VIIBij de Roovers WagogoMpoeapoea is eene plaats gelegen op de westelijke grens van Oesagara, op eene helling in vorm van terras, op halverhoogte der heuvels. Topografisch gesproken, is ’t het belangrijkste punt tusschen Bagamayo en Tabora. Al de wegen, voerende naar den Oegova, komen er samenloopen en al de karavanen, vertrekkende van de kust of er zich heen begevend, doen het dorp aan. De streek is gezond, beschut als zij is door de bergen tegen den noordoostenwind. De inboorlingen leggen er zich vooral op de veeteelt toe.Het vlek Mpoeapoea is gewis geroepen tot eene groote toekomst, vooral als handelstatie. Sedert het begin van het jaar 1879 is het de zetel eener missie van deChurch missionary Society, waarvan de drie leden, de heeren Least, Bopplestone en Baxter, eene merkwaardige werkzaamheid, volharding en practischverstand aan den dag leggen. Zij hebben er voorloopige lokalen ingericht, huizen en magazijnen, gebouwd met eene soort van beton en gedekt met zeer dikke rieten daken. Op het oogenblik, dat de karavaan voorbijtoog, begonnen zij met den bouw van een steenen huis. In het naburige bosch is eene zagerij ingericht. Katoen, koffie en cacao groeien er zeer goed, zoowel als verscheidene Europeesche fruitboomen.De Belgische reizigers werden hartelijk ontvangen door de leden der missie en rustten er eenige dagen uit.Zooals het vastgesteld was geworden, werden de balen in het dorp nedergelegd, waar ook een klein kamp werd opgeslagen voor de zieken. De heeren Wautier en Dutrieux liepen ieder op beurt over en weder tusschen Mpoeapoea en Mvomero, en kapitein Cambier begaf zich op weg den 12denAugustus, naar Oerambo, met een en tachtig man.Mpoeapoea is in ’t westen van den Oegago gescheiden door eene woestijn, door Burton, Cameron en Stanley geheeten de Marenga-Mkali (bitter water) en door Cambier aangeduid met den naam van Porry van Tchoenioe (Porrywil zeggen: woestijn zonder water, enTchoenioeis de naam van een klein dorp).Het is eene verzengde heide, waarvan de doortocht pijnlijk is voor al de karavanen. Het is eene vlakkestreek, hier kaal, daar bedekt met dichte en stekelige struiken, waar het pad midden doorslingert; het water is er zeldzaam, bitter en salpeterachtig.De karavanen maken er tirikeza. Men noemttirikezaden versnelden marsch over verlaten en waterlooze vlakten. In de taal der kust iskoutirikezade onbepaalde wijs van een onovergankelijk werkwoord, waarvan de zin is: marscheeren na den middag; de Araben hebben er een naamwoord van gemaakt, en dit drukt voor de luie pagazis de zwaarste beproeving uit, welke men hun kan opleggen.De tirikeza wordt derwijze geschikt, dat de karavaan, in den namiddag opbrekend van eene plaats, waar water is, den marsch voortzettend lang na het vallen van den avond en zoo vroeg verder trekkende mogelijk, niet langer dan twintig uren zij zonder drinken te vinden, in stede van dertig, gelijk het zou gebeuren, indien men ’s morgens vertrok.De Marenga-Mkali kan beschouwd worden als het begin van de hooge middenvlakte. Cambier gebruikte achttien uren versnelden marsch om ze over te steken, elk pagazi droeg zijn rantsoen levensmiddelen en zijnen voorraad water.’s Anderdaags trad de karavaan in Oegogo.Oegogo heeft eene droevige vermaardheid verworvendoor de plagerijen van allen aard, welke zijne talrijke sultans, dwingelanden op kleinen voet, de karavanen, die het land doorreizen, doen ondergaan. Van aan de kust tot hier stellen de opperhoofden zich tevreden met kleine geschenken, die de reiziger hun wel wil aanbieden in ruiling voor de levensmiddelen, welke zij hem leveren. In Oegogo is het geene gift meer, die zij ontvangen, maar eene schatting, welke zij eischen. De doortochtrechten ofhongoszijn er verpletterend, en de lange twisten, welke hunne vaststelling doet ontstaan, verslinden schromelijk veel tijd en vragen een geduld, dat alle beschrijving te boven gaat.Ziehier hoe gewoonlijk de verhandeling van het hongo gebeurt. In het dorp aankomende, moet men vóor alles beginnen, met eenige gebruikelijke geschenken te zenden aan den sultan, zijne vrouw en zijnen opzichter. Dat de reiziger zich wel wachte, er te veel of te schoone te geven, want dan zullen zijne rijkdommen hoog aangeslagen worden, en men zal hem naar evenredigheid belasten.De gezanten zullen terugkeeren en hem de eischen van het opperhoofd doen kennen, eischen, welke immer de juiste maat zullen overschrijden: vandaar woordenwisselingen, geschillen, twisten. Het is dikwijls maar na twee of drij dagen van omslachtig gekijf, dat de zaak beklonken wordt, en de reiziger zijnen weg kan voortzetten, verlicht met eenigepakken stof en eenige kleederen. Al de hel geverfde stoffen van Cambier verdwenen bij dien doortocht van Oegogo, welke aan zijne kleine karavaan meer dan vijftienhonderd frank kostte.De Wagogo’s vormen eene machtige natie, befaamd wegens hare dapperheid in den oorlog. Wat hunne andere hoedanigsheden betreft, die zijn geenszins beminnelijk: het zijn schreeuwers, vechters, dieven; zij zijn niet te betrouwen bij het koopen en beoefenen volstrekt geene Schotsche gastvrijheid; alles bij hen moet betaald worden, zelfs het water. Voeg daarbij eene luidruchtige en onbescheiden nieuwsgierigheid en men zal een denkbeeld hebben van de beminnelijkheid der Wagogo’s. Ook landen de karavanen bij hen nooit aan dan met een zekeren schrik, en de aanvoerders der pagazis en askaris bevelen hunne mannen op voorhand de grootste voorzichtigheid aan.Ziehier, volgens Burton, de schilderachtige aanspraak van den kapitein zijner askaris: «Maneno! Maneno! (Luistert, luistert) o Blanken, hoor mij aan! en gij, kinderen van den Saïd, gij, zonen van Ramji, gij, sombere afstammelingers der duisternissen, let op mijne woorden. De reis geraakt aan Oegogo. Opgepast, opgepast! (Hevige gebaren.) Gij kent de mannen niet, die er wonen. Zij zijn gevloekt, driemaal gevloekt! (De redenaar stampt op den grond met den voet.) Spreekt niet met die heidenenvan ’t binnenland, treedt niet in hunne hutten; drijft geenen handel met hen; toont hun geene stoffen, noch armbanden, noch glasparelen. (Aangroeiend rumoer.) Eet niet, drinkt niet met hen; liefkoost hunne vrouwen niet. (Dolzinnig geschreeuw). Kirangozi, gij, die hen leidt, houd uwe zonen tegen! Veroorloof niet, dat zij in de dorpen omzwerven, dat zij zout koopen buiten het kamp, levensmiddelen rooven, zich bedrinken in bier of zich nederzetten bij de putten!»Het laatste dorp van Oegogo is Mgondoeko. Daar voorzien de pagazis zich van mondbehoeften voor tien dagen en bereiden zich om de bittere onaangenaamheden van den Mgonda-Mkali (Brandende vlakte) te trotseeren.Die naam werd haar gegeven vóor veertig, vijftig jaar, door de karavanen, welke twaalf groote marschen en verscheidene tirikezas gebruikten om haar te overschrijden. In 1859 kondigde Burton aan, dat de slechte faam, welke zij toen genoot, weldra slechts in de herinnering meer zou bestaan, want elken dag deden fakkel en bijl hare grootte inkrimpen en verminderden de bezwaren van haren overtocht. In 1871 trokken de pagazis van Stanley de Mgonda-Mkali door al zingende en kreten van vreugde slakend, op deze vlakte, welke hunne voorgangers gevloekt hadden. Zij vonden er denovervloed, en hun aanvoerder kon schrijven, dat deze provincie in vruchtbaarheid niets toegaf aan de valleien der kuststreek. Daarvoor was het voldoende geweest, dat een vreedzaam en arbeidlievend ras zich vestigde in deze verzengde velden.Op zijne beurt heeft Cameron in 1872 gezegd, dat, alhoewel er nog eenige lastige gedeelten zijn, de verandering volledig is, en dat de brandende woestijn, eertijds door de karavanen gevreesd, zonder schrik wordt aangevat en zonder veel moeite doorschreden.Welke aanmoediging in die feiten voor hen, die volharden! Geen ondankbare grond en een vroege oogst. Eere dus aan de werkers, aan hen, welke blijdschap verwekken, waar droefheid heerschte, den overvloed in de plaats van den hongersnood, en die, de aarde genezende van hare kwalen—de woestijn is eene melaatschheid—hare krachten in evenwicht brengen en rustige dagen voorbereiden, gunstige jaargetijden en zekere oogsten.Ongelukkiglijk heeft de oorlog, door Mirambo, den vermaarden negerkoning van Oenyamoeësi, gedurende vijf jaar tegen de Araben gevoerd, in de Mgonda-Mkali de dorheid en verlatenheid teruggebracht, en, in stede van de rijkdommen, waar Stanley en Cameron van spreken, ontmoette Cambier niet anders meer dan puinhoopen.De overtocht van de Mgonda-Mkali vroeg hemtwaalf dagen (van 16 tot 28 September), binnen welken tijd de expeditie van den morgen tot den avond doorstapte, soms een gedeelte van den nacht zelfs, wanneer de maan den weg verlichtte.
VIIBij de Roovers WagogoMpoeapoea is eene plaats gelegen op de westelijke grens van Oesagara, op eene helling in vorm van terras, op halverhoogte der heuvels. Topografisch gesproken, is ’t het belangrijkste punt tusschen Bagamayo en Tabora. Al de wegen, voerende naar den Oegova, komen er samenloopen en al de karavanen, vertrekkende van de kust of er zich heen begevend, doen het dorp aan. De streek is gezond, beschut als zij is door de bergen tegen den noordoostenwind. De inboorlingen leggen er zich vooral op de veeteelt toe.Het vlek Mpoeapoea is gewis geroepen tot eene groote toekomst, vooral als handelstatie. Sedert het begin van het jaar 1879 is het de zetel eener missie van deChurch missionary Society, waarvan de drie leden, de heeren Least, Bopplestone en Baxter, eene merkwaardige werkzaamheid, volharding en practischverstand aan den dag leggen. Zij hebben er voorloopige lokalen ingericht, huizen en magazijnen, gebouwd met eene soort van beton en gedekt met zeer dikke rieten daken. Op het oogenblik, dat de karavaan voorbijtoog, begonnen zij met den bouw van een steenen huis. In het naburige bosch is eene zagerij ingericht. Katoen, koffie en cacao groeien er zeer goed, zoowel als verscheidene Europeesche fruitboomen.De Belgische reizigers werden hartelijk ontvangen door de leden der missie en rustten er eenige dagen uit.Zooals het vastgesteld was geworden, werden de balen in het dorp nedergelegd, waar ook een klein kamp werd opgeslagen voor de zieken. De heeren Wautier en Dutrieux liepen ieder op beurt over en weder tusschen Mpoeapoea en Mvomero, en kapitein Cambier begaf zich op weg den 12denAugustus, naar Oerambo, met een en tachtig man.Mpoeapoea is in ’t westen van den Oegago gescheiden door eene woestijn, door Burton, Cameron en Stanley geheeten de Marenga-Mkali (bitter water) en door Cambier aangeduid met den naam van Porry van Tchoenioe (Porrywil zeggen: woestijn zonder water, enTchoenioeis de naam van een klein dorp).Het is eene verzengde heide, waarvan de doortocht pijnlijk is voor al de karavanen. Het is eene vlakkestreek, hier kaal, daar bedekt met dichte en stekelige struiken, waar het pad midden doorslingert; het water is er zeldzaam, bitter en salpeterachtig.De karavanen maken er tirikeza. Men noemttirikezaden versnelden marsch over verlaten en waterlooze vlakten. In de taal der kust iskoutirikezade onbepaalde wijs van een onovergankelijk werkwoord, waarvan de zin is: marscheeren na den middag; de Araben hebben er een naamwoord van gemaakt, en dit drukt voor de luie pagazis de zwaarste beproeving uit, welke men hun kan opleggen.De tirikeza wordt derwijze geschikt, dat de karavaan, in den namiddag opbrekend van eene plaats, waar water is, den marsch voortzettend lang na het vallen van den avond en zoo vroeg verder trekkende mogelijk, niet langer dan twintig uren zij zonder drinken te vinden, in stede van dertig, gelijk het zou gebeuren, indien men ’s morgens vertrok.De Marenga-Mkali kan beschouwd worden als het begin van de hooge middenvlakte. Cambier gebruikte achttien uren versnelden marsch om ze over te steken, elk pagazi droeg zijn rantsoen levensmiddelen en zijnen voorraad water.’s Anderdaags trad de karavaan in Oegogo.Oegogo heeft eene droevige vermaardheid verworvendoor de plagerijen van allen aard, welke zijne talrijke sultans, dwingelanden op kleinen voet, de karavanen, die het land doorreizen, doen ondergaan. Van aan de kust tot hier stellen de opperhoofden zich tevreden met kleine geschenken, die de reiziger hun wel wil aanbieden in ruiling voor de levensmiddelen, welke zij hem leveren. In Oegogo is het geene gift meer, die zij ontvangen, maar eene schatting, welke zij eischen. De doortochtrechten ofhongoszijn er verpletterend, en de lange twisten, welke hunne vaststelling doet ontstaan, verslinden schromelijk veel tijd en vragen een geduld, dat alle beschrijving te boven gaat.Ziehier hoe gewoonlijk de verhandeling van het hongo gebeurt. In het dorp aankomende, moet men vóor alles beginnen, met eenige gebruikelijke geschenken te zenden aan den sultan, zijne vrouw en zijnen opzichter. Dat de reiziger zich wel wachte, er te veel of te schoone te geven, want dan zullen zijne rijkdommen hoog aangeslagen worden, en men zal hem naar evenredigheid belasten.De gezanten zullen terugkeeren en hem de eischen van het opperhoofd doen kennen, eischen, welke immer de juiste maat zullen overschrijden: vandaar woordenwisselingen, geschillen, twisten. Het is dikwijls maar na twee of drij dagen van omslachtig gekijf, dat de zaak beklonken wordt, en de reiziger zijnen weg kan voortzetten, verlicht met eenigepakken stof en eenige kleederen. Al de hel geverfde stoffen van Cambier verdwenen bij dien doortocht van Oegogo, welke aan zijne kleine karavaan meer dan vijftienhonderd frank kostte.De Wagogo’s vormen eene machtige natie, befaamd wegens hare dapperheid in den oorlog. Wat hunne andere hoedanigsheden betreft, die zijn geenszins beminnelijk: het zijn schreeuwers, vechters, dieven; zij zijn niet te betrouwen bij het koopen en beoefenen volstrekt geene Schotsche gastvrijheid; alles bij hen moet betaald worden, zelfs het water. Voeg daarbij eene luidruchtige en onbescheiden nieuwsgierigheid en men zal een denkbeeld hebben van de beminnelijkheid der Wagogo’s. Ook landen de karavanen bij hen nooit aan dan met een zekeren schrik, en de aanvoerders der pagazis en askaris bevelen hunne mannen op voorhand de grootste voorzichtigheid aan.Ziehier, volgens Burton, de schilderachtige aanspraak van den kapitein zijner askaris: «Maneno! Maneno! (Luistert, luistert) o Blanken, hoor mij aan! en gij, kinderen van den Saïd, gij, zonen van Ramji, gij, sombere afstammelingers der duisternissen, let op mijne woorden. De reis geraakt aan Oegogo. Opgepast, opgepast! (Hevige gebaren.) Gij kent de mannen niet, die er wonen. Zij zijn gevloekt, driemaal gevloekt! (De redenaar stampt op den grond met den voet.) Spreekt niet met die heidenenvan ’t binnenland, treedt niet in hunne hutten; drijft geenen handel met hen; toont hun geene stoffen, noch armbanden, noch glasparelen. (Aangroeiend rumoer.) Eet niet, drinkt niet met hen; liefkoost hunne vrouwen niet. (Dolzinnig geschreeuw). Kirangozi, gij, die hen leidt, houd uwe zonen tegen! Veroorloof niet, dat zij in de dorpen omzwerven, dat zij zout koopen buiten het kamp, levensmiddelen rooven, zich bedrinken in bier of zich nederzetten bij de putten!»Het laatste dorp van Oegogo is Mgondoeko. Daar voorzien de pagazis zich van mondbehoeften voor tien dagen en bereiden zich om de bittere onaangenaamheden van den Mgonda-Mkali (Brandende vlakte) te trotseeren.Die naam werd haar gegeven vóor veertig, vijftig jaar, door de karavanen, welke twaalf groote marschen en verscheidene tirikezas gebruikten om haar te overschrijden. In 1859 kondigde Burton aan, dat de slechte faam, welke zij toen genoot, weldra slechts in de herinnering meer zou bestaan, want elken dag deden fakkel en bijl hare grootte inkrimpen en verminderden de bezwaren van haren overtocht. In 1871 trokken de pagazis van Stanley de Mgonda-Mkali door al zingende en kreten van vreugde slakend, op deze vlakte, welke hunne voorgangers gevloekt hadden. Zij vonden er denovervloed, en hun aanvoerder kon schrijven, dat deze provincie in vruchtbaarheid niets toegaf aan de valleien der kuststreek. Daarvoor was het voldoende geweest, dat een vreedzaam en arbeidlievend ras zich vestigde in deze verzengde velden.Op zijne beurt heeft Cameron in 1872 gezegd, dat, alhoewel er nog eenige lastige gedeelten zijn, de verandering volledig is, en dat de brandende woestijn, eertijds door de karavanen gevreesd, zonder schrik wordt aangevat en zonder veel moeite doorschreden.Welke aanmoediging in die feiten voor hen, die volharden! Geen ondankbare grond en een vroege oogst. Eere dus aan de werkers, aan hen, welke blijdschap verwekken, waar droefheid heerschte, den overvloed in de plaats van den hongersnood, en die, de aarde genezende van hare kwalen—de woestijn is eene melaatschheid—hare krachten in evenwicht brengen en rustige dagen voorbereiden, gunstige jaargetijden en zekere oogsten.Ongelukkiglijk heeft de oorlog, door Mirambo, den vermaarden negerkoning van Oenyamoeësi, gedurende vijf jaar tegen de Araben gevoerd, in de Mgonda-Mkali de dorheid en verlatenheid teruggebracht, en, in stede van de rijkdommen, waar Stanley en Cameron van spreken, ontmoette Cambier niet anders meer dan puinhoopen.De overtocht van de Mgonda-Mkali vroeg hemtwaalf dagen (van 16 tot 28 September), binnen welken tijd de expeditie van den morgen tot den avond doorstapte, soms een gedeelte van den nacht zelfs, wanneer de maan den weg verlichtte.
VIIBij de Roovers Wagogo
Mpoeapoea is eene plaats gelegen op de westelijke grens van Oesagara, op eene helling in vorm van terras, op halverhoogte der heuvels. Topografisch gesproken, is ’t het belangrijkste punt tusschen Bagamayo en Tabora. Al de wegen, voerende naar den Oegova, komen er samenloopen en al de karavanen, vertrekkende van de kust of er zich heen begevend, doen het dorp aan. De streek is gezond, beschut als zij is door de bergen tegen den noordoostenwind. De inboorlingen leggen er zich vooral op de veeteelt toe.Het vlek Mpoeapoea is gewis geroepen tot eene groote toekomst, vooral als handelstatie. Sedert het begin van het jaar 1879 is het de zetel eener missie van deChurch missionary Society, waarvan de drie leden, de heeren Least, Bopplestone en Baxter, eene merkwaardige werkzaamheid, volharding en practischverstand aan den dag leggen. Zij hebben er voorloopige lokalen ingericht, huizen en magazijnen, gebouwd met eene soort van beton en gedekt met zeer dikke rieten daken. Op het oogenblik, dat de karavaan voorbijtoog, begonnen zij met den bouw van een steenen huis. In het naburige bosch is eene zagerij ingericht. Katoen, koffie en cacao groeien er zeer goed, zoowel als verscheidene Europeesche fruitboomen.De Belgische reizigers werden hartelijk ontvangen door de leden der missie en rustten er eenige dagen uit.Zooals het vastgesteld was geworden, werden de balen in het dorp nedergelegd, waar ook een klein kamp werd opgeslagen voor de zieken. De heeren Wautier en Dutrieux liepen ieder op beurt over en weder tusschen Mpoeapoea en Mvomero, en kapitein Cambier begaf zich op weg den 12denAugustus, naar Oerambo, met een en tachtig man.Mpoeapoea is in ’t westen van den Oegago gescheiden door eene woestijn, door Burton, Cameron en Stanley geheeten de Marenga-Mkali (bitter water) en door Cambier aangeduid met den naam van Porry van Tchoenioe (Porrywil zeggen: woestijn zonder water, enTchoenioeis de naam van een klein dorp).Het is eene verzengde heide, waarvan de doortocht pijnlijk is voor al de karavanen. Het is eene vlakkestreek, hier kaal, daar bedekt met dichte en stekelige struiken, waar het pad midden doorslingert; het water is er zeldzaam, bitter en salpeterachtig.De karavanen maken er tirikeza. Men noemttirikezaden versnelden marsch over verlaten en waterlooze vlakten. In de taal der kust iskoutirikezade onbepaalde wijs van een onovergankelijk werkwoord, waarvan de zin is: marscheeren na den middag; de Araben hebben er een naamwoord van gemaakt, en dit drukt voor de luie pagazis de zwaarste beproeving uit, welke men hun kan opleggen.De tirikeza wordt derwijze geschikt, dat de karavaan, in den namiddag opbrekend van eene plaats, waar water is, den marsch voortzettend lang na het vallen van den avond en zoo vroeg verder trekkende mogelijk, niet langer dan twintig uren zij zonder drinken te vinden, in stede van dertig, gelijk het zou gebeuren, indien men ’s morgens vertrok.De Marenga-Mkali kan beschouwd worden als het begin van de hooge middenvlakte. Cambier gebruikte achttien uren versnelden marsch om ze over te steken, elk pagazi droeg zijn rantsoen levensmiddelen en zijnen voorraad water.’s Anderdaags trad de karavaan in Oegogo.Oegogo heeft eene droevige vermaardheid verworvendoor de plagerijen van allen aard, welke zijne talrijke sultans, dwingelanden op kleinen voet, de karavanen, die het land doorreizen, doen ondergaan. Van aan de kust tot hier stellen de opperhoofden zich tevreden met kleine geschenken, die de reiziger hun wel wil aanbieden in ruiling voor de levensmiddelen, welke zij hem leveren. In Oegogo is het geene gift meer, die zij ontvangen, maar eene schatting, welke zij eischen. De doortochtrechten ofhongoszijn er verpletterend, en de lange twisten, welke hunne vaststelling doet ontstaan, verslinden schromelijk veel tijd en vragen een geduld, dat alle beschrijving te boven gaat.Ziehier hoe gewoonlijk de verhandeling van het hongo gebeurt. In het dorp aankomende, moet men vóor alles beginnen, met eenige gebruikelijke geschenken te zenden aan den sultan, zijne vrouw en zijnen opzichter. Dat de reiziger zich wel wachte, er te veel of te schoone te geven, want dan zullen zijne rijkdommen hoog aangeslagen worden, en men zal hem naar evenredigheid belasten.De gezanten zullen terugkeeren en hem de eischen van het opperhoofd doen kennen, eischen, welke immer de juiste maat zullen overschrijden: vandaar woordenwisselingen, geschillen, twisten. Het is dikwijls maar na twee of drij dagen van omslachtig gekijf, dat de zaak beklonken wordt, en de reiziger zijnen weg kan voortzetten, verlicht met eenigepakken stof en eenige kleederen. Al de hel geverfde stoffen van Cambier verdwenen bij dien doortocht van Oegogo, welke aan zijne kleine karavaan meer dan vijftienhonderd frank kostte.De Wagogo’s vormen eene machtige natie, befaamd wegens hare dapperheid in den oorlog. Wat hunne andere hoedanigsheden betreft, die zijn geenszins beminnelijk: het zijn schreeuwers, vechters, dieven; zij zijn niet te betrouwen bij het koopen en beoefenen volstrekt geene Schotsche gastvrijheid; alles bij hen moet betaald worden, zelfs het water. Voeg daarbij eene luidruchtige en onbescheiden nieuwsgierigheid en men zal een denkbeeld hebben van de beminnelijkheid der Wagogo’s. Ook landen de karavanen bij hen nooit aan dan met een zekeren schrik, en de aanvoerders der pagazis en askaris bevelen hunne mannen op voorhand de grootste voorzichtigheid aan.Ziehier, volgens Burton, de schilderachtige aanspraak van den kapitein zijner askaris: «Maneno! Maneno! (Luistert, luistert) o Blanken, hoor mij aan! en gij, kinderen van den Saïd, gij, zonen van Ramji, gij, sombere afstammelingers der duisternissen, let op mijne woorden. De reis geraakt aan Oegogo. Opgepast, opgepast! (Hevige gebaren.) Gij kent de mannen niet, die er wonen. Zij zijn gevloekt, driemaal gevloekt! (De redenaar stampt op den grond met den voet.) Spreekt niet met die heidenenvan ’t binnenland, treedt niet in hunne hutten; drijft geenen handel met hen; toont hun geene stoffen, noch armbanden, noch glasparelen. (Aangroeiend rumoer.) Eet niet, drinkt niet met hen; liefkoost hunne vrouwen niet. (Dolzinnig geschreeuw). Kirangozi, gij, die hen leidt, houd uwe zonen tegen! Veroorloof niet, dat zij in de dorpen omzwerven, dat zij zout koopen buiten het kamp, levensmiddelen rooven, zich bedrinken in bier of zich nederzetten bij de putten!»Het laatste dorp van Oegogo is Mgondoeko. Daar voorzien de pagazis zich van mondbehoeften voor tien dagen en bereiden zich om de bittere onaangenaamheden van den Mgonda-Mkali (Brandende vlakte) te trotseeren.Die naam werd haar gegeven vóor veertig, vijftig jaar, door de karavanen, welke twaalf groote marschen en verscheidene tirikezas gebruikten om haar te overschrijden. In 1859 kondigde Burton aan, dat de slechte faam, welke zij toen genoot, weldra slechts in de herinnering meer zou bestaan, want elken dag deden fakkel en bijl hare grootte inkrimpen en verminderden de bezwaren van haren overtocht. In 1871 trokken de pagazis van Stanley de Mgonda-Mkali door al zingende en kreten van vreugde slakend, op deze vlakte, welke hunne voorgangers gevloekt hadden. Zij vonden er denovervloed, en hun aanvoerder kon schrijven, dat deze provincie in vruchtbaarheid niets toegaf aan de valleien der kuststreek. Daarvoor was het voldoende geweest, dat een vreedzaam en arbeidlievend ras zich vestigde in deze verzengde velden.Op zijne beurt heeft Cameron in 1872 gezegd, dat, alhoewel er nog eenige lastige gedeelten zijn, de verandering volledig is, en dat de brandende woestijn, eertijds door de karavanen gevreesd, zonder schrik wordt aangevat en zonder veel moeite doorschreden.Welke aanmoediging in die feiten voor hen, die volharden! Geen ondankbare grond en een vroege oogst. Eere dus aan de werkers, aan hen, welke blijdschap verwekken, waar droefheid heerschte, den overvloed in de plaats van den hongersnood, en die, de aarde genezende van hare kwalen—de woestijn is eene melaatschheid—hare krachten in evenwicht brengen en rustige dagen voorbereiden, gunstige jaargetijden en zekere oogsten.Ongelukkiglijk heeft de oorlog, door Mirambo, den vermaarden negerkoning van Oenyamoeësi, gedurende vijf jaar tegen de Araben gevoerd, in de Mgonda-Mkali de dorheid en verlatenheid teruggebracht, en, in stede van de rijkdommen, waar Stanley en Cameron van spreken, ontmoette Cambier niet anders meer dan puinhoopen.De overtocht van de Mgonda-Mkali vroeg hemtwaalf dagen (van 16 tot 28 September), binnen welken tijd de expeditie van den morgen tot den avond doorstapte, soms een gedeelte van den nacht zelfs, wanneer de maan den weg verlichtte.
Mpoeapoea is eene plaats gelegen op de westelijke grens van Oesagara, op eene helling in vorm van terras, op halverhoogte der heuvels. Topografisch gesproken, is ’t het belangrijkste punt tusschen Bagamayo en Tabora. Al de wegen, voerende naar den Oegova, komen er samenloopen en al de karavanen, vertrekkende van de kust of er zich heen begevend, doen het dorp aan. De streek is gezond, beschut als zij is door de bergen tegen den noordoostenwind. De inboorlingen leggen er zich vooral op de veeteelt toe.
Het vlek Mpoeapoea is gewis geroepen tot eene groote toekomst, vooral als handelstatie. Sedert het begin van het jaar 1879 is het de zetel eener missie van deChurch missionary Society, waarvan de drie leden, de heeren Least, Bopplestone en Baxter, eene merkwaardige werkzaamheid, volharding en practischverstand aan den dag leggen. Zij hebben er voorloopige lokalen ingericht, huizen en magazijnen, gebouwd met eene soort van beton en gedekt met zeer dikke rieten daken. Op het oogenblik, dat de karavaan voorbijtoog, begonnen zij met den bouw van een steenen huis. In het naburige bosch is eene zagerij ingericht. Katoen, koffie en cacao groeien er zeer goed, zoowel als verscheidene Europeesche fruitboomen.
De Belgische reizigers werden hartelijk ontvangen door de leden der missie en rustten er eenige dagen uit.
Zooals het vastgesteld was geworden, werden de balen in het dorp nedergelegd, waar ook een klein kamp werd opgeslagen voor de zieken. De heeren Wautier en Dutrieux liepen ieder op beurt over en weder tusschen Mpoeapoea en Mvomero, en kapitein Cambier begaf zich op weg den 12denAugustus, naar Oerambo, met een en tachtig man.
Mpoeapoea is in ’t westen van den Oegago gescheiden door eene woestijn, door Burton, Cameron en Stanley geheeten de Marenga-Mkali (bitter water) en door Cambier aangeduid met den naam van Porry van Tchoenioe (Porrywil zeggen: woestijn zonder water, enTchoenioeis de naam van een klein dorp).
Het is eene verzengde heide, waarvan de doortocht pijnlijk is voor al de karavanen. Het is eene vlakkestreek, hier kaal, daar bedekt met dichte en stekelige struiken, waar het pad midden doorslingert; het water is er zeldzaam, bitter en salpeterachtig.
De karavanen maken er tirikeza. Men noemttirikezaden versnelden marsch over verlaten en waterlooze vlakten. In de taal der kust iskoutirikezade onbepaalde wijs van een onovergankelijk werkwoord, waarvan de zin is: marscheeren na den middag; de Araben hebben er een naamwoord van gemaakt, en dit drukt voor de luie pagazis de zwaarste beproeving uit, welke men hun kan opleggen.
De tirikeza wordt derwijze geschikt, dat de karavaan, in den namiddag opbrekend van eene plaats, waar water is, den marsch voortzettend lang na het vallen van den avond en zoo vroeg verder trekkende mogelijk, niet langer dan twintig uren zij zonder drinken te vinden, in stede van dertig, gelijk het zou gebeuren, indien men ’s morgens vertrok.
De Marenga-Mkali kan beschouwd worden als het begin van de hooge middenvlakte. Cambier gebruikte achttien uren versnelden marsch om ze over te steken, elk pagazi droeg zijn rantsoen levensmiddelen en zijnen voorraad water.
’s Anderdaags trad de karavaan in Oegogo.
Oegogo heeft eene droevige vermaardheid verworvendoor de plagerijen van allen aard, welke zijne talrijke sultans, dwingelanden op kleinen voet, de karavanen, die het land doorreizen, doen ondergaan. Van aan de kust tot hier stellen de opperhoofden zich tevreden met kleine geschenken, die de reiziger hun wel wil aanbieden in ruiling voor de levensmiddelen, welke zij hem leveren. In Oegogo is het geene gift meer, die zij ontvangen, maar eene schatting, welke zij eischen. De doortochtrechten ofhongoszijn er verpletterend, en de lange twisten, welke hunne vaststelling doet ontstaan, verslinden schromelijk veel tijd en vragen een geduld, dat alle beschrijving te boven gaat.
Ziehier hoe gewoonlijk de verhandeling van het hongo gebeurt. In het dorp aankomende, moet men vóor alles beginnen, met eenige gebruikelijke geschenken te zenden aan den sultan, zijne vrouw en zijnen opzichter. Dat de reiziger zich wel wachte, er te veel of te schoone te geven, want dan zullen zijne rijkdommen hoog aangeslagen worden, en men zal hem naar evenredigheid belasten.
De gezanten zullen terugkeeren en hem de eischen van het opperhoofd doen kennen, eischen, welke immer de juiste maat zullen overschrijden: vandaar woordenwisselingen, geschillen, twisten. Het is dikwijls maar na twee of drij dagen van omslachtig gekijf, dat de zaak beklonken wordt, en de reiziger zijnen weg kan voortzetten, verlicht met eenigepakken stof en eenige kleederen. Al de hel geverfde stoffen van Cambier verdwenen bij dien doortocht van Oegogo, welke aan zijne kleine karavaan meer dan vijftienhonderd frank kostte.
De Wagogo’s vormen eene machtige natie, befaamd wegens hare dapperheid in den oorlog. Wat hunne andere hoedanigsheden betreft, die zijn geenszins beminnelijk: het zijn schreeuwers, vechters, dieven; zij zijn niet te betrouwen bij het koopen en beoefenen volstrekt geene Schotsche gastvrijheid; alles bij hen moet betaald worden, zelfs het water. Voeg daarbij eene luidruchtige en onbescheiden nieuwsgierigheid en men zal een denkbeeld hebben van de beminnelijkheid der Wagogo’s. Ook landen de karavanen bij hen nooit aan dan met een zekeren schrik, en de aanvoerders der pagazis en askaris bevelen hunne mannen op voorhand de grootste voorzichtigheid aan.
Ziehier, volgens Burton, de schilderachtige aanspraak van den kapitein zijner askaris: «Maneno! Maneno! (Luistert, luistert) o Blanken, hoor mij aan! en gij, kinderen van den Saïd, gij, zonen van Ramji, gij, sombere afstammelingers der duisternissen, let op mijne woorden. De reis geraakt aan Oegogo. Opgepast, opgepast! (Hevige gebaren.) Gij kent de mannen niet, die er wonen. Zij zijn gevloekt, driemaal gevloekt! (De redenaar stampt op den grond met den voet.) Spreekt niet met die heidenenvan ’t binnenland, treedt niet in hunne hutten; drijft geenen handel met hen; toont hun geene stoffen, noch armbanden, noch glasparelen. (Aangroeiend rumoer.) Eet niet, drinkt niet met hen; liefkoost hunne vrouwen niet. (Dolzinnig geschreeuw). Kirangozi, gij, die hen leidt, houd uwe zonen tegen! Veroorloof niet, dat zij in de dorpen omzwerven, dat zij zout koopen buiten het kamp, levensmiddelen rooven, zich bedrinken in bier of zich nederzetten bij de putten!»
Het laatste dorp van Oegogo is Mgondoeko. Daar voorzien de pagazis zich van mondbehoeften voor tien dagen en bereiden zich om de bittere onaangenaamheden van den Mgonda-Mkali (Brandende vlakte) te trotseeren.
Die naam werd haar gegeven vóor veertig, vijftig jaar, door de karavanen, welke twaalf groote marschen en verscheidene tirikezas gebruikten om haar te overschrijden. In 1859 kondigde Burton aan, dat de slechte faam, welke zij toen genoot, weldra slechts in de herinnering meer zou bestaan, want elken dag deden fakkel en bijl hare grootte inkrimpen en verminderden de bezwaren van haren overtocht. In 1871 trokken de pagazis van Stanley de Mgonda-Mkali door al zingende en kreten van vreugde slakend, op deze vlakte, welke hunne voorgangers gevloekt hadden. Zij vonden er denovervloed, en hun aanvoerder kon schrijven, dat deze provincie in vruchtbaarheid niets toegaf aan de valleien der kuststreek. Daarvoor was het voldoende geweest, dat een vreedzaam en arbeidlievend ras zich vestigde in deze verzengde velden.
Op zijne beurt heeft Cameron in 1872 gezegd, dat, alhoewel er nog eenige lastige gedeelten zijn, de verandering volledig is, en dat de brandende woestijn, eertijds door de karavanen gevreesd, zonder schrik wordt aangevat en zonder veel moeite doorschreden.
Welke aanmoediging in die feiten voor hen, die volharden! Geen ondankbare grond en een vroege oogst. Eere dus aan de werkers, aan hen, welke blijdschap verwekken, waar droefheid heerschte, den overvloed in de plaats van den hongersnood, en die, de aarde genezende van hare kwalen—de woestijn is eene melaatschheid—hare krachten in evenwicht brengen en rustige dagen voorbereiden, gunstige jaargetijden en zekere oogsten.
Ongelukkiglijk heeft de oorlog, door Mirambo, den vermaarden negerkoning van Oenyamoeësi, gedurende vijf jaar tegen de Araben gevoerd, in de Mgonda-Mkali de dorheid en verlatenheid teruggebracht, en, in stede van de rijkdommen, waar Stanley en Cameron van spreken, ontmoette Cambier niet anders meer dan puinhoopen.
De overtocht van de Mgonda-Mkali vroeg hemtwaalf dagen (van 16 tot 28 September), binnen welken tijd de expeditie van den morgen tot den avond doorstapte, soms een gedeelte van den nacht zelfs, wanneer de maan den weg verlichtte.