EEN ZONNETJEEen zonnetje op den levensweg!Al schijnt het ook maar tusschenbeide,Zoo nu en dan eens vriendlijk mild,Oase in leege barre heide;Of als ’t aldaagsche haverveld,Waar men een veldviooltje ook telt!Dat lonkt en lokt bij ’t ernstig groen,—’t Welk op den luchtstroom is gaan hangen,Om van het Zuid den zonnegloed,Tot ’s menschen nooddruft straks te erlangen—Slechts ernstig ruischend, dat nooit lacht,Als ’t schoone bloemje in kleurenpracht.Zoo’n teeder bloemje is ’t sprekend oog,Van vreugde bij den ernst des levens,Dat troost en opheft altijd weer,En levenslust teruggeeft tevens:Zoodat er wijss’lijk tegenwicht,In beider schaal voor ieder ligt.
Een zonnetje op den levensweg!Al schijnt het ook maar tusschenbeide,Zoo nu en dan eens vriendlijk mild,Oase in leege barre heide;Of als ’t aldaagsche haverveld,Waar men een veldviooltje ook telt!
Dat lonkt en lokt bij ’t ernstig groen,—’t Welk op den luchtstroom is gaan hangen,Om van het Zuid den zonnegloed,Tot ’s menschen nooddruft straks te erlangen—Slechts ernstig ruischend, dat nooit lacht,Als ’t schoone bloemje in kleurenpracht.
Zoo’n teeder bloemje is ’t sprekend oog,Van vreugde bij den ernst des levens,Dat troost en opheft altijd weer,En levenslust teruggeeft tevens:Zoodat er wijss’lijk tegenwicht,In beider schaal voor ieder ligt.