478was die coninc sc. b.480vor dit here. Ook het Fr. heeft 10450En la presence de ma gent.483Gr.waecht495ende hi sal naken501Ende dat hem503inCGrW.dor514vanontbr.516sorghen520CGr.Daer hi526bi sinen goden, CGrW.gode528vor mi bringhe. Bij den eersten opslag zou men twijfelen of er ook moet gelezen worden:vor hem, n.l. den koning. De omwerking heeft:myt mi. De lezing schijnt echter echt, en te beteekenen:voor mij uit;529te nemen530vreden546eren550qualic556den buuc so gh.557Ende in so ut. w.561L.Ic bem so ute sat?565C.mooghdi, GrW.moogdi.566wie moeten567CGr.wie node568Goederlevert geen gezonden zin, daar uit het voorgaande blijkt, dat Reinaert met die versche honichraten niet veel ophad. Zie over den oorsprong dezer onoverdachte lezing deinleiding, § III.569Gr. en W. beiden lezen hier:Hebbic commer harde groot, dat W. trachtte te verklaren door: »Ik heb grooten kommer wegens goede versche honigraten”; hetgeen evenwel niet veel opheldert, daar R. blijkbaar geenkommerhad, maar overvloed. Trouwens,commer, staat ook niet in C. Men leest daar, volgens de kollatie vanGrimm,coiiiier, dat blijkbaar slecht gelezen is voorcouuer. Nu drukt het hs. overal den tweeklankoeuit doorou. Zoo b.v.233ghenouch,234onghevouch,324bloumen,459bouc,614louch,658ghevouch,662prouft,848ouuer(oever),1429drouve. Blijkbaar is duscouuerhet bekendecoever, dat voorraad, overvloed, copia beteekent, en Flor. 1843, Limb. I, 2674 voorkomt. Verg.de Vries,Woordenlijst, op den Lsp. i. v.vercoeveren. Zoo wordt de zin zeer verstaanbaar.574De nieuwe alinea begint bij CGrW. eerst een vers later.578voor alle579Ende icse voor alle g. m.585W.Gewinne587spot met u, neen590trouwen592u so vele593,5tienen594daer metl.daer an?601R. sp.:Bruun wat sechdi605soudic u g.615helt618Also; Zoo ook later dikwerf.622nemmee, dus C. bij GrW.nemmeer624es mine avonture g.626sult lachen627ghinc Reinaert; doch zie Mnl. Versbouw, bl. 153.632CGrW.voeren gaen636Gi sult noch heden hebben, s. w.637als ghi640Die keitijf Bruun n. w. n.; maar zie alweder Mnl. Vsb., bl. 152641Waer hem Reinaert die tale keerde645Brune646Tote, W.Tot648C.Dat waer was eist so. De omzetting is vanGrimm.654Also, l.Alse?—temmermans, het gewone meervoud.655ontdaen659nemet667niet verdervet670Brune sprac: R. ne. s. niet672spele675crupet daer in678Dat hi th.679die twee voordere v.; maar verg.695, en zie het Fransch 10293.682–3Die daer te voren ginc so smeken, Bruun bleefenz. Maar niet Bruun, wel Reinaert had den ander gesmeekt, d. i. gefleemd.Bruunheb ik wegens de maat inHiveranderd; zie Mnl. Vsb., bl. 153.685brocht(GrW.), C.bracht685In boosheden brocht met sulker achte. De omwerking heeft:Gebrocht myt loosheit in sulker achten693dulen, doorSnellaertin de tweede uitgave bl. 353 ten onrechte veranderd inhulen; het komt evenzoo voor Wal. 9714, waar ik verkeerdelijk schreefhuulde. Zoo ook Lanc. 3, 3805.694ghegrepen bi sier mulen699–700Ende sach comen Lamfreide, Die up sinen hals brochte beide.MaarLamfreidein acc. is niet te dulden, verg.860; ookbeidekan de ware lezing niet zijn, want in701:Een scarpe haex ende ene baerde(CGrW.) isendeblijkbaar geïnterpoleerd, daar het woordbaerdealleen de verklaring is vanhaex, waarvoor vs.716gelezen wordtbile. De timmerman droeg geen twee aexen, zoo als ook blijkt uit vs.735.—Hetonzochte, dat ik in den tekst bracht, vindt men ook990en3320.702moogdi703sinen oom705Dit herinnert aan het Lodewijkslied, waar het heet:Her skancta ce hanton Sinan fianton Bitteres lides.707talen713Hi liep, maar verg.1333.725quamen, leesquam, zie op vs.48.726kerke734Voor738al jeghen al, W.alle jegen al.740De nieuwe alinea heb ik een regel lager geplaatst.741alwerpt W. uit744hi daer van den750alle751Ende sine twee h. b.755niet conste757neis door mij ingevoegd.758no vlien.765lieden766Daer na quam767ouden768enen773arem777riviere784al te scarp, CGrW.alre scarpst. Het rijm eischt de verandering.Al tein de beteekenis vanzeer,bijzonder, is bekend. Zoo b.v. Wal. 10711.788scerpe loghe, niet in één woord zoo als in de vorige uitgaven.Kauslerheeft het eerst die plaats terecht gebracht in zijneAltniederl. Denkm.II, bl. XXII.789Ghinkene790ende mijn vrouwe Bave; maarmijn vrouweis een jonger vorm:mijnontbreekt ook in de omwerking.791onder die voete; wij kiezen de meest gebruikelijke vorm, zieGRIMMSD. Gramm., IV, 427 en 413.792ene cloete795ghinc met797hem alles te voren800HugeCGrW.Hugelin; maar ook de omwerking heeftHuge.—beene801dat weet men wale803W.vrouwen804Eens houtmakigge; maar blijkbaar is het teeken voorerover het hoofd gezien. Zoo leest men ook Ferg. 74scepsterigge; Rose 6319tavernierigghe.808sijn bloet811–12liet.... ghedichte gaen, C.l. ghestichte slaen; maarghestichteheeft Gr. reeds verbeterd.815wilen819versprancGr. wil ten onrechte lezenver spranc820riviere822viven823W.rivier842Die wile dat si... uuttraken; maar achterdie wilekandatontbreken. Zie b.v. Gloss. Lsp. opWile; Kar. Gr. I, 1055.847niet mochten850in die riviere852bat hi dat853verdoemen(Gr.),verdrouven(C.)860vander861Dat, CGrW.Dar(?)864een873Gheen dier874jamerlik880danen, C.dannen887(rumenGZ?)890nederwaert, CGrW.neder; maar verg.910.894dat sweet895Neder liep896riviere899sijn herte905Die hebbic909in dese912CGr.Enten eersten; W.Ende ten eersten915Daer lach in (m̄?) toren917dijn920eren930straten932al een bloet, niet met den klemtoon opeen, als thans.934bere, dus C. waarvoor GrW.beren.939so siettene944roden945So weder sidi abd946ore947dese crune953hem, C.const doe; GrW.conste doe. Moet men lezen:Dat hine conste niet ghespreken?Verg. de var. bijWillems, en het Fransch, 10416:L'ors estoit si asolez qu'il ne li pot respondre mot.954hem so d. sijn herte957nemmeer horen die tale958neder daer te d.963sine voete971sine972scamen978daerdoor mij ingevoegd.982die, W.dat983L.hadde bekent?984Ende seide dit es988Binnen desen992u selves.997als1001hoechste. Moet men ook lezenhoochste baroene? verg.1005,1333.1004Doe rieden si hoe d. d.schrijffout ontstaan uit verzien van vs.1006.1006daer, invoegsel van mij;meesten.1007Dat menne(C.niene; W.men)twee werven1011Dat Tibert die cater van desen1012Tote R. bode soude wesen1016Gaet wech eer; maar blijkbaar moetwechhier worden verworpen, (verg.1025,1037) even als vs.1360, waar het tegen de maat strijdt, en ook niet in de omwerking gevonden wordt.1021uwen1023Men salne drie werven dagen. Blijkbaar valsche lezing; want vooreerst kon het zijnen magen niet tot schande strekken (vs.1024) als hij naar de wet driemaal werd ingedaagd. Bovendien had de Koning gezegd (1022): komt hij op deze tweede indaging niet, het zal niet goed met hem afloopen. De gemaakte verandering is nu ook in overeenstemming met1070, en met het Fransch 10452.1024alle1033groot nochtan. De omwerking, diewats danheeft, gaf de verbetering aan de hand.Wattanleest men ook vs.245,1296.1038helpe mi God;1039het nu moete1042CGr.nu af1047ende quam, dus C., bij GrW.die quam1048wart Tibert vro1049GrW.Ende riep al heil! wil God edel vogel.Deze en de volgende regel worden in C. vervangen door dezen eenen:Ende riep an sinte Martins voghel.Grimmherstelde den tekst naar den prozadruk. Ik heb niet geaarzeld de woordenwil Godweg te werpen, die ookReineke943 niet heeft.1051C.Nu vliech, de verand. is van Gr.1058ter rechter1059C.waende hi1062als1066Reinaerde1069W.moet1071niet te hove1075Ik mistrouw dezen geheelen regel; maar in allen gevalle kan men niet lezen met CGrW.:Bi Gode dat jan ic u wale. Het ww.onnenregeert den GZ.1077coste1079die es1082Ten ende1085willen wi1088ooc onder alle mine mage1097C.Maerghin, zoo ook1377,1396.1098beteren raet.1099beter ghedaen1104nointdoor mij ingevoegd.1105beter1107bi daghe, verbetering vanWillems; CGr.daer1109CGr.nemmermee; W.nemmermeer1111Gi moet herbergen tavont met mi, dat mij voor geene scansie vatbaar schijnt.Távontintaméerte veranderen scheen de klemtoon te eischen: het woord is goed vlaamsch, en komt b.v. in denFerguutvoor vs. 744 en 751, waar de uitgaaf leestte meer. Zie overigens mijn artikel in denK. en L.bode, 1845, no. 36.1113of ic hier bleve1115Hier es d. sp. quaden t.1116mocht1118utermaten, maarte mateis beter in de maat, en meer overeenkomstig met vs.1115.1119moochdi1121elontbreekt in 't hs., waar men leest:Reinaert hebdi mi i. h., hetgeen Gr. behield; maar W. wierp den eigennaam uit en laschte inanders; maar verg. vs.571,3225.
478was die coninc sc. b.
480vor dit here. Ook het Fr. heeft 10450En la presence de ma gent.
483Gr.waecht
495ende hi sal naken
501Ende dat hem
503inCGrW.dor
514vanontbr.
516sorghen
520CGr.Daer hi
526bi sinen goden, CGrW.gode
528vor mi bringhe. Bij den eersten opslag zou men twijfelen of er ook moet gelezen worden:vor hem, n.l. den koning. De omwerking heeft:myt mi. De lezing schijnt echter echt, en te beteekenen:voor mij uit;
529te nemen
530vreden
546eren
550qualic
556den buuc so gh.
557Ende in so ut. w.
561L.Ic bem so ute sat?
565C.mooghdi, GrW.moogdi.
566wie moeten
567CGr.wie node
568Goederlevert geen gezonden zin, daar uit het voorgaande blijkt, dat Reinaert met die versche honichraten niet veel ophad. Zie over den oorsprong dezer onoverdachte lezing deinleiding, § III.
569Gr. en W. beiden lezen hier:Hebbic commer harde groot, dat W. trachtte te verklaren door: »Ik heb grooten kommer wegens goede versche honigraten”; hetgeen evenwel niet veel opheldert, daar R. blijkbaar geenkommerhad, maar overvloed. Trouwens,commer, staat ook niet in C. Men leest daar, volgens de kollatie vanGrimm,coiiiier, dat blijkbaar slecht gelezen is voorcouuer. Nu drukt het hs. overal den tweeklankoeuit doorou. Zoo b.v.233ghenouch,234onghevouch,324bloumen,459bouc,614louch,658ghevouch,662prouft,848ouuer(oever),1429drouve. Blijkbaar is duscouuerhet bekendecoever, dat voorraad, overvloed, copia beteekent, en Flor. 1843, Limb. I, 2674 voorkomt. Verg.de Vries,Woordenlijst, op den Lsp. i. v.vercoeveren. Zoo wordt de zin zeer verstaanbaar.
574De nieuwe alinea begint bij CGrW. eerst een vers later.
578voor alle
579Ende icse voor alle g. m.
585W.Gewinne
587spot met u, neen
590trouwen
592u so vele
593,5tienen
594daer metl.daer an?
601R. sp.:Bruun wat sechdi
605soudic u g.
615helt
618Also; Zoo ook later dikwerf.
622nemmee, dus C. bij GrW.nemmeer
624es mine avonture g.
626sult lachen
627ghinc Reinaert; doch zie Mnl. Versbouw, bl. 153.
632CGrW.voeren gaen
636Gi sult noch heden hebben, s. w.
637als ghi
640Die keitijf Bruun n. w. n.; maar zie alweder Mnl. Vsb., bl. 152
641Waer hem Reinaert die tale keerde
645Brune
646Tote, W.Tot
648C.Dat waer was eist so. De omzetting is vanGrimm.
654Also, l.Alse?—temmermans, het gewone meervoud.
655ontdaen
659nemet
667niet verdervet
670Brune sprac: R. ne. s. niet
672spele
675crupet daer in
678Dat hi th.
679die twee voordere v.; maar verg.695, en zie het Fransch 10293.
682–3Die daer te voren ginc so smeken, Bruun bleefenz. Maar niet Bruun, wel Reinaert had den ander gesmeekt, d. i. gefleemd.Bruunheb ik wegens de maat inHiveranderd; zie Mnl. Vsb., bl. 153.
685brocht(GrW.), C.bracht
685In boosheden brocht met sulker achte. De omwerking heeft:Gebrocht myt loosheit in sulker achten
693dulen, doorSnellaertin de tweede uitgave bl. 353 ten onrechte veranderd inhulen; het komt evenzoo voor Wal. 9714, waar ik verkeerdelijk schreefhuulde. Zoo ook Lanc. 3, 3805.
694ghegrepen bi sier mulen
699–700Ende sach comen Lamfreide, Die up sinen hals brochte beide.MaarLamfreidein acc. is niet te dulden, verg.860; ookbeidekan de ware lezing niet zijn, want in701:Een scarpe haex ende ene baerde(CGrW.) isendeblijkbaar geïnterpoleerd, daar het woordbaerdealleen de verklaring is vanhaex, waarvoor vs.716gelezen wordtbile. De timmerman droeg geen twee aexen, zoo als ook blijkt uit vs.735.—Hetonzochte, dat ik in den tekst bracht, vindt men ook990en3320.
702moogdi
703sinen oom
705Dit herinnert aan het Lodewijkslied, waar het heet:Her skancta ce hanton Sinan fianton Bitteres lides.
707talen
713Hi liep, maar verg.1333.
725quamen, leesquam, zie op vs.48.
726kerke
734Voor
738al jeghen al, W.alle jegen al.
740De nieuwe alinea heb ik een regel lager geplaatst.
741alwerpt W. uit
744hi daer van den
750alle
751Ende sine twee h. b.
755niet conste
757neis door mij ingevoegd.
758no vlien.
765lieden
766Daer na quam
767ouden
768enen
773arem
777riviere
784al te scarp, CGrW.alre scarpst. Het rijm eischt de verandering.Al tein de beteekenis vanzeer,bijzonder, is bekend. Zoo b.v. Wal. 10711.
788scerpe loghe, niet in één woord zoo als in de vorige uitgaven.Kauslerheeft het eerst die plaats terecht gebracht in zijneAltniederl. Denkm.II, bl. XXII.
789Ghinkene
790ende mijn vrouwe Bave; maarmijn vrouweis een jonger vorm:mijnontbreekt ook in de omwerking.
791onder die voete; wij kiezen de meest gebruikelijke vorm, zieGRIMMSD. Gramm., IV, 427 en 413.
792ene cloete
795ghinc met
797hem alles te voren
800HugeCGrW.Hugelin; maar ook de omwerking heeftHuge.—beene
801dat weet men wale
803W.vrouwen
804Eens houtmakigge; maar blijkbaar is het teeken voorerover het hoofd gezien. Zoo leest men ook Ferg. 74scepsterigge; Rose 6319tavernierigghe.
808sijn bloet
811–12liet.... ghedichte gaen, C.l. ghestichte slaen; maarghestichteheeft Gr. reeds verbeterd.
815wilen
819versprancGr. wil ten onrechte lezenver spranc
820riviere
822viven
823W.rivier
842Die wile dat si... uuttraken; maar achterdie wilekandatontbreken. Zie b.v. Gloss. Lsp. opWile; Kar. Gr. I, 1055.
847niet mochten
850in die riviere
852bat hi dat
853verdoemen(Gr.),verdrouven(C.)
860vander
861Dat, CGrW.Dar(?)
864een
873Gheen dier
874jamerlik
880danen, C.dannen
887(rumenGZ?)
890nederwaert, CGrW.neder; maar verg.910.
894dat sweet
895Neder liep
896riviere
899sijn herte
905Die hebbic
909in dese
912CGr.Enten eersten; W.Ende ten eersten
915Daer lach in (m̄?) toren
917dijn
920eren
930straten
932al een bloet, niet met den klemtoon opeen, als thans.
934bere, dus C. waarvoor GrW.beren.
939so siettene
944roden
945So weder sidi abd
946ore
947dese crune
953hem, C.const doe; GrW.conste doe. Moet men lezen:Dat hine conste niet ghespreken?Verg. de var. bijWillems, en het Fransch, 10416:L'ors estoit si asolez qu'il ne li pot respondre mot.
954hem so d. sijn herte
957nemmeer horen die tale
958neder daer te d.
963sine voete
971sine
972scamen
978daerdoor mij ingevoegd.
982die, W.dat
983L.hadde bekent?
984Ende seide dit es
988Binnen desen
992u selves.
997als
1001hoechste. Moet men ook lezenhoochste baroene? verg.1005,1333.
1004Doe rieden si hoe d. d.schrijffout ontstaan uit verzien van vs.1006.
1006daer, invoegsel van mij;meesten.
1007Dat menne(C.niene; W.men)twee werven
1011Dat Tibert die cater van desen
1012Tote R. bode soude wesen
1016Gaet wech eer; maar blijkbaar moetwechhier worden verworpen, (verg.1025,1037) even als vs.1360, waar het tegen de maat strijdt, en ook niet in de omwerking gevonden wordt.
1021uwen
1023Men salne drie werven dagen. Blijkbaar valsche lezing; want vooreerst kon het zijnen magen niet tot schande strekken (vs.1024) als hij naar de wet driemaal werd ingedaagd. Bovendien had de Koning gezegd (1022): komt hij op deze tweede indaging niet, het zal niet goed met hem afloopen. De gemaakte verandering is nu ook in overeenstemming met1070, en met het Fransch 10452.
1024alle
1033groot nochtan. De omwerking, diewats danheeft, gaf de verbetering aan de hand.Wattanleest men ook vs.245,1296.
1038helpe mi God;
1039het nu moete
1042CGr.nu af
1047ende quam, dus C., bij GrW.die quam
1048wart Tibert vro
1049GrW.Ende riep al heil! wil God edel vogel.Deze en de volgende regel worden in C. vervangen door dezen eenen:Ende riep an sinte Martins voghel.Grimmherstelde den tekst naar den prozadruk. Ik heb niet geaarzeld de woordenwil Godweg te werpen, die ookReineke943 niet heeft.
1051C.Nu vliech, de verand. is van Gr.
1058ter rechter
1059C.waende hi
1062als
1066Reinaerde
1069W.moet
1071niet te hove
1075Ik mistrouw dezen geheelen regel; maar in allen gevalle kan men niet lezen met CGrW.:Bi Gode dat jan ic u wale. Het ww.onnenregeert den GZ.
1077coste
1079die es
1082Ten ende
1085willen wi
1088ooc onder alle mine mage
1097C.Maerghin, zoo ook1377,1396.
1098beteren raet.
1099beter ghedaen
1104nointdoor mij ingevoegd.
1105beter
1107bi daghe, verbetering vanWillems; CGr.daer
1109CGr.nemmermee; W.nemmermeer
1111Gi moet herbergen tavont met mi, dat mij voor geene scansie vatbaar schijnt.Távontintaméerte veranderen scheen de klemtoon te eischen: het woord is goed vlaamsch, en komt b.v. in denFerguutvoor vs. 744 en 751, waar de uitgaaf leestte meer. Zie overigens mijn artikel in denK. en L.bode, 1845, no. 36.
1113of ic hier bleve
1115Hier es d. sp. quaden t.
1116mocht
1118utermaten, maarte mateis beter in de maat, en meer overeenkomstig met vs.1115.
1119moochdi
1121elontbreekt in 't hs., waar men leest:Reinaert hebdi mi i. h., hetgeen Gr. behield; maar W. wierp den eigennaam uit en laschte inanders; maar verg. vs.571,3225.