H.

Ghestade,613,standvastig,getrouw;3047,ingetogen,niet door hartstochten hèen en weêr geslingerd. Verg.Lsp. gloss.Ghestaen,560,1305,staan; zoo ookghestaen sijn,698, waarover zieLsp. Gloss.opghestaen.Ghesteken, part. vansteken,3261,3339.Ghestille,26,1136,2194,stilzwijgen,stilte.Ferg.681, 5556;Flor. gloss.Ghetelen, zie opTelen.Ghetemen,2211,gedoogen. Zie vooralHUYD.opStoke, 2 Dl. bl. 432–433; en verg.MAERL.III, 149;Wal.8566, 9426, 7740;Lanc.3 B., vs. 14983, 23149;Rose, 3365;Mnlp.3 B., vs. 593. Zie ookLimb. gloss.Ghetide,951, „ghetyd-ghebeden;horariae preces,preces canonicae” (KIL.); de gebeden die elk priester opbepaalde tijdenvan den dag moest lezen, en waarvan decompletehet laatste is.Ghetoghet,1080, part. vantoghen,aantoonen,toonen. Watghetoghetis,blijkt, isduidelijk.Ghetrouwe,2485,3242,eerlijk,oprecht.Ghetrouwe sijn(?),2578,vertrouwen.Ghetrouwen,3365,vertrouwen,betrouwen. Verg.Mnlp. gloss.Ghevaen, zieVaen.Gheval,46,2225,geluk; maar die beteekenis is er slechts bij toepassing aan gegeven, daarom617,1059, vol-uitgoet gheval.Ghevallen, intr. DP.,149,1278,1393,2190,2289,2308*,2351,gebeuren;1391,uitvallen.Ghevane,2996,3417,de gevangenen. Eigenl. part. vanvaen.Ghevaren, zieVaren.Gheven een val,1641,enen spronc,1716,vallen,springen.Ghevoech,233,658,884,1625,2968, eigenlijkwat voegt, of te pas komt(dus233);wat dienstig of nuttig is. Vandaar:voordeel,gemak, enz. ZieLsp. gloss.Ghevreiscen,1582,vernemen. Verg.Flor. gloss.Ghewaerlike,2564,waarlijk,waarachtig.Ghewaert laten,1123.Willemsverklaartghewaertalsverzekerd,vrij, d. i.waerschap of genoegdoening verstrekt hebbende; maar die verklaring zal wel niemand bevredigen. Blijkbaar beteekent hetmet rust laten, van het goth.gavairthi, d. i.vrede,rust. Verg.HOLTZMANN,Unters. über das Nibelungenlied, bl. 85. Vanhier het bekendeghew(a)erden.Ghewande,1283,ingewand. De omwerking heeftghewade:scade; is dat ook de ware lezing?Stoke, 2 B., vs. 963, heeftghewade.Gheware worden, met GZ.,1712.Gheweldelike,3431,met geweld,overmachtig.Gheweldich,1224,machtig.Ghewelt,2308*,macht. Verg.Lsp. gloss.Ghewent,1540,gekeerd.Ghewin,1634,3182,3252,winst.Ghewinnen,ghewan,ghewonnen,227,342,571,580,1326,verkrijgen,verwerven,machtig worden;749,de vrije beschikking krijgen;1029,overhalen. Verg.Lsp. gloss.Ghewouden,430; ook alleenwouden,3189,macht oefenen,beschikken over iets,beschermen.Wal.3298, 3895, 5221;Limb.,Mnlp. gloss.Ghewout,605,2142,2450,2853,3430,macht. Verg.CLIGNETT,Bijdr., bl. 361.Ghewreken,ghewrac,436,468,wreken.Ghewrochte, imperf. vanghewerken,1652,werken,bewerken. ZieLsp. gloss.Ghier,940,vraet,slokop. Eigenlijk een adj.begeerig,hebzuchtig. Verg.Lsp.enMnlp. gloss.Ghierech,403,begeerig,inhalig,gulzig.Ghendre,831,1336,1603,gints,ginder.Ghisel,3089,gijzelaar.Godevolen,3300,Gode bevolen. ZieBeatrijs gloss.Godsat hebben,3176,gevloekt zijn; eigenlijkGods haat hebben.Maerl.I, p. 62.Ferg.2304, 4702, waar het hs.Godsatheeft. ZieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 350–351.God gheve u goedendach!2921, gewone zegenwensch,God zegene, bescherme u!Ferg.4572. Het tegenovergestelde, eenquaden dachwenschen, vindt men evenzeer, b.v.Velth.bl. 42;Ferg.3214, 3492.Goedertiere,2315,3045,goedaardig.Wal.9172, 9238, 9346. Verg.Flor. gloss.Goet,1988,goed, (geschenk).Goom nemen,183,659,2000,2138, met GZ.,acht geven.Ferg.734, 1202;Velth.bl. 182, 184, 186, enz. Verg.Flor.enMnlp. gloss.Gram,2462,verdrietig;3099;toornig. In de eerste beteek.Ferg.103, 1528;Flor.550; in de tweedeFerg.1925. Verg.HUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 264.Gram doen,3042,verdrietig maken,leed aandoen.Granen,2972,knevels.Flor.3284;Lanc.II, 36969;Rose764.Graven,groef,2600,begraven.Lorr. gloss.Grief doen,186,leed doen, van het franschegrief.Grongaert,32, het fr.grognard.Grongieren,2118,brommen, 't fr.grogner.H.Haenbalc,1618,hanebalk,bovenste balk van 't dak.Haerwaert,1452,herwaarts.Haghe,42,386,396,820,1053,2400,3139,heg,kreupelhout.Haghedochte,541,1367,3074,3257,krocht,hol. ZieLsp. gloss.Half ghenade,1993, (spottende uitdrukking).Hame,971, onsham, eigenlijkde buiging der achterbeenen.KIL.poples. In denFerg.heet het van twee ridders, die op elkander inrenden, 2347:So sere si te gadere quamen,Dien orsen boghen die hamen.Hant(Te), zie opTe.Hantwerc,3348,schrijfkunst, eigenlijkhandwerk.Harde,haerde,3,153,207,312,569,656, enz. Adv.zeer.Hare,269,374,haren kleed, fr.haire. ZieBeatrijs gloss.Hare,Haer,2624,3222,hier. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 22.Harentare,1628,1711,2069,hier en daar. ZieLsp. gloss.ophaer.Have,563,zaak, eigenl.bezitting, vanhebben. Verg.Lsp.3 Dl., bl. 139, vs. 113;Ferg.1068;Flor. gloss.Hebben ghedaen, met een infin.44,2916, gewone spraakvorm.Heleghe,83,reliquien der heiligen.Lorr.II, 161. Verg.ZIEMANNopheilic.Helet,615,1072,3221,held. De Oud-Saksische vorm isHelith,Helid. ZieHeliand, 3650, 6270 (ed.KÖNE).Helpe,575,1545,2071,3361, uitroeping van verbazing,God helpe mij!Maerl.Sp. Hist., 3 Dl., bl. 84, 255.Hem,716,hun;769,958,zich.Henen,2345,van hier,weg.Here,2246,vader.Lanc.3 B., vs. 26460.Limb.X, 310.Herte, vr. subst.899,917,982,1079,1199,1741,1925,hart.Heten,hiet,gheheten,2223,2815,3234,3346,bevelen.Hie,1852,echtgenoot; Ohd.hiwa,GRAFF, IV, 1066. Verg.KÖNESHeliand, bl. 369.Hinderwaert,2018,2021,achterwaarts.Hinderwaert varen, hier,abire in malam partem.Wal.1600.Hine,963, samentr. vanhi ne=hi en.Hinne,134,287,hen.Hire,52,hij er.Ho,443,hard op,met luider stemme, eigenlijkhoog. Verg.HUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 142.Hoe so,1444,1765,hoe.Hoede(Sonder),377,391, „onbekommerd, zonder telkensop zijne hoedete moeten zijn”.Huyd.opStoke, 1 Dl., bl. 381.Hoekijn,2091,bokje.Hoen, plur.hoener,1538,1560,1613,1637,1701,2094, „Etsihoenpro gallina fere usurpetur, tamen commune est nomen ad omne gallinaceorum genus.”Kil.Hof,45,48,51,55,554,hofdag,cour plénière;650,hofstede.Hoghen(Sijn in),1048,2114,verheugd zijn. ZieHUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 263–264.Hondekijn,99,hondje.Honen,78,175,217,488,491,501,1204,1638,bedriegen. ZieDoct. gloss.Hoofschelike,37,fatsoenlijk,op hoofsche wijze. Verg.Beatrijs, bl. 38.Hopen ten ghewinne,2472,verlangen naar de winst, het voordeel.Houden,633,volgen. Verg.Ferg.179.Hout,606,2238,genegen. ZieDoct. gloss.Houtmakerigghe,804,houtwerkster. Zie over den vormHUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 72.Hovesc,1221,heusch,beleefd. Verg.Beatrijs, bl. 38.Hoveschede,28,1669,beleefdheid,welopgevoedheid.Hulde,594,1142,1784,2173,2489,welwillendheid,genegenheid,gunst. ZieDoct.enLorr. gloss.Hulde,1611,3441,trouw.I. J.Jamer,308,jammerklacht. Verg.HUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 13 of 387.Jane,2208,2528,ei(Ja en), bij eene vraag.Huyd.opStoke, 2 Dl., bl. 358.Iemen,500,iemand.Iet,2219,2611,2715,eenigsins. Verg.HUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 379.Iewet,122,2355,iets,ietwat.Jeghen,113,1335,1361,1653,1763,3095,tegen. Verg.Lsp. gloss.Jeghen(Brenghen te),215,3259,geven,ter hand stellen, eigenlijktoevoeren.In,136,op;in den daghe, gewoonlijkan d. d.Indien, steeds gevolgd door dat,2193,2448,2487,2805,wanneer.Inne,93, enz.,ic en.Ingaen,322,beginnen. Verg.Lsp. gloss.In lanc so bet,1222,hoe langer zoo beter.Maerl.Sp. Hist., 1 Dl., bl. 93. Verg.Lsp. gloss.Inlopen,1905,beginnen,gebeuren.Inslaen,955,1721,zich driftig in iets werpen.C. K.Caerminghe,313,gekerm,weegeklag.Caf,1803,het allerminste,zoo goed als niets. ZieLsp. gloss.Verg.Loof.Capproen,944,hoofdbedeksel,kapje. ZieLsp. gloss.Carine(toghen,doen),280,423,straf,boete, vooral die men zich doorvastenenligchaamskastijdingopleî. Verder in 't algemeensmart. Het woord komt dikwerf voor:Wal.2115, 7699;Ferg.2167;Lanc.II, 45605; III, 17621;BrandaenII, 688;KauslerI, 7575;Stoke3 B., vs. 463. Ook in de fragm. vanAubry de borg. Evenzoo in 't Mhd., b.v.Werner v. Niederr., bl. 7, 75. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 146–147. Het Ohd. heeftchara,passio,poenitentia(GRAFFIV, 164), het Oudsaks.kara(KÖNESHeliand, bl. 387) in dezelfde beteekenis; waarschijnlijk stamt daarvan af het mlat.carena, datZIEMANNverklaart door „quadragena, busze durch vierzigtägiges fasten oder 40 geiszelhiebe.”Caritate,278, hieraalmoesin den zin van het fr.faire la charité. Het is het Lat.caritas.Castien,489,vermanen,terecht wijzen. Verg.Flor.1231.Lsp. gloss.Keer,502,1915,wending,draai.Keitijf,640,838,2785,arm,ongelukkig,ellendig. Verg.cativoenchétif, en zieLsp.enBeatr. gloss.Keren(inoftot iets),11,29,36,streven naar iets;dietalekeren, trans. en intr.641,1667,bedoelen. ZieLsp. gloss.Kennen,86,weten. Ziet. a. p.Kerre,209,kar.Chierheit,2594,kostbaarheid. ZieDoct. gloss.Claer,1103,helder;claerre,1445, is de compar., onsklaerder, waarclaer,onbesmetbeteekent.Claerlike,1661,verstaanbaar,openhartig.Claghe,61,125,135,248,2770,aanklacht.Claghen,2695,klachten uiten,jammeren;claghen over,om,59,235,zich beklagen over iemand;100,114,194,1762,1789,eene aanklacht doen,aanklagen.Claren,2726,2944,zuiveren.Clerc,3357,geestelijke,geleerde;251,leerling. „Clerke als si eerst ter schole gaan,” zoo als het heetD. Catoen, 24–25, zijn natuurlijkschooljongens. Verg.Flor. gloss.Clippel,1297,klepel.Clockelijn,1490,klokje; doch zie deaanteekening aldaar.Cloet,786,792,lange stok,polsstok. ZieKIL.Cluse,275,kluis.Coever,569,overvloed. ZieLsp. gloss.opvercoeveren.Colne (Van —) tote Meie,2619.Grimmzegt,R. F., bl. XCII, „Scherzhaft wirdörtlicheundzeitlichebestimmunggemischt; noch heute hört man in Oberdeutschland „zwischenpfingstenundStrassburg.” Dieser witzige ausdruck reicht also schon in das 12 jh. hinauf.„Interpascha Remisque,”ReinardusII, 690; „interCluniacumetsancti festa Johannisobit”, IV, 970......In den Niederlanden: „vanAken tot paschen(TUINMAN,Spreekw., I, 334);wahrscheinlich ist auch „vanColnetoteMeie” so zu nehmen.”—Willemsvoert nog de fransche spreekwijs aan: „Cela s'est passé entreMaubeugeet laPentecôte.”Comen, part. vancomen,87,314,1091,gekomen.Complete,951,de laatste kerkdienst van den dag, „met welke alle de diensten van den dagvervulden besloten werden.” ZieLsp. gloss.en den daar aangehaaldenHUYDECOPER.Conden,2061,verkondigen,bekend maken.Conste, praet. vanconnen,kunnen,462,757,953,1500,1510,1894,3349.Cont,1910,bekend. ZieDoctr. gloss.Convent,covent,1612,2512,voorwaarde.Corten,1879,1939,kort maken,bekorten.Coude,2647,koude;2630,koortskoû,koorts. Verg.WILLEMS,Inleid. op Reinaert, bl. LXIV, en zieKIL.Cracht,347,met haerre cracht,uit al hunne macht.Craghe,2636,2964,3250,hals(welk woord intusschen ook,1594,3263voorkomt).Ferg.2657; verg.KIL.Craieren,45,uitroepen;Flor.166;Ferg.(2502), 5067, 5129.Cramp, praet. vancrimpen,1507.Cranc,56,563,869,1013,1761,1846,2000,2138,zwak.Creature,1354,1704,2568,schepsel; met het bijvoegselfel, meest in verachtelijken zin.Crede,142,148,249,388,het Credo,de belijdenis des geloofs.Crone,1786,de kroon, voor denkroondrager. Doch zie deaanteek. aldaar. Terecht wordtMAERL.Sp. Hist., 3 Dl., bl.12, vs. 2,croneverbeterd inconinc, zoo als blijkt uit vs. 6.Cronevoorregering, is bijMAERLANTniet ongewoon, zie 3 Dl., bl. 13, 314.Crop,1936,strot,keel. Verg.KIL.Crune,947,1468,1503,1820,het geschoren bovenste gedeelte van 't hoofd bij de geestelijken, waardoor slechts eenecoronavan haren werd overgelaten;de kruin.Ferg.2405;MAERL.Sp. Hist., 3 Dl., bl. 49, 71, 185, 227.Cruusstaf,727,811,geestelijke herderstaf, van boven met een kruis voorzien.Cume,611,768,2131,2143,2899,naauwelijks.Ferg.471, 561, 2509.Flor. gloss.L.Lachter,71,95,1024,1300,1967,2181,2232,2286,schande.Lachterlike,1387,schandelijk.Laden,477,opladen,belasten met iets. Verg.Lorr. gloss.Maerl.Sp. Hist., 3 Dl., bl. 192.Laghen,2125,belagen,beloeren.Lac,808, praet. vanleken,vloeyen.Lsp. gloss.Langhen,1960, impers. DP.verlangen.Wal.5448, 5773.Lanc.II, 11059, 28142; III, 3823.Rose2256.Limb.V, 1768, 1823.Lanc(Over), zieOver.Lanc(Den berch —),552,over de geheele lengte van den berg.Lanken,875,de zijden.Flor.216;Ferg.326.Lapen,2085,lekken.Velth.bl. 256.Limb.VIII, 70.Lat,1182,traag. ZieDoct. gloss.;Beatr.31;Wal.5502, 7756, 8606.Laten,958,1595,2802,laten,toelaten, steeds met een daarop volgend werkwoord.Gedichtelaten gaen,812, isbij herhaling op en neder laten (doen) gaan.Laten,1596, AZ. en DP.overlaten;489,625,929,1310,2804,nalaten,achterlaten;1432,verlaten.Leden, praet. vanliden,231,2433,geleden.Leet,89,752,onaangenaamheid,verdriet. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 117.Leet,1280,1528,2821, adj. het tegenovergestelde vanlief, dusonaangenaam,gehaat,verwenscht. Verg.Lsp. gloss.Leet hebben,2007,haten. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 198–201.Leie,2620,de rivier de Leye. De spreekwijs beteekent: „Meent gij dat ik u van den weg wil afbrengen, om den tuin leiden?”Leckernie,2088,slechtheid.Rose, 3852, waarvoorLanc.II, 7619,leckeringhe.Lesen,147,lezen; maar1684,bidden. Verg.Beatr. gloss.Lesse,155,les;449,gebed.Verg.gheles.Lettel,226,736,780,920,1633,2375, adv. en adj. het laatste met GZ.,weinig,luttel.Lettelkijn,3202,een weinigje.Letten,1318,1954, intr.vertoeven,verwijlen,vertragen. Verg.Lsp. gloss.;Wal.6922, 9471, 9492;Lanc.II, 13190;StokeVII, 698; IX, 212, 888.Licht,3013,vlug,KIL.: „licht,locht,velox.”Liden,150,1053,1057,2573,3133,langsgaan,voorbijgaan, het Fr.passer. Verg.Lsp. gloss.

Ghestade,613,standvastig,getrouw;3047,ingetogen,niet door hartstochten hèen en weêr geslingerd. Verg.Lsp. gloss.

Ghestaen,560,1305,staan; zoo ookghestaen sijn,698, waarover zieLsp. Gloss.opghestaen.

Ghesteken, part. vansteken,3261,3339.

Ghestille,26,1136,2194,stilzwijgen,stilte.Ferg.681, 5556;Flor. gloss.

Ghetelen, zie opTelen.

Ghetemen,2211,gedoogen. Zie vooralHUYD.opStoke, 2 Dl. bl. 432–433; en verg.MAERL.III, 149;Wal.8566, 9426, 7740;Lanc.3 B., vs. 14983, 23149;Rose, 3365;Mnlp.3 B., vs. 593. Zie ookLimb. gloss.

Ghetide,951, „ghetyd-ghebeden;horariae preces,preces canonicae” (KIL.); de gebeden die elk priester opbepaalde tijdenvan den dag moest lezen, en waarvan decompletehet laatste is.

Ghetoghet,1080, part. vantoghen,aantoonen,toonen. Watghetoghetis,blijkt, isduidelijk.

Ghetrouwe,2485,3242,eerlijk,oprecht.

Ghetrouwe sijn(?),2578,vertrouwen.

Ghetrouwen,3365,vertrouwen,betrouwen. Verg.Mnlp. gloss.

Ghevaen, zieVaen.

Gheval,46,2225,geluk; maar die beteekenis is er slechts bij toepassing aan gegeven, daarom617,1059, vol-uitgoet gheval.

Ghevallen, intr. DP.,149,1278,1393,2190,2289,2308*,2351,gebeuren;1391,uitvallen.

Ghevane,2996,3417,de gevangenen. Eigenl. part. vanvaen.

Ghevaren, zieVaren.

Gheven een val,1641,enen spronc,1716,vallen,springen.

Ghevoech,233,658,884,1625,2968, eigenlijkwat voegt, of te pas komt(dus233);wat dienstig of nuttig is. Vandaar:voordeel,gemak, enz. ZieLsp. gloss.

Ghevreiscen,1582,vernemen. Verg.Flor. gloss.

Ghewaerlike,2564,waarlijk,waarachtig.

Ghewaert laten,1123.Willemsverklaartghewaertalsverzekerd,vrij, d. i.waerschap of genoegdoening verstrekt hebbende; maar die verklaring zal wel niemand bevredigen. Blijkbaar beteekent hetmet rust laten, van het goth.gavairthi, d. i.vrede,rust. Verg.HOLTZMANN,Unters. über das Nibelungenlied, bl. 85. Vanhier het bekendeghew(a)erden.

Ghewande,1283,ingewand. De omwerking heeftghewade:scade; is dat ook de ware lezing?Stoke, 2 B., vs. 963, heeftghewade.

Gheware worden, met GZ.,1712.

Gheweldelike,3431,met geweld,overmachtig.

Gheweldich,1224,machtig.

Ghewelt,2308*,macht. Verg.Lsp. gloss.

Ghewent,1540,gekeerd.

Ghewin,1634,3182,3252,winst.

Ghewinnen,ghewan,ghewonnen,227,342,571,580,1326,verkrijgen,verwerven,machtig worden;749,de vrije beschikking krijgen;1029,overhalen. Verg.Lsp. gloss.

Ghewouden,430; ook alleenwouden,3189,macht oefenen,beschikken over iets,beschermen.Wal.3298, 3895, 5221;Limb.,Mnlp. gloss.

Ghewout,605,2142,2450,2853,3430,macht. Verg.CLIGNETT,Bijdr., bl. 361.

Ghewreken,ghewrac,436,468,wreken.

Ghewrochte, imperf. vanghewerken,1652,werken,bewerken. ZieLsp. gloss.

Ghier,940,vraet,slokop. Eigenlijk een adj.begeerig,hebzuchtig. Verg.Lsp.enMnlp. gloss.

Ghierech,403,begeerig,inhalig,gulzig.

Ghendre,831,1336,1603,gints,ginder.

Ghisel,3089,gijzelaar.

Godevolen,3300,Gode bevolen. ZieBeatrijs gloss.

Godsat hebben,3176,gevloekt zijn; eigenlijkGods haat hebben.Maerl.I, p. 62.Ferg.2304, 4702, waar het hs.Godsatheeft. ZieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 350–351.

God gheve u goedendach!2921, gewone zegenwensch,God zegene, bescherme u!Ferg.4572. Het tegenovergestelde, eenquaden dachwenschen, vindt men evenzeer, b.v.Velth.bl. 42;Ferg.3214, 3492.

Goedertiere,2315,3045,goedaardig.Wal.9172, 9238, 9346. Verg.Flor. gloss.

Goet,1988,goed, (geschenk).

Goom nemen,183,659,2000,2138, met GZ.,acht geven.Ferg.734, 1202;Velth.bl. 182, 184, 186, enz. Verg.Flor.enMnlp. gloss.

Gram,2462,verdrietig;3099;toornig. In de eerste beteek.Ferg.103, 1528;Flor.550; in de tweedeFerg.1925. Verg.HUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 264.

Gram doen,3042,verdrietig maken,leed aandoen.

Granen,2972,knevels.Flor.3284;Lanc.II, 36969;Rose764.

Graven,groef,2600,begraven.Lorr. gloss.

Grief doen,186,leed doen, van het franschegrief.

Grongaert,32, het fr.grognard.

Grongieren,2118,brommen, 't fr.grogner.

Haenbalc,1618,hanebalk,bovenste balk van 't dak.

Haerwaert,1452,herwaarts.

Haghe,42,386,396,820,1053,2400,3139,heg,kreupelhout.

Haghedochte,541,1367,3074,3257,krocht,hol. ZieLsp. gloss.

Half ghenade,1993, (spottende uitdrukking).

Hame,971, onsham, eigenlijkde buiging der achterbeenen.KIL.poples. In denFerg.heet het van twee ridders, die op elkander inrenden, 2347:

So sere si te gadere quamen,Dien orsen boghen die hamen.

So sere si te gadere quamen,Dien orsen boghen die hamen.

Hant(Te), zie opTe.

Hantwerc,3348,schrijfkunst, eigenlijkhandwerk.

Harde,haerde,3,153,207,312,569,656, enz. Adv.zeer.

Hare,269,374,haren kleed, fr.haire. ZieBeatrijs gloss.

Hare,Haer,2624,3222,hier. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 22.

Harentare,1628,1711,2069,hier en daar. ZieLsp. gloss.ophaer.

Have,563,zaak, eigenl.bezitting, vanhebben. Verg.Lsp.3 Dl., bl. 139, vs. 113;Ferg.1068;Flor. gloss.

Hebben ghedaen, met een infin.44,2916, gewone spraakvorm.

Heleghe,83,reliquien der heiligen.Lorr.II, 161. Verg.ZIEMANNopheilic.

Helet,615,1072,3221,held. De Oud-Saksische vorm isHelith,Helid. ZieHeliand, 3650, 6270 (ed.KÖNE).

Helpe,575,1545,2071,3361, uitroeping van verbazing,God helpe mij!Maerl.Sp. Hist., 3 Dl., bl. 84, 255.

Hem,716,hun;769,958,zich.

Henen,2345,van hier,weg.

Here,2246,vader.Lanc.3 B., vs. 26460.Limb.X, 310.

Herte, vr. subst.899,917,982,1079,1199,1741,1925,hart.

Heten,hiet,gheheten,2223,2815,3234,3346,bevelen.

Hie,1852,echtgenoot; Ohd.hiwa,GRAFF, IV, 1066. Verg.KÖNESHeliand, bl. 369.

Hinderwaert,2018,2021,achterwaarts.Hinderwaert varen, hier,abire in malam partem.Wal.1600.

Hine,963, samentr. vanhi ne=hi en.

Hinne,134,287,hen.

Hire,52,hij er.

Ho,443,hard op,met luider stemme, eigenlijkhoog. Verg.HUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 142.

Hoe so,1444,1765,hoe.

Hoede(Sonder),377,391, „onbekommerd, zonder telkensop zijne hoedete moeten zijn”.Huyd.opStoke, 1 Dl., bl. 381.

Hoekijn,2091,bokje.

Hoen, plur.hoener,1538,1560,1613,1637,1701,2094, „Etsihoenpro gallina fere usurpetur, tamen commune est nomen ad omne gallinaceorum genus.”Kil.

Hof,45,48,51,55,554,hofdag,cour plénière;650,hofstede.

Hoghen(Sijn in),1048,2114,verheugd zijn. ZieHUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 263–264.

Hondekijn,99,hondje.

Honen,78,175,217,488,491,501,1204,1638,bedriegen. ZieDoct. gloss.

Hoofschelike,37,fatsoenlijk,op hoofsche wijze. Verg.Beatrijs, bl. 38.

Hopen ten ghewinne,2472,verlangen naar de winst, het voordeel.

Houden,633,volgen. Verg.Ferg.179.

Hout,606,2238,genegen. ZieDoct. gloss.

Houtmakerigghe,804,houtwerkster. Zie over den vormHUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 72.

Hovesc,1221,heusch,beleefd. Verg.Beatrijs, bl. 38.

Hoveschede,28,1669,beleefdheid,welopgevoedheid.

Hulde,594,1142,1784,2173,2489,welwillendheid,genegenheid,gunst. ZieDoct.enLorr. gloss.

Hulde,1611,3441,trouw.

Jamer,308,jammerklacht. Verg.HUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 13 of 387.

Jane,2208,2528,ei(Ja en), bij eene vraag.Huyd.opStoke, 2 Dl., bl. 358.

Iemen,500,iemand.

Iet,2219,2611,2715,eenigsins. Verg.HUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 379.

Iewet,122,2355,iets,ietwat.

Jeghen,113,1335,1361,1653,1763,3095,tegen. Verg.Lsp. gloss.

Jeghen(Brenghen te),215,3259,geven,ter hand stellen, eigenlijktoevoeren.

In,136,op;in den daghe, gewoonlijkan d. d.

Indien, steeds gevolgd door dat,2193,2448,2487,2805,wanneer.

Inne,93, enz.,ic en.

Ingaen,322,beginnen. Verg.Lsp. gloss.

In lanc so bet,1222,hoe langer zoo beter.Maerl.Sp. Hist., 1 Dl., bl. 93. Verg.Lsp. gloss.

Inlopen,1905,beginnen,gebeuren.

Inslaen,955,1721,zich driftig in iets werpen.

Caerminghe,313,gekerm,weegeklag.

Caf,1803,het allerminste,zoo goed als niets. ZieLsp. gloss.Verg.Loof.

Capproen,944,hoofdbedeksel,kapje. ZieLsp. gloss.

Carine(toghen,doen),280,423,straf,boete, vooral die men zich doorvastenenligchaamskastijdingopleî. Verder in 't algemeensmart. Het woord komt dikwerf voor:Wal.2115, 7699;Ferg.2167;Lanc.II, 45605; III, 17621;BrandaenII, 688;KauslerI, 7575;Stoke3 B., vs. 463. Ook in de fragm. vanAubry de borg. Evenzoo in 't Mhd., b.v.Werner v. Niederr., bl. 7, 75. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 146–147. Het Ohd. heeftchara,passio,poenitentia(GRAFFIV, 164), het Oudsaks.kara(KÖNESHeliand, bl. 387) in dezelfde beteekenis; waarschijnlijk stamt daarvan af het mlat.carena, datZIEMANNverklaart door „quadragena, busze durch vierzigtägiges fasten oder 40 geiszelhiebe.”

Caritate,278, hieraalmoesin den zin van het fr.faire la charité. Het is het Lat.caritas.

Castien,489,vermanen,terecht wijzen. Verg.Flor.1231.Lsp. gloss.

Keer,502,1915,wending,draai.

Keitijf,640,838,2785,arm,ongelukkig,ellendig. Verg.cativoenchétif, en zieLsp.enBeatr. gloss.

Keren(inoftot iets),11,29,36,streven naar iets;dietalekeren, trans. en intr.641,1667,bedoelen. ZieLsp. gloss.

Kennen,86,weten. Ziet. a. p.

Kerre,209,kar.

Chierheit,2594,kostbaarheid. ZieDoct. gloss.

Claer,1103,helder;claerre,1445, is de compar., onsklaerder, waarclaer,onbesmetbeteekent.

Claerlike,1661,verstaanbaar,openhartig.

Claghe,61,125,135,248,2770,aanklacht.

Claghen,2695,klachten uiten,jammeren;claghen over,om,59,235,zich beklagen over iemand;100,114,194,1762,1789,eene aanklacht doen,aanklagen.

Claren,2726,2944,zuiveren.

Clerc,3357,geestelijke,geleerde;251,leerling. „Clerke als si eerst ter schole gaan,” zoo als het heetD. Catoen, 24–25, zijn natuurlijkschooljongens. Verg.Flor. gloss.

Clippel,1297,klepel.

Clockelijn,1490,klokje; doch zie deaanteekening aldaar.

Cloet,786,792,lange stok,polsstok. ZieKIL.

Cluse,275,kluis.

Coever,569,overvloed. ZieLsp. gloss.opvercoeveren.

Colne (Van —) tote Meie,2619.Grimmzegt,R. F., bl. XCII, „Scherzhaft wirdörtlicheundzeitlichebestimmunggemischt; noch heute hört man in Oberdeutschland „zwischenpfingstenundStrassburg.” Dieser witzige ausdruck reicht also schon in das 12 jh. hinauf.„Interpascha Remisque,”ReinardusII, 690; „interCluniacumetsancti festa Johannisobit”, IV, 970......In den Niederlanden: „vanAken tot paschen(TUINMAN,Spreekw., I, 334);wahrscheinlich ist auch „vanColnetoteMeie” so zu nehmen.”—Willemsvoert nog de fransche spreekwijs aan: „Cela s'est passé entreMaubeugeet laPentecôte.”

Comen, part. vancomen,87,314,1091,gekomen.

Complete,951,de laatste kerkdienst van den dag, „met welke alle de diensten van den dagvervulden besloten werden.” ZieLsp. gloss.en den daar aangehaaldenHUYDECOPER.

Conden,2061,verkondigen,bekend maken.

Conste, praet. vanconnen,kunnen,462,757,953,1500,1510,1894,3349.

Cont,1910,bekend. ZieDoctr. gloss.

Convent,covent,1612,2512,voorwaarde.

Corten,1879,1939,kort maken,bekorten.

Coude,2647,koude;2630,koortskoû,koorts. Verg.WILLEMS,Inleid. op Reinaert, bl. LXIV, en zieKIL.

Cracht,347,met haerre cracht,uit al hunne macht.

Craghe,2636,2964,3250,hals(welk woord intusschen ook,1594,3263voorkomt).Ferg.2657; verg.KIL.

Craieren,45,uitroepen;Flor.166;Ferg.(2502), 5067, 5129.

Cramp, praet. vancrimpen,1507.

Cranc,56,563,869,1013,1761,1846,2000,2138,zwak.

Creature,1354,1704,2568,schepsel; met het bijvoegselfel, meest in verachtelijken zin.

Crede,142,148,249,388,het Credo,de belijdenis des geloofs.

Crone,1786,de kroon, voor denkroondrager. Doch zie deaanteek. aldaar. Terecht wordtMAERL.Sp. Hist., 3 Dl., bl.12, vs. 2,croneverbeterd inconinc, zoo als blijkt uit vs. 6.Cronevoorregering, is bijMAERLANTniet ongewoon, zie 3 Dl., bl. 13, 314.

Crop,1936,strot,keel. Verg.KIL.

Crune,947,1468,1503,1820,het geschoren bovenste gedeelte van 't hoofd bij de geestelijken, waardoor slechts eenecoronavan haren werd overgelaten;de kruin.Ferg.2405;MAERL.Sp. Hist., 3 Dl., bl. 49, 71, 185, 227.

Cruusstaf,727,811,geestelijke herderstaf, van boven met een kruis voorzien.

Cume,611,768,2131,2143,2899,naauwelijks.Ferg.471, 561, 2509.Flor. gloss.

Lachter,71,95,1024,1300,1967,2181,2232,2286,schande.

Lachterlike,1387,schandelijk.

Laden,477,opladen,belasten met iets. Verg.Lorr. gloss.Maerl.Sp. Hist., 3 Dl., bl. 192.

Laghen,2125,belagen,beloeren.

Lac,808, praet. vanleken,vloeyen.Lsp. gloss.

Langhen,1960, impers. DP.verlangen.Wal.5448, 5773.Lanc.II, 11059, 28142; III, 3823.Rose2256.Limb.V, 1768, 1823.

Lanc(Over), zieOver.

Lanc(Den berch —),552,over de geheele lengte van den berg.

Lanken,875,de zijden.Flor.216;Ferg.326.

Lapen,2085,lekken.Velth.bl. 256.Limb.VIII, 70.

Lat,1182,traag. ZieDoct. gloss.;Beatr.31;Wal.5502, 7756, 8606.

Laten,958,1595,2802,laten,toelaten, steeds met een daarop volgend werkwoord.Gedichtelaten gaen,812, isbij herhaling op en neder laten (doen) gaan.

Laten,1596, AZ. en DP.overlaten;489,625,929,1310,2804,nalaten,achterlaten;1432,verlaten.

Leden, praet. vanliden,231,2433,geleden.

Leet,89,752,onaangenaamheid,verdriet. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 117.

Leet,1280,1528,2821, adj. het tegenovergestelde vanlief, dusonaangenaam,gehaat,verwenscht. Verg.Lsp. gloss.

Leet hebben,2007,haten. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 198–201.

Leie,2620,de rivier de Leye. De spreekwijs beteekent: „Meent gij dat ik u van den weg wil afbrengen, om den tuin leiden?”

Leckernie,2088,slechtheid.Rose, 3852, waarvoorLanc.II, 7619,leckeringhe.

Lesen,147,lezen; maar1684,bidden. Verg.Beatr. gloss.

Lesse,155,les;449,gebed.Verg.gheles.

Lettel,226,736,780,920,1633,2375, adv. en adj. het laatste met GZ.,weinig,luttel.

Lettelkijn,3202,een weinigje.

Letten,1318,1954, intr.vertoeven,verwijlen,vertragen. Verg.Lsp. gloss.;Wal.6922, 9471, 9492;Lanc.II, 13190;StokeVII, 698; IX, 212, 888.

Licht,3013,vlug,KIL.: „licht,locht,velox.”

Liden,150,1053,1057,2573,3133,langsgaan,voorbijgaan, het Fr.passer. Verg.Lsp. gloss.


Back to IndexNext