M.

Liden, zieLeden.Lief,1970,2227,aangenaam.Lieghen,485, met AP.,beliegen.Lien,liede,gheliet,3093,3403,erkennen,bekennen. Verg.Lorr.enLsp. gloss.Lier,745,855,994,1352,1965,wang;Flor. gloss.;CLIGNETT,Bijdr., bl. 74–78.Lieve,2137,2746,3333,liefde;Lsp. gloss.Ligghen,1707,zich uitstrekken,loopen. Verg.Gheligghen.Lijf,132,236,720,1386,1408,1984,2568,leven. ZieLsp. gloss.Lijcteken,2302,merkteeken,herkenningsteeken.Wal.2687, 6424, 6487, enz.;Lanc.II, 16443;MAERL.Sp. Hist., 1 Dl., bl. 397. Verg.CLARISSEop deNatuurkunde, bl. 409.Line(1490),1940,1951,2031,3130,touw.Verg.MAERL.III, 315, 321;StokeIX, 874;Limb.VI, 275.Line,1081,lijn,regel.Eer die line wert ghelesen tende, bet.in den kortst mogelijken tijd. In gelijken zin leest men,Lanc.III, 22574:Maereer die rime(line?)wert ghelesen,So sal hi ondervinden wel,Oft hem iet beteren sal sijn spel.De redenering van prof.BORMANS,Christina de Wonderb., bl. 235, behoeft geene wederlegging.Lof,prijs,eer;te love,47,tot zijne eer;lof hebben,56,geprezen,geacht worden;in iemens lovestaen,196,door iemand geacht,geëerd worden;van goeden love,649,goed befaamd.Loghe,788,loog.Lonen,1425,beloonen.Loodwapper,794. Eenwapperis een wapentuig dat men om zich heen zwaaide; zieVelthembl. 159;Heelu5462; de laatste schrijver noemt het ookcluppel, waarvoor ikLanc.II, 29802 lees:loetcloppel, d. i. eencluppelofknuppel met loodbeslagen.Loof,1450,de minste kleinigheid. Verg.caf. Eigenl. isloofeen blad (zieCar. El.403), welks meerv.lover,43voorkomt.Lopen,2423, met acc. in den zin vanbeloopen.Losengieren,3071,loos bedriegen, het Fr.losengier. Het adj.losengiervindt menRose2521, enRijmkr.bijKAUSLER, 6361, 7009.Los maken,1475,wegnemen,verlossen?Losin den zin vankwijt,verloren, vermeldtHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 301. Men verg. onslozen,verlossen, en het Eng.to lose.Loven,3256,goedkeuren,toestemmen. ZieLorr. gloss.Luchter,1054,linker.Maerl.III, 171, 207;Ferg.1084, 3601;Flor. gloss.Lude,148,luide,hard op.Lusten,330,828, met DP.lust hebben.M.Maerghen,1085,1377,2774,morgen.Maerl.3 Dl., bl. 62, 91.Maken,30,vervaardigen;los maken,1475,verlossen;valsc maken,20,voor onwaar uitkrijten.Maken hem te....,1945,2262,zich ergens heen begeven.Male,400,889,maag, eigenl.zak,reiszak,koffer, zieMAERL.Sp. Hist., 3 Dl., bl. 68, vs. 93. Verg.Flor. gloss.Male,600,3123,maaltijd.Malsc,19.Willemsvertaalde ditweek, en zelfs schijntGRIMMdie verklaring niet geheel te verwerpen (R. F.bl. 268), hoewel hij,Gram.I2, 499 er de beteekenis vanvorax, in de derde uitgave, bl. 264, er die vansuperbusaan geeft. Ziehier een paar voorbeelden.Ferg.108:Die jaghers waren herdeghemalsch.Wal.2152:Hi deder sulken over halsTumen, die hem herdemalsMaecte, eer dat Walewein quam.Parthen.(ed.MASSMANN), bl. 73, vs. 23:Al sidi hier nu soeghemalsch,Ende segghet al dat ghi beghert.Men ziet uit die voorbeelden, dat noch de verklaring vanWILLEMS, noch die van Prof.VISSCHER, opgaat, „zacht,week,bedaard.” Blijkbaar beduidt het woord:overmoedig,trotsch,laatdunkend, in welken zin reeds het Oud-Saks.malscin denHeilandvoorkomt. Verg.GRIMMR. F., bl. 268, enParthen. gloss.Mamme,2081,borst.Man,167,leenman.Manen,2161,2187,2328,2633,3028,toespreken,verzoeken,bidden.Manghelinghe,2318,verandering,wisseling. ZieKIL.Verg.Rose, 2194.Manlic andren,1578,2109,elk den ander. Verg.HUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 60.Mare,294,417,615,bekend,vermaard;mare maken,238,bekend maken. Verg.Lsp. gloss.St. Martins voghel,1047,de kraai. Verg.GRIMMD. Sp., bl. 984.Mat,1287,zwak;KIL.pauper,miser.Mate,672,matiging,matigheid.Maten(Te),626,naar de juiste maat,niet te veel,matig. Verg.Lsp. gloss.Mede,2183,meê,jonge wijn.Mee,1379,2092,3178,meer. Verg.Lsp. gloss.Meeste,2562,grootste. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 266–268.Mekel,718,groot. Verg.MAERL.Sp. Hist., 2 Dl., bl. 176; aant. bl. 87.Wal.3931.Menechfout,505,542,898,2431,menigvuldig,veelvuldig.Menen,638,bedoelen.Merken,2363,2466,2553,2584,oplettend gadeslaan,opmerken.Merren,3187,3202,dralen,verwijlen. Verg.Lsp. gloss.Mesbaer,3227,het uiterlijk rouwbetoon,gejammer.Ferg.4309, 4403;Wal.9165.Mesbaren,3205,jammeren. ZieHUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 403.Mesdaet,3400,misdaad,kwade handeling die iemand aangedaan wordt.Mescomen, praet.mesquam,669,3230, intr. met den dat.iets kwaads overkomen. Verg.Lsp. gloss.Meslaten,1303,3380,jammeren,zich bedroefd aanstellen.Ferg.497, 1127;Flor.825, 2292.Mesleden,208,misleiden,bedriegen.Mesmaken,987,kwalijk toerichten,toetakelen.Mesprijs,1479,schande.Mesprisen,168,tot schande aanrekenen.Mesraken,496,1755, part.mesrocht,747(verg.gherocht),in 't ongeluk raken,te schande komen.Messen,2561,achterwege laten,delinquere(KIL.).Mesval,1361,ongeval.Mesvallen,3228, impers. met DP.een ongeluk overkomen. Verg.Lsp. gloss.Mesvoeren,74,mishandelen.Ferg.2403;Wal.5625;Rose3903.Met,1234,2121,mede.Mettien,709,terstond; eigenl.mettien wordeofworden. Verg.1922,2024.Micke,2807,3131, eigenl.een vork die tot rustpunt dient voor iets dat er over gelegd wordt; hier derechtopgaande stijl van de galg.Middewaert,511,1553,midden. ZieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 35–36.Miede,1988,gift,belooning. Verg.CLIGNETT,Bijdr., bl. 52–55.Miere,117,318,1051,mijner.Mineren,704, terecht doorGRIMM, bl. 270 vertaald: „eingraben,minieren,” en niet „verminderen” gelijkWILLEMSdacht, die het geheele vers verklaarde: „Houw(sic)toch wat op.” Zoo leest men ook,MAERL.Sp. Hist., 3 Dl., bl. 120, van een man die zekeren „tempel soude breken”, diestoet in vaster stat,Viercante, ende adde vier pilarenIn viere ziden oec te waren,Met colummen scone ende groot.Elc portael hem selven slootVaste in des tempels masieren.Daer ginc die man onderminieren,Ende nam hem haer fundament.Voorts beteekende het, zoo als hier,zich verbergen in eene gegraven opening. Zoo b.v.Destructie van Jerus., cap. 120:Hi was in enen pit ghevloen..........................Daer waende hi hem inminierenEnde ontslupen onder die erde.Minne,243,liefde,min.Misselic,1391, eigenl.wat missen of falen kan, dusonzeker,twijfelachtig. ZieDE JAGER,Taalk. Mag., IV, bl. 353.Moedernaect,1245. Over de middeneeuwsche gewoonte om naakt te slapen, zieBeatr., bl. 50. Verg. over het woordHUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 113.Moer,2645,moeras. Verg.Ferg.3554.Moet,1041,1904,2519,2598,2883,3173,gemoed,het binnenste;1061,moed(courage).Te moede,1063,1765,2904,in zijn binnenste,in het gemoed.Moeten,566,570,moeten,genoodzaakt zijn.Moeten,490,999,1069,1657,1798,2900,3125,mogen, vooral bij wenschen. Verg.Lsp. gloss.Moghen,486,488,559,560,595,622,637,663,691,702,721,747,753,876,989,1107,1327,1368,1388,1391,1484,1638,1651,1675,1844,1937,2360,2840,2851,vermogen,kunnen. Part.ghemoghen,1736.Moghen,1951,licere.Moghen,588,1119,lusten. Verg.Ferg.5041.Moghende,2787,machtig,vermogend.Molenman,121,molenaar.Monc,1487,2692,monnik.Mordadich,357,misdadig.Flor.1178. Verg.Mort.Mordelike,3105,moorddadig;2167,misdadig.Morseel,134,923,stuk(morceau).Ferg.2644, 4786;Wal.8050.Mort,2166,doodschuldige,zware misdaad. ZieLsp. gloss.Moude,465,2373,stof,zand,aarde. ZieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 418–20;CLIGNETT,Bijdr., bl. 38.Mule,694,muil.Museel,219,muil; 't Fr.museau.Muulkijn,1417,muiltje,snoetje.N.Na,1502,bijna,welna. Zoo ookWal.8670, 10747.Na,946,1903,nabij.Na(Gaen),3393,treffen,leed doen.Ferg.4310. Verg. 942. Vanhier het adj.naghinghel,Ferg.664.Na, in de spreekw.hem nemen harde na,1423,ter harte nemen.Naest,269,714,zoo nabij mogelijk.Naest lopen, met DP.,1252,dicht op de hielen zitten.Naken, met DP.,781,1570,3098,genaken,overkomen.Flor.3005.—495,988,ergens heenkomen.Namaels,2065,later,naderhand.Lsp. gloss.Nauw, adj.2468,innig(intiem).Nauwe, adv.2340,naauwkeurig.Lsp. gloss.Negheen,1259,geen(nullus).Nemmee,1318;Nemmeer,622,957,niet meer. Verg.Lsp. gloss.Nes,1442, samentr. voorne es,en es. Zoo564dannes, voordat en es. Verg.Ovl. Ged., 2 Dl., bl. 78, vs. 293,ennes, en bl. 83, vs. 695:hennes.Nese,793,neus. Vanwaarneselocken,Ferg.2226;nesebant,Wal.1632, 2088.Neven,386,2353,naast,langs.Neware,newaer,95,174,447,1749,2301,2514,2903,maar.Wal.9357, 9465. Verg. hier2136, en zieCLIGNETT,Bijdr., bl. 193.Nie,746,1778,1874,nooit. „Ook als negatie, waar wij het bevestigendeooitgebruiken.” (Lsp. gloss.)1545,2389,2809. Zoo b.v.Flor.523, 657. Verg. hierNoint.Niemare,367,1577,1603,nieuws,tijding,gerucht.Lsp. gloss.Niemen,58,123,130,885,1089,1355, enz.,niemand.Niet,1989,genegenheid. Zie vooral over dit woordLsp. gloss.opniede. Bij de daar aangehaalde voorbeelden uit denFerg.is nog te voegen 3408, waarnidevoorniedestaat om het rijm; zoo ookTroj. Orl.(bijBLOMMAERT,Ovl. Ged., 1 Dl.) vs. 1460, 1525, enLanc.IV, 11768.No,112,2568,noch.No,131,zelfs niet, het Fr.neis; zie de Inleiding,bl. LXI.No weder — noch,2567,geen van beiden. ZieHUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 25.Flor., 985;Troj. Oorl.(1 Dl., bl. 15), vs. 1255.Nochtan,78,94,234,353,572,664, enz.,nochtans,evenwel.Nochtoe,1288,2080,nog,toen nog.Ovl. Ged., 2 Dl., bl. 78, vs. 272; bl. 89, vs. 1270.Wal.9850, 10021;Lanc.III, 879; en IV passim. Verg.HUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 140, 364.Node,567,728,1197,2200,ongaarne, eigenl.niet gemakkelijk. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 290.Noene,384, „eigenl. (hora)nona.... de benaming van de dienst die in de R. C. Kerk, op dat uur verrigt werd.”Lsp. gloss., waar het geheele artikel verdient nageslagen te worden.Noint,76,872,2664,3024,nimmer,nooit. Ook als negatie waar wijooitgebruiken (verg.Nie),1829,2844,3172. Zie over den vormGRIMMD.Gr., III, 225.Noot,517,570,1527,1650,1913,nood,dwang.Noot sijn, met DP.,2857,noodzakelijk zijn.Nopen,964,raken,aanraken,stooten,kwetsen. Verg.Lsp. gloss.Nu toe,833,1236,1241,voort(allons).Wal.9470. Verg.HUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 30–31.O.Odevare,2308*,ooijevaar. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 191–192.Oft,Ofte,14,491,998,1008,3030,3040,indien.Oit,1780,immer,altijd.Om recht,258,terecht.Ombe,344(?),om; zie de var. opbl. 14.Ombeclaghet,3046,onaangeklaagd.Ombequame,2616,onaangenaam.Ferg.568.Omberaden,1433,onverzorgd. Verg.CLIGNETT,Bijdr., bl. 213.Omberen,124,127,135, eigenl.ontberen,achterlaten. Zie over de uitlating dert,HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 254.Omberocht,3045, eigenl.niet aangeklaagd,ter goeder naam staande. Zie de var. opbl. 116.Ombescaven,17,onaangevochten.Ombieden,472,aanzeggen,doen weten. ZieLsp. gloss.Ombiten,611,nuttigen,gebruiken.Lsp. gloss.Omme gaen,1713,1739,zich omkeeren.Omtrent,810,rondom,in de rondte. Verg.Lsp. gloss.Lanc.II, 15248, 15252, 15400.Onbegrepen,199,onberispt. Verg.Begripen.Onblide,952,treurig. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 42.Ondaet,2064,misdaad.Wal.3712.Onder — ende,2334,beide — en,zoowel — als. ZieDE VRIES,Lsp. gloss.en vooralDE JAGER'SArchief, 1 Dl., bl. 69–72.Onder die sonne,759,van den kant daar de zon stond. Zoo zeggen wij nog,onder den wind.Onder voete,791,onder den voet,op den grond.Ondergaen,397,3103,den toegang afsnijden. ZieHUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 92–93; 2 Dl., bl. 503.Ondercomen, intr.,868,verzwakken. Het act.is ondergaen, datFerg.2055 voorkomt, ofonderdoen, waarover zieLorr. gloss.Onghebetert,97,onhersteld,onvergoed,ongeboet.Onghemac,230,573,781,807,leed,last. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 99–100.Onghenade doen,2308*,slecht behandelen.Ongherede,2176,ongeluk.Onghereet sijn,3140,3167,niet voorhanden zijn. Verg. de plaatsen aangehaaldLsp. gloss.Ongherec,1201,1472,ongeluk. Verg.Lsp.enFlor. gloss.Onghetrouw,1705,2507,trouwloos,slecht.Ongheval,737,771,1593,2177,2466,ongeluk,ramp.Onghevoech,234,3379,wat niet past,niet betaamt.Onghevoech driven,zich onbehoorlijk aanstellen. Verg.Lsp. gloss.Onghier,414,wreedaard; eigenl.de vreesselijke,de schrikwekkende. ZieLsp. gloss.Onhout,111,ongenegen,vijandig. Verg.Hout.Onledich,1313,drok bezig. Verg.Lsp. gloss.inOnlede.Onnen,ic an, met GZ.,10,1075,3124,gunnen. ZieLsp. gloss.Onnéren, part.onneert,2002,gheonneert,2009,schande aandoen,onteeren(honnir).Onrein,1738,1801,besmet(met zonden).Onsalech,778,1719,ongelukkig,ellendig.Onscone,2709,schandelijk(onbetamelijk).Stoke, 1 B., vs. 803. Verg.Lsp. gloss.Onsculde doen,82,zijne onschuld bewijzen. Verg.Lsp. gloss.Onsochte,990,jammerlijk,op hevige wijze.Onsoete,964,op onzachte,harde wijze.Onspellic,3002,ernstig.Ontaen(ontdaen), part. vanont(d)oen,655,geopend. ZieLsp. gloss.Ontbieden, zieOmbieden.Ontbinden,1881,ontvouwen,openbaren.Ferg.3166;Flor.384.Ontdelven,2607,opgraven.Ontervet werden,668,zijn erf verliezen(hier door een vonnis).Ontfaen,70,188,1193,1254,ontvangen.Ontfaren,85,3022,3206,3309,haastig ontgaan,ontvluchten.Ontfermen,68,72,318,406,2696, met GZ.zich erbarmen,medelijden hebben.Ontgaen,697,921,1388,1409,1424,1477,ontgaan,vrijkomen.Ontghelden,1822,1835,betalen,boeten.Ontghinnen,2087,2417, eigenl.openen; in de eerste plaatsverbijten, in de tweedeopdelven. Verg.Ferg.3461, 3565;Limb.6 B., vs. 2007.Onthopet sijn, met GZ.,1670,de hoop opgegeven hebben,hopeloos zijn,wanhopen. ZieLsp. gloss.Ontliven,2004,dooden,van het leven(lijf)berooven.

Liden, zieLeden.

Lief,1970,2227,aangenaam.

Lieghen,485, met AP.,beliegen.

Lien,liede,gheliet,3093,3403,erkennen,bekennen. Verg.Lorr.enLsp. gloss.

Lier,745,855,994,1352,1965,wang;Flor. gloss.;CLIGNETT,Bijdr., bl. 74–78.

Lieve,2137,2746,3333,liefde;Lsp. gloss.

Ligghen,1707,zich uitstrekken,loopen. Verg.Gheligghen.

Lijf,132,236,720,1386,1408,1984,2568,leven. ZieLsp. gloss.

Lijcteken,2302,merkteeken,herkenningsteeken.Wal.2687, 6424, 6487, enz.;Lanc.II, 16443;MAERL.Sp. Hist., 1 Dl., bl. 397. Verg.CLARISSEop deNatuurkunde, bl. 409.

Line(1490),1940,1951,2031,3130,touw.Verg.MAERL.III, 315, 321;StokeIX, 874;Limb.VI, 275.

Line,1081,lijn,regel.Eer die line wert ghelesen tende, bet.in den kortst mogelijken tijd. In gelijken zin leest men,Lanc.III, 22574:

Maereer die rime(line?)wert ghelesen,So sal hi ondervinden wel,Oft hem iet beteren sal sijn spel.

Maereer die rime(line?)wert ghelesen,So sal hi ondervinden wel,Oft hem iet beteren sal sijn spel.

De redenering van prof.BORMANS,Christina de Wonderb., bl. 235, behoeft geene wederlegging.

Lof,prijs,eer;te love,47,tot zijne eer;lof hebben,56,geprezen,geacht worden;in iemens lovestaen,196,door iemand geacht,geëerd worden;van goeden love,649,goed befaamd.

Loghe,788,loog.

Lonen,1425,beloonen.

Loodwapper,794. Eenwapperis een wapentuig dat men om zich heen zwaaide; zieVelthembl. 159;Heelu5462; de laatste schrijver noemt het ookcluppel, waarvoor ikLanc.II, 29802 lees:loetcloppel, d. i. eencluppelofknuppel met loodbeslagen.

Loof,1450,de minste kleinigheid. Verg.caf. Eigenl. isloofeen blad (zieCar. El.403), welks meerv.lover,43voorkomt.

Lopen,2423, met acc. in den zin vanbeloopen.

Losengieren,3071,loos bedriegen, het Fr.losengier. Het adj.losengiervindt menRose2521, enRijmkr.bijKAUSLER, 6361, 7009.

Los maken,1475,wegnemen,verlossen?Losin den zin vankwijt,verloren, vermeldtHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 301. Men verg. onslozen,verlossen, en het Eng.to lose.

Loven,3256,goedkeuren,toestemmen. ZieLorr. gloss.

Luchter,1054,linker.Maerl.III, 171, 207;Ferg.1084, 3601;Flor. gloss.

Lude,148,luide,hard op.

Lusten,330,828, met DP.lust hebben.

Maerghen,1085,1377,2774,morgen.Maerl.3 Dl., bl. 62, 91.

Maken,30,vervaardigen;los maken,1475,verlossen;valsc maken,20,voor onwaar uitkrijten.

Maken hem te....,1945,2262,zich ergens heen begeven.

Male,400,889,maag, eigenl.zak,reiszak,koffer, zieMAERL.Sp. Hist., 3 Dl., bl. 68, vs. 93. Verg.Flor. gloss.

Male,600,3123,maaltijd.

Malsc,19.Willemsvertaalde ditweek, en zelfs schijntGRIMMdie verklaring niet geheel te verwerpen (R. F.bl. 268), hoewel hij,Gram.I2, 499 er de beteekenis vanvorax, in de derde uitgave, bl. 264, er die vansuperbusaan geeft. Ziehier een paar voorbeelden.Ferg.108:

Die jaghers waren herdeghemalsch.

Die jaghers waren herdeghemalsch.

Wal.2152:

Hi deder sulken over halsTumen, die hem herdemalsMaecte, eer dat Walewein quam.

Hi deder sulken over halsTumen, die hem herdemalsMaecte, eer dat Walewein quam.

Parthen.(ed.MASSMANN), bl. 73, vs. 23:

Al sidi hier nu soeghemalsch,Ende segghet al dat ghi beghert.

Al sidi hier nu soeghemalsch,Ende segghet al dat ghi beghert.

Men ziet uit die voorbeelden, dat noch de verklaring vanWILLEMS, noch die van Prof.VISSCHER, opgaat, „zacht,week,bedaard.” Blijkbaar beduidt het woord:overmoedig,trotsch,laatdunkend, in welken zin reeds het Oud-Saks.malscin denHeilandvoorkomt. Verg.GRIMMR. F., bl. 268, enParthen. gloss.

Mamme,2081,borst.

Man,167,leenman.

Manen,2161,2187,2328,2633,3028,toespreken,verzoeken,bidden.

Manghelinghe,2318,verandering,wisseling. ZieKIL.Verg.Rose, 2194.

Manlic andren,1578,2109,elk den ander. Verg.HUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 60.

Mare,294,417,615,bekend,vermaard;mare maken,238,bekend maken. Verg.Lsp. gloss.

St. Martins voghel,1047,de kraai. Verg.GRIMMD. Sp., bl. 984.

Mat,1287,zwak;KIL.pauper,miser.

Mate,672,matiging,matigheid.

Maten(Te),626,naar de juiste maat,niet te veel,matig. Verg.Lsp. gloss.

Mede,2183,meê,jonge wijn.

Mee,1379,2092,3178,meer. Verg.Lsp. gloss.

Meeste,2562,grootste. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 266–268.

Mekel,718,groot. Verg.MAERL.Sp. Hist., 2 Dl., bl. 176; aant. bl. 87.Wal.3931.

Menechfout,505,542,898,2431,menigvuldig,veelvuldig.

Menen,638,bedoelen.

Merken,2363,2466,2553,2584,oplettend gadeslaan,opmerken.

Merren,3187,3202,dralen,verwijlen. Verg.Lsp. gloss.

Mesbaer,3227,het uiterlijk rouwbetoon,gejammer.Ferg.4309, 4403;Wal.9165.

Mesbaren,3205,jammeren. ZieHUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 403.

Mesdaet,3400,misdaad,kwade handeling die iemand aangedaan wordt.

Mescomen, praet.mesquam,669,3230, intr. met den dat.iets kwaads overkomen. Verg.Lsp. gloss.

Meslaten,1303,3380,jammeren,zich bedroefd aanstellen.Ferg.497, 1127;Flor.825, 2292.

Mesleden,208,misleiden,bedriegen.

Mesmaken,987,kwalijk toerichten,toetakelen.

Mesprijs,1479,schande.

Mesprisen,168,tot schande aanrekenen.

Mesraken,496,1755, part.mesrocht,747(verg.gherocht),in 't ongeluk raken,te schande komen.

Messen,2561,achterwege laten,delinquere(KIL.).

Mesval,1361,ongeval.

Mesvallen,3228, impers. met DP.een ongeluk overkomen. Verg.Lsp. gloss.

Mesvoeren,74,mishandelen.Ferg.2403;Wal.5625;Rose3903.

Met,1234,2121,mede.

Mettien,709,terstond; eigenl.mettien wordeofworden. Verg.1922,2024.

Micke,2807,3131, eigenl.een vork die tot rustpunt dient voor iets dat er over gelegd wordt; hier derechtopgaande stijl van de galg.

Middewaert,511,1553,midden. ZieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 35–36.

Miede,1988,gift,belooning. Verg.CLIGNETT,Bijdr., bl. 52–55.

Miere,117,318,1051,mijner.

Mineren,704, terecht doorGRIMM, bl. 270 vertaald: „eingraben,minieren,” en niet „verminderen” gelijkWILLEMSdacht, die het geheele vers verklaarde: „Houw(sic)toch wat op.” Zoo leest men ook,MAERL.Sp. Hist., 3 Dl., bl. 120, van een man die zekeren „tempel soude breken”, die

stoet in vaster stat,Viercante, ende adde vier pilarenIn viere ziden oec te waren,Met colummen scone ende groot.Elc portael hem selven slootVaste in des tempels masieren.Daer ginc die man onderminieren,Ende nam hem haer fundament.

stoet in vaster stat,Viercante, ende adde vier pilarenIn viere ziden oec te waren,Met colummen scone ende groot.Elc portael hem selven slootVaste in des tempels masieren.Daer ginc die man onderminieren,Ende nam hem haer fundament.

Voorts beteekende het, zoo als hier,zich verbergen in eene gegraven opening. Zoo b.v.Destructie van Jerus., cap. 120:

Hi was in enen pit ghevloen..........................Daer waende hi hem inminierenEnde ontslupen onder die erde.

Hi was in enen pit ghevloen..........................Daer waende hi hem inminierenEnde ontslupen onder die erde.

Minne,243,liefde,min.

Misselic,1391, eigenl.wat missen of falen kan, dusonzeker,twijfelachtig. ZieDE JAGER,Taalk. Mag., IV, bl. 353.

Moedernaect,1245. Over de middeneeuwsche gewoonte om naakt te slapen, zieBeatr., bl. 50. Verg. over het woordHUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 113.

Moer,2645,moeras. Verg.Ferg.3554.

Moet,1041,1904,2519,2598,2883,3173,gemoed,het binnenste;1061,moed(courage).Te moede,1063,1765,2904,in zijn binnenste,in het gemoed.

Moeten,566,570,moeten,genoodzaakt zijn.

Moeten,490,999,1069,1657,1798,2900,3125,mogen, vooral bij wenschen. Verg.Lsp. gloss.

Moghen,486,488,559,560,595,622,637,663,691,702,721,747,753,876,989,1107,1327,1368,1388,1391,1484,1638,1651,1675,1844,1937,2360,2840,2851,vermogen,kunnen. Part.ghemoghen,1736.

Moghen,1951,licere.

Moghen,588,1119,lusten. Verg.Ferg.5041.

Moghende,2787,machtig,vermogend.

Molenman,121,molenaar.

Monc,1487,2692,monnik.

Mordadich,357,misdadig.Flor.1178. Verg.Mort.

Mordelike,3105,moorddadig;2167,misdadig.

Morseel,134,923,stuk(morceau).Ferg.2644, 4786;Wal.8050.

Mort,2166,doodschuldige,zware misdaad. ZieLsp. gloss.

Moude,465,2373,stof,zand,aarde. ZieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 418–20;CLIGNETT,Bijdr., bl. 38.

Mule,694,muil.

Museel,219,muil; 't Fr.museau.

Muulkijn,1417,muiltje,snoetje.

Na,1502,bijna,welna. Zoo ookWal.8670, 10747.

Na,946,1903,nabij.

Na(Gaen),3393,treffen,leed doen.Ferg.4310. Verg. 942. Vanhier het adj.naghinghel,Ferg.664.

Na, in de spreekw.hem nemen harde na,1423,ter harte nemen.

Naest,269,714,zoo nabij mogelijk.Naest lopen, met DP.,1252,dicht op de hielen zitten.

Naken, met DP.,781,1570,3098,genaken,overkomen.Flor.3005.—495,988,ergens heenkomen.

Namaels,2065,later,naderhand.Lsp. gloss.

Nauw, adj.2468,innig(intiem).

Nauwe, adv.2340,naauwkeurig.Lsp. gloss.

Negheen,1259,geen(nullus).

Nemmee,1318;Nemmeer,622,957,niet meer. Verg.Lsp. gloss.

Nes,1442, samentr. voorne es,en es. Zoo564dannes, voordat en es. Verg.Ovl. Ged., 2 Dl., bl. 78, vs. 293,ennes, en bl. 83, vs. 695:hennes.

Nese,793,neus. Vanwaarneselocken,Ferg.2226;nesebant,Wal.1632, 2088.

Neven,386,2353,naast,langs.

Neware,newaer,95,174,447,1749,2301,2514,2903,maar.Wal.9357, 9465. Verg. hier2136, en zieCLIGNETT,Bijdr., bl. 193.

Nie,746,1778,1874,nooit. „Ook als negatie, waar wij het bevestigendeooitgebruiken.” (Lsp. gloss.)1545,2389,2809. Zoo b.v.Flor.523, 657. Verg. hierNoint.

Niemare,367,1577,1603,nieuws,tijding,gerucht.Lsp. gloss.

Niemen,58,123,130,885,1089,1355, enz.,niemand.

Niet,1989,genegenheid. Zie vooral over dit woordLsp. gloss.opniede. Bij de daar aangehaalde voorbeelden uit denFerg.is nog te voegen 3408, waarnidevoorniedestaat om het rijm; zoo ookTroj. Orl.(bijBLOMMAERT,Ovl. Ged., 1 Dl.) vs. 1460, 1525, enLanc.IV, 11768.

No,112,2568,noch.

No,131,zelfs niet, het Fr.neis; zie de Inleiding,bl. LXI.

No weder — noch,2567,geen van beiden. ZieHUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 25.Flor., 985;Troj. Oorl.(1 Dl., bl. 15), vs. 1255.

Nochtan,78,94,234,353,572,664, enz.,nochtans,evenwel.

Nochtoe,1288,2080,nog,toen nog.Ovl. Ged., 2 Dl., bl. 78, vs. 272; bl. 89, vs. 1270.Wal.9850, 10021;Lanc.III, 879; en IV passim. Verg.HUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 140, 364.

Node,567,728,1197,2200,ongaarne, eigenl.niet gemakkelijk. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 290.

Noene,384, „eigenl. (hora)nona.... de benaming van de dienst die in de R. C. Kerk, op dat uur verrigt werd.”Lsp. gloss., waar het geheele artikel verdient nageslagen te worden.

Noint,76,872,2664,3024,nimmer,nooit. Ook als negatie waar wijooitgebruiken (verg.Nie),1829,2844,3172. Zie over den vormGRIMMD.Gr., III, 225.

Noot,517,570,1527,1650,1913,nood,dwang.Noot sijn, met DP.,2857,noodzakelijk zijn.

Nopen,964,raken,aanraken,stooten,kwetsen. Verg.Lsp. gloss.

Nu toe,833,1236,1241,voort(allons).Wal.9470. Verg.HUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 30–31.

Odevare,2308*,ooijevaar. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 191–192.

Oft,Ofte,14,491,998,1008,3030,3040,indien.

Oit,1780,immer,altijd.

Om recht,258,terecht.

Ombe,344(?),om; zie de var. opbl. 14.

Ombeclaghet,3046,onaangeklaagd.

Ombequame,2616,onaangenaam.Ferg.568.

Omberaden,1433,onverzorgd. Verg.CLIGNETT,Bijdr., bl. 213.

Omberen,124,127,135, eigenl.ontberen,achterlaten. Zie over de uitlating dert,HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 254.

Omberocht,3045, eigenl.niet aangeklaagd,ter goeder naam staande. Zie de var. opbl. 116.

Ombescaven,17,onaangevochten.

Ombieden,472,aanzeggen,doen weten. ZieLsp. gloss.

Ombiten,611,nuttigen,gebruiken.Lsp. gloss.

Omme gaen,1713,1739,zich omkeeren.

Omtrent,810,rondom,in de rondte. Verg.Lsp. gloss.Lanc.II, 15248, 15252, 15400.

Onbegrepen,199,onberispt. Verg.Begripen.

Onblide,952,treurig. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 42.

Ondaet,2064,misdaad.Wal.3712.

Onder — ende,2334,beide — en,zoowel — als. ZieDE VRIES,Lsp. gloss.en vooralDE JAGER'SArchief, 1 Dl., bl. 69–72.

Onder die sonne,759,van den kant daar de zon stond. Zoo zeggen wij nog,onder den wind.

Onder voete,791,onder den voet,op den grond.

Ondergaen,397,3103,den toegang afsnijden. ZieHUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 92–93; 2 Dl., bl. 503.

Ondercomen, intr.,868,verzwakken. Het act.is ondergaen, datFerg.2055 voorkomt, ofonderdoen, waarover zieLorr. gloss.

Onghebetert,97,onhersteld,onvergoed,ongeboet.

Onghemac,230,573,781,807,leed,last. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 99–100.

Onghenade doen,2308*,slecht behandelen.

Ongherede,2176,ongeluk.

Onghereet sijn,3140,3167,niet voorhanden zijn. Verg. de plaatsen aangehaaldLsp. gloss.

Ongherec,1201,1472,ongeluk. Verg.Lsp.enFlor. gloss.

Onghetrouw,1705,2507,trouwloos,slecht.

Ongheval,737,771,1593,2177,2466,ongeluk,ramp.

Onghevoech,234,3379,wat niet past,niet betaamt.Onghevoech driven,zich onbehoorlijk aanstellen. Verg.Lsp. gloss.

Onghier,414,wreedaard; eigenl.de vreesselijke,de schrikwekkende. ZieLsp. gloss.

Onhout,111,ongenegen,vijandig. Verg.Hout.

Onledich,1313,drok bezig. Verg.Lsp. gloss.inOnlede.

Onnen,ic an, met GZ.,10,1075,3124,gunnen. ZieLsp. gloss.

Onnéren, part.onneert,2002,gheonneert,2009,schande aandoen,onteeren(honnir).

Onrein,1738,1801,besmet(met zonden).

Onsalech,778,1719,ongelukkig,ellendig.

Onscone,2709,schandelijk(onbetamelijk).Stoke, 1 B., vs. 803. Verg.Lsp. gloss.

Onsculde doen,82,zijne onschuld bewijzen. Verg.Lsp. gloss.

Onsochte,990,jammerlijk,op hevige wijze.

Onsoete,964,op onzachte,harde wijze.

Onspellic,3002,ernstig.

Ontaen(ontdaen), part. vanont(d)oen,655,geopend. ZieLsp. gloss.

Ontbieden, zieOmbieden.

Ontbinden,1881,ontvouwen,openbaren.Ferg.3166;Flor.384.

Ontdelven,2607,opgraven.

Ontervet werden,668,zijn erf verliezen(hier door een vonnis).

Ontfaen,70,188,1193,1254,ontvangen.

Ontfaren,85,3022,3206,3309,haastig ontgaan,ontvluchten.

Ontfermen,68,72,318,406,2696, met GZ.zich erbarmen,medelijden hebben.

Ontgaen,697,921,1388,1409,1424,1477,ontgaan,vrijkomen.

Ontghelden,1822,1835,betalen,boeten.

Ontghinnen,2087,2417, eigenl.openen; in de eerste plaatsverbijten, in de tweedeopdelven. Verg.Ferg.3461, 3565;Limb.6 B., vs. 2007.

Onthopet sijn, met GZ.,1670,de hoop opgegeven hebben,hopeloos zijn,wanhopen. ZieLsp. gloss.

Ontliven,2004,dooden,van het leven(lijf)berooven.


Back to IndexNext