Den WelEd. Heer Vadertje LangbeenSmith.WelEd. Heer.Daar ik mijn studies over argumentatie en de verdeeling van een stelling in onderdeelen heb voltooid, heb ik besloten den volgenden briefvorm aan te nemen. Mijn brieven zullen op deze wijze alle noodzakelijke feiten bevatten zonder eenig overbodig woordenverbruik.I. We hadden deze week schriftelijk examen in:A. Scheikunde.B. Geschiedenis.II. We krijgen een nieuw gebouw met slaapkamers.A. Het materiaal bestaat uit:a.rooden baksteen.b.grijze steenen.B. Er in verblijf houden zullen:a.een directrice, vijf leeraressen,b.200 meisjes-studenten,c.een huishoudster, drie koks, 20 werkmeisjes, 20 kamermeisjes.III. We hadden vanavond zure room als dessert.IV. Ik schrijf een studie over de bronnen vanShakespeare'stooneelstukken.V.Lou McMahongleed vanmiddag bij 't korfballen uit. Ze viel enA. ontwrichtte haar schouder enB. kneusde haar knie.VI. Ik kocht een nieuwen hoed, gegarneerd met:A. een blauw fluweelen band,B. twee blauwe vlerken,C. drie roode pompoenen.VII. Het is half tien.VIII. Goeden nacht.Judy.
Den WelEd. Heer Vadertje LangbeenSmith.
WelEd. Heer.
Daar ik mijn studies over argumentatie en de verdeeling van een stelling in onderdeelen heb voltooid, heb ik besloten den volgenden briefvorm aan te nemen. Mijn brieven zullen op deze wijze alle noodzakelijke feiten bevatten zonder eenig overbodig woordenverbruik.
Judy.
2 Juni.Lieve Vadertje Langbeen.Je kunt je heelemaal niet voorstellen, wat voor heerlijks er vandaag weer gebeurd is. DeMcBrideshebben me uitgenoodigd den heelen zomer in hun kamp teAdirondackste komen logeeren. Ze zijn leden van een club, die 's zomers buiten gaat wonen aan een klein meer, midden in het bosch. De verschillende leden hebben daar houten huisjes en ze gaan roeien op het meer en maken lange wandelingen naar de kampen van andere clubs en één keer in de week wordt er in het clublokaal gedanst.Jimmie McBridekomt er ook met een van zijn vrienden, ook een student, dus hebben we genoeg heeren om mee te dansen.Vind je het niet verbazend lief van MevrouwMcBride, om me ook uit te noodigen? Het schijnt, dat ze van me is gaan houden toen ik er met Kerstmis was.Neem het me niet kwalijk, dat ik vandaag zoo kort ben. Het is ook eigenlijk geen echte brief. Ik schrijf je alleen maar om je te zeggen, dat mijn zomerplannen al gemaakt zijn.Je in gelukzaligheid zwemmendeJudy.
2 Juni.
Lieve Vadertje Langbeen.
Je kunt je heelemaal niet voorstellen, wat voor heerlijks er vandaag weer gebeurd is. DeMcBrideshebben me uitgenoodigd den heelen zomer in hun kamp teAdirondackste komen logeeren. Ze zijn leden van een club, die 's zomers buiten gaat wonen aan een klein meer, midden in het bosch. De verschillende leden hebben daar houten huisjes en ze gaan roeien op het meer en maken lange wandelingen naar de kampen van andere clubs en één keer in de week wordt er in het clublokaal gedanst.
Jimmie McBridekomt er ook met een van zijn vrienden, ook een student, dus hebben we genoeg heeren om mee te dansen.
Vind je het niet verbazend lief van MevrouwMcBride, om me ook uit te noodigen? Het schijnt, dat ze van me is gaan houden toen ik er met Kerstmis was.
Neem het me niet kwalijk, dat ik vandaag zoo kort ben. Het is ook eigenlijk geen echte brief. Ik schrijf je alleen maar om je te zeggen, dat mijn zomerplannen al gemaakt zijn.
Je in gelukzaligheid zwemmendeJudy.
5 Juni.Lieve Vadertje Langbeen.Van je secretaris ontving ik zoo juist een briefje waarin hij me vertelt, dat MijnheerSmithliever heeft dat ik deuitnoodiging van MevrouwMcBrideniet aanneem, maar net als den vorigen zomer naarLock Willowga.Maar waarom...Waaromdan toch, Vadertje Langbeen?Het schijnt, dat je heelemaal niet begrijpt hoe de zaak in elkaar zit. MevrouwMcBridevindt het heusch heel prettig dat ik kom, ik sta haar absoluut niet in den weg. Integendeel, ik help haar. Er gaan niet veel dienstboden mee naar buiten enSallieen ik zullen een heeleboel in huis werken. Het is juist een prachtige gelegenheid ook het huishouden te leeren. Elke vrouw moet toch een goede huishoudster zijn en ik weet eigenlijk alleen maar hoe een huishouden in een gesticht er uitziet.Er zijn geen andere meisjes van onzen leeftijd in het kamp en MevrouwMcBridevindt het daarom veel prettiger voorSallie, dat ze een vriendin bij zich heeft. We zullen een heeleboel samen doorlezen, alle boeken, die we het volgende jaar voor Engelsch en Staathuishoudkunde moeten kennen. De prof. zei, dat het voor ons zooveel gemakkelijker was, als we dat alles van te voren deden en je kunt het veel beter onthouden als je alles samen leert.En dan zou het ook voor mij zoo goed zijn om een tijdlang metSallie'smoeder samen te wonen. Ze is de interessantste, verstandigste en liefste vrouw van de wereld. Ze weet alles. Denk eens aan, hoeveel zomers en winters, hoeveel lange jaren ik met juffrouwLippettheb geleefd en hoe scherp dat contrast me nu opvalt. Je hoeft niet bang te zijn, dat ze geen plaats voor me hebben: hun huis is van elastiek. Wanneer ze een heeleboel gasten hebben, slaan ze tentjes in het bosch op en gaan de jongens daarin slapen. Het zal een heerlijke zomer zijn en zoo gezond, altijd in de buitenlucht.Jimmie McBridewil me leeren paardrijden en roeien en schieten en o, nog een heeleboel andere dingen, die ik niet ken. Het wordt een zalig, vrij leventje en ik heb dat nooit gekend en alle meisjes moesten toch wel eens zoo'n tijd in haar leven hebben. Natuurlijk zal ik precies doen, wat jij wilt, maar, ... och toe, lieveling, laat me gaan.Vandaag is het nietJerusha Abbott, de toekomstige groote schrijfster, die je dezen brief stuurt, het is alleen maarJudy—een jong meisje.
5 Juni.
Lieve Vadertje Langbeen.
Van je secretaris ontving ik zoo juist een briefje waarin hij me vertelt, dat MijnheerSmithliever heeft dat ik deuitnoodiging van MevrouwMcBrideniet aanneem, maar net als den vorigen zomer naarLock Willowga.
Maar waarom...Waaromdan toch, Vadertje Langbeen?
Het schijnt, dat je heelemaal niet begrijpt hoe de zaak in elkaar zit. MevrouwMcBridevindt het heusch heel prettig dat ik kom, ik sta haar absoluut niet in den weg. Integendeel, ik help haar. Er gaan niet veel dienstboden mee naar buiten enSallieen ik zullen een heeleboel in huis werken. Het is juist een prachtige gelegenheid ook het huishouden te leeren. Elke vrouw moet toch een goede huishoudster zijn en ik weet eigenlijk alleen maar hoe een huishouden in een gesticht er uitziet.
Er zijn geen andere meisjes van onzen leeftijd in het kamp en MevrouwMcBridevindt het daarom veel prettiger voorSallie, dat ze een vriendin bij zich heeft. We zullen een heeleboel samen doorlezen, alle boeken, die we het volgende jaar voor Engelsch en Staathuishoudkunde moeten kennen. De prof. zei, dat het voor ons zooveel gemakkelijker was, als we dat alles van te voren deden en je kunt het veel beter onthouden als je alles samen leert.
En dan zou het ook voor mij zoo goed zijn om een tijdlang metSallie'smoeder samen te wonen. Ze is de interessantste, verstandigste en liefste vrouw van de wereld. Ze weet alles. Denk eens aan, hoeveel zomers en winters, hoeveel lange jaren ik met juffrouwLippettheb geleefd en hoe scherp dat contrast me nu opvalt. Je hoeft niet bang te zijn, dat ze geen plaats voor me hebben: hun huis is van elastiek. Wanneer ze een heeleboel gasten hebben, slaan ze tentjes in het bosch op en gaan de jongens daarin slapen. Het zal een heerlijke zomer zijn en zoo gezond, altijd in de buitenlucht.Jimmie McBridewil me leeren paardrijden en roeien en schieten en o, nog een heeleboel andere dingen, die ik niet ken. Het wordt een zalig, vrij leventje en ik heb dat nooit gekend en alle meisjes moesten toch wel eens zoo'n tijd in haar leven hebben. Natuurlijk zal ik precies doen, wat jij wilt, maar, ... och toe, lieveling, laat me gaan.
Vandaag is het nietJerusha Abbott, de toekomstige groote schrijfster, die je dezen brief stuurt, het is alleen maarJudy—een jong meisje.
9 Juni.Den WelEd. HeerJohn Smith.WelEd. Heer.Ik kwam in het bezit van Uwe letteren van 7 dezer en deel U naar aanleiding van de instructies, door tusschenkomst van Uwen secretaris ontvangen, mede, dat ik Vrijdag a.s. van hier vertrek om den zomer opLock Willowdoor te brengen.Hoogachtend,Jerusha Abbott.
9 Juni.
Den WelEd. HeerJohn Smith.
WelEd. Heer.
Ik kwam in het bezit van Uwe letteren van 7 dezer en deel U naar aanleiding van de instructies, door tusschenkomst van Uwen secretaris ontvangen, mede, dat ik Vrijdag a.s. van hier vertrek om den zomer opLock Willowdoor te brengen.
Hoogachtend,
Jerusha Abbott.
Lock Willow Farm.3 Augustus.Lieve Vadertje Langbeen.Ik heb je nu al bijna twee maanden lang niet geschreven en ik moet eerlijk bekennen, dat dat alles behalve aardig van me was. Maar zie je, ik heb dezen zomer een klein beetje het land aan je gehad. Je ziet, dat ik alles ronduit zeg.Je weet heusch niet hoe teleurgesteld ik was, dat ik niet naar deMcBride'smocht gaan. Natuurlijk weet ik dat je heel veel over me te zeggen hebt en dat ik met al je wenschen rekening moet houden, maar ik begrijp heelemaal de reden niet, waarom ik er niet zou mogen heengaan. Het was zoo duidelijk als iets, dat het juist heel goed voor me zou zijn, er een paar maanden te logeeren. En als ik nu Vadertje Langbeen was geweest en jijJudy, dan zou ik hebben gezegd: „Wel, lieve meid, ik ben heel blij voor je, dat je die uitnoodiging hebt gekregen. Natuurlijk moet jehet aannemen. Maak maar van je zomer, wat je er van maken kunt. Je zult nieuwe menschen leeren kennen en een massa nieuwe dingen. Ga maar heel veel in de open lucht en zorg dat je gezond en sterk en uitgerust bent, want je zult na dezen zomer weer een jaar hard aan het werk moeten.”Maar niets van dat al. Alleen een kort briefje van je secretaris, waarin hij me zegt, dat ik naarLock Willowmoet.Het ergst van je bevelen vind ik nog, dat ze zoo onpersoonlijk zijn. Ik vind, dat je me toch zelf wel eens een regeltje kon schrijven, inplaats van me die vervelende, getikte briefjes te sturen, al geef je misschien ook nog zoo weinig om me. Als je dan ook maar de kleinste zinspeling maakte, dat je iets liever niet had, zou ik natuurlijk alles doen om je tevreden te stellen.Ik weet, dat ik je aardige, lange, uitvoerige brieven moet schrijven zonder ooit een antwoord te mogen verwachten. Jij houdt je aan je belofte (ik krijg een uitstekende opleiding) maar ik voel, dat je me verwijt, dat ik van mijn kant me niet heelemaal aan onze overeenkomst houd.Maar begrijp dan ook, dat het zoo'n moeilijk geval voor me is. Heusch, vreeselijk moeilijk. Ik voel me zoo verschrikkelijk alleen. Jij bent de eenige van wien ik kan houden en jij bent voor mij zoo'n wazig iemand. Je bent eigenlijk alleen maar een denkbeeldige man, die voor mij alleen door mijn fantasie leeft en het kan heel goed zijn, dat je in werkelijkheid heel anders bent dan ik je me voorstel. Maar eens, toen ik in het ziekenhuis lag, heb je me een kaartje gestuurd en nu ik me zoo afschuwelijk verlaten en alleen voel, haal ik dat weer te voorschijn en lees het nog eens.Ik geloof dat ik je heelemaal niet zeg, wat ik je eigenlijk had willen zeggen en dat is:Ofschoon ik me nog altijd een beetje gekrenkt voel—want het is beleedigend om zoo maar weggestuurd te worden door een heerschzuchtig, onredelijk, almachtig en onzichtbaar Iemand, ook als die Iemand even vriendelijken edelmoedig en bezorgd was als jij dat tot nog toe voor me bent geweest, vermoed ik, dat diezelfde Iemand het recht heeft de rol van een heerschzuchtige, onredelijke, almachtige en onzichtbare Voorzienigheid te spelen wanneer hij dat wil en daarom ... daarom zal ik je vergeven en weer lief tegen je zijn. Maar toch voel ik me nog altijd verdrietig wanneer ik een brief vanSalliekrijg en hoor, hoe prettig het bij hen in het kamp is.Maar—we zullen nu een sluier over het verleden hangen en weer met frisschen moed opnieuw beginnen.Ik heb dezen heelen zomer geschreven. Vier kleine schetsjes zijn nu naar verschillende weekbladen gestuurd. Dus zie je, dat ik mijn best doe om een schrijfster te worden.Ik heb hier mijn werkkamer in een hoek van den zolder, waar JongeheerJervievroeger op regenachtige dagen zijn speelhoekje had. Het is een koele, frissche plaats met twee dakvensters en beschaduwd door een grooten eschdoorn, waarin een heele familie eekhoorntjes huist.Over een paar dagen zal ik je weer een aardigen brief schrijven en je al ons nieuws van de boerderij vertellen.Op het oogenblik hebben we regen hard noodig.Altijd,JeJudy.
Lock Willow Farm.
3 Augustus.
Lieve Vadertje Langbeen.
Ik heb je nu al bijna twee maanden lang niet geschreven en ik moet eerlijk bekennen, dat dat alles behalve aardig van me was. Maar zie je, ik heb dezen zomer een klein beetje het land aan je gehad. Je ziet, dat ik alles ronduit zeg.
Je weet heusch niet hoe teleurgesteld ik was, dat ik niet naar deMcBride'smocht gaan. Natuurlijk weet ik dat je heel veel over me te zeggen hebt en dat ik met al je wenschen rekening moet houden, maar ik begrijp heelemaal de reden niet, waarom ik er niet zou mogen heengaan. Het was zoo duidelijk als iets, dat het juist heel goed voor me zou zijn, er een paar maanden te logeeren. En als ik nu Vadertje Langbeen was geweest en jijJudy, dan zou ik hebben gezegd: „Wel, lieve meid, ik ben heel blij voor je, dat je die uitnoodiging hebt gekregen. Natuurlijk moet jehet aannemen. Maak maar van je zomer, wat je er van maken kunt. Je zult nieuwe menschen leeren kennen en een massa nieuwe dingen. Ga maar heel veel in de open lucht en zorg dat je gezond en sterk en uitgerust bent, want je zult na dezen zomer weer een jaar hard aan het werk moeten.”
Maar niets van dat al. Alleen een kort briefje van je secretaris, waarin hij me zegt, dat ik naarLock Willowmoet.
Het ergst van je bevelen vind ik nog, dat ze zoo onpersoonlijk zijn. Ik vind, dat je me toch zelf wel eens een regeltje kon schrijven, inplaats van me die vervelende, getikte briefjes te sturen, al geef je misschien ook nog zoo weinig om me. Als je dan ook maar de kleinste zinspeling maakte, dat je iets liever niet had, zou ik natuurlijk alles doen om je tevreden te stellen.
Ik weet, dat ik je aardige, lange, uitvoerige brieven moet schrijven zonder ooit een antwoord te mogen verwachten. Jij houdt je aan je belofte (ik krijg een uitstekende opleiding) maar ik voel, dat je me verwijt, dat ik van mijn kant me niet heelemaal aan onze overeenkomst houd.
Maar begrijp dan ook, dat het zoo'n moeilijk geval voor me is. Heusch, vreeselijk moeilijk. Ik voel me zoo verschrikkelijk alleen. Jij bent de eenige van wien ik kan houden en jij bent voor mij zoo'n wazig iemand. Je bent eigenlijk alleen maar een denkbeeldige man, die voor mij alleen door mijn fantasie leeft en het kan heel goed zijn, dat je in werkelijkheid heel anders bent dan ik je me voorstel. Maar eens, toen ik in het ziekenhuis lag, heb je me een kaartje gestuurd en nu ik me zoo afschuwelijk verlaten en alleen voel, haal ik dat weer te voorschijn en lees het nog eens.
Ik geloof dat ik je heelemaal niet zeg, wat ik je eigenlijk had willen zeggen en dat is:
Ofschoon ik me nog altijd een beetje gekrenkt voel—want het is beleedigend om zoo maar weggestuurd te worden door een heerschzuchtig, onredelijk, almachtig en onzichtbaar Iemand, ook als die Iemand even vriendelijken edelmoedig en bezorgd was als jij dat tot nog toe voor me bent geweest, vermoed ik, dat diezelfde Iemand het recht heeft de rol van een heerschzuchtige, onredelijke, almachtige en onzichtbare Voorzienigheid te spelen wanneer hij dat wil en daarom ... daarom zal ik je vergeven en weer lief tegen je zijn. Maar toch voel ik me nog altijd verdrietig wanneer ik een brief vanSalliekrijg en hoor, hoe prettig het bij hen in het kamp is.
Maar—we zullen nu een sluier over het verleden hangen en weer met frisschen moed opnieuw beginnen.
Ik heb dezen heelen zomer geschreven. Vier kleine schetsjes zijn nu naar verschillende weekbladen gestuurd. Dus zie je, dat ik mijn best doe om een schrijfster te worden.Ik heb hier mijn werkkamer in een hoek van den zolder, waar JongeheerJervievroeger op regenachtige dagen zijn speelhoekje had. Het is een koele, frissche plaats met twee dakvensters en beschaduwd door een grooten eschdoorn, waarin een heele familie eekhoorntjes huist.
Over een paar dagen zal ik je weer een aardigen brief schrijven en je al ons nieuws van de boerderij vertellen.
Op het oogenblik hebben we regen hard noodig.
Altijd,
JeJudy.
10 Augustus.Den Heer Vadertje Langbeen.Mijnheer.Ik schrijf aan je, gezeten op den tweeden tak van den wilgenboom bij de poel in de wei. Onder mijn voeten kwaken de kikkers, een sprinkhaan maakt muziek boven mijn hoofd en twee kleine roodvinkjes springen in mijn boom van tak tot tak. Ik zit hier al een heel uur. Het is een heerlijk plaatsje, vooral nu ik eerst twee kussens opmijn tak heb gelegd. Ik kwam hier met een vulpenhouder en een blocnote, in de hoop een onsterfelijk verhaal op papier te doen ontstaan, maar ik heb een zwaren strijd met mijn heldin gestreden. Ik kan haar maar niet laten spreken en handelen zooals ik het graag zou willen en daarom laat ik dat verhaal maar een oogenblik rusten en schrijf aan jou. (Voor mij eigenlijk geen verlichting, want ook jij handelt niet zooals ik het graag zou willen, en spreken doe je heelemaal niet). Wanneer je nu in dat drukkeNew-Yorkbent, zou ik je wel wat van onze heerlijke, frissche lucht hier en het mooie uitzicht willen sturen. Het is hier hemelsch na een week regen!O ja, van den Hemel gesproken! Herinner je je Ds.Kellog, den predikant van de kleine, witte kerk inCorner, waarover ik je verleden jaar al schreef? Nu, die arme ziel is gestorven. Verleden winter aan longontsteking. Ik ben nog wel een keer of zes naar zijn preeken gaan luisteren en ik raakte zoo tenslotte geheel vertrouwd met zijn ideeën. Tot aan zijn dood toe geloofde hij precies hetzelfde als wat hij als kind al had geloofd. Ik vind, dat een mensch, die 74 jaar lang precies dezelfde gedachten kan behouden zonder ook maar in een enkele kleinigheid te veranderen, als een merkwaardigheid tentoongesteld moest worden. Ik hoop, dat hij nu gelukkig is met zijn harp en zijn gouden kroon. Hij was er zoo vast van overtuigd dat hij ze zou krijgen. Er is nu een andere, jonge predikant. Een erg verwaand heerschap. De broederschap is vrij oproerig, vooral de aanhangers van den diakenCunnings. Het lijkt wel of we hier gauw een groote verdeeldheid in de kerk zullen krijgen. Wij opLock Willowbemoeien ons niet met die twisten.Gedurende de regenweken heb ik aanhoudend op zolder gelezen. HoofdzakelijkStevenson. Hij zelf is boeiender dan een van de personen in zijn boeken. Ik zou haast zeggen, dat hij van zich zelf den held maakt, waarvan je graag zou willen lezen. Vindt je het niet eenig van hem, dat hij de erfenis van $ 10.000 van zijn vader heelemaal voor een jacht besteedde en daarmede naar de Zuidzee zeilde? Hij voldeed aan zijn avontuurlijke neigingen. Als mijn vaderme $ 10.000 had achtergelaten, deed ik het ook. De gedachte aan Vailima maakt me wild. Ik wil ook de tropen zien, ik wil de heele wereld zien. En ik zal ook op een goeden dag een wereldreis gaan maken. Ja heusch, lieveling, wacht maar tot ik een groote schrijfster ben of een beroemde artiste of wat voor een beroemdheid ik ook worden moge.Ik heb een vreeselijke zwerversnatuur. Ik zou dolgraag willen reizen. Als ik een landkaart zie, heb ik grooten lust om mijn hoed op te zetten en mijn parasol mee te nemen en op stap te gaan. „Voordat ik sterf, zal ik de palmen en tempels van het Zuiden zien”.Donderdagavond in den schemer.(Gezeten op den drempel).Het is erg moeilijk, je in dezen brief een paar nieuwtjes te vertellen.Judyis in den laatsten tijd zoo philosophisch aangelegd, dat ze alleen maar over het leven in het algemeen wil spreken en niet tot de onbeduidende alledaagsche kleine gebeurtenissen wil afdalen. Maar als je met alle geweld nieuwtjes wil hooren welnu, luister dan:Onze negen biggetjes zijn verleden Dinsdag door het moeras gewaad en weggeloopen. Acht kwamen er maar van de reis terug. Wij willen niemand ten onrechte beschuldigen maar wij vermoeden, dat vrouwDowdnu een biggetje rijker is dan haar rechtens toekomt.BoerWeaverheeft zijn schuur hardgeel laten verven. Het is een verschrikkelijke kleur, maar hij zegt, dat ze goed tegen weer en wind bestand is.DeBrewershebben deze week bezoek over; juffrouwBrewer'szuster en twee nichtjes uitOhio.Een van onzeRhode Island Redskippen heeft van vijftien eieren er maar drie uitgebroed. Ik begrijp niet, waarin het hem ligt. Ik vind deRhodeIslandRedsgeen goed ras om te fokken. DeBuff Orpingtonszijn veel en veel beter.De nieuwe klerk in het postkantoor teBonnyrigg Four Cornersheeft den rhum, dien ze daar hadden staan, tot den laatsten druppel toe opgedronken. Het was wel voor $ 7.— en ze merkten het pas toen alles op was.De oudeIra Hatchheeft erge last van zijn rheumatiek en kan nu niet meer werken. Hij heeft nooit een cent gespaard toen hij nog goed verdiende. Nu is het armoe lijden.Zaterdagavond is er bijeenkomst in het schoollokaal. We worden op roomijs getracteerd. Als je zin hebt, kom dan ook en breng je vrienden en familie mee.Ik heb hier voor een kwartje een nieuwen hoed gekocht. Hiernevens heb je mijn laatste portret. Ik ben net bezig den weg langs de heg netjes op te harken.Het wordt nu te donker om nog meer te schrijven. Bovendien is mijnvoorraadnieuwtjes ook uitgeput.Goeden nacht, mijn oud vadertje!Judy.Vrijdag.Goeden morgen, nu heb ik gelukkig een echt nieuwtje en wat een heerlijk ook. Wat denk je wel, dat het is? Och, je zult het toch nooit en nooit kunnen raden. Vanmorgen kreeg JuffrouwSempleeen brief van MijnheerPendleton, waarin hij haar schrijft, dat hij een autotocht door deBerkshiresheeft gemaakt. Hij is nu moe en zou graag op een gezellige, vriendelijke boerderij een tijdje uitrusten. Of ze, als hij nu op een goeden dag voor haar deur staat, dan een kamer voor hem klaar heeft. Hij blijft misschien één, misschien twee, misschien ook wel drie weken. Als hij hier is, ziet hij vanzelf, hoe moe of hij is en hoe lang hij moet blijven.Wij hebben nu de handen vol werk, dat snap je. Het heele huis moet geboend worden en alle gordijnen gewasschen. Vanmorgen reed ik nog even naarCornersom nieuw zeil voor den ingang te koopen en twee groote blikken bruine verf om de hal en de trappen nog wat op te knappen. VrouwDowdhebben we voor morgenaangenomen om de ramen een goede beurt te geven. (In de opgewondenheid van het oogenblik vergaten we onze achterdocht betreffende het biggetjes-geval geheel en al.) Je zult bij het hooren van al dievoorbereidselenwel denken, dat het huis niet goed onderhouden wordt, maar ik verzeker je plechtig, dat alles er keurig uitziet. Wat ze ook van JuffrouwSemplezeggen mogen, ze is eenhuishoudstervan top tot teen.Oude Grover is geen vurig PaardOudeGroveris geen vurig PaardMaar vind je dat niet ook net iets voor een man? Hij schrijft absoluut niet of hij er over denkt, vandaag of morgen of misschien wel eerst over twee weken te zullen komen opdagen. Wij zullen nu in een voortdurende opgewondenheid leven, totdat hij eindelijk voor ons staat. En als hij niet voortmaakt, zullen wij nog eens van voren af aan moeten gaan schoonmaken.Beneden wachtAmasaial met het mandenwagentje metGrover. Ik men zelf, maar als jeGroverzag, zou je je heusch niet over me bezorgd maken.Met mijn hand op mijn hart roep ik je een hartelijk vaarwel toe.JeJudy.P.S. Is dat geen aardig slot? Ik nam het over uit een vanStevenson'sbrieven.Zaterdag.Nogeens goeden morgen, Vadertje Langbeen! Ik had gisteravond je brief nog niet dichtgemaakt, toen de postbode al kwam, dus zal ik er nu nog maar wat bijschrijven. Wehebben elken dag één keer buslichting—om 12 uur. Die dagelijksche brievenuitdeeling heeft heel wat voor de boeren te beteekenen, want onze brievenbesteller deelt niet alleen de post uit, maar hij doet ook boodschappen naar de stad voor 12½ cent per boodschap. Gisteren bracht hij schoenveters voor me mee, en een groote potcoldcream(mijn heele gezicht vervelt, ik heb mijn nieuwe hoed iets te laat gekocht) en een blauwe stropdas en een potje schoensmeer. Alles voor 25 cent, maar dat was een buitengewone reductie, omdat ik hem zooveel tegelijk opgaf.Hij vertelt ons ook wat er buiten in de groote wereld voorvalt. Sommige menschen hier zijn op een krant geabonneerd en hij leest ze terwijl hij ze rondbrengt en vertelt de nieuwtjes weer aan de anderen, die er geen krant op nahouden. Dus als er nu een oorlog tusschen de Vereenigde Staten en Japan uitbreekt of de President wordt vermoord ofRockefellervermaakt een millioen aan hetJohn Grier Home, behoef je het me heusch niet te schrijven. Ik hoor het toch in elk geval.Nog altijd geen levensteeken van JongeheerJervie. Maar je moest eens zien hoe kraakhelder het huis er uitziet en hoe angstvallig we onze voeten vegen vóór we naar binnen gaan.Ik hoop, dat hij maar gauw komt. Ik verlang er zoo naar, weer eens met iemand te spreken. Om je de waarheid te zeggen, JuffrouwSemplewordt op den duur wel wat vervelend. Wanneer ze eenmaal aan het babbelen is, kan niets haar woordenvloed stuiten en het blijft babbelen, niet spreken. Het is grappig met de menschen hier. Hun wereld bestaat alleen maar uit den heuvel, waarop ze zich toevallig bevinden. Ze zijn heelemaal niet voor algemeene gesprekken. Je begrijpt wel, wat ik meen. Het is precies als in hetJohn Grier Home. Die ideeën daar bleven ook heelemaal binnen het ijzeren hek bepaald, maar toen merkte ik het zoo niet, omdat ik nog jong was en den heelen dag zoo vreeselijk hard moest werken. Tusschen twee haakjes; weet je wel, dat ik alle bedden op Kamer F. moest opmaken, en mijn pleegkinderen wasschen en dan naar schoolgaan en dan, als ik thuiskwam, weer hun gezichten moest wasschen en hun kousen stoppen enFreddiePerkins'broeken ook. (Die scheurde hij elken dag weer opnieuw stuk). En daar tusschendoor moest ik mijn schoolwerk maken. Wanneer ik dan naar bed ging, was ik niet tot het besef gekomen, dat er een geestelijke leegte in onze gesprekken was. Maar nu, nadat ik twee jaar het gezellige universiteitsleven heb meegemaakt, mis ik dat vreeselijk en ik zal dolblij zijn, als er iemand hier komt, met wien ik eindelijk weer eenssprekenkan.Nu geloof ik heusch, dat ik klaar ben. Er is geen ander nieuws om je te vertellen. Een volgenden keer zal ik probeeren je een langeren brief te schrijven.JeJudy.P.S. De sla staat dit jaar heelemaal niet mooi. We hebben in Juli en Augustus te weinig regen gehad.
10 Augustus.
Den Heer Vadertje Langbeen.
Mijnheer.
Ik schrijf aan je, gezeten op den tweeden tak van den wilgenboom bij de poel in de wei. Onder mijn voeten kwaken de kikkers, een sprinkhaan maakt muziek boven mijn hoofd en twee kleine roodvinkjes springen in mijn boom van tak tot tak. Ik zit hier al een heel uur. Het is een heerlijk plaatsje, vooral nu ik eerst twee kussens opmijn tak heb gelegd. Ik kwam hier met een vulpenhouder en een blocnote, in de hoop een onsterfelijk verhaal op papier te doen ontstaan, maar ik heb een zwaren strijd met mijn heldin gestreden. Ik kan haar maar niet laten spreken en handelen zooals ik het graag zou willen en daarom laat ik dat verhaal maar een oogenblik rusten en schrijf aan jou. (Voor mij eigenlijk geen verlichting, want ook jij handelt niet zooals ik het graag zou willen, en spreken doe je heelemaal niet). Wanneer je nu in dat drukkeNew-Yorkbent, zou ik je wel wat van onze heerlijke, frissche lucht hier en het mooie uitzicht willen sturen. Het is hier hemelsch na een week regen!
O ja, van den Hemel gesproken! Herinner je je Ds.Kellog, den predikant van de kleine, witte kerk inCorner, waarover ik je verleden jaar al schreef? Nu, die arme ziel is gestorven. Verleden winter aan longontsteking. Ik ben nog wel een keer of zes naar zijn preeken gaan luisteren en ik raakte zoo tenslotte geheel vertrouwd met zijn ideeën. Tot aan zijn dood toe geloofde hij precies hetzelfde als wat hij als kind al had geloofd. Ik vind, dat een mensch, die 74 jaar lang precies dezelfde gedachten kan behouden zonder ook maar in een enkele kleinigheid te veranderen, als een merkwaardigheid tentoongesteld moest worden. Ik hoop, dat hij nu gelukkig is met zijn harp en zijn gouden kroon. Hij was er zoo vast van overtuigd dat hij ze zou krijgen. Er is nu een andere, jonge predikant. Een erg verwaand heerschap. De broederschap is vrij oproerig, vooral de aanhangers van den diakenCunnings. Het lijkt wel of we hier gauw een groote verdeeldheid in de kerk zullen krijgen. Wij opLock Willowbemoeien ons niet met die twisten.
Gedurende de regenweken heb ik aanhoudend op zolder gelezen. HoofdzakelijkStevenson. Hij zelf is boeiender dan een van de personen in zijn boeken. Ik zou haast zeggen, dat hij van zich zelf den held maakt, waarvan je graag zou willen lezen. Vindt je het niet eenig van hem, dat hij de erfenis van $ 10.000 van zijn vader heelemaal voor een jacht besteedde en daarmede naar de Zuidzee zeilde? Hij voldeed aan zijn avontuurlijke neigingen. Als mijn vaderme $ 10.000 had achtergelaten, deed ik het ook. De gedachte aan Vailima maakt me wild. Ik wil ook de tropen zien, ik wil de heele wereld zien. En ik zal ook op een goeden dag een wereldreis gaan maken. Ja heusch, lieveling, wacht maar tot ik een groote schrijfster ben of een beroemde artiste of wat voor een beroemdheid ik ook worden moge.Ik heb een vreeselijke zwerversnatuur. Ik zou dolgraag willen reizen. Als ik een landkaart zie, heb ik grooten lust om mijn hoed op te zetten en mijn parasol mee te nemen en op stap te gaan. „Voordat ik sterf, zal ik de palmen en tempels van het Zuiden zien”.
Donderdagavond in den schemer.
(Gezeten op den drempel).
Het is erg moeilijk, je in dezen brief een paar nieuwtjes te vertellen.Judyis in den laatsten tijd zoo philosophisch aangelegd, dat ze alleen maar over het leven in het algemeen wil spreken en niet tot de onbeduidende alledaagsche kleine gebeurtenissen wil afdalen. Maar als je met alle geweld nieuwtjes wil hooren welnu, luister dan:
Onze negen biggetjes zijn verleden Dinsdag door het moeras gewaad en weggeloopen. Acht kwamen er maar van de reis terug. Wij willen niemand ten onrechte beschuldigen maar wij vermoeden, dat vrouwDowdnu een biggetje rijker is dan haar rechtens toekomt.
BoerWeaverheeft zijn schuur hardgeel laten verven. Het is een verschrikkelijke kleur, maar hij zegt, dat ze goed tegen weer en wind bestand is.
DeBrewershebben deze week bezoek over; juffrouwBrewer'szuster en twee nichtjes uitOhio.
Een van onzeRhode Island Redskippen heeft van vijftien eieren er maar drie uitgebroed. Ik begrijp niet, waarin het hem ligt. Ik vind deRhodeIslandRedsgeen goed ras om te fokken. DeBuff Orpingtonszijn veel en veel beter.
De nieuwe klerk in het postkantoor teBonnyrigg Four Cornersheeft den rhum, dien ze daar hadden staan, tot den laatsten druppel toe opgedronken. Het was wel voor $ 7.— en ze merkten het pas toen alles op was.
De oudeIra Hatchheeft erge last van zijn rheumatiek en kan nu niet meer werken. Hij heeft nooit een cent gespaard toen hij nog goed verdiende. Nu is het armoe lijden.
Zaterdagavond is er bijeenkomst in het schoollokaal. We worden op roomijs getracteerd. Als je zin hebt, kom dan ook en breng je vrienden en familie mee.
Ik heb hier voor een kwartje een nieuwen hoed gekocht. Hiernevens heb je mijn laatste portret. Ik ben net bezig den weg langs de heg netjes op te harken.
Het wordt nu te donker om nog meer te schrijven. Bovendien is mijnvoorraadnieuwtjes ook uitgeput.
Goeden nacht, mijn oud vadertje!
Judy.
Vrijdag.
Goeden morgen, nu heb ik gelukkig een echt nieuwtje en wat een heerlijk ook. Wat denk je wel, dat het is? Och, je zult het toch nooit en nooit kunnen raden. Vanmorgen kreeg JuffrouwSempleeen brief van MijnheerPendleton, waarin hij haar schrijft, dat hij een autotocht door deBerkshiresheeft gemaakt. Hij is nu moe en zou graag op een gezellige, vriendelijke boerderij een tijdje uitrusten. Of ze, als hij nu op een goeden dag voor haar deur staat, dan een kamer voor hem klaar heeft. Hij blijft misschien één, misschien twee, misschien ook wel drie weken. Als hij hier is, ziet hij vanzelf, hoe moe of hij is en hoe lang hij moet blijven.
Wij hebben nu de handen vol werk, dat snap je. Het heele huis moet geboend worden en alle gordijnen gewasschen. Vanmorgen reed ik nog even naarCornersom nieuw zeil voor den ingang te koopen en twee groote blikken bruine verf om de hal en de trappen nog wat op te knappen. VrouwDowdhebben we voor morgenaangenomen om de ramen een goede beurt te geven. (In de opgewondenheid van het oogenblik vergaten we onze achterdocht betreffende het biggetjes-geval geheel en al.) Je zult bij het hooren van al dievoorbereidselenwel denken, dat het huis niet goed onderhouden wordt, maar ik verzeker je plechtig, dat alles er keurig uitziet. Wat ze ook van JuffrouwSemplezeggen mogen, ze is eenhuishoudstervan top tot teen.
Oude Grover is geen vurig PaardOudeGroveris geen vurig Paard
OudeGroveris geen vurig Paard
Maar vind je dat niet ook net iets voor een man? Hij schrijft absoluut niet of hij er over denkt, vandaag of morgen of misschien wel eerst over twee weken te zullen komen opdagen. Wij zullen nu in een voortdurende opgewondenheid leven, totdat hij eindelijk voor ons staat. En als hij niet voortmaakt, zullen wij nog eens van voren af aan moeten gaan schoonmaken.
Beneden wachtAmasaial met het mandenwagentje metGrover. Ik men zelf, maar als jeGroverzag, zou je je heusch niet over me bezorgd maken.
Met mijn hand op mijn hart roep ik je een hartelijk vaarwel toe.
JeJudy.
P.S. Is dat geen aardig slot? Ik nam het over uit een vanStevenson'sbrieven.
Zaterdag.
Nogeens goeden morgen, Vadertje Langbeen! Ik had gisteravond je brief nog niet dichtgemaakt, toen de postbode al kwam, dus zal ik er nu nog maar wat bijschrijven. Wehebben elken dag één keer buslichting—om 12 uur. Die dagelijksche brievenuitdeeling heeft heel wat voor de boeren te beteekenen, want onze brievenbesteller deelt niet alleen de post uit, maar hij doet ook boodschappen naar de stad voor 12½ cent per boodschap. Gisteren bracht hij schoenveters voor me mee, en een groote potcoldcream(mijn heele gezicht vervelt, ik heb mijn nieuwe hoed iets te laat gekocht) en een blauwe stropdas en een potje schoensmeer. Alles voor 25 cent, maar dat was een buitengewone reductie, omdat ik hem zooveel tegelijk opgaf.
Hij vertelt ons ook wat er buiten in de groote wereld voorvalt. Sommige menschen hier zijn op een krant geabonneerd en hij leest ze terwijl hij ze rondbrengt en vertelt de nieuwtjes weer aan de anderen, die er geen krant op nahouden. Dus als er nu een oorlog tusschen de Vereenigde Staten en Japan uitbreekt of de President wordt vermoord ofRockefellervermaakt een millioen aan hetJohn Grier Home, behoef je het me heusch niet te schrijven. Ik hoor het toch in elk geval.
Nog altijd geen levensteeken van JongeheerJervie. Maar je moest eens zien hoe kraakhelder het huis er uitziet en hoe angstvallig we onze voeten vegen vóór we naar binnen gaan.
Ik hoop, dat hij maar gauw komt. Ik verlang er zoo naar, weer eens met iemand te spreken. Om je de waarheid te zeggen, JuffrouwSemplewordt op den duur wel wat vervelend. Wanneer ze eenmaal aan het babbelen is, kan niets haar woordenvloed stuiten en het blijft babbelen, niet spreken. Het is grappig met de menschen hier. Hun wereld bestaat alleen maar uit den heuvel, waarop ze zich toevallig bevinden. Ze zijn heelemaal niet voor algemeene gesprekken. Je begrijpt wel, wat ik meen. Het is precies als in hetJohn Grier Home. Die ideeën daar bleven ook heelemaal binnen het ijzeren hek bepaald, maar toen merkte ik het zoo niet, omdat ik nog jong was en den heelen dag zoo vreeselijk hard moest werken. Tusschen twee haakjes; weet je wel, dat ik alle bedden op Kamer F. moest opmaken, en mijn pleegkinderen wasschen en dan naar schoolgaan en dan, als ik thuiskwam, weer hun gezichten moest wasschen en hun kousen stoppen enFreddiePerkins'broeken ook. (Die scheurde hij elken dag weer opnieuw stuk). En daar tusschendoor moest ik mijn schoolwerk maken. Wanneer ik dan naar bed ging, was ik niet tot het besef gekomen, dat er een geestelijke leegte in onze gesprekken was. Maar nu, nadat ik twee jaar het gezellige universiteitsleven heb meegemaakt, mis ik dat vreeselijk en ik zal dolblij zijn, als er iemand hier komt, met wien ik eindelijk weer eenssprekenkan.
Nu geloof ik heusch, dat ik klaar ben. Er is geen ander nieuws om je te vertellen. Een volgenden keer zal ik probeeren je een langeren brief te schrijven.
JeJudy.
P.S. De sla staat dit jaar heelemaal niet mooi. We hebben in Juli en Augustus te weinig regen gehad.
25 Augustus.Zeg oude vriend, JongeheerJervieis hier en we hebben toch zoo'n pret samen! Tenminsteikheb verbazend veel pret en ik geloof, hij ook wel. Hij is al tien dagen hier en spreekt gelukkig nog niet over weggaan. Als je ziet, hoe hij door JuffrouwSemplevertroeteld wordt, rijzen je haren te berge. Als ze het net zoo heeft gedaan, toen hij nog een baby was, begrijp je niet, dat er zoo'n flinke man uit gegroeid is.Hij en ik eten aan een klein tafeltje in de waranda of soms onder de boomen voor het huis of, wanneer het regent of koud is, in de allermooiste kamer van het huis. Hij zoekt altijd de plekjes uit, waar hij wil eten, enCarrieloopt met het tafeltje achter hem aan. Wanneer het dan erg lastig is en zij de schotels heel ver heeft moeten dragen, vindt ze den volgenden morgen altijd een dollar in het suikervaasje.Hij is een verbazend gezellige baas. Toch zou je hetnooit zeggen wanneer je hem zag. Op het eerste gezicht is hij een echtePendleton, maar dat is hij juist héélemaal niet. Hij is zoo eenvoudig en natuurlijk en lief, als een man maar zijn kan. Het is misschien wel gek om het karakter van een man zóó te beschrijven, maar het is nu eenmaal zoo en niet anders. Hij gaat verbazend leuk met de boeren hier om. In het begin waren ze nogal stug en achterdochtig en beweerden ze, dat ze niks niemandal om zijn fijne kleeren gaven. En die zijn juist nogal typisch. Hij draagt kuitbroeken en een fluweelen jacket en daaronder een wit flanellen overhemd of een rijcostuum met een pofbroek. Wanneer hij in een nieuw pak beneden komt, draait JuffrouwSempleals een pauw om hem heen en bekijkt hem van alle kanten en vermaant hem, toch vooral voorzichtig te zijn en niet overal te gaan zitten. Ze is doodsbang, dat hij zijn goed stoffig zal maken. Het hangt hem natuurlijk vreeselijk de keel uit en hij zegt altijd maar: „KomLizzy, ga nu weg. Je hebt nog zooveel te doen. Je kunt toch niet langer den baas over me spelen. Ik ben nu volwassen!”Het is eenig leuk als je denkt, dat die groote, breedgeschouderde man met zijn lange armen en beenen (haast net zoo lang als die van jou, zeg, Vadertje Langbeen) ooit opJuffrouw Semple'sschoot heeft gezeten en door haar is afgewasschen. Maar hij beweert, dat ze eens slank en gespierd en vlug is geweest en harder kon loopen dan hij nu.O, we hebben zooveel avonturen beleefd! We hebben denomtrek mijlen ver verkend en hij heeft me leeren visschen en ook schieten, met een geweer en met een revolver. Ik kan nu ook rijden. Er is nu verbazend veel vuur in den oudenGroverontwaakt. We hebben hem drie dagen lang met haver gevoed en hij vloog plots tegen een kalf aan en rende er haast met mij van door.Woensdag.Maandagmiddag hebben we denSky Hillbeklommen. Dat is een berg hier dicht bij. Geen vreeselijk hooge berg met sneeuw op den top, maar toch hoog genoeg om buiten adem te zijn wanneer je boven bent. De hellingen zijn met bosschen begroeid, maar de top is een opeenstapeling van rotsblokken en verder kale hei. We bleven tot zonsondergang en staken een vuur aan en kookten ons avondeten. JongeheerJerviedeed als kok dienst. Hij zei, dat hij het wel beter zou kunnen dan ik, en dat was ook zoo, want hij is aan het kampeeren gewend. Toen zijn we bij maneschijn afgedaald en toen we bij het bosch kwamen, waar het erg donker was, heeft hij met zijn electrische zaklantaarn voorgelicht. O, het was eenig! Hij heeft den heelen weg gepraat en gelachen en over allemaal prettige onderwerpen gesproken. Hij kent alle boeken, die ik gelezen heb en nog een macht andere daarbij. Het is verbazend, zooveel dingen als die man weet.Vanmorgen wilden we een stevige voetreis maken, maar een stortregen heeft ons overvallen en onze kleeren waren doorweekt, toen we eindelijk thuiskwamen. Maar toch voelden we ons heerlijk frisch en opgewekt. O, je had JuffrouwSemple'sgezicht moeten zien, toen we daar zoo aankwamen!„O, JongeheerJervie, o, JuffrouwJudy! U bent alle twee druipnat! Wat moeten we nu toch doen. Die mooie nieuwe jas is heelemaal bedorven!”Het was eeuwig leuk. Je zou denken, dat we kinderen van een jaar of tien waren en zij een wanhopige moeder! Ik was heusch een oogenblik bang, dat we geen thee en toast met jam zouden krijgen.Zaterdag.Ik ben een eeuw geleden midden in dezen brief blijven steken, maar ik had heusch geen tijd om hem af te maken.Is dit geen mooie gedachte vanStevenson:„The world is so full of a number of things,I am sure we should all be as happy as kings”.En het is beslist waar ook. Er is zooveel geluk op aarde en je kunt ook gelukkig worden als je je alleen maar met het geluk tevreden stelt, dat je op je weg tegenkomt. Het heele geheim bestaat hierin, dat je er een beetje oog voor moet hebben. Vooral buiten zijn zoo verbazend veel prettige dingen. Ik kan over een ieders land loopen en van elk mooi vergezicht genieten en ik mag in alle beekjes plassen en ik kan van dat alles net zoo genieten alsof het van me zelf hoorde, zonder dat ik er iets voor hoef te betalen.Het is nu Zondagavond, zoowat 11 uur en iedereen veronderstelt dus, dat ik rustig in Morpheus' armen lig. Maar ik heb vanavond sterke koffie gedronken, dus voor mij is er geen rustige slaap weggelegd.Vanmorgen zei JuffrouwSempletot MijnheerPendletonop een heel beslist toontje: „We moeten om kwart over 10 hier weg om tegen 11 uur in de kerk te zijn”.„Heel goed,Lizzy”, zei JongeheerJervie, „de sjees zal wel voor je klaar slaan en als ik niet op tijd ben aangekleed, moet je maar niet op me wachten”.„We zullen wel wachten”, antwoordde ze.„Ga je gang”, zei hij, „maar laat alleen de paarden niet te lang staan”.Toen zij zich nu ging kleeden, liet hijCarriede lunch inpakken en tegen mij zei hij, dat ik mijn sportkleeren aan moest doen, en door de achterdeur slopen we stilletjes weg en gingen visschen.Het heele huishouden liep daardoor natuurlijk in de war, want op Zondag dineeren we opLock Willowom twee uur,maar hij bestelde het diner tegen 7 uur. Hij geeft hier alles aan zooals hij dat verkiest. Je zou heusch gaan denken dat 't hier een restaurant is. En zoo konden danCarrieenAmasaivandaag ook niet samen uit rijden gaan, maar hij zei, dat hij dat heel goed vond, want het was niet netjes om zoo zonder chaperonne uit te gaan. En in elk geval had hij toch de paarden noodig, want hij wou met mij gaan rijden. Heb je ooit zoo'n onzin gehoord!En die arme JuffrouwSemplegelooft vast en heilig, dat menschen, die 's Zondags gaan visschen, in de hel komen. Zij heeft nu nog altijd berouw, dat zij hem niet beter heeft opgevoed, toen hij nog klein en handelbaar was en ze veel meer over hem te zeggen had. En dan—ze zou toch zoo dolgraag in de kerk een beetje met hem willen pronken.In elk geval, we zijn uit visschen gegaan. Hij heeft vier kleine vischjes gevangen en we hebben ze gekookt ook. Ze smaakten wel wat verbrand, want we hebben ze in het vuur laten vallen toen we ze met stokjes uit het water wilden halen, maar we hebben ze toch opgegeten. Om 4 uur kwamen we thuis en om 5 uur gingen we uit rijden en om 7 uur eten en om 10 uur werd ik naar bed gestuurd en nu zit ik hier aan jou te schrijven.Maar nu word ik toch een beetje slaperig.Nacht lieveling!Hier heb je het portret van den eenigen visch, dien ik ving!Hola, Kap'tein Langbeen.Ho, stop r's even! Jawel, geef me maar een vat rum!Raad eens, wat ik lees? Onze gesprekken hebben in de laatste dagen een zeemansachtigen vorm aangenomen. Is „Treasure Island” geen leuk boek? Heb je het ook gelezen,of was het nog niet geschreven in den tijd toen je nog een jongen was?Stevensonkreeg maar £ 30.— voor het auteursrecht. Ik geloof niet, dat je met schrijven rijk wordt. Misschien word ik wel onderwijzeres.Hindert het je, dat mijn brieven in den laatsten tijd telkens zoo vol zijn vanStevenson? In gedachten ben ik altijd met hem bezig. Die boeken beslaan de heele bibliotheek opLock Willow.Ik ben nu al twee weken met dezen brief bezig. Dat is, me dunkt, lang genoeg. Zeg maar nooit, dat ik je niet alles en alles tot in de kleinste kleinigheden vertel. Ik wou, dat jij hier ook was. We zouden het zoo gezellig samen hebben en het zou voor mij zoo prettig zijn als mijn verschillende vrienden elkaar kenden. Ik wou mijnheerPendletonvragen, of hij je ook kende; ik zou het toch wel denken. Je zult wel in dezelfde kringen komen en je behoort alle twee tot dezelfde politieke partij en zoo. Maar ik kon het hem natuurlijk niet vragen want ik ken je waren naam niet eens.Ik vind het toch zoo vervelend, en ik heb ook nog nooit zoo iets geks gehoord. JuffrouwLippettwaarschuwde me van te voren, dat je exentriek bent. En ik vind dat ze groot gelijk heeft.Veel groeten van jeJudy.P.S. Terwijl ik mijn brief overlees, zie ik, dat hij heelemaal niet alleen overStevensonhandelt. Een of twee keer wordt er ook vluchtig over JongeheerJerviegesproken.
25 Augustus.
Zeg oude vriend, JongeheerJervieis hier en we hebben toch zoo'n pret samen! Tenminsteikheb verbazend veel pret en ik geloof, hij ook wel. Hij is al tien dagen hier en spreekt gelukkig nog niet over weggaan. Als je ziet, hoe hij door JuffrouwSemplevertroeteld wordt, rijzen je haren te berge. Als ze het net zoo heeft gedaan, toen hij nog een baby was, begrijp je niet, dat er zoo'n flinke man uit gegroeid is.
Hij en ik eten aan een klein tafeltje in de waranda of soms onder de boomen voor het huis of, wanneer het regent of koud is, in de allermooiste kamer van het huis. Hij zoekt altijd de plekjes uit, waar hij wil eten, enCarrieloopt met het tafeltje achter hem aan. Wanneer het dan erg lastig is en zij de schotels heel ver heeft moeten dragen, vindt ze den volgenden morgen altijd een dollar in het suikervaasje.
Hij is een verbazend gezellige baas. Toch zou je hetnooit zeggen wanneer je hem zag. Op het eerste gezicht is hij een echtePendleton, maar dat is hij juist héélemaal niet. Hij is zoo eenvoudig en natuurlijk en lief, als een man maar zijn kan. Het is misschien wel gek om het karakter van een man zóó te beschrijven, maar het is nu eenmaal zoo en niet anders. Hij gaat verbazend leuk met de boeren hier om. In het begin waren ze nogal stug en achterdochtig en beweerden ze, dat ze niks niemandal om zijn fijne kleeren gaven. En die zijn juist nogal typisch. Hij draagt kuitbroeken en een fluweelen jacket en daaronder een wit flanellen overhemd of een rijcostuum met een pofbroek. Wanneer hij in een nieuw pak beneden komt, draait JuffrouwSempleals een pauw om hem heen en bekijkt hem van alle kanten en vermaant hem, toch vooral voorzichtig te zijn en niet overal te gaan zitten. Ze is doodsbang, dat hij zijn goed stoffig zal maken. Het hangt hem natuurlijk vreeselijk de keel uit en hij zegt altijd maar: „KomLizzy, ga nu weg. Je hebt nog zooveel te doen. Je kunt toch niet langer den baas over me spelen. Ik ben nu volwassen!”
Het is eenig leuk als je denkt, dat die groote, breedgeschouderde man met zijn lange armen en beenen (haast net zoo lang als die van jou, zeg, Vadertje Langbeen) ooit opJuffrouw Semple'sschoot heeft gezeten en door haar is afgewasschen. Maar hij beweert, dat ze eens slank en gespierd en vlug is geweest en harder kon loopen dan hij nu.
O, we hebben zooveel avonturen beleefd! We hebben denomtrek mijlen ver verkend en hij heeft me leeren visschen en ook schieten, met een geweer en met een revolver. Ik kan nu ook rijden. Er is nu verbazend veel vuur in den oudenGroverontwaakt. We hebben hem drie dagen lang met haver gevoed en hij vloog plots tegen een kalf aan en rende er haast met mij van door.
Woensdag.
Maandagmiddag hebben we denSky Hillbeklommen. Dat is een berg hier dicht bij. Geen vreeselijk hooge berg met sneeuw op den top, maar toch hoog genoeg om buiten adem te zijn wanneer je boven bent. De hellingen zijn met bosschen begroeid, maar de top is een opeenstapeling van rotsblokken en verder kale hei. We bleven tot zonsondergang en staken een vuur aan en kookten ons avondeten. JongeheerJerviedeed als kok dienst. Hij zei, dat hij het wel beter zou kunnen dan ik, en dat was ook zoo, want hij is aan het kampeeren gewend. Toen zijn we bij maneschijn afgedaald en toen we bij het bosch kwamen, waar het erg donker was, heeft hij met zijn electrische zaklantaarn voorgelicht. O, het was eenig! Hij heeft den heelen weg gepraat en gelachen en over allemaal prettige onderwerpen gesproken. Hij kent alle boeken, die ik gelezen heb en nog een macht andere daarbij. Het is verbazend, zooveel dingen als die man weet.
Vanmorgen wilden we een stevige voetreis maken, maar een stortregen heeft ons overvallen en onze kleeren waren doorweekt, toen we eindelijk thuiskwamen. Maar toch voelden we ons heerlijk frisch en opgewekt. O, je had JuffrouwSemple'sgezicht moeten zien, toen we daar zoo aankwamen!
„O, JongeheerJervie, o, JuffrouwJudy! U bent alle twee druipnat! Wat moeten we nu toch doen. Die mooie nieuwe jas is heelemaal bedorven!”
Het was eeuwig leuk. Je zou denken, dat we kinderen van een jaar of tien waren en zij een wanhopige moeder! Ik was heusch een oogenblik bang, dat we geen thee en toast met jam zouden krijgen.
Zaterdag.
Ik ben een eeuw geleden midden in dezen brief blijven steken, maar ik had heusch geen tijd om hem af te maken.
Is dit geen mooie gedachte vanStevenson:
„The world is so full of a number of things,I am sure we should all be as happy as kings”.
„The world is so full of a number of things,I am sure we should all be as happy as kings”.
„The world is so full of a number of things,
I am sure we should all be as happy as kings”.
En het is beslist waar ook. Er is zooveel geluk op aarde en je kunt ook gelukkig worden als je je alleen maar met het geluk tevreden stelt, dat je op je weg tegenkomt. Het heele geheim bestaat hierin, dat je er een beetje oog voor moet hebben. Vooral buiten zijn zoo verbazend veel prettige dingen. Ik kan over een ieders land loopen en van elk mooi vergezicht genieten en ik mag in alle beekjes plassen en ik kan van dat alles net zoo genieten alsof het van me zelf hoorde, zonder dat ik er iets voor hoef te betalen.
Het is nu Zondagavond, zoowat 11 uur en iedereen veronderstelt dus, dat ik rustig in Morpheus' armen lig. Maar ik heb vanavond sterke koffie gedronken, dus voor mij is er geen rustige slaap weggelegd.
Vanmorgen zei JuffrouwSempletot MijnheerPendletonop een heel beslist toontje: „We moeten om kwart over 10 hier weg om tegen 11 uur in de kerk te zijn”.
„Heel goed,Lizzy”, zei JongeheerJervie, „de sjees zal wel voor je klaar slaan en als ik niet op tijd ben aangekleed, moet je maar niet op me wachten”.
„We zullen wel wachten”, antwoordde ze.
„Ga je gang”, zei hij, „maar laat alleen de paarden niet te lang staan”.
Toen zij zich nu ging kleeden, liet hijCarriede lunch inpakken en tegen mij zei hij, dat ik mijn sportkleeren aan moest doen, en door de achterdeur slopen we stilletjes weg en gingen visschen.
Het heele huishouden liep daardoor natuurlijk in de war, want op Zondag dineeren we opLock Willowom twee uur,maar hij bestelde het diner tegen 7 uur. Hij geeft hier alles aan zooals hij dat verkiest. Je zou heusch gaan denken dat 't hier een restaurant is. En zoo konden danCarrieenAmasaivandaag ook niet samen uit rijden gaan, maar hij zei, dat hij dat heel goed vond, want het was niet netjes om zoo zonder chaperonne uit te gaan. En in elk geval had hij toch de paarden noodig, want hij wou met mij gaan rijden. Heb je ooit zoo'n onzin gehoord!
En die arme JuffrouwSemplegelooft vast en heilig, dat menschen, die 's Zondags gaan visschen, in de hel komen. Zij heeft nu nog altijd berouw, dat zij hem niet beter heeft opgevoed, toen hij nog klein en handelbaar was en ze veel meer over hem te zeggen had. En dan—ze zou toch zoo dolgraag in de kerk een beetje met hem willen pronken.
In elk geval, we zijn uit visschen gegaan. Hij heeft vier kleine vischjes gevangen en we hebben ze gekookt ook. Ze smaakten wel wat verbrand, want we hebben ze in het vuur laten vallen toen we ze met stokjes uit het water wilden halen, maar we hebben ze toch opgegeten. Om 4 uur kwamen we thuis en om 5 uur gingen we uit rijden en om 7 uur eten en om 10 uur werd ik naar bed gestuurd en nu zit ik hier aan jou te schrijven.
Maar nu word ik toch een beetje slaperig.
Nacht lieveling!
Hier heb je het portret van den eenigen visch, dien ik ving!
Hola, Kap'tein Langbeen.
Ho, stop r's even! Jawel, geef me maar een vat rum!
Raad eens, wat ik lees? Onze gesprekken hebben in de laatste dagen een zeemansachtigen vorm aangenomen. Is „Treasure Island” geen leuk boek? Heb je het ook gelezen,of was het nog niet geschreven in den tijd toen je nog een jongen was?Stevensonkreeg maar £ 30.— voor het auteursrecht. Ik geloof niet, dat je met schrijven rijk wordt. Misschien word ik wel onderwijzeres.
Hindert het je, dat mijn brieven in den laatsten tijd telkens zoo vol zijn vanStevenson? In gedachten ben ik altijd met hem bezig. Die boeken beslaan de heele bibliotheek opLock Willow.
Ik ben nu al twee weken met dezen brief bezig. Dat is, me dunkt, lang genoeg. Zeg maar nooit, dat ik je niet alles en alles tot in de kleinste kleinigheden vertel. Ik wou, dat jij hier ook was. We zouden het zoo gezellig samen hebben en het zou voor mij zoo prettig zijn als mijn verschillende vrienden elkaar kenden. Ik wou mijnheerPendletonvragen, of hij je ook kende; ik zou het toch wel denken. Je zult wel in dezelfde kringen komen en je behoort alle twee tot dezelfde politieke partij en zoo. Maar ik kon het hem natuurlijk niet vragen want ik ken je waren naam niet eens.
Ik vind het toch zoo vervelend, en ik heb ook nog nooit zoo iets geks gehoord. JuffrouwLippettwaarschuwde me van te voren, dat je exentriek bent. En ik vind dat ze groot gelijk heeft.
Veel groeten van je
Judy.
P.S. Terwijl ik mijn brief overlees, zie ik, dat hij heelemaal niet alleen overStevensonhandelt. Een of twee keer wordt er ook vluchtig over JongeheerJerviegesproken.
10 September.Liefste oude Lieveling.Hij is weg en we missen hem vreeselijk. Wanneer je aan iemand of iets gewend raakt en dat wordt je dan plotselingweggenomen, laat het een akelig leeg knagend gevoel achter. Ik vind JuffrouwSemple'sgesprekken nu tamelijk onverteerbaar.Over twee weken opentCollegeweer en ik zal blij zijn, wanneer ik weer aan het werk kan gaan. Toch heb ik dezen zomer nog betrekkelijk veel gedaan: zes verhaaltjes geschreven en zeven gedichten! Die, welke ik aan verschillende tijdschriften heb gestuurd, kwamen alle, vergezeld van beleefd-onbarmhartige briefjes, terug. Maar dat kan me niets schelen. Het is een goede oefening. JongeheerJervielas ze allemaal door. Hij bracht de post binnen, dus het kon niet anders of hij moest het zien wanneer ze terugkwamen. En hij zei ook dat hij ze afschuwelijk vond. Er bleek duidelijk uit, dat ik niet in het minst verstand had van de dingen waarover ik schreef. (JongeheerJerviestelt eerlijkheid boven beleefdheid). Maar het laatste, wat ik schreef, een kleine schets over ons leven van meisjes-studenten, beviel hem niet slecht. Hij liet het typen en stuurde het aan een weekblad. Ze hebben het daar nu al twee weken, misschien denken ze er nog eens over of ze het zullen aannemen, ja of neen.Je moest eens naar de lucht kijken. Er is een vreemd oranjekleurig licht. We krijgen vast en zeker storm.Juist op dat oogenblik begon het te gieten en alle luiken rammelden. Ik vloog weg om overal de ramen te sluiten enCarrieliep met haar armen vol melkpannen naar zolder om die overal neer te zetten, waar het lekt.En toen ik juist weer verder wilde schrijven, bedacht ik me daar opeens dat ik een kussen en een kleedje en een hoed enMatthew Arnoldsgedichten onder een linde in den boomgaard had laten liggen. Dus stormde ik weer weg om dat alles te gaan halen, maar het was natuurlijk al drijfnat. Het rood van den band van de gedichten is doorgeloopen en heeft overal op de bladzijden roode strepen achtergelaten. „Dover Beach”, het strand vanDover, zal voortaan door roze golfjes bespoeld worden.Een regenbui brengt buiten verbazend veel opschudding te weeg. Je moet aldoor aan dingen denken die buitenshuis zijn en door het water bedorven kunnen worden.Donderdag.Zeg Vadertje, lieveling, wat denk je wel dat er vandaag gebeurd is!! Stel je voor de post brengt me zoo juist twee brieven:I. Mijn verhaal is aangenomen! $ 50.! Ik ben dus eenSchrijfster!II. Een brief vanCollege! Ik krijg hetscholarshipvoor twee jaar, dus twee jaar hoef ik nu niets meer voor de colleges en het pension te betalen. Het fonds is gesticht voor „Buitengewone bekwaamheid in Engelsch, gepaard met goede vorderingen in de andere vakken”. En ik heb het gewonnen! Ik heb er wel naar gedongen vóór ik met vacantie naarLock Willowging, maar ik had geen idee, dat ik het zou krijgen, want ik had het eerste jaar immers herexamen voor Meetkunde en Latijn. Maar het schijnt, dat ik dat alweer heb opgehaald. O, ik ben toch zoo blij, zoo dolblij, want nu behoef ik niet meer zoo vreeselijk veel geld van je te krijgen. Alleen maar het zakgeld. En het is best mogelijk, dat ik dat later met schrijven of lesgeven ook zelf kan bij verdienen.Ik verlang nu toch zoo, om weer naarFergussen Hallte gaan en dadelijk aan het werk te kunnen.Altijd,JeJerusha Abbott,schrijfster van „Hoe de Sophomores den wedstrijd wonnen”.Aan alle kiosken verkrijgbaar. Prijs 25 cent.
10 September.
Liefste oude Lieveling.
Hij is weg en we missen hem vreeselijk. Wanneer je aan iemand of iets gewend raakt en dat wordt je dan plotselingweggenomen, laat het een akelig leeg knagend gevoel achter. Ik vind JuffrouwSemple'sgesprekken nu tamelijk onverteerbaar.
Over twee weken opentCollegeweer en ik zal blij zijn, wanneer ik weer aan het werk kan gaan. Toch heb ik dezen zomer nog betrekkelijk veel gedaan: zes verhaaltjes geschreven en zeven gedichten! Die, welke ik aan verschillende tijdschriften heb gestuurd, kwamen alle, vergezeld van beleefd-onbarmhartige briefjes, terug. Maar dat kan me niets schelen. Het is een goede oefening. JongeheerJervielas ze allemaal door. Hij bracht de post binnen, dus het kon niet anders of hij moest het zien wanneer ze terugkwamen. En hij zei ook dat hij ze afschuwelijk vond. Er bleek duidelijk uit, dat ik niet in het minst verstand had van de dingen waarover ik schreef. (JongeheerJerviestelt eerlijkheid boven beleefdheid). Maar het laatste, wat ik schreef, een kleine schets over ons leven van meisjes-studenten, beviel hem niet slecht. Hij liet het typen en stuurde het aan een weekblad. Ze hebben het daar nu al twee weken, misschien denken ze er nog eens over of ze het zullen aannemen, ja of neen.
Je moest eens naar de lucht kijken. Er is een vreemd oranjekleurig licht. We krijgen vast en zeker storm.
Juist op dat oogenblik begon het te gieten en alle luiken rammelden. Ik vloog weg om overal de ramen te sluiten enCarrieliep met haar armen vol melkpannen naar zolder om die overal neer te zetten, waar het lekt.
En toen ik juist weer verder wilde schrijven, bedacht ik me daar opeens dat ik een kussen en een kleedje en een hoed enMatthew Arnoldsgedichten onder een linde in den boomgaard had laten liggen. Dus stormde ik weer weg om dat alles te gaan halen, maar het was natuurlijk al drijfnat. Het rood van den band van de gedichten is doorgeloopen en heeft overal op de bladzijden roode strepen achtergelaten. „Dover Beach”, het strand vanDover, zal voortaan door roze golfjes bespoeld worden.
Een regenbui brengt buiten verbazend veel opschudding te weeg. Je moet aldoor aan dingen denken die buitenshuis zijn en door het water bedorven kunnen worden.
Donderdag.
Zeg Vadertje, lieveling, wat denk je wel dat er vandaag gebeurd is!! Stel je voor de post brengt me zoo juist twee brieven:
I. Mijn verhaal is aangenomen! $ 50.! Ik ben dus eenSchrijfster!
II. Een brief vanCollege! Ik krijg hetscholarshipvoor twee jaar, dus twee jaar hoef ik nu niets meer voor de colleges en het pension te betalen. Het fonds is gesticht voor „Buitengewone bekwaamheid in Engelsch, gepaard met goede vorderingen in de andere vakken”. En ik heb het gewonnen! Ik heb er wel naar gedongen vóór ik met vacantie naarLock Willowging, maar ik had geen idee, dat ik het zou krijgen, want ik had het eerste jaar immers herexamen voor Meetkunde en Latijn. Maar het schijnt, dat ik dat alweer heb opgehaald. O, ik ben toch zoo blij, zoo dolblij, want nu behoef ik niet meer zoo vreeselijk veel geld van je te krijgen. Alleen maar het zakgeld. En het is best mogelijk, dat ik dat later met schrijven of lesgeven ook zelf kan bij verdienen.
Ik verlang nu toch zoo, om weer naarFergussen Hallte gaan en dadelijk aan het werk te kunnen.
Altijd,
JeJerusha Abbott,
schrijfster van „Hoe de Sophomores den wedstrijd wonnen”.
Aan alle kiosken verkrijgbaar. Prijs 25 cent.
26 September.Lieve Vadertje Langbeen.Eindelijk zit ik weer opCollegeen wel alsJunior! (derde jaars studente). Onze werkkamer is nog mooier dan het vorig jaar. Hij ligt op het Zuiden en heeft twee openslaande ramen. En o, hij is zoo prachtig gemeubeld.Juliakwam hier twee dagen vóór ons aan. Haar vader gaf haar onbeperkt crediet en je hebt geen idee, wat ze in die twee dagen al niet voor de kamer heeft gekocht.We hebben nieuw behang en Oostersche kleedjes en mahoniehouten stoelen,—echte, geen geschilderde, wat we verleden jaar toch al zoo mooi vonden. Het is heel mooi, maar toch heb ik altijd het gevoel alsof het niet werkelijk van onsis. En ik ben altijd bang, dat ik ergens op een in het oog loopende plaats een inktmop zal maken.O ja, ik vond ook je brief,—o pardon, den brief van je secretaris—bij mijn komst hier voor me gereed liggen.Zeg, wees zoo goed en geef me een grondige reden op, waarom je nu wil, dat ik voor hetscholarshipzal bedanken. Ik begrijp heelemaal niet, waarom je dat van me vraagt, maar in elk geval helpt het je nu toch niets meer dat je er bezwaren tegen maakt, want ik heb het al aangenomen en ik ben ook niet van plan nu nog van gedachten te veranderen. Dat klinkt wel wat brutaal, hè Vadertje, maar ik meen het niet zoo erg.Het schijnt dat je mijn heele opleiding zelf wilt bekostigen nu je er eenmaal ook mee begonnen bent. Maar bekijk het zaakje nu eens van mijn standpunt. Ik heb toch alles door jou gekregen, ook al betaal je niet tot het laatste toe alles voor me, want ik had nooit hetscholarshipgekregen als jij me niet hierheen had gestuurd. Het eenige verschil is, dat ik nu niet zoo heel veel schuld aan je heb. Ik weet wel, dat je het geld niet terug wilt hebben, maar ik wil het toch voor mijn eigen gevoel terugbetalen en ik zal het doen ook, zoodra ik maar eventjes kan. En door datscholarshipwordt nu alles zooveel makkelijker. Ik dacht dat ik de heele rest van mijn leven noodig had om mijn schulden af tedoen, maar nu zal ik er alleen maar de halve rest voor hoeven te gebruiken.Ik hoop dat je me goed begrijpt en niet boos bent. Ik zal altijd erg blij met je maandgeld zijn. Je hebt heusch heel wat noodig om, bijJulia'sinstallatie-ideeën, samen te wonen. Ik wou dat ze een eenvoudiger smaak had of dat ze anders niet met me samen huisde.Dit is een erg verwarde brief. Ik dacht nogal dat ik je zooveel had geschreven. Maar ik heb intusschen vier gordijnen en drie portières gezoomd (goed, dat je mijn naaikunst niet kunt beoordeelen) en dan heb ik een koperen schrijfgarnituur met tandpoeder gepoetst (een zwaar werk, hoor!) en ik heb koperdraad met mijn nagelschaar doorgezaagd om een schilderij op te hangen en ik heb vier kisten met boeken uitgepakt en twee koffers met kleeren (het schijnt haast ongeloofelijk, dat J. A. twee koffers met haar kleeren kan vullen, maar toch is het zoo) en daar tusschendoor heb ik een stuk of vijftig vriendinnen gesproken.Den eersten dag na onze vacantie gaat het hier altijd erg vroolijk toe.Nacht Vadertje, laat het je nu niet hinderen, dat het kuiken zijn eigen voedsel wil zoeken. Het groeit nu op tot een energieke, kleine kip met een macht mooie veeren (die ze allemaal aan jou te danken heeft).Je je liefhebbendeJudy.
26 September.
Lieve Vadertje Langbeen.
Eindelijk zit ik weer opCollegeen wel alsJunior! (derde jaars studente). Onze werkkamer is nog mooier dan het vorig jaar. Hij ligt op het Zuiden en heeft twee openslaande ramen. En o, hij is zoo prachtig gemeubeld.Juliakwam hier twee dagen vóór ons aan. Haar vader gaf haar onbeperkt crediet en je hebt geen idee, wat ze in die twee dagen al niet voor de kamer heeft gekocht.
We hebben nieuw behang en Oostersche kleedjes en mahoniehouten stoelen,—echte, geen geschilderde, wat we verleden jaar toch al zoo mooi vonden. Het is heel mooi, maar toch heb ik altijd het gevoel alsof het niet werkelijk van onsis. En ik ben altijd bang, dat ik ergens op een in het oog loopende plaats een inktmop zal maken.
O ja, ik vond ook je brief,—o pardon, den brief van je secretaris—bij mijn komst hier voor me gereed liggen.
Zeg, wees zoo goed en geef me een grondige reden op, waarom je nu wil, dat ik voor hetscholarshipzal bedanken. Ik begrijp heelemaal niet, waarom je dat van me vraagt, maar in elk geval helpt het je nu toch niets meer dat je er bezwaren tegen maakt, want ik heb het al aangenomen en ik ben ook niet van plan nu nog van gedachten te veranderen. Dat klinkt wel wat brutaal, hè Vadertje, maar ik meen het niet zoo erg.
Het schijnt dat je mijn heele opleiding zelf wilt bekostigen nu je er eenmaal ook mee begonnen bent. Maar bekijk het zaakje nu eens van mijn standpunt. Ik heb toch alles door jou gekregen, ook al betaal je niet tot het laatste toe alles voor me, want ik had nooit hetscholarshipgekregen als jij me niet hierheen had gestuurd. Het eenige verschil is, dat ik nu niet zoo heel veel schuld aan je heb. Ik weet wel, dat je het geld niet terug wilt hebben, maar ik wil het toch voor mijn eigen gevoel terugbetalen en ik zal het doen ook, zoodra ik maar eventjes kan. En door datscholarshipwordt nu alles zooveel makkelijker. Ik dacht dat ik de heele rest van mijn leven noodig had om mijn schulden af tedoen, maar nu zal ik er alleen maar de halve rest voor hoeven te gebruiken.
Ik hoop dat je me goed begrijpt en niet boos bent. Ik zal altijd erg blij met je maandgeld zijn. Je hebt heusch heel wat noodig om, bijJulia'sinstallatie-ideeën, samen te wonen. Ik wou dat ze een eenvoudiger smaak had of dat ze anders niet met me samen huisde.
Dit is een erg verwarde brief. Ik dacht nogal dat ik je zooveel had geschreven. Maar ik heb intusschen vier gordijnen en drie portières gezoomd (goed, dat je mijn naaikunst niet kunt beoordeelen) en dan heb ik een koperen schrijfgarnituur met tandpoeder gepoetst (een zwaar werk, hoor!) en ik heb koperdraad met mijn nagelschaar doorgezaagd om een schilderij op te hangen en ik heb vier kisten met boeken uitgepakt en twee koffers met kleeren (het schijnt haast ongeloofelijk, dat J. A. twee koffers met haar kleeren kan vullen, maar toch is het zoo) en daar tusschendoor heb ik een stuk of vijftig vriendinnen gesproken.
Den eersten dag na onze vacantie gaat het hier altijd erg vroolijk toe.
Nacht Vadertje, laat het je nu niet hinderen, dat het kuiken zijn eigen voedsel wil zoeken. Het groeit nu op tot een energieke, kleine kip met een macht mooie veeren (die ze allemaal aan jou te danken heeft).
Je je liefhebbende
Judy.
30 September.Lieve lieveling.Denk je nog altijd aan datscholarship? Ik heb nog nooit een man gekend, die zoo koppig en taaivolhardend en hardnekkig en onredelijk en dwingerig en niet-in-staat-iets-ook-van-een-andermans-standpunt-te-bekijken is, als jij bent.Je ziet liever dat ik geen gunsten van vreemden aanneem.Vreemden—maar zeg, wat benjijdan voor me?Is er iemand in de wereld, dien ik minder ken dan jou? Ik zou je niet eens herkennen als ik je op straat tegenkwam. Zie je, als jij nou een redelijk, verstandig mensch was geweest en lieve vaderlijke brieven aan jeJudyhadt geschreven en zoo af en toe was overgekomen en haar een stevige hand hadt gegeven en haar gezegd hadt, dat je zooblijwas, dat ze zoo haar best deed en dat je van haar hield—ja zie je, dan was ik misschien op je ouden dag niet zoo weerspannig geweest, maar ik had je je wenschen van je oogen afgelezen als een gehoorzaam dochtertje—waarvoor ik toch eigenlijk ook in de wieg gelegd ben.Vreemden ... Die is werkelijk goed! Je woont in een glazen huis, MijnheerSmith!En daarbij is het heelemaal geen gunst. Het is zoo iets als een prijs en ik heb hem door hard werken gewonnen. Als niemand goed genoeg in Engelsch was geweest, zou het Comité hetscholarshipniet hebben uitgereikt. Een paar jaar geleden hebben ze het ook niet gedaan. Dus—maar och, wat geeft het je, met een man te redeneeren. Je behoort nu eenmaal tot een sekse, die geen begrip van logica heeft, MijnheerSmith! Er zijn twee methodes, om een man iets aan het verstand te brengen: je moet hem vleien, of je moet hem flink de waarheid zeggen. Ik houd er niet van met vleien mijn zin te krijgen, daarom moet ik het je dus maar even flink zeggen:Mijnheer, ik denk er niet aan, om hetscholarshipte weigeren en als je er nu nog meer over spreekt, wil ik je zakgeld ook niet meer aannemen, maar zal ik mezelf zwak en zenuwachtig moeten maken door lessen te geven aan domme groentjes.Dit is mijn laatste woord.En luister eens. Ik heb er nog verder over nagedacht. Jij bent bang, dat ik iemand anders benadeel, wanneer ik hetscholarshipaanneem, zoodat een arm meisje nu misschien niet kan studeeren. Maar dan kan je toch het geld, dat je voor mij hadt willen uitgeven, gebruiken voor de opleiding van een ander meisje van hetJohn GrierHome? is dat geen prachtidee? Alleen, lieveling, geef dat andere meisje de beste opleiding, die je haar bij mogelijkheid geven kunt, maar ga alsjeblieft niet meer van haar houden dan van mij.Ik hoop dat je secretaris zich niet gekrenkt voelt, nu ik zoo weinig op de voorstellen let, die hij me doet. Maar ik kan het werkelijk niet helpen als hij beleedigd is. Hij is heusch een verwend kind, oudje. Ik heb vroeger altijd aan zijn grillen toegegeven, maar nu ben ik beslotenstandvastigte blijven.Je onherroepelijk voor eeuwig vastbeslotenJerusha Abbott.
30 September.
Lieve lieveling.
Denk je nog altijd aan datscholarship? Ik heb nog nooit een man gekend, die zoo koppig en taaivolhardend en hardnekkig en onredelijk en dwingerig en niet-in-staat-iets-ook-van-een-andermans-standpunt-te-bekijken is, als jij bent.
Je ziet liever dat ik geen gunsten van vreemden aanneem.
Vreemden—maar zeg, wat benjijdan voor me?
Is er iemand in de wereld, dien ik minder ken dan jou? Ik zou je niet eens herkennen als ik je op straat tegenkwam. Zie je, als jij nou een redelijk, verstandig mensch was geweest en lieve vaderlijke brieven aan jeJudyhadt geschreven en zoo af en toe was overgekomen en haar een stevige hand hadt gegeven en haar gezegd hadt, dat je zooblijwas, dat ze zoo haar best deed en dat je van haar hield—ja zie je, dan was ik misschien op je ouden dag niet zoo weerspannig geweest, maar ik had je je wenschen van je oogen afgelezen als een gehoorzaam dochtertje—waarvoor ik toch eigenlijk ook in de wieg gelegd ben.
Vreemden ... Die is werkelijk goed! Je woont in een glazen huis, MijnheerSmith!
En daarbij is het heelemaal geen gunst. Het is zoo iets als een prijs en ik heb hem door hard werken gewonnen. Als niemand goed genoeg in Engelsch was geweest, zou het Comité hetscholarshipniet hebben uitgereikt. Een paar jaar geleden hebben ze het ook niet gedaan. Dus—maar och, wat geeft het je, met een man te redeneeren. Je behoort nu eenmaal tot een sekse, die geen begrip van logica heeft, MijnheerSmith! Er zijn twee methodes, om een man iets aan het verstand te brengen: je moet hem vleien, of je moet hem flink de waarheid zeggen. Ik houd er niet van met vleien mijn zin te krijgen, daarom moet ik het je dus maar even flink zeggen:
Mijnheer, ik denk er niet aan, om hetscholarshipte weigeren en als je er nu nog meer over spreekt, wil ik je zakgeld ook niet meer aannemen, maar zal ik mezelf zwak en zenuwachtig moeten maken door lessen te geven aan domme groentjes.
Dit is mijn laatste woord.
En luister eens. Ik heb er nog verder over nagedacht. Jij bent bang, dat ik iemand anders benadeel, wanneer ik hetscholarshipaanneem, zoodat een arm meisje nu misschien niet kan studeeren. Maar dan kan je toch het geld, dat je voor mij hadt willen uitgeven, gebruiken voor de opleiding van een ander meisje van hetJohn GrierHome? is dat geen prachtidee? Alleen, lieveling, geef dat andere meisje de beste opleiding, die je haar bij mogelijkheid geven kunt, maar ga alsjeblieft niet meer van haar houden dan van mij.
Ik hoop dat je secretaris zich niet gekrenkt voelt, nu ik zoo weinig op de voorstellen let, die hij me doet. Maar ik kan het werkelijk niet helpen als hij beleedigd is. Hij is heusch een verwend kind, oudje. Ik heb vroeger altijd aan zijn grillen toegegeven, maar nu ben ik beslotenstandvastigte blijven.
Je onherroepelijk voor eeuwig vastbesloten
Jerusha Abbott.
9 November.Lieve Vadertje Langbeen.Ik ging vandaag naar de stad om een potje schoencrème, een paar boorden en stof voor een nieuwe blouse, een tubetje violetglycerine en een doos geparfumeerde zeep te koopen—alles even noodzakelijk, ik kon er werkelijk geen dag mee wachten. En toen ik mijn tramkaartje wilde betalen, ontdekte ik daar, dat ik mijn beursje in den zak van mijn anderen mantel had gelaten. Dus moest ik weer uitstappen en weer terug en een andere tram nemen en kwam zoodoende te laat in het gymnastieklokaal.Het is afschuwelijk als je vergeetachtig bent en er daarbij twee mantels op nahoudt.Julia Pendletonheeft me uitgenoodigd, met Kerstmis bij haar ouders te komen logeeren. Hoe vindt je dat wel, MijnheerSmith? Denk eens aan,Jerusha Abbottuit hetJohn Grier Homezal aan de tafel van de rijken mee aanzitten. Ik snap zelf niet waaromJuliame heeft uitgenoodigd, maar het schijnt, dat ze zich in den laatsten tijd nogal aan me heeft gehecht. Om je de waarheid te zeggen, ik zou veel en veel liever naarSallie'sfamilie gaan, maarJuliaheeft me het eerst gevraagd, dus zal ik wel naarNew-Yorkinplaats van naarWorcesterreizen. Ik krijgkippevel als ik er aan denk dePendletonsenmassete ontmoeten, en ik zal ook aardig wat voor mijn toilet moeten uitgeven. Dus, oude heer, als je me nu schrijft dat je liever ziet dat ik deze vacantie rustig hier blijf, zal ik met mijn welbekende gehoorzaamheid aan je wensch gedwee gevolg geven.In mijn vrijen tijd lees ik zoo nu en dan „Life and Letters of Thomas Huxley”. Het is een aardig boek om er een half uurtje mee zoek te brengen. Weet je wat eenarchaeopteryxis? Het is een vogel. En eenstereognathus? Ik stel me dat voor als overgang, een schakel in de natuur b.v. een vogel met tanden of een hagedis met vleugels. O jé, het is geen van tweeën! Ik heb het net opgezocht. Het is een mesozoïsch zoogdier.zoo zal denk ik een Stereognathus er uit zien —— Hij heeft de kop van een slang en ooren van een hond en pooten van een koe en een staart van een hagedis en vleugels van een zwaan en is heelemaal met nesthaartjes bedekt als een pasgeboren katje.zoo zal denk ik een Stereognathus er uit zienHij heeft de kop van een slangen ooren van een hond en pooten van een koeen een staart van een hagedis en vleugels van een zwaanen is heelemaal met nesthaartjes bedekt als een pasgeboren katje.Ik heb er dit jaar staathuishoudkunde bij gekozen. Als ik daarmee klaar ben, wil ik voor maatschappelijk werk studeeren. En dan, Mijnheer de Regent, dan weet ik precies, hoe een vondelingengesticht moet worden geleid.Geloof je ook niet, dat ik een uitstekende kiezeres zou zijn, als ik stemrecht had? Ik ben verleden week 21 geworden. Het is toch een vreeselijk land, waar ze zoo'n edele goed onderlegde nauwgezette verstandige burgeres niet eens naar waarde weten te schatten.Altijd,JeJudy.
9 November.
Lieve Vadertje Langbeen.
Ik ging vandaag naar de stad om een potje schoencrème, een paar boorden en stof voor een nieuwe blouse, een tubetje violetglycerine en een doos geparfumeerde zeep te koopen—alles even noodzakelijk, ik kon er werkelijk geen dag mee wachten. En toen ik mijn tramkaartje wilde betalen, ontdekte ik daar, dat ik mijn beursje in den zak van mijn anderen mantel had gelaten. Dus moest ik weer uitstappen en weer terug en een andere tram nemen en kwam zoodoende te laat in het gymnastieklokaal.
Het is afschuwelijk als je vergeetachtig bent en er daarbij twee mantels op nahoudt.
Julia Pendletonheeft me uitgenoodigd, met Kerstmis bij haar ouders te komen logeeren. Hoe vindt je dat wel, MijnheerSmith? Denk eens aan,Jerusha Abbottuit hetJohn Grier Homezal aan de tafel van de rijken mee aanzitten. Ik snap zelf niet waaromJuliame heeft uitgenoodigd, maar het schijnt, dat ze zich in den laatsten tijd nogal aan me heeft gehecht. Om je de waarheid te zeggen, ik zou veel en veel liever naarSallie'sfamilie gaan, maarJuliaheeft me het eerst gevraagd, dus zal ik wel naarNew-Yorkinplaats van naarWorcesterreizen. Ik krijgkippevel als ik er aan denk dePendletonsenmassete ontmoeten, en ik zal ook aardig wat voor mijn toilet moeten uitgeven. Dus, oude heer, als je me nu schrijft dat je liever ziet dat ik deze vacantie rustig hier blijf, zal ik met mijn welbekende gehoorzaamheid aan je wensch gedwee gevolg geven.
In mijn vrijen tijd lees ik zoo nu en dan „Life and Letters of Thomas Huxley”. Het is een aardig boek om er een half uurtje mee zoek te brengen. Weet je wat eenarchaeopteryxis? Het is een vogel. En eenstereognathus? Ik stel me dat voor als overgang, een schakel in de natuur b.v. een vogel met tanden of een hagedis met vleugels. O jé, het is geen van tweeën! Ik heb het net opgezocht. Het is een mesozoïsch zoogdier.
zoo zal denk ik een Stereognathus er uit zien —— Hij heeft de kop van een slang en ooren van een hond en pooten van een koe en een staart van een hagedis en vleugels van een zwaan en is heelemaal met nesthaartjes bedekt als een pasgeboren katje.zoo zal denk ik een Stereognathus er uit zienHij heeft de kop van een slangen ooren van een hond en pooten van een koeen een staart van een hagedis en vleugels van een zwaanen is heelemaal met nesthaartjes bedekt als een pasgeboren katje.
zoo zal denk ik een Stereognathus er uit zienHij heeft de kop van een slangen ooren van een hond en pooten van een koeen een staart van een hagedis en vleugels van een zwaanen is heelemaal met nesthaartjes bedekt als een pasgeboren katje.
zoo zal denk ik een Stereognathus er uit zien
Hij heeft de kop van een slangen ooren van een hond en pooten van een koeen een staart van een hagedis en vleugels van een zwaanen is heelemaal met nesthaartjes bedekt als een pasgeboren katje.
Ik heb er dit jaar staathuishoudkunde bij gekozen. Als ik daarmee klaar ben, wil ik voor maatschappelijk werk studeeren. En dan, Mijnheer de Regent, dan weet ik precies, hoe een vondelingengesticht moet worden geleid.
Geloof je ook niet, dat ik een uitstekende kiezeres zou zijn, als ik stemrecht had? Ik ben verleden week 21 geworden. Het is toch een vreeselijk land, waar ze zoo'n edele goed onderlegde nauwgezette verstandige burgeres niet eens naar waarde weten te schatten.
Altijd,
JeJudy.