S, Z

S, Zsap, drank,168,245A.schamel, arm, behoeftig,939.schamperheyt, smaad,1753.scheen,een blauwe— loopen,944.schendigh, schandelik,116.scheppen(lust),391; vgl. haurire.scheppinge, scheppingsdag,1948A.schier, (—of morgen), van daag,1247; vgl. Warenar194; Kil. schier, oft morghen, hodie aut cras: nunc aut post. vgl. van Hasselt op Kil.schijnen,3A.,388,608,704.scheen, ofschoon, al,220,309.schoot,in... —,910,916.schoots,buiten—,800.schor,het—, land buitendijks,905.schorten, haperen,1056.schrijven, beschrijven,1669.schroom, schrik, vrees,1063.schroomen,c. acc., vreezen,112,1219.schuym van bouvejacht,1064.zeden, aard, karakter,485,1142; vgl. mores.sedigheyt, zedelikheid,1918.seggen, noemen,677,732. —696: afspreken. —voor,1092, zie spreken.seker,1435: duidelik, indubitatus.selfs, zelf, zelve,1336,1403,1891, etc. —, nog,1001,1011.selsaem, zelden voorkomend, biezonder, zonderling, vreemd, raar,1,6,182,496,877,890,967,1008,1409,1459,1707.setten,sigh—, zich zetten tot iets,189.liefde—,926,957.ziel,315. —, hart,1100. —, gemoed,1380.de goede—,315.sien, toezien,923. —in, inzicht hebben in,1604.sier,niet een—,820.sijgen, zich gaan vlijen,492.zijn aen,981A.zijn tegen, tegen-zijn aan,823.sin, zin, zinnigheid,586,959. —, gedachte,699.sinnen, gemoed, geest, verstand, zin, ziel,55,331,826,875,885,997,1006,1102,1155,1169,1345,1348,1384,1397,1404.slagh van volck,1836.slagh, —van drouvenreden,832.slagh-ader,1582A.slecht, eenvoudig, onnozel,509. — gering,942.slim, slecht, erg, boos,54,447,1036,1225,1262.sloir, sloerie,688,937.slons,943.slot, besluit, zin, beduidenis,76,593,1939A.sneegh, scherpzinnig, behendig, vlug,67,136,209,284,339,350,1220.snellen(na),773: jagen, streven.soeken syn bejagh op,1044.soet, zacht, lief,186,895,1699. —, best,183,1291,1699. —aert,1271.soetelick, zachtjes,1651.soetigheyt, liefheid,1882.sonderlingh, biezonder, merkwaardig,1442,1482,1661,1793,1833.sorghen, beducht zijn,1216.spel,148; Kil. spel, schouwspel .... spectaculum ludi, spectacula publica.spelen ontrent,1072A.spijt, smaad, boosheid,629,996. —281: minachting.spijten, verachtelik voorkomen,257.spoedelick, met spoed,1530.spoker, zwarte kunstenaar,1005,1835.spoor, sleep, trein,753.spraeck, spreken,553.spreken, aanspreken,185A. —voor, voorspraak zijn,1411A.springen, dansen,35,338A.spruyt,375.staegh, voortdurend, onafgebroken,10,108,250.staen,laten—, staken,1264.ten toone—,438A.,468. —in de plaats,992.staet, stand,154,570.stam, afkomst,1142.stant, staat, toestand,296,712,812,1170.stellen, opstellen, zetten,751A.,1247.in ’t werk—,hem—,117,137. —, toepassen,1742,1898,1984.open—, openen,519. Kil. applicare operi, Et exercere, cogere in opus.stem, geluid, klank,356.sterven, bezwijken,1286.stil, heimelik, zacht, rustig,272,359,1012. —, apart,1266.stillen,den loop—,1307.stonden,van—aen,1051.stracx, dadelik,1057,1256,1374.strate, weg,618.streeck, zet, trek,135,186.strecken over, bezig houden met,1384A.sigh—na, zich begeven,1273. —voor..., tot,838.streelen, vleien,542,795.stremmen, doen ophouden,252.strengh, strikt, vast,823.stuck,569. Kil. res, causa, factum, facinus.stuur, bar,334.suyker,195A.suysebollen,1007A.,1069.sulcx,1720: zodanige, dergelijke zaken.suur, scherp,785.swarte hoop841.sweven, zwerven,878.boven—, overtreffen,339A.Ttaey, karig, tenax,311.te,358A.te, zeer? al te?155.teen,plur. vantee,1279.teer, aanvallig, teder, teer,34,55A.,292,840,1139,1366. —, leden,201,203.t’elcken, telkens,1691,1705.tergen, prikkelen,1366A.terstont, zo even,945?1293.terwijlen,1081.’t gunt,1283.tieën na hem,1969: veroorzaken.tijt,jonge—, jeugd,896.tijt,nu ter—,1182,1292.doen ter—,1244.toe-komende, toekomstig,1559.toestaen, toestemmen,1831.tol, belasting, census,809.tot, te,1202.tot aen,604. —in,678,1086.tranen-broot,1311. vgl. Ps. 80, 6.trecken, trekken, aanhalen, nemen,79,819,1788,1872.treden in het ondersouck,1813.trou,in—gebonden, verloofd,1125.troutel-reden, vleitaal,517.trouwe,851: vaste verbintenis. Kil. fides, fidelitas.tucht, eerbaarheid,653.tuygh, gerei,757.t’wijl, terwijl,351, passim.Uuytgelesen,336.uyt-hangen,939A.uytkomste,1827.uytmuntend, sterk uitkomend,1705A.uytnemen, uitzonderen,741.uyt-strijcken, bedriegen,506,849.uytvinden, ontdekken,78,1542,1621.Vvallen, voorvallen, komen, uitkomen, terechtkomen,141,316,335,782,1099;komen te—op, overslaan op,1891. —in gedachten, geraken,697. —in beraet,701. —aen, vlug gaan aan,1426.van, door,1965.van gelijck,gelijcke(n), evenzo,1138,1521,1629,1839.vant,16(:),1136(:), ouder (ook Zeeuws?) praeteritum vanvinden; naastvont,891.1164(:),1199(:),1275,1621.varen, gebeuren, fieri,713.vast,1269: nauw. —, zeker,1930.vast houden, voor zeker houden,846. vgl. houden.vast stellen, voor zekeraannemen, bepalen,277,287,592,1201,1572,1747,1762,1982.vatten, begrijpen,92. —, vangen,152,376; vgl. amore captus.veerdigh, met spoed,69,1180.veynzen, ontveinsen,280.veysen, veinsen,589.velden,groene—,1429.venster,dese—,1300. Vgl. Kolthoff, blz.61.verbaest, verstomd, verbijsterd,549,1054,1167,1253.verbond, bond, kring,835.verde, verre,596.verderven, vergaan,403.verdrayen, verwringen,197. —141: plooien.verdrucken,420A.verdwelmen, bedwelmen,1101.vereeren, versieren, decorare,34,1210.vergapen,hem—,1701.vergen aen,tot, vragen, eischen, voorstellen,812,901,1909.vergenought,hem—houden(met), zich vergenoegen,1537.verhael, het verhalen,324.verhalen uyt, mededelen volgens,1504.verheven, grootmachtig,814.verhopen, hopen,1883. (Vgl. onverhoopt.)verklaren, uitkomen voor,1854.verquicken, opleven, bijkomen,1255.vermaeck, ontspanning, genoegen,366,386,918.vermaken,641A.,985. —, verkwikken, opvroliken, recreare,178.vermenghen, paren,464.vermogen, vrijheid hebben,1780,1848.vernemen, bemerken,374,601,1691.vernougen, voldoening,640.vernugen,1943.vernougen,hem—des, ingenomen zijn met,949,1975.vernuf, verstand,42,1427.vernuft, verstand,1766.verrader,1004A.: booswicht.verrassen,22.verrucken, vervoeren,377,686.versaden,48: zat zien.versch, fris,373,706.verscheydenlick, verschillend,1472.versegelen,in de trou—,952A.versekeren, zekerheid geven,1284.verselschapt, verloofd,1424.versouck, bezoek,1455. —, aanzoek,956.versoucken des,253.verstaen, begrijpen,1779,1803. —, vernemen,1467.verstant,15, mening. —,1194.verstellen, veranderen,203.verstopt, opgehouden,201A.vertrecken,hem—, weggaan,858.vertrout,1351A.; vgl. in trou gebonden.vervoeren, wegslepen,657,1406,1544.vervougen,hem—na, zich begeven naar,1490.verw,schoone—, schoonheid,41,393,968.verwecken, opwekken,49.verwerren, verward raken,98. —1196: (in de praet)verwerret, verwikkeld, verdiept.verwonderen des,1736.veur, voor,250.vinden, opmerken,51. —, bevinden, gevoelen,289.vinnigh,1068. —, dreigend,804.vlam,1143.vleck, plaats,25.vlijt,294:met alle vlijt, vurig.vlijtich, nauwlettend,1278,755.vloeyen,483.vogeltje,’t—onder de steert zien,1772A.vol,in volle daet,583.met(een) —mont, gul uit,284,467. —, smakelik,523A.in—leden, volledig,1382A.volgende,dien—, diens volgens,1581.vond, vinding, zet,284,486A.vonck,489A.voor eerst, in de eerste plaats,739; vgl. eerst.voor-komen,1297:het komt mij voor, ik herinner mij.voornamelick, voornaam,1630.voorraet,in—, bij voorbaat,830.voor-seggen,1439.voorstel, aanzoek,626.voortbrengen, voorstellen, opperen,595.voor-vallen, toevallig voorkomen,1950.vordere, verdere,1826.voren,1762: vroeger.vougen, schikken,sigh—,518.syn leden—tot, zich voegen naar,950A. —, passen,692.in vougen dat, zo dat,47.vragen des,953. — op, ondervragen,73. vgl. bevragen.vrat, wrat,1275,1282.vreedsaem, in vrede,1412.vremd, zonderling,703.vreught,543,896,1003,1286.vrienden, famielie,954.vry, vrij wat, nog,698,953.vrye woorden,922.vrijster, ongehuwde maagd,36,1365,1403.vrolick sijn van,831: feest vieren van.vroom, braaf, moedig,1128.vrou moeder,295.vuyl, gemeen, schandelik, slecht,53,62,873.vuylheyt, gemeenheid,59.

S, Zsap, drank,168,245A.schamel, arm, behoeftig,939.schamperheyt, smaad,1753.scheen,een blauwe— loopen,944.schendigh, schandelik,116.scheppen(lust),391; vgl. haurire.scheppinge, scheppingsdag,1948A.schier, (—of morgen), van daag,1247; vgl. Warenar194; Kil. schier, oft morghen, hodie aut cras: nunc aut post. vgl. van Hasselt op Kil.schijnen,3A.,388,608,704.scheen, ofschoon, al,220,309.schoot,in... —,910,916.schoots,buiten—,800.schor,het—, land buitendijks,905.schorten, haperen,1056.schrijven, beschrijven,1669.schroom, schrik, vrees,1063.schroomen,c. acc., vreezen,112,1219.schuym van bouvejacht,1064.zeden, aard, karakter,485,1142; vgl. mores.sedigheyt, zedelikheid,1918.seggen, noemen,677,732. —696: afspreken. —voor,1092, zie spreken.seker,1435: duidelik, indubitatus.selfs, zelf, zelve,1336,1403,1891, etc. —, nog,1001,1011.selsaem, zelden voorkomend, biezonder, zonderling, vreemd, raar,1,6,182,496,877,890,967,1008,1409,1459,1707.setten,sigh—, zich zetten tot iets,189.liefde—,926,957.ziel,315. —, hart,1100. —, gemoed,1380.de goede—,315.sien, toezien,923. —in, inzicht hebben in,1604.sier,niet een—,820.sijgen, zich gaan vlijen,492.zijn aen,981A.zijn tegen, tegen-zijn aan,823.sin, zin, zinnigheid,586,959. —, gedachte,699.sinnen, gemoed, geest, verstand, zin, ziel,55,331,826,875,885,997,1006,1102,1155,1169,1345,1348,1384,1397,1404.slagh van volck,1836.slagh, —van drouvenreden,832.slagh-ader,1582A.slecht, eenvoudig, onnozel,509. — gering,942.slim, slecht, erg, boos,54,447,1036,1225,1262.sloir, sloerie,688,937.slons,943.slot, besluit, zin, beduidenis,76,593,1939A.sneegh, scherpzinnig, behendig, vlug,67,136,209,284,339,350,1220.snellen(na),773: jagen, streven.soeken syn bejagh op,1044.soet, zacht, lief,186,895,1699. —, best,183,1291,1699. —aert,1271.soetelick, zachtjes,1651.soetigheyt, liefheid,1882.sonderlingh, biezonder, merkwaardig,1442,1482,1661,1793,1833.sorghen, beducht zijn,1216.spel,148; Kil. spel, schouwspel .... spectaculum ludi, spectacula publica.spelen ontrent,1072A.spijt, smaad, boosheid,629,996. —281: minachting.spijten, verachtelik voorkomen,257.spoedelick, met spoed,1530.spoker, zwarte kunstenaar,1005,1835.spoor, sleep, trein,753.spraeck, spreken,553.spreken, aanspreken,185A. —voor, voorspraak zijn,1411A.springen, dansen,35,338A.spruyt,375.staegh, voortdurend, onafgebroken,10,108,250.staen,laten—, staken,1264.ten toone—,438A.,468. —in de plaats,992.staet, stand,154,570.stam, afkomst,1142.stant, staat, toestand,296,712,812,1170.stellen, opstellen, zetten,751A.,1247.in ’t werk—,hem—,117,137. —, toepassen,1742,1898,1984.open—, openen,519. Kil. applicare operi, Et exercere, cogere in opus.stem, geluid, klank,356.sterven, bezwijken,1286.stil, heimelik, zacht, rustig,272,359,1012. —, apart,1266.stillen,den loop—,1307.stonden,van—aen,1051.stracx, dadelik,1057,1256,1374.strate, weg,618.streeck, zet, trek,135,186.strecken over, bezig houden met,1384A.sigh—na, zich begeven,1273. —voor..., tot,838.streelen, vleien,542,795.stremmen, doen ophouden,252.strengh, strikt, vast,823.stuck,569. Kil. res, causa, factum, facinus.stuur, bar,334.suyker,195A.suysebollen,1007A.,1069.sulcx,1720: zodanige, dergelijke zaken.suur, scherp,785.swarte hoop841.sweven, zwerven,878.boven—, overtreffen,339A.Ttaey, karig, tenax,311.te,358A.te, zeer? al te?155.teen,plur. vantee,1279.teer, aanvallig, teder, teer,34,55A.,292,840,1139,1366. —, leden,201,203.t’elcken, telkens,1691,1705.tergen, prikkelen,1366A.terstont, zo even,945?1293.terwijlen,1081.’t gunt,1283.tieën na hem,1969: veroorzaken.tijt,jonge—, jeugd,896.tijt,nu ter—,1182,1292.doen ter—,1244.toe-komende, toekomstig,1559.toestaen, toestemmen,1831.tol, belasting, census,809.tot, te,1202.tot aen,604. —in,678,1086.tranen-broot,1311. vgl. Ps. 80, 6.trecken, trekken, aanhalen, nemen,79,819,1788,1872.treden in het ondersouck,1813.trou,in—gebonden, verloofd,1125.troutel-reden, vleitaal,517.trouwe,851: vaste verbintenis. Kil. fides, fidelitas.tucht, eerbaarheid,653.tuygh, gerei,757.t’wijl, terwijl,351, passim.Uuytgelesen,336.uyt-hangen,939A.uytkomste,1827.uytmuntend, sterk uitkomend,1705A.uytnemen, uitzonderen,741.uyt-strijcken, bedriegen,506,849.uytvinden, ontdekken,78,1542,1621.Vvallen, voorvallen, komen, uitkomen, terechtkomen,141,316,335,782,1099;komen te—op, overslaan op,1891. —in gedachten, geraken,697. —in beraet,701. —aen, vlug gaan aan,1426.van, door,1965.van gelijck,gelijcke(n), evenzo,1138,1521,1629,1839.vant,16(:),1136(:), ouder (ook Zeeuws?) praeteritum vanvinden; naastvont,891.1164(:),1199(:),1275,1621.varen, gebeuren, fieri,713.vast,1269: nauw. —, zeker,1930.vast houden, voor zeker houden,846. vgl. houden.vast stellen, voor zekeraannemen, bepalen,277,287,592,1201,1572,1747,1762,1982.vatten, begrijpen,92. —, vangen,152,376; vgl. amore captus.veerdigh, met spoed,69,1180.veynzen, ontveinsen,280.veysen, veinsen,589.velden,groene—,1429.venster,dese—,1300. Vgl. Kolthoff, blz.61.verbaest, verstomd, verbijsterd,549,1054,1167,1253.verbond, bond, kring,835.verde, verre,596.verderven, vergaan,403.verdrayen, verwringen,197. —141: plooien.verdrucken,420A.verdwelmen, bedwelmen,1101.vereeren, versieren, decorare,34,1210.vergapen,hem—,1701.vergen aen,tot, vragen, eischen, voorstellen,812,901,1909.vergenought,hem—houden(met), zich vergenoegen,1537.verhael, het verhalen,324.verhalen uyt, mededelen volgens,1504.verheven, grootmachtig,814.verhopen, hopen,1883. (Vgl. onverhoopt.)verklaren, uitkomen voor,1854.verquicken, opleven, bijkomen,1255.vermaeck, ontspanning, genoegen,366,386,918.vermaken,641A.,985. —, verkwikken, opvroliken, recreare,178.vermenghen, paren,464.vermogen, vrijheid hebben,1780,1848.vernemen, bemerken,374,601,1691.vernougen, voldoening,640.vernugen,1943.vernougen,hem—des, ingenomen zijn met,949,1975.vernuf, verstand,42,1427.vernuft, verstand,1766.verrader,1004A.: booswicht.verrassen,22.verrucken, vervoeren,377,686.versaden,48: zat zien.versch, fris,373,706.verscheydenlick, verschillend,1472.versegelen,in de trou—,952A.versekeren, zekerheid geven,1284.verselschapt, verloofd,1424.versouck, bezoek,1455. —, aanzoek,956.versoucken des,253.verstaen, begrijpen,1779,1803. —, vernemen,1467.verstant,15, mening. —,1194.verstellen, veranderen,203.verstopt, opgehouden,201A.vertrecken,hem—, weggaan,858.vertrout,1351A.; vgl. in trou gebonden.vervoeren, wegslepen,657,1406,1544.vervougen,hem—na, zich begeven naar,1490.verw,schoone—, schoonheid,41,393,968.verwecken, opwekken,49.verwerren, verward raken,98. —1196: (in de praet)verwerret, verwikkeld, verdiept.verwonderen des,1736.veur, voor,250.vinden, opmerken,51. —, bevinden, gevoelen,289.vinnigh,1068. —, dreigend,804.vlam,1143.vleck, plaats,25.vlijt,294:met alle vlijt, vurig.vlijtich, nauwlettend,1278,755.vloeyen,483.vogeltje,’t—onder de steert zien,1772A.vol,in volle daet,583.met(een) —mont, gul uit,284,467. —, smakelik,523A.in—leden, volledig,1382A.volgende,dien—, diens volgens,1581.vond, vinding, zet,284,486A.vonck,489A.voor eerst, in de eerste plaats,739; vgl. eerst.voor-komen,1297:het komt mij voor, ik herinner mij.voornamelick, voornaam,1630.voorraet,in—, bij voorbaat,830.voor-seggen,1439.voorstel, aanzoek,626.voortbrengen, voorstellen, opperen,595.voor-vallen, toevallig voorkomen,1950.vordere, verdere,1826.voren,1762: vroeger.vougen, schikken,sigh—,518.syn leden—tot, zich voegen naar,950A. —, passen,692.in vougen dat, zo dat,47.vragen des,953. — op, ondervragen,73. vgl. bevragen.vrat, wrat,1275,1282.vreedsaem, in vrede,1412.vremd, zonderling,703.vreught,543,896,1003,1286.vrienden, famielie,954.vry, vrij wat, nog,698,953.vrye woorden,922.vrijster, ongehuwde maagd,36,1365,1403.vrolick sijn van,831: feest vieren van.vroom, braaf, moedig,1128.vrou moeder,295.vuyl, gemeen, schandelik, slecht,53,62,873.vuylheyt, gemeenheid,59.

S, Zsap, drank,168,245A.schamel, arm, behoeftig,939.schamperheyt, smaad,1753.scheen,een blauwe— loopen,944.schendigh, schandelik,116.scheppen(lust),391; vgl. haurire.scheppinge, scheppingsdag,1948A.schier, (—of morgen), van daag,1247; vgl. Warenar194; Kil. schier, oft morghen, hodie aut cras: nunc aut post. vgl. van Hasselt op Kil.schijnen,3A.,388,608,704.scheen, ofschoon, al,220,309.schoot,in... —,910,916.schoots,buiten—,800.schor,het—, land buitendijks,905.schorten, haperen,1056.schrijven, beschrijven,1669.schroom, schrik, vrees,1063.schroomen,c. acc., vreezen,112,1219.schuym van bouvejacht,1064.zeden, aard, karakter,485,1142; vgl. mores.sedigheyt, zedelikheid,1918.seggen, noemen,677,732. —696: afspreken. —voor,1092, zie spreken.seker,1435: duidelik, indubitatus.selfs, zelf, zelve,1336,1403,1891, etc. —, nog,1001,1011.selsaem, zelden voorkomend, biezonder, zonderling, vreemd, raar,1,6,182,496,877,890,967,1008,1409,1459,1707.setten,sigh—, zich zetten tot iets,189.liefde—,926,957.ziel,315. —, hart,1100. —, gemoed,1380.de goede—,315.sien, toezien,923. —in, inzicht hebben in,1604.sier,niet een—,820.sijgen, zich gaan vlijen,492.zijn aen,981A.zijn tegen, tegen-zijn aan,823.sin, zin, zinnigheid,586,959. —, gedachte,699.sinnen, gemoed, geest, verstand, zin, ziel,55,331,826,875,885,997,1006,1102,1155,1169,1345,1348,1384,1397,1404.slagh van volck,1836.slagh, —van drouvenreden,832.slagh-ader,1582A.slecht, eenvoudig, onnozel,509. — gering,942.slim, slecht, erg, boos,54,447,1036,1225,1262.sloir, sloerie,688,937.slons,943.slot, besluit, zin, beduidenis,76,593,1939A.sneegh, scherpzinnig, behendig, vlug,67,136,209,284,339,350,1220.snellen(na),773: jagen, streven.soeken syn bejagh op,1044.soet, zacht, lief,186,895,1699. —, best,183,1291,1699. —aert,1271.soetelick, zachtjes,1651.soetigheyt, liefheid,1882.sonderlingh, biezonder, merkwaardig,1442,1482,1661,1793,1833.sorghen, beducht zijn,1216.spel,148; Kil. spel, schouwspel .... spectaculum ludi, spectacula publica.spelen ontrent,1072A.spijt, smaad, boosheid,629,996. —281: minachting.spijten, verachtelik voorkomen,257.spoedelick, met spoed,1530.spoker, zwarte kunstenaar,1005,1835.spoor, sleep, trein,753.spraeck, spreken,553.spreken, aanspreken,185A. —voor, voorspraak zijn,1411A.springen, dansen,35,338A.spruyt,375.staegh, voortdurend, onafgebroken,10,108,250.staen,laten—, staken,1264.ten toone—,438A.,468. —in de plaats,992.staet, stand,154,570.stam, afkomst,1142.stant, staat, toestand,296,712,812,1170.stellen, opstellen, zetten,751A.,1247.in ’t werk—,hem—,117,137. —, toepassen,1742,1898,1984.open—, openen,519. Kil. applicare operi, Et exercere, cogere in opus.stem, geluid, klank,356.sterven, bezwijken,1286.stil, heimelik, zacht, rustig,272,359,1012. —, apart,1266.stillen,den loop—,1307.stonden,van—aen,1051.stracx, dadelik,1057,1256,1374.strate, weg,618.streeck, zet, trek,135,186.strecken over, bezig houden met,1384A.sigh—na, zich begeven,1273. —voor..., tot,838.streelen, vleien,542,795.stremmen, doen ophouden,252.strengh, strikt, vast,823.stuck,569. Kil. res, causa, factum, facinus.stuur, bar,334.suyker,195A.suysebollen,1007A.,1069.sulcx,1720: zodanige, dergelijke zaken.suur, scherp,785.swarte hoop841.sweven, zwerven,878.boven—, overtreffen,339A.

sap, drank,168,245A.

schamel, arm, behoeftig,939.

schamperheyt, smaad,1753.

scheen,een blauwe— loopen,944.

schendigh, schandelik,116.

scheppen(lust),391; vgl. haurire.

scheppinge, scheppingsdag,1948A.

schier, (—of morgen), van daag,1247; vgl. Warenar194; Kil. schier, oft morghen, hodie aut cras: nunc aut post. vgl. van Hasselt op Kil.

schijnen,3A.,388,608,704.

scheen, ofschoon, al,220,309.

schoot,in... —,910,916.

schoots,buiten—,800.

schor,het—, land buitendijks,905.

schorten, haperen,1056.

schrijven, beschrijven,1669.

schroom, schrik, vrees,1063.

schroomen,c. acc., vreezen,112,1219.

schuym van bouvejacht,1064.

zeden, aard, karakter,485,1142; vgl. mores.

sedigheyt, zedelikheid,1918.

seggen, noemen,677,732. —696: afspreken. —voor,1092, zie spreken.

seker,1435: duidelik, indubitatus.

selfs, zelf, zelve,1336,1403,1891, etc. —, nog,1001,1011.

selsaem, zelden voorkomend, biezonder, zonderling, vreemd, raar,1,6,182,496,877,890,967,1008,1409,1459,1707.

setten,sigh—, zich zetten tot iets,189.liefde—,926,957.

ziel,315. —, hart,1100. —, gemoed,1380.de goede—,315.

sien, toezien,923. —in, inzicht hebben in,1604.

sier,niet een—,820.

sijgen, zich gaan vlijen,492.

zijn aen,981A.

zijn tegen, tegen-zijn aan,823.

sin, zin, zinnigheid,586,959. —, gedachte,699.

sinnen, gemoed, geest, verstand, zin, ziel,55,331,826,875,885,997,1006,1102,1155,1169,1345,1348,1384,1397,1404.

slagh van volck,1836.

slagh, —van drouvenreden,832.

slagh-ader,1582A.

slecht, eenvoudig, onnozel,509. — gering,942.

slim, slecht, erg, boos,54,447,1036,1225,1262.

sloir, sloerie,688,937.

slons,943.

slot, besluit, zin, beduidenis,76,593,1939A.

sneegh, scherpzinnig, behendig, vlug,67,136,209,284,339,350,1220.

snellen(na),773: jagen, streven.

soeken syn bejagh op,1044.

soet, zacht, lief,186,895,1699. —, best,183,1291,1699. —aert,1271.

soetelick, zachtjes,1651.

soetigheyt, liefheid,1882.

sonderlingh, biezonder, merkwaardig,1442,1482,1661,1793,1833.

sorghen, beducht zijn,1216.

spel,148; Kil. spel, schouwspel .... spectaculum ludi, spectacula publica.

spelen ontrent,1072A.

spijt, smaad, boosheid,629,996. —281: minachting.

spijten, verachtelik voorkomen,257.

spoedelick, met spoed,1530.

spoker, zwarte kunstenaar,1005,1835.

spoor, sleep, trein,753.

spraeck, spreken,553.

spreken, aanspreken,185A. —voor, voorspraak zijn,1411A.

springen, dansen,35,338A.

spruyt,375.

staegh, voortdurend, onafgebroken,10,108,250.

staen,laten—, staken,1264.ten toone—,438A.,468. —in de plaats,992.

staet, stand,154,570.

stam, afkomst,1142.

stant, staat, toestand,296,712,812,1170.

stellen, opstellen, zetten,751A.,1247.in ’t werk—,hem—,117,137. —, toepassen,1742,1898,1984.open—, openen,519. Kil. applicare operi, Et exercere, cogere in opus.

stem, geluid, klank,356.

sterven, bezwijken,1286.

stil, heimelik, zacht, rustig,272,359,1012. —, apart,1266.

stillen,den loop—,1307.

stonden,van—aen,1051.

stracx, dadelik,1057,1256,1374.

strate, weg,618.

streeck, zet, trek,135,186.

strecken over, bezig houden met,1384A.sigh—na, zich begeven,1273. —voor..., tot,838.

streelen, vleien,542,795.

stremmen, doen ophouden,252.

strengh, strikt, vast,823.

stuck,569. Kil. res, causa, factum, facinus.

stuur, bar,334.

suyker,195A.

suysebollen,1007A.,1069.

sulcx,1720: zodanige, dergelijke zaken.

suur, scherp,785.

swarte hoop841.

sweven, zwerven,878.boven—, overtreffen,339A.

Ttaey, karig, tenax,311.te,358A.te, zeer? al te?155.teen,plur. vantee,1279.teer, aanvallig, teder, teer,34,55A.,292,840,1139,1366. —, leden,201,203.t’elcken, telkens,1691,1705.tergen, prikkelen,1366A.terstont, zo even,945?1293.terwijlen,1081.’t gunt,1283.tieën na hem,1969: veroorzaken.tijt,jonge—, jeugd,896.tijt,nu ter—,1182,1292.doen ter—,1244.toe-komende, toekomstig,1559.toestaen, toestemmen,1831.tol, belasting, census,809.tot, te,1202.tot aen,604. —in,678,1086.tranen-broot,1311. vgl. Ps. 80, 6.trecken, trekken, aanhalen, nemen,79,819,1788,1872.treden in het ondersouck,1813.trou,in—gebonden, verloofd,1125.troutel-reden, vleitaal,517.trouwe,851: vaste verbintenis. Kil. fides, fidelitas.tucht, eerbaarheid,653.tuygh, gerei,757.t’wijl, terwijl,351, passim.

taey, karig, tenax,311.

te,358A.

te, zeer? al te?155.

teen,plur. vantee,1279.

teer, aanvallig, teder, teer,34,55A.,292,840,1139,1366. —, leden,201,203.

t’elcken, telkens,1691,1705.

tergen, prikkelen,1366A.

terstont, zo even,945?1293.

terwijlen,1081.

’t gunt,1283.

tieën na hem,1969: veroorzaken.

tijt,jonge—, jeugd,896.

tijt,nu ter—,1182,1292.doen ter—,1244.

toe-komende, toekomstig,1559.

toestaen, toestemmen,1831.

tol, belasting, census,809.

tot, te,1202.

tot aen,604. —in,678,1086.

tranen-broot,1311. vgl. Ps. 80, 6.

trecken, trekken, aanhalen, nemen,79,819,1788,1872.

treden in het ondersouck,1813.

trou,in—gebonden, verloofd,1125.

troutel-reden, vleitaal,517.

trouwe,851: vaste verbintenis. Kil. fides, fidelitas.

tucht, eerbaarheid,653.

tuygh, gerei,757.

t’wijl, terwijl,351, passim.

Uuytgelesen,336.uyt-hangen,939A.uytkomste,1827.uytmuntend, sterk uitkomend,1705A.uytnemen, uitzonderen,741.uyt-strijcken, bedriegen,506,849.uytvinden, ontdekken,78,1542,1621.

uytgelesen,336.

uyt-hangen,939A.

uytkomste,1827.

uytmuntend, sterk uitkomend,1705A.

uytnemen, uitzonderen,741.

uyt-strijcken, bedriegen,506,849.

uytvinden, ontdekken,78,1542,1621.

Vvallen, voorvallen, komen, uitkomen, terechtkomen,141,316,335,782,1099;komen te—op, overslaan op,1891. —in gedachten, geraken,697. —in beraet,701. —aen, vlug gaan aan,1426.van, door,1965.van gelijck,gelijcke(n), evenzo,1138,1521,1629,1839.vant,16(:),1136(:), ouder (ook Zeeuws?) praeteritum vanvinden; naastvont,891.1164(:),1199(:),1275,1621.varen, gebeuren, fieri,713.vast,1269: nauw. —, zeker,1930.vast houden, voor zeker houden,846. vgl. houden.vast stellen, voor zekeraannemen, bepalen,277,287,592,1201,1572,1747,1762,1982.vatten, begrijpen,92. —, vangen,152,376; vgl. amore captus.veerdigh, met spoed,69,1180.veynzen, ontveinsen,280.veysen, veinsen,589.velden,groene—,1429.venster,dese—,1300. Vgl. Kolthoff, blz.61.verbaest, verstomd, verbijsterd,549,1054,1167,1253.verbond, bond, kring,835.verde, verre,596.verderven, vergaan,403.verdrayen, verwringen,197. —141: plooien.verdrucken,420A.verdwelmen, bedwelmen,1101.vereeren, versieren, decorare,34,1210.vergapen,hem—,1701.vergen aen,tot, vragen, eischen, voorstellen,812,901,1909.vergenought,hem—houden(met), zich vergenoegen,1537.verhael, het verhalen,324.verhalen uyt, mededelen volgens,1504.verheven, grootmachtig,814.verhopen, hopen,1883. (Vgl. onverhoopt.)verklaren, uitkomen voor,1854.verquicken, opleven, bijkomen,1255.vermaeck, ontspanning, genoegen,366,386,918.vermaken,641A.,985. —, verkwikken, opvroliken, recreare,178.vermenghen, paren,464.vermogen, vrijheid hebben,1780,1848.vernemen, bemerken,374,601,1691.vernougen, voldoening,640.vernugen,1943.vernougen,hem—des, ingenomen zijn met,949,1975.vernuf, verstand,42,1427.vernuft, verstand,1766.verrader,1004A.: booswicht.verrassen,22.verrucken, vervoeren,377,686.versaden,48: zat zien.versch, fris,373,706.verscheydenlick, verschillend,1472.versegelen,in de trou—,952A.versekeren, zekerheid geven,1284.verselschapt, verloofd,1424.versouck, bezoek,1455. —, aanzoek,956.versoucken des,253.verstaen, begrijpen,1779,1803. —, vernemen,1467.verstant,15, mening. —,1194.verstellen, veranderen,203.verstopt, opgehouden,201A.vertrecken,hem—, weggaan,858.vertrout,1351A.; vgl. in trou gebonden.vervoeren, wegslepen,657,1406,1544.vervougen,hem—na, zich begeven naar,1490.verw,schoone—, schoonheid,41,393,968.verwecken, opwekken,49.verwerren, verward raken,98. —1196: (in de praet)verwerret, verwikkeld, verdiept.verwonderen des,1736.veur, voor,250.vinden, opmerken,51. —, bevinden, gevoelen,289.vinnigh,1068. —, dreigend,804.vlam,1143.vleck, plaats,25.vlijt,294:met alle vlijt, vurig.vlijtich, nauwlettend,1278,755.vloeyen,483.vogeltje,’t—onder de steert zien,1772A.vol,in volle daet,583.met(een) —mont, gul uit,284,467. —, smakelik,523A.in—leden, volledig,1382A.volgende,dien—, diens volgens,1581.vond, vinding, zet,284,486A.vonck,489A.voor eerst, in de eerste plaats,739; vgl. eerst.voor-komen,1297:het komt mij voor, ik herinner mij.voornamelick, voornaam,1630.voorraet,in—, bij voorbaat,830.voor-seggen,1439.voorstel, aanzoek,626.voortbrengen, voorstellen, opperen,595.voor-vallen, toevallig voorkomen,1950.vordere, verdere,1826.voren,1762: vroeger.vougen, schikken,sigh—,518.syn leden—tot, zich voegen naar,950A. —, passen,692.in vougen dat, zo dat,47.vragen des,953. — op, ondervragen,73. vgl. bevragen.vrat, wrat,1275,1282.vreedsaem, in vrede,1412.vremd, zonderling,703.vreught,543,896,1003,1286.vrienden, famielie,954.vry, vrij wat, nog,698,953.vrye woorden,922.vrijster, ongehuwde maagd,36,1365,1403.vrolick sijn van,831: feest vieren van.vroom, braaf, moedig,1128.vrou moeder,295.vuyl, gemeen, schandelik, slecht,53,62,873.vuylheyt, gemeenheid,59.

vallen, voorvallen, komen, uitkomen, terechtkomen,141,316,335,782,1099;komen te—op, overslaan op,1891. —in gedachten, geraken,697. —in beraet,701. —aen, vlug gaan aan,1426.

van, door,1965.

van gelijck,gelijcke(n), evenzo,1138,1521,1629,1839.

vant,16(:),1136(:), ouder (ook Zeeuws?) praeteritum vanvinden; naastvont,891.1164(:),1199(:),1275,1621.

varen, gebeuren, fieri,713.

vast,1269: nauw. —, zeker,1930.

vast houden, voor zeker houden,846. vgl. houden.

vast stellen, voor zekeraannemen, bepalen,277,287,592,1201,1572,1747,1762,1982.

vatten, begrijpen,92. —, vangen,152,376; vgl. amore captus.

veerdigh, met spoed,69,1180.

veynzen, ontveinsen,280.

veysen, veinsen,589.

velden,groene—,1429.

venster,dese—,1300. Vgl. Kolthoff, blz.61.

verbaest, verstomd, verbijsterd,549,1054,1167,1253.

verbond, bond, kring,835.

verde, verre,596.

verderven, vergaan,403.

verdrayen, verwringen,197. —141: plooien.

verdrucken,420A.

verdwelmen, bedwelmen,1101.

vereeren, versieren, decorare,34,1210.

vergapen,hem—,1701.

vergen aen,tot, vragen, eischen, voorstellen,812,901,1909.

vergenought,hem—houden(met), zich vergenoegen,1537.

verhael, het verhalen,324.

verhalen uyt, mededelen volgens,1504.

verheven, grootmachtig,814.

verhopen, hopen,1883. (Vgl. onverhoopt.)

verklaren, uitkomen voor,1854.

verquicken, opleven, bijkomen,1255.

vermaeck, ontspanning, genoegen,366,386,918.

vermaken,641A.,985. —, verkwikken, opvroliken, recreare,178.

vermenghen, paren,464.

vermogen, vrijheid hebben,1780,1848.

vernemen, bemerken,374,601,1691.

vernougen, voldoening,640.vernugen,1943.

vernougen,hem—des, ingenomen zijn met,949,1975.

vernuf, verstand,42,1427.

vernuft, verstand,1766.

verrader,1004A.: booswicht.

verrassen,22.

verrucken, vervoeren,377,686.

versaden,48: zat zien.

versch, fris,373,706.

verscheydenlick, verschillend,1472.

versegelen,in de trou—,952A.

versekeren, zekerheid geven,1284.

verselschapt, verloofd,1424.

versouck, bezoek,1455. —, aanzoek,956.

versoucken des,253.

verstaen, begrijpen,1779,1803. —, vernemen,1467.

verstant,15, mening. —,1194.

verstellen, veranderen,203.

verstopt, opgehouden,201A.

vertrecken,hem—, weggaan,858.

vertrout,1351A.; vgl. in trou gebonden.

vervoeren, wegslepen,657,1406,1544.

vervougen,hem—na, zich begeven naar,1490.

verw,schoone—, schoonheid,41,393,968.

verwecken, opwekken,49.

verwerren, verward raken,98. —1196: (in de praet)verwerret, verwikkeld, verdiept.

verwonderen des,1736.

veur, voor,250.

vinden, opmerken,51. —, bevinden, gevoelen,289.

vinnigh,1068. —, dreigend,804.

vlam,1143.

vleck, plaats,25.

vlijt,294:met alle vlijt, vurig.

vlijtich, nauwlettend,1278,755.

vloeyen,483.

vogeltje,’t—onder de steert zien,1772A.

vol,in volle daet,583.met(een) —mont, gul uit,284,467. —, smakelik,523A.in—leden, volledig,1382A.

volgende,dien—, diens volgens,1581.

vond, vinding, zet,284,486A.

vonck,489A.

voor eerst, in de eerste plaats,739; vgl. eerst.

voor-komen,1297:het komt mij voor, ik herinner mij.

voornamelick, voornaam,1630.

voorraet,in—, bij voorbaat,830.

voor-seggen,1439.

voorstel, aanzoek,626.

voortbrengen, voorstellen, opperen,595.

voor-vallen, toevallig voorkomen,1950.

vordere, verdere,1826.

voren,1762: vroeger.

vougen, schikken,sigh—,518.syn leden—tot, zich voegen naar,950A. —, passen,692.

in vougen dat, zo dat,47.

vragen des,953. — op, ondervragen,73. vgl. bevragen.

vrat, wrat,1275,1282.

vreedsaem, in vrede,1412.

vremd, zonderling,703.

vreught,543,896,1003,1286.

vrienden, famielie,954.

vry, vrij wat, nog,698,953.

vrye woorden,922.

vrijster, ongehuwde maagd,36,1365,1403.

vrolick sijn van,831: feest vieren van.

vroom, braaf, moedig,1128.

vrou moeder,295.

vuyl, gemeen, schandelik, slecht,53,62,873.

vuylheyt, gemeenheid,59.


Back to IndexNext