VI

VIHet Vertrek en het Deserteeren der DragersOp 28 Juni 1878, te 6 uren 45 minuten ’s morgens, verliet de eerste expeditie der Internationale Vereeniging het kamp van Chamba Gonera, onder het bevel van luitenant Wautier; de trompet werd geblazen en het blauwe vaandel met gouden ster ontrold vóor het hoofd der kolom. De heeren Cambier en Dutrieux konden slechts eenige dagen nadien Bagamayo verlaten en voegden zich, met de achterblijvers, den 11denJuli bij de expeditie, welke haar kamp had opgeslagen tusschen de twee bergen Pongoué.Al de reizigers vermelden de streek, gelegen aan den voet der kegels Pongoué, als een prachtig land, eene soort van park met bekoorlijke valleien en zachthellende hoogten, bekleed met een heerlijken wasdom.Geplaatst op vijf dagreizen van de kust, op eene reeds verheven hoogte (313 meters boven den zeespiegel),op den rechteroever van den Voeami, welke tot daar bevaarbaar is, zou de bergvlakte van den Pongoué niet geschikt wezen tot het vestigen eener Europeesche standplaats? Dit moet de toekomst ons leeren.De karavaan, onder het bevel van luitenant Cambier, hervatte haren tocht door de hoogten, welke de vallei van den Kingani scheiden van degene van den Voeami. Zij had den laatsten reisweg van Stanley gevolgd van aan de kust tot aan Rosaka, en, te beginnen van dit dorp, toog zij meer naar het noorden dan alle vorige expeditiën. Dit is, schijnt het, de beste baan om van Bagamayo naar Mpoeapoea te gaan: zij ontwijkt de moerasachtige vlakten der Makata.Weldra zette men over den Voeami nabij het dorp Kingoué. Hij heeft te dier plaatse veertig meters breedte en de overtocht der karavaan vergde acht uren en half tijd.De bergen van Ngoeroe en Oesagara vormen de eenige keten van belang, welke men langs den weg naar Tanganika ontmoet. Zij zijn in drie evenwijdige kammen verdeeld, die uitgestrekte lengtedalen van elkander scheiden. Meer dan elk ander is Oesagara het land der bloemen, en zijne vele vruchten hebben eenen eigenaardig zuren smaak, aangenaam en gezond te gelijker tijd.Kapitein Cambier.Kapitein Cambier.Het is na vijf en twintig dagen gaans en in de nabijheid van het kleine dorp Mvomero, dat de tegenspoed met de dragers begon en deze in menigte wegliepen. Geene enkele Afrikaansche expeditie is vrij van deze plaag, maar die der Internationale Vereeniging had er meer van te lijden dan alle andere.Een verschil van gevoelen tusschen den aanvoerder der expeditie en den kirangosi over den te volgen weg was de bron der oneenigheid. De kapitein wilde de baan door de vlakte nemen, gemakkelijker en aangenamer, terwijl de gids degene der bergen verlangde te volgen, die, korter zijnde, verkozen werd door de pagazis, welke voor heel de reis gehuurd waren en er dus alle belang bij hadden, snel te gaan.Na een eerste geschil, gelukkiglijk geslecht, verwekte de eigenzinnigheid van den kirangosi een nieuwen twist, die weldra ontaardde in opstand en deserteering. Opgestookt door hun opperhoofd, begonnen de pagazis de pakken te verscheuren, welke de stoffen tot betaling bevatten, en weg te vluchten onder het aanheffen van een wild geschreeuw.De heeren Cambier en Wautier, geholpen door eenige Zanzibariten, poogden te vergeefs door overtuigende woorden de vluchtelingen te weerhouden. Zij zorgden vooral, alle bloedvergieten te vermijdentusschen den troep muitende dragers en de getrouwe soldaten.Bij den aanvang des strijds zou eene daad van brutaal gezag de tuchtelooze bende wellicht in bedwang gehouden hebben. Maar de zending, toevertrouwd aan de reizigers der internationale Vereeniging, veroorloofde deze niet, gebruik te maken van hunne wapens, tenzij wanneer hun leven zich wezenlijk in gevaar zou bevinden.Het geval van Mvomero is den tocht van Cambier van den beginne af komen dwarsboomen, maar heeft de Vereeniging getoond, dat het hoofd harer eerste expeditie diep doordrongen was van de grootheid zijner zending. Zijn gedrag is onberispelijk geweest en heeft de goedkeuring verworven van het uitvoerend comiteit.Gedurende heel dien noodlottigen dag (23 Juli) zetten de reizigers de vluchtelingen na en vingen onderhandelingen aan met eenige hunner; zij bekwamen hoegenaamd geenen uitslag. De nacht brak aan en kwam de vlucht van eenige muitelingen nog begunstigen.’s Anderendaags morgens kon de expeditie den droevigen toestand waarnemen, waarin het wegloopen van bijna al hare mannen haar gebracht had: meer dan driehonderd dragers hadden den opstand van den gids benuttigd om te deserteeren, eentwintigtalvrachten weefsels meenemende.Er viel geen tijd te verliezen om den in gevaar gebrachten toestand te herstellen. Hier ook nog toonde Cambier, door de snelheid zijner besluiten, op de hoogte zijner taak te zijn.Er werd beslist, dat men ter plaats zooveel dragers mogelijk huren zou; dat een deel der bagage voorloopig te Mvomero zou blijven onder de hoede eeniger verkleefde mannen, terwijl een magazijn dadelijk zou ingericht worden in de Engelsche missie te Mpoeapoea, op negen uren gaans van Mvomero; dat de hoofdmacht der karavaan, onder de bevelen der heeren Wautier en Dutrieux, er de nieuwe dragers zou afwachten, die onmiddellijk aan de kust waren gevraagd; eindelijk, dat de aanvoerder der expeditie, met eene lichte karavaan, vooruit zou rukken tot aan Oerambo, vanwaar, indien het noodig was, hij dragers zou afzenden naar zijne kameraden.Deze schikkingen werden uitgevoerd zonder nieuwe verwikkelingen en den 8stenAugustuskwamende reizigers te Mpoeapoea aan.

VIHet Vertrek en het Deserteeren der DragersOp 28 Juni 1878, te 6 uren 45 minuten ’s morgens, verliet de eerste expeditie der Internationale Vereeniging het kamp van Chamba Gonera, onder het bevel van luitenant Wautier; de trompet werd geblazen en het blauwe vaandel met gouden ster ontrold vóor het hoofd der kolom. De heeren Cambier en Dutrieux konden slechts eenige dagen nadien Bagamayo verlaten en voegden zich, met de achterblijvers, den 11denJuli bij de expeditie, welke haar kamp had opgeslagen tusschen de twee bergen Pongoué.Al de reizigers vermelden de streek, gelegen aan den voet der kegels Pongoué, als een prachtig land, eene soort van park met bekoorlijke valleien en zachthellende hoogten, bekleed met een heerlijken wasdom.Geplaatst op vijf dagreizen van de kust, op eene reeds verheven hoogte (313 meters boven den zeespiegel),op den rechteroever van den Voeami, welke tot daar bevaarbaar is, zou de bergvlakte van den Pongoué niet geschikt wezen tot het vestigen eener Europeesche standplaats? Dit moet de toekomst ons leeren.De karavaan, onder het bevel van luitenant Cambier, hervatte haren tocht door de hoogten, welke de vallei van den Kingani scheiden van degene van den Voeami. Zij had den laatsten reisweg van Stanley gevolgd van aan de kust tot aan Rosaka, en, te beginnen van dit dorp, toog zij meer naar het noorden dan alle vorige expeditiën. Dit is, schijnt het, de beste baan om van Bagamayo naar Mpoeapoea te gaan: zij ontwijkt de moerasachtige vlakten der Makata.Weldra zette men over den Voeami nabij het dorp Kingoué. Hij heeft te dier plaatse veertig meters breedte en de overtocht der karavaan vergde acht uren en half tijd.De bergen van Ngoeroe en Oesagara vormen de eenige keten van belang, welke men langs den weg naar Tanganika ontmoet. Zij zijn in drie evenwijdige kammen verdeeld, die uitgestrekte lengtedalen van elkander scheiden. Meer dan elk ander is Oesagara het land der bloemen, en zijne vele vruchten hebben eenen eigenaardig zuren smaak, aangenaam en gezond te gelijker tijd.Kapitein Cambier.Kapitein Cambier.Het is na vijf en twintig dagen gaans en in de nabijheid van het kleine dorp Mvomero, dat de tegenspoed met de dragers begon en deze in menigte wegliepen. Geene enkele Afrikaansche expeditie is vrij van deze plaag, maar die der Internationale Vereeniging had er meer van te lijden dan alle andere.Een verschil van gevoelen tusschen den aanvoerder der expeditie en den kirangosi over den te volgen weg was de bron der oneenigheid. De kapitein wilde de baan door de vlakte nemen, gemakkelijker en aangenamer, terwijl de gids degene der bergen verlangde te volgen, die, korter zijnde, verkozen werd door de pagazis, welke voor heel de reis gehuurd waren en er dus alle belang bij hadden, snel te gaan.Na een eerste geschil, gelukkiglijk geslecht, verwekte de eigenzinnigheid van den kirangosi een nieuwen twist, die weldra ontaardde in opstand en deserteering. Opgestookt door hun opperhoofd, begonnen de pagazis de pakken te verscheuren, welke de stoffen tot betaling bevatten, en weg te vluchten onder het aanheffen van een wild geschreeuw.De heeren Cambier en Wautier, geholpen door eenige Zanzibariten, poogden te vergeefs door overtuigende woorden de vluchtelingen te weerhouden. Zij zorgden vooral, alle bloedvergieten te vermijdentusschen den troep muitende dragers en de getrouwe soldaten.Bij den aanvang des strijds zou eene daad van brutaal gezag de tuchtelooze bende wellicht in bedwang gehouden hebben. Maar de zending, toevertrouwd aan de reizigers der internationale Vereeniging, veroorloofde deze niet, gebruik te maken van hunne wapens, tenzij wanneer hun leven zich wezenlijk in gevaar zou bevinden.Het geval van Mvomero is den tocht van Cambier van den beginne af komen dwarsboomen, maar heeft de Vereeniging getoond, dat het hoofd harer eerste expeditie diep doordrongen was van de grootheid zijner zending. Zijn gedrag is onberispelijk geweest en heeft de goedkeuring verworven van het uitvoerend comiteit.Gedurende heel dien noodlottigen dag (23 Juli) zetten de reizigers de vluchtelingen na en vingen onderhandelingen aan met eenige hunner; zij bekwamen hoegenaamd geenen uitslag. De nacht brak aan en kwam de vlucht van eenige muitelingen nog begunstigen.’s Anderendaags morgens kon de expeditie den droevigen toestand waarnemen, waarin het wegloopen van bijna al hare mannen haar gebracht had: meer dan driehonderd dragers hadden den opstand van den gids benuttigd om te deserteeren, eentwintigtalvrachten weefsels meenemende.Er viel geen tijd te verliezen om den in gevaar gebrachten toestand te herstellen. Hier ook nog toonde Cambier, door de snelheid zijner besluiten, op de hoogte zijner taak te zijn.Er werd beslist, dat men ter plaats zooveel dragers mogelijk huren zou; dat een deel der bagage voorloopig te Mvomero zou blijven onder de hoede eeniger verkleefde mannen, terwijl een magazijn dadelijk zou ingericht worden in de Engelsche missie te Mpoeapoea, op negen uren gaans van Mvomero; dat de hoofdmacht der karavaan, onder de bevelen der heeren Wautier en Dutrieux, er de nieuwe dragers zou afwachten, die onmiddellijk aan de kust waren gevraagd; eindelijk, dat de aanvoerder der expeditie, met eene lichte karavaan, vooruit zou rukken tot aan Oerambo, vanwaar, indien het noodig was, hij dragers zou afzenden naar zijne kameraden.Deze schikkingen werden uitgevoerd zonder nieuwe verwikkelingen en den 8stenAugustuskwamende reizigers te Mpoeapoea aan.

VIHet Vertrek en het Deserteeren der Dragers

Op 28 Juni 1878, te 6 uren 45 minuten ’s morgens, verliet de eerste expeditie der Internationale Vereeniging het kamp van Chamba Gonera, onder het bevel van luitenant Wautier; de trompet werd geblazen en het blauwe vaandel met gouden ster ontrold vóor het hoofd der kolom. De heeren Cambier en Dutrieux konden slechts eenige dagen nadien Bagamayo verlaten en voegden zich, met de achterblijvers, den 11denJuli bij de expeditie, welke haar kamp had opgeslagen tusschen de twee bergen Pongoué.Al de reizigers vermelden de streek, gelegen aan den voet der kegels Pongoué, als een prachtig land, eene soort van park met bekoorlijke valleien en zachthellende hoogten, bekleed met een heerlijken wasdom.Geplaatst op vijf dagreizen van de kust, op eene reeds verheven hoogte (313 meters boven den zeespiegel),op den rechteroever van den Voeami, welke tot daar bevaarbaar is, zou de bergvlakte van den Pongoué niet geschikt wezen tot het vestigen eener Europeesche standplaats? Dit moet de toekomst ons leeren.De karavaan, onder het bevel van luitenant Cambier, hervatte haren tocht door de hoogten, welke de vallei van den Kingani scheiden van degene van den Voeami. Zij had den laatsten reisweg van Stanley gevolgd van aan de kust tot aan Rosaka, en, te beginnen van dit dorp, toog zij meer naar het noorden dan alle vorige expeditiën. Dit is, schijnt het, de beste baan om van Bagamayo naar Mpoeapoea te gaan: zij ontwijkt de moerasachtige vlakten der Makata.Weldra zette men over den Voeami nabij het dorp Kingoué. Hij heeft te dier plaatse veertig meters breedte en de overtocht der karavaan vergde acht uren en half tijd.De bergen van Ngoeroe en Oesagara vormen de eenige keten van belang, welke men langs den weg naar Tanganika ontmoet. Zij zijn in drie evenwijdige kammen verdeeld, die uitgestrekte lengtedalen van elkander scheiden. Meer dan elk ander is Oesagara het land der bloemen, en zijne vele vruchten hebben eenen eigenaardig zuren smaak, aangenaam en gezond te gelijker tijd.Kapitein Cambier.Kapitein Cambier.Het is na vijf en twintig dagen gaans en in de nabijheid van het kleine dorp Mvomero, dat de tegenspoed met de dragers begon en deze in menigte wegliepen. Geene enkele Afrikaansche expeditie is vrij van deze plaag, maar die der Internationale Vereeniging had er meer van te lijden dan alle andere.Een verschil van gevoelen tusschen den aanvoerder der expeditie en den kirangosi over den te volgen weg was de bron der oneenigheid. De kapitein wilde de baan door de vlakte nemen, gemakkelijker en aangenamer, terwijl de gids degene der bergen verlangde te volgen, die, korter zijnde, verkozen werd door de pagazis, welke voor heel de reis gehuurd waren en er dus alle belang bij hadden, snel te gaan.Na een eerste geschil, gelukkiglijk geslecht, verwekte de eigenzinnigheid van den kirangosi een nieuwen twist, die weldra ontaardde in opstand en deserteering. Opgestookt door hun opperhoofd, begonnen de pagazis de pakken te verscheuren, welke de stoffen tot betaling bevatten, en weg te vluchten onder het aanheffen van een wild geschreeuw.De heeren Cambier en Wautier, geholpen door eenige Zanzibariten, poogden te vergeefs door overtuigende woorden de vluchtelingen te weerhouden. Zij zorgden vooral, alle bloedvergieten te vermijdentusschen den troep muitende dragers en de getrouwe soldaten.Bij den aanvang des strijds zou eene daad van brutaal gezag de tuchtelooze bende wellicht in bedwang gehouden hebben. Maar de zending, toevertrouwd aan de reizigers der internationale Vereeniging, veroorloofde deze niet, gebruik te maken van hunne wapens, tenzij wanneer hun leven zich wezenlijk in gevaar zou bevinden.Het geval van Mvomero is den tocht van Cambier van den beginne af komen dwarsboomen, maar heeft de Vereeniging getoond, dat het hoofd harer eerste expeditie diep doordrongen was van de grootheid zijner zending. Zijn gedrag is onberispelijk geweest en heeft de goedkeuring verworven van het uitvoerend comiteit.Gedurende heel dien noodlottigen dag (23 Juli) zetten de reizigers de vluchtelingen na en vingen onderhandelingen aan met eenige hunner; zij bekwamen hoegenaamd geenen uitslag. De nacht brak aan en kwam de vlucht van eenige muitelingen nog begunstigen.’s Anderendaags morgens kon de expeditie den droevigen toestand waarnemen, waarin het wegloopen van bijna al hare mannen haar gebracht had: meer dan driehonderd dragers hadden den opstand van den gids benuttigd om te deserteeren, eentwintigtalvrachten weefsels meenemende.Er viel geen tijd te verliezen om den in gevaar gebrachten toestand te herstellen. Hier ook nog toonde Cambier, door de snelheid zijner besluiten, op de hoogte zijner taak te zijn.Er werd beslist, dat men ter plaats zooveel dragers mogelijk huren zou; dat een deel der bagage voorloopig te Mvomero zou blijven onder de hoede eeniger verkleefde mannen, terwijl een magazijn dadelijk zou ingericht worden in de Engelsche missie te Mpoeapoea, op negen uren gaans van Mvomero; dat de hoofdmacht der karavaan, onder de bevelen der heeren Wautier en Dutrieux, er de nieuwe dragers zou afwachten, die onmiddellijk aan de kust waren gevraagd; eindelijk, dat de aanvoerder der expeditie, met eene lichte karavaan, vooruit zou rukken tot aan Oerambo, vanwaar, indien het noodig was, hij dragers zou afzenden naar zijne kameraden.Deze schikkingen werden uitgevoerd zonder nieuwe verwikkelingen en den 8stenAugustuskwamende reizigers te Mpoeapoea aan.

Op 28 Juni 1878, te 6 uren 45 minuten ’s morgens, verliet de eerste expeditie der Internationale Vereeniging het kamp van Chamba Gonera, onder het bevel van luitenant Wautier; de trompet werd geblazen en het blauwe vaandel met gouden ster ontrold vóor het hoofd der kolom. De heeren Cambier en Dutrieux konden slechts eenige dagen nadien Bagamayo verlaten en voegden zich, met de achterblijvers, den 11denJuli bij de expeditie, welke haar kamp had opgeslagen tusschen de twee bergen Pongoué.

Al de reizigers vermelden de streek, gelegen aan den voet der kegels Pongoué, als een prachtig land, eene soort van park met bekoorlijke valleien en zachthellende hoogten, bekleed met een heerlijken wasdom.

Geplaatst op vijf dagreizen van de kust, op eene reeds verheven hoogte (313 meters boven den zeespiegel),op den rechteroever van den Voeami, welke tot daar bevaarbaar is, zou de bergvlakte van den Pongoué niet geschikt wezen tot het vestigen eener Europeesche standplaats? Dit moet de toekomst ons leeren.

De karavaan, onder het bevel van luitenant Cambier, hervatte haren tocht door de hoogten, welke de vallei van den Kingani scheiden van degene van den Voeami. Zij had den laatsten reisweg van Stanley gevolgd van aan de kust tot aan Rosaka, en, te beginnen van dit dorp, toog zij meer naar het noorden dan alle vorige expeditiën. Dit is, schijnt het, de beste baan om van Bagamayo naar Mpoeapoea te gaan: zij ontwijkt de moerasachtige vlakten der Makata.

Weldra zette men over den Voeami nabij het dorp Kingoué. Hij heeft te dier plaatse veertig meters breedte en de overtocht der karavaan vergde acht uren en half tijd.

De bergen van Ngoeroe en Oesagara vormen de eenige keten van belang, welke men langs den weg naar Tanganika ontmoet. Zij zijn in drie evenwijdige kammen verdeeld, die uitgestrekte lengtedalen van elkander scheiden. Meer dan elk ander is Oesagara het land der bloemen, en zijne vele vruchten hebben eenen eigenaardig zuren smaak, aangenaam en gezond te gelijker tijd.

Kapitein Cambier.Kapitein Cambier.

Kapitein Cambier.

Het is na vijf en twintig dagen gaans en in de nabijheid van het kleine dorp Mvomero, dat de tegenspoed met de dragers begon en deze in menigte wegliepen. Geene enkele Afrikaansche expeditie is vrij van deze plaag, maar die der Internationale Vereeniging had er meer van te lijden dan alle andere.

Een verschil van gevoelen tusschen den aanvoerder der expeditie en den kirangosi over den te volgen weg was de bron der oneenigheid. De kapitein wilde de baan door de vlakte nemen, gemakkelijker en aangenamer, terwijl de gids degene der bergen verlangde te volgen, die, korter zijnde, verkozen werd door de pagazis, welke voor heel de reis gehuurd waren en er dus alle belang bij hadden, snel te gaan.

Na een eerste geschil, gelukkiglijk geslecht, verwekte de eigenzinnigheid van den kirangosi een nieuwen twist, die weldra ontaardde in opstand en deserteering. Opgestookt door hun opperhoofd, begonnen de pagazis de pakken te verscheuren, welke de stoffen tot betaling bevatten, en weg te vluchten onder het aanheffen van een wild geschreeuw.

De heeren Cambier en Wautier, geholpen door eenige Zanzibariten, poogden te vergeefs door overtuigende woorden de vluchtelingen te weerhouden. Zij zorgden vooral, alle bloedvergieten te vermijdentusschen den troep muitende dragers en de getrouwe soldaten.

Bij den aanvang des strijds zou eene daad van brutaal gezag de tuchtelooze bende wellicht in bedwang gehouden hebben. Maar de zending, toevertrouwd aan de reizigers der internationale Vereeniging, veroorloofde deze niet, gebruik te maken van hunne wapens, tenzij wanneer hun leven zich wezenlijk in gevaar zou bevinden.

Het geval van Mvomero is den tocht van Cambier van den beginne af komen dwarsboomen, maar heeft de Vereeniging getoond, dat het hoofd harer eerste expeditie diep doordrongen was van de grootheid zijner zending. Zijn gedrag is onberispelijk geweest en heeft de goedkeuring verworven van het uitvoerend comiteit.

Gedurende heel dien noodlottigen dag (23 Juli) zetten de reizigers de vluchtelingen na en vingen onderhandelingen aan met eenige hunner; zij bekwamen hoegenaamd geenen uitslag. De nacht brak aan en kwam de vlucht van eenige muitelingen nog begunstigen.

’s Anderendaags morgens kon de expeditie den droevigen toestand waarnemen, waarin het wegloopen van bijna al hare mannen haar gebracht had: meer dan driehonderd dragers hadden den opstand van den gids benuttigd om te deserteeren, eentwintigtalvrachten weefsels meenemende.

Er viel geen tijd te verliezen om den in gevaar gebrachten toestand te herstellen. Hier ook nog toonde Cambier, door de snelheid zijner besluiten, op de hoogte zijner taak te zijn.

Er werd beslist, dat men ter plaats zooveel dragers mogelijk huren zou; dat een deel der bagage voorloopig te Mvomero zou blijven onder de hoede eeniger verkleefde mannen, terwijl een magazijn dadelijk zou ingericht worden in de Engelsche missie te Mpoeapoea, op negen uren gaans van Mvomero; dat de hoofdmacht der karavaan, onder de bevelen der heeren Wautier en Dutrieux, er de nieuwe dragers zou afwachten, die onmiddellijk aan de kust waren gevraagd; eindelijk, dat de aanvoerder der expeditie, met eene lichte karavaan, vooruit zou rukken tot aan Oerambo, vanwaar, indien het noodig was, hij dragers zou afzenden naar zijne kameraden.

Deze schikkingen werden uitgevoerd zonder nieuwe verwikkelingen en den 8stenAugustuskwamende reizigers te Mpoeapoea aan.


Back to IndexNext