Hoofdstuk X.

[Inhoud]Hoofdstuk X.Een kort hoofdstuk, tot besluit van dit boek.De lange afwezigheid van den oom en zijn neef had eenige ongerustheid doen ontstaan bij de achterblijvenden,—te meer, daar in den loop van het hier voorafgegane onderhoud, de oom meer dan eens de stem verheven had, zoodat men hem beneden in huis had kunnen hooren,—wat, ofschoon men niet onderscheiden kon wat hij zeide, bij Nancy en hare moeder, en inderdaad ook bij Jones zelven, eenige kwade vermoedens opgewekt had.Zoodra dus het gezelschap weder bijeen was, bespeurde men eene zigtbare verandering op aller gelaatstrekken, en de opgeruimdheid, welke te voren op elk gezigt gestraald had, was nu geweken voor eene veel minder aangename uitdrukking. Het bragt inderdaad eene verandering te weeg, welke niets ongewoons heeft in dit klimaat, waar zonneschijn en wolken, Junij en December elkaar telkens afwisselen. Deze verandering werd echter niet bijzonder opgemerkt door iemand der aanwezigen; want daar allen druk bezig waren met hunne eigene gedachten te verbergen en met eene rol te spelen, hadden zij zelve te veel te doen dan[109]dat zij den tijd zouden gehad hebben, om iets van het tooneel waar te nemen. Dus ontdekte noch de oom noch de neef eenig spoor van kwade vermoedens op het gelaat der moeder of dochter, en dezen letten van haar kant niet op de overdrevene beleefdheid van den grijsaard, noch op de geveinsde voldoening waarmede de jonge man hem aangrijnsde.Het komt mij voor, dat men dikwerf iets dergelijks kan opmerken, als de oplettendheid van twee vrienden geheel geboeid is door de rollen welke beide spelen, ten einde elkaar te foppen, en dus geen van beide ziet, of vermoedt, de list welke tegenover hem gebezigd wordt, en dus beide strijders, om geen ongepast beeld hier te gebruiken, elkaar een steek toebrengen.Om dezelfde reden, is het niets vreemds, dat beide partijen bij een koop gefopt worden, hoewel de eene steeds meer verliezen moet dan de andere,—zooals hij die een blind paard verkocht en betaald werd met eene valsche banknoot.Na verloop van ongeveer een half uur, scheidde ons gezelschap, en de oom voerde zijn neef mede, maar niet eer deze fluisterend aan jufvrouw Nancy verzekerd had, dat hij haar den volgenden morgen vroeg bezoeken zoude, om al zijne beloften te vervullen.Jones, die het minst betrokken was in dit tooneel, begreep er het meeste van. Hij vermoedde inderdaad de geheele waarheid; want behalve dat hij de groote verandering in de houding van den oom, den afstand waarop hij zich hield, en zijne overdrevene beleefdheid jegens jufvrouw Nancy opmerkte, was het medenemen van den bruidegom op dat uur van den avond iets zoo buitengewoons, dat het alleen verklaard kon worden door de vooronderstelling dat de jonge Nightingale de geheele waarheid verteld had,—wat nog waarschijnlijker werd wegens zijne bekende openhartigheid en wegens de opgewondenheid, welke hij aan den wijn te danken had.Terwijl Jones nog bij zich zelven overlegde of hij deze arme menschen met zijne vermoedens zou bekend maken, kwam hem de meid waarschuwen, dat er eene vrouw was, die verlangde om hem te spreken. Hij verliet de kamer dadelijk, en het licht van de meid nemende, bragt hij zijne bezoekster[110]naar boven,—die niemand anders bleek te zijn dan mejufvrouw Honour, welke hem zulke verschrikkelijke tijdingen mededeelde omtrent zijne Sophia, dat hijonmiddellijkalle andere menschen vergat, en al zijn medelijden noodig had voor zijne eigene rampen en van die zijner ongelukkige beminde.Wat deze verschrikkelijke zaak was, zal de lezer spoedig vernemen, nadat wij eerst de veelvuldige gebeurtenissen verhaald hebben welke daartoe aanleiding gaven,—en die het onderwerp van het volgende boek zullen uitmaken.

[Inhoud]Hoofdstuk X.Een kort hoofdstuk, tot besluit van dit boek.De lange afwezigheid van den oom en zijn neef had eenige ongerustheid doen ontstaan bij de achterblijvenden,—te meer, daar in den loop van het hier voorafgegane onderhoud, de oom meer dan eens de stem verheven had, zoodat men hem beneden in huis had kunnen hooren,—wat, ofschoon men niet onderscheiden kon wat hij zeide, bij Nancy en hare moeder, en inderdaad ook bij Jones zelven, eenige kwade vermoedens opgewekt had.Zoodra dus het gezelschap weder bijeen was, bespeurde men eene zigtbare verandering op aller gelaatstrekken, en de opgeruimdheid, welke te voren op elk gezigt gestraald had, was nu geweken voor eene veel minder aangename uitdrukking. Het bragt inderdaad eene verandering te weeg, welke niets ongewoons heeft in dit klimaat, waar zonneschijn en wolken, Junij en December elkaar telkens afwisselen. Deze verandering werd echter niet bijzonder opgemerkt door iemand der aanwezigen; want daar allen druk bezig waren met hunne eigene gedachten te verbergen en met eene rol te spelen, hadden zij zelve te veel te doen dan[109]dat zij den tijd zouden gehad hebben, om iets van het tooneel waar te nemen. Dus ontdekte noch de oom noch de neef eenig spoor van kwade vermoedens op het gelaat der moeder of dochter, en dezen letten van haar kant niet op de overdrevene beleefdheid van den grijsaard, noch op de geveinsde voldoening waarmede de jonge man hem aangrijnsde.Het komt mij voor, dat men dikwerf iets dergelijks kan opmerken, als de oplettendheid van twee vrienden geheel geboeid is door de rollen welke beide spelen, ten einde elkaar te foppen, en dus geen van beide ziet, of vermoedt, de list welke tegenover hem gebezigd wordt, en dus beide strijders, om geen ongepast beeld hier te gebruiken, elkaar een steek toebrengen.Om dezelfde reden, is het niets vreemds, dat beide partijen bij een koop gefopt worden, hoewel de eene steeds meer verliezen moet dan de andere,—zooals hij die een blind paard verkocht en betaald werd met eene valsche banknoot.Na verloop van ongeveer een half uur, scheidde ons gezelschap, en de oom voerde zijn neef mede, maar niet eer deze fluisterend aan jufvrouw Nancy verzekerd had, dat hij haar den volgenden morgen vroeg bezoeken zoude, om al zijne beloften te vervullen.Jones, die het minst betrokken was in dit tooneel, begreep er het meeste van. Hij vermoedde inderdaad de geheele waarheid; want behalve dat hij de groote verandering in de houding van den oom, den afstand waarop hij zich hield, en zijne overdrevene beleefdheid jegens jufvrouw Nancy opmerkte, was het medenemen van den bruidegom op dat uur van den avond iets zoo buitengewoons, dat het alleen verklaard kon worden door de vooronderstelling dat de jonge Nightingale de geheele waarheid verteld had,—wat nog waarschijnlijker werd wegens zijne bekende openhartigheid en wegens de opgewondenheid, welke hij aan den wijn te danken had.Terwijl Jones nog bij zich zelven overlegde of hij deze arme menschen met zijne vermoedens zou bekend maken, kwam hem de meid waarschuwen, dat er eene vrouw was, die verlangde om hem te spreken. Hij verliet de kamer dadelijk, en het licht van de meid nemende, bragt hij zijne bezoekster[110]naar boven,—die niemand anders bleek te zijn dan mejufvrouw Honour, welke hem zulke verschrikkelijke tijdingen mededeelde omtrent zijne Sophia, dat hijonmiddellijkalle andere menschen vergat, en al zijn medelijden noodig had voor zijne eigene rampen en van die zijner ongelukkige beminde.Wat deze verschrikkelijke zaak was, zal de lezer spoedig vernemen, nadat wij eerst de veelvuldige gebeurtenissen verhaald hebben welke daartoe aanleiding gaven,—en die het onderwerp van het volgende boek zullen uitmaken.

[Inhoud]Hoofdstuk X.Een kort hoofdstuk, tot besluit van dit boek.De lange afwezigheid van den oom en zijn neef had eenige ongerustheid doen ontstaan bij de achterblijvenden,—te meer, daar in den loop van het hier voorafgegane onderhoud, de oom meer dan eens de stem verheven had, zoodat men hem beneden in huis had kunnen hooren,—wat, ofschoon men niet onderscheiden kon wat hij zeide, bij Nancy en hare moeder, en inderdaad ook bij Jones zelven, eenige kwade vermoedens opgewekt had.Zoodra dus het gezelschap weder bijeen was, bespeurde men eene zigtbare verandering op aller gelaatstrekken, en de opgeruimdheid, welke te voren op elk gezigt gestraald had, was nu geweken voor eene veel minder aangename uitdrukking. Het bragt inderdaad eene verandering te weeg, welke niets ongewoons heeft in dit klimaat, waar zonneschijn en wolken, Junij en December elkaar telkens afwisselen. Deze verandering werd echter niet bijzonder opgemerkt door iemand der aanwezigen; want daar allen druk bezig waren met hunne eigene gedachten te verbergen en met eene rol te spelen, hadden zij zelve te veel te doen dan[109]dat zij den tijd zouden gehad hebben, om iets van het tooneel waar te nemen. Dus ontdekte noch de oom noch de neef eenig spoor van kwade vermoedens op het gelaat der moeder of dochter, en dezen letten van haar kant niet op de overdrevene beleefdheid van den grijsaard, noch op de geveinsde voldoening waarmede de jonge man hem aangrijnsde.Het komt mij voor, dat men dikwerf iets dergelijks kan opmerken, als de oplettendheid van twee vrienden geheel geboeid is door de rollen welke beide spelen, ten einde elkaar te foppen, en dus geen van beide ziet, of vermoedt, de list welke tegenover hem gebezigd wordt, en dus beide strijders, om geen ongepast beeld hier te gebruiken, elkaar een steek toebrengen.Om dezelfde reden, is het niets vreemds, dat beide partijen bij een koop gefopt worden, hoewel de eene steeds meer verliezen moet dan de andere,—zooals hij die een blind paard verkocht en betaald werd met eene valsche banknoot.Na verloop van ongeveer een half uur, scheidde ons gezelschap, en de oom voerde zijn neef mede, maar niet eer deze fluisterend aan jufvrouw Nancy verzekerd had, dat hij haar den volgenden morgen vroeg bezoeken zoude, om al zijne beloften te vervullen.Jones, die het minst betrokken was in dit tooneel, begreep er het meeste van. Hij vermoedde inderdaad de geheele waarheid; want behalve dat hij de groote verandering in de houding van den oom, den afstand waarop hij zich hield, en zijne overdrevene beleefdheid jegens jufvrouw Nancy opmerkte, was het medenemen van den bruidegom op dat uur van den avond iets zoo buitengewoons, dat het alleen verklaard kon worden door de vooronderstelling dat de jonge Nightingale de geheele waarheid verteld had,—wat nog waarschijnlijker werd wegens zijne bekende openhartigheid en wegens de opgewondenheid, welke hij aan den wijn te danken had.Terwijl Jones nog bij zich zelven overlegde of hij deze arme menschen met zijne vermoedens zou bekend maken, kwam hem de meid waarschuwen, dat er eene vrouw was, die verlangde om hem te spreken. Hij verliet de kamer dadelijk, en het licht van de meid nemende, bragt hij zijne bezoekster[110]naar boven,—die niemand anders bleek te zijn dan mejufvrouw Honour, welke hem zulke verschrikkelijke tijdingen mededeelde omtrent zijne Sophia, dat hijonmiddellijkalle andere menschen vergat, en al zijn medelijden noodig had voor zijne eigene rampen en van die zijner ongelukkige beminde.Wat deze verschrikkelijke zaak was, zal de lezer spoedig vernemen, nadat wij eerst de veelvuldige gebeurtenissen verhaald hebben welke daartoe aanleiding gaven,—en die het onderwerp van het volgende boek zullen uitmaken.

[Inhoud]Hoofdstuk X.Een kort hoofdstuk, tot besluit van dit boek.De lange afwezigheid van den oom en zijn neef had eenige ongerustheid doen ontstaan bij de achterblijvenden,—te meer, daar in den loop van het hier voorafgegane onderhoud, de oom meer dan eens de stem verheven had, zoodat men hem beneden in huis had kunnen hooren,—wat, ofschoon men niet onderscheiden kon wat hij zeide, bij Nancy en hare moeder, en inderdaad ook bij Jones zelven, eenige kwade vermoedens opgewekt had.Zoodra dus het gezelschap weder bijeen was, bespeurde men eene zigtbare verandering op aller gelaatstrekken, en de opgeruimdheid, welke te voren op elk gezigt gestraald had, was nu geweken voor eene veel minder aangename uitdrukking. Het bragt inderdaad eene verandering te weeg, welke niets ongewoons heeft in dit klimaat, waar zonneschijn en wolken, Junij en December elkaar telkens afwisselen. Deze verandering werd echter niet bijzonder opgemerkt door iemand der aanwezigen; want daar allen druk bezig waren met hunne eigene gedachten te verbergen en met eene rol te spelen, hadden zij zelve te veel te doen dan[109]dat zij den tijd zouden gehad hebben, om iets van het tooneel waar te nemen. Dus ontdekte noch de oom noch de neef eenig spoor van kwade vermoedens op het gelaat der moeder of dochter, en dezen letten van haar kant niet op de overdrevene beleefdheid van den grijsaard, noch op de geveinsde voldoening waarmede de jonge man hem aangrijnsde.Het komt mij voor, dat men dikwerf iets dergelijks kan opmerken, als de oplettendheid van twee vrienden geheel geboeid is door de rollen welke beide spelen, ten einde elkaar te foppen, en dus geen van beide ziet, of vermoedt, de list welke tegenover hem gebezigd wordt, en dus beide strijders, om geen ongepast beeld hier te gebruiken, elkaar een steek toebrengen.Om dezelfde reden, is het niets vreemds, dat beide partijen bij een koop gefopt worden, hoewel de eene steeds meer verliezen moet dan de andere,—zooals hij die een blind paard verkocht en betaald werd met eene valsche banknoot.Na verloop van ongeveer een half uur, scheidde ons gezelschap, en de oom voerde zijn neef mede, maar niet eer deze fluisterend aan jufvrouw Nancy verzekerd had, dat hij haar den volgenden morgen vroeg bezoeken zoude, om al zijne beloften te vervullen.Jones, die het minst betrokken was in dit tooneel, begreep er het meeste van. Hij vermoedde inderdaad de geheele waarheid; want behalve dat hij de groote verandering in de houding van den oom, den afstand waarop hij zich hield, en zijne overdrevene beleefdheid jegens jufvrouw Nancy opmerkte, was het medenemen van den bruidegom op dat uur van den avond iets zoo buitengewoons, dat het alleen verklaard kon worden door de vooronderstelling dat de jonge Nightingale de geheele waarheid verteld had,—wat nog waarschijnlijker werd wegens zijne bekende openhartigheid en wegens de opgewondenheid, welke hij aan den wijn te danken had.Terwijl Jones nog bij zich zelven overlegde of hij deze arme menschen met zijne vermoedens zou bekend maken, kwam hem de meid waarschuwen, dat er eene vrouw was, die verlangde om hem te spreken. Hij verliet de kamer dadelijk, en het licht van de meid nemende, bragt hij zijne bezoekster[110]naar boven,—die niemand anders bleek te zijn dan mejufvrouw Honour, welke hem zulke verschrikkelijke tijdingen mededeelde omtrent zijne Sophia, dat hijonmiddellijkalle andere menschen vergat, en al zijn medelijden noodig had voor zijne eigene rampen en van die zijner ongelukkige beminde.Wat deze verschrikkelijke zaak was, zal de lezer spoedig vernemen, nadat wij eerst de veelvuldige gebeurtenissen verhaald hebben welke daartoe aanleiding gaven,—en die het onderwerp van het volgende boek zullen uitmaken.

[Inhoud]Hoofdstuk X.Een kort hoofdstuk, tot besluit van dit boek.De lange afwezigheid van den oom en zijn neef had eenige ongerustheid doen ontstaan bij de achterblijvenden,—te meer, daar in den loop van het hier voorafgegane onderhoud, de oom meer dan eens de stem verheven had, zoodat men hem beneden in huis had kunnen hooren,—wat, ofschoon men niet onderscheiden kon wat hij zeide, bij Nancy en hare moeder, en inderdaad ook bij Jones zelven, eenige kwade vermoedens opgewekt had.Zoodra dus het gezelschap weder bijeen was, bespeurde men eene zigtbare verandering op aller gelaatstrekken, en de opgeruimdheid, welke te voren op elk gezigt gestraald had, was nu geweken voor eene veel minder aangename uitdrukking. Het bragt inderdaad eene verandering te weeg, welke niets ongewoons heeft in dit klimaat, waar zonneschijn en wolken, Junij en December elkaar telkens afwisselen. Deze verandering werd echter niet bijzonder opgemerkt door iemand der aanwezigen; want daar allen druk bezig waren met hunne eigene gedachten te verbergen en met eene rol te spelen, hadden zij zelve te veel te doen dan[109]dat zij den tijd zouden gehad hebben, om iets van het tooneel waar te nemen. Dus ontdekte noch de oom noch de neef eenig spoor van kwade vermoedens op het gelaat der moeder of dochter, en dezen letten van haar kant niet op de overdrevene beleefdheid van den grijsaard, noch op de geveinsde voldoening waarmede de jonge man hem aangrijnsde.Het komt mij voor, dat men dikwerf iets dergelijks kan opmerken, als de oplettendheid van twee vrienden geheel geboeid is door de rollen welke beide spelen, ten einde elkaar te foppen, en dus geen van beide ziet, of vermoedt, de list welke tegenover hem gebezigd wordt, en dus beide strijders, om geen ongepast beeld hier te gebruiken, elkaar een steek toebrengen.Om dezelfde reden, is het niets vreemds, dat beide partijen bij een koop gefopt worden, hoewel de eene steeds meer verliezen moet dan de andere,—zooals hij die een blind paard verkocht en betaald werd met eene valsche banknoot.Na verloop van ongeveer een half uur, scheidde ons gezelschap, en de oom voerde zijn neef mede, maar niet eer deze fluisterend aan jufvrouw Nancy verzekerd had, dat hij haar den volgenden morgen vroeg bezoeken zoude, om al zijne beloften te vervullen.Jones, die het minst betrokken was in dit tooneel, begreep er het meeste van. Hij vermoedde inderdaad de geheele waarheid; want behalve dat hij de groote verandering in de houding van den oom, den afstand waarop hij zich hield, en zijne overdrevene beleefdheid jegens jufvrouw Nancy opmerkte, was het medenemen van den bruidegom op dat uur van den avond iets zoo buitengewoons, dat het alleen verklaard kon worden door de vooronderstelling dat de jonge Nightingale de geheele waarheid verteld had,—wat nog waarschijnlijker werd wegens zijne bekende openhartigheid en wegens de opgewondenheid, welke hij aan den wijn te danken had.Terwijl Jones nog bij zich zelven overlegde of hij deze arme menschen met zijne vermoedens zou bekend maken, kwam hem de meid waarschuwen, dat er eene vrouw was, die verlangde om hem te spreken. Hij verliet de kamer dadelijk, en het licht van de meid nemende, bragt hij zijne bezoekster[110]naar boven,—die niemand anders bleek te zijn dan mejufvrouw Honour, welke hem zulke verschrikkelijke tijdingen mededeelde omtrent zijne Sophia, dat hijonmiddellijkalle andere menschen vergat, en al zijn medelijden noodig had voor zijne eigene rampen en van die zijner ongelukkige beminde.Wat deze verschrikkelijke zaak was, zal de lezer spoedig vernemen, nadat wij eerst de veelvuldige gebeurtenissen verhaald hebben welke daartoe aanleiding gaven,—en die het onderwerp van het volgende boek zullen uitmaken.

Hoofdstuk X.Een kort hoofdstuk, tot besluit van dit boek.

De lange afwezigheid van den oom en zijn neef had eenige ongerustheid doen ontstaan bij de achterblijvenden,—te meer, daar in den loop van het hier voorafgegane onderhoud, de oom meer dan eens de stem verheven had, zoodat men hem beneden in huis had kunnen hooren,—wat, ofschoon men niet onderscheiden kon wat hij zeide, bij Nancy en hare moeder, en inderdaad ook bij Jones zelven, eenige kwade vermoedens opgewekt had.Zoodra dus het gezelschap weder bijeen was, bespeurde men eene zigtbare verandering op aller gelaatstrekken, en de opgeruimdheid, welke te voren op elk gezigt gestraald had, was nu geweken voor eene veel minder aangename uitdrukking. Het bragt inderdaad eene verandering te weeg, welke niets ongewoons heeft in dit klimaat, waar zonneschijn en wolken, Junij en December elkaar telkens afwisselen. Deze verandering werd echter niet bijzonder opgemerkt door iemand der aanwezigen; want daar allen druk bezig waren met hunne eigene gedachten te verbergen en met eene rol te spelen, hadden zij zelve te veel te doen dan[109]dat zij den tijd zouden gehad hebben, om iets van het tooneel waar te nemen. Dus ontdekte noch de oom noch de neef eenig spoor van kwade vermoedens op het gelaat der moeder of dochter, en dezen letten van haar kant niet op de overdrevene beleefdheid van den grijsaard, noch op de geveinsde voldoening waarmede de jonge man hem aangrijnsde.Het komt mij voor, dat men dikwerf iets dergelijks kan opmerken, als de oplettendheid van twee vrienden geheel geboeid is door de rollen welke beide spelen, ten einde elkaar te foppen, en dus geen van beide ziet, of vermoedt, de list welke tegenover hem gebezigd wordt, en dus beide strijders, om geen ongepast beeld hier te gebruiken, elkaar een steek toebrengen.Om dezelfde reden, is het niets vreemds, dat beide partijen bij een koop gefopt worden, hoewel de eene steeds meer verliezen moet dan de andere,—zooals hij die een blind paard verkocht en betaald werd met eene valsche banknoot.Na verloop van ongeveer een half uur, scheidde ons gezelschap, en de oom voerde zijn neef mede, maar niet eer deze fluisterend aan jufvrouw Nancy verzekerd had, dat hij haar den volgenden morgen vroeg bezoeken zoude, om al zijne beloften te vervullen.Jones, die het minst betrokken was in dit tooneel, begreep er het meeste van. Hij vermoedde inderdaad de geheele waarheid; want behalve dat hij de groote verandering in de houding van den oom, den afstand waarop hij zich hield, en zijne overdrevene beleefdheid jegens jufvrouw Nancy opmerkte, was het medenemen van den bruidegom op dat uur van den avond iets zoo buitengewoons, dat het alleen verklaard kon worden door de vooronderstelling dat de jonge Nightingale de geheele waarheid verteld had,—wat nog waarschijnlijker werd wegens zijne bekende openhartigheid en wegens de opgewondenheid, welke hij aan den wijn te danken had.Terwijl Jones nog bij zich zelven overlegde of hij deze arme menschen met zijne vermoedens zou bekend maken, kwam hem de meid waarschuwen, dat er eene vrouw was, die verlangde om hem te spreken. Hij verliet de kamer dadelijk, en het licht van de meid nemende, bragt hij zijne bezoekster[110]naar boven,—die niemand anders bleek te zijn dan mejufvrouw Honour, welke hem zulke verschrikkelijke tijdingen mededeelde omtrent zijne Sophia, dat hijonmiddellijkalle andere menschen vergat, en al zijn medelijden noodig had voor zijne eigene rampen en van die zijner ongelukkige beminde.Wat deze verschrikkelijke zaak was, zal de lezer spoedig vernemen, nadat wij eerst de veelvuldige gebeurtenissen verhaald hebben welke daartoe aanleiding gaven,—en die het onderwerp van het volgende boek zullen uitmaken.

De lange afwezigheid van den oom en zijn neef had eenige ongerustheid doen ontstaan bij de achterblijvenden,—te meer, daar in den loop van het hier voorafgegane onderhoud, de oom meer dan eens de stem verheven had, zoodat men hem beneden in huis had kunnen hooren,—wat, ofschoon men niet onderscheiden kon wat hij zeide, bij Nancy en hare moeder, en inderdaad ook bij Jones zelven, eenige kwade vermoedens opgewekt had.

Zoodra dus het gezelschap weder bijeen was, bespeurde men eene zigtbare verandering op aller gelaatstrekken, en de opgeruimdheid, welke te voren op elk gezigt gestraald had, was nu geweken voor eene veel minder aangename uitdrukking. Het bragt inderdaad eene verandering te weeg, welke niets ongewoons heeft in dit klimaat, waar zonneschijn en wolken, Junij en December elkaar telkens afwisselen. Deze verandering werd echter niet bijzonder opgemerkt door iemand der aanwezigen; want daar allen druk bezig waren met hunne eigene gedachten te verbergen en met eene rol te spelen, hadden zij zelve te veel te doen dan[109]dat zij den tijd zouden gehad hebben, om iets van het tooneel waar te nemen. Dus ontdekte noch de oom noch de neef eenig spoor van kwade vermoedens op het gelaat der moeder of dochter, en dezen letten van haar kant niet op de overdrevene beleefdheid van den grijsaard, noch op de geveinsde voldoening waarmede de jonge man hem aangrijnsde.

Het komt mij voor, dat men dikwerf iets dergelijks kan opmerken, als de oplettendheid van twee vrienden geheel geboeid is door de rollen welke beide spelen, ten einde elkaar te foppen, en dus geen van beide ziet, of vermoedt, de list welke tegenover hem gebezigd wordt, en dus beide strijders, om geen ongepast beeld hier te gebruiken, elkaar een steek toebrengen.

Om dezelfde reden, is het niets vreemds, dat beide partijen bij een koop gefopt worden, hoewel de eene steeds meer verliezen moet dan de andere,—zooals hij die een blind paard verkocht en betaald werd met eene valsche banknoot.

Na verloop van ongeveer een half uur, scheidde ons gezelschap, en de oom voerde zijn neef mede, maar niet eer deze fluisterend aan jufvrouw Nancy verzekerd had, dat hij haar den volgenden morgen vroeg bezoeken zoude, om al zijne beloften te vervullen.

Jones, die het minst betrokken was in dit tooneel, begreep er het meeste van. Hij vermoedde inderdaad de geheele waarheid; want behalve dat hij de groote verandering in de houding van den oom, den afstand waarop hij zich hield, en zijne overdrevene beleefdheid jegens jufvrouw Nancy opmerkte, was het medenemen van den bruidegom op dat uur van den avond iets zoo buitengewoons, dat het alleen verklaard kon worden door de vooronderstelling dat de jonge Nightingale de geheele waarheid verteld had,—wat nog waarschijnlijker werd wegens zijne bekende openhartigheid en wegens de opgewondenheid, welke hij aan den wijn te danken had.

Terwijl Jones nog bij zich zelven overlegde of hij deze arme menschen met zijne vermoedens zou bekend maken, kwam hem de meid waarschuwen, dat er eene vrouw was, die verlangde om hem te spreken. Hij verliet de kamer dadelijk, en het licht van de meid nemende, bragt hij zijne bezoekster[110]naar boven,—die niemand anders bleek te zijn dan mejufvrouw Honour, welke hem zulke verschrikkelijke tijdingen mededeelde omtrent zijne Sophia, dat hijonmiddellijkalle andere menschen vergat, en al zijn medelijden noodig had voor zijne eigene rampen en van die zijner ongelukkige beminde.

Wat deze verschrikkelijke zaak was, zal de lezer spoedig vernemen, nadat wij eerst de veelvuldige gebeurtenissen verhaald hebben welke daartoe aanleiding gaven,—en die het onderwerp van het volgende boek zullen uitmaken.


Back to IndexNext