Eerste Tooneel.

[Inhoud]Eerste Tooneel.Hope, de kelner.Kelner(na een paar maal geklopt te hebben, treedt van rechts binnen, zet een presenteerblad met schalen op een zijtafeltje naast de deur, spreidt op de groote tafel een servet, legt daarop bord, mes, vork, lepel, kijkt Hope, die met een boek in de hand, in een leunstoel bij de balkondeuren ingeslapen is, driest aan).Hum!… Hum!…(Hope beweegt niet. Hij loert in de achter-slaapkamer, verlaat het vertrek door dezelfde deur, keert besluiteloos terug, beklopt de deur luider aan de binnenzij).[120]Hope(wakkerschrikkend, het boek op tafel neerleggend).Wie daar?Kelner.Ik, juffrouw—ik por maar wat harder—de boel wordt koud.Hope(snel op de kamer toegaand en luisterend).Heb ’k niet verzocht zoo zacht mogelijk te kloppen?… U weet toch dat ’r ’n zieke ligt!Kelner.Nou snap ’k niemeer waar ’k me an mot houen!… Toen ’k vanmorgen tè stil binnen kwam, kreeg ’k ’n uitbrander, omdat u in uw onderlijfie stond.…Hope.Zeg ’ns—jij zal me ’n groot pleizier doen je afstand te bewaren—dat ’s de derde waarschuwing … Je kan gaan.…Kelner.Sivoeplee … Alleen …Hope.Heb u me verstaan?Kelner.Sivoeplee …(bij de deur).De wijnkaart ligt naast de servet van de juffrouw …Une fois c’est pour moi!… Pour moi.…(af).[Inhoud]Tweede Tooneel.Hope, Dokter, Hotelier.Hope(na nog eens achter de draperie gekeken te hebben, zit wederom in den leunstoel bij het balkon, droogt zich de oogen. Een bescheiden getik).Binnen …(staat op).Dag dokter.… Dank u wel—gaat u[121]zitten: ze slaapt—dat u zoo hartelijk is voor de tweede maal.…Dokter.…Is u ’n paar uurtjes gaan liggen, zooals ’k u gezegd heb?Hope.’k Heb in den stoel voor ’t raam.…Dokter.Noemt u dat liggen?.… U zult uzelf kapot maken. Dat houdt u vannacht niet uit. Mag ’k licht opsteken?…Hope.Een oogenblikje …(laat de portière geheel zakken, gaat op den knop bij de deur toe, ontsteekt de kroon).Alsjeblief dokter.Dokter.Zoo zien we mekaar tenminste. De eerste regel bij ziekenoppassen, zuster, is ’t zichzelf in acht nemen.…Charité bien ordonnée.…Hope.…Commence par soi-mème.…Zal ’k ’r wekken?Dokter.Zijn de benauwdheden terug gekomen?…Hope.Om zes uur nog even, maar gelukkig niet làng … Wie daar(tot den Hotelier).Ik kan u nu niet ontvangen. U ziet dat ik belet heb.…Hotelier.Pardon—als ik dérangeer, zuster—’t is juist om den dokter.…Hope(uit de hoogte).Dien kunt u straks.…Hotelier.Pardon—ik moet zoo dadelijk de deur uit … Als u ’t permiteert wou ’k dokter één seconde lastig vallen, één seconde.…[122]Dokter.Ik zal onmiddellijk op uw kantoor.…Hotelier.De zaak is …(op een ongeduldig gebaar van Hope).Pardon.… U moet toch ’n beetje consideratie met ons hotel gebruiken.… Als mevrouw overlijdt.…Hope.Zachter asjeblief.…Hotelier.Als, als, zeg ik—worden de families van twee- en drie-en-zestìg enorm gecontrarieerd … zullen andere families onmiddellijk vertrekken—we zijn midden in ’t seizoen.… U weet, dokter, hoe de menschen zijn.…Ikben niet onbillijk.… Niet één logeergast zal in de komende weken de appartementen willen betrekken.… Als we hadden kunnen voorzien.…Hope.Voorzien?… Als wìj hadden kunnen voorzien—zouden we in de laatste plaats van ùw gastvrijheid geprofiteerd hebben.… Heeft u méer de gewoonte logées lastig te vallen?…Dokter.Suscht! Suscht!… We gaan naar de conversatiezaal, meneer.…Hotelier(retireerend).U heeft gelijk en ongelijk.… Maar.…Dokter.…Geen verdere maren.… Ik kom bij u.…Hotelier.’t Gasthuis—’t Hopital Wallon—is telephonisch verbonden—heeft ’n magnifieke auto om zieken te vervoeren.Dokter.Onder géén omstandigheden! Onder géén. ’k Zal ’t u beneden uitleggen—hier niet(af met Hotelier).[123][Inhoud]Derde Tooneel.Hope, Charles, Kelner.Hope(verdwijnt even achter de portières).Charles(jonge man, ongeveer 24, scherp gelaat, zonder snor, modieuze gekleede jas, hooge hoed—komt door linkerdeur op: tot kelner).Is ’t hier?Kelner.Ja, meneer.Charles.Een en zestig?Kelner.Ja, meneer.Charles.’k Zie niemand.Kelner.De dames zullen daar zijn.Hope(tusschen de portières, legt een vinger op den mond. Kelner af. Zij schuift voorzichtig de deuren der slaapkamer toe).Zoo. ’k Ben blij dat ù tenminste gekomen is.Charles.Is ’t zóó ernstig?Hope.Heel, heel ernstig.Charles.Sinds wanneer?Hope.Sinds eergistermorgen—na ’n bezoek aan de Stichting.Charles.Wéér aan ’t hart?(zij knikt).De vorige keer dachten we ook.…Hope.Driemaal is ze bewusteloos geweest—de dokter heeft ’r ’n kamfer-injectie gegeven.…[124]Charles.Ja ja.… Heb jij ons getelegrafeerd?Hope.Op advies van den dokter.Charles.Wat zegt-ie?Hope.Wat u ongeveer denken kan—’n vrouw op leeftijd.…Charles.Spijt me, dat je telegram nageseind moest worden. ’k Was eergister niet in Trouville.…Hope.Nièt in Trouville.… En mevrouw met ’t kindje … zijn die meegekomen?Charles(ongeduldig).Nee, nee, nee! Ik was ’n dag—voor zaken—naar Parijs … ’k Kon nog net den middagtrein pakken.… De familie is in Trouville gebleven.… Denk ’k tenminste.… En oom Dolf?Hope.Is ’r nog niet. ’k Ben bang dat-ie mevrouw.… Ze verlangt zoo naar ’m.…Charles.’k Heb niet ’t flauwst vermoeden, waar-ie uithangt.… In geen maanden bericht van ’m gehad. Is-ie met ’t jacht?…Hope.Nee meneer. Z’n laatste brief—aan uw mama—aan uw grootmama—was uit Zwitserland—uit Châtelard, meen ’k. ’t Zou de grootste ellende zijn, als—als-ie te laat kwam.… Gister heb ’k voor de tweede maal geseind.… Geen antwoord.…Charles.Eén kan z’n adres zéker weten—die—die …Hope.…Die hebben we—de dokter en ik—vandaag óók ’n telegram gezonden.…[125]Charles(verwonderd).Wist jìj van die liaison?Hope(rustig-glimlachend).Waarom zou ik ’r niet van weten?.… ’n Publiek geheim is geen bepaald geheim meer.…Charles.Afficheert-ie zich nog?.… Enfin, ’t regardeert me niet.… ’n Man, die m’n vader kon zijn.…(gewild over iets anders pratend).Is dat ’t kostuum van de Stichting?.… Niet positief chic. Flatteert je minder.Hope.Denkt u, dat zieke kinderen ’r profijt van hebben òf ’t kostuum.… Wees u ’ns stil!(luistert).Nee …Charles.Mag ’k ’r zien?Hope.Misschien. In elk geval met de noodige voorbereiding. Ze zou kunnen begrijpen, dàt ’r gewaarschuwd is.…Charles.Ik stoor je toch niet in je diner?Hope(mat).’k Heb gegeten.Charles.Jij ben scherper in je gezicht geworden, Hope. Je ziet ’r zoo heelemaal anders uit—of ligt ’t an de kroon?Hope.Dat kan. ’k Heb in geen twee nachten geslapen.…[Inhoud]Vierde Tooneel.Hope, Charles, Dokter.Dokter.…’n Vlegel eerste klas.… Pardon.…[126]Hope.De kleinzoon van mevrouw, meneer Charles van Walden—dokter Linden.Charles.Heel aangenaam, dokter.Dokter.Is u zoo pas gearriveerd?Charles.Nog geen uur geleden. Nauwelijks den tijd gehad ’n andere jas aan te schieten.… Ik hoor dat de toestand van grootmama.…Dokter.Bijzonder zorgwekkend is.… Ik geloof, tenzij ’n wonder gebeurt, dat de familie zich op ’t ergste zal dienen.…Charles.…Ja, ja. Dat begreep ’k, toen ’t telegram kwam.…(een stilte).Dokter(driftig).… En die vlegel beneden—’k heb ’m te woord gestaan—wou per se de auto van Wallon bestellen. Doe dat, meneer, heb ’k ’m gezegd: doe jij dat—dan schrijf ik morgen ’n ingezonden stuk in denCourrier, om de badgasten te laten zien wat ’n humaan gérant jij ben.… Daar scheen-ie respect voor te hebben.… Stel je voor!.… ’n Doodzieke gaan transporteeren uit vrees voor ’t egoïsme van andere logées.… Laat je je eten staan, zuster?Hope.Nee, nee.… Mag meneer mevrouw zien?Dokter.We zullen ons overtuigen.… Blijf u hier.… Heeft ze champagne gedronken?Hope(de portières hechtend).Met tegenzin een enkel glas.…[127]Dokter.Niet voldoende—niet voldoende.… Blijf nu maar—blijven—blijven …(af in slaapkamer).Charles.’k Zal maar wat liegen, niet?… Dat ik toevallig voor dringende aangelegenheden overgewipt ben … Als ’k me niet zoo gehaast had, zou ’k wat hebben meegebracht.…Hope.Als ’k ’t zeggen mag.…Charles.Ja?Hope.’t Zal voor mevrouw ’n teleurstelling zijn, dat u zonder uw vrouw en vooral zonder Ninette—’r eenig achterkleinkind—is.…Charles.…Zoo’n baby van drie jaar.… En dan ik zei je toch al, dat ’k niet direct van Trouville kom.… En dan—m’n vrouw houdt niet—hoe zal ’k dat.…(ongeduldig).Wat vraag je naar den bekenden weg?… Je weet dat ’r telkens verschil van meening is.… Grootmama met ’r geweldig-overdreven.…Hope.Toe meneer Charles!… ’t Zijn nù juist niet de omstandigheden.… Roept u, dokter?…Dokter(onzichtbaar).Zuster.…Hope(gaat achter de gordijnen—hij loopt heen en weer—staat stil voor den spiegel boven denécessaire, neemt ’n kleerborstel, schuiert zich de jas—gladt zich het haar).Hier ben ’k weer.(Zij bedrukt den knop der electrische schel aan de kroon).Charles.Toch niet sérieuzer.[128]Hope.Goddank nee. Ze voelt zich minder beklemd, krijgt een tweede injectie.… Nee, vooral niet binnen gaan!…(tot den kelner).’n Flesch champagne.… Versta je niet?… ’n Flesch champagne …(af).[Inhoud]Vijfde Tooneel.Charles, Kelner.Kelner(onbewogen).Frappé?…Charles(ongeduldig).Frappé—niet frappé—als ’t maar vlug komt!Kelner.Moët et Chandon—Irroy Carte Blanche—Pol Roger Medium-dry—Pommery—Heidsieck—wil meneer zoo beleefd zijn …? De wijnkaart ligt op tafel.…Charles.Je m’en fiche.…Kelner(droog).Dàt merk hebben we niet.…Charles.Maak jij grapjes?… Ben ’k niet van gediend.(kijkt de kaart in).Moët.…Kelner.Demi-sec of White Star-sec?Charles.Loop naar de … Demi-sec!… En beneden ontkurken.… En voor mij ’n kop koffie.…Kelner.Een Moët White Star—un café noir…(af).[Inhoud]Zesde Tooneel.Charles, Dokter, Hope.Dokter(duwt de schuifdeuren dicht).Dat is voor u ’n heele reis geweest, meneer Van Walden.…[129]Charles.Ja, ja—gelooft u nòg, dat grootmama …?Dokter.Alles is mogelijk.—’t Is zulk ’n verbazend krasse vrouw, dat ik me na de tweede injectie aan geen voorspellingen wagen durf.… Ze praat met ’n bedriegelijke opgewektheid.… Maar … Maar.… Als ze ’r deze keer bovenop komt, blijft de toestand bijzonder précair—bijzonder. De geringste complicatie, de kleinste stoornis, niet waar?… In ieder geval is ’t uitnemend dat u er tenminste is. En ’k zou willen adviseeren de eerste dagen in de directe nabijheid te blijven.…Charles.Als ik dus wel begrijp is ’t ergste gevaar geweken?Dokter.Nee—volstrekt niet—in de verste verte niet. Bij ’n hartaandoening van dien aard en op dien leeftijd en met zulke ontrustende aanvallen van bewusteloosheid, is ’t de plicht van de naaste familieleden op hun qui-vive te zijn. Toen we u seinden, was ’t mijn innige overtuiging, dat u telaat zou komen(met verheffing).Dolf handelt—als ik ’t.…Charles.Dolf?… Kènt u.…Dokter.Of ’k Dolf ken?… Hahaha!—hij heeft me helpen ontgroenen.…Charles.Ontgroenen?…Dokter.Weet u niet, dat uw oom—hij is toch uw óóm?…Charles.Natuurlijk.[130]Dokter.Dat-ie vier, vijf jaar college geloopen heeft—dat wil zeggen: had behooren te loopen—’k taxeer ’m op nog geen vòlgeschreven dictaatcahier! Toen ik van ’t gymnasium kwam, had Dolf al minstens vier jaar ge—ge—ja wat feitelijk ge—ge …? Gedit, gedat, gefuifd, gekroegjoold, ge …Charles.…Boemeld.…Dokter.Geboemeld, ’t juiste woord in volgorde—letterlijk alles had-ie als corpslid ge—ge—gedaan—alleen niet gestudeerd. Toen-ie gesjeesd werd.…Charles(na zacht geklop).Binnen!(tot den kelner, die enkel koffie brengt).En de Moët?Kelner.En deux secondes monsieur.… J’ai.…Dokter.Spreek jij geen Hollandsch, vrindje?Kelner.Oui monsieur.…Dokter.Doe dat dan—flauwe kunsten!Kelner.De champagne wordt koel gemaakt.Dokter.Heelemaal niet noodig.… We wachten ’r op(Kelner af).Dat’s nou misschien ’n jongen uit(imiteert Fransch)uit Leeuwarden, uit Hontenissen, hahaha!… Waar was ’k gebleven? Wat wou ’k.…Charles.Toen oom gesjeesd werd, zei u.… Drinkt u ’n kop mee, dokter?Dokter.Dank u.… Toen—vertel ’ns ’n historie zonder ’n dozijn toen’s!—toen-ie gesjeesd werd[131]—om ’n dolle geschiedenis—’n schandaaltje, als je ’t zoo noemen wil.…Charles(rustig drinkend).Om ’n vrouw natuurlijk!Dokter.Spreekt van zelf.… Als ’k me goed herinner—’t geheugen is m’nforteniet—alweer zoo’n Fransch woord!—had-ie ’n vechtpartij op klaarlichten dag met den een of anderen kerel, ’n koloniaal of zoo iets, dien-ie behoorlijk toetakelde.… Met groote moeite werd ’t gesust—’n sisser van ’n week of twee brommen—en ’n paar honderd gulden fooi.…Charles.Daar wist ik hoegenaamd niets van(glimlachend).Verwonderen doet ’t me niet.… Hoe is ’t mogelijk—op klaarlichten dag—en met ’n koloniaal—met ’n koloniaal!… Zóó iemand kàn je toch niet beleedigen.…Dokter.Iets met ’t meisje of de zuster van dien kerel—’t ware weet ’k niet—is hijzelf waarschijnlijk glad vergeten.… Wanneer kan ’t geweest zijn?… Negentig.… Een-en-negentig.… Om en om vijftien, zestien, zeventien jaar—’k kan ’r geen slag in slaan.… Doet ’r ook niet toe.… Hij werd van de corpslijst geschrapt.… Misschien studeerde-ie anders nog, hahaha!… Ja, Dolf en ik hebben mekaar in die dagen meer dan goed gekend—later ook nog wel, maar nooit meer zóó, zoo heerlijk, onbezorgd.… Jammer van den vent.… ’n Hart van goud—’n wilde rakker—’n bandiet.… Als-ie niet zoo vroeg z’n vader verloren had, niet zoo vlug de beschikking over z’n erfdeel gekregen,[132]zou-ie iémand—iémand geworden zijn.… Zeldzame kop.… ’t Was toen—alweer toen—’n lust om ’m te hooren, als-ie op dreef was.… ’n Vernuft, ’n géést.… En nou!… En nou!… ’k Zou ’m z’n mantel kunnen uitvegen, dat-ie met geen drie, vier telegrammen te bereiken is, dat-ie geen adres achterlaat, terwijl z’n moeder doorloopend ziekelijk is.—Tot zelfs die eerste-klasse-dame van ’m hebben we geseind.… Valt me verbazend tegen. Verbazend. ’r Eenige zoon in leven.… Uw papa is betrekkelijk vroeg gestorven, niet waar?…Charles.Toen ik twee was.…Dokter.Dan zult u wel geen voorraad herinneringen aan ’m hebben?…Charles(koel).Nee—in geen enkel opzicht.Dokter.En uw mama?Charles.…Kort na de kraam(gewild).Rookt u ’n sigaret mee—de balkondeuren staan open.… Of heeft u er bezwaar tegen?Dokter.Bezwaar, nee—als u bij ’t balkon blijft. Pardon, ik zal ’r geen gebruik van maken.…Charles.Bijzondere avond.… Geen rimpel op zee.… ’n Idylle.… ’k Zou ’t persoonlijk geen week aan zee uithouden.… Parijs.… London.… De groote stedenà la bonne heure.… Dat eeuwige water vind ’kassommant!Dokter(na een drukkende stilte).Ik heb in de twee maanden, dat ik het genoegen heb over de Stichting[133]van uw grootmama te gaan, buitengewoon respect voor haar gekregen.…Charles.Ja—ja.…Dokter.En u houdt zeker véel van haar—me dunkt ’n vrouw met dàt hart moet meer dan vader en moeder sámen voor u geweest zijn?…Charles.Natuurlijk. Natuurlijk.Dokter.Ze dweept met kinderen. Ieder bezoek aan de Stichting is ’n feest!(een stilte).Had u geen idee te studeeren?Charles.Heelemaal niet—twee jaar na de kostschool ben ’k getrouwd.…Dokter.Zoo jong?Charles.Zoo jong. ’k Zal den kelner nog eens schellen. Dat is ’n ongemeene bediening.(Gelijk verschijnt de kelner met de flesch in een koelemmer).Móést dat zoo lang duren?… De dokter zei toch dat afkoelen niet noodig was?Kelner.De gewoonte van ’t huis, meneer—niet gefrapeerd.…Charles.…’t Is goed—hou je mond(hem belettend in te schenken).Dicht laten.… Doen we zelf(kelner af).De ezel!… Een, twee, drie glazen—of ’r gespeecht zal worden.… Laat me u helpen, dokter.… Draagt u ’t alleen?Dokter.Gaat best. Als u de deuren even zacht openschuift—schuiven—niet duwen. Merci.[134][Inhoud]Zevende tooneel.Charles, Dolf.Dolf(robuste man, ongeveer veertig, blonde volbaard—jachtkostuum—bloemruiker in de hand—praat tot den kelner buiten).Als ’r geen kamer is, dan maak je d’r een. Wat zeg-je … Enkel ’n badkamer? Dan ’n badkamer! En de rommel uit de auto naar boven halen.… Ja, ja.… Goed!(tot Charles).Wel wat drommel.…(Charles wijst naar de portières).Heb jij geseind?… ’t Is toch niet.…(Charles ontkent).Dat is ’n pak van me hart.… We hebben over de tachtig kilometer geloopen.… Midden op den weg oponthoud—’n boerekar, die natuurlijk verkeerd uitweek in ’n sloot gerejen—scheelde geen haar of we hadden met de auto ’nsaut périlleuxgemaakt.… Of de kaffers ’t ’r om doen, om doen!… Hoe is ’t met mama?… Meer angst dan ziekte, zooals de laatste maal?… Of.…Charles.Ze moet op ’t oogenblik weer heel opgewekt zijn. De dokter is juist bij ’r—ik ben nog geen uur geleden van Trouville binnen komen vallen.Dolf.Was dat telegram, aan Snip geadresseerd, van jou?… Verbazend handige inval! M’n compliment. Anders was ’k mogelijk nog bij Beelaart op de jacht!Charles.Snip?… Snip?… Ik heb niet getelegrafeerd, omdat ’k pas zèlf gearriveerd ben—en Snip—Snip? Wie is dat, als ’k vragen mag?Dolf.Snip.… Madame Lebeau.…[135]Charles.O. Wist niet dat die juffrouw ’n zoo gedistingeerden bijnaam.… Hope heeft u aan dat gerenommeerd adres ’n laatst telegram gestuurd—op de andere kreeg ze gister en eergister geen antwoord …Dolf(eenigszins ontstemd).Hope?… Hope?… Is Hope hier?… Bij mama?Charles.Verwondert u dat?Dolf.Och nee. En och ja. ’k Weet ’t niet(loopt een weinig geprikkeld op en neer).Dat heb jij ’r toch niet?Charles.Ik begrijp niet wat u bèdoelt.…Dolf.Of jij.… Doet ’r niet toe.… Geef me ’n sigaret. ’k Ben wee van honger.… Me geen tijd gegund te dineeren. Merci.… M’n handen trillen nog van den stuurstang(lucifer aannemend).Merci(zakt in den stoel voor het raam).’k Dacht waarachtig, dat ’t deze keer.… ’k Zou ’r enorm spijt van gehad hebben.… Want al ben ’k ’n dozijnmaal, op de ongelegenste momenten opgeschrikt—niet waar?—al is ’t goddank—geloof jìj an zoo’n sinjeur daar boven?—ik niet!—al is ’t goddank telkens met ’n sisser afgeloopen—één keer moet ’t gebeuren—en dan zou ’t meer dan beroerd zijn, als je die oogen voor goed gesloten vond.… Duurt ’t nog lang daarbinnen?… Kan ’k kloppen?…Charles.Ze zullen wel dadelijk komen.Dolf.Ze?… Ze?… O ja.… Attent van die kleine Hope. Dus diè heeft Snip, Snipje, ’n dépêche gezonden.… Charley, boy, ik geloof.…[136]Charles.U gelooft?…Dolf.Niemendal. Niemendal. ’k Geloof heelemaal niet—zei ’k straks al.… Kan ’k me handen ergens wasschen?… ’t Bloed van de patrijzen—heele koppels hebben we onder schot gekregen—ja waarachtig!—kleeft ’r nog an—zoo gehaast als ’k in de auto van Beelaart gesprongen ben, toen de manke boschwachter op ’n fiets—dat had je moeten zien—een kruk zoo en een zoo—me de boodschap van Snipje kwam brengen.—Is hier geen waschgelegenheid?…Charles.Hiernaast op 59—de kamer van Hope.…Dolf.De kamer van Hope?… Nee.… Wetboek van Strafrecht, artikel—artikel.… Nou welk artikel?Charles(lachend).Begrijp u niet.…Dolf.Dat ’s de tweede maal, dat ’k voor jou te diepzinnig ga(werpt de sigaret uit ’t raam).Deugen niet—die papieren dingen van de régie.… Heb je Suus meegebracht?Charles.Nee. Ze—ze kon niet zoo op slag mee.Dolf.Hoe laat ben je uit Trouville vertrokken?Charles.Vannacht—ja vannacht.…Dolf(glimlachend).Je zegt dat of je ’t zelf niet precies weet.… Maakt de kleine Ninette ’t goed?Charles.Uitstekend.Dolf.De bronchitis heelemaal weg?[137]Charles.Totaal. En gelukkig. Als dat kind wat overkomen was.…Dolf.Dan?Charles.Nou dan niets—u kunt u voorstellen—of misschien ook niet—hoe je van zoo’n baby houdt.… Ik dweep met ’t goudkopje(een portretje uit z’n portefeuille nemend).Dat is ’t laatste kiekje aan ’t strand van Trouville(kust het).Als ’t u interesseert(reikt het over).Dolf.Pretendeert dat de een of andere nuance van hatelijkheid—„als ’t u interesseert”—omdat ik deze maanden.…Charles(glimlachend).Laten we zeggen ’t heele jaar—van af Nieuwjaar.…Dolf(knikkend).Van af Nieuwjaar—merkwaardig geheugen heb jij!—geen gelegenheid heb kunnen vinden?… Charley, boy: waar ik bezoeken afleg, letterlijk waar, krijg ik verwijten.… Prachtig snuitje.… Ik kom honderd jaar tekort.… Precies je vrouw.… De dagen vliegen, de weken raken zoek, de maanden trek ’k met mudjes van den kalender.… Ja, daar zul je plezier van hebben.… Mooi kind.… Leuk kind.… Mag ik ’t bij me steken?Charles.’k Heb ’r maar één. En dan, beste oom—wat moet ù met ’n portretje?Dolf.Wat ik met portretten moet? ’n Half dozijn draag ’k ’r bij me …(in z’n binnenzak tastend—dan[138]aarzelend).Nee. Je heb gelijk. Merci(reikt het over).Heb je Suze daar ook?Charles.M’n vrouw—nee. Of misschien hier …(doorzoekt de portefeuille).Nee. Zeker verlegd(in de slaapkamer weerklinkt gelach).We behoeven ons voorloopig niet ongerust te maken, oom—zoolang ze in dié stemming zijn.…Dolf.Tant mieux!(staat op, klopt zachtjes).[Inhoud]Achtste tooneel.Charles, Dolf, De Dokter.Dokter(met de champagne-flesch en het presenteerblad).Sust!… Nee vooral niet binnen!—Dolf?… Meneer Dolf van Walden? Herkent u me niet meer?… Linden.… Jan Linden.…Dolf.Pardon—mogelijk dat.…Dokter(de flesch in den koelemmer stellend).Ik heb uw schoenen nog in ’88, ’89 gepoetst—ik heb op één avond drie snijkoeken moeten slikken, omdat ù zich verbeeldde, dat ik ’n speld binnen had gekregen.… Boven de handschoenenwinkel in de Breestraat—met aan de overzij ’t Stadhuis.Dolf.Ben jij—ben u.… die kleine bleeke Jan, die.… Kerel, ben jij al dokter?(schudt z’n hand)En mama?.… We hebben daar zoo luidruchtig hooren lachen.… Is ’t weer zoover beter, Jan of Linden of dokter.[139]Dokter.Hou je bij Jan, Dolf—dat is de makkelijkste herinnering, niet? Mevrouw van Walden—jongen, jongen, wat ’n damp van de sigaretten—mag heusch niet, meneer—je mama, Dolf—’t doet me verbazend genoegen, je na zooveel jaren weer ’ns te zien—je ben d’r niet minder op geworden, ouwe kameraad!—je mama—ja, ’k dùrf geen meening meer zeggen—bij dat soort hartaandoening blijft ’t tasten.… Eergister en gister en vanmorgen nog, had ’k ’r formeel opgegeven—en nu.… Niemand weet ’t. Niemand. Als ze zich kalm houdt, ’t spreekt vanzelf dat ze ’t bed niet uit mag, bestaat ’r kans—’n heel zwakke kans.… ’t Eenige wat ’k beslist aanraden moet—en wat je gezond verstand je zal ingeven: ook al krabbelt ze weer op—je moet ieder oogenblik te bereiken zijn—versta me wel iéder oogenblik.…Dolf.Jantje—’t zelfde hoor ’k twee jaar lang—je collega die ’r in de stad behandelde, heeft.…Charles.…Ons om ’n haverklap getelefoneerd of geseind.…Dolf.Zooals jij vandaag.…Dokter.Natuurlijk, natuurlijk—maar iedere dag kàn ’t noodlottig zijn. ’t Was hoogst-bedenkelijk—hóógst. En daarstraks, na ’n met moeite gedronken glas champagne, werkte ’r hart weer bijna normaal, liet ze ons schudden van ’t lachen, omdat ze beweerde zóó’n eetlust te hebben, dat ze minstens driemaal ’t menu van de table-d’hôte, telkens van voren af aan, zou kunnen eten. En toen ik zei, dat zoo iets ’n weinig[140]bezwaarlijk moest zijn, antwoordde ze droog, dat ’r overleden man ’t eens tweemaal gedaan had, nà ’n officieel diner, waaraan de koning had aangezeten, en waarbij niemand ’n vollen mond durfde nemen, omdat Zijn Majesteit elkeplatliet passeeren, en alleen ’ncure-dentverlangde, die ’r niet was.…Dolf.Hahaha!… Heel goed!… Maar doe me verder ’t genoegen, Jan—kerel, wat heeft de praktijk jou ’n buikje gegeven!—en praat niet meer over dineeren. Zoo als ’k mama heb gezien, moet ’k met overleg iets uitzoeken—geeuwhonger.…Dokter.Geen tijd gehad?Dolf.Tijd? Tijd?… Twaalf uur per dag, vijf vingers aan elke hand, kom ik tekort. Zou jij even de karaf water van Hope—die kleine attente Hope!—van Hope ’r kamer willen krijgen, Charley?Charles.Om uw handen te wasschen?Dolf.M’n handen wasschen?… Wou je hebben dat ’k dat zoo maar hier?(bootst het na).Charles.O, met ’n glàs?Dolf.Nee, neefje. Voor de bloemetjes.(Charles in de kamer links af).Hoe vindt je ’m, de zoon van m’n broer? Nette jongen, hè?… Wat gesloten—te vroeg getrouwd—drijven van …(tot Charles, die met de karaf terugkeert).Merci—merci! Nee, laat mij ’t liever doen. Zoo—de blaren vallen al af—symbool van de vrouwtjes, Jan—je bewondert ze—je plukt ze—dat wil zeggen: zij plùkken jou,[141]terwijl je ze plukt—en als je ze ’n paar dagen in ’n bezeten stemming bezeten heb—geweldig die echo van woorden, hè?—regent ’t verdorde ideaaltjes—hou je zoo’n ding als dit—en profond négligéover …(werpt lachend ’n stengel uit ’t venster).Dokter.Met je permissie—’t beste laat je schieten—’t stuifmeel, ’t vruchtbeginsel.…Dolf(vroolijk).’r Is niet één beginsel dat voor mij ’n beginsel is—Charley stop je ooren toe—ik ben de slechtste mentor voor jong-getrouwde mannen—èn vrouwen, hahaha! Kan ’k bij mama, dokter? Wat klinkt ’t verduiveld gek, zeg, jou dokter te noemen.…Dokter.Nee, nee, nee!… Vooral niet binnengaan! Ze mag niemand zien. Rust, rust en nog eens rust. Morgen misschien, als de nacht kalm doorgebracht wordt.… Ben je zoo van de jacht op reis gegaan?Dolf.Nog geen twee minuten na ’n prachtige haas te hebben neergelegd—roetsch, roetsch in de auto van Beelaart—roetsch ’n boerekar ondersteboven—roetsch, binnen de drie uur hier—vanmorgen twaalf uur gepicnict.… Zou ’k me wat laten brengen?…(een dekschaaltje op de zijtafel oplichtend).’n Gestolten lamskoteletje.…(tot Charles).Heb jij dat besteld?Dokter.Nee. Hope moet ook nog eten.Dolf.Ook nog?… Bij half negen!…Dokter.Dan kun je samen.…Dolf.Sàmen—met … Met-è … soupeeren?… Nee[142]—Hope en ik hebben zoo af en toe—af en toe.… Ik hou niet, of minder, van wat je ’n moderne, ’n moderne vrouw, noemt—en zij heeft zoo eenige bezwaren tegen mijn levensbeschouwing—als je mijn methode zoo’n wel-overwogen naam kunt geven(tot Charles).Charley, boy, kruip je heelemaal weg op ’t balkon?Charles.Hier hindert m’n sigaret niet—en misschien hebben de heeren te praten.Dolf.Heelemaal niet, jongen.Charles.’t Is zulk zacht weer—’k zit liever hier—’k zal nog enkel ’n tweede kop nemen(komt van het balkon, vult zich een tweede kop—gaat weer buiten).Dokter.En ik stap op.Dolf.Wat heb je ineens zoo’n haast?Dokter.We zien mekaar, hoop ’k, dezer dagen méer en onder rustiger omstandigheden. Loop je eens bij me aan—je ben nog niet éen keer op de Stichting geweest.…Dolf.De Stichting van mama?… Praktiseer jìj daar?Dokter(glimlachend).Je ben wél op de hoogte, uitnemend op de hoogte van de dingen, die je mama interesseeren.…Dolf.Kerel: ik vind ’t allemaal braaf en christelijk en voortreffelijk en hoe-je-’t-meer-noemen-wil—maar—maar: ik ben eenmaal anders—ik voel ’r zoo[143]wanhopig-weinig en mogelijk toch weer ’n massa voor.… Toen ’t gebouw in aanbouw was, de kinderen nog in de barak logeerden, wou mama met geweld dat ik de eerste-steenlegging bij zou wonen. Dat heb ’k gedaan. De heele speech van dien dominee—die met ’n wràtje op z’n kin—dat ’s ’t eenige dat ’k van ’m onthouen heb.…Dokter.Hahaha!.…Dolf.…Heb ’k me gloeiend in de meer dan gloeiende zon staan vervelen en ergeren—mama kreeg ’n uitbrander voor ’r ferme daad—ik ’n dozijn steken onder water—m’n gestorven ouwe heer werd ’r bijgesleept—als ’r geen paar beeldjes van kopjes bij waren geweest, met gedekoleteerde halsjes om te zoenen, zou ’k waarachtig uit den band zijn gesprongen!… Die eene met gitzwarte oogen en ’n moedervlekje hier—is die nog verpleegster geworden?…Dokter(glimlachend).Zwart haar?Dolf.Juist—ze werd met Annie, meen ’k, aangesproken.…(De dokter schiet in een lachbui).Wat lach je?… Schei uit!… Is ’t zoo grappig?…Dokter(moeilijk).Onbetaalbaar.… Daar zal ze van mee profiteeren, als ’k thuis kom (lacht weer).Dolf.Daar ga ’k bij zitten.Dokter.Ik ook.Dolf.Ben je klaar met je lachen?[144]Dokter.Ja. Eindelijk.Dolf.Is die ’r nog?Dokter.Ja, Dolf. En als je ’r niet boos om ben—ik was zoo vrij ’r te trouwen, hahaha!Dolf.Hartelijk gefeliciteerd, kerel. Wel dat doet me màchtig pleizier. Jij heb altijd smaak gehad, hè?… Altijd. Ja(begint zelf te lachen).Heel aardig. Dat ’s me nòg eens gebeurd—en ’n beetje erger—voorverleden week in Châtelard—’n engel van ’n vrouw, groot, slank—heelen dag mee geflirt—volkomen correct—snap je!—Bij de pousse stapt ’n mormel van ’n mannetje binnen—’n bouwval—’n antikiteit. „Kijk eens om, madame”, zeg ik: „’n vogelverschrikker in ’n smoking”.… Ze kijkt om, laat ’r kopje haast vallen—stelt me voor: „Mon mari—mon mari”.… ’k Heb je daarnet toch niet beleedigd, ouwe Jan van boven de beruchte sigarenwinkel-in-de-Breestraat.…Dokter(lachend).… Handschoenenwinkel.… Boven de sigarenwinkel woonde je niet meer.… ’s Nachts hebben we je door ’t raam verhuisd, omdat de ploertin eerst ’r beer betaald wou hebben.…Dolf.Hahaha.… Ja-ja! Nee maar zeg—’r blijft toch niets van de nonsens hangen—’k vond ’r op m’n woord lief, charmant—maar.…Dokter.We—wè hopen je bij ons te zien.…Dolf.Merci.[145]Dokter.Zou ’t voor jou ook geen tijd worden, Dolf? Die historie met die juffrouw Lebeau.…Dolf.Heb jìj Hope ’t adres gegeven?Dokter.Ik? Hoe kom je daar op? Ze wist ’t—iedereen weet ’t.…Dolf(gepreoccupeerd).Zoo.Dokter.Ik dacht geen jaar geleden, dat jijpère de famille, dat je getrouwd was.…Dolf.Nee. ’k Heb ’t nog niet verder dan tot ’n bedriegelijke nabootsing van ’t huwelijk kunnen brengen.Dokter.Jammer. Wij hebben ’n pracht van ’n villa, met uitzicht op zee—alleen beneden ’n suite van vijftien meter, vijftien.…Dolf.…Excellent om te kegelen.…Dokter.Je ben positief dezelfde. Maar die befaamde vrouw—uit dat schandaalproces.…Dolf.Ja ’t is niet in den haak—„voorwaar niet” zou dominee-met-’t-wratje zeggen.… Malle geschiedenis geweest—de kennismaking—de eerste eenzame liefdesnacht.…Dokter.…Eenzaam?.…Dolf.Hopeloos. Met de odeurtasch van je adoratie achter te blijven.… Dat was drie maanden geleden. Langer kan ’t niet. ’k Ben zelden langer dan drie maanden in de bedriegelijke nabootsing. We nemen ’n hotel, ’n groot hotel van over de vijfhonderd[146]kamers—dat’s te verkiezen—Zij drinkt ’n flesch met me—verwijdert zich even—wil naar de kamer terug—heeft ’t nummer vergeten—gaat na ’n kwartier zoeken naar den portier—die vraagt ’r den naam van ’r màn—Scène-à-faire voor ’n theaterstuk: ze kent me na de korte kennismaking enkel bij m’n vóórnaam—Stel je voor, Jan: geen nummer van de kamer, geen naam van den man.… Hoogste tragiek.… De eigenaar van ’t hotel wordt door den portier gewaarschuwd, dat-ie voor ’n puzzle staat—Snip mag heelemaal niet meer binnen—familiehotel—goede naam—enzoovoort … Ik na ’n kwartier aan ’t zoeken—hoor wat ’r gebeurd is—eclipseer met de odeurtasch … Zou jij ’n vrouw na zoo’n hevig-bewogen avontuur, zònder ’r odeurtasch laten? Nee, nietwaar? Zoo hebben Snip en ik mekaar „gevonden”. En als ’k Snip, Snipje, niet gekend had, zou je je dépêche vanmiddag aan ’n ánder hart onder ’n ánderen duren hoed met struisvogelveeren—gister betaald—hoedje van zeshonderd gulden—hebben moeten lanceeren, boy.…

[Inhoud]Eerste Tooneel.Hope, de kelner.Kelner(na een paar maal geklopt te hebben, treedt van rechts binnen, zet een presenteerblad met schalen op een zijtafeltje naast de deur, spreidt op de groote tafel een servet, legt daarop bord, mes, vork, lepel, kijkt Hope, die met een boek in de hand, in een leunstoel bij de balkondeuren ingeslapen is, driest aan).Hum!… Hum!…(Hope beweegt niet. Hij loert in de achter-slaapkamer, verlaat het vertrek door dezelfde deur, keert besluiteloos terug, beklopt de deur luider aan de binnenzij).[120]Hope(wakkerschrikkend, het boek op tafel neerleggend).Wie daar?Kelner.Ik, juffrouw—ik por maar wat harder—de boel wordt koud.Hope(snel op de kamer toegaand en luisterend).Heb ’k niet verzocht zoo zacht mogelijk te kloppen?… U weet toch dat ’r ’n zieke ligt!Kelner.Nou snap ’k niemeer waar ’k me an mot houen!… Toen ’k vanmorgen tè stil binnen kwam, kreeg ’k ’n uitbrander, omdat u in uw onderlijfie stond.…Hope.Zeg ’ns—jij zal me ’n groot pleizier doen je afstand te bewaren—dat ’s de derde waarschuwing … Je kan gaan.…Kelner.Sivoeplee … Alleen …Hope.Heb u me verstaan?Kelner.Sivoeplee …(bij de deur).De wijnkaart ligt naast de servet van de juffrouw …Une fois c’est pour moi!… Pour moi.…(af).[Inhoud]Tweede Tooneel.Hope, Dokter, Hotelier.Hope(na nog eens achter de draperie gekeken te hebben, zit wederom in den leunstoel bij het balkon, droogt zich de oogen. Een bescheiden getik).Binnen …(staat op).Dag dokter.… Dank u wel—gaat u[121]zitten: ze slaapt—dat u zoo hartelijk is voor de tweede maal.…Dokter.…Is u ’n paar uurtjes gaan liggen, zooals ’k u gezegd heb?Hope.’k Heb in den stoel voor ’t raam.…Dokter.Noemt u dat liggen?.… U zult uzelf kapot maken. Dat houdt u vannacht niet uit. Mag ’k licht opsteken?…Hope.Een oogenblikje …(laat de portière geheel zakken, gaat op den knop bij de deur toe, ontsteekt de kroon).Alsjeblief dokter.Dokter.Zoo zien we mekaar tenminste. De eerste regel bij ziekenoppassen, zuster, is ’t zichzelf in acht nemen.…Charité bien ordonnée.…Hope.…Commence par soi-mème.…Zal ’k ’r wekken?Dokter.Zijn de benauwdheden terug gekomen?…Hope.Om zes uur nog even, maar gelukkig niet làng … Wie daar(tot den Hotelier).Ik kan u nu niet ontvangen. U ziet dat ik belet heb.…Hotelier.Pardon—als ik dérangeer, zuster—’t is juist om den dokter.…Hope(uit de hoogte).Dien kunt u straks.…Hotelier.Pardon—ik moet zoo dadelijk de deur uit … Als u ’t permiteert wou ’k dokter één seconde lastig vallen, één seconde.…[122]Dokter.Ik zal onmiddellijk op uw kantoor.…Hotelier.De zaak is …(op een ongeduldig gebaar van Hope).Pardon.… U moet toch ’n beetje consideratie met ons hotel gebruiken.… Als mevrouw overlijdt.…Hope.Zachter asjeblief.…Hotelier.Als, als, zeg ik—worden de families van twee- en drie-en-zestìg enorm gecontrarieerd … zullen andere families onmiddellijk vertrekken—we zijn midden in ’t seizoen.… U weet, dokter, hoe de menschen zijn.…Ikben niet onbillijk.… Niet één logeergast zal in de komende weken de appartementen willen betrekken.… Als we hadden kunnen voorzien.…Hope.Voorzien?… Als wìj hadden kunnen voorzien—zouden we in de laatste plaats van ùw gastvrijheid geprofiteerd hebben.… Heeft u méer de gewoonte logées lastig te vallen?…Dokter.Suscht! Suscht!… We gaan naar de conversatiezaal, meneer.…Hotelier(retireerend).U heeft gelijk en ongelijk.… Maar.…Dokter.…Geen verdere maren.… Ik kom bij u.…Hotelier.’t Gasthuis—’t Hopital Wallon—is telephonisch verbonden—heeft ’n magnifieke auto om zieken te vervoeren.Dokter.Onder géén omstandigheden! Onder géén. ’k Zal ’t u beneden uitleggen—hier niet(af met Hotelier).[123][Inhoud]Derde Tooneel.Hope, Charles, Kelner.Hope(verdwijnt even achter de portières).Charles(jonge man, ongeveer 24, scherp gelaat, zonder snor, modieuze gekleede jas, hooge hoed—komt door linkerdeur op: tot kelner).Is ’t hier?Kelner.Ja, meneer.Charles.Een en zestig?Kelner.Ja, meneer.Charles.’k Zie niemand.Kelner.De dames zullen daar zijn.Hope(tusschen de portières, legt een vinger op den mond. Kelner af. Zij schuift voorzichtig de deuren der slaapkamer toe).Zoo. ’k Ben blij dat ù tenminste gekomen is.Charles.Is ’t zóó ernstig?Hope.Heel, heel ernstig.Charles.Sinds wanneer?Hope.Sinds eergistermorgen—na ’n bezoek aan de Stichting.Charles.Wéér aan ’t hart?(zij knikt).De vorige keer dachten we ook.…Hope.Driemaal is ze bewusteloos geweest—de dokter heeft ’r ’n kamfer-injectie gegeven.…[124]Charles.Ja ja.… Heb jij ons getelegrafeerd?Hope.Op advies van den dokter.Charles.Wat zegt-ie?Hope.Wat u ongeveer denken kan—’n vrouw op leeftijd.…Charles.Spijt me, dat je telegram nageseind moest worden. ’k Was eergister niet in Trouville.…Hope.Nièt in Trouville.… En mevrouw met ’t kindje … zijn die meegekomen?Charles(ongeduldig).Nee, nee, nee! Ik was ’n dag—voor zaken—naar Parijs … ’k Kon nog net den middagtrein pakken.… De familie is in Trouville gebleven.… Denk ’k tenminste.… En oom Dolf?Hope.Is ’r nog niet. ’k Ben bang dat-ie mevrouw.… Ze verlangt zoo naar ’m.…Charles.’k Heb niet ’t flauwst vermoeden, waar-ie uithangt.… In geen maanden bericht van ’m gehad. Is-ie met ’t jacht?…Hope.Nee meneer. Z’n laatste brief—aan uw mama—aan uw grootmama—was uit Zwitserland—uit Châtelard, meen ’k. ’t Zou de grootste ellende zijn, als—als-ie te laat kwam.… Gister heb ’k voor de tweede maal geseind.… Geen antwoord.…Charles.Eén kan z’n adres zéker weten—die—die …Hope.…Die hebben we—de dokter en ik—vandaag óók ’n telegram gezonden.…[125]Charles(verwonderd).Wist jìj van die liaison?Hope(rustig-glimlachend).Waarom zou ik ’r niet van weten?.… ’n Publiek geheim is geen bepaald geheim meer.…Charles.Afficheert-ie zich nog?.… Enfin, ’t regardeert me niet.… ’n Man, die m’n vader kon zijn.…(gewild over iets anders pratend).Is dat ’t kostuum van de Stichting?.… Niet positief chic. Flatteert je minder.Hope.Denkt u, dat zieke kinderen ’r profijt van hebben òf ’t kostuum.… Wees u ’ns stil!(luistert).Nee …Charles.Mag ’k ’r zien?Hope.Misschien. In elk geval met de noodige voorbereiding. Ze zou kunnen begrijpen, dàt ’r gewaarschuwd is.…Charles.Ik stoor je toch niet in je diner?Hope(mat).’k Heb gegeten.Charles.Jij ben scherper in je gezicht geworden, Hope. Je ziet ’r zoo heelemaal anders uit—of ligt ’t an de kroon?Hope.Dat kan. ’k Heb in geen twee nachten geslapen.…[Inhoud]Vierde Tooneel.Hope, Charles, Dokter.Dokter.…’n Vlegel eerste klas.… Pardon.…[126]Hope.De kleinzoon van mevrouw, meneer Charles van Walden—dokter Linden.Charles.Heel aangenaam, dokter.Dokter.Is u zoo pas gearriveerd?Charles.Nog geen uur geleden. Nauwelijks den tijd gehad ’n andere jas aan te schieten.… Ik hoor dat de toestand van grootmama.…Dokter.Bijzonder zorgwekkend is.… Ik geloof, tenzij ’n wonder gebeurt, dat de familie zich op ’t ergste zal dienen.…Charles.…Ja, ja. Dat begreep ’k, toen ’t telegram kwam.…(een stilte).Dokter(driftig).… En die vlegel beneden—’k heb ’m te woord gestaan—wou per se de auto van Wallon bestellen. Doe dat, meneer, heb ’k ’m gezegd: doe jij dat—dan schrijf ik morgen ’n ingezonden stuk in denCourrier, om de badgasten te laten zien wat ’n humaan gérant jij ben.… Daar scheen-ie respect voor te hebben.… Stel je voor!.… ’n Doodzieke gaan transporteeren uit vrees voor ’t egoïsme van andere logées.… Laat je je eten staan, zuster?Hope.Nee, nee.… Mag meneer mevrouw zien?Dokter.We zullen ons overtuigen.… Blijf u hier.… Heeft ze champagne gedronken?Hope(de portières hechtend).Met tegenzin een enkel glas.…[127]Dokter.Niet voldoende—niet voldoende.… Blijf nu maar—blijven—blijven …(af in slaapkamer).Charles.’k Zal maar wat liegen, niet?… Dat ik toevallig voor dringende aangelegenheden overgewipt ben … Als ’k me niet zoo gehaast had, zou ’k wat hebben meegebracht.…Hope.Als ’k ’t zeggen mag.…Charles.Ja?Hope.’t Zal voor mevrouw ’n teleurstelling zijn, dat u zonder uw vrouw en vooral zonder Ninette—’r eenig achterkleinkind—is.…Charles.…Zoo’n baby van drie jaar.… En dan ik zei je toch al, dat ’k niet direct van Trouville kom.… En dan—m’n vrouw houdt niet—hoe zal ’k dat.…(ongeduldig).Wat vraag je naar den bekenden weg?… Je weet dat ’r telkens verschil van meening is.… Grootmama met ’r geweldig-overdreven.…Hope.Toe meneer Charles!… ’t Zijn nù juist niet de omstandigheden.… Roept u, dokter?…Dokter(onzichtbaar).Zuster.…Hope(gaat achter de gordijnen—hij loopt heen en weer—staat stil voor den spiegel boven denécessaire, neemt ’n kleerborstel, schuiert zich de jas—gladt zich het haar).Hier ben ’k weer.(Zij bedrukt den knop der electrische schel aan de kroon).Charles.Toch niet sérieuzer.[128]Hope.Goddank nee. Ze voelt zich minder beklemd, krijgt een tweede injectie.… Nee, vooral niet binnen gaan!…(tot den kelner).’n Flesch champagne.… Versta je niet?… ’n Flesch champagne …(af).[Inhoud]Vijfde Tooneel.Charles, Kelner.Kelner(onbewogen).Frappé?…Charles(ongeduldig).Frappé—niet frappé—als ’t maar vlug komt!Kelner.Moët et Chandon—Irroy Carte Blanche—Pol Roger Medium-dry—Pommery—Heidsieck—wil meneer zoo beleefd zijn …? De wijnkaart ligt op tafel.…Charles.Je m’en fiche.…Kelner(droog).Dàt merk hebben we niet.…Charles.Maak jij grapjes?… Ben ’k niet van gediend.(kijkt de kaart in).Moët.…Kelner.Demi-sec of White Star-sec?Charles.Loop naar de … Demi-sec!… En beneden ontkurken.… En voor mij ’n kop koffie.…Kelner.Een Moët White Star—un café noir…(af).[Inhoud]Zesde Tooneel.Charles, Dokter, Hope.Dokter(duwt de schuifdeuren dicht).Dat is voor u ’n heele reis geweest, meneer Van Walden.…[129]Charles.Ja, ja—gelooft u nòg, dat grootmama …?Dokter.Alles is mogelijk.—’t Is zulk ’n verbazend krasse vrouw, dat ik me na de tweede injectie aan geen voorspellingen wagen durf.… Ze praat met ’n bedriegelijke opgewektheid.… Maar … Maar.… Als ze ’r deze keer bovenop komt, blijft de toestand bijzonder précair—bijzonder. De geringste complicatie, de kleinste stoornis, niet waar?… In ieder geval is ’t uitnemend dat u er tenminste is. En ’k zou willen adviseeren de eerste dagen in de directe nabijheid te blijven.…Charles.Als ik dus wel begrijp is ’t ergste gevaar geweken?Dokter.Nee—volstrekt niet—in de verste verte niet. Bij ’n hartaandoening van dien aard en op dien leeftijd en met zulke ontrustende aanvallen van bewusteloosheid, is ’t de plicht van de naaste familieleden op hun qui-vive te zijn. Toen we u seinden, was ’t mijn innige overtuiging, dat u telaat zou komen(met verheffing).Dolf handelt—als ik ’t.…Charles.Dolf?… Kènt u.…Dokter.Of ’k Dolf ken?… Hahaha!—hij heeft me helpen ontgroenen.…Charles.Ontgroenen?…Dokter.Weet u niet, dat uw oom—hij is toch uw óóm?…Charles.Natuurlijk.[130]Dokter.Dat-ie vier, vijf jaar college geloopen heeft—dat wil zeggen: had behooren te loopen—’k taxeer ’m op nog geen vòlgeschreven dictaatcahier! Toen ik van ’t gymnasium kwam, had Dolf al minstens vier jaar ge—ge—ja wat feitelijk ge—ge …? Gedit, gedat, gefuifd, gekroegjoold, ge …Charles.…Boemeld.…Dokter.Geboemeld, ’t juiste woord in volgorde—letterlijk alles had-ie als corpslid ge—ge—gedaan—alleen niet gestudeerd. Toen-ie gesjeesd werd.…Charles(na zacht geklop).Binnen!(tot den kelner, die enkel koffie brengt).En de Moët?Kelner.En deux secondes monsieur.… J’ai.…Dokter.Spreek jij geen Hollandsch, vrindje?Kelner.Oui monsieur.…Dokter.Doe dat dan—flauwe kunsten!Kelner.De champagne wordt koel gemaakt.Dokter.Heelemaal niet noodig.… We wachten ’r op(Kelner af).Dat’s nou misschien ’n jongen uit(imiteert Fransch)uit Leeuwarden, uit Hontenissen, hahaha!… Waar was ’k gebleven? Wat wou ’k.…Charles.Toen oom gesjeesd werd, zei u.… Drinkt u ’n kop mee, dokter?Dokter.Dank u.… Toen—vertel ’ns ’n historie zonder ’n dozijn toen’s!—toen-ie gesjeesd werd[131]—om ’n dolle geschiedenis—’n schandaaltje, als je ’t zoo noemen wil.…Charles(rustig drinkend).Om ’n vrouw natuurlijk!Dokter.Spreekt van zelf.… Als ’k me goed herinner—’t geheugen is m’nforteniet—alweer zoo’n Fransch woord!—had-ie ’n vechtpartij op klaarlichten dag met den een of anderen kerel, ’n koloniaal of zoo iets, dien-ie behoorlijk toetakelde.… Met groote moeite werd ’t gesust—’n sisser van ’n week of twee brommen—en ’n paar honderd gulden fooi.…Charles.Daar wist ik hoegenaamd niets van(glimlachend).Verwonderen doet ’t me niet.… Hoe is ’t mogelijk—op klaarlichten dag—en met ’n koloniaal—met ’n koloniaal!… Zóó iemand kàn je toch niet beleedigen.…Dokter.Iets met ’t meisje of de zuster van dien kerel—’t ware weet ’k niet—is hijzelf waarschijnlijk glad vergeten.… Wanneer kan ’t geweest zijn?… Negentig.… Een-en-negentig.… Om en om vijftien, zestien, zeventien jaar—’k kan ’r geen slag in slaan.… Doet ’r ook niet toe.… Hij werd van de corpslijst geschrapt.… Misschien studeerde-ie anders nog, hahaha!… Ja, Dolf en ik hebben mekaar in die dagen meer dan goed gekend—later ook nog wel, maar nooit meer zóó, zoo heerlijk, onbezorgd.… Jammer van den vent.… ’n Hart van goud—’n wilde rakker—’n bandiet.… Als-ie niet zoo vroeg z’n vader verloren had, niet zoo vlug de beschikking over z’n erfdeel gekregen,[132]zou-ie iémand—iémand geworden zijn.… Zeldzame kop.… ’t Was toen—alweer toen—’n lust om ’m te hooren, als-ie op dreef was.… ’n Vernuft, ’n géést.… En nou!… En nou!… ’k Zou ’m z’n mantel kunnen uitvegen, dat-ie met geen drie, vier telegrammen te bereiken is, dat-ie geen adres achterlaat, terwijl z’n moeder doorloopend ziekelijk is.—Tot zelfs die eerste-klasse-dame van ’m hebben we geseind.… Valt me verbazend tegen. Verbazend. ’r Eenige zoon in leven.… Uw papa is betrekkelijk vroeg gestorven, niet waar?…Charles.Toen ik twee was.…Dokter.Dan zult u wel geen voorraad herinneringen aan ’m hebben?…Charles(koel).Nee—in geen enkel opzicht.Dokter.En uw mama?Charles.…Kort na de kraam(gewild).Rookt u ’n sigaret mee—de balkondeuren staan open.… Of heeft u er bezwaar tegen?Dokter.Bezwaar, nee—als u bij ’t balkon blijft. Pardon, ik zal ’r geen gebruik van maken.…Charles.Bijzondere avond.… Geen rimpel op zee.… ’n Idylle.… ’k Zou ’t persoonlijk geen week aan zee uithouden.… Parijs.… London.… De groote stedenà la bonne heure.… Dat eeuwige water vind ’kassommant!Dokter(na een drukkende stilte).Ik heb in de twee maanden, dat ik het genoegen heb over de Stichting[133]van uw grootmama te gaan, buitengewoon respect voor haar gekregen.…Charles.Ja—ja.…Dokter.En u houdt zeker véel van haar—me dunkt ’n vrouw met dàt hart moet meer dan vader en moeder sámen voor u geweest zijn?…Charles.Natuurlijk. Natuurlijk.Dokter.Ze dweept met kinderen. Ieder bezoek aan de Stichting is ’n feest!(een stilte).Had u geen idee te studeeren?Charles.Heelemaal niet—twee jaar na de kostschool ben ’k getrouwd.…Dokter.Zoo jong?Charles.Zoo jong. ’k Zal den kelner nog eens schellen. Dat is ’n ongemeene bediening.(Gelijk verschijnt de kelner met de flesch in een koelemmer).Móést dat zoo lang duren?… De dokter zei toch dat afkoelen niet noodig was?Kelner.De gewoonte van ’t huis, meneer—niet gefrapeerd.…Charles.…’t Is goed—hou je mond(hem belettend in te schenken).Dicht laten.… Doen we zelf(kelner af).De ezel!… Een, twee, drie glazen—of ’r gespeecht zal worden.… Laat me u helpen, dokter.… Draagt u ’t alleen?Dokter.Gaat best. Als u de deuren even zacht openschuift—schuiven—niet duwen. Merci.[134][Inhoud]Zevende tooneel.Charles, Dolf.Dolf(robuste man, ongeveer veertig, blonde volbaard—jachtkostuum—bloemruiker in de hand—praat tot den kelner buiten).Als ’r geen kamer is, dan maak je d’r een. Wat zeg-je … Enkel ’n badkamer? Dan ’n badkamer! En de rommel uit de auto naar boven halen.… Ja, ja.… Goed!(tot Charles).Wel wat drommel.…(Charles wijst naar de portières).Heb jij geseind?… ’t Is toch niet.…(Charles ontkent).Dat is ’n pak van me hart.… We hebben over de tachtig kilometer geloopen.… Midden op den weg oponthoud—’n boerekar, die natuurlijk verkeerd uitweek in ’n sloot gerejen—scheelde geen haar of we hadden met de auto ’nsaut périlleuxgemaakt.… Of de kaffers ’t ’r om doen, om doen!… Hoe is ’t met mama?… Meer angst dan ziekte, zooals de laatste maal?… Of.…Charles.Ze moet op ’t oogenblik weer heel opgewekt zijn. De dokter is juist bij ’r—ik ben nog geen uur geleden van Trouville binnen komen vallen.Dolf.Was dat telegram, aan Snip geadresseerd, van jou?… Verbazend handige inval! M’n compliment. Anders was ’k mogelijk nog bij Beelaart op de jacht!Charles.Snip?… Snip?… Ik heb niet getelegrafeerd, omdat ’k pas zèlf gearriveerd ben—en Snip—Snip? Wie is dat, als ’k vragen mag?Dolf.Snip.… Madame Lebeau.…[135]Charles.O. Wist niet dat die juffrouw ’n zoo gedistingeerden bijnaam.… Hope heeft u aan dat gerenommeerd adres ’n laatst telegram gestuurd—op de andere kreeg ze gister en eergister geen antwoord …Dolf(eenigszins ontstemd).Hope?… Hope?… Is Hope hier?… Bij mama?Charles.Verwondert u dat?Dolf.Och nee. En och ja. ’k Weet ’t niet(loopt een weinig geprikkeld op en neer).Dat heb jij ’r toch niet?Charles.Ik begrijp niet wat u bèdoelt.…Dolf.Of jij.… Doet ’r niet toe.… Geef me ’n sigaret. ’k Ben wee van honger.… Me geen tijd gegund te dineeren. Merci.… M’n handen trillen nog van den stuurstang(lucifer aannemend).Merci(zakt in den stoel voor het raam).’k Dacht waarachtig, dat ’t deze keer.… ’k Zou ’r enorm spijt van gehad hebben.… Want al ben ’k ’n dozijnmaal, op de ongelegenste momenten opgeschrikt—niet waar?—al is ’t goddank—geloof jìj an zoo’n sinjeur daar boven?—ik niet!—al is ’t goddank telkens met ’n sisser afgeloopen—één keer moet ’t gebeuren—en dan zou ’t meer dan beroerd zijn, als je die oogen voor goed gesloten vond.… Duurt ’t nog lang daarbinnen?… Kan ’k kloppen?…Charles.Ze zullen wel dadelijk komen.Dolf.Ze?… Ze?… O ja.… Attent van die kleine Hope. Dus diè heeft Snip, Snipje, ’n dépêche gezonden.… Charley, boy, ik geloof.…[136]Charles.U gelooft?…Dolf.Niemendal. Niemendal. ’k Geloof heelemaal niet—zei ’k straks al.… Kan ’k me handen ergens wasschen?… ’t Bloed van de patrijzen—heele koppels hebben we onder schot gekregen—ja waarachtig!—kleeft ’r nog an—zoo gehaast als ’k in de auto van Beelaart gesprongen ben, toen de manke boschwachter op ’n fiets—dat had je moeten zien—een kruk zoo en een zoo—me de boodschap van Snipje kwam brengen.—Is hier geen waschgelegenheid?…Charles.Hiernaast op 59—de kamer van Hope.…Dolf.De kamer van Hope?… Nee.… Wetboek van Strafrecht, artikel—artikel.… Nou welk artikel?Charles(lachend).Begrijp u niet.…Dolf.Dat ’s de tweede maal, dat ’k voor jou te diepzinnig ga(werpt de sigaret uit ’t raam).Deugen niet—die papieren dingen van de régie.… Heb je Suus meegebracht?Charles.Nee. Ze—ze kon niet zoo op slag mee.Dolf.Hoe laat ben je uit Trouville vertrokken?Charles.Vannacht—ja vannacht.…Dolf(glimlachend).Je zegt dat of je ’t zelf niet precies weet.… Maakt de kleine Ninette ’t goed?Charles.Uitstekend.Dolf.De bronchitis heelemaal weg?[137]Charles.Totaal. En gelukkig. Als dat kind wat overkomen was.…Dolf.Dan?Charles.Nou dan niets—u kunt u voorstellen—of misschien ook niet—hoe je van zoo’n baby houdt.… Ik dweep met ’t goudkopje(een portretje uit z’n portefeuille nemend).Dat is ’t laatste kiekje aan ’t strand van Trouville(kust het).Als ’t u interesseert(reikt het over).Dolf.Pretendeert dat de een of andere nuance van hatelijkheid—„als ’t u interesseert”—omdat ik deze maanden.…Charles(glimlachend).Laten we zeggen ’t heele jaar—van af Nieuwjaar.…Dolf(knikkend).Van af Nieuwjaar—merkwaardig geheugen heb jij!—geen gelegenheid heb kunnen vinden?… Charley, boy: waar ik bezoeken afleg, letterlijk waar, krijg ik verwijten.… Prachtig snuitje.… Ik kom honderd jaar tekort.… Precies je vrouw.… De dagen vliegen, de weken raken zoek, de maanden trek ’k met mudjes van den kalender.… Ja, daar zul je plezier van hebben.… Mooi kind.… Leuk kind.… Mag ik ’t bij me steken?Charles.’k Heb ’r maar één. En dan, beste oom—wat moet ù met ’n portretje?Dolf.Wat ik met portretten moet? ’n Half dozijn draag ’k ’r bij me …(in z’n binnenzak tastend—dan[138]aarzelend).Nee. Je heb gelijk. Merci(reikt het over).Heb je Suze daar ook?Charles.M’n vrouw—nee. Of misschien hier …(doorzoekt de portefeuille).Nee. Zeker verlegd(in de slaapkamer weerklinkt gelach).We behoeven ons voorloopig niet ongerust te maken, oom—zoolang ze in dié stemming zijn.…Dolf.Tant mieux!(staat op, klopt zachtjes).[Inhoud]Achtste tooneel.Charles, Dolf, De Dokter.Dokter(met de champagne-flesch en het presenteerblad).Sust!… Nee vooral niet binnen!—Dolf?… Meneer Dolf van Walden? Herkent u me niet meer?… Linden.… Jan Linden.…Dolf.Pardon—mogelijk dat.…Dokter(de flesch in den koelemmer stellend).Ik heb uw schoenen nog in ’88, ’89 gepoetst—ik heb op één avond drie snijkoeken moeten slikken, omdat ù zich verbeeldde, dat ik ’n speld binnen had gekregen.… Boven de handschoenenwinkel in de Breestraat—met aan de overzij ’t Stadhuis.Dolf.Ben jij—ben u.… die kleine bleeke Jan, die.… Kerel, ben jij al dokter?(schudt z’n hand)En mama?.… We hebben daar zoo luidruchtig hooren lachen.… Is ’t weer zoover beter, Jan of Linden of dokter.[139]Dokter.Hou je bij Jan, Dolf—dat is de makkelijkste herinnering, niet? Mevrouw van Walden—jongen, jongen, wat ’n damp van de sigaretten—mag heusch niet, meneer—je mama, Dolf—’t doet me verbazend genoegen, je na zooveel jaren weer ’ns te zien—je ben d’r niet minder op geworden, ouwe kameraad!—je mama—ja, ’k dùrf geen meening meer zeggen—bij dat soort hartaandoening blijft ’t tasten.… Eergister en gister en vanmorgen nog, had ’k ’r formeel opgegeven—en nu.… Niemand weet ’t. Niemand. Als ze zich kalm houdt, ’t spreekt vanzelf dat ze ’t bed niet uit mag, bestaat ’r kans—’n heel zwakke kans.… ’t Eenige wat ’k beslist aanraden moet—en wat je gezond verstand je zal ingeven: ook al krabbelt ze weer op—je moet ieder oogenblik te bereiken zijn—versta me wel iéder oogenblik.…Dolf.Jantje—’t zelfde hoor ’k twee jaar lang—je collega die ’r in de stad behandelde, heeft.…Charles.…Ons om ’n haverklap getelefoneerd of geseind.…Dolf.Zooals jij vandaag.…Dokter.Natuurlijk, natuurlijk—maar iedere dag kàn ’t noodlottig zijn. ’t Was hoogst-bedenkelijk—hóógst. En daarstraks, na ’n met moeite gedronken glas champagne, werkte ’r hart weer bijna normaal, liet ze ons schudden van ’t lachen, omdat ze beweerde zóó’n eetlust te hebben, dat ze minstens driemaal ’t menu van de table-d’hôte, telkens van voren af aan, zou kunnen eten. En toen ik zei, dat zoo iets ’n weinig[140]bezwaarlijk moest zijn, antwoordde ze droog, dat ’r overleden man ’t eens tweemaal gedaan had, nà ’n officieel diner, waaraan de koning had aangezeten, en waarbij niemand ’n vollen mond durfde nemen, omdat Zijn Majesteit elkeplatliet passeeren, en alleen ’ncure-dentverlangde, die ’r niet was.…Dolf.Hahaha!… Heel goed!… Maar doe me verder ’t genoegen, Jan—kerel, wat heeft de praktijk jou ’n buikje gegeven!—en praat niet meer over dineeren. Zoo als ’k mama heb gezien, moet ’k met overleg iets uitzoeken—geeuwhonger.…Dokter.Geen tijd gehad?Dolf.Tijd? Tijd?… Twaalf uur per dag, vijf vingers aan elke hand, kom ik tekort. Zou jij even de karaf water van Hope—die kleine attente Hope!—van Hope ’r kamer willen krijgen, Charley?Charles.Om uw handen te wasschen?Dolf.M’n handen wasschen?… Wou je hebben dat ’k dat zoo maar hier?(bootst het na).Charles.O, met ’n glàs?Dolf.Nee, neefje. Voor de bloemetjes.(Charles in de kamer links af).Hoe vindt je ’m, de zoon van m’n broer? Nette jongen, hè?… Wat gesloten—te vroeg getrouwd—drijven van …(tot Charles, die met de karaf terugkeert).Merci—merci! Nee, laat mij ’t liever doen. Zoo—de blaren vallen al af—symbool van de vrouwtjes, Jan—je bewondert ze—je plukt ze—dat wil zeggen: zij plùkken jou,[141]terwijl je ze plukt—en als je ze ’n paar dagen in ’n bezeten stemming bezeten heb—geweldig die echo van woorden, hè?—regent ’t verdorde ideaaltjes—hou je zoo’n ding als dit—en profond négligéover …(werpt lachend ’n stengel uit ’t venster).Dokter.Met je permissie—’t beste laat je schieten—’t stuifmeel, ’t vruchtbeginsel.…Dolf(vroolijk).’r Is niet één beginsel dat voor mij ’n beginsel is—Charley stop je ooren toe—ik ben de slechtste mentor voor jong-getrouwde mannen—èn vrouwen, hahaha! Kan ’k bij mama, dokter? Wat klinkt ’t verduiveld gek, zeg, jou dokter te noemen.…Dokter.Nee, nee, nee!… Vooral niet binnengaan! Ze mag niemand zien. Rust, rust en nog eens rust. Morgen misschien, als de nacht kalm doorgebracht wordt.… Ben je zoo van de jacht op reis gegaan?Dolf.Nog geen twee minuten na ’n prachtige haas te hebben neergelegd—roetsch, roetsch in de auto van Beelaart—roetsch ’n boerekar ondersteboven—roetsch, binnen de drie uur hier—vanmorgen twaalf uur gepicnict.… Zou ’k me wat laten brengen?…(een dekschaaltje op de zijtafel oplichtend).’n Gestolten lamskoteletje.…(tot Charles).Heb jij dat besteld?Dokter.Nee. Hope moet ook nog eten.Dolf.Ook nog?… Bij half negen!…Dokter.Dan kun je samen.…Dolf.Sàmen—met … Met-è … soupeeren?… Nee[142]—Hope en ik hebben zoo af en toe—af en toe.… Ik hou niet, of minder, van wat je ’n moderne, ’n moderne vrouw, noemt—en zij heeft zoo eenige bezwaren tegen mijn levensbeschouwing—als je mijn methode zoo’n wel-overwogen naam kunt geven(tot Charles).Charley, boy, kruip je heelemaal weg op ’t balkon?Charles.Hier hindert m’n sigaret niet—en misschien hebben de heeren te praten.Dolf.Heelemaal niet, jongen.Charles.’t Is zulk zacht weer—’k zit liever hier—’k zal nog enkel ’n tweede kop nemen(komt van het balkon, vult zich een tweede kop—gaat weer buiten).Dokter.En ik stap op.Dolf.Wat heb je ineens zoo’n haast?Dokter.We zien mekaar, hoop ’k, dezer dagen méer en onder rustiger omstandigheden. Loop je eens bij me aan—je ben nog niet éen keer op de Stichting geweest.…Dolf.De Stichting van mama?… Praktiseer jìj daar?Dokter(glimlachend).Je ben wél op de hoogte, uitnemend op de hoogte van de dingen, die je mama interesseeren.…Dolf.Kerel: ik vind ’t allemaal braaf en christelijk en voortreffelijk en hoe-je-’t-meer-noemen-wil—maar—maar: ik ben eenmaal anders—ik voel ’r zoo[143]wanhopig-weinig en mogelijk toch weer ’n massa voor.… Toen ’t gebouw in aanbouw was, de kinderen nog in de barak logeerden, wou mama met geweld dat ik de eerste-steenlegging bij zou wonen. Dat heb ’k gedaan. De heele speech van dien dominee—die met ’n wràtje op z’n kin—dat ’s ’t eenige dat ’k van ’m onthouen heb.…Dokter.Hahaha!.…Dolf.…Heb ’k me gloeiend in de meer dan gloeiende zon staan vervelen en ergeren—mama kreeg ’n uitbrander voor ’r ferme daad—ik ’n dozijn steken onder water—m’n gestorven ouwe heer werd ’r bijgesleept—als ’r geen paar beeldjes van kopjes bij waren geweest, met gedekoleteerde halsjes om te zoenen, zou ’k waarachtig uit den band zijn gesprongen!… Die eene met gitzwarte oogen en ’n moedervlekje hier—is die nog verpleegster geworden?…Dokter(glimlachend).Zwart haar?Dolf.Juist—ze werd met Annie, meen ’k, aangesproken.…(De dokter schiet in een lachbui).Wat lach je?… Schei uit!… Is ’t zoo grappig?…Dokter(moeilijk).Onbetaalbaar.… Daar zal ze van mee profiteeren, als ’k thuis kom (lacht weer).Dolf.Daar ga ’k bij zitten.Dokter.Ik ook.Dolf.Ben je klaar met je lachen?[144]Dokter.Ja. Eindelijk.Dolf.Is die ’r nog?Dokter.Ja, Dolf. En als je ’r niet boos om ben—ik was zoo vrij ’r te trouwen, hahaha!Dolf.Hartelijk gefeliciteerd, kerel. Wel dat doet me màchtig pleizier. Jij heb altijd smaak gehad, hè?… Altijd. Ja(begint zelf te lachen).Heel aardig. Dat ’s me nòg eens gebeurd—en ’n beetje erger—voorverleden week in Châtelard—’n engel van ’n vrouw, groot, slank—heelen dag mee geflirt—volkomen correct—snap je!—Bij de pousse stapt ’n mormel van ’n mannetje binnen—’n bouwval—’n antikiteit. „Kijk eens om, madame”, zeg ik: „’n vogelverschrikker in ’n smoking”.… Ze kijkt om, laat ’r kopje haast vallen—stelt me voor: „Mon mari—mon mari”.… ’k Heb je daarnet toch niet beleedigd, ouwe Jan van boven de beruchte sigarenwinkel-in-de-Breestraat.…Dokter(lachend).… Handschoenenwinkel.… Boven de sigarenwinkel woonde je niet meer.… ’s Nachts hebben we je door ’t raam verhuisd, omdat de ploertin eerst ’r beer betaald wou hebben.…Dolf.Hahaha.… Ja-ja! Nee maar zeg—’r blijft toch niets van de nonsens hangen—’k vond ’r op m’n woord lief, charmant—maar.…Dokter.We—wè hopen je bij ons te zien.…Dolf.Merci.[145]Dokter.Zou ’t voor jou ook geen tijd worden, Dolf? Die historie met die juffrouw Lebeau.…Dolf.Heb jìj Hope ’t adres gegeven?Dokter.Ik? Hoe kom je daar op? Ze wist ’t—iedereen weet ’t.…Dolf(gepreoccupeerd).Zoo.Dokter.Ik dacht geen jaar geleden, dat jijpère de famille, dat je getrouwd was.…Dolf.Nee. ’k Heb ’t nog niet verder dan tot ’n bedriegelijke nabootsing van ’t huwelijk kunnen brengen.Dokter.Jammer. Wij hebben ’n pracht van ’n villa, met uitzicht op zee—alleen beneden ’n suite van vijftien meter, vijftien.…Dolf.…Excellent om te kegelen.…Dokter.Je ben positief dezelfde. Maar die befaamde vrouw—uit dat schandaalproces.…Dolf.Ja ’t is niet in den haak—„voorwaar niet” zou dominee-met-’t-wratje zeggen.… Malle geschiedenis geweest—de kennismaking—de eerste eenzame liefdesnacht.…Dokter.…Eenzaam?.…Dolf.Hopeloos. Met de odeurtasch van je adoratie achter te blijven.… Dat was drie maanden geleden. Langer kan ’t niet. ’k Ben zelden langer dan drie maanden in de bedriegelijke nabootsing. We nemen ’n hotel, ’n groot hotel van over de vijfhonderd[146]kamers—dat’s te verkiezen—Zij drinkt ’n flesch met me—verwijdert zich even—wil naar de kamer terug—heeft ’t nummer vergeten—gaat na ’n kwartier zoeken naar den portier—die vraagt ’r den naam van ’r màn—Scène-à-faire voor ’n theaterstuk: ze kent me na de korte kennismaking enkel bij m’n vóórnaam—Stel je voor, Jan: geen nummer van de kamer, geen naam van den man.… Hoogste tragiek.… De eigenaar van ’t hotel wordt door den portier gewaarschuwd, dat-ie voor ’n puzzle staat—Snip mag heelemaal niet meer binnen—familiehotel—goede naam—enzoovoort … Ik na ’n kwartier aan ’t zoeken—hoor wat ’r gebeurd is—eclipseer met de odeurtasch … Zou jij ’n vrouw na zoo’n hevig-bewogen avontuur, zònder ’r odeurtasch laten? Nee, nietwaar? Zoo hebben Snip en ik mekaar „gevonden”. En als ’k Snip, Snipje, niet gekend had, zou je je dépêche vanmiddag aan ’n ánder hart onder ’n ánderen duren hoed met struisvogelveeren—gister betaald—hoedje van zeshonderd gulden—hebben moeten lanceeren, boy.…

[Inhoud]Eerste Tooneel.Hope, de kelner.Kelner(na een paar maal geklopt te hebben, treedt van rechts binnen, zet een presenteerblad met schalen op een zijtafeltje naast de deur, spreidt op de groote tafel een servet, legt daarop bord, mes, vork, lepel, kijkt Hope, die met een boek in de hand, in een leunstoel bij de balkondeuren ingeslapen is, driest aan).Hum!… Hum!…(Hope beweegt niet. Hij loert in de achter-slaapkamer, verlaat het vertrek door dezelfde deur, keert besluiteloos terug, beklopt de deur luider aan de binnenzij).[120]Hope(wakkerschrikkend, het boek op tafel neerleggend).Wie daar?Kelner.Ik, juffrouw—ik por maar wat harder—de boel wordt koud.Hope(snel op de kamer toegaand en luisterend).Heb ’k niet verzocht zoo zacht mogelijk te kloppen?… U weet toch dat ’r ’n zieke ligt!Kelner.Nou snap ’k niemeer waar ’k me an mot houen!… Toen ’k vanmorgen tè stil binnen kwam, kreeg ’k ’n uitbrander, omdat u in uw onderlijfie stond.…Hope.Zeg ’ns—jij zal me ’n groot pleizier doen je afstand te bewaren—dat ’s de derde waarschuwing … Je kan gaan.…Kelner.Sivoeplee … Alleen …Hope.Heb u me verstaan?Kelner.Sivoeplee …(bij de deur).De wijnkaart ligt naast de servet van de juffrouw …Une fois c’est pour moi!… Pour moi.…(af).[Inhoud]Tweede Tooneel.Hope, Dokter, Hotelier.Hope(na nog eens achter de draperie gekeken te hebben, zit wederom in den leunstoel bij het balkon, droogt zich de oogen. Een bescheiden getik).Binnen …(staat op).Dag dokter.… Dank u wel—gaat u[121]zitten: ze slaapt—dat u zoo hartelijk is voor de tweede maal.…Dokter.…Is u ’n paar uurtjes gaan liggen, zooals ’k u gezegd heb?Hope.’k Heb in den stoel voor ’t raam.…Dokter.Noemt u dat liggen?.… U zult uzelf kapot maken. Dat houdt u vannacht niet uit. Mag ’k licht opsteken?…Hope.Een oogenblikje …(laat de portière geheel zakken, gaat op den knop bij de deur toe, ontsteekt de kroon).Alsjeblief dokter.Dokter.Zoo zien we mekaar tenminste. De eerste regel bij ziekenoppassen, zuster, is ’t zichzelf in acht nemen.…Charité bien ordonnée.…Hope.…Commence par soi-mème.…Zal ’k ’r wekken?Dokter.Zijn de benauwdheden terug gekomen?…Hope.Om zes uur nog even, maar gelukkig niet làng … Wie daar(tot den Hotelier).Ik kan u nu niet ontvangen. U ziet dat ik belet heb.…Hotelier.Pardon—als ik dérangeer, zuster—’t is juist om den dokter.…Hope(uit de hoogte).Dien kunt u straks.…Hotelier.Pardon—ik moet zoo dadelijk de deur uit … Als u ’t permiteert wou ’k dokter één seconde lastig vallen, één seconde.…[122]Dokter.Ik zal onmiddellijk op uw kantoor.…Hotelier.De zaak is …(op een ongeduldig gebaar van Hope).Pardon.… U moet toch ’n beetje consideratie met ons hotel gebruiken.… Als mevrouw overlijdt.…Hope.Zachter asjeblief.…Hotelier.Als, als, zeg ik—worden de families van twee- en drie-en-zestìg enorm gecontrarieerd … zullen andere families onmiddellijk vertrekken—we zijn midden in ’t seizoen.… U weet, dokter, hoe de menschen zijn.…Ikben niet onbillijk.… Niet één logeergast zal in de komende weken de appartementen willen betrekken.… Als we hadden kunnen voorzien.…Hope.Voorzien?… Als wìj hadden kunnen voorzien—zouden we in de laatste plaats van ùw gastvrijheid geprofiteerd hebben.… Heeft u méer de gewoonte logées lastig te vallen?…Dokter.Suscht! Suscht!… We gaan naar de conversatiezaal, meneer.…Hotelier(retireerend).U heeft gelijk en ongelijk.… Maar.…Dokter.…Geen verdere maren.… Ik kom bij u.…Hotelier.’t Gasthuis—’t Hopital Wallon—is telephonisch verbonden—heeft ’n magnifieke auto om zieken te vervoeren.Dokter.Onder géén omstandigheden! Onder géén. ’k Zal ’t u beneden uitleggen—hier niet(af met Hotelier).[123][Inhoud]Derde Tooneel.Hope, Charles, Kelner.Hope(verdwijnt even achter de portières).Charles(jonge man, ongeveer 24, scherp gelaat, zonder snor, modieuze gekleede jas, hooge hoed—komt door linkerdeur op: tot kelner).Is ’t hier?Kelner.Ja, meneer.Charles.Een en zestig?Kelner.Ja, meneer.Charles.’k Zie niemand.Kelner.De dames zullen daar zijn.Hope(tusschen de portières, legt een vinger op den mond. Kelner af. Zij schuift voorzichtig de deuren der slaapkamer toe).Zoo. ’k Ben blij dat ù tenminste gekomen is.Charles.Is ’t zóó ernstig?Hope.Heel, heel ernstig.Charles.Sinds wanneer?Hope.Sinds eergistermorgen—na ’n bezoek aan de Stichting.Charles.Wéér aan ’t hart?(zij knikt).De vorige keer dachten we ook.…Hope.Driemaal is ze bewusteloos geweest—de dokter heeft ’r ’n kamfer-injectie gegeven.…[124]Charles.Ja ja.… Heb jij ons getelegrafeerd?Hope.Op advies van den dokter.Charles.Wat zegt-ie?Hope.Wat u ongeveer denken kan—’n vrouw op leeftijd.…Charles.Spijt me, dat je telegram nageseind moest worden. ’k Was eergister niet in Trouville.…Hope.Nièt in Trouville.… En mevrouw met ’t kindje … zijn die meegekomen?Charles(ongeduldig).Nee, nee, nee! Ik was ’n dag—voor zaken—naar Parijs … ’k Kon nog net den middagtrein pakken.… De familie is in Trouville gebleven.… Denk ’k tenminste.… En oom Dolf?Hope.Is ’r nog niet. ’k Ben bang dat-ie mevrouw.… Ze verlangt zoo naar ’m.…Charles.’k Heb niet ’t flauwst vermoeden, waar-ie uithangt.… In geen maanden bericht van ’m gehad. Is-ie met ’t jacht?…Hope.Nee meneer. Z’n laatste brief—aan uw mama—aan uw grootmama—was uit Zwitserland—uit Châtelard, meen ’k. ’t Zou de grootste ellende zijn, als—als-ie te laat kwam.… Gister heb ’k voor de tweede maal geseind.… Geen antwoord.…Charles.Eén kan z’n adres zéker weten—die—die …Hope.…Die hebben we—de dokter en ik—vandaag óók ’n telegram gezonden.…[125]Charles(verwonderd).Wist jìj van die liaison?Hope(rustig-glimlachend).Waarom zou ik ’r niet van weten?.… ’n Publiek geheim is geen bepaald geheim meer.…Charles.Afficheert-ie zich nog?.… Enfin, ’t regardeert me niet.… ’n Man, die m’n vader kon zijn.…(gewild over iets anders pratend).Is dat ’t kostuum van de Stichting?.… Niet positief chic. Flatteert je minder.Hope.Denkt u, dat zieke kinderen ’r profijt van hebben òf ’t kostuum.… Wees u ’ns stil!(luistert).Nee …Charles.Mag ’k ’r zien?Hope.Misschien. In elk geval met de noodige voorbereiding. Ze zou kunnen begrijpen, dàt ’r gewaarschuwd is.…Charles.Ik stoor je toch niet in je diner?Hope(mat).’k Heb gegeten.Charles.Jij ben scherper in je gezicht geworden, Hope. Je ziet ’r zoo heelemaal anders uit—of ligt ’t an de kroon?Hope.Dat kan. ’k Heb in geen twee nachten geslapen.…[Inhoud]Vierde Tooneel.Hope, Charles, Dokter.Dokter.…’n Vlegel eerste klas.… Pardon.…[126]Hope.De kleinzoon van mevrouw, meneer Charles van Walden—dokter Linden.Charles.Heel aangenaam, dokter.Dokter.Is u zoo pas gearriveerd?Charles.Nog geen uur geleden. Nauwelijks den tijd gehad ’n andere jas aan te schieten.… Ik hoor dat de toestand van grootmama.…Dokter.Bijzonder zorgwekkend is.… Ik geloof, tenzij ’n wonder gebeurt, dat de familie zich op ’t ergste zal dienen.…Charles.…Ja, ja. Dat begreep ’k, toen ’t telegram kwam.…(een stilte).Dokter(driftig).… En die vlegel beneden—’k heb ’m te woord gestaan—wou per se de auto van Wallon bestellen. Doe dat, meneer, heb ’k ’m gezegd: doe jij dat—dan schrijf ik morgen ’n ingezonden stuk in denCourrier, om de badgasten te laten zien wat ’n humaan gérant jij ben.… Daar scheen-ie respect voor te hebben.… Stel je voor!.… ’n Doodzieke gaan transporteeren uit vrees voor ’t egoïsme van andere logées.… Laat je je eten staan, zuster?Hope.Nee, nee.… Mag meneer mevrouw zien?Dokter.We zullen ons overtuigen.… Blijf u hier.… Heeft ze champagne gedronken?Hope(de portières hechtend).Met tegenzin een enkel glas.…[127]Dokter.Niet voldoende—niet voldoende.… Blijf nu maar—blijven—blijven …(af in slaapkamer).Charles.’k Zal maar wat liegen, niet?… Dat ik toevallig voor dringende aangelegenheden overgewipt ben … Als ’k me niet zoo gehaast had, zou ’k wat hebben meegebracht.…Hope.Als ’k ’t zeggen mag.…Charles.Ja?Hope.’t Zal voor mevrouw ’n teleurstelling zijn, dat u zonder uw vrouw en vooral zonder Ninette—’r eenig achterkleinkind—is.…Charles.…Zoo’n baby van drie jaar.… En dan ik zei je toch al, dat ’k niet direct van Trouville kom.… En dan—m’n vrouw houdt niet—hoe zal ’k dat.…(ongeduldig).Wat vraag je naar den bekenden weg?… Je weet dat ’r telkens verschil van meening is.… Grootmama met ’r geweldig-overdreven.…Hope.Toe meneer Charles!… ’t Zijn nù juist niet de omstandigheden.… Roept u, dokter?…Dokter(onzichtbaar).Zuster.…Hope(gaat achter de gordijnen—hij loopt heen en weer—staat stil voor den spiegel boven denécessaire, neemt ’n kleerborstel, schuiert zich de jas—gladt zich het haar).Hier ben ’k weer.(Zij bedrukt den knop der electrische schel aan de kroon).Charles.Toch niet sérieuzer.[128]Hope.Goddank nee. Ze voelt zich minder beklemd, krijgt een tweede injectie.… Nee, vooral niet binnen gaan!…(tot den kelner).’n Flesch champagne.… Versta je niet?… ’n Flesch champagne …(af).[Inhoud]Vijfde Tooneel.Charles, Kelner.Kelner(onbewogen).Frappé?…Charles(ongeduldig).Frappé—niet frappé—als ’t maar vlug komt!Kelner.Moët et Chandon—Irroy Carte Blanche—Pol Roger Medium-dry—Pommery—Heidsieck—wil meneer zoo beleefd zijn …? De wijnkaart ligt op tafel.…Charles.Je m’en fiche.…Kelner(droog).Dàt merk hebben we niet.…Charles.Maak jij grapjes?… Ben ’k niet van gediend.(kijkt de kaart in).Moët.…Kelner.Demi-sec of White Star-sec?Charles.Loop naar de … Demi-sec!… En beneden ontkurken.… En voor mij ’n kop koffie.…Kelner.Een Moët White Star—un café noir…(af).[Inhoud]Zesde Tooneel.Charles, Dokter, Hope.Dokter(duwt de schuifdeuren dicht).Dat is voor u ’n heele reis geweest, meneer Van Walden.…[129]Charles.Ja, ja—gelooft u nòg, dat grootmama …?Dokter.Alles is mogelijk.—’t Is zulk ’n verbazend krasse vrouw, dat ik me na de tweede injectie aan geen voorspellingen wagen durf.… Ze praat met ’n bedriegelijke opgewektheid.… Maar … Maar.… Als ze ’r deze keer bovenop komt, blijft de toestand bijzonder précair—bijzonder. De geringste complicatie, de kleinste stoornis, niet waar?… In ieder geval is ’t uitnemend dat u er tenminste is. En ’k zou willen adviseeren de eerste dagen in de directe nabijheid te blijven.…Charles.Als ik dus wel begrijp is ’t ergste gevaar geweken?Dokter.Nee—volstrekt niet—in de verste verte niet. Bij ’n hartaandoening van dien aard en op dien leeftijd en met zulke ontrustende aanvallen van bewusteloosheid, is ’t de plicht van de naaste familieleden op hun qui-vive te zijn. Toen we u seinden, was ’t mijn innige overtuiging, dat u telaat zou komen(met verheffing).Dolf handelt—als ik ’t.…Charles.Dolf?… Kènt u.…Dokter.Of ’k Dolf ken?… Hahaha!—hij heeft me helpen ontgroenen.…Charles.Ontgroenen?…Dokter.Weet u niet, dat uw oom—hij is toch uw óóm?…Charles.Natuurlijk.[130]Dokter.Dat-ie vier, vijf jaar college geloopen heeft—dat wil zeggen: had behooren te loopen—’k taxeer ’m op nog geen vòlgeschreven dictaatcahier! Toen ik van ’t gymnasium kwam, had Dolf al minstens vier jaar ge—ge—ja wat feitelijk ge—ge …? Gedit, gedat, gefuifd, gekroegjoold, ge …Charles.…Boemeld.…Dokter.Geboemeld, ’t juiste woord in volgorde—letterlijk alles had-ie als corpslid ge—ge—gedaan—alleen niet gestudeerd. Toen-ie gesjeesd werd.…Charles(na zacht geklop).Binnen!(tot den kelner, die enkel koffie brengt).En de Moët?Kelner.En deux secondes monsieur.… J’ai.…Dokter.Spreek jij geen Hollandsch, vrindje?Kelner.Oui monsieur.…Dokter.Doe dat dan—flauwe kunsten!Kelner.De champagne wordt koel gemaakt.Dokter.Heelemaal niet noodig.… We wachten ’r op(Kelner af).Dat’s nou misschien ’n jongen uit(imiteert Fransch)uit Leeuwarden, uit Hontenissen, hahaha!… Waar was ’k gebleven? Wat wou ’k.…Charles.Toen oom gesjeesd werd, zei u.… Drinkt u ’n kop mee, dokter?Dokter.Dank u.… Toen—vertel ’ns ’n historie zonder ’n dozijn toen’s!—toen-ie gesjeesd werd[131]—om ’n dolle geschiedenis—’n schandaaltje, als je ’t zoo noemen wil.…Charles(rustig drinkend).Om ’n vrouw natuurlijk!Dokter.Spreekt van zelf.… Als ’k me goed herinner—’t geheugen is m’nforteniet—alweer zoo’n Fransch woord!—had-ie ’n vechtpartij op klaarlichten dag met den een of anderen kerel, ’n koloniaal of zoo iets, dien-ie behoorlijk toetakelde.… Met groote moeite werd ’t gesust—’n sisser van ’n week of twee brommen—en ’n paar honderd gulden fooi.…Charles.Daar wist ik hoegenaamd niets van(glimlachend).Verwonderen doet ’t me niet.… Hoe is ’t mogelijk—op klaarlichten dag—en met ’n koloniaal—met ’n koloniaal!… Zóó iemand kàn je toch niet beleedigen.…Dokter.Iets met ’t meisje of de zuster van dien kerel—’t ware weet ’k niet—is hijzelf waarschijnlijk glad vergeten.… Wanneer kan ’t geweest zijn?… Negentig.… Een-en-negentig.… Om en om vijftien, zestien, zeventien jaar—’k kan ’r geen slag in slaan.… Doet ’r ook niet toe.… Hij werd van de corpslijst geschrapt.… Misschien studeerde-ie anders nog, hahaha!… Ja, Dolf en ik hebben mekaar in die dagen meer dan goed gekend—later ook nog wel, maar nooit meer zóó, zoo heerlijk, onbezorgd.… Jammer van den vent.… ’n Hart van goud—’n wilde rakker—’n bandiet.… Als-ie niet zoo vroeg z’n vader verloren had, niet zoo vlug de beschikking over z’n erfdeel gekregen,[132]zou-ie iémand—iémand geworden zijn.… Zeldzame kop.… ’t Was toen—alweer toen—’n lust om ’m te hooren, als-ie op dreef was.… ’n Vernuft, ’n géést.… En nou!… En nou!… ’k Zou ’m z’n mantel kunnen uitvegen, dat-ie met geen drie, vier telegrammen te bereiken is, dat-ie geen adres achterlaat, terwijl z’n moeder doorloopend ziekelijk is.—Tot zelfs die eerste-klasse-dame van ’m hebben we geseind.… Valt me verbazend tegen. Verbazend. ’r Eenige zoon in leven.… Uw papa is betrekkelijk vroeg gestorven, niet waar?…Charles.Toen ik twee was.…Dokter.Dan zult u wel geen voorraad herinneringen aan ’m hebben?…Charles(koel).Nee—in geen enkel opzicht.Dokter.En uw mama?Charles.…Kort na de kraam(gewild).Rookt u ’n sigaret mee—de balkondeuren staan open.… Of heeft u er bezwaar tegen?Dokter.Bezwaar, nee—als u bij ’t balkon blijft. Pardon, ik zal ’r geen gebruik van maken.…Charles.Bijzondere avond.… Geen rimpel op zee.… ’n Idylle.… ’k Zou ’t persoonlijk geen week aan zee uithouden.… Parijs.… London.… De groote stedenà la bonne heure.… Dat eeuwige water vind ’kassommant!Dokter(na een drukkende stilte).Ik heb in de twee maanden, dat ik het genoegen heb over de Stichting[133]van uw grootmama te gaan, buitengewoon respect voor haar gekregen.…Charles.Ja—ja.…Dokter.En u houdt zeker véel van haar—me dunkt ’n vrouw met dàt hart moet meer dan vader en moeder sámen voor u geweest zijn?…Charles.Natuurlijk. Natuurlijk.Dokter.Ze dweept met kinderen. Ieder bezoek aan de Stichting is ’n feest!(een stilte).Had u geen idee te studeeren?Charles.Heelemaal niet—twee jaar na de kostschool ben ’k getrouwd.…Dokter.Zoo jong?Charles.Zoo jong. ’k Zal den kelner nog eens schellen. Dat is ’n ongemeene bediening.(Gelijk verschijnt de kelner met de flesch in een koelemmer).Móést dat zoo lang duren?… De dokter zei toch dat afkoelen niet noodig was?Kelner.De gewoonte van ’t huis, meneer—niet gefrapeerd.…Charles.…’t Is goed—hou je mond(hem belettend in te schenken).Dicht laten.… Doen we zelf(kelner af).De ezel!… Een, twee, drie glazen—of ’r gespeecht zal worden.… Laat me u helpen, dokter.… Draagt u ’t alleen?Dokter.Gaat best. Als u de deuren even zacht openschuift—schuiven—niet duwen. Merci.[134][Inhoud]Zevende tooneel.Charles, Dolf.Dolf(robuste man, ongeveer veertig, blonde volbaard—jachtkostuum—bloemruiker in de hand—praat tot den kelner buiten).Als ’r geen kamer is, dan maak je d’r een. Wat zeg-je … Enkel ’n badkamer? Dan ’n badkamer! En de rommel uit de auto naar boven halen.… Ja, ja.… Goed!(tot Charles).Wel wat drommel.…(Charles wijst naar de portières).Heb jij geseind?… ’t Is toch niet.…(Charles ontkent).Dat is ’n pak van me hart.… We hebben over de tachtig kilometer geloopen.… Midden op den weg oponthoud—’n boerekar, die natuurlijk verkeerd uitweek in ’n sloot gerejen—scheelde geen haar of we hadden met de auto ’nsaut périlleuxgemaakt.… Of de kaffers ’t ’r om doen, om doen!… Hoe is ’t met mama?… Meer angst dan ziekte, zooals de laatste maal?… Of.…Charles.Ze moet op ’t oogenblik weer heel opgewekt zijn. De dokter is juist bij ’r—ik ben nog geen uur geleden van Trouville binnen komen vallen.Dolf.Was dat telegram, aan Snip geadresseerd, van jou?… Verbazend handige inval! M’n compliment. Anders was ’k mogelijk nog bij Beelaart op de jacht!Charles.Snip?… Snip?… Ik heb niet getelegrafeerd, omdat ’k pas zèlf gearriveerd ben—en Snip—Snip? Wie is dat, als ’k vragen mag?Dolf.Snip.… Madame Lebeau.…[135]Charles.O. Wist niet dat die juffrouw ’n zoo gedistingeerden bijnaam.… Hope heeft u aan dat gerenommeerd adres ’n laatst telegram gestuurd—op de andere kreeg ze gister en eergister geen antwoord …Dolf(eenigszins ontstemd).Hope?… Hope?… Is Hope hier?… Bij mama?Charles.Verwondert u dat?Dolf.Och nee. En och ja. ’k Weet ’t niet(loopt een weinig geprikkeld op en neer).Dat heb jij ’r toch niet?Charles.Ik begrijp niet wat u bèdoelt.…Dolf.Of jij.… Doet ’r niet toe.… Geef me ’n sigaret. ’k Ben wee van honger.… Me geen tijd gegund te dineeren. Merci.… M’n handen trillen nog van den stuurstang(lucifer aannemend).Merci(zakt in den stoel voor het raam).’k Dacht waarachtig, dat ’t deze keer.… ’k Zou ’r enorm spijt van gehad hebben.… Want al ben ’k ’n dozijnmaal, op de ongelegenste momenten opgeschrikt—niet waar?—al is ’t goddank—geloof jìj an zoo’n sinjeur daar boven?—ik niet!—al is ’t goddank telkens met ’n sisser afgeloopen—één keer moet ’t gebeuren—en dan zou ’t meer dan beroerd zijn, als je die oogen voor goed gesloten vond.… Duurt ’t nog lang daarbinnen?… Kan ’k kloppen?…Charles.Ze zullen wel dadelijk komen.Dolf.Ze?… Ze?… O ja.… Attent van die kleine Hope. Dus diè heeft Snip, Snipje, ’n dépêche gezonden.… Charley, boy, ik geloof.…[136]Charles.U gelooft?…Dolf.Niemendal. Niemendal. ’k Geloof heelemaal niet—zei ’k straks al.… Kan ’k me handen ergens wasschen?… ’t Bloed van de patrijzen—heele koppels hebben we onder schot gekregen—ja waarachtig!—kleeft ’r nog an—zoo gehaast als ’k in de auto van Beelaart gesprongen ben, toen de manke boschwachter op ’n fiets—dat had je moeten zien—een kruk zoo en een zoo—me de boodschap van Snipje kwam brengen.—Is hier geen waschgelegenheid?…Charles.Hiernaast op 59—de kamer van Hope.…Dolf.De kamer van Hope?… Nee.… Wetboek van Strafrecht, artikel—artikel.… Nou welk artikel?Charles(lachend).Begrijp u niet.…Dolf.Dat ’s de tweede maal, dat ’k voor jou te diepzinnig ga(werpt de sigaret uit ’t raam).Deugen niet—die papieren dingen van de régie.… Heb je Suus meegebracht?Charles.Nee. Ze—ze kon niet zoo op slag mee.Dolf.Hoe laat ben je uit Trouville vertrokken?Charles.Vannacht—ja vannacht.…Dolf(glimlachend).Je zegt dat of je ’t zelf niet precies weet.… Maakt de kleine Ninette ’t goed?Charles.Uitstekend.Dolf.De bronchitis heelemaal weg?[137]Charles.Totaal. En gelukkig. Als dat kind wat overkomen was.…Dolf.Dan?Charles.Nou dan niets—u kunt u voorstellen—of misschien ook niet—hoe je van zoo’n baby houdt.… Ik dweep met ’t goudkopje(een portretje uit z’n portefeuille nemend).Dat is ’t laatste kiekje aan ’t strand van Trouville(kust het).Als ’t u interesseert(reikt het over).Dolf.Pretendeert dat de een of andere nuance van hatelijkheid—„als ’t u interesseert”—omdat ik deze maanden.…Charles(glimlachend).Laten we zeggen ’t heele jaar—van af Nieuwjaar.…Dolf(knikkend).Van af Nieuwjaar—merkwaardig geheugen heb jij!—geen gelegenheid heb kunnen vinden?… Charley, boy: waar ik bezoeken afleg, letterlijk waar, krijg ik verwijten.… Prachtig snuitje.… Ik kom honderd jaar tekort.… Precies je vrouw.… De dagen vliegen, de weken raken zoek, de maanden trek ’k met mudjes van den kalender.… Ja, daar zul je plezier van hebben.… Mooi kind.… Leuk kind.… Mag ik ’t bij me steken?Charles.’k Heb ’r maar één. En dan, beste oom—wat moet ù met ’n portretje?Dolf.Wat ik met portretten moet? ’n Half dozijn draag ’k ’r bij me …(in z’n binnenzak tastend—dan[138]aarzelend).Nee. Je heb gelijk. Merci(reikt het over).Heb je Suze daar ook?Charles.M’n vrouw—nee. Of misschien hier …(doorzoekt de portefeuille).Nee. Zeker verlegd(in de slaapkamer weerklinkt gelach).We behoeven ons voorloopig niet ongerust te maken, oom—zoolang ze in dié stemming zijn.…Dolf.Tant mieux!(staat op, klopt zachtjes).[Inhoud]Achtste tooneel.Charles, Dolf, De Dokter.Dokter(met de champagne-flesch en het presenteerblad).Sust!… Nee vooral niet binnen!—Dolf?… Meneer Dolf van Walden? Herkent u me niet meer?… Linden.… Jan Linden.…Dolf.Pardon—mogelijk dat.…Dokter(de flesch in den koelemmer stellend).Ik heb uw schoenen nog in ’88, ’89 gepoetst—ik heb op één avond drie snijkoeken moeten slikken, omdat ù zich verbeeldde, dat ik ’n speld binnen had gekregen.… Boven de handschoenenwinkel in de Breestraat—met aan de overzij ’t Stadhuis.Dolf.Ben jij—ben u.… die kleine bleeke Jan, die.… Kerel, ben jij al dokter?(schudt z’n hand)En mama?.… We hebben daar zoo luidruchtig hooren lachen.… Is ’t weer zoover beter, Jan of Linden of dokter.[139]Dokter.Hou je bij Jan, Dolf—dat is de makkelijkste herinnering, niet? Mevrouw van Walden—jongen, jongen, wat ’n damp van de sigaretten—mag heusch niet, meneer—je mama, Dolf—’t doet me verbazend genoegen, je na zooveel jaren weer ’ns te zien—je ben d’r niet minder op geworden, ouwe kameraad!—je mama—ja, ’k dùrf geen meening meer zeggen—bij dat soort hartaandoening blijft ’t tasten.… Eergister en gister en vanmorgen nog, had ’k ’r formeel opgegeven—en nu.… Niemand weet ’t. Niemand. Als ze zich kalm houdt, ’t spreekt vanzelf dat ze ’t bed niet uit mag, bestaat ’r kans—’n heel zwakke kans.… ’t Eenige wat ’k beslist aanraden moet—en wat je gezond verstand je zal ingeven: ook al krabbelt ze weer op—je moet ieder oogenblik te bereiken zijn—versta me wel iéder oogenblik.…Dolf.Jantje—’t zelfde hoor ’k twee jaar lang—je collega die ’r in de stad behandelde, heeft.…Charles.…Ons om ’n haverklap getelefoneerd of geseind.…Dolf.Zooals jij vandaag.…Dokter.Natuurlijk, natuurlijk—maar iedere dag kàn ’t noodlottig zijn. ’t Was hoogst-bedenkelijk—hóógst. En daarstraks, na ’n met moeite gedronken glas champagne, werkte ’r hart weer bijna normaal, liet ze ons schudden van ’t lachen, omdat ze beweerde zóó’n eetlust te hebben, dat ze minstens driemaal ’t menu van de table-d’hôte, telkens van voren af aan, zou kunnen eten. En toen ik zei, dat zoo iets ’n weinig[140]bezwaarlijk moest zijn, antwoordde ze droog, dat ’r overleden man ’t eens tweemaal gedaan had, nà ’n officieel diner, waaraan de koning had aangezeten, en waarbij niemand ’n vollen mond durfde nemen, omdat Zijn Majesteit elkeplatliet passeeren, en alleen ’ncure-dentverlangde, die ’r niet was.…Dolf.Hahaha!… Heel goed!… Maar doe me verder ’t genoegen, Jan—kerel, wat heeft de praktijk jou ’n buikje gegeven!—en praat niet meer over dineeren. Zoo als ’k mama heb gezien, moet ’k met overleg iets uitzoeken—geeuwhonger.…Dokter.Geen tijd gehad?Dolf.Tijd? Tijd?… Twaalf uur per dag, vijf vingers aan elke hand, kom ik tekort. Zou jij even de karaf water van Hope—die kleine attente Hope!—van Hope ’r kamer willen krijgen, Charley?Charles.Om uw handen te wasschen?Dolf.M’n handen wasschen?… Wou je hebben dat ’k dat zoo maar hier?(bootst het na).Charles.O, met ’n glàs?Dolf.Nee, neefje. Voor de bloemetjes.(Charles in de kamer links af).Hoe vindt je ’m, de zoon van m’n broer? Nette jongen, hè?… Wat gesloten—te vroeg getrouwd—drijven van …(tot Charles, die met de karaf terugkeert).Merci—merci! Nee, laat mij ’t liever doen. Zoo—de blaren vallen al af—symbool van de vrouwtjes, Jan—je bewondert ze—je plukt ze—dat wil zeggen: zij plùkken jou,[141]terwijl je ze plukt—en als je ze ’n paar dagen in ’n bezeten stemming bezeten heb—geweldig die echo van woorden, hè?—regent ’t verdorde ideaaltjes—hou je zoo’n ding als dit—en profond négligéover …(werpt lachend ’n stengel uit ’t venster).Dokter.Met je permissie—’t beste laat je schieten—’t stuifmeel, ’t vruchtbeginsel.…Dolf(vroolijk).’r Is niet één beginsel dat voor mij ’n beginsel is—Charley stop je ooren toe—ik ben de slechtste mentor voor jong-getrouwde mannen—èn vrouwen, hahaha! Kan ’k bij mama, dokter? Wat klinkt ’t verduiveld gek, zeg, jou dokter te noemen.…Dokter.Nee, nee, nee!… Vooral niet binnengaan! Ze mag niemand zien. Rust, rust en nog eens rust. Morgen misschien, als de nacht kalm doorgebracht wordt.… Ben je zoo van de jacht op reis gegaan?Dolf.Nog geen twee minuten na ’n prachtige haas te hebben neergelegd—roetsch, roetsch in de auto van Beelaart—roetsch ’n boerekar ondersteboven—roetsch, binnen de drie uur hier—vanmorgen twaalf uur gepicnict.… Zou ’k me wat laten brengen?…(een dekschaaltje op de zijtafel oplichtend).’n Gestolten lamskoteletje.…(tot Charles).Heb jij dat besteld?Dokter.Nee. Hope moet ook nog eten.Dolf.Ook nog?… Bij half negen!…Dokter.Dan kun je samen.…Dolf.Sàmen—met … Met-è … soupeeren?… Nee[142]—Hope en ik hebben zoo af en toe—af en toe.… Ik hou niet, of minder, van wat je ’n moderne, ’n moderne vrouw, noemt—en zij heeft zoo eenige bezwaren tegen mijn levensbeschouwing—als je mijn methode zoo’n wel-overwogen naam kunt geven(tot Charles).Charley, boy, kruip je heelemaal weg op ’t balkon?Charles.Hier hindert m’n sigaret niet—en misschien hebben de heeren te praten.Dolf.Heelemaal niet, jongen.Charles.’t Is zulk zacht weer—’k zit liever hier—’k zal nog enkel ’n tweede kop nemen(komt van het balkon, vult zich een tweede kop—gaat weer buiten).Dokter.En ik stap op.Dolf.Wat heb je ineens zoo’n haast?Dokter.We zien mekaar, hoop ’k, dezer dagen méer en onder rustiger omstandigheden. Loop je eens bij me aan—je ben nog niet éen keer op de Stichting geweest.…Dolf.De Stichting van mama?… Praktiseer jìj daar?Dokter(glimlachend).Je ben wél op de hoogte, uitnemend op de hoogte van de dingen, die je mama interesseeren.…Dolf.Kerel: ik vind ’t allemaal braaf en christelijk en voortreffelijk en hoe-je-’t-meer-noemen-wil—maar—maar: ik ben eenmaal anders—ik voel ’r zoo[143]wanhopig-weinig en mogelijk toch weer ’n massa voor.… Toen ’t gebouw in aanbouw was, de kinderen nog in de barak logeerden, wou mama met geweld dat ik de eerste-steenlegging bij zou wonen. Dat heb ’k gedaan. De heele speech van dien dominee—die met ’n wràtje op z’n kin—dat ’s ’t eenige dat ’k van ’m onthouen heb.…Dokter.Hahaha!.…Dolf.…Heb ’k me gloeiend in de meer dan gloeiende zon staan vervelen en ergeren—mama kreeg ’n uitbrander voor ’r ferme daad—ik ’n dozijn steken onder water—m’n gestorven ouwe heer werd ’r bijgesleept—als ’r geen paar beeldjes van kopjes bij waren geweest, met gedekoleteerde halsjes om te zoenen, zou ’k waarachtig uit den band zijn gesprongen!… Die eene met gitzwarte oogen en ’n moedervlekje hier—is die nog verpleegster geworden?…Dokter(glimlachend).Zwart haar?Dolf.Juist—ze werd met Annie, meen ’k, aangesproken.…(De dokter schiet in een lachbui).Wat lach je?… Schei uit!… Is ’t zoo grappig?…Dokter(moeilijk).Onbetaalbaar.… Daar zal ze van mee profiteeren, als ’k thuis kom (lacht weer).Dolf.Daar ga ’k bij zitten.Dokter.Ik ook.Dolf.Ben je klaar met je lachen?[144]Dokter.Ja. Eindelijk.Dolf.Is die ’r nog?Dokter.Ja, Dolf. En als je ’r niet boos om ben—ik was zoo vrij ’r te trouwen, hahaha!Dolf.Hartelijk gefeliciteerd, kerel. Wel dat doet me màchtig pleizier. Jij heb altijd smaak gehad, hè?… Altijd. Ja(begint zelf te lachen).Heel aardig. Dat ’s me nòg eens gebeurd—en ’n beetje erger—voorverleden week in Châtelard—’n engel van ’n vrouw, groot, slank—heelen dag mee geflirt—volkomen correct—snap je!—Bij de pousse stapt ’n mormel van ’n mannetje binnen—’n bouwval—’n antikiteit. „Kijk eens om, madame”, zeg ik: „’n vogelverschrikker in ’n smoking”.… Ze kijkt om, laat ’r kopje haast vallen—stelt me voor: „Mon mari—mon mari”.… ’k Heb je daarnet toch niet beleedigd, ouwe Jan van boven de beruchte sigarenwinkel-in-de-Breestraat.…Dokter(lachend).… Handschoenenwinkel.… Boven de sigarenwinkel woonde je niet meer.… ’s Nachts hebben we je door ’t raam verhuisd, omdat de ploertin eerst ’r beer betaald wou hebben.…Dolf.Hahaha.… Ja-ja! Nee maar zeg—’r blijft toch niets van de nonsens hangen—’k vond ’r op m’n woord lief, charmant—maar.…Dokter.We—wè hopen je bij ons te zien.…Dolf.Merci.[145]Dokter.Zou ’t voor jou ook geen tijd worden, Dolf? Die historie met die juffrouw Lebeau.…Dolf.Heb jìj Hope ’t adres gegeven?Dokter.Ik? Hoe kom je daar op? Ze wist ’t—iedereen weet ’t.…Dolf(gepreoccupeerd).Zoo.Dokter.Ik dacht geen jaar geleden, dat jijpère de famille, dat je getrouwd was.…Dolf.Nee. ’k Heb ’t nog niet verder dan tot ’n bedriegelijke nabootsing van ’t huwelijk kunnen brengen.Dokter.Jammer. Wij hebben ’n pracht van ’n villa, met uitzicht op zee—alleen beneden ’n suite van vijftien meter, vijftien.…Dolf.…Excellent om te kegelen.…Dokter.Je ben positief dezelfde. Maar die befaamde vrouw—uit dat schandaalproces.…Dolf.Ja ’t is niet in den haak—„voorwaar niet” zou dominee-met-’t-wratje zeggen.… Malle geschiedenis geweest—de kennismaking—de eerste eenzame liefdesnacht.…Dokter.…Eenzaam?.…Dolf.Hopeloos. Met de odeurtasch van je adoratie achter te blijven.… Dat was drie maanden geleden. Langer kan ’t niet. ’k Ben zelden langer dan drie maanden in de bedriegelijke nabootsing. We nemen ’n hotel, ’n groot hotel van over de vijfhonderd[146]kamers—dat’s te verkiezen—Zij drinkt ’n flesch met me—verwijdert zich even—wil naar de kamer terug—heeft ’t nummer vergeten—gaat na ’n kwartier zoeken naar den portier—die vraagt ’r den naam van ’r màn—Scène-à-faire voor ’n theaterstuk: ze kent me na de korte kennismaking enkel bij m’n vóórnaam—Stel je voor, Jan: geen nummer van de kamer, geen naam van den man.… Hoogste tragiek.… De eigenaar van ’t hotel wordt door den portier gewaarschuwd, dat-ie voor ’n puzzle staat—Snip mag heelemaal niet meer binnen—familiehotel—goede naam—enzoovoort … Ik na ’n kwartier aan ’t zoeken—hoor wat ’r gebeurd is—eclipseer met de odeurtasch … Zou jij ’n vrouw na zoo’n hevig-bewogen avontuur, zònder ’r odeurtasch laten? Nee, nietwaar? Zoo hebben Snip en ik mekaar „gevonden”. En als ’k Snip, Snipje, niet gekend had, zou je je dépêche vanmiddag aan ’n ánder hart onder ’n ánderen duren hoed met struisvogelveeren—gister betaald—hoedje van zeshonderd gulden—hebben moeten lanceeren, boy.…

[Inhoud]Eerste Tooneel.Hope, de kelner.Kelner(na een paar maal geklopt te hebben, treedt van rechts binnen, zet een presenteerblad met schalen op een zijtafeltje naast de deur, spreidt op de groote tafel een servet, legt daarop bord, mes, vork, lepel, kijkt Hope, die met een boek in de hand, in een leunstoel bij de balkondeuren ingeslapen is, driest aan).Hum!… Hum!…(Hope beweegt niet. Hij loert in de achter-slaapkamer, verlaat het vertrek door dezelfde deur, keert besluiteloos terug, beklopt de deur luider aan de binnenzij).[120]Hope(wakkerschrikkend, het boek op tafel neerleggend).Wie daar?Kelner.Ik, juffrouw—ik por maar wat harder—de boel wordt koud.Hope(snel op de kamer toegaand en luisterend).Heb ’k niet verzocht zoo zacht mogelijk te kloppen?… U weet toch dat ’r ’n zieke ligt!Kelner.Nou snap ’k niemeer waar ’k me an mot houen!… Toen ’k vanmorgen tè stil binnen kwam, kreeg ’k ’n uitbrander, omdat u in uw onderlijfie stond.…Hope.Zeg ’ns—jij zal me ’n groot pleizier doen je afstand te bewaren—dat ’s de derde waarschuwing … Je kan gaan.…Kelner.Sivoeplee … Alleen …Hope.Heb u me verstaan?Kelner.Sivoeplee …(bij de deur).De wijnkaart ligt naast de servet van de juffrouw …Une fois c’est pour moi!… Pour moi.…(af).[Inhoud]Tweede Tooneel.Hope, Dokter, Hotelier.Hope(na nog eens achter de draperie gekeken te hebben, zit wederom in den leunstoel bij het balkon, droogt zich de oogen. Een bescheiden getik).Binnen …(staat op).Dag dokter.… Dank u wel—gaat u[121]zitten: ze slaapt—dat u zoo hartelijk is voor de tweede maal.…Dokter.…Is u ’n paar uurtjes gaan liggen, zooals ’k u gezegd heb?Hope.’k Heb in den stoel voor ’t raam.…Dokter.Noemt u dat liggen?.… U zult uzelf kapot maken. Dat houdt u vannacht niet uit. Mag ’k licht opsteken?…Hope.Een oogenblikje …(laat de portière geheel zakken, gaat op den knop bij de deur toe, ontsteekt de kroon).Alsjeblief dokter.Dokter.Zoo zien we mekaar tenminste. De eerste regel bij ziekenoppassen, zuster, is ’t zichzelf in acht nemen.…Charité bien ordonnée.…Hope.…Commence par soi-mème.…Zal ’k ’r wekken?Dokter.Zijn de benauwdheden terug gekomen?…Hope.Om zes uur nog even, maar gelukkig niet làng … Wie daar(tot den Hotelier).Ik kan u nu niet ontvangen. U ziet dat ik belet heb.…Hotelier.Pardon—als ik dérangeer, zuster—’t is juist om den dokter.…Hope(uit de hoogte).Dien kunt u straks.…Hotelier.Pardon—ik moet zoo dadelijk de deur uit … Als u ’t permiteert wou ’k dokter één seconde lastig vallen, één seconde.…[122]Dokter.Ik zal onmiddellijk op uw kantoor.…Hotelier.De zaak is …(op een ongeduldig gebaar van Hope).Pardon.… U moet toch ’n beetje consideratie met ons hotel gebruiken.… Als mevrouw overlijdt.…Hope.Zachter asjeblief.…Hotelier.Als, als, zeg ik—worden de families van twee- en drie-en-zestìg enorm gecontrarieerd … zullen andere families onmiddellijk vertrekken—we zijn midden in ’t seizoen.… U weet, dokter, hoe de menschen zijn.…Ikben niet onbillijk.… Niet één logeergast zal in de komende weken de appartementen willen betrekken.… Als we hadden kunnen voorzien.…Hope.Voorzien?… Als wìj hadden kunnen voorzien—zouden we in de laatste plaats van ùw gastvrijheid geprofiteerd hebben.… Heeft u méer de gewoonte logées lastig te vallen?…Dokter.Suscht! Suscht!… We gaan naar de conversatiezaal, meneer.…Hotelier(retireerend).U heeft gelijk en ongelijk.… Maar.…Dokter.…Geen verdere maren.… Ik kom bij u.…Hotelier.’t Gasthuis—’t Hopital Wallon—is telephonisch verbonden—heeft ’n magnifieke auto om zieken te vervoeren.Dokter.Onder géén omstandigheden! Onder géén. ’k Zal ’t u beneden uitleggen—hier niet(af met Hotelier).[123][Inhoud]Derde Tooneel.Hope, Charles, Kelner.Hope(verdwijnt even achter de portières).Charles(jonge man, ongeveer 24, scherp gelaat, zonder snor, modieuze gekleede jas, hooge hoed—komt door linkerdeur op: tot kelner).Is ’t hier?Kelner.Ja, meneer.Charles.Een en zestig?Kelner.Ja, meneer.Charles.’k Zie niemand.Kelner.De dames zullen daar zijn.Hope(tusschen de portières, legt een vinger op den mond. Kelner af. Zij schuift voorzichtig de deuren der slaapkamer toe).Zoo. ’k Ben blij dat ù tenminste gekomen is.Charles.Is ’t zóó ernstig?Hope.Heel, heel ernstig.Charles.Sinds wanneer?Hope.Sinds eergistermorgen—na ’n bezoek aan de Stichting.Charles.Wéér aan ’t hart?(zij knikt).De vorige keer dachten we ook.…Hope.Driemaal is ze bewusteloos geweest—de dokter heeft ’r ’n kamfer-injectie gegeven.…[124]Charles.Ja ja.… Heb jij ons getelegrafeerd?Hope.Op advies van den dokter.Charles.Wat zegt-ie?Hope.Wat u ongeveer denken kan—’n vrouw op leeftijd.…Charles.Spijt me, dat je telegram nageseind moest worden. ’k Was eergister niet in Trouville.…Hope.Nièt in Trouville.… En mevrouw met ’t kindje … zijn die meegekomen?Charles(ongeduldig).Nee, nee, nee! Ik was ’n dag—voor zaken—naar Parijs … ’k Kon nog net den middagtrein pakken.… De familie is in Trouville gebleven.… Denk ’k tenminste.… En oom Dolf?Hope.Is ’r nog niet. ’k Ben bang dat-ie mevrouw.… Ze verlangt zoo naar ’m.…Charles.’k Heb niet ’t flauwst vermoeden, waar-ie uithangt.… In geen maanden bericht van ’m gehad. Is-ie met ’t jacht?…Hope.Nee meneer. Z’n laatste brief—aan uw mama—aan uw grootmama—was uit Zwitserland—uit Châtelard, meen ’k. ’t Zou de grootste ellende zijn, als—als-ie te laat kwam.… Gister heb ’k voor de tweede maal geseind.… Geen antwoord.…Charles.Eén kan z’n adres zéker weten—die—die …Hope.…Die hebben we—de dokter en ik—vandaag óók ’n telegram gezonden.…[125]Charles(verwonderd).Wist jìj van die liaison?Hope(rustig-glimlachend).Waarom zou ik ’r niet van weten?.… ’n Publiek geheim is geen bepaald geheim meer.…Charles.Afficheert-ie zich nog?.… Enfin, ’t regardeert me niet.… ’n Man, die m’n vader kon zijn.…(gewild over iets anders pratend).Is dat ’t kostuum van de Stichting?.… Niet positief chic. Flatteert je minder.Hope.Denkt u, dat zieke kinderen ’r profijt van hebben òf ’t kostuum.… Wees u ’ns stil!(luistert).Nee …Charles.Mag ’k ’r zien?Hope.Misschien. In elk geval met de noodige voorbereiding. Ze zou kunnen begrijpen, dàt ’r gewaarschuwd is.…Charles.Ik stoor je toch niet in je diner?Hope(mat).’k Heb gegeten.Charles.Jij ben scherper in je gezicht geworden, Hope. Je ziet ’r zoo heelemaal anders uit—of ligt ’t an de kroon?Hope.Dat kan. ’k Heb in geen twee nachten geslapen.…[Inhoud]Vierde Tooneel.Hope, Charles, Dokter.Dokter.…’n Vlegel eerste klas.… Pardon.…[126]Hope.De kleinzoon van mevrouw, meneer Charles van Walden—dokter Linden.Charles.Heel aangenaam, dokter.Dokter.Is u zoo pas gearriveerd?Charles.Nog geen uur geleden. Nauwelijks den tijd gehad ’n andere jas aan te schieten.… Ik hoor dat de toestand van grootmama.…Dokter.Bijzonder zorgwekkend is.… Ik geloof, tenzij ’n wonder gebeurt, dat de familie zich op ’t ergste zal dienen.…Charles.…Ja, ja. Dat begreep ’k, toen ’t telegram kwam.…(een stilte).Dokter(driftig).… En die vlegel beneden—’k heb ’m te woord gestaan—wou per se de auto van Wallon bestellen. Doe dat, meneer, heb ’k ’m gezegd: doe jij dat—dan schrijf ik morgen ’n ingezonden stuk in denCourrier, om de badgasten te laten zien wat ’n humaan gérant jij ben.… Daar scheen-ie respect voor te hebben.… Stel je voor!.… ’n Doodzieke gaan transporteeren uit vrees voor ’t egoïsme van andere logées.… Laat je je eten staan, zuster?Hope.Nee, nee.… Mag meneer mevrouw zien?Dokter.We zullen ons overtuigen.… Blijf u hier.… Heeft ze champagne gedronken?Hope(de portières hechtend).Met tegenzin een enkel glas.…[127]Dokter.Niet voldoende—niet voldoende.… Blijf nu maar—blijven—blijven …(af in slaapkamer).Charles.’k Zal maar wat liegen, niet?… Dat ik toevallig voor dringende aangelegenheden overgewipt ben … Als ’k me niet zoo gehaast had, zou ’k wat hebben meegebracht.…Hope.Als ’k ’t zeggen mag.…Charles.Ja?Hope.’t Zal voor mevrouw ’n teleurstelling zijn, dat u zonder uw vrouw en vooral zonder Ninette—’r eenig achterkleinkind—is.…Charles.…Zoo’n baby van drie jaar.… En dan ik zei je toch al, dat ’k niet direct van Trouville kom.… En dan—m’n vrouw houdt niet—hoe zal ’k dat.…(ongeduldig).Wat vraag je naar den bekenden weg?… Je weet dat ’r telkens verschil van meening is.… Grootmama met ’r geweldig-overdreven.…Hope.Toe meneer Charles!… ’t Zijn nù juist niet de omstandigheden.… Roept u, dokter?…Dokter(onzichtbaar).Zuster.…Hope(gaat achter de gordijnen—hij loopt heen en weer—staat stil voor den spiegel boven denécessaire, neemt ’n kleerborstel, schuiert zich de jas—gladt zich het haar).Hier ben ’k weer.(Zij bedrukt den knop der electrische schel aan de kroon).Charles.Toch niet sérieuzer.[128]Hope.Goddank nee. Ze voelt zich minder beklemd, krijgt een tweede injectie.… Nee, vooral niet binnen gaan!…(tot den kelner).’n Flesch champagne.… Versta je niet?… ’n Flesch champagne …(af).[Inhoud]Vijfde Tooneel.Charles, Kelner.Kelner(onbewogen).Frappé?…Charles(ongeduldig).Frappé—niet frappé—als ’t maar vlug komt!Kelner.Moët et Chandon—Irroy Carte Blanche—Pol Roger Medium-dry—Pommery—Heidsieck—wil meneer zoo beleefd zijn …? De wijnkaart ligt op tafel.…Charles.Je m’en fiche.…Kelner(droog).Dàt merk hebben we niet.…Charles.Maak jij grapjes?… Ben ’k niet van gediend.(kijkt de kaart in).Moët.…Kelner.Demi-sec of White Star-sec?Charles.Loop naar de … Demi-sec!… En beneden ontkurken.… En voor mij ’n kop koffie.…Kelner.Een Moët White Star—un café noir…(af).[Inhoud]Zesde Tooneel.Charles, Dokter, Hope.Dokter(duwt de schuifdeuren dicht).Dat is voor u ’n heele reis geweest, meneer Van Walden.…[129]Charles.Ja, ja—gelooft u nòg, dat grootmama …?Dokter.Alles is mogelijk.—’t Is zulk ’n verbazend krasse vrouw, dat ik me na de tweede injectie aan geen voorspellingen wagen durf.… Ze praat met ’n bedriegelijke opgewektheid.… Maar … Maar.… Als ze ’r deze keer bovenop komt, blijft de toestand bijzonder précair—bijzonder. De geringste complicatie, de kleinste stoornis, niet waar?… In ieder geval is ’t uitnemend dat u er tenminste is. En ’k zou willen adviseeren de eerste dagen in de directe nabijheid te blijven.…Charles.Als ik dus wel begrijp is ’t ergste gevaar geweken?Dokter.Nee—volstrekt niet—in de verste verte niet. Bij ’n hartaandoening van dien aard en op dien leeftijd en met zulke ontrustende aanvallen van bewusteloosheid, is ’t de plicht van de naaste familieleden op hun qui-vive te zijn. Toen we u seinden, was ’t mijn innige overtuiging, dat u telaat zou komen(met verheffing).Dolf handelt—als ik ’t.…Charles.Dolf?… Kènt u.…Dokter.Of ’k Dolf ken?… Hahaha!—hij heeft me helpen ontgroenen.…Charles.Ontgroenen?…Dokter.Weet u niet, dat uw oom—hij is toch uw óóm?…Charles.Natuurlijk.[130]Dokter.Dat-ie vier, vijf jaar college geloopen heeft—dat wil zeggen: had behooren te loopen—’k taxeer ’m op nog geen vòlgeschreven dictaatcahier! Toen ik van ’t gymnasium kwam, had Dolf al minstens vier jaar ge—ge—ja wat feitelijk ge—ge …? Gedit, gedat, gefuifd, gekroegjoold, ge …Charles.…Boemeld.…Dokter.Geboemeld, ’t juiste woord in volgorde—letterlijk alles had-ie als corpslid ge—ge—gedaan—alleen niet gestudeerd. Toen-ie gesjeesd werd.…Charles(na zacht geklop).Binnen!(tot den kelner, die enkel koffie brengt).En de Moët?Kelner.En deux secondes monsieur.… J’ai.…Dokter.Spreek jij geen Hollandsch, vrindje?Kelner.Oui monsieur.…Dokter.Doe dat dan—flauwe kunsten!Kelner.De champagne wordt koel gemaakt.Dokter.Heelemaal niet noodig.… We wachten ’r op(Kelner af).Dat’s nou misschien ’n jongen uit(imiteert Fransch)uit Leeuwarden, uit Hontenissen, hahaha!… Waar was ’k gebleven? Wat wou ’k.…Charles.Toen oom gesjeesd werd, zei u.… Drinkt u ’n kop mee, dokter?Dokter.Dank u.… Toen—vertel ’ns ’n historie zonder ’n dozijn toen’s!—toen-ie gesjeesd werd[131]—om ’n dolle geschiedenis—’n schandaaltje, als je ’t zoo noemen wil.…Charles(rustig drinkend).Om ’n vrouw natuurlijk!Dokter.Spreekt van zelf.… Als ’k me goed herinner—’t geheugen is m’nforteniet—alweer zoo’n Fransch woord!—had-ie ’n vechtpartij op klaarlichten dag met den een of anderen kerel, ’n koloniaal of zoo iets, dien-ie behoorlijk toetakelde.… Met groote moeite werd ’t gesust—’n sisser van ’n week of twee brommen—en ’n paar honderd gulden fooi.…Charles.Daar wist ik hoegenaamd niets van(glimlachend).Verwonderen doet ’t me niet.… Hoe is ’t mogelijk—op klaarlichten dag—en met ’n koloniaal—met ’n koloniaal!… Zóó iemand kàn je toch niet beleedigen.…Dokter.Iets met ’t meisje of de zuster van dien kerel—’t ware weet ’k niet—is hijzelf waarschijnlijk glad vergeten.… Wanneer kan ’t geweest zijn?… Negentig.… Een-en-negentig.… Om en om vijftien, zestien, zeventien jaar—’k kan ’r geen slag in slaan.… Doet ’r ook niet toe.… Hij werd van de corpslijst geschrapt.… Misschien studeerde-ie anders nog, hahaha!… Ja, Dolf en ik hebben mekaar in die dagen meer dan goed gekend—later ook nog wel, maar nooit meer zóó, zoo heerlijk, onbezorgd.… Jammer van den vent.… ’n Hart van goud—’n wilde rakker—’n bandiet.… Als-ie niet zoo vroeg z’n vader verloren had, niet zoo vlug de beschikking over z’n erfdeel gekregen,[132]zou-ie iémand—iémand geworden zijn.… Zeldzame kop.… ’t Was toen—alweer toen—’n lust om ’m te hooren, als-ie op dreef was.… ’n Vernuft, ’n géést.… En nou!… En nou!… ’k Zou ’m z’n mantel kunnen uitvegen, dat-ie met geen drie, vier telegrammen te bereiken is, dat-ie geen adres achterlaat, terwijl z’n moeder doorloopend ziekelijk is.—Tot zelfs die eerste-klasse-dame van ’m hebben we geseind.… Valt me verbazend tegen. Verbazend. ’r Eenige zoon in leven.… Uw papa is betrekkelijk vroeg gestorven, niet waar?…Charles.Toen ik twee was.…Dokter.Dan zult u wel geen voorraad herinneringen aan ’m hebben?…Charles(koel).Nee—in geen enkel opzicht.Dokter.En uw mama?Charles.…Kort na de kraam(gewild).Rookt u ’n sigaret mee—de balkondeuren staan open.… Of heeft u er bezwaar tegen?Dokter.Bezwaar, nee—als u bij ’t balkon blijft. Pardon, ik zal ’r geen gebruik van maken.…Charles.Bijzondere avond.… Geen rimpel op zee.… ’n Idylle.… ’k Zou ’t persoonlijk geen week aan zee uithouden.… Parijs.… London.… De groote stedenà la bonne heure.… Dat eeuwige water vind ’kassommant!Dokter(na een drukkende stilte).Ik heb in de twee maanden, dat ik het genoegen heb over de Stichting[133]van uw grootmama te gaan, buitengewoon respect voor haar gekregen.…Charles.Ja—ja.…Dokter.En u houdt zeker véel van haar—me dunkt ’n vrouw met dàt hart moet meer dan vader en moeder sámen voor u geweest zijn?…Charles.Natuurlijk. Natuurlijk.Dokter.Ze dweept met kinderen. Ieder bezoek aan de Stichting is ’n feest!(een stilte).Had u geen idee te studeeren?Charles.Heelemaal niet—twee jaar na de kostschool ben ’k getrouwd.…Dokter.Zoo jong?Charles.Zoo jong. ’k Zal den kelner nog eens schellen. Dat is ’n ongemeene bediening.(Gelijk verschijnt de kelner met de flesch in een koelemmer).Móést dat zoo lang duren?… De dokter zei toch dat afkoelen niet noodig was?Kelner.De gewoonte van ’t huis, meneer—niet gefrapeerd.…Charles.…’t Is goed—hou je mond(hem belettend in te schenken).Dicht laten.… Doen we zelf(kelner af).De ezel!… Een, twee, drie glazen—of ’r gespeecht zal worden.… Laat me u helpen, dokter.… Draagt u ’t alleen?Dokter.Gaat best. Als u de deuren even zacht openschuift—schuiven—niet duwen. Merci.[134][Inhoud]Zevende tooneel.Charles, Dolf.Dolf(robuste man, ongeveer veertig, blonde volbaard—jachtkostuum—bloemruiker in de hand—praat tot den kelner buiten).Als ’r geen kamer is, dan maak je d’r een. Wat zeg-je … Enkel ’n badkamer? Dan ’n badkamer! En de rommel uit de auto naar boven halen.… Ja, ja.… Goed!(tot Charles).Wel wat drommel.…(Charles wijst naar de portières).Heb jij geseind?… ’t Is toch niet.…(Charles ontkent).Dat is ’n pak van me hart.… We hebben over de tachtig kilometer geloopen.… Midden op den weg oponthoud—’n boerekar, die natuurlijk verkeerd uitweek in ’n sloot gerejen—scheelde geen haar of we hadden met de auto ’nsaut périlleuxgemaakt.… Of de kaffers ’t ’r om doen, om doen!… Hoe is ’t met mama?… Meer angst dan ziekte, zooals de laatste maal?… Of.…Charles.Ze moet op ’t oogenblik weer heel opgewekt zijn. De dokter is juist bij ’r—ik ben nog geen uur geleden van Trouville binnen komen vallen.Dolf.Was dat telegram, aan Snip geadresseerd, van jou?… Verbazend handige inval! M’n compliment. Anders was ’k mogelijk nog bij Beelaart op de jacht!Charles.Snip?… Snip?… Ik heb niet getelegrafeerd, omdat ’k pas zèlf gearriveerd ben—en Snip—Snip? Wie is dat, als ’k vragen mag?Dolf.Snip.… Madame Lebeau.…[135]Charles.O. Wist niet dat die juffrouw ’n zoo gedistingeerden bijnaam.… Hope heeft u aan dat gerenommeerd adres ’n laatst telegram gestuurd—op de andere kreeg ze gister en eergister geen antwoord …Dolf(eenigszins ontstemd).Hope?… Hope?… Is Hope hier?… Bij mama?Charles.Verwondert u dat?Dolf.Och nee. En och ja. ’k Weet ’t niet(loopt een weinig geprikkeld op en neer).Dat heb jij ’r toch niet?Charles.Ik begrijp niet wat u bèdoelt.…Dolf.Of jij.… Doet ’r niet toe.… Geef me ’n sigaret. ’k Ben wee van honger.… Me geen tijd gegund te dineeren. Merci.… M’n handen trillen nog van den stuurstang(lucifer aannemend).Merci(zakt in den stoel voor het raam).’k Dacht waarachtig, dat ’t deze keer.… ’k Zou ’r enorm spijt van gehad hebben.… Want al ben ’k ’n dozijnmaal, op de ongelegenste momenten opgeschrikt—niet waar?—al is ’t goddank—geloof jìj an zoo’n sinjeur daar boven?—ik niet!—al is ’t goddank telkens met ’n sisser afgeloopen—één keer moet ’t gebeuren—en dan zou ’t meer dan beroerd zijn, als je die oogen voor goed gesloten vond.… Duurt ’t nog lang daarbinnen?… Kan ’k kloppen?…Charles.Ze zullen wel dadelijk komen.Dolf.Ze?… Ze?… O ja.… Attent van die kleine Hope. Dus diè heeft Snip, Snipje, ’n dépêche gezonden.… Charley, boy, ik geloof.…[136]Charles.U gelooft?…Dolf.Niemendal. Niemendal. ’k Geloof heelemaal niet—zei ’k straks al.… Kan ’k me handen ergens wasschen?… ’t Bloed van de patrijzen—heele koppels hebben we onder schot gekregen—ja waarachtig!—kleeft ’r nog an—zoo gehaast als ’k in de auto van Beelaart gesprongen ben, toen de manke boschwachter op ’n fiets—dat had je moeten zien—een kruk zoo en een zoo—me de boodschap van Snipje kwam brengen.—Is hier geen waschgelegenheid?…Charles.Hiernaast op 59—de kamer van Hope.…Dolf.De kamer van Hope?… Nee.… Wetboek van Strafrecht, artikel—artikel.… Nou welk artikel?Charles(lachend).Begrijp u niet.…Dolf.Dat ’s de tweede maal, dat ’k voor jou te diepzinnig ga(werpt de sigaret uit ’t raam).Deugen niet—die papieren dingen van de régie.… Heb je Suus meegebracht?Charles.Nee. Ze—ze kon niet zoo op slag mee.Dolf.Hoe laat ben je uit Trouville vertrokken?Charles.Vannacht—ja vannacht.…Dolf(glimlachend).Je zegt dat of je ’t zelf niet precies weet.… Maakt de kleine Ninette ’t goed?Charles.Uitstekend.Dolf.De bronchitis heelemaal weg?[137]Charles.Totaal. En gelukkig. Als dat kind wat overkomen was.…Dolf.Dan?Charles.Nou dan niets—u kunt u voorstellen—of misschien ook niet—hoe je van zoo’n baby houdt.… Ik dweep met ’t goudkopje(een portretje uit z’n portefeuille nemend).Dat is ’t laatste kiekje aan ’t strand van Trouville(kust het).Als ’t u interesseert(reikt het over).Dolf.Pretendeert dat de een of andere nuance van hatelijkheid—„als ’t u interesseert”—omdat ik deze maanden.…Charles(glimlachend).Laten we zeggen ’t heele jaar—van af Nieuwjaar.…Dolf(knikkend).Van af Nieuwjaar—merkwaardig geheugen heb jij!—geen gelegenheid heb kunnen vinden?… Charley, boy: waar ik bezoeken afleg, letterlijk waar, krijg ik verwijten.… Prachtig snuitje.… Ik kom honderd jaar tekort.… Precies je vrouw.… De dagen vliegen, de weken raken zoek, de maanden trek ’k met mudjes van den kalender.… Ja, daar zul je plezier van hebben.… Mooi kind.… Leuk kind.… Mag ik ’t bij me steken?Charles.’k Heb ’r maar één. En dan, beste oom—wat moet ù met ’n portretje?Dolf.Wat ik met portretten moet? ’n Half dozijn draag ’k ’r bij me …(in z’n binnenzak tastend—dan[138]aarzelend).Nee. Je heb gelijk. Merci(reikt het over).Heb je Suze daar ook?Charles.M’n vrouw—nee. Of misschien hier …(doorzoekt de portefeuille).Nee. Zeker verlegd(in de slaapkamer weerklinkt gelach).We behoeven ons voorloopig niet ongerust te maken, oom—zoolang ze in dié stemming zijn.…Dolf.Tant mieux!(staat op, klopt zachtjes).[Inhoud]Achtste tooneel.Charles, Dolf, De Dokter.Dokter(met de champagne-flesch en het presenteerblad).Sust!… Nee vooral niet binnen!—Dolf?… Meneer Dolf van Walden? Herkent u me niet meer?… Linden.… Jan Linden.…Dolf.Pardon—mogelijk dat.…Dokter(de flesch in den koelemmer stellend).Ik heb uw schoenen nog in ’88, ’89 gepoetst—ik heb op één avond drie snijkoeken moeten slikken, omdat ù zich verbeeldde, dat ik ’n speld binnen had gekregen.… Boven de handschoenenwinkel in de Breestraat—met aan de overzij ’t Stadhuis.Dolf.Ben jij—ben u.… die kleine bleeke Jan, die.… Kerel, ben jij al dokter?(schudt z’n hand)En mama?.… We hebben daar zoo luidruchtig hooren lachen.… Is ’t weer zoover beter, Jan of Linden of dokter.[139]Dokter.Hou je bij Jan, Dolf—dat is de makkelijkste herinnering, niet? Mevrouw van Walden—jongen, jongen, wat ’n damp van de sigaretten—mag heusch niet, meneer—je mama, Dolf—’t doet me verbazend genoegen, je na zooveel jaren weer ’ns te zien—je ben d’r niet minder op geworden, ouwe kameraad!—je mama—ja, ’k dùrf geen meening meer zeggen—bij dat soort hartaandoening blijft ’t tasten.… Eergister en gister en vanmorgen nog, had ’k ’r formeel opgegeven—en nu.… Niemand weet ’t. Niemand. Als ze zich kalm houdt, ’t spreekt vanzelf dat ze ’t bed niet uit mag, bestaat ’r kans—’n heel zwakke kans.… ’t Eenige wat ’k beslist aanraden moet—en wat je gezond verstand je zal ingeven: ook al krabbelt ze weer op—je moet ieder oogenblik te bereiken zijn—versta me wel iéder oogenblik.…Dolf.Jantje—’t zelfde hoor ’k twee jaar lang—je collega die ’r in de stad behandelde, heeft.…Charles.…Ons om ’n haverklap getelefoneerd of geseind.…Dolf.Zooals jij vandaag.…Dokter.Natuurlijk, natuurlijk—maar iedere dag kàn ’t noodlottig zijn. ’t Was hoogst-bedenkelijk—hóógst. En daarstraks, na ’n met moeite gedronken glas champagne, werkte ’r hart weer bijna normaal, liet ze ons schudden van ’t lachen, omdat ze beweerde zóó’n eetlust te hebben, dat ze minstens driemaal ’t menu van de table-d’hôte, telkens van voren af aan, zou kunnen eten. En toen ik zei, dat zoo iets ’n weinig[140]bezwaarlijk moest zijn, antwoordde ze droog, dat ’r overleden man ’t eens tweemaal gedaan had, nà ’n officieel diner, waaraan de koning had aangezeten, en waarbij niemand ’n vollen mond durfde nemen, omdat Zijn Majesteit elkeplatliet passeeren, en alleen ’ncure-dentverlangde, die ’r niet was.…Dolf.Hahaha!… Heel goed!… Maar doe me verder ’t genoegen, Jan—kerel, wat heeft de praktijk jou ’n buikje gegeven!—en praat niet meer over dineeren. Zoo als ’k mama heb gezien, moet ’k met overleg iets uitzoeken—geeuwhonger.…Dokter.Geen tijd gehad?Dolf.Tijd? Tijd?… Twaalf uur per dag, vijf vingers aan elke hand, kom ik tekort. Zou jij even de karaf water van Hope—die kleine attente Hope!—van Hope ’r kamer willen krijgen, Charley?Charles.Om uw handen te wasschen?Dolf.M’n handen wasschen?… Wou je hebben dat ’k dat zoo maar hier?(bootst het na).Charles.O, met ’n glàs?Dolf.Nee, neefje. Voor de bloemetjes.(Charles in de kamer links af).Hoe vindt je ’m, de zoon van m’n broer? Nette jongen, hè?… Wat gesloten—te vroeg getrouwd—drijven van …(tot Charles, die met de karaf terugkeert).Merci—merci! Nee, laat mij ’t liever doen. Zoo—de blaren vallen al af—symbool van de vrouwtjes, Jan—je bewondert ze—je plukt ze—dat wil zeggen: zij plùkken jou,[141]terwijl je ze plukt—en als je ze ’n paar dagen in ’n bezeten stemming bezeten heb—geweldig die echo van woorden, hè?—regent ’t verdorde ideaaltjes—hou je zoo’n ding als dit—en profond négligéover …(werpt lachend ’n stengel uit ’t venster).Dokter.Met je permissie—’t beste laat je schieten—’t stuifmeel, ’t vruchtbeginsel.…Dolf(vroolijk).’r Is niet één beginsel dat voor mij ’n beginsel is—Charley stop je ooren toe—ik ben de slechtste mentor voor jong-getrouwde mannen—èn vrouwen, hahaha! Kan ’k bij mama, dokter? Wat klinkt ’t verduiveld gek, zeg, jou dokter te noemen.…Dokter.Nee, nee, nee!… Vooral niet binnengaan! Ze mag niemand zien. Rust, rust en nog eens rust. Morgen misschien, als de nacht kalm doorgebracht wordt.… Ben je zoo van de jacht op reis gegaan?Dolf.Nog geen twee minuten na ’n prachtige haas te hebben neergelegd—roetsch, roetsch in de auto van Beelaart—roetsch ’n boerekar ondersteboven—roetsch, binnen de drie uur hier—vanmorgen twaalf uur gepicnict.… Zou ’k me wat laten brengen?…(een dekschaaltje op de zijtafel oplichtend).’n Gestolten lamskoteletje.…(tot Charles).Heb jij dat besteld?Dokter.Nee. Hope moet ook nog eten.Dolf.Ook nog?… Bij half negen!…Dokter.Dan kun je samen.…Dolf.Sàmen—met … Met-è … soupeeren?… Nee[142]—Hope en ik hebben zoo af en toe—af en toe.… Ik hou niet, of minder, van wat je ’n moderne, ’n moderne vrouw, noemt—en zij heeft zoo eenige bezwaren tegen mijn levensbeschouwing—als je mijn methode zoo’n wel-overwogen naam kunt geven(tot Charles).Charley, boy, kruip je heelemaal weg op ’t balkon?Charles.Hier hindert m’n sigaret niet—en misschien hebben de heeren te praten.Dolf.Heelemaal niet, jongen.Charles.’t Is zulk zacht weer—’k zit liever hier—’k zal nog enkel ’n tweede kop nemen(komt van het balkon, vult zich een tweede kop—gaat weer buiten).Dokter.En ik stap op.Dolf.Wat heb je ineens zoo’n haast?Dokter.We zien mekaar, hoop ’k, dezer dagen méer en onder rustiger omstandigheden. Loop je eens bij me aan—je ben nog niet éen keer op de Stichting geweest.…Dolf.De Stichting van mama?… Praktiseer jìj daar?Dokter(glimlachend).Je ben wél op de hoogte, uitnemend op de hoogte van de dingen, die je mama interesseeren.…Dolf.Kerel: ik vind ’t allemaal braaf en christelijk en voortreffelijk en hoe-je-’t-meer-noemen-wil—maar—maar: ik ben eenmaal anders—ik voel ’r zoo[143]wanhopig-weinig en mogelijk toch weer ’n massa voor.… Toen ’t gebouw in aanbouw was, de kinderen nog in de barak logeerden, wou mama met geweld dat ik de eerste-steenlegging bij zou wonen. Dat heb ’k gedaan. De heele speech van dien dominee—die met ’n wràtje op z’n kin—dat ’s ’t eenige dat ’k van ’m onthouen heb.…Dokter.Hahaha!.…Dolf.…Heb ’k me gloeiend in de meer dan gloeiende zon staan vervelen en ergeren—mama kreeg ’n uitbrander voor ’r ferme daad—ik ’n dozijn steken onder water—m’n gestorven ouwe heer werd ’r bijgesleept—als ’r geen paar beeldjes van kopjes bij waren geweest, met gedekoleteerde halsjes om te zoenen, zou ’k waarachtig uit den band zijn gesprongen!… Die eene met gitzwarte oogen en ’n moedervlekje hier—is die nog verpleegster geworden?…Dokter(glimlachend).Zwart haar?Dolf.Juist—ze werd met Annie, meen ’k, aangesproken.…(De dokter schiet in een lachbui).Wat lach je?… Schei uit!… Is ’t zoo grappig?…Dokter(moeilijk).Onbetaalbaar.… Daar zal ze van mee profiteeren, als ’k thuis kom (lacht weer).Dolf.Daar ga ’k bij zitten.Dokter.Ik ook.Dolf.Ben je klaar met je lachen?[144]Dokter.Ja. Eindelijk.Dolf.Is die ’r nog?Dokter.Ja, Dolf. En als je ’r niet boos om ben—ik was zoo vrij ’r te trouwen, hahaha!Dolf.Hartelijk gefeliciteerd, kerel. Wel dat doet me màchtig pleizier. Jij heb altijd smaak gehad, hè?… Altijd. Ja(begint zelf te lachen).Heel aardig. Dat ’s me nòg eens gebeurd—en ’n beetje erger—voorverleden week in Châtelard—’n engel van ’n vrouw, groot, slank—heelen dag mee geflirt—volkomen correct—snap je!—Bij de pousse stapt ’n mormel van ’n mannetje binnen—’n bouwval—’n antikiteit. „Kijk eens om, madame”, zeg ik: „’n vogelverschrikker in ’n smoking”.… Ze kijkt om, laat ’r kopje haast vallen—stelt me voor: „Mon mari—mon mari”.… ’k Heb je daarnet toch niet beleedigd, ouwe Jan van boven de beruchte sigarenwinkel-in-de-Breestraat.…Dokter(lachend).… Handschoenenwinkel.… Boven de sigarenwinkel woonde je niet meer.… ’s Nachts hebben we je door ’t raam verhuisd, omdat de ploertin eerst ’r beer betaald wou hebben.…Dolf.Hahaha.… Ja-ja! Nee maar zeg—’r blijft toch niets van de nonsens hangen—’k vond ’r op m’n woord lief, charmant—maar.…Dokter.We—wè hopen je bij ons te zien.…Dolf.Merci.[145]Dokter.Zou ’t voor jou ook geen tijd worden, Dolf? Die historie met die juffrouw Lebeau.…Dolf.Heb jìj Hope ’t adres gegeven?Dokter.Ik? Hoe kom je daar op? Ze wist ’t—iedereen weet ’t.…Dolf(gepreoccupeerd).Zoo.Dokter.Ik dacht geen jaar geleden, dat jijpère de famille, dat je getrouwd was.…Dolf.Nee. ’k Heb ’t nog niet verder dan tot ’n bedriegelijke nabootsing van ’t huwelijk kunnen brengen.Dokter.Jammer. Wij hebben ’n pracht van ’n villa, met uitzicht op zee—alleen beneden ’n suite van vijftien meter, vijftien.…Dolf.…Excellent om te kegelen.…Dokter.Je ben positief dezelfde. Maar die befaamde vrouw—uit dat schandaalproces.…Dolf.Ja ’t is niet in den haak—„voorwaar niet” zou dominee-met-’t-wratje zeggen.… Malle geschiedenis geweest—de kennismaking—de eerste eenzame liefdesnacht.…Dokter.…Eenzaam?.…Dolf.Hopeloos. Met de odeurtasch van je adoratie achter te blijven.… Dat was drie maanden geleden. Langer kan ’t niet. ’k Ben zelden langer dan drie maanden in de bedriegelijke nabootsing. We nemen ’n hotel, ’n groot hotel van over de vijfhonderd[146]kamers—dat’s te verkiezen—Zij drinkt ’n flesch met me—verwijdert zich even—wil naar de kamer terug—heeft ’t nummer vergeten—gaat na ’n kwartier zoeken naar den portier—die vraagt ’r den naam van ’r màn—Scène-à-faire voor ’n theaterstuk: ze kent me na de korte kennismaking enkel bij m’n vóórnaam—Stel je voor, Jan: geen nummer van de kamer, geen naam van den man.… Hoogste tragiek.… De eigenaar van ’t hotel wordt door den portier gewaarschuwd, dat-ie voor ’n puzzle staat—Snip mag heelemaal niet meer binnen—familiehotel—goede naam—enzoovoort … Ik na ’n kwartier aan ’t zoeken—hoor wat ’r gebeurd is—eclipseer met de odeurtasch … Zou jij ’n vrouw na zoo’n hevig-bewogen avontuur, zònder ’r odeurtasch laten? Nee, nietwaar? Zoo hebben Snip en ik mekaar „gevonden”. En als ’k Snip, Snipje, niet gekend had, zou je je dépêche vanmiddag aan ’n ánder hart onder ’n ánderen duren hoed met struisvogelveeren—gister betaald—hoedje van zeshonderd gulden—hebben moeten lanceeren, boy.…

[Inhoud]Eerste Tooneel.Hope, de kelner.Kelner(na een paar maal geklopt te hebben, treedt van rechts binnen, zet een presenteerblad met schalen op een zijtafeltje naast de deur, spreidt op de groote tafel een servet, legt daarop bord, mes, vork, lepel, kijkt Hope, die met een boek in de hand, in een leunstoel bij de balkondeuren ingeslapen is, driest aan).Hum!… Hum!…(Hope beweegt niet. Hij loert in de achter-slaapkamer, verlaat het vertrek door dezelfde deur, keert besluiteloos terug, beklopt de deur luider aan de binnenzij).[120]Hope(wakkerschrikkend, het boek op tafel neerleggend).Wie daar?Kelner.Ik, juffrouw—ik por maar wat harder—de boel wordt koud.Hope(snel op de kamer toegaand en luisterend).Heb ’k niet verzocht zoo zacht mogelijk te kloppen?… U weet toch dat ’r ’n zieke ligt!Kelner.Nou snap ’k niemeer waar ’k me an mot houen!… Toen ’k vanmorgen tè stil binnen kwam, kreeg ’k ’n uitbrander, omdat u in uw onderlijfie stond.…Hope.Zeg ’ns—jij zal me ’n groot pleizier doen je afstand te bewaren—dat ’s de derde waarschuwing … Je kan gaan.…Kelner.Sivoeplee … Alleen …Hope.Heb u me verstaan?Kelner.Sivoeplee …(bij de deur).De wijnkaart ligt naast de servet van de juffrouw …Une fois c’est pour moi!… Pour moi.…(af).[Inhoud]Tweede Tooneel.Hope, Dokter, Hotelier.Hope(na nog eens achter de draperie gekeken te hebben, zit wederom in den leunstoel bij het balkon, droogt zich de oogen. Een bescheiden getik).Binnen …(staat op).Dag dokter.… Dank u wel—gaat u[121]zitten: ze slaapt—dat u zoo hartelijk is voor de tweede maal.…Dokter.…Is u ’n paar uurtjes gaan liggen, zooals ’k u gezegd heb?Hope.’k Heb in den stoel voor ’t raam.…Dokter.Noemt u dat liggen?.… U zult uzelf kapot maken. Dat houdt u vannacht niet uit. Mag ’k licht opsteken?…Hope.Een oogenblikje …(laat de portière geheel zakken, gaat op den knop bij de deur toe, ontsteekt de kroon).Alsjeblief dokter.Dokter.Zoo zien we mekaar tenminste. De eerste regel bij ziekenoppassen, zuster, is ’t zichzelf in acht nemen.…Charité bien ordonnée.…Hope.…Commence par soi-mème.…Zal ’k ’r wekken?Dokter.Zijn de benauwdheden terug gekomen?…Hope.Om zes uur nog even, maar gelukkig niet làng … Wie daar(tot den Hotelier).Ik kan u nu niet ontvangen. U ziet dat ik belet heb.…Hotelier.Pardon—als ik dérangeer, zuster—’t is juist om den dokter.…Hope(uit de hoogte).Dien kunt u straks.…Hotelier.Pardon—ik moet zoo dadelijk de deur uit … Als u ’t permiteert wou ’k dokter één seconde lastig vallen, één seconde.…[122]Dokter.Ik zal onmiddellijk op uw kantoor.…Hotelier.De zaak is …(op een ongeduldig gebaar van Hope).Pardon.… U moet toch ’n beetje consideratie met ons hotel gebruiken.… Als mevrouw overlijdt.…Hope.Zachter asjeblief.…Hotelier.Als, als, zeg ik—worden de families van twee- en drie-en-zestìg enorm gecontrarieerd … zullen andere families onmiddellijk vertrekken—we zijn midden in ’t seizoen.… U weet, dokter, hoe de menschen zijn.…Ikben niet onbillijk.… Niet één logeergast zal in de komende weken de appartementen willen betrekken.… Als we hadden kunnen voorzien.…Hope.Voorzien?… Als wìj hadden kunnen voorzien—zouden we in de laatste plaats van ùw gastvrijheid geprofiteerd hebben.… Heeft u méer de gewoonte logées lastig te vallen?…Dokter.Suscht! Suscht!… We gaan naar de conversatiezaal, meneer.…Hotelier(retireerend).U heeft gelijk en ongelijk.… Maar.…Dokter.…Geen verdere maren.… Ik kom bij u.…Hotelier.’t Gasthuis—’t Hopital Wallon—is telephonisch verbonden—heeft ’n magnifieke auto om zieken te vervoeren.Dokter.Onder géén omstandigheden! Onder géén. ’k Zal ’t u beneden uitleggen—hier niet(af met Hotelier).[123][Inhoud]Derde Tooneel.Hope, Charles, Kelner.Hope(verdwijnt even achter de portières).Charles(jonge man, ongeveer 24, scherp gelaat, zonder snor, modieuze gekleede jas, hooge hoed—komt door linkerdeur op: tot kelner).Is ’t hier?Kelner.Ja, meneer.Charles.Een en zestig?Kelner.Ja, meneer.Charles.’k Zie niemand.Kelner.De dames zullen daar zijn.Hope(tusschen de portières, legt een vinger op den mond. Kelner af. Zij schuift voorzichtig de deuren der slaapkamer toe).Zoo. ’k Ben blij dat ù tenminste gekomen is.Charles.Is ’t zóó ernstig?Hope.Heel, heel ernstig.Charles.Sinds wanneer?Hope.Sinds eergistermorgen—na ’n bezoek aan de Stichting.Charles.Wéér aan ’t hart?(zij knikt).De vorige keer dachten we ook.…Hope.Driemaal is ze bewusteloos geweest—de dokter heeft ’r ’n kamfer-injectie gegeven.…[124]Charles.Ja ja.… Heb jij ons getelegrafeerd?Hope.Op advies van den dokter.Charles.Wat zegt-ie?Hope.Wat u ongeveer denken kan—’n vrouw op leeftijd.…Charles.Spijt me, dat je telegram nageseind moest worden. ’k Was eergister niet in Trouville.…Hope.Nièt in Trouville.… En mevrouw met ’t kindje … zijn die meegekomen?Charles(ongeduldig).Nee, nee, nee! Ik was ’n dag—voor zaken—naar Parijs … ’k Kon nog net den middagtrein pakken.… De familie is in Trouville gebleven.… Denk ’k tenminste.… En oom Dolf?Hope.Is ’r nog niet. ’k Ben bang dat-ie mevrouw.… Ze verlangt zoo naar ’m.…Charles.’k Heb niet ’t flauwst vermoeden, waar-ie uithangt.… In geen maanden bericht van ’m gehad. Is-ie met ’t jacht?…Hope.Nee meneer. Z’n laatste brief—aan uw mama—aan uw grootmama—was uit Zwitserland—uit Châtelard, meen ’k. ’t Zou de grootste ellende zijn, als—als-ie te laat kwam.… Gister heb ’k voor de tweede maal geseind.… Geen antwoord.…Charles.Eén kan z’n adres zéker weten—die—die …Hope.…Die hebben we—de dokter en ik—vandaag óók ’n telegram gezonden.…[125]Charles(verwonderd).Wist jìj van die liaison?Hope(rustig-glimlachend).Waarom zou ik ’r niet van weten?.… ’n Publiek geheim is geen bepaald geheim meer.…Charles.Afficheert-ie zich nog?.… Enfin, ’t regardeert me niet.… ’n Man, die m’n vader kon zijn.…(gewild over iets anders pratend).Is dat ’t kostuum van de Stichting?.… Niet positief chic. Flatteert je minder.Hope.Denkt u, dat zieke kinderen ’r profijt van hebben òf ’t kostuum.… Wees u ’ns stil!(luistert).Nee …Charles.Mag ’k ’r zien?Hope.Misschien. In elk geval met de noodige voorbereiding. Ze zou kunnen begrijpen, dàt ’r gewaarschuwd is.…Charles.Ik stoor je toch niet in je diner?Hope(mat).’k Heb gegeten.Charles.Jij ben scherper in je gezicht geworden, Hope. Je ziet ’r zoo heelemaal anders uit—of ligt ’t an de kroon?Hope.Dat kan. ’k Heb in geen twee nachten geslapen.…[Inhoud]Vierde Tooneel.Hope, Charles, Dokter.Dokter.…’n Vlegel eerste klas.… Pardon.…[126]Hope.De kleinzoon van mevrouw, meneer Charles van Walden—dokter Linden.Charles.Heel aangenaam, dokter.Dokter.Is u zoo pas gearriveerd?Charles.Nog geen uur geleden. Nauwelijks den tijd gehad ’n andere jas aan te schieten.… Ik hoor dat de toestand van grootmama.…Dokter.Bijzonder zorgwekkend is.… Ik geloof, tenzij ’n wonder gebeurt, dat de familie zich op ’t ergste zal dienen.…Charles.…Ja, ja. Dat begreep ’k, toen ’t telegram kwam.…(een stilte).Dokter(driftig).… En die vlegel beneden—’k heb ’m te woord gestaan—wou per se de auto van Wallon bestellen. Doe dat, meneer, heb ’k ’m gezegd: doe jij dat—dan schrijf ik morgen ’n ingezonden stuk in denCourrier, om de badgasten te laten zien wat ’n humaan gérant jij ben.… Daar scheen-ie respect voor te hebben.… Stel je voor!.… ’n Doodzieke gaan transporteeren uit vrees voor ’t egoïsme van andere logées.… Laat je je eten staan, zuster?Hope.Nee, nee.… Mag meneer mevrouw zien?Dokter.We zullen ons overtuigen.… Blijf u hier.… Heeft ze champagne gedronken?Hope(de portières hechtend).Met tegenzin een enkel glas.…[127]Dokter.Niet voldoende—niet voldoende.… Blijf nu maar—blijven—blijven …(af in slaapkamer).Charles.’k Zal maar wat liegen, niet?… Dat ik toevallig voor dringende aangelegenheden overgewipt ben … Als ’k me niet zoo gehaast had, zou ’k wat hebben meegebracht.…Hope.Als ’k ’t zeggen mag.…Charles.Ja?Hope.’t Zal voor mevrouw ’n teleurstelling zijn, dat u zonder uw vrouw en vooral zonder Ninette—’r eenig achterkleinkind—is.…Charles.…Zoo’n baby van drie jaar.… En dan ik zei je toch al, dat ’k niet direct van Trouville kom.… En dan—m’n vrouw houdt niet—hoe zal ’k dat.…(ongeduldig).Wat vraag je naar den bekenden weg?… Je weet dat ’r telkens verschil van meening is.… Grootmama met ’r geweldig-overdreven.…Hope.Toe meneer Charles!… ’t Zijn nù juist niet de omstandigheden.… Roept u, dokter?…Dokter(onzichtbaar).Zuster.…Hope(gaat achter de gordijnen—hij loopt heen en weer—staat stil voor den spiegel boven denécessaire, neemt ’n kleerborstel, schuiert zich de jas—gladt zich het haar).Hier ben ’k weer.(Zij bedrukt den knop der electrische schel aan de kroon).Charles.Toch niet sérieuzer.[128]Hope.Goddank nee. Ze voelt zich minder beklemd, krijgt een tweede injectie.… Nee, vooral niet binnen gaan!…(tot den kelner).’n Flesch champagne.… Versta je niet?… ’n Flesch champagne …(af).[Inhoud]Vijfde Tooneel.Charles, Kelner.Kelner(onbewogen).Frappé?…Charles(ongeduldig).Frappé—niet frappé—als ’t maar vlug komt!Kelner.Moët et Chandon—Irroy Carte Blanche—Pol Roger Medium-dry—Pommery—Heidsieck—wil meneer zoo beleefd zijn …? De wijnkaart ligt op tafel.…Charles.Je m’en fiche.…Kelner(droog).Dàt merk hebben we niet.…Charles.Maak jij grapjes?… Ben ’k niet van gediend.(kijkt de kaart in).Moët.…Kelner.Demi-sec of White Star-sec?Charles.Loop naar de … Demi-sec!… En beneden ontkurken.… En voor mij ’n kop koffie.…Kelner.Een Moët White Star—un café noir…(af).[Inhoud]Zesde Tooneel.Charles, Dokter, Hope.Dokter(duwt de schuifdeuren dicht).Dat is voor u ’n heele reis geweest, meneer Van Walden.…[129]Charles.Ja, ja—gelooft u nòg, dat grootmama …?Dokter.Alles is mogelijk.—’t Is zulk ’n verbazend krasse vrouw, dat ik me na de tweede injectie aan geen voorspellingen wagen durf.… Ze praat met ’n bedriegelijke opgewektheid.… Maar … Maar.… Als ze ’r deze keer bovenop komt, blijft de toestand bijzonder précair—bijzonder. De geringste complicatie, de kleinste stoornis, niet waar?… In ieder geval is ’t uitnemend dat u er tenminste is. En ’k zou willen adviseeren de eerste dagen in de directe nabijheid te blijven.…Charles.Als ik dus wel begrijp is ’t ergste gevaar geweken?Dokter.Nee—volstrekt niet—in de verste verte niet. Bij ’n hartaandoening van dien aard en op dien leeftijd en met zulke ontrustende aanvallen van bewusteloosheid, is ’t de plicht van de naaste familieleden op hun qui-vive te zijn. Toen we u seinden, was ’t mijn innige overtuiging, dat u telaat zou komen(met verheffing).Dolf handelt—als ik ’t.…Charles.Dolf?… Kènt u.…Dokter.Of ’k Dolf ken?… Hahaha!—hij heeft me helpen ontgroenen.…Charles.Ontgroenen?…Dokter.Weet u niet, dat uw oom—hij is toch uw óóm?…Charles.Natuurlijk.[130]Dokter.Dat-ie vier, vijf jaar college geloopen heeft—dat wil zeggen: had behooren te loopen—’k taxeer ’m op nog geen vòlgeschreven dictaatcahier! Toen ik van ’t gymnasium kwam, had Dolf al minstens vier jaar ge—ge—ja wat feitelijk ge—ge …? Gedit, gedat, gefuifd, gekroegjoold, ge …Charles.…Boemeld.…Dokter.Geboemeld, ’t juiste woord in volgorde—letterlijk alles had-ie als corpslid ge—ge—gedaan—alleen niet gestudeerd. Toen-ie gesjeesd werd.…Charles(na zacht geklop).Binnen!(tot den kelner, die enkel koffie brengt).En de Moët?Kelner.En deux secondes monsieur.… J’ai.…Dokter.Spreek jij geen Hollandsch, vrindje?Kelner.Oui monsieur.…Dokter.Doe dat dan—flauwe kunsten!Kelner.De champagne wordt koel gemaakt.Dokter.Heelemaal niet noodig.… We wachten ’r op(Kelner af).Dat’s nou misschien ’n jongen uit(imiteert Fransch)uit Leeuwarden, uit Hontenissen, hahaha!… Waar was ’k gebleven? Wat wou ’k.…Charles.Toen oom gesjeesd werd, zei u.… Drinkt u ’n kop mee, dokter?Dokter.Dank u.… Toen—vertel ’ns ’n historie zonder ’n dozijn toen’s!—toen-ie gesjeesd werd[131]—om ’n dolle geschiedenis—’n schandaaltje, als je ’t zoo noemen wil.…Charles(rustig drinkend).Om ’n vrouw natuurlijk!Dokter.Spreekt van zelf.… Als ’k me goed herinner—’t geheugen is m’nforteniet—alweer zoo’n Fransch woord!—had-ie ’n vechtpartij op klaarlichten dag met den een of anderen kerel, ’n koloniaal of zoo iets, dien-ie behoorlijk toetakelde.… Met groote moeite werd ’t gesust—’n sisser van ’n week of twee brommen—en ’n paar honderd gulden fooi.…Charles.Daar wist ik hoegenaamd niets van(glimlachend).Verwonderen doet ’t me niet.… Hoe is ’t mogelijk—op klaarlichten dag—en met ’n koloniaal—met ’n koloniaal!… Zóó iemand kàn je toch niet beleedigen.…Dokter.Iets met ’t meisje of de zuster van dien kerel—’t ware weet ’k niet—is hijzelf waarschijnlijk glad vergeten.… Wanneer kan ’t geweest zijn?… Negentig.… Een-en-negentig.… Om en om vijftien, zestien, zeventien jaar—’k kan ’r geen slag in slaan.… Doet ’r ook niet toe.… Hij werd van de corpslijst geschrapt.… Misschien studeerde-ie anders nog, hahaha!… Ja, Dolf en ik hebben mekaar in die dagen meer dan goed gekend—later ook nog wel, maar nooit meer zóó, zoo heerlijk, onbezorgd.… Jammer van den vent.… ’n Hart van goud—’n wilde rakker—’n bandiet.… Als-ie niet zoo vroeg z’n vader verloren had, niet zoo vlug de beschikking over z’n erfdeel gekregen,[132]zou-ie iémand—iémand geworden zijn.… Zeldzame kop.… ’t Was toen—alweer toen—’n lust om ’m te hooren, als-ie op dreef was.… ’n Vernuft, ’n géést.… En nou!… En nou!… ’k Zou ’m z’n mantel kunnen uitvegen, dat-ie met geen drie, vier telegrammen te bereiken is, dat-ie geen adres achterlaat, terwijl z’n moeder doorloopend ziekelijk is.—Tot zelfs die eerste-klasse-dame van ’m hebben we geseind.… Valt me verbazend tegen. Verbazend. ’r Eenige zoon in leven.… Uw papa is betrekkelijk vroeg gestorven, niet waar?…Charles.Toen ik twee was.…Dokter.Dan zult u wel geen voorraad herinneringen aan ’m hebben?…Charles(koel).Nee—in geen enkel opzicht.Dokter.En uw mama?Charles.…Kort na de kraam(gewild).Rookt u ’n sigaret mee—de balkondeuren staan open.… Of heeft u er bezwaar tegen?Dokter.Bezwaar, nee—als u bij ’t balkon blijft. Pardon, ik zal ’r geen gebruik van maken.…Charles.Bijzondere avond.… Geen rimpel op zee.… ’n Idylle.… ’k Zou ’t persoonlijk geen week aan zee uithouden.… Parijs.… London.… De groote stedenà la bonne heure.… Dat eeuwige water vind ’kassommant!Dokter(na een drukkende stilte).Ik heb in de twee maanden, dat ik het genoegen heb over de Stichting[133]van uw grootmama te gaan, buitengewoon respect voor haar gekregen.…Charles.Ja—ja.…Dokter.En u houdt zeker véel van haar—me dunkt ’n vrouw met dàt hart moet meer dan vader en moeder sámen voor u geweest zijn?…Charles.Natuurlijk. Natuurlijk.Dokter.Ze dweept met kinderen. Ieder bezoek aan de Stichting is ’n feest!(een stilte).Had u geen idee te studeeren?Charles.Heelemaal niet—twee jaar na de kostschool ben ’k getrouwd.…Dokter.Zoo jong?Charles.Zoo jong. ’k Zal den kelner nog eens schellen. Dat is ’n ongemeene bediening.(Gelijk verschijnt de kelner met de flesch in een koelemmer).Móést dat zoo lang duren?… De dokter zei toch dat afkoelen niet noodig was?Kelner.De gewoonte van ’t huis, meneer—niet gefrapeerd.…Charles.…’t Is goed—hou je mond(hem belettend in te schenken).Dicht laten.… Doen we zelf(kelner af).De ezel!… Een, twee, drie glazen—of ’r gespeecht zal worden.… Laat me u helpen, dokter.… Draagt u ’t alleen?Dokter.Gaat best. Als u de deuren even zacht openschuift—schuiven—niet duwen. Merci.[134][Inhoud]Zevende tooneel.Charles, Dolf.Dolf(robuste man, ongeveer veertig, blonde volbaard—jachtkostuum—bloemruiker in de hand—praat tot den kelner buiten).Als ’r geen kamer is, dan maak je d’r een. Wat zeg-je … Enkel ’n badkamer? Dan ’n badkamer! En de rommel uit de auto naar boven halen.… Ja, ja.… Goed!(tot Charles).Wel wat drommel.…(Charles wijst naar de portières).Heb jij geseind?… ’t Is toch niet.…(Charles ontkent).Dat is ’n pak van me hart.… We hebben over de tachtig kilometer geloopen.… Midden op den weg oponthoud—’n boerekar, die natuurlijk verkeerd uitweek in ’n sloot gerejen—scheelde geen haar of we hadden met de auto ’nsaut périlleuxgemaakt.… Of de kaffers ’t ’r om doen, om doen!… Hoe is ’t met mama?… Meer angst dan ziekte, zooals de laatste maal?… Of.…Charles.Ze moet op ’t oogenblik weer heel opgewekt zijn. De dokter is juist bij ’r—ik ben nog geen uur geleden van Trouville binnen komen vallen.Dolf.Was dat telegram, aan Snip geadresseerd, van jou?… Verbazend handige inval! M’n compliment. Anders was ’k mogelijk nog bij Beelaart op de jacht!Charles.Snip?… Snip?… Ik heb niet getelegrafeerd, omdat ’k pas zèlf gearriveerd ben—en Snip—Snip? Wie is dat, als ’k vragen mag?Dolf.Snip.… Madame Lebeau.…[135]Charles.O. Wist niet dat die juffrouw ’n zoo gedistingeerden bijnaam.… Hope heeft u aan dat gerenommeerd adres ’n laatst telegram gestuurd—op de andere kreeg ze gister en eergister geen antwoord …Dolf(eenigszins ontstemd).Hope?… Hope?… Is Hope hier?… Bij mama?Charles.Verwondert u dat?Dolf.Och nee. En och ja. ’k Weet ’t niet(loopt een weinig geprikkeld op en neer).Dat heb jij ’r toch niet?Charles.Ik begrijp niet wat u bèdoelt.…Dolf.Of jij.… Doet ’r niet toe.… Geef me ’n sigaret. ’k Ben wee van honger.… Me geen tijd gegund te dineeren. Merci.… M’n handen trillen nog van den stuurstang(lucifer aannemend).Merci(zakt in den stoel voor het raam).’k Dacht waarachtig, dat ’t deze keer.… ’k Zou ’r enorm spijt van gehad hebben.… Want al ben ’k ’n dozijnmaal, op de ongelegenste momenten opgeschrikt—niet waar?—al is ’t goddank—geloof jìj an zoo’n sinjeur daar boven?—ik niet!—al is ’t goddank telkens met ’n sisser afgeloopen—één keer moet ’t gebeuren—en dan zou ’t meer dan beroerd zijn, als je die oogen voor goed gesloten vond.… Duurt ’t nog lang daarbinnen?… Kan ’k kloppen?…Charles.Ze zullen wel dadelijk komen.Dolf.Ze?… Ze?… O ja.… Attent van die kleine Hope. Dus diè heeft Snip, Snipje, ’n dépêche gezonden.… Charley, boy, ik geloof.…[136]Charles.U gelooft?…Dolf.Niemendal. Niemendal. ’k Geloof heelemaal niet—zei ’k straks al.… Kan ’k me handen ergens wasschen?… ’t Bloed van de patrijzen—heele koppels hebben we onder schot gekregen—ja waarachtig!—kleeft ’r nog an—zoo gehaast als ’k in de auto van Beelaart gesprongen ben, toen de manke boschwachter op ’n fiets—dat had je moeten zien—een kruk zoo en een zoo—me de boodschap van Snipje kwam brengen.—Is hier geen waschgelegenheid?…Charles.Hiernaast op 59—de kamer van Hope.…Dolf.De kamer van Hope?… Nee.… Wetboek van Strafrecht, artikel—artikel.… Nou welk artikel?Charles(lachend).Begrijp u niet.…Dolf.Dat ’s de tweede maal, dat ’k voor jou te diepzinnig ga(werpt de sigaret uit ’t raam).Deugen niet—die papieren dingen van de régie.… Heb je Suus meegebracht?Charles.Nee. Ze—ze kon niet zoo op slag mee.Dolf.Hoe laat ben je uit Trouville vertrokken?Charles.Vannacht—ja vannacht.…Dolf(glimlachend).Je zegt dat of je ’t zelf niet precies weet.… Maakt de kleine Ninette ’t goed?Charles.Uitstekend.Dolf.De bronchitis heelemaal weg?[137]Charles.Totaal. En gelukkig. Als dat kind wat overkomen was.…Dolf.Dan?Charles.Nou dan niets—u kunt u voorstellen—of misschien ook niet—hoe je van zoo’n baby houdt.… Ik dweep met ’t goudkopje(een portretje uit z’n portefeuille nemend).Dat is ’t laatste kiekje aan ’t strand van Trouville(kust het).Als ’t u interesseert(reikt het over).Dolf.Pretendeert dat de een of andere nuance van hatelijkheid—„als ’t u interesseert”—omdat ik deze maanden.…Charles(glimlachend).Laten we zeggen ’t heele jaar—van af Nieuwjaar.…Dolf(knikkend).Van af Nieuwjaar—merkwaardig geheugen heb jij!—geen gelegenheid heb kunnen vinden?… Charley, boy: waar ik bezoeken afleg, letterlijk waar, krijg ik verwijten.… Prachtig snuitje.… Ik kom honderd jaar tekort.… Precies je vrouw.… De dagen vliegen, de weken raken zoek, de maanden trek ’k met mudjes van den kalender.… Ja, daar zul je plezier van hebben.… Mooi kind.… Leuk kind.… Mag ik ’t bij me steken?Charles.’k Heb ’r maar één. En dan, beste oom—wat moet ù met ’n portretje?Dolf.Wat ik met portretten moet? ’n Half dozijn draag ’k ’r bij me …(in z’n binnenzak tastend—dan[138]aarzelend).Nee. Je heb gelijk. Merci(reikt het over).Heb je Suze daar ook?Charles.M’n vrouw—nee. Of misschien hier …(doorzoekt de portefeuille).Nee. Zeker verlegd(in de slaapkamer weerklinkt gelach).We behoeven ons voorloopig niet ongerust te maken, oom—zoolang ze in dié stemming zijn.…Dolf.Tant mieux!(staat op, klopt zachtjes).[Inhoud]Achtste tooneel.Charles, Dolf, De Dokter.Dokter(met de champagne-flesch en het presenteerblad).Sust!… Nee vooral niet binnen!—Dolf?… Meneer Dolf van Walden? Herkent u me niet meer?… Linden.… Jan Linden.…Dolf.Pardon—mogelijk dat.…Dokter(de flesch in den koelemmer stellend).Ik heb uw schoenen nog in ’88, ’89 gepoetst—ik heb op één avond drie snijkoeken moeten slikken, omdat ù zich verbeeldde, dat ik ’n speld binnen had gekregen.… Boven de handschoenenwinkel in de Breestraat—met aan de overzij ’t Stadhuis.Dolf.Ben jij—ben u.… die kleine bleeke Jan, die.… Kerel, ben jij al dokter?(schudt z’n hand)En mama?.… We hebben daar zoo luidruchtig hooren lachen.… Is ’t weer zoover beter, Jan of Linden of dokter.[139]Dokter.Hou je bij Jan, Dolf—dat is de makkelijkste herinnering, niet? Mevrouw van Walden—jongen, jongen, wat ’n damp van de sigaretten—mag heusch niet, meneer—je mama, Dolf—’t doet me verbazend genoegen, je na zooveel jaren weer ’ns te zien—je ben d’r niet minder op geworden, ouwe kameraad!—je mama—ja, ’k dùrf geen meening meer zeggen—bij dat soort hartaandoening blijft ’t tasten.… Eergister en gister en vanmorgen nog, had ’k ’r formeel opgegeven—en nu.… Niemand weet ’t. Niemand. Als ze zich kalm houdt, ’t spreekt vanzelf dat ze ’t bed niet uit mag, bestaat ’r kans—’n heel zwakke kans.… ’t Eenige wat ’k beslist aanraden moet—en wat je gezond verstand je zal ingeven: ook al krabbelt ze weer op—je moet ieder oogenblik te bereiken zijn—versta me wel iéder oogenblik.…Dolf.Jantje—’t zelfde hoor ’k twee jaar lang—je collega die ’r in de stad behandelde, heeft.…Charles.…Ons om ’n haverklap getelefoneerd of geseind.…Dolf.Zooals jij vandaag.…Dokter.Natuurlijk, natuurlijk—maar iedere dag kàn ’t noodlottig zijn. ’t Was hoogst-bedenkelijk—hóógst. En daarstraks, na ’n met moeite gedronken glas champagne, werkte ’r hart weer bijna normaal, liet ze ons schudden van ’t lachen, omdat ze beweerde zóó’n eetlust te hebben, dat ze minstens driemaal ’t menu van de table-d’hôte, telkens van voren af aan, zou kunnen eten. En toen ik zei, dat zoo iets ’n weinig[140]bezwaarlijk moest zijn, antwoordde ze droog, dat ’r overleden man ’t eens tweemaal gedaan had, nà ’n officieel diner, waaraan de koning had aangezeten, en waarbij niemand ’n vollen mond durfde nemen, omdat Zijn Majesteit elkeplatliet passeeren, en alleen ’ncure-dentverlangde, die ’r niet was.…Dolf.Hahaha!… Heel goed!… Maar doe me verder ’t genoegen, Jan—kerel, wat heeft de praktijk jou ’n buikje gegeven!—en praat niet meer over dineeren. Zoo als ’k mama heb gezien, moet ’k met overleg iets uitzoeken—geeuwhonger.…Dokter.Geen tijd gehad?Dolf.Tijd? Tijd?… Twaalf uur per dag, vijf vingers aan elke hand, kom ik tekort. Zou jij even de karaf water van Hope—die kleine attente Hope!—van Hope ’r kamer willen krijgen, Charley?Charles.Om uw handen te wasschen?Dolf.M’n handen wasschen?… Wou je hebben dat ’k dat zoo maar hier?(bootst het na).Charles.O, met ’n glàs?Dolf.Nee, neefje. Voor de bloemetjes.(Charles in de kamer links af).Hoe vindt je ’m, de zoon van m’n broer? Nette jongen, hè?… Wat gesloten—te vroeg getrouwd—drijven van …(tot Charles, die met de karaf terugkeert).Merci—merci! Nee, laat mij ’t liever doen. Zoo—de blaren vallen al af—symbool van de vrouwtjes, Jan—je bewondert ze—je plukt ze—dat wil zeggen: zij plùkken jou,[141]terwijl je ze plukt—en als je ze ’n paar dagen in ’n bezeten stemming bezeten heb—geweldig die echo van woorden, hè?—regent ’t verdorde ideaaltjes—hou je zoo’n ding als dit—en profond négligéover …(werpt lachend ’n stengel uit ’t venster).Dokter.Met je permissie—’t beste laat je schieten—’t stuifmeel, ’t vruchtbeginsel.…Dolf(vroolijk).’r Is niet één beginsel dat voor mij ’n beginsel is—Charley stop je ooren toe—ik ben de slechtste mentor voor jong-getrouwde mannen—èn vrouwen, hahaha! Kan ’k bij mama, dokter? Wat klinkt ’t verduiveld gek, zeg, jou dokter te noemen.…Dokter.Nee, nee, nee!… Vooral niet binnengaan! Ze mag niemand zien. Rust, rust en nog eens rust. Morgen misschien, als de nacht kalm doorgebracht wordt.… Ben je zoo van de jacht op reis gegaan?Dolf.Nog geen twee minuten na ’n prachtige haas te hebben neergelegd—roetsch, roetsch in de auto van Beelaart—roetsch ’n boerekar ondersteboven—roetsch, binnen de drie uur hier—vanmorgen twaalf uur gepicnict.… Zou ’k me wat laten brengen?…(een dekschaaltje op de zijtafel oplichtend).’n Gestolten lamskoteletje.…(tot Charles).Heb jij dat besteld?Dokter.Nee. Hope moet ook nog eten.Dolf.Ook nog?… Bij half negen!…Dokter.Dan kun je samen.…Dolf.Sàmen—met … Met-è … soupeeren?… Nee[142]—Hope en ik hebben zoo af en toe—af en toe.… Ik hou niet, of minder, van wat je ’n moderne, ’n moderne vrouw, noemt—en zij heeft zoo eenige bezwaren tegen mijn levensbeschouwing—als je mijn methode zoo’n wel-overwogen naam kunt geven(tot Charles).Charley, boy, kruip je heelemaal weg op ’t balkon?Charles.Hier hindert m’n sigaret niet—en misschien hebben de heeren te praten.Dolf.Heelemaal niet, jongen.Charles.’t Is zulk zacht weer—’k zit liever hier—’k zal nog enkel ’n tweede kop nemen(komt van het balkon, vult zich een tweede kop—gaat weer buiten).Dokter.En ik stap op.Dolf.Wat heb je ineens zoo’n haast?Dokter.We zien mekaar, hoop ’k, dezer dagen méer en onder rustiger omstandigheden. Loop je eens bij me aan—je ben nog niet éen keer op de Stichting geweest.…Dolf.De Stichting van mama?… Praktiseer jìj daar?Dokter(glimlachend).Je ben wél op de hoogte, uitnemend op de hoogte van de dingen, die je mama interesseeren.…Dolf.Kerel: ik vind ’t allemaal braaf en christelijk en voortreffelijk en hoe-je-’t-meer-noemen-wil—maar—maar: ik ben eenmaal anders—ik voel ’r zoo[143]wanhopig-weinig en mogelijk toch weer ’n massa voor.… Toen ’t gebouw in aanbouw was, de kinderen nog in de barak logeerden, wou mama met geweld dat ik de eerste-steenlegging bij zou wonen. Dat heb ’k gedaan. De heele speech van dien dominee—die met ’n wràtje op z’n kin—dat ’s ’t eenige dat ’k van ’m onthouen heb.…Dokter.Hahaha!.…Dolf.…Heb ’k me gloeiend in de meer dan gloeiende zon staan vervelen en ergeren—mama kreeg ’n uitbrander voor ’r ferme daad—ik ’n dozijn steken onder water—m’n gestorven ouwe heer werd ’r bijgesleept—als ’r geen paar beeldjes van kopjes bij waren geweest, met gedekoleteerde halsjes om te zoenen, zou ’k waarachtig uit den band zijn gesprongen!… Die eene met gitzwarte oogen en ’n moedervlekje hier—is die nog verpleegster geworden?…Dokter(glimlachend).Zwart haar?Dolf.Juist—ze werd met Annie, meen ’k, aangesproken.…(De dokter schiet in een lachbui).Wat lach je?… Schei uit!… Is ’t zoo grappig?…Dokter(moeilijk).Onbetaalbaar.… Daar zal ze van mee profiteeren, als ’k thuis kom (lacht weer).Dolf.Daar ga ’k bij zitten.Dokter.Ik ook.Dolf.Ben je klaar met je lachen?[144]Dokter.Ja. Eindelijk.Dolf.Is die ’r nog?Dokter.Ja, Dolf. En als je ’r niet boos om ben—ik was zoo vrij ’r te trouwen, hahaha!Dolf.Hartelijk gefeliciteerd, kerel. Wel dat doet me màchtig pleizier. Jij heb altijd smaak gehad, hè?… Altijd. Ja(begint zelf te lachen).Heel aardig. Dat ’s me nòg eens gebeurd—en ’n beetje erger—voorverleden week in Châtelard—’n engel van ’n vrouw, groot, slank—heelen dag mee geflirt—volkomen correct—snap je!—Bij de pousse stapt ’n mormel van ’n mannetje binnen—’n bouwval—’n antikiteit. „Kijk eens om, madame”, zeg ik: „’n vogelverschrikker in ’n smoking”.… Ze kijkt om, laat ’r kopje haast vallen—stelt me voor: „Mon mari—mon mari”.… ’k Heb je daarnet toch niet beleedigd, ouwe Jan van boven de beruchte sigarenwinkel-in-de-Breestraat.…Dokter(lachend).… Handschoenenwinkel.… Boven de sigarenwinkel woonde je niet meer.… ’s Nachts hebben we je door ’t raam verhuisd, omdat de ploertin eerst ’r beer betaald wou hebben.…Dolf.Hahaha.… Ja-ja! Nee maar zeg—’r blijft toch niets van de nonsens hangen—’k vond ’r op m’n woord lief, charmant—maar.…Dokter.We—wè hopen je bij ons te zien.…Dolf.Merci.[145]Dokter.Zou ’t voor jou ook geen tijd worden, Dolf? Die historie met die juffrouw Lebeau.…Dolf.Heb jìj Hope ’t adres gegeven?Dokter.Ik? Hoe kom je daar op? Ze wist ’t—iedereen weet ’t.…Dolf(gepreoccupeerd).Zoo.Dokter.Ik dacht geen jaar geleden, dat jijpère de famille, dat je getrouwd was.…Dolf.Nee. ’k Heb ’t nog niet verder dan tot ’n bedriegelijke nabootsing van ’t huwelijk kunnen brengen.Dokter.Jammer. Wij hebben ’n pracht van ’n villa, met uitzicht op zee—alleen beneden ’n suite van vijftien meter, vijftien.…Dolf.…Excellent om te kegelen.…Dokter.Je ben positief dezelfde. Maar die befaamde vrouw—uit dat schandaalproces.…Dolf.Ja ’t is niet in den haak—„voorwaar niet” zou dominee-met-’t-wratje zeggen.… Malle geschiedenis geweest—de kennismaking—de eerste eenzame liefdesnacht.…Dokter.…Eenzaam?.…Dolf.Hopeloos. Met de odeurtasch van je adoratie achter te blijven.… Dat was drie maanden geleden. Langer kan ’t niet. ’k Ben zelden langer dan drie maanden in de bedriegelijke nabootsing. We nemen ’n hotel, ’n groot hotel van over de vijfhonderd[146]kamers—dat’s te verkiezen—Zij drinkt ’n flesch met me—verwijdert zich even—wil naar de kamer terug—heeft ’t nummer vergeten—gaat na ’n kwartier zoeken naar den portier—die vraagt ’r den naam van ’r màn—Scène-à-faire voor ’n theaterstuk: ze kent me na de korte kennismaking enkel bij m’n vóórnaam—Stel je voor, Jan: geen nummer van de kamer, geen naam van den man.… Hoogste tragiek.… De eigenaar van ’t hotel wordt door den portier gewaarschuwd, dat-ie voor ’n puzzle staat—Snip mag heelemaal niet meer binnen—familiehotel—goede naam—enzoovoort … Ik na ’n kwartier aan ’t zoeken—hoor wat ’r gebeurd is—eclipseer met de odeurtasch … Zou jij ’n vrouw na zoo’n hevig-bewogen avontuur, zònder ’r odeurtasch laten? Nee, nietwaar? Zoo hebben Snip en ik mekaar „gevonden”. En als ’k Snip, Snipje, niet gekend had, zou je je dépêche vanmiddag aan ’n ánder hart onder ’n ánderen duren hoed met struisvogelveeren—gister betaald—hoedje van zeshonderd gulden—hebben moeten lanceeren, boy.…

[Inhoud]Eerste Tooneel.Hope, de kelner.Kelner(na een paar maal geklopt te hebben, treedt van rechts binnen, zet een presenteerblad met schalen op een zijtafeltje naast de deur, spreidt op de groote tafel een servet, legt daarop bord, mes, vork, lepel, kijkt Hope, die met een boek in de hand, in een leunstoel bij de balkondeuren ingeslapen is, driest aan).Hum!… Hum!…(Hope beweegt niet. Hij loert in de achter-slaapkamer, verlaat het vertrek door dezelfde deur, keert besluiteloos terug, beklopt de deur luider aan de binnenzij).[120]Hope(wakkerschrikkend, het boek op tafel neerleggend).Wie daar?Kelner.Ik, juffrouw—ik por maar wat harder—de boel wordt koud.Hope(snel op de kamer toegaand en luisterend).Heb ’k niet verzocht zoo zacht mogelijk te kloppen?… U weet toch dat ’r ’n zieke ligt!Kelner.Nou snap ’k niemeer waar ’k me an mot houen!… Toen ’k vanmorgen tè stil binnen kwam, kreeg ’k ’n uitbrander, omdat u in uw onderlijfie stond.…Hope.Zeg ’ns—jij zal me ’n groot pleizier doen je afstand te bewaren—dat ’s de derde waarschuwing … Je kan gaan.…Kelner.Sivoeplee … Alleen …Hope.Heb u me verstaan?Kelner.Sivoeplee …(bij de deur).De wijnkaart ligt naast de servet van de juffrouw …Une fois c’est pour moi!… Pour moi.…(af).[Inhoud]Tweede Tooneel.Hope, Dokter, Hotelier.Hope(na nog eens achter de draperie gekeken te hebben, zit wederom in den leunstoel bij het balkon, droogt zich de oogen. Een bescheiden getik).Binnen …(staat op).Dag dokter.… Dank u wel—gaat u[121]zitten: ze slaapt—dat u zoo hartelijk is voor de tweede maal.…Dokter.…Is u ’n paar uurtjes gaan liggen, zooals ’k u gezegd heb?Hope.’k Heb in den stoel voor ’t raam.…Dokter.Noemt u dat liggen?.… U zult uzelf kapot maken. Dat houdt u vannacht niet uit. Mag ’k licht opsteken?…Hope.Een oogenblikje …(laat de portière geheel zakken, gaat op den knop bij de deur toe, ontsteekt de kroon).Alsjeblief dokter.Dokter.Zoo zien we mekaar tenminste. De eerste regel bij ziekenoppassen, zuster, is ’t zichzelf in acht nemen.…Charité bien ordonnée.…Hope.…Commence par soi-mème.…Zal ’k ’r wekken?Dokter.Zijn de benauwdheden terug gekomen?…Hope.Om zes uur nog even, maar gelukkig niet làng … Wie daar(tot den Hotelier).Ik kan u nu niet ontvangen. U ziet dat ik belet heb.…Hotelier.Pardon—als ik dérangeer, zuster—’t is juist om den dokter.…Hope(uit de hoogte).Dien kunt u straks.…Hotelier.Pardon—ik moet zoo dadelijk de deur uit … Als u ’t permiteert wou ’k dokter één seconde lastig vallen, één seconde.…[122]Dokter.Ik zal onmiddellijk op uw kantoor.…Hotelier.De zaak is …(op een ongeduldig gebaar van Hope).Pardon.… U moet toch ’n beetje consideratie met ons hotel gebruiken.… Als mevrouw overlijdt.…Hope.Zachter asjeblief.…Hotelier.Als, als, zeg ik—worden de families van twee- en drie-en-zestìg enorm gecontrarieerd … zullen andere families onmiddellijk vertrekken—we zijn midden in ’t seizoen.… U weet, dokter, hoe de menschen zijn.…Ikben niet onbillijk.… Niet één logeergast zal in de komende weken de appartementen willen betrekken.… Als we hadden kunnen voorzien.…Hope.Voorzien?… Als wìj hadden kunnen voorzien—zouden we in de laatste plaats van ùw gastvrijheid geprofiteerd hebben.… Heeft u méer de gewoonte logées lastig te vallen?…Dokter.Suscht! Suscht!… We gaan naar de conversatiezaal, meneer.…Hotelier(retireerend).U heeft gelijk en ongelijk.… Maar.…Dokter.…Geen verdere maren.… Ik kom bij u.…Hotelier.’t Gasthuis—’t Hopital Wallon—is telephonisch verbonden—heeft ’n magnifieke auto om zieken te vervoeren.Dokter.Onder géén omstandigheden! Onder géén. ’k Zal ’t u beneden uitleggen—hier niet(af met Hotelier).[123][Inhoud]Derde Tooneel.Hope, Charles, Kelner.Hope(verdwijnt even achter de portières).Charles(jonge man, ongeveer 24, scherp gelaat, zonder snor, modieuze gekleede jas, hooge hoed—komt door linkerdeur op: tot kelner).Is ’t hier?Kelner.Ja, meneer.Charles.Een en zestig?Kelner.Ja, meneer.Charles.’k Zie niemand.Kelner.De dames zullen daar zijn.Hope(tusschen de portières, legt een vinger op den mond. Kelner af. Zij schuift voorzichtig de deuren der slaapkamer toe).Zoo. ’k Ben blij dat ù tenminste gekomen is.Charles.Is ’t zóó ernstig?Hope.Heel, heel ernstig.Charles.Sinds wanneer?Hope.Sinds eergistermorgen—na ’n bezoek aan de Stichting.Charles.Wéér aan ’t hart?(zij knikt).De vorige keer dachten we ook.…Hope.Driemaal is ze bewusteloos geweest—de dokter heeft ’r ’n kamfer-injectie gegeven.…[124]Charles.Ja ja.… Heb jij ons getelegrafeerd?Hope.Op advies van den dokter.Charles.Wat zegt-ie?Hope.Wat u ongeveer denken kan—’n vrouw op leeftijd.…Charles.Spijt me, dat je telegram nageseind moest worden. ’k Was eergister niet in Trouville.…Hope.Nièt in Trouville.… En mevrouw met ’t kindje … zijn die meegekomen?Charles(ongeduldig).Nee, nee, nee! Ik was ’n dag—voor zaken—naar Parijs … ’k Kon nog net den middagtrein pakken.… De familie is in Trouville gebleven.… Denk ’k tenminste.… En oom Dolf?Hope.Is ’r nog niet. ’k Ben bang dat-ie mevrouw.… Ze verlangt zoo naar ’m.…Charles.’k Heb niet ’t flauwst vermoeden, waar-ie uithangt.… In geen maanden bericht van ’m gehad. Is-ie met ’t jacht?…Hope.Nee meneer. Z’n laatste brief—aan uw mama—aan uw grootmama—was uit Zwitserland—uit Châtelard, meen ’k. ’t Zou de grootste ellende zijn, als—als-ie te laat kwam.… Gister heb ’k voor de tweede maal geseind.… Geen antwoord.…Charles.Eén kan z’n adres zéker weten—die—die …Hope.…Die hebben we—de dokter en ik—vandaag óók ’n telegram gezonden.…[125]Charles(verwonderd).Wist jìj van die liaison?Hope(rustig-glimlachend).Waarom zou ik ’r niet van weten?.… ’n Publiek geheim is geen bepaald geheim meer.…Charles.Afficheert-ie zich nog?.… Enfin, ’t regardeert me niet.… ’n Man, die m’n vader kon zijn.…(gewild over iets anders pratend).Is dat ’t kostuum van de Stichting?.… Niet positief chic. Flatteert je minder.Hope.Denkt u, dat zieke kinderen ’r profijt van hebben òf ’t kostuum.… Wees u ’ns stil!(luistert).Nee …Charles.Mag ’k ’r zien?Hope.Misschien. In elk geval met de noodige voorbereiding. Ze zou kunnen begrijpen, dàt ’r gewaarschuwd is.…Charles.Ik stoor je toch niet in je diner?Hope(mat).’k Heb gegeten.Charles.Jij ben scherper in je gezicht geworden, Hope. Je ziet ’r zoo heelemaal anders uit—of ligt ’t an de kroon?Hope.Dat kan. ’k Heb in geen twee nachten geslapen.…[Inhoud]Vierde Tooneel.Hope, Charles, Dokter.Dokter.…’n Vlegel eerste klas.… Pardon.…[126]Hope.De kleinzoon van mevrouw, meneer Charles van Walden—dokter Linden.Charles.Heel aangenaam, dokter.Dokter.Is u zoo pas gearriveerd?Charles.Nog geen uur geleden. Nauwelijks den tijd gehad ’n andere jas aan te schieten.… Ik hoor dat de toestand van grootmama.…Dokter.Bijzonder zorgwekkend is.… Ik geloof, tenzij ’n wonder gebeurt, dat de familie zich op ’t ergste zal dienen.…Charles.…Ja, ja. Dat begreep ’k, toen ’t telegram kwam.…(een stilte).Dokter(driftig).… En die vlegel beneden—’k heb ’m te woord gestaan—wou per se de auto van Wallon bestellen. Doe dat, meneer, heb ’k ’m gezegd: doe jij dat—dan schrijf ik morgen ’n ingezonden stuk in denCourrier, om de badgasten te laten zien wat ’n humaan gérant jij ben.… Daar scheen-ie respect voor te hebben.… Stel je voor!.… ’n Doodzieke gaan transporteeren uit vrees voor ’t egoïsme van andere logées.… Laat je je eten staan, zuster?Hope.Nee, nee.… Mag meneer mevrouw zien?Dokter.We zullen ons overtuigen.… Blijf u hier.… Heeft ze champagne gedronken?Hope(de portières hechtend).Met tegenzin een enkel glas.…[127]Dokter.Niet voldoende—niet voldoende.… Blijf nu maar—blijven—blijven …(af in slaapkamer).Charles.’k Zal maar wat liegen, niet?… Dat ik toevallig voor dringende aangelegenheden overgewipt ben … Als ’k me niet zoo gehaast had, zou ’k wat hebben meegebracht.…Hope.Als ’k ’t zeggen mag.…Charles.Ja?Hope.’t Zal voor mevrouw ’n teleurstelling zijn, dat u zonder uw vrouw en vooral zonder Ninette—’r eenig achterkleinkind—is.…Charles.…Zoo’n baby van drie jaar.… En dan ik zei je toch al, dat ’k niet direct van Trouville kom.… En dan—m’n vrouw houdt niet—hoe zal ’k dat.…(ongeduldig).Wat vraag je naar den bekenden weg?… Je weet dat ’r telkens verschil van meening is.… Grootmama met ’r geweldig-overdreven.…Hope.Toe meneer Charles!… ’t Zijn nù juist niet de omstandigheden.… Roept u, dokter?…Dokter(onzichtbaar).Zuster.…Hope(gaat achter de gordijnen—hij loopt heen en weer—staat stil voor den spiegel boven denécessaire, neemt ’n kleerborstel, schuiert zich de jas—gladt zich het haar).Hier ben ’k weer.(Zij bedrukt den knop der electrische schel aan de kroon).Charles.Toch niet sérieuzer.[128]Hope.Goddank nee. Ze voelt zich minder beklemd, krijgt een tweede injectie.… Nee, vooral niet binnen gaan!…(tot den kelner).’n Flesch champagne.… Versta je niet?… ’n Flesch champagne …(af).[Inhoud]Vijfde Tooneel.Charles, Kelner.Kelner(onbewogen).Frappé?…Charles(ongeduldig).Frappé—niet frappé—als ’t maar vlug komt!Kelner.Moët et Chandon—Irroy Carte Blanche—Pol Roger Medium-dry—Pommery—Heidsieck—wil meneer zoo beleefd zijn …? De wijnkaart ligt op tafel.…Charles.Je m’en fiche.…Kelner(droog).Dàt merk hebben we niet.…Charles.Maak jij grapjes?… Ben ’k niet van gediend.(kijkt de kaart in).Moët.…Kelner.Demi-sec of White Star-sec?Charles.Loop naar de … Demi-sec!… En beneden ontkurken.… En voor mij ’n kop koffie.…Kelner.Een Moët White Star—un café noir…(af).[Inhoud]Zesde Tooneel.Charles, Dokter, Hope.Dokter(duwt de schuifdeuren dicht).Dat is voor u ’n heele reis geweest, meneer Van Walden.…[129]Charles.Ja, ja—gelooft u nòg, dat grootmama …?Dokter.Alles is mogelijk.—’t Is zulk ’n verbazend krasse vrouw, dat ik me na de tweede injectie aan geen voorspellingen wagen durf.… Ze praat met ’n bedriegelijke opgewektheid.… Maar … Maar.… Als ze ’r deze keer bovenop komt, blijft de toestand bijzonder précair—bijzonder. De geringste complicatie, de kleinste stoornis, niet waar?… In ieder geval is ’t uitnemend dat u er tenminste is. En ’k zou willen adviseeren de eerste dagen in de directe nabijheid te blijven.…Charles.Als ik dus wel begrijp is ’t ergste gevaar geweken?Dokter.Nee—volstrekt niet—in de verste verte niet. Bij ’n hartaandoening van dien aard en op dien leeftijd en met zulke ontrustende aanvallen van bewusteloosheid, is ’t de plicht van de naaste familieleden op hun qui-vive te zijn. Toen we u seinden, was ’t mijn innige overtuiging, dat u telaat zou komen(met verheffing).Dolf handelt—als ik ’t.…Charles.Dolf?… Kènt u.…Dokter.Of ’k Dolf ken?… Hahaha!—hij heeft me helpen ontgroenen.…Charles.Ontgroenen?…Dokter.Weet u niet, dat uw oom—hij is toch uw óóm?…Charles.Natuurlijk.[130]Dokter.Dat-ie vier, vijf jaar college geloopen heeft—dat wil zeggen: had behooren te loopen—’k taxeer ’m op nog geen vòlgeschreven dictaatcahier! Toen ik van ’t gymnasium kwam, had Dolf al minstens vier jaar ge—ge—ja wat feitelijk ge—ge …? Gedit, gedat, gefuifd, gekroegjoold, ge …Charles.…Boemeld.…Dokter.Geboemeld, ’t juiste woord in volgorde—letterlijk alles had-ie als corpslid ge—ge—gedaan—alleen niet gestudeerd. Toen-ie gesjeesd werd.…Charles(na zacht geklop).Binnen!(tot den kelner, die enkel koffie brengt).En de Moët?Kelner.En deux secondes monsieur.… J’ai.…Dokter.Spreek jij geen Hollandsch, vrindje?Kelner.Oui monsieur.…Dokter.Doe dat dan—flauwe kunsten!Kelner.De champagne wordt koel gemaakt.Dokter.Heelemaal niet noodig.… We wachten ’r op(Kelner af).Dat’s nou misschien ’n jongen uit(imiteert Fransch)uit Leeuwarden, uit Hontenissen, hahaha!… Waar was ’k gebleven? Wat wou ’k.…Charles.Toen oom gesjeesd werd, zei u.… Drinkt u ’n kop mee, dokter?Dokter.Dank u.… Toen—vertel ’ns ’n historie zonder ’n dozijn toen’s!—toen-ie gesjeesd werd[131]—om ’n dolle geschiedenis—’n schandaaltje, als je ’t zoo noemen wil.…Charles(rustig drinkend).Om ’n vrouw natuurlijk!Dokter.Spreekt van zelf.… Als ’k me goed herinner—’t geheugen is m’nforteniet—alweer zoo’n Fransch woord!—had-ie ’n vechtpartij op klaarlichten dag met den een of anderen kerel, ’n koloniaal of zoo iets, dien-ie behoorlijk toetakelde.… Met groote moeite werd ’t gesust—’n sisser van ’n week of twee brommen—en ’n paar honderd gulden fooi.…Charles.Daar wist ik hoegenaamd niets van(glimlachend).Verwonderen doet ’t me niet.… Hoe is ’t mogelijk—op klaarlichten dag—en met ’n koloniaal—met ’n koloniaal!… Zóó iemand kàn je toch niet beleedigen.…Dokter.Iets met ’t meisje of de zuster van dien kerel—’t ware weet ’k niet—is hijzelf waarschijnlijk glad vergeten.… Wanneer kan ’t geweest zijn?… Negentig.… Een-en-negentig.… Om en om vijftien, zestien, zeventien jaar—’k kan ’r geen slag in slaan.… Doet ’r ook niet toe.… Hij werd van de corpslijst geschrapt.… Misschien studeerde-ie anders nog, hahaha!… Ja, Dolf en ik hebben mekaar in die dagen meer dan goed gekend—later ook nog wel, maar nooit meer zóó, zoo heerlijk, onbezorgd.… Jammer van den vent.… ’n Hart van goud—’n wilde rakker—’n bandiet.… Als-ie niet zoo vroeg z’n vader verloren had, niet zoo vlug de beschikking over z’n erfdeel gekregen,[132]zou-ie iémand—iémand geworden zijn.… Zeldzame kop.… ’t Was toen—alweer toen—’n lust om ’m te hooren, als-ie op dreef was.… ’n Vernuft, ’n géést.… En nou!… En nou!… ’k Zou ’m z’n mantel kunnen uitvegen, dat-ie met geen drie, vier telegrammen te bereiken is, dat-ie geen adres achterlaat, terwijl z’n moeder doorloopend ziekelijk is.—Tot zelfs die eerste-klasse-dame van ’m hebben we geseind.… Valt me verbazend tegen. Verbazend. ’r Eenige zoon in leven.… Uw papa is betrekkelijk vroeg gestorven, niet waar?…Charles.Toen ik twee was.…Dokter.Dan zult u wel geen voorraad herinneringen aan ’m hebben?…Charles(koel).Nee—in geen enkel opzicht.Dokter.En uw mama?Charles.…Kort na de kraam(gewild).Rookt u ’n sigaret mee—de balkondeuren staan open.… Of heeft u er bezwaar tegen?Dokter.Bezwaar, nee—als u bij ’t balkon blijft. Pardon, ik zal ’r geen gebruik van maken.…Charles.Bijzondere avond.… Geen rimpel op zee.… ’n Idylle.… ’k Zou ’t persoonlijk geen week aan zee uithouden.… Parijs.… London.… De groote stedenà la bonne heure.… Dat eeuwige water vind ’kassommant!Dokter(na een drukkende stilte).Ik heb in de twee maanden, dat ik het genoegen heb over de Stichting[133]van uw grootmama te gaan, buitengewoon respect voor haar gekregen.…Charles.Ja—ja.…Dokter.En u houdt zeker véel van haar—me dunkt ’n vrouw met dàt hart moet meer dan vader en moeder sámen voor u geweest zijn?…Charles.Natuurlijk. Natuurlijk.Dokter.Ze dweept met kinderen. Ieder bezoek aan de Stichting is ’n feest!(een stilte).Had u geen idee te studeeren?Charles.Heelemaal niet—twee jaar na de kostschool ben ’k getrouwd.…Dokter.Zoo jong?Charles.Zoo jong. ’k Zal den kelner nog eens schellen. Dat is ’n ongemeene bediening.(Gelijk verschijnt de kelner met de flesch in een koelemmer).Móést dat zoo lang duren?… De dokter zei toch dat afkoelen niet noodig was?Kelner.De gewoonte van ’t huis, meneer—niet gefrapeerd.…Charles.…’t Is goed—hou je mond(hem belettend in te schenken).Dicht laten.… Doen we zelf(kelner af).De ezel!… Een, twee, drie glazen—of ’r gespeecht zal worden.… Laat me u helpen, dokter.… Draagt u ’t alleen?Dokter.Gaat best. Als u de deuren even zacht openschuift—schuiven—niet duwen. Merci.[134][Inhoud]Zevende tooneel.Charles, Dolf.Dolf(robuste man, ongeveer veertig, blonde volbaard—jachtkostuum—bloemruiker in de hand—praat tot den kelner buiten).Als ’r geen kamer is, dan maak je d’r een. Wat zeg-je … Enkel ’n badkamer? Dan ’n badkamer! En de rommel uit de auto naar boven halen.… Ja, ja.… Goed!(tot Charles).Wel wat drommel.…(Charles wijst naar de portières).Heb jij geseind?… ’t Is toch niet.…(Charles ontkent).Dat is ’n pak van me hart.… We hebben over de tachtig kilometer geloopen.… Midden op den weg oponthoud—’n boerekar, die natuurlijk verkeerd uitweek in ’n sloot gerejen—scheelde geen haar of we hadden met de auto ’nsaut périlleuxgemaakt.… Of de kaffers ’t ’r om doen, om doen!… Hoe is ’t met mama?… Meer angst dan ziekte, zooals de laatste maal?… Of.…Charles.Ze moet op ’t oogenblik weer heel opgewekt zijn. De dokter is juist bij ’r—ik ben nog geen uur geleden van Trouville binnen komen vallen.Dolf.Was dat telegram, aan Snip geadresseerd, van jou?… Verbazend handige inval! M’n compliment. Anders was ’k mogelijk nog bij Beelaart op de jacht!Charles.Snip?… Snip?… Ik heb niet getelegrafeerd, omdat ’k pas zèlf gearriveerd ben—en Snip—Snip? Wie is dat, als ’k vragen mag?Dolf.Snip.… Madame Lebeau.…[135]Charles.O. Wist niet dat die juffrouw ’n zoo gedistingeerden bijnaam.… Hope heeft u aan dat gerenommeerd adres ’n laatst telegram gestuurd—op de andere kreeg ze gister en eergister geen antwoord …Dolf(eenigszins ontstemd).Hope?… Hope?… Is Hope hier?… Bij mama?Charles.Verwondert u dat?Dolf.Och nee. En och ja. ’k Weet ’t niet(loopt een weinig geprikkeld op en neer).Dat heb jij ’r toch niet?Charles.Ik begrijp niet wat u bèdoelt.…Dolf.Of jij.… Doet ’r niet toe.… Geef me ’n sigaret. ’k Ben wee van honger.… Me geen tijd gegund te dineeren. Merci.… M’n handen trillen nog van den stuurstang(lucifer aannemend).Merci(zakt in den stoel voor het raam).’k Dacht waarachtig, dat ’t deze keer.… ’k Zou ’r enorm spijt van gehad hebben.… Want al ben ’k ’n dozijnmaal, op de ongelegenste momenten opgeschrikt—niet waar?—al is ’t goddank—geloof jìj an zoo’n sinjeur daar boven?—ik niet!—al is ’t goddank telkens met ’n sisser afgeloopen—één keer moet ’t gebeuren—en dan zou ’t meer dan beroerd zijn, als je die oogen voor goed gesloten vond.… Duurt ’t nog lang daarbinnen?… Kan ’k kloppen?…Charles.Ze zullen wel dadelijk komen.Dolf.Ze?… Ze?… O ja.… Attent van die kleine Hope. Dus diè heeft Snip, Snipje, ’n dépêche gezonden.… Charley, boy, ik geloof.…[136]Charles.U gelooft?…Dolf.Niemendal. Niemendal. ’k Geloof heelemaal niet—zei ’k straks al.… Kan ’k me handen ergens wasschen?… ’t Bloed van de patrijzen—heele koppels hebben we onder schot gekregen—ja waarachtig!—kleeft ’r nog an—zoo gehaast als ’k in de auto van Beelaart gesprongen ben, toen de manke boschwachter op ’n fiets—dat had je moeten zien—een kruk zoo en een zoo—me de boodschap van Snipje kwam brengen.—Is hier geen waschgelegenheid?…Charles.Hiernaast op 59—de kamer van Hope.…Dolf.De kamer van Hope?… Nee.… Wetboek van Strafrecht, artikel—artikel.… Nou welk artikel?Charles(lachend).Begrijp u niet.…Dolf.Dat ’s de tweede maal, dat ’k voor jou te diepzinnig ga(werpt de sigaret uit ’t raam).Deugen niet—die papieren dingen van de régie.… Heb je Suus meegebracht?Charles.Nee. Ze—ze kon niet zoo op slag mee.Dolf.Hoe laat ben je uit Trouville vertrokken?Charles.Vannacht—ja vannacht.…Dolf(glimlachend).Je zegt dat of je ’t zelf niet precies weet.… Maakt de kleine Ninette ’t goed?Charles.Uitstekend.Dolf.De bronchitis heelemaal weg?[137]Charles.Totaal. En gelukkig. Als dat kind wat overkomen was.…Dolf.Dan?Charles.Nou dan niets—u kunt u voorstellen—of misschien ook niet—hoe je van zoo’n baby houdt.… Ik dweep met ’t goudkopje(een portretje uit z’n portefeuille nemend).Dat is ’t laatste kiekje aan ’t strand van Trouville(kust het).Als ’t u interesseert(reikt het over).Dolf.Pretendeert dat de een of andere nuance van hatelijkheid—„als ’t u interesseert”—omdat ik deze maanden.…Charles(glimlachend).Laten we zeggen ’t heele jaar—van af Nieuwjaar.…Dolf(knikkend).Van af Nieuwjaar—merkwaardig geheugen heb jij!—geen gelegenheid heb kunnen vinden?… Charley, boy: waar ik bezoeken afleg, letterlijk waar, krijg ik verwijten.… Prachtig snuitje.… Ik kom honderd jaar tekort.… Precies je vrouw.… De dagen vliegen, de weken raken zoek, de maanden trek ’k met mudjes van den kalender.… Ja, daar zul je plezier van hebben.… Mooi kind.… Leuk kind.… Mag ik ’t bij me steken?Charles.’k Heb ’r maar één. En dan, beste oom—wat moet ù met ’n portretje?Dolf.Wat ik met portretten moet? ’n Half dozijn draag ’k ’r bij me …(in z’n binnenzak tastend—dan[138]aarzelend).Nee. Je heb gelijk. Merci(reikt het over).Heb je Suze daar ook?Charles.M’n vrouw—nee. Of misschien hier …(doorzoekt de portefeuille).Nee. Zeker verlegd(in de slaapkamer weerklinkt gelach).We behoeven ons voorloopig niet ongerust te maken, oom—zoolang ze in dié stemming zijn.…Dolf.Tant mieux!(staat op, klopt zachtjes).[Inhoud]Achtste tooneel.Charles, Dolf, De Dokter.Dokter(met de champagne-flesch en het presenteerblad).Sust!… Nee vooral niet binnen!—Dolf?… Meneer Dolf van Walden? Herkent u me niet meer?… Linden.… Jan Linden.…Dolf.Pardon—mogelijk dat.…Dokter(de flesch in den koelemmer stellend).Ik heb uw schoenen nog in ’88, ’89 gepoetst—ik heb op één avond drie snijkoeken moeten slikken, omdat ù zich verbeeldde, dat ik ’n speld binnen had gekregen.… Boven de handschoenenwinkel in de Breestraat—met aan de overzij ’t Stadhuis.Dolf.Ben jij—ben u.… die kleine bleeke Jan, die.… Kerel, ben jij al dokter?(schudt z’n hand)En mama?.… We hebben daar zoo luidruchtig hooren lachen.… Is ’t weer zoover beter, Jan of Linden of dokter.[139]Dokter.Hou je bij Jan, Dolf—dat is de makkelijkste herinnering, niet? Mevrouw van Walden—jongen, jongen, wat ’n damp van de sigaretten—mag heusch niet, meneer—je mama, Dolf—’t doet me verbazend genoegen, je na zooveel jaren weer ’ns te zien—je ben d’r niet minder op geworden, ouwe kameraad!—je mama—ja, ’k dùrf geen meening meer zeggen—bij dat soort hartaandoening blijft ’t tasten.… Eergister en gister en vanmorgen nog, had ’k ’r formeel opgegeven—en nu.… Niemand weet ’t. Niemand. Als ze zich kalm houdt, ’t spreekt vanzelf dat ze ’t bed niet uit mag, bestaat ’r kans—’n heel zwakke kans.… ’t Eenige wat ’k beslist aanraden moet—en wat je gezond verstand je zal ingeven: ook al krabbelt ze weer op—je moet ieder oogenblik te bereiken zijn—versta me wel iéder oogenblik.…Dolf.Jantje—’t zelfde hoor ’k twee jaar lang—je collega die ’r in de stad behandelde, heeft.…Charles.…Ons om ’n haverklap getelefoneerd of geseind.…Dolf.Zooals jij vandaag.…Dokter.Natuurlijk, natuurlijk—maar iedere dag kàn ’t noodlottig zijn. ’t Was hoogst-bedenkelijk—hóógst. En daarstraks, na ’n met moeite gedronken glas champagne, werkte ’r hart weer bijna normaal, liet ze ons schudden van ’t lachen, omdat ze beweerde zóó’n eetlust te hebben, dat ze minstens driemaal ’t menu van de table-d’hôte, telkens van voren af aan, zou kunnen eten. En toen ik zei, dat zoo iets ’n weinig[140]bezwaarlijk moest zijn, antwoordde ze droog, dat ’r overleden man ’t eens tweemaal gedaan had, nà ’n officieel diner, waaraan de koning had aangezeten, en waarbij niemand ’n vollen mond durfde nemen, omdat Zijn Majesteit elkeplatliet passeeren, en alleen ’ncure-dentverlangde, die ’r niet was.…Dolf.Hahaha!… Heel goed!… Maar doe me verder ’t genoegen, Jan—kerel, wat heeft de praktijk jou ’n buikje gegeven!—en praat niet meer over dineeren. Zoo als ’k mama heb gezien, moet ’k met overleg iets uitzoeken—geeuwhonger.…Dokter.Geen tijd gehad?Dolf.Tijd? Tijd?… Twaalf uur per dag, vijf vingers aan elke hand, kom ik tekort. Zou jij even de karaf water van Hope—die kleine attente Hope!—van Hope ’r kamer willen krijgen, Charley?Charles.Om uw handen te wasschen?Dolf.M’n handen wasschen?… Wou je hebben dat ’k dat zoo maar hier?(bootst het na).Charles.O, met ’n glàs?Dolf.Nee, neefje. Voor de bloemetjes.(Charles in de kamer links af).Hoe vindt je ’m, de zoon van m’n broer? Nette jongen, hè?… Wat gesloten—te vroeg getrouwd—drijven van …(tot Charles, die met de karaf terugkeert).Merci—merci! Nee, laat mij ’t liever doen. Zoo—de blaren vallen al af—symbool van de vrouwtjes, Jan—je bewondert ze—je plukt ze—dat wil zeggen: zij plùkken jou,[141]terwijl je ze plukt—en als je ze ’n paar dagen in ’n bezeten stemming bezeten heb—geweldig die echo van woorden, hè?—regent ’t verdorde ideaaltjes—hou je zoo’n ding als dit—en profond négligéover …(werpt lachend ’n stengel uit ’t venster).Dokter.Met je permissie—’t beste laat je schieten—’t stuifmeel, ’t vruchtbeginsel.…Dolf(vroolijk).’r Is niet één beginsel dat voor mij ’n beginsel is—Charley stop je ooren toe—ik ben de slechtste mentor voor jong-getrouwde mannen—èn vrouwen, hahaha! Kan ’k bij mama, dokter? Wat klinkt ’t verduiveld gek, zeg, jou dokter te noemen.…Dokter.Nee, nee, nee!… Vooral niet binnengaan! Ze mag niemand zien. Rust, rust en nog eens rust. Morgen misschien, als de nacht kalm doorgebracht wordt.… Ben je zoo van de jacht op reis gegaan?Dolf.Nog geen twee minuten na ’n prachtige haas te hebben neergelegd—roetsch, roetsch in de auto van Beelaart—roetsch ’n boerekar ondersteboven—roetsch, binnen de drie uur hier—vanmorgen twaalf uur gepicnict.… Zou ’k me wat laten brengen?…(een dekschaaltje op de zijtafel oplichtend).’n Gestolten lamskoteletje.…(tot Charles).Heb jij dat besteld?Dokter.Nee. Hope moet ook nog eten.Dolf.Ook nog?… Bij half negen!…Dokter.Dan kun je samen.…Dolf.Sàmen—met … Met-è … soupeeren?… Nee[142]—Hope en ik hebben zoo af en toe—af en toe.… Ik hou niet, of minder, van wat je ’n moderne, ’n moderne vrouw, noemt—en zij heeft zoo eenige bezwaren tegen mijn levensbeschouwing—als je mijn methode zoo’n wel-overwogen naam kunt geven(tot Charles).Charley, boy, kruip je heelemaal weg op ’t balkon?Charles.Hier hindert m’n sigaret niet—en misschien hebben de heeren te praten.Dolf.Heelemaal niet, jongen.Charles.’t Is zulk zacht weer—’k zit liever hier—’k zal nog enkel ’n tweede kop nemen(komt van het balkon, vult zich een tweede kop—gaat weer buiten).Dokter.En ik stap op.Dolf.Wat heb je ineens zoo’n haast?Dokter.We zien mekaar, hoop ’k, dezer dagen méer en onder rustiger omstandigheden. Loop je eens bij me aan—je ben nog niet éen keer op de Stichting geweest.…Dolf.De Stichting van mama?… Praktiseer jìj daar?Dokter(glimlachend).Je ben wél op de hoogte, uitnemend op de hoogte van de dingen, die je mama interesseeren.…Dolf.Kerel: ik vind ’t allemaal braaf en christelijk en voortreffelijk en hoe-je-’t-meer-noemen-wil—maar—maar: ik ben eenmaal anders—ik voel ’r zoo[143]wanhopig-weinig en mogelijk toch weer ’n massa voor.… Toen ’t gebouw in aanbouw was, de kinderen nog in de barak logeerden, wou mama met geweld dat ik de eerste-steenlegging bij zou wonen. Dat heb ’k gedaan. De heele speech van dien dominee—die met ’n wràtje op z’n kin—dat ’s ’t eenige dat ’k van ’m onthouen heb.…Dokter.Hahaha!.…Dolf.…Heb ’k me gloeiend in de meer dan gloeiende zon staan vervelen en ergeren—mama kreeg ’n uitbrander voor ’r ferme daad—ik ’n dozijn steken onder water—m’n gestorven ouwe heer werd ’r bijgesleept—als ’r geen paar beeldjes van kopjes bij waren geweest, met gedekoleteerde halsjes om te zoenen, zou ’k waarachtig uit den band zijn gesprongen!… Die eene met gitzwarte oogen en ’n moedervlekje hier—is die nog verpleegster geworden?…Dokter(glimlachend).Zwart haar?Dolf.Juist—ze werd met Annie, meen ’k, aangesproken.…(De dokter schiet in een lachbui).Wat lach je?… Schei uit!… Is ’t zoo grappig?…Dokter(moeilijk).Onbetaalbaar.… Daar zal ze van mee profiteeren, als ’k thuis kom (lacht weer).Dolf.Daar ga ’k bij zitten.Dokter.Ik ook.Dolf.Ben je klaar met je lachen?[144]Dokter.Ja. Eindelijk.Dolf.Is die ’r nog?Dokter.Ja, Dolf. En als je ’r niet boos om ben—ik was zoo vrij ’r te trouwen, hahaha!Dolf.Hartelijk gefeliciteerd, kerel. Wel dat doet me màchtig pleizier. Jij heb altijd smaak gehad, hè?… Altijd. Ja(begint zelf te lachen).Heel aardig. Dat ’s me nòg eens gebeurd—en ’n beetje erger—voorverleden week in Châtelard—’n engel van ’n vrouw, groot, slank—heelen dag mee geflirt—volkomen correct—snap je!—Bij de pousse stapt ’n mormel van ’n mannetje binnen—’n bouwval—’n antikiteit. „Kijk eens om, madame”, zeg ik: „’n vogelverschrikker in ’n smoking”.… Ze kijkt om, laat ’r kopje haast vallen—stelt me voor: „Mon mari—mon mari”.… ’k Heb je daarnet toch niet beleedigd, ouwe Jan van boven de beruchte sigarenwinkel-in-de-Breestraat.…Dokter(lachend).… Handschoenenwinkel.… Boven de sigarenwinkel woonde je niet meer.… ’s Nachts hebben we je door ’t raam verhuisd, omdat de ploertin eerst ’r beer betaald wou hebben.…Dolf.Hahaha.… Ja-ja! Nee maar zeg—’r blijft toch niets van de nonsens hangen—’k vond ’r op m’n woord lief, charmant—maar.…Dokter.We—wè hopen je bij ons te zien.…Dolf.Merci.[145]Dokter.Zou ’t voor jou ook geen tijd worden, Dolf? Die historie met die juffrouw Lebeau.…Dolf.Heb jìj Hope ’t adres gegeven?Dokter.Ik? Hoe kom je daar op? Ze wist ’t—iedereen weet ’t.…Dolf(gepreoccupeerd).Zoo.Dokter.Ik dacht geen jaar geleden, dat jijpère de famille, dat je getrouwd was.…Dolf.Nee. ’k Heb ’t nog niet verder dan tot ’n bedriegelijke nabootsing van ’t huwelijk kunnen brengen.Dokter.Jammer. Wij hebben ’n pracht van ’n villa, met uitzicht op zee—alleen beneden ’n suite van vijftien meter, vijftien.…Dolf.…Excellent om te kegelen.…Dokter.Je ben positief dezelfde. Maar die befaamde vrouw—uit dat schandaalproces.…Dolf.Ja ’t is niet in den haak—„voorwaar niet” zou dominee-met-’t-wratje zeggen.… Malle geschiedenis geweest—de kennismaking—de eerste eenzame liefdesnacht.…Dokter.…Eenzaam?.…Dolf.Hopeloos. Met de odeurtasch van je adoratie achter te blijven.… Dat was drie maanden geleden. Langer kan ’t niet. ’k Ben zelden langer dan drie maanden in de bedriegelijke nabootsing. We nemen ’n hotel, ’n groot hotel van over de vijfhonderd[146]kamers—dat’s te verkiezen—Zij drinkt ’n flesch met me—verwijdert zich even—wil naar de kamer terug—heeft ’t nummer vergeten—gaat na ’n kwartier zoeken naar den portier—die vraagt ’r den naam van ’r màn—Scène-à-faire voor ’n theaterstuk: ze kent me na de korte kennismaking enkel bij m’n vóórnaam—Stel je voor, Jan: geen nummer van de kamer, geen naam van den man.… Hoogste tragiek.… De eigenaar van ’t hotel wordt door den portier gewaarschuwd, dat-ie voor ’n puzzle staat—Snip mag heelemaal niet meer binnen—familiehotel—goede naam—enzoovoort … Ik na ’n kwartier aan ’t zoeken—hoor wat ’r gebeurd is—eclipseer met de odeurtasch … Zou jij ’n vrouw na zoo’n hevig-bewogen avontuur, zònder ’r odeurtasch laten? Nee, nietwaar? Zoo hebben Snip en ik mekaar „gevonden”. En als ’k Snip, Snipje, niet gekend had, zou je je dépêche vanmiddag aan ’n ánder hart onder ’n ánderen duren hoed met struisvogelveeren—gister betaald—hoedje van zeshonderd gulden—hebben moeten lanceeren, boy.…

[Inhoud]Eerste Tooneel.Hope, de kelner.Kelner(na een paar maal geklopt te hebben, treedt van rechts binnen, zet een presenteerblad met schalen op een zijtafeltje naast de deur, spreidt op de groote tafel een servet, legt daarop bord, mes, vork, lepel, kijkt Hope, die met een boek in de hand, in een leunstoel bij de balkondeuren ingeslapen is, driest aan).Hum!… Hum!…(Hope beweegt niet. Hij loert in de achter-slaapkamer, verlaat het vertrek door dezelfde deur, keert besluiteloos terug, beklopt de deur luider aan de binnenzij).[120]Hope(wakkerschrikkend, het boek op tafel neerleggend).Wie daar?Kelner.Ik, juffrouw—ik por maar wat harder—de boel wordt koud.Hope(snel op de kamer toegaand en luisterend).Heb ’k niet verzocht zoo zacht mogelijk te kloppen?… U weet toch dat ’r ’n zieke ligt!Kelner.Nou snap ’k niemeer waar ’k me an mot houen!… Toen ’k vanmorgen tè stil binnen kwam, kreeg ’k ’n uitbrander, omdat u in uw onderlijfie stond.…Hope.Zeg ’ns—jij zal me ’n groot pleizier doen je afstand te bewaren—dat ’s de derde waarschuwing … Je kan gaan.…Kelner.Sivoeplee … Alleen …Hope.Heb u me verstaan?Kelner.Sivoeplee …(bij de deur).De wijnkaart ligt naast de servet van de juffrouw …Une fois c’est pour moi!… Pour moi.…(af).[Inhoud]Tweede Tooneel.Hope, Dokter, Hotelier.Hope(na nog eens achter de draperie gekeken te hebben, zit wederom in den leunstoel bij het balkon, droogt zich de oogen. Een bescheiden getik).Binnen …(staat op).Dag dokter.… Dank u wel—gaat u[121]zitten: ze slaapt—dat u zoo hartelijk is voor de tweede maal.…Dokter.…Is u ’n paar uurtjes gaan liggen, zooals ’k u gezegd heb?Hope.’k Heb in den stoel voor ’t raam.…Dokter.Noemt u dat liggen?.… U zult uzelf kapot maken. Dat houdt u vannacht niet uit. Mag ’k licht opsteken?…Hope.Een oogenblikje …(laat de portière geheel zakken, gaat op den knop bij de deur toe, ontsteekt de kroon).Alsjeblief dokter.Dokter.Zoo zien we mekaar tenminste. De eerste regel bij ziekenoppassen, zuster, is ’t zichzelf in acht nemen.…Charité bien ordonnée.…Hope.…Commence par soi-mème.…Zal ’k ’r wekken?Dokter.Zijn de benauwdheden terug gekomen?…Hope.Om zes uur nog even, maar gelukkig niet làng … Wie daar(tot den Hotelier).Ik kan u nu niet ontvangen. U ziet dat ik belet heb.…Hotelier.Pardon—als ik dérangeer, zuster—’t is juist om den dokter.…Hope(uit de hoogte).Dien kunt u straks.…Hotelier.Pardon—ik moet zoo dadelijk de deur uit … Als u ’t permiteert wou ’k dokter één seconde lastig vallen, één seconde.…[122]Dokter.Ik zal onmiddellijk op uw kantoor.…Hotelier.De zaak is …(op een ongeduldig gebaar van Hope).Pardon.… U moet toch ’n beetje consideratie met ons hotel gebruiken.… Als mevrouw overlijdt.…Hope.Zachter asjeblief.…Hotelier.Als, als, zeg ik—worden de families van twee- en drie-en-zestìg enorm gecontrarieerd … zullen andere families onmiddellijk vertrekken—we zijn midden in ’t seizoen.… U weet, dokter, hoe de menschen zijn.…Ikben niet onbillijk.… Niet één logeergast zal in de komende weken de appartementen willen betrekken.… Als we hadden kunnen voorzien.…Hope.Voorzien?… Als wìj hadden kunnen voorzien—zouden we in de laatste plaats van ùw gastvrijheid geprofiteerd hebben.… Heeft u méer de gewoonte logées lastig te vallen?…Dokter.Suscht! Suscht!… We gaan naar de conversatiezaal, meneer.…Hotelier(retireerend).U heeft gelijk en ongelijk.… Maar.…Dokter.…Geen verdere maren.… Ik kom bij u.…Hotelier.’t Gasthuis—’t Hopital Wallon—is telephonisch verbonden—heeft ’n magnifieke auto om zieken te vervoeren.Dokter.Onder géén omstandigheden! Onder géén. ’k Zal ’t u beneden uitleggen—hier niet(af met Hotelier).[123][Inhoud]Derde Tooneel.Hope, Charles, Kelner.Hope(verdwijnt even achter de portières).Charles(jonge man, ongeveer 24, scherp gelaat, zonder snor, modieuze gekleede jas, hooge hoed—komt door linkerdeur op: tot kelner).Is ’t hier?Kelner.Ja, meneer.Charles.Een en zestig?Kelner.Ja, meneer.Charles.’k Zie niemand.Kelner.De dames zullen daar zijn.Hope(tusschen de portières, legt een vinger op den mond. Kelner af. Zij schuift voorzichtig de deuren der slaapkamer toe).Zoo. ’k Ben blij dat ù tenminste gekomen is.Charles.Is ’t zóó ernstig?Hope.Heel, heel ernstig.Charles.Sinds wanneer?Hope.Sinds eergistermorgen—na ’n bezoek aan de Stichting.Charles.Wéér aan ’t hart?(zij knikt).De vorige keer dachten we ook.…Hope.Driemaal is ze bewusteloos geweest—de dokter heeft ’r ’n kamfer-injectie gegeven.…[124]Charles.Ja ja.… Heb jij ons getelegrafeerd?Hope.Op advies van den dokter.Charles.Wat zegt-ie?Hope.Wat u ongeveer denken kan—’n vrouw op leeftijd.…Charles.Spijt me, dat je telegram nageseind moest worden. ’k Was eergister niet in Trouville.…Hope.Nièt in Trouville.… En mevrouw met ’t kindje … zijn die meegekomen?Charles(ongeduldig).Nee, nee, nee! Ik was ’n dag—voor zaken—naar Parijs … ’k Kon nog net den middagtrein pakken.… De familie is in Trouville gebleven.… Denk ’k tenminste.… En oom Dolf?Hope.Is ’r nog niet. ’k Ben bang dat-ie mevrouw.… Ze verlangt zoo naar ’m.…Charles.’k Heb niet ’t flauwst vermoeden, waar-ie uithangt.… In geen maanden bericht van ’m gehad. Is-ie met ’t jacht?…Hope.Nee meneer. Z’n laatste brief—aan uw mama—aan uw grootmama—was uit Zwitserland—uit Châtelard, meen ’k. ’t Zou de grootste ellende zijn, als—als-ie te laat kwam.… Gister heb ’k voor de tweede maal geseind.… Geen antwoord.…Charles.Eén kan z’n adres zéker weten—die—die …Hope.…Die hebben we—de dokter en ik—vandaag óók ’n telegram gezonden.…[125]Charles(verwonderd).Wist jìj van die liaison?Hope(rustig-glimlachend).Waarom zou ik ’r niet van weten?.… ’n Publiek geheim is geen bepaald geheim meer.…Charles.Afficheert-ie zich nog?.… Enfin, ’t regardeert me niet.… ’n Man, die m’n vader kon zijn.…(gewild over iets anders pratend).Is dat ’t kostuum van de Stichting?.… Niet positief chic. Flatteert je minder.Hope.Denkt u, dat zieke kinderen ’r profijt van hebben òf ’t kostuum.… Wees u ’ns stil!(luistert).Nee …Charles.Mag ’k ’r zien?Hope.Misschien. In elk geval met de noodige voorbereiding. Ze zou kunnen begrijpen, dàt ’r gewaarschuwd is.…Charles.Ik stoor je toch niet in je diner?Hope(mat).’k Heb gegeten.Charles.Jij ben scherper in je gezicht geworden, Hope. Je ziet ’r zoo heelemaal anders uit—of ligt ’t an de kroon?Hope.Dat kan. ’k Heb in geen twee nachten geslapen.…[Inhoud]Vierde Tooneel.Hope, Charles, Dokter.Dokter.…’n Vlegel eerste klas.… Pardon.…[126]Hope.De kleinzoon van mevrouw, meneer Charles van Walden—dokter Linden.Charles.Heel aangenaam, dokter.Dokter.Is u zoo pas gearriveerd?Charles.Nog geen uur geleden. Nauwelijks den tijd gehad ’n andere jas aan te schieten.… Ik hoor dat de toestand van grootmama.…Dokter.Bijzonder zorgwekkend is.… Ik geloof, tenzij ’n wonder gebeurt, dat de familie zich op ’t ergste zal dienen.…Charles.…Ja, ja. Dat begreep ’k, toen ’t telegram kwam.…(een stilte).Dokter(driftig).… En die vlegel beneden—’k heb ’m te woord gestaan—wou per se de auto van Wallon bestellen. Doe dat, meneer, heb ’k ’m gezegd: doe jij dat—dan schrijf ik morgen ’n ingezonden stuk in denCourrier, om de badgasten te laten zien wat ’n humaan gérant jij ben.… Daar scheen-ie respect voor te hebben.… Stel je voor!.… ’n Doodzieke gaan transporteeren uit vrees voor ’t egoïsme van andere logées.… Laat je je eten staan, zuster?Hope.Nee, nee.… Mag meneer mevrouw zien?Dokter.We zullen ons overtuigen.… Blijf u hier.… Heeft ze champagne gedronken?Hope(de portières hechtend).Met tegenzin een enkel glas.…[127]Dokter.Niet voldoende—niet voldoende.… Blijf nu maar—blijven—blijven …(af in slaapkamer).Charles.’k Zal maar wat liegen, niet?… Dat ik toevallig voor dringende aangelegenheden overgewipt ben … Als ’k me niet zoo gehaast had, zou ’k wat hebben meegebracht.…Hope.Als ’k ’t zeggen mag.…Charles.Ja?Hope.’t Zal voor mevrouw ’n teleurstelling zijn, dat u zonder uw vrouw en vooral zonder Ninette—’r eenig achterkleinkind—is.…Charles.…Zoo’n baby van drie jaar.… En dan ik zei je toch al, dat ’k niet direct van Trouville kom.… En dan—m’n vrouw houdt niet—hoe zal ’k dat.…(ongeduldig).Wat vraag je naar den bekenden weg?… Je weet dat ’r telkens verschil van meening is.… Grootmama met ’r geweldig-overdreven.…Hope.Toe meneer Charles!… ’t Zijn nù juist niet de omstandigheden.… Roept u, dokter?…Dokter(onzichtbaar).Zuster.…Hope(gaat achter de gordijnen—hij loopt heen en weer—staat stil voor den spiegel boven denécessaire, neemt ’n kleerborstel, schuiert zich de jas—gladt zich het haar).Hier ben ’k weer.(Zij bedrukt den knop der electrische schel aan de kroon).Charles.Toch niet sérieuzer.[128]Hope.Goddank nee. Ze voelt zich minder beklemd, krijgt een tweede injectie.… Nee, vooral niet binnen gaan!…(tot den kelner).’n Flesch champagne.… Versta je niet?… ’n Flesch champagne …(af).[Inhoud]Vijfde Tooneel.Charles, Kelner.Kelner(onbewogen).Frappé?…Charles(ongeduldig).Frappé—niet frappé—als ’t maar vlug komt!Kelner.Moët et Chandon—Irroy Carte Blanche—Pol Roger Medium-dry—Pommery—Heidsieck—wil meneer zoo beleefd zijn …? De wijnkaart ligt op tafel.…Charles.Je m’en fiche.…Kelner(droog).Dàt merk hebben we niet.…Charles.Maak jij grapjes?… Ben ’k niet van gediend.(kijkt de kaart in).Moët.…Kelner.Demi-sec of White Star-sec?Charles.Loop naar de … Demi-sec!… En beneden ontkurken.… En voor mij ’n kop koffie.…Kelner.Een Moët White Star—un café noir…(af).[Inhoud]Zesde Tooneel.Charles, Dokter, Hope.Dokter(duwt de schuifdeuren dicht).Dat is voor u ’n heele reis geweest, meneer Van Walden.…[129]Charles.Ja, ja—gelooft u nòg, dat grootmama …?Dokter.Alles is mogelijk.—’t Is zulk ’n verbazend krasse vrouw, dat ik me na de tweede injectie aan geen voorspellingen wagen durf.… Ze praat met ’n bedriegelijke opgewektheid.… Maar … Maar.… Als ze ’r deze keer bovenop komt, blijft de toestand bijzonder précair—bijzonder. De geringste complicatie, de kleinste stoornis, niet waar?… In ieder geval is ’t uitnemend dat u er tenminste is. En ’k zou willen adviseeren de eerste dagen in de directe nabijheid te blijven.…Charles.Als ik dus wel begrijp is ’t ergste gevaar geweken?Dokter.Nee—volstrekt niet—in de verste verte niet. Bij ’n hartaandoening van dien aard en op dien leeftijd en met zulke ontrustende aanvallen van bewusteloosheid, is ’t de plicht van de naaste familieleden op hun qui-vive te zijn. Toen we u seinden, was ’t mijn innige overtuiging, dat u telaat zou komen(met verheffing).Dolf handelt—als ik ’t.…Charles.Dolf?… Kènt u.…Dokter.Of ’k Dolf ken?… Hahaha!—hij heeft me helpen ontgroenen.…Charles.Ontgroenen?…Dokter.Weet u niet, dat uw oom—hij is toch uw óóm?…Charles.Natuurlijk.[130]Dokter.Dat-ie vier, vijf jaar college geloopen heeft—dat wil zeggen: had behooren te loopen—’k taxeer ’m op nog geen vòlgeschreven dictaatcahier! Toen ik van ’t gymnasium kwam, had Dolf al minstens vier jaar ge—ge—ja wat feitelijk ge—ge …? Gedit, gedat, gefuifd, gekroegjoold, ge …Charles.…Boemeld.…Dokter.Geboemeld, ’t juiste woord in volgorde—letterlijk alles had-ie als corpslid ge—ge—gedaan—alleen niet gestudeerd. Toen-ie gesjeesd werd.…Charles(na zacht geklop).Binnen!(tot den kelner, die enkel koffie brengt).En de Moët?Kelner.En deux secondes monsieur.… J’ai.…Dokter.Spreek jij geen Hollandsch, vrindje?Kelner.Oui monsieur.…Dokter.Doe dat dan—flauwe kunsten!Kelner.De champagne wordt koel gemaakt.Dokter.Heelemaal niet noodig.… We wachten ’r op(Kelner af).Dat’s nou misschien ’n jongen uit(imiteert Fransch)uit Leeuwarden, uit Hontenissen, hahaha!… Waar was ’k gebleven? Wat wou ’k.…Charles.Toen oom gesjeesd werd, zei u.… Drinkt u ’n kop mee, dokter?Dokter.Dank u.… Toen—vertel ’ns ’n historie zonder ’n dozijn toen’s!—toen-ie gesjeesd werd[131]—om ’n dolle geschiedenis—’n schandaaltje, als je ’t zoo noemen wil.…Charles(rustig drinkend).Om ’n vrouw natuurlijk!Dokter.Spreekt van zelf.… Als ’k me goed herinner—’t geheugen is m’nforteniet—alweer zoo’n Fransch woord!—had-ie ’n vechtpartij op klaarlichten dag met den een of anderen kerel, ’n koloniaal of zoo iets, dien-ie behoorlijk toetakelde.… Met groote moeite werd ’t gesust—’n sisser van ’n week of twee brommen—en ’n paar honderd gulden fooi.…Charles.Daar wist ik hoegenaamd niets van(glimlachend).Verwonderen doet ’t me niet.… Hoe is ’t mogelijk—op klaarlichten dag—en met ’n koloniaal—met ’n koloniaal!… Zóó iemand kàn je toch niet beleedigen.…Dokter.Iets met ’t meisje of de zuster van dien kerel—’t ware weet ’k niet—is hijzelf waarschijnlijk glad vergeten.… Wanneer kan ’t geweest zijn?… Negentig.… Een-en-negentig.… Om en om vijftien, zestien, zeventien jaar—’k kan ’r geen slag in slaan.… Doet ’r ook niet toe.… Hij werd van de corpslijst geschrapt.… Misschien studeerde-ie anders nog, hahaha!… Ja, Dolf en ik hebben mekaar in die dagen meer dan goed gekend—later ook nog wel, maar nooit meer zóó, zoo heerlijk, onbezorgd.… Jammer van den vent.… ’n Hart van goud—’n wilde rakker—’n bandiet.… Als-ie niet zoo vroeg z’n vader verloren had, niet zoo vlug de beschikking over z’n erfdeel gekregen,[132]zou-ie iémand—iémand geworden zijn.… Zeldzame kop.… ’t Was toen—alweer toen—’n lust om ’m te hooren, als-ie op dreef was.… ’n Vernuft, ’n géést.… En nou!… En nou!… ’k Zou ’m z’n mantel kunnen uitvegen, dat-ie met geen drie, vier telegrammen te bereiken is, dat-ie geen adres achterlaat, terwijl z’n moeder doorloopend ziekelijk is.—Tot zelfs die eerste-klasse-dame van ’m hebben we geseind.… Valt me verbazend tegen. Verbazend. ’r Eenige zoon in leven.… Uw papa is betrekkelijk vroeg gestorven, niet waar?…Charles.Toen ik twee was.…Dokter.Dan zult u wel geen voorraad herinneringen aan ’m hebben?…Charles(koel).Nee—in geen enkel opzicht.Dokter.En uw mama?Charles.…Kort na de kraam(gewild).Rookt u ’n sigaret mee—de balkondeuren staan open.… Of heeft u er bezwaar tegen?Dokter.Bezwaar, nee—als u bij ’t balkon blijft. Pardon, ik zal ’r geen gebruik van maken.…Charles.Bijzondere avond.… Geen rimpel op zee.… ’n Idylle.… ’k Zou ’t persoonlijk geen week aan zee uithouden.… Parijs.… London.… De groote stedenà la bonne heure.… Dat eeuwige water vind ’kassommant!Dokter(na een drukkende stilte).Ik heb in de twee maanden, dat ik het genoegen heb over de Stichting[133]van uw grootmama te gaan, buitengewoon respect voor haar gekregen.…Charles.Ja—ja.…Dokter.En u houdt zeker véel van haar—me dunkt ’n vrouw met dàt hart moet meer dan vader en moeder sámen voor u geweest zijn?…Charles.Natuurlijk. Natuurlijk.Dokter.Ze dweept met kinderen. Ieder bezoek aan de Stichting is ’n feest!(een stilte).Had u geen idee te studeeren?Charles.Heelemaal niet—twee jaar na de kostschool ben ’k getrouwd.…Dokter.Zoo jong?Charles.Zoo jong. ’k Zal den kelner nog eens schellen. Dat is ’n ongemeene bediening.(Gelijk verschijnt de kelner met de flesch in een koelemmer).Móést dat zoo lang duren?… De dokter zei toch dat afkoelen niet noodig was?Kelner.De gewoonte van ’t huis, meneer—niet gefrapeerd.…Charles.…’t Is goed—hou je mond(hem belettend in te schenken).Dicht laten.… Doen we zelf(kelner af).De ezel!… Een, twee, drie glazen—of ’r gespeecht zal worden.… Laat me u helpen, dokter.… Draagt u ’t alleen?Dokter.Gaat best. Als u de deuren even zacht openschuift—schuiven—niet duwen. Merci.[134][Inhoud]Zevende tooneel.Charles, Dolf.Dolf(robuste man, ongeveer veertig, blonde volbaard—jachtkostuum—bloemruiker in de hand—praat tot den kelner buiten).Als ’r geen kamer is, dan maak je d’r een. Wat zeg-je … Enkel ’n badkamer? Dan ’n badkamer! En de rommel uit de auto naar boven halen.… Ja, ja.… Goed!(tot Charles).Wel wat drommel.…(Charles wijst naar de portières).Heb jij geseind?… ’t Is toch niet.…(Charles ontkent).Dat is ’n pak van me hart.… We hebben over de tachtig kilometer geloopen.… Midden op den weg oponthoud—’n boerekar, die natuurlijk verkeerd uitweek in ’n sloot gerejen—scheelde geen haar of we hadden met de auto ’nsaut périlleuxgemaakt.… Of de kaffers ’t ’r om doen, om doen!… Hoe is ’t met mama?… Meer angst dan ziekte, zooals de laatste maal?… Of.…Charles.Ze moet op ’t oogenblik weer heel opgewekt zijn. De dokter is juist bij ’r—ik ben nog geen uur geleden van Trouville binnen komen vallen.Dolf.Was dat telegram, aan Snip geadresseerd, van jou?… Verbazend handige inval! M’n compliment. Anders was ’k mogelijk nog bij Beelaart op de jacht!Charles.Snip?… Snip?… Ik heb niet getelegrafeerd, omdat ’k pas zèlf gearriveerd ben—en Snip—Snip? Wie is dat, als ’k vragen mag?Dolf.Snip.… Madame Lebeau.…[135]Charles.O. Wist niet dat die juffrouw ’n zoo gedistingeerden bijnaam.… Hope heeft u aan dat gerenommeerd adres ’n laatst telegram gestuurd—op de andere kreeg ze gister en eergister geen antwoord …Dolf(eenigszins ontstemd).Hope?… Hope?… Is Hope hier?… Bij mama?Charles.Verwondert u dat?Dolf.Och nee. En och ja. ’k Weet ’t niet(loopt een weinig geprikkeld op en neer).Dat heb jij ’r toch niet?Charles.Ik begrijp niet wat u bèdoelt.…Dolf.Of jij.… Doet ’r niet toe.… Geef me ’n sigaret. ’k Ben wee van honger.… Me geen tijd gegund te dineeren. Merci.… M’n handen trillen nog van den stuurstang(lucifer aannemend).Merci(zakt in den stoel voor het raam).’k Dacht waarachtig, dat ’t deze keer.… ’k Zou ’r enorm spijt van gehad hebben.… Want al ben ’k ’n dozijnmaal, op de ongelegenste momenten opgeschrikt—niet waar?—al is ’t goddank—geloof jìj an zoo’n sinjeur daar boven?—ik niet!—al is ’t goddank telkens met ’n sisser afgeloopen—één keer moet ’t gebeuren—en dan zou ’t meer dan beroerd zijn, als je die oogen voor goed gesloten vond.… Duurt ’t nog lang daarbinnen?… Kan ’k kloppen?…Charles.Ze zullen wel dadelijk komen.Dolf.Ze?… Ze?… O ja.… Attent van die kleine Hope. Dus diè heeft Snip, Snipje, ’n dépêche gezonden.… Charley, boy, ik geloof.…[136]Charles.U gelooft?…Dolf.Niemendal. Niemendal. ’k Geloof heelemaal niet—zei ’k straks al.… Kan ’k me handen ergens wasschen?… ’t Bloed van de patrijzen—heele koppels hebben we onder schot gekregen—ja waarachtig!—kleeft ’r nog an—zoo gehaast als ’k in de auto van Beelaart gesprongen ben, toen de manke boschwachter op ’n fiets—dat had je moeten zien—een kruk zoo en een zoo—me de boodschap van Snipje kwam brengen.—Is hier geen waschgelegenheid?…Charles.Hiernaast op 59—de kamer van Hope.…Dolf.De kamer van Hope?… Nee.… Wetboek van Strafrecht, artikel—artikel.… Nou welk artikel?Charles(lachend).Begrijp u niet.…Dolf.Dat ’s de tweede maal, dat ’k voor jou te diepzinnig ga(werpt de sigaret uit ’t raam).Deugen niet—die papieren dingen van de régie.… Heb je Suus meegebracht?Charles.Nee. Ze—ze kon niet zoo op slag mee.Dolf.Hoe laat ben je uit Trouville vertrokken?Charles.Vannacht—ja vannacht.…Dolf(glimlachend).Je zegt dat of je ’t zelf niet precies weet.… Maakt de kleine Ninette ’t goed?Charles.Uitstekend.Dolf.De bronchitis heelemaal weg?[137]Charles.Totaal. En gelukkig. Als dat kind wat overkomen was.…Dolf.Dan?Charles.Nou dan niets—u kunt u voorstellen—of misschien ook niet—hoe je van zoo’n baby houdt.… Ik dweep met ’t goudkopje(een portretje uit z’n portefeuille nemend).Dat is ’t laatste kiekje aan ’t strand van Trouville(kust het).Als ’t u interesseert(reikt het over).Dolf.Pretendeert dat de een of andere nuance van hatelijkheid—„als ’t u interesseert”—omdat ik deze maanden.…Charles(glimlachend).Laten we zeggen ’t heele jaar—van af Nieuwjaar.…Dolf(knikkend).Van af Nieuwjaar—merkwaardig geheugen heb jij!—geen gelegenheid heb kunnen vinden?… Charley, boy: waar ik bezoeken afleg, letterlijk waar, krijg ik verwijten.… Prachtig snuitje.… Ik kom honderd jaar tekort.… Precies je vrouw.… De dagen vliegen, de weken raken zoek, de maanden trek ’k met mudjes van den kalender.… Ja, daar zul je plezier van hebben.… Mooi kind.… Leuk kind.… Mag ik ’t bij me steken?Charles.’k Heb ’r maar één. En dan, beste oom—wat moet ù met ’n portretje?Dolf.Wat ik met portretten moet? ’n Half dozijn draag ’k ’r bij me …(in z’n binnenzak tastend—dan[138]aarzelend).Nee. Je heb gelijk. Merci(reikt het over).Heb je Suze daar ook?Charles.M’n vrouw—nee. Of misschien hier …(doorzoekt de portefeuille).Nee. Zeker verlegd(in de slaapkamer weerklinkt gelach).We behoeven ons voorloopig niet ongerust te maken, oom—zoolang ze in dié stemming zijn.…Dolf.Tant mieux!(staat op, klopt zachtjes).[Inhoud]Achtste tooneel.Charles, Dolf, De Dokter.Dokter(met de champagne-flesch en het presenteerblad).Sust!… Nee vooral niet binnen!—Dolf?… Meneer Dolf van Walden? Herkent u me niet meer?… Linden.… Jan Linden.…Dolf.Pardon—mogelijk dat.…Dokter(de flesch in den koelemmer stellend).Ik heb uw schoenen nog in ’88, ’89 gepoetst—ik heb op één avond drie snijkoeken moeten slikken, omdat ù zich verbeeldde, dat ik ’n speld binnen had gekregen.… Boven de handschoenenwinkel in de Breestraat—met aan de overzij ’t Stadhuis.Dolf.Ben jij—ben u.… die kleine bleeke Jan, die.… Kerel, ben jij al dokter?(schudt z’n hand)En mama?.… We hebben daar zoo luidruchtig hooren lachen.… Is ’t weer zoover beter, Jan of Linden of dokter.[139]Dokter.Hou je bij Jan, Dolf—dat is de makkelijkste herinnering, niet? Mevrouw van Walden—jongen, jongen, wat ’n damp van de sigaretten—mag heusch niet, meneer—je mama, Dolf—’t doet me verbazend genoegen, je na zooveel jaren weer ’ns te zien—je ben d’r niet minder op geworden, ouwe kameraad!—je mama—ja, ’k dùrf geen meening meer zeggen—bij dat soort hartaandoening blijft ’t tasten.… Eergister en gister en vanmorgen nog, had ’k ’r formeel opgegeven—en nu.… Niemand weet ’t. Niemand. Als ze zich kalm houdt, ’t spreekt vanzelf dat ze ’t bed niet uit mag, bestaat ’r kans—’n heel zwakke kans.… ’t Eenige wat ’k beslist aanraden moet—en wat je gezond verstand je zal ingeven: ook al krabbelt ze weer op—je moet ieder oogenblik te bereiken zijn—versta me wel iéder oogenblik.…Dolf.Jantje—’t zelfde hoor ’k twee jaar lang—je collega die ’r in de stad behandelde, heeft.…Charles.…Ons om ’n haverklap getelefoneerd of geseind.…Dolf.Zooals jij vandaag.…Dokter.Natuurlijk, natuurlijk—maar iedere dag kàn ’t noodlottig zijn. ’t Was hoogst-bedenkelijk—hóógst. En daarstraks, na ’n met moeite gedronken glas champagne, werkte ’r hart weer bijna normaal, liet ze ons schudden van ’t lachen, omdat ze beweerde zóó’n eetlust te hebben, dat ze minstens driemaal ’t menu van de table-d’hôte, telkens van voren af aan, zou kunnen eten. En toen ik zei, dat zoo iets ’n weinig[140]bezwaarlijk moest zijn, antwoordde ze droog, dat ’r overleden man ’t eens tweemaal gedaan had, nà ’n officieel diner, waaraan de koning had aangezeten, en waarbij niemand ’n vollen mond durfde nemen, omdat Zijn Majesteit elkeplatliet passeeren, en alleen ’ncure-dentverlangde, die ’r niet was.…Dolf.Hahaha!… Heel goed!… Maar doe me verder ’t genoegen, Jan—kerel, wat heeft de praktijk jou ’n buikje gegeven!—en praat niet meer over dineeren. Zoo als ’k mama heb gezien, moet ’k met overleg iets uitzoeken—geeuwhonger.…Dokter.Geen tijd gehad?Dolf.Tijd? Tijd?… Twaalf uur per dag, vijf vingers aan elke hand, kom ik tekort. Zou jij even de karaf water van Hope—die kleine attente Hope!—van Hope ’r kamer willen krijgen, Charley?Charles.Om uw handen te wasschen?Dolf.M’n handen wasschen?… Wou je hebben dat ’k dat zoo maar hier?(bootst het na).Charles.O, met ’n glàs?Dolf.Nee, neefje. Voor de bloemetjes.(Charles in de kamer links af).Hoe vindt je ’m, de zoon van m’n broer? Nette jongen, hè?… Wat gesloten—te vroeg getrouwd—drijven van …(tot Charles, die met de karaf terugkeert).Merci—merci! Nee, laat mij ’t liever doen. Zoo—de blaren vallen al af—symbool van de vrouwtjes, Jan—je bewondert ze—je plukt ze—dat wil zeggen: zij plùkken jou,[141]terwijl je ze plukt—en als je ze ’n paar dagen in ’n bezeten stemming bezeten heb—geweldig die echo van woorden, hè?—regent ’t verdorde ideaaltjes—hou je zoo’n ding als dit—en profond négligéover …(werpt lachend ’n stengel uit ’t venster).Dokter.Met je permissie—’t beste laat je schieten—’t stuifmeel, ’t vruchtbeginsel.…Dolf(vroolijk).’r Is niet één beginsel dat voor mij ’n beginsel is—Charley stop je ooren toe—ik ben de slechtste mentor voor jong-getrouwde mannen—èn vrouwen, hahaha! Kan ’k bij mama, dokter? Wat klinkt ’t verduiveld gek, zeg, jou dokter te noemen.…Dokter.Nee, nee, nee!… Vooral niet binnengaan! Ze mag niemand zien. Rust, rust en nog eens rust. Morgen misschien, als de nacht kalm doorgebracht wordt.… Ben je zoo van de jacht op reis gegaan?Dolf.Nog geen twee minuten na ’n prachtige haas te hebben neergelegd—roetsch, roetsch in de auto van Beelaart—roetsch ’n boerekar ondersteboven—roetsch, binnen de drie uur hier—vanmorgen twaalf uur gepicnict.… Zou ’k me wat laten brengen?…(een dekschaaltje op de zijtafel oplichtend).’n Gestolten lamskoteletje.…(tot Charles).Heb jij dat besteld?Dokter.Nee. Hope moet ook nog eten.Dolf.Ook nog?… Bij half negen!…Dokter.Dan kun je samen.…Dolf.Sàmen—met … Met-è … soupeeren?… Nee[142]—Hope en ik hebben zoo af en toe—af en toe.… Ik hou niet, of minder, van wat je ’n moderne, ’n moderne vrouw, noemt—en zij heeft zoo eenige bezwaren tegen mijn levensbeschouwing—als je mijn methode zoo’n wel-overwogen naam kunt geven(tot Charles).Charley, boy, kruip je heelemaal weg op ’t balkon?Charles.Hier hindert m’n sigaret niet—en misschien hebben de heeren te praten.Dolf.Heelemaal niet, jongen.Charles.’t Is zulk zacht weer—’k zit liever hier—’k zal nog enkel ’n tweede kop nemen(komt van het balkon, vult zich een tweede kop—gaat weer buiten).Dokter.En ik stap op.Dolf.Wat heb je ineens zoo’n haast?Dokter.We zien mekaar, hoop ’k, dezer dagen méer en onder rustiger omstandigheden. Loop je eens bij me aan—je ben nog niet éen keer op de Stichting geweest.…Dolf.De Stichting van mama?… Praktiseer jìj daar?Dokter(glimlachend).Je ben wél op de hoogte, uitnemend op de hoogte van de dingen, die je mama interesseeren.…Dolf.Kerel: ik vind ’t allemaal braaf en christelijk en voortreffelijk en hoe-je-’t-meer-noemen-wil—maar—maar: ik ben eenmaal anders—ik voel ’r zoo[143]wanhopig-weinig en mogelijk toch weer ’n massa voor.… Toen ’t gebouw in aanbouw was, de kinderen nog in de barak logeerden, wou mama met geweld dat ik de eerste-steenlegging bij zou wonen. Dat heb ’k gedaan. De heele speech van dien dominee—die met ’n wràtje op z’n kin—dat ’s ’t eenige dat ’k van ’m onthouen heb.…Dokter.Hahaha!.…Dolf.…Heb ’k me gloeiend in de meer dan gloeiende zon staan vervelen en ergeren—mama kreeg ’n uitbrander voor ’r ferme daad—ik ’n dozijn steken onder water—m’n gestorven ouwe heer werd ’r bijgesleept—als ’r geen paar beeldjes van kopjes bij waren geweest, met gedekoleteerde halsjes om te zoenen, zou ’k waarachtig uit den band zijn gesprongen!… Die eene met gitzwarte oogen en ’n moedervlekje hier—is die nog verpleegster geworden?…Dokter(glimlachend).Zwart haar?Dolf.Juist—ze werd met Annie, meen ’k, aangesproken.…(De dokter schiet in een lachbui).Wat lach je?… Schei uit!… Is ’t zoo grappig?…Dokter(moeilijk).Onbetaalbaar.… Daar zal ze van mee profiteeren, als ’k thuis kom (lacht weer).Dolf.Daar ga ’k bij zitten.Dokter.Ik ook.Dolf.Ben je klaar met je lachen?[144]Dokter.Ja. Eindelijk.Dolf.Is die ’r nog?Dokter.Ja, Dolf. En als je ’r niet boos om ben—ik was zoo vrij ’r te trouwen, hahaha!Dolf.Hartelijk gefeliciteerd, kerel. Wel dat doet me màchtig pleizier. Jij heb altijd smaak gehad, hè?… Altijd. Ja(begint zelf te lachen).Heel aardig. Dat ’s me nòg eens gebeurd—en ’n beetje erger—voorverleden week in Châtelard—’n engel van ’n vrouw, groot, slank—heelen dag mee geflirt—volkomen correct—snap je!—Bij de pousse stapt ’n mormel van ’n mannetje binnen—’n bouwval—’n antikiteit. „Kijk eens om, madame”, zeg ik: „’n vogelverschrikker in ’n smoking”.… Ze kijkt om, laat ’r kopje haast vallen—stelt me voor: „Mon mari—mon mari”.… ’k Heb je daarnet toch niet beleedigd, ouwe Jan van boven de beruchte sigarenwinkel-in-de-Breestraat.…Dokter(lachend).… Handschoenenwinkel.… Boven de sigarenwinkel woonde je niet meer.… ’s Nachts hebben we je door ’t raam verhuisd, omdat de ploertin eerst ’r beer betaald wou hebben.…Dolf.Hahaha.… Ja-ja! Nee maar zeg—’r blijft toch niets van de nonsens hangen—’k vond ’r op m’n woord lief, charmant—maar.…Dokter.We—wè hopen je bij ons te zien.…Dolf.Merci.[145]Dokter.Zou ’t voor jou ook geen tijd worden, Dolf? Die historie met die juffrouw Lebeau.…Dolf.Heb jìj Hope ’t adres gegeven?Dokter.Ik? Hoe kom je daar op? Ze wist ’t—iedereen weet ’t.…Dolf(gepreoccupeerd).Zoo.Dokter.Ik dacht geen jaar geleden, dat jijpère de famille, dat je getrouwd was.…Dolf.Nee. ’k Heb ’t nog niet verder dan tot ’n bedriegelijke nabootsing van ’t huwelijk kunnen brengen.Dokter.Jammer. Wij hebben ’n pracht van ’n villa, met uitzicht op zee—alleen beneden ’n suite van vijftien meter, vijftien.…Dolf.…Excellent om te kegelen.…Dokter.Je ben positief dezelfde. Maar die befaamde vrouw—uit dat schandaalproces.…Dolf.Ja ’t is niet in den haak—„voorwaar niet” zou dominee-met-’t-wratje zeggen.… Malle geschiedenis geweest—de kennismaking—de eerste eenzame liefdesnacht.…Dokter.…Eenzaam?.…Dolf.Hopeloos. Met de odeurtasch van je adoratie achter te blijven.… Dat was drie maanden geleden. Langer kan ’t niet. ’k Ben zelden langer dan drie maanden in de bedriegelijke nabootsing. We nemen ’n hotel, ’n groot hotel van over de vijfhonderd[146]kamers—dat’s te verkiezen—Zij drinkt ’n flesch met me—verwijdert zich even—wil naar de kamer terug—heeft ’t nummer vergeten—gaat na ’n kwartier zoeken naar den portier—die vraagt ’r den naam van ’r màn—Scène-à-faire voor ’n theaterstuk: ze kent me na de korte kennismaking enkel bij m’n vóórnaam—Stel je voor, Jan: geen nummer van de kamer, geen naam van den man.… Hoogste tragiek.… De eigenaar van ’t hotel wordt door den portier gewaarschuwd, dat-ie voor ’n puzzle staat—Snip mag heelemaal niet meer binnen—familiehotel—goede naam—enzoovoort … Ik na ’n kwartier aan ’t zoeken—hoor wat ’r gebeurd is—eclipseer met de odeurtasch … Zou jij ’n vrouw na zoo’n hevig-bewogen avontuur, zònder ’r odeurtasch laten? Nee, nietwaar? Zoo hebben Snip en ik mekaar „gevonden”. En als ’k Snip, Snipje, niet gekend had, zou je je dépêche vanmiddag aan ’n ánder hart onder ’n ánderen duren hoed met struisvogelveeren—gister betaald—hoedje van zeshonderd gulden—hebben moeten lanceeren, boy.…

[Inhoud]Eerste Tooneel.Hope, de kelner.Kelner(na een paar maal geklopt te hebben, treedt van rechts binnen, zet een presenteerblad met schalen op een zijtafeltje naast de deur, spreidt op de groote tafel een servet, legt daarop bord, mes, vork, lepel, kijkt Hope, die met een boek in de hand, in een leunstoel bij de balkondeuren ingeslapen is, driest aan).Hum!… Hum!…(Hope beweegt niet. Hij loert in de achter-slaapkamer, verlaat het vertrek door dezelfde deur, keert besluiteloos terug, beklopt de deur luider aan de binnenzij).[120]Hope(wakkerschrikkend, het boek op tafel neerleggend).Wie daar?Kelner.Ik, juffrouw—ik por maar wat harder—de boel wordt koud.Hope(snel op de kamer toegaand en luisterend).Heb ’k niet verzocht zoo zacht mogelijk te kloppen?… U weet toch dat ’r ’n zieke ligt!Kelner.Nou snap ’k niemeer waar ’k me an mot houen!… Toen ’k vanmorgen tè stil binnen kwam, kreeg ’k ’n uitbrander, omdat u in uw onderlijfie stond.…Hope.Zeg ’ns—jij zal me ’n groot pleizier doen je afstand te bewaren—dat ’s de derde waarschuwing … Je kan gaan.…Kelner.Sivoeplee … Alleen …Hope.Heb u me verstaan?Kelner.Sivoeplee …(bij de deur).De wijnkaart ligt naast de servet van de juffrouw …Une fois c’est pour moi!… Pour moi.…(af).

Eerste Tooneel.Hope, de kelner.Kelner(na een paar maal geklopt te hebben, treedt van rechts binnen, zet een presenteerblad met schalen op een zijtafeltje naast de deur, spreidt op de groote tafel een servet, legt daarop bord, mes, vork, lepel, kijkt Hope, die met een boek in de hand, in een leunstoel bij de balkondeuren ingeslapen is, driest aan).Hum!… Hum!…(Hope beweegt niet. Hij loert in de achter-slaapkamer, verlaat het vertrek door dezelfde deur, keert besluiteloos terug, beklopt de deur luider aan de binnenzij).[120]Hope(wakkerschrikkend, het boek op tafel neerleggend).Wie daar?Kelner.Ik, juffrouw—ik por maar wat harder—de boel wordt koud.Hope(snel op de kamer toegaand en luisterend).Heb ’k niet verzocht zoo zacht mogelijk te kloppen?… U weet toch dat ’r ’n zieke ligt!Kelner.Nou snap ’k niemeer waar ’k me an mot houen!… Toen ’k vanmorgen tè stil binnen kwam, kreeg ’k ’n uitbrander, omdat u in uw onderlijfie stond.…Hope.Zeg ’ns—jij zal me ’n groot pleizier doen je afstand te bewaren—dat ’s de derde waarschuwing … Je kan gaan.…Kelner.Sivoeplee … Alleen …Hope.Heb u me verstaan?Kelner.Sivoeplee …(bij de deur).De wijnkaart ligt naast de servet van de juffrouw …Une fois c’est pour moi!… Pour moi.…(af).

Hope, de kelner.

Kelner(na een paar maal geklopt te hebben, treedt van rechts binnen, zet een presenteerblad met schalen op een zijtafeltje naast de deur, spreidt op de groote tafel een servet, legt daarop bord, mes, vork, lepel, kijkt Hope, die met een boek in de hand, in een leunstoel bij de balkondeuren ingeslapen is, driest aan).Hum!… Hum!…(Hope beweegt niet. Hij loert in de achter-slaapkamer, verlaat het vertrek door dezelfde deur, keert besluiteloos terug, beklopt de deur luider aan de binnenzij).

Kelner(na een paar maal geklopt te hebben, treedt van rechts binnen, zet een presenteerblad met schalen op een zijtafeltje naast de deur, spreidt op de groote tafel een servet, legt daarop bord, mes, vork, lepel, kijkt Hope, die met een boek in de hand, in een leunstoel bij de balkondeuren ingeslapen is, driest aan).Hum!… Hum!…(Hope beweegt niet. Hij loert in de achter-slaapkamer, verlaat het vertrek door dezelfde deur, keert besluiteloos terug, beklopt de deur luider aan de binnenzij).

[120]

Hope(wakkerschrikkend, het boek op tafel neerleggend).Wie daar?

Hope(wakkerschrikkend, het boek op tafel neerleggend).Wie daar?

Kelner.Ik, juffrouw—ik por maar wat harder—de boel wordt koud.

Kelner.Ik, juffrouw—ik por maar wat harder—de boel wordt koud.

Hope(snel op de kamer toegaand en luisterend).Heb ’k niet verzocht zoo zacht mogelijk te kloppen?… U weet toch dat ’r ’n zieke ligt!

Hope(snel op de kamer toegaand en luisterend).Heb ’k niet verzocht zoo zacht mogelijk te kloppen?… U weet toch dat ’r ’n zieke ligt!

Kelner.Nou snap ’k niemeer waar ’k me an mot houen!… Toen ’k vanmorgen tè stil binnen kwam, kreeg ’k ’n uitbrander, omdat u in uw onderlijfie stond.…

Kelner.Nou snap ’k niemeer waar ’k me an mot houen!… Toen ’k vanmorgen tè stil binnen kwam, kreeg ’k ’n uitbrander, omdat u in uw onderlijfie stond.…

Hope.Zeg ’ns—jij zal me ’n groot pleizier doen je afstand te bewaren—dat ’s de derde waarschuwing … Je kan gaan.…

Hope.Zeg ’ns—jij zal me ’n groot pleizier doen je afstand te bewaren—dat ’s de derde waarschuwing … Je kan gaan.…

Kelner.Sivoeplee … Alleen …

Kelner.Sivoeplee … Alleen …

Hope.Heb u me verstaan?

Hope.Heb u me verstaan?

Kelner.Sivoeplee …(bij de deur).De wijnkaart ligt naast de servet van de juffrouw …Une fois c’est pour moi!… Pour moi.…(af).

Kelner.Sivoeplee …(bij de deur).De wijnkaart ligt naast de servet van de juffrouw …Une fois c’est pour moi!… Pour moi.…(af).

[Inhoud]Tweede Tooneel.Hope, Dokter, Hotelier.Hope(na nog eens achter de draperie gekeken te hebben, zit wederom in den leunstoel bij het balkon, droogt zich de oogen. Een bescheiden getik).Binnen …(staat op).Dag dokter.… Dank u wel—gaat u[121]zitten: ze slaapt—dat u zoo hartelijk is voor de tweede maal.…Dokter.…Is u ’n paar uurtjes gaan liggen, zooals ’k u gezegd heb?Hope.’k Heb in den stoel voor ’t raam.…Dokter.Noemt u dat liggen?.… U zult uzelf kapot maken. Dat houdt u vannacht niet uit. Mag ’k licht opsteken?…Hope.Een oogenblikje …(laat de portière geheel zakken, gaat op den knop bij de deur toe, ontsteekt de kroon).Alsjeblief dokter.Dokter.Zoo zien we mekaar tenminste. De eerste regel bij ziekenoppassen, zuster, is ’t zichzelf in acht nemen.…Charité bien ordonnée.…Hope.…Commence par soi-mème.…Zal ’k ’r wekken?Dokter.Zijn de benauwdheden terug gekomen?…Hope.Om zes uur nog even, maar gelukkig niet làng … Wie daar(tot den Hotelier).Ik kan u nu niet ontvangen. U ziet dat ik belet heb.…Hotelier.Pardon—als ik dérangeer, zuster—’t is juist om den dokter.…Hope(uit de hoogte).Dien kunt u straks.…Hotelier.Pardon—ik moet zoo dadelijk de deur uit … Als u ’t permiteert wou ’k dokter één seconde lastig vallen, één seconde.…[122]Dokter.Ik zal onmiddellijk op uw kantoor.…Hotelier.De zaak is …(op een ongeduldig gebaar van Hope).Pardon.… U moet toch ’n beetje consideratie met ons hotel gebruiken.… Als mevrouw overlijdt.…Hope.Zachter asjeblief.…Hotelier.Als, als, zeg ik—worden de families van twee- en drie-en-zestìg enorm gecontrarieerd … zullen andere families onmiddellijk vertrekken—we zijn midden in ’t seizoen.… U weet, dokter, hoe de menschen zijn.…Ikben niet onbillijk.… Niet één logeergast zal in de komende weken de appartementen willen betrekken.… Als we hadden kunnen voorzien.…Hope.Voorzien?… Als wìj hadden kunnen voorzien—zouden we in de laatste plaats van ùw gastvrijheid geprofiteerd hebben.… Heeft u méer de gewoonte logées lastig te vallen?…Dokter.Suscht! Suscht!… We gaan naar de conversatiezaal, meneer.…Hotelier(retireerend).U heeft gelijk en ongelijk.… Maar.…Dokter.…Geen verdere maren.… Ik kom bij u.…Hotelier.’t Gasthuis—’t Hopital Wallon—is telephonisch verbonden—heeft ’n magnifieke auto om zieken te vervoeren.Dokter.Onder géén omstandigheden! Onder géén. ’k Zal ’t u beneden uitleggen—hier niet(af met Hotelier).[123]

Tweede Tooneel.Hope, Dokter, Hotelier.Hope(na nog eens achter de draperie gekeken te hebben, zit wederom in den leunstoel bij het balkon, droogt zich de oogen. Een bescheiden getik).Binnen …(staat op).Dag dokter.… Dank u wel—gaat u[121]zitten: ze slaapt—dat u zoo hartelijk is voor de tweede maal.…Dokter.…Is u ’n paar uurtjes gaan liggen, zooals ’k u gezegd heb?Hope.’k Heb in den stoel voor ’t raam.…Dokter.Noemt u dat liggen?.… U zult uzelf kapot maken. Dat houdt u vannacht niet uit. Mag ’k licht opsteken?…Hope.Een oogenblikje …(laat de portière geheel zakken, gaat op den knop bij de deur toe, ontsteekt de kroon).Alsjeblief dokter.Dokter.Zoo zien we mekaar tenminste. De eerste regel bij ziekenoppassen, zuster, is ’t zichzelf in acht nemen.…Charité bien ordonnée.…Hope.…Commence par soi-mème.…Zal ’k ’r wekken?Dokter.Zijn de benauwdheden terug gekomen?…Hope.Om zes uur nog even, maar gelukkig niet làng … Wie daar(tot den Hotelier).Ik kan u nu niet ontvangen. U ziet dat ik belet heb.…Hotelier.Pardon—als ik dérangeer, zuster—’t is juist om den dokter.…Hope(uit de hoogte).Dien kunt u straks.…Hotelier.Pardon—ik moet zoo dadelijk de deur uit … Als u ’t permiteert wou ’k dokter één seconde lastig vallen, één seconde.…[122]Dokter.Ik zal onmiddellijk op uw kantoor.…Hotelier.De zaak is …(op een ongeduldig gebaar van Hope).Pardon.… U moet toch ’n beetje consideratie met ons hotel gebruiken.… Als mevrouw overlijdt.…Hope.Zachter asjeblief.…Hotelier.Als, als, zeg ik—worden de families van twee- en drie-en-zestìg enorm gecontrarieerd … zullen andere families onmiddellijk vertrekken—we zijn midden in ’t seizoen.… U weet, dokter, hoe de menschen zijn.…Ikben niet onbillijk.… Niet één logeergast zal in de komende weken de appartementen willen betrekken.… Als we hadden kunnen voorzien.…Hope.Voorzien?… Als wìj hadden kunnen voorzien—zouden we in de laatste plaats van ùw gastvrijheid geprofiteerd hebben.… Heeft u méer de gewoonte logées lastig te vallen?…Dokter.Suscht! Suscht!… We gaan naar de conversatiezaal, meneer.…Hotelier(retireerend).U heeft gelijk en ongelijk.… Maar.…Dokter.…Geen verdere maren.… Ik kom bij u.…Hotelier.’t Gasthuis—’t Hopital Wallon—is telephonisch verbonden—heeft ’n magnifieke auto om zieken te vervoeren.Dokter.Onder géén omstandigheden! Onder géén. ’k Zal ’t u beneden uitleggen—hier niet(af met Hotelier).[123]

Hope, Dokter, Hotelier.

Hope(na nog eens achter de draperie gekeken te hebben, zit wederom in den leunstoel bij het balkon, droogt zich de oogen. Een bescheiden getik).Binnen …(staat op).Dag dokter.… Dank u wel—gaat u[121]zitten: ze slaapt—dat u zoo hartelijk is voor de tweede maal.…

Hope(na nog eens achter de draperie gekeken te hebben, zit wederom in den leunstoel bij het balkon, droogt zich de oogen. Een bescheiden getik).Binnen …(staat op).Dag dokter.… Dank u wel—gaat u[121]zitten: ze slaapt—dat u zoo hartelijk is voor de tweede maal.…

Dokter.…Is u ’n paar uurtjes gaan liggen, zooals ’k u gezegd heb?

Dokter.…Is u ’n paar uurtjes gaan liggen, zooals ’k u gezegd heb?

Hope.’k Heb in den stoel voor ’t raam.…

Hope.’k Heb in den stoel voor ’t raam.…

Dokter.Noemt u dat liggen?.… U zult uzelf kapot maken. Dat houdt u vannacht niet uit. Mag ’k licht opsteken?…

Dokter.Noemt u dat liggen?.… U zult uzelf kapot maken. Dat houdt u vannacht niet uit. Mag ’k licht opsteken?…

Hope.Een oogenblikje …(laat de portière geheel zakken, gaat op den knop bij de deur toe, ontsteekt de kroon).Alsjeblief dokter.

Hope.Een oogenblikje …(laat de portière geheel zakken, gaat op den knop bij de deur toe, ontsteekt de kroon).Alsjeblief dokter.

Dokter.Zoo zien we mekaar tenminste. De eerste regel bij ziekenoppassen, zuster, is ’t zichzelf in acht nemen.…Charité bien ordonnée.…

Dokter.Zoo zien we mekaar tenminste. De eerste regel bij ziekenoppassen, zuster, is ’t zichzelf in acht nemen.…Charité bien ordonnée.…

Hope.…Commence par soi-mème.…Zal ’k ’r wekken?

Hope.…Commence par soi-mème.…Zal ’k ’r wekken?

Dokter.Zijn de benauwdheden terug gekomen?…

Dokter.Zijn de benauwdheden terug gekomen?…

Hope.Om zes uur nog even, maar gelukkig niet làng … Wie daar(tot den Hotelier).Ik kan u nu niet ontvangen. U ziet dat ik belet heb.…

Hope.Om zes uur nog even, maar gelukkig niet làng … Wie daar(tot den Hotelier).Ik kan u nu niet ontvangen. U ziet dat ik belet heb.…

Hotelier.Pardon—als ik dérangeer, zuster—’t is juist om den dokter.…

Hotelier.Pardon—als ik dérangeer, zuster—’t is juist om den dokter.…

Hope(uit de hoogte).Dien kunt u straks.…

Hope(uit de hoogte).Dien kunt u straks.…

Hotelier.Pardon—ik moet zoo dadelijk de deur uit … Als u ’t permiteert wou ’k dokter één seconde lastig vallen, één seconde.…

Hotelier.Pardon—ik moet zoo dadelijk de deur uit … Als u ’t permiteert wou ’k dokter één seconde lastig vallen, één seconde.…

[122]

Dokter.Ik zal onmiddellijk op uw kantoor.…

Dokter.Ik zal onmiddellijk op uw kantoor.…

Hotelier.De zaak is …(op een ongeduldig gebaar van Hope).Pardon.… U moet toch ’n beetje consideratie met ons hotel gebruiken.… Als mevrouw overlijdt.…

Hotelier.De zaak is …(op een ongeduldig gebaar van Hope).Pardon.… U moet toch ’n beetje consideratie met ons hotel gebruiken.… Als mevrouw overlijdt.…

Hope.Zachter asjeblief.…

Hope.Zachter asjeblief.…

Hotelier.Als, als, zeg ik—worden de families van twee- en drie-en-zestìg enorm gecontrarieerd … zullen andere families onmiddellijk vertrekken—we zijn midden in ’t seizoen.… U weet, dokter, hoe de menschen zijn.…Ikben niet onbillijk.… Niet één logeergast zal in de komende weken de appartementen willen betrekken.… Als we hadden kunnen voorzien.…

Hotelier.Als, als, zeg ik—worden de families van twee- en drie-en-zestìg enorm gecontrarieerd … zullen andere families onmiddellijk vertrekken—we zijn midden in ’t seizoen.… U weet, dokter, hoe de menschen zijn.…Ikben niet onbillijk.… Niet één logeergast zal in de komende weken de appartementen willen betrekken.… Als we hadden kunnen voorzien.…

Hope.Voorzien?… Als wìj hadden kunnen voorzien—zouden we in de laatste plaats van ùw gastvrijheid geprofiteerd hebben.… Heeft u méer de gewoonte logées lastig te vallen?…

Hope.Voorzien?… Als wìj hadden kunnen voorzien—zouden we in de laatste plaats van ùw gastvrijheid geprofiteerd hebben.… Heeft u méer de gewoonte logées lastig te vallen?…

Dokter.Suscht! Suscht!… We gaan naar de conversatiezaal, meneer.…

Dokter.Suscht! Suscht!… We gaan naar de conversatiezaal, meneer.…

Hotelier(retireerend).U heeft gelijk en ongelijk.… Maar.…

Hotelier(retireerend).U heeft gelijk en ongelijk.… Maar.…

Dokter.…Geen verdere maren.… Ik kom bij u.…

Dokter.…Geen verdere maren.… Ik kom bij u.…

Hotelier.’t Gasthuis—’t Hopital Wallon—is telephonisch verbonden—heeft ’n magnifieke auto om zieken te vervoeren.

Hotelier.’t Gasthuis—’t Hopital Wallon—is telephonisch verbonden—heeft ’n magnifieke auto om zieken te vervoeren.

Dokter.Onder géén omstandigheden! Onder géén. ’k Zal ’t u beneden uitleggen—hier niet(af met Hotelier).

Dokter.Onder géén omstandigheden! Onder géén. ’k Zal ’t u beneden uitleggen—hier niet(af met Hotelier).

[123]

[Inhoud]Derde Tooneel.Hope, Charles, Kelner.Hope(verdwijnt even achter de portières).Charles(jonge man, ongeveer 24, scherp gelaat, zonder snor, modieuze gekleede jas, hooge hoed—komt door linkerdeur op: tot kelner).Is ’t hier?Kelner.Ja, meneer.Charles.Een en zestig?Kelner.Ja, meneer.Charles.’k Zie niemand.Kelner.De dames zullen daar zijn.Hope(tusschen de portières, legt een vinger op den mond. Kelner af. Zij schuift voorzichtig de deuren der slaapkamer toe).Zoo. ’k Ben blij dat ù tenminste gekomen is.Charles.Is ’t zóó ernstig?Hope.Heel, heel ernstig.Charles.Sinds wanneer?Hope.Sinds eergistermorgen—na ’n bezoek aan de Stichting.Charles.Wéér aan ’t hart?(zij knikt).De vorige keer dachten we ook.…Hope.Driemaal is ze bewusteloos geweest—de dokter heeft ’r ’n kamfer-injectie gegeven.…[124]Charles.Ja ja.… Heb jij ons getelegrafeerd?Hope.Op advies van den dokter.Charles.Wat zegt-ie?Hope.Wat u ongeveer denken kan—’n vrouw op leeftijd.…Charles.Spijt me, dat je telegram nageseind moest worden. ’k Was eergister niet in Trouville.…Hope.Nièt in Trouville.… En mevrouw met ’t kindje … zijn die meegekomen?Charles(ongeduldig).Nee, nee, nee! Ik was ’n dag—voor zaken—naar Parijs … ’k Kon nog net den middagtrein pakken.… De familie is in Trouville gebleven.… Denk ’k tenminste.… En oom Dolf?Hope.Is ’r nog niet. ’k Ben bang dat-ie mevrouw.… Ze verlangt zoo naar ’m.…Charles.’k Heb niet ’t flauwst vermoeden, waar-ie uithangt.… In geen maanden bericht van ’m gehad. Is-ie met ’t jacht?…Hope.Nee meneer. Z’n laatste brief—aan uw mama—aan uw grootmama—was uit Zwitserland—uit Châtelard, meen ’k. ’t Zou de grootste ellende zijn, als—als-ie te laat kwam.… Gister heb ’k voor de tweede maal geseind.… Geen antwoord.…Charles.Eén kan z’n adres zéker weten—die—die …Hope.…Die hebben we—de dokter en ik—vandaag óók ’n telegram gezonden.…[125]Charles(verwonderd).Wist jìj van die liaison?Hope(rustig-glimlachend).Waarom zou ik ’r niet van weten?.… ’n Publiek geheim is geen bepaald geheim meer.…Charles.Afficheert-ie zich nog?.… Enfin, ’t regardeert me niet.… ’n Man, die m’n vader kon zijn.…(gewild over iets anders pratend).Is dat ’t kostuum van de Stichting?.… Niet positief chic. Flatteert je minder.Hope.Denkt u, dat zieke kinderen ’r profijt van hebben òf ’t kostuum.… Wees u ’ns stil!(luistert).Nee …Charles.Mag ’k ’r zien?Hope.Misschien. In elk geval met de noodige voorbereiding. Ze zou kunnen begrijpen, dàt ’r gewaarschuwd is.…Charles.Ik stoor je toch niet in je diner?Hope(mat).’k Heb gegeten.Charles.Jij ben scherper in je gezicht geworden, Hope. Je ziet ’r zoo heelemaal anders uit—of ligt ’t an de kroon?Hope.Dat kan. ’k Heb in geen twee nachten geslapen.…

Derde Tooneel.Hope, Charles, Kelner.Hope(verdwijnt even achter de portières).Charles(jonge man, ongeveer 24, scherp gelaat, zonder snor, modieuze gekleede jas, hooge hoed—komt door linkerdeur op: tot kelner).Is ’t hier?Kelner.Ja, meneer.Charles.Een en zestig?Kelner.Ja, meneer.Charles.’k Zie niemand.Kelner.De dames zullen daar zijn.Hope(tusschen de portières, legt een vinger op den mond. Kelner af. Zij schuift voorzichtig de deuren der slaapkamer toe).Zoo. ’k Ben blij dat ù tenminste gekomen is.Charles.Is ’t zóó ernstig?Hope.Heel, heel ernstig.Charles.Sinds wanneer?Hope.Sinds eergistermorgen—na ’n bezoek aan de Stichting.Charles.Wéér aan ’t hart?(zij knikt).De vorige keer dachten we ook.…Hope.Driemaal is ze bewusteloos geweest—de dokter heeft ’r ’n kamfer-injectie gegeven.…[124]Charles.Ja ja.… Heb jij ons getelegrafeerd?Hope.Op advies van den dokter.Charles.Wat zegt-ie?Hope.Wat u ongeveer denken kan—’n vrouw op leeftijd.…Charles.Spijt me, dat je telegram nageseind moest worden. ’k Was eergister niet in Trouville.…Hope.Nièt in Trouville.… En mevrouw met ’t kindje … zijn die meegekomen?Charles(ongeduldig).Nee, nee, nee! Ik was ’n dag—voor zaken—naar Parijs … ’k Kon nog net den middagtrein pakken.… De familie is in Trouville gebleven.… Denk ’k tenminste.… En oom Dolf?Hope.Is ’r nog niet. ’k Ben bang dat-ie mevrouw.… Ze verlangt zoo naar ’m.…Charles.’k Heb niet ’t flauwst vermoeden, waar-ie uithangt.… In geen maanden bericht van ’m gehad. Is-ie met ’t jacht?…Hope.Nee meneer. Z’n laatste brief—aan uw mama—aan uw grootmama—was uit Zwitserland—uit Châtelard, meen ’k. ’t Zou de grootste ellende zijn, als—als-ie te laat kwam.… Gister heb ’k voor de tweede maal geseind.… Geen antwoord.…Charles.Eén kan z’n adres zéker weten—die—die …Hope.…Die hebben we—de dokter en ik—vandaag óók ’n telegram gezonden.…[125]Charles(verwonderd).Wist jìj van die liaison?Hope(rustig-glimlachend).Waarom zou ik ’r niet van weten?.… ’n Publiek geheim is geen bepaald geheim meer.…Charles.Afficheert-ie zich nog?.… Enfin, ’t regardeert me niet.… ’n Man, die m’n vader kon zijn.…(gewild over iets anders pratend).Is dat ’t kostuum van de Stichting?.… Niet positief chic. Flatteert je minder.Hope.Denkt u, dat zieke kinderen ’r profijt van hebben òf ’t kostuum.… Wees u ’ns stil!(luistert).Nee …Charles.Mag ’k ’r zien?Hope.Misschien. In elk geval met de noodige voorbereiding. Ze zou kunnen begrijpen, dàt ’r gewaarschuwd is.…Charles.Ik stoor je toch niet in je diner?Hope(mat).’k Heb gegeten.Charles.Jij ben scherper in je gezicht geworden, Hope. Je ziet ’r zoo heelemaal anders uit—of ligt ’t an de kroon?Hope.Dat kan. ’k Heb in geen twee nachten geslapen.…

Hope, Charles, Kelner.

Hope(verdwijnt even achter de portières).

Hope(verdwijnt even achter de portières).

Charles(jonge man, ongeveer 24, scherp gelaat, zonder snor, modieuze gekleede jas, hooge hoed—komt door linkerdeur op: tot kelner).Is ’t hier?

Charles(jonge man, ongeveer 24, scherp gelaat, zonder snor, modieuze gekleede jas, hooge hoed—komt door linkerdeur op: tot kelner).Is ’t hier?

Kelner.Ja, meneer.

Kelner.Ja, meneer.

Charles.Een en zestig?

Charles.Een en zestig?

Kelner.Ja, meneer.

Kelner.Ja, meneer.

Charles.’k Zie niemand.

Charles.’k Zie niemand.

Kelner.De dames zullen daar zijn.

Kelner.De dames zullen daar zijn.

Hope(tusschen de portières, legt een vinger op den mond. Kelner af. Zij schuift voorzichtig de deuren der slaapkamer toe).Zoo. ’k Ben blij dat ù tenminste gekomen is.

Hope(tusschen de portières, legt een vinger op den mond. Kelner af. Zij schuift voorzichtig de deuren der slaapkamer toe).Zoo. ’k Ben blij dat ù tenminste gekomen is.

Charles.Is ’t zóó ernstig?

Charles.Is ’t zóó ernstig?

Hope.Heel, heel ernstig.

Hope.Heel, heel ernstig.

Charles.Sinds wanneer?

Charles.Sinds wanneer?

Hope.Sinds eergistermorgen—na ’n bezoek aan de Stichting.

Hope.Sinds eergistermorgen—na ’n bezoek aan de Stichting.

Charles.Wéér aan ’t hart?(zij knikt).De vorige keer dachten we ook.…

Charles.Wéér aan ’t hart?(zij knikt).De vorige keer dachten we ook.…

Hope.Driemaal is ze bewusteloos geweest—de dokter heeft ’r ’n kamfer-injectie gegeven.…

Hope.Driemaal is ze bewusteloos geweest—de dokter heeft ’r ’n kamfer-injectie gegeven.…

[124]

Charles.Ja ja.… Heb jij ons getelegrafeerd?

Charles.Ja ja.… Heb jij ons getelegrafeerd?

Hope.Op advies van den dokter.

Hope.Op advies van den dokter.

Charles.Wat zegt-ie?

Charles.Wat zegt-ie?

Hope.Wat u ongeveer denken kan—’n vrouw op leeftijd.…

Hope.Wat u ongeveer denken kan—’n vrouw op leeftijd.…

Charles.Spijt me, dat je telegram nageseind moest worden. ’k Was eergister niet in Trouville.…

Charles.Spijt me, dat je telegram nageseind moest worden. ’k Was eergister niet in Trouville.…

Hope.Nièt in Trouville.… En mevrouw met ’t kindje … zijn die meegekomen?

Hope.Nièt in Trouville.… En mevrouw met ’t kindje … zijn die meegekomen?

Charles(ongeduldig).Nee, nee, nee! Ik was ’n dag—voor zaken—naar Parijs … ’k Kon nog net den middagtrein pakken.… De familie is in Trouville gebleven.… Denk ’k tenminste.… En oom Dolf?

Charles(ongeduldig).Nee, nee, nee! Ik was ’n dag—voor zaken—naar Parijs … ’k Kon nog net den middagtrein pakken.… De familie is in Trouville gebleven.… Denk ’k tenminste.… En oom Dolf?

Hope.Is ’r nog niet. ’k Ben bang dat-ie mevrouw.… Ze verlangt zoo naar ’m.…

Hope.Is ’r nog niet. ’k Ben bang dat-ie mevrouw.… Ze verlangt zoo naar ’m.…

Charles.’k Heb niet ’t flauwst vermoeden, waar-ie uithangt.… In geen maanden bericht van ’m gehad. Is-ie met ’t jacht?…

Charles.’k Heb niet ’t flauwst vermoeden, waar-ie uithangt.… In geen maanden bericht van ’m gehad. Is-ie met ’t jacht?…

Hope.Nee meneer. Z’n laatste brief—aan uw mama—aan uw grootmama—was uit Zwitserland—uit Châtelard, meen ’k. ’t Zou de grootste ellende zijn, als—als-ie te laat kwam.… Gister heb ’k voor de tweede maal geseind.… Geen antwoord.…

Hope.Nee meneer. Z’n laatste brief—aan uw mama—aan uw grootmama—was uit Zwitserland—uit Châtelard, meen ’k. ’t Zou de grootste ellende zijn, als—als-ie te laat kwam.… Gister heb ’k voor de tweede maal geseind.… Geen antwoord.…

Charles.Eén kan z’n adres zéker weten—die—die …

Charles.Eén kan z’n adres zéker weten—die—die …

Hope.…Die hebben we—de dokter en ik—vandaag óók ’n telegram gezonden.…

Hope.…Die hebben we—de dokter en ik—vandaag óók ’n telegram gezonden.…

[125]

Charles(verwonderd).Wist jìj van die liaison?

Charles(verwonderd).Wist jìj van die liaison?

Hope(rustig-glimlachend).Waarom zou ik ’r niet van weten?.… ’n Publiek geheim is geen bepaald geheim meer.…

Hope(rustig-glimlachend).Waarom zou ik ’r niet van weten?.… ’n Publiek geheim is geen bepaald geheim meer.…

Charles.Afficheert-ie zich nog?.… Enfin, ’t regardeert me niet.… ’n Man, die m’n vader kon zijn.…(gewild over iets anders pratend).Is dat ’t kostuum van de Stichting?.… Niet positief chic. Flatteert je minder.

Charles.Afficheert-ie zich nog?.… Enfin, ’t regardeert me niet.… ’n Man, die m’n vader kon zijn.…(gewild over iets anders pratend).Is dat ’t kostuum van de Stichting?.… Niet positief chic. Flatteert je minder.

Hope.Denkt u, dat zieke kinderen ’r profijt van hebben òf ’t kostuum.… Wees u ’ns stil!(luistert).Nee …

Hope.Denkt u, dat zieke kinderen ’r profijt van hebben òf ’t kostuum.… Wees u ’ns stil!(luistert).Nee …

Charles.Mag ’k ’r zien?

Charles.Mag ’k ’r zien?

Hope.Misschien. In elk geval met de noodige voorbereiding. Ze zou kunnen begrijpen, dàt ’r gewaarschuwd is.…

Hope.Misschien. In elk geval met de noodige voorbereiding. Ze zou kunnen begrijpen, dàt ’r gewaarschuwd is.…

Charles.Ik stoor je toch niet in je diner?

Charles.Ik stoor je toch niet in je diner?

Hope(mat).’k Heb gegeten.

Hope(mat).’k Heb gegeten.

Charles.Jij ben scherper in je gezicht geworden, Hope. Je ziet ’r zoo heelemaal anders uit—of ligt ’t an de kroon?

Charles.Jij ben scherper in je gezicht geworden, Hope. Je ziet ’r zoo heelemaal anders uit—of ligt ’t an de kroon?

Hope.Dat kan. ’k Heb in geen twee nachten geslapen.…

Hope.Dat kan. ’k Heb in geen twee nachten geslapen.…

[Inhoud]Vierde Tooneel.Hope, Charles, Dokter.Dokter.…’n Vlegel eerste klas.… Pardon.…[126]Hope.De kleinzoon van mevrouw, meneer Charles van Walden—dokter Linden.Charles.Heel aangenaam, dokter.Dokter.Is u zoo pas gearriveerd?Charles.Nog geen uur geleden. Nauwelijks den tijd gehad ’n andere jas aan te schieten.… Ik hoor dat de toestand van grootmama.…Dokter.Bijzonder zorgwekkend is.… Ik geloof, tenzij ’n wonder gebeurt, dat de familie zich op ’t ergste zal dienen.…Charles.…Ja, ja. Dat begreep ’k, toen ’t telegram kwam.…(een stilte).Dokter(driftig).… En die vlegel beneden—’k heb ’m te woord gestaan—wou per se de auto van Wallon bestellen. Doe dat, meneer, heb ’k ’m gezegd: doe jij dat—dan schrijf ik morgen ’n ingezonden stuk in denCourrier, om de badgasten te laten zien wat ’n humaan gérant jij ben.… Daar scheen-ie respect voor te hebben.… Stel je voor!.… ’n Doodzieke gaan transporteeren uit vrees voor ’t egoïsme van andere logées.… Laat je je eten staan, zuster?Hope.Nee, nee.… Mag meneer mevrouw zien?Dokter.We zullen ons overtuigen.… Blijf u hier.… Heeft ze champagne gedronken?Hope(de portières hechtend).Met tegenzin een enkel glas.…[127]Dokter.Niet voldoende—niet voldoende.… Blijf nu maar—blijven—blijven …(af in slaapkamer).Charles.’k Zal maar wat liegen, niet?… Dat ik toevallig voor dringende aangelegenheden overgewipt ben … Als ’k me niet zoo gehaast had, zou ’k wat hebben meegebracht.…Hope.Als ’k ’t zeggen mag.…Charles.Ja?Hope.’t Zal voor mevrouw ’n teleurstelling zijn, dat u zonder uw vrouw en vooral zonder Ninette—’r eenig achterkleinkind—is.…Charles.…Zoo’n baby van drie jaar.… En dan ik zei je toch al, dat ’k niet direct van Trouville kom.… En dan—m’n vrouw houdt niet—hoe zal ’k dat.…(ongeduldig).Wat vraag je naar den bekenden weg?… Je weet dat ’r telkens verschil van meening is.… Grootmama met ’r geweldig-overdreven.…Hope.Toe meneer Charles!… ’t Zijn nù juist niet de omstandigheden.… Roept u, dokter?…Dokter(onzichtbaar).Zuster.…Hope(gaat achter de gordijnen—hij loopt heen en weer—staat stil voor den spiegel boven denécessaire, neemt ’n kleerborstel, schuiert zich de jas—gladt zich het haar).Hier ben ’k weer.(Zij bedrukt den knop der electrische schel aan de kroon).Charles.Toch niet sérieuzer.[128]Hope.Goddank nee. Ze voelt zich minder beklemd, krijgt een tweede injectie.… Nee, vooral niet binnen gaan!…(tot den kelner).’n Flesch champagne.… Versta je niet?… ’n Flesch champagne …(af).

Vierde Tooneel.Hope, Charles, Dokter.Dokter.…’n Vlegel eerste klas.… Pardon.…[126]Hope.De kleinzoon van mevrouw, meneer Charles van Walden—dokter Linden.Charles.Heel aangenaam, dokter.Dokter.Is u zoo pas gearriveerd?Charles.Nog geen uur geleden. Nauwelijks den tijd gehad ’n andere jas aan te schieten.… Ik hoor dat de toestand van grootmama.…Dokter.Bijzonder zorgwekkend is.… Ik geloof, tenzij ’n wonder gebeurt, dat de familie zich op ’t ergste zal dienen.…Charles.…Ja, ja. Dat begreep ’k, toen ’t telegram kwam.…(een stilte).Dokter(driftig).… En die vlegel beneden—’k heb ’m te woord gestaan—wou per se de auto van Wallon bestellen. Doe dat, meneer, heb ’k ’m gezegd: doe jij dat—dan schrijf ik morgen ’n ingezonden stuk in denCourrier, om de badgasten te laten zien wat ’n humaan gérant jij ben.… Daar scheen-ie respect voor te hebben.… Stel je voor!.… ’n Doodzieke gaan transporteeren uit vrees voor ’t egoïsme van andere logées.… Laat je je eten staan, zuster?Hope.Nee, nee.… Mag meneer mevrouw zien?Dokter.We zullen ons overtuigen.… Blijf u hier.… Heeft ze champagne gedronken?Hope(de portières hechtend).Met tegenzin een enkel glas.…[127]Dokter.Niet voldoende—niet voldoende.… Blijf nu maar—blijven—blijven …(af in slaapkamer).Charles.’k Zal maar wat liegen, niet?… Dat ik toevallig voor dringende aangelegenheden overgewipt ben … Als ’k me niet zoo gehaast had, zou ’k wat hebben meegebracht.…Hope.Als ’k ’t zeggen mag.…Charles.Ja?Hope.’t Zal voor mevrouw ’n teleurstelling zijn, dat u zonder uw vrouw en vooral zonder Ninette—’r eenig achterkleinkind—is.…Charles.…Zoo’n baby van drie jaar.… En dan ik zei je toch al, dat ’k niet direct van Trouville kom.… En dan—m’n vrouw houdt niet—hoe zal ’k dat.…(ongeduldig).Wat vraag je naar den bekenden weg?… Je weet dat ’r telkens verschil van meening is.… Grootmama met ’r geweldig-overdreven.…Hope.Toe meneer Charles!… ’t Zijn nù juist niet de omstandigheden.… Roept u, dokter?…Dokter(onzichtbaar).Zuster.…Hope(gaat achter de gordijnen—hij loopt heen en weer—staat stil voor den spiegel boven denécessaire, neemt ’n kleerborstel, schuiert zich de jas—gladt zich het haar).Hier ben ’k weer.(Zij bedrukt den knop der electrische schel aan de kroon).Charles.Toch niet sérieuzer.[128]Hope.Goddank nee. Ze voelt zich minder beklemd, krijgt een tweede injectie.… Nee, vooral niet binnen gaan!…(tot den kelner).’n Flesch champagne.… Versta je niet?… ’n Flesch champagne …(af).

Hope, Charles, Dokter.

Dokter.…’n Vlegel eerste klas.… Pardon.…

Dokter.…’n Vlegel eerste klas.… Pardon.…

[126]

Hope.De kleinzoon van mevrouw, meneer Charles van Walden—dokter Linden.

Hope.De kleinzoon van mevrouw, meneer Charles van Walden—dokter Linden.

Charles.Heel aangenaam, dokter.

Charles.Heel aangenaam, dokter.

Dokter.Is u zoo pas gearriveerd?

Dokter.Is u zoo pas gearriveerd?

Charles.Nog geen uur geleden. Nauwelijks den tijd gehad ’n andere jas aan te schieten.… Ik hoor dat de toestand van grootmama.…

Charles.Nog geen uur geleden. Nauwelijks den tijd gehad ’n andere jas aan te schieten.… Ik hoor dat de toestand van grootmama.…

Dokter.Bijzonder zorgwekkend is.… Ik geloof, tenzij ’n wonder gebeurt, dat de familie zich op ’t ergste zal dienen.…

Dokter.Bijzonder zorgwekkend is.… Ik geloof, tenzij ’n wonder gebeurt, dat de familie zich op ’t ergste zal dienen.…

Charles.…Ja, ja. Dat begreep ’k, toen ’t telegram kwam.…(een stilte).

Charles.…Ja, ja. Dat begreep ’k, toen ’t telegram kwam.…(een stilte).

Dokter(driftig).… En die vlegel beneden—’k heb ’m te woord gestaan—wou per se de auto van Wallon bestellen. Doe dat, meneer, heb ’k ’m gezegd: doe jij dat—dan schrijf ik morgen ’n ingezonden stuk in denCourrier, om de badgasten te laten zien wat ’n humaan gérant jij ben.… Daar scheen-ie respect voor te hebben.… Stel je voor!.… ’n Doodzieke gaan transporteeren uit vrees voor ’t egoïsme van andere logées.… Laat je je eten staan, zuster?

Dokter(driftig).… En die vlegel beneden—’k heb ’m te woord gestaan—wou per se de auto van Wallon bestellen. Doe dat, meneer, heb ’k ’m gezegd: doe jij dat—dan schrijf ik morgen ’n ingezonden stuk in denCourrier, om de badgasten te laten zien wat ’n humaan gérant jij ben.… Daar scheen-ie respect voor te hebben.… Stel je voor!.… ’n Doodzieke gaan transporteeren uit vrees voor ’t egoïsme van andere logées.… Laat je je eten staan, zuster?

Hope.Nee, nee.… Mag meneer mevrouw zien?

Hope.Nee, nee.… Mag meneer mevrouw zien?

Dokter.We zullen ons overtuigen.… Blijf u hier.… Heeft ze champagne gedronken?

Dokter.We zullen ons overtuigen.… Blijf u hier.… Heeft ze champagne gedronken?

Hope(de portières hechtend).Met tegenzin een enkel glas.…

Hope(de portières hechtend).Met tegenzin een enkel glas.…

[127]

Dokter.Niet voldoende—niet voldoende.… Blijf nu maar—blijven—blijven …(af in slaapkamer).

Dokter.Niet voldoende—niet voldoende.… Blijf nu maar—blijven—blijven …(af in slaapkamer).

Charles.’k Zal maar wat liegen, niet?… Dat ik toevallig voor dringende aangelegenheden overgewipt ben … Als ’k me niet zoo gehaast had, zou ’k wat hebben meegebracht.…

Charles.’k Zal maar wat liegen, niet?… Dat ik toevallig voor dringende aangelegenheden overgewipt ben … Als ’k me niet zoo gehaast had, zou ’k wat hebben meegebracht.…

Hope.Als ’k ’t zeggen mag.…

Hope.Als ’k ’t zeggen mag.…

Charles.Ja?

Charles.Ja?

Hope.’t Zal voor mevrouw ’n teleurstelling zijn, dat u zonder uw vrouw en vooral zonder Ninette—’r eenig achterkleinkind—is.…

Hope.’t Zal voor mevrouw ’n teleurstelling zijn, dat u zonder uw vrouw en vooral zonder Ninette—’r eenig achterkleinkind—is.…

Charles.…Zoo’n baby van drie jaar.… En dan ik zei je toch al, dat ’k niet direct van Trouville kom.… En dan—m’n vrouw houdt niet—hoe zal ’k dat.…(ongeduldig).Wat vraag je naar den bekenden weg?… Je weet dat ’r telkens verschil van meening is.… Grootmama met ’r geweldig-overdreven.…

Charles.…Zoo’n baby van drie jaar.… En dan ik zei je toch al, dat ’k niet direct van Trouville kom.… En dan—m’n vrouw houdt niet—hoe zal ’k dat.…(ongeduldig).Wat vraag je naar den bekenden weg?… Je weet dat ’r telkens verschil van meening is.… Grootmama met ’r geweldig-overdreven.…

Hope.Toe meneer Charles!… ’t Zijn nù juist niet de omstandigheden.… Roept u, dokter?…

Hope.Toe meneer Charles!… ’t Zijn nù juist niet de omstandigheden.… Roept u, dokter?…

Dokter(onzichtbaar).Zuster.…

Dokter(onzichtbaar).Zuster.…

Hope(gaat achter de gordijnen—hij loopt heen en weer—staat stil voor den spiegel boven denécessaire, neemt ’n kleerborstel, schuiert zich de jas—gladt zich het haar).Hier ben ’k weer.(Zij bedrukt den knop der electrische schel aan de kroon).

Hope(gaat achter de gordijnen—hij loopt heen en weer—staat stil voor den spiegel boven denécessaire, neemt ’n kleerborstel, schuiert zich de jas—gladt zich het haar).Hier ben ’k weer.(Zij bedrukt den knop der electrische schel aan de kroon).

Charles.Toch niet sérieuzer.

Charles.Toch niet sérieuzer.

[128]

Hope.Goddank nee. Ze voelt zich minder beklemd, krijgt een tweede injectie.… Nee, vooral niet binnen gaan!…(tot den kelner).’n Flesch champagne.… Versta je niet?… ’n Flesch champagne …(af).

Hope.Goddank nee. Ze voelt zich minder beklemd, krijgt een tweede injectie.… Nee, vooral niet binnen gaan!…(tot den kelner).’n Flesch champagne.… Versta je niet?… ’n Flesch champagne …(af).

[Inhoud]Vijfde Tooneel.Charles, Kelner.Kelner(onbewogen).Frappé?…Charles(ongeduldig).Frappé—niet frappé—als ’t maar vlug komt!Kelner.Moët et Chandon—Irroy Carte Blanche—Pol Roger Medium-dry—Pommery—Heidsieck—wil meneer zoo beleefd zijn …? De wijnkaart ligt op tafel.…Charles.Je m’en fiche.…Kelner(droog).Dàt merk hebben we niet.…Charles.Maak jij grapjes?… Ben ’k niet van gediend.(kijkt de kaart in).Moët.…Kelner.Demi-sec of White Star-sec?Charles.Loop naar de … Demi-sec!… En beneden ontkurken.… En voor mij ’n kop koffie.…Kelner.Een Moët White Star—un café noir…(af).

Vijfde Tooneel.Charles, Kelner.Kelner(onbewogen).Frappé?…Charles(ongeduldig).Frappé—niet frappé—als ’t maar vlug komt!Kelner.Moët et Chandon—Irroy Carte Blanche—Pol Roger Medium-dry—Pommery—Heidsieck—wil meneer zoo beleefd zijn …? De wijnkaart ligt op tafel.…Charles.Je m’en fiche.…Kelner(droog).Dàt merk hebben we niet.…Charles.Maak jij grapjes?… Ben ’k niet van gediend.(kijkt de kaart in).Moët.…Kelner.Demi-sec of White Star-sec?Charles.Loop naar de … Demi-sec!… En beneden ontkurken.… En voor mij ’n kop koffie.…Kelner.Een Moët White Star—un café noir…(af).

Charles, Kelner.

Kelner(onbewogen).Frappé?…

Kelner(onbewogen).Frappé?…

Charles(ongeduldig).Frappé—niet frappé—als ’t maar vlug komt!

Charles(ongeduldig).Frappé—niet frappé—als ’t maar vlug komt!

Kelner.Moët et Chandon—Irroy Carte Blanche—Pol Roger Medium-dry—Pommery—Heidsieck—wil meneer zoo beleefd zijn …? De wijnkaart ligt op tafel.…

Kelner.Moët et Chandon—Irroy Carte Blanche—Pol Roger Medium-dry—Pommery—Heidsieck—wil meneer zoo beleefd zijn …? De wijnkaart ligt op tafel.…

Charles.Je m’en fiche.…

Charles.Je m’en fiche.…

Kelner(droog).Dàt merk hebben we niet.…

Kelner(droog).Dàt merk hebben we niet.…

Charles.Maak jij grapjes?… Ben ’k niet van gediend.(kijkt de kaart in).Moët.…

Charles.Maak jij grapjes?… Ben ’k niet van gediend.(kijkt de kaart in).Moët.…

Kelner.Demi-sec of White Star-sec?

Kelner.Demi-sec of White Star-sec?

Charles.Loop naar de … Demi-sec!… En beneden ontkurken.… En voor mij ’n kop koffie.…

Charles.Loop naar de … Demi-sec!… En beneden ontkurken.… En voor mij ’n kop koffie.…

Kelner.Een Moët White Star—un café noir…(af).

Kelner.Een Moët White Star—un café noir…(af).

[Inhoud]Zesde Tooneel.Charles, Dokter, Hope.Dokter(duwt de schuifdeuren dicht).Dat is voor u ’n heele reis geweest, meneer Van Walden.…[129]Charles.Ja, ja—gelooft u nòg, dat grootmama …?Dokter.Alles is mogelijk.—’t Is zulk ’n verbazend krasse vrouw, dat ik me na de tweede injectie aan geen voorspellingen wagen durf.… Ze praat met ’n bedriegelijke opgewektheid.… Maar … Maar.… Als ze ’r deze keer bovenop komt, blijft de toestand bijzonder précair—bijzonder. De geringste complicatie, de kleinste stoornis, niet waar?… In ieder geval is ’t uitnemend dat u er tenminste is. En ’k zou willen adviseeren de eerste dagen in de directe nabijheid te blijven.…Charles.Als ik dus wel begrijp is ’t ergste gevaar geweken?Dokter.Nee—volstrekt niet—in de verste verte niet. Bij ’n hartaandoening van dien aard en op dien leeftijd en met zulke ontrustende aanvallen van bewusteloosheid, is ’t de plicht van de naaste familieleden op hun qui-vive te zijn. Toen we u seinden, was ’t mijn innige overtuiging, dat u telaat zou komen(met verheffing).Dolf handelt—als ik ’t.…Charles.Dolf?… Kènt u.…Dokter.Of ’k Dolf ken?… Hahaha!—hij heeft me helpen ontgroenen.…Charles.Ontgroenen?…Dokter.Weet u niet, dat uw oom—hij is toch uw óóm?…Charles.Natuurlijk.[130]Dokter.Dat-ie vier, vijf jaar college geloopen heeft—dat wil zeggen: had behooren te loopen—’k taxeer ’m op nog geen vòlgeschreven dictaatcahier! Toen ik van ’t gymnasium kwam, had Dolf al minstens vier jaar ge—ge—ja wat feitelijk ge—ge …? Gedit, gedat, gefuifd, gekroegjoold, ge …Charles.…Boemeld.…Dokter.Geboemeld, ’t juiste woord in volgorde—letterlijk alles had-ie als corpslid ge—ge—gedaan—alleen niet gestudeerd. Toen-ie gesjeesd werd.…Charles(na zacht geklop).Binnen!(tot den kelner, die enkel koffie brengt).En de Moët?Kelner.En deux secondes monsieur.… J’ai.…Dokter.Spreek jij geen Hollandsch, vrindje?Kelner.Oui monsieur.…Dokter.Doe dat dan—flauwe kunsten!Kelner.De champagne wordt koel gemaakt.Dokter.Heelemaal niet noodig.… We wachten ’r op(Kelner af).Dat’s nou misschien ’n jongen uit(imiteert Fransch)uit Leeuwarden, uit Hontenissen, hahaha!… Waar was ’k gebleven? Wat wou ’k.…Charles.Toen oom gesjeesd werd, zei u.… Drinkt u ’n kop mee, dokter?Dokter.Dank u.… Toen—vertel ’ns ’n historie zonder ’n dozijn toen’s!—toen-ie gesjeesd werd[131]—om ’n dolle geschiedenis—’n schandaaltje, als je ’t zoo noemen wil.…Charles(rustig drinkend).Om ’n vrouw natuurlijk!Dokter.Spreekt van zelf.… Als ’k me goed herinner—’t geheugen is m’nforteniet—alweer zoo’n Fransch woord!—had-ie ’n vechtpartij op klaarlichten dag met den een of anderen kerel, ’n koloniaal of zoo iets, dien-ie behoorlijk toetakelde.… Met groote moeite werd ’t gesust—’n sisser van ’n week of twee brommen—en ’n paar honderd gulden fooi.…Charles.Daar wist ik hoegenaamd niets van(glimlachend).Verwonderen doet ’t me niet.… Hoe is ’t mogelijk—op klaarlichten dag—en met ’n koloniaal—met ’n koloniaal!… Zóó iemand kàn je toch niet beleedigen.…Dokter.Iets met ’t meisje of de zuster van dien kerel—’t ware weet ’k niet—is hijzelf waarschijnlijk glad vergeten.… Wanneer kan ’t geweest zijn?… Negentig.… Een-en-negentig.… Om en om vijftien, zestien, zeventien jaar—’k kan ’r geen slag in slaan.… Doet ’r ook niet toe.… Hij werd van de corpslijst geschrapt.… Misschien studeerde-ie anders nog, hahaha!… Ja, Dolf en ik hebben mekaar in die dagen meer dan goed gekend—later ook nog wel, maar nooit meer zóó, zoo heerlijk, onbezorgd.… Jammer van den vent.… ’n Hart van goud—’n wilde rakker—’n bandiet.… Als-ie niet zoo vroeg z’n vader verloren had, niet zoo vlug de beschikking over z’n erfdeel gekregen,[132]zou-ie iémand—iémand geworden zijn.… Zeldzame kop.… ’t Was toen—alweer toen—’n lust om ’m te hooren, als-ie op dreef was.… ’n Vernuft, ’n géést.… En nou!… En nou!… ’k Zou ’m z’n mantel kunnen uitvegen, dat-ie met geen drie, vier telegrammen te bereiken is, dat-ie geen adres achterlaat, terwijl z’n moeder doorloopend ziekelijk is.—Tot zelfs die eerste-klasse-dame van ’m hebben we geseind.… Valt me verbazend tegen. Verbazend. ’r Eenige zoon in leven.… Uw papa is betrekkelijk vroeg gestorven, niet waar?…Charles.Toen ik twee was.…Dokter.Dan zult u wel geen voorraad herinneringen aan ’m hebben?…Charles(koel).Nee—in geen enkel opzicht.Dokter.En uw mama?Charles.…Kort na de kraam(gewild).Rookt u ’n sigaret mee—de balkondeuren staan open.… Of heeft u er bezwaar tegen?Dokter.Bezwaar, nee—als u bij ’t balkon blijft. Pardon, ik zal ’r geen gebruik van maken.…Charles.Bijzondere avond.… Geen rimpel op zee.… ’n Idylle.… ’k Zou ’t persoonlijk geen week aan zee uithouden.… Parijs.… London.… De groote stedenà la bonne heure.… Dat eeuwige water vind ’kassommant!Dokter(na een drukkende stilte).Ik heb in de twee maanden, dat ik het genoegen heb over de Stichting[133]van uw grootmama te gaan, buitengewoon respect voor haar gekregen.…Charles.Ja—ja.…Dokter.En u houdt zeker véel van haar—me dunkt ’n vrouw met dàt hart moet meer dan vader en moeder sámen voor u geweest zijn?…Charles.Natuurlijk. Natuurlijk.Dokter.Ze dweept met kinderen. Ieder bezoek aan de Stichting is ’n feest!(een stilte).Had u geen idee te studeeren?Charles.Heelemaal niet—twee jaar na de kostschool ben ’k getrouwd.…Dokter.Zoo jong?Charles.Zoo jong. ’k Zal den kelner nog eens schellen. Dat is ’n ongemeene bediening.(Gelijk verschijnt de kelner met de flesch in een koelemmer).Móést dat zoo lang duren?… De dokter zei toch dat afkoelen niet noodig was?Kelner.De gewoonte van ’t huis, meneer—niet gefrapeerd.…Charles.…’t Is goed—hou je mond(hem belettend in te schenken).Dicht laten.… Doen we zelf(kelner af).De ezel!… Een, twee, drie glazen—of ’r gespeecht zal worden.… Laat me u helpen, dokter.… Draagt u ’t alleen?Dokter.Gaat best. Als u de deuren even zacht openschuift—schuiven—niet duwen. Merci.[134]

Zesde Tooneel.Charles, Dokter, Hope.Dokter(duwt de schuifdeuren dicht).Dat is voor u ’n heele reis geweest, meneer Van Walden.…[129]Charles.Ja, ja—gelooft u nòg, dat grootmama …?Dokter.Alles is mogelijk.—’t Is zulk ’n verbazend krasse vrouw, dat ik me na de tweede injectie aan geen voorspellingen wagen durf.… Ze praat met ’n bedriegelijke opgewektheid.… Maar … Maar.… Als ze ’r deze keer bovenop komt, blijft de toestand bijzonder précair—bijzonder. De geringste complicatie, de kleinste stoornis, niet waar?… In ieder geval is ’t uitnemend dat u er tenminste is. En ’k zou willen adviseeren de eerste dagen in de directe nabijheid te blijven.…Charles.Als ik dus wel begrijp is ’t ergste gevaar geweken?Dokter.Nee—volstrekt niet—in de verste verte niet. Bij ’n hartaandoening van dien aard en op dien leeftijd en met zulke ontrustende aanvallen van bewusteloosheid, is ’t de plicht van de naaste familieleden op hun qui-vive te zijn. Toen we u seinden, was ’t mijn innige overtuiging, dat u telaat zou komen(met verheffing).Dolf handelt—als ik ’t.…Charles.Dolf?… Kènt u.…Dokter.Of ’k Dolf ken?… Hahaha!—hij heeft me helpen ontgroenen.…Charles.Ontgroenen?…Dokter.Weet u niet, dat uw oom—hij is toch uw óóm?…Charles.Natuurlijk.[130]Dokter.Dat-ie vier, vijf jaar college geloopen heeft—dat wil zeggen: had behooren te loopen—’k taxeer ’m op nog geen vòlgeschreven dictaatcahier! Toen ik van ’t gymnasium kwam, had Dolf al minstens vier jaar ge—ge—ja wat feitelijk ge—ge …? Gedit, gedat, gefuifd, gekroegjoold, ge …Charles.…Boemeld.…Dokter.Geboemeld, ’t juiste woord in volgorde—letterlijk alles had-ie als corpslid ge—ge—gedaan—alleen niet gestudeerd. Toen-ie gesjeesd werd.…Charles(na zacht geklop).Binnen!(tot den kelner, die enkel koffie brengt).En de Moët?Kelner.En deux secondes monsieur.… J’ai.…Dokter.Spreek jij geen Hollandsch, vrindje?Kelner.Oui monsieur.…Dokter.Doe dat dan—flauwe kunsten!Kelner.De champagne wordt koel gemaakt.Dokter.Heelemaal niet noodig.… We wachten ’r op(Kelner af).Dat’s nou misschien ’n jongen uit(imiteert Fransch)uit Leeuwarden, uit Hontenissen, hahaha!… Waar was ’k gebleven? Wat wou ’k.…Charles.Toen oom gesjeesd werd, zei u.… Drinkt u ’n kop mee, dokter?Dokter.Dank u.… Toen—vertel ’ns ’n historie zonder ’n dozijn toen’s!—toen-ie gesjeesd werd[131]—om ’n dolle geschiedenis—’n schandaaltje, als je ’t zoo noemen wil.…Charles(rustig drinkend).Om ’n vrouw natuurlijk!Dokter.Spreekt van zelf.… Als ’k me goed herinner—’t geheugen is m’nforteniet—alweer zoo’n Fransch woord!—had-ie ’n vechtpartij op klaarlichten dag met den een of anderen kerel, ’n koloniaal of zoo iets, dien-ie behoorlijk toetakelde.… Met groote moeite werd ’t gesust—’n sisser van ’n week of twee brommen—en ’n paar honderd gulden fooi.…Charles.Daar wist ik hoegenaamd niets van(glimlachend).Verwonderen doet ’t me niet.… Hoe is ’t mogelijk—op klaarlichten dag—en met ’n koloniaal—met ’n koloniaal!… Zóó iemand kàn je toch niet beleedigen.…Dokter.Iets met ’t meisje of de zuster van dien kerel—’t ware weet ’k niet—is hijzelf waarschijnlijk glad vergeten.… Wanneer kan ’t geweest zijn?… Negentig.… Een-en-negentig.… Om en om vijftien, zestien, zeventien jaar—’k kan ’r geen slag in slaan.… Doet ’r ook niet toe.… Hij werd van de corpslijst geschrapt.… Misschien studeerde-ie anders nog, hahaha!… Ja, Dolf en ik hebben mekaar in die dagen meer dan goed gekend—later ook nog wel, maar nooit meer zóó, zoo heerlijk, onbezorgd.… Jammer van den vent.… ’n Hart van goud—’n wilde rakker—’n bandiet.… Als-ie niet zoo vroeg z’n vader verloren had, niet zoo vlug de beschikking over z’n erfdeel gekregen,[132]zou-ie iémand—iémand geworden zijn.… Zeldzame kop.… ’t Was toen—alweer toen—’n lust om ’m te hooren, als-ie op dreef was.… ’n Vernuft, ’n géést.… En nou!… En nou!… ’k Zou ’m z’n mantel kunnen uitvegen, dat-ie met geen drie, vier telegrammen te bereiken is, dat-ie geen adres achterlaat, terwijl z’n moeder doorloopend ziekelijk is.—Tot zelfs die eerste-klasse-dame van ’m hebben we geseind.… Valt me verbazend tegen. Verbazend. ’r Eenige zoon in leven.… Uw papa is betrekkelijk vroeg gestorven, niet waar?…Charles.Toen ik twee was.…Dokter.Dan zult u wel geen voorraad herinneringen aan ’m hebben?…Charles(koel).Nee—in geen enkel opzicht.Dokter.En uw mama?Charles.…Kort na de kraam(gewild).Rookt u ’n sigaret mee—de balkondeuren staan open.… Of heeft u er bezwaar tegen?Dokter.Bezwaar, nee—als u bij ’t balkon blijft. Pardon, ik zal ’r geen gebruik van maken.…Charles.Bijzondere avond.… Geen rimpel op zee.… ’n Idylle.… ’k Zou ’t persoonlijk geen week aan zee uithouden.… Parijs.… London.… De groote stedenà la bonne heure.… Dat eeuwige water vind ’kassommant!Dokter(na een drukkende stilte).Ik heb in de twee maanden, dat ik het genoegen heb over de Stichting[133]van uw grootmama te gaan, buitengewoon respect voor haar gekregen.…Charles.Ja—ja.…Dokter.En u houdt zeker véel van haar—me dunkt ’n vrouw met dàt hart moet meer dan vader en moeder sámen voor u geweest zijn?…Charles.Natuurlijk. Natuurlijk.Dokter.Ze dweept met kinderen. Ieder bezoek aan de Stichting is ’n feest!(een stilte).Had u geen idee te studeeren?Charles.Heelemaal niet—twee jaar na de kostschool ben ’k getrouwd.…Dokter.Zoo jong?Charles.Zoo jong. ’k Zal den kelner nog eens schellen. Dat is ’n ongemeene bediening.(Gelijk verschijnt de kelner met de flesch in een koelemmer).Móést dat zoo lang duren?… De dokter zei toch dat afkoelen niet noodig was?Kelner.De gewoonte van ’t huis, meneer—niet gefrapeerd.…Charles.…’t Is goed—hou je mond(hem belettend in te schenken).Dicht laten.… Doen we zelf(kelner af).De ezel!… Een, twee, drie glazen—of ’r gespeecht zal worden.… Laat me u helpen, dokter.… Draagt u ’t alleen?Dokter.Gaat best. Als u de deuren even zacht openschuift—schuiven—niet duwen. Merci.[134]

Charles, Dokter, Hope.

Dokter(duwt de schuifdeuren dicht).Dat is voor u ’n heele reis geweest, meneer Van Walden.…

Dokter(duwt de schuifdeuren dicht).Dat is voor u ’n heele reis geweest, meneer Van Walden.…

[129]

Charles.Ja, ja—gelooft u nòg, dat grootmama …?

Charles.Ja, ja—gelooft u nòg, dat grootmama …?

Dokter.Alles is mogelijk.—’t Is zulk ’n verbazend krasse vrouw, dat ik me na de tweede injectie aan geen voorspellingen wagen durf.… Ze praat met ’n bedriegelijke opgewektheid.… Maar … Maar.… Als ze ’r deze keer bovenop komt, blijft de toestand bijzonder précair—bijzonder. De geringste complicatie, de kleinste stoornis, niet waar?… In ieder geval is ’t uitnemend dat u er tenminste is. En ’k zou willen adviseeren de eerste dagen in de directe nabijheid te blijven.…

Dokter.Alles is mogelijk.—’t Is zulk ’n verbazend krasse vrouw, dat ik me na de tweede injectie aan geen voorspellingen wagen durf.… Ze praat met ’n bedriegelijke opgewektheid.… Maar … Maar.… Als ze ’r deze keer bovenop komt, blijft de toestand bijzonder précair—bijzonder. De geringste complicatie, de kleinste stoornis, niet waar?… In ieder geval is ’t uitnemend dat u er tenminste is. En ’k zou willen adviseeren de eerste dagen in de directe nabijheid te blijven.…

Charles.Als ik dus wel begrijp is ’t ergste gevaar geweken?

Charles.Als ik dus wel begrijp is ’t ergste gevaar geweken?

Dokter.Nee—volstrekt niet—in de verste verte niet. Bij ’n hartaandoening van dien aard en op dien leeftijd en met zulke ontrustende aanvallen van bewusteloosheid, is ’t de plicht van de naaste familieleden op hun qui-vive te zijn. Toen we u seinden, was ’t mijn innige overtuiging, dat u telaat zou komen(met verheffing).Dolf handelt—als ik ’t.…

Dokter.Nee—volstrekt niet—in de verste verte niet. Bij ’n hartaandoening van dien aard en op dien leeftijd en met zulke ontrustende aanvallen van bewusteloosheid, is ’t de plicht van de naaste familieleden op hun qui-vive te zijn. Toen we u seinden, was ’t mijn innige overtuiging, dat u telaat zou komen(met verheffing).Dolf handelt—als ik ’t.…

Charles.Dolf?… Kènt u.…

Charles.Dolf?… Kènt u.…

Dokter.Of ’k Dolf ken?… Hahaha!—hij heeft me helpen ontgroenen.…

Dokter.Of ’k Dolf ken?… Hahaha!—hij heeft me helpen ontgroenen.…

Charles.Ontgroenen?…

Charles.Ontgroenen?…

Dokter.Weet u niet, dat uw oom—hij is toch uw óóm?…

Dokter.Weet u niet, dat uw oom—hij is toch uw óóm?…

Charles.Natuurlijk.

Charles.Natuurlijk.

[130]

Dokter.Dat-ie vier, vijf jaar college geloopen heeft—dat wil zeggen: had behooren te loopen—’k taxeer ’m op nog geen vòlgeschreven dictaatcahier! Toen ik van ’t gymnasium kwam, had Dolf al minstens vier jaar ge—ge—ja wat feitelijk ge—ge …? Gedit, gedat, gefuifd, gekroegjoold, ge …

Dokter.Dat-ie vier, vijf jaar college geloopen heeft—dat wil zeggen: had behooren te loopen—’k taxeer ’m op nog geen vòlgeschreven dictaatcahier! Toen ik van ’t gymnasium kwam, had Dolf al minstens vier jaar ge—ge—ja wat feitelijk ge—ge …? Gedit, gedat, gefuifd, gekroegjoold, ge …

Charles.…Boemeld.…

Charles.…Boemeld.…

Dokter.Geboemeld, ’t juiste woord in volgorde—letterlijk alles had-ie als corpslid ge—ge—gedaan—alleen niet gestudeerd. Toen-ie gesjeesd werd.…

Dokter.Geboemeld, ’t juiste woord in volgorde—letterlijk alles had-ie als corpslid ge—ge—gedaan—alleen niet gestudeerd. Toen-ie gesjeesd werd.…

Charles(na zacht geklop).Binnen!(tot den kelner, die enkel koffie brengt).En de Moët?

Charles(na zacht geklop).Binnen!(tot den kelner, die enkel koffie brengt).En de Moët?

Kelner.En deux secondes monsieur.… J’ai.…

Kelner.En deux secondes monsieur.… J’ai.…

Dokter.Spreek jij geen Hollandsch, vrindje?

Dokter.Spreek jij geen Hollandsch, vrindje?

Kelner.Oui monsieur.…

Kelner.Oui monsieur.…

Dokter.Doe dat dan—flauwe kunsten!

Dokter.Doe dat dan—flauwe kunsten!

Kelner.De champagne wordt koel gemaakt.

Kelner.De champagne wordt koel gemaakt.

Dokter.Heelemaal niet noodig.… We wachten ’r op(Kelner af).Dat’s nou misschien ’n jongen uit(imiteert Fransch)uit Leeuwarden, uit Hontenissen, hahaha!… Waar was ’k gebleven? Wat wou ’k.…

Dokter.Heelemaal niet noodig.… We wachten ’r op(Kelner af).Dat’s nou misschien ’n jongen uit(imiteert Fransch)uit Leeuwarden, uit Hontenissen, hahaha!… Waar was ’k gebleven? Wat wou ’k.…

Charles.Toen oom gesjeesd werd, zei u.… Drinkt u ’n kop mee, dokter?

Charles.Toen oom gesjeesd werd, zei u.… Drinkt u ’n kop mee, dokter?

Dokter.Dank u.… Toen—vertel ’ns ’n historie zonder ’n dozijn toen’s!—toen-ie gesjeesd werd[131]—om ’n dolle geschiedenis—’n schandaaltje, als je ’t zoo noemen wil.…

Dokter.Dank u.… Toen—vertel ’ns ’n historie zonder ’n dozijn toen’s!—toen-ie gesjeesd werd[131]—om ’n dolle geschiedenis—’n schandaaltje, als je ’t zoo noemen wil.…

Charles(rustig drinkend).Om ’n vrouw natuurlijk!

Charles(rustig drinkend).Om ’n vrouw natuurlijk!

Dokter.Spreekt van zelf.… Als ’k me goed herinner—’t geheugen is m’nforteniet—alweer zoo’n Fransch woord!—had-ie ’n vechtpartij op klaarlichten dag met den een of anderen kerel, ’n koloniaal of zoo iets, dien-ie behoorlijk toetakelde.… Met groote moeite werd ’t gesust—’n sisser van ’n week of twee brommen—en ’n paar honderd gulden fooi.…

Dokter.Spreekt van zelf.… Als ’k me goed herinner—’t geheugen is m’nforteniet—alweer zoo’n Fransch woord!—had-ie ’n vechtpartij op klaarlichten dag met den een of anderen kerel, ’n koloniaal of zoo iets, dien-ie behoorlijk toetakelde.… Met groote moeite werd ’t gesust—’n sisser van ’n week of twee brommen—en ’n paar honderd gulden fooi.…

Charles.Daar wist ik hoegenaamd niets van(glimlachend).Verwonderen doet ’t me niet.… Hoe is ’t mogelijk—op klaarlichten dag—en met ’n koloniaal—met ’n koloniaal!… Zóó iemand kàn je toch niet beleedigen.…

Charles.Daar wist ik hoegenaamd niets van(glimlachend).Verwonderen doet ’t me niet.… Hoe is ’t mogelijk—op klaarlichten dag—en met ’n koloniaal—met ’n koloniaal!… Zóó iemand kàn je toch niet beleedigen.…

Dokter.Iets met ’t meisje of de zuster van dien kerel—’t ware weet ’k niet—is hijzelf waarschijnlijk glad vergeten.… Wanneer kan ’t geweest zijn?… Negentig.… Een-en-negentig.… Om en om vijftien, zestien, zeventien jaar—’k kan ’r geen slag in slaan.… Doet ’r ook niet toe.… Hij werd van de corpslijst geschrapt.… Misschien studeerde-ie anders nog, hahaha!… Ja, Dolf en ik hebben mekaar in die dagen meer dan goed gekend—later ook nog wel, maar nooit meer zóó, zoo heerlijk, onbezorgd.… Jammer van den vent.… ’n Hart van goud—’n wilde rakker—’n bandiet.… Als-ie niet zoo vroeg z’n vader verloren had, niet zoo vlug de beschikking over z’n erfdeel gekregen,[132]zou-ie iémand—iémand geworden zijn.… Zeldzame kop.… ’t Was toen—alweer toen—’n lust om ’m te hooren, als-ie op dreef was.… ’n Vernuft, ’n géést.… En nou!… En nou!… ’k Zou ’m z’n mantel kunnen uitvegen, dat-ie met geen drie, vier telegrammen te bereiken is, dat-ie geen adres achterlaat, terwijl z’n moeder doorloopend ziekelijk is.—Tot zelfs die eerste-klasse-dame van ’m hebben we geseind.… Valt me verbazend tegen. Verbazend. ’r Eenige zoon in leven.… Uw papa is betrekkelijk vroeg gestorven, niet waar?…

Dokter.Iets met ’t meisje of de zuster van dien kerel—’t ware weet ’k niet—is hijzelf waarschijnlijk glad vergeten.… Wanneer kan ’t geweest zijn?… Negentig.… Een-en-negentig.… Om en om vijftien, zestien, zeventien jaar—’k kan ’r geen slag in slaan.… Doet ’r ook niet toe.… Hij werd van de corpslijst geschrapt.… Misschien studeerde-ie anders nog, hahaha!… Ja, Dolf en ik hebben mekaar in die dagen meer dan goed gekend—later ook nog wel, maar nooit meer zóó, zoo heerlijk, onbezorgd.… Jammer van den vent.… ’n Hart van goud—’n wilde rakker—’n bandiet.… Als-ie niet zoo vroeg z’n vader verloren had, niet zoo vlug de beschikking over z’n erfdeel gekregen,[132]zou-ie iémand—iémand geworden zijn.… Zeldzame kop.… ’t Was toen—alweer toen—’n lust om ’m te hooren, als-ie op dreef was.… ’n Vernuft, ’n géést.… En nou!… En nou!… ’k Zou ’m z’n mantel kunnen uitvegen, dat-ie met geen drie, vier telegrammen te bereiken is, dat-ie geen adres achterlaat, terwijl z’n moeder doorloopend ziekelijk is.—Tot zelfs die eerste-klasse-dame van ’m hebben we geseind.… Valt me verbazend tegen. Verbazend. ’r Eenige zoon in leven.… Uw papa is betrekkelijk vroeg gestorven, niet waar?…

Charles.Toen ik twee was.…

Charles.Toen ik twee was.…

Dokter.Dan zult u wel geen voorraad herinneringen aan ’m hebben?…

Dokter.Dan zult u wel geen voorraad herinneringen aan ’m hebben?…

Charles(koel).Nee—in geen enkel opzicht.

Charles(koel).Nee—in geen enkel opzicht.

Dokter.En uw mama?

Dokter.En uw mama?

Charles.…Kort na de kraam(gewild).Rookt u ’n sigaret mee—de balkondeuren staan open.… Of heeft u er bezwaar tegen?

Charles.…Kort na de kraam(gewild).Rookt u ’n sigaret mee—de balkondeuren staan open.… Of heeft u er bezwaar tegen?

Dokter.Bezwaar, nee—als u bij ’t balkon blijft. Pardon, ik zal ’r geen gebruik van maken.…

Dokter.Bezwaar, nee—als u bij ’t balkon blijft. Pardon, ik zal ’r geen gebruik van maken.…

Charles.Bijzondere avond.… Geen rimpel op zee.… ’n Idylle.… ’k Zou ’t persoonlijk geen week aan zee uithouden.… Parijs.… London.… De groote stedenà la bonne heure.… Dat eeuwige water vind ’kassommant!

Charles.Bijzondere avond.… Geen rimpel op zee.… ’n Idylle.… ’k Zou ’t persoonlijk geen week aan zee uithouden.… Parijs.… London.… De groote stedenà la bonne heure.… Dat eeuwige water vind ’kassommant!

Dokter(na een drukkende stilte).Ik heb in de twee maanden, dat ik het genoegen heb over de Stichting[133]van uw grootmama te gaan, buitengewoon respect voor haar gekregen.…

Dokter(na een drukkende stilte).Ik heb in de twee maanden, dat ik het genoegen heb over de Stichting[133]van uw grootmama te gaan, buitengewoon respect voor haar gekregen.…

Charles.Ja—ja.…

Charles.Ja—ja.…

Dokter.En u houdt zeker véel van haar—me dunkt ’n vrouw met dàt hart moet meer dan vader en moeder sámen voor u geweest zijn?…

Dokter.En u houdt zeker véel van haar—me dunkt ’n vrouw met dàt hart moet meer dan vader en moeder sámen voor u geweest zijn?…

Charles.Natuurlijk. Natuurlijk.

Charles.Natuurlijk. Natuurlijk.

Dokter.Ze dweept met kinderen. Ieder bezoek aan de Stichting is ’n feest!(een stilte).Had u geen idee te studeeren?

Dokter.Ze dweept met kinderen. Ieder bezoek aan de Stichting is ’n feest!(een stilte).Had u geen idee te studeeren?

Charles.Heelemaal niet—twee jaar na de kostschool ben ’k getrouwd.…

Charles.Heelemaal niet—twee jaar na de kostschool ben ’k getrouwd.…

Dokter.Zoo jong?

Dokter.Zoo jong?

Charles.Zoo jong. ’k Zal den kelner nog eens schellen. Dat is ’n ongemeene bediening.(Gelijk verschijnt de kelner met de flesch in een koelemmer).Móést dat zoo lang duren?… De dokter zei toch dat afkoelen niet noodig was?

Charles.Zoo jong. ’k Zal den kelner nog eens schellen. Dat is ’n ongemeene bediening.(Gelijk verschijnt de kelner met de flesch in een koelemmer).Móést dat zoo lang duren?… De dokter zei toch dat afkoelen niet noodig was?

Kelner.De gewoonte van ’t huis, meneer—niet gefrapeerd.…

Kelner.De gewoonte van ’t huis, meneer—niet gefrapeerd.…

Charles.…’t Is goed—hou je mond(hem belettend in te schenken).Dicht laten.… Doen we zelf(kelner af).De ezel!… Een, twee, drie glazen—of ’r gespeecht zal worden.… Laat me u helpen, dokter.… Draagt u ’t alleen?

Charles.…’t Is goed—hou je mond(hem belettend in te schenken).Dicht laten.… Doen we zelf(kelner af).De ezel!… Een, twee, drie glazen—of ’r gespeecht zal worden.… Laat me u helpen, dokter.… Draagt u ’t alleen?

Dokter.Gaat best. Als u de deuren even zacht openschuift—schuiven—niet duwen. Merci.

Dokter.Gaat best. Als u de deuren even zacht openschuift—schuiven—niet duwen. Merci.

[134]

[Inhoud]Zevende tooneel.Charles, Dolf.Dolf(robuste man, ongeveer veertig, blonde volbaard—jachtkostuum—bloemruiker in de hand—praat tot den kelner buiten).Als ’r geen kamer is, dan maak je d’r een. Wat zeg-je … Enkel ’n badkamer? Dan ’n badkamer! En de rommel uit de auto naar boven halen.… Ja, ja.… Goed!(tot Charles).Wel wat drommel.…(Charles wijst naar de portières).Heb jij geseind?… ’t Is toch niet.…(Charles ontkent).Dat is ’n pak van me hart.… We hebben over de tachtig kilometer geloopen.… Midden op den weg oponthoud—’n boerekar, die natuurlijk verkeerd uitweek in ’n sloot gerejen—scheelde geen haar of we hadden met de auto ’nsaut périlleuxgemaakt.… Of de kaffers ’t ’r om doen, om doen!… Hoe is ’t met mama?… Meer angst dan ziekte, zooals de laatste maal?… Of.…Charles.Ze moet op ’t oogenblik weer heel opgewekt zijn. De dokter is juist bij ’r—ik ben nog geen uur geleden van Trouville binnen komen vallen.Dolf.Was dat telegram, aan Snip geadresseerd, van jou?… Verbazend handige inval! M’n compliment. Anders was ’k mogelijk nog bij Beelaart op de jacht!Charles.Snip?… Snip?… Ik heb niet getelegrafeerd, omdat ’k pas zèlf gearriveerd ben—en Snip—Snip? Wie is dat, als ’k vragen mag?Dolf.Snip.… Madame Lebeau.…[135]Charles.O. Wist niet dat die juffrouw ’n zoo gedistingeerden bijnaam.… Hope heeft u aan dat gerenommeerd adres ’n laatst telegram gestuurd—op de andere kreeg ze gister en eergister geen antwoord …Dolf(eenigszins ontstemd).Hope?… Hope?… Is Hope hier?… Bij mama?Charles.Verwondert u dat?Dolf.Och nee. En och ja. ’k Weet ’t niet(loopt een weinig geprikkeld op en neer).Dat heb jij ’r toch niet?Charles.Ik begrijp niet wat u bèdoelt.…Dolf.Of jij.… Doet ’r niet toe.… Geef me ’n sigaret. ’k Ben wee van honger.… Me geen tijd gegund te dineeren. Merci.… M’n handen trillen nog van den stuurstang(lucifer aannemend).Merci(zakt in den stoel voor het raam).’k Dacht waarachtig, dat ’t deze keer.… ’k Zou ’r enorm spijt van gehad hebben.… Want al ben ’k ’n dozijnmaal, op de ongelegenste momenten opgeschrikt—niet waar?—al is ’t goddank—geloof jìj an zoo’n sinjeur daar boven?—ik niet!—al is ’t goddank telkens met ’n sisser afgeloopen—één keer moet ’t gebeuren—en dan zou ’t meer dan beroerd zijn, als je die oogen voor goed gesloten vond.… Duurt ’t nog lang daarbinnen?… Kan ’k kloppen?…Charles.Ze zullen wel dadelijk komen.Dolf.Ze?… Ze?… O ja.… Attent van die kleine Hope. Dus diè heeft Snip, Snipje, ’n dépêche gezonden.… Charley, boy, ik geloof.…[136]Charles.U gelooft?…Dolf.Niemendal. Niemendal. ’k Geloof heelemaal niet—zei ’k straks al.… Kan ’k me handen ergens wasschen?… ’t Bloed van de patrijzen—heele koppels hebben we onder schot gekregen—ja waarachtig!—kleeft ’r nog an—zoo gehaast als ’k in de auto van Beelaart gesprongen ben, toen de manke boschwachter op ’n fiets—dat had je moeten zien—een kruk zoo en een zoo—me de boodschap van Snipje kwam brengen.—Is hier geen waschgelegenheid?…Charles.Hiernaast op 59—de kamer van Hope.…Dolf.De kamer van Hope?… Nee.… Wetboek van Strafrecht, artikel—artikel.… Nou welk artikel?Charles(lachend).Begrijp u niet.…Dolf.Dat ’s de tweede maal, dat ’k voor jou te diepzinnig ga(werpt de sigaret uit ’t raam).Deugen niet—die papieren dingen van de régie.… Heb je Suus meegebracht?Charles.Nee. Ze—ze kon niet zoo op slag mee.Dolf.Hoe laat ben je uit Trouville vertrokken?Charles.Vannacht—ja vannacht.…Dolf(glimlachend).Je zegt dat of je ’t zelf niet precies weet.… Maakt de kleine Ninette ’t goed?Charles.Uitstekend.Dolf.De bronchitis heelemaal weg?[137]Charles.Totaal. En gelukkig. Als dat kind wat overkomen was.…Dolf.Dan?Charles.Nou dan niets—u kunt u voorstellen—of misschien ook niet—hoe je van zoo’n baby houdt.… Ik dweep met ’t goudkopje(een portretje uit z’n portefeuille nemend).Dat is ’t laatste kiekje aan ’t strand van Trouville(kust het).Als ’t u interesseert(reikt het over).Dolf.Pretendeert dat de een of andere nuance van hatelijkheid—„als ’t u interesseert”—omdat ik deze maanden.…Charles(glimlachend).Laten we zeggen ’t heele jaar—van af Nieuwjaar.…Dolf(knikkend).Van af Nieuwjaar—merkwaardig geheugen heb jij!—geen gelegenheid heb kunnen vinden?… Charley, boy: waar ik bezoeken afleg, letterlijk waar, krijg ik verwijten.… Prachtig snuitje.… Ik kom honderd jaar tekort.… Precies je vrouw.… De dagen vliegen, de weken raken zoek, de maanden trek ’k met mudjes van den kalender.… Ja, daar zul je plezier van hebben.… Mooi kind.… Leuk kind.… Mag ik ’t bij me steken?Charles.’k Heb ’r maar één. En dan, beste oom—wat moet ù met ’n portretje?Dolf.Wat ik met portretten moet? ’n Half dozijn draag ’k ’r bij me …(in z’n binnenzak tastend—dan[138]aarzelend).Nee. Je heb gelijk. Merci(reikt het over).Heb je Suze daar ook?Charles.M’n vrouw—nee. Of misschien hier …(doorzoekt de portefeuille).Nee. Zeker verlegd(in de slaapkamer weerklinkt gelach).We behoeven ons voorloopig niet ongerust te maken, oom—zoolang ze in dié stemming zijn.…Dolf.Tant mieux!(staat op, klopt zachtjes).

Zevende tooneel.Charles, Dolf.Dolf(robuste man, ongeveer veertig, blonde volbaard—jachtkostuum—bloemruiker in de hand—praat tot den kelner buiten).Als ’r geen kamer is, dan maak je d’r een. Wat zeg-je … Enkel ’n badkamer? Dan ’n badkamer! En de rommel uit de auto naar boven halen.… Ja, ja.… Goed!(tot Charles).Wel wat drommel.…(Charles wijst naar de portières).Heb jij geseind?… ’t Is toch niet.…(Charles ontkent).Dat is ’n pak van me hart.… We hebben over de tachtig kilometer geloopen.… Midden op den weg oponthoud—’n boerekar, die natuurlijk verkeerd uitweek in ’n sloot gerejen—scheelde geen haar of we hadden met de auto ’nsaut périlleuxgemaakt.… Of de kaffers ’t ’r om doen, om doen!… Hoe is ’t met mama?… Meer angst dan ziekte, zooals de laatste maal?… Of.…Charles.Ze moet op ’t oogenblik weer heel opgewekt zijn. De dokter is juist bij ’r—ik ben nog geen uur geleden van Trouville binnen komen vallen.Dolf.Was dat telegram, aan Snip geadresseerd, van jou?… Verbazend handige inval! M’n compliment. Anders was ’k mogelijk nog bij Beelaart op de jacht!Charles.Snip?… Snip?… Ik heb niet getelegrafeerd, omdat ’k pas zèlf gearriveerd ben—en Snip—Snip? Wie is dat, als ’k vragen mag?Dolf.Snip.… Madame Lebeau.…[135]Charles.O. Wist niet dat die juffrouw ’n zoo gedistingeerden bijnaam.… Hope heeft u aan dat gerenommeerd adres ’n laatst telegram gestuurd—op de andere kreeg ze gister en eergister geen antwoord …Dolf(eenigszins ontstemd).Hope?… Hope?… Is Hope hier?… Bij mama?Charles.Verwondert u dat?Dolf.Och nee. En och ja. ’k Weet ’t niet(loopt een weinig geprikkeld op en neer).Dat heb jij ’r toch niet?Charles.Ik begrijp niet wat u bèdoelt.…Dolf.Of jij.… Doet ’r niet toe.… Geef me ’n sigaret. ’k Ben wee van honger.… Me geen tijd gegund te dineeren. Merci.… M’n handen trillen nog van den stuurstang(lucifer aannemend).Merci(zakt in den stoel voor het raam).’k Dacht waarachtig, dat ’t deze keer.… ’k Zou ’r enorm spijt van gehad hebben.… Want al ben ’k ’n dozijnmaal, op de ongelegenste momenten opgeschrikt—niet waar?—al is ’t goddank—geloof jìj an zoo’n sinjeur daar boven?—ik niet!—al is ’t goddank telkens met ’n sisser afgeloopen—één keer moet ’t gebeuren—en dan zou ’t meer dan beroerd zijn, als je die oogen voor goed gesloten vond.… Duurt ’t nog lang daarbinnen?… Kan ’k kloppen?…Charles.Ze zullen wel dadelijk komen.Dolf.Ze?… Ze?… O ja.… Attent van die kleine Hope. Dus diè heeft Snip, Snipje, ’n dépêche gezonden.… Charley, boy, ik geloof.…[136]Charles.U gelooft?…Dolf.Niemendal. Niemendal. ’k Geloof heelemaal niet—zei ’k straks al.… Kan ’k me handen ergens wasschen?… ’t Bloed van de patrijzen—heele koppels hebben we onder schot gekregen—ja waarachtig!—kleeft ’r nog an—zoo gehaast als ’k in de auto van Beelaart gesprongen ben, toen de manke boschwachter op ’n fiets—dat had je moeten zien—een kruk zoo en een zoo—me de boodschap van Snipje kwam brengen.—Is hier geen waschgelegenheid?…Charles.Hiernaast op 59—de kamer van Hope.…Dolf.De kamer van Hope?… Nee.… Wetboek van Strafrecht, artikel—artikel.… Nou welk artikel?Charles(lachend).Begrijp u niet.…Dolf.Dat ’s de tweede maal, dat ’k voor jou te diepzinnig ga(werpt de sigaret uit ’t raam).Deugen niet—die papieren dingen van de régie.… Heb je Suus meegebracht?Charles.Nee. Ze—ze kon niet zoo op slag mee.Dolf.Hoe laat ben je uit Trouville vertrokken?Charles.Vannacht—ja vannacht.…Dolf(glimlachend).Je zegt dat of je ’t zelf niet precies weet.… Maakt de kleine Ninette ’t goed?Charles.Uitstekend.Dolf.De bronchitis heelemaal weg?[137]Charles.Totaal. En gelukkig. Als dat kind wat overkomen was.…Dolf.Dan?Charles.Nou dan niets—u kunt u voorstellen—of misschien ook niet—hoe je van zoo’n baby houdt.… Ik dweep met ’t goudkopje(een portretje uit z’n portefeuille nemend).Dat is ’t laatste kiekje aan ’t strand van Trouville(kust het).Als ’t u interesseert(reikt het over).Dolf.Pretendeert dat de een of andere nuance van hatelijkheid—„als ’t u interesseert”—omdat ik deze maanden.…Charles(glimlachend).Laten we zeggen ’t heele jaar—van af Nieuwjaar.…Dolf(knikkend).Van af Nieuwjaar—merkwaardig geheugen heb jij!—geen gelegenheid heb kunnen vinden?… Charley, boy: waar ik bezoeken afleg, letterlijk waar, krijg ik verwijten.… Prachtig snuitje.… Ik kom honderd jaar tekort.… Precies je vrouw.… De dagen vliegen, de weken raken zoek, de maanden trek ’k met mudjes van den kalender.… Ja, daar zul je plezier van hebben.… Mooi kind.… Leuk kind.… Mag ik ’t bij me steken?Charles.’k Heb ’r maar één. En dan, beste oom—wat moet ù met ’n portretje?Dolf.Wat ik met portretten moet? ’n Half dozijn draag ’k ’r bij me …(in z’n binnenzak tastend—dan[138]aarzelend).Nee. Je heb gelijk. Merci(reikt het over).Heb je Suze daar ook?Charles.M’n vrouw—nee. Of misschien hier …(doorzoekt de portefeuille).Nee. Zeker verlegd(in de slaapkamer weerklinkt gelach).We behoeven ons voorloopig niet ongerust te maken, oom—zoolang ze in dié stemming zijn.…Dolf.Tant mieux!(staat op, klopt zachtjes).

Charles, Dolf.

Dolf(robuste man, ongeveer veertig, blonde volbaard—jachtkostuum—bloemruiker in de hand—praat tot den kelner buiten).Als ’r geen kamer is, dan maak je d’r een. Wat zeg-je … Enkel ’n badkamer? Dan ’n badkamer! En de rommel uit de auto naar boven halen.… Ja, ja.… Goed!(tot Charles).Wel wat drommel.…(Charles wijst naar de portières).Heb jij geseind?… ’t Is toch niet.…(Charles ontkent).Dat is ’n pak van me hart.… We hebben over de tachtig kilometer geloopen.… Midden op den weg oponthoud—’n boerekar, die natuurlijk verkeerd uitweek in ’n sloot gerejen—scheelde geen haar of we hadden met de auto ’nsaut périlleuxgemaakt.… Of de kaffers ’t ’r om doen, om doen!… Hoe is ’t met mama?… Meer angst dan ziekte, zooals de laatste maal?… Of.…

Dolf(robuste man, ongeveer veertig, blonde volbaard—jachtkostuum—bloemruiker in de hand—praat tot den kelner buiten).Als ’r geen kamer is, dan maak je d’r een. Wat zeg-je … Enkel ’n badkamer? Dan ’n badkamer! En de rommel uit de auto naar boven halen.… Ja, ja.… Goed!(tot Charles).Wel wat drommel.…(Charles wijst naar de portières).Heb jij geseind?… ’t Is toch niet.…(Charles ontkent).Dat is ’n pak van me hart.… We hebben over de tachtig kilometer geloopen.… Midden op den weg oponthoud—’n boerekar, die natuurlijk verkeerd uitweek in ’n sloot gerejen—scheelde geen haar of we hadden met de auto ’nsaut périlleuxgemaakt.… Of de kaffers ’t ’r om doen, om doen!… Hoe is ’t met mama?… Meer angst dan ziekte, zooals de laatste maal?… Of.…

Charles.Ze moet op ’t oogenblik weer heel opgewekt zijn. De dokter is juist bij ’r—ik ben nog geen uur geleden van Trouville binnen komen vallen.

Charles.Ze moet op ’t oogenblik weer heel opgewekt zijn. De dokter is juist bij ’r—ik ben nog geen uur geleden van Trouville binnen komen vallen.

Dolf.Was dat telegram, aan Snip geadresseerd, van jou?… Verbazend handige inval! M’n compliment. Anders was ’k mogelijk nog bij Beelaart op de jacht!

Dolf.Was dat telegram, aan Snip geadresseerd, van jou?… Verbazend handige inval! M’n compliment. Anders was ’k mogelijk nog bij Beelaart op de jacht!

Charles.Snip?… Snip?… Ik heb niet getelegrafeerd, omdat ’k pas zèlf gearriveerd ben—en Snip—Snip? Wie is dat, als ’k vragen mag?

Charles.Snip?… Snip?… Ik heb niet getelegrafeerd, omdat ’k pas zèlf gearriveerd ben—en Snip—Snip? Wie is dat, als ’k vragen mag?

Dolf.Snip.… Madame Lebeau.…

Dolf.Snip.… Madame Lebeau.…

[135]

Charles.O. Wist niet dat die juffrouw ’n zoo gedistingeerden bijnaam.… Hope heeft u aan dat gerenommeerd adres ’n laatst telegram gestuurd—op de andere kreeg ze gister en eergister geen antwoord …

Charles.O. Wist niet dat die juffrouw ’n zoo gedistingeerden bijnaam.… Hope heeft u aan dat gerenommeerd adres ’n laatst telegram gestuurd—op de andere kreeg ze gister en eergister geen antwoord …

Dolf(eenigszins ontstemd).Hope?… Hope?… Is Hope hier?… Bij mama?

Dolf(eenigszins ontstemd).Hope?… Hope?… Is Hope hier?… Bij mama?

Charles.Verwondert u dat?

Charles.Verwondert u dat?

Dolf.Och nee. En och ja. ’k Weet ’t niet(loopt een weinig geprikkeld op en neer).Dat heb jij ’r toch niet?

Dolf.Och nee. En och ja. ’k Weet ’t niet(loopt een weinig geprikkeld op en neer).Dat heb jij ’r toch niet?

Charles.Ik begrijp niet wat u bèdoelt.…

Charles.Ik begrijp niet wat u bèdoelt.…

Dolf.Of jij.… Doet ’r niet toe.… Geef me ’n sigaret. ’k Ben wee van honger.… Me geen tijd gegund te dineeren. Merci.… M’n handen trillen nog van den stuurstang(lucifer aannemend).Merci(zakt in den stoel voor het raam).’k Dacht waarachtig, dat ’t deze keer.… ’k Zou ’r enorm spijt van gehad hebben.… Want al ben ’k ’n dozijnmaal, op de ongelegenste momenten opgeschrikt—niet waar?—al is ’t goddank—geloof jìj an zoo’n sinjeur daar boven?—ik niet!—al is ’t goddank telkens met ’n sisser afgeloopen—één keer moet ’t gebeuren—en dan zou ’t meer dan beroerd zijn, als je die oogen voor goed gesloten vond.… Duurt ’t nog lang daarbinnen?… Kan ’k kloppen?…

Dolf.Of jij.… Doet ’r niet toe.… Geef me ’n sigaret. ’k Ben wee van honger.… Me geen tijd gegund te dineeren. Merci.… M’n handen trillen nog van den stuurstang(lucifer aannemend).Merci(zakt in den stoel voor het raam).’k Dacht waarachtig, dat ’t deze keer.… ’k Zou ’r enorm spijt van gehad hebben.… Want al ben ’k ’n dozijnmaal, op de ongelegenste momenten opgeschrikt—niet waar?—al is ’t goddank—geloof jìj an zoo’n sinjeur daar boven?—ik niet!—al is ’t goddank telkens met ’n sisser afgeloopen—één keer moet ’t gebeuren—en dan zou ’t meer dan beroerd zijn, als je die oogen voor goed gesloten vond.… Duurt ’t nog lang daarbinnen?… Kan ’k kloppen?…

Charles.Ze zullen wel dadelijk komen.

Charles.Ze zullen wel dadelijk komen.

Dolf.Ze?… Ze?… O ja.… Attent van die kleine Hope. Dus diè heeft Snip, Snipje, ’n dépêche gezonden.… Charley, boy, ik geloof.…

Dolf.Ze?… Ze?… O ja.… Attent van die kleine Hope. Dus diè heeft Snip, Snipje, ’n dépêche gezonden.… Charley, boy, ik geloof.…

[136]

Charles.U gelooft?…

Charles.U gelooft?…

Dolf.Niemendal. Niemendal. ’k Geloof heelemaal niet—zei ’k straks al.… Kan ’k me handen ergens wasschen?… ’t Bloed van de patrijzen—heele koppels hebben we onder schot gekregen—ja waarachtig!—kleeft ’r nog an—zoo gehaast als ’k in de auto van Beelaart gesprongen ben, toen de manke boschwachter op ’n fiets—dat had je moeten zien—een kruk zoo en een zoo—me de boodschap van Snipje kwam brengen.—Is hier geen waschgelegenheid?…

Dolf.Niemendal. Niemendal. ’k Geloof heelemaal niet—zei ’k straks al.… Kan ’k me handen ergens wasschen?… ’t Bloed van de patrijzen—heele koppels hebben we onder schot gekregen—ja waarachtig!—kleeft ’r nog an—zoo gehaast als ’k in de auto van Beelaart gesprongen ben, toen de manke boschwachter op ’n fiets—dat had je moeten zien—een kruk zoo en een zoo—me de boodschap van Snipje kwam brengen.—Is hier geen waschgelegenheid?…

Charles.Hiernaast op 59—de kamer van Hope.…

Charles.Hiernaast op 59—de kamer van Hope.…

Dolf.De kamer van Hope?… Nee.… Wetboek van Strafrecht, artikel—artikel.… Nou welk artikel?

Dolf.De kamer van Hope?… Nee.… Wetboek van Strafrecht, artikel—artikel.… Nou welk artikel?

Charles(lachend).Begrijp u niet.…

Charles(lachend).Begrijp u niet.…

Dolf.Dat ’s de tweede maal, dat ’k voor jou te diepzinnig ga(werpt de sigaret uit ’t raam).Deugen niet—die papieren dingen van de régie.… Heb je Suus meegebracht?

Dolf.Dat ’s de tweede maal, dat ’k voor jou te diepzinnig ga(werpt de sigaret uit ’t raam).Deugen niet—die papieren dingen van de régie.… Heb je Suus meegebracht?

Charles.Nee. Ze—ze kon niet zoo op slag mee.

Charles.Nee. Ze—ze kon niet zoo op slag mee.

Dolf.Hoe laat ben je uit Trouville vertrokken?

Dolf.Hoe laat ben je uit Trouville vertrokken?

Charles.Vannacht—ja vannacht.…

Charles.Vannacht—ja vannacht.…

Dolf(glimlachend).Je zegt dat of je ’t zelf niet precies weet.… Maakt de kleine Ninette ’t goed?

Dolf(glimlachend).Je zegt dat of je ’t zelf niet precies weet.… Maakt de kleine Ninette ’t goed?

Charles.Uitstekend.

Charles.Uitstekend.

Dolf.De bronchitis heelemaal weg?

Dolf.De bronchitis heelemaal weg?

[137]

Charles.Totaal. En gelukkig. Als dat kind wat overkomen was.…

Charles.Totaal. En gelukkig. Als dat kind wat overkomen was.…

Dolf.Dan?

Dolf.Dan?

Charles.Nou dan niets—u kunt u voorstellen—of misschien ook niet—hoe je van zoo’n baby houdt.… Ik dweep met ’t goudkopje(een portretje uit z’n portefeuille nemend).Dat is ’t laatste kiekje aan ’t strand van Trouville(kust het).Als ’t u interesseert(reikt het over).

Charles.Nou dan niets—u kunt u voorstellen—of misschien ook niet—hoe je van zoo’n baby houdt.… Ik dweep met ’t goudkopje(een portretje uit z’n portefeuille nemend).Dat is ’t laatste kiekje aan ’t strand van Trouville(kust het).Als ’t u interesseert(reikt het over).

Dolf.Pretendeert dat de een of andere nuance van hatelijkheid—„als ’t u interesseert”—omdat ik deze maanden.…

Dolf.Pretendeert dat de een of andere nuance van hatelijkheid—„als ’t u interesseert”—omdat ik deze maanden.…

Charles(glimlachend).Laten we zeggen ’t heele jaar—van af Nieuwjaar.…

Charles(glimlachend).Laten we zeggen ’t heele jaar—van af Nieuwjaar.…

Dolf(knikkend).Van af Nieuwjaar—merkwaardig geheugen heb jij!—geen gelegenheid heb kunnen vinden?… Charley, boy: waar ik bezoeken afleg, letterlijk waar, krijg ik verwijten.… Prachtig snuitje.… Ik kom honderd jaar tekort.… Precies je vrouw.… De dagen vliegen, de weken raken zoek, de maanden trek ’k met mudjes van den kalender.… Ja, daar zul je plezier van hebben.… Mooi kind.… Leuk kind.… Mag ik ’t bij me steken?

Dolf(knikkend).Van af Nieuwjaar—merkwaardig geheugen heb jij!—geen gelegenheid heb kunnen vinden?… Charley, boy: waar ik bezoeken afleg, letterlijk waar, krijg ik verwijten.… Prachtig snuitje.… Ik kom honderd jaar tekort.… Precies je vrouw.… De dagen vliegen, de weken raken zoek, de maanden trek ’k met mudjes van den kalender.… Ja, daar zul je plezier van hebben.… Mooi kind.… Leuk kind.… Mag ik ’t bij me steken?

Charles.’k Heb ’r maar één. En dan, beste oom—wat moet ù met ’n portretje?

Charles.’k Heb ’r maar één. En dan, beste oom—wat moet ù met ’n portretje?

Dolf.Wat ik met portretten moet? ’n Half dozijn draag ’k ’r bij me …(in z’n binnenzak tastend—dan[138]aarzelend).Nee. Je heb gelijk. Merci(reikt het over).Heb je Suze daar ook?

Dolf.Wat ik met portretten moet? ’n Half dozijn draag ’k ’r bij me …(in z’n binnenzak tastend—dan[138]aarzelend).Nee. Je heb gelijk. Merci(reikt het over).Heb je Suze daar ook?

Charles.M’n vrouw—nee. Of misschien hier …(doorzoekt de portefeuille).Nee. Zeker verlegd(in de slaapkamer weerklinkt gelach).We behoeven ons voorloopig niet ongerust te maken, oom—zoolang ze in dié stemming zijn.…

Charles.M’n vrouw—nee. Of misschien hier …(doorzoekt de portefeuille).Nee. Zeker verlegd(in de slaapkamer weerklinkt gelach).We behoeven ons voorloopig niet ongerust te maken, oom—zoolang ze in dié stemming zijn.…

Dolf.Tant mieux!(staat op, klopt zachtjes).

Dolf.Tant mieux!(staat op, klopt zachtjes).

[Inhoud]Achtste tooneel.Charles, Dolf, De Dokter.Dokter(met de champagne-flesch en het presenteerblad).Sust!… Nee vooral niet binnen!—Dolf?… Meneer Dolf van Walden? Herkent u me niet meer?… Linden.… Jan Linden.…Dolf.Pardon—mogelijk dat.…Dokter(de flesch in den koelemmer stellend).Ik heb uw schoenen nog in ’88, ’89 gepoetst—ik heb op één avond drie snijkoeken moeten slikken, omdat ù zich verbeeldde, dat ik ’n speld binnen had gekregen.… Boven de handschoenenwinkel in de Breestraat—met aan de overzij ’t Stadhuis.Dolf.Ben jij—ben u.… die kleine bleeke Jan, die.… Kerel, ben jij al dokter?(schudt z’n hand)En mama?.… We hebben daar zoo luidruchtig hooren lachen.… Is ’t weer zoover beter, Jan of Linden of dokter.[139]Dokter.Hou je bij Jan, Dolf—dat is de makkelijkste herinnering, niet? Mevrouw van Walden—jongen, jongen, wat ’n damp van de sigaretten—mag heusch niet, meneer—je mama, Dolf—’t doet me verbazend genoegen, je na zooveel jaren weer ’ns te zien—je ben d’r niet minder op geworden, ouwe kameraad!—je mama—ja, ’k dùrf geen meening meer zeggen—bij dat soort hartaandoening blijft ’t tasten.… Eergister en gister en vanmorgen nog, had ’k ’r formeel opgegeven—en nu.… Niemand weet ’t. Niemand. Als ze zich kalm houdt, ’t spreekt vanzelf dat ze ’t bed niet uit mag, bestaat ’r kans—’n heel zwakke kans.… ’t Eenige wat ’k beslist aanraden moet—en wat je gezond verstand je zal ingeven: ook al krabbelt ze weer op—je moet ieder oogenblik te bereiken zijn—versta me wel iéder oogenblik.…Dolf.Jantje—’t zelfde hoor ’k twee jaar lang—je collega die ’r in de stad behandelde, heeft.…Charles.…Ons om ’n haverklap getelefoneerd of geseind.…Dolf.Zooals jij vandaag.…Dokter.Natuurlijk, natuurlijk—maar iedere dag kàn ’t noodlottig zijn. ’t Was hoogst-bedenkelijk—hóógst. En daarstraks, na ’n met moeite gedronken glas champagne, werkte ’r hart weer bijna normaal, liet ze ons schudden van ’t lachen, omdat ze beweerde zóó’n eetlust te hebben, dat ze minstens driemaal ’t menu van de table-d’hôte, telkens van voren af aan, zou kunnen eten. En toen ik zei, dat zoo iets ’n weinig[140]bezwaarlijk moest zijn, antwoordde ze droog, dat ’r overleden man ’t eens tweemaal gedaan had, nà ’n officieel diner, waaraan de koning had aangezeten, en waarbij niemand ’n vollen mond durfde nemen, omdat Zijn Majesteit elkeplatliet passeeren, en alleen ’ncure-dentverlangde, die ’r niet was.…Dolf.Hahaha!… Heel goed!… Maar doe me verder ’t genoegen, Jan—kerel, wat heeft de praktijk jou ’n buikje gegeven!—en praat niet meer over dineeren. Zoo als ’k mama heb gezien, moet ’k met overleg iets uitzoeken—geeuwhonger.…Dokter.Geen tijd gehad?Dolf.Tijd? Tijd?… Twaalf uur per dag, vijf vingers aan elke hand, kom ik tekort. Zou jij even de karaf water van Hope—die kleine attente Hope!—van Hope ’r kamer willen krijgen, Charley?Charles.Om uw handen te wasschen?Dolf.M’n handen wasschen?… Wou je hebben dat ’k dat zoo maar hier?(bootst het na).Charles.O, met ’n glàs?Dolf.Nee, neefje. Voor de bloemetjes.(Charles in de kamer links af).Hoe vindt je ’m, de zoon van m’n broer? Nette jongen, hè?… Wat gesloten—te vroeg getrouwd—drijven van …(tot Charles, die met de karaf terugkeert).Merci—merci! Nee, laat mij ’t liever doen. Zoo—de blaren vallen al af—symbool van de vrouwtjes, Jan—je bewondert ze—je plukt ze—dat wil zeggen: zij plùkken jou,[141]terwijl je ze plukt—en als je ze ’n paar dagen in ’n bezeten stemming bezeten heb—geweldig die echo van woorden, hè?—regent ’t verdorde ideaaltjes—hou je zoo’n ding als dit—en profond négligéover …(werpt lachend ’n stengel uit ’t venster).Dokter.Met je permissie—’t beste laat je schieten—’t stuifmeel, ’t vruchtbeginsel.…Dolf(vroolijk).’r Is niet één beginsel dat voor mij ’n beginsel is—Charley stop je ooren toe—ik ben de slechtste mentor voor jong-getrouwde mannen—èn vrouwen, hahaha! Kan ’k bij mama, dokter? Wat klinkt ’t verduiveld gek, zeg, jou dokter te noemen.…Dokter.Nee, nee, nee!… Vooral niet binnengaan! Ze mag niemand zien. Rust, rust en nog eens rust. Morgen misschien, als de nacht kalm doorgebracht wordt.… Ben je zoo van de jacht op reis gegaan?Dolf.Nog geen twee minuten na ’n prachtige haas te hebben neergelegd—roetsch, roetsch in de auto van Beelaart—roetsch ’n boerekar ondersteboven—roetsch, binnen de drie uur hier—vanmorgen twaalf uur gepicnict.… Zou ’k me wat laten brengen?…(een dekschaaltje op de zijtafel oplichtend).’n Gestolten lamskoteletje.…(tot Charles).Heb jij dat besteld?Dokter.Nee. Hope moet ook nog eten.Dolf.Ook nog?… Bij half negen!…Dokter.Dan kun je samen.…Dolf.Sàmen—met … Met-è … soupeeren?… Nee[142]—Hope en ik hebben zoo af en toe—af en toe.… Ik hou niet, of minder, van wat je ’n moderne, ’n moderne vrouw, noemt—en zij heeft zoo eenige bezwaren tegen mijn levensbeschouwing—als je mijn methode zoo’n wel-overwogen naam kunt geven(tot Charles).Charley, boy, kruip je heelemaal weg op ’t balkon?Charles.Hier hindert m’n sigaret niet—en misschien hebben de heeren te praten.Dolf.Heelemaal niet, jongen.Charles.’t Is zulk zacht weer—’k zit liever hier—’k zal nog enkel ’n tweede kop nemen(komt van het balkon, vult zich een tweede kop—gaat weer buiten).Dokter.En ik stap op.Dolf.Wat heb je ineens zoo’n haast?Dokter.We zien mekaar, hoop ’k, dezer dagen méer en onder rustiger omstandigheden. Loop je eens bij me aan—je ben nog niet éen keer op de Stichting geweest.…Dolf.De Stichting van mama?… Praktiseer jìj daar?Dokter(glimlachend).Je ben wél op de hoogte, uitnemend op de hoogte van de dingen, die je mama interesseeren.…Dolf.Kerel: ik vind ’t allemaal braaf en christelijk en voortreffelijk en hoe-je-’t-meer-noemen-wil—maar—maar: ik ben eenmaal anders—ik voel ’r zoo[143]wanhopig-weinig en mogelijk toch weer ’n massa voor.… Toen ’t gebouw in aanbouw was, de kinderen nog in de barak logeerden, wou mama met geweld dat ik de eerste-steenlegging bij zou wonen. Dat heb ’k gedaan. De heele speech van dien dominee—die met ’n wràtje op z’n kin—dat ’s ’t eenige dat ’k van ’m onthouen heb.…Dokter.Hahaha!.…Dolf.…Heb ’k me gloeiend in de meer dan gloeiende zon staan vervelen en ergeren—mama kreeg ’n uitbrander voor ’r ferme daad—ik ’n dozijn steken onder water—m’n gestorven ouwe heer werd ’r bijgesleept—als ’r geen paar beeldjes van kopjes bij waren geweest, met gedekoleteerde halsjes om te zoenen, zou ’k waarachtig uit den band zijn gesprongen!… Die eene met gitzwarte oogen en ’n moedervlekje hier—is die nog verpleegster geworden?…Dokter(glimlachend).Zwart haar?Dolf.Juist—ze werd met Annie, meen ’k, aangesproken.…(De dokter schiet in een lachbui).Wat lach je?… Schei uit!… Is ’t zoo grappig?…Dokter(moeilijk).Onbetaalbaar.… Daar zal ze van mee profiteeren, als ’k thuis kom (lacht weer).Dolf.Daar ga ’k bij zitten.Dokter.Ik ook.Dolf.Ben je klaar met je lachen?[144]Dokter.Ja. Eindelijk.Dolf.Is die ’r nog?Dokter.Ja, Dolf. En als je ’r niet boos om ben—ik was zoo vrij ’r te trouwen, hahaha!Dolf.Hartelijk gefeliciteerd, kerel. Wel dat doet me màchtig pleizier. Jij heb altijd smaak gehad, hè?… Altijd. Ja(begint zelf te lachen).Heel aardig. Dat ’s me nòg eens gebeurd—en ’n beetje erger—voorverleden week in Châtelard—’n engel van ’n vrouw, groot, slank—heelen dag mee geflirt—volkomen correct—snap je!—Bij de pousse stapt ’n mormel van ’n mannetje binnen—’n bouwval—’n antikiteit. „Kijk eens om, madame”, zeg ik: „’n vogelverschrikker in ’n smoking”.… Ze kijkt om, laat ’r kopje haast vallen—stelt me voor: „Mon mari—mon mari”.… ’k Heb je daarnet toch niet beleedigd, ouwe Jan van boven de beruchte sigarenwinkel-in-de-Breestraat.…Dokter(lachend).… Handschoenenwinkel.… Boven de sigarenwinkel woonde je niet meer.… ’s Nachts hebben we je door ’t raam verhuisd, omdat de ploertin eerst ’r beer betaald wou hebben.…Dolf.Hahaha.… Ja-ja! Nee maar zeg—’r blijft toch niets van de nonsens hangen—’k vond ’r op m’n woord lief, charmant—maar.…Dokter.We—wè hopen je bij ons te zien.…Dolf.Merci.[145]Dokter.Zou ’t voor jou ook geen tijd worden, Dolf? Die historie met die juffrouw Lebeau.…Dolf.Heb jìj Hope ’t adres gegeven?Dokter.Ik? Hoe kom je daar op? Ze wist ’t—iedereen weet ’t.…Dolf(gepreoccupeerd).Zoo.Dokter.Ik dacht geen jaar geleden, dat jijpère de famille, dat je getrouwd was.…Dolf.Nee. ’k Heb ’t nog niet verder dan tot ’n bedriegelijke nabootsing van ’t huwelijk kunnen brengen.Dokter.Jammer. Wij hebben ’n pracht van ’n villa, met uitzicht op zee—alleen beneden ’n suite van vijftien meter, vijftien.…Dolf.…Excellent om te kegelen.…Dokter.Je ben positief dezelfde. Maar die befaamde vrouw—uit dat schandaalproces.…Dolf.Ja ’t is niet in den haak—„voorwaar niet” zou dominee-met-’t-wratje zeggen.… Malle geschiedenis geweest—de kennismaking—de eerste eenzame liefdesnacht.…Dokter.…Eenzaam?.…Dolf.Hopeloos. Met de odeurtasch van je adoratie achter te blijven.… Dat was drie maanden geleden. Langer kan ’t niet. ’k Ben zelden langer dan drie maanden in de bedriegelijke nabootsing. We nemen ’n hotel, ’n groot hotel van over de vijfhonderd[146]kamers—dat’s te verkiezen—Zij drinkt ’n flesch met me—verwijdert zich even—wil naar de kamer terug—heeft ’t nummer vergeten—gaat na ’n kwartier zoeken naar den portier—die vraagt ’r den naam van ’r màn—Scène-à-faire voor ’n theaterstuk: ze kent me na de korte kennismaking enkel bij m’n vóórnaam—Stel je voor, Jan: geen nummer van de kamer, geen naam van den man.… Hoogste tragiek.… De eigenaar van ’t hotel wordt door den portier gewaarschuwd, dat-ie voor ’n puzzle staat—Snip mag heelemaal niet meer binnen—familiehotel—goede naam—enzoovoort … Ik na ’n kwartier aan ’t zoeken—hoor wat ’r gebeurd is—eclipseer met de odeurtasch … Zou jij ’n vrouw na zoo’n hevig-bewogen avontuur, zònder ’r odeurtasch laten? Nee, nietwaar? Zoo hebben Snip en ik mekaar „gevonden”. En als ’k Snip, Snipje, niet gekend had, zou je je dépêche vanmiddag aan ’n ánder hart onder ’n ánderen duren hoed met struisvogelveeren—gister betaald—hoedje van zeshonderd gulden—hebben moeten lanceeren, boy.…

Achtste tooneel.Charles, Dolf, De Dokter.Dokter(met de champagne-flesch en het presenteerblad).Sust!… Nee vooral niet binnen!—Dolf?… Meneer Dolf van Walden? Herkent u me niet meer?… Linden.… Jan Linden.…Dolf.Pardon—mogelijk dat.…Dokter(de flesch in den koelemmer stellend).Ik heb uw schoenen nog in ’88, ’89 gepoetst—ik heb op één avond drie snijkoeken moeten slikken, omdat ù zich verbeeldde, dat ik ’n speld binnen had gekregen.… Boven de handschoenenwinkel in de Breestraat—met aan de overzij ’t Stadhuis.Dolf.Ben jij—ben u.… die kleine bleeke Jan, die.… Kerel, ben jij al dokter?(schudt z’n hand)En mama?.… We hebben daar zoo luidruchtig hooren lachen.… Is ’t weer zoover beter, Jan of Linden of dokter.[139]Dokter.Hou je bij Jan, Dolf—dat is de makkelijkste herinnering, niet? Mevrouw van Walden—jongen, jongen, wat ’n damp van de sigaretten—mag heusch niet, meneer—je mama, Dolf—’t doet me verbazend genoegen, je na zooveel jaren weer ’ns te zien—je ben d’r niet minder op geworden, ouwe kameraad!—je mama—ja, ’k dùrf geen meening meer zeggen—bij dat soort hartaandoening blijft ’t tasten.… Eergister en gister en vanmorgen nog, had ’k ’r formeel opgegeven—en nu.… Niemand weet ’t. Niemand. Als ze zich kalm houdt, ’t spreekt vanzelf dat ze ’t bed niet uit mag, bestaat ’r kans—’n heel zwakke kans.… ’t Eenige wat ’k beslist aanraden moet—en wat je gezond verstand je zal ingeven: ook al krabbelt ze weer op—je moet ieder oogenblik te bereiken zijn—versta me wel iéder oogenblik.…Dolf.Jantje—’t zelfde hoor ’k twee jaar lang—je collega die ’r in de stad behandelde, heeft.…Charles.…Ons om ’n haverklap getelefoneerd of geseind.…Dolf.Zooals jij vandaag.…Dokter.Natuurlijk, natuurlijk—maar iedere dag kàn ’t noodlottig zijn. ’t Was hoogst-bedenkelijk—hóógst. En daarstraks, na ’n met moeite gedronken glas champagne, werkte ’r hart weer bijna normaal, liet ze ons schudden van ’t lachen, omdat ze beweerde zóó’n eetlust te hebben, dat ze minstens driemaal ’t menu van de table-d’hôte, telkens van voren af aan, zou kunnen eten. En toen ik zei, dat zoo iets ’n weinig[140]bezwaarlijk moest zijn, antwoordde ze droog, dat ’r overleden man ’t eens tweemaal gedaan had, nà ’n officieel diner, waaraan de koning had aangezeten, en waarbij niemand ’n vollen mond durfde nemen, omdat Zijn Majesteit elkeplatliet passeeren, en alleen ’ncure-dentverlangde, die ’r niet was.…Dolf.Hahaha!… Heel goed!… Maar doe me verder ’t genoegen, Jan—kerel, wat heeft de praktijk jou ’n buikje gegeven!—en praat niet meer over dineeren. Zoo als ’k mama heb gezien, moet ’k met overleg iets uitzoeken—geeuwhonger.…Dokter.Geen tijd gehad?Dolf.Tijd? Tijd?… Twaalf uur per dag, vijf vingers aan elke hand, kom ik tekort. Zou jij even de karaf water van Hope—die kleine attente Hope!—van Hope ’r kamer willen krijgen, Charley?Charles.Om uw handen te wasschen?Dolf.M’n handen wasschen?… Wou je hebben dat ’k dat zoo maar hier?(bootst het na).Charles.O, met ’n glàs?Dolf.Nee, neefje. Voor de bloemetjes.(Charles in de kamer links af).Hoe vindt je ’m, de zoon van m’n broer? Nette jongen, hè?… Wat gesloten—te vroeg getrouwd—drijven van …(tot Charles, die met de karaf terugkeert).Merci—merci! Nee, laat mij ’t liever doen. Zoo—de blaren vallen al af—symbool van de vrouwtjes, Jan—je bewondert ze—je plukt ze—dat wil zeggen: zij plùkken jou,[141]terwijl je ze plukt—en als je ze ’n paar dagen in ’n bezeten stemming bezeten heb—geweldig die echo van woorden, hè?—regent ’t verdorde ideaaltjes—hou je zoo’n ding als dit—en profond négligéover …(werpt lachend ’n stengel uit ’t venster).Dokter.Met je permissie—’t beste laat je schieten—’t stuifmeel, ’t vruchtbeginsel.…Dolf(vroolijk).’r Is niet één beginsel dat voor mij ’n beginsel is—Charley stop je ooren toe—ik ben de slechtste mentor voor jong-getrouwde mannen—èn vrouwen, hahaha! Kan ’k bij mama, dokter? Wat klinkt ’t verduiveld gek, zeg, jou dokter te noemen.…Dokter.Nee, nee, nee!… Vooral niet binnengaan! Ze mag niemand zien. Rust, rust en nog eens rust. Morgen misschien, als de nacht kalm doorgebracht wordt.… Ben je zoo van de jacht op reis gegaan?Dolf.Nog geen twee minuten na ’n prachtige haas te hebben neergelegd—roetsch, roetsch in de auto van Beelaart—roetsch ’n boerekar ondersteboven—roetsch, binnen de drie uur hier—vanmorgen twaalf uur gepicnict.… Zou ’k me wat laten brengen?…(een dekschaaltje op de zijtafel oplichtend).’n Gestolten lamskoteletje.…(tot Charles).Heb jij dat besteld?Dokter.Nee. Hope moet ook nog eten.Dolf.Ook nog?… Bij half negen!…Dokter.Dan kun je samen.…Dolf.Sàmen—met … Met-è … soupeeren?… Nee[142]—Hope en ik hebben zoo af en toe—af en toe.… Ik hou niet, of minder, van wat je ’n moderne, ’n moderne vrouw, noemt—en zij heeft zoo eenige bezwaren tegen mijn levensbeschouwing—als je mijn methode zoo’n wel-overwogen naam kunt geven(tot Charles).Charley, boy, kruip je heelemaal weg op ’t balkon?Charles.Hier hindert m’n sigaret niet—en misschien hebben de heeren te praten.Dolf.Heelemaal niet, jongen.Charles.’t Is zulk zacht weer—’k zit liever hier—’k zal nog enkel ’n tweede kop nemen(komt van het balkon, vult zich een tweede kop—gaat weer buiten).Dokter.En ik stap op.Dolf.Wat heb je ineens zoo’n haast?Dokter.We zien mekaar, hoop ’k, dezer dagen méer en onder rustiger omstandigheden. Loop je eens bij me aan—je ben nog niet éen keer op de Stichting geweest.…Dolf.De Stichting van mama?… Praktiseer jìj daar?Dokter(glimlachend).Je ben wél op de hoogte, uitnemend op de hoogte van de dingen, die je mama interesseeren.…Dolf.Kerel: ik vind ’t allemaal braaf en christelijk en voortreffelijk en hoe-je-’t-meer-noemen-wil—maar—maar: ik ben eenmaal anders—ik voel ’r zoo[143]wanhopig-weinig en mogelijk toch weer ’n massa voor.… Toen ’t gebouw in aanbouw was, de kinderen nog in de barak logeerden, wou mama met geweld dat ik de eerste-steenlegging bij zou wonen. Dat heb ’k gedaan. De heele speech van dien dominee—die met ’n wràtje op z’n kin—dat ’s ’t eenige dat ’k van ’m onthouen heb.…Dokter.Hahaha!.…Dolf.…Heb ’k me gloeiend in de meer dan gloeiende zon staan vervelen en ergeren—mama kreeg ’n uitbrander voor ’r ferme daad—ik ’n dozijn steken onder water—m’n gestorven ouwe heer werd ’r bijgesleept—als ’r geen paar beeldjes van kopjes bij waren geweest, met gedekoleteerde halsjes om te zoenen, zou ’k waarachtig uit den band zijn gesprongen!… Die eene met gitzwarte oogen en ’n moedervlekje hier—is die nog verpleegster geworden?…Dokter(glimlachend).Zwart haar?Dolf.Juist—ze werd met Annie, meen ’k, aangesproken.…(De dokter schiet in een lachbui).Wat lach je?… Schei uit!… Is ’t zoo grappig?…Dokter(moeilijk).Onbetaalbaar.… Daar zal ze van mee profiteeren, als ’k thuis kom (lacht weer).Dolf.Daar ga ’k bij zitten.Dokter.Ik ook.Dolf.Ben je klaar met je lachen?[144]Dokter.Ja. Eindelijk.Dolf.Is die ’r nog?Dokter.Ja, Dolf. En als je ’r niet boos om ben—ik was zoo vrij ’r te trouwen, hahaha!Dolf.Hartelijk gefeliciteerd, kerel. Wel dat doet me màchtig pleizier. Jij heb altijd smaak gehad, hè?… Altijd. Ja(begint zelf te lachen).Heel aardig. Dat ’s me nòg eens gebeurd—en ’n beetje erger—voorverleden week in Châtelard—’n engel van ’n vrouw, groot, slank—heelen dag mee geflirt—volkomen correct—snap je!—Bij de pousse stapt ’n mormel van ’n mannetje binnen—’n bouwval—’n antikiteit. „Kijk eens om, madame”, zeg ik: „’n vogelverschrikker in ’n smoking”.… Ze kijkt om, laat ’r kopje haast vallen—stelt me voor: „Mon mari—mon mari”.… ’k Heb je daarnet toch niet beleedigd, ouwe Jan van boven de beruchte sigarenwinkel-in-de-Breestraat.…Dokter(lachend).… Handschoenenwinkel.… Boven de sigarenwinkel woonde je niet meer.… ’s Nachts hebben we je door ’t raam verhuisd, omdat de ploertin eerst ’r beer betaald wou hebben.…Dolf.Hahaha.… Ja-ja! Nee maar zeg—’r blijft toch niets van de nonsens hangen—’k vond ’r op m’n woord lief, charmant—maar.…Dokter.We—wè hopen je bij ons te zien.…Dolf.Merci.[145]Dokter.Zou ’t voor jou ook geen tijd worden, Dolf? Die historie met die juffrouw Lebeau.…Dolf.Heb jìj Hope ’t adres gegeven?Dokter.Ik? Hoe kom je daar op? Ze wist ’t—iedereen weet ’t.…Dolf(gepreoccupeerd).Zoo.Dokter.Ik dacht geen jaar geleden, dat jijpère de famille, dat je getrouwd was.…Dolf.Nee. ’k Heb ’t nog niet verder dan tot ’n bedriegelijke nabootsing van ’t huwelijk kunnen brengen.Dokter.Jammer. Wij hebben ’n pracht van ’n villa, met uitzicht op zee—alleen beneden ’n suite van vijftien meter, vijftien.…Dolf.…Excellent om te kegelen.…Dokter.Je ben positief dezelfde. Maar die befaamde vrouw—uit dat schandaalproces.…Dolf.Ja ’t is niet in den haak—„voorwaar niet” zou dominee-met-’t-wratje zeggen.… Malle geschiedenis geweest—de kennismaking—de eerste eenzame liefdesnacht.…Dokter.…Eenzaam?.…Dolf.Hopeloos. Met de odeurtasch van je adoratie achter te blijven.… Dat was drie maanden geleden. Langer kan ’t niet. ’k Ben zelden langer dan drie maanden in de bedriegelijke nabootsing. We nemen ’n hotel, ’n groot hotel van over de vijfhonderd[146]kamers—dat’s te verkiezen—Zij drinkt ’n flesch met me—verwijdert zich even—wil naar de kamer terug—heeft ’t nummer vergeten—gaat na ’n kwartier zoeken naar den portier—die vraagt ’r den naam van ’r màn—Scène-à-faire voor ’n theaterstuk: ze kent me na de korte kennismaking enkel bij m’n vóórnaam—Stel je voor, Jan: geen nummer van de kamer, geen naam van den man.… Hoogste tragiek.… De eigenaar van ’t hotel wordt door den portier gewaarschuwd, dat-ie voor ’n puzzle staat—Snip mag heelemaal niet meer binnen—familiehotel—goede naam—enzoovoort … Ik na ’n kwartier aan ’t zoeken—hoor wat ’r gebeurd is—eclipseer met de odeurtasch … Zou jij ’n vrouw na zoo’n hevig-bewogen avontuur, zònder ’r odeurtasch laten? Nee, nietwaar? Zoo hebben Snip en ik mekaar „gevonden”. En als ’k Snip, Snipje, niet gekend had, zou je je dépêche vanmiddag aan ’n ánder hart onder ’n ánderen duren hoed met struisvogelveeren—gister betaald—hoedje van zeshonderd gulden—hebben moeten lanceeren, boy.…

Charles, Dolf, De Dokter.

Dokter(met de champagne-flesch en het presenteerblad).Sust!… Nee vooral niet binnen!—Dolf?… Meneer Dolf van Walden? Herkent u me niet meer?… Linden.… Jan Linden.…

Dokter(met de champagne-flesch en het presenteerblad).Sust!… Nee vooral niet binnen!—Dolf?… Meneer Dolf van Walden? Herkent u me niet meer?… Linden.… Jan Linden.…

Dolf.Pardon—mogelijk dat.…

Dolf.Pardon—mogelijk dat.…

Dokter(de flesch in den koelemmer stellend).Ik heb uw schoenen nog in ’88, ’89 gepoetst—ik heb op één avond drie snijkoeken moeten slikken, omdat ù zich verbeeldde, dat ik ’n speld binnen had gekregen.… Boven de handschoenenwinkel in de Breestraat—met aan de overzij ’t Stadhuis.

Dokter(de flesch in den koelemmer stellend).Ik heb uw schoenen nog in ’88, ’89 gepoetst—ik heb op één avond drie snijkoeken moeten slikken, omdat ù zich verbeeldde, dat ik ’n speld binnen had gekregen.… Boven de handschoenenwinkel in de Breestraat—met aan de overzij ’t Stadhuis.

Dolf.Ben jij—ben u.… die kleine bleeke Jan, die.… Kerel, ben jij al dokter?(schudt z’n hand)En mama?.… We hebben daar zoo luidruchtig hooren lachen.… Is ’t weer zoover beter, Jan of Linden of dokter.

Dolf.Ben jij—ben u.… die kleine bleeke Jan, die.… Kerel, ben jij al dokter?(schudt z’n hand)En mama?.… We hebben daar zoo luidruchtig hooren lachen.… Is ’t weer zoover beter, Jan of Linden of dokter.

[139]

Dokter.Hou je bij Jan, Dolf—dat is de makkelijkste herinnering, niet? Mevrouw van Walden—jongen, jongen, wat ’n damp van de sigaretten—mag heusch niet, meneer—je mama, Dolf—’t doet me verbazend genoegen, je na zooveel jaren weer ’ns te zien—je ben d’r niet minder op geworden, ouwe kameraad!—je mama—ja, ’k dùrf geen meening meer zeggen—bij dat soort hartaandoening blijft ’t tasten.… Eergister en gister en vanmorgen nog, had ’k ’r formeel opgegeven—en nu.… Niemand weet ’t. Niemand. Als ze zich kalm houdt, ’t spreekt vanzelf dat ze ’t bed niet uit mag, bestaat ’r kans—’n heel zwakke kans.… ’t Eenige wat ’k beslist aanraden moet—en wat je gezond verstand je zal ingeven: ook al krabbelt ze weer op—je moet ieder oogenblik te bereiken zijn—versta me wel iéder oogenblik.…

Dokter.Hou je bij Jan, Dolf—dat is de makkelijkste herinnering, niet? Mevrouw van Walden—jongen, jongen, wat ’n damp van de sigaretten—mag heusch niet, meneer—je mama, Dolf—’t doet me verbazend genoegen, je na zooveel jaren weer ’ns te zien—je ben d’r niet minder op geworden, ouwe kameraad!—je mama—ja, ’k dùrf geen meening meer zeggen—bij dat soort hartaandoening blijft ’t tasten.… Eergister en gister en vanmorgen nog, had ’k ’r formeel opgegeven—en nu.… Niemand weet ’t. Niemand. Als ze zich kalm houdt, ’t spreekt vanzelf dat ze ’t bed niet uit mag, bestaat ’r kans—’n heel zwakke kans.… ’t Eenige wat ’k beslist aanraden moet—en wat je gezond verstand je zal ingeven: ook al krabbelt ze weer op—je moet ieder oogenblik te bereiken zijn—versta me wel iéder oogenblik.…

Dolf.Jantje—’t zelfde hoor ’k twee jaar lang—je collega die ’r in de stad behandelde, heeft.…

Dolf.Jantje—’t zelfde hoor ’k twee jaar lang—je collega die ’r in de stad behandelde, heeft.…

Charles.…Ons om ’n haverklap getelefoneerd of geseind.…

Charles.…Ons om ’n haverklap getelefoneerd of geseind.…

Dolf.Zooals jij vandaag.…

Dolf.Zooals jij vandaag.…

Dokter.Natuurlijk, natuurlijk—maar iedere dag kàn ’t noodlottig zijn. ’t Was hoogst-bedenkelijk—hóógst. En daarstraks, na ’n met moeite gedronken glas champagne, werkte ’r hart weer bijna normaal, liet ze ons schudden van ’t lachen, omdat ze beweerde zóó’n eetlust te hebben, dat ze minstens driemaal ’t menu van de table-d’hôte, telkens van voren af aan, zou kunnen eten. En toen ik zei, dat zoo iets ’n weinig[140]bezwaarlijk moest zijn, antwoordde ze droog, dat ’r overleden man ’t eens tweemaal gedaan had, nà ’n officieel diner, waaraan de koning had aangezeten, en waarbij niemand ’n vollen mond durfde nemen, omdat Zijn Majesteit elkeplatliet passeeren, en alleen ’ncure-dentverlangde, die ’r niet was.…

Dokter.Natuurlijk, natuurlijk—maar iedere dag kàn ’t noodlottig zijn. ’t Was hoogst-bedenkelijk—hóógst. En daarstraks, na ’n met moeite gedronken glas champagne, werkte ’r hart weer bijna normaal, liet ze ons schudden van ’t lachen, omdat ze beweerde zóó’n eetlust te hebben, dat ze minstens driemaal ’t menu van de table-d’hôte, telkens van voren af aan, zou kunnen eten. En toen ik zei, dat zoo iets ’n weinig[140]bezwaarlijk moest zijn, antwoordde ze droog, dat ’r overleden man ’t eens tweemaal gedaan had, nà ’n officieel diner, waaraan de koning had aangezeten, en waarbij niemand ’n vollen mond durfde nemen, omdat Zijn Majesteit elkeplatliet passeeren, en alleen ’ncure-dentverlangde, die ’r niet was.…

Dolf.Hahaha!… Heel goed!… Maar doe me verder ’t genoegen, Jan—kerel, wat heeft de praktijk jou ’n buikje gegeven!—en praat niet meer over dineeren. Zoo als ’k mama heb gezien, moet ’k met overleg iets uitzoeken—geeuwhonger.…

Dolf.Hahaha!… Heel goed!… Maar doe me verder ’t genoegen, Jan—kerel, wat heeft de praktijk jou ’n buikje gegeven!—en praat niet meer over dineeren. Zoo als ’k mama heb gezien, moet ’k met overleg iets uitzoeken—geeuwhonger.…

Dokter.Geen tijd gehad?

Dokter.Geen tijd gehad?

Dolf.Tijd? Tijd?… Twaalf uur per dag, vijf vingers aan elke hand, kom ik tekort. Zou jij even de karaf water van Hope—die kleine attente Hope!—van Hope ’r kamer willen krijgen, Charley?

Dolf.Tijd? Tijd?… Twaalf uur per dag, vijf vingers aan elke hand, kom ik tekort. Zou jij even de karaf water van Hope—die kleine attente Hope!—van Hope ’r kamer willen krijgen, Charley?

Charles.Om uw handen te wasschen?

Charles.Om uw handen te wasschen?

Dolf.M’n handen wasschen?… Wou je hebben dat ’k dat zoo maar hier?(bootst het na).

Dolf.M’n handen wasschen?… Wou je hebben dat ’k dat zoo maar hier?(bootst het na).

Charles.O, met ’n glàs?

Charles.O, met ’n glàs?

Dolf.Nee, neefje. Voor de bloemetjes.(Charles in de kamer links af).Hoe vindt je ’m, de zoon van m’n broer? Nette jongen, hè?… Wat gesloten—te vroeg getrouwd—drijven van …(tot Charles, die met de karaf terugkeert).Merci—merci! Nee, laat mij ’t liever doen. Zoo—de blaren vallen al af—symbool van de vrouwtjes, Jan—je bewondert ze—je plukt ze—dat wil zeggen: zij plùkken jou,[141]terwijl je ze plukt—en als je ze ’n paar dagen in ’n bezeten stemming bezeten heb—geweldig die echo van woorden, hè?—regent ’t verdorde ideaaltjes—hou je zoo’n ding als dit—en profond négligéover …(werpt lachend ’n stengel uit ’t venster).

Dolf.Nee, neefje. Voor de bloemetjes.(Charles in de kamer links af).Hoe vindt je ’m, de zoon van m’n broer? Nette jongen, hè?… Wat gesloten—te vroeg getrouwd—drijven van …(tot Charles, die met de karaf terugkeert).Merci—merci! Nee, laat mij ’t liever doen. Zoo—de blaren vallen al af—symbool van de vrouwtjes, Jan—je bewondert ze—je plukt ze—dat wil zeggen: zij plùkken jou,[141]terwijl je ze plukt—en als je ze ’n paar dagen in ’n bezeten stemming bezeten heb—geweldig die echo van woorden, hè?—regent ’t verdorde ideaaltjes—hou je zoo’n ding als dit—en profond négligéover …(werpt lachend ’n stengel uit ’t venster).

Dokter.Met je permissie—’t beste laat je schieten—’t stuifmeel, ’t vruchtbeginsel.…

Dokter.Met je permissie—’t beste laat je schieten—’t stuifmeel, ’t vruchtbeginsel.…

Dolf(vroolijk).’r Is niet één beginsel dat voor mij ’n beginsel is—Charley stop je ooren toe—ik ben de slechtste mentor voor jong-getrouwde mannen—èn vrouwen, hahaha! Kan ’k bij mama, dokter? Wat klinkt ’t verduiveld gek, zeg, jou dokter te noemen.…

Dolf(vroolijk).’r Is niet één beginsel dat voor mij ’n beginsel is—Charley stop je ooren toe—ik ben de slechtste mentor voor jong-getrouwde mannen—èn vrouwen, hahaha! Kan ’k bij mama, dokter? Wat klinkt ’t verduiveld gek, zeg, jou dokter te noemen.…

Dokter.Nee, nee, nee!… Vooral niet binnengaan! Ze mag niemand zien. Rust, rust en nog eens rust. Morgen misschien, als de nacht kalm doorgebracht wordt.… Ben je zoo van de jacht op reis gegaan?

Dokter.Nee, nee, nee!… Vooral niet binnengaan! Ze mag niemand zien. Rust, rust en nog eens rust. Morgen misschien, als de nacht kalm doorgebracht wordt.… Ben je zoo van de jacht op reis gegaan?

Dolf.Nog geen twee minuten na ’n prachtige haas te hebben neergelegd—roetsch, roetsch in de auto van Beelaart—roetsch ’n boerekar ondersteboven—roetsch, binnen de drie uur hier—vanmorgen twaalf uur gepicnict.… Zou ’k me wat laten brengen?…(een dekschaaltje op de zijtafel oplichtend).’n Gestolten lamskoteletje.…(tot Charles).Heb jij dat besteld?

Dolf.Nog geen twee minuten na ’n prachtige haas te hebben neergelegd—roetsch, roetsch in de auto van Beelaart—roetsch ’n boerekar ondersteboven—roetsch, binnen de drie uur hier—vanmorgen twaalf uur gepicnict.… Zou ’k me wat laten brengen?…(een dekschaaltje op de zijtafel oplichtend).’n Gestolten lamskoteletje.…(tot Charles).Heb jij dat besteld?

Dokter.Nee. Hope moet ook nog eten.

Dokter.Nee. Hope moet ook nog eten.

Dolf.Ook nog?… Bij half negen!…

Dolf.Ook nog?… Bij half negen!…

Dokter.Dan kun je samen.…

Dokter.Dan kun je samen.…

Dolf.Sàmen—met … Met-è … soupeeren?… Nee[142]—Hope en ik hebben zoo af en toe—af en toe.… Ik hou niet, of minder, van wat je ’n moderne, ’n moderne vrouw, noemt—en zij heeft zoo eenige bezwaren tegen mijn levensbeschouwing—als je mijn methode zoo’n wel-overwogen naam kunt geven(tot Charles).Charley, boy, kruip je heelemaal weg op ’t balkon?

Dolf.Sàmen—met … Met-è … soupeeren?… Nee[142]—Hope en ik hebben zoo af en toe—af en toe.… Ik hou niet, of minder, van wat je ’n moderne, ’n moderne vrouw, noemt—en zij heeft zoo eenige bezwaren tegen mijn levensbeschouwing—als je mijn methode zoo’n wel-overwogen naam kunt geven(tot Charles).Charley, boy, kruip je heelemaal weg op ’t balkon?

Charles.Hier hindert m’n sigaret niet—en misschien hebben de heeren te praten.

Charles.Hier hindert m’n sigaret niet—en misschien hebben de heeren te praten.

Dolf.Heelemaal niet, jongen.

Dolf.Heelemaal niet, jongen.

Charles.’t Is zulk zacht weer—’k zit liever hier—’k zal nog enkel ’n tweede kop nemen(komt van het balkon, vult zich een tweede kop—gaat weer buiten).

Charles.’t Is zulk zacht weer—’k zit liever hier—’k zal nog enkel ’n tweede kop nemen(komt van het balkon, vult zich een tweede kop—gaat weer buiten).

Dokter.En ik stap op.

Dokter.En ik stap op.

Dolf.Wat heb je ineens zoo’n haast?

Dolf.Wat heb je ineens zoo’n haast?

Dokter.We zien mekaar, hoop ’k, dezer dagen méer en onder rustiger omstandigheden. Loop je eens bij me aan—je ben nog niet éen keer op de Stichting geweest.…

Dokter.We zien mekaar, hoop ’k, dezer dagen méer en onder rustiger omstandigheden. Loop je eens bij me aan—je ben nog niet éen keer op de Stichting geweest.…

Dolf.De Stichting van mama?… Praktiseer jìj daar?

Dolf.De Stichting van mama?… Praktiseer jìj daar?

Dokter(glimlachend).Je ben wél op de hoogte, uitnemend op de hoogte van de dingen, die je mama interesseeren.…

Dokter(glimlachend).Je ben wél op de hoogte, uitnemend op de hoogte van de dingen, die je mama interesseeren.…

Dolf.Kerel: ik vind ’t allemaal braaf en christelijk en voortreffelijk en hoe-je-’t-meer-noemen-wil—maar—maar: ik ben eenmaal anders—ik voel ’r zoo[143]wanhopig-weinig en mogelijk toch weer ’n massa voor.… Toen ’t gebouw in aanbouw was, de kinderen nog in de barak logeerden, wou mama met geweld dat ik de eerste-steenlegging bij zou wonen. Dat heb ’k gedaan. De heele speech van dien dominee—die met ’n wràtje op z’n kin—dat ’s ’t eenige dat ’k van ’m onthouen heb.…

Dolf.Kerel: ik vind ’t allemaal braaf en christelijk en voortreffelijk en hoe-je-’t-meer-noemen-wil—maar—maar: ik ben eenmaal anders—ik voel ’r zoo[143]wanhopig-weinig en mogelijk toch weer ’n massa voor.… Toen ’t gebouw in aanbouw was, de kinderen nog in de barak logeerden, wou mama met geweld dat ik de eerste-steenlegging bij zou wonen. Dat heb ’k gedaan. De heele speech van dien dominee—die met ’n wràtje op z’n kin—dat ’s ’t eenige dat ’k van ’m onthouen heb.…

Dokter.Hahaha!.…

Dokter.Hahaha!.…

Dolf.…Heb ’k me gloeiend in de meer dan gloeiende zon staan vervelen en ergeren—mama kreeg ’n uitbrander voor ’r ferme daad—ik ’n dozijn steken onder water—m’n gestorven ouwe heer werd ’r bijgesleept—als ’r geen paar beeldjes van kopjes bij waren geweest, met gedekoleteerde halsjes om te zoenen, zou ’k waarachtig uit den band zijn gesprongen!… Die eene met gitzwarte oogen en ’n moedervlekje hier—is die nog verpleegster geworden?…

Dolf.…Heb ’k me gloeiend in de meer dan gloeiende zon staan vervelen en ergeren—mama kreeg ’n uitbrander voor ’r ferme daad—ik ’n dozijn steken onder water—m’n gestorven ouwe heer werd ’r bijgesleept—als ’r geen paar beeldjes van kopjes bij waren geweest, met gedekoleteerde halsjes om te zoenen, zou ’k waarachtig uit den band zijn gesprongen!… Die eene met gitzwarte oogen en ’n moedervlekje hier—is die nog verpleegster geworden?…

Dokter(glimlachend).Zwart haar?

Dokter(glimlachend).Zwart haar?

Dolf.Juist—ze werd met Annie, meen ’k, aangesproken.…(De dokter schiet in een lachbui).Wat lach je?… Schei uit!… Is ’t zoo grappig?…

Dolf.Juist—ze werd met Annie, meen ’k, aangesproken.…(De dokter schiet in een lachbui).Wat lach je?… Schei uit!… Is ’t zoo grappig?…

Dokter(moeilijk).Onbetaalbaar.… Daar zal ze van mee profiteeren, als ’k thuis kom (lacht weer).

Dokter(moeilijk).Onbetaalbaar.… Daar zal ze van mee profiteeren, als ’k thuis kom (lacht weer).

Dolf.Daar ga ’k bij zitten.

Dolf.Daar ga ’k bij zitten.

Dokter.Ik ook.

Dokter.Ik ook.

Dolf.Ben je klaar met je lachen?

Dolf.Ben je klaar met je lachen?

[144]

Dokter.Ja. Eindelijk.

Dokter.Ja. Eindelijk.

Dolf.Is die ’r nog?

Dolf.Is die ’r nog?

Dokter.Ja, Dolf. En als je ’r niet boos om ben—ik was zoo vrij ’r te trouwen, hahaha!

Dokter.Ja, Dolf. En als je ’r niet boos om ben—ik was zoo vrij ’r te trouwen, hahaha!

Dolf.Hartelijk gefeliciteerd, kerel. Wel dat doet me màchtig pleizier. Jij heb altijd smaak gehad, hè?… Altijd. Ja(begint zelf te lachen).Heel aardig. Dat ’s me nòg eens gebeurd—en ’n beetje erger—voorverleden week in Châtelard—’n engel van ’n vrouw, groot, slank—heelen dag mee geflirt—volkomen correct—snap je!—Bij de pousse stapt ’n mormel van ’n mannetje binnen—’n bouwval—’n antikiteit. „Kijk eens om, madame”, zeg ik: „’n vogelverschrikker in ’n smoking”.… Ze kijkt om, laat ’r kopje haast vallen—stelt me voor: „Mon mari—mon mari”.… ’k Heb je daarnet toch niet beleedigd, ouwe Jan van boven de beruchte sigarenwinkel-in-de-Breestraat.…

Dolf.Hartelijk gefeliciteerd, kerel. Wel dat doet me màchtig pleizier. Jij heb altijd smaak gehad, hè?… Altijd. Ja(begint zelf te lachen).Heel aardig. Dat ’s me nòg eens gebeurd—en ’n beetje erger—voorverleden week in Châtelard—’n engel van ’n vrouw, groot, slank—heelen dag mee geflirt—volkomen correct—snap je!—Bij de pousse stapt ’n mormel van ’n mannetje binnen—’n bouwval—’n antikiteit. „Kijk eens om, madame”, zeg ik: „’n vogelverschrikker in ’n smoking”.… Ze kijkt om, laat ’r kopje haast vallen—stelt me voor: „Mon mari—mon mari”.… ’k Heb je daarnet toch niet beleedigd, ouwe Jan van boven de beruchte sigarenwinkel-in-de-Breestraat.…

Dokter(lachend).… Handschoenenwinkel.… Boven de sigarenwinkel woonde je niet meer.… ’s Nachts hebben we je door ’t raam verhuisd, omdat de ploertin eerst ’r beer betaald wou hebben.…

Dokter(lachend).… Handschoenenwinkel.… Boven de sigarenwinkel woonde je niet meer.… ’s Nachts hebben we je door ’t raam verhuisd, omdat de ploertin eerst ’r beer betaald wou hebben.…

Dolf.Hahaha.… Ja-ja! Nee maar zeg—’r blijft toch niets van de nonsens hangen—’k vond ’r op m’n woord lief, charmant—maar.…

Dolf.Hahaha.… Ja-ja! Nee maar zeg—’r blijft toch niets van de nonsens hangen—’k vond ’r op m’n woord lief, charmant—maar.…

Dokter.We—wè hopen je bij ons te zien.…

Dokter.We—wè hopen je bij ons te zien.…

Dolf.Merci.

Dolf.Merci.

[145]

Dokter.Zou ’t voor jou ook geen tijd worden, Dolf? Die historie met die juffrouw Lebeau.…

Dokter.Zou ’t voor jou ook geen tijd worden, Dolf? Die historie met die juffrouw Lebeau.…

Dolf.Heb jìj Hope ’t adres gegeven?

Dolf.Heb jìj Hope ’t adres gegeven?

Dokter.Ik? Hoe kom je daar op? Ze wist ’t—iedereen weet ’t.…

Dokter.Ik? Hoe kom je daar op? Ze wist ’t—iedereen weet ’t.…

Dolf(gepreoccupeerd).Zoo.

Dolf(gepreoccupeerd).Zoo.

Dokter.Ik dacht geen jaar geleden, dat jijpère de famille, dat je getrouwd was.…

Dokter.Ik dacht geen jaar geleden, dat jijpère de famille, dat je getrouwd was.…

Dolf.Nee. ’k Heb ’t nog niet verder dan tot ’n bedriegelijke nabootsing van ’t huwelijk kunnen brengen.

Dolf.Nee. ’k Heb ’t nog niet verder dan tot ’n bedriegelijke nabootsing van ’t huwelijk kunnen brengen.

Dokter.Jammer. Wij hebben ’n pracht van ’n villa, met uitzicht op zee—alleen beneden ’n suite van vijftien meter, vijftien.…

Dokter.Jammer. Wij hebben ’n pracht van ’n villa, met uitzicht op zee—alleen beneden ’n suite van vijftien meter, vijftien.…

Dolf.…Excellent om te kegelen.…

Dolf.…Excellent om te kegelen.…

Dokter.Je ben positief dezelfde. Maar die befaamde vrouw—uit dat schandaalproces.…

Dokter.Je ben positief dezelfde. Maar die befaamde vrouw—uit dat schandaalproces.…

Dolf.Ja ’t is niet in den haak—„voorwaar niet” zou dominee-met-’t-wratje zeggen.… Malle geschiedenis geweest—de kennismaking—de eerste eenzame liefdesnacht.…

Dolf.Ja ’t is niet in den haak—„voorwaar niet” zou dominee-met-’t-wratje zeggen.… Malle geschiedenis geweest—de kennismaking—de eerste eenzame liefdesnacht.…

Dokter.…Eenzaam?.…

Dokter.…Eenzaam?.…

Dolf.Hopeloos. Met de odeurtasch van je adoratie achter te blijven.… Dat was drie maanden geleden. Langer kan ’t niet. ’k Ben zelden langer dan drie maanden in de bedriegelijke nabootsing. We nemen ’n hotel, ’n groot hotel van over de vijfhonderd[146]kamers—dat’s te verkiezen—Zij drinkt ’n flesch met me—verwijdert zich even—wil naar de kamer terug—heeft ’t nummer vergeten—gaat na ’n kwartier zoeken naar den portier—die vraagt ’r den naam van ’r màn—Scène-à-faire voor ’n theaterstuk: ze kent me na de korte kennismaking enkel bij m’n vóórnaam—Stel je voor, Jan: geen nummer van de kamer, geen naam van den man.… Hoogste tragiek.… De eigenaar van ’t hotel wordt door den portier gewaarschuwd, dat-ie voor ’n puzzle staat—Snip mag heelemaal niet meer binnen—familiehotel—goede naam—enzoovoort … Ik na ’n kwartier aan ’t zoeken—hoor wat ’r gebeurd is—eclipseer met de odeurtasch … Zou jij ’n vrouw na zoo’n hevig-bewogen avontuur, zònder ’r odeurtasch laten? Nee, nietwaar? Zoo hebben Snip en ik mekaar „gevonden”. En als ’k Snip, Snipje, niet gekend had, zou je je dépêche vanmiddag aan ’n ánder hart onder ’n ánderen duren hoed met struisvogelveeren—gister betaald—hoedje van zeshonderd gulden—hebben moeten lanceeren, boy.…

Dolf.Hopeloos. Met de odeurtasch van je adoratie achter te blijven.… Dat was drie maanden geleden. Langer kan ’t niet. ’k Ben zelden langer dan drie maanden in de bedriegelijke nabootsing. We nemen ’n hotel, ’n groot hotel van over de vijfhonderd[146]kamers—dat’s te verkiezen—Zij drinkt ’n flesch met me—verwijdert zich even—wil naar de kamer terug—heeft ’t nummer vergeten—gaat na ’n kwartier zoeken naar den portier—die vraagt ’r den naam van ’r màn—Scène-à-faire voor ’n theaterstuk: ze kent me na de korte kennismaking enkel bij m’n vóórnaam—Stel je voor, Jan: geen nummer van de kamer, geen naam van den man.… Hoogste tragiek.… De eigenaar van ’t hotel wordt door den portier gewaarschuwd, dat-ie voor ’n puzzle staat—Snip mag heelemaal niet meer binnen—familiehotel—goede naam—enzoovoort … Ik na ’n kwartier aan ’t zoeken—hoor wat ’r gebeurd is—eclipseer met de odeurtasch … Zou jij ’n vrouw na zoo’n hevig-bewogen avontuur, zònder ’r odeurtasch laten? Nee, nietwaar? Zoo hebben Snip en ik mekaar „gevonden”. En als ’k Snip, Snipje, niet gekend had, zou je je dépêche vanmiddag aan ’n ánder hart onder ’n ánderen duren hoed met struisvogelveeren—gister betaald—hoedje van zeshonderd gulden—hebben moeten lanceeren, boy.…


Back to IndexNext