Chapter 29

1123lietic, zoo alsGrimmmet C. heeft.Willemsveranderde het inlictic, dat wel geen drukfout is, zoo als men uit zijne verklaring vangewaerdmag afleiden.1125Soete Tibert1130hordic, C.hoere ic, GrW.hore ic1137alle1143al haddi minen vader doot; Epische uitdrukking, zieWal.II, 281.1145Reinaert sprac: neve h. uwen spot1146Neenic, Reinaert a. h. m. G.1153enen1157nemmer meer1160gaen wi1168enen1182no lat1187beiden, W.leiden1190Tibert siet1192eren1199Wanen —— desen wanc1202een strec, maar er was vs.1177reeds van gesproken.1209wroeghede, C.wronghede, datWillemsverklaardeverwrong, enGrimmevenzoo; maar uit den voorgaanden en volgenden regel blijkt, dat er een woord moet staan, datzich verraden,aanklagen, beteekent. Nu is het vreemd, dat Gr. noch W. hier de verbetering aanbrachten, die toch113was aangewend, waar men in het hs. had gelezenwronghene, voorwroughene, d.i.wroeghene. Evenzoo1605las Gr. terechtdroeghene, waar zijne kollatie heeftdronghene, d.i.droughene. Over het gebruik vanouvooroezie op569.—In denzelfden zin wordt overigenswroeghenwel meer gebruikt.1218dus atet1222inlanc so bet. Zoo leest C., waarvoor bij Gr.ni lanc, waarmede hij natuurlijk geen weg wist. W. verbeterdeje lanc, maarinlancis de oorspronkelijke vorm1225–6De lezing is van W. die dus het blijkbaar bedorven hs. herstelde, dat heeft:Dat,Tibert,daer m. u ware,Isengrijn die m.1232Martinet riep1243W.in huus1245ute sinen bedde1253W.rocken1259spaerdene; maarsparenbeteekent hier nietparcere, maarmorari. Zoo vs.1244. Verg. verderCar. en Eleg.gloss.1260enen. Zoo ook1263.1267scanden1275sielen1276sine wilde1280Int sleets1282sone, dus W.; bij CGr.neve.1284mijn scande1285Emmermeer voort in a. st.1286wonden1287tenC.den, reeds verbeterd door Gr.1288noch doe1292sinen scerne1298te mere, CGrW.te min1304neontbr.1306GrW.Doe hiefsene; maar C. heeft duidelijkhieffene:Doeis blijkbaar bedorven uitSoe.1311,12sorghen1316C.sine1319ute ten1324wisen1331Den coninc dreigen; maar twee verzen achter elkander met hetzelfde appellatief te laten aanvangen, ging niet; blijkbaar staatmenin vs.1330voormenne. Ofdreigenwel het echte woord is?1337Hoe men Reinaert ter redenen brochte1344waerven1345enen1348Daer hi af1350dattene1355niemene en es1356So helpe1360gaet wech ende sijt1362Grimbert sprac1368ten eersten. Doch zie hier vs.1435,2058, en verg.Wal.1533eerst; 8875van eerst.1369sinen.Groetenmet DP.? Verg.Gram.IV, 606. Of ellipt. genit.?1376waerven1377vermerrendi1380inden derden1381Uwen casteel1386C.haerl.hare?1390W.ten hove1393avonturen1396Maerghin(W.Morgen)sciet; doch verg.Reineke1308.1400binnen den1411Hoort, seit hi1414alle dandre1417sine muulkine1420harde lief; doch verg.Reineke1362.1421Ja als1422van hier moet1427de sine1428ruumde1434hoort1436met Grimberte1436seide, dus C.; GrW.seiden1438sorghen1441te biechten1444sijn vergaen; doch zieReineke1382.1447te biechten1449W.Alle de diefte en a. r.1454te ghenaden1455algader, C.allegader minen mesdaden, de twee laatste woorden reeds door Gr. verbeterd.1459CGr.alle diere1462Of gi iet wilt1465alle diere die leven1466mi moete vergheven1467Brune1471Tes papen huus, daer hi spranc int net.De uitlating vanhuusbehoeft geene verdediging. Datnetdoorstrecmoet worden vervangen, bewijst zoowel het rijmwoord, als de vergelijking met vs.1177,1202,1234,1281.1472ongherec. Zoo ook1201. BijWillemsongeret, en in de verklarende aant.ongerect. In C. werd kwalijk gelezenongeret, dat Gr. verbeterde.1473sine kindre1477mi ooc niet. Het middelste woord schijnt hier uit den volgenden regel ingeslopen.1479GrW.coninghinnen1480C.verwinne1481eren1483C.mee liede; GrW.meer liede1487maectene—Elmaren1488Daer wi b.1489al te sere te pinen1490die(l.der clocke-line?)1494GrW.toneren, C.tonneeren1496straten1497binnen der1503dieis een invoegsel van mij; verg.947.1506af bernen1510CGr.Daer hi nu[mi]conste; W.hi niet conste1512leeddickene.1513Ik volg de lezing vanGrimm, waarvoor W.Vianoisstelt, dat hij voor een »uitgedachte naem” houdt. Ik weet niet met zekerheid waarop die verandering steunt; waarschijnlijk op de omwerking, maar in de variant is die plaats niet opgenomen.1515Sone woonde. Gr.Son en woonde. W.Son woonde1521Daer dedic I. in crupen; dochdaeris overtollig, wegens het voorgaandein dat. Voorincrupenwellicht beterdoe crupen.1523l.hanghen vele?1524Des vleesch dedi. Het vers eischt slechts drie verheffingen. Misschien kon men ook lezen:Des dedi, hoewel ik de voorkeur geef aandaer.1528dien leden b.1531sat, invoegsel vanWillems;nietC.met.1537enen1540W.wast1544CGr.nu vant slach, blijkbaar min juist gelezen, want de verklaringvant=va ende, (bl. 276) gaat niet op. W. wilde lezen:vanc ende slach.—Of zou men mogen verstaan:nu vant slach=slaghen? Volgens Mnl. Vsb. p. 1291547selvesontbr. in C.1565roof hier laten1566Hi riep, ende ic ginc m. straten. Maar het vorige vers heeft ook maar drie verheffingen.1570De nieuwe alinea begint eerst hij den volgenden regel.1572volchden1582gevreesscheden1587Grote — grote1588Dus quamen. Hoe licht mend9voord' las is bekend.1595lietene1596C.diene1599ghelove, doorWillemsten onrechte veranderd ingelovet. Verg.Wal.II, D. bl. 333 vlgg.1604Si namene ende leidene1607Buten den; maar dit wordt samengetrokken totbuten1609GrW.Ine1610C.verwervic1612dedi1614leiddickene1616Dat twee h. ende enen hane; maar nergens is sprake van slechtstweehennen.1617stralen1619teere, maartewordt doorbiuitgesloten. Wellicht stond in 't oorspronkelijk:Rechte ere1625W.vette; CGr.ghenoech, door W. verbeterd.1628C.taste; W.begon1631Te sorgen; maar het is geen ww., en het zstnw. is stvr.1632wats u ghesciet1634om1639hoondene1640W.van daer boven; CGr.von dat boven1643daeris een invoegsel van mij.1644lagenmoet eensylbig gelezen worden, tenzij mensizou willen delgen.1646C.vijvergat. De verandering is van Gr. Zoo heeft ook het mhd.viwerstat, b.v. Nib. 884,4, 885,2.1647worden. Lees int metrumSi wort up1652niemet C., bij GrW.ie1655Harswenden. Maar de nom. luidt242Harsint, en2877Hersunt. De acc.3399Hersinde. De zwakke vormen in dat.1983,2129,2846,2898en hier ter plaatse zijn fouten.1656liever hadde dan1657God die moet mi1658liever ware bleven1659Te doene dan1661te biechten1676dat biddic u1680heminvoegsel van W.1681C.mesdaden1682C.raden1684en1685Ende te wakene (vastene); maar het vers eischt hier drie arses zonder voorslag.1687Alle die hi, maarAlleis blijkbaar te ontberen.1688Ende dat hi voort1689Behendelike soude generen.Behendicheitgold niet slechts voorsagacitas,ars,sollertia, maar ook voorfraus,dolus,machinatio; men zieClignettsBijdrage, bl. 311–312. Dat men Reinaerts behendigheid natuurlijk in geen goeden zin opvatte, leert de 13 fabel uit denEsopet, vs. 16–17. Onmogelijk kon daarom hier in den tekstbehendelikegeduld worden, hoewel dit zeer duidelijk in het handschrift staat.Behendelikekon licht uitBescedelikegelezen worden. Dat dit het juiste woord moet zijn, leert de vergelijking metFlor.187; zie vooral ook de woordenlijst op den Lsp.1692C.Nu moet hi siere stelen pleghen, bij WGr.Nu moet hi plegen siere selen. De ware lezing gaf381aan de hand. Vs.428leest menpleghen, dat den afschrijver in de war bracht.1695daeris een invoegsel van mijne hand.1713begonden1717plumen1718Gr. sp. Oom gi d. m. d.1720een1722te biechten1724trouwen1734Al hadde men, dat onzin is; verg.Reineke1663.1741verdoort, C.versmaet1742verstoort, C.verstorbeert. De verbetering is van Gr.1743IIpater1745ghenaden1748af hebbe1750sine ogen1752–4C. leest:Doe began hem drouve ghelatenende arde zeere beefde Reynaertdoe keerde si te hove waertdoe hi began den hove nakendaer hi waende seere mesrakenDoe in sconinx hof was vernomen, enz.Grimmzegt, p. 276: »Die sichtbar vom nachhelfenden schreiber her rührende verwirrung der hs. ist nach der prosa und nach Reinke beseitigt worden.” Hij leest namelijk, en met hem W.:Die si te voren hadden ghelaten:Daer keerden si ten hove waert.Aerde (W. Harde) sere beefde ReinaertDoe hi began den hove naken,Daer hi waende sere mesraken.Doe in sconinx hof was vernomen, enz.Er is blijkbaar in het hs. geknoeid, maar minder dan Gr. vermoedde. Vs.1752is stellig echt:ghelatenin dien zin is geheel overeenkomstig metgelaet toonen, enz. dat men hier herhaaldelijk aantreft, b.v.1737,1768,1802,2119,2185. En de verandering vanGrimmis lam.—Dat ik midden tusschen twee rijmen eene nieuwe periode laat aanvangen, is geheel overeenkomstig met de manier des dichters. Zie b.v.107,263,998,1288(waar de afschrijver echter de nieuwe afdeeling eerst met1289begon, evenzoo1850,2048, zoo als hij die ook777een regel te laat begonnen was),1692,2048,2067,2498,2518,3396.1759Grimberde

1123lietic, zoo alsGrimmmet C. heeft.Willemsveranderde het inlictic, dat wel geen drukfout is, zoo als men uit zijne verklaring vangewaerdmag afleiden.

1125Soete Tibert

1130hordic, C.hoere ic, GrW.hore ic

1137alle

1143al haddi minen vader doot; Epische uitdrukking, zieWal.II, 281.

1145Reinaert sprac: neve h. uwen spot

1146Neenic, Reinaert a. h. m. G.

1153enen

1157nemmer meer

1160gaen wi

1168enen

1182no lat

1187beiden, W.leiden

1190Tibert siet

1192eren

1199Wanen —— desen wanc

1202een strec, maar er was vs.1177reeds van gesproken.

1209wroeghede, C.wronghede, datWillemsverklaardeverwrong, enGrimmevenzoo; maar uit den voorgaanden en volgenden regel blijkt, dat er een woord moet staan, datzich verraden,aanklagen, beteekent. Nu is het vreemd, dat Gr. noch W. hier de verbetering aanbrachten, die toch113was aangewend, waar men in het hs. had gelezenwronghene, voorwroughene, d.i.wroeghene. Evenzoo1605las Gr. terechtdroeghene, waar zijne kollatie heeftdronghene, d.i.droughene. Over het gebruik vanouvooroezie op569.—In denzelfden zin wordt overigenswroeghenwel meer gebruikt.

1218dus atet

1222inlanc so bet. Zoo leest C., waarvoor bij Gr.ni lanc, waarmede hij natuurlijk geen weg wist. W. verbeterdeje lanc, maarinlancis de oorspronkelijke vorm

1225–6De lezing is van W. die dus het blijkbaar bedorven hs. herstelde, dat heeft:Dat,Tibert,daer m. u ware,Isengrijn die m.

1232Martinet riep

1243W.in huus

1245ute sinen bedde

1253W.rocken

1259spaerdene; maarsparenbeteekent hier nietparcere, maarmorari. Zoo vs.1244. Verg. verderCar. en Eleg.gloss.

1260enen. Zoo ook1263.

1267scanden

1275sielen

1276sine wilde

1280Int sleets

1282sone, dus W.; bij CGr.neve.

1284mijn scande

1285Emmermeer voort in a. st.

1286wonden

1287tenC.den, reeds verbeterd door Gr.

1288noch doe

1292sinen scerne

1298te mere, CGrW.te min

1304neontbr.

1306GrW.Doe hiefsene; maar C. heeft duidelijkhieffene:Doeis blijkbaar bedorven uitSoe.

1311,12sorghen

1316C.sine

1319ute ten

1324wisen

1331Den coninc dreigen; maar twee verzen achter elkander met hetzelfde appellatief te laten aanvangen, ging niet; blijkbaar staatmenin vs.1330voormenne. Ofdreigenwel het echte woord is?

1337Hoe men Reinaert ter redenen brochte

1344waerven

1345enen

1348Daer hi af

1350dattene

1355niemene en es

1356So helpe

1360gaet wech ende sijt

1362Grimbert sprac

1368ten eersten. Doch zie hier vs.1435,2058, en verg.Wal.1533eerst; 8875van eerst.

1369sinen.Groetenmet DP.? Verg.Gram.IV, 606. Of ellipt. genit.?

1376waerven

1377vermerrendi

1380inden derden

1381Uwen casteel

1386C.haerl.hare?

1390W.ten hove

1393avonturen

1396Maerghin(W.Morgen)sciet; doch verg.Reineke1308.

1400binnen den

1411Hoort, seit hi

1414alle dandre

1417sine muulkine

1420harde lief; doch verg.Reineke1362.

1421Ja als

1422van hier moet

1427de sine

1428ruumde

1434hoort

1436met Grimberte

1436seide, dus C.; GrW.seiden

1438sorghen

1441te biechten

1444sijn vergaen; doch zieReineke1382.

1447te biechten

1449W.Alle de diefte en a. r.

1454te ghenaden

1455algader, C.allegader minen mesdaden, de twee laatste woorden reeds door Gr. verbeterd.

1459CGr.alle diere

1462Of gi iet wilt

1465alle diere die leven

1466mi moete vergheven

1467Brune

1471Tes papen huus, daer hi spranc int net.De uitlating vanhuusbehoeft geene verdediging. Datnetdoorstrecmoet worden vervangen, bewijst zoowel het rijmwoord, als de vergelijking met vs.1177,1202,1234,1281.

1472ongherec. Zoo ook1201. BijWillemsongeret, en in de verklarende aant.ongerect. In C. werd kwalijk gelezenongeret, dat Gr. verbeterde.

1473sine kindre

1477mi ooc niet. Het middelste woord schijnt hier uit den volgenden regel ingeslopen.

1479GrW.coninghinnen

1480C.verwinne

1481eren

1483C.mee liede; GrW.meer liede

1487maectene—Elmaren

1488Daer wi b.

1489al te sere te pinen

1490die(l.der clocke-line?)

1494GrW.toneren, C.tonneeren

1496straten

1497binnen der

1503dieis een invoegsel van mij; verg.947.

1506af bernen

1510CGr.Daer hi nu[mi]conste; W.hi niet conste

1512leeddickene.

1513Ik volg de lezing vanGrimm, waarvoor W.Vianoisstelt, dat hij voor een »uitgedachte naem” houdt. Ik weet niet met zekerheid waarop die verandering steunt; waarschijnlijk op de omwerking, maar in de variant is die plaats niet opgenomen.

1515Sone woonde. Gr.Son en woonde. W.Son woonde

1521Daer dedic I. in crupen; dochdaeris overtollig, wegens het voorgaandein dat. Voorincrupenwellicht beterdoe crupen.

1523l.hanghen vele?

1524Des vleesch dedi. Het vers eischt slechts drie verheffingen. Misschien kon men ook lezen:Des dedi, hoewel ik de voorkeur geef aandaer.

1528dien leden b.

1531sat, invoegsel vanWillems;nietC.met.

1537enen

1540W.wast

1544CGr.nu vant slach, blijkbaar min juist gelezen, want de verklaringvant=va ende, (bl. 276) gaat niet op. W. wilde lezen:vanc ende slach.—Of zou men mogen verstaan:nu vant slach=slaghen? Volgens Mnl. Vsb. p. 129

1547selvesontbr. in C.

1565roof hier laten

1566Hi riep, ende ic ginc m. straten. Maar het vorige vers heeft ook maar drie verheffingen.

1570De nieuwe alinea begint eerst hij den volgenden regel.

1572volchden

1582gevreesscheden

1587Grote — grote

1588Dus quamen. Hoe licht mend9voord' las is bekend.

1595lietene

1596C.diene

1599ghelove, doorWillemsten onrechte veranderd ingelovet. Verg.Wal.II, D. bl. 333 vlgg.

1604Si namene ende leidene

1607Buten den; maar dit wordt samengetrokken totbuten

1609GrW.Ine

1610C.verwervic

1612dedi

1614leiddickene

1616Dat twee h. ende enen hane; maar nergens is sprake van slechtstweehennen.

1617stralen

1619teere, maartewordt doorbiuitgesloten. Wellicht stond in 't oorspronkelijk:Rechte ere

1625W.vette; CGr.ghenoech, door W. verbeterd.

1628C.taste; W.begon

1631Te sorgen; maar het is geen ww., en het zstnw. is stvr.

1632wats u ghesciet

1634om

1639hoondene

1640W.van daer boven; CGr.von dat boven

1643daeris een invoegsel van mij.

1644lagenmoet eensylbig gelezen worden, tenzij mensizou willen delgen.

1646C.vijvergat. De verandering is van Gr. Zoo heeft ook het mhd.viwerstat, b.v. Nib. 884,4, 885,2.

1647worden. Lees int metrumSi wort up

1652niemet C., bij GrW.ie

1655Harswenden. Maar de nom. luidt242Harsint, en2877Hersunt. De acc.3399Hersinde. De zwakke vormen in dat.1983,2129,2846,2898en hier ter plaatse zijn fouten.

1656liever hadde dan

1657God die moet mi

1658liever ware bleven

1659Te doene dan

1661te biechten

1676dat biddic u

1680heminvoegsel van W.

1681C.mesdaden

1682C.raden

1684en1685Ende te wakene (vastene); maar het vers eischt hier drie arses zonder voorslag.

1687Alle die hi, maarAlleis blijkbaar te ontberen.

1688Ende dat hi voort

1689Behendelike soude generen.Behendicheitgold niet slechts voorsagacitas,ars,sollertia, maar ook voorfraus,dolus,machinatio; men zieClignettsBijdrage, bl. 311–312. Dat men Reinaerts behendigheid natuurlijk in geen goeden zin opvatte, leert de 13 fabel uit denEsopet, vs. 16–17. Onmogelijk kon daarom hier in den tekstbehendelikegeduld worden, hoewel dit zeer duidelijk in het handschrift staat.Behendelikekon licht uitBescedelikegelezen worden. Dat dit het juiste woord moet zijn, leert de vergelijking metFlor.187; zie vooral ook de woordenlijst op den Lsp.

1692C.Nu moet hi siere stelen pleghen, bij WGr.Nu moet hi plegen siere selen. De ware lezing gaf381aan de hand. Vs.428leest menpleghen, dat den afschrijver in de war bracht.

1695daeris een invoegsel van mijne hand.

1713begonden

1717plumen

1718Gr. sp. Oom gi d. m. d.

1720een

1722te biechten

1724trouwen

1734Al hadde men, dat onzin is; verg.Reineke1663.

1741verdoort, C.versmaet

1742verstoort, C.verstorbeert. De verbetering is van Gr.

1743IIpater

1745ghenaden

1748af hebbe

1750sine ogen

1752–4C. leest:Doe began hem drouve ghelatenende arde zeere beefde Reynaertdoe keerde si te hove waertdoe hi began den hove nakendaer hi waende seere mesrakenDoe in sconinx hof was vernomen, enz.Grimmzegt, p. 276: »Die sichtbar vom nachhelfenden schreiber her rührende verwirrung der hs. ist nach der prosa und nach Reinke beseitigt worden.” Hij leest namelijk, en met hem W.:Die si te voren hadden ghelaten:Daer keerden si ten hove waert.Aerde (W. Harde) sere beefde ReinaertDoe hi began den hove naken,Daer hi waende sere mesraken.Doe in sconinx hof was vernomen, enz.Er is blijkbaar in het hs. geknoeid, maar minder dan Gr. vermoedde. Vs.1752is stellig echt:ghelatenin dien zin is geheel overeenkomstig metgelaet toonen, enz. dat men hier herhaaldelijk aantreft, b.v.1737,1768,1802,2119,2185. En de verandering vanGrimmis lam.—Dat ik midden tusschen twee rijmen eene nieuwe periode laat aanvangen, is geheel overeenkomstig met de manier des dichters. Zie b.v.107,263,998,1288(waar de afschrijver echter de nieuwe afdeeling eerst met1289begon, evenzoo1850,2048, zoo als hij die ook777een regel te laat begonnen was),1692,2048,2067,2498,2518,3396.

Doe began hem drouve ghelatenende arde zeere beefde Reynaertdoe keerde si te hove waertdoe hi began den hove nakendaer hi waende seere mesrakenDoe in sconinx hof was vernomen, enz.

Doe began hem drouve ghelatenende arde zeere beefde Reynaertdoe keerde si te hove waertdoe hi began den hove nakendaer hi waende seere mesraken

Doe in sconinx hof was vernomen, enz.

Grimmzegt, p. 276: »Die sichtbar vom nachhelfenden schreiber her rührende verwirrung der hs. ist nach der prosa und nach Reinke beseitigt worden.” Hij leest namelijk, en met hem W.:

Die si te voren hadden ghelaten:Daer keerden si ten hove waert.Aerde (W. Harde) sere beefde ReinaertDoe hi began den hove naken,Daer hi waende sere mesraken.Doe in sconinx hof was vernomen, enz.

Die si te voren hadden ghelaten:Daer keerden si ten hove waert.Aerde (W. Harde) sere beefde ReinaertDoe hi began den hove naken,Daer hi waende sere mesraken.

Doe in sconinx hof was vernomen, enz.

Er is blijkbaar in het hs. geknoeid, maar minder dan Gr. vermoedde. Vs.1752is stellig echt:ghelatenin dien zin is geheel overeenkomstig metgelaet toonen, enz. dat men hier herhaaldelijk aantreft, b.v.1737,1768,1802,2119,2185. En de verandering vanGrimmis lam.—Dat ik midden tusschen twee rijmen eene nieuwe periode laat aanvangen, is geheel overeenkomstig met de manier des dichters. Zie b.v.107,263,998,1288(waar de afschrijver echter de nieuwe afdeeling eerst met1289begon, evenzoo1850,2048, zoo als hij die ook777een regel te laat begonnen was),1692,2048,2067,2498,2518,3396.

1759Grimberde


Back to IndexNext