1760niemene ne was1764die onvervaerde1766Ende hi sprac1770Gelijc of hi1772boudeliken1777CGr.hebbe; W. veranderde naar de omwerk.1783CGr.mi nochtan gherne; W.mi gerne1784hulden wilde gi1785–6lonen: crone. Men zou kunnen vragen ofcroneniet eene te moderne figuur is; te meer, daar C. verder leestdat si..... gheloven, welk laatste woordGrimmveranderde inghelove,Willemsinghelovet. Wellicht zou men wenschen te verbeteren:hoeden,vroeden, gedachtig aanReineke, 1711: »Juwe rât is vrôt.... gy loven nicht draden.... wat ju dessen valschen alle vorelesen.” Ook hier1899wordt de koningvroetgenoemd.Maar het Fransch heeft, 10956:»Mès puis, sire, queroiss'amortà croire les mauvès larrons,.................lors vet la terre à male veue.”Het zal dus het zekerst zijn de lezing van C. te behouden, en1787siinsoe,1788gheloveninghelovete veranderen, tenzij men voorder cronezou willen stellenden cronen.—Moet het ook zijnden conen(coenen)?1787Dat si1788C.gheloven; W.ghelovet1792Die niet te rechter h. h. g.De omwerking gaf de verbetering aan.1793rike hove1796Den goeden lieden doen t.Ik heb de lezing van den omwerker voorgetrokken.1802condil.toondi?1803niet ghehelpen1807saken1808qualic in. Dus C. door GrW. veranderd inqualiken.1809C. leest:Die eede die ic hadde gesworen.Gr. veranderdeeedeinvrede, waarschijnlijk volgensReineke, 1720, die de omwerking volgt, welke ironisch den koning veel beter de volgende woorden in den mond legt:Dat gi my dicwijl hebt gedient,Dat wart u nu te recht gegouden.Gy hebt den vrede wel gehouden,Dien ic geboot ende had gesworen.1818laten aenscinen1820es sijn crune, doch verg.1827.1821veleis een invoegsel vanWillems.1828CGr.hi ware gewroken, dat W. veranderde in:haddet gew.; doch verg.1931.1830C.Rander side, door GrW. veranderd inTander side1840groot mine saken1848sloechdi1850Recht in dese selve sprake. In C. vangt het volgende vers met eene kapitale letter aan, intusschen latenGrimmen W., die overigens de lezing van C. behouden, de nieuwe alinea met 1850 beginnen. In de aant. p. 276 zegtGrimm: »Wenn dieser vers noch von Reinaert gesprochen wird (vgl.Reineke1762,63), wozu der grosse buchstabe der hs. bei 1851 stimmen konnte; so fehlen zwei verse vorher. die prosa ist für die gewahlte abteilung.”De zin schijnt intusschen gewrongen, als men wil lezen:Recht in dese selve sprakeDoe spranc up Belijn, die ram.1850moet wel degelijk tot de vorige periode behooren. Dat er in geknoeid is valt terstond in 't oog; maar is het zoo noodzakelijk metGrimmaan te nemen, dat ertwee verzen zijn uitgevallen? Het Fransch geeft hier licht. Er is de grootste overeenstemming tusschen onze verzen1837–1850en Br. 20 11014–20, waar men leest:Or sui devant lui [mesire], si me tiegne,Et si me face ardoir ou pendre,Qar ne me puis vers lui deffendre.Ge ne suis pas de grant puissance,Mès ce seroit povre venjance,S'en parleroient meinte gentSe l'en sanz jugement me pent.Het woordsprakein C. 1850 wijst duidelijk aan, dat er iets moet gestaan hebben overeenkomende met de twee laatste Fransche verzen.Rechtontstond uit de verwisseling van de kapitaleLenR(zie op347), eninkan eene vergissing zijn voorm̄, verg.915.1862Dit vers is doorWillemsuit de omwerking aldus ingevuld:Die gans, dat tijtsel ende tlampreel1867CGr.Makeden1872Reinaerde1874mandus CGr.,Willemslasmen1875W. werptesuit, dat CGr. hebben.1877CGr.Vort bringen die men brochte daer.Willemsheeftdieindanveranderd. Dat hij met die plaats geen weg wist, blijkt uit de zonderlinge interpunctie. OokGrimmwas er meê verlegen. Zie zijne aant. p. 277.1880besten redenen g. daer voort1881C.dieren1882met goeden orconden1885saken1886wijstsivoorwijsden si, dat men in C. leest. GrW. veranderden:wijsten si1888Reinaerde1893naeste1896Reinaerde1905andren1906CGr.Reinaerde1908W. vond »verkieslijker” te lezen:Tibert sprac; maar de woorden zijn blijkbaar den koning in den mond gelegd.1914Sinen l. die es1916Gr. en W. stellentjaer meer, terwijl C. heefttsiaer meer. Doch zie mijn artikel oversaermeerin denK. en L.bode, van 1845, no. 35.1925wancans, verbetering van Gr. voorwanconst, dat C. heeft.1926Nochtan eist R. diet al b.zoo lezen GrW., maareistvindt men niet in C. Eenvoudiger verandere mendieindi; in allen gevalle had men niet mogen stelleneist, maar dan ten minstewast.1928uwe1929C.Rumen ende wijde lancken. Verg.Grimmsaant. p. 277.1932noch niet1936W.Langeleden1942W.vernois om hadde1943W.papen1946CGr.Ende sidi nu daer toe, l.En sidi mi?1948fellen voden, doch verg. 3745 en 3771 der uitg. vanWillems.Grimmhaalt p. 278 uitMaerl.3, 318 eenvudenaan, dat echter blijkbaar bedorven is uitruden. Dezelfde letters worden daar meer verwisseld, b.v. bl. 138, vs. 80, waarrastenmoet gelezen worden voorvasten.—Ook de woordenuwen nevekomen mij verdacht voor; maar ik heb ze behouden, omdat ook de omwerkingu neveheeft.1949Doe so sprac die coninc saen; maar de verbetering volgt uit vs.1958–9. DoorGrimmsaant. p. 278, wordt de lezing van C. kwalijk verdedigd of verklaard.1950Tiberte1953gaet voren1961Nu gaen wi voren ende b. h.1963du selt1964die salt, W.sal1965CGr.dineW.en dine1970Hine dede1973Dat was de wulf ende T.1975te sinen scaden, dat blijkbaar alleen om 't zuivere rijmscadendus staat.1980binnen den1982Reinaerde1989dor niede, C.dor met, dat blijkbaar slecht gelezen is voorniet, zoo als ook1531het geval was. Gr. en W. stellen daarvoornijt; maar de wolf had geen reden te veronderstellen, datnijt(haat) Hersinde jegens Reinaert bezielde, verg.243, terwijl buitendiennijtgeen reden kon zijn om hem te doen ontsnappen, maar juist het tegendeel.Niet, in dat.niedeis een bekend woord, dat hier juist aan zijne plaats is: Ohd.niot, doorGraff, II, 1048, terecht doordesideriumvertaald. Verg. vooral de woordenlijst op den Lsp.1995brincdi1996mijn moie;doch verg.1504,1675.1998nemmermeer1999Maer her2002,2009onneert, dus C.; Gr. en W.oneert.2006wie die mi2012dat herte2015alle2016galge of gi2019W.Met uwe v.De geheele plaats2015–19komt mij verdacht voor.2021Amen, sprac Brune, ende h.;het inlapsel vloeide voort uit het niet verstaan der herhalingAmen, Amen!Dit blijkt ook uit de omwerking.2023haesten wi2024woorde2026ten stride; maarte stridebeteekentom strijd.2029volchde2031GrW.line2036strec, GrW.strop, maar C. heeftstroc, dat slecht gelezen is.2038CGr.scauwet2039Ende si spr.CGr. heeft buitendien:ende si keren, dat W. stilzwijgend veranderde.2042W.sullen2051sorghen2055Gr.Ic ware, drukf.2057Reinaerde2062verlanessen2068De nieuwe alinea begint bij CGrW. reeds bij het voorgaande vers.2070W.Dan so; CGr.Daer so; C. heeft waarschijnlijkd' voord9gelezen.2073Nu en es2076uontbr. in C., de invoeging is van Gr.2080noch doe2081C.mannen2091hoekine; dus C.; bij Gr.bockine; doch zieMeijersAanteek. op hetLeven van Jesus, p. 356.2092derdes, dus C.; bij GrW.des derdes.2094C. heefthaenden, waarvoor Gr. gafhanen, dat W. weder verving doorvogel. Dat C. de ware lezing geeft blijkt uit deNat. Bloeme, aangeh.Gesch. der Mnl. Dk., III, 17.2100ende dat ic vermochte. Bij dit vers teekent Gr. aan: »lücke.” Er schijnt echter in den zamenhang niets te ontbreken.2101ende, dus C., en ook beter dan de verandering (met) door Gr. in den tekst gebracht; want zij kwamen niet samen, maar ontmoetten elkander. Hij zelf gaf p. 278 de ware lezing aan, maar verkoosmetomdat C. heeftIsengrine(:rime).2103Besele, zoo C. enGrimm;WillemsverbeterdeBasele(»by Dendermonde”). Moet men ook lezenBelsele? Zie het Charter van 1139, uit hetCorpus Chron. Flandriaeaangehaald in mijneGesch. der Mnl. Dk.I, 193, noot 2. Doch verg.Grimmp. CLVII.2104dat hi ware2108trouwen2110C.wandelen2114vroe2117Of enen w. of enen r.2119mi een g.2120ende so qu.2121mi daer met van hem2124warven2127CGrW.ene bake2128Doe ginc2130W.kinden2133Die sine k. en wouden cnaghen, omdat zij de »alreminste” was. CGrW.:Die sine k. hadden gecnaget; maar in den volgenden regel, die in het hs. luidt:Dus nauwe hebbic mi bejaget, moet het laatste woord blijkbaar veranderd worden inbedraghen(verg.2654,2694), en ik durfde daarop niet laten rijmen het part.gecnagen, zoo als de omwerking doet, die leest:Nochtan eer ic dat mochte hebben,Hadden sy tvleysch al off geknagen:Hier op most ic my doe gedragen.Buitendien komt onze lezing beter overeen met het voorgaande vers.2139gewonnen wel2146Gaf hi R. felle antw.; maar waartoe datfelle, bij de bloote nieuwsgierige vraag?2147wanen.... die sc.2149also2152dien scat2155An.... trouwen2156alle uwe2158owi lieve R.2162C.ghi mi ons s.; GrW.ghi mi s.2165brinct2173ende sine hulde2176W.groote2177W.Ende die in v.2179Die heren2182trouwen2184sullen drinken met scanden2185gelate met droeven sinne2189mijn2191de helle2192Daer die t. es entie p.2193Indien dat. Ik zou wenschen te lezen:Ocht hier2195ghenaden2201daet, dus C.; bij Gr.doet; W.deedt2205W.dat herte, doch zie1079,1741,2306; en verg.Gram.I, 693.2204bringhene2207vraechdi mi des2208gi wel hoet2213up mine2214trouwen2215coninghinnen2218daer niemen2220Tote dien2229CGr.verraderen; doch zie2243. Moet men ook lezenverranesse(verg.2243), en in het volgende vs.niemen spare, beiden met drie toonverheffingen?2235Met verradenessen sal bedrieghen; doch verg.2200,2503.2236enen.... maghen lieghen2237C.Grimberte den d.2242W.Van s. v. waer af hi woude2243Die2245Reinaert sprac wilen teer st.2246m. h. mijn vader v.2247Hermelinx, C.heymeliken; doch zie vs.2544–52248C.eene; CGrW.verholnen; doch verg.2271.2249C.Die mijn v.2254Tiberte2255C.arttinen, Gr.Aertinen2256C.Brunen2257Brune grote Gods h.2258W.Ende dat hi in Vl.; CGr.Ende hi in. Maar verg. over den ellips.de Vries,Brief over Kar. Gr., bl. 17–18, waar op vs.2268wordt gewezen, waar hetzelfde is waar te nemen.2260CGrW.Bruun2262Doe, CGrW.Daer2266Isingrijn2273sduvels2276alle gr.voorarde gr.2277De vier tusschen teksthaken geplaatste regels vindt men niet in C., waar men leest:Nu hoort wonder alle grootWat si noch over een draghenWilde iemen van sconinx maghenDat wedersegghenenz.Grimm, die deze lezing behield, en daarin doorWillemsgevolgd werd, merkt echter op, dat er achter den tweeden dezer regels iets ontbreekt (p. 280), gelijk hem de vergelijking met den ouden prozadruk leerde. Blijkbaar is tot den samenhang noodig, dat Reinaert niet alleen zegt dat de saamgezworenen den koning wilden vermoorden; maar ook, dat zij Bruin in zijne plaats wilden kroonen. Van 's konings magen toch behoefde men niet te vreezen dat zij zich zouden verzetten tegen Nobels dood, die wel zonder hunne voorkennis zou plaats grijpen; maar zij konden »wedersegghen” dat hij door den beer werd opgevolgd. Ik heb daarom die vier regels uit de omwerking overgenomen, waar dan deze regel volgt:Op sijn hooft die croon van goude,waarvoor ik heb in de plaats gesteld:Ende hi crone soude draghen,waaruit denkelijk in C. de regel verbasterd is:Wat si noch over een draghen.Dat deze verzen werkelijk in den ouden tekst behoorden, mag men ook opmaken uit de vergelijking van2327.
1760niemene ne was
1764die onvervaerde
1766Ende hi sprac
1770Gelijc of hi
1772boudeliken
1777CGr.hebbe; W. veranderde naar de omwerk.
1783CGr.mi nochtan gherne; W.mi gerne
1784hulden wilde gi
1785–6lonen: crone. Men zou kunnen vragen ofcroneniet eene te moderne figuur is; te meer, daar C. verder leestdat si..... gheloven, welk laatste woordGrimmveranderde inghelove,Willemsinghelovet. Wellicht zou men wenschen te verbeteren:hoeden,vroeden, gedachtig aanReineke, 1711: »Juwe rât is vrôt.... gy loven nicht draden.... wat ju dessen valschen alle vorelesen.” Ook hier1899wordt de koningvroetgenoemd.Maar het Fransch heeft, 10956:»Mès puis, sire, queroiss'amortà croire les mauvès larrons,.................lors vet la terre à male veue.”Het zal dus het zekerst zijn de lezing van C. te behouden, en1787siinsoe,1788gheloveninghelovete veranderen, tenzij men voorder cronezou willen stellenden cronen.—Moet het ook zijnden conen(coenen)?
lonen: crone. Men zou kunnen vragen ofcroneniet eene te moderne figuur is; te meer, daar C. verder leestdat si..... gheloven, welk laatste woordGrimmveranderde inghelove,Willemsinghelovet. Wellicht zou men wenschen te verbeteren:hoeden,vroeden, gedachtig aanReineke, 1711: »Juwe rât is vrôt.... gy loven nicht draden.... wat ju dessen valschen alle vorelesen.” Ook hier1899wordt de koningvroetgenoemd.
Maar het Fransch heeft, 10956:
»Mès puis, sire, queroiss'amortà croire les mauvès larrons,.................lors vet la terre à male veue.”
»Mès puis, sire, queroiss'amortà croire les mauvès larrons,.................lors vet la terre à male veue.”
Het zal dus het zekerst zijn de lezing van C. te behouden, en1787siinsoe,1788gheloveninghelovete veranderen, tenzij men voorder cronezou willen stellenden cronen.—Moet het ook zijnden conen(coenen)?
1787Dat si
1788C.gheloven; W.ghelovet
1792Die niet te rechter h. h. g.De omwerking gaf de verbetering aan.
1793rike hove
1796Den goeden lieden doen t.Ik heb de lezing van den omwerker voorgetrokken.
1802condil.toondi?
1803niet ghehelpen
1807saken
1808qualic in. Dus C. door GrW. veranderd inqualiken.
1809C. leest:Die eede die ic hadde gesworen.Gr. veranderdeeedeinvrede, waarschijnlijk volgensReineke, 1720, die de omwerking volgt, welke ironisch den koning veel beter de volgende woorden in den mond legt:Dat gi my dicwijl hebt gedient,Dat wart u nu te recht gegouden.Gy hebt den vrede wel gehouden,Dien ic geboot ende had gesworen.
C. leest:Die eede die ic hadde gesworen.Gr. veranderdeeedeinvrede, waarschijnlijk volgensReineke, 1720, die de omwerking volgt, welke ironisch den koning veel beter de volgende woorden in den mond legt:
Dat gi my dicwijl hebt gedient,Dat wart u nu te recht gegouden.Gy hebt den vrede wel gehouden,Dien ic geboot ende had gesworen.
Dat gi my dicwijl hebt gedient,Dat wart u nu te recht gegouden.Gy hebt den vrede wel gehouden,Dien ic geboot ende had gesworen.
1818laten aenscinen
1820es sijn crune, doch verg.1827.
1821veleis een invoegsel vanWillems.
1828CGr.hi ware gewroken, dat W. veranderde in:haddet gew.; doch verg.1931.
1830C.Rander side, door GrW. veranderd inTander side
1840groot mine saken
1848sloechdi
1850Recht in dese selve sprake. In C. vangt het volgende vers met eene kapitale letter aan, intusschen latenGrimmen W., die overigens de lezing van C. behouden, de nieuwe alinea met 1850 beginnen. In de aant. p. 276 zegtGrimm: »Wenn dieser vers noch von Reinaert gesprochen wird (vgl.Reineke1762,63), wozu der grosse buchstabe der hs. bei 1851 stimmen konnte; so fehlen zwei verse vorher. die prosa ist für die gewahlte abteilung.”De zin schijnt intusschen gewrongen, als men wil lezen:Recht in dese selve sprakeDoe spranc up Belijn, die ram.1850moet wel degelijk tot de vorige periode behooren. Dat er in geknoeid is valt terstond in 't oog; maar is het zoo noodzakelijk metGrimmaan te nemen, dat ertwee verzen zijn uitgevallen? Het Fransch geeft hier licht. Er is de grootste overeenstemming tusschen onze verzen1837–1850en Br. 20 11014–20, waar men leest:Or sui devant lui [mesire], si me tiegne,Et si me face ardoir ou pendre,Qar ne me puis vers lui deffendre.Ge ne suis pas de grant puissance,Mès ce seroit povre venjance,S'en parleroient meinte gentSe l'en sanz jugement me pent.Het woordsprakein C. 1850 wijst duidelijk aan, dat er iets moet gestaan hebben overeenkomende met de twee laatste Fransche verzen.Rechtontstond uit de verwisseling van de kapitaleLenR(zie op347), eninkan eene vergissing zijn voorm̄, verg.915.
Recht in dese selve sprake. In C. vangt het volgende vers met eene kapitale letter aan, intusschen latenGrimmen W., die overigens de lezing van C. behouden, de nieuwe alinea met 1850 beginnen. In de aant. p. 276 zegtGrimm: »Wenn dieser vers noch von Reinaert gesprochen wird (vgl.Reineke1762,63), wozu der grosse buchstabe der hs. bei 1851 stimmen konnte; so fehlen zwei verse vorher. die prosa ist für die gewahlte abteilung.”
De zin schijnt intusschen gewrongen, als men wil lezen:
Recht in dese selve sprakeDoe spranc up Belijn, die ram.
Recht in dese selve sprakeDoe spranc up Belijn, die ram.
1850moet wel degelijk tot de vorige periode behooren. Dat er in geknoeid is valt terstond in 't oog; maar is het zoo noodzakelijk metGrimmaan te nemen, dat ertwee verzen zijn uitgevallen? Het Fransch geeft hier licht. Er is de grootste overeenstemming tusschen onze verzen1837–1850en Br. 20 11014–20, waar men leest:
Or sui devant lui [mesire], si me tiegne,Et si me face ardoir ou pendre,Qar ne me puis vers lui deffendre.Ge ne suis pas de grant puissance,Mès ce seroit povre venjance,S'en parleroient meinte gentSe l'en sanz jugement me pent.
Or sui devant lui [mesire], si me tiegne,Et si me face ardoir ou pendre,Qar ne me puis vers lui deffendre.Ge ne suis pas de grant puissance,Mès ce seroit povre venjance,S'en parleroient meinte gentSe l'en sanz jugement me pent.
Het woordsprakein C. 1850 wijst duidelijk aan, dat er iets moet gestaan hebben overeenkomende met de twee laatste Fransche verzen.Rechtontstond uit de verwisseling van de kapitaleLenR(zie op347), eninkan eene vergissing zijn voorm̄, verg.915.
1862Dit vers is doorWillemsuit de omwerking aldus ingevuld:Die gans, dat tijtsel ende tlampreel
1867CGr.Makeden
1872Reinaerde
1874mandus CGr.,Willemslasmen
1875W. werptesuit, dat CGr. hebben.
1877CGr.Vort bringen die men brochte daer.Willemsheeftdieindanveranderd. Dat hij met die plaats geen weg wist, blijkt uit de zonderlinge interpunctie. OokGrimmwas er meê verlegen. Zie zijne aant. p. 277.
1880besten redenen g. daer voort
1881C.dieren
1882met goeden orconden
1885saken
1886wijstsivoorwijsden si, dat men in C. leest. GrW. veranderden:wijsten si
1888Reinaerde
1893naeste
1896Reinaerde
1905andren
1906CGr.Reinaerde
1908W. vond »verkieslijker” te lezen:Tibert sprac; maar de woorden zijn blijkbaar den koning in den mond gelegd.
1914Sinen l. die es
1916Gr. en W. stellentjaer meer, terwijl C. heefttsiaer meer. Doch zie mijn artikel oversaermeerin denK. en L.bode, van 1845, no. 35.
1925wancans, verbetering van Gr. voorwanconst, dat C. heeft.
1926Nochtan eist R. diet al b.zoo lezen GrW., maareistvindt men niet in C. Eenvoudiger verandere mendieindi; in allen gevalle had men niet mogen stelleneist, maar dan ten minstewast.
1928uwe
1929C.Rumen ende wijde lancken. Verg.Grimmsaant. p. 277.
1932noch niet
1936W.Langeleden
1942W.vernois om hadde
1943W.papen
1946CGr.Ende sidi nu daer toe, l.En sidi mi?
1948fellen voden, doch verg. 3745 en 3771 der uitg. vanWillems.Grimmhaalt p. 278 uitMaerl.3, 318 eenvudenaan, dat echter blijkbaar bedorven is uitruden. Dezelfde letters worden daar meer verwisseld, b.v. bl. 138, vs. 80, waarrastenmoet gelezen worden voorvasten.—Ook de woordenuwen nevekomen mij verdacht voor; maar ik heb ze behouden, omdat ook de omwerkingu neveheeft.
1949Doe so sprac die coninc saen; maar de verbetering volgt uit vs.1958–9. DoorGrimmsaant. p. 278, wordt de lezing van C. kwalijk verdedigd of verklaard.
1950Tiberte
1953gaet voren
1961Nu gaen wi voren ende b. h.
1963du selt
1964die salt, W.sal
1965CGr.dineW.en dine
1970Hine dede
1973Dat was de wulf ende T.
1975te sinen scaden, dat blijkbaar alleen om 't zuivere rijmscadendus staat.
1980binnen den
1982Reinaerde
1989dor niede, C.dor met, dat blijkbaar slecht gelezen is voorniet, zoo als ook1531het geval was. Gr. en W. stellen daarvoornijt; maar de wolf had geen reden te veronderstellen, datnijt(haat) Hersinde jegens Reinaert bezielde, verg.243, terwijl buitendiennijtgeen reden kon zijn om hem te doen ontsnappen, maar juist het tegendeel.Niet, in dat.niedeis een bekend woord, dat hier juist aan zijne plaats is: Ohd.niot, doorGraff, II, 1048, terecht doordesideriumvertaald. Verg. vooral de woordenlijst op den Lsp.
1995brincdi
1996mijn moie;doch verg.1504,1675.
1998nemmermeer
1999Maer her
2002,2009onneert, dus C.; Gr. en W.oneert.
2006wie die mi
2012dat herte
2015alle
2016galge of gi
2019W.Met uwe v.De geheele plaats2015–19komt mij verdacht voor.
2021Amen, sprac Brune, ende h.;het inlapsel vloeide voort uit het niet verstaan der herhalingAmen, Amen!Dit blijkt ook uit de omwerking.
2023haesten wi
2024woorde
2026ten stride; maarte stridebeteekentom strijd.
2029volchde
2031GrW.line
2036strec, GrW.strop, maar C. heeftstroc, dat slecht gelezen is.
2038CGr.scauwet
2039Ende si spr.CGr. heeft buitendien:ende si keren, dat W. stilzwijgend veranderde.
2042W.sullen
2051sorghen
2055Gr.Ic ware, drukf.
2057Reinaerde
2062verlanessen
2068De nieuwe alinea begint bij CGrW. reeds bij het voorgaande vers.
2070W.Dan so; CGr.Daer so; C. heeft waarschijnlijkd' voord9gelezen.
2073Nu en es
2076uontbr. in C., de invoeging is van Gr.
2080noch doe
2081C.mannen
2091hoekine; dus C.; bij Gr.bockine; doch zieMeijersAanteek. op hetLeven van Jesus, p. 356.
2092derdes, dus C.; bij GrW.des derdes.
2094C. heefthaenden, waarvoor Gr. gafhanen, dat W. weder verving doorvogel. Dat C. de ware lezing geeft blijkt uit deNat. Bloeme, aangeh.Gesch. der Mnl. Dk., III, 17.
2100ende dat ic vermochte. Bij dit vers teekent Gr. aan: »lücke.” Er schijnt echter in den zamenhang niets te ontbreken.
2101ende, dus C., en ook beter dan de verandering (met) door Gr. in den tekst gebracht; want zij kwamen niet samen, maar ontmoetten elkander. Hij zelf gaf p. 278 de ware lezing aan, maar verkoosmetomdat C. heeftIsengrine(:rime).
2103Besele, zoo C. enGrimm;WillemsverbeterdeBasele(»by Dendermonde”). Moet men ook lezenBelsele? Zie het Charter van 1139, uit hetCorpus Chron. Flandriaeaangehaald in mijneGesch. der Mnl. Dk.I, 193, noot 2. Doch verg.Grimmp. CLVII.
2104dat hi ware
2108trouwen
2110C.wandelen
2114vroe
2117Of enen w. of enen r.
2119mi een g.
2120ende so qu.
2121mi daer met van hem
2124warven
2127CGrW.ene bake
2128Doe ginc
2130W.kinden
2133Die sine k. en wouden cnaghen, omdat zij de »alreminste” was. CGrW.:Die sine k. hadden gecnaget; maar in den volgenden regel, die in het hs. luidt:Dus nauwe hebbic mi bejaget, moet het laatste woord blijkbaar veranderd worden inbedraghen(verg.2654,2694), en ik durfde daarop niet laten rijmen het part.gecnagen, zoo als de omwerking doet, die leest:Nochtan eer ic dat mochte hebben,Hadden sy tvleysch al off geknagen:Hier op most ic my doe gedragen.Buitendien komt onze lezing beter overeen met het voorgaande vers.
Die sine k. en wouden cnaghen, omdat zij de »alreminste” was. CGrW.:Die sine k. hadden gecnaget; maar in den volgenden regel, die in het hs. luidt:Dus nauwe hebbic mi bejaget, moet het laatste woord blijkbaar veranderd worden inbedraghen(verg.2654,2694), en ik durfde daarop niet laten rijmen het part.gecnagen, zoo als de omwerking doet, die leest:
Nochtan eer ic dat mochte hebben,Hadden sy tvleysch al off geknagen:Hier op most ic my doe gedragen.
Nochtan eer ic dat mochte hebben,Hadden sy tvleysch al off geknagen:Hier op most ic my doe gedragen.
Buitendien komt onze lezing beter overeen met het voorgaande vers.
2139gewonnen wel
2146Gaf hi R. felle antw.; maar waartoe datfelle, bij de bloote nieuwsgierige vraag?
2147wanen.... die sc.
2149also
2152dien scat
2155An.... trouwen
2156alle uwe
2158owi lieve R.
2162C.ghi mi ons s.; GrW.ghi mi s.
2165brinct
2173ende sine hulde
2176W.groote
2177W.Ende die in v.
2179Die heren
2182trouwen
2184sullen drinken met scanden
2185gelate met droeven sinne
2189mijn
2191de helle
2192Daer die t. es entie p.
2193Indien dat. Ik zou wenschen te lezen:Ocht hier
2195ghenaden
2201daet, dus C.; bij Gr.doet; W.deedt
2205W.dat herte, doch zie1079,1741,2306; en verg.Gram.I, 693.
2204bringhene
2207vraechdi mi des
2208gi wel hoet
2213up mine
2214trouwen
2215coninghinnen
2218daer niemen
2220Tote dien
2229CGr.verraderen; doch zie2243. Moet men ook lezenverranesse(verg.2243), en in het volgende vs.niemen spare, beiden met drie toonverheffingen?
2235Met verradenessen sal bedrieghen; doch verg.2200,2503.
2236enen.... maghen lieghen
2237C.Grimberte den d.
2242W.Van s. v. waer af hi woude
2243Die
2245Reinaert sprac wilen teer st.
2246m. h. mijn vader v.
2247Hermelinx, C.heymeliken; doch zie vs.2544–5
2248C.eene; CGrW.verholnen; doch verg.2271.
2249C.Die mijn v.
2254Tiberte
2255C.arttinen, Gr.Aertinen
2256C.Brunen
2257Brune grote Gods h.
2258W.Ende dat hi in Vl.; CGr.Ende hi in. Maar verg. over den ellips.de Vries,Brief over Kar. Gr., bl. 17–18, waar op vs.2268wordt gewezen, waar hetzelfde is waar te nemen.
2260CGrW.Bruun
2262Doe, CGrW.Daer
2266Isingrijn
2273sduvels
2276alle gr.voorarde gr.
2277De vier tusschen teksthaken geplaatste regels vindt men niet in C., waar men leest:Nu hoort wonder alle grootWat si noch over een draghenWilde iemen van sconinx maghenDat wedersegghenenz.Grimm, die deze lezing behield, en daarin doorWillemsgevolgd werd, merkt echter op, dat er achter den tweeden dezer regels iets ontbreekt (p. 280), gelijk hem de vergelijking met den ouden prozadruk leerde. Blijkbaar is tot den samenhang noodig, dat Reinaert niet alleen zegt dat de saamgezworenen den koning wilden vermoorden; maar ook, dat zij Bruin in zijne plaats wilden kroonen. Van 's konings magen toch behoefde men niet te vreezen dat zij zich zouden verzetten tegen Nobels dood, die wel zonder hunne voorkennis zou plaats grijpen; maar zij konden »wedersegghen” dat hij door den beer werd opgevolgd. Ik heb daarom die vier regels uit de omwerking overgenomen, waar dan deze regel volgt:Op sijn hooft die croon van goude,waarvoor ik heb in de plaats gesteld:Ende hi crone soude draghen,waaruit denkelijk in C. de regel verbasterd is:Wat si noch over een draghen.Dat deze verzen werkelijk in den ouden tekst behoorden, mag men ook opmaken uit de vergelijking van2327.
De vier tusschen teksthaken geplaatste regels vindt men niet in C., waar men leest:
Nu hoort wonder alle grootWat si noch over een draghenWilde iemen van sconinx maghenDat wedersegghenenz.
Nu hoort wonder alle grootWat si noch over een draghenWilde iemen van sconinx maghenDat wedersegghenenz.
Grimm, die deze lezing behield, en daarin doorWillemsgevolgd werd, merkt echter op, dat er achter den tweeden dezer regels iets ontbreekt (p. 280), gelijk hem de vergelijking met den ouden prozadruk leerde. Blijkbaar is tot den samenhang noodig, dat Reinaert niet alleen zegt dat de saamgezworenen den koning wilden vermoorden; maar ook, dat zij Bruin in zijne plaats wilden kroonen. Van 's konings magen toch behoefde men niet te vreezen dat zij zich zouden verzetten tegen Nobels dood, die wel zonder hunne voorkennis zou plaats grijpen; maar zij konden »wedersegghen” dat hij door den beer werd opgevolgd. Ik heb daarom die vier regels uit de omwerking overgenomen, waar dan deze regel volgt:
Op sijn hooft die croon van goude,
Op sijn hooft die croon van goude,
waarvoor ik heb in de plaats gesteld:
Ende hi crone soude draghen,
Ende hi crone soude draghen,
waaruit denkelijk in C. de regel verbasterd is:
Wat si noch over een draghen.
Wat si noch over een draghen.
Dat deze verzen werkelijk in den ouden tekst behoorden, mag men ook opmaken uit de vergelijking van2327.