Zomernacht

Zomernacht’t Is nacht, maar welk een nacht!De droom eens dags, en de echo van het leven,Dat weggestorven is, en zacht schijnt voort te zweven,En zich heeft opgelost in maneschijn en sterrenpracht.O heerlijk beeld van kalmte, stilte en rust!De voorhang van ’t onzichtbre, van den hemel,Is voor een wijl thans opgelicht; het aardsch gewemel,Verstomt, verzinkt in ’t niet, wordt thans in diepen slaap gesust.’t Is of de Heer, de Schepper heden zelf,Langs myriaden werelden, langs zonnen,Den grooten wandeltocht naar de aarde heeft begonnen,Langs zeëen licht, van af het hooge flikk’rend stergewelf.Een voorgevoel er van, had wel Natuur:Nu zelf de Oneindige ter nederdaalde;Thans in dit plechtig uur, waarbij geen uur ooit haalde,Als ware het een bid- of dankstond in dit uur.

’t Is nacht, maar welk een nacht!De droom eens dags, en de echo van het leven,Dat weggestorven is, en zacht schijnt voort te zweven,En zich heeft opgelost in maneschijn en sterrenpracht.

O heerlijk beeld van kalmte, stilte en rust!De voorhang van ’t onzichtbre, van den hemel,Is voor een wijl thans opgelicht; het aardsch gewemel,Verstomt, verzinkt in ’t niet, wordt thans in diepen slaap gesust.

’t Is of de Heer, de Schepper heden zelf,Langs myriaden werelden, langs zonnen,Den grooten wandeltocht naar de aarde heeft begonnen,Langs zeëen licht, van af het hooge flikk’rend stergewelf.

Een voorgevoel er van, had wel Natuur:Nu zelf de Oneindige ter nederdaalde;Thans in dit plechtig uur, waarbij geen uur ooit haalde,Als ware het een bid- of dankstond in dit uur.


Back to IndexNext