DERDE BEDRIJF.

[Inhoud]DERDE BEDRIJF.(Het onveranderd tooneel van het tweede Bedrijf. In Droomelot’s cel ligt op de tafel een fleurig kleed, waarop een vaas met bloemen—in het midden staat een divan met smyrnaasch tapijt.)[Inhoud]Eerste Tooneel.Sero, 2deWachter, Arts.2deWachter.(Sero, die met het hoofd op de erwtenbaal op den grond ligt, ’n trap gevend).Wat is dat nou? Hé!… Hé!… Slaap jij alweer!(naar het uitgeslagen, onbeslapen bed aan den wand kijkend)—Of heb je niet geslapen?Sero.(versuft opzittend)Ik heb—ik heb—ik heb zóó goed geslapen, dat ik nog dronken ben …2deWachter.Sta op!(rukt hem aan den schouder)Sta op![469]Sero.Dat wil ik wel(poogt op te staan)—dat wil ik zeker wel—maar wil is niet genoeg!(smakt terug)Je moet me, kameraad, ’n steuntje geven …2deWachter.(hem ruw onder de armen grijpend)Vooruit! Schiet op! Ik ben jouw kruier niet!…Sero.Ik dank je zeer. Bij Jericho heeft zelfs de Samarieter béter niet geholpen … Nee, laat me nog niet los … ’t Is nog ’n afstand tot ’t bed. En zak ik in, moet jij je weer verneedren door me op te rapen!(zit op bedhoek. De wachter veegt nijdig z’n uniform af)Ja, vuil geeft af! Van buiten en van binnen!2deWachter.Ik waarschuw je—je kent me nou!Sero.(knikt)Ik kèn je vuisten en je voeten, je vloeken en je vlakke hand al haast twee maanden, niet? Twee maanden, ja! Jij heb ’n toekomst, vriend. Nog eer ik hier krepeer, krijg jij ’n ééreteeken daar—en welverdiend!… Tot zelfs m’n makker, in ’t hol hierboven, heb jij met klappen ’t kloppen afgeleerd …2deWachter.Je brood—je water, bek gehouen! En als je ’t weer niet lust: ’t komt terug—’t komt terug, hard als ’n bikkel! En zien wie ’t ’t laatste wint! Sta op! De dokter! Ben je blind?Arts.Wel nummer-zooveel, zit je alweer op?(tot wachter)Is hier geen stoel? Moet ’k op den grond gaan knielen bij patiënten?[470]2deWachter.De order is dat hij geen stoel meer krijgt!Arts.Ja, ja—dat ’s best—maar ik, maar ik?2deWachter.’k Breng ù ’r daadlijk een!(af)Arts.En jij? En jij? Nog altijd duizlig en eens af en toe ’n flauwte?(Sero knikt glimlachend)Ja, ja, dat is ’t hart, ’t hart. Je hart dat is vergroot, te groot; daar zijn geen kruiden voor gewassen!(tot wachter met stoet)Ik dank je wel!(Wachter bij deur)Je moet geen vrachten tillen en geen trappen loopen en naar—omstandigheden je ontzien!Sero.(spottend)Geen koffie en geen sterke drank?Arts.Nee, nee. Je tong!Sero.Geen lange wandeltochten, geen tabak?Arts.Nee,nee. Je tong!Sero.Niet dansen en geen zwaar verkeer met vrouwen?Arts.(afwezig)Nee! nee!(plots vinnig)Nee, Nee! Hoe heb ik ’t met jou? Zit jij me voor de mal te houen?(Sero steekt z’n tong uit, schudt ’t hoofd).2deWachter.Als u me noodig heeft, meneer de dokter!Arts.(wenkt hem heen te gaan. Wachter achter deuropening[471]op en neer)Gezien! Gezien! Je pols … Heb je vannacht geslapen? … Nu!Sero.’k Lei op den grond en had geen fut meer in m’n bed te kruipen … ’t Is mal, ’t is zot, hoe je dan tobben kan en in ’t donker dingen zwarter dènkt dan ze bestaan …Arts.(hem wenkend te zwijgen)Ja, ja! Hoe werkt je maag?Sero.Heeft in de laatste dagen wat geluierd—en ’k heb geen beitel om m’n brood voor ’t heilig avondmaal te brokken!(laat het brood dat hij met de vrije hand opgenomen heeft op den grond vallen)Ik wou … Ik wou …(strijkt zich moeilijk langs ’t voorhoofd)Vreemd, dat je ziel zoo in en uit je lichaam gaat …(zakt achterover).Arts.(zich over hem buigend)Dat schijnt nog niet de láátste keer …(tot wachter)Hé, jij—maak jij dat raam ’ns open!2deWachter.Ja, als ’t móét—maar doen mag ik ’t niet!Arts.Als ik ’t zeg, dan is ’t noodig! Hij ligt in onmacht—vlug wat buitenlucht!2deWachter.(met ’n sleutel het kastje van de lijn openend en het tuimelraam vierend)Nou, as ’t lee an mijn, dan bleef-ie waar-ie leit! De dokter heeft geen flauw benul, wat judas of die kerel is! Niet[472]één dief, niet één moordenaar, in ’t heele huis, zit zoo vol vuile praat en vuile streken as deze gladde boef. An dat gaat niemendal verloren! Gift, haat en ongeloof!Arts.Ja, ja,—maar ’t is ’n mensch, al deugt-ie niet, en zieke harten geven zieke hersnen … Als-ie familie heeft en de Regent ’t wil, dan moet gewaarschuwd worden. De veer van ’t werk is stuk.2deWachter.’t Werd tijd!(kinderstemmen buiten).Arts.Is ’r ’n vrouw?2deWachter.’n Hoer.Arts.’n Kind?2deWachter.’n Jong, hiernaast! Wordt door Zijn Excellentie achterna-geloopen! Ik knijp ’n oogie dicht …Arts..(de kinderstemmen bedoelend)Is dat de straat?2deWachter.Nee, dokter, dat ’s ’t plein—en wat u hoort …(Sero zit langzaam-tastend op).Arts.(wenkt Wachter heen te gaan)Wel, was ’t weer even mis?Sero.(luistert hijgend naar de geluiden, zakt van het bed op de knieën, snikt ’t steunend uit).[473]Arts.Kom nu—dat’s niet zoo goed voor je, je op te winden!Sero.(hem met armgebaar afwerend)Doe dan dat raam weer dicht!Arts.Dat raam weer dicht? ’t Is voor je bestwil nummer zooveel!Sero.Doe dicht dat raam—ik heb ’t koud!Arts.Je heb ’t koud? Stop jij daarvoor je vingers in je ooren? ’t Is buiten heerlijk warm!… Kom, kom, wees man! Wil je je vrouw nog zien?(Sero schudt woest het hoofd)Je dochter dan?(Sero staart naar ijzeren val, schudt het hoofd)Nee? Heb ’k goed begrepen?Sero.(naar den val starend)… Ik wil ’r zien, als ze geen tafel heeft …Arts.Geen tafel … Wat zegt je nu …?Sero.(moeilijk opstaand)…Ikhad ’r geen—en aan de schuif is nog geen hand geweest—geen wachtershand—en niet de hare … ’k Heb meer dan zestig dagen, uur aan uur, en nacht aan nacht … Ben jij hiernaast geweest? Hééft ze ’n tafel en ’n stoel? Dat kan ’k dien man niet vragen, die me trapt en slaat op hoog bevel, en me op hoog bevel m’n krachten heeft genomen, omdat ’n galg zoo-zeer de aandacht trekt van raven en van menschen …![474]Arts.Bedaar nu, nummer-zooveel—of je heb ’r zelf aan schuld…En praat gezonde taal …Sero.(den stoel nemend en pogend er bij de schouw op te klimmen)Nee, nee, dat kan de akrobaat niet meer! En ’t hoeft ook niet. Want aan de schuif is niet getimmerd, niet geschroefd … En zij heeft jonge beenen …(zit gebroken neer).Arts.Ik zal je laten brengen naar de ziekenzaal.Sero.Dat is te laat—(naar omhoog kijkend)en wie weet nog te vroeg. Ik wil hiér in m’n eentje sterven.Arts.Dat zeg je me bij elk bezoek, maar hier is toch geen plaats …(omzichtig)Je vrouw en dochter kunnen bij je komen.Sero.(de hand op ’t hart)Ik heb geen vrouw—en als ze heeft ’n tafel met vier pooten, geen dochter meer!Arts.(goedig-sussend)Ja, ja, ja, ja! Dat meen je nu, en straks heb je weer andre, dwazer kuren!(naar deur, keert terug)Wil je soms schrijven voor je laatsten wil? Ik vraag dat, waar jij zèlf zoo telkens weer van sterven spreekt!Sero.M’n laatste wil …(diep ademend)Hè, ’k ben den ballast kwijt—ik word weer mensch, nou dat te groote hart zich uitzet als ’n spons in ’t water! M’n laatste wil, hahaha! Hoe ben ’k met zoo’n groot hart zoo klein geweest daarnet te grienen! ’k Vermaak[475]—dat kan ook zonder testament—en vrij van zegel, registratie!—vermaak m’n geest en ziel aan wie ’r bod op doet,rabbijnenzelfs, pastoors en wie den geldzak kust!—vermaak m’n lichaam, huid en haar, ’t vet en ’t vleesch, aan jonge maatjes in jouw vak van wetenschap, die uit geen béter kringen krijgen ’t materiaal, om voor te snijden op de sectietafel … Vermaak! Vermaak! In ’t leven is de zotheid baas!…Arts.De zotheid, zeg dat wel, vooral jouw zotteklap! Men maakt geen grappen, als men kan vermoeden …Sero.… Dat binnenkort ’t zeldzaam-groote hart ligt in ’n glazen huis met spiritus en met ’n varkensblaze-dak!Arts.’t Is wel. Ik zwijg(bij de deur)’k Zal je den priester sturen.Sero.Waarom? Waartoe? Ik wil en geef geen absolutie!(De arts gaat schouder-ophalend af. Buiten wordt het spelend rumoer der kinderen sterker. Met de handen op den rug gevouwen, staart Sero eerst naar den schoorsteenval, vervolgens zonder te bewegen naar de richting van het geluid.)’k Zou willen weten wat uit jullie groeit:Ik ga en jullie komen pas den wegGeloopen die zoo wonderschoon kon zijn,Als niet de modder hing aan elken stap,En elke nieuwe, jonge, vrije jeugd,Weer in de óúwe leugens werd verstikt![476]’k Zou willen weten of de lente, dieUit jullie kleine kinderstemmen spreekt,’n Zomer wordt die bloeiend opengaatEn aan de landen eindloos stuifmeel geeft!’k Zou willen weten of de rijke vrucht,Die van geen mensch en toch van iéder is,Door jullie éénsgezind gegrepen wordtEn zóó gesteld dat nooit meer ruwe klauw’t Kost’lijk aardgeschenk vernielen kan …(De gevangene boven klopt)Dat zien wij twee, jij dief en moordenaar,En ik, dìe langs de wegen ben gegaan,Om zonder aarz’len mensche-plicht te doen—Dat zien wij twee niet meer—maar zij—misschien …(zet zich op stoel, sorteert).[Inhoud]Tweede tooneel.Droomelot, 2deWachter, Sero.2deWachter.(ontsluit Droomelot’s cel, laat haar binnen. Zij neemt haar masker af, geeft dat den Wachter, die haar onder de kin strijkt. Zij wijkt verschrikt achteruit)Hahaha! Doe niet zoo preutsch, jij leep en listig ding! ’k Draag niet m’n oogen in m’n zak en ’k heb twee ooren als trompetten! Ja, kijk maar lekker rond—’t wordt hier ’n fijne keet!Droomelot.Wie heeft dat alles hier gebracht?2deWachter.Wie?—Ik en m’n maats![477]Droomelot.Wanneer?2deWachter.Terwijl je werd gelucht! Hahaha, de heele wacht is uitgeloopen, en heeft zich voor jouw deur ’n uitgezakte breuk gelachen! Jij ben ’n bliksems-gladde, kleine helleveeg. Je moeder kan ’n puntje an jou zuigen! En as je éven handig blijft, en ’m zoo zacht an ’t lijntje houdt, ’m snoepen laat met mondjesmaat, en of je ’r tièn zoo aan je vingers heb, ’m onverschillig op z’n koppie krauwt—dan lijm je ’m vast nog jaren lang en wat jij wil, krijg jij gedaan! Tik voor je aan, met veel respect! En as je je bij hèm verveelt, in plaats van elken dag kandij, ’ns watertandt naar mager spek: dan heb je maar ’n kik te geven! Met veel respect! Hahaha!(treedtnoglachend bij Sero binnen; nijdig)Raap op dat brood! Al smijt je ’r mee: je krijgt geen ander!(Sero bukt zich, legt het op het bed. Wachter rukt stoel weg, zet dien buiten, keert terug, sluit het raam. Droomelot heeft de bloemen opgenomen, laat die vallen, zet zich op haar stoel.)Sero.Móét ’t al dicht? Màg ’t niet langer open?2deWachter.Je kan je zelf wel antwoord geven!Sero.’t Is toch ’n kleinen dienst dien ik je vraag!2deWachter.Als ik je luchten wóú, heb je ’t verdomd! Je was te slap, niewaar?, te ziek, niewaar?, om naar de plaats te loopen! Hier geef ìk jou geen lucht, nog niet voor tien doktoren! ’k Vertrouw je[478]net van hier tot daar! Jij ben in staat, of anders zijn ’t je vrinden om bij zoo’n open raam … Ha-ha-ha, heb ik je door?Sero.(moeilijk)Mag ik vandaag?2deWachter.Nou, wat? Leg niet te pruimen op je woorden!Sero.Mag ’k vandaag—mee naar de plaats! Ik wou voor ’t laatst de zon nog zien.2deWachter.Wel, wel—nou zoo ineens? De tijd van luchten is voorbij—moet je tot morgen wachten!Sero.(spottend)Ik heb misschien geen morgen meer.2deWachter.Daar làcht-ie om, ’t stuk ongeluk! Dàt wil de zon nog zien! De zon, die draait ’r kooi niet in, as jij geen afscheid neemt! Vooruit dan maar! ’k Ben gek gedorie da’k ’t doe!(laat sleutelbos vallen)… Raap op!(Sero geeft hem de sleutels)Ha-ha, heb ik je goed gedrild? Komt ’t ontzag ’r langzaam in? Als ik jouw vader was geweest …Sero.Was jij voorzeker in je bèd gestorven!2deWachter.(’t masker gevend)Pak an! Zet op! Geen kletspraat onderweg, geen teekens, geen gefluit!Sero.Dat masker ruikt naar karneval![479]2deWachter.Ha-ha-ha!(’t ook beruikend).Dat is ’t luch-ie van de harem, hier dichtebij! Naastan wascht een ’r snuit met beter zeep dan jij, omdat ze met Zijn Excellentie trekkebekt!(Sero rukt ’t masker af)Zet op! Wat suf je nou? Vooruit! Je hoeft niet vies van ’r te wezen! As jij as teef geboren was, liep ook de duurste reu je na! Zóó as ’t voorjaar is, is iedre hond-van-ras z’n moer en stand vergeten en rent in d’achterbuurt met ’t smerigst mormel mee!…(Sero laat ’t masker vallen)Wat mier jij nou? Vooruit! Zet op!… En as je onderweg ’n flauwte krijgt—ik ken je foefies, ouwe smakker!—giet ik ’n emmer langs je leeg!(duwt hem voort).[Inhoud]Derde tooneel.Regent, Droomelot.Droomelot.(heeft de papieren gelezen, bergt die op)O, vadertje, als je eens wist—als je eens weten kon!Regent.(onstuimig binnentredend, werpt mantel en hoed op divan)Daar ben ik weer—verdoemd, terwijl ’k gister pas gezworen heb, nóóit meer ’n stap hier in ’t hok te zetten! Daar ben ik weer, voor spot van soldeniers en wachters!(zij smakt met het hoofd op de tafel)Daar ben ik weer! Heb je me niet verstaan? Dat is geen houding die jou past, als ik hier ben!(rukt haar omhoog)Zit recht en kijk me aan!… Heb jij, heb jij de bloemen die[480]ik zelf voor jou geplukt, daar op den grond gesmeten? Neem op! Neem op!(houdt haar tegen, bukt, legt haar de bloemen in den schoot, grijpt geknield haar handen).Daar ben ik weer: doe met me wat je wil!Trap me en sla je handen om m’n strot—Kwel me en laat me kruipen als ’n dier,Dat nog je nasluipt, als ’t geranseld wordt!Ik kan niet buiten jou, m’n Droomelot!Ik hijg in eenzaamheid m’n uren door,Je hatend en verwenschend eindeloosEn naar je snakkend met zoo’n woesten lust,Zoo’n rauwen opstand van m’n heele lijf,Dat ik m’n tanden in m’n lippen zet,En met m’n vuisten beuk m’n gloeiend hoofd!Ik zal je niet en nooit meer met geweldHeendragen naar je bed, als toen dien dag!’k Wil dat je zèlf je armen om me legtEn zèlf den adem van mijn mond begeertEn zelf met dat waanzinnig ongeduld,De slinger-slagen telt, om te zien!(kust haar handen).Zeg nu een woord en staar niet voor je uit!(heftig).Ik wìl en zàl jouw eerstenvrijenkus!Droomelot.(de bloemen zonder hem aan te zien brekend).Je heb me met geweld hierheen gebrachtEn met geweld geleerd wat moeder isEn met geweld gezegd hoe ’k bidden moetEn met geweld gehaald van vader afEn met geweld mijn tranen weggekust[481]En met geweld me ’t vrees’lijke gedaan(smijt alle bloemen neer).Maar dàt, dat uit mezelf, dat kàn ik niet!Regent.Dat kun je niet!Droomelot.Dat kan ik niet …Regent.Ook niet—als—als … als ik je smeek en bid?(zij schudt het hoofd)… Ook niet als iedre wensch van jou …Droomelot.’k Heb ’r maar een—hier dood te gaan!Regent(haar in de armen nemend).Kom nu, m’n kleine, kleine Droomelot:Je weet hoe ik je slaaf geworden ben,Hoe ik, die honderd vrouwen heb gehad,Gehad en weer verschopt, hoe ’k van jóú hou,En hoe je me gelukkig maken kanDoor éven vroolijk kijken en ’n lach!Is ’r een deur, die hier gesloten blijft?Ben je niet vrij, ook zonder dat je vraagt?Droomelot.(zich losrukkend).Ik wil niet vrij!Regent.Je wil niet vrij? Waarom?Droomelot.Als ’k buiten kom, dan ken ik maar één stapWaar ’t water diep is, en geen mensch me ziet,[482]Waar ’k niet meer denk en tob, en niet meer vreesDat ik m’n vadertje ontmoeten zal.’k Hoop dat-ie sterft, voor iemand ’m dat zegt …Regent.Dat kàn ’m niemand zeggen!Droomelot.Iedereen!(divan en kleeden bedoelend).Waar zooveel wachters dat en dat gezien,Hoort ’t de heele stad eer ’t avond isEn eer ’t avond is, hoort hij ’t ook!(valt snikkend neer).Regent.Hij hoort ’t niet en nóóit!Droomelot.Hij weet ’t al!Regent.En als-ie ’t weet, wat raakt dat mij—en jou!Druk een keer zèlf je lippen op mijn mondEn wee degeen die dan niet voor je buigt!Droomelot.(in knielende houding, de oogen gesloten)Ik zeg—ik zeg niet langer nee … Ik zal …Regent.Je zult …?Droomelot.Ik zal je kussen op je mond …Regent.Uit vrijen wil?Droomelot.Dankbaar—uit vrijen wil—als ’k dan voor goed vrij-uit mag gaan![483]Regent.Waarheen?Droomelot.Waar ’k nooit meer vadertje ontmoeten kan!Regent.Je vader niet—maar mij?Droomelot.Geen sterveling!Regent.Verdoemd! Ben jij zoo op den dood verzot, enkel uit angst …Droomelot.Voor zìjn twee oogen—ja!Regent.En voor die van je moeder dan?Droomelot.Voor haar? Ik ben geworden wat mijn moeder is.Regent.En als-ie nu gestorven was—of weer—neem dat eens aan: opnieuw gevangen werd …Droomelot.Als hij gestorven was—is-ie dat dan?Regent.Hij is nog hier—hij is niet weg geweest!Droomelot.Niet weg geweest?… En jij, je gaf je woord!Regent.Dat heb ik ook gegeven in m’n roes!(moeilijk pratend en lachend, terwijl zij met eene verjonging van het gelaat voor zich heen staart).’k Heb dronken wel m’n zaligheid beloofd,Meer dan ik had en ik belooven kon[484]Om als m’n dolle kop weer nuchter was,’t—met verstand—weer andersom te doen!Maar jij—maar jij!—hield jij je woord dan wel?Dee ’t je wat, dat jij me had bekeerdNiet langer je te kussen met geweld?Dee ’t je wat of ik krankzinnig werd?Heb ’k niet gekropen en mezelf verlaagdHeb ik een oogenblik voor jou bestaan?Droomelot.(starend).Hij is niet weg geweest—en hoort ’t nooit.…Regent.(sleutels op divan smijtend).Nu lieg ik niet en laat ik je de keusEn speel niet met den tijd, eer ’t me berouwt!Daar zijn de sleutels om hier uit te gaan,Voor hem èn jou, of voor jou heel alleen,Of als-ie wil, voor hèm, terwijl jij blijft,Als jij je volle ziel me overgeeft,En met den geur van bei je lippen zegt,Dat ìk de koning van je droomen ben,Dat jij me toebehoort met al den lust,Die de verkwikking is van jonge min!Ik zweer …Droomelot.Dat heb je gister pas gedaan!Regent.Ik steek m’n vingers op …Droomelot.’k Geloof je niet!Regent.Ik laat de sleutels hier …[485]Droomelot.En neemt ze weer terug! Zooals je op je woord getrapt!Regent.(heft z’n vuist, wijkt bij haar oogen, werpt de deur open).Ik wacht.Droomelot.(voor zich uit glimlachend).Voor ik m’n beste zelf jou geefEn ongedwongen jóú tot liefste neem,En jou vertel het diep en teer geheim,Dat me in wreede nachten heeft ontrust,Vraag ’k zekerheid, dat ’k gaan kan ongestoord …Regent.Gaan naar den dood?Droomelot.Nee! Naar ’t leven heen!Regent.En als je me bedriegt?Droomelot.’k Bedrieg je niet!Regent.Ik zekerheid—maar jij geen onderpand!Droomelot.’r Is ’r een …Regent.Wat dan?Droomelot.Wat dan?… Ons—kind.Regent.Ons kind!(grijpt haar onstuimig in de armen).Ons kind—en jij je weigert nog.[486]Droomelot(haar gelaat hijgend afwendend).Ikheb ’t niet gewild—heb ’t verwenscht …Regent(lachend voor zich uit starend, holt de gang in, wenkt wachter).Kom hier! En zeg aan al je kameraads,Aan alle wachters en aan iedereen,Dat zij de vrijheid heeft om heen te gaan,Heen waar ze wenscht en waar ’t ’r behaagtEn dat ’n klacht van haar een vonnis wordt!(Wachter tikt aan, verwijdert zich)Dat is mijn kind!(grijpt haar handen).Droomelot(trotsch).Nee, nee—’t is van mij!Regent.Ik zorg ’r voor—ik voed ’t op!Droomelot(de handen terugtrekkend).Nee ik.Regent.Ik! Jij!—Jij! Ik!—Dat komt op ’t zelfde neer!Krijg ’k nu wat ’k heb gevraagd die maanden lang?[Inhoud]Vierde tooneel.De vorigen, 2deWachter, Regina.2deWachter.(Regina bij de open deur weerhoudend)Niet hier!Regina.Waar dan?[487]2deWachter.Dat merk je wel—hiér nièt!Droomelot.Hier wel! Hier wel!(vliegt haar om den hals)Wat ben ik blij dat ik je zie!Regent.Wie heeft die vrouw gehaald?2deWachter.Dat heeft de kommandant gelast!Regent.De kommandant—waarvoor?2deWachter.Omdat de dokter heeft gezeid, dat hij krepeeren gaat!Regent.Is hij dan hier? Wat heb jij voor een kop! Weg met die vrouw!2deWachter.(Regina, die angstig Droomelot omhelsd houdt, bij den arm grijpend)’r Uit—en as de bliksem mee!Droomelot.Zeg aan dien man, dat ik ’r spreken wil!Regent.Dat zeg ik niet!Droomelot.Dan ga ik mee, waar zij heengaat!Regent.Dat zul je niet!Droomelot.Heb je niet zelf gelast, dat ik me vrij bewegen mag?Regent(denkt na, haalt Regina bij de deur terug,[488]fluistert haar wat toe—dan tot wachter).Je blijft ’r bij!Droomelot.Dan spreek ik niet—en zoek m’n moeder later op!(Regent loopt woest op en neer, wenkt wachter—beiden af—de deur blijft open.)[Inhoud]Vijfde tooneel.Droomelot, Regina.Regina.Dus—is ’t waar?Droomelot.Wat, moederlief?Regina.Wat overal, in elke straat ’n ieder zegt—dat jij en hij …(Droomelot knikt)O, lieve Jezus, ’t is mijn schuld! En ik—ik ben jou niet tot schrik geweest, tot voorbeeld hoe je ondergaat, als je je eenmaal geeft …Droomelot.Ik heb me niet gegeven—(hard en trotsch)gééf me niet!Regina.En jij en hij?—je knìkte toch!Droomelot.Die man wordt enkel vader van ’n kind, dat ’k leeren zal hoe men hèm haten moet …Regina.Dus … Dus … Jij ook!Droomelot.Ik ook—je hoeft niet bang te zijn, dat ik ook op jou óóit neer zal zien![489]Regina.Had ’t maar wel gedaan—en wel gekùnd!… Ik ben zoo schand’lijk slecht …Droomelot.Zoo slecht …? Heb je dan meer—misdaan dan ik?…(Regina slaat de handen voor het gelaat)Wat heb jij dan misdaan?…Regina.Vraagt ’t me niet, m’n kind …Droomelot.’k Dacht dat je net als ik—gedwongen was geweest.Regina.Gedwongen word ik nog. ’r Is geen weg terug.Droomelot.Geen weg terug—dat meen je niet …(op den divan knielend, achter Regina en de armen om haar heen vouwend).Dat meen je niet en ’t is niet zoo!’k Heb over jou, als ’k niet meer schreien kon,Die nachten, zoo gedacht en zoo je pijnEn zorg geweten, zoo me voorgesteldHoe jij gelejen heb, dat ik mezelfVerweet, dat ik geen dochter voor je was.Dan nam ik, in ’t donker op mijn bed,Den kettìng, met ’t groote medaljonEn draaide kreunend zoo de schakels rond,Of ’k voor je bad en hield een rozenkransEn jij me in de verte hooren zou!Jij heb wel schrik’lijk veel verdriet gehad?(Regina tracht Droomelot’s handen los te maken)Nee, laat mijn handen om jouw lieven hals.Ik ben toch ook voor jou ’t kind geweest,[490]Dat in ’n lichaam angst en vreugde wekt,En naast je eigen, wilden harte-slagDe zachte echo van ’n tweeden stelt …!’k Hou nu veel meer van jou!(kust haar).Regina.(heftig opstaand)Nee doe dat niet!Droomelot.Dat niet? ’k Omhels jou—en …Regina.En ’k wil ’t niet.Droomelot.Weer niet? Weer niet? Dat zei je toen …Regina.Toen ook!Droomelot.Waarom?Regina.Omdat …Droomelot.Omdat …?Regina.Omdat ’k niet wil!(moeilijk).Omdat wat ’k laat—verkoop aan iedereen,Niet voor jouw mond en lippen wezen mag!Droomelot.Begrijp ik niet …Regina.Hoop dat je ’t nooit zal doen …Droomelot.Je ben van vader weggegaan—waarom?Regina.(stug)Dat weet ik niet …[491]Droomelot.Hield jij dan niet van hem?Regina.(stug)Dat weet ik niet—herinner ’t me niet meer! ’t Is zoo lang geleden—en vandaag …Droomelot.Wat dan vandaag?…Regina.Vandaag is alles uit … En als ’t uit is, helpt geen spijt, geen klacht!Droomelot.Je praat in raadsels, moederlief … Je praat …Regina …Allicht te veel(met blik op wachter, die even in deuropening verschijnt)—omdat ’k niet praten mag! Ik kom misschien terug.Droomelot.Dat hoeft niet meer. ’k Ben vrij.Regina.Jij vrij?Droomelot.’r Houdt me niemand hier!Regina.(angstig)Je zegt dat zoo—zoo blij en opgewektOmdat je nog niet weet … Ik ben besteld …Droomelot.Ik weet—weet dat-ie nog gevangen zit,Wéét dat-ie niet door schùld is los gekocht,Wéét dat-ie me zoo diep verachten zou,[492]Als ik door éigen wil gevallen was,En door zoo’n offer hèm geofferd had …’k Was voor ’n uur nog tot den dood bereid,Uit vrees dat hij me ginds ontmoeten zouEn me verwijten, dat ik hem verlost!Nu is hij even ongerept als ikNu trek ik sterk en ongebogen uitEn zet als ’t mag en kan zijn arbeid voort …En jou laat ’k niet meer los!Regina.Ik tel niet mee!Droomelot.Jij blijft bij mij … en ik, ik blijf bij jou!Regina.Dan kán niet, kind!Droomelot.’t Kan!Regina.Ik ben melaatsch.Droomelot.Melaatsch!Regina.Ik ben gedoemd …Droomelot.Door wie gedoemd?Regina.Vraag ’t aan elke vrouw en ied’ren man—maar niet aan mij!Droomelot.Ik vraag ’t aan jou zèlf—zooals mijn eigen kind eens vragen zal …Regina.(worstelend)Ik ben … Ik ben …[493]Droomelot.… Wat ik geworden ben!Regina.Ik was zoo slecht, zoo laag en zoo gemeenEn ook zoo laf, dat ’k haast niet biechten kan.Ik liet hem in den steek, toen ’t armoe werd,Armoe met ied’ren dag meer wrok en twist.’k Was jong, dacht dat ’n ander beter was.Die ander zette me weer aan den dijk:Het was z’n recht—hij had ’r voor betááld.Ik stond op straat,’r stonden ’r daar meer.Naar jullie huis dorst ik niet heen te gaan.Dat durf je niet, je voeten zeggen nee.En ’k vond dien hongernacht toen weer ’n dakBij weer ’n man, die me z’n kussen gaf,’n Slok jenever en ’n middagmaal.En ’k stond op straat. En keek de modder aan,De modder en de mannen, beurt om beurt,Tot ’k bij die twee geen onderscheid meer zag,Tot ieder kind me nawees in de stad,Tot ’k bang was voor de vogels en de zon,En eerst bij avond langs de wegen ging,Omdat je dan je eigen schaduw mist.Eens ben ik ziek geweest, op sterven af,En heb toen alle heiligen en GodBezworen dat ’k me beet’ren zou voor goed.Maar hoe ik worstelde en hoe ik wou,En hoe ik heb gewroet, gesmeekt, gezocht,De deuren van de huizen smakten dichtEn ’k stond weer in de modder—in de straatEn ben toen wéér van hand in hand gegaan,Van man naar man—en heb op ze gespuwd,En heb gehaat, gehaat, op mijn manierEn als ’k me voelde beu en levenszat,[494]Dan dee ’k wat ik van anderen geleerdEn dronk. Drank maakt je van de dingen los.Zoolang je dronken ben, klaag, bid je niet!En bid je God, vloeken de menschen toch …(Staart met het hoofd in de handen voor zich uit. Droomelot zelf ontwakend, staat op, neemt met zacht geweld haar handen weg, kust haar—zij duwt haar op zij).Laat staan! Laat staan! Je weet niet wat je doet!Ik ben geen lippen—als van jou—gewend!Droomelot.Daar móét je dan aan wennen, moederliefWij blijven saam(kust haar weer).Regina.(lang-aanhoudend snikkend)Je weet niet wat je zegt!Droomelot.(haar de haren streelend)Wat heb jij, moedertje, ’n leed gekend,Wat is jouw straf verschrikkelijk geweest,Wat ben ik blij dat ik je troosten kanEn blij dat ik jouw steun geworden benEn blij dat vadertje dàt nooit gehoord …Regina.Hij ’t nooit gehoord! Hij ’t niet gehoord, ach, ach!Droomelot.Hij zei van af ’t eerste uur, dat ik’m Vroeg waarom de andre kindren wèlEn ik géén moeder had: je hèb ’r een …[495]Regina.(stellig)Dat heeft-ie jou als kind gezegd—als kind …Droomelot(schudt het hoofd).… Niet waar! Toen ik vertelde hoe ik jouDien wintermorgen voor—dat huis gezien,Dat vreemde huis, met al de blinden neer,Toen sprak-ie even goed: ze komt terug!Maar jij je praatte niet van hem—jij zei:Hou toch vooral je mond als je me ziet …Ja, ja en zoo ben ik hierheen geraakt …Regina.Ik ben ’n beest—’k wou dat ik stierf!Droomelot.En dan? En dan! Heb je je beurt gehad?Regina.M’n beurt?Droomelot.Je beurt van òpgang na je ondergang? Je beurt van wraak …Regina.(schudt het hoofd)’t Was m’n eigen schuld! Als ’k niet was heengegaan, dan zou ik niet …Droomelot.Was ’r ’n weg terug?Regina.Die was ’r niet.Droomelot.Heb jij je vuisten niet gebald, als jijWeer telkens in de modder kwam te staan?[496]Wie smeet de deuren dicht?.… Wie wees je na?Wie heeft je bang voor zon en dag gemaakt?Was jij dan slechter dan de mannen, dieTe eten gaven jou—en dan opnieuwJe trapten en je zweepten als slavin?…Je wóú je modder uit—je kon ’t niet!Je wóú weer in ’t licht—’t lukte niet!Je wou ’t zelfde recht van elken man,Die als-ie in jouw armen was geweest,Weer vrij-uit, zingend, over straat kon gaan:Je kreeg ’t niet! Sta op! En help jezelf!Als jij melaatsch ben, jij, melaatsch, gedoemd,Dan is ’t ieder, die den steen opnam,En elke man die met jou heeft verkeerd!Regina.Ik word niet meer gered …Droomelot.Je redt jezelf! Jezelf! Jezelf!Regina.Daarvoor heb ik geen kracht!Droomelot.Ben ik ’r niet? Heb ik geen kracht voor twéé?Regina.Ben jij de droomster en ’t zelfde kind,Dat bij me kwam? Wat ìs met jou gebeurd?Droomelot.Ik heb van hèm geleerd …(Wachter laat Sero in de cel terug)En óók geleerd(met bijtenden spot).Van al de andren, die hier zijn geweest!En als ik twijfelde en niet begreep,[497]Dan had ’k een wijs en kost’lijk amulet,Dat ’k als een troost ook in jouw handen geef!(geeft haar Sero’s papieren—Wachter schiet toe, rukt ze uit haar hand).[Inhoud]Zesde tooneel.Droomelot, Regina, Sero, Wachter.2deWachter.Komt niets van in! Daar heb ik op geloerd!(verscheurt ze driftig).’r Uit gedragen wordt hier niemendal!Zie zoo! Nou kun je grabb’len allebei!(een snipper lezend)Dacht ik ’t niet: jawel, ’t bekende schrift!(bukkend en de snippers nog eens verscheurend)Te groote brokken steken in je keelEn maken dat je je verslikken zou.Dat’s beter mondjesmaat—En jij ’r uit!Regina.’r Uit?… Ik ben besteld om—hem te zien …2deWachter.Komt niets van in!Regina.De kommandant …2deWachter.Is gek!Regina.Je heb me zelf gezegd …2deWachter.Ik ben óók gekWe zijn ’t allemaal, ik, de Regent,En ieder die te loopsch naast rokken loopt!(schatert het uit).[498]Geloof, dat als ik wijven-wachter was,M’n uniform gauw an den kapstok hing!(tot Droomelot, die glimlachend de snippers geraapt heeft)Wil je ze liever strooien op de plaats.Droomelot(ze spottend nakijkend).Ik geef ze aan den wind—en woord voor woordIk weet den stand van elke letter nog …2deWachter(tot Regina).’r Uit madam!Regina.Dus mag ik ’m niet zien?2deWachter.Hier namaals ja—maar bij z’n erwten niet!Regina.Dat is gemeen! Als-ie toch stervend is!(Droomelot schrikt op, luistert onbewegelijk toe).2deWachter.Jij kletst! De kommandant is idioot!Ik heb ’m zelf pas in de zon gelucht!En op de plaats heeft-ie gefloten als’n Vink, die bij z’n voer wat suiker vindt!Droomelot.Hij liegt!Regina.Je liegt! Ik ga hier niet vandaan! Laat me ’r door.2deWachter.(z’n mouwen opstroopend):Haha, dat wordt ’n bokspartij!’t Spijt me wel, madam, ’t is afgelast![499]Droomelot.Door wie?2deWachter.Door den Regent!Droomelot.Wanneer?2deWachter.Zoo pas.Regina.Mag ik dan wachten hier?2deWachter.Nee, nee—hier niet!Maar als je wachten wil, met véél geduldNeem dan je intrek in mijn wachtlokaal’k Heb bier en goed-belegen roggemik!Regina.Dan wacht ik daar! Dag Droomelot, m’n kind! Ik dank je wel, en als ’k je niet meer zie …Droomelot.We zien mekaar nog eer ’t avond is.Regina.Dat weet ik niet.Droomelot.Maar ik—ik weet ’t wel.2deWachter.Na u—ik heb de sleutels en de eer!(af met Regina).[Inhoud]Zevende tooneel.Droomelot, Sero.Droomelot.(waakt op, ziet de sleutels op den divan, grijpt ze, treedt bij Sero binnen, blijft stuipend van angst staan, als ze hem ziet liggen): Vader! Vadertje!..[500](hij stut plotseling op de armen, kijkt haar enkel aan)Goddank!…(knielt bij ’t bed, neemt z’n hand, kust die—hij stoot haar driftig terug).Vadertje!(hij blijft haar aanstaren, zij wijkt achteruit).Je kijkt zoo vreemd—ik ben ’t—Droomelot! Herken je me niet meer?(hij schudt wild het hoofd, wijst haar heen te gaan).Ik ben ’t—ik!(knielt opnieuw bij ’t bed).Sero.(moeilijk): Ga weg!(schor lachend).’k Verdraag de lucht niet van jouw zeep!Daar stik ik bij! Smijt open hier ’t raam!Ga weg! Ga weg! Ga weg! Ik ken je niet!Droomelot.Je kent me niet? Ik ben je eigen kind!Sero.(halverwege van ’t bed).Ben jij m’n eigen kind—weet je dat wel?Ik stik!(zij bukt, reikt hem de waterkruik—hij duwt haar achteruit).Nee, uit jouw kinderhanden niet!…Eer kruip ik naar den berg van Horeb heen,En wacht ’t wonderwater uit de rots …Dan dat ik nog van jou, van jóú—wat wil!Droomelot.Toe, vader, vader, vadertje!Sero.Ga weg!Jij wist den weg, daar bij de schouw, niet waar?Droomelot.Dien wist ik, maar ’k dacht …Sero.Jij dacht—jij dacht, hahaha![501]Ik ook! Ik heb zoo vreeslijk veel gedacht,Ik heb dit zotte hart kapot gedacht!(lacht)’k Heb naar jouw stem daar door die spleet gesnakt,En midden in den nacht m’n hoofd gebonsdTegen den wand, of je ’t niet hooren wou,Of je geen oogenblik meer voor me had,Of je ’t begrijpen zou, dat ìk niet kon!Maar jij, je hield je stil—jij had …Droomelot …Ik had …Sero.Je pater en je moeder, den Regent!Je beetre kost, je bijbel en je zeep!Je leugens en je liederlijk bedrog!Droomelot.O vadertje, ik zweer je ’t is niet waar!Sero.Geloof je niet! Wie gaf die sleutels jou?Droomelot.(laat ze vallen): Die vond ik straks …Sero …Die vond je naast je bed,Je bed dat beter veeren hebben zal,En beter peluw dan waarop ik sterf!Ik heb, toen ik zoo pas hier binnenkwam,Jouw moeder’s stem in druk gesprek gehoord,Je deur staat open toch voor iedereen!Jij ben je moeder’s kind, zooals ’t wasJe zuster die bijtijds in ’t graf gelegd …(zit zwaar hijgend op ’t bed).Droomelot.Ze hadden me gezegd voor maanden al, Dat jij weer buiten in de vrijheid was …[502]Sero.Wie zei jou dat?Droomelot.Die man.Sero.Dat zei-ie jóú? Waarom? En waarom heb jij ’t geloofd?Droomelot.Omdat—omdat-ie gaf z’n eerewoord.Sero.Z’n eerewoord—aan jou?… Aan jou z’n eer?… En jij gaf ook je eere-woord—je eer?…(zakt schor lachend achterover).Droomelot.(bij het bed neerstortend)O, lieve vader, ’k ben en blijf van jóú!Sero.(haar woest terug-duwend).Waar is—waar is dat pak, dat ik aan jouDat ik aan jou toen toegeworpen heb,Dat pak dat voor de kameraden was?…Terug! Terug! Hoort in jouw handen niet!Droomelot.(losbarstend).Dat heb ’k niet meer, maar ’k heb ’t zoo geleerd,Zoo in me opgenomen, vader, datElk van je woorden gloeiend in me leeft!Sero.Geloof je niet!Droomelot.(hartstochtelijk)Ik draag ze met me mee!Sero.Geloof je niet![503]Droomelot.Ik zweer ’t bij—m’n kind.Sero.Je kind.(staat onbewegelijk rechtop).Je kind. Heb ik dat goed verstaan?Droomelot.Hij heeft me met geweld, geweld, geweld …Sero.(staart, glimlacht bij de herhaling van dat woord)Geweld!(beweegt machteloos de handen)En als jij me beliegt …Droomelot.Ik lieg niet vader—bij mijn kind van háát!Sero.(nu sterker glimlachend, hurkt op ’t bed).Zeg op dan wat ik voor m’n makkers sprak!En aan je stém, je stém zal ’k hooren of,Of ik kan slapen gaan …Droomelot.(knielt bij hem, kust zijn handen).Jij heb gezegd …Jij heb gezegd op ’t allereerste blad …(spreekt, terwijl hij gretig elk woord met lippen-gemummel herhaalt).„De aarde ligt wel kostlijk voor ons uit,„Alsof ze zóó door ons te grijpen is,„Maar van haar vruchten zijn wij zelf niet rijp„Nog—en we moeten met een jongen lach,„Van dat het ochtendlicht naar schemer gaat,„Het onkruid wieden en gestadig voort„Aan d’ouwe akkers geven t nieuwe zaad,„’t Gouden zaad, dat zonnebloesems wekt!(hem vergetend is zij opgestaan—hij smakt achterover).[504]„Al boom, die met te woeste hand geschud,„Werpt groene knoppen in ’t vertreden gras!„Wijtasten toe eerst met de volle kracht,„Als onze Macht zoo gaaf en sterk gestut,„Dat wij het Leven in zijn heerlijkheid,„Zijn groote, heil’ge onverwoestbaarheid,„Van al zijn leugens, zijn erbarmlijkheid,„Voor wat niet leeft, niet leven mòcht—bevrijd!”(kijkt verheugd-glimlachend om, ziet hem liggen, stort op hem toe).O, liefste God, wat is ’r vadertje?Je kijkt me aan en ziet—en ziet me niet!Je glimlacht, maar je mond die ademt niet!Slaap je, of ben je—dood?… Toe vadertje,Toe vadertje, zeg nog een enkel woord!(staat op wijkt achteruit, denkt na, maakt den ketting met ’t medaljon van haar hals los, legt dien in zijn handen, kust zijn voorhoofd).Dan moet ik verder, verder, als ’k beloofdEn jij blijft bij me, waar ik reis en trek,Want dat heb jij me, vader, óók beloofd …(kust hem nog eens, raapt de sleutels van den grond, gaat heen).[Inhoud]Achtste tooneel.Regent, 2deWachter, Regina.Regent.(treedt in Droomelot’s cel, ziet dat zij er niet meer is, roept de gang in).Verdoemd, verdoemd, waar zijn de wachters, hier?Vlug dan! Ze is ’r niet! Waar is ze heen?[505]2deWachter.U heeft ons zelf gelast, maar als u ’t wil …Regent.Vooruit en breng ’r met geweld terug!Nee! Nee!… Blijf hier! Jij raakt haar lijf niet aan!…Zoolang ’k haar vader heb, heb ik haar ook!2deWachter.Z’n deur staat aan!Regent.Z’n deur staat aan! Verdoemd!(stort in Sero’s cel).… Hij is ’r nog!Regina.(angstig bij het hoofdeinde)…Nee,hijis ’r niet meer …(ziet ketting en medaljon in de handen van den doode, knielt)…Nu durf ik met je dochter mee te gaan …EINDE.Berlijn, Juli/December 1909.

[Inhoud]DERDE BEDRIJF.(Het onveranderd tooneel van het tweede Bedrijf. In Droomelot’s cel ligt op de tafel een fleurig kleed, waarop een vaas met bloemen—in het midden staat een divan met smyrnaasch tapijt.)[Inhoud]Eerste Tooneel.Sero, 2deWachter, Arts.2deWachter.(Sero, die met het hoofd op de erwtenbaal op den grond ligt, ’n trap gevend).Wat is dat nou? Hé!… Hé!… Slaap jij alweer!(naar het uitgeslagen, onbeslapen bed aan den wand kijkend)—Of heb je niet geslapen?Sero.(versuft opzittend)Ik heb—ik heb—ik heb zóó goed geslapen, dat ik nog dronken ben …2deWachter.Sta op!(rukt hem aan den schouder)Sta op![469]Sero.Dat wil ik wel(poogt op te staan)—dat wil ik zeker wel—maar wil is niet genoeg!(smakt terug)Je moet me, kameraad, ’n steuntje geven …2deWachter.(hem ruw onder de armen grijpend)Vooruit! Schiet op! Ik ben jouw kruier niet!…Sero.Ik dank je zeer. Bij Jericho heeft zelfs de Samarieter béter niet geholpen … Nee, laat me nog niet los … ’t Is nog ’n afstand tot ’t bed. En zak ik in, moet jij je weer verneedren door me op te rapen!(zit op bedhoek. De wachter veegt nijdig z’n uniform af)Ja, vuil geeft af! Van buiten en van binnen!2deWachter.Ik waarschuw je—je kent me nou!Sero.(knikt)Ik kèn je vuisten en je voeten, je vloeken en je vlakke hand al haast twee maanden, niet? Twee maanden, ja! Jij heb ’n toekomst, vriend. Nog eer ik hier krepeer, krijg jij ’n ééreteeken daar—en welverdiend!… Tot zelfs m’n makker, in ’t hol hierboven, heb jij met klappen ’t kloppen afgeleerd …2deWachter.Je brood—je water, bek gehouen! En als je ’t weer niet lust: ’t komt terug—’t komt terug, hard als ’n bikkel! En zien wie ’t ’t laatste wint! Sta op! De dokter! Ben je blind?Arts.Wel nummer-zooveel, zit je alweer op?(tot wachter)Is hier geen stoel? Moet ’k op den grond gaan knielen bij patiënten?[470]2deWachter.De order is dat hij geen stoel meer krijgt!Arts.Ja, ja—dat ’s best—maar ik, maar ik?2deWachter.’k Breng ù ’r daadlijk een!(af)Arts.En jij? En jij? Nog altijd duizlig en eens af en toe ’n flauwte?(Sero knikt glimlachend)Ja, ja, dat is ’t hart, ’t hart. Je hart dat is vergroot, te groot; daar zijn geen kruiden voor gewassen!(tot wachter met stoet)Ik dank je wel!(Wachter bij deur)Je moet geen vrachten tillen en geen trappen loopen en naar—omstandigheden je ontzien!Sero.(spottend)Geen koffie en geen sterke drank?Arts.Nee, nee. Je tong!Sero.Geen lange wandeltochten, geen tabak?Arts.Nee,nee. Je tong!Sero.Niet dansen en geen zwaar verkeer met vrouwen?Arts.(afwezig)Nee! nee!(plots vinnig)Nee, Nee! Hoe heb ik ’t met jou? Zit jij me voor de mal te houen?(Sero steekt z’n tong uit, schudt ’t hoofd).2deWachter.Als u me noodig heeft, meneer de dokter!Arts.(wenkt hem heen te gaan. Wachter achter deuropening[471]op en neer)Gezien! Gezien! Je pols … Heb je vannacht geslapen? … Nu!Sero.’k Lei op den grond en had geen fut meer in m’n bed te kruipen … ’t Is mal, ’t is zot, hoe je dan tobben kan en in ’t donker dingen zwarter dènkt dan ze bestaan …Arts.(hem wenkend te zwijgen)Ja, ja! Hoe werkt je maag?Sero.Heeft in de laatste dagen wat geluierd—en ’k heb geen beitel om m’n brood voor ’t heilig avondmaal te brokken!(laat het brood dat hij met de vrije hand opgenomen heeft op den grond vallen)Ik wou … Ik wou …(strijkt zich moeilijk langs ’t voorhoofd)Vreemd, dat je ziel zoo in en uit je lichaam gaat …(zakt achterover).Arts.(zich over hem buigend)Dat schijnt nog niet de láátste keer …(tot wachter)Hé, jij—maak jij dat raam ’ns open!2deWachter.Ja, als ’t móét—maar doen mag ik ’t niet!Arts.Als ik ’t zeg, dan is ’t noodig! Hij ligt in onmacht—vlug wat buitenlucht!2deWachter.(met ’n sleutel het kastje van de lijn openend en het tuimelraam vierend)Nou, as ’t lee an mijn, dan bleef-ie waar-ie leit! De dokter heeft geen flauw benul, wat judas of die kerel is! Niet[472]één dief, niet één moordenaar, in ’t heele huis, zit zoo vol vuile praat en vuile streken as deze gladde boef. An dat gaat niemendal verloren! Gift, haat en ongeloof!Arts.Ja, ja,—maar ’t is ’n mensch, al deugt-ie niet, en zieke harten geven zieke hersnen … Als-ie familie heeft en de Regent ’t wil, dan moet gewaarschuwd worden. De veer van ’t werk is stuk.2deWachter.’t Werd tijd!(kinderstemmen buiten).Arts.Is ’r ’n vrouw?2deWachter.’n Hoer.Arts.’n Kind?2deWachter.’n Jong, hiernaast! Wordt door Zijn Excellentie achterna-geloopen! Ik knijp ’n oogie dicht …Arts..(de kinderstemmen bedoelend)Is dat de straat?2deWachter.Nee, dokter, dat ’s ’t plein—en wat u hoort …(Sero zit langzaam-tastend op).Arts.(wenkt Wachter heen te gaan)Wel, was ’t weer even mis?Sero.(luistert hijgend naar de geluiden, zakt van het bed op de knieën, snikt ’t steunend uit).[473]Arts.Kom nu—dat’s niet zoo goed voor je, je op te winden!Sero.(hem met armgebaar afwerend)Doe dan dat raam weer dicht!Arts.Dat raam weer dicht? ’t Is voor je bestwil nummer zooveel!Sero.Doe dicht dat raam—ik heb ’t koud!Arts.Je heb ’t koud? Stop jij daarvoor je vingers in je ooren? ’t Is buiten heerlijk warm!… Kom, kom, wees man! Wil je je vrouw nog zien?(Sero schudt woest het hoofd)Je dochter dan?(Sero staart naar ijzeren val, schudt het hoofd)Nee? Heb ’k goed begrepen?Sero.(naar den val starend)… Ik wil ’r zien, als ze geen tafel heeft …Arts.Geen tafel … Wat zegt je nu …?Sero.(moeilijk opstaand)…Ikhad ’r geen—en aan de schuif is nog geen hand geweest—geen wachtershand—en niet de hare … ’k Heb meer dan zestig dagen, uur aan uur, en nacht aan nacht … Ben jij hiernaast geweest? Hééft ze ’n tafel en ’n stoel? Dat kan ’k dien man niet vragen, die me trapt en slaat op hoog bevel, en me op hoog bevel m’n krachten heeft genomen, omdat ’n galg zoo-zeer de aandacht trekt van raven en van menschen …![474]Arts.Bedaar nu, nummer-zooveel—of je heb ’r zelf aan schuld…En praat gezonde taal …Sero.(den stoel nemend en pogend er bij de schouw op te klimmen)Nee, nee, dat kan de akrobaat niet meer! En ’t hoeft ook niet. Want aan de schuif is niet getimmerd, niet geschroefd … En zij heeft jonge beenen …(zit gebroken neer).Arts.Ik zal je laten brengen naar de ziekenzaal.Sero.Dat is te laat—(naar omhoog kijkend)en wie weet nog te vroeg. Ik wil hiér in m’n eentje sterven.Arts.Dat zeg je me bij elk bezoek, maar hier is toch geen plaats …(omzichtig)Je vrouw en dochter kunnen bij je komen.Sero.(de hand op ’t hart)Ik heb geen vrouw—en als ze heeft ’n tafel met vier pooten, geen dochter meer!Arts.(goedig-sussend)Ja, ja, ja, ja! Dat meen je nu, en straks heb je weer andre, dwazer kuren!(naar deur, keert terug)Wil je soms schrijven voor je laatsten wil? Ik vraag dat, waar jij zèlf zoo telkens weer van sterven spreekt!Sero.M’n laatste wil …(diep ademend)Hè, ’k ben den ballast kwijt—ik word weer mensch, nou dat te groote hart zich uitzet als ’n spons in ’t water! M’n laatste wil, hahaha! Hoe ben ’k met zoo’n groot hart zoo klein geweest daarnet te grienen! ’k Vermaak[475]—dat kan ook zonder testament—en vrij van zegel, registratie!—vermaak m’n geest en ziel aan wie ’r bod op doet,rabbijnenzelfs, pastoors en wie den geldzak kust!—vermaak m’n lichaam, huid en haar, ’t vet en ’t vleesch, aan jonge maatjes in jouw vak van wetenschap, die uit geen béter kringen krijgen ’t materiaal, om voor te snijden op de sectietafel … Vermaak! Vermaak! In ’t leven is de zotheid baas!…Arts.De zotheid, zeg dat wel, vooral jouw zotteklap! Men maakt geen grappen, als men kan vermoeden …Sero.… Dat binnenkort ’t zeldzaam-groote hart ligt in ’n glazen huis met spiritus en met ’n varkensblaze-dak!Arts.’t Is wel. Ik zwijg(bij de deur)’k Zal je den priester sturen.Sero.Waarom? Waartoe? Ik wil en geef geen absolutie!(De arts gaat schouder-ophalend af. Buiten wordt het spelend rumoer der kinderen sterker. Met de handen op den rug gevouwen, staart Sero eerst naar den schoorsteenval, vervolgens zonder te bewegen naar de richting van het geluid.)’k Zou willen weten wat uit jullie groeit:Ik ga en jullie komen pas den wegGeloopen die zoo wonderschoon kon zijn,Als niet de modder hing aan elken stap,En elke nieuwe, jonge, vrije jeugd,Weer in de óúwe leugens werd verstikt![476]’k Zou willen weten of de lente, dieUit jullie kleine kinderstemmen spreekt,’n Zomer wordt die bloeiend opengaatEn aan de landen eindloos stuifmeel geeft!’k Zou willen weten of de rijke vrucht,Die van geen mensch en toch van iéder is,Door jullie éénsgezind gegrepen wordtEn zóó gesteld dat nooit meer ruwe klauw’t Kost’lijk aardgeschenk vernielen kan …(De gevangene boven klopt)Dat zien wij twee, jij dief en moordenaar,En ik, dìe langs de wegen ben gegaan,Om zonder aarz’len mensche-plicht te doen—Dat zien wij twee niet meer—maar zij—misschien …(zet zich op stoel, sorteert).[Inhoud]Tweede tooneel.Droomelot, 2deWachter, Sero.2deWachter.(ontsluit Droomelot’s cel, laat haar binnen. Zij neemt haar masker af, geeft dat den Wachter, die haar onder de kin strijkt. Zij wijkt verschrikt achteruit)Hahaha! Doe niet zoo preutsch, jij leep en listig ding! ’k Draag niet m’n oogen in m’n zak en ’k heb twee ooren als trompetten! Ja, kijk maar lekker rond—’t wordt hier ’n fijne keet!Droomelot.Wie heeft dat alles hier gebracht?2deWachter.Wie?—Ik en m’n maats![477]Droomelot.Wanneer?2deWachter.Terwijl je werd gelucht! Hahaha, de heele wacht is uitgeloopen, en heeft zich voor jouw deur ’n uitgezakte breuk gelachen! Jij ben ’n bliksems-gladde, kleine helleveeg. Je moeder kan ’n puntje an jou zuigen! En as je éven handig blijft, en ’m zoo zacht an ’t lijntje houdt, ’m snoepen laat met mondjesmaat, en of je ’r tièn zoo aan je vingers heb, ’m onverschillig op z’n koppie krauwt—dan lijm je ’m vast nog jaren lang en wat jij wil, krijg jij gedaan! Tik voor je aan, met veel respect! En as je je bij hèm verveelt, in plaats van elken dag kandij, ’ns watertandt naar mager spek: dan heb je maar ’n kik te geven! Met veel respect! Hahaha!(treedtnoglachend bij Sero binnen; nijdig)Raap op dat brood! Al smijt je ’r mee: je krijgt geen ander!(Sero bukt zich, legt het op het bed. Wachter rukt stoel weg, zet dien buiten, keert terug, sluit het raam. Droomelot heeft de bloemen opgenomen, laat die vallen, zet zich op haar stoel.)Sero.Móét ’t al dicht? Màg ’t niet langer open?2deWachter.Je kan je zelf wel antwoord geven!Sero.’t Is toch ’n kleinen dienst dien ik je vraag!2deWachter.Als ik je luchten wóú, heb je ’t verdomd! Je was te slap, niewaar?, te ziek, niewaar?, om naar de plaats te loopen! Hier geef ìk jou geen lucht, nog niet voor tien doktoren! ’k Vertrouw je[478]net van hier tot daar! Jij ben in staat, of anders zijn ’t je vrinden om bij zoo’n open raam … Ha-ha-ha, heb ik je door?Sero.(moeilijk)Mag ik vandaag?2deWachter.Nou, wat? Leg niet te pruimen op je woorden!Sero.Mag ’k vandaag—mee naar de plaats! Ik wou voor ’t laatst de zon nog zien.2deWachter.Wel, wel—nou zoo ineens? De tijd van luchten is voorbij—moet je tot morgen wachten!Sero.(spottend)Ik heb misschien geen morgen meer.2deWachter.Daar làcht-ie om, ’t stuk ongeluk! Dàt wil de zon nog zien! De zon, die draait ’r kooi niet in, as jij geen afscheid neemt! Vooruit dan maar! ’k Ben gek gedorie da’k ’t doe!(laat sleutelbos vallen)… Raap op!(Sero geeft hem de sleutels)Ha-ha, heb ik je goed gedrild? Komt ’t ontzag ’r langzaam in? Als ik jouw vader was geweest …Sero.Was jij voorzeker in je bèd gestorven!2deWachter.(’t masker gevend)Pak an! Zet op! Geen kletspraat onderweg, geen teekens, geen gefluit!Sero.Dat masker ruikt naar karneval![479]2deWachter.Ha-ha-ha!(’t ook beruikend).Dat is ’t luch-ie van de harem, hier dichtebij! Naastan wascht een ’r snuit met beter zeep dan jij, omdat ze met Zijn Excellentie trekkebekt!(Sero rukt ’t masker af)Zet op! Wat suf je nou? Vooruit! Je hoeft niet vies van ’r te wezen! As jij as teef geboren was, liep ook de duurste reu je na! Zóó as ’t voorjaar is, is iedre hond-van-ras z’n moer en stand vergeten en rent in d’achterbuurt met ’t smerigst mormel mee!…(Sero laat ’t masker vallen)Wat mier jij nou? Vooruit! Zet op!… En as je onderweg ’n flauwte krijgt—ik ken je foefies, ouwe smakker!—giet ik ’n emmer langs je leeg!(duwt hem voort).[Inhoud]Derde tooneel.Regent, Droomelot.Droomelot.(heeft de papieren gelezen, bergt die op)O, vadertje, als je eens wist—als je eens weten kon!Regent.(onstuimig binnentredend, werpt mantel en hoed op divan)Daar ben ik weer—verdoemd, terwijl ’k gister pas gezworen heb, nóóit meer ’n stap hier in ’t hok te zetten! Daar ben ik weer, voor spot van soldeniers en wachters!(zij smakt met het hoofd op de tafel)Daar ben ik weer! Heb je me niet verstaan? Dat is geen houding die jou past, als ik hier ben!(rukt haar omhoog)Zit recht en kijk me aan!… Heb jij, heb jij de bloemen die[480]ik zelf voor jou geplukt, daar op den grond gesmeten? Neem op! Neem op!(houdt haar tegen, bukt, legt haar de bloemen in den schoot, grijpt geknield haar handen).Daar ben ik weer: doe met me wat je wil!Trap me en sla je handen om m’n strot—Kwel me en laat me kruipen als ’n dier,Dat nog je nasluipt, als ’t geranseld wordt!Ik kan niet buiten jou, m’n Droomelot!Ik hijg in eenzaamheid m’n uren door,Je hatend en verwenschend eindeloosEn naar je snakkend met zoo’n woesten lust,Zoo’n rauwen opstand van m’n heele lijf,Dat ik m’n tanden in m’n lippen zet,En met m’n vuisten beuk m’n gloeiend hoofd!Ik zal je niet en nooit meer met geweldHeendragen naar je bed, als toen dien dag!’k Wil dat je zèlf je armen om me legtEn zèlf den adem van mijn mond begeertEn zelf met dat waanzinnig ongeduld,De slinger-slagen telt, om te zien!(kust haar handen).Zeg nu een woord en staar niet voor je uit!(heftig).Ik wìl en zàl jouw eerstenvrijenkus!Droomelot.(de bloemen zonder hem aan te zien brekend).Je heb me met geweld hierheen gebrachtEn met geweld geleerd wat moeder isEn met geweld gezegd hoe ’k bidden moetEn met geweld gehaald van vader afEn met geweld mijn tranen weggekust[481]En met geweld me ’t vrees’lijke gedaan(smijt alle bloemen neer).Maar dàt, dat uit mezelf, dat kàn ik niet!Regent.Dat kun je niet!Droomelot.Dat kan ik niet …Regent.Ook niet—als—als … als ik je smeek en bid?(zij schudt het hoofd)… Ook niet als iedre wensch van jou …Droomelot.’k Heb ’r maar een—hier dood te gaan!Regent(haar in de armen nemend).Kom nu, m’n kleine, kleine Droomelot:Je weet hoe ik je slaaf geworden ben,Hoe ik, die honderd vrouwen heb gehad,Gehad en weer verschopt, hoe ’k van jóú hou,En hoe je me gelukkig maken kanDoor éven vroolijk kijken en ’n lach!Is ’r een deur, die hier gesloten blijft?Ben je niet vrij, ook zonder dat je vraagt?Droomelot.(zich losrukkend).Ik wil niet vrij!Regent.Je wil niet vrij? Waarom?Droomelot.Als ’k buiten kom, dan ken ik maar één stapWaar ’t water diep is, en geen mensch me ziet,[482]Waar ’k niet meer denk en tob, en niet meer vreesDat ik m’n vadertje ontmoeten zal.’k Hoop dat-ie sterft, voor iemand ’m dat zegt …Regent.Dat kàn ’m niemand zeggen!Droomelot.Iedereen!(divan en kleeden bedoelend).Waar zooveel wachters dat en dat gezien,Hoort ’t de heele stad eer ’t avond isEn eer ’t avond is, hoort hij ’t ook!(valt snikkend neer).Regent.Hij hoort ’t niet en nóóit!Droomelot.Hij weet ’t al!Regent.En als-ie ’t weet, wat raakt dat mij—en jou!Druk een keer zèlf je lippen op mijn mondEn wee degeen die dan niet voor je buigt!Droomelot.(in knielende houding, de oogen gesloten)Ik zeg—ik zeg niet langer nee … Ik zal …Regent.Je zult …?Droomelot.Ik zal je kussen op je mond …Regent.Uit vrijen wil?Droomelot.Dankbaar—uit vrijen wil—als ’k dan voor goed vrij-uit mag gaan![483]Regent.Waarheen?Droomelot.Waar ’k nooit meer vadertje ontmoeten kan!Regent.Je vader niet—maar mij?Droomelot.Geen sterveling!Regent.Verdoemd! Ben jij zoo op den dood verzot, enkel uit angst …Droomelot.Voor zìjn twee oogen—ja!Regent.En voor die van je moeder dan?Droomelot.Voor haar? Ik ben geworden wat mijn moeder is.Regent.En als-ie nu gestorven was—of weer—neem dat eens aan: opnieuw gevangen werd …Droomelot.Als hij gestorven was—is-ie dat dan?Regent.Hij is nog hier—hij is niet weg geweest!Droomelot.Niet weg geweest?… En jij, je gaf je woord!Regent.Dat heb ik ook gegeven in m’n roes!(moeilijk pratend en lachend, terwijl zij met eene verjonging van het gelaat voor zich heen staart).’k Heb dronken wel m’n zaligheid beloofd,Meer dan ik had en ik belooven kon[484]Om als m’n dolle kop weer nuchter was,’t—met verstand—weer andersom te doen!Maar jij—maar jij!—hield jij je woord dan wel?Dee ’t je wat, dat jij me had bekeerdNiet langer je te kussen met geweld?Dee ’t je wat of ik krankzinnig werd?Heb ’k niet gekropen en mezelf verlaagdHeb ik een oogenblik voor jou bestaan?Droomelot.(starend).Hij is niet weg geweest—en hoort ’t nooit.…Regent.(sleutels op divan smijtend).Nu lieg ik niet en laat ik je de keusEn speel niet met den tijd, eer ’t me berouwt!Daar zijn de sleutels om hier uit te gaan,Voor hem èn jou, of voor jou heel alleen,Of als-ie wil, voor hèm, terwijl jij blijft,Als jij je volle ziel me overgeeft,En met den geur van bei je lippen zegt,Dat ìk de koning van je droomen ben,Dat jij me toebehoort met al den lust,Die de verkwikking is van jonge min!Ik zweer …Droomelot.Dat heb je gister pas gedaan!Regent.Ik steek m’n vingers op …Droomelot.’k Geloof je niet!Regent.Ik laat de sleutels hier …[485]Droomelot.En neemt ze weer terug! Zooals je op je woord getrapt!Regent.(heft z’n vuist, wijkt bij haar oogen, werpt de deur open).Ik wacht.Droomelot.(voor zich uit glimlachend).Voor ik m’n beste zelf jou geefEn ongedwongen jóú tot liefste neem,En jou vertel het diep en teer geheim,Dat me in wreede nachten heeft ontrust,Vraag ’k zekerheid, dat ’k gaan kan ongestoord …Regent.Gaan naar den dood?Droomelot.Nee! Naar ’t leven heen!Regent.En als je me bedriegt?Droomelot.’k Bedrieg je niet!Regent.Ik zekerheid—maar jij geen onderpand!Droomelot.’r Is ’r een …Regent.Wat dan?Droomelot.Wat dan?… Ons—kind.Regent.Ons kind!(grijpt haar onstuimig in de armen).Ons kind—en jij je weigert nog.[486]Droomelot(haar gelaat hijgend afwendend).Ikheb ’t niet gewild—heb ’t verwenscht …Regent(lachend voor zich uit starend, holt de gang in, wenkt wachter).Kom hier! En zeg aan al je kameraads,Aan alle wachters en aan iedereen,Dat zij de vrijheid heeft om heen te gaan,Heen waar ze wenscht en waar ’t ’r behaagtEn dat ’n klacht van haar een vonnis wordt!(Wachter tikt aan, verwijdert zich)Dat is mijn kind!(grijpt haar handen).Droomelot(trotsch).Nee, nee—’t is van mij!Regent.Ik zorg ’r voor—ik voed ’t op!Droomelot(de handen terugtrekkend).Nee ik.Regent.Ik! Jij!—Jij! Ik!—Dat komt op ’t zelfde neer!Krijg ’k nu wat ’k heb gevraagd die maanden lang?[Inhoud]Vierde tooneel.De vorigen, 2deWachter, Regina.2deWachter.(Regina bij de open deur weerhoudend)Niet hier!Regina.Waar dan?[487]2deWachter.Dat merk je wel—hiér nièt!Droomelot.Hier wel! Hier wel!(vliegt haar om den hals)Wat ben ik blij dat ik je zie!Regent.Wie heeft die vrouw gehaald?2deWachter.Dat heeft de kommandant gelast!Regent.De kommandant—waarvoor?2deWachter.Omdat de dokter heeft gezeid, dat hij krepeeren gaat!Regent.Is hij dan hier? Wat heb jij voor een kop! Weg met die vrouw!2deWachter.(Regina, die angstig Droomelot omhelsd houdt, bij den arm grijpend)’r Uit—en as de bliksem mee!Droomelot.Zeg aan dien man, dat ik ’r spreken wil!Regent.Dat zeg ik niet!Droomelot.Dan ga ik mee, waar zij heengaat!Regent.Dat zul je niet!Droomelot.Heb je niet zelf gelast, dat ik me vrij bewegen mag?Regent(denkt na, haalt Regina bij de deur terug,[488]fluistert haar wat toe—dan tot wachter).Je blijft ’r bij!Droomelot.Dan spreek ik niet—en zoek m’n moeder later op!(Regent loopt woest op en neer, wenkt wachter—beiden af—de deur blijft open.)[Inhoud]Vijfde tooneel.Droomelot, Regina.Regina.Dus—is ’t waar?Droomelot.Wat, moederlief?Regina.Wat overal, in elke straat ’n ieder zegt—dat jij en hij …(Droomelot knikt)O, lieve Jezus, ’t is mijn schuld! En ik—ik ben jou niet tot schrik geweest, tot voorbeeld hoe je ondergaat, als je je eenmaal geeft …Droomelot.Ik heb me niet gegeven—(hard en trotsch)gééf me niet!Regina.En jij en hij?—je knìkte toch!Droomelot.Die man wordt enkel vader van ’n kind, dat ’k leeren zal hoe men hèm haten moet …Regina.Dus … Dus … Jij ook!Droomelot.Ik ook—je hoeft niet bang te zijn, dat ik ook op jou óóit neer zal zien![489]Regina.Had ’t maar wel gedaan—en wel gekùnd!… Ik ben zoo schand’lijk slecht …Droomelot.Zoo slecht …? Heb je dan meer—misdaan dan ik?…(Regina slaat de handen voor het gelaat)Wat heb jij dan misdaan?…Regina.Vraagt ’t me niet, m’n kind …Droomelot.’k Dacht dat je net als ik—gedwongen was geweest.Regina.Gedwongen word ik nog. ’r Is geen weg terug.Droomelot.Geen weg terug—dat meen je niet …(op den divan knielend, achter Regina en de armen om haar heen vouwend).Dat meen je niet en ’t is niet zoo!’k Heb over jou, als ’k niet meer schreien kon,Die nachten, zoo gedacht en zoo je pijnEn zorg geweten, zoo me voorgesteldHoe jij gelejen heb, dat ik mezelfVerweet, dat ik geen dochter voor je was.Dan nam ik, in ’t donker op mijn bed,Den kettìng, met ’t groote medaljonEn draaide kreunend zoo de schakels rond,Of ’k voor je bad en hield een rozenkransEn jij me in de verte hooren zou!Jij heb wel schrik’lijk veel verdriet gehad?(Regina tracht Droomelot’s handen los te maken)Nee, laat mijn handen om jouw lieven hals.Ik ben toch ook voor jou ’t kind geweest,[490]Dat in ’n lichaam angst en vreugde wekt,En naast je eigen, wilden harte-slagDe zachte echo van ’n tweeden stelt …!’k Hou nu veel meer van jou!(kust haar).Regina.(heftig opstaand)Nee doe dat niet!Droomelot.Dat niet? ’k Omhels jou—en …Regina.En ’k wil ’t niet.Droomelot.Weer niet? Weer niet? Dat zei je toen …Regina.Toen ook!Droomelot.Waarom?Regina.Omdat …Droomelot.Omdat …?Regina.Omdat ’k niet wil!(moeilijk).Omdat wat ’k laat—verkoop aan iedereen,Niet voor jouw mond en lippen wezen mag!Droomelot.Begrijp ik niet …Regina.Hoop dat je ’t nooit zal doen …Droomelot.Je ben van vader weggegaan—waarom?Regina.(stug)Dat weet ik niet …[491]Droomelot.Hield jij dan niet van hem?Regina.(stug)Dat weet ik niet—herinner ’t me niet meer! ’t Is zoo lang geleden—en vandaag …Droomelot.Wat dan vandaag?…Regina.Vandaag is alles uit … En als ’t uit is, helpt geen spijt, geen klacht!Droomelot.Je praat in raadsels, moederlief … Je praat …Regina …Allicht te veel(met blik op wachter, die even in deuropening verschijnt)—omdat ’k niet praten mag! Ik kom misschien terug.Droomelot.Dat hoeft niet meer. ’k Ben vrij.Regina.Jij vrij?Droomelot.’r Houdt me niemand hier!Regina.(angstig)Je zegt dat zoo—zoo blij en opgewektOmdat je nog niet weet … Ik ben besteld …Droomelot.Ik weet—weet dat-ie nog gevangen zit,Wéét dat-ie niet door schùld is los gekocht,Wéét dat-ie me zoo diep verachten zou,[492]Als ik door éigen wil gevallen was,En door zoo’n offer hèm geofferd had …’k Was voor ’n uur nog tot den dood bereid,Uit vrees dat hij me ginds ontmoeten zouEn me verwijten, dat ik hem verlost!Nu is hij even ongerept als ikNu trek ik sterk en ongebogen uitEn zet als ’t mag en kan zijn arbeid voort …En jou laat ’k niet meer los!Regina.Ik tel niet mee!Droomelot.Jij blijft bij mij … en ik, ik blijf bij jou!Regina.Dan kán niet, kind!Droomelot.’t Kan!Regina.Ik ben melaatsch.Droomelot.Melaatsch!Regina.Ik ben gedoemd …Droomelot.Door wie gedoemd?Regina.Vraag ’t aan elke vrouw en ied’ren man—maar niet aan mij!Droomelot.Ik vraag ’t aan jou zèlf—zooals mijn eigen kind eens vragen zal …Regina.(worstelend)Ik ben … Ik ben …[493]Droomelot.… Wat ik geworden ben!Regina.Ik was zoo slecht, zoo laag en zoo gemeenEn ook zoo laf, dat ’k haast niet biechten kan.Ik liet hem in den steek, toen ’t armoe werd,Armoe met ied’ren dag meer wrok en twist.’k Was jong, dacht dat ’n ander beter was.Die ander zette me weer aan den dijk:Het was z’n recht—hij had ’r voor betááld.Ik stond op straat,’r stonden ’r daar meer.Naar jullie huis dorst ik niet heen te gaan.Dat durf je niet, je voeten zeggen nee.En ’k vond dien hongernacht toen weer ’n dakBij weer ’n man, die me z’n kussen gaf,’n Slok jenever en ’n middagmaal.En ’k stond op straat. En keek de modder aan,De modder en de mannen, beurt om beurt,Tot ’k bij die twee geen onderscheid meer zag,Tot ieder kind me nawees in de stad,Tot ’k bang was voor de vogels en de zon,En eerst bij avond langs de wegen ging,Omdat je dan je eigen schaduw mist.Eens ben ik ziek geweest, op sterven af,En heb toen alle heiligen en GodBezworen dat ’k me beet’ren zou voor goed.Maar hoe ik worstelde en hoe ik wou,En hoe ik heb gewroet, gesmeekt, gezocht,De deuren van de huizen smakten dichtEn ’k stond weer in de modder—in de straatEn ben toen wéér van hand in hand gegaan,Van man naar man—en heb op ze gespuwd,En heb gehaat, gehaat, op mijn manierEn als ’k me voelde beu en levenszat,[494]Dan dee ’k wat ik van anderen geleerdEn dronk. Drank maakt je van de dingen los.Zoolang je dronken ben, klaag, bid je niet!En bid je God, vloeken de menschen toch …(Staart met het hoofd in de handen voor zich uit. Droomelot zelf ontwakend, staat op, neemt met zacht geweld haar handen weg, kust haar—zij duwt haar op zij).Laat staan! Laat staan! Je weet niet wat je doet!Ik ben geen lippen—als van jou—gewend!Droomelot.Daar móét je dan aan wennen, moederliefWij blijven saam(kust haar weer).Regina.(lang-aanhoudend snikkend)Je weet niet wat je zegt!Droomelot.(haar de haren streelend)Wat heb jij, moedertje, ’n leed gekend,Wat is jouw straf verschrikkelijk geweest,Wat ben ik blij dat ik je troosten kanEn blij dat ik jouw steun geworden benEn blij dat vadertje dàt nooit gehoord …Regina.Hij ’t nooit gehoord! Hij ’t niet gehoord, ach, ach!Droomelot.Hij zei van af ’t eerste uur, dat ik’m Vroeg waarom de andre kindren wèlEn ik géén moeder had: je hèb ’r een …[495]Regina.(stellig)Dat heeft-ie jou als kind gezegd—als kind …Droomelot(schudt het hoofd).… Niet waar! Toen ik vertelde hoe ik jouDien wintermorgen voor—dat huis gezien,Dat vreemde huis, met al de blinden neer,Toen sprak-ie even goed: ze komt terug!Maar jij je praatte niet van hem—jij zei:Hou toch vooral je mond als je me ziet …Ja, ja en zoo ben ik hierheen geraakt …Regina.Ik ben ’n beest—’k wou dat ik stierf!Droomelot.En dan? En dan! Heb je je beurt gehad?Regina.M’n beurt?Droomelot.Je beurt van òpgang na je ondergang? Je beurt van wraak …Regina.(schudt het hoofd)’t Was m’n eigen schuld! Als ’k niet was heengegaan, dan zou ik niet …Droomelot.Was ’r ’n weg terug?Regina.Die was ’r niet.Droomelot.Heb jij je vuisten niet gebald, als jijWeer telkens in de modder kwam te staan?[496]Wie smeet de deuren dicht?.… Wie wees je na?Wie heeft je bang voor zon en dag gemaakt?Was jij dan slechter dan de mannen, dieTe eten gaven jou—en dan opnieuwJe trapten en je zweepten als slavin?…Je wóú je modder uit—je kon ’t niet!Je wóú weer in ’t licht—’t lukte niet!Je wou ’t zelfde recht van elken man,Die als-ie in jouw armen was geweest,Weer vrij-uit, zingend, over straat kon gaan:Je kreeg ’t niet! Sta op! En help jezelf!Als jij melaatsch ben, jij, melaatsch, gedoemd,Dan is ’t ieder, die den steen opnam,En elke man die met jou heeft verkeerd!Regina.Ik word niet meer gered …Droomelot.Je redt jezelf! Jezelf! Jezelf!Regina.Daarvoor heb ik geen kracht!Droomelot.Ben ik ’r niet? Heb ik geen kracht voor twéé?Regina.Ben jij de droomster en ’t zelfde kind,Dat bij me kwam? Wat ìs met jou gebeurd?Droomelot.Ik heb van hèm geleerd …(Wachter laat Sero in de cel terug)En óók geleerd(met bijtenden spot).Van al de andren, die hier zijn geweest!En als ik twijfelde en niet begreep,[497]Dan had ’k een wijs en kost’lijk amulet,Dat ’k als een troost ook in jouw handen geef!(geeft haar Sero’s papieren—Wachter schiet toe, rukt ze uit haar hand).[Inhoud]Zesde tooneel.Droomelot, Regina, Sero, Wachter.2deWachter.Komt niets van in! Daar heb ik op geloerd!(verscheurt ze driftig).’r Uit gedragen wordt hier niemendal!Zie zoo! Nou kun je grabb’len allebei!(een snipper lezend)Dacht ik ’t niet: jawel, ’t bekende schrift!(bukkend en de snippers nog eens verscheurend)Te groote brokken steken in je keelEn maken dat je je verslikken zou.Dat’s beter mondjesmaat—En jij ’r uit!Regina.’r Uit?… Ik ben besteld om—hem te zien …2deWachter.Komt niets van in!Regina.De kommandant …2deWachter.Is gek!Regina.Je heb me zelf gezegd …2deWachter.Ik ben óók gekWe zijn ’t allemaal, ik, de Regent,En ieder die te loopsch naast rokken loopt!(schatert het uit).[498]Geloof, dat als ik wijven-wachter was,M’n uniform gauw an den kapstok hing!(tot Droomelot, die glimlachend de snippers geraapt heeft)Wil je ze liever strooien op de plaats.Droomelot(ze spottend nakijkend).Ik geef ze aan den wind—en woord voor woordIk weet den stand van elke letter nog …2deWachter(tot Regina).’r Uit madam!Regina.Dus mag ik ’m niet zien?2deWachter.Hier namaals ja—maar bij z’n erwten niet!Regina.Dat is gemeen! Als-ie toch stervend is!(Droomelot schrikt op, luistert onbewegelijk toe).2deWachter.Jij kletst! De kommandant is idioot!Ik heb ’m zelf pas in de zon gelucht!En op de plaats heeft-ie gefloten als’n Vink, die bij z’n voer wat suiker vindt!Droomelot.Hij liegt!Regina.Je liegt! Ik ga hier niet vandaan! Laat me ’r door.2deWachter.(z’n mouwen opstroopend):Haha, dat wordt ’n bokspartij!’t Spijt me wel, madam, ’t is afgelast![499]Droomelot.Door wie?2deWachter.Door den Regent!Droomelot.Wanneer?2deWachter.Zoo pas.Regina.Mag ik dan wachten hier?2deWachter.Nee, nee—hier niet!Maar als je wachten wil, met véél geduldNeem dan je intrek in mijn wachtlokaal’k Heb bier en goed-belegen roggemik!Regina.Dan wacht ik daar! Dag Droomelot, m’n kind! Ik dank je wel, en als ’k je niet meer zie …Droomelot.We zien mekaar nog eer ’t avond is.Regina.Dat weet ik niet.Droomelot.Maar ik—ik weet ’t wel.2deWachter.Na u—ik heb de sleutels en de eer!(af met Regina).[Inhoud]Zevende tooneel.Droomelot, Sero.Droomelot.(waakt op, ziet de sleutels op den divan, grijpt ze, treedt bij Sero binnen, blijft stuipend van angst staan, als ze hem ziet liggen): Vader! Vadertje!..[500](hij stut plotseling op de armen, kijkt haar enkel aan)Goddank!…(knielt bij ’t bed, neemt z’n hand, kust die—hij stoot haar driftig terug).Vadertje!(hij blijft haar aanstaren, zij wijkt achteruit).Je kijkt zoo vreemd—ik ben ’t—Droomelot! Herken je me niet meer?(hij schudt wild het hoofd, wijst haar heen te gaan).Ik ben ’t—ik!(knielt opnieuw bij ’t bed).Sero.(moeilijk): Ga weg!(schor lachend).’k Verdraag de lucht niet van jouw zeep!Daar stik ik bij! Smijt open hier ’t raam!Ga weg! Ga weg! Ga weg! Ik ken je niet!Droomelot.Je kent me niet? Ik ben je eigen kind!Sero.(halverwege van ’t bed).Ben jij m’n eigen kind—weet je dat wel?Ik stik!(zij bukt, reikt hem de waterkruik—hij duwt haar achteruit).Nee, uit jouw kinderhanden niet!…Eer kruip ik naar den berg van Horeb heen,En wacht ’t wonderwater uit de rots …Dan dat ik nog van jou, van jóú—wat wil!Droomelot.Toe, vader, vader, vadertje!Sero.Ga weg!Jij wist den weg, daar bij de schouw, niet waar?Droomelot.Dien wist ik, maar ’k dacht …Sero.Jij dacht—jij dacht, hahaha![501]Ik ook! Ik heb zoo vreeslijk veel gedacht,Ik heb dit zotte hart kapot gedacht!(lacht)’k Heb naar jouw stem daar door die spleet gesnakt,En midden in den nacht m’n hoofd gebonsdTegen den wand, of je ’t niet hooren wou,Of je geen oogenblik meer voor me had,Of je ’t begrijpen zou, dat ìk niet kon!Maar jij, je hield je stil—jij had …Droomelot …Ik had …Sero.Je pater en je moeder, den Regent!Je beetre kost, je bijbel en je zeep!Je leugens en je liederlijk bedrog!Droomelot.O vadertje, ik zweer je ’t is niet waar!Sero.Geloof je niet! Wie gaf die sleutels jou?Droomelot.(laat ze vallen): Die vond ik straks …Sero …Die vond je naast je bed,Je bed dat beter veeren hebben zal,En beter peluw dan waarop ik sterf!Ik heb, toen ik zoo pas hier binnenkwam,Jouw moeder’s stem in druk gesprek gehoord,Je deur staat open toch voor iedereen!Jij ben je moeder’s kind, zooals ’t wasJe zuster die bijtijds in ’t graf gelegd …(zit zwaar hijgend op ’t bed).Droomelot.Ze hadden me gezegd voor maanden al, Dat jij weer buiten in de vrijheid was …[502]Sero.Wie zei jou dat?Droomelot.Die man.Sero.Dat zei-ie jóú? Waarom? En waarom heb jij ’t geloofd?Droomelot.Omdat—omdat-ie gaf z’n eerewoord.Sero.Z’n eerewoord—aan jou?… Aan jou z’n eer?… En jij gaf ook je eere-woord—je eer?…(zakt schor lachend achterover).Droomelot.(bij het bed neerstortend)O, lieve vader, ’k ben en blijf van jóú!Sero.(haar woest terug-duwend).Waar is—waar is dat pak, dat ik aan jouDat ik aan jou toen toegeworpen heb,Dat pak dat voor de kameraden was?…Terug! Terug! Hoort in jouw handen niet!Droomelot.(losbarstend).Dat heb ’k niet meer, maar ’k heb ’t zoo geleerd,Zoo in me opgenomen, vader, datElk van je woorden gloeiend in me leeft!Sero.Geloof je niet!Droomelot.(hartstochtelijk)Ik draag ze met me mee!Sero.Geloof je niet![503]Droomelot.Ik zweer ’t bij—m’n kind.Sero.Je kind.(staat onbewegelijk rechtop).Je kind. Heb ik dat goed verstaan?Droomelot.Hij heeft me met geweld, geweld, geweld …Sero.(staart, glimlacht bij de herhaling van dat woord)Geweld!(beweegt machteloos de handen)En als jij me beliegt …Droomelot.Ik lieg niet vader—bij mijn kind van háát!Sero.(nu sterker glimlachend, hurkt op ’t bed).Zeg op dan wat ik voor m’n makkers sprak!En aan je stém, je stém zal ’k hooren of,Of ik kan slapen gaan …Droomelot.(knielt bij hem, kust zijn handen).Jij heb gezegd …Jij heb gezegd op ’t allereerste blad …(spreekt, terwijl hij gretig elk woord met lippen-gemummel herhaalt).„De aarde ligt wel kostlijk voor ons uit,„Alsof ze zóó door ons te grijpen is,„Maar van haar vruchten zijn wij zelf niet rijp„Nog—en we moeten met een jongen lach,„Van dat het ochtendlicht naar schemer gaat,„Het onkruid wieden en gestadig voort„Aan d’ouwe akkers geven t nieuwe zaad,„’t Gouden zaad, dat zonnebloesems wekt!(hem vergetend is zij opgestaan—hij smakt achterover).[504]„Al boom, die met te woeste hand geschud,„Werpt groene knoppen in ’t vertreden gras!„Wijtasten toe eerst met de volle kracht,„Als onze Macht zoo gaaf en sterk gestut,„Dat wij het Leven in zijn heerlijkheid,„Zijn groote, heil’ge onverwoestbaarheid,„Van al zijn leugens, zijn erbarmlijkheid,„Voor wat niet leeft, niet leven mòcht—bevrijd!”(kijkt verheugd-glimlachend om, ziet hem liggen, stort op hem toe).O, liefste God, wat is ’r vadertje?Je kijkt me aan en ziet—en ziet me niet!Je glimlacht, maar je mond die ademt niet!Slaap je, of ben je—dood?… Toe vadertje,Toe vadertje, zeg nog een enkel woord!(staat op wijkt achteruit, denkt na, maakt den ketting met ’t medaljon van haar hals los, legt dien in zijn handen, kust zijn voorhoofd).Dan moet ik verder, verder, als ’k beloofdEn jij blijft bij me, waar ik reis en trek,Want dat heb jij me, vader, óók beloofd …(kust hem nog eens, raapt de sleutels van den grond, gaat heen).[Inhoud]Achtste tooneel.Regent, 2deWachter, Regina.Regent.(treedt in Droomelot’s cel, ziet dat zij er niet meer is, roept de gang in).Verdoemd, verdoemd, waar zijn de wachters, hier?Vlug dan! Ze is ’r niet! Waar is ze heen?[505]2deWachter.U heeft ons zelf gelast, maar als u ’t wil …Regent.Vooruit en breng ’r met geweld terug!Nee! Nee!… Blijf hier! Jij raakt haar lijf niet aan!…Zoolang ’k haar vader heb, heb ik haar ook!2deWachter.Z’n deur staat aan!Regent.Z’n deur staat aan! Verdoemd!(stort in Sero’s cel).… Hij is ’r nog!Regina.(angstig bij het hoofdeinde)…Nee,hijis ’r niet meer …(ziet ketting en medaljon in de handen van den doode, knielt)…Nu durf ik met je dochter mee te gaan …EINDE.Berlijn, Juli/December 1909.

[Inhoud]DERDE BEDRIJF.(Het onveranderd tooneel van het tweede Bedrijf. In Droomelot’s cel ligt op de tafel een fleurig kleed, waarop een vaas met bloemen—in het midden staat een divan met smyrnaasch tapijt.)[Inhoud]Eerste Tooneel.Sero, 2deWachter, Arts.2deWachter.(Sero, die met het hoofd op de erwtenbaal op den grond ligt, ’n trap gevend).Wat is dat nou? Hé!… Hé!… Slaap jij alweer!(naar het uitgeslagen, onbeslapen bed aan den wand kijkend)—Of heb je niet geslapen?Sero.(versuft opzittend)Ik heb—ik heb—ik heb zóó goed geslapen, dat ik nog dronken ben …2deWachter.Sta op!(rukt hem aan den schouder)Sta op![469]Sero.Dat wil ik wel(poogt op te staan)—dat wil ik zeker wel—maar wil is niet genoeg!(smakt terug)Je moet me, kameraad, ’n steuntje geven …2deWachter.(hem ruw onder de armen grijpend)Vooruit! Schiet op! Ik ben jouw kruier niet!…Sero.Ik dank je zeer. Bij Jericho heeft zelfs de Samarieter béter niet geholpen … Nee, laat me nog niet los … ’t Is nog ’n afstand tot ’t bed. En zak ik in, moet jij je weer verneedren door me op te rapen!(zit op bedhoek. De wachter veegt nijdig z’n uniform af)Ja, vuil geeft af! Van buiten en van binnen!2deWachter.Ik waarschuw je—je kent me nou!Sero.(knikt)Ik kèn je vuisten en je voeten, je vloeken en je vlakke hand al haast twee maanden, niet? Twee maanden, ja! Jij heb ’n toekomst, vriend. Nog eer ik hier krepeer, krijg jij ’n ééreteeken daar—en welverdiend!… Tot zelfs m’n makker, in ’t hol hierboven, heb jij met klappen ’t kloppen afgeleerd …2deWachter.Je brood—je water, bek gehouen! En als je ’t weer niet lust: ’t komt terug—’t komt terug, hard als ’n bikkel! En zien wie ’t ’t laatste wint! Sta op! De dokter! Ben je blind?Arts.Wel nummer-zooveel, zit je alweer op?(tot wachter)Is hier geen stoel? Moet ’k op den grond gaan knielen bij patiënten?[470]2deWachter.De order is dat hij geen stoel meer krijgt!Arts.Ja, ja—dat ’s best—maar ik, maar ik?2deWachter.’k Breng ù ’r daadlijk een!(af)Arts.En jij? En jij? Nog altijd duizlig en eens af en toe ’n flauwte?(Sero knikt glimlachend)Ja, ja, dat is ’t hart, ’t hart. Je hart dat is vergroot, te groot; daar zijn geen kruiden voor gewassen!(tot wachter met stoet)Ik dank je wel!(Wachter bij deur)Je moet geen vrachten tillen en geen trappen loopen en naar—omstandigheden je ontzien!Sero.(spottend)Geen koffie en geen sterke drank?Arts.Nee, nee. Je tong!Sero.Geen lange wandeltochten, geen tabak?Arts.Nee,nee. Je tong!Sero.Niet dansen en geen zwaar verkeer met vrouwen?Arts.(afwezig)Nee! nee!(plots vinnig)Nee, Nee! Hoe heb ik ’t met jou? Zit jij me voor de mal te houen?(Sero steekt z’n tong uit, schudt ’t hoofd).2deWachter.Als u me noodig heeft, meneer de dokter!Arts.(wenkt hem heen te gaan. Wachter achter deuropening[471]op en neer)Gezien! Gezien! Je pols … Heb je vannacht geslapen? … Nu!Sero.’k Lei op den grond en had geen fut meer in m’n bed te kruipen … ’t Is mal, ’t is zot, hoe je dan tobben kan en in ’t donker dingen zwarter dènkt dan ze bestaan …Arts.(hem wenkend te zwijgen)Ja, ja! Hoe werkt je maag?Sero.Heeft in de laatste dagen wat geluierd—en ’k heb geen beitel om m’n brood voor ’t heilig avondmaal te brokken!(laat het brood dat hij met de vrije hand opgenomen heeft op den grond vallen)Ik wou … Ik wou …(strijkt zich moeilijk langs ’t voorhoofd)Vreemd, dat je ziel zoo in en uit je lichaam gaat …(zakt achterover).Arts.(zich over hem buigend)Dat schijnt nog niet de láátste keer …(tot wachter)Hé, jij—maak jij dat raam ’ns open!2deWachter.Ja, als ’t móét—maar doen mag ik ’t niet!Arts.Als ik ’t zeg, dan is ’t noodig! Hij ligt in onmacht—vlug wat buitenlucht!2deWachter.(met ’n sleutel het kastje van de lijn openend en het tuimelraam vierend)Nou, as ’t lee an mijn, dan bleef-ie waar-ie leit! De dokter heeft geen flauw benul, wat judas of die kerel is! Niet[472]één dief, niet één moordenaar, in ’t heele huis, zit zoo vol vuile praat en vuile streken as deze gladde boef. An dat gaat niemendal verloren! Gift, haat en ongeloof!Arts.Ja, ja,—maar ’t is ’n mensch, al deugt-ie niet, en zieke harten geven zieke hersnen … Als-ie familie heeft en de Regent ’t wil, dan moet gewaarschuwd worden. De veer van ’t werk is stuk.2deWachter.’t Werd tijd!(kinderstemmen buiten).Arts.Is ’r ’n vrouw?2deWachter.’n Hoer.Arts.’n Kind?2deWachter.’n Jong, hiernaast! Wordt door Zijn Excellentie achterna-geloopen! Ik knijp ’n oogie dicht …Arts..(de kinderstemmen bedoelend)Is dat de straat?2deWachter.Nee, dokter, dat ’s ’t plein—en wat u hoort …(Sero zit langzaam-tastend op).Arts.(wenkt Wachter heen te gaan)Wel, was ’t weer even mis?Sero.(luistert hijgend naar de geluiden, zakt van het bed op de knieën, snikt ’t steunend uit).[473]Arts.Kom nu—dat’s niet zoo goed voor je, je op te winden!Sero.(hem met armgebaar afwerend)Doe dan dat raam weer dicht!Arts.Dat raam weer dicht? ’t Is voor je bestwil nummer zooveel!Sero.Doe dicht dat raam—ik heb ’t koud!Arts.Je heb ’t koud? Stop jij daarvoor je vingers in je ooren? ’t Is buiten heerlijk warm!… Kom, kom, wees man! Wil je je vrouw nog zien?(Sero schudt woest het hoofd)Je dochter dan?(Sero staart naar ijzeren val, schudt het hoofd)Nee? Heb ’k goed begrepen?Sero.(naar den val starend)… Ik wil ’r zien, als ze geen tafel heeft …Arts.Geen tafel … Wat zegt je nu …?Sero.(moeilijk opstaand)…Ikhad ’r geen—en aan de schuif is nog geen hand geweest—geen wachtershand—en niet de hare … ’k Heb meer dan zestig dagen, uur aan uur, en nacht aan nacht … Ben jij hiernaast geweest? Hééft ze ’n tafel en ’n stoel? Dat kan ’k dien man niet vragen, die me trapt en slaat op hoog bevel, en me op hoog bevel m’n krachten heeft genomen, omdat ’n galg zoo-zeer de aandacht trekt van raven en van menschen …![474]Arts.Bedaar nu, nummer-zooveel—of je heb ’r zelf aan schuld…En praat gezonde taal …Sero.(den stoel nemend en pogend er bij de schouw op te klimmen)Nee, nee, dat kan de akrobaat niet meer! En ’t hoeft ook niet. Want aan de schuif is niet getimmerd, niet geschroefd … En zij heeft jonge beenen …(zit gebroken neer).Arts.Ik zal je laten brengen naar de ziekenzaal.Sero.Dat is te laat—(naar omhoog kijkend)en wie weet nog te vroeg. Ik wil hiér in m’n eentje sterven.Arts.Dat zeg je me bij elk bezoek, maar hier is toch geen plaats …(omzichtig)Je vrouw en dochter kunnen bij je komen.Sero.(de hand op ’t hart)Ik heb geen vrouw—en als ze heeft ’n tafel met vier pooten, geen dochter meer!Arts.(goedig-sussend)Ja, ja, ja, ja! Dat meen je nu, en straks heb je weer andre, dwazer kuren!(naar deur, keert terug)Wil je soms schrijven voor je laatsten wil? Ik vraag dat, waar jij zèlf zoo telkens weer van sterven spreekt!Sero.M’n laatste wil …(diep ademend)Hè, ’k ben den ballast kwijt—ik word weer mensch, nou dat te groote hart zich uitzet als ’n spons in ’t water! M’n laatste wil, hahaha! Hoe ben ’k met zoo’n groot hart zoo klein geweest daarnet te grienen! ’k Vermaak[475]—dat kan ook zonder testament—en vrij van zegel, registratie!—vermaak m’n geest en ziel aan wie ’r bod op doet,rabbijnenzelfs, pastoors en wie den geldzak kust!—vermaak m’n lichaam, huid en haar, ’t vet en ’t vleesch, aan jonge maatjes in jouw vak van wetenschap, die uit geen béter kringen krijgen ’t materiaal, om voor te snijden op de sectietafel … Vermaak! Vermaak! In ’t leven is de zotheid baas!…Arts.De zotheid, zeg dat wel, vooral jouw zotteklap! Men maakt geen grappen, als men kan vermoeden …Sero.… Dat binnenkort ’t zeldzaam-groote hart ligt in ’n glazen huis met spiritus en met ’n varkensblaze-dak!Arts.’t Is wel. Ik zwijg(bij de deur)’k Zal je den priester sturen.Sero.Waarom? Waartoe? Ik wil en geef geen absolutie!(De arts gaat schouder-ophalend af. Buiten wordt het spelend rumoer der kinderen sterker. Met de handen op den rug gevouwen, staart Sero eerst naar den schoorsteenval, vervolgens zonder te bewegen naar de richting van het geluid.)’k Zou willen weten wat uit jullie groeit:Ik ga en jullie komen pas den wegGeloopen die zoo wonderschoon kon zijn,Als niet de modder hing aan elken stap,En elke nieuwe, jonge, vrije jeugd,Weer in de óúwe leugens werd verstikt![476]’k Zou willen weten of de lente, dieUit jullie kleine kinderstemmen spreekt,’n Zomer wordt die bloeiend opengaatEn aan de landen eindloos stuifmeel geeft!’k Zou willen weten of de rijke vrucht,Die van geen mensch en toch van iéder is,Door jullie éénsgezind gegrepen wordtEn zóó gesteld dat nooit meer ruwe klauw’t Kost’lijk aardgeschenk vernielen kan …(De gevangene boven klopt)Dat zien wij twee, jij dief en moordenaar,En ik, dìe langs de wegen ben gegaan,Om zonder aarz’len mensche-plicht te doen—Dat zien wij twee niet meer—maar zij—misschien …(zet zich op stoel, sorteert).[Inhoud]Tweede tooneel.Droomelot, 2deWachter, Sero.2deWachter.(ontsluit Droomelot’s cel, laat haar binnen. Zij neemt haar masker af, geeft dat den Wachter, die haar onder de kin strijkt. Zij wijkt verschrikt achteruit)Hahaha! Doe niet zoo preutsch, jij leep en listig ding! ’k Draag niet m’n oogen in m’n zak en ’k heb twee ooren als trompetten! Ja, kijk maar lekker rond—’t wordt hier ’n fijne keet!Droomelot.Wie heeft dat alles hier gebracht?2deWachter.Wie?—Ik en m’n maats![477]Droomelot.Wanneer?2deWachter.Terwijl je werd gelucht! Hahaha, de heele wacht is uitgeloopen, en heeft zich voor jouw deur ’n uitgezakte breuk gelachen! Jij ben ’n bliksems-gladde, kleine helleveeg. Je moeder kan ’n puntje an jou zuigen! En as je éven handig blijft, en ’m zoo zacht an ’t lijntje houdt, ’m snoepen laat met mondjesmaat, en of je ’r tièn zoo aan je vingers heb, ’m onverschillig op z’n koppie krauwt—dan lijm je ’m vast nog jaren lang en wat jij wil, krijg jij gedaan! Tik voor je aan, met veel respect! En as je je bij hèm verveelt, in plaats van elken dag kandij, ’ns watertandt naar mager spek: dan heb je maar ’n kik te geven! Met veel respect! Hahaha!(treedtnoglachend bij Sero binnen; nijdig)Raap op dat brood! Al smijt je ’r mee: je krijgt geen ander!(Sero bukt zich, legt het op het bed. Wachter rukt stoel weg, zet dien buiten, keert terug, sluit het raam. Droomelot heeft de bloemen opgenomen, laat die vallen, zet zich op haar stoel.)Sero.Móét ’t al dicht? Màg ’t niet langer open?2deWachter.Je kan je zelf wel antwoord geven!Sero.’t Is toch ’n kleinen dienst dien ik je vraag!2deWachter.Als ik je luchten wóú, heb je ’t verdomd! Je was te slap, niewaar?, te ziek, niewaar?, om naar de plaats te loopen! Hier geef ìk jou geen lucht, nog niet voor tien doktoren! ’k Vertrouw je[478]net van hier tot daar! Jij ben in staat, of anders zijn ’t je vrinden om bij zoo’n open raam … Ha-ha-ha, heb ik je door?Sero.(moeilijk)Mag ik vandaag?2deWachter.Nou, wat? Leg niet te pruimen op je woorden!Sero.Mag ’k vandaag—mee naar de plaats! Ik wou voor ’t laatst de zon nog zien.2deWachter.Wel, wel—nou zoo ineens? De tijd van luchten is voorbij—moet je tot morgen wachten!Sero.(spottend)Ik heb misschien geen morgen meer.2deWachter.Daar làcht-ie om, ’t stuk ongeluk! Dàt wil de zon nog zien! De zon, die draait ’r kooi niet in, as jij geen afscheid neemt! Vooruit dan maar! ’k Ben gek gedorie da’k ’t doe!(laat sleutelbos vallen)… Raap op!(Sero geeft hem de sleutels)Ha-ha, heb ik je goed gedrild? Komt ’t ontzag ’r langzaam in? Als ik jouw vader was geweest …Sero.Was jij voorzeker in je bèd gestorven!2deWachter.(’t masker gevend)Pak an! Zet op! Geen kletspraat onderweg, geen teekens, geen gefluit!Sero.Dat masker ruikt naar karneval![479]2deWachter.Ha-ha-ha!(’t ook beruikend).Dat is ’t luch-ie van de harem, hier dichtebij! Naastan wascht een ’r snuit met beter zeep dan jij, omdat ze met Zijn Excellentie trekkebekt!(Sero rukt ’t masker af)Zet op! Wat suf je nou? Vooruit! Je hoeft niet vies van ’r te wezen! As jij as teef geboren was, liep ook de duurste reu je na! Zóó as ’t voorjaar is, is iedre hond-van-ras z’n moer en stand vergeten en rent in d’achterbuurt met ’t smerigst mormel mee!…(Sero laat ’t masker vallen)Wat mier jij nou? Vooruit! Zet op!… En as je onderweg ’n flauwte krijgt—ik ken je foefies, ouwe smakker!—giet ik ’n emmer langs je leeg!(duwt hem voort).[Inhoud]Derde tooneel.Regent, Droomelot.Droomelot.(heeft de papieren gelezen, bergt die op)O, vadertje, als je eens wist—als je eens weten kon!Regent.(onstuimig binnentredend, werpt mantel en hoed op divan)Daar ben ik weer—verdoemd, terwijl ’k gister pas gezworen heb, nóóit meer ’n stap hier in ’t hok te zetten! Daar ben ik weer, voor spot van soldeniers en wachters!(zij smakt met het hoofd op de tafel)Daar ben ik weer! Heb je me niet verstaan? Dat is geen houding die jou past, als ik hier ben!(rukt haar omhoog)Zit recht en kijk me aan!… Heb jij, heb jij de bloemen die[480]ik zelf voor jou geplukt, daar op den grond gesmeten? Neem op! Neem op!(houdt haar tegen, bukt, legt haar de bloemen in den schoot, grijpt geknield haar handen).Daar ben ik weer: doe met me wat je wil!Trap me en sla je handen om m’n strot—Kwel me en laat me kruipen als ’n dier,Dat nog je nasluipt, als ’t geranseld wordt!Ik kan niet buiten jou, m’n Droomelot!Ik hijg in eenzaamheid m’n uren door,Je hatend en verwenschend eindeloosEn naar je snakkend met zoo’n woesten lust,Zoo’n rauwen opstand van m’n heele lijf,Dat ik m’n tanden in m’n lippen zet,En met m’n vuisten beuk m’n gloeiend hoofd!Ik zal je niet en nooit meer met geweldHeendragen naar je bed, als toen dien dag!’k Wil dat je zèlf je armen om me legtEn zèlf den adem van mijn mond begeertEn zelf met dat waanzinnig ongeduld,De slinger-slagen telt, om te zien!(kust haar handen).Zeg nu een woord en staar niet voor je uit!(heftig).Ik wìl en zàl jouw eerstenvrijenkus!Droomelot.(de bloemen zonder hem aan te zien brekend).Je heb me met geweld hierheen gebrachtEn met geweld geleerd wat moeder isEn met geweld gezegd hoe ’k bidden moetEn met geweld gehaald van vader afEn met geweld mijn tranen weggekust[481]En met geweld me ’t vrees’lijke gedaan(smijt alle bloemen neer).Maar dàt, dat uit mezelf, dat kàn ik niet!Regent.Dat kun je niet!Droomelot.Dat kan ik niet …Regent.Ook niet—als—als … als ik je smeek en bid?(zij schudt het hoofd)… Ook niet als iedre wensch van jou …Droomelot.’k Heb ’r maar een—hier dood te gaan!Regent(haar in de armen nemend).Kom nu, m’n kleine, kleine Droomelot:Je weet hoe ik je slaaf geworden ben,Hoe ik, die honderd vrouwen heb gehad,Gehad en weer verschopt, hoe ’k van jóú hou,En hoe je me gelukkig maken kanDoor éven vroolijk kijken en ’n lach!Is ’r een deur, die hier gesloten blijft?Ben je niet vrij, ook zonder dat je vraagt?Droomelot.(zich losrukkend).Ik wil niet vrij!Regent.Je wil niet vrij? Waarom?Droomelot.Als ’k buiten kom, dan ken ik maar één stapWaar ’t water diep is, en geen mensch me ziet,[482]Waar ’k niet meer denk en tob, en niet meer vreesDat ik m’n vadertje ontmoeten zal.’k Hoop dat-ie sterft, voor iemand ’m dat zegt …Regent.Dat kàn ’m niemand zeggen!Droomelot.Iedereen!(divan en kleeden bedoelend).Waar zooveel wachters dat en dat gezien,Hoort ’t de heele stad eer ’t avond isEn eer ’t avond is, hoort hij ’t ook!(valt snikkend neer).Regent.Hij hoort ’t niet en nóóit!Droomelot.Hij weet ’t al!Regent.En als-ie ’t weet, wat raakt dat mij—en jou!Druk een keer zèlf je lippen op mijn mondEn wee degeen die dan niet voor je buigt!Droomelot.(in knielende houding, de oogen gesloten)Ik zeg—ik zeg niet langer nee … Ik zal …Regent.Je zult …?Droomelot.Ik zal je kussen op je mond …Regent.Uit vrijen wil?Droomelot.Dankbaar—uit vrijen wil—als ’k dan voor goed vrij-uit mag gaan![483]Regent.Waarheen?Droomelot.Waar ’k nooit meer vadertje ontmoeten kan!Regent.Je vader niet—maar mij?Droomelot.Geen sterveling!Regent.Verdoemd! Ben jij zoo op den dood verzot, enkel uit angst …Droomelot.Voor zìjn twee oogen—ja!Regent.En voor die van je moeder dan?Droomelot.Voor haar? Ik ben geworden wat mijn moeder is.Regent.En als-ie nu gestorven was—of weer—neem dat eens aan: opnieuw gevangen werd …Droomelot.Als hij gestorven was—is-ie dat dan?Regent.Hij is nog hier—hij is niet weg geweest!Droomelot.Niet weg geweest?… En jij, je gaf je woord!Regent.Dat heb ik ook gegeven in m’n roes!(moeilijk pratend en lachend, terwijl zij met eene verjonging van het gelaat voor zich heen staart).’k Heb dronken wel m’n zaligheid beloofd,Meer dan ik had en ik belooven kon[484]Om als m’n dolle kop weer nuchter was,’t—met verstand—weer andersom te doen!Maar jij—maar jij!—hield jij je woord dan wel?Dee ’t je wat, dat jij me had bekeerdNiet langer je te kussen met geweld?Dee ’t je wat of ik krankzinnig werd?Heb ’k niet gekropen en mezelf verlaagdHeb ik een oogenblik voor jou bestaan?Droomelot.(starend).Hij is niet weg geweest—en hoort ’t nooit.…Regent.(sleutels op divan smijtend).Nu lieg ik niet en laat ik je de keusEn speel niet met den tijd, eer ’t me berouwt!Daar zijn de sleutels om hier uit te gaan,Voor hem èn jou, of voor jou heel alleen,Of als-ie wil, voor hèm, terwijl jij blijft,Als jij je volle ziel me overgeeft,En met den geur van bei je lippen zegt,Dat ìk de koning van je droomen ben,Dat jij me toebehoort met al den lust,Die de verkwikking is van jonge min!Ik zweer …Droomelot.Dat heb je gister pas gedaan!Regent.Ik steek m’n vingers op …Droomelot.’k Geloof je niet!Regent.Ik laat de sleutels hier …[485]Droomelot.En neemt ze weer terug! Zooals je op je woord getrapt!Regent.(heft z’n vuist, wijkt bij haar oogen, werpt de deur open).Ik wacht.Droomelot.(voor zich uit glimlachend).Voor ik m’n beste zelf jou geefEn ongedwongen jóú tot liefste neem,En jou vertel het diep en teer geheim,Dat me in wreede nachten heeft ontrust,Vraag ’k zekerheid, dat ’k gaan kan ongestoord …Regent.Gaan naar den dood?Droomelot.Nee! Naar ’t leven heen!Regent.En als je me bedriegt?Droomelot.’k Bedrieg je niet!Regent.Ik zekerheid—maar jij geen onderpand!Droomelot.’r Is ’r een …Regent.Wat dan?Droomelot.Wat dan?… Ons—kind.Regent.Ons kind!(grijpt haar onstuimig in de armen).Ons kind—en jij je weigert nog.[486]Droomelot(haar gelaat hijgend afwendend).Ikheb ’t niet gewild—heb ’t verwenscht …Regent(lachend voor zich uit starend, holt de gang in, wenkt wachter).Kom hier! En zeg aan al je kameraads,Aan alle wachters en aan iedereen,Dat zij de vrijheid heeft om heen te gaan,Heen waar ze wenscht en waar ’t ’r behaagtEn dat ’n klacht van haar een vonnis wordt!(Wachter tikt aan, verwijdert zich)Dat is mijn kind!(grijpt haar handen).Droomelot(trotsch).Nee, nee—’t is van mij!Regent.Ik zorg ’r voor—ik voed ’t op!Droomelot(de handen terugtrekkend).Nee ik.Regent.Ik! Jij!—Jij! Ik!—Dat komt op ’t zelfde neer!Krijg ’k nu wat ’k heb gevraagd die maanden lang?[Inhoud]Vierde tooneel.De vorigen, 2deWachter, Regina.2deWachter.(Regina bij de open deur weerhoudend)Niet hier!Regina.Waar dan?[487]2deWachter.Dat merk je wel—hiér nièt!Droomelot.Hier wel! Hier wel!(vliegt haar om den hals)Wat ben ik blij dat ik je zie!Regent.Wie heeft die vrouw gehaald?2deWachter.Dat heeft de kommandant gelast!Regent.De kommandant—waarvoor?2deWachter.Omdat de dokter heeft gezeid, dat hij krepeeren gaat!Regent.Is hij dan hier? Wat heb jij voor een kop! Weg met die vrouw!2deWachter.(Regina, die angstig Droomelot omhelsd houdt, bij den arm grijpend)’r Uit—en as de bliksem mee!Droomelot.Zeg aan dien man, dat ik ’r spreken wil!Regent.Dat zeg ik niet!Droomelot.Dan ga ik mee, waar zij heengaat!Regent.Dat zul je niet!Droomelot.Heb je niet zelf gelast, dat ik me vrij bewegen mag?Regent(denkt na, haalt Regina bij de deur terug,[488]fluistert haar wat toe—dan tot wachter).Je blijft ’r bij!Droomelot.Dan spreek ik niet—en zoek m’n moeder later op!(Regent loopt woest op en neer, wenkt wachter—beiden af—de deur blijft open.)[Inhoud]Vijfde tooneel.Droomelot, Regina.Regina.Dus—is ’t waar?Droomelot.Wat, moederlief?Regina.Wat overal, in elke straat ’n ieder zegt—dat jij en hij …(Droomelot knikt)O, lieve Jezus, ’t is mijn schuld! En ik—ik ben jou niet tot schrik geweest, tot voorbeeld hoe je ondergaat, als je je eenmaal geeft …Droomelot.Ik heb me niet gegeven—(hard en trotsch)gééf me niet!Regina.En jij en hij?—je knìkte toch!Droomelot.Die man wordt enkel vader van ’n kind, dat ’k leeren zal hoe men hèm haten moet …Regina.Dus … Dus … Jij ook!Droomelot.Ik ook—je hoeft niet bang te zijn, dat ik ook op jou óóit neer zal zien![489]Regina.Had ’t maar wel gedaan—en wel gekùnd!… Ik ben zoo schand’lijk slecht …Droomelot.Zoo slecht …? Heb je dan meer—misdaan dan ik?…(Regina slaat de handen voor het gelaat)Wat heb jij dan misdaan?…Regina.Vraagt ’t me niet, m’n kind …Droomelot.’k Dacht dat je net als ik—gedwongen was geweest.Regina.Gedwongen word ik nog. ’r Is geen weg terug.Droomelot.Geen weg terug—dat meen je niet …(op den divan knielend, achter Regina en de armen om haar heen vouwend).Dat meen je niet en ’t is niet zoo!’k Heb over jou, als ’k niet meer schreien kon,Die nachten, zoo gedacht en zoo je pijnEn zorg geweten, zoo me voorgesteldHoe jij gelejen heb, dat ik mezelfVerweet, dat ik geen dochter voor je was.Dan nam ik, in ’t donker op mijn bed,Den kettìng, met ’t groote medaljonEn draaide kreunend zoo de schakels rond,Of ’k voor je bad en hield een rozenkransEn jij me in de verte hooren zou!Jij heb wel schrik’lijk veel verdriet gehad?(Regina tracht Droomelot’s handen los te maken)Nee, laat mijn handen om jouw lieven hals.Ik ben toch ook voor jou ’t kind geweest,[490]Dat in ’n lichaam angst en vreugde wekt,En naast je eigen, wilden harte-slagDe zachte echo van ’n tweeden stelt …!’k Hou nu veel meer van jou!(kust haar).Regina.(heftig opstaand)Nee doe dat niet!Droomelot.Dat niet? ’k Omhels jou—en …Regina.En ’k wil ’t niet.Droomelot.Weer niet? Weer niet? Dat zei je toen …Regina.Toen ook!Droomelot.Waarom?Regina.Omdat …Droomelot.Omdat …?Regina.Omdat ’k niet wil!(moeilijk).Omdat wat ’k laat—verkoop aan iedereen,Niet voor jouw mond en lippen wezen mag!Droomelot.Begrijp ik niet …Regina.Hoop dat je ’t nooit zal doen …Droomelot.Je ben van vader weggegaan—waarom?Regina.(stug)Dat weet ik niet …[491]Droomelot.Hield jij dan niet van hem?Regina.(stug)Dat weet ik niet—herinner ’t me niet meer! ’t Is zoo lang geleden—en vandaag …Droomelot.Wat dan vandaag?…Regina.Vandaag is alles uit … En als ’t uit is, helpt geen spijt, geen klacht!Droomelot.Je praat in raadsels, moederlief … Je praat …Regina …Allicht te veel(met blik op wachter, die even in deuropening verschijnt)—omdat ’k niet praten mag! Ik kom misschien terug.Droomelot.Dat hoeft niet meer. ’k Ben vrij.Regina.Jij vrij?Droomelot.’r Houdt me niemand hier!Regina.(angstig)Je zegt dat zoo—zoo blij en opgewektOmdat je nog niet weet … Ik ben besteld …Droomelot.Ik weet—weet dat-ie nog gevangen zit,Wéét dat-ie niet door schùld is los gekocht,Wéét dat-ie me zoo diep verachten zou,[492]Als ik door éigen wil gevallen was,En door zoo’n offer hèm geofferd had …’k Was voor ’n uur nog tot den dood bereid,Uit vrees dat hij me ginds ontmoeten zouEn me verwijten, dat ik hem verlost!Nu is hij even ongerept als ikNu trek ik sterk en ongebogen uitEn zet als ’t mag en kan zijn arbeid voort …En jou laat ’k niet meer los!Regina.Ik tel niet mee!Droomelot.Jij blijft bij mij … en ik, ik blijf bij jou!Regina.Dan kán niet, kind!Droomelot.’t Kan!Regina.Ik ben melaatsch.Droomelot.Melaatsch!Regina.Ik ben gedoemd …Droomelot.Door wie gedoemd?Regina.Vraag ’t aan elke vrouw en ied’ren man—maar niet aan mij!Droomelot.Ik vraag ’t aan jou zèlf—zooals mijn eigen kind eens vragen zal …Regina.(worstelend)Ik ben … Ik ben …[493]Droomelot.… Wat ik geworden ben!Regina.Ik was zoo slecht, zoo laag en zoo gemeenEn ook zoo laf, dat ’k haast niet biechten kan.Ik liet hem in den steek, toen ’t armoe werd,Armoe met ied’ren dag meer wrok en twist.’k Was jong, dacht dat ’n ander beter was.Die ander zette me weer aan den dijk:Het was z’n recht—hij had ’r voor betááld.Ik stond op straat,’r stonden ’r daar meer.Naar jullie huis dorst ik niet heen te gaan.Dat durf je niet, je voeten zeggen nee.En ’k vond dien hongernacht toen weer ’n dakBij weer ’n man, die me z’n kussen gaf,’n Slok jenever en ’n middagmaal.En ’k stond op straat. En keek de modder aan,De modder en de mannen, beurt om beurt,Tot ’k bij die twee geen onderscheid meer zag,Tot ieder kind me nawees in de stad,Tot ’k bang was voor de vogels en de zon,En eerst bij avond langs de wegen ging,Omdat je dan je eigen schaduw mist.Eens ben ik ziek geweest, op sterven af,En heb toen alle heiligen en GodBezworen dat ’k me beet’ren zou voor goed.Maar hoe ik worstelde en hoe ik wou,En hoe ik heb gewroet, gesmeekt, gezocht,De deuren van de huizen smakten dichtEn ’k stond weer in de modder—in de straatEn ben toen wéér van hand in hand gegaan,Van man naar man—en heb op ze gespuwd,En heb gehaat, gehaat, op mijn manierEn als ’k me voelde beu en levenszat,[494]Dan dee ’k wat ik van anderen geleerdEn dronk. Drank maakt je van de dingen los.Zoolang je dronken ben, klaag, bid je niet!En bid je God, vloeken de menschen toch …(Staart met het hoofd in de handen voor zich uit. Droomelot zelf ontwakend, staat op, neemt met zacht geweld haar handen weg, kust haar—zij duwt haar op zij).Laat staan! Laat staan! Je weet niet wat je doet!Ik ben geen lippen—als van jou—gewend!Droomelot.Daar móét je dan aan wennen, moederliefWij blijven saam(kust haar weer).Regina.(lang-aanhoudend snikkend)Je weet niet wat je zegt!Droomelot.(haar de haren streelend)Wat heb jij, moedertje, ’n leed gekend,Wat is jouw straf verschrikkelijk geweest,Wat ben ik blij dat ik je troosten kanEn blij dat ik jouw steun geworden benEn blij dat vadertje dàt nooit gehoord …Regina.Hij ’t nooit gehoord! Hij ’t niet gehoord, ach, ach!Droomelot.Hij zei van af ’t eerste uur, dat ik’m Vroeg waarom de andre kindren wèlEn ik géén moeder had: je hèb ’r een …[495]Regina.(stellig)Dat heeft-ie jou als kind gezegd—als kind …Droomelot(schudt het hoofd).… Niet waar! Toen ik vertelde hoe ik jouDien wintermorgen voor—dat huis gezien,Dat vreemde huis, met al de blinden neer,Toen sprak-ie even goed: ze komt terug!Maar jij je praatte niet van hem—jij zei:Hou toch vooral je mond als je me ziet …Ja, ja en zoo ben ik hierheen geraakt …Regina.Ik ben ’n beest—’k wou dat ik stierf!Droomelot.En dan? En dan! Heb je je beurt gehad?Regina.M’n beurt?Droomelot.Je beurt van òpgang na je ondergang? Je beurt van wraak …Regina.(schudt het hoofd)’t Was m’n eigen schuld! Als ’k niet was heengegaan, dan zou ik niet …Droomelot.Was ’r ’n weg terug?Regina.Die was ’r niet.Droomelot.Heb jij je vuisten niet gebald, als jijWeer telkens in de modder kwam te staan?[496]Wie smeet de deuren dicht?.… Wie wees je na?Wie heeft je bang voor zon en dag gemaakt?Was jij dan slechter dan de mannen, dieTe eten gaven jou—en dan opnieuwJe trapten en je zweepten als slavin?…Je wóú je modder uit—je kon ’t niet!Je wóú weer in ’t licht—’t lukte niet!Je wou ’t zelfde recht van elken man,Die als-ie in jouw armen was geweest,Weer vrij-uit, zingend, over straat kon gaan:Je kreeg ’t niet! Sta op! En help jezelf!Als jij melaatsch ben, jij, melaatsch, gedoemd,Dan is ’t ieder, die den steen opnam,En elke man die met jou heeft verkeerd!Regina.Ik word niet meer gered …Droomelot.Je redt jezelf! Jezelf! Jezelf!Regina.Daarvoor heb ik geen kracht!Droomelot.Ben ik ’r niet? Heb ik geen kracht voor twéé?Regina.Ben jij de droomster en ’t zelfde kind,Dat bij me kwam? Wat ìs met jou gebeurd?Droomelot.Ik heb van hèm geleerd …(Wachter laat Sero in de cel terug)En óók geleerd(met bijtenden spot).Van al de andren, die hier zijn geweest!En als ik twijfelde en niet begreep,[497]Dan had ’k een wijs en kost’lijk amulet,Dat ’k als een troost ook in jouw handen geef!(geeft haar Sero’s papieren—Wachter schiet toe, rukt ze uit haar hand).[Inhoud]Zesde tooneel.Droomelot, Regina, Sero, Wachter.2deWachter.Komt niets van in! Daar heb ik op geloerd!(verscheurt ze driftig).’r Uit gedragen wordt hier niemendal!Zie zoo! Nou kun je grabb’len allebei!(een snipper lezend)Dacht ik ’t niet: jawel, ’t bekende schrift!(bukkend en de snippers nog eens verscheurend)Te groote brokken steken in je keelEn maken dat je je verslikken zou.Dat’s beter mondjesmaat—En jij ’r uit!Regina.’r Uit?… Ik ben besteld om—hem te zien …2deWachter.Komt niets van in!Regina.De kommandant …2deWachter.Is gek!Regina.Je heb me zelf gezegd …2deWachter.Ik ben óók gekWe zijn ’t allemaal, ik, de Regent,En ieder die te loopsch naast rokken loopt!(schatert het uit).[498]Geloof, dat als ik wijven-wachter was,M’n uniform gauw an den kapstok hing!(tot Droomelot, die glimlachend de snippers geraapt heeft)Wil je ze liever strooien op de plaats.Droomelot(ze spottend nakijkend).Ik geef ze aan den wind—en woord voor woordIk weet den stand van elke letter nog …2deWachter(tot Regina).’r Uit madam!Regina.Dus mag ik ’m niet zien?2deWachter.Hier namaals ja—maar bij z’n erwten niet!Regina.Dat is gemeen! Als-ie toch stervend is!(Droomelot schrikt op, luistert onbewegelijk toe).2deWachter.Jij kletst! De kommandant is idioot!Ik heb ’m zelf pas in de zon gelucht!En op de plaats heeft-ie gefloten als’n Vink, die bij z’n voer wat suiker vindt!Droomelot.Hij liegt!Regina.Je liegt! Ik ga hier niet vandaan! Laat me ’r door.2deWachter.(z’n mouwen opstroopend):Haha, dat wordt ’n bokspartij!’t Spijt me wel, madam, ’t is afgelast![499]Droomelot.Door wie?2deWachter.Door den Regent!Droomelot.Wanneer?2deWachter.Zoo pas.Regina.Mag ik dan wachten hier?2deWachter.Nee, nee—hier niet!Maar als je wachten wil, met véél geduldNeem dan je intrek in mijn wachtlokaal’k Heb bier en goed-belegen roggemik!Regina.Dan wacht ik daar! Dag Droomelot, m’n kind! Ik dank je wel, en als ’k je niet meer zie …Droomelot.We zien mekaar nog eer ’t avond is.Regina.Dat weet ik niet.Droomelot.Maar ik—ik weet ’t wel.2deWachter.Na u—ik heb de sleutels en de eer!(af met Regina).[Inhoud]Zevende tooneel.Droomelot, Sero.Droomelot.(waakt op, ziet de sleutels op den divan, grijpt ze, treedt bij Sero binnen, blijft stuipend van angst staan, als ze hem ziet liggen): Vader! Vadertje!..[500](hij stut plotseling op de armen, kijkt haar enkel aan)Goddank!…(knielt bij ’t bed, neemt z’n hand, kust die—hij stoot haar driftig terug).Vadertje!(hij blijft haar aanstaren, zij wijkt achteruit).Je kijkt zoo vreemd—ik ben ’t—Droomelot! Herken je me niet meer?(hij schudt wild het hoofd, wijst haar heen te gaan).Ik ben ’t—ik!(knielt opnieuw bij ’t bed).Sero.(moeilijk): Ga weg!(schor lachend).’k Verdraag de lucht niet van jouw zeep!Daar stik ik bij! Smijt open hier ’t raam!Ga weg! Ga weg! Ga weg! Ik ken je niet!Droomelot.Je kent me niet? Ik ben je eigen kind!Sero.(halverwege van ’t bed).Ben jij m’n eigen kind—weet je dat wel?Ik stik!(zij bukt, reikt hem de waterkruik—hij duwt haar achteruit).Nee, uit jouw kinderhanden niet!…Eer kruip ik naar den berg van Horeb heen,En wacht ’t wonderwater uit de rots …Dan dat ik nog van jou, van jóú—wat wil!Droomelot.Toe, vader, vader, vadertje!Sero.Ga weg!Jij wist den weg, daar bij de schouw, niet waar?Droomelot.Dien wist ik, maar ’k dacht …Sero.Jij dacht—jij dacht, hahaha![501]Ik ook! Ik heb zoo vreeslijk veel gedacht,Ik heb dit zotte hart kapot gedacht!(lacht)’k Heb naar jouw stem daar door die spleet gesnakt,En midden in den nacht m’n hoofd gebonsdTegen den wand, of je ’t niet hooren wou,Of je geen oogenblik meer voor me had,Of je ’t begrijpen zou, dat ìk niet kon!Maar jij, je hield je stil—jij had …Droomelot …Ik had …Sero.Je pater en je moeder, den Regent!Je beetre kost, je bijbel en je zeep!Je leugens en je liederlijk bedrog!Droomelot.O vadertje, ik zweer je ’t is niet waar!Sero.Geloof je niet! Wie gaf die sleutels jou?Droomelot.(laat ze vallen): Die vond ik straks …Sero …Die vond je naast je bed,Je bed dat beter veeren hebben zal,En beter peluw dan waarop ik sterf!Ik heb, toen ik zoo pas hier binnenkwam,Jouw moeder’s stem in druk gesprek gehoord,Je deur staat open toch voor iedereen!Jij ben je moeder’s kind, zooals ’t wasJe zuster die bijtijds in ’t graf gelegd …(zit zwaar hijgend op ’t bed).Droomelot.Ze hadden me gezegd voor maanden al, Dat jij weer buiten in de vrijheid was …[502]Sero.Wie zei jou dat?Droomelot.Die man.Sero.Dat zei-ie jóú? Waarom? En waarom heb jij ’t geloofd?Droomelot.Omdat—omdat-ie gaf z’n eerewoord.Sero.Z’n eerewoord—aan jou?… Aan jou z’n eer?… En jij gaf ook je eere-woord—je eer?…(zakt schor lachend achterover).Droomelot.(bij het bed neerstortend)O, lieve vader, ’k ben en blijf van jóú!Sero.(haar woest terug-duwend).Waar is—waar is dat pak, dat ik aan jouDat ik aan jou toen toegeworpen heb,Dat pak dat voor de kameraden was?…Terug! Terug! Hoort in jouw handen niet!Droomelot.(losbarstend).Dat heb ’k niet meer, maar ’k heb ’t zoo geleerd,Zoo in me opgenomen, vader, datElk van je woorden gloeiend in me leeft!Sero.Geloof je niet!Droomelot.(hartstochtelijk)Ik draag ze met me mee!Sero.Geloof je niet![503]Droomelot.Ik zweer ’t bij—m’n kind.Sero.Je kind.(staat onbewegelijk rechtop).Je kind. Heb ik dat goed verstaan?Droomelot.Hij heeft me met geweld, geweld, geweld …Sero.(staart, glimlacht bij de herhaling van dat woord)Geweld!(beweegt machteloos de handen)En als jij me beliegt …Droomelot.Ik lieg niet vader—bij mijn kind van háát!Sero.(nu sterker glimlachend, hurkt op ’t bed).Zeg op dan wat ik voor m’n makkers sprak!En aan je stém, je stém zal ’k hooren of,Of ik kan slapen gaan …Droomelot.(knielt bij hem, kust zijn handen).Jij heb gezegd …Jij heb gezegd op ’t allereerste blad …(spreekt, terwijl hij gretig elk woord met lippen-gemummel herhaalt).„De aarde ligt wel kostlijk voor ons uit,„Alsof ze zóó door ons te grijpen is,„Maar van haar vruchten zijn wij zelf niet rijp„Nog—en we moeten met een jongen lach,„Van dat het ochtendlicht naar schemer gaat,„Het onkruid wieden en gestadig voort„Aan d’ouwe akkers geven t nieuwe zaad,„’t Gouden zaad, dat zonnebloesems wekt!(hem vergetend is zij opgestaan—hij smakt achterover).[504]„Al boom, die met te woeste hand geschud,„Werpt groene knoppen in ’t vertreden gras!„Wijtasten toe eerst met de volle kracht,„Als onze Macht zoo gaaf en sterk gestut,„Dat wij het Leven in zijn heerlijkheid,„Zijn groote, heil’ge onverwoestbaarheid,„Van al zijn leugens, zijn erbarmlijkheid,„Voor wat niet leeft, niet leven mòcht—bevrijd!”(kijkt verheugd-glimlachend om, ziet hem liggen, stort op hem toe).O, liefste God, wat is ’r vadertje?Je kijkt me aan en ziet—en ziet me niet!Je glimlacht, maar je mond die ademt niet!Slaap je, of ben je—dood?… Toe vadertje,Toe vadertje, zeg nog een enkel woord!(staat op wijkt achteruit, denkt na, maakt den ketting met ’t medaljon van haar hals los, legt dien in zijn handen, kust zijn voorhoofd).Dan moet ik verder, verder, als ’k beloofdEn jij blijft bij me, waar ik reis en trek,Want dat heb jij me, vader, óók beloofd …(kust hem nog eens, raapt de sleutels van den grond, gaat heen).[Inhoud]Achtste tooneel.Regent, 2deWachter, Regina.Regent.(treedt in Droomelot’s cel, ziet dat zij er niet meer is, roept de gang in).Verdoemd, verdoemd, waar zijn de wachters, hier?Vlug dan! Ze is ’r niet! Waar is ze heen?[505]2deWachter.U heeft ons zelf gelast, maar als u ’t wil …Regent.Vooruit en breng ’r met geweld terug!Nee! Nee!… Blijf hier! Jij raakt haar lijf niet aan!…Zoolang ’k haar vader heb, heb ik haar ook!2deWachter.Z’n deur staat aan!Regent.Z’n deur staat aan! Verdoemd!(stort in Sero’s cel).… Hij is ’r nog!Regina.(angstig bij het hoofdeinde)…Nee,hijis ’r niet meer …(ziet ketting en medaljon in de handen van den doode, knielt)…Nu durf ik met je dochter mee te gaan …EINDE.Berlijn, Juli/December 1909.

[Inhoud]DERDE BEDRIJF.(Het onveranderd tooneel van het tweede Bedrijf. In Droomelot’s cel ligt op de tafel een fleurig kleed, waarop een vaas met bloemen—in het midden staat een divan met smyrnaasch tapijt.)[Inhoud]Eerste Tooneel.Sero, 2deWachter, Arts.2deWachter.(Sero, die met het hoofd op de erwtenbaal op den grond ligt, ’n trap gevend).Wat is dat nou? Hé!… Hé!… Slaap jij alweer!(naar het uitgeslagen, onbeslapen bed aan den wand kijkend)—Of heb je niet geslapen?Sero.(versuft opzittend)Ik heb—ik heb—ik heb zóó goed geslapen, dat ik nog dronken ben …2deWachter.Sta op!(rukt hem aan den schouder)Sta op![469]Sero.Dat wil ik wel(poogt op te staan)—dat wil ik zeker wel—maar wil is niet genoeg!(smakt terug)Je moet me, kameraad, ’n steuntje geven …2deWachter.(hem ruw onder de armen grijpend)Vooruit! Schiet op! Ik ben jouw kruier niet!…Sero.Ik dank je zeer. Bij Jericho heeft zelfs de Samarieter béter niet geholpen … Nee, laat me nog niet los … ’t Is nog ’n afstand tot ’t bed. En zak ik in, moet jij je weer verneedren door me op te rapen!(zit op bedhoek. De wachter veegt nijdig z’n uniform af)Ja, vuil geeft af! Van buiten en van binnen!2deWachter.Ik waarschuw je—je kent me nou!Sero.(knikt)Ik kèn je vuisten en je voeten, je vloeken en je vlakke hand al haast twee maanden, niet? Twee maanden, ja! Jij heb ’n toekomst, vriend. Nog eer ik hier krepeer, krijg jij ’n ééreteeken daar—en welverdiend!… Tot zelfs m’n makker, in ’t hol hierboven, heb jij met klappen ’t kloppen afgeleerd …2deWachter.Je brood—je water, bek gehouen! En als je ’t weer niet lust: ’t komt terug—’t komt terug, hard als ’n bikkel! En zien wie ’t ’t laatste wint! Sta op! De dokter! Ben je blind?Arts.Wel nummer-zooveel, zit je alweer op?(tot wachter)Is hier geen stoel? Moet ’k op den grond gaan knielen bij patiënten?[470]2deWachter.De order is dat hij geen stoel meer krijgt!Arts.Ja, ja—dat ’s best—maar ik, maar ik?2deWachter.’k Breng ù ’r daadlijk een!(af)Arts.En jij? En jij? Nog altijd duizlig en eens af en toe ’n flauwte?(Sero knikt glimlachend)Ja, ja, dat is ’t hart, ’t hart. Je hart dat is vergroot, te groot; daar zijn geen kruiden voor gewassen!(tot wachter met stoet)Ik dank je wel!(Wachter bij deur)Je moet geen vrachten tillen en geen trappen loopen en naar—omstandigheden je ontzien!Sero.(spottend)Geen koffie en geen sterke drank?Arts.Nee, nee. Je tong!Sero.Geen lange wandeltochten, geen tabak?Arts.Nee,nee. Je tong!Sero.Niet dansen en geen zwaar verkeer met vrouwen?Arts.(afwezig)Nee! nee!(plots vinnig)Nee, Nee! Hoe heb ik ’t met jou? Zit jij me voor de mal te houen?(Sero steekt z’n tong uit, schudt ’t hoofd).2deWachter.Als u me noodig heeft, meneer de dokter!Arts.(wenkt hem heen te gaan. Wachter achter deuropening[471]op en neer)Gezien! Gezien! Je pols … Heb je vannacht geslapen? … Nu!Sero.’k Lei op den grond en had geen fut meer in m’n bed te kruipen … ’t Is mal, ’t is zot, hoe je dan tobben kan en in ’t donker dingen zwarter dènkt dan ze bestaan …Arts.(hem wenkend te zwijgen)Ja, ja! Hoe werkt je maag?Sero.Heeft in de laatste dagen wat geluierd—en ’k heb geen beitel om m’n brood voor ’t heilig avondmaal te brokken!(laat het brood dat hij met de vrije hand opgenomen heeft op den grond vallen)Ik wou … Ik wou …(strijkt zich moeilijk langs ’t voorhoofd)Vreemd, dat je ziel zoo in en uit je lichaam gaat …(zakt achterover).Arts.(zich over hem buigend)Dat schijnt nog niet de láátste keer …(tot wachter)Hé, jij—maak jij dat raam ’ns open!2deWachter.Ja, als ’t móét—maar doen mag ik ’t niet!Arts.Als ik ’t zeg, dan is ’t noodig! Hij ligt in onmacht—vlug wat buitenlucht!2deWachter.(met ’n sleutel het kastje van de lijn openend en het tuimelraam vierend)Nou, as ’t lee an mijn, dan bleef-ie waar-ie leit! De dokter heeft geen flauw benul, wat judas of die kerel is! Niet[472]één dief, niet één moordenaar, in ’t heele huis, zit zoo vol vuile praat en vuile streken as deze gladde boef. An dat gaat niemendal verloren! Gift, haat en ongeloof!Arts.Ja, ja,—maar ’t is ’n mensch, al deugt-ie niet, en zieke harten geven zieke hersnen … Als-ie familie heeft en de Regent ’t wil, dan moet gewaarschuwd worden. De veer van ’t werk is stuk.2deWachter.’t Werd tijd!(kinderstemmen buiten).Arts.Is ’r ’n vrouw?2deWachter.’n Hoer.Arts.’n Kind?2deWachter.’n Jong, hiernaast! Wordt door Zijn Excellentie achterna-geloopen! Ik knijp ’n oogie dicht …Arts..(de kinderstemmen bedoelend)Is dat de straat?2deWachter.Nee, dokter, dat ’s ’t plein—en wat u hoort …(Sero zit langzaam-tastend op).Arts.(wenkt Wachter heen te gaan)Wel, was ’t weer even mis?Sero.(luistert hijgend naar de geluiden, zakt van het bed op de knieën, snikt ’t steunend uit).[473]Arts.Kom nu—dat’s niet zoo goed voor je, je op te winden!Sero.(hem met armgebaar afwerend)Doe dan dat raam weer dicht!Arts.Dat raam weer dicht? ’t Is voor je bestwil nummer zooveel!Sero.Doe dicht dat raam—ik heb ’t koud!Arts.Je heb ’t koud? Stop jij daarvoor je vingers in je ooren? ’t Is buiten heerlijk warm!… Kom, kom, wees man! Wil je je vrouw nog zien?(Sero schudt woest het hoofd)Je dochter dan?(Sero staart naar ijzeren val, schudt het hoofd)Nee? Heb ’k goed begrepen?Sero.(naar den val starend)… Ik wil ’r zien, als ze geen tafel heeft …Arts.Geen tafel … Wat zegt je nu …?Sero.(moeilijk opstaand)…Ikhad ’r geen—en aan de schuif is nog geen hand geweest—geen wachtershand—en niet de hare … ’k Heb meer dan zestig dagen, uur aan uur, en nacht aan nacht … Ben jij hiernaast geweest? Hééft ze ’n tafel en ’n stoel? Dat kan ’k dien man niet vragen, die me trapt en slaat op hoog bevel, en me op hoog bevel m’n krachten heeft genomen, omdat ’n galg zoo-zeer de aandacht trekt van raven en van menschen …![474]Arts.Bedaar nu, nummer-zooveel—of je heb ’r zelf aan schuld…En praat gezonde taal …Sero.(den stoel nemend en pogend er bij de schouw op te klimmen)Nee, nee, dat kan de akrobaat niet meer! En ’t hoeft ook niet. Want aan de schuif is niet getimmerd, niet geschroefd … En zij heeft jonge beenen …(zit gebroken neer).Arts.Ik zal je laten brengen naar de ziekenzaal.Sero.Dat is te laat—(naar omhoog kijkend)en wie weet nog te vroeg. Ik wil hiér in m’n eentje sterven.Arts.Dat zeg je me bij elk bezoek, maar hier is toch geen plaats …(omzichtig)Je vrouw en dochter kunnen bij je komen.Sero.(de hand op ’t hart)Ik heb geen vrouw—en als ze heeft ’n tafel met vier pooten, geen dochter meer!Arts.(goedig-sussend)Ja, ja, ja, ja! Dat meen je nu, en straks heb je weer andre, dwazer kuren!(naar deur, keert terug)Wil je soms schrijven voor je laatsten wil? Ik vraag dat, waar jij zèlf zoo telkens weer van sterven spreekt!Sero.M’n laatste wil …(diep ademend)Hè, ’k ben den ballast kwijt—ik word weer mensch, nou dat te groote hart zich uitzet als ’n spons in ’t water! M’n laatste wil, hahaha! Hoe ben ’k met zoo’n groot hart zoo klein geweest daarnet te grienen! ’k Vermaak[475]—dat kan ook zonder testament—en vrij van zegel, registratie!—vermaak m’n geest en ziel aan wie ’r bod op doet,rabbijnenzelfs, pastoors en wie den geldzak kust!—vermaak m’n lichaam, huid en haar, ’t vet en ’t vleesch, aan jonge maatjes in jouw vak van wetenschap, die uit geen béter kringen krijgen ’t materiaal, om voor te snijden op de sectietafel … Vermaak! Vermaak! In ’t leven is de zotheid baas!…Arts.De zotheid, zeg dat wel, vooral jouw zotteklap! Men maakt geen grappen, als men kan vermoeden …Sero.… Dat binnenkort ’t zeldzaam-groote hart ligt in ’n glazen huis met spiritus en met ’n varkensblaze-dak!Arts.’t Is wel. Ik zwijg(bij de deur)’k Zal je den priester sturen.Sero.Waarom? Waartoe? Ik wil en geef geen absolutie!(De arts gaat schouder-ophalend af. Buiten wordt het spelend rumoer der kinderen sterker. Met de handen op den rug gevouwen, staart Sero eerst naar den schoorsteenval, vervolgens zonder te bewegen naar de richting van het geluid.)’k Zou willen weten wat uit jullie groeit:Ik ga en jullie komen pas den wegGeloopen die zoo wonderschoon kon zijn,Als niet de modder hing aan elken stap,En elke nieuwe, jonge, vrije jeugd,Weer in de óúwe leugens werd verstikt![476]’k Zou willen weten of de lente, dieUit jullie kleine kinderstemmen spreekt,’n Zomer wordt die bloeiend opengaatEn aan de landen eindloos stuifmeel geeft!’k Zou willen weten of de rijke vrucht,Die van geen mensch en toch van iéder is,Door jullie éénsgezind gegrepen wordtEn zóó gesteld dat nooit meer ruwe klauw’t Kost’lijk aardgeschenk vernielen kan …(De gevangene boven klopt)Dat zien wij twee, jij dief en moordenaar,En ik, dìe langs de wegen ben gegaan,Om zonder aarz’len mensche-plicht te doen—Dat zien wij twee niet meer—maar zij—misschien …(zet zich op stoel, sorteert).[Inhoud]Tweede tooneel.Droomelot, 2deWachter, Sero.2deWachter.(ontsluit Droomelot’s cel, laat haar binnen. Zij neemt haar masker af, geeft dat den Wachter, die haar onder de kin strijkt. Zij wijkt verschrikt achteruit)Hahaha! Doe niet zoo preutsch, jij leep en listig ding! ’k Draag niet m’n oogen in m’n zak en ’k heb twee ooren als trompetten! Ja, kijk maar lekker rond—’t wordt hier ’n fijne keet!Droomelot.Wie heeft dat alles hier gebracht?2deWachter.Wie?—Ik en m’n maats![477]Droomelot.Wanneer?2deWachter.Terwijl je werd gelucht! Hahaha, de heele wacht is uitgeloopen, en heeft zich voor jouw deur ’n uitgezakte breuk gelachen! Jij ben ’n bliksems-gladde, kleine helleveeg. Je moeder kan ’n puntje an jou zuigen! En as je éven handig blijft, en ’m zoo zacht an ’t lijntje houdt, ’m snoepen laat met mondjesmaat, en of je ’r tièn zoo aan je vingers heb, ’m onverschillig op z’n koppie krauwt—dan lijm je ’m vast nog jaren lang en wat jij wil, krijg jij gedaan! Tik voor je aan, met veel respect! En as je je bij hèm verveelt, in plaats van elken dag kandij, ’ns watertandt naar mager spek: dan heb je maar ’n kik te geven! Met veel respect! Hahaha!(treedtnoglachend bij Sero binnen; nijdig)Raap op dat brood! Al smijt je ’r mee: je krijgt geen ander!(Sero bukt zich, legt het op het bed. Wachter rukt stoel weg, zet dien buiten, keert terug, sluit het raam. Droomelot heeft de bloemen opgenomen, laat die vallen, zet zich op haar stoel.)Sero.Móét ’t al dicht? Màg ’t niet langer open?2deWachter.Je kan je zelf wel antwoord geven!Sero.’t Is toch ’n kleinen dienst dien ik je vraag!2deWachter.Als ik je luchten wóú, heb je ’t verdomd! Je was te slap, niewaar?, te ziek, niewaar?, om naar de plaats te loopen! Hier geef ìk jou geen lucht, nog niet voor tien doktoren! ’k Vertrouw je[478]net van hier tot daar! Jij ben in staat, of anders zijn ’t je vrinden om bij zoo’n open raam … Ha-ha-ha, heb ik je door?Sero.(moeilijk)Mag ik vandaag?2deWachter.Nou, wat? Leg niet te pruimen op je woorden!Sero.Mag ’k vandaag—mee naar de plaats! Ik wou voor ’t laatst de zon nog zien.2deWachter.Wel, wel—nou zoo ineens? De tijd van luchten is voorbij—moet je tot morgen wachten!Sero.(spottend)Ik heb misschien geen morgen meer.2deWachter.Daar làcht-ie om, ’t stuk ongeluk! Dàt wil de zon nog zien! De zon, die draait ’r kooi niet in, as jij geen afscheid neemt! Vooruit dan maar! ’k Ben gek gedorie da’k ’t doe!(laat sleutelbos vallen)… Raap op!(Sero geeft hem de sleutels)Ha-ha, heb ik je goed gedrild? Komt ’t ontzag ’r langzaam in? Als ik jouw vader was geweest …Sero.Was jij voorzeker in je bèd gestorven!2deWachter.(’t masker gevend)Pak an! Zet op! Geen kletspraat onderweg, geen teekens, geen gefluit!Sero.Dat masker ruikt naar karneval![479]2deWachter.Ha-ha-ha!(’t ook beruikend).Dat is ’t luch-ie van de harem, hier dichtebij! Naastan wascht een ’r snuit met beter zeep dan jij, omdat ze met Zijn Excellentie trekkebekt!(Sero rukt ’t masker af)Zet op! Wat suf je nou? Vooruit! Je hoeft niet vies van ’r te wezen! As jij as teef geboren was, liep ook de duurste reu je na! Zóó as ’t voorjaar is, is iedre hond-van-ras z’n moer en stand vergeten en rent in d’achterbuurt met ’t smerigst mormel mee!…(Sero laat ’t masker vallen)Wat mier jij nou? Vooruit! Zet op!… En as je onderweg ’n flauwte krijgt—ik ken je foefies, ouwe smakker!—giet ik ’n emmer langs je leeg!(duwt hem voort).[Inhoud]Derde tooneel.Regent, Droomelot.Droomelot.(heeft de papieren gelezen, bergt die op)O, vadertje, als je eens wist—als je eens weten kon!Regent.(onstuimig binnentredend, werpt mantel en hoed op divan)Daar ben ik weer—verdoemd, terwijl ’k gister pas gezworen heb, nóóit meer ’n stap hier in ’t hok te zetten! Daar ben ik weer, voor spot van soldeniers en wachters!(zij smakt met het hoofd op de tafel)Daar ben ik weer! Heb je me niet verstaan? Dat is geen houding die jou past, als ik hier ben!(rukt haar omhoog)Zit recht en kijk me aan!… Heb jij, heb jij de bloemen die[480]ik zelf voor jou geplukt, daar op den grond gesmeten? Neem op! Neem op!(houdt haar tegen, bukt, legt haar de bloemen in den schoot, grijpt geknield haar handen).Daar ben ik weer: doe met me wat je wil!Trap me en sla je handen om m’n strot—Kwel me en laat me kruipen als ’n dier,Dat nog je nasluipt, als ’t geranseld wordt!Ik kan niet buiten jou, m’n Droomelot!Ik hijg in eenzaamheid m’n uren door,Je hatend en verwenschend eindeloosEn naar je snakkend met zoo’n woesten lust,Zoo’n rauwen opstand van m’n heele lijf,Dat ik m’n tanden in m’n lippen zet,En met m’n vuisten beuk m’n gloeiend hoofd!Ik zal je niet en nooit meer met geweldHeendragen naar je bed, als toen dien dag!’k Wil dat je zèlf je armen om me legtEn zèlf den adem van mijn mond begeertEn zelf met dat waanzinnig ongeduld,De slinger-slagen telt, om te zien!(kust haar handen).Zeg nu een woord en staar niet voor je uit!(heftig).Ik wìl en zàl jouw eerstenvrijenkus!Droomelot.(de bloemen zonder hem aan te zien brekend).Je heb me met geweld hierheen gebrachtEn met geweld geleerd wat moeder isEn met geweld gezegd hoe ’k bidden moetEn met geweld gehaald van vader afEn met geweld mijn tranen weggekust[481]En met geweld me ’t vrees’lijke gedaan(smijt alle bloemen neer).Maar dàt, dat uit mezelf, dat kàn ik niet!Regent.Dat kun je niet!Droomelot.Dat kan ik niet …Regent.Ook niet—als—als … als ik je smeek en bid?(zij schudt het hoofd)… Ook niet als iedre wensch van jou …Droomelot.’k Heb ’r maar een—hier dood te gaan!Regent(haar in de armen nemend).Kom nu, m’n kleine, kleine Droomelot:Je weet hoe ik je slaaf geworden ben,Hoe ik, die honderd vrouwen heb gehad,Gehad en weer verschopt, hoe ’k van jóú hou,En hoe je me gelukkig maken kanDoor éven vroolijk kijken en ’n lach!Is ’r een deur, die hier gesloten blijft?Ben je niet vrij, ook zonder dat je vraagt?Droomelot.(zich losrukkend).Ik wil niet vrij!Regent.Je wil niet vrij? Waarom?Droomelot.Als ’k buiten kom, dan ken ik maar één stapWaar ’t water diep is, en geen mensch me ziet,[482]Waar ’k niet meer denk en tob, en niet meer vreesDat ik m’n vadertje ontmoeten zal.’k Hoop dat-ie sterft, voor iemand ’m dat zegt …Regent.Dat kàn ’m niemand zeggen!Droomelot.Iedereen!(divan en kleeden bedoelend).Waar zooveel wachters dat en dat gezien,Hoort ’t de heele stad eer ’t avond isEn eer ’t avond is, hoort hij ’t ook!(valt snikkend neer).Regent.Hij hoort ’t niet en nóóit!Droomelot.Hij weet ’t al!Regent.En als-ie ’t weet, wat raakt dat mij—en jou!Druk een keer zèlf je lippen op mijn mondEn wee degeen die dan niet voor je buigt!Droomelot.(in knielende houding, de oogen gesloten)Ik zeg—ik zeg niet langer nee … Ik zal …Regent.Je zult …?Droomelot.Ik zal je kussen op je mond …Regent.Uit vrijen wil?Droomelot.Dankbaar—uit vrijen wil—als ’k dan voor goed vrij-uit mag gaan![483]Regent.Waarheen?Droomelot.Waar ’k nooit meer vadertje ontmoeten kan!Regent.Je vader niet—maar mij?Droomelot.Geen sterveling!Regent.Verdoemd! Ben jij zoo op den dood verzot, enkel uit angst …Droomelot.Voor zìjn twee oogen—ja!Regent.En voor die van je moeder dan?Droomelot.Voor haar? Ik ben geworden wat mijn moeder is.Regent.En als-ie nu gestorven was—of weer—neem dat eens aan: opnieuw gevangen werd …Droomelot.Als hij gestorven was—is-ie dat dan?Regent.Hij is nog hier—hij is niet weg geweest!Droomelot.Niet weg geweest?… En jij, je gaf je woord!Regent.Dat heb ik ook gegeven in m’n roes!(moeilijk pratend en lachend, terwijl zij met eene verjonging van het gelaat voor zich heen staart).’k Heb dronken wel m’n zaligheid beloofd,Meer dan ik had en ik belooven kon[484]Om als m’n dolle kop weer nuchter was,’t—met verstand—weer andersom te doen!Maar jij—maar jij!—hield jij je woord dan wel?Dee ’t je wat, dat jij me had bekeerdNiet langer je te kussen met geweld?Dee ’t je wat of ik krankzinnig werd?Heb ’k niet gekropen en mezelf verlaagdHeb ik een oogenblik voor jou bestaan?Droomelot.(starend).Hij is niet weg geweest—en hoort ’t nooit.…Regent.(sleutels op divan smijtend).Nu lieg ik niet en laat ik je de keusEn speel niet met den tijd, eer ’t me berouwt!Daar zijn de sleutels om hier uit te gaan,Voor hem èn jou, of voor jou heel alleen,Of als-ie wil, voor hèm, terwijl jij blijft,Als jij je volle ziel me overgeeft,En met den geur van bei je lippen zegt,Dat ìk de koning van je droomen ben,Dat jij me toebehoort met al den lust,Die de verkwikking is van jonge min!Ik zweer …Droomelot.Dat heb je gister pas gedaan!Regent.Ik steek m’n vingers op …Droomelot.’k Geloof je niet!Regent.Ik laat de sleutels hier …[485]Droomelot.En neemt ze weer terug! Zooals je op je woord getrapt!Regent.(heft z’n vuist, wijkt bij haar oogen, werpt de deur open).Ik wacht.Droomelot.(voor zich uit glimlachend).Voor ik m’n beste zelf jou geefEn ongedwongen jóú tot liefste neem,En jou vertel het diep en teer geheim,Dat me in wreede nachten heeft ontrust,Vraag ’k zekerheid, dat ’k gaan kan ongestoord …Regent.Gaan naar den dood?Droomelot.Nee! Naar ’t leven heen!Regent.En als je me bedriegt?Droomelot.’k Bedrieg je niet!Regent.Ik zekerheid—maar jij geen onderpand!Droomelot.’r Is ’r een …Regent.Wat dan?Droomelot.Wat dan?… Ons—kind.Regent.Ons kind!(grijpt haar onstuimig in de armen).Ons kind—en jij je weigert nog.[486]Droomelot(haar gelaat hijgend afwendend).Ikheb ’t niet gewild—heb ’t verwenscht …Regent(lachend voor zich uit starend, holt de gang in, wenkt wachter).Kom hier! En zeg aan al je kameraads,Aan alle wachters en aan iedereen,Dat zij de vrijheid heeft om heen te gaan,Heen waar ze wenscht en waar ’t ’r behaagtEn dat ’n klacht van haar een vonnis wordt!(Wachter tikt aan, verwijdert zich)Dat is mijn kind!(grijpt haar handen).Droomelot(trotsch).Nee, nee—’t is van mij!Regent.Ik zorg ’r voor—ik voed ’t op!Droomelot(de handen terugtrekkend).Nee ik.Regent.Ik! Jij!—Jij! Ik!—Dat komt op ’t zelfde neer!Krijg ’k nu wat ’k heb gevraagd die maanden lang?[Inhoud]Vierde tooneel.De vorigen, 2deWachter, Regina.2deWachter.(Regina bij de open deur weerhoudend)Niet hier!Regina.Waar dan?[487]2deWachter.Dat merk je wel—hiér nièt!Droomelot.Hier wel! Hier wel!(vliegt haar om den hals)Wat ben ik blij dat ik je zie!Regent.Wie heeft die vrouw gehaald?2deWachter.Dat heeft de kommandant gelast!Regent.De kommandant—waarvoor?2deWachter.Omdat de dokter heeft gezeid, dat hij krepeeren gaat!Regent.Is hij dan hier? Wat heb jij voor een kop! Weg met die vrouw!2deWachter.(Regina, die angstig Droomelot omhelsd houdt, bij den arm grijpend)’r Uit—en as de bliksem mee!Droomelot.Zeg aan dien man, dat ik ’r spreken wil!Regent.Dat zeg ik niet!Droomelot.Dan ga ik mee, waar zij heengaat!Regent.Dat zul je niet!Droomelot.Heb je niet zelf gelast, dat ik me vrij bewegen mag?Regent(denkt na, haalt Regina bij de deur terug,[488]fluistert haar wat toe—dan tot wachter).Je blijft ’r bij!Droomelot.Dan spreek ik niet—en zoek m’n moeder later op!(Regent loopt woest op en neer, wenkt wachter—beiden af—de deur blijft open.)[Inhoud]Vijfde tooneel.Droomelot, Regina.Regina.Dus—is ’t waar?Droomelot.Wat, moederlief?Regina.Wat overal, in elke straat ’n ieder zegt—dat jij en hij …(Droomelot knikt)O, lieve Jezus, ’t is mijn schuld! En ik—ik ben jou niet tot schrik geweest, tot voorbeeld hoe je ondergaat, als je je eenmaal geeft …Droomelot.Ik heb me niet gegeven—(hard en trotsch)gééf me niet!Regina.En jij en hij?—je knìkte toch!Droomelot.Die man wordt enkel vader van ’n kind, dat ’k leeren zal hoe men hèm haten moet …Regina.Dus … Dus … Jij ook!Droomelot.Ik ook—je hoeft niet bang te zijn, dat ik ook op jou óóit neer zal zien![489]Regina.Had ’t maar wel gedaan—en wel gekùnd!… Ik ben zoo schand’lijk slecht …Droomelot.Zoo slecht …? Heb je dan meer—misdaan dan ik?…(Regina slaat de handen voor het gelaat)Wat heb jij dan misdaan?…Regina.Vraagt ’t me niet, m’n kind …Droomelot.’k Dacht dat je net als ik—gedwongen was geweest.Regina.Gedwongen word ik nog. ’r Is geen weg terug.Droomelot.Geen weg terug—dat meen je niet …(op den divan knielend, achter Regina en de armen om haar heen vouwend).Dat meen je niet en ’t is niet zoo!’k Heb over jou, als ’k niet meer schreien kon,Die nachten, zoo gedacht en zoo je pijnEn zorg geweten, zoo me voorgesteldHoe jij gelejen heb, dat ik mezelfVerweet, dat ik geen dochter voor je was.Dan nam ik, in ’t donker op mijn bed,Den kettìng, met ’t groote medaljonEn draaide kreunend zoo de schakels rond,Of ’k voor je bad en hield een rozenkransEn jij me in de verte hooren zou!Jij heb wel schrik’lijk veel verdriet gehad?(Regina tracht Droomelot’s handen los te maken)Nee, laat mijn handen om jouw lieven hals.Ik ben toch ook voor jou ’t kind geweest,[490]Dat in ’n lichaam angst en vreugde wekt,En naast je eigen, wilden harte-slagDe zachte echo van ’n tweeden stelt …!’k Hou nu veel meer van jou!(kust haar).Regina.(heftig opstaand)Nee doe dat niet!Droomelot.Dat niet? ’k Omhels jou—en …Regina.En ’k wil ’t niet.Droomelot.Weer niet? Weer niet? Dat zei je toen …Regina.Toen ook!Droomelot.Waarom?Regina.Omdat …Droomelot.Omdat …?Regina.Omdat ’k niet wil!(moeilijk).Omdat wat ’k laat—verkoop aan iedereen,Niet voor jouw mond en lippen wezen mag!Droomelot.Begrijp ik niet …Regina.Hoop dat je ’t nooit zal doen …Droomelot.Je ben van vader weggegaan—waarom?Regina.(stug)Dat weet ik niet …[491]Droomelot.Hield jij dan niet van hem?Regina.(stug)Dat weet ik niet—herinner ’t me niet meer! ’t Is zoo lang geleden—en vandaag …Droomelot.Wat dan vandaag?…Regina.Vandaag is alles uit … En als ’t uit is, helpt geen spijt, geen klacht!Droomelot.Je praat in raadsels, moederlief … Je praat …Regina …Allicht te veel(met blik op wachter, die even in deuropening verschijnt)—omdat ’k niet praten mag! Ik kom misschien terug.Droomelot.Dat hoeft niet meer. ’k Ben vrij.Regina.Jij vrij?Droomelot.’r Houdt me niemand hier!Regina.(angstig)Je zegt dat zoo—zoo blij en opgewektOmdat je nog niet weet … Ik ben besteld …Droomelot.Ik weet—weet dat-ie nog gevangen zit,Wéét dat-ie niet door schùld is los gekocht,Wéét dat-ie me zoo diep verachten zou,[492]Als ik door éigen wil gevallen was,En door zoo’n offer hèm geofferd had …’k Was voor ’n uur nog tot den dood bereid,Uit vrees dat hij me ginds ontmoeten zouEn me verwijten, dat ik hem verlost!Nu is hij even ongerept als ikNu trek ik sterk en ongebogen uitEn zet als ’t mag en kan zijn arbeid voort …En jou laat ’k niet meer los!Regina.Ik tel niet mee!Droomelot.Jij blijft bij mij … en ik, ik blijf bij jou!Regina.Dan kán niet, kind!Droomelot.’t Kan!Regina.Ik ben melaatsch.Droomelot.Melaatsch!Regina.Ik ben gedoemd …Droomelot.Door wie gedoemd?Regina.Vraag ’t aan elke vrouw en ied’ren man—maar niet aan mij!Droomelot.Ik vraag ’t aan jou zèlf—zooals mijn eigen kind eens vragen zal …Regina.(worstelend)Ik ben … Ik ben …[493]Droomelot.… Wat ik geworden ben!Regina.Ik was zoo slecht, zoo laag en zoo gemeenEn ook zoo laf, dat ’k haast niet biechten kan.Ik liet hem in den steek, toen ’t armoe werd,Armoe met ied’ren dag meer wrok en twist.’k Was jong, dacht dat ’n ander beter was.Die ander zette me weer aan den dijk:Het was z’n recht—hij had ’r voor betááld.Ik stond op straat,’r stonden ’r daar meer.Naar jullie huis dorst ik niet heen te gaan.Dat durf je niet, je voeten zeggen nee.En ’k vond dien hongernacht toen weer ’n dakBij weer ’n man, die me z’n kussen gaf,’n Slok jenever en ’n middagmaal.En ’k stond op straat. En keek de modder aan,De modder en de mannen, beurt om beurt,Tot ’k bij die twee geen onderscheid meer zag,Tot ieder kind me nawees in de stad,Tot ’k bang was voor de vogels en de zon,En eerst bij avond langs de wegen ging,Omdat je dan je eigen schaduw mist.Eens ben ik ziek geweest, op sterven af,En heb toen alle heiligen en GodBezworen dat ’k me beet’ren zou voor goed.Maar hoe ik worstelde en hoe ik wou,En hoe ik heb gewroet, gesmeekt, gezocht,De deuren van de huizen smakten dichtEn ’k stond weer in de modder—in de straatEn ben toen wéér van hand in hand gegaan,Van man naar man—en heb op ze gespuwd,En heb gehaat, gehaat, op mijn manierEn als ’k me voelde beu en levenszat,[494]Dan dee ’k wat ik van anderen geleerdEn dronk. Drank maakt je van de dingen los.Zoolang je dronken ben, klaag, bid je niet!En bid je God, vloeken de menschen toch …(Staart met het hoofd in de handen voor zich uit. Droomelot zelf ontwakend, staat op, neemt met zacht geweld haar handen weg, kust haar—zij duwt haar op zij).Laat staan! Laat staan! Je weet niet wat je doet!Ik ben geen lippen—als van jou—gewend!Droomelot.Daar móét je dan aan wennen, moederliefWij blijven saam(kust haar weer).Regina.(lang-aanhoudend snikkend)Je weet niet wat je zegt!Droomelot.(haar de haren streelend)Wat heb jij, moedertje, ’n leed gekend,Wat is jouw straf verschrikkelijk geweest,Wat ben ik blij dat ik je troosten kanEn blij dat ik jouw steun geworden benEn blij dat vadertje dàt nooit gehoord …Regina.Hij ’t nooit gehoord! Hij ’t niet gehoord, ach, ach!Droomelot.Hij zei van af ’t eerste uur, dat ik’m Vroeg waarom de andre kindren wèlEn ik géén moeder had: je hèb ’r een …[495]Regina.(stellig)Dat heeft-ie jou als kind gezegd—als kind …Droomelot(schudt het hoofd).… Niet waar! Toen ik vertelde hoe ik jouDien wintermorgen voor—dat huis gezien,Dat vreemde huis, met al de blinden neer,Toen sprak-ie even goed: ze komt terug!Maar jij je praatte niet van hem—jij zei:Hou toch vooral je mond als je me ziet …Ja, ja en zoo ben ik hierheen geraakt …Regina.Ik ben ’n beest—’k wou dat ik stierf!Droomelot.En dan? En dan! Heb je je beurt gehad?Regina.M’n beurt?Droomelot.Je beurt van òpgang na je ondergang? Je beurt van wraak …Regina.(schudt het hoofd)’t Was m’n eigen schuld! Als ’k niet was heengegaan, dan zou ik niet …Droomelot.Was ’r ’n weg terug?Regina.Die was ’r niet.Droomelot.Heb jij je vuisten niet gebald, als jijWeer telkens in de modder kwam te staan?[496]Wie smeet de deuren dicht?.… Wie wees je na?Wie heeft je bang voor zon en dag gemaakt?Was jij dan slechter dan de mannen, dieTe eten gaven jou—en dan opnieuwJe trapten en je zweepten als slavin?…Je wóú je modder uit—je kon ’t niet!Je wóú weer in ’t licht—’t lukte niet!Je wou ’t zelfde recht van elken man,Die als-ie in jouw armen was geweest,Weer vrij-uit, zingend, over straat kon gaan:Je kreeg ’t niet! Sta op! En help jezelf!Als jij melaatsch ben, jij, melaatsch, gedoemd,Dan is ’t ieder, die den steen opnam,En elke man die met jou heeft verkeerd!Regina.Ik word niet meer gered …Droomelot.Je redt jezelf! Jezelf! Jezelf!Regina.Daarvoor heb ik geen kracht!Droomelot.Ben ik ’r niet? Heb ik geen kracht voor twéé?Regina.Ben jij de droomster en ’t zelfde kind,Dat bij me kwam? Wat ìs met jou gebeurd?Droomelot.Ik heb van hèm geleerd …(Wachter laat Sero in de cel terug)En óók geleerd(met bijtenden spot).Van al de andren, die hier zijn geweest!En als ik twijfelde en niet begreep,[497]Dan had ’k een wijs en kost’lijk amulet,Dat ’k als een troost ook in jouw handen geef!(geeft haar Sero’s papieren—Wachter schiet toe, rukt ze uit haar hand).[Inhoud]Zesde tooneel.Droomelot, Regina, Sero, Wachter.2deWachter.Komt niets van in! Daar heb ik op geloerd!(verscheurt ze driftig).’r Uit gedragen wordt hier niemendal!Zie zoo! Nou kun je grabb’len allebei!(een snipper lezend)Dacht ik ’t niet: jawel, ’t bekende schrift!(bukkend en de snippers nog eens verscheurend)Te groote brokken steken in je keelEn maken dat je je verslikken zou.Dat’s beter mondjesmaat—En jij ’r uit!Regina.’r Uit?… Ik ben besteld om—hem te zien …2deWachter.Komt niets van in!Regina.De kommandant …2deWachter.Is gek!Regina.Je heb me zelf gezegd …2deWachter.Ik ben óók gekWe zijn ’t allemaal, ik, de Regent,En ieder die te loopsch naast rokken loopt!(schatert het uit).[498]Geloof, dat als ik wijven-wachter was,M’n uniform gauw an den kapstok hing!(tot Droomelot, die glimlachend de snippers geraapt heeft)Wil je ze liever strooien op de plaats.Droomelot(ze spottend nakijkend).Ik geef ze aan den wind—en woord voor woordIk weet den stand van elke letter nog …2deWachter(tot Regina).’r Uit madam!Regina.Dus mag ik ’m niet zien?2deWachter.Hier namaals ja—maar bij z’n erwten niet!Regina.Dat is gemeen! Als-ie toch stervend is!(Droomelot schrikt op, luistert onbewegelijk toe).2deWachter.Jij kletst! De kommandant is idioot!Ik heb ’m zelf pas in de zon gelucht!En op de plaats heeft-ie gefloten als’n Vink, die bij z’n voer wat suiker vindt!Droomelot.Hij liegt!Regina.Je liegt! Ik ga hier niet vandaan! Laat me ’r door.2deWachter.(z’n mouwen opstroopend):Haha, dat wordt ’n bokspartij!’t Spijt me wel, madam, ’t is afgelast![499]Droomelot.Door wie?2deWachter.Door den Regent!Droomelot.Wanneer?2deWachter.Zoo pas.Regina.Mag ik dan wachten hier?2deWachter.Nee, nee—hier niet!Maar als je wachten wil, met véél geduldNeem dan je intrek in mijn wachtlokaal’k Heb bier en goed-belegen roggemik!Regina.Dan wacht ik daar! Dag Droomelot, m’n kind! Ik dank je wel, en als ’k je niet meer zie …Droomelot.We zien mekaar nog eer ’t avond is.Regina.Dat weet ik niet.Droomelot.Maar ik—ik weet ’t wel.2deWachter.Na u—ik heb de sleutels en de eer!(af met Regina).[Inhoud]Zevende tooneel.Droomelot, Sero.Droomelot.(waakt op, ziet de sleutels op den divan, grijpt ze, treedt bij Sero binnen, blijft stuipend van angst staan, als ze hem ziet liggen): Vader! Vadertje!..[500](hij stut plotseling op de armen, kijkt haar enkel aan)Goddank!…(knielt bij ’t bed, neemt z’n hand, kust die—hij stoot haar driftig terug).Vadertje!(hij blijft haar aanstaren, zij wijkt achteruit).Je kijkt zoo vreemd—ik ben ’t—Droomelot! Herken je me niet meer?(hij schudt wild het hoofd, wijst haar heen te gaan).Ik ben ’t—ik!(knielt opnieuw bij ’t bed).Sero.(moeilijk): Ga weg!(schor lachend).’k Verdraag de lucht niet van jouw zeep!Daar stik ik bij! Smijt open hier ’t raam!Ga weg! Ga weg! Ga weg! Ik ken je niet!Droomelot.Je kent me niet? Ik ben je eigen kind!Sero.(halverwege van ’t bed).Ben jij m’n eigen kind—weet je dat wel?Ik stik!(zij bukt, reikt hem de waterkruik—hij duwt haar achteruit).Nee, uit jouw kinderhanden niet!…Eer kruip ik naar den berg van Horeb heen,En wacht ’t wonderwater uit de rots …Dan dat ik nog van jou, van jóú—wat wil!Droomelot.Toe, vader, vader, vadertje!Sero.Ga weg!Jij wist den weg, daar bij de schouw, niet waar?Droomelot.Dien wist ik, maar ’k dacht …Sero.Jij dacht—jij dacht, hahaha![501]Ik ook! Ik heb zoo vreeslijk veel gedacht,Ik heb dit zotte hart kapot gedacht!(lacht)’k Heb naar jouw stem daar door die spleet gesnakt,En midden in den nacht m’n hoofd gebonsdTegen den wand, of je ’t niet hooren wou,Of je geen oogenblik meer voor me had,Of je ’t begrijpen zou, dat ìk niet kon!Maar jij, je hield je stil—jij had …Droomelot …Ik had …Sero.Je pater en je moeder, den Regent!Je beetre kost, je bijbel en je zeep!Je leugens en je liederlijk bedrog!Droomelot.O vadertje, ik zweer je ’t is niet waar!Sero.Geloof je niet! Wie gaf die sleutels jou?Droomelot.(laat ze vallen): Die vond ik straks …Sero …Die vond je naast je bed,Je bed dat beter veeren hebben zal,En beter peluw dan waarop ik sterf!Ik heb, toen ik zoo pas hier binnenkwam,Jouw moeder’s stem in druk gesprek gehoord,Je deur staat open toch voor iedereen!Jij ben je moeder’s kind, zooals ’t wasJe zuster die bijtijds in ’t graf gelegd …(zit zwaar hijgend op ’t bed).Droomelot.Ze hadden me gezegd voor maanden al, Dat jij weer buiten in de vrijheid was …[502]Sero.Wie zei jou dat?Droomelot.Die man.Sero.Dat zei-ie jóú? Waarom? En waarom heb jij ’t geloofd?Droomelot.Omdat—omdat-ie gaf z’n eerewoord.Sero.Z’n eerewoord—aan jou?… Aan jou z’n eer?… En jij gaf ook je eere-woord—je eer?…(zakt schor lachend achterover).Droomelot.(bij het bed neerstortend)O, lieve vader, ’k ben en blijf van jóú!Sero.(haar woest terug-duwend).Waar is—waar is dat pak, dat ik aan jouDat ik aan jou toen toegeworpen heb,Dat pak dat voor de kameraden was?…Terug! Terug! Hoort in jouw handen niet!Droomelot.(losbarstend).Dat heb ’k niet meer, maar ’k heb ’t zoo geleerd,Zoo in me opgenomen, vader, datElk van je woorden gloeiend in me leeft!Sero.Geloof je niet!Droomelot.(hartstochtelijk)Ik draag ze met me mee!Sero.Geloof je niet![503]Droomelot.Ik zweer ’t bij—m’n kind.Sero.Je kind.(staat onbewegelijk rechtop).Je kind. Heb ik dat goed verstaan?Droomelot.Hij heeft me met geweld, geweld, geweld …Sero.(staart, glimlacht bij de herhaling van dat woord)Geweld!(beweegt machteloos de handen)En als jij me beliegt …Droomelot.Ik lieg niet vader—bij mijn kind van háát!Sero.(nu sterker glimlachend, hurkt op ’t bed).Zeg op dan wat ik voor m’n makkers sprak!En aan je stém, je stém zal ’k hooren of,Of ik kan slapen gaan …Droomelot.(knielt bij hem, kust zijn handen).Jij heb gezegd …Jij heb gezegd op ’t allereerste blad …(spreekt, terwijl hij gretig elk woord met lippen-gemummel herhaalt).„De aarde ligt wel kostlijk voor ons uit,„Alsof ze zóó door ons te grijpen is,„Maar van haar vruchten zijn wij zelf niet rijp„Nog—en we moeten met een jongen lach,„Van dat het ochtendlicht naar schemer gaat,„Het onkruid wieden en gestadig voort„Aan d’ouwe akkers geven t nieuwe zaad,„’t Gouden zaad, dat zonnebloesems wekt!(hem vergetend is zij opgestaan—hij smakt achterover).[504]„Al boom, die met te woeste hand geschud,„Werpt groene knoppen in ’t vertreden gras!„Wijtasten toe eerst met de volle kracht,„Als onze Macht zoo gaaf en sterk gestut,„Dat wij het Leven in zijn heerlijkheid,„Zijn groote, heil’ge onverwoestbaarheid,„Van al zijn leugens, zijn erbarmlijkheid,„Voor wat niet leeft, niet leven mòcht—bevrijd!”(kijkt verheugd-glimlachend om, ziet hem liggen, stort op hem toe).O, liefste God, wat is ’r vadertje?Je kijkt me aan en ziet—en ziet me niet!Je glimlacht, maar je mond die ademt niet!Slaap je, of ben je—dood?… Toe vadertje,Toe vadertje, zeg nog een enkel woord!(staat op wijkt achteruit, denkt na, maakt den ketting met ’t medaljon van haar hals los, legt dien in zijn handen, kust zijn voorhoofd).Dan moet ik verder, verder, als ’k beloofdEn jij blijft bij me, waar ik reis en trek,Want dat heb jij me, vader, óók beloofd …(kust hem nog eens, raapt de sleutels van den grond, gaat heen).[Inhoud]Achtste tooneel.Regent, 2deWachter, Regina.Regent.(treedt in Droomelot’s cel, ziet dat zij er niet meer is, roept de gang in).Verdoemd, verdoemd, waar zijn de wachters, hier?Vlug dan! Ze is ’r niet! Waar is ze heen?[505]2deWachter.U heeft ons zelf gelast, maar als u ’t wil …Regent.Vooruit en breng ’r met geweld terug!Nee! Nee!… Blijf hier! Jij raakt haar lijf niet aan!…Zoolang ’k haar vader heb, heb ik haar ook!2deWachter.Z’n deur staat aan!Regent.Z’n deur staat aan! Verdoemd!(stort in Sero’s cel).… Hij is ’r nog!Regina.(angstig bij het hoofdeinde)…Nee,hijis ’r niet meer …(ziet ketting en medaljon in de handen van den doode, knielt)…Nu durf ik met je dochter mee te gaan …EINDE.Berlijn, Juli/December 1909.

[Inhoud]DERDE BEDRIJF.(Het onveranderd tooneel van het tweede Bedrijf. In Droomelot’s cel ligt op de tafel een fleurig kleed, waarop een vaas met bloemen—in het midden staat een divan met smyrnaasch tapijt.)[Inhoud]Eerste Tooneel.Sero, 2deWachter, Arts.2deWachter.(Sero, die met het hoofd op de erwtenbaal op den grond ligt, ’n trap gevend).Wat is dat nou? Hé!… Hé!… Slaap jij alweer!(naar het uitgeslagen, onbeslapen bed aan den wand kijkend)—Of heb je niet geslapen?Sero.(versuft opzittend)Ik heb—ik heb—ik heb zóó goed geslapen, dat ik nog dronken ben …2deWachter.Sta op!(rukt hem aan den schouder)Sta op![469]Sero.Dat wil ik wel(poogt op te staan)—dat wil ik zeker wel—maar wil is niet genoeg!(smakt terug)Je moet me, kameraad, ’n steuntje geven …2deWachter.(hem ruw onder de armen grijpend)Vooruit! Schiet op! Ik ben jouw kruier niet!…Sero.Ik dank je zeer. Bij Jericho heeft zelfs de Samarieter béter niet geholpen … Nee, laat me nog niet los … ’t Is nog ’n afstand tot ’t bed. En zak ik in, moet jij je weer verneedren door me op te rapen!(zit op bedhoek. De wachter veegt nijdig z’n uniform af)Ja, vuil geeft af! Van buiten en van binnen!2deWachter.Ik waarschuw je—je kent me nou!Sero.(knikt)Ik kèn je vuisten en je voeten, je vloeken en je vlakke hand al haast twee maanden, niet? Twee maanden, ja! Jij heb ’n toekomst, vriend. Nog eer ik hier krepeer, krijg jij ’n ééreteeken daar—en welverdiend!… Tot zelfs m’n makker, in ’t hol hierboven, heb jij met klappen ’t kloppen afgeleerd …2deWachter.Je brood—je water, bek gehouen! En als je ’t weer niet lust: ’t komt terug—’t komt terug, hard als ’n bikkel! En zien wie ’t ’t laatste wint! Sta op! De dokter! Ben je blind?Arts.Wel nummer-zooveel, zit je alweer op?(tot wachter)Is hier geen stoel? Moet ’k op den grond gaan knielen bij patiënten?[470]2deWachter.De order is dat hij geen stoel meer krijgt!Arts.Ja, ja—dat ’s best—maar ik, maar ik?2deWachter.’k Breng ù ’r daadlijk een!(af)Arts.En jij? En jij? Nog altijd duizlig en eens af en toe ’n flauwte?(Sero knikt glimlachend)Ja, ja, dat is ’t hart, ’t hart. Je hart dat is vergroot, te groot; daar zijn geen kruiden voor gewassen!(tot wachter met stoet)Ik dank je wel!(Wachter bij deur)Je moet geen vrachten tillen en geen trappen loopen en naar—omstandigheden je ontzien!Sero.(spottend)Geen koffie en geen sterke drank?Arts.Nee, nee. Je tong!Sero.Geen lange wandeltochten, geen tabak?Arts.Nee,nee. Je tong!Sero.Niet dansen en geen zwaar verkeer met vrouwen?Arts.(afwezig)Nee! nee!(plots vinnig)Nee, Nee! Hoe heb ik ’t met jou? Zit jij me voor de mal te houen?(Sero steekt z’n tong uit, schudt ’t hoofd).2deWachter.Als u me noodig heeft, meneer de dokter!Arts.(wenkt hem heen te gaan. Wachter achter deuropening[471]op en neer)Gezien! Gezien! Je pols … Heb je vannacht geslapen? … Nu!Sero.’k Lei op den grond en had geen fut meer in m’n bed te kruipen … ’t Is mal, ’t is zot, hoe je dan tobben kan en in ’t donker dingen zwarter dènkt dan ze bestaan …Arts.(hem wenkend te zwijgen)Ja, ja! Hoe werkt je maag?Sero.Heeft in de laatste dagen wat geluierd—en ’k heb geen beitel om m’n brood voor ’t heilig avondmaal te brokken!(laat het brood dat hij met de vrije hand opgenomen heeft op den grond vallen)Ik wou … Ik wou …(strijkt zich moeilijk langs ’t voorhoofd)Vreemd, dat je ziel zoo in en uit je lichaam gaat …(zakt achterover).Arts.(zich over hem buigend)Dat schijnt nog niet de láátste keer …(tot wachter)Hé, jij—maak jij dat raam ’ns open!2deWachter.Ja, als ’t móét—maar doen mag ik ’t niet!Arts.Als ik ’t zeg, dan is ’t noodig! Hij ligt in onmacht—vlug wat buitenlucht!2deWachter.(met ’n sleutel het kastje van de lijn openend en het tuimelraam vierend)Nou, as ’t lee an mijn, dan bleef-ie waar-ie leit! De dokter heeft geen flauw benul, wat judas of die kerel is! Niet[472]één dief, niet één moordenaar, in ’t heele huis, zit zoo vol vuile praat en vuile streken as deze gladde boef. An dat gaat niemendal verloren! Gift, haat en ongeloof!Arts.Ja, ja,—maar ’t is ’n mensch, al deugt-ie niet, en zieke harten geven zieke hersnen … Als-ie familie heeft en de Regent ’t wil, dan moet gewaarschuwd worden. De veer van ’t werk is stuk.2deWachter.’t Werd tijd!(kinderstemmen buiten).Arts.Is ’r ’n vrouw?2deWachter.’n Hoer.Arts.’n Kind?2deWachter.’n Jong, hiernaast! Wordt door Zijn Excellentie achterna-geloopen! Ik knijp ’n oogie dicht …Arts..(de kinderstemmen bedoelend)Is dat de straat?2deWachter.Nee, dokter, dat ’s ’t plein—en wat u hoort …(Sero zit langzaam-tastend op).Arts.(wenkt Wachter heen te gaan)Wel, was ’t weer even mis?Sero.(luistert hijgend naar de geluiden, zakt van het bed op de knieën, snikt ’t steunend uit).[473]Arts.Kom nu—dat’s niet zoo goed voor je, je op te winden!Sero.(hem met armgebaar afwerend)Doe dan dat raam weer dicht!Arts.Dat raam weer dicht? ’t Is voor je bestwil nummer zooveel!Sero.Doe dicht dat raam—ik heb ’t koud!Arts.Je heb ’t koud? Stop jij daarvoor je vingers in je ooren? ’t Is buiten heerlijk warm!… Kom, kom, wees man! Wil je je vrouw nog zien?(Sero schudt woest het hoofd)Je dochter dan?(Sero staart naar ijzeren val, schudt het hoofd)Nee? Heb ’k goed begrepen?Sero.(naar den val starend)… Ik wil ’r zien, als ze geen tafel heeft …Arts.Geen tafel … Wat zegt je nu …?Sero.(moeilijk opstaand)…Ikhad ’r geen—en aan de schuif is nog geen hand geweest—geen wachtershand—en niet de hare … ’k Heb meer dan zestig dagen, uur aan uur, en nacht aan nacht … Ben jij hiernaast geweest? Hééft ze ’n tafel en ’n stoel? Dat kan ’k dien man niet vragen, die me trapt en slaat op hoog bevel, en me op hoog bevel m’n krachten heeft genomen, omdat ’n galg zoo-zeer de aandacht trekt van raven en van menschen …![474]Arts.Bedaar nu, nummer-zooveel—of je heb ’r zelf aan schuld…En praat gezonde taal …Sero.(den stoel nemend en pogend er bij de schouw op te klimmen)Nee, nee, dat kan de akrobaat niet meer! En ’t hoeft ook niet. Want aan de schuif is niet getimmerd, niet geschroefd … En zij heeft jonge beenen …(zit gebroken neer).Arts.Ik zal je laten brengen naar de ziekenzaal.Sero.Dat is te laat—(naar omhoog kijkend)en wie weet nog te vroeg. Ik wil hiér in m’n eentje sterven.Arts.Dat zeg je me bij elk bezoek, maar hier is toch geen plaats …(omzichtig)Je vrouw en dochter kunnen bij je komen.Sero.(de hand op ’t hart)Ik heb geen vrouw—en als ze heeft ’n tafel met vier pooten, geen dochter meer!Arts.(goedig-sussend)Ja, ja, ja, ja! Dat meen je nu, en straks heb je weer andre, dwazer kuren!(naar deur, keert terug)Wil je soms schrijven voor je laatsten wil? Ik vraag dat, waar jij zèlf zoo telkens weer van sterven spreekt!Sero.M’n laatste wil …(diep ademend)Hè, ’k ben den ballast kwijt—ik word weer mensch, nou dat te groote hart zich uitzet als ’n spons in ’t water! M’n laatste wil, hahaha! Hoe ben ’k met zoo’n groot hart zoo klein geweest daarnet te grienen! ’k Vermaak[475]—dat kan ook zonder testament—en vrij van zegel, registratie!—vermaak m’n geest en ziel aan wie ’r bod op doet,rabbijnenzelfs, pastoors en wie den geldzak kust!—vermaak m’n lichaam, huid en haar, ’t vet en ’t vleesch, aan jonge maatjes in jouw vak van wetenschap, die uit geen béter kringen krijgen ’t materiaal, om voor te snijden op de sectietafel … Vermaak! Vermaak! In ’t leven is de zotheid baas!…Arts.De zotheid, zeg dat wel, vooral jouw zotteklap! Men maakt geen grappen, als men kan vermoeden …Sero.… Dat binnenkort ’t zeldzaam-groote hart ligt in ’n glazen huis met spiritus en met ’n varkensblaze-dak!Arts.’t Is wel. Ik zwijg(bij de deur)’k Zal je den priester sturen.Sero.Waarom? Waartoe? Ik wil en geef geen absolutie!(De arts gaat schouder-ophalend af. Buiten wordt het spelend rumoer der kinderen sterker. Met de handen op den rug gevouwen, staart Sero eerst naar den schoorsteenval, vervolgens zonder te bewegen naar de richting van het geluid.)’k Zou willen weten wat uit jullie groeit:Ik ga en jullie komen pas den wegGeloopen die zoo wonderschoon kon zijn,Als niet de modder hing aan elken stap,En elke nieuwe, jonge, vrije jeugd,Weer in de óúwe leugens werd verstikt![476]’k Zou willen weten of de lente, dieUit jullie kleine kinderstemmen spreekt,’n Zomer wordt die bloeiend opengaatEn aan de landen eindloos stuifmeel geeft!’k Zou willen weten of de rijke vrucht,Die van geen mensch en toch van iéder is,Door jullie éénsgezind gegrepen wordtEn zóó gesteld dat nooit meer ruwe klauw’t Kost’lijk aardgeschenk vernielen kan …(De gevangene boven klopt)Dat zien wij twee, jij dief en moordenaar,En ik, dìe langs de wegen ben gegaan,Om zonder aarz’len mensche-plicht te doen—Dat zien wij twee niet meer—maar zij—misschien …(zet zich op stoel, sorteert).[Inhoud]Tweede tooneel.Droomelot, 2deWachter, Sero.2deWachter.(ontsluit Droomelot’s cel, laat haar binnen. Zij neemt haar masker af, geeft dat den Wachter, die haar onder de kin strijkt. Zij wijkt verschrikt achteruit)Hahaha! Doe niet zoo preutsch, jij leep en listig ding! ’k Draag niet m’n oogen in m’n zak en ’k heb twee ooren als trompetten! Ja, kijk maar lekker rond—’t wordt hier ’n fijne keet!Droomelot.Wie heeft dat alles hier gebracht?2deWachter.Wie?—Ik en m’n maats![477]Droomelot.Wanneer?2deWachter.Terwijl je werd gelucht! Hahaha, de heele wacht is uitgeloopen, en heeft zich voor jouw deur ’n uitgezakte breuk gelachen! Jij ben ’n bliksems-gladde, kleine helleveeg. Je moeder kan ’n puntje an jou zuigen! En as je éven handig blijft, en ’m zoo zacht an ’t lijntje houdt, ’m snoepen laat met mondjesmaat, en of je ’r tièn zoo aan je vingers heb, ’m onverschillig op z’n koppie krauwt—dan lijm je ’m vast nog jaren lang en wat jij wil, krijg jij gedaan! Tik voor je aan, met veel respect! En as je je bij hèm verveelt, in plaats van elken dag kandij, ’ns watertandt naar mager spek: dan heb je maar ’n kik te geven! Met veel respect! Hahaha!(treedtnoglachend bij Sero binnen; nijdig)Raap op dat brood! Al smijt je ’r mee: je krijgt geen ander!(Sero bukt zich, legt het op het bed. Wachter rukt stoel weg, zet dien buiten, keert terug, sluit het raam. Droomelot heeft de bloemen opgenomen, laat die vallen, zet zich op haar stoel.)Sero.Móét ’t al dicht? Màg ’t niet langer open?2deWachter.Je kan je zelf wel antwoord geven!Sero.’t Is toch ’n kleinen dienst dien ik je vraag!2deWachter.Als ik je luchten wóú, heb je ’t verdomd! Je was te slap, niewaar?, te ziek, niewaar?, om naar de plaats te loopen! Hier geef ìk jou geen lucht, nog niet voor tien doktoren! ’k Vertrouw je[478]net van hier tot daar! Jij ben in staat, of anders zijn ’t je vrinden om bij zoo’n open raam … Ha-ha-ha, heb ik je door?Sero.(moeilijk)Mag ik vandaag?2deWachter.Nou, wat? Leg niet te pruimen op je woorden!Sero.Mag ’k vandaag—mee naar de plaats! Ik wou voor ’t laatst de zon nog zien.2deWachter.Wel, wel—nou zoo ineens? De tijd van luchten is voorbij—moet je tot morgen wachten!Sero.(spottend)Ik heb misschien geen morgen meer.2deWachter.Daar làcht-ie om, ’t stuk ongeluk! Dàt wil de zon nog zien! De zon, die draait ’r kooi niet in, as jij geen afscheid neemt! Vooruit dan maar! ’k Ben gek gedorie da’k ’t doe!(laat sleutelbos vallen)… Raap op!(Sero geeft hem de sleutels)Ha-ha, heb ik je goed gedrild? Komt ’t ontzag ’r langzaam in? Als ik jouw vader was geweest …Sero.Was jij voorzeker in je bèd gestorven!2deWachter.(’t masker gevend)Pak an! Zet op! Geen kletspraat onderweg, geen teekens, geen gefluit!Sero.Dat masker ruikt naar karneval![479]2deWachter.Ha-ha-ha!(’t ook beruikend).Dat is ’t luch-ie van de harem, hier dichtebij! Naastan wascht een ’r snuit met beter zeep dan jij, omdat ze met Zijn Excellentie trekkebekt!(Sero rukt ’t masker af)Zet op! Wat suf je nou? Vooruit! Je hoeft niet vies van ’r te wezen! As jij as teef geboren was, liep ook de duurste reu je na! Zóó as ’t voorjaar is, is iedre hond-van-ras z’n moer en stand vergeten en rent in d’achterbuurt met ’t smerigst mormel mee!…(Sero laat ’t masker vallen)Wat mier jij nou? Vooruit! Zet op!… En as je onderweg ’n flauwte krijgt—ik ken je foefies, ouwe smakker!—giet ik ’n emmer langs je leeg!(duwt hem voort).[Inhoud]Derde tooneel.Regent, Droomelot.Droomelot.(heeft de papieren gelezen, bergt die op)O, vadertje, als je eens wist—als je eens weten kon!Regent.(onstuimig binnentredend, werpt mantel en hoed op divan)Daar ben ik weer—verdoemd, terwijl ’k gister pas gezworen heb, nóóit meer ’n stap hier in ’t hok te zetten! Daar ben ik weer, voor spot van soldeniers en wachters!(zij smakt met het hoofd op de tafel)Daar ben ik weer! Heb je me niet verstaan? Dat is geen houding die jou past, als ik hier ben!(rukt haar omhoog)Zit recht en kijk me aan!… Heb jij, heb jij de bloemen die[480]ik zelf voor jou geplukt, daar op den grond gesmeten? Neem op! Neem op!(houdt haar tegen, bukt, legt haar de bloemen in den schoot, grijpt geknield haar handen).Daar ben ik weer: doe met me wat je wil!Trap me en sla je handen om m’n strot—Kwel me en laat me kruipen als ’n dier,Dat nog je nasluipt, als ’t geranseld wordt!Ik kan niet buiten jou, m’n Droomelot!Ik hijg in eenzaamheid m’n uren door,Je hatend en verwenschend eindeloosEn naar je snakkend met zoo’n woesten lust,Zoo’n rauwen opstand van m’n heele lijf,Dat ik m’n tanden in m’n lippen zet,En met m’n vuisten beuk m’n gloeiend hoofd!Ik zal je niet en nooit meer met geweldHeendragen naar je bed, als toen dien dag!’k Wil dat je zèlf je armen om me legtEn zèlf den adem van mijn mond begeertEn zelf met dat waanzinnig ongeduld,De slinger-slagen telt, om te zien!(kust haar handen).Zeg nu een woord en staar niet voor je uit!(heftig).Ik wìl en zàl jouw eerstenvrijenkus!Droomelot.(de bloemen zonder hem aan te zien brekend).Je heb me met geweld hierheen gebrachtEn met geweld geleerd wat moeder isEn met geweld gezegd hoe ’k bidden moetEn met geweld gehaald van vader afEn met geweld mijn tranen weggekust[481]En met geweld me ’t vrees’lijke gedaan(smijt alle bloemen neer).Maar dàt, dat uit mezelf, dat kàn ik niet!Regent.Dat kun je niet!Droomelot.Dat kan ik niet …Regent.Ook niet—als—als … als ik je smeek en bid?(zij schudt het hoofd)… Ook niet als iedre wensch van jou …Droomelot.’k Heb ’r maar een—hier dood te gaan!Regent(haar in de armen nemend).Kom nu, m’n kleine, kleine Droomelot:Je weet hoe ik je slaaf geworden ben,Hoe ik, die honderd vrouwen heb gehad,Gehad en weer verschopt, hoe ’k van jóú hou,En hoe je me gelukkig maken kanDoor éven vroolijk kijken en ’n lach!Is ’r een deur, die hier gesloten blijft?Ben je niet vrij, ook zonder dat je vraagt?Droomelot.(zich losrukkend).Ik wil niet vrij!Regent.Je wil niet vrij? Waarom?Droomelot.Als ’k buiten kom, dan ken ik maar één stapWaar ’t water diep is, en geen mensch me ziet,[482]Waar ’k niet meer denk en tob, en niet meer vreesDat ik m’n vadertje ontmoeten zal.’k Hoop dat-ie sterft, voor iemand ’m dat zegt …Regent.Dat kàn ’m niemand zeggen!Droomelot.Iedereen!(divan en kleeden bedoelend).Waar zooveel wachters dat en dat gezien,Hoort ’t de heele stad eer ’t avond isEn eer ’t avond is, hoort hij ’t ook!(valt snikkend neer).Regent.Hij hoort ’t niet en nóóit!Droomelot.Hij weet ’t al!Regent.En als-ie ’t weet, wat raakt dat mij—en jou!Druk een keer zèlf je lippen op mijn mondEn wee degeen die dan niet voor je buigt!Droomelot.(in knielende houding, de oogen gesloten)Ik zeg—ik zeg niet langer nee … Ik zal …Regent.Je zult …?Droomelot.Ik zal je kussen op je mond …Regent.Uit vrijen wil?Droomelot.Dankbaar—uit vrijen wil—als ’k dan voor goed vrij-uit mag gaan![483]Regent.Waarheen?Droomelot.Waar ’k nooit meer vadertje ontmoeten kan!Regent.Je vader niet—maar mij?Droomelot.Geen sterveling!Regent.Verdoemd! Ben jij zoo op den dood verzot, enkel uit angst …Droomelot.Voor zìjn twee oogen—ja!Regent.En voor die van je moeder dan?Droomelot.Voor haar? Ik ben geworden wat mijn moeder is.Regent.En als-ie nu gestorven was—of weer—neem dat eens aan: opnieuw gevangen werd …Droomelot.Als hij gestorven was—is-ie dat dan?Regent.Hij is nog hier—hij is niet weg geweest!Droomelot.Niet weg geweest?… En jij, je gaf je woord!Regent.Dat heb ik ook gegeven in m’n roes!(moeilijk pratend en lachend, terwijl zij met eene verjonging van het gelaat voor zich heen staart).’k Heb dronken wel m’n zaligheid beloofd,Meer dan ik had en ik belooven kon[484]Om als m’n dolle kop weer nuchter was,’t—met verstand—weer andersom te doen!Maar jij—maar jij!—hield jij je woord dan wel?Dee ’t je wat, dat jij me had bekeerdNiet langer je te kussen met geweld?Dee ’t je wat of ik krankzinnig werd?Heb ’k niet gekropen en mezelf verlaagdHeb ik een oogenblik voor jou bestaan?Droomelot.(starend).Hij is niet weg geweest—en hoort ’t nooit.…Regent.(sleutels op divan smijtend).Nu lieg ik niet en laat ik je de keusEn speel niet met den tijd, eer ’t me berouwt!Daar zijn de sleutels om hier uit te gaan,Voor hem èn jou, of voor jou heel alleen,Of als-ie wil, voor hèm, terwijl jij blijft,Als jij je volle ziel me overgeeft,En met den geur van bei je lippen zegt,Dat ìk de koning van je droomen ben,Dat jij me toebehoort met al den lust,Die de verkwikking is van jonge min!Ik zweer …Droomelot.Dat heb je gister pas gedaan!Regent.Ik steek m’n vingers op …Droomelot.’k Geloof je niet!Regent.Ik laat de sleutels hier …[485]Droomelot.En neemt ze weer terug! Zooals je op je woord getrapt!Regent.(heft z’n vuist, wijkt bij haar oogen, werpt de deur open).Ik wacht.Droomelot.(voor zich uit glimlachend).Voor ik m’n beste zelf jou geefEn ongedwongen jóú tot liefste neem,En jou vertel het diep en teer geheim,Dat me in wreede nachten heeft ontrust,Vraag ’k zekerheid, dat ’k gaan kan ongestoord …Regent.Gaan naar den dood?Droomelot.Nee! Naar ’t leven heen!Regent.En als je me bedriegt?Droomelot.’k Bedrieg je niet!Regent.Ik zekerheid—maar jij geen onderpand!Droomelot.’r Is ’r een …Regent.Wat dan?Droomelot.Wat dan?… Ons—kind.Regent.Ons kind!(grijpt haar onstuimig in de armen).Ons kind—en jij je weigert nog.[486]Droomelot(haar gelaat hijgend afwendend).Ikheb ’t niet gewild—heb ’t verwenscht …Regent(lachend voor zich uit starend, holt de gang in, wenkt wachter).Kom hier! En zeg aan al je kameraads,Aan alle wachters en aan iedereen,Dat zij de vrijheid heeft om heen te gaan,Heen waar ze wenscht en waar ’t ’r behaagtEn dat ’n klacht van haar een vonnis wordt!(Wachter tikt aan, verwijdert zich)Dat is mijn kind!(grijpt haar handen).Droomelot(trotsch).Nee, nee—’t is van mij!Regent.Ik zorg ’r voor—ik voed ’t op!Droomelot(de handen terugtrekkend).Nee ik.Regent.Ik! Jij!—Jij! Ik!—Dat komt op ’t zelfde neer!Krijg ’k nu wat ’k heb gevraagd die maanden lang?[Inhoud]Vierde tooneel.De vorigen, 2deWachter, Regina.2deWachter.(Regina bij de open deur weerhoudend)Niet hier!Regina.Waar dan?[487]2deWachter.Dat merk je wel—hiér nièt!Droomelot.Hier wel! Hier wel!(vliegt haar om den hals)Wat ben ik blij dat ik je zie!Regent.Wie heeft die vrouw gehaald?2deWachter.Dat heeft de kommandant gelast!Regent.De kommandant—waarvoor?2deWachter.Omdat de dokter heeft gezeid, dat hij krepeeren gaat!Regent.Is hij dan hier? Wat heb jij voor een kop! Weg met die vrouw!2deWachter.(Regina, die angstig Droomelot omhelsd houdt, bij den arm grijpend)’r Uit—en as de bliksem mee!Droomelot.Zeg aan dien man, dat ik ’r spreken wil!Regent.Dat zeg ik niet!Droomelot.Dan ga ik mee, waar zij heengaat!Regent.Dat zul je niet!Droomelot.Heb je niet zelf gelast, dat ik me vrij bewegen mag?Regent(denkt na, haalt Regina bij de deur terug,[488]fluistert haar wat toe—dan tot wachter).Je blijft ’r bij!Droomelot.Dan spreek ik niet—en zoek m’n moeder later op!(Regent loopt woest op en neer, wenkt wachter—beiden af—de deur blijft open.)[Inhoud]Vijfde tooneel.Droomelot, Regina.Regina.Dus—is ’t waar?Droomelot.Wat, moederlief?Regina.Wat overal, in elke straat ’n ieder zegt—dat jij en hij …(Droomelot knikt)O, lieve Jezus, ’t is mijn schuld! En ik—ik ben jou niet tot schrik geweest, tot voorbeeld hoe je ondergaat, als je je eenmaal geeft …Droomelot.Ik heb me niet gegeven—(hard en trotsch)gééf me niet!Regina.En jij en hij?—je knìkte toch!Droomelot.Die man wordt enkel vader van ’n kind, dat ’k leeren zal hoe men hèm haten moet …Regina.Dus … Dus … Jij ook!Droomelot.Ik ook—je hoeft niet bang te zijn, dat ik ook op jou óóit neer zal zien![489]Regina.Had ’t maar wel gedaan—en wel gekùnd!… Ik ben zoo schand’lijk slecht …Droomelot.Zoo slecht …? Heb je dan meer—misdaan dan ik?…(Regina slaat de handen voor het gelaat)Wat heb jij dan misdaan?…Regina.Vraagt ’t me niet, m’n kind …Droomelot.’k Dacht dat je net als ik—gedwongen was geweest.Regina.Gedwongen word ik nog. ’r Is geen weg terug.Droomelot.Geen weg terug—dat meen je niet …(op den divan knielend, achter Regina en de armen om haar heen vouwend).Dat meen je niet en ’t is niet zoo!’k Heb over jou, als ’k niet meer schreien kon,Die nachten, zoo gedacht en zoo je pijnEn zorg geweten, zoo me voorgesteldHoe jij gelejen heb, dat ik mezelfVerweet, dat ik geen dochter voor je was.Dan nam ik, in ’t donker op mijn bed,Den kettìng, met ’t groote medaljonEn draaide kreunend zoo de schakels rond,Of ’k voor je bad en hield een rozenkransEn jij me in de verte hooren zou!Jij heb wel schrik’lijk veel verdriet gehad?(Regina tracht Droomelot’s handen los te maken)Nee, laat mijn handen om jouw lieven hals.Ik ben toch ook voor jou ’t kind geweest,[490]Dat in ’n lichaam angst en vreugde wekt,En naast je eigen, wilden harte-slagDe zachte echo van ’n tweeden stelt …!’k Hou nu veel meer van jou!(kust haar).Regina.(heftig opstaand)Nee doe dat niet!Droomelot.Dat niet? ’k Omhels jou—en …Regina.En ’k wil ’t niet.Droomelot.Weer niet? Weer niet? Dat zei je toen …Regina.Toen ook!Droomelot.Waarom?Regina.Omdat …Droomelot.Omdat …?Regina.Omdat ’k niet wil!(moeilijk).Omdat wat ’k laat—verkoop aan iedereen,Niet voor jouw mond en lippen wezen mag!Droomelot.Begrijp ik niet …Regina.Hoop dat je ’t nooit zal doen …Droomelot.Je ben van vader weggegaan—waarom?Regina.(stug)Dat weet ik niet …[491]Droomelot.Hield jij dan niet van hem?Regina.(stug)Dat weet ik niet—herinner ’t me niet meer! ’t Is zoo lang geleden—en vandaag …Droomelot.Wat dan vandaag?…Regina.Vandaag is alles uit … En als ’t uit is, helpt geen spijt, geen klacht!Droomelot.Je praat in raadsels, moederlief … Je praat …Regina …Allicht te veel(met blik op wachter, die even in deuropening verschijnt)—omdat ’k niet praten mag! Ik kom misschien terug.Droomelot.Dat hoeft niet meer. ’k Ben vrij.Regina.Jij vrij?Droomelot.’r Houdt me niemand hier!Regina.(angstig)Je zegt dat zoo—zoo blij en opgewektOmdat je nog niet weet … Ik ben besteld …Droomelot.Ik weet—weet dat-ie nog gevangen zit,Wéét dat-ie niet door schùld is los gekocht,Wéét dat-ie me zoo diep verachten zou,[492]Als ik door éigen wil gevallen was,En door zoo’n offer hèm geofferd had …’k Was voor ’n uur nog tot den dood bereid,Uit vrees dat hij me ginds ontmoeten zouEn me verwijten, dat ik hem verlost!Nu is hij even ongerept als ikNu trek ik sterk en ongebogen uitEn zet als ’t mag en kan zijn arbeid voort …En jou laat ’k niet meer los!Regina.Ik tel niet mee!Droomelot.Jij blijft bij mij … en ik, ik blijf bij jou!Regina.Dan kán niet, kind!Droomelot.’t Kan!Regina.Ik ben melaatsch.Droomelot.Melaatsch!Regina.Ik ben gedoemd …Droomelot.Door wie gedoemd?Regina.Vraag ’t aan elke vrouw en ied’ren man—maar niet aan mij!Droomelot.Ik vraag ’t aan jou zèlf—zooals mijn eigen kind eens vragen zal …Regina.(worstelend)Ik ben … Ik ben …[493]Droomelot.… Wat ik geworden ben!Regina.Ik was zoo slecht, zoo laag en zoo gemeenEn ook zoo laf, dat ’k haast niet biechten kan.Ik liet hem in den steek, toen ’t armoe werd,Armoe met ied’ren dag meer wrok en twist.’k Was jong, dacht dat ’n ander beter was.Die ander zette me weer aan den dijk:Het was z’n recht—hij had ’r voor betááld.Ik stond op straat,’r stonden ’r daar meer.Naar jullie huis dorst ik niet heen te gaan.Dat durf je niet, je voeten zeggen nee.En ’k vond dien hongernacht toen weer ’n dakBij weer ’n man, die me z’n kussen gaf,’n Slok jenever en ’n middagmaal.En ’k stond op straat. En keek de modder aan,De modder en de mannen, beurt om beurt,Tot ’k bij die twee geen onderscheid meer zag,Tot ieder kind me nawees in de stad,Tot ’k bang was voor de vogels en de zon,En eerst bij avond langs de wegen ging,Omdat je dan je eigen schaduw mist.Eens ben ik ziek geweest, op sterven af,En heb toen alle heiligen en GodBezworen dat ’k me beet’ren zou voor goed.Maar hoe ik worstelde en hoe ik wou,En hoe ik heb gewroet, gesmeekt, gezocht,De deuren van de huizen smakten dichtEn ’k stond weer in de modder—in de straatEn ben toen wéér van hand in hand gegaan,Van man naar man—en heb op ze gespuwd,En heb gehaat, gehaat, op mijn manierEn als ’k me voelde beu en levenszat,[494]Dan dee ’k wat ik van anderen geleerdEn dronk. Drank maakt je van de dingen los.Zoolang je dronken ben, klaag, bid je niet!En bid je God, vloeken de menschen toch …(Staart met het hoofd in de handen voor zich uit. Droomelot zelf ontwakend, staat op, neemt met zacht geweld haar handen weg, kust haar—zij duwt haar op zij).Laat staan! Laat staan! Je weet niet wat je doet!Ik ben geen lippen—als van jou—gewend!Droomelot.Daar móét je dan aan wennen, moederliefWij blijven saam(kust haar weer).Regina.(lang-aanhoudend snikkend)Je weet niet wat je zegt!Droomelot.(haar de haren streelend)Wat heb jij, moedertje, ’n leed gekend,Wat is jouw straf verschrikkelijk geweest,Wat ben ik blij dat ik je troosten kanEn blij dat ik jouw steun geworden benEn blij dat vadertje dàt nooit gehoord …Regina.Hij ’t nooit gehoord! Hij ’t niet gehoord, ach, ach!Droomelot.Hij zei van af ’t eerste uur, dat ik’m Vroeg waarom de andre kindren wèlEn ik géén moeder had: je hèb ’r een …[495]Regina.(stellig)Dat heeft-ie jou als kind gezegd—als kind …Droomelot(schudt het hoofd).… Niet waar! Toen ik vertelde hoe ik jouDien wintermorgen voor—dat huis gezien,Dat vreemde huis, met al de blinden neer,Toen sprak-ie even goed: ze komt terug!Maar jij je praatte niet van hem—jij zei:Hou toch vooral je mond als je me ziet …Ja, ja en zoo ben ik hierheen geraakt …Regina.Ik ben ’n beest—’k wou dat ik stierf!Droomelot.En dan? En dan! Heb je je beurt gehad?Regina.M’n beurt?Droomelot.Je beurt van òpgang na je ondergang? Je beurt van wraak …Regina.(schudt het hoofd)’t Was m’n eigen schuld! Als ’k niet was heengegaan, dan zou ik niet …Droomelot.Was ’r ’n weg terug?Regina.Die was ’r niet.Droomelot.Heb jij je vuisten niet gebald, als jijWeer telkens in de modder kwam te staan?[496]Wie smeet de deuren dicht?.… Wie wees je na?Wie heeft je bang voor zon en dag gemaakt?Was jij dan slechter dan de mannen, dieTe eten gaven jou—en dan opnieuwJe trapten en je zweepten als slavin?…Je wóú je modder uit—je kon ’t niet!Je wóú weer in ’t licht—’t lukte niet!Je wou ’t zelfde recht van elken man,Die als-ie in jouw armen was geweest,Weer vrij-uit, zingend, over straat kon gaan:Je kreeg ’t niet! Sta op! En help jezelf!Als jij melaatsch ben, jij, melaatsch, gedoemd,Dan is ’t ieder, die den steen opnam,En elke man die met jou heeft verkeerd!Regina.Ik word niet meer gered …Droomelot.Je redt jezelf! Jezelf! Jezelf!Regina.Daarvoor heb ik geen kracht!Droomelot.Ben ik ’r niet? Heb ik geen kracht voor twéé?Regina.Ben jij de droomster en ’t zelfde kind,Dat bij me kwam? Wat ìs met jou gebeurd?Droomelot.Ik heb van hèm geleerd …(Wachter laat Sero in de cel terug)En óók geleerd(met bijtenden spot).Van al de andren, die hier zijn geweest!En als ik twijfelde en niet begreep,[497]Dan had ’k een wijs en kost’lijk amulet,Dat ’k als een troost ook in jouw handen geef!(geeft haar Sero’s papieren—Wachter schiet toe, rukt ze uit haar hand).[Inhoud]Zesde tooneel.Droomelot, Regina, Sero, Wachter.2deWachter.Komt niets van in! Daar heb ik op geloerd!(verscheurt ze driftig).’r Uit gedragen wordt hier niemendal!Zie zoo! Nou kun je grabb’len allebei!(een snipper lezend)Dacht ik ’t niet: jawel, ’t bekende schrift!(bukkend en de snippers nog eens verscheurend)Te groote brokken steken in je keelEn maken dat je je verslikken zou.Dat’s beter mondjesmaat—En jij ’r uit!Regina.’r Uit?… Ik ben besteld om—hem te zien …2deWachter.Komt niets van in!Regina.De kommandant …2deWachter.Is gek!Regina.Je heb me zelf gezegd …2deWachter.Ik ben óók gekWe zijn ’t allemaal, ik, de Regent,En ieder die te loopsch naast rokken loopt!(schatert het uit).[498]Geloof, dat als ik wijven-wachter was,M’n uniform gauw an den kapstok hing!(tot Droomelot, die glimlachend de snippers geraapt heeft)Wil je ze liever strooien op de plaats.Droomelot(ze spottend nakijkend).Ik geef ze aan den wind—en woord voor woordIk weet den stand van elke letter nog …2deWachter(tot Regina).’r Uit madam!Regina.Dus mag ik ’m niet zien?2deWachter.Hier namaals ja—maar bij z’n erwten niet!Regina.Dat is gemeen! Als-ie toch stervend is!(Droomelot schrikt op, luistert onbewegelijk toe).2deWachter.Jij kletst! De kommandant is idioot!Ik heb ’m zelf pas in de zon gelucht!En op de plaats heeft-ie gefloten als’n Vink, die bij z’n voer wat suiker vindt!Droomelot.Hij liegt!Regina.Je liegt! Ik ga hier niet vandaan! Laat me ’r door.2deWachter.(z’n mouwen opstroopend):Haha, dat wordt ’n bokspartij!’t Spijt me wel, madam, ’t is afgelast![499]Droomelot.Door wie?2deWachter.Door den Regent!Droomelot.Wanneer?2deWachter.Zoo pas.Regina.Mag ik dan wachten hier?2deWachter.Nee, nee—hier niet!Maar als je wachten wil, met véél geduldNeem dan je intrek in mijn wachtlokaal’k Heb bier en goed-belegen roggemik!Regina.Dan wacht ik daar! Dag Droomelot, m’n kind! Ik dank je wel, en als ’k je niet meer zie …Droomelot.We zien mekaar nog eer ’t avond is.Regina.Dat weet ik niet.Droomelot.Maar ik—ik weet ’t wel.2deWachter.Na u—ik heb de sleutels en de eer!(af met Regina).[Inhoud]Zevende tooneel.Droomelot, Sero.Droomelot.(waakt op, ziet de sleutels op den divan, grijpt ze, treedt bij Sero binnen, blijft stuipend van angst staan, als ze hem ziet liggen): Vader! Vadertje!..[500](hij stut plotseling op de armen, kijkt haar enkel aan)Goddank!…(knielt bij ’t bed, neemt z’n hand, kust die—hij stoot haar driftig terug).Vadertje!(hij blijft haar aanstaren, zij wijkt achteruit).Je kijkt zoo vreemd—ik ben ’t—Droomelot! Herken je me niet meer?(hij schudt wild het hoofd, wijst haar heen te gaan).Ik ben ’t—ik!(knielt opnieuw bij ’t bed).Sero.(moeilijk): Ga weg!(schor lachend).’k Verdraag de lucht niet van jouw zeep!Daar stik ik bij! Smijt open hier ’t raam!Ga weg! Ga weg! Ga weg! Ik ken je niet!Droomelot.Je kent me niet? Ik ben je eigen kind!Sero.(halverwege van ’t bed).Ben jij m’n eigen kind—weet je dat wel?Ik stik!(zij bukt, reikt hem de waterkruik—hij duwt haar achteruit).Nee, uit jouw kinderhanden niet!…Eer kruip ik naar den berg van Horeb heen,En wacht ’t wonderwater uit de rots …Dan dat ik nog van jou, van jóú—wat wil!Droomelot.Toe, vader, vader, vadertje!Sero.Ga weg!Jij wist den weg, daar bij de schouw, niet waar?Droomelot.Dien wist ik, maar ’k dacht …Sero.Jij dacht—jij dacht, hahaha![501]Ik ook! Ik heb zoo vreeslijk veel gedacht,Ik heb dit zotte hart kapot gedacht!(lacht)’k Heb naar jouw stem daar door die spleet gesnakt,En midden in den nacht m’n hoofd gebonsdTegen den wand, of je ’t niet hooren wou,Of je geen oogenblik meer voor me had,Of je ’t begrijpen zou, dat ìk niet kon!Maar jij, je hield je stil—jij had …Droomelot …Ik had …Sero.Je pater en je moeder, den Regent!Je beetre kost, je bijbel en je zeep!Je leugens en je liederlijk bedrog!Droomelot.O vadertje, ik zweer je ’t is niet waar!Sero.Geloof je niet! Wie gaf die sleutels jou?Droomelot.(laat ze vallen): Die vond ik straks …Sero …Die vond je naast je bed,Je bed dat beter veeren hebben zal,En beter peluw dan waarop ik sterf!Ik heb, toen ik zoo pas hier binnenkwam,Jouw moeder’s stem in druk gesprek gehoord,Je deur staat open toch voor iedereen!Jij ben je moeder’s kind, zooals ’t wasJe zuster die bijtijds in ’t graf gelegd …(zit zwaar hijgend op ’t bed).Droomelot.Ze hadden me gezegd voor maanden al, Dat jij weer buiten in de vrijheid was …[502]Sero.Wie zei jou dat?Droomelot.Die man.Sero.Dat zei-ie jóú? Waarom? En waarom heb jij ’t geloofd?Droomelot.Omdat—omdat-ie gaf z’n eerewoord.Sero.Z’n eerewoord—aan jou?… Aan jou z’n eer?… En jij gaf ook je eere-woord—je eer?…(zakt schor lachend achterover).Droomelot.(bij het bed neerstortend)O, lieve vader, ’k ben en blijf van jóú!Sero.(haar woest terug-duwend).Waar is—waar is dat pak, dat ik aan jouDat ik aan jou toen toegeworpen heb,Dat pak dat voor de kameraden was?…Terug! Terug! Hoort in jouw handen niet!Droomelot.(losbarstend).Dat heb ’k niet meer, maar ’k heb ’t zoo geleerd,Zoo in me opgenomen, vader, datElk van je woorden gloeiend in me leeft!Sero.Geloof je niet!Droomelot.(hartstochtelijk)Ik draag ze met me mee!Sero.Geloof je niet![503]Droomelot.Ik zweer ’t bij—m’n kind.Sero.Je kind.(staat onbewegelijk rechtop).Je kind. Heb ik dat goed verstaan?Droomelot.Hij heeft me met geweld, geweld, geweld …Sero.(staart, glimlacht bij de herhaling van dat woord)Geweld!(beweegt machteloos de handen)En als jij me beliegt …Droomelot.Ik lieg niet vader—bij mijn kind van háát!Sero.(nu sterker glimlachend, hurkt op ’t bed).Zeg op dan wat ik voor m’n makkers sprak!En aan je stém, je stém zal ’k hooren of,Of ik kan slapen gaan …Droomelot.(knielt bij hem, kust zijn handen).Jij heb gezegd …Jij heb gezegd op ’t allereerste blad …(spreekt, terwijl hij gretig elk woord met lippen-gemummel herhaalt).„De aarde ligt wel kostlijk voor ons uit,„Alsof ze zóó door ons te grijpen is,„Maar van haar vruchten zijn wij zelf niet rijp„Nog—en we moeten met een jongen lach,„Van dat het ochtendlicht naar schemer gaat,„Het onkruid wieden en gestadig voort„Aan d’ouwe akkers geven t nieuwe zaad,„’t Gouden zaad, dat zonnebloesems wekt!(hem vergetend is zij opgestaan—hij smakt achterover).[504]„Al boom, die met te woeste hand geschud,„Werpt groene knoppen in ’t vertreden gras!„Wijtasten toe eerst met de volle kracht,„Als onze Macht zoo gaaf en sterk gestut,„Dat wij het Leven in zijn heerlijkheid,„Zijn groote, heil’ge onverwoestbaarheid,„Van al zijn leugens, zijn erbarmlijkheid,„Voor wat niet leeft, niet leven mòcht—bevrijd!”(kijkt verheugd-glimlachend om, ziet hem liggen, stort op hem toe).O, liefste God, wat is ’r vadertje?Je kijkt me aan en ziet—en ziet me niet!Je glimlacht, maar je mond die ademt niet!Slaap je, of ben je—dood?… Toe vadertje,Toe vadertje, zeg nog een enkel woord!(staat op wijkt achteruit, denkt na, maakt den ketting met ’t medaljon van haar hals los, legt dien in zijn handen, kust zijn voorhoofd).Dan moet ik verder, verder, als ’k beloofdEn jij blijft bij me, waar ik reis en trek,Want dat heb jij me, vader, óók beloofd …(kust hem nog eens, raapt de sleutels van den grond, gaat heen).[Inhoud]Achtste tooneel.Regent, 2deWachter, Regina.Regent.(treedt in Droomelot’s cel, ziet dat zij er niet meer is, roept de gang in).Verdoemd, verdoemd, waar zijn de wachters, hier?Vlug dan! Ze is ’r niet! Waar is ze heen?[505]2deWachter.U heeft ons zelf gelast, maar als u ’t wil …Regent.Vooruit en breng ’r met geweld terug!Nee! Nee!… Blijf hier! Jij raakt haar lijf niet aan!…Zoolang ’k haar vader heb, heb ik haar ook!2deWachter.Z’n deur staat aan!Regent.Z’n deur staat aan! Verdoemd!(stort in Sero’s cel).… Hij is ’r nog!Regina.(angstig bij het hoofdeinde)…Nee,hijis ’r niet meer …(ziet ketting en medaljon in de handen van den doode, knielt)…Nu durf ik met je dochter mee te gaan …EINDE.Berlijn, Juli/December 1909.

[Inhoud]DERDE BEDRIJF.(Het onveranderd tooneel van het tweede Bedrijf. In Droomelot’s cel ligt op de tafel een fleurig kleed, waarop een vaas met bloemen—in het midden staat een divan met smyrnaasch tapijt.)[Inhoud]Eerste Tooneel.Sero, 2deWachter, Arts.2deWachter.(Sero, die met het hoofd op de erwtenbaal op den grond ligt, ’n trap gevend).Wat is dat nou? Hé!… Hé!… Slaap jij alweer!(naar het uitgeslagen, onbeslapen bed aan den wand kijkend)—Of heb je niet geslapen?Sero.(versuft opzittend)Ik heb—ik heb—ik heb zóó goed geslapen, dat ik nog dronken ben …2deWachter.Sta op!(rukt hem aan den schouder)Sta op![469]Sero.Dat wil ik wel(poogt op te staan)—dat wil ik zeker wel—maar wil is niet genoeg!(smakt terug)Je moet me, kameraad, ’n steuntje geven …2deWachter.(hem ruw onder de armen grijpend)Vooruit! Schiet op! Ik ben jouw kruier niet!…Sero.Ik dank je zeer. Bij Jericho heeft zelfs de Samarieter béter niet geholpen … Nee, laat me nog niet los … ’t Is nog ’n afstand tot ’t bed. En zak ik in, moet jij je weer verneedren door me op te rapen!(zit op bedhoek. De wachter veegt nijdig z’n uniform af)Ja, vuil geeft af! Van buiten en van binnen!2deWachter.Ik waarschuw je—je kent me nou!Sero.(knikt)Ik kèn je vuisten en je voeten, je vloeken en je vlakke hand al haast twee maanden, niet? Twee maanden, ja! Jij heb ’n toekomst, vriend. Nog eer ik hier krepeer, krijg jij ’n ééreteeken daar—en welverdiend!… Tot zelfs m’n makker, in ’t hol hierboven, heb jij met klappen ’t kloppen afgeleerd …2deWachter.Je brood—je water, bek gehouen! En als je ’t weer niet lust: ’t komt terug—’t komt terug, hard als ’n bikkel! En zien wie ’t ’t laatste wint! Sta op! De dokter! Ben je blind?Arts.Wel nummer-zooveel, zit je alweer op?(tot wachter)Is hier geen stoel? Moet ’k op den grond gaan knielen bij patiënten?[470]2deWachter.De order is dat hij geen stoel meer krijgt!Arts.Ja, ja—dat ’s best—maar ik, maar ik?2deWachter.’k Breng ù ’r daadlijk een!(af)Arts.En jij? En jij? Nog altijd duizlig en eens af en toe ’n flauwte?(Sero knikt glimlachend)Ja, ja, dat is ’t hart, ’t hart. Je hart dat is vergroot, te groot; daar zijn geen kruiden voor gewassen!(tot wachter met stoet)Ik dank je wel!(Wachter bij deur)Je moet geen vrachten tillen en geen trappen loopen en naar—omstandigheden je ontzien!Sero.(spottend)Geen koffie en geen sterke drank?Arts.Nee, nee. Je tong!Sero.Geen lange wandeltochten, geen tabak?Arts.Nee,nee. Je tong!Sero.Niet dansen en geen zwaar verkeer met vrouwen?Arts.(afwezig)Nee! nee!(plots vinnig)Nee, Nee! Hoe heb ik ’t met jou? Zit jij me voor de mal te houen?(Sero steekt z’n tong uit, schudt ’t hoofd).2deWachter.Als u me noodig heeft, meneer de dokter!Arts.(wenkt hem heen te gaan. Wachter achter deuropening[471]op en neer)Gezien! Gezien! Je pols … Heb je vannacht geslapen? … Nu!Sero.’k Lei op den grond en had geen fut meer in m’n bed te kruipen … ’t Is mal, ’t is zot, hoe je dan tobben kan en in ’t donker dingen zwarter dènkt dan ze bestaan …Arts.(hem wenkend te zwijgen)Ja, ja! Hoe werkt je maag?Sero.Heeft in de laatste dagen wat geluierd—en ’k heb geen beitel om m’n brood voor ’t heilig avondmaal te brokken!(laat het brood dat hij met de vrije hand opgenomen heeft op den grond vallen)Ik wou … Ik wou …(strijkt zich moeilijk langs ’t voorhoofd)Vreemd, dat je ziel zoo in en uit je lichaam gaat …(zakt achterover).Arts.(zich over hem buigend)Dat schijnt nog niet de láátste keer …(tot wachter)Hé, jij—maak jij dat raam ’ns open!2deWachter.Ja, als ’t móét—maar doen mag ik ’t niet!Arts.Als ik ’t zeg, dan is ’t noodig! Hij ligt in onmacht—vlug wat buitenlucht!2deWachter.(met ’n sleutel het kastje van de lijn openend en het tuimelraam vierend)Nou, as ’t lee an mijn, dan bleef-ie waar-ie leit! De dokter heeft geen flauw benul, wat judas of die kerel is! Niet[472]één dief, niet één moordenaar, in ’t heele huis, zit zoo vol vuile praat en vuile streken as deze gladde boef. An dat gaat niemendal verloren! Gift, haat en ongeloof!Arts.Ja, ja,—maar ’t is ’n mensch, al deugt-ie niet, en zieke harten geven zieke hersnen … Als-ie familie heeft en de Regent ’t wil, dan moet gewaarschuwd worden. De veer van ’t werk is stuk.2deWachter.’t Werd tijd!(kinderstemmen buiten).Arts.Is ’r ’n vrouw?2deWachter.’n Hoer.Arts.’n Kind?2deWachter.’n Jong, hiernaast! Wordt door Zijn Excellentie achterna-geloopen! Ik knijp ’n oogie dicht …Arts..(de kinderstemmen bedoelend)Is dat de straat?2deWachter.Nee, dokter, dat ’s ’t plein—en wat u hoort …(Sero zit langzaam-tastend op).Arts.(wenkt Wachter heen te gaan)Wel, was ’t weer even mis?Sero.(luistert hijgend naar de geluiden, zakt van het bed op de knieën, snikt ’t steunend uit).[473]Arts.Kom nu—dat’s niet zoo goed voor je, je op te winden!Sero.(hem met armgebaar afwerend)Doe dan dat raam weer dicht!Arts.Dat raam weer dicht? ’t Is voor je bestwil nummer zooveel!Sero.Doe dicht dat raam—ik heb ’t koud!Arts.Je heb ’t koud? Stop jij daarvoor je vingers in je ooren? ’t Is buiten heerlijk warm!… Kom, kom, wees man! Wil je je vrouw nog zien?(Sero schudt woest het hoofd)Je dochter dan?(Sero staart naar ijzeren val, schudt het hoofd)Nee? Heb ’k goed begrepen?Sero.(naar den val starend)… Ik wil ’r zien, als ze geen tafel heeft …Arts.Geen tafel … Wat zegt je nu …?Sero.(moeilijk opstaand)…Ikhad ’r geen—en aan de schuif is nog geen hand geweest—geen wachtershand—en niet de hare … ’k Heb meer dan zestig dagen, uur aan uur, en nacht aan nacht … Ben jij hiernaast geweest? Hééft ze ’n tafel en ’n stoel? Dat kan ’k dien man niet vragen, die me trapt en slaat op hoog bevel, en me op hoog bevel m’n krachten heeft genomen, omdat ’n galg zoo-zeer de aandacht trekt van raven en van menschen …![474]Arts.Bedaar nu, nummer-zooveel—of je heb ’r zelf aan schuld…En praat gezonde taal …Sero.(den stoel nemend en pogend er bij de schouw op te klimmen)Nee, nee, dat kan de akrobaat niet meer! En ’t hoeft ook niet. Want aan de schuif is niet getimmerd, niet geschroefd … En zij heeft jonge beenen …(zit gebroken neer).Arts.Ik zal je laten brengen naar de ziekenzaal.Sero.Dat is te laat—(naar omhoog kijkend)en wie weet nog te vroeg. Ik wil hiér in m’n eentje sterven.Arts.Dat zeg je me bij elk bezoek, maar hier is toch geen plaats …(omzichtig)Je vrouw en dochter kunnen bij je komen.Sero.(de hand op ’t hart)Ik heb geen vrouw—en als ze heeft ’n tafel met vier pooten, geen dochter meer!Arts.(goedig-sussend)Ja, ja, ja, ja! Dat meen je nu, en straks heb je weer andre, dwazer kuren!(naar deur, keert terug)Wil je soms schrijven voor je laatsten wil? Ik vraag dat, waar jij zèlf zoo telkens weer van sterven spreekt!Sero.M’n laatste wil …(diep ademend)Hè, ’k ben den ballast kwijt—ik word weer mensch, nou dat te groote hart zich uitzet als ’n spons in ’t water! M’n laatste wil, hahaha! Hoe ben ’k met zoo’n groot hart zoo klein geweest daarnet te grienen! ’k Vermaak[475]—dat kan ook zonder testament—en vrij van zegel, registratie!—vermaak m’n geest en ziel aan wie ’r bod op doet,rabbijnenzelfs, pastoors en wie den geldzak kust!—vermaak m’n lichaam, huid en haar, ’t vet en ’t vleesch, aan jonge maatjes in jouw vak van wetenschap, die uit geen béter kringen krijgen ’t materiaal, om voor te snijden op de sectietafel … Vermaak! Vermaak! In ’t leven is de zotheid baas!…Arts.De zotheid, zeg dat wel, vooral jouw zotteklap! Men maakt geen grappen, als men kan vermoeden …Sero.… Dat binnenkort ’t zeldzaam-groote hart ligt in ’n glazen huis met spiritus en met ’n varkensblaze-dak!Arts.’t Is wel. Ik zwijg(bij de deur)’k Zal je den priester sturen.Sero.Waarom? Waartoe? Ik wil en geef geen absolutie!(De arts gaat schouder-ophalend af. Buiten wordt het spelend rumoer der kinderen sterker. Met de handen op den rug gevouwen, staart Sero eerst naar den schoorsteenval, vervolgens zonder te bewegen naar de richting van het geluid.)’k Zou willen weten wat uit jullie groeit:Ik ga en jullie komen pas den wegGeloopen die zoo wonderschoon kon zijn,Als niet de modder hing aan elken stap,En elke nieuwe, jonge, vrije jeugd,Weer in de óúwe leugens werd verstikt![476]’k Zou willen weten of de lente, dieUit jullie kleine kinderstemmen spreekt,’n Zomer wordt die bloeiend opengaatEn aan de landen eindloos stuifmeel geeft!’k Zou willen weten of de rijke vrucht,Die van geen mensch en toch van iéder is,Door jullie éénsgezind gegrepen wordtEn zóó gesteld dat nooit meer ruwe klauw’t Kost’lijk aardgeschenk vernielen kan …(De gevangene boven klopt)Dat zien wij twee, jij dief en moordenaar,En ik, dìe langs de wegen ben gegaan,Om zonder aarz’len mensche-plicht te doen—Dat zien wij twee niet meer—maar zij—misschien …(zet zich op stoel, sorteert).[Inhoud]Tweede tooneel.Droomelot, 2deWachter, Sero.2deWachter.(ontsluit Droomelot’s cel, laat haar binnen. Zij neemt haar masker af, geeft dat den Wachter, die haar onder de kin strijkt. Zij wijkt verschrikt achteruit)Hahaha! Doe niet zoo preutsch, jij leep en listig ding! ’k Draag niet m’n oogen in m’n zak en ’k heb twee ooren als trompetten! Ja, kijk maar lekker rond—’t wordt hier ’n fijne keet!Droomelot.Wie heeft dat alles hier gebracht?2deWachter.Wie?—Ik en m’n maats![477]Droomelot.Wanneer?2deWachter.Terwijl je werd gelucht! Hahaha, de heele wacht is uitgeloopen, en heeft zich voor jouw deur ’n uitgezakte breuk gelachen! Jij ben ’n bliksems-gladde, kleine helleveeg. Je moeder kan ’n puntje an jou zuigen! En as je éven handig blijft, en ’m zoo zacht an ’t lijntje houdt, ’m snoepen laat met mondjesmaat, en of je ’r tièn zoo aan je vingers heb, ’m onverschillig op z’n koppie krauwt—dan lijm je ’m vast nog jaren lang en wat jij wil, krijg jij gedaan! Tik voor je aan, met veel respect! En as je je bij hèm verveelt, in plaats van elken dag kandij, ’ns watertandt naar mager spek: dan heb je maar ’n kik te geven! Met veel respect! Hahaha!(treedtnoglachend bij Sero binnen; nijdig)Raap op dat brood! Al smijt je ’r mee: je krijgt geen ander!(Sero bukt zich, legt het op het bed. Wachter rukt stoel weg, zet dien buiten, keert terug, sluit het raam. Droomelot heeft de bloemen opgenomen, laat die vallen, zet zich op haar stoel.)Sero.Móét ’t al dicht? Màg ’t niet langer open?2deWachter.Je kan je zelf wel antwoord geven!Sero.’t Is toch ’n kleinen dienst dien ik je vraag!2deWachter.Als ik je luchten wóú, heb je ’t verdomd! Je was te slap, niewaar?, te ziek, niewaar?, om naar de plaats te loopen! Hier geef ìk jou geen lucht, nog niet voor tien doktoren! ’k Vertrouw je[478]net van hier tot daar! Jij ben in staat, of anders zijn ’t je vrinden om bij zoo’n open raam … Ha-ha-ha, heb ik je door?Sero.(moeilijk)Mag ik vandaag?2deWachter.Nou, wat? Leg niet te pruimen op je woorden!Sero.Mag ’k vandaag—mee naar de plaats! Ik wou voor ’t laatst de zon nog zien.2deWachter.Wel, wel—nou zoo ineens? De tijd van luchten is voorbij—moet je tot morgen wachten!Sero.(spottend)Ik heb misschien geen morgen meer.2deWachter.Daar làcht-ie om, ’t stuk ongeluk! Dàt wil de zon nog zien! De zon, die draait ’r kooi niet in, as jij geen afscheid neemt! Vooruit dan maar! ’k Ben gek gedorie da’k ’t doe!(laat sleutelbos vallen)… Raap op!(Sero geeft hem de sleutels)Ha-ha, heb ik je goed gedrild? Komt ’t ontzag ’r langzaam in? Als ik jouw vader was geweest …Sero.Was jij voorzeker in je bèd gestorven!2deWachter.(’t masker gevend)Pak an! Zet op! Geen kletspraat onderweg, geen teekens, geen gefluit!Sero.Dat masker ruikt naar karneval![479]2deWachter.Ha-ha-ha!(’t ook beruikend).Dat is ’t luch-ie van de harem, hier dichtebij! Naastan wascht een ’r snuit met beter zeep dan jij, omdat ze met Zijn Excellentie trekkebekt!(Sero rukt ’t masker af)Zet op! Wat suf je nou? Vooruit! Je hoeft niet vies van ’r te wezen! As jij as teef geboren was, liep ook de duurste reu je na! Zóó as ’t voorjaar is, is iedre hond-van-ras z’n moer en stand vergeten en rent in d’achterbuurt met ’t smerigst mormel mee!…(Sero laat ’t masker vallen)Wat mier jij nou? Vooruit! Zet op!… En as je onderweg ’n flauwte krijgt—ik ken je foefies, ouwe smakker!—giet ik ’n emmer langs je leeg!(duwt hem voort).[Inhoud]Derde tooneel.Regent, Droomelot.Droomelot.(heeft de papieren gelezen, bergt die op)O, vadertje, als je eens wist—als je eens weten kon!Regent.(onstuimig binnentredend, werpt mantel en hoed op divan)Daar ben ik weer—verdoemd, terwijl ’k gister pas gezworen heb, nóóit meer ’n stap hier in ’t hok te zetten! Daar ben ik weer, voor spot van soldeniers en wachters!(zij smakt met het hoofd op de tafel)Daar ben ik weer! Heb je me niet verstaan? Dat is geen houding die jou past, als ik hier ben!(rukt haar omhoog)Zit recht en kijk me aan!… Heb jij, heb jij de bloemen die[480]ik zelf voor jou geplukt, daar op den grond gesmeten? Neem op! Neem op!(houdt haar tegen, bukt, legt haar de bloemen in den schoot, grijpt geknield haar handen).Daar ben ik weer: doe met me wat je wil!Trap me en sla je handen om m’n strot—Kwel me en laat me kruipen als ’n dier,Dat nog je nasluipt, als ’t geranseld wordt!Ik kan niet buiten jou, m’n Droomelot!Ik hijg in eenzaamheid m’n uren door,Je hatend en verwenschend eindeloosEn naar je snakkend met zoo’n woesten lust,Zoo’n rauwen opstand van m’n heele lijf,Dat ik m’n tanden in m’n lippen zet,En met m’n vuisten beuk m’n gloeiend hoofd!Ik zal je niet en nooit meer met geweldHeendragen naar je bed, als toen dien dag!’k Wil dat je zèlf je armen om me legtEn zèlf den adem van mijn mond begeertEn zelf met dat waanzinnig ongeduld,De slinger-slagen telt, om te zien!(kust haar handen).Zeg nu een woord en staar niet voor je uit!(heftig).Ik wìl en zàl jouw eerstenvrijenkus!Droomelot.(de bloemen zonder hem aan te zien brekend).Je heb me met geweld hierheen gebrachtEn met geweld geleerd wat moeder isEn met geweld gezegd hoe ’k bidden moetEn met geweld gehaald van vader afEn met geweld mijn tranen weggekust[481]En met geweld me ’t vrees’lijke gedaan(smijt alle bloemen neer).Maar dàt, dat uit mezelf, dat kàn ik niet!Regent.Dat kun je niet!Droomelot.Dat kan ik niet …Regent.Ook niet—als—als … als ik je smeek en bid?(zij schudt het hoofd)… Ook niet als iedre wensch van jou …Droomelot.’k Heb ’r maar een—hier dood te gaan!Regent(haar in de armen nemend).Kom nu, m’n kleine, kleine Droomelot:Je weet hoe ik je slaaf geworden ben,Hoe ik, die honderd vrouwen heb gehad,Gehad en weer verschopt, hoe ’k van jóú hou,En hoe je me gelukkig maken kanDoor éven vroolijk kijken en ’n lach!Is ’r een deur, die hier gesloten blijft?Ben je niet vrij, ook zonder dat je vraagt?Droomelot.(zich losrukkend).Ik wil niet vrij!Regent.Je wil niet vrij? Waarom?Droomelot.Als ’k buiten kom, dan ken ik maar één stapWaar ’t water diep is, en geen mensch me ziet,[482]Waar ’k niet meer denk en tob, en niet meer vreesDat ik m’n vadertje ontmoeten zal.’k Hoop dat-ie sterft, voor iemand ’m dat zegt …Regent.Dat kàn ’m niemand zeggen!Droomelot.Iedereen!(divan en kleeden bedoelend).Waar zooveel wachters dat en dat gezien,Hoort ’t de heele stad eer ’t avond isEn eer ’t avond is, hoort hij ’t ook!(valt snikkend neer).Regent.Hij hoort ’t niet en nóóit!Droomelot.Hij weet ’t al!Regent.En als-ie ’t weet, wat raakt dat mij—en jou!Druk een keer zèlf je lippen op mijn mondEn wee degeen die dan niet voor je buigt!Droomelot.(in knielende houding, de oogen gesloten)Ik zeg—ik zeg niet langer nee … Ik zal …Regent.Je zult …?Droomelot.Ik zal je kussen op je mond …Regent.Uit vrijen wil?Droomelot.Dankbaar—uit vrijen wil—als ’k dan voor goed vrij-uit mag gaan![483]Regent.Waarheen?Droomelot.Waar ’k nooit meer vadertje ontmoeten kan!Regent.Je vader niet—maar mij?Droomelot.Geen sterveling!Regent.Verdoemd! Ben jij zoo op den dood verzot, enkel uit angst …Droomelot.Voor zìjn twee oogen—ja!Regent.En voor die van je moeder dan?Droomelot.Voor haar? Ik ben geworden wat mijn moeder is.Regent.En als-ie nu gestorven was—of weer—neem dat eens aan: opnieuw gevangen werd …Droomelot.Als hij gestorven was—is-ie dat dan?Regent.Hij is nog hier—hij is niet weg geweest!Droomelot.Niet weg geweest?… En jij, je gaf je woord!Regent.Dat heb ik ook gegeven in m’n roes!(moeilijk pratend en lachend, terwijl zij met eene verjonging van het gelaat voor zich heen staart).’k Heb dronken wel m’n zaligheid beloofd,Meer dan ik had en ik belooven kon[484]Om als m’n dolle kop weer nuchter was,’t—met verstand—weer andersom te doen!Maar jij—maar jij!—hield jij je woord dan wel?Dee ’t je wat, dat jij me had bekeerdNiet langer je te kussen met geweld?Dee ’t je wat of ik krankzinnig werd?Heb ’k niet gekropen en mezelf verlaagdHeb ik een oogenblik voor jou bestaan?Droomelot.(starend).Hij is niet weg geweest—en hoort ’t nooit.…Regent.(sleutels op divan smijtend).Nu lieg ik niet en laat ik je de keusEn speel niet met den tijd, eer ’t me berouwt!Daar zijn de sleutels om hier uit te gaan,Voor hem èn jou, of voor jou heel alleen,Of als-ie wil, voor hèm, terwijl jij blijft,Als jij je volle ziel me overgeeft,En met den geur van bei je lippen zegt,Dat ìk de koning van je droomen ben,Dat jij me toebehoort met al den lust,Die de verkwikking is van jonge min!Ik zweer …Droomelot.Dat heb je gister pas gedaan!Regent.Ik steek m’n vingers op …Droomelot.’k Geloof je niet!Regent.Ik laat de sleutels hier …[485]Droomelot.En neemt ze weer terug! Zooals je op je woord getrapt!Regent.(heft z’n vuist, wijkt bij haar oogen, werpt de deur open).Ik wacht.Droomelot.(voor zich uit glimlachend).Voor ik m’n beste zelf jou geefEn ongedwongen jóú tot liefste neem,En jou vertel het diep en teer geheim,Dat me in wreede nachten heeft ontrust,Vraag ’k zekerheid, dat ’k gaan kan ongestoord …Regent.Gaan naar den dood?Droomelot.Nee! Naar ’t leven heen!Regent.En als je me bedriegt?Droomelot.’k Bedrieg je niet!Regent.Ik zekerheid—maar jij geen onderpand!Droomelot.’r Is ’r een …Regent.Wat dan?Droomelot.Wat dan?… Ons—kind.Regent.Ons kind!(grijpt haar onstuimig in de armen).Ons kind—en jij je weigert nog.[486]Droomelot(haar gelaat hijgend afwendend).Ikheb ’t niet gewild—heb ’t verwenscht …Regent(lachend voor zich uit starend, holt de gang in, wenkt wachter).Kom hier! En zeg aan al je kameraads,Aan alle wachters en aan iedereen,Dat zij de vrijheid heeft om heen te gaan,Heen waar ze wenscht en waar ’t ’r behaagtEn dat ’n klacht van haar een vonnis wordt!(Wachter tikt aan, verwijdert zich)Dat is mijn kind!(grijpt haar handen).Droomelot(trotsch).Nee, nee—’t is van mij!Regent.Ik zorg ’r voor—ik voed ’t op!Droomelot(de handen terugtrekkend).Nee ik.Regent.Ik! Jij!—Jij! Ik!—Dat komt op ’t zelfde neer!Krijg ’k nu wat ’k heb gevraagd die maanden lang?[Inhoud]Vierde tooneel.De vorigen, 2deWachter, Regina.2deWachter.(Regina bij de open deur weerhoudend)Niet hier!Regina.Waar dan?[487]2deWachter.Dat merk je wel—hiér nièt!Droomelot.Hier wel! Hier wel!(vliegt haar om den hals)Wat ben ik blij dat ik je zie!Regent.Wie heeft die vrouw gehaald?2deWachter.Dat heeft de kommandant gelast!Regent.De kommandant—waarvoor?2deWachter.Omdat de dokter heeft gezeid, dat hij krepeeren gaat!Regent.Is hij dan hier? Wat heb jij voor een kop! Weg met die vrouw!2deWachter.(Regina, die angstig Droomelot omhelsd houdt, bij den arm grijpend)’r Uit—en as de bliksem mee!Droomelot.Zeg aan dien man, dat ik ’r spreken wil!Regent.Dat zeg ik niet!Droomelot.Dan ga ik mee, waar zij heengaat!Regent.Dat zul je niet!Droomelot.Heb je niet zelf gelast, dat ik me vrij bewegen mag?Regent(denkt na, haalt Regina bij de deur terug,[488]fluistert haar wat toe—dan tot wachter).Je blijft ’r bij!Droomelot.Dan spreek ik niet—en zoek m’n moeder later op!(Regent loopt woest op en neer, wenkt wachter—beiden af—de deur blijft open.)[Inhoud]Vijfde tooneel.Droomelot, Regina.Regina.Dus—is ’t waar?Droomelot.Wat, moederlief?Regina.Wat overal, in elke straat ’n ieder zegt—dat jij en hij …(Droomelot knikt)O, lieve Jezus, ’t is mijn schuld! En ik—ik ben jou niet tot schrik geweest, tot voorbeeld hoe je ondergaat, als je je eenmaal geeft …Droomelot.Ik heb me niet gegeven—(hard en trotsch)gééf me niet!Regina.En jij en hij?—je knìkte toch!Droomelot.Die man wordt enkel vader van ’n kind, dat ’k leeren zal hoe men hèm haten moet …Regina.Dus … Dus … Jij ook!Droomelot.Ik ook—je hoeft niet bang te zijn, dat ik ook op jou óóit neer zal zien![489]Regina.Had ’t maar wel gedaan—en wel gekùnd!… Ik ben zoo schand’lijk slecht …Droomelot.Zoo slecht …? Heb je dan meer—misdaan dan ik?…(Regina slaat de handen voor het gelaat)Wat heb jij dan misdaan?…Regina.Vraagt ’t me niet, m’n kind …Droomelot.’k Dacht dat je net als ik—gedwongen was geweest.Regina.Gedwongen word ik nog. ’r Is geen weg terug.Droomelot.Geen weg terug—dat meen je niet …(op den divan knielend, achter Regina en de armen om haar heen vouwend).Dat meen je niet en ’t is niet zoo!’k Heb over jou, als ’k niet meer schreien kon,Die nachten, zoo gedacht en zoo je pijnEn zorg geweten, zoo me voorgesteldHoe jij gelejen heb, dat ik mezelfVerweet, dat ik geen dochter voor je was.Dan nam ik, in ’t donker op mijn bed,Den kettìng, met ’t groote medaljonEn draaide kreunend zoo de schakels rond,Of ’k voor je bad en hield een rozenkransEn jij me in de verte hooren zou!Jij heb wel schrik’lijk veel verdriet gehad?(Regina tracht Droomelot’s handen los te maken)Nee, laat mijn handen om jouw lieven hals.Ik ben toch ook voor jou ’t kind geweest,[490]Dat in ’n lichaam angst en vreugde wekt,En naast je eigen, wilden harte-slagDe zachte echo van ’n tweeden stelt …!’k Hou nu veel meer van jou!(kust haar).Regina.(heftig opstaand)Nee doe dat niet!Droomelot.Dat niet? ’k Omhels jou—en …Regina.En ’k wil ’t niet.Droomelot.Weer niet? Weer niet? Dat zei je toen …Regina.Toen ook!Droomelot.Waarom?Regina.Omdat …Droomelot.Omdat …?Regina.Omdat ’k niet wil!(moeilijk).Omdat wat ’k laat—verkoop aan iedereen,Niet voor jouw mond en lippen wezen mag!Droomelot.Begrijp ik niet …Regina.Hoop dat je ’t nooit zal doen …Droomelot.Je ben van vader weggegaan—waarom?Regina.(stug)Dat weet ik niet …[491]Droomelot.Hield jij dan niet van hem?Regina.(stug)Dat weet ik niet—herinner ’t me niet meer! ’t Is zoo lang geleden—en vandaag …Droomelot.Wat dan vandaag?…Regina.Vandaag is alles uit … En als ’t uit is, helpt geen spijt, geen klacht!Droomelot.Je praat in raadsels, moederlief … Je praat …Regina …Allicht te veel(met blik op wachter, die even in deuropening verschijnt)—omdat ’k niet praten mag! Ik kom misschien terug.Droomelot.Dat hoeft niet meer. ’k Ben vrij.Regina.Jij vrij?Droomelot.’r Houdt me niemand hier!Regina.(angstig)Je zegt dat zoo—zoo blij en opgewektOmdat je nog niet weet … Ik ben besteld …Droomelot.Ik weet—weet dat-ie nog gevangen zit,Wéét dat-ie niet door schùld is los gekocht,Wéét dat-ie me zoo diep verachten zou,[492]Als ik door éigen wil gevallen was,En door zoo’n offer hèm geofferd had …’k Was voor ’n uur nog tot den dood bereid,Uit vrees dat hij me ginds ontmoeten zouEn me verwijten, dat ik hem verlost!Nu is hij even ongerept als ikNu trek ik sterk en ongebogen uitEn zet als ’t mag en kan zijn arbeid voort …En jou laat ’k niet meer los!Regina.Ik tel niet mee!Droomelot.Jij blijft bij mij … en ik, ik blijf bij jou!Regina.Dan kán niet, kind!Droomelot.’t Kan!Regina.Ik ben melaatsch.Droomelot.Melaatsch!Regina.Ik ben gedoemd …Droomelot.Door wie gedoemd?Regina.Vraag ’t aan elke vrouw en ied’ren man—maar niet aan mij!Droomelot.Ik vraag ’t aan jou zèlf—zooals mijn eigen kind eens vragen zal …Regina.(worstelend)Ik ben … Ik ben …[493]Droomelot.… Wat ik geworden ben!Regina.Ik was zoo slecht, zoo laag en zoo gemeenEn ook zoo laf, dat ’k haast niet biechten kan.Ik liet hem in den steek, toen ’t armoe werd,Armoe met ied’ren dag meer wrok en twist.’k Was jong, dacht dat ’n ander beter was.Die ander zette me weer aan den dijk:Het was z’n recht—hij had ’r voor betááld.Ik stond op straat,’r stonden ’r daar meer.Naar jullie huis dorst ik niet heen te gaan.Dat durf je niet, je voeten zeggen nee.En ’k vond dien hongernacht toen weer ’n dakBij weer ’n man, die me z’n kussen gaf,’n Slok jenever en ’n middagmaal.En ’k stond op straat. En keek de modder aan,De modder en de mannen, beurt om beurt,Tot ’k bij die twee geen onderscheid meer zag,Tot ieder kind me nawees in de stad,Tot ’k bang was voor de vogels en de zon,En eerst bij avond langs de wegen ging,Omdat je dan je eigen schaduw mist.Eens ben ik ziek geweest, op sterven af,En heb toen alle heiligen en GodBezworen dat ’k me beet’ren zou voor goed.Maar hoe ik worstelde en hoe ik wou,En hoe ik heb gewroet, gesmeekt, gezocht,De deuren van de huizen smakten dichtEn ’k stond weer in de modder—in de straatEn ben toen wéér van hand in hand gegaan,Van man naar man—en heb op ze gespuwd,En heb gehaat, gehaat, op mijn manierEn als ’k me voelde beu en levenszat,[494]Dan dee ’k wat ik van anderen geleerdEn dronk. Drank maakt je van de dingen los.Zoolang je dronken ben, klaag, bid je niet!En bid je God, vloeken de menschen toch …(Staart met het hoofd in de handen voor zich uit. Droomelot zelf ontwakend, staat op, neemt met zacht geweld haar handen weg, kust haar—zij duwt haar op zij).Laat staan! Laat staan! Je weet niet wat je doet!Ik ben geen lippen—als van jou—gewend!Droomelot.Daar móét je dan aan wennen, moederliefWij blijven saam(kust haar weer).Regina.(lang-aanhoudend snikkend)Je weet niet wat je zegt!Droomelot.(haar de haren streelend)Wat heb jij, moedertje, ’n leed gekend,Wat is jouw straf verschrikkelijk geweest,Wat ben ik blij dat ik je troosten kanEn blij dat ik jouw steun geworden benEn blij dat vadertje dàt nooit gehoord …Regina.Hij ’t nooit gehoord! Hij ’t niet gehoord, ach, ach!Droomelot.Hij zei van af ’t eerste uur, dat ik’m Vroeg waarom de andre kindren wèlEn ik géén moeder had: je hèb ’r een …[495]Regina.(stellig)Dat heeft-ie jou als kind gezegd—als kind …Droomelot(schudt het hoofd).… Niet waar! Toen ik vertelde hoe ik jouDien wintermorgen voor—dat huis gezien,Dat vreemde huis, met al de blinden neer,Toen sprak-ie even goed: ze komt terug!Maar jij je praatte niet van hem—jij zei:Hou toch vooral je mond als je me ziet …Ja, ja en zoo ben ik hierheen geraakt …Regina.Ik ben ’n beest—’k wou dat ik stierf!Droomelot.En dan? En dan! Heb je je beurt gehad?Regina.M’n beurt?Droomelot.Je beurt van òpgang na je ondergang? Je beurt van wraak …Regina.(schudt het hoofd)’t Was m’n eigen schuld! Als ’k niet was heengegaan, dan zou ik niet …Droomelot.Was ’r ’n weg terug?Regina.Die was ’r niet.Droomelot.Heb jij je vuisten niet gebald, als jijWeer telkens in de modder kwam te staan?[496]Wie smeet de deuren dicht?.… Wie wees je na?Wie heeft je bang voor zon en dag gemaakt?Was jij dan slechter dan de mannen, dieTe eten gaven jou—en dan opnieuwJe trapten en je zweepten als slavin?…Je wóú je modder uit—je kon ’t niet!Je wóú weer in ’t licht—’t lukte niet!Je wou ’t zelfde recht van elken man,Die als-ie in jouw armen was geweest,Weer vrij-uit, zingend, over straat kon gaan:Je kreeg ’t niet! Sta op! En help jezelf!Als jij melaatsch ben, jij, melaatsch, gedoemd,Dan is ’t ieder, die den steen opnam,En elke man die met jou heeft verkeerd!Regina.Ik word niet meer gered …Droomelot.Je redt jezelf! Jezelf! Jezelf!Regina.Daarvoor heb ik geen kracht!Droomelot.Ben ik ’r niet? Heb ik geen kracht voor twéé?Regina.Ben jij de droomster en ’t zelfde kind,Dat bij me kwam? Wat ìs met jou gebeurd?Droomelot.Ik heb van hèm geleerd …(Wachter laat Sero in de cel terug)En óók geleerd(met bijtenden spot).Van al de andren, die hier zijn geweest!En als ik twijfelde en niet begreep,[497]Dan had ’k een wijs en kost’lijk amulet,Dat ’k als een troost ook in jouw handen geef!(geeft haar Sero’s papieren—Wachter schiet toe, rukt ze uit haar hand).[Inhoud]Zesde tooneel.Droomelot, Regina, Sero, Wachter.2deWachter.Komt niets van in! Daar heb ik op geloerd!(verscheurt ze driftig).’r Uit gedragen wordt hier niemendal!Zie zoo! Nou kun je grabb’len allebei!(een snipper lezend)Dacht ik ’t niet: jawel, ’t bekende schrift!(bukkend en de snippers nog eens verscheurend)Te groote brokken steken in je keelEn maken dat je je verslikken zou.Dat’s beter mondjesmaat—En jij ’r uit!Regina.’r Uit?… Ik ben besteld om—hem te zien …2deWachter.Komt niets van in!Regina.De kommandant …2deWachter.Is gek!Regina.Je heb me zelf gezegd …2deWachter.Ik ben óók gekWe zijn ’t allemaal, ik, de Regent,En ieder die te loopsch naast rokken loopt!(schatert het uit).[498]Geloof, dat als ik wijven-wachter was,M’n uniform gauw an den kapstok hing!(tot Droomelot, die glimlachend de snippers geraapt heeft)Wil je ze liever strooien op de plaats.Droomelot(ze spottend nakijkend).Ik geef ze aan den wind—en woord voor woordIk weet den stand van elke letter nog …2deWachter(tot Regina).’r Uit madam!Regina.Dus mag ik ’m niet zien?2deWachter.Hier namaals ja—maar bij z’n erwten niet!Regina.Dat is gemeen! Als-ie toch stervend is!(Droomelot schrikt op, luistert onbewegelijk toe).2deWachter.Jij kletst! De kommandant is idioot!Ik heb ’m zelf pas in de zon gelucht!En op de plaats heeft-ie gefloten als’n Vink, die bij z’n voer wat suiker vindt!Droomelot.Hij liegt!Regina.Je liegt! Ik ga hier niet vandaan! Laat me ’r door.2deWachter.(z’n mouwen opstroopend):Haha, dat wordt ’n bokspartij!’t Spijt me wel, madam, ’t is afgelast![499]Droomelot.Door wie?2deWachter.Door den Regent!Droomelot.Wanneer?2deWachter.Zoo pas.Regina.Mag ik dan wachten hier?2deWachter.Nee, nee—hier niet!Maar als je wachten wil, met véél geduldNeem dan je intrek in mijn wachtlokaal’k Heb bier en goed-belegen roggemik!Regina.Dan wacht ik daar! Dag Droomelot, m’n kind! Ik dank je wel, en als ’k je niet meer zie …Droomelot.We zien mekaar nog eer ’t avond is.Regina.Dat weet ik niet.Droomelot.Maar ik—ik weet ’t wel.2deWachter.Na u—ik heb de sleutels en de eer!(af met Regina).[Inhoud]Zevende tooneel.Droomelot, Sero.Droomelot.(waakt op, ziet de sleutels op den divan, grijpt ze, treedt bij Sero binnen, blijft stuipend van angst staan, als ze hem ziet liggen): Vader! Vadertje!..[500](hij stut plotseling op de armen, kijkt haar enkel aan)Goddank!…(knielt bij ’t bed, neemt z’n hand, kust die—hij stoot haar driftig terug).Vadertje!(hij blijft haar aanstaren, zij wijkt achteruit).Je kijkt zoo vreemd—ik ben ’t—Droomelot! Herken je me niet meer?(hij schudt wild het hoofd, wijst haar heen te gaan).Ik ben ’t—ik!(knielt opnieuw bij ’t bed).Sero.(moeilijk): Ga weg!(schor lachend).’k Verdraag de lucht niet van jouw zeep!Daar stik ik bij! Smijt open hier ’t raam!Ga weg! Ga weg! Ga weg! Ik ken je niet!Droomelot.Je kent me niet? Ik ben je eigen kind!Sero.(halverwege van ’t bed).Ben jij m’n eigen kind—weet je dat wel?Ik stik!(zij bukt, reikt hem de waterkruik—hij duwt haar achteruit).Nee, uit jouw kinderhanden niet!…Eer kruip ik naar den berg van Horeb heen,En wacht ’t wonderwater uit de rots …Dan dat ik nog van jou, van jóú—wat wil!Droomelot.Toe, vader, vader, vadertje!Sero.Ga weg!Jij wist den weg, daar bij de schouw, niet waar?Droomelot.Dien wist ik, maar ’k dacht …Sero.Jij dacht—jij dacht, hahaha![501]Ik ook! Ik heb zoo vreeslijk veel gedacht,Ik heb dit zotte hart kapot gedacht!(lacht)’k Heb naar jouw stem daar door die spleet gesnakt,En midden in den nacht m’n hoofd gebonsdTegen den wand, of je ’t niet hooren wou,Of je geen oogenblik meer voor me had,Of je ’t begrijpen zou, dat ìk niet kon!Maar jij, je hield je stil—jij had …Droomelot …Ik had …Sero.Je pater en je moeder, den Regent!Je beetre kost, je bijbel en je zeep!Je leugens en je liederlijk bedrog!Droomelot.O vadertje, ik zweer je ’t is niet waar!Sero.Geloof je niet! Wie gaf die sleutels jou?Droomelot.(laat ze vallen): Die vond ik straks …Sero …Die vond je naast je bed,Je bed dat beter veeren hebben zal,En beter peluw dan waarop ik sterf!Ik heb, toen ik zoo pas hier binnenkwam,Jouw moeder’s stem in druk gesprek gehoord,Je deur staat open toch voor iedereen!Jij ben je moeder’s kind, zooals ’t wasJe zuster die bijtijds in ’t graf gelegd …(zit zwaar hijgend op ’t bed).Droomelot.Ze hadden me gezegd voor maanden al, Dat jij weer buiten in de vrijheid was …[502]Sero.Wie zei jou dat?Droomelot.Die man.Sero.Dat zei-ie jóú? Waarom? En waarom heb jij ’t geloofd?Droomelot.Omdat—omdat-ie gaf z’n eerewoord.Sero.Z’n eerewoord—aan jou?… Aan jou z’n eer?… En jij gaf ook je eere-woord—je eer?…(zakt schor lachend achterover).Droomelot.(bij het bed neerstortend)O, lieve vader, ’k ben en blijf van jóú!Sero.(haar woest terug-duwend).Waar is—waar is dat pak, dat ik aan jouDat ik aan jou toen toegeworpen heb,Dat pak dat voor de kameraden was?…Terug! Terug! Hoort in jouw handen niet!Droomelot.(losbarstend).Dat heb ’k niet meer, maar ’k heb ’t zoo geleerd,Zoo in me opgenomen, vader, datElk van je woorden gloeiend in me leeft!Sero.Geloof je niet!Droomelot.(hartstochtelijk)Ik draag ze met me mee!Sero.Geloof je niet![503]Droomelot.Ik zweer ’t bij—m’n kind.Sero.Je kind.(staat onbewegelijk rechtop).Je kind. Heb ik dat goed verstaan?Droomelot.Hij heeft me met geweld, geweld, geweld …Sero.(staart, glimlacht bij de herhaling van dat woord)Geweld!(beweegt machteloos de handen)En als jij me beliegt …Droomelot.Ik lieg niet vader—bij mijn kind van háát!Sero.(nu sterker glimlachend, hurkt op ’t bed).Zeg op dan wat ik voor m’n makkers sprak!En aan je stém, je stém zal ’k hooren of,Of ik kan slapen gaan …Droomelot.(knielt bij hem, kust zijn handen).Jij heb gezegd …Jij heb gezegd op ’t allereerste blad …(spreekt, terwijl hij gretig elk woord met lippen-gemummel herhaalt).„De aarde ligt wel kostlijk voor ons uit,„Alsof ze zóó door ons te grijpen is,„Maar van haar vruchten zijn wij zelf niet rijp„Nog—en we moeten met een jongen lach,„Van dat het ochtendlicht naar schemer gaat,„Het onkruid wieden en gestadig voort„Aan d’ouwe akkers geven t nieuwe zaad,„’t Gouden zaad, dat zonnebloesems wekt!(hem vergetend is zij opgestaan—hij smakt achterover).[504]„Al boom, die met te woeste hand geschud,„Werpt groene knoppen in ’t vertreden gras!„Wijtasten toe eerst met de volle kracht,„Als onze Macht zoo gaaf en sterk gestut,„Dat wij het Leven in zijn heerlijkheid,„Zijn groote, heil’ge onverwoestbaarheid,„Van al zijn leugens, zijn erbarmlijkheid,„Voor wat niet leeft, niet leven mòcht—bevrijd!”(kijkt verheugd-glimlachend om, ziet hem liggen, stort op hem toe).O, liefste God, wat is ’r vadertje?Je kijkt me aan en ziet—en ziet me niet!Je glimlacht, maar je mond die ademt niet!Slaap je, of ben je—dood?… Toe vadertje,Toe vadertje, zeg nog een enkel woord!(staat op wijkt achteruit, denkt na, maakt den ketting met ’t medaljon van haar hals los, legt dien in zijn handen, kust zijn voorhoofd).Dan moet ik verder, verder, als ’k beloofdEn jij blijft bij me, waar ik reis en trek,Want dat heb jij me, vader, óók beloofd …(kust hem nog eens, raapt de sleutels van den grond, gaat heen).[Inhoud]Achtste tooneel.Regent, 2deWachter, Regina.Regent.(treedt in Droomelot’s cel, ziet dat zij er niet meer is, roept de gang in).Verdoemd, verdoemd, waar zijn de wachters, hier?Vlug dan! Ze is ’r niet! Waar is ze heen?[505]2deWachter.U heeft ons zelf gelast, maar als u ’t wil …Regent.Vooruit en breng ’r met geweld terug!Nee! Nee!… Blijf hier! Jij raakt haar lijf niet aan!…Zoolang ’k haar vader heb, heb ik haar ook!2deWachter.Z’n deur staat aan!Regent.Z’n deur staat aan! Verdoemd!(stort in Sero’s cel).… Hij is ’r nog!Regina.(angstig bij het hoofdeinde)…Nee,hijis ’r niet meer …(ziet ketting en medaljon in de handen van den doode, knielt)…Nu durf ik met je dochter mee te gaan …EINDE.Berlijn, Juli/December 1909.

DERDE BEDRIJF.(Het onveranderd tooneel van het tweede Bedrijf. In Droomelot’s cel ligt op de tafel een fleurig kleed, waarop een vaas met bloemen—in het midden staat een divan met smyrnaasch tapijt.)

(Het onveranderd tooneel van het tweede Bedrijf. In Droomelot’s cel ligt op de tafel een fleurig kleed, waarop een vaas met bloemen—in het midden staat een divan met smyrnaasch tapijt.)

[Inhoud]Eerste Tooneel.Sero, 2deWachter, Arts.2deWachter.(Sero, die met het hoofd op de erwtenbaal op den grond ligt, ’n trap gevend).Wat is dat nou? Hé!… Hé!… Slaap jij alweer!(naar het uitgeslagen, onbeslapen bed aan den wand kijkend)—Of heb je niet geslapen?Sero.(versuft opzittend)Ik heb—ik heb—ik heb zóó goed geslapen, dat ik nog dronken ben …2deWachter.Sta op!(rukt hem aan den schouder)Sta op![469]Sero.Dat wil ik wel(poogt op te staan)—dat wil ik zeker wel—maar wil is niet genoeg!(smakt terug)Je moet me, kameraad, ’n steuntje geven …2deWachter.(hem ruw onder de armen grijpend)Vooruit! Schiet op! Ik ben jouw kruier niet!…Sero.Ik dank je zeer. Bij Jericho heeft zelfs de Samarieter béter niet geholpen … Nee, laat me nog niet los … ’t Is nog ’n afstand tot ’t bed. En zak ik in, moet jij je weer verneedren door me op te rapen!(zit op bedhoek. De wachter veegt nijdig z’n uniform af)Ja, vuil geeft af! Van buiten en van binnen!2deWachter.Ik waarschuw je—je kent me nou!Sero.(knikt)Ik kèn je vuisten en je voeten, je vloeken en je vlakke hand al haast twee maanden, niet? Twee maanden, ja! Jij heb ’n toekomst, vriend. Nog eer ik hier krepeer, krijg jij ’n ééreteeken daar—en welverdiend!… Tot zelfs m’n makker, in ’t hol hierboven, heb jij met klappen ’t kloppen afgeleerd …2deWachter.Je brood—je water, bek gehouen! En als je ’t weer niet lust: ’t komt terug—’t komt terug, hard als ’n bikkel! En zien wie ’t ’t laatste wint! Sta op! De dokter! Ben je blind?Arts.Wel nummer-zooveel, zit je alweer op?(tot wachter)Is hier geen stoel? Moet ’k op den grond gaan knielen bij patiënten?[470]2deWachter.De order is dat hij geen stoel meer krijgt!Arts.Ja, ja—dat ’s best—maar ik, maar ik?2deWachter.’k Breng ù ’r daadlijk een!(af)Arts.En jij? En jij? Nog altijd duizlig en eens af en toe ’n flauwte?(Sero knikt glimlachend)Ja, ja, dat is ’t hart, ’t hart. Je hart dat is vergroot, te groot; daar zijn geen kruiden voor gewassen!(tot wachter met stoet)Ik dank je wel!(Wachter bij deur)Je moet geen vrachten tillen en geen trappen loopen en naar—omstandigheden je ontzien!Sero.(spottend)Geen koffie en geen sterke drank?Arts.Nee, nee. Je tong!Sero.Geen lange wandeltochten, geen tabak?Arts.Nee,nee. Je tong!Sero.Niet dansen en geen zwaar verkeer met vrouwen?Arts.(afwezig)Nee! nee!(plots vinnig)Nee, Nee! Hoe heb ik ’t met jou? Zit jij me voor de mal te houen?(Sero steekt z’n tong uit, schudt ’t hoofd).2deWachter.Als u me noodig heeft, meneer de dokter!Arts.(wenkt hem heen te gaan. Wachter achter deuropening[471]op en neer)Gezien! Gezien! Je pols … Heb je vannacht geslapen? … Nu!Sero.’k Lei op den grond en had geen fut meer in m’n bed te kruipen … ’t Is mal, ’t is zot, hoe je dan tobben kan en in ’t donker dingen zwarter dènkt dan ze bestaan …Arts.(hem wenkend te zwijgen)Ja, ja! Hoe werkt je maag?Sero.Heeft in de laatste dagen wat geluierd—en ’k heb geen beitel om m’n brood voor ’t heilig avondmaal te brokken!(laat het brood dat hij met de vrije hand opgenomen heeft op den grond vallen)Ik wou … Ik wou …(strijkt zich moeilijk langs ’t voorhoofd)Vreemd, dat je ziel zoo in en uit je lichaam gaat …(zakt achterover).Arts.(zich over hem buigend)Dat schijnt nog niet de láátste keer …(tot wachter)Hé, jij—maak jij dat raam ’ns open!2deWachter.Ja, als ’t móét—maar doen mag ik ’t niet!Arts.Als ik ’t zeg, dan is ’t noodig! Hij ligt in onmacht—vlug wat buitenlucht!2deWachter.(met ’n sleutel het kastje van de lijn openend en het tuimelraam vierend)Nou, as ’t lee an mijn, dan bleef-ie waar-ie leit! De dokter heeft geen flauw benul, wat judas of die kerel is! Niet[472]één dief, niet één moordenaar, in ’t heele huis, zit zoo vol vuile praat en vuile streken as deze gladde boef. An dat gaat niemendal verloren! Gift, haat en ongeloof!Arts.Ja, ja,—maar ’t is ’n mensch, al deugt-ie niet, en zieke harten geven zieke hersnen … Als-ie familie heeft en de Regent ’t wil, dan moet gewaarschuwd worden. De veer van ’t werk is stuk.2deWachter.’t Werd tijd!(kinderstemmen buiten).Arts.Is ’r ’n vrouw?2deWachter.’n Hoer.Arts.’n Kind?2deWachter.’n Jong, hiernaast! Wordt door Zijn Excellentie achterna-geloopen! Ik knijp ’n oogie dicht …Arts..(de kinderstemmen bedoelend)Is dat de straat?2deWachter.Nee, dokter, dat ’s ’t plein—en wat u hoort …(Sero zit langzaam-tastend op).Arts.(wenkt Wachter heen te gaan)Wel, was ’t weer even mis?Sero.(luistert hijgend naar de geluiden, zakt van het bed op de knieën, snikt ’t steunend uit).[473]Arts.Kom nu—dat’s niet zoo goed voor je, je op te winden!Sero.(hem met armgebaar afwerend)Doe dan dat raam weer dicht!Arts.Dat raam weer dicht? ’t Is voor je bestwil nummer zooveel!Sero.Doe dicht dat raam—ik heb ’t koud!Arts.Je heb ’t koud? Stop jij daarvoor je vingers in je ooren? ’t Is buiten heerlijk warm!… Kom, kom, wees man! Wil je je vrouw nog zien?(Sero schudt woest het hoofd)Je dochter dan?(Sero staart naar ijzeren val, schudt het hoofd)Nee? Heb ’k goed begrepen?Sero.(naar den val starend)… Ik wil ’r zien, als ze geen tafel heeft …Arts.Geen tafel … Wat zegt je nu …?Sero.(moeilijk opstaand)…Ikhad ’r geen—en aan de schuif is nog geen hand geweest—geen wachtershand—en niet de hare … ’k Heb meer dan zestig dagen, uur aan uur, en nacht aan nacht … Ben jij hiernaast geweest? Hééft ze ’n tafel en ’n stoel? Dat kan ’k dien man niet vragen, die me trapt en slaat op hoog bevel, en me op hoog bevel m’n krachten heeft genomen, omdat ’n galg zoo-zeer de aandacht trekt van raven en van menschen …![474]Arts.Bedaar nu, nummer-zooveel—of je heb ’r zelf aan schuld…En praat gezonde taal …Sero.(den stoel nemend en pogend er bij de schouw op te klimmen)Nee, nee, dat kan de akrobaat niet meer! En ’t hoeft ook niet. Want aan de schuif is niet getimmerd, niet geschroefd … En zij heeft jonge beenen …(zit gebroken neer).Arts.Ik zal je laten brengen naar de ziekenzaal.Sero.Dat is te laat—(naar omhoog kijkend)en wie weet nog te vroeg. Ik wil hiér in m’n eentje sterven.Arts.Dat zeg je me bij elk bezoek, maar hier is toch geen plaats …(omzichtig)Je vrouw en dochter kunnen bij je komen.Sero.(de hand op ’t hart)Ik heb geen vrouw—en als ze heeft ’n tafel met vier pooten, geen dochter meer!Arts.(goedig-sussend)Ja, ja, ja, ja! Dat meen je nu, en straks heb je weer andre, dwazer kuren!(naar deur, keert terug)Wil je soms schrijven voor je laatsten wil? Ik vraag dat, waar jij zèlf zoo telkens weer van sterven spreekt!Sero.M’n laatste wil …(diep ademend)Hè, ’k ben den ballast kwijt—ik word weer mensch, nou dat te groote hart zich uitzet als ’n spons in ’t water! M’n laatste wil, hahaha! Hoe ben ’k met zoo’n groot hart zoo klein geweest daarnet te grienen! ’k Vermaak[475]—dat kan ook zonder testament—en vrij van zegel, registratie!—vermaak m’n geest en ziel aan wie ’r bod op doet,rabbijnenzelfs, pastoors en wie den geldzak kust!—vermaak m’n lichaam, huid en haar, ’t vet en ’t vleesch, aan jonge maatjes in jouw vak van wetenschap, die uit geen béter kringen krijgen ’t materiaal, om voor te snijden op de sectietafel … Vermaak! Vermaak! In ’t leven is de zotheid baas!…Arts.De zotheid, zeg dat wel, vooral jouw zotteklap! Men maakt geen grappen, als men kan vermoeden …Sero.… Dat binnenkort ’t zeldzaam-groote hart ligt in ’n glazen huis met spiritus en met ’n varkensblaze-dak!Arts.’t Is wel. Ik zwijg(bij de deur)’k Zal je den priester sturen.Sero.Waarom? Waartoe? Ik wil en geef geen absolutie!(De arts gaat schouder-ophalend af. Buiten wordt het spelend rumoer der kinderen sterker. Met de handen op den rug gevouwen, staart Sero eerst naar den schoorsteenval, vervolgens zonder te bewegen naar de richting van het geluid.)’k Zou willen weten wat uit jullie groeit:Ik ga en jullie komen pas den wegGeloopen die zoo wonderschoon kon zijn,Als niet de modder hing aan elken stap,En elke nieuwe, jonge, vrije jeugd,Weer in de óúwe leugens werd verstikt![476]’k Zou willen weten of de lente, dieUit jullie kleine kinderstemmen spreekt,’n Zomer wordt die bloeiend opengaatEn aan de landen eindloos stuifmeel geeft!’k Zou willen weten of de rijke vrucht,Die van geen mensch en toch van iéder is,Door jullie éénsgezind gegrepen wordtEn zóó gesteld dat nooit meer ruwe klauw’t Kost’lijk aardgeschenk vernielen kan …(De gevangene boven klopt)Dat zien wij twee, jij dief en moordenaar,En ik, dìe langs de wegen ben gegaan,Om zonder aarz’len mensche-plicht te doen—Dat zien wij twee niet meer—maar zij—misschien …(zet zich op stoel, sorteert).[Inhoud]Tweede tooneel.Droomelot, 2deWachter, Sero.2deWachter.(ontsluit Droomelot’s cel, laat haar binnen. Zij neemt haar masker af, geeft dat den Wachter, die haar onder de kin strijkt. Zij wijkt verschrikt achteruit)Hahaha! Doe niet zoo preutsch, jij leep en listig ding! ’k Draag niet m’n oogen in m’n zak en ’k heb twee ooren als trompetten! Ja, kijk maar lekker rond—’t wordt hier ’n fijne keet!Droomelot.Wie heeft dat alles hier gebracht?2deWachter.Wie?—Ik en m’n maats![477]Droomelot.Wanneer?2deWachter.Terwijl je werd gelucht! Hahaha, de heele wacht is uitgeloopen, en heeft zich voor jouw deur ’n uitgezakte breuk gelachen! Jij ben ’n bliksems-gladde, kleine helleveeg. Je moeder kan ’n puntje an jou zuigen! En as je éven handig blijft, en ’m zoo zacht an ’t lijntje houdt, ’m snoepen laat met mondjesmaat, en of je ’r tièn zoo aan je vingers heb, ’m onverschillig op z’n koppie krauwt—dan lijm je ’m vast nog jaren lang en wat jij wil, krijg jij gedaan! Tik voor je aan, met veel respect! En as je je bij hèm verveelt, in plaats van elken dag kandij, ’ns watertandt naar mager spek: dan heb je maar ’n kik te geven! Met veel respect! Hahaha!(treedtnoglachend bij Sero binnen; nijdig)Raap op dat brood! Al smijt je ’r mee: je krijgt geen ander!(Sero bukt zich, legt het op het bed. Wachter rukt stoel weg, zet dien buiten, keert terug, sluit het raam. Droomelot heeft de bloemen opgenomen, laat die vallen, zet zich op haar stoel.)Sero.Móét ’t al dicht? Màg ’t niet langer open?2deWachter.Je kan je zelf wel antwoord geven!Sero.’t Is toch ’n kleinen dienst dien ik je vraag!2deWachter.Als ik je luchten wóú, heb je ’t verdomd! Je was te slap, niewaar?, te ziek, niewaar?, om naar de plaats te loopen! Hier geef ìk jou geen lucht, nog niet voor tien doktoren! ’k Vertrouw je[478]net van hier tot daar! Jij ben in staat, of anders zijn ’t je vrinden om bij zoo’n open raam … Ha-ha-ha, heb ik je door?Sero.(moeilijk)Mag ik vandaag?2deWachter.Nou, wat? Leg niet te pruimen op je woorden!Sero.Mag ’k vandaag—mee naar de plaats! Ik wou voor ’t laatst de zon nog zien.2deWachter.Wel, wel—nou zoo ineens? De tijd van luchten is voorbij—moet je tot morgen wachten!Sero.(spottend)Ik heb misschien geen morgen meer.2deWachter.Daar làcht-ie om, ’t stuk ongeluk! Dàt wil de zon nog zien! De zon, die draait ’r kooi niet in, as jij geen afscheid neemt! Vooruit dan maar! ’k Ben gek gedorie da’k ’t doe!(laat sleutelbos vallen)… Raap op!(Sero geeft hem de sleutels)Ha-ha, heb ik je goed gedrild? Komt ’t ontzag ’r langzaam in? Als ik jouw vader was geweest …Sero.Was jij voorzeker in je bèd gestorven!2deWachter.(’t masker gevend)Pak an! Zet op! Geen kletspraat onderweg, geen teekens, geen gefluit!Sero.Dat masker ruikt naar karneval![479]2deWachter.Ha-ha-ha!(’t ook beruikend).Dat is ’t luch-ie van de harem, hier dichtebij! Naastan wascht een ’r snuit met beter zeep dan jij, omdat ze met Zijn Excellentie trekkebekt!(Sero rukt ’t masker af)Zet op! Wat suf je nou? Vooruit! Je hoeft niet vies van ’r te wezen! As jij as teef geboren was, liep ook de duurste reu je na! Zóó as ’t voorjaar is, is iedre hond-van-ras z’n moer en stand vergeten en rent in d’achterbuurt met ’t smerigst mormel mee!…(Sero laat ’t masker vallen)Wat mier jij nou? Vooruit! Zet op!… En as je onderweg ’n flauwte krijgt—ik ken je foefies, ouwe smakker!—giet ik ’n emmer langs je leeg!(duwt hem voort).[Inhoud]Derde tooneel.Regent, Droomelot.Droomelot.(heeft de papieren gelezen, bergt die op)O, vadertje, als je eens wist—als je eens weten kon!Regent.(onstuimig binnentredend, werpt mantel en hoed op divan)Daar ben ik weer—verdoemd, terwijl ’k gister pas gezworen heb, nóóit meer ’n stap hier in ’t hok te zetten! Daar ben ik weer, voor spot van soldeniers en wachters!(zij smakt met het hoofd op de tafel)Daar ben ik weer! Heb je me niet verstaan? Dat is geen houding die jou past, als ik hier ben!(rukt haar omhoog)Zit recht en kijk me aan!… Heb jij, heb jij de bloemen die[480]ik zelf voor jou geplukt, daar op den grond gesmeten? Neem op! Neem op!(houdt haar tegen, bukt, legt haar de bloemen in den schoot, grijpt geknield haar handen).Daar ben ik weer: doe met me wat je wil!Trap me en sla je handen om m’n strot—Kwel me en laat me kruipen als ’n dier,Dat nog je nasluipt, als ’t geranseld wordt!Ik kan niet buiten jou, m’n Droomelot!Ik hijg in eenzaamheid m’n uren door,Je hatend en verwenschend eindeloosEn naar je snakkend met zoo’n woesten lust,Zoo’n rauwen opstand van m’n heele lijf,Dat ik m’n tanden in m’n lippen zet,En met m’n vuisten beuk m’n gloeiend hoofd!Ik zal je niet en nooit meer met geweldHeendragen naar je bed, als toen dien dag!’k Wil dat je zèlf je armen om me legtEn zèlf den adem van mijn mond begeertEn zelf met dat waanzinnig ongeduld,De slinger-slagen telt, om te zien!(kust haar handen).Zeg nu een woord en staar niet voor je uit!(heftig).Ik wìl en zàl jouw eerstenvrijenkus!Droomelot.(de bloemen zonder hem aan te zien brekend).Je heb me met geweld hierheen gebrachtEn met geweld geleerd wat moeder isEn met geweld gezegd hoe ’k bidden moetEn met geweld gehaald van vader afEn met geweld mijn tranen weggekust[481]En met geweld me ’t vrees’lijke gedaan(smijt alle bloemen neer).Maar dàt, dat uit mezelf, dat kàn ik niet!Regent.Dat kun je niet!Droomelot.Dat kan ik niet …Regent.Ook niet—als—als … als ik je smeek en bid?(zij schudt het hoofd)… Ook niet als iedre wensch van jou …Droomelot.’k Heb ’r maar een—hier dood te gaan!Regent(haar in de armen nemend).Kom nu, m’n kleine, kleine Droomelot:Je weet hoe ik je slaaf geworden ben,Hoe ik, die honderd vrouwen heb gehad,Gehad en weer verschopt, hoe ’k van jóú hou,En hoe je me gelukkig maken kanDoor éven vroolijk kijken en ’n lach!Is ’r een deur, die hier gesloten blijft?Ben je niet vrij, ook zonder dat je vraagt?Droomelot.(zich losrukkend).Ik wil niet vrij!Regent.Je wil niet vrij? Waarom?Droomelot.Als ’k buiten kom, dan ken ik maar één stapWaar ’t water diep is, en geen mensch me ziet,[482]Waar ’k niet meer denk en tob, en niet meer vreesDat ik m’n vadertje ontmoeten zal.’k Hoop dat-ie sterft, voor iemand ’m dat zegt …Regent.Dat kàn ’m niemand zeggen!Droomelot.Iedereen!(divan en kleeden bedoelend).Waar zooveel wachters dat en dat gezien,Hoort ’t de heele stad eer ’t avond isEn eer ’t avond is, hoort hij ’t ook!(valt snikkend neer).Regent.Hij hoort ’t niet en nóóit!Droomelot.Hij weet ’t al!Regent.En als-ie ’t weet, wat raakt dat mij—en jou!Druk een keer zèlf je lippen op mijn mondEn wee degeen die dan niet voor je buigt!Droomelot.(in knielende houding, de oogen gesloten)Ik zeg—ik zeg niet langer nee … Ik zal …Regent.Je zult …?Droomelot.Ik zal je kussen op je mond …Regent.Uit vrijen wil?Droomelot.Dankbaar—uit vrijen wil—als ’k dan voor goed vrij-uit mag gaan![483]Regent.Waarheen?Droomelot.Waar ’k nooit meer vadertje ontmoeten kan!Regent.Je vader niet—maar mij?Droomelot.Geen sterveling!Regent.Verdoemd! Ben jij zoo op den dood verzot, enkel uit angst …Droomelot.Voor zìjn twee oogen—ja!Regent.En voor die van je moeder dan?Droomelot.Voor haar? Ik ben geworden wat mijn moeder is.Regent.En als-ie nu gestorven was—of weer—neem dat eens aan: opnieuw gevangen werd …Droomelot.Als hij gestorven was—is-ie dat dan?Regent.Hij is nog hier—hij is niet weg geweest!Droomelot.Niet weg geweest?… En jij, je gaf je woord!Regent.Dat heb ik ook gegeven in m’n roes!(moeilijk pratend en lachend, terwijl zij met eene verjonging van het gelaat voor zich heen staart).’k Heb dronken wel m’n zaligheid beloofd,Meer dan ik had en ik belooven kon[484]Om als m’n dolle kop weer nuchter was,’t—met verstand—weer andersom te doen!Maar jij—maar jij!—hield jij je woord dan wel?Dee ’t je wat, dat jij me had bekeerdNiet langer je te kussen met geweld?Dee ’t je wat of ik krankzinnig werd?Heb ’k niet gekropen en mezelf verlaagdHeb ik een oogenblik voor jou bestaan?Droomelot.(starend).Hij is niet weg geweest—en hoort ’t nooit.…Regent.(sleutels op divan smijtend).Nu lieg ik niet en laat ik je de keusEn speel niet met den tijd, eer ’t me berouwt!Daar zijn de sleutels om hier uit te gaan,Voor hem èn jou, of voor jou heel alleen,Of als-ie wil, voor hèm, terwijl jij blijft,Als jij je volle ziel me overgeeft,En met den geur van bei je lippen zegt,Dat ìk de koning van je droomen ben,Dat jij me toebehoort met al den lust,Die de verkwikking is van jonge min!Ik zweer …Droomelot.Dat heb je gister pas gedaan!Regent.Ik steek m’n vingers op …Droomelot.’k Geloof je niet!Regent.Ik laat de sleutels hier …[485]Droomelot.En neemt ze weer terug! Zooals je op je woord getrapt!Regent.(heft z’n vuist, wijkt bij haar oogen, werpt de deur open).Ik wacht.Droomelot.(voor zich uit glimlachend).Voor ik m’n beste zelf jou geefEn ongedwongen jóú tot liefste neem,En jou vertel het diep en teer geheim,Dat me in wreede nachten heeft ontrust,Vraag ’k zekerheid, dat ’k gaan kan ongestoord …Regent.Gaan naar den dood?Droomelot.Nee! Naar ’t leven heen!Regent.En als je me bedriegt?Droomelot.’k Bedrieg je niet!Regent.Ik zekerheid—maar jij geen onderpand!Droomelot.’r Is ’r een …Regent.Wat dan?Droomelot.Wat dan?… Ons—kind.Regent.Ons kind!(grijpt haar onstuimig in de armen).Ons kind—en jij je weigert nog.[486]Droomelot(haar gelaat hijgend afwendend).Ikheb ’t niet gewild—heb ’t verwenscht …Regent(lachend voor zich uit starend, holt de gang in, wenkt wachter).Kom hier! En zeg aan al je kameraads,Aan alle wachters en aan iedereen,Dat zij de vrijheid heeft om heen te gaan,Heen waar ze wenscht en waar ’t ’r behaagtEn dat ’n klacht van haar een vonnis wordt!(Wachter tikt aan, verwijdert zich)Dat is mijn kind!(grijpt haar handen).Droomelot(trotsch).Nee, nee—’t is van mij!Regent.Ik zorg ’r voor—ik voed ’t op!Droomelot(de handen terugtrekkend).Nee ik.Regent.Ik! Jij!—Jij! Ik!—Dat komt op ’t zelfde neer!Krijg ’k nu wat ’k heb gevraagd die maanden lang?[Inhoud]Vierde tooneel.De vorigen, 2deWachter, Regina.2deWachter.(Regina bij de open deur weerhoudend)Niet hier!Regina.Waar dan?[487]2deWachter.Dat merk je wel—hiér nièt!Droomelot.Hier wel! Hier wel!(vliegt haar om den hals)Wat ben ik blij dat ik je zie!Regent.Wie heeft die vrouw gehaald?2deWachter.Dat heeft de kommandant gelast!Regent.De kommandant—waarvoor?2deWachter.Omdat de dokter heeft gezeid, dat hij krepeeren gaat!Regent.Is hij dan hier? Wat heb jij voor een kop! Weg met die vrouw!2deWachter.(Regina, die angstig Droomelot omhelsd houdt, bij den arm grijpend)’r Uit—en as de bliksem mee!Droomelot.Zeg aan dien man, dat ik ’r spreken wil!Regent.Dat zeg ik niet!Droomelot.Dan ga ik mee, waar zij heengaat!Regent.Dat zul je niet!Droomelot.Heb je niet zelf gelast, dat ik me vrij bewegen mag?Regent(denkt na, haalt Regina bij de deur terug,[488]fluistert haar wat toe—dan tot wachter).Je blijft ’r bij!Droomelot.Dan spreek ik niet—en zoek m’n moeder later op!(Regent loopt woest op en neer, wenkt wachter—beiden af—de deur blijft open.)[Inhoud]Vijfde tooneel.Droomelot, Regina.Regina.Dus—is ’t waar?Droomelot.Wat, moederlief?Regina.Wat overal, in elke straat ’n ieder zegt—dat jij en hij …(Droomelot knikt)O, lieve Jezus, ’t is mijn schuld! En ik—ik ben jou niet tot schrik geweest, tot voorbeeld hoe je ondergaat, als je je eenmaal geeft …Droomelot.Ik heb me niet gegeven—(hard en trotsch)gééf me niet!Regina.En jij en hij?—je knìkte toch!Droomelot.Die man wordt enkel vader van ’n kind, dat ’k leeren zal hoe men hèm haten moet …Regina.Dus … Dus … Jij ook!Droomelot.Ik ook—je hoeft niet bang te zijn, dat ik ook op jou óóit neer zal zien![489]Regina.Had ’t maar wel gedaan—en wel gekùnd!… Ik ben zoo schand’lijk slecht …Droomelot.Zoo slecht …? Heb je dan meer—misdaan dan ik?…(Regina slaat de handen voor het gelaat)Wat heb jij dan misdaan?…Regina.Vraagt ’t me niet, m’n kind …Droomelot.’k Dacht dat je net als ik—gedwongen was geweest.Regina.Gedwongen word ik nog. ’r Is geen weg terug.Droomelot.Geen weg terug—dat meen je niet …(op den divan knielend, achter Regina en de armen om haar heen vouwend).Dat meen je niet en ’t is niet zoo!’k Heb over jou, als ’k niet meer schreien kon,Die nachten, zoo gedacht en zoo je pijnEn zorg geweten, zoo me voorgesteldHoe jij gelejen heb, dat ik mezelfVerweet, dat ik geen dochter voor je was.Dan nam ik, in ’t donker op mijn bed,Den kettìng, met ’t groote medaljonEn draaide kreunend zoo de schakels rond,Of ’k voor je bad en hield een rozenkransEn jij me in de verte hooren zou!Jij heb wel schrik’lijk veel verdriet gehad?(Regina tracht Droomelot’s handen los te maken)Nee, laat mijn handen om jouw lieven hals.Ik ben toch ook voor jou ’t kind geweest,[490]Dat in ’n lichaam angst en vreugde wekt,En naast je eigen, wilden harte-slagDe zachte echo van ’n tweeden stelt …!’k Hou nu veel meer van jou!(kust haar).Regina.(heftig opstaand)Nee doe dat niet!Droomelot.Dat niet? ’k Omhels jou—en …Regina.En ’k wil ’t niet.Droomelot.Weer niet? Weer niet? Dat zei je toen …Regina.Toen ook!Droomelot.Waarom?Regina.Omdat …Droomelot.Omdat …?Regina.Omdat ’k niet wil!(moeilijk).Omdat wat ’k laat—verkoop aan iedereen,Niet voor jouw mond en lippen wezen mag!Droomelot.Begrijp ik niet …Regina.Hoop dat je ’t nooit zal doen …Droomelot.Je ben van vader weggegaan—waarom?Regina.(stug)Dat weet ik niet …[491]Droomelot.Hield jij dan niet van hem?Regina.(stug)Dat weet ik niet—herinner ’t me niet meer! ’t Is zoo lang geleden—en vandaag …Droomelot.Wat dan vandaag?…Regina.Vandaag is alles uit … En als ’t uit is, helpt geen spijt, geen klacht!Droomelot.Je praat in raadsels, moederlief … Je praat …Regina …Allicht te veel(met blik op wachter, die even in deuropening verschijnt)—omdat ’k niet praten mag! Ik kom misschien terug.Droomelot.Dat hoeft niet meer. ’k Ben vrij.Regina.Jij vrij?Droomelot.’r Houdt me niemand hier!Regina.(angstig)Je zegt dat zoo—zoo blij en opgewektOmdat je nog niet weet … Ik ben besteld …Droomelot.Ik weet—weet dat-ie nog gevangen zit,Wéét dat-ie niet door schùld is los gekocht,Wéét dat-ie me zoo diep verachten zou,[492]Als ik door éigen wil gevallen was,En door zoo’n offer hèm geofferd had …’k Was voor ’n uur nog tot den dood bereid,Uit vrees dat hij me ginds ontmoeten zouEn me verwijten, dat ik hem verlost!Nu is hij even ongerept als ikNu trek ik sterk en ongebogen uitEn zet als ’t mag en kan zijn arbeid voort …En jou laat ’k niet meer los!Regina.Ik tel niet mee!Droomelot.Jij blijft bij mij … en ik, ik blijf bij jou!Regina.Dan kán niet, kind!Droomelot.’t Kan!Regina.Ik ben melaatsch.Droomelot.Melaatsch!Regina.Ik ben gedoemd …Droomelot.Door wie gedoemd?Regina.Vraag ’t aan elke vrouw en ied’ren man—maar niet aan mij!Droomelot.Ik vraag ’t aan jou zèlf—zooals mijn eigen kind eens vragen zal …Regina.(worstelend)Ik ben … Ik ben …[493]Droomelot.… Wat ik geworden ben!Regina.Ik was zoo slecht, zoo laag en zoo gemeenEn ook zoo laf, dat ’k haast niet biechten kan.Ik liet hem in den steek, toen ’t armoe werd,Armoe met ied’ren dag meer wrok en twist.’k Was jong, dacht dat ’n ander beter was.Die ander zette me weer aan den dijk:Het was z’n recht—hij had ’r voor betááld.Ik stond op straat,’r stonden ’r daar meer.Naar jullie huis dorst ik niet heen te gaan.Dat durf je niet, je voeten zeggen nee.En ’k vond dien hongernacht toen weer ’n dakBij weer ’n man, die me z’n kussen gaf,’n Slok jenever en ’n middagmaal.En ’k stond op straat. En keek de modder aan,De modder en de mannen, beurt om beurt,Tot ’k bij die twee geen onderscheid meer zag,Tot ieder kind me nawees in de stad,Tot ’k bang was voor de vogels en de zon,En eerst bij avond langs de wegen ging,Omdat je dan je eigen schaduw mist.Eens ben ik ziek geweest, op sterven af,En heb toen alle heiligen en GodBezworen dat ’k me beet’ren zou voor goed.Maar hoe ik worstelde en hoe ik wou,En hoe ik heb gewroet, gesmeekt, gezocht,De deuren van de huizen smakten dichtEn ’k stond weer in de modder—in de straatEn ben toen wéér van hand in hand gegaan,Van man naar man—en heb op ze gespuwd,En heb gehaat, gehaat, op mijn manierEn als ’k me voelde beu en levenszat,[494]Dan dee ’k wat ik van anderen geleerdEn dronk. Drank maakt je van de dingen los.Zoolang je dronken ben, klaag, bid je niet!En bid je God, vloeken de menschen toch …(Staart met het hoofd in de handen voor zich uit. Droomelot zelf ontwakend, staat op, neemt met zacht geweld haar handen weg, kust haar—zij duwt haar op zij).Laat staan! Laat staan! Je weet niet wat je doet!Ik ben geen lippen—als van jou—gewend!Droomelot.Daar móét je dan aan wennen, moederliefWij blijven saam(kust haar weer).Regina.(lang-aanhoudend snikkend)Je weet niet wat je zegt!Droomelot.(haar de haren streelend)Wat heb jij, moedertje, ’n leed gekend,Wat is jouw straf verschrikkelijk geweest,Wat ben ik blij dat ik je troosten kanEn blij dat ik jouw steun geworden benEn blij dat vadertje dàt nooit gehoord …Regina.Hij ’t nooit gehoord! Hij ’t niet gehoord, ach, ach!Droomelot.Hij zei van af ’t eerste uur, dat ik’m Vroeg waarom de andre kindren wèlEn ik géén moeder had: je hèb ’r een …[495]Regina.(stellig)Dat heeft-ie jou als kind gezegd—als kind …Droomelot(schudt het hoofd).… Niet waar! Toen ik vertelde hoe ik jouDien wintermorgen voor—dat huis gezien,Dat vreemde huis, met al de blinden neer,Toen sprak-ie even goed: ze komt terug!Maar jij je praatte niet van hem—jij zei:Hou toch vooral je mond als je me ziet …Ja, ja en zoo ben ik hierheen geraakt …Regina.Ik ben ’n beest—’k wou dat ik stierf!Droomelot.En dan? En dan! Heb je je beurt gehad?Regina.M’n beurt?Droomelot.Je beurt van òpgang na je ondergang? Je beurt van wraak …Regina.(schudt het hoofd)’t Was m’n eigen schuld! Als ’k niet was heengegaan, dan zou ik niet …Droomelot.Was ’r ’n weg terug?Regina.Die was ’r niet.Droomelot.Heb jij je vuisten niet gebald, als jijWeer telkens in de modder kwam te staan?[496]Wie smeet de deuren dicht?.… Wie wees je na?Wie heeft je bang voor zon en dag gemaakt?Was jij dan slechter dan de mannen, dieTe eten gaven jou—en dan opnieuwJe trapten en je zweepten als slavin?…Je wóú je modder uit—je kon ’t niet!Je wóú weer in ’t licht—’t lukte niet!Je wou ’t zelfde recht van elken man,Die als-ie in jouw armen was geweest,Weer vrij-uit, zingend, over straat kon gaan:Je kreeg ’t niet! Sta op! En help jezelf!Als jij melaatsch ben, jij, melaatsch, gedoemd,Dan is ’t ieder, die den steen opnam,En elke man die met jou heeft verkeerd!Regina.Ik word niet meer gered …Droomelot.Je redt jezelf! Jezelf! Jezelf!Regina.Daarvoor heb ik geen kracht!Droomelot.Ben ik ’r niet? Heb ik geen kracht voor twéé?Regina.Ben jij de droomster en ’t zelfde kind,Dat bij me kwam? Wat ìs met jou gebeurd?Droomelot.Ik heb van hèm geleerd …(Wachter laat Sero in de cel terug)En óók geleerd(met bijtenden spot).Van al de andren, die hier zijn geweest!En als ik twijfelde en niet begreep,[497]Dan had ’k een wijs en kost’lijk amulet,Dat ’k als een troost ook in jouw handen geef!(geeft haar Sero’s papieren—Wachter schiet toe, rukt ze uit haar hand).[Inhoud]Zesde tooneel.Droomelot, Regina, Sero, Wachter.2deWachter.Komt niets van in! Daar heb ik op geloerd!(verscheurt ze driftig).’r Uit gedragen wordt hier niemendal!Zie zoo! Nou kun je grabb’len allebei!(een snipper lezend)Dacht ik ’t niet: jawel, ’t bekende schrift!(bukkend en de snippers nog eens verscheurend)Te groote brokken steken in je keelEn maken dat je je verslikken zou.Dat’s beter mondjesmaat—En jij ’r uit!Regina.’r Uit?… Ik ben besteld om—hem te zien …2deWachter.Komt niets van in!Regina.De kommandant …2deWachter.Is gek!Regina.Je heb me zelf gezegd …2deWachter.Ik ben óók gekWe zijn ’t allemaal, ik, de Regent,En ieder die te loopsch naast rokken loopt!(schatert het uit).[498]Geloof, dat als ik wijven-wachter was,M’n uniform gauw an den kapstok hing!(tot Droomelot, die glimlachend de snippers geraapt heeft)Wil je ze liever strooien op de plaats.Droomelot(ze spottend nakijkend).Ik geef ze aan den wind—en woord voor woordIk weet den stand van elke letter nog …2deWachter(tot Regina).’r Uit madam!Regina.Dus mag ik ’m niet zien?2deWachter.Hier namaals ja—maar bij z’n erwten niet!Regina.Dat is gemeen! Als-ie toch stervend is!(Droomelot schrikt op, luistert onbewegelijk toe).2deWachter.Jij kletst! De kommandant is idioot!Ik heb ’m zelf pas in de zon gelucht!En op de plaats heeft-ie gefloten als’n Vink, die bij z’n voer wat suiker vindt!Droomelot.Hij liegt!Regina.Je liegt! Ik ga hier niet vandaan! Laat me ’r door.2deWachter.(z’n mouwen opstroopend):Haha, dat wordt ’n bokspartij!’t Spijt me wel, madam, ’t is afgelast![499]Droomelot.Door wie?2deWachter.Door den Regent!Droomelot.Wanneer?2deWachter.Zoo pas.Regina.Mag ik dan wachten hier?2deWachter.Nee, nee—hier niet!Maar als je wachten wil, met véél geduldNeem dan je intrek in mijn wachtlokaal’k Heb bier en goed-belegen roggemik!Regina.Dan wacht ik daar! Dag Droomelot, m’n kind! Ik dank je wel, en als ’k je niet meer zie …Droomelot.We zien mekaar nog eer ’t avond is.Regina.Dat weet ik niet.Droomelot.Maar ik—ik weet ’t wel.2deWachter.Na u—ik heb de sleutels en de eer!(af met Regina).[Inhoud]Zevende tooneel.Droomelot, Sero.Droomelot.(waakt op, ziet de sleutels op den divan, grijpt ze, treedt bij Sero binnen, blijft stuipend van angst staan, als ze hem ziet liggen): Vader! Vadertje!..[500](hij stut plotseling op de armen, kijkt haar enkel aan)Goddank!…(knielt bij ’t bed, neemt z’n hand, kust die—hij stoot haar driftig terug).Vadertje!(hij blijft haar aanstaren, zij wijkt achteruit).Je kijkt zoo vreemd—ik ben ’t—Droomelot! Herken je me niet meer?(hij schudt wild het hoofd, wijst haar heen te gaan).Ik ben ’t—ik!(knielt opnieuw bij ’t bed).Sero.(moeilijk): Ga weg!(schor lachend).’k Verdraag de lucht niet van jouw zeep!Daar stik ik bij! Smijt open hier ’t raam!Ga weg! Ga weg! Ga weg! Ik ken je niet!Droomelot.Je kent me niet? Ik ben je eigen kind!Sero.(halverwege van ’t bed).Ben jij m’n eigen kind—weet je dat wel?Ik stik!(zij bukt, reikt hem de waterkruik—hij duwt haar achteruit).Nee, uit jouw kinderhanden niet!…Eer kruip ik naar den berg van Horeb heen,En wacht ’t wonderwater uit de rots …Dan dat ik nog van jou, van jóú—wat wil!Droomelot.Toe, vader, vader, vadertje!Sero.Ga weg!Jij wist den weg, daar bij de schouw, niet waar?Droomelot.Dien wist ik, maar ’k dacht …Sero.Jij dacht—jij dacht, hahaha![501]Ik ook! Ik heb zoo vreeslijk veel gedacht,Ik heb dit zotte hart kapot gedacht!(lacht)’k Heb naar jouw stem daar door die spleet gesnakt,En midden in den nacht m’n hoofd gebonsdTegen den wand, of je ’t niet hooren wou,Of je geen oogenblik meer voor me had,Of je ’t begrijpen zou, dat ìk niet kon!Maar jij, je hield je stil—jij had …Droomelot …Ik had …Sero.Je pater en je moeder, den Regent!Je beetre kost, je bijbel en je zeep!Je leugens en je liederlijk bedrog!Droomelot.O vadertje, ik zweer je ’t is niet waar!Sero.Geloof je niet! Wie gaf die sleutels jou?Droomelot.(laat ze vallen): Die vond ik straks …Sero …Die vond je naast je bed,Je bed dat beter veeren hebben zal,En beter peluw dan waarop ik sterf!Ik heb, toen ik zoo pas hier binnenkwam,Jouw moeder’s stem in druk gesprek gehoord,Je deur staat open toch voor iedereen!Jij ben je moeder’s kind, zooals ’t wasJe zuster die bijtijds in ’t graf gelegd …(zit zwaar hijgend op ’t bed).Droomelot.Ze hadden me gezegd voor maanden al, Dat jij weer buiten in de vrijheid was …[502]Sero.Wie zei jou dat?Droomelot.Die man.Sero.Dat zei-ie jóú? Waarom? En waarom heb jij ’t geloofd?Droomelot.Omdat—omdat-ie gaf z’n eerewoord.Sero.Z’n eerewoord—aan jou?… Aan jou z’n eer?… En jij gaf ook je eere-woord—je eer?…(zakt schor lachend achterover).Droomelot.(bij het bed neerstortend)O, lieve vader, ’k ben en blijf van jóú!Sero.(haar woest terug-duwend).Waar is—waar is dat pak, dat ik aan jouDat ik aan jou toen toegeworpen heb,Dat pak dat voor de kameraden was?…Terug! Terug! Hoort in jouw handen niet!Droomelot.(losbarstend).Dat heb ’k niet meer, maar ’k heb ’t zoo geleerd,Zoo in me opgenomen, vader, datElk van je woorden gloeiend in me leeft!Sero.Geloof je niet!Droomelot.(hartstochtelijk)Ik draag ze met me mee!Sero.Geloof je niet![503]Droomelot.Ik zweer ’t bij—m’n kind.Sero.Je kind.(staat onbewegelijk rechtop).Je kind. Heb ik dat goed verstaan?Droomelot.Hij heeft me met geweld, geweld, geweld …Sero.(staart, glimlacht bij de herhaling van dat woord)Geweld!(beweegt machteloos de handen)En als jij me beliegt …Droomelot.Ik lieg niet vader—bij mijn kind van háát!Sero.(nu sterker glimlachend, hurkt op ’t bed).Zeg op dan wat ik voor m’n makkers sprak!En aan je stém, je stém zal ’k hooren of,Of ik kan slapen gaan …Droomelot.(knielt bij hem, kust zijn handen).Jij heb gezegd …Jij heb gezegd op ’t allereerste blad …(spreekt, terwijl hij gretig elk woord met lippen-gemummel herhaalt).„De aarde ligt wel kostlijk voor ons uit,„Alsof ze zóó door ons te grijpen is,„Maar van haar vruchten zijn wij zelf niet rijp„Nog—en we moeten met een jongen lach,„Van dat het ochtendlicht naar schemer gaat,„Het onkruid wieden en gestadig voort„Aan d’ouwe akkers geven t nieuwe zaad,„’t Gouden zaad, dat zonnebloesems wekt!(hem vergetend is zij opgestaan—hij smakt achterover).[504]„Al boom, die met te woeste hand geschud,„Werpt groene knoppen in ’t vertreden gras!„Wijtasten toe eerst met de volle kracht,„Als onze Macht zoo gaaf en sterk gestut,„Dat wij het Leven in zijn heerlijkheid,„Zijn groote, heil’ge onverwoestbaarheid,„Van al zijn leugens, zijn erbarmlijkheid,„Voor wat niet leeft, niet leven mòcht—bevrijd!”(kijkt verheugd-glimlachend om, ziet hem liggen, stort op hem toe).O, liefste God, wat is ’r vadertje?Je kijkt me aan en ziet—en ziet me niet!Je glimlacht, maar je mond die ademt niet!Slaap je, of ben je—dood?… Toe vadertje,Toe vadertje, zeg nog een enkel woord!(staat op wijkt achteruit, denkt na, maakt den ketting met ’t medaljon van haar hals los, legt dien in zijn handen, kust zijn voorhoofd).Dan moet ik verder, verder, als ’k beloofdEn jij blijft bij me, waar ik reis en trek,Want dat heb jij me, vader, óók beloofd …(kust hem nog eens, raapt de sleutels van den grond, gaat heen).[Inhoud]Achtste tooneel.Regent, 2deWachter, Regina.Regent.(treedt in Droomelot’s cel, ziet dat zij er niet meer is, roept de gang in).Verdoemd, verdoemd, waar zijn de wachters, hier?Vlug dan! Ze is ’r niet! Waar is ze heen?[505]2deWachter.U heeft ons zelf gelast, maar als u ’t wil …Regent.Vooruit en breng ’r met geweld terug!Nee! Nee!… Blijf hier! Jij raakt haar lijf niet aan!…Zoolang ’k haar vader heb, heb ik haar ook!2deWachter.Z’n deur staat aan!Regent.Z’n deur staat aan! Verdoemd!(stort in Sero’s cel).… Hij is ’r nog!Regina.(angstig bij het hoofdeinde)…Nee,hijis ’r niet meer …(ziet ketting en medaljon in de handen van den doode, knielt)…Nu durf ik met je dochter mee te gaan …EINDE.Berlijn, Juli/December 1909.

[Inhoud]Eerste Tooneel.Sero, 2deWachter, Arts.2deWachter.(Sero, die met het hoofd op de erwtenbaal op den grond ligt, ’n trap gevend).Wat is dat nou? Hé!… Hé!… Slaap jij alweer!(naar het uitgeslagen, onbeslapen bed aan den wand kijkend)—Of heb je niet geslapen?Sero.(versuft opzittend)Ik heb—ik heb—ik heb zóó goed geslapen, dat ik nog dronken ben …2deWachter.Sta op!(rukt hem aan den schouder)Sta op![469]Sero.Dat wil ik wel(poogt op te staan)—dat wil ik zeker wel—maar wil is niet genoeg!(smakt terug)Je moet me, kameraad, ’n steuntje geven …2deWachter.(hem ruw onder de armen grijpend)Vooruit! Schiet op! Ik ben jouw kruier niet!…Sero.Ik dank je zeer. Bij Jericho heeft zelfs de Samarieter béter niet geholpen … Nee, laat me nog niet los … ’t Is nog ’n afstand tot ’t bed. En zak ik in, moet jij je weer verneedren door me op te rapen!(zit op bedhoek. De wachter veegt nijdig z’n uniform af)Ja, vuil geeft af! Van buiten en van binnen!2deWachter.Ik waarschuw je—je kent me nou!Sero.(knikt)Ik kèn je vuisten en je voeten, je vloeken en je vlakke hand al haast twee maanden, niet? Twee maanden, ja! Jij heb ’n toekomst, vriend. Nog eer ik hier krepeer, krijg jij ’n ééreteeken daar—en welverdiend!… Tot zelfs m’n makker, in ’t hol hierboven, heb jij met klappen ’t kloppen afgeleerd …2deWachter.Je brood—je water, bek gehouen! En als je ’t weer niet lust: ’t komt terug—’t komt terug, hard als ’n bikkel! En zien wie ’t ’t laatste wint! Sta op! De dokter! Ben je blind?Arts.Wel nummer-zooveel, zit je alweer op?(tot wachter)Is hier geen stoel? Moet ’k op den grond gaan knielen bij patiënten?[470]2deWachter.De order is dat hij geen stoel meer krijgt!Arts.Ja, ja—dat ’s best—maar ik, maar ik?2deWachter.’k Breng ù ’r daadlijk een!(af)Arts.En jij? En jij? Nog altijd duizlig en eens af en toe ’n flauwte?(Sero knikt glimlachend)Ja, ja, dat is ’t hart, ’t hart. Je hart dat is vergroot, te groot; daar zijn geen kruiden voor gewassen!(tot wachter met stoet)Ik dank je wel!(Wachter bij deur)Je moet geen vrachten tillen en geen trappen loopen en naar—omstandigheden je ontzien!Sero.(spottend)Geen koffie en geen sterke drank?Arts.Nee, nee. Je tong!Sero.Geen lange wandeltochten, geen tabak?Arts.Nee,nee. Je tong!Sero.Niet dansen en geen zwaar verkeer met vrouwen?Arts.(afwezig)Nee! nee!(plots vinnig)Nee, Nee! Hoe heb ik ’t met jou? Zit jij me voor de mal te houen?(Sero steekt z’n tong uit, schudt ’t hoofd).2deWachter.Als u me noodig heeft, meneer de dokter!Arts.(wenkt hem heen te gaan. Wachter achter deuropening[471]op en neer)Gezien! Gezien! Je pols … Heb je vannacht geslapen? … Nu!Sero.’k Lei op den grond en had geen fut meer in m’n bed te kruipen … ’t Is mal, ’t is zot, hoe je dan tobben kan en in ’t donker dingen zwarter dènkt dan ze bestaan …Arts.(hem wenkend te zwijgen)Ja, ja! Hoe werkt je maag?Sero.Heeft in de laatste dagen wat geluierd—en ’k heb geen beitel om m’n brood voor ’t heilig avondmaal te brokken!(laat het brood dat hij met de vrije hand opgenomen heeft op den grond vallen)Ik wou … Ik wou …(strijkt zich moeilijk langs ’t voorhoofd)Vreemd, dat je ziel zoo in en uit je lichaam gaat …(zakt achterover).Arts.(zich over hem buigend)Dat schijnt nog niet de láátste keer …(tot wachter)Hé, jij—maak jij dat raam ’ns open!2deWachter.Ja, als ’t móét—maar doen mag ik ’t niet!Arts.Als ik ’t zeg, dan is ’t noodig! Hij ligt in onmacht—vlug wat buitenlucht!2deWachter.(met ’n sleutel het kastje van de lijn openend en het tuimelraam vierend)Nou, as ’t lee an mijn, dan bleef-ie waar-ie leit! De dokter heeft geen flauw benul, wat judas of die kerel is! Niet[472]één dief, niet één moordenaar, in ’t heele huis, zit zoo vol vuile praat en vuile streken as deze gladde boef. An dat gaat niemendal verloren! Gift, haat en ongeloof!Arts.Ja, ja,—maar ’t is ’n mensch, al deugt-ie niet, en zieke harten geven zieke hersnen … Als-ie familie heeft en de Regent ’t wil, dan moet gewaarschuwd worden. De veer van ’t werk is stuk.2deWachter.’t Werd tijd!(kinderstemmen buiten).Arts.Is ’r ’n vrouw?2deWachter.’n Hoer.Arts.’n Kind?2deWachter.’n Jong, hiernaast! Wordt door Zijn Excellentie achterna-geloopen! Ik knijp ’n oogie dicht …Arts..(de kinderstemmen bedoelend)Is dat de straat?2deWachter.Nee, dokter, dat ’s ’t plein—en wat u hoort …(Sero zit langzaam-tastend op).Arts.(wenkt Wachter heen te gaan)Wel, was ’t weer even mis?Sero.(luistert hijgend naar de geluiden, zakt van het bed op de knieën, snikt ’t steunend uit).[473]Arts.Kom nu—dat’s niet zoo goed voor je, je op te winden!Sero.(hem met armgebaar afwerend)Doe dan dat raam weer dicht!Arts.Dat raam weer dicht? ’t Is voor je bestwil nummer zooveel!Sero.Doe dicht dat raam—ik heb ’t koud!Arts.Je heb ’t koud? Stop jij daarvoor je vingers in je ooren? ’t Is buiten heerlijk warm!… Kom, kom, wees man! Wil je je vrouw nog zien?(Sero schudt woest het hoofd)Je dochter dan?(Sero staart naar ijzeren val, schudt het hoofd)Nee? Heb ’k goed begrepen?Sero.(naar den val starend)… Ik wil ’r zien, als ze geen tafel heeft …Arts.Geen tafel … Wat zegt je nu …?Sero.(moeilijk opstaand)…Ikhad ’r geen—en aan de schuif is nog geen hand geweest—geen wachtershand—en niet de hare … ’k Heb meer dan zestig dagen, uur aan uur, en nacht aan nacht … Ben jij hiernaast geweest? Hééft ze ’n tafel en ’n stoel? Dat kan ’k dien man niet vragen, die me trapt en slaat op hoog bevel, en me op hoog bevel m’n krachten heeft genomen, omdat ’n galg zoo-zeer de aandacht trekt van raven en van menschen …![474]Arts.Bedaar nu, nummer-zooveel—of je heb ’r zelf aan schuld…En praat gezonde taal …Sero.(den stoel nemend en pogend er bij de schouw op te klimmen)Nee, nee, dat kan de akrobaat niet meer! En ’t hoeft ook niet. Want aan de schuif is niet getimmerd, niet geschroefd … En zij heeft jonge beenen …(zit gebroken neer).Arts.Ik zal je laten brengen naar de ziekenzaal.Sero.Dat is te laat—(naar omhoog kijkend)en wie weet nog te vroeg. Ik wil hiér in m’n eentje sterven.Arts.Dat zeg je me bij elk bezoek, maar hier is toch geen plaats …(omzichtig)Je vrouw en dochter kunnen bij je komen.Sero.(de hand op ’t hart)Ik heb geen vrouw—en als ze heeft ’n tafel met vier pooten, geen dochter meer!Arts.(goedig-sussend)Ja, ja, ja, ja! Dat meen je nu, en straks heb je weer andre, dwazer kuren!(naar deur, keert terug)Wil je soms schrijven voor je laatsten wil? Ik vraag dat, waar jij zèlf zoo telkens weer van sterven spreekt!Sero.M’n laatste wil …(diep ademend)Hè, ’k ben den ballast kwijt—ik word weer mensch, nou dat te groote hart zich uitzet als ’n spons in ’t water! M’n laatste wil, hahaha! Hoe ben ’k met zoo’n groot hart zoo klein geweest daarnet te grienen! ’k Vermaak[475]—dat kan ook zonder testament—en vrij van zegel, registratie!—vermaak m’n geest en ziel aan wie ’r bod op doet,rabbijnenzelfs, pastoors en wie den geldzak kust!—vermaak m’n lichaam, huid en haar, ’t vet en ’t vleesch, aan jonge maatjes in jouw vak van wetenschap, die uit geen béter kringen krijgen ’t materiaal, om voor te snijden op de sectietafel … Vermaak! Vermaak! In ’t leven is de zotheid baas!…Arts.De zotheid, zeg dat wel, vooral jouw zotteklap! Men maakt geen grappen, als men kan vermoeden …Sero.… Dat binnenkort ’t zeldzaam-groote hart ligt in ’n glazen huis met spiritus en met ’n varkensblaze-dak!Arts.’t Is wel. Ik zwijg(bij de deur)’k Zal je den priester sturen.Sero.Waarom? Waartoe? Ik wil en geef geen absolutie!(De arts gaat schouder-ophalend af. Buiten wordt het spelend rumoer der kinderen sterker. Met de handen op den rug gevouwen, staart Sero eerst naar den schoorsteenval, vervolgens zonder te bewegen naar de richting van het geluid.)’k Zou willen weten wat uit jullie groeit:Ik ga en jullie komen pas den wegGeloopen die zoo wonderschoon kon zijn,Als niet de modder hing aan elken stap,En elke nieuwe, jonge, vrije jeugd,Weer in de óúwe leugens werd verstikt![476]’k Zou willen weten of de lente, dieUit jullie kleine kinderstemmen spreekt,’n Zomer wordt die bloeiend opengaatEn aan de landen eindloos stuifmeel geeft!’k Zou willen weten of de rijke vrucht,Die van geen mensch en toch van iéder is,Door jullie éénsgezind gegrepen wordtEn zóó gesteld dat nooit meer ruwe klauw’t Kost’lijk aardgeschenk vernielen kan …(De gevangene boven klopt)Dat zien wij twee, jij dief en moordenaar,En ik, dìe langs de wegen ben gegaan,Om zonder aarz’len mensche-plicht te doen—Dat zien wij twee niet meer—maar zij—misschien …(zet zich op stoel, sorteert).

Eerste Tooneel.Sero, 2deWachter, Arts.2deWachter.(Sero, die met het hoofd op de erwtenbaal op den grond ligt, ’n trap gevend).Wat is dat nou? Hé!… Hé!… Slaap jij alweer!(naar het uitgeslagen, onbeslapen bed aan den wand kijkend)—Of heb je niet geslapen?Sero.(versuft opzittend)Ik heb—ik heb—ik heb zóó goed geslapen, dat ik nog dronken ben …2deWachter.Sta op!(rukt hem aan den schouder)Sta op![469]Sero.Dat wil ik wel(poogt op te staan)—dat wil ik zeker wel—maar wil is niet genoeg!(smakt terug)Je moet me, kameraad, ’n steuntje geven …2deWachter.(hem ruw onder de armen grijpend)Vooruit! Schiet op! Ik ben jouw kruier niet!…Sero.Ik dank je zeer. Bij Jericho heeft zelfs de Samarieter béter niet geholpen … Nee, laat me nog niet los … ’t Is nog ’n afstand tot ’t bed. En zak ik in, moet jij je weer verneedren door me op te rapen!(zit op bedhoek. De wachter veegt nijdig z’n uniform af)Ja, vuil geeft af! Van buiten en van binnen!2deWachter.Ik waarschuw je—je kent me nou!Sero.(knikt)Ik kèn je vuisten en je voeten, je vloeken en je vlakke hand al haast twee maanden, niet? Twee maanden, ja! Jij heb ’n toekomst, vriend. Nog eer ik hier krepeer, krijg jij ’n ééreteeken daar—en welverdiend!… Tot zelfs m’n makker, in ’t hol hierboven, heb jij met klappen ’t kloppen afgeleerd …2deWachter.Je brood—je water, bek gehouen! En als je ’t weer niet lust: ’t komt terug—’t komt terug, hard als ’n bikkel! En zien wie ’t ’t laatste wint! Sta op! De dokter! Ben je blind?Arts.Wel nummer-zooveel, zit je alweer op?(tot wachter)Is hier geen stoel? Moet ’k op den grond gaan knielen bij patiënten?[470]2deWachter.De order is dat hij geen stoel meer krijgt!Arts.Ja, ja—dat ’s best—maar ik, maar ik?2deWachter.’k Breng ù ’r daadlijk een!(af)Arts.En jij? En jij? Nog altijd duizlig en eens af en toe ’n flauwte?(Sero knikt glimlachend)Ja, ja, dat is ’t hart, ’t hart. Je hart dat is vergroot, te groot; daar zijn geen kruiden voor gewassen!(tot wachter met stoet)Ik dank je wel!(Wachter bij deur)Je moet geen vrachten tillen en geen trappen loopen en naar—omstandigheden je ontzien!Sero.(spottend)Geen koffie en geen sterke drank?Arts.Nee, nee. Je tong!Sero.Geen lange wandeltochten, geen tabak?Arts.Nee,nee. Je tong!Sero.Niet dansen en geen zwaar verkeer met vrouwen?Arts.(afwezig)Nee! nee!(plots vinnig)Nee, Nee! Hoe heb ik ’t met jou? Zit jij me voor de mal te houen?(Sero steekt z’n tong uit, schudt ’t hoofd).2deWachter.Als u me noodig heeft, meneer de dokter!Arts.(wenkt hem heen te gaan. Wachter achter deuropening[471]op en neer)Gezien! Gezien! Je pols … Heb je vannacht geslapen? … Nu!Sero.’k Lei op den grond en had geen fut meer in m’n bed te kruipen … ’t Is mal, ’t is zot, hoe je dan tobben kan en in ’t donker dingen zwarter dènkt dan ze bestaan …Arts.(hem wenkend te zwijgen)Ja, ja! Hoe werkt je maag?Sero.Heeft in de laatste dagen wat geluierd—en ’k heb geen beitel om m’n brood voor ’t heilig avondmaal te brokken!(laat het brood dat hij met de vrije hand opgenomen heeft op den grond vallen)Ik wou … Ik wou …(strijkt zich moeilijk langs ’t voorhoofd)Vreemd, dat je ziel zoo in en uit je lichaam gaat …(zakt achterover).Arts.(zich over hem buigend)Dat schijnt nog niet de láátste keer …(tot wachter)Hé, jij—maak jij dat raam ’ns open!2deWachter.Ja, als ’t móét—maar doen mag ik ’t niet!Arts.Als ik ’t zeg, dan is ’t noodig! Hij ligt in onmacht—vlug wat buitenlucht!2deWachter.(met ’n sleutel het kastje van de lijn openend en het tuimelraam vierend)Nou, as ’t lee an mijn, dan bleef-ie waar-ie leit! De dokter heeft geen flauw benul, wat judas of die kerel is! Niet[472]één dief, niet één moordenaar, in ’t heele huis, zit zoo vol vuile praat en vuile streken as deze gladde boef. An dat gaat niemendal verloren! Gift, haat en ongeloof!Arts.Ja, ja,—maar ’t is ’n mensch, al deugt-ie niet, en zieke harten geven zieke hersnen … Als-ie familie heeft en de Regent ’t wil, dan moet gewaarschuwd worden. De veer van ’t werk is stuk.2deWachter.’t Werd tijd!(kinderstemmen buiten).Arts.Is ’r ’n vrouw?2deWachter.’n Hoer.Arts.’n Kind?2deWachter.’n Jong, hiernaast! Wordt door Zijn Excellentie achterna-geloopen! Ik knijp ’n oogie dicht …Arts..(de kinderstemmen bedoelend)Is dat de straat?2deWachter.Nee, dokter, dat ’s ’t plein—en wat u hoort …(Sero zit langzaam-tastend op).Arts.(wenkt Wachter heen te gaan)Wel, was ’t weer even mis?Sero.(luistert hijgend naar de geluiden, zakt van het bed op de knieën, snikt ’t steunend uit).[473]Arts.Kom nu—dat’s niet zoo goed voor je, je op te winden!Sero.(hem met armgebaar afwerend)Doe dan dat raam weer dicht!Arts.Dat raam weer dicht? ’t Is voor je bestwil nummer zooveel!Sero.Doe dicht dat raam—ik heb ’t koud!Arts.Je heb ’t koud? Stop jij daarvoor je vingers in je ooren? ’t Is buiten heerlijk warm!… Kom, kom, wees man! Wil je je vrouw nog zien?(Sero schudt woest het hoofd)Je dochter dan?(Sero staart naar ijzeren val, schudt het hoofd)Nee? Heb ’k goed begrepen?Sero.(naar den val starend)… Ik wil ’r zien, als ze geen tafel heeft …Arts.Geen tafel … Wat zegt je nu …?Sero.(moeilijk opstaand)…Ikhad ’r geen—en aan de schuif is nog geen hand geweest—geen wachtershand—en niet de hare … ’k Heb meer dan zestig dagen, uur aan uur, en nacht aan nacht … Ben jij hiernaast geweest? Hééft ze ’n tafel en ’n stoel? Dat kan ’k dien man niet vragen, die me trapt en slaat op hoog bevel, en me op hoog bevel m’n krachten heeft genomen, omdat ’n galg zoo-zeer de aandacht trekt van raven en van menschen …![474]Arts.Bedaar nu, nummer-zooveel—of je heb ’r zelf aan schuld…En praat gezonde taal …Sero.(den stoel nemend en pogend er bij de schouw op te klimmen)Nee, nee, dat kan de akrobaat niet meer! En ’t hoeft ook niet. Want aan de schuif is niet getimmerd, niet geschroefd … En zij heeft jonge beenen …(zit gebroken neer).Arts.Ik zal je laten brengen naar de ziekenzaal.Sero.Dat is te laat—(naar omhoog kijkend)en wie weet nog te vroeg. Ik wil hiér in m’n eentje sterven.Arts.Dat zeg je me bij elk bezoek, maar hier is toch geen plaats …(omzichtig)Je vrouw en dochter kunnen bij je komen.Sero.(de hand op ’t hart)Ik heb geen vrouw—en als ze heeft ’n tafel met vier pooten, geen dochter meer!Arts.(goedig-sussend)Ja, ja, ja, ja! Dat meen je nu, en straks heb je weer andre, dwazer kuren!(naar deur, keert terug)Wil je soms schrijven voor je laatsten wil? Ik vraag dat, waar jij zèlf zoo telkens weer van sterven spreekt!Sero.M’n laatste wil …(diep ademend)Hè, ’k ben den ballast kwijt—ik word weer mensch, nou dat te groote hart zich uitzet als ’n spons in ’t water! M’n laatste wil, hahaha! Hoe ben ’k met zoo’n groot hart zoo klein geweest daarnet te grienen! ’k Vermaak[475]—dat kan ook zonder testament—en vrij van zegel, registratie!—vermaak m’n geest en ziel aan wie ’r bod op doet,rabbijnenzelfs, pastoors en wie den geldzak kust!—vermaak m’n lichaam, huid en haar, ’t vet en ’t vleesch, aan jonge maatjes in jouw vak van wetenschap, die uit geen béter kringen krijgen ’t materiaal, om voor te snijden op de sectietafel … Vermaak! Vermaak! In ’t leven is de zotheid baas!…Arts.De zotheid, zeg dat wel, vooral jouw zotteklap! Men maakt geen grappen, als men kan vermoeden …Sero.… Dat binnenkort ’t zeldzaam-groote hart ligt in ’n glazen huis met spiritus en met ’n varkensblaze-dak!Arts.’t Is wel. Ik zwijg(bij de deur)’k Zal je den priester sturen.Sero.Waarom? Waartoe? Ik wil en geef geen absolutie!(De arts gaat schouder-ophalend af. Buiten wordt het spelend rumoer der kinderen sterker. Met de handen op den rug gevouwen, staart Sero eerst naar den schoorsteenval, vervolgens zonder te bewegen naar de richting van het geluid.)’k Zou willen weten wat uit jullie groeit:Ik ga en jullie komen pas den wegGeloopen die zoo wonderschoon kon zijn,Als niet de modder hing aan elken stap,En elke nieuwe, jonge, vrije jeugd,Weer in de óúwe leugens werd verstikt![476]’k Zou willen weten of de lente, dieUit jullie kleine kinderstemmen spreekt,’n Zomer wordt die bloeiend opengaatEn aan de landen eindloos stuifmeel geeft!’k Zou willen weten of de rijke vrucht,Die van geen mensch en toch van iéder is,Door jullie éénsgezind gegrepen wordtEn zóó gesteld dat nooit meer ruwe klauw’t Kost’lijk aardgeschenk vernielen kan …(De gevangene boven klopt)Dat zien wij twee, jij dief en moordenaar,En ik, dìe langs de wegen ben gegaan,Om zonder aarz’len mensche-plicht te doen—Dat zien wij twee niet meer—maar zij—misschien …(zet zich op stoel, sorteert).

Sero, 2deWachter, Arts.

2deWachter.(Sero, die met het hoofd op de erwtenbaal op den grond ligt, ’n trap gevend).Wat is dat nou? Hé!… Hé!… Slaap jij alweer!(naar het uitgeslagen, onbeslapen bed aan den wand kijkend)—Of heb je niet geslapen?

2deWachter.(Sero, die met het hoofd op de erwtenbaal op den grond ligt, ’n trap gevend).Wat is dat nou? Hé!… Hé!… Slaap jij alweer!(naar het uitgeslagen, onbeslapen bed aan den wand kijkend)—Of heb je niet geslapen?

Sero.(versuft opzittend)Ik heb—ik heb—ik heb zóó goed geslapen, dat ik nog dronken ben …

Sero.(versuft opzittend)Ik heb—ik heb—ik heb zóó goed geslapen, dat ik nog dronken ben …

2deWachter.Sta op!(rukt hem aan den schouder)Sta op!

2deWachter.Sta op!(rukt hem aan den schouder)Sta op!

[469]

Sero.Dat wil ik wel(poogt op te staan)—dat wil ik zeker wel—maar wil is niet genoeg!(smakt terug)Je moet me, kameraad, ’n steuntje geven …

Sero.Dat wil ik wel(poogt op te staan)—dat wil ik zeker wel—maar wil is niet genoeg!(smakt terug)Je moet me, kameraad, ’n steuntje geven …

2deWachter.(hem ruw onder de armen grijpend)Vooruit! Schiet op! Ik ben jouw kruier niet!…

2deWachter.(hem ruw onder de armen grijpend)Vooruit! Schiet op! Ik ben jouw kruier niet!…

Sero.Ik dank je zeer. Bij Jericho heeft zelfs de Samarieter béter niet geholpen … Nee, laat me nog niet los … ’t Is nog ’n afstand tot ’t bed. En zak ik in, moet jij je weer verneedren door me op te rapen!(zit op bedhoek. De wachter veegt nijdig z’n uniform af)Ja, vuil geeft af! Van buiten en van binnen!

Sero.Ik dank je zeer. Bij Jericho heeft zelfs de Samarieter béter niet geholpen … Nee, laat me nog niet los … ’t Is nog ’n afstand tot ’t bed. En zak ik in, moet jij je weer verneedren door me op te rapen!(zit op bedhoek. De wachter veegt nijdig z’n uniform af)Ja, vuil geeft af! Van buiten en van binnen!

2deWachter.Ik waarschuw je—je kent me nou!

2deWachter.Ik waarschuw je—je kent me nou!

Sero.(knikt)Ik kèn je vuisten en je voeten, je vloeken en je vlakke hand al haast twee maanden, niet? Twee maanden, ja! Jij heb ’n toekomst, vriend. Nog eer ik hier krepeer, krijg jij ’n ééreteeken daar—en welverdiend!… Tot zelfs m’n makker, in ’t hol hierboven, heb jij met klappen ’t kloppen afgeleerd …

Sero.(knikt)Ik kèn je vuisten en je voeten, je vloeken en je vlakke hand al haast twee maanden, niet? Twee maanden, ja! Jij heb ’n toekomst, vriend. Nog eer ik hier krepeer, krijg jij ’n ééreteeken daar—en welverdiend!… Tot zelfs m’n makker, in ’t hol hierboven, heb jij met klappen ’t kloppen afgeleerd …

2deWachter.Je brood—je water, bek gehouen! En als je ’t weer niet lust: ’t komt terug—’t komt terug, hard als ’n bikkel! En zien wie ’t ’t laatste wint! Sta op! De dokter! Ben je blind?

2deWachter.Je brood—je water, bek gehouen! En als je ’t weer niet lust: ’t komt terug—’t komt terug, hard als ’n bikkel! En zien wie ’t ’t laatste wint! Sta op! De dokter! Ben je blind?

Arts.Wel nummer-zooveel, zit je alweer op?(tot wachter)Is hier geen stoel? Moet ’k op den grond gaan knielen bij patiënten?

Arts.Wel nummer-zooveel, zit je alweer op?(tot wachter)Is hier geen stoel? Moet ’k op den grond gaan knielen bij patiënten?

[470]

2deWachter.De order is dat hij geen stoel meer krijgt!

2deWachter.De order is dat hij geen stoel meer krijgt!

Arts.Ja, ja—dat ’s best—maar ik, maar ik?

Arts.Ja, ja—dat ’s best—maar ik, maar ik?

2deWachter.’k Breng ù ’r daadlijk een!(af)

2deWachter.’k Breng ù ’r daadlijk een!(af)

Arts.En jij? En jij? Nog altijd duizlig en eens af en toe ’n flauwte?(Sero knikt glimlachend)Ja, ja, dat is ’t hart, ’t hart. Je hart dat is vergroot, te groot; daar zijn geen kruiden voor gewassen!(tot wachter met stoet)Ik dank je wel!(Wachter bij deur)Je moet geen vrachten tillen en geen trappen loopen en naar—omstandigheden je ontzien!

Arts.En jij? En jij? Nog altijd duizlig en eens af en toe ’n flauwte?(Sero knikt glimlachend)Ja, ja, dat is ’t hart, ’t hart. Je hart dat is vergroot, te groot; daar zijn geen kruiden voor gewassen!(tot wachter met stoet)Ik dank je wel!(Wachter bij deur)Je moet geen vrachten tillen en geen trappen loopen en naar—omstandigheden je ontzien!

Sero.(spottend)Geen koffie en geen sterke drank?

Sero.(spottend)Geen koffie en geen sterke drank?

Arts.Nee, nee. Je tong!

Arts.Nee, nee. Je tong!

Sero.Geen lange wandeltochten, geen tabak?

Sero.Geen lange wandeltochten, geen tabak?

Arts.Nee,nee. Je tong!

Arts.Nee,nee. Je tong!

Sero.Niet dansen en geen zwaar verkeer met vrouwen?

Sero.Niet dansen en geen zwaar verkeer met vrouwen?

Arts.(afwezig)Nee! nee!(plots vinnig)Nee, Nee! Hoe heb ik ’t met jou? Zit jij me voor de mal te houen?(Sero steekt z’n tong uit, schudt ’t hoofd).

Arts.(afwezig)Nee! nee!(plots vinnig)Nee, Nee! Hoe heb ik ’t met jou? Zit jij me voor de mal te houen?(Sero steekt z’n tong uit, schudt ’t hoofd).

2deWachter.Als u me noodig heeft, meneer de dokter!

2deWachter.Als u me noodig heeft, meneer de dokter!

Arts.(wenkt hem heen te gaan. Wachter achter deuropening[471]op en neer)Gezien! Gezien! Je pols … Heb je vannacht geslapen? … Nu!

Arts.(wenkt hem heen te gaan. Wachter achter deuropening[471]op en neer)Gezien! Gezien! Je pols … Heb je vannacht geslapen? … Nu!

Sero.’k Lei op den grond en had geen fut meer in m’n bed te kruipen … ’t Is mal, ’t is zot, hoe je dan tobben kan en in ’t donker dingen zwarter dènkt dan ze bestaan …

Sero.’k Lei op den grond en had geen fut meer in m’n bed te kruipen … ’t Is mal, ’t is zot, hoe je dan tobben kan en in ’t donker dingen zwarter dènkt dan ze bestaan …

Arts.(hem wenkend te zwijgen)Ja, ja! Hoe werkt je maag?

Arts.(hem wenkend te zwijgen)Ja, ja! Hoe werkt je maag?

Sero.Heeft in de laatste dagen wat geluierd—en ’k heb geen beitel om m’n brood voor ’t heilig avondmaal te brokken!(laat het brood dat hij met de vrije hand opgenomen heeft op den grond vallen)Ik wou … Ik wou …(strijkt zich moeilijk langs ’t voorhoofd)Vreemd, dat je ziel zoo in en uit je lichaam gaat …(zakt achterover).

Sero.Heeft in de laatste dagen wat geluierd—en ’k heb geen beitel om m’n brood voor ’t heilig avondmaal te brokken!(laat het brood dat hij met de vrije hand opgenomen heeft op den grond vallen)Ik wou … Ik wou …(strijkt zich moeilijk langs ’t voorhoofd)Vreemd, dat je ziel zoo in en uit je lichaam gaat …(zakt achterover).

Arts.(zich over hem buigend)Dat schijnt nog niet de láátste keer …(tot wachter)Hé, jij—maak jij dat raam ’ns open!

Arts.(zich over hem buigend)Dat schijnt nog niet de láátste keer …(tot wachter)Hé, jij—maak jij dat raam ’ns open!

2deWachter.Ja, als ’t móét—maar doen mag ik ’t niet!

2deWachter.Ja, als ’t móét—maar doen mag ik ’t niet!

Arts.Als ik ’t zeg, dan is ’t noodig! Hij ligt in onmacht—vlug wat buitenlucht!

Arts.Als ik ’t zeg, dan is ’t noodig! Hij ligt in onmacht—vlug wat buitenlucht!

2deWachter.(met ’n sleutel het kastje van de lijn openend en het tuimelraam vierend)Nou, as ’t lee an mijn, dan bleef-ie waar-ie leit! De dokter heeft geen flauw benul, wat judas of die kerel is! Niet[472]één dief, niet één moordenaar, in ’t heele huis, zit zoo vol vuile praat en vuile streken as deze gladde boef. An dat gaat niemendal verloren! Gift, haat en ongeloof!

2deWachter.(met ’n sleutel het kastje van de lijn openend en het tuimelraam vierend)Nou, as ’t lee an mijn, dan bleef-ie waar-ie leit! De dokter heeft geen flauw benul, wat judas of die kerel is! Niet[472]één dief, niet één moordenaar, in ’t heele huis, zit zoo vol vuile praat en vuile streken as deze gladde boef. An dat gaat niemendal verloren! Gift, haat en ongeloof!

Arts.Ja, ja,—maar ’t is ’n mensch, al deugt-ie niet, en zieke harten geven zieke hersnen … Als-ie familie heeft en de Regent ’t wil, dan moet gewaarschuwd worden. De veer van ’t werk is stuk.

Arts.Ja, ja,—maar ’t is ’n mensch, al deugt-ie niet, en zieke harten geven zieke hersnen … Als-ie familie heeft en de Regent ’t wil, dan moet gewaarschuwd worden. De veer van ’t werk is stuk.

2deWachter.’t Werd tijd!(kinderstemmen buiten).

2deWachter.’t Werd tijd!(kinderstemmen buiten).

Arts.Is ’r ’n vrouw?

Arts.Is ’r ’n vrouw?

2deWachter.’n Hoer.

2deWachter.’n Hoer.

Arts.’n Kind?

Arts.’n Kind?

2deWachter.’n Jong, hiernaast! Wordt door Zijn Excellentie achterna-geloopen! Ik knijp ’n oogie dicht …

2deWachter.’n Jong, hiernaast! Wordt door Zijn Excellentie achterna-geloopen! Ik knijp ’n oogie dicht …

Arts..(de kinderstemmen bedoelend)Is dat de straat?

Arts..(de kinderstemmen bedoelend)Is dat de straat?

2deWachter.Nee, dokter, dat ’s ’t plein—en wat u hoort …(Sero zit langzaam-tastend op).

2deWachter.Nee, dokter, dat ’s ’t plein—en wat u hoort …(Sero zit langzaam-tastend op).

Arts.(wenkt Wachter heen te gaan)Wel, was ’t weer even mis?

Arts.(wenkt Wachter heen te gaan)Wel, was ’t weer even mis?

Sero.(luistert hijgend naar de geluiden, zakt van het bed op de knieën, snikt ’t steunend uit).

Sero.(luistert hijgend naar de geluiden, zakt van het bed op de knieën, snikt ’t steunend uit).

[473]

Arts.Kom nu—dat’s niet zoo goed voor je, je op te winden!

Arts.Kom nu—dat’s niet zoo goed voor je, je op te winden!

Sero.(hem met armgebaar afwerend)Doe dan dat raam weer dicht!

Sero.(hem met armgebaar afwerend)Doe dan dat raam weer dicht!

Arts.Dat raam weer dicht? ’t Is voor je bestwil nummer zooveel!

Arts.Dat raam weer dicht? ’t Is voor je bestwil nummer zooveel!

Sero.Doe dicht dat raam—ik heb ’t koud!

Sero.Doe dicht dat raam—ik heb ’t koud!

Arts.Je heb ’t koud? Stop jij daarvoor je vingers in je ooren? ’t Is buiten heerlijk warm!… Kom, kom, wees man! Wil je je vrouw nog zien?(Sero schudt woest het hoofd)Je dochter dan?(Sero staart naar ijzeren val, schudt het hoofd)Nee? Heb ’k goed begrepen?

Arts.Je heb ’t koud? Stop jij daarvoor je vingers in je ooren? ’t Is buiten heerlijk warm!… Kom, kom, wees man! Wil je je vrouw nog zien?(Sero schudt woest het hoofd)Je dochter dan?(Sero staart naar ijzeren val, schudt het hoofd)Nee? Heb ’k goed begrepen?

Sero.(naar den val starend)… Ik wil ’r zien, als ze geen tafel heeft …

Sero.(naar den val starend)… Ik wil ’r zien, als ze geen tafel heeft …

Arts.Geen tafel … Wat zegt je nu …?

Arts.Geen tafel … Wat zegt je nu …?

Sero.(moeilijk opstaand)…Ikhad ’r geen—en aan de schuif is nog geen hand geweest—geen wachtershand—en niet de hare … ’k Heb meer dan zestig dagen, uur aan uur, en nacht aan nacht … Ben jij hiernaast geweest? Hééft ze ’n tafel en ’n stoel? Dat kan ’k dien man niet vragen, die me trapt en slaat op hoog bevel, en me op hoog bevel m’n krachten heeft genomen, omdat ’n galg zoo-zeer de aandacht trekt van raven en van menschen …!

Sero.(moeilijk opstaand)…Ikhad ’r geen—en aan de schuif is nog geen hand geweest—geen wachtershand—en niet de hare … ’k Heb meer dan zestig dagen, uur aan uur, en nacht aan nacht … Ben jij hiernaast geweest? Hééft ze ’n tafel en ’n stoel? Dat kan ’k dien man niet vragen, die me trapt en slaat op hoog bevel, en me op hoog bevel m’n krachten heeft genomen, omdat ’n galg zoo-zeer de aandacht trekt van raven en van menschen …!

[474]

Arts.Bedaar nu, nummer-zooveel—of je heb ’r zelf aan schuld…En praat gezonde taal …

Arts.Bedaar nu, nummer-zooveel—of je heb ’r zelf aan schuld…En praat gezonde taal …

Sero.(den stoel nemend en pogend er bij de schouw op te klimmen)Nee, nee, dat kan de akrobaat niet meer! En ’t hoeft ook niet. Want aan de schuif is niet getimmerd, niet geschroefd … En zij heeft jonge beenen …(zit gebroken neer).

Sero.(den stoel nemend en pogend er bij de schouw op te klimmen)Nee, nee, dat kan de akrobaat niet meer! En ’t hoeft ook niet. Want aan de schuif is niet getimmerd, niet geschroefd … En zij heeft jonge beenen …(zit gebroken neer).

Arts.Ik zal je laten brengen naar de ziekenzaal.

Arts.Ik zal je laten brengen naar de ziekenzaal.

Sero.Dat is te laat—(naar omhoog kijkend)en wie weet nog te vroeg. Ik wil hiér in m’n eentje sterven.

Sero.Dat is te laat—(naar omhoog kijkend)en wie weet nog te vroeg. Ik wil hiér in m’n eentje sterven.

Arts.Dat zeg je me bij elk bezoek, maar hier is toch geen plaats …(omzichtig)Je vrouw en dochter kunnen bij je komen.

Arts.Dat zeg je me bij elk bezoek, maar hier is toch geen plaats …(omzichtig)Je vrouw en dochter kunnen bij je komen.

Sero.(de hand op ’t hart)Ik heb geen vrouw—en als ze heeft ’n tafel met vier pooten, geen dochter meer!

Sero.(de hand op ’t hart)Ik heb geen vrouw—en als ze heeft ’n tafel met vier pooten, geen dochter meer!

Arts.(goedig-sussend)Ja, ja, ja, ja! Dat meen je nu, en straks heb je weer andre, dwazer kuren!(naar deur, keert terug)Wil je soms schrijven voor je laatsten wil? Ik vraag dat, waar jij zèlf zoo telkens weer van sterven spreekt!

Arts.(goedig-sussend)Ja, ja, ja, ja! Dat meen je nu, en straks heb je weer andre, dwazer kuren!(naar deur, keert terug)Wil je soms schrijven voor je laatsten wil? Ik vraag dat, waar jij zèlf zoo telkens weer van sterven spreekt!

Sero.M’n laatste wil …(diep ademend)Hè, ’k ben den ballast kwijt—ik word weer mensch, nou dat te groote hart zich uitzet als ’n spons in ’t water! M’n laatste wil, hahaha! Hoe ben ’k met zoo’n groot hart zoo klein geweest daarnet te grienen! ’k Vermaak[475]—dat kan ook zonder testament—en vrij van zegel, registratie!—vermaak m’n geest en ziel aan wie ’r bod op doet,rabbijnenzelfs, pastoors en wie den geldzak kust!—vermaak m’n lichaam, huid en haar, ’t vet en ’t vleesch, aan jonge maatjes in jouw vak van wetenschap, die uit geen béter kringen krijgen ’t materiaal, om voor te snijden op de sectietafel … Vermaak! Vermaak! In ’t leven is de zotheid baas!…

Sero.M’n laatste wil …(diep ademend)Hè, ’k ben den ballast kwijt—ik word weer mensch, nou dat te groote hart zich uitzet als ’n spons in ’t water! M’n laatste wil, hahaha! Hoe ben ’k met zoo’n groot hart zoo klein geweest daarnet te grienen! ’k Vermaak[475]—dat kan ook zonder testament—en vrij van zegel, registratie!—vermaak m’n geest en ziel aan wie ’r bod op doet,rabbijnenzelfs, pastoors en wie den geldzak kust!—vermaak m’n lichaam, huid en haar, ’t vet en ’t vleesch, aan jonge maatjes in jouw vak van wetenschap, die uit geen béter kringen krijgen ’t materiaal, om voor te snijden op de sectietafel … Vermaak! Vermaak! In ’t leven is de zotheid baas!…

Arts.De zotheid, zeg dat wel, vooral jouw zotteklap! Men maakt geen grappen, als men kan vermoeden …

Arts.De zotheid, zeg dat wel, vooral jouw zotteklap! Men maakt geen grappen, als men kan vermoeden …

Sero.… Dat binnenkort ’t zeldzaam-groote hart ligt in ’n glazen huis met spiritus en met ’n varkensblaze-dak!

Sero.… Dat binnenkort ’t zeldzaam-groote hart ligt in ’n glazen huis met spiritus en met ’n varkensblaze-dak!

Arts.’t Is wel. Ik zwijg(bij de deur)’k Zal je den priester sturen.

Arts.’t Is wel. Ik zwijg(bij de deur)’k Zal je den priester sturen.

Sero.Waarom? Waartoe? Ik wil en geef geen absolutie!(De arts gaat schouder-ophalend af. Buiten wordt het spelend rumoer der kinderen sterker. Met de handen op den rug gevouwen, staart Sero eerst naar den schoorsteenval, vervolgens zonder te bewegen naar de richting van het geluid.)’k Zou willen weten wat uit jullie groeit:Ik ga en jullie komen pas den wegGeloopen die zoo wonderschoon kon zijn,Als niet de modder hing aan elken stap,En elke nieuwe, jonge, vrije jeugd,Weer in de óúwe leugens werd verstikt![476]’k Zou willen weten of de lente, dieUit jullie kleine kinderstemmen spreekt,’n Zomer wordt die bloeiend opengaatEn aan de landen eindloos stuifmeel geeft!’k Zou willen weten of de rijke vrucht,Die van geen mensch en toch van iéder is,Door jullie éénsgezind gegrepen wordtEn zóó gesteld dat nooit meer ruwe klauw’t Kost’lijk aardgeschenk vernielen kan …(De gevangene boven klopt)Dat zien wij twee, jij dief en moordenaar,En ik, dìe langs de wegen ben gegaan,Om zonder aarz’len mensche-plicht te doen—Dat zien wij twee niet meer—maar zij—misschien …

Sero.Waarom? Waartoe? Ik wil en geef geen absolutie!(De arts gaat schouder-ophalend af. Buiten wordt het spelend rumoer der kinderen sterker. Met de handen op den rug gevouwen, staart Sero eerst naar den schoorsteenval, vervolgens zonder te bewegen naar de richting van het geluid.)

’k Zou willen weten wat uit jullie groeit:

Ik ga en jullie komen pas den weg

Geloopen die zoo wonderschoon kon zijn,

Als niet de modder hing aan elken stap,

En elke nieuwe, jonge, vrije jeugd,

Weer in de óúwe leugens werd verstikt![476]

’k Zou willen weten of de lente, die

Uit jullie kleine kinderstemmen spreekt,

’n Zomer wordt die bloeiend opengaat

En aan de landen eindloos stuifmeel geeft!

’k Zou willen weten of de rijke vrucht,

Die van geen mensch en toch van iéder is,

Door jullie éénsgezind gegrepen wordt

En zóó gesteld dat nooit meer ruwe klauw

’t Kost’lijk aardgeschenk vernielen kan …(De gevangene boven klopt)

Dat zien wij twee, jij dief en moordenaar,

En ik, dìe langs de wegen ben gegaan,

Om zonder aarz’len mensche-plicht te doen—

Dat zien wij twee niet meer—maar zij—misschien …

(zet zich op stoel, sorteert).

[Inhoud]Tweede tooneel.Droomelot, 2deWachter, Sero.2deWachter.(ontsluit Droomelot’s cel, laat haar binnen. Zij neemt haar masker af, geeft dat den Wachter, die haar onder de kin strijkt. Zij wijkt verschrikt achteruit)Hahaha! Doe niet zoo preutsch, jij leep en listig ding! ’k Draag niet m’n oogen in m’n zak en ’k heb twee ooren als trompetten! Ja, kijk maar lekker rond—’t wordt hier ’n fijne keet!Droomelot.Wie heeft dat alles hier gebracht?2deWachter.Wie?—Ik en m’n maats![477]Droomelot.Wanneer?2deWachter.Terwijl je werd gelucht! Hahaha, de heele wacht is uitgeloopen, en heeft zich voor jouw deur ’n uitgezakte breuk gelachen! Jij ben ’n bliksems-gladde, kleine helleveeg. Je moeder kan ’n puntje an jou zuigen! En as je éven handig blijft, en ’m zoo zacht an ’t lijntje houdt, ’m snoepen laat met mondjesmaat, en of je ’r tièn zoo aan je vingers heb, ’m onverschillig op z’n koppie krauwt—dan lijm je ’m vast nog jaren lang en wat jij wil, krijg jij gedaan! Tik voor je aan, met veel respect! En as je je bij hèm verveelt, in plaats van elken dag kandij, ’ns watertandt naar mager spek: dan heb je maar ’n kik te geven! Met veel respect! Hahaha!(treedtnoglachend bij Sero binnen; nijdig)Raap op dat brood! Al smijt je ’r mee: je krijgt geen ander!(Sero bukt zich, legt het op het bed. Wachter rukt stoel weg, zet dien buiten, keert terug, sluit het raam. Droomelot heeft de bloemen opgenomen, laat die vallen, zet zich op haar stoel.)Sero.Móét ’t al dicht? Màg ’t niet langer open?2deWachter.Je kan je zelf wel antwoord geven!Sero.’t Is toch ’n kleinen dienst dien ik je vraag!2deWachter.Als ik je luchten wóú, heb je ’t verdomd! Je was te slap, niewaar?, te ziek, niewaar?, om naar de plaats te loopen! Hier geef ìk jou geen lucht, nog niet voor tien doktoren! ’k Vertrouw je[478]net van hier tot daar! Jij ben in staat, of anders zijn ’t je vrinden om bij zoo’n open raam … Ha-ha-ha, heb ik je door?Sero.(moeilijk)Mag ik vandaag?2deWachter.Nou, wat? Leg niet te pruimen op je woorden!Sero.Mag ’k vandaag—mee naar de plaats! Ik wou voor ’t laatst de zon nog zien.2deWachter.Wel, wel—nou zoo ineens? De tijd van luchten is voorbij—moet je tot morgen wachten!Sero.(spottend)Ik heb misschien geen morgen meer.2deWachter.Daar làcht-ie om, ’t stuk ongeluk! Dàt wil de zon nog zien! De zon, die draait ’r kooi niet in, as jij geen afscheid neemt! Vooruit dan maar! ’k Ben gek gedorie da’k ’t doe!(laat sleutelbos vallen)… Raap op!(Sero geeft hem de sleutels)Ha-ha, heb ik je goed gedrild? Komt ’t ontzag ’r langzaam in? Als ik jouw vader was geweest …Sero.Was jij voorzeker in je bèd gestorven!2deWachter.(’t masker gevend)Pak an! Zet op! Geen kletspraat onderweg, geen teekens, geen gefluit!Sero.Dat masker ruikt naar karneval![479]2deWachter.Ha-ha-ha!(’t ook beruikend).Dat is ’t luch-ie van de harem, hier dichtebij! Naastan wascht een ’r snuit met beter zeep dan jij, omdat ze met Zijn Excellentie trekkebekt!(Sero rukt ’t masker af)Zet op! Wat suf je nou? Vooruit! Je hoeft niet vies van ’r te wezen! As jij as teef geboren was, liep ook de duurste reu je na! Zóó as ’t voorjaar is, is iedre hond-van-ras z’n moer en stand vergeten en rent in d’achterbuurt met ’t smerigst mormel mee!…(Sero laat ’t masker vallen)Wat mier jij nou? Vooruit! Zet op!… En as je onderweg ’n flauwte krijgt—ik ken je foefies, ouwe smakker!—giet ik ’n emmer langs je leeg!(duwt hem voort).

Tweede tooneel.Droomelot, 2deWachter, Sero.2deWachter.(ontsluit Droomelot’s cel, laat haar binnen. Zij neemt haar masker af, geeft dat den Wachter, die haar onder de kin strijkt. Zij wijkt verschrikt achteruit)Hahaha! Doe niet zoo preutsch, jij leep en listig ding! ’k Draag niet m’n oogen in m’n zak en ’k heb twee ooren als trompetten! Ja, kijk maar lekker rond—’t wordt hier ’n fijne keet!Droomelot.Wie heeft dat alles hier gebracht?2deWachter.Wie?—Ik en m’n maats![477]Droomelot.Wanneer?2deWachter.Terwijl je werd gelucht! Hahaha, de heele wacht is uitgeloopen, en heeft zich voor jouw deur ’n uitgezakte breuk gelachen! Jij ben ’n bliksems-gladde, kleine helleveeg. Je moeder kan ’n puntje an jou zuigen! En as je éven handig blijft, en ’m zoo zacht an ’t lijntje houdt, ’m snoepen laat met mondjesmaat, en of je ’r tièn zoo aan je vingers heb, ’m onverschillig op z’n koppie krauwt—dan lijm je ’m vast nog jaren lang en wat jij wil, krijg jij gedaan! Tik voor je aan, met veel respect! En as je je bij hèm verveelt, in plaats van elken dag kandij, ’ns watertandt naar mager spek: dan heb je maar ’n kik te geven! Met veel respect! Hahaha!(treedtnoglachend bij Sero binnen; nijdig)Raap op dat brood! Al smijt je ’r mee: je krijgt geen ander!(Sero bukt zich, legt het op het bed. Wachter rukt stoel weg, zet dien buiten, keert terug, sluit het raam. Droomelot heeft de bloemen opgenomen, laat die vallen, zet zich op haar stoel.)Sero.Móét ’t al dicht? Màg ’t niet langer open?2deWachter.Je kan je zelf wel antwoord geven!Sero.’t Is toch ’n kleinen dienst dien ik je vraag!2deWachter.Als ik je luchten wóú, heb je ’t verdomd! Je was te slap, niewaar?, te ziek, niewaar?, om naar de plaats te loopen! Hier geef ìk jou geen lucht, nog niet voor tien doktoren! ’k Vertrouw je[478]net van hier tot daar! Jij ben in staat, of anders zijn ’t je vrinden om bij zoo’n open raam … Ha-ha-ha, heb ik je door?Sero.(moeilijk)Mag ik vandaag?2deWachter.Nou, wat? Leg niet te pruimen op je woorden!Sero.Mag ’k vandaag—mee naar de plaats! Ik wou voor ’t laatst de zon nog zien.2deWachter.Wel, wel—nou zoo ineens? De tijd van luchten is voorbij—moet je tot morgen wachten!Sero.(spottend)Ik heb misschien geen morgen meer.2deWachter.Daar làcht-ie om, ’t stuk ongeluk! Dàt wil de zon nog zien! De zon, die draait ’r kooi niet in, as jij geen afscheid neemt! Vooruit dan maar! ’k Ben gek gedorie da’k ’t doe!(laat sleutelbos vallen)… Raap op!(Sero geeft hem de sleutels)Ha-ha, heb ik je goed gedrild? Komt ’t ontzag ’r langzaam in? Als ik jouw vader was geweest …Sero.Was jij voorzeker in je bèd gestorven!2deWachter.(’t masker gevend)Pak an! Zet op! Geen kletspraat onderweg, geen teekens, geen gefluit!Sero.Dat masker ruikt naar karneval![479]2deWachter.Ha-ha-ha!(’t ook beruikend).Dat is ’t luch-ie van de harem, hier dichtebij! Naastan wascht een ’r snuit met beter zeep dan jij, omdat ze met Zijn Excellentie trekkebekt!(Sero rukt ’t masker af)Zet op! Wat suf je nou? Vooruit! Je hoeft niet vies van ’r te wezen! As jij as teef geboren was, liep ook de duurste reu je na! Zóó as ’t voorjaar is, is iedre hond-van-ras z’n moer en stand vergeten en rent in d’achterbuurt met ’t smerigst mormel mee!…(Sero laat ’t masker vallen)Wat mier jij nou? Vooruit! Zet op!… En as je onderweg ’n flauwte krijgt—ik ken je foefies, ouwe smakker!—giet ik ’n emmer langs je leeg!(duwt hem voort).

Droomelot, 2deWachter, Sero.

2deWachter.(ontsluit Droomelot’s cel, laat haar binnen. Zij neemt haar masker af, geeft dat den Wachter, die haar onder de kin strijkt. Zij wijkt verschrikt achteruit)Hahaha! Doe niet zoo preutsch, jij leep en listig ding! ’k Draag niet m’n oogen in m’n zak en ’k heb twee ooren als trompetten! Ja, kijk maar lekker rond—’t wordt hier ’n fijne keet!

2deWachter.(ontsluit Droomelot’s cel, laat haar binnen. Zij neemt haar masker af, geeft dat den Wachter, die haar onder de kin strijkt. Zij wijkt verschrikt achteruit)Hahaha! Doe niet zoo preutsch, jij leep en listig ding! ’k Draag niet m’n oogen in m’n zak en ’k heb twee ooren als trompetten! Ja, kijk maar lekker rond—’t wordt hier ’n fijne keet!

Droomelot.Wie heeft dat alles hier gebracht?

Droomelot.Wie heeft dat alles hier gebracht?

2deWachter.Wie?—Ik en m’n maats!

2deWachter.Wie?—Ik en m’n maats!

[477]

Droomelot.Wanneer?

Droomelot.Wanneer?

2deWachter.Terwijl je werd gelucht! Hahaha, de heele wacht is uitgeloopen, en heeft zich voor jouw deur ’n uitgezakte breuk gelachen! Jij ben ’n bliksems-gladde, kleine helleveeg. Je moeder kan ’n puntje an jou zuigen! En as je éven handig blijft, en ’m zoo zacht an ’t lijntje houdt, ’m snoepen laat met mondjesmaat, en of je ’r tièn zoo aan je vingers heb, ’m onverschillig op z’n koppie krauwt—dan lijm je ’m vast nog jaren lang en wat jij wil, krijg jij gedaan! Tik voor je aan, met veel respect! En as je je bij hèm verveelt, in plaats van elken dag kandij, ’ns watertandt naar mager spek: dan heb je maar ’n kik te geven! Met veel respect! Hahaha!(treedtnoglachend bij Sero binnen; nijdig)Raap op dat brood! Al smijt je ’r mee: je krijgt geen ander!(Sero bukt zich, legt het op het bed. Wachter rukt stoel weg, zet dien buiten, keert terug, sluit het raam. Droomelot heeft de bloemen opgenomen, laat die vallen, zet zich op haar stoel.)

2deWachter.Terwijl je werd gelucht! Hahaha, de heele wacht is uitgeloopen, en heeft zich voor jouw deur ’n uitgezakte breuk gelachen! Jij ben ’n bliksems-gladde, kleine helleveeg. Je moeder kan ’n puntje an jou zuigen! En as je éven handig blijft, en ’m zoo zacht an ’t lijntje houdt, ’m snoepen laat met mondjesmaat, en of je ’r tièn zoo aan je vingers heb, ’m onverschillig op z’n koppie krauwt—dan lijm je ’m vast nog jaren lang en wat jij wil, krijg jij gedaan! Tik voor je aan, met veel respect! En as je je bij hèm verveelt, in plaats van elken dag kandij, ’ns watertandt naar mager spek: dan heb je maar ’n kik te geven! Met veel respect! Hahaha!(treedtnoglachend bij Sero binnen; nijdig)Raap op dat brood! Al smijt je ’r mee: je krijgt geen ander!(Sero bukt zich, legt het op het bed. Wachter rukt stoel weg, zet dien buiten, keert terug, sluit het raam. Droomelot heeft de bloemen opgenomen, laat die vallen, zet zich op haar stoel.)

Sero.Móét ’t al dicht? Màg ’t niet langer open?

Sero.Móét ’t al dicht? Màg ’t niet langer open?

2deWachter.Je kan je zelf wel antwoord geven!

2deWachter.Je kan je zelf wel antwoord geven!

Sero.’t Is toch ’n kleinen dienst dien ik je vraag!

Sero.’t Is toch ’n kleinen dienst dien ik je vraag!

2deWachter.Als ik je luchten wóú, heb je ’t verdomd! Je was te slap, niewaar?, te ziek, niewaar?, om naar de plaats te loopen! Hier geef ìk jou geen lucht, nog niet voor tien doktoren! ’k Vertrouw je[478]net van hier tot daar! Jij ben in staat, of anders zijn ’t je vrinden om bij zoo’n open raam … Ha-ha-ha, heb ik je door?

2deWachter.Als ik je luchten wóú, heb je ’t verdomd! Je was te slap, niewaar?, te ziek, niewaar?, om naar de plaats te loopen! Hier geef ìk jou geen lucht, nog niet voor tien doktoren! ’k Vertrouw je[478]net van hier tot daar! Jij ben in staat, of anders zijn ’t je vrinden om bij zoo’n open raam … Ha-ha-ha, heb ik je door?

Sero.(moeilijk)Mag ik vandaag?

Sero.(moeilijk)Mag ik vandaag?

2deWachter.Nou, wat? Leg niet te pruimen op je woorden!

2deWachter.Nou, wat? Leg niet te pruimen op je woorden!

Sero.Mag ’k vandaag—mee naar de plaats! Ik wou voor ’t laatst de zon nog zien.

Sero.Mag ’k vandaag—mee naar de plaats! Ik wou voor ’t laatst de zon nog zien.

2deWachter.Wel, wel—nou zoo ineens? De tijd van luchten is voorbij—moet je tot morgen wachten!

2deWachter.Wel, wel—nou zoo ineens? De tijd van luchten is voorbij—moet je tot morgen wachten!

Sero.(spottend)Ik heb misschien geen morgen meer.

Sero.(spottend)Ik heb misschien geen morgen meer.

2deWachter.Daar làcht-ie om, ’t stuk ongeluk! Dàt wil de zon nog zien! De zon, die draait ’r kooi niet in, as jij geen afscheid neemt! Vooruit dan maar! ’k Ben gek gedorie da’k ’t doe!(laat sleutelbos vallen)… Raap op!(Sero geeft hem de sleutels)Ha-ha, heb ik je goed gedrild? Komt ’t ontzag ’r langzaam in? Als ik jouw vader was geweest …

2deWachter.Daar làcht-ie om, ’t stuk ongeluk! Dàt wil de zon nog zien! De zon, die draait ’r kooi niet in, as jij geen afscheid neemt! Vooruit dan maar! ’k Ben gek gedorie da’k ’t doe!(laat sleutelbos vallen)… Raap op!(Sero geeft hem de sleutels)Ha-ha, heb ik je goed gedrild? Komt ’t ontzag ’r langzaam in? Als ik jouw vader was geweest …

Sero.Was jij voorzeker in je bèd gestorven!

Sero.Was jij voorzeker in je bèd gestorven!

2deWachter.(’t masker gevend)Pak an! Zet op! Geen kletspraat onderweg, geen teekens, geen gefluit!

2deWachter.(’t masker gevend)Pak an! Zet op! Geen kletspraat onderweg, geen teekens, geen gefluit!

Sero.Dat masker ruikt naar karneval!

Sero.Dat masker ruikt naar karneval!

[479]

2deWachter.Ha-ha-ha!(’t ook beruikend).Dat is ’t luch-ie van de harem, hier dichtebij! Naastan wascht een ’r snuit met beter zeep dan jij, omdat ze met Zijn Excellentie trekkebekt!(Sero rukt ’t masker af)Zet op! Wat suf je nou? Vooruit! Je hoeft niet vies van ’r te wezen! As jij as teef geboren was, liep ook de duurste reu je na! Zóó as ’t voorjaar is, is iedre hond-van-ras z’n moer en stand vergeten en rent in d’achterbuurt met ’t smerigst mormel mee!…(Sero laat ’t masker vallen)Wat mier jij nou? Vooruit! Zet op!… En as je onderweg ’n flauwte krijgt—ik ken je foefies, ouwe smakker!—giet ik ’n emmer langs je leeg!(duwt hem voort).

2deWachter.Ha-ha-ha!(’t ook beruikend).Dat is ’t luch-ie van de harem, hier dichtebij! Naastan wascht een ’r snuit met beter zeep dan jij, omdat ze met Zijn Excellentie trekkebekt!(Sero rukt ’t masker af)Zet op! Wat suf je nou? Vooruit! Je hoeft niet vies van ’r te wezen! As jij as teef geboren was, liep ook de duurste reu je na! Zóó as ’t voorjaar is, is iedre hond-van-ras z’n moer en stand vergeten en rent in d’achterbuurt met ’t smerigst mormel mee!…(Sero laat ’t masker vallen)Wat mier jij nou? Vooruit! Zet op!… En as je onderweg ’n flauwte krijgt—ik ken je foefies, ouwe smakker!—giet ik ’n emmer langs je leeg!(duwt hem voort).

[Inhoud]Derde tooneel.Regent, Droomelot.Droomelot.(heeft de papieren gelezen, bergt die op)O, vadertje, als je eens wist—als je eens weten kon!Regent.(onstuimig binnentredend, werpt mantel en hoed op divan)Daar ben ik weer—verdoemd, terwijl ’k gister pas gezworen heb, nóóit meer ’n stap hier in ’t hok te zetten! Daar ben ik weer, voor spot van soldeniers en wachters!(zij smakt met het hoofd op de tafel)Daar ben ik weer! Heb je me niet verstaan? Dat is geen houding die jou past, als ik hier ben!(rukt haar omhoog)Zit recht en kijk me aan!… Heb jij, heb jij de bloemen die[480]ik zelf voor jou geplukt, daar op den grond gesmeten? Neem op! Neem op!(houdt haar tegen, bukt, legt haar de bloemen in den schoot, grijpt geknield haar handen).Daar ben ik weer: doe met me wat je wil!Trap me en sla je handen om m’n strot—Kwel me en laat me kruipen als ’n dier,Dat nog je nasluipt, als ’t geranseld wordt!Ik kan niet buiten jou, m’n Droomelot!Ik hijg in eenzaamheid m’n uren door,Je hatend en verwenschend eindeloosEn naar je snakkend met zoo’n woesten lust,Zoo’n rauwen opstand van m’n heele lijf,Dat ik m’n tanden in m’n lippen zet,En met m’n vuisten beuk m’n gloeiend hoofd!Ik zal je niet en nooit meer met geweldHeendragen naar je bed, als toen dien dag!’k Wil dat je zèlf je armen om me legtEn zèlf den adem van mijn mond begeertEn zelf met dat waanzinnig ongeduld,De slinger-slagen telt, om te zien!(kust haar handen).Zeg nu een woord en staar niet voor je uit!(heftig).Ik wìl en zàl jouw eerstenvrijenkus!Droomelot.(de bloemen zonder hem aan te zien brekend).Je heb me met geweld hierheen gebrachtEn met geweld geleerd wat moeder isEn met geweld gezegd hoe ’k bidden moetEn met geweld gehaald van vader afEn met geweld mijn tranen weggekust[481]En met geweld me ’t vrees’lijke gedaan(smijt alle bloemen neer).Maar dàt, dat uit mezelf, dat kàn ik niet!Regent.Dat kun je niet!Droomelot.Dat kan ik niet …Regent.Ook niet—als—als … als ik je smeek en bid?(zij schudt het hoofd)… Ook niet als iedre wensch van jou …Droomelot.’k Heb ’r maar een—hier dood te gaan!Regent(haar in de armen nemend).Kom nu, m’n kleine, kleine Droomelot:Je weet hoe ik je slaaf geworden ben,Hoe ik, die honderd vrouwen heb gehad,Gehad en weer verschopt, hoe ’k van jóú hou,En hoe je me gelukkig maken kanDoor éven vroolijk kijken en ’n lach!Is ’r een deur, die hier gesloten blijft?Ben je niet vrij, ook zonder dat je vraagt?Droomelot.(zich losrukkend).Ik wil niet vrij!Regent.Je wil niet vrij? Waarom?Droomelot.Als ’k buiten kom, dan ken ik maar één stapWaar ’t water diep is, en geen mensch me ziet,[482]Waar ’k niet meer denk en tob, en niet meer vreesDat ik m’n vadertje ontmoeten zal.’k Hoop dat-ie sterft, voor iemand ’m dat zegt …Regent.Dat kàn ’m niemand zeggen!Droomelot.Iedereen!(divan en kleeden bedoelend).Waar zooveel wachters dat en dat gezien,Hoort ’t de heele stad eer ’t avond isEn eer ’t avond is, hoort hij ’t ook!(valt snikkend neer).Regent.Hij hoort ’t niet en nóóit!Droomelot.Hij weet ’t al!Regent.En als-ie ’t weet, wat raakt dat mij—en jou!Druk een keer zèlf je lippen op mijn mondEn wee degeen die dan niet voor je buigt!Droomelot.(in knielende houding, de oogen gesloten)Ik zeg—ik zeg niet langer nee … Ik zal …Regent.Je zult …?Droomelot.Ik zal je kussen op je mond …Regent.Uit vrijen wil?Droomelot.Dankbaar—uit vrijen wil—als ’k dan voor goed vrij-uit mag gaan![483]Regent.Waarheen?Droomelot.Waar ’k nooit meer vadertje ontmoeten kan!Regent.Je vader niet—maar mij?Droomelot.Geen sterveling!Regent.Verdoemd! Ben jij zoo op den dood verzot, enkel uit angst …Droomelot.Voor zìjn twee oogen—ja!Regent.En voor die van je moeder dan?Droomelot.Voor haar? Ik ben geworden wat mijn moeder is.Regent.En als-ie nu gestorven was—of weer—neem dat eens aan: opnieuw gevangen werd …Droomelot.Als hij gestorven was—is-ie dat dan?Regent.Hij is nog hier—hij is niet weg geweest!Droomelot.Niet weg geweest?… En jij, je gaf je woord!Regent.Dat heb ik ook gegeven in m’n roes!(moeilijk pratend en lachend, terwijl zij met eene verjonging van het gelaat voor zich heen staart).’k Heb dronken wel m’n zaligheid beloofd,Meer dan ik had en ik belooven kon[484]Om als m’n dolle kop weer nuchter was,’t—met verstand—weer andersom te doen!Maar jij—maar jij!—hield jij je woord dan wel?Dee ’t je wat, dat jij me had bekeerdNiet langer je te kussen met geweld?Dee ’t je wat of ik krankzinnig werd?Heb ’k niet gekropen en mezelf verlaagdHeb ik een oogenblik voor jou bestaan?Droomelot.(starend).Hij is niet weg geweest—en hoort ’t nooit.…Regent.(sleutels op divan smijtend).Nu lieg ik niet en laat ik je de keusEn speel niet met den tijd, eer ’t me berouwt!Daar zijn de sleutels om hier uit te gaan,Voor hem èn jou, of voor jou heel alleen,Of als-ie wil, voor hèm, terwijl jij blijft,Als jij je volle ziel me overgeeft,En met den geur van bei je lippen zegt,Dat ìk de koning van je droomen ben,Dat jij me toebehoort met al den lust,Die de verkwikking is van jonge min!Ik zweer …Droomelot.Dat heb je gister pas gedaan!Regent.Ik steek m’n vingers op …Droomelot.’k Geloof je niet!Regent.Ik laat de sleutels hier …[485]Droomelot.En neemt ze weer terug! Zooals je op je woord getrapt!Regent.(heft z’n vuist, wijkt bij haar oogen, werpt de deur open).Ik wacht.Droomelot.(voor zich uit glimlachend).Voor ik m’n beste zelf jou geefEn ongedwongen jóú tot liefste neem,En jou vertel het diep en teer geheim,Dat me in wreede nachten heeft ontrust,Vraag ’k zekerheid, dat ’k gaan kan ongestoord …Regent.Gaan naar den dood?Droomelot.Nee! Naar ’t leven heen!Regent.En als je me bedriegt?Droomelot.’k Bedrieg je niet!Regent.Ik zekerheid—maar jij geen onderpand!Droomelot.’r Is ’r een …Regent.Wat dan?Droomelot.Wat dan?… Ons—kind.Regent.Ons kind!(grijpt haar onstuimig in de armen).Ons kind—en jij je weigert nog.[486]Droomelot(haar gelaat hijgend afwendend).Ikheb ’t niet gewild—heb ’t verwenscht …Regent(lachend voor zich uit starend, holt de gang in, wenkt wachter).Kom hier! En zeg aan al je kameraads,Aan alle wachters en aan iedereen,Dat zij de vrijheid heeft om heen te gaan,Heen waar ze wenscht en waar ’t ’r behaagtEn dat ’n klacht van haar een vonnis wordt!(Wachter tikt aan, verwijdert zich)Dat is mijn kind!(grijpt haar handen).Droomelot(trotsch).Nee, nee—’t is van mij!Regent.Ik zorg ’r voor—ik voed ’t op!Droomelot(de handen terugtrekkend).Nee ik.Regent.Ik! Jij!—Jij! Ik!—Dat komt op ’t zelfde neer!Krijg ’k nu wat ’k heb gevraagd die maanden lang?

Derde tooneel.Regent, Droomelot.Droomelot.(heeft de papieren gelezen, bergt die op)O, vadertje, als je eens wist—als je eens weten kon!Regent.(onstuimig binnentredend, werpt mantel en hoed op divan)Daar ben ik weer—verdoemd, terwijl ’k gister pas gezworen heb, nóóit meer ’n stap hier in ’t hok te zetten! Daar ben ik weer, voor spot van soldeniers en wachters!(zij smakt met het hoofd op de tafel)Daar ben ik weer! Heb je me niet verstaan? Dat is geen houding die jou past, als ik hier ben!(rukt haar omhoog)Zit recht en kijk me aan!… Heb jij, heb jij de bloemen die[480]ik zelf voor jou geplukt, daar op den grond gesmeten? Neem op! Neem op!(houdt haar tegen, bukt, legt haar de bloemen in den schoot, grijpt geknield haar handen).Daar ben ik weer: doe met me wat je wil!Trap me en sla je handen om m’n strot—Kwel me en laat me kruipen als ’n dier,Dat nog je nasluipt, als ’t geranseld wordt!Ik kan niet buiten jou, m’n Droomelot!Ik hijg in eenzaamheid m’n uren door,Je hatend en verwenschend eindeloosEn naar je snakkend met zoo’n woesten lust,Zoo’n rauwen opstand van m’n heele lijf,Dat ik m’n tanden in m’n lippen zet,En met m’n vuisten beuk m’n gloeiend hoofd!Ik zal je niet en nooit meer met geweldHeendragen naar je bed, als toen dien dag!’k Wil dat je zèlf je armen om me legtEn zèlf den adem van mijn mond begeertEn zelf met dat waanzinnig ongeduld,De slinger-slagen telt, om te zien!(kust haar handen).Zeg nu een woord en staar niet voor je uit!(heftig).Ik wìl en zàl jouw eerstenvrijenkus!Droomelot.(de bloemen zonder hem aan te zien brekend).Je heb me met geweld hierheen gebrachtEn met geweld geleerd wat moeder isEn met geweld gezegd hoe ’k bidden moetEn met geweld gehaald van vader afEn met geweld mijn tranen weggekust[481]En met geweld me ’t vrees’lijke gedaan(smijt alle bloemen neer).Maar dàt, dat uit mezelf, dat kàn ik niet!Regent.Dat kun je niet!Droomelot.Dat kan ik niet …Regent.Ook niet—als—als … als ik je smeek en bid?(zij schudt het hoofd)… Ook niet als iedre wensch van jou …Droomelot.’k Heb ’r maar een—hier dood te gaan!Regent(haar in de armen nemend).Kom nu, m’n kleine, kleine Droomelot:Je weet hoe ik je slaaf geworden ben,Hoe ik, die honderd vrouwen heb gehad,Gehad en weer verschopt, hoe ’k van jóú hou,En hoe je me gelukkig maken kanDoor éven vroolijk kijken en ’n lach!Is ’r een deur, die hier gesloten blijft?Ben je niet vrij, ook zonder dat je vraagt?Droomelot.(zich losrukkend).Ik wil niet vrij!Regent.Je wil niet vrij? Waarom?Droomelot.Als ’k buiten kom, dan ken ik maar één stapWaar ’t water diep is, en geen mensch me ziet,[482]Waar ’k niet meer denk en tob, en niet meer vreesDat ik m’n vadertje ontmoeten zal.’k Hoop dat-ie sterft, voor iemand ’m dat zegt …Regent.Dat kàn ’m niemand zeggen!Droomelot.Iedereen!(divan en kleeden bedoelend).Waar zooveel wachters dat en dat gezien,Hoort ’t de heele stad eer ’t avond isEn eer ’t avond is, hoort hij ’t ook!(valt snikkend neer).Regent.Hij hoort ’t niet en nóóit!Droomelot.Hij weet ’t al!Regent.En als-ie ’t weet, wat raakt dat mij—en jou!Druk een keer zèlf je lippen op mijn mondEn wee degeen die dan niet voor je buigt!Droomelot.(in knielende houding, de oogen gesloten)Ik zeg—ik zeg niet langer nee … Ik zal …Regent.Je zult …?Droomelot.Ik zal je kussen op je mond …Regent.Uit vrijen wil?Droomelot.Dankbaar—uit vrijen wil—als ’k dan voor goed vrij-uit mag gaan![483]Regent.Waarheen?Droomelot.Waar ’k nooit meer vadertje ontmoeten kan!Regent.Je vader niet—maar mij?Droomelot.Geen sterveling!Regent.Verdoemd! Ben jij zoo op den dood verzot, enkel uit angst …Droomelot.Voor zìjn twee oogen—ja!Regent.En voor die van je moeder dan?Droomelot.Voor haar? Ik ben geworden wat mijn moeder is.Regent.En als-ie nu gestorven was—of weer—neem dat eens aan: opnieuw gevangen werd …Droomelot.Als hij gestorven was—is-ie dat dan?Regent.Hij is nog hier—hij is niet weg geweest!Droomelot.Niet weg geweest?… En jij, je gaf je woord!Regent.Dat heb ik ook gegeven in m’n roes!(moeilijk pratend en lachend, terwijl zij met eene verjonging van het gelaat voor zich heen staart).’k Heb dronken wel m’n zaligheid beloofd,Meer dan ik had en ik belooven kon[484]Om als m’n dolle kop weer nuchter was,’t—met verstand—weer andersom te doen!Maar jij—maar jij!—hield jij je woord dan wel?Dee ’t je wat, dat jij me had bekeerdNiet langer je te kussen met geweld?Dee ’t je wat of ik krankzinnig werd?Heb ’k niet gekropen en mezelf verlaagdHeb ik een oogenblik voor jou bestaan?Droomelot.(starend).Hij is niet weg geweest—en hoort ’t nooit.…Regent.(sleutels op divan smijtend).Nu lieg ik niet en laat ik je de keusEn speel niet met den tijd, eer ’t me berouwt!Daar zijn de sleutels om hier uit te gaan,Voor hem èn jou, of voor jou heel alleen,Of als-ie wil, voor hèm, terwijl jij blijft,Als jij je volle ziel me overgeeft,En met den geur van bei je lippen zegt,Dat ìk de koning van je droomen ben,Dat jij me toebehoort met al den lust,Die de verkwikking is van jonge min!Ik zweer …Droomelot.Dat heb je gister pas gedaan!Regent.Ik steek m’n vingers op …Droomelot.’k Geloof je niet!Regent.Ik laat de sleutels hier …[485]Droomelot.En neemt ze weer terug! Zooals je op je woord getrapt!Regent.(heft z’n vuist, wijkt bij haar oogen, werpt de deur open).Ik wacht.Droomelot.(voor zich uit glimlachend).Voor ik m’n beste zelf jou geefEn ongedwongen jóú tot liefste neem,En jou vertel het diep en teer geheim,Dat me in wreede nachten heeft ontrust,Vraag ’k zekerheid, dat ’k gaan kan ongestoord …Regent.Gaan naar den dood?Droomelot.Nee! Naar ’t leven heen!Regent.En als je me bedriegt?Droomelot.’k Bedrieg je niet!Regent.Ik zekerheid—maar jij geen onderpand!Droomelot.’r Is ’r een …Regent.Wat dan?Droomelot.Wat dan?… Ons—kind.Regent.Ons kind!(grijpt haar onstuimig in de armen).Ons kind—en jij je weigert nog.[486]Droomelot(haar gelaat hijgend afwendend).Ikheb ’t niet gewild—heb ’t verwenscht …Regent(lachend voor zich uit starend, holt de gang in, wenkt wachter).Kom hier! En zeg aan al je kameraads,Aan alle wachters en aan iedereen,Dat zij de vrijheid heeft om heen te gaan,Heen waar ze wenscht en waar ’t ’r behaagtEn dat ’n klacht van haar een vonnis wordt!(Wachter tikt aan, verwijdert zich)Dat is mijn kind!(grijpt haar handen).Droomelot(trotsch).Nee, nee—’t is van mij!Regent.Ik zorg ’r voor—ik voed ’t op!Droomelot(de handen terugtrekkend).Nee ik.Regent.Ik! Jij!—Jij! Ik!—Dat komt op ’t zelfde neer!Krijg ’k nu wat ’k heb gevraagd die maanden lang?

Regent, Droomelot.

Droomelot.(heeft de papieren gelezen, bergt die op)O, vadertje, als je eens wist—als je eens weten kon!

Droomelot.(heeft de papieren gelezen, bergt die op)O, vadertje, als je eens wist—als je eens weten kon!

Regent.(onstuimig binnentredend, werpt mantel en hoed op divan)Daar ben ik weer—verdoemd, terwijl ’k gister pas gezworen heb, nóóit meer ’n stap hier in ’t hok te zetten! Daar ben ik weer, voor spot van soldeniers en wachters!(zij smakt met het hoofd op de tafel)Daar ben ik weer! Heb je me niet verstaan? Dat is geen houding die jou past, als ik hier ben!(rukt haar omhoog)Zit recht en kijk me aan!… Heb jij, heb jij de bloemen die[480]ik zelf voor jou geplukt, daar op den grond gesmeten? Neem op! Neem op!(houdt haar tegen, bukt, legt haar de bloemen in den schoot, grijpt geknield haar handen).Daar ben ik weer: doe met me wat je wil!Trap me en sla je handen om m’n strot—Kwel me en laat me kruipen als ’n dier,Dat nog je nasluipt, als ’t geranseld wordt!Ik kan niet buiten jou, m’n Droomelot!Ik hijg in eenzaamheid m’n uren door,Je hatend en verwenschend eindeloosEn naar je snakkend met zoo’n woesten lust,Zoo’n rauwen opstand van m’n heele lijf,Dat ik m’n tanden in m’n lippen zet,En met m’n vuisten beuk m’n gloeiend hoofd!Ik zal je niet en nooit meer met geweldHeendragen naar je bed, als toen dien dag!’k Wil dat je zèlf je armen om me legtEn zèlf den adem van mijn mond begeertEn zelf met dat waanzinnig ongeduld,De slinger-slagen telt, om te zien!(kust haar handen).Zeg nu een woord en staar niet voor je uit!(heftig).Ik wìl en zàl jouw eerstenvrijenkus!

Regent.(onstuimig binnentredend, werpt mantel en hoed op divan)Daar ben ik weer—verdoemd, terwijl ’k gister pas gezworen heb, nóóit meer ’n stap hier in ’t hok te zetten! Daar ben ik weer, voor spot van soldeniers en wachters!(zij smakt met het hoofd op de tafel)Daar ben ik weer! Heb je me niet verstaan? Dat is geen houding die jou past, als ik hier ben!(rukt haar omhoog)Zit recht en kijk me aan!… Heb jij, heb jij de bloemen die[480]ik zelf voor jou geplukt, daar op den grond gesmeten? Neem op! Neem op!(houdt haar tegen, bukt, legt haar de bloemen in den schoot, grijpt geknield haar handen).

Daar ben ik weer: doe met me wat je wil!

Trap me en sla je handen om m’n strot—

Kwel me en laat me kruipen als ’n dier,

Dat nog je nasluipt, als ’t geranseld wordt!

Ik kan niet buiten jou, m’n Droomelot!

Ik hijg in eenzaamheid m’n uren door,

Je hatend en verwenschend eindeloos

En naar je snakkend met zoo’n woesten lust,

Zoo’n rauwen opstand van m’n heele lijf,

Dat ik m’n tanden in m’n lippen zet,

En met m’n vuisten beuk m’n gloeiend hoofd!

Ik zal je niet en nooit meer met geweld

Heendragen naar je bed, als toen dien dag!

’k Wil dat je zèlf je armen om me legt

En zèlf den adem van mijn mond begeert

En zelf met dat waanzinnig ongeduld,

De slinger-slagen telt, om te zien!(kust haar handen).

Zeg nu een woord en staar niet voor je uit!(heftig).

Ik wìl en zàl jouw eerstenvrijenkus!

Droomelot.(de bloemen zonder hem aan te zien brekend).Je heb me met geweld hierheen gebrachtEn met geweld geleerd wat moeder isEn met geweld gezegd hoe ’k bidden moetEn met geweld gehaald van vader afEn met geweld mijn tranen weggekust[481]En met geweld me ’t vrees’lijke gedaan(smijt alle bloemen neer).Maar dàt, dat uit mezelf, dat kàn ik niet!

Droomelot.(de bloemen zonder hem aan te zien brekend).

Je heb me met geweld hierheen gebracht

En met geweld geleerd wat moeder is

En met geweld gezegd hoe ’k bidden moet

En met geweld gehaald van vader af

En met geweld mijn tranen weggekust[481]

En met geweld me ’t vrees’lijke gedaan(smijt alle bloemen neer).

Maar dàt, dat uit mezelf, dat kàn ik niet!

Regent.Dat kun je niet!

Regent.Dat kun je niet!

Droomelot.Dat kan ik niet …

Droomelot.Dat kan ik niet …

Regent.Ook niet—als—als … als ik je smeek en bid?(zij schudt het hoofd)… Ook niet als iedre wensch van jou …

Regent.Ook niet—als—als … als ik je smeek en bid?(zij schudt het hoofd)… Ook niet als iedre wensch van jou …

Droomelot.’k Heb ’r maar een—hier dood te gaan!

Droomelot.’k Heb ’r maar een—hier dood te gaan!

Regent(haar in de armen nemend).Kom nu, m’n kleine, kleine Droomelot:Je weet hoe ik je slaaf geworden ben,Hoe ik, die honderd vrouwen heb gehad,Gehad en weer verschopt, hoe ’k van jóú hou,En hoe je me gelukkig maken kanDoor éven vroolijk kijken en ’n lach!Is ’r een deur, die hier gesloten blijft?Ben je niet vrij, ook zonder dat je vraagt?

Regent(haar in de armen nemend).

Kom nu, m’n kleine, kleine Droomelot:

Je weet hoe ik je slaaf geworden ben,

Hoe ik, die honderd vrouwen heb gehad,

Gehad en weer verschopt, hoe ’k van jóú hou,

En hoe je me gelukkig maken kan

Door éven vroolijk kijken en ’n lach!

Is ’r een deur, die hier gesloten blijft?

Ben je niet vrij, ook zonder dat je vraagt?

Droomelot.(zich losrukkend).Ik wil niet vrij!

Droomelot.(zich losrukkend).Ik wil niet vrij!

Regent.Je wil niet vrij? Waarom?

Regent.Je wil niet vrij? Waarom?

Droomelot.Als ’k buiten kom, dan ken ik maar één stapWaar ’t water diep is, en geen mensch me ziet,[482]Waar ’k niet meer denk en tob, en niet meer vreesDat ik m’n vadertje ontmoeten zal.’k Hoop dat-ie sterft, voor iemand ’m dat zegt …

Droomelot.

Als ’k buiten kom, dan ken ik maar één stap

Waar ’t water diep is, en geen mensch me ziet,[482]

Waar ’k niet meer denk en tob, en niet meer vrees

Dat ik m’n vadertje ontmoeten zal.

’k Hoop dat-ie sterft, voor iemand ’m dat zegt …

Regent.Dat kàn ’m niemand zeggen!

Regent.Dat kàn ’m niemand zeggen!

Droomelot.Iedereen!(divan en kleeden bedoelend).Waar zooveel wachters dat en dat gezien,Hoort ’t de heele stad eer ’t avond isEn eer ’t avond is, hoort hij ’t ook!(valt snikkend neer).

Droomelot.Iedereen!

(divan en kleeden bedoelend).

Waar zooveel wachters dat en dat gezien,

Hoort ’t de heele stad eer ’t avond is

En eer ’t avond is, hoort hij ’t ook!(valt snikkend neer).

Regent.Hij hoort ’t niet en nóóit!

Regent.Hij hoort ’t niet en nóóit!

Droomelot.Hij weet ’t al!

Droomelot.Hij weet ’t al!

Regent.En als-ie ’t weet, wat raakt dat mij—en jou!Druk een keer zèlf je lippen op mijn mondEn wee degeen die dan niet voor je buigt!

Regent.

En als-ie ’t weet, wat raakt dat mij—en jou!

Druk een keer zèlf je lippen op mijn mond

En wee degeen die dan niet voor je buigt!

Droomelot.(in knielende houding, de oogen gesloten)Ik zeg—ik zeg niet langer nee … Ik zal …

Droomelot.(in knielende houding, de oogen gesloten)Ik zeg—ik zeg niet langer nee … Ik zal …

Regent.Je zult …?

Regent.Je zult …?

Droomelot.Ik zal je kussen op je mond …

Droomelot.Ik zal je kussen op je mond …

Regent.Uit vrijen wil?

Regent.Uit vrijen wil?

Droomelot.Dankbaar—uit vrijen wil—als ’k dan voor goed vrij-uit mag gaan!

Droomelot.Dankbaar—uit vrijen wil—als ’k dan voor goed vrij-uit mag gaan!

[483]

Regent.Waarheen?

Regent.Waarheen?

Droomelot.Waar ’k nooit meer vadertje ontmoeten kan!

Droomelot.Waar ’k nooit meer vadertje ontmoeten kan!

Regent.Je vader niet—maar mij?

Regent.Je vader niet—maar mij?

Droomelot.Geen sterveling!

Droomelot.Geen sterveling!

Regent.Verdoemd! Ben jij zoo op den dood verzot, enkel uit angst …

Regent.Verdoemd! Ben jij zoo op den dood verzot, enkel uit angst …

Droomelot.Voor zìjn twee oogen—ja!

Droomelot.Voor zìjn twee oogen—ja!

Regent.En voor die van je moeder dan?

Regent.En voor die van je moeder dan?

Droomelot.Voor haar? Ik ben geworden wat mijn moeder is.

Droomelot.Voor haar? Ik ben geworden wat mijn moeder is.

Regent.En als-ie nu gestorven was—of weer—neem dat eens aan: opnieuw gevangen werd …

Regent.En als-ie nu gestorven was—of weer—neem dat eens aan: opnieuw gevangen werd …

Droomelot.Als hij gestorven was—is-ie dat dan?

Droomelot.Als hij gestorven was—is-ie dat dan?

Regent.Hij is nog hier—hij is niet weg geweest!

Regent.Hij is nog hier—hij is niet weg geweest!

Droomelot.Niet weg geweest?… En jij, je gaf je woord!

Droomelot.Niet weg geweest?… En jij, je gaf je woord!

Regent.Dat heb ik ook gegeven in m’n roes!(moeilijk pratend en lachend, terwijl zij met eene verjonging van het gelaat voor zich heen staart).’k Heb dronken wel m’n zaligheid beloofd,Meer dan ik had en ik belooven kon[484]Om als m’n dolle kop weer nuchter was,’t—met verstand—weer andersom te doen!Maar jij—maar jij!—hield jij je woord dan wel?Dee ’t je wat, dat jij me had bekeerdNiet langer je te kussen met geweld?Dee ’t je wat of ik krankzinnig werd?Heb ’k niet gekropen en mezelf verlaagdHeb ik een oogenblik voor jou bestaan?

Regent.Dat heb ik ook gegeven in m’n roes!(moeilijk pratend en lachend, terwijl zij met eene verjonging van het gelaat voor zich heen staart).

’k Heb dronken wel m’n zaligheid beloofd,

Meer dan ik had en ik belooven kon[484]

Om als m’n dolle kop weer nuchter was,

’t—met verstand—weer andersom te doen!

Maar jij—maar jij!—hield jij je woord dan wel?

Dee ’t je wat, dat jij me had bekeerd

Niet langer je te kussen met geweld?

Dee ’t je wat of ik krankzinnig werd?

Heb ’k niet gekropen en mezelf verlaagd

Heb ik een oogenblik voor jou bestaan?

Droomelot.(starend).Hij is niet weg geweest—en hoort ’t nooit.…

Droomelot.(starend).

Hij is niet weg geweest—en hoort ’t nooit.…

Regent.(sleutels op divan smijtend).Nu lieg ik niet en laat ik je de keusEn speel niet met den tijd, eer ’t me berouwt!Daar zijn de sleutels om hier uit te gaan,Voor hem èn jou, of voor jou heel alleen,Of als-ie wil, voor hèm, terwijl jij blijft,Als jij je volle ziel me overgeeft,En met den geur van bei je lippen zegt,Dat ìk de koning van je droomen ben,Dat jij me toebehoort met al den lust,Die de verkwikking is van jonge min!Ik zweer …

Regent.(sleutels op divan smijtend).

Nu lieg ik niet en laat ik je de keus

En speel niet met den tijd, eer ’t me berouwt!

Daar zijn de sleutels om hier uit te gaan,

Voor hem èn jou, of voor jou heel alleen,

Of als-ie wil, voor hèm, terwijl jij blijft,

Als jij je volle ziel me overgeeft,

En met den geur van bei je lippen zegt,

Dat ìk de koning van je droomen ben,

Dat jij me toebehoort met al den lust,

Die de verkwikking is van jonge min!

Ik zweer …

Droomelot.Dat heb je gister pas gedaan!

Droomelot.Dat heb je gister pas gedaan!

Regent.Ik steek m’n vingers op …

Regent.Ik steek m’n vingers op …

Droomelot.’k Geloof je niet!

Droomelot.’k Geloof je niet!

Regent.Ik laat de sleutels hier …

Regent.Ik laat de sleutels hier …

[485]

Droomelot.En neemt ze weer terug! Zooals je op je woord getrapt!

Droomelot.En neemt ze weer terug! Zooals je op je woord getrapt!

Regent.(heft z’n vuist, wijkt bij haar oogen, werpt de deur open).Ik wacht.

Regent.(heft z’n vuist, wijkt bij haar oogen, werpt de deur open).Ik wacht.

Droomelot.(voor zich uit glimlachend).Voor ik m’n beste zelf jou geefEn ongedwongen jóú tot liefste neem,En jou vertel het diep en teer geheim,Dat me in wreede nachten heeft ontrust,Vraag ’k zekerheid, dat ’k gaan kan ongestoord …

Droomelot.(voor zich uit glimlachend).

Voor ik m’n beste zelf jou geef

En ongedwongen jóú tot liefste neem,

En jou vertel het diep en teer geheim,

Dat me in wreede nachten heeft ontrust,

Vraag ’k zekerheid, dat ’k gaan kan ongestoord …

Regent.Gaan naar den dood?

Regent.Gaan naar den dood?

Droomelot.Nee! Naar ’t leven heen!

Droomelot.Nee! Naar ’t leven heen!

Regent.En als je me bedriegt?

Regent.En als je me bedriegt?

Droomelot.’k Bedrieg je niet!

Droomelot.’k Bedrieg je niet!

Regent.Ik zekerheid—maar jij geen onderpand!

Regent.Ik zekerheid—maar jij geen onderpand!

Droomelot.’r Is ’r een …

Droomelot.’r Is ’r een …

Regent.Wat dan?

Regent.Wat dan?

Droomelot.Wat dan?… Ons—kind.

Droomelot.Wat dan?… Ons—kind.

Regent.Ons kind!(grijpt haar onstuimig in de armen).Ons kind—en jij je weigert nog.

Regent.Ons kind!(grijpt haar onstuimig in de armen).Ons kind—en jij je weigert nog.

[486]

Droomelot(haar gelaat hijgend afwendend).Ikheb ’t niet gewild—heb ’t verwenscht …

Droomelot(haar gelaat hijgend afwendend).Ikheb ’t niet gewild—heb ’t verwenscht …

Regent(lachend voor zich uit starend, holt de gang in, wenkt wachter).Kom hier! En zeg aan al je kameraads,Aan alle wachters en aan iedereen,Dat zij de vrijheid heeft om heen te gaan,Heen waar ze wenscht en waar ’t ’r behaagtEn dat ’n klacht van haar een vonnis wordt!

Regent(lachend voor zich uit starend, holt de gang in, wenkt wachter).

Kom hier! En zeg aan al je kameraads,

Aan alle wachters en aan iedereen,

Dat zij de vrijheid heeft om heen te gaan,

Heen waar ze wenscht en waar ’t ’r behaagt

En dat ’n klacht van haar een vonnis wordt!

(Wachter tikt aan, verwijdert zich)

Dat is mijn kind!(grijpt haar handen).

Dat is mijn kind!(grijpt haar handen).

Droomelot(trotsch).Nee, nee—’t is van mij!

Droomelot(trotsch).Nee, nee—’t is van mij!

Regent.Ik zorg ’r voor—ik voed ’t op!

Regent.Ik zorg ’r voor—ik voed ’t op!

Droomelot(de handen terugtrekkend).Nee ik.

Droomelot(de handen terugtrekkend).Nee ik.

Regent.Ik! Jij!—Jij! Ik!—Dat komt op ’t zelfde neer!Krijg ’k nu wat ’k heb gevraagd die maanden lang?

Regent.

Ik! Jij!—Jij! Ik!—Dat komt op ’t zelfde neer!

Krijg ’k nu wat ’k heb gevraagd die maanden lang?

[Inhoud]Vierde tooneel.De vorigen, 2deWachter, Regina.2deWachter.(Regina bij de open deur weerhoudend)Niet hier!Regina.Waar dan?[487]2deWachter.Dat merk je wel—hiér nièt!Droomelot.Hier wel! Hier wel!(vliegt haar om den hals)Wat ben ik blij dat ik je zie!Regent.Wie heeft die vrouw gehaald?2deWachter.Dat heeft de kommandant gelast!Regent.De kommandant—waarvoor?2deWachter.Omdat de dokter heeft gezeid, dat hij krepeeren gaat!Regent.Is hij dan hier? Wat heb jij voor een kop! Weg met die vrouw!2deWachter.(Regina, die angstig Droomelot omhelsd houdt, bij den arm grijpend)’r Uit—en as de bliksem mee!Droomelot.Zeg aan dien man, dat ik ’r spreken wil!Regent.Dat zeg ik niet!Droomelot.Dan ga ik mee, waar zij heengaat!Regent.Dat zul je niet!Droomelot.Heb je niet zelf gelast, dat ik me vrij bewegen mag?Regent(denkt na, haalt Regina bij de deur terug,[488]fluistert haar wat toe—dan tot wachter).Je blijft ’r bij!Droomelot.Dan spreek ik niet—en zoek m’n moeder later op!(Regent loopt woest op en neer, wenkt wachter—beiden af—de deur blijft open.)

Vierde tooneel.De vorigen, 2deWachter, Regina.2deWachter.(Regina bij de open deur weerhoudend)Niet hier!Regina.Waar dan?[487]2deWachter.Dat merk je wel—hiér nièt!Droomelot.Hier wel! Hier wel!(vliegt haar om den hals)Wat ben ik blij dat ik je zie!Regent.Wie heeft die vrouw gehaald?2deWachter.Dat heeft de kommandant gelast!Regent.De kommandant—waarvoor?2deWachter.Omdat de dokter heeft gezeid, dat hij krepeeren gaat!Regent.Is hij dan hier? Wat heb jij voor een kop! Weg met die vrouw!2deWachter.(Regina, die angstig Droomelot omhelsd houdt, bij den arm grijpend)’r Uit—en as de bliksem mee!Droomelot.Zeg aan dien man, dat ik ’r spreken wil!Regent.Dat zeg ik niet!Droomelot.Dan ga ik mee, waar zij heengaat!Regent.Dat zul je niet!Droomelot.Heb je niet zelf gelast, dat ik me vrij bewegen mag?Regent(denkt na, haalt Regina bij de deur terug,[488]fluistert haar wat toe—dan tot wachter).Je blijft ’r bij!Droomelot.Dan spreek ik niet—en zoek m’n moeder later op!(Regent loopt woest op en neer, wenkt wachter—beiden af—de deur blijft open.)

De vorigen, 2deWachter, Regina.

2deWachter.(Regina bij de open deur weerhoudend)Niet hier!

2deWachter.(Regina bij de open deur weerhoudend)Niet hier!

Regina.Waar dan?

Regina.Waar dan?

[487]

2deWachter.Dat merk je wel—hiér nièt!

2deWachter.Dat merk je wel—hiér nièt!

Droomelot.Hier wel! Hier wel!(vliegt haar om den hals)Wat ben ik blij dat ik je zie!

Droomelot.Hier wel! Hier wel!(vliegt haar om den hals)Wat ben ik blij dat ik je zie!

Regent.Wie heeft die vrouw gehaald?

Regent.Wie heeft die vrouw gehaald?

2deWachter.Dat heeft de kommandant gelast!

2deWachter.Dat heeft de kommandant gelast!

Regent.De kommandant—waarvoor?

Regent.De kommandant—waarvoor?

2deWachter.Omdat de dokter heeft gezeid, dat hij krepeeren gaat!

2deWachter.Omdat de dokter heeft gezeid, dat hij krepeeren gaat!

Regent.Is hij dan hier? Wat heb jij voor een kop! Weg met die vrouw!

Regent.Is hij dan hier? Wat heb jij voor een kop! Weg met die vrouw!

2deWachter.(Regina, die angstig Droomelot omhelsd houdt, bij den arm grijpend)’r Uit—en as de bliksem mee!

2deWachter.(Regina, die angstig Droomelot omhelsd houdt, bij den arm grijpend)’r Uit—en as de bliksem mee!

Droomelot.Zeg aan dien man, dat ik ’r spreken wil!

Droomelot.Zeg aan dien man, dat ik ’r spreken wil!

Regent.Dat zeg ik niet!

Regent.Dat zeg ik niet!

Droomelot.Dan ga ik mee, waar zij heengaat!

Droomelot.Dan ga ik mee, waar zij heengaat!

Regent.Dat zul je niet!

Regent.Dat zul je niet!

Droomelot.Heb je niet zelf gelast, dat ik me vrij bewegen mag?

Droomelot.Heb je niet zelf gelast, dat ik me vrij bewegen mag?

Regent(denkt na, haalt Regina bij de deur terug,[488]fluistert haar wat toe—dan tot wachter).Je blijft ’r bij!

Regent(denkt na, haalt Regina bij de deur terug,[488]fluistert haar wat toe—dan tot wachter).Je blijft ’r bij!

Droomelot.Dan spreek ik niet—en zoek m’n moeder later op!(Regent loopt woest op en neer, wenkt wachter—beiden af—de deur blijft open.)

Droomelot.Dan spreek ik niet—en zoek m’n moeder later op!(Regent loopt woest op en neer, wenkt wachter—beiden af—de deur blijft open.)

[Inhoud]Vijfde tooneel.Droomelot, Regina.Regina.Dus—is ’t waar?Droomelot.Wat, moederlief?Regina.Wat overal, in elke straat ’n ieder zegt—dat jij en hij …(Droomelot knikt)O, lieve Jezus, ’t is mijn schuld! En ik—ik ben jou niet tot schrik geweest, tot voorbeeld hoe je ondergaat, als je je eenmaal geeft …Droomelot.Ik heb me niet gegeven—(hard en trotsch)gééf me niet!Regina.En jij en hij?—je knìkte toch!Droomelot.Die man wordt enkel vader van ’n kind, dat ’k leeren zal hoe men hèm haten moet …Regina.Dus … Dus … Jij ook!Droomelot.Ik ook—je hoeft niet bang te zijn, dat ik ook op jou óóit neer zal zien![489]Regina.Had ’t maar wel gedaan—en wel gekùnd!… Ik ben zoo schand’lijk slecht …Droomelot.Zoo slecht …? Heb je dan meer—misdaan dan ik?…(Regina slaat de handen voor het gelaat)Wat heb jij dan misdaan?…Regina.Vraagt ’t me niet, m’n kind …Droomelot.’k Dacht dat je net als ik—gedwongen was geweest.Regina.Gedwongen word ik nog. ’r Is geen weg terug.Droomelot.Geen weg terug—dat meen je niet …(op den divan knielend, achter Regina en de armen om haar heen vouwend).Dat meen je niet en ’t is niet zoo!’k Heb over jou, als ’k niet meer schreien kon,Die nachten, zoo gedacht en zoo je pijnEn zorg geweten, zoo me voorgesteldHoe jij gelejen heb, dat ik mezelfVerweet, dat ik geen dochter voor je was.Dan nam ik, in ’t donker op mijn bed,Den kettìng, met ’t groote medaljonEn draaide kreunend zoo de schakels rond,Of ’k voor je bad en hield een rozenkransEn jij me in de verte hooren zou!Jij heb wel schrik’lijk veel verdriet gehad?(Regina tracht Droomelot’s handen los te maken)Nee, laat mijn handen om jouw lieven hals.Ik ben toch ook voor jou ’t kind geweest,[490]Dat in ’n lichaam angst en vreugde wekt,En naast je eigen, wilden harte-slagDe zachte echo van ’n tweeden stelt …!’k Hou nu veel meer van jou!(kust haar).Regina.(heftig opstaand)Nee doe dat niet!Droomelot.Dat niet? ’k Omhels jou—en …Regina.En ’k wil ’t niet.Droomelot.Weer niet? Weer niet? Dat zei je toen …Regina.Toen ook!Droomelot.Waarom?Regina.Omdat …Droomelot.Omdat …?Regina.Omdat ’k niet wil!(moeilijk).Omdat wat ’k laat—verkoop aan iedereen,Niet voor jouw mond en lippen wezen mag!Droomelot.Begrijp ik niet …Regina.Hoop dat je ’t nooit zal doen …Droomelot.Je ben van vader weggegaan—waarom?Regina.(stug)Dat weet ik niet …[491]Droomelot.Hield jij dan niet van hem?Regina.(stug)Dat weet ik niet—herinner ’t me niet meer! ’t Is zoo lang geleden—en vandaag …Droomelot.Wat dan vandaag?…Regina.Vandaag is alles uit … En als ’t uit is, helpt geen spijt, geen klacht!Droomelot.Je praat in raadsels, moederlief … Je praat …Regina …Allicht te veel(met blik op wachter, die even in deuropening verschijnt)—omdat ’k niet praten mag! Ik kom misschien terug.Droomelot.Dat hoeft niet meer. ’k Ben vrij.Regina.Jij vrij?Droomelot.’r Houdt me niemand hier!Regina.(angstig)Je zegt dat zoo—zoo blij en opgewektOmdat je nog niet weet … Ik ben besteld …Droomelot.Ik weet—weet dat-ie nog gevangen zit,Wéét dat-ie niet door schùld is los gekocht,Wéét dat-ie me zoo diep verachten zou,[492]Als ik door éigen wil gevallen was,En door zoo’n offer hèm geofferd had …’k Was voor ’n uur nog tot den dood bereid,Uit vrees dat hij me ginds ontmoeten zouEn me verwijten, dat ik hem verlost!Nu is hij even ongerept als ikNu trek ik sterk en ongebogen uitEn zet als ’t mag en kan zijn arbeid voort …En jou laat ’k niet meer los!Regina.Ik tel niet mee!Droomelot.Jij blijft bij mij … en ik, ik blijf bij jou!Regina.Dan kán niet, kind!Droomelot.’t Kan!Regina.Ik ben melaatsch.Droomelot.Melaatsch!Regina.Ik ben gedoemd …Droomelot.Door wie gedoemd?Regina.Vraag ’t aan elke vrouw en ied’ren man—maar niet aan mij!Droomelot.Ik vraag ’t aan jou zèlf—zooals mijn eigen kind eens vragen zal …Regina.(worstelend)Ik ben … Ik ben …[493]Droomelot.… Wat ik geworden ben!Regina.Ik was zoo slecht, zoo laag en zoo gemeenEn ook zoo laf, dat ’k haast niet biechten kan.Ik liet hem in den steek, toen ’t armoe werd,Armoe met ied’ren dag meer wrok en twist.’k Was jong, dacht dat ’n ander beter was.Die ander zette me weer aan den dijk:Het was z’n recht—hij had ’r voor betááld.Ik stond op straat,’r stonden ’r daar meer.Naar jullie huis dorst ik niet heen te gaan.Dat durf je niet, je voeten zeggen nee.En ’k vond dien hongernacht toen weer ’n dakBij weer ’n man, die me z’n kussen gaf,’n Slok jenever en ’n middagmaal.En ’k stond op straat. En keek de modder aan,De modder en de mannen, beurt om beurt,Tot ’k bij die twee geen onderscheid meer zag,Tot ieder kind me nawees in de stad,Tot ’k bang was voor de vogels en de zon,En eerst bij avond langs de wegen ging,Omdat je dan je eigen schaduw mist.Eens ben ik ziek geweest, op sterven af,En heb toen alle heiligen en GodBezworen dat ’k me beet’ren zou voor goed.Maar hoe ik worstelde en hoe ik wou,En hoe ik heb gewroet, gesmeekt, gezocht,De deuren van de huizen smakten dichtEn ’k stond weer in de modder—in de straatEn ben toen wéér van hand in hand gegaan,Van man naar man—en heb op ze gespuwd,En heb gehaat, gehaat, op mijn manierEn als ’k me voelde beu en levenszat,[494]Dan dee ’k wat ik van anderen geleerdEn dronk. Drank maakt je van de dingen los.Zoolang je dronken ben, klaag, bid je niet!En bid je God, vloeken de menschen toch …(Staart met het hoofd in de handen voor zich uit. Droomelot zelf ontwakend, staat op, neemt met zacht geweld haar handen weg, kust haar—zij duwt haar op zij).Laat staan! Laat staan! Je weet niet wat je doet!Ik ben geen lippen—als van jou—gewend!Droomelot.Daar móét je dan aan wennen, moederliefWij blijven saam(kust haar weer).Regina.(lang-aanhoudend snikkend)Je weet niet wat je zegt!Droomelot.(haar de haren streelend)Wat heb jij, moedertje, ’n leed gekend,Wat is jouw straf verschrikkelijk geweest,Wat ben ik blij dat ik je troosten kanEn blij dat ik jouw steun geworden benEn blij dat vadertje dàt nooit gehoord …Regina.Hij ’t nooit gehoord! Hij ’t niet gehoord, ach, ach!Droomelot.Hij zei van af ’t eerste uur, dat ik’m Vroeg waarom de andre kindren wèlEn ik géén moeder had: je hèb ’r een …[495]Regina.(stellig)Dat heeft-ie jou als kind gezegd—als kind …Droomelot(schudt het hoofd).… Niet waar! Toen ik vertelde hoe ik jouDien wintermorgen voor—dat huis gezien,Dat vreemde huis, met al de blinden neer,Toen sprak-ie even goed: ze komt terug!Maar jij je praatte niet van hem—jij zei:Hou toch vooral je mond als je me ziet …Ja, ja en zoo ben ik hierheen geraakt …Regina.Ik ben ’n beest—’k wou dat ik stierf!Droomelot.En dan? En dan! Heb je je beurt gehad?Regina.M’n beurt?Droomelot.Je beurt van òpgang na je ondergang? Je beurt van wraak …Regina.(schudt het hoofd)’t Was m’n eigen schuld! Als ’k niet was heengegaan, dan zou ik niet …Droomelot.Was ’r ’n weg terug?Regina.Die was ’r niet.Droomelot.Heb jij je vuisten niet gebald, als jijWeer telkens in de modder kwam te staan?[496]Wie smeet de deuren dicht?.… Wie wees je na?Wie heeft je bang voor zon en dag gemaakt?Was jij dan slechter dan de mannen, dieTe eten gaven jou—en dan opnieuwJe trapten en je zweepten als slavin?…Je wóú je modder uit—je kon ’t niet!Je wóú weer in ’t licht—’t lukte niet!Je wou ’t zelfde recht van elken man,Die als-ie in jouw armen was geweest,Weer vrij-uit, zingend, over straat kon gaan:Je kreeg ’t niet! Sta op! En help jezelf!Als jij melaatsch ben, jij, melaatsch, gedoemd,Dan is ’t ieder, die den steen opnam,En elke man die met jou heeft verkeerd!Regina.Ik word niet meer gered …Droomelot.Je redt jezelf! Jezelf! Jezelf!Regina.Daarvoor heb ik geen kracht!Droomelot.Ben ik ’r niet? Heb ik geen kracht voor twéé?Regina.Ben jij de droomster en ’t zelfde kind,Dat bij me kwam? Wat ìs met jou gebeurd?Droomelot.Ik heb van hèm geleerd …(Wachter laat Sero in de cel terug)En óók geleerd(met bijtenden spot).Van al de andren, die hier zijn geweest!En als ik twijfelde en niet begreep,[497]Dan had ’k een wijs en kost’lijk amulet,Dat ’k als een troost ook in jouw handen geef!(geeft haar Sero’s papieren—Wachter schiet toe, rukt ze uit haar hand).

Vijfde tooneel.Droomelot, Regina.Regina.Dus—is ’t waar?Droomelot.Wat, moederlief?Regina.Wat overal, in elke straat ’n ieder zegt—dat jij en hij …(Droomelot knikt)O, lieve Jezus, ’t is mijn schuld! En ik—ik ben jou niet tot schrik geweest, tot voorbeeld hoe je ondergaat, als je je eenmaal geeft …Droomelot.Ik heb me niet gegeven—(hard en trotsch)gééf me niet!Regina.En jij en hij?—je knìkte toch!Droomelot.Die man wordt enkel vader van ’n kind, dat ’k leeren zal hoe men hèm haten moet …Regina.Dus … Dus … Jij ook!Droomelot.Ik ook—je hoeft niet bang te zijn, dat ik ook op jou óóit neer zal zien![489]Regina.Had ’t maar wel gedaan—en wel gekùnd!… Ik ben zoo schand’lijk slecht …Droomelot.Zoo slecht …? Heb je dan meer—misdaan dan ik?…(Regina slaat de handen voor het gelaat)Wat heb jij dan misdaan?…Regina.Vraagt ’t me niet, m’n kind …Droomelot.’k Dacht dat je net als ik—gedwongen was geweest.Regina.Gedwongen word ik nog. ’r Is geen weg terug.Droomelot.Geen weg terug—dat meen je niet …(op den divan knielend, achter Regina en de armen om haar heen vouwend).Dat meen je niet en ’t is niet zoo!’k Heb over jou, als ’k niet meer schreien kon,Die nachten, zoo gedacht en zoo je pijnEn zorg geweten, zoo me voorgesteldHoe jij gelejen heb, dat ik mezelfVerweet, dat ik geen dochter voor je was.Dan nam ik, in ’t donker op mijn bed,Den kettìng, met ’t groote medaljonEn draaide kreunend zoo de schakels rond,Of ’k voor je bad en hield een rozenkransEn jij me in de verte hooren zou!Jij heb wel schrik’lijk veel verdriet gehad?(Regina tracht Droomelot’s handen los te maken)Nee, laat mijn handen om jouw lieven hals.Ik ben toch ook voor jou ’t kind geweest,[490]Dat in ’n lichaam angst en vreugde wekt,En naast je eigen, wilden harte-slagDe zachte echo van ’n tweeden stelt …!’k Hou nu veel meer van jou!(kust haar).Regina.(heftig opstaand)Nee doe dat niet!Droomelot.Dat niet? ’k Omhels jou—en …Regina.En ’k wil ’t niet.Droomelot.Weer niet? Weer niet? Dat zei je toen …Regina.Toen ook!Droomelot.Waarom?Regina.Omdat …Droomelot.Omdat …?Regina.Omdat ’k niet wil!(moeilijk).Omdat wat ’k laat—verkoop aan iedereen,Niet voor jouw mond en lippen wezen mag!Droomelot.Begrijp ik niet …Regina.Hoop dat je ’t nooit zal doen …Droomelot.Je ben van vader weggegaan—waarom?Regina.(stug)Dat weet ik niet …[491]Droomelot.Hield jij dan niet van hem?Regina.(stug)Dat weet ik niet—herinner ’t me niet meer! ’t Is zoo lang geleden—en vandaag …Droomelot.Wat dan vandaag?…Regina.Vandaag is alles uit … En als ’t uit is, helpt geen spijt, geen klacht!Droomelot.Je praat in raadsels, moederlief … Je praat …Regina …Allicht te veel(met blik op wachter, die even in deuropening verschijnt)—omdat ’k niet praten mag! Ik kom misschien terug.Droomelot.Dat hoeft niet meer. ’k Ben vrij.Regina.Jij vrij?Droomelot.’r Houdt me niemand hier!Regina.(angstig)Je zegt dat zoo—zoo blij en opgewektOmdat je nog niet weet … Ik ben besteld …Droomelot.Ik weet—weet dat-ie nog gevangen zit,Wéét dat-ie niet door schùld is los gekocht,Wéét dat-ie me zoo diep verachten zou,[492]Als ik door éigen wil gevallen was,En door zoo’n offer hèm geofferd had …’k Was voor ’n uur nog tot den dood bereid,Uit vrees dat hij me ginds ontmoeten zouEn me verwijten, dat ik hem verlost!Nu is hij even ongerept als ikNu trek ik sterk en ongebogen uitEn zet als ’t mag en kan zijn arbeid voort …En jou laat ’k niet meer los!Regina.Ik tel niet mee!Droomelot.Jij blijft bij mij … en ik, ik blijf bij jou!Regina.Dan kán niet, kind!Droomelot.’t Kan!Regina.Ik ben melaatsch.Droomelot.Melaatsch!Regina.Ik ben gedoemd …Droomelot.Door wie gedoemd?Regina.Vraag ’t aan elke vrouw en ied’ren man—maar niet aan mij!Droomelot.Ik vraag ’t aan jou zèlf—zooals mijn eigen kind eens vragen zal …Regina.(worstelend)Ik ben … Ik ben …[493]Droomelot.… Wat ik geworden ben!Regina.Ik was zoo slecht, zoo laag en zoo gemeenEn ook zoo laf, dat ’k haast niet biechten kan.Ik liet hem in den steek, toen ’t armoe werd,Armoe met ied’ren dag meer wrok en twist.’k Was jong, dacht dat ’n ander beter was.Die ander zette me weer aan den dijk:Het was z’n recht—hij had ’r voor betááld.Ik stond op straat,’r stonden ’r daar meer.Naar jullie huis dorst ik niet heen te gaan.Dat durf je niet, je voeten zeggen nee.En ’k vond dien hongernacht toen weer ’n dakBij weer ’n man, die me z’n kussen gaf,’n Slok jenever en ’n middagmaal.En ’k stond op straat. En keek de modder aan,De modder en de mannen, beurt om beurt,Tot ’k bij die twee geen onderscheid meer zag,Tot ieder kind me nawees in de stad,Tot ’k bang was voor de vogels en de zon,En eerst bij avond langs de wegen ging,Omdat je dan je eigen schaduw mist.Eens ben ik ziek geweest, op sterven af,En heb toen alle heiligen en GodBezworen dat ’k me beet’ren zou voor goed.Maar hoe ik worstelde en hoe ik wou,En hoe ik heb gewroet, gesmeekt, gezocht,De deuren van de huizen smakten dichtEn ’k stond weer in de modder—in de straatEn ben toen wéér van hand in hand gegaan,Van man naar man—en heb op ze gespuwd,En heb gehaat, gehaat, op mijn manierEn als ’k me voelde beu en levenszat,[494]Dan dee ’k wat ik van anderen geleerdEn dronk. Drank maakt je van de dingen los.Zoolang je dronken ben, klaag, bid je niet!En bid je God, vloeken de menschen toch …(Staart met het hoofd in de handen voor zich uit. Droomelot zelf ontwakend, staat op, neemt met zacht geweld haar handen weg, kust haar—zij duwt haar op zij).Laat staan! Laat staan! Je weet niet wat je doet!Ik ben geen lippen—als van jou—gewend!Droomelot.Daar móét je dan aan wennen, moederliefWij blijven saam(kust haar weer).Regina.(lang-aanhoudend snikkend)Je weet niet wat je zegt!Droomelot.(haar de haren streelend)Wat heb jij, moedertje, ’n leed gekend,Wat is jouw straf verschrikkelijk geweest,Wat ben ik blij dat ik je troosten kanEn blij dat ik jouw steun geworden benEn blij dat vadertje dàt nooit gehoord …Regina.Hij ’t nooit gehoord! Hij ’t niet gehoord, ach, ach!Droomelot.Hij zei van af ’t eerste uur, dat ik’m Vroeg waarom de andre kindren wèlEn ik géén moeder had: je hèb ’r een …[495]Regina.(stellig)Dat heeft-ie jou als kind gezegd—als kind …Droomelot(schudt het hoofd).… Niet waar! Toen ik vertelde hoe ik jouDien wintermorgen voor—dat huis gezien,Dat vreemde huis, met al de blinden neer,Toen sprak-ie even goed: ze komt terug!Maar jij je praatte niet van hem—jij zei:Hou toch vooral je mond als je me ziet …Ja, ja en zoo ben ik hierheen geraakt …Regina.Ik ben ’n beest—’k wou dat ik stierf!Droomelot.En dan? En dan! Heb je je beurt gehad?Regina.M’n beurt?Droomelot.Je beurt van òpgang na je ondergang? Je beurt van wraak …Regina.(schudt het hoofd)’t Was m’n eigen schuld! Als ’k niet was heengegaan, dan zou ik niet …Droomelot.Was ’r ’n weg terug?Regina.Die was ’r niet.Droomelot.Heb jij je vuisten niet gebald, als jijWeer telkens in de modder kwam te staan?[496]Wie smeet de deuren dicht?.… Wie wees je na?Wie heeft je bang voor zon en dag gemaakt?Was jij dan slechter dan de mannen, dieTe eten gaven jou—en dan opnieuwJe trapten en je zweepten als slavin?…Je wóú je modder uit—je kon ’t niet!Je wóú weer in ’t licht—’t lukte niet!Je wou ’t zelfde recht van elken man,Die als-ie in jouw armen was geweest,Weer vrij-uit, zingend, over straat kon gaan:Je kreeg ’t niet! Sta op! En help jezelf!Als jij melaatsch ben, jij, melaatsch, gedoemd,Dan is ’t ieder, die den steen opnam,En elke man die met jou heeft verkeerd!Regina.Ik word niet meer gered …Droomelot.Je redt jezelf! Jezelf! Jezelf!Regina.Daarvoor heb ik geen kracht!Droomelot.Ben ik ’r niet? Heb ik geen kracht voor twéé?Regina.Ben jij de droomster en ’t zelfde kind,Dat bij me kwam? Wat ìs met jou gebeurd?Droomelot.Ik heb van hèm geleerd …(Wachter laat Sero in de cel terug)En óók geleerd(met bijtenden spot).Van al de andren, die hier zijn geweest!En als ik twijfelde en niet begreep,[497]Dan had ’k een wijs en kost’lijk amulet,Dat ’k als een troost ook in jouw handen geef!(geeft haar Sero’s papieren—Wachter schiet toe, rukt ze uit haar hand).

Droomelot, Regina.

Regina.Dus—is ’t waar?

Regina.Dus—is ’t waar?

Droomelot.Wat, moederlief?

Droomelot.Wat, moederlief?

Regina.Wat overal, in elke straat ’n ieder zegt—dat jij en hij …(Droomelot knikt)O, lieve Jezus, ’t is mijn schuld! En ik—ik ben jou niet tot schrik geweest, tot voorbeeld hoe je ondergaat, als je je eenmaal geeft …

Regina.Wat overal, in elke straat ’n ieder zegt—dat jij en hij …(Droomelot knikt)O, lieve Jezus, ’t is mijn schuld! En ik—ik ben jou niet tot schrik geweest, tot voorbeeld hoe je ondergaat, als je je eenmaal geeft …

Droomelot.Ik heb me niet gegeven—(hard en trotsch)gééf me niet!

Droomelot.Ik heb me niet gegeven—(hard en trotsch)gééf me niet!

Regina.En jij en hij?—je knìkte toch!

Regina.En jij en hij?—je knìkte toch!

Droomelot.Die man wordt enkel vader van ’n kind, dat ’k leeren zal hoe men hèm haten moet …

Droomelot.Die man wordt enkel vader van ’n kind, dat ’k leeren zal hoe men hèm haten moet …

Regina.Dus … Dus … Jij ook!

Regina.Dus … Dus … Jij ook!

Droomelot.Ik ook—je hoeft niet bang te zijn, dat ik ook op jou óóit neer zal zien!

Droomelot.Ik ook—je hoeft niet bang te zijn, dat ik ook op jou óóit neer zal zien!

[489]

Regina.Had ’t maar wel gedaan—en wel gekùnd!… Ik ben zoo schand’lijk slecht …

Regina.Had ’t maar wel gedaan—en wel gekùnd!… Ik ben zoo schand’lijk slecht …

Droomelot.Zoo slecht …? Heb je dan meer—misdaan dan ik?…(Regina slaat de handen voor het gelaat)Wat heb jij dan misdaan?…

Droomelot.Zoo slecht …? Heb je dan meer—misdaan dan ik?…(Regina slaat de handen voor het gelaat)Wat heb jij dan misdaan?…

Regina.Vraagt ’t me niet, m’n kind …

Regina.Vraagt ’t me niet, m’n kind …

Droomelot.’k Dacht dat je net als ik—gedwongen was geweest.

Droomelot.’k Dacht dat je net als ik—gedwongen was geweest.

Regina.Gedwongen word ik nog. ’r Is geen weg terug.

Regina.Gedwongen word ik nog. ’r Is geen weg terug.

Droomelot.Geen weg terug—dat meen je niet …(op den divan knielend, achter Regina en de armen om haar heen vouwend).Dat meen je niet en ’t is niet zoo!’k Heb over jou, als ’k niet meer schreien kon,Die nachten, zoo gedacht en zoo je pijnEn zorg geweten, zoo me voorgesteldHoe jij gelejen heb, dat ik mezelfVerweet, dat ik geen dochter voor je was.Dan nam ik, in ’t donker op mijn bed,Den kettìng, met ’t groote medaljonEn draaide kreunend zoo de schakels rond,Of ’k voor je bad en hield een rozenkransEn jij me in de verte hooren zou!Jij heb wel schrik’lijk veel verdriet gehad?(Regina tracht Droomelot’s handen los te maken)Nee, laat mijn handen om jouw lieven hals.Ik ben toch ook voor jou ’t kind geweest,[490]Dat in ’n lichaam angst en vreugde wekt,En naast je eigen, wilden harte-slagDe zachte echo van ’n tweeden stelt …!’k Hou nu veel meer van jou!(kust haar).

Droomelot.Geen weg terug—dat meen je niet …(op den divan knielend, achter Regina en de armen om haar heen vouwend).

Dat meen je niet en ’t is niet zoo!

’k Heb over jou, als ’k niet meer schreien kon,

Die nachten, zoo gedacht en zoo je pijn

En zorg geweten, zoo me voorgesteld

Hoe jij gelejen heb, dat ik mezelf

Verweet, dat ik geen dochter voor je was.

Dan nam ik, in ’t donker op mijn bed,

Den kettìng, met ’t groote medaljon

En draaide kreunend zoo de schakels rond,

Of ’k voor je bad en hield een rozenkrans

En jij me in de verte hooren zou!

Jij heb wel schrik’lijk veel verdriet gehad?(Regina tracht Droomelot’s handen los te maken)

Nee, laat mijn handen om jouw lieven hals.

Ik ben toch ook voor jou ’t kind geweest,[490]

Dat in ’n lichaam angst en vreugde wekt,

En naast je eigen, wilden harte-slag

De zachte echo van ’n tweeden stelt …!

’k Hou nu veel meer van jou!(kust haar).

Regina.(heftig opstaand)Nee doe dat niet!

Regina.(heftig opstaand)Nee doe dat niet!

Droomelot.Dat niet? ’k Omhels jou—en …

Droomelot.Dat niet? ’k Omhels jou—en …

Regina.En ’k wil ’t niet.

Regina.En ’k wil ’t niet.

Droomelot.Weer niet? Weer niet? Dat zei je toen …

Droomelot.Weer niet? Weer niet? Dat zei je toen …

Regina.Toen ook!

Regina.Toen ook!

Droomelot.Waarom?

Droomelot.Waarom?

Regina.Omdat …

Regina.Omdat …

Droomelot.Omdat …?

Droomelot.Omdat …?

Regina.Omdat ’k niet wil!(moeilijk).Omdat wat ’k laat—verkoop aan iedereen,Niet voor jouw mond en lippen wezen mag!

Regina.Omdat ’k niet wil!(moeilijk).

Omdat wat ’k laat—verkoop aan iedereen,

Niet voor jouw mond en lippen wezen mag!

Droomelot.Begrijp ik niet …

Droomelot.Begrijp ik niet …

Regina.Hoop dat je ’t nooit zal doen …

Regina.Hoop dat je ’t nooit zal doen …

Droomelot.Je ben van vader weggegaan—waarom?

Droomelot.Je ben van vader weggegaan—waarom?

Regina.(stug)Dat weet ik niet …

Regina.(stug)Dat weet ik niet …

[491]

Droomelot.Hield jij dan niet van hem?

Droomelot.Hield jij dan niet van hem?

Regina.(stug)Dat weet ik niet—herinner ’t me niet meer! ’t Is zoo lang geleden—en vandaag …

Regina.(stug)Dat weet ik niet—herinner ’t me niet meer! ’t Is zoo lang geleden—en vandaag …

Droomelot.Wat dan vandaag?…

Droomelot.Wat dan vandaag?…

Regina.Vandaag is alles uit … En als ’t uit is, helpt geen spijt, geen klacht!

Regina.Vandaag is alles uit … En als ’t uit is, helpt geen spijt, geen klacht!

Droomelot.Je praat in raadsels, moederlief … Je praat …

Droomelot.Je praat in raadsels, moederlief … Je praat …

Regina …Allicht te veel(met blik op wachter, die even in deuropening verschijnt)—omdat ’k niet praten mag! Ik kom misschien terug.

Regina …Allicht te veel(met blik op wachter, die even in deuropening verschijnt)—omdat ’k niet praten mag! Ik kom misschien terug.

Droomelot.Dat hoeft niet meer. ’k Ben vrij.

Droomelot.Dat hoeft niet meer. ’k Ben vrij.

Regina.Jij vrij?

Regina.Jij vrij?

Droomelot.’r Houdt me niemand hier!

Droomelot.’r Houdt me niemand hier!

Regina.(angstig)Je zegt dat zoo—zoo blij en opgewektOmdat je nog niet weet … Ik ben besteld …

Regina.(angstig)

Je zegt dat zoo—zoo blij en opgewekt

Omdat je nog niet weet … Ik ben besteld …

Droomelot.Ik weet—weet dat-ie nog gevangen zit,Wéét dat-ie niet door schùld is los gekocht,Wéét dat-ie me zoo diep verachten zou,[492]Als ik door éigen wil gevallen was,En door zoo’n offer hèm geofferd had …’k Was voor ’n uur nog tot den dood bereid,Uit vrees dat hij me ginds ontmoeten zouEn me verwijten, dat ik hem verlost!Nu is hij even ongerept als ikNu trek ik sterk en ongebogen uitEn zet als ’t mag en kan zijn arbeid voort …En jou laat ’k niet meer los!

Droomelot.

Ik weet—weet dat-ie nog gevangen zit,

Wéét dat-ie niet door schùld is los gekocht,

Wéét dat-ie me zoo diep verachten zou,[492]

Als ik door éigen wil gevallen was,

En door zoo’n offer hèm geofferd had …

’k Was voor ’n uur nog tot den dood bereid,

Uit vrees dat hij me ginds ontmoeten zou

En me verwijten, dat ik hem verlost!

Nu is hij even ongerept als ik

Nu trek ik sterk en ongebogen uit

En zet als ’t mag en kan zijn arbeid voort …

En jou laat ’k niet meer los!

Regina.Ik tel niet mee!

Regina.Ik tel niet mee!

Droomelot.Jij blijft bij mij … en ik, ik blijf bij jou!

Droomelot.Jij blijft bij mij … en ik, ik blijf bij jou!

Regina.Dan kán niet, kind!

Regina.Dan kán niet, kind!

Droomelot.’t Kan!

Droomelot.’t Kan!

Regina.Ik ben melaatsch.

Regina.Ik ben melaatsch.

Droomelot.Melaatsch!

Droomelot.Melaatsch!

Regina.Ik ben gedoemd …

Regina.Ik ben gedoemd …

Droomelot.Door wie gedoemd?

Droomelot.Door wie gedoemd?

Regina.Vraag ’t aan elke vrouw en ied’ren man—maar niet aan mij!

Regina.Vraag ’t aan elke vrouw en ied’ren man—maar niet aan mij!

Droomelot.Ik vraag ’t aan jou zèlf—zooals mijn eigen kind eens vragen zal …

Droomelot.Ik vraag ’t aan jou zèlf—zooals mijn eigen kind eens vragen zal …

Regina.(worstelend)Ik ben … Ik ben …

Regina.(worstelend)Ik ben … Ik ben …

[493]

Droomelot.… Wat ik geworden ben!

Droomelot.… Wat ik geworden ben!

Regina.Ik was zoo slecht, zoo laag en zoo gemeenEn ook zoo laf, dat ’k haast niet biechten kan.Ik liet hem in den steek, toen ’t armoe werd,Armoe met ied’ren dag meer wrok en twist.’k Was jong, dacht dat ’n ander beter was.Die ander zette me weer aan den dijk:Het was z’n recht—hij had ’r voor betááld.Ik stond op straat,’r stonden ’r daar meer.Naar jullie huis dorst ik niet heen te gaan.Dat durf je niet, je voeten zeggen nee.En ’k vond dien hongernacht toen weer ’n dakBij weer ’n man, die me z’n kussen gaf,’n Slok jenever en ’n middagmaal.En ’k stond op straat. En keek de modder aan,De modder en de mannen, beurt om beurt,Tot ’k bij die twee geen onderscheid meer zag,Tot ieder kind me nawees in de stad,Tot ’k bang was voor de vogels en de zon,En eerst bij avond langs de wegen ging,Omdat je dan je eigen schaduw mist.Eens ben ik ziek geweest, op sterven af,En heb toen alle heiligen en GodBezworen dat ’k me beet’ren zou voor goed.Maar hoe ik worstelde en hoe ik wou,En hoe ik heb gewroet, gesmeekt, gezocht,De deuren van de huizen smakten dichtEn ’k stond weer in de modder—in de straatEn ben toen wéér van hand in hand gegaan,Van man naar man—en heb op ze gespuwd,En heb gehaat, gehaat, op mijn manierEn als ’k me voelde beu en levenszat,[494]Dan dee ’k wat ik van anderen geleerdEn dronk. Drank maakt je van de dingen los.Zoolang je dronken ben, klaag, bid je niet!En bid je God, vloeken de menschen toch …(Staart met het hoofd in de handen voor zich uit. Droomelot zelf ontwakend, staat op, neemt met zacht geweld haar handen weg, kust haar—zij duwt haar op zij).Laat staan! Laat staan! Je weet niet wat je doet!Ik ben geen lippen—als van jou—gewend!

Regina.

Ik was zoo slecht, zoo laag en zoo gemeen

En ook zoo laf, dat ’k haast niet biechten kan.

Ik liet hem in den steek, toen ’t armoe werd,

Armoe met ied’ren dag meer wrok en twist.

’k Was jong, dacht dat ’n ander beter was.

Die ander zette me weer aan den dijk:

Het was z’n recht—hij had ’r voor betááld.

Ik stond op straat,’r stonden ’r daar meer.

Naar jullie huis dorst ik niet heen te gaan.

Dat durf je niet, je voeten zeggen nee.

En ’k vond dien hongernacht toen weer ’n dak

Bij weer ’n man, die me z’n kussen gaf,

’n Slok jenever en ’n middagmaal.

En ’k stond op straat. En keek de modder aan,

De modder en de mannen, beurt om beurt,

Tot ’k bij die twee geen onderscheid meer zag,

Tot ieder kind me nawees in de stad,

Tot ’k bang was voor de vogels en de zon,

En eerst bij avond langs de wegen ging,

Omdat je dan je eigen schaduw mist.

Eens ben ik ziek geweest, op sterven af,

En heb toen alle heiligen en God

Bezworen dat ’k me beet’ren zou voor goed.

Maar hoe ik worstelde en hoe ik wou,

En hoe ik heb gewroet, gesmeekt, gezocht,

De deuren van de huizen smakten dicht

En ’k stond weer in de modder—in de straat

En ben toen wéér van hand in hand gegaan,

Van man naar man—en heb op ze gespuwd,

En heb gehaat, gehaat, op mijn manier

En als ’k me voelde beu en levenszat,[494]

Dan dee ’k wat ik van anderen geleerd

En dronk. Drank maakt je van de dingen los.

Zoolang je dronken ben, klaag, bid je niet!

En bid je God, vloeken de menschen toch …(Staart met het hoofd in de handen voor zich uit. Droomelot zelf ontwakend, staat op, neemt met zacht geweld haar handen weg, kust haar—zij duwt haar op zij).

Laat staan! Laat staan! Je weet niet wat je doet!

Ik ben geen lippen—als van jou—gewend!

Droomelot.Daar móét je dan aan wennen, moederliefWij blijven saam(kust haar weer).

Droomelot.

Daar móét je dan aan wennen, moederlief

Wij blijven saam(kust haar weer).

Regina.(lang-aanhoudend snikkend)Je weet niet wat je zegt!

Regina.(lang-aanhoudend snikkend)Je weet niet wat je zegt!

Droomelot.(haar de haren streelend)Wat heb jij, moedertje, ’n leed gekend,Wat is jouw straf verschrikkelijk geweest,Wat ben ik blij dat ik je troosten kanEn blij dat ik jouw steun geworden benEn blij dat vadertje dàt nooit gehoord …

Droomelot.(haar de haren streelend)

Wat heb jij, moedertje, ’n leed gekend,

Wat is jouw straf verschrikkelijk geweest,

Wat ben ik blij dat ik je troosten kan

En blij dat ik jouw steun geworden ben

En blij dat vadertje dàt nooit gehoord …

Regina.Hij ’t nooit gehoord! Hij ’t niet gehoord, ach, ach!

Regina.Hij ’t nooit gehoord! Hij ’t niet gehoord, ach, ach!

Droomelot.Hij zei van af ’t eerste uur, dat ik’m Vroeg waarom de andre kindren wèlEn ik géén moeder had: je hèb ’r een …

Droomelot.

Hij zei van af ’t eerste uur, dat ik

’m Vroeg waarom de andre kindren wèl

En ik géén moeder had: je hèb ’r een …

[495]

Regina.(stellig)Dat heeft-ie jou als kind gezegd—als kind …

Regina.(stellig)Dat heeft-ie jou als kind gezegd—als kind …

Droomelot(schudt het hoofd).… Niet waar! Toen ik vertelde hoe ik jouDien wintermorgen voor—dat huis gezien,Dat vreemde huis, met al de blinden neer,Toen sprak-ie even goed: ze komt terug!Maar jij je praatte niet van hem—jij zei:Hou toch vooral je mond als je me ziet …Ja, ja en zoo ben ik hierheen geraakt …

Droomelot(schudt het hoofd).

… Niet waar! Toen ik vertelde hoe ik jou

Dien wintermorgen voor—dat huis gezien,

Dat vreemde huis, met al de blinden neer,

Toen sprak-ie even goed: ze komt terug!

Maar jij je praatte niet van hem—jij zei:

Hou toch vooral je mond als je me ziet …

Ja, ja en zoo ben ik hierheen geraakt …

Regina.Ik ben ’n beest—’k wou dat ik stierf!

Regina.Ik ben ’n beest—’k wou dat ik stierf!

Droomelot.En dan? En dan! Heb je je beurt gehad?

Droomelot.En dan? En dan! Heb je je beurt gehad?

Regina.M’n beurt?

Regina.M’n beurt?

Droomelot.Je beurt van òpgang na je ondergang? Je beurt van wraak …

Droomelot.Je beurt van òpgang na je ondergang? Je beurt van wraak …

Regina.(schudt het hoofd)’t Was m’n eigen schuld! Als ’k niet was heengegaan, dan zou ik niet …

Regina.(schudt het hoofd)’t Was m’n eigen schuld! Als ’k niet was heengegaan, dan zou ik niet …

Droomelot.Was ’r ’n weg terug?

Droomelot.Was ’r ’n weg terug?

Regina.Die was ’r niet.

Regina.Die was ’r niet.

Droomelot.Heb jij je vuisten niet gebald, als jijWeer telkens in de modder kwam te staan?[496]Wie smeet de deuren dicht?.… Wie wees je na?Wie heeft je bang voor zon en dag gemaakt?Was jij dan slechter dan de mannen, dieTe eten gaven jou—en dan opnieuwJe trapten en je zweepten als slavin?…Je wóú je modder uit—je kon ’t niet!Je wóú weer in ’t licht—’t lukte niet!Je wou ’t zelfde recht van elken man,Die als-ie in jouw armen was geweest,Weer vrij-uit, zingend, over straat kon gaan:Je kreeg ’t niet! Sta op! En help jezelf!Als jij melaatsch ben, jij, melaatsch, gedoemd,Dan is ’t ieder, die den steen opnam,En elke man die met jou heeft verkeerd!

Droomelot.

Heb jij je vuisten niet gebald, als jij

Weer telkens in de modder kwam te staan?[496]

Wie smeet de deuren dicht?.… Wie wees je na?

Wie heeft je bang voor zon en dag gemaakt?

Was jij dan slechter dan de mannen, die

Te eten gaven jou—en dan opnieuw

Je trapten en je zweepten als slavin?…

Je wóú je modder uit—je kon ’t niet!

Je wóú weer in ’t licht—’t lukte niet!

Je wou ’t zelfde recht van elken man,

Die als-ie in jouw armen was geweest,

Weer vrij-uit, zingend, over straat kon gaan:

Je kreeg ’t niet! Sta op! En help jezelf!

Als jij melaatsch ben, jij, melaatsch, gedoemd,

Dan is ’t ieder, die den steen opnam,

En elke man die met jou heeft verkeerd!

Regina.Ik word niet meer gered …

Regina.Ik word niet meer gered …

Droomelot.Je redt jezelf! Jezelf! Jezelf!

Droomelot.Je redt jezelf! Jezelf! Jezelf!

Regina.Daarvoor heb ik geen kracht!

Regina.Daarvoor heb ik geen kracht!

Droomelot.Ben ik ’r niet? Heb ik geen kracht voor twéé?

Droomelot.Ben ik ’r niet? Heb ik geen kracht voor twéé?

Regina.Ben jij de droomster en ’t zelfde kind,Dat bij me kwam? Wat ìs met jou gebeurd?

Regina.

Ben jij de droomster en ’t zelfde kind,

Dat bij me kwam? Wat ìs met jou gebeurd?

Droomelot.Ik heb van hèm geleerd …(Wachter laat Sero in de cel terug)En óók geleerd(met bijtenden spot).Van al de andren, die hier zijn geweest!En als ik twijfelde en niet begreep,[497]Dan had ’k een wijs en kost’lijk amulet,Dat ’k als een troost ook in jouw handen geef!(geeft haar Sero’s papieren—Wachter schiet toe, rukt ze uit haar hand).

Droomelot.Ik heb van hèm geleerd …(Wachter laat Sero in de cel terug)En óók geleerd(met bijtenden spot).

Van al de andren, die hier zijn geweest!

En als ik twijfelde en niet begreep,[497]

Dan had ’k een wijs en kost’lijk amulet,

Dat ’k als een troost ook in jouw handen geef!(geeft haar Sero’s papieren—Wachter schiet toe, rukt ze uit haar hand).

[Inhoud]Zesde tooneel.Droomelot, Regina, Sero, Wachter.2deWachter.Komt niets van in! Daar heb ik op geloerd!(verscheurt ze driftig).’r Uit gedragen wordt hier niemendal!Zie zoo! Nou kun je grabb’len allebei!(een snipper lezend)Dacht ik ’t niet: jawel, ’t bekende schrift!(bukkend en de snippers nog eens verscheurend)Te groote brokken steken in je keelEn maken dat je je verslikken zou.Dat’s beter mondjesmaat—En jij ’r uit!Regina.’r Uit?… Ik ben besteld om—hem te zien …2deWachter.Komt niets van in!Regina.De kommandant …2deWachter.Is gek!Regina.Je heb me zelf gezegd …2deWachter.Ik ben óók gekWe zijn ’t allemaal, ik, de Regent,En ieder die te loopsch naast rokken loopt!(schatert het uit).[498]Geloof, dat als ik wijven-wachter was,M’n uniform gauw an den kapstok hing!(tot Droomelot, die glimlachend de snippers geraapt heeft)Wil je ze liever strooien op de plaats.Droomelot(ze spottend nakijkend).Ik geef ze aan den wind—en woord voor woordIk weet den stand van elke letter nog …2deWachter(tot Regina).’r Uit madam!Regina.Dus mag ik ’m niet zien?2deWachter.Hier namaals ja—maar bij z’n erwten niet!Regina.Dat is gemeen! Als-ie toch stervend is!(Droomelot schrikt op, luistert onbewegelijk toe).2deWachter.Jij kletst! De kommandant is idioot!Ik heb ’m zelf pas in de zon gelucht!En op de plaats heeft-ie gefloten als’n Vink, die bij z’n voer wat suiker vindt!Droomelot.Hij liegt!Regina.Je liegt! Ik ga hier niet vandaan! Laat me ’r door.2deWachter.(z’n mouwen opstroopend):Haha, dat wordt ’n bokspartij!’t Spijt me wel, madam, ’t is afgelast![499]Droomelot.Door wie?2deWachter.Door den Regent!Droomelot.Wanneer?2deWachter.Zoo pas.Regina.Mag ik dan wachten hier?2deWachter.Nee, nee—hier niet!Maar als je wachten wil, met véél geduldNeem dan je intrek in mijn wachtlokaal’k Heb bier en goed-belegen roggemik!Regina.Dan wacht ik daar! Dag Droomelot, m’n kind! Ik dank je wel, en als ’k je niet meer zie …Droomelot.We zien mekaar nog eer ’t avond is.Regina.Dat weet ik niet.Droomelot.Maar ik—ik weet ’t wel.2deWachter.Na u—ik heb de sleutels en de eer!(af met Regina).

Zesde tooneel.Droomelot, Regina, Sero, Wachter.2deWachter.Komt niets van in! Daar heb ik op geloerd!(verscheurt ze driftig).’r Uit gedragen wordt hier niemendal!Zie zoo! Nou kun je grabb’len allebei!(een snipper lezend)Dacht ik ’t niet: jawel, ’t bekende schrift!(bukkend en de snippers nog eens verscheurend)Te groote brokken steken in je keelEn maken dat je je verslikken zou.Dat’s beter mondjesmaat—En jij ’r uit!Regina.’r Uit?… Ik ben besteld om—hem te zien …2deWachter.Komt niets van in!Regina.De kommandant …2deWachter.Is gek!Regina.Je heb me zelf gezegd …2deWachter.Ik ben óók gekWe zijn ’t allemaal, ik, de Regent,En ieder die te loopsch naast rokken loopt!(schatert het uit).[498]Geloof, dat als ik wijven-wachter was,M’n uniform gauw an den kapstok hing!(tot Droomelot, die glimlachend de snippers geraapt heeft)Wil je ze liever strooien op de plaats.Droomelot(ze spottend nakijkend).Ik geef ze aan den wind—en woord voor woordIk weet den stand van elke letter nog …2deWachter(tot Regina).’r Uit madam!Regina.Dus mag ik ’m niet zien?2deWachter.Hier namaals ja—maar bij z’n erwten niet!Regina.Dat is gemeen! Als-ie toch stervend is!(Droomelot schrikt op, luistert onbewegelijk toe).2deWachter.Jij kletst! De kommandant is idioot!Ik heb ’m zelf pas in de zon gelucht!En op de plaats heeft-ie gefloten als’n Vink, die bij z’n voer wat suiker vindt!Droomelot.Hij liegt!Regina.Je liegt! Ik ga hier niet vandaan! Laat me ’r door.2deWachter.(z’n mouwen opstroopend):Haha, dat wordt ’n bokspartij!’t Spijt me wel, madam, ’t is afgelast![499]Droomelot.Door wie?2deWachter.Door den Regent!Droomelot.Wanneer?2deWachter.Zoo pas.Regina.Mag ik dan wachten hier?2deWachter.Nee, nee—hier niet!Maar als je wachten wil, met véél geduldNeem dan je intrek in mijn wachtlokaal’k Heb bier en goed-belegen roggemik!Regina.Dan wacht ik daar! Dag Droomelot, m’n kind! Ik dank je wel, en als ’k je niet meer zie …Droomelot.We zien mekaar nog eer ’t avond is.Regina.Dat weet ik niet.Droomelot.Maar ik—ik weet ’t wel.2deWachter.Na u—ik heb de sleutels en de eer!(af met Regina).

Droomelot, Regina, Sero, Wachter.

2deWachter.Komt niets van in! Daar heb ik op geloerd!(verscheurt ze driftig).’r Uit gedragen wordt hier niemendal!Zie zoo! Nou kun je grabb’len allebei!(een snipper lezend)Dacht ik ’t niet: jawel, ’t bekende schrift!(bukkend en de snippers nog eens verscheurend)Te groote brokken steken in je keelEn maken dat je je verslikken zou.Dat’s beter mondjesmaat—En jij ’r uit!

2deWachter.

Komt niets van in! Daar heb ik op geloerd!(verscheurt ze driftig).

’r Uit gedragen wordt hier niemendal!

Zie zoo! Nou kun je grabb’len allebei!(een snipper lezend)

Dacht ik ’t niet: jawel, ’t bekende schrift!(bukkend en de snippers nog eens verscheurend)

Te groote brokken steken in je keel

En maken dat je je verslikken zou.

Dat’s beter mondjesmaat—En jij ’r uit!

Regina.’r Uit?… Ik ben besteld om—hem te zien …

Regina.’r Uit?… Ik ben besteld om—hem te zien …

2deWachter.Komt niets van in!

2deWachter.Komt niets van in!

Regina.De kommandant …

Regina.De kommandant …

2deWachter.Is gek!

2deWachter.Is gek!

Regina.Je heb me zelf gezegd …

Regina.Je heb me zelf gezegd …

2deWachter.Ik ben óók gekWe zijn ’t allemaal, ik, de Regent,En ieder die te loopsch naast rokken loopt!(schatert het uit).[498]Geloof, dat als ik wijven-wachter was,M’n uniform gauw an den kapstok hing!(tot Droomelot, die glimlachend de snippers geraapt heeft)Wil je ze liever strooien op de plaats.

2deWachter.

Ik ben óók gek

We zijn ’t allemaal, ik, de Regent,

En ieder die te loopsch naast rokken loopt!(schatert het uit).[498]

Geloof, dat als ik wijven-wachter was,

M’n uniform gauw an den kapstok hing!(tot Droomelot, die glimlachend de snippers geraapt heeft)

Wil je ze liever strooien op de plaats.

Droomelot(ze spottend nakijkend).Ik geef ze aan den wind—en woord voor woordIk weet den stand van elke letter nog …

Droomelot(ze spottend nakijkend).

Ik geef ze aan den wind—en woord voor woord

Ik weet den stand van elke letter nog …

2deWachter(tot Regina).’r Uit madam!

2deWachter(tot Regina).’r Uit madam!

Regina.Dus mag ik ’m niet zien?

Regina.Dus mag ik ’m niet zien?

2deWachter.Hier namaals ja—maar bij z’n erwten niet!

2deWachter.Hier namaals ja—maar bij z’n erwten niet!

Regina.Dat is gemeen! Als-ie toch stervend is!(Droomelot schrikt op, luistert onbewegelijk toe).

Regina.Dat is gemeen! Als-ie toch stervend is!(Droomelot schrikt op, luistert onbewegelijk toe).

2deWachter.Jij kletst! De kommandant is idioot!Ik heb ’m zelf pas in de zon gelucht!En op de plaats heeft-ie gefloten als’n Vink, die bij z’n voer wat suiker vindt!

2deWachter.

Jij kletst! De kommandant is idioot!

Ik heb ’m zelf pas in de zon gelucht!

En op de plaats heeft-ie gefloten als

’n Vink, die bij z’n voer wat suiker vindt!

Droomelot.Hij liegt!

Droomelot.Hij liegt!

Regina.Je liegt! Ik ga hier niet vandaan! Laat me ’r door.

Regina.Je liegt! Ik ga hier niet vandaan! Laat me ’r door.

2deWachter.(z’n mouwen opstroopend):Haha, dat wordt ’n bokspartij!’t Spijt me wel, madam, ’t is afgelast!

2deWachter.(z’n mouwen opstroopend):

Haha, dat wordt ’n bokspartij!

’t Spijt me wel, madam, ’t is afgelast!

[499]

Droomelot.Door wie?

Droomelot.Door wie?

2deWachter.Door den Regent!

2deWachter.Door den Regent!

Droomelot.Wanneer?

Droomelot.Wanneer?

2deWachter.Zoo pas.

2deWachter.Zoo pas.

Regina.Mag ik dan wachten hier?

Regina.Mag ik dan wachten hier?

2deWachter.Nee, nee—hier niet!Maar als je wachten wil, met véél geduldNeem dan je intrek in mijn wachtlokaal’k Heb bier en goed-belegen roggemik!

2deWachter.

Nee, nee—hier niet!

Maar als je wachten wil, met véél geduld

Neem dan je intrek in mijn wachtlokaal

’k Heb bier en goed-belegen roggemik!

Regina.Dan wacht ik daar! Dag Droomelot, m’n kind! Ik dank je wel, en als ’k je niet meer zie …

Regina.Dan wacht ik daar! Dag Droomelot, m’n kind! Ik dank je wel, en als ’k je niet meer zie …

Droomelot.We zien mekaar nog eer ’t avond is.

Droomelot.We zien mekaar nog eer ’t avond is.

Regina.Dat weet ik niet.

Regina.Dat weet ik niet.

Droomelot.Maar ik—ik weet ’t wel.

Droomelot.Maar ik—ik weet ’t wel.

2deWachter.Na u—ik heb de sleutels en de eer!(af met Regina).

2deWachter.Na u—ik heb de sleutels en de eer!(af met Regina).

[Inhoud]Zevende tooneel.Droomelot, Sero.Droomelot.(waakt op, ziet de sleutels op den divan, grijpt ze, treedt bij Sero binnen, blijft stuipend van angst staan, als ze hem ziet liggen): Vader! Vadertje!..[500](hij stut plotseling op de armen, kijkt haar enkel aan)Goddank!…(knielt bij ’t bed, neemt z’n hand, kust die—hij stoot haar driftig terug).Vadertje!(hij blijft haar aanstaren, zij wijkt achteruit).Je kijkt zoo vreemd—ik ben ’t—Droomelot! Herken je me niet meer?(hij schudt wild het hoofd, wijst haar heen te gaan).Ik ben ’t—ik!(knielt opnieuw bij ’t bed).Sero.(moeilijk): Ga weg!(schor lachend).’k Verdraag de lucht niet van jouw zeep!Daar stik ik bij! Smijt open hier ’t raam!Ga weg! Ga weg! Ga weg! Ik ken je niet!Droomelot.Je kent me niet? Ik ben je eigen kind!Sero.(halverwege van ’t bed).Ben jij m’n eigen kind—weet je dat wel?Ik stik!(zij bukt, reikt hem de waterkruik—hij duwt haar achteruit).Nee, uit jouw kinderhanden niet!…Eer kruip ik naar den berg van Horeb heen,En wacht ’t wonderwater uit de rots …Dan dat ik nog van jou, van jóú—wat wil!Droomelot.Toe, vader, vader, vadertje!Sero.Ga weg!Jij wist den weg, daar bij de schouw, niet waar?Droomelot.Dien wist ik, maar ’k dacht …Sero.Jij dacht—jij dacht, hahaha![501]Ik ook! Ik heb zoo vreeslijk veel gedacht,Ik heb dit zotte hart kapot gedacht!(lacht)’k Heb naar jouw stem daar door die spleet gesnakt,En midden in den nacht m’n hoofd gebonsdTegen den wand, of je ’t niet hooren wou,Of je geen oogenblik meer voor me had,Of je ’t begrijpen zou, dat ìk niet kon!Maar jij, je hield je stil—jij had …Droomelot …Ik had …Sero.Je pater en je moeder, den Regent!Je beetre kost, je bijbel en je zeep!Je leugens en je liederlijk bedrog!Droomelot.O vadertje, ik zweer je ’t is niet waar!Sero.Geloof je niet! Wie gaf die sleutels jou?Droomelot.(laat ze vallen): Die vond ik straks …Sero …Die vond je naast je bed,Je bed dat beter veeren hebben zal,En beter peluw dan waarop ik sterf!Ik heb, toen ik zoo pas hier binnenkwam,Jouw moeder’s stem in druk gesprek gehoord,Je deur staat open toch voor iedereen!Jij ben je moeder’s kind, zooals ’t wasJe zuster die bijtijds in ’t graf gelegd …(zit zwaar hijgend op ’t bed).Droomelot.Ze hadden me gezegd voor maanden al, Dat jij weer buiten in de vrijheid was …[502]Sero.Wie zei jou dat?Droomelot.Die man.Sero.Dat zei-ie jóú? Waarom? En waarom heb jij ’t geloofd?Droomelot.Omdat—omdat-ie gaf z’n eerewoord.Sero.Z’n eerewoord—aan jou?… Aan jou z’n eer?… En jij gaf ook je eere-woord—je eer?…(zakt schor lachend achterover).Droomelot.(bij het bed neerstortend)O, lieve vader, ’k ben en blijf van jóú!Sero.(haar woest terug-duwend).Waar is—waar is dat pak, dat ik aan jouDat ik aan jou toen toegeworpen heb,Dat pak dat voor de kameraden was?…Terug! Terug! Hoort in jouw handen niet!Droomelot.(losbarstend).Dat heb ’k niet meer, maar ’k heb ’t zoo geleerd,Zoo in me opgenomen, vader, datElk van je woorden gloeiend in me leeft!Sero.Geloof je niet!Droomelot.(hartstochtelijk)Ik draag ze met me mee!Sero.Geloof je niet![503]Droomelot.Ik zweer ’t bij—m’n kind.Sero.Je kind.(staat onbewegelijk rechtop).Je kind. Heb ik dat goed verstaan?Droomelot.Hij heeft me met geweld, geweld, geweld …Sero.(staart, glimlacht bij de herhaling van dat woord)Geweld!(beweegt machteloos de handen)En als jij me beliegt …Droomelot.Ik lieg niet vader—bij mijn kind van háát!Sero.(nu sterker glimlachend, hurkt op ’t bed).Zeg op dan wat ik voor m’n makkers sprak!En aan je stém, je stém zal ’k hooren of,Of ik kan slapen gaan …Droomelot.(knielt bij hem, kust zijn handen).Jij heb gezegd …Jij heb gezegd op ’t allereerste blad …(spreekt, terwijl hij gretig elk woord met lippen-gemummel herhaalt).„De aarde ligt wel kostlijk voor ons uit,„Alsof ze zóó door ons te grijpen is,„Maar van haar vruchten zijn wij zelf niet rijp„Nog—en we moeten met een jongen lach,„Van dat het ochtendlicht naar schemer gaat,„Het onkruid wieden en gestadig voort„Aan d’ouwe akkers geven t nieuwe zaad,„’t Gouden zaad, dat zonnebloesems wekt!(hem vergetend is zij opgestaan—hij smakt achterover).[504]„Al boom, die met te woeste hand geschud,„Werpt groene knoppen in ’t vertreden gras!„Wijtasten toe eerst met de volle kracht,„Als onze Macht zoo gaaf en sterk gestut,„Dat wij het Leven in zijn heerlijkheid,„Zijn groote, heil’ge onverwoestbaarheid,„Van al zijn leugens, zijn erbarmlijkheid,„Voor wat niet leeft, niet leven mòcht—bevrijd!”(kijkt verheugd-glimlachend om, ziet hem liggen, stort op hem toe).O, liefste God, wat is ’r vadertje?Je kijkt me aan en ziet—en ziet me niet!Je glimlacht, maar je mond die ademt niet!Slaap je, of ben je—dood?… Toe vadertje,Toe vadertje, zeg nog een enkel woord!(staat op wijkt achteruit, denkt na, maakt den ketting met ’t medaljon van haar hals los, legt dien in zijn handen, kust zijn voorhoofd).Dan moet ik verder, verder, als ’k beloofdEn jij blijft bij me, waar ik reis en trek,Want dat heb jij me, vader, óók beloofd …(kust hem nog eens, raapt de sleutels van den grond, gaat heen).

Zevende tooneel.Droomelot, Sero.Droomelot.(waakt op, ziet de sleutels op den divan, grijpt ze, treedt bij Sero binnen, blijft stuipend van angst staan, als ze hem ziet liggen): Vader! Vadertje!..[500](hij stut plotseling op de armen, kijkt haar enkel aan)Goddank!…(knielt bij ’t bed, neemt z’n hand, kust die—hij stoot haar driftig terug).Vadertje!(hij blijft haar aanstaren, zij wijkt achteruit).Je kijkt zoo vreemd—ik ben ’t—Droomelot! Herken je me niet meer?(hij schudt wild het hoofd, wijst haar heen te gaan).Ik ben ’t—ik!(knielt opnieuw bij ’t bed).Sero.(moeilijk): Ga weg!(schor lachend).’k Verdraag de lucht niet van jouw zeep!Daar stik ik bij! Smijt open hier ’t raam!Ga weg! Ga weg! Ga weg! Ik ken je niet!Droomelot.Je kent me niet? Ik ben je eigen kind!Sero.(halverwege van ’t bed).Ben jij m’n eigen kind—weet je dat wel?Ik stik!(zij bukt, reikt hem de waterkruik—hij duwt haar achteruit).Nee, uit jouw kinderhanden niet!…Eer kruip ik naar den berg van Horeb heen,En wacht ’t wonderwater uit de rots …Dan dat ik nog van jou, van jóú—wat wil!Droomelot.Toe, vader, vader, vadertje!Sero.Ga weg!Jij wist den weg, daar bij de schouw, niet waar?Droomelot.Dien wist ik, maar ’k dacht …Sero.Jij dacht—jij dacht, hahaha![501]Ik ook! Ik heb zoo vreeslijk veel gedacht,Ik heb dit zotte hart kapot gedacht!(lacht)’k Heb naar jouw stem daar door die spleet gesnakt,En midden in den nacht m’n hoofd gebonsdTegen den wand, of je ’t niet hooren wou,Of je geen oogenblik meer voor me had,Of je ’t begrijpen zou, dat ìk niet kon!Maar jij, je hield je stil—jij had …Droomelot …Ik had …Sero.Je pater en je moeder, den Regent!Je beetre kost, je bijbel en je zeep!Je leugens en je liederlijk bedrog!Droomelot.O vadertje, ik zweer je ’t is niet waar!Sero.Geloof je niet! Wie gaf die sleutels jou?Droomelot.(laat ze vallen): Die vond ik straks …Sero …Die vond je naast je bed,Je bed dat beter veeren hebben zal,En beter peluw dan waarop ik sterf!Ik heb, toen ik zoo pas hier binnenkwam,Jouw moeder’s stem in druk gesprek gehoord,Je deur staat open toch voor iedereen!Jij ben je moeder’s kind, zooals ’t wasJe zuster die bijtijds in ’t graf gelegd …(zit zwaar hijgend op ’t bed).Droomelot.Ze hadden me gezegd voor maanden al, Dat jij weer buiten in de vrijheid was …[502]Sero.Wie zei jou dat?Droomelot.Die man.Sero.Dat zei-ie jóú? Waarom? En waarom heb jij ’t geloofd?Droomelot.Omdat—omdat-ie gaf z’n eerewoord.Sero.Z’n eerewoord—aan jou?… Aan jou z’n eer?… En jij gaf ook je eere-woord—je eer?…(zakt schor lachend achterover).Droomelot.(bij het bed neerstortend)O, lieve vader, ’k ben en blijf van jóú!Sero.(haar woest terug-duwend).Waar is—waar is dat pak, dat ik aan jouDat ik aan jou toen toegeworpen heb,Dat pak dat voor de kameraden was?…Terug! Terug! Hoort in jouw handen niet!Droomelot.(losbarstend).Dat heb ’k niet meer, maar ’k heb ’t zoo geleerd,Zoo in me opgenomen, vader, datElk van je woorden gloeiend in me leeft!Sero.Geloof je niet!Droomelot.(hartstochtelijk)Ik draag ze met me mee!Sero.Geloof je niet![503]Droomelot.Ik zweer ’t bij—m’n kind.Sero.Je kind.(staat onbewegelijk rechtop).Je kind. Heb ik dat goed verstaan?Droomelot.Hij heeft me met geweld, geweld, geweld …Sero.(staart, glimlacht bij de herhaling van dat woord)Geweld!(beweegt machteloos de handen)En als jij me beliegt …Droomelot.Ik lieg niet vader—bij mijn kind van háát!Sero.(nu sterker glimlachend, hurkt op ’t bed).Zeg op dan wat ik voor m’n makkers sprak!En aan je stém, je stém zal ’k hooren of,Of ik kan slapen gaan …Droomelot.(knielt bij hem, kust zijn handen).Jij heb gezegd …Jij heb gezegd op ’t allereerste blad …(spreekt, terwijl hij gretig elk woord met lippen-gemummel herhaalt).„De aarde ligt wel kostlijk voor ons uit,„Alsof ze zóó door ons te grijpen is,„Maar van haar vruchten zijn wij zelf niet rijp„Nog—en we moeten met een jongen lach,„Van dat het ochtendlicht naar schemer gaat,„Het onkruid wieden en gestadig voort„Aan d’ouwe akkers geven t nieuwe zaad,„’t Gouden zaad, dat zonnebloesems wekt!(hem vergetend is zij opgestaan—hij smakt achterover).[504]„Al boom, die met te woeste hand geschud,„Werpt groene knoppen in ’t vertreden gras!„Wijtasten toe eerst met de volle kracht,„Als onze Macht zoo gaaf en sterk gestut,„Dat wij het Leven in zijn heerlijkheid,„Zijn groote, heil’ge onverwoestbaarheid,„Van al zijn leugens, zijn erbarmlijkheid,„Voor wat niet leeft, niet leven mòcht—bevrijd!”(kijkt verheugd-glimlachend om, ziet hem liggen, stort op hem toe).O, liefste God, wat is ’r vadertje?Je kijkt me aan en ziet—en ziet me niet!Je glimlacht, maar je mond die ademt niet!Slaap je, of ben je—dood?… Toe vadertje,Toe vadertje, zeg nog een enkel woord!(staat op wijkt achteruit, denkt na, maakt den ketting met ’t medaljon van haar hals los, legt dien in zijn handen, kust zijn voorhoofd).Dan moet ik verder, verder, als ’k beloofdEn jij blijft bij me, waar ik reis en trek,Want dat heb jij me, vader, óók beloofd …(kust hem nog eens, raapt de sleutels van den grond, gaat heen).

Droomelot, Sero.

Droomelot.(waakt op, ziet de sleutels op den divan, grijpt ze, treedt bij Sero binnen, blijft stuipend van angst staan, als ze hem ziet liggen): Vader! Vadertje!..[500](hij stut plotseling op de armen, kijkt haar enkel aan)Goddank!…(knielt bij ’t bed, neemt z’n hand, kust die—hij stoot haar driftig terug).Vadertje!(hij blijft haar aanstaren, zij wijkt achteruit).Je kijkt zoo vreemd—ik ben ’t—Droomelot! Herken je me niet meer?(hij schudt wild het hoofd, wijst haar heen te gaan).Ik ben ’t—ik!(knielt opnieuw bij ’t bed).

Droomelot.(waakt op, ziet de sleutels op den divan, grijpt ze, treedt bij Sero binnen, blijft stuipend van angst staan, als ze hem ziet liggen): Vader! Vadertje!..[500](hij stut plotseling op de armen, kijkt haar enkel aan)Goddank!…(knielt bij ’t bed, neemt z’n hand, kust die—hij stoot haar driftig terug).Vadertje!(hij blijft haar aanstaren, zij wijkt achteruit).Je kijkt zoo vreemd—ik ben ’t—Droomelot! Herken je me niet meer?(hij schudt wild het hoofd, wijst haar heen te gaan).Ik ben ’t—ik!(knielt opnieuw bij ’t bed).

Sero.(moeilijk): Ga weg!(schor lachend).’k Verdraag de lucht niet van jouw zeep!Daar stik ik bij! Smijt open hier ’t raam!Ga weg! Ga weg! Ga weg! Ik ken je niet!

Sero.(moeilijk): Ga weg!(schor lachend).

’k Verdraag de lucht niet van jouw zeep!

Daar stik ik bij! Smijt open hier ’t raam!

Ga weg! Ga weg! Ga weg! Ik ken je niet!

Droomelot.Je kent me niet? Ik ben je eigen kind!

Droomelot.Je kent me niet? Ik ben je eigen kind!

Sero.(halverwege van ’t bed).Ben jij m’n eigen kind—weet je dat wel?Ik stik!(zij bukt, reikt hem de waterkruik—hij duwt haar achteruit).Nee, uit jouw kinderhanden niet!…Eer kruip ik naar den berg van Horeb heen,En wacht ’t wonderwater uit de rots …Dan dat ik nog van jou, van jóú—wat wil!

Sero.(halverwege van ’t bed).

Ben jij m’n eigen kind—weet je dat wel?

Ik stik!(zij bukt, reikt hem de waterkruik—hij duwt haar achteruit).Nee, uit jouw kinderhanden niet!…

Eer kruip ik naar den berg van Horeb heen,

En wacht ’t wonderwater uit de rots …

Dan dat ik nog van jou, van jóú—wat wil!

Droomelot.Toe, vader, vader, vadertje!

Droomelot.

Toe, vader, vader, vadertje!

Sero.Ga weg!Jij wist den weg, daar bij de schouw, niet waar?

Sero.

Ga weg!

Jij wist den weg, daar bij de schouw, niet waar?

Droomelot.Dien wist ik, maar ’k dacht …

Droomelot.

Dien wist ik, maar ’k dacht …

Sero.Jij dacht—jij dacht, hahaha![501]Ik ook! Ik heb zoo vreeslijk veel gedacht,Ik heb dit zotte hart kapot gedacht!(lacht)’k Heb naar jouw stem daar door die spleet gesnakt,En midden in den nacht m’n hoofd gebonsdTegen den wand, of je ’t niet hooren wou,Of je geen oogenblik meer voor me had,Of je ’t begrijpen zou, dat ìk niet kon!Maar jij, je hield je stil—jij had …

Sero.

Jij dacht—jij dacht, hahaha![501]

Ik ook! Ik heb zoo vreeslijk veel gedacht,

Ik heb dit zotte hart kapot gedacht!(lacht)

’k Heb naar jouw stem daar door die spleet gesnakt,

En midden in den nacht m’n hoofd gebonsd

Tegen den wand, of je ’t niet hooren wou,

Of je geen oogenblik meer voor me had,

Of je ’t begrijpen zou, dat ìk niet kon!

Maar jij, je hield je stil—jij had …

Droomelot …Ik had …

Droomelot …Ik had …

Sero.Je pater en je moeder, den Regent!Je beetre kost, je bijbel en je zeep!Je leugens en je liederlijk bedrog!

Sero.

Je pater en je moeder, den Regent!

Je beetre kost, je bijbel en je zeep!

Je leugens en je liederlijk bedrog!

Droomelot.O vadertje, ik zweer je ’t is niet waar!

Droomelot.O vadertje, ik zweer je ’t is niet waar!

Sero.Geloof je niet! Wie gaf die sleutels jou?

Sero.Geloof je niet! Wie gaf die sleutels jou?

Droomelot.(laat ze vallen): Die vond ik straks …

Droomelot.(laat ze vallen): Die vond ik straks …

Sero …Die vond je naast je bed,Je bed dat beter veeren hebben zal,En beter peluw dan waarop ik sterf!Ik heb, toen ik zoo pas hier binnenkwam,Jouw moeder’s stem in druk gesprek gehoord,Je deur staat open toch voor iedereen!Jij ben je moeder’s kind, zooals ’t wasJe zuster die bijtijds in ’t graf gelegd …(zit zwaar hijgend op ’t bed).

Sero …

Die vond je naast je bed,

Je bed dat beter veeren hebben zal,

En beter peluw dan waarop ik sterf!

Ik heb, toen ik zoo pas hier binnenkwam,

Jouw moeder’s stem in druk gesprek gehoord,

Je deur staat open toch voor iedereen!

Jij ben je moeder’s kind, zooals ’t was

Je zuster die bijtijds in ’t graf gelegd …(zit zwaar hijgend op ’t bed).

Droomelot.Ze hadden me gezegd voor maanden al, Dat jij weer buiten in de vrijheid was …

Droomelot.Ze hadden me gezegd voor maanden al, Dat jij weer buiten in de vrijheid was …

[502]

Sero.Wie zei jou dat?

Sero.Wie zei jou dat?

Droomelot.Die man.

Droomelot.Die man.

Sero.Dat zei-ie jóú? Waarom? En waarom heb jij ’t geloofd?

Sero.Dat zei-ie jóú? Waarom? En waarom heb jij ’t geloofd?

Droomelot.Omdat—omdat-ie gaf z’n eerewoord.

Droomelot.Omdat—omdat-ie gaf z’n eerewoord.

Sero.Z’n eerewoord—aan jou?… Aan jou z’n eer?… En jij gaf ook je eere-woord—je eer?…(zakt schor lachend achterover).

Sero.Z’n eerewoord—aan jou?… Aan jou z’n eer?… En jij gaf ook je eere-woord—je eer?…(zakt schor lachend achterover).

Droomelot.(bij het bed neerstortend)O, lieve vader, ’k ben en blijf van jóú!

Droomelot.(bij het bed neerstortend)O, lieve vader, ’k ben en blijf van jóú!

Sero.(haar woest terug-duwend).Waar is—waar is dat pak, dat ik aan jouDat ik aan jou toen toegeworpen heb,Dat pak dat voor de kameraden was?…Terug! Terug! Hoort in jouw handen niet!

Sero.(haar woest terug-duwend).

Waar is—waar is dat pak, dat ik aan jou

Dat ik aan jou toen toegeworpen heb,

Dat pak dat voor de kameraden was?…

Terug! Terug! Hoort in jouw handen niet!

Droomelot.(losbarstend).Dat heb ’k niet meer, maar ’k heb ’t zoo geleerd,Zoo in me opgenomen, vader, datElk van je woorden gloeiend in me leeft!

Droomelot.(losbarstend).

Dat heb ’k niet meer, maar ’k heb ’t zoo geleerd,

Zoo in me opgenomen, vader, dat

Elk van je woorden gloeiend in me leeft!

Sero.Geloof je niet!

Sero.Geloof je niet!

Droomelot.(hartstochtelijk)Ik draag ze met me mee!

Droomelot.(hartstochtelijk)Ik draag ze met me mee!

Sero.Geloof je niet!

Sero.Geloof je niet!

[503]

Droomelot.Ik zweer ’t bij—m’n kind.

Droomelot.Ik zweer ’t bij—m’n kind.

Sero.Je kind.(staat onbewegelijk rechtop).Je kind. Heb ik dat goed verstaan?

Sero.Je kind.(staat onbewegelijk rechtop).Je kind. Heb ik dat goed verstaan?

Droomelot.Hij heeft me met geweld, geweld, geweld …

Droomelot.Hij heeft me met geweld, geweld, geweld …

Sero.(staart, glimlacht bij de herhaling van dat woord)Geweld!(beweegt machteloos de handen)En als jij me beliegt …

Sero.(staart, glimlacht bij de herhaling van dat woord)Geweld!(beweegt machteloos de handen)En als jij me beliegt …

Droomelot.Ik lieg niet vader—bij mijn kind van háát!

Droomelot.Ik lieg niet vader—bij mijn kind van háát!

Sero.(nu sterker glimlachend, hurkt op ’t bed).Zeg op dan wat ik voor m’n makkers sprak!En aan je stém, je stém zal ’k hooren of,Of ik kan slapen gaan …

Sero.(nu sterker glimlachend, hurkt op ’t bed).

Zeg op dan wat ik voor m’n makkers sprak!

En aan je stém, je stém zal ’k hooren of,

Of ik kan slapen gaan …

Droomelot.(knielt bij hem, kust zijn handen).Jij heb gezegd …Jij heb gezegd op ’t allereerste blad …(spreekt, terwijl hij gretig elk woord met lippen-gemummel herhaalt).„De aarde ligt wel kostlijk voor ons uit,„Alsof ze zóó door ons te grijpen is,„Maar van haar vruchten zijn wij zelf niet rijp„Nog—en we moeten met een jongen lach,„Van dat het ochtendlicht naar schemer gaat,„Het onkruid wieden en gestadig voort„Aan d’ouwe akkers geven t nieuwe zaad,„’t Gouden zaad, dat zonnebloesems wekt!(hem vergetend is zij opgestaan—hij smakt achterover).[504]„Al boom, die met te woeste hand geschud,„Werpt groene knoppen in ’t vertreden gras!„Wijtasten toe eerst met de volle kracht,„Als onze Macht zoo gaaf en sterk gestut,„Dat wij het Leven in zijn heerlijkheid,„Zijn groote, heil’ge onverwoestbaarheid,„Van al zijn leugens, zijn erbarmlijkheid,„Voor wat niet leeft, niet leven mòcht—bevrijd!”(kijkt verheugd-glimlachend om, ziet hem liggen, stort op hem toe).O, liefste God, wat is ’r vadertje?Je kijkt me aan en ziet—en ziet me niet!Je glimlacht, maar je mond die ademt niet!Slaap je, of ben je—dood?… Toe vadertje,Toe vadertje, zeg nog een enkel woord!(staat op wijkt achteruit, denkt na, maakt den ketting met ’t medaljon van haar hals los, legt dien in zijn handen, kust zijn voorhoofd).Dan moet ik verder, verder, als ’k beloofdEn jij blijft bij me, waar ik reis en trek,Want dat heb jij me, vader, óók beloofd …(kust hem nog eens, raapt de sleutels van den grond, gaat heen).

Droomelot.(knielt bij hem, kust zijn handen).

Jij heb gezegd …

Jij heb gezegd op ’t allereerste blad …(spreekt, terwijl hij gretig elk woord met lippen-gemummel herhaalt).

„De aarde ligt wel kostlijk voor ons uit,

„Alsof ze zóó door ons te grijpen is,

„Maar van haar vruchten zijn wij zelf niet rijp

„Nog—en we moeten met een jongen lach,

„Van dat het ochtendlicht naar schemer gaat,

„Het onkruid wieden en gestadig voort

„Aan d’ouwe akkers geven t nieuwe zaad,

„’t Gouden zaad, dat zonnebloesems wekt!(hem vergetend is zij opgestaan—hij smakt achterover).[504]

„Al boom, die met te woeste hand geschud,

„Werpt groene knoppen in ’t vertreden gras!

„Wijtasten toe eerst met de volle kracht,

„Als onze Macht zoo gaaf en sterk gestut,

„Dat wij het Leven in zijn heerlijkheid,

„Zijn groote, heil’ge onverwoestbaarheid,

„Van al zijn leugens, zijn erbarmlijkheid,

„Voor wat niet leeft, niet leven mòcht—bevrijd!”(kijkt verheugd-glimlachend om, ziet hem liggen, stort op hem toe).

O, liefste God, wat is ’r vadertje?

Je kijkt me aan en ziet—en ziet me niet!

Je glimlacht, maar je mond die ademt niet!

Slaap je, of ben je—dood?… Toe vadertje,

Toe vadertje, zeg nog een enkel woord!(staat op wijkt achteruit, denkt na, maakt den ketting met ’t medaljon van haar hals los, legt dien in zijn handen, kust zijn voorhoofd).

Dan moet ik verder, verder, als ’k beloofd

En jij blijft bij me, waar ik reis en trek,

Want dat heb jij me, vader, óók beloofd …(kust hem nog eens, raapt de sleutels van den grond, gaat heen).

[Inhoud]Achtste tooneel.Regent, 2deWachter, Regina.Regent.(treedt in Droomelot’s cel, ziet dat zij er niet meer is, roept de gang in).Verdoemd, verdoemd, waar zijn de wachters, hier?Vlug dan! Ze is ’r niet! Waar is ze heen?[505]2deWachter.U heeft ons zelf gelast, maar als u ’t wil …Regent.Vooruit en breng ’r met geweld terug!Nee! Nee!… Blijf hier! Jij raakt haar lijf niet aan!…Zoolang ’k haar vader heb, heb ik haar ook!2deWachter.Z’n deur staat aan!Regent.Z’n deur staat aan! Verdoemd!(stort in Sero’s cel).… Hij is ’r nog!Regina.(angstig bij het hoofdeinde)…Nee,hijis ’r niet meer …(ziet ketting en medaljon in de handen van den doode, knielt)…Nu durf ik met je dochter mee te gaan …EINDE.Berlijn, Juli/December 1909.

Achtste tooneel.Regent, 2deWachter, Regina.Regent.(treedt in Droomelot’s cel, ziet dat zij er niet meer is, roept de gang in).Verdoemd, verdoemd, waar zijn de wachters, hier?Vlug dan! Ze is ’r niet! Waar is ze heen?[505]2deWachter.U heeft ons zelf gelast, maar als u ’t wil …Regent.Vooruit en breng ’r met geweld terug!Nee! Nee!… Blijf hier! Jij raakt haar lijf niet aan!…Zoolang ’k haar vader heb, heb ik haar ook!2deWachter.Z’n deur staat aan!Regent.Z’n deur staat aan! Verdoemd!(stort in Sero’s cel).… Hij is ’r nog!Regina.(angstig bij het hoofdeinde)…Nee,hijis ’r niet meer …(ziet ketting en medaljon in de handen van den doode, knielt)…Nu durf ik met je dochter mee te gaan …

Regent, 2deWachter, Regina.

Regent.(treedt in Droomelot’s cel, ziet dat zij er niet meer is, roept de gang in).Verdoemd, verdoemd, waar zijn de wachters, hier?Vlug dan! Ze is ’r niet! Waar is ze heen?

Regent.(treedt in Droomelot’s cel, ziet dat zij er niet meer is, roept de gang in).

Verdoemd, verdoemd, waar zijn de wachters, hier?

Vlug dan! Ze is ’r niet! Waar is ze heen?

[505]

2deWachter.U heeft ons zelf gelast, maar als u ’t wil …

2deWachter.U heeft ons zelf gelast, maar als u ’t wil …

Regent.Vooruit en breng ’r met geweld terug!Nee! Nee!… Blijf hier! Jij raakt haar lijf niet aan!…Zoolang ’k haar vader heb, heb ik haar ook!

Regent.

Vooruit en breng ’r met geweld terug!

Nee! Nee!… Blijf hier! Jij raakt haar lijf niet aan!…

Zoolang ’k haar vader heb, heb ik haar ook!

2deWachter.Z’n deur staat aan!

2deWachter.Z’n deur staat aan!

Regent.Z’n deur staat aan! Verdoemd!(stort in Sero’s cel).… Hij is ’r nog!

Regent.Z’n deur staat aan! Verdoemd!(stort in Sero’s cel).

… Hij is ’r nog!

Regina.(angstig bij het hoofdeinde)…Nee,hijis ’r niet meer …(ziet ketting en medaljon in de handen van den doode, knielt)…Nu durf ik met je dochter mee te gaan …

Regina.(angstig bij het hoofdeinde)…

Nee,hijis ’r niet meer …(ziet ketting en medaljon in de handen van den doode, knielt)…

Nu durf ik met je dochter mee te gaan …

EINDE.Berlijn, Juli/December 1909.

EINDE.

Berlijn, Juli/December 1909.


Back to IndexNext