Snoeren,2913,toesnoeren,toerijgen.So,648,725,alzoo,gelijk;682,aldus.So,945, bij eene vraag,of; gewoonlijk herhaald:so — so, ook welweder — so, en denkelijk ook, zoo als C. heeft,so weder — so. Verg.HUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 24–25, 44;Flor. gloss.opsoenweder; enLsp. gloss.op weder.Sochte doen,621,streelen.Sochteis de vlaamsche vorm voorsacht. Zie b.v.Flor. gloss.enMAERL.3 Dl., bl. 147, 156.Sochten, part.ghesocht,3413,bedaren,verzachten. Verg.MAERL.3 Dl., bl. 316. Intrans. komt het voorStoke, IX, vs. 634.Soe,30,225,733,2747,2849,3080,zij.Ferg.1523, 1526, 1529, 2124. Verg.Flor. gloss.Soendinc,188,plechtige verzoening. ZieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 261.Soenen,3397,verzoenen,vergoeden.Soet,2300, samentr. vansoe dat,zij het.Soet,577,1287,3044,lief en aangenaam,lekker, in verschillende nuances;2263,tsoete lant van Waes, even als in de Oudfr. gedichtendoulce France; 2315,vriendelijk. Hoe ruim de beteekenis vansoetwas, zie men bijCLIGNETT,Bijdr., bl. 369. Zoo wordt het bij toespraak van personen gebruikt,waar wijlievegebruiken:soete vrient,neve,oom, enz., b. v.549,581,941,1125,1293,1999; of nog sterker:wel soete,669,1437. Verg. het Eng.sweet.Soete werden, met DP.,1492,aangenaam worden,bevallen.Some,som,980,1018,1898,2199,sommige.Sondelijc,836,2780,zondig.Sonder, adv.1833,1944,zonder;50,214,799,2569,2996,uitgezonderd; conj.2888het Hd.sondern. Verg.Lsp. gloss.Sonderlingh,3053,bijzonder.Sone,1515,2727,so en, d. i.aldus niet.Sorghe,228,393,516,1311,1438,1631,1990,2201,vrees.Sorghen,494,670,1114,1378,bezorgd zijn,vreezen. Verg.Lsp. gloss.Sorgheensorghenkomen in het slot der na2308uitgeworpen plaats voor in den zin vanvoorzorgenverzorgen.Sout,2409,2444,soldij.Ferg.543, 1424. Verg.VAN WIJNopHeelu, bl. 46–48.Spade,1480,2079,2308*,2984,laat.Spanen,2081,spenen.Sparen,2017,2991,sparen,achterwege houden of laten;1190,1244,1332,2022,2390,3310, waartijdonder verstaan wordt,dralen,wachten. Verg.Ferg.2002, 4154.Spel,spel,jokkernij.Te spele tellen,2437,voor eene kleinigheid achten.Uten spele gaen, met DP.,1585, 1890,ernst worden,ophouden gekheid te zijn,slecht afloopen,er erg aan toe zijn. Verg.Lsp. gloss.Spiker,1516,1519,1579,voorraadschuur.Spille,832,spil van het spintoestel. ZieSt. Franciscus, 10054.Spot, zieVelspot.Stade, zieStat.Staenin verschillende spreekwijzen, als:Het staet so,630,1590,het is zooverre gekomen;Mi staet,2191,2684,ik moet,ik mag;Staenghevaen,688,717,gevangen zijn;Staen in bate,192,boeten,vergoeden;Staen in love,196,geacht worden;Staen intale,283,spreken, waarvoor909,Sijn intale.—Voorts met het bijdenkbeeld van voortduring:631,712,staan blijven,stand houden. Verg.Lsp. gloss.Zie verderStoetenStont.Staerblint,77,stekeblind. ZieLsp. gloss.Staf,789,1573,2931,stok.Wal.9235;Heelu, 9247;Velth.bl. 248, 249, 251, 254, 257, enz.Stage,2737,staanplaats.Stac, praet. vansteken,1551,stooten. ZieLsp. gloss.Stallecht,303,toorts,waschkaars(eigenl.standlicht).Wal.4511, 4761;Lanc.II, 29470; III, 2677, 10384, waar het vs. 10393 verwisseld wordt metkersse.Stan, praet. vanstenen,874,990,steunen,kermen. Verg.Lsp. gloss.Het ww. wordt ook zwak verbogenLanc.II, 40919.Stap,766,kruk.Starc,sterc,690,1028,sterk,krachtig;333,vet?zoo als nog in het Hd.Stat, in gebogen naamv.stede,150,1614,2248,plaats.Stade hebben,3296,gelegenheid hebben.Steendoot,1601,morsdood. ZieLsp. gloss.Steken achter,2285, eigenl.achteruit stooten, dusoverwinnen. Verg.Lsp. gloss.opSteken.Stieren,1686,sturen,richten. Vandaarstierman,Wal.9509. Zie ookStieren,Parthen. gloss.Stic,1117,stuk,brok.Stoel,2280,troon. Verg.Lodewijks lied, vs. 6:stual hier in Vrankon.Stoet, praet. vanstaen,171,336,623,1213,2038,stond. Impers. met DP.931,gesteld zijn. Men vindt echter ook het praet.:Stont,1256,1559,2034. Men lette op de uitdrukking:hi stont ende sweech; endescouwede(2034,2038), voorhij zweeg,hij zag.Strec, onz.1202,1207,1281,3387. Verg.Rose4859, en zieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 228.Stringhe,841,touw,koord.Maerl.3 Dl., bl. 253.Stupe,860, slag. ZieKIL.Stuven, (stoof,ghestoven)352,1717,uit een stuiven. Zie opPelseenPlume.Sulc(beterselc?),176,722,1107,zoodanig een,deze — gene, het Fr.tel. Gewoonlijk wordt het doorsommigevertaald, zieCLIGNETT,Bijdr., bl. 68–69, enLsp. gloss.Sullen, praet.soude,706,moeten.Suver op,2098,geheel en al,zoodat er niets overblijft.Swaer sijn,2030,smerten. Verg.KIL.opswaren; zoo ook in de uitdr.mi es die herte swaer,2205,ik heb harteleed,verdriet. Zoo de spreekwijsmi es swarete moede,310,2904,ik heb verdriet; evenzooswaer doen,1041,verdrieten.Pijnlicende swaer,1878, is in één woordmoeyelijk.Swaerde,1507,zwoerd,de huid van een varken. ZieKIL.De verachtelijke uitdrukking door R. gebezigd, is geheel in overeenstemming met het feit dat hij herinnert; hij had immers den wolf de haren laten wegschroeyen door middel van kokend water, even als met de varkens geschiedt. Verg. omtrent de geheele uitdr.MAERL.3 Dl., bl. 212.Sweren,1610,2274,zweeren;1809,bezweeren.Sweren ende vloeken,1554,vloeken.Swinghen,795,slingeren. Verg.Mnlp. gloss.enLanc.II, 13397.T.Tale,108,179,183,246,283,426,538,641,707,909,957,1009,1289,1875,2781,spraak,gezegde,verhaal. Verg.Ferg.607, 1276, 2132;Flor.20, enz.Tam,271,het vleesch van huisdieren, in tegenoverstelling van wild. ZooLanc.II, 44214.Wal.8784, heeftthem.Tameer,1111,heden. ZooFerg.744, 751 (waar de uitgave beide malente meerleest);Wal.1984, 8783, 8785, 10175. Verg. mijn artikel overSaermeer, in denLetterbodevan 1845, no. 35.Taverne,1291,herberg. Verg.CLIGNETT,Bijdr., bl. 20; en zie de beschrijving bijMAERLANT,Sp. Hist., 3 Dl., bl. 117.Te, bij participia met de kracht van onsgeofver.Teblouwen,1584,1827,geslagen;tebroken,166,ge- of verbroken;testoort,2324,verstoord,vernietigd.Te hant,959,983,2300,terstond. ZieKIL.Teerst,2058,2380,terstond,zoodra.Teken,163,litteeken.TelenofGhetelen. Het Gothisch kent reeds een ww.gatilon, datverkrijgenτυγχἁνεινbeteekent, en het AS. heeft het zw. ww.tilian, datBOSWORTHin de eerste beteekenis verklaart als:to prepare,procure,obtain,supply,seek. Het grondwoord is in het Goth.tils, datDIEFENBACH(Vergleich. Wörterb., II, 666) verklaart: „passend,geschickt,” zoo alsBOSWORTHhet AS.tilvertaalt: „good,.... leading to an end;” wier verwantschap met het HD.zielin het oog valt.GRAFF, V, 556 heeftzilên,zilôn,gazilôn, in de beteekenis van:niti,studere,curare,parare,procurare,quaerere,petere. Ook in het Mnl. beteekentghetelenvooreerst:bedoelen,zoeken; dan:bereiken,verwerven,vinden. Zoo hier2333:des raets ghetelen, d.i.het zoo overleggen(verg.Raet vinden). ZooWal.6533:Weten alle den raet ghesienEndeghetelendat wi ontvlien.Metraet, hoewel in den acc., staat het ook verbonden,Mnlp.II, 3572:(Si)teeldenenen corten raet.Ziehier nog eenige voorbeelden, waaruit deze beteekenis vanghetelenduidelijk in het oog springt.Franciscus, 767:Dus es hi metter cruce bewaert,Datti zine siele ter langer vaertSonde der crucen bevelen,Ende hi daerbi soude getelenDatti uter werelt scameSeker sceide, ende zonder blame.Lanc.II, 16485:Ic soude gerne desgetelen,Dat ic ten tornoye mochte wesen,Lanc.III, 8375 (van Adam en Eva):Ene stemme henlieden (sprac) toe,Dat si vergaderen souden doeBeidegadere alse wijf ende man:Ende hen quam so grote scamenesse an,Sine wisten hoe datgetelen,Datsi alsoe daer souden spelen,Daer elc anderen soude sien an.De overgang tot de beteekenis vanvoortbrengenis niet moeyelijk, zoo gebruiken wij het ww. nog, en reedsMnlp.II, 352, heet het:Als dat die juffrou heeft vernomen,Die yammerscrey, die sy daerteelde,Ende dien rouw, dien sy daer dreef.Kiliaenkent het ww.telen, niet alleen in de laatste beteekenis, maar ook in die vancolere agrum,exercere tellurem. De toepassing op den akker schijnt willekeurig, want in den zin vanverzorgenkomttelenin denReinaertvoor, en wel met den genit., even als in de voorbeelden bijGRAFF, b.v. 381, 1692,miere siele telen, hetgeen geheel overeenkomt met428;God moet haerre siele pleghen.—Nog in eene andere beteekenis vindt men het woord bijVelthem, bl. 125:Daer ombe onse gepense groetEn bescieten ons niet jeghen die doot.Wi pensen vore, dit selewi doen,Ende geven ons daertoe ocsoen,Dat wi dat volbringen selen;Dan comt daventure, die nietgetelenEn wilt dat die dinc gescie.Hier schijnt hetgehengente beteekenen, tenzij men meene, datwiltinlaetmoet worden veranderd.Tellen,2784,zeggen,vertellen. Verg.Lsp. gloss.Temmermans,654,timmerlieden. Hetzelfde plur. leest men ookLanc.III, 8623.Terden, praet.tart,540,2855,treden, in de laatste pl.betreden, welke active beteek. de werkw. diegaanenz. beteekenen alle aannemen.Tere,2245, samentr. voorte ere,te eenre,te ener.Tes,1065,1751, conj.te des,totdat.Tes papen,1833,te des p.(huse),in des priesters huis.Tien(teech,gheteghen)an,2066,2243,aantijgen,te laste leggen. ZieLsp. gloss.;Wal.5583, 5813.Toe,2383, (ergens)heen;daer toe gheraken,er heen komen.Toe,2525,daarenboven.Kausler, I, 1119.Toebringhen,1534,tot stand brengen,verrichten,veroorzaken. ZieLsp. gloss.Toegaen,675,ergens op los gaan. Verg.Nu toe.Toghel,1166,teugel.Ferg.333, 2473. De uitdrukking hier gebruikt is eene epische formule, in de Oudfransche gedichten dikwerf voorkomende:Onques n'i ot resne tenu.Toghen,372,1092,2119,2622,toonen. Vs.2662moet wellichttughengelezen worden, dat men b.v. in denMnlp.leest voorgetuigen.Top,948, eigenl. het bovenste gedeelte van iets,KIL.fastigium,cacumen, hierde kruin. Verg.Lsp. gloss.Toren,913,915,1295,1796,2910,verdriet,leed. Verg.CLIGNETT,Bijdr., bl. 16.Torment,2192,pijniging.Treke,1814,2224,3262,booze streek,bedriegelijke handelwijs. Verg.CLIGNETT,Bijdr., bl. 309, enFlor. gloss.Trekere,129,bedrieger.Trecken,1664,In weet werwaert ghi dit trect,ik weet niet waar gij daarmeê heen wilt. Zie verschillende spreekwijzen waarintreckengebruikt wordt,Lsp. gloss.Troosten,3178,vertrouwen inboezemen. ZieLorr. gloss.Trouwe.Bi uwer trouwe,590,bij het vertrouwen dat gij in mij stellen moogt;1724,2155,Bi (in) rechter trouwe,in waarheid; ongeveer hetzelfde alsentrouwen,252.Tuun,646,2027,heg. Verg.Heelu, 2078.Tuun,1910,zangwijs(Eng.tune). Hier spreekwoordelijk gebruikt, even alsReinhart1979: Reinhart kunde manegen dôn.Tuwaert,2670,tot u.Tweer,313, gen. vantwee.Twi,1198,1908,1917,2308*,2889,3191,waarom. ZieLsp. gloss.Twifelen, impers. met DP. en GZ.,1838. Verg.Doct. gloss.Twint niet,2017,in 't geheel niet. ZieDE JAGER,Verscheid., bl. 251–259.U.Up,op, als plaats- en tijdsbepaling:1621,1640;up enewile,1823,op het oogenblik;up Isengrijn,1559,tot bij Is.—2o. Als betrekking tusschen personen of zaken:hemgheredenup eenclaghen,1762,zich gereed maken tot klagen;wreken up haer leven,1797;up ghenade,1694,in hope van genade. ZieLsp. gloss.inOp.Up dat,1424,indien maar. ZieLsp. gloss.inOp dat.Upgaen,61,beginnen.Upgheven,2543,overleveren,opgeven.Upheffen,1568,opheffen;156,274,1263,verheffen,beginnen. Verg.Wal.2 Dl., bl. 189, en zieRose38;Lanc.III, 6452, 6603. Hetuphiefvs.2176, komt mij te verdacht voor om eene verklaring er van te beproeven.Uplesen,211, eigenl.opzoeken, vandaarwegnemen. ZieFlor.2259.Up werden,1647,haastig opschieten.Ferg.247, 253, 1536, 2259. Zooworden jeghen.Maerl.3 Dl., bl. 222.Uutleken(uutlac),808,uitlekken,uitvloeyen. Zie opLac.V.Va, imperat. vanvaen,1555; waarvoor1544vanc, over welke laatste vorm zieDE JAGER,Taalk. Mag., IV, 691.Vaen(vinc,ghevaen),688,711,878,922,1234,1469,1579,1872,vangen.Vaer,vare,1627,2305,2308*,2631,2957,vrees. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 166.Vaert,153,869,970,1040,1043,1105,2161,2604,2626,gang,beweging,reis;1698,weg;uptie vaert,497,3301,op weg. Verg.Lsp. gloss.Vandet migheraden,1453,raad mij,geef mij raad. Zoo wordt de imperat. vanvandendikwerf bij een infinitivus gevoegd om den optativus of imperativus aan te duiden. B. v.Wal.1527, 1530, 2185, 2758, 4024, 4243, 4246, 4691, 4838, 4900. 5574. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 557–558, enLsp. gloss.Het ww.vandenis afgeleid vanvinden, en komt gewoonlijk voor in den zin vangaen vinden, d. i.bezoeken, zieCLIGNETT,Bijdr., bl. 137–140. Zoo wordt het reeds gebruikt in het Oud-Saksisch, zieKÖNESHeliand, bl. 430.Ziemannwijst op een Mhd.vanten, Oud-Hd.fanton, in de beteek. vantentare, gelijk ookBOSWORTHhet AS.fandianverklaart:to try,tempt. Dit is de eigenlijke kracht van onsvant,vandet. De conjunct,hi vandekomt voorWal.5613 en 5617, in welk gedicht ook de infinit. wordt aangetroffen, 5019:
Snoeren,2913,toesnoeren,toerijgen.
So,648,725,alzoo,gelijk;682,aldus.
So,945, bij eene vraag,of; gewoonlijk herhaald:so — so, ook welweder — so, en denkelijk ook, zoo als C. heeft,so weder — so. Verg.HUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 24–25, 44;Flor. gloss.opsoenweder; enLsp. gloss.op weder.
Sochte doen,621,streelen.Sochteis de vlaamsche vorm voorsacht. Zie b.v.Flor. gloss.enMAERL.3 Dl., bl. 147, 156.
Sochten, part.ghesocht,3413,bedaren,verzachten. Verg.MAERL.3 Dl., bl. 316. Intrans. komt het voorStoke, IX, vs. 634.
Soe,30,225,733,2747,2849,3080,zij.Ferg.1523, 1526, 1529, 2124. Verg.Flor. gloss.
Soendinc,188,plechtige verzoening. ZieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 261.
Soenen,3397,verzoenen,vergoeden.
Soet,2300, samentr. vansoe dat,zij het.
Soet,577,1287,3044,lief en aangenaam,lekker, in verschillende nuances;2263,tsoete lant van Waes, even als in de Oudfr. gedichtendoulce France; 2315,vriendelijk. Hoe ruim de beteekenis vansoetwas, zie men bijCLIGNETT,Bijdr., bl. 369. Zoo wordt het bij toespraak van personen gebruikt,waar wijlievegebruiken:soete vrient,neve,oom, enz., b. v.549,581,941,1125,1293,1999; of nog sterker:wel soete,669,1437. Verg. het Eng.sweet.
Soete werden, met DP.,1492,aangenaam worden,bevallen.
Some,som,980,1018,1898,2199,sommige.
Sondelijc,836,2780,zondig.
Sonder, adv.1833,1944,zonder;50,214,799,2569,2996,uitgezonderd; conj.2888het Hd.sondern. Verg.Lsp. gloss.
Sonderlingh,3053,bijzonder.
Sone,1515,2727,so en, d. i.aldus niet.
Sorghe,228,393,516,1311,1438,1631,1990,2201,vrees.
Sorghen,494,670,1114,1378,bezorgd zijn,vreezen. Verg.Lsp. gloss.
Sorgheensorghenkomen in het slot der na2308uitgeworpen plaats voor in den zin vanvoorzorgenverzorgen.
Sout,2409,2444,soldij.Ferg.543, 1424. Verg.VAN WIJNopHeelu, bl. 46–48.
Spade,1480,2079,2308*,2984,laat.
Spanen,2081,spenen.
Sparen,2017,2991,sparen,achterwege houden of laten;1190,1244,1332,2022,2390,3310, waartijdonder verstaan wordt,dralen,wachten. Verg.Ferg.2002, 4154.
Spel,spel,jokkernij.Te spele tellen,2437,voor eene kleinigheid achten.Uten spele gaen, met DP.,1585, 1890,ernst worden,ophouden gekheid te zijn,slecht afloopen,er erg aan toe zijn. Verg.Lsp. gloss.
Spiker,1516,1519,1579,voorraadschuur.
Spille,832,spil van het spintoestel. ZieSt. Franciscus, 10054.
Spot, zieVelspot.
Stade, zieStat.
Staenin verschillende spreekwijzen, als:Het staet so,630,1590,het is zooverre gekomen;Mi staet,2191,2684,ik moet,ik mag;Staenghevaen,688,717,gevangen zijn;Staen in bate,192,boeten,vergoeden;Staen in love,196,geacht worden;Staen intale,283,spreken, waarvoor909,Sijn intale.—Voorts met het bijdenkbeeld van voortduring:631,712,staan blijven,stand houden. Verg.Lsp. gloss.Zie verderStoetenStont.
Staerblint,77,stekeblind. ZieLsp. gloss.
Staf,789,1573,2931,stok.Wal.9235;Heelu, 9247;Velth.bl. 248, 249, 251, 254, 257, enz.
Stage,2737,staanplaats.
Stac, praet. vansteken,1551,stooten. ZieLsp. gloss.
Stallecht,303,toorts,waschkaars(eigenl.standlicht).Wal.4511, 4761;Lanc.II, 29470; III, 2677, 10384, waar het vs. 10393 verwisseld wordt metkersse.
Stan, praet. vanstenen,874,990,steunen,kermen. Verg.Lsp. gloss.Het ww. wordt ook zwak verbogenLanc.II, 40919.
Stap,766,kruk.
Starc,sterc,690,1028,sterk,krachtig;333,vet?zoo als nog in het Hd.
Stat, in gebogen naamv.stede,150,1614,2248,plaats.Stade hebben,3296,gelegenheid hebben.
Steendoot,1601,morsdood. ZieLsp. gloss.
Steken achter,2285, eigenl.achteruit stooten, dusoverwinnen. Verg.Lsp. gloss.opSteken.
Stieren,1686,sturen,richten. Vandaarstierman,Wal.9509. Zie ookStieren,Parthen. gloss.
Stic,1117,stuk,brok.
Stoel,2280,troon. Verg.Lodewijks lied, vs. 6:stual hier in Vrankon.
Stoet, praet. vanstaen,171,336,623,1213,2038,stond. Impers. met DP.931,gesteld zijn. Men vindt echter ook het praet.:
Stont,1256,1559,2034. Men lette op de uitdrukking:hi stont ende sweech; endescouwede(2034,2038), voorhij zweeg,hij zag.
Strec, onz.1202,1207,1281,3387. Verg.Rose4859, en zieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 228.
Stringhe,841,touw,koord.Maerl.3 Dl., bl. 253.
Stupe,860, slag. ZieKIL.
Stuven, (stoof,ghestoven)352,1717,uit een stuiven. Zie opPelseenPlume.
Sulc(beterselc?),176,722,1107,zoodanig een,deze — gene, het Fr.tel. Gewoonlijk wordt het doorsommigevertaald, zieCLIGNETT,Bijdr., bl. 68–69, enLsp. gloss.
Sullen, praet.soude,706,moeten.
Suver op,2098,geheel en al,zoodat er niets overblijft.
Swaer sijn,2030,smerten. Verg.KIL.opswaren; zoo ook in de uitdr.mi es die herte swaer,2205,ik heb harteleed,verdriet. Zoo de spreekwijsmi es swarete moede,310,2904,ik heb verdriet; evenzooswaer doen,1041,verdrieten.Pijnlicende swaer,1878, is in één woordmoeyelijk.
Swaerde,1507,zwoerd,de huid van een varken. ZieKIL.De verachtelijke uitdrukking door R. gebezigd, is geheel in overeenstemming met het feit dat hij herinnert; hij had immers den wolf de haren laten wegschroeyen door middel van kokend water, even als met de varkens geschiedt. Verg. omtrent de geheele uitdr.MAERL.3 Dl., bl. 212.
Sweren,1610,2274,zweeren;1809,bezweeren.Sweren ende vloeken,1554,vloeken.
Swinghen,795,slingeren. Verg.Mnlp. gloss.enLanc.II, 13397.
Tale,108,179,183,246,283,426,538,641,707,909,957,1009,1289,1875,2781,spraak,gezegde,verhaal. Verg.Ferg.607, 1276, 2132;Flor.20, enz.
Tam,271,het vleesch van huisdieren, in tegenoverstelling van wild. ZooLanc.II, 44214.Wal.8784, heeftthem.
Tameer,1111,heden. ZooFerg.744, 751 (waar de uitgave beide malente meerleest);Wal.1984, 8783, 8785, 10175. Verg. mijn artikel overSaermeer, in denLetterbodevan 1845, no. 35.
Taverne,1291,herberg. Verg.CLIGNETT,Bijdr., bl. 20; en zie de beschrijving bijMAERLANT,Sp. Hist., 3 Dl., bl. 117.
Te, bij participia met de kracht van onsgeofver.Teblouwen,1584,1827,geslagen;tebroken,166,ge- of verbroken;testoort,2324,verstoord,vernietigd.
Te hant,959,983,2300,terstond. ZieKIL.
Teerst,2058,2380,terstond,zoodra.
Teken,163,litteeken.
TelenofGhetelen. Het Gothisch kent reeds een ww.gatilon, datverkrijgenτυγχἁνεινbeteekent, en het AS. heeft het zw. ww.tilian, datBOSWORTHin de eerste beteekenis verklaart als:to prepare,procure,obtain,supply,seek. Het grondwoord is in het Goth.tils, datDIEFENBACH(Vergleich. Wörterb., II, 666) verklaart: „passend,geschickt,” zoo alsBOSWORTHhet AS.tilvertaalt: „good,.... leading to an end;” wier verwantschap met het HD.zielin het oog valt.GRAFF, V, 556 heeftzilên,zilôn,gazilôn, in de beteekenis van:niti,studere,curare,parare,procurare,quaerere,petere. Ook in het Mnl. beteekentghetelenvooreerst:bedoelen,zoeken; dan:bereiken,verwerven,vinden. Zoo hier2333:des raets ghetelen, d.i.het zoo overleggen(verg.Raet vinden). ZooWal.6533:
Weten alle den raet ghesienEndeghetelendat wi ontvlien.
Weten alle den raet ghesienEndeghetelendat wi ontvlien.
Metraet, hoewel in den acc., staat het ook verbonden,Mnlp.II, 3572:
(Si)teeldenenen corten raet.
(Si)teeldenenen corten raet.
Ziehier nog eenige voorbeelden, waaruit deze beteekenis vanghetelenduidelijk in het oog springt.Franciscus, 767:
Dus es hi metter cruce bewaert,Datti zine siele ter langer vaertSonde der crucen bevelen,Ende hi daerbi soude getelenDatti uter werelt scameSeker sceide, ende zonder blame.
Dus es hi metter cruce bewaert,Datti zine siele ter langer vaertSonde der crucen bevelen,Ende hi daerbi soude getelenDatti uter werelt scameSeker sceide, ende zonder blame.
Lanc.II, 16485:
Ic soude gerne desgetelen,Dat ic ten tornoye mochte wesen,
Ic soude gerne desgetelen,Dat ic ten tornoye mochte wesen,
Lanc.III, 8375 (van Adam en Eva):
Ene stemme henlieden (sprac) toe,Dat si vergaderen souden doeBeidegadere alse wijf ende man:Ende hen quam so grote scamenesse an,Sine wisten hoe datgetelen,Datsi alsoe daer souden spelen,Daer elc anderen soude sien an.
Ene stemme henlieden (sprac) toe,Dat si vergaderen souden doeBeidegadere alse wijf ende man:Ende hen quam so grote scamenesse an,Sine wisten hoe datgetelen,Datsi alsoe daer souden spelen,Daer elc anderen soude sien an.
De overgang tot de beteekenis vanvoortbrengenis niet moeyelijk, zoo gebruiken wij het ww. nog, en reedsMnlp.II, 352, heet het:
Als dat die juffrou heeft vernomen,Die yammerscrey, die sy daerteelde,Ende dien rouw, dien sy daer dreef.
Als dat die juffrou heeft vernomen,Die yammerscrey, die sy daerteelde,Ende dien rouw, dien sy daer dreef.
Kiliaenkent het ww.telen, niet alleen in de laatste beteekenis, maar ook in die vancolere agrum,exercere tellurem. De toepassing op den akker schijnt willekeurig, want in den zin vanverzorgenkomttelenin denReinaertvoor, en wel met den genit., even als in de voorbeelden bijGRAFF, b.v. 381, 1692,miere siele telen, hetgeen geheel overeenkomt met428;God moet haerre siele pleghen.—Nog in eene andere beteekenis vindt men het woord bijVelthem, bl. 125:
Daer ombe onse gepense groetEn bescieten ons niet jeghen die doot.Wi pensen vore, dit selewi doen,Ende geven ons daertoe ocsoen,Dat wi dat volbringen selen;Dan comt daventure, die nietgetelenEn wilt dat die dinc gescie.
Daer ombe onse gepense groetEn bescieten ons niet jeghen die doot.Wi pensen vore, dit selewi doen,Ende geven ons daertoe ocsoen,Dat wi dat volbringen selen;Dan comt daventure, die nietgetelenEn wilt dat die dinc gescie.
Hier schijnt hetgehengente beteekenen, tenzij men meene, datwiltinlaetmoet worden veranderd.
Tellen,2784,zeggen,vertellen. Verg.Lsp. gloss.
Temmermans,654,timmerlieden. Hetzelfde plur. leest men ookLanc.III, 8623.
Terden, praet.tart,540,2855,treden, in de laatste pl.betreden, welke active beteek. de werkw. diegaanenz. beteekenen alle aannemen.
Tere,2245, samentr. voorte ere,te eenre,te ener.
Tes,1065,1751, conj.te des,totdat.
Tes papen,1833,te des p.(huse),in des priesters huis.
Tien(teech,gheteghen)an,2066,2243,aantijgen,te laste leggen. ZieLsp. gloss.;Wal.5583, 5813.
Toe,2383, (ergens)heen;daer toe gheraken,er heen komen.
Toe,2525,daarenboven.Kausler, I, 1119.
Toebringhen,1534,tot stand brengen,verrichten,veroorzaken. ZieLsp. gloss.
Toegaen,675,ergens op los gaan. Verg.Nu toe.
Toghel,1166,teugel.Ferg.333, 2473. De uitdrukking hier gebruikt is eene epische formule, in de Oudfransche gedichten dikwerf voorkomende:Onques n'i ot resne tenu.
Toghen,372,1092,2119,2622,toonen. Vs.2662moet wellichttughengelezen worden, dat men b.v. in denMnlp.leest voorgetuigen.
Top,948, eigenl. het bovenste gedeelte van iets,KIL.fastigium,cacumen, hierde kruin. Verg.Lsp. gloss.
Toren,913,915,1295,1796,2910,verdriet,leed. Verg.CLIGNETT,Bijdr., bl. 16.
Torment,2192,pijniging.
Treke,1814,2224,3262,booze streek,bedriegelijke handelwijs. Verg.CLIGNETT,Bijdr., bl. 309, enFlor. gloss.
Trekere,129,bedrieger.
Trecken,1664,In weet werwaert ghi dit trect,ik weet niet waar gij daarmeê heen wilt. Zie verschillende spreekwijzen waarintreckengebruikt wordt,Lsp. gloss.
Troosten,3178,vertrouwen inboezemen. ZieLorr. gloss.
Trouwe.Bi uwer trouwe,590,bij het vertrouwen dat gij in mij stellen moogt;1724,2155,Bi (in) rechter trouwe,in waarheid; ongeveer hetzelfde alsentrouwen,252.
Tuun,646,2027,heg. Verg.Heelu, 2078.
Tuun,1910,zangwijs(Eng.tune). Hier spreekwoordelijk gebruikt, even alsReinhart1979: Reinhart kunde manegen dôn.
Tuwaert,2670,tot u.
Tweer,313, gen. vantwee.
Twi,1198,1908,1917,2308*,2889,3191,waarom. ZieLsp. gloss.
Twifelen, impers. met DP. en GZ.,1838. Verg.Doct. gloss.
Twint niet,2017,in 't geheel niet. ZieDE JAGER,Verscheid., bl. 251–259.
Up,op, als plaats- en tijdsbepaling:1621,1640;up enewile,1823,op het oogenblik;up Isengrijn,1559,tot bij Is.—2o. Als betrekking tusschen personen of zaken:hemgheredenup eenclaghen,1762,zich gereed maken tot klagen;wreken up haer leven,1797;up ghenade,1694,in hope van genade. ZieLsp. gloss.inOp.
Up dat,1424,indien maar. ZieLsp. gloss.inOp dat.
Upgaen,61,beginnen.
Upgheven,2543,overleveren,opgeven.
Upheffen,1568,opheffen;156,274,1263,verheffen,beginnen. Verg.Wal.2 Dl., bl. 189, en zieRose38;Lanc.III, 6452, 6603. Hetuphiefvs.2176, komt mij te verdacht voor om eene verklaring er van te beproeven.
Uplesen,211, eigenl.opzoeken, vandaarwegnemen. ZieFlor.2259.
Up werden,1647,haastig opschieten.Ferg.247, 253, 1536, 2259. Zooworden jeghen.Maerl.3 Dl., bl. 222.
Uutleken(uutlac),808,uitlekken,uitvloeyen. Zie opLac.
Va, imperat. vanvaen,1555; waarvoor1544vanc, over welke laatste vorm zieDE JAGER,Taalk. Mag., IV, 691.
Vaen(vinc,ghevaen),688,711,878,922,1234,1469,1579,1872,vangen.
Vaer,vare,1627,2305,2308*,2631,2957,vrees. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 166.
Vaert,153,869,970,1040,1043,1105,2161,2604,2626,gang,beweging,reis;1698,weg;uptie vaert,497,3301,op weg. Verg.Lsp. gloss.
Vandet migheraden,1453,raad mij,geef mij raad. Zoo wordt de imperat. vanvandendikwerf bij een infinitivus gevoegd om den optativus of imperativus aan te duiden. B. v.Wal.1527, 1530, 2185, 2758, 4024, 4243, 4246, 4691, 4838, 4900. 5574. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 557–558, enLsp. gloss.Het ww.vandenis afgeleid vanvinden, en komt gewoonlijk voor in den zin vangaen vinden, d. i.bezoeken, zieCLIGNETT,Bijdr., bl. 137–140. Zoo wordt het reeds gebruikt in het Oud-Saksisch, zieKÖNESHeliand, bl. 430.Ziemannwijst op een Mhd.vanten, Oud-Hd.fanton, in de beteek. vantentare, gelijk ookBOSWORTHhet AS.fandianverklaart:to try,tempt. Dit is de eigenlijke kracht van onsvant,vandet. De conjunct,hi vandekomt voorWal.5613 en 5617, in welk gedicht ook de infinit. wordt aangetroffen, 5019: