1–9Zie deInleiding, § II.2Dicken, en zoo gewoonlijk, b.v.70,344,1130,1392,1475,1518,1730,1746,1781,2337,3288.10hulpen jonnen11keert14Ofte24Daden si wel si soudens b.Mijne verandering rust op Mnl. Versbouw, bl. 120 en 138.25Dat en s.28hovescheden29keert35eren36L.Ende haer daer toe keren?Opdat even als het voorgaande vs. ook dit slechts drie verheffingen hebbe?39C.sinnen41C.tsinxen, Gr.pinxen47ten wel gr. l.Moet men dit en het volgende vers ook met drie arses lezen? aldus:Houden te groten love. Doe quam tes coninx hove?52neinvoegsel van mij60C.metten grisen b.; doch zie3176, en verg. 940, 3745, 3771.Grijsdaarentegen heet de wolf,2266.66Dor u ed. ende dor u ere67Ende dor r. e. d. ghenaden68miere, dus CGr.; W. verandert:der groter; maar verg.318.74W.minen kindren.76meer, invoegsel vanWillems.78hoondi79CGr.sint, dat W. blootelijk wegwerpt.80enen85ontvoer ons in. Maar het Fr. heeft 9691:Il se retraist mout tost arière, Si se féri en sa taisnière.93Inne, dus C. bij GrW.Ine. Zoo ook492,560,1609.97Onghebetert no onghewroken. CGrW.No onverswegen, no ongewr., hetgeen met den voorgaanden regel geen zin oplevert. De omwerking gaf de verbetering aan de hand. Bij het lezen moetno ongewr.samenvloeyen. Zoo vs.404no onse; doch zie mijne verbeteringaldaar.100Moet men lezen:Ende claghedein Fr.?101arem107die wart gram119W.enen.124omberetC. Gr.omberecht; maar zie127.126Pancer de bever sprac; mijne uitlating, door den versbouw gevorderd, steunt op de omwerking. Men leest intusschen vs.107:Tibert die cater;138:Cuwaerde den hase, en177:Grimbert die dasin het rijm; evenzoo vs.247,479, enz.133CGr.mochtire. CGrW.an.135Wat sechdi van omberen claghe; ik meen aldus den onzin van het hs. te moeten herstellen, waar men leest:Wat sechdi van eere lage. Tibert had immers van geenelagegesproken; wel van eeneclaghe, en bepaaldelijk van hetomberen(achterlaten) der clage van Cortois. De verbetering van den omwerker (van eenre sagen) was niet gelukkig.136inW.aen.138An Cuwaerde den hase d. h. st.; doch zie op vs.126.139–140Moet men ook lezen:ghederde:verde? Dan zoudieslaan opoverdaeten niet opCuwaerde. Ook vs.166leest menverdevoorvrede; maar wederom266vredein 't rijm.140hi hem141des coninx145–6sine beene:over eene; dochbeenin 't meervoud is naar den regel.146begonsten si149te dien153–4vaerde:Reinaerde155lessen158kele159thooft af hebben genomen, in strijd met rhythmus en oud spraakgebruik.160te hulpen161aventuren163here166dus es; GrW.vrede167als uwe mannen168nochinvoegsel van mij.172Here, waer R. doot; de vocativus is hier echter geheel ongepast, daar niemand in 't bijzonder wordt toegesproken; hij bederft slechts het vers.175binnen eere. De zin zoowel als de versmaat eischt de verbetering;binnen de,binnen deze maandis krachtiger en gepaster.183talen185als187angaen. Moet men naar de hedendaagsche vlaamsche uitspraak lezen:wilde anegaen?191–194Men konstruere aldus: Entie, van minen oom ende van u, meest andren heeft mesdaen, sal den andren in bate staen.192baten194neinvoegsel van mij.198En soude den coninc niet d. g.199bleves heden onb.Blijkbaar een inlapsel, dat zelfs de omwerker niet heeft. Gr. en W. veranderenblevets, maar hoewel duidelijker, is de invoeging dertonnoodig.201MoetDicwileniet worden veranderd inDicke, wegens den valschen klemtoon? Verg.207.207wisen210volghedet, C.volghet; bij Gr. en W.volchdet—van verren.211die beste pladise; maar vs.213leert dat hij niet alleende beste, maar alle visschen opslokte.212Daer ghi u ane h. vers.214eenl.eens?215Dat ghi, doch216leest mendat ghine, bij Gr W. verandert inghijt. In de taal van 't dagelijksch leven is in Hollandgrat(graat) echter nog onzijdig.225L.soe's so228sorghe229warpene231dor Isengrijm232meer dan ic u rijm. De omwerking wees de verbetering aan.233genoegh; maar ook1625leest CGr.ghenoechvoorghevoech, gelijkGräterontelbare malen denen devverwart.234C.Nochtanōmeer; GrW.Nochtan om meer.236Reinaerde238makedent244Reinaert246talen; bij W.tale, maar achterwatvolgt meestal een genit. plur. ZieWaleweinII D., bl. 239, en voeg er bijFerg.2036wat saken; en hier2884wat claghen,3129wat ghiften.247maket here Cuwaert249C.Credo252W.in trouwen256CGr.Ende hoordi258qualike. C. heeftOnrecht: de verbetering is van Gr., die haar verklaart »jure, mit recht”. Reineke heeft ook 262mit rechte.260verjonnen; ik kies hier de ouder vorm.269een hare.272danen; CGr.seidi274Sinen279Bleec es hi ende mager van pinen280carinen281sine283dese286ene287C.ende hiet Coppe288Dier: W. leest met C.Die; en Gr.Der291voor die bare; maar dat dit eene interpolatie is leert de versmaat en de omwerking.293Gr.ieweder siden; C.baren.295Die een hane hiet Cr.; doch verg.298.296naontbr. in C.; reeds door Gr. ingevoegd.297goeden300Die scoonste hane diemen v.301Tusschen Portaengen ende Polanen.Willemsvertaalde: »tusschen Britanje en Polen.” De omwerker heeft:Tusschen Hollant ende Ordanen. Vs. 3023Tusschen Pollanen ende Scouden; 599Tusschen hier ende Portugale.303C.berrendeDe verandering is van Gr.307sustre311Van haerre suster318C.scaden320C.mine sustren321Ende sere hebben haren onwille.324CGr.men siet332te dien broede334scone335W.eenen, CGr.ene337honden338CGr.dierfell.dier-vel?342neontbreekt.344om de murel.ombe mure? verg.Velth, bl. 55, en zie hier vs.393,1710345om ons347Riepen simaar uit349blijkt dat erliepenmoet staan. Herhaaldelijk is uit C. de kapitaleLkwalijk alsRgelezen: b.v.721ookRieptvoorLiept, en verder165,424,791,793,796,815,838,863,1299,1367,1387. ZieGrimmsKollatie.—sil.siere(Liepsiere)?349avonturen353baraten354Dattene God moete verwaten. De omwerking gaf de verbetering aan de hand.357Reinaert die m. d.Blijkbaar is de eigennaam een glosseem van een afschrijver, die terugdeinsde voor de betooning: Dié mordádège diéf, waarover zie Mnl. Vsb. bl. 76–78 en 69.361–2began lesen, Dochte mi daer an ghescreven wesen; dochwesenontbr. in C. door Gr. aangevuld.364alle365C.Alle367hi mi ander. Men zou ook kunnen lezen:mi and'r niemáre, maar ook vs.1577,1603is de betooningniémáre.370Ende hi hadde ghedaen vele sware, hetgeen met het volgende vers geen zin oplevert. De stoplapte warenvindt men ook603.371sine376moogdi381sielen385C.priemenGrW.primen387te dien392Dat ic al met m. br.393Sonder s. ginc b.397hadde ons die p.398W.kindren401Mesval mi doe nakede. Het eerste woord is aan de omwerking ontleend, CGrW.Quadeavonturemi d. n., hetgeen vijf voeten aan het vers geeft, dat er, om het volgende, maar drie duldt.404no onse hont; maar het voorgaandeonsis de acc.; buitendien waren er meer honden, zie346.406dat laet, doch zie vs.318,420.413vieren417hinneontbreekt bij CGrW.418dese421–2Die c. spr. Grimbert die das(:was), hetgeen in voc. onmogelijk is. Dat dit echter de oude lezing is, leert de omwerking. Evenzoo heeft het Fr. 10445: »Où estes-vos, Tyber li chaz?”425hier, W.heer428sielen430moeter al gh.432wise, beterwine? Dit slaat dan niet opdochter(427), maar oplichame.437dese439C.jonghe445C.horen.447Neware, met C. en Gr., bij W.Ne mare; doch zie vs.95,174,1749.448en9sielen451Coppen, dus C., maar Gr. en W. veranderenCoppe.455CGr.daer an sach; W.daer sach456CGr.Die saerc; W.An den s.457Dede an463Reinaert die vos465mouden.466te sinendus GrW., C. heefttsinen.470waren si471si daar den472hine dan soude474–5No dor scade ... ne liete.Zie over de elliptische spreekwijsde Vries,Brief over Karel den Gr., bl. 17. Voorlieteheeft C.lette.Grimmgaf de aanvankelijke verbetering aan de hand, lezendelete, waarschijnlijk naar Reineke 454.474vromen476Brunen, CGrW. lezenBrune, maar zijn in het gebruik van dezen eigennaam zeer onregelmatig. Ik vind:N.Bruun, vs.510,525,776,850.G.Bruuns, vs.2444.D.Brune, vs.476,645,2257.A.Bruun, vs.544,911. Maar ook volgensGrimmsparadigma, Gram. I, 772–773:N.Brune, vs.497,518,574,608,809,818,839,843,863,952,961,988,3391.G.Brunen, vs.2413.D.Brunen, vs.657,773,807,2439,2450,2820; Bruun,479,931.A.Brune, vs.978,983,2256,2309,2816. Ik heb de zwakke vorm voorgetrokken.
1–9Zie deInleiding, § II.
2Dicken, en zoo gewoonlijk, b.v.70,344,1130,1392,1475,1518,1730,1746,1781,2337,3288.
10hulpen jonnen
11keert
14Ofte
24Daden si wel si soudens b.Mijne verandering rust op Mnl. Versbouw, bl. 120 en 138.
25Dat en s.
28hovescheden
29keert
35eren
36L.Ende haer daer toe keren?Opdat even als het voorgaande vs. ook dit slechts drie verheffingen hebbe?
39C.sinnen
41C.tsinxen, Gr.pinxen
47ten wel gr. l.Moet men dit en het volgende vers ook met drie arses lezen? aldus:Houden te groten love. Doe quam tes coninx hove?
52neinvoegsel van mij
60C.metten grisen b.; doch zie3176, en verg. 940, 3745, 3771.Grijsdaarentegen heet de wolf,2266.
66Dor u ed. ende dor u ere
67Ende dor r. e. d. ghenaden
68miere, dus CGr.; W. verandert:der groter; maar verg.318.
74W.minen kindren.
76meer, invoegsel vanWillems.
78hoondi
79CGr.sint, dat W. blootelijk wegwerpt.
80enen
85ontvoer ons in. Maar het Fr. heeft 9691:Il se retraist mout tost arière, Si se féri en sa taisnière.
93Inne, dus C. bij GrW.Ine. Zoo ook492,560,1609.
97Onghebetert no onghewroken. CGrW.No onverswegen, no ongewr., hetgeen met den voorgaanden regel geen zin oplevert. De omwerking gaf de verbetering aan de hand. Bij het lezen moetno ongewr.samenvloeyen. Zoo vs.404no onse; doch zie mijne verbeteringaldaar.
100Moet men lezen:Ende claghedein Fr.?
101arem
107die wart gram
119W.enen.
124omberetC. Gr.omberecht; maar zie127.
126Pancer de bever sprac; mijne uitlating, door den versbouw gevorderd, steunt op de omwerking. Men leest intusschen vs.107:Tibert die cater;138:Cuwaerde den hase, en177:Grimbert die dasin het rijm; evenzoo vs.247,479, enz.
133CGr.mochtire. CGrW.an.
135Wat sechdi van omberen claghe; ik meen aldus den onzin van het hs. te moeten herstellen, waar men leest:Wat sechdi van eere lage. Tibert had immers van geenelagegesproken; wel van eeneclaghe, en bepaaldelijk van hetomberen(achterlaten) der clage van Cortois. De verbetering van den omwerker (van eenre sagen) was niet gelukkig.
136inW.aen.
138An Cuwaerde den hase d. h. st.; doch zie op vs.126.
139–140Moet men ook lezen:ghederde:verde? Dan zoudieslaan opoverdaeten niet opCuwaerde. Ook vs.166leest menverdevoorvrede; maar wederom266vredein 't rijm.
140hi hem
141des coninx
145–6sine beene:over eene; dochbeenin 't meervoud is naar den regel.
146begonsten si
149te dien
153–4vaerde:Reinaerde
155lessen
158kele
159thooft af hebben genomen, in strijd met rhythmus en oud spraakgebruik.
160te hulpen
161aventuren
163here
166dus es; GrW.vrede
167als uwe mannen
168nochinvoegsel van mij.
172Here, waer R. doot; de vocativus is hier echter geheel ongepast, daar niemand in 't bijzonder wordt toegesproken; hij bederft slechts het vers.
175binnen eere. De zin zoowel als de versmaat eischt de verbetering;binnen de,binnen deze maandis krachtiger en gepaster.
183talen
185als
187angaen. Moet men naar de hedendaagsche vlaamsche uitspraak lezen:wilde anegaen?
191–194Men konstruere aldus: Entie, van minen oom ende van u, meest andren heeft mesdaen, sal den andren in bate staen.
192baten
194neinvoegsel van mij.
198En soude den coninc niet d. g.
199bleves heden onb.Blijkbaar een inlapsel, dat zelfs de omwerker niet heeft. Gr. en W. veranderenblevets, maar hoewel duidelijker, is de invoeging dertonnoodig.
201MoetDicwileniet worden veranderd inDicke, wegens den valschen klemtoon? Verg.207.
207wisen
210volghedet, C.volghet; bij Gr. en W.volchdet—van verren.
211die beste pladise; maar vs.213leert dat hij niet alleende beste, maar alle visschen opslokte.
212Daer ghi u ane h. vers.
214eenl.eens?
215Dat ghi, doch216leest mendat ghine, bij Gr W. verandert inghijt. In de taal van 't dagelijksch leven is in Hollandgrat(graat) echter nog onzijdig.
225L.soe's so
228sorghe
229warpene
231dor Isengrijm
232meer dan ic u rijm. De omwerking wees de verbetering aan.
233genoegh; maar ook1625leest CGr.ghenoechvoorghevoech, gelijkGräterontelbare malen denen devverwart.
234C.Nochtanōmeer; GrW.Nochtan om meer.
236Reinaerde
238makedent
244Reinaert
246talen; bij W.tale, maar achterwatvolgt meestal een genit. plur. ZieWaleweinII D., bl. 239, en voeg er bijFerg.2036wat saken; en hier2884wat claghen,3129wat ghiften.
247maket here Cuwaert
249C.Credo
252W.in trouwen
256CGr.Ende hoordi
258qualike. C. heeftOnrecht: de verbetering is van Gr., die haar verklaart »jure, mit recht”. Reineke heeft ook 262mit rechte.
260verjonnen; ik kies hier de ouder vorm.
269een hare.
272danen; CGr.seidi
274Sinen
279Bleec es hi ende mager van pinen
280carinen
281sine
283dese
286ene
287C.ende hiet Coppe
288Dier: W. leest met C.Die; en Gr.Der
291voor die bare; maar dat dit eene interpolatie is leert de versmaat en de omwerking.
293Gr.ieweder siden; C.baren.
295Die een hane hiet Cr.; doch verg.298.
296naontbr. in C.; reeds door Gr. ingevoegd.
297goeden
300Die scoonste hane diemen v.
301Tusschen Portaengen ende Polanen.Willemsvertaalde: »tusschen Britanje en Polen.” De omwerker heeft:Tusschen Hollant ende Ordanen. Vs. 3023Tusschen Pollanen ende Scouden; 599Tusschen hier ende Portugale.
303C.berrendeDe verandering is van Gr.
307sustre
311Van haerre suster
318C.scaden
320C.mine sustren
321Ende sere hebben haren onwille.
324CGr.men siet
332te dien broede
334scone
335W.eenen, CGr.ene
337honden
338CGr.dierfell.dier-vel?
342neontbreekt.
344om de murel.ombe mure? verg.Velth, bl. 55, en zie hier vs.393,1710
345om ons
347Riepen simaar uit349blijkt dat erliepenmoet staan. Herhaaldelijk is uit C. de kapitaleLkwalijk alsRgelezen: b.v.721ookRieptvoorLiept, en verder165,424,791,793,796,815,838,863,1299,1367,1387. ZieGrimmsKollatie.—sil.siere(Liepsiere)?
349avonturen
353baraten
354Dattene God moete verwaten. De omwerking gaf de verbetering aan de hand.
357Reinaert die m. d.Blijkbaar is de eigennaam een glosseem van een afschrijver, die terugdeinsde voor de betooning: Dié mordádège diéf, waarover zie Mnl. Vsb. bl. 76–78 en 69.
361–2began lesen, Dochte mi daer an ghescreven wesen; dochwesenontbr. in C. door Gr. aangevuld.
364alle
365C.Alle
367hi mi ander. Men zou ook kunnen lezen:mi and'r niemáre, maar ook vs.1577,1603is de betooningniémáre.
370Ende hi hadde ghedaen vele sware, hetgeen met het volgende vers geen zin oplevert. De stoplapte warenvindt men ook603.
371sine
376moogdi
381sielen
385C.priemenGrW.primen
387te dien
392Dat ic al met m. br.
393Sonder s. ginc b.
397hadde ons die p.
398W.kindren
401Mesval mi doe nakede. Het eerste woord is aan de omwerking ontleend, CGrW.Quadeavonturemi d. n., hetgeen vijf voeten aan het vers geeft, dat er, om het volgende, maar drie duldt.
404no onse hont; maar het voorgaandeonsis de acc.; buitendien waren er meer honden, zie346.
406dat laet, doch zie vs.318,420.
413vieren
417hinneontbreekt bij CGrW.
418dese
421–2Die c. spr. Grimbert die das(:was), hetgeen in voc. onmogelijk is. Dat dit echter de oude lezing is, leert de omwerking. Evenzoo heeft het Fr. 10445: »Où estes-vos, Tyber li chaz?”
425hier, W.heer
428sielen
430moeter al gh.
432wise, beterwine? Dit slaat dan niet opdochter(427), maar oplichame.
437dese
439C.jonghe
445C.horen.
447Neware, met C. en Gr., bij W.Ne mare; doch zie vs.95,174,1749.
448en9sielen
451Coppen, dus C., maar Gr. en W. veranderenCoppe.
455CGr.daer an sach; W.daer sach
456CGr.Die saerc; W.An den s.
457Dede an
463Reinaert die vos
465mouden.
466te sinendus GrW., C. heefttsinen.
470waren si
471si daar den
472hine dan soude
474–5No dor scade ... ne liete.Zie over de elliptische spreekwijsde Vries,Brief over Karel den Gr., bl. 17. Voorlieteheeft C.lette.Grimmgaf de aanvankelijke verbetering aan de hand, lezendelete, waarschijnlijk naar Reineke 454.
474vromen
476Brunen, CGrW. lezenBrune, maar zijn in het gebruik van dezen eigennaam zeer onregelmatig. Ik vind:N.Bruun, vs.510,525,776,850.G.Bruuns, vs.2444.D.Brune, vs.476,645,2257.A.Bruun, vs.544,911. Maar ook volgensGrimmsparadigma, Gram. I, 772–773:N.Brune, vs.497,518,574,608,809,818,839,843,863,952,961,988,3391.G.Brunen, vs.2413.D.Brunen, vs.657,773,807,2439,2450,2820; Bruun,479,931.A.Brune, vs.978,983,2256,2309,2816. Ik heb de zwakke vorm voorgetrokken.