtig,1610.

mercken, zich bepalen bij,1310.

midden,te— (op,in,)17,520,565.

min, minder,1585.

minnekoortse,1585.

mits, vermits, met dat, door,14,63,147,326,361,519,1153.

moedigh, driest,1059.

mogen, kunnen,3,12,48,497,535,585,704,730,782,834,1039,1068,1306,1375,1412,1427,1499,1534,1925. —, mogen,1223,1413,1414,1498. —, moeten,1497A.

Nnaderhant, daarna, later,283.naer, duister,124,728.naer, na, nadat,317,553.naerder,189.nau, scherp,29.naeu-keurigh, kieskeurig,640.neygen,sich—,100A.nemen, aannemen,1304. —, uithalen, opmaken,1584.lust—in, behagen krijgen,1088.neus,89A.nevens, naast, in gezelschap van,355,622.niet, niets,320,756,766,768,818,1048.nieusgier volck,340.nieuwen,van—aan,699.nichte, kleindochter,330,478,1108.nicker, duivel, boze geest,1000.nimmermeer, nooit,631,742,771,797.noen,947A.noch, nog, nochtans, bovendien, ook,49,135,612,802,869.noyt, nimmermeer,1222.noodelick, noodzakelik,1863.nootsakelick, natuurlik,1943.

naderhant, daarna, later,283.

naer, duister,124,728.

naer, na, nadat,317,553.

naerder,189.

nau, scherp,29.

naeu-keurigh, kieskeurig,640.

neygen,sich—,100A.

nemen, aannemen,1304. —, uithalen, opmaken,1584.lust—in, behagen krijgen,1088.

neus,89A.

nevens, naast, in gezelschap van,355,622.

niet, niets,320,756,766,768,818,1048.

nieusgier volck,340.

nieuwen,van—aan,699.

nichte, kleindochter,330,478,1108.

nicker, duivel, boze geest,1000.

nimmermeer, nooit,631,742,771,797.

noen,947A.

noch, nog, nochtans, bovendien, ook,49,135,612,802,869.

noyt, nimmermeer,1222.

noodelick, noodzakelik,1863.

nootsakelick, natuurlik,1943.

Ooyt,1131: wanneer ook.ombreken, ontbreken,1098.om-drijven, verbijsteren,234.ommegaen, gebeuren, voorvallen,1008.ommegangh, voorgevallene, verloop,1378.omringht met,1269.omsichtigheyt,1765.om-tieën, vertrekken, verbijsteren,885.om-voeren, rondvoeren, brengen,2,1314. —, medeslepen344. —, doen bewegen, kloppen,1156.onbekend, vreemd,76,356.onbekommert, zonder lasten,810.onbewust, zonder erg,1300.onderdies, ondertussen,489.onderentusschen,1939.onderhouwen, bezig houden,138.onderrechten, inlichten,1547.ondersouck doen op, onderzoek instellen naar,1445,1558,1828.onderstaen, ondernemen,719,1967.ondertasten, doorwoelen,1050.ondervinden, uitvorsen, te weten komen,258,1132,1598,1615,1633.onder-vragen, navorsen,1836.ondeugend, slecht, verkeerd,1214.oneenigheyt, tweedracht,1885.oneerlick, oneerbaar,56.ongebonden, uit het bedwang,1006.ongedaen, haveloos, deformis; verwilderd, dissolutus,1511.ongelegentheyt, verlegenheid,1707.ongemack, ongeluk, schade,526.onguer, onrein, vuil, onkies, gemeen, vies,26,543,646,1366.onlanghs, kort te voren,1478.onlustigh, ontdaan, terneergeslagen,608.onreyn aen,1896.onruste, ontevredenheid,1885.ons, onze,1299A.,1328.ontdoen,hem—van, in de steek laten,1308.ontfangen,293. —,aannemen,310,917.ontgaen,hem—in, zich te buiten gaan in,127.onthouden,sich—, zijn verblijf houden,1637. —, wegblijven,607.ontijdigh, onrijp,194.ontluicken,1333: open gaan.ontrecken,1853.ontrent, om, bij, in, onder,24,60,96,174,1016,1693,1721,1723.ontseggen, weigeren, van de hand wijzen,932,980.ontset, verbijsterd,969.ontsluyten, beginnen,1120.ontsteken, ontroerd, irritatus,221,1164.ontstelt, uit de gewone toestand gebracht,489.ontwaecken,388: tot zelfkennis komen.ontwerp, voorstel,595.onverbroken, niet te verbreken,1858.onverdult, toorn,1128.onverlet,desen—, desniettegenstaande,164A.,1085. —, ongehinderd,770.onwaardeerlick, onwaardeerbaar,1934.oock, nog,644,707,952,1008,1024,1219.oorlof, verlof,1349.oorspronck, herkomst, origo,1433.op een nieu,1326A.open,met een—mont,1235. —doen(de werelt), verlichten,815; vgl. patefacere orbem.open stellen, open en bloot leggen,738.openen,een heusche mont—,892.opmerkinge, opmerkzaamheid,1833.op-nemen, in bescherming nemen,1768.op-tieën, naar boven trekken,1070. —, spannen,1169A.op-tijgen, aanwrijven,749.op-vatten, aangrijpen,1367,1373.over-dragen, aandragen,371.over-eenkomste, overeenstemming,1884.overgeven,hem—, zich onderwerpen,578.overheeren, meester zijn,702.overhoop, door elkaar,1077,1087.overlast, overladen,195.overslaen, het oog laten gaan over,948.overstorten,1055.

oyt,1131: wanneer ook.

ombreken, ontbreken,1098.

om-drijven, verbijsteren,234.

ommegaen, gebeuren, voorvallen,1008.

ommegangh, voorgevallene, verloop,1378.

omringht met,1269.

omsichtigheyt,1765.

om-tieën, vertrekken, verbijsteren,885.om-voeren, rondvoeren, brengen,2,1314. —, medeslepen344. —, doen bewegen, kloppen,1156.

onbekend, vreemd,76,356.

onbekommert, zonder lasten,810.

onbewust, zonder erg,1300.

onderdies, ondertussen,489.

onderentusschen,1939.

onderhouwen, bezig houden,138.

onderrechten, inlichten,1547.

ondersouck doen op, onderzoek instellen naar,1445,1558,1828.

onderstaen, ondernemen,719,1967.

ondertasten, doorwoelen,1050.

ondervinden, uitvorsen, te weten komen,258,1132,1598,1615,1633.

onder-vragen, navorsen,1836.

ondeugend, slecht, verkeerd,1214.

oneenigheyt, tweedracht,1885.

oneerlick, oneerbaar,56.

ongebonden, uit het bedwang,1006.

ongedaen, haveloos, deformis; verwilderd, dissolutus,1511.

ongelegentheyt, verlegenheid,1707.

ongemack, ongeluk, schade,526.

onguer, onrein, vuil, onkies, gemeen, vies,26,543,646,1366.

onlanghs, kort te voren,1478.

onlustigh, ontdaan, terneergeslagen,608.

onreyn aen,1896.

onruste, ontevredenheid,1885.

ons, onze,1299A.,1328.

ontdoen,hem—van, in de steek laten,1308.

ontfangen,293. —,aannemen,310,917.

ontgaen,hem—in, zich te buiten gaan in,127.

onthouden,sich—, zijn verblijf houden,1637. —, wegblijven,607.

ontijdigh, onrijp,194.

ontluicken,1333: open gaan.

ontrecken,1853.

ontrent, om, bij, in, onder,24,60,96,174,1016,1693,1721,1723.

ontseggen, weigeren, van de hand wijzen,932,980.

ontset, verbijsterd,969.

ontsluyten, beginnen,1120.

ontsteken, ontroerd, irritatus,221,1164.

ontstelt, uit de gewone toestand gebracht,489.

ontwaecken,388: tot zelfkennis komen.

ontwerp, voorstel,595.

onverbroken, niet te verbreken,1858.

onverdult, toorn,1128.

onverlet,desen—, desniettegenstaande,164A.,1085. —, ongehinderd,770.

onwaardeerlick, onwaardeerbaar,1934.

oock, nog,644,707,952,1008,1024,1219.

oorlof, verlof,1349.

oorspronck, herkomst, origo,1433.

op een nieu,1326A.

open,met een—mont,1235. —doen(de werelt), verlichten,815; vgl. patefacere orbem.

open stellen, open en bloot leggen,738.

openen,een heusche mont—,892.

opmerkinge, opmerkzaamheid,1833.

op-nemen, in bescherming nemen,1768.

op-tieën, naar boven trekken,1070. —, spannen,1169A.

op-tijgen, aanwrijven,749.

op-vatten, aangrijpen,1367,1373.

over-dragen, aandragen,371.

over-eenkomste, overeenstemming,1884.

overgeven,hem—, zich onderwerpen,578.

overheeren, meester zijn,702.

overhoop, door elkaar,1077,1087.

overlast, overladen,195.

overslaen, het oog laten gaan over,948.

overstorten,1055.

Ppagjen, kleine page,354.payen,142: verschalken.palen,plur., oord,2,1198; vgl. fines, orae.pant, bezitting, schat,544,580. —, onderpand,559. — goed,72.paren, metgezel worden, consociare,1272.partuyr, wederhelft,1918.passen op, letten op, geven om, zich storen aan, saamgaan met,10,21,968,1437,1608,1696,1764.peyl, merkteeken,827.peysen op, bepeinsen,590.perck, omheinde ruimte,906. Kil. parck, warande, roborarium: viviarium, locus septus in quo ferae vivae pascuntur, vulgo parcus.plegen, doen,1200,1895.plagh,94A.,707,722,866,986,1675,1923. —,792,971.pogen,983.praem, knel,1222.praet,22,1196.prang,650: nauwende perken.prangen,de ziele—,1226.predicatie doen,1525.prenten,84A.: bezig houden?preuf, preuve, proef, bewijs,591,1364,1653.

pagjen, kleine page,354.

payen,142: verschalken.

palen,plur., oord,2,1198; vgl. fines, orae.

pant, bezitting, schat,544,580. —, onderpand,559. — goed,72.

paren, metgezel worden, consociare,1272.

partuyr, wederhelft,1918.

passen op, letten op, geven om, zich storen aan, saamgaan met,10,21,968,1437,1608,1696,1764.

peyl, merkteeken,827.

peysen op, bepeinsen,590.

perck, omheinde ruimte,906. Kil. parck, warande, roborarium: viviarium, locus septus in quo ferae vivae pascuntur, vulgo parcus.

plegen, doen,1200,1895.

plagh,94A.,707,722,866,986,1675,1923. —,792,971.

pogen,983.

praem, knel,1222.

praet,22,1196.

prang,650: nauwende perken.

prangen,de ziele—,1226.

predicatie doen,1525.

prenten,84A.: bezig houden?

preuf, preuve, proef, bewijs,591,1364,1653.

Rracker, gerechtsdienaar,1031.raden tot, dringen, drijven tot,1360. Kil. raeden, j(tem), op-raeden, incitare.raet, middel,153. —, overleg,572.raken, betreffen, aangaan,110,931,1106,1223,1416,1561: roeren.rakente,352: raken aan het.ranck, streek, boerte? klucht?54.rapen, verzamelen,769,776.vreughde—,161. vgl. Kil. raepen ghe-noeghte. voluptatem capere, haurire: delectari. Vgl. Oudemans.ras,1267.rasen,de baren—,806.rauw,rouw, onbeschaafd, lomp,305,967,1849. —, onervaren,672.recht, juist,1452.rechten,de gemeene—,1839, A.reden, spreken, taal, woorden,262A,485A.734,933,1038.reden, verstand,229,298,671,703.schijn van—,142: schijn van waarheid.reys,een—,52,193,515,711.ridder,720.ridderschap,het—, ridderlike waardigheid,558.ringekens,1508.rijck, machtig,114.rijsen, komen,446,526,922.roemen, zich beroemen,1629.roep, gerucht,1032A.roepen over,1729: halen bij.roeren, aanroeren, behandelen, “Aenmerck.” bladz.69.rock,542A.romp, lichaem,1186.ront, openhartig,205,262,598.rot, bende, schaar,61,175,612. —370, A: troepje.rustigh, solide, flink,272. — vertrouwd,832.

racker, gerechtsdienaar,1031.

raden tot, dringen, drijven tot,1360. Kil. raeden, j(tem), op-raeden, incitare.

raet, middel,153. —, overleg,572.

raken, betreffen, aangaan,110,931,1106,1223,1416,1561: roeren.

rakente,352: raken aan het.

ranck, streek, boerte? klucht?54.

rapen, verzamelen,769,776.vreughde—,161. vgl. Kil. raepen ghe-noeghte. voluptatem capere, haurire: delectari. Vgl. Oudemans.

ras,1267.

rasen,de baren—,806.

rauw,rouw, onbeschaafd, lomp,305,967,1849. —, onervaren,672.

recht, juist,1452.

rechten,de gemeene—,1839, A.

reden, spreken, taal, woorden,262A,485A.734,933,1038.

reden, verstand,229,298,671,703.schijn van—,142: schijn van waarheid.

reys,een—,52,193,515,711.

ridder,720.

ridderschap,het—, ridderlike waardigheid,558.

ringekens,1508.

rijck, machtig,114.

rijsen, komen,446,526,922.

roemen, zich beroemen,1629.

roep, gerucht,1032A.

roepen over,1729: halen bij.

roeren, aanroeren, behandelen, “Aenmerck.” bladz.69.

rock,542A.

romp, lichaem,1186.

ront, openhartig,205,262,598.

rot, bende, schaar,61,175,612. —370, A: troepje.

rustigh, solide, flink,272. — vertrouwd,832.


Back to IndexNext