Chapter 28

478was die coninc sc. b.480vor dit here. Ook het Fr. heeft 10450En la presence de ma gent.483Gr.waecht495ende hi sal naken501Ende dat hem503inCGrW.dor514vanontbr.516sorghen520CGr.Daer hi526bi sinen goden, CGrW.gode528vor mi bringhe. Bij den eersten opslag zou men twijfelen of er ook moet gelezen worden:vor hem, n.l. den koning. De omwerking heeft:myt mi. De lezing schijnt echter echt, en te beteekenen:voor mij uit;529te nemen530vreden546eren550qualic556den buuc so gh.557Ende in so ut. w.561L.Ic bem so ute sat?565C.mooghdi, GrW.moogdi.566wie moeten567CGr.wie node568Goederlevert geen gezonden zin, daar uit het voorgaande blijkt, dat Reinaert met die versche honichraten niet veel ophad. Zie over den oorsprong dezer onoverdachte lezing deinleiding, § III.569Gr. en W. beiden lezen hier:Hebbic commer harde groot, dat W. trachtte te verklaren door: »Ik heb grooten kommer wegens goede versche honigraten”; hetgeen evenwel niet veel opheldert, daar R. blijkbaar geenkommerhad, maar overvloed. Trouwens,commer, staat ook niet in C. Men leest daar, volgens de kollatie vanGrimm,coiiiier, dat blijkbaar slecht gelezen is voorcouuer. Nu drukt het hs. overal den tweeklankoeuit doorou. Zoo b.v.233ghenouch,234onghevouch,324bloumen,459bouc,614louch,658ghevouch,662prouft,848ouuer(oever),1429drouve. Blijkbaar is duscouuerhet bekendecoever, dat voorraad, overvloed, copia beteekent, en Flor. 1843, Limb. I, 2674 voorkomt. Verg.de Vries,Woordenlijst, op den Lsp. i. v.vercoeveren. Zoo wordt de zin zeer verstaanbaar.574De nieuwe alinea begint bij CGrW. eerst een vers later.578voor alle579Ende icse voor alle g. m.585W.Gewinne587spot met u, neen590trouwen592u so vele593,5tienen594daer metl.daer an?601R. sp.:Bruun wat sechdi605soudic u g.615helt618Also; Zoo ook later dikwerf.622nemmee, dus C. bij GrW.nemmeer624es mine avonture g.626sult lachen627ghinc Reinaert; doch zie Mnl. Versbouw, bl. 153.632CGrW.voeren gaen636Gi sult noch heden hebben, s. w.637als ghi640Die keitijf Bruun n. w. n.; maar zie alweder Mnl. Vsb., bl. 152641Waer hem Reinaert die tale keerde645Brune646Tote, W.Tot648C.Dat waer was eist so. De omzetting is vanGrimm.654Also, l.Alse?—temmermans, het gewone meervoud.655ontdaen659nemet667niet verdervet670Brune sprac: R. ne. s. niet672spele675crupet daer in678Dat hi th.679die twee voordere v.; maar verg.695, en zie het Fransch 10293.682–3Die daer te voren ginc so smeken, Bruun bleefenz. Maar niet Bruun, wel Reinaert had den ander gesmeekt, d. i. gefleemd.Bruunheb ik wegens de maat inHiveranderd; zie Mnl. Vsb., bl. 153.685brocht(GrW.), C.bracht685In boosheden brocht met sulker achte. De omwerking heeft:Gebrocht myt loosheit in sulker achten693dulen, doorSnellaertin de tweede uitgave bl. 353 ten onrechte veranderd inhulen; het komt evenzoo voor Wal. 9714, waar ik verkeerdelijk schreefhuulde. Zoo ook Lanc. 3, 3805.694ghegrepen bi sier mulen699–700Ende sach comen Lamfreide, Die up sinen hals brochte beide.MaarLamfreidein acc. is niet te dulden, verg.860; ookbeidekan de ware lezing niet zijn, want in701:Een scarpe haex ende ene baerde(CGrW.) isendeblijkbaar geïnterpoleerd, daar het woordbaerdealleen de verklaring is vanhaex, waarvoor vs.716gelezen wordtbile. De timmerman droeg geen twee aexen, zoo als ook blijkt uit vs.735.—Hetonzochte, dat ik in den tekst bracht, vindt men ook990en3320.702moogdi703sinen oom705Dit herinnert aan het Lodewijkslied, waar het heet:Her skancta ce hanton Sinan fianton Bitteres lides.707talen713Hi liep, maar verg.1333.725quamen, leesquam, zie op vs.48.726kerke734Voor738al jeghen al, W.alle jegen al.740De nieuwe alinea heb ik een regel lager geplaatst.741alwerpt W. uit744hi daer van den750alle751Ende sine twee h. b.755niet conste757neis door mij ingevoegd.758no vlien.765lieden766Daer na quam767ouden768enen773arem777riviere784al te scarp, CGrW.alre scarpst. Het rijm eischt de verandering.Al tein de beteekenis vanzeer,bijzonder, is bekend. Zoo b.v. Wal. 10711.788scerpe loghe, niet in één woord zoo als in de vorige uitgaven.Kauslerheeft het eerst die plaats terecht gebracht in zijneAltniederl. Denkm.II, bl. XXII.789Ghinkene790ende mijn vrouwe Bave; maarmijn vrouweis een jonger vorm:mijnontbreekt ook in de omwerking.791onder die voete; wij kiezen de meest gebruikelijke vorm, zieGRIMMSD. Gramm., IV, 427 en 413.792ene cloete795ghinc met797hem alles te voren800HugeCGrW.Hugelin; maar ook de omwerking heeftHuge.—beene801dat weet men wale803W.vrouwen804Eens houtmakigge; maar blijkbaar is het teeken voorerover het hoofd gezien. Zoo leest men ook Ferg. 74scepsterigge; Rose 6319tavernierigghe.808sijn bloet811–12liet.... ghedichte gaen, C.l. ghestichte slaen; maarghestichteheeft Gr. reeds verbeterd.815wilen819versprancGr. wil ten onrechte lezenver spranc820riviere822viven823W.rivier842Die wile dat si... uuttraken; maar achterdie wilekandatontbreken. Zie b.v. Gloss. Lsp. opWile; Kar. Gr. I, 1055.847niet mochten850in die riviere852bat hi dat853verdoemen(Gr.),verdrouven(C.)860vander861Dat, CGrW.Dar(?)864een873Gheen dier874jamerlik880danen, C.dannen887(rumenGZ?)890nederwaert, CGrW.neder; maar verg.910.894dat sweet895Neder liep896riviere899sijn herte905Die hebbic909in dese912CGr.Enten eersten; W.Ende ten eersten915Daer lach in (m̄?) toren917dijn920eren930straten932al een bloet, niet met den klemtoon opeen, als thans.934bere, dus C. waarvoor GrW.beren.939so siettene944roden945So weder sidi abd946ore947dese crune953hem, C.const doe; GrW.conste doe. Moet men lezen:Dat hine conste niet ghespreken?Verg. de var. bijWillems, en het Fransch, 10416:L'ors estoit si asolez qu'il ne li pot respondre mot.954hem so d. sijn herte957nemmeer horen die tale958neder daer te d.963sine voete971sine972scamen978daerdoor mij ingevoegd.982die, W.dat983L.hadde bekent?984Ende seide dit es988Binnen desen992u selves.997als1001hoechste. Moet men ook lezenhoochste baroene? verg.1005,1333.1004Doe rieden si hoe d. d.schrijffout ontstaan uit verzien van vs.1006.1006daer, invoegsel van mij;meesten.1007Dat menne(C.niene; W.men)twee werven1011Dat Tibert die cater van desen1012Tote R. bode soude wesen1016Gaet wech eer; maar blijkbaar moetwechhier worden verworpen, (verg.1025,1037) even als vs.1360, waar het tegen de maat strijdt, en ook niet in de omwerking gevonden wordt.1021uwen1023Men salne drie werven dagen. Blijkbaar valsche lezing; want vooreerst kon het zijnen magen niet tot schande strekken (vs.1024) als hij naar de wet driemaal werd ingedaagd. Bovendien had de Koning gezegd (1022): komt hij op deze tweede indaging niet, het zal niet goed met hem afloopen. De gemaakte verandering is nu ook in overeenstemming met1070, en met het Fransch 10452.1024alle1033groot nochtan. De omwerking, diewats danheeft, gaf de verbetering aan de hand.Wattanleest men ook vs.245,1296.1038helpe mi God;1039het nu moete1042CGr.nu af1047ende quam, dus C., bij GrW.die quam1048wart Tibert vro1049GrW.Ende riep al heil! wil God edel vogel.Deze en de volgende regel worden in C. vervangen door dezen eenen:Ende riep an sinte Martins voghel.Grimmherstelde den tekst naar den prozadruk. Ik heb niet geaarzeld de woordenwil Godweg te werpen, die ookReineke943 niet heeft.1051C.Nu vliech, de verand. is van Gr.1058ter rechter1059C.waende hi1062als1066Reinaerde1069W.moet1071niet te hove1075Ik mistrouw dezen geheelen regel; maar in allen gevalle kan men niet lezen met CGrW.:Bi Gode dat jan ic u wale. Het ww.onnenregeert den GZ.1077coste1079die es1082Ten ende1085willen wi1088ooc onder alle mine mage1097C.Maerghin, zoo ook1377,1396.1098beteren raet.1099beter ghedaen1104nointdoor mij ingevoegd.1105beter1107bi daghe, verbetering vanWillems; CGr.daer1109CGr.nemmermee; W.nemmermeer1111Gi moet herbergen tavont met mi, dat mij voor geene scansie vatbaar schijnt.Távontintaméerte veranderen scheen de klemtoon te eischen: het woord is goed vlaamsch, en komt b.v. in denFerguutvoor vs. 744 en 751, waar de uitgaaf leestte meer. Zie overigens mijn artikel in denK. en L.bode, 1845, no. 36.1113of ic hier bleve1115Hier es d. sp. quaden t.1116mocht1118utermaten, maarte mateis beter in de maat, en meer overeenkomstig met vs.1115.1119moochdi1121elontbreekt in 't hs., waar men leest:Reinaert hebdi mi i. h., hetgeen Gr. behield; maar W. wierp den eigennaam uit en laschte inanders; maar verg. vs.571,3225.

478was die coninc sc. b.

480vor dit here. Ook het Fr. heeft 10450En la presence de ma gent.

483Gr.waecht

495ende hi sal naken

501Ende dat hem

503inCGrW.dor

514vanontbr.

516sorghen

520CGr.Daer hi

526bi sinen goden, CGrW.gode

528vor mi bringhe. Bij den eersten opslag zou men twijfelen of er ook moet gelezen worden:vor hem, n.l. den koning. De omwerking heeft:myt mi. De lezing schijnt echter echt, en te beteekenen:voor mij uit;

529te nemen

530vreden

546eren

550qualic

556den buuc so gh.

557Ende in so ut. w.

561L.Ic bem so ute sat?

565C.mooghdi, GrW.moogdi.

566wie moeten

567CGr.wie node

568Goederlevert geen gezonden zin, daar uit het voorgaande blijkt, dat Reinaert met die versche honichraten niet veel ophad. Zie over den oorsprong dezer onoverdachte lezing deinleiding, § III.

569Gr. en W. beiden lezen hier:Hebbic commer harde groot, dat W. trachtte te verklaren door: »Ik heb grooten kommer wegens goede versche honigraten”; hetgeen evenwel niet veel opheldert, daar R. blijkbaar geenkommerhad, maar overvloed. Trouwens,commer, staat ook niet in C. Men leest daar, volgens de kollatie vanGrimm,coiiiier, dat blijkbaar slecht gelezen is voorcouuer. Nu drukt het hs. overal den tweeklankoeuit doorou. Zoo b.v.233ghenouch,234onghevouch,324bloumen,459bouc,614louch,658ghevouch,662prouft,848ouuer(oever),1429drouve. Blijkbaar is duscouuerhet bekendecoever, dat voorraad, overvloed, copia beteekent, en Flor. 1843, Limb. I, 2674 voorkomt. Verg.de Vries,Woordenlijst, op den Lsp. i. v.vercoeveren. Zoo wordt de zin zeer verstaanbaar.

574De nieuwe alinea begint bij CGrW. eerst een vers later.

578voor alle

579Ende icse voor alle g. m.

585W.Gewinne

587spot met u, neen

590trouwen

592u so vele

593,5tienen

594daer metl.daer an?

601R. sp.:Bruun wat sechdi

605soudic u g.

615helt

618Also; Zoo ook later dikwerf.

622nemmee, dus C. bij GrW.nemmeer

624es mine avonture g.

626sult lachen

627ghinc Reinaert; doch zie Mnl. Versbouw, bl. 153.

632CGrW.voeren gaen

636Gi sult noch heden hebben, s. w.

637als ghi

640Die keitijf Bruun n. w. n.; maar zie alweder Mnl. Vsb., bl. 152

641Waer hem Reinaert die tale keerde

645Brune

646Tote, W.Tot

648C.Dat waer was eist so. De omzetting is vanGrimm.

654Also, l.Alse?—temmermans, het gewone meervoud.

655ontdaen

659nemet

667niet verdervet

670Brune sprac: R. ne. s. niet

672spele

675crupet daer in

678Dat hi th.

679die twee voordere v.; maar verg.695, en zie het Fransch 10293.

682–3Die daer te voren ginc so smeken, Bruun bleefenz. Maar niet Bruun, wel Reinaert had den ander gesmeekt, d. i. gefleemd.Bruunheb ik wegens de maat inHiveranderd; zie Mnl. Vsb., bl. 153.

685brocht(GrW.), C.bracht

685In boosheden brocht met sulker achte. De omwerking heeft:Gebrocht myt loosheit in sulker achten

693dulen, doorSnellaertin de tweede uitgave bl. 353 ten onrechte veranderd inhulen; het komt evenzoo voor Wal. 9714, waar ik verkeerdelijk schreefhuulde. Zoo ook Lanc. 3, 3805.

694ghegrepen bi sier mulen

699–700Ende sach comen Lamfreide, Die up sinen hals brochte beide.MaarLamfreidein acc. is niet te dulden, verg.860; ookbeidekan de ware lezing niet zijn, want in701:Een scarpe haex ende ene baerde(CGrW.) isendeblijkbaar geïnterpoleerd, daar het woordbaerdealleen de verklaring is vanhaex, waarvoor vs.716gelezen wordtbile. De timmerman droeg geen twee aexen, zoo als ook blijkt uit vs.735.—Hetonzochte, dat ik in den tekst bracht, vindt men ook990en3320.

702moogdi

703sinen oom

705Dit herinnert aan het Lodewijkslied, waar het heet:Her skancta ce hanton Sinan fianton Bitteres lides.

707talen

713Hi liep, maar verg.1333.

725quamen, leesquam, zie op vs.48.

726kerke

734Voor

738al jeghen al, W.alle jegen al.

740De nieuwe alinea heb ik een regel lager geplaatst.

741alwerpt W. uit

744hi daer van den

750alle

751Ende sine twee h. b.

755niet conste

757neis door mij ingevoegd.

758no vlien.

765lieden

766Daer na quam

767ouden

768enen

773arem

777riviere

784al te scarp, CGrW.alre scarpst. Het rijm eischt de verandering.Al tein de beteekenis vanzeer,bijzonder, is bekend. Zoo b.v. Wal. 10711.

788scerpe loghe, niet in één woord zoo als in de vorige uitgaven.Kauslerheeft het eerst die plaats terecht gebracht in zijneAltniederl. Denkm.II, bl. XXII.

789Ghinkene

790ende mijn vrouwe Bave; maarmijn vrouweis een jonger vorm:mijnontbreekt ook in de omwerking.

791onder die voete; wij kiezen de meest gebruikelijke vorm, zieGRIMMSD. Gramm., IV, 427 en 413.

792ene cloete

795ghinc met

797hem alles te voren

800HugeCGrW.Hugelin; maar ook de omwerking heeftHuge.—beene

801dat weet men wale

803W.vrouwen

804Eens houtmakigge; maar blijkbaar is het teeken voorerover het hoofd gezien. Zoo leest men ook Ferg. 74scepsterigge; Rose 6319tavernierigghe.

808sijn bloet

811–12liet.... ghedichte gaen, C.l. ghestichte slaen; maarghestichteheeft Gr. reeds verbeterd.

815wilen

819versprancGr. wil ten onrechte lezenver spranc

820riviere

822viven

823W.rivier

842Die wile dat si... uuttraken; maar achterdie wilekandatontbreken. Zie b.v. Gloss. Lsp. opWile; Kar. Gr. I, 1055.

847niet mochten

850in die riviere

852bat hi dat

853verdoemen(Gr.),verdrouven(C.)

860vander

861Dat, CGrW.Dar(?)

864een

873Gheen dier

874jamerlik

880danen, C.dannen

887(rumenGZ?)

890nederwaert, CGrW.neder; maar verg.910.

894dat sweet

895Neder liep

896riviere

899sijn herte

905Die hebbic

909in dese

912CGr.Enten eersten; W.Ende ten eersten

915Daer lach in (m̄?) toren

917dijn

920eren

930straten

932al een bloet, niet met den klemtoon opeen, als thans.

934bere, dus C. waarvoor GrW.beren.

939so siettene

944roden

945So weder sidi abd

946ore

947dese crune

953hem, C.const doe; GrW.conste doe. Moet men lezen:Dat hine conste niet ghespreken?Verg. de var. bijWillems, en het Fransch, 10416:L'ors estoit si asolez qu'il ne li pot respondre mot.

954hem so d. sijn herte

957nemmeer horen die tale

958neder daer te d.

963sine voete

971sine

972scamen

978daerdoor mij ingevoegd.

982die, W.dat

983L.hadde bekent?

984Ende seide dit es

988Binnen desen

992u selves.

997als

1001hoechste. Moet men ook lezenhoochste baroene? verg.1005,1333.

1004Doe rieden si hoe d. d.schrijffout ontstaan uit verzien van vs.1006.

1006daer, invoegsel van mij;meesten.

1007Dat menne(C.niene; W.men)twee werven

1011Dat Tibert die cater van desen

1012Tote R. bode soude wesen

1016Gaet wech eer; maar blijkbaar moetwechhier worden verworpen, (verg.1025,1037) even als vs.1360, waar het tegen de maat strijdt, en ook niet in de omwerking gevonden wordt.

1021uwen

1023Men salne drie werven dagen. Blijkbaar valsche lezing; want vooreerst kon het zijnen magen niet tot schande strekken (vs.1024) als hij naar de wet driemaal werd ingedaagd. Bovendien had de Koning gezegd (1022): komt hij op deze tweede indaging niet, het zal niet goed met hem afloopen. De gemaakte verandering is nu ook in overeenstemming met1070, en met het Fransch 10452.

1024alle

1033groot nochtan. De omwerking, diewats danheeft, gaf de verbetering aan de hand.Wattanleest men ook vs.245,1296.

1038helpe mi God;

1039het nu moete

1042CGr.nu af

1047ende quam, dus C., bij GrW.die quam

1048wart Tibert vro

1049GrW.Ende riep al heil! wil God edel vogel.Deze en de volgende regel worden in C. vervangen door dezen eenen:Ende riep an sinte Martins voghel.Grimmherstelde den tekst naar den prozadruk. Ik heb niet geaarzeld de woordenwil Godweg te werpen, die ookReineke943 niet heeft.

1051C.Nu vliech, de verand. is van Gr.

1058ter rechter

1059C.waende hi

1062als

1066Reinaerde

1069W.moet

1071niet te hove

1075Ik mistrouw dezen geheelen regel; maar in allen gevalle kan men niet lezen met CGrW.:Bi Gode dat jan ic u wale. Het ww.onnenregeert den GZ.

1077coste

1079die es

1082Ten ende

1085willen wi

1088ooc onder alle mine mage

1097C.Maerghin, zoo ook1377,1396.

1098beteren raet.

1099beter ghedaen

1104nointdoor mij ingevoegd.

1105beter

1107bi daghe, verbetering vanWillems; CGr.daer

1109CGr.nemmermee; W.nemmermeer

1111Gi moet herbergen tavont met mi, dat mij voor geene scansie vatbaar schijnt.Távontintaméerte veranderen scheen de klemtoon te eischen: het woord is goed vlaamsch, en komt b.v. in denFerguutvoor vs. 744 en 751, waar de uitgaaf leestte meer. Zie overigens mijn artikel in denK. en L.bode, 1845, no. 36.

1113of ic hier bleve

1115Hier es d. sp. quaden t.

1116mocht

1118utermaten, maarte mateis beter in de maat, en meer overeenkomstig met vs.1115.

1119moochdi

1121elontbreekt in 't hs., waar men leest:Reinaert hebdi mi i. h., hetgeen Gr. behield; maar W. wierp den eigennaam uit en laschte inanders; maar verg. vs.571,3225.


Back to IndexNext