Vare ende brinc dinen here te vorenVan minen monde,sonder brief:In haten niet.Verg. ookMnlp. gloss.Briesscen,693,brullen.Kil.vertaalt hetRugireetHinnire; wij gebruiken het alleen in de laatste beteekenis.Brocht,83,651,748,1650, voorghebrocht, part. vanbringhen,brengen.Broet,332,broedsel;392,gebroed,kroost. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 80.Bruwen,1961,brouwen.Buten,1714, (verwijderd van).Butseel,1863,GRIMM,R. F., bl. 277, denkt aan den bunsing;WILLEMSmeent er eenbusaert,accipitris genus(KIL.) in te mogen zien.Buuc,1581,buik;bi den buke,(kruipende) op den buik.C. zieK.D.Dach nemen,80,een dag bepalen.Daertoe,996,1408,daarbij,daarenboven. Verg.Toe.Daet,3042, tweede pers. plur. imperf. vandoen.Daghen,1007,1344,1350,1376,indagen,voor 't gerecht dagen. ZieLorreinen gloss.Daghen,1023,verdagen,uitstellen.Velth., bl. 116.Dale(Te),540,890,910,958,nederwaarts.Dame,1853,vrouwe.Dane,272,880,1402,1567,1609,2370,2377,2559,2704,2985,vandaar.Dar(Ic),239,1358,2013,2908,2933, 1 pers. praes. ind. vanhet ww.dorren,durven;Dorret,2510, tweede pers. plur. praes. ind.; praet.dorste,52,758,2380.Daren,904,deren. Verg.Lsp. gloss.Dat,861,omdat.Dat,350,352,519,zoodat.Deel(Een),1266,2074,3376,3383,3412,voor een gedeelte,ongeveer. Verg.HUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 129.Delijt,1228,vermaak,genoegen.Ferg.3171.Derre,979,dezer. ZieLorreinen gloss.Des,1223, tweede naamval vandat, afhangende vanpleghen.Deus,2040,God. ZieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 259,Ferg. gloss.Di,1441,2543, derde naamval van 't pron.du.Dic, (Dicke),2,70,1392,1518,1730,1746,3288,dikmaals.Dichten,3285,3342,een geschrift opstellen. Verg.V. WIJN, opHeelu, bl. 1.Dichter,3341,schrijver. ZieLsp. gloss.Dieden,1450,3162,helpen,baten,van nut zijn.Ferg.3152;Wal.1394, 2772;Stoke7 B., vs. 1134. Verg.Doct. gloss.Dief,1419, „in der alten guten bedeutung vontyro,juvenis,”GRIMM,R. F., bl. 275.Dief,129,357,1815,2007,boosdoener,deugniet.Wal.8304, 9221. Zie vooralCLIGNETT,Bijdr., bl. 176–177.Diefte,351,1449,2064,diefstal.Ferg.2951.Flor.3517.Lanc.2, 15433.Lsp. gloss.Dienen, in de spreekwijze:Hi diende van sinen ouden spele, vs.157; of,Ooc diende men hem met groten slaghen, vs.1598.Grimmverklaart de eerste plaats aldus,R. F., bl. 269: „bediente sich seines alten spiels, aber es ist wol zu lesen:diendem=diende hem.” Niet geheel juist.Iemand dienen met iets, is nog iemand iets aanbieden dat hem aangenaam is; maar zoo absoluut als in de eerstaangehaalde plaats wordt het niet meer gebruikt. De spreekwijs was in Vlaanderen niet ongewoon. ZooTroj. Orl.(Ovl. Ged.1 Dl., bl. 20), vs. 1701:Hi heeft hem metten scachte ghedient; 2 Dl., bl. 88, vs. 1201:Men diendem van groten slaghen; bl. 89, vs. 1283:Daer diendi hem van groten slaghen.Dietse,9,1463,Nederlandsch; eigenl.de volkstaal. Verg.GRIMM,D. Gramm., I3, bl. 12–20.Dighen,deech,ghedeghen,413,verminderen,vergaan. ZooStoke, 1 B., vs. 1275: Grave Philips,die deech te niete, hetgeenHUYD.vertaalt: „Graaf Philips storf zonder kinderen.”Dinc,476,2464,2771,3244,zaak,aangelegenheid. Verg.gloss.opFlor.enMnlp.Dinc,2739,geding, in de spreekwijs:sitten te dinghe. ZooFerg.4286.Dinghen,607,780,pleiten.Wal.3871. Verg.HUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 40.Dinken,126,198,665,1014,1099,1718; met DP. praet.dochte,362,499,954,1056,2225,dunken.Doe, passim,toen.Doemsdach,3428,oordeelsdag.Wal.3844, 8893.Doen,2828,bewerken. Verg.Mnlp. gloss.Doen dievaert,1043,varen,gaan. Zoopongijs doenvoorpongieren,HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 504–505.Doen hem up die strate(up die vaert),1320,3301,3311,zich op wegenz.begeven.Doen te verstane,1615,te verstaan geven.Doen te voren, zieVoren.Doere,2946, samentrekking voor:doe er.Doghen,281,2321,2396,2646, trans.lijden.Doghet,3121,goedheid.Dole,2382,onzekerheid. Dit schijnt de echte oude beteekenis te zijn. Zoo ookEsopet, Fab. 12, vs. 14.Doot, vr.,1311,1990. Zoo gewoonlijk, b.v.Troj. Orl.(Ovl. Ged., 1 Dl., bl. 13), vs. 1067.Doot hebben,905,1144, „niet geheel hetzelfde alsgedood hebben, maer veeleer ziende op het gelukken van den wensch naar iemands dood” (Lsp. gloss.). ZooFerg.3620, 3849. Met betrekking tot vs.1144vergelijke menWal.2 Dl., bl. 281, de aant. op vs. 5270.Dor,231,1209,1486,3121,door;25,66,243,317,474,931,992,1229,1476,2083,2150,2580,2887,om,wegens;dor dat,111,216,885,3015,omdat;dor dat,897,opdat.Dore,13,33,dwaas.Flor.66, 1010.Doctr.III, 1127. Verg.Lsp. gloss.Dorft, ww.dorven,derven,2560,noodig hebben,behoeven.Ferg.3802.Flor.82.Lsp.enLorr. gloss.—Praet.dorste,887.Dorper,602,779,845,866,dorpeling;13,33,2326,onbeschaafd,slecht mensch; met denzelfden overgang van beteekenis die invillanus(vanvilla),vilainis op te merken. Verg. ookscalc.Dorperheit,1673,onkieschheid,onbetamelijkheid, „wat tegen de eerbaarheid strijdt.” ZieHUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 532–535.Dorste, zieDarenDorft.Doven,1718,razen. ZieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 428–430.Draghen lieve,2137,liefde toedragen,beminnen;Draghen sorghe,2308*,bezorgd zijn,vreezen.Driven,bedrijven; met een subst. verbonden meestal te samen door één ww. te vertalen.Dr. claghe,308;bliscap,908;baraet,2360;mesbare,3227;onghevoech,3379. Verg.Flor.enMnlp. gloss.Driven,1558,voor zich heen drijven;driven te vonnesse,1884,aansporen om het vonnis te vellen;driven te scerne,545,te schande brengen; zie opsceren.Driven uut,1131,verdrijven.Druut,925,deugniet. ZieWap. Mart.K. 52;Mnlp.II, 4105. Verg.GRIMM,D. M., bl. 586.Dul, comp.dulre,918,dom,dwaas.Sijn an den dulsten,493,aan het kortste eind zijn. In de beteekenis van:gering,arm, leest mendul,Troj. Orl.(Ovl. Ged.1 Dl., bl. 11), vs. 932.Dulen,693,brullen(Het Fr.uller). Wal. 9714.Lanc.3, 3805.Dusdaen,1708,zoodanig.Ferg.3427, 3573.Flor.560, 581, 3512. Verg.CLIGNETT,Bijdr., bl. 215.Dwaen,1460,wasschen. ZieLsp. gloss.Dwinghen,664,2308*,bedwingen(verg.1732).E.Echt,1648,2945,3396,3410,wederom,andermaal.Flor.2718.Ferg.106, 1669. ZieLsp. ploss.Edelheit,66,edelmoedigheid. Verg.Flor. gloss.Eencoren, onz.,1864,eekhoren.Eenlic,883,eenzaam.Eerden(Bringhen ter),433,begraven.Eesch,3051,eisch.Eighin,2308*,eigenhoorig,slaafs onderworpen.Eke, zw.651,681,859,eikeboom.El,571,1121,3225,ander(s).Elkerlijc,302,2863,elk.Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 189.Emmer,1265,1493(2308*),in 't vervolg,nu.Emmervort,1285,voortaan.Engien,452,kunst; waarvoorFlor.935, 1542, 2372,meestrieheeft.Entie,191, samengetr. voorEnde die.Entrouwen,252,3226,in trouwe,2214,voorwaar.Erch,919,2323,boos,slecht.Ere,134,1301, samengetr. vooreenre,ener.Erre,2814,3356,3366,3386,gram, boos. Verg.CLIGNETT,Bijdr., bl. 240.Erren,3188,gram worden.Evele moet,2483,gramschap. Men verg. omtrent de spreekwijsWal.10009.Lanc.II, 5506, 9277, 15321, 31622; IV, 5827, 6798.Theoph.692, 1607.Rijmkr. bijKAUSLER, 3419.v. d. Feeste, 99, 375.Wap. Mart.69, vs. 7.Ferg.2855, 4867.Rose6244.Doct.II, 3698.Esopetbl. 181. Zie ook de keur bijKLUIT,Hist. Crit., II, 2, 656.Everswijn,1859,wild zwijn. Verg.CLIGNETT,Bijdr., bl. 95–97.F.Fel,60,88,105,343,484,544,614,856,940,993,1019,1079,1704,1787,2500,2507,2812,wreed, nijdig, boosaardig.Fijn,1865,schoon,bevallig. ZieLorr. gloss.en vooralLsp. gloss.Flume,2621,rivier. Verg.Flor. gloss.Fransois,100,fransch;in fransois,in het Fr.G.Gaen ant lijf, met DP.,2862,het leven kosten.Gaerdelijn,1416. Ik mistrouw dat woord:gaerdebeteekent eenrijs, eentakje, maar wordt, zoover ik weet, nooit voorbaardhaar,knevelbaardaangetroffen. Daarvoor is zeer gewoongranen, het Fr.guernon, dat hier2972;MAERL.,Sp. Hist., 3 Dl., bl. 266,Rose764,Lanc.II, 36969, voorkomt, en nog bijKIL.bekend is. Moet nu in vs.1416niet gelezen wordengranekijn, ofgranelijn?Gal,1230, praet. vangellen,gillen.Ganc,551,885,gang, liet gaan.Ganc maken,152,gaan.Gast,1981,vreemdeling;1204,gastvriend,hospes; voorts beteekent dit woord in 't algemeen, eenonbekenden dusonbemindpersoon, terwijl de juiste beteekenis nader door het adject. wordt bepaald, b.v.1888,felle g.,2821, lede g. ZooTroj. Orl.(Ovl. Ged., 2 Dl., bl. 85), vs. 869,wrede gast.Gheanden,202,wreken. ZieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 453–454.Ghebare,1769,uiterlijk voorkomen. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 33–34.Ghebieden,840,2217,2762,3243,bevelen;1839,lusten,willen. ZooLorr., I, 611;Wal.2771. In de elliptische spreekwijs,God, die alle dinc gheboot,1774, moet men aanvullen:te leven,te zijn. ZieWal.2 Dl., bl. 292.Ghebleet,2083,geblaat. Verg.Bleten.Gheboren int been(Sijn),2497,sedert de geboorte in merg en been zitten. Verg.Binnen gheboren.Ghebreken,1935, intr. met DP.ontbreken. Verg.Lsp. gloss.Ghebure,1981,buurman;343, in meer algemeenen zin,die felle ghebure. Verg. het fransche spreekwoord aangehaaldDoctr.II, 919. Zie ookLorr. gloss., pag. 333.Ghedeghen, zieDighen.Ghedichte,3241,opstel,geschrift. Verg.dichten,dichter.Ghedichte,812, adv.dicht op een.Ferg.4227.Wal.2139,3119, 3706, 3784. Verg.Lsp. gloss.Ghedinghe,314,475,527,geding,terechtzitting.Ghedinken,1504,1675,1997, impers. DP. GZ.,zich herinneren,gedenken.Ghedochte,542,gedachte,de daad van het denken.Ferg.1198.Flor.207 (?), 1654.Ghedoen,139,doen;3177,Ghedoe hoe ic ghedoe,het ga mij zoo het wil. Bekend is de spreekwijs:Wat doedi?Hoe vaart gij?(how do you do?) b.v.Lanc.II, 11415, 14097, 14223, 12545, 30702, 30828.Limb.IV, 305; VI, 493.Velth., bl. 363. Verg.Lsp. gloss.i. v.doen.Ghedoghen,755,1590,1593,1895,verdragen,lijden,doorstaan. Verg.Flor. gloss.Ghedraghen,637,1129,dragen.Gheganghen, part. vanganghen,3215,gegaan. Verg.MAERL.I, 100.Ferg.1650.Stoke7 B., vs. 466, enHUYD.aldaar 2 Dl., bl. 347.Ghegripen, praet.ghegreep,1249,1260,3104,grijpen,aangrijpen.Ferg.1213.Ghehelpen,691,helpen,baten.Ghehent,450,geëindigd; part. vanenden,eindigen.Ghehidet,2574,verborgen. Verg. het Eng.to hide.Ghehorsam,2550,gehoorzaam. Verg.Lsp. gloss.opghehoren.Ghehuuc,1605,geschreeuw.Wal.10601, 10631, 10721. Verg.HUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 382.Ghecrai,2308*(bis),geschreeuw.Ghelach,1518,gelag,spijs of drank,waarmeê men zich vrolijk maakt.Ghelach,2399,gemak(eigenl.wat goed gelegen is). Zoo heeftKIL.nog het adj.ghelaeghsaem, dat hij een Vlaamsch woord noemt, en verklaartwel gheleghen.Ghelaet,1092,1211,1737,1768,1802,2119,2185,uiterlijk voorkomen. Verg.Lsp. gloss.Ghelaten(Hem).1062,3036,zich aanstellen,zich voordoen. Verg.Flor. gloss.Maerl.,Sp. Hist., 3 Dl., bl. 294, 312.Ferg.4209.Ghelden,1236,betalen,vergelden.Gheles,2930,gebed,zegenspreuk. Verg.MAERL.,Sp. Hist., 3 Dl., bl. 241, vs. 50, 63.Gheliden,1525,glijden.Gheliet, part. vanlien,3403,bekennen. ZieLorr. gloss.opliet.Gheligghen, praet.ghelach,1321,liggen,zich uitstrekken.Ghelove,1599,geheel afgefoold. ZieWal.2 Dl., bl. 332–7.Gheloven,1020,1784,2495,gelooven,vertrouwen. ZieLorr. gloss.Gheloven,142,608,1622,2488,beloven,verzekeren.Lsp. gloss.Gheloven,2521,goedkeuren,toestemmen. ZieLorr. gloss.i. v.loven. Zoo gebruikten ook de Franschenlouer, b.v.GARIN, I, 116; II, 42.Gheluut,1532,1575,2308*,3372,geschreeuw,geraas,gebrul.Troj. Orl.(Ovl. Ged., 1 Dl., bl. 15), vs. 1268.Ghemac,736,2128,2220,2849,3297,rust,genoegen,tevredenheid.Ghemackelijc,3008,rustig. In den zin vanbedaard,gerust, komt het herhaaldelijk voor.Flor.2018.Lanc.II, 29519, 31255, 35886, 36854.Troj. Orl.(Ovl. Ged., 2 Dl., bl. 95), vs. 211.Ghemanc,2308*,oploop. Verg.Lsp. gloss.Ghemene,2112,gemeenschappelijk.Ghemick,2859,van pas,passend. Verg.Lsp. gloss.Ghemoet,1055,1110,2768,ontmoeting.Ghemoeten,1107,ontmoeten. Zie over dit en het voorgaande woord,Lorr. gloss.;CLIGNETT,Bijdr., bl. 228.Ghenade,67,317,1745,genade,gunst;leven mit ghenade,3445,onder Gods bescherming leven;met ghenade,2195,met (uwe) toestemming;grote ghenade hebben,3148,gerustheid hebben,gerust leven. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 528 en 512.Ghenadich,2316,welwillend,toegenegen.Ghenaken,2006,in iemands nabijheid komen.Ghenent,gheninde,2511,vertrouwen,moed;met gheninde,2810,met drift,haastig. ZieLsp. gloss.Gheneren(Hem),1689,zich voeden,den kost winnen.Troj. Orl.(Ovl. Ged., 1 Dl., bl. 13), vs. 1109.Wal.326. Verg.Mnlp.enLsp. gloss.Ghenesen,1404, intr.behouden blijven. Verg.Lsp. gloss.Ghenesen,245,(van een kind) bevallen,verlost worden. Ziet. l. a.p.Ghenoopt, part. vannopen,964, eigenlijkaanraken,slaan(zieLsp. gloss.), hierpijnigen.Ghenoot,2253,gelijke,pair. ZieLorr. gloss.Gentel,2508,beminnelijk,gentille. ZieKIL.opGhent.Gheonneert,2009,te schande gebracht, Fr.honni.Lorr.II, 3813.Ghepronden, ziePrenden.Ghequiten,2658,vrij maken van iets.Gheraden,1453,raden,raad geven.Gheraect sijn tot iemen,1246,tot iemand genaderd,doorgedrongen zijn. Verg.Mnlp. gloss.Ghereden,1918,2958,bereiden,toebereiden;1762,hem ghereden up,iets beginnen.Ghere,687, samentr. vanghener.Gherochte,1533,gerucht,geraas;3304, „tumultus,murmur,turbatio,”KIL.Gherocht uut, praet. vangheraken uut,752.Gheronnen comen,118,734,760,1325,komen aangeloopen.Gheronnenis het part. vanrennen, waarover zieLsp. gloss.Ghesegghen,1651,zeggen,verhalen.Gheselle,613,629,645,2106,gezel,wapenbroeder,vriend. Over de compagnons offrères d'armes, zie vooralDU CANGEopJOINVILLE.Gheselscap,2109,trouwe hulp en vriendschap.Ghesien,1264,zien.Ghesinde,1399,gezin,hofgezin,gevolg.Carl. El.1174.Mnlp. gloss.Ghesceet,387,scheiding.Flor.1582, 3111.Ghescriven,93,schrijven.Ghesleghen, part. vanslaen,653;pade slaen,505,door heen en weêr loopen paden vormen. Vandaarslaghe,voetslaghe, in den zin vanvoetstapgen,voetspoor,spoor.Ghesmide,2590,allerlei cieraad, dat van eenig metaal gesmeed wordt;CLIGNETT,Bijdr., bl. 224–225.Ghesocht, zieSochten.Ghespreken,438,spreken. Het imperf.ghespracstaat hier als dikwerf in het Mnl. en Oud- en Mhd. voor hetplusquamperf.
Vare ende brinc dinen here te vorenVan minen monde,sonder brief:In haten niet.
Vare ende brinc dinen here te vorenVan minen monde,sonder brief:In haten niet.
Verg. ookMnlp. gloss.
Briesscen,693,brullen.Kil.vertaalt hetRugireetHinnire; wij gebruiken het alleen in de laatste beteekenis.
Brocht,83,651,748,1650, voorghebrocht, part. vanbringhen,brengen.
Broet,332,broedsel;392,gebroed,kroost. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 80.
Bruwen,1961,brouwen.
Buten,1714, (verwijderd van).
Butseel,1863,GRIMM,R. F., bl. 277, denkt aan den bunsing;WILLEMSmeent er eenbusaert,accipitris genus(KIL.) in te mogen zien.
Buuc,1581,buik;bi den buke,(kruipende) op den buik.
Dach nemen,80,een dag bepalen.
Daertoe,996,1408,daarbij,daarenboven. Verg.Toe.
Daet,3042, tweede pers. plur. imperf. vandoen.
Daghen,1007,1344,1350,1376,indagen,voor 't gerecht dagen. ZieLorreinen gloss.
Daghen,1023,verdagen,uitstellen.Velth., bl. 116.
Dale(Te),540,890,910,958,nederwaarts.
Dame,1853,vrouwe.
Dane,272,880,1402,1567,1609,2370,2377,2559,2704,2985,vandaar.
Dar(Ic),239,1358,2013,2908,2933, 1 pers. praes. ind. vanhet ww.dorren,durven;Dorret,2510, tweede pers. plur. praes. ind.; praet.dorste,52,758,2380.
Daren,904,deren. Verg.Lsp. gloss.
Dat,861,omdat.
Dat,350,352,519,zoodat.
Deel(Een),1266,2074,3376,3383,3412,voor een gedeelte,ongeveer. Verg.HUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 129.
Delijt,1228,vermaak,genoegen.Ferg.3171.
Derre,979,dezer. ZieLorreinen gloss.
Des,1223, tweede naamval vandat, afhangende vanpleghen.
Deus,2040,God. ZieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 259,Ferg. gloss.
Di,1441,2543, derde naamval van 't pron.du.
Dic, (Dicke),2,70,1392,1518,1730,1746,3288,dikmaals.
Dichten,3285,3342,een geschrift opstellen. Verg.V. WIJN, opHeelu, bl. 1.
Dichter,3341,schrijver. ZieLsp. gloss.
Dieden,1450,3162,helpen,baten,van nut zijn.Ferg.3152;Wal.1394, 2772;Stoke7 B., vs. 1134. Verg.Doct. gloss.
Dief,1419, „in der alten guten bedeutung vontyro,juvenis,”GRIMM,R. F., bl. 275.
Dief,129,357,1815,2007,boosdoener,deugniet.Wal.8304, 9221. Zie vooralCLIGNETT,Bijdr., bl. 176–177.
Diefte,351,1449,2064,diefstal.Ferg.2951.Flor.3517.Lanc.2, 15433.Lsp. gloss.
Dienen, in de spreekwijze:Hi diende van sinen ouden spele, vs.157; of,Ooc diende men hem met groten slaghen, vs.1598.Grimmverklaart de eerste plaats aldus,R. F., bl. 269: „bediente sich seines alten spiels, aber es ist wol zu lesen:diendem=diende hem.” Niet geheel juist.Iemand dienen met iets, is nog iemand iets aanbieden dat hem aangenaam is; maar zoo absoluut als in de eerstaangehaalde plaats wordt het niet meer gebruikt. De spreekwijs was in Vlaanderen niet ongewoon. ZooTroj. Orl.(Ovl. Ged.1 Dl., bl. 20), vs. 1701:Hi heeft hem metten scachte ghedient; 2 Dl., bl. 88, vs. 1201:Men diendem van groten slaghen; bl. 89, vs. 1283:Daer diendi hem van groten slaghen.
Dietse,9,1463,Nederlandsch; eigenl.de volkstaal. Verg.GRIMM,D. Gramm., I3, bl. 12–20.
Dighen,deech,ghedeghen,413,verminderen,vergaan. ZooStoke, 1 B., vs. 1275: Grave Philips,die deech te niete, hetgeenHUYD.vertaalt: „Graaf Philips storf zonder kinderen.”
Dinc,476,2464,2771,3244,zaak,aangelegenheid. Verg.gloss.opFlor.enMnlp.
Dinc,2739,geding, in de spreekwijs:sitten te dinghe. ZooFerg.4286.
Dinghen,607,780,pleiten.Wal.3871. Verg.HUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 40.
Dinken,126,198,665,1014,1099,1718; met DP. praet.dochte,362,499,954,1056,2225,dunken.
Doe, passim,toen.
Doemsdach,3428,oordeelsdag.Wal.3844, 8893.
Doen,2828,bewerken. Verg.Mnlp. gloss.
Doen dievaert,1043,varen,gaan. Zoopongijs doenvoorpongieren,HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 504–505.
Doen hem up die strate(up die vaert),1320,3301,3311,zich op wegenz.begeven.
Doen te verstane,1615,te verstaan geven.
Doen te voren, zieVoren.
Doere,2946, samentrekking voor:doe er.
Doghen,281,2321,2396,2646, trans.lijden.
Doghet,3121,goedheid.
Dole,2382,onzekerheid. Dit schijnt de echte oude beteekenis te zijn. Zoo ookEsopet, Fab. 12, vs. 14.
Doot, vr.,1311,1990. Zoo gewoonlijk, b.v.Troj. Orl.(Ovl. Ged., 1 Dl., bl. 13), vs. 1067.
Doot hebben,905,1144, „niet geheel hetzelfde alsgedood hebben, maer veeleer ziende op het gelukken van den wensch naar iemands dood” (Lsp. gloss.). ZooFerg.3620, 3849. Met betrekking tot vs.1144vergelijke menWal.2 Dl., bl. 281, de aant. op vs. 5270.
Dor,231,1209,1486,3121,door;25,66,243,317,474,931,992,1229,1476,2083,2150,2580,2887,om,wegens;dor dat,111,216,885,3015,omdat;dor dat,897,opdat.
Dore,13,33,dwaas.Flor.66, 1010.Doctr.III, 1127. Verg.Lsp. gloss.
Dorft, ww.dorven,derven,2560,noodig hebben,behoeven.Ferg.3802.Flor.82.Lsp.enLorr. gloss.—Praet.dorste,887.
Dorper,602,779,845,866,dorpeling;13,33,2326,onbeschaafd,slecht mensch; met denzelfden overgang van beteekenis die invillanus(vanvilla),vilainis op te merken. Verg. ookscalc.
Dorperheit,1673,onkieschheid,onbetamelijkheid, „wat tegen de eerbaarheid strijdt.” ZieHUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 532–535.
Dorste, zieDarenDorft.
Doven,1718,razen. ZieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 428–430.
Draghen lieve,2137,liefde toedragen,beminnen;Draghen sorghe,2308*,bezorgd zijn,vreezen.
Driven,bedrijven; met een subst. verbonden meestal te samen door één ww. te vertalen.Dr. claghe,308;bliscap,908;baraet,2360;mesbare,3227;onghevoech,3379. Verg.Flor.enMnlp. gloss.
Driven,1558,voor zich heen drijven;driven te vonnesse,1884,aansporen om het vonnis te vellen;driven te scerne,545,te schande brengen; zie opsceren.
Driven uut,1131,verdrijven.
Druut,925,deugniet. ZieWap. Mart.K. 52;Mnlp.II, 4105. Verg.GRIMM,D. M., bl. 586.
Dul, comp.dulre,918,dom,dwaas.Sijn an den dulsten,493,aan het kortste eind zijn. In de beteekenis van:gering,arm, leest mendul,Troj. Orl.(Ovl. Ged.1 Dl., bl. 11), vs. 932.
Dulen,693,brullen(Het Fr.uller). Wal. 9714.Lanc.3, 3805.
Dusdaen,1708,zoodanig.Ferg.3427, 3573.Flor.560, 581, 3512. Verg.CLIGNETT,Bijdr., bl. 215.
Dwaen,1460,wasschen. ZieLsp. gloss.
Dwinghen,664,2308*,bedwingen(verg.1732).
Echt,1648,2945,3396,3410,wederom,andermaal.Flor.2718.Ferg.106, 1669. ZieLsp. ploss.
Edelheit,66,edelmoedigheid. Verg.Flor. gloss.
Eencoren, onz.,1864,eekhoren.
Eenlic,883,eenzaam.
Eerden(Bringhen ter),433,begraven.
Eesch,3051,eisch.
Eighin,2308*,eigenhoorig,slaafs onderworpen.
Eke, zw.651,681,859,eikeboom.
El,571,1121,3225,ander(s).
Elkerlijc,302,2863,elk.Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 189.
Emmer,1265,1493(2308*),in 't vervolg,nu.
Emmervort,1285,voortaan.
Engien,452,kunst; waarvoorFlor.935, 1542, 2372,meestrieheeft.
Entie,191, samengetr. voorEnde die.
Entrouwen,252,3226,in trouwe,2214,voorwaar.
Erch,919,2323,boos,slecht.
Ere,134,1301, samengetr. vooreenre,ener.
Erre,2814,3356,3366,3386,gram, boos. Verg.CLIGNETT,Bijdr., bl. 240.
Erren,3188,gram worden.
Evele moet,2483,gramschap. Men verg. omtrent de spreekwijsWal.10009.Lanc.II, 5506, 9277, 15321, 31622; IV, 5827, 6798.Theoph.692, 1607.Rijmkr. bijKAUSLER, 3419.v. d. Feeste, 99, 375.Wap. Mart.69, vs. 7.Ferg.2855, 4867.Rose6244.Doct.II, 3698.Esopetbl. 181. Zie ook de keur bijKLUIT,Hist. Crit., II, 2, 656.
Everswijn,1859,wild zwijn. Verg.CLIGNETT,Bijdr., bl. 95–97.
Fel,60,88,105,343,484,544,614,856,940,993,1019,1079,1704,1787,2500,2507,2812,wreed, nijdig, boosaardig.
Fijn,1865,schoon,bevallig. ZieLorr. gloss.en vooralLsp. gloss.
Flume,2621,rivier. Verg.Flor. gloss.
Fransois,100,fransch;in fransois,in het Fr.
Gaen ant lijf, met DP.,2862,het leven kosten.
Gaerdelijn,1416. Ik mistrouw dat woord:gaerdebeteekent eenrijs, eentakje, maar wordt, zoover ik weet, nooit voorbaardhaar,knevelbaardaangetroffen. Daarvoor is zeer gewoongranen, het Fr.guernon, dat hier2972;MAERL.,Sp. Hist., 3 Dl., bl. 266,Rose764,Lanc.II, 36969, voorkomt, en nog bijKIL.bekend is. Moet nu in vs.1416niet gelezen wordengranekijn, ofgranelijn?
Gal,1230, praet. vangellen,gillen.
Ganc,551,885,gang, liet gaan.Ganc maken,152,gaan.
Gast,1981,vreemdeling;1204,gastvriend,hospes; voorts beteekent dit woord in 't algemeen, eenonbekenden dusonbemindpersoon, terwijl de juiste beteekenis nader door het adject. wordt bepaald, b.v.1888,felle g.,2821, lede g. ZooTroj. Orl.(Ovl. Ged., 2 Dl., bl. 85), vs. 869,wrede gast.
Gheanden,202,wreken. ZieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 453–454.
Ghebare,1769,uiterlijk voorkomen. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 33–34.
Ghebieden,840,2217,2762,3243,bevelen;1839,lusten,willen. ZooLorr., I, 611;Wal.2771. In de elliptische spreekwijs,God, die alle dinc gheboot,1774, moet men aanvullen:te leven,te zijn. ZieWal.2 Dl., bl. 292.
Ghebleet,2083,geblaat. Verg.Bleten.
Gheboren int been(Sijn),2497,sedert de geboorte in merg en been zitten. Verg.Binnen gheboren.
Ghebreken,1935, intr. met DP.ontbreken. Verg.Lsp. gloss.
Ghebure,1981,buurman;343, in meer algemeenen zin,die felle ghebure. Verg. het fransche spreekwoord aangehaaldDoctr.II, 919. Zie ookLorr. gloss., pag. 333.
Ghedeghen, zieDighen.
Ghedichte,3241,opstel,geschrift. Verg.dichten,dichter.
Ghedichte,812, adv.dicht op een.Ferg.4227.Wal.2139,3119, 3706, 3784. Verg.Lsp. gloss.
Ghedinghe,314,475,527,geding,terechtzitting.
Ghedinken,1504,1675,1997, impers. DP. GZ.,zich herinneren,gedenken.
Ghedochte,542,gedachte,de daad van het denken.Ferg.1198.Flor.207 (?), 1654.
Ghedoen,139,doen;3177,Ghedoe hoe ic ghedoe,het ga mij zoo het wil. Bekend is de spreekwijs:Wat doedi?Hoe vaart gij?(how do you do?) b.v.Lanc.II, 11415, 14097, 14223, 12545, 30702, 30828.Limb.IV, 305; VI, 493.Velth., bl. 363. Verg.Lsp. gloss.i. v.doen.
Ghedoghen,755,1590,1593,1895,verdragen,lijden,doorstaan. Verg.Flor. gloss.
Ghedraghen,637,1129,dragen.
Gheganghen, part. vanganghen,3215,gegaan. Verg.MAERL.I, 100.Ferg.1650.Stoke7 B., vs. 466, enHUYD.aldaar 2 Dl., bl. 347.
Ghegripen, praet.ghegreep,1249,1260,3104,grijpen,aangrijpen.Ferg.1213.
Ghehelpen,691,helpen,baten.
Ghehent,450,geëindigd; part. vanenden,eindigen.
Ghehidet,2574,verborgen. Verg. het Eng.to hide.
Ghehorsam,2550,gehoorzaam. Verg.Lsp. gloss.opghehoren.
Ghehuuc,1605,geschreeuw.Wal.10601, 10631, 10721. Verg.HUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 382.
Ghecrai,2308*(bis),geschreeuw.
Ghelach,1518,gelag,spijs of drank,waarmeê men zich vrolijk maakt.
Ghelach,2399,gemak(eigenl.wat goed gelegen is). Zoo heeftKIL.nog het adj.ghelaeghsaem, dat hij een Vlaamsch woord noemt, en verklaartwel gheleghen.
Ghelaet,1092,1211,1737,1768,1802,2119,2185,uiterlijk voorkomen. Verg.Lsp. gloss.
Ghelaten(Hem).1062,3036,zich aanstellen,zich voordoen. Verg.Flor. gloss.Maerl.,Sp. Hist., 3 Dl., bl. 294, 312.Ferg.4209.
Ghelden,1236,betalen,vergelden.
Gheles,2930,gebed,zegenspreuk. Verg.MAERL.,Sp. Hist., 3 Dl., bl. 241, vs. 50, 63.
Gheliden,1525,glijden.
Gheliet, part. vanlien,3403,bekennen. ZieLorr. gloss.opliet.
Gheligghen, praet.ghelach,1321,liggen,zich uitstrekken.
Ghelove,1599,geheel afgefoold. ZieWal.2 Dl., bl. 332–7.
Gheloven,1020,1784,2495,gelooven,vertrouwen. ZieLorr. gloss.
Gheloven,142,608,1622,2488,beloven,verzekeren.Lsp. gloss.
Gheloven,2521,goedkeuren,toestemmen. ZieLorr. gloss.i. v.loven. Zoo gebruikten ook de Franschenlouer, b.v.GARIN, I, 116; II, 42.
Gheluut,1532,1575,2308*,3372,geschreeuw,geraas,gebrul.Troj. Orl.(Ovl. Ged., 1 Dl., bl. 15), vs. 1268.
Ghemac,736,2128,2220,2849,3297,rust,genoegen,tevredenheid.
Ghemackelijc,3008,rustig. In den zin vanbedaard,gerust, komt het herhaaldelijk voor.Flor.2018.Lanc.II, 29519, 31255, 35886, 36854.Troj. Orl.(Ovl. Ged., 2 Dl., bl. 95), vs. 211.
Ghemanc,2308*,oploop. Verg.Lsp. gloss.
Ghemene,2112,gemeenschappelijk.
Ghemick,2859,van pas,passend. Verg.Lsp. gloss.
Ghemoet,1055,1110,2768,ontmoeting.
Ghemoeten,1107,ontmoeten. Zie over dit en het voorgaande woord,Lorr. gloss.;CLIGNETT,Bijdr., bl. 228.
Ghenade,67,317,1745,genade,gunst;leven mit ghenade,3445,onder Gods bescherming leven;met ghenade,2195,met (uwe) toestemming;grote ghenade hebben,3148,gerustheid hebben,gerust leven. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 528 en 512.
Ghenadich,2316,welwillend,toegenegen.
Ghenaken,2006,in iemands nabijheid komen.
Ghenent,gheninde,2511,vertrouwen,moed;met gheninde,2810,met drift,haastig. ZieLsp. gloss.
Gheneren(Hem),1689,zich voeden,den kost winnen.Troj. Orl.(Ovl. Ged., 1 Dl., bl. 13), vs. 1109.Wal.326. Verg.Mnlp.enLsp. gloss.
Ghenesen,1404, intr.behouden blijven. Verg.Lsp. gloss.
Ghenesen,245,(van een kind) bevallen,verlost worden. Ziet. l. a.p.
Ghenoopt, part. vannopen,964, eigenlijkaanraken,slaan(zieLsp. gloss.), hierpijnigen.
Ghenoot,2253,gelijke,pair. ZieLorr. gloss.
Gentel,2508,beminnelijk,gentille. ZieKIL.opGhent.
Gheonneert,2009,te schande gebracht, Fr.honni.Lorr.II, 3813.
Ghepronden, ziePrenden.
Ghequiten,2658,vrij maken van iets.
Gheraden,1453,raden,raad geven.
Gheraect sijn tot iemen,1246,tot iemand genaderd,doorgedrongen zijn. Verg.Mnlp. gloss.
Ghereden,1918,2958,bereiden,toebereiden;1762,hem ghereden up,iets beginnen.
Ghere,687, samentr. vanghener.
Gherochte,1533,gerucht,geraas;3304, „tumultus,murmur,turbatio,”KIL.
Gherocht uut, praet. vangheraken uut,752.
Gheronnen comen,118,734,760,1325,komen aangeloopen.Gheronnenis het part. vanrennen, waarover zieLsp. gloss.
Ghesegghen,1651,zeggen,verhalen.
Gheselle,613,629,645,2106,gezel,wapenbroeder,vriend. Over de compagnons offrères d'armes, zie vooralDU CANGEopJOINVILLE.
Gheselscap,2109,trouwe hulp en vriendschap.
Ghesien,1264,zien.
Ghesinde,1399,gezin,hofgezin,gevolg.Carl. El.1174.Mnlp. gloss.
Ghesceet,387,scheiding.Flor.1582, 3111.
Ghescriven,93,schrijven.
Ghesleghen, part. vanslaen,653;pade slaen,505,door heen en weêr loopen paden vormen. Vandaarslaghe,voetslaghe, in den zin vanvoetstapgen,voetspoor,spoor.
Ghesmide,2590,allerlei cieraad, dat van eenig metaal gesmeed wordt;CLIGNETT,Bijdr., bl. 224–225.
Ghesocht, zieSochten.
Ghespreken,438,spreken. Het imperf.ghespracstaat hier als dikwerf in het Mnl. en Oud- en Mhd. voor hetplusquamperf.