P.

Ontrennen,2699,ontvluchten.Ontsien, intr.53; trans.737,2047,2216,vreezen. ZieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 406, 503.Ontscricken,3132,ontloopen.ScrickenvertaaltCLIGNETT,Bijdr., bl. 103, terecht doormet wijde schreden voortgaan. ZieFerg.3544.Ontspringhen,1912,ontvluchten.Ontspringhen,1231,1642,ontwaken, eigenl.uit den slaap opspringen. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 392.Ontvruchten,2312,vreezen.Flor.3259;Lanc.4 B., vs. 8476.Ontwee,652,1317,3111,in stukken,kapot. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 123, enLsp. gloss.Ontweghet,2494,van den weg af,het spoor bijster. Verg.Lsp. gloss., en zieLanc.II, 13331, 13718.Ontwenden,1844,ontgaan(met moeite,hoe men zich ook wendt).Ontwisschen,1510,ontvluchten; Hoogd.entwisschen. Vanwisschen, dat men b.v. vindtLanc.II, 22024, 22368, 24855, 29819. Zie ookN. Werken der Leidsche Maatsch., VI, bl. 169.Onverdaen,1932,ongedood,onvermoord; vanverdoen, waarover zie mijnSpecimen.Onvervaert,389,moedig.Onvro,982,treurig. ZieLsp. gloss.Onvroet,671,onverstandig,dwaas.Onwaert hebben,498,576,verachten.Clignett,Bijdr., bl. 145.Onwille(Sijn te sinen),321,in 't verdriet zijn. Verg.Lsp. gloss.Ordine,943,2691,orde,kloosterorde.Orlof,495,709,1395,1427,1892,2984, eigenl.verlof om te vertrekken,afscheid.Orconde,1882,2623,getuigenis. ZieLsp.enDoct. gloss.Orconden,2688,betuigen,vermelden.Oude,767,ouderdom. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 173, en verg.Lsp. gloss.Over, in de beteekenis van onsvoor, het Lat.pro,839,2803,over niet=om niet;1681,2981,3089; en in de adverb. uitdr.over waer,239,1384,1505,2908.—In de beteekenis vanop,over,super,523,963,971,973,993. Zoo ook in despreekwijs,over hem so willetal,772,op hem wil alles neêrploffen;over iemen onledich sijn,1314,met iemand bezig zijn. Verg. vooralLsp. gloss.Over een,146,met elkander,te samen. ZieLsp. gloss.Over lanc,547,3370,na langen tijd (van beraad). Verg.Lanc.II, 44029; III, 4633;Flor.2723;Franc.2835.Limb.VI, 1576, leest men:over iet lanc.Overdadich,2251,trotsch, eigenl.die meer doet dan een ander, of ook,dan betamelijk is. Verg.Ferg.4295, 4779.Overdaet,137,469,499,2043,2066,2310,ondaad,misdaad. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 281. Verg.Lsp. gloss.Overgroot,2397,zeer groot.Overstarc,1093,zeer sterk. Zoo komtoverdikwerf in samenstelling met adjectiva voor: b. v.overveel,Lanc.II, 34030;overhovesch,Lanc.II, 38309;oversoet, Rose 71;overscoon,Rose615;overmoghen,Rose628;overmoedich,Rose1385;overgroot,Rose1641;overvast,Rose4662; enz. enz.Owach,3364,helaas.Owi,306,925,1800,1810,2158,2659,3039,helaas.P.Paer, drukt de vereeniging uit van verschillende deelen tot een geheel, alseen paer letteren,3237,3331,een brief. ZieWal.2 Dl., bl. 221–222.Paiment,809,betaling.Palster,372,2775,2925,2967,pelgrimsstaf,staf. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 173.Pant doen,1269,leed doen,schade toebrengen. ZieLsp. gloss.Pape,726,811,825,1126,priester.Pardoen,2895,vergiffenis.Parc,334,afgesloten ruimte. Verg.Wal.9927, 8703;Lanc.II, 45094; IV, 4637.Parlement,2270,samenspreking,bijeenkomst. ZieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 80, 387; 3 Dl., bl. 103, 395.Partrijs,3142,patrijs. Men behoort dust. a. pl.te lezen:partrise(:spise).Pat, manl.,633,3295,pad,voetpad.Pelgrijn,2837,2842,2865,pelgrim.Pelse,352,het haar van het vel. (Verg.Ferg.3599, 3911). Zoo heet het ook in de voorrede totHeelu, vs. 545, van vogels:dat hen die plume stoven. Verg. hier1717.Pese,794,1317,touw.Pijnlic,1878,moeyelijk. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 475–476.Pine,230,371,573,743,1817,1939,1952,1970,2646,2977,moeite,overlast,ongemak.Pinen,696,1298,1315,1634,2322,moeite doen,arbeiden.Pladijs,208,211,214,platvisch. De vorm is uit het Fr. overgenomen. Zie Inleid.bl. CXII.Plaidieren,1873,pleiten,over en weêr praten.Plecht,2841,voorspraak,bescherming. Verg.Theoph.932;Vander Sielen, 134.Kil.kent nogplechtenin den zin vanlites agere. Verg. daarbijV. WIJNopHeelu, bl. 30 en 11.Pleghen, intr.,521,536,1223,2738,3350,gewoon zijn.Pleghen, trans. met GZ.Der ere pleghen,35,zich op de eer toeleggen,de eer ter harte nemen.Der siele pleghen,428,de ziel verzorgen.Der kindre pleghen,1413,de kinderen verzorgen.Siere seden pleghen,1733,zijne gewoonte in acht nemen,opvolgen. ZieV. WIJNopHeelu, bl. 8–13.Plume,1717,pluimen,veêren. Zie opPelse.Poghen,680,2322,zijn best doen. Verg.Wal.2 Dl., bl. 253 in fine, enLsp. gloss.Point,2293,punt.Van pointe te pointe,van stukje tot beetje,geheel en al.Porren,1242,zich in beweging stellen. ZieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 397–399 en 585, ofV. WIJNopHeelu, bl. 200.Prenden, part.ghepronden,399,1541,aangrijpen,rooven. ZieLsp. gloss.Prijs,2923,3054,lof,lofspraak. ZieLsp. gloss.Prihore,945,prior van een klooster.Prioreit,1700,klooster(prieuré).Prime,385,morgengebed. Verg.Noene, en zieOvl. Ged., 2 Dl., bl. 95, vs. 220.Prisen,578,schatten,achten. ZieKILIAEN.Prochiaen,764,830,die tot eene parochie behoort,leek.Proeven,1882,probare,bewijzen.Proeven,662,2048,beproeven. Verg.Lsp. gloss.Pute,919,hoer.Putensone, zeer gebruikelijk scheldwoord; zoo ook in het Oud-Fransch.Puut, plur.Pude,2308*,kikvorsch.Clignett,Bijdr., bl. 174.QU.Quaet, adj.,484,500,1906,slecht,verdorven,misdadig.Quaet, subst.,1801,booswicht. ZieLsp. gloss., waar echter ten onrechte wordt beweerd, dat het plur.quadienis. Verg.LEENDERTZ'beoordeeling van mijnEpische Versb., bl. 59–62.Qualic, adv.,259,550,op slechte wijze.Quansijs(Alse),2547, „als dacht hij bij zich selven, als wildehij zeggen.” Zie de breedvoerige verklaring vanDE VRIESinDE JAGERSArchief, 1 Dl., bl. 72–76.Quedden,1108,2366,groeten, „ahd.quetian; alts.queddian; eigentlichanreden, und vonquëden(loqui) abgeleitet” (GRIMM,R. F., bl. 273). Zoo ookFlor.2064: „van al den godenqueddehine overluut,” waar het Fransch, vs. 1579, heeft: „De tous les Diexl'a salué.” Zoo begint ook het charter van 1249, bijSERRURE,Geschied. der Letterk. in het Graefsch. Vlaenderen, bl. 88: „De scepenen van Bochoutaqueddenalle degene die dese lettren siyn (sic) selen in onsen Here.”Quellen,2202,in kwelling zijn,lijden. ZooFerg.4464. Verg.Lsp. gloss.Quene,767,oude vrouw.Quite, metvanof den gen.,1394,vrij,ontslagen van.Quite worden,258,kwijt worden,verliezen.Quite sijn,355,ontslagen,verlost zijn van.Quite maken,2416,ontrooven.Quite laten,2529,2788,ontslaan,vrij spreken. ZieLsp. gloss.Quiten scadeloos,2948,vrijmaken van schade.R.Raden,531,radbraken.Raden,riet,gheraden,471,332,555,689,aanraden.Raet, doorloopt verschillende beteekenissen.548,1195,raad,raadgeving.In gherechten rade,1682,in goeden gemoede.2325,de vrucht der beraadslaging,voornemen,opzet.Raet vinden,543,iets bedenken(Ferg.4254).Te rade worden,470,besluiten.Raet hebben, met GZ.,567,in zijne keus hebben.Hets beter raet,1098,het is beter.U es die beste raet,1389,het is 't best voor u.Hier machin lopenander raet,1905,hier kan iets anders gebeuren. MaarRaetis ookde daad van het raadgeven. Vandaar:te rade roepen,1333,ter beraadslaging bijeen roepen;te rade leden,2473,ter beraadslaging heenleiden. Verg.2673. Dit geschiedt in afzondering, in 't geheim, vandaar:in rade,3161,in 't geheim. Verg. hierBeraden, en verg.Flor. gloss.inraet.Rake,723,hark.Kil.vertaalt het woord doorRastrumetRutabulum,Sarculum. Het Eng. heeftrakein dezelfde bet.Rampineren,703,849,bespotten; het Fr.ramposner.Maerl.Sp. Hist., 3 Dl., bl. 141, 314;Lanc.II, 39273.Rasch,2032,sterk(verg. het Eng.harsh).Wal.10090;Lanc.IV, 9592, 10056;Troj. Orl.(BLOMMAERT, 2 Dl., bl. 95) vs. 194.Raven,18,1860,2793,raaf.Wal.9689.Recht, adj.,1698,1707,1751,recht(van een weg gebezigd:de naaste);128,3031,waar,eigenlijk,juist.Recht, adv.,282,juist;1307,regelrecht(direkt).Recht nemen ende gheven,529,zich onderwerpen aan de uitspraak des regters.Rechten,1382,oprichten. Verg.Lsp. gloss.Reden(Brenghen te),1337, eigenl.tot redelijkheid,billijkheid brengen.Reinardie,2044,sluwheid. Zoo ook in 't Fr.Renart, 11032, 17035.Rekenen,2104,voorrekenen,vertellen.Maerl.3 Dl., bl. 158, 182. Reeds in denHeliand:reckian.Rentvleesc,1522,rundvleesch.Ribaut,938,deugniet.Wal.8141, 9211;Ferg.519.Clignett,Bijdr., bl. 162, en mijnSpecimen, bl. 126.Rijc,1068,machtig. Gewoon epitheton van God, zieFerg.4010, 4400, 4855, 4869. Verg.D. Gram.II, 297.Rijcheit,2408,rijkdom,schatten. Verg.Lsp. gloss.Rijm,2102,vorst.Esopet, fab. 10, vs. 1;Rose10274.Rijs, pl.risere,1679,3449,takje, in 't meervoudhet woud. ZieLorr. gloss.ofSpecimen, bl. 124.Rikelijc,926,kostbaar,prachtig. Verg.Flor. gloss.Rinc,109,315,2740,kring.Ferg.5307, 5342.Rocke,732,832,1249,spinrokken.Roekeloos,2772, roekeloos is hij, die zich om niets bekreunt,gewetenloos.Roeken,1120,1653,zich om iets bekommeren,bekreunen.Roemen,2613,bluffen. Zoo heet de winderige hopman bijBREÊROOnogRoemer.Rumen,887,1428,ontruimen,verlaten,laten varen.Ferg.1148;Flor.705.Runen,2836,fluisteren. ZieLsp. gloss.Rutsen,973,voortschuiven; het Hoogd.rutschen.S.Sachten,2882,verzachten,temperen.Maerl.3 Dl., bl. 316.Saden,591,verzadigen, vansat.Saen,64,82,398,1242,1440,1448,1596,1949,2603,3085,spoedig.Saermeer,1916,in 't vervolg. Zie mijn art. in denKonst- en Letterbodevan 1845, no. 35.Saghe(Sonder),1086,voorzeker.Sagheis eensprookje, en de geheele spreekwijs een der in dit gedicht zoo zeldzaam voorkomende stoplappen. Verg.Lsp. gloss.Saghe,395; zoo wordtREINAERTook genoemd in het Mhd. gedicht,vs. 1482: dô wand derzagesîn verlorn.Sagheiskoorts, zieCLIGNETT,Bijdr., bl. 46.Willemsneemt het hier in den zin vanbooze pest, maar blijkbaar staat het in dien vanlafaard,verachtelijk wezen, in welke beteekenis het ook in het Mhd. gebruikelijk is, b.v.Nib. (L.), 225, 4; 930, 1; 1523, 2; 1785, 2; 2080, 1.Sake,2323,2665,2671,zaak;1840,1885,rechtszaak.Saluut,2406,groet.Sameninghe,3016,verzameling,menigte. Verg.Lsp. gloss.Sat,561,610,634,1531,1613,verzadigd. Verg.CLIGNETT,Bijdr., bl. 369.Scade,3147,schaduw. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 30.Scade,68,318,474,770,1284,1975,schade,verlies.Scaden,1841,schade veroorzaken,benadeelen.Scalc,940,1787,loos,bedriegelijk,slecht; in beide plaatsen substantive gebruikt. ZieLsp. gloss.Scalcheit,1795,ondeugd.B. van Vergi, vs. 70.Scame,972,1279,2689,schaamte,schande.Scamp,1508,smaad,schandelijke bejegening.Wal.1459, 1468, 2710, 9001. Hetzelfde beteekentScampie,2043. Zie over beidenLorr. gloss.Scare,1869,verzameling.Scaven,2794,in stilte wegsluipen.Stoke, 2 B, vs. 222;MAERL.1 Dl., bl. 285; 3 Dl., bl. 236.Scelden,1821,berispen;929,smaden;1836,verwenschen;2007,uitschelden. ZieLsp. gloss.Sceren,schertsen,spotten, doorgaans als substantivum, gewoonlijk in den dat.inofte scerne,in scherts,tot spot,221,545,936,1292. Verg.Lsp. gloss.Scerp,735,816,scherpsnijdend;374,788,prikkelend,ruw;784,nijdig. Verg.MAERL.3 Dl., bl. 217, 218, 227.Scerpe,2775,2830,2925,2931,2965,reiszak. ZieMEYER,Leven van Jezus, bl. 378, en verg.MAERL.3 Dl., bl. 333.Sciere,245,441,478,844,1037,1238,2384,3109,spoedig.Sciet, praet. vanSceden(scheiden),vertrekken,1431,1977,1987.Ferg.702, 1557, 1970, 5312, 5396. Het praesens aldaar 2511.Flor.3731.Scinen,424,773,1256,1269,1818,blijken. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 168.Scoien,2845,schoeyen.Willemsnoemt dit hier terecht „eene stoute maer fraeie figuer.”Scole,378, bedorven lezing. Misschienbinder sc., hoewel ik meen, dat de fout inscolesteekt.Scoren,338,740, trans. en intr.scheuren. Verg.Lsp. gloss.Scouwen,939,2038,2455,zien,bezien,aanschouwen. Verg.Lsp. gloss.Scraven,462,2384,2588,krabben.Clignett,Bijdr., bl. 336.Sculdich,1347,schuldig(strafbaar);1883,schuldig(verplicht).Scuvuut,2569,nachtuil.Maerl.2 Dl., bl. 323, 348.Scuwen,55,schuwen,ontwijken.Sede,243,3047,gewoonte.Ferg.905, 2098.Te seden,666, eigenl. naar gewoonte, dusniet buiten de maat, matig.Seent,2718,synode.Maerl.3 Dl., bl. 57. ZieLsp. gloss.Seep,895, praet. vansipen,druipen, dat ookFerg.731 voorkomt. Ik meen echter thans de voorkeur te moeten geven aan de lezing van C.Liep.Seer,419,droefheid.Seer, adj.,754,3000,smartelijk.Seer,sere, adv.1375,zeer. De compar. isseerre,747. Bij werkw. van beweging bet. hethard,snel, b.v.762. Verg.Ferg.1756, 2341, 2782, 3714, 3807.Seker,2451, eigenl.vast verbonden,getrouw. Verg.HUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 416, enVAN WIJNopHeelu, bl. 65.Sekeren,609,toezeggen,zweeren.Selp mij,1356,zoo helpe mij!Gewone samensmelting. In het 4 B. van denLanc.:als hulpe mi, 1291;alsulp mi, 1685, 3723, 4708.Selves(Mijns,sijns),1408,1428,1547,1656,2525. Versterking van het possessivummijn,dijn. Zoo ookMAERL.3 Dl., bl. 112, 212.Seriant,984,2424,dienaar. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 314.Serich,1274,2462,bedroefd.Setten, met DP.1677,opleggen.Setten al jeghen al,738,het uiterste wagen,alle krachten inspannen; Fr.mettre le tout pour le tout.Sibbe,2105,bloedverwantschap. ZieTeuthonista, Voorr. bl. 33 enMnlp. gloss.Side(An ene),2589,aan kant,weg. Verg.Wal.2 Dl., bl. 205.Siec ende onghesont,933. Zie nog andere zoodanige tautologische uitdrukkingen aangewezen, Inleiding,bl. XXIV.Sien den raet,2678,schikken,overleggen. Verg.Raet.Siere,10,zijner.Sin,11,36,39,2136,2172,2185,2479,2750,2755,2812,2878,2920,3368. Een woord van ruime beteekenis, gebruikt voor „den zetel van hetdenkenzoowel als van hetgevoelen, van hetweten, zoowel als van hetwillen, dushoofdenhartbeiden.”Lsp. gloss.Sinken laten,1294,laten vallen,laten varen.Sint,78,264,356,1503,sedert.Sinxendach,41,Pinksterdag.Sire priester, Dieu vo saut,937;Sire prestre, Diex vos saut; Heer priester, dat God u behoede!Slach in slach,812,1257,slag op slag. Verg.Lorr. gloss.Slachten,18,1418, eigenl.van hetzelfde geslacht zijn,gelijken van gemoed. Verg.MAERL.3 Dl., bl. 110.Slaen,3413,treffen,neêrdrukken.Slaen in, zieInslaen.Slaken,3383, terecht doorGRIMM,R. F., bl. 286, vertaald door „remittere,laxare.” Wij gebruiken 't alleen nog van banden en boeyen.Slavine,372, pelgrimskleed.Willemshaalt uitDU CANGEhet volgende citaat aan: „Pedes incedens in habitu peregrini, qui vulgo diciturslavina.” Het woord komt ook voorLorr.I, 1017, 1257;MAERL.1 Dl., bl. 340.Slecht,454,effen,vlak,glad.Ferg.1185, 1571, 1574. Verg.CLIGNETT,Bijdr., bl. 128.Sleets,1280, samentr. vandes leets, zie opLeet.Smeken,485,682,1804,2613,3071,goede woorden geven,fleemen,fraai praten. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 312.Snieme,3356,spoedig,weldra.Ferg.4670, waar het hs.sniemeheeft, zondern;Flor.1203;Wal.8205, 9496, 10250. Verg.HUYD.op Stoke, 3 Dl., bl. 309–310;MAERL.Sp. Hist., 1 Dl., aant. bl. 40.

Ontrennen,2699,ontvluchten.

Ontsien, intr.53; trans.737,2047,2216,vreezen. ZieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 406, 503.

Ontscricken,3132,ontloopen.ScrickenvertaaltCLIGNETT,Bijdr., bl. 103, terecht doormet wijde schreden voortgaan. ZieFerg.3544.

Ontspringhen,1912,ontvluchten.

Ontspringhen,1231,1642,ontwaken, eigenl.uit den slaap opspringen. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 392.

Ontvruchten,2312,vreezen.Flor.3259;Lanc.4 B., vs. 8476.

Ontwee,652,1317,3111,in stukken,kapot. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 123, enLsp. gloss.

Ontweghet,2494,van den weg af,het spoor bijster. Verg.Lsp. gloss., en zieLanc.II, 13331, 13718.

Ontwenden,1844,ontgaan(met moeite,hoe men zich ook wendt).

Ontwisschen,1510,ontvluchten; Hoogd.entwisschen. Vanwisschen, dat men b.v. vindtLanc.II, 22024, 22368, 24855, 29819. Zie ookN. Werken der Leidsche Maatsch., VI, bl. 169.

Onverdaen,1932,ongedood,onvermoord; vanverdoen, waarover zie mijnSpecimen.

Onvervaert,389,moedig.

Onvro,982,treurig. ZieLsp. gloss.

Onvroet,671,onverstandig,dwaas.

Onwaert hebben,498,576,verachten.Clignett,Bijdr., bl. 145.

Onwille(Sijn te sinen),321,in 't verdriet zijn. Verg.Lsp. gloss.

Ordine,943,2691,orde,kloosterorde.

Orlof,495,709,1395,1427,1892,2984, eigenl.verlof om te vertrekken,afscheid.

Orconde,1882,2623,getuigenis. ZieLsp.enDoct. gloss.

Orconden,2688,betuigen,vermelden.

Oude,767,ouderdom. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 173, en verg.Lsp. gloss.

Over, in de beteekenis van onsvoor, het Lat.pro,839,2803,over niet=om niet;1681,2981,3089; en in de adverb. uitdr.over waer,239,1384,1505,2908.—In de beteekenis vanop,over,super,523,963,971,973,993. Zoo ook in despreekwijs,over hem so willetal,772,op hem wil alles neêrploffen;over iemen onledich sijn,1314,met iemand bezig zijn. Verg. vooralLsp. gloss.

Over een,146,met elkander,te samen. ZieLsp. gloss.

Over lanc,547,3370,na langen tijd (van beraad). Verg.Lanc.II, 44029; III, 4633;Flor.2723;Franc.2835.Limb.VI, 1576, leest men:over iet lanc.

Overdadich,2251,trotsch, eigenl.die meer doet dan een ander, of ook,dan betamelijk is. Verg.Ferg.4295, 4779.

Overdaet,137,469,499,2043,2066,2310,ondaad,misdaad. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 281. Verg.Lsp. gloss.

Overgroot,2397,zeer groot.

Overstarc,1093,zeer sterk. Zoo komtoverdikwerf in samenstelling met adjectiva voor: b. v.overveel,Lanc.II, 34030;overhovesch,Lanc.II, 38309;oversoet, Rose 71;overscoon,Rose615;overmoghen,Rose628;overmoedich,Rose1385;overgroot,Rose1641;overvast,Rose4662; enz. enz.

Owach,3364,helaas.

Owi,306,925,1800,1810,2158,2659,3039,helaas.

Paer, drukt de vereeniging uit van verschillende deelen tot een geheel, alseen paer letteren,3237,3331,een brief. ZieWal.2 Dl., bl. 221–222.

Paiment,809,betaling.

Palster,372,2775,2925,2967,pelgrimsstaf,staf. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 173.

Pant doen,1269,leed doen,schade toebrengen. ZieLsp. gloss.

Pape,726,811,825,1126,priester.

Pardoen,2895,vergiffenis.

Parc,334,afgesloten ruimte. Verg.Wal.9927, 8703;Lanc.II, 45094; IV, 4637.

Parlement,2270,samenspreking,bijeenkomst. ZieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 80, 387; 3 Dl., bl. 103, 395.

Partrijs,3142,patrijs. Men behoort dust. a. pl.te lezen:partrise(:spise).

Pat, manl.,633,3295,pad,voetpad.

Pelgrijn,2837,2842,2865,pelgrim.

Pelse,352,het haar van het vel. (Verg.Ferg.3599, 3911). Zoo heet het ook in de voorrede totHeelu, vs. 545, van vogels:dat hen die plume stoven. Verg. hier1717.

Pese,794,1317,touw.

Pijnlic,1878,moeyelijk. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 475–476.

Pine,230,371,573,743,1817,1939,1952,1970,2646,2977,moeite,overlast,ongemak.

Pinen,696,1298,1315,1634,2322,moeite doen,arbeiden.

Pladijs,208,211,214,platvisch. De vorm is uit het Fr. overgenomen. Zie Inleid.bl. CXII.

Plaidieren,1873,pleiten,over en weêr praten.

Plecht,2841,voorspraak,bescherming. Verg.Theoph.932;Vander Sielen, 134.Kil.kent nogplechtenin den zin vanlites agere. Verg. daarbijV. WIJNopHeelu, bl. 30 en 11.

Pleghen, intr.,521,536,1223,2738,3350,gewoon zijn.

Pleghen, trans. met GZ.Der ere pleghen,35,zich op de eer toeleggen,de eer ter harte nemen.Der siele pleghen,428,de ziel verzorgen.Der kindre pleghen,1413,de kinderen verzorgen.Siere seden pleghen,1733,zijne gewoonte in acht nemen,opvolgen. ZieV. WIJNopHeelu, bl. 8–13.

Plume,1717,pluimen,veêren. Zie opPelse.

Poghen,680,2322,zijn best doen. Verg.Wal.2 Dl., bl. 253 in fine, enLsp. gloss.

Point,2293,punt.Van pointe te pointe,van stukje tot beetje,geheel en al.

Porren,1242,zich in beweging stellen. ZieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 397–399 en 585, ofV. WIJNopHeelu, bl. 200.

Prenden, part.ghepronden,399,1541,aangrijpen,rooven. ZieLsp. gloss.

Prijs,2923,3054,lof,lofspraak. ZieLsp. gloss.

Prihore,945,prior van een klooster.

Prioreit,1700,klooster(prieuré).

Prime,385,morgengebed. Verg.Noene, en zieOvl. Ged., 2 Dl., bl. 95, vs. 220.

Prisen,578,schatten,achten. ZieKILIAEN.

Prochiaen,764,830,die tot eene parochie behoort,leek.

Proeven,1882,probare,bewijzen.

Proeven,662,2048,beproeven. Verg.Lsp. gloss.

Pute,919,hoer.Putensone, zeer gebruikelijk scheldwoord; zoo ook in het Oud-Fransch.

Puut, plur.Pude,2308*,kikvorsch.Clignett,Bijdr., bl. 174.

Quaet, adj.,484,500,1906,slecht,verdorven,misdadig.

Quaet, subst.,1801,booswicht. ZieLsp. gloss., waar echter ten onrechte wordt beweerd, dat het plur.quadienis. Verg.LEENDERTZ'beoordeeling van mijnEpische Versb., bl. 59–62.

Qualic, adv.,259,550,op slechte wijze.

Quansijs(Alse),2547, „als dacht hij bij zich selven, als wildehij zeggen.” Zie de breedvoerige verklaring vanDE VRIESinDE JAGERSArchief, 1 Dl., bl. 72–76.

Quedden,1108,2366,groeten, „ahd.quetian; alts.queddian; eigentlichanreden, und vonquëden(loqui) abgeleitet” (GRIMM,R. F., bl. 273). Zoo ookFlor.2064: „van al den godenqueddehine overluut,” waar het Fransch, vs. 1579, heeft: „De tous les Diexl'a salué.” Zoo begint ook het charter van 1249, bijSERRURE,Geschied. der Letterk. in het Graefsch. Vlaenderen, bl. 88: „De scepenen van Bochoutaqueddenalle degene die dese lettren siyn (sic) selen in onsen Here.”

Quellen,2202,in kwelling zijn,lijden. ZooFerg.4464. Verg.Lsp. gloss.

Quene,767,oude vrouw.

Quite, metvanof den gen.,1394,vrij,ontslagen van.Quite worden,258,kwijt worden,verliezen.Quite sijn,355,ontslagen,verlost zijn van.Quite maken,2416,ontrooven.Quite laten,2529,2788,ontslaan,vrij spreken. ZieLsp. gloss.

Quiten scadeloos,2948,vrijmaken van schade.

Raden,531,radbraken.

Raden,riet,gheraden,471,332,555,689,aanraden.

Raet, doorloopt verschillende beteekenissen.548,1195,raad,raadgeving.In gherechten rade,1682,in goeden gemoede.2325,de vrucht der beraadslaging,voornemen,opzet.Raet vinden,543,iets bedenken(Ferg.4254).Te rade worden,470,besluiten.Raet hebben, met GZ.,567,in zijne keus hebben.Hets beter raet,1098,het is beter.U es die beste raet,1389,het is 't best voor u.Hier machin lopenander raet,1905,hier kan iets anders gebeuren. MaarRaetis ookde daad van het raadgeven. Vandaar:te rade roepen,1333,ter beraadslaging bijeen roepen;te rade leden,2473,ter beraadslaging heenleiden. Verg.2673. Dit geschiedt in afzondering, in 't geheim, vandaar:in rade,3161,in 't geheim. Verg. hierBeraden, en verg.Flor. gloss.inraet.

Rake,723,hark.Kil.vertaalt het woord doorRastrumetRutabulum,Sarculum. Het Eng. heeftrakein dezelfde bet.

Rampineren,703,849,bespotten; het Fr.ramposner.Maerl.Sp. Hist., 3 Dl., bl. 141, 314;Lanc.II, 39273.

Rasch,2032,sterk(verg. het Eng.harsh).Wal.10090;Lanc.IV, 9592, 10056;Troj. Orl.(BLOMMAERT, 2 Dl., bl. 95) vs. 194.

Raven,18,1860,2793,raaf.Wal.9689.

Recht, adj.,1698,1707,1751,recht(van een weg gebezigd:de naaste);128,3031,waar,eigenlijk,juist.

Recht, adv.,282,juist;1307,regelrecht(direkt).

Recht nemen ende gheven,529,zich onderwerpen aan de uitspraak des regters.

Rechten,1382,oprichten. Verg.Lsp. gloss.

Reden(Brenghen te),1337, eigenl.tot redelijkheid,billijkheid brengen.

Reinardie,2044,sluwheid. Zoo ook in 't Fr.Renart, 11032, 17035.

Rekenen,2104,voorrekenen,vertellen.Maerl.3 Dl., bl. 158, 182. Reeds in denHeliand:reckian.

Rentvleesc,1522,rundvleesch.

Ribaut,938,deugniet.Wal.8141, 9211;Ferg.519.Clignett,Bijdr., bl. 162, en mijnSpecimen, bl. 126.

Rijc,1068,machtig. Gewoon epitheton van God, zieFerg.4010, 4400, 4855, 4869. Verg.D. Gram.II, 297.

Rijcheit,2408,rijkdom,schatten. Verg.Lsp. gloss.

Rijm,2102,vorst.Esopet, fab. 10, vs. 1;Rose10274.

Rijs, pl.risere,1679,3449,takje, in 't meervoudhet woud. ZieLorr. gloss.ofSpecimen, bl. 124.

Rikelijc,926,kostbaar,prachtig. Verg.Flor. gloss.

Rinc,109,315,2740,kring.Ferg.5307, 5342.

Rocke,732,832,1249,spinrokken.

Roekeloos,2772, roekeloos is hij, die zich om niets bekreunt,gewetenloos.

Roeken,1120,1653,zich om iets bekommeren,bekreunen.

Roemen,2613,bluffen. Zoo heet de winderige hopman bijBREÊROOnogRoemer.

Rumen,887,1428,ontruimen,verlaten,laten varen.Ferg.1148;Flor.705.

Runen,2836,fluisteren. ZieLsp. gloss.

Rutsen,973,voortschuiven; het Hoogd.rutschen.

Sachten,2882,verzachten,temperen.Maerl.3 Dl., bl. 316.

Saden,591,verzadigen, vansat.

Saen,64,82,398,1242,1440,1448,1596,1949,2603,3085,spoedig.

Saermeer,1916,in 't vervolg. Zie mijn art. in denKonst- en Letterbodevan 1845, no. 35.

Saghe(Sonder),1086,voorzeker.Sagheis eensprookje, en de geheele spreekwijs een der in dit gedicht zoo zeldzaam voorkomende stoplappen. Verg.Lsp. gloss.

Saghe,395; zoo wordtREINAERTook genoemd in het Mhd. gedicht,vs. 1482: dô wand derzagesîn verlorn.Sagheiskoorts, zieCLIGNETT,Bijdr., bl. 46.Willemsneemt het hier in den zin vanbooze pest, maar blijkbaar staat het in dien vanlafaard,verachtelijk wezen, in welke beteekenis het ook in het Mhd. gebruikelijk is, b.v.Nib. (L.), 225, 4; 930, 1; 1523, 2; 1785, 2; 2080, 1.

Sake,2323,2665,2671,zaak;1840,1885,rechtszaak.

Saluut,2406,groet.

Sameninghe,3016,verzameling,menigte. Verg.Lsp. gloss.

Sat,561,610,634,1531,1613,verzadigd. Verg.CLIGNETT,Bijdr., bl. 369.

Scade,3147,schaduw. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 30.

Scade,68,318,474,770,1284,1975,schade,verlies.

Scaden,1841,schade veroorzaken,benadeelen.

Scalc,940,1787,loos,bedriegelijk,slecht; in beide plaatsen substantive gebruikt. ZieLsp. gloss.

Scalcheit,1795,ondeugd.B. van Vergi, vs. 70.

Scame,972,1279,2689,schaamte,schande.

Scamp,1508,smaad,schandelijke bejegening.Wal.1459, 1468, 2710, 9001. Hetzelfde beteekent

Scampie,2043. Zie over beidenLorr. gloss.

Scare,1869,verzameling.

Scaven,2794,in stilte wegsluipen.Stoke, 2 B, vs. 222;MAERL.1 Dl., bl. 285; 3 Dl., bl. 236.

Scelden,1821,berispen;929,smaden;1836,verwenschen;2007,uitschelden. ZieLsp. gloss.

Sceren,schertsen,spotten, doorgaans als substantivum, gewoonlijk in den dat.inofte scerne,in scherts,tot spot,221,545,936,1292. Verg.Lsp. gloss.

Scerp,735,816,scherpsnijdend;374,788,prikkelend,ruw;784,nijdig. Verg.MAERL.3 Dl., bl. 217, 218, 227.

Scerpe,2775,2830,2925,2931,2965,reiszak. ZieMEYER,Leven van Jezus, bl. 378, en verg.MAERL.3 Dl., bl. 333.

Sciere,245,441,478,844,1037,1238,2384,3109,spoedig.

Sciet, praet. vanSceden(scheiden),vertrekken,1431,1977,1987.Ferg.702, 1557, 1970, 5312, 5396. Het praesens aldaar 2511.Flor.3731.

Scinen,424,773,1256,1269,1818,blijken. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 168.

Scoien,2845,schoeyen.Willemsnoemt dit hier terecht „eene stoute maer fraeie figuer.”

Scole,378, bedorven lezing. Misschienbinder sc., hoewel ik meen, dat de fout inscolesteekt.

Scoren,338,740, trans. en intr.scheuren. Verg.Lsp. gloss.

Scouwen,939,2038,2455,zien,bezien,aanschouwen. Verg.Lsp. gloss.

Scraven,462,2384,2588,krabben.Clignett,Bijdr., bl. 336.

Sculdich,1347,schuldig(strafbaar);1883,schuldig(verplicht).

Scuvuut,2569,nachtuil.Maerl.2 Dl., bl. 323, 348.

Scuwen,55,schuwen,ontwijken.

Sede,243,3047,gewoonte.Ferg.905, 2098.Te seden,666, eigenl. naar gewoonte, dusniet buiten de maat, matig.

Seent,2718,synode.Maerl.3 Dl., bl. 57. ZieLsp. gloss.

Seep,895, praet. vansipen,druipen, dat ookFerg.731 voorkomt. Ik meen echter thans de voorkeur te moeten geven aan de lezing van C.Liep.

Seer,419,droefheid.

Seer, adj.,754,3000,smartelijk.

Seer,sere, adv.1375,zeer. De compar. isseerre,747. Bij werkw. van beweging bet. hethard,snel, b.v.762. Verg.Ferg.1756, 2341, 2782, 3714, 3807.

Seker,2451, eigenl.vast verbonden,getrouw. Verg.HUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 416, enVAN WIJNopHeelu, bl. 65.

Sekeren,609,toezeggen,zweeren.

Selp mij,1356,zoo helpe mij!Gewone samensmelting. In het 4 B. van denLanc.:als hulpe mi, 1291;alsulp mi, 1685, 3723, 4708.

Selves(Mijns,sijns),1408,1428,1547,1656,2525. Versterking van het possessivummijn,dijn. Zoo ookMAERL.3 Dl., bl. 112, 212.

Seriant,984,2424,dienaar. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 314.

Serich,1274,2462,bedroefd.

Setten, met DP.1677,opleggen.

Setten al jeghen al,738,het uiterste wagen,alle krachten inspannen; Fr.mettre le tout pour le tout.

Sibbe,2105,bloedverwantschap. ZieTeuthonista, Voorr. bl. 33 enMnlp. gloss.

Side(An ene),2589,aan kant,weg. Verg.Wal.2 Dl., bl. 205.

Siec ende onghesont,933. Zie nog andere zoodanige tautologische uitdrukkingen aangewezen, Inleiding,bl. XXIV.

Sien den raet,2678,schikken,overleggen. Verg.Raet.

Siere,10,zijner.

Sin,11,36,39,2136,2172,2185,2479,2750,2755,2812,2878,2920,3368. Een woord van ruime beteekenis, gebruikt voor „den zetel van hetdenkenzoowel als van hetgevoelen, van hetweten, zoowel als van hetwillen, dushoofdenhartbeiden.”Lsp. gloss.

Sinken laten,1294,laten vallen,laten varen.

Sint,78,264,356,1503,sedert.

Sinxendach,41,Pinksterdag.

Sire priester, Dieu vo saut,937;Sire prestre, Diex vos saut; Heer priester, dat God u behoede!

Slach in slach,812,1257,slag op slag. Verg.Lorr. gloss.

Slachten,18,1418, eigenl.van hetzelfde geslacht zijn,gelijken van gemoed. Verg.MAERL.3 Dl., bl. 110.

Slaen,3413,treffen,neêrdrukken.

Slaen in, zieInslaen.

Slaken,3383, terecht doorGRIMM,R. F., bl. 286, vertaald door „remittere,laxare.” Wij gebruiken 't alleen nog van banden en boeyen.

Slavine,372, pelgrimskleed.Willemshaalt uitDU CANGEhet volgende citaat aan: „Pedes incedens in habitu peregrini, qui vulgo diciturslavina.” Het woord komt ook voorLorr.I, 1017, 1257;MAERL.1 Dl., bl. 340.

Slecht,454,effen,vlak,glad.Ferg.1185, 1571, 1574. Verg.CLIGNETT,Bijdr., bl. 128.

Sleets,1280, samentr. vandes leets, zie opLeet.

Smeken,485,682,1804,2613,3071,goede woorden geven,fleemen,fraai praten. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 312.

Snieme,3356,spoedig,weldra.Ferg.4670, waar het hs.sniemeheeft, zondern;Flor.1203;Wal.8205, 9496, 10250. Verg.HUYD.op Stoke, 3 Dl., bl. 309–310;MAERL.Sp. Hist., 1 Dl., aant. bl. 40.


Back to IndexNext