Chapter 2

Aan het eind van de Kerstvacantie.Datum weet ik niet.Mijn lieve Vadertje Langbeen,Sneeuwt het ook zoo waar jij bent? Alles wat ik hier vanuit mijn toren zie, is wit, en groote sneeuwvlokken dwarrelen voortdurend naar beneden. Het is laat in den namiddag. De zon is juist ondergegaan en koud-gele strepen zijn achter de nog kouder lila heuvels zichtbaar. Ik zit hier in mijn raamzitje om bij het laatste daglicht nog aan jou te schrijven.Je heerlijke vijf goudstukjes waren een verrassing! Ik ben er niet aan gewend met Kerstmis cadeaux te krijgen en jij hebt me al zóó veel gegeven—alles wat ik heb, komt van jou—dat ik zelf vind, dat ik eigenlijk niet nog iets extra's verdien. Maar het is toch heerlijk, dat je het me gestuurd hebt! Wil je weten, wat ik er voor gekocht heb?I. Een zilveren horloge in een leeren riempje om aan mijn pols te dragen. Nu zal ik altijd wel op tijd op college komen.II. De gedichten vanMatthew Arnold.III. Een nikkelen kruik.IV. Een heerlijke warme reisdeken. (Het is vaak ijskoud in mijn toren).V. 500 folio's geel papier. (Ik ben van plan nu gauw een schrijfster te worden, weet je).VI. Een woordenboek van synoniemen.(Om de woordenschat van de schrijfster te vergrooten).VII. (Eigenlijk heb ik niet veel lust om je ook dit laatste te bekennen, maar ik wil het toch niet voor je verzwijgen). Een paar zijden kousen.En nu moet je nooit vertellen, dat ik niet alles, tot het laatste toe, opbiecht!Het was een klein, flauw motief, dat me er toe bracht ook die zijden kousen te koopen. Luister maar!JuliaPendletonkomt 's avonds in mijn kamer om met me meetkunde te doen en zit daar met gekruiste beenen op mijn sofa, opdat ik vooral toch maar haar zijden kousen zal zien. Maar nu komt de mop! Als zij nu weer terug komt, zal ik met gekruiste beenen op háár canapé gaan zitten en ook zijden kousen dragen! Nu zie je weer, Vadertje, watJudytoch een kinderachtig schepseltje is, maar ik ben nu tenminste eerlijk geweest en je weet al door mijnJohn Grier Homerapport, dat dit vroeger niet altijd het geval was, herinner je je wel?Om het in het kort nog eens samen te vatten (zoo begint onze Engelsche leerares ook elken nieuwen zin), ik ben heel, heel blij met mijn zeven cadeaux. Ik verbeeld me, dat alles in een groot pak van mijn familie in Canada is gekomen. Het horloge is van Vader, de reisdeken van Moeder (die is altijd bang, dat ik hier in dat kille klimaat kou zal vatten), de kruik van Grootmoeder, het gele papier van mijn kleine broertjeHarry, Isabel, mijn zusje, gaf mij de zijden kousen en TanteSuzede gedichten vanMatthew Arnold. Van OomHarry(kleineHarryis zoo naar hem genoemd) komt het woordenboek. Eigenlijk wilde hij me chocolade sturen, maar ik vond het woordenboek veel nuttiger.Je hebt er niets op tegen, is het wel, om zoo voor een heele familie te spelen?Zal ik je nu eens iets over mijn vacantie vertellen, of kan alleen mijn werk je maar interesseeren?Het meisje uitTexasheetLeonora Fenton, (haast net zoo'n gekke naam alsJerusha,vindje niet?) Ik houd wel van haar, maar niet zooveel als vanSallie McBride. En ik zal ook nooit zooveel van iemand gaan houden als vanSallie, behalve van jou natuurlijk. Van jou zal ik altijd het meeste houden, dat spreekt vanzelf, want jij bent mijn heele familie in één persoon.Leonoraen ik en twee tweede jaars studenten hebben elken mooien dag groote wandelingen gemaakt. Wij droegen voetvrije rokken,sweatersen gebreide mutsen en kleine wandelstokken voor de mop en hebben zoo den heelen omtrekdoorkruist. Eens zijn we naar de stad gewandeld(dat was vier mijlen) en hebben daar gegeten in een restaurant, waar de studenten altijd heengaan. Eerst kreeft en vleesch (75 cent) en beschuit met bessensap toe (30 cent).Goedkoop en voedzaam!Het was éénig leuk, vooral voor mij, omdat het zoo heel anders was dan in het gesticht. Vadertje, ik voel me nu nog elken keer weer als een vluchteling, wanneer ikFergussen Hallverlaat. Voordat ik het zelf wist, had ik de anderen al over dat gevoel gesproken en ik kon me nog net bijtijds inhouden. Maar het valt me zoo vreeselijk moeilijk niet alles uit te flappen, wat me te binnenschiet. Ik ben van natuur een erg mededeelzaam zieltje en als ik jou niet had om alles te vertellen, mijn lieve Vadertje, dan geloof ik heusch, dat ik nog eens op een goeden dag zou barsten!Verleden Vrijdag heeft de directie vanFergussen Hallaan alle achterblijfsters een caramelfuif aangeboden. Wij waren met ons tweeëntwintigen; groentjes en tweede-, derde- en vierdejaars, allen vreedzaam bijeen. De keuken is kolossaal groot met roodkoperen pannen en ketels op een rij aan den steenen muur. De kleinste ketel heeft nog veel van een stoomketel. Wij wonen hier met ons vierhonderden opFergussen.De chef-kok met een witte muts en schort kreeg nog 22 andere witte mutsen en schorten (ik begrijp niet waar hij die zoo vlug vandaan tooverde), en wij werden allen aan het werk gezet.Het was éenig leuk, al hebben we wel eens betere caramels gegeten. Toen we klaar waren en wijzelf en de deurknoppen en alles in de keuken even vies en kleverig was, hebben we een processie georganiseerd en zijn we, met onze mutsen en schorten aan, elk met een groote vork, lepel of braadpan gewapend, door de gangen gemarcheerd naar de ontvangkamer, waar een half dozijn professoren en leeraressen rustig hun avond doorbrachten. Wij gaven een serenade met studentenliederen ten beste en boden hun verfrisschingen aan. Ze namen alles heel beleefd maar toch een beetje weifelend aan. Toen gingen wij weer naar onzekamers terug, en zwijgend en kleverig, op groote brokken caramel zuigend, bleven ze daar achter.Nu zie je weer, Vadertje Langbeen, wat een welopgevoede dame ik hier nog eens zal worden.Kijk eens naar deze penneschets. Geloof je niet werkelijk ook, dat ik een schilderes moest worden inplaats van een schrijfster?Over twee dagen is de vacantie weer voorbij en dan zal ik alle meisjes weer hier zien. Nu is mijn toren wel een beetje eenzaam. Wanneer negen meisjes een huis bewonen, dat voor vierhonderd is gebouwd, kom je jezelf wel wat verlaten voor.Elf bladzijden al! Arme lieveling, wat zul je moe zijn! Ik was eigenlijk van plan je alleen maar een kort bedankbriefje te schrijven, maar nu zie je, waartoe mijn schrijfsterstalent me niet al brengt!Dag mijn oude, lieve Vadertje. Je bent een schat, dat je zoo aan me hebt gedacht. Ik zou volkomen gelukkig zijn, wanneer er niet een klein wolkje aan den hemel dreigde: in Februari beginnen de examens.Dag lieveling, veel groeten vanJudy.P.S. Misschien vind je het niet ergcomme il faut, dat ik je zoo maar „lieveling” noem. Neem het me niet kwalijk. Ik moet toch iemand op de wereld liefhebben en ik heb alleen maar JuffrouwLippetten jou, dus snap je wel, Vadertje, dat ik wel van joumoethouden, want aan haar heb ik het land.Even voor het examen.Mijn lieve Vadertje Langbeen.Je moest ons hier opCollegeeens zien blokken! Wij hebben allemaal vergeten, dat er ook eens een vacantietijd bestond. In de laatste vier dagen alleen heb ik 75 onregelmatige werkwoorden in mijn arm hoofd gepompt—het is nu maar te hopen, dat die er tot na het examen in blijven!Sommige meisjes verkoopen hunne leerboeken wanneer ze die niet meer noodig hebben, maar ik wil de mijne alle houden. Wanneer ik dan eindelijk heelemaal afgestudeerd ben, zal mijn heele opleiding in een rijtje in mijn boekenkast staan en als ik iets niet weet, kan ik het dadelijk opslaan. Dat is veel secuurder dan al die wijsheid te onthouden, (dat gaat toch niet!)Julia Pendletonkwam vanavond even binnen om me een buurvisite te brengen. Ze bleef hier een flink uur plakken en had het natuurlijk over „Familie”. Ik kon maar niet van haar afkomen. Ze wilde met alle geweld weten, welke mijn Moeders meisjesnaam was. Heb je ooit zoo'n onmogelijke vraag gehoord aan iemand, die uit een vondelingengesticht komt? Ik dorst haar niet te bekennen, dat ik het niet wist en zei toen maar den eersten den besten naam, die me te binnen schoot en dat wasMontgomery. Ze wilde toen weten of ik van deMontgomery'suitMassachusettsof wel van die uitVirginiaafstamde.Haar moeder was eenRutherford. Die familie is (dat spreekt van zelf) verbazend oud en nog door huwelijk aan Hendrik VIII verwant. Van haar Vaders kant stamt ze van nog vóór Adam's tijd. Op de bovenste takken van haar stamboom huist een superieur apengebroed met zacht, zijachtig haar en extra lange staarten.Ik was van plan je vanavond een lieven, aardigen en geestigen brief te schrijven, maar ik ben werkelijk te slaperig en te dood op. Het lot van een eerstejaars studente is werkelijk niet op rozen gebed.Je haast geëxamineerdeJudy Abbott.Zondag.Liefste Vadertje Langbeen.Ik heb allerafschuwelijkst nieuws voor je, maar ik zal niet dadelijk met de deur in huis vallen. Eerst moet ik probeeren je in een goed humeur te brengen.Jerusha Abbottis haar schrijfstersloopbaan begonnen. Haar gedicht, getiteld „Uit mijn toren”, verschijnt in het tweede nummer van „De Maandelijksche” op de allereerste bladzij—een groote eer voor een eerste jaars. De Engelsche leerares hield me op weg naar de kapel even tegen en zei dat het een alleraardigst gedicht was. De zesde regel uitgezonderd, want die heeft te veel lettergrepen. Als je er iets om geeft, zal ik je er den volgenden keer een copie van sturen.Wacht eens—heb ik niet nog iets aardigs om je te vertellen? O, ja, ik heb leeren schaatsenrijden en kan nu al heel alleen voortkrabbelen. En ik kan ook aan een touw van de zoldering van het gymnastieklokaal af naar beneden klauteren. En ik kan 1.50 M. hoog springen, misschien breng ik het nog wel tot twee Meter!Van morgen preekte hier de bisschop vanAlabama.Prachtig! Zijn tekst was „Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt”. Hij wees er op, dat we niet zoo op gebreken van anderen moeten letten en ook de menschen niet mogen ontmoedigen met ons hard oordeel. Ik wou dat je er bij geweest was.Vandaag is het de heerlijkste, zonnigste winterdag, die je je kunt voorstellen. IJskegels hangen aan de boomen en de heele wereld gaat onder een zware vracht sneeuw gebukt... behalve ik, want ik ga onder mijn groot verdriet gebukt.Nu komt het nieuws! Vat moed,Judy, je moet het vertellen. Ben je nu heusch in een goed humeur?.... Ik ben voor Latijn en Meetkunde gezakt en moet nu de volgende maand herexamen doen. Ik vind het heel naar als je nu teleurgesteld bent, maar anders kan het me niet zooveel schelen, want ik heb een macht dingen geleerd, die niet op het programma staan. Hoor maar: ik heb 17 boeken gelezen enbundelsgedichten, werkelijk heel goede boeken, zooals: „Vanity fair” en „Richard Feverel” en„Alice in Wonderland” en ook nog „Emerson's Essays” en het eerste deel vanGibbon's „Roman Empire”en de helft vanBenvenuto Cellini's„Life”—interessant is dat, vind je ook niet? Hij had de gewoonte 's morgens rond te zwerven en bij gelegenheid eens een man te dooden, alles vóór zijn ontbijt.NIEUWS van de MAAND -- Judy leert schaatsen rijden en over een heele hoogte springen - Ook langs een touw naar beneden glijden - Rokken zijn lastig! - Ze krijgt twee herexamens en stort heete tranen - Maar ze gaat _hard_ aan 't werk.NIEUWS van de MAANDJudy leert schaatsen rijden en over een heele hoogte springenOok langs een touw naar beneden glijdenRokken zijn lastig!Ze krijgt twee herexamens en stort heete tranenMaar ze gaathardaan 't werk.Dus nu zie je, dat ik nog knapper ben dan wanneer ik dat alles niet had gelezen en alleen maar door mijn Latijn was gekomen. Wil je het me dus dezen éénen keer vergeven wanneer ik je beloof nooit, nooit meer voor iets te zakken?In zak en asch,JeJudy.Lieve Vadertje Langbeen.Vandaag krijg je een extra brief in het midden van de maand, want ik voel me zoo alleen en verlang er naar, je weer eens te schrijven. Het stormt buiten en het sneeuwt aanhoudend. Alle lichten in het gebouw zijn al uitgedraaid, maar ik heb sterke koffie gedronken en kan nu niet in slaap komen.Ik heb vandaagSallieenJuliaenLeonorate soupeeren gevraagd. We hadden sardines en toast en sla, kaas en koffie.Juliazei, dat het heel gezellig geweest was, maarSalliebleef nog hier om me te helpen opruimen.Het zou heel geschikt zijn, als ik nu vannacht nog wat voor mijn Latijn ging werken, maar ik moet je eerlijk bekennen, dat ik daar heel weinig voor voel. We hebbenLiviusenDe Senectuteuit en ik ben nu metDe Amicitiabegonnen.Vind je het goed als ik me (alleen maar voor een tijdje) voorstel, dat jij mijn grootmoeder bent?Sallieheeft er een enJuliaenLeonorahebben er zelfs twee en ze spraken er vanavond alle drie over. Ik zou, geloof ik, niets zoo graag willen, als ook een eigen grootmoedertje te hebben. Dat is zoo'n lief, eerwaardig familielid. Dus, als je er werkelijk niets tegen hebt.... Toen ik gisteren in de stad was, zag ik er een met een allerdoddigst zwart kanten kapje met lila linten. Ik zal het jou dus geven met je 83sten verjaardag.! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !Dat is de klok van de kapel, die juist twaalf sloeg! Ik geloof, dat ik nu toch slaperig word.Nacht Grootmoedertje! Ik houd heel veel van je.Judy.

Aan het eind van de Kerstvacantie.

Datum weet ik niet.

Mijn lieve Vadertje Langbeen,

Sneeuwt het ook zoo waar jij bent? Alles wat ik hier vanuit mijn toren zie, is wit, en groote sneeuwvlokken dwarrelen voortdurend naar beneden. Het is laat in den namiddag. De zon is juist ondergegaan en koud-gele strepen zijn achter de nog kouder lila heuvels zichtbaar. Ik zit hier in mijn raamzitje om bij het laatste daglicht nog aan jou te schrijven.

Je heerlijke vijf goudstukjes waren een verrassing! Ik ben er niet aan gewend met Kerstmis cadeaux te krijgen en jij hebt me al zóó veel gegeven—alles wat ik heb, komt van jou—dat ik zelf vind, dat ik eigenlijk niet nog iets extra's verdien. Maar het is toch heerlijk, dat je het me gestuurd hebt! Wil je weten, wat ik er voor gekocht heb?

En nu moet je nooit vertellen, dat ik niet alles, tot het laatste toe, opbiecht!

Het was een klein, flauw motief, dat me er toe bracht ook die zijden kousen te koopen. Luister maar!JuliaPendletonkomt 's avonds in mijn kamer om met me meetkunde te doen en zit daar met gekruiste beenen op mijn sofa, opdat ik vooral toch maar haar zijden kousen zal zien. Maar nu komt de mop! Als zij nu weer terug komt, zal ik met gekruiste beenen op háár canapé gaan zitten en ook zijden kousen dragen! Nu zie je weer, Vadertje, watJudytoch een kinderachtig schepseltje is, maar ik ben nu tenminste eerlijk geweest en je weet al door mijnJohn Grier Homerapport, dat dit vroeger niet altijd het geval was, herinner je je wel?

Om het in het kort nog eens samen te vatten (zoo begint onze Engelsche leerares ook elken nieuwen zin), ik ben heel, heel blij met mijn zeven cadeaux. Ik verbeeld me, dat alles in een groot pak van mijn familie in Canada is gekomen. Het horloge is van Vader, de reisdeken van Moeder (die is altijd bang, dat ik hier in dat kille klimaat kou zal vatten), de kruik van Grootmoeder, het gele papier van mijn kleine broertjeHarry, Isabel, mijn zusje, gaf mij de zijden kousen en TanteSuzede gedichten vanMatthew Arnold. Van OomHarry(kleineHarryis zoo naar hem genoemd) komt het woordenboek. Eigenlijk wilde hij me chocolade sturen, maar ik vond het woordenboek veel nuttiger.

Je hebt er niets op tegen, is het wel, om zoo voor een heele familie te spelen?

Zal ik je nu eens iets over mijn vacantie vertellen, of kan alleen mijn werk je maar interesseeren?

Het meisje uitTexasheetLeonora Fenton, (haast net zoo'n gekke naam alsJerusha,vindje niet?) Ik houd wel van haar, maar niet zooveel als vanSallie McBride. En ik zal ook nooit zooveel van iemand gaan houden als vanSallie, behalve van jou natuurlijk. Van jou zal ik altijd het meeste houden, dat spreekt vanzelf, want jij bent mijn heele familie in één persoon.

Leonoraen ik en twee tweede jaars studenten hebben elken mooien dag groote wandelingen gemaakt. Wij droegen voetvrije rokken,sweatersen gebreide mutsen en kleine wandelstokken voor de mop en hebben zoo den heelen omtrekdoorkruist. Eens zijn we naar de stad gewandeld(dat was vier mijlen) en hebben daar gegeten in een restaurant, waar de studenten altijd heengaan. Eerst kreeft en vleesch (75 cent) en beschuit met bessensap toe (30 cent).Goedkoop en voedzaam!

Het was éénig leuk, vooral voor mij, omdat het zoo heel anders was dan in het gesticht. Vadertje, ik voel me nu nog elken keer weer als een vluchteling, wanneer ikFergussen Hallverlaat. Voordat ik het zelf wist, had ik de anderen al over dat gevoel gesproken en ik kon me nog net bijtijds inhouden. Maar het valt me zoo vreeselijk moeilijk niet alles uit te flappen, wat me te binnenschiet. Ik ben van natuur een erg mededeelzaam zieltje en als ik jou niet had om alles te vertellen, mijn lieve Vadertje, dan geloof ik heusch, dat ik nog eens op een goeden dag zou barsten!

Verleden Vrijdag heeft de directie vanFergussen Hallaan alle achterblijfsters een caramelfuif aangeboden. Wij waren met ons tweeëntwintigen; groentjes en tweede-, derde- en vierdejaars, allen vreedzaam bijeen. De keuken is kolossaal groot met roodkoperen pannen en ketels op een rij aan den steenen muur. De kleinste ketel heeft nog veel van een stoomketel. Wij wonen hier met ons vierhonderden opFergussen.

De chef-kok met een witte muts en schort kreeg nog 22 andere witte mutsen en schorten (ik begrijp niet waar hij die zoo vlug vandaan tooverde), en wij werden allen aan het werk gezet.

Het was éenig leuk, al hebben we wel eens betere caramels gegeten. Toen we klaar waren en wijzelf en de deurknoppen en alles in de keuken even vies en kleverig was, hebben we een processie georganiseerd en zijn we, met onze mutsen en schorten aan, elk met een groote vork, lepel of braadpan gewapend, door de gangen gemarcheerd naar de ontvangkamer, waar een half dozijn professoren en leeraressen rustig hun avond doorbrachten. Wij gaven een serenade met studentenliederen ten beste en boden hun verfrisschingen aan. Ze namen alles heel beleefd maar toch een beetje weifelend aan. Toen gingen wij weer naar onzekamers terug, en zwijgend en kleverig, op groote brokken caramel zuigend, bleven ze daar achter.

Nu zie je weer, Vadertje Langbeen, wat een welopgevoede dame ik hier nog eens zal worden.

Kijk eens naar deze penneschets. Geloof je niet werkelijk ook, dat ik een schilderes moest worden inplaats van een schrijfster?

Over twee dagen is de vacantie weer voorbij en dan zal ik alle meisjes weer hier zien. Nu is mijn toren wel een beetje eenzaam. Wanneer negen meisjes een huis bewonen, dat voor vierhonderd is gebouwd, kom je jezelf wel wat verlaten voor.

Elf bladzijden al! Arme lieveling, wat zul je moe zijn! Ik was eigenlijk van plan je alleen maar een kort bedankbriefje te schrijven, maar nu zie je, waartoe mijn schrijfsterstalent me niet al brengt!

Dag mijn oude, lieve Vadertje. Je bent een schat, dat je zoo aan me hebt gedacht. Ik zou volkomen gelukkig zijn, wanneer er niet een klein wolkje aan den hemel dreigde: in Februari beginnen de examens.

Dag lieveling, veel groeten vanJudy.

Dag lieveling, veel groeten vanJudy.

P.S. Misschien vind je het niet ergcomme il faut, dat ik je zoo maar „lieveling” noem. Neem het me niet kwalijk. Ik moet toch iemand op de wereld liefhebben en ik heb alleen maar JuffrouwLippetten jou, dus snap je wel, Vadertje, dat ik wel van joumoethouden, want aan haar heb ik het land.

Even voor het examen.

Mijn lieve Vadertje Langbeen.

Je moest ons hier opCollegeeens zien blokken! Wij hebben allemaal vergeten, dat er ook eens een vacantietijd bestond. In de laatste vier dagen alleen heb ik 75 onregelmatige werkwoorden in mijn arm hoofd gepompt—het is nu maar te hopen, dat die er tot na het examen in blijven!

Sommige meisjes verkoopen hunne leerboeken wanneer ze die niet meer noodig hebben, maar ik wil de mijne alle houden. Wanneer ik dan eindelijk heelemaal afgestudeerd ben, zal mijn heele opleiding in een rijtje in mijn boekenkast staan en als ik iets niet weet, kan ik het dadelijk opslaan. Dat is veel secuurder dan al die wijsheid te onthouden, (dat gaat toch niet!)

Julia Pendletonkwam vanavond even binnen om me een buurvisite te brengen. Ze bleef hier een flink uur plakken en had het natuurlijk over „Familie”. Ik kon maar niet van haar afkomen. Ze wilde met alle geweld weten, welke mijn Moeders meisjesnaam was. Heb je ooit zoo'n onmogelijke vraag gehoord aan iemand, die uit een vondelingengesticht komt? Ik dorst haar niet te bekennen, dat ik het niet wist en zei toen maar den eersten den besten naam, die me te binnen schoot en dat wasMontgomery. Ze wilde toen weten of ik van deMontgomery'suitMassachusettsof wel van die uitVirginiaafstamde.

Haar moeder was eenRutherford. Die familie is (dat spreekt van zelf) verbazend oud en nog door huwelijk aan Hendrik VIII verwant. Van haar Vaders kant stamt ze van nog vóór Adam's tijd. Op de bovenste takken van haar stamboom huist een superieur apengebroed met zacht, zijachtig haar en extra lange staarten.

Ik was van plan je vanavond een lieven, aardigen en geestigen brief te schrijven, maar ik ben werkelijk te slaperig en te dood op. Het lot van een eerstejaars studente is werkelijk niet op rozen gebed.

Je haast geëxamineerdeJudy Abbott.

Je haast geëxamineerdeJudy Abbott.

Zondag.

Liefste Vadertje Langbeen.

Ik heb allerafschuwelijkst nieuws voor je, maar ik zal niet dadelijk met de deur in huis vallen. Eerst moet ik probeeren je in een goed humeur te brengen.

Jerusha Abbottis haar schrijfstersloopbaan begonnen. Haar gedicht, getiteld „Uit mijn toren”, verschijnt in het tweede nummer van „De Maandelijksche” op de allereerste bladzij—een groote eer voor een eerste jaars. De Engelsche leerares hield me op weg naar de kapel even tegen en zei dat het een alleraardigst gedicht was. De zesde regel uitgezonderd, want die heeft te veel lettergrepen. Als je er iets om geeft, zal ik je er den volgenden keer een copie van sturen.

Wacht eens—heb ik niet nog iets aardigs om je te vertellen? O, ja, ik heb leeren schaatsenrijden en kan nu al heel alleen voortkrabbelen. En ik kan ook aan een touw van de zoldering van het gymnastieklokaal af naar beneden klauteren. En ik kan 1.50 M. hoog springen, misschien breng ik het nog wel tot twee Meter!

Van morgen preekte hier de bisschop vanAlabama.

Prachtig! Zijn tekst was „Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt”. Hij wees er op, dat we niet zoo op gebreken van anderen moeten letten en ook de menschen niet mogen ontmoedigen met ons hard oordeel. Ik wou dat je er bij geweest was.

Vandaag is het de heerlijkste, zonnigste winterdag, die je je kunt voorstellen. IJskegels hangen aan de boomen en de heele wereld gaat onder een zware vracht sneeuw gebukt... behalve ik, want ik ga onder mijn groot verdriet gebukt.

Nu komt het nieuws! Vat moed,Judy, je moet het vertellen. Ben je nu heusch in een goed humeur?.... Ik ben voor Latijn en Meetkunde gezakt en moet nu de volgende maand herexamen doen. Ik vind het heel naar als je nu teleurgesteld bent, maar anders kan het me niet zooveel schelen, want ik heb een macht dingen geleerd, die niet op het programma staan. Hoor maar: ik heb 17 boeken gelezen enbundelsgedichten, werkelijk heel goede boeken, zooals: „Vanity fair” en „Richard Feverel” en„Alice in Wonderland” en ook nog „Emerson's Essays” en het eerste deel vanGibbon's „Roman Empire”en de helft vanBenvenuto Cellini's„Life”—interessant is dat, vind je ook niet? Hij had de gewoonte 's morgens rond te zwerven en bij gelegenheid eens een man te dooden, alles vóór zijn ontbijt.

NIEUWS van de MAAND -- Judy leert schaatsen rijden en over een heele hoogte springen - Ook langs een touw naar beneden glijden - Rokken zijn lastig! - Ze krijgt twee herexamens en stort heete tranen - Maar ze gaat _hard_ aan 't werk.NIEUWS van de MAANDJudy leert schaatsen rijden en over een heele hoogte springenOok langs een touw naar beneden glijdenRokken zijn lastig!Ze krijgt twee herexamens en stort heete tranenMaar ze gaathardaan 't werk.

NIEUWS van de MAANDJudy leert schaatsen rijden en over een heele hoogte springenOok langs een touw naar beneden glijdenRokken zijn lastig!Ze krijgt twee herexamens en stort heete tranenMaar ze gaathardaan 't werk.

NIEUWS van de MAAND

Judy leert schaatsen rijden en over een heele hoogte springen

Ook langs een touw naar beneden glijden

Rokken zijn lastig!

Ze krijgt twee herexamens en stort heete tranen

Maar ze gaathardaan 't werk.

Dus nu zie je, dat ik nog knapper ben dan wanneer ik dat alles niet had gelezen en alleen maar door mijn Latijn was gekomen. Wil je het me dus dezen éénen keer vergeven wanneer ik je beloof nooit, nooit meer voor iets te zakken?

In zak en asch,JeJudy.

In zak en asch,JeJudy.

Lieve Vadertje Langbeen.

Vandaag krijg je een extra brief in het midden van de maand, want ik voel me zoo alleen en verlang er naar, je weer eens te schrijven. Het stormt buiten en het sneeuwt aanhoudend. Alle lichten in het gebouw zijn al uitgedraaid, maar ik heb sterke koffie gedronken en kan nu niet in slaap komen.

Ik heb vandaagSallieenJuliaenLeonorate soupeeren gevraagd. We hadden sardines en toast en sla, kaas en koffie.Juliazei, dat het heel gezellig geweest was, maarSalliebleef nog hier om me te helpen opruimen.

Het zou heel geschikt zijn, als ik nu vannacht nog wat voor mijn Latijn ging werken, maar ik moet je eerlijk bekennen, dat ik daar heel weinig voor voel. We hebbenLiviusenDe Senectuteuit en ik ben nu metDe Amicitiabegonnen.

Vind je het goed als ik me (alleen maar voor een tijdje) voorstel, dat jij mijn grootmoeder bent?Sallieheeft er een enJuliaenLeonorahebben er zelfs twee en ze spraken er vanavond alle drie over. Ik zou, geloof ik, niets zoo graag willen, als ook een eigen grootmoedertje te hebben. Dat is zoo'n lief, eerwaardig familielid. Dus, als je er werkelijk niets tegen hebt.... Toen ik gisteren in de stad was, zag ik er een met een allerdoddigst zwart kanten kapje met lila linten. Ik zal het jou dus geven met je 83sten verjaardag.

! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !

Dat is de klok van de kapel, die juist twaalf sloeg! Ik geloof, dat ik nu toch slaperig word.

Nacht Grootmoedertje! Ik houd heel veel van je.

Judy.

Midden Maart.Lieve V.L.,Ik ben druk bezig over mijn Latijn te blokken. Ik ben er mee bezig geweest, ik zal er mee bezig zijn, ik zal er gelukkig haast mee bezig geweest zijn. A.s. Dinsdag om7 uur moet ik her-examen doen en ik zal er doorkomen ofstralen. Je zult dus wel gauw weer van me hooren en als het eenmaal terecht is, zal ik je ook weer een behoorlijken brief kunnen schrijven. Vannacht moet ik me geheel aan denAblativus Absolutuswijden.In alle haast,je J. A.

Midden Maart.

Lieve V.L.,

Ik ben druk bezig over mijn Latijn te blokken. Ik ben er mee bezig geweest, ik zal er mee bezig zijn, ik zal er gelukkig haast mee bezig geweest zijn. A.s. Dinsdag om7 uur moet ik her-examen doen en ik zal er doorkomen ofstralen. Je zult dus wel gauw weer van me hooren en als het eenmaal terecht is, zal ik je ook weer een behoorlijken brief kunnen schrijven. Vannacht moet ik me geheel aan denAblativus Absolutuswijden.

In alle haast,je J. A.

In alle haast,je J. A.

26 Maart.Den Heer V. L.Smith,Mijnheer,U hebt mij nog nooit op een enkelen vraag antwoord gegeven. U toont nooit de minste belangstelling in wat ik doe. U bent ongetwijfeld de allervervelendste van al die afschuwelijk-vervelende Regenten en dat U me hier een goede opleiding laat genieten, doet U niet, omdat U een steek om me geeft, maar vindt alleen zijn oorsprong in een zeker plichtsgevoel.Ik weetabsoluutniets omtrent u; ik ken zelfs uw naam niet. Ik twijfel er geen oogenblik aan of u gooit al mijn brieven in de prullemand zonder zelfs de moeite te nemen ze te openen. Van nu af aan zal ik u slechts over mijn werk schrijven.Verleden week had ik her-examen voor Latijn en Meetkunde. Ik slaagde voor beide vakken.Hoogachtend,Jerusha Abbott.

26 Maart.

Den Heer V. L.Smith,

Mijnheer,

U hebt mij nog nooit op een enkelen vraag antwoord gegeven. U toont nooit de minste belangstelling in wat ik doe. U bent ongetwijfeld de allervervelendste van al die afschuwelijk-vervelende Regenten en dat U me hier een goede opleiding laat genieten, doet U niet, omdat U een steek om me geeft, maar vindt alleen zijn oorsprong in een zeker plichtsgevoel.

Ik weetabsoluutniets omtrent u; ik ken zelfs uw naam niet. Ik twijfel er geen oogenblik aan of u gooit al mijn brieven in de prullemand zonder zelfs de moeite te nemen ze te openen. Van nu af aan zal ik u slechts over mijn werk schrijven.

Verleden week had ik her-examen voor Latijn en Meetkunde. Ik slaagde voor beide vakken.

Hoogachtend,

Jerusha Abbott.

2 April.Mijn lieve Vadertje Langbeen,Ik ben eenMispunt.Vergeet alsjeblieft dien afschuwelijken brief, dien ik je verleden week zond. Ik voelde me dien nacht afschuwelijk verlaten en ellendig en ik had erge keelpijn. Ik wist het toen niet, maar mijne amandelen waren gezwollen enik had influenza en nog een macht andere vervelende dingen.Ik lig nu al zes dagen in het ziekenhuis en ik mag vandaag voor het eerst weer opzitten en aan jou schrijven. De hoofdverpleegster is heel, heel lief, maar ik heb den heelen tijd aan dien vervelenden brief moeten denken en ik zal niet beter worden, voordat ik er zeker van ben, dat je me vergeeft.Hier zie je meteen hoe ik toegetakeld ben met dien dikken doek om mijn hoofd geknoopt! Heb je nu niet een beetje medelijden met me? Ik heb gezwollen amandelen. Ik heb nu al het heele jaar Menschkunde gehad en toch wist ik niets van die amandelen af. Wat is onze opvoeding toch oppervlakkig!Ik kan nu niet verder schrijven, want ik word een beetje duizelig van het lange opzitten. Vergeef me, dat ik zoo ondankbaar en brutaal geweest ben. Ik ben èrg slecht opgevoed.Je je liefhebbendeJudy Abbott.

2 April.

Mijn lieve Vadertje Langbeen,

Ik ben eenMispunt.

Vergeet alsjeblieft dien afschuwelijken brief, dien ik je verleden week zond. Ik voelde me dien nacht afschuwelijk verlaten en ellendig en ik had erge keelpijn. Ik wist het toen niet, maar mijne amandelen waren gezwollen enik had influenza en nog een macht andere vervelende dingen.

Ik lig nu al zes dagen in het ziekenhuis en ik mag vandaag voor het eerst weer opzitten en aan jou schrijven. De hoofdverpleegster is heel, heel lief, maar ik heb den heelen tijd aan dien vervelenden brief moeten denken en ik zal niet beter worden, voordat ik er zeker van ben, dat je me vergeeft.

Hier zie je meteen hoe ik toegetakeld ben met dien dikken doek om mijn hoofd geknoopt! Heb je nu niet een beetje medelijden met me? Ik heb gezwollen amandelen. Ik heb nu al het heele jaar Menschkunde gehad en toch wist ik niets van die amandelen af. Wat is onze opvoeding toch oppervlakkig!

Ik kan nu niet verder schrijven, want ik word een beetje duizelig van het lange opzitten. Vergeef me, dat ik zoo ondankbaar en brutaal geweest ben. Ik ben èrg slecht opgevoed.

Je je liefhebbende

Judy Abbott.

In het Ziekenhuis.4 April.Liefste schat van een Vadertje Langbeen,Toen ik gisteravond tegen donker in bed opzat, naar den regen keek en allerverschrikkelijkst het land had aan het leven hier in die groote inrichting, kwam de verpleegster met een lange witte doos, aan mij geadresseerd, die met de snoezigste rose rozenknopjes was gevuld. En wat nog veel aardiger was, er zat een kaartje binnen-in, waarop een paar vriendelijke zinnetjes met een grappig,stijl handje geschreven (maar toch toont je schrift veel karakter). Dank je lieveling, dank je heel, héél hartelijk. Dat is nu het eerste werkelijke cadeau, dat ik ooit in mijn leven heb gekregen. En zoo'n kleine baby ben ik nog, dat ik stil ging liggen en zachtjes huilde, omdat ik me zoo gelukkig voelde.Nu ik zeker weet dat je mijn brieven wel leest, zal ik je in het vervolg nog veel meer vertellen en ze zoo interessant maken, dat je ze nog allemaal zult bewaren, met een rood zijden lintje er om heen gebonden. Maar neem alsjeblieft die ééne nare er uit en verbrand hem. Ik zou het ellendig vinden, als je die ooit weer eens te voorschijn haalde.Dank je, Vadertje, dat je een zieke, knorrige en landerige eerste jaars zoo gelukkig hebt gemaakt. Je zult wel een groote familie hebben en een massa vrienden die van je houden, en je weet dus niet hoe ellendig het is, wanneer je je zoo vreeselijk verlaten voelt.Dàg. Ik beloof je, nooit meer naar tegen je te zijn, omdat ik nu weet, dat je een werkelijk bestaand mensch bent en ik zal je ook nooit meer met vragen lastig vallen.Altijd,Je kleineJudy.

In het Ziekenhuis.

4 April.

Liefste schat van een Vadertje Langbeen,

Toen ik gisteravond tegen donker in bed opzat, naar den regen keek en allerverschrikkelijkst het land had aan het leven hier in die groote inrichting, kwam de verpleegster met een lange witte doos, aan mij geadresseerd, die met de snoezigste rose rozenknopjes was gevuld. En wat nog veel aardiger was, er zat een kaartje binnen-in, waarop een paar vriendelijke zinnetjes met een grappig,stijl handje geschreven (maar toch toont je schrift veel karakter). Dank je lieveling, dank je heel, héél hartelijk. Dat is nu het eerste werkelijke cadeau, dat ik ooit in mijn leven heb gekregen. En zoo'n kleine baby ben ik nog, dat ik stil ging liggen en zachtjes huilde, omdat ik me zoo gelukkig voelde.

Nu ik zeker weet dat je mijn brieven wel leest, zal ik je in het vervolg nog veel meer vertellen en ze zoo interessant maken, dat je ze nog allemaal zult bewaren, met een rood zijden lintje er om heen gebonden. Maar neem alsjeblieft die ééne nare er uit en verbrand hem. Ik zou het ellendig vinden, als je die ooit weer eens te voorschijn haalde.

Dank je, Vadertje, dat je een zieke, knorrige en landerige eerste jaars zoo gelukkig hebt gemaakt. Je zult wel een groote familie hebben en een massa vrienden die van je houden, en je weet dus niet hoe ellendig het is, wanneer je je zoo vreeselijk verlaten voelt.

Dàg. Ik beloof je, nooit meer naar tegen je te zijn, omdat ik nu weet, dat je een werkelijk bestaand mensch bent en ik zal je ook nooit meer met vragen lastig vallen.

Altijd,

Je kleineJudy.

Maandag, 8 uur.Lieve Vadertje Langbeen,Je bent toch niet de regent geweest, die op die pad is gaan zitten? Ze vertelden me naderhand, dat die ongedeerd met een plof er onderuit sprong. Het zal dus wel bij een dikkeren regent gebeurd zijn, denk ik.Herinner je je dat kleine holletje met tralies ervoor, bij het waschhuis van hetJohn Grier Home? Elk voorjaar, wanneer de padden weer te voorschijn kwamen, maakten we jacht op ze en stopten dan heele benden in dat holletje. En af en toe sprongen ze er dan uit en kwamenze ook in 't waschhuisje en brachten ons zoo wat afleiding op die vervelende waschdagen. We kregen dan natuurlijk allemaal erge straf maar toch konden we het nooit laten, die padden telkens en telkens weer te vangen.En op een goeden dag (ik zal je maar niet met kleine bijzonderheden vervelen) maar in elk geval, toen kwam een van onze vetste padden in een van de groote leeren clubstoelen in de regentenkamer terecht. En dien middag op den Regentendag—maar ik hoef je niets verder te vertellen, want je bent er natuurlijk ook bij geweest en herinnert je nu zeker wel de rest.Wanneer ik nu na langen tijd onpartijdig aan het geval terugdenk, moet ik eerlijk bekennen, dat onze straf verdiend was en—als ik me tenminste goed herinner—zelfs in evenredigheid met de zonde.Ik weet niet, waarom ik juist vandaag zoo'n zin heb, al die oude herinneringen weer eens op te frisschen. Misschien roepen het voorjaar en de padden mijn ouden ondeugenden geest wakker. Alleen het feit, dat hier geen enkele regel ons verbiedt er een verzameling padden op na te houden, weerhoudt me, aan die lust toe te geven.Na kerk, Donderdag.Wat denk je wel, dat mijn lievelingsboek is? Op het oogenblik meen ik, want ik verander alle drie dagen.„Wuthering Heights!” Emily Brontëwas nog heel jong toen ze het schreef, was zelfs nog nooit buiten het kerkhof vanHaworthgeweest. Ze had nog nooit in haar heele leven een man gekend. Hoe kon ze dan toch zoo'n man alsHeathcliffebeschrijven?Ik zou het niet kunnen. Soms ben ik op eens erg bang, dat ik heelemaal geen schrijfsterstalent heb. Zou je erg teleurgesteld zijn wanneer ik geen groote schrijfster werd? Nu het in het voorjaar zoo mooi wordt met al dat jonge groen en die zwellende knoppen, zou ik die boeken wel den rug willen toedraaien en naar buiten, in het veld, hollen. Daar kun je toch zoo'n macht avonturen belevenen het is veel leuker boeken te lezen dan ze te moeten schrijven!O!!!!Dat was een noodkreet, dieSallieenJuliaen (o schrik!) zelfs deSeniorvierde jaars, met den bril op, in mijn kamer deed stormen. Hij werd veroorzaakt door een ongedierte, dat er zoo uitzag:Alleen nog wat griezeliger! Juist toen ik mijn laatsten zin af had en er over nadacht, wat ik je nu wel zou vertellen, viel dat dier, plof, op de bladzij naast me neer. Ik heb twee kopjes van de theetafel gegooid in mijn angst om weg te komen.Salliesmeet er met mijn haarborstel naar, (die zal ik nu nooit meer durven gebruiken) en doodde het kopstuk, maar het achtereind kronkelde over mijn schrijftafel weg en ontsnapte.Door den klimop en omdat onze toren zoo oud is, wémelt het hier van duizendpooten. Ik vind het vreeselijke dieren, ik vond heusch nog liever een tijger onder mijn bed!Vrijdag, 9.30 n.m.Ik had vandaag toch zoo'n pechdag! Vanmorgen hoorde ik de bel niet en heb ik me verslapen. Ik trok mijn schoenveter stuk terwijl ik me in alle haast aankleedde en liet het knoopje van mijn boord in mijn hals glijden. Ik kwam te laat aan het ontbijt en ook op het eerste uur. Ik vergat mijn vloeipapier, en mijn vulpenhouder lekte. Onder de trigonometrie hadden de leerares en ik een klein meeningsverschil in verband met de logarithmen; ik heb de zaak nagegaan en zij had natuurlijk gelijk.Bij de lunch hadden we gestoofd schapenvleesch en rijstenbrij. Ik heb aan alle twee het land—het ruikt naar hetJohn Grier Home! Met de post kwamen er niets anders dan rekeningen voor me (hoewel ik moet bekennen, dat ditniets bijzonders is want er komt voor mij nooit iets anders: mijn familie houdt nu eenmaal niet van schrijven). Dan hadden we vandaag nog onverwachts een schrijfles. Kijk, dat moesten we overschrijven:„I asked no other thing,No other was denied.I offered Being for it;The mighty Merchant smiled.Brazil? He twirled a buttonWithout a glance my way:But, madam, is there nothing elseThat we can show to-day?”Dat moet een gedicht voorstellen! Ik weet niet wie het in elkaar prutste en nog veel minder wat het beteekent! Toen we vanmorgen in de klas kwamen, stond het al op het bord en wij moesten het allemaal overschrijven. Na het eerste couplet dacht ik, dat ik het begreep. De machtige Koopman was een godheid, die zegeningen in ruil voor goede daden uitdeelde, maar toen ik bij het tweede couplet hoorde, dat hij een knoop ronddraaide, leek me dat wel een heel profane voorstelling en nu weet ik niet meer, wat ik er van denken moet. De anderen verkeerden in hetzelfde geval en zoo zaten we drie kwartier met een wit papier voor ons en een doezelig hoofd. Een goede opleiding te krijgen is toch soms een gruwelijk vervelend proces!Maar daarmede was mijn pechdag nog niet teneinde. Er kwam nog iets veel ergers!Het stortregende zoo, dat we geen golf konden spelen, maar naar het gymnastieklokaal moesten. Het meisje naast me sloeg me bij het schermen op mijn elleboog. Ik ging naar mijn kamer en zag daar, dat mijn nieuwe lichtblauwe voorjaarsjapon was gekomen. De rok is zoo verknipt, dat ik niet kan zitten. Vrijdags wordt hier schoongemaakt en de meid had alle papieren op mijn lessenaar door elkaar gesmeten. Voor dessert hadden we vanavond vanillevla, dat is melk en gelatine met wat vanillesuiker er bovenop.We moesten twintig minuten langer dan anders in de kerk blijven om er een preek over Vrouwelijke Vrouwen aan te hooren. En toen ik op mijn kamer eindelijk met een zucht van verlichting. „The Portrait of a Lady” van het rek haalde, kwam daar een kind, datAckerlyheet, een dom schaapachtig wurm, dat met Latijn naast me zit omdat haar naam ook met A begint (Ik wou, dat JuffrouwLippettme maarZabriskihad gedoopt). Ze vraagt me of de les voor Maandag bij Par. 69 of 70 begint enblijft me daar liefst een heel uur plakken. Nu net is ze weggegaan.Heb je ooit zoo'n rits vervelende dingen bij elkaar gezien? Het zijn werkelijk niet de groote lasten in het leven, die veel van je karakter vergen. Iedereen kan een verpletterende tragedie met moed in de oogen zien, maar om de kleine onaangename dagelijksche ongelukjes met een glimlach over je heen te laten gaan—daar is heusch heel wat kracht voor noodig.Zoo'n karakter zou ik wel willen hebben. Ik oefen me dagelijks. Dan stel ik me voor, dat het heele leven maar een spel is, dat je zoo handig en zoo mooi mogelijk moet spelen. Wanneer ik verlies, zal ik mijn schouders ophalen en lachen—en als ik win ook!In elk geval wil ik me harden. Je zult me niet meer hooren klagen, hoor oude lieveling, wanneerJuliazijden kousen draagt en duizenden duizendpooten van den muur naar beneden vallen.Altijd, JeJudy.Antwoord me eens gauw.

Maandag, 8 uur.

Lieve Vadertje Langbeen,

Je bent toch niet de regent geweest, die op die pad is gaan zitten? Ze vertelden me naderhand, dat die ongedeerd met een plof er onderuit sprong. Het zal dus wel bij een dikkeren regent gebeurd zijn, denk ik.

Herinner je je dat kleine holletje met tralies ervoor, bij het waschhuis van hetJohn Grier Home? Elk voorjaar, wanneer de padden weer te voorschijn kwamen, maakten we jacht op ze en stopten dan heele benden in dat holletje. En af en toe sprongen ze er dan uit en kwamenze ook in 't waschhuisje en brachten ons zoo wat afleiding op die vervelende waschdagen. We kregen dan natuurlijk allemaal erge straf maar toch konden we het nooit laten, die padden telkens en telkens weer te vangen.

En op een goeden dag (ik zal je maar niet met kleine bijzonderheden vervelen) maar in elk geval, toen kwam een van onze vetste padden in een van de groote leeren clubstoelen in de regentenkamer terecht. En dien middag op den Regentendag—maar ik hoef je niets verder te vertellen, want je bent er natuurlijk ook bij geweest en herinnert je nu zeker wel de rest.

Wanneer ik nu na langen tijd onpartijdig aan het geval terugdenk, moet ik eerlijk bekennen, dat onze straf verdiend was en—als ik me tenminste goed herinner—zelfs in evenredigheid met de zonde.

Ik weet niet, waarom ik juist vandaag zoo'n zin heb, al die oude herinneringen weer eens op te frisschen. Misschien roepen het voorjaar en de padden mijn ouden ondeugenden geest wakker. Alleen het feit, dat hier geen enkele regel ons verbiedt er een verzameling padden op na te houden, weerhoudt me, aan die lust toe te geven.

Na kerk, Donderdag.

Wat denk je wel, dat mijn lievelingsboek is? Op het oogenblik meen ik, want ik verander alle drie dagen.„Wuthering Heights!” Emily Brontëwas nog heel jong toen ze het schreef, was zelfs nog nooit buiten het kerkhof vanHaworthgeweest. Ze had nog nooit in haar heele leven een man gekend. Hoe kon ze dan toch zoo'n man alsHeathcliffebeschrijven?

Ik zou het niet kunnen. Soms ben ik op eens erg bang, dat ik heelemaal geen schrijfsterstalent heb. Zou je erg teleurgesteld zijn wanneer ik geen groote schrijfster werd? Nu het in het voorjaar zoo mooi wordt met al dat jonge groen en die zwellende knoppen, zou ik die boeken wel den rug willen toedraaien en naar buiten, in het veld, hollen. Daar kun je toch zoo'n macht avonturen belevenen het is veel leuker boeken te lezen dan ze te moeten schrijven!

O!!!!

Dat was een noodkreet, dieSallieenJuliaen (o schrik!) zelfs deSeniorvierde jaars, met den bril op, in mijn kamer deed stormen. Hij werd veroorzaakt door een ongedierte, dat er zoo uitzag:

Alleen nog wat griezeliger! Juist toen ik mijn laatsten zin af had en er over nadacht, wat ik je nu wel zou vertellen, viel dat dier, plof, op de bladzij naast me neer. Ik heb twee kopjes van de theetafel gegooid in mijn angst om weg te komen.Salliesmeet er met mijn haarborstel naar, (die zal ik nu nooit meer durven gebruiken) en doodde het kopstuk, maar het achtereind kronkelde over mijn schrijftafel weg en ontsnapte.

Door den klimop en omdat onze toren zoo oud is, wémelt het hier van duizendpooten. Ik vind het vreeselijke dieren, ik vond heusch nog liever een tijger onder mijn bed!

Vrijdag, 9.30 n.m.

Ik had vandaag toch zoo'n pechdag! Vanmorgen hoorde ik de bel niet en heb ik me verslapen. Ik trok mijn schoenveter stuk terwijl ik me in alle haast aankleedde en liet het knoopje van mijn boord in mijn hals glijden. Ik kwam te laat aan het ontbijt en ook op het eerste uur. Ik vergat mijn vloeipapier, en mijn vulpenhouder lekte. Onder de trigonometrie hadden de leerares en ik een klein meeningsverschil in verband met de logarithmen; ik heb de zaak nagegaan en zij had natuurlijk gelijk.

Bij de lunch hadden we gestoofd schapenvleesch en rijstenbrij. Ik heb aan alle twee het land—het ruikt naar hetJohn Grier Home! Met de post kwamen er niets anders dan rekeningen voor me (hoewel ik moet bekennen, dat ditniets bijzonders is want er komt voor mij nooit iets anders: mijn familie houdt nu eenmaal niet van schrijven). Dan hadden we vandaag nog onverwachts een schrijfles. Kijk, dat moesten we overschrijven:

„I asked no other thing,No other was denied.I offered Being for it;The mighty Merchant smiled.Brazil? He twirled a buttonWithout a glance my way:But, madam, is there nothing elseThat we can show to-day?”

„I asked no other thing,No other was denied.I offered Being for it;The mighty Merchant smiled.

„I asked no other thing,

No other was denied.

I offered Being for it;

The mighty Merchant smiled.

Brazil? He twirled a buttonWithout a glance my way:But, madam, is there nothing elseThat we can show to-day?”

Brazil? He twirled a button

Without a glance my way:

But, madam, is there nothing else

That we can show to-day?”

Dat moet een gedicht voorstellen! Ik weet niet wie het in elkaar prutste en nog veel minder wat het beteekent! Toen we vanmorgen in de klas kwamen, stond het al op het bord en wij moesten het allemaal overschrijven. Na het eerste couplet dacht ik, dat ik het begreep. De machtige Koopman was een godheid, die zegeningen in ruil voor goede daden uitdeelde, maar toen ik bij het tweede couplet hoorde, dat hij een knoop ronddraaide, leek me dat wel een heel profane voorstelling en nu weet ik niet meer, wat ik er van denken moet. De anderen verkeerden in hetzelfde geval en zoo zaten we drie kwartier met een wit papier voor ons en een doezelig hoofd. Een goede opleiding te krijgen is toch soms een gruwelijk vervelend proces!

Maar daarmede was mijn pechdag nog niet teneinde. Er kwam nog iets veel ergers!

Het stortregende zoo, dat we geen golf konden spelen, maar naar het gymnastieklokaal moesten. Het meisje naast me sloeg me bij het schermen op mijn elleboog. Ik ging naar mijn kamer en zag daar, dat mijn nieuwe lichtblauwe voorjaarsjapon was gekomen. De rok is zoo verknipt, dat ik niet kan zitten. Vrijdags wordt hier schoongemaakt en de meid had alle papieren op mijn lessenaar door elkaar gesmeten. Voor dessert hadden we vanavond vanillevla, dat is melk en gelatine met wat vanillesuiker er bovenop.We moesten twintig minuten langer dan anders in de kerk blijven om er een preek over Vrouwelijke Vrouwen aan te hooren. En toen ik op mijn kamer eindelijk met een zucht van verlichting. „The Portrait of a Lady” van het rek haalde, kwam daar een kind, datAckerlyheet, een dom schaapachtig wurm, dat met Latijn naast me zit omdat haar naam ook met A begint (Ik wou, dat JuffrouwLippettme maarZabriskihad gedoopt). Ze vraagt me of de les voor Maandag bij Par. 69 of 70 begint enblijft me daar liefst een heel uur plakken. Nu net is ze weggegaan.

Heb je ooit zoo'n rits vervelende dingen bij elkaar gezien? Het zijn werkelijk niet de groote lasten in het leven, die veel van je karakter vergen. Iedereen kan een verpletterende tragedie met moed in de oogen zien, maar om de kleine onaangename dagelijksche ongelukjes met een glimlach over je heen te laten gaan—daar is heusch heel wat kracht voor noodig.

Zoo'n karakter zou ik wel willen hebben. Ik oefen me dagelijks. Dan stel ik me voor, dat het heele leven maar een spel is, dat je zoo handig en zoo mooi mogelijk moet spelen. Wanneer ik verlies, zal ik mijn schouders ophalen en lachen—en als ik win ook!

In elk geval wil ik me harden. Je zult me niet meer hooren klagen, hoor oude lieveling, wanneerJuliazijden kousen draagt en duizenden duizendpooten van den muur naar beneden vallen.

Altijd, JeJudy.

Antwoord me eens gauw.

27. Mei.Den WelEd. Heer Vadertje Langbeen.WelEd. Heer,Ik kwam in het bezit van een schrijven van MejuffrouwLippett, waarin deze den wensch uitspreekt, dat ik me goed gedraag en hard werk.Daar ik dezen zomer hier niet blijven kan, mag ik gedurende dien tijd naar het gesticht terugkeeren en daar met werken mijn kost verdienen, totdat ik weer hier kan komen.Ik haat hetJohn Grier Home.Ik ga liever dood dan nog eens daarin.Met beleefde groeten,Hoogachtend,Jerusha Abbott.Cher Père-Jambes-Longues,Vous êtes unéénige man!Je suis très heureusedat ik naar die boerderij mag,parce que je n'ai jamaisgeweest op een boerderijdans ma vieen ik zou het vreeselijk vinden omretourner chezJohn Grieren daar de vaten af te wasschentout l'été. Ik ben heusch bang, dat er danquelque chose affreusezou gebeuren,parce que j'ai perdue ma humilité d'autrefois et j'ai peurdat ik op een goeden dag uit den band zou springen en alle borden en schotelsdans la maisonkapot zou smijten.Pardon brièveté etpapier.Je ne peux paszendendes mes nouvelles, parce que je suis dansFransche leset j'ai peur que Monsieur le Professeur me tout de suiteeen beurt zal geven.Hij deed het werkelijk!Au revoir.Je vous aime beaucoupJudy.

27. Mei.

Den WelEd. Heer Vadertje Langbeen.

WelEd. Heer,

Ik kwam in het bezit van een schrijven van MejuffrouwLippett, waarin deze den wensch uitspreekt, dat ik me goed gedraag en hard werk.

Daar ik dezen zomer hier niet blijven kan, mag ik gedurende dien tijd naar het gesticht terugkeeren en daar met werken mijn kost verdienen, totdat ik weer hier kan komen.

Ik haat hetJohn Grier Home.

Ik ga liever dood dan nog eens daarin.

Met beleefde groeten,

Hoogachtend,

Jerusha Abbott.

Cher Père-Jambes-Longues,

Vous êtes unéénige man!

Je suis très heureusedat ik naar die boerderij mag,parce que je n'ai jamaisgeweest op een boerderijdans ma vieen ik zou het vreeselijk vinden omretourner chezJohn Grieren daar de vaten af te wasschentout l'été. Ik ben heusch bang, dat er danquelque chose affreusezou gebeuren,parce que j'ai perdue ma humilité d'autrefois et j'ai peurdat ik op een goeden dag uit den band zou springen en alle borden en schotelsdans la maisonkapot zou smijten.

Pardon brièveté etpapier.Je ne peux paszendendes mes nouvelles, parce que je suis dansFransche leset j'ai peur que Monsieur le Professeur me tout de suiteeen beurt zal geven.

Hij deed het werkelijk!

Au revoir.

Je vous aime beaucoupJudy.

Je vous aime beaucoupJudy.

30 Mei.Lieve Vadertje Langbeen,Ben je hier ooit vroeger wel eens geweest? (Dit is alleen maar een vraag om mijn brief in te leiden, je hoeft er nietop te antwoorden). Je kunt je in Mei niets mooiers voorstellen! Alle struiken dragen bloesems en alle boomen hebben satijnige groene blaadjes—zelfs de oude dennenboomen zien er nu nog jong en frisch uit. Het gras is met gele paardebloemen bezaaid en daartusschen loopen honderden meisjes in blauwe, witte en roze japonnetjes. Iedereen is even vroolijk en onbezorgd, want nu komt onze heerlijke vacantietijd en met dat vooruitzicht laten zelfs de examens ons koud.Is het niet heerlijk, zoo tusschen allemaal vroolijke menschen te leven? En, o Vadertje, ik ben nog de vroolijkste en gelukkigste van allemaal, want ik hoef niet naar het gesticht en ik hoef ook niet in mijn vacantie de kindermeid oftype-writester of boekhoudster van de een of andere rijke familie te zijn! (Ik had natuurlijk overal mijn kost dubbel en dwars moeten verdienen behalve bij jou).Ik heb nu berouw over al mijn vroegere ondeugendheden.Ik heb er berouw over, dat ikFreddiePerkinswel eens door elkaar rammelde.Ik heb er berouw over, dat ik zoo vaak brutaal tegen JuffrouwLippettwas.Ik heb er berouw over, dat ik het suikervaasje eens met zout heb gevuld.Ik heb er berouw over, dat ik achter den rug van de regenten grimassen trok.Ik wil nu tegenover iedereen vriendelijk en lief zijn, omdat ik zoo gelukkig ben. En dezen zomer zal ik gaan schrijven, om een beroemde schrijfster te worden. Heb ik nou geen prachtige plannen? O, je zult zien, dat ik nog eens een mooi karakter krijg, de thermometer daalt een beetje bij koud weer, maar bij zonneschijn stijgt hij voortdurend!Dat is met iedereen zoo het geval. Ik ben het ook heelemaal niet eens met de menschen, die beweren, dat verdriet en teleurstellingen de zedelijke kracht sterken. Neen, het zijn de vroolijke menschen, die van zonnige vriendelijkheid overloopen. Ik heb geen vertrouwen in misanthropen. (Dat is netjes gezegd, hè?). Maar jij bent ook geen misanthroop, wel Vadertje?O ja, dat is waar ook, ik wou je overCollegevertellen! Zeg, kan je niet eens hier komen? Ik zou je overal rond leiden en dan alles uitleggen: „Hier is de bibliotheek, daar ginds is het badhuis, dat Gothische gebouw aan je linkerhand is het gymnastieklokaal. Het Romaansche daarnaast is het nieuwe ziekenhuis”.O, ik kan de menschen wàt goed rondleiden! Ik heb het mijn heele leven in het gesticht gedaan en ik doe het hier ook haast elken dag, werkelijk waar.Laatst heb ik hier zelfs een Heer rondgeleid. Toen heb ik heel wat kunnen leeren, Vadertje, want ik heb nog nooit te voren zoo maar met een echten heer gesproken. (Behalve zoo af en toe met de Regenten en die tellen niet mee). O, pardon! 't Is niet mijn bedoeling je te beleedigen, wanneer ik zoo over de regenten spreek. Maar zie je, ik weet ook zeker, dat je daar ook eigenlijk niet tusschen hoort. Je bent er alleen maar toevallig tusschen verzeild geraakt. Want zie je, een echte regent is dik en opschepperig en welwillend en klopt je goedkeurend op je hoofd en draagt een zware horlogeketting.Maar om nu op ons verhaal terug te komen:Ik heb met een heer gewandeld en gepraat en thee gedronken en nog wel met een heel deftig heer uit een van de eerste families—met MijnheerJervis Pendletonuit de familie vanJulia! Haar oom, in het kort (in het lang hoorde ik eigenlijk te zeggen, want hij is even groot als jij bent). Omdat hij toch voor zaken in onze buurt was, besloot hij ook even naarCollegeover te wippen om zijn nichtjes daar te bezoeken. Hij is de jongste broer vanJulia'svader, maar zij kent hem haast niet. Het schijnt,dat hij haar eens als baby heeft gezien, maar ik geloof niet, dat hij ooit van haar heeft gehouden of verder eenige notitie van haar heeft genomen.In elk geval, hij zat daar heel correct in de ontvangkamer met zijn hoed en stok en handschoenen in de hand. EnJuliaenSalliehadden om zeven uur les en konden zich daar niet van afmaken.Juliastormde dan ook mijn kamer binnen en vroeg me, om hem alles te laten zien en hem na zeven-uur-les weer bij haar af te leveren. Ik wilde het wel doen, hoewel ik er niet veel voor voelde, want ik geef niets om diePendletons.Maar bij nader inzien was het toch een geschikte baas. Hij is tenminste een menschelijk wezen—absoluut geenPendleton. Wij hadden het erg prettig samen. Ik heb altijd naar een oom verlangd! Zeg, zou jij niet voor een tijdje mijn oom willen zijn? Ik geloof, dat ze nog aardiger zijn dan grootmoeders!MijnheerPendletondeed mij wel een beetje aan jou denken, toen je nog twintig jaar jonger was. Je ziet, dat ik je heel intiem ken, al heb ik je ook nog nooit goed gezien!Hij is lang en slank en heeft een bruin verbrand gezicht met besliste, scherp geteekende trekken. En dan kan hij zoo aardig lachen! Zijn mond lacht nooit heelemaal, de mondhoeken krullen alleenheel evennaar boven! En hij heeft zoo iets over zich om je je dadelijk op je gemak te gevoelen. Het was net of ik hem al mijn heele leven had gekend en hij was ook erg kameraadschappelijk.Ik heb hem alles laten zien, van den binnenhof af tot het sportveld toe. Toen zei hij, dat hij zich een beetje flauw ging voelen en wel graag thee wilde drinken. Hij zei, dat we maar naar het „CollegeCafé” moesten gaan—dat is vlak bij het dennenbosch. Ik vond, dat we eigenlijk terug moesten naarJuliaenSallie, maar hij zei, dat hij het beter vond, dat zijn nichtjes niet zooveel thee dronken.Daar zouden ze maar zenuwachtig van worden. Dus gingen we het Café binnen en gebruikten daar thee met toast en gelei en roomijs en cake aan een klein aardig tafeltje op het balcon. Het was er haast heelemaal leeg, want het looptnu tegen het eind van de maand en dan is er nooit veel van ons maandgeld over.O, we hebben toch zoo'n pret gehad! Hij moest naar den trein rennen om nog op tijd te komen en hij zagJuliahaast heelemaal niet meer. Ze was woest, dat ik hem zoolang voor mezelf had gehouden! Het schijnt, dat hij een buitengewoon rijke oom is en heel lief kan zijn. Ik vind het heusch een verlichting, dat hij zoo rijk is, want onze thee heeft 60 cents per persoon gekost.Van morgen (het is Maandag) kwamen er drie doozen chocola met de exprespost voorJulia, Sallieen mij. Hoe vind je dat? Leuk hè, om bonbons van een heer te krijgen!Ik ga me nu heusch als een gewoon jong meisje voelen en niet meer als een vondeling.Ik wou, dat je ook eens kwam en met me thee ging drinken. Dan kon ik zien of ik werkelijk zooveel van je kan houden. Maar het zou toch ook weervreeselijkjammer zijn als ik dan niet meer van je hield! Nee, dat is onzin, ik weet heel zeker, dat ik dan nog veel meer van je ging houden.Bien!Ik groet je heel hartelijk.Jamais je ne t'oublierai,Judy.P.S. Ik keek vanmorgen in den spiegel en ontdekte een heuschig kuiltje in mijn kin. Grappig hè? Waar zou dat zoo opeens vandaan komen?

30 Mei.

Lieve Vadertje Langbeen,

Ben je hier ooit vroeger wel eens geweest? (Dit is alleen maar een vraag om mijn brief in te leiden, je hoeft er nietop te antwoorden). Je kunt je in Mei niets mooiers voorstellen! Alle struiken dragen bloesems en alle boomen hebben satijnige groene blaadjes—zelfs de oude dennenboomen zien er nu nog jong en frisch uit. Het gras is met gele paardebloemen bezaaid en daartusschen loopen honderden meisjes in blauwe, witte en roze japonnetjes. Iedereen is even vroolijk en onbezorgd, want nu komt onze heerlijke vacantietijd en met dat vooruitzicht laten zelfs de examens ons koud.

Is het niet heerlijk, zoo tusschen allemaal vroolijke menschen te leven? En, o Vadertje, ik ben nog de vroolijkste en gelukkigste van allemaal, want ik hoef niet naar het gesticht en ik hoef ook niet in mijn vacantie de kindermeid oftype-writester of boekhoudster van de een of andere rijke familie te zijn! (Ik had natuurlijk overal mijn kost dubbel en dwars moeten verdienen behalve bij jou).

Ik heb nu berouw over al mijn vroegere ondeugendheden.

Ik heb er berouw over, dat ikFreddiePerkinswel eens door elkaar rammelde.

Ik heb er berouw over, dat ik zoo vaak brutaal tegen JuffrouwLippettwas.

Ik heb er berouw over, dat ik het suikervaasje eens met zout heb gevuld.

Ik heb er berouw over, dat ik achter den rug van de regenten grimassen trok.

Ik wil nu tegenover iedereen vriendelijk en lief zijn, omdat ik zoo gelukkig ben. En dezen zomer zal ik gaan schrijven, om een beroemde schrijfster te worden. Heb ik nou geen prachtige plannen? O, je zult zien, dat ik nog eens een mooi karakter krijg, de thermometer daalt een beetje bij koud weer, maar bij zonneschijn stijgt hij voortdurend!

Dat is met iedereen zoo het geval. Ik ben het ook heelemaal niet eens met de menschen, die beweren, dat verdriet en teleurstellingen de zedelijke kracht sterken. Neen, het zijn de vroolijke menschen, die van zonnige vriendelijkheid overloopen. Ik heb geen vertrouwen in misanthropen. (Dat is netjes gezegd, hè?). Maar jij bent ook geen misanthroop, wel Vadertje?

O ja, dat is waar ook, ik wou je overCollegevertellen! Zeg, kan je niet eens hier komen? Ik zou je overal rond leiden en dan alles uitleggen: „Hier is de bibliotheek, daar ginds is het badhuis, dat Gothische gebouw aan je linkerhand is het gymnastieklokaal. Het Romaansche daarnaast is het nieuwe ziekenhuis”.

O, ik kan de menschen wàt goed rondleiden! Ik heb het mijn heele leven in het gesticht gedaan en ik doe het hier ook haast elken dag, werkelijk waar.

Laatst heb ik hier zelfs een Heer rondgeleid. Toen heb ik heel wat kunnen leeren, Vadertje, want ik heb nog nooit te voren zoo maar met een echten heer gesproken. (Behalve zoo af en toe met de Regenten en die tellen niet mee). O, pardon! 't Is niet mijn bedoeling je te beleedigen, wanneer ik zoo over de regenten spreek. Maar zie je, ik weet ook zeker, dat je daar ook eigenlijk niet tusschen hoort. Je bent er alleen maar toevallig tusschen verzeild geraakt. Want zie je, een echte regent is dik en opschepperig en welwillend en klopt je goedkeurend op je hoofd en draagt een zware horlogeketting.

Maar om nu op ons verhaal terug te komen:

Ik heb met een heer gewandeld en gepraat en thee gedronken en nog wel met een heel deftig heer uit een van de eerste families—met MijnheerJervis Pendletonuit de familie vanJulia! Haar oom, in het kort (in het lang hoorde ik eigenlijk te zeggen, want hij is even groot als jij bent). Omdat hij toch voor zaken in onze buurt was, besloot hij ook even naarCollegeover te wippen om zijn nichtjes daar te bezoeken. Hij is de jongste broer vanJulia'svader, maar zij kent hem haast niet. Het schijnt,dat hij haar eens als baby heeft gezien, maar ik geloof niet, dat hij ooit van haar heeft gehouden of verder eenige notitie van haar heeft genomen.

In elk geval, hij zat daar heel correct in de ontvangkamer met zijn hoed en stok en handschoenen in de hand. EnJuliaenSalliehadden om zeven uur les en konden zich daar niet van afmaken.Juliastormde dan ook mijn kamer binnen en vroeg me, om hem alles te laten zien en hem na zeven-uur-les weer bij haar af te leveren. Ik wilde het wel doen, hoewel ik er niet veel voor voelde, want ik geef niets om diePendletons.

Maar bij nader inzien was het toch een geschikte baas. Hij is tenminste een menschelijk wezen—absoluut geenPendleton. Wij hadden het erg prettig samen. Ik heb altijd naar een oom verlangd! Zeg, zou jij niet voor een tijdje mijn oom willen zijn? Ik geloof, dat ze nog aardiger zijn dan grootmoeders!

MijnheerPendletondeed mij wel een beetje aan jou denken, toen je nog twintig jaar jonger was. Je ziet, dat ik je heel intiem ken, al heb ik je ook nog nooit goed gezien!

Hij is lang en slank en heeft een bruin verbrand gezicht met besliste, scherp geteekende trekken. En dan kan hij zoo aardig lachen! Zijn mond lacht nooit heelemaal, de mondhoeken krullen alleenheel evennaar boven! En hij heeft zoo iets over zich om je je dadelijk op je gemak te gevoelen. Het was net of ik hem al mijn heele leven had gekend en hij was ook erg kameraadschappelijk.

Ik heb hem alles laten zien, van den binnenhof af tot het sportveld toe. Toen zei hij, dat hij zich een beetje flauw ging voelen en wel graag thee wilde drinken. Hij zei, dat we maar naar het „CollegeCafé” moesten gaan—dat is vlak bij het dennenbosch. Ik vond, dat we eigenlijk terug moesten naarJuliaenSallie, maar hij zei, dat hij het beter vond, dat zijn nichtjes niet zooveel thee dronken.Daar zouden ze maar zenuwachtig van worden. Dus gingen we het Café binnen en gebruikten daar thee met toast en gelei en roomijs en cake aan een klein aardig tafeltje op het balcon. Het was er haast heelemaal leeg, want het looptnu tegen het eind van de maand en dan is er nooit veel van ons maandgeld over.

O, we hebben toch zoo'n pret gehad! Hij moest naar den trein rennen om nog op tijd te komen en hij zagJuliahaast heelemaal niet meer. Ze was woest, dat ik hem zoolang voor mezelf had gehouden! Het schijnt, dat hij een buitengewoon rijke oom is en heel lief kan zijn. Ik vind het heusch een verlichting, dat hij zoo rijk is, want onze thee heeft 60 cents per persoon gekost.

Van morgen (het is Maandag) kwamen er drie doozen chocola met de exprespost voorJulia, Sallieen mij. Hoe vind je dat? Leuk hè, om bonbons van een heer te krijgen!

Ik ga me nu heusch als een gewoon jong meisje voelen en niet meer als een vondeling.

Ik wou, dat je ook eens kwam en met me thee ging drinken. Dan kon ik zien of ik werkelijk zooveel van je kan houden. Maar het zou toch ook weervreeselijkjammer zijn als ik dan niet meer van je hield! Nee, dat is onzin, ik weet heel zeker, dat ik dan nog veel meer van je ging houden.

Bien!Ik groet je heel hartelijk.

Jamais je ne t'oublierai,Judy.

Jamais je ne t'oublierai,Judy.

P.S. Ik keek vanmorgen in den spiegel en ontdekte een heuschig kuiltje in mijn kin. Grappig hè? Waar zou dat zoo opeens vandaan komen?

9 Juni.Mijn lieve, beste Vadertje Langbeen.Het is vandaag een heerlijke dag. Ik ben juist door mijn laatste examen gekomen en wel in de physiologie. En nu:Nu ga ik drie maanden naar een boerderij!Ik weet heelemaal niet wat eigenlijk een boerderij voor een ding is. Ik ben er in mijnheeleleven nog nooit in geweest. Ik heb er zelfs nog nooit een gezien (behalve uit het spoorraampje), maar ik weet zeker, dat het daar heerlijk is en ik er heel vrij zal zijn.Ik ben er nog altijd niet aan gewend, dat ik nu van hetJohn Grier Homeverlost ben. Wanneer ik daar maar even aan terugdenk, voel ik koude rillingen over mijn rug loopen en dan zou ik wel hard willen weghollen en telkens omkijken, om te zien of JuffrouwLippettnog niet vlak achter me is, om me met haar grijphanden mee te sleuren.Ik hoef me dezen zomer gelukkig aan niemand te storen, niet waar?Van jouw gezag heb ik niet de minste last, je bent veel te ver weg om me ook maar eenigszins in den weg te staan. JuffrouwLippettis voor mij voor altijd dood en deSempleshoeven zeker geen toezicht over mijn zedelijk welzijn te houden. Neen, ik ben er zeker van, dat dat niet noodig is, want ik ben nu immers een groot jongmeisje. Hoera!Ik moet je nu in den steek laten want ik moet mijn koffer pakken en nog drie kisten met theeketels en kopjes en schoteltjes en sofakussens en boeken vullen.Altijd,JeJudy.P.S. Hier heb je mijn examenvragen voor Physiologie. Zou je denken dat jij er ook door was gekomen?Lock Willow Farm.Zaterdagnacht.Liefste Vadertje Langbeen.Ik ben juist hier aangekomen en ik heb mijn koffer nog niet uitgepakt, maar ik kan er toch niet mee wachten met je te schrijven. Ik moet je dadelijk vertellen hoe dolletjes ik het hier op de boerderij vind. Het is in één woord zalig. Kijk, het huis ziet er zoo uit: en het is oud, wel honderd jaar geloof ik! Het heeft een waranda aan den kant, dien ik niet kan teekenen en eenaardige ingang van voren. Het is jammer, dat ik niet alles kan teekenen zooals het er werkelijk uitziet. Die dingen, die net speelgoedboompjes zijn, zijn eschdoorns en die prikkelige aan den oprijweg zijn poëtisch murmelende dennen en sparren. Het huis staat op den top van een heuvel en je kijkt mijlen ver weg over groene weilanden tot aan een andere heuvelrij.De menschen, die hier wonen, zijn: de tweeSemples, man en vrouw, en een boerenmeisje en twee boerenknechten. Die drie laatsten eten in de keuken en de twee Semples enJudyin de eetkamer. Wij hadden vanavond ham met eieren en honing en boterhammen met gelei en pudding en kaas en thee en we hebben een heeleboel samen afgepraat. Ik heb in mijn heele leven nog nooit zooveel gebabbeld! Alles, wat je hier ziet, is ook even grappig. Ik geloof dat ik dat alleen maar vind omdat ik nog nooit buiten geweest ben, en al mijn vragen komen uit een enorm groote onwetendheid voort.De kamer met het kruisje is niet die, waar de moord is gepleegd, maar waar je kleine beschermeling slaapt. Zij (de kamer) is groot en vierkant en frisch en heeft eenige ouderwetsche meubels en langs het raam groeit een klimplant met gele bloemen, die er afvallen als je er even aan raakt. En in de kamer staat nog een groote vierkante mahoniehouten tafel. Daar zal ik dezen zomer met gefronst voorhoofd en mijn ellebogen onder mijn hoofd aan zitten en de eene novelle na de andere schrijven.O lieveling, ik ben zoo opgewonden! Ik kan heelemaal niet wachten tot het eindelijk weer dag is! Het is nu half negen en ik zal dadelijk mijn kaars uitblazen en probeeren wat te slapen. Wij staan hier om vijf uur al op. Heb je ooit zoo iets grappigs gehoord? Ik kan werkelijk niet gelooven, dat ik nog dezelfde oudeJudyben. Jij en de goedeGod geven me veel meer dan me eigenlijk toekomt. Ik moet wel heel, heel goed zijn om het je ooit te vergelden. Maar ik ga mijn best doen. Je zult het zien.Nacht Vadertje!JeJudy.P.S. Ik wou dat je die kikkers kon hooren kwaken en de varkens knorren. Je moet ook eens even naar de nieuwe maan kijken. Ik zag hem net van over mijn rechter schouder.

9 Juni.

Mijn lieve, beste Vadertje Langbeen.

Het is vandaag een heerlijke dag. Ik ben juist door mijn laatste examen gekomen en wel in de physiologie. En nu:

Nu ga ik drie maanden naar een boerderij!

Ik weet heelemaal niet wat eigenlijk een boerderij voor een ding is. Ik ben er in mijnheeleleven nog nooit in geweest. Ik heb er zelfs nog nooit een gezien (behalve uit het spoorraampje), maar ik weet zeker, dat het daar heerlijk is en ik er heel vrij zal zijn.

Ik ben er nog altijd niet aan gewend, dat ik nu van hetJohn Grier Homeverlost ben. Wanneer ik daar maar even aan terugdenk, voel ik koude rillingen over mijn rug loopen en dan zou ik wel hard willen weghollen en telkens omkijken, om te zien of JuffrouwLippettnog niet vlak achter me is, om me met haar grijphanden mee te sleuren.

Ik hoef me dezen zomer gelukkig aan niemand te storen, niet waar?

Van jouw gezag heb ik niet de minste last, je bent veel te ver weg om me ook maar eenigszins in den weg te staan. JuffrouwLippettis voor mij voor altijd dood en deSempleshoeven zeker geen toezicht over mijn zedelijk welzijn te houden. Neen, ik ben er zeker van, dat dat niet noodig is, want ik ben nu immers een groot jongmeisje. Hoera!

Ik moet je nu in den steek laten want ik moet mijn koffer pakken en nog drie kisten met theeketels en kopjes en schoteltjes en sofakussens en boeken vullen.

Altijd,

JeJudy.

P.S. Hier heb je mijn examenvragen voor Physiologie. Zou je denken dat jij er ook door was gekomen?

Lock Willow Farm.

Zaterdagnacht.

Liefste Vadertje Langbeen.

Ik ben juist hier aangekomen en ik heb mijn koffer nog niet uitgepakt, maar ik kan er toch niet mee wachten met je te schrijven. Ik moet je dadelijk vertellen hoe dolletjes ik het hier op de boerderij vind. Het is in één woord zalig. Kijk, het huis ziet er zoo uit: en het is oud, wel honderd jaar geloof ik! Het heeft een waranda aan den kant, dien ik niet kan teekenen en eenaardige ingang van voren. Het is jammer, dat ik niet alles kan teekenen zooals het er werkelijk uitziet. Die dingen, die net speelgoedboompjes zijn, zijn eschdoorns en die prikkelige aan den oprijweg zijn poëtisch murmelende dennen en sparren. Het huis staat op den top van een heuvel en je kijkt mijlen ver weg over groene weilanden tot aan een andere heuvelrij.

De menschen, die hier wonen, zijn: de tweeSemples, man en vrouw, en een boerenmeisje en twee boerenknechten. Die drie laatsten eten in de keuken en de twee Semples enJudyin de eetkamer. Wij hadden vanavond ham met eieren en honing en boterhammen met gelei en pudding en kaas en thee en we hebben een heeleboel samen afgepraat. Ik heb in mijn heele leven nog nooit zooveel gebabbeld! Alles, wat je hier ziet, is ook even grappig. Ik geloof dat ik dat alleen maar vind omdat ik nog nooit buiten geweest ben, en al mijn vragen komen uit een enorm groote onwetendheid voort.

De kamer met het kruisje is niet die, waar de moord is gepleegd, maar waar je kleine beschermeling slaapt. Zij (de kamer) is groot en vierkant en frisch en heeft eenige ouderwetsche meubels en langs het raam groeit een klimplant met gele bloemen, die er afvallen als je er even aan raakt. En in de kamer staat nog een groote vierkante mahoniehouten tafel. Daar zal ik dezen zomer met gefronst voorhoofd en mijn ellebogen onder mijn hoofd aan zitten en de eene novelle na de andere schrijven.

O lieveling, ik ben zoo opgewonden! Ik kan heelemaal niet wachten tot het eindelijk weer dag is! Het is nu half negen en ik zal dadelijk mijn kaars uitblazen en probeeren wat te slapen. Wij staan hier om vijf uur al op. Heb je ooit zoo iets grappigs gehoord? Ik kan werkelijk niet gelooven, dat ik nog dezelfde oudeJudyben. Jij en de goedeGod geven me veel meer dan me eigenlijk toekomt. Ik moet wel heel, heel goed zijn om het je ooit te vergelden. Maar ik ga mijn best doen. Je zult het zien.

Nacht Vadertje!

JeJudy.

P.S. Ik wou dat je die kikkers kon hooren kwaken en de varkens knorren. Je moet ook eens even naar de nieuwe maan kijken. Ik zag hem net van over mijn rechter schouder.

Lock Willow.12 Juli.Lieve Vadertje Langbeen.Hoe wist je secretaris het adres vanLock Willow? (dit is geen rhetorische vraag, ik wil het vreeselijk graag weten). Luister eens, hoe grappig: de boerderij is het eigendom van mijnheerJervis Pendleton, maar nu heeft hij haar aan deSemplesgegeven, want JuffrouwSempleis zijn oude kindermeid. Heb je ooit van zoo'n typischen samenloop van omstandigheden gehoord? Ze noemen hem hier nog altijd „JongeheerJervie” en spreken over hem alsof hij nog altijd hetzelfde aardige jongetje van vroeger was gebleven. Zij hebben een van zijn babykrulletjes in een doosje bewaard en het is rood—tenminste een beetje roodblond.Sedert ze weten dat ik hem ook ken, ben ik minstens 100% in hun achting gerezen, want een van de leden van de familiePendletonte kennen, is de beste introductie voorLock Willowen de beste van de heele familie is natuurlijk „JongeheerJervie”. Ik ben blij, datJuliatot een van de minder geachte takken hoort!Het leven wordt hier hoe langer hoe leuker. Gisteren heb ik op een hooiwagen gereden! Wij hebben hier drie groote, vette varkens en negen biggetjes en je moest ze eens zien slobberen! We hebben ook een macht baby-kuikentjes en eendjes en kalkoenen en paarlhoenders. Demenschen die in de stad blijven, terwijl ze hier buiten konden wonen, zijn toch eigenlijk gek.Mijn dagelijksche taak is, de eieren op te sporen. Ik viel gisteren van een balk in de schuur, toen ik probeerde naar een nest te kruipen, dat de zwarte hen had gestolen. En toen ik met een gekneusde knie in huis kwam, heeft juffrouwSempleer een verband met zalf om heen gedaan, en weet je, wat ze zei: „Ach lieve deugd, het lijkt wel gisteren, dat JongeheerJervievan dienzelfden balk viel en ook zijn rechterknie bezeerde!” Aardige oude vrouw, hé?De omstreken zijn hier prachtig. Er is een vallei en een rivier en heel veel begroeide heuvels en heelemaal in de verte verrijst een éénig mooie berg. Ik zou die graag eens willen beklimmen.Twee keer in de week karnen we, en de room bewaren we in de steenen schuur. Sommige boeren hier hebben een speciale separator voor het karnen, maar wij houden niet van die nieuwe ideeën.Het is misschien wel wat omslachtiger zooals wij het doen maar de boter is zooveel te beter. Wij hebben zes kalveren.1.Sylvia. Omdat ze in het bosch geboren is. 2.Lesbia. Naar deLesbiainCatullus. 3.Sallie. 4.Julia-a. Een gek, niet te beschrijven dier. 5.Judy. Naar mij. 6. Vadertje Langbeen. Je bent er niet boos om, wel lieveling? Het is een volbloedJerseyen hij ziet er heel lief uit. Kijk maar hierboven.Zie je wel, dat de naam erg goed gekozen is?Ik heb tot nog toe geen tijd gehad om aan mijn onsterfelijke novelle te beginnen. Wij hebben het daarvoor veel te druk.Dàg, veel groeten vanJudy.P.S. Ik heb pannekoeken-bakken geleerd.P.S. (2) Wanneer jemisschienvan plan bent kuikens te koopen, moet jeBuffOrpingtonsnemen. Dat is een goed ras.P.S. (3) Ik wou, dat ik je wat van die heerlijke versche boter kon sturen, die ik van morgen zelf heb gekarnd. Ik ben een uitstekende melkmeid.Buttercup Daisy Birdie Bess Spotty —— Koeien drijven kan ik nietButtercup Daisy Birdie Bess SpottyKoeien drijven kan ik nietP.S. (4) Dit is het portret van MejuffrouwJerusha Abbott, de toekomstige groote schrijfster, bezig de koeien naar den stal te drijven.Zondag.Lieve Vadertje Langbeen.Is dat niet leuk? Gisterenmiddag wou ik aan je schrijven, maar ik kwam niet verder dan tot het „Lieve Vadertje Langbeen” want het schoot me opeens te binnen, dat ik beloofd had, wat boschbessen voor het avondeten te plukken. En dus liep ik weg en liet mijn papier op tafelliggen. En wat denk je wel, dat ik op mijn brief vond toen ik terug kwam? Een echte Mijnheer Langbeen, een glazenwasscher!Ik nam hem heel voorzichtig bij een poot en liet hem het raam uitvliegen. Ik zou voor geen geld van de wereld er een kwaad willen doen. Met hun lange pooten herinneren ze me altijd weer aan jou, toen ik je voor de eerste en eenige maal in mijn leven zag.We namen vanmorgen het wagentje en reden naar de kerk. Het is een vriendelijk wit dorpskerkje met een spitsen toren en drie Dorische kolommen aan den voorkant (misschien zijn het wel Ionische, ik haal die twee altijd door elkaar).Het was een alleraardigst, slaperig preekje en alle menschen schenen veel moeite te hebben om niet te gapen. Het eenige geluid, dat tot ons doordrong, was, behalve het lijmige orgaan van den predikant, het gezang van de sprinkhanen daar buiten in het veld. Ik werd niet wakker voordat ik mezelf op de knieën vond liggen, bezig een psalm te zingen. Toen speet het me toch, dat ik niet beter had geluisterd, want ik zou dolgraag wat meer van den man willen weten, die zulk een psalm uitzocht. Luister maar:Come, leave your sports and earthly toysAnd join me in celestial joys.Or else, dear friend, a long farewell.I leave you now to sink to hell.Ik heb al gemerkt, dat het niet goed is om met deSemplesover godsdienst te spreken. Hun Gods-idee (die zij nog onveranderd van hun oude Puriteinsche voorvaderen hebben geërfd) is die van een kleinzielig, onredelijk, onrechtvaardig, min, wraakzuchtig, bigot Wezen. Gelukkig, dat ik me er niet zoo'n voorstelling van maak! Weet je, hoe ikme Hem denk? Hij is vriendelijk en vergevend en zacht en begrijpt alles—hij heeft gevoel voor humor.Ik hou dolveel van deSemples. In het werkelijk leven zijn ze veel beter en liever dan je wel uit hun redeneeringen zoudt opmaken. Ze zijn veel beter dan hun eigen God. Ik zei hun dat ook en toen had je hun gezichten moeten zien! Ze waren ontsteld. Ze vonden, dat ik godslasterlijke taal sprak—en ik vind, datzijhet doen. Wij spreken nu maar nooit meer over godsdienst.Het is nu Zondagmiddag.Amasai,de eene knecht, is juist met een roode das en kanariegele handschoenen, hoogrood en geschoren, metCarrie(de meid) met een grooten hoed met roode rozen op en een lichtblauwe japon en stijf gekrulde haren, weg gereden.Amasaibleef den heelen morgen thuis om de sjees schoon te maken enCarriegaf voor, dat zij het eten moest koken, maar in werkelijkheid heeft ze haar blauwe japon gestreken.Wanneer ik mijn brief aan jou klaar heb, ga ik naar beneden om een boek te lezen, dat ik op de vliering heb gevonden. Het heet „Op het Indianenpad” en op de eerste bladzijde staat met een grappig jongenspootje geschreven:Jervis Pendleton.Als je dit boek ooit vindt,Pak het dan in en stuur het me naar huis.Hij was hier eens 's zomers, 11 jaar geleden, nadat hij lang ziek was geweest, en liet toen dit boek achter. Je kunt wel zien, dat hij het goed heeft gelezen, overal zie je vuile, kleine vingertjes. In een hoek van de vliering staat ook een windmolen. Verder vond ik er een paar tollen en knikkers. JuffrouwSemplespreekt zoo vaak over hem, dat ik werkelijk ga gelooven, dat hij nog leeft. Niet als een groot heer met een hoogen zijden en een wandelstok, maar als een aardige, vuile robbedoes, met een krullebol die altijd in de war zit, en groote laarzen, waarmee hij stampt als hij de trap opgaat. En de deuren laat hij allemaal open staan en hij bedelt om koekjes. (En krijgt ze ook altijd, ik ken JuffrouwSemple!) Het schijnt een avontuurlijkheertje geweest te zijn, flink en rond. Jammer dat het eenPendletonis! Hij verdient iets beters te zijn.Morgen gaan we de haver dorschen. Er is al een stoommachine besteld en drie extra knechts hebben we gehuurd.Tot mijn groot verdriet moet ik je vertellen, dat Eenhoorn (de gevlekte koe met één hoorn en moeder vanLesbia) iets heel onbehoorlijks heeft gedaan. Vrijdagavond is ze den boomgaard binnengeloopen en heeft er net zoolang de afgevallen appels gegeten, tot het haar naar het hoofd is gestegen. Nu is ze al twee dagen stomdronken. Het is heusch waar. Heb je ooit zoo iets schandelijks gehoord?Dag lieveling.Als altijd,Je kleineJudy.P.S. Het eerste hoofdstuk handelt over Indianen en het tweede over struikroovers. Wat zal er in het derde staan? „De Roode Arend sprong twintig voet hoog en stortte toen dood neer”. staat er met dikke letters boven. ZullenJudyenJervienu samen pret hebben?

Lock Willow.

12 Juli.

Lieve Vadertje Langbeen.

Hoe wist je secretaris het adres vanLock Willow? (dit is geen rhetorische vraag, ik wil het vreeselijk graag weten). Luister eens, hoe grappig: de boerderij is het eigendom van mijnheerJervis Pendleton, maar nu heeft hij haar aan deSemplesgegeven, want JuffrouwSempleis zijn oude kindermeid. Heb je ooit van zoo'n typischen samenloop van omstandigheden gehoord? Ze noemen hem hier nog altijd „JongeheerJervie” en spreken over hem alsof hij nog altijd hetzelfde aardige jongetje van vroeger was gebleven. Zij hebben een van zijn babykrulletjes in een doosje bewaard en het is rood—tenminste een beetje roodblond.

Sedert ze weten dat ik hem ook ken, ben ik minstens 100% in hun achting gerezen, want een van de leden van de familiePendletonte kennen, is de beste introductie voorLock Willowen de beste van de heele familie is natuurlijk „JongeheerJervie”. Ik ben blij, datJuliatot een van de minder geachte takken hoort!

Het leven wordt hier hoe langer hoe leuker. Gisteren heb ik op een hooiwagen gereden! Wij hebben hier drie groote, vette varkens en negen biggetjes en je moest ze eens zien slobberen! We hebben ook een macht baby-kuikentjes en eendjes en kalkoenen en paarlhoenders. Demenschen die in de stad blijven, terwijl ze hier buiten konden wonen, zijn toch eigenlijk gek.

Mijn dagelijksche taak is, de eieren op te sporen. Ik viel gisteren van een balk in de schuur, toen ik probeerde naar een nest te kruipen, dat de zwarte hen had gestolen. En toen ik met een gekneusde knie in huis kwam, heeft juffrouwSempleer een verband met zalf om heen gedaan, en weet je, wat ze zei: „Ach lieve deugd, het lijkt wel gisteren, dat JongeheerJervievan dienzelfden balk viel en ook zijn rechterknie bezeerde!” Aardige oude vrouw, hé?

De omstreken zijn hier prachtig. Er is een vallei en een rivier en heel veel begroeide heuvels en heelemaal in de verte verrijst een éénig mooie berg. Ik zou die graag eens willen beklimmen.

Twee keer in de week karnen we, en de room bewaren we in de steenen schuur. Sommige boeren hier hebben een speciale separator voor het karnen, maar wij houden niet van die nieuwe ideeën.Het is misschien wel wat omslachtiger zooals wij het doen maar de boter is zooveel te beter. Wij hebben zes kalveren.

1.Sylvia. Omdat ze in het bosch geboren is. 2.Lesbia. Naar deLesbiainCatullus. 3.Sallie. 4.Julia-a. Een gek, niet te beschrijven dier. 5.Judy. Naar mij. 6. Vadertje Langbeen. Je bent er niet boos om, wel lieveling? Het is een volbloedJerseyen hij ziet er heel lief uit. Kijk maar hierboven.

Zie je wel, dat de naam erg goed gekozen is?

Ik heb tot nog toe geen tijd gehad om aan mijn onsterfelijke novelle te beginnen. Wij hebben het daarvoor veel te druk.

Dàg, veel groeten van

Judy.

P.S. Ik heb pannekoeken-bakken geleerd.

P.S. (2) Wanneer jemisschienvan plan bent kuikens te koopen, moet jeBuffOrpingtonsnemen. Dat is een goed ras.

P.S. (3) Ik wou, dat ik je wat van die heerlijke versche boter kon sturen, die ik van morgen zelf heb gekarnd. Ik ben een uitstekende melkmeid.

Buttercup Daisy Birdie Bess Spotty —— Koeien drijven kan ik nietButtercup Daisy Birdie Bess SpottyKoeien drijven kan ik niet

Buttercup Daisy Birdie Bess SpottyKoeien drijven kan ik niet

Buttercup Daisy Birdie Bess Spotty

Koeien drijven kan ik niet

P.S. (4) Dit is het portret van MejuffrouwJerusha Abbott, de toekomstige groote schrijfster, bezig de koeien naar den stal te drijven.

Zondag.

Lieve Vadertje Langbeen.

Is dat niet leuk? Gisterenmiddag wou ik aan je schrijven, maar ik kwam niet verder dan tot het „Lieve Vadertje Langbeen” want het schoot me opeens te binnen, dat ik beloofd had, wat boschbessen voor het avondeten te plukken. En dus liep ik weg en liet mijn papier op tafelliggen. En wat denk je wel, dat ik op mijn brief vond toen ik terug kwam? Een echte Mijnheer Langbeen, een glazenwasscher!

Ik nam hem heel voorzichtig bij een poot en liet hem het raam uitvliegen. Ik zou voor geen geld van de wereld er een kwaad willen doen. Met hun lange pooten herinneren ze me altijd weer aan jou, toen ik je voor de eerste en eenige maal in mijn leven zag.

We namen vanmorgen het wagentje en reden naar de kerk. Het is een vriendelijk wit dorpskerkje met een spitsen toren en drie Dorische kolommen aan den voorkant (misschien zijn het wel Ionische, ik haal die twee altijd door elkaar).

Het was een alleraardigst, slaperig preekje en alle menschen schenen veel moeite te hebben om niet te gapen. Het eenige geluid, dat tot ons doordrong, was, behalve het lijmige orgaan van den predikant, het gezang van de sprinkhanen daar buiten in het veld. Ik werd niet wakker voordat ik mezelf op de knieën vond liggen, bezig een psalm te zingen. Toen speet het me toch, dat ik niet beter had geluisterd, want ik zou dolgraag wat meer van den man willen weten, die zulk een psalm uitzocht. Luister maar:

Come, leave your sports and earthly toysAnd join me in celestial joys.Or else, dear friend, a long farewell.I leave you now to sink to hell.

Come, leave your sports and earthly toysAnd join me in celestial joys.Or else, dear friend, a long farewell.I leave you now to sink to hell.

Come, leave your sports and earthly toys

And join me in celestial joys.

Or else, dear friend, a long farewell.

I leave you now to sink to hell.

Ik heb al gemerkt, dat het niet goed is om met deSemplesover godsdienst te spreken. Hun Gods-idee (die zij nog onveranderd van hun oude Puriteinsche voorvaderen hebben geërfd) is die van een kleinzielig, onredelijk, onrechtvaardig, min, wraakzuchtig, bigot Wezen. Gelukkig, dat ik me er niet zoo'n voorstelling van maak! Weet je, hoe ikme Hem denk? Hij is vriendelijk en vergevend en zacht en begrijpt alles—hij heeft gevoel voor humor.

Ik hou dolveel van deSemples. In het werkelijk leven zijn ze veel beter en liever dan je wel uit hun redeneeringen zoudt opmaken. Ze zijn veel beter dan hun eigen God. Ik zei hun dat ook en toen had je hun gezichten moeten zien! Ze waren ontsteld. Ze vonden, dat ik godslasterlijke taal sprak—en ik vind, datzijhet doen. Wij spreken nu maar nooit meer over godsdienst.

Het is nu Zondagmiddag.

Amasai,de eene knecht, is juist met een roode das en kanariegele handschoenen, hoogrood en geschoren, metCarrie(de meid) met een grooten hoed met roode rozen op en een lichtblauwe japon en stijf gekrulde haren, weg gereden.Amasaibleef den heelen morgen thuis om de sjees schoon te maken enCarriegaf voor, dat zij het eten moest koken, maar in werkelijkheid heeft ze haar blauwe japon gestreken.

Wanneer ik mijn brief aan jou klaar heb, ga ik naar beneden om een boek te lezen, dat ik op de vliering heb gevonden. Het heet „Op het Indianenpad” en op de eerste bladzijde staat met een grappig jongenspootje geschreven:

Jervis Pendleton.Als je dit boek ooit vindt,Pak het dan in en stuur het me naar huis.

Jervis Pendleton.Als je dit boek ooit vindt,Pak het dan in en stuur het me naar huis.

Jervis Pendleton.

Als je dit boek ooit vindt,

Pak het dan in en stuur het me naar huis.

Hij was hier eens 's zomers, 11 jaar geleden, nadat hij lang ziek was geweest, en liet toen dit boek achter. Je kunt wel zien, dat hij het goed heeft gelezen, overal zie je vuile, kleine vingertjes. In een hoek van de vliering staat ook een windmolen. Verder vond ik er een paar tollen en knikkers. JuffrouwSemplespreekt zoo vaak over hem, dat ik werkelijk ga gelooven, dat hij nog leeft. Niet als een groot heer met een hoogen zijden en een wandelstok, maar als een aardige, vuile robbedoes, met een krullebol die altijd in de war zit, en groote laarzen, waarmee hij stampt als hij de trap opgaat. En de deuren laat hij allemaal open staan en hij bedelt om koekjes. (En krijgt ze ook altijd, ik ken JuffrouwSemple!) Het schijnt een avontuurlijkheertje geweest te zijn, flink en rond. Jammer dat het eenPendletonis! Hij verdient iets beters te zijn.

Morgen gaan we de haver dorschen. Er is al een stoommachine besteld en drie extra knechts hebben we gehuurd.

Tot mijn groot verdriet moet ik je vertellen, dat Eenhoorn (de gevlekte koe met één hoorn en moeder vanLesbia) iets heel onbehoorlijks heeft gedaan. Vrijdagavond is ze den boomgaard binnengeloopen en heeft er net zoolang de afgevallen appels gegeten, tot het haar naar het hoofd is gestegen. Nu is ze al twee dagen stomdronken. Het is heusch waar. Heb je ooit zoo iets schandelijks gehoord?

Dag lieveling.

Als altijd,

Je kleineJudy.

P.S. Het eerste hoofdstuk handelt over Indianen en het tweede over struikroovers. Wat zal er in het derde staan? „De Roode Arend sprong twintig voet hoog en stortte toen dood neer”. staat er met dikke letters boven. ZullenJudyenJervienu samen pret hebben?


Back to IndexNext