VERKLARENDE WOORDENLIJST.

VERKLARENDE WOORDENLIJST.VERKLARENDE WOORDENLIJST.A.Achte,685,gevangenschap,hechtenis,beklemming.Achter bliven,96,2464,achterwege blijven. ZieLsp. gloss.Achter lande,2407,door het land heen. ZieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 20;Lsp. gloss.Ferg., 1423. Zoo ookachter straten, aldaar 727.Achter rugghe,1730,achterwaarts. ZieHUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 219.Aerminc,2077,2210,arm man,ongelukkige. Verg.HUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 418.Aes,3114,spijs. ZieKIL.en verg.Velthem, bl. 268, 279.Aex,701,735,bijl,akst. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 178–180.Lanc.21632 heefthache.Af,21,1042,1348,van.Afbernen,1506,afbranden.Al,741,932,1257,geheel.Al in een,1255,aanhoudend,voortdurend. ZieLsp. gloss.Al te,784;2827alleente;zeer. ZieLsp. gloss.Altehant,539,terstond.Aldusghedaen,3054;aldustaen,862,zoodanig.Algader,1276,1455,geheel en al.Alghemene,3115,te samen.Alnaect,1257,moedernaakt.Als ende als,3010,3264,geheel en al; in de tweede plaats zooveel alsdringend.Also, ofnoch also, bij een adject.meer, b.v.1342,noch also quaet,boozer. ZieHUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 169.Also,1345,als,zoo als.Altoos,2947,2986,altijd. ZieFloris, gloss.In de eerste plaats meer in den zin vanimmers, zoo als wij het nog wel gebruiken.An, zieOnnen.An, duidt in 't algemeen de betrekking aan, die wij nu eens dooraan, dan doorop,in,tot,bij,naar,nabijuitdrukken;93,1003,1102,1127,1248,1435,2274. De werkwoorden die op een of andere wijze eene ontleening van elders aanduiden, hebben in 't Mnl. den persoon van wien ontleend wordt metanverbonden bij zich: b.v.204,1427. Verg.Lsp. gloss.Daarmeê komt overeen hetdelen an hoghen aflate,2894; enversaden ane,212.Andersins,84,in anderen zin,anders. Ietwat afwijkend is de beteekenisFloris1374, 3947.Aneslaen,442,beginnen te zingen. ZieLsp. gloss.Nog van het zingen der vogels en het bassen der honden in gebruik.Anevaerden,3314,de vaart ergens heen ondernemen;aggredi(KIL.).Angaen,187,ondernemen,aanvangen,suscipere.Angaen,814,aanvallen;261,tot zich nemen,zich meester maken van iets,aanvaarden.Anscijn worden,1781,blijken. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 168–170.Antien,2066,aantijgen. ZieLsp. gloss.opTien. Zie ook hier opdat woord.Apeert,204,openlijk,blijkbaar,onbeschaamd.Arbeit,743,2856,moeite.Archede,2515,Archeit,2940,kwaad,boosheid,ondeugd. ZieLsp. gloss.Arghertiere,2506,boos,ondeugend.Avonture,624,de fortuin,het geluk(als persoon voorgesteld).Biaventure,161,349,2573,bij toeval.1393,401 var.,ongeval.4,31,verhaal van gebeurde zaken,geschiedenis.In avonture setten,1353,in de waagschaal stellen,op het spel zetten. Verg.GRIMMSuitstekende monografie over dit woord in de verschillende beteekenissen die het doorloopen heeft.B.Bachten,1290,2881,van achter,aan den achterkant. Verg.CLIGNETT,Bijdr., bl. 374–375.Baerde,701,bijl. Nog over inhellebaard.Bake,217,227,1517,1523,2127,varken.Balch,2800,ligchaam,buik, eigenl. eenhuidenzak.Balch, zieBelghen.Ban,264,KIL.:proclamatio,edictum publicum.Ban,2700,banvloek,KIL.:Dira proscriptio,anathema. Zie nog andere beteekenissen van dit woord in de woordenlijsten op deDoctrinaleen deMnlp.Banderside,1830,ter andere zijde. Zie hetgloss.op deLorreinen.Baraet,353,483,1196,1486,1708,2049,2359,3073,3387,bedrog. Het is het franschebarat, en komt veel voor; zieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 210–211, enCLIGNETT,Bijdr., bl. 349–350.Barbecane,522,voorwerk eener vesting; fransch woord, bij vlaamsche schrijvers niet ongewoon, b.v.Troj. Orl.(O. Vl. Ged.I), 3003.Rose, 3784, vindt men het ww.barbelcanen, in de beteekenis van:met een voormuur omgeven.Baren,2380,zich vertoonen. Verg.Lorreinen gloss.Bassen,1597,aanblaffen. Gewoonlijk wordt het intrans. gebruikt; zieCLIGNETT,Bijdr., bl. 157–159.Bat, in 't rijm voorBet.Bate,2893,voordeel. Maarbateis eigenlijkbetering,herstel, vandaarin bate staen,192,beteren,boeten. ZieLorreinen gloss.Bedi,2975,3162,omdat;2331,2892,3110,want. Eigenlijk een oude instrumentaalvorm. Zie voorbeelden in de plaatsen aangehaaldDoctr. gloss.Bedocht sijn,84,bedacht zijn,besluiten.Bedraghen(Hem),2134,2654,2694,zich onderhouden,zich(met iets)behelpen. ZieLsp. gloss.Bedraghen,2200,2235; part.bedreghen,2503,beschuldigen,aanklagen. ZieDE JAGER,Nalezing op 't gloss. van Prof.LULOFS, bl. 14–16.Bedwanc,886,1845,dwang,overmacht. ZieFloris, 345, 2848.Car. en Eleg., 372, 1187.Begheven,24,155,2940,nalaten;273,verlaten.Begheven,1501,de wereld voor het klooster verlaten; het part.begheven,369,1488,van de wereld afgezonderd,geordend.Beghien, part.beghiet,2934,erkennen.Maerl.,Sp. Hist., 3 Dl., bl. 257. ZieDE JAGER,Verscheidenheden, bl. 278–282.Beghinnen, 3 p. sing. praet.begonste,64,146,1323(2110).Maerl.,Sp. Hist., 3 Dl., bl. 186, 286. Zie ookLsp. gloss.opbegan;HUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 41, 97; 2 Dl., bl. 487.Begripen,32,berispen. Ziegloss.opDoctr.enLsp.Behendichede,2465,beleid,slimheid. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 311–312.Beiaert,1272,frequentamentum tintinnabulorum(KIL.).Den beiaert slaen,de klok luiden.Beide,681,745,1491,beide,alle twee. Maar alsbeidevoorop staat, en gevolgd wordt door twee of drie verschillende zelfst. nw. beteekent hetzoowel — als, b.v.13,42,151,408,837,1268,1385,1691,1981,2308*,2761,2881. ZieHUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 65. De eigenlijke schrijfwijs in ons dichtstuk schijntbedegeweest te zijn, dat147in 't rijm voorkomt. Zoo ookFerg., 4947;Stoke, 1 B., 607.Beiden,1101,1187,wachten.Bejach,119,276,507,prooi,wat men door najagen verkrijgt.Bejaghen,1941,2112,2897,3336, (door jagen)bemachtigen,verwerven. Verg.Lsp. gloss.Becarmen,3038,weeklagen over iets.Bekinnen,bekennen,2809,kennen;457,539,kennen,erkennen;983,herkennen. ZieLsp. gloss.Beclaghen,1349,1375,aanklagen,verklagen;1529,beklagenin de tegenwoordige beteekenis.Becnouwen,225,beknagen,afknagen.Becomen,2100,2439,behagen,aangenaam zijn. ZieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 400.Belanc sijn,2517,verwant zijn. Zie over de grondbeteekenis van het woordLsp. gloss.Belghen(Hem), praet.balch,1749,2902,2955,3185,boos worden,zich vertoornen. ZieLsp. gloss.Beloken,335,1169,2271,besloten; eigenlijk part. vanbeluken.Belopen,349,achterhalen;2518,overwonnen(ingepakt).Bem(Ic),525,1026,1357,1780,2073,2188,3096, regelmatige 1 pers. sing. praes. vansijn.Beneden,777; moet men niet lezenbeneven? Vs.820vlg. schijnt dit vermoeden in de hand te werken.Benevenvindt men o. a.Troj. Orl., bijBLOMMAERT,OVl. Ged., 2 Dl., bl. 88, vs. 1154.Benemen,2452,verhinderen,beletten. ZieLorreinen gloss.Beniden,340,ergens nijd,afgunst over gevoelen. Verg.Tr. Orl.(BLOMMAERTI, bl. 18) vs. 1460.Bequame,620,aangenaam. Verg.becomen.Bequamelic,1118,aangenaam,wel smakend.Beraden,beriet,beraden.Beradenis eigenlijk den raad tot iets geven, hetzij aan zichzelven of anderen. Vandaarhet initiatief tot iets nemen,iets bewerken, in verschillende schakeringen van beteekenis, afhankelijk van het doel waarmede ietsberadenwordt. Ten goede gaat de beteekenis licht over in die vanhelpen,verzorgen,iets verschaffen; ten kwade, in die vanberokkenen,op den hals halen. De persoon ten wiens behoeve, ten wiens voor- of nadeel dit geschiedt, staat in den dat., dieberadenwordt in acc. Zoo komt dit ww. in dit gedicht voor:435,551,592,639,1926,2198,2977,3213. Het part.beraden,478,1976, is eigenlijk:tot een besluit gekomen,besloten, en wordt met den genit. gekonstr. of doorso,also, nader bepaald.—Verg. hierraet.Beringhen,779,omringen,insluiten. ZieHUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 453.Bernen,303,1506,branden; nog over in onsbarnen.Bescedenlike,1689,met maat en ingetogenheid. ZieLsp. gloss.de geheele bl. 377.Bescelden, praet.bescalt,936,schelden,hoonen. Verg.scelden.Besceren, part.bescoren,2692, (de kruin)scheeren.Bescouwen,1583,aanschouwen,bezien.Besculdich,53,schuldig. In denLanc.leest menbesculdichtin denzelfden zin.Beseken, praet.besekede,75,bepissen.Besien,1017,toezien.Bespreken(Hem),435,467,overleggen,beraadslagen. ZieMnlp. gloss.Bessem,722,bezem. Dezelfde uitspraak van het woord hoort men nog in sommige provinciale dialekten, b.v. in Overijssel.Best(Du),du bist,920,2602, tweede pers sing. vanic bem.Best,969,1005,1334, adverb.op de beste,de geschiktste wijze.Beste(Die),86,de edelste,de voornaamste. Verg.Mnlp. gloss.Bestgheboren,798,de voornaamste door geboorte. Zoo ookMAERL.,Sp. Hist., 1 Dl., bl. 383;Lanc.4485. Verg. hier2742.Bestaen, intr. met DP.,1903,vermaagschapt zijn. ZieLorreinen, I, 615;Ferg., 343, en niet 1413, zoo alsLorr. gloss.verkeerd wordt opgegeven.Bestaen, trans. met den acc.,553,970,1040,1095,1696,2604,ondernemen,aanvaarden; eigenlijkaanvallen(verg.aggredi).Besteken,1197,aanranden;KIL.machinari,moliri.Bestolen,2152, part. vanbestelen,gestolen.Bet,Bat,255,540,1063,1633,2240,2399,3043,3349, adverb.beter.Te bat sijn,226,3165,voordeel,nut van iets hebben, met den DP. en GZ. Verg.Lsp. gloss.inbat.Betegen, part. vanbetien,2504,aantijgen, met den DP. en AZ. Verg.Belg. Mus., IV, 330.Betren,3400,vergoeden,boeten. ZieLorreinenenDoctr. gloss.Bevaen,2731,bevangen;metnodebev.,517;in bliscap bev.,899;bevaen in goeden dinghen,2731;met loveren bevaen,43(omgeven,bedekt). Verg.Lsp. gloss.enFerg.1546.Bevelen,382,1412,aanbevelen in de hoede van iemand, met DP. en AZ. Verg.Lsp. gloss.Bewachten,405,bewaken.Bewanen,2209,wanen,meenen;176,verwachten.Ferg.2004.Bewant sijn,1630vanbewenden,wenden,keeren,in eenigen toestand of gesteldheid zijn. ZieMnlp. gloss.Bewerven,2172,2866,verwerven.Flor.1202, 2862;Doctr.II, 3293. Verg.HUYD.,Proeve, 1 Dl., bl. 139.Bi,117,123,378,2154,2573,2608,3170,door;565,bi mi,door mijn voorbeeld.Bi,bij,in,tot,met;bi der siele,1275;bi siere eren,546;bi name,1001;bi denbuke,1581.Bi,694,1889,aan,met.Bi,602,650,879,1366,1620,1671,1709,1911,2046,2364,bij,nabij.Bi,646,1496,3295,bij,langs.Bile,816,bijl.Bindesen,988, vul aan:bin desen worden, dus:intusschen,inmiddels.Binook buiten samenstelling is niet ongewoon, b.v.Wal.121, 202, 995.Binnen(Hier),1308,2403,3440,intusschen,inmiddels.Binnen gheboren,1795,aangeboren.Mnlp.heeftingeboren.Bisant,1153,bysantijnsch goudstuk.Flor.2614, 2620, 2698, 2734, enz.Velth.bl. 256.Bispel,181,spreekwoord. Verg.CLIGNETT,Bijdr., bl. 107.Flor.2147.Blanden,2183,mengen. Hetmede blandenstaat tegenover hetbier brouwenvs.2180–1, verg.1960–1. De deensche liederen op Grimhilde beginnen met:hun ladermiöden blande, hun lader baade brygge ogblande. ZieGRIMM,R. F., bl. 279–280.Kil.kent het woordblandenalleen in de beteekenis vansmeeken,blandiri; maar het Eng. heeft nogto blend.Blare,2470,de blare koe,de bonte koe,de bête noire,de zondebok. ZieLsp. gloss.opblaer.Blenden,1843,de oogen uitsteken.Mnlp.I, 213.Bleten,2090,blaten, van geiten en lammeren.Esopet, Fab. 30, vs. 2.Blevenvoorghebleven, zieBliven.Bliken,3358,blijken,aan den dag komen,zich vertoonen.Flor.1795.Bliven,bleef, (ghe)bleven,866,1658,2037,3247,achterblijven. ZieHUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 26.Bliven laten,1295,1299,laten varen,nalaten.Bloet(Aleen),932,een bloed en al.Bloot(Al),1670,openlijk,onbedekt. Verg.Lsp. gloss.Bloterhuut,1262,in (zijne) bloote huid,naakt. Verg.bloots hoofds,ghetrects swerts(HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 352).Blouwen, part.ghe-ofteblouwen,251,1584,1827,slaan. ZieHUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 172, enCLIGNETT,Bijdr., bl. 118–19.Bodscap,477,481,1359,2454,boodschap.Troj. Orl., inBLOMMAERTSOudVl. Ged., I, bl. 43, vs. 37.Boecstaef,459,letter. ZieKILIAEN, en verg.GRIMM,Deutsches WörterbuchII, bl. 479.Borch,515,kasteel,burcht.Borne,2558,2566,bron.Bottelgier,2786,schenker;Flor.663, 3893;meester bottelgier,opperschenker, eene der voornaamste bedieningen ook aan het vlaamsche hof, zieWARNKOENIG,Hist. de la Flandre, tom. II, pag. 89. De toespeling op het bijbelsch verhaal van bakker en schenker behoeft geene nadere aanwijzing.Boudelike,1772,stoutmoedig,Flor.2653, waarHOFFMANNhet ten onrechte vertaaltschnell.Bout,1266,1769,stoutmoedig.Braeuwen,2870,breeuwen, eigenlijk van het kalfateren van schepen gebruikt, en doorKIL.ook vertaald:infarcire. Hier gebezigd voor het opstoppen van den vogel die gemest wordt, en die onbewegelijk is omdat hij op een plank wordt vastgespijkerd.Breken,2324,verbreken,te niet doen.Breken enderaden,531,radbraken.Brekenin dien zin leest men ookStoke, 5 B., 480; gewoonlijk heet hetradebraken; verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 378–379.Brief,elk geschreven dokument, zieWal.2 Dl., bl. 127, 339.Lesen sonder brief,2228beteekent:uit het hoofd mededeelen, maar zoo naauwkeurig als of ik het geschreven voor mij had. Evenzoo leest menTroj. Orl.(Oudvl. Ged., I, bl. 44), vs. 123:

Achte,685,gevangenschap,hechtenis,beklemming.

Achter bliven,96,2464,achterwege blijven. ZieLsp. gloss.

Achter lande,2407,door het land heen. ZieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 20;Lsp. gloss.Ferg., 1423. Zoo ookachter straten, aldaar 727.

Achter rugghe,1730,achterwaarts. ZieHUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 219.

Aerminc,2077,2210,arm man,ongelukkige. Verg.HUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 418.

Aes,3114,spijs. ZieKIL.en verg.Velthem, bl. 268, 279.

Aex,701,735,bijl,akst. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 178–180.Lanc.21632 heefthache.

Af,21,1042,1348,van.

Afbernen,1506,afbranden.

Al,741,932,1257,geheel.

Al in een,1255,aanhoudend,voortdurend. ZieLsp. gloss.

Al te,784;2827alleente;zeer. ZieLsp. gloss.

Altehant,539,terstond.

Aldusghedaen,3054;aldustaen,862,zoodanig.

Algader,1276,1455,geheel en al.

Alghemene,3115,te samen.

Alnaect,1257,moedernaakt.

Als ende als,3010,3264,geheel en al; in de tweede plaats zooveel alsdringend.

Also, ofnoch also, bij een adject.meer, b.v.1342,noch also quaet,boozer. ZieHUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 169.

Also,1345,als,zoo als.

Altoos,2947,2986,altijd. ZieFloris, gloss.In de eerste plaats meer in den zin vanimmers, zoo als wij het nog wel gebruiken.

An, zieOnnen.

An, duidt in 't algemeen de betrekking aan, die wij nu eens dooraan, dan doorop,in,tot,bij,naar,nabijuitdrukken;93,1003,1102,1127,1248,1435,2274. De werkwoorden die op een of andere wijze eene ontleening van elders aanduiden, hebben in 't Mnl. den persoon van wien ontleend wordt metanverbonden bij zich: b.v.204,1427. Verg.Lsp. gloss.Daarmeê komt overeen hetdelen an hoghen aflate,2894; enversaden ane,212.

Andersins,84,in anderen zin,anders. Ietwat afwijkend is de beteekenisFloris1374, 3947.

Aneslaen,442,beginnen te zingen. ZieLsp. gloss.Nog van het zingen der vogels en het bassen der honden in gebruik.

Anevaerden,3314,de vaart ergens heen ondernemen;aggredi(KIL.).

Angaen,187,ondernemen,aanvangen,suscipere.

Angaen,814,aanvallen;261,tot zich nemen,zich meester maken van iets,aanvaarden.

Anscijn worden,1781,blijken. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 168–170.

Antien,2066,aantijgen. ZieLsp. gloss.opTien. Zie ook hier opdat woord.

Apeert,204,openlijk,blijkbaar,onbeschaamd.

Arbeit,743,2856,moeite.

Archede,2515,Archeit,2940,kwaad,boosheid,ondeugd. ZieLsp. gloss.

Arghertiere,2506,boos,ondeugend.

Avonture,624,de fortuin,het geluk(als persoon voorgesteld).Biaventure,161,349,2573,bij toeval.1393,401 var.,ongeval.4,31,verhaal van gebeurde zaken,geschiedenis.In avonture setten,1353,in de waagschaal stellen,op het spel zetten. Verg.GRIMMSuitstekende monografie over dit woord in de verschillende beteekenissen die het doorloopen heeft.

Bachten,1290,2881,van achter,aan den achterkant. Verg.CLIGNETT,Bijdr., bl. 374–375.

Baerde,701,bijl. Nog over inhellebaard.

Bake,217,227,1517,1523,2127,varken.

Balch,2800,ligchaam,buik, eigenl. eenhuidenzak.

Balch, zieBelghen.

Ban,264,KIL.:proclamatio,edictum publicum.

Ban,2700,banvloek,KIL.:Dira proscriptio,anathema. Zie nog andere beteekenissen van dit woord in de woordenlijsten op deDoctrinaleen deMnlp.

Banderside,1830,ter andere zijde. Zie hetgloss.op deLorreinen.

Baraet,353,483,1196,1486,1708,2049,2359,3073,3387,bedrog. Het is het franschebarat, en komt veel voor; zieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 210–211, enCLIGNETT,Bijdr., bl. 349–350.

Barbecane,522,voorwerk eener vesting; fransch woord, bij vlaamsche schrijvers niet ongewoon, b.v.Troj. Orl.(O. Vl. Ged.I), 3003.Rose, 3784, vindt men het ww.barbelcanen, in de beteekenis van:met een voormuur omgeven.

Baren,2380,zich vertoonen. Verg.Lorreinen gloss.

Bassen,1597,aanblaffen. Gewoonlijk wordt het intrans. gebruikt; zieCLIGNETT,Bijdr., bl. 157–159.

Bat, in 't rijm voorBet.

Bate,2893,voordeel. Maarbateis eigenlijkbetering,herstel, vandaarin bate staen,192,beteren,boeten. ZieLorreinen gloss.

Bedi,2975,3162,omdat;2331,2892,3110,want. Eigenlijk een oude instrumentaalvorm. Zie voorbeelden in de plaatsen aangehaaldDoctr. gloss.

Bedocht sijn,84,bedacht zijn,besluiten.

Bedraghen(Hem),2134,2654,2694,zich onderhouden,zich(met iets)behelpen. ZieLsp. gloss.

Bedraghen,2200,2235; part.bedreghen,2503,beschuldigen,aanklagen. ZieDE JAGER,Nalezing op 't gloss. van Prof.LULOFS, bl. 14–16.

Bedwanc,886,1845,dwang,overmacht. ZieFloris, 345, 2848.Car. en Eleg., 372, 1187.

Begheven,24,155,2940,nalaten;273,verlaten.

Begheven,1501,de wereld voor het klooster verlaten; het part.begheven,369,1488,van de wereld afgezonderd,geordend.

Beghien, part.beghiet,2934,erkennen.Maerl.,Sp. Hist., 3 Dl., bl. 257. ZieDE JAGER,Verscheidenheden, bl. 278–282.

Beghinnen, 3 p. sing. praet.begonste,64,146,1323(2110).Maerl.,Sp. Hist., 3 Dl., bl. 186, 286. Zie ookLsp. gloss.opbegan;HUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 41, 97; 2 Dl., bl. 487.

Begripen,32,berispen. Ziegloss.opDoctr.enLsp.

Behendichede,2465,beleid,slimheid. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 311–312.

Beiaert,1272,frequentamentum tintinnabulorum(KIL.).Den beiaert slaen,de klok luiden.

Beide,681,745,1491,beide,alle twee. Maar alsbeidevoorop staat, en gevolgd wordt door twee of drie verschillende zelfst. nw. beteekent hetzoowel — als, b.v.13,42,151,408,837,1268,1385,1691,1981,2308*,2761,2881. ZieHUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 65. De eigenlijke schrijfwijs in ons dichtstuk schijntbedegeweest te zijn, dat147in 't rijm voorkomt. Zoo ookFerg., 4947;Stoke, 1 B., 607.

Beiden,1101,1187,wachten.

Bejach,119,276,507,prooi,wat men door najagen verkrijgt.

Bejaghen,1941,2112,2897,3336, (door jagen)bemachtigen,verwerven. Verg.Lsp. gloss.

Becarmen,3038,weeklagen over iets.

Bekinnen,bekennen,2809,kennen;457,539,kennen,erkennen;983,herkennen. ZieLsp. gloss.

Beclaghen,1349,1375,aanklagen,verklagen;1529,beklagenin de tegenwoordige beteekenis.

Becnouwen,225,beknagen,afknagen.

Becomen,2100,2439,behagen,aangenaam zijn. ZieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 400.

Belanc sijn,2517,verwant zijn. Zie over de grondbeteekenis van het woordLsp. gloss.

Belghen(Hem), praet.balch,1749,2902,2955,3185,boos worden,zich vertoornen. ZieLsp. gloss.

Beloken,335,1169,2271,besloten; eigenlijk part. vanbeluken.

Belopen,349,achterhalen;2518,overwonnen(ingepakt).

Bem(Ic),525,1026,1357,1780,2073,2188,3096, regelmatige 1 pers. sing. praes. vansijn.

Beneden,777; moet men niet lezenbeneven? Vs.820vlg. schijnt dit vermoeden in de hand te werken.Benevenvindt men o. a.Troj. Orl., bijBLOMMAERT,OVl. Ged., 2 Dl., bl. 88, vs. 1154.

Benemen,2452,verhinderen,beletten. ZieLorreinen gloss.

Beniden,340,ergens nijd,afgunst over gevoelen. Verg.Tr. Orl.(BLOMMAERTI, bl. 18) vs. 1460.

Bequame,620,aangenaam. Verg.becomen.

Bequamelic,1118,aangenaam,wel smakend.

Beraden,beriet,beraden.Beradenis eigenlijk den raad tot iets geven, hetzij aan zichzelven of anderen. Vandaarhet initiatief tot iets nemen,iets bewerken, in verschillende schakeringen van beteekenis, afhankelijk van het doel waarmede ietsberadenwordt. Ten goede gaat de beteekenis licht over in die vanhelpen,verzorgen,iets verschaffen; ten kwade, in die vanberokkenen,op den hals halen. De persoon ten wiens behoeve, ten wiens voor- of nadeel dit geschiedt, staat in den dat., dieberadenwordt in acc. Zoo komt dit ww. in dit gedicht voor:435,551,592,639,1926,2198,2977,3213. Het part.beraden,478,1976, is eigenlijk:tot een besluit gekomen,besloten, en wordt met den genit. gekonstr. of doorso,also, nader bepaald.—Verg. hierraet.

Beringhen,779,omringen,insluiten. ZieHUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 453.

Bernen,303,1506,branden; nog over in onsbarnen.

Bescedenlike,1689,met maat en ingetogenheid. ZieLsp. gloss.de geheele bl. 377.

Bescelden, praet.bescalt,936,schelden,hoonen. Verg.scelden.

Besceren, part.bescoren,2692, (de kruin)scheeren.

Bescouwen,1583,aanschouwen,bezien.

Besculdich,53,schuldig. In denLanc.leest menbesculdichtin denzelfden zin.

Beseken, praet.besekede,75,bepissen.

Besien,1017,toezien.

Bespreken(Hem),435,467,overleggen,beraadslagen. ZieMnlp. gloss.

Bessem,722,bezem. Dezelfde uitspraak van het woord hoort men nog in sommige provinciale dialekten, b.v. in Overijssel.

Best(Du),du bist,920,2602, tweede pers sing. vanic bem.

Best,969,1005,1334, adverb.op de beste,de geschiktste wijze.

Beste(Die),86,de edelste,de voornaamste. Verg.Mnlp. gloss.

Bestgheboren,798,de voornaamste door geboorte. Zoo ookMAERL.,Sp. Hist., 1 Dl., bl. 383;Lanc.4485. Verg. hier2742.

Bestaen, intr. met DP.,1903,vermaagschapt zijn. ZieLorreinen, I, 615;Ferg., 343, en niet 1413, zoo alsLorr. gloss.verkeerd wordt opgegeven.

Bestaen, trans. met den acc.,553,970,1040,1095,1696,2604,ondernemen,aanvaarden; eigenlijkaanvallen(verg.aggredi).

Besteken,1197,aanranden;KIL.machinari,moliri.

Bestolen,2152, part. vanbestelen,gestolen.

Bet,Bat,255,540,1063,1633,2240,2399,3043,3349, adverb.beter.Te bat sijn,226,3165,voordeel,nut van iets hebben, met den DP. en GZ. Verg.Lsp. gloss.inbat.

Betegen, part. vanbetien,2504,aantijgen, met den DP. en AZ. Verg.Belg. Mus., IV, 330.

Betren,3400,vergoeden,boeten. ZieLorreinenenDoctr. gloss.

Bevaen,2731,bevangen;metnodebev.,517;in bliscap bev.,899;bevaen in goeden dinghen,2731;met loveren bevaen,43(omgeven,bedekt). Verg.Lsp. gloss.enFerg.1546.

Bevelen,382,1412,aanbevelen in de hoede van iemand, met DP. en AZ. Verg.Lsp. gloss.

Bewachten,405,bewaken.

Bewanen,2209,wanen,meenen;176,verwachten.Ferg.2004.

Bewant sijn,1630vanbewenden,wenden,keeren,in eenigen toestand of gesteldheid zijn. ZieMnlp. gloss.

Bewerven,2172,2866,verwerven.Flor.1202, 2862;Doctr.II, 3293. Verg.HUYD.,Proeve, 1 Dl., bl. 139.

Bi,117,123,378,2154,2573,2608,3170,door;565,bi mi,door mijn voorbeeld.

Bi,bij,in,tot,met;bi der siele,1275;bi siere eren,546;bi name,1001;bi denbuke,1581.

Bi,694,1889,aan,met.

Bi,602,650,879,1366,1620,1671,1709,1911,2046,2364,bij,nabij.

Bi,646,1496,3295,bij,langs.

Bile,816,bijl.

Bindesen,988, vul aan:bin desen worden, dus:intusschen,inmiddels.Binook buiten samenstelling is niet ongewoon, b.v.Wal.121, 202, 995.

Binnen(Hier),1308,2403,3440,intusschen,inmiddels.

Binnen gheboren,1795,aangeboren.Mnlp.heeftingeboren.

Bisant,1153,bysantijnsch goudstuk.Flor.2614, 2620, 2698, 2734, enz.Velth.bl. 256.

Bispel,181,spreekwoord. Verg.CLIGNETT,Bijdr., bl. 107.Flor.2147.

Blanden,2183,mengen. Hetmede blandenstaat tegenover hetbier brouwenvs.2180–1, verg.1960–1. De deensche liederen op Grimhilde beginnen met:hun ladermiöden blande, hun lader baade brygge ogblande. ZieGRIMM,R. F., bl. 279–280.Kil.kent het woordblandenalleen in de beteekenis vansmeeken,blandiri; maar het Eng. heeft nogto blend.

Blare,2470,de blare koe,de bonte koe,de bête noire,de zondebok. ZieLsp. gloss.opblaer.

Blenden,1843,de oogen uitsteken.Mnlp.I, 213.

Bleten,2090,blaten, van geiten en lammeren.Esopet, Fab. 30, vs. 2.

Blevenvoorghebleven, zieBliven.

Bliken,3358,blijken,aan den dag komen,zich vertoonen.Flor.1795.

Bliven,bleef, (ghe)bleven,866,1658,2037,3247,achterblijven. ZieHUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 26.

Bliven laten,1295,1299,laten varen,nalaten.

Bloet(Aleen),932,een bloed en al.

Bloot(Al),1670,openlijk,onbedekt. Verg.Lsp. gloss.

Bloterhuut,1262,in (zijne) bloote huid,naakt. Verg.bloots hoofds,ghetrects swerts(HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 352).

Blouwen, part.ghe-ofteblouwen,251,1584,1827,slaan. ZieHUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 172, enCLIGNETT,Bijdr., bl. 118–19.

Bodscap,477,481,1359,2454,boodschap.Troj. Orl., inBLOMMAERTSOudVl. Ged., I, bl. 43, vs. 37.

Boecstaef,459,letter. ZieKILIAEN, en verg.GRIMM,Deutsches WörterbuchII, bl. 479.

Borch,515,kasteel,burcht.

Borne,2558,2566,bron.

Bottelgier,2786,schenker;Flor.663, 3893;meester bottelgier,opperschenker, eene der voornaamste bedieningen ook aan het vlaamsche hof, zieWARNKOENIG,Hist. de la Flandre, tom. II, pag. 89. De toespeling op het bijbelsch verhaal van bakker en schenker behoeft geene nadere aanwijzing.

Boudelike,1772,stoutmoedig,Flor.2653, waarHOFFMANNhet ten onrechte vertaaltschnell.

Bout,1266,1769,stoutmoedig.

Braeuwen,2870,breeuwen, eigenlijk van het kalfateren van schepen gebruikt, en doorKIL.ook vertaald:infarcire. Hier gebezigd voor het opstoppen van den vogel die gemest wordt, en die onbewegelijk is omdat hij op een plank wordt vastgespijkerd.

Breken,2324,verbreken,te niet doen.Breken enderaden,531,radbraken.Brekenin dien zin leest men ookStoke, 5 B., 480; gewoonlijk heet hetradebraken; verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 378–379.

Brief,elk geschreven dokument, zieWal.2 Dl., bl. 127, 339.Lesen sonder brief,2228beteekent:uit het hoofd mededeelen, maar zoo naauwkeurig als of ik het geschreven voor mij had. Evenzoo leest menTroj. Orl.(Oudvl. Ged., I, bl. 44), vs. 123:


Back to IndexNext