Tiende hoofdstuk.

Tiende hoofdstuk.Roman.In dit hoofdstuk zullen wij een van de gewichtigste perioden uit Tolstoi’s leven behandelen, n.l. de geschiedenis van zijne eerste ernstige trouwplannen, die, hoewel zij niet tot een huwelijk leidden, toch een’ grooten invloed hebben uitgeoefend op zijn volgend leven.In den loop van deze gebeurtenissen traden eenige van Tolstoi’s karaktertrekken sterk op den voorgrond: zijne hartstochtelijke, gevoelige natuur, de groote kracht van zijn verstand, die zijne hartstochten weet te beteugelen, en dan zijne oprechte, hoogstaande geest, die zich uit, zoowel in het najagen zijner hooge idealen als in het gewone dagelijksche leven.Reeds eenige malen had Tolstoi gemeend eene vrouw lief te hebben, maar na korten tijd bleek het steeds de ware liefde niet te zijn; zelfs de oprechte genegenheid, die hij in zijne jeugd Sonitschka Kaloschinaja had toegedragen, kon op dien naam geen aanspraak maken. De tweede was eene studentenliefde, die echter hoofdzakelijk in zijne verbeelding bestond. De Kozatschka in de stanitza was daarop, zooals wij weten, het voorwerp zijner vereering. Toen weer maakte eene dame uit de groote wereld zijne bewondering gaande, hoewel het voor haar zelf waarschijnlijk een geheim is gebleven; Tolstoi toch was in zulke aangelegenheden altijd zeer schuchter.Wij herinneren ons, dat Tolstoi zich in een’ brief aan zijn’broer, geschreven in Sewastopol, beklaagde zoo weinig met dames in aanraking te komen, waardoor hij vreesde zijn’ zin voor het familieleven voorgoed te verliezen.Nadat hij uit den oorlog was terug gekeerd, begon hij ernstig aan trouwen te denken. Tijdens zijn oponthoud in Moskou werd zijne aandacht getrokken door mejuffrouw Valérie, de dochter van een’ naburigen landeigenaar, een lief meisje, en—het begin van den roman liet niet lang op zich wachten. Zooals reeds boven is gezegd, is het niet tot een huwelijk gekomen, maar toch is de verhouding van dien aard geweest, dat familie en kennissen hen reeds als een verloofd paar beschouwden.De correspondentie, die tusschen de beide jonge menschen gevoerd is, kan niet openbaar worden gemaakt en hier wordt dus slechts een kort overzicht van den inhoud hunner brieven gegeven.Den eersten brief schreef Tolstoi naar Moskou, waar de heldin zijner droomen logeerde bij hare tante, die een zeer mondain leven leidde. De familie bestond verder nog uit hare drie nichtjes en eene Fransche gezelschapsdame, Mlle Vorgani. Gewoonlijk woonden zij ’s zomers op haar landgoed Soedakoff in de nabijheid van Jasnaja Paljana, maar dit jaar waren zij reeds in Augustus naar Moskou vertrokken om de kroning van Alexander II bij te wonen, die 26 Augustus 1856 plaats had.De jonge dame amuseerde zich uitstekend bij de kroningsfeesten en uitte haar verrukking in een’ opgewonden brief, dien zij aan Tolstoi’s tante schreef. De inhoud van dezen brief deed bij Tolstoi den eersten twijfel ontwaken aan de bestendigheid van hun toekomstig geluk. Daar hij werkelijk eene ernstige genegenheid voor het meisje had opgevat en haar reeds als zijne aanstaande vrouw beschouwde, was het hem een behoefte haar in te wijden in de hooge idealen, waarvan hij steeds droomde.Hierop volgde de voor hem grievende teleurstelling dathij op dit punt niet door haar begrepen werd en zelfs stootte op een groote lichtzinnigheid tegenover de meest ernstige levensvragen. Tolstoi gaf echter den moed niet op, en, rekenende op haar jeugd en hare voor indrukken vatbare natuur, deed hij zijn uiterste best om haar een anderen blik zoowel op het tegenwoordige als op het toekomstige leven te geven. Al zijne brieven ademden dan ook eene groote zorg voor haar zieleleven en waren gevuld met raadgevingen op allerlei gebied. Soms sloeg hij, teleurgesteld door haar niet begrijpen, een bitteren, sarcastischen toon aan, dan weer sprak hij zorgzaam, zooals een vader spreekt tot zijn kind. Als antwoord op het opgewonden schrijven over de kroningsfeesten schreef hij haar een brief, waarin hij al zijne verachting neerlegde voor hare, volgens zijne begrippen, laag staande amusementen. Hij lachte schamper om haar genoegens, haar bals, haar cavaliers, en eindigde met een opgeschroefden zin, alsof hij haar vrienden wilde nadoen. Het antwoord op dezen brief liet lang op zich wachten. Tolstoi werd onrustig, hij schreef weer, maar nu op een anderen toon, vroeg om vergiffenis en werd weer in genade aangenomen. Na de feesten keerde de familie naar Soedakoff terug en de verhouding tusschen de jongelui werd hoe langer hoe inniger.Al heel spoedig echter kwam er weer verandering in den toestand. Of hij reeds voelde dat zijne liefde voor haar niet groot genoeg was of dat het zijne sceptische neigingen waren die weer den twijfel bij hem wakker riepen, zeker is het dat hij, zich en haar voor de gevolgen eener ondoordachte handeling willende behoeden, het besluit nam hunne liefde op de proef te stellen. Hij vertrok daarom voor onbepaalden tijd naar St.-Petersburg en schreef zijne aanstaande bruid een’ brief, waaruit bleek, dat bij hem van hartstochtelijk verliefd zijn geen sprake was. De brief was vol diepgaande gedachten over de beteekenis van de genegenheid tusschenman en vrouw, den ernst van hun voornemen en de noodzakelijkheid van deze proefneming.Natuurlijk viel dit in ’t geheel niet in den smaak van het jonge meisje, maar zij onderwierp zich aan het besluit en de briefwisseling werd voortgezet.Toen Tolstoi een korten tijd in St.-Petersburg was, vertelde iemand, wiens waarheidsliefde hij niet in twijfel kon trekken, hem, dat zijne uitverkorene zich niet alleen door een’ muziekonderwijzer het hof had laten maken, maar dat zij diens liefde zelfs had beantwoord. Dat was gebeurd tijdens die ongelukkige feesten. Blijkbaar had zij nu een eind gemaakt aan de verhouding, maar het feit alleen dat zij zoo lichtzinnig kon handelen, was een zware slag voor Tolstoi. Onder den indruk hiervan schreef hij haar een brief vol bittere verwijten, dien hij echter niet wegstuurde, maar haar wilde laten lezen, zoodra zij weer bij elkaar zouden zijn. Het blijkt echter dat Tolstoi nog meer feiten gewaar werd betreffende hare verhouding tot den muziekonderwijzer, die hem dwongen haar daarover te schrijven. Het stond nu reeds bij hem vast, dat hij alle banden met haar wilde verbreken, maar om dit minder smartelijk te doen zijn wilde hij het aan den tijd overlaten.Een dag echter nadat hij den brief verzonden had, berouwde het hem reeds weer, en dadelijk daarop schreef hij een anderen, op een meer verzoenenden toon. Hierop kwam geen antwoord, en waarschijnlijk denkende: “geen tijding, goede tijding” ging hij maar met schrijven voort. Evenals vroeger behelsden deze brieven weer meer goede raadgevingen aan eene leerlinge dan woorden van liefde voor eene aanstaande bruid. Hij schreef over hunne mogelijke toekomstige verbintenis, over hun leven, hunne bezigheden, hunne omgeving, hun kennissenkring en dagverdeeling en met ieder woord trachtte hij hare belangstelling op te wekken voor de ernstige zijde van het leven.Er kwam geen antwoord op dezen brief, en langen tijd liet zijniet van zich hooren. Plotseling echter kwamen er eenige brieven na elkaar en werd de band tusschen hen beiden weer nauwer aangehaald. Hij bracht haar op de hoogte van zijne litteraire plannen, beschreef haar zijn leven te St.-Petersburg en ontvouwde haar wederom zijne hooge idealen ten opzichte van het familieleven.Doch ook deze opflikkering van hunne liefde doofde weer spoedig uit. In de volgende brieven begon reeds weer de twijfel te spreken en zij kregen, ondanks de vriendelijke woorden, iets zeer gedwongens. Het spreekt van zelf dat het meisje dit al spoedig moest voelen, en onwillekeurig begon hare genegenheid voor hem ook te verminderen, zoodat een gevoel van vriendschap de liefde begon te vervangen.In December reisde Tolstoi naar Moskou en van daar schreef hij zijn tante een’ brief, waarin hij haar om raad vroeg in deze moeilijke kwestie.“Gij hebt mij over V. geschreven op den toon waarop gij altijd over haar spreekt en ik zal u antwoorden zooals ik het ook altijd doe. Nauwelijks eene week, nadat ik haar voor ’t eerst gezien had, meende ik verliefd op haar te zijn, iets dat heel gemakkelijk gaat bij mijne groote verbeeldingskracht. Ik zou het heel aangenaam vinden nu ook nog te kunnen zeggen dat ik haar liefheb, maar sedert ik weer aan ’t werk ben gegaan, weet ik heel zeker, dat het niet zoo is. Het eenige wat ik voor haar voel is dankbaarheid voor de liefde die zij mij toedraagt, en van alle meisjes, die ik ooit gekend heb, zou zij, geloof ik, nog de beste vrouw voor mij zijn. Nu zou ik graag van u willen hooren of ik mij daarin vergis of niet. Ik wend mij met die vraag tot u, omdat gij ons beiden kent en omdat gij veel van mij houdt, en menschen die veel van ons houden vergissen zich niet. ’t Is waar, ik heb mij tijdens onze scheiding niet goed op de proef gesteld. Sedert ik ben weggegaan ben ik bijna niet met dames in aanrakinggeweest, heb ik meer een eenzaam dan een gezellig leven geleid, en desondanks kwamen er toch oogenblikken, dat ik berouw had, mij ook maar eenigszins met haar te hebben verbonden. Toch, wanneer ik er vast van overtuigd was, dat zij een standvastig karakter had en mij altijd zou blijven liefhebben, niet zooals nu, maar meer dan iemand anders, dan zou ik er geen oogenblik aan denken niet met haar te trouwen. Ik ben er van overtuigd dat mijne liefde dan ook grooter zou worden en ik haar tot eene goede vrouw zou kunnen vormen.”In dezen tijd ging de bewuste jonge dame naar Petersburg om er het winterseizoen mee te maken, hetgeen reeds lang een hartewensch van haar was geweest. Tolstoi schreef haar geregeld, maar de toon der brieven werd reeds weer koeler en koeler.Die afgemeten toon in de brieven ontging haar natuurlijk niet. Zij antwoordde hem met zachte verwijten en lieve woordjes, die een tijdlang hunne uitwerking op hem niet misten. Maar over het begrip van liefde, dat hij wederzijdsche opvoeding noemde, konden zij het toch niet eens worden. De briefwisseling verflauwde. Hunne verhouding veranderde langzamerhand, zij wisselden nog een enkelen brief, maar het eind van alles was, dat zij hem verbood haar langer te schrijven. Hij echter stoorde zich niet aan dit verbod en schreef haar een roerenden brief, waarin hij haar, zonder zich zelf te vernederen, om vergeving vroeg voor het verdriet dat hij haar had aangedaan. Tevens deelde hij haar mee dat hij naar ’t buitenland ging en gaf haar zijn adres in Parijs, met het verzoek om de correspondentie niet geheel af te breken.Een paar dagen vóór zijn vertrek schreef Tolstoi uit Moskou aan zijne tante Tatjana:“Lieve Tante!“Ik heb mijn’ pas ontvangen en blijf nu in Moskou om eenige dagen bij Maria door te brengen. Daarna wilde iknaar Jasnaja Paljana gaan om mijne zaken te regelen en afscheid van u te nemen, maar ik ben, vooral op aanraden van Maria, van plan veranderd. Ik denk hier nu eenige weken te blijven om dan over Warschau regelrecht naar Parijs te gaan. Gij begrijpt wel, lieve tante, waarom ik nu liever niet naar Jasnaja, of beter gezegd, niet naar Soedakoff wil gaan. Ik heb mij tegenover V. niet goed gedragen, maar zoo ik haar nu weer trachtte te ontmoeten zou ik nog slechter doen. Zij is mij, zooals ik u reeds eens heb geschreven, vrijwel onverschillig en ik wil ons beiden niet bedriegen, hetgeen misschien zou gebeuren indien ik haar weer zou zien.“Gij zult u nog wel herinneren, lieve tante, hoe gij mij hebt uitgelachen toen ik u vertelde, dat ik naar St.-Petersburg ging om mij zelf op de proef te stellen; toch dank ik het daaraan alleen dat ik ons beiden niet ongelukkig heb gemaakt. Geloof toch niet, dat ik uit onstandvastigheid of uit ontrouw heb gehandeld; er was in die twee maanden niemand die ik liever had dan haar. Het is mij eenvoudig duidelijk geworden, dat ik mij vergist heb, dat ik nooit ware liefde voor haar gevoeld heb en ook nooit voor haar zal voelen. Het eenige wat mij spijt is, dat ik haar niet goed behandeld heb en dat ik geen afscheid van u kan nemen. In Juli denk ik in Rusland terug te komen. Wanneer gij er op gesteld zijt, kom ik toch nog naar Jasnaja Paljana om u vaarwel te zeggen. In Moskou verwacht ik hierop uw antwoord.”1Tolstoi ging werkelijk op reis en ontving in Parijs een schrijven van zijn vroegere verloofde. Hij schreef haar ook nog een laatsten vriendschappelijken brief, waarin hij van hunne liefde sprak als eene vergissing, die nu achter hen lag. Hij dankte haar nogmaals voor hare vriendschap en wenschte haar verder alle mogelijke geluk.Tante Tatjana was niet tevreden met den afloop van dezen roman. Zij wenschte reeds lang haar’ neef getrouwd te zien en hoopte voor hem op een gelukkig huiselijk leven onder hare beschermende vleugels. Zij verweet hem zijne onstandvastigheid en zeide zelfs dat hij zich niet fair tegenover het jonge meisje gedragen had, met haar zoo lang iets voor te spiegelen, dat nooit verwezenlijkt zou worden.Daarop antwoordde Tolstoi:“Lieve Tante!“Ik zie uit uwen brief, dat wij elkaar niet goed begrijpen. Hoewel ik toegeef, dat mijne inconsequentie niet goed was en dat de zaak een anderen loop had kunnen nemen, geloof ik toch als fatsoenlijk man te hebben gehandeld. Ik heb voortdurend gezegd, dat het gevoel dat ik haar toedroeg geen liefde was en dat ik mij zelf op de proef wilde stellen. De uitslag heeft bewezen, dat ik mij vergist had en ik heb het V. zoo ernstig mogelijk geschreven. Onze verhouding is bovendien zoo rein geweest, dat de herinnering, zoo zij mocht gaan trouwen, haar nooit pijnlijk kan zijn. Ik heb haar daarom ook geschreven, dat ik graag zou willen, dat wij in correspondentie bleven. Ik zie niet in, waarom een jonge man niet in eene vriendschappelijke verhouding tot een jong meisje kan staan, zonder juist verliefd op haar te worden en met haar te trouwen. Vriendschap en belangstelling zal ik steeds voor haar blijven voelen.“MlleVorgani, die mij zoo’n bespottelijken brief heeft geschreven, zou beter doen zoo zij zich eens wilde herinneren hoe zij zich ten opzichte van V. en mij heeft gedragen. Toen ik mijn best deed haar zoo min mogelijk te bezoeken, drong zij er steeds op aan dat ik meer zou komen, en deed wat zij kon om ons nader tot elkaar te brengen. Ik begrijp, dat het haar spijt, dat iets hetgeen zij zoo zeer gewenscht hadmislukt is, maar dat is nog geen reden om een jong mensch die zijn best heeft gedaan zoo goed mogelijk te handelen, die zich opofferingen getroost heeft uit angst een ander in het ongeluk te storten, te schrijven dat hij een ploert is en te zorgen, dat de geheele wereld hetzelfde gaat gelooven. Ik weet zeker dat heel Toela ervan overtuigd is, dat ik het grootste monster ben dat er bestaat.”Landgoed van de familie Joeschkoff.—Blz. 156.Landgoed van de familie Joeschkoff.—Blz.156.Eenigen tijd daarna hoorde Tolstoi van zijne tante, dat de zuster van zijne vroegere aanstaande spoedig in het huwelijk zou treden. Naar aanleiding daarvan schreef hij:“Wat Valérie betreft, ik heb nooit ware liefde voor haar gevoeld, maar ik heb mij laten meesleepen door een onwaardig genot, dat ik nog nooit ondervonden had, nl. liefde in te boezemen. Mijne verwijdering van haar heeft mij doen begrijpen, dat ik geen verlangen had haar weer te zien en nog minder om met haar te trouwen. Ik schrikte als ik aan de plichten dacht, die ik tegenover haar te vervullen had zonder haar lief te hebben, en daarom ben ik nog eerder weggegaan dan ik gedacht had. Ik heb verkeerd gehandeld, ik heb God om vergeving gevraagd, en doe dat ook allen die ik verdriet heb gedaan; maar niemand en niets kan mij bewegen nog eens weer van voren af aan te beginnen.“Olga wensch ik heel veel geluk in haar huwelijk, maar ik verzeker u, lieve tante, dat niets mij zooveel genoegen zou doen als het bericht van Valérie’s huwelijk met een’ man dien zij liefheeft en die haar waardig is. Want, hoewel ik geen spoor van liefde voor haar voel, vind ik haar toch een aardige, respectabele jonge dame.”En zoo eindigde dus deze korte roman. Tolstoi heeft de episode uit zijn leven weergegeven in zijn’ romanFamiliegeluk. Vergelijkenderwijze kunnen we zeggen, dat hetgeen in het werkelijke leven had kunnen gebeuren, in dat boektot werkelijkheid is geworden. De doorleefde roman was het begin, of beter gezegd, de proloog van de geschrevene, die door Tolstoi’s rijke fantasie tot een kunstwerk is geworden.Toen het gebouw zijner schoone toekomstdroomen ineen was gestort, wijdde Tolstoi zich met verdubbelden ijver aan zijne letterkundige en maatschappelijke werkzaamheden.1In het handschrift is deze brief in het Fransch aangehaald.

Tiende hoofdstuk.Roman.In dit hoofdstuk zullen wij een van de gewichtigste perioden uit Tolstoi’s leven behandelen, n.l. de geschiedenis van zijne eerste ernstige trouwplannen, die, hoewel zij niet tot een huwelijk leidden, toch een’ grooten invloed hebben uitgeoefend op zijn volgend leven.In den loop van deze gebeurtenissen traden eenige van Tolstoi’s karaktertrekken sterk op den voorgrond: zijne hartstochtelijke, gevoelige natuur, de groote kracht van zijn verstand, die zijne hartstochten weet te beteugelen, en dan zijne oprechte, hoogstaande geest, die zich uit, zoowel in het najagen zijner hooge idealen als in het gewone dagelijksche leven.Reeds eenige malen had Tolstoi gemeend eene vrouw lief te hebben, maar na korten tijd bleek het steeds de ware liefde niet te zijn; zelfs de oprechte genegenheid, die hij in zijne jeugd Sonitschka Kaloschinaja had toegedragen, kon op dien naam geen aanspraak maken. De tweede was eene studentenliefde, die echter hoofdzakelijk in zijne verbeelding bestond. De Kozatschka in de stanitza was daarop, zooals wij weten, het voorwerp zijner vereering. Toen weer maakte eene dame uit de groote wereld zijne bewondering gaande, hoewel het voor haar zelf waarschijnlijk een geheim is gebleven; Tolstoi toch was in zulke aangelegenheden altijd zeer schuchter.Wij herinneren ons, dat Tolstoi zich in een’ brief aan zijn’broer, geschreven in Sewastopol, beklaagde zoo weinig met dames in aanraking te komen, waardoor hij vreesde zijn’ zin voor het familieleven voorgoed te verliezen.Nadat hij uit den oorlog was terug gekeerd, begon hij ernstig aan trouwen te denken. Tijdens zijn oponthoud in Moskou werd zijne aandacht getrokken door mejuffrouw Valérie, de dochter van een’ naburigen landeigenaar, een lief meisje, en—het begin van den roman liet niet lang op zich wachten. Zooals reeds boven is gezegd, is het niet tot een huwelijk gekomen, maar toch is de verhouding van dien aard geweest, dat familie en kennissen hen reeds als een verloofd paar beschouwden.De correspondentie, die tusschen de beide jonge menschen gevoerd is, kan niet openbaar worden gemaakt en hier wordt dus slechts een kort overzicht van den inhoud hunner brieven gegeven.Den eersten brief schreef Tolstoi naar Moskou, waar de heldin zijner droomen logeerde bij hare tante, die een zeer mondain leven leidde. De familie bestond verder nog uit hare drie nichtjes en eene Fransche gezelschapsdame, Mlle Vorgani. Gewoonlijk woonden zij ’s zomers op haar landgoed Soedakoff in de nabijheid van Jasnaja Paljana, maar dit jaar waren zij reeds in Augustus naar Moskou vertrokken om de kroning van Alexander II bij te wonen, die 26 Augustus 1856 plaats had.De jonge dame amuseerde zich uitstekend bij de kroningsfeesten en uitte haar verrukking in een’ opgewonden brief, dien zij aan Tolstoi’s tante schreef. De inhoud van dezen brief deed bij Tolstoi den eersten twijfel ontwaken aan de bestendigheid van hun toekomstig geluk. Daar hij werkelijk eene ernstige genegenheid voor het meisje had opgevat en haar reeds als zijne aanstaande vrouw beschouwde, was het hem een behoefte haar in te wijden in de hooge idealen, waarvan hij steeds droomde.Hierop volgde de voor hem grievende teleurstelling dathij op dit punt niet door haar begrepen werd en zelfs stootte op een groote lichtzinnigheid tegenover de meest ernstige levensvragen. Tolstoi gaf echter den moed niet op, en, rekenende op haar jeugd en hare voor indrukken vatbare natuur, deed hij zijn uiterste best om haar een anderen blik zoowel op het tegenwoordige als op het toekomstige leven te geven. Al zijne brieven ademden dan ook eene groote zorg voor haar zieleleven en waren gevuld met raadgevingen op allerlei gebied. Soms sloeg hij, teleurgesteld door haar niet begrijpen, een bitteren, sarcastischen toon aan, dan weer sprak hij zorgzaam, zooals een vader spreekt tot zijn kind. Als antwoord op het opgewonden schrijven over de kroningsfeesten schreef hij haar een brief, waarin hij al zijne verachting neerlegde voor hare, volgens zijne begrippen, laag staande amusementen. Hij lachte schamper om haar genoegens, haar bals, haar cavaliers, en eindigde met een opgeschroefden zin, alsof hij haar vrienden wilde nadoen. Het antwoord op dezen brief liet lang op zich wachten. Tolstoi werd onrustig, hij schreef weer, maar nu op een anderen toon, vroeg om vergiffenis en werd weer in genade aangenomen. Na de feesten keerde de familie naar Soedakoff terug en de verhouding tusschen de jongelui werd hoe langer hoe inniger.Al heel spoedig echter kwam er weer verandering in den toestand. Of hij reeds voelde dat zijne liefde voor haar niet groot genoeg was of dat het zijne sceptische neigingen waren die weer den twijfel bij hem wakker riepen, zeker is het dat hij, zich en haar voor de gevolgen eener ondoordachte handeling willende behoeden, het besluit nam hunne liefde op de proef te stellen. Hij vertrok daarom voor onbepaalden tijd naar St.-Petersburg en schreef zijne aanstaande bruid een’ brief, waaruit bleek, dat bij hem van hartstochtelijk verliefd zijn geen sprake was. De brief was vol diepgaande gedachten over de beteekenis van de genegenheid tusschenman en vrouw, den ernst van hun voornemen en de noodzakelijkheid van deze proefneming.Natuurlijk viel dit in ’t geheel niet in den smaak van het jonge meisje, maar zij onderwierp zich aan het besluit en de briefwisseling werd voortgezet.Toen Tolstoi een korten tijd in St.-Petersburg was, vertelde iemand, wiens waarheidsliefde hij niet in twijfel kon trekken, hem, dat zijne uitverkorene zich niet alleen door een’ muziekonderwijzer het hof had laten maken, maar dat zij diens liefde zelfs had beantwoord. Dat was gebeurd tijdens die ongelukkige feesten. Blijkbaar had zij nu een eind gemaakt aan de verhouding, maar het feit alleen dat zij zoo lichtzinnig kon handelen, was een zware slag voor Tolstoi. Onder den indruk hiervan schreef hij haar een brief vol bittere verwijten, dien hij echter niet wegstuurde, maar haar wilde laten lezen, zoodra zij weer bij elkaar zouden zijn. Het blijkt echter dat Tolstoi nog meer feiten gewaar werd betreffende hare verhouding tot den muziekonderwijzer, die hem dwongen haar daarover te schrijven. Het stond nu reeds bij hem vast, dat hij alle banden met haar wilde verbreken, maar om dit minder smartelijk te doen zijn wilde hij het aan den tijd overlaten.Een dag echter nadat hij den brief verzonden had, berouwde het hem reeds weer, en dadelijk daarop schreef hij een anderen, op een meer verzoenenden toon. Hierop kwam geen antwoord, en waarschijnlijk denkende: “geen tijding, goede tijding” ging hij maar met schrijven voort. Evenals vroeger behelsden deze brieven weer meer goede raadgevingen aan eene leerlinge dan woorden van liefde voor eene aanstaande bruid. Hij schreef over hunne mogelijke toekomstige verbintenis, over hun leven, hunne bezigheden, hunne omgeving, hun kennissenkring en dagverdeeling en met ieder woord trachtte hij hare belangstelling op te wekken voor de ernstige zijde van het leven.Er kwam geen antwoord op dezen brief, en langen tijd liet zijniet van zich hooren. Plotseling echter kwamen er eenige brieven na elkaar en werd de band tusschen hen beiden weer nauwer aangehaald. Hij bracht haar op de hoogte van zijne litteraire plannen, beschreef haar zijn leven te St.-Petersburg en ontvouwde haar wederom zijne hooge idealen ten opzichte van het familieleven.Doch ook deze opflikkering van hunne liefde doofde weer spoedig uit. In de volgende brieven begon reeds weer de twijfel te spreken en zij kregen, ondanks de vriendelijke woorden, iets zeer gedwongens. Het spreekt van zelf dat het meisje dit al spoedig moest voelen, en onwillekeurig begon hare genegenheid voor hem ook te verminderen, zoodat een gevoel van vriendschap de liefde begon te vervangen.In December reisde Tolstoi naar Moskou en van daar schreef hij zijn tante een’ brief, waarin hij haar om raad vroeg in deze moeilijke kwestie.“Gij hebt mij over V. geschreven op den toon waarop gij altijd over haar spreekt en ik zal u antwoorden zooals ik het ook altijd doe. Nauwelijks eene week, nadat ik haar voor ’t eerst gezien had, meende ik verliefd op haar te zijn, iets dat heel gemakkelijk gaat bij mijne groote verbeeldingskracht. Ik zou het heel aangenaam vinden nu ook nog te kunnen zeggen dat ik haar liefheb, maar sedert ik weer aan ’t werk ben gegaan, weet ik heel zeker, dat het niet zoo is. Het eenige wat ik voor haar voel is dankbaarheid voor de liefde die zij mij toedraagt, en van alle meisjes, die ik ooit gekend heb, zou zij, geloof ik, nog de beste vrouw voor mij zijn. Nu zou ik graag van u willen hooren of ik mij daarin vergis of niet. Ik wend mij met die vraag tot u, omdat gij ons beiden kent en omdat gij veel van mij houdt, en menschen die veel van ons houden vergissen zich niet. ’t Is waar, ik heb mij tijdens onze scheiding niet goed op de proef gesteld. Sedert ik ben weggegaan ben ik bijna niet met dames in aanrakinggeweest, heb ik meer een eenzaam dan een gezellig leven geleid, en desondanks kwamen er toch oogenblikken, dat ik berouw had, mij ook maar eenigszins met haar te hebben verbonden. Toch, wanneer ik er vast van overtuigd was, dat zij een standvastig karakter had en mij altijd zou blijven liefhebben, niet zooals nu, maar meer dan iemand anders, dan zou ik er geen oogenblik aan denken niet met haar te trouwen. Ik ben er van overtuigd dat mijne liefde dan ook grooter zou worden en ik haar tot eene goede vrouw zou kunnen vormen.”In dezen tijd ging de bewuste jonge dame naar Petersburg om er het winterseizoen mee te maken, hetgeen reeds lang een hartewensch van haar was geweest. Tolstoi schreef haar geregeld, maar de toon der brieven werd reeds weer koeler en koeler.Die afgemeten toon in de brieven ontging haar natuurlijk niet. Zij antwoordde hem met zachte verwijten en lieve woordjes, die een tijdlang hunne uitwerking op hem niet misten. Maar over het begrip van liefde, dat hij wederzijdsche opvoeding noemde, konden zij het toch niet eens worden. De briefwisseling verflauwde. Hunne verhouding veranderde langzamerhand, zij wisselden nog een enkelen brief, maar het eind van alles was, dat zij hem verbood haar langer te schrijven. Hij echter stoorde zich niet aan dit verbod en schreef haar een roerenden brief, waarin hij haar, zonder zich zelf te vernederen, om vergeving vroeg voor het verdriet dat hij haar had aangedaan. Tevens deelde hij haar mee dat hij naar ’t buitenland ging en gaf haar zijn adres in Parijs, met het verzoek om de correspondentie niet geheel af te breken.Een paar dagen vóór zijn vertrek schreef Tolstoi uit Moskou aan zijne tante Tatjana:“Lieve Tante!“Ik heb mijn’ pas ontvangen en blijf nu in Moskou om eenige dagen bij Maria door te brengen. Daarna wilde iknaar Jasnaja Paljana gaan om mijne zaken te regelen en afscheid van u te nemen, maar ik ben, vooral op aanraden van Maria, van plan veranderd. Ik denk hier nu eenige weken te blijven om dan over Warschau regelrecht naar Parijs te gaan. Gij begrijpt wel, lieve tante, waarom ik nu liever niet naar Jasnaja, of beter gezegd, niet naar Soedakoff wil gaan. Ik heb mij tegenover V. niet goed gedragen, maar zoo ik haar nu weer trachtte te ontmoeten zou ik nog slechter doen. Zij is mij, zooals ik u reeds eens heb geschreven, vrijwel onverschillig en ik wil ons beiden niet bedriegen, hetgeen misschien zou gebeuren indien ik haar weer zou zien.“Gij zult u nog wel herinneren, lieve tante, hoe gij mij hebt uitgelachen toen ik u vertelde, dat ik naar St.-Petersburg ging om mij zelf op de proef te stellen; toch dank ik het daaraan alleen dat ik ons beiden niet ongelukkig heb gemaakt. Geloof toch niet, dat ik uit onstandvastigheid of uit ontrouw heb gehandeld; er was in die twee maanden niemand die ik liever had dan haar. Het is mij eenvoudig duidelijk geworden, dat ik mij vergist heb, dat ik nooit ware liefde voor haar gevoeld heb en ook nooit voor haar zal voelen. Het eenige wat mij spijt is, dat ik haar niet goed behandeld heb en dat ik geen afscheid van u kan nemen. In Juli denk ik in Rusland terug te komen. Wanneer gij er op gesteld zijt, kom ik toch nog naar Jasnaja Paljana om u vaarwel te zeggen. In Moskou verwacht ik hierop uw antwoord.”1Tolstoi ging werkelijk op reis en ontving in Parijs een schrijven van zijn vroegere verloofde. Hij schreef haar ook nog een laatsten vriendschappelijken brief, waarin hij van hunne liefde sprak als eene vergissing, die nu achter hen lag. Hij dankte haar nogmaals voor hare vriendschap en wenschte haar verder alle mogelijke geluk.Tante Tatjana was niet tevreden met den afloop van dezen roman. Zij wenschte reeds lang haar’ neef getrouwd te zien en hoopte voor hem op een gelukkig huiselijk leven onder hare beschermende vleugels. Zij verweet hem zijne onstandvastigheid en zeide zelfs dat hij zich niet fair tegenover het jonge meisje gedragen had, met haar zoo lang iets voor te spiegelen, dat nooit verwezenlijkt zou worden.Daarop antwoordde Tolstoi:“Lieve Tante!“Ik zie uit uwen brief, dat wij elkaar niet goed begrijpen. Hoewel ik toegeef, dat mijne inconsequentie niet goed was en dat de zaak een anderen loop had kunnen nemen, geloof ik toch als fatsoenlijk man te hebben gehandeld. Ik heb voortdurend gezegd, dat het gevoel dat ik haar toedroeg geen liefde was en dat ik mij zelf op de proef wilde stellen. De uitslag heeft bewezen, dat ik mij vergist had en ik heb het V. zoo ernstig mogelijk geschreven. Onze verhouding is bovendien zoo rein geweest, dat de herinnering, zoo zij mocht gaan trouwen, haar nooit pijnlijk kan zijn. Ik heb haar daarom ook geschreven, dat ik graag zou willen, dat wij in correspondentie bleven. Ik zie niet in, waarom een jonge man niet in eene vriendschappelijke verhouding tot een jong meisje kan staan, zonder juist verliefd op haar te worden en met haar te trouwen. Vriendschap en belangstelling zal ik steeds voor haar blijven voelen.“MlleVorgani, die mij zoo’n bespottelijken brief heeft geschreven, zou beter doen zoo zij zich eens wilde herinneren hoe zij zich ten opzichte van V. en mij heeft gedragen. Toen ik mijn best deed haar zoo min mogelijk te bezoeken, drong zij er steeds op aan dat ik meer zou komen, en deed wat zij kon om ons nader tot elkaar te brengen. Ik begrijp, dat het haar spijt, dat iets hetgeen zij zoo zeer gewenscht hadmislukt is, maar dat is nog geen reden om een jong mensch die zijn best heeft gedaan zoo goed mogelijk te handelen, die zich opofferingen getroost heeft uit angst een ander in het ongeluk te storten, te schrijven dat hij een ploert is en te zorgen, dat de geheele wereld hetzelfde gaat gelooven. Ik weet zeker dat heel Toela ervan overtuigd is, dat ik het grootste monster ben dat er bestaat.”Landgoed van de familie Joeschkoff.—Blz. 156.Landgoed van de familie Joeschkoff.—Blz.156.Eenigen tijd daarna hoorde Tolstoi van zijne tante, dat de zuster van zijne vroegere aanstaande spoedig in het huwelijk zou treden. Naar aanleiding daarvan schreef hij:“Wat Valérie betreft, ik heb nooit ware liefde voor haar gevoeld, maar ik heb mij laten meesleepen door een onwaardig genot, dat ik nog nooit ondervonden had, nl. liefde in te boezemen. Mijne verwijdering van haar heeft mij doen begrijpen, dat ik geen verlangen had haar weer te zien en nog minder om met haar te trouwen. Ik schrikte als ik aan de plichten dacht, die ik tegenover haar te vervullen had zonder haar lief te hebben, en daarom ben ik nog eerder weggegaan dan ik gedacht had. Ik heb verkeerd gehandeld, ik heb God om vergeving gevraagd, en doe dat ook allen die ik verdriet heb gedaan; maar niemand en niets kan mij bewegen nog eens weer van voren af aan te beginnen.“Olga wensch ik heel veel geluk in haar huwelijk, maar ik verzeker u, lieve tante, dat niets mij zooveel genoegen zou doen als het bericht van Valérie’s huwelijk met een’ man dien zij liefheeft en die haar waardig is. Want, hoewel ik geen spoor van liefde voor haar voel, vind ik haar toch een aardige, respectabele jonge dame.”En zoo eindigde dus deze korte roman. Tolstoi heeft de episode uit zijn leven weergegeven in zijn’ romanFamiliegeluk. Vergelijkenderwijze kunnen we zeggen, dat hetgeen in het werkelijke leven had kunnen gebeuren, in dat boektot werkelijkheid is geworden. De doorleefde roman was het begin, of beter gezegd, de proloog van de geschrevene, die door Tolstoi’s rijke fantasie tot een kunstwerk is geworden.Toen het gebouw zijner schoone toekomstdroomen ineen was gestort, wijdde Tolstoi zich met verdubbelden ijver aan zijne letterkundige en maatschappelijke werkzaamheden.1In het handschrift is deze brief in het Fransch aangehaald.

Tiende hoofdstuk.Roman.In dit hoofdstuk zullen wij een van de gewichtigste perioden uit Tolstoi’s leven behandelen, n.l. de geschiedenis van zijne eerste ernstige trouwplannen, die, hoewel zij niet tot een huwelijk leidden, toch een’ grooten invloed hebben uitgeoefend op zijn volgend leven.In den loop van deze gebeurtenissen traden eenige van Tolstoi’s karaktertrekken sterk op den voorgrond: zijne hartstochtelijke, gevoelige natuur, de groote kracht van zijn verstand, die zijne hartstochten weet te beteugelen, en dan zijne oprechte, hoogstaande geest, die zich uit, zoowel in het najagen zijner hooge idealen als in het gewone dagelijksche leven.Reeds eenige malen had Tolstoi gemeend eene vrouw lief te hebben, maar na korten tijd bleek het steeds de ware liefde niet te zijn; zelfs de oprechte genegenheid, die hij in zijne jeugd Sonitschka Kaloschinaja had toegedragen, kon op dien naam geen aanspraak maken. De tweede was eene studentenliefde, die echter hoofdzakelijk in zijne verbeelding bestond. De Kozatschka in de stanitza was daarop, zooals wij weten, het voorwerp zijner vereering. Toen weer maakte eene dame uit de groote wereld zijne bewondering gaande, hoewel het voor haar zelf waarschijnlijk een geheim is gebleven; Tolstoi toch was in zulke aangelegenheden altijd zeer schuchter.Wij herinneren ons, dat Tolstoi zich in een’ brief aan zijn’broer, geschreven in Sewastopol, beklaagde zoo weinig met dames in aanraking te komen, waardoor hij vreesde zijn’ zin voor het familieleven voorgoed te verliezen.Nadat hij uit den oorlog was terug gekeerd, begon hij ernstig aan trouwen te denken. Tijdens zijn oponthoud in Moskou werd zijne aandacht getrokken door mejuffrouw Valérie, de dochter van een’ naburigen landeigenaar, een lief meisje, en—het begin van den roman liet niet lang op zich wachten. Zooals reeds boven is gezegd, is het niet tot een huwelijk gekomen, maar toch is de verhouding van dien aard geweest, dat familie en kennissen hen reeds als een verloofd paar beschouwden.De correspondentie, die tusschen de beide jonge menschen gevoerd is, kan niet openbaar worden gemaakt en hier wordt dus slechts een kort overzicht van den inhoud hunner brieven gegeven.Den eersten brief schreef Tolstoi naar Moskou, waar de heldin zijner droomen logeerde bij hare tante, die een zeer mondain leven leidde. De familie bestond verder nog uit hare drie nichtjes en eene Fransche gezelschapsdame, Mlle Vorgani. Gewoonlijk woonden zij ’s zomers op haar landgoed Soedakoff in de nabijheid van Jasnaja Paljana, maar dit jaar waren zij reeds in Augustus naar Moskou vertrokken om de kroning van Alexander II bij te wonen, die 26 Augustus 1856 plaats had.De jonge dame amuseerde zich uitstekend bij de kroningsfeesten en uitte haar verrukking in een’ opgewonden brief, dien zij aan Tolstoi’s tante schreef. De inhoud van dezen brief deed bij Tolstoi den eersten twijfel ontwaken aan de bestendigheid van hun toekomstig geluk. Daar hij werkelijk eene ernstige genegenheid voor het meisje had opgevat en haar reeds als zijne aanstaande vrouw beschouwde, was het hem een behoefte haar in te wijden in de hooge idealen, waarvan hij steeds droomde.Hierop volgde de voor hem grievende teleurstelling dathij op dit punt niet door haar begrepen werd en zelfs stootte op een groote lichtzinnigheid tegenover de meest ernstige levensvragen. Tolstoi gaf echter den moed niet op, en, rekenende op haar jeugd en hare voor indrukken vatbare natuur, deed hij zijn uiterste best om haar een anderen blik zoowel op het tegenwoordige als op het toekomstige leven te geven. Al zijne brieven ademden dan ook eene groote zorg voor haar zieleleven en waren gevuld met raadgevingen op allerlei gebied. Soms sloeg hij, teleurgesteld door haar niet begrijpen, een bitteren, sarcastischen toon aan, dan weer sprak hij zorgzaam, zooals een vader spreekt tot zijn kind. Als antwoord op het opgewonden schrijven over de kroningsfeesten schreef hij haar een brief, waarin hij al zijne verachting neerlegde voor hare, volgens zijne begrippen, laag staande amusementen. Hij lachte schamper om haar genoegens, haar bals, haar cavaliers, en eindigde met een opgeschroefden zin, alsof hij haar vrienden wilde nadoen. Het antwoord op dezen brief liet lang op zich wachten. Tolstoi werd onrustig, hij schreef weer, maar nu op een anderen toon, vroeg om vergiffenis en werd weer in genade aangenomen. Na de feesten keerde de familie naar Soedakoff terug en de verhouding tusschen de jongelui werd hoe langer hoe inniger.Al heel spoedig echter kwam er weer verandering in den toestand. Of hij reeds voelde dat zijne liefde voor haar niet groot genoeg was of dat het zijne sceptische neigingen waren die weer den twijfel bij hem wakker riepen, zeker is het dat hij, zich en haar voor de gevolgen eener ondoordachte handeling willende behoeden, het besluit nam hunne liefde op de proef te stellen. Hij vertrok daarom voor onbepaalden tijd naar St.-Petersburg en schreef zijne aanstaande bruid een’ brief, waaruit bleek, dat bij hem van hartstochtelijk verliefd zijn geen sprake was. De brief was vol diepgaande gedachten over de beteekenis van de genegenheid tusschenman en vrouw, den ernst van hun voornemen en de noodzakelijkheid van deze proefneming.Natuurlijk viel dit in ’t geheel niet in den smaak van het jonge meisje, maar zij onderwierp zich aan het besluit en de briefwisseling werd voortgezet.Toen Tolstoi een korten tijd in St.-Petersburg was, vertelde iemand, wiens waarheidsliefde hij niet in twijfel kon trekken, hem, dat zijne uitverkorene zich niet alleen door een’ muziekonderwijzer het hof had laten maken, maar dat zij diens liefde zelfs had beantwoord. Dat was gebeurd tijdens die ongelukkige feesten. Blijkbaar had zij nu een eind gemaakt aan de verhouding, maar het feit alleen dat zij zoo lichtzinnig kon handelen, was een zware slag voor Tolstoi. Onder den indruk hiervan schreef hij haar een brief vol bittere verwijten, dien hij echter niet wegstuurde, maar haar wilde laten lezen, zoodra zij weer bij elkaar zouden zijn. Het blijkt echter dat Tolstoi nog meer feiten gewaar werd betreffende hare verhouding tot den muziekonderwijzer, die hem dwongen haar daarover te schrijven. Het stond nu reeds bij hem vast, dat hij alle banden met haar wilde verbreken, maar om dit minder smartelijk te doen zijn wilde hij het aan den tijd overlaten.Een dag echter nadat hij den brief verzonden had, berouwde het hem reeds weer, en dadelijk daarop schreef hij een anderen, op een meer verzoenenden toon. Hierop kwam geen antwoord, en waarschijnlijk denkende: “geen tijding, goede tijding” ging hij maar met schrijven voort. Evenals vroeger behelsden deze brieven weer meer goede raadgevingen aan eene leerlinge dan woorden van liefde voor eene aanstaande bruid. Hij schreef over hunne mogelijke toekomstige verbintenis, over hun leven, hunne bezigheden, hunne omgeving, hun kennissenkring en dagverdeeling en met ieder woord trachtte hij hare belangstelling op te wekken voor de ernstige zijde van het leven.Er kwam geen antwoord op dezen brief, en langen tijd liet zijniet van zich hooren. Plotseling echter kwamen er eenige brieven na elkaar en werd de band tusschen hen beiden weer nauwer aangehaald. Hij bracht haar op de hoogte van zijne litteraire plannen, beschreef haar zijn leven te St.-Petersburg en ontvouwde haar wederom zijne hooge idealen ten opzichte van het familieleven.Doch ook deze opflikkering van hunne liefde doofde weer spoedig uit. In de volgende brieven begon reeds weer de twijfel te spreken en zij kregen, ondanks de vriendelijke woorden, iets zeer gedwongens. Het spreekt van zelf dat het meisje dit al spoedig moest voelen, en onwillekeurig begon hare genegenheid voor hem ook te verminderen, zoodat een gevoel van vriendschap de liefde begon te vervangen.In December reisde Tolstoi naar Moskou en van daar schreef hij zijn tante een’ brief, waarin hij haar om raad vroeg in deze moeilijke kwestie.“Gij hebt mij over V. geschreven op den toon waarop gij altijd over haar spreekt en ik zal u antwoorden zooals ik het ook altijd doe. Nauwelijks eene week, nadat ik haar voor ’t eerst gezien had, meende ik verliefd op haar te zijn, iets dat heel gemakkelijk gaat bij mijne groote verbeeldingskracht. Ik zou het heel aangenaam vinden nu ook nog te kunnen zeggen dat ik haar liefheb, maar sedert ik weer aan ’t werk ben gegaan, weet ik heel zeker, dat het niet zoo is. Het eenige wat ik voor haar voel is dankbaarheid voor de liefde die zij mij toedraagt, en van alle meisjes, die ik ooit gekend heb, zou zij, geloof ik, nog de beste vrouw voor mij zijn. Nu zou ik graag van u willen hooren of ik mij daarin vergis of niet. Ik wend mij met die vraag tot u, omdat gij ons beiden kent en omdat gij veel van mij houdt, en menschen die veel van ons houden vergissen zich niet. ’t Is waar, ik heb mij tijdens onze scheiding niet goed op de proef gesteld. Sedert ik ben weggegaan ben ik bijna niet met dames in aanrakinggeweest, heb ik meer een eenzaam dan een gezellig leven geleid, en desondanks kwamen er toch oogenblikken, dat ik berouw had, mij ook maar eenigszins met haar te hebben verbonden. Toch, wanneer ik er vast van overtuigd was, dat zij een standvastig karakter had en mij altijd zou blijven liefhebben, niet zooals nu, maar meer dan iemand anders, dan zou ik er geen oogenblik aan denken niet met haar te trouwen. Ik ben er van overtuigd dat mijne liefde dan ook grooter zou worden en ik haar tot eene goede vrouw zou kunnen vormen.”In dezen tijd ging de bewuste jonge dame naar Petersburg om er het winterseizoen mee te maken, hetgeen reeds lang een hartewensch van haar was geweest. Tolstoi schreef haar geregeld, maar de toon der brieven werd reeds weer koeler en koeler.Die afgemeten toon in de brieven ontging haar natuurlijk niet. Zij antwoordde hem met zachte verwijten en lieve woordjes, die een tijdlang hunne uitwerking op hem niet misten. Maar over het begrip van liefde, dat hij wederzijdsche opvoeding noemde, konden zij het toch niet eens worden. De briefwisseling verflauwde. Hunne verhouding veranderde langzamerhand, zij wisselden nog een enkelen brief, maar het eind van alles was, dat zij hem verbood haar langer te schrijven. Hij echter stoorde zich niet aan dit verbod en schreef haar een roerenden brief, waarin hij haar, zonder zich zelf te vernederen, om vergeving vroeg voor het verdriet dat hij haar had aangedaan. Tevens deelde hij haar mee dat hij naar ’t buitenland ging en gaf haar zijn adres in Parijs, met het verzoek om de correspondentie niet geheel af te breken.Een paar dagen vóór zijn vertrek schreef Tolstoi uit Moskou aan zijne tante Tatjana:“Lieve Tante!“Ik heb mijn’ pas ontvangen en blijf nu in Moskou om eenige dagen bij Maria door te brengen. Daarna wilde iknaar Jasnaja Paljana gaan om mijne zaken te regelen en afscheid van u te nemen, maar ik ben, vooral op aanraden van Maria, van plan veranderd. Ik denk hier nu eenige weken te blijven om dan over Warschau regelrecht naar Parijs te gaan. Gij begrijpt wel, lieve tante, waarom ik nu liever niet naar Jasnaja, of beter gezegd, niet naar Soedakoff wil gaan. Ik heb mij tegenover V. niet goed gedragen, maar zoo ik haar nu weer trachtte te ontmoeten zou ik nog slechter doen. Zij is mij, zooals ik u reeds eens heb geschreven, vrijwel onverschillig en ik wil ons beiden niet bedriegen, hetgeen misschien zou gebeuren indien ik haar weer zou zien.“Gij zult u nog wel herinneren, lieve tante, hoe gij mij hebt uitgelachen toen ik u vertelde, dat ik naar St.-Petersburg ging om mij zelf op de proef te stellen; toch dank ik het daaraan alleen dat ik ons beiden niet ongelukkig heb gemaakt. Geloof toch niet, dat ik uit onstandvastigheid of uit ontrouw heb gehandeld; er was in die twee maanden niemand die ik liever had dan haar. Het is mij eenvoudig duidelijk geworden, dat ik mij vergist heb, dat ik nooit ware liefde voor haar gevoeld heb en ook nooit voor haar zal voelen. Het eenige wat mij spijt is, dat ik haar niet goed behandeld heb en dat ik geen afscheid van u kan nemen. In Juli denk ik in Rusland terug te komen. Wanneer gij er op gesteld zijt, kom ik toch nog naar Jasnaja Paljana om u vaarwel te zeggen. In Moskou verwacht ik hierop uw antwoord.”1Tolstoi ging werkelijk op reis en ontving in Parijs een schrijven van zijn vroegere verloofde. Hij schreef haar ook nog een laatsten vriendschappelijken brief, waarin hij van hunne liefde sprak als eene vergissing, die nu achter hen lag. Hij dankte haar nogmaals voor hare vriendschap en wenschte haar verder alle mogelijke geluk.Tante Tatjana was niet tevreden met den afloop van dezen roman. Zij wenschte reeds lang haar’ neef getrouwd te zien en hoopte voor hem op een gelukkig huiselijk leven onder hare beschermende vleugels. Zij verweet hem zijne onstandvastigheid en zeide zelfs dat hij zich niet fair tegenover het jonge meisje gedragen had, met haar zoo lang iets voor te spiegelen, dat nooit verwezenlijkt zou worden.Daarop antwoordde Tolstoi:“Lieve Tante!“Ik zie uit uwen brief, dat wij elkaar niet goed begrijpen. Hoewel ik toegeef, dat mijne inconsequentie niet goed was en dat de zaak een anderen loop had kunnen nemen, geloof ik toch als fatsoenlijk man te hebben gehandeld. Ik heb voortdurend gezegd, dat het gevoel dat ik haar toedroeg geen liefde was en dat ik mij zelf op de proef wilde stellen. De uitslag heeft bewezen, dat ik mij vergist had en ik heb het V. zoo ernstig mogelijk geschreven. Onze verhouding is bovendien zoo rein geweest, dat de herinnering, zoo zij mocht gaan trouwen, haar nooit pijnlijk kan zijn. Ik heb haar daarom ook geschreven, dat ik graag zou willen, dat wij in correspondentie bleven. Ik zie niet in, waarom een jonge man niet in eene vriendschappelijke verhouding tot een jong meisje kan staan, zonder juist verliefd op haar te worden en met haar te trouwen. Vriendschap en belangstelling zal ik steeds voor haar blijven voelen.“MlleVorgani, die mij zoo’n bespottelijken brief heeft geschreven, zou beter doen zoo zij zich eens wilde herinneren hoe zij zich ten opzichte van V. en mij heeft gedragen. Toen ik mijn best deed haar zoo min mogelijk te bezoeken, drong zij er steeds op aan dat ik meer zou komen, en deed wat zij kon om ons nader tot elkaar te brengen. Ik begrijp, dat het haar spijt, dat iets hetgeen zij zoo zeer gewenscht hadmislukt is, maar dat is nog geen reden om een jong mensch die zijn best heeft gedaan zoo goed mogelijk te handelen, die zich opofferingen getroost heeft uit angst een ander in het ongeluk te storten, te schrijven dat hij een ploert is en te zorgen, dat de geheele wereld hetzelfde gaat gelooven. Ik weet zeker dat heel Toela ervan overtuigd is, dat ik het grootste monster ben dat er bestaat.”Landgoed van de familie Joeschkoff.—Blz. 156.Landgoed van de familie Joeschkoff.—Blz.156.Eenigen tijd daarna hoorde Tolstoi van zijne tante, dat de zuster van zijne vroegere aanstaande spoedig in het huwelijk zou treden. Naar aanleiding daarvan schreef hij:“Wat Valérie betreft, ik heb nooit ware liefde voor haar gevoeld, maar ik heb mij laten meesleepen door een onwaardig genot, dat ik nog nooit ondervonden had, nl. liefde in te boezemen. Mijne verwijdering van haar heeft mij doen begrijpen, dat ik geen verlangen had haar weer te zien en nog minder om met haar te trouwen. Ik schrikte als ik aan de plichten dacht, die ik tegenover haar te vervullen had zonder haar lief te hebben, en daarom ben ik nog eerder weggegaan dan ik gedacht had. Ik heb verkeerd gehandeld, ik heb God om vergeving gevraagd, en doe dat ook allen die ik verdriet heb gedaan; maar niemand en niets kan mij bewegen nog eens weer van voren af aan te beginnen.“Olga wensch ik heel veel geluk in haar huwelijk, maar ik verzeker u, lieve tante, dat niets mij zooveel genoegen zou doen als het bericht van Valérie’s huwelijk met een’ man dien zij liefheeft en die haar waardig is. Want, hoewel ik geen spoor van liefde voor haar voel, vind ik haar toch een aardige, respectabele jonge dame.”En zoo eindigde dus deze korte roman. Tolstoi heeft de episode uit zijn leven weergegeven in zijn’ romanFamiliegeluk. Vergelijkenderwijze kunnen we zeggen, dat hetgeen in het werkelijke leven had kunnen gebeuren, in dat boektot werkelijkheid is geworden. De doorleefde roman was het begin, of beter gezegd, de proloog van de geschrevene, die door Tolstoi’s rijke fantasie tot een kunstwerk is geworden.Toen het gebouw zijner schoone toekomstdroomen ineen was gestort, wijdde Tolstoi zich met verdubbelden ijver aan zijne letterkundige en maatschappelijke werkzaamheden.1In het handschrift is deze brief in het Fransch aangehaald.

In dit hoofdstuk zullen wij een van de gewichtigste perioden uit Tolstoi’s leven behandelen, n.l. de geschiedenis van zijne eerste ernstige trouwplannen, die, hoewel zij niet tot een huwelijk leidden, toch een’ grooten invloed hebben uitgeoefend op zijn volgend leven.

In den loop van deze gebeurtenissen traden eenige van Tolstoi’s karaktertrekken sterk op den voorgrond: zijne hartstochtelijke, gevoelige natuur, de groote kracht van zijn verstand, die zijne hartstochten weet te beteugelen, en dan zijne oprechte, hoogstaande geest, die zich uit, zoowel in het najagen zijner hooge idealen als in het gewone dagelijksche leven.

Reeds eenige malen had Tolstoi gemeend eene vrouw lief te hebben, maar na korten tijd bleek het steeds de ware liefde niet te zijn; zelfs de oprechte genegenheid, die hij in zijne jeugd Sonitschka Kaloschinaja had toegedragen, kon op dien naam geen aanspraak maken. De tweede was eene studentenliefde, die echter hoofdzakelijk in zijne verbeelding bestond. De Kozatschka in de stanitza was daarop, zooals wij weten, het voorwerp zijner vereering. Toen weer maakte eene dame uit de groote wereld zijne bewondering gaande, hoewel het voor haar zelf waarschijnlijk een geheim is gebleven; Tolstoi toch was in zulke aangelegenheden altijd zeer schuchter.

Wij herinneren ons, dat Tolstoi zich in een’ brief aan zijn’broer, geschreven in Sewastopol, beklaagde zoo weinig met dames in aanraking te komen, waardoor hij vreesde zijn’ zin voor het familieleven voorgoed te verliezen.

Nadat hij uit den oorlog was terug gekeerd, begon hij ernstig aan trouwen te denken. Tijdens zijn oponthoud in Moskou werd zijne aandacht getrokken door mejuffrouw Valérie, de dochter van een’ naburigen landeigenaar, een lief meisje, en—het begin van den roman liet niet lang op zich wachten. Zooals reeds boven is gezegd, is het niet tot een huwelijk gekomen, maar toch is de verhouding van dien aard geweest, dat familie en kennissen hen reeds als een verloofd paar beschouwden.

De correspondentie, die tusschen de beide jonge menschen gevoerd is, kan niet openbaar worden gemaakt en hier wordt dus slechts een kort overzicht van den inhoud hunner brieven gegeven.

Den eersten brief schreef Tolstoi naar Moskou, waar de heldin zijner droomen logeerde bij hare tante, die een zeer mondain leven leidde. De familie bestond verder nog uit hare drie nichtjes en eene Fransche gezelschapsdame, Mlle Vorgani. Gewoonlijk woonden zij ’s zomers op haar landgoed Soedakoff in de nabijheid van Jasnaja Paljana, maar dit jaar waren zij reeds in Augustus naar Moskou vertrokken om de kroning van Alexander II bij te wonen, die 26 Augustus 1856 plaats had.

De jonge dame amuseerde zich uitstekend bij de kroningsfeesten en uitte haar verrukking in een’ opgewonden brief, dien zij aan Tolstoi’s tante schreef. De inhoud van dezen brief deed bij Tolstoi den eersten twijfel ontwaken aan de bestendigheid van hun toekomstig geluk. Daar hij werkelijk eene ernstige genegenheid voor het meisje had opgevat en haar reeds als zijne aanstaande vrouw beschouwde, was het hem een behoefte haar in te wijden in de hooge idealen, waarvan hij steeds droomde.

Hierop volgde de voor hem grievende teleurstelling dathij op dit punt niet door haar begrepen werd en zelfs stootte op een groote lichtzinnigheid tegenover de meest ernstige levensvragen. Tolstoi gaf echter den moed niet op, en, rekenende op haar jeugd en hare voor indrukken vatbare natuur, deed hij zijn uiterste best om haar een anderen blik zoowel op het tegenwoordige als op het toekomstige leven te geven. Al zijne brieven ademden dan ook eene groote zorg voor haar zieleleven en waren gevuld met raadgevingen op allerlei gebied. Soms sloeg hij, teleurgesteld door haar niet begrijpen, een bitteren, sarcastischen toon aan, dan weer sprak hij zorgzaam, zooals een vader spreekt tot zijn kind. Als antwoord op het opgewonden schrijven over de kroningsfeesten schreef hij haar een brief, waarin hij al zijne verachting neerlegde voor hare, volgens zijne begrippen, laag staande amusementen. Hij lachte schamper om haar genoegens, haar bals, haar cavaliers, en eindigde met een opgeschroefden zin, alsof hij haar vrienden wilde nadoen. Het antwoord op dezen brief liet lang op zich wachten. Tolstoi werd onrustig, hij schreef weer, maar nu op een anderen toon, vroeg om vergiffenis en werd weer in genade aangenomen. Na de feesten keerde de familie naar Soedakoff terug en de verhouding tusschen de jongelui werd hoe langer hoe inniger.

Al heel spoedig echter kwam er weer verandering in den toestand. Of hij reeds voelde dat zijne liefde voor haar niet groot genoeg was of dat het zijne sceptische neigingen waren die weer den twijfel bij hem wakker riepen, zeker is het dat hij, zich en haar voor de gevolgen eener ondoordachte handeling willende behoeden, het besluit nam hunne liefde op de proef te stellen. Hij vertrok daarom voor onbepaalden tijd naar St.-Petersburg en schreef zijne aanstaande bruid een’ brief, waaruit bleek, dat bij hem van hartstochtelijk verliefd zijn geen sprake was. De brief was vol diepgaande gedachten over de beteekenis van de genegenheid tusschenman en vrouw, den ernst van hun voornemen en de noodzakelijkheid van deze proefneming.

Natuurlijk viel dit in ’t geheel niet in den smaak van het jonge meisje, maar zij onderwierp zich aan het besluit en de briefwisseling werd voortgezet.

Toen Tolstoi een korten tijd in St.-Petersburg was, vertelde iemand, wiens waarheidsliefde hij niet in twijfel kon trekken, hem, dat zijne uitverkorene zich niet alleen door een’ muziekonderwijzer het hof had laten maken, maar dat zij diens liefde zelfs had beantwoord. Dat was gebeurd tijdens die ongelukkige feesten. Blijkbaar had zij nu een eind gemaakt aan de verhouding, maar het feit alleen dat zij zoo lichtzinnig kon handelen, was een zware slag voor Tolstoi. Onder den indruk hiervan schreef hij haar een brief vol bittere verwijten, dien hij echter niet wegstuurde, maar haar wilde laten lezen, zoodra zij weer bij elkaar zouden zijn. Het blijkt echter dat Tolstoi nog meer feiten gewaar werd betreffende hare verhouding tot den muziekonderwijzer, die hem dwongen haar daarover te schrijven. Het stond nu reeds bij hem vast, dat hij alle banden met haar wilde verbreken, maar om dit minder smartelijk te doen zijn wilde hij het aan den tijd overlaten.

Een dag echter nadat hij den brief verzonden had, berouwde het hem reeds weer, en dadelijk daarop schreef hij een anderen, op een meer verzoenenden toon. Hierop kwam geen antwoord, en waarschijnlijk denkende: “geen tijding, goede tijding” ging hij maar met schrijven voort. Evenals vroeger behelsden deze brieven weer meer goede raadgevingen aan eene leerlinge dan woorden van liefde voor eene aanstaande bruid. Hij schreef over hunne mogelijke toekomstige verbintenis, over hun leven, hunne bezigheden, hunne omgeving, hun kennissenkring en dagverdeeling en met ieder woord trachtte hij hare belangstelling op te wekken voor de ernstige zijde van het leven.

Er kwam geen antwoord op dezen brief, en langen tijd liet zijniet van zich hooren. Plotseling echter kwamen er eenige brieven na elkaar en werd de band tusschen hen beiden weer nauwer aangehaald. Hij bracht haar op de hoogte van zijne litteraire plannen, beschreef haar zijn leven te St.-Petersburg en ontvouwde haar wederom zijne hooge idealen ten opzichte van het familieleven.

Doch ook deze opflikkering van hunne liefde doofde weer spoedig uit. In de volgende brieven begon reeds weer de twijfel te spreken en zij kregen, ondanks de vriendelijke woorden, iets zeer gedwongens. Het spreekt van zelf dat het meisje dit al spoedig moest voelen, en onwillekeurig begon hare genegenheid voor hem ook te verminderen, zoodat een gevoel van vriendschap de liefde begon te vervangen.

In December reisde Tolstoi naar Moskou en van daar schreef hij zijn tante een’ brief, waarin hij haar om raad vroeg in deze moeilijke kwestie.

“Gij hebt mij over V. geschreven op den toon waarop gij altijd over haar spreekt en ik zal u antwoorden zooals ik het ook altijd doe. Nauwelijks eene week, nadat ik haar voor ’t eerst gezien had, meende ik verliefd op haar te zijn, iets dat heel gemakkelijk gaat bij mijne groote verbeeldingskracht. Ik zou het heel aangenaam vinden nu ook nog te kunnen zeggen dat ik haar liefheb, maar sedert ik weer aan ’t werk ben gegaan, weet ik heel zeker, dat het niet zoo is. Het eenige wat ik voor haar voel is dankbaarheid voor de liefde die zij mij toedraagt, en van alle meisjes, die ik ooit gekend heb, zou zij, geloof ik, nog de beste vrouw voor mij zijn. Nu zou ik graag van u willen hooren of ik mij daarin vergis of niet. Ik wend mij met die vraag tot u, omdat gij ons beiden kent en omdat gij veel van mij houdt, en menschen die veel van ons houden vergissen zich niet. ’t Is waar, ik heb mij tijdens onze scheiding niet goed op de proef gesteld. Sedert ik ben weggegaan ben ik bijna niet met dames in aanrakinggeweest, heb ik meer een eenzaam dan een gezellig leven geleid, en desondanks kwamen er toch oogenblikken, dat ik berouw had, mij ook maar eenigszins met haar te hebben verbonden. Toch, wanneer ik er vast van overtuigd was, dat zij een standvastig karakter had en mij altijd zou blijven liefhebben, niet zooals nu, maar meer dan iemand anders, dan zou ik er geen oogenblik aan denken niet met haar te trouwen. Ik ben er van overtuigd dat mijne liefde dan ook grooter zou worden en ik haar tot eene goede vrouw zou kunnen vormen.”

In dezen tijd ging de bewuste jonge dame naar Petersburg om er het winterseizoen mee te maken, hetgeen reeds lang een hartewensch van haar was geweest. Tolstoi schreef haar geregeld, maar de toon der brieven werd reeds weer koeler en koeler.

Die afgemeten toon in de brieven ontging haar natuurlijk niet. Zij antwoordde hem met zachte verwijten en lieve woordjes, die een tijdlang hunne uitwerking op hem niet misten. Maar over het begrip van liefde, dat hij wederzijdsche opvoeding noemde, konden zij het toch niet eens worden. De briefwisseling verflauwde. Hunne verhouding veranderde langzamerhand, zij wisselden nog een enkelen brief, maar het eind van alles was, dat zij hem verbood haar langer te schrijven. Hij echter stoorde zich niet aan dit verbod en schreef haar een roerenden brief, waarin hij haar, zonder zich zelf te vernederen, om vergeving vroeg voor het verdriet dat hij haar had aangedaan. Tevens deelde hij haar mee dat hij naar ’t buitenland ging en gaf haar zijn adres in Parijs, met het verzoek om de correspondentie niet geheel af te breken.

Een paar dagen vóór zijn vertrek schreef Tolstoi uit Moskou aan zijne tante Tatjana:

“Lieve Tante!

“Ik heb mijn’ pas ontvangen en blijf nu in Moskou om eenige dagen bij Maria door te brengen. Daarna wilde iknaar Jasnaja Paljana gaan om mijne zaken te regelen en afscheid van u te nemen, maar ik ben, vooral op aanraden van Maria, van plan veranderd. Ik denk hier nu eenige weken te blijven om dan over Warschau regelrecht naar Parijs te gaan. Gij begrijpt wel, lieve tante, waarom ik nu liever niet naar Jasnaja, of beter gezegd, niet naar Soedakoff wil gaan. Ik heb mij tegenover V. niet goed gedragen, maar zoo ik haar nu weer trachtte te ontmoeten zou ik nog slechter doen. Zij is mij, zooals ik u reeds eens heb geschreven, vrijwel onverschillig en ik wil ons beiden niet bedriegen, hetgeen misschien zou gebeuren indien ik haar weer zou zien.

“Gij zult u nog wel herinneren, lieve tante, hoe gij mij hebt uitgelachen toen ik u vertelde, dat ik naar St.-Petersburg ging om mij zelf op de proef te stellen; toch dank ik het daaraan alleen dat ik ons beiden niet ongelukkig heb gemaakt. Geloof toch niet, dat ik uit onstandvastigheid of uit ontrouw heb gehandeld; er was in die twee maanden niemand die ik liever had dan haar. Het is mij eenvoudig duidelijk geworden, dat ik mij vergist heb, dat ik nooit ware liefde voor haar gevoeld heb en ook nooit voor haar zal voelen. Het eenige wat mij spijt is, dat ik haar niet goed behandeld heb en dat ik geen afscheid van u kan nemen. In Juli denk ik in Rusland terug te komen. Wanneer gij er op gesteld zijt, kom ik toch nog naar Jasnaja Paljana om u vaarwel te zeggen. In Moskou verwacht ik hierop uw antwoord.”1

Tolstoi ging werkelijk op reis en ontving in Parijs een schrijven van zijn vroegere verloofde. Hij schreef haar ook nog een laatsten vriendschappelijken brief, waarin hij van hunne liefde sprak als eene vergissing, die nu achter hen lag. Hij dankte haar nogmaals voor hare vriendschap en wenschte haar verder alle mogelijke geluk.

Tante Tatjana was niet tevreden met den afloop van dezen roman. Zij wenschte reeds lang haar’ neef getrouwd te zien en hoopte voor hem op een gelukkig huiselijk leven onder hare beschermende vleugels. Zij verweet hem zijne onstandvastigheid en zeide zelfs dat hij zich niet fair tegenover het jonge meisje gedragen had, met haar zoo lang iets voor te spiegelen, dat nooit verwezenlijkt zou worden.

Daarop antwoordde Tolstoi:

“Lieve Tante!

“Ik zie uit uwen brief, dat wij elkaar niet goed begrijpen. Hoewel ik toegeef, dat mijne inconsequentie niet goed was en dat de zaak een anderen loop had kunnen nemen, geloof ik toch als fatsoenlijk man te hebben gehandeld. Ik heb voortdurend gezegd, dat het gevoel dat ik haar toedroeg geen liefde was en dat ik mij zelf op de proef wilde stellen. De uitslag heeft bewezen, dat ik mij vergist had en ik heb het V. zoo ernstig mogelijk geschreven. Onze verhouding is bovendien zoo rein geweest, dat de herinnering, zoo zij mocht gaan trouwen, haar nooit pijnlijk kan zijn. Ik heb haar daarom ook geschreven, dat ik graag zou willen, dat wij in correspondentie bleven. Ik zie niet in, waarom een jonge man niet in eene vriendschappelijke verhouding tot een jong meisje kan staan, zonder juist verliefd op haar te worden en met haar te trouwen. Vriendschap en belangstelling zal ik steeds voor haar blijven voelen.

“MlleVorgani, die mij zoo’n bespottelijken brief heeft geschreven, zou beter doen zoo zij zich eens wilde herinneren hoe zij zich ten opzichte van V. en mij heeft gedragen. Toen ik mijn best deed haar zoo min mogelijk te bezoeken, drong zij er steeds op aan dat ik meer zou komen, en deed wat zij kon om ons nader tot elkaar te brengen. Ik begrijp, dat het haar spijt, dat iets hetgeen zij zoo zeer gewenscht hadmislukt is, maar dat is nog geen reden om een jong mensch die zijn best heeft gedaan zoo goed mogelijk te handelen, die zich opofferingen getroost heeft uit angst een ander in het ongeluk te storten, te schrijven dat hij een ploert is en te zorgen, dat de geheele wereld hetzelfde gaat gelooven. Ik weet zeker dat heel Toela ervan overtuigd is, dat ik het grootste monster ben dat er bestaat.”

Landgoed van de familie Joeschkoff.—Blz. 156.Landgoed van de familie Joeschkoff.—Blz.156.

Landgoed van de familie Joeschkoff.—Blz.156.

Eenigen tijd daarna hoorde Tolstoi van zijne tante, dat de zuster van zijne vroegere aanstaande spoedig in het huwelijk zou treden. Naar aanleiding daarvan schreef hij:

“Wat Valérie betreft, ik heb nooit ware liefde voor haar gevoeld, maar ik heb mij laten meesleepen door een onwaardig genot, dat ik nog nooit ondervonden had, nl. liefde in te boezemen. Mijne verwijdering van haar heeft mij doen begrijpen, dat ik geen verlangen had haar weer te zien en nog minder om met haar te trouwen. Ik schrikte als ik aan de plichten dacht, die ik tegenover haar te vervullen had zonder haar lief te hebben, en daarom ben ik nog eerder weggegaan dan ik gedacht had. Ik heb verkeerd gehandeld, ik heb God om vergeving gevraagd, en doe dat ook allen die ik verdriet heb gedaan; maar niemand en niets kan mij bewegen nog eens weer van voren af aan te beginnen.

“Olga wensch ik heel veel geluk in haar huwelijk, maar ik verzeker u, lieve tante, dat niets mij zooveel genoegen zou doen als het bericht van Valérie’s huwelijk met een’ man dien zij liefheeft en die haar waardig is. Want, hoewel ik geen spoor van liefde voor haar voel, vind ik haar toch een aardige, respectabele jonge dame.”

En zoo eindigde dus deze korte roman. Tolstoi heeft de episode uit zijn leven weergegeven in zijn’ romanFamiliegeluk. Vergelijkenderwijze kunnen we zeggen, dat hetgeen in het werkelijke leven had kunnen gebeuren, in dat boektot werkelijkheid is geworden. De doorleefde roman was het begin, of beter gezegd, de proloog van de geschrevene, die door Tolstoi’s rijke fantasie tot een kunstwerk is geworden.

Toen het gebouw zijner schoone toekomstdroomen ineen was gestort, wijdde Tolstoi zich met verdubbelden ijver aan zijne letterkundige en maatschappelijke werkzaamheden.

1In het handschrift is deze brief in het Fransch aangehaald.

1In het handschrift is deze brief in het Fransch aangehaald.


Back to IndexNext