The Project Gutenberg eBook ofVadertje LangbeenThis ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this ebook or online atwww.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook.Title: Vadertje LangbeenAuthor: Jean WebsterRelease date: March 31, 2013 [eBook #42443]Most recently updated: October 23, 2024Language: DutchCredits: Produced by The Online Distributed Proofreading Team athttp://www.pgdp.net*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK VADERTJE LANGBEEN ***
This ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this ebook or online atwww.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook.
Title: Vadertje LangbeenAuthor: Jean WebsterRelease date: March 31, 2013 [eBook #42443]Most recently updated: October 23, 2024Language: DutchCredits: Produced by The Online Distributed Proofreading Team athttp://www.pgdp.net
Title: Vadertje Langbeen
Author: Jean Webster
Author: Jean Webster
Release date: March 31, 2013 [eBook #42443]Most recently updated: October 23, 2024
Language: Dutch
Credits: Produced by The Online Distributed Proofreading Team athttp://www.pgdp.net
*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK VADERTJE LANGBEEN ***
Opmerkingen van de bewerkerDe tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren.Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld.Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn gecorrigeerd; deze zijn voorzien van eendunne rode stippellijn, waarbij de Brontekst via een zwevende pop-up beschikbaar is.Variaties in spelling (met/zonder koppelteken, met/zonder extra spatie) zijn behouden.Van de meeste illustraties is een vergroting beschikbaar door op de betreffende illustratie te klikken.Een overzicht van de aangebrachte correcties is te vinden aanhet eind van dit bestand.Het origineel van dit e-boek is een vertaling van het engelse boek „Daddy-Long-Legs”. Dit boek is ook als e-boek beschikbaar via Project Gutenberg:e-boek no. 157ene-boek no. 40426 (geïllustreerd).Het engelse origineel is via Project Gutenberg ook beschikbaar in een audio-versie:e-boek no. 19782.Dit Project Gutenberg e-boek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.
De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren.
Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld.
Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn gecorrigeerd; deze zijn voorzien van eendunne rode stippellijn, waarbij de Brontekst via een zwevende pop-up beschikbaar is.Variaties in spelling (met/zonder koppelteken, met/zonder extra spatie) zijn behouden.
Van de meeste illustraties is een vergroting beschikbaar door op de betreffende illustratie te klikken.
Een overzicht van de aangebrachte correcties is te vinden aanhet eind van dit bestand.
Het origineel van dit e-boek is een vertaling van het engelse boek „Daddy-Long-Legs”. Dit boek is ook als e-boek beschikbaar via Project Gutenberg:e-boek no. 157ene-boek no. 40426 (geïllustreerd).Het engelse origineel is via Project Gutenberg ook beschikbaar in een audio-versie:e-boek no. 19782.
Dit Project Gutenberg e-boek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.
VADERTJE LANGBEEN
VADERTJELANGBEENDOORJEAN WEBSTER6deGOEDKOOPE DRUKAMSTERDAMSCHELTEMA & HOLKEMA'S BOEKHANDELK. GROESBEEK & PAUL NIJHOFF
DOOR
JEAN WEBSTER
6deGOEDKOOPE DRUK
AMSTERDAMSCHELTEMA & HOLKEMA'S BOEKHANDELK. GROESBEEK & PAUL NIJHOFF
AMSTERDAMSCHELTEMA & HOLKEMA'S BOEKHANDELK. GROESBEEK & PAUL NIJHOFF
De eerste Woensdag van elke maand was een echt in-vervelende dag, een dag, die vol angst tegemoet gezien werd, dapper doorstaan moest worden en dan weer zoo gauw mogelijk vergeten werd. Geen vlekje mocht er dan op de vloeren te bespeuren zijn, geen stofje op de stoelen en geen rimpel in de beddelakens. Zevenennegentig onrustige, kleine vondelingetjes moesten geboend, gekamd en geborsteld en in versch gesteven pakjes gestoken worden, en aan alle 97 werd nog extra op het hart gedrukt, dat zij zich netjes moesten gedragen en vooral met twee woorden moesten antwoorden, wanneer een van de regenten of van de bezoekers zich verwaardigde hen aan te spreken.
Het was werkelijk een allerafschuwelijkste dag en de armeJerusha Abbott, de oudste vondeling, had er nog den meesten last van. Maar ook deze afschuwelijke „Lamme Woensdag” kwam, net zooals zijn voorgangers, gelukkig tot een eind.Jerushavluchtte van de provisiekamer, waar zij sandwiches voor de gasten had klaargemaakt, naar boven, om haar gewone dagelijksche werk af te maken. Aan haar was de speciale zorg voor Kamer F. opgedragen, waar elf kleine kleuters van vier tot zeven jaar sliepen in elf kleine bedjes, die op een rij langs den muur stonden.Jerushaverzamelde haar pleegkinderen om zich heen, trok hun verkreukelde pakjes glad, snoot hun vuile neuzen en stuurde ze op een rijtje naar de eetkamer, waar ze zich gedurende een gezegend half uur aan brood met melk en pruimepudding te goed konden doen.
Daarna liet ze zich op de vensterbank neerzakken en druktehaar bonzend, gloeiend voorhoofd tegen de koele ruit. Van 's morgens vijf uur af was ze op de been geweest en had ze iedereen naar de oogen moeten zien en dan nog op den koop toe uitgescholden en opgejaagd door een zenuwachtige directrice. Want achter de schermen bezat JuffrouwLippettlang niet altijd de kalme waardigheid, waarmede ze op den Lammen Woensdag de regenten en bezoeksters ontving.
Jerushastaarde recht voor zich uit, over de uitgestrekte bevroren weilanden, over het hooge ijzeren hek, dat het gesticht omringde, over het heuvelland, waarop zich hier en daar een landhuis verhief, naar de torenspitsen van de stad, die te midden van de kale boomstammenverrezen.
De dag was afgeloopen, voor zoover zij wist, goed afgeloopen zelfs. De regenten en bezoeksters hadden de ronde door het gesticht gedaan, de verslagen gelezen, hun thee gedronken en waren nu weer vlug weggegaan naar hun eigen gezellige huizen om daar hun vervelende kleine liefdadigheidsplichten weer tot het begin van de volgende maand te vergeten. Nieuwsgierig leundeJerushategen het raam en volgde belangstellend met de oogen den stroom van equipages en automobielen, die door het hek van het gesticht wegrolden. In haar verbeelding vergezelde zij eerst de ééne, dan weer de andere equipage tot de groote landhuizen, welke zich langs de heuvels verhieven. Zij zag zichzelf, gehuld in een dikken bontmantel en met een grooten fluweelen hoed met veeren op, gemakkelijk in de kussens gevlijd, terwijl ze nonchalant den chauffeur gelastte „Naar huis” te rijden. Aan den drempel van haar huis werd haar droombeeld echter verward.
Jerushahad zooveel verbeeldingskracht, dat JuffrouwLippettwel eens beweerde, dat ze nog gek zou worden, indien zij er zich niet met kracht tegen verzette. Maar hoe groot haar fantazie ook was, die kon haar toch niet brengen in het portaal van de huizen, waar zij wilde binnentreden. De arme, avontuurlijke kleineJerushahad in haar heele zeventienjarig bestaan nog nooit den drempel van een gewoon huis overschreden. Zij kon zich het dagelijksche leven van menschen, die niet met den zorg voor de arme vondelingen belast waren, met geen mogelijkheid voorstellen.
„Jerusha AbbottJe moet komenIn de kamerVan JufLippett!”
„Jerusha AbbottJe moet komenIn de kamerVan JufLippett!”
„Jerusha Abbott
Je moet komen
In de kamer
Van JufLippett!”
Tommy Dillon, die in het koor had meegezongen, kwam zingende de trap op en de kamer binnen, al luider keel opzettend naarmate hij naderde.Jerushaschrok uit haar droom aan het venster op en keerde tot de dagelijksche lasten van haar leven terug.
„Wie heeft er naar me gevraagd?” onderbrak zeTommy'sgezang op angstigen toon.
„JufLippettis in de kamer.Ze is geloof ik gek.A-a-men!”
„JufLippettis in de kamer.Ze is geloof ik gek.A-a-men!”
„JufLippettis in de kamer.
Ze is geloof ik gek.
A-a-men!”
eindigde vromeTommyzijn mededeeling. Toch was zijn toon niet plagerig, want zelfs het onverschilligste pleegkind voelde medelijden voor zijn armen broeder of beklagenswaardige zuster, die in de kamer van de gejaagde, zenuwachtige directrice werd ontboden. EnTommyhield vanJerusha, al rammelde ze hem ook wel eens door elkaar en al werd zijn neus ook vaak heel hardhandig door haar gesnoten.
Jerushaging naar de kamer. Twee diepe rimpels vertoonden zich tusschen haar wenkbrauwen. Wat had ze nu weer niet goed gedaan? Waren de sandwiches niet dun genoeg gesneden, waren er schillen in de amandelkoekjes geweest of had een bezoekster het gat inSuze Hawthornskous ontdekt? Hemelsche goedheid, had een van die allerleukste kleine kleuters uit haar eigen kamer een regent misschien een brutaal antwoord gegeven?
De lange lage gang was niet verlicht en toen zij bij de kamer kwam, stond daar nog een regent, op het punt van vertrekken, in de open gangdeur, die naar de hal leidde.Jerushakreeg slechts een vluchtigen indruk van den man. Zij zag alleen maar, dat hij groot was en heel lange beenen had. Met zijn armen zwaaide hij naar de auto, die voor dedeur stond te wachten. Toen deze zich in beweging zette en naderbij kwam, wierpen de lantaarns een duidelijke schaduw van den man tegen den muur van de vestibule. Die schaduw toonde enorm lange armen en beenen, die langs den wand naar den uitgang zwaaiden. Het geheel maakte den indruk van iets enorm groots en fladderends.
Jerusha'sangstig gezichtje nam een vroolijke uitdrukking aan. Ze had een blijmoedig karakter en het geringste kon haar lachlust opwekken. Ze kwam dan ook door die kleine gebeurtenis geheel opgevroolijkt in de directricekamer en begroette JuffrouwLippettmet een glimlach. Tot haar groote verbazing was de Moeder, zooal niet glimlachend, toch oogenschijnlijk in een rooskleurige bui. De kleineJerushawerd tenminste haast net zoo welwillend ontvangen als de bezoekers van dien middag.
„Ga zitten,Jerusha. Ik moet iets met je bespreken.”
Jerushaliet zich in den eersten stoel den besten neervallen en wachtte ongeduldig af, wat komen zou. Een auto snorde langs het raam. JuffrouwLippettkeek haar na.
„Zag je dien heer, die zooeven wegging?”
„Ja, zijn rug”.
„Het is een van de regenten, die het meest te zeggen heeft.Hij heeft ook al groote sommen gegeven om onze inrichting te steunen. Ik mag je zijn naam niet noemen, hij heeft mij uitdrukkelijk gezegd, dat hij onbekend wil blijven.”
Jerushakeek haar met groote oogen aan. Zij was er niet aan gewend, dat de directrice de particuliere zaken van de regenten met haar besprak.
„Deze heer stelt in verschillende van onze jongens belang. Herinner je jeCharles BentonenHenry Freize? Die werden alle twee door hem naar de universiteit gezonden en beiden hebben ze door hard werken en groot succes het geld eer aangedaan, dat zoo edelmoedig voor hen werd uitgegeven. Een andere betaling wenscht deze heer niet. Tot nu toe heeft hij alleen maar jongens op weg geholpen en het is me nooit gelukt, ook maar in het minst belangstelling in een van de meisjes van het gesticht bij hem op te wekken, hoe zeerenkelen het misschien ook verdiend hebben. Ik kan je wel vertellen, dat hij absoluut niets om meisjes geeft”.
„Zoo, juffrouw”, bromdeJerusha, die dacht, dat zij hierop iets moest antwoorden.
„Vandaag is op de vergadering jouw toekomst besproken”.
JuffrouwLippetthield even een veelzeggende pauze. Daarna vervolgde zij weer op haar kalme spreekwijze tot de nu plots gespannen toehoordster:
„Zooals je weet, worden de kinderen gewoonlijk hier niet langer dan tot hun zestiende jaar gehouden,maar hebben we bij jou een uitzondering gemaakt. Tot je veertiende jaar ben je op de lagere school geweest en omdat je altijd goed geleerd hebt, werd er besloten, dat je daarna de middelbare school mocht bezoeken, ook al was je gedrag lang niet altijd even goed. Nu heb je ook die geheel bezocht en kan het gesticht niet langer voor je zorgen. Je hebt al twee jaar meer dan je toekwam”.
JuffrouwLippettnegeerde het feit, datJerushagedurende die twee jaar hard voor haar kost had moeten werken, zoodat het werk voor het gesticht in de eerste plaats en dat voor haar opvoeding pas daarna aan de beurt was gekomen. Ook sprak ze er niet over, dat het kind op dagen als heden b.v. thuis werd gehouden, om het huis schoon te maken.
„Zooals ik zooeven al zei, werd vanmiddag je toekomst besproken, grondig besproken.”
Beschuldigend keek JuffrouwLippettde kleine, voor haarzittendegevangene aan en bescheiden sloeg deze de oogen neer, niet omdat zij zich van iets kwaads bewust was, maar omdat zij begreep, dat dit van haar verwacht werd.
„Natuurlijk behoorde iemand in jouw positie ergens heen gestuurd te worden, waar je hard moet werken, maar je hebt nu eenmaal op school goed je best gedaan, vooral in sommige vakken. Het schijnt, dat je Engelsche opstel zelfs schitterend geweest is. JuffrouwPritchard, die in ons bestuur zit en ook in het schoolcomité, heeft er met je leeraar over gesproken en heeft hier een opstel van je voorgelezen, dat je „Lamme Woensdag” hebt betiteld.”
Deze keer wasJerusha'sschuldige uitdrukking niet geveinsd.
„Het komt me voor, dat je je niet bepaald dankbaar toont, wanneer je het instituut, waar je zooveel hebt genoten, belachelijk maakt. Als het niet bepaald humoristisch geschreven was, geloof ik dan ook niet, dat de regenten het je ooit hadden vergeven. Maar gelukkig voor jou heeft Mijnheer.... ik meen Mijnheer de regent, die zoo juist vertrokken is, heel veel gevoel voor humor en naar aanleiding van dit brutale opstel heeft hij aangeboden, je voor zijn kosten naar de universiteit te sturen”.
„Naar de Universiteit?” Met open mond gaapteJerushade directrice aan.
Die knikte. „Ja, hij bleef net hier om nog verschillende condities met me te bespreken. Heel buitengewone condities waren het. Die Mijnheer de regent is een fantast, mag ik wel zeggen. Hij gelooft, dat je veel oorspronkelijke gedachten hebt en wil nu een schrijfster van je maken”.
„Een schrijfster!”Jerushakon haar ooren niet gelooven. Half onbewust herhaalde ze JuffrouwLippett'swoorden.
„Ja, dat wil hij nu eenmaal. Of zijn wensch ook in vervulling zal gaan, moet de toekomst ons leeren. Hij wil je een heele groote toelage geven, eigenlijk te groot voor een meisje zooals jij, dat nog nooit eenig begrip van geldzaken gehad heeft. Maar hij heeft nu alles tot in de kleinste bijzonderheden met me besproken en ik kwam er niet toe, eenige tegenwerpingen te maken. 's Zomers kun je hier altijd komen en JuffrouwPritchardis zoo vriendelijk geweest om voor je uitzet te willen zorgen. Je pension en het collegegeld zal direct aan de universiteit betaald worden en de vier jaar, dat je daar bent, krijg je nog een toelage van $ 35.— per maand. Daardoor zal je op gelijken voet met de andere meisjes-studenten kunnen leven. Eén keer per maand ontvang je het geld door den secretaris van dien regent en dan moet je hem zelf in antwoord daarop elke maand een brief schrijven, waarin je hem er voor bedankt. Of nee, bedanken moet je hem ook weer niet voor het geld, daar geeft hij niets om.... Maar je moet hem schrijven over devorderingen, die je maakt en hem allerlei kleine bijzonderheden van je dagelijksch leven vertellen. Schrijf hem net zoo'n brief als je aan je ouders zoudt sturen als je die hadt.
Die brieven moet je aan MijnheerJohn Smithrichten, en aan zijn secretaris zenden. Hij heet natuurlijk nietJohn Smith, maar wil nu eenmaal onbekend blijven en voor jou zal hij dan ook wel nooit iemand anders zijn danJohn Smith. Hij verlangt dat je hem geregeld elke maand schrijft, omdat hij meent, dat niets een betere oefening voor je stijl en het gemakkelijk in woorden brengen van je gedachten is, dan juist brieven schrijven. Omdat jij nu geen familie hebt aan wie je kunt schrijven, wil hij die brieven ontvangen. Ook wil hij precies op de hoogte gehouden worden van je vorderingen. Hij zal je nooit antwoorden of de geringste notitie van je brieven nemen. Hij verfoeit dat gecorrespondeer! En, hij wil natuurlijk geen last van je hebben. Mocht het voorkomen, dat je een direct antwoord noodig hebt—b. v. als je weggestuurd zou worden, wat naar we hopen niet gebeuren zal—dan kun je aan den secretaris, MijnheerGriggs, schrijven. Je bent verplicht elke maand een brief te sturen, dat is de eenige betaling, die MijnheerSmithvan je verlangt, dus moet je ze altijd stipt op tijd sturen, want het is je rekening, die je daarmee betaalt. Ik hoop, dat je altijd met het noodige respect zult schrijven en je opvoeding eer zult aandoen. Denk er altijd aan, dat je aan een regent van hetJohn Grier Homeschrijft....”
Jerusha'soogen zochten tersluiks de deur. Haar hoofd bonsde, zij hoopte, dat ze nu eindelijk van JuffrouwLippettaf kon komen om rustig over alles na te denken. Ze stond op en deed zachtjes een stap naar de deur, maar met een beslist handgebaar hield de directrice haar terug, haar rede was nog niet ten einde.
„Ik vertrouw dat je je altijd dankbaar zult toonen voor het geluk, dat je te beurt gevallen is. Er zijn uiterst weinig meisjes in jouw omstandigheden, aan wie zoo'n gelegenheid wordt geboden om in de wereld vooruit te komen. Je moet er altijd aan denken, dat....”
„Ja zeker, Juffrouw, dat zal ik doen. Maar ik geloof, datik nu weg moet.Freddie Perkinsheeft een gat in haar kous....”
De deur ging achter haar dicht. Met een onderdrukt scheldwoord sloot de waardige directrice haar redevoering.
DE BRIEVEN VANJERUSHA ABBOTTAAN MIJNHEER VADERTJE LANGBEEN.215Fergussen Hall.24 September.Lieve, vriendelijke Regent-die-Vondelingen-naar-College-stuurt!Hier ben ik nu! Gisteren heb ik vier heele uren in den trein gezeten. Een typisch gevoel is dat, hè? Ik was er vroeger nog nooit in geweest.Collegeis de grootste inrichting, die je je kunt voorstellen! Ik verdwaal gewoonweg als ik even mijn kamer uitga! Als ik me een beetje minder door elkaar gerammeld gevoel, zal ik u later een heel nauwkeurige beschrijving geven en dan zal ik u ook van alles over mijn lessen vertellen. Die beginnen pas Maandagmorgen en het is nu Zaterdagavond, maar ik wou u zoo graag dadelijk mijn eersten brief schrijven, alleen maar, om gauw met u bekend te raken.'t Is toch gek om brieven te schrijven aan iemand, die je heelemaal niet kent en voor mij is het toch al erg vreemd om te schrijven. Denk eens aan, ik heb er in mijn heele leventje pas drie of vier geschreven. Erger u er dus alsjeblieft maar niet over, wanneer dit niet precies een model-brief wordt!Voordat ik gisteren eindelijk vertrok, heb ik nog een heel ernstig gesprek met JuffrouwLippettgehad. Ze zei me voorde duizendste maal nog eens precies hoe ik me nu gedurende de rest van mijn leven moest gedragen en vooral schreef ze me nog eens uitdrukkelijk mijn gedrag voor, tegenover den vriendelijken heer die zooveel voor me doet. Ik moest er altijd aan denken, Heel Eerbiedig aan hem te schrijven!Maar hoe kan ik nu in 's hemelsnaam heel eerbiedig zijn (eigenlijk weer met twee hoofdletters) tegenover een man, die zichJohn Smithwenscht te noemen! Hoe kwam u er eigenlijk toe, zoo'n alledaagschen naam uit te pikken? Ik zou net zoo goed brieven aan MijnheerHitching Postof MijnheerClothes-Propkunnen schrijven.Ik heb dezen zomer heel veel aan u gedacht. Nu ik eindelijk iemand heb gevonden, die werkelijk belang in me stelt, heb ik het gevoel, alsof ik zoo opeens een heele familie heb gekregen, het is net, alsof ik nu ook bij iemand hoor. O, het is een zalig gevoel! Toch moet ik eerlijk opbiechten, dat ik het erg vervelend vind dat ik zoo verschrikkelijk weinig van u weet. Kijk, daar zijn alleen maar drie dingen, waarop ik mijn verbeelding voortbouw:I. U is groot.II. U is rijk.III. U hebt het land aan meisjes.Ik zou u wel Lieve Mijnheer Meisjes-Hater kunnen noemen, maar dat is toch nogal beleedigend voor mij. Of Lieve Mijnheer Rijkaard, maar dat is weer beleedigend voor u, want dan lijkt het wel of uw geld het belangrijkste van u is. En daarbij is rijk zijn zoo iets wisselvalligs. Misschien blijft u niet eens uw heele leven rijk, een massa heel knappe menschen eindigen hun leven inWall Street. Maar lang zult u wel uw heele leven blijven en daarom heb ik besloten U mijn Lieve Mijnheer Langbeen of wel Vadertje Langbeen te doopen. Ik hoop, dat u het niet erg zult vinden, het is een eigen naampje voor mij alleen. We zullen het niet aan JuffrouwLippettvertellen.Over twee minuten zal de tien uur bel geluid worden. Ons heele leven is hier door bellen ingedeeld: wij eten, slapen en studeeren volgens bellen.Vroolijk, hè? Ik voel me den heelen dag als een vurig, steigerend paard. Daar gaat het licht al uit! Goeden nacht!Let u wel op, hoe netjes ik hier gehoorzaam? Dat komt door de training in hetJohn Grier Home.Met verschuldigden eerbied,Hoogachtend,UwJerusha Abbott.
215Fergussen Hall.
24 September.
Lieve, vriendelijke Regent-die-Vondelingen-naar-College-stuurt!
Hier ben ik nu! Gisteren heb ik vier heele uren in den trein gezeten. Een typisch gevoel is dat, hè? Ik was er vroeger nog nooit in geweest.
Collegeis de grootste inrichting, die je je kunt voorstellen! Ik verdwaal gewoonweg als ik even mijn kamer uitga! Als ik me een beetje minder door elkaar gerammeld gevoel, zal ik u later een heel nauwkeurige beschrijving geven en dan zal ik u ook van alles over mijn lessen vertellen. Die beginnen pas Maandagmorgen en het is nu Zaterdagavond, maar ik wou u zoo graag dadelijk mijn eersten brief schrijven, alleen maar, om gauw met u bekend te raken.
't Is toch gek om brieven te schrijven aan iemand, die je heelemaal niet kent en voor mij is het toch al erg vreemd om te schrijven. Denk eens aan, ik heb er in mijn heele leventje pas drie of vier geschreven. Erger u er dus alsjeblieft maar niet over, wanneer dit niet precies een model-brief wordt!
Voordat ik gisteren eindelijk vertrok, heb ik nog een heel ernstig gesprek met JuffrouwLippettgehad. Ze zei me voorde duizendste maal nog eens precies hoe ik me nu gedurende de rest van mijn leven moest gedragen en vooral schreef ze me nog eens uitdrukkelijk mijn gedrag voor, tegenover den vriendelijken heer die zooveel voor me doet. Ik moest er altijd aan denken, Heel Eerbiedig aan hem te schrijven!
Maar hoe kan ik nu in 's hemelsnaam heel eerbiedig zijn (eigenlijk weer met twee hoofdletters) tegenover een man, die zichJohn Smithwenscht te noemen! Hoe kwam u er eigenlijk toe, zoo'n alledaagschen naam uit te pikken? Ik zou net zoo goed brieven aan MijnheerHitching Postof MijnheerClothes-Propkunnen schrijven.
Ik heb dezen zomer heel veel aan u gedacht. Nu ik eindelijk iemand heb gevonden, die werkelijk belang in me stelt, heb ik het gevoel, alsof ik zoo opeens een heele familie heb gekregen, het is net, alsof ik nu ook bij iemand hoor. O, het is een zalig gevoel! Toch moet ik eerlijk opbiechten, dat ik het erg vervelend vind dat ik zoo verschrikkelijk weinig van u weet. Kijk, daar zijn alleen maar drie dingen, waarop ik mijn verbeelding voortbouw:
Ik zou u wel Lieve Mijnheer Meisjes-Hater kunnen noemen, maar dat is toch nogal beleedigend voor mij. Of Lieve Mijnheer Rijkaard, maar dat is weer beleedigend voor u, want dan lijkt het wel of uw geld het belangrijkste van u is. En daarbij is rijk zijn zoo iets wisselvalligs. Misschien blijft u niet eens uw heele leven rijk, een massa heel knappe menschen eindigen hun leven inWall Street. Maar lang zult u wel uw heele leven blijven en daarom heb ik besloten U mijn Lieve Mijnheer Langbeen of wel Vadertje Langbeen te doopen. Ik hoop, dat u het niet erg zult vinden, het is een eigen naampje voor mij alleen. We zullen het niet aan JuffrouwLippettvertellen.
Over twee minuten zal de tien uur bel geluid worden. Ons heele leven is hier door bellen ingedeeld: wij eten, slapen en studeeren volgens bellen.Vroolijk, hè? Ik voel me den heelen dag als een vurig, steigerend paard. Daar gaat het licht al uit! Goeden nacht!
Let u wel op, hoe netjes ik hier gehoorzaam? Dat komt door de training in hetJohn Grier Home.
Met verschuldigden eerbied,Hoogachtend,UwJerusha Abbott.
Met verschuldigden eerbied,Hoogachtend,UwJerusha Abbott.
Aan den WelEd. Heer Vadertje LangbeenSmith.1 October.Mijn lieve Vadertje Langbeen.Ik houd vanCollegeen houd van jou, omdat ik door jou hier gekomen ben. Ik ben heel, heel gelukkig en overdag zoo opgewonden, dat ik 's nachts bijna niet slapen kan. Je kunt je niet voorstellen, wat een verschil het leven hier is met dat in hetJohn Grier Home. Zelfs in mijn droomen heb ik me zoo'n leventje niet kunnen voorstellen! Zeg Vadertje, ik heb medelijden met iedereen, die geen meisje is en die dus hier niet kan komen, want ik weet heel zeker, dat het opCollege, waar jij geweest bent toen je nog jong was, niet half zoo prettig kan geweest zijn als hier bij ons.Mijn kamer is in een toren en toen het nieuwe ziekenhuis nog niet gebouwd was, werd ze voor de besmettelijke zieken gebruikt. Er slapen nog drie andere meisjes op dezelfde verdieping als ik: eenSenior(studente van het vierde jaar), met een bril op, die ons vraagt, toch alsjeblieft wat kalmer te zijn, en dan nog twee groentjes,Sallie McBrideenJuliaRutledgePendleton. Sallieheeft rood haar en een wipneusen ze is heel aardig,Juliabehoort tot een van de eerste families inNew-Yorken heeft het tot nu toe beneden haar waardigheid gevonden, eenige notitie van mijn persoontje te nemen. Die twee wonen samen op éen kamer, en de oudere studente en ik hebben ieder een kamer voor ons alleen. Gewoonlijk krijgen nieuwelingen geen kamer alleen, er zijn er maar heel enkelen, die dat hebben, maar ik kreeg er dadelijk een, zonder dat ik er om gevraagd had. Ik denk, dat de registerbewaarder het niet over zich kon verkrijgen een fatsoenlijk grootgebracht meisje te verzoeken om samen met een vondeling op éen kamer te wonen. Dat is tenminste nog een voordeeltje!Mijn kamer ligt op het Noordwesten en heeft twee ramen. Wanneer je 18 jaar lang met twintig anderen op éen zaal hebt geleefd, is het heerlijk rustig, eindelijk eens alleen te zijn.Ik geloof, dat dit het eerste gansje is, dat ik kreeg door de kennismaking metJerusha Abbotten ik geloof heusch, dat ik nog eens van haar ga houden ook.Hou jij ook een beetje van haar?Dinsdag.Ze zijn bezig het Korfbal-twaalftal van de Groentjes samen te stellen en ik geloof wel, dat ik kans heb er in te komen. Ik ben natuurlijk wel erg klein, maar toch verbazend vlug en lenig. Wanneer de anderen allemaal in de lucht springen om den bal te vangen, kan ik onder hun voeten grabbelen en den bal op rapen.O, het is éénig 's middags daar buiten op het veld! De bladeren zijn nu alle rood, bruin en geel, er is en heerlijke, frissche lucht en wij lachen en schateren en hebben eeuwig pret! Ik heb nog nooit zulke gelukkige meisjes gezien en ik ben nog de allergelukkigste van allemaal!Ik wou je eigenlijk een heel langen brief schrijven en je over alles vertellen, wat ik nu leer (JuffrouwLippettzei, dat je dat weten moest), maar het heeft net zeven uur geslagen en over 10 minuten moet ik in mijn sportpak op hetkorfbalveld zijn. Zeg, hoop jij ook zoo, dat ik in het twaalftal kom?P.S. (9 uur).Sallie McBridestak net haar hoofd door de deur. Weet je, wat ze zei? „Ik heb zoo'n heimwee, dat ik het niet meer kan uithouden. Heb jij ook zoo'n verlangen naar huis?”Ik lachte een beetje en zei, dat ik er niet zoo'n erge last van had. Ik dacht, dat ik er wel doorheen zou komen.Heimwee is tenminste een kwaal, waar ik geen last van zal hebben. Ik heb tenminste nog nooit gehoord van iemand die heimwee naar het Vondelingengesticht had, jij wel?
Aan den WelEd. Heer Vadertje LangbeenSmith.
1 October.
Mijn lieve Vadertje Langbeen.
Ik houd vanCollegeen houd van jou, omdat ik door jou hier gekomen ben. Ik ben heel, heel gelukkig en overdag zoo opgewonden, dat ik 's nachts bijna niet slapen kan. Je kunt je niet voorstellen, wat een verschil het leven hier is met dat in hetJohn Grier Home. Zelfs in mijn droomen heb ik me zoo'n leventje niet kunnen voorstellen! Zeg Vadertje, ik heb medelijden met iedereen, die geen meisje is en die dus hier niet kan komen, want ik weet heel zeker, dat het opCollege, waar jij geweest bent toen je nog jong was, niet half zoo prettig kan geweest zijn als hier bij ons.
Mijn kamer is in een toren en toen het nieuwe ziekenhuis nog niet gebouwd was, werd ze voor de besmettelijke zieken gebruikt. Er slapen nog drie andere meisjes op dezelfde verdieping als ik: eenSenior(studente van het vierde jaar), met een bril op, die ons vraagt, toch alsjeblieft wat kalmer te zijn, en dan nog twee groentjes,Sallie McBrideenJuliaRutledgePendleton. Sallieheeft rood haar en een wipneusen ze is heel aardig,Juliabehoort tot een van de eerste families inNew-Yorken heeft het tot nu toe beneden haar waardigheid gevonden, eenige notitie van mijn persoontje te nemen. Die twee wonen samen op éen kamer, en de oudere studente en ik hebben ieder een kamer voor ons alleen. Gewoonlijk krijgen nieuwelingen geen kamer alleen, er zijn er maar heel enkelen, die dat hebben, maar ik kreeg er dadelijk een, zonder dat ik er om gevraagd had. Ik denk, dat de registerbewaarder het niet over zich kon verkrijgen een fatsoenlijk grootgebracht meisje te verzoeken om samen met een vondeling op éen kamer te wonen. Dat is tenminste nog een voordeeltje!
Mijn kamer ligt op het Noordwesten en heeft twee ramen. Wanneer je 18 jaar lang met twintig anderen op éen zaal hebt geleefd, is het heerlijk rustig, eindelijk eens alleen te zijn.Ik geloof, dat dit het eerste gansje is, dat ik kreeg door de kennismaking metJerusha Abbotten ik geloof heusch, dat ik nog eens van haar ga houden ook.
Hou jij ook een beetje van haar?
Dinsdag.
Ze zijn bezig het Korfbal-twaalftal van de Groentjes samen te stellen en ik geloof wel, dat ik kans heb er in te komen. Ik ben natuurlijk wel erg klein, maar toch verbazend vlug en lenig. Wanneer de anderen allemaal in de lucht springen om den bal te vangen, kan ik onder hun voeten grabbelen en den bal op rapen.O, het is éénig 's middags daar buiten op het veld! De bladeren zijn nu alle rood, bruin en geel, er is en heerlijke, frissche lucht en wij lachen en schateren en hebben eeuwig pret! Ik heb nog nooit zulke gelukkige meisjes gezien en ik ben nog de allergelukkigste van allemaal!
Ik wou je eigenlijk een heel langen brief schrijven en je over alles vertellen, wat ik nu leer (JuffrouwLippettzei, dat je dat weten moest), maar het heeft net zeven uur geslagen en over 10 minuten moet ik in mijn sportpak op hetkorfbalveld zijn. Zeg, hoop jij ook zoo, dat ik in het twaalftal kom?
P.S. (9 uur).Sallie McBridestak net haar hoofd door de deur. Weet je, wat ze zei? „Ik heb zoo'n heimwee, dat ik het niet meer kan uithouden. Heb jij ook zoo'n verlangen naar huis?”
Ik lachte een beetje en zei, dat ik er niet zoo'n erge last van had. Ik dacht, dat ik er wel doorheen zou komen.
Heimwee is tenminste een kwaal, waar ik geen last van zal hebben. Ik heb tenminste nog nooit gehoord van iemand die heimwee naar het Vondelingengesticht had, jij wel?
10 October.Lieve Mijnheer Langbeen,Heb jij ooit van Michael Angelo gehoord?Hij was een beroemd schilder, die in de Middeleeuwen in Italië leefde. Iedereen in de Engelsche letterkunde-les scheen hem te kennen en zij lachten mij allemaal uit omdat ik dacht, dat het een aartsengel was. Maar het klinkt ook net als de naam van een aartsengel, nietwaar? Zieje, Vadertje, dat is heel lastig hier opCollege. Ze verwachten van me, dat ik een heele massa dingen weet, waarvan ik nog nooit gehoord heb. Ik ben er in het eerst vreeselijk verlegen mee geweest, maar nu luister ik goed wanneer de anderen over dingen spreken, waarvan ik niets weet, en dan zoek ik ze later in de encyclopaedie op.Den eersten dag maakte ik een vreeselijke stomme fout. Iemand had het over Maurice Maeterlinck en toen vroeg ik of dat ook een nieuweling was. Die mop is nu in de heele universiteit bekend. Maar het doet er niets toe: in de klas ben ik even knap als de anderen en zelfs nog knapper dan sommigen.Wil je weten hoe ik mijn kamer heb ingericht? Het is alles in bruin en geel gehouden. De muur was geel geverfd en nu heb ik geel linnen gordijnen en kussens gekocht en een mahoniehouten schrijftafel (tweede hands voor$ 3.—) en een rieten makkelijken stoel en een bruin karpet met een inktmop er midden in. Nu zet ik mijn stoel net op die mop.De vensters zijn heel hoog van den grond en wanneer je gewoon op de stoel zit, kun je niet naar buiten kijken. Maar nu heb ik mijn lessenaar bij het raam gezet en ga ik daarop zitten. Dat gaat heel gemakkelijk. Ik schuif maar de la's uit en klim erop als bij een trap.Sallie McBridehielp mij die dingen koopen op een veiling die deSeniors(vierde jaars studenten) hielden. Zij heeft haar heele leven in een huis gewoond en weet dus precies hoe je een kamer moet inrichten. O Vadertje Langbeen, je kunt je heusch niet voorstellen hoe leuk dat is, een winkel binnen te gaan en dan met een echt vijfdollars banknootje te betalen en dan nog geld terug te krijgen. Dat weet je alleen wanneer je je heele leven nooit meer dan een paar centen je eigendom hebt kunnen noemen. Ik stel je zakgeld erg op prijs.Sallieis het aardigste meisje dat ik ken enJulia Rutledge Pendletonhet vervelendste. Toch vreemd, dat de registerbewaarder zulke tegenstrijdige karakters op één kamer brengt.Sallievindt alles even leuk en prettig, enJuliaheeft aan alles even erg het land. Weet je waarom? Ze vindt dat alleen het feit dat ze eenPendletonis, haar het recht geeft zonder eenige moeite in den Hemel te komen. Zij en ik zijn geboren om vijandinnen te worden.Je bent zeker erg ongeduldig, omdat ik je nog nooit verteld heb wat we hier allemaal leeren. Luister:I. Latijn: Tweede Punische Oorlog. Hannibal overnachtte gisteravond met zijn leger aan het Trasimeensche meer. Zij gaan in een hinderlaag liggen en om 4 uur vanmorgen had het gevecht tusschen hen en de Romeinen plaats. De Romeinen delven het onderspit.II. Fransch: 24 bladzij's uit „Les trois Mousquetaires” en de onregelmatige werkwoorden van de derde klas.III. Meetkunde: Met de Cylinders zijn we klaar, nu komen de Kegels.IV. Engelsch: Wij moeten de tentoonstelling beschrijven.Mijn stijl wordt van dag tot dag beter en ik schrijf nu veel pittiger.V. Menschkunde: Het verteringsproces hebben we gehad. Den volgenden keer beginnen we aan de gal en de klieren.Dag,Je, met kennis volgepropte,Jerusha Abbott.P.S. Ik hoop, dat je nooit alcohol drinkt, Vadertje Langbeen? Het zou vreeselijk slecht voor je lever zijn.Woensdag.Mijn lieve Vadertje Langbeen,Ik heb mijn naam veranderd!In de lijst der studenten sta ik nog heel deftig alsJerushaaangegeven maar overal elders heet ik nuJudy. Het is toch eigenlijk naar dat je jezelf een lievelingsnaam moet geven, maar ik heb hem toch niet heelemaal zelf bedacht.FreddiePerkinsnoemde me zoo, toen hij nog niet goed kon praten.Ik wou dat die JuffrouwLippettzich een beetje meer moeite gaf om aardige namen voor ons uit te zoeken. De achternamen haalt ze uit het telefoonboek—als je het openslaat, zul jeAbbottop de eerste bladzij vinden—en de voornamen pikt ze overal uit op.Jerushaheeft ze eens op een grafsteen gelezen. O, ik had toch altijd zoo het land aan dien afschuwelijken naam! MaarJudyvind ik wel aardig. Weet je, het past eigenlijk heelemaal niet bij mij; een lief klein kindje met zonnige, blauwe oogen moest zoo heeten, een, dat door de heele familie vertroeteld en geknuffeld wordt en zonder eenige moeite zijn weg in het leven vindt. Zou het niet heerlijk zijn ook zoo'n kind te wezen? Ik mag een heeleboel fouten hebben, maar dat kan niemand mij verwijten, dat ik door mijn familie bedorven ben. Ik vind het prettig om me voor te stellen, dat ze het wèl gedaan hebben! Doe me een plezier en noem me in het vervolg nooit anders danJudy, wil je?Wil je nog meer van me weten? Ik heb drie paar glacés. Ik heb wel eens met Kerstmis wollen wanten gekregen, maar nog nooit echte handschoenen met vijf vingers. En dan glacés! Is het geen rijkdom? Lach niet, ik moet je nog iets biechten. Ik trek ze elk oogenblik uit en aan en vind het alleen maar doodjammer, dat ik ze niet in de klas kan dragen!(Daar luidt de etensbel. Dag!).Vrijdag.O Vadertje Langbeen, ik heb je zoo iets prettigs te vertellen! De Engelsche leerares zei, dat mijn laatste opstel veel oorspronkelijke gedachten inhoudt. Dat zei ze woordelijk, zeg! Je kunt het haast niet gelooven, hè, als je denkt aan het leven, dat ik achttien heele jaren heb moeten leiden. Zooals je wel weet (en zeker ook van harte goedkeurt) is het doel van hetJohn Grier Homeom 97 vondelingen in 97 gelijk- en gelijkvormige kinderen te herscheppen.Ja, van mijn buitengewonenteekenaanleggaf ik al in mijn prilste jeugd blijk, getuige de vele spotprentjes op JuffrouwLippettop de deur van de loods.Ik hoop dat ik je niet kwets, wanneer ik het instituut zoo bekritiseer. Je weet wel, dat jij de grootste macht in handen hebt, want als je me al te brutaal vindt, kun je altijd een eind aan mijn maandgeld maken. Het is niet erg beleefd dat ik dat zeg, hè Vadertje, maar hoe kun je ook van mij manieren verwachten: een vondelingengesticht is nu eenmaal geen jongedameskostschool.Zeg, weet je, het is niet het werk dat me hier zwaar valt, het moeilijkste is voor mij onze vrije tijd. Ik weet haast nooit waar de meisjes het over hebben. Hun grappen schijnen op dingen betrekking te hebben, die iedereen behalve ik hier weet. Ik ben een vreemde eend in de bijt en versta hun taal niet. O, het is een ellendig gevoel en ik heb het mijn heele leven gehad. Op de middelbare school stonden de meisjes in groepjes bij elkaar en keken naar mij. Ik was altijd alleen en heel anders dan de anderen en iedereen vond me gek. Ikvoelde„John Grier Home” opmijn voorhoofd branden. Een paar, die medelijden met me hadden, kwamen dan wel eens naar me toe en zeiden iets tegen me. O,ik had het land aan iedereen, maar nog het allermeest aan die medelijdende schapen.VONDELINGEN TYPE -- van achteren -- van vorenVONDELINGEN TYPEvan achterenvan vorenNiemand weet hier, dat ik uit een vondelingengesticht kom. Ik verteldeSallie McBride, dat mijn ouders gestorven waren en dat een lieve, oude heer mij naarCollegehad gestuurd. En dat is tot zoover ook heelemaal waar. Denk nu alsjeblieft niet dat ik laf ben, maar begrijp dan toch, Vadertje, ik wou zoo graag net als de andere meisjes zijn en dat ellendige gesticht zou nog mijn heele leven kunnen bederven. Daardoor alleen ben ik anders dan gewone meisjes, maar als ik dit huis den rug toe draai en er nooit meer aan denk dan geloof ik, dat ik nog net zoo als de anderen kanworden. Want ik geloof toch niet dat er een werkelijk bestaand verschil tusschen ons is. Jij wel?In elk geval houdtSallie McBridetoch van mij!Dag Vadertje, hartelijke groeten vanJudy Abbott.(NéeJerusha).Zaterdagmorgen.Ik lees zoo net mijn brief van gisteren over. Hij is niet erg aardig, wel? Maar begrijp je dan ook niet, dat ik van morgen over een te voren opgegeven onderwerp moet spreken en repetitie meetkunde heb, terwijl het met dat al nog vreeselijk koud is bovendien?Zondag.Ik vergat mijn brief gisteren te posten en wil er nu nog even een verontwaardigd P.S. bijschrijven. Vanmorgen preekte een bisschop hier enwaarover denk je wel dat hij het had?„De schoonste belofte in den Bijbel is deze: „De armen zult gij altijd bij u hebben”. De armen zijn hier op aarde opdat wij barmhartigheid zullen leeren”.Luister goed dan zul je begrijpen, dat de armen als zoo'n soort nuttig huisdier in de wereld dienst doen. Wanneer ik hier niet een volmaakteladymoest wezen zou ik na den dienst naar hem toegegaan zijn en hem eens flink hebben verteld, hoe ik daarover wel dacht.
10 October.
Lieve Mijnheer Langbeen,
Heb jij ooit van Michael Angelo gehoord?
Hij was een beroemd schilder, die in de Middeleeuwen in Italië leefde. Iedereen in de Engelsche letterkunde-les scheen hem te kennen en zij lachten mij allemaal uit omdat ik dacht, dat het een aartsengel was. Maar het klinkt ook net als de naam van een aartsengel, nietwaar? Zieje, Vadertje, dat is heel lastig hier opCollege. Ze verwachten van me, dat ik een heele massa dingen weet, waarvan ik nog nooit gehoord heb. Ik ben er in het eerst vreeselijk verlegen mee geweest, maar nu luister ik goed wanneer de anderen over dingen spreken, waarvan ik niets weet, en dan zoek ik ze later in de encyclopaedie op.
Den eersten dag maakte ik een vreeselijke stomme fout. Iemand had het over Maurice Maeterlinck en toen vroeg ik of dat ook een nieuweling was. Die mop is nu in de heele universiteit bekend. Maar het doet er niets toe: in de klas ben ik even knap als de anderen en zelfs nog knapper dan sommigen.
Wil je weten hoe ik mijn kamer heb ingericht? Het is alles in bruin en geel gehouden. De muur was geel geverfd en nu heb ik geel linnen gordijnen en kussens gekocht en een mahoniehouten schrijftafel (tweede hands voor$ 3.—) en een rieten makkelijken stoel en een bruin karpet met een inktmop er midden in. Nu zet ik mijn stoel net op die mop.
De vensters zijn heel hoog van den grond en wanneer je gewoon op de stoel zit, kun je niet naar buiten kijken. Maar nu heb ik mijn lessenaar bij het raam gezet en ga ik daarop zitten. Dat gaat heel gemakkelijk. Ik schuif maar de la's uit en klim erop als bij een trap.
Sallie McBridehielp mij die dingen koopen op een veiling die deSeniors(vierde jaars studenten) hielden. Zij heeft haar heele leven in een huis gewoond en weet dus precies hoe je een kamer moet inrichten. O Vadertje Langbeen, je kunt je heusch niet voorstellen hoe leuk dat is, een winkel binnen te gaan en dan met een echt vijfdollars banknootje te betalen en dan nog geld terug te krijgen. Dat weet je alleen wanneer je je heele leven nooit meer dan een paar centen je eigendom hebt kunnen noemen. Ik stel je zakgeld erg op prijs.
Sallieis het aardigste meisje dat ik ken enJulia Rutledge Pendletonhet vervelendste. Toch vreemd, dat de registerbewaarder zulke tegenstrijdige karakters op één kamer brengt.Sallievindt alles even leuk en prettig, enJuliaheeft aan alles even erg het land. Weet je waarom? Ze vindt dat alleen het feit dat ze eenPendletonis, haar het recht geeft zonder eenige moeite in den Hemel te komen. Zij en ik zijn geboren om vijandinnen te worden.
Je bent zeker erg ongeduldig, omdat ik je nog nooit verteld heb wat we hier allemaal leeren. Luister:
I. Latijn: Tweede Punische Oorlog. Hannibal overnachtte gisteravond met zijn leger aan het Trasimeensche meer. Zij gaan in een hinderlaag liggen en om 4 uur vanmorgen had het gevecht tusschen hen en de Romeinen plaats. De Romeinen delven het onderspit.
II. Fransch: 24 bladzij's uit „Les trois Mousquetaires” en de onregelmatige werkwoorden van de derde klas.
III. Meetkunde: Met de Cylinders zijn we klaar, nu komen de Kegels.
IV. Engelsch: Wij moeten de tentoonstelling beschrijven.Mijn stijl wordt van dag tot dag beter en ik schrijf nu veel pittiger.
V. Menschkunde: Het verteringsproces hebben we gehad. Den volgenden keer beginnen we aan de gal en de klieren.
Dag,
Je, met kennis volgepropte,Jerusha Abbott.
Je, met kennis volgepropte,Jerusha Abbott.
P.S. Ik hoop, dat je nooit alcohol drinkt, Vadertje Langbeen? Het zou vreeselijk slecht voor je lever zijn.
Woensdag.
Mijn lieve Vadertje Langbeen,
Ik heb mijn naam veranderd!
In de lijst der studenten sta ik nog heel deftig alsJerushaaangegeven maar overal elders heet ik nuJudy. Het is toch eigenlijk naar dat je jezelf een lievelingsnaam moet geven, maar ik heb hem toch niet heelemaal zelf bedacht.FreddiePerkinsnoemde me zoo, toen hij nog niet goed kon praten.
Ik wou dat die JuffrouwLippettzich een beetje meer moeite gaf om aardige namen voor ons uit te zoeken. De achternamen haalt ze uit het telefoonboek—als je het openslaat, zul jeAbbottop de eerste bladzij vinden—en de voornamen pikt ze overal uit op.Jerushaheeft ze eens op een grafsteen gelezen. O, ik had toch altijd zoo het land aan dien afschuwelijken naam! MaarJudyvind ik wel aardig. Weet je, het past eigenlijk heelemaal niet bij mij; een lief klein kindje met zonnige, blauwe oogen moest zoo heeten, een, dat door de heele familie vertroeteld en geknuffeld wordt en zonder eenige moeite zijn weg in het leven vindt. Zou het niet heerlijk zijn ook zoo'n kind te wezen? Ik mag een heeleboel fouten hebben, maar dat kan niemand mij verwijten, dat ik door mijn familie bedorven ben. Ik vind het prettig om me voor te stellen, dat ze het wèl gedaan hebben! Doe me een plezier en noem me in het vervolg nooit anders danJudy, wil je?
Wil je nog meer van me weten? Ik heb drie paar glacés. Ik heb wel eens met Kerstmis wollen wanten gekregen, maar nog nooit echte handschoenen met vijf vingers. En dan glacés! Is het geen rijkdom? Lach niet, ik moet je nog iets biechten. Ik trek ze elk oogenblik uit en aan en vind het alleen maar doodjammer, dat ik ze niet in de klas kan dragen!
(Daar luidt de etensbel. Dag!).
Vrijdag.
O Vadertje Langbeen, ik heb je zoo iets prettigs te vertellen! De Engelsche leerares zei, dat mijn laatste opstel veel oorspronkelijke gedachten inhoudt. Dat zei ze woordelijk, zeg! Je kunt het haast niet gelooven, hè, als je denkt aan het leven, dat ik achttien heele jaren heb moeten leiden. Zooals je wel weet (en zeker ook van harte goedkeurt) is het doel van hetJohn Grier Homeom 97 vondelingen in 97 gelijk- en gelijkvormige kinderen te herscheppen.
Ja, van mijn buitengewonenteekenaanleggaf ik al in mijn prilste jeugd blijk, getuige de vele spotprentjes op JuffrouwLippettop de deur van de loods.
Ik hoop dat ik je niet kwets, wanneer ik het instituut zoo bekritiseer. Je weet wel, dat jij de grootste macht in handen hebt, want als je me al te brutaal vindt, kun je altijd een eind aan mijn maandgeld maken. Het is niet erg beleefd dat ik dat zeg, hè Vadertje, maar hoe kun je ook van mij manieren verwachten: een vondelingengesticht is nu eenmaal geen jongedameskostschool.
Zeg, weet je, het is niet het werk dat me hier zwaar valt, het moeilijkste is voor mij onze vrije tijd. Ik weet haast nooit waar de meisjes het over hebben. Hun grappen schijnen op dingen betrekking te hebben, die iedereen behalve ik hier weet. Ik ben een vreemde eend in de bijt en versta hun taal niet. O, het is een ellendig gevoel en ik heb het mijn heele leven gehad. Op de middelbare school stonden de meisjes in groepjes bij elkaar en keken naar mij. Ik was altijd alleen en heel anders dan de anderen en iedereen vond me gek. Ikvoelde„John Grier Home” opmijn voorhoofd branden. Een paar, die medelijden met me hadden, kwamen dan wel eens naar me toe en zeiden iets tegen me. O,ik had het land aan iedereen, maar nog het allermeest aan die medelijdende schapen.
VONDELINGEN TYPE -- van achteren -- van vorenVONDELINGEN TYPEvan achterenvan voren
VONDELINGEN TYPEvan achterenvan voren
Niemand weet hier, dat ik uit een vondelingengesticht kom. Ik verteldeSallie McBride, dat mijn ouders gestorven waren en dat een lieve, oude heer mij naarCollegehad gestuurd. En dat is tot zoover ook heelemaal waar. Denk nu alsjeblieft niet dat ik laf ben, maar begrijp dan toch, Vadertje, ik wou zoo graag net als de andere meisjes zijn en dat ellendige gesticht zou nog mijn heele leven kunnen bederven. Daardoor alleen ben ik anders dan gewone meisjes, maar als ik dit huis den rug toe draai en er nooit meer aan denk dan geloof ik, dat ik nog net zoo als de anderen kanworden. Want ik geloof toch niet dat er een werkelijk bestaand verschil tusschen ons is. Jij wel?
In elk geval houdtSallie McBridetoch van mij!
Dag Vadertje, hartelijke groeten van
Judy Abbott.(NéeJerusha).
Zaterdagmorgen.
Ik lees zoo net mijn brief van gisteren over. Hij is niet erg aardig, wel? Maar begrijp je dan ook niet, dat ik van morgen over een te voren opgegeven onderwerp moet spreken en repetitie meetkunde heb, terwijl het met dat al nog vreeselijk koud is bovendien?
Zondag.
Ik vergat mijn brief gisteren te posten en wil er nu nog even een verontwaardigd P.S. bijschrijven. Vanmorgen preekte een bisschop hier enwaarover denk je wel dat hij het had?
„De schoonste belofte in den Bijbel is deze: „De armen zult gij altijd bij u hebben”. De armen zijn hier op aarde opdat wij barmhartigheid zullen leeren”.
Luister goed dan zul je begrijpen, dat de armen als zoo'n soort nuttig huisdier in de wereld dienst doen. Wanneer ik hier niet een volmaakteladymoest wezen zou ik na den dienst naar hem toegegaan zijn en hem eens flink hebben verteld, hoe ik daarover wel dacht.
Judy op het KorfbalveldJudy op het Korfbalveld25 October.Lieve Vadertje Langbeen,Ik ben in het Korfbal twaalftal en ik wou dat je de rozet op mijn linkerschouder eens kon zien. Ze is blauw metbruin en binnen in een klein oranje knoopje.Julia Pendletonwilde ook in het twaalftal komen, maar ze kwam er lekker niet in. Hoera!Nu zie je eens, wat een min schepseltje ik ben.O, ik vind het hier hoe langer hoe prettiger. Ik houd van de meisjes en de leeraressen en de lessen en de openluchtspelen en ook van het eten, dat we hier krijgen. Zeg, we krijgen twee keer in de week roomijs en nooit meer maismeelpap. Je wou eigenlijk maar één keer in de maand van me hooren, is het niet, en ik overstroom je elk oogenblik met mijn brieven. Maar denk eens aan, Vadertje, wat heb ik niet veel nieuws beleefd in dien korten tijd! Ik ben zoo opgewonden, dat ik er wel met iemand overmoetspreken en jij bent de eenige dien ik ken. Erger je dus maar niet als ik het je zoo erg vaak lastig maak. Ik zal wel gauw weer tot bedaren komen en als mijn geschrijf je verveelt, wel, dan kun je mijn brieven altijd verscheuren en ze in je papiermand gooien. Ik beloof je plechtig, je nu niet meer te schrijven voor midden November.Dag,Je kleine babbelziekeJudy Abbott.
Judy op het KorfbalveldJudy op het Korfbalveld
Judy op het Korfbalveld
25 October.
Lieve Vadertje Langbeen,
Ik ben in het Korfbal twaalftal en ik wou dat je de rozet op mijn linkerschouder eens kon zien. Ze is blauw metbruin en binnen in een klein oranje knoopje.Julia Pendletonwilde ook in het twaalftal komen, maar ze kwam er lekker niet in. Hoera!
Nu zie je eens, wat een min schepseltje ik ben.
O, ik vind het hier hoe langer hoe prettiger. Ik houd van de meisjes en de leeraressen en de lessen en de openluchtspelen en ook van het eten, dat we hier krijgen. Zeg, we krijgen twee keer in de week roomijs en nooit meer maismeelpap. Je wou eigenlijk maar één keer in de maand van me hooren, is het niet, en ik overstroom je elk oogenblik met mijn brieven. Maar denk eens aan, Vadertje, wat heb ik niet veel nieuws beleefd in dien korten tijd! Ik ben zoo opgewonden, dat ik er wel met iemand overmoetspreken en jij bent de eenige dien ik ken. Erger je dus maar niet als ik het je zoo erg vaak lastig maak. Ik zal wel gauw weer tot bedaren komen en als mijn geschrijf je verveelt, wel, dan kun je mijn brieven altijd verscheuren en ze in je papiermand gooien. Ik beloof je plechtig, je nu niet meer te schrijven voor midden November.
Dag,Je kleine babbelziekeJudy Abbott.
Dag,Je kleine babbelziekeJudy Abbott.
15 November.Lieve Vadertje Langbeen,Luister eens naar wat ik vandaag weer heb geleerd:De ruimte van de bolle oppervlakte van de kegels van een regelmatige pyramide is het halve product van de som vanden omtrek van zijn basis en de hoogte van elk van zijn trapeziums.Het klinkt niet erg waarschijnlijk, maar het is tòch zoo en ik kan het bewijzen ook.Ik heb nog nooit over mijn kleeren gesproken, wel Vadertje? Nu, hoor dan eens:Ik heb zes japonnen, allemaal nieuw en mooi en extra voor mij gekocht en niet eerst voor een ander, die er nu uitgegroeid is. Misschien begrijp je niet eens, wat voor een punt van belang dat wel in het leven van eenJohn Grier-Home-kind uitmaakt. Ik heb ze alle zes van jou gekregen en ik ben er je heel, heel dankbaar voor. Het is een zalig gevoel een goede opleiding te krijgen maar toch is het niets, vergeleken bij het overstelpend genot, de eigenares van zes nieuwe japonnen te zijn. JuffrouwPritchard, die zooals je weet een geregelde bezoekster van hetJ. G. H.is, heeft ze voor me uitgezocht—gelukkig niet JuffrouwLippett! Ik heb een avondjapon, zacht roze voile op roze zijde gewerkt (als ik die aan heb, ben ik heusch mooi) en een blauwe japon om naar de kerk te gaan en een japon voor 's avonds aan tafel, roode voile met eenmooieLibertyrand (net een Zigeunermeisje is kleineJudydan) en weer een andere met een roze zijden ceintuur en een grijs mantelcostuum en een daagsche japon om onder de les te dragen.Julia Rutledge Pendletonzou het niet veel bijzonders vinden, maar voorJerusha Abbottis het een schat!Nu denk je zeker: wat is ze toch een dom, frivool klein ding en waarvoor heb ik haar nu eigenlijk naarCollegegestuurd.Maar kijk eens, Vadertje, als je, zooals ik, je heele leven lang geruite katoenen jurken hebt moeten dragen, zou je wel kunnen begrijpen wat ik nu voel. En toen ik naar de middelbare school ging, brak er voor mij een nog veel erger tijd aan dan die met de geruite jurken.Toen kreeg ik de afleggers van de kinderen uit mijn klas.O, je weet niet hoe vreeselijk ik het vond in die afleggertjes op school te komen! Ik was er zeker van, dat ik in de klas naast het meisje moest zitten, dat mijn kleereneerst had opgedragen en ik voelde, dat ze zou gaan gichelen en fluisteren en ginnegappen met de anderen en er pret over zou maken. Het was zoo vernederend, de afgedragen kleeren van die nesten te moeten dragen, waaraan je zoo het land hebt, en het toch niet anders te kunnen! Al kon ik mijn heele verdere leven zijden kousen dragen, dan zou dat toch niet het verdriet uitwisschen, dat ik toen op school heb geleden!Laatste oorlogsbulletin!!Nieuws van het slagveld!Bij de vierde rondte op Donderdag 13 November dreef Hannibal de voorhoede der Romeinen op de vlucht en leidde de Carthagers over de bergen in de vlakte vanCasilinum. Een krijgsbende van licht gewapende Numidiërs kwam in botsing met het voetvolk vanQuintus Fabius Maximus. Twee veldslagen en een kleine schermutseling. Na zware verliezen trokken de Romeinen zich terug.Met de meeste hoogachting, teeken ikJ. Abbott,uw speciale correspondent van de voorhoede.P.S. Ik weet, dat ik geen antwoord op mijn brieven mag verwachten en ze hebben me ook genoeg gewaarschuwd, dat ik je niet met vragen mag lastig vallen. Maar één ding zou ik toch zoo graag willen weten. Zeg Vadertje, ben je vreeselijk oud of maar een béétje oud. En ben je heelemaal kaal of heb je alleen maar een klein maantje? Het is zoo vreeselijk vervelend als ik aan jou als aan iets wezenloos moet denken, net zooals aan een theorieregel in de meetkunde.Gegeven: Een groote, rijke man, die aan meisjes het land heeft maar heel edelmoedig is voor een brutaal klein ding.Gevraagd: Hoe ziet hij er uit?Antwoord s. v. p.
15 November.
Lieve Vadertje Langbeen,
Luister eens naar wat ik vandaag weer heb geleerd:
De ruimte van de bolle oppervlakte van de kegels van een regelmatige pyramide is het halve product van de som vanden omtrek van zijn basis en de hoogte van elk van zijn trapeziums.
Het klinkt niet erg waarschijnlijk, maar het is tòch zoo en ik kan het bewijzen ook.
Ik heb nog nooit over mijn kleeren gesproken, wel Vadertje? Nu, hoor dan eens:
Ik heb zes japonnen, allemaal nieuw en mooi en extra voor mij gekocht en niet eerst voor een ander, die er nu uitgegroeid is. Misschien begrijp je niet eens, wat voor een punt van belang dat wel in het leven van eenJohn Grier-Home-kind uitmaakt. Ik heb ze alle zes van jou gekregen en ik ben er je heel, heel dankbaar voor. Het is een zalig gevoel een goede opleiding te krijgen maar toch is het niets, vergeleken bij het overstelpend genot, de eigenares van zes nieuwe japonnen te zijn. JuffrouwPritchard, die zooals je weet een geregelde bezoekster van hetJ. G. H.is, heeft ze voor me uitgezocht—gelukkig niet JuffrouwLippett! Ik heb een avondjapon, zacht roze voile op roze zijde gewerkt (als ik die aan heb, ben ik heusch mooi) en een blauwe japon om naar de kerk te gaan en een japon voor 's avonds aan tafel, roode voile met eenmooieLibertyrand (net een Zigeunermeisje is kleineJudydan) en weer een andere met een roze zijden ceintuur en een grijs mantelcostuum en een daagsche japon om onder de les te dragen.Julia Rutledge Pendletonzou het niet veel bijzonders vinden, maar voorJerusha Abbottis het een schat!
Nu denk je zeker: wat is ze toch een dom, frivool klein ding en waarvoor heb ik haar nu eigenlijk naarCollegegestuurd.
Maar kijk eens, Vadertje, als je, zooals ik, je heele leven lang geruite katoenen jurken hebt moeten dragen, zou je wel kunnen begrijpen wat ik nu voel. En toen ik naar de middelbare school ging, brak er voor mij een nog veel erger tijd aan dan die met de geruite jurken.
Toen kreeg ik de afleggers van de kinderen uit mijn klas.
O, je weet niet hoe vreeselijk ik het vond in die afleggertjes op school te komen! Ik was er zeker van, dat ik in de klas naast het meisje moest zitten, dat mijn kleereneerst had opgedragen en ik voelde, dat ze zou gaan gichelen en fluisteren en ginnegappen met de anderen en er pret over zou maken. Het was zoo vernederend, de afgedragen kleeren van die nesten te moeten dragen, waaraan je zoo het land hebt, en het toch niet anders te kunnen! Al kon ik mijn heele verdere leven zijden kousen dragen, dan zou dat toch niet het verdriet uitwisschen, dat ik toen op school heb geleden!
Laatste oorlogsbulletin!!Nieuws van het slagveld!
Laatste oorlogsbulletin!!Nieuws van het slagveld!
Laatste oorlogsbulletin!!
Nieuws van het slagveld!
Bij de vierde rondte op Donderdag 13 November dreef Hannibal de voorhoede der Romeinen op de vlucht en leidde de Carthagers over de bergen in de vlakte vanCasilinum. Een krijgsbende van licht gewapende Numidiërs kwam in botsing met het voetvolk vanQuintus Fabius Maximus. Twee veldslagen en een kleine schermutseling. Na zware verliezen trokken de Romeinen zich terug.
Met de meeste hoogachting, teeken ik
J. Abbott,
uw speciale correspondent van de voorhoede.
P.S. Ik weet, dat ik geen antwoord op mijn brieven mag verwachten en ze hebben me ook genoeg gewaarschuwd, dat ik je niet met vragen mag lastig vallen. Maar één ding zou ik toch zoo graag willen weten. Zeg Vadertje, ben je vreeselijk oud of maar een béétje oud. En ben je heelemaal kaal of heb je alleen maar een klein maantje? Het is zoo vreeselijk vervelend als ik aan jou als aan iets wezenloos moet denken, net zooals aan een theorieregel in de meetkunde.
Gegeven: Een groote, rijke man, die aan meisjes het land heeft maar heel edelmoedig is voor een brutaal klein ding.
Gevraagd: Hoe ziet hij er uit?
Antwoord s. v. p.
19 December.Lieve Vadertje Langbeen,Je hebt nog altijd niet op mijn vraag geantwoord en toch was die van groot belang.Ben je kaal?Ik heb bij me zelf nog eens overdacht, hoe je er wel uit moet zien en ik weet het nu precies. Maar als ik den kruin van je hoofd bereik, is mijn heele kennis uitgeput. Het maakt me radeloos! Ik kan maar niet uitmaken of je sneeuwwit haar hebt of wel ravenzwarte lokken of peper-en-zout of wel heelemaal niets.Hierhebje je portret.Maar nu de hoofdzaak: moet ik er nog wat haar opplakken?Wil je weten wat voor kleur oogen je hebt? Ze zijn grijs en je wenkbrauwen steken als luifels naar voren (in romans spreken ze altijd van dreigende, zwarte wenkbrauwen maar ik vind dat niet leuk), je mond vormt een rechte, besliste lijn, bij de mondhoeken trekt die heel even spottend naar beneden. Zie je wel, dat ik je ken? Je bent een scherpe, oude heer, toch heel aardig, maar je hebt een lastig humeur.(Daar gaat de bel. We moeten naar de kapel).945 n. m.Ik heb een vasten stelregel waarvan ik nooit wil afwijken: 's avonds studeer ik niet, onverschillig hoeveel opstellen we ook voor den volgenden dag hebben opgekregen. Dan lees ik alleen maar mooie boeken en ik heb een massa te lezen, want 18 lange jaren heb ik het niet kunnen doen.Je kunt je heusch niet voorstellen, wat een woestenij van onwetendheid er in mijn hersenen heerscht. Nu eerst krijg ik er zelf een flauw besef van. Van de dingen, die de meeste meisjes van een gewone familie met een eigen thuis en vrienden en een bibliotheek al van kind af aan weten, heb ik nog nooit gehoord.Ik heb nog nooit „Moeder de Gans” gelezen of „David Copperfield” of „Ivanhoe” of „Asschepoes” of „Blauwbaard” of „Robinson Crusoe” of „Jane Eyre” of „Alice in Wonderland” of iets vanRudyard Kipling. Ik wist niet, dat Hendrik VIII meer dan eens getrouwd was en datShelleyeen dichter was. En nog veel minder, dat de menschen van de apen afstammen en dat het Paradijs maar een mooie mythe is. Ik wist niet, dat R.L.S. de afkorting vanRobert Louis Stevensonis en datGeorge Elioteen vrouw was. Ik had nog nooit een afbeelding van de Mona Lisa gezien en (het is waar maar je zult het haast niet kunnen gelooven) ik had nog nooit vanSherlock Holmesgehoord.Nu weet ik al die dingen en ook nog een heeleboel meer, maar nu zie je eens, hoe ik mijn best moet doen om dat alles in te halen. En is het niet grappig, ik verlang den heelen dag al naar den avond en dan hang ik een bordje met „Niet te spreken” op de deur en doe mijn mooie warm-roode kimono aan en mijn sandalen. Alle kussens worden op de sofa gegooid, de koperen studeerlamp bij mijn hoofd neergezet en dan ga ik lezen, lezen en nog eens lezen. Eén boek is nooit genoeg, ik heb er altijd vier tegelijk bij de hand. Op het oogenblik zijn datTennyson'sgedichten,„Vanity Fair”, Kiplings „Plain Tales”en dan nog (lach niet) „Op eigen wieken” vanLouise Alcott. Ik heb gemerkt, dat ik hier het eenige meisje ben, dat dat boek in zijn jeugd nog niet gelezen heeft. Ik heb het niemand verteld (dan zou ik dadelijk den naam krijgen van een vreemd kind) maar ik ging heel kalm de deur uit en kocht het boek voor $ 1.12 van mijn zakgeld van de laatste maand. En als er nu iemand een volgende keer over kleverige lemoenen spreekt, weet ik tenminste, wat ze er mee bedoelt.(Daar heb je de 10-uur-bel. Deze brief is wel erg verward).Zaterdag.Mijnheer,Hiermede heb ik de eer u mede te deelen, dat ik nieuwe ontdekkingen op het gebied van de meetkunde heb gedaan. Vrijdag l.l. hebben we ons werk over de parallelogrammen gestaakt en hetzelve bij de afgeknotte pyramides voortgezet. Wij vinden onzen studieweg hobbelig en zéér steil.Zondag.De volgende week begint de Kerstvacantie en wij hebben allen onze koffers voor den dag gehaald. De gangen staan er zoo propvol mee, dat je er haast niet door kunt en wij zijn allemaal zoo dol-opgewonden, dat we haast niet meer aan ons werk denken. Ik krijg beslist een heerlijken vacantietijd! Er is hier een andere nieuweling, die uitTexaskomt en ook met de vacantie hier blijft en nu hebben wij afgesproken om samen lange wandelingen te maken en—als we ijs krijgen—te leeren schaatsenrijden! Dan is daar nog de heele bibliotheek en drie volle weken om te lezen!!Dag, Vadertje, ik hoop dat jij je even blij voelt als ik me nu!Altijd, JeJudy.P.S. Vergeet vooral niet mijn vraag te beantwoorden! Als je het te lastig vindt om te schrijven, kun je je secretaris toch even laten telegrafeeren.B.v.MijnheerSmithis heelemaal kaal,of:MijnheerSmithis niet kaal,of:MijnheerSmithheeft sneeuwwit haar,en het kwartje dat het telegram kost, mag je dan van mijn maandgeld afhouden.Dàààg, tot Nieuwjaar! En prettige Kerstvacantie!
19 December.
Lieve Vadertje Langbeen,
Je hebt nog altijd niet op mijn vraag geantwoord en toch was die van groot belang.
Ben je kaal?
Ik heb bij me zelf nog eens overdacht, hoe je er wel uit moet zien en ik weet het nu precies. Maar als ik den kruin van je hoofd bereik, is mijn heele kennis uitgeput. Het maakt me radeloos! Ik kan maar niet uitmaken of je sneeuwwit haar hebt of wel ravenzwarte lokken of peper-en-zout of wel heelemaal niets.
Hierhebje je portret.
Maar nu de hoofdzaak: moet ik er nog wat haar opplakken?
Wil je weten wat voor kleur oogen je hebt? Ze zijn grijs en je wenkbrauwen steken als luifels naar voren (in romans spreken ze altijd van dreigende, zwarte wenkbrauwen maar ik vind dat niet leuk), je mond vormt een rechte, besliste lijn, bij de mondhoeken trekt die heel even spottend naar beneden. Zie je wel, dat ik je ken? Je bent een scherpe, oude heer, toch heel aardig, maar je hebt een lastig humeur.
(Daar gaat de bel. We moeten naar de kapel).
945 n. m.
Ik heb een vasten stelregel waarvan ik nooit wil afwijken: 's avonds studeer ik niet, onverschillig hoeveel opstellen we ook voor den volgenden dag hebben opgekregen. Dan lees ik alleen maar mooie boeken en ik heb een massa te lezen, want 18 lange jaren heb ik het niet kunnen doen.Je kunt je heusch niet voorstellen, wat een woestenij van onwetendheid er in mijn hersenen heerscht. Nu eerst krijg ik er zelf een flauw besef van. Van de dingen, die de meeste meisjes van een gewone familie met een eigen thuis en vrienden en een bibliotheek al van kind af aan weten, heb ik nog nooit gehoord.
Ik heb nog nooit „Moeder de Gans” gelezen of „David Copperfield” of „Ivanhoe” of „Asschepoes” of „Blauwbaard” of „Robinson Crusoe” of „Jane Eyre” of „Alice in Wonderland” of iets vanRudyard Kipling. Ik wist niet, dat Hendrik VIII meer dan eens getrouwd was en datShelleyeen dichter was. En nog veel minder, dat de menschen van de apen afstammen en dat het Paradijs maar een mooie mythe is. Ik wist niet, dat R.L.S. de afkorting vanRobert Louis Stevensonis en datGeorge Elioteen vrouw was. Ik had nog nooit een afbeelding van de Mona Lisa gezien en (het is waar maar je zult het haast niet kunnen gelooven) ik had nog nooit vanSherlock Holmesgehoord.
Nu weet ik al die dingen en ook nog een heeleboel meer, maar nu zie je eens, hoe ik mijn best moet doen om dat alles in te halen. En is het niet grappig, ik verlang den heelen dag al naar den avond en dan hang ik een bordje met „Niet te spreken” op de deur en doe mijn mooie warm-roode kimono aan en mijn sandalen. Alle kussens worden op de sofa gegooid, de koperen studeerlamp bij mijn hoofd neergezet en dan ga ik lezen, lezen en nog eens lezen. Eén boek is nooit genoeg, ik heb er altijd vier tegelijk bij de hand. Op het oogenblik zijn datTennyson'sgedichten,„Vanity Fair”, Kiplings „Plain Tales”en dan nog (lach niet) „Op eigen wieken” vanLouise Alcott. Ik heb gemerkt, dat ik hier het eenige meisje ben, dat dat boek in zijn jeugd nog niet gelezen heeft. Ik heb het niemand verteld (dan zou ik dadelijk den naam krijgen van een vreemd kind) maar ik ging heel kalm de deur uit en kocht het boek voor $ 1.12 van mijn zakgeld van de laatste maand. En als er nu iemand een volgende keer over kleverige lemoenen spreekt, weet ik tenminste, wat ze er mee bedoelt.
(Daar heb je de 10-uur-bel. Deze brief is wel erg verward).
Zaterdag.
Mijnheer,
Hiermede heb ik de eer u mede te deelen, dat ik nieuwe ontdekkingen op het gebied van de meetkunde heb gedaan. Vrijdag l.l. hebben we ons werk over de parallelogrammen gestaakt en hetzelve bij de afgeknotte pyramides voortgezet. Wij vinden onzen studieweg hobbelig en zéér steil.
Zondag.
De volgende week begint de Kerstvacantie en wij hebben allen onze koffers voor den dag gehaald. De gangen staan er zoo propvol mee, dat je er haast niet door kunt en wij zijn allemaal zoo dol-opgewonden, dat we haast niet meer aan ons werk denken. Ik krijg beslist een heerlijken vacantietijd! Er is hier een andere nieuweling, die uitTexaskomt en ook met de vacantie hier blijft en nu hebben wij afgesproken om samen lange wandelingen te maken en—als we ijs krijgen—te leeren schaatsenrijden! Dan is daar nog de heele bibliotheek en drie volle weken om te lezen!!
Dag, Vadertje, ik hoop dat jij je even blij voelt als ik me nu!
Altijd, JeJudy.
P.S. Vergeet vooral niet mijn vraag te beantwoorden! Als je het te lastig vindt om te schrijven, kun je je secretaris toch even laten telegrafeeren.B.v.MijnheerSmithis heelemaal kaal,of:MijnheerSmithis niet kaal,of:MijnheerSmithheeft sneeuwwit haar,en het kwartje dat het telegram kost, mag je dan van mijn maandgeld afhouden.
Dàààg, tot Nieuwjaar! En prettige Kerstvacantie!