[Inhoud]Eerste Tooneel.Sero, Soldenier, Rakkers.Sero.(wordt door twee rakkers, die hem aan polsen en nek vasthouden, naar rechtsche traliedeur voortgeduwd).… Ho! Ho! Ho!…(schudt zich even los, staat glimlachend[378]met quasi-dreigenden wijsvinger)… Mijn gebeente, proletariërs!… Heeft God..?Eerste Rakker.(hem weer vastgrijpend)… Ja, ja, ’t is goed! Vooruit!Sero.Heeft God ons niet naar zijn evenbeeld geschapen? Past ’t jullie, proletariërs, een zoo voortreffelijk evenbeeld …?… Au!… Au!…Tweede Rakker.…’ns Kijken, Evenbeeld, wie ’t kortste van stof is—jij of de paternosters!… Doe de deur open, kameraad. Dàt hou ’k alleen …Sero.(terwijl de eerste Rakker de getraliede deur ontsluit)… Heb jij wel ’ns gehoord, vriend, hahaha!—van—van—breek m’n polsen niet, man!—van zeker wereldsch en voorwereldsch gezegde—ja, hoeveel eeuwen geleden wel?… Heb je naaste—au! au!—heb je naaste lief—au!—gelijk jezelf..?Eerste Rakker.(hem in den nek grijpend en in ’t hok smijtend)… Afgeloopen! De rest schenken we je!(sluit de traliedeur.)De rest vertel je aan de heeren zelf!(tot Soldenier)… Laten praten!(betikt z’n voorhoofd.)Half simpel, driekwart gek!(af).[379][Inhoud]Tweede Tooneel.Sero, Soldenier.Sero.Dat’s niet te hoog, niet te breed, niet te diep hier—gewapende macht! Maar ruim genoeg voor mijn beetje gedachten—en voor de jouwe ’r bij, als ik je niet beleedig!(op ’t bankje in ’t hok neerzittend)Ha! Ha! Een aan alle eischen des tijds beantwoordende luierstoel … Heeft u er geen bezwaar tegen, gewapende macht, dat mijne sokken het daglicht aanschouwen?…(trekt zijn ouwe schoenen uit).Ben in geen tweemaal vier en twintig uur uit de kleeren geweest—en—en—(moeilijk-trekkend)vastgeroest!—een van twee: deze voorwerpen van de laatste mode zijn hoogst-eigenzinnig gekrompen, òf m’n voeten hebben zich in groeistuip gezet.….. Pang!… Da’s een …(met den wijsvinger op een gat in de kous, dat de hiel bloot legt)… Geen eerste, geen tweede kwartier: volle maan!… Zelfs met de merkwaardige vlekken, die men vroeger voor zeeën aanzag! Galileï …(zich onderbrekend)… O?… Luister je niet?…(tweeden schoen uitwringend)Bij mijn ziel, en bij de ziel van de koe of den stier, die eens …(hijgend stoppend)—daar blaas ik mijn adem bij uit!—die eens hier in stak—dat noem ’k weerbarstig …(trekt—de schoen vliegt uit, hij tuimelt van de bank op den grond)Ha-ha-ha!(De soldenier schiet mee in ’n schaterlach)… Ha-ha-ha! ’k Zou op die manier ’n leelijken smak hebben gedaan, als ’k in vrijheid boven op ’n dakgoot was gedresseerd, ha-ha-ha!…[380]Soldenier.Dat zou je, ha-ha-ha!Sero.(weer op de bank)… Hé!… Wel ’t wonder! Práát jij … Dùrf jij praten?…Soldenier.Waarom zou ’k dat niet durven?Sero.Ja, waarom zou je ’t niet—jij ziet beter dan ik of ’r geen derde-met-gezag in de buurt is! Gewapende macht, gewapende macht, nou heb ’k in deze veilige behuizing nog maar één wensch! Neem een spons, vul die met edik, steek ze op een rietstok of op je schoudergeweer, en hou ’r door de tralies dezer leeuwenkooi!Soldenier.(bot)… Wat wil je?… Wat mot je?Sero.Water.Soldenier.Mag niet.Sero.Weet je dat zeker?Soldenier.Zoo zeker als tweemaal twee vier …Sero.Da’s lang niet zeker, vriend—vriend, als ’k je niet voor de tweede maal beleedig!—tweemaal twee lasteraars zijn méér dan vier, zijn ontelbaar!—tweemaal twee halve zijn twee hééle, hahaha!—en tweemaal twee vlooien vóél je als, als …Soldenier.Als ’n dozijn, hahaha! Daar, drink uit m’n flesch, grappenmaker![381]Sero.(de veldflesch door de tralies aannemend).Dank je, barmhartige!(drinkt gulzig)… Hè! Hè! Dat kan jouw en mijn Heiland, bij de fontein Jacob’s in ’t land Samarië, niet beter gesmaakt hebben!…(drinkt nog eens)… Hè!… ’t Was alles hierbinnen aan ’t verdorren …(drinkt)… Hè!… Jij ben ’n—’n—’n christen … Dáár … Da’s de gróótste onderscheiding!…Soldenier.Stop! Stop! Laat ’r voor mij nog wat in!Sero.(de flesch ondersteboven houdend)… Te laat! Had je éven vroeger dienen te zeggen …(den mond der flesch met ’n goren lap drogend)… Zoo, kameraad—dat ’s hèt voorbehoedmiddel tegen puisten!… Dank je!Soldenier.(de flesch terugnemend)… Haal jou de duivel!Sero.En àls-ie ’t deed—als-ie mij voor z’n kudde lustte—zou jìj me làten halen? En bèn ’k al niet gehaald door twee van z’n rakkers met knuisten als nijptangen? Hahaha! Hahaha!(De eene hand door de tralies stekend).Ziet m’n pols ’r niet uit, of bloedzuigers ’r horlepiepten? Hahaha!Soldenier.Heb je gestolen?(zet zich op de kruk).Sero.Gestolen, néé. Ja toch: den dag!Soldenier.De dag?[382]Sero.Ben ik geen dagdief, vrind?Soldenier.Ja, Ja!… Heb je gemoord?Sero.Nee, nee. Integendeel! Ik bèn vermoord—vermoorder onschuld vind je niet!Soldenier.Niet gestolen, niet gemoord?… Dan toch gevochten of ergens brand gesticht?Sero.Nee, ’t was wel stichtelijk, maar toch geen brand.Soldenier.Dan ben je gek en lastig voor ’t verkeer!Sero.Juist! Lastig voor ’t verkeer, ha-ha-ha! ’k Stond op de markt en praatte met de menschen … De een die haalt den ander aan … ’t Werd wat vol, te vol misschien … Ze drongen op … En toen, toen werd ìk ingepikt … En die geluisterd hadden kregen klop, ha-ha-ha!Soldenier.Wat heb je dan gepraat?Sero.De waarheid vriend.Soldenier.De waarheid?… Wat voor waarheid?Sero.Ja, wat voor waarheid? Nièt die van gister en eergister!…(onwezenlijk de hand heffend)… Die van vandaag …[383]Soldenier.(spottend)Ach kom!(staat van kruk op.)Wel, wel! En stonden daarvoor menschen stil?Sero.Ja, ja—vast meer dan duizend, mannen, vrouwen, kindren—ook soldaten … ’t Was ’n lust …Soldenier.(spottend).Dat laat zich denken! Hé! Hé! Wat ga je doen?Sero.(de schoenen buiten de traliedeur op den grond plaatsend).In geen weken hebben ze ’n beurt gehad. En als ’t Allerhoogst Gezag ’t acht in ’s lands belang, dan mag ’s Rijks werf voor zool en achterlappen zorgen! Let je goed op, gewapende macht?… Jij blijft me borg!… Schendt men mijn schoenwerk, schendt men mijn aangezicht.Soldenier.Ach, ach, wat ’n gezwollen taal!Sero.Ach, ach, wat ’n gezwollen voeten! Is ’t wonder dat mijn kousen barsten!…(stilte).Ben jij al lang soldaat?(stilte).O! Ik vraag of jij al lang met zoo’n ding op je schoeren door ’t leven marcheert? (stilte), O! Je schijnt je ’r voor te schamen dat je ’t niet zeggen durft!(stilte)… En dat kruis—waar heb je dat verdiend?Soldenier.Man, vraag niet zooveel! Op ’t veld van eer, natuurlijk!Sero.’t Veld van eer …? Oho!(kijkt van het crucifix[384]naar den Soldenier, lang en aandachtig)Je kruis op ’t veld van éér?(glimlachend)Hij draagt ’t op z’n rug—en jij van voren … Dat’s mal!Soldenier.(nijdig)Wat’s mal?Sero.’t Moest net andersom … Hìj(z’n borst betikkend)’t enkel hier—en jullie ’t daar!(beduidt z’n rug)Dan zág je ’r niet zooveel en werd ’r minder om gevochten, ha-ha-ha!Soldenier.En nou je mond gehouen! En weg die dingen!…(schopt driftig de schoenen naar de zijde der tafel)’k Ben simpel dat ’k met jou spreek!Sero.Nou vraag ik u beleefd—wat of mijn schoenen je misdaan … Hebben die redelooze, puike, geduldige lotgenooten van mijn voeten, die uit ’t stof zijn gekomen en in ’t stof zijn gegaan …(zich onderbrekend)Oho! Oho![Inhoud]Derde Tooneel.De vorigen, Regina, eerste Rakker.Rakker.En vlug wat!(zij zet zich op de bank)Nee, daar niet!… Dáár!Regina.Daar? Waar?Rakker.Sta op![385]Regina.Mensch, man—’k ben bek-af …Rakker.Mot ’k geweld?…Regina.(op de bank haar mouw opstroopend)Of je geweld gebruiken moet?… Nog meer geweld?… Je kompleete tien gebojen staan ’r in!(’r rok optillend, dat de kuitzichtbaarwordt)En m’n rokken heb je afgetrapt of ’t dwijlen waren!Rakker.(tot Soldenier)… Dat vertelt de sloeber nou alleen om ’r kuiten te laten zien, hahaha!Soldenier.(naast haar zittend)… Schoone joffer—ik zou ’r ’n eed op doen, dat we mekaar van héél dichtbij hebben gekend.Regina.(hem op de knie kloppend)Hahaha!… Ik ook! Jij ben de man met ’n moedervlek als ’n muis!Soldenier.Klopt!.… Dan ben jij.…Regina.Ja! Ja! Hahaha!(den Rakker die haar in de wang knijpt ’n tik op de hand gevend).Wel allemachtig! Buiten knijpen.…(toont haar arm aan den Soldenier die er een zoen op geeft).…binnen aaien—ben jij gek!Rakker.Buiten riep m’n plicht—en als die roept, ben ik ’n slaaf—maar binnen, binnen.… word ’k mensch en ieder mensch is zwak, ha-ha-ha!(zet zich ook op de bank).[386]Regina(tusschen de twee in).… Kerels, kerels, jullie doen als vliegen bij de suiker! Toe schuif wat op!(tot Soldenier).Wat zeg jij van zoo’n sallemander, zoo’n verdraaiden judas(den Rakker ’n tik gevend)—handen thuis!—zoo’n gedrocht?.… Dat komt me halen—of ’k wil of niet!—dat sleept me mee, met honderd menschen op m’n hielen—zegt niet waarvoor.…Rakker.Hoe weet ìk dat, m’n toet? Als mij gelast wordt: haal je vrouw, of haal ’r moeder’s moer—dan vraag ik niet, dan weet ik niet, dan klets ik niet—dan hààl ik—en soms haal ik met plezier …(legt arm om haar middel).Soldenier.(dien wegduwend).… Ho! Ho!.… Die plaats die is bezet.Rakker.Wat is bezet?Soldenier(lachend).Ik heb de oudste rechten!Rakker.Nee ik! Want ik moet toezicht op ’r houen!Soldenier.Wie van ons twee heeft de klandizie vanl’amour?.… Nou zeg ’t zelf, Regien—zoo heet je toch?Regina.Toe, toe!… Twéé knieën is te veel! Vindt jij dat lekker in die warmte?… ’k Ben smòòr op wie ’t meeste dokt! Dok jij—dokt hij—ìk hou m’n hand. Jij ben ’n knappe vent—en jij ’n schat..[387]Als ’k hier(bootst met de handen een bascuul na)—als ’k hier, ha-ha-ha!, jouw hart hou, híer ’t jouwe—dan gaat de weegschaal op en neer—dan ben ’k op jou verkikkerd en op jou verzeten—razend met jou en door ’t dolle heen met jòù!..! Is jouw beurs ’t zwaarst, dan doe ik zoo—en is de jouwe stevig, zoo! Ha-ha-ha: die twéé paar schelvischoogen!…Soldenier.Dus krengekop: jij heb geen zoetelief?..Rakker.Geen(bluffend).… die jij naar zijn snor en oogen kijkt? En die z’n beentjes vrij uit in je bedje steekt, ha-ha-ha!Regina.Nee, kerels, nee! Die tijd die is voorbij! Schenkt jou de bakker brood en wat je verder met ’t draaien aan dat ding(bootst z’n gepluk aan de snorharen na)komt vragen? Stopt jou de slager spek en worst en Zaterdags ’n pondje lenden in je léége handen? Geeft jou je huisjesmelker zoomaar onderdak? Waar werk jij met je oogen en je snor ’n borrel los, ha-ha-ha? Nee, kerels—’k ben niet gekker dan ’n ander, niet stommer en niet braver! O zoo! ha-ha-ha!… Wie alles uit z’n huis draagt gaat failliet—wie open tafel houdt, krijgt zelf geen kluiven en wie—ach Jezis, jongens, ’t is zoo warm!—wie van de lucht wil leven, eet zich geen spekrug(den rug van den Soldenier bekloppend)en geen buik van negen maanden, ha-ha-ha!(klopt den Rakker op z’n buik).Soldenier(zich lachend omdraaiend).Nou grappenmaker in je kooi—heb jij je tong verloren? Hééé![388]’k Heb ’t tegen jou! Durf jij niet naar dat prachtwijf kijken, dat je ons je ribbenkast van achter toont?Sero.(zich naar hen toekeerend).M’n ooren zien meer dan me lief is …(tot Regina, die angstig opgesprongen is).Goeien dag. Wel geslapen, Regina, koningin van den nacht? Niet van me gedroomd..?Regina.Jij hier? Heb jìj daar al dien tijd gezeten?Sero.Gezeten ja—ik zit. Nee, loop niet achteruit—ik zit sekuur—en dan ik doe geen schepsel ook maar zóóveel kwaad … Dat weet jij toch.…Soldenier.Wel allemachtig—is dat, dat aapmensch, ook een van je klanten?Sero.Ja, ja. Een van ’r alleroudste—waar of niet, Regien! Al was ’k niet de eerste, waar of niet, Regien? ’t Spijt me machtig, dat ik heb gestoord.… Ga zitten, menschen … En praat rustig verder!…(geeuwt)… Ik heb—m’n kaken springen van mekander—’n slaap, ’n goddelooze slaap of ’k tién roezen uit moet slapen … Geneer je niet—ik speel geen luistervink, Regien …(zet zich weer op de bank met den rug naar de anderen gekeerd).Rakker.Ken jij dat heer?Regina.(vinger op den mond)… Dat is—dat is …Soldenier.…Dat is ’r minteneur![389]Sero(’t hoofd naar de tralies)… Nee, nee—ik ben de vader van ’r kind—èn, als ’k me niet bedrieg—en ’t niet verkeerd geboekt staat in de folianten van den godgezant, die ons voor weinig penningen—te spotgoedkoop, voorwaar, voorwaar!—zijn allerheiligste zegen gaf—en zij ’t zich nog herinnert (ik zelf was het haast kwijt!)—en jullie twee ’t niet aan iedereen verklapt: ik ben, ik ben ’r lijfelijke man, ’r màn.… Ja, Ja—ha, ha!—’t was voor zestien jaar en zeven maanden en dertien dagen—in Mei—als elke vogel legt ’n ei—in Mei, datwijde voorste vingers van twee rechterhanden (tweemaal twee is tien) naar den hemel staken—omdat, omdat ons, òns kind op komst was—òns kind, niet waar, Regien.… Ja, ja—en nou—en nou.…Soldenier.En nou?.… Nou visch je achter ’t net, ha-ha-ha!Rakker.Nou draagt-ie op z’n test ’n honderd hoornen, ha-ha-ha!Soldenier.Nou heeft-ie òns daar net gesnapt, ha-ha-ha!Rakker.Nou zit-ie op z’n sokken in ’n kooi, ha-ha-ha!Soldenier.En geeft je pootjes, als je ’t vriendlijk vraagt, Regien, ha-ha-ha! En wacht zìjn beurt om in je armen weer te leggen, ha-ha-ha!Sero.Ik heb geen bek voor dàt soort spek!(zij schopt[390]achter het koord de schoenen weg)Eerst hij, nou jij! Alle negen! Dat wordt ’n kegelspel met schoenen die de tand des tijds nog beter dan ik zelf doorstonden! Ben je ontstemd, Regien, of is ’t de vreugde van ’t wederzien, na zooveel jaren?Regina(kwaadaardig).Ik zou van leut en lol wel kunnen dansen! Dat merkt-ie nog niet eens! Dat vraagt ’t schepsel! Wil je ’t soms zwart op wit?Sero.Och nee—die twéé getuigen zijn voldoende.. En de pure, malsche blijdschap op je aangezicht!Regina.Zoo heeft-ie jaren lang, me ieder uur gesard, gehitst, gekweld.… ’n Adder heeft geen giftiger tong.… Man, man ik háát je zoo!Sero(triestig-glimlachend).Ja, ja, ’t kan verkeeren.Regina(nijdig tot Rakker).Nou! ’k Kan m’n tijd gebruiken! Moet ’k langer samen met dien kerel? Als ’k z’n lachen als ’n monster zie, is heel m’n week vergald!Sero.Als ìk vergal—vergulden andren!.… En àls ik monsterachtig lach …(rondkijkend)—wat drommel, hangt hier nergens in dit weelderig, volmaakt gemak ’n spiegelscherf, dat ik me overtuigen kan, en mogelijk zóó lamgeslagen sta, dat deze gruwellach z’n eigen dood besterft?—als ’k leelijk, onvertogen, ongepast, en jou ’n hééle week vergallend lach: ik ben geschapen met de hulp van drie—[391]door vader, moeder en door God (alleen de laatste is in leven!)—en heb me zelf niets van mijn manlijk schoons en leelijks toebedeeld, noch toegewenscht!(zij keert zich driftig om, zet zich voor de tafel)… Goed zoo! Van achter zien we niet—geen kleur, geen schoen, geen hindernis, geen kushand en geen judaslach.… De Satan voer in een der twaalf—’t staat beschreven!Regina.We zullen zien—wie ’t laatste lacht!Sero.’t Laatste lacht, wie ’t laatste leeft! Je blaast je lach uit als ’n kaars, mèt dat je laatste adem gaat!Regina.Jij niet! Jij niet!Sero.Ik niet?Regina.Jij grijnst nog in je graf!Sero.Alsjij’r op komt bidden zeker!Rakker.Ha-ha-ha! Ja, ja—dié zijn getrouwd! ’t Klopt!Soldenier.Wel selderju—dat hoor je van ’t spullevolk, als ’t jaarmarkt is, niet beter! Kischt! Kischt!.… Laat je niet plukken, meid!Rakker.Vooruit! Toe dan, ha-ha-ha! ’t Liep zoo lekker en gesmeerd! Leg je ’t af, Regien?Regina.Ik wreek me wel—vandaag of morgen.[392]Sero.Vandaag! Dat ’s dichterbij en houdt ’t vuurtje warm!Regina.Klets toe—ik zeg geen woord, geen woord meer!Sero.Geen woord? Dat is ’t einde. Want in den Beginne wàs het Woord.…Soldenier.Ach gekke kerel loop!Sero.Als ik maar loopen kòn!Rakker.Dan liep zij kwispelstaartend met je mee, ha-ha-ha!(zakt lachend van de bank op den grond).Regina.Met dien stumper, dat gedrocht, dat hatelijk verschijnsel, dat mirakel, dat ellendig wurm, ha-ha!Sero.Let op—dàt was ’r láátste woord!Soldenier.Regien, Regien!(schatert met den Rakker)[Inhoud]Vierde tooneel.De vorigen, Hopman.Hopman.(op door de gaanderij).Wat is dat?(tot Rakker)Wat zit jij op den grond?… En jij—is dat jouw plaats?.… En hoort die vrouw daar achter?[393]Rakker.(terwijl de Soldenier naar venster wijkt).Ik was—ik was gevallen, hopman …Sero.Ja, ja—dat kan ’k getuigen—’r zijn ’r meer gevallen hier …Hopman.Mond gehouen allemaal!(tot Regina)Weg jij daar!(tot Rakker)Wat had ik jou gelast?Rakker.Ik heb ’r minstens twintig keer gezeid(naar het linkerhok wijzend)daar in te gaan …Regina.…Dat liegt-ie.Rakker.Lieg ik, Soldenier?Soldenier.Ik heb ’t gehoord.Sero.Ha-ha-ha!Hopman.Wel alle duivels, is dat hier ’n bende! Als jij nog even kikt, dan sla ’k je in de boeien!Sero.O, mocht ’t niet?Hopman.Nee—hier mag niks!Sero.Niks is niet veel—maar als je ’t eenmaal weet genoeg.Hopman.(tot Soldenier)Marsch! Ingerukt! Daar in ’t wachtlokaal! En vlug! (tot Rakker) En jij, jij zal je uur onthouden …(Soldenier af).[394]Rakker.…Ik heb ’r dertig maal misschien …Hopman.(met driftig gebaar)Dat ’s dertig maal te veel! Jij heb te dóén en niet te laten! Rechtsomkeer en marsch!(Rakker af)En jij vooruit!(Smijt traliedeur voor Regina open)Versta je niet?Regina.Ik heb toch niet gestolen, niet gebedeld, ben niet dronken langs den weg gegaan—ik heb geen nachtrumoer …Hopman.… Asjeblief.Regina.… Wat heb ’k dan gedaan?Hopman.Dat zal je later hooren!(trapt de schoenen).Sero.Die arme schoenen maken nog de reis rondom de wereld.Regina.Nee—ik verdraai ’t!Hopman.Wat zeg jij?… Wil jij niet?… Heb jij ’n wil?(grijpt haar bij den arm)… Een, twee …[Inhoud]Vijfde tooneel.De Regent, Hopman, Sero, Regina, laterJus.Regent.(van de trap komend)Ho! Ho! Geen drie! Maar hopman, ’t is ’n vrouw, ’n vrouw …[395]Hopman.… Geen vrouw—’n lichtekooi, Uw Excellentie!Regent.… Is dan ’n lichtekooi ’n man? Kom, kom! Jij blijft wel rustig zitten dáár, ook zonder kussen in je rug, niet waar? Geweld bij vrouwtjes, hopman, onverschillig wat ze zijn, dat heeft geen pas—tenzij—tenzij je zwaar verliefd ben en ’t torteltje niet trekkebekken wil, ha-ha-ha!(let Sero op)… Ha, onze vriend! Wees welkom, welkom!Sero.Dank u, Excellentie. ’t Zelfde. En nog meer.Regent.’t Is kostlijk weer vandaag. ’n Tikje warm, ’n beetje felle zon …(den schijn van ’t venster bedoelend)… Hindert je niet?Sero.Nee, nee. Integendeel. Waar licht is, is ook vreugd!Regent.De schalk, de schalk! Dat blijft maar goed gemutst en welbespraakt! ’t Is zeldzaam, zeldzaam! Ja, geniet ’r nog maar van. Wie weet hoe kort ’t duurt—een trapje lager houdt ’t op …Sero.De zon …Regent.… De zon, de maan, de sterretjes—en wat de grappenmakers meer in dicht en rijm bezingen … Heb je honger?[396]Sero.’k Wist niet dat dàt Uw Excellentie intresseerde …Regent.Och ja—och ja!… Hoe meen jij dat?Sero.’k Meen dat ’t duizenden en nog eens duizend—’k meen niemendal …Regent.De schalk!… Nu had-ie moeite ’t inteslikken, ha-ha-ha!(tot Jus, die de trap afgekomen, ’t laatste gehoord heeft)… Die man heeft hier(betikt z’n voorhoofd)’n koemaag, maar geen hersens—die kauwt, herkauwt en kauwt zoo ieder uur op onverteerbaar tuig! Ha-ha-ha, ’t is zeldzaam, zeldzaam!… Dus geen honger?…Sero.Nee, nee …Regent.Geen trek in jonge kiekens of een malsch aan ’t spit geroosterd boutje?Sero.De koemaag hier verdraagt die zaken niet …Regent.Geen kreeftje, rood—óók rood—van woede om de hitte van ’t water, met ’n roemer witten wijn?Sero.Daar heb ’k juist vanmorgen mee ontbeten—en heel m’n buurt tot we ’r van kikten en ik ’n graat kreeg in m’n keel.Regent.Hoor je dat, Jus—ja Hopman lach gerust!—[397]de schalk heeft kreeften met ’n graat, ’n graat—en zonder schaal gegeten! Zoo praat dat over alles, alles mee. Dat heeft verstand van staat en kerk en God weet wat—en ook van kreeft, ha-ha-ha!Sero.Als ’t dan geen graat was—en geen bastaardkreeftje—was ’t ’n schaar—en als ’t geen schaar was, was ’t ’n ander ding om in te stikken. In Godsnaam, Excellentie, eet geen kreeft!Regent.Ha-ha-ha, zoo’n levenslust! Geen honger dus?Sero.Spijt me waarachtig, néé.Regent.Dat moet dan anders worden, Jus. Dat ’s ongewoon en maakt me ongerust. ’n Man die ’t prachtig eten van mijn kok niet lust, geen honger heeft—die driemaal weigert—is te zwaar doorvoed—en vroeg of laat krijgt-ie vervetting aan z’n hart, z’n lever of z’n tong!Sero.Ja, ja—m’n tong is welgedaner dan m’n buik!Regent.Is dat niet abnormaal? En zijn we niet verplicht zoo’n kanker uit te snijden?(met gebaar naar ’n insect dat hij reeds ’n paar maal verjaagd heeft).Wat wil dat lastig dier toch bij m’n hoofd?… Heb jij geen honger, vriend, dan moet jij op dieet—en schap’lijk lang tot dat je maag weer werkt en ook je tong wat minder welgedaan doorslaat, ha-ha-ha! ’k Wed dat die kuur je helpt![398]Sero.Dus ik blijf hier?Regent.Voor onbepaalden tijd.Sero.Wel, wel—en zonder vonnis? Dat’s ’t nieuwste recht, ’n vastenavondgrap, ’n luimige inval van z’n Excellentie …Regent.Niet waar? ’n Beetje kortswijl hoort ’r bij!Sero.Ik vast zoolang die kortswijl duurt.Regent.Bezwaarlijk, vriend.Sero.Wie niet gevonnist is—en niets misdreven heeft—heeft ’t poorter-recht van iedren poorter—en móét voor schemer weer op vrije voeten gaan! ’k Ben minstens tien keer hier voor dezen heer(met gebaar naar Jus)gebracht en tien keer met beleefden groet weer losgelaten …Jus.(lachend)Dat klopt(mede met gebaar naar insect)—hij was zoo glad, zoo leep, zoo listig, Excellentie en zoo glibberig als ’n aal, dat we ’m telkens lieten glippen, om de poorterwet in eer te houden.…Regent.’n Aal vat men niet aan met schoongewasschen handen … Dat doet men met ’n scheutje zand …(beloert het insect op de tafel)… Wacht even! Stil! Ha-ha, ’k heb beet! Twee hommels in een klap. Zoo. Even drukken. Die spelen niet meer schuilei met m’n neus. O? Wil jij toch nog—toch[399]nog vliegen?… Wel ja(trekt ’n vleugel uit)Probeer ’t met één vlerk!… Daar snapt-ie niets van: kijkt me zoo beteuterd aan, of ’k onze Lieve Heer persoonlijk ben, ha-ha-ha!(tot Regina).… Ja, kom maar dichter bij … Je mag ’t wel zien!… Die is getemd, ha-ha!, en loopt m’n hand rond of-ie kreupel is … Dat komt omdat de andre vleugel ’m te lastig is … Dan die ’r ook maar af …(’t insect op tafel zettend)En kalm aan stappen—niet te wild—want op den inktpot is geen klep—en reddingsgordels heb ik niet, ha-ha! Zoo zie je, Jus, hoe je met handigheid, ’n kwajen hommel leert marscheeren, ha-ha-ha!(nijdig uitvallend tot Regina)Is jouw plaats hier?Regina.…(angstig)U zei me zelf..Regent.Ik zei jou niets, niets, niets!Hopman.Nee niets! Vlug achteruit! En op de bank gebleven!Regina.Wel allemachtig, ’k ben niet gek!Regent.(met de hand de tafel beslaand.)Hoor ik jou nog …! Wordt ’t hoogste woord door straatgespuis en wijven uit ’t bordeel gesproken!(tot Jus).Waar is ’t onwijze jong, ’t schaap, ’t kind?Jus.Dat moet benee zijn, Excellentie.Regent.Hier laten brengen!(Jus gaat naar gaanderij)Nee—wacht nog even. Die vrouw, die is te veel.Jus.Wil u …Regent.Wil u … Wil u … Wil u … Alsikgeen haast heb, hol je of ’r brand is—en als ’k angstig uitkijk waar je blijft, kruip je met looden ballen aan je beenen! Wat lach je nou? Ik maak geen pret, ben niet jouw clown!(tot Sero, die weer met den rug naar de tralies zit)… En jij! Ha-ha! Als jij niet weergaasch-rap de voorpui van je onbewoonbaar huis vertoont, zal ik je blaren laten zitten!Sero.Ik warm m’n rug in ’t uitgezochte zonnetje …Regent(tot Hopman).Haal ’m ’r uit! Kun je ’t alleen?Hopman.Dat stuk karkas regeer ’k met twee vingers, Excellentie!(tot Sero, dien hij uit de kooi trekt).Toe, maak wat voort!Sero.Dank u zeer! Ik wist wel dat Uw Excellentie haar kostbren tijd niet lang verspillen zou—en mij vóór ’t ongenoeglijk schemeruur weer op ’s lands kei zou zetten.Regent.(wenkend)Op die bank! Halt! Halt! Heeft men zijn zakken onderzocht?Hopman.Ik denk van ja …[401]Regent.Jij denkt van ja—jij denkt van nee—wie denkt ’r ooit behalve ik? Is één vermoorde koning niet genoeg? Moet ik op alles letten?Sero.(op den eenen zak wijzend).Hier, Excellentie, zit ’n bom—en daar ’n handgranaat.… Eén vinger, die den weg niet weet, in deze donkre, schrikkelijke grot—en ’n vulkaan, ’n donderslag vernielt mijn ribbekast, maar ook ’t Hoofd van Staat!Hopman.De handen op je rug!Sero.Nee, nee. Dat doe ’k liever zelf. Als u mij kietelt, schiet ik in den lach—en als ik lach, loopt ’t bommen-uurwerk af!(den eenen zak ledigend).Dat’s een.(overreikt ’n stukkenden zakdoek).M’n linnengoed, merk S. van een tot twaalf. Dat ’s twee, met minder ezelsooren dan menig hooggeleerd gezelschap!Regent.Wat is dat voor ’n godvergeten boek? Lees voor! Lees voor!Hopman.’n Boek vol dikke potloodhalen.Regent.Dat vraag ’k niet! Lees voor! Lees voor!(tot Sero)Geheim genootschap, schalk?Hopman.(lezend)„Wij hebben (hier is wat doorgehaald) den, den … (dat is onleesbaar!)… den strijd tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld”…[402]Regent.Staat dat ’r woordelijk?Hopman.Woordelijk!Regent.Je legt daar op beslag!Sero.Dat is ’n eeuw of wat te laat—’t is te zwaar verspreid—In ieder huis leit ’t met netter kaft op tafel, te pronk, te pronk—en ook Uw Excellentie heeft ’t eens gelezen …Regent.(’t Boek dat de Hopman voor hem op tafel legt, op den grond werpend)’t Nieuwe testament, ’t testament!(tot Hopman)Ben jij versuft of doe je mee aan drieste grappen, ezel, lomperd!Hopman.U zei: lees voor—ik zag ’t wel …Regent.Hij zag ’t wel! Hij zag ’t wel! Als jij wat ziet, is ’t al lang gevlogen!(weer zacht en valsch tot Sero)Loop jij met testamenten in je zak? Is dat de nieuwste vinding, schalk? En haal jij daar in door wat jou niet past? Heb jij patent als prediker?(vinnig)Je andre zak!Sero.(dien ledig uittrekkend)… Verschijn en maak je reverentie! En zonder dubblen bodem, Excellentie. Enkel met rijm!(De Hopman geeft ’m ’n por).… O! ’k Was juist uitgesproken!(zit op de bank).Regent.Hij was zoo goed op dreef. Dat ’s jammer, hopman. ’k Hoor graag rakkers met wat overmoed.[403]Vooral als ’r ’n kleine prikkel wacht.… Je hebt soms muizen, die nog speelsch en dartel piepen, als poes licht op den loer.… Ga zitten, Jus—en sla je wetboek op—maar heel voorzichtig! De nieuwe soort die ik gekweekt—de zesvoeter met kromme beenen—kijk, kijk: hij springt waarachtig over hindernissen!—die heeft vandaag z’n laatsten vrijen dag … ’n Lijkenvlieg, hoe kwam ze hier?… ’k Heb meelij met je larven, acrobaat! Jouw nageslacht zal in geen krengen bruiloft vieren! Ho! Dezen weg! Die is versperd. Op last der overheid, hahaha!(speelt met de vlieg, half over de tafel hangend)Ja, ja,—en nu m’n andre kameraad. ’k Zou je bij m’n dressuur vergeten! Jij ben gearresteerd, omdat, omdat …Sero.… Omdat ’k wat lastig ben …Regent.Lastig néé—welnee m’n brave vriend! De wet heeft mazen en je kruipt ’r door. Dat is je recht! Je ben niet lastig: listig, lustig. Je bazelt af en toe …(tot Jus)… Wat zei-ie gister op de groote markt? Hoe was dat weer?Jus.Hij zei: ’t volk dat wordt belogen en bedrogen door iedereen …Regent.Door iedereen? Door iedereen? Uitzondring ken jij niet? Dus ik, ik als Regent, belieg, bedrieg?Sero.Als ik dàt heb gezegd verbeur ik ’t vrij gebruik van deze tong![404]Regent.Bedoelen dee je ’t evenmin?Sero.Niet dat ik weet.Regent.En denken, denken?Sero.Zelfs niet dróómen, Excellentie—en bij God, de droom is van een bandloosheid, wanneer je stevig slaapt en snurkt, om in een ijzer dwangbuis op te sluiten!Regent.Dus ik ben uitgezonderd?Sero.’k Heb niet aan u gedacht—’k zou vloeken bij mijn zwaard en bij mijn éér—als ik ’n zijgeweer bezat—en als ze op mijn eer in ’t pandjeshuis ’n tiende penning of ’n knijzer schoten!Regent.(tot de vlieg)Ho! Ho! Verboden toegang, lijkenschenner!(sarrend-zoet tot Sero)Jij ruit niet op?Sero.Beweert dat iemand? Als ik ’t dee—had die meneer me niet gehouden, voor jaar en dag?Regent.Jij scharrelt overal—langs veld en wegen—op markt en plein—in dorp en kroeg—Wat doe jij daar?Sero.Verhalen en vertellen.Regent.Vertellen? Wat?[405]Sero.Van alles, maar geen leugens. M’n vader, die door Zijn Majesteit—Zijn Majesteit is dood—hij rust in vrede!—gehangen werd, omdat-ie (vader—niet Zijn Majesteit!) anders bleef denken dan zijn tijdgenooten—en dat hardop, hardop (was-ie maar stom geboren!)—m’n vader leerde me al vroeg, al van m’n eerste jaren …Regent.Nu? Durf je niet? Wat leerde-ie?Sero.Ben ’t vergeten … ’t Een’ge wat ik me herinner, als ’k de spons hierbinnen wring—de koemaag, Excellentie!—is dat een fopspeen meerder lucht dan moedermelk bevat—en dat—en dat—laat ’s zien—en dat als je géén leugens zegt—de waarheid ongemerkt en ongevraagd en als ’n dief zoo handig in je eigen schaduw loopt …Regent.Zoo’n roover, zoo’n bandiet! Verspreekt zich nooit! Loert als ’n schildwacht op ’t onraad van z’n woorden! Heel goed! Heel goed!… Wat was ’t vanmorgen, Jus, toen ze ’m grepen?Jus.Van morgen was ’t zoo’n herrie en zoo’n volte op de markt, dat ’r met blank geklopt moest worden. Hij las ’n stuk van ’t nieuwe testament, maar las ’t zoo, zoo uit mekaar getrokken en zoo sluwtjes weer gekoppeld, zoo vol bedoeling en hiaten—als iets niet paste—dat ’t geen tekst was, maar een oproerspreek …Regent.Aha![406]Jus.’k Heb zelf gehoord hoe-ie de poorters hitste …Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer, dat staat geschreven—hij roept ’t zoo en met zoo’n haat—en op zoo’n fellen toon, of ’r geschreven stond: ze zijn gelijk!Regent.Jawel! Jawel!Jus.Hij is ’n dagelijksch gevaar—en lacht geslepen om elk verbod, om iedre wetsbepaling, iedre ordonnantie—en toch—en toch—toch is ’t nog niet gelukt …Regent.De deksel op de doos te vouwen.(tot de vlieg)Ho, deze zij!… Dus, dus: hardop beweer jij niets?Sero.Niets dat niet elkeen mag! Hardop is lokvink voor de galg—en ’k heb zoo teeder vel—(op z’n nek wijzend)hier in ’t bijzonder—vel dat al springt als ’t de zeepkwast ruikt, dat ’k liever met ’n baard van weken ga, dan met ’n gladde kin.Regent.Dan met ’n gladde kin—jij gladde vogel!Sero.Mag ik m’n schoenen nu?… Of wil Uw Excellentie dat ’t volk, de poorters, keerlen en de wijven me missen—en aan ’t vloeken slaan?Regent.Hij is vrij—dat spreekt vanzelf, voor wat-ie gister en vandaag en vroeger nognietzéi, maar dàcht, of ooknietdacht, maar droomde—de sluwe[407]vos.… Nee, laat je schoentjes nog wat rusten!(wenkt gebiedend den Hopman)Die vrouw! Die vrouw!(Hopman wenkt Rakker)Al wou je, hier op ’t slotplein, in gelijkenissen spreken—zoo dat de minderjaarge koning als z’n vader neergeschoten werd—ikheb de poorterwet bezworen,ikbreek geen eed,ikdoe alleen m’n plicht, als ’t moet, als ’t kan, als ’t openbaar belang ’t dwingt en eischt(tot de vlieg, terwijl Regina door Rakker weer binnen geleid wordt en op bank neerzit)Je eigen schuld! Heb ik je niet gewaarschuwd, smakker?(Jus buigt zich ook over den inktkoker)Wat doe je, als je ’t zwemmen niet verstaat, te duiken in den put?… Die sterft een zwàrten dood, ha-ha!…(tot Sero)Jij wordt beschuldigd …(zich onderbrekend, nijdig)Ken jij die vrouw?(Sero knikt)Niet knikken! Antwoord geven!Sero.Ik ken ’r—ja.Regent.(tot Regina)En jij? Heb jij ’n dochter van dat schepsel daar?…Regina.We waren …Regent.(met de handen op ’t koord, snerpend)Ik vraag niet wat jij was—’k vraag of je ’n dochter heb?Regina.Die hebben we … Een is gestorven …Sero.… Goddank!…[408]Regina.… Een leeft.Regent.… Dat is jóúw dochter dus?(tot Sero)En ook de jóúwe? Verkies je niet te spreken?… Blijf je zwijgen?…Sero.Och, als ik zwijg, zal iedre steen ’t roepen! Ze is m’n vrouw …Regent.En met jouw weten is die vrouw ’n lichtekooi—en laat je ’r hoereeren!…Regina.… Ik ben …Regent.… Je ben hier om je mond te houen en te blijven zitten, alsikmet andren praat!… Jij!… Wist je dat? Déélde je soms de honingkoeken en pataten, die zij je huis indroeg—deelde je bed en beurs en lippen—lief en leed, ha-ha! Had jij de kas, de tucht, bij dat òntuchtig doen? Ging je door d’achterdeur, als vóór de klink gelicht werd door ’n klant? Hoorde je niets en zag je minder nog? En had je zoo bij winterdag twee warme voeten en ’n heet-gekruide maag?Sero.(spottend)Misschien.Regent.Misschien! Misschien! Waar heb jij van geleefd in al die jaren?Sero.Van manna en van lucht—èn—hoop doet leven![409]Regent.Noteer je, Jus—ontkennen doet-ie niet …Sero.Oho—is dat de klem?… Is dat de val, en dat ’t spek? En denk je dat ’n ouwe rat met haast geen tand meer in z’n bek, onnoozelweg z’n grijzen staart daaraan verbeuren zal?… Ik heb die vrouw—mijn vrouw—in volle vijftien jaar niet meer gezien—zie ’r vandaag voor ’t eerst en—weer voor ’t laatst.Regent.En ’t kind?…Sero.Laat dat ’r buiten!Regent.Hoe oud is ze?(Sero haalt de schouders op)O, ben je dat vergeten?Sero.(dof)’k Zeg nòg eens: laat ’t kind ’r buiten …Regent.Nee, nee—’t gaat juist om ’t kind!Sero.(opstuivend)Ik zeg …Hopman.… Zitten blijven!Regent.… Of in z’n kooi!… Ei, ei—hij lacht niet meer! De snaak trekt nieuwer soort grimassen! Ik vroeg: hoe oud?… Da’s zeldzaam!… Zeldzaam, hoe ’n tong, straks vlijm geslepen, nu bot naar antwoord zoekt!(tot Regina, haar in de wang knijpend)Is jouw geheugen, zwartoog, knappe deern—jij ben de zonde waard, waarachtig, op m’n woord![410]—ook zoo wormstekig … Is ’t wonder Jus, dat ze dat mensch ’ns af en toe verschalkte?… Hoe oud of wel hoe jong?Regina.… Zeventien!Regent.Zeventien?… Dan was jij zelf niet ouwer toen je trouwde?…Regina.(driest)Jonger nog!Regent.(haar kin streelend)Ha-ha, had ik jou toen gekend! ’n Jonge duif, ’n jonge doffer, wat? De malste kippen zijn de kiekens, versch van ’t nest! De grootste gaping in de poorterwet—ja, lach maar, Jus—is dat ’t recht van d’allereersten nacht,’t jus prima noctis, is vergeten …(tot Regina)Je hoeft niet bleu en ook niet bang te zijn … Voor àlle vrouwtjes, met of zonder man, of met dozijnen, ha-ha-ha!—buig ik mijn krolschen rug! Ja, ja … Maar nu de zaken!… Je dochter heeft je dikwijls opgezocht in deze maanden, niet?Regina.Dikwijls niet—soms eens, soms tweemaal in de week.Regent.Niet meer?Regina.Nee, Excellentie.Regent.Jìj gaat vrij uit—en zonder straf—’t is niet om jóú te doen—biecht op![411]Regina.Ik heb ’r eerst ontmoet op straat—toen is ze vier, nee: vijfmaal op bezoek geweest.…Regent.…’s Avonds?.… ’s Nachts?.…Regina …’s Morgens. Dacht u dat ik—als moeder..?Regent.Ik denk.… ik denk.… Dat raakt je niet!(plots weer fel)… Zoo, zoo, ha-ha!… ’t klopt als ’n bus met wat ze ons berichtten!(tot Sero).Jij, burger Sero, wist dat niet? Jij wist niet dat je kind, je minderjaarge dochter, op bezoek ging bij ’n slet, ’n alle-kerels-lief?(tot Regina die zich verdedigen wil)—Wat ben jij anders? Hou je mond!—Jóú was dat niet bekend?Sero.Ik wist van d’ eersten keer—toen ze mekaar op straat.… ’t Andre heeft m’n kind verzwegen..Regent.Ja, ja.… Dàt antwoord wachtte ’k! Maar toen dien eersten keer—heb jij je dochter niet gezegd wat of ’r moeder was en is?Sero.Nee.Regent.Nee? Nee?Sero.Nee!Regent.Waarom niet, ridder met de waarheid—in je schaduw?[412]Sero.Waarom? Omdat—omdat ’k niet wou.Regent.Heb je dat, Jus?.… M’n hulde!.… Dat wou niet dat z’n dochter eerbaar bleef!Sero.(met dreigenden glimlach)Pas op!.…(zich inhoudend).Ho, ho—ik ging te ver.…Regent.Ja, ’t gaat te ver! Bij God, ’t gaat te ver! ’n Vader die z’n kind niet tegenhoudt op ’t ergste pad—’n minderjarig kind nog wel—zoo’n liederlijke vader.… De wet!.… Sla op de wet!Jus(glimlachend).Had ’t al aangestreept—hier staat (.… Artikel 82 Bis).… „De ouders die.…”Regent..… ’k Vraag niet van óuders—’k vraag van váders, die.…Jus.Dat’s 83 D, gewijzigd bij de wet van.…Regent.’k Vraag naar geen nummers van je wettenkraam.… Lees op!Jus.„Hij die die ’t vaderlijk gezag misbruikt, mitsgaders bij zijn kind of kindren ontucht kweekt …”Regent.Juist! Juist!Jus.…„Wordt staande het delikt uit eerstgenoemd gezag ontzet en met verlies van alle poorterrecht tot spinhuisstraf van hoogstens zeven jaar gericht.” Artikel 83 E.…[413]Regent.’t Is al genoeg! Ik dank je wel!(dicht op Sero)Glimlach je nog schavuit?Sero.Niet zoo dicht bij m’n handen, Excellentie!(lachend, om z’n verwoedheid te bedwingen)’t Is meer gebeurd, dat ’r ’n vuige moord geschiedde, ha-ha-ha!—dader onbekend, ha-ha!.…(tot den Hopman, die zich tusschen hem en den Regent plaatst, de hand aan het gevest)Ik zou dat scheermes liever laten in z’n—in z’n schulp. Ik kruip al met ’n vlotte buiging in de mijne!(zet zich weer op de bank).Regent(die achteruit-geweken is).Dat’s over ’t toppunt heen! Zag jij ’t Jus?.… Heb jij ’t opgelet? Dat dreigt!.… Dat heeft gedreigd!.… Dat heeft den moed gehad z’n vuisten op te heffen en me met oogen aan te zien, of ik—hè-hè-hè!, hè-hè-hè!—of ik z’n maat, z’n rotgezel, z’nchère confrère, hè-hè-hè!(tot den Hopman)’t Kind! Hier met de eedle erfgenaam van ’t schoone paar!… Dat heeft gedreigd, gedreigd!.…Hopman(Regina bedoelend).En die.…Regent(nijdig).Dat kind, dat kind, de dochter van dien koppelaar!Sero.Een oogenblik! Ismijnkind hiér?Regent.Ja, ja! Wij willen ’t zelve ondervragen, zelf getuigen laten. En dan.…[414]Jus.….Artikel 85, alinea vier: Wanneer zoowel de vader als de moeder ontucht plegen, wijst het Hoofd van Staat dengene aan, die in de plaats der ouders …Regent..… In te grijpen weet! Juist! Juist!(wenkt den Hopman).Sero.(glimlachend)Dus wordt mijn naam aan ’t ziek bedrijf dier vrouw gekoppeld!(met aandrang)Een oogenblik! Ik vraag, verzoek—en als ’t moet, dan sméék ’k—kan ’k meer?—om ’t kind niet te „verhooren”—niet in ’t bijzijn van ons twee.… niet onverwacht. Laat me alléén twee woorden met ’r praten!Regent.Is-ie niet stom en doof en blind en dronken!(tot den Hopman)Moet ik jou zesmaal orders geven!(Hopman wenkt Soldenier in gaanderij, die bij de poort plaats neemt. Hij zelf gaat over de trap in ’t paleis).
[Inhoud]Eerste Tooneel.Sero, Soldenier, Rakkers.Sero.(wordt door twee rakkers, die hem aan polsen en nek vasthouden, naar rechtsche traliedeur voortgeduwd).… Ho! Ho! Ho!…(schudt zich even los, staat glimlachend[378]met quasi-dreigenden wijsvinger)… Mijn gebeente, proletariërs!… Heeft God..?Eerste Rakker.(hem weer vastgrijpend)… Ja, ja, ’t is goed! Vooruit!Sero.Heeft God ons niet naar zijn evenbeeld geschapen? Past ’t jullie, proletariërs, een zoo voortreffelijk evenbeeld …?… Au!… Au!…Tweede Rakker.…’ns Kijken, Evenbeeld, wie ’t kortste van stof is—jij of de paternosters!… Doe de deur open, kameraad. Dàt hou ’k alleen …Sero.(terwijl de eerste Rakker de getraliede deur ontsluit)… Heb jij wel ’ns gehoord, vriend, hahaha!—van—van—breek m’n polsen niet, man!—van zeker wereldsch en voorwereldsch gezegde—ja, hoeveel eeuwen geleden wel?… Heb je naaste—au! au!—heb je naaste lief—au!—gelijk jezelf..?Eerste Rakker.(hem in den nek grijpend en in ’t hok smijtend)… Afgeloopen! De rest schenken we je!(sluit de traliedeur.)De rest vertel je aan de heeren zelf!(tot Soldenier)… Laten praten!(betikt z’n voorhoofd.)Half simpel, driekwart gek!(af).[379][Inhoud]Tweede Tooneel.Sero, Soldenier.Sero.Dat’s niet te hoog, niet te breed, niet te diep hier—gewapende macht! Maar ruim genoeg voor mijn beetje gedachten—en voor de jouwe ’r bij, als ik je niet beleedig!(op ’t bankje in ’t hok neerzittend)Ha! Ha! Een aan alle eischen des tijds beantwoordende luierstoel … Heeft u er geen bezwaar tegen, gewapende macht, dat mijne sokken het daglicht aanschouwen?…(trekt zijn ouwe schoenen uit).Ben in geen tweemaal vier en twintig uur uit de kleeren geweest—en—en—(moeilijk-trekkend)vastgeroest!—een van twee: deze voorwerpen van de laatste mode zijn hoogst-eigenzinnig gekrompen, òf m’n voeten hebben zich in groeistuip gezet.….. Pang!… Da’s een …(met den wijsvinger op een gat in de kous, dat de hiel bloot legt)… Geen eerste, geen tweede kwartier: volle maan!… Zelfs met de merkwaardige vlekken, die men vroeger voor zeeën aanzag! Galileï …(zich onderbrekend)… O?… Luister je niet?…(tweeden schoen uitwringend)Bij mijn ziel, en bij de ziel van de koe of den stier, die eens …(hijgend stoppend)—daar blaas ik mijn adem bij uit!—die eens hier in stak—dat noem ’k weerbarstig …(trekt—de schoen vliegt uit, hij tuimelt van de bank op den grond)Ha-ha-ha!(De soldenier schiet mee in ’n schaterlach)… Ha-ha-ha! ’k Zou op die manier ’n leelijken smak hebben gedaan, als ’k in vrijheid boven op ’n dakgoot was gedresseerd, ha-ha-ha!…[380]Soldenier.Dat zou je, ha-ha-ha!Sero.(weer op de bank)… Hé!… Wel ’t wonder! Práát jij … Dùrf jij praten?…Soldenier.Waarom zou ’k dat niet durven?Sero.Ja, waarom zou je ’t niet—jij ziet beter dan ik of ’r geen derde-met-gezag in de buurt is! Gewapende macht, gewapende macht, nou heb ’k in deze veilige behuizing nog maar één wensch! Neem een spons, vul die met edik, steek ze op een rietstok of op je schoudergeweer, en hou ’r door de tralies dezer leeuwenkooi!Soldenier.(bot)… Wat wil je?… Wat mot je?Sero.Water.Soldenier.Mag niet.Sero.Weet je dat zeker?Soldenier.Zoo zeker als tweemaal twee vier …Sero.Da’s lang niet zeker, vriend—vriend, als ’k je niet voor de tweede maal beleedig!—tweemaal twee lasteraars zijn méér dan vier, zijn ontelbaar!—tweemaal twee halve zijn twee hééle, hahaha!—en tweemaal twee vlooien vóél je als, als …Soldenier.Als ’n dozijn, hahaha! Daar, drink uit m’n flesch, grappenmaker![381]Sero.(de veldflesch door de tralies aannemend).Dank je, barmhartige!(drinkt gulzig)… Hè! Hè! Dat kan jouw en mijn Heiland, bij de fontein Jacob’s in ’t land Samarië, niet beter gesmaakt hebben!…(drinkt nog eens)… Hè!… ’t Was alles hierbinnen aan ’t verdorren …(drinkt)… Hè!… Jij ben ’n—’n—’n christen … Dáár … Da’s de gróótste onderscheiding!…Soldenier.Stop! Stop! Laat ’r voor mij nog wat in!Sero.(de flesch ondersteboven houdend)… Te laat! Had je éven vroeger dienen te zeggen …(den mond der flesch met ’n goren lap drogend)… Zoo, kameraad—dat ’s hèt voorbehoedmiddel tegen puisten!… Dank je!Soldenier.(de flesch terugnemend)… Haal jou de duivel!Sero.En àls-ie ’t deed—als-ie mij voor z’n kudde lustte—zou jìj me làten halen? En bèn ’k al niet gehaald door twee van z’n rakkers met knuisten als nijptangen? Hahaha! Hahaha!(De eene hand door de tralies stekend).Ziet m’n pols ’r niet uit, of bloedzuigers ’r horlepiepten? Hahaha!Soldenier.Heb je gestolen?(zet zich op de kruk).Sero.Gestolen, néé. Ja toch: den dag!Soldenier.De dag?[382]Sero.Ben ik geen dagdief, vrind?Soldenier.Ja, Ja!… Heb je gemoord?Sero.Nee, nee. Integendeel! Ik bèn vermoord—vermoorder onschuld vind je niet!Soldenier.Niet gestolen, niet gemoord?… Dan toch gevochten of ergens brand gesticht?Sero.Nee, ’t was wel stichtelijk, maar toch geen brand.Soldenier.Dan ben je gek en lastig voor ’t verkeer!Sero.Juist! Lastig voor ’t verkeer, ha-ha-ha! ’k Stond op de markt en praatte met de menschen … De een die haalt den ander aan … ’t Werd wat vol, te vol misschien … Ze drongen op … En toen, toen werd ìk ingepikt … En die geluisterd hadden kregen klop, ha-ha-ha!Soldenier.Wat heb je dan gepraat?Sero.De waarheid vriend.Soldenier.De waarheid?… Wat voor waarheid?Sero.Ja, wat voor waarheid? Nièt die van gister en eergister!…(onwezenlijk de hand heffend)… Die van vandaag …[383]Soldenier.(spottend)Ach kom!(staat van kruk op.)Wel, wel! En stonden daarvoor menschen stil?Sero.Ja, ja—vast meer dan duizend, mannen, vrouwen, kindren—ook soldaten … ’t Was ’n lust …Soldenier.(spottend).Dat laat zich denken! Hé! Hé! Wat ga je doen?Sero.(de schoenen buiten de traliedeur op den grond plaatsend).In geen weken hebben ze ’n beurt gehad. En als ’t Allerhoogst Gezag ’t acht in ’s lands belang, dan mag ’s Rijks werf voor zool en achterlappen zorgen! Let je goed op, gewapende macht?… Jij blijft me borg!… Schendt men mijn schoenwerk, schendt men mijn aangezicht.Soldenier.Ach, ach, wat ’n gezwollen taal!Sero.Ach, ach, wat ’n gezwollen voeten! Is ’t wonder dat mijn kousen barsten!…(stilte).Ben jij al lang soldaat?(stilte).O! Ik vraag of jij al lang met zoo’n ding op je schoeren door ’t leven marcheert? (stilte), O! Je schijnt je ’r voor te schamen dat je ’t niet zeggen durft!(stilte)… En dat kruis—waar heb je dat verdiend?Soldenier.Man, vraag niet zooveel! Op ’t veld van eer, natuurlijk!Sero.’t Veld van eer …? Oho!(kijkt van het crucifix[384]naar den Soldenier, lang en aandachtig)Je kruis op ’t veld van éér?(glimlachend)Hij draagt ’t op z’n rug—en jij van voren … Dat’s mal!Soldenier.(nijdig)Wat’s mal?Sero.’t Moest net andersom … Hìj(z’n borst betikkend)’t enkel hier—en jullie ’t daar!(beduidt z’n rug)Dan zág je ’r niet zooveel en werd ’r minder om gevochten, ha-ha-ha!Soldenier.En nou je mond gehouen! En weg die dingen!…(schopt driftig de schoenen naar de zijde der tafel)’k Ben simpel dat ’k met jou spreek!Sero.Nou vraag ik u beleefd—wat of mijn schoenen je misdaan … Hebben die redelooze, puike, geduldige lotgenooten van mijn voeten, die uit ’t stof zijn gekomen en in ’t stof zijn gegaan …(zich onderbrekend)Oho! Oho![Inhoud]Derde Tooneel.De vorigen, Regina, eerste Rakker.Rakker.En vlug wat!(zij zet zich op de bank)Nee, daar niet!… Dáár!Regina.Daar? Waar?Rakker.Sta op![385]Regina.Mensch, man—’k ben bek-af …Rakker.Mot ’k geweld?…Regina.(op de bank haar mouw opstroopend)Of je geweld gebruiken moet?… Nog meer geweld?… Je kompleete tien gebojen staan ’r in!(’r rok optillend, dat de kuitzichtbaarwordt)En m’n rokken heb je afgetrapt of ’t dwijlen waren!Rakker.(tot Soldenier)… Dat vertelt de sloeber nou alleen om ’r kuiten te laten zien, hahaha!Soldenier.(naast haar zittend)… Schoone joffer—ik zou ’r ’n eed op doen, dat we mekaar van héél dichtbij hebben gekend.Regina.(hem op de knie kloppend)Hahaha!… Ik ook! Jij ben de man met ’n moedervlek als ’n muis!Soldenier.Klopt!.… Dan ben jij.…Regina.Ja! Ja! Hahaha!(den Rakker die haar in de wang knijpt ’n tik op de hand gevend).Wel allemachtig! Buiten knijpen.…(toont haar arm aan den Soldenier die er een zoen op geeft).…binnen aaien—ben jij gek!Rakker.Buiten riep m’n plicht—en als die roept, ben ik ’n slaaf—maar binnen, binnen.… word ’k mensch en ieder mensch is zwak, ha-ha-ha!(zet zich ook op de bank).[386]Regina(tusschen de twee in).… Kerels, kerels, jullie doen als vliegen bij de suiker! Toe schuif wat op!(tot Soldenier).Wat zeg jij van zoo’n sallemander, zoo’n verdraaiden judas(den Rakker ’n tik gevend)—handen thuis!—zoo’n gedrocht?.… Dat komt me halen—of ’k wil of niet!—dat sleept me mee, met honderd menschen op m’n hielen—zegt niet waarvoor.…Rakker.Hoe weet ìk dat, m’n toet? Als mij gelast wordt: haal je vrouw, of haal ’r moeder’s moer—dan vraag ik niet, dan weet ik niet, dan klets ik niet—dan hààl ik—en soms haal ik met plezier …(legt arm om haar middel).Soldenier.(dien wegduwend).… Ho! Ho!.… Die plaats die is bezet.Rakker.Wat is bezet?Soldenier(lachend).Ik heb de oudste rechten!Rakker.Nee ik! Want ik moet toezicht op ’r houen!Soldenier.Wie van ons twee heeft de klandizie vanl’amour?.… Nou zeg ’t zelf, Regien—zoo heet je toch?Regina.Toe, toe!… Twéé knieën is te veel! Vindt jij dat lekker in die warmte?… ’k Ben smòòr op wie ’t meeste dokt! Dok jij—dokt hij—ìk hou m’n hand. Jij ben ’n knappe vent—en jij ’n schat..[387]Als ’k hier(bootst met de handen een bascuul na)—als ’k hier, ha-ha-ha!, jouw hart hou, híer ’t jouwe—dan gaat de weegschaal op en neer—dan ben ’k op jou verkikkerd en op jou verzeten—razend met jou en door ’t dolle heen met jòù!..! Is jouw beurs ’t zwaarst, dan doe ik zoo—en is de jouwe stevig, zoo! Ha-ha-ha: die twéé paar schelvischoogen!…Soldenier.Dus krengekop: jij heb geen zoetelief?..Rakker.Geen(bluffend).… die jij naar zijn snor en oogen kijkt? En die z’n beentjes vrij uit in je bedje steekt, ha-ha-ha!Regina.Nee, kerels, nee! Die tijd die is voorbij! Schenkt jou de bakker brood en wat je verder met ’t draaien aan dat ding(bootst z’n gepluk aan de snorharen na)komt vragen? Stopt jou de slager spek en worst en Zaterdags ’n pondje lenden in je léége handen? Geeft jou je huisjesmelker zoomaar onderdak? Waar werk jij met je oogen en je snor ’n borrel los, ha-ha-ha? Nee, kerels—’k ben niet gekker dan ’n ander, niet stommer en niet braver! O zoo! ha-ha-ha!… Wie alles uit z’n huis draagt gaat failliet—wie open tafel houdt, krijgt zelf geen kluiven en wie—ach Jezis, jongens, ’t is zoo warm!—wie van de lucht wil leven, eet zich geen spekrug(den rug van den Soldenier bekloppend)en geen buik van negen maanden, ha-ha-ha!(klopt den Rakker op z’n buik).Soldenier(zich lachend omdraaiend).Nou grappenmaker in je kooi—heb jij je tong verloren? Hééé![388]’k Heb ’t tegen jou! Durf jij niet naar dat prachtwijf kijken, dat je ons je ribbenkast van achter toont?Sero.(zich naar hen toekeerend).M’n ooren zien meer dan me lief is …(tot Regina, die angstig opgesprongen is).Goeien dag. Wel geslapen, Regina, koningin van den nacht? Niet van me gedroomd..?Regina.Jij hier? Heb jìj daar al dien tijd gezeten?Sero.Gezeten ja—ik zit. Nee, loop niet achteruit—ik zit sekuur—en dan ik doe geen schepsel ook maar zóóveel kwaad … Dat weet jij toch.…Soldenier.Wel allemachtig—is dat, dat aapmensch, ook een van je klanten?Sero.Ja, ja. Een van ’r alleroudste—waar of niet, Regien! Al was ’k niet de eerste, waar of niet, Regien? ’t Spijt me machtig, dat ik heb gestoord.… Ga zitten, menschen … En praat rustig verder!…(geeuwt)… Ik heb—m’n kaken springen van mekander—’n slaap, ’n goddelooze slaap of ’k tién roezen uit moet slapen … Geneer je niet—ik speel geen luistervink, Regien …(zet zich weer op de bank met den rug naar de anderen gekeerd).Rakker.Ken jij dat heer?Regina.(vinger op den mond)… Dat is—dat is …Soldenier.…Dat is ’r minteneur![389]Sero(’t hoofd naar de tralies)… Nee, nee—ik ben de vader van ’r kind—èn, als ’k me niet bedrieg—en ’t niet verkeerd geboekt staat in de folianten van den godgezant, die ons voor weinig penningen—te spotgoedkoop, voorwaar, voorwaar!—zijn allerheiligste zegen gaf—en zij ’t zich nog herinnert (ik zelf was het haast kwijt!)—en jullie twee ’t niet aan iedereen verklapt: ik ben, ik ben ’r lijfelijke man, ’r màn.… Ja, Ja—ha, ha!—’t was voor zestien jaar en zeven maanden en dertien dagen—in Mei—als elke vogel legt ’n ei—in Mei, datwijde voorste vingers van twee rechterhanden (tweemaal twee is tien) naar den hemel staken—omdat, omdat ons, òns kind op komst was—òns kind, niet waar, Regien.… Ja, ja—en nou—en nou.…Soldenier.En nou?.… Nou visch je achter ’t net, ha-ha-ha!Rakker.Nou draagt-ie op z’n test ’n honderd hoornen, ha-ha-ha!Soldenier.Nou heeft-ie òns daar net gesnapt, ha-ha-ha!Rakker.Nou zit-ie op z’n sokken in ’n kooi, ha-ha-ha!Soldenier.En geeft je pootjes, als je ’t vriendlijk vraagt, Regien, ha-ha-ha! En wacht zìjn beurt om in je armen weer te leggen, ha-ha-ha!Sero.Ik heb geen bek voor dàt soort spek!(zij schopt[390]achter het koord de schoenen weg)Eerst hij, nou jij! Alle negen! Dat wordt ’n kegelspel met schoenen die de tand des tijds nog beter dan ik zelf doorstonden! Ben je ontstemd, Regien, of is ’t de vreugde van ’t wederzien, na zooveel jaren?Regina(kwaadaardig).Ik zou van leut en lol wel kunnen dansen! Dat merkt-ie nog niet eens! Dat vraagt ’t schepsel! Wil je ’t soms zwart op wit?Sero.Och nee—die twéé getuigen zijn voldoende.. En de pure, malsche blijdschap op je aangezicht!Regina.Zoo heeft-ie jaren lang, me ieder uur gesard, gehitst, gekweld.… ’n Adder heeft geen giftiger tong.… Man, man ik háát je zoo!Sero(triestig-glimlachend).Ja, ja, ’t kan verkeeren.Regina(nijdig tot Rakker).Nou! ’k Kan m’n tijd gebruiken! Moet ’k langer samen met dien kerel? Als ’k z’n lachen als ’n monster zie, is heel m’n week vergald!Sero.Als ìk vergal—vergulden andren!.… En àls ik monsterachtig lach …(rondkijkend)—wat drommel, hangt hier nergens in dit weelderig, volmaakt gemak ’n spiegelscherf, dat ik me overtuigen kan, en mogelijk zóó lamgeslagen sta, dat deze gruwellach z’n eigen dood besterft?—als ’k leelijk, onvertogen, ongepast, en jou ’n hééle week vergallend lach: ik ben geschapen met de hulp van drie—[391]door vader, moeder en door God (alleen de laatste is in leven!)—en heb me zelf niets van mijn manlijk schoons en leelijks toebedeeld, noch toegewenscht!(zij keert zich driftig om, zet zich voor de tafel)… Goed zoo! Van achter zien we niet—geen kleur, geen schoen, geen hindernis, geen kushand en geen judaslach.… De Satan voer in een der twaalf—’t staat beschreven!Regina.We zullen zien—wie ’t laatste lacht!Sero.’t Laatste lacht, wie ’t laatste leeft! Je blaast je lach uit als ’n kaars, mèt dat je laatste adem gaat!Regina.Jij niet! Jij niet!Sero.Ik niet?Regina.Jij grijnst nog in je graf!Sero.Alsjij’r op komt bidden zeker!Rakker.Ha-ha-ha! Ja, ja—dié zijn getrouwd! ’t Klopt!Soldenier.Wel selderju—dat hoor je van ’t spullevolk, als ’t jaarmarkt is, niet beter! Kischt! Kischt!.… Laat je niet plukken, meid!Rakker.Vooruit! Toe dan, ha-ha-ha! ’t Liep zoo lekker en gesmeerd! Leg je ’t af, Regien?Regina.Ik wreek me wel—vandaag of morgen.[392]Sero.Vandaag! Dat ’s dichterbij en houdt ’t vuurtje warm!Regina.Klets toe—ik zeg geen woord, geen woord meer!Sero.Geen woord? Dat is ’t einde. Want in den Beginne wàs het Woord.…Soldenier.Ach gekke kerel loop!Sero.Als ik maar loopen kòn!Rakker.Dan liep zij kwispelstaartend met je mee, ha-ha-ha!(zakt lachend van de bank op den grond).Regina.Met dien stumper, dat gedrocht, dat hatelijk verschijnsel, dat mirakel, dat ellendig wurm, ha-ha!Sero.Let op—dàt was ’r láátste woord!Soldenier.Regien, Regien!(schatert met den Rakker)[Inhoud]Vierde tooneel.De vorigen, Hopman.Hopman.(op door de gaanderij).Wat is dat?(tot Rakker)Wat zit jij op den grond?… En jij—is dat jouw plaats?.… En hoort die vrouw daar achter?[393]Rakker.(terwijl de Soldenier naar venster wijkt).Ik was—ik was gevallen, hopman …Sero.Ja, ja—dat kan ’k getuigen—’r zijn ’r meer gevallen hier …Hopman.Mond gehouen allemaal!(tot Regina)Weg jij daar!(tot Rakker)Wat had ik jou gelast?Rakker.Ik heb ’r minstens twintig keer gezeid(naar het linkerhok wijzend)daar in te gaan …Regina.…Dat liegt-ie.Rakker.Lieg ik, Soldenier?Soldenier.Ik heb ’t gehoord.Sero.Ha-ha-ha!Hopman.Wel alle duivels, is dat hier ’n bende! Als jij nog even kikt, dan sla ’k je in de boeien!Sero.O, mocht ’t niet?Hopman.Nee—hier mag niks!Sero.Niks is niet veel—maar als je ’t eenmaal weet genoeg.Hopman.(tot Soldenier)Marsch! Ingerukt! Daar in ’t wachtlokaal! En vlug! (tot Rakker) En jij, jij zal je uur onthouden …(Soldenier af).[394]Rakker.…Ik heb ’r dertig maal misschien …Hopman.(met driftig gebaar)Dat ’s dertig maal te veel! Jij heb te dóén en niet te laten! Rechtsomkeer en marsch!(Rakker af)En jij vooruit!(Smijt traliedeur voor Regina open)Versta je niet?Regina.Ik heb toch niet gestolen, niet gebedeld, ben niet dronken langs den weg gegaan—ik heb geen nachtrumoer …Hopman.… Asjeblief.Regina.… Wat heb ’k dan gedaan?Hopman.Dat zal je later hooren!(trapt de schoenen).Sero.Die arme schoenen maken nog de reis rondom de wereld.Regina.Nee—ik verdraai ’t!Hopman.Wat zeg jij?… Wil jij niet?… Heb jij ’n wil?(grijpt haar bij den arm)… Een, twee …[Inhoud]Vijfde tooneel.De Regent, Hopman, Sero, Regina, laterJus.Regent.(van de trap komend)Ho! Ho! Geen drie! Maar hopman, ’t is ’n vrouw, ’n vrouw …[395]Hopman.… Geen vrouw—’n lichtekooi, Uw Excellentie!Regent.… Is dan ’n lichtekooi ’n man? Kom, kom! Jij blijft wel rustig zitten dáár, ook zonder kussen in je rug, niet waar? Geweld bij vrouwtjes, hopman, onverschillig wat ze zijn, dat heeft geen pas—tenzij—tenzij je zwaar verliefd ben en ’t torteltje niet trekkebekken wil, ha-ha-ha!(let Sero op)… Ha, onze vriend! Wees welkom, welkom!Sero.Dank u, Excellentie. ’t Zelfde. En nog meer.Regent.’t Is kostlijk weer vandaag. ’n Tikje warm, ’n beetje felle zon …(den schijn van ’t venster bedoelend)… Hindert je niet?Sero.Nee, nee. Integendeel. Waar licht is, is ook vreugd!Regent.De schalk, de schalk! Dat blijft maar goed gemutst en welbespraakt! ’t Is zeldzaam, zeldzaam! Ja, geniet ’r nog maar van. Wie weet hoe kort ’t duurt—een trapje lager houdt ’t op …Sero.De zon …Regent.… De zon, de maan, de sterretjes—en wat de grappenmakers meer in dicht en rijm bezingen … Heb je honger?[396]Sero.’k Wist niet dat dàt Uw Excellentie intresseerde …Regent.Och ja—och ja!… Hoe meen jij dat?Sero.’k Meen dat ’t duizenden en nog eens duizend—’k meen niemendal …Regent.De schalk!… Nu had-ie moeite ’t inteslikken, ha-ha-ha!(tot Jus, die de trap afgekomen, ’t laatste gehoord heeft)… Die man heeft hier(betikt z’n voorhoofd)’n koemaag, maar geen hersens—die kauwt, herkauwt en kauwt zoo ieder uur op onverteerbaar tuig! Ha-ha-ha, ’t is zeldzaam, zeldzaam!… Dus geen honger?…Sero.Nee, nee …Regent.Geen trek in jonge kiekens of een malsch aan ’t spit geroosterd boutje?Sero.De koemaag hier verdraagt die zaken niet …Regent.Geen kreeftje, rood—óók rood—van woede om de hitte van ’t water, met ’n roemer witten wijn?Sero.Daar heb ’k juist vanmorgen mee ontbeten—en heel m’n buurt tot we ’r van kikten en ik ’n graat kreeg in m’n keel.Regent.Hoor je dat, Jus—ja Hopman lach gerust!—[397]de schalk heeft kreeften met ’n graat, ’n graat—en zonder schaal gegeten! Zoo praat dat over alles, alles mee. Dat heeft verstand van staat en kerk en God weet wat—en ook van kreeft, ha-ha-ha!Sero.Als ’t dan geen graat was—en geen bastaardkreeftje—was ’t ’n schaar—en als ’t geen schaar was, was ’t ’n ander ding om in te stikken. In Godsnaam, Excellentie, eet geen kreeft!Regent.Ha-ha-ha, zoo’n levenslust! Geen honger dus?Sero.Spijt me waarachtig, néé.Regent.Dat moet dan anders worden, Jus. Dat ’s ongewoon en maakt me ongerust. ’n Man die ’t prachtig eten van mijn kok niet lust, geen honger heeft—die driemaal weigert—is te zwaar doorvoed—en vroeg of laat krijgt-ie vervetting aan z’n hart, z’n lever of z’n tong!Sero.Ja, ja—m’n tong is welgedaner dan m’n buik!Regent.Is dat niet abnormaal? En zijn we niet verplicht zoo’n kanker uit te snijden?(met gebaar naar ’n insect dat hij reeds ’n paar maal verjaagd heeft).Wat wil dat lastig dier toch bij m’n hoofd?… Heb jij geen honger, vriend, dan moet jij op dieet—en schap’lijk lang tot dat je maag weer werkt en ook je tong wat minder welgedaan doorslaat, ha-ha-ha! ’k Wed dat die kuur je helpt![398]Sero.Dus ik blijf hier?Regent.Voor onbepaalden tijd.Sero.Wel, wel—en zonder vonnis? Dat’s ’t nieuwste recht, ’n vastenavondgrap, ’n luimige inval van z’n Excellentie …Regent.Niet waar? ’n Beetje kortswijl hoort ’r bij!Sero.Ik vast zoolang die kortswijl duurt.Regent.Bezwaarlijk, vriend.Sero.Wie niet gevonnist is—en niets misdreven heeft—heeft ’t poorter-recht van iedren poorter—en móét voor schemer weer op vrije voeten gaan! ’k Ben minstens tien keer hier voor dezen heer(met gebaar naar Jus)gebracht en tien keer met beleefden groet weer losgelaten …Jus.(lachend)Dat klopt(mede met gebaar naar insect)—hij was zoo glad, zoo leep, zoo listig, Excellentie en zoo glibberig als ’n aal, dat we ’m telkens lieten glippen, om de poorterwet in eer te houden.…Regent.’n Aal vat men niet aan met schoongewasschen handen … Dat doet men met ’n scheutje zand …(beloert het insect op de tafel)… Wacht even! Stil! Ha-ha, ’k heb beet! Twee hommels in een klap. Zoo. Even drukken. Die spelen niet meer schuilei met m’n neus. O? Wil jij toch nog—toch[399]nog vliegen?… Wel ja(trekt ’n vleugel uit)Probeer ’t met één vlerk!… Daar snapt-ie niets van: kijkt me zoo beteuterd aan, of ’k onze Lieve Heer persoonlijk ben, ha-ha-ha!(tot Regina).… Ja, kom maar dichter bij … Je mag ’t wel zien!… Die is getemd, ha-ha!, en loopt m’n hand rond of-ie kreupel is … Dat komt omdat de andre vleugel ’m te lastig is … Dan die ’r ook maar af …(’t insect op tafel zettend)En kalm aan stappen—niet te wild—want op den inktpot is geen klep—en reddingsgordels heb ik niet, ha-ha! Zoo zie je, Jus, hoe je met handigheid, ’n kwajen hommel leert marscheeren, ha-ha-ha!(nijdig uitvallend tot Regina)Is jouw plaats hier?Regina.…(angstig)U zei me zelf..Regent.Ik zei jou niets, niets, niets!Hopman.Nee niets! Vlug achteruit! En op de bank gebleven!Regina.Wel allemachtig, ’k ben niet gek!Regent.(met de hand de tafel beslaand.)Hoor ik jou nog …! Wordt ’t hoogste woord door straatgespuis en wijven uit ’t bordeel gesproken!(tot Jus).Waar is ’t onwijze jong, ’t schaap, ’t kind?Jus.Dat moet benee zijn, Excellentie.Regent.Hier laten brengen!(Jus gaat naar gaanderij)Nee—wacht nog even. Die vrouw, die is te veel.Jus.Wil u …Regent.Wil u … Wil u … Wil u … Alsikgeen haast heb, hol je of ’r brand is—en als ’k angstig uitkijk waar je blijft, kruip je met looden ballen aan je beenen! Wat lach je nou? Ik maak geen pret, ben niet jouw clown!(tot Sero, die weer met den rug naar de tralies zit)… En jij! Ha-ha! Als jij niet weergaasch-rap de voorpui van je onbewoonbaar huis vertoont, zal ik je blaren laten zitten!Sero.Ik warm m’n rug in ’t uitgezochte zonnetje …Regent(tot Hopman).Haal ’m ’r uit! Kun je ’t alleen?Hopman.Dat stuk karkas regeer ’k met twee vingers, Excellentie!(tot Sero, dien hij uit de kooi trekt).Toe, maak wat voort!Sero.Dank u zeer! Ik wist wel dat Uw Excellentie haar kostbren tijd niet lang verspillen zou—en mij vóór ’t ongenoeglijk schemeruur weer op ’s lands kei zou zetten.Regent.(wenkend)Op die bank! Halt! Halt! Heeft men zijn zakken onderzocht?Hopman.Ik denk van ja …[401]Regent.Jij denkt van ja—jij denkt van nee—wie denkt ’r ooit behalve ik? Is één vermoorde koning niet genoeg? Moet ik op alles letten?Sero.(op den eenen zak wijzend).Hier, Excellentie, zit ’n bom—en daar ’n handgranaat.… Eén vinger, die den weg niet weet, in deze donkre, schrikkelijke grot—en ’n vulkaan, ’n donderslag vernielt mijn ribbekast, maar ook ’t Hoofd van Staat!Hopman.De handen op je rug!Sero.Nee, nee. Dat doe ’k liever zelf. Als u mij kietelt, schiet ik in den lach—en als ik lach, loopt ’t bommen-uurwerk af!(den eenen zak ledigend).Dat’s een.(overreikt ’n stukkenden zakdoek).M’n linnengoed, merk S. van een tot twaalf. Dat ’s twee, met minder ezelsooren dan menig hooggeleerd gezelschap!Regent.Wat is dat voor ’n godvergeten boek? Lees voor! Lees voor!Hopman.’n Boek vol dikke potloodhalen.Regent.Dat vraag ’k niet! Lees voor! Lees voor!(tot Sero)Geheim genootschap, schalk?Hopman.(lezend)„Wij hebben (hier is wat doorgehaald) den, den … (dat is onleesbaar!)… den strijd tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld”…[402]Regent.Staat dat ’r woordelijk?Hopman.Woordelijk!Regent.Je legt daar op beslag!Sero.Dat is ’n eeuw of wat te laat—’t is te zwaar verspreid—In ieder huis leit ’t met netter kaft op tafel, te pronk, te pronk—en ook Uw Excellentie heeft ’t eens gelezen …Regent.(’t Boek dat de Hopman voor hem op tafel legt, op den grond werpend)’t Nieuwe testament, ’t testament!(tot Hopman)Ben jij versuft of doe je mee aan drieste grappen, ezel, lomperd!Hopman.U zei: lees voor—ik zag ’t wel …Regent.Hij zag ’t wel! Hij zag ’t wel! Als jij wat ziet, is ’t al lang gevlogen!(weer zacht en valsch tot Sero)Loop jij met testamenten in je zak? Is dat de nieuwste vinding, schalk? En haal jij daar in door wat jou niet past? Heb jij patent als prediker?(vinnig)Je andre zak!Sero.(dien ledig uittrekkend)… Verschijn en maak je reverentie! En zonder dubblen bodem, Excellentie. Enkel met rijm!(De Hopman geeft ’m ’n por).… O! ’k Was juist uitgesproken!(zit op de bank).Regent.Hij was zoo goed op dreef. Dat ’s jammer, hopman. ’k Hoor graag rakkers met wat overmoed.[403]Vooral als ’r ’n kleine prikkel wacht.… Je hebt soms muizen, die nog speelsch en dartel piepen, als poes licht op den loer.… Ga zitten, Jus—en sla je wetboek op—maar heel voorzichtig! De nieuwe soort die ik gekweekt—de zesvoeter met kromme beenen—kijk, kijk: hij springt waarachtig over hindernissen!—die heeft vandaag z’n laatsten vrijen dag … ’n Lijkenvlieg, hoe kwam ze hier?… ’k Heb meelij met je larven, acrobaat! Jouw nageslacht zal in geen krengen bruiloft vieren! Ho! Dezen weg! Die is versperd. Op last der overheid, hahaha!(speelt met de vlieg, half over de tafel hangend)Ja, ja,—en nu m’n andre kameraad. ’k Zou je bij m’n dressuur vergeten! Jij ben gearresteerd, omdat, omdat …Sero.… Omdat ’k wat lastig ben …Regent.Lastig néé—welnee m’n brave vriend! De wet heeft mazen en je kruipt ’r door. Dat is je recht! Je ben niet lastig: listig, lustig. Je bazelt af en toe …(tot Jus)… Wat zei-ie gister op de groote markt? Hoe was dat weer?Jus.Hij zei: ’t volk dat wordt belogen en bedrogen door iedereen …Regent.Door iedereen? Door iedereen? Uitzondring ken jij niet? Dus ik, ik als Regent, belieg, bedrieg?Sero.Als ik dàt heb gezegd verbeur ik ’t vrij gebruik van deze tong![404]Regent.Bedoelen dee je ’t evenmin?Sero.Niet dat ik weet.Regent.En denken, denken?Sero.Zelfs niet dróómen, Excellentie—en bij God, de droom is van een bandloosheid, wanneer je stevig slaapt en snurkt, om in een ijzer dwangbuis op te sluiten!Regent.Dus ik ben uitgezonderd?Sero.’k Heb niet aan u gedacht—’k zou vloeken bij mijn zwaard en bij mijn éér—als ik ’n zijgeweer bezat—en als ze op mijn eer in ’t pandjeshuis ’n tiende penning of ’n knijzer schoten!Regent.(tot de vlieg)Ho! Ho! Verboden toegang, lijkenschenner!(sarrend-zoet tot Sero)Jij ruit niet op?Sero.Beweert dat iemand? Als ik ’t dee—had die meneer me niet gehouden, voor jaar en dag?Regent.Jij scharrelt overal—langs veld en wegen—op markt en plein—in dorp en kroeg—Wat doe jij daar?Sero.Verhalen en vertellen.Regent.Vertellen? Wat?[405]Sero.Van alles, maar geen leugens. M’n vader, die door Zijn Majesteit—Zijn Majesteit is dood—hij rust in vrede!—gehangen werd, omdat-ie (vader—niet Zijn Majesteit!) anders bleef denken dan zijn tijdgenooten—en dat hardop, hardop (was-ie maar stom geboren!)—m’n vader leerde me al vroeg, al van m’n eerste jaren …Regent.Nu? Durf je niet? Wat leerde-ie?Sero.Ben ’t vergeten … ’t Een’ge wat ik me herinner, als ’k de spons hierbinnen wring—de koemaag, Excellentie!—is dat een fopspeen meerder lucht dan moedermelk bevat—en dat—en dat—laat ’s zien—en dat als je géén leugens zegt—de waarheid ongemerkt en ongevraagd en als ’n dief zoo handig in je eigen schaduw loopt …Regent.Zoo’n roover, zoo’n bandiet! Verspreekt zich nooit! Loert als ’n schildwacht op ’t onraad van z’n woorden! Heel goed! Heel goed!… Wat was ’t vanmorgen, Jus, toen ze ’m grepen?Jus.Van morgen was ’t zoo’n herrie en zoo’n volte op de markt, dat ’r met blank geklopt moest worden. Hij las ’n stuk van ’t nieuwe testament, maar las ’t zoo, zoo uit mekaar getrokken en zoo sluwtjes weer gekoppeld, zoo vol bedoeling en hiaten—als iets niet paste—dat ’t geen tekst was, maar een oproerspreek …Regent.Aha![406]Jus.’k Heb zelf gehoord hoe-ie de poorters hitste …Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer, dat staat geschreven—hij roept ’t zoo en met zoo’n haat—en op zoo’n fellen toon, of ’r geschreven stond: ze zijn gelijk!Regent.Jawel! Jawel!Jus.Hij is ’n dagelijksch gevaar—en lacht geslepen om elk verbod, om iedre wetsbepaling, iedre ordonnantie—en toch—en toch—toch is ’t nog niet gelukt …Regent.De deksel op de doos te vouwen.(tot de vlieg)Ho, deze zij!… Dus, dus: hardop beweer jij niets?Sero.Niets dat niet elkeen mag! Hardop is lokvink voor de galg—en ’k heb zoo teeder vel—(op z’n nek wijzend)hier in ’t bijzonder—vel dat al springt als ’t de zeepkwast ruikt, dat ’k liever met ’n baard van weken ga, dan met ’n gladde kin.Regent.Dan met ’n gladde kin—jij gladde vogel!Sero.Mag ik m’n schoenen nu?… Of wil Uw Excellentie dat ’t volk, de poorters, keerlen en de wijven me missen—en aan ’t vloeken slaan?Regent.Hij is vrij—dat spreekt vanzelf, voor wat-ie gister en vandaag en vroeger nognietzéi, maar dàcht, of ooknietdacht, maar droomde—de sluwe[407]vos.… Nee, laat je schoentjes nog wat rusten!(wenkt gebiedend den Hopman)Die vrouw! Die vrouw!(Hopman wenkt Rakker)Al wou je, hier op ’t slotplein, in gelijkenissen spreken—zoo dat de minderjaarge koning als z’n vader neergeschoten werd—ikheb de poorterwet bezworen,ikbreek geen eed,ikdoe alleen m’n plicht, als ’t moet, als ’t kan, als ’t openbaar belang ’t dwingt en eischt(tot de vlieg, terwijl Regina door Rakker weer binnen geleid wordt en op bank neerzit)Je eigen schuld! Heb ik je niet gewaarschuwd, smakker?(Jus buigt zich ook over den inktkoker)Wat doe je, als je ’t zwemmen niet verstaat, te duiken in den put?… Die sterft een zwàrten dood, ha-ha!…(tot Sero)Jij wordt beschuldigd …(zich onderbrekend, nijdig)Ken jij die vrouw?(Sero knikt)Niet knikken! Antwoord geven!Sero.Ik ken ’r—ja.Regent.(tot Regina)En jij? Heb jij ’n dochter van dat schepsel daar?…Regina.We waren …Regent.(met de handen op ’t koord, snerpend)Ik vraag niet wat jij was—’k vraag of je ’n dochter heb?Regina.Die hebben we … Een is gestorven …Sero.… Goddank!…[408]Regina.… Een leeft.Regent.… Dat is jóúw dochter dus?(tot Sero)En ook de jóúwe? Verkies je niet te spreken?… Blijf je zwijgen?…Sero.Och, als ik zwijg, zal iedre steen ’t roepen! Ze is m’n vrouw …Regent.En met jouw weten is die vrouw ’n lichtekooi—en laat je ’r hoereeren!…Regina.… Ik ben …Regent.… Je ben hier om je mond te houen en te blijven zitten, alsikmet andren praat!… Jij!… Wist je dat? Déélde je soms de honingkoeken en pataten, die zij je huis indroeg—deelde je bed en beurs en lippen—lief en leed, ha-ha! Had jij de kas, de tucht, bij dat òntuchtig doen? Ging je door d’achterdeur, als vóór de klink gelicht werd door ’n klant? Hoorde je niets en zag je minder nog? En had je zoo bij winterdag twee warme voeten en ’n heet-gekruide maag?Sero.(spottend)Misschien.Regent.Misschien! Misschien! Waar heb jij van geleefd in al die jaren?Sero.Van manna en van lucht—èn—hoop doet leven![409]Regent.Noteer je, Jus—ontkennen doet-ie niet …Sero.Oho—is dat de klem?… Is dat de val, en dat ’t spek? En denk je dat ’n ouwe rat met haast geen tand meer in z’n bek, onnoozelweg z’n grijzen staart daaraan verbeuren zal?… Ik heb die vrouw—mijn vrouw—in volle vijftien jaar niet meer gezien—zie ’r vandaag voor ’t eerst en—weer voor ’t laatst.Regent.En ’t kind?…Sero.Laat dat ’r buiten!Regent.Hoe oud is ze?(Sero haalt de schouders op)O, ben je dat vergeten?Sero.(dof)’k Zeg nòg eens: laat ’t kind ’r buiten …Regent.Nee, nee—’t gaat juist om ’t kind!Sero.(opstuivend)Ik zeg …Hopman.… Zitten blijven!Regent.… Of in z’n kooi!… Ei, ei—hij lacht niet meer! De snaak trekt nieuwer soort grimassen! Ik vroeg: hoe oud?… Da’s zeldzaam!… Zeldzaam, hoe ’n tong, straks vlijm geslepen, nu bot naar antwoord zoekt!(tot Regina, haar in de wang knijpend)Is jouw geheugen, zwartoog, knappe deern—jij ben de zonde waard, waarachtig, op m’n woord![410]—ook zoo wormstekig … Is ’t wonder Jus, dat ze dat mensch ’ns af en toe verschalkte?… Hoe oud of wel hoe jong?Regina.… Zeventien!Regent.Zeventien?… Dan was jij zelf niet ouwer toen je trouwde?…Regina.(driest)Jonger nog!Regent.(haar kin streelend)Ha-ha, had ik jou toen gekend! ’n Jonge duif, ’n jonge doffer, wat? De malste kippen zijn de kiekens, versch van ’t nest! De grootste gaping in de poorterwet—ja, lach maar, Jus—is dat ’t recht van d’allereersten nacht,’t jus prima noctis, is vergeten …(tot Regina)Je hoeft niet bleu en ook niet bang te zijn … Voor àlle vrouwtjes, met of zonder man, of met dozijnen, ha-ha-ha!—buig ik mijn krolschen rug! Ja, ja … Maar nu de zaken!… Je dochter heeft je dikwijls opgezocht in deze maanden, niet?Regina.Dikwijls niet—soms eens, soms tweemaal in de week.Regent.Niet meer?Regina.Nee, Excellentie.Regent.Jìj gaat vrij uit—en zonder straf—’t is niet om jóú te doen—biecht op![411]Regina.Ik heb ’r eerst ontmoet op straat—toen is ze vier, nee: vijfmaal op bezoek geweest.…Regent.…’s Avonds?.… ’s Nachts?.…Regina …’s Morgens. Dacht u dat ik—als moeder..?Regent.Ik denk.… ik denk.… Dat raakt je niet!(plots weer fel)… Zoo, zoo, ha-ha!… ’t klopt als ’n bus met wat ze ons berichtten!(tot Sero).Jij, burger Sero, wist dat niet? Jij wist niet dat je kind, je minderjaarge dochter, op bezoek ging bij ’n slet, ’n alle-kerels-lief?(tot Regina die zich verdedigen wil)—Wat ben jij anders? Hou je mond!—Jóú was dat niet bekend?Sero.Ik wist van d’ eersten keer—toen ze mekaar op straat.… ’t Andre heeft m’n kind verzwegen..Regent.Ja, ja.… Dàt antwoord wachtte ’k! Maar toen dien eersten keer—heb jij je dochter niet gezegd wat of ’r moeder was en is?Sero.Nee.Regent.Nee? Nee?Sero.Nee!Regent.Waarom niet, ridder met de waarheid—in je schaduw?[412]Sero.Waarom? Omdat—omdat ’k niet wou.Regent.Heb je dat, Jus?.… M’n hulde!.… Dat wou niet dat z’n dochter eerbaar bleef!Sero.(met dreigenden glimlach)Pas op!.…(zich inhoudend).Ho, ho—ik ging te ver.…Regent.Ja, ’t gaat te ver! Bij God, ’t gaat te ver! ’n Vader die z’n kind niet tegenhoudt op ’t ergste pad—’n minderjarig kind nog wel—zoo’n liederlijke vader.… De wet!.… Sla op de wet!Jus(glimlachend).Had ’t al aangestreept—hier staat (.… Artikel 82 Bis).… „De ouders die.…”Regent..… ’k Vraag niet van óuders—’k vraag van váders, die.…Jus.Dat’s 83 D, gewijzigd bij de wet van.…Regent.’k Vraag naar geen nummers van je wettenkraam.… Lees op!Jus.„Hij die die ’t vaderlijk gezag misbruikt, mitsgaders bij zijn kind of kindren ontucht kweekt …”Regent.Juist! Juist!Jus.…„Wordt staande het delikt uit eerstgenoemd gezag ontzet en met verlies van alle poorterrecht tot spinhuisstraf van hoogstens zeven jaar gericht.” Artikel 83 E.…[413]Regent.’t Is al genoeg! Ik dank je wel!(dicht op Sero)Glimlach je nog schavuit?Sero.Niet zoo dicht bij m’n handen, Excellentie!(lachend, om z’n verwoedheid te bedwingen)’t Is meer gebeurd, dat ’r ’n vuige moord geschiedde, ha-ha-ha!—dader onbekend, ha-ha!.…(tot den Hopman, die zich tusschen hem en den Regent plaatst, de hand aan het gevest)Ik zou dat scheermes liever laten in z’n—in z’n schulp. Ik kruip al met ’n vlotte buiging in de mijne!(zet zich weer op de bank).Regent(die achteruit-geweken is).Dat’s over ’t toppunt heen! Zag jij ’t Jus?.… Heb jij ’t opgelet? Dat dreigt!.… Dat heeft gedreigd!.… Dat heeft den moed gehad z’n vuisten op te heffen en me met oogen aan te zien, of ik—hè-hè-hè!, hè-hè-hè!—of ik z’n maat, z’n rotgezel, z’nchère confrère, hè-hè-hè!(tot den Hopman)’t Kind! Hier met de eedle erfgenaam van ’t schoone paar!… Dat heeft gedreigd, gedreigd!.…Hopman(Regina bedoelend).En die.…Regent(nijdig).Dat kind, dat kind, de dochter van dien koppelaar!Sero.Een oogenblik! Ismijnkind hiér?Regent.Ja, ja! Wij willen ’t zelve ondervragen, zelf getuigen laten. En dan.…[414]Jus.….Artikel 85, alinea vier: Wanneer zoowel de vader als de moeder ontucht plegen, wijst het Hoofd van Staat dengene aan, die in de plaats der ouders …Regent..… In te grijpen weet! Juist! Juist!(wenkt den Hopman).Sero.(glimlachend)Dus wordt mijn naam aan ’t ziek bedrijf dier vrouw gekoppeld!(met aandrang)Een oogenblik! Ik vraag, verzoek—en als ’t moet, dan sméék ’k—kan ’k meer?—om ’t kind niet te „verhooren”—niet in ’t bijzijn van ons twee.… niet onverwacht. Laat me alléén twee woorden met ’r praten!Regent.Is-ie niet stom en doof en blind en dronken!(tot den Hopman)Moet ik jou zesmaal orders geven!(Hopman wenkt Soldenier in gaanderij, die bij de poort plaats neemt. Hij zelf gaat over de trap in ’t paleis).
[Inhoud]Eerste Tooneel.Sero, Soldenier, Rakkers.Sero.(wordt door twee rakkers, die hem aan polsen en nek vasthouden, naar rechtsche traliedeur voortgeduwd).… Ho! Ho! Ho!…(schudt zich even los, staat glimlachend[378]met quasi-dreigenden wijsvinger)… Mijn gebeente, proletariërs!… Heeft God..?Eerste Rakker.(hem weer vastgrijpend)… Ja, ja, ’t is goed! Vooruit!Sero.Heeft God ons niet naar zijn evenbeeld geschapen? Past ’t jullie, proletariërs, een zoo voortreffelijk evenbeeld …?… Au!… Au!…Tweede Rakker.…’ns Kijken, Evenbeeld, wie ’t kortste van stof is—jij of de paternosters!… Doe de deur open, kameraad. Dàt hou ’k alleen …Sero.(terwijl de eerste Rakker de getraliede deur ontsluit)… Heb jij wel ’ns gehoord, vriend, hahaha!—van—van—breek m’n polsen niet, man!—van zeker wereldsch en voorwereldsch gezegde—ja, hoeveel eeuwen geleden wel?… Heb je naaste—au! au!—heb je naaste lief—au!—gelijk jezelf..?Eerste Rakker.(hem in den nek grijpend en in ’t hok smijtend)… Afgeloopen! De rest schenken we je!(sluit de traliedeur.)De rest vertel je aan de heeren zelf!(tot Soldenier)… Laten praten!(betikt z’n voorhoofd.)Half simpel, driekwart gek!(af).[379][Inhoud]Tweede Tooneel.Sero, Soldenier.Sero.Dat’s niet te hoog, niet te breed, niet te diep hier—gewapende macht! Maar ruim genoeg voor mijn beetje gedachten—en voor de jouwe ’r bij, als ik je niet beleedig!(op ’t bankje in ’t hok neerzittend)Ha! Ha! Een aan alle eischen des tijds beantwoordende luierstoel … Heeft u er geen bezwaar tegen, gewapende macht, dat mijne sokken het daglicht aanschouwen?…(trekt zijn ouwe schoenen uit).Ben in geen tweemaal vier en twintig uur uit de kleeren geweest—en—en—(moeilijk-trekkend)vastgeroest!—een van twee: deze voorwerpen van de laatste mode zijn hoogst-eigenzinnig gekrompen, òf m’n voeten hebben zich in groeistuip gezet.….. Pang!… Da’s een …(met den wijsvinger op een gat in de kous, dat de hiel bloot legt)… Geen eerste, geen tweede kwartier: volle maan!… Zelfs met de merkwaardige vlekken, die men vroeger voor zeeën aanzag! Galileï …(zich onderbrekend)… O?… Luister je niet?…(tweeden schoen uitwringend)Bij mijn ziel, en bij de ziel van de koe of den stier, die eens …(hijgend stoppend)—daar blaas ik mijn adem bij uit!—die eens hier in stak—dat noem ’k weerbarstig …(trekt—de schoen vliegt uit, hij tuimelt van de bank op den grond)Ha-ha-ha!(De soldenier schiet mee in ’n schaterlach)… Ha-ha-ha! ’k Zou op die manier ’n leelijken smak hebben gedaan, als ’k in vrijheid boven op ’n dakgoot was gedresseerd, ha-ha-ha!…[380]Soldenier.Dat zou je, ha-ha-ha!Sero.(weer op de bank)… Hé!… Wel ’t wonder! Práát jij … Dùrf jij praten?…Soldenier.Waarom zou ’k dat niet durven?Sero.Ja, waarom zou je ’t niet—jij ziet beter dan ik of ’r geen derde-met-gezag in de buurt is! Gewapende macht, gewapende macht, nou heb ’k in deze veilige behuizing nog maar één wensch! Neem een spons, vul die met edik, steek ze op een rietstok of op je schoudergeweer, en hou ’r door de tralies dezer leeuwenkooi!Soldenier.(bot)… Wat wil je?… Wat mot je?Sero.Water.Soldenier.Mag niet.Sero.Weet je dat zeker?Soldenier.Zoo zeker als tweemaal twee vier …Sero.Da’s lang niet zeker, vriend—vriend, als ’k je niet voor de tweede maal beleedig!—tweemaal twee lasteraars zijn méér dan vier, zijn ontelbaar!—tweemaal twee halve zijn twee hééle, hahaha!—en tweemaal twee vlooien vóél je als, als …Soldenier.Als ’n dozijn, hahaha! Daar, drink uit m’n flesch, grappenmaker![381]Sero.(de veldflesch door de tralies aannemend).Dank je, barmhartige!(drinkt gulzig)… Hè! Hè! Dat kan jouw en mijn Heiland, bij de fontein Jacob’s in ’t land Samarië, niet beter gesmaakt hebben!…(drinkt nog eens)… Hè!… ’t Was alles hierbinnen aan ’t verdorren …(drinkt)… Hè!… Jij ben ’n—’n—’n christen … Dáár … Da’s de gróótste onderscheiding!…Soldenier.Stop! Stop! Laat ’r voor mij nog wat in!Sero.(de flesch ondersteboven houdend)… Te laat! Had je éven vroeger dienen te zeggen …(den mond der flesch met ’n goren lap drogend)… Zoo, kameraad—dat ’s hèt voorbehoedmiddel tegen puisten!… Dank je!Soldenier.(de flesch terugnemend)… Haal jou de duivel!Sero.En àls-ie ’t deed—als-ie mij voor z’n kudde lustte—zou jìj me làten halen? En bèn ’k al niet gehaald door twee van z’n rakkers met knuisten als nijptangen? Hahaha! Hahaha!(De eene hand door de tralies stekend).Ziet m’n pols ’r niet uit, of bloedzuigers ’r horlepiepten? Hahaha!Soldenier.Heb je gestolen?(zet zich op de kruk).Sero.Gestolen, néé. Ja toch: den dag!Soldenier.De dag?[382]Sero.Ben ik geen dagdief, vrind?Soldenier.Ja, Ja!… Heb je gemoord?Sero.Nee, nee. Integendeel! Ik bèn vermoord—vermoorder onschuld vind je niet!Soldenier.Niet gestolen, niet gemoord?… Dan toch gevochten of ergens brand gesticht?Sero.Nee, ’t was wel stichtelijk, maar toch geen brand.Soldenier.Dan ben je gek en lastig voor ’t verkeer!Sero.Juist! Lastig voor ’t verkeer, ha-ha-ha! ’k Stond op de markt en praatte met de menschen … De een die haalt den ander aan … ’t Werd wat vol, te vol misschien … Ze drongen op … En toen, toen werd ìk ingepikt … En die geluisterd hadden kregen klop, ha-ha-ha!Soldenier.Wat heb je dan gepraat?Sero.De waarheid vriend.Soldenier.De waarheid?… Wat voor waarheid?Sero.Ja, wat voor waarheid? Nièt die van gister en eergister!…(onwezenlijk de hand heffend)… Die van vandaag …[383]Soldenier.(spottend)Ach kom!(staat van kruk op.)Wel, wel! En stonden daarvoor menschen stil?Sero.Ja, ja—vast meer dan duizend, mannen, vrouwen, kindren—ook soldaten … ’t Was ’n lust …Soldenier.(spottend).Dat laat zich denken! Hé! Hé! Wat ga je doen?Sero.(de schoenen buiten de traliedeur op den grond plaatsend).In geen weken hebben ze ’n beurt gehad. En als ’t Allerhoogst Gezag ’t acht in ’s lands belang, dan mag ’s Rijks werf voor zool en achterlappen zorgen! Let je goed op, gewapende macht?… Jij blijft me borg!… Schendt men mijn schoenwerk, schendt men mijn aangezicht.Soldenier.Ach, ach, wat ’n gezwollen taal!Sero.Ach, ach, wat ’n gezwollen voeten! Is ’t wonder dat mijn kousen barsten!…(stilte).Ben jij al lang soldaat?(stilte).O! Ik vraag of jij al lang met zoo’n ding op je schoeren door ’t leven marcheert? (stilte), O! Je schijnt je ’r voor te schamen dat je ’t niet zeggen durft!(stilte)… En dat kruis—waar heb je dat verdiend?Soldenier.Man, vraag niet zooveel! Op ’t veld van eer, natuurlijk!Sero.’t Veld van eer …? Oho!(kijkt van het crucifix[384]naar den Soldenier, lang en aandachtig)Je kruis op ’t veld van éér?(glimlachend)Hij draagt ’t op z’n rug—en jij van voren … Dat’s mal!Soldenier.(nijdig)Wat’s mal?Sero.’t Moest net andersom … Hìj(z’n borst betikkend)’t enkel hier—en jullie ’t daar!(beduidt z’n rug)Dan zág je ’r niet zooveel en werd ’r minder om gevochten, ha-ha-ha!Soldenier.En nou je mond gehouen! En weg die dingen!…(schopt driftig de schoenen naar de zijde der tafel)’k Ben simpel dat ’k met jou spreek!Sero.Nou vraag ik u beleefd—wat of mijn schoenen je misdaan … Hebben die redelooze, puike, geduldige lotgenooten van mijn voeten, die uit ’t stof zijn gekomen en in ’t stof zijn gegaan …(zich onderbrekend)Oho! Oho![Inhoud]Derde Tooneel.De vorigen, Regina, eerste Rakker.Rakker.En vlug wat!(zij zet zich op de bank)Nee, daar niet!… Dáár!Regina.Daar? Waar?Rakker.Sta op![385]Regina.Mensch, man—’k ben bek-af …Rakker.Mot ’k geweld?…Regina.(op de bank haar mouw opstroopend)Of je geweld gebruiken moet?… Nog meer geweld?… Je kompleete tien gebojen staan ’r in!(’r rok optillend, dat de kuitzichtbaarwordt)En m’n rokken heb je afgetrapt of ’t dwijlen waren!Rakker.(tot Soldenier)… Dat vertelt de sloeber nou alleen om ’r kuiten te laten zien, hahaha!Soldenier.(naast haar zittend)… Schoone joffer—ik zou ’r ’n eed op doen, dat we mekaar van héél dichtbij hebben gekend.Regina.(hem op de knie kloppend)Hahaha!… Ik ook! Jij ben de man met ’n moedervlek als ’n muis!Soldenier.Klopt!.… Dan ben jij.…Regina.Ja! Ja! Hahaha!(den Rakker die haar in de wang knijpt ’n tik op de hand gevend).Wel allemachtig! Buiten knijpen.…(toont haar arm aan den Soldenier die er een zoen op geeft).…binnen aaien—ben jij gek!Rakker.Buiten riep m’n plicht—en als die roept, ben ik ’n slaaf—maar binnen, binnen.… word ’k mensch en ieder mensch is zwak, ha-ha-ha!(zet zich ook op de bank).[386]Regina(tusschen de twee in).… Kerels, kerels, jullie doen als vliegen bij de suiker! Toe schuif wat op!(tot Soldenier).Wat zeg jij van zoo’n sallemander, zoo’n verdraaiden judas(den Rakker ’n tik gevend)—handen thuis!—zoo’n gedrocht?.… Dat komt me halen—of ’k wil of niet!—dat sleept me mee, met honderd menschen op m’n hielen—zegt niet waarvoor.…Rakker.Hoe weet ìk dat, m’n toet? Als mij gelast wordt: haal je vrouw, of haal ’r moeder’s moer—dan vraag ik niet, dan weet ik niet, dan klets ik niet—dan hààl ik—en soms haal ik met plezier …(legt arm om haar middel).Soldenier.(dien wegduwend).… Ho! Ho!.… Die plaats die is bezet.Rakker.Wat is bezet?Soldenier(lachend).Ik heb de oudste rechten!Rakker.Nee ik! Want ik moet toezicht op ’r houen!Soldenier.Wie van ons twee heeft de klandizie vanl’amour?.… Nou zeg ’t zelf, Regien—zoo heet je toch?Regina.Toe, toe!… Twéé knieën is te veel! Vindt jij dat lekker in die warmte?… ’k Ben smòòr op wie ’t meeste dokt! Dok jij—dokt hij—ìk hou m’n hand. Jij ben ’n knappe vent—en jij ’n schat..[387]Als ’k hier(bootst met de handen een bascuul na)—als ’k hier, ha-ha-ha!, jouw hart hou, híer ’t jouwe—dan gaat de weegschaal op en neer—dan ben ’k op jou verkikkerd en op jou verzeten—razend met jou en door ’t dolle heen met jòù!..! Is jouw beurs ’t zwaarst, dan doe ik zoo—en is de jouwe stevig, zoo! Ha-ha-ha: die twéé paar schelvischoogen!…Soldenier.Dus krengekop: jij heb geen zoetelief?..Rakker.Geen(bluffend).… die jij naar zijn snor en oogen kijkt? En die z’n beentjes vrij uit in je bedje steekt, ha-ha-ha!Regina.Nee, kerels, nee! Die tijd die is voorbij! Schenkt jou de bakker brood en wat je verder met ’t draaien aan dat ding(bootst z’n gepluk aan de snorharen na)komt vragen? Stopt jou de slager spek en worst en Zaterdags ’n pondje lenden in je léége handen? Geeft jou je huisjesmelker zoomaar onderdak? Waar werk jij met je oogen en je snor ’n borrel los, ha-ha-ha? Nee, kerels—’k ben niet gekker dan ’n ander, niet stommer en niet braver! O zoo! ha-ha-ha!… Wie alles uit z’n huis draagt gaat failliet—wie open tafel houdt, krijgt zelf geen kluiven en wie—ach Jezis, jongens, ’t is zoo warm!—wie van de lucht wil leven, eet zich geen spekrug(den rug van den Soldenier bekloppend)en geen buik van negen maanden, ha-ha-ha!(klopt den Rakker op z’n buik).Soldenier(zich lachend omdraaiend).Nou grappenmaker in je kooi—heb jij je tong verloren? Hééé![388]’k Heb ’t tegen jou! Durf jij niet naar dat prachtwijf kijken, dat je ons je ribbenkast van achter toont?Sero.(zich naar hen toekeerend).M’n ooren zien meer dan me lief is …(tot Regina, die angstig opgesprongen is).Goeien dag. Wel geslapen, Regina, koningin van den nacht? Niet van me gedroomd..?Regina.Jij hier? Heb jìj daar al dien tijd gezeten?Sero.Gezeten ja—ik zit. Nee, loop niet achteruit—ik zit sekuur—en dan ik doe geen schepsel ook maar zóóveel kwaad … Dat weet jij toch.…Soldenier.Wel allemachtig—is dat, dat aapmensch, ook een van je klanten?Sero.Ja, ja. Een van ’r alleroudste—waar of niet, Regien! Al was ’k niet de eerste, waar of niet, Regien? ’t Spijt me machtig, dat ik heb gestoord.… Ga zitten, menschen … En praat rustig verder!…(geeuwt)… Ik heb—m’n kaken springen van mekander—’n slaap, ’n goddelooze slaap of ’k tién roezen uit moet slapen … Geneer je niet—ik speel geen luistervink, Regien …(zet zich weer op de bank met den rug naar de anderen gekeerd).Rakker.Ken jij dat heer?Regina.(vinger op den mond)… Dat is—dat is …Soldenier.…Dat is ’r minteneur![389]Sero(’t hoofd naar de tralies)… Nee, nee—ik ben de vader van ’r kind—èn, als ’k me niet bedrieg—en ’t niet verkeerd geboekt staat in de folianten van den godgezant, die ons voor weinig penningen—te spotgoedkoop, voorwaar, voorwaar!—zijn allerheiligste zegen gaf—en zij ’t zich nog herinnert (ik zelf was het haast kwijt!)—en jullie twee ’t niet aan iedereen verklapt: ik ben, ik ben ’r lijfelijke man, ’r màn.… Ja, Ja—ha, ha!—’t was voor zestien jaar en zeven maanden en dertien dagen—in Mei—als elke vogel legt ’n ei—in Mei, datwijde voorste vingers van twee rechterhanden (tweemaal twee is tien) naar den hemel staken—omdat, omdat ons, òns kind op komst was—òns kind, niet waar, Regien.… Ja, ja—en nou—en nou.…Soldenier.En nou?.… Nou visch je achter ’t net, ha-ha-ha!Rakker.Nou draagt-ie op z’n test ’n honderd hoornen, ha-ha-ha!Soldenier.Nou heeft-ie òns daar net gesnapt, ha-ha-ha!Rakker.Nou zit-ie op z’n sokken in ’n kooi, ha-ha-ha!Soldenier.En geeft je pootjes, als je ’t vriendlijk vraagt, Regien, ha-ha-ha! En wacht zìjn beurt om in je armen weer te leggen, ha-ha-ha!Sero.Ik heb geen bek voor dàt soort spek!(zij schopt[390]achter het koord de schoenen weg)Eerst hij, nou jij! Alle negen! Dat wordt ’n kegelspel met schoenen die de tand des tijds nog beter dan ik zelf doorstonden! Ben je ontstemd, Regien, of is ’t de vreugde van ’t wederzien, na zooveel jaren?Regina(kwaadaardig).Ik zou van leut en lol wel kunnen dansen! Dat merkt-ie nog niet eens! Dat vraagt ’t schepsel! Wil je ’t soms zwart op wit?Sero.Och nee—die twéé getuigen zijn voldoende.. En de pure, malsche blijdschap op je aangezicht!Regina.Zoo heeft-ie jaren lang, me ieder uur gesard, gehitst, gekweld.… ’n Adder heeft geen giftiger tong.… Man, man ik háát je zoo!Sero(triestig-glimlachend).Ja, ja, ’t kan verkeeren.Regina(nijdig tot Rakker).Nou! ’k Kan m’n tijd gebruiken! Moet ’k langer samen met dien kerel? Als ’k z’n lachen als ’n monster zie, is heel m’n week vergald!Sero.Als ìk vergal—vergulden andren!.… En àls ik monsterachtig lach …(rondkijkend)—wat drommel, hangt hier nergens in dit weelderig, volmaakt gemak ’n spiegelscherf, dat ik me overtuigen kan, en mogelijk zóó lamgeslagen sta, dat deze gruwellach z’n eigen dood besterft?—als ’k leelijk, onvertogen, ongepast, en jou ’n hééle week vergallend lach: ik ben geschapen met de hulp van drie—[391]door vader, moeder en door God (alleen de laatste is in leven!)—en heb me zelf niets van mijn manlijk schoons en leelijks toebedeeld, noch toegewenscht!(zij keert zich driftig om, zet zich voor de tafel)… Goed zoo! Van achter zien we niet—geen kleur, geen schoen, geen hindernis, geen kushand en geen judaslach.… De Satan voer in een der twaalf—’t staat beschreven!Regina.We zullen zien—wie ’t laatste lacht!Sero.’t Laatste lacht, wie ’t laatste leeft! Je blaast je lach uit als ’n kaars, mèt dat je laatste adem gaat!Regina.Jij niet! Jij niet!Sero.Ik niet?Regina.Jij grijnst nog in je graf!Sero.Alsjij’r op komt bidden zeker!Rakker.Ha-ha-ha! Ja, ja—dié zijn getrouwd! ’t Klopt!Soldenier.Wel selderju—dat hoor je van ’t spullevolk, als ’t jaarmarkt is, niet beter! Kischt! Kischt!.… Laat je niet plukken, meid!Rakker.Vooruit! Toe dan, ha-ha-ha! ’t Liep zoo lekker en gesmeerd! Leg je ’t af, Regien?Regina.Ik wreek me wel—vandaag of morgen.[392]Sero.Vandaag! Dat ’s dichterbij en houdt ’t vuurtje warm!Regina.Klets toe—ik zeg geen woord, geen woord meer!Sero.Geen woord? Dat is ’t einde. Want in den Beginne wàs het Woord.…Soldenier.Ach gekke kerel loop!Sero.Als ik maar loopen kòn!Rakker.Dan liep zij kwispelstaartend met je mee, ha-ha-ha!(zakt lachend van de bank op den grond).Regina.Met dien stumper, dat gedrocht, dat hatelijk verschijnsel, dat mirakel, dat ellendig wurm, ha-ha!Sero.Let op—dàt was ’r láátste woord!Soldenier.Regien, Regien!(schatert met den Rakker)[Inhoud]Vierde tooneel.De vorigen, Hopman.Hopman.(op door de gaanderij).Wat is dat?(tot Rakker)Wat zit jij op den grond?… En jij—is dat jouw plaats?.… En hoort die vrouw daar achter?[393]Rakker.(terwijl de Soldenier naar venster wijkt).Ik was—ik was gevallen, hopman …Sero.Ja, ja—dat kan ’k getuigen—’r zijn ’r meer gevallen hier …Hopman.Mond gehouen allemaal!(tot Regina)Weg jij daar!(tot Rakker)Wat had ik jou gelast?Rakker.Ik heb ’r minstens twintig keer gezeid(naar het linkerhok wijzend)daar in te gaan …Regina.…Dat liegt-ie.Rakker.Lieg ik, Soldenier?Soldenier.Ik heb ’t gehoord.Sero.Ha-ha-ha!Hopman.Wel alle duivels, is dat hier ’n bende! Als jij nog even kikt, dan sla ’k je in de boeien!Sero.O, mocht ’t niet?Hopman.Nee—hier mag niks!Sero.Niks is niet veel—maar als je ’t eenmaal weet genoeg.Hopman.(tot Soldenier)Marsch! Ingerukt! Daar in ’t wachtlokaal! En vlug! (tot Rakker) En jij, jij zal je uur onthouden …(Soldenier af).[394]Rakker.…Ik heb ’r dertig maal misschien …Hopman.(met driftig gebaar)Dat ’s dertig maal te veel! Jij heb te dóén en niet te laten! Rechtsomkeer en marsch!(Rakker af)En jij vooruit!(Smijt traliedeur voor Regina open)Versta je niet?Regina.Ik heb toch niet gestolen, niet gebedeld, ben niet dronken langs den weg gegaan—ik heb geen nachtrumoer …Hopman.… Asjeblief.Regina.… Wat heb ’k dan gedaan?Hopman.Dat zal je later hooren!(trapt de schoenen).Sero.Die arme schoenen maken nog de reis rondom de wereld.Regina.Nee—ik verdraai ’t!Hopman.Wat zeg jij?… Wil jij niet?… Heb jij ’n wil?(grijpt haar bij den arm)… Een, twee …[Inhoud]Vijfde tooneel.De Regent, Hopman, Sero, Regina, laterJus.Regent.(van de trap komend)Ho! Ho! Geen drie! Maar hopman, ’t is ’n vrouw, ’n vrouw …[395]Hopman.… Geen vrouw—’n lichtekooi, Uw Excellentie!Regent.… Is dan ’n lichtekooi ’n man? Kom, kom! Jij blijft wel rustig zitten dáár, ook zonder kussen in je rug, niet waar? Geweld bij vrouwtjes, hopman, onverschillig wat ze zijn, dat heeft geen pas—tenzij—tenzij je zwaar verliefd ben en ’t torteltje niet trekkebekken wil, ha-ha-ha!(let Sero op)… Ha, onze vriend! Wees welkom, welkom!Sero.Dank u, Excellentie. ’t Zelfde. En nog meer.Regent.’t Is kostlijk weer vandaag. ’n Tikje warm, ’n beetje felle zon …(den schijn van ’t venster bedoelend)… Hindert je niet?Sero.Nee, nee. Integendeel. Waar licht is, is ook vreugd!Regent.De schalk, de schalk! Dat blijft maar goed gemutst en welbespraakt! ’t Is zeldzaam, zeldzaam! Ja, geniet ’r nog maar van. Wie weet hoe kort ’t duurt—een trapje lager houdt ’t op …Sero.De zon …Regent.… De zon, de maan, de sterretjes—en wat de grappenmakers meer in dicht en rijm bezingen … Heb je honger?[396]Sero.’k Wist niet dat dàt Uw Excellentie intresseerde …Regent.Och ja—och ja!… Hoe meen jij dat?Sero.’k Meen dat ’t duizenden en nog eens duizend—’k meen niemendal …Regent.De schalk!… Nu had-ie moeite ’t inteslikken, ha-ha-ha!(tot Jus, die de trap afgekomen, ’t laatste gehoord heeft)… Die man heeft hier(betikt z’n voorhoofd)’n koemaag, maar geen hersens—die kauwt, herkauwt en kauwt zoo ieder uur op onverteerbaar tuig! Ha-ha-ha, ’t is zeldzaam, zeldzaam!… Dus geen honger?…Sero.Nee, nee …Regent.Geen trek in jonge kiekens of een malsch aan ’t spit geroosterd boutje?Sero.De koemaag hier verdraagt die zaken niet …Regent.Geen kreeftje, rood—óók rood—van woede om de hitte van ’t water, met ’n roemer witten wijn?Sero.Daar heb ’k juist vanmorgen mee ontbeten—en heel m’n buurt tot we ’r van kikten en ik ’n graat kreeg in m’n keel.Regent.Hoor je dat, Jus—ja Hopman lach gerust!—[397]de schalk heeft kreeften met ’n graat, ’n graat—en zonder schaal gegeten! Zoo praat dat over alles, alles mee. Dat heeft verstand van staat en kerk en God weet wat—en ook van kreeft, ha-ha-ha!Sero.Als ’t dan geen graat was—en geen bastaardkreeftje—was ’t ’n schaar—en als ’t geen schaar was, was ’t ’n ander ding om in te stikken. In Godsnaam, Excellentie, eet geen kreeft!Regent.Ha-ha-ha, zoo’n levenslust! Geen honger dus?Sero.Spijt me waarachtig, néé.Regent.Dat moet dan anders worden, Jus. Dat ’s ongewoon en maakt me ongerust. ’n Man die ’t prachtig eten van mijn kok niet lust, geen honger heeft—die driemaal weigert—is te zwaar doorvoed—en vroeg of laat krijgt-ie vervetting aan z’n hart, z’n lever of z’n tong!Sero.Ja, ja—m’n tong is welgedaner dan m’n buik!Regent.Is dat niet abnormaal? En zijn we niet verplicht zoo’n kanker uit te snijden?(met gebaar naar ’n insect dat hij reeds ’n paar maal verjaagd heeft).Wat wil dat lastig dier toch bij m’n hoofd?… Heb jij geen honger, vriend, dan moet jij op dieet—en schap’lijk lang tot dat je maag weer werkt en ook je tong wat minder welgedaan doorslaat, ha-ha-ha! ’k Wed dat die kuur je helpt![398]Sero.Dus ik blijf hier?Regent.Voor onbepaalden tijd.Sero.Wel, wel—en zonder vonnis? Dat’s ’t nieuwste recht, ’n vastenavondgrap, ’n luimige inval van z’n Excellentie …Regent.Niet waar? ’n Beetje kortswijl hoort ’r bij!Sero.Ik vast zoolang die kortswijl duurt.Regent.Bezwaarlijk, vriend.Sero.Wie niet gevonnist is—en niets misdreven heeft—heeft ’t poorter-recht van iedren poorter—en móét voor schemer weer op vrije voeten gaan! ’k Ben minstens tien keer hier voor dezen heer(met gebaar naar Jus)gebracht en tien keer met beleefden groet weer losgelaten …Jus.(lachend)Dat klopt(mede met gebaar naar insect)—hij was zoo glad, zoo leep, zoo listig, Excellentie en zoo glibberig als ’n aal, dat we ’m telkens lieten glippen, om de poorterwet in eer te houden.…Regent.’n Aal vat men niet aan met schoongewasschen handen … Dat doet men met ’n scheutje zand …(beloert het insect op de tafel)… Wacht even! Stil! Ha-ha, ’k heb beet! Twee hommels in een klap. Zoo. Even drukken. Die spelen niet meer schuilei met m’n neus. O? Wil jij toch nog—toch[399]nog vliegen?… Wel ja(trekt ’n vleugel uit)Probeer ’t met één vlerk!… Daar snapt-ie niets van: kijkt me zoo beteuterd aan, of ’k onze Lieve Heer persoonlijk ben, ha-ha-ha!(tot Regina).… Ja, kom maar dichter bij … Je mag ’t wel zien!… Die is getemd, ha-ha!, en loopt m’n hand rond of-ie kreupel is … Dat komt omdat de andre vleugel ’m te lastig is … Dan die ’r ook maar af …(’t insect op tafel zettend)En kalm aan stappen—niet te wild—want op den inktpot is geen klep—en reddingsgordels heb ik niet, ha-ha! Zoo zie je, Jus, hoe je met handigheid, ’n kwajen hommel leert marscheeren, ha-ha-ha!(nijdig uitvallend tot Regina)Is jouw plaats hier?Regina.…(angstig)U zei me zelf..Regent.Ik zei jou niets, niets, niets!Hopman.Nee niets! Vlug achteruit! En op de bank gebleven!Regina.Wel allemachtig, ’k ben niet gek!Regent.(met de hand de tafel beslaand.)Hoor ik jou nog …! Wordt ’t hoogste woord door straatgespuis en wijven uit ’t bordeel gesproken!(tot Jus).Waar is ’t onwijze jong, ’t schaap, ’t kind?Jus.Dat moet benee zijn, Excellentie.Regent.Hier laten brengen!(Jus gaat naar gaanderij)Nee—wacht nog even. Die vrouw, die is te veel.Jus.Wil u …Regent.Wil u … Wil u … Wil u … Alsikgeen haast heb, hol je of ’r brand is—en als ’k angstig uitkijk waar je blijft, kruip je met looden ballen aan je beenen! Wat lach je nou? Ik maak geen pret, ben niet jouw clown!(tot Sero, die weer met den rug naar de tralies zit)… En jij! Ha-ha! Als jij niet weergaasch-rap de voorpui van je onbewoonbaar huis vertoont, zal ik je blaren laten zitten!Sero.Ik warm m’n rug in ’t uitgezochte zonnetje …Regent(tot Hopman).Haal ’m ’r uit! Kun je ’t alleen?Hopman.Dat stuk karkas regeer ’k met twee vingers, Excellentie!(tot Sero, dien hij uit de kooi trekt).Toe, maak wat voort!Sero.Dank u zeer! Ik wist wel dat Uw Excellentie haar kostbren tijd niet lang verspillen zou—en mij vóór ’t ongenoeglijk schemeruur weer op ’s lands kei zou zetten.Regent.(wenkend)Op die bank! Halt! Halt! Heeft men zijn zakken onderzocht?Hopman.Ik denk van ja …[401]Regent.Jij denkt van ja—jij denkt van nee—wie denkt ’r ooit behalve ik? Is één vermoorde koning niet genoeg? Moet ik op alles letten?Sero.(op den eenen zak wijzend).Hier, Excellentie, zit ’n bom—en daar ’n handgranaat.… Eén vinger, die den weg niet weet, in deze donkre, schrikkelijke grot—en ’n vulkaan, ’n donderslag vernielt mijn ribbekast, maar ook ’t Hoofd van Staat!Hopman.De handen op je rug!Sero.Nee, nee. Dat doe ’k liever zelf. Als u mij kietelt, schiet ik in den lach—en als ik lach, loopt ’t bommen-uurwerk af!(den eenen zak ledigend).Dat’s een.(overreikt ’n stukkenden zakdoek).M’n linnengoed, merk S. van een tot twaalf. Dat ’s twee, met minder ezelsooren dan menig hooggeleerd gezelschap!Regent.Wat is dat voor ’n godvergeten boek? Lees voor! Lees voor!Hopman.’n Boek vol dikke potloodhalen.Regent.Dat vraag ’k niet! Lees voor! Lees voor!(tot Sero)Geheim genootschap, schalk?Hopman.(lezend)„Wij hebben (hier is wat doorgehaald) den, den … (dat is onleesbaar!)… den strijd tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld”…[402]Regent.Staat dat ’r woordelijk?Hopman.Woordelijk!Regent.Je legt daar op beslag!Sero.Dat is ’n eeuw of wat te laat—’t is te zwaar verspreid—In ieder huis leit ’t met netter kaft op tafel, te pronk, te pronk—en ook Uw Excellentie heeft ’t eens gelezen …Regent.(’t Boek dat de Hopman voor hem op tafel legt, op den grond werpend)’t Nieuwe testament, ’t testament!(tot Hopman)Ben jij versuft of doe je mee aan drieste grappen, ezel, lomperd!Hopman.U zei: lees voor—ik zag ’t wel …Regent.Hij zag ’t wel! Hij zag ’t wel! Als jij wat ziet, is ’t al lang gevlogen!(weer zacht en valsch tot Sero)Loop jij met testamenten in je zak? Is dat de nieuwste vinding, schalk? En haal jij daar in door wat jou niet past? Heb jij patent als prediker?(vinnig)Je andre zak!Sero.(dien ledig uittrekkend)… Verschijn en maak je reverentie! En zonder dubblen bodem, Excellentie. Enkel met rijm!(De Hopman geeft ’m ’n por).… O! ’k Was juist uitgesproken!(zit op de bank).Regent.Hij was zoo goed op dreef. Dat ’s jammer, hopman. ’k Hoor graag rakkers met wat overmoed.[403]Vooral als ’r ’n kleine prikkel wacht.… Je hebt soms muizen, die nog speelsch en dartel piepen, als poes licht op den loer.… Ga zitten, Jus—en sla je wetboek op—maar heel voorzichtig! De nieuwe soort die ik gekweekt—de zesvoeter met kromme beenen—kijk, kijk: hij springt waarachtig over hindernissen!—die heeft vandaag z’n laatsten vrijen dag … ’n Lijkenvlieg, hoe kwam ze hier?… ’k Heb meelij met je larven, acrobaat! Jouw nageslacht zal in geen krengen bruiloft vieren! Ho! Dezen weg! Die is versperd. Op last der overheid, hahaha!(speelt met de vlieg, half over de tafel hangend)Ja, ja,—en nu m’n andre kameraad. ’k Zou je bij m’n dressuur vergeten! Jij ben gearresteerd, omdat, omdat …Sero.… Omdat ’k wat lastig ben …Regent.Lastig néé—welnee m’n brave vriend! De wet heeft mazen en je kruipt ’r door. Dat is je recht! Je ben niet lastig: listig, lustig. Je bazelt af en toe …(tot Jus)… Wat zei-ie gister op de groote markt? Hoe was dat weer?Jus.Hij zei: ’t volk dat wordt belogen en bedrogen door iedereen …Regent.Door iedereen? Door iedereen? Uitzondring ken jij niet? Dus ik, ik als Regent, belieg, bedrieg?Sero.Als ik dàt heb gezegd verbeur ik ’t vrij gebruik van deze tong![404]Regent.Bedoelen dee je ’t evenmin?Sero.Niet dat ik weet.Regent.En denken, denken?Sero.Zelfs niet dróómen, Excellentie—en bij God, de droom is van een bandloosheid, wanneer je stevig slaapt en snurkt, om in een ijzer dwangbuis op te sluiten!Regent.Dus ik ben uitgezonderd?Sero.’k Heb niet aan u gedacht—’k zou vloeken bij mijn zwaard en bij mijn éér—als ik ’n zijgeweer bezat—en als ze op mijn eer in ’t pandjeshuis ’n tiende penning of ’n knijzer schoten!Regent.(tot de vlieg)Ho! Ho! Verboden toegang, lijkenschenner!(sarrend-zoet tot Sero)Jij ruit niet op?Sero.Beweert dat iemand? Als ik ’t dee—had die meneer me niet gehouden, voor jaar en dag?Regent.Jij scharrelt overal—langs veld en wegen—op markt en plein—in dorp en kroeg—Wat doe jij daar?Sero.Verhalen en vertellen.Regent.Vertellen? Wat?[405]Sero.Van alles, maar geen leugens. M’n vader, die door Zijn Majesteit—Zijn Majesteit is dood—hij rust in vrede!—gehangen werd, omdat-ie (vader—niet Zijn Majesteit!) anders bleef denken dan zijn tijdgenooten—en dat hardop, hardop (was-ie maar stom geboren!)—m’n vader leerde me al vroeg, al van m’n eerste jaren …Regent.Nu? Durf je niet? Wat leerde-ie?Sero.Ben ’t vergeten … ’t Een’ge wat ik me herinner, als ’k de spons hierbinnen wring—de koemaag, Excellentie!—is dat een fopspeen meerder lucht dan moedermelk bevat—en dat—en dat—laat ’s zien—en dat als je géén leugens zegt—de waarheid ongemerkt en ongevraagd en als ’n dief zoo handig in je eigen schaduw loopt …Regent.Zoo’n roover, zoo’n bandiet! Verspreekt zich nooit! Loert als ’n schildwacht op ’t onraad van z’n woorden! Heel goed! Heel goed!… Wat was ’t vanmorgen, Jus, toen ze ’m grepen?Jus.Van morgen was ’t zoo’n herrie en zoo’n volte op de markt, dat ’r met blank geklopt moest worden. Hij las ’n stuk van ’t nieuwe testament, maar las ’t zoo, zoo uit mekaar getrokken en zoo sluwtjes weer gekoppeld, zoo vol bedoeling en hiaten—als iets niet paste—dat ’t geen tekst was, maar een oproerspreek …Regent.Aha![406]Jus.’k Heb zelf gehoord hoe-ie de poorters hitste …Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer, dat staat geschreven—hij roept ’t zoo en met zoo’n haat—en op zoo’n fellen toon, of ’r geschreven stond: ze zijn gelijk!Regent.Jawel! Jawel!Jus.Hij is ’n dagelijksch gevaar—en lacht geslepen om elk verbod, om iedre wetsbepaling, iedre ordonnantie—en toch—en toch—toch is ’t nog niet gelukt …Regent.De deksel op de doos te vouwen.(tot de vlieg)Ho, deze zij!… Dus, dus: hardop beweer jij niets?Sero.Niets dat niet elkeen mag! Hardop is lokvink voor de galg—en ’k heb zoo teeder vel—(op z’n nek wijzend)hier in ’t bijzonder—vel dat al springt als ’t de zeepkwast ruikt, dat ’k liever met ’n baard van weken ga, dan met ’n gladde kin.Regent.Dan met ’n gladde kin—jij gladde vogel!Sero.Mag ik m’n schoenen nu?… Of wil Uw Excellentie dat ’t volk, de poorters, keerlen en de wijven me missen—en aan ’t vloeken slaan?Regent.Hij is vrij—dat spreekt vanzelf, voor wat-ie gister en vandaag en vroeger nognietzéi, maar dàcht, of ooknietdacht, maar droomde—de sluwe[407]vos.… Nee, laat je schoentjes nog wat rusten!(wenkt gebiedend den Hopman)Die vrouw! Die vrouw!(Hopman wenkt Rakker)Al wou je, hier op ’t slotplein, in gelijkenissen spreken—zoo dat de minderjaarge koning als z’n vader neergeschoten werd—ikheb de poorterwet bezworen,ikbreek geen eed,ikdoe alleen m’n plicht, als ’t moet, als ’t kan, als ’t openbaar belang ’t dwingt en eischt(tot de vlieg, terwijl Regina door Rakker weer binnen geleid wordt en op bank neerzit)Je eigen schuld! Heb ik je niet gewaarschuwd, smakker?(Jus buigt zich ook over den inktkoker)Wat doe je, als je ’t zwemmen niet verstaat, te duiken in den put?… Die sterft een zwàrten dood, ha-ha!…(tot Sero)Jij wordt beschuldigd …(zich onderbrekend, nijdig)Ken jij die vrouw?(Sero knikt)Niet knikken! Antwoord geven!Sero.Ik ken ’r—ja.Regent.(tot Regina)En jij? Heb jij ’n dochter van dat schepsel daar?…Regina.We waren …Regent.(met de handen op ’t koord, snerpend)Ik vraag niet wat jij was—’k vraag of je ’n dochter heb?Regina.Die hebben we … Een is gestorven …Sero.… Goddank!…[408]Regina.… Een leeft.Regent.… Dat is jóúw dochter dus?(tot Sero)En ook de jóúwe? Verkies je niet te spreken?… Blijf je zwijgen?…Sero.Och, als ik zwijg, zal iedre steen ’t roepen! Ze is m’n vrouw …Regent.En met jouw weten is die vrouw ’n lichtekooi—en laat je ’r hoereeren!…Regina.… Ik ben …Regent.… Je ben hier om je mond te houen en te blijven zitten, alsikmet andren praat!… Jij!… Wist je dat? Déélde je soms de honingkoeken en pataten, die zij je huis indroeg—deelde je bed en beurs en lippen—lief en leed, ha-ha! Had jij de kas, de tucht, bij dat òntuchtig doen? Ging je door d’achterdeur, als vóór de klink gelicht werd door ’n klant? Hoorde je niets en zag je minder nog? En had je zoo bij winterdag twee warme voeten en ’n heet-gekruide maag?Sero.(spottend)Misschien.Regent.Misschien! Misschien! Waar heb jij van geleefd in al die jaren?Sero.Van manna en van lucht—èn—hoop doet leven![409]Regent.Noteer je, Jus—ontkennen doet-ie niet …Sero.Oho—is dat de klem?… Is dat de val, en dat ’t spek? En denk je dat ’n ouwe rat met haast geen tand meer in z’n bek, onnoozelweg z’n grijzen staart daaraan verbeuren zal?… Ik heb die vrouw—mijn vrouw—in volle vijftien jaar niet meer gezien—zie ’r vandaag voor ’t eerst en—weer voor ’t laatst.Regent.En ’t kind?…Sero.Laat dat ’r buiten!Regent.Hoe oud is ze?(Sero haalt de schouders op)O, ben je dat vergeten?Sero.(dof)’k Zeg nòg eens: laat ’t kind ’r buiten …Regent.Nee, nee—’t gaat juist om ’t kind!Sero.(opstuivend)Ik zeg …Hopman.… Zitten blijven!Regent.… Of in z’n kooi!… Ei, ei—hij lacht niet meer! De snaak trekt nieuwer soort grimassen! Ik vroeg: hoe oud?… Da’s zeldzaam!… Zeldzaam, hoe ’n tong, straks vlijm geslepen, nu bot naar antwoord zoekt!(tot Regina, haar in de wang knijpend)Is jouw geheugen, zwartoog, knappe deern—jij ben de zonde waard, waarachtig, op m’n woord![410]—ook zoo wormstekig … Is ’t wonder Jus, dat ze dat mensch ’ns af en toe verschalkte?… Hoe oud of wel hoe jong?Regina.… Zeventien!Regent.Zeventien?… Dan was jij zelf niet ouwer toen je trouwde?…Regina.(driest)Jonger nog!Regent.(haar kin streelend)Ha-ha, had ik jou toen gekend! ’n Jonge duif, ’n jonge doffer, wat? De malste kippen zijn de kiekens, versch van ’t nest! De grootste gaping in de poorterwet—ja, lach maar, Jus—is dat ’t recht van d’allereersten nacht,’t jus prima noctis, is vergeten …(tot Regina)Je hoeft niet bleu en ook niet bang te zijn … Voor àlle vrouwtjes, met of zonder man, of met dozijnen, ha-ha-ha!—buig ik mijn krolschen rug! Ja, ja … Maar nu de zaken!… Je dochter heeft je dikwijls opgezocht in deze maanden, niet?Regina.Dikwijls niet—soms eens, soms tweemaal in de week.Regent.Niet meer?Regina.Nee, Excellentie.Regent.Jìj gaat vrij uit—en zonder straf—’t is niet om jóú te doen—biecht op![411]Regina.Ik heb ’r eerst ontmoet op straat—toen is ze vier, nee: vijfmaal op bezoek geweest.…Regent.…’s Avonds?.… ’s Nachts?.…Regina …’s Morgens. Dacht u dat ik—als moeder..?Regent.Ik denk.… ik denk.… Dat raakt je niet!(plots weer fel)… Zoo, zoo, ha-ha!… ’t klopt als ’n bus met wat ze ons berichtten!(tot Sero).Jij, burger Sero, wist dat niet? Jij wist niet dat je kind, je minderjaarge dochter, op bezoek ging bij ’n slet, ’n alle-kerels-lief?(tot Regina die zich verdedigen wil)—Wat ben jij anders? Hou je mond!—Jóú was dat niet bekend?Sero.Ik wist van d’ eersten keer—toen ze mekaar op straat.… ’t Andre heeft m’n kind verzwegen..Regent.Ja, ja.… Dàt antwoord wachtte ’k! Maar toen dien eersten keer—heb jij je dochter niet gezegd wat of ’r moeder was en is?Sero.Nee.Regent.Nee? Nee?Sero.Nee!Regent.Waarom niet, ridder met de waarheid—in je schaduw?[412]Sero.Waarom? Omdat—omdat ’k niet wou.Regent.Heb je dat, Jus?.… M’n hulde!.… Dat wou niet dat z’n dochter eerbaar bleef!Sero.(met dreigenden glimlach)Pas op!.…(zich inhoudend).Ho, ho—ik ging te ver.…Regent.Ja, ’t gaat te ver! Bij God, ’t gaat te ver! ’n Vader die z’n kind niet tegenhoudt op ’t ergste pad—’n minderjarig kind nog wel—zoo’n liederlijke vader.… De wet!.… Sla op de wet!Jus(glimlachend).Had ’t al aangestreept—hier staat (.… Artikel 82 Bis).… „De ouders die.…”Regent..… ’k Vraag niet van óuders—’k vraag van váders, die.…Jus.Dat’s 83 D, gewijzigd bij de wet van.…Regent.’k Vraag naar geen nummers van je wettenkraam.… Lees op!Jus.„Hij die die ’t vaderlijk gezag misbruikt, mitsgaders bij zijn kind of kindren ontucht kweekt …”Regent.Juist! Juist!Jus.…„Wordt staande het delikt uit eerstgenoemd gezag ontzet en met verlies van alle poorterrecht tot spinhuisstraf van hoogstens zeven jaar gericht.” Artikel 83 E.…[413]Regent.’t Is al genoeg! Ik dank je wel!(dicht op Sero)Glimlach je nog schavuit?Sero.Niet zoo dicht bij m’n handen, Excellentie!(lachend, om z’n verwoedheid te bedwingen)’t Is meer gebeurd, dat ’r ’n vuige moord geschiedde, ha-ha-ha!—dader onbekend, ha-ha!.…(tot den Hopman, die zich tusschen hem en den Regent plaatst, de hand aan het gevest)Ik zou dat scheermes liever laten in z’n—in z’n schulp. Ik kruip al met ’n vlotte buiging in de mijne!(zet zich weer op de bank).Regent(die achteruit-geweken is).Dat’s over ’t toppunt heen! Zag jij ’t Jus?.… Heb jij ’t opgelet? Dat dreigt!.… Dat heeft gedreigd!.… Dat heeft den moed gehad z’n vuisten op te heffen en me met oogen aan te zien, of ik—hè-hè-hè!, hè-hè-hè!—of ik z’n maat, z’n rotgezel, z’nchère confrère, hè-hè-hè!(tot den Hopman)’t Kind! Hier met de eedle erfgenaam van ’t schoone paar!… Dat heeft gedreigd, gedreigd!.…Hopman(Regina bedoelend).En die.…Regent(nijdig).Dat kind, dat kind, de dochter van dien koppelaar!Sero.Een oogenblik! Ismijnkind hiér?Regent.Ja, ja! Wij willen ’t zelve ondervragen, zelf getuigen laten. En dan.…[414]Jus.….Artikel 85, alinea vier: Wanneer zoowel de vader als de moeder ontucht plegen, wijst het Hoofd van Staat dengene aan, die in de plaats der ouders …Regent..… In te grijpen weet! Juist! Juist!(wenkt den Hopman).Sero.(glimlachend)Dus wordt mijn naam aan ’t ziek bedrijf dier vrouw gekoppeld!(met aandrang)Een oogenblik! Ik vraag, verzoek—en als ’t moet, dan sméék ’k—kan ’k meer?—om ’t kind niet te „verhooren”—niet in ’t bijzijn van ons twee.… niet onverwacht. Laat me alléén twee woorden met ’r praten!Regent.Is-ie niet stom en doof en blind en dronken!(tot den Hopman)Moet ik jou zesmaal orders geven!(Hopman wenkt Soldenier in gaanderij, die bij de poort plaats neemt. Hij zelf gaat over de trap in ’t paleis).
[Inhoud]Eerste Tooneel.Sero, Soldenier, Rakkers.Sero.(wordt door twee rakkers, die hem aan polsen en nek vasthouden, naar rechtsche traliedeur voortgeduwd).… Ho! Ho! Ho!…(schudt zich even los, staat glimlachend[378]met quasi-dreigenden wijsvinger)… Mijn gebeente, proletariërs!… Heeft God..?Eerste Rakker.(hem weer vastgrijpend)… Ja, ja, ’t is goed! Vooruit!Sero.Heeft God ons niet naar zijn evenbeeld geschapen? Past ’t jullie, proletariërs, een zoo voortreffelijk evenbeeld …?… Au!… Au!…Tweede Rakker.…’ns Kijken, Evenbeeld, wie ’t kortste van stof is—jij of de paternosters!… Doe de deur open, kameraad. Dàt hou ’k alleen …Sero.(terwijl de eerste Rakker de getraliede deur ontsluit)… Heb jij wel ’ns gehoord, vriend, hahaha!—van—van—breek m’n polsen niet, man!—van zeker wereldsch en voorwereldsch gezegde—ja, hoeveel eeuwen geleden wel?… Heb je naaste—au! au!—heb je naaste lief—au!—gelijk jezelf..?Eerste Rakker.(hem in den nek grijpend en in ’t hok smijtend)… Afgeloopen! De rest schenken we je!(sluit de traliedeur.)De rest vertel je aan de heeren zelf!(tot Soldenier)… Laten praten!(betikt z’n voorhoofd.)Half simpel, driekwart gek!(af).[379][Inhoud]Tweede Tooneel.Sero, Soldenier.Sero.Dat’s niet te hoog, niet te breed, niet te diep hier—gewapende macht! Maar ruim genoeg voor mijn beetje gedachten—en voor de jouwe ’r bij, als ik je niet beleedig!(op ’t bankje in ’t hok neerzittend)Ha! Ha! Een aan alle eischen des tijds beantwoordende luierstoel … Heeft u er geen bezwaar tegen, gewapende macht, dat mijne sokken het daglicht aanschouwen?…(trekt zijn ouwe schoenen uit).Ben in geen tweemaal vier en twintig uur uit de kleeren geweest—en—en—(moeilijk-trekkend)vastgeroest!—een van twee: deze voorwerpen van de laatste mode zijn hoogst-eigenzinnig gekrompen, òf m’n voeten hebben zich in groeistuip gezet.….. Pang!… Da’s een …(met den wijsvinger op een gat in de kous, dat de hiel bloot legt)… Geen eerste, geen tweede kwartier: volle maan!… Zelfs met de merkwaardige vlekken, die men vroeger voor zeeën aanzag! Galileï …(zich onderbrekend)… O?… Luister je niet?…(tweeden schoen uitwringend)Bij mijn ziel, en bij de ziel van de koe of den stier, die eens …(hijgend stoppend)—daar blaas ik mijn adem bij uit!—die eens hier in stak—dat noem ’k weerbarstig …(trekt—de schoen vliegt uit, hij tuimelt van de bank op den grond)Ha-ha-ha!(De soldenier schiet mee in ’n schaterlach)… Ha-ha-ha! ’k Zou op die manier ’n leelijken smak hebben gedaan, als ’k in vrijheid boven op ’n dakgoot was gedresseerd, ha-ha-ha!…[380]Soldenier.Dat zou je, ha-ha-ha!Sero.(weer op de bank)… Hé!… Wel ’t wonder! Práát jij … Dùrf jij praten?…Soldenier.Waarom zou ’k dat niet durven?Sero.Ja, waarom zou je ’t niet—jij ziet beter dan ik of ’r geen derde-met-gezag in de buurt is! Gewapende macht, gewapende macht, nou heb ’k in deze veilige behuizing nog maar één wensch! Neem een spons, vul die met edik, steek ze op een rietstok of op je schoudergeweer, en hou ’r door de tralies dezer leeuwenkooi!Soldenier.(bot)… Wat wil je?… Wat mot je?Sero.Water.Soldenier.Mag niet.Sero.Weet je dat zeker?Soldenier.Zoo zeker als tweemaal twee vier …Sero.Da’s lang niet zeker, vriend—vriend, als ’k je niet voor de tweede maal beleedig!—tweemaal twee lasteraars zijn méér dan vier, zijn ontelbaar!—tweemaal twee halve zijn twee hééle, hahaha!—en tweemaal twee vlooien vóél je als, als …Soldenier.Als ’n dozijn, hahaha! Daar, drink uit m’n flesch, grappenmaker![381]Sero.(de veldflesch door de tralies aannemend).Dank je, barmhartige!(drinkt gulzig)… Hè! Hè! Dat kan jouw en mijn Heiland, bij de fontein Jacob’s in ’t land Samarië, niet beter gesmaakt hebben!…(drinkt nog eens)… Hè!… ’t Was alles hierbinnen aan ’t verdorren …(drinkt)… Hè!… Jij ben ’n—’n—’n christen … Dáár … Da’s de gróótste onderscheiding!…Soldenier.Stop! Stop! Laat ’r voor mij nog wat in!Sero.(de flesch ondersteboven houdend)… Te laat! Had je éven vroeger dienen te zeggen …(den mond der flesch met ’n goren lap drogend)… Zoo, kameraad—dat ’s hèt voorbehoedmiddel tegen puisten!… Dank je!Soldenier.(de flesch terugnemend)… Haal jou de duivel!Sero.En àls-ie ’t deed—als-ie mij voor z’n kudde lustte—zou jìj me làten halen? En bèn ’k al niet gehaald door twee van z’n rakkers met knuisten als nijptangen? Hahaha! Hahaha!(De eene hand door de tralies stekend).Ziet m’n pols ’r niet uit, of bloedzuigers ’r horlepiepten? Hahaha!Soldenier.Heb je gestolen?(zet zich op de kruk).Sero.Gestolen, néé. Ja toch: den dag!Soldenier.De dag?[382]Sero.Ben ik geen dagdief, vrind?Soldenier.Ja, Ja!… Heb je gemoord?Sero.Nee, nee. Integendeel! Ik bèn vermoord—vermoorder onschuld vind je niet!Soldenier.Niet gestolen, niet gemoord?… Dan toch gevochten of ergens brand gesticht?Sero.Nee, ’t was wel stichtelijk, maar toch geen brand.Soldenier.Dan ben je gek en lastig voor ’t verkeer!Sero.Juist! Lastig voor ’t verkeer, ha-ha-ha! ’k Stond op de markt en praatte met de menschen … De een die haalt den ander aan … ’t Werd wat vol, te vol misschien … Ze drongen op … En toen, toen werd ìk ingepikt … En die geluisterd hadden kregen klop, ha-ha-ha!Soldenier.Wat heb je dan gepraat?Sero.De waarheid vriend.Soldenier.De waarheid?… Wat voor waarheid?Sero.Ja, wat voor waarheid? Nièt die van gister en eergister!…(onwezenlijk de hand heffend)… Die van vandaag …[383]Soldenier.(spottend)Ach kom!(staat van kruk op.)Wel, wel! En stonden daarvoor menschen stil?Sero.Ja, ja—vast meer dan duizend, mannen, vrouwen, kindren—ook soldaten … ’t Was ’n lust …Soldenier.(spottend).Dat laat zich denken! Hé! Hé! Wat ga je doen?Sero.(de schoenen buiten de traliedeur op den grond plaatsend).In geen weken hebben ze ’n beurt gehad. En als ’t Allerhoogst Gezag ’t acht in ’s lands belang, dan mag ’s Rijks werf voor zool en achterlappen zorgen! Let je goed op, gewapende macht?… Jij blijft me borg!… Schendt men mijn schoenwerk, schendt men mijn aangezicht.Soldenier.Ach, ach, wat ’n gezwollen taal!Sero.Ach, ach, wat ’n gezwollen voeten! Is ’t wonder dat mijn kousen barsten!…(stilte).Ben jij al lang soldaat?(stilte).O! Ik vraag of jij al lang met zoo’n ding op je schoeren door ’t leven marcheert? (stilte), O! Je schijnt je ’r voor te schamen dat je ’t niet zeggen durft!(stilte)… En dat kruis—waar heb je dat verdiend?Soldenier.Man, vraag niet zooveel! Op ’t veld van eer, natuurlijk!Sero.’t Veld van eer …? Oho!(kijkt van het crucifix[384]naar den Soldenier, lang en aandachtig)Je kruis op ’t veld van éér?(glimlachend)Hij draagt ’t op z’n rug—en jij van voren … Dat’s mal!Soldenier.(nijdig)Wat’s mal?Sero.’t Moest net andersom … Hìj(z’n borst betikkend)’t enkel hier—en jullie ’t daar!(beduidt z’n rug)Dan zág je ’r niet zooveel en werd ’r minder om gevochten, ha-ha-ha!Soldenier.En nou je mond gehouen! En weg die dingen!…(schopt driftig de schoenen naar de zijde der tafel)’k Ben simpel dat ’k met jou spreek!Sero.Nou vraag ik u beleefd—wat of mijn schoenen je misdaan … Hebben die redelooze, puike, geduldige lotgenooten van mijn voeten, die uit ’t stof zijn gekomen en in ’t stof zijn gegaan …(zich onderbrekend)Oho! Oho![Inhoud]Derde Tooneel.De vorigen, Regina, eerste Rakker.Rakker.En vlug wat!(zij zet zich op de bank)Nee, daar niet!… Dáár!Regina.Daar? Waar?Rakker.Sta op![385]Regina.Mensch, man—’k ben bek-af …Rakker.Mot ’k geweld?…Regina.(op de bank haar mouw opstroopend)Of je geweld gebruiken moet?… Nog meer geweld?… Je kompleete tien gebojen staan ’r in!(’r rok optillend, dat de kuitzichtbaarwordt)En m’n rokken heb je afgetrapt of ’t dwijlen waren!Rakker.(tot Soldenier)… Dat vertelt de sloeber nou alleen om ’r kuiten te laten zien, hahaha!Soldenier.(naast haar zittend)… Schoone joffer—ik zou ’r ’n eed op doen, dat we mekaar van héél dichtbij hebben gekend.Regina.(hem op de knie kloppend)Hahaha!… Ik ook! Jij ben de man met ’n moedervlek als ’n muis!Soldenier.Klopt!.… Dan ben jij.…Regina.Ja! Ja! Hahaha!(den Rakker die haar in de wang knijpt ’n tik op de hand gevend).Wel allemachtig! Buiten knijpen.…(toont haar arm aan den Soldenier die er een zoen op geeft).…binnen aaien—ben jij gek!Rakker.Buiten riep m’n plicht—en als die roept, ben ik ’n slaaf—maar binnen, binnen.… word ’k mensch en ieder mensch is zwak, ha-ha-ha!(zet zich ook op de bank).[386]Regina(tusschen de twee in).… Kerels, kerels, jullie doen als vliegen bij de suiker! Toe schuif wat op!(tot Soldenier).Wat zeg jij van zoo’n sallemander, zoo’n verdraaiden judas(den Rakker ’n tik gevend)—handen thuis!—zoo’n gedrocht?.… Dat komt me halen—of ’k wil of niet!—dat sleept me mee, met honderd menschen op m’n hielen—zegt niet waarvoor.…Rakker.Hoe weet ìk dat, m’n toet? Als mij gelast wordt: haal je vrouw, of haal ’r moeder’s moer—dan vraag ik niet, dan weet ik niet, dan klets ik niet—dan hààl ik—en soms haal ik met plezier …(legt arm om haar middel).Soldenier.(dien wegduwend).… Ho! Ho!.… Die plaats die is bezet.Rakker.Wat is bezet?Soldenier(lachend).Ik heb de oudste rechten!Rakker.Nee ik! Want ik moet toezicht op ’r houen!Soldenier.Wie van ons twee heeft de klandizie vanl’amour?.… Nou zeg ’t zelf, Regien—zoo heet je toch?Regina.Toe, toe!… Twéé knieën is te veel! Vindt jij dat lekker in die warmte?… ’k Ben smòòr op wie ’t meeste dokt! Dok jij—dokt hij—ìk hou m’n hand. Jij ben ’n knappe vent—en jij ’n schat..[387]Als ’k hier(bootst met de handen een bascuul na)—als ’k hier, ha-ha-ha!, jouw hart hou, híer ’t jouwe—dan gaat de weegschaal op en neer—dan ben ’k op jou verkikkerd en op jou verzeten—razend met jou en door ’t dolle heen met jòù!..! Is jouw beurs ’t zwaarst, dan doe ik zoo—en is de jouwe stevig, zoo! Ha-ha-ha: die twéé paar schelvischoogen!…Soldenier.Dus krengekop: jij heb geen zoetelief?..Rakker.Geen(bluffend).… die jij naar zijn snor en oogen kijkt? En die z’n beentjes vrij uit in je bedje steekt, ha-ha-ha!Regina.Nee, kerels, nee! Die tijd die is voorbij! Schenkt jou de bakker brood en wat je verder met ’t draaien aan dat ding(bootst z’n gepluk aan de snorharen na)komt vragen? Stopt jou de slager spek en worst en Zaterdags ’n pondje lenden in je léége handen? Geeft jou je huisjesmelker zoomaar onderdak? Waar werk jij met je oogen en je snor ’n borrel los, ha-ha-ha? Nee, kerels—’k ben niet gekker dan ’n ander, niet stommer en niet braver! O zoo! ha-ha-ha!… Wie alles uit z’n huis draagt gaat failliet—wie open tafel houdt, krijgt zelf geen kluiven en wie—ach Jezis, jongens, ’t is zoo warm!—wie van de lucht wil leven, eet zich geen spekrug(den rug van den Soldenier bekloppend)en geen buik van negen maanden, ha-ha-ha!(klopt den Rakker op z’n buik).Soldenier(zich lachend omdraaiend).Nou grappenmaker in je kooi—heb jij je tong verloren? Hééé![388]’k Heb ’t tegen jou! Durf jij niet naar dat prachtwijf kijken, dat je ons je ribbenkast van achter toont?Sero.(zich naar hen toekeerend).M’n ooren zien meer dan me lief is …(tot Regina, die angstig opgesprongen is).Goeien dag. Wel geslapen, Regina, koningin van den nacht? Niet van me gedroomd..?Regina.Jij hier? Heb jìj daar al dien tijd gezeten?Sero.Gezeten ja—ik zit. Nee, loop niet achteruit—ik zit sekuur—en dan ik doe geen schepsel ook maar zóóveel kwaad … Dat weet jij toch.…Soldenier.Wel allemachtig—is dat, dat aapmensch, ook een van je klanten?Sero.Ja, ja. Een van ’r alleroudste—waar of niet, Regien! Al was ’k niet de eerste, waar of niet, Regien? ’t Spijt me machtig, dat ik heb gestoord.… Ga zitten, menschen … En praat rustig verder!…(geeuwt)… Ik heb—m’n kaken springen van mekander—’n slaap, ’n goddelooze slaap of ’k tién roezen uit moet slapen … Geneer je niet—ik speel geen luistervink, Regien …(zet zich weer op de bank met den rug naar de anderen gekeerd).Rakker.Ken jij dat heer?Regina.(vinger op den mond)… Dat is—dat is …Soldenier.…Dat is ’r minteneur![389]Sero(’t hoofd naar de tralies)… Nee, nee—ik ben de vader van ’r kind—èn, als ’k me niet bedrieg—en ’t niet verkeerd geboekt staat in de folianten van den godgezant, die ons voor weinig penningen—te spotgoedkoop, voorwaar, voorwaar!—zijn allerheiligste zegen gaf—en zij ’t zich nog herinnert (ik zelf was het haast kwijt!)—en jullie twee ’t niet aan iedereen verklapt: ik ben, ik ben ’r lijfelijke man, ’r màn.… Ja, Ja—ha, ha!—’t was voor zestien jaar en zeven maanden en dertien dagen—in Mei—als elke vogel legt ’n ei—in Mei, datwijde voorste vingers van twee rechterhanden (tweemaal twee is tien) naar den hemel staken—omdat, omdat ons, òns kind op komst was—òns kind, niet waar, Regien.… Ja, ja—en nou—en nou.…Soldenier.En nou?.… Nou visch je achter ’t net, ha-ha-ha!Rakker.Nou draagt-ie op z’n test ’n honderd hoornen, ha-ha-ha!Soldenier.Nou heeft-ie òns daar net gesnapt, ha-ha-ha!Rakker.Nou zit-ie op z’n sokken in ’n kooi, ha-ha-ha!Soldenier.En geeft je pootjes, als je ’t vriendlijk vraagt, Regien, ha-ha-ha! En wacht zìjn beurt om in je armen weer te leggen, ha-ha-ha!Sero.Ik heb geen bek voor dàt soort spek!(zij schopt[390]achter het koord de schoenen weg)Eerst hij, nou jij! Alle negen! Dat wordt ’n kegelspel met schoenen die de tand des tijds nog beter dan ik zelf doorstonden! Ben je ontstemd, Regien, of is ’t de vreugde van ’t wederzien, na zooveel jaren?Regina(kwaadaardig).Ik zou van leut en lol wel kunnen dansen! Dat merkt-ie nog niet eens! Dat vraagt ’t schepsel! Wil je ’t soms zwart op wit?Sero.Och nee—die twéé getuigen zijn voldoende.. En de pure, malsche blijdschap op je aangezicht!Regina.Zoo heeft-ie jaren lang, me ieder uur gesard, gehitst, gekweld.… ’n Adder heeft geen giftiger tong.… Man, man ik háát je zoo!Sero(triestig-glimlachend).Ja, ja, ’t kan verkeeren.Regina(nijdig tot Rakker).Nou! ’k Kan m’n tijd gebruiken! Moet ’k langer samen met dien kerel? Als ’k z’n lachen als ’n monster zie, is heel m’n week vergald!Sero.Als ìk vergal—vergulden andren!.… En àls ik monsterachtig lach …(rondkijkend)—wat drommel, hangt hier nergens in dit weelderig, volmaakt gemak ’n spiegelscherf, dat ik me overtuigen kan, en mogelijk zóó lamgeslagen sta, dat deze gruwellach z’n eigen dood besterft?—als ’k leelijk, onvertogen, ongepast, en jou ’n hééle week vergallend lach: ik ben geschapen met de hulp van drie—[391]door vader, moeder en door God (alleen de laatste is in leven!)—en heb me zelf niets van mijn manlijk schoons en leelijks toebedeeld, noch toegewenscht!(zij keert zich driftig om, zet zich voor de tafel)… Goed zoo! Van achter zien we niet—geen kleur, geen schoen, geen hindernis, geen kushand en geen judaslach.… De Satan voer in een der twaalf—’t staat beschreven!Regina.We zullen zien—wie ’t laatste lacht!Sero.’t Laatste lacht, wie ’t laatste leeft! Je blaast je lach uit als ’n kaars, mèt dat je laatste adem gaat!Regina.Jij niet! Jij niet!Sero.Ik niet?Regina.Jij grijnst nog in je graf!Sero.Alsjij’r op komt bidden zeker!Rakker.Ha-ha-ha! Ja, ja—dié zijn getrouwd! ’t Klopt!Soldenier.Wel selderju—dat hoor je van ’t spullevolk, als ’t jaarmarkt is, niet beter! Kischt! Kischt!.… Laat je niet plukken, meid!Rakker.Vooruit! Toe dan, ha-ha-ha! ’t Liep zoo lekker en gesmeerd! Leg je ’t af, Regien?Regina.Ik wreek me wel—vandaag of morgen.[392]Sero.Vandaag! Dat ’s dichterbij en houdt ’t vuurtje warm!Regina.Klets toe—ik zeg geen woord, geen woord meer!Sero.Geen woord? Dat is ’t einde. Want in den Beginne wàs het Woord.…Soldenier.Ach gekke kerel loop!Sero.Als ik maar loopen kòn!Rakker.Dan liep zij kwispelstaartend met je mee, ha-ha-ha!(zakt lachend van de bank op den grond).Regina.Met dien stumper, dat gedrocht, dat hatelijk verschijnsel, dat mirakel, dat ellendig wurm, ha-ha!Sero.Let op—dàt was ’r láátste woord!Soldenier.Regien, Regien!(schatert met den Rakker)[Inhoud]Vierde tooneel.De vorigen, Hopman.Hopman.(op door de gaanderij).Wat is dat?(tot Rakker)Wat zit jij op den grond?… En jij—is dat jouw plaats?.… En hoort die vrouw daar achter?[393]Rakker.(terwijl de Soldenier naar venster wijkt).Ik was—ik was gevallen, hopman …Sero.Ja, ja—dat kan ’k getuigen—’r zijn ’r meer gevallen hier …Hopman.Mond gehouen allemaal!(tot Regina)Weg jij daar!(tot Rakker)Wat had ik jou gelast?Rakker.Ik heb ’r minstens twintig keer gezeid(naar het linkerhok wijzend)daar in te gaan …Regina.…Dat liegt-ie.Rakker.Lieg ik, Soldenier?Soldenier.Ik heb ’t gehoord.Sero.Ha-ha-ha!Hopman.Wel alle duivels, is dat hier ’n bende! Als jij nog even kikt, dan sla ’k je in de boeien!Sero.O, mocht ’t niet?Hopman.Nee—hier mag niks!Sero.Niks is niet veel—maar als je ’t eenmaal weet genoeg.Hopman.(tot Soldenier)Marsch! Ingerukt! Daar in ’t wachtlokaal! En vlug! (tot Rakker) En jij, jij zal je uur onthouden …(Soldenier af).[394]Rakker.…Ik heb ’r dertig maal misschien …Hopman.(met driftig gebaar)Dat ’s dertig maal te veel! Jij heb te dóén en niet te laten! Rechtsomkeer en marsch!(Rakker af)En jij vooruit!(Smijt traliedeur voor Regina open)Versta je niet?Regina.Ik heb toch niet gestolen, niet gebedeld, ben niet dronken langs den weg gegaan—ik heb geen nachtrumoer …Hopman.… Asjeblief.Regina.… Wat heb ’k dan gedaan?Hopman.Dat zal je later hooren!(trapt de schoenen).Sero.Die arme schoenen maken nog de reis rondom de wereld.Regina.Nee—ik verdraai ’t!Hopman.Wat zeg jij?… Wil jij niet?… Heb jij ’n wil?(grijpt haar bij den arm)… Een, twee …[Inhoud]Vijfde tooneel.De Regent, Hopman, Sero, Regina, laterJus.Regent.(van de trap komend)Ho! Ho! Geen drie! Maar hopman, ’t is ’n vrouw, ’n vrouw …[395]Hopman.… Geen vrouw—’n lichtekooi, Uw Excellentie!Regent.… Is dan ’n lichtekooi ’n man? Kom, kom! Jij blijft wel rustig zitten dáár, ook zonder kussen in je rug, niet waar? Geweld bij vrouwtjes, hopman, onverschillig wat ze zijn, dat heeft geen pas—tenzij—tenzij je zwaar verliefd ben en ’t torteltje niet trekkebekken wil, ha-ha-ha!(let Sero op)… Ha, onze vriend! Wees welkom, welkom!Sero.Dank u, Excellentie. ’t Zelfde. En nog meer.Regent.’t Is kostlijk weer vandaag. ’n Tikje warm, ’n beetje felle zon …(den schijn van ’t venster bedoelend)… Hindert je niet?Sero.Nee, nee. Integendeel. Waar licht is, is ook vreugd!Regent.De schalk, de schalk! Dat blijft maar goed gemutst en welbespraakt! ’t Is zeldzaam, zeldzaam! Ja, geniet ’r nog maar van. Wie weet hoe kort ’t duurt—een trapje lager houdt ’t op …Sero.De zon …Regent.… De zon, de maan, de sterretjes—en wat de grappenmakers meer in dicht en rijm bezingen … Heb je honger?[396]Sero.’k Wist niet dat dàt Uw Excellentie intresseerde …Regent.Och ja—och ja!… Hoe meen jij dat?Sero.’k Meen dat ’t duizenden en nog eens duizend—’k meen niemendal …Regent.De schalk!… Nu had-ie moeite ’t inteslikken, ha-ha-ha!(tot Jus, die de trap afgekomen, ’t laatste gehoord heeft)… Die man heeft hier(betikt z’n voorhoofd)’n koemaag, maar geen hersens—die kauwt, herkauwt en kauwt zoo ieder uur op onverteerbaar tuig! Ha-ha-ha, ’t is zeldzaam, zeldzaam!… Dus geen honger?…Sero.Nee, nee …Regent.Geen trek in jonge kiekens of een malsch aan ’t spit geroosterd boutje?Sero.De koemaag hier verdraagt die zaken niet …Regent.Geen kreeftje, rood—óók rood—van woede om de hitte van ’t water, met ’n roemer witten wijn?Sero.Daar heb ’k juist vanmorgen mee ontbeten—en heel m’n buurt tot we ’r van kikten en ik ’n graat kreeg in m’n keel.Regent.Hoor je dat, Jus—ja Hopman lach gerust!—[397]de schalk heeft kreeften met ’n graat, ’n graat—en zonder schaal gegeten! Zoo praat dat over alles, alles mee. Dat heeft verstand van staat en kerk en God weet wat—en ook van kreeft, ha-ha-ha!Sero.Als ’t dan geen graat was—en geen bastaardkreeftje—was ’t ’n schaar—en als ’t geen schaar was, was ’t ’n ander ding om in te stikken. In Godsnaam, Excellentie, eet geen kreeft!Regent.Ha-ha-ha, zoo’n levenslust! Geen honger dus?Sero.Spijt me waarachtig, néé.Regent.Dat moet dan anders worden, Jus. Dat ’s ongewoon en maakt me ongerust. ’n Man die ’t prachtig eten van mijn kok niet lust, geen honger heeft—die driemaal weigert—is te zwaar doorvoed—en vroeg of laat krijgt-ie vervetting aan z’n hart, z’n lever of z’n tong!Sero.Ja, ja—m’n tong is welgedaner dan m’n buik!Regent.Is dat niet abnormaal? En zijn we niet verplicht zoo’n kanker uit te snijden?(met gebaar naar ’n insect dat hij reeds ’n paar maal verjaagd heeft).Wat wil dat lastig dier toch bij m’n hoofd?… Heb jij geen honger, vriend, dan moet jij op dieet—en schap’lijk lang tot dat je maag weer werkt en ook je tong wat minder welgedaan doorslaat, ha-ha-ha! ’k Wed dat die kuur je helpt![398]Sero.Dus ik blijf hier?Regent.Voor onbepaalden tijd.Sero.Wel, wel—en zonder vonnis? Dat’s ’t nieuwste recht, ’n vastenavondgrap, ’n luimige inval van z’n Excellentie …Regent.Niet waar? ’n Beetje kortswijl hoort ’r bij!Sero.Ik vast zoolang die kortswijl duurt.Regent.Bezwaarlijk, vriend.Sero.Wie niet gevonnist is—en niets misdreven heeft—heeft ’t poorter-recht van iedren poorter—en móét voor schemer weer op vrije voeten gaan! ’k Ben minstens tien keer hier voor dezen heer(met gebaar naar Jus)gebracht en tien keer met beleefden groet weer losgelaten …Jus.(lachend)Dat klopt(mede met gebaar naar insect)—hij was zoo glad, zoo leep, zoo listig, Excellentie en zoo glibberig als ’n aal, dat we ’m telkens lieten glippen, om de poorterwet in eer te houden.…Regent.’n Aal vat men niet aan met schoongewasschen handen … Dat doet men met ’n scheutje zand …(beloert het insect op de tafel)… Wacht even! Stil! Ha-ha, ’k heb beet! Twee hommels in een klap. Zoo. Even drukken. Die spelen niet meer schuilei met m’n neus. O? Wil jij toch nog—toch[399]nog vliegen?… Wel ja(trekt ’n vleugel uit)Probeer ’t met één vlerk!… Daar snapt-ie niets van: kijkt me zoo beteuterd aan, of ’k onze Lieve Heer persoonlijk ben, ha-ha-ha!(tot Regina).… Ja, kom maar dichter bij … Je mag ’t wel zien!… Die is getemd, ha-ha!, en loopt m’n hand rond of-ie kreupel is … Dat komt omdat de andre vleugel ’m te lastig is … Dan die ’r ook maar af …(’t insect op tafel zettend)En kalm aan stappen—niet te wild—want op den inktpot is geen klep—en reddingsgordels heb ik niet, ha-ha! Zoo zie je, Jus, hoe je met handigheid, ’n kwajen hommel leert marscheeren, ha-ha-ha!(nijdig uitvallend tot Regina)Is jouw plaats hier?Regina.…(angstig)U zei me zelf..Regent.Ik zei jou niets, niets, niets!Hopman.Nee niets! Vlug achteruit! En op de bank gebleven!Regina.Wel allemachtig, ’k ben niet gek!Regent.(met de hand de tafel beslaand.)Hoor ik jou nog …! Wordt ’t hoogste woord door straatgespuis en wijven uit ’t bordeel gesproken!(tot Jus).Waar is ’t onwijze jong, ’t schaap, ’t kind?Jus.Dat moet benee zijn, Excellentie.Regent.Hier laten brengen!(Jus gaat naar gaanderij)Nee—wacht nog even. Die vrouw, die is te veel.Jus.Wil u …Regent.Wil u … Wil u … Wil u … Alsikgeen haast heb, hol je of ’r brand is—en als ’k angstig uitkijk waar je blijft, kruip je met looden ballen aan je beenen! Wat lach je nou? Ik maak geen pret, ben niet jouw clown!(tot Sero, die weer met den rug naar de tralies zit)… En jij! Ha-ha! Als jij niet weergaasch-rap de voorpui van je onbewoonbaar huis vertoont, zal ik je blaren laten zitten!Sero.Ik warm m’n rug in ’t uitgezochte zonnetje …Regent(tot Hopman).Haal ’m ’r uit! Kun je ’t alleen?Hopman.Dat stuk karkas regeer ’k met twee vingers, Excellentie!(tot Sero, dien hij uit de kooi trekt).Toe, maak wat voort!Sero.Dank u zeer! Ik wist wel dat Uw Excellentie haar kostbren tijd niet lang verspillen zou—en mij vóór ’t ongenoeglijk schemeruur weer op ’s lands kei zou zetten.Regent.(wenkend)Op die bank! Halt! Halt! Heeft men zijn zakken onderzocht?Hopman.Ik denk van ja …[401]Regent.Jij denkt van ja—jij denkt van nee—wie denkt ’r ooit behalve ik? Is één vermoorde koning niet genoeg? Moet ik op alles letten?Sero.(op den eenen zak wijzend).Hier, Excellentie, zit ’n bom—en daar ’n handgranaat.… Eén vinger, die den weg niet weet, in deze donkre, schrikkelijke grot—en ’n vulkaan, ’n donderslag vernielt mijn ribbekast, maar ook ’t Hoofd van Staat!Hopman.De handen op je rug!Sero.Nee, nee. Dat doe ’k liever zelf. Als u mij kietelt, schiet ik in den lach—en als ik lach, loopt ’t bommen-uurwerk af!(den eenen zak ledigend).Dat’s een.(overreikt ’n stukkenden zakdoek).M’n linnengoed, merk S. van een tot twaalf. Dat ’s twee, met minder ezelsooren dan menig hooggeleerd gezelschap!Regent.Wat is dat voor ’n godvergeten boek? Lees voor! Lees voor!Hopman.’n Boek vol dikke potloodhalen.Regent.Dat vraag ’k niet! Lees voor! Lees voor!(tot Sero)Geheim genootschap, schalk?Hopman.(lezend)„Wij hebben (hier is wat doorgehaald) den, den … (dat is onleesbaar!)… den strijd tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld”…[402]Regent.Staat dat ’r woordelijk?Hopman.Woordelijk!Regent.Je legt daar op beslag!Sero.Dat is ’n eeuw of wat te laat—’t is te zwaar verspreid—In ieder huis leit ’t met netter kaft op tafel, te pronk, te pronk—en ook Uw Excellentie heeft ’t eens gelezen …Regent.(’t Boek dat de Hopman voor hem op tafel legt, op den grond werpend)’t Nieuwe testament, ’t testament!(tot Hopman)Ben jij versuft of doe je mee aan drieste grappen, ezel, lomperd!Hopman.U zei: lees voor—ik zag ’t wel …Regent.Hij zag ’t wel! Hij zag ’t wel! Als jij wat ziet, is ’t al lang gevlogen!(weer zacht en valsch tot Sero)Loop jij met testamenten in je zak? Is dat de nieuwste vinding, schalk? En haal jij daar in door wat jou niet past? Heb jij patent als prediker?(vinnig)Je andre zak!Sero.(dien ledig uittrekkend)… Verschijn en maak je reverentie! En zonder dubblen bodem, Excellentie. Enkel met rijm!(De Hopman geeft ’m ’n por).… O! ’k Was juist uitgesproken!(zit op de bank).Regent.Hij was zoo goed op dreef. Dat ’s jammer, hopman. ’k Hoor graag rakkers met wat overmoed.[403]Vooral als ’r ’n kleine prikkel wacht.… Je hebt soms muizen, die nog speelsch en dartel piepen, als poes licht op den loer.… Ga zitten, Jus—en sla je wetboek op—maar heel voorzichtig! De nieuwe soort die ik gekweekt—de zesvoeter met kromme beenen—kijk, kijk: hij springt waarachtig over hindernissen!—die heeft vandaag z’n laatsten vrijen dag … ’n Lijkenvlieg, hoe kwam ze hier?… ’k Heb meelij met je larven, acrobaat! Jouw nageslacht zal in geen krengen bruiloft vieren! Ho! Dezen weg! Die is versperd. Op last der overheid, hahaha!(speelt met de vlieg, half over de tafel hangend)Ja, ja,—en nu m’n andre kameraad. ’k Zou je bij m’n dressuur vergeten! Jij ben gearresteerd, omdat, omdat …Sero.… Omdat ’k wat lastig ben …Regent.Lastig néé—welnee m’n brave vriend! De wet heeft mazen en je kruipt ’r door. Dat is je recht! Je ben niet lastig: listig, lustig. Je bazelt af en toe …(tot Jus)… Wat zei-ie gister op de groote markt? Hoe was dat weer?Jus.Hij zei: ’t volk dat wordt belogen en bedrogen door iedereen …Regent.Door iedereen? Door iedereen? Uitzondring ken jij niet? Dus ik, ik als Regent, belieg, bedrieg?Sero.Als ik dàt heb gezegd verbeur ik ’t vrij gebruik van deze tong![404]Regent.Bedoelen dee je ’t evenmin?Sero.Niet dat ik weet.Regent.En denken, denken?Sero.Zelfs niet dróómen, Excellentie—en bij God, de droom is van een bandloosheid, wanneer je stevig slaapt en snurkt, om in een ijzer dwangbuis op te sluiten!Regent.Dus ik ben uitgezonderd?Sero.’k Heb niet aan u gedacht—’k zou vloeken bij mijn zwaard en bij mijn éér—als ik ’n zijgeweer bezat—en als ze op mijn eer in ’t pandjeshuis ’n tiende penning of ’n knijzer schoten!Regent.(tot de vlieg)Ho! Ho! Verboden toegang, lijkenschenner!(sarrend-zoet tot Sero)Jij ruit niet op?Sero.Beweert dat iemand? Als ik ’t dee—had die meneer me niet gehouden, voor jaar en dag?Regent.Jij scharrelt overal—langs veld en wegen—op markt en plein—in dorp en kroeg—Wat doe jij daar?Sero.Verhalen en vertellen.Regent.Vertellen? Wat?[405]Sero.Van alles, maar geen leugens. M’n vader, die door Zijn Majesteit—Zijn Majesteit is dood—hij rust in vrede!—gehangen werd, omdat-ie (vader—niet Zijn Majesteit!) anders bleef denken dan zijn tijdgenooten—en dat hardop, hardop (was-ie maar stom geboren!)—m’n vader leerde me al vroeg, al van m’n eerste jaren …Regent.Nu? Durf je niet? Wat leerde-ie?Sero.Ben ’t vergeten … ’t Een’ge wat ik me herinner, als ’k de spons hierbinnen wring—de koemaag, Excellentie!—is dat een fopspeen meerder lucht dan moedermelk bevat—en dat—en dat—laat ’s zien—en dat als je géén leugens zegt—de waarheid ongemerkt en ongevraagd en als ’n dief zoo handig in je eigen schaduw loopt …Regent.Zoo’n roover, zoo’n bandiet! Verspreekt zich nooit! Loert als ’n schildwacht op ’t onraad van z’n woorden! Heel goed! Heel goed!… Wat was ’t vanmorgen, Jus, toen ze ’m grepen?Jus.Van morgen was ’t zoo’n herrie en zoo’n volte op de markt, dat ’r met blank geklopt moest worden. Hij las ’n stuk van ’t nieuwe testament, maar las ’t zoo, zoo uit mekaar getrokken en zoo sluwtjes weer gekoppeld, zoo vol bedoeling en hiaten—als iets niet paste—dat ’t geen tekst was, maar een oproerspreek …Regent.Aha![406]Jus.’k Heb zelf gehoord hoe-ie de poorters hitste …Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer, dat staat geschreven—hij roept ’t zoo en met zoo’n haat—en op zoo’n fellen toon, of ’r geschreven stond: ze zijn gelijk!Regent.Jawel! Jawel!Jus.Hij is ’n dagelijksch gevaar—en lacht geslepen om elk verbod, om iedre wetsbepaling, iedre ordonnantie—en toch—en toch—toch is ’t nog niet gelukt …Regent.De deksel op de doos te vouwen.(tot de vlieg)Ho, deze zij!… Dus, dus: hardop beweer jij niets?Sero.Niets dat niet elkeen mag! Hardop is lokvink voor de galg—en ’k heb zoo teeder vel—(op z’n nek wijzend)hier in ’t bijzonder—vel dat al springt als ’t de zeepkwast ruikt, dat ’k liever met ’n baard van weken ga, dan met ’n gladde kin.Regent.Dan met ’n gladde kin—jij gladde vogel!Sero.Mag ik m’n schoenen nu?… Of wil Uw Excellentie dat ’t volk, de poorters, keerlen en de wijven me missen—en aan ’t vloeken slaan?Regent.Hij is vrij—dat spreekt vanzelf, voor wat-ie gister en vandaag en vroeger nognietzéi, maar dàcht, of ooknietdacht, maar droomde—de sluwe[407]vos.… Nee, laat je schoentjes nog wat rusten!(wenkt gebiedend den Hopman)Die vrouw! Die vrouw!(Hopman wenkt Rakker)Al wou je, hier op ’t slotplein, in gelijkenissen spreken—zoo dat de minderjaarge koning als z’n vader neergeschoten werd—ikheb de poorterwet bezworen,ikbreek geen eed,ikdoe alleen m’n plicht, als ’t moet, als ’t kan, als ’t openbaar belang ’t dwingt en eischt(tot de vlieg, terwijl Regina door Rakker weer binnen geleid wordt en op bank neerzit)Je eigen schuld! Heb ik je niet gewaarschuwd, smakker?(Jus buigt zich ook over den inktkoker)Wat doe je, als je ’t zwemmen niet verstaat, te duiken in den put?… Die sterft een zwàrten dood, ha-ha!…(tot Sero)Jij wordt beschuldigd …(zich onderbrekend, nijdig)Ken jij die vrouw?(Sero knikt)Niet knikken! Antwoord geven!Sero.Ik ken ’r—ja.Regent.(tot Regina)En jij? Heb jij ’n dochter van dat schepsel daar?…Regina.We waren …Regent.(met de handen op ’t koord, snerpend)Ik vraag niet wat jij was—’k vraag of je ’n dochter heb?Regina.Die hebben we … Een is gestorven …Sero.… Goddank!…[408]Regina.… Een leeft.Regent.… Dat is jóúw dochter dus?(tot Sero)En ook de jóúwe? Verkies je niet te spreken?… Blijf je zwijgen?…Sero.Och, als ik zwijg, zal iedre steen ’t roepen! Ze is m’n vrouw …Regent.En met jouw weten is die vrouw ’n lichtekooi—en laat je ’r hoereeren!…Regina.… Ik ben …Regent.… Je ben hier om je mond te houen en te blijven zitten, alsikmet andren praat!… Jij!… Wist je dat? Déélde je soms de honingkoeken en pataten, die zij je huis indroeg—deelde je bed en beurs en lippen—lief en leed, ha-ha! Had jij de kas, de tucht, bij dat òntuchtig doen? Ging je door d’achterdeur, als vóór de klink gelicht werd door ’n klant? Hoorde je niets en zag je minder nog? En had je zoo bij winterdag twee warme voeten en ’n heet-gekruide maag?Sero.(spottend)Misschien.Regent.Misschien! Misschien! Waar heb jij van geleefd in al die jaren?Sero.Van manna en van lucht—èn—hoop doet leven![409]Regent.Noteer je, Jus—ontkennen doet-ie niet …Sero.Oho—is dat de klem?… Is dat de val, en dat ’t spek? En denk je dat ’n ouwe rat met haast geen tand meer in z’n bek, onnoozelweg z’n grijzen staart daaraan verbeuren zal?… Ik heb die vrouw—mijn vrouw—in volle vijftien jaar niet meer gezien—zie ’r vandaag voor ’t eerst en—weer voor ’t laatst.Regent.En ’t kind?…Sero.Laat dat ’r buiten!Regent.Hoe oud is ze?(Sero haalt de schouders op)O, ben je dat vergeten?Sero.(dof)’k Zeg nòg eens: laat ’t kind ’r buiten …Regent.Nee, nee—’t gaat juist om ’t kind!Sero.(opstuivend)Ik zeg …Hopman.… Zitten blijven!Regent.… Of in z’n kooi!… Ei, ei—hij lacht niet meer! De snaak trekt nieuwer soort grimassen! Ik vroeg: hoe oud?… Da’s zeldzaam!… Zeldzaam, hoe ’n tong, straks vlijm geslepen, nu bot naar antwoord zoekt!(tot Regina, haar in de wang knijpend)Is jouw geheugen, zwartoog, knappe deern—jij ben de zonde waard, waarachtig, op m’n woord![410]—ook zoo wormstekig … Is ’t wonder Jus, dat ze dat mensch ’ns af en toe verschalkte?… Hoe oud of wel hoe jong?Regina.… Zeventien!Regent.Zeventien?… Dan was jij zelf niet ouwer toen je trouwde?…Regina.(driest)Jonger nog!Regent.(haar kin streelend)Ha-ha, had ik jou toen gekend! ’n Jonge duif, ’n jonge doffer, wat? De malste kippen zijn de kiekens, versch van ’t nest! De grootste gaping in de poorterwet—ja, lach maar, Jus—is dat ’t recht van d’allereersten nacht,’t jus prima noctis, is vergeten …(tot Regina)Je hoeft niet bleu en ook niet bang te zijn … Voor àlle vrouwtjes, met of zonder man, of met dozijnen, ha-ha-ha!—buig ik mijn krolschen rug! Ja, ja … Maar nu de zaken!… Je dochter heeft je dikwijls opgezocht in deze maanden, niet?Regina.Dikwijls niet—soms eens, soms tweemaal in de week.Regent.Niet meer?Regina.Nee, Excellentie.Regent.Jìj gaat vrij uit—en zonder straf—’t is niet om jóú te doen—biecht op![411]Regina.Ik heb ’r eerst ontmoet op straat—toen is ze vier, nee: vijfmaal op bezoek geweest.…Regent.…’s Avonds?.… ’s Nachts?.…Regina …’s Morgens. Dacht u dat ik—als moeder..?Regent.Ik denk.… ik denk.… Dat raakt je niet!(plots weer fel)… Zoo, zoo, ha-ha!… ’t klopt als ’n bus met wat ze ons berichtten!(tot Sero).Jij, burger Sero, wist dat niet? Jij wist niet dat je kind, je minderjaarge dochter, op bezoek ging bij ’n slet, ’n alle-kerels-lief?(tot Regina die zich verdedigen wil)—Wat ben jij anders? Hou je mond!—Jóú was dat niet bekend?Sero.Ik wist van d’ eersten keer—toen ze mekaar op straat.… ’t Andre heeft m’n kind verzwegen..Regent.Ja, ja.… Dàt antwoord wachtte ’k! Maar toen dien eersten keer—heb jij je dochter niet gezegd wat of ’r moeder was en is?Sero.Nee.Regent.Nee? Nee?Sero.Nee!Regent.Waarom niet, ridder met de waarheid—in je schaduw?[412]Sero.Waarom? Omdat—omdat ’k niet wou.Regent.Heb je dat, Jus?.… M’n hulde!.… Dat wou niet dat z’n dochter eerbaar bleef!Sero.(met dreigenden glimlach)Pas op!.…(zich inhoudend).Ho, ho—ik ging te ver.…Regent.Ja, ’t gaat te ver! Bij God, ’t gaat te ver! ’n Vader die z’n kind niet tegenhoudt op ’t ergste pad—’n minderjarig kind nog wel—zoo’n liederlijke vader.… De wet!.… Sla op de wet!Jus(glimlachend).Had ’t al aangestreept—hier staat (.… Artikel 82 Bis).… „De ouders die.…”Regent..… ’k Vraag niet van óuders—’k vraag van váders, die.…Jus.Dat’s 83 D, gewijzigd bij de wet van.…Regent.’k Vraag naar geen nummers van je wettenkraam.… Lees op!Jus.„Hij die die ’t vaderlijk gezag misbruikt, mitsgaders bij zijn kind of kindren ontucht kweekt …”Regent.Juist! Juist!Jus.…„Wordt staande het delikt uit eerstgenoemd gezag ontzet en met verlies van alle poorterrecht tot spinhuisstraf van hoogstens zeven jaar gericht.” Artikel 83 E.…[413]Regent.’t Is al genoeg! Ik dank je wel!(dicht op Sero)Glimlach je nog schavuit?Sero.Niet zoo dicht bij m’n handen, Excellentie!(lachend, om z’n verwoedheid te bedwingen)’t Is meer gebeurd, dat ’r ’n vuige moord geschiedde, ha-ha-ha!—dader onbekend, ha-ha!.…(tot den Hopman, die zich tusschen hem en den Regent plaatst, de hand aan het gevest)Ik zou dat scheermes liever laten in z’n—in z’n schulp. Ik kruip al met ’n vlotte buiging in de mijne!(zet zich weer op de bank).Regent(die achteruit-geweken is).Dat’s over ’t toppunt heen! Zag jij ’t Jus?.… Heb jij ’t opgelet? Dat dreigt!.… Dat heeft gedreigd!.… Dat heeft den moed gehad z’n vuisten op te heffen en me met oogen aan te zien, of ik—hè-hè-hè!, hè-hè-hè!—of ik z’n maat, z’n rotgezel, z’nchère confrère, hè-hè-hè!(tot den Hopman)’t Kind! Hier met de eedle erfgenaam van ’t schoone paar!… Dat heeft gedreigd, gedreigd!.…Hopman(Regina bedoelend).En die.…Regent(nijdig).Dat kind, dat kind, de dochter van dien koppelaar!Sero.Een oogenblik! Ismijnkind hiér?Regent.Ja, ja! Wij willen ’t zelve ondervragen, zelf getuigen laten. En dan.…[414]Jus.….Artikel 85, alinea vier: Wanneer zoowel de vader als de moeder ontucht plegen, wijst het Hoofd van Staat dengene aan, die in de plaats der ouders …Regent..… In te grijpen weet! Juist! Juist!(wenkt den Hopman).Sero.(glimlachend)Dus wordt mijn naam aan ’t ziek bedrijf dier vrouw gekoppeld!(met aandrang)Een oogenblik! Ik vraag, verzoek—en als ’t moet, dan sméék ’k—kan ’k meer?—om ’t kind niet te „verhooren”—niet in ’t bijzijn van ons twee.… niet onverwacht. Laat me alléén twee woorden met ’r praten!Regent.Is-ie niet stom en doof en blind en dronken!(tot den Hopman)Moet ik jou zesmaal orders geven!(Hopman wenkt Soldenier in gaanderij, die bij de poort plaats neemt. Hij zelf gaat over de trap in ’t paleis).
[Inhoud]Eerste Tooneel.Sero, Soldenier, Rakkers.Sero.(wordt door twee rakkers, die hem aan polsen en nek vasthouden, naar rechtsche traliedeur voortgeduwd).… Ho! Ho! Ho!…(schudt zich even los, staat glimlachend[378]met quasi-dreigenden wijsvinger)… Mijn gebeente, proletariërs!… Heeft God..?Eerste Rakker.(hem weer vastgrijpend)… Ja, ja, ’t is goed! Vooruit!Sero.Heeft God ons niet naar zijn evenbeeld geschapen? Past ’t jullie, proletariërs, een zoo voortreffelijk evenbeeld …?… Au!… Au!…Tweede Rakker.…’ns Kijken, Evenbeeld, wie ’t kortste van stof is—jij of de paternosters!… Doe de deur open, kameraad. Dàt hou ’k alleen …Sero.(terwijl de eerste Rakker de getraliede deur ontsluit)… Heb jij wel ’ns gehoord, vriend, hahaha!—van—van—breek m’n polsen niet, man!—van zeker wereldsch en voorwereldsch gezegde—ja, hoeveel eeuwen geleden wel?… Heb je naaste—au! au!—heb je naaste lief—au!—gelijk jezelf..?Eerste Rakker.(hem in den nek grijpend en in ’t hok smijtend)… Afgeloopen! De rest schenken we je!(sluit de traliedeur.)De rest vertel je aan de heeren zelf!(tot Soldenier)… Laten praten!(betikt z’n voorhoofd.)Half simpel, driekwart gek!(af).[379][Inhoud]Tweede Tooneel.Sero, Soldenier.Sero.Dat’s niet te hoog, niet te breed, niet te diep hier—gewapende macht! Maar ruim genoeg voor mijn beetje gedachten—en voor de jouwe ’r bij, als ik je niet beleedig!(op ’t bankje in ’t hok neerzittend)Ha! Ha! Een aan alle eischen des tijds beantwoordende luierstoel … Heeft u er geen bezwaar tegen, gewapende macht, dat mijne sokken het daglicht aanschouwen?…(trekt zijn ouwe schoenen uit).Ben in geen tweemaal vier en twintig uur uit de kleeren geweest—en—en—(moeilijk-trekkend)vastgeroest!—een van twee: deze voorwerpen van de laatste mode zijn hoogst-eigenzinnig gekrompen, òf m’n voeten hebben zich in groeistuip gezet.….. Pang!… Da’s een …(met den wijsvinger op een gat in de kous, dat de hiel bloot legt)… Geen eerste, geen tweede kwartier: volle maan!… Zelfs met de merkwaardige vlekken, die men vroeger voor zeeën aanzag! Galileï …(zich onderbrekend)… O?… Luister je niet?…(tweeden schoen uitwringend)Bij mijn ziel, en bij de ziel van de koe of den stier, die eens …(hijgend stoppend)—daar blaas ik mijn adem bij uit!—die eens hier in stak—dat noem ’k weerbarstig …(trekt—de schoen vliegt uit, hij tuimelt van de bank op den grond)Ha-ha-ha!(De soldenier schiet mee in ’n schaterlach)… Ha-ha-ha! ’k Zou op die manier ’n leelijken smak hebben gedaan, als ’k in vrijheid boven op ’n dakgoot was gedresseerd, ha-ha-ha!…[380]Soldenier.Dat zou je, ha-ha-ha!Sero.(weer op de bank)… Hé!… Wel ’t wonder! Práát jij … Dùrf jij praten?…Soldenier.Waarom zou ’k dat niet durven?Sero.Ja, waarom zou je ’t niet—jij ziet beter dan ik of ’r geen derde-met-gezag in de buurt is! Gewapende macht, gewapende macht, nou heb ’k in deze veilige behuizing nog maar één wensch! Neem een spons, vul die met edik, steek ze op een rietstok of op je schoudergeweer, en hou ’r door de tralies dezer leeuwenkooi!Soldenier.(bot)… Wat wil je?… Wat mot je?Sero.Water.Soldenier.Mag niet.Sero.Weet je dat zeker?Soldenier.Zoo zeker als tweemaal twee vier …Sero.Da’s lang niet zeker, vriend—vriend, als ’k je niet voor de tweede maal beleedig!—tweemaal twee lasteraars zijn méér dan vier, zijn ontelbaar!—tweemaal twee halve zijn twee hééle, hahaha!—en tweemaal twee vlooien vóél je als, als …Soldenier.Als ’n dozijn, hahaha! Daar, drink uit m’n flesch, grappenmaker![381]Sero.(de veldflesch door de tralies aannemend).Dank je, barmhartige!(drinkt gulzig)… Hè! Hè! Dat kan jouw en mijn Heiland, bij de fontein Jacob’s in ’t land Samarië, niet beter gesmaakt hebben!…(drinkt nog eens)… Hè!… ’t Was alles hierbinnen aan ’t verdorren …(drinkt)… Hè!… Jij ben ’n—’n—’n christen … Dáár … Da’s de gróótste onderscheiding!…Soldenier.Stop! Stop! Laat ’r voor mij nog wat in!Sero.(de flesch ondersteboven houdend)… Te laat! Had je éven vroeger dienen te zeggen …(den mond der flesch met ’n goren lap drogend)… Zoo, kameraad—dat ’s hèt voorbehoedmiddel tegen puisten!… Dank je!Soldenier.(de flesch terugnemend)… Haal jou de duivel!Sero.En àls-ie ’t deed—als-ie mij voor z’n kudde lustte—zou jìj me làten halen? En bèn ’k al niet gehaald door twee van z’n rakkers met knuisten als nijptangen? Hahaha! Hahaha!(De eene hand door de tralies stekend).Ziet m’n pols ’r niet uit, of bloedzuigers ’r horlepiepten? Hahaha!Soldenier.Heb je gestolen?(zet zich op de kruk).Sero.Gestolen, néé. Ja toch: den dag!Soldenier.De dag?[382]Sero.Ben ik geen dagdief, vrind?Soldenier.Ja, Ja!… Heb je gemoord?Sero.Nee, nee. Integendeel! Ik bèn vermoord—vermoorder onschuld vind je niet!Soldenier.Niet gestolen, niet gemoord?… Dan toch gevochten of ergens brand gesticht?Sero.Nee, ’t was wel stichtelijk, maar toch geen brand.Soldenier.Dan ben je gek en lastig voor ’t verkeer!Sero.Juist! Lastig voor ’t verkeer, ha-ha-ha! ’k Stond op de markt en praatte met de menschen … De een die haalt den ander aan … ’t Werd wat vol, te vol misschien … Ze drongen op … En toen, toen werd ìk ingepikt … En die geluisterd hadden kregen klop, ha-ha-ha!Soldenier.Wat heb je dan gepraat?Sero.De waarheid vriend.Soldenier.De waarheid?… Wat voor waarheid?Sero.Ja, wat voor waarheid? Nièt die van gister en eergister!…(onwezenlijk de hand heffend)… Die van vandaag …[383]Soldenier.(spottend)Ach kom!(staat van kruk op.)Wel, wel! En stonden daarvoor menschen stil?Sero.Ja, ja—vast meer dan duizend, mannen, vrouwen, kindren—ook soldaten … ’t Was ’n lust …Soldenier.(spottend).Dat laat zich denken! Hé! Hé! Wat ga je doen?Sero.(de schoenen buiten de traliedeur op den grond plaatsend).In geen weken hebben ze ’n beurt gehad. En als ’t Allerhoogst Gezag ’t acht in ’s lands belang, dan mag ’s Rijks werf voor zool en achterlappen zorgen! Let je goed op, gewapende macht?… Jij blijft me borg!… Schendt men mijn schoenwerk, schendt men mijn aangezicht.Soldenier.Ach, ach, wat ’n gezwollen taal!Sero.Ach, ach, wat ’n gezwollen voeten! Is ’t wonder dat mijn kousen barsten!…(stilte).Ben jij al lang soldaat?(stilte).O! Ik vraag of jij al lang met zoo’n ding op je schoeren door ’t leven marcheert? (stilte), O! Je schijnt je ’r voor te schamen dat je ’t niet zeggen durft!(stilte)… En dat kruis—waar heb je dat verdiend?Soldenier.Man, vraag niet zooveel! Op ’t veld van eer, natuurlijk!Sero.’t Veld van eer …? Oho!(kijkt van het crucifix[384]naar den Soldenier, lang en aandachtig)Je kruis op ’t veld van éér?(glimlachend)Hij draagt ’t op z’n rug—en jij van voren … Dat’s mal!Soldenier.(nijdig)Wat’s mal?Sero.’t Moest net andersom … Hìj(z’n borst betikkend)’t enkel hier—en jullie ’t daar!(beduidt z’n rug)Dan zág je ’r niet zooveel en werd ’r minder om gevochten, ha-ha-ha!Soldenier.En nou je mond gehouen! En weg die dingen!…(schopt driftig de schoenen naar de zijde der tafel)’k Ben simpel dat ’k met jou spreek!Sero.Nou vraag ik u beleefd—wat of mijn schoenen je misdaan … Hebben die redelooze, puike, geduldige lotgenooten van mijn voeten, die uit ’t stof zijn gekomen en in ’t stof zijn gegaan …(zich onderbrekend)Oho! Oho![Inhoud]Derde Tooneel.De vorigen, Regina, eerste Rakker.Rakker.En vlug wat!(zij zet zich op de bank)Nee, daar niet!… Dáár!Regina.Daar? Waar?Rakker.Sta op![385]Regina.Mensch, man—’k ben bek-af …Rakker.Mot ’k geweld?…Regina.(op de bank haar mouw opstroopend)Of je geweld gebruiken moet?… Nog meer geweld?… Je kompleete tien gebojen staan ’r in!(’r rok optillend, dat de kuitzichtbaarwordt)En m’n rokken heb je afgetrapt of ’t dwijlen waren!Rakker.(tot Soldenier)… Dat vertelt de sloeber nou alleen om ’r kuiten te laten zien, hahaha!Soldenier.(naast haar zittend)… Schoone joffer—ik zou ’r ’n eed op doen, dat we mekaar van héél dichtbij hebben gekend.Regina.(hem op de knie kloppend)Hahaha!… Ik ook! Jij ben de man met ’n moedervlek als ’n muis!Soldenier.Klopt!.… Dan ben jij.…Regina.Ja! Ja! Hahaha!(den Rakker die haar in de wang knijpt ’n tik op de hand gevend).Wel allemachtig! Buiten knijpen.…(toont haar arm aan den Soldenier die er een zoen op geeft).…binnen aaien—ben jij gek!Rakker.Buiten riep m’n plicht—en als die roept, ben ik ’n slaaf—maar binnen, binnen.… word ’k mensch en ieder mensch is zwak, ha-ha-ha!(zet zich ook op de bank).[386]Regina(tusschen de twee in).… Kerels, kerels, jullie doen als vliegen bij de suiker! Toe schuif wat op!(tot Soldenier).Wat zeg jij van zoo’n sallemander, zoo’n verdraaiden judas(den Rakker ’n tik gevend)—handen thuis!—zoo’n gedrocht?.… Dat komt me halen—of ’k wil of niet!—dat sleept me mee, met honderd menschen op m’n hielen—zegt niet waarvoor.…Rakker.Hoe weet ìk dat, m’n toet? Als mij gelast wordt: haal je vrouw, of haal ’r moeder’s moer—dan vraag ik niet, dan weet ik niet, dan klets ik niet—dan hààl ik—en soms haal ik met plezier …(legt arm om haar middel).Soldenier.(dien wegduwend).… Ho! Ho!.… Die plaats die is bezet.Rakker.Wat is bezet?Soldenier(lachend).Ik heb de oudste rechten!Rakker.Nee ik! Want ik moet toezicht op ’r houen!Soldenier.Wie van ons twee heeft de klandizie vanl’amour?.… Nou zeg ’t zelf, Regien—zoo heet je toch?Regina.Toe, toe!… Twéé knieën is te veel! Vindt jij dat lekker in die warmte?… ’k Ben smòòr op wie ’t meeste dokt! Dok jij—dokt hij—ìk hou m’n hand. Jij ben ’n knappe vent—en jij ’n schat..[387]Als ’k hier(bootst met de handen een bascuul na)—als ’k hier, ha-ha-ha!, jouw hart hou, híer ’t jouwe—dan gaat de weegschaal op en neer—dan ben ’k op jou verkikkerd en op jou verzeten—razend met jou en door ’t dolle heen met jòù!..! Is jouw beurs ’t zwaarst, dan doe ik zoo—en is de jouwe stevig, zoo! Ha-ha-ha: die twéé paar schelvischoogen!…Soldenier.Dus krengekop: jij heb geen zoetelief?..Rakker.Geen(bluffend).… die jij naar zijn snor en oogen kijkt? En die z’n beentjes vrij uit in je bedje steekt, ha-ha-ha!Regina.Nee, kerels, nee! Die tijd die is voorbij! Schenkt jou de bakker brood en wat je verder met ’t draaien aan dat ding(bootst z’n gepluk aan de snorharen na)komt vragen? Stopt jou de slager spek en worst en Zaterdags ’n pondje lenden in je léége handen? Geeft jou je huisjesmelker zoomaar onderdak? Waar werk jij met je oogen en je snor ’n borrel los, ha-ha-ha? Nee, kerels—’k ben niet gekker dan ’n ander, niet stommer en niet braver! O zoo! ha-ha-ha!… Wie alles uit z’n huis draagt gaat failliet—wie open tafel houdt, krijgt zelf geen kluiven en wie—ach Jezis, jongens, ’t is zoo warm!—wie van de lucht wil leven, eet zich geen spekrug(den rug van den Soldenier bekloppend)en geen buik van negen maanden, ha-ha-ha!(klopt den Rakker op z’n buik).Soldenier(zich lachend omdraaiend).Nou grappenmaker in je kooi—heb jij je tong verloren? Hééé![388]’k Heb ’t tegen jou! Durf jij niet naar dat prachtwijf kijken, dat je ons je ribbenkast van achter toont?Sero.(zich naar hen toekeerend).M’n ooren zien meer dan me lief is …(tot Regina, die angstig opgesprongen is).Goeien dag. Wel geslapen, Regina, koningin van den nacht? Niet van me gedroomd..?Regina.Jij hier? Heb jìj daar al dien tijd gezeten?Sero.Gezeten ja—ik zit. Nee, loop niet achteruit—ik zit sekuur—en dan ik doe geen schepsel ook maar zóóveel kwaad … Dat weet jij toch.…Soldenier.Wel allemachtig—is dat, dat aapmensch, ook een van je klanten?Sero.Ja, ja. Een van ’r alleroudste—waar of niet, Regien! Al was ’k niet de eerste, waar of niet, Regien? ’t Spijt me machtig, dat ik heb gestoord.… Ga zitten, menschen … En praat rustig verder!…(geeuwt)… Ik heb—m’n kaken springen van mekander—’n slaap, ’n goddelooze slaap of ’k tién roezen uit moet slapen … Geneer je niet—ik speel geen luistervink, Regien …(zet zich weer op de bank met den rug naar de anderen gekeerd).Rakker.Ken jij dat heer?Regina.(vinger op den mond)… Dat is—dat is …Soldenier.…Dat is ’r minteneur![389]Sero(’t hoofd naar de tralies)… Nee, nee—ik ben de vader van ’r kind—èn, als ’k me niet bedrieg—en ’t niet verkeerd geboekt staat in de folianten van den godgezant, die ons voor weinig penningen—te spotgoedkoop, voorwaar, voorwaar!—zijn allerheiligste zegen gaf—en zij ’t zich nog herinnert (ik zelf was het haast kwijt!)—en jullie twee ’t niet aan iedereen verklapt: ik ben, ik ben ’r lijfelijke man, ’r màn.… Ja, Ja—ha, ha!—’t was voor zestien jaar en zeven maanden en dertien dagen—in Mei—als elke vogel legt ’n ei—in Mei, datwijde voorste vingers van twee rechterhanden (tweemaal twee is tien) naar den hemel staken—omdat, omdat ons, òns kind op komst was—òns kind, niet waar, Regien.… Ja, ja—en nou—en nou.…Soldenier.En nou?.… Nou visch je achter ’t net, ha-ha-ha!Rakker.Nou draagt-ie op z’n test ’n honderd hoornen, ha-ha-ha!Soldenier.Nou heeft-ie òns daar net gesnapt, ha-ha-ha!Rakker.Nou zit-ie op z’n sokken in ’n kooi, ha-ha-ha!Soldenier.En geeft je pootjes, als je ’t vriendlijk vraagt, Regien, ha-ha-ha! En wacht zìjn beurt om in je armen weer te leggen, ha-ha-ha!Sero.Ik heb geen bek voor dàt soort spek!(zij schopt[390]achter het koord de schoenen weg)Eerst hij, nou jij! Alle negen! Dat wordt ’n kegelspel met schoenen die de tand des tijds nog beter dan ik zelf doorstonden! Ben je ontstemd, Regien, of is ’t de vreugde van ’t wederzien, na zooveel jaren?Regina(kwaadaardig).Ik zou van leut en lol wel kunnen dansen! Dat merkt-ie nog niet eens! Dat vraagt ’t schepsel! Wil je ’t soms zwart op wit?Sero.Och nee—die twéé getuigen zijn voldoende.. En de pure, malsche blijdschap op je aangezicht!Regina.Zoo heeft-ie jaren lang, me ieder uur gesard, gehitst, gekweld.… ’n Adder heeft geen giftiger tong.… Man, man ik háát je zoo!Sero(triestig-glimlachend).Ja, ja, ’t kan verkeeren.Regina(nijdig tot Rakker).Nou! ’k Kan m’n tijd gebruiken! Moet ’k langer samen met dien kerel? Als ’k z’n lachen als ’n monster zie, is heel m’n week vergald!Sero.Als ìk vergal—vergulden andren!.… En àls ik monsterachtig lach …(rondkijkend)—wat drommel, hangt hier nergens in dit weelderig, volmaakt gemak ’n spiegelscherf, dat ik me overtuigen kan, en mogelijk zóó lamgeslagen sta, dat deze gruwellach z’n eigen dood besterft?—als ’k leelijk, onvertogen, ongepast, en jou ’n hééle week vergallend lach: ik ben geschapen met de hulp van drie—[391]door vader, moeder en door God (alleen de laatste is in leven!)—en heb me zelf niets van mijn manlijk schoons en leelijks toebedeeld, noch toegewenscht!(zij keert zich driftig om, zet zich voor de tafel)… Goed zoo! Van achter zien we niet—geen kleur, geen schoen, geen hindernis, geen kushand en geen judaslach.… De Satan voer in een der twaalf—’t staat beschreven!Regina.We zullen zien—wie ’t laatste lacht!Sero.’t Laatste lacht, wie ’t laatste leeft! Je blaast je lach uit als ’n kaars, mèt dat je laatste adem gaat!Regina.Jij niet! Jij niet!Sero.Ik niet?Regina.Jij grijnst nog in je graf!Sero.Alsjij’r op komt bidden zeker!Rakker.Ha-ha-ha! Ja, ja—dié zijn getrouwd! ’t Klopt!Soldenier.Wel selderju—dat hoor je van ’t spullevolk, als ’t jaarmarkt is, niet beter! Kischt! Kischt!.… Laat je niet plukken, meid!Rakker.Vooruit! Toe dan, ha-ha-ha! ’t Liep zoo lekker en gesmeerd! Leg je ’t af, Regien?Regina.Ik wreek me wel—vandaag of morgen.[392]Sero.Vandaag! Dat ’s dichterbij en houdt ’t vuurtje warm!Regina.Klets toe—ik zeg geen woord, geen woord meer!Sero.Geen woord? Dat is ’t einde. Want in den Beginne wàs het Woord.…Soldenier.Ach gekke kerel loop!Sero.Als ik maar loopen kòn!Rakker.Dan liep zij kwispelstaartend met je mee, ha-ha-ha!(zakt lachend van de bank op den grond).Regina.Met dien stumper, dat gedrocht, dat hatelijk verschijnsel, dat mirakel, dat ellendig wurm, ha-ha!Sero.Let op—dàt was ’r láátste woord!Soldenier.Regien, Regien!(schatert met den Rakker)[Inhoud]Vierde tooneel.De vorigen, Hopman.Hopman.(op door de gaanderij).Wat is dat?(tot Rakker)Wat zit jij op den grond?… En jij—is dat jouw plaats?.… En hoort die vrouw daar achter?[393]Rakker.(terwijl de Soldenier naar venster wijkt).Ik was—ik was gevallen, hopman …Sero.Ja, ja—dat kan ’k getuigen—’r zijn ’r meer gevallen hier …Hopman.Mond gehouen allemaal!(tot Regina)Weg jij daar!(tot Rakker)Wat had ik jou gelast?Rakker.Ik heb ’r minstens twintig keer gezeid(naar het linkerhok wijzend)daar in te gaan …Regina.…Dat liegt-ie.Rakker.Lieg ik, Soldenier?Soldenier.Ik heb ’t gehoord.Sero.Ha-ha-ha!Hopman.Wel alle duivels, is dat hier ’n bende! Als jij nog even kikt, dan sla ’k je in de boeien!Sero.O, mocht ’t niet?Hopman.Nee—hier mag niks!Sero.Niks is niet veel—maar als je ’t eenmaal weet genoeg.Hopman.(tot Soldenier)Marsch! Ingerukt! Daar in ’t wachtlokaal! En vlug! (tot Rakker) En jij, jij zal je uur onthouden …(Soldenier af).[394]Rakker.…Ik heb ’r dertig maal misschien …Hopman.(met driftig gebaar)Dat ’s dertig maal te veel! Jij heb te dóén en niet te laten! Rechtsomkeer en marsch!(Rakker af)En jij vooruit!(Smijt traliedeur voor Regina open)Versta je niet?Regina.Ik heb toch niet gestolen, niet gebedeld, ben niet dronken langs den weg gegaan—ik heb geen nachtrumoer …Hopman.… Asjeblief.Regina.… Wat heb ’k dan gedaan?Hopman.Dat zal je later hooren!(trapt de schoenen).Sero.Die arme schoenen maken nog de reis rondom de wereld.Regina.Nee—ik verdraai ’t!Hopman.Wat zeg jij?… Wil jij niet?… Heb jij ’n wil?(grijpt haar bij den arm)… Een, twee …[Inhoud]Vijfde tooneel.De Regent, Hopman, Sero, Regina, laterJus.Regent.(van de trap komend)Ho! Ho! Geen drie! Maar hopman, ’t is ’n vrouw, ’n vrouw …[395]Hopman.… Geen vrouw—’n lichtekooi, Uw Excellentie!Regent.… Is dan ’n lichtekooi ’n man? Kom, kom! Jij blijft wel rustig zitten dáár, ook zonder kussen in je rug, niet waar? Geweld bij vrouwtjes, hopman, onverschillig wat ze zijn, dat heeft geen pas—tenzij—tenzij je zwaar verliefd ben en ’t torteltje niet trekkebekken wil, ha-ha-ha!(let Sero op)… Ha, onze vriend! Wees welkom, welkom!Sero.Dank u, Excellentie. ’t Zelfde. En nog meer.Regent.’t Is kostlijk weer vandaag. ’n Tikje warm, ’n beetje felle zon …(den schijn van ’t venster bedoelend)… Hindert je niet?Sero.Nee, nee. Integendeel. Waar licht is, is ook vreugd!Regent.De schalk, de schalk! Dat blijft maar goed gemutst en welbespraakt! ’t Is zeldzaam, zeldzaam! Ja, geniet ’r nog maar van. Wie weet hoe kort ’t duurt—een trapje lager houdt ’t op …Sero.De zon …Regent.… De zon, de maan, de sterretjes—en wat de grappenmakers meer in dicht en rijm bezingen … Heb je honger?[396]Sero.’k Wist niet dat dàt Uw Excellentie intresseerde …Regent.Och ja—och ja!… Hoe meen jij dat?Sero.’k Meen dat ’t duizenden en nog eens duizend—’k meen niemendal …Regent.De schalk!… Nu had-ie moeite ’t inteslikken, ha-ha-ha!(tot Jus, die de trap afgekomen, ’t laatste gehoord heeft)… Die man heeft hier(betikt z’n voorhoofd)’n koemaag, maar geen hersens—die kauwt, herkauwt en kauwt zoo ieder uur op onverteerbaar tuig! Ha-ha-ha, ’t is zeldzaam, zeldzaam!… Dus geen honger?…Sero.Nee, nee …Regent.Geen trek in jonge kiekens of een malsch aan ’t spit geroosterd boutje?Sero.De koemaag hier verdraagt die zaken niet …Regent.Geen kreeftje, rood—óók rood—van woede om de hitte van ’t water, met ’n roemer witten wijn?Sero.Daar heb ’k juist vanmorgen mee ontbeten—en heel m’n buurt tot we ’r van kikten en ik ’n graat kreeg in m’n keel.Regent.Hoor je dat, Jus—ja Hopman lach gerust!—[397]de schalk heeft kreeften met ’n graat, ’n graat—en zonder schaal gegeten! Zoo praat dat over alles, alles mee. Dat heeft verstand van staat en kerk en God weet wat—en ook van kreeft, ha-ha-ha!Sero.Als ’t dan geen graat was—en geen bastaardkreeftje—was ’t ’n schaar—en als ’t geen schaar was, was ’t ’n ander ding om in te stikken. In Godsnaam, Excellentie, eet geen kreeft!Regent.Ha-ha-ha, zoo’n levenslust! Geen honger dus?Sero.Spijt me waarachtig, néé.Regent.Dat moet dan anders worden, Jus. Dat ’s ongewoon en maakt me ongerust. ’n Man die ’t prachtig eten van mijn kok niet lust, geen honger heeft—die driemaal weigert—is te zwaar doorvoed—en vroeg of laat krijgt-ie vervetting aan z’n hart, z’n lever of z’n tong!Sero.Ja, ja—m’n tong is welgedaner dan m’n buik!Regent.Is dat niet abnormaal? En zijn we niet verplicht zoo’n kanker uit te snijden?(met gebaar naar ’n insect dat hij reeds ’n paar maal verjaagd heeft).Wat wil dat lastig dier toch bij m’n hoofd?… Heb jij geen honger, vriend, dan moet jij op dieet—en schap’lijk lang tot dat je maag weer werkt en ook je tong wat minder welgedaan doorslaat, ha-ha-ha! ’k Wed dat die kuur je helpt![398]Sero.Dus ik blijf hier?Regent.Voor onbepaalden tijd.Sero.Wel, wel—en zonder vonnis? Dat’s ’t nieuwste recht, ’n vastenavondgrap, ’n luimige inval van z’n Excellentie …Regent.Niet waar? ’n Beetje kortswijl hoort ’r bij!Sero.Ik vast zoolang die kortswijl duurt.Regent.Bezwaarlijk, vriend.Sero.Wie niet gevonnist is—en niets misdreven heeft—heeft ’t poorter-recht van iedren poorter—en móét voor schemer weer op vrije voeten gaan! ’k Ben minstens tien keer hier voor dezen heer(met gebaar naar Jus)gebracht en tien keer met beleefden groet weer losgelaten …Jus.(lachend)Dat klopt(mede met gebaar naar insect)—hij was zoo glad, zoo leep, zoo listig, Excellentie en zoo glibberig als ’n aal, dat we ’m telkens lieten glippen, om de poorterwet in eer te houden.…Regent.’n Aal vat men niet aan met schoongewasschen handen … Dat doet men met ’n scheutje zand …(beloert het insect op de tafel)… Wacht even! Stil! Ha-ha, ’k heb beet! Twee hommels in een klap. Zoo. Even drukken. Die spelen niet meer schuilei met m’n neus. O? Wil jij toch nog—toch[399]nog vliegen?… Wel ja(trekt ’n vleugel uit)Probeer ’t met één vlerk!… Daar snapt-ie niets van: kijkt me zoo beteuterd aan, of ’k onze Lieve Heer persoonlijk ben, ha-ha-ha!(tot Regina).… Ja, kom maar dichter bij … Je mag ’t wel zien!… Die is getemd, ha-ha!, en loopt m’n hand rond of-ie kreupel is … Dat komt omdat de andre vleugel ’m te lastig is … Dan die ’r ook maar af …(’t insect op tafel zettend)En kalm aan stappen—niet te wild—want op den inktpot is geen klep—en reddingsgordels heb ik niet, ha-ha! Zoo zie je, Jus, hoe je met handigheid, ’n kwajen hommel leert marscheeren, ha-ha-ha!(nijdig uitvallend tot Regina)Is jouw plaats hier?Regina.…(angstig)U zei me zelf..Regent.Ik zei jou niets, niets, niets!Hopman.Nee niets! Vlug achteruit! En op de bank gebleven!Regina.Wel allemachtig, ’k ben niet gek!Regent.(met de hand de tafel beslaand.)Hoor ik jou nog …! Wordt ’t hoogste woord door straatgespuis en wijven uit ’t bordeel gesproken!(tot Jus).Waar is ’t onwijze jong, ’t schaap, ’t kind?Jus.Dat moet benee zijn, Excellentie.Regent.Hier laten brengen!(Jus gaat naar gaanderij)Nee—wacht nog even. Die vrouw, die is te veel.Jus.Wil u …Regent.Wil u … Wil u … Wil u … Alsikgeen haast heb, hol je of ’r brand is—en als ’k angstig uitkijk waar je blijft, kruip je met looden ballen aan je beenen! Wat lach je nou? Ik maak geen pret, ben niet jouw clown!(tot Sero, die weer met den rug naar de tralies zit)… En jij! Ha-ha! Als jij niet weergaasch-rap de voorpui van je onbewoonbaar huis vertoont, zal ik je blaren laten zitten!Sero.Ik warm m’n rug in ’t uitgezochte zonnetje …Regent(tot Hopman).Haal ’m ’r uit! Kun je ’t alleen?Hopman.Dat stuk karkas regeer ’k met twee vingers, Excellentie!(tot Sero, dien hij uit de kooi trekt).Toe, maak wat voort!Sero.Dank u zeer! Ik wist wel dat Uw Excellentie haar kostbren tijd niet lang verspillen zou—en mij vóór ’t ongenoeglijk schemeruur weer op ’s lands kei zou zetten.Regent.(wenkend)Op die bank! Halt! Halt! Heeft men zijn zakken onderzocht?Hopman.Ik denk van ja …[401]Regent.Jij denkt van ja—jij denkt van nee—wie denkt ’r ooit behalve ik? Is één vermoorde koning niet genoeg? Moet ik op alles letten?Sero.(op den eenen zak wijzend).Hier, Excellentie, zit ’n bom—en daar ’n handgranaat.… Eén vinger, die den weg niet weet, in deze donkre, schrikkelijke grot—en ’n vulkaan, ’n donderslag vernielt mijn ribbekast, maar ook ’t Hoofd van Staat!Hopman.De handen op je rug!Sero.Nee, nee. Dat doe ’k liever zelf. Als u mij kietelt, schiet ik in den lach—en als ik lach, loopt ’t bommen-uurwerk af!(den eenen zak ledigend).Dat’s een.(overreikt ’n stukkenden zakdoek).M’n linnengoed, merk S. van een tot twaalf. Dat ’s twee, met minder ezelsooren dan menig hooggeleerd gezelschap!Regent.Wat is dat voor ’n godvergeten boek? Lees voor! Lees voor!Hopman.’n Boek vol dikke potloodhalen.Regent.Dat vraag ’k niet! Lees voor! Lees voor!(tot Sero)Geheim genootschap, schalk?Hopman.(lezend)„Wij hebben (hier is wat doorgehaald) den, den … (dat is onleesbaar!)… den strijd tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld”…[402]Regent.Staat dat ’r woordelijk?Hopman.Woordelijk!Regent.Je legt daar op beslag!Sero.Dat is ’n eeuw of wat te laat—’t is te zwaar verspreid—In ieder huis leit ’t met netter kaft op tafel, te pronk, te pronk—en ook Uw Excellentie heeft ’t eens gelezen …Regent.(’t Boek dat de Hopman voor hem op tafel legt, op den grond werpend)’t Nieuwe testament, ’t testament!(tot Hopman)Ben jij versuft of doe je mee aan drieste grappen, ezel, lomperd!Hopman.U zei: lees voor—ik zag ’t wel …Regent.Hij zag ’t wel! Hij zag ’t wel! Als jij wat ziet, is ’t al lang gevlogen!(weer zacht en valsch tot Sero)Loop jij met testamenten in je zak? Is dat de nieuwste vinding, schalk? En haal jij daar in door wat jou niet past? Heb jij patent als prediker?(vinnig)Je andre zak!Sero.(dien ledig uittrekkend)… Verschijn en maak je reverentie! En zonder dubblen bodem, Excellentie. Enkel met rijm!(De Hopman geeft ’m ’n por).… O! ’k Was juist uitgesproken!(zit op de bank).Regent.Hij was zoo goed op dreef. Dat ’s jammer, hopman. ’k Hoor graag rakkers met wat overmoed.[403]Vooral als ’r ’n kleine prikkel wacht.… Je hebt soms muizen, die nog speelsch en dartel piepen, als poes licht op den loer.… Ga zitten, Jus—en sla je wetboek op—maar heel voorzichtig! De nieuwe soort die ik gekweekt—de zesvoeter met kromme beenen—kijk, kijk: hij springt waarachtig over hindernissen!—die heeft vandaag z’n laatsten vrijen dag … ’n Lijkenvlieg, hoe kwam ze hier?… ’k Heb meelij met je larven, acrobaat! Jouw nageslacht zal in geen krengen bruiloft vieren! Ho! Dezen weg! Die is versperd. Op last der overheid, hahaha!(speelt met de vlieg, half over de tafel hangend)Ja, ja,—en nu m’n andre kameraad. ’k Zou je bij m’n dressuur vergeten! Jij ben gearresteerd, omdat, omdat …Sero.… Omdat ’k wat lastig ben …Regent.Lastig néé—welnee m’n brave vriend! De wet heeft mazen en je kruipt ’r door. Dat is je recht! Je ben niet lastig: listig, lustig. Je bazelt af en toe …(tot Jus)… Wat zei-ie gister op de groote markt? Hoe was dat weer?Jus.Hij zei: ’t volk dat wordt belogen en bedrogen door iedereen …Regent.Door iedereen? Door iedereen? Uitzondring ken jij niet? Dus ik, ik als Regent, belieg, bedrieg?Sero.Als ik dàt heb gezegd verbeur ik ’t vrij gebruik van deze tong![404]Regent.Bedoelen dee je ’t evenmin?Sero.Niet dat ik weet.Regent.En denken, denken?Sero.Zelfs niet dróómen, Excellentie—en bij God, de droom is van een bandloosheid, wanneer je stevig slaapt en snurkt, om in een ijzer dwangbuis op te sluiten!Regent.Dus ik ben uitgezonderd?Sero.’k Heb niet aan u gedacht—’k zou vloeken bij mijn zwaard en bij mijn éér—als ik ’n zijgeweer bezat—en als ze op mijn eer in ’t pandjeshuis ’n tiende penning of ’n knijzer schoten!Regent.(tot de vlieg)Ho! Ho! Verboden toegang, lijkenschenner!(sarrend-zoet tot Sero)Jij ruit niet op?Sero.Beweert dat iemand? Als ik ’t dee—had die meneer me niet gehouden, voor jaar en dag?Regent.Jij scharrelt overal—langs veld en wegen—op markt en plein—in dorp en kroeg—Wat doe jij daar?Sero.Verhalen en vertellen.Regent.Vertellen? Wat?[405]Sero.Van alles, maar geen leugens. M’n vader, die door Zijn Majesteit—Zijn Majesteit is dood—hij rust in vrede!—gehangen werd, omdat-ie (vader—niet Zijn Majesteit!) anders bleef denken dan zijn tijdgenooten—en dat hardop, hardop (was-ie maar stom geboren!)—m’n vader leerde me al vroeg, al van m’n eerste jaren …Regent.Nu? Durf je niet? Wat leerde-ie?Sero.Ben ’t vergeten … ’t Een’ge wat ik me herinner, als ’k de spons hierbinnen wring—de koemaag, Excellentie!—is dat een fopspeen meerder lucht dan moedermelk bevat—en dat—en dat—laat ’s zien—en dat als je géén leugens zegt—de waarheid ongemerkt en ongevraagd en als ’n dief zoo handig in je eigen schaduw loopt …Regent.Zoo’n roover, zoo’n bandiet! Verspreekt zich nooit! Loert als ’n schildwacht op ’t onraad van z’n woorden! Heel goed! Heel goed!… Wat was ’t vanmorgen, Jus, toen ze ’m grepen?Jus.Van morgen was ’t zoo’n herrie en zoo’n volte op de markt, dat ’r met blank geklopt moest worden. Hij las ’n stuk van ’t nieuwe testament, maar las ’t zoo, zoo uit mekaar getrokken en zoo sluwtjes weer gekoppeld, zoo vol bedoeling en hiaten—als iets niet paste—dat ’t geen tekst was, maar een oproerspreek …Regent.Aha![406]Jus.’k Heb zelf gehoord hoe-ie de poorters hitste …Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer, dat staat geschreven—hij roept ’t zoo en met zoo’n haat—en op zoo’n fellen toon, of ’r geschreven stond: ze zijn gelijk!Regent.Jawel! Jawel!Jus.Hij is ’n dagelijksch gevaar—en lacht geslepen om elk verbod, om iedre wetsbepaling, iedre ordonnantie—en toch—en toch—toch is ’t nog niet gelukt …Regent.De deksel op de doos te vouwen.(tot de vlieg)Ho, deze zij!… Dus, dus: hardop beweer jij niets?Sero.Niets dat niet elkeen mag! Hardop is lokvink voor de galg—en ’k heb zoo teeder vel—(op z’n nek wijzend)hier in ’t bijzonder—vel dat al springt als ’t de zeepkwast ruikt, dat ’k liever met ’n baard van weken ga, dan met ’n gladde kin.Regent.Dan met ’n gladde kin—jij gladde vogel!Sero.Mag ik m’n schoenen nu?… Of wil Uw Excellentie dat ’t volk, de poorters, keerlen en de wijven me missen—en aan ’t vloeken slaan?Regent.Hij is vrij—dat spreekt vanzelf, voor wat-ie gister en vandaag en vroeger nognietzéi, maar dàcht, of ooknietdacht, maar droomde—de sluwe[407]vos.… Nee, laat je schoentjes nog wat rusten!(wenkt gebiedend den Hopman)Die vrouw! Die vrouw!(Hopman wenkt Rakker)Al wou je, hier op ’t slotplein, in gelijkenissen spreken—zoo dat de minderjaarge koning als z’n vader neergeschoten werd—ikheb de poorterwet bezworen,ikbreek geen eed,ikdoe alleen m’n plicht, als ’t moet, als ’t kan, als ’t openbaar belang ’t dwingt en eischt(tot de vlieg, terwijl Regina door Rakker weer binnen geleid wordt en op bank neerzit)Je eigen schuld! Heb ik je niet gewaarschuwd, smakker?(Jus buigt zich ook over den inktkoker)Wat doe je, als je ’t zwemmen niet verstaat, te duiken in den put?… Die sterft een zwàrten dood, ha-ha!…(tot Sero)Jij wordt beschuldigd …(zich onderbrekend, nijdig)Ken jij die vrouw?(Sero knikt)Niet knikken! Antwoord geven!Sero.Ik ken ’r—ja.Regent.(tot Regina)En jij? Heb jij ’n dochter van dat schepsel daar?…Regina.We waren …Regent.(met de handen op ’t koord, snerpend)Ik vraag niet wat jij was—’k vraag of je ’n dochter heb?Regina.Die hebben we … Een is gestorven …Sero.… Goddank!…[408]Regina.… Een leeft.Regent.… Dat is jóúw dochter dus?(tot Sero)En ook de jóúwe? Verkies je niet te spreken?… Blijf je zwijgen?…Sero.Och, als ik zwijg, zal iedre steen ’t roepen! Ze is m’n vrouw …Regent.En met jouw weten is die vrouw ’n lichtekooi—en laat je ’r hoereeren!…Regina.… Ik ben …Regent.… Je ben hier om je mond te houen en te blijven zitten, alsikmet andren praat!… Jij!… Wist je dat? Déélde je soms de honingkoeken en pataten, die zij je huis indroeg—deelde je bed en beurs en lippen—lief en leed, ha-ha! Had jij de kas, de tucht, bij dat òntuchtig doen? Ging je door d’achterdeur, als vóór de klink gelicht werd door ’n klant? Hoorde je niets en zag je minder nog? En had je zoo bij winterdag twee warme voeten en ’n heet-gekruide maag?Sero.(spottend)Misschien.Regent.Misschien! Misschien! Waar heb jij van geleefd in al die jaren?Sero.Van manna en van lucht—èn—hoop doet leven![409]Regent.Noteer je, Jus—ontkennen doet-ie niet …Sero.Oho—is dat de klem?… Is dat de val, en dat ’t spek? En denk je dat ’n ouwe rat met haast geen tand meer in z’n bek, onnoozelweg z’n grijzen staart daaraan verbeuren zal?… Ik heb die vrouw—mijn vrouw—in volle vijftien jaar niet meer gezien—zie ’r vandaag voor ’t eerst en—weer voor ’t laatst.Regent.En ’t kind?…Sero.Laat dat ’r buiten!Regent.Hoe oud is ze?(Sero haalt de schouders op)O, ben je dat vergeten?Sero.(dof)’k Zeg nòg eens: laat ’t kind ’r buiten …Regent.Nee, nee—’t gaat juist om ’t kind!Sero.(opstuivend)Ik zeg …Hopman.… Zitten blijven!Regent.… Of in z’n kooi!… Ei, ei—hij lacht niet meer! De snaak trekt nieuwer soort grimassen! Ik vroeg: hoe oud?… Da’s zeldzaam!… Zeldzaam, hoe ’n tong, straks vlijm geslepen, nu bot naar antwoord zoekt!(tot Regina, haar in de wang knijpend)Is jouw geheugen, zwartoog, knappe deern—jij ben de zonde waard, waarachtig, op m’n woord![410]—ook zoo wormstekig … Is ’t wonder Jus, dat ze dat mensch ’ns af en toe verschalkte?… Hoe oud of wel hoe jong?Regina.… Zeventien!Regent.Zeventien?… Dan was jij zelf niet ouwer toen je trouwde?…Regina.(driest)Jonger nog!Regent.(haar kin streelend)Ha-ha, had ik jou toen gekend! ’n Jonge duif, ’n jonge doffer, wat? De malste kippen zijn de kiekens, versch van ’t nest! De grootste gaping in de poorterwet—ja, lach maar, Jus—is dat ’t recht van d’allereersten nacht,’t jus prima noctis, is vergeten …(tot Regina)Je hoeft niet bleu en ook niet bang te zijn … Voor àlle vrouwtjes, met of zonder man, of met dozijnen, ha-ha-ha!—buig ik mijn krolschen rug! Ja, ja … Maar nu de zaken!… Je dochter heeft je dikwijls opgezocht in deze maanden, niet?Regina.Dikwijls niet—soms eens, soms tweemaal in de week.Regent.Niet meer?Regina.Nee, Excellentie.Regent.Jìj gaat vrij uit—en zonder straf—’t is niet om jóú te doen—biecht op![411]Regina.Ik heb ’r eerst ontmoet op straat—toen is ze vier, nee: vijfmaal op bezoek geweest.…Regent.…’s Avonds?.… ’s Nachts?.…Regina …’s Morgens. Dacht u dat ik—als moeder..?Regent.Ik denk.… ik denk.… Dat raakt je niet!(plots weer fel)… Zoo, zoo, ha-ha!… ’t klopt als ’n bus met wat ze ons berichtten!(tot Sero).Jij, burger Sero, wist dat niet? Jij wist niet dat je kind, je minderjaarge dochter, op bezoek ging bij ’n slet, ’n alle-kerels-lief?(tot Regina die zich verdedigen wil)—Wat ben jij anders? Hou je mond!—Jóú was dat niet bekend?Sero.Ik wist van d’ eersten keer—toen ze mekaar op straat.… ’t Andre heeft m’n kind verzwegen..Regent.Ja, ja.… Dàt antwoord wachtte ’k! Maar toen dien eersten keer—heb jij je dochter niet gezegd wat of ’r moeder was en is?Sero.Nee.Regent.Nee? Nee?Sero.Nee!Regent.Waarom niet, ridder met de waarheid—in je schaduw?[412]Sero.Waarom? Omdat—omdat ’k niet wou.Regent.Heb je dat, Jus?.… M’n hulde!.… Dat wou niet dat z’n dochter eerbaar bleef!Sero.(met dreigenden glimlach)Pas op!.…(zich inhoudend).Ho, ho—ik ging te ver.…Regent.Ja, ’t gaat te ver! Bij God, ’t gaat te ver! ’n Vader die z’n kind niet tegenhoudt op ’t ergste pad—’n minderjarig kind nog wel—zoo’n liederlijke vader.… De wet!.… Sla op de wet!Jus(glimlachend).Had ’t al aangestreept—hier staat (.… Artikel 82 Bis).… „De ouders die.…”Regent..… ’k Vraag niet van óuders—’k vraag van váders, die.…Jus.Dat’s 83 D, gewijzigd bij de wet van.…Regent.’k Vraag naar geen nummers van je wettenkraam.… Lees op!Jus.„Hij die die ’t vaderlijk gezag misbruikt, mitsgaders bij zijn kind of kindren ontucht kweekt …”Regent.Juist! Juist!Jus.…„Wordt staande het delikt uit eerstgenoemd gezag ontzet en met verlies van alle poorterrecht tot spinhuisstraf van hoogstens zeven jaar gericht.” Artikel 83 E.…[413]Regent.’t Is al genoeg! Ik dank je wel!(dicht op Sero)Glimlach je nog schavuit?Sero.Niet zoo dicht bij m’n handen, Excellentie!(lachend, om z’n verwoedheid te bedwingen)’t Is meer gebeurd, dat ’r ’n vuige moord geschiedde, ha-ha-ha!—dader onbekend, ha-ha!.…(tot den Hopman, die zich tusschen hem en den Regent plaatst, de hand aan het gevest)Ik zou dat scheermes liever laten in z’n—in z’n schulp. Ik kruip al met ’n vlotte buiging in de mijne!(zet zich weer op de bank).Regent(die achteruit-geweken is).Dat’s over ’t toppunt heen! Zag jij ’t Jus?.… Heb jij ’t opgelet? Dat dreigt!.… Dat heeft gedreigd!.… Dat heeft den moed gehad z’n vuisten op te heffen en me met oogen aan te zien, of ik—hè-hè-hè!, hè-hè-hè!—of ik z’n maat, z’n rotgezel, z’nchère confrère, hè-hè-hè!(tot den Hopman)’t Kind! Hier met de eedle erfgenaam van ’t schoone paar!… Dat heeft gedreigd, gedreigd!.…Hopman(Regina bedoelend).En die.…Regent(nijdig).Dat kind, dat kind, de dochter van dien koppelaar!Sero.Een oogenblik! Ismijnkind hiér?Regent.Ja, ja! Wij willen ’t zelve ondervragen, zelf getuigen laten. En dan.…[414]Jus.….Artikel 85, alinea vier: Wanneer zoowel de vader als de moeder ontucht plegen, wijst het Hoofd van Staat dengene aan, die in de plaats der ouders …Regent..… In te grijpen weet! Juist! Juist!(wenkt den Hopman).Sero.(glimlachend)Dus wordt mijn naam aan ’t ziek bedrijf dier vrouw gekoppeld!(met aandrang)Een oogenblik! Ik vraag, verzoek—en als ’t moet, dan sméék ’k—kan ’k meer?—om ’t kind niet te „verhooren”—niet in ’t bijzijn van ons twee.… niet onverwacht. Laat me alléén twee woorden met ’r praten!Regent.Is-ie niet stom en doof en blind en dronken!(tot den Hopman)Moet ik jou zesmaal orders geven!(Hopman wenkt Soldenier in gaanderij, die bij de poort plaats neemt. Hij zelf gaat over de trap in ’t paleis).
[Inhoud]Eerste Tooneel.Sero, Soldenier, Rakkers.Sero.(wordt door twee rakkers, die hem aan polsen en nek vasthouden, naar rechtsche traliedeur voortgeduwd).… Ho! Ho! Ho!…(schudt zich even los, staat glimlachend[378]met quasi-dreigenden wijsvinger)… Mijn gebeente, proletariërs!… Heeft God..?Eerste Rakker.(hem weer vastgrijpend)… Ja, ja, ’t is goed! Vooruit!Sero.Heeft God ons niet naar zijn evenbeeld geschapen? Past ’t jullie, proletariërs, een zoo voortreffelijk evenbeeld …?… Au!… Au!…Tweede Rakker.…’ns Kijken, Evenbeeld, wie ’t kortste van stof is—jij of de paternosters!… Doe de deur open, kameraad. Dàt hou ’k alleen …Sero.(terwijl de eerste Rakker de getraliede deur ontsluit)… Heb jij wel ’ns gehoord, vriend, hahaha!—van—van—breek m’n polsen niet, man!—van zeker wereldsch en voorwereldsch gezegde—ja, hoeveel eeuwen geleden wel?… Heb je naaste—au! au!—heb je naaste lief—au!—gelijk jezelf..?Eerste Rakker.(hem in den nek grijpend en in ’t hok smijtend)… Afgeloopen! De rest schenken we je!(sluit de traliedeur.)De rest vertel je aan de heeren zelf!(tot Soldenier)… Laten praten!(betikt z’n voorhoofd.)Half simpel, driekwart gek!(af).[379][Inhoud]Tweede Tooneel.Sero, Soldenier.Sero.Dat’s niet te hoog, niet te breed, niet te diep hier—gewapende macht! Maar ruim genoeg voor mijn beetje gedachten—en voor de jouwe ’r bij, als ik je niet beleedig!(op ’t bankje in ’t hok neerzittend)Ha! Ha! Een aan alle eischen des tijds beantwoordende luierstoel … Heeft u er geen bezwaar tegen, gewapende macht, dat mijne sokken het daglicht aanschouwen?…(trekt zijn ouwe schoenen uit).Ben in geen tweemaal vier en twintig uur uit de kleeren geweest—en—en—(moeilijk-trekkend)vastgeroest!—een van twee: deze voorwerpen van de laatste mode zijn hoogst-eigenzinnig gekrompen, òf m’n voeten hebben zich in groeistuip gezet.….. Pang!… Da’s een …(met den wijsvinger op een gat in de kous, dat de hiel bloot legt)… Geen eerste, geen tweede kwartier: volle maan!… Zelfs met de merkwaardige vlekken, die men vroeger voor zeeën aanzag! Galileï …(zich onderbrekend)… O?… Luister je niet?…(tweeden schoen uitwringend)Bij mijn ziel, en bij de ziel van de koe of den stier, die eens …(hijgend stoppend)—daar blaas ik mijn adem bij uit!—die eens hier in stak—dat noem ’k weerbarstig …(trekt—de schoen vliegt uit, hij tuimelt van de bank op den grond)Ha-ha-ha!(De soldenier schiet mee in ’n schaterlach)… Ha-ha-ha! ’k Zou op die manier ’n leelijken smak hebben gedaan, als ’k in vrijheid boven op ’n dakgoot was gedresseerd, ha-ha-ha!…[380]Soldenier.Dat zou je, ha-ha-ha!Sero.(weer op de bank)… Hé!… Wel ’t wonder! Práát jij … Dùrf jij praten?…Soldenier.Waarom zou ’k dat niet durven?Sero.Ja, waarom zou je ’t niet—jij ziet beter dan ik of ’r geen derde-met-gezag in de buurt is! Gewapende macht, gewapende macht, nou heb ’k in deze veilige behuizing nog maar één wensch! Neem een spons, vul die met edik, steek ze op een rietstok of op je schoudergeweer, en hou ’r door de tralies dezer leeuwenkooi!Soldenier.(bot)… Wat wil je?… Wat mot je?Sero.Water.Soldenier.Mag niet.Sero.Weet je dat zeker?Soldenier.Zoo zeker als tweemaal twee vier …Sero.Da’s lang niet zeker, vriend—vriend, als ’k je niet voor de tweede maal beleedig!—tweemaal twee lasteraars zijn méér dan vier, zijn ontelbaar!—tweemaal twee halve zijn twee hééle, hahaha!—en tweemaal twee vlooien vóél je als, als …Soldenier.Als ’n dozijn, hahaha! Daar, drink uit m’n flesch, grappenmaker![381]Sero.(de veldflesch door de tralies aannemend).Dank je, barmhartige!(drinkt gulzig)… Hè! Hè! Dat kan jouw en mijn Heiland, bij de fontein Jacob’s in ’t land Samarië, niet beter gesmaakt hebben!…(drinkt nog eens)… Hè!… ’t Was alles hierbinnen aan ’t verdorren …(drinkt)… Hè!… Jij ben ’n—’n—’n christen … Dáár … Da’s de gróótste onderscheiding!…Soldenier.Stop! Stop! Laat ’r voor mij nog wat in!Sero.(de flesch ondersteboven houdend)… Te laat! Had je éven vroeger dienen te zeggen …(den mond der flesch met ’n goren lap drogend)… Zoo, kameraad—dat ’s hèt voorbehoedmiddel tegen puisten!… Dank je!Soldenier.(de flesch terugnemend)… Haal jou de duivel!Sero.En àls-ie ’t deed—als-ie mij voor z’n kudde lustte—zou jìj me làten halen? En bèn ’k al niet gehaald door twee van z’n rakkers met knuisten als nijptangen? Hahaha! Hahaha!(De eene hand door de tralies stekend).Ziet m’n pols ’r niet uit, of bloedzuigers ’r horlepiepten? Hahaha!Soldenier.Heb je gestolen?(zet zich op de kruk).Sero.Gestolen, néé. Ja toch: den dag!Soldenier.De dag?[382]Sero.Ben ik geen dagdief, vrind?Soldenier.Ja, Ja!… Heb je gemoord?Sero.Nee, nee. Integendeel! Ik bèn vermoord—vermoorder onschuld vind je niet!Soldenier.Niet gestolen, niet gemoord?… Dan toch gevochten of ergens brand gesticht?Sero.Nee, ’t was wel stichtelijk, maar toch geen brand.Soldenier.Dan ben je gek en lastig voor ’t verkeer!Sero.Juist! Lastig voor ’t verkeer, ha-ha-ha! ’k Stond op de markt en praatte met de menschen … De een die haalt den ander aan … ’t Werd wat vol, te vol misschien … Ze drongen op … En toen, toen werd ìk ingepikt … En die geluisterd hadden kregen klop, ha-ha-ha!Soldenier.Wat heb je dan gepraat?Sero.De waarheid vriend.Soldenier.De waarheid?… Wat voor waarheid?Sero.Ja, wat voor waarheid? Nièt die van gister en eergister!…(onwezenlijk de hand heffend)… Die van vandaag …[383]Soldenier.(spottend)Ach kom!(staat van kruk op.)Wel, wel! En stonden daarvoor menschen stil?Sero.Ja, ja—vast meer dan duizend, mannen, vrouwen, kindren—ook soldaten … ’t Was ’n lust …Soldenier.(spottend).Dat laat zich denken! Hé! Hé! Wat ga je doen?Sero.(de schoenen buiten de traliedeur op den grond plaatsend).In geen weken hebben ze ’n beurt gehad. En als ’t Allerhoogst Gezag ’t acht in ’s lands belang, dan mag ’s Rijks werf voor zool en achterlappen zorgen! Let je goed op, gewapende macht?… Jij blijft me borg!… Schendt men mijn schoenwerk, schendt men mijn aangezicht.Soldenier.Ach, ach, wat ’n gezwollen taal!Sero.Ach, ach, wat ’n gezwollen voeten! Is ’t wonder dat mijn kousen barsten!…(stilte).Ben jij al lang soldaat?(stilte).O! Ik vraag of jij al lang met zoo’n ding op je schoeren door ’t leven marcheert? (stilte), O! Je schijnt je ’r voor te schamen dat je ’t niet zeggen durft!(stilte)… En dat kruis—waar heb je dat verdiend?Soldenier.Man, vraag niet zooveel! Op ’t veld van eer, natuurlijk!Sero.’t Veld van eer …? Oho!(kijkt van het crucifix[384]naar den Soldenier, lang en aandachtig)Je kruis op ’t veld van éér?(glimlachend)Hij draagt ’t op z’n rug—en jij van voren … Dat’s mal!Soldenier.(nijdig)Wat’s mal?Sero.’t Moest net andersom … Hìj(z’n borst betikkend)’t enkel hier—en jullie ’t daar!(beduidt z’n rug)Dan zág je ’r niet zooveel en werd ’r minder om gevochten, ha-ha-ha!Soldenier.En nou je mond gehouen! En weg die dingen!…(schopt driftig de schoenen naar de zijde der tafel)’k Ben simpel dat ’k met jou spreek!Sero.Nou vraag ik u beleefd—wat of mijn schoenen je misdaan … Hebben die redelooze, puike, geduldige lotgenooten van mijn voeten, die uit ’t stof zijn gekomen en in ’t stof zijn gegaan …(zich onderbrekend)Oho! Oho![Inhoud]Derde Tooneel.De vorigen, Regina, eerste Rakker.Rakker.En vlug wat!(zij zet zich op de bank)Nee, daar niet!… Dáár!Regina.Daar? Waar?Rakker.Sta op![385]Regina.Mensch, man—’k ben bek-af …Rakker.Mot ’k geweld?…Regina.(op de bank haar mouw opstroopend)Of je geweld gebruiken moet?… Nog meer geweld?… Je kompleete tien gebojen staan ’r in!(’r rok optillend, dat de kuitzichtbaarwordt)En m’n rokken heb je afgetrapt of ’t dwijlen waren!Rakker.(tot Soldenier)… Dat vertelt de sloeber nou alleen om ’r kuiten te laten zien, hahaha!Soldenier.(naast haar zittend)… Schoone joffer—ik zou ’r ’n eed op doen, dat we mekaar van héél dichtbij hebben gekend.Regina.(hem op de knie kloppend)Hahaha!… Ik ook! Jij ben de man met ’n moedervlek als ’n muis!Soldenier.Klopt!.… Dan ben jij.…Regina.Ja! Ja! Hahaha!(den Rakker die haar in de wang knijpt ’n tik op de hand gevend).Wel allemachtig! Buiten knijpen.…(toont haar arm aan den Soldenier die er een zoen op geeft).…binnen aaien—ben jij gek!Rakker.Buiten riep m’n plicht—en als die roept, ben ik ’n slaaf—maar binnen, binnen.… word ’k mensch en ieder mensch is zwak, ha-ha-ha!(zet zich ook op de bank).[386]Regina(tusschen de twee in).… Kerels, kerels, jullie doen als vliegen bij de suiker! Toe schuif wat op!(tot Soldenier).Wat zeg jij van zoo’n sallemander, zoo’n verdraaiden judas(den Rakker ’n tik gevend)—handen thuis!—zoo’n gedrocht?.… Dat komt me halen—of ’k wil of niet!—dat sleept me mee, met honderd menschen op m’n hielen—zegt niet waarvoor.…Rakker.Hoe weet ìk dat, m’n toet? Als mij gelast wordt: haal je vrouw, of haal ’r moeder’s moer—dan vraag ik niet, dan weet ik niet, dan klets ik niet—dan hààl ik—en soms haal ik met plezier …(legt arm om haar middel).Soldenier.(dien wegduwend).… Ho! Ho!.… Die plaats die is bezet.Rakker.Wat is bezet?Soldenier(lachend).Ik heb de oudste rechten!Rakker.Nee ik! Want ik moet toezicht op ’r houen!Soldenier.Wie van ons twee heeft de klandizie vanl’amour?.… Nou zeg ’t zelf, Regien—zoo heet je toch?Regina.Toe, toe!… Twéé knieën is te veel! Vindt jij dat lekker in die warmte?… ’k Ben smòòr op wie ’t meeste dokt! Dok jij—dokt hij—ìk hou m’n hand. Jij ben ’n knappe vent—en jij ’n schat..[387]Als ’k hier(bootst met de handen een bascuul na)—als ’k hier, ha-ha-ha!, jouw hart hou, híer ’t jouwe—dan gaat de weegschaal op en neer—dan ben ’k op jou verkikkerd en op jou verzeten—razend met jou en door ’t dolle heen met jòù!..! Is jouw beurs ’t zwaarst, dan doe ik zoo—en is de jouwe stevig, zoo! Ha-ha-ha: die twéé paar schelvischoogen!…Soldenier.Dus krengekop: jij heb geen zoetelief?..Rakker.Geen(bluffend).… die jij naar zijn snor en oogen kijkt? En die z’n beentjes vrij uit in je bedje steekt, ha-ha-ha!Regina.Nee, kerels, nee! Die tijd die is voorbij! Schenkt jou de bakker brood en wat je verder met ’t draaien aan dat ding(bootst z’n gepluk aan de snorharen na)komt vragen? Stopt jou de slager spek en worst en Zaterdags ’n pondje lenden in je léége handen? Geeft jou je huisjesmelker zoomaar onderdak? Waar werk jij met je oogen en je snor ’n borrel los, ha-ha-ha? Nee, kerels—’k ben niet gekker dan ’n ander, niet stommer en niet braver! O zoo! ha-ha-ha!… Wie alles uit z’n huis draagt gaat failliet—wie open tafel houdt, krijgt zelf geen kluiven en wie—ach Jezis, jongens, ’t is zoo warm!—wie van de lucht wil leven, eet zich geen spekrug(den rug van den Soldenier bekloppend)en geen buik van negen maanden, ha-ha-ha!(klopt den Rakker op z’n buik).Soldenier(zich lachend omdraaiend).Nou grappenmaker in je kooi—heb jij je tong verloren? Hééé![388]’k Heb ’t tegen jou! Durf jij niet naar dat prachtwijf kijken, dat je ons je ribbenkast van achter toont?Sero.(zich naar hen toekeerend).M’n ooren zien meer dan me lief is …(tot Regina, die angstig opgesprongen is).Goeien dag. Wel geslapen, Regina, koningin van den nacht? Niet van me gedroomd..?Regina.Jij hier? Heb jìj daar al dien tijd gezeten?Sero.Gezeten ja—ik zit. Nee, loop niet achteruit—ik zit sekuur—en dan ik doe geen schepsel ook maar zóóveel kwaad … Dat weet jij toch.…Soldenier.Wel allemachtig—is dat, dat aapmensch, ook een van je klanten?Sero.Ja, ja. Een van ’r alleroudste—waar of niet, Regien! Al was ’k niet de eerste, waar of niet, Regien? ’t Spijt me machtig, dat ik heb gestoord.… Ga zitten, menschen … En praat rustig verder!…(geeuwt)… Ik heb—m’n kaken springen van mekander—’n slaap, ’n goddelooze slaap of ’k tién roezen uit moet slapen … Geneer je niet—ik speel geen luistervink, Regien …(zet zich weer op de bank met den rug naar de anderen gekeerd).Rakker.Ken jij dat heer?Regina.(vinger op den mond)… Dat is—dat is …Soldenier.…Dat is ’r minteneur![389]Sero(’t hoofd naar de tralies)… Nee, nee—ik ben de vader van ’r kind—èn, als ’k me niet bedrieg—en ’t niet verkeerd geboekt staat in de folianten van den godgezant, die ons voor weinig penningen—te spotgoedkoop, voorwaar, voorwaar!—zijn allerheiligste zegen gaf—en zij ’t zich nog herinnert (ik zelf was het haast kwijt!)—en jullie twee ’t niet aan iedereen verklapt: ik ben, ik ben ’r lijfelijke man, ’r màn.… Ja, Ja—ha, ha!—’t was voor zestien jaar en zeven maanden en dertien dagen—in Mei—als elke vogel legt ’n ei—in Mei, datwijde voorste vingers van twee rechterhanden (tweemaal twee is tien) naar den hemel staken—omdat, omdat ons, òns kind op komst was—òns kind, niet waar, Regien.… Ja, ja—en nou—en nou.…Soldenier.En nou?.… Nou visch je achter ’t net, ha-ha-ha!Rakker.Nou draagt-ie op z’n test ’n honderd hoornen, ha-ha-ha!Soldenier.Nou heeft-ie òns daar net gesnapt, ha-ha-ha!Rakker.Nou zit-ie op z’n sokken in ’n kooi, ha-ha-ha!Soldenier.En geeft je pootjes, als je ’t vriendlijk vraagt, Regien, ha-ha-ha! En wacht zìjn beurt om in je armen weer te leggen, ha-ha-ha!Sero.Ik heb geen bek voor dàt soort spek!(zij schopt[390]achter het koord de schoenen weg)Eerst hij, nou jij! Alle negen! Dat wordt ’n kegelspel met schoenen die de tand des tijds nog beter dan ik zelf doorstonden! Ben je ontstemd, Regien, of is ’t de vreugde van ’t wederzien, na zooveel jaren?Regina(kwaadaardig).Ik zou van leut en lol wel kunnen dansen! Dat merkt-ie nog niet eens! Dat vraagt ’t schepsel! Wil je ’t soms zwart op wit?Sero.Och nee—die twéé getuigen zijn voldoende.. En de pure, malsche blijdschap op je aangezicht!Regina.Zoo heeft-ie jaren lang, me ieder uur gesard, gehitst, gekweld.… ’n Adder heeft geen giftiger tong.… Man, man ik háát je zoo!Sero(triestig-glimlachend).Ja, ja, ’t kan verkeeren.Regina(nijdig tot Rakker).Nou! ’k Kan m’n tijd gebruiken! Moet ’k langer samen met dien kerel? Als ’k z’n lachen als ’n monster zie, is heel m’n week vergald!Sero.Als ìk vergal—vergulden andren!.… En àls ik monsterachtig lach …(rondkijkend)—wat drommel, hangt hier nergens in dit weelderig, volmaakt gemak ’n spiegelscherf, dat ik me overtuigen kan, en mogelijk zóó lamgeslagen sta, dat deze gruwellach z’n eigen dood besterft?—als ’k leelijk, onvertogen, ongepast, en jou ’n hééle week vergallend lach: ik ben geschapen met de hulp van drie—[391]door vader, moeder en door God (alleen de laatste is in leven!)—en heb me zelf niets van mijn manlijk schoons en leelijks toebedeeld, noch toegewenscht!(zij keert zich driftig om, zet zich voor de tafel)… Goed zoo! Van achter zien we niet—geen kleur, geen schoen, geen hindernis, geen kushand en geen judaslach.… De Satan voer in een der twaalf—’t staat beschreven!Regina.We zullen zien—wie ’t laatste lacht!Sero.’t Laatste lacht, wie ’t laatste leeft! Je blaast je lach uit als ’n kaars, mèt dat je laatste adem gaat!Regina.Jij niet! Jij niet!Sero.Ik niet?Regina.Jij grijnst nog in je graf!Sero.Alsjij’r op komt bidden zeker!Rakker.Ha-ha-ha! Ja, ja—dié zijn getrouwd! ’t Klopt!Soldenier.Wel selderju—dat hoor je van ’t spullevolk, als ’t jaarmarkt is, niet beter! Kischt! Kischt!.… Laat je niet plukken, meid!Rakker.Vooruit! Toe dan, ha-ha-ha! ’t Liep zoo lekker en gesmeerd! Leg je ’t af, Regien?Regina.Ik wreek me wel—vandaag of morgen.[392]Sero.Vandaag! Dat ’s dichterbij en houdt ’t vuurtje warm!Regina.Klets toe—ik zeg geen woord, geen woord meer!Sero.Geen woord? Dat is ’t einde. Want in den Beginne wàs het Woord.…Soldenier.Ach gekke kerel loop!Sero.Als ik maar loopen kòn!Rakker.Dan liep zij kwispelstaartend met je mee, ha-ha-ha!(zakt lachend van de bank op den grond).Regina.Met dien stumper, dat gedrocht, dat hatelijk verschijnsel, dat mirakel, dat ellendig wurm, ha-ha!Sero.Let op—dàt was ’r láátste woord!Soldenier.Regien, Regien!(schatert met den Rakker)[Inhoud]Vierde tooneel.De vorigen, Hopman.Hopman.(op door de gaanderij).Wat is dat?(tot Rakker)Wat zit jij op den grond?… En jij—is dat jouw plaats?.… En hoort die vrouw daar achter?[393]Rakker.(terwijl de Soldenier naar venster wijkt).Ik was—ik was gevallen, hopman …Sero.Ja, ja—dat kan ’k getuigen—’r zijn ’r meer gevallen hier …Hopman.Mond gehouen allemaal!(tot Regina)Weg jij daar!(tot Rakker)Wat had ik jou gelast?Rakker.Ik heb ’r minstens twintig keer gezeid(naar het linkerhok wijzend)daar in te gaan …Regina.…Dat liegt-ie.Rakker.Lieg ik, Soldenier?Soldenier.Ik heb ’t gehoord.Sero.Ha-ha-ha!Hopman.Wel alle duivels, is dat hier ’n bende! Als jij nog even kikt, dan sla ’k je in de boeien!Sero.O, mocht ’t niet?Hopman.Nee—hier mag niks!Sero.Niks is niet veel—maar als je ’t eenmaal weet genoeg.Hopman.(tot Soldenier)Marsch! Ingerukt! Daar in ’t wachtlokaal! En vlug! (tot Rakker) En jij, jij zal je uur onthouden …(Soldenier af).[394]Rakker.…Ik heb ’r dertig maal misschien …Hopman.(met driftig gebaar)Dat ’s dertig maal te veel! Jij heb te dóén en niet te laten! Rechtsomkeer en marsch!(Rakker af)En jij vooruit!(Smijt traliedeur voor Regina open)Versta je niet?Regina.Ik heb toch niet gestolen, niet gebedeld, ben niet dronken langs den weg gegaan—ik heb geen nachtrumoer …Hopman.… Asjeblief.Regina.… Wat heb ’k dan gedaan?Hopman.Dat zal je later hooren!(trapt de schoenen).Sero.Die arme schoenen maken nog de reis rondom de wereld.Regina.Nee—ik verdraai ’t!Hopman.Wat zeg jij?… Wil jij niet?… Heb jij ’n wil?(grijpt haar bij den arm)… Een, twee …[Inhoud]Vijfde tooneel.De Regent, Hopman, Sero, Regina, laterJus.Regent.(van de trap komend)Ho! Ho! Geen drie! Maar hopman, ’t is ’n vrouw, ’n vrouw …[395]Hopman.… Geen vrouw—’n lichtekooi, Uw Excellentie!Regent.… Is dan ’n lichtekooi ’n man? Kom, kom! Jij blijft wel rustig zitten dáár, ook zonder kussen in je rug, niet waar? Geweld bij vrouwtjes, hopman, onverschillig wat ze zijn, dat heeft geen pas—tenzij—tenzij je zwaar verliefd ben en ’t torteltje niet trekkebekken wil, ha-ha-ha!(let Sero op)… Ha, onze vriend! Wees welkom, welkom!Sero.Dank u, Excellentie. ’t Zelfde. En nog meer.Regent.’t Is kostlijk weer vandaag. ’n Tikje warm, ’n beetje felle zon …(den schijn van ’t venster bedoelend)… Hindert je niet?Sero.Nee, nee. Integendeel. Waar licht is, is ook vreugd!Regent.De schalk, de schalk! Dat blijft maar goed gemutst en welbespraakt! ’t Is zeldzaam, zeldzaam! Ja, geniet ’r nog maar van. Wie weet hoe kort ’t duurt—een trapje lager houdt ’t op …Sero.De zon …Regent.… De zon, de maan, de sterretjes—en wat de grappenmakers meer in dicht en rijm bezingen … Heb je honger?[396]Sero.’k Wist niet dat dàt Uw Excellentie intresseerde …Regent.Och ja—och ja!… Hoe meen jij dat?Sero.’k Meen dat ’t duizenden en nog eens duizend—’k meen niemendal …Regent.De schalk!… Nu had-ie moeite ’t inteslikken, ha-ha-ha!(tot Jus, die de trap afgekomen, ’t laatste gehoord heeft)… Die man heeft hier(betikt z’n voorhoofd)’n koemaag, maar geen hersens—die kauwt, herkauwt en kauwt zoo ieder uur op onverteerbaar tuig! Ha-ha-ha, ’t is zeldzaam, zeldzaam!… Dus geen honger?…Sero.Nee, nee …Regent.Geen trek in jonge kiekens of een malsch aan ’t spit geroosterd boutje?Sero.De koemaag hier verdraagt die zaken niet …Regent.Geen kreeftje, rood—óók rood—van woede om de hitte van ’t water, met ’n roemer witten wijn?Sero.Daar heb ’k juist vanmorgen mee ontbeten—en heel m’n buurt tot we ’r van kikten en ik ’n graat kreeg in m’n keel.Regent.Hoor je dat, Jus—ja Hopman lach gerust!—[397]de schalk heeft kreeften met ’n graat, ’n graat—en zonder schaal gegeten! Zoo praat dat over alles, alles mee. Dat heeft verstand van staat en kerk en God weet wat—en ook van kreeft, ha-ha-ha!Sero.Als ’t dan geen graat was—en geen bastaardkreeftje—was ’t ’n schaar—en als ’t geen schaar was, was ’t ’n ander ding om in te stikken. In Godsnaam, Excellentie, eet geen kreeft!Regent.Ha-ha-ha, zoo’n levenslust! Geen honger dus?Sero.Spijt me waarachtig, néé.Regent.Dat moet dan anders worden, Jus. Dat ’s ongewoon en maakt me ongerust. ’n Man die ’t prachtig eten van mijn kok niet lust, geen honger heeft—die driemaal weigert—is te zwaar doorvoed—en vroeg of laat krijgt-ie vervetting aan z’n hart, z’n lever of z’n tong!Sero.Ja, ja—m’n tong is welgedaner dan m’n buik!Regent.Is dat niet abnormaal? En zijn we niet verplicht zoo’n kanker uit te snijden?(met gebaar naar ’n insect dat hij reeds ’n paar maal verjaagd heeft).Wat wil dat lastig dier toch bij m’n hoofd?… Heb jij geen honger, vriend, dan moet jij op dieet—en schap’lijk lang tot dat je maag weer werkt en ook je tong wat minder welgedaan doorslaat, ha-ha-ha! ’k Wed dat die kuur je helpt![398]Sero.Dus ik blijf hier?Regent.Voor onbepaalden tijd.Sero.Wel, wel—en zonder vonnis? Dat’s ’t nieuwste recht, ’n vastenavondgrap, ’n luimige inval van z’n Excellentie …Regent.Niet waar? ’n Beetje kortswijl hoort ’r bij!Sero.Ik vast zoolang die kortswijl duurt.Regent.Bezwaarlijk, vriend.Sero.Wie niet gevonnist is—en niets misdreven heeft—heeft ’t poorter-recht van iedren poorter—en móét voor schemer weer op vrije voeten gaan! ’k Ben minstens tien keer hier voor dezen heer(met gebaar naar Jus)gebracht en tien keer met beleefden groet weer losgelaten …Jus.(lachend)Dat klopt(mede met gebaar naar insect)—hij was zoo glad, zoo leep, zoo listig, Excellentie en zoo glibberig als ’n aal, dat we ’m telkens lieten glippen, om de poorterwet in eer te houden.…Regent.’n Aal vat men niet aan met schoongewasschen handen … Dat doet men met ’n scheutje zand …(beloert het insect op de tafel)… Wacht even! Stil! Ha-ha, ’k heb beet! Twee hommels in een klap. Zoo. Even drukken. Die spelen niet meer schuilei met m’n neus. O? Wil jij toch nog—toch[399]nog vliegen?… Wel ja(trekt ’n vleugel uit)Probeer ’t met één vlerk!… Daar snapt-ie niets van: kijkt me zoo beteuterd aan, of ’k onze Lieve Heer persoonlijk ben, ha-ha-ha!(tot Regina).… Ja, kom maar dichter bij … Je mag ’t wel zien!… Die is getemd, ha-ha!, en loopt m’n hand rond of-ie kreupel is … Dat komt omdat de andre vleugel ’m te lastig is … Dan die ’r ook maar af …(’t insect op tafel zettend)En kalm aan stappen—niet te wild—want op den inktpot is geen klep—en reddingsgordels heb ik niet, ha-ha! Zoo zie je, Jus, hoe je met handigheid, ’n kwajen hommel leert marscheeren, ha-ha-ha!(nijdig uitvallend tot Regina)Is jouw plaats hier?Regina.…(angstig)U zei me zelf..Regent.Ik zei jou niets, niets, niets!Hopman.Nee niets! Vlug achteruit! En op de bank gebleven!Regina.Wel allemachtig, ’k ben niet gek!Regent.(met de hand de tafel beslaand.)Hoor ik jou nog …! Wordt ’t hoogste woord door straatgespuis en wijven uit ’t bordeel gesproken!(tot Jus).Waar is ’t onwijze jong, ’t schaap, ’t kind?Jus.Dat moet benee zijn, Excellentie.Regent.Hier laten brengen!(Jus gaat naar gaanderij)Nee—wacht nog even. Die vrouw, die is te veel.Jus.Wil u …Regent.Wil u … Wil u … Wil u … Alsikgeen haast heb, hol je of ’r brand is—en als ’k angstig uitkijk waar je blijft, kruip je met looden ballen aan je beenen! Wat lach je nou? Ik maak geen pret, ben niet jouw clown!(tot Sero, die weer met den rug naar de tralies zit)… En jij! Ha-ha! Als jij niet weergaasch-rap de voorpui van je onbewoonbaar huis vertoont, zal ik je blaren laten zitten!Sero.Ik warm m’n rug in ’t uitgezochte zonnetje …Regent(tot Hopman).Haal ’m ’r uit! Kun je ’t alleen?Hopman.Dat stuk karkas regeer ’k met twee vingers, Excellentie!(tot Sero, dien hij uit de kooi trekt).Toe, maak wat voort!Sero.Dank u zeer! Ik wist wel dat Uw Excellentie haar kostbren tijd niet lang verspillen zou—en mij vóór ’t ongenoeglijk schemeruur weer op ’s lands kei zou zetten.Regent.(wenkend)Op die bank! Halt! Halt! Heeft men zijn zakken onderzocht?Hopman.Ik denk van ja …[401]Regent.Jij denkt van ja—jij denkt van nee—wie denkt ’r ooit behalve ik? Is één vermoorde koning niet genoeg? Moet ik op alles letten?Sero.(op den eenen zak wijzend).Hier, Excellentie, zit ’n bom—en daar ’n handgranaat.… Eén vinger, die den weg niet weet, in deze donkre, schrikkelijke grot—en ’n vulkaan, ’n donderslag vernielt mijn ribbekast, maar ook ’t Hoofd van Staat!Hopman.De handen op je rug!Sero.Nee, nee. Dat doe ’k liever zelf. Als u mij kietelt, schiet ik in den lach—en als ik lach, loopt ’t bommen-uurwerk af!(den eenen zak ledigend).Dat’s een.(overreikt ’n stukkenden zakdoek).M’n linnengoed, merk S. van een tot twaalf. Dat ’s twee, met minder ezelsooren dan menig hooggeleerd gezelschap!Regent.Wat is dat voor ’n godvergeten boek? Lees voor! Lees voor!Hopman.’n Boek vol dikke potloodhalen.Regent.Dat vraag ’k niet! Lees voor! Lees voor!(tot Sero)Geheim genootschap, schalk?Hopman.(lezend)„Wij hebben (hier is wat doorgehaald) den, den … (dat is onleesbaar!)… den strijd tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld”…[402]Regent.Staat dat ’r woordelijk?Hopman.Woordelijk!Regent.Je legt daar op beslag!Sero.Dat is ’n eeuw of wat te laat—’t is te zwaar verspreid—In ieder huis leit ’t met netter kaft op tafel, te pronk, te pronk—en ook Uw Excellentie heeft ’t eens gelezen …Regent.(’t Boek dat de Hopman voor hem op tafel legt, op den grond werpend)’t Nieuwe testament, ’t testament!(tot Hopman)Ben jij versuft of doe je mee aan drieste grappen, ezel, lomperd!Hopman.U zei: lees voor—ik zag ’t wel …Regent.Hij zag ’t wel! Hij zag ’t wel! Als jij wat ziet, is ’t al lang gevlogen!(weer zacht en valsch tot Sero)Loop jij met testamenten in je zak? Is dat de nieuwste vinding, schalk? En haal jij daar in door wat jou niet past? Heb jij patent als prediker?(vinnig)Je andre zak!Sero.(dien ledig uittrekkend)… Verschijn en maak je reverentie! En zonder dubblen bodem, Excellentie. Enkel met rijm!(De Hopman geeft ’m ’n por).… O! ’k Was juist uitgesproken!(zit op de bank).Regent.Hij was zoo goed op dreef. Dat ’s jammer, hopman. ’k Hoor graag rakkers met wat overmoed.[403]Vooral als ’r ’n kleine prikkel wacht.… Je hebt soms muizen, die nog speelsch en dartel piepen, als poes licht op den loer.… Ga zitten, Jus—en sla je wetboek op—maar heel voorzichtig! De nieuwe soort die ik gekweekt—de zesvoeter met kromme beenen—kijk, kijk: hij springt waarachtig over hindernissen!—die heeft vandaag z’n laatsten vrijen dag … ’n Lijkenvlieg, hoe kwam ze hier?… ’k Heb meelij met je larven, acrobaat! Jouw nageslacht zal in geen krengen bruiloft vieren! Ho! Dezen weg! Die is versperd. Op last der overheid, hahaha!(speelt met de vlieg, half over de tafel hangend)Ja, ja,—en nu m’n andre kameraad. ’k Zou je bij m’n dressuur vergeten! Jij ben gearresteerd, omdat, omdat …Sero.… Omdat ’k wat lastig ben …Regent.Lastig néé—welnee m’n brave vriend! De wet heeft mazen en je kruipt ’r door. Dat is je recht! Je ben niet lastig: listig, lustig. Je bazelt af en toe …(tot Jus)… Wat zei-ie gister op de groote markt? Hoe was dat weer?Jus.Hij zei: ’t volk dat wordt belogen en bedrogen door iedereen …Regent.Door iedereen? Door iedereen? Uitzondring ken jij niet? Dus ik, ik als Regent, belieg, bedrieg?Sero.Als ik dàt heb gezegd verbeur ik ’t vrij gebruik van deze tong![404]Regent.Bedoelen dee je ’t evenmin?Sero.Niet dat ik weet.Regent.En denken, denken?Sero.Zelfs niet dróómen, Excellentie—en bij God, de droom is van een bandloosheid, wanneer je stevig slaapt en snurkt, om in een ijzer dwangbuis op te sluiten!Regent.Dus ik ben uitgezonderd?Sero.’k Heb niet aan u gedacht—’k zou vloeken bij mijn zwaard en bij mijn éér—als ik ’n zijgeweer bezat—en als ze op mijn eer in ’t pandjeshuis ’n tiende penning of ’n knijzer schoten!Regent.(tot de vlieg)Ho! Ho! Verboden toegang, lijkenschenner!(sarrend-zoet tot Sero)Jij ruit niet op?Sero.Beweert dat iemand? Als ik ’t dee—had die meneer me niet gehouden, voor jaar en dag?Regent.Jij scharrelt overal—langs veld en wegen—op markt en plein—in dorp en kroeg—Wat doe jij daar?Sero.Verhalen en vertellen.Regent.Vertellen? Wat?[405]Sero.Van alles, maar geen leugens. M’n vader, die door Zijn Majesteit—Zijn Majesteit is dood—hij rust in vrede!—gehangen werd, omdat-ie (vader—niet Zijn Majesteit!) anders bleef denken dan zijn tijdgenooten—en dat hardop, hardop (was-ie maar stom geboren!)—m’n vader leerde me al vroeg, al van m’n eerste jaren …Regent.Nu? Durf je niet? Wat leerde-ie?Sero.Ben ’t vergeten … ’t Een’ge wat ik me herinner, als ’k de spons hierbinnen wring—de koemaag, Excellentie!—is dat een fopspeen meerder lucht dan moedermelk bevat—en dat—en dat—laat ’s zien—en dat als je géén leugens zegt—de waarheid ongemerkt en ongevraagd en als ’n dief zoo handig in je eigen schaduw loopt …Regent.Zoo’n roover, zoo’n bandiet! Verspreekt zich nooit! Loert als ’n schildwacht op ’t onraad van z’n woorden! Heel goed! Heel goed!… Wat was ’t vanmorgen, Jus, toen ze ’m grepen?Jus.Van morgen was ’t zoo’n herrie en zoo’n volte op de markt, dat ’r met blank geklopt moest worden. Hij las ’n stuk van ’t nieuwe testament, maar las ’t zoo, zoo uit mekaar getrokken en zoo sluwtjes weer gekoppeld, zoo vol bedoeling en hiaten—als iets niet paste—dat ’t geen tekst was, maar een oproerspreek …Regent.Aha![406]Jus.’k Heb zelf gehoord hoe-ie de poorters hitste …Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer, dat staat geschreven—hij roept ’t zoo en met zoo’n haat—en op zoo’n fellen toon, of ’r geschreven stond: ze zijn gelijk!Regent.Jawel! Jawel!Jus.Hij is ’n dagelijksch gevaar—en lacht geslepen om elk verbod, om iedre wetsbepaling, iedre ordonnantie—en toch—en toch—toch is ’t nog niet gelukt …Regent.De deksel op de doos te vouwen.(tot de vlieg)Ho, deze zij!… Dus, dus: hardop beweer jij niets?Sero.Niets dat niet elkeen mag! Hardop is lokvink voor de galg—en ’k heb zoo teeder vel—(op z’n nek wijzend)hier in ’t bijzonder—vel dat al springt als ’t de zeepkwast ruikt, dat ’k liever met ’n baard van weken ga, dan met ’n gladde kin.Regent.Dan met ’n gladde kin—jij gladde vogel!Sero.Mag ik m’n schoenen nu?… Of wil Uw Excellentie dat ’t volk, de poorters, keerlen en de wijven me missen—en aan ’t vloeken slaan?Regent.Hij is vrij—dat spreekt vanzelf, voor wat-ie gister en vandaag en vroeger nognietzéi, maar dàcht, of ooknietdacht, maar droomde—de sluwe[407]vos.… Nee, laat je schoentjes nog wat rusten!(wenkt gebiedend den Hopman)Die vrouw! Die vrouw!(Hopman wenkt Rakker)Al wou je, hier op ’t slotplein, in gelijkenissen spreken—zoo dat de minderjaarge koning als z’n vader neergeschoten werd—ikheb de poorterwet bezworen,ikbreek geen eed,ikdoe alleen m’n plicht, als ’t moet, als ’t kan, als ’t openbaar belang ’t dwingt en eischt(tot de vlieg, terwijl Regina door Rakker weer binnen geleid wordt en op bank neerzit)Je eigen schuld! Heb ik je niet gewaarschuwd, smakker?(Jus buigt zich ook over den inktkoker)Wat doe je, als je ’t zwemmen niet verstaat, te duiken in den put?… Die sterft een zwàrten dood, ha-ha!…(tot Sero)Jij wordt beschuldigd …(zich onderbrekend, nijdig)Ken jij die vrouw?(Sero knikt)Niet knikken! Antwoord geven!Sero.Ik ken ’r—ja.Regent.(tot Regina)En jij? Heb jij ’n dochter van dat schepsel daar?…Regina.We waren …Regent.(met de handen op ’t koord, snerpend)Ik vraag niet wat jij was—’k vraag of je ’n dochter heb?Regina.Die hebben we … Een is gestorven …Sero.… Goddank!…[408]Regina.… Een leeft.Regent.… Dat is jóúw dochter dus?(tot Sero)En ook de jóúwe? Verkies je niet te spreken?… Blijf je zwijgen?…Sero.Och, als ik zwijg, zal iedre steen ’t roepen! Ze is m’n vrouw …Regent.En met jouw weten is die vrouw ’n lichtekooi—en laat je ’r hoereeren!…Regina.… Ik ben …Regent.… Je ben hier om je mond te houen en te blijven zitten, alsikmet andren praat!… Jij!… Wist je dat? Déélde je soms de honingkoeken en pataten, die zij je huis indroeg—deelde je bed en beurs en lippen—lief en leed, ha-ha! Had jij de kas, de tucht, bij dat òntuchtig doen? Ging je door d’achterdeur, als vóór de klink gelicht werd door ’n klant? Hoorde je niets en zag je minder nog? En had je zoo bij winterdag twee warme voeten en ’n heet-gekruide maag?Sero.(spottend)Misschien.Regent.Misschien! Misschien! Waar heb jij van geleefd in al die jaren?Sero.Van manna en van lucht—èn—hoop doet leven![409]Regent.Noteer je, Jus—ontkennen doet-ie niet …Sero.Oho—is dat de klem?… Is dat de val, en dat ’t spek? En denk je dat ’n ouwe rat met haast geen tand meer in z’n bek, onnoozelweg z’n grijzen staart daaraan verbeuren zal?… Ik heb die vrouw—mijn vrouw—in volle vijftien jaar niet meer gezien—zie ’r vandaag voor ’t eerst en—weer voor ’t laatst.Regent.En ’t kind?…Sero.Laat dat ’r buiten!Regent.Hoe oud is ze?(Sero haalt de schouders op)O, ben je dat vergeten?Sero.(dof)’k Zeg nòg eens: laat ’t kind ’r buiten …Regent.Nee, nee—’t gaat juist om ’t kind!Sero.(opstuivend)Ik zeg …Hopman.… Zitten blijven!Regent.… Of in z’n kooi!… Ei, ei—hij lacht niet meer! De snaak trekt nieuwer soort grimassen! Ik vroeg: hoe oud?… Da’s zeldzaam!… Zeldzaam, hoe ’n tong, straks vlijm geslepen, nu bot naar antwoord zoekt!(tot Regina, haar in de wang knijpend)Is jouw geheugen, zwartoog, knappe deern—jij ben de zonde waard, waarachtig, op m’n woord![410]—ook zoo wormstekig … Is ’t wonder Jus, dat ze dat mensch ’ns af en toe verschalkte?… Hoe oud of wel hoe jong?Regina.… Zeventien!Regent.Zeventien?… Dan was jij zelf niet ouwer toen je trouwde?…Regina.(driest)Jonger nog!Regent.(haar kin streelend)Ha-ha, had ik jou toen gekend! ’n Jonge duif, ’n jonge doffer, wat? De malste kippen zijn de kiekens, versch van ’t nest! De grootste gaping in de poorterwet—ja, lach maar, Jus—is dat ’t recht van d’allereersten nacht,’t jus prima noctis, is vergeten …(tot Regina)Je hoeft niet bleu en ook niet bang te zijn … Voor àlle vrouwtjes, met of zonder man, of met dozijnen, ha-ha-ha!—buig ik mijn krolschen rug! Ja, ja … Maar nu de zaken!… Je dochter heeft je dikwijls opgezocht in deze maanden, niet?Regina.Dikwijls niet—soms eens, soms tweemaal in de week.Regent.Niet meer?Regina.Nee, Excellentie.Regent.Jìj gaat vrij uit—en zonder straf—’t is niet om jóú te doen—biecht op![411]Regina.Ik heb ’r eerst ontmoet op straat—toen is ze vier, nee: vijfmaal op bezoek geweest.…Regent.…’s Avonds?.… ’s Nachts?.…Regina …’s Morgens. Dacht u dat ik—als moeder..?Regent.Ik denk.… ik denk.… Dat raakt je niet!(plots weer fel)… Zoo, zoo, ha-ha!… ’t klopt als ’n bus met wat ze ons berichtten!(tot Sero).Jij, burger Sero, wist dat niet? Jij wist niet dat je kind, je minderjaarge dochter, op bezoek ging bij ’n slet, ’n alle-kerels-lief?(tot Regina die zich verdedigen wil)—Wat ben jij anders? Hou je mond!—Jóú was dat niet bekend?Sero.Ik wist van d’ eersten keer—toen ze mekaar op straat.… ’t Andre heeft m’n kind verzwegen..Regent.Ja, ja.… Dàt antwoord wachtte ’k! Maar toen dien eersten keer—heb jij je dochter niet gezegd wat of ’r moeder was en is?Sero.Nee.Regent.Nee? Nee?Sero.Nee!Regent.Waarom niet, ridder met de waarheid—in je schaduw?[412]Sero.Waarom? Omdat—omdat ’k niet wou.Regent.Heb je dat, Jus?.… M’n hulde!.… Dat wou niet dat z’n dochter eerbaar bleef!Sero.(met dreigenden glimlach)Pas op!.…(zich inhoudend).Ho, ho—ik ging te ver.…Regent.Ja, ’t gaat te ver! Bij God, ’t gaat te ver! ’n Vader die z’n kind niet tegenhoudt op ’t ergste pad—’n minderjarig kind nog wel—zoo’n liederlijke vader.… De wet!.… Sla op de wet!Jus(glimlachend).Had ’t al aangestreept—hier staat (.… Artikel 82 Bis).… „De ouders die.…”Regent..… ’k Vraag niet van óuders—’k vraag van váders, die.…Jus.Dat’s 83 D, gewijzigd bij de wet van.…Regent.’k Vraag naar geen nummers van je wettenkraam.… Lees op!Jus.„Hij die die ’t vaderlijk gezag misbruikt, mitsgaders bij zijn kind of kindren ontucht kweekt …”Regent.Juist! Juist!Jus.…„Wordt staande het delikt uit eerstgenoemd gezag ontzet en met verlies van alle poorterrecht tot spinhuisstraf van hoogstens zeven jaar gericht.” Artikel 83 E.…[413]Regent.’t Is al genoeg! Ik dank je wel!(dicht op Sero)Glimlach je nog schavuit?Sero.Niet zoo dicht bij m’n handen, Excellentie!(lachend, om z’n verwoedheid te bedwingen)’t Is meer gebeurd, dat ’r ’n vuige moord geschiedde, ha-ha-ha!—dader onbekend, ha-ha!.…(tot den Hopman, die zich tusschen hem en den Regent plaatst, de hand aan het gevest)Ik zou dat scheermes liever laten in z’n—in z’n schulp. Ik kruip al met ’n vlotte buiging in de mijne!(zet zich weer op de bank).Regent(die achteruit-geweken is).Dat’s over ’t toppunt heen! Zag jij ’t Jus?.… Heb jij ’t opgelet? Dat dreigt!.… Dat heeft gedreigd!.… Dat heeft den moed gehad z’n vuisten op te heffen en me met oogen aan te zien, of ik—hè-hè-hè!, hè-hè-hè!—of ik z’n maat, z’n rotgezel, z’nchère confrère, hè-hè-hè!(tot den Hopman)’t Kind! Hier met de eedle erfgenaam van ’t schoone paar!… Dat heeft gedreigd, gedreigd!.…Hopman(Regina bedoelend).En die.…Regent(nijdig).Dat kind, dat kind, de dochter van dien koppelaar!Sero.Een oogenblik! Ismijnkind hiér?Regent.Ja, ja! Wij willen ’t zelve ondervragen, zelf getuigen laten. En dan.…[414]Jus.….Artikel 85, alinea vier: Wanneer zoowel de vader als de moeder ontucht plegen, wijst het Hoofd van Staat dengene aan, die in de plaats der ouders …Regent..… In te grijpen weet! Juist! Juist!(wenkt den Hopman).Sero.(glimlachend)Dus wordt mijn naam aan ’t ziek bedrijf dier vrouw gekoppeld!(met aandrang)Een oogenblik! Ik vraag, verzoek—en als ’t moet, dan sméék ’k—kan ’k meer?—om ’t kind niet te „verhooren”—niet in ’t bijzijn van ons twee.… niet onverwacht. Laat me alléén twee woorden met ’r praten!Regent.Is-ie niet stom en doof en blind en dronken!(tot den Hopman)Moet ik jou zesmaal orders geven!(Hopman wenkt Soldenier in gaanderij, die bij de poort plaats neemt. Hij zelf gaat over de trap in ’t paleis).
[Inhoud]Eerste Tooneel.Sero, Soldenier, Rakkers.Sero.(wordt door twee rakkers, die hem aan polsen en nek vasthouden, naar rechtsche traliedeur voortgeduwd).… Ho! Ho! Ho!…(schudt zich even los, staat glimlachend[378]met quasi-dreigenden wijsvinger)… Mijn gebeente, proletariërs!… Heeft God..?Eerste Rakker.(hem weer vastgrijpend)… Ja, ja, ’t is goed! Vooruit!Sero.Heeft God ons niet naar zijn evenbeeld geschapen? Past ’t jullie, proletariërs, een zoo voortreffelijk evenbeeld …?… Au!… Au!…Tweede Rakker.…’ns Kijken, Evenbeeld, wie ’t kortste van stof is—jij of de paternosters!… Doe de deur open, kameraad. Dàt hou ’k alleen …Sero.(terwijl de eerste Rakker de getraliede deur ontsluit)… Heb jij wel ’ns gehoord, vriend, hahaha!—van—van—breek m’n polsen niet, man!—van zeker wereldsch en voorwereldsch gezegde—ja, hoeveel eeuwen geleden wel?… Heb je naaste—au! au!—heb je naaste lief—au!—gelijk jezelf..?Eerste Rakker.(hem in den nek grijpend en in ’t hok smijtend)… Afgeloopen! De rest schenken we je!(sluit de traliedeur.)De rest vertel je aan de heeren zelf!(tot Soldenier)… Laten praten!(betikt z’n voorhoofd.)Half simpel, driekwart gek!(af).[379][Inhoud]Tweede Tooneel.Sero, Soldenier.Sero.Dat’s niet te hoog, niet te breed, niet te diep hier—gewapende macht! Maar ruim genoeg voor mijn beetje gedachten—en voor de jouwe ’r bij, als ik je niet beleedig!(op ’t bankje in ’t hok neerzittend)Ha! Ha! Een aan alle eischen des tijds beantwoordende luierstoel … Heeft u er geen bezwaar tegen, gewapende macht, dat mijne sokken het daglicht aanschouwen?…(trekt zijn ouwe schoenen uit).Ben in geen tweemaal vier en twintig uur uit de kleeren geweest—en—en—(moeilijk-trekkend)vastgeroest!—een van twee: deze voorwerpen van de laatste mode zijn hoogst-eigenzinnig gekrompen, òf m’n voeten hebben zich in groeistuip gezet.….. Pang!… Da’s een …(met den wijsvinger op een gat in de kous, dat de hiel bloot legt)… Geen eerste, geen tweede kwartier: volle maan!… Zelfs met de merkwaardige vlekken, die men vroeger voor zeeën aanzag! Galileï …(zich onderbrekend)… O?… Luister je niet?…(tweeden schoen uitwringend)Bij mijn ziel, en bij de ziel van de koe of den stier, die eens …(hijgend stoppend)—daar blaas ik mijn adem bij uit!—die eens hier in stak—dat noem ’k weerbarstig …(trekt—de schoen vliegt uit, hij tuimelt van de bank op den grond)Ha-ha-ha!(De soldenier schiet mee in ’n schaterlach)… Ha-ha-ha! ’k Zou op die manier ’n leelijken smak hebben gedaan, als ’k in vrijheid boven op ’n dakgoot was gedresseerd, ha-ha-ha!…[380]Soldenier.Dat zou je, ha-ha-ha!Sero.(weer op de bank)… Hé!… Wel ’t wonder! Práát jij … Dùrf jij praten?…Soldenier.Waarom zou ’k dat niet durven?Sero.Ja, waarom zou je ’t niet—jij ziet beter dan ik of ’r geen derde-met-gezag in de buurt is! Gewapende macht, gewapende macht, nou heb ’k in deze veilige behuizing nog maar één wensch! Neem een spons, vul die met edik, steek ze op een rietstok of op je schoudergeweer, en hou ’r door de tralies dezer leeuwenkooi!Soldenier.(bot)… Wat wil je?… Wat mot je?Sero.Water.Soldenier.Mag niet.Sero.Weet je dat zeker?Soldenier.Zoo zeker als tweemaal twee vier …Sero.Da’s lang niet zeker, vriend—vriend, als ’k je niet voor de tweede maal beleedig!—tweemaal twee lasteraars zijn méér dan vier, zijn ontelbaar!—tweemaal twee halve zijn twee hééle, hahaha!—en tweemaal twee vlooien vóél je als, als …Soldenier.Als ’n dozijn, hahaha! Daar, drink uit m’n flesch, grappenmaker![381]Sero.(de veldflesch door de tralies aannemend).Dank je, barmhartige!(drinkt gulzig)… Hè! Hè! Dat kan jouw en mijn Heiland, bij de fontein Jacob’s in ’t land Samarië, niet beter gesmaakt hebben!…(drinkt nog eens)… Hè!… ’t Was alles hierbinnen aan ’t verdorren …(drinkt)… Hè!… Jij ben ’n—’n—’n christen … Dáár … Da’s de gróótste onderscheiding!…Soldenier.Stop! Stop! Laat ’r voor mij nog wat in!Sero.(de flesch ondersteboven houdend)… Te laat! Had je éven vroeger dienen te zeggen …(den mond der flesch met ’n goren lap drogend)… Zoo, kameraad—dat ’s hèt voorbehoedmiddel tegen puisten!… Dank je!Soldenier.(de flesch terugnemend)… Haal jou de duivel!Sero.En àls-ie ’t deed—als-ie mij voor z’n kudde lustte—zou jìj me làten halen? En bèn ’k al niet gehaald door twee van z’n rakkers met knuisten als nijptangen? Hahaha! Hahaha!(De eene hand door de tralies stekend).Ziet m’n pols ’r niet uit, of bloedzuigers ’r horlepiepten? Hahaha!Soldenier.Heb je gestolen?(zet zich op de kruk).Sero.Gestolen, néé. Ja toch: den dag!Soldenier.De dag?[382]Sero.Ben ik geen dagdief, vrind?Soldenier.Ja, Ja!… Heb je gemoord?Sero.Nee, nee. Integendeel! Ik bèn vermoord—vermoorder onschuld vind je niet!Soldenier.Niet gestolen, niet gemoord?… Dan toch gevochten of ergens brand gesticht?Sero.Nee, ’t was wel stichtelijk, maar toch geen brand.Soldenier.Dan ben je gek en lastig voor ’t verkeer!Sero.Juist! Lastig voor ’t verkeer, ha-ha-ha! ’k Stond op de markt en praatte met de menschen … De een die haalt den ander aan … ’t Werd wat vol, te vol misschien … Ze drongen op … En toen, toen werd ìk ingepikt … En die geluisterd hadden kregen klop, ha-ha-ha!Soldenier.Wat heb je dan gepraat?Sero.De waarheid vriend.Soldenier.De waarheid?… Wat voor waarheid?Sero.Ja, wat voor waarheid? Nièt die van gister en eergister!…(onwezenlijk de hand heffend)… Die van vandaag …[383]Soldenier.(spottend)Ach kom!(staat van kruk op.)Wel, wel! En stonden daarvoor menschen stil?Sero.Ja, ja—vast meer dan duizend, mannen, vrouwen, kindren—ook soldaten … ’t Was ’n lust …Soldenier.(spottend).Dat laat zich denken! Hé! Hé! Wat ga je doen?Sero.(de schoenen buiten de traliedeur op den grond plaatsend).In geen weken hebben ze ’n beurt gehad. En als ’t Allerhoogst Gezag ’t acht in ’s lands belang, dan mag ’s Rijks werf voor zool en achterlappen zorgen! Let je goed op, gewapende macht?… Jij blijft me borg!… Schendt men mijn schoenwerk, schendt men mijn aangezicht.Soldenier.Ach, ach, wat ’n gezwollen taal!Sero.Ach, ach, wat ’n gezwollen voeten! Is ’t wonder dat mijn kousen barsten!…(stilte).Ben jij al lang soldaat?(stilte).O! Ik vraag of jij al lang met zoo’n ding op je schoeren door ’t leven marcheert? (stilte), O! Je schijnt je ’r voor te schamen dat je ’t niet zeggen durft!(stilte)… En dat kruis—waar heb je dat verdiend?Soldenier.Man, vraag niet zooveel! Op ’t veld van eer, natuurlijk!Sero.’t Veld van eer …? Oho!(kijkt van het crucifix[384]naar den Soldenier, lang en aandachtig)Je kruis op ’t veld van éér?(glimlachend)Hij draagt ’t op z’n rug—en jij van voren … Dat’s mal!Soldenier.(nijdig)Wat’s mal?Sero.’t Moest net andersom … Hìj(z’n borst betikkend)’t enkel hier—en jullie ’t daar!(beduidt z’n rug)Dan zág je ’r niet zooveel en werd ’r minder om gevochten, ha-ha-ha!Soldenier.En nou je mond gehouen! En weg die dingen!…(schopt driftig de schoenen naar de zijde der tafel)’k Ben simpel dat ’k met jou spreek!Sero.Nou vraag ik u beleefd—wat of mijn schoenen je misdaan … Hebben die redelooze, puike, geduldige lotgenooten van mijn voeten, die uit ’t stof zijn gekomen en in ’t stof zijn gegaan …(zich onderbrekend)Oho! Oho![Inhoud]Derde Tooneel.De vorigen, Regina, eerste Rakker.Rakker.En vlug wat!(zij zet zich op de bank)Nee, daar niet!… Dáár!Regina.Daar? Waar?Rakker.Sta op![385]Regina.Mensch, man—’k ben bek-af …Rakker.Mot ’k geweld?…Regina.(op de bank haar mouw opstroopend)Of je geweld gebruiken moet?… Nog meer geweld?… Je kompleete tien gebojen staan ’r in!(’r rok optillend, dat de kuitzichtbaarwordt)En m’n rokken heb je afgetrapt of ’t dwijlen waren!Rakker.(tot Soldenier)… Dat vertelt de sloeber nou alleen om ’r kuiten te laten zien, hahaha!Soldenier.(naast haar zittend)… Schoone joffer—ik zou ’r ’n eed op doen, dat we mekaar van héél dichtbij hebben gekend.Regina.(hem op de knie kloppend)Hahaha!… Ik ook! Jij ben de man met ’n moedervlek als ’n muis!Soldenier.Klopt!.… Dan ben jij.…Regina.Ja! Ja! Hahaha!(den Rakker die haar in de wang knijpt ’n tik op de hand gevend).Wel allemachtig! Buiten knijpen.…(toont haar arm aan den Soldenier die er een zoen op geeft).…binnen aaien—ben jij gek!Rakker.Buiten riep m’n plicht—en als die roept, ben ik ’n slaaf—maar binnen, binnen.… word ’k mensch en ieder mensch is zwak, ha-ha-ha!(zet zich ook op de bank).[386]Regina(tusschen de twee in).… Kerels, kerels, jullie doen als vliegen bij de suiker! Toe schuif wat op!(tot Soldenier).Wat zeg jij van zoo’n sallemander, zoo’n verdraaiden judas(den Rakker ’n tik gevend)—handen thuis!—zoo’n gedrocht?.… Dat komt me halen—of ’k wil of niet!—dat sleept me mee, met honderd menschen op m’n hielen—zegt niet waarvoor.…Rakker.Hoe weet ìk dat, m’n toet? Als mij gelast wordt: haal je vrouw, of haal ’r moeder’s moer—dan vraag ik niet, dan weet ik niet, dan klets ik niet—dan hààl ik—en soms haal ik met plezier …(legt arm om haar middel).Soldenier.(dien wegduwend).… Ho! Ho!.… Die plaats die is bezet.Rakker.Wat is bezet?Soldenier(lachend).Ik heb de oudste rechten!Rakker.Nee ik! Want ik moet toezicht op ’r houen!Soldenier.Wie van ons twee heeft de klandizie vanl’amour?.… Nou zeg ’t zelf, Regien—zoo heet je toch?Regina.Toe, toe!… Twéé knieën is te veel! Vindt jij dat lekker in die warmte?… ’k Ben smòòr op wie ’t meeste dokt! Dok jij—dokt hij—ìk hou m’n hand. Jij ben ’n knappe vent—en jij ’n schat..[387]Als ’k hier(bootst met de handen een bascuul na)—als ’k hier, ha-ha-ha!, jouw hart hou, híer ’t jouwe—dan gaat de weegschaal op en neer—dan ben ’k op jou verkikkerd en op jou verzeten—razend met jou en door ’t dolle heen met jòù!..! Is jouw beurs ’t zwaarst, dan doe ik zoo—en is de jouwe stevig, zoo! Ha-ha-ha: die twéé paar schelvischoogen!…Soldenier.Dus krengekop: jij heb geen zoetelief?..Rakker.Geen(bluffend).… die jij naar zijn snor en oogen kijkt? En die z’n beentjes vrij uit in je bedje steekt, ha-ha-ha!Regina.Nee, kerels, nee! Die tijd die is voorbij! Schenkt jou de bakker brood en wat je verder met ’t draaien aan dat ding(bootst z’n gepluk aan de snorharen na)komt vragen? Stopt jou de slager spek en worst en Zaterdags ’n pondje lenden in je léége handen? Geeft jou je huisjesmelker zoomaar onderdak? Waar werk jij met je oogen en je snor ’n borrel los, ha-ha-ha? Nee, kerels—’k ben niet gekker dan ’n ander, niet stommer en niet braver! O zoo! ha-ha-ha!… Wie alles uit z’n huis draagt gaat failliet—wie open tafel houdt, krijgt zelf geen kluiven en wie—ach Jezis, jongens, ’t is zoo warm!—wie van de lucht wil leven, eet zich geen spekrug(den rug van den Soldenier bekloppend)en geen buik van negen maanden, ha-ha-ha!(klopt den Rakker op z’n buik).Soldenier(zich lachend omdraaiend).Nou grappenmaker in je kooi—heb jij je tong verloren? Hééé![388]’k Heb ’t tegen jou! Durf jij niet naar dat prachtwijf kijken, dat je ons je ribbenkast van achter toont?Sero.(zich naar hen toekeerend).M’n ooren zien meer dan me lief is …(tot Regina, die angstig opgesprongen is).Goeien dag. Wel geslapen, Regina, koningin van den nacht? Niet van me gedroomd..?Regina.Jij hier? Heb jìj daar al dien tijd gezeten?Sero.Gezeten ja—ik zit. Nee, loop niet achteruit—ik zit sekuur—en dan ik doe geen schepsel ook maar zóóveel kwaad … Dat weet jij toch.…Soldenier.Wel allemachtig—is dat, dat aapmensch, ook een van je klanten?Sero.Ja, ja. Een van ’r alleroudste—waar of niet, Regien! Al was ’k niet de eerste, waar of niet, Regien? ’t Spijt me machtig, dat ik heb gestoord.… Ga zitten, menschen … En praat rustig verder!…(geeuwt)… Ik heb—m’n kaken springen van mekander—’n slaap, ’n goddelooze slaap of ’k tién roezen uit moet slapen … Geneer je niet—ik speel geen luistervink, Regien …(zet zich weer op de bank met den rug naar de anderen gekeerd).Rakker.Ken jij dat heer?Regina.(vinger op den mond)… Dat is—dat is …Soldenier.…Dat is ’r minteneur![389]Sero(’t hoofd naar de tralies)… Nee, nee—ik ben de vader van ’r kind—èn, als ’k me niet bedrieg—en ’t niet verkeerd geboekt staat in de folianten van den godgezant, die ons voor weinig penningen—te spotgoedkoop, voorwaar, voorwaar!—zijn allerheiligste zegen gaf—en zij ’t zich nog herinnert (ik zelf was het haast kwijt!)—en jullie twee ’t niet aan iedereen verklapt: ik ben, ik ben ’r lijfelijke man, ’r màn.… Ja, Ja—ha, ha!—’t was voor zestien jaar en zeven maanden en dertien dagen—in Mei—als elke vogel legt ’n ei—in Mei, datwijde voorste vingers van twee rechterhanden (tweemaal twee is tien) naar den hemel staken—omdat, omdat ons, òns kind op komst was—òns kind, niet waar, Regien.… Ja, ja—en nou—en nou.…Soldenier.En nou?.… Nou visch je achter ’t net, ha-ha-ha!Rakker.Nou draagt-ie op z’n test ’n honderd hoornen, ha-ha-ha!Soldenier.Nou heeft-ie òns daar net gesnapt, ha-ha-ha!Rakker.Nou zit-ie op z’n sokken in ’n kooi, ha-ha-ha!Soldenier.En geeft je pootjes, als je ’t vriendlijk vraagt, Regien, ha-ha-ha! En wacht zìjn beurt om in je armen weer te leggen, ha-ha-ha!Sero.Ik heb geen bek voor dàt soort spek!(zij schopt[390]achter het koord de schoenen weg)Eerst hij, nou jij! Alle negen! Dat wordt ’n kegelspel met schoenen die de tand des tijds nog beter dan ik zelf doorstonden! Ben je ontstemd, Regien, of is ’t de vreugde van ’t wederzien, na zooveel jaren?Regina(kwaadaardig).Ik zou van leut en lol wel kunnen dansen! Dat merkt-ie nog niet eens! Dat vraagt ’t schepsel! Wil je ’t soms zwart op wit?Sero.Och nee—die twéé getuigen zijn voldoende.. En de pure, malsche blijdschap op je aangezicht!Regina.Zoo heeft-ie jaren lang, me ieder uur gesard, gehitst, gekweld.… ’n Adder heeft geen giftiger tong.… Man, man ik háát je zoo!Sero(triestig-glimlachend).Ja, ja, ’t kan verkeeren.Regina(nijdig tot Rakker).Nou! ’k Kan m’n tijd gebruiken! Moet ’k langer samen met dien kerel? Als ’k z’n lachen als ’n monster zie, is heel m’n week vergald!Sero.Als ìk vergal—vergulden andren!.… En àls ik monsterachtig lach …(rondkijkend)—wat drommel, hangt hier nergens in dit weelderig, volmaakt gemak ’n spiegelscherf, dat ik me overtuigen kan, en mogelijk zóó lamgeslagen sta, dat deze gruwellach z’n eigen dood besterft?—als ’k leelijk, onvertogen, ongepast, en jou ’n hééle week vergallend lach: ik ben geschapen met de hulp van drie—[391]door vader, moeder en door God (alleen de laatste is in leven!)—en heb me zelf niets van mijn manlijk schoons en leelijks toebedeeld, noch toegewenscht!(zij keert zich driftig om, zet zich voor de tafel)… Goed zoo! Van achter zien we niet—geen kleur, geen schoen, geen hindernis, geen kushand en geen judaslach.… De Satan voer in een der twaalf—’t staat beschreven!Regina.We zullen zien—wie ’t laatste lacht!Sero.’t Laatste lacht, wie ’t laatste leeft! Je blaast je lach uit als ’n kaars, mèt dat je laatste adem gaat!Regina.Jij niet! Jij niet!Sero.Ik niet?Regina.Jij grijnst nog in je graf!Sero.Alsjij’r op komt bidden zeker!Rakker.Ha-ha-ha! Ja, ja—dié zijn getrouwd! ’t Klopt!Soldenier.Wel selderju—dat hoor je van ’t spullevolk, als ’t jaarmarkt is, niet beter! Kischt! Kischt!.… Laat je niet plukken, meid!Rakker.Vooruit! Toe dan, ha-ha-ha! ’t Liep zoo lekker en gesmeerd! Leg je ’t af, Regien?Regina.Ik wreek me wel—vandaag of morgen.[392]Sero.Vandaag! Dat ’s dichterbij en houdt ’t vuurtje warm!Regina.Klets toe—ik zeg geen woord, geen woord meer!Sero.Geen woord? Dat is ’t einde. Want in den Beginne wàs het Woord.…Soldenier.Ach gekke kerel loop!Sero.Als ik maar loopen kòn!Rakker.Dan liep zij kwispelstaartend met je mee, ha-ha-ha!(zakt lachend van de bank op den grond).Regina.Met dien stumper, dat gedrocht, dat hatelijk verschijnsel, dat mirakel, dat ellendig wurm, ha-ha!Sero.Let op—dàt was ’r láátste woord!Soldenier.Regien, Regien!(schatert met den Rakker)[Inhoud]Vierde tooneel.De vorigen, Hopman.Hopman.(op door de gaanderij).Wat is dat?(tot Rakker)Wat zit jij op den grond?… En jij—is dat jouw plaats?.… En hoort die vrouw daar achter?[393]Rakker.(terwijl de Soldenier naar venster wijkt).Ik was—ik was gevallen, hopman …Sero.Ja, ja—dat kan ’k getuigen—’r zijn ’r meer gevallen hier …Hopman.Mond gehouen allemaal!(tot Regina)Weg jij daar!(tot Rakker)Wat had ik jou gelast?Rakker.Ik heb ’r minstens twintig keer gezeid(naar het linkerhok wijzend)daar in te gaan …Regina.…Dat liegt-ie.Rakker.Lieg ik, Soldenier?Soldenier.Ik heb ’t gehoord.Sero.Ha-ha-ha!Hopman.Wel alle duivels, is dat hier ’n bende! Als jij nog even kikt, dan sla ’k je in de boeien!Sero.O, mocht ’t niet?Hopman.Nee—hier mag niks!Sero.Niks is niet veel—maar als je ’t eenmaal weet genoeg.Hopman.(tot Soldenier)Marsch! Ingerukt! Daar in ’t wachtlokaal! En vlug! (tot Rakker) En jij, jij zal je uur onthouden …(Soldenier af).[394]Rakker.…Ik heb ’r dertig maal misschien …Hopman.(met driftig gebaar)Dat ’s dertig maal te veel! Jij heb te dóén en niet te laten! Rechtsomkeer en marsch!(Rakker af)En jij vooruit!(Smijt traliedeur voor Regina open)Versta je niet?Regina.Ik heb toch niet gestolen, niet gebedeld, ben niet dronken langs den weg gegaan—ik heb geen nachtrumoer …Hopman.… Asjeblief.Regina.… Wat heb ’k dan gedaan?Hopman.Dat zal je later hooren!(trapt de schoenen).Sero.Die arme schoenen maken nog de reis rondom de wereld.Regina.Nee—ik verdraai ’t!Hopman.Wat zeg jij?… Wil jij niet?… Heb jij ’n wil?(grijpt haar bij den arm)… Een, twee …[Inhoud]Vijfde tooneel.De Regent, Hopman, Sero, Regina, laterJus.Regent.(van de trap komend)Ho! Ho! Geen drie! Maar hopman, ’t is ’n vrouw, ’n vrouw …[395]Hopman.… Geen vrouw—’n lichtekooi, Uw Excellentie!Regent.… Is dan ’n lichtekooi ’n man? Kom, kom! Jij blijft wel rustig zitten dáár, ook zonder kussen in je rug, niet waar? Geweld bij vrouwtjes, hopman, onverschillig wat ze zijn, dat heeft geen pas—tenzij—tenzij je zwaar verliefd ben en ’t torteltje niet trekkebekken wil, ha-ha-ha!(let Sero op)… Ha, onze vriend! Wees welkom, welkom!Sero.Dank u, Excellentie. ’t Zelfde. En nog meer.Regent.’t Is kostlijk weer vandaag. ’n Tikje warm, ’n beetje felle zon …(den schijn van ’t venster bedoelend)… Hindert je niet?Sero.Nee, nee. Integendeel. Waar licht is, is ook vreugd!Regent.De schalk, de schalk! Dat blijft maar goed gemutst en welbespraakt! ’t Is zeldzaam, zeldzaam! Ja, geniet ’r nog maar van. Wie weet hoe kort ’t duurt—een trapje lager houdt ’t op …Sero.De zon …Regent.… De zon, de maan, de sterretjes—en wat de grappenmakers meer in dicht en rijm bezingen … Heb je honger?[396]Sero.’k Wist niet dat dàt Uw Excellentie intresseerde …Regent.Och ja—och ja!… Hoe meen jij dat?Sero.’k Meen dat ’t duizenden en nog eens duizend—’k meen niemendal …Regent.De schalk!… Nu had-ie moeite ’t inteslikken, ha-ha-ha!(tot Jus, die de trap afgekomen, ’t laatste gehoord heeft)… Die man heeft hier(betikt z’n voorhoofd)’n koemaag, maar geen hersens—die kauwt, herkauwt en kauwt zoo ieder uur op onverteerbaar tuig! Ha-ha-ha, ’t is zeldzaam, zeldzaam!… Dus geen honger?…Sero.Nee, nee …Regent.Geen trek in jonge kiekens of een malsch aan ’t spit geroosterd boutje?Sero.De koemaag hier verdraagt die zaken niet …Regent.Geen kreeftje, rood—óók rood—van woede om de hitte van ’t water, met ’n roemer witten wijn?Sero.Daar heb ’k juist vanmorgen mee ontbeten—en heel m’n buurt tot we ’r van kikten en ik ’n graat kreeg in m’n keel.Regent.Hoor je dat, Jus—ja Hopman lach gerust!—[397]de schalk heeft kreeften met ’n graat, ’n graat—en zonder schaal gegeten! Zoo praat dat over alles, alles mee. Dat heeft verstand van staat en kerk en God weet wat—en ook van kreeft, ha-ha-ha!Sero.Als ’t dan geen graat was—en geen bastaardkreeftje—was ’t ’n schaar—en als ’t geen schaar was, was ’t ’n ander ding om in te stikken. In Godsnaam, Excellentie, eet geen kreeft!Regent.Ha-ha-ha, zoo’n levenslust! Geen honger dus?Sero.Spijt me waarachtig, néé.Regent.Dat moet dan anders worden, Jus. Dat ’s ongewoon en maakt me ongerust. ’n Man die ’t prachtig eten van mijn kok niet lust, geen honger heeft—die driemaal weigert—is te zwaar doorvoed—en vroeg of laat krijgt-ie vervetting aan z’n hart, z’n lever of z’n tong!Sero.Ja, ja—m’n tong is welgedaner dan m’n buik!Regent.Is dat niet abnormaal? En zijn we niet verplicht zoo’n kanker uit te snijden?(met gebaar naar ’n insect dat hij reeds ’n paar maal verjaagd heeft).Wat wil dat lastig dier toch bij m’n hoofd?… Heb jij geen honger, vriend, dan moet jij op dieet—en schap’lijk lang tot dat je maag weer werkt en ook je tong wat minder welgedaan doorslaat, ha-ha-ha! ’k Wed dat die kuur je helpt![398]Sero.Dus ik blijf hier?Regent.Voor onbepaalden tijd.Sero.Wel, wel—en zonder vonnis? Dat’s ’t nieuwste recht, ’n vastenavondgrap, ’n luimige inval van z’n Excellentie …Regent.Niet waar? ’n Beetje kortswijl hoort ’r bij!Sero.Ik vast zoolang die kortswijl duurt.Regent.Bezwaarlijk, vriend.Sero.Wie niet gevonnist is—en niets misdreven heeft—heeft ’t poorter-recht van iedren poorter—en móét voor schemer weer op vrije voeten gaan! ’k Ben minstens tien keer hier voor dezen heer(met gebaar naar Jus)gebracht en tien keer met beleefden groet weer losgelaten …Jus.(lachend)Dat klopt(mede met gebaar naar insect)—hij was zoo glad, zoo leep, zoo listig, Excellentie en zoo glibberig als ’n aal, dat we ’m telkens lieten glippen, om de poorterwet in eer te houden.…Regent.’n Aal vat men niet aan met schoongewasschen handen … Dat doet men met ’n scheutje zand …(beloert het insect op de tafel)… Wacht even! Stil! Ha-ha, ’k heb beet! Twee hommels in een klap. Zoo. Even drukken. Die spelen niet meer schuilei met m’n neus. O? Wil jij toch nog—toch[399]nog vliegen?… Wel ja(trekt ’n vleugel uit)Probeer ’t met één vlerk!… Daar snapt-ie niets van: kijkt me zoo beteuterd aan, of ’k onze Lieve Heer persoonlijk ben, ha-ha-ha!(tot Regina).… Ja, kom maar dichter bij … Je mag ’t wel zien!… Die is getemd, ha-ha!, en loopt m’n hand rond of-ie kreupel is … Dat komt omdat de andre vleugel ’m te lastig is … Dan die ’r ook maar af …(’t insect op tafel zettend)En kalm aan stappen—niet te wild—want op den inktpot is geen klep—en reddingsgordels heb ik niet, ha-ha! Zoo zie je, Jus, hoe je met handigheid, ’n kwajen hommel leert marscheeren, ha-ha-ha!(nijdig uitvallend tot Regina)Is jouw plaats hier?Regina.…(angstig)U zei me zelf..Regent.Ik zei jou niets, niets, niets!Hopman.Nee niets! Vlug achteruit! En op de bank gebleven!Regina.Wel allemachtig, ’k ben niet gek!Regent.(met de hand de tafel beslaand.)Hoor ik jou nog …! Wordt ’t hoogste woord door straatgespuis en wijven uit ’t bordeel gesproken!(tot Jus).Waar is ’t onwijze jong, ’t schaap, ’t kind?Jus.Dat moet benee zijn, Excellentie.Regent.Hier laten brengen!(Jus gaat naar gaanderij)Nee—wacht nog even. Die vrouw, die is te veel.Jus.Wil u …Regent.Wil u … Wil u … Wil u … Alsikgeen haast heb, hol je of ’r brand is—en als ’k angstig uitkijk waar je blijft, kruip je met looden ballen aan je beenen! Wat lach je nou? Ik maak geen pret, ben niet jouw clown!(tot Sero, die weer met den rug naar de tralies zit)… En jij! Ha-ha! Als jij niet weergaasch-rap de voorpui van je onbewoonbaar huis vertoont, zal ik je blaren laten zitten!Sero.Ik warm m’n rug in ’t uitgezochte zonnetje …Regent(tot Hopman).Haal ’m ’r uit! Kun je ’t alleen?Hopman.Dat stuk karkas regeer ’k met twee vingers, Excellentie!(tot Sero, dien hij uit de kooi trekt).Toe, maak wat voort!Sero.Dank u zeer! Ik wist wel dat Uw Excellentie haar kostbren tijd niet lang verspillen zou—en mij vóór ’t ongenoeglijk schemeruur weer op ’s lands kei zou zetten.Regent.(wenkend)Op die bank! Halt! Halt! Heeft men zijn zakken onderzocht?Hopman.Ik denk van ja …[401]Regent.Jij denkt van ja—jij denkt van nee—wie denkt ’r ooit behalve ik? Is één vermoorde koning niet genoeg? Moet ik op alles letten?Sero.(op den eenen zak wijzend).Hier, Excellentie, zit ’n bom—en daar ’n handgranaat.… Eén vinger, die den weg niet weet, in deze donkre, schrikkelijke grot—en ’n vulkaan, ’n donderslag vernielt mijn ribbekast, maar ook ’t Hoofd van Staat!Hopman.De handen op je rug!Sero.Nee, nee. Dat doe ’k liever zelf. Als u mij kietelt, schiet ik in den lach—en als ik lach, loopt ’t bommen-uurwerk af!(den eenen zak ledigend).Dat’s een.(overreikt ’n stukkenden zakdoek).M’n linnengoed, merk S. van een tot twaalf. Dat ’s twee, met minder ezelsooren dan menig hooggeleerd gezelschap!Regent.Wat is dat voor ’n godvergeten boek? Lees voor! Lees voor!Hopman.’n Boek vol dikke potloodhalen.Regent.Dat vraag ’k niet! Lees voor! Lees voor!(tot Sero)Geheim genootschap, schalk?Hopman.(lezend)„Wij hebben (hier is wat doorgehaald) den, den … (dat is onleesbaar!)… den strijd tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld”…[402]Regent.Staat dat ’r woordelijk?Hopman.Woordelijk!Regent.Je legt daar op beslag!Sero.Dat is ’n eeuw of wat te laat—’t is te zwaar verspreid—In ieder huis leit ’t met netter kaft op tafel, te pronk, te pronk—en ook Uw Excellentie heeft ’t eens gelezen …Regent.(’t Boek dat de Hopman voor hem op tafel legt, op den grond werpend)’t Nieuwe testament, ’t testament!(tot Hopman)Ben jij versuft of doe je mee aan drieste grappen, ezel, lomperd!Hopman.U zei: lees voor—ik zag ’t wel …Regent.Hij zag ’t wel! Hij zag ’t wel! Als jij wat ziet, is ’t al lang gevlogen!(weer zacht en valsch tot Sero)Loop jij met testamenten in je zak? Is dat de nieuwste vinding, schalk? En haal jij daar in door wat jou niet past? Heb jij patent als prediker?(vinnig)Je andre zak!Sero.(dien ledig uittrekkend)… Verschijn en maak je reverentie! En zonder dubblen bodem, Excellentie. Enkel met rijm!(De Hopman geeft ’m ’n por).… O! ’k Was juist uitgesproken!(zit op de bank).Regent.Hij was zoo goed op dreef. Dat ’s jammer, hopman. ’k Hoor graag rakkers met wat overmoed.[403]Vooral als ’r ’n kleine prikkel wacht.… Je hebt soms muizen, die nog speelsch en dartel piepen, als poes licht op den loer.… Ga zitten, Jus—en sla je wetboek op—maar heel voorzichtig! De nieuwe soort die ik gekweekt—de zesvoeter met kromme beenen—kijk, kijk: hij springt waarachtig over hindernissen!—die heeft vandaag z’n laatsten vrijen dag … ’n Lijkenvlieg, hoe kwam ze hier?… ’k Heb meelij met je larven, acrobaat! Jouw nageslacht zal in geen krengen bruiloft vieren! Ho! Dezen weg! Die is versperd. Op last der overheid, hahaha!(speelt met de vlieg, half over de tafel hangend)Ja, ja,—en nu m’n andre kameraad. ’k Zou je bij m’n dressuur vergeten! Jij ben gearresteerd, omdat, omdat …Sero.… Omdat ’k wat lastig ben …Regent.Lastig néé—welnee m’n brave vriend! De wet heeft mazen en je kruipt ’r door. Dat is je recht! Je ben niet lastig: listig, lustig. Je bazelt af en toe …(tot Jus)… Wat zei-ie gister op de groote markt? Hoe was dat weer?Jus.Hij zei: ’t volk dat wordt belogen en bedrogen door iedereen …Regent.Door iedereen? Door iedereen? Uitzondring ken jij niet? Dus ik, ik als Regent, belieg, bedrieg?Sero.Als ik dàt heb gezegd verbeur ik ’t vrij gebruik van deze tong![404]Regent.Bedoelen dee je ’t evenmin?Sero.Niet dat ik weet.Regent.En denken, denken?Sero.Zelfs niet dróómen, Excellentie—en bij God, de droom is van een bandloosheid, wanneer je stevig slaapt en snurkt, om in een ijzer dwangbuis op te sluiten!Regent.Dus ik ben uitgezonderd?Sero.’k Heb niet aan u gedacht—’k zou vloeken bij mijn zwaard en bij mijn éér—als ik ’n zijgeweer bezat—en als ze op mijn eer in ’t pandjeshuis ’n tiende penning of ’n knijzer schoten!Regent.(tot de vlieg)Ho! Ho! Verboden toegang, lijkenschenner!(sarrend-zoet tot Sero)Jij ruit niet op?Sero.Beweert dat iemand? Als ik ’t dee—had die meneer me niet gehouden, voor jaar en dag?Regent.Jij scharrelt overal—langs veld en wegen—op markt en plein—in dorp en kroeg—Wat doe jij daar?Sero.Verhalen en vertellen.Regent.Vertellen? Wat?[405]Sero.Van alles, maar geen leugens. M’n vader, die door Zijn Majesteit—Zijn Majesteit is dood—hij rust in vrede!—gehangen werd, omdat-ie (vader—niet Zijn Majesteit!) anders bleef denken dan zijn tijdgenooten—en dat hardop, hardop (was-ie maar stom geboren!)—m’n vader leerde me al vroeg, al van m’n eerste jaren …Regent.Nu? Durf je niet? Wat leerde-ie?Sero.Ben ’t vergeten … ’t Een’ge wat ik me herinner, als ’k de spons hierbinnen wring—de koemaag, Excellentie!—is dat een fopspeen meerder lucht dan moedermelk bevat—en dat—en dat—laat ’s zien—en dat als je géén leugens zegt—de waarheid ongemerkt en ongevraagd en als ’n dief zoo handig in je eigen schaduw loopt …Regent.Zoo’n roover, zoo’n bandiet! Verspreekt zich nooit! Loert als ’n schildwacht op ’t onraad van z’n woorden! Heel goed! Heel goed!… Wat was ’t vanmorgen, Jus, toen ze ’m grepen?Jus.Van morgen was ’t zoo’n herrie en zoo’n volte op de markt, dat ’r met blank geklopt moest worden. Hij las ’n stuk van ’t nieuwe testament, maar las ’t zoo, zoo uit mekaar getrokken en zoo sluwtjes weer gekoppeld, zoo vol bedoeling en hiaten—als iets niet paste—dat ’t geen tekst was, maar een oproerspreek …Regent.Aha![406]Jus.’k Heb zelf gehoord hoe-ie de poorters hitste …Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer, dat staat geschreven—hij roept ’t zoo en met zoo’n haat—en op zoo’n fellen toon, of ’r geschreven stond: ze zijn gelijk!Regent.Jawel! Jawel!Jus.Hij is ’n dagelijksch gevaar—en lacht geslepen om elk verbod, om iedre wetsbepaling, iedre ordonnantie—en toch—en toch—toch is ’t nog niet gelukt …Regent.De deksel op de doos te vouwen.(tot de vlieg)Ho, deze zij!… Dus, dus: hardop beweer jij niets?Sero.Niets dat niet elkeen mag! Hardop is lokvink voor de galg—en ’k heb zoo teeder vel—(op z’n nek wijzend)hier in ’t bijzonder—vel dat al springt als ’t de zeepkwast ruikt, dat ’k liever met ’n baard van weken ga, dan met ’n gladde kin.Regent.Dan met ’n gladde kin—jij gladde vogel!Sero.Mag ik m’n schoenen nu?… Of wil Uw Excellentie dat ’t volk, de poorters, keerlen en de wijven me missen—en aan ’t vloeken slaan?Regent.Hij is vrij—dat spreekt vanzelf, voor wat-ie gister en vandaag en vroeger nognietzéi, maar dàcht, of ooknietdacht, maar droomde—de sluwe[407]vos.… Nee, laat je schoentjes nog wat rusten!(wenkt gebiedend den Hopman)Die vrouw! Die vrouw!(Hopman wenkt Rakker)Al wou je, hier op ’t slotplein, in gelijkenissen spreken—zoo dat de minderjaarge koning als z’n vader neergeschoten werd—ikheb de poorterwet bezworen,ikbreek geen eed,ikdoe alleen m’n plicht, als ’t moet, als ’t kan, als ’t openbaar belang ’t dwingt en eischt(tot de vlieg, terwijl Regina door Rakker weer binnen geleid wordt en op bank neerzit)Je eigen schuld! Heb ik je niet gewaarschuwd, smakker?(Jus buigt zich ook over den inktkoker)Wat doe je, als je ’t zwemmen niet verstaat, te duiken in den put?… Die sterft een zwàrten dood, ha-ha!…(tot Sero)Jij wordt beschuldigd …(zich onderbrekend, nijdig)Ken jij die vrouw?(Sero knikt)Niet knikken! Antwoord geven!Sero.Ik ken ’r—ja.Regent.(tot Regina)En jij? Heb jij ’n dochter van dat schepsel daar?…Regina.We waren …Regent.(met de handen op ’t koord, snerpend)Ik vraag niet wat jij was—’k vraag of je ’n dochter heb?Regina.Die hebben we … Een is gestorven …Sero.… Goddank!…[408]Regina.… Een leeft.Regent.… Dat is jóúw dochter dus?(tot Sero)En ook de jóúwe? Verkies je niet te spreken?… Blijf je zwijgen?…Sero.Och, als ik zwijg, zal iedre steen ’t roepen! Ze is m’n vrouw …Regent.En met jouw weten is die vrouw ’n lichtekooi—en laat je ’r hoereeren!…Regina.… Ik ben …Regent.… Je ben hier om je mond te houen en te blijven zitten, alsikmet andren praat!… Jij!… Wist je dat? Déélde je soms de honingkoeken en pataten, die zij je huis indroeg—deelde je bed en beurs en lippen—lief en leed, ha-ha! Had jij de kas, de tucht, bij dat òntuchtig doen? Ging je door d’achterdeur, als vóór de klink gelicht werd door ’n klant? Hoorde je niets en zag je minder nog? En had je zoo bij winterdag twee warme voeten en ’n heet-gekruide maag?Sero.(spottend)Misschien.Regent.Misschien! Misschien! Waar heb jij van geleefd in al die jaren?Sero.Van manna en van lucht—èn—hoop doet leven![409]Regent.Noteer je, Jus—ontkennen doet-ie niet …Sero.Oho—is dat de klem?… Is dat de val, en dat ’t spek? En denk je dat ’n ouwe rat met haast geen tand meer in z’n bek, onnoozelweg z’n grijzen staart daaraan verbeuren zal?… Ik heb die vrouw—mijn vrouw—in volle vijftien jaar niet meer gezien—zie ’r vandaag voor ’t eerst en—weer voor ’t laatst.Regent.En ’t kind?…Sero.Laat dat ’r buiten!Regent.Hoe oud is ze?(Sero haalt de schouders op)O, ben je dat vergeten?Sero.(dof)’k Zeg nòg eens: laat ’t kind ’r buiten …Regent.Nee, nee—’t gaat juist om ’t kind!Sero.(opstuivend)Ik zeg …Hopman.… Zitten blijven!Regent.… Of in z’n kooi!… Ei, ei—hij lacht niet meer! De snaak trekt nieuwer soort grimassen! Ik vroeg: hoe oud?… Da’s zeldzaam!… Zeldzaam, hoe ’n tong, straks vlijm geslepen, nu bot naar antwoord zoekt!(tot Regina, haar in de wang knijpend)Is jouw geheugen, zwartoog, knappe deern—jij ben de zonde waard, waarachtig, op m’n woord![410]—ook zoo wormstekig … Is ’t wonder Jus, dat ze dat mensch ’ns af en toe verschalkte?… Hoe oud of wel hoe jong?Regina.… Zeventien!Regent.Zeventien?… Dan was jij zelf niet ouwer toen je trouwde?…Regina.(driest)Jonger nog!Regent.(haar kin streelend)Ha-ha, had ik jou toen gekend! ’n Jonge duif, ’n jonge doffer, wat? De malste kippen zijn de kiekens, versch van ’t nest! De grootste gaping in de poorterwet—ja, lach maar, Jus—is dat ’t recht van d’allereersten nacht,’t jus prima noctis, is vergeten …(tot Regina)Je hoeft niet bleu en ook niet bang te zijn … Voor àlle vrouwtjes, met of zonder man, of met dozijnen, ha-ha-ha!—buig ik mijn krolschen rug! Ja, ja … Maar nu de zaken!… Je dochter heeft je dikwijls opgezocht in deze maanden, niet?Regina.Dikwijls niet—soms eens, soms tweemaal in de week.Regent.Niet meer?Regina.Nee, Excellentie.Regent.Jìj gaat vrij uit—en zonder straf—’t is niet om jóú te doen—biecht op![411]Regina.Ik heb ’r eerst ontmoet op straat—toen is ze vier, nee: vijfmaal op bezoek geweest.…Regent.…’s Avonds?.… ’s Nachts?.…Regina …’s Morgens. Dacht u dat ik—als moeder..?Regent.Ik denk.… ik denk.… Dat raakt je niet!(plots weer fel)… Zoo, zoo, ha-ha!… ’t klopt als ’n bus met wat ze ons berichtten!(tot Sero).Jij, burger Sero, wist dat niet? Jij wist niet dat je kind, je minderjaarge dochter, op bezoek ging bij ’n slet, ’n alle-kerels-lief?(tot Regina die zich verdedigen wil)—Wat ben jij anders? Hou je mond!—Jóú was dat niet bekend?Sero.Ik wist van d’ eersten keer—toen ze mekaar op straat.… ’t Andre heeft m’n kind verzwegen..Regent.Ja, ja.… Dàt antwoord wachtte ’k! Maar toen dien eersten keer—heb jij je dochter niet gezegd wat of ’r moeder was en is?Sero.Nee.Regent.Nee? Nee?Sero.Nee!Regent.Waarom niet, ridder met de waarheid—in je schaduw?[412]Sero.Waarom? Omdat—omdat ’k niet wou.Regent.Heb je dat, Jus?.… M’n hulde!.… Dat wou niet dat z’n dochter eerbaar bleef!Sero.(met dreigenden glimlach)Pas op!.…(zich inhoudend).Ho, ho—ik ging te ver.…Regent.Ja, ’t gaat te ver! Bij God, ’t gaat te ver! ’n Vader die z’n kind niet tegenhoudt op ’t ergste pad—’n minderjarig kind nog wel—zoo’n liederlijke vader.… De wet!.… Sla op de wet!Jus(glimlachend).Had ’t al aangestreept—hier staat (.… Artikel 82 Bis).… „De ouders die.…”Regent..… ’k Vraag niet van óuders—’k vraag van váders, die.…Jus.Dat’s 83 D, gewijzigd bij de wet van.…Regent.’k Vraag naar geen nummers van je wettenkraam.… Lees op!Jus.„Hij die die ’t vaderlijk gezag misbruikt, mitsgaders bij zijn kind of kindren ontucht kweekt …”Regent.Juist! Juist!Jus.…„Wordt staande het delikt uit eerstgenoemd gezag ontzet en met verlies van alle poorterrecht tot spinhuisstraf van hoogstens zeven jaar gericht.” Artikel 83 E.…[413]Regent.’t Is al genoeg! Ik dank je wel!(dicht op Sero)Glimlach je nog schavuit?Sero.Niet zoo dicht bij m’n handen, Excellentie!(lachend, om z’n verwoedheid te bedwingen)’t Is meer gebeurd, dat ’r ’n vuige moord geschiedde, ha-ha-ha!—dader onbekend, ha-ha!.…(tot den Hopman, die zich tusschen hem en den Regent plaatst, de hand aan het gevest)Ik zou dat scheermes liever laten in z’n—in z’n schulp. Ik kruip al met ’n vlotte buiging in de mijne!(zet zich weer op de bank).Regent(die achteruit-geweken is).Dat’s over ’t toppunt heen! Zag jij ’t Jus?.… Heb jij ’t opgelet? Dat dreigt!.… Dat heeft gedreigd!.… Dat heeft den moed gehad z’n vuisten op te heffen en me met oogen aan te zien, of ik—hè-hè-hè!, hè-hè-hè!—of ik z’n maat, z’n rotgezel, z’nchère confrère, hè-hè-hè!(tot den Hopman)’t Kind! Hier met de eedle erfgenaam van ’t schoone paar!… Dat heeft gedreigd, gedreigd!.…Hopman(Regina bedoelend).En die.…Regent(nijdig).Dat kind, dat kind, de dochter van dien koppelaar!Sero.Een oogenblik! Ismijnkind hiér?Regent.Ja, ja! Wij willen ’t zelve ondervragen, zelf getuigen laten. En dan.…[414]Jus.….Artikel 85, alinea vier: Wanneer zoowel de vader als de moeder ontucht plegen, wijst het Hoofd van Staat dengene aan, die in de plaats der ouders …Regent..… In te grijpen weet! Juist! Juist!(wenkt den Hopman).Sero.(glimlachend)Dus wordt mijn naam aan ’t ziek bedrijf dier vrouw gekoppeld!(met aandrang)Een oogenblik! Ik vraag, verzoek—en als ’t moet, dan sméék ’k—kan ’k meer?—om ’t kind niet te „verhooren”—niet in ’t bijzijn van ons twee.… niet onverwacht. Laat me alléén twee woorden met ’r praten!Regent.Is-ie niet stom en doof en blind en dronken!(tot den Hopman)Moet ik jou zesmaal orders geven!(Hopman wenkt Soldenier in gaanderij, die bij de poort plaats neemt. Hij zelf gaat over de trap in ’t paleis).
[Inhoud]Eerste Tooneel.Sero, Soldenier, Rakkers.Sero.(wordt door twee rakkers, die hem aan polsen en nek vasthouden, naar rechtsche traliedeur voortgeduwd).… Ho! Ho! Ho!…(schudt zich even los, staat glimlachend[378]met quasi-dreigenden wijsvinger)… Mijn gebeente, proletariërs!… Heeft God..?Eerste Rakker.(hem weer vastgrijpend)… Ja, ja, ’t is goed! Vooruit!Sero.Heeft God ons niet naar zijn evenbeeld geschapen? Past ’t jullie, proletariërs, een zoo voortreffelijk evenbeeld …?… Au!… Au!…Tweede Rakker.…’ns Kijken, Evenbeeld, wie ’t kortste van stof is—jij of de paternosters!… Doe de deur open, kameraad. Dàt hou ’k alleen …Sero.(terwijl de eerste Rakker de getraliede deur ontsluit)… Heb jij wel ’ns gehoord, vriend, hahaha!—van—van—breek m’n polsen niet, man!—van zeker wereldsch en voorwereldsch gezegde—ja, hoeveel eeuwen geleden wel?… Heb je naaste—au! au!—heb je naaste lief—au!—gelijk jezelf..?Eerste Rakker.(hem in den nek grijpend en in ’t hok smijtend)… Afgeloopen! De rest schenken we je!(sluit de traliedeur.)De rest vertel je aan de heeren zelf!(tot Soldenier)… Laten praten!(betikt z’n voorhoofd.)Half simpel, driekwart gek!(af).[379]
Eerste Tooneel.Sero, Soldenier, Rakkers.Sero.(wordt door twee rakkers, die hem aan polsen en nek vasthouden, naar rechtsche traliedeur voortgeduwd).… Ho! Ho! Ho!…(schudt zich even los, staat glimlachend[378]met quasi-dreigenden wijsvinger)… Mijn gebeente, proletariërs!… Heeft God..?Eerste Rakker.(hem weer vastgrijpend)… Ja, ja, ’t is goed! Vooruit!Sero.Heeft God ons niet naar zijn evenbeeld geschapen? Past ’t jullie, proletariërs, een zoo voortreffelijk evenbeeld …?… Au!… Au!…Tweede Rakker.…’ns Kijken, Evenbeeld, wie ’t kortste van stof is—jij of de paternosters!… Doe de deur open, kameraad. Dàt hou ’k alleen …Sero.(terwijl de eerste Rakker de getraliede deur ontsluit)… Heb jij wel ’ns gehoord, vriend, hahaha!—van—van—breek m’n polsen niet, man!—van zeker wereldsch en voorwereldsch gezegde—ja, hoeveel eeuwen geleden wel?… Heb je naaste—au! au!—heb je naaste lief—au!—gelijk jezelf..?Eerste Rakker.(hem in den nek grijpend en in ’t hok smijtend)… Afgeloopen! De rest schenken we je!(sluit de traliedeur.)De rest vertel je aan de heeren zelf!(tot Soldenier)… Laten praten!(betikt z’n voorhoofd.)Half simpel, driekwart gek!(af).[379]
Sero, Soldenier, Rakkers.
Sero.(wordt door twee rakkers, die hem aan polsen en nek vasthouden, naar rechtsche traliedeur voortgeduwd).… Ho! Ho! Ho!…(schudt zich even los, staat glimlachend[378]met quasi-dreigenden wijsvinger)… Mijn gebeente, proletariërs!… Heeft God..?
Sero.(wordt door twee rakkers, die hem aan polsen en nek vasthouden, naar rechtsche traliedeur voortgeduwd).
… Ho! Ho! Ho!…(schudt zich even los, staat glimlachend[378]met quasi-dreigenden wijsvinger)… Mijn gebeente, proletariërs!… Heeft God..?
Eerste Rakker.(hem weer vastgrijpend)… Ja, ja, ’t is goed! Vooruit!
Eerste Rakker.(hem weer vastgrijpend)… Ja, ja, ’t is goed! Vooruit!
Sero.Heeft God ons niet naar zijn evenbeeld geschapen? Past ’t jullie, proletariërs, een zoo voortreffelijk evenbeeld …?… Au!… Au!…
Sero.Heeft God ons niet naar zijn evenbeeld geschapen? Past ’t jullie, proletariërs, een zoo voortreffelijk evenbeeld …?… Au!… Au!…
Tweede Rakker.…’ns Kijken, Evenbeeld, wie ’t kortste van stof is—jij of de paternosters!… Doe de deur open, kameraad. Dàt hou ’k alleen …
Tweede Rakker.…’ns Kijken, Evenbeeld, wie ’t kortste van stof is—jij of de paternosters!… Doe de deur open, kameraad. Dàt hou ’k alleen …
Sero.(terwijl de eerste Rakker de getraliede deur ontsluit)… Heb jij wel ’ns gehoord, vriend, hahaha!—van—van—breek m’n polsen niet, man!—van zeker wereldsch en voorwereldsch gezegde—ja, hoeveel eeuwen geleden wel?… Heb je naaste—au! au!—heb je naaste lief—au!—gelijk jezelf..?
Sero.(terwijl de eerste Rakker de getraliede deur ontsluit)… Heb jij wel ’ns gehoord, vriend, hahaha!—van—van—breek m’n polsen niet, man!—van zeker wereldsch en voorwereldsch gezegde—ja, hoeveel eeuwen geleden wel?… Heb je naaste—au! au!—heb je naaste lief—au!—gelijk jezelf..?
Eerste Rakker.(hem in den nek grijpend en in ’t hok smijtend)… Afgeloopen! De rest schenken we je!(sluit de traliedeur.)De rest vertel je aan de heeren zelf!(tot Soldenier)… Laten praten!(betikt z’n voorhoofd.)Half simpel, driekwart gek!(af).
Eerste Rakker.(hem in den nek grijpend en in ’t hok smijtend)… Afgeloopen! De rest schenken we je!(sluit de traliedeur.)De rest vertel je aan de heeren zelf!(tot Soldenier)… Laten praten!(betikt z’n voorhoofd.)Half simpel, driekwart gek!(af).
[379]
[Inhoud]Tweede Tooneel.Sero, Soldenier.Sero.Dat’s niet te hoog, niet te breed, niet te diep hier—gewapende macht! Maar ruim genoeg voor mijn beetje gedachten—en voor de jouwe ’r bij, als ik je niet beleedig!(op ’t bankje in ’t hok neerzittend)Ha! Ha! Een aan alle eischen des tijds beantwoordende luierstoel … Heeft u er geen bezwaar tegen, gewapende macht, dat mijne sokken het daglicht aanschouwen?…(trekt zijn ouwe schoenen uit).Ben in geen tweemaal vier en twintig uur uit de kleeren geweest—en—en—(moeilijk-trekkend)vastgeroest!—een van twee: deze voorwerpen van de laatste mode zijn hoogst-eigenzinnig gekrompen, òf m’n voeten hebben zich in groeistuip gezet.….. Pang!… Da’s een …(met den wijsvinger op een gat in de kous, dat de hiel bloot legt)… Geen eerste, geen tweede kwartier: volle maan!… Zelfs met de merkwaardige vlekken, die men vroeger voor zeeën aanzag! Galileï …(zich onderbrekend)… O?… Luister je niet?…(tweeden schoen uitwringend)Bij mijn ziel, en bij de ziel van de koe of den stier, die eens …(hijgend stoppend)—daar blaas ik mijn adem bij uit!—die eens hier in stak—dat noem ’k weerbarstig …(trekt—de schoen vliegt uit, hij tuimelt van de bank op den grond)Ha-ha-ha!(De soldenier schiet mee in ’n schaterlach)… Ha-ha-ha! ’k Zou op die manier ’n leelijken smak hebben gedaan, als ’k in vrijheid boven op ’n dakgoot was gedresseerd, ha-ha-ha!…[380]Soldenier.Dat zou je, ha-ha-ha!Sero.(weer op de bank)… Hé!… Wel ’t wonder! Práát jij … Dùrf jij praten?…Soldenier.Waarom zou ’k dat niet durven?Sero.Ja, waarom zou je ’t niet—jij ziet beter dan ik of ’r geen derde-met-gezag in de buurt is! Gewapende macht, gewapende macht, nou heb ’k in deze veilige behuizing nog maar één wensch! Neem een spons, vul die met edik, steek ze op een rietstok of op je schoudergeweer, en hou ’r door de tralies dezer leeuwenkooi!Soldenier.(bot)… Wat wil je?… Wat mot je?Sero.Water.Soldenier.Mag niet.Sero.Weet je dat zeker?Soldenier.Zoo zeker als tweemaal twee vier …Sero.Da’s lang niet zeker, vriend—vriend, als ’k je niet voor de tweede maal beleedig!—tweemaal twee lasteraars zijn méér dan vier, zijn ontelbaar!—tweemaal twee halve zijn twee hééle, hahaha!—en tweemaal twee vlooien vóél je als, als …Soldenier.Als ’n dozijn, hahaha! Daar, drink uit m’n flesch, grappenmaker![381]Sero.(de veldflesch door de tralies aannemend).Dank je, barmhartige!(drinkt gulzig)… Hè! Hè! Dat kan jouw en mijn Heiland, bij de fontein Jacob’s in ’t land Samarië, niet beter gesmaakt hebben!…(drinkt nog eens)… Hè!… ’t Was alles hierbinnen aan ’t verdorren …(drinkt)… Hè!… Jij ben ’n—’n—’n christen … Dáár … Da’s de gróótste onderscheiding!…Soldenier.Stop! Stop! Laat ’r voor mij nog wat in!Sero.(de flesch ondersteboven houdend)… Te laat! Had je éven vroeger dienen te zeggen …(den mond der flesch met ’n goren lap drogend)… Zoo, kameraad—dat ’s hèt voorbehoedmiddel tegen puisten!… Dank je!Soldenier.(de flesch terugnemend)… Haal jou de duivel!Sero.En àls-ie ’t deed—als-ie mij voor z’n kudde lustte—zou jìj me làten halen? En bèn ’k al niet gehaald door twee van z’n rakkers met knuisten als nijptangen? Hahaha! Hahaha!(De eene hand door de tralies stekend).Ziet m’n pols ’r niet uit, of bloedzuigers ’r horlepiepten? Hahaha!Soldenier.Heb je gestolen?(zet zich op de kruk).Sero.Gestolen, néé. Ja toch: den dag!Soldenier.De dag?[382]Sero.Ben ik geen dagdief, vrind?Soldenier.Ja, Ja!… Heb je gemoord?Sero.Nee, nee. Integendeel! Ik bèn vermoord—vermoorder onschuld vind je niet!Soldenier.Niet gestolen, niet gemoord?… Dan toch gevochten of ergens brand gesticht?Sero.Nee, ’t was wel stichtelijk, maar toch geen brand.Soldenier.Dan ben je gek en lastig voor ’t verkeer!Sero.Juist! Lastig voor ’t verkeer, ha-ha-ha! ’k Stond op de markt en praatte met de menschen … De een die haalt den ander aan … ’t Werd wat vol, te vol misschien … Ze drongen op … En toen, toen werd ìk ingepikt … En die geluisterd hadden kregen klop, ha-ha-ha!Soldenier.Wat heb je dan gepraat?Sero.De waarheid vriend.Soldenier.De waarheid?… Wat voor waarheid?Sero.Ja, wat voor waarheid? Nièt die van gister en eergister!…(onwezenlijk de hand heffend)… Die van vandaag …[383]Soldenier.(spottend)Ach kom!(staat van kruk op.)Wel, wel! En stonden daarvoor menschen stil?Sero.Ja, ja—vast meer dan duizend, mannen, vrouwen, kindren—ook soldaten … ’t Was ’n lust …Soldenier.(spottend).Dat laat zich denken! Hé! Hé! Wat ga je doen?Sero.(de schoenen buiten de traliedeur op den grond plaatsend).In geen weken hebben ze ’n beurt gehad. En als ’t Allerhoogst Gezag ’t acht in ’s lands belang, dan mag ’s Rijks werf voor zool en achterlappen zorgen! Let je goed op, gewapende macht?… Jij blijft me borg!… Schendt men mijn schoenwerk, schendt men mijn aangezicht.Soldenier.Ach, ach, wat ’n gezwollen taal!Sero.Ach, ach, wat ’n gezwollen voeten! Is ’t wonder dat mijn kousen barsten!…(stilte).Ben jij al lang soldaat?(stilte).O! Ik vraag of jij al lang met zoo’n ding op je schoeren door ’t leven marcheert? (stilte), O! Je schijnt je ’r voor te schamen dat je ’t niet zeggen durft!(stilte)… En dat kruis—waar heb je dat verdiend?Soldenier.Man, vraag niet zooveel! Op ’t veld van eer, natuurlijk!Sero.’t Veld van eer …? Oho!(kijkt van het crucifix[384]naar den Soldenier, lang en aandachtig)Je kruis op ’t veld van éér?(glimlachend)Hij draagt ’t op z’n rug—en jij van voren … Dat’s mal!Soldenier.(nijdig)Wat’s mal?Sero.’t Moest net andersom … Hìj(z’n borst betikkend)’t enkel hier—en jullie ’t daar!(beduidt z’n rug)Dan zág je ’r niet zooveel en werd ’r minder om gevochten, ha-ha-ha!Soldenier.En nou je mond gehouen! En weg die dingen!…(schopt driftig de schoenen naar de zijde der tafel)’k Ben simpel dat ’k met jou spreek!Sero.Nou vraag ik u beleefd—wat of mijn schoenen je misdaan … Hebben die redelooze, puike, geduldige lotgenooten van mijn voeten, die uit ’t stof zijn gekomen en in ’t stof zijn gegaan …(zich onderbrekend)Oho! Oho!
Tweede Tooneel.Sero, Soldenier.Sero.Dat’s niet te hoog, niet te breed, niet te diep hier—gewapende macht! Maar ruim genoeg voor mijn beetje gedachten—en voor de jouwe ’r bij, als ik je niet beleedig!(op ’t bankje in ’t hok neerzittend)Ha! Ha! Een aan alle eischen des tijds beantwoordende luierstoel … Heeft u er geen bezwaar tegen, gewapende macht, dat mijne sokken het daglicht aanschouwen?…(trekt zijn ouwe schoenen uit).Ben in geen tweemaal vier en twintig uur uit de kleeren geweest—en—en—(moeilijk-trekkend)vastgeroest!—een van twee: deze voorwerpen van de laatste mode zijn hoogst-eigenzinnig gekrompen, òf m’n voeten hebben zich in groeistuip gezet.….. Pang!… Da’s een …(met den wijsvinger op een gat in de kous, dat de hiel bloot legt)… Geen eerste, geen tweede kwartier: volle maan!… Zelfs met de merkwaardige vlekken, die men vroeger voor zeeën aanzag! Galileï …(zich onderbrekend)… O?… Luister je niet?…(tweeden schoen uitwringend)Bij mijn ziel, en bij de ziel van de koe of den stier, die eens …(hijgend stoppend)—daar blaas ik mijn adem bij uit!—die eens hier in stak—dat noem ’k weerbarstig …(trekt—de schoen vliegt uit, hij tuimelt van de bank op den grond)Ha-ha-ha!(De soldenier schiet mee in ’n schaterlach)… Ha-ha-ha! ’k Zou op die manier ’n leelijken smak hebben gedaan, als ’k in vrijheid boven op ’n dakgoot was gedresseerd, ha-ha-ha!…[380]Soldenier.Dat zou je, ha-ha-ha!Sero.(weer op de bank)… Hé!… Wel ’t wonder! Práát jij … Dùrf jij praten?…Soldenier.Waarom zou ’k dat niet durven?Sero.Ja, waarom zou je ’t niet—jij ziet beter dan ik of ’r geen derde-met-gezag in de buurt is! Gewapende macht, gewapende macht, nou heb ’k in deze veilige behuizing nog maar één wensch! Neem een spons, vul die met edik, steek ze op een rietstok of op je schoudergeweer, en hou ’r door de tralies dezer leeuwenkooi!Soldenier.(bot)… Wat wil je?… Wat mot je?Sero.Water.Soldenier.Mag niet.Sero.Weet je dat zeker?Soldenier.Zoo zeker als tweemaal twee vier …Sero.Da’s lang niet zeker, vriend—vriend, als ’k je niet voor de tweede maal beleedig!—tweemaal twee lasteraars zijn méér dan vier, zijn ontelbaar!—tweemaal twee halve zijn twee hééle, hahaha!—en tweemaal twee vlooien vóél je als, als …Soldenier.Als ’n dozijn, hahaha! Daar, drink uit m’n flesch, grappenmaker![381]Sero.(de veldflesch door de tralies aannemend).Dank je, barmhartige!(drinkt gulzig)… Hè! Hè! Dat kan jouw en mijn Heiland, bij de fontein Jacob’s in ’t land Samarië, niet beter gesmaakt hebben!…(drinkt nog eens)… Hè!… ’t Was alles hierbinnen aan ’t verdorren …(drinkt)… Hè!… Jij ben ’n—’n—’n christen … Dáár … Da’s de gróótste onderscheiding!…Soldenier.Stop! Stop! Laat ’r voor mij nog wat in!Sero.(de flesch ondersteboven houdend)… Te laat! Had je éven vroeger dienen te zeggen …(den mond der flesch met ’n goren lap drogend)… Zoo, kameraad—dat ’s hèt voorbehoedmiddel tegen puisten!… Dank je!Soldenier.(de flesch terugnemend)… Haal jou de duivel!Sero.En àls-ie ’t deed—als-ie mij voor z’n kudde lustte—zou jìj me làten halen? En bèn ’k al niet gehaald door twee van z’n rakkers met knuisten als nijptangen? Hahaha! Hahaha!(De eene hand door de tralies stekend).Ziet m’n pols ’r niet uit, of bloedzuigers ’r horlepiepten? Hahaha!Soldenier.Heb je gestolen?(zet zich op de kruk).Sero.Gestolen, néé. Ja toch: den dag!Soldenier.De dag?[382]Sero.Ben ik geen dagdief, vrind?Soldenier.Ja, Ja!… Heb je gemoord?Sero.Nee, nee. Integendeel! Ik bèn vermoord—vermoorder onschuld vind je niet!Soldenier.Niet gestolen, niet gemoord?… Dan toch gevochten of ergens brand gesticht?Sero.Nee, ’t was wel stichtelijk, maar toch geen brand.Soldenier.Dan ben je gek en lastig voor ’t verkeer!Sero.Juist! Lastig voor ’t verkeer, ha-ha-ha! ’k Stond op de markt en praatte met de menschen … De een die haalt den ander aan … ’t Werd wat vol, te vol misschien … Ze drongen op … En toen, toen werd ìk ingepikt … En die geluisterd hadden kregen klop, ha-ha-ha!Soldenier.Wat heb je dan gepraat?Sero.De waarheid vriend.Soldenier.De waarheid?… Wat voor waarheid?Sero.Ja, wat voor waarheid? Nièt die van gister en eergister!…(onwezenlijk de hand heffend)… Die van vandaag …[383]Soldenier.(spottend)Ach kom!(staat van kruk op.)Wel, wel! En stonden daarvoor menschen stil?Sero.Ja, ja—vast meer dan duizend, mannen, vrouwen, kindren—ook soldaten … ’t Was ’n lust …Soldenier.(spottend).Dat laat zich denken! Hé! Hé! Wat ga je doen?Sero.(de schoenen buiten de traliedeur op den grond plaatsend).In geen weken hebben ze ’n beurt gehad. En als ’t Allerhoogst Gezag ’t acht in ’s lands belang, dan mag ’s Rijks werf voor zool en achterlappen zorgen! Let je goed op, gewapende macht?… Jij blijft me borg!… Schendt men mijn schoenwerk, schendt men mijn aangezicht.Soldenier.Ach, ach, wat ’n gezwollen taal!Sero.Ach, ach, wat ’n gezwollen voeten! Is ’t wonder dat mijn kousen barsten!…(stilte).Ben jij al lang soldaat?(stilte).O! Ik vraag of jij al lang met zoo’n ding op je schoeren door ’t leven marcheert? (stilte), O! Je schijnt je ’r voor te schamen dat je ’t niet zeggen durft!(stilte)… En dat kruis—waar heb je dat verdiend?Soldenier.Man, vraag niet zooveel! Op ’t veld van eer, natuurlijk!Sero.’t Veld van eer …? Oho!(kijkt van het crucifix[384]naar den Soldenier, lang en aandachtig)Je kruis op ’t veld van éér?(glimlachend)Hij draagt ’t op z’n rug—en jij van voren … Dat’s mal!Soldenier.(nijdig)Wat’s mal?Sero.’t Moest net andersom … Hìj(z’n borst betikkend)’t enkel hier—en jullie ’t daar!(beduidt z’n rug)Dan zág je ’r niet zooveel en werd ’r minder om gevochten, ha-ha-ha!Soldenier.En nou je mond gehouen! En weg die dingen!…(schopt driftig de schoenen naar de zijde der tafel)’k Ben simpel dat ’k met jou spreek!Sero.Nou vraag ik u beleefd—wat of mijn schoenen je misdaan … Hebben die redelooze, puike, geduldige lotgenooten van mijn voeten, die uit ’t stof zijn gekomen en in ’t stof zijn gegaan …(zich onderbrekend)Oho! Oho!
Sero, Soldenier.
Sero.Dat’s niet te hoog, niet te breed, niet te diep hier—gewapende macht! Maar ruim genoeg voor mijn beetje gedachten—en voor de jouwe ’r bij, als ik je niet beleedig!(op ’t bankje in ’t hok neerzittend)Ha! Ha! Een aan alle eischen des tijds beantwoordende luierstoel … Heeft u er geen bezwaar tegen, gewapende macht, dat mijne sokken het daglicht aanschouwen?…(trekt zijn ouwe schoenen uit).Ben in geen tweemaal vier en twintig uur uit de kleeren geweest—en—en—(moeilijk-trekkend)vastgeroest!—een van twee: deze voorwerpen van de laatste mode zijn hoogst-eigenzinnig gekrompen, òf m’n voeten hebben zich in groeistuip gezet.….. Pang!… Da’s een …(met den wijsvinger op een gat in de kous, dat de hiel bloot legt)… Geen eerste, geen tweede kwartier: volle maan!… Zelfs met de merkwaardige vlekken, die men vroeger voor zeeën aanzag! Galileï …(zich onderbrekend)… O?… Luister je niet?…(tweeden schoen uitwringend)Bij mijn ziel, en bij de ziel van de koe of den stier, die eens …(hijgend stoppend)—daar blaas ik mijn adem bij uit!—die eens hier in stak—dat noem ’k weerbarstig …(trekt—de schoen vliegt uit, hij tuimelt van de bank op den grond)Ha-ha-ha!(De soldenier schiet mee in ’n schaterlach)… Ha-ha-ha! ’k Zou op die manier ’n leelijken smak hebben gedaan, als ’k in vrijheid boven op ’n dakgoot was gedresseerd, ha-ha-ha!…
Sero.Dat’s niet te hoog, niet te breed, niet te diep hier—gewapende macht! Maar ruim genoeg voor mijn beetje gedachten—en voor de jouwe ’r bij, als ik je niet beleedig!(op ’t bankje in ’t hok neerzittend)Ha! Ha! Een aan alle eischen des tijds beantwoordende luierstoel … Heeft u er geen bezwaar tegen, gewapende macht, dat mijne sokken het daglicht aanschouwen?…(trekt zijn ouwe schoenen uit).Ben in geen tweemaal vier en twintig uur uit de kleeren geweest—en—en—(moeilijk-trekkend)vastgeroest!—een van twee: deze voorwerpen van de laatste mode zijn hoogst-eigenzinnig gekrompen, òf m’n voeten hebben zich in groeistuip gezet.….. Pang!… Da’s een …(met den wijsvinger op een gat in de kous, dat de hiel bloot legt)… Geen eerste, geen tweede kwartier: volle maan!… Zelfs met de merkwaardige vlekken, die men vroeger voor zeeën aanzag! Galileï …(zich onderbrekend)… O?… Luister je niet?…(tweeden schoen uitwringend)Bij mijn ziel, en bij de ziel van de koe of den stier, die eens …(hijgend stoppend)—daar blaas ik mijn adem bij uit!—die eens hier in stak—dat noem ’k weerbarstig …(trekt—de schoen vliegt uit, hij tuimelt van de bank op den grond)Ha-ha-ha!(De soldenier schiet mee in ’n schaterlach)… Ha-ha-ha! ’k Zou op die manier ’n leelijken smak hebben gedaan, als ’k in vrijheid boven op ’n dakgoot was gedresseerd, ha-ha-ha!…
[380]
Soldenier.Dat zou je, ha-ha-ha!
Soldenier.Dat zou je, ha-ha-ha!
Sero.(weer op de bank)… Hé!… Wel ’t wonder! Práát jij … Dùrf jij praten?…
Sero.(weer op de bank)… Hé!… Wel ’t wonder! Práát jij … Dùrf jij praten?…
Soldenier.Waarom zou ’k dat niet durven?
Soldenier.Waarom zou ’k dat niet durven?
Sero.Ja, waarom zou je ’t niet—jij ziet beter dan ik of ’r geen derde-met-gezag in de buurt is! Gewapende macht, gewapende macht, nou heb ’k in deze veilige behuizing nog maar één wensch! Neem een spons, vul die met edik, steek ze op een rietstok of op je schoudergeweer, en hou ’r door de tralies dezer leeuwenkooi!
Sero.Ja, waarom zou je ’t niet—jij ziet beter dan ik of ’r geen derde-met-gezag in de buurt is! Gewapende macht, gewapende macht, nou heb ’k in deze veilige behuizing nog maar één wensch! Neem een spons, vul die met edik, steek ze op een rietstok of op je schoudergeweer, en hou ’r door de tralies dezer leeuwenkooi!
Soldenier.(bot)… Wat wil je?… Wat mot je?
Soldenier.(bot)… Wat wil je?… Wat mot je?
Sero.Water.
Sero.Water.
Soldenier.Mag niet.
Soldenier.Mag niet.
Sero.Weet je dat zeker?
Sero.Weet je dat zeker?
Soldenier.Zoo zeker als tweemaal twee vier …
Soldenier.Zoo zeker als tweemaal twee vier …
Sero.Da’s lang niet zeker, vriend—vriend, als ’k je niet voor de tweede maal beleedig!—tweemaal twee lasteraars zijn méér dan vier, zijn ontelbaar!—tweemaal twee halve zijn twee hééle, hahaha!—en tweemaal twee vlooien vóél je als, als …
Sero.Da’s lang niet zeker, vriend—vriend, als ’k je niet voor de tweede maal beleedig!—tweemaal twee lasteraars zijn méér dan vier, zijn ontelbaar!—tweemaal twee halve zijn twee hééle, hahaha!—en tweemaal twee vlooien vóél je als, als …
Soldenier.Als ’n dozijn, hahaha! Daar, drink uit m’n flesch, grappenmaker!
Soldenier.Als ’n dozijn, hahaha! Daar, drink uit m’n flesch, grappenmaker!
[381]
Sero.(de veldflesch door de tralies aannemend).Dank je, barmhartige!(drinkt gulzig)… Hè! Hè! Dat kan jouw en mijn Heiland, bij de fontein Jacob’s in ’t land Samarië, niet beter gesmaakt hebben!…(drinkt nog eens)… Hè!… ’t Was alles hierbinnen aan ’t verdorren …(drinkt)… Hè!… Jij ben ’n—’n—’n christen … Dáár … Da’s de gróótste onderscheiding!…
Sero.(de veldflesch door de tralies aannemend).Dank je, barmhartige!(drinkt gulzig)… Hè! Hè! Dat kan jouw en mijn Heiland, bij de fontein Jacob’s in ’t land Samarië, niet beter gesmaakt hebben!…(drinkt nog eens)… Hè!… ’t Was alles hierbinnen aan ’t verdorren …(drinkt)… Hè!… Jij ben ’n—’n—’n christen … Dáár … Da’s de gróótste onderscheiding!…
Soldenier.Stop! Stop! Laat ’r voor mij nog wat in!
Soldenier.Stop! Stop! Laat ’r voor mij nog wat in!
Sero.(de flesch ondersteboven houdend)… Te laat! Had je éven vroeger dienen te zeggen …(den mond der flesch met ’n goren lap drogend)… Zoo, kameraad—dat ’s hèt voorbehoedmiddel tegen puisten!… Dank je!
Sero.(de flesch ondersteboven houdend)… Te laat! Had je éven vroeger dienen te zeggen …(den mond der flesch met ’n goren lap drogend)… Zoo, kameraad—dat ’s hèt voorbehoedmiddel tegen puisten!… Dank je!
Soldenier.(de flesch terugnemend)… Haal jou de duivel!
Soldenier.(de flesch terugnemend)… Haal jou de duivel!
Sero.En àls-ie ’t deed—als-ie mij voor z’n kudde lustte—zou jìj me làten halen? En bèn ’k al niet gehaald door twee van z’n rakkers met knuisten als nijptangen? Hahaha! Hahaha!(De eene hand door de tralies stekend).Ziet m’n pols ’r niet uit, of bloedzuigers ’r horlepiepten? Hahaha!
Sero.En àls-ie ’t deed—als-ie mij voor z’n kudde lustte—zou jìj me làten halen? En bèn ’k al niet gehaald door twee van z’n rakkers met knuisten als nijptangen? Hahaha! Hahaha!(De eene hand door de tralies stekend).Ziet m’n pols ’r niet uit, of bloedzuigers ’r horlepiepten? Hahaha!
Soldenier.Heb je gestolen?(zet zich op de kruk).
Soldenier.Heb je gestolen?(zet zich op de kruk).
Sero.Gestolen, néé. Ja toch: den dag!
Sero.Gestolen, néé. Ja toch: den dag!
Soldenier.De dag?
Soldenier.De dag?
[382]
Sero.Ben ik geen dagdief, vrind?
Sero.Ben ik geen dagdief, vrind?
Soldenier.Ja, Ja!… Heb je gemoord?
Soldenier.Ja, Ja!… Heb je gemoord?
Sero.Nee, nee. Integendeel! Ik bèn vermoord—vermoorder onschuld vind je niet!
Sero.Nee, nee. Integendeel! Ik bèn vermoord—vermoorder onschuld vind je niet!
Soldenier.Niet gestolen, niet gemoord?… Dan toch gevochten of ergens brand gesticht?
Soldenier.Niet gestolen, niet gemoord?… Dan toch gevochten of ergens brand gesticht?
Sero.Nee, ’t was wel stichtelijk, maar toch geen brand.
Sero.Nee, ’t was wel stichtelijk, maar toch geen brand.
Soldenier.Dan ben je gek en lastig voor ’t verkeer!
Soldenier.Dan ben je gek en lastig voor ’t verkeer!
Sero.Juist! Lastig voor ’t verkeer, ha-ha-ha! ’k Stond op de markt en praatte met de menschen … De een die haalt den ander aan … ’t Werd wat vol, te vol misschien … Ze drongen op … En toen, toen werd ìk ingepikt … En die geluisterd hadden kregen klop, ha-ha-ha!
Sero.Juist! Lastig voor ’t verkeer, ha-ha-ha! ’k Stond op de markt en praatte met de menschen … De een die haalt den ander aan … ’t Werd wat vol, te vol misschien … Ze drongen op … En toen, toen werd ìk ingepikt … En die geluisterd hadden kregen klop, ha-ha-ha!
Soldenier.Wat heb je dan gepraat?
Soldenier.Wat heb je dan gepraat?
Sero.De waarheid vriend.
Sero.De waarheid vriend.
Soldenier.De waarheid?… Wat voor waarheid?
Soldenier.De waarheid?… Wat voor waarheid?
Sero.Ja, wat voor waarheid? Nièt die van gister en eergister!…(onwezenlijk de hand heffend)… Die van vandaag …
Sero.Ja, wat voor waarheid? Nièt die van gister en eergister!…(onwezenlijk de hand heffend)… Die van vandaag …
[383]
Soldenier.(spottend)Ach kom!(staat van kruk op.)Wel, wel! En stonden daarvoor menschen stil?
Soldenier.(spottend)Ach kom!(staat van kruk op.)Wel, wel! En stonden daarvoor menschen stil?
Sero.Ja, ja—vast meer dan duizend, mannen, vrouwen, kindren—ook soldaten … ’t Was ’n lust …
Sero.Ja, ja—vast meer dan duizend, mannen, vrouwen, kindren—ook soldaten … ’t Was ’n lust …
Soldenier.(spottend).Dat laat zich denken! Hé! Hé! Wat ga je doen?
Soldenier.(spottend).Dat laat zich denken! Hé! Hé! Wat ga je doen?
Sero.(de schoenen buiten de traliedeur op den grond plaatsend).In geen weken hebben ze ’n beurt gehad. En als ’t Allerhoogst Gezag ’t acht in ’s lands belang, dan mag ’s Rijks werf voor zool en achterlappen zorgen! Let je goed op, gewapende macht?… Jij blijft me borg!… Schendt men mijn schoenwerk, schendt men mijn aangezicht.
Sero.(de schoenen buiten de traliedeur op den grond plaatsend).In geen weken hebben ze ’n beurt gehad. En als ’t Allerhoogst Gezag ’t acht in ’s lands belang, dan mag ’s Rijks werf voor zool en achterlappen zorgen! Let je goed op, gewapende macht?… Jij blijft me borg!… Schendt men mijn schoenwerk, schendt men mijn aangezicht.
Soldenier.Ach, ach, wat ’n gezwollen taal!
Soldenier.Ach, ach, wat ’n gezwollen taal!
Sero.Ach, ach, wat ’n gezwollen voeten! Is ’t wonder dat mijn kousen barsten!…(stilte).Ben jij al lang soldaat?(stilte).O! Ik vraag of jij al lang met zoo’n ding op je schoeren door ’t leven marcheert? (stilte), O! Je schijnt je ’r voor te schamen dat je ’t niet zeggen durft!(stilte)… En dat kruis—waar heb je dat verdiend?
Sero.Ach, ach, wat ’n gezwollen voeten! Is ’t wonder dat mijn kousen barsten!…(stilte).Ben jij al lang soldaat?(stilte).O! Ik vraag of jij al lang met zoo’n ding op je schoeren door ’t leven marcheert? (stilte), O! Je schijnt je ’r voor te schamen dat je ’t niet zeggen durft!(stilte)… En dat kruis—waar heb je dat verdiend?
Soldenier.Man, vraag niet zooveel! Op ’t veld van eer, natuurlijk!
Soldenier.Man, vraag niet zooveel! Op ’t veld van eer, natuurlijk!
Sero.’t Veld van eer …? Oho!(kijkt van het crucifix[384]naar den Soldenier, lang en aandachtig)Je kruis op ’t veld van éér?(glimlachend)Hij draagt ’t op z’n rug—en jij van voren … Dat’s mal!
Sero.’t Veld van eer …? Oho!(kijkt van het crucifix[384]naar den Soldenier, lang en aandachtig)Je kruis op ’t veld van éér?(glimlachend)Hij draagt ’t op z’n rug—en jij van voren … Dat’s mal!
Soldenier.(nijdig)Wat’s mal?
Soldenier.(nijdig)Wat’s mal?
Sero.’t Moest net andersom … Hìj(z’n borst betikkend)’t enkel hier—en jullie ’t daar!(beduidt z’n rug)Dan zág je ’r niet zooveel en werd ’r minder om gevochten, ha-ha-ha!
Sero.’t Moest net andersom … Hìj(z’n borst betikkend)’t enkel hier—en jullie ’t daar!(beduidt z’n rug)Dan zág je ’r niet zooveel en werd ’r minder om gevochten, ha-ha-ha!
Soldenier.En nou je mond gehouen! En weg die dingen!…(schopt driftig de schoenen naar de zijde der tafel)’k Ben simpel dat ’k met jou spreek!
Soldenier.En nou je mond gehouen! En weg die dingen!…(schopt driftig de schoenen naar de zijde der tafel)’k Ben simpel dat ’k met jou spreek!
Sero.Nou vraag ik u beleefd—wat of mijn schoenen je misdaan … Hebben die redelooze, puike, geduldige lotgenooten van mijn voeten, die uit ’t stof zijn gekomen en in ’t stof zijn gegaan …(zich onderbrekend)Oho! Oho!
Sero.Nou vraag ik u beleefd—wat of mijn schoenen je misdaan … Hebben die redelooze, puike, geduldige lotgenooten van mijn voeten, die uit ’t stof zijn gekomen en in ’t stof zijn gegaan …(zich onderbrekend)Oho! Oho!
[Inhoud]Derde Tooneel.De vorigen, Regina, eerste Rakker.Rakker.En vlug wat!(zij zet zich op de bank)Nee, daar niet!… Dáár!Regina.Daar? Waar?Rakker.Sta op![385]Regina.Mensch, man—’k ben bek-af …Rakker.Mot ’k geweld?…Regina.(op de bank haar mouw opstroopend)Of je geweld gebruiken moet?… Nog meer geweld?… Je kompleete tien gebojen staan ’r in!(’r rok optillend, dat de kuitzichtbaarwordt)En m’n rokken heb je afgetrapt of ’t dwijlen waren!Rakker.(tot Soldenier)… Dat vertelt de sloeber nou alleen om ’r kuiten te laten zien, hahaha!Soldenier.(naast haar zittend)… Schoone joffer—ik zou ’r ’n eed op doen, dat we mekaar van héél dichtbij hebben gekend.Regina.(hem op de knie kloppend)Hahaha!… Ik ook! Jij ben de man met ’n moedervlek als ’n muis!Soldenier.Klopt!.… Dan ben jij.…Regina.Ja! Ja! Hahaha!(den Rakker die haar in de wang knijpt ’n tik op de hand gevend).Wel allemachtig! Buiten knijpen.…(toont haar arm aan den Soldenier die er een zoen op geeft).…binnen aaien—ben jij gek!Rakker.Buiten riep m’n plicht—en als die roept, ben ik ’n slaaf—maar binnen, binnen.… word ’k mensch en ieder mensch is zwak, ha-ha-ha!(zet zich ook op de bank).[386]Regina(tusschen de twee in).… Kerels, kerels, jullie doen als vliegen bij de suiker! Toe schuif wat op!(tot Soldenier).Wat zeg jij van zoo’n sallemander, zoo’n verdraaiden judas(den Rakker ’n tik gevend)—handen thuis!—zoo’n gedrocht?.… Dat komt me halen—of ’k wil of niet!—dat sleept me mee, met honderd menschen op m’n hielen—zegt niet waarvoor.…Rakker.Hoe weet ìk dat, m’n toet? Als mij gelast wordt: haal je vrouw, of haal ’r moeder’s moer—dan vraag ik niet, dan weet ik niet, dan klets ik niet—dan hààl ik—en soms haal ik met plezier …(legt arm om haar middel).Soldenier.(dien wegduwend).… Ho! Ho!.… Die plaats die is bezet.Rakker.Wat is bezet?Soldenier(lachend).Ik heb de oudste rechten!Rakker.Nee ik! Want ik moet toezicht op ’r houen!Soldenier.Wie van ons twee heeft de klandizie vanl’amour?.… Nou zeg ’t zelf, Regien—zoo heet je toch?Regina.Toe, toe!… Twéé knieën is te veel! Vindt jij dat lekker in die warmte?… ’k Ben smòòr op wie ’t meeste dokt! Dok jij—dokt hij—ìk hou m’n hand. Jij ben ’n knappe vent—en jij ’n schat..[387]Als ’k hier(bootst met de handen een bascuul na)—als ’k hier, ha-ha-ha!, jouw hart hou, híer ’t jouwe—dan gaat de weegschaal op en neer—dan ben ’k op jou verkikkerd en op jou verzeten—razend met jou en door ’t dolle heen met jòù!..! Is jouw beurs ’t zwaarst, dan doe ik zoo—en is de jouwe stevig, zoo! Ha-ha-ha: die twéé paar schelvischoogen!…Soldenier.Dus krengekop: jij heb geen zoetelief?..Rakker.Geen(bluffend).… die jij naar zijn snor en oogen kijkt? En die z’n beentjes vrij uit in je bedje steekt, ha-ha-ha!Regina.Nee, kerels, nee! Die tijd die is voorbij! Schenkt jou de bakker brood en wat je verder met ’t draaien aan dat ding(bootst z’n gepluk aan de snorharen na)komt vragen? Stopt jou de slager spek en worst en Zaterdags ’n pondje lenden in je léége handen? Geeft jou je huisjesmelker zoomaar onderdak? Waar werk jij met je oogen en je snor ’n borrel los, ha-ha-ha? Nee, kerels—’k ben niet gekker dan ’n ander, niet stommer en niet braver! O zoo! ha-ha-ha!… Wie alles uit z’n huis draagt gaat failliet—wie open tafel houdt, krijgt zelf geen kluiven en wie—ach Jezis, jongens, ’t is zoo warm!—wie van de lucht wil leven, eet zich geen spekrug(den rug van den Soldenier bekloppend)en geen buik van negen maanden, ha-ha-ha!(klopt den Rakker op z’n buik).Soldenier(zich lachend omdraaiend).Nou grappenmaker in je kooi—heb jij je tong verloren? Hééé![388]’k Heb ’t tegen jou! Durf jij niet naar dat prachtwijf kijken, dat je ons je ribbenkast van achter toont?Sero.(zich naar hen toekeerend).M’n ooren zien meer dan me lief is …(tot Regina, die angstig opgesprongen is).Goeien dag. Wel geslapen, Regina, koningin van den nacht? Niet van me gedroomd..?Regina.Jij hier? Heb jìj daar al dien tijd gezeten?Sero.Gezeten ja—ik zit. Nee, loop niet achteruit—ik zit sekuur—en dan ik doe geen schepsel ook maar zóóveel kwaad … Dat weet jij toch.…Soldenier.Wel allemachtig—is dat, dat aapmensch, ook een van je klanten?Sero.Ja, ja. Een van ’r alleroudste—waar of niet, Regien! Al was ’k niet de eerste, waar of niet, Regien? ’t Spijt me machtig, dat ik heb gestoord.… Ga zitten, menschen … En praat rustig verder!…(geeuwt)… Ik heb—m’n kaken springen van mekander—’n slaap, ’n goddelooze slaap of ’k tién roezen uit moet slapen … Geneer je niet—ik speel geen luistervink, Regien …(zet zich weer op de bank met den rug naar de anderen gekeerd).Rakker.Ken jij dat heer?Regina.(vinger op den mond)… Dat is—dat is …Soldenier.…Dat is ’r minteneur![389]Sero(’t hoofd naar de tralies)… Nee, nee—ik ben de vader van ’r kind—èn, als ’k me niet bedrieg—en ’t niet verkeerd geboekt staat in de folianten van den godgezant, die ons voor weinig penningen—te spotgoedkoop, voorwaar, voorwaar!—zijn allerheiligste zegen gaf—en zij ’t zich nog herinnert (ik zelf was het haast kwijt!)—en jullie twee ’t niet aan iedereen verklapt: ik ben, ik ben ’r lijfelijke man, ’r màn.… Ja, Ja—ha, ha!—’t was voor zestien jaar en zeven maanden en dertien dagen—in Mei—als elke vogel legt ’n ei—in Mei, datwijde voorste vingers van twee rechterhanden (tweemaal twee is tien) naar den hemel staken—omdat, omdat ons, òns kind op komst was—òns kind, niet waar, Regien.… Ja, ja—en nou—en nou.…Soldenier.En nou?.… Nou visch je achter ’t net, ha-ha-ha!Rakker.Nou draagt-ie op z’n test ’n honderd hoornen, ha-ha-ha!Soldenier.Nou heeft-ie òns daar net gesnapt, ha-ha-ha!Rakker.Nou zit-ie op z’n sokken in ’n kooi, ha-ha-ha!Soldenier.En geeft je pootjes, als je ’t vriendlijk vraagt, Regien, ha-ha-ha! En wacht zìjn beurt om in je armen weer te leggen, ha-ha-ha!Sero.Ik heb geen bek voor dàt soort spek!(zij schopt[390]achter het koord de schoenen weg)Eerst hij, nou jij! Alle negen! Dat wordt ’n kegelspel met schoenen die de tand des tijds nog beter dan ik zelf doorstonden! Ben je ontstemd, Regien, of is ’t de vreugde van ’t wederzien, na zooveel jaren?Regina(kwaadaardig).Ik zou van leut en lol wel kunnen dansen! Dat merkt-ie nog niet eens! Dat vraagt ’t schepsel! Wil je ’t soms zwart op wit?Sero.Och nee—die twéé getuigen zijn voldoende.. En de pure, malsche blijdschap op je aangezicht!Regina.Zoo heeft-ie jaren lang, me ieder uur gesard, gehitst, gekweld.… ’n Adder heeft geen giftiger tong.… Man, man ik háát je zoo!Sero(triestig-glimlachend).Ja, ja, ’t kan verkeeren.Regina(nijdig tot Rakker).Nou! ’k Kan m’n tijd gebruiken! Moet ’k langer samen met dien kerel? Als ’k z’n lachen als ’n monster zie, is heel m’n week vergald!Sero.Als ìk vergal—vergulden andren!.… En àls ik monsterachtig lach …(rondkijkend)—wat drommel, hangt hier nergens in dit weelderig, volmaakt gemak ’n spiegelscherf, dat ik me overtuigen kan, en mogelijk zóó lamgeslagen sta, dat deze gruwellach z’n eigen dood besterft?—als ’k leelijk, onvertogen, ongepast, en jou ’n hééle week vergallend lach: ik ben geschapen met de hulp van drie—[391]door vader, moeder en door God (alleen de laatste is in leven!)—en heb me zelf niets van mijn manlijk schoons en leelijks toebedeeld, noch toegewenscht!(zij keert zich driftig om, zet zich voor de tafel)… Goed zoo! Van achter zien we niet—geen kleur, geen schoen, geen hindernis, geen kushand en geen judaslach.… De Satan voer in een der twaalf—’t staat beschreven!Regina.We zullen zien—wie ’t laatste lacht!Sero.’t Laatste lacht, wie ’t laatste leeft! Je blaast je lach uit als ’n kaars, mèt dat je laatste adem gaat!Regina.Jij niet! Jij niet!Sero.Ik niet?Regina.Jij grijnst nog in je graf!Sero.Alsjij’r op komt bidden zeker!Rakker.Ha-ha-ha! Ja, ja—dié zijn getrouwd! ’t Klopt!Soldenier.Wel selderju—dat hoor je van ’t spullevolk, als ’t jaarmarkt is, niet beter! Kischt! Kischt!.… Laat je niet plukken, meid!Rakker.Vooruit! Toe dan, ha-ha-ha! ’t Liep zoo lekker en gesmeerd! Leg je ’t af, Regien?Regina.Ik wreek me wel—vandaag of morgen.[392]Sero.Vandaag! Dat ’s dichterbij en houdt ’t vuurtje warm!Regina.Klets toe—ik zeg geen woord, geen woord meer!Sero.Geen woord? Dat is ’t einde. Want in den Beginne wàs het Woord.…Soldenier.Ach gekke kerel loop!Sero.Als ik maar loopen kòn!Rakker.Dan liep zij kwispelstaartend met je mee, ha-ha-ha!(zakt lachend van de bank op den grond).Regina.Met dien stumper, dat gedrocht, dat hatelijk verschijnsel, dat mirakel, dat ellendig wurm, ha-ha!Sero.Let op—dàt was ’r láátste woord!Soldenier.Regien, Regien!(schatert met den Rakker)
Derde Tooneel.De vorigen, Regina, eerste Rakker.Rakker.En vlug wat!(zij zet zich op de bank)Nee, daar niet!… Dáár!Regina.Daar? Waar?Rakker.Sta op![385]Regina.Mensch, man—’k ben bek-af …Rakker.Mot ’k geweld?…Regina.(op de bank haar mouw opstroopend)Of je geweld gebruiken moet?… Nog meer geweld?… Je kompleete tien gebojen staan ’r in!(’r rok optillend, dat de kuitzichtbaarwordt)En m’n rokken heb je afgetrapt of ’t dwijlen waren!Rakker.(tot Soldenier)… Dat vertelt de sloeber nou alleen om ’r kuiten te laten zien, hahaha!Soldenier.(naast haar zittend)… Schoone joffer—ik zou ’r ’n eed op doen, dat we mekaar van héél dichtbij hebben gekend.Regina.(hem op de knie kloppend)Hahaha!… Ik ook! Jij ben de man met ’n moedervlek als ’n muis!Soldenier.Klopt!.… Dan ben jij.…Regina.Ja! Ja! Hahaha!(den Rakker die haar in de wang knijpt ’n tik op de hand gevend).Wel allemachtig! Buiten knijpen.…(toont haar arm aan den Soldenier die er een zoen op geeft).…binnen aaien—ben jij gek!Rakker.Buiten riep m’n plicht—en als die roept, ben ik ’n slaaf—maar binnen, binnen.… word ’k mensch en ieder mensch is zwak, ha-ha-ha!(zet zich ook op de bank).[386]Regina(tusschen de twee in).… Kerels, kerels, jullie doen als vliegen bij de suiker! Toe schuif wat op!(tot Soldenier).Wat zeg jij van zoo’n sallemander, zoo’n verdraaiden judas(den Rakker ’n tik gevend)—handen thuis!—zoo’n gedrocht?.… Dat komt me halen—of ’k wil of niet!—dat sleept me mee, met honderd menschen op m’n hielen—zegt niet waarvoor.…Rakker.Hoe weet ìk dat, m’n toet? Als mij gelast wordt: haal je vrouw, of haal ’r moeder’s moer—dan vraag ik niet, dan weet ik niet, dan klets ik niet—dan hààl ik—en soms haal ik met plezier …(legt arm om haar middel).Soldenier.(dien wegduwend).… Ho! Ho!.… Die plaats die is bezet.Rakker.Wat is bezet?Soldenier(lachend).Ik heb de oudste rechten!Rakker.Nee ik! Want ik moet toezicht op ’r houen!Soldenier.Wie van ons twee heeft de klandizie vanl’amour?.… Nou zeg ’t zelf, Regien—zoo heet je toch?Regina.Toe, toe!… Twéé knieën is te veel! Vindt jij dat lekker in die warmte?… ’k Ben smòòr op wie ’t meeste dokt! Dok jij—dokt hij—ìk hou m’n hand. Jij ben ’n knappe vent—en jij ’n schat..[387]Als ’k hier(bootst met de handen een bascuul na)—als ’k hier, ha-ha-ha!, jouw hart hou, híer ’t jouwe—dan gaat de weegschaal op en neer—dan ben ’k op jou verkikkerd en op jou verzeten—razend met jou en door ’t dolle heen met jòù!..! Is jouw beurs ’t zwaarst, dan doe ik zoo—en is de jouwe stevig, zoo! Ha-ha-ha: die twéé paar schelvischoogen!…Soldenier.Dus krengekop: jij heb geen zoetelief?..Rakker.Geen(bluffend).… die jij naar zijn snor en oogen kijkt? En die z’n beentjes vrij uit in je bedje steekt, ha-ha-ha!Regina.Nee, kerels, nee! Die tijd die is voorbij! Schenkt jou de bakker brood en wat je verder met ’t draaien aan dat ding(bootst z’n gepluk aan de snorharen na)komt vragen? Stopt jou de slager spek en worst en Zaterdags ’n pondje lenden in je léége handen? Geeft jou je huisjesmelker zoomaar onderdak? Waar werk jij met je oogen en je snor ’n borrel los, ha-ha-ha? Nee, kerels—’k ben niet gekker dan ’n ander, niet stommer en niet braver! O zoo! ha-ha-ha!… Wie alles uit z’n huis draagt gaat failliet—wie open tafel houdt, krijgt zelf geen kluiven en wie—ach Jezis, jongens, ’t is zoo warm!—wie van de lucht wil leven, eet zich geen spekrug(den rug van den Soldenier bekloppend)en geen buik van negen maanden, ha-ha-ha!(klopt den Rakker op z’n buik).Soldenier(zich lachend omdraaiend).Nou grappenmaker in je kooi—heb jij je tong verloren? Hééé![388]’k Heb ’t tegen jou! Durf jij niet naar dat prachtwijf kijken, dat je ons je ribbenkast van achter toont?Sero.(zich naar hen toekeerend).M’n ooren zien meer dan me lief is …(tot Regina, die angstig opgesprongen is).Goeien dag. Wel geslapen, Regina, koningin van den nacht? Niet van me gedroomd..?Regina.Jij hier? Heb jìj daar al dien tijd gezeten?Sero.Gezeten ja—ik zit. Nee, loop niet achteruit—ik zit sekuur—en dan ik doe geen schepsel ook maar zóóveel kwaad … Dat weet jij toch.…Soldenier.Wel allemachtig—is dat, dat aapmensch, ook een van je klanten?Sero.Ja, ja. Een van ’r alleroudste—waar of niet, Regien! Al was ’k niet de eerste, waar of niet, Regien? ’t Spijt me machtig, dat ik heb gestoord.… Ga zitten, menschen … En praat rustig verder!…(geeuwt)… Ik heb—m’n kaken springen van mekander—’n slaap, ’n goddelooze slaap of ’k tién roezen uit moet slapen … Geneer je niet—ik speel geen luistervink, Regien …(zet zich weer op de bank met den rug naar de anderen gekeerd).Rakker.Ken jij dat heer?Regina.(vinger op den mond)… Dat is—dat is …Soldenier.…Dat is ’r minteneur![389]Sero(’t hoofd naar de tralies)… Nee, nee—ik ben de vader van ’r kind—èn, als ’k me niet bedrieg—en ’t niet verkeerd geboekt staat in de folianten van den godgezant, die ons voor weinig penningen—te spotgoedkoop, voorwaar, voorwaar!—zijn allerheiligste zegen gaf—en zij ’t zich nog herinnert (ik zelf was het haast kwijt!)—en jullie twee ’t niet aan iedereen verklapt: ik ben, ik ben ’r lijfelijke man, ’r màn.… Ja, Ja—ha, ha!—’t was voor zestien jaar en zeven maanden en dertien dagen—in Mei—als elke vogel legt ’n ei—in Mei, datwijde voorste vingers van twee rechterhanden (tweemaal twee is tien) naar den hemel staken—omdat, omdat ons, òns kind op komst was—òns kind, niet waar, Regien.… Ja, ja—en nou—en nou.…Soldenier.En nou?.… Nou visch je achter ’t net, ha-ha-ha!Rakker.Nou draagt-ie op z’n test ’n honderd hoornen, ha-ha-ha!Soldenier.Nou heeft-ie òns daar net gesnapt, ha-ha-ha!Rakker.Nou zit-ie op z’n sokken in ’n kooi, ha-ha-ha!Soldenier.En geeft je pootjes, als je ’t vriendlijk vraagt, Regien, ha-ha-ha! En wacht zìjn beurt om in je armen weer te leggen, ha-ha-ha!Sero.Ik heb geen bek voor dàt soort spek!(zij schopt[390]achter het koord de schoenen weg)Eerst hij, nou jij! Alle negen! Dat wordt ’n kegelspel met schoenen die de tand des tijds nog beter dan ik zelf doorstonden! Ben je ontstemd, Regien, of is ’t de vreugde van ’t wederzien, na zooveel jaren?Regina(kwaadaardig).Ik zou van leut en lol wel kunnen dansen! Dat merkt-ie nog niet eens! Dat vraagt ’t schepsel! Wil je ’t soms zwart op wit?Sero.Och nee—die twéé getuigen zijn voldoende.. En de pure, malsche blijdschap op je aangezicht!Regina.Zoo heeft-ie jaren lang, me ieder uur gesard, gehitst, gekweld.… ’n Adder heeft geen giftiger tong.… Man, man ik háát je zoo!Sero(triestig-glimlachend).Ja, ja, ’t kan verkeeren.Regina(nijdig tot Rakker).Nou! ’k Kan m’n tijd gebruiken! Moet ’k langer samen met dien kerel? Als ’k z’n lachen als ’n monster zie, is heel m’n week vergald!Sero.Als ìk vergal—vergulden andren!.… En àls ik monsterachtig lach …(rondkijkend)—wat drommel, hangt hier nergens in dit weelderig, volmaakt gemak ’n spiegelscherf, dat ik me overtuigen kan, en mogelijk zóó lamgeslagen sta, dat deze gruwellach z’n eigen dood besterft?—als ’k leelijk, onvertogen, ongepast, en jou ’n hééle week vergallend lach: ik ben geschapen met de hulp van drie—[391]door vader, moeder en door God (alleen de laatste is in leven!)—en heb me zelf niets van mijn manlijk schoons en leelijks toebedeeld, noch toegewenscht!(zij keert zich driftig om, zet zich voor de tafel)… Goed zoo! Van achter zien we niet—geen kleur, geen schoen, geen hindernis, geen kushand en geen judaslach.… De Satan voer in een der twaalf—’t staat beschreven!Regina.We zullen zien—wie ’t laatste lacht!Sero.’t Laatste lacht, wie ’t laatste leeft! Je blaast je lach uit als ’n kaars, mèt dat je laatste adem gaat!Regina.Jij niet! Jij niet!Sero.Ik niet?Regina.Jij grijnst nog in je graf!Sero.Alsjij’r op komt bidden zeker!Rakker.Ha-ha-ha! Ja, ja—dié zijn getrouwd! ’t Klopt!Soldenier.Wel selderju—dat hoor je van ’t spullevolk, als ’t jaarmarkt is, niet beter! Kischt! Kischt!.… Laat je niet plukken, meid!Rakker.Vooruit! Toe dan, ha-ha-ha! ’t Liep zoo lekker en gesmeerd! Leg je ’t af, Regien?Regina.Ik wreek me wel—vandaag of morgen.[392]Sero.Vandaag! Dat ’s dichterbij en houdt ’t vuurtje warm!Regina.Klets toe—ik zeg geen woord, geen woord meer!Sero.Geen woord? Dat is ’t einde. Want in den Beginne wàs het Woord.…Soldenier.Ach gekke kerel loop!Sero.Als ik maar loopen kòn!Rakker.Dan liep zij kwispelstaartend met je mee, ha-ha-ha!(zakt lachend van de bank op den grond).Regina.Met dien stumper, dat gedrocht, dat hatelijk verschijnsel, dat mirakel, dat ellendig wurm, ha-ha!Sero.Let op—dàt was ’r láátste woord!Soldenier.Regien, Regien!(schatert met den Rakker)
De vorigen, Regina, eerste Rakker.
Rakker.En vlug wat!(zij zet zich op de bank)Nee, daar niet!… Dáár!
Rakker.En vlug wat!(zij zet zich op de bank)Nee, daar niet!… Dáár!
Regina.Daar? Waar?
Regina.Daar? Waar?
Rakker.Sta op!
Rakker.Sta op!
[385]
Regina.Mensch, man—’k ben bek-af …
Regina.Mensch, man—’k ben bek-af …
Rakker.Mot ’k geweld?…
Rakker.Mot ’k geweld?…
Regina.(op de bank haar mouw opstroopend)Of je geweld gebruiken moet?… Nog meer geweld?… Je kompleete tien gebojen staan ’r in!(’r rok optillend, dat de kuitzichtbaarwordt)En m’n rokken heb je afgetrapt of ’t dwijlen waren!
Regina.(op de bank haar mouw opstroopend)Of je geweld gebruiken moet?… Nog meer geweld?… Je kompleete tien gebojen staan ’r in!(’r rok optillend, dat de kuitzichtbaarwordt)En m’n rokken heb je afgetrapt of ’t dwijlen waren!
Rakker.(tot Soldenier)… Dat vertelt de sloeber nou alleen om ’r kuiten te laten zien, hahaha!
Rakker.(tot Soldenier)… Dat vertelt de sloeber nou alleen om ’r kuiten te laten zien, hahaha!
Soldenier.(naast haar zittend)… Schoone joffer—ik zou ’r ’n eed op doen, dat we mekaar van héél dichtbij hebben gekend.
Soldenier.(naast haar zittend)… Schoone joffer—ik zou ’r ’n eed op doen, dat we mekaar van héél dichtbij hebben gekend.
Regina.(hem op de knie kloppend)Hahaha!… Ik ook! Jij ben de man met ’n moedervlek als ’n muis!
Regina.(hem op de knie kloppend)Hahaha!… Ik ook! Jij ben de man met ’n moedervlek als ’n muis!
Soldenier.Klopt!.… Dan ben jij.…
Soldenier.Klopt!.… Dan ben jij.…
Regina.Ja! Ja! Hahaha!(den Rakker die haar in de wang knijpt ’n tik op de hand gevend).Wel allemachtig! Buiten knijpen.…(toont haar arm aan den Soldenier die er een zoen op geeft).…binnen aaien—ben jij gek!
Regina.Ja! Ja! Hahaha!(den Rakker die haar in de wang knijpt ’n tik op de hand gevend).Wel allemachtig! Buiten knijpen.…(toont haar arm aan den Soldenier die er een zoen op geeft).…binnen aaien—ben jij gek!
Rakker.Buiten riep m’n plicht—en als die roept, ben ik ’n slaaf—maar binnen, binnen.… word ’k mensch en ieder mensch is zwak, ha-ha-ha!(zet zich ook op de bank).
Rakker.Buiten riep m’n plicht—en als die roept, ben ik ’n slaaf—maar binnen, binnen.… word ’k mensch en ieder mensch is zwak, ha-ha-ha!(zet zich ook op de bank).
[386]
Regina(tusschen de twee in).… Kerels, kerels, jullie doen als vliegen bij de suiker! Toe schuif wat op!(tot Soldenier).Wat zeg jij van zoo’n sallemander, zoo’n verdraaiden judas(den Rakker ’n tik gevend)—handen thuis!—zoo’n gedrocht?.… Dat komt me halen—of ’k wil of niet!—dat sleept me mee, met honderd menschen op m’n hielen—zegt niet waarvoor.…
Regina(tusschen de twee in).… Kerels, kerels, jullie doen als vliegen bij de suiker! Toe schuif wat op!(tot Soldenier).Wat zeg jij van zoo’n sallemander, zoo’n verdraaiden judas(den Rakker ’n tik gevend)—handen thuis!—zoo’n gedrocht?.… Dat komt me halen—of ’k wil of niet!—dat sleept me mee, met honderd menschen op m’n hielen—zegt niet waarvoor.…
Rakker.Hoe weet ìk dat, m’n toet? Als mij gelast wordt: haal je vrouw, of haal ’r moeder’s moer—dan vraag ik niet, dan weet ik niet, dan klets ik niet—dan hààl ik—en soms haal ik met plezier …(legt arm om haar middel).
Rakker.Hoe weet ìk dat, m’n toet? Als mij gelast wordt: haal je vrouw, of haal ’r moeder’s moer—dan vraag ik niet, dan weet ik niet, dan klets ik niet—dan hààl ik—en soms haal ik met plezier …(legt arm om haar middel).
Soldenier.(dien wegduwend).… Ho! Ho!.… Die plaats die is bezet.
Soldenier.(dien wegduwend).… Ho! Ho!.… Die plaats die is bezet.
Rakker.Wat is bezet?
Rakker.Wat is bezet?
Soldenier(lachend).Ik heb de oudste rechten!
Soldenier(lachend).Ik heb de oudste rechten!
Rakker.Nee ik! Want ik moet toezicht op ’r houen!
Rakker.Nee ik! Want ik moet toezicht op ’r houen!
Soldenier.Wie van ons twee heeft de klandizie vanl’amour?.… Nou zeg ’t zelf, Regien—zoo heet je toch?
Soldenier.Wie van ons twee heeft de klandizie vanl’amour?.… Nou zeg ’t zelf, Regien—zoo heet je toch?
Regina.Toe, toe!… Twéé knieën is te veel! Vindt jij dat lekker in die warmte?… ’k Ben smòòr op wie ’t meeste dokt! Dok jij—dokt hij—ìk hou m’n hand. Jij ben ’n knappe vent—en jij ’n schat..[387]Als ’k hier(bootst met de handen een bascuul na)—als ’k hier, ha-ha-ha!, jouw hart hou, híer ’t jouwe—dan gaat de weegschaal op en neer—dan ben ’k op jou verkikkerd en op jou verzeten—razend met jou en door ’t dolle heen met jòù!..! Is jouw beurs ’t zwaarst, dan doe ik zoo—en is de jouwe stevig, zoo! Ha-ha-ha: die twéé paar schelvischoogen!…
Regina.Toe, toe!… Twéé knieën is te veel! Vindt jij dat lekker in die warmte?… ’k Ben smòòr op wie ’t meeste dokt! Dok jij—dokt hij—ìk hou m’n hand. Jij ben ’n knappe vent—en jij ’n schat..[387]Als ’k hier(bootst met de handen een bascuul na)—als ’k hier, ha-ha-ha!, jouw hart hou, híer ’t jouwe—dan gaat de weegschaal op en neer—dan ben ’k op jou verkikkerd en op jou verzeten—razend met jou en door ’t dolle heen met jòù!..! Is jouw beurs ’t zwaarst, dan doe ik zoo—en is de jouwe stevig, zoo! Ha-ha-ha: die twéé paar schelvischoogen!…
Soldenier.Dus krengekop: jij heb geen zoetelief?..
Soldenier.Dus krengekop: jij heb geen zoetelief?..
Rakker.Geen(bluffend).… die jij naar zijn snor en oogen kijkt? En die z’n beentjes vrij uit in je bedje steekt, ha-ha-ha!
Rakker.Geen(bluffend).… die jij naar zijn snor en oogen kijkt? En die z’n beentjes vrij uit in je bedje steekt, ha-ha-ha!
Regina.Nee, kerels, nee! Die tijd die is voorbij! Schenkt jou de bakker brood en wat je verder met ’t draaien aan dat ding(bootst z’n gepluk aan de snorharen na)komt vragen? Stopt jou de slager spek en worst en Zaterdags ’n pondje lenden in je léége handen? Geeft jou je huisjesmelker zoomaar onderdak? Waar werk jij met je oogen en je snor ’n borrel los, ha-ha-ha? Nee, kerels—’k ben niet gekker dan ’n ander, niet stommer en niet braver! O zoo! ha-ha-ha!… Wie alles uit z’n huis draagt gaat failliet—wie open tafel houdt, krijgt zelf geen kluiven en wie—ach Jezis, jongens, ’t is zoo warm!—wie van de lucht wil leven, eet zich geen spekrug(den rug van den Soldenier bekloppend)en geen buik van negen maanden, ha-ha-ha!(klopt den Rakker op z’n buik).
Regina.Nee, kerels, nee! Die tijd die is voorbij! Schenkt jou de bakker brood en wat je verder met ’t draaien aan dat ding(bootst z’n gepluk aan de snorharen na)komt vragen? Stopt jou de slager spek en worst en Zaterdags ’n pondje lenden in je léége handen? Geeft jou je huisjesmelker zoomaar onderdak? Waar werk jij met je oogen en je snor ’n borrel los, ha-ha-ha? Nee, kerels—’k ben niet gekker dan ’n ander, niet stommer en niet braver! O zoo! ha-ha-ha!… Wie alles uit z’n huis draagt gaat failliet—wie open tafel houdt, krijgt zelf geen kluiven en wie—ach Jezis, jongens, ’t is zoo warm!—wie van de lucht wil leven, eet zich geen spekrug(den rug van den Soldenier bekloppend)en geen buik van negen maanden, ha-ha-ha!(klopt den Rakker op z’n buik).
Soldenier(zich lachend omdraaiend).Nou grappenmaker in je kooi—heb jij je tong verloren? Hééé![388]’k Heb ’t tegen jou! Durf jij niet naar dat prachtwijf kijken, dat je ons je ribbenkast van achter toont?
Soldenier(zich lachend omdraaiend).Nou grappenmaker in je kooi—heb jij je tong verloren? Hééé![388]’k Heb ’t tegen jou! Durf jij niet naar dat prachtwijf kijken, dat je ons je ribbenkast van achter toont?
Sero.(zich naar hen toekeerend).M’n ooren zien meer dan me lief is …(tot Regina, die angstig opgesprongen is).Goeien dag. Wel geslapen, Regina, koningin van den nacht? Niet van me gedroomd..?
Sero.(zich naar hen toekeerend).M’n ooren zien meer dan me lief is …(tot Regina, die angstig opgesprongen is).Goeien dag. Wel geslapen, Regina, koningin van den nacht? Niet van me gedroomd..?
Regina.Jij hier? Heb jìj daar al dien tijd gezeten?
Regina.Jij hier? Heb jìj daar al dien tijd gezeten?
Sero.Gezeten ja—ik zit. Nee, loop niet achteruit—ik zit sekuur—en dan ik doe geen schepsel ook maar zóóveel kwaad … Dat weet jij toch.…
Sero.Gezeten ja—ik zit. Nee, loop niet achteruit—ik zit sekuur—en dan ik doe geen schepsel ook maar zóóveel kwaad … Dat weet jij toch.…
Soldenier.Wel allemachtig—is dat, dat aapmensch, ook een van je klanten?
Soldenier.Wel allemachtig—is dat, dat aapmensch, ook een van je klanten?
Sero.Ja, ja. Een van ’r alleroudste—waar of niet, Regien! Al was ’k niet de eerste, waar of niet, Regien? ’t Spijt me machtig, dat ik heb gestoord.… Ga zitten, menschen … En praat rustig verder!…(geeuwt)… Ik heb—m’n kaken springen van mekander—’n slaap, ’n goddelooze slaap of ’k tién roezen uit moet slapen … Geneer je niet—ik speel geen luistervink, Regien …(zet zich weer op de bank met den rug naar de anderen gekeerd).
Sero.Ja, ja. Een van ’r alleroudste—waar of niet, Regien! Al was ’k niet de eerste, waar of niet, Regien? ’t Spijt me machtig, dat ik heb gestoord.… Ga zitten, menschen … En praat rustig verder!…(geeuwt)… Ik heb—m’n kaken springen van mekander—’n slaap, ’n goddelooze slaap of ’k tién roezen uit moet slapen … Geneer je niet—ik speel geen luistervink, Regien …(zet zich weer op de bank met den rug naar de anderen gekeerd).
Rakker.Ken jij dat heer?
Rakker.Ken jij dat heer?
Regina.(vinger op den mond)… Dat is—dat is …
Regina.(vinger op den mond)… Dat is—dat is …
Soldenier.…Dat is ’r minteneur!
Soldenier.…Dat is ’r minteneur!
[389]
Sero(’t hoofd naar de tralies)… Nee, nee—ik ben de vader van ’r kind—èn, als ’k me niet bedrieg—en ’t niet verkeerd geboekt staat in de folianten van den godgezant, die ons voor weinig penningen—te spotgoedkoop, voorwaar, voorwaar!—zijn allerheiligste zegen gaf—en zij ’t zich nog herinnert (ik zelf was het haast kwijt!)—en jullie twee ’t niet aan iedereen verklapt: ik ben, ik ben ’r lijfelijke man, ’r màn.… Ja, Ja—ha, ha!—’t was voor zestien jaar en zeven maanden en dertien dagen—in Mei—als elke vogel legt ’n ei—in Mei, datwijde voorste vingers van twee rechterhanden (tweemaal twee is tien) naar den hemel staken—omdat, omdat ons, òns kind op komst was—òns kind, niet waar, Regien.… Ja, ja—en nou—en nou.…
Sero(’t hoofd naar de tralies)… Nee, nee—ik ben de vader van ’r kind—èn, als ’k me niet bedrieg—en ’t niet verkeerd geboekt staat in de folianten van den godgezant, die ons voor weinig penningen—te spotgoedkoop, voorwaar, voorwaar!—zijn allerheiligste zegen gaf—en zij ’t zich nog herinnert (ik zelf was het haast kwijt!)—en jullie twee ’t niet aan iedereen verklapt: ik ben, ik ben ’r lijfelijke man, ’r màn.… Ja, Ja—ha, ha!—’t was voor zestien jaar en zeven maanden en dertien dagen—in Mei—als elke vogel legt ’n ei—in Mei, datwijde voorste vingers van twee rechterhanden (tweemaal twee is tien) naar den hemel staken—omdat, omdat ons, òns kind op komst was—òns kind, niet waar, Regien.… Ja, ja—en nou—en nou.…
Soldenier.En nou?.… Nou visch je achter ’t net, ha-ha-ha!
Soldenier.En nou?.… Nou visch je achter ’t net, ha-ha-ha!
Rakker.Nou draagt-ie op z’n test ’n honderd hoornen, ha-ha-ha!
Rakker.Nou draagt-ie op z’n test ’n honderd hoornen, ha-ha-ha!
Soldenier.Nou heeft-ie òns daar net gesnapt, ha-ha-ha!
Soldenier.Nou heeft-ie òns daar net gesnapt, ha-ha-ha!
Rakker.Nou zit-ie op z’n sokken in ’n kooi, ha-ha-ha!
Rakker.Nou zit-ie op z’n sokken in ’n kooi, ha-ha-ha!
Soldenier.En geeft je pootjes, als je ’t vriendlijk vraagt, Regien, ha-ha-ha! En wacht zìjn beurt om in je armen weer te leggen, ha-ha-ha!
Soldenier.En geeft je pootjes, als je ’t vriendlijk vraagt, Regien, ha-ha-ha! En wacht zìjn beurt om in je armen weer te leggen, ha-ha-ha!
Sero.Ik heb geen bek voor dàt soort spek!(zij schopt[390]achter het koord de schoenen weg)Eerst hij, nou jij! Alle negen! Dat wordt ’n kegelspel met schoenen die de tand des tijds nog beter dan ik zelf doorstonden! Ben je ontstemd, Regien, of is ’t de vreugde van ’t wederzien, na zooveel jaren?
Sero.Ik heb geen bek voor dàt soort spek!(zij schopt[390]achter het koord de schoenen weg)Eerst hij, nou jij! Alle negen! Dat wordt ’n kegelspel met schoenen die de tand des tijds nog beter dan ik zelf doorstonden! Ben je ontstemd, Regien, of is ’t de vreugde van ’t wederzien, na zooveel jaren?
Regina(kwaadaardig).Ik zou van leut en lol wel kunnen dansen! Dat merkt-ie nog niet eens! Dat vraagt ’t schepsel! Wil je ’t soms zwart op wit?
Regina(kwaadaardig).Ik zou van leut en lol wel kunnen dansen! Dat merkt-ie nog niet eens! Dat vraagt ’t schepsel! Wil je ’t soms zwart op wit?
Sero.Och nee—die twéé getuigen zijn voldoende.. En de pure, malsche blijdschap op je aangezicht!
Sero.Och nee—die twéé getuigen zijn voldoende.. En de pure, malsche blijdschap op je aangezicht!
Regina.Zoo heeft-ie jaren lang, me ieder uur gesard, gehitst, gekweld.… ’n Adder heeft geen giftiger tong.… Man, man ik háát je zoo!
Regina.Zoo heeft-ie jaren lang, me ieder uur gesard, gehitst, gekweld.… ’n Adder heeft geen giftiger tong.… Man, man ik háát je zoo!
Sero(triestig-glimlachend).Ja, ja, ’t kan verkeeren.
Sero(triestig-glimlachend).Ja, ja, ’t kan verkeeren.
Regina(nijdig tot Rakker).Nou! ’k Kan m’n tijd gebruiken! Moet ’k langer samen met dien kerel? Als ’k z’n lachen als ’n monster zie, is heel m’n week vergald!
Regina(nijdig tot Rakker).Nou! ’k Kan m’n tijd gebruiken! Moet ’k langer samen met dien kerel? Als ’k z’n lachen als ’n monster zie, is heel m’n week vergald!
Sero.Als ìk vergal—vergulden andren!.… En àls ik monsterachtig lach …(rondkijkend)—wat drommel, hangt hier nergens in dit weelderig, volmaakt gemak ’n spiegelscherf, dat ik me overtuigen kan, en mogelijk zóó lamgeslagen sta, dat deze gruwellach z’n eigen dood besterft?—als ’k leelijk, onvertogen, ongepast, en jou ’n hééle week vergallend lach: ik ben geschapen met de hulp van drie—[391]door vader, moeder en door God (alleen de laatste is in leven!)—en heb me zelf niets van mijn manlijk schoons en leelijks toebedeeld, noch toegewenscht!(zij keert zich driftig om, zet zich voor de tafel)… Goed zoo! Van achter zien we niet—geen kleur, geen schoen, geen hindernis, geen kushand en geen judaslach.… De Satan voer in een der twaalf—’t staat beschreven!
Sero.Als ìk vergal—vergulden andren!.… En àls ik monsterachtig lach …(rondkijkend)—wat drommel, hangt hier nergens in dit weelderig, volmaakt gemak ’n spiegelscherf, dat ik me overtuigen kan, en mogelijk zóó lamgeslagen sta, dat deze gruwellach z’n eigen dood besterft?—als ’k leelijk, onvertogen, ongepast, en jou ’n hééle week vergallend lach: ik ben geschapen met de hulp van drie—[391]door vader, moeder en door God (alleen de laatste is in leven!)—en heb me zelf niets van mijn manlijk schoons en leelijks toebedeeld, noch toegewenscht!(zij keert zich driftig om, zet zich voor de tafel)… Goed zoo! Van achter zien we niet—geen kleur, geen schoen, geen hindernis, geen kushand en geen judaslach.… De Satan voer in een der twaalf—’t staat beschreven!
Regina.We zullen zien—wie ’t laatste lacht!
Regina.We zullen zien—wie ’t laatste lacht!
Sero.’t Laatste lacht, wie ’t laatste leeft! Je blaast je lach uit als ’n kaars, mèt dat je laatste adem gaat!
Sero.’t Laatste lacht, wie ’t laatste leeft! Je blaast je lach uit als ’n kaars, mèt dat je laatste adem gaat!
Regina.Jij niet! Jij niet!
Regina.Jij niet! Jij niet!
Sero.Ik niet?
Sero.Ik niet?
Regina.Jij grijnst nog in je graf!
Regina.Jij grijnst nog in je graf!
Sero.Alsjij’r op komt bidden zeker!
Sero.Alsjij’r op komt bidden zeker!
Rakker.Ha-ha-ha! Ja, ja—dié zijn getrouwd! ’t Klopt!
Rakker.Ha-ha-ha! Ja, ja—dié zijn getrouwd! ’t Klopt!
Soldenier.Wel selderju—dat hoor je van ’t spullevolk, als ’t jaarmarkt is, niet beter! Kischt! Kischt!.… Laat je niet plukken, meid!
Soldenier.Wel selderju—dat hoor je van ’t spullevolk, als ’t jaarmarkt is, niet beter! Kischt! Kischt!.… Laat je niet plukken, meid!
Rakker.Vooruit! Toe dan, ha-ha-ha! ’t Liep zoo lekker en gesmeerd! Leg je ’t af, Regien?
Rakker.Vooruit! Toe dan, ha-ha-ha! ’t Liep zoo lekker en gesmeerd! Leg je ’t af, Regien?
Regina.Ik wreek me wel—vandaag of morgen.
Regina.Ik wreek me wel—vandaag of morgen.
[392]
Sero.Vandaag! Dat ’s dichterbij en houdt ’t vuurtje warm!
Sero.Vandaag! Dat ’s dichterbij en houdt ’t vuurtje warm!
Regina.Klets toe—ik zeg geen woord, geen woord meer!
Regina.Klets toe—ik zeg geen woord, geen woord meer!
Sero.Geen woord? Dat is ’t einde. Want in den Beginne wàs het Woord.…
Sero.Geen woord? Dat is ’t einde. Want in den Beginne wàs het Woord.…
Soldenier.Ach gekke kerel loop!
Soldenier.Ach gekke kerel loop!
Sero.Als ik maar loopen kòn!
Sero.Als ik maar loopen kòn!
Rakker.Dan liep zij kwispelstaartend met je mee, ha-ha-ha!(zakt lachend van de bank op den grond).
Rakker.Dan liep zij kwispelstaartend met je mee, ha-ha-ha!(zakt lachend van de bank op den grond).
Regina.Met dien stumper, dat gedrocht, dat hatelijk verschijnsel, dat mirakel, dat ellendig wurm, ha-ha!
Regina.Met dien stumper, dat gedrocht, dat hatelijk verschijnsel, dat mirakel, dat ellendig wurm, ha-ha!
Sero.Let op—dàt was ’r láátste woord!
Sero.Let op—dàt was ’r láátste woord!
Soldenier.Regien, Regien!(schatert met den Rakker)
Soldenier.Regien, Regien!(schatert met den Rakker)
[Inhoud]Vierde tooneel.De vorigen, Hopman.Hopman.(op door de gaanderij).Wat is dat?(tot Rakker)Wat zit jij op den grond?… En jij—is dat jouw plaats?.… En hoort die vrouw daar achter?[393]Rakker.(terwijl de Soldenier naar venster wijkt).Ik was—ik was gevallen, hopman …Sero.Ja, ja—dat kan ’k getuigen—’r zijn ’r meer gevallen hier …Hopman.Mond gehouen allemaal!(tot Regina)Weg jij daar!(tot Rakker)Wat had ik jou gelast?Rakker.Ik heb ’r minstens twintig keer gezeid(naar het linkerhok wijzend)daar in te gaan …Regina.…Dat liegt-ie.Rakker.Lieg ik, Soldenier?Soldenier.Ik heb ’t gehoord.Sero.Ha-ha-ha!Hopman.Wel alle duivels, is dat hier ’n bende! Als jij nog even kikt, dan sla ’k je in de boeien!Sero.O, mocht ’t niet?Hopman.Nee—hier mag niks!Sero.Niks is niet veel—maar als je ’t eenmaal weet genoeg.Hopman.(tot Soldenier)Marsch! Ingerukt! Daar in ’t wachtlokaal! En vlug! (tot Rakker) En jij, jij zal je uur onthouden …(Soldenier af).[394]Rakker.…Ik heb ’r dertig maal misschien …Hopman.(met driftig gebaar)Dat ’s dertig maal te veel! Jij heb te dóén en niet te laten! Rechtsomkeer en marsch!(Rakker af)En jij vooruit!(Smijt traliedeur voor Regina open)Versta je niet?Regina.Ik heb toch niet gestolen, niet gebedeld, ben niet dronken langs den weg gegaan—ik heb geen nachtrumoer …Hopman.… Asjeblief.Regina.… Wat heb ’k dan gedaan?Hopman.Dat zal je later hooren!(trapt de schoenen).Sero.Die arme schoenen maken nog de reis rondom de wereld.Regina.Nee—ik verdraai ’t!Hopman.Wat zeg jij?… Wil jij niet?… Heb jij ’n wil?(grijpt haar bij den arm)… Een, twee …
Vierde tooneel.De vorigen, Hopman.Hopman.(op door de gaanderij).Wat is dat?(tot Rakker)Wat zit jij op den grond?… En jij—is dat jouw plaats?.… En hoort die vrouw daar achter?[393]Rakker.(terwijl de Soldenier naar venster wijkt).Ik was—ik was gevallen, hopman …Sero.Ja, ja—dat kan ’k getuigen—’r zijn ’r meer gevallen hier …Hopman.Mond gehouen allemaal!(tot Regina)Weg jij daar!(tot Rakker)Wat had ik jou gelast?Rakker.Ik heb ’r minstens twintig keer gezeid(naar het linkerhok wijzend)daar in te gaan …Regina.…Dat liegt-ie.Rakker.Lieg ik, Soldenier?Soldenier.Ik heb ’t gehoord.Sero.Ha-ha-ha!Hopman.Wel alle duivels, is dat hier ’n bende! Als jij nog even kikt, dan sla ’k je in de boeien!Sero.O, mocht ’t niet?Hopman.Nee—hier mag niks!Sero.Niks is niet veel—maar als je ’t eenmaal weet genoeg.Hopman.(tot Soldenier)Marsch! Ingerukt! Daar in ’t wachtlokaal! En vlug! (tot Rakker) En jij, jij zal je uur onthouden …(Soldenier af).[394]Rakker.…Ik heb ’r dertig maal misschien …Hopman.(met driftig gebaar)Dat ’s dertig maal te veel! Jij heb te dóén en niet te laten! Rechtsomkeer en marsch!(Rakker af)En jij vooruit!(Smijt traliedeur voor Regina open)Versta je niet?Regina.Ik heb toch niet gestolen, niet gebedeld, ben niet dronken langs den weg gegaan—ik heb geen nachtrumoer …Hopman.… Asjeblief.Regina.… Wat heb ’k dan gedaan?Hopman.Dat zal je later hooren!(trapt de schoenen).Sero.Die arme schoenen maken nog de reis rondom de wereld.Regina.Nee—ik verdraai ’t!Hopman.Wat zeg jij?… Wil jij niet?… Heb jij ’n wil?(grijpt haar bij den arm)… Een, twee …
De vorigen, Hopman.
Hopman.(op door de gaanderij).Wat is dat?(tot Rakker)Wat zit jij op den grond?… En jij—is dat jouw plaats?.… En hoort die vrouw daar achter?
Hopman.(op door de gaanderij).Wat is dat?(tot Rakker)Wat zit jij op den grond?… En jij—is dat jouw plaats?.… En hoort die vrouw daar achter?
[393]
Rakker.(terwijl de Soldenier naar venster wijkt).Ik was—ik was gevallen, hopman …
Rakker.(terwijl de Soldenier naar venster wijkt).Ik was—ik was gevallen, hopman …
Sero.Ja, ja—dat kan ’k getuigen—’r zijn ’r meer gevallen hier …
Sero.Ja, ja—dat kan ’k getuigen—’r zijn ’r meer gevallen hier …
Hopman.Mond gehouen allemaal!(tot Regina)Weg jij daar!(tot Rakker)Wat had ik jou gelast?
Hopman.Mond gehouen allemaal!(tot Regina)Weg jij daar!(tot Rakker)Wat had ik jou gelast?
Rakker.Ik heb ’r minstens twintig keer gezeid(naar het linkerhok wijzend)daar in te gaan …
Rakker.Ik heb ’r minstens twintig keer gezeid(naar het linkerhok wijzend)daar in te gaan …
Regina.…Dat liegt-ie.
Regina.…Dat liegt-ie.
Rakker.Lieg ik, Soldenier?
Rakker.Lieg ik, Soldenier?
Soldenier.Ik heb ’t gehoord.
Soldenier.Ik heb ’t gehoord.
Sero.Ha-ha-ha!
Sero.Ha-ha-ha!
Hopman.Wel alle duivels, is dat hier ’n bende! Als jij nog even kikt, dan sla ’k je in de boeien!
Hopman.Wel alle duivels, is dat hier ’n bende! Als jij nog even kikt, dan sla ’k je in de boeien!
Sero.O, mocht ’t niet?
Sero.O, mocht ’t niet?
Hopman.Nee—hier mag niks!
Hopman.Nee—hier mag niks!
Sero.Niks is niet veel—maar als je ’t eenmaal weet genoeg.
Sero.Niks is niet veel—maar als je ’t eenmaal weet genoeg.
Hopman.(tot Soldenier)Marsch! Ingerukt! Daar in ’t wachtlokaal! En vlug! (tot Rakker) En jij, jij zal je uur onthouden …(Soldenier af).
Hopman.(tot Soldenier)Marsch! Ingerukt! Daar in ’t wachtlokaal! En vlug! (tot Rakker) En jij, jij zal je uur onthouden …(Soldenier af).
[394]
Rakker.…Ik heb ’r dertig maal misschien …
Rakker.…Ik heb ’r dertig maal misschien …
Hopman.(met driftig gebaar)Dat ’s dertig maal te veel! Jij heb te dóén en niet te laten! Rechtsomkeer en marsch!(Rakker af)En jij vooruit!(Smijt traliedeur voor Regina open)Versta je niet?
Hopman.(met driftig gebaar)Dat ’s dertig maal te veel! Jij heb te dóén en niet te laten! Rechtsomkeer en marsch!(Rakker af)En jij vooruit!(Smijt traliedeur voor Regina open)Versta je niet?
Regina.Ik heb toch niet gestolen, niet gebedeld, ben niet dronken langs den weg gegaan—ik heb geen nachtrumoer …
Regina.Ik heb toch niet gestolen, niet gebedeld, ben niet dronken langs den weg gegaan—ik heb geen nachtrumoer …
Hopman.… Asjeblief.
Hopman.… Asjeblief.
Regina.… Wat heb ’k dan gedaan?
Regina.… Wat heb ’k dan gedaan?
Hopman.Dat zal je later hooren!(trapt de schoenen).
Hopman.Dat zal je later hooren!(trapt de schoenen).
Sero.Die arme schoenen maken nog de reis rondom de wereld.
Sero.Die arme schoenen maken nog de reis rondom de wereld.
Regina.Nee—ik verdraai ’t!
Regina.Nee—ik verdraai ’t!
Hopman.Wat zeg jij?… Wil jij niet?… Heb jij ’n wil?(grijpt haar bij den arm)… Een, twee …
Hopman.Wat zeg jij?… Wil jij niet?… Heb jij ’n wil?(grijpt haar bij den arm)… Een, twee …
[Inhoud]Vijfde tooneel.De Regent, Hopman, Sero, Regina, laterJus.Regent.(van de trap komend)Ho! Ho! Geen drie! Maar hopman, ’t is ’n vrouw, ’n vrouw …[395]Hopman.… Geen vrouw—’n lichtekooi, Uw Excellentie!Regent.… Is dan ’n lichtekooi ’n man? Kom, kom! Jij blijft wel rustig zitten dáár, ook zonder kussen in je rug, niet waar? Geweld bij vrouwtjes, hopman, onverschillig wat ze zijn, dat heeft geen pas—tenzij—tenzij je zwaar verliefd ben en ’t torteltje niet trekkebekken wil, ha-ha-ha!(let Sero op)… Ha, onze vriend! Wees welkom, welkom!Sero.Dank u, Excellentie. ’t Zelfde. En nog meer.Regent.’t Is kostlijk weer vandaag. ’n Tikje warm, ’n beetje felle zon …(den schijn van ’t venster bedoelend)… Hindert je niet?Sero.Nee, nee. Integendeel. Waar licht is, is ook vreugd!Regent.De schalk, de schalk! Dat blijft maar goed gemutst en welbespraakt! ’t Is zeldzaam, zeldzaam! Ja, geniet ’r nog maar van. Wie weet hoe kort ’t duurt—een trapje lager houdt ’t op …Sero.De zon …Regent.… De zon, de maan, de sterretjes—en wat de grappenmakers meer in dicht en rijm bezingen … Heb je honger?[396]Sero.’k Wist niet dat dàt Uw Excellentie intresseerde …Regent.Och ja—och ja!… Hoe meen jij dat?Sero.’k Meen dat ’t duizenden en nog eens duizend—’k meen niemendal …Regent.De schalk!… Nu had-ie moeite ’t inteslikken, ha-ha-ha!(tot Jus, die de trap afgekomen, ’t laatste gehoord heeft)… Die man heeft hier(betikt z’n voorhoofd)’n koemaag, maar geen hersens—die kauwt, herkauwt en kauwt zoo ieder uur op onverteerbaar tuig! Ha-ha-ha, ’t is zeldzaam, zeldzaam!… Dus geen honger?…Sero.Nee, nee …Regent.Geen trek in jonge kiekens of een malsch aan ’t spit geroosterd boutje?Sero.De koemaag hier verdraagt die zaken niet …Regent.Geen kreeftje, rood—óók rood—van woede om de hitte van ’t water, met ’n roemer witten wijn?Sero.Daar heb ’k juist vanmorgen mee ontbeten—en heel m’n buurt tot we ’r van kikten en ik ’n graat kreeg in m’n keel.Regent.Hoor je dat, Jus—ja Hopman lach gerust!—[397]de schalk heeft kreeften met ’n graat, ’n graat—en zonder schaal gegeten! Zoo praat dat over alles, alles mee. Dat heeft verstand van staat en kerk en God weet wat—en ook van kreeft, ha-ha-ha!Sero.Als ’t dan geen graat was—en geen bastaardkreeftje—was ’t ’n schaar—en als ’t geen schaar was, was ’t ’n ander ding om in te stikken. In Godsnaam, Excellentie, eet geen kreeft!Regent.Ha-ha-ha, zoo’n levenslust! Geen honger dus?Sero.Spijt me waarachtig, néé.Regent.Dat moet dan anders worden, Jus. Dat ’s ongewoon en maakt me ongerust. ’n Man die ’t prachtig eten van mijn kok niet lust, geen honger heeft—die driemaal weigert—is te zwaar doorvoed—en vroeg of laat krijgt-ie vervetting aan z’n hart, z’n lever of z’n tong!Sero.Ja, ja—m’n tong is welgedaner dan m’n buik!Regent.Is dat niet abnormaal? En zijn we niet verplicht zoo’n kanker uit te snijden?(met gebaar naar ’n insect dat hij reeds ’n paar maal verjaagd heeft).Wat wil dat lastig dier toch bij m’n hoofd?… Heb jij geen honger, vriend, dan moet jij op dieet—en schap’lijk lang tot dat je maag weer werkt en ook je tong wat minder welgedaan doorslaat, ha-ha-ha! ’k Wed dat die kuur je helpt![398]Sero.Dus ik blijf hier?Regent.Voor onbepaalden tijd.Sero.Wel, wel—en zonder vonnis? Dat’s ’t nieuwste recht, ’n vastenavondgrap, ’n luimige inval van z’n Excellentie …Regent.Niet waar? ’n Beetje kortswijl hoort ’r bij!Sero.Ik vast zoolang die kortswijl duurt.Regent.Bezwaarlijk, vriend.Sero.Wie niet gevonnist is—en niets misdreven heeft—heeft ’t poorter-recht van iedren poorter—en móét voor schemer weer op vrije voeten gaan! ’k Ben minstens tien keer hier voor dezen heer(met gebaar naar Jus)gebracht en tien keer met beleefden groet weer losgelaten …Jus.(lachend)Dat klopt(mede met gebaar naar insect)—hij was zoo glad, zoo leep, zoo listig, Excellentie en zoo glibberig als ’n aal, dat we ’m telkens lieten glippen, om de poorterwet in eer te houden.…Regent.’n Aal vat men niet aan met schoongewasschen handen … Dat doet men met ’n scheutje zand …(beloert het insect op de tafel)… Wacht even! Stil! Ha-ha, ’k heb beet! Twee hommels in een klap. Zoo. Even drukken. Die spelen niet meer schuilei met m’n neus. O? Wil jij toch nog—toch[399]nog vliegen?… Wel ja(trekt ’n vleugel uit)Probeer ’t met één vlerk!… Daar snapt-ie niets van: kijkt me zoo beteuterd aan, of ’k onze Lieve Heer persoonlijk ben, ha-ha-ha!(tot Regina).… Ja, kom maar dichter bij … Je mag ’t wel zien!… Die is getemd, ha-ha!, en loopt m’n hand rond of-ie kreupel is … Dat komt omdat de andre vleugel ’m te lastig is … Dan die ’r ook maar af …(’t insect op tafel zettend)En kalm aan stappen—niet te wild—want op den inktpot is geen klep—en reddingsgordels heb ik niet, ha-ha! Zoo zie je, Jus, hoe je met handigheid, ’n kwajen hommel leert marscheeren, ha-ha-ha!(nijdig uitvallend tot Regina)Is jouw plaats hier?Regina.…(angstig)U zei me zelf..Regent.Ik zei jou niets, niets, niets!Hopman.Nee niets! Vlug achteruit! En op de bank gebleven!Regina.Wel allemachtig, ’k ben niet gek!Regent.(met de hand de tafel beslaand.)Hoor ik jou nog …! Wordt ’t hoogste woord door straatgespuis en wijven uit ’t bordeel gesproken!(tot Jus).Waar is ’t onwijze jong, ’t schaap, ’t kind?Jus.Dat moet benee zijn, Excellentie.Regent.Hier laten brengen!(Jus gaat naar gaanderij)Nee—wacht nog even. Die vrouw, die is te veel.Jus.Wil u …Regent.Wil u … Wil u … Wil u … Alsikgeen haast heb, hol je of ’r brand is—en als ’k angstig uitkijk waar je blijft, kruip je met looden ballen aan je beenen! Wat lach je nou? Ik maak geen pret, ben niet jouw clown!(tot Sero, die weer met den rug naar de tralies zit)… En jij! Ha-ha! Als jij niet weergaasch-rap de voorpui van je onbewoonbaar huis vertoont, zal ik je blaren laten zitten!Sero.Ik warm m’n rug in ’t uitgezochte zonnetje …Regent(tot Hopman).Haal ’m ’r uit! Kun je ’t alleen?Hopman.Dat stuk karkas regeer ’k met twee vingers, Excellentie!(tot Sero, dien hij uit de kooi trekt).Toe, maak wat voort!Sero.Dank u zeer! Ik wist wel dat Uw Excellentie haar kostbren tijd niet lang verspillen zou—en mij vóór ’t ongenoeglijk schemeruur weer op ’s lands kei zou zetten.Regent.(wenkend)Op die bank! Halt! Halt! Heeft men zijn zakken onderzocht?Hopman.Ik denk van ja …[401]Regent.Jij denkt van ja—jij denkt van nee—wie denkt ’r ooit behalve ik? Is één vermoorde koning niet genoeg? Moet ik op alles letten?Sero.(op den eenen zak wijzend).Hier, Excellentie, zit ’n bom—en daar ’n handgranaat.… Eén vinger, die den weg niet weet, in deze donkre, schrikkelijke grot—en ’n vulkaan, ’n donderslag vernielt mijn ribbekast, maar ook ’t Hoofd van Staat!Hopman.De handen op je rug!Sero.Nee, nee. Dat doe ’k liever zelf. Als u mij kietelt, schiet ik in den lach—en als ik lach, loopt ’t bommen-uurwerk af!(den eenen zak ledigend).Dat’s een.(overreikt ’n stukkenden zakdoek).M’n linnengoed, merk S. van een tot twaalf. Dat ’s twee, met minder ezelsooren dan menig hooggeleerd gezelschap!Regent.Wat is dat voor ’n godvergeten boek? Lees voor! Lees voor!Hopman.’n Boek vol dikke potloodhalen.Regent.Dat vraag ’k niet! Lees voor! Lees voor!(tot Sero)Geheim genootschap, schalk?Hopman.(lezend)„Wij hebben (hier is wat doorgehaald) den, den … (dat is onleesbaar!)… den strijd tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld”…[402]Regent.Staat dat ’r woordelijk?Hopman.Woordelijk!Regent.Je legt daar op beslag!Sero.Dat is ’n eeuw of wat te laat—’t is te zwaar verspreid—In ieder huis leit ’t met netter kaft op tafel, te pronk, te pronk—en ook Uw Excellentie heeft ’t eens gelezen …Regent.(’t Boek dat de Hopman voor hem op tafel legt, op den grond werpend)’t Nieuwe testament, ’t testament!(tot Hopman)Ben jij versuft of doe je mee aan drieste grappen, ezel, lomperd!Hopman.U zei: lees voor—ik zag ’t wel …Regent.Hij zag ’t wel! Hij zag ’t wel! Als jij wat ziet, is ’t al lang gevlogen!(weer zacht en valsch tot Sero)Loop jij met testamenten in je zak? Is dat de nieuwste vinding, schalk? En haal jij daar in door wat jou niet past? Heb jij patent als prediker?(vinnig)Je andre zak!Sero.(dien ledig uittrekkend)… Verschijn en maak je reverentie! En zonder dubblen bodem, Excellentie. Enkel met rijm!(De Hopman geeft ’m ’n por).… O! ’k Was juist uitgesproken!(zit op de bank).Regent.Hij was zoo goed op dreef. Dat ’s jammer, hopman. ’k Hoor graag rakkers met wat overmoed.[403]Vooral als ’r ’n kleine prikkel wacht.… Je hebt soms muizen, die nog speelsch en dartel piepen, als poes licht op den loer.… Ga zitten, Jus—en sla je wetboek op—maar heel voorzichtig! De nieuwe soort die ik gekweekt—de zesvoeter met kromme beenen—kijk, kijk: hij springt waarachtig over hindernissen!—die heeft vandaag z’n laatsten vrijen dag … ’n Lijkenvlieg, hoe kwam ze hier?… ’k Heb meelij met je larven, acrobaat! Jouw nageslacht zal in geen krengen bruiloft vieren! Ho! Dezen weg! Die is versperd. Op last der overheid, hahaha!(speelt met de vlieg, half over de tafel hangend)Ja, ja,—en nu m’n andre kameraad. ’k Zou je bij m’n dressuur vergeten! Jij ben gearresteerd, omdat, omdat …Sero.… Omdat ’k wat lastig ben …Regent.Lastig néé—welnee m’n brave vriend! De wet heeft mazen en je kruipt ’r door. Dat is je recht! Je ben niet lastig: listig, lustig. Je bazelt af en toe …(tot Jus)… Wat zei-ie gister op de groote markt? Hoe was dat weer?Jus.Hij zei: ’t volk dat wordt belogen en bedrogen door iedereen …Regent.Door iedereen? Door iedereen? Uitzondring ken jij niet? Dus ik, ik als Regent, belieg, bedrieg?Sero.Als ik dàt heb gezegd verbeur ik ’t vrij gebruik van deze tong![404]Regent.Bedoelen dee je ’t evenmin?Sero.Niet dat ik weet.Regent.En denken, denken?Sero.Zelfs niet dróómen, Excellentie—en bij God, de droom is van een bandloosheid, wanneer je stevig slaapt en snurkt, om in een ijzer dwangbuis op te sluiten!Regent.Dus ik ben uitgezonderd?Sero.’k Heb niet aan u gedacht—’k zou vloeken bij mijn zwaard en bij mijn éér—als ik ’n zijgeweer bezat—en als ze op mijn eer in ’t pandjeshuis ’n tiende penning of ’n knijzer schoten!Regent.(tot de vlieg)Ho! Ho! Verboden toegang, lijkenschenner!(sarrend-zoet tot Sero)Jij ruit niet op?Sero.Beweert dat iemand? Als ik ’t dee—had die meneer me niet gehouden, voor jaar en dag?Regent.Jij scharrelt overal—langs veld en wegen—op markt en plein—in dorp en kroeg—Wat doe jij daar?Sero.Verhalen en vertellen.Regent.Vertellen? Wat?[405]Sero.Van alles, maar geen leugens. M’n vader, die door Zijn Majesteit—Zijn Majesteit is dood—hij rust in vrede!—gehangen werd, omdat-ie (vader—niet Zijn Majesteit!) anders bleef denken dan zijn tijdgenooten—en dat hardop, hardop (was-ie maar stom geboren!)—m’n vader leerde me al vroeg, al van m’n eerste jaren …Regent.Nu? Durf je niet? Wat leerde-ie?Sero.Ben ’t vergeten … ’t Een’ge wat ik me herinner, als ’k de spons hierbinnen wring—de koemaag, Excellentie!—is dat een fopspeen meerder lucht dan moedermelk bevat—en dat—en dat—laat ’s zien—en dat als je géén leugens zegt—de waarheid ongemerkt en ongevraagd en als ’n dief zoo handig in je eigen schaduw loopt …Regent.Zoo’n roover, zoo’n bandiet! Verspreekt zich nooit! Loert als ’n schildwacht op ’t onraad van z’n woorden! Heel goed! Heel goed!… Wat was ’t vanmorgen, Jus, toen ze ’m grepen?Jus.Van morgen was ’t zoo’n herrie en zoo’n volte op de markt, dat ’r met blank geklopt moest worden. Hij las ’n stuk van ’t nieuwe testament, maar las ’t zoo, zoo uit mekaar getrokken en zoo sluwtjes weer gekoppeld, zoo vol bedoeling en hiaten—als iets niet paste—dat ’t geen tekst was, maar een oproerspreek …Regent.Aha![406]Jus.’k Heb zelf gehoord hoe-ie de poorters hitste …Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer, dat staat geschreven—hij roept ’t zoo en met zoo’n haat—en op zoo’n fellen toon, of ’r geschreven stond: ze zijn gelijk!Regent.Jawel! Jawel!Jus.Hij is ’n dagelijksch gevaar—en lacht geslepen om elk verbod, om iedre wetsbepaling, iedre ordonnantie—en toch—en toch—toch is ’t nog niet gelukt …Regent.De deksel op de doos te vouwen.(tot de vlieg)Ho, deze zij!… Dus, dus: hardop beweer jij niets?Sero.Niets dat niet elkeen mag! Hardop is lokvink voor de galg—en ’k heb zoo teeder vel—(op z’n nek wijzend)hier in ’t bijzonder—vel dat al springt als ’t de zeepkwast ruikt, dat ’k liever met ’n baard van weken ga, dan met ’n gladde kin.Regent.Dan met ’n gladde kin—jij gladde vogel!Sero.Mag ik m’n schoenen nu?… Of wil Uw Excellentie dat ’t volk, de poorters, keerlen en de wijven me missen—en aan ’t vloeken slaan?Regent.Hij is vrij—dat spreekt vanzelf, voor wat-ie gister en vandaag en vroeger nognietzéi, maar dàcht, of ooknietdacht, maar droomde—de sluwe[407]vos.… Nee, laat je schoentjes nog wat rusten!(wenkt gebiedend den Hopman)Die vrouw! Die vrouw!(Hopman wenkt Rakker)Al wou je, hier op ’t slotplein, in gelijkenissen spreken—zoo dat de minderjaarge koning als z’n vader neergeschoten werd—ikheb de poorterwet bezworen,ikbreek geen eed,ikdoe alleen m’n plicht, als ’t moet, als ’t kan, als ’t openbaar belang ’t dwingt en eischt(tot de vlieg, terwijl Regina door Rakker weer binnen geleid wordt en op bank neerzit)Je eigen schuld! Heb ik je niet gewaarschuwd, smakker?(Jus buigt zich ook over den inktkoker)Wat doe je, als je ’t zwemmen niet verstaat, te duiken in den put?… Die sterft een zwàrten dood, ha-ha!…(tot Sero)Jij wordt beschuldigd …(zich onderbrekend, nijdig)Ken jij die vrouw?(Sero knikt)Niet knikken! Antwoord geven!Sero.Ik ken ’r—ja.Regent.(tot Regina)En jij? Heb jij ’n dochter van dat schepsel daar?…Regina.We waren …Regent.(met de handen op ’t koord, snerpend)Ik vraag niet wat jij was—’k vraag of je ’n dochter heb?Regina.Die hebben we … Een is gestorven …Sero.… Goddank!…[408]Regina.… Een leeft.Regent.… Dat is jóúw dochter dus?(tot Sero)En ook de jóúwe? Verkies je niet te spreken?… Blijf je zwijgen?…Sero.Och, als ik zwijg, zal iedre steen ’t roepen! Ze is m’n vrouw …Regent.En met jouw weten is die vrouw ’n lichtekooi—en laat je ’r hoereeren!…Regina.… Ik ben …Regent.… Je ben hier om je mond te houen en te blijven zitten, alsikmet andren praat!… Jij!… Wist je dat? Déélde je soms de honingkoeken en pataten, die zij je huis indroeg—deelde je bed en beurs en lippen—lief en leed, ha-ha! Had jij de kas, de tucht, bij dat òntuchtig doen? Ging je door d’achterdeur, als vóór de klink gelicht werd door ’n klant? Hoorde je niets en zag je minder nog? En had je zoo bij winterdag twee warme voeten en ’n heet-gekruide maag?Sero.(spottend)Misschien.Regent.Misschien! Misschien! Waar heb jij van geleefd in al die jaren?Sero.Van manna en van lucht—èn—hoop doet leven![409]Regent.Noteer je, Jus—ontkennen doet-ie niet …Sero.Oho—is dat de klem?… Is dat de val, en dat ’t spek? En denk je dat ’n ouwe rat met haast geen tand meer in z’n bek, onnoozelweg z’n grijzen staart daaraan verbeuren zal?… Ik heb die vrouw—mijn vrouw—in volle vijftien jaar niet meer gezien—zie ’r vandaag voor ’t eerst en—weer voor ’t laatst.Regent.En ’t kind?…Sero.Laat dat ’r buiten!Regent.Hoe oud is ze?(Sero haalt de schouders op)O, ben je dat vergeten?Sero.(dof)’k Zeg nòg eens: laat ’t kind ’r buiten …Regent.Nee, nee—’t gaat juist om ’t kind!Sero.(opstuivend)Ik zeg …Hopman.… Zitten blijven!Regent.… Of in z’n kooi!… Ei, ei—hij lacht niet meer! De snaak trekt nieuwer soort grimassen! Ik vroeg: hoe oud?… Da’s zeldzaam!… Zeldzaam, hoe ’n tong, straks vlijm geslepen, nu bot naar antwoord zoekt!(tot Regina, haar in de wang knijpend)Is jouw geheugen, zwartoog, knappe deern—jij ben de zonde waard, waarachtig, op m’n woord![410]—ook zoo wormstekig … Is ’t wonder Jus, dat ze dat mensch ’ns af en toe verschalkte?… Hoe oud of wel hoe jong?Regina.… Zeventien!Regent.Zeventien?… Dan was jij zelf niet ouwer toen je trouwde?…Regina.(driest)Jonger nog!Regent.(haar kin streelend)Ha-ha, had ik jou toen gekend! ’n Jonge duif, ’n jonge doffer, wat? De malste kippen zijn de kiekens, versch van ’t nest! De grootste gaping in de poorterwet—ja, lach maar, Jus—is dat ’t recht van d’allereersten nacht,’t jus prima noctis, is vergeten …(tot Regina)Je hoeft niet bleu en ook niet bang te zijn … Voor àlle vrouwtjes, met of zonder man, of met dozijnen, ha-ha-ha!—buig ik mijn krolschen rug! Ja, ja … Maar nu de zaken!… Je dochter heeft je dikwijls opgezocht in deze maanden, niet?Regina.Dikwijls niet—soms eens, soms tweemaal in de week.Regent.Niet meer?Regina.Nee, Excellentie.Regent.Jìj gaat vrij uit—en zonder straf—’t is niet om jóú te doen—biecht op![411]Regina.Ik heb ’r eerst ontmoet op straat—toen is ze vier, nee: vijfmaal op bezoek geweest.…Regent.…’s Avonds?.… ’s Nachts?.…Regina …’s Morgens. Dacht u dat ik—als moeder..?Regent.Ik denk.… ik denk.… Dat raakt je niet!(plots weer fel)… Zoo, zoo, ha-ha!… ’t klopt als ’n bus met wat ze ons berichtten!(tot Sero).Jij, burger Sero, wist dat niet? Jij wist niet dat je kind, je minderjaarge dochter, op bezoek ging bij ’n slet, ’n alle-kerels-lief?(tot Regina die zich verdedigen wil)—Wat ben jij anders? Hou je mond!—Jóú was dat niet bekend?Sero.Ik wist van d’ eersten keer—toen ze mekaar op straat.… ’t Andre heeft m’n kind verzwegen..Regent.Ja, ja.… Dàt antwoord wachtte ’k! Maar toen dien eersten keer—heb jij je dochter niet gezegd wat of ’r moeder was en is?Sero.Nee.Regent.Nee? Nee?Sero.Nee!Regent.Waarom niet, ridder met de waarheid—in je schaduw?[412]Sero.Waarom? Omdat—omdat ’k niet wou.Regent.Heb je dat, Jus?.… M’n hulde!.… Dat wou niet dat z’n dochter eerbaar bleef!Sero.(met dreigenden glimlach)Pas op!.…(zich inhoudend).Ho, ho—ik ging te ver.…Regent.Ja, ’t gaat te ver! Bij God, ’t gaat te ver! ’n Vader die z’n kind niet tegenhoudt op ’t ergste pad—’n minderjarig kind nog wel—zoo’n liederlijke vader.… De wet!.… Sla op de wet!Jus(glimlachend).Had ’t al aangestreept—hier staat (.… Artikel 82 Bis).… „De ouders die.…”Regent..… ’k Vraag niet van óuders—’k vraag van váders, die.…Jus.Dat’s 83 D, gewijzigd bij de wet van.…Regent.’k Vraag naar geen nummers van je wettenkraam.… Lees op!Jus.„Hij die die ’t vaderlijk gezag misbruikt, mitsgaders bij zijn kind of kindren ontucht kweekt …”Regent.Juist! Juist!Jus.…„Wordt staande het delikt uit eerstgenoemd gezag ontzet en met verlies van alle poorterrecht tot spinhuisstraf van hoogstens zeven jaar gericht.” Artikel 83 E.…[413]Regent.’t Is al genoeg! Ik dank je wel!(dicht op Sero)Glimlach je nog schavuit?Sero.Niet zoo dicht bij m’n handen, Excellentie!(lachend, om z’n verwoedheid te bedwingen)’t Is meer gebeurd, dat ’r ’n vuige moord geschiedde, ha-ha-ha!—dader onbekend, ha-ha!.…(tot den Hopman, die zich tusschen hem en den Regent plaatst, de hand aan het gevest)Ik zou dat scheermes liever laten in z’n—in z’n schulp. Ik kruip al met ’n vlotte buiging in de mijne!(zet zich weer op de bank).Regent(die achteruit-geweken is).Dat’s over ’t toppunt heen! Zag jij ’t Jus?.… Heb jij ’t opgelet? Dat dreigt!.… Dat heeft gedreigd!.… Dat heeft den moed gehad z’n vuisten op te heffen en me met oogen aan te zien, of ik—hè-hè-hè!, hè-hè-hè!—of ik z’n maat, z’n rotgezel, z’nchère confrère, hè-hè-hè!(tot den Hopman)’t Kind! Hier met de eedle erfgenaam van ’t schoone paar!… Dat heeft gedreigd, gedreigd!.…Hopman(Regina bedoelend).En die.…Regent(nijdig).Dat kind, dat kind, de dochter van dien koppelaar!Sero.Een oogenblik! Ismijnkind hiér?Regent.Ja, ja! Wij willen ’t zelve ondervragen, zelf getuigen laten. En dan.…[414]Jus.….Artikel 85, alinea vier: Wanneer zoowel de vader als de moeder ontucht plegen, wijst het Hoofd van Staat dengene aan, die in de plaats der ouders …Regent..… In te grijpen weet! Juist! Juist!(wenkt den Hopman).Sero.(glimlachend)Dus wordt mijn naam aan ’t ziek bedrijf dier vrouw gekoppeld!(met aandrang)Een oogenblik! Ik vraag, verzoek—en als ’t moet, dan sméék ’k—kan ’k meer?—om ’t kind niet te „verhooren”—niet in ’t bijzijn van ons twee.… niet onverwacht. Laat me alléén twee woorden met ’r praten!Regent.Is-ie niet stom en doof en blind en dronken!(tot den Hopman)Moet ik jou zesmaal orders geven!(Hopman wenkt Soldenier in gaanderij, die bij de poort plaats neemt. Hij zelf gaat over de trap in ’t paleis).
Vijfde tooneel.De Regent, Hopman, Sero, Regina, laterJus.Regent.(van de trap komend)Ho! Ho! Geen drie! Maar hopman, ’t is ’n vrouw, ’n vrouw …[395]Hopman.… Geen vrouw—’n lichtekooi, Uw Excellentie!Regent.… Is dan ’n lichtekooi ’n man? Kom, kom! Jij blijft wel rustig zitten dáár, ook zonder kussen in je rug, niet waar? Geweld bij vrouwtjes, hopman, onverschillig wat ze zijn, dat heeft geen pas—tenzij—tenzij je zwaar verliefd ben en ’t torteltje niet trekkebekken wil, ha-ha-ha!(let Sero op)… Ha, onze vriend! Wees welkom, welkom!Sero.Dank u, Excellentie. ’t Zelfde. En nog meer.Regent.’t Is kostlijk weer vandaag. ’n Tikje warm, ’n beetje felle zon …(den schijn van ’t venster bedoelend)… Hindert je niet?Sero.Nee, nee. Integendeel. Waar licht is, is ook vreugd!Regent.De schalk, de schalk! Dat blijft maar goed gemutst en welbespraakt! ’t Is zeldzaam, zeldzaam! Ja, geniet ’r nog maar van. Wie weet hoe kort ’t duurt—een trapje lager houdt ’t op …Sero.De zon …Regent.… De zon, de maan, de sterretjes—en wat de grappenmakers meer in dicht en rijm bezingen … Heb je honger?[396]Sero.’k Wist niet dat dàt Uw Excellentie intresseerde …Regent.Och ja—och ja!… Hoe meen jij dat?Sero.’k Meen dat ’t duizenden en nog eens duizend—’k meen niemendal …Regent.De schalk!… Nu had-ie moeite ’t inteslikken, ha-ha-ha!(tot Jus, die de trap afgekomen, ’t laatste gehoord heeft)… Die man heeft hier(betikt z’n voorhoofd)’n koemaag, maar geen hersens—die kauwt, herkauwt en kauwt zoo ieder uur op onverteerbaar tuig! Ha-ha-ha, ’t is zeldzaam, zeldzaam!… Dus geen honger?…Sero.Nee, nee …Regent.Geen trek in jonge kiekens of een malsch aan ’t spit geroosterd boutje?Sero.De koemaag hier verdraagt die zaken niet …Regent.Geen kreeftje, rood—óók rood—van woede om de hitte van ’t water, met ’n roemer witten wijn?Sero.Daar heb ’k juist vanmorgen mee ontbeten—en heel m’n buurt tot we ’r van kikten en ik ’n graat kreeg in m’n keel.Regent.Hoor je dat, Jus—ja Hopman lach gerust!—[397]de schalk heeft kreeften met ’n graat, ’n graat—en zonder schaal gegeten! Zoo praat dat over alles, alles mee. Dat heeft verstand van staat en kerk en God weet wat—en ook van kreeft, ha-ha-ha!Sero.Als ’t dan geen graat was—en geen bastaardkreeftje—was ’t ’n schaar—en als ’t geen schaar was, was ’t ’n ander ding om in te stikken. In Godsnaam, Excellentie, eet geen kreeft!Regent.Ha-ha-ha, zoo’n levenslust! Geen honger dus?Sero.Spijt me waarachtig, néé.Regent.Dat moet dan anders worden, Jus. Dat ’s ongewoon en maakt me ongerust. ’n Man die ’t prachtig eten van mijn kok niet lust, geen honger heeft—die driemaal weigert—is te zwaar doorvoed—en vroeg of laat krijgt-ie vervetting aan z’n hart, z’n lever of z’n tong!Sero.Ja, ja—m’n tong is welgedaner dan m’n buik!Regent.Is dat niet abnormaal? En zijn we niet verplicht zoo’n kanker uit te snijden?(met gebaar naar ’n insect dat hij reeds ’n paar maal verjaagd heeft).Wat wil dat lastig dier toch bij m’n hoofd?… Heb jij geen honger, vriend, dan moet jij op dieet—en schap’lijk lang tot dat je maag weer werkt en ook je tong wat minder welgedaan doorslaat, ha-ha-ha! ’k Wed dat die kuur je helpt![398]Sero.Dus ik blijf hier?Regent.Voor onbepaalden tijd.Sero.Wel, wel—en zonder vonnis? Dat’s ’t nieuwste recht, ’n vastenavondgrap, ’n luimige inval van z’n Excellentie …Regent.Niet waar? ’n Beetje kortswijl hoort ’r bij!Sero.Ik vast zoolang die kortswijl duurt.Regent.Bezwaarlijk, vriend.Sero.Wie niet gevonnist is—en niets misdreven heeft—heeft ’t poorter-recht van iedren poorter—en móét voor schemer weer op vrije voeten gaan! ’k Ben minstens tien keer hier voor dezen heer(met gebaar naar Jus)gebracht en tien keer met beleefden groet weer losgelaten …Jus.(lachend)Dat klopt(mede met gebaar naar insect)—hij was zoo glad, zoo leep, zoo listig, Excellentie en zoo glibberig als ’n aal, dat we ’m telkens lieten glippen, om de poorterwet in eer te houden.…Regent.’n Aal vat men niet aan met schoongewasschen handen … Dat doet men met ’n scheutje zand …(beloert het insect op de tafel)… Wacht even! Stil! Ha-ha, ’k heb beet! Twee hommels in een klap. Zoo. Even drukken. Die spelen niet meer schuilei met m’n neus. O? Wil jij toch nog—toch[399]nog vliegen?… Wel ja(trekt ’n vleugel uit)Probeer ’t met één vlerk!… Daar snapt-ie niets van: kijkt me zoo beteuterd aan, of ’k onze Lieve Heer persoonlijk ben, ha-ha-ha!(tot Regina).… Ja, kom maar dichter bij … Je mag ’t wel zien!… Die is getemd, ha-ha!, en loopt m’n hand rond of-ie kreupel is … Dat komt omdat de andre vleugel ’m te lastig is … Dan die ’r ook maar af …(’t insect op tafel zettend)En kalm aan stappen—niet te wild—want op den inktpot is geen klep—en reddingsgordels heb ik niet, ha-ha! Zoo zie je, Jus, hoe je met handigheid, ’n kwajen hommel leert marscheeren, ha-ha-ha!(nijdig uitvallend tot Regina)Is jouw plaats hier?Regina.…(angstig)U zei me zelf..Regent.Ik zei jou niets, niets, niets!Hopman.Nee niets! Vlug achteruit! En op de bank gebleven!Regina.Wel allemachtig, ’k ben niet gek!Regent.(met de hand de tafel beslaand.)Hoor ik jou nog …! Wordt ’t hoogste woord door straatgespuis en wijven uit ’t bordeel gesproken!(tot Jus).Waar is ’t onwijze jong, ’t schaap, ’t kind?Jus.Dat moet benee zijn, Excellentie.Regent.Hier laten brengen!(Jus gaat naar gaanderij)Nee—wacht nog even. Die vrouw, die is te veel.Jus.Wil u …Regent.Wil u … Wil u … Wil u … Alsikgeen haast heb, hol je of ’r brand is—en als ’k angstig uitkijk waar je blijft, kruip je met looden ballen aan je beenen! Wat lach je nou? Ik maak geen pret, ben niet jouw clown!(tot Sero, die weer met den rug naar de tralies zit)… En jij! Ha-ha! Als jij niet weergaasch-rap de voorpui van je onbewoonbaar huis vertoont, zal ik je blaren laten zitten!Sero.Ik warm m’n rug in ’t uitgezochte zonnetje …Regent(tot Hopman).Haal ’m ’r uit! Kun je ’t alleen?Hopman.Dat stuk karkas regeer ’k met twee vingers, Excellentie!(tot Sero, dien hij uit de kooi trekt).Toe, maak wat voort!Sero.Dank u zeer! Ik wist wel dat Uw Excellentie haar kostbren tijd niet lang verspillen zou—en mij vóór ’t ongenoeglijk schemeruur weer op ’s lands kei zou zetten.Regent.(wenkend)Op die bank! Halt! Halt! Heeft men zijn zakken onderzocht?Hopman.Ik denk van ja …[401]Regent.Jij denkt van ja—jij denkt van nee—wie denkt ’r ooit behalve ik? Is één vermoorde koning niet genoeg? Moet ik op alles letten?Sero.(op den eenen zak wijzend).Hier, Excellentie, zit ’n bom—en daar ’n handgranaat.… Eén vinger, die den weg niet weet, in deze donkre, schrikkelijke grot—en ’n vulkaan, ’n donderslag vernielt mijn ribbekast, maar ook ’t Hoofd van Staat!Hopman.De handen op je rug!Sero.Nee, nee. Dat doe ’k liever zelf. Als u mij kietelt, schiet ik in den lach—en als ik lach, loopt ’t bommen-uurwerk af!(den eenen zak ledigend).Dat’s een.(overreikt ’n stukkenden zakdoek).M’n linnengoed, merk S. van een tot twaalf. Dat ’s twee, met minder ezelsooren dan menig hooggeleerd gezelschap!Regent.Wat is dat voor ’n godvergeten boek? Lees voor! Lees voor!Hopman.’n Boek vol dikke potloodhalen.Regent.Dat vraag ’k niet! Lees voor! Lees voor!(tot Sero)Geheim genootschap, schalk?Hopman.(lezend)„Wij hebben (hier is wat doorgehaald) den, den … (dat is onleesbaar!)… den strijd tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld”…[402]Regent.Staat dat ’r woordelijk?Hopman.Woordelijk!Regent.Je legt daar op beslag!Sero.Dat is ’n eeuw of wat te laat—’t is te zwaar verspreid—In ieder huis leit ’t met netter kaft op tafel, te pronk, te pronk—en ook Uw Excellentie heeft ’t eens gelezen …Regent.(’t Boek dat de Hopman voor hem op tafel legt, op den grond werpend)’t Nieuwe testament, ’t testament!(tot Hopman)Ben jij versuft of doe je mee aan drieste grappen, ezel, lomperd!Hopman.U zei: lees voor—ik zag ’t wel …Regent.Hij zag ’t wel! Hij zag ’t wel! Als jij wat ziet, is ’t al lang gevlogen!(weer zacht en valsch tot Sero)Loop jij met testamenten in je zak? Is dat de nieuwste vinding, schalk? En haal jij daar in door wat jou niet past? Heb jij patent als prediker?(vinnig)Je andre zak!Sero.(dien ledig uittrekkend)… Verschijn en maak je reverentie! En zonder dubblen bodem, Excellentie. Enkel met rijm!(De Hopman geeft ’m ’n por).… O! ’k Was juist uitgesproken!(zit op de bank).Regent.Hij was zoo goed op dreef. Dat ’s jammer, hopman. ’k Hoor graag rakkers met wat overmoed.[403]Vooral als ’r ’n kleine prikkel wacht.… Je hebt soms muizen, die nog speelsch en dartel piepen, als poes licht op den loer.… Ga zitten, Jus—en sla je wetboek op—maar heel voorzichtig! De nieuwe soort die ik gekweekt—de zesvoeter met kromme beenen—kijk, kijk: hij springt waarachtig over hindernissen!—die heeft vandaag z’n laatsten vrijen dag … ’n Lijkenvlieg, hoe kwam ze hier?… ’k Heb meelij met je larven, acrobaat! Jouw nageslacht zal in geen krengen bruiloft vieren! Ho! Dezen weg! Die is versperd. Op last der overheid, hahaha!(speelt met de vlieg, half over de tafel hangend)Ja, ja,—en nu m’n andre kameraad. ’k Zou je bij m’n dressuur vergeten! Jij ben gearresteerd, omdat, omdat …Sero.… Omdat ’k wat lastig ben …Regent.Lastig néé—welnee m’n brave vriend! De wet heeft mazen en je kruipt ’r door. Dat is je recht! Je ben niet lastig: listig, lustig. Je bazelt af en toe …(tot Jus)… Wat zei-ie gister op de groote markt? Hoe was dat weer?Jus.Hij zei: ’t volk dat wordt belogen en bedrogen door iedereen …Regent.Door iedereen? Door iedereen? Uitzondring ken jij niet? Dus ik, ik als Regent, belieg, bedrieg?Sero.Als ik dàt heb gezegd verbeur ik ’t vrij gebruik van deze tong![404]Regent.Bedoelen dee je ’t evenmin?Sero.Niet dat ik weet.Regent.En denken, denken?Sero.Zelfs niet dróómen, Excellentie—en bij God, de droom is van een bandloosheid, wanneer je stevig slaapt en snurkt, om in een ijzer dwangbuis op te sluiten!Regent.Dus ik ben uitgezonderd?Sero.’k Heb niet aan u gedacht—’k zou vloeken bij mijn zwaard en bij mijn éér—als ik ’n zijgeweer bezat—en als ze op mijn eer in ’t pandjeshuis ’n tiende penning of ’n knijzer schoten!Regent.(tot de vlieg)Ho! Ho! Verboden toegang, lijkenschenner!(sarrend-zoet tot Sero)Jij ruit niet op?Sero.Beweert dat iemand? Als ik ’t dee—had die meneer me niet gehouden, voor jaar en dag?Regent.Jij scharrelt overal—langs veld en wegen—op markt en plein—in dorp en kroeg—Wat doe jij daar?Sero.Verhalen en vertellen.Regent.Vertellen? Wat?[405]Sero.Van alles, maar geen leugens. M’n vader, die door Zijn Majesteit—Zijn Majesteit is dood—hij rust in vrede!—gehangen werd, omdat-ie (vader—niet Zijn Majesteit!) anders bleef denken dan zijn tijdgenooten—en dat hardop, hardop (was-ie maar stom geboren!)—m’n vader leerde me al vroeg, al van m’n eerste jaren …Regent.Nu? Durf je niet? Wat leerde-ie?Sero.Ben ’t vergeten … ’t Een’ge wat ik me herinner, als ’k de spons hierbinnen wring—de koemaag, Excellentie!—is dat een fopspeen meerder lucht dan moedermelk bevat—en dat—en dat—laat ’s zien—en dat als je géén leugens zegt—de waarheid ongemerkt en ongevraagd en als ’n dief zoo handig in je eigen schaduw loopt …Regent.Zoo’n roover, zoo’n bandiet! Verspreekt zich nooit! Loert als ’n schildwacht op ’t onraad van z’n woorden! Heel goed! Heel goed!… Wat was ’t vanmorgen, Jus, toen ze ’m grepen?Jus.Van morgen was ’t zoo’n herrie en zoo’n volte op de markt, dat ’r met blank geklopt moest worden. Hij las ’n stuk van ’t nieuwe testament, maar las ’t zoo, zoo uit mekaar getrokken en zoo sluwtjes weer gekoppeld, zoo vol bedoeling en hiaten—als iets niet paste—dat ’t geen tekst was, maar een oproerspreek …Regent.Aha![406]Jus.’k Heb zelf gehoord hoe-ie de poorters hitste …Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer, dat staat geschreven—hij roept ’t zoo en met zoo’n haat—en op zoo’n fellen toon, of ’r geschreven stond: ze zijn gelijk!Regent.Jawel! Jawel!Jus.Hij is ’n dagelijksch gevaar—en lacht geslepen om elk verbod, om iedre wetsbepaling, iedre ordonnantie—en toch—en toch—toch is ’t nog niet gelukt …Regent.De deksel op de doos te vouwen.(tot de vlieg)Ho, deze zij!… Dus, dus: hardop beweer jij niets?Sero.Niets dat niet elkeen mag! Hardop is lokvink voor de galg—en ’k heb zoo teeder vel—(op z’n nek wijzend)hier in ’t bijzonder—vel dat al springt als ’t de zeepkwast ruikt, dat ’k liever met ’n baard van weken ga, dan met ’n gladde kin.Regent.Dan met ’n gladde kin—jij gladde vogel!Sero.Mag ik m’n schoenen nu?… Of wil Uw Excellentie dat ’t volk, de poorters, keerlen en de wijven me missen—en aan ’t vloeken slaan?Regent.Hij is vrij—dat spreekt vanzelf, voor wat-ie gister en vandaag en vroeger nognietzéi, maar dàcht, of ooknietdacht, maar droomde—de sluwe[407]vos.… Nee, laat je schoentjes nog wat rusten!(wenkt gebiedend den Hopman)Die vrouw! Die vrouw!(Hopman wenkt Rakker)Al wou je, hier op ’t slotplein, in gelijkenissen spreken—zoo dat de minderjaarge koning als z’n vader neergeschoten werd—ikheb de poorterwet bezworen,ikbreek geen eed,ikdoe alleen m’n plicht, als ’t moet, als ’t kan, als ’t openbaar belang ’t dwingt en eischt(tot de vlieg, terwijl Regina door Rakker weer binnen geleid wordt en op bank neerzit)Je eigen schuld! Heb ik je niet gewaarschuwd, smakker?(Jus buigt zich ook over den inktkoker)Wat doe je, als je ’t zwemmen niet verstaat, te duiken in den put?… Die sterft een zwàrten dood, ha-ha!…(tot Sero)Jij wordt beschuldigd …(zich onderbrekend, nijdig)Ken jij die vrouw?(Sero knikt)Niet knikken! Antwoord geven!Sero.Ik ken ’r—ja.Regent.(tot Regina)En jij? Heb jij ’n dochter van dat schepsel daar?…Regina.We waren …Regent.(met de handen op ’t koord, snerpend)Ik vraag niet wat jij was—’k vraag of je ’n dochter heb?Regina.Die hebben we … Een is gestorven …Sero.… Goddank!…[408]Regina.… Een leeft.Regent.… Dat is jóúw dochter dus?(tot Sero)En ook de jóúwe? Verkies je niet te spreken?… Blijf je zwijgen?…Sero.Och, als ik zwijg, zal iedre steen ’t roepen! Ze is m’n vrouw …Regent.En met jouw weten is die vrouw ’n lichtekooi—en laat je ’r hoereeren!…Regina.… Ik ben …Regent.… Je ben hier om je mond te houen en te blijven zitten, alsikmet andren praat!… Jij!… Wist je dat? Déélde je soms de honingkoeken en pataten, die zij je huis indroeg—deelde je bed en beurs en lippen—lief en leed, ha-ha! Had jij de kas, de tucht, bij dat òntuchtig doen? Ging je door d’achterdeur, als vóór de klink gelicht werd door ’n klant? Hoorde je niets en zag je minder nog? En had je zoo bij winterdag twee warme voeten en ’n heet-gekruide maag?Sero.(spottend)Misschien.Regent.Misschien! Misschien! Waar heb jij van geleefd in al die jaren?Sero.Van manna en van lucht—èn—hoop doet leven![409]Regent.Noteer je, Jus—ontkennen doet-ie niet …Sero.Oho—is dat de klem?… Is dat de val, en dat ’t spek? En denk je dat ’n ouwe rat met haast geen tand meer in z’n bek, onnoozelweg z’n grijzen staart daaraan verbeuren zal?… Ik heb die vrouw—mijn vrouw—in volle vijftien jaar niet meer gezien—zie ’r vandaag voor ’t eerst en—weer voor ’t laatst.Regent.En ’t kind?…Sero.Laat dat ’r buiten!Regent.Hoe oud is ze?(Sero haalt de schouders op)O, ben je dat vergeten?Sero.(dof)’k Zeg nòg eens: laat ’t kind ’r buiten …Regent.Nee, nee—’t gaat juist om ’t kind!Sero.(opstuivend)Ik zeg …Hopman.… Zitten blijven!Regent.… Of in z’n kooi!… Ei, ei—hij lacht niet meer! De snaak trekt nieuwer soort grimassen! Ik vroeg: hoe oud?… Da’s zeldzaam!… Zeldzaam, hoe ’n tong, straks vlijm geslepen, nu bot naar antwoord zoekt!(tot Regina, haar in de wang knijpend)Is jouw geheugen, zwartoog, knappe deern—jij ben de zonde waard, waarachtig, op m’n woord![410]—ook zoo wormstekig … Is ’t wonder Jus, dat ze dat mensch ’ns af en toe verschalkte?… Hoe oud of wel hoe jong?Regina.… Zeventien!Regent.Zeventien?… Dan was jij zelf niet ouwer toen je trouwde?…Regina.(driest)Jonger nog!Regent.(haar kin streelend)Ha-ha, had ik jou toen gekend! ’n Jonge duif, ’n jonge doffer, wat? De malste kippen zijn de kiekens, versch van ’t nest! De grootste gaping in de poorterwet—ja, lach maar, Jus—is dat ’t recht van d’allereersten nacht,’t jus prima noctis, is vergeten …(tot Regina)Je hoeft niet bleu en ook niet bang te zijn … Voor àlle vrouwtjes, met of zonder man, of met dozijnen, ha-ha-ha!—buig ik mijn krolschen rug! Ja, ja … Maar nu de zaken!… Je dochter heeft je dikwijls opgezocht in deze maanden, niet?Regina.Dikwijls niet—soms eens, soms tweemaal in de week.Regent.Niet meer?Regina.Nee, Excellentie.Regent.Jìj gaat vrij uit—en zonder straf—’t is niet om jóú te doen—biecht op![411]Regina.Ik heb ’r eerst ontmoet op straat—toen is ze vier, nee: vijfmaal op bezoek geweest.…Regent.…’s Avonds?.… ’s Nachts?.…Regina …’s Morgens. Dacht u dat ik—als moeder..?Regent.Ik denk.… ik denk.… Dat raakt je niet!(plots weer fel)… Zoo, zoo, ha-ha!… ’t klopt als ’n bus met wat ze ons berichtten!(tot Sero).Jij, burger Sero, wist dat niet? Jij wist niet dat je kind, je minderjaarge dochter, op bezoek ging bij ’n slet, ’n alle-kerels-lief?(tot Regina die zich verdedigen wil)—Wat ben jij anders? Hou je mond!—Jóú was dat niet bekend?Sero.Ik wist van d’ eersten keer—toen ze mekaar op straat.… ’t Andre heeft m’n kind verzwegen..Regent.Ja, ja.… Dàt antwoord wachtte ’k! Maar toen dien eersten keer—heb jij je dochter niet gezegd wat of ’r moeder was en is?Sero.Nee.Regent.Nee? Nee?Sero.Nee!Regent.Waarom niet, ridder met de waarheid—in je schaduw?[412]Sero.Waarom? Omdat—omdat ’k niet wou.Regent.Heb je dat, Jus?.… M’n hulde!.… Dat wou niet dat z’n dochter eerbaar bleef!Sero.(met dreigenden glimlach)Pas op!.…(zich inhoudend).Ho, ho—ik ging te ver.…Regent.Ja, ’t gaat te ver! Bij God, ’t gaat te ver! ’n Vader die z’n kind niet tegenhoudt op ’t ergste pad—’n minderjarig kind nog wel—zoo’n liederlijke vader.… De wet!.… Sla op de wet!Jus(glimlachend).Had ’t al aangestreept—hier staat (.… Artikel 82 Bis).… „De ouders die.…”Regent..… ’k Vraag niet van óuders—’k vraag van váders, die.…Jus.Dat’s 83 D, gewijzigd bij de wet van.…Regent.’k Vraag naar geen nummers van je wettenkraam.… Lees op!Jus.„Hij die die ’t vaderlijk gezag misbruikt, mitsgaders bij zijn kind of kindren ontucht kweekt …”Regent.Juist! Juist!Jus.…„Wordt staande het delikt uit eerstgenoemd gezag ontzet en met verlies van alle poorterrecht tot spinhuisstraf van hoogstens zeven jaar gericht.” Artikel 83 E.…[413]Regent.’t Is al genoeg! Ik dank je wel!(dicht op Sero)Glimlach je nog schavuit?Sero.Niet zoo dicht bij m’n handen, Excellentie!(lachend, om z’n verwoedheid te bedwingen)’t Is meer gebeurd, dat ’r ’n vuige moord geschiedde, ha-ha-ha!—dader onbekend, ha-ha!.…(tot den Hopman, die zich tusschen hem en den Regent plaatst, de hand aan het gevest)Ik zou dat scheermes liever laten in z’n—in z’n schulp. Ik kruip al met ’n vlotte buiging in de mijne!(zet zich weer op de bank).Regent(die achteruit-geweken is).Dat’s over ’t toppunt heen! Zag jij ’t Jus?.… Heb jij ’t opgelet? Dat dreigt!.… Dat heeft gedreigd!.… Dat heeft den moed gehad z’n vuisten op te heffen en me met oogen aan te zien, of ik—hè-hè-hè!, hè-hè-hè!—of ik z’n maat, z’n rotgezel, z’nchère confrère, hè-hè-hè!(tot den Hopman)’t Kind! Hier met de eedle erfgenaam van ’t schoone paar!… Dat heeft gedreigd, gedreigd!.…Hopman(Regina bedoelend).En die.…Regent(nijdig).Dat kind, dat kind, de dochter van dien koppelaar!Sero.Een oogenblik! Ismijnkind hiér?Regent.Ja, ja! Wij willen ’t zelve ondervragen, zelf getuigen laten. En dan.…[414]Jus.….Artikel 85, alinea vier: Wanneer zoowel de vader als de moeder ontucht plegen, wijst het Hoofd van Staat dengene aan, die in de plaats der ouders …Regent..… In te grijpen weet! Juist! Juist!(wenkt den Hopman).Sero.(glimlachend)Dus wordt mijn naam aan ’t ziek bedrijf dier vrouw gekoppeld!(met aandrang)Een oogenblik! Ik vraag, verzoek—en als ’t moet, dan sméék ’k—kan ’k meer?—om ’t kind niet te „verhooren”—niet in ’t bijzijn van ons twee.… niet onverwacht. Laat me alléén twee woorden met ’r praten!Regent.Is-ie niet stom en doof en blind en dronken!(tot den Hopman)Moet ik jou zesmaal orders geven!(Hopman wenkt Soldenier in gaanderij, die bij de poort plaats neemt. Hij zelf gaat over de trap in ’t paleis).
De Regent, Hopman, Sero, Regina, laterJus.
Regent.(van de trap komend)Ho! Ho! Geen drie! Maar hopman, ’t is ’n vrouw, ’n vrouw …
Regent.(van de trap komend)Ho! Ho! Geen drie! Maar hopman, ’t is ’n vrouw, ’n vrouw …
[395]
Hopman.… Geen vrouw—’n lichtekooi, Uw Excellentie!
Hopman.… Geen vrouw—’n lichtekooi, Uw Excellentie!
Regent.… Is dan ’n lichtekooi ’n man? Kom, kom! Jij blijft wel rustig zitten dáár, ook zonder kussen in je rug, niet waar? Geweld bij vrouwtjes, hopman, onverschillig wat ze zijn, dat heeft geen pas—tenzij—tenzij je zwaar verliefd ben en ’t torteltje niet trekkebekken wil, ha-ha-ha!(let Sero op)… Ha, onze vriend! Wees welkom, welkom!
Regent.… Is dan ’n lichtekooi ’n man? Kom, kom! Jij blijft wel rustig zitten dáár, ook zonder kussen in je rug, niet waar? Geweld bij vrouwtjes, hopman, onverschillig wat ze zijn, dat heeft geen pas—tenzij—tenzij je zwaar verliefd ben en ’t torteltje niet trekkebekken wil, ha-ha-ha!(let Sero op)… Ha, onze vriend! Wees welkom, welkom!
Sero.Dank u, Excellentie. ’t Zelfde. En nog meer.
Sero.Dank u, Excellentie. ’t Zelfde. En nog meer.
Regent.’t Is kostlijk weer vandaag. ’n Tikje warm, ’n beetje felle zon …(den schijn van ’t venster bedoelend)… Hindert je niet?
Regent.’t Is kostlijk weer vandaag. ’n Tikje warm, ’n beetje felle zon …(den schijn van ’t venster bedoelend)… Hindert je niet?
Sero.Nee, nee. Integendeel. Waar licht is, is ook vreugd!
Sero.Nee, nee. Integendeel. Waar licht is, is ook vreugd!
Regent.De schalk, de schalk! Dat blijft maar goed gemutst en welbespraakt! ’t Is zeldzaam, zeldzaam! Ja, geniet ’r nog maar van. Wie weet hoe kort ’t duurt—een trapje lager houdt ’t op …
Regent.De schalk, de schalk! Dat blijft maar goed gemutst en welbespraakt! ’t Is zeldzaam, zeldzaam! Ja, geniet ’r nog maar van. Wie weet hoe kort ’t duurt—een trapje lager houdt ’t op …
Sero.De zon …
Sero.De zon …
Regent.… De zon, de maan, de sterretjes—en wat de grappenmakers meer in dicht en rijm bezingen … Heb je honger?
Regent.… De zon, de maan, de sterretjes—en wat de grappenmakers meer in dicht en rijm bezingen … Heb je honger?
[396]
Sero.’k Wist niet dat dàt Uw Excellentie intresseerde …
Sero.’k Wist niet dat dàt Uw Excellentie intresseerde …
Regent.Och ja—och ja!… Hoe meen jij dat?
Regent.Och ja—och ja!… Hoe meen jij dat?
Sero.’k Meen dat ’t duizenden en nog eens duizend—’k meen niemendal …
Sero.’k Meen dat ’t duizenden en nog eens duizend—’k meen niemendal …
Regent.De schalk!… Nu had-ie moeite ’t inteslikken, ha-ha-ha!(tot Jus, die de trap afgekomen, ’t laatste gehoord heeft)… Die man heeft hier(betikt z’n voorhoofd)’n koemaag, maar geen hersens—die kauwt, herkauwt en kauwt zoo ieder uur op onverteerbaar tuig! Ha-ha-ha, ’t is zeldzaam, zeldzaam!… Dus geen honger?…
Regent.De schalk!… Nu had-ie moeite ’t inteslikken, ha-ha-ha!(tot Jus, die de trap afgekomen, ’t laatste gehoord heeft)… Die man heeft hier(betikt z’n voorhoofd)’n koemaag, maar geen hersens—die kauwt, herkauwt en kauwt zoo ieder uur op onverteerbaar tuig! Ha-ha-ha, ’t is zeldzaam, zeldzaam!… Dus geen honger?…
Sero.Nee, nee …
Sero.Nee, nee …
Regent.Geen trek in jonge kiekens of een malsch aan ’t spit geroosterd boutje?
Regent.Geen trek in jonge kiekens of een malsch aan ’t spit geroosterd boutje?
Sero.De koemaag hier verdraagt die zaken niet …
Sero.De koemaag hier verdraagt die zaken niet …
Regent.Geen kreeftje, rood—óók rood—van woede om de hitte van ’t water, met ’n roemer witten wijn?
Regent.Geen kreeftje, rood—óók rood—van woede om de hitte van ’t water, met ’n roemer witten wijn?
Sero.Daar heb ’k juist vanmorgen mee ontbeten—en heel m’n buurt tot we ’r van kikten en ik ’n graat kreeg in m’n keel.
Sero.Daar heb ’k juist vanmorgen mee ontbeten—en heel m’n buurt tot we ’r van kikten en ik ’n graat kreeg in m’n keel.
Regent.Hoor je dat, Jus—ja Hopman lach gerust!—[397]de schalk heeft kreeften met ’n graat, ’n graat—en zonder schaal gegeten! Zoo praat dat over alles, alles mee. Dat heeft verstand van staat en kerk en God weet wat—en ook van kreeft, ha-ha-ha!
Regent.Hoor je dat, Jus—ja Hopman lach gerust!—[397]de schalk heeft kreeften met ’n graat, ’n graat—en zonder schaal gegeten! Zoo praat dat over alles, alles mee. Dat heeft verstand van staat en kerk en God weet wat—en ook van kreeft, ha-ha-ha!
Sero.Als ’t dan geen graat was—en geen bastaardkreeftje—was ’t ’n schaar—en als ’t geen schaar was, was ’t ’n ander ding om in te stikken. In Godsnaam, Excellentie, eet geen kreeft!
Sero.Als ’t dan geen graat was—en geen bastaardkreeftje—was ’t ’n schaar—en als ’t geen schaar was, was ’t ’n ander ding om in te stikken. In Godsnaam, Excellentie, eet geen kreeft!
Regent.Ha-ha-ha, zoo’n levenslust! Geen honger dus?
Regent.Ha-ha-ha, zoo’n levenslust! Geen honger dus?
Sero.Spijt me waarachtig, néé.
Sero.Spijt me waarachtig, néé.
Regent.Dat moet dan anders worden, Jus. Dat ’s ongewoon en maakt me ongerust. ’n Man die ’t prachtig eten van mijn kok niet lust, geen honger heeft—die driemaal weigert—is te zwaar doorvoed—en vroeg of laat krijgt-ie vervetting aan z’n hart, z’n lever of z’n tong!Sero.Ja, ja—m’n tong is welgedaner dan m’n buik!
Regent.Dat moet dan anders worden, Jus. Dat ’s ongewoon en maakt me ongerust. ’n Man die ’t prachtig eten van mijn kok niet lust, geen honger heeft—die driemaal weigert—is te zwaar doorvoed—en vroeg of laat krijgt-ie vervetting aan z’n hart, z’n lever of z’n tong!
Sero.Ja, ja—m’n tong is welgedaner dan m’n buik!
Regent.Is dat niet abnormaal? En zijn we niet verplicht zoo’n kanker uit te snijden?(met gebaar naar ’n insect dat hij reeds ’n paar maal verjaagd heeft).Wat wil dat lastig dier toch bij m’n hoofd?… Heb jij geen honger, vriend, dan moet jij op dieet—en schap’lijk lang tot dat je maag weer werkt en ook je tong wat minder welgedaan doorslaat, ha-ha-ha! ’k Wed dat die kuur je helpt!
Regent.Is dat niet abnormaal? En zijn we niet verplicht zoo’n kanker uit te snijden?(met gebaar naar ’n insect dat hij reeds ’n paar maal verjaagd heeft).Wat wil dat lastig dier toch bij m’n hoofd?… Heb jij geen honger, vriend, dan moet jij op dieet—en schap’lijk lang tot dat je maag weer werkt en ook je tong wat minder welgedaan doorslaat, ha-ha-ha! ’k Wed dat die kuur je helpt!
[398]
Sero.Dus ik blijf hier?
Sero.Dus ik blijf hier?
Regent.Voor onbepaalden tijd.
Regent.Voor onbepaalden tijd.
Sero.Wel, wel—en zonder vonnis? Dat’s ’t nieuwste recht, ’n vastenavondgrap, ’n luimige inval van z’n Excellentie …
Sero.Wel, wel—en zonder vonnis? Dat’s ’t nieuwste recht, ’n vastenavondgrap, ’n luimige inval van z’n Excellentie …
Regent.Niet waar? ’n Beetje kortswijl hoort ’r bij!
Regent.Niet waar? ’n Beetje kortswijl hoort ’r bij!
Sero.Ik vast zoolang die kortswijl duurt.
Sero.Ik vast zoolang die kortswijl duurt.
Regent.Bezwaarlijk, vriend.
Regent.Bezwaarlijk, vriend.
Sero.Wie niet gevonnist is—en niets misdreven heeft—heeft ’t poorter-recht van iedren poorter—en móét voor schemer weer op vrije voeten gaan! ’k Ben minstens tien keer hier voor dezen heer(met gebaar naar Jus)gebracht en tien keer met beleefden groet weer losgelaten …
Sero.Wie niet gevonnist is—en niets misdreven heeft—heeft ’t poorter-recht van iedren poorter—en móét voor schemer weer op vrije voeten gaan! ’k Ben minstens tien keer hier voor dezen heer(met gebaar naar Jus)gebracht en tien keer met beleefden groet weer losgelaten …
Jus.(lachend)Dat klopt(mede met gebaar naar insect)—hij was zoo glad, zoo leep, zoo listig, Excellentie en zoo glibberig als ’n aal, dat we ’m telkens lieten glippen, om de poorterwet in eer te houden.…
Jus.(lachend)Dat klopt(mede met gebaar naar insect)—hij was zoo glad, zoo leep, zoo listig, Excellentie en zoo glibberig als ’n aal, dat we ’m telkens lieten glippen, om de poorterwet in eer te houden.…
Regent.’n Aal vat men niet aan met schoongewasschen handen … Dat doet men met ’n scheutje zand …(beloert het insect op de tafel)… Wacht even! Stil! Ha-ha, ’k heb beet! Twee hommels in een klap. Zoo. Even drukken. Die spelen niet meer schuilei met m’n neus. O? Wil jij toch nog—toch[399]nog vliegen?… Wel ja(trekt ’n vleugel uit)Probeer ’t met één vlerk!… Daar snapt-ie niets van: kijkt me zoo beteuterd aan, of ’k onze Lieve Heer persoonlijk ben, ha-ha-ha!(tot Regina).… Ja, kom maar dichter bij … Je mag ’t wel zien!… Die is getemd, ha-ha!, en loopt m’n hand rond of-ie kreupel is … Dat komt omdat de andre vleugel ’m te lastig is … Dan die ’r ook maar af …(’t insect op tafel zettend)En kalm aan stappen—niet te wild—want op den inktpot is geen klep—en reddingsgordels heb ik niet, ha-ha! Zoo zie je, Jus, hoe je met handigheid, ’n kwajen hommel leert marscheeren, ha-ha-ha!(nijdig uitvallend tot Regina)Is jouw plaats hier?
Regent.’n Aal vat men niet aan met schoongewasschen handen … Dat doet men met ’n scheutje zand …(beloert het insect op de tafel)… Wacht even! Stil! Ha-ha, ’k heb beet! Twee hommels in een klap. Zoo. Even drukken. Die spelen niet meer schuilei met m’n neus. O? Wil jij toch nog—toch[399]nog vliegen?… Wel ja(trekt ’n vleugel uit)Probeer ’t met één vlerk!… Daar snapt-ie niets van: kijkt me zoo beteuterd aan, of ’k onze Lieve Heer persoonlijk ben, ha-ha-ha!(tot Regina).… Ja, kom maar dichter bij … Je mag ’t wel zien!… Die is getemd, ha-ha!, en loopt m’n hand rond of-ie kreupel is … Dat komt omdat de andre vleugel ’m te lastig is … Dan die ’r ook maar af …(’t insect op tafel zettend)En kalm aan stappen—niet te wild—want op den inktpot is geen klep—en reddingsgordels heb ik niet, ha-ha! Zoo zie je, Jus, hoe je met handigheid, ’n kwajen hommel leert marscheeren, ha-ha-ha!(nijdig uitvallend tot Regina)Is jouw plaats hier?
Regina.…(angstig)U zei me zelf..
Regina.…(angstig)U zei me zelf..
Regent.Ik zei jou niets, niets, niets!
Regent.Ik zei jou niets, niets, niets!
Hopman.Nee niets! Vlug achteruit! En op de bank gebleven!
Hopman.Nee niets! Vlug achteruit! En op de bank gebleven!
Regina.Wel allemachtig, ’k ben niet gek!
Regina.Wel allemachtig, ’k ben niet gek!
Regent.(met de hand de tafel beslaand.)Hoor ik jou nog …! Wordt ’t hoogste woord door straatgespuis en wijven uit ’t bordeel gesproken!(tot Jus).Waar is ’t onwijze jong, ’t schaap, ’t kind?
Regent.(met de hand de tafel beslaand.)Hoor ik jou nog …! Wordt ’t hoogste woord door straatgespuis en wijven uit ’t bordeel gesproken!(tot Jus).Waar is ’t onwijze jong, ’t schaap, ’t kind?
Jus.Dat moet benee zijn, Excellentie.
Jus.Dat moet benee zijn, Excellentie.
Regent.Hier laten brengen!(Jus gaat naar gaanderij)Nee—wacht nog even. Die vrouw, die is te veel.
Regent.Hier laten brengen!(Jus gaat naar gaanderij)Nee—wacht nog even. Die vrouw, die is te veel.
Jus.Wil u …
Jus.Wil u …
Regent.Wil u … Wil u … Wil u … Alsikgeen haast heb, hol je of ’r brand is—en als ’k angstig uitkijk waar je blijft, kruip je met looden ballen aan je beenen! Wat lach je nou? Ik maak geen pret, ben niet jouw clown!(tot Sero, die weer met den rug naar de tralies zit)… En jij! Ha-ha! Als jij niet weergaasch-rap de voorpui van je onbewoonbaar huis vertoont, zal ik je blaren laten zitten!
Regent.Wil u … Wil u … Wil u … Alsikgeen haast heb, hol je of ’r brand is—en als ’k angstig uitkijk waar je blijft, kruip je met looden ballen aan je beenen! Wat lach je nou? Ik maak geen pret, ben niet jouw clown!(tot Sero, die weer met den rug naar de tralies zit)… En jij! Ha-ha! Als jij niet weergaasch-rap de voorpui van je onbewoonbaar huis vertoont, zal ik je blaren laten zitten!
Sero.Ik warm m’n rug in ’t uitgezochte zonnetje …
Sero.Ik warm m’n rug in ’t uitgezochte zonnetje …
Regent(tot Hopman).Haal ’m ’r uit! Kun je ’t alleen?
Regent(tot Hopman).Haal ’m ’r uit! Kun je ’t alleen?
Hopman.Dat stuk karkas regeer ’k met twee vingers, Excellentie!(tot Sero, dien hij uit de kooi trekt).Toe, maak wat voort!
Hopman.Dat stuk karkas regeer ’k met twee vingers, Excellentie!(tot Sero, dien hij uit de kooi trekt).Toe, maak wat voort!
Sero.Dank u zeer! Ik wist wel dat Uw Excellentie haar kostbren tijd niet lang verspillen zou—en mij vóór ’t ongenoeglijk schemeruur weer op ’s lands kei zou zetten.
Sero.Dank u zeer! Ik wist wel dat Uw Excellentie haar kostbren tijd niet lang verspillen zou—en mij vóór ’t ongenoeglijk schemeruur weer op ’s lands kei zou zetten.
Regent.(wenkend)Op die bank! Halt! Halt! Heeft men zijn zakken onderzocht?
Regent.(wenkend)Op die bank! Halt! Halt! Heeft men zijn zakken onderzocht?
Hopman.Ik denk van ja …
Hopman.Ik denk van ja …
[401]
Regent.Jij denkt van ja—jij denkt van nee—wie denkt ’r ooit behalve ik? Is één vermoorde koning niet genoeg? Moet ik op alles letten?
Regent.Jij denkt van ja—jij denkt van nee—wie denkt ’r ooit behalve ik? Is één vermoorde koning niet genoeg? Moet ik op alles letten?
Sero.(op den eenen zak wijzend).Hier, Excellentie, zit ’n bom—en daar ’n handgranaat.… Eén vinger, die den weg niet weet, in deze donkre, schrikkelijke grot—en ’n vulkaan, ’n donderslag vernielt mijn ribbekast, maar ook ’t Hoofd van Staat!
Sero.(op den eenen zak wijzend).Hier, Excellentie, zit ’n bom—en daar ’n handgranaat.… Eén vinger, die den weg niet weet, in deze donkre, schrikkelijke grot—en ’n vulkaan, ’n donderslag vernielt mijn ribbekast, maar ook ’t Hoofd van Staat!
Hopman.De handen op je rug!
Hopman.De handen op je rug!
Sero.Nee, nee. Dat doe ’k liever zelf. Als u mij kietelt, schiet ik in den lach—en als ik lach, loopt ’t bommen-uurwerk af!(den eenen zak ledigend).Dat’s een.(overreikt ’n stukkenden zakdoek).M’n linnengoed, merk S. van een tot twaalf. Dat ’s twee, met minder ezelsooren dan menig hooggeleerd gezelschap!
Sero.Nee, nee. Dat doe ’k liever zelf. Als u mij kietelt, schiet ik in den lach—en als ik lach, loopt ’t bommen-uurwerk af!(den eenen zak ledigend).Dat’s een.(overreikt ’n stukkenden zakdoek).M’n linnengoed, merk S. van een tot twaalf. Dat ’s twee, met minder ezelsooren dan menig hooggeleerd gezelschap!
Regent.Wat is dat voor ’n godvergeten boek? Lees voor! Lees voor!
Regent.Wat is dat voor ’n godvergeten boek? Lees voor! Lees voor!
Hopman.’n Boek vol dikke potloodhalen.
Hopman.’n Boek vol dikke potloodhalen.
Regent.Dat vraag ’k niet! Lees voor! Lees voor!(tot Sero)Geheim genootschap, schalk?
Regent.Dat vraag ’k niet! Lees voor! Lees voor!(tot Sero)Geheim genootschap, schalk?
Hopman.(lezend)„Wij hebben (hier is wat doorgehaald) den, den … (dat is onleesbaar!)… den strijd tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld”…
Hopman.(lezend)„Wij hebben (hier is wat doorgehaald) den, den … (dat is onleesbaar!)… den strijd tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld”…
[402]
Regent.Staat dat ’r woordelijk?
Regent.Staat dat ’r woordelijk?
Hopman.Woordelijk!
Hopman.Woordelijk!
Regent.Je legt daar op beslag!
Regent.Je legt daar op beslag!
Sero.Dat is ’n eeuw of wat te laat—’t is te zwaar verspreid—In ieder huis leit ’t met netter kaft op tafel, te pronk, te pronk—en ook Uw Excellentie heeft ’t eens gelezen …
Sero.Dat is ’n eeuw of wat te laat—’t is te zwaar verspreid—In ieder huis leit ’t met netter kaft op tafel, te pronk, te pronk—en ook Uw Excellentie heeft ’t eens gelezen …
Regent.(’t Boek dat de Hopman voor hem op tafel legt, op den grond werpend)’t Nieuwe testament, ’t testament!(tot Hopman)Ben jij versuft of doe je mee aan drieste grappen, ezel, lomperd!
Regent.(’t Boek dat de Hopman voor hem op tafel legt, op den grond werpend)’t Nieuwe testament, ’t testament!(tot Hopman)Ben jij versuft of doe je mee aan drieste grappen, ezel, lomperd!
Hopman.U zei: lees voor—ik zag ’t wel …
Hopman.U zei: lees voor—ik zag ’t wel …
Regent.Hij zag ’t wel! Hij zag ’t wel! Als jij wat ziet, is ’t al lang gevlogen!(weer zacht en valsch tot Sero)Loop jij met testamenten in je zak? Is dat de nieuwste vinding, schalk? En haal jij daar in door wat jou niet past? Heb jij patent als prediker?(vinnig)Je andre zak!
Regent.Hij zag ’t wel! Hij zag ’t wel! Als jij wat ziet, is ’t al lang gevlogen!(weer zacht en valsch tot Sero)Loop jij met testamenten in je zak? Is dat de nieuwste vinding, schalk? En haal jij daar in door wat jou niet past? Heb jij patent als prediker?(vinnig)Je andre zak!
Sero.(dien ledig uittrekkend)… Verschijn en maak je reverentie! En zonder dubblen bodem, Excellentie. Enkel met rijm!(De Hopman geeft ’m ’n por).… O! ’k Was juist uitgesproken!(zit op de bank).
Sero.(dien ledig uittrekkend)… Verschijn en maak je reverentie! En zonder dubblen bodem, Excellentie. Enkel met rijm!(De Hopman geeft ’m ’n por).… O! ’k Was juist uitgesproken!(zit op de bank).
Regent.Hij was zoo goed op dreef. Dat ’s jammer, hopman. ’k Hoor graag rakkers met wat overmoed.[403]Vooral als ’r ’n kleine prikkel wacht.… Je hebt soms muizen, die nog speelsch en dartel piepen, als poes licht op den loer.… Ga zitten, Jus—en sla je wetboek op—maar heel voorzichtig! De nieuwe soort die ik gekweekt—de zesvoeter met kromme beenen—kijk, kijk: hij springt waarachtig over hindernissen!—die heeft vandaag z’n laatsten vrijen dag … ’n Lijkenvlieg, hoe kwam ze hier?… ’k Heb meelij met je larven, acrobaat! Jouw nageslacht zal in geen krengen bruiloft vieren! Ho! Dezen weg! Die is versperd. Op last der overheid, hahaha!(speelt met de vlieg, half over de tafel hangend)Ja, ja,—en nu m’n andre kameraad. ’k Zou je bij m’n dressuur vergeten! Jij ben gearresteerd, omdat, omdat …
Regent.Hij was zoo goed op dreef. Dat ’s jammer, hopman. ’k Hoor graag rakkers met wat overmoed.[403]Vooral als ’r ’n kleine prikkel wacht.… Je hebt soms muizen, die nog speelsch en dartel piepen, als poes licht op den loer.… Ga zitten, Jus—en sla je wetboek op—maar heel voorzichtig! De nieuwe soort die ik gekweekt—de zesvoeter met kromme beenen—kijk, kijk: hij springt waarachtig over hindernissen!—die heeft vandaag z’n laatsten vrijen dag … ’n Lijkenvlieg, hoe kwam ze hier?… ’k Heb meelij met je larven, acrobaat! Jouw nageslacht zal in geen krengen bruiloft vieren! Ho! Dezen weg! Die is versperd. Op last der overheid, hahaha!(speelt met de vlieg, half over de tafel hangend)Ja, ja,—en nu m’n andre kameraad. ’k Zou je bij m’n dressuur vergeten! Jij ben gearresteerd, omdat, omdat …
Sero.… Omdat ’k wat lastig ben …
Sero.… Omdat ’k wat lastig ben …
Regent.Lastig néé—welnee m’n brave vriend! De wet heeft mazen en je kruipt ’r door. Dat is je recht! Je ben niet lastig: listig, lustig. Je bazelt af en toe …(tot Jus)… Wat zei-ie gister op de groote markt? Hoe was dat weer?
Regent.Lastig néé—welnee m’n brave vriend! De wet heeft mazen en je kruipt ’r door. Dat is je recht! Je ben niet lastig: listig, lustig. Je bazelt af en toe …(tot Jus)… Wat zei-ie gister op de groote markt? Hoe was dat weer?
Jus.Hij zei: ’t volk dat wordt belogen en bedrogen door iedereen …
Jus.Hij zei: ’t volk dat wordt belogen en bedrogen door iedereen …
Regent.Door iedereen? Door iedereen? Uitzondring ken jij niet? Dus ik, ik als Regent, belieg, bedrieg?
Regent.Door iedereen? Door iedereen? Uitzondring ken jij niet? Dus ik, ik als Regent, belieg, bedrieg?
Sero.Als ik dàt heb gezegd verbeur ik ’t vrij gebruik van deze tong!
Sero.Als ik dàt heb gezegd verbeur ik ’t vrij gebruik van deze tong!
[404]
Regent.Bedoelen dee je ’t evenmin?
Regent.Bedoelen dee je ’t evenmin?
Sero.Niet dat ik weet.
Sero.Niet dat ik weet.
Regent.En denken, denken?
Regent.En denken, denken?
Sero.Zelfs niet dróómen, Excellentie—en bij God, de droom is van een bandloosheid, wanneer je stevig slaapt en snurkt, om in een ijzer dwangbuis op te sluiten!
Sero.Zelfs niet dróómen, Excellentie—en bij God, de droom is van een bandloosheid, wanneer je stevig slaapt en snurkt, om in een ijzer dwangbuis op te sluiten!
Regent.Dus ik ben uitgezonderd?
Regent.Dus ik ben uitgezonderd?
Sero.’k Heb niet aan u gedacht—’k zou vloeken bij mijn zwaard en bij mijn éér—als ik ’n zijgeweer bezat—en als ze op mijn eer in ’t pandjeshuis ’n tiende penning of ’n knijzer schoten!
Sero.’k Heb niet aan u gedacht—’k zou vloeken bij mijn zwaard en bij mijn éér—als ik ’n zijgeweer bezat—en als ze op mijn eer in ’t pandjeshuis ’n tiende penning of ’n knijzer schoten!
Regent.(tot de vlieg)Ho! Ho! Verboden toegang, lijkenschenner!(sarrend-zoet tot Sero)Jij ruit niet op?
Regent.(tot de vlieg)Ho! Ho! Verboden toegang, lijkenschenner!(sarrend-zoet tot Sero)Jij ruit niet op?
Sero.Beweert dat iemand? Als ik ’t dee—had die meneer me niet gehouden, voor jaar en dag?
Sero.Beweert dat iemand? Als ik ’t dee—had die meneer me niet gehouden, voor jaar en dag?
Regent.Jij scharrelt overal—langs veld en wegen—op markt en plein—in dorp en kroeg—Wat doe jij daar?
Regent.Jij scharrelt overal—langs veld en wegen—op markt en plein—in dorp en kroeg—Wat doe jij daar?
Sero.Verhalen en vertellen.
Sero.Verhalen en vertellen.
Regent.Vertellen? Wat?
Regent.Vertellen? Wat?
[405]
Sero.Van alles, maar geen leugens. M’n vader, die door Zijn Majesteit—Zijn Majesteit is dood—hij rust in vrede!—gehangen werd, omdat-ie (vader—niet Zijn Majesteit!) anders bleef denken dan zijn tijdgenooten—en dat hardop, hardop (was-ie maar stom geboren!)—m’n vader leerde me al vroeg, al van m’n eerste jaren …
Sero.Van alles, maar geen leugens. M’n vader, die door Zijn Majesteit—Zijn Majesteit is dood—hij rust in vrede!—gehangen werd, omdat-ie (vader—niet Zijn Majesteit!) anders bleef denken dan zijn tijdgenooten—en dat hardop, hardop (was-ie maar stom geboren!)—m’n vader leerde me al vroeg, al van m’n eerste jaren …
Regent.Nu? Durf je niet? Wat leerde-ie?
Regent.Nu? Durf je niet? Wat leerde-ie?
Sero.Ben ’t vergeten … ’t Een’ge wat ik me herinner, als ’k de spons hierbinnen wring—de koemaag, Excellentie!—is dat een fopspeen meerder lucht dan moedermelk bevat—en dat—en dat—laat ’s zien—en dat als je géén leugens zegt—de waarheid ongemerkt en ongevraagd en als ’n dief zoo handig in je eigen schaduw loopt …
Sero.Ben ’t vergeten … ’t Een’ge wat ik me herinner, als ’k de spons hierbinnen wring—de koemaag, Excellentie!—is dat een fopspeen meerder lucht dan moedermelk bevat—en dat—en dat—laat ’s zien—en dat als je géén leugens zegt—de waarheid ongemerkt en ongevraagd en als ’n dief zoo handig in je eigen schaduw loopt …
Regent.Zoo’n roover, zoo’n bandiet! Verspreekt zich nooit! Loert als ’n schildwacht op ’t onraad van z’n woorden! Heel goed! Heel goed!… Wat was ’t vanmorgen, Jus, toen ze ’m grepen?
Regent.Zoo’n roover, zoo’n bandiet! Verspreekt zich nooit! Loert als ’n schildwacht op ’t onraad van z’n woorden! Heel goed! Heel goed!… Wat was ’t vanmorgen, Jus, toen ze ’m grepen?
Jus.Van morgen was ’t zoo’n herrie en zoo’n volte op de markt, dat ’r met blank geklopt moest worden. Hij las ’n stuk van ’t nieuwe testament, maar las ’t zoo, zoo uit mekaar getrokken en zoo sluwtjes weer gekoppeld, zoo vol bedoeling en hiaten—als iets niet paste—dat ’t geen tekst was, maar een oproerspreek …
Jus.Van morgen was ’t zoo’n herrie en zoo’n volte op de markt, dat ’r met blank geklopt moest worden. Hij las ’n stuk van ’t nieuwe testament, maar las ’t zoo, zoo uit mekaar getrokken en zoo sluwtjes weer gekoppeld, zoo vol bedoeling en hiaten—als iets niet paste—dat ’t geen tekst was, maar een oproerspreek …
Regent.Aha!
Regent.Aha!
[406]
Jus.’k Heb zelf gehoord hoe-ie de poorters hitste …Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer, dat staat geschreven—hij roept ’t zoo en met zoo’n haat—en op zoo’n fellen toon, of ’r geschreven stond: ze zijn gelijk!
Jus.’k Heb zelf gehoord hoe-ie de poorters hitste …Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer, dat staat geschreven—hij roept ’t zoo en met zoo’n haat—en op zoo’n fellen toon, of ’r geschreven stond: ze zijn gelijk!
Regent.Jawel! Jawel!
Regent.Jawel! Jawel!
Jus.Hij is ’n dagelijksch gevaar—en lacht geslepen om elk verbod, om iedre wetsbepaling, iedre ordonnantie—en toch—en toch—toch is ’t nog niet gelukt …
Jus.Hij is ’n dagelijksch gevaar—en lacht geslepen om elk verbod, om iedre wetsbepaling, iedre ordonnantie—en toch—en toch—toch is ’t nog niet gelukt …
Regent.De deksel op de doos te vouwen.(tot de vlieg)Ho, deze zij!… Dus, dus: hardop beweer jij niets?
Regent.De deksel op de doos te vouwen.(tot de vlieg)Ho, deze zij!… Dus, dus: hardop beweer jij niets?
Sero.Niets dat niet elkeen mag! Hardop is lokvink voor de galg—en ’k heb zoo teeder vel—(op z’n nek wijzend)hier in ’t bijzonder—vel dat al springt als ’t de zeepkwast ruikt, dat ’k liever met ’n baard van weken ga, dan met ’n gladde kin.
Sero.Niets dat niet elkeen mag! Hardop is lokvink voor de galg—en ’k heb zoo teeder vel—(op z’n nek wijzend)hier in ’t bijzonder—vel dat al springt als ’t de zeepkwast ruikt, dat ’k liever met ’n baard van weken ga, dan met ’n gladde kin.
Regent.Dan met ’n gladde kin—jij gladde vogel!
Regent.Dan met ’n gladde kin—jij gladde vogel!
Sero.Mag ik m’n schoenen nu?… Of wil Uw Excellentie dat ’t volk, de poorters, keerlen en de wijven me missen—en aan ’t vloeken slaan?
Sero.Mag ik m’n schoenen nu?… Of wil Uw Excellentie dat ’t volk, de poorters, keerlen en de wijven me missen—en aan ’t vloeken slaan?
Regent.Hij is vrij—dat spreekt vanzelf, voor wat-ie gister en vandaag en vroeger nognietzéi, maar dàcht, of ooknietdacht, maar droomde—de sluwe[407]vos.… Nee, laat je schoentjes nog wat rusten!(wenkt gebiedend den Hopman)Die vrouw! Die vrouw!(Hopman wenkt Rakker)Al wou je, hier op ’t slotplein, in gelijkenissen spreken—zoo dat de minderjaarge koning als z’n vader neergeschoten werd—ikheb de poorterwet bezworen,ikbreek geen eed,ikdoe alleen m’n plicht, als ’t moet, als ’t kan, als ’t openbaar belang ’t dwingt en eischt(tot de vlieg, terwijl Regina door Rakker weer binnen geleid wordt en op bank neerzit)Je eigen schuld! Heb ik je niet gewaarschuwd, smakker?(Jus buigt zich ook over den inktkoker)Wat doe je, als je ’t zwemmen niet verstaat, te duiken in den put?… Die sterft een zwàrten dood, ha-ha!…(tot Sero)Jij wordt beschuldigd …(zich onderbrekend, nijdig)Ken jij die vrouw?(Sero knikt)Niet knikken! Antwoord geven!
Regent.Hij is vrij—dat spreekt vanzelf, voor wat-ie gister en vandaag en vroeger nognietzéi, maar dàcht, of ooknietdacht, maar droomde—de sluwe[407]vos.… Nee, laat je schoentjes nog wat rusten!(wenkt gebiedend den Hopman)Die vrouw! Die vrouw!(Hopman wenkt Rakker)Al wou je, hier op ’t slotplein, in gelijkenissen spreken—zoo dat de minderjaarge koning als z’n vader neergeschoten werd—ikheb de poorterwet bezworen,ikbreek geen eed,ikdoe alleen m’n plicht, als ’t moet, als ’t kan, als ’t openbaar belang ’t dwingt en eischt(tot de vlieg, terwijl Regina door Rakker weer binnen geleid wordt en op bank neerzit)Je eigen schuld! Heb ik je niet gewaarschuwd, smakker?(Jus buigt zich ook over den inktkoker)Wat doe je, als je ’t zwemmen niet verstaat, te duiken in den put?… Die sterft een zwàrten dood, ha-ha!…(tot Sero)Jij wordt beschuldigd …(zich onderbrekend, nijdig)Ken jij die vrouw?(Sero knikt)Niet knikken! Antwoord geven!
Sero.Ik ken ’r—ja.
Sero.Ik ken ’r—ja.
Regent.(tot Regina)En jij? Heb jij ’n dochter van dat schepsel daar?…
Regent.(tot Regina)En jij? Heb jij ’n dochter van dat schepsel daar?…
Regina.We waren …
Regina.We waren …
Regent.(met de handen op ’t koord, snerpend)Ik vraag niet wat jij was—’k vraag of je ’n dochter heb?
Regent.(met de handen op ’t koord, snerpend)Ik vraag niet wat jij was—’k vraag of je ’n dochter heb?
Regina.Die hebben we … Een is gestorven …
Regina.Die hebben we … Een is gestorven …
Sero.… Goddank!…
Sero.… Goddank!…
[408]
Regina.… Een leeft.
Regina.… Een leeft.
Regent.… Dat is jóúw dochter dus?(tot Sero)En ook de jóúwe? Verkies je niet te spreken?… Blijf je zwijgen?…
Regent.… Dat is jóúw dochter dus?(tot Sero)En ook de jóúwe? Verkies je niet te spreken?… Blijf je zwijgen?…
Sero.Och, als ik zwijg, zal iedre steen ’t roepen! Ze is m’n vrouw …
Sero.Och, als ik zwijg, zal iedre steen ’t roepen! Ze is m’n vrouw …
Regent.En met jouw weten is die vrouw ’n lichtekooi—en laat je ’r hoereeren!…
Regent.En met jouw weten is die vrouw ’n lichtekooi—en laat je ’r hoereeren!…
Regina.… Ik ben …
Regina.… Ik ben …
Regent.… Je ben hier om je mond te houen en te blijven zitten, alsikmet andren praat!… Jij!… Wist je dat? Déélde je soms de honingkoeken en pataten, die zij je huis indroeg—deelde je bed en beurs en lippen—lief en leed, ha-ha! Had jij de kas, de tucht, bij dat òntuchtig doen? Ging je door d’achterdeur, als vóór de klink gelicht werd door ’n klant? Hoorde je niets en zag je minder nog? En had je zoo bij winterdag twee warme voeten en ’n heet-gekruide maag?
Regent.… Je ben hier om je mond te houen en te blijven zitten, alsikmet andren praat!… Jij!… Wist je dat? Déélde je soms de honingkoeken en pataten, die zij je huis indroeg—deelde je bed en beurs en lippen—lief en leed, ha-ha! Had jij de kas, de tucht, bij dat òntuchtig doen? Ging je door d’achterdeur, als vóór de klink gelicht werd door ’n klant? Hoorde je niets en zag je minder nog? En had je zoo bij winterdag twee warme voeten en ’n heet-gekruide maag?
Sero.(spottend)Misschien.
Sero.(spottend)Misschien.
Regent.Misschien! Misschien! Waar heb jij van geleefd in al die jaren?
Regent.Misschien! Misschien! Waar heb jij van geleefd in al die jaren?
Sero.Van manna en van lucht—èn—hoop doet leven!
Sero.Van manna en van lucht—èn—hoop doet leven!
[409]
Regent.Noteer je, Jus—ontkennen doet-ie niet …
Regent.Noteer je, Jus—ontkennen doet-ie niet …
Sero.Oho—is dat de klem?… Is dat de val, en dat ’t spek? En denk je dat ’n ouwe rat met haast geen tand meer in z’n bek, onnoozelweg z’n grijzen staart daaraan verbeuren zal?… Ik heb die vrouw—mijn vrouw—in volle vijftien jaar niet meer gezien—zie ’r vandaag voor ’t eerst en—weer voor ’t laatst.
Sero.Oho—is dat de klem?… Is dat de val, en dat ’t spek? En denk je dat ’n ouwe rat met haast geen tand meer in z’n bek, onnoozelweg z’n grijzen staart daaraan verbeuren zal?… Ik heb die vrouw—mijn vrouw—in volle vijftien jaar niet meer gezien—zie ’r vandaag voor ’t eerst en—weer voor ’t laatst.
Regent.En ’t kind?…
Regent.En ’t kind?…
Sero.Laat dat ’r buiten!
Sero.Laat dat ’r buiten!
Regent.Hoe oud is ze?(Sero haalt de schouders op)O, ben je dat vergeten?
Regent.Hoe oud is ze?(Sero haalt de schouders op)O, ben je dat vergeten?
Sero.(dof)’k Zeg nòg eens: laat ’t kind ’r buiten …
Sero.(dof)’k Zeg nòg eens: laat ’t kind ’r buiten …
Regent.Nee, nee—’t gaat juist om ’t kind!
Regent.Nee, nee—’t gaat juist om ’t kind!
Sero.(opstuivend)Ik zeg …
Sero.(opstuivend)Ik zeg …
Hopman.… Zitten blijven!
Hopman.… Zitten blijven!
Regent.… Of in z’n kooi!… Ei, ei—hij lacht niet meer! De snaak trekt nieuwer soort grimassen! Ik vroeg: hoe oud?… Da’s zeldzaam!… Zeldzaam, hoe ’n tong, straks vlijm geslepen, nu bot naar antwoord zoekt!(tot Regina, haar in de wang knijpend)Is jouw geheugen, zwartoog, knappe deern—jij ben de zonde waard, waarachtig, op m’n woord![410]—ook zoo wormstekig … Is ’t wonder Jus, dat ze dat mensch ’ns af en toe verschalkte?… Hoe oud of wel hoe jong?
Regent.… Of in z’n kooi!… Ei, ei—hij lacht niet meer! De snaak trekt nieuwer soort grimassen! Ik vroeg: hoe oud?… Da’s zeldzaam!… Zeldzaam, hoe ’n tong, straks vlijm geslepen, nu bot naar antwoord zoekt!(tot Regina, haar in de wang knijpend)Is jouw geheugen, zwartoog, knappe deern—jij ben de zonde waard, waarachtig, op m’n woord![410]—ook zoo wormstekig … Is ’t wonder Jus, dat ze dat mensch ’ns af en toe verschalkte?… Hoe oud of wel hoe jong?
Regina.… Zeventien!
Regina.… Zeventien!
Regent.Zeventien?… Dan was jij zelf niet ouwer toen je trouwde?…
Regent.Zeventien?… Dan was jij zelf niet ouwer toen je trouwde?…
Regina.(driest)Jonger nog!
Regina.(driest)Jonger nog!
Regent.(haar kin streelend)Ha-ha, had ik jou toen gekend! ’n Jonge duif, ’n jonge doffer, wat? De malste kippen zijn de kiekens, versch van ’t nest! De grootste gaping in de poorterwet—ja, lach maar, Jus—is dat ’t recht van d’allereersten nacht,’t jus prima noctis, is vergeten …(tot Regina)Je hoeft niet bleu en ook niet bang te zijn … Voor àlle vrouwtjes, met of zonder man, of met dozijnen, ha-ha-ha!—buig ik mijn krolschen rug! Ja, ja … Maar nu de zaken!… Je dochter heeft je dikwijls opgezocht in deze maanden, niet?
Regent.(haar kin streelend)Ha-ha, had ik jou toen gekend! ’n Jonge duif, ’n jonge doffer, wat? De malste kippen zijn de kiekens, versch van ’t nest! De grootste gaping in de poorterwet—ja, lach maar, Jus—is dat ’t recht van d’allereersten nacht,’t jus prima noctis, is vergeten …(tot Regina)Je hoeft niet bleu en ook niet bang te zijn … Voor àlle vrouwtjes, met of zonder man, of met dozijnen, ha-ha-ha!—buig ik mijn krolschen rug! Ja, ja … Maar nu de zaken!… Je dochter heeft je dikwijls opgezocht in deze maanden, niet?
Regina.Dikwijls niet—soms eens, soms tweemaal in de week.
Regina.Dikwijls niet—soms eens, soms tweemaal in de week.
Regent.Niet meer?
Regent.Niet meer?
Regina.Nee, Excellentie.
Regina.Nee, Excellentie.
Regent.Jìj gaat vrij uit—en zonder straf—’t is niet om jóú te doen—biecht op!
Regent.Jìj gaat vrij uit—en zonder straf—’t is niet om jóú te doen—biecht op!
[411]
Regina.Ik heb ’r eerst ontmoet op straat—toen is ze vier, nee: vijfmaal op bezoek geweest.…
Regina.Ik heb ’r eerst ontmoet op straat—toen is ze vier, nee: vijfmaal op bezoek geweest.…
Regent.…’s Avonds?.… ’s Nachts?.…
Regent.…’s Avonds?.… ’s Nachts?.…
Regina …’s Morgens. Dacht u dat ik—als moeder..?
Regina …’s Morgens. Dacht u dat ik—als moeder..?
Regent.Ik denk.… ik denk.… Dat raakt je niet!(plots weer fel)… Zoo, zoo, ha-ha!… ’t klopt als ’n bus met wat ze ons berichtten!(tot Sero).Jij, burger Sero, wist dat niet? Jij wist niet dat je kind, je minderjaarge dochter, op bezoek ging bij ’n slet, ’n alle-kerels-lief?(tot Regina die zich verdedigen wil)—Wat ben jij anders? Hou je mond!—Jóú was dat niet bekend?
Regent.Ik denk.… ik denk.… Dat raakt je niet!(plots weer fel)… Zoo, zoo, ha-ha!… ’t klopt als ’n bus met wat ze ons berichtten!(tot Sero).Jij, burger Sero, wist dat niet? Jij wist niet dat je kind, je minderjaarge dochter, op bezoek ging bij ’n slet, ’n alle-kerels-lief?(tot Regina die zich verdedigen wil)—Wat ben jij anders? Hou je mond!—Jóú was dat niet bekend?
Sero.Ik wist van d’ eersten keer—toen ze mekaar op straat.… ’t Andre heeft m’n kind verzwegen..
Sero.Ik wist van d’ eersten keer—toen ze mekaar op straat.… ’t Andre heeft m’n kind verzwegen..
Regent.Ja, ja.… Dàt antwoord wachtte ’k! Maar toen dien eersten keer—heb jij je dochter niet gezegd wat of ’r moeder was en is?
Regent.Ja, ja.… Dàt antwoord wachtte ’k! Maar toen dien eersten keer—heb jij je dochter niet gezegd wat of ’r moeder was en is?
Sero.Nee.
Sero.Nee.
Regent.Nee? Nee?
Regent.Nee? Nee?
Sero.Nee!
Sero.Nee!
Regent.Waarom niet, ridder met de waarheid—in je schaduw?
Regent.Waarom niet, ridder met de waarheid—in je schaduw?
[412]
Sero.Waarom? Omdat—omdat ’k niet wou.
Sero.Waarom? Omdat—omdat ’k niet wou.
Regent.Heb je dat, Jus?.… M’n hulde!.… Dat wou niet dat z’n dochter eerbaar bleef!
Regent.Heb je dat, Jus?.… M’n hulde!.… Dat wou niet dat z’n dochter eerbaar bleef!
Sero.(met dreigenden glimlach)Pas op!.…(zich inhoudend).Ho, ho—ik ging te ver.…
Sero.(met dreigenden glimlach)Pas op!.…(zich inhoudend).Ho, ho—ik ging te ver.…
Regent.Ja, ’t gaat te ver! Bij God, ’t gaat te ver! ’n Vader die z’n kind niet tegenhoudt op ’t ergste pad—’n minderjarig kind nog wel—zoo’n liederlijke vader.… De wet!.… Sla op de wet!
Regent.Ja, ’t gaat te ver! Bij God, ’t gaat te ver! ’n Vader die z’n kind niet tegenhoudt op ’t ergste pad—’n minderjarig kind nog wel—zoo’n liederlijke vader.… De wet!.… Sla op de wet!
Jus(glimlachend).Had ’t al aangestreept—hier staat (.… Artikel 82 Bis).… „De ouders die.…”
Jus(glimlachend).Had ’t al aangestreept—hier staat (.… Artikel 82 Bis).… „De ouders die.…”
Regent..… ’k Vraag niet van óuders—’k vraag van váders, die.…
Regent..… ’k Vraag niet van óuders—’k vraag van váders, die.…
Jus.Dat’s 83 D, gewijzigd bij de wet van.…
Jus.Dat’s 83 D, gewijzigd bij de wet van.…
Regent.’k Vraag naar geen nummers van je wettenkraam.… Lees op!
Regent.’k Vraag naar geen nummers van je wettenkraam.… Lees op!
Jus.„Hij die die ’t vaderlijk gezag misbruikt, mitsgaders bij zijn kind of kindren ontucht kweekt …”
Jus.„Hij die die ’t vaderlijk gezag misbruikt, mitsgaders bij zijn kind of kindren ontucht kweekt …”
Regent.Juist! Juist!
Regent.Juist! Juist!
Jus.…„Wordt staande het delikt uit eerstgenoemd gezag ontzet en met verlies van alle poorterrecht tot spinhuisstraf van hoogstens zeven jaar gericht.” Artikel 83 E.…
Jus.…„Wordt staande het delikt uit eerstgenoemd gezag ontzet en met verlies van alle poorterrecht tot spinhuisstraf van hoogstens zeven jaar gericht.” Artikel 83 E.…
[413]
Regent.’t Is al genoeg! Ik dank je wel!(dicht op Sero)Glimlach je nog schavuit?
Regent.’t Is al genoeg! Ik dank je wel!(dicht op Sero)Glimlach je nog schavuit?
Sero.Niet zoo dicht bij m’n handen, Excellentie!(lachend, om z’n verwoedheid te bedwingen)’t Is meer gebeurd, dat ’r ’n vuige moord geschiedde, ha-ha-ha!—dader onbekend, ha-ha!.…(tot den Hopman, die zich tusschen hem en den Regent plaatst, de hand aan het gevest)Ik zou dat scheermes liever laten in z’n—in z’n schulp. Ik kruip al met ’n vlotte buiging in de mijne!(zet zich weer op de bank).
Sero.Niet zoo dicht bij m’n handen, Excellentie!(lachend, om z’n verwoedheid te bedwingen)’t Is meer gebeurd, dat ’r ’n vuige moord geschiedde, ha-ha-ha!—dader onbekend, ha-ha!.…(tot den Hopman, die zich tusschen hem en den Regent plaatst, de hand aan het gevest)Ik zou dat scheermes liever laten in z’n—in z’n schulp. Ik kruip al met ’n vlotte buiging in de mijne!(zet zich weer op de bank).
Regent(die achteruit-geweken is).Dat’s over ’t toppunt heen! Zag jij ’t Jus?.… Heb jij ’t opgelet? Dat dreigt!.… Dat heeft gedreigd!.… Dat heeft den moed gehad z’n vuisten op te heffen en me met oogen aan te zien, of ik—hè-hè-hè!, hè-hè-hè!—of ik z’n maat, z’n rotgezel, z’nchère confrère, hè-hè-hè!(tot den Hopman)’t Kind! Hier met de eedle erfgenaam van ’t schoone paar!… Dat heeft gedreigd, gedreigd!.…
Regent(die achteruit-geweken is).Dat’s over ’t toppunt heen! Zag jij ’t Jus?.… Heb jij ’t opgelet? Dat dreigt!.… Dat heeft gedreigd!.… Dat heeft den moed gehad z’n vuisten op te heffen en me met oogen aan te zien, of ik—hè-hè-hè!, hè-hè-hè!—of ik z’n maat, z’n rotgezel, z’nchère confrère, hè-hè-hè!(tot den Hopman)’t Kind! Hier met de eedle erfgenaam van ’t schoone paar!… Dat heeft gedreigd, gedreigd!.…
Hopman(Regina bedoelend).En die.…
Hopman(Regina bedoelend).En die.…
Regent(nijdig).Dat kind, dat kind, de dochter van dien koppelaar!
Regent(nijdig).Dat kind, dat kind, de dochter van dien koppelaar!
Sero.Een oogenblik! Ismijnkind hiér?
Sero.Een oogenblik! Ismijnkind hiér?
Regent.Ja, ja! Wij willen ’t zelve ondervragen, zelf getuigen laten. En dan.…
Regent.Ja, ja! Wij willen ’t zelve ondervragen, zelf getuigen laten. En dan.…
[414]
Jus.….Artikel 85, alinea vier: Wanneer zoowel de vader als de moeder ontucht plegen, wijst het Hoofd van Staat dengene aan, die in de plaats der ouders …
Jus.….Artikel 85, alinea vier: Wanneer zoowel de vader als de moeder ontucht plegen, wijst het Hoofd van Staat dengene aan, die in de plaats der ouders …
Regent..… In te grijpen weet! Juist! Juist!(wenkt den Hopman).
Regent..… In te grijpen weet! Juist! Juist!(wenkt den Hopman).
Sero.(glimlachend)Dus wordt mijn naam aan ’t ziek bedrijf dier vrouw gekoppeld!(met aandrang)Een oogenblik! Ik vraag, verzoek—en als ’t moet, dan sméék ’k—kan ’k meer?—om ’t kind niet te „verhooren”—niet in ’t bijzijn van ons twee.… niet onverwacht. Laat me alléén twee woorden met ’r praten!
Sero.(glimlachend)Dus wordt mijn naam aan ’t ziek bedrijf dier vrouw gekoppeld!(met aandrang)Een oogenblik! Ik vraag, verzoek—en als ’t moet, dan sméék ’k—kan ’k meer?—om ’t kind niet te „verhooren”—niet in ’t bijzijn van ons twee.… niet onverwacht. Laat me alléén twee woorden met ’r praten!
Regent.Is-ie niet stom en doof en blind en dronken!(tot den Hopman)Moet ik jou zesmaal orders geven!(Hopman wenkt Soldenier in gaanderij, die bij de poort plaats neemt. Hij zelf gaat over de trap in ’t paleis).
Regent.Is-ie niet stom en doof en blind en dronken!(tot den Hopman)Moet ik jou zesmaal orders geven!(Hopman wenkt Soldenier in gaanderij, die bij de poort plaats neemt. Hij zelf gaat over de trap in ’t paleis).