Nomine Patrum, Christum file!Cel miel,10239.Jà est-ce la chose du mondeQue je miex aim et plus desirre.Qar m'i menez, biau très doz sire!Honich es ene soete spise,Rein.577.Die ic vore allen gherechten prise,Ende vore allen gerechten minne.Reinaert, helpt mi, dat ics ghewinne!Atant se mettent à la voie,10276.Onques n'i ot resne tenu,De si à tant qu'il sont venu......Ende liepen daer si lopen wilden,Rein.1165.Dat si nie toghel uphildenEer si quamen............Un chesne ot commencié à fendre:10282.Deus coins de chiesne toz entiersI avoit mis.Ene ekeRein.651.Die hi ontwee clieven soude,Ende hadde twee wegghen daerin ghesleghen.Or del mengier, puis irons boire.10290.Haddi gheten, so soudi drinken.Rein.706.Et Bruns i mist lors son musel,10292.El chesne, et les deus piez devant.(Bruun) thooft over die orenRein.678.Ende die verdere voete in stac.De loing esta, si le ramposne.10316..... hi sijn oom ghine rampineren.Rein.703.Qui portent tinel, et qui hache,10338.Qui flael, qui baston d'espine.Sulc was, die enen bessem brochte,Rein.722.Sulc enen vleghel, sulc een rake;Sulc quam ghelopen met enen stake..... Lanfroi10356.Qui devant vint à une hache.Vore hem allen guam gheronnenRein.734.Lamfroit met ere scaerper acx.Onc nus ne vit si lede beste!10364.Nie maecte God so lelic dier!Rein.746.Cil qui fet pingnes et lanternes.10393.Ene houtmakerigge van laternen.Rein.804.De quel ordre volez-vos estre,10414.Qui roge chaperon avez?In wat ordinen wildi u doen,Rein.943.Dat ghi draghet root capproen?Zie wegens de overeenkomst van vs. 10416 enRein.952–3de varianten op dit vers.Dist li rois: Bruns, qui t'a ce fet?10429.Ai God, wie heeften so mesmaect?Rein.987.Rois, fet-il, si m'a mal-bailli10434.Renarz, com vos povez véoir.Ende hevet mi ghemaect alse ghi siet.Rein.997.A véu l'oisel Saint-Martin.10472.Sach hiRein.1046.Sente Martins voghel, ende quam ghevloghenAssez si le hucha à destre:10473.Et li oisiax vint a sénestre.»Vliech te miere rechter hant!”Rein.1051.Die voghel vlooch..............................Ende vlooch Tibert ter luchter siden.Tybert, fet li Renarz, villecome.10493.Neve, ghi sijt mi willecome.Rein.1073.Mès sa parole que li coste?10498.Wat cost Reinaerde scone tale?Rein.1077.Martinet10564.Avoit au trou deus laz tenduz,Por Renart prendre, le gorpil,......................Et Renarz l'enging savoit bien.MartinetRein.1175.... hadde vor dat gat ghesetEen strec, den vos mede te vane:..................Dit wiste Reinaert, dat felle dier.Je t'atendré au trou çà fors.10573.Ende sal u hier buten beiden.Rein.1187.Tybert s'en eschape, li chaz,10605.Qu'il ot as denz mengié les laz.So dat hi metten tanden sinenRein.1316.Die pese midden beet ontwee.A tot le mains en sa paroche10631.Ne puet soner c'à une cloche.en es gheen lachter,Rein.1300.Dat hi ludet met ere clockn.Alez donc tost, si l'amenez,10653.Gardez sanz lui que revenez.Gaet, ende eer ghi wederkeert,Rein.1016.Besiet, dat Reinaert met u come.Qar je n'i voi prestre plus près.10744.Hier nes ander pape bi.Rein.1442.Se je muir, si serai toz sax.10730.Mine siele sal te claerre wesen.Rein.1445.Or s'en vont li baron à cort.10871.Die heren hebben den wech bestaenRein.1696.Tote des conincs hovewaert.Vers cele cort à ces gelines,10888.Là est la voie que lessons.Te ghenen hovewaertRein.1706.So leghet onse rechte strate.Fet-il, je l'avoie oblié.10896.Ic hads vergheten, lieve neve.Rein.1725.Et nequedent sovent colie10912.Vers les gelines cele part,Moult est dolent quant il s'en part;Et qui la teste li coupast,As gelines tantost alast.Hoe dicke sach Reinaert achter ruggheRein.1730.Weder, daer die hoenre ginghen!Hine conste hem niet bedwinghen,Hine moeste siere seden pleghen:Hadde men hem thooft af gesleghen,Het ware ten hoenrewaert ghevloghen.Et Bruns qui la teste ot vermeille.10938.Brune,Rein.1820.Dien noch bloedich es die cruneRois, fet Renarz, je vos salu10943.Con cil qui plus vos a valuQue tuit li baron de l'empire.Ic groet u, coninc, ende hebbes recht;Rein.1777.En hadde nie coninc enen cnechtSo ghetrouwe jeghen hemAls ic oit was ende bem.Qar cil sont serf par nature.10960.Die scalcheit es hem binnen gheboren.Rein.1795.Renart, Renart, dist l'emperère,11021.....................Bien savez parler et plaidier,Mès ce que vaut? n'i à mestier;N'en partirez en nule guiseQue de vos n'en face justise.Die coninc sprac: „Owi Reinaert,Rein.1800.Owi Reinaert, onreine quaet,Wat condi al scone ghelaet!Dat en can u ghehelpen niet een caf.Nu comt uwes smekens af:In werde bi smekene niet u vrient.Se Bruns.....10978.Et li vilains le ledenja,Et il por coi ne se venja?Was hi (Br.) teblouwen oft versproken,Rein.1827.Waer hi goet, het ware ghewroken.Et si me face ardoir ou pendre,11015.Qar ne me puis vers lui deffendre.Wildi mi sieden, ofte braden,Rein.1842.Ofte hanghen, ofte blenden,Ic ne mach u niet ontwenden.Mès ce seroit povre venjance.11018.Dat ware ene cranke wrake.Rein.1849.Ez-vos Renart le pelerin11169.Escherpe au col, bordon fresnin.Nu wart Reinaert pelgrijn,Rein.2997.....................Scerpe ende palster omme den hals.Dame, fet-il, vostre proière11189.Devroie-ge avoir moult chière;Moult par devroit estre haitiezPor qui proier daingneriez.Bidt vor mi, edele vrouwe,Rein.2745.Dat ic u met lieve weder scouwe.Opmerkelijk is ook nog dat de eigenaardige fransche vocativus(92)(vs. 10445):Où estes-vos, Tyberz li chaz?evenzoo in den Comburger codex (vs. 421) gevonden wordt:Die coninc sprac: Grimbert die das,U oomenz.Al die plaatsen komen zoo letterlijk overeen, dat er geen twijfel over kan blijven, of het eene stuk is eene vertaling van het andere. Maar ziet, er komen nu zoo vele afwijkingen in beiden voor, dat men weder begint te twijfelen en naar een ander origineel omziet. Men zal daarbij echter met omzichtigheid moeten te werk gaan.VI.Wat zou dat andere origineel kunnen zijn? Het ouder gedicht dat aan de fransche branche ten grondslag ligt? Men zou misschien geneigd zijn dit aan te nemen, als men durfde gissen, dat de veelvuldige gelijkluidende assonancen in denReinaert(zie boven,bl. XXVvlg.), ontstaan waren uit navolging van een fransch stuk dat intirades monorimesgeschreven was, hetgeen dan noodzakelijk ouder zou moeten zijn dan de 20ebranche, die inrimes platesis geschreven. Maar vooreerst is er geen spoor over van een fransch gedicht in tiensylbige regels uit dezen cyclus(93); en buitendien bewijst de eigenaardigheid van het vlaamsche gedicht niets, daar in geene andere vertaling van tiensylbige fransche verzen met assonnance eenig spoor van des oorspronkelijken versbouw over is. Overigens hebben wij reeds betoogd, dat juist de bekende fransche tekst veel nader aan dat origineel staat danonze vlaamscheReinaert(94). Dus eene andere omwerking van dien ouderen tekst misschien? Maar is het mogelijk aan eene andere fransche omwerking te denken, daar deReinaertjuist metMÉONSbranche zoo vele afwijkingen van het origineel gemeen heeft, en, gelijk wij zagen, niet slechts in het algemeen denzelfden geest als deze ademt, maar ook grootendeels denzelfden gang heeft, en daarenboven in een aantal plaatsen eene letterlijke, in een grooter aantal eene meer vrije navolging daarvan levert?Om alle onderstellingen uit te putten vragen wij nog: kan het ook eene omwerking der branche vanMÉONgeweest zijn? Maar ook dit is onmogelijk; daar zeer zeker een zoo voortreffelijk stuk veeleer zou zijn bewaard, dan het minder afgewerkte, waarvoor het in de plaats trad.Voegen wij er thans nog bij, dat de eigenaardigheid in het rijmsysteem van het vlaamsche stuk ook teruggevonden wordt in onze fransche branche, welke overeenkomst zeker geene toevallige kan zijn, en wel in rekening gebracht mag worden om de filiatie dezer twee stukken te betoogen(95).Vestigen wij voorts onze aandacht op dat gedeelte van ons vlaamsch gedicht dat het meest van het Fransch afwijkt, dan blijkt ons dit zoo eigenaardig Vlaamsch, dat het ons reeds terstond veel waarschijnlijker moet voorkomen, dat dit een zelfstandig, onvertaald, oorspronkelijk opgevat en bewerkt stuk moet zijn, gelijk ons later nog duidelijker zal blijken.Dit voert reeds tot het vermoeden, dat de overige afwijkingen van het Fransch ook wel een anderen grond konden hebben dan een ons onbekend ander origineel.Trouwens, heeft de vlaamsche dichter ook wel uitsluitend willen vertalen? Slaan wij het oog op hetgeen hij zelf zegt in den aanhef van zijn werk.Hij kende »davonturen van Reinaerde,” daar het hem immers anders niet had kunnen »vernoyen”, dat zijIn Dietsce onghemaket bleven.Het »vernoyede” hem zoo zeer,Dat hi die vite dede soeken,dat hij zich de levensbeschrijving verschafte,Ende hise na den Walschen boekenin Dietsce...... hevet begonnen.Hij zocht dus, of deed zoeken, de geheele vite, en bewerkte zijn gedicht niet naaréén boek, maar volgensDEfranscheBOEKEN.Dat hij zich hoofdzakelijk bepaalde tot dat gedeelte der sage dat, blijkens de verschillende navolgingen, reeds in 's dichters tijd voor het beste gehouden werd, en ook thans nog door alle beoordeelaars als de uitstekendste aller branches wordt aangemerkt(96), is hoogstnatuurlijk; maar slaafsche navolging hebben wij daarbij niet te wachten: verbeteringen, aanvullingen, die dan waarschijnlijk geput zullen zijn òf uit de andere fransche branches, òf uit de overlevering, die den dichter bekend was(97). Zien wij dit in de bijzonderheden.De grootste afwijking bestaat in het verhaal van hetgeen er ten hove gebeurde, nadat Reinaert er verschenenwas. In het Fransch schenkt de koning den vos vergiffenis op bloote voorspraak van Grimbert, zonder dat die genade gemotiveerd is, en alleen op voorwaarde dat Reinaert als pelgrim het heilige land zal bezoeken. Naauwelijks heeft hij genade verworven, en is hij buiten 's konings macht, of hij ontdoet zich, vs. 11262Et du bordon et de l'escherpe:Son cul en tert, volant les bestes,Puis si lor giete sor les testes.Nu stormt het geheele gevolg des konings hem na en jaagt hem binnen Malpertuis, waar hij veilig is,Où il ne crient ost ne asaut.Dan volgt een toevoegsel. Reinaerts burcht wordt belegerd: van zijne tinnen beschimpt de vos zijne belagers, en schoffeert zelfs op zekeren nacht de koningin. Maar bij die gelegenheid wordt de bedrieger gevangen genomen, die nu zou worden gehangen. Ter goeder ure kwamen echter Reinaerts echtgenoot en kinderen, en brachtenUn somier tot chargié d'avoir,dat zij den koning aanboden.Rois Nobles choisi le tresor,Vs. 11817.Qu'est devant li, d'argent et d'or;De l'avoir fu moult covoitos.Geen wonder dan ook, dat hij gaarne voor dien schat Reinaert op nieuw genade schonk.En dan volgt er (vs. 11853) waarschijnlijk een nieuw toevoegsel, waarbij wij ons niet zullen ophouden.Nu behoeft men denReinaertvan vs.1873af tot aan het einde slechts vluchtig te doorloopen, om zich van de meerdere voortreffelijkheid van het vlaamsche stuk boven zijn origineel te overtuigen. Alles is hier met uitnemende kunst behandeld: eenheid en samenhang zijntreffend behouden, omdat elke bijzonderheid goed en natuurlijk is gemotiveerd.En toch vond de dichter de aanleiding tot zijne hoofdmomenten in het fransche stuk. Reeds bij de derde indaging van Renart doet de koning hem daar weten dat hij met den strop zal gestraft worden; hij moet zich ten hove komen verantwoorden, en behoeft geld noch goede woorden meê te brengen (vs. 10724),Si n'i aport or ne argent(98);Als Reinaert voorts van de koningin een ring erlangt, zegt hij haar, vs. 11197:Redonrai vos de mes joiaxTant que vaura bien cent aniax;en later wordt hij werkelijk, onder bemiddeling der koningin, door een grooten schat van den dood vrijgekocht. Dit laatste heeft ook in denReinaertplaats, maar onder zeer gewijzigde omstandigheden; enROTHEheeft er reeds op gewezen, dat de schat, waardoor in het Fransch 's konings toorn gestild wordt, »rappelle l'idée générale d'un trésor qui influe sur la résolution du souverain. Mais”—voegt hij er bij—»il y a fort loin de là au trésor imaginaire deReineke”(99). Hoe groot het onderscheid ook zij, de overeenkomst van het gronddenkbeeld is onloochenbaar, gelijk wij ook later onder het frissche vleesch van onzenReinaerthet gebeente der fransche branche zullen kunnen tasten.De schat van koning Hermelinc wordt in het vlaamsche stuk zoo natuurlijk mogelijk in het verhaal gebracht, en heeft het dubbele voordeel, dat Reinaert daardoor niet alleen 's konings gunst verwerft, maar ook dat hij, vs.2175,Brune ende Isengrijn bedeIn veten ende in onghevalJeghen den coninc bringhen sal.Maar hoe kwam de dichter op de gedachte om op die wijze zijn voorbeeld te wijzigen? Blijkbaar putte hij die uit de traditie: »Dass Ermenrich in die erzählung gemengt ist,” zegtGRIMM(100), »verräth einen uralten Deutschen zug; wahrscheinlich ist eine flandrische tradition mit dabei im spiel.” En hij haalt daarbij eene plaats aan uit deMiracula Sti Bavonis, in de tiende eeuw geschreven, waaruit blijkt, dat men koning Hermenrijk voor den stichter der burcht te Gent hield, waar hij groote schatten vergaderd had(101).Het geheele denkbeeld van eene biecht kon hij uit de fransche 20e(16e) branche ontleend hebben, waarin zij althans met een woord wordt aangestipt; vs. 11717 raadt Grimbert den vos, die op 't punt stond van gehangen te worden,Or vos déussiez confesser,en wat later, vs. 11807, komt zijne vrouw met den schat aanAnçois qu'il ait dit sa confesse.Het denkbeeld om zich op den beer en den wolf te wreken, en hen van een deel van hunne huid te berooven, is niet aan de 20ebranche ontleend; maar het was blijkbaar oud. In het Fransch zoowel als in de latijnsche gedichten(102)vindt men dit incident in de verhalen waarin de kranke leeuw door den vos genezen wordt(103). En hetgeen merkwaardiger is, is dit, dat zoowel in denIsengrimus, den mhd.Reinhart, als in de 26e(21e) fransche branche, die wraakoefening voorafgegaan wordt van den hofdag waar Reinaert wordt aangeklaagd.Blijkbaar schijnt intusschen op den hofdag bij den kranken koning de aanklacht tegen den vos maar weinig plaats te hebben beslagen, gelijk deIsengrimusleert. Of dit tafreel van lieverlede meer in het breede is uitgewerkt, om eindelijk als zelfstandig verhaal te worden behandeld, dan of de afzonderlijke ding-dag aanleiding gaf tot meerder uitbreiding van soortgelijk verhaal in het eerste deel der branche van de genezing des konings, is niet licht uit te maken. Ik zou intusschen niet ongeneigd zijn het eerste aan te nemen. Daarvoor pleit, dunkt mij, vooreerst de samenvoeging in den mhd.Reinhart; maar ten anderen ook de 26e(21e) fransche branche.Zij begint ook met een hofdag op den Pinksterdag.Ce fu entor la Pantecoste,Vs. 17885.Que dant Nobles tenoit sa feste:Asanblée i ot mainte beste;....................Mais li chastelains de Val-gris,Dans Renarz, de qui toz max sort,N'ert pas adonc venu a cort.Isengrim begint ook hier de aanklacht tegen zijnen vijand, die echter door Tybert verdedigd wordt. Hoewel hij reeds herhaaldelijk gedaagd is,Plus de dis foiz, voire de vint,wordt hij opnieuw opgeroepen, eerst door den hond Roonel, wiens vrouw hem echter waarschuwt, zeggende, vs. 18172:Manbre-vos de Tybert le chat,A qui fist panre tant mal mors.Et de Belin, et de Brun l'ors,A qui il fist perdre la pelDes orailles dusc'au musel.Roonel volbrengt intusschen zijne boodschap, maar wordt door den vos in 't ongeluk gestort. Dan volbrengt het hert de tweede indaging, en ook deze bode komt slecht van de reis. De koning wordt daardoor zoo vertoornd, dat hij de koorts krijgt. Daarop begeeft Grimbert zich naar Reinaert om hem deze boodschap te brengen; waarop dan de geschiedenis der genezing des konings door den vos begint.Men ziet duidelijk, dat dit eene navolging is van de driedubbele daging uit onzenReinaert, gelijk reeds doorGRIMMis opgemerkt(104), die er echter op laat volgen: »gewis gab es ein älteres, mehr zu dem deutschen stimmendes franz. gedicht.” Hij zegt dit vooral met betrekking tot het laatste gedeelte der branche; maar wellicht geldt het evenzeer van het eerste stuk, dat zeer zeker »einen spätern umarbeiter verräth.”Daar hij nu een ouder gedicht omwerkte, kanzijneinleiding daarin niet voorhanden geweest zijn: hij heeft dus hier zijn voorbeeld veranderd. Hoe kwam hij daartoe? en waarom deed hij het juist zoo? Mij dunkt, het ligt voor de hand om aan te nemen, dat hij dat ouder eerste gedeelte niet opnam, omdat dit tot een zelfstandig gedicht verwerkt was. En dat dit juist het onze is geweest, is niet onwaarschijnlijk, omdat dit juist het best verklaart hoe hij juist eene blijkbare navolging van dit stuk voor het oorspronkelijke in de plaats schoof.Waarschijnlijk kende de dichter van denReinaertdien ouderen vorm, hetzij dan uit een der latijnsche stukken, denIsengrimusofReinardus, hetzij uit de mondelinge overlevering, daar hij waarschijnlijk het ouder fransche gedicht niet gekend heeft; en zoo kwam hij misschien op het denkbeeld om tot op eene zekerehoogte den draad weder op te vatten die zijn fransch voorbeeld had laten schieten.De mishandeling, het dooden van Cuwaert, hoewel in het Vlaamsch geheel anders verhaald, moet ook uit het Fransch ontleend zijn, en wel uit de 20ebranche. Daar heet het, vs. 11209 vlg., dat Renart na zijne begenadiging den haas, die zich in eene haag verborgen had, overweldigt en hem meêsleept:En quide bien livroison fèreVs. 11246.A ses faonz sans demorance.Maar het gelukte Couart den moordenaar te ontsnappen (vs. 11272), en zoo gewond en mishandeld als hij was(Les costez a toz pertuisiez,Vs. 11279.Que li bordons i fu fichiez;Et la pel des piez et des mainsA rompue, n'est mie sains.)zich voor 's konings voeten te werpen en om hulp te smeeken, waarop Noble, verontwaardigd over het verraad van Renart, beveelt hem na te zetten.Dat er werkelijk ontleening uit de fransche branche plaats had, mag ook daaruit worden opgemaakt, dat in 't Vlaamsch de misdaad aan Cuwaert gepleegd, niet gemotiveerd is; daar deze integendeel den vos, hoewel door angst gedreven, nog een dienst had gedaan, zie vs.2628vlg.Daarentegen had in 't Fransch de haas zich zijn ongeval op den hals gehaald; want toen men Renart ter galg voerde, en alle dieren hem te lijf gingen, had Couart hem van verre,De loing, que pas ne l'aprochoit,Vs. 11106.met een steen geworpen; en juist omdatEn a crollé le chief Renart,had de lafaard zich weggemaakt,Que onques puis ne fu véuz.en in de haag, waar hij zich verscholen had, ontdekt hem later Renart, die zich nu over den hoon hem aangedaan wil wreken.Eindelijk komen wij tot het slottafreel van onzenReinaert, datWILLEMSals een overgang tot het tweede boek beschouwde(105). Over de optreding van Firapeel hebben wij reeds gesproken(106): het is hier de plaats om een enkel woord te zeggen over de regels die hoofdzakelijk den grondslag vanWILLEMS'argument uitmaken; namelijk dat Firapeel zegt, vs.3406:Ende daer na sullen wi alle lopenNa Reinaerde, ende sulne vanghen,Ende bi siere kelen hanghen.Zijn deze woorden uit de fransche branche ontleend, dan vervalt natuurlijk de stelling vanWILLEMSzonder eenige tegenspraak. Welnu, als Cuwaert den koning Reinaerts nieuw verraad ontdekt heeft, roept Nobel uit, vs. 11290:Or sai bien q'à mavès me tient.Seignor, fet-il, or après tuit!Que je le voi où il s'enfuit:Par le cuer bé, s'il vos estort,Vos estes tuit pendu u mort,Et cil de vos qui le prendra,Toz ses lignages frans sera.De aanhaling zal genoegsaam zijn om te overtuigen, dat werkelijk de aangetogen woorden van onzenReinaertuit de pen vloeiden van den oudsten schrijver, en niet van den omwerker.In het origineel geven de mannen des konings gehoor aan zijne stem en jagen den verrader na, die zich eindelijk op zijne burcht bergt. In onze navolging kondit niet, omdat Reinaert zich reeds te Malpertuis bevond, vanwaar hij zich buitendien met al de zijnen in de woestijn terug trok (vs.3310–4).De laatst aangewezen plaats snijdt de mogelijkheid af om te denken aan een plan om later in het gedicht uitvoering te geven aan Firapeels belofte om Reinaert te vangen en te hangen.Heeft intusschen de dichter van denReinaerthet laatste gedeelte der branche waarin het beleg van Maupertuis beschreven wordt gekend?Het antwoord op die vraag kan niet anders dan bevestigend uitvallen.Het eerste gedeelte van het verhaal der gebeurtenissen na Reinaerts komst ten hove, tot aan zijne veroordeeling ter dood,Rein.vs.1756–1890stemt volmaakt overeen met vs. 10931–11094 van branche 20a; maar dan verlaat ons gedicht dit eerste gedeelte om zich nader aan 20baan te sluiten.Rein.vs.1892ziet men Grimbert met Reinaerts magen het hof verlaten, wantSine consten niet verdraghenNo sine consten niet ghedoghen,Dat men Reinaert vor haren oghenSoude hanghen alse een dief.Zoo iets wordt in 20aniet gevonden; maar later wordt in 20bGrimberts smart aangestipt, vs. 11635:Por Dant Renart que l'en devourePloure Grinbert et prie et oure:Ses parenz ert et ses amis,Liez le voit et entrepris,Ne set conment il le reqoe.Que la force n'est mie soe.Reinaertvs.1908zegt de koning, die verlangt een einde aan de zaak te maken:Twi sidi traech,Isengrijn ende here Bruun?....................Salmen hanghen, twine doetment dan?En ook 20bzegt Nobel tot Isengrin, vs. 11787:Ce dist li rois, pensez del pendre,Que je ne voil mès plus atendre.In denReinaertbereiden zich zijne drie vijanden, de wolf, de beer en de kater toe om zelf den valschen moordenaar te hangen. In 20aheet het alleen, vs. 11095:
Nomine Patrum, Christum file!Cel miel,10239.Jà est-ce la chose du mondeQue je miex aim et plus desirre.Qar m'i menez, biau très doz sire!Honich es ene soete spise,Rein.577.Die ic vore allen gherechten prise,Ende vore allen gerechten minne.Reinaert, helpt mi, dat ics ghewinne!Atant se mettent à la voie,10276.Onques n'i ot resne tenu,De si à tant qu'il sont venu......Ende liepen daer si lopen wilden,Rein.1165.Dat si nie toghel uphildenEer si quamen............Un chesne ot commencié à fendre:10282.Deus coins de chiesne toz entiersI avoit mis.Ene ekeRein.651.Die hi ontwee clieven soude,Ende hadde twee wegghen daerin ghesleghen.Or del mengier, puis irons boire.10290.Haddi gheten, so soudi drinken.Rein.706.Et Bruns i mist lors son musel,10292.El chesne, et les deus piez devant.(Bruun) thooft over die orenRein.678.Ende die verdere voete in stac.De loing esta, si le ramposne.10316..... hi sijn oom ghine rampineren.Rein.703.Qui portent tinel, et qui hache,10338.Qui flael, qui baston d'espine.Sulc was, die enen bessem brochte,Rein.722.Sulc enen vleghel, sulc een rake;Sulc quam ghelopen met enen stake..... Lanfroi10356.Qui devant vint à une hache.Vore hem allen guam gheronnenRein.734.Lamfroit met ere scaerper acx.Onc nus ne vit si lede beste!10364.Nie maecte God so lelic dier!Rein.746.Cil qui fet pingnes et lanternes.10393.Ene houtmakerigge van laternen.Rein.804.De quel ordre volez-vos estre,10414.Qui roge chaperon avez?In wat ordinen wildi u doen,Rein.943.Dat ghi draghet root capproen?
Nomine Patrum, Christum file!
Cel miel,10239.Jà est-ce la chose du mondeQue je miex aim et plus desirre.Qar m'i menez, biau très doz sire!Honich es ene soete spise,Rein.577.Die ic vore allen gherechten prise,Ende vore allen gerechten minne.Reinaert, helpt mi, dat ics ghewinne!
Atant se mettent à la voie,10276.Onques n'i ot resne tenu,De si à tant qu'il sont venu......Ende liepen daer si lopen wilden,Rein.1165.Dat si nie toghel uphildenEer si quamen............
Un chesne ot commencié à fendre:10282.Deus coins de chiesne toz entiersI avoit mis.Ene ekeRein.651.Die hi ontwee clieven soude,Ende hadde twee wegghen daerin ghesleghen.
Or del mengier, puis irons boire.10290.Haddi gheten, so soudi drinken.Rein.706.
Et Bruns i mist lors son musel,10292.El chesne, et les deus piez devant.(Bruun) thooft over die orenRein.678.Ende die verdere voete in stac.
De loing esta, si le ramposne.10316..... hi sijn oom ghine rampineren.Rein.703.
Qui portent tinel, et qui hache,10338.Qui flael, qui baston d'espine.Sulc was, die enen bessem brochte,Rein.722.Sulc enen vleghel, sulc een rake;Sulc quam ghelopen met enen stake.
.... Lanfroi10356.Qui devant vint à une hache.Vore hem allen guam gheronnenRein.734.Lamfroit met ere scaerper acx.
Onc nus ne vit si lede beste!10364.Nie maecte God so lelic dier!Rein.746.
Cil qui fet pingnes et lanternes.10393.Ene houtmakerigge van laternen.Rein.804.
De quel ordre volez-vos estre,10414.Qui roge chaperon avez?In wat ordinen wildi u doen,Rein.943.Dat ghi draghet root capproen?
Zie wegens de overeenkomst van vs. 10416 enRein.952–3de varianten op dit vers.
Dist li rois: Bruns, qui t'a ce fet?10429.Ai God, wie heeften so mesmaect?Rein.987.Rois, fet-il, si m'a mal-bailli10434.Renarz, com vos povez véoir.Ende hevet mi ghemaect alse ghi siet.Rein.997.A véu l'oisel Saint-Martin.10472.Sach hiRein.1046.Sente Martins voghel, ende quam ghevloghenAssez si le hucha à destre:10473.Et li oisiax vint a sénestre.»Vliech te miere rechter hant!”Rein.1051.Die voghel vlooch..............................Ende vlooch Tibert ter luchter siden.Tybert, fet li Renarz, villecome.10493.Neve, ghi sijt mi willecome.Rein.1073.Mès sa parole que li coste?10498.Wat cost Reinaerde scone tale?Rein.1077.Martinet10564.Avoit au trou deus laz tenduz,Por Renart prendre, le gorpil,......................Et Renarz l'enging savoit bien.MartinetRein.1175.... hadde vor dat gat ghesetEen strec, den vos mede te vane:..................Dit wiste Reinaert, dat felle dier.Je t'atendré au trou çà fors.10573.Ende sal u hier buten beiden.Rein.1187.Tybert s'en eschape, li chaz,10605.Qu'il ot as denz mengié les laz.So dat hi metten tanden sinenRein.1316.Die pese midden beet ontwee.A tot le mains en sa paroche10631.Ne puet soner c'à une cloche.en es gheen lachter,Rein.1300.Dat hi ludet met ere clockn.Alez donc tost, si l'amenez,10653.Gardez sanz lui que revenez.Gaet, ende eer ghi wederkeert,Rein.1016.Besiet, dat Reinaert met u come.Qar je n'i voi prestre plus près.10744.Hier nes ander pape bi.Rein.1442.Se je muir, si serai toz sax.10730.Mine siele sal te claerre wesen.Rein.1445.Or s'en vont li baron à cort.10871.Die heren hebben den wech bestaenRein.1696.Tote des conincs hovewaert.Vers cele cort à ces gelines,10888.Là est la voie que lessons.Te ghenen hovewaertRein.1706.So leghet onse rechte strate.Fet-il, je l'avoie oblié.10896.Ic hads vergheten, lieve neve.Rein.1725.Et nequedent sovent colie10912.Vers les gelines cele part,Moult est dolent quant il s'en part;Et qui la teste li coupast,As gelines tantost alast.Hoe dicke sach Reinaert achter ruggheRein.1730.Weder, daer die hoenre ginghen!Hine conste hem niet bedwinghen,Hine moeste siere seden pleghen:Hadde men hem thooft af gesleghen,Het ware ten hoenrewaert ghevloghen.Et Bruns qui la teste ot vermeille.10938.Brune,Rein.1820.Dien noch bloedich es die cruneRois, fet Renarz, je vos salu10943.Con cil qui plus vos a valuQue tuit li baron de l'empire.Ic groet u, coninc, ende hebbes recht;Rein.1777.En hadde nie coninc enen cnechtSo ghetrouwe jeghen hemAls ic oit was ende bem.Qar cil sont serf par nature.10960.Die scalcheit es hem binnen gheboren.Rein.1795.Renart, Renart, dist l'emperère,11021.....................Bien savez parler et plaidier,Mès ce que vaut? n'i à mestier;N'en partirez en nule guiseQue de vos n'en face justise.Die coninc sprac: „Owi Reinaert,Rein.1800.Owi Reinaert, onreine quaet,Wat condi al scone ghelaet!Dat en can u ghehelpen niet een caf.Nu comt uwes smekens af:In werde bi smekene niet u vrient.Se Bruns.....10978.Et li vilains le ledenja,Et il por coi ne se venja?Was hi (Br.) teblouwen oft versproken,Rein.1827.Waer hi goet, het ware ghewroken.Et si me face ardoir ou pendre,11015.Qar ne me puis vers lui deffendre.Wildi mi sieden, ofte braden,Rein.1842.Ofte hanghen, ofte blenden,Ic ne mach u niet ontwenden.Mès ce seroit povre venjance.11018.Dat ware ene cranke wrake.Rein.1849.Ez-vos Renart le pelerin11169.Escherpe au col, bordon fresnin.Nu wart Reinaert pelgrijn,Rein.2997.....................Scerpe ende palster omme den hals.Dame, fet-il, vostre proière11189.Devroie-ge avoir moult chière;Moult par devroit estre haitiezPor qui proier daingneriez.Bidt vor mi, edele vrouwe,Rein.2745.Dat ic u met lieve weder scouwe.
Dist li rois: Bruns, qui t'a ce fet?10429.Ai God, wie heeften so mesmaect?Rein.987.
Rois, fet-il, si m'a mal-bailli10434.Renarz, com vos povez véoir.Ende hevet mi ghemaect alse ghi siet.Rein.997.
A véu l'oisel Saint-Martin.10472.Sach hiRein.1046.Sente Martins voghel, ende quam ghevloghen
Assez si le hucha à destre:10473.Et li oisiax vint a sénestre.»Vliech te miere rechter hant!”Rein.1051.Die voghel vlooch..............................Ende vlooch Tibert ter luchter siden.
Tybert, fet li Renarz, villecome.10493.Neve, ghi sijt mi willecome.Rein.1073.
Mès sa parole que li coste?10498.Wat cost Reinaerde scone tale?Rein.1077.
Martinet10564.Avoit au trou deus laz tenduz,Por Renart prendre, le gorpil,......................Et Renarz l'enging savoit bien.MartinetRein.1175.... hadde vor dat gat ghesetEen strec, den vos mede te vane:..................Dit wiste Reinaert, dat felle dier.
Je t'atendré au trou çà fors.10573.Ende sal u hier buten beiden.Rein.1187.
Tybert s'en eschape, li chaz,10605.Qu'il ot as denz mengié les laz.So dat hi metten tanden sinenRein.1316.Die pese midden beet ontwee.
A tot le mains en sa paroche10631.Ne puet soner c'à une cloche.en es gheen lachter,Rein.1300.Dat hi ludet met ere clockn.
Alez donc tost, si l'amenez,10653.Gardez sanz lui que revenez.Gaet, ende eer ghi wederkeert,Rein.1016.Besiet, dat Reinaert met u come.
Qar je n'i voi prestre plus près.10744.Hier nes ander pape bi.Rein.1442.
Se je muir, si serai toz sax.10730.Mine siele sal te claerre wesen.Rein.1445.
Or s'en vont li baron à cort.10871.Die heren hebben den wech bestaenRein.1696.Tote des conincs hovewaert.
Vers cele cort à ces gelines,10888.Là est la voie que lessons.Te ghenen hovewaertRein.1706.So leghet onse rechte strate.
Fet-il, je l'avoie oblié.10896.Ic hads vergheten, lieve neve.Rein.1725.
Et nequedent sovent colie10912.Vers les gelines cele part,Moult est dolent quant il s'en part;Et qui la teste li coupast,As gelines tantost alast.Hoe dicke sach Reinaert achter ruggheRein.1730.Weder, daer die hoenre ginghen!Hine conste hem niet bedwinghen,Hine moeste siere seden pleghen:Hadde men hem thooft af gesleghen,Het ware ten hoenrewaert ghevloghen.
Et Bruns qui la teste ot vermeille.10938.Brune,Rein.1820.Dien noch bloedich es die crune
Rois, fet Renarz, je vos salu10943.Con cil qui plus vos a valuQue tuit li baron de l'empire.Ic groet u, coninc, ende hebbes recht;Rein.1777.En hadde nie coninc enen cnechtSo ghetrouwe jeghen hemAls ic oit was ende bem.
Qar cil sont serf par nature.10960.Die scalcheit es hem binnen gheboren.Rein.1795.
Renart, Renart, dist l'emperère,11021.....................Bien savez parler et plaidier,Mès ce que vaut? n'i à mestier;N'en partirez en nule guiseQue de vos n'en face justise.Die coninc sprac: „Owi Reinaert,Rein.1800.Owi Reinaert, onreine quaet,Wat condi al scone ghelaet!Dat en can u ghehelpen niet een caf.Nu comt uwes smekens af:In werde bi smekene niet u vrient.
Se Bruns.....10978.Et li vilains le ledenja,Et il por coi ne se venja?Was hi (Br.) teblouwen oft versproken,Rein.1827.Waer hi goet, het ware ghewroken.
Et si me face ardoir ou pendre,11015.Qar ne me puis vers lui deffendre.Wildi mi sieden, ofte braden,Rein.1842.Ofte hanghen, ofte blenden,Ic ne mach u niet ontwenden.
Mès ce seroit povre venjance.11018.Dat ware ene cranke wrake.Rein.1849.
Ez-vos Renart le pelerin11169.Escherpe au col, bordon fresnin.Nu wart Reinaert pelgrijn,Rein.2997.....................Scerpe ende palster omme den hals.
Dame, fet-il, vostre proière11189.Devroie-ge avoir moult chière;Moult par devroit estre haitiezPor qui proier daingneriez.Bidt vor mi, edele vrouwe,Rein.2745.Dat ic u met lieve weder scouwe.
Opmerkelijk is ook nog dat de eigenaardige fransche vocativus(92)(vs. 10445):
Où estes-vos, Tyberz li chaz?
Où estes-vos, Tyberz li chaz?
evenzoo in den Comburger codex (vs. 421) gevonden wordt:
Die coninc sprac: Grimbert die das,U oomenz.
Die coninc sprac: Grimbert die das,U oomenz.
Al die plaatsen komen zoo letterlijk overeen, dat er geen twijfel over kan blijven, of het eene stuk is eene vertaling van het andere. Maar ziet, er komen nu zoo vele afwijkingen in beiden voor, dat men weder begint te twijfelen en naar een ander origineel omziet. Men zal daarbij echter met omzichtigheid moeten te werk gaan.
Wat zou dat andere origineel kunnen zijn? Het ouder gedicht dat aan de fransche branche ten grondslag ligt? Men zou misschien geneigd zijn dit aan te nemen, als men durfde gissen, dat de veelvuldige gelijkluidende assonancen in denReinaert(zie boven,bl. XXVvlg.), ontstaan waren uit navolging van een fransch stuk dat intirades monorimesgeschreven was, hetgeen dan noodzakelijk ouder zou moeten zijn dan de 20ebranche, die inrimes platesis geschreven. Maar vooreerst is er geen spoor over van een fransch gedicht in tiensylbige regels uit dezen cyclus(93); en buitendien bewijst de eigenaardigheid van het vlaamsche gedicht niets, daar in geene andere vertaling van tiensylbige fransche verzen met assonnance eenig spoor van des oorspronkelijken versbouw over is. Overigens hebben wij reeds betoogd, dat juist de bekende fransche tekst veel nader aan dat origineel staat danonze vlaamscheReinaert(94). Dus eene andere omwerking van dien ouderen tekst misschien? Maar is het mogelijk aan eene andere fransche omwerking te denken, daar deReinaertjuist metMÉONSbranche zoo vele afwijkingen van het origineel gemeen heeft, en, gelijk wij zagen, niet slechts in het algemeen denzelfden geest als deze ademt, maar ook grootendeels denzelfden gang heeft, en daarenboven in een aantal plaatsen eene letterlijke, in een grooter aantal eene meer vrije navolging daarvan levert?
Om alle onderstellingen uit te putten vragen wij nog: kan het ook eene omwerking der branche vanMÉONgeweest zijn? Maar ook dit is onmogelijk; daar zeer zeker een zoo voortreffelijk stuk veeleer zou zijn bewaard, dan het minder afgewerkte, waarvoor het in de plaats trad.
Voegen wij er thans nog bij, dat de eigenaardigheid in het rijmsysteem van het vlaamsche stuk ook teruggevonden wordt in onze fransche branche, welke overeenkomst zeker geene toevallige kan zijn, en wel in rekening gebracht mag worden om de filiatie dezer twee stukken te betoogen(95).
Vestigen wij voorts onze aandacht op dat gedeelte van ons vlaamsch gedicht dat het meest van het Fransch afwijkt, dan blijkt ons dit zoo eigenaardig Vlaamsch, dat het ons reeds terstond veel waarschijnlijker moet voorkomen, dat dit een zelfstandig, onvertaald, oorspronkelijk opgevat en bewerkt stuk moet zijn, gelijk ons later nog duidelijker zal blijken.
Dit voert reeds tot het vermoeden, dat de overige afwijkingen van het Fransch ook wel een anderen grond konden hebben dan een ons onbekend ander origineel.
Trouwens, heeft de vlaamsche dichter ook wel uitsluitend willen vertalen? Slaan wij het oog op hetgeen hij zelf zegt in den aanhef van zijn werk.
Hij kende »davonturen van Reinaerde,” daar het hem immers anders niet had kunnen »vernoyen”, dat zij
In Dietsce onghemaket bleven.
In Dietsce onghemaket bleven.
Het »vernoyede” hem zoo zeer,
Dat hi die vite dede soeken,
Dat hi die vite dede soeken,
dat hij zich de levensbeschrijving verschafte,
Ende hise na den Walschen boekenin Dietsce...... hevet begonnen.
Ende hise na den Walschen boekenin Dietsce...... hevet begonnen.
Hij zocht dus, of deed zoeken, de geheele vite, en bewerkte zijn gedicht niet naaréén boek, maar volgensDEfranscheBOEKEN.
Dat hij zich hoofdzakelijk bepaalde tot dat gedeelte der sage dat, blijkens de verschillende navolgingen, reeds in 's dichters tijd voor het beste gehouden werd, en ook thans nog door alle beoordeelaars als de uitstekendste aller branches wordt aangemerkt(96), is hoogstnatuurlijk; maar slaafsche navolging hebben wij daarbij niet te wachten: verbeteringen, aanvullingen, die dan waarschijnlijk geput zullen zijn òf uit de andere fransche branches, òf uit de overlevering, die den dichter bekend was(97). Zien wij dit in de bijzonderheden.
De grootste afwijking bestaat in het verhaal van hetgeen er ten hove gebeurde, nadat Reinaert er verschenenwas. In het Fransch schenkt de koning den vos vergiffenis op bloote voorspraak van Grimbert, zonder dat die genade gemotiveerd is, en alleen op voorwaarde dat Reinaert als pelgrim het heilige land zal bezoeken. Naauwelijks heeft hij genade verworven, en is hij buiten 's konings macht, of hij ontdoet zich, vs. 11262
Et du bordon et de l'escherpe:Son cul en tert, volant les bestes,Puis si lor giete sor les testes.
Et du bordon et de l'escherpe:Son cul en tert, volant les bestes,Puis si lor giete sor les testes.
Nu stormt het geheele gevolg des konings hem na en jaagt hem binnen Malpertuis, waar hij veilig is,
Où il ne crient ost ne asaut.
Où il ne crient ost ne asaut.
Dan volgt een toevoegsel. Reinaerts burcht wordt belegerd: van zijne tinnen beschimpt de vos zijne belagers, en schoffeert zelfs op zekeren nacht de koningin. Maar bij die gelegenheid wordt de bedrieger gevangen genomen, die nu zou worden gehangen. Ter goeder ure kwamen echter Reinaerts echtgenoot en kinderen, en brachten
Un somier tot chargié d'avoir,
Un somier tot chargié d'avoir,
dat zij den koning aanboden.
Rois Nobles choisi le tresor,Vs. 11817.Qu'est devant li, d'argent et d'or;De l'avoir fu moult covoitos.
Rois Nobles choisi le tresor,Vs. 11817.Qu'est devant li, d'argent et d'or;De l'avoir fu moult covoitos.
Geen wonder dan ook, dat hij gaarne voor dien schat Reinaert op nieuw genade schonk.
En dan volgt er (vs. 11853) waarschijnlijk een nieuw toevoegsel, waarbij wij ons niet zullen ophouden.
Nu behoeft men denReinaertvan vs.1873af tot aan het einde slechts vluchtig te doorloopen, om zich van de meerdere voortreffelijkheid van het vlaamsche stuk boven zijn origineel te overtuigen. Alles is hier met uitnemende kunst behandeld: eenheid en samenhang zijntreffend behouden, omdat elke bijzonderheid goed en natuurlijk is gemotiveerd.
En toch vond de dichter de aanleiding tot zijne hoofdmomenten in het fransche stuk. Reeds bij de derde indaging van Renart doet de koning hem daar weten dat hij met den strop zal gestraft worden; hij moet zich ten hove komen verantwoorden, en behoeft geld noch goede woorden meê te brengen (vs. 10724),
Si n'i aport or ne argent(98);
Si n'i aport or ne argent(98);
Als Reinaert voorts van de koningin een ring erlangt, zegt hij haar, vs. 11197:
Redonrai vos de mes joiaxTant que vaura bien cent aniax;
Redonrai vos de mes joiaxTant que vaura bien cent aniax;
en later wordt hij werkelijk, onder bemiddeling der koningin, door een grooten schat van den dood vrijgekocht. Dit laatste heeft ook in denReinaertplaats, maar onder zeer gewijzigde omstandigheden; enROTHEheeft er reeds op gewezen, dat de schat, waardoor in het Fransch 's konings toorn gestild wordt, »rappelle l'idée générale d'un trésor qui influe sur la résolution du souverain. Mais”—voegt hij er bij—»il y a fort loin de là au trésor imaginaire deReineke”(99). Hoe groot het onderscheid ook zij, de overeenkomst van het gronddenkbeeld is onloochenbaar, gelijk wij ook later onder het frissche vleesch van onzenReinaerthet gebeente der fransche branche zullen kunnen tasten.
De schat van koning Hermelinc wordt in het vlaamsche stuk zoo natuurlijk mogelijk in het verhaal gebracht, en heeft het dubbele voordeel, dat Reinaert daardoor niet alleen 's konings gunst verwerft, maar ook dat hij, vs.2175,
Brune ende Isengrijn bedeIn veten ende in onghevalJeghen den coninc bringhen sal.
Brune ende Isengrijn bedeIn veten ende in onghevalJeghen den coninc bringhen sal.
Maar hoe kwam de dichter op de gedachte om op die wijze zijn voorbeeld te wijzigen? Blijkbaar putte hij die uit de traditie: »Dass Ermenrich in die erzählung gemengt ist,” zegtGRIMM(100), »verräth einen uralten Deutschen zug; wahrscheinlich ist eine flandrische tradition mit dabei im spiel.” En hij haalt daarbij eene plaats aan uit deMiracula Sti Bavonis, in de tiende eeuw geschreven, waaruit blijkt, dat men koning Hermenrijk voor den stichter der burcht te Gent hield, waar hij groote schatten vergaderd had(101).
Het geheele denkbeeld van eene biecht kon hij uit de fransche 20e(16e) branche ontleend hebben, waarin zij althans met een woord wordt aangestipt; vs. 11717 raadt Grimbert den vos, die op 't punt stond van gehangen te worden,
Or vos déussiez confesser,
Or vos déussiez confesser,
en wat later, vs. 11807, komt zijne vrouw met den schat aan
Ançois qu'il ait dit sa confesse.
Ançois qu'il ait dit sa confesse.
Het denkbeeld om zich op den beer en den wolf te wreken, en hen van een deel van hunne huid te berooven, is niet aan de 20ebranche ontleend; maar het was blijkbaar oud. In het Fransch zoowel als in de latijnsche gedichten(102)vindt men dit incident in de verhalen waarin de kranke leeuw door den vos genezen wordt(103). En hetgeen merkwaardiger is, is dit, dat zoowel in denIsengrimus, den mhd.Reinhart, als in de 26e(21e) fransche branche, die wraakoefening voorafgegaan wordt van den hofdag waar Reinaert wordt aangeklaagd.
Blijkbaar schijnt intusschen op den hofdag bij den kranken koning de aanklacht tegen den vos maar weinig plaats te hebben beslagen, gelijk deIsengrimusleert. Of dit tafreel van lieverlede meer in het breede is uitgewerkt, om eindelijk als zelfstandig verhaal te worden behandeld, dan of de afzonderlijke ding-dag aanleiding gaf tot meerder uitbreiding van soortgelijk verhaal in het eerste deel der branche van de genezing des konings, is niet licht uit te maken. Ik zou intusschen niet ongeneigd zijn het eerste aan te nemen. Daarvoor pleit, dunkt mij, vooreerst de samenvoeging in den mhd.Reinhart; maar ten anderen ook de 26e(21e) fransche branche.
Zij begint ook met een hofdag op den Pinksterdag.
Ce fu entor la Pantecoste,Vs. 17885.Que dant Nobles tenoit sa feste:Asanblée i ot mainte beste;....................Mais li chastelains de Val-gris,Dans Renarz, de qui toz max sort,N'ert pas adonc venu a cort.
Ce fu entor la Pantecoste,Vs. 17885.Que dant Nobles tenoit sa feste:Asanblée i ot mainte beste;....................Mais li chastelains de Val-gris,Dans Renarz, de qui toz max sort,N'ert pas adonc venu a cort.
Isengrim begint ook hier de aanklacht tegen zijnen vijand, die echter door Tybert verdedigd wordt. Hoewel hij reeds herhaaldelijk gedaagd is,
Plus de dis foiz, voire de vint,
Plus de dis foiz, voire de vint,
wordt hij opnieuw opgeroepen, eerst door den hond Roonel, wiens vrouw hem echter waarschuwt, zeggende, vs. 18172:
Manbre-vos de Tybert le chat,A qui fist panre tant mal mors.Et de Belin, et de Brun l'ors,A qui il fist perdre la pelDes orailles dusc'au musel.
Manbre-vos de Tybert le chat,A qui fist panre tant mal mors.Et de Belin, et de Brun l'ors,A qui il fist perdre la pelDes orailles dusc'au musel.
Roonel volbrengt intusschen zijne boodschap, maar wordt door den vos in 't ongeluk gestort. Dan volbrengt het hert de tweede indaging, en ook deze bode komt slecht van de reis. De koning wordt daardoor zoo vertoornd, dat hij de koorts krijgt. Daarop begeeft Grimbert zich naar Reinaert om hem deze boodschap te brengen; waarop dan de geschiedenis der genezing des konings door den vos begint.
Men ziet duidelijk, dat dit eene navolging is van de driedubbele daging uit onzenReinaert, gelijk reeds doorGRIMMis opgemerkt(104), die er echter op laat volgen: »gewis gab es ein älteres, mehr zu dem deutschen stimmendes franz. gedicht.” Hij zegt dit vooral met betrekking tot het laatste gedeelte der branche; maar wellicht geldt het evenzeer van het eerste stuk, dat zeer zeker »einen spätern umarbeiter verräth.”
Daar hij nu een ouder gedicht omwerkte, kanzijneinleiding daarin niet voorhanden geweest zijn: hij heeft dus hier zijn voorbeeld veranderd. Hoe kwam hij daartoe? en waarom deed hij het juist zoo? Mij dunkt, het ligt voor de hand om aan te nemen, dat hij dat ouder eerste gedeelte niet opnam, omdat dit tot een zelfstandig gedicht verwerkt was. En dat dit juist het onze is geweest, is niet onwaarschijnlijk, omdat dit juist het best verklaart hoe hij juist eene blijkbare navolging van dit stuk voor het oorspronkelijke in de plaats schoof.
Waarschijnlijk kende de dichter van denReinaertdien ouderen vorm, hetzij dan uit een der latijnsche stukken, denIsengrimusofReinardus, hetzij uit de mondelinge overlevering, daar hij waarschijnlijk het ouder fransche gedicht niet gekend heeft; en zoo kwam hij misschien op het denkbeeld om tot op eene zekerehoogte den draad weder op te vatten die zijn fransch voorbeeld had laten schieten.
De mishandeling, het dooden van Cuwaert, hoewel in het Vlaamsch geheel anders verhaald, moet ook uit het Fransch ontleend zijn, en wel uit de 20ebranche. Daar heet het, vs. 11209 vlg., dat Renart na zijne begenadiging den haas, die zich in eene haag verborgen had, overweldigt en hem meêsleept:
En quide bien livroison fèreVs. 11246.A ses faonz sans demorance.
En quide bien livroison fèreVs. 11246.A ses faonz sans demorance.
Maar het gelukte Couart den moordenaar te ontsnappen (vs. 11272), en zoo gewond en mishandeld als hij was
(Les costez a toz pertuisiez,Vs. 11279.Que li bordons i fu fichiez;Et la pel des piez et des mainsA rompue, n'est mie sains.)
(Les costez a toz pertuisiez,Vs. 11279.Que li bordons i fu fichiez;Et la pel des piez et des mainsA rompue, n'est mie sains.)
zich voor 's konings voeten te werpen en om hulp te smeeken, waarop Noble, verontwaardigd over het verraad van Renart, beveelt hem na te zetten.
Dat er werkelijk ontleening uit de fransche branche plaats had, mag ook daaruit worden opgemaakt, dat in 't Vlaamsch de misdaad aan Cuwaert gepleegd, niet gemotiveerd is; daar deze integendeel den vos, hoewel door angst gedreven, nog een dienst had gedaan, zie vs.2628vlg.
Daarentegen had in 't Fransch de haas zich zijn ongeval op den hals gehaald; want toen men Renart ter galg voerde, en alle dieren hem te lijf gingen, had Couart hem van verre,
De loing, que pas ne l'aprochoit,Vs. 11106.
De loing, que pas ne l'aprochoit,Vs. 11106.
met een steen geworpen; en juist omdat
En a crollé le chief Renart,
En a crollé le chief Renart,
had de lafaard zich weggemaakt,
Que onques puis ne fu véuz.
Que onques puis ne fu véuz.
en in de haag, waar hij zich verscholen had, ontdekt hem later Renart, die zich nu over den hoon hem aangedaan wil wreken.
Eindelijk komen wij tot het slottafreel van onzenReinaert, datWILLEMSals een overgang tot het tweede boek beschouwde(105). Over de optreding van Firapeel hebben wij reeds gesproken(106): het is hier de plaats om een enkel woord te zeggen over de regels die hoofdzakelijk den grondslag vanWILLEMS'argument uitmaken; namelijk dat Firapeel zegt, vs.3406:
Ende daer na sullen wi alle lopenNa Reinaerde, ende sulne vanghen,Ende bi siere kelen hanghen.
Ende daer na sullen wi alle lopenNa Reinaerde, ende sulne vanghen,Ende bi siere kelen hanghen.
Zijn deze woorden uit de fransche branche ontleend, dan vervalt natuurlijk de stelling vanWILLEMSzonder eenige tegenspraak. Welnu, als Cuwaert den koning Reinaerts nieuw verraad ontdekt heeft, roept Nobel uit, vs. 11290:
Or sai bien q'à mavès me tient.Seignor, fet-il, or après tuit!Que je le voi où il s'enfuit:Par le cuer bé, s'il vos estort,Vos estes tuit pendu u mort,Et cil de vos qui le prendra,Toz ses lignages frans sera.
Or sai bien q'à mavès me tient.Seignor, fet-il, or après tuit!Que je le voi où il s'enfuit:Par le cuer bé, s'il vos estort,Vos estes tuit pendu u mort,Et cil de vos qui le prendra,Toz ses lignages frans sera.
De aanhaling zal genoegsaam zijn om te overtuigen, dat werkelijk de aangetogen woorden van onzenReinaertuit de pen vloeiden van den oudsten schrijver, en niet van den omwerker.
In het origineel geven de mannen des konings gehoor aan zijne stem en jagen den verrader na, die zich eindelijk op zijne burcht bergt. In onze navolging kondit niet, omdat Reinaert zich reeds te Malpertuis bevond, vanwaar hij zich buitendien met al de zijnen in de woestijn terug trok (vs.3310–4).
De laatst aangewezen plaats snijdt de mogelijkheid af om te denken aan een plan om later in het gedicht uitvoering te geven aan Firapeels belofte om Reinaert te vangen en te hangen.
Heeft intusschen de dichter van denReinaerthet laatste gedeelte der branche waarin het beleg van Maupertuis beschreven wordt gekend?
Het antwoord op die vraag kan niet anders dan bevestigend uitvallen.
Het eerste gedeelte van het verhaal der gebeurtenissen na Reinaerts komst ten hove, tot aan zijne veroordeeling ter dood,Rein.vs.1756–1890stemt volmaakt overeen met vs. 10931–11094 van branche 20a; maar dan verlaat ons gedicht dit eerste gedeelte om zich nader aan 20baan te sluiten.
Rein.vs.1892ziet men Grimbert met Reinaerts magen het hof verlaten, want
Sine consten niet verdraghenNo sine consten niet ghedoghen,Dat men Reinaert vor haren oghenSoude hanghen alse een dief.
Sine consten niet verdraghenNo sine consten niet ghedoghen,Dat men Reinaert vor haren oghenSoude hanghen alse een dief.
Zoo iets wordt in 20aniet gevonden; maar later wordt in 20bGrimberts smart aangestipt, vs. 11635:
Por Dant Renart que l'en devourePloure Grinbert et prie et oure:Ses parenz ert et ses amis,Liez le voit et entrepris,Ne set conment il le reqoe.Que la force n'est mie soe.
Por Dant Renart que l'en devourePloure Grinbert et prie et oure:Ses parenz ert et ses amis,Liez le voit et entrepris,Ne set conment il le reqoe.Que la force n'est mie soe.
Reinaertvs.1908zegt de koning, die verlangt een einde aan de zaak te maken:
Twi sidi traech,Isengrijn ende here Bruun?....................Salmen hanghen, twine doetment dan?
Twi sidi traech,Isengrijn ende here Bruun?....................Salmen hanghen, twine doetment dan?
En ook 20bzegt Nobel tot Isengrin, vs. 11787:
Ce dist li rois, pensez del pendre,Que je ne voil mès plus atendre.
Ce dist li rois, pensez del pendre,Que je ne voil mès plus atendre.
In denReinaertbereiden zich zijne drie vijanden, de wolf, de beer en de kater toe om zelf den valschen moordenaar te hangen. In 20aheet het alleen, vs. 11095: