VIIIMirambo, de zwarte BonapartDen 18denSeptember kwam de expeditie te Ouyoui, eerste stadtoehoorendeaan Mirambo. Hare aankomst werd er begroet door luide vreugdekreten vanwege de inwoners.Cambier ontving er het bezoek der vrouwen, welke beurtelings dansen kwamen uitvoeren vóor zijne deur en den lof bezingen van den vreemdeling. Dit gebruik is algemeen in al de dorpen van Oenyamoeësi, en het is de gewoonte, te dezer gelegenheid eene uitdeeling van parels te doen.Den 23stenliet Cambier, volgens de regels der plaatselijke beschaving, twee zijner mannen Mirambo van zijne aankomstverwittigen, en den tweeden volgenden dag, toen hij omtrent den middag de verblijfplaats van den Moeami (titel dessultans) naderde, zag hij Mirambo op een honderdtal passen van zijntembe(woning) hem te gemoet komen.De sultan van Oenyamoeësi is een man van ongeveer vijftig jaar, rijzig van gestalte, niet diklijvig, met een schrander uiterlijk. Hij laat niet gemakkelijk zijne indrukken waarnemen en vestigt nooit zijnen blik op zijnen medespreker.Het kan niet geloochend worden, dat zijn verstand de middelmaat van dat der negers overtreft. Hij bezit vooral eene zeldzame hoedanigheid, die hem eene onbetwistbare meerderheid geeft over zijne onderdanen en mededingers: het is van eene beslissing te kunnen nemen en vervolgens met snelheid te handelen, vaak zelfs buiten wete van hen, die hij voor de uitvoering zijner plannen gebruikt. Die vlugheid van besluit verzekert hem in zijne oorlogen tegen zijne buren het voordeel van zich altoos op het onverwachts te vertoonen.Uit vrees hem elk oogenblik aan het hoofd zijner benden te zien aanrukken, verkiezen de sultans der ommelanden de erkenning zijner opperheerschappij en betalen hem schatting. Het is aldus, dat hij zich sedert lang den bijnaam heeft kunnen toeëigenen van «Mirambo», welke beteekent: «degene, vóor wiens voeten men geschenken nederlegt.»Eenvoudig inlandsch opperhoofdje van het district van den Oehioea, heeft hij zich aldus door zijnenmoed en zijne woelige krachtdadigheid eenen naam verworven, even bekend als die van Mtesa, den machtigen koning van Oeganda, eenen naam, dagelijks uitgesproken van Nyangoué tot Zanzibar, en die tot onderwerp dient voor de zangen der inlandsche barden.Mirambo en Cambier, elkander naderend, wisselden eenensalam(goedendag) en een handdruk; daarna begaven zij zich naar de hut, welke het zwarte opperhoofd voor zijn blanken gast had doen gereedmaken. De Moeami deed den reiziger ondervragen door een Arabischen tolk over het doel zijner reis, luisterde aandachtig naar zijne antwoorden en wilde weten, of hij van dezelfde nationaliteit was als de Engelschen. Hij stond hem al de dragers toe, welke hij verlangde, maar vroeg vooreerst deuitwisseling van bloed.Dit is eene plechtigheid, welke hoog aangeschreven staat in centraal Afrika. Zij greep plaats den volgenden dag in de woning van den sultan.Een der soldaten van Moeami maakte eene lichte insnede in de borst van den kapitein, terwijl een der Zanzibariten van dezen dezelfde bewerking deed bij Mirambo.De enkele druppels bloed werden opgevangen op twee versche bladeren en onder een weinig boter gekneed. «Indien het eenen uwer gebeurt, zegdedaarop een der helpers, te kort te komen aan de heilige broederlijkheid, dan zal hij verscheurd worden door leeuwen, vergiftigd door de slang, zijn voedsel zal bitter zijn, zijne vrienden zullen hem verlaten, zijn geweer zal stukspringen in zijne hand; kortom, alwat slecht is zal hem vervolgen totterdood!»Waarna de twee opperhoofden elkander wederzijds de gewijde bladeren boven het hoofd verscheurden. Zij warenbroedersen elke daad van vijandschap tusschen hen moest noodlottig voor gevolg hebben den dood van den meineedige. Zóó wil het volksgeloof dit.Stanley, die insgelijks de broeder van Mirambo is, is teruggekomen op het eerste oordeel, hetwelk hij over hem had uitgebracht. De sultan, dien hij in 1871 bevochten had als bondgenoot der Araben van Tabora, nam hem bepaald voor zich in in 1875, toen hij hem ontmoette in Oerambo.«Hij heeft, zegt hij, elk denkbeeld omgeworpen, dat ik had opgevat over den gevreesden man, dien ik brandmerkte als bandiet». Wat er van zij, heden nog weet men niet zeker, of Mirambo een te wenschen bondgenoot is of een te vreezen tegenstrever. In alle geval, de nabuurschap der Europeesche standplaatsen kan niet anders dan een heilzamen invloed uitoefenen op den machtigen potentaat van Oenyamoeësi.De tegenwoordige hoofdstad van den Moeami ligt ten noordwesten van Tabora. Het is een groot vierkant van tweehonderd meters zijde, met dikke muren omgeven, waarlangs een honderdtal hutten geschaard zijn, bewoond door de voornamen. Die stad werd door haren stichter «Thierra-Magazy» geheeten. De Engelsche missionarissen, die er zich pas nedergezet hebben, noemen haar ook in hunne brieven «koei-koeroe», wat «hoofdstad» beteekent.Zij telt eene bevolking van eenige duizenden inwoners, verspreid over verscheidene groote dorpen, gelegen in de omstreken. Het leger, dat het groot opperhoofd er in oorlogstijd kan bijeenbrengen, bereikt ongeveer 3000 man, naar men zegt. Al de sultans van Oenyamoeësi leveren hem een contingent, en degenen, die niet willen of niet kunnen deelnemen aan den veldtocht, zenden hem, bij zijnen terugkeer, eene schatting in ivoor of slaven.Cambier bracht drie maanden in de hoofdstad van Mirambo door met dragers te huren en de hoofdmacht der expeditie af te wachten. Koorts en roodeloop, die hem gespaard hadden onder de reis, tastten hem herhaaldelijk aan tijdens zijn verblijf te Thierra-Magazy. Niettemin schokte geene enkele dezer ongesteldheden ernstig zijne gezondheid, en de genezing volgde immer snel en volledig.Terwijl de aanvoerder van de expeditie bij Mirambouitrust, keeren wij op onze stappen terug, naar Mpoeapoea, waar wij de heeren Dutrieux en Wautier met de bagage en het materiëel gelaten hebben.
VIIIMirambo, de zwarte BonapartDen 18denSeptember kwam de expeditie te Ouyoui, eerste stadtoehoorendeaan Mirambo. Hare aankomst werd er begroet door luide vreugdekreten vanwege de inwoners.Cambier ontving er het bezoek der vrouwen, welke beurtelings dansen kwamen uitvoeren vóor zijne deur en den lof bezingen van den vreemdeling. Dit gebruik is algemeen in al de dorpen van Oenyamoeësi, en het is de gewoonte, te dezer gelegenheid eene uitdeeling van parels te doen.Den 23stenliet Cambier, volgens de regels der plaatselijke beschaving, twee zijner mannen Mirambo van zijne aankomstverwittigen, en den tweeden volgenden dag, toen hij omtrent den middag de verblijfplaats van den Moeami (titel dessultans) naderde, zag hij Mirambo op een honderdtal passen van zijntembe(woning) hem te gemoet komen.De sultan van Oenyamoeësi is een man van ongeveer vijftig jaar, rijzig van gestalte, niet diklijvig, met een schrander uiterlijk. Hij laat niet gemakkelijk zijne indrukken waarnemen en vestigt nooit zijnen blik op zijnen medespreker.Het kan niet geloochend worden, dat zijn verstand de middelmaat van dat der negers overtreft. Hij bezit vooral eene zeldzame hoedanigheid, die hem eene onbetwistbare meerderheid geeft over zijne onderdanen en mededingers: het is van eene beslissing te kunnen nemen en vervolgens met snelheid te handelen, vaak zelfs buiten wete van hen, die hij voor de uitvoering zijner plannen gebruikt. Die vlugheid van besluit verzekert hem in zijne oorlogen tegen zijne buren het voordeel van zich altoos op het onverwachts te vertoonen.Uit vrees hem elk oogenblik aan het hoofd zijner benden te zien aanrukken, verkiezen de sultans der ommelanden de erkenning zijner opperheerschappij en betalen hem schatting. Het is aldus, dat hij zich sedert lang den bijnaam heeft kunnen toeëigenen van «Mirambo», welke beteekent: «degene, vóor wiens voeten men geschenken nederlegt.»Eenvoudig inlandsch opperhoofdje van het district van den Oehioea, heeft hij zich aldus door zijnenmoed en zijne woelige krachtdadigheid eenen naam verworven, even bekend als die van Mtesa, den machtigen koning van Oeganda, eenen naam, dagelijks uitgesproken van Nyangoué tot Zanzibar, en die tot onderwerp dient voor de zangen der inlandsche barden.Mirambo en Cambier, elkander naderend, wisselden eenensalam(goedendag) en een handdruk; daarna begaven zij zich naar de hut, welke het zwarte opperhoofd voor zijn blanken gast had doen gereedmaken. De Moeami deed den reiziger ondervragen door een Arabischen tolk over het doel zijner reis, luisterde aandachtig naar zijne antwoorden en wilde weten, of hij van dezelfde nationaliteit was als de Engelschen. Hij stond hem al de dragers toe, welke hij verlangde, maar vroeg vooreerst deuitwisseling van bloed.Dit is eene plechtigheid, welke hoog aangeschreven staat in centraal Afrika. Zij greep plaats den volgenden dag in de woning van den sultan.Een der soldaten van Moeami maakte eene lichte insnede in de borst van den kapitein, terwijl een der Zanzibariten van dezen dezelfde bewerking deed bij Mirambo.De enkele druppels bloed werden opgevangen op twee versche bladeren en onder een weinig boter gekneed. «Indien het eenen uwer gebeurt, zegdedaarop een der helpers, te kort te komen aan de heilige broederlijkheid, dan zal hij verscheurd worden door leeuwen, vergiftigd door de slang, zijn voedsel zal bitter zijn, zijne vrienden zullen hem verlaten, zijn geweer zal stukspringen in zijne hand; kortom, alwat slecht is zal hem vervolgen totterdood!»Waarna de twee opperhoofden elkander wederzijds de gewijde bladeren boven het hoofd verscheurden. Zij warenbroedersen elke daad van vijandschap tusschen hen moest noodlottig voor gevolg hebben den dood van den meineedige. Zóó wil het volksgeloof dit.Stanley, die insgelijks de broeder van Mirambo is, is teruggekomen op het eerste oordeel, hetwelk hij over hem had uitgebracht. De sultan, dien hij in 1871 bevochten had als bondgenoot der Araben van Tabora, nam hem bepaald voor zich in in 1875, toen hij hem ontmoette in Oerambo.«Hij heeft, zegt hij, elk denkbeeld omgeworpen, dat ik had opgevat over den gevreesden man, dien ik brandmerkte als bandiet». Wat er van zij, heden nog weet men niet zeker, of Mirambo een te wenschen bondgenoot is of een te vreezen tegenstrever. In alle geval, de nabuurschap der Europeesche standplaatsen kan niet anders dan een heilzamen invloed uitoefenen op den machtigen potentaat van Oenyamoeësi.De tegenwoordige hoofdstad van den Moeami ligt ten noordwesten van Tabora. Het is een groot vierkant van tweehonderd meters zijde, met dikke muren omgeven, waarlangs een honderdtal hutten geschaard zijn, bewoond door de voornamen. Die stad werd door haren stichter «Thierra-Magazy» geheeten. De Engelsche missionarissen, die er zich pas nedergezet hebben, noemen haar ook in hunne brieven «koei-koeroe», wat «hoofdstad» beteekent.Zij telt eene bevolking van eenige duizenden inwoners, verspreid over verscheidene groote dorpen, gelegen in de omstreken. Het leger, dat het groot opperhoofd er in oorlogstijd kan bijeenbrengen, bereikt ongeveer 3000 man, naar men zegt. Al de sultans van Oenyamoeësi leveren hem een contingent, en degenen, die niet willen of niet kunnen deelnemen aan den veldtocht, zenden hem, bij zijnen terugkeer, eene schatting in ivoor of slaven.Cambier bracht drie maanden in de hoofdstad van Mirambo door met dragers te huren en de hoofdmacht der expeditie af te wachten. Koorts en roodeloop, die hem gespaard hadden onder de reis, tastten hem herhaaldelijk aan tijdens zijn verblijf te Thierra-Magazy. Niettemin schokte geene enkele dezer ongesteldheden ernstig zijne gezondheid, en de genezing volgde immer snel en volledig.Terwijl de aanvoerder van de expeditie bij Mirambouitrust, keeren wij op onze stappen terug, naar Mpoeapoea, waar wij de heeren Dutrieux en Wautier met de bagage en het materiëel gelaten hebben.
VIIIMirambo, de zwarte Bonapart
Den 18denSeptember kwam de expeditie te Ouyoui, eerste stadtoehoorendeaan Mirambo. Hare aankomst werd er begroet door luide vreugdekreten vanwege de inwoners.Cambier ontving er het bezoek der vrouwen, welke beurtelings dansen kwamen uitvoeren vóor zijne deur en den lof bezingen van den vreemdeling. Dit gebruik is algemeen in al de dorpen van Oenyamoeësi, en het is de gewoonte, te dezer gelegenheid eene uitdeeling van parels te doen.Den 23stenliet Cambier, volgens de regels der plaatselijke beschaving, twee zijner mannen Mirambo van zijne aankomstverwittigen, en den tweeden volgenden dag, toen hij omtrent den middag de verblijfplaats van den Moeami (titel dessultans) naderde, zag hij Mirambo op een honderdtal passen van zijntembe(woning) hem te gemoet komen.De sultan van Oenyamoeësi is een man van ongeveer vijftig jaar, rijzig van gestalte, niet diklijvig, met een schrander uiterlijk. Hij laat niet gemakkelijk zijne indrukken waarnemen en vestigt nooit zijnen blik op zijnen medespreker.Het kan niet geloochend worden, dat zijn verstand de middelmaat van dat der negers overtreft. Hij bezit vooral eene zeldzame hoedanigheid, die hem eene onbetwistbare meerderheid geeft over zijne onderdanen en mededingers: het is van eene beslissing te kunnen nemen en vervolgens met snelheid te handelen, vaak zelfs buiten wete van hen, die hij voor de uitvoering zijner plannen gebruikt. Die vlugheid van besluit verzekert hem in zijne oorlogen tegen zijne buren het voordeel van zich altoos op het onverwachts te vertoonen.Uit vrees hem elk oogenblik aan het hoofd zijner benden te zien aanrukken, verkiezen de sultans der ommelanden de erkenning zijner opperheerschappij en betalen hem schatting. Het is aldus, dat hij zich sedert lang den bijnaam heeft kunnen toeëigenen van «Mirambo», welke beteekent: «degene, vóor wiens voeten men geschenken nederlegt.»Eenvoudig inlandsch opperhoofdje van het district van den Oehioea, heeft hij zich aldus door zijnenmoed en zijne woelige krachtdadigheid eenen naam verworven, even bekend als die van Mtesa, den machtigen koning van Oeganda, eenen naam, dagelijks uitgesproken van Nyangoué tot Zanzibar, en die tot onderwerp dient voor de zangen der inlandsche barden.Mirambo en Cambier, elkander naderend, wisselden eenensalam(goedendag) en een handdruk; daarna begaven zij zich naar de hut, welke het zwarte opperhoofd voor zijn blanken gast had doen gereedmaken. De Moeami deed den reiziger ondervragen door een Arabischen tolk over het doel zijner reis, luisterde aandachtig naar zijne antwoorden en wilde weten, of hij van dezelfde nationaliteit was als de Engelschen. Hij stond hem al de dragers toe, welke hij verlangde, maar vroeg vooreerst deuitwisseling van bloed.Dit is eene plechtigheid, welke hoog aangeschreven staat in centraal Afrika. Zij greep plaats den volgenden dag in de woning van den sultan.Een der soldaten van Moeami maakte eene lichte insnede in de borst van den kapitein, terwijl een der Zanzibariten van dezen dezelfde bewerking deed bij Mirambo.De enkele druppels bloed werden opgevangen op twee versche bladeren en onder een weinig boter gekneed. «Indien het eenen uwer gebeurt, zegdedaarop een der helpers, te kort te komen aan de heilige broederlijkheid, dan zal hij verscheurd worden door leeuwen, vergiftigd door de slang, zijn voedsel zal bitter zijn, zijne vrienden zullen hem verlaten, zijn geweer zal stukspringen in zijne hand; kortom, alwat slecht is zal hem vervolgen totterdood!»Waarna de twee opperhoofden elkander wederzijds de gewijde bladeren boven het hoofd verscheurden. Zij warenbroedersen elke daad van vijandschap tusschen hen moest noodlottig voor gevolg hebben den dood van den meineedige. Zóó wil het volksgeloof dit.Stanley, die insgelijks de broeder van Mirambo is, is teruggekomen op het eerste oordeel, hetwelk hij over hem had uitgebracht. De sultan, dien hij in 1871 bevochten had als bondgenoot der Araben van Tabora, nam hem bepaald voor zich in in 1875, toen hij hem ontmoette in Oerambo.«Hij heeft, zegt hij, elk denkbeeld omgeworpen, dat ik had opgevat over den gevreesden man, dien ik brandmerkte als bandiet». Wat er van zij, heden nog weet men niet zeker, of Mirambo een te wenschen bondgenoot is of een te vreezen tegenstrever. In alle geval, de nabuurschap der Europeesche standplaatsen kan niet anders dan een heilzamen invloed uitoefenen op den machtigen potentaat van Oenyamoeësi.De tegenwoordige hoofdstad van den Moeami ligt ten noordwesten van Tabora. Het is een groot vierkant van tweehonderd meters zijde, met dikke muren omgeven, waarlangs een honderdtal hutten geschaard zijn, bewoond door de voornamen. Die stad werd door haren stichter «Thierra-Magazy» geheeten. De Engelsche missionarissen, die er zich pas nedergezet hebben, noemen haar ook in hunne brieven «koei-koeroe», wat «hoofdstad» beteekent.Zij telt eene bevolking van eenige duizenden inwoners, verspreid over verscheidene groote dorpen, gelegen in de omstreken. Het leger, dat het groot opperhoofd er in oorlogstijd kan bijeenbrengen, bereikt ongeveer 3000 man, naar men zegt. Al de sultans van Oenyamoeësi leveren hem een contingent, en degenen, die niet willen of niet kunnen deelnemen aan den veldtocht, zenden hem, bij zijnen terugkeer, eene schatting in ivoor of slaven.Cambier bracht drie maanden in de hoofdstad van Mirambo door met dragers te huren en de hoofdmacht der expeditie af te wachten. Koorts en roodeloop, die hem gespaard hadden onder de reis, tastten hem herhaaldelijk aan tijdens zijn verblijf te Thierra-Magazy. Niettemin schokte geene enkele dezer ongesteldheden ernstig zijne gezondheid, en de genezing volgde immer snel en volledig.Terwijl de aanvoerder van de expeditie bij Mirambouitrust, keeren wij op onze stappen terug, naar Mpoeapoea, waar wij de heeren Dutrieux en Wautier met de bagage en het materiëel gelaten hebben.
Den 18denSeptember kwam de expeditie te Ouyoui, eerste stadtoehoorendeaan Mirambo. Hare aankomst werd er begroet door luide vreugdekreten vanwege de inwoners.
Cambier ontving er het bezoek der vrouwen, welke beurtelings dansen kwamen uitvoeren vóor zijne deur en den lof bezingen van den vreemdeling. Dit gebruik is algemeen in al de dorpen van Oenyamoeësi, en het is de gewoonte, te dezer gelegenheid eene uitdeeling van parels te doen.
Den 23stenliet Cambier, volgens de regels der plaatselijke beschaving, twee zijner mannen Mirambo van zijne aankomstverwittigen, en den tweeden volgenden dag, toen hij omtrent den middag de verblijfplaats van den Moeami (titel dessultans) naderde, zag hij Mirambo op een honderdtal passen van zijntembe(woning) hem te gemoet komen.
De sultan van Oenyamoeësi is een man van ongeveer vijftig jaar, rijzig van gestalte, niet diklijvig, met een schrander uiterlijk. Hij laat niet gemakkelijk zijne indrukken waarnemen en vestigt nooit zijnen blik op zijnen medespreker.
Het kan niet geloochend worden, dat zijn verstand de middelmaat van dat der negers overtreft. Hij bezit vooral eene zeldzame hoedanigheid, die hem eene onbetwistbare meerderheid geeft over zijne onderdanen en mededingers: het is van eene beslissing te kunnen nemen en vervolgens met snelheid te handelen, vaak zelfs buiten wete van hen, die hij voor de uitvoering zijner plannen gebruikt. Die vlugheid van besluit verzekert hem in zijne oorlogen tegen zijne buren het voordeel van zich altoos op het onverwachts te vertoonen.
Uit vrees hem elk oogenblik aan het hoofd zijner benden te zien aanrukken, verkiezen de sultans der ommelanden de erkenning zijner opperheerschappij en betalen hem schatting. Het is aldus, dat hij zich sedert lang den bijnaam heeft kunnen toeëigenen van «Mirambo», welke beteekent: «degene, vóor wiens voeten men geschenken nederlegt.»
Eenvoudig inlandsch opperhoofdje van het district van den Oehioea, heeft hij zich aldus door zijnenmoed en zijne woelige krachtdadigheid eenen naam verworven, even bekend als die van Mtesa, den machtigen koning van Oeganda, eenen naam, dagelijks uitgesproken van Nyangoué tot Zanzibar, en die tot onderwerp dient voor de zangen der inlandsche barden.
Mirambo en Cambier, elkander naderend, wisselden eenensalam(goedendag) en een handdruk; daarna begaven zij zich naar de hut, welke het zwarte opperhoofd voor zijn blanken gast had doen gereedmaken. De Moeami deed den reiziger ondervragen door een Arabischen tolk over het doel zijner reis, luisterde aandachtig naar zijne antwoorden en wilde weten, of hij van dezelfde nationaliteit was als de Engelschen. Hij stond hem al de dragers toe, welke hij verlangde, maar vroeg vooreerst deuitwisseling van bloed.
Dit is eene plechtigheid, welke hoog aangeschreven staat in centraal Afrika. Zij greep plaats den volgenden dag in de woning van den sultan.
Een der soldaten van Moeami maakte eene lichte insnede in de borst van den kapitein, terwijl een der Zanzibariten van dezen dezelfde bewerking deed bij Mirambo.
De enkele druppels bloed werden opgevangen op twee versche bladeren en onder een weinig boter gekneed. «Indien het eenen uwer gebeurt, zegdedaarop een der helpers, te kort te komen aan de heilige broederlijkheid, dan zal hij verscheurd worden door leeuwen, vergiftigd door de slang, zijn voedsel zal bitter zijn, zijne vrienden zullen hem verlaten, zijn geweer zal stukspringen in zijne hand; kortom, alwat slecht is zal hem vervolgen totterdood!»
Waarna de twee opperhoofden elkander wederzijds de gewijde bladeren boven het hoofd verscheurden. Zij warenbroedersen elke daad van vijandschap tusschen hen moest noodlottig voor gevolg hebben den dood van den meineedige. Zóó wil het volksgeloof dit.
Stanley, die insgelijks de broeder van Mirambo is, is teruggekomen op het eerste oordeel, hetwelk hij over hem had uitgebracht. De sultan, dien hij in 1871 bevochten had als bondgenoot der Araben van Tabora, nam hem bepaald voor zich in in 1875, toen hij hem ontmoette in Oerambo.
«Hij heeft, zegt hij, elk denkbeeld omgeworpen, dat ik had opgevat over den gevreesden man, dien ik brandmerkte als bandiet». Wat er van zij, heden nog weet men niet zeker, of Mirambo een te wenschen bondgenoot is of een te vreezen tegenstrever. In alle geval, de nabuurschap der Europeesche standplaatsen kan niet anders dan een heilzamen invloed uitoefenen op den machtigen potentaat van Oenyamoeësi.
De tegenwoordige hoofdstad van den Moeami ligt ten noordwesten van Tabora. Het is een groot vierkant van tweehonderd meters zijde, met dikke muren omgeven, waarlangs een honderdtal hutten geschaard zijn, bewoond door de voornamen. Die stad werd door haren stichter «Thierra-Magazy» geheeten. De Engelsche missionarissen, die er zich pas nedergezet hebben, noemen haar ook in hunne brieven «koei-koeroe», wat «hoofdstad» beteekent.
Zij telt eene bevolking van eenige duizenden inwoners, verspreid over verscheidene groote dorpen, gelegen in de omstreken. Het leger, dat het groot opperhoofd er in oorlogstijd kan bijeenbrengen, bereikt ongeveer 3000 man, naar men zegt. Al de sultans van Oenyamoeësi leveren hem een contingent, en degenen, die niet willen of niet kunnen deelnemen aan den veldtocht, zenden hem, bij zijnen terugkeer, eene schatting in ivoor of slaven.
Cambier bracht drie maanden in de hoofdstad van Mirambo door met dragers te huren en de hoofdmacht der expeditie af te wachten. Koorts en roodeloop, die hem gespaard hadden onder de reis, tastten hem herhaaldelijk aan tijdens zijn verblijf te Thierra-Magazy. Niettemin schokte geene enkele dezer ongesteldheden ernstig zijne gezondheid, en de genezing volgde immer snel en volledig.
Terwijl de aanvoerder van de expeditie bij Mirambouitrust, keeren wij op onze stappen terug, naar Mpoeapoea, waar wij de heeren Dutrieux en Wautier met de bagage en het materiëel gelaten hebben.