Hoofdstuk IX.

[Inhoud]Hoofdstuk IX.Bevattende verbazende dingen.Jenni ging naar huis zeer te vreden met de ontvangst van den heer Allworthy, wiens goedheid zij zich beijverde algemeen bekend te maken; deels misschien om haren eigen hoogmoed te voldoen, deels met het meer voorzigtige oogmerk om hare buren met haar te verzoenen, of om aan hunne praatjes een einde te maken.Maar hoewel dit laatste denkbeeld,—als zij het koesterde,—redelijk genoeg moge schijnen, beantwoordde de uitkomst niet aan hare verwachtingen;—want toen zij voor den magistraat geroepen werd, en men algemeen veronderstelde dat zij naar het verbeterhuis zou gezonden worden, riepen wel sommige der jonge vrouwen uit, „dat zij daarmede haar verdiend loon zou krijgen,” en zich met het denkbeeld vermaakten van haar te zien spinnen in een zijden kleedje, maar er waren toch vele anderen, die begonnen medelijden met haar te hebben; zoodra echter het bekend werd hoe de heer Allworthy zich gehouden had, brak de storm tegen haar los.[28]De eene zeide: „Nu, ik verzeker u, dat de juffer er goed afgekomen is!” Eene tweede riep: „Dat heeft men er van als men een wit voetje bij de menschen heeft!” Een derde: „Dat komt van de geleerdheid!” Iedereen had bij die gelegenheid iets kwaadaardigs te zeggen, en iets aan te merken op de partijdigheid der wet.Het gedrag van deze menschen zal welligt den lezer onstaatkundig en ondankbaar toeschijnen, als hij de magt en de goedheid van den heer Allworthy bedenkt; maar, wat zijne magt betreft, hij maakte er nooit eenig misbruik van, en wat aangaat zijne goedheid, die werd zoo algemeen toegepast, dat hij al zijne buren daardoor geërgerd had; want het is een geheim, den grooten welbekend,—dat men door eene dienst te doen niet altijd een vriend verkrijgt, maar zeker zich vele vijanden schept.Jenni werd echter door de zorg van den heer Allworthy spoedig buiten het bereik van alle verwijting gebragt, en toen de kwaadaardigheid niet meer in staat was hare woede op haar uit te storten, begon zij een ander voorwerp tot kwelling te zoeken, en dit was niemand anders dan de heer Allworthy zelf; want men fluisterde elkander weldra in het oor, dat hij de vader was van den vondeling.Deze veronderstelling verklaarde, volgens de algemeene meening, zoo volmaakt zijne houding, dat die ook de algemeene toestemming verkreeg, en het geschreeuw over zijne zachtaardigheid begon weldra eene andere rigting te nemen en veranderde in smaadredenen over zijne wreedheid ten opzigte van het arme meisje. Zeer driftige en deugdzame vrouwen voeren hevig uit tegen mannen, die onechte kinderen hadden, welke zij verloochenden.Het ontbrak ook niet aan menschen, die na het vertrek van Jenni, fluisterden dat men haar „weggemoffeld” had, met een voornemen dat te schandelijk was om vermeld te worden, en die herhaaldelijk wenken gaven, dat men een regterlijk onderzoek instellen moest, en dat zekere menschen gedwongen moesten worden het meisje weêr levend te laten zien.Deze laster zou waarschijnlijk treurige gevolgen hebben gehad (of zou ten minste eenigzins lastig geweest zijn), voor iemand die een vreesachtiger of ergdenkender karakter had[29]dan dat waarmede de heer Allworthy gezegend was; maar, in zijn geval, bleef die zonder gevolgen, en daar hij al dat gepraat diep verachtte, diende het alleen om een onschuldig genot te verschaffen aan de booze tongen in de buurt.Daar wij echter onmogelijk gissen kunnen van welken aard onze lezer is, en daar het een tijdlang duren zal eer hij iets meer van Jenni hoort, houden wij het voor best, om hem reeds nu te doen weten dat de heer Allworthy, zoo als later blijken zal, bepaaldelijk onschuldig was aan elk misdadig voornemen ter wereld. Hij had, inderdaad, niets anders dan eene staatkundige dwaling begaan door, genade voor regt te gebruiken, en door te weigeren de goedaardigheid van het graauw1te voorzien van een voorwerp van medelijden, in den persoon van de arme Jenni, die men eerst gaarne der schande en den ondergang zou hebben zien prijsgeven, door eene vernederende bestraffing in de gevangenis,—ten einde haar later te kunnen beklagen.Ver van dezen wensch te vervullen, waardoor alle hoop op beterschap verijdeld, en zelfs de gelegenheid daartoe benomen zou zijn geworden, als Jenni geneigd was om het pad der deugd te kiezen, wilde de heer Allworthy liever het meisje aanmoedigen om langs den eenigen mogelijken weg terug te keeren; want, ik vrees, dat het maar al te waar is, dat vele vrouwen verloren en tot den laagsten trap der ondeugd gezonken zijn, omdat zij buiten staat waren om den eersten misstap te herstellen. Dit zal, dunkt me, altijd het geval wezen, als zij onder hare vroegere kennissen blijven, en het was dus zeer wijs van den heer Allworthy om Jenni naar eene plaats te doen brengen, waar zij weder het genot van een goeden naam kon smaken, nadat zij de treurige gevolgen ondervonden had van dien te verliezen.Derwaarts dus, waar het ook zij, willen wij haar eene gelukkige reis toewenschen, en voor het oogenblik afscheid van haar nemen en ook van haar kind, den vondeling,[30]daar wij zaken van meerder gewigt aan den lezer mede te deelen hebben.1Door dit woord bedoelen wijaltijdmenschen zonder deugd of verstand, in welken stand der maatschappij ook; en vele zeer hoog geplaatsten worden er onder begrepen.Noot van den Schr.↑

[Inhoud]Hoofdstuk IX.Bevattende verbazende dingen.Jenni ging naar huis zeer te vreden met de ontvangst van den heer Allworthy, wiens goedheid zij zich beijverde algemeen bekend te maken; deels misschien om haren eigen hoogmoed te voldoen, deels met het meer voorzigtige oogmerk om hare buren met haar te verzoenen, of om aan hunne praatjes een einde te maken.Maar hoewel dit laatste denkbeeld,—als zij het koesterde,—redelijk genoeg moge schijnen, beantwoordde de uitkomst niet aan hare verwachtingen;—want toen zij voor den magistraat geroepen werd, en men algemeen veronderstelde dat zij naar het verbeterhuis zou gezonden worden, riepen wel sommige der jonge vrouwen uit, „dat zij daarmede haar verdiend loon zou krijgen,” en zich met het denkbeeld vermaakten van haar te zien spinnen in een zijden kleedje, maar er waren toch vele anderen, die begonnen medelijden met haar te hebben; zoodra echter het bekend werd hoe de heer Allworthy zich gehouden had, brak de storm tegen haar los.[28]De eene zeide: „Nu, ik verzeker u, dat de juffer er goed afgekomen is!” Eene tweede riep: „Dat heeft men er van als men een wit voetje bij de menschen heeft!” Een derde: „Dat komt van de geleerdheid!” Iedereen had bij die gelegenheid iets kwaadaardigs te zeggen, en iets aan te merken op de partijdigheid der wet.Het gedrag van deze menschen zal welligt den lezer onstaatkundig en ondankbaar toeschijnen, als hij de magt en de goedheid van den heer Allworthy bedenkt; maar, wat zijne magt betreft, hij maakte er nooit eenig misbruik van, en wat aangaat zijne goedheid, die werd zoo algemeen toegepast, dat hij al zijne buren daardoor geërgerd had; want het is een geheim, den grooten welbekend,—dat men door eene dienst te doen niet altijd een vriend verkrijgt, maar zeker zich vele vijanden schept.Jenni werd echter door de zorg van den heer Allworthy spoedig buiten het bereik van alle verwijting gebragt, en toen de kwaadaardigheid niet meer in staat was hare woede op haar uit te storten, begon zij een ander voorwerp tot kwelling te zoeken, en dit was niemand anders dan de heer Allworthy zelf; want men fluisterde elkander weldra in het oor, dat hij de vader was van den vondeling.Deze veronderstelling verklaarde, volgens de algemeene meening, zoo volmaakt zijne houding, dat die ook de algemeene toestemming verkreeg, en het geschreeuw over zijne zachtaardigheid begon weldra eene andere rigting te nemen en veranderde in smaadredenen over zijne wreedheid ten opzigte van het arme meisje. Zeer driftige en deugdzame vrouwen voeren hevig uit tegen mannen, die onechte kinderen hadden, welke zij verloochenden.Het ontbrak ook niet aan menschen, die na het vertrek van Jenni, fluisterden dat men haar „weggemoffeld” had, met een voornemen dat te schandelijk was om vermeld te worden, en die herhaaldelijk wenken gaven, dat men een regterlijk onderzoek instellen moest, en dat zekere menschen gedwongen moesten worden het meisje weêr levend te laten zien.Deze laster zou waarschijnlijk treurige gevolgen hebben gehad (of zou ten minste eenigzins lastig geweest zijn), voor iemand die een vreesachtiger of ergdenkender karakter had[29]dan dat waarmede de heer Allworthy gezegend was; maar, in zijn geval, bleef die zonder gevolgen, en daar hij al dat gepraat diep verachtte, diende het alleen om een onschuldig genot te verschaffen aan de booze tongen in de buurt.Daar wij echter onmogelijk gissen kunnen van welken aard onze lezer is, en daar het een tijdlang duren zal eer hij iets meer van Jenni hoort, houden wij het voor best, om hem reeds nu te doen weten dat de heer Allworthy, zoo als later blijken zal, bepaaldelijk onschuldig was aan elk misdadig voornemen ter wereld. Hij had, inderdaad, niets anders dan eene staatkundige dwaling begaan door, genade voor regt te gebruiken, en door te weigeren de goedaardigheid van het graauw1te voorzien van een voorwerp van medelijden, in den persoon van de arme Jenni, die men eerst gaarne der schande en den ondergang zou hebben zien prijsgeven, door eene vernederende bestraffing in de gevangenis,—ten einde haar later te kunnen beklagen.Ver van dezen wensch te vervullen, waardoor alle hoop op beterschap verijdeld, en zelfs de gelegenheid daartoe benomen zou zijn geworden, als Jenni geneigd was om het pad der deugd te kiezen, wilde de heer Allworthy liever het meisje aanmoedigen om langs den eenigen mogelijken weg terug te keeren; want, ik vrees, dat het maar al te waar is, dat vele vrouwen verloren en tot den laagsten trap der ondeugd gezonken zijn, omdat zij buiten staat waren om den eersten misstap te herstellen. Dit zal, dunkt me, altijd het geval wezen, als zij onder hare vroegere kennissen blijven, en het was dus zeer wijs van den heer Allworthy om Jenni naar eene plaats te doen brengen, waar zij weder het genot van een goeden naam kon smaken, nadat zij de treurige gevolgen ondervonden had van dien te verliezen.Derwaarts dus, waar het ook zij, willen wij haar eene gelukkige reis toewenschen, en voor het oogenblik afscheid van haar nemen en ook van haar kind, den vondeling,[30]daar wij zaken van meerder gewigt aan den lezer mede te deelen hebben.1Door dit woord bedoelen wijaltijdmenschen zonder deugd of verstand, in welken stand der maatschappij ook; en vele zeer hoog geplaatsten worden er onder begrepen.Noot van den Schr.↑

[Inhoud]Hoofdstuk IX.Bevattende verbazende dingen.Jenni ging naar huis zeer te vreden met de ontvangst van den heer Allworthy, wiens goedheid zij zich beijverde algemeen bekend te maken; deels misschien om haren eigen hoogmoed te voldoen, deels met het meer voorzigtige oogmerk om hare buren met haar te verzoenen, of om aan hunne praatjes een einde te maken.Maar hoewel dit laatste denkbeeld,—als zij het koesterde,—redelijk genoeg moge schijnen, beantwoordde de uitkomst niet aan hare verwachtingen;—want toen zij voor den magistraat geroepen werd, en men algemeen veronderstelde dat zij naar het verbeterhuis zou gezonden worden, riepen wel sommige der jonge vrouwen uit, „dat zij daarmede haar verdiend loon zou krijgen,” en zich met het denkbeeld vermaakten van haar te zien spinnen in een zijden kleedje, maar er waren toch vele anderen, die begonnen medelijden met haar te hebben; zoodra echter het bekend werd hoe de heer Allworthy zich gehouden had, brak de storm tegen haar los.[28]De eene zeide: „Nu, ik verzeker u, dat de juffer er goed afgekomen is!” Eene tweede riep: „Dat heeft men er van als men een wit voetje bij de menschen heeft!” Een derde: „Dat komt van de geleerdheid!” Iedereen had bij die gelegenheid iets kwaadaardigs te zeggen, en iets aan te merken op de partijdigheid der wet.Het gedrag van deze menschen zal welligt den lezer onstaatkundig en ondankbaar toeschijnen, als hij de magt en de goedheid van den heer Allworthy bedenkt; maar, wat zijne magt betreft, hij maakte er nooit eenig misbruik van, en wat aangaat zijne goedheid, die werd zoo algemeen toegepast, dat hij al zijne buren daardoor geërgerd had; want het is een geheim, den grooten welbekend,—dat men door eene dienst te doen niet altijd een vriend verkrijgt, maar zeker zich vele vijanden schept.Jenni werd echter door de zorg van den heer Allworthy spoedig buiten het bereik van alle verwijting gebragt, en toen de kwaadaardigheid niet meer in staat was hare woede op haar uit te storten, begon zij een ander voorwerp tot kwelling te zoeken, en dit was niemand anders dan de heer Allworthy zelf; want men fluisterde elkander weldra in het oor, dat hij de vader was van den vondeling.Deze veronderstelling verklaarde, volgens de algemeene meening, zoo volmaakt zijne houding, dat die ook de algemeene toestemming verkreeg, en het geschreeuw over zijne zachtaardigheid begon weldra eene andere rigting te nemen en veranderde in smaadredenen over zijne wreedheid ten opzigte van het arme meisje. Zeer driftige en deugdzame vrouwen voeren hevig uit tegen mannen, die onechte kinderen hadden, welke zij verloochenden.Het ontbrak ook niet aan menschen, die na het vertrek van Jenni, fluisterden dat men haar „weggemoffeld” had, met een voornemen dat te schandelijk was om vermeld te worden, en die herhaaldelijk wenken gaven, dat men een regterlijk onderzoek instellen moest, en dat zekere menschen gedwongen moesten worden het meisje weêr levend te laten zien.Deze laster zou waarschijnlijk treurige gevolgen hebben gehad (of zou ten minste eenigzins lastig geweest zijn), voor iemand die een vreesachtiger of ergdenkender karakter had[29]dan dat waarmede de heer Allworthy gezegend was; maar, in zijn geval, bleef die zonder gevolgen, en daar hij al dat gepraat diep verachtte, diende het alleen om een onschuldig genot te verschaffen aan de booze tongen in de buurt.Daar wij echter onmogelijk gissen kunnen van welken aard onze lezer is, en daar het een tijdlang duren zal eer hij iets meer van Jenni hoort, houden wij het voor best, om hem reeds nu te doen weten dat de heer Allworthy, zoo als later blijken zal, bepaaldelijk onschuldig was aan elk misdadig voornemen ter wereld. Hij had, inderdaad, niets anders dan eene staatkundige dwaling begaan door, genade voor regt te gebruiken, en door te weigeren de goedaardigheid van het graauw1te voorzien van een voorwerp van medelijden, in den persoon van de arme Jenni, die men eerst gaarne der schande en den ondergang zou hebben zien prijsgeven, door eene vernederende bestraffing in de gevangenis,—ten einde haar later te kunnen beklagen.Ver van dezen wensch te vervullen, waardoor alle hoop op beterschap verijdeld, en zelfs de gelegenheid daartoe benomen zou zijn geworden, als Jenni geneigd was om het pad der deugd te kiezen, wilde de heer Allworthy liever het meisje aanmoedigen om langs den eenigen mogelijken weg terug te keeren; want, ik vrees, dat het maar al te waar is, dat vele vrouwen verloren en tot den laagsten trap der ondeugd gezonken zijn, omdat zij buiten staat waren om den eersten misstap te herstellen. Dit zal, dunkt me, altijd het geval wezen, als zij onder hare vroegere kennissen blijven, en het was dus zeer wijs van den heer Allworthy om Jenni naar eene plaats te doen brengen, waar zij weder het genot van een goeden naam kon smaken, nadat zij de treurige gevolgen ondervonden had van dien te verliezen.Derwaarts dus, waar het ook zij, willen wij haar eene gelukkige reis toewenschen, en voor het oogenblik afscheid van haar nemen en ook van haar kind, den vondeling,[30]daar wij zaken van meerder gewigt aan den lezer mede te deelen hebben.1Door dit woord bedoelen wijaltijdmenschen zonder deugd of verstand, in welken stand der maatschappij ook; en vele zeer hoog geplaatsten worden er onder begrepen.Noot van den Schr.↑

[Inhoud]Hoofdstuk IX.Bevattende verbazende dingen.Jenni ging naar huis zeer te vreden met de ontvangst van den heer Allworthy, wiens goedheid zij zich beijverde algemeen bekend te maken; deels misschien om haren eigen hoogmoed te voldoen, deels met het meer voorzigtige oogmerk om hare buren met haar te verzoenen, of om aan hunne praatjes een einde te maken.Maar hoewel dit laatste denkbeeld,—als zij het koesterde,—redelijk genoeg moge schijnen, beantwoordde de uitkomst niet aan hare verwachtingen;—want toen zij voor den magistraat geroepen werd, en men algemeen veronderstelde dat zij naar het verbeterhuis zou gezonden worden, riepen wel sommige der jonge vrouwen uit, „dat zij daarmede haar verdiend loon zou krijgen,” en zich met het denkbeeld vermaakten van haar te zien spinnen in een zijden kleedje, maar er waren toch vele anderen, die begonnen medelijden met haar te hebben; zoodra echter het bekend werd hoe de heer Allworthy zich gehouden had, brak de storm tegen haar los.[28]De eene zeide: „Nu, ik verzeker u, dat de juffer er goed afgekomen is!” Eene tweede riep: „Dat heeft men er van als men een wit voetje bij de menschen heeft!” Een derde: „Dat komt van de geleerdheid!” Iedereen had bij die gelegenheid iets kwaadaardigs te zeggen, en iets aan te merken op de partijdigheid der wet.Het gedrag van deze menschen zal welligt den lezer onstaatkundig en ondankbaar toeschijnen, als hij de magt en de goedheid van den heer Allworthy bedenkt; maar, wat zijne magt betreft, hij maakte er nooit eenig misbruik van, en wat aangaat zijne goedheid, die werd zoo algemeen toegepast, dat hij al zijne buren daardoor geërgerd had; want het is een geheim, den grooten welbekend,—dat men door eene dienst te doen niet altijd een vriend verkrijgt, maar zeker zich vele vijanden schept.Jenni werd echter door de zorg van den heer Allworthy spoedig buiten het bereik van alle verwijting gebragt, en toen de kwaadaardigheid niet meer in staat was hare woede op haar uit te storten, begon zij een ander voorwerp tot kwelling te zoeken, en dit was niemand anders dan de heer Allworthy zelf; want men fluisterde elkander weldra in het oor, dat hij de vader was van den vondeling.Deze veronderstelling verklaarde, volgens de algemeene meening, zoo volmaakt zijne houding, dat die ook de algemeene toestemming verkreeg, en het geschreeuw over zijne zachtaardigheid begon weldra eene andere rigting te nemen en veranderde in smaadredenen over zijne wreedheid ten opzigte van het arme meisje. Zeer driftige en deugdzame vrouwen voeren hevig uit tegen mannen, die onechte kinderen hadden, welke zij verloochenden.Het ontbrak ook niet aan menschen, die na het vertrek van Jenni, fluisterden dat men haar „weggemoffeld” had, met een voornemen dat te schandelijk was om vermeld te worden, en die herhaaldelijk wenken gaven, dat men een regterlijk onderzoek instellen moest, en dat zekere menschen gedwongen moesten worden het meisje weêr levend te laten zien.Deze laster zou waarschijnlijk treurige gevolgen hebben gehad (of zou ten minste eenigzins lastig geweest zijn), voor iemand die een vreesachtiger of ergdenkender karakter had[29]dan dat waarmede de heer Allworthy gezegend was; maar, in zijn geval, bleef die zonder gevolgen, en daar hij al dat gepraat diep verachtte, diende het alleen om een onschuldig genot te verschaffen aan de booze tongen in de buurt.Daar wij echter onmogelijk gissen kunnen van welken aard onze lezer is, en daar het een tijdlang duren zal eer hij iets meer van Jenni hoort, houden wij het voor best, om hem reeds nu te doen weten dat de heer Allworthy, zoo als later blijken zal, bepaaldelijk onschuldig was aan elk misdadig voornemen ter wereld. Hij had, inderdaad, niets anders dan eene staatkundige dwaling begaan door, genade voor regt te gebruiken, en door te weigeren de goedaardigheid van het graauw1te voorzien van een voorwerp van medelijden, in den persoon van de arme Jenni, die men eerst gaarne der schande en den ondergang zou hebben zien prijsgeven, door eene vernederende bestraffing in de gevangenis,—ten einde haar later te kunnen beklagen.Ver van dezen wensch te vervullen, waardoor alle hoop op beterschap verijdeld, en zelfs de gelegenheid daartoe benomen zou zijn geworden, als Jenni geneigd was om het pad der deugd te kiezen, wilde de heer Allworthy liever het meisje aanmoedigen om langs den eenigen mogelijken weg terug te keeren; want, ik vrees, dat het maar al te waar is, dat vele vrouwen verloren en tot den laagsten trap der ondeugd gezonken zijn, omdat zij buiten staat waren om den eersten misstap te herstellen. Dit zal, dunkt me, altijd het geval wezen, als zij onder hare vroegere kennissen blijven, en het was dus zeer wijs van den heer Allworthy om Jenni naar eene plaats te doen brengen, waar zij weder het genot van een goeden naam kon smaken, nadat zij de treurige gevolgen ondervonden had van dien te verliezen.Derwaarts dus, waar het ook zij, willen wij haar eene gelukkige reis toewenschen, en voor het oogenblik afscheid van haar nemen en ook van haar kind, den vondeling,[30]daar wij zaken van meerder gewigt aan den lezer mede te deelen hebben.1Door dit woord bedoelen wijaltijdmenschen zonder deugd of verstand, in welken stand der maatschappij ook; en vele zeer hoog geplaatsten worden er onder begrepen.Noot van den Schr.↑

[Inhoud]Hoofdstuk IX.Bevattende verbazende dingen.Jenni ging naar huis zeer te vreden met de ontvangst van den heer Allworthy, wiens goedheid zij zich beijverde algemeen bekend te maken; deels misschien om haren eigen hoogmoed te voldoen, deels met het meer voorzigtige oogmerk om hare buren met haar te verzoenen, of om aan hunne praatjes een einde te maken.Maar hoewel dit laatste denkbeeld,—als zij het koesterde,—redelijk genoeg moge schijnen, beantwoordde de uitkomst niet aan hare verwachtingen;—want toen zij voor den magistraat geroepen werd, en men algemeen veronderstelde dat zij naar het verbeterhuis zou gezonden worden, riepen wel sommige der jonge vrouwen uit, „dat zij daarmede haar verdiend loon zou krijgen,” en zich met het denkbeeld vermaakten van haar te zien spinnen in een zijden kleedje, maar er waren toch vele anderen, die begonnen medelijden met haar te hebben; zoodra echter het bekend werd hoe de heer Allworthy zich gehouden had, brak de storm tegen haar los.[28]De eene zeide: „Nu, ik verzeker u, dat de juffer er goed afgekomen is!” Eene tweede riep: „Dat heeft men er van als men een wit voetje bij de menschen heeft!” Een derde: „Dat komt van de geleerdheid!” Iedereen had bij die gelegenheid iets kwaadaardigs te zeggen, en iets aan te merken op de partijdigheid der wet.Het gedrag van deze menschen zal welligt den lezer onstaatkundig en ondankbaar toeschijnen, als hij de magt en de goedheid van den heer Allworthy bedenkt; maar, wat zijne magt betreft, hij maakte er nooit eenig misbruik van, en wat aangaat zijne goedheid, die werd zoo algemeen toegepast, dat hij al zijne buren daardoor geërgerd had; want het is een geheim, den grooten welbekend,—dat men door eene dienst te doen niet altijd een vriend verkrijgt, maar zeker zich vele vijanden schept.Jenni werd echter door de zorg van den heer Allworthy spoedig buiten het bereik van alle verwijting gebragt, en toen de kwaadaardigheid niet meer in staat was hare woede op haar uit te storten, begon zij een ander voorwerp tot kwelling te zoeken, en dit was niemand anders dan de heer Allworthy zelf; want men fluisterde elkander weldra in het oor, dat hij de vader was van den vondeling.Deze veronderstelling verklaarde, volgens de algemeene meening, zoo volmaakt zijne houding, dat die ook de algemeene toestemming verkreeg, en het geschreeuw over zijne zachtaardigheid begon weldra eene andere rigting te nemen en veranderde in smaadredenen over zijne wreedheid ten opzigte van het arme meisje. Zeer driftige en deugdzame vrouwen voeren hevig uit tegen mannen, die onechte kinderen hadden, welke zij verloochenden.Het ontbrak ook niet aan menschen, die na het vertrek van Jenni, fluisterden dat men haar „weggemoffeld” had, met een voornemen dat te schandelijk was om vermeld te worden, en die herhaaldelijk wenken gaven, dat men een regterlijk onderzoek instellen moest, en dat zekere menschen gedwongen moesten worden het meisje weêr levend te laten zien.Deze laster zou waarschijnlijk treurige gevolgen hebben gehad (of zou ten minste eenigzins lastig geweest zijn), voor iemand die een vreesachtiger of ergdenkender karakter had[29]dan dat waarmede de heer Allworthy gezegend was; maar, in zijn geval, bleef die zonder gevolgen, en daar hij al dat gepraat diep verachtte, diende het alleen om een onschuldig genot te verschaffen aan de booze tongen in de buurt.Daar wij echter onmogelijk gissen kunnen van welken aard onze lezer is, en daar het een tijdlang duren zal eer hij iets meer van Jenni hoort, houden wij het voor best, om hem reeds nu te doen weten dat de heer Allworthy, zoo als later blijken zal, bepaaldelijk onschuldig was aan elk misdadig voornemen ter wereld. Hij had, inderdaad, niets anders dan eene staatkundige dwaling begaan door, genade voor regt te gebruiken, en door te weigeren de goedaardigheid van het graauw1te voorzien van een voorwerp van medelijden, in den persoon van de arme Jenni, die men eerst gaarne der schande en den ondergang zou hebben zien prijsgeven, door eene vernederende bestraffing in de gevangenis,—ten einde haar later te kunnen beklagen.Ver van dezen wensch te vervullen, waardoor alle hoop op beterschap verijdeld, en zelfs de gelegenheid daartoe benomen zou zijn geworden, als Jenni geneigd was om het pad der deugd te kiezen, wilde de heer Allworthy liever het meisje aanmoedigen om langs den eenigen mogelijken weg terug te keeren; want, ik vrees, dat het maar al te waar is, dat vele vrouwen verloren en tot den laagsten trap der ondeugd gezonken zijn, omdat zij buiten staat waren om den eersten misstap te herstellen. Dit zal, dunkt me, altijd het geval wezen, als zij onder hare vroegere kennissen blijven, en het was dus zeer wijs van den heer Allworthy om Jenni naar eene plaats te doen brengen, waar zij weder het genot van een goeden naam kon smaken, nadat zij de treurige gevolgen ondervonden had van dien te verliezen.Derwaarts dus, waar het ook zij, willen wij haar eene gelukkige reis toewenschen, en voor het oogenblik afscheid van haar nemen en ook van haar kind, den vondeling,[30]daar wij zaken van meerder gewigt aan den lezer mede te deelen hebben.1Door dit woord bedoelen wijaltijdmenschen zonder deugd of verstand, in welken stand der maatschappij ook; en vele zeer hoog geplaatsten worden er onder begrepen.Noot van den Schr.↑

Hoofdstuk IX.Bevattende verbazende dingen.

Jenni ging naar huis zeer te vreden met de ontvangst van den heer Allworthy, wiens goedheid zij zich beijverde algemeen bekend te maken; deels misschien om haren eigen hoogmoed te voldoen, deels met het meer voorzigtige oogmerk om hare buren met haar te verzoenen, of om aan hunne praatjes een einde te maken.Maar hoewel dit laatste denkbeeld,—als zij het koesterde,—redelijk genoeg moge schijnen, beantwoordde de uitkomst niet aan hare verwachtingen;—want toen zij voor den magistraat geroepen werd, en men algemeen veronderstelde dat zij naar het verbeterhuis zou gezonden worden, riepen wel sommige der jonge vrouwen uit, „dat zij daarmede haar verdiend loon zou krijgen,” en zich met het denkbeeld vermaakten van haar te zien spinnen in een zijden kleedje, maar er waren toch vele anderen, die begonnen medelijden met haar te hebben; zoodra echter het bekend werd hoe de heer Allworthy zich gehouden had, brak de storm tegen haar los.[28]De eene zeide: „Nu, ik verzeker u, dat de juffer er goed afgekomen is!” Eene tweede riep: „Dat heeft men er van als men een wit voetje bij de menschen heeft!” Een derde: „Dat komt van de geleerdheid!” Iedereen had bij die gelegenheid iets kwaadaardigs te zeggen, en iets aan te merken op de partijdigheid der wet.Het gedrag van deze menschen zal welligt den lezer onstaatkundig en ondankbaar toeschijnen, als hij de magt en de goedheid van den heer Allworthy bedenkt; maar, wat zijne magt betreft, hij maakte er nooit eenig misbruik van, en wat aangaat zijne goedheid, die werd zoo algemeen toegepast, dat hij al zijne buren daardoor geërgerd had; want het is een geheim, den grooten welbekend,—dat men door eene dienst te doen niet altijd een vriend verkrijgt, maar zeker zich vele vijanden schept.Jenni werd echter door de zorg van den heer Allworthy spoedig buiten het bereik van alle verwijting gebragt, en toen de kwaadaardigheid niet meer in staat was hare woede op haar uit te storten, begon zij een ander voorwerp tot kwelling te zoeken, en dit was niemand anders dan de heer Allworthy zelf; want men fluisterde elkander weldra in het oor, dat hij de vader was van den vondeling.Deze veronderstelling verklaarde, volgens de algemeene meening, zoo volmaakt zijne houding, dat die ook de algemeene toestemming verkreeg, en het geschreeuw over zijne zachtaardigheid begon weldra eene andere rigting te nemen en veranderde in smaadredenen over zijne wreedheid ten opzigte van het arme meisje. Zeer driftige en deugdzame vrouwen voeren hevig uit tegen mannen, die onechte kinderen hadden, welke zij verloochenden.Het ontbrak ook niet aan menschen, die na het vertrek van Jenni, fluisterden dat men haar „weggemoffeld” had, met een voornemen dat te schandelijk was om vermeld te worden, en die herhaaldelijk wenken gaven, dat men een regterlijk onderzoek instellen moest, en dat zekere menschen gedwongen moesten worden het meisje weêr levend te laten zien.Deze laster zou waarschijnlijk treurige gevolgen hebben gehad (of zou ten minste eenigzins lastig geweest zijn), voor iemand die een vreesachtiger of ergdenkender karakter had[29]dan dat waarmede de heer Allworthy gezegend was; maar, in zijn geval, bleef die zonder gevolgen, en daar hij al dat gepraat diep verachtte, diende het alleen om een onschuldig genot te verschaffen aan de booze tongen in de buurt.Daar wij echter onmogelijk gissen kunnen van welken aard onze lezer is, en daar het een tijdlang duren zal eer hij iets meer van Jenni hoort, houden wij het voor best, om hem reeds nu te doen weten dat de heer Allworthy, zoo als later blijken zal, bepaaldelijk onschuldig was aan elk misdadig voornemen ter wereld. Hij had, inderdaad, niets anders dan eene staatkundige dwaling begaan door, genade voor regt te gebruiken, en door te weigeren de goedaardigheid van het graauw1te voorzien van een voorwerp van medelijden, in den persoon van de arme Jenni, die men eerst gaarne der schande en den ondergang zou hebben zien prijsgeven, door eene vernederende bestraffing in de gevangenis,—ten einde haar later te kunnen beklagen.Ver van dezen wensch te vervullen, waardoor alle hoop op beterschap verijdeld, en zelfs de gelegenheid daartoe benomen zou zijn geworden, als Jenni geneigd was om het pad der deugd te kiezen, wilde de heer Allworthy liever het meisje aanmoedigen om langs den eenigen mogelijken weg terug te keeren; want, ik vrees, dat het maar al te waar is, dat vele vrouwen verloren en tot den laagsten trap der ondeugd gezonken zijn, omdat zij buiten staat waren om den eersten misstap te herstellen. Dit zal, dunkt me, altijd het geval wezen, als zij onder hare vroegere kennissen blijven, en het was dus zeer wijs van den heer Allworthy om Jenni naar eene plaats te doen brengen, waar zij weder het genot van een goeden naam kon smaken, nadat zij de treurige gevolgen ondervonden had van dien te verliezen.Derwaarts dus, waar het ook zij, willen wij haar eene gelukkige reis toewenschen, en voor het oogenblik afscheid van haar nemen en ook van haar kind, den vondeling,[30]daar wij zaken van meerder gewigt aan den lezer mede te deelen hebben.

Jenni ging naar huis zeer te vreden met de ontvangst van den heer Allworthy, wiens goedheid zij zich beijverde algemeen bekend te maken; deels misschien om haren eigen hoogmoed te voldoen, deels met het meer voorzigtige oogmerk om hare buren met haar te verzoenen, of om aan hunne praatjes een einde te maken.

Maar hoewel dit laatste denkbeeld,—als zij het koesterde,—redelijk genoeg moge schijnen, beantwoordde de uitkomst niet aan hare verwachtingen;—want toen zij voor den magistraat geroepen werd, en men algemeen veronderstelde dat zij naar het verbeterhuis zou gezonden worden, riepen wel sommige der jonge vrouwen uit, „dat zij daarmede haar verdiend loon zou krijgen,” en zich met het denkbeeld vermaakten van haar te zien spinnen in een zijden kleedje, maar er waren toch vele anderen, die begonnen medelijden met haar te hebben; zoodra echter het bekend werd hoe de heer Allworthy zich gehouden had, brak de storm tegen haar los.[28]

De eene zeide: „Nu, ik verzeker u, dat de juffer er goed afgekomen is!” Eene tweede riep: „Dat heeft men er van als men een wit voetje bij de menschen heeft!” Een derde: „Dat komt van de geleerdheid!” Iedereen had bij die gelegenheid iets kwaadaardigs te zeggen, en iets aan te merken op de partijdigheid der wet.

Het gedrag van deze menschen zal welligt den lezer onstaatkundig en ondankbaar toeschijnen, als hij de magt en de goedheid van den heer Allworthy bedenkt; maar, wat zijne magt betreft, hij maakte er nooit eenig misbruik van, en wat aangaat zijne goedheid, die werd zoo algemeen toegepast, dat hij al zijne buren daardoor geërgerd had; want het is een geheim, den grooten welbekend,—dat men door eene dienst te doen niet altijd een vriend verkrijgt, maar zeker zich vele vijanden schept.

Jenni werd echter door de zorg van den heer Allworthy spoedig buiten het bereik van alle verwijting gebragt, en toen de kwaadaardigheid niet meer in staat was hare woede op haar uit te storten, begon zij een ander voorwerp tot kwelling te zoeken, en dit was niemand anders dan de heer Allworthy zelf; want men fluisterde elkander weldra in het oor, dat hij de vader was van den vondeling.

Deze veronderstelling verklaarde, volgens de algemeene meening, zoo volmaakt zijne houding, dat die ook de algemeene toestemming verkreeg, en het geschreeuw over zijne zachtaardigheid begon weldra eene andere rigting te nemen en veranderde in smaadredenen over zijne wreedheid ten opzigte van het arme meisje. Zeer driftige en deugdzame vrouwen voeren hevig uit tegen mannen, die onechte kinderen hadden, welke zij verloochenden.

Het ontbrak ook niet aan menschen, die na het vertrek van Jenni, fluisterden dat men haar „weggemoffeld” had, met een voornemen dat te schandelijk was om vermeld te worden, en die herhaaldelijk wenken gaven, dat men een regterlijk onderzoek instellen moest, en dat zekere menschen gedwongen moesten worden het meisje weêr levend te laten zien.

Deze laster zou waarschijnlijk treurige gevolgen hebben gehad (of zou ten minste eenigzins lastig geweest zijn), voor iemand die een vreesachtiger of ergdenkender karakter had[29]dan dat waarmede de heer Allworthy gezegend was; maar, in zijn geval, bleef die zonder gevolgen, en daar hij al dat gepraat diep verachtte, diende het alleen om een onschuldig genot te verschaffen aan de booze tongen in de buurt.

Daar wij echter onmogelijk gissen kunnen van welken aard onze lezer is, en daar het een tijdlang duren zal eer hij iets meer van Jenni hoort, houden wij het voor best, om hem reeds nu te doen weten dat de heer Allworthy, zoo als later blijken zal, bepaaldelijk onschuldig was aan elk misdadig voornemen ter wereld. Hij had, inderdaad, niets anders dan eene staatkundige dwaling begaan door, genade voor regt te gebruiken, en door te weigeren de goedaardigheid van het graauw1te voorzien van een voorwerp van medelijden, in den persoon van de arme Jenni, die men eerst gaarne der schande en den ondergang zou hebben zien prijsgeven, door eene vernederende bestraffing in de gevangenis,—ten einde haar later te kunnen beklagen.

Ver van dezen wensch te vervullen, waardoor alle hoop op beterschap verijdeld, en zelfs de gelegenheid daartoe benomen zou zijn geworden, als Jenni geneigd was om het pad der deugd te kiezen, wilde de heer Allworthy liever het meisje aanmoedigen om langs den eenigen mogelijken weg terug te keeren; want, ik vrees, dat het maar al te waar is, dat vele vrouwen verloren en tot den laagsten trap der ondeugd gezonken zijn, omdat zij buiten staat waren om den eersten misstap te herstellen. Dit zal, dunkt me, altijd het geval wezen, als zij onder hare vroegere kennissen blijven, en het was dus zeer wijs van den heer Allworthy om Jenni naar eene plaats te doen brengen, waar zij weder het genot van een goeden naam kon smaken, nadat zij de treurige gevolgen ondervonden had van dien te verliezen.

Derwaarts dus, waar het ook zij, willen wij haar eene gelukkige reis toewenschen, en voor het oogenblik afscheid van haar nemen en ook van haar kind, den vondeling,[30]daar wij zaken van meerder gewigt aan den lezer mede te deelen hebben.

1Door dit woord bedoelen wijaltijdmenschen zonder deugd of verstand, in welken stand der maatschappij ook; en vele zeer hoog geplaatsten worden er onder begrepen.Noot van den Schr.↑

1Door dit woord bedoelen wijaltijdmenschen zonder deugd of verstand, in welken stand der maatschappij ook; en vele zeer hoog geplaatsten worden er onder begrepen.Noot van den Schr.↑

1Door dit woord bedoelen wijaltijdmenschen zonder deugd of verstand, in welken stand der maatschappij ook; en vele zeer hoog geplaatsten worden er onder begrepen.Noot van den Schr.↑

1Door dit woord bedoelen wijaltijdmenschen zonder deugd of verstand, in welken stand der maatschappij ook; en vele zeer hoog geplaatsten worden er onder begrepen.Noot van den Schr.↑


Back to IndexNext