Zesde tooneel.

[Inhoud]Zesde tooneel.De Regent, Sero, Regina, Jus.Sero.Dat mag dus niet?Regent.De schalk! Heb jij geen schoffels jaren tijd gehad, om met je nageslacht te práten? Jij wist, pioef—en heb ’r niet belet die vrouw(Regina is op de kruk bij ’t boogvenster gaan zitten)en ’r kornuiten[415]—en wat ’r meer in ’t donker van die kasten en die krotten hokt en krielt—te zien en op te zoeken!…Regina.… Ik heb …Regent.Zet jij je tanden op mekaar en hou je tong ’r tusschen als ik spreek!…Sero.De eerste keer …Regent.Als jij dìen eersten keer rechtschapen poorter en ’n vader als ’t daar beschreven(gebaar naar testament op den grond)staat, geweest—en je dat eigen kind—of was ’t van ’n ander soms, hèhè!—gewaarschuwd en geranseld had, dan dwòng je mij niet—tot m’n spijt (tot onze spijt, wat Jus?) om namens ieder poorter met ’n vaderhart—verbolgen, diepverbolgen, door te tasten. Zachte meesters kweeken …Sero.(glimlachend)Rotte wonden … ’t Is niet kwaad bedacht!…(Een stilte.Hij staat op, kijkt de gaanderij in, zet zich opnieuw, begint met moeite)Ik heb mijn dochter niets gezegd, dien eenen keer, omdat, omdat …Regent.… Omdat! Vermaaklijk hoe-ie zit te henglen naar ’n leugen, dood of levend!Sero.… Omdat ze nog zoo’n kleine droomster is …[416]Regent.Wel! Wel!Sero.’r In ’r jonge meisjesdroomen met dàt harde, dàt haast niet uit te spreken van hààr doen en laten, op te schrikken—ik heb ’t niet gekund …Regent.Wel! Wel!Sero.Ik heb—ik heb ’r laten—slapen.Regent.Ha-ha, ’n winterslaap van meer dan zestien jaar!Sero.’n Lenteslaap.Regent.Hoor je dat sprookje, Jus? De moeder hóér—de vader vijand van den staat—en ’t kind(schel lachend)hè-hè-hè!, ’t kind—’n schoone slaapster in ’t bosch!Sero.Dat’s ieder kind.Jus.Dan wordt ’t tijd, Uw Excellentie, dat ’n prins verschijnt, ha-ha-ha!Regent.Ja, ja, ’n prinselijke porder met ’n bezemsteel!Sero.Ze sprak, mijn kind—’k herhaal dien één’gen keer!—met zulk ’n vreugde van ’r móéder, dat ik ’r droom niet met mijn ruwe knuisten breken kon …[417]Jus.Als jij destijds—destijds—voor zooveel jaar gescheiden was, dan wàs die vrouw geen moeder meer!Regent.Maar Jus—dat wist-ie niet, dat was ’m onbekend! Dat heeft-ie nooit gehoord! Nietwaar? Nietwaar?Sero.Al wasikduizendmaal gescheiden: ’n moederis, ’n moeder blijft—blijft—blijft. Dat ’s nóóit meer ongedaan te maken.Regent.Niet ongedaan, jij goochelaar met woorden! Ook niet door overspel? Je Testament! Je boek met potloodstrepen!Sero.Ook niet door overspel! Wat ook gebeurt: de vrouw die ’t kind geboren heeft, blijft moeder—blijft dè moeder. Draagt niet elkeen ’t merk, ’t moederteeken, waar de navelstreng doorsneden werd?Regent.Ha-ha-ha! Dat heeft verstand van alles—van staat, van kerk, van kreeft, van navelstreng! En laat z’n schoone slaapster met ’r droomen en ’r moederteeken naar snollen, sletten en d’r mansvolk loopen!(tot Regina)Dat was ’n kluifje voor jouw mond—hé, jij daar! Slaap je? Gaf de nacht te weinig rust, ha-ha!—dat was ’n voorjaars-snoepje, wat?—om bij ’n deern van zeventien je móéderplichten waar te nemen! Als ik niet ingegrepen had—door jou en hem en ’t delikate kroost (drie tegelijk) van straat en bed te lichten—was dan vandaag[418]of morgen ’t loon voor d’eersten nacht gestreken—of is de goudvink al geknipt?Regina.(woest opstuivend)Dat lieg je, lieg je! ’k Ben zóó’n loeder niet, om bij d’onschuldige oogen van m’n eigen kind …Regent.Vergeet jij, lichtekooi, dat ik de hoogste magistraat!Regina.(heftig)’k Lap alle magistraten an m’n zool! Ik heb lang genoeg m’n lippen stuk gebeten! ’t Zit me tot hier, tot hier! Mot ik nog pootjes geven als ’k wor gepest!…Jus.Als jij je toon niet matigt …Regina.Wat dan? Wat dan! Doe jij maar wat je wil! Ik ben geen wáárdin voor me eigen dochter! Bij me in ’t huis heeft ze geen stap gehad, geen stap! ’k Heb op m’n stoep gestaan, bang voor ’t zonlicht en de menschen—en op m’n stoep heb ik met haar gepraat. ’k Weet wat ik ben—plezier voor kerels in den nacht en goed voor alle vuil zóo als ’t daglicht schijnt! ’k Weet wie ik ben! Maar zoo gevallen, om ’n kind, dat ik gezoogd, aan dat bestaan, dat rot bestaan, te geven—’r na te laten kijken als ’n schurftig dier—’r voor ’r jonge leven te verdoemen, te vervloeken—’r ook te laten grienen uur aan uur—zoo’n smerig beest ben ik nog niet, wor ’k nooit, nee nooit![419]Regent.Ze is vijfmaal op bezoek—bezoek geweest, zei je daar straks …Regina.Dat heb ’k niet gezegd!Jus.Je liegt—jij liegt—ik heb ’t opgeschreven!Regina(snikkend).Ik zweer bij Jezus aan ’t kruis …Regent.Haha, dat zweert—dat durft te zweren!Regina.Ze heeft geen voetstap op m’n stoep gehad!Regent(kwaadaardig)… Voetstap of niet—over je stoep of niet—of ’t dag of avond was of niet—gaat ons, de Overheid niet aan! Ze is vijfmaal—vijfmaal …Jus.Vijfmaal!Regent.Op bezoek bij jou geweest! Dat ’s duizendmaal te veel!Jus.Artikel 85, vier …Regina(heftig).God mag me straffen met de ergste straf …Regent.(driftig dreigend).Dáár zitten en je driesten mond gehouen, slet! En als jij weer, jij leugenaarster en jij lichtekooi …(zich onderbrekend bij ’t[420]over de trap binnenkomen van den Hopman door Droomelot voorgegaan).Is dat—is dát ’t kind?[Inhoud]Zevende tooneel.Droomelot, Hopman, De Regent, Sero, Regina, Jus.Hopman.Ja, Excellentie! ’t Heeft wat lang geduurd, omdat ik eerst wat smakkers, schreeuwers enslampampers—vriendjes van hém!—van ’t plein heb làten smijten … Ze wouen weten waarom hij …Regent(hem met de hand wenkend te zwijgen).Ja, ja!(tot Droomelot).Ben jij.…? Wat dichterbij.(stilte).Nog dichter!(stilte).Ben je—bang?(stilte).Nu, schiet ’r geen enkel woordje over? Hoe is je naam?(nijdig)Mij aankijken! Niet die mènschen! Je voornaam!Droomelot.Droomelot!Regent.Droomelot! Droomelot! Hè-hè-hè! Is dat de nieuwste christennaam? Wie heeft jou zoo gedoopt? In welke kerk?Droomelot.In welke kerk?(haalt Sero aankijkend de schouders op)Dat weet ik niet.Regent.Nooit in ’n kerk geweest?[421]Droomelot(na Sero aangekeken te hebben, angstig).Eens.Regent.Wel, wel! Al ééns! Tijdens ’n dienst?Droomelot.’n Dienst?… ’n Dienst?.… Dat weet ’k niet. Ik was ’r heel alleen.Regent.Eens in ’n kerk! Eens in ’n kerk! Is ’t wonder, Jus, dat ze verdwalen moest! Dus—bidden heb je nooit gedaan?(zij haalt de schouders op).En dan dien éénen keer? Wat was dat toen?Droomelot.De deuren stonden aan—’k heb enkel rondgekeken.Regent.Ha-ha-! Was ’t ’n synagoog, ’n kathedraal, ’n protestantenkerk?(zij haalt de schouders op).Zoo, zoo!(een stilte)Ken je dien man?Droomelot.Dat is—m’n vader.Regent.Ken je die vrouw?Droomelot.Dat is—m’n moeder.Regent.Hoe weet je—dat die vrouw je moeder is?Droomelot.Dat heeft m’n vader me gezegd.Regent.Ha, zoo!—Wanneer?[422]Droomelot.Altijd.Regent.Mij aankijken! Niet die menschen! En ook niet liegen, droome-Droomelot! Altijd—dat is onmogelijk! Want voor ’n maand had jij je moeder niet gezien!Droomelot.Dat had ’k wel en iedren dag—al was ’t niet dichtbij.Regent.En iedre dag—hoe dan?Droomelot.(haar medaljon bedoelend)Ik heb ’r hier gedragen.Regent.Laat zien! Laat zien!(zij treedt dicht op hem toe, opent het medaljon, zonder den ketting los te maken. Hij neemt het in de handen)Ja, ja—dat kàn ze zijn—’t kan …(betast haar blooten boezem)Maar als je hier ’n kruisje droeg—in plaats van dat—dan zou—dan zou—wat?—wat?…Droomelot(angstig-beschaamd achteruit wijkend, de handen in bescherming voor de borsten)Vader!Sero.(door Hopman weerhouden)Verdoemde ploert!Hopman.Terug!Regina.Als jij ’rnogeens aanraakt, jij …Regent.Weg met dat wijf, weg met dien kerel! Weg![423](De Hopman wenkt in gaanderij. De twee rakkers schieten toe, terwijl de Soldenier Regina terugduwt)Verzetten zich, omdat ik raad ’n kruis te dragen! Blijven in opstand voor den hoogsten magistraat! Bedriegen, konklen, drijven saam ’t span van ontucht!(nijdig tot Droomelot)Hier! Dichterbij! En geen onnoozle streken! Was jij—bij haar in dat bordeel?Droomelot.In wat?Regent.In dat bordeel?Droomelot.Bordeel?(aarzelend-onwetend)Nee.Regent.Hoe dikwijls heb je ’r bezocht—die vrouw?Droomelot.M’n moeder?Regent.(kwaadaardig)Die vrouw, je moer—gaat mij dat aan! ’k Praat toch geen Spaansch! Hoe dikwijls was je bij ’r?(zij staat in angstige aarzeling bevreesd voor Sero’s glimlachend kijken)… Nu dan!Droomelot.(benepen, zonder iemand aan te zien)Dat was, geloof ’k ééns …(ziet vluchtig naar Sero).Regent.(woest)Eens! Eens in de kerk—eens in ’t bordeel—’t blijft altijd eens! ’t Heele nest dat is bevuild! Hij heeft de waarheid in z’n schaduw—zij liegt—en zij, zij slaapt, maar liegt ’t hardst van allemaal!(tot Jus)Zijn klaar de stukken, Jus?[424]Jus.(een ganzeveer overreikend)Ja, Excellentie. Als u ze teekenen wil?Regent(indoopend).Goed zoo. De schalk, die tienmaal door de mazen glee, die tienmaal jou te glad was, Jus, de schalk die overal op plein en markt „verhaalt”—ja, ja!—„vertelt”—ja, ja!—en zulk een teeder nekvel heeft—gaat opdieet!… Ho, ho!… Dat is een vonnis met ’n monsterpen, hahaha!… ’t Lijkje van m’n lijkenvlieg! Net door ’r taster en ’r kop geregen! Adieu mijn vriend: de laatste eer, hahaha!(tipt met den middelvinger tegen den penhouder en wrijft met den voet over het doode insect)Rust zacht en met ’n R. I. P.!(teekent de stukken)… Zoo gaat ’t beter, zonder inktgemors … Die vrouw is vrij!Regina.Goddank!Regent(tot Droomelot).En jij—heb jij ’n keus—bij hem, bij haar?Droomelot.Blijft vader hier?Regent.Ja, ja,—en kosteloos!Droomelot.Dan blijf ik bij mijn vader.Sero.Dat kan niet, Droomelot!Regent.O, ’t kan! ’t Hoofd van Staat—de Staat—heeft ruìmte voor z’n kinderen!Regina.Mag ik ’r niet …[425]Regent.Hahaha! Of zij! Of zij!… Hahaha! Wat jij ’r leeren kan—dat is mij toevertrouwd! En hoe! Hahaha!(tot Hopman)Hier is ’t bevel! Je plicht! Vooruit! Hahaha! Of zij! Of zij!…(af over trap met Jus).Hopman.(tot de rakkers)Wat slapen jullie nou! Weet je geen raad!(zij brengen Sero naar het hok, sluiten de traliedeur. Dan wenkt hij ze Regina heen te voeren).Regina.Mag ik ’t kind …Hopman.(grof)Nee, nee!Regina.Ik wou ’r enkel …Hopman.(haar zelf bij een arm grijpend)Nee zeg ik, nee!(duwt haar met de rakkers door de gaanderij-opening).[Inhoud]Achtste tooneel.Sero, Droomelot.Droomelot(staart als in bewusteloosheid rond, ziet Sero achter de tralies).Vader.…Sero.Kom hier, m’n kind.… Je heb daar straks gelogen!(zij stort op het traliewerk toe, kust knielend z’n hand).Waarom?.… Waarom?.… Dacht jij dat ik op haar afgunstig ben?.… Sta op!… Geknield wordt hiér genoeg! En geef m’n schoentjes en ’t testament.…(zij raapt het Testament op. De soldenier begint op en neer te loopen).—DOEK.—[426]

[Inhoud]Zesde tooneel.De Regent, Sero, Regina, Jus.Sero.Dat mag dus niet?Regent.De schalk! Heb jij geen schoffels jaren tijd gehad, om met je nageslacht te práten? Jij wist, pioef—en heb ’r niet belet die vrouw(Regina is op de kruk bij ’t boogvenster gaan zitten)en ’r kornuiten[415]—en wat ’r meer in ’t donker van die kasten en die krotten hokt en krielt—te zien en op te zoeken!…Regina.… Ik heb …Regent.Zet jij je tanden op mekaar en hou je tong ’r tusschen als ik spreek!…Sero.De eerste keer …Regent.Als jij dìen eersten keer rechtschapen poorter en ’n vader als ’t daar beschreven(gebaar naar testament op den grond)staat, geweest—en je dat eigen kind—of was ’t van ’n ander soms, hèhè!—gewaarschuwd en geranseld had, dan dwòng je mij niet—tot m’n spijt (tot onze spijt, wat Jus?) om namens ieder poorter met ’n vaderhart—verbolgen, diepverbolgen, door te tasten. Zachte meesters kweeken …Sero.(glimlachend)Rotte wonden … ’t Is niet kwaad bedacht!…(Een stilte.Hij staat op, kijkt de gaanderij in, zet zich opnieuw, begint met moeite)Ik heb mijn dochter niets gezegd, dien eenen keer, omdat, omdat …Regent.… Omdat! Vermaaklijk hoe-ie zit te henglen naar ’n leugen, dood of levend!Sero.… Omdat ze nog zoo’n kleine droomster is …[416]Regent.Wel! Wel!Sero.’r In ’r jonge meisjesdroomen met dàt harde, dàt haast niet uit te spreken van hààr doen en laten, op te schrikken—ik heb ’t niet gekund …Regent.Wel! Wel!Sero.Ik heb—ik heb ’r laten—slapen.Regent.Ha-ha, ’n winterslaap van meer dan zestien jaar!Sero.’n Lenteslaap.Regent.Hoor je dat sprookje, Jus? De moeder hóér—de vader vijand van den staat—en ’t kind(schel lachend)hè-hè-hè!, ’t kind—’n schoone slaapster in ’t bosch!Sero.Dat’s ieder kind.Jus.Dan wordt ’t tijd, Uw Excellentie, dat ’n prins verschijnt, ha-ha-ha!Regent.Ja, ja, ’n prinselijke porder met ’n bezemsteel!Sero.Ze sprak, mijn kind—’k herhaal dien één’gen keer!—met zulk ’n vreugde van ’r móéder, dat ik ’r droom niet met mijn ruwe knuisten breken kon …[417]Jus.Als jij destijds—destijds—voor zooveel jaar gescheiden was, dan wàs die vrouw geen moeder meer!Regent.Maar Jus—dat wist-ie niet, dat was ’m onbekend! Dat heeft-ie nooit gehoord! Nietwaar? Nietwaar?Sero.Al wasikduizendmaal gescheiden: ’n moederis, ’n moeder blijft—blijft—blijft. Dat ’s nóóit meer ongedaan te maken.Regent.Niet ongedaan, jij goochelaar met woorden! Ook niet door overspel? Je Testament! Je boek met potloodstrepen!Sero.Ook niet door overspel! Wat ook gebeurt: de vrouw die ’t kind geboren heeft, blijft moeder—blijft dè moeder. Draagt niet elkeen ’t merk, ’t moederteeken, waar de navelstreng doorsneden werd?Regent.Ha-ha-ha! Dat heeft verstand van alles—van staat, van kerk, van kreeft, van navelstreng! En laat z’n schoone slaapster met ’r droomen en ’r moederteeken naar snollen, sletten en d’r mansvolk loopen!(tot Regina)Dat was ’n kluifje voor jouw mond—hé, jij daar! Slaap je? Gaf de nacht te weinig rust, ha-ha!—dat was ’n voorjaars-snoepje, wat?—om bij ’n deern van zeventien je móéderplichten waar te nemen! Als ik niet ingegrepen had—door jou en hem en ’t delikate kroost (drie tegelijk) van straat en bed te lichten—was dan vandaag[418]of morgen ’t loon voor d’eersten nacht gestreken—of is de goudvink al geknipt?Regina.(woest opstuivend)Dat lieg je, lieg je! ’k Ben zóó’n loeder niet, om bij d’onschuldige oogen van m’n eigen kind …Regent.Vergeet jij, lichtekooi, dat ik de hoogste magistraat!Regina.(heftig)’k Lap alle magistraten an m’n zool! Ik heb lang genoeg m’n lippen stuk gebeten! ’t Zit me tot hier, tot hier! Mot ik nog pootjes geven als ’k wor gepest!…Jus.Als jij je toon niet matigt …Regina.Wat dan? Wat dan! Doe jij maar wat je wil! Ik ben geen wáárdin voor me eigen dochter! Bij me in ’t huis heeft ze geen stap gehad, geen stap! ’k Heb op m’n stoep gestaan, bang voor ’t zonlicht en de menschen—en op m’n stoep heb ik met haar gepraat. ’k Weet wat ik ben—plezier voor kerels in den nacht en goed voor alle vuil zóo als ’t daglicht schijnt! ’k Weet wie ik ben! Maar zoo gevallen, om ’n kind, dat ik gezoogd, aan dat bestaan, dat rot bestaan, te geven—’r na te laten kijken als ’n schurftig dier—’r voor ’r jonge leven te verdoemen, te vervloeken—’r ook te laten grienen uur aan uur—zoo’n smerig beest ben ik nog niet, wor ’k nooit, nee nooit![419]Regent.Ze is vijfmaal op bezoek—bezoek geweest, zei je daar straks …Regina.Dat heb ’k niet gezegd!Jus.Je liegt—jij liegt—ik heb ’t opgeschreven!Regina(snikkend).Ik zweer bij Jezus aan ’t kruis …Regent.Haha, dat zweert—dat durft te zweren!Regina.Ze heeft geen voetstap op m’n stoep gehad!Regent(kwaadaardig)… Voetstap of niet—over je stoep of niet—of ’t dag of avond was of niet—gaat ons, de Overheid niet aan! Ze is vijfmaal—vijfmaal …Jus.Vijfmaal!Regent.Op bezoek bij jou geweest! Dat ’s duizendmaal te veel!Jus.Artikel 85, vier …Regina(heftig).God mag me straffen met de ergste straf …Regent.(driftig dreigend).Dáár zitten en je driesten mond gehouen, slet! En als jij weer, jij leugenaarster en jij lichtekooi …(zich onderbrekend bij ’t[420]over de trap binnenkomen van den Hopman door Droomelot voorgegaan).Is dat—is dát ’t kind?[Inhoud]Zevende tooneel.Droomelot, Hopman, De Regent, Sero, Regina, Jus.Hopman.Ja, Excellentie! ’t Heeft wat lang geduurd, omdat ik eerst wat smakkers, schreeuwers enslampampers—vriendjes van hém!—van ’t plein heb làten smijten … Ze wouen weten waarom hij …Regent(hem met de hand wenkend te zwijgen).Ja, ja!(tot Droomelot).Ben jij.…? Wat dichterbij.(stilte).Nog dichter!(stilte).Ben je—bang?(stilte).Nu, schiet ’r geen enkel woordje over? Hoe is je naam?(nijdig)Mij aankijken! Niet die mènschen! Je voornaam!Droomelot.Droomelot!Regent.Droomelot! Droomelot! Hè-hè-hè! Is dat de nieuwste christennaam? Wie heeft jou zoo gedoopt? In welke kerk?Droomelot.In welke kerk?(haalt Sero aankijkend de schouders op)Dat weet ik niet.Regent.Nooit in ’n kerk geweest?[421]Droomelot(na Sero aangekeken te hebben, angstig).Eens.Regent.Wel, wel! Al ééns! Tijdens ’n dienst?Droomelot.’n Dienst?… ’n Dienst?.… Dat weet ’k niet. Ik was ’r heel alleen.Regent.Eens in ’n kerk! Eens in ’n kerk! Is ’t wonder, Jus, dat ze verdwalen moest! Dus—bidden heb je nooit gedaan?(zij haalt de schouders op).En dan dien éénen keer? Wat was dat toen?Droomelot.De deuren stonden aan—’k heb enkel rondgekeken.Regent.Ha-ha-! Was ’t ’n synagoog, ’n kathedraal, ’n protestantenkerk?(zij haalt de schouders op).Zoo, zoo!(een stilte)Ken je dien man?Droomelot.Dat is—m’n vader.Regent.Ken je die vrouw?Droomelot.Dat is—m’n moeder.Regent.Hoe weet je—dat die vrouw je moeder is?Droomelot.Dat heeft m’n vader me gezegd.Regent.Ha, zoo!—Wanneer?[422]Droomelot.Altijd.Regent.Mij aankijken! Niet die menschen! En ook niet liegen, droome-Droomelot! Altijd—dat is onmogelijk! Want voor ’n maand had jij je moeder niet gezien!Droomelot.Dat had ’k wel en iedren dag—al was ’t niet dichtbij.Regent.En iedre dag—hoe dan?Droomelot.(haar medaljon bedoelend)Ik heb ’r hier gedragen.Regent.Laat zien! Laat zien!(zij treedt dicht op hem toe, opent het medaljon, zonder den ketting los te maken. Hij neemt het in de handen)Ja, ja—dat kàn ze zijn—’t kan …(betast haar blooten boezem)Maar als je hier ’n kruisje droeg—in plaats van dat—dan zou—dan zou—wat?—wat?…Droomelot(angstig-beschaamd achteruit wijkend, de handen in bescherming voor de borsten)Vader!Sero.(door Hopman weerhouden)Verdoemde ploert!Hopman.Terug!Regina.Als jij ’rnogeens aanraakt, jij …Regent.Weg met dat wijf, weg met dien kerel! Weg![423](De Hopman wenkt in gaanderij. De twee rakkers schieten toe, terwijl de Soldenier Regina terugduwt)Verzetten zich, omdat ik raad ’n kruis te dragen! Blijven in opstand voor den hoogsten magistraat! Bedriegen, konklen, drijven saam ’t span van ontucht!(nijdig tot Droomelot)Hier! Dichterbij! En geen onnoozle streken! Was jij—bij haar in dat bordeel?Droomelot.In wat?Regent.In dat bordeel?Droomelot.Bordeel?(aarzelend-onwetend)Nee.Regent.Hoe dikwijls heb je ’r bezocht—die vrouw?Droomelot.M’n moeder?Regent.(kwaadaardig)Die vrouw, je moer—gaat mij dat aan! ’k Praat toch geen Spaansch! Hoe dikwijls was je bij ’r?(zij staat in angstige aarzeling bevreesd voor Sero’s glimlachend kijken)… Nu dan!Droomelot.(benepen, zonder iemand aan te zien)Dat was, geloof ’k ééns …(ziet vluchtig naar Sero).Regent.(woest)Eens! Eens in de kerk—eens in ’t bordeel—’t blijft altijd eens! ’t Heele nest dat is bevuild! Hij heeft de waarheid in z’n schaduw—zij liegt—en zij, zij slaapt, maar liegt ’t hardst van allemaal!(tot Jus)Zijn klaar de stukken, Jus?[424]Jus.(een ganzeveer overreikend)Ja, Excellentie. Als u ze teekenen wil?Regent(indoopend).Goed zoo. De schalk, die tienmaal door de mazen glee, die tienmaal jou te glad was, Jus, de schalk die overal op plein en markt „verhaalt”—ja, ja!—„vertelt”—ja, ja!—en zulk een teeder nekvel heeft—gaat opdieet!… Ho, ho!… Dat is een vonnis met ’n monsterpen, hahaha!… ’t Lijkje van m’n lijkenvlieg! Net door ’r taster en ’r kop geregen! Adieu mijn vriend: de laatste eer, hahaha!(tipt met den middelvinger tegen den penhouder en wrijft met den voet over het doode insect)Rust zacht en met ’n R. I. P.!(teekent de stukken)… Zoo gaat ’t beter, zonder inktgemors … Die vrouw is vrij!Regina.Goddank!Regent(tot Droomelot).En jij—heb jij ’n keus—bij hem, bij haar?Droomelot.Blijft vader hier?Regent.Ja, ja,—en kosteloos!Droomelot.Dan blijf ik bij mijn vader.Sero.Dat kan niet, Droomelot!Regent.O, ’t kan! ’t Hoofd van Staat—de Staat—heeft ruìmte voor z’n kinderen!Regina.Mag ik ’r niet …[425]Regent.Hahaha! Of zij! Of zij!… Hahaha! Wat jij ’r leeren kan—dat is mij toevertrouwd! En hoe! Hahaha!(tot Hopman)Hier is ’t bevel! Je plicht! Vooruit! Hahaha! Of zij! Of zij!…(af over trap met Jus).Hopman.(tot de rakkers)Wat slapen jullie nou! Weet je geen raad!(zij brengen Sero naar het hok, sluiten de traliedeur. Dan wenkt hij ze Regina heen te voeren).Regina.Mag ik ’t kind …Hopman.(grof)Nee, nee!Regina.Ik wou ’r enkel …Hopman.(haar zelf bij een arm grijpend)Nee zeg ik, nee!(duwt haar met de rakkers door de gaanderij-opening).[Inhoud]Achtste tooneel.Sero, Droomelot.Droomelot(staart als in bewusteloosheid rond, ziet Sero achter de tralies).Vader.…Sero.Kom hier, m’n kind.… Je heb daar straks gelogen!(zij stort op het traliewerk toe, kust knielend z’n hand).Waarom?.… Waarom?.… Dacht jij dat ik op haar afgunstig ben?.… Sta op!… Geknield wordt hiér genoeg! En geef m’n schoentjes en ’t testament.…(zij raapt het Testament op. De soldenier begint op en neer te loopen).—DOEK.—[426]

[Inhoud]Zesde tooneel.De Regent, Sero, Regina, Jus.Sero.Dat mag dus niet?Regent.De schalk! Heb jij geen schoffels jaren tijd gehad, om met je nageslacht te práten? Jij wist, pioef—en heb ’r niet belet die vrouw(Regina is op de kruk bij ’t boogvenster gaan zitten)en ’r kornuiten[415]—en wat ’r meer in ’t donker van die kasten en die krotten hokt en krielt—te zien en op te zoeken!…Regina.… Ik heb …Regent.Zet jij je tanden op mekaar en hou je tong ’r tusschen als ik spreek!…Sero.De eerste keer …Regent.Als jij dìen eersten keer rechtschapen poorter en ’n vader als ’t daar beschreven(gebaar naar testament op den grond)staat, geweest—en je dat eigen kind—of was ’t van ’n ander soms, hèhè!—gewaarschuwd en geranseld had, dan dwòng je mij niet—tot m’n spijt (tot onze spijt, wat Jus?) om namens ieder poorter met ’n vaderhart—verbolgen, diepverbolgen, door te tasten. Zachte meesters kweeken …Sero.(glimlachend)Rotte wonden … ’t Is niet kwaad bedacht!…(Een stilte.Hij staat op, kijkt de gaanderij in, zet zich opnieuw, begint met moeite)Ik heb mijn dochter niets gezegd, dien eenen keer, omdat, omdat …Regent.… Omdat! Vermaaklijk hoe-ie zit te henglen naar ’n leugen, dood of levend!Sero.… Omdat ze nog zoo’n kleine droomster is …[416]Regent.Wel! Wel!Sero.’r In ’r jonge meisjesdroomen met dàt harde, dàt haast niet uit te spreken van hààr doen en laten, op te schrikken—ik heb ’t niet gekund …Regent.Wel! Wel!Sero.Ik heb—ik heb ’r laten—slapen.Regent.Ha-ha, ’n winterslaap van meer dan zestien jaar!Sero.’n Lenteslaap.Regent.Hoor je dat sprookje, Jus? De moeder hóér—de vader vijand van den staat—en ’t kind(schel lachend)hè-hè-hè!, ’t kind—’n schoone slaapster in ’t bosch!Sero.Dat’s ieder kind.Jus.Dan wordt ’t tijd, Uw Excellentie, dat ’n prins verschijnt, ha-ha-ha!Regent.Ja, ja, ’n prinselijke porder met ’n bezemsteel!Sero.Ze sprak, mijn kind—’k herhaal dien één’gen keer!—met zulk ’n vreugde van ’r móéder, dat ik ’r droom niet met mijn ruwe knuisten breken kon …[417]Jus.Als jij destijds—destijds—voor zooveel jaar gescheiden was, dan wàs die vrouw geen moeder meer!Regent.Maar Jus—dat wist-ie niet, dat was ’m onbekend! Dat heeft-ie nooit gehoord! Nietwaar? Nietwaar?Sero.Al wasikduizendmaal gescheiden: ’n moederis, ’n moeder blijft—blijft—blijft. Dat ’s nóóit meer ongedaan te maken.Regent.Niet ongedaan, jij goochelaar met woorden! Ook niet door overspel? Je Testament! Je boek met potloodstrepen!Sero.Ook niet door overspel! Wat ook gebeurt: de vrouw die ’t kind geboren heeft, blijft moeder—blijft dè moeder. Draagt niet elkeen ’t merk, ’t moederteeken, waar de navelstreng doorsneden werd?Regent.Ha-ha-ha! Dat heeft verstand van alles—van staat, van kerk, van kreeft, van navelstreng! En laat z’n schoone slaapster met ’r droomen en ’r moederteeken naar snollen, sletten en d’r mansvolk loopen!(tot Regina)Dat was ’n kluifje voor jouw mond—hé, jij daar! Slaap je? Gaf de nacht te weinig rust, ha-ha!—dat was ’n voorjaars-snoepje, wat?—om bij ’n deern van zeventien je móéderplichten waar te nemen! Als ik niet ingegrepen had—door jou en hem en ’t delikate kroost (drie tegelijk) van straat en bed te lichten—was dan vandaag[418]of morgen ’t loon voor d’eersten nacht gestreken—of is de goudvink al geknipt?Regina.(woest opstuivend)Dat lieg je, lieg je! ’k Ben zóó’n loeder niet, om bij d’onschuldige oogen van m’n eigen kind …Regent.Vergeet jij, lichtekooi, dat ik de hoogste magistraat!Regina.(heftig)’k Lap alle magistraten an m’n zool! Ik heb lang genoeg m’n lippen stuk gebeten! ’t Zit me tot hier, tot hier! Mot ik nog pootjes geven als ’k wor gepest!…Jus.Als jij je toon niet matigt …Regina.Wat dan? Wat dan! Doe jij maar wat je wil! Ik ben geen wáárdin voor me eigen dochter! Bij me in ’t huis heeft ze geen stap gehad, geen stap! ’k Heb op m’n stoep gestaan, bang voor ’t zonlicht en de menschen—en op m’n stoep heb ik met haar gepraat. ’k Weet wat ik ben—plezier voor kerels in den nacht en goed voor alle vuil zóo als ’t daglicht schijnt! ’k Weet wie ik ben! Maar zoo gevallen, om ’n kind, dat ik gezoogd, aan dat bestaan, dat rot bestaan, te geven—’r na te laten kijken als ’n schurftig dier—’r voor ’r jonge leven te verdoemen, te vervloeken—’r ook te laten grienen uur aan uur—zoo’n smerig beest ben ik nog niet, wor ’k nooit, nee nooit![419]Regent.Ze is vijfmaal op bezoek—bezoek geweest, zei je daar straks …Regina.Dat heb ’k niet gezegd!Jus.Je liegt—jij liegt—ik heb ’t opgeschreven!Regina(snikkend).Ik zweer bij Jezus aan ’t kruis …Regent.Haha, dat zweert—dat durft te zweren!Regina.Ze heeft geen voetstap op m’n stoep gehad!Regent(kwaadaardig)… Voetstap of niet—over je stoep of niet—of ’t dag of avond was of niet—gaat ons, de Overheid niet aan! Ze is vijfmaal—vijfmaal …Jus.Vijfmaal!Regent.Op bezoek bij jou geweest! Dat ’s duizendmaal te veel!Jus.Artikel 85, vier …Regina(heftig).God mag me straffen met de ergste straf …Regent.(driftig dreigend).Dáár zitten en je driesten mond gehouen, slet! En als jij weer, jij leugenaarster en jij lichtekooi …(zich onderbrekend bij ’t[420]over de trap binnenkomen van den Hopman door Droomelot voorgegaan).Is dat—is dát ’t kind?[Inhoud]Zevende tooneel.Droomelot, Hopman, De Regent, Sero, Regina, Jus.Hopman.Ja, Excellentie! ’t Heeft wat lang geduurd, omdat ik eerst wat smakkers, schreeuwers enslampampers—vriendjes van hém!—van ’t plein heb làten smijten … Ze wouen weten waarom hij …Regent(hem met de hand wenkend te zwijgen).Ja, ja!(tot Droomelot).Ben jij.…? Wat dichterbij.(stilte).Nog dichter!(stilte).Ben je—bang?(stilte).Nu, schiet ’r geen enkel woordje over? Hoe is je naam?(nijdig)Mij aankijken! Niet die mènschen! Je voornaam!Droomelot.Droomelot!Regent.Droomelot! Droomelot! Hè-hè-hè! Is dat de nieuwste christennaam? Wie heeft jou zoo gedoopt? In welke kerk?Droomelot.In welke kerk?(haalt Sero aankijkend de schouders op)Dat weet ik niet.Regent.Nooit in ’n kerk geweest?[421]Droomelot(na Sero aangekeken te hebben, angstig).Eens.Regent.Wel, wel! Al ééns! Tijdens ’n dienst?Droomelot.’n Dienst?… ’n Dienst?.… Dat weet ’k niet. Ik was ’r heel alleen.Regent.Eens in ’n kerk! Eens in ’n kerk! Is ’t wonder, Jus, dat ze verdwalen moest! Dus—bidden heb je nooit gedaan?(zij haalt de schouders op).En dan dien éénen keer? Wat was dat toen?Droomelot.De deuren stonden aan—’k heb enkel rondgekeken.Regent.Ha-ha-! Was ’t ’n synagoog, ’n kathedraal, ’n protestantenkerk?(zij haalt de schouders op).Zoo, zoo!(een stilte)Ken je dien man?Droomelot.Dat is—m’n vader.Regent.Ken je die vrouw?Droomelot.Dat is—m’n moeder.Regent.Hoe weet je—dat die vrouw je moeder is?Droomelot.Dat heeft m’n vader me gezegd.Regent.Ha, zoo!—Wanneer?[422]Droomelot.Altijd.Regent.Mij aankijken! Niet die menschen! En ook niet liegen, droome-Droomelot! Altijd—dat is onmogelijk! Want voor ’n maand had jij je moeder niet gezien!Droomelot.Dat had ’k wel en iedren dag—al was ’t niet dichtbij.Regent.En iedre dag—hoe dan?Droomelot.(haar medaljon bedoelend)Ik heb ’r hier gedragen.Regent.Laat zien! Laat zien!(zij treedt dicht op hem toe, opent het medaljon, zonder den ketting los te maken. Hij neemt het in de handen)Ja, ja—dat kàn ze zijn—’t kan …(betast haar blooten boezem)Maar als je hier ’n kruisje droeg—in plaats van dat—dan zou—dan zou—wat?—wat?…Droomelot(angstig-beschaamd achteruit wijkend, de handen in bescherming voor de borsten)Vader!Sero.(door Hopman weerhouden)Verdoemde ploert!Hopman.Terug!Regina.Als jij ’rnogeens aanraakt, jij …Regent.Weg met dat wijf, weg met dien kerel! Weg![423](De Hopman wenkt in gaanderij. De twee rakkers schieten toe, terwijl de Soldenier Regina terugduwt)Verzetten zich, omdat ik raad ’n kruis te dragen! Blijven in opstand voor den hoogsten magistraat! Bedriegen, konklen, drijven saam ’t span van ontucht!(nijdig tot Droomelot)Hier! Dichterbij! En geen onnoozle streken! Was jij—bij haar in dat bordeel?Droomelot.In wat?Regent.In dat bordeel?Droomelot.Bordeel?(aarzelend-onwetend)Nee.Regent.Hoe dikwijls heb je ’r bezocht—die vrouw?Droomelot.M’n moeder?Regent.(kwaadaardig)Die vrouw, je moer—gaat mij dat aan! ’k Praat toch geen Spaansch! Hoe dikwijls was je bij ’r?(zij staat in angstige aarzeling bevreesd voor Sero’s glimlachend kijken)… Nu dan!Droomelot.(benepen, zonder iemand aan te zien)Dat was, geloof ’k ééns …(ziet vluchtig naar Sero).Regent.(woest)Eens! Eens in de kerk—eens in ’t bordeel—’t blijft altijd eens! ’t Heele nest dat is bevuild! Hij heeft de waarheid in z’n schaduw—zij liegt—en zij, zij slaapt, maar liegt ’t hardst van allemaal!(tot Jus)Zijn klaar de stukken, Jus?[424]Jus.(een ganzeveer overreikend)Ja, Excellentie. Als u ze teekenen wil?Regent(indoopend).Goed zoo. De schalk, die tienmaal door de mazen glee, die tienmaal jou te glad was, Jus, de schalk die overal op plein en markt „verhaalt”—ja, ja!—„vertelt”—ja, ja!—en zulk een teeder nekvel heeft—gaat opdieet!… Ho, ho!… Dat is een vonnis met ’n monsterpen, hahaha!… ’t Lijkje van m’n lijkenvlieg! Net door ’r taster en ’r kop geregen! Adieu mijn vriend: de laatste eer, hahaha!(tipt met den middelvinger tegen den penhouder en wrijft met den voet over het doode insect)Rust zacht en met ’n R. I. P.!(teekent de stukken)… Zoo gaat ’t beter, zonder inktgemors … Die vrouw is vrij!Regina.Goddank!Regent(tot Droomelot).En jij—heb jij ’n keus—bij hem, bij haar?Droomelot.Blijft vader hier?Regent.Ja, ja,—en kosteloos!Droomelot.Dan blijf ik bij mijn vader.Sero.Dat kan niet, Droomelot!Regent.O, ’t kan! ’t Hoofd van Staat—de Staat—heeft ruìmte voor z’n kinderen!Regina.Mag ik ’r niet …[425]Regent.Hahaha! Of zij! Of zij!… Hahaha! Wat jij ’r leeren kan—dat is mij toevertrouwd! En hoe! Hahaha!(tot Hopman)Hier is ’t bevel! Je plicht! Vooruit! Hahaha! Of zij! Of zij!…(af over trap met Jus).Hopman.(tot de rakkers)Wat slapen jullie nou! Weet je geen raad!(zij brengen Sero naar het hok, sluiten de traliedeur. Dan wenkt hij ze Regina heen te voeren).Regina.Mag ik ’t kind …Hopman.(grof)Nee, nee!Regina.Ik wou ’r enkel …Hopman.(haar zelf bij een arm grijpend)Nee zeg ik, nee!(duwt haar met de rakkers door de gaanderij-opening).[Inhoud]Achtste tooneel.Sero, Droomelot.Droomelot(staart als in bewusteloosheid rond, ziet Sero achter de tralies).Vader.…Sero.Kom hier, m’n kind.… Je heb daar straks gelogen!(zij stort op het traliewerk toe, kust knielend z’n hand).Waarom?.… Waarom?.… Dacht jij dat ik op haar afgunstig ben?.… Sta op!… Geknield wordt hiér genoeg! En geef m’n schoentjes en ’t testament.…(zij raapt het Testament op. De soldenier begint op en neer te loopen).—DOEK.—[426]

[Inhoud]Zesde tooneel.De Regent, Sero, Regina, Jus.Sero.Dat mag dus niet?Regent.De schalk! Heb jij geen schoffels jaren tijd gehad, om met je nageslacht te práten? Jij wist, pioef—en heb ’r niet belet die vrouw(Regina is op de kruk bij ’t boogvenster gaan zitten)en ’r kornuiten[415]—en wat ’r meer in ’t donker van die kasten en die krotten hokt en krielt—te zien en op te zoeken!…Regina.… Ik heb …Regent.Zet jij je tanden op mekaar en hou je tong ’r tusschen als ik spreek!…Sero.De eerste keer …Regent.Als jij dìen eersten keer rechtschapen poorter en ’n vader als ’t daar beschreven(gebaar naar testament op den grond)staat, geweest—en je dat eigen kind—of was ’t van ’n ander soms, hèhè!—gewaarschuwd en geranseld had, dan dwòng je mij niet—tot m’n spijt (tot onze spijt, wat Jus?) om namens ieder poorter met ’n vaderhart—verbolgen, diepverbolgen, door te tasten. Zachte meesters kweeken …Sero.(glimlachend)Rotte wonden … ’t Is niet kwaad bedacht!…(Een stilte.Hij staat op, kijkt de gaanderij in, zet zich opnieuw, begint met moeite)Ik heb mijn dochter niets gezegd, dien eenen keer, omdat, omdat …Regent.… Omdat! Vermaaklijk hoe-ie zit te henglen naar ’n leugen, dood of levend!Sero.… Omdat ze nog zoo’n kleine droomster is …[416]Regent.Wel! Wel!Sero.’r In ’r jonge meisjesdroomen met dàt harde, dàt haast niet uit te spreken van hààr doen en laten, op te schrikken—ik heb ’t niet gekund …Regent.Wel! Wel!Sero.Ik heb—ik heb ’r laten—slapen.Regent.Ha-ha, ’n winterslaap van meer dan zestien jaar!Sero.’n Lenteslaap.Regent.Hoor je dat sprookje, Jus? De moeder hóér—de vader vijand van den staat—en ’t kind(schel lachend)hè-hè-hè!, ’t kind—’n schoone slaapster in ’t bosch!Sero.Dat’s ieder kind.Jus.Dan wordt ’t tijd, Uw Excellentie, dat ’n prins verschijnt, ha-ha-ha!Regent.Ja, ja, ’n prinselijke porder met ’n bezemsteel!Sero.Ze sprak, mijn kind—’k herhaal dien één’gen keer!—met zulk ’n vreugde van ’r móéder, dat ik ’r droom niet met mijn ruwe knuisten breken kon …[417]Jus.Als jij destijds—destijds—voor zooveel jaar gescheiden was, dan wàs die vrouw geen moeder meer!Regent.Maar Jus—dat wist-ie niet, dat was ’m onbekend! Dat heeft-ie nooit gehoord! Nietwaar? Nietwaar?Sero.Al wasikduizendmaal gescheiden: ’n moederis, ’n moeder blijft—blijft—blijft. Dat ’s nóóit meer ongedaan te maken.Regent.Niet ongedaan, jij goochelaar met woorden! Ook niet door overspel? Je Testament! Je boek met potloodstrepen!Sero.Ook niet door overspel! Wat ook gebeurt: de vrouw die ’t kind geboren heeft, blijft moeder—blijft dè moeder. Draagt niet elkeen ’t merk, ’t moederteeken, waar de navelstreng doorsneden werd?Regent.Ha-ha-ha! Dat heeft verstand van alles—van staat, van kerk, van kreeft, van navelstreng! En laat z’n schoone slaapster met ’r droomen en ’r moederteeken naar snollen, sletten en d’r mansvolk loopen!(tot Regina)Dat was ’n kluifje voor jouw mond—hé, jij daar! Slaap je? Gaf de nacht te weinig rust, ha-ha!—dat was ’n voorjaars-snoepje, wat?—om bij ’n deern van zeventien je móéderplichten waar te nemen! Als ik niet ingegrepen had—door jou en hem en ’t delikate kroost (drie tegelijk) van straat en bed te lichten—was dan vandaag[418]of morgen ’t loon voor d’eersten nacht gestreken—of is de goudvink al geknipt?Regina.(woest opstuivend)Dat lieg je, lieg je! ’k Ben zóó’n loeder niet, om bij d’onschuldige oogen van m’n eigen kind …Regent.Vergeet jij, lichtekooi, dat ik de hoogste magistraat!Regina.(heftig)’k Lap alle magistraten an m’n zool! Ik heb lang genoeg m’n lippen stuk gebeten! ’t Zit me tot hier, tot hier! Mot ik nog pootjes geven als ’k wor gepest!…Jus.Als jij je toon niet matigt …Regina.Wat dan? Wat dan! Doe jij maar wat je wil! Ik ben geen wáárdin voor me eigen dochter! Bij me in ’t huis heeft ze geen stap gehad, geen stap! ’k Heb op m’n stoep gestaan, bang voor ’t zonlicht en de menschen—en op m’n stoep heb ik met haar gepraat. ’k Weet wat ik ben—plezier voor kerels in den nacht en goed voor alle vuil zóo als ’t daglicht schijnt! ’k Weet wie ik ben! Maar zoo gevallen, om ’n kind, dat ik gezoogd, aan dat bestaan, dat rot bestaan, te geven—’r na te laten kijken als ’n schurftig dier—’r voor ’r jonge leven te verdoemen, te vervloeken—’r ook te laten grienen uur aan uur—zoo’n smerig beest ben ik nog niet, wor ’k nooit, nee nooit![419]Regent.Ze is vijfmaal op bezoek—bezoek geweest, zei je daar straks …Regina.Dat heb ’k niet gezegd!Jus.Je liegt—jij liegt—ik heb ’t opgeschreven!Regina(snikkend).Ik zweer bij Jezus aan ’t kruis …Regent.Haha, dat zweert—dat durft te zweren!Regina.Ze heeft geen voetstap op m’n stoep gehad!Regent(kwaadaardig)… Voetstap of niet—over je stoep of niet—of ’t dag of avond was of niet—gaat ons, de Overheid niet aan! Ze is vijfmaal—vijfmaal …Jus.Vijfmaal!Regent.Op bezoek bij jou geweest! Dat ’s duizendmaal te veel!Jus.Artikel 85, vier …Regina(heftig).God mag me straffen met de ergste straf …Regent.(driftig dreigend).Dáár zitten en je driesten mond gehouen, slet! En als jij weer, jij leugenaarster en jij lichtekooi …(zich onderbrekend bij ’t[420]over de trap binnenkomen van den Hopman door Droomelot voorgegaan).Is dat—is dát ’t kind?[Inhoud]Zevende tooneel.Droomelot, Hopman, De Regent, Sero, Regina, Jus.Hopman.Ja, Excellentie! ’t Heeft wat lang geduurd, omdat ik eerst wat smakkers, schreeuwers enslampampers—vriendjes van hém!—van ’t plein heb làten smijten … Ze wouen weten waarom hij …Regent(hem met de hand wenkend te zwijgen).Ja, ja!(tot Droomelot).Ben jij.…? Wat dichterbij.(stilte).Nog dichter!(stilte).Ben je—bang?(stilte).Nu, schiet ’r geen enkel woordje over? Hoe is je naam?(nijdig)Mij aankijken! Niet die mènschen! Je voornaam!Droomelot.Droomelot!Regent.Droomelot! Droomelot! Hè-hè-hè! Is dat de nieuwste christennaam? Wie heeft jou zoo gedoopt? In welke kerk?Droomelot.In welke kerk?(haalt Sero aankijkend de schouders op)Dat weet ik niet.Regent.Nooit in ’n kerk geweest?[421]Droomelot(na Sero aangekeken te hebben, angstig).Eens.Regent.Wel, wel! Al ééns! Tijdens ’n dienst?Droomelot.’n Dienst?… ’n Dienst?.… Dat weet ’k niet. Ik was ’r heel alleen.Regent.Eens in ’n kerk! Eens in ’n kerk! Is ’t wonder, Jus, dat ze verdwalen moest! Dus—bidden heb je nooit gedaan?(zij haalt de schouders op).En dan dien éénen keer? Wat was dat toen?Droomelot.De deuren stonden aan—’k heb enkel rondgekeken.Regent.Ha-ha-! Was ’t ’n synagoog, ’n kathedraal, ’n protestantenkerk?(zij haalt de schouders op).Zoo, zoo!(een stilte)Ken je dien man?Droomelot.Dat is—m’n vader.Regent.Ken je die vrouw?Droomelot.Dat is—m’n moeder.Regent.Hoe weet je—dat die vrouw je moeder is?Droomelot.Dat heeft m’n vader me gezegd.Regent.Ha, zoo!—Wanneer?[422]Droomelot.Altijd.Regent.Mij aankijken! Niet die menschen! En ook niet liegen, droome-Droomelot! Altijd—dat is onmogelijk! Want voor ’n maand had jij je moeder niet gezien!Droomelot.Dat had ’k wel en iedren dag—al was ’t niet dichtbij.Regent.En iedre dag—hoe dan?Droomelot.(haar medaljon bedoelend)Ik heb ’r hier gedragen.Regent.Laat zien! Laat zien!(zij treedt dicht op hem toe, opent het medaljon, zonder den ketting los te maken. Hij neemt het in de handen)Ja, ja—dat kàn ze zijn—’t kan …(betast haar blooten boezem)Maar als je hier ’n kruisje droeg—in plaats van dat—dan zou—dan zou—wat?—wat?…Droomelot(angstig-beschaamd achteruit wijkend, de handen in bescherming voor de borsten)Vader!Sero.(door Hopman weerhouden)Verdoemde ploert!Hopman.Terug!Regina.Als jij ’rnogeens aanraakt, jij …Regent.Weg met dat wijf, weg met dien kerel! Weg![423](De Hopman wenkt in gaanderij. De twee rakkers schieten toe, terwijl de Soldenier Regina terugduwt)Verzetten zich, omdat ik raad ’n kruis te dragen! Blijven in opstand voor den hoogsten magistraat! Bedriegen, konklen, drijven saam ’t span van ontucht!(nijdig tot Droomelot)Hier! Dichterbij! En geen onnoozle streken! Was jij—bij haar in dat bordeel?Droomelot.In wat?Regent.In dat bordeel?Droomelot.Bordeel?(aarzelend-onwetend)Nee.Regent.Hoe dikwijls heb je ’r bezocht—die vrouw?Droomelot.M’n moeder?Regent.(kwaadaardig)Die vrouw, je moer—gaat mij dat aan! ’k Praat toch geen Spaansch! Hoe dikwijls was je bij ’r?(zij staat in angstige aarzeling bevreesd voor Sero’s glimlachend kijken)… Nu dan!Droomelot.(benepen, zonder iemand aan te zien)Dat was, geloof ’k ééns …(ziet vluchtig naar Sero).Regent.(woest)Eens! Eens in de kerk—eens in ’t bordeel—’t blijft altijd eens! ’t Heele nest dat is bevuild! Hij heeft de waarheid in z’n schaduw—zij liegt—en zij, zij slaapt, maar liegt ’t hardst van allemaal!(tot Jus)Zijn klaar de stukken, Jus?[424]Jus.(een ganzeveer overreikend)Ja, Excellentie. Als u ze teekenen wil?Regent(indoopend).Goed zoo. De schalk, die tienmaal door de mazen glee, die tienmaal jou te glad was, Jus, de schalk die overal op plein en markt „verhaalt”—ja, ja!—„vertelt”—ja, ja!—en zulk een teeder nekvel heeft—gaat opdieet!… Ho, ho!… Dat is een vonnis met ’n monsterpen, hahaha!… ’t Lijkje van m’n lijkenvlieg! Net door ’r taster en ’r kop geregen! Adieu mijn vriend: de laatste eer, hahaha!(tipt met den middelvinger tegen den penhouder en wrijft met den voet over het doode insect)Rust zacht en met ’n R. I. P.!(teekent de stukken)… Zoo gaat ’t beter, zonder inktgemors … Die vrouw is vrij!Regina.Goddank!Regent(tot Droomelot).En jij—heb jij ’n keus—bij hem, bij haar?Droomelot.Blijft vader hier?Regent.Ja, ja,—en kosteloos!Droomelot.Dan blijf ik bij mijn vader.Sero.Dat kan niet, Droomelot!Regent.O, ’t kan! ’t Hoofd van Staat—de Staat—heeft ruìmte voor z’n kinderen!Regina.Mag ik ’r niet …[425]Regent.Hahaha! Of zij! Of zij!… Hahaha! Wat jij ’r leeren kan—dat is mij toevertrouwd! En hoe! Hahaha!(tot Hopman)Hier is ’t bevel! Je plicht! Vooruit! Hahaha! Of zij! Of zij!…(af over trap met Jus).Hopman.(tot de rakkers)Wat slapen jullie nou! Weet je geen raad!(zij brengen Sero naar het hok, sluiten de traliedeur. Dan wenkt hij ze Regina heen te voeren).Regina.Mag ik ’t kind …Hopman.(grof)Nee, nee!Regina.Ik wou ’r enkel …Hopman.(haar zelf bij een arm grijpend)Nee zeg ik, nee!(duwt haar met de rakkers door de gaanderij-opening).[Inhoud]Achtste tooneel.Sero, Droomelot.Droomelot(staart als in bewusteloosheid rond, ziet Sero achter de tralies).Vader.…Sero.Kom hier, m’n kind.… Je heb daar straks gelogen!(zij stort op het traliewerk toe, kust knielend z’n hand).Waarom?.… Waarom?.… Dacht jij dat ik op haar afgunstig ben?.… Sta op!… Geknield wordt hiér genoeg! En geef m’n schoentjes en ’t testament.…(zij raapt het Testament op. De soldenier begint op en neer te loopen).—DOEK.—[426]

[Inhoud]Zesde tooneel.De Regent, Sero, Regina, Jus.Sero.Dat mag dus niet?Regent.De schalk! Heb jij geen schoffels jaren tijd gehad, om met je nageslacht te práten? Jij wist, pioef—en heb ’r niet belet die vrouw(Regina is op de kruk bij ’t boogvenster gaan zitten)en ’r kornuiten[415]—en wat ’r meer in ’t donker van die kasten en die krotten hokt en krielt—te zien en op te zoeken!…Regina.… Ik heb …Regent.Zet jij je tanden op mekaar en hou je tong ’r tusschen als ik spreek!…Sero.De eerste keer …Regent.Als jij dìen eersten keer rechtschapen poorter en ’n vader als ’t daar beschreven(gebaar naar testament op den grond)staat, geweest—en je dat eigen kind—of was ’t van ’n ander soms, hèhè!—gewaarschuwd en geranseld had, dan dwòng je mij niet—tot m’n spijt (tot onze spijt, wat Jus?) om namens ieder poorter met ’n vaderhart—verbolgen, diepverbolgen, door te tasten. Zachte meesters kweeken …Sero.(glimlachend)Rotte wonden … ’t Is niet kwaad bedacht!…(Een stilte.Hij staat op, kijkt de gaanderij in, zet zich opnieuw, begint met moeite)Ik heb mijn dochter niets gezegd, dien eenen keer, omdat, omdat …Regent.… Omdat! Vermaaklijk hoe-ie zit te henglen naar ’n leugen, dood of levend!Sero.… Omdat ze nog zoo’n kleine droomster is …[416]Regent.Wel! Wel!Sero.’r In ’r jonge meisjesdroomen met dàt harde, dàt haast niet uit te spreken van hààr doen en laten, op te schrikken—ik heb ’t niet gekund …Regent.Wel! Wel!Sero.Ik heb—ik heb ’r laten—slapen.Regent.Ha-ha, ’n winterslaap van meer dan zestien jaar!Sero.’n Lenteslaap.Regent.Hoor je dat sprookje, Jus? De moeder hóér—de vader vijand van den staat—en ’t kind(schel lachend)hè-hè-hè!, ’t kind—’n schoone slaapster in ’t bosch!Sero.Dat’s ieder kind.Jus.Dan wordt ’t tijd, Uw Excellentie, dat ’n prins verschijnt, ha-ha-ha!Regent.Ja, ja, ’n prinselijke porder met ’n bezemsteel!Sero.Ze sprak, mijn kind—’k herhaal dien één’gen keer!—met zulk ’n vreugde van ’r móéder, dat ik ’r droom niet met mijn ruwe knuisten breken kon …[417]Jus.Als jij destijds—destijds—voor zooveel jaar gescheiden was, dan wàs die vrouw geen moeder meer!Regent.Maar Jus—dat wist-ie niet, dat was ’m onbekend! Dat heeft-ie nooit gehoord! Nietwaar? Nietwaar?Sero.Al wasikduizendmaal gescheiden: ’n moederis, ’n moeder blijft—blijft—blijft. Dat ’s nóóit meer ongedaan te maken.Regent.Niet ongedaan, jij goochelaar met woorden! Ook niet door overspel? Je Testament! Je boek met potloodstrepen!Sero.Ook niet door overspel! Wat ook gebeurt: de vrouw die ’t kind geboren heeft, blijft moeder—blijft dè moeder. Draagt niet elkeen ’t merk, ’t moederteeken, waar de navelstreng doorsneden werd?Regent.Ha-ha-ha! Dat heeft verstand van alles—van staat, van kerk, van kreeft, van navelstreng! En laat z’n schoone slaapster met ’r droomen en ’r moederteeken naar snollen, sletten en d’r mansvolk loopen!(tot Regina)Dat was ’n kluifje voor jouw mond—hé, jij daar! Slaap je? Gaf de nacht te weinig rust, ha-ha!—dat was ’n voorjaars-snoepje, wat?—om bij ’n deern van zeventien je móéderplichten waar te nemen! Als ik niet ingegrepen had—door jou en hem en ’t delikate kroost (drie tegelijk) van straat en bed te lichten—was dan vandaag[418]of morgen ’t loon voor d’eersten nacht gestreken—of is de goudvink al geknipt?Regina.(woest opstuivend)Dat lieg je, lieg je! ’k Ben zóó’n loeder niet, om bij d’onschuldige oogen van m’n eigen kind …Regent.Vergeet jij, lichtekooi, dat ik de hoogste magistraat!Regina.(heftig)’k Lap alle magistraten an m’n zool! Ik heb lang genoeg m’n lippen stuk gebeten! ’t Zit me tot hier, tot hier! Mot ik nog pootjes geven als ’k wor gepest!…Jus.Als jij je toon niet matigt …Regina.Wat dan? Wat dan! Doe jij maar wat je wil! Ik ben geen wáárdin voor me eigen dochter! Bij me in ’t huis heeft ze geen stap gehad, geen stap! ’k Heb op m’n stoep gestaan, bang voor ’t zonlicht en de menschen—en op m’n stoep heb ik met haar gepraat. ’k Weet wat ik ben—plezier voor kerels in den nacht en goed voor alle vuil zóo als ’t daglicht schijnt! ’k Weet wie ik ben! Maar zoo gevallen, om ’n kind, dat ik gezoogd, aan dat bestaan, dat rot bestaan, te geven—’r na te laten kijken als ’n schurftig dier—’r voor ’r jonge leven te verdoemen, te vervloeken—’r ook te laten grienen uur aan uur—zoo’n smerig beest ben ik nog niet, wor ’k nooit, nee nooit![419]Regent.Ze is vijfmaal op bezoek—bezoek geweest, zei je daar straks …Regina.Dat heb ’k niet gezegd!Jus.Je liegt—jij liegt—ik heb ’t opgeschreven!Regina(snikkend).Ik zweer bij Jezus aan ’t kruis …Regent.Haha, dat zweert—dat durft te zweren!Regina.Ze heeft geen voetstap op m’n stoep gehad!Regent(kwaadaardig)… Voetstap of niet—over je stoep of niet—of ’t dag of avond was of niet—gaat ons, de Overheid niet aan! Ze is vijfmaal—vijfmaal …Jus.Vijfmaal!Regent.Op bezoek bij jou geweest! Dat ’s duizendmaal te veel!Jus.Artikel 85, vier …Regina(heftig).God mag me straffen met de ergste straf …Regent.(driftig dreigend).Dáár zitten en je driesten mond gehouen, slet! En als jij weer, jij leugenaarster en jij lichtekooi …(zich onderbrekend bij ’t[420]over de trap binnenkomen van den Hopman door Droomelot voorgegaan).Is dat—is dát ’t kind?[Inhoud]Zevende tooneel.Droomelot, Hopman, De Regent, Sero, Regina, Jus.Hopman.Ja, Excellentie! ’t Heeft wat lang geduurd, omdat ik eerst wat smakkers, schreeuwers enslampampers—vriendjes van hém!—van ’t plein heb làten smijten … Ze wouen weten waarom hij …Regent(hem met de hand wenkend te zwijgen).Ja, ja!(tot Droomelot).Ben jij.…? Wat dichterbij.(stilte).Nog dichter!(stilte).Ben je—bang?(stilte).Nu, schiet ’r geen enkel woordje over? Hoe is je naam?(nijdig)Mij aankijken! Niet die mènschen! Je voornaam!Droomelot.Droomelot!Regent.Droomelot! Droomelot! Hè-hè-hè! Is dat de nieuwste christennaam? Wie heeft jou zoo gedoopt? In welke kerk?Droomelot.In welke kerk?(haalt Sero aankijkend de schouders op)Dat weet ik niet.Regent.Nooit in ’n kerk geweest?[421]Droomelot(na Sero aangekeken te hebben, angstig).Eens.Regent.Wel, wel! Al ééns! Tijdens ’n dienst?Droomelot.’n Dienst?… ’n Dienst?.… Dat weet ’k niet. Ik was ’r heel alleen.Regent.Eens in ’n kerk! Eens in ’n kerk! Is ’t wonder, Jus, dat ze verdwalen moest! Dus—bidden heb je nooit gedaan?(zij haalt de schouders op).En dan dien éénen keer? Wat was dat toen?Droomelot.De deuren stonden aan—’k heb enkel rondgekeken.Regent.Ha-ha-! Was ’t ’n synagoog, ’n kathedraal, ’n protestantenkerk?(zij haalt de schouders op).Zoo, zoo!(een stilte)Ken je dien man?Droomelot.Dat is—m’n vader.Regent.Ken je die vrouw?Droomelot.Dat is—m’n moeder.Regent.Hoe weet je—dat die vrouw je moeder is?Droomelot.Dat heeft m’n vader me gezegd.Regent.Ha, zoo!—Wanneer?[422]Droomelot.Altijd.Regent.Mij aankijken! Niet die menschen! En ook niet liegen, droome-Droomelot! Altijd—dat is onmogelijk! Want voor ’n maand had jij je moeder niet gezien!Droomelot.Dat had ’k wel en iedren dag—al was ’t niet dichtbij.Regent.En iedre dag—hoe dan?Droomelot.(haar medaljon bedoelend)Ik heb ’r hier gedragen.Regent.Laat zien! Laat zien!(zij treedt dicht op hem toe, opent het medaljon, zonder den ketting los te maken. Hij neemt het in de handen)Ja, ja—dat kàn ze zijn—’t kan …(betast haar blooten boezem)Maar als je hier ’n kruisje droeg—in plaats van dat—dan zou—dan zou—wat?—wat?…Droomelot(angstig-beschaamd achteruit wijkend, de handen in bescherming voor de borsten)Vader!Sero.(door Hopman weerhouden)Verdoemde ploert!Hopman.Terug!Regina.Als jij ’rnogeens aanraakt, jij …Regent.Weg met dat wijf, weg met dien kerel! Weg![423](De Hopman wenkt in gaanderij. De twee rakkers schieten toe, terwijl de Soldenier Regina terugduwt)Verzetten zich, omdat ik raad ’n kruis te dragen! Blijven in opstand voor den hoogsten magistraat! Bedriegen, konklen, drijven saam ’t span van ontucht!(nijdig tot Droomelot)Hier! Dichterbij! En geen onnoozle streken! Was jij—bij haar in dat bordeel?Droomelot.In wat?Regent.In dat bordeel?Droomelot.Bordeel?(aarzelend-onwetend)Nee.Regent.Hoe dikwijls heb je ’r bezocht—die vrouw?Droomelot.M’n moeder?Regent.(kwaadaardig)Die vrouw, je moer—gaat mij dat aan! ’k Praat toch geen Spaansch! Hoe dikwijls was je bij ’r?(zij staat in angstige aarzeling bevreesd voor Sero’s glimlachend kijken)… Nu dan!Droomelot.(benepen, zonder iemand aan te zien)Dat was, geloof ’k ééns …(ziet vluchtig naar Sero).Regent.(woest)Eens! Eens in de kerk—eens in ’t bordeel—’t blijft altijd eens! ’t Heele nest dat is bevuild! Hij heeft de waarheid in z’n schaduw—zij liegt—en zij, zij slaapt, maar liegt ’t hardst van allemaal!(tot Jus)Zijn klaar de stukken, Jus?[424]Jus.(een ganzeveer overreikend)Ja, Excellentie. Als u ze teekenen wil?Regent(indoopend).Goed zoo. De schalk, die tienmaal door de mazen glee, die tienmaal jou te glad was, Jus, de schalk die overal op plein en markt „verhaalt”—ja, ja!—„vertelt”—ja, ja!—en zulk een teeder nekvel heeft—gaat opdieet!… Ho, ho!… Dat is een vonnis met ’n monsterpen, hahaha!… ’t Lijkje van m’n lijkenvlieg! Net door ’r taster en ’r kop geregen! Adieu mijn vriend: de laatste eer, hahaha!(tipt met den middelvinger tegen den penhouder en wrijft met den voet over het doode insect)Rust zacht en met ’n R. I. P.!(teekent de stukken)… Zoo gaat ’t beter, zonder inktgemors … Die vrouw is vrij!Regina.Goddank!Regent(tot Droomelot).En jij—heb jij ’n keus—bij hem, bij haar?Droomelot.Blijft vader hier?Regent.Ja, ja,—en kosteloos!Droomelot.Dan blijf ik bij mijn vader.Sero.Dat kan niet, Droomelot!Regent.O, ’t kan! ’t Hoofd van Staat—de Staat—heeft ruìmte voor z’n kinderen!Regina.Mag ik ’r niet …[425]Regent.Hahaha! Of zij! Of zij!… Hahaha! Wat jij ’r leeren kan—dat is mij toevertrouwd! En hoe! Hahaha!(tot Hopman)Hier is ’t bevel! Je plicht! Vooruit! Hahaha! Of zij! Of zij!…(af over trap met Jus).Hopman.(tot de rakkers)Wat slapen jullie nou! Weet je geen raad!(zij brengen Sero naar het hok, sluiten de traliedeur. Dan wenkt hij ze Regina heen te voeren).Regina.Mag ik ’t kind …Hopman.(grof)Nee, nee!Regina.Ik wou ’r enkel …Hopman.(haar zelf bij een arm grijpend)Nee zeg ik, nee!(duwt haar met de rakkers door de gaanderij-opening).[Inhoud]Achtste tooneel.Sero, Droomelot.Droomelot(staart als in bewusteloosheid rond, ziet Sero achter de tralies).Vader.…Sero.Kom hier, m’n kind.… Je heb daar straks gelogen!(zij stort op het traliewerk toe, kust knielend z’n hand).Waarom?.… Waarom?.… Dacht jij dat ik op haar afgunstig ben?.… Sta op!… Geknield wordt hiér genoeg! En geef m’n schoentjes en ’t testament.…(zij raapt het Testament op. De soldenier begint op en neer te loopen).—DOEK.—[426]

[Inhoud]Zesde tooneel.De Regent, Sero, Regina, Jus.Sero.Dat mag dus niet?Regent.De schalk! Heb jij geen schoffels jaren tijd gehad, om met je nageslacht te práten? Jij wist, pioef—en heb ’r niet belet die vrouw(Regina is op de kruk bij ’t boogvenster gaan zitten)en ’r kornuiten[415]—en wat ’r meer in ’t donker van die kasten en die krotten hokt en krielt—te zien en op te zoeken!…Regina.… Ik heb …Regent.Zet jij je tanden op mekaar en hou je tong ’r tusschen als ik spreek!…Sero.De eerste keer …Regent.Als jij dìen eersten keer rechtschapen poorter en ’n vader als ’t daar beschreven(gebaar naar testament op den grond)staat, geweest—en je dat eigen kind—of was ’t van ’n ander soms, hèhè!—gewaarschuwd en geranseld had, dan dwòng je mij niet—tot m’n spijt (tot onze spijt, wat Jus?) om namens ieder poorter met ’n vaderhart—verbolgen, diepverbolgen, door te tasten. Zachte meesters kweeken …Sero.(glimlachend)Rotte wonden … ’t Is niet kwaad bedacht!…(Een stilte.Hij staat op, kijkt de gaanderij in, zet zich opnieuw, begint met moeite)Ik heb mijn dochter niets gezegd, dien eenen keer, omdat, omdat …Regent.… Omdat! Vermaaklijk hoe-ie zit te henglen naar ’n leugen, dood of levend!Sero.… Omdat ze nog zoo’n kleine droomster is …[416]Regent.Wel! Wel!Sero.’r In ’r jonge meisjesdroomen met dàt harde, dàt haast niet uit te spreken van hààr doen en laten, op te schrikken—ik heb ’t niet gekund …Regent.Wel! Wel!Sero.Ik heb—ik heb ’r laten—slapen.Regent.Ha-ha, ’n winterslaap van meer dan zestien jaar!Sero.’n Lenteslaap.Regent.Hoor je dat sprookje, Jus? De moeder hóér—de vader vijand van den staat—en ’t kind(schel lachend)hè-hè-hè!, ’t kind—’n schoone slaapster in ’t bosch!Sero.Dat’s ieder kind.Jus.Dan wordt ’t tijd, Uw Excellentie, dat ’n prins verschijnt, ha-ha-ha!Regent.Ja, ja, ’n prinselijke porder met ’n bezemsteel!Sero.Ze sprak, mijn kind—’k herhaal dien één’gen keer!—met zulk ’n vreugde van ’r móéder, dat ik ’r droom niet met mijn ruwe knuisten breken kon …[417]Jus.Als jij destijds—destijds—voor zooveel jaar gescheiden was, dan wàs die vrouw geen moeder meer!Regent.Maar Jus—dat wist-ie niet, dat was ’m onbekend! Dat heeft-ie nooit gehoord! Nietwaar? Nietwaar?Sero.Al wasikduizendmaal gescheiden: ’n moederis, ’n moeder blijft—blijft—blijft. Dat ’s nóóit meer ongedaan te maken.Regent.Niet ongedaan, jij goochelaar met woorden! Ook niet door overspel? Je Testament! Je boek met potloodstrepen!Sero.Ook niet door overspel! Wat ook gebeurt: de vrouw die ’t kind geboren heeft, blijft moeder—blijft dè moeder. Draagt niet elkeen ’t merk, ’t moederteeken, waar de navelstreng doorsneden werd?Regent.Ha-ha-ha! Dat heeft verstand van alles—van staat, van kerk, van kreeft, van navelstreng! En laat z’n schoone slaapster met ’r droomen en ’r moederteeken naar snollen, sletten en d’r mansvolk loopen!(tot Regina)Dat was ’n kluifje voor jouw mond—hé, jij daar! Slaap je? Gaf de nacht te weinig rust, ha-ha!—dat was ’n voorjaars-snoepje, wat?—om bij ’n deern van zeventien je móéderplichten waar te nemen! Als ik niet ingegrepen had—door jou en hem en ’t delikate kroost (drie tegelijk) van straat en bed te lichten—was dan vandaag[418]of morgen ’t loon voor d’eersten nacht gestreken—of is de goudvink al geknipt?Regina.(woest opstuivend)Dat lieg je, lieg je! ’k Ben zóó’n loeder niet, om bij d’onschuldige oogen van m’n eigen kind …Regent.Vergeet jij, lichtekooi, dat ik de hoogste magistraat!Regina.(heftig)’k Lap alle magistraten an m’n zool! Ik heb lang genoeg m’n lippen stuk gebeten! ’t Zit me tot hier, tot hier! Mot ik nog pootjes geven als ’k wor gepest!…Jus.Als jij je toon niet matigt …Regina.Wat dan? Wat dan! Doe jij maar wat je wil! Ik ben geen wáárdin voor me eigen dochter! Bij me in ’t huis heeft ze geen stap gehad, geen stap! ’k Heb op m’n stoep gestaan, bang voor ’t zonlicht en de menschen—en op m’n stoep heb ik met haar gepraat. ’k Weet wat ik ben—plezier voor kerels in den nacht en goed voor alle vuil zóo als ’t daglicht schijnt! ’k Weet wie ik ben! Maar zoo gevallen, om ’n kind, dat ik gezoogd, aan dat bestaan, dat rot bestaan, te geven—’r na te laten kijken als ’n schurftig dier—’r voor ’r jonge leven te verdoemen, te vervloeken—’r ook te laten grienen uur aan uur—zoo’n smerig beest ben ik nog niet, wor ’k nooit, nee nooit![419]Regent.Ze is vijfmaal op bezoek—bezoek geweest, zei je daar straks …Regina.Dat heb ’k niet gezegd!Jus.Je liegt—jij liegt—ik heb ’t opgeschreven!Regina(snikkend).Ik zweer bij Jezus aan ’t kruis …Regent.Haha, dat zweert—dat durft te zweren!Regina.Ze heeft geen voetstap op m’n stoep gehad!Regent(kwaadaardig)… Voetstap of niet—over je stoep of niet—of ’t dag of avond was of niet—gaat ons, de Overheid niet aan! Ze is vijfmaal—vijfmaal …Jus.Vijfmaal!Regent.Op bezoek bij jou geweest! Dat ’s duizendmaal te veel!Jus.Artikel 85, vier …Regina(heftig).God mag me straffen met de ergste straf …Regent.(driftig dreigend).Dáár zitten en je driesten mond gehouen, slet! En als jij weer, jij leugenaarster en jij lichtekooi …(zich onderbrekend bij ’t[420]over de trap binnenkomen van den Hopman door Droomelot voorgegaan).Is dat—is dát ’t kind?[Inhoud]Zevende tooneel.Droomelot, Hopman, De Regent, Sero, Regina, Jus.Hopman.Ja, Excellentie! ’t Heeft wat lang geduurd, omdat ik eerst wat smakkers, schreeuwers enslampampers—vriendjes van hém!—van ’t plein heb làten smijten … Ze wouen weten waarom hij …Regent(hem met de hand wenkend te zwijgen).Ja, ja!(tot Droomelot).Ben jij.…? Wat dichterbij.(stilte).Nog dichter!(stilte).Ben je—bang?(stilte).Nu, schiet ’r geen enkel woordje over? Hoe is je naam?(nijdig)Mij aankijken! Niet die mènschen! Je voornaam!Droomelot.Droomelot!Regent.Droomelot! Droomelot! Hè-hè-hè! Is dat de nieuwste christennaam? Wie heeft jou zoo gedoopt? In welke kerk?Droomelot.In welke kerk?(haalt Sero aankijkend de schouders op)Dat weet ik niet.Regent.Nooit in ’n kerk geweest?[421]Droomelot(na Sero aangekeken te hebben, angstig).Eens.Regent.Wel, wel! Al ééns! Tijdens ’n dienst?Droomelot.’n Dienst?… ’n Dienst?.… Dat weet ’k niet. Ik was ’r heel alleen.Regent.Eens in ’n kerk! Eens in ’n kerk! Is ’t wonder, Jus, dat ze verdwalen moest! Dus—bidden heb je nooit gedaan?(zij haalt de schouders op).En dan dien éénen keer? Wat was dat toen?Droomelot.De deuren stonden aan—’k heb enkel rondgekeken.Regent.Ha-ha-! Was ’t ’n synagoog, ’n kathedraal, ’n protestantenkerk?(zij haalt de schouders op).Zoo, zoo!(een stilte)Ken je dien man?Droomelot.Dat is—m’n vader.Regent.Ken je die vrouw?Droomelot.Dat is—m’n moeder.Regent.Hoe weet je—dat die vrouw je moeder is?Droomelot.Dat heeft m’n vader me gezegd.Regent.Ha, zoo!—Wanneer?[422]Droomelot.Altijd.Regent.Mij aankijken! Niet die menschen! En ook niet liegen, droome-Droomelot! Altijd—dat is onmogelijk! Want voor ’n maand had jij je moeder niet gezien!Droomelot.Dat had ’k wel en iedren dag—al was ’t niet dichtbij.Regent.En iedre dag—hoe dan?Droomelot.(haar medaljon bedoelend)Ik heb ’r hier gedragen.Regent.Laat zien! Laat zien!(zij treedt dicht op hem toe, opent het medaljon, zonder den ketting los te maken. Hij neemt het in de handen)Ja, ja—dat kàn ze zijn—’t kan …(betast haar blooten boezem)Maar als je hier ’n kruisje droeg—in plaats van dat—dan zou—dan zou—wat?—wat?…Droomelot(angstig-beschaamd achteruit wijkend, de handen in bescherming voor de borsten)Vader!Sero.(door Hopman weerhouden)Verdoemde ploert!Hopman.Terug!Regina.Als jij ’rnogeens aanraakt, jij …Regent.Weg met dat wijf, weg met dien kerel! Weg![423](De Hopman wenkt in gaanderij. De twee rakkers schieten toe, terwijl de Soldenier Regina terugduwt)Verzetten zich, omdat ik raad ’n kruis te dragen! Blijven in opstand voor den hoogsten magistraat! Bedriegen, konklen, drijven saam ’t span van ontucht!(nijdig tot Droomelot)Hier! Dichterbij! En geen onnoozle streken! Was jij—bij haar in dat bordeel?Droomelot.In wat?Regent.In dat bordeel?Droomelot.Bordeel?(aarzelend-onwetend)Nee.Regent.Hoe dikwijls heb je ’r bezocht—die vrouw?Droomelot.M’n moeder?Regent.(kwaadaardig)Die vrouw, je moer—gaat mij dat aan! ’k Praat toch geen Spaansch! Hoe dikwijls was je bij ’r?(zij staat in angstige aarzeling bevreesd voor Sero’s glimlachend kijken)… Nu dan!Droomelot.(benepen, zonder iemand aan te zien)Dat was, geloof ’k ééns …(ziet vluchtig naar Sero).Regent.(woest)Eens! Eens in de kerk—eens in ’t bordeel—’t blijft altijd eens! ’t Heele nest dat is bevuild! Hij heeft de waarheid in z’n schaduw—zij liegt—en zij, zij slaapt, maar liegt ’t hardst van allemaal!(tot Jus)Zijn klaar de stukken, Jus?[424]Jus.(een ganzeveer overreikend)Ja, Excellentie. Als u ze teekenen wil?Regent(indoopend).Goed zoo. De schalk, die tienmaal door de mazen glee, die tienmaal jou te glad was, Jus, de schalk die overal op plein en markt „verhaalt”—ja, ja!—„vertelt”—ja, ja!—en zulk een teeder nekvel heeft—gaat opdieet!… Ho, ho!… Dat is een vonnis met ’n monsterpen, hahaha!… ’t Lijkje van m’n lijkenvlieg! Net door ’r taster en ’r kop geregen! Adieu mijn vriend: de laatste eer, hahaha!(tipt met den middelvinger tegen den penhouder en wrijft met den voet over het doode insect)Rust zacht en met ’n R. I. P.!(teekent de stukken)… Zoo gaat ’t beter, zonder inktgemors … Die vrouw is vrij!Regina.Goddank!Regent(tot Droomelot).En jij—heb jij ’n keus—bij hem, bij haar?Droomelot.Blijft vader hier?Regent.Ja, ja,—en kosteloos!Droomelot.Dan blijf ik bij mijn vader.Sero.Dat kan niet, Droomelot!Regent.O, ’t kan! ’t Hoofd van Staat—de Staat—heeft ruìmte voor z’n kinderen!Regina.Mag ik ’r niet …[425]Regent.Hahaha! Of zij! Of zij!… Hahaha! Wat jij ’r leeren kan—dat is mij toevertrouwd! En hoe! Hahaha!(tot Hopman)Hier is ’t bevel! Je plicht! Vooruit! Hahaha! Of zij! Of zij!…(af over trap met Jus).Hopman.(tot de rakkers)Wat slapen jullie nou! Weet je geen raad!(zij brengen Sero naar het hok, sluiten de traliedeur. Dan wenkt hij ze Regina heen te voeren).Regina.Mag ik ’t kind …Hopman.(grof)Nee, nee!Regina.Ik wou ’r enkel …Hopman.(haar zelf bij een arm grijpend)Nee zeg ik, nee!(duwt haar met de rakkers door de gaanderij-opening).[Inhoud]Achtste tooneel.Sero, Droomelot.Droomelot(staart als in bewusteloosheid rond, ziet Sero achter de tralies).Vader.…Sero.Kom hier, m’n kind.… Je heb daar straks gelogen!(zij stort op het traliewerk toe, kust knielend z’n hand).Waarom?.… Waarom?.… Dacht jij dat ik op haar afgunstig ben?.… Sta op!… Geknield wordt hiér genoeg! En geef m’n schoentjes en ’t testament.…(zij raapt het Testament op. De soldenier begint op en neer te loopen).—DOEK.—[426]

[Inhoud]Zesde tooneel.De Regent, Sero, Regina, Jus.Sero.Dat mag dus niet?Regent.De schalk! Heb jij geen schoffels jaren tijd gehad, om met je nageslacht te práten? Jij wist, pioef—en heb ’r niet belet die vrouw(Regina is op de kruk bij ’t boogvenster gaan zitten)en ’r kornuiten[415]—en wat ’r meer in ’t donker van die kasten en die krotten hokt en krielt—te zien en op te zoeken!…Regina.… Ik heb …Regent.Zet jij je tanden op mekaar en hou je tong ’r tusschen als ik spreek!…Sero.De eerste keer …Regent.Als jij dìen eersten keer rechtschapen poorter en ’n vader als ’t daar beschreven(gebaar naar testament op den grond)staat, geweest—en je dat eigen kind—of was ’t van ’n ander soms, hèhè!—gewaarschuwd en geranseld had, dan dwòng je mij niet—tot m’n spijt (tot onze spijt, wat Jus?) om namens ieder poorter met ’n vaderhart—verbolgen, diepverbolgen, door te tasten. Zachte meesters kweeken …Sero.(glimlachend)Rotte wonden … ’t Is niet kwaad bedacht!…(Een stilte.Hij staat op, kijkt de gaanderij in, zet zich opnieuw, begint met moeite)Ik heb mijn dochter niets gezegd, dien eenen keer, omdat, omdat …Regent.… Omdat! Vermaaklijk hoe-ie zit te henglen naar ’n leugen, dood of levend!Sero.… Omdat ze nog zoo’n kleine droomster is …[416]Regent.Wel! Wel!Sero.’r In ’r jonge meisjesdroomen met dàt harde, dàt haast niet uit te spreken van hààr doen en laten, op te schrikken—ik heb ’t niet gekund …Regent.Wel! Wel!Sero.Ik heb—ik heb ’r laten—slapen.Regent.Ha-ha, ’n winterslaap van meer dan zestien jaar!Sero.’n Lenteslaap.Regent.Hoor je dat sprookje, Jus? De moeder hóér—de vader vijand van den staat—en ’t kind(schel lachend)hè-hè-hè!, ’t kind—’n schoone slaapster in ’t bosch!Sero.Dat’s ieder kind.Jus.Dan wordt ’t tijd, Uw Excellentie, dat ’n prins verschijnt, ha-ha-ha!Regent.Ja, ja, ’n prinselijke porder met ’n bezemsteel!Sero.Ze sprak, mijn kind—’k herhaal dien één’gen keer!—met zulk ’n vreugde van ’r móéder, dat ik ’r droom niet met mijn ruwe knuisten breken kon …[417]Jus.Als jij destijds—destijds—voor zooveel jaar gescheiden was, dan wàs die vrouw geen moeder meer!Regent.Maar Jus—dat wist-ie niet, dat was ’m onbekend! Dat heeft-ie nooit gehoord! Nietwaar? Nietwaar?Sero.Al wasikduizendmaal gescheiden: ’n moederis, ’n moeder blijft—blijft—blijft. Dat ’s nóóit meer ongedaan te maken.Regent.Niet ongedaan, jij goochelaar met woorden! Ook niet door overspel? Je Testament! Je boek met potloodstrepen!Sero.Ook niet door overspel! Wat ook gebeurt: de vrouw die ’t kind geboren heeft, blijft moeder—blijft dè moeder. Draagt niet elkeen ’t merk, ’t moederteeken, waar de navelstreng doorsneden werd?Regent.Ha-ha-ha! Dat heeft verstand van alles—van staat, van kerk, van kreeft, van navelstreng! En laat z’n schoone slaapster met ’r droomen en ’r moederteeken naar snollen, sletten en d’r mansvolk loopen!(tot Regina)Dat was ’n kluifje voor jouw mond—hé, jij daar! Slaap je? Gaf de nacht te weinig rust, ha-ha!—dat was ’n voorjaars-snoepje, wat?—om bij ’n deern van zeventien je móéderplichten waar te nemen! Als ik niet ingegrepen had—door jou en hem en ’t delikate kroost (drie tegelijk) van straat en bed te lichten—was dan vandaag[418]of morgen ’t loon voor d’eersten nacht gestreken—of is de goudvink al geknipt?Regina.(woest opstuivend)Dat lieg je, lieg je! ’k Ben zóó’n loeder niet, om bij d’onschuldige oogen van m’n eigen kind …Regent.Vergeet jij, lichtekooi, dat ik de hoogste magistraat!Regina.(heftig)’k Lap alle magistraten an m’n zool! Ik heb lang genoeg m’n lippen stuk gebeten! ’t Zit me tot hier, tot hier! Mot ik nog pootjes geven als ’k wor gepest!…Jus.Als jij je toon niet matigt …Regina.Wat dan? Wat dan! Doe jij maar wat je wil! Ik ben geen wáárdin voor me eigen dochter! Bij me in ’t huis heeft ze geen stap gehad, geen stap! ’k Heb op m’n stoep gestaan, bang voor ’t zonlicht en de menschen—en op m’n stoep heb ik met haar gepraat. ’k Weet wat ik ben—plezier voor kerels in den nacht en goed voor alle vuil zóo als ’t daglicht schijnt! ’k Weet wie ik ben! Maar zoo gevallen, om ’n kind, dat ik gezoogd, aan dat bestaan, dat rot bestaan, te geven—’r na te laten kijken als ’n schurftig dier—’r voor ’r jonge leven te verdoemen, te vervloeken—’r ook te laten grienen uur aan uur—zoo’n smerig beest ben ik nog niet, wor ’k nooit, nee nooit![419]Regent.Ze is vijfmaal op bezoek—bezoek geweest, zei je daar straks …Regina.Dat heb ’k niet gezegd!Jus.Je liegt—jij liegt—ik heb ’t opgeschreven!Regina(snikkend).Ik zweer bij Jezus aan ’t kruis …Regent.Haha, dat zweert—dat durft te zweren!Regina.Ze heeft geen voetstap op m’n stoep gehad!Regent(kwaadaardig)… Voetstap of niet—over je stoep of niet—of ’t dag of avond was of niet—gaat ons, de Overheid niet aan! Ze is vijfmaal—vijfmaal …Jus.Vijfmaal!Regent.Op bezoek bij jou geweest! Dat ’s duizendmaal te veel!Jus.Artikel 85, vier …Regina(heftig).God mag me straffen met de ergste straf …Regent.(driftig dreigend).Dáár zitten en je driesten mond gehouen, slet! En als jij weer, jij leugenaarster en jij lichtekooi …(zich onderbrekend bij ’t[420]over de trap binnenkomen van den Hopman door Droomelot voorgegaan).Is dat—is dát ’t kind?[Inhoud]Zevende tooneel.Droomelot, Hopman, De Regent, Sero, Regina, Jus.Hopman.Ja, Excellentie! ’t Heeft wat lang geduurd, omdat ik eerst wat smakkers, schreeuwers enslampampers—vriendjes van hém!—van ’t plein heb làten smijten … Ze wouen weten waarom hij …Regent(hem met de hand wenkend te zwijgen).Ja, ja!(tot Droomelot).Ben jij.…? Wat dichterbij.(stilte).Nog dichter!(stilte).Ben je—bang?(stilte).Nu, schiet ’r geen enkel woordje over? Hoe is je naam?(nijdig)Mij aankijken! Niet die mènschen! Je voornaam!Droomelot.Droomelot!Regent.Droomelot! Droomelot! Hè-hè-hè! Is dat de nieuwste christennaam? Wie heeft jou zoo gedoopt? In welke kerk?Droomelot.In welke kerk?(haalt Sero aankijkend de schouders op)Dat weet ik niet.Regent.Nooit in ’n kerk geweest?[421]Droomelot(na Sero aangekeken te hebben, angstig).Eens.Regent.Wel, wel! Al ééns! Tijdens ’n dienst?Droomelot.’n Dienst?… ’n Dienst?.… Dat weet ’k niet. Ik was ’r heel alleen.Regent.Eens in ’n kerk! Eens in ’n kerk! Is ’t wonder, Jus, dat ze verdwalen moest! Dus—bidden heb je nooit gedaan?(zij haalt de schouders op).En dan dien éénen keer? Wat was dat toen?Droomelot.De deuren stonden aan—’k heb enkel rondgekeken.Regent.Ha-ha-! Was ’t ’n synagoog, ’n kathedraal, ’n protestantenkerk?(zij haalt de schouders op).Zoo, zoo!(een stilte)Ken je dien man?Droomelot.Dat is—m’n vader.Regent.Ken je die vrouw?Droomelot.Dat is—m’n moeder.Regent.Hoe weet je—dat die vrouw je moeder is?Droomelot.Dat heeft m’n vader me gezegd.Regent.Ha, zoo!—Wanneer?[422]Droomelot.Altijd.Regent.Mij aankijken! Niet die menschen! En ook niet liegen, droome-Droomelot! Altijd—dat is onmogelijk! Want voor ’n maand had jij je moeder niet gezien!Droomelot.Dat had ’k wel en iedren dag—al was ’t niet dichtbij.Regent.En iedre dag—hoe dan?Droomelot.(haar medaljon bedoelend)Ik heb ’r hier gedragen.Regent.Laat zien! Laat zien!(zij treedt dicht op hem toe, opent het medaljon, zonder den ketting los te maken. Hij neemt het in de handen)Ja, ja—dat kàn ze zijn—’t kan …(betast haar blooten boezem)Maar als je hier ’n kruisje droeg—in plaats van dat—dan zou—dan zou—wat?—wat?…Droomelot(angstig-beschaamd achteruit wijkend, de handen in bescherming voor de borsten)Vader!Sero.(door Hopman weerhouden)Verdoemde ploert!Hopman.Terug!Regina.Als jij ’rnogeens aanraakt, jij …Regent.Weg met dat wijf, weg met dien kerel! Weg![423](De Hopman wenkt in gaanderij. De twee rakkers schieten toe, terwijl de Soldenier Regina terugduwt)Verzetten zich, omdat ik raad ’n kruis te dragen! Blijven in opstand voor den hoogsten magistraat! Bedriegen, konklen, drijven saam ’t span van ontucht!(nijdig tot Droomelot)Hier! Dichterbij! En geen onnoozle streken! Was jij—bij haar in dat bordeel?Droomelot.In wat?Regent.In dat bordeel?Droomelot.Bordeel?(aarzelend-onwetend)Nee.Regent.Hoe dikwijls heb je ’r bezocht—die vrouw?Droomelot.M’n moeder?Regent.(kwaadaardig)Die vrouw, je moer—gaat mij dat aan! ’k Praat toch geen Spaansch! Hoe dikwijls was je bij ’r?(zij staat in angstige aarzeling bevreesd voor Sero’s glimlachend kijken)… Nu dan!Droomelot.(benepen, zonder iemand aan te zien)Dat was, geloof ’k ééns …(ziet vluchtig naar Sero).Regent.(woest)Eens! Eens in de kerk—eens in ’t bordeel—’t blijft altijd eens! ’t Heele nest dat is bevuild! Hij heeft de waarheid in z’n schaduw—zij liegt—en zij, zij slaapt, maar liegt ’t hardst van allemaal!(tot Jus)Zijn klaar de stukken, Jus?[424]Jus.(een ganzeveer overreikend)Ja, Excellentie. Als u ze teekenen wil?Regent(indoopend).Goed zoo. De schalk, die tienmaal door de mazen glee, die tienmaal jou te glad was, Jus, de schalk die overal op plein en markt „verhaalt”—ja, ja!—„vertelt”—ja, ja!—en zulk een teeder nekvel heeft—gaat opdieet!… Ho, ho!… Dat is een vonnis met ’n monsterpen, hahaha!… ’t Lijkje van m’n lijkenvlieg! Net door ’r taster en ’r kop geregen! Adieu mijn vriend: de laatste eer, hahaha!(tipt met den middelvinger tegen den penhouder en wrijft met den voet over het doode insect)Rust zacht en met ’n R. I. P.!(teekent de stukken)… Zoo gaat ’t beter, zonder inktgemors … Die vrouw is vrij!Regina.Goddank!Regent(tot Droomelot).En jij—heb jij ’n keus—bij hem, bij haar?Droomelot.Blijft vader hier?Regent.Ja, ja,—en kosteloos!Droomelot.Dan blijf ik bij mijn vader.Sero.Dat kan niet, Droomelot!Regent.O, ’t kan! ’t Hoofd van Staat—de Staat—heeft ruìmte voor z’n kinderen!Regina.Mag ik ’r niet …[425]Regent.Hahaha! Of zij! Of zij!… Hahaha! Wat jij ’r leeren kan—dat is mij toevertrouwd! En hoe! Hahaha!(tot Hopman)Hier is ’t bevel! Je plicht! Vooruit! Hahaha! Of zij! Of zij!…(af over trap met Jus).Hopman.(tot de rakkers)Wat slapen jullie nou! Weet je geen raad!(zij brengen Sero naar het hok, sluiten de traliedeur. Dan wenkt hij ze Regina heen te voeren).Regina.Mag ik ’t kind …Hopman.(grof)Nee, nee!Regina.Ik wou ’r enkel …Hopman.(haar zelf bij een arm grijpend)Nee zeg ik, nee!(duwt haar met de rakkers door de gaanderij-opening).[Inhoud]Achtste tooneel.Sero, Droomelot.Droomelot(staart als in bewusteloosheid rond, ziet Sero achter de tralies).Vader.…Sero.Kom hier, m’n kind.… Je heb daar straks gelogen!(zij stort op het traliewerk toe, kust knielend z’n hand).Waarom?.… Waarom?.… Dacht jij dat ik op haar afgunstig ben?.… Sta op!… Geknield wordt hiér genoeg! En geef m’n schoentjes en ’t testament.…(zij raapt het Testament op. De soldenier begint op en neer te loopen).—DOEK.—[426]

[Inhoud]Zesde tooneel.De Regent, Sero, Regina, Jus.Sero.Dat mag dus niet?Regent.De schalk! Heb jij geen schoffels jaren tijd gehad, om met je nageslacht te práten? Jij wist, pioef—en heb ’r niet belet die vrouw(Regina is op de kruk bij ’t boogvenster gaan zitten)en ’r kornuiten[415]—en wat ’r meer in ’t donker van die kasten en die krotten hokt en krielt—te zien en op te zoeken!…Regina.… Ik heb …Regent.Zet jij je tanden op mekaar en hou je tong ’r tusschen als ik spreek!…Sero.De eerste keer …Regent.Als jij dìen eersten keer rechtschapen poorter en ’n vader als ’t daar beschreven(gebaar naar testament op den grond)staat, geweest—en je dat eigen kind—of was ’t van ’n ander soms, hèhè!—gewaarschuwd en geranseld had, dan dwòng je mij niet—tot m’n spijt (tot onze spijt, wat Jus?) om namens ieder poorter met ’n vaderhart—verbolgen, diepverbolgen, door te tasten. Zachte meesters kweeken …Sero.(glimlachend)Rotte wonden … ’t Is niet kwaad bedacht!…(Een stilte.Hij staat op, kijkt de gaanderij in, zet zich opnieuw, begint met moeite)Ik heb mijn dochter niets gezegd, dien eenen keer, omdat, omdat …Regent.… Omdat! Vermaaklijk hoe-ie zit te henglen naar ’n leugen, dood of levend!Sero.… Omdat ze nog zoo’n kleine droomster is …[416]Regent.Wel! Wel!Sero.’r In ’r jonge meisjesdroomen met dàt harde, dàt haast niet uit te spreken van hààr doen en laten, op te schrikken—ik heb ’t niet gekund …Regent.Wel! Wel!Sero.Ik heb—ik heb ’r laten—slapen.Regent.Ha-ha, ’n winterslaap van meer dan zestien jaar!Sero.’n Lenteslaap.Regent.Hoor je dat sprookje, Jus? De moeder hóér—de vader vijand van den staat—en ’t kind(schel lachend)hè-hè-hè!, ’t kind—’n schoone slaapster in ’t bosch!Sero.Dat’s ieder kind.Jus.Dan wordt ’t tijd, Uw Excellentie, dat ’n prins verschijnt, ha-ha-ha!Regent.Ja, ja, ’n prinselijke porder met ’n bezemsteel!Sero.Ze sprak, mijn kind—’k herhaal dien één’gen keer!—met zulk ’n vreugde van ’r móéder, dat ik ’r droom niet met mijn ruwe knuisten breken kon …[417]Jus.Als jij destijds—destijds—voor zooveel jaar gescheiden was, dan wàs die vrouw geen moeder meer!Regent.Maar Jus—dat wist-ie niet, dat was ’m onbekend! Dat heeft-ie nooit gehoord! Nietwaar? Nietwaar?Sero.Al wasikduizendmaal gescheiden: ’n moederis, ’n moeder blijft—blijft—blijft. Dat ’s nóóit meer ongedaan te maken.Regent.Niet ongedaan, jij goochelaar met woorden! Ook niet door overspel? Je Testament! Je boek met potloodstrepen!Sero.Ook niet door overspel! Wat ook gebeurt: de vrouw die ’t kind geboren heeft, blijft moeder—blijft dè moeder. Draagt niet elkeen ’t merk, ’t moederteeken, waar de navelstreng doorsneden werd?Regent.Ha-ha-ha! Dat heeft verstand van alles—van staat, van kerk, van kreeft, van navelstreng! En laat z’n schoone slaapster met ’r droomen en ’r moederteeken naar snollen, sletten en d’r mansvolk loopen!(tot Regina)Dat was ’n kluifje voor jouw mond—hé, jij daar! Slaap je? Gaf de nacht te weinig rust, ha-ha!—dat was ’n voorjaars-snoepje, wat?—om bij ’n deern van zeventien je móéderplichten waar te nemen! Als ik niet ingegrepen had—door jou en hem en ’t delikate kroost (drie tegelijk) van straat en bed te lichten—was dan vandaag[418]of morgen ’t loon voor d’eersten nacht gestreken—of is de goudvink al geknipt?Regina.(woest opstuivend)Dat lieg je, lieg je! ’k Ben zóó’n loeder niet, om bij d’onschuldige oogen van m’n eigen kind …Regent.Vergeet jij, lichtekooi, dat ik de hoogste magistraat!Regina.(heftig)’k Lap alle magistraten an m’n zool! Ik heb lang genoeg m’n lippen stuk gebeten! ’t Zit me tot hier, tot hier! Mot ik nog pootjes geven als ’k wor gepest!…Jus.Als jij je toon niet matigt …Regina.Wat dan? Wat dan! Doe jij maar wat je wil! Ik ben geen wáárdin voor me eigen dochter! Bij me in ’t huis heeft ze geen stap gehad, geen stap! ’k Heb op m’n stoep gestaan, bang voor ’t zonlicht en de menschen—en op m’n stoep heb ik met haar gepraat. ’k Weet wat ik ben—plezier voor kerels in den nacht en goed voor alle vuil zóo als ’t daglicht schijnt! ’k Weet wie ik ben! Maar zoo gevallen, om ’n kind, dat ik gezoogd, aan dat bestaan, dat rot bestaan, te geven—’r na te laten kijken als ’n schurftig dier—’r voor ’r jonge leven te verdoemen, te vervloeken—’r ook te laten grienen uur aan uur—zoo’n smerig beest ben ik nog niet, wor ’k nooit, nee nooit![419]Regent.Ze is vijfmaal op bezoek—bezoek geweest, zei je daar straks …Regina.Dat heb ’k niet gezegd!Jus.Je liegt—jij liegt—ik heb ’t opgeschreven!Regina(snikkend).Ik zweer bij Jezus aan ’t kruis …Regent.Haha, dat zweert—dat durft te zweren!Regina.Ze heeft geen voetstap op m’n stoep gehad!Regent(kwaadaardig)… Voetstap of niet—over je stoep of niet—of ’t dag of avond was of niet—gaat ons, de Overheid niet aan! Ze is vijfmaal—vijfmaal …Jus.Vijfmaal!Regent.Op bezoek bij jou geweest! Dat ’s duizendmaal te veel!Jus.Artikel 85, vier …Regina(heftig).God mag me straffen met de ergste straf …Regent.(driftig dreigend).Dáár zitten en je driesten mond gehouen, slet! En als jij weer, jij leugenaarster en jij lichtekooi …(zich onderbrekend bij ’t[420]over de trap binnenkomen van den Hopman door Droomelot voorgegaan).Is dat—is dát ’t kind?

Zesde tooneel.De Regent, Sero, Regina, Jus.Sero.Dat mag dus niet?Regent.De schalk! Heb jij geen schoffels jaren tijd gehad, om met je nageslacht te práten? Jij wist, pioef—en heb ’r niet belet die vrouw(Regina is op de kruk bij ’t boogvenster gaan zitten)en ’r kornuiten[415]—en wat ’r meer in ’t donker van die kasten en die krotten hokt en krielt—te zien en op te zoeken!…Regina.… Ik heb …Regent.Zet jij je tanden op mekaar en hou je tong ’r tusschen als ik spreek!…Sero.De eerste keer …Regent.Als jij dìen eersten keer rechtschapen poorter en ’n vader als ’t daar beschreven(gebaar naar testament op den grond)staat, geweest—en je dat eigen kind—of was ’t van ’n ander soms, hèhè!—gewaarschuwd en geranseld had, dan dwòng je mij niet—tot m’n spijt (tot onze spijt, wat Jus?) om namens ieder poorter met ’n vaderhart—verbolgen, diepverbolgen, door te tasten. Zachte meesters kweeken …Sero.(glimlachend)Rotte wonden … ’t Is niet kwaad bedacht!…(Een stilte.Hij staat op, kijkt de gaanderij in, zet zich opnieuw, begint met moeite)Ik heb mijn dochter niets gezegd, dien eenen keer, omdat, omdat …Regent.… Omdat! Vermaaklijk hoe-ie zit te henglen naar ’n leugen, dood of levend!Sero.… Omdat ze nog zoo’n kleine droomster is …[416]Regent.Wel! Wel!Sero.’r In ’r jonge meisjesdroomen met dàt harde, dàt haast niet uit te spreken van hààr doen en laten, op te schrikken—ik heb ’t niet gekund …Regent.Wel! Wel!Sero.Ik heb—ik heb ’r laten—slapen.Regent.Ha-ha, ’n winterslaap van meer dan zestien jaar!Sero.’n Lenteslaap.Regent.Hoor je dat sprookje, Jus? De moeder hóér—de vader vijand van den staat—en ’t kind(schel lachend)hè-hè-hè!, ’t kind—’n schoone slaapster in ’t bosch!Sero.Dat’s ieder kind.Jus.Dan wordt ’t tijd, Uw Excellentie, dat ’n prins verschijnt, ha-ha-ha!Regent.Ja, ja, ’n prinselijke porder met ’n bezemsteel!Sero.Ze sprak, mijn kind—’k herhaal dien één’gen keer!—met zulk ’n vreugde van ’r móéder, dat ik ’r droom niet met mijn ruwe knuisten breken kon …[417]Jus.Als jij destijds—destijds—voor zooveel jaar gescheiden was, dan wàs die vrouw geen moeder meer!Regent.Maar Jus—dat wist-ie niet, dat was ’m onbekend! Dat heeft-ie nooit gehoord! Nietwaar? Nietwaar?Sero.Al wasikduizendmaal gescheiden: ’n moederis, ’n moeder blijft—blijft—blijft. Dat ’s nóóit meer ongedaan te maken.Regent.Niet ongedaan, jij goochelaar met woorden! Ook niet door overspel? Je Testament! Je boek met potloodstrepen!Sero.Ook niet door overspel! Wat ook gebeurt: de vrouw die ’t kind geboren heeft, blijft moeder—blijft dè moeder. Draagt niet elkeen ’t merk, ’t moederteeken, waar de navelstreng doorsneden werd?Regent.Ha-ha-ha! Dat heeft verstand van alles—van staat, van kerk, van kreeft, van navelstreng! En laat z’n schoone slaapster met ’r droomen en ’r moederteeken naar snollen, sletten en d’r mansvolk loopen!(tot Regina)Dat was ’n kluifje voor jouw mond—hé, jij daar! Slaap je? Gaf de nacht te weinig rust, ha-ha!—dat was ’n voorjaars-snoepje, wat?—om bij ’n deern van zeventien je móéderplichten waar te nemen! Als ik niet ingegrepen had—door jou en hem en ’t delikate kroost (drie tegelijk) van straat en bed te lichten—was dan vandaag[418]of morgen ’t loon voor d’eersten nacht gestreken—of is de goudvink al geknipt?Regina.(woest opstuivend)Dat lieg je, lieg je! ’k Ben zóó’n loeder niet, om bij d’onschuldige oogen van m’n eigen kind …Regent.Vergeet jij, lichtekooi, dat ik de hoogste magistraat!Regina.(heftig)’k Lap alle magistraten an m’n zool! Ik heb lang genoeg m’n lippen stuk gebeten! ’t Zit me tot hier, tot hier! Mot ik nog pootjes geven als ’k wor gepest!…Jus.Als jij je toon niet matigt …Regina.Wat dan? Wat dan! Doe jij maar wat je wil! Ik ben geen wáárdin voor me eigen dochter! Bij me in ’t huis heeft ze geen stap gehad, geen stap! ’k Heb op m’n stoep gestaan, bang voor ’t zonlicht en de menschen—en op m’n stoep heb ik met haar gepraat. ’k Weet wat ik ben—plezier voor kerels in den nacht en goed voor alle vuil zóo als ’t daglicht schijnt! ’k Weet wie ik ben! Maar zoo gevallen, om ’n kind, dat ik gezoogd, aan dat bestaan, dat rot bestaan, te geven—’r na te laten kijken als ’n schurftig dier—’r voor ’r jonge leven te verdoemen, te vervloeken—’r ook te laten grienen uur aan uur—zoo’n smerig beest ben ik nog niet, wor ’k nooit, nee nooit![419]Regent.Ze is vijfmaal op bezoek—bezoek geweest, zei je daar straks …Regina.Dat heb ’k niet gezegd!Jus.Je liegt—jij liegt—ik heb ’t opgeschreven!Regina(snikkend).Ik zweer bij Jezus aan ’t kruis …Regent.Haha, dat zweert—dat durft te zweren!Regina.Ze heeft geen voetstap op m’n stoep gehad!Regent(kwaadaardig)… Voetstap of niet—over je stoep of niet—of ’t dag of avond was of niet—gaat ons, de Overheid niet aan! Ze is vijfmaal—vijfmaal …Jus.Vijfmaal!Regent.Op bezoek bij jou geweest! Dat ’s duizendmaal te veel!Jus.Artikel 85, vier …Regina(heftig).God mag me straffen met de ergste straf …Regent.(driftig dreigend).Dáár zitten en je driesten mond gehouen, slet! En als jij weer, jij leugenaarster en jij lichtekooi …(zich onderbrekend bij ’t[420]over de trap binnenkomen van den Hopman door Droomelot voorgegaan).Is dat—is dát ’t kind?

De Regent, Sero, Regina, Jus.

Sero.Dat mag dus niet?

Sero.Dat mag dus niet?

Regent.De schalk! Heb jij geen schoffels jaren tijd gehad, om met je nageslacht te práten? Jij wist, pioef—en heb ’r niet belet die vrouw(Regina is op de kruk bij ’t boogvenster gaan zitten)en ’r kornuiten[415]—en wat ’r meer in ’t donker van die kasten en die krotten hokt en krielt—te zien en op te zoeken!…

Regent.De schalk! Heb jij geen schoffels jaren tijd gehad, om met je nageslacht te práten? Jij wist, pioef—en heb ’r niet belet die vrouw(Regina is op de kruk bij ’t boogvenster gaan zitten)en ’r kornuiten[415]—en wat ’r meer in ’t donker van die kasten en die krotten hokt en krielt—te zien en op te zoeken!…

Regina.… Ik heb …

Regina.… Ik heb …

Regent.Zet jij je tanden op mekaar en hou je tong ’r tusschen als ik spreek!…

Regent.Zet jij je tanden op mekaar en hou je tong ’r tusschen als ik spreek!…

Sero.De eerste keer …

Sero.De eerste keer …

Regent.Als jij dìen eersten keer rechtschapen poorter en ’n vader als ’t daar beschreven(gebaar naar testament op den grond)staat, geweest—en je dat eigen kind—of was ’t van ’n ander soms, hèhè!—gewaarschuwd en geranseld had, dan dwòng je mij niet—tot m’n spijt (tot onze spijt, wat Jus?) om namens ieder poorter met ’n vaderhart—verbolgen, diepverbolgen, door te tasten. Zachte meesters kweeken …

Regent.Als jij dìen eersten keer rechtschapen poorter en ’n vader als ’t daar beschreven(gebaar naar testament op den grond)staat, geweest—en je dat eigen kind—of was ’t van ’n ander soms, hèhè!—gewaarschuwd en geranseld had, dan dwòng je mij niet—tot m’n spijt (tot onze spijt, wat Jus?) om namens ieder poorter met ’n vaderhart—verbolgen, diepverbolgen, door te tasten. Zachte meesters kweeken …

Sero.(glimlachend)Rotte wonden … ’t Is niet kwaad bedacht!…(Een stilte.Hij staat op, kijkt de gaanderij in, zet zich opnieuw, begint met moeite)Ik heb mijn dochter niets gezegd, dien eenen keer, omdat, omdat …

Sero.(glimlachend)Rotte wonden … ’t Is niet kwaad bedacht!…(Een stilte.Hij staat op, kijkt de gaanderij in, zet zich opnieuw, begint met moeite)Ik heb mijn dochter niets gezegd, dien eenen keer, omdat, omdat …

Regent.… Omdat! Vermaaklijk hoe-ie zit te henglen naar ’n leugen, dood of levend!

Regent.… Omdat! Vermaaklijk hoe-ie zit te henglen naar ’n leugen, dood of levend!

Sero.… Omdat ze nog zoo’n kleine droomster is …

Sero.… Omdat ze nog zoo’n kleine droomster is …

[416]

Regent.Wel! Wel!

Regent.Wel! Wel!

Sero.’r In ’r jonge meisjesdroomen met dàt harde, dàt haast niet uit te spreken van hààr doen en laten, op te schrikken—ik heb ’t niet gekund …

Sero.’r In ’r jonge meisjesdroomen met dàt harde, dàt haast niet uit te spreken van hààr doen en laten, op te schrikken—ik heb ’t niet gekund …

Regent.Wel! Wel!

Regent.Wel! Wel!

Sero.Ik heb—ik heb ’r laten—slapen.

Sero.Ik heb—ik heb ’r laten—slapen.

Regent.Ha-ha, ’n winterslaap van meer dan zestien jaar!

Regent.Ha-ha, ’n winterslaap van meer dan zestien jaar!

Sero.’n Lenteslaap.

Sero.’n Lenteslaap.

Regent.Hoor je dat sprookje, Jus? De moeder hóér—de vader vijand van den staat—en ’t kind(schel lachend)hè-hè-hè!, ’t kind—’n schoone slaapster in ’t bosch!

Regent.Hoor je dat sprookje, Jus? De moeder hóér—de vader vijand van den staat—en ’t kind(schel lachend)hè-hè-hè!, ’t kind—’n schoone slaapster in ’t bosch!

Sero.Dat’s ieder kind.

Sero.Dat’s ieder kind.

Jus.Dan wordt ’t tijd, Uw Excellentie, dat ’n prins verschijnt, ha-ha-ha!

Jus.Dan wordt ’t tijd, Uw Excellentie, dat ’n prins verschijnt, ha-ha-ha!

Regent.Ja, ja, ’n prinselijke porder met ’n bezemsteel!

Regent.Ja, ja, ’n prinselijke porder met ’n bezemsteel!

Sero.Ze sprak, mijn kind—’k herhaal dien één’gen keer!—met zulk ’n vreugde van ’r móéder, dat ik ’r droom niet met mijn ruwe knuisten breken kon …

Sero.Ze sprak, mijn kind—’k herhaal dien één’gen keer!—met zulk ’n vreugde van ’r móéder, dat ik ’r droom niet met mijn ruwe knuisten breken kon …

[417]

Jus.Als jij destijds—destijds—voor zooveel jaar gescheiden was, dan wàs die vrouw geen moeder meer!

Jus.Als jij destijds—destijds—voor zooveel jaar gescheiden was, dan wàs die vrouw geen moeder meer!

Regent.Maar Jus—dat wist-ie niet, dat was ’m onbekend! Dat heeft-ie nooit gehoord! Nietwaar? Nietwaar?

Regent.Maar Jus—dat wist-ie niet, dat was ’m onbekend! Dat heeft-ie nooit gehoord! Nietwaar? Nietwaar?

Sero.Al wasikduizendmaal gescheiden: ’n moederis, ’n moeder blijft—blijft—blijft. Dat ’s nóóit meer ongedaan te maken.

Sero.Al wasikduizendmaal gescheiden: ’n moederis, ’n moeder blijft—blijft—blijft. Dat ’s nóóit meer ongedaan te maken.

Regent.Niet ongedaan, jij goochelaar met woorden! Ook niet door overspel? Je Testament! Je boek met potloodstrepen!

Regent.Niet ongedaan, jij goochelaar met woorden! Ook niet door overspel? Je Testament! Je boek met potloodstrepen!

Sero.Ook niet door overspel! Wat ook gebeurt: de vrouw die ’t kind geboren heeft, blijft moeder—blijft dè moeder. Draagt niet elkeen ’t merk, ’t moederteeken, waar de navelstreng doorsneden werd?

Sero.Ook niet door overspel! Wat ook gebeurt: de vrouw die ’t kind geboren heeft, blijft moeder—blijft dè moeder. Draagt niet elkeen ’t merk, ’t moederteeken, waar de navelstreng doorsneden werd?

Regent.Ha-ha-ha! Dat heeft verstand van alles—van staat, van kerk, van kreeft, van navelstreng! En laat z’n schoone slaapster met ’r droomen en ’r moederteeken naar snollen, sletten en d’r mansvolk loopen!(tot Regina)Dat was ’n kluifje voor jouw mond—hé, jij daar! Slaap je? Gaf de nacht te weinig rust, ha-ha!—dat was ’n voorjaars-snoepje, wat?—om bij ’n deern van zeventien je móéderplichten waar te nemen! Als ik niet ingegrepen had—door jou en hem en ’t delikate kroost (drie tegelijk) van straat en bed te lichten—was dan vandaag[418]of morgen ’t loon voor d’eersten nacht gestreken—of is de goudvink al geknipt?

Regent.Ha-ha-ha! Dat heeft verstand van alles—van staat, van kerk, van kreeft, van navelstreng! En laat z’n schoone slaapster met ’r droomen en ’r moederteeken naar snollen, sletten en d’r mansvolk loopen!(tot Regina)Dat was ’n kluifje voor jouw mond—hé, jij daar! Slaap je? Gaf de nacht te weinig rust, ha-ha!—dat was ’n voorjaars-snoepje, wat?—om bij ’n deern van zeventien je móéderplichten waar te nemen! Als ik niet ingegrepen had—door jou en hem en ’t delikate kroost (drie tegelijk) van straat en bed te lichten—was dan vandaag[418]of morgen ’t loon voor d’eersten nacht gestreken—of is de goudvink al geknipt?

Regina.(woest opstuivend)Dat lieg je, lieg je! ’k Ben zóó’n loeder niet, om bij d’onschuldige oogen van m’n eigen kind …

Regina.(woest opstuivend)Dat lieg je, lieg je! ’k Ben zóó’n loeder niet, om bij d’onschuldige oogen van m’n eigen kind …

Regent.Vergeet jij, lichtekooi, dat ik de hoogste magistraat!

Regent.Vergeet jij, lichtekooi, dat ik de hoogste magistraat!

Regina.(heftig)’k Lap alle magistraten an m’n zool! Ik heb lang genoeg m’n lippen stuk gebeten! ’t Zit me tot hier, tot hier! Mot ik nog pootjes geven als ’k wor gepest!…

Regina.(heftig)’k Lap alle magistraten an m’n zool! Ik heb lang genoeg m’n lippen stuk gebeten! ’t Zit me tot hier, tot hier! Mot ik nog pootjes geven als ’k wor gepest!…

Jus.Als jij je toon niet matigt …

Jus.Als jij je toon niet matigt …

Regina.Wat dan? Wat dan! Doe jij maar wat je wil! Ik ben geen wáárdin voor me eigen dochter! Bij me in ’t huis heeft ze geen stap gehad, geen stap! ’k Heb op m’n stoep gestaan, bang voor ’t zonlicht en de menschen—en op m’n stoep heb ik met haar gepraat. ’k Weet wat ik ben—plezier voor kerels in den nacht en goed voor alle vuil zóo als ’t daglicht schijnt! ’k Weet wie ik ben! Maar zoo gevallen, om ’n kind, dat ik gezoogd, aan dat bestaan, dat rot bestaan, te geven—’r na te laten kijken als ’n schurftig dier—’r voor ’r jonge leven te verdoemen, te vervloeken—’r ook te laten grienen uur aan uur—zoo’n smerig beest ben ik nog niet, wor ’k nooit, nee nooit!

Regina.Wat dan? Wat dan! Doe jij maar wat je wil! Ik ben geen wáárdin voor me eigen dochter! Bij me in ’t huis heeft ze geen stap gehad, geen stap! ’k Heb op m’n stoep gestaan, bang voor ’t zonlicht en de menschen—en op m’n stoep heb ik met haar gepraat. ’k Weet wat ik ben—plezier voor kerels in den nacht en goed voor alle vuil zóo als ’t daglicht schijnt! ’k Weet wie ik ben! Maar zoo gevallen, om ’n kind, dat ik gezoogd, aan dat bestaan, dat rot bestaan, te geven—’r na te laten kijken als ’n schurftig dier—’r voor ’r jonge leven te verdoemen, te vervloeken—’r ook te laten grienen uur aan uur—zoo’n smerig beest ben ik nog niet, wor ’k nooit, nee nooit!

[419]

Regent.Ze is vijfmaal op bezoek—bezoek geweest, zei je daar straks …

Regent.Ze is vijfmaal op bezoek—bezoek geweest, zei je daar straks …

Regina.Dat heb ’k niet gezegd!

Regina.Dat heb ’k niet gezegd!

Jus.Je liegt—jij liegt—ik heb ’t opgeschreven!

Jus.Je liegt—jij liegt—ik heb ’t opgeschreven!

Regina(snikkend).Ik zweer bij Jezus aan ’t kruis …

Regina(snikkend).Ik zweer bij Jezus aan ’t kruis …

Regent.Haha, dat zweert—dat durft te zweren!

Regent.Haha, dat zweert—dat durft te zweren!

Regina.Ze heeft geen voetstap op m’n stoep gehad!

Regina.Ze heeft geen voetstap op m’n stoep gehad!

Regent(kwaadaardig)… Voetstap of niet—over je stoep of niet—of ’t dag of avond was of niet—gaat ons, de Overheid niet aan! Ze is vijfmaal—vijfmaal …

Regent(kwaadaardig)… Voetstap of niet—over je stoep of niet—of ’t dag of avond was of niet—gaat ons, de Overheid niet aan! Ze is vijfmaal—vijfmaal …

Jus.Vijfmaal!

Jus.Vijfmaal!

Regent.Op bezoek bij jou geweest! Dat ’s duizendmaal te veel!

Regent.Op bezoek bij jou geweest! Dat ’s duizendmaal te veel!

Jus.Artikel 85, vier …

Jus.Artikel 85, vier …

Regina(heftig).God mag me straffen met de ergste straf …

Regina(heftig).God mag me straffen met de ergste straf …

Regent.(driftig dreigend).Dáár zitten en je driesten mond gehouen, slet! En als jij weer, jij leugenaarster en jij lichtekooi …(zich onderbrekend bij ’t[420]over de trap binnenkomen van den Hopman door Droomelot voorgegaan).Is dat—is dát ’t kind?

Regent.(driftig dreigend).Dáár zitten en je driesten mond gehouen, slet! En als jij weer, jij leugenaarster en jij lichtekooi …(zich onderbrekend bij ’t[420]over de trap binnenkomen van den Hopman door Droomelot voorgegaan).Is dat—is dát ’t kind?

[Inhoud]Zevende tooneel.Droomelot, Hopman, De Regent, Sero, Regina, Jus.Hopman.Ja, Excellentie! ’t Heeft wat lang geduurd, omdat ik eerst wat smakkers, schreeuwers enslampampers—vriendjes van hém!—van ’t plein heb làten smijten … Ze wouen weten waarom hij …Regent(hem met de hand wenkend te zwijgen).Ja, ja!(tot Droomelot).Ben jij.…? Wat dichterbij.(stilte).Nog dichter!(stilte).Ben je—bang?(stilte).Nu, schiet ’r geen enkel woordje over? Hoe is je naam?(nijdig)Mij aankijken! Niet die mènschen! Je voornaam!Droomelot.Droomelot!Regent.Droomelot! Droomelot! Hè-hè-hè! Is dat de nieuwste christennaam? Wie heeft jou zoo gedoopt? In welke kerk?Droomelot.In welke kerk?(haalt Sero aankijkend de schouders op)Dat weet ik niet.Regent.Nooit in ’n kerk geweest?[421]Droomelot(na Sero aangekeken te hebben, angstig).Eens.Regent.Wel, wel! Al ééns! Tijdens ’n dienst?Droomelot.’n Dienst?… ’n Dienst?.… Dat weet ’k niet. Ik was ’r heel alleen.Regent.Eens in ’n kerk! Eens in ’n kerk! Is ’t wonder, Jus, dat ze verdwalen moest! Dus—bidden heb je nooit gedaan?(zij haalt de schouders op).En dan dien éénen keer? Wat was dat toen?Droomelot.De deuren stonden aan—’k heb enkel rondgekeken.Regent.Ha-ha-! Was ’t ’n synagoog, ’n kathedraal, ’n protestantenkerk?(zij haalt de schouders op).Zoo, zoo!(een stilte)Ken je dien man?Droomelot.Dat is—m’n vader.Regent.Ken je die vrouw?Droomelot.Dat is—m’n moeder.Regent.Hoe weet je—dat die vrouw je moeder is?Droomelot.Dat heeft m’n vader me gezegd.Regent.Ha, zoo!—Wanneer?[422]Droomelot.Altijd.Regent.Mij aankijken! Niet die menschen! En ook niet liegen, droome-Droomelot! Altijd—dat is onmogelijk! Want voor ’n maand had jij je moeder niet gezien!Droomelot.Dat had ’k wel en iedren dag—al was ’t niet dichtbij.Regent.En iedre dag—hoe dan?Droomelot.(haar medaljon bedoelend)Ik heb ’r hier gedragen.Regent.Laat zien! Laat zien!(zij treedt dicht op hem toe, opent het medaljon, zonder den ketting los te maken. Hij neemt het in de handen)Ja, ja—dat kàn ze zijn—’t kan …(betast haar blooten boezem)Maar als je hier ’n kruisje droeg—in plaats van dat—dan zou—dan zou—wat?—wat?…Droomelot(angstig-beschaamd achteruit wijkend, de handen in bescherming voor de borsten)Vader!Sero.(door Hopman weerhouden)Verdoemde ploert!Hopman.Terug!Regina.Als jij ’rnogeens aanraakt, jij …Regent.Weg met dat wijf, weg met dien kerel! Weg![423](De Hopman wenkt in gaanderij. De twee rakkers schieten toe, terwijl de Soldenier Regina terugduwt)Verzetten zich, omdat ik raad ’n kruis te dragen! Blijven in opstand voor den hoogsten magistraat! Bedriegen, konklen, drijven saam ’t span van ontucht!(nijdig tot Droomelot)Hier! Dichterbij! En geen onnoozle streken! Was jij—bij haar in dat bordeel?Droomelot.In wat?Regent.In dat bordeel?Droomelot.Bordeel?(aarzelend-onwetend)Nee.Regent.Hoe dikwijls heb je ’r bezocht—die vrouw?Droomelot.M’n moeder?Regent.(kwaadaardig)Die vrouw, je moer—gaat mij dat aan! ’k Praat toch geen Spaansch! Hoe dikwijls was je bij ’r?(zij staat in angstige aarzeling bevreesd voor Sero’s glimlachend kijken)… Nu dan!Droomelot.(benepen, zonder iemand aan te zien)Dat was, geloof ’k ééns …(ziet vluchtig naar Sero).Regent.(woest)Eens! Eens in de kerk—eens in ’t bordeel—’t blijft altijd eens! ’t Heele nest dat is bevuild! Hij heeft de waarheid in z’n schaduw—zij liegt—en zij, zij slaapt, maar liegt ’t hardst van allemaal!(tot Jus)Zijn klaar de stukken, Jus?[424]Jus.(een ganzeveer overreikend)Ja, Excellentie. Als u ze teekenen wil?Regent(indoopend).Goed zoo. De schalk, die tienmaal door de mazen glee, die tienmaal jou te glad was, Jus, de schalk die overal op plein en markt „verhaalt”—ja, ja!—„vertelt”—ja, ja!—en zulk een teeder nekvel heeft—gaat opdieet!… Ho, ho!… Dat is een vonnis met ’n monsterpen, hahaha!… ’t Lijkje van m’n lijkenvlieg! Net door ’r taster en ’r kop geregen! Adieu mijn vriend: de laatste eer, hahaha!(tipt met den middelvinger tegen den penhouder en wrijft met den voet over het doode insect)Rust zacht en met ’n R. I. P.!(teekent de stukken)… Zoo gaat ’t beter, zonder inktgemors … Die vrouw is vrij!Regina.Goddank!Regent(tot Droomelot).En jij—heb jij ’n keus—bij hem, bij haar?Droomelot.Blijft vader hier?Regent.Ja, ja,—en kosteloos!Droomelot.Dan blijf ik bij mijn vader.Sero.Dat kan niet, Droomelot!Regent.O, ’t kan! ’t Hoofd van Staat—de Staat—heeft ruìmte voor z’n kinderen!Regina.Mag ik ’r niet …[425]Regent.Hahaha! Of zij! Of zij!… Hahaha! Wat jij ’r leeren kan—dat is mij toevertrouwd! En hoe! Hahaha!(tot Hopman)Hier is ’t bevel! Je plicht! Vooruit! Hahaha! Of zij! Of zij!…(af over trap met Jus).Hopman.(tot de rakkers)Wat slapen jullie nou! Weet je geen raad!(zij brengen Sero naar het hok, sluiten de traliedeur. Dan wenkt hij ze Regina heen te voeren).Regina.Mag ik ’t kind …Hopman.(grof)Nee, nee!Regina.Ik wou ’r enkel …Hopman.(haar zelf bij een arm grijpend)Nee zeg ik, nee!(duwt haar met de rakkers door de gaanderij-opening).

Zevende tooneel.Droomelot, Hopman, De Regent, Sero, Regina, Jus.Hopman.Ja, Excellentie! ’t Heeft wat lang geduurd, omdat ik eerst wat smakkers, schreeuwers enslampampers—vriendjes van hém!—van ’t plein heb làten smijten … Ze wouen weten waarom hij …Regent(hem met de hand wenkend te zwijgen).Ja, ja!(tot Droomelot).Ben jij.…? Wat dichterbij.(stilte).Nog dichter!(stilte).Ben je—bang?(stilte).Nu, schiet ’r geen enkel woordje over? Hoe is je naam?(nijdig)Mij aankijken! Niet die mènschen! Je voornaam!Droomelot.Droomelot!Regent.Droomelot! Droomelot! Hè-hè-hè! Is dat de nieuwste christennaam? Wie heeft jou zoo gedoopt? In welke kerk?Droomelot.In welke kerk?(haalt Sero aankijkend de schouders op)Dat weet ik niet.Regent.Nooit in ’n kerk geweest?[421]Droomelot(na Sero aangekeken te hebben, angstig).Eens.Regent.Wel, wel! Al ééns! Tijdens ’n dienst?Droomelot.’n Dienst?… ’n Dienst?.… Dat weet ’k niet. Ik was ’r heel alleen.Regent.Eens in ’n kerk! Eens in ’n kerk! Is ’t wonder, Jus, dat ze verdwalen moest! Dus—bidden heb je nooit gedaan?(zij haalt de schouders op).En dan dien éénen keer? Wat was dat toen?Droomelot.De deuren stonden aan—’k heb enkel rondgekeken.Regent.Ha-ha-! Was ’t ’n synagoog, ’n kathedraal, ’n protestantenkerk?(zij haalt de schouders op).Zoo, zoo!(een stilte)Ken je dien man?Droomelot.Dat is—m’n vader.Regent.Ken je die vrouw?Droomelot.Dat is—m’n moeder.Regent.Hoe weet je—dat die vrouw je moeder is?Droomelot.Dat heeft m’n vader me gezegd.Regent.Ha, zoo!—Wanneer?[422]Droomelot.Altijd.Regent.Mij aankijken! Niet die menschen! En ook niet liegen, droome-Droomelot! Altijd—dat is onmogelijk! Want voor ’n maand had jij je moeder niet gezien!Droomelot.Dat had ’k wel en iedren dag—al was ’t niet dichtbij.Regent.En iedre dag—hoe dan?Droomelot.(haar medaljon bedoelend)Ik heb ’r hier gedragen.Regent.Laat zien! Laat zien!(zij treedt dicht op hem toe, opent het medaljon, zonder den ketting los te maken. Hij neemt het in de handen)Ja, ja—dat kàn ze zijn—’t kan …(betast haar blooten boezem)Maar als je hier ’n kruisje droeg—in plaats van dat—dan zou—dan zou—wat?—wat?…Droomelot(angstig-beschaamd achteruit wijkend, de handen in bescherming voor de borsten)Vader!Sero.(door Hopman weerhouden)Verdoemde ploert!Hopman.Terug!Regina.Als jij ’rnogeens aanraakt, jij …Regent.Weg met dat wijf, weg met dien kerel! Weg![423](De Hopman wenkt in gaanderij. De twee rakkers schieten toe, terwijl de Soldenier Regina terugduwt)Verzetten zich, omdat ik raad ’n kruis te dragen! Blijven in opstand voor den hoogsten magistraat! Bedriegen, konklen, drijven saam ’t span van ontucht!(nijdig tot Droomelot)Hier! Dichterbij! En geen onnoozle streken! Was jij—bij haar in dat bordeel?Droomelot.In wat?Regent.In dat bordeel?Droomelot.Bordeel?(aarzelend-onwetend)Nee.Regent.Hoe dikwijls heb je ’r bezocht—die vrouw?Droomelot.M’n moeder?Regent.(kwaadaardig)Die vrouw, je moer—gaat mij dat aan! ’k Praat toch geen Spaansch! Hoe dikwijls was je bij ’r?(zij staat in angstige aarzeling bevreesd voor Sero’s glimlachend kijken)… Nu dan!Droomelot.(benepen, zonder iemand aan te zien)Dat was, geloof ’k ééns …(ziet vluchtig naar Sero).Regent.(woest)Eens! Eens in de kerk—eens in ’t bordeel—’t blijft altijd eens! ’t Heele nest dat is bevuild! Hij heeft de waarheid in z’n schaduw—zij liegt—en zij, zij slaapt, maar liegt ’t hardst van allemaal!(tot Jus)Zijn klaar de stukken, Jus?[424]Jus.(een ganzeveer overreikend)Ja, Excellentie. Als u ze teekenen wil?Regent(indoopend).Goed zoo. De schalk, die tienmaal door de mazen glee, die tienmaal jou te glad was, Jus, de schalk die overal op plein en markt „verhaalt”—ja, ja!—„vertelt”—ja, ja!—en zulk een teeder nekvel heeft—gaat opdieet!… Ho, ho!… Dat is een vonnis met ’n monsterpen, hahaha!… ’t Lijkje van m’n lijkenvlieg! Net door ’r taster en ’r kop geregen! Adieu mijn vriend: de laatste eer, hahaha!(tipt met den middelvinger tegen den penhouder en wrijft met den voet over het doode insect)Rust zacht en met ’n R. I. P.!(teekent de stukken)… Zoo gaat ’t beter, zonder inktgemors … Die vrouw is vrij!Regina.Goddank!Regent(tot Droomelot).En jij—heb jij ’n keus—bij hem, bij haar?Droomelot.Blijft vader hier?Regent.Ja, ja,—en kosteloos!Droomelot.Dan blijf ik bij mijn vader.Sero.Dat kan niet, Droomelot!Regent.O, ’t kan! ’t Hoofd van Staat—de Staat—heeft ruìmte voor z’n kinderen!Regina.Mag ik ’r niet …[425]Regent.Hahaha! Of zij! Of zij!… Hahaha! Wat jij ’r leeren kan—dat is mij toevertrouwd! En hoe! Hahaha!(tot Hopman)Hier is ’t bevel! Je plicht! Vooruit! Hahaha! Of zij! Of zij!…(af over trap met Jus).Hopman.(tot de rakkers)Wat slapen jullie nou! Weet je geen raad!(zij brengen Sero naar het hok, sluiten de traliedeur. Dan wenkt hij ze Regina heen te voeren).Regina.Mag ik ’t kind …Hopman.(grof)Nee, nee!Regina.Ik wou ’r enkel …Hopman.(haar zelf bij een arm grijpend)Nee zeg ik, nee!(duwt haar met de rakkers door de gaanderij-opening).

Droomelot, Hopman, De Regent, Sero, Regina, Jus.

Hopman.Ja, Excellentie! ’t Heeft wat lang geduurd, omdat ik eerst wat smakkers, schreeuwers enslampampers—vriendjes van hém!—van ’t plein heb làten smijten … Ze wouen weten waarom hij …

Hopman.Ja, Excellentie! ’t Heeft wat lang geduurd, omdat ik eerst wat smakkers, schreeuwers enslampampers—vriendjes van hém!—van ’t plein heb làten smijten … Ze wouen weten waarom hij …

Regent(hem met de hand wenkend te zwijgen).Ja, ja!(tot Droomelot).Ben jij.…? Wat dichterbij.(stilte).Nog dichter!(stilte).Ben je—bang?(stilte).Nu, schiet ’r geen enkel woordje over? Hoe is je naam?(nijdig)Mij aankijken! Niet die mènschen! Je voornaam!

Regent(hem met de hand wenkend te zwijgen).Ja, ja!(tot Droomelot).Ben jij.…? Wat dichterbij.(stilte).Nog dichter!(stilte).Ben je—bang?(stilte).Nu, schiet ’r geen enkel woordje over? Hoe is je naam?(nijdig)Mij aankijken! Niet die mènschen! Je voornaam!

Droomelot.Droomelot!

Droomelot.Droomelot!

Regent.Droomelot! Droomelot! Hè-hè-hè! Is dat de nieuwste christennaam? Wie heeft jou zoo gedoopt? In welke kerk?

Regent.Droomelot! Droomelot! Hè-hè-hè! Is dat de nieuwste christennaam? Wie heeft jou zoo gedoopt? In welke kerk?

Droomelot.In welke kerk?(haalt Sero aankijkend de schouders op)Dat weet ik niet.

Droomelot.In welke kerk?(haalt Sero aankijkend de schouders op)Dat weet ik niet.

Regent.Nooit in ’n kerk geweest?

Regent.Nooit in ’n kerk geweest?

[421]

Droomelot(na Sero aangekeken te hebben, angstig).Eens.

Droomelot(na Sero aangekeken te hebben, angstig).Eens.

Regent.Wel, wel! Al ééns! Tijdens ’n dienst?

Regent.Wel, wel! Al ééns! Tijdens ’n dienst?

Droomelot.’n Dienst?… ’n Dienst?.… Dat weet ’k niet. Ik was ’r heel alleen.

Droomelot.’n Dienst?… ’n Dienst?.… Dat weet ’k niet. Ik was ’r heel alleen.

Regent.Eens in ’n kerk! Eens in ’n kerk! Is ’t wonder, Jus, dat ze verdwalen moest! Dus—bidden heb je nooit gedaan?(zij haalt de schouders op).En dan dien éénen keer? Wat was dat toen?

Regent.Eens in ’n kerk! Eens in ’n kerk! Is ’t wonder, Jus, dat ze verdwalen moest! Dus—bidden heb je nooit gedaan?(zij haalt de schouders op).En dan dien éénen keer? Wat was dat toen?

Droomelot.De deuren stonden aan—’k heb enkel rondgekeken.

Droomelot.De deuren stonden aan—’k heb enkel rondgekeken.

Regent.Ha-ha-! Was ’t ’n synagoog, ’n kathedraal, ’n protestantenkerk?(zij haalt de schouders op).Zoo, zoo!(een stilte)Ken je dien man?

Regent.Ha-ha-! Was ’t ’n synagoog, ’n kathedraal, ’n protestantenkerk?(zij haalt de schouders op).Zoo, zoo!(een stilte)Ken je dien man?

Droomelot.Dat is—m’n vader.

Droomelot.Dat is—m’n vader.

Regent.Ken je die vrouw?

Regent.Ken je die vrouw?

Droomelot.Dat is—m’n moeder.

Droomelot.Dat is—m’n moeder.

Regent.Hoe weet je—dat die vrouw je moeder is?

Regent.Hoe weet je—dat die vrouw je moeder is?

Droomelot.Dat heeft m’n vader me gezegd.

Droomelot.Dat heeft m’n vader me gezegd.

Regent.Ha, zoo!—Wanneer?

Regent.Ha, zoo!—Wanneer?

[422]

Droomelot.Altijd.

Droomelot.Altijd.

Regent.Mij aankijken! Niet die menschen! En ook niet liegen, droome-Droomelot! Altijd—dat is onmogelijk! Want voor ’n maand had jij je moeder niet gezien!

Regent.Mij aankijken! Niet die menschen! En ook niet liegen, droome-Droomelot! Altijd—dat is onmogelijk! Want voor ’n maand had jij je moeder niet gezien!

Droomelot.Dat had ’k wel en iedren dag—al was ’t niet dichtbij.

Droomelot.Dat had ’k wel en iedren dag—al was ’t niet dichtbij.

Regent.En iedre dag—hoe dan?

Regent.En iedre dag—hoe dan?

Droomelot.(haar medaljon bedoelend)Ik heb ’r hier gedragen.

Droomelot.(haar medaljon bedoelend)Ik heb ’r hier gedragen.

Regent.Laat zien! Laat zien!(zij treedt dicht op hem toe, opent het medaljon, zonder den ketting los te maken. Hij neemt het in de handen)Ja, ja—dat kàn ze zijn—’t kan …(betast haar blooten boezem)Maar als je hier ’n kruisje droeg—in plaats van dat—dan zou—dan zou—wat?—wat?…

Regent.Laat zien! Laat zien!(zij treedt dicht op hem toe, opent het medaljon, zonder den ketting los te maken. Hij neemt het in de handen)Ja, ja—dat kàn ze zijn—’t kan …(betast haar blooten boezem)Maar als je hier ’n kruisje droeg—in plaats van dat—dan zou—dan zou—wat?—wat?…

Droomelot(angstig-beschaamd achteruit wijkend, de handen in bescherming voor de borsten)Vader!

Droomelot(angstig-beschaamd achteruit wijkend, de handen in bescherming voor de borsten)Vader!

Sero.(door Hopman weerhouden)Verdoemde ploert!

Sero.(door Hopman weerhouden)Verdoemde ploert!

Hopman.Terug!

Hopman.Terug!

Regina.Als jij ’rnogeens aanraakt, jij …

Regina.Als jij ’rnogeens aanraakt, jij …

Regent.Weg met dat wijf, weg met dien kerel! Weg![423](De Hopman wenkt in gaanderij. De twee rakkers schieten toe, terwijl de Soldenier Regina terugduwt)Verzetten zich, omdat ik raad ’n kruis te dragen! Blijven in opstand voor den hoogsten magistraat! Bedriegen, konklen, drijven saam ’t span van ontucht!(nijdig tot Droomelot)Hier! Dichterbij! En geen onnoozle streken! Was jij—bij haar in dat bordeel?

Regent.Weg met dat wijf, weg met dien kerel! Weg![423](De Hopman wenkt in gaanderij. De twee rakkers schieten toe, terwijl de Soldenier Regina terugduwt)Verzetten zich, omdat ik raad ’n kruis te dragen! Blijven in opstand voor den hoogsten magistraat! Bedriegen, konklen, drijven saam ’t span van ontucht!(nijdig tot Droomelot)Hier! Dichterbij! En geen onnoozle streken! Was jij—bij haar in dat bordeel?

Droomelot.In wat?

Droomelot.In wat?

Regent.In dat bordeel?

Regent.In dat bordeel?

Droomelot.Bordeel?(aarzelend-onwetend)Nee.

Droomelot.Bordeel?(aarzelend-onwetend)Nee.

Regent.Hoe dikwijls heb je ’r bezocht—die vrouw?

Regent.Hoe dikwijls heb je ’r bezocht—die vrouw?

Droomelot.M’n moeder?

Droomelot.M’n moeder?

Regent.(kwaadaardig)Die vrouw, je moer—gaat mij dat aan! ’k Praat toch geen Spaansch! Hoe dikwijls was je bij ’r?(zij staat in angstige aarzeling bevreesd voor Sero’s glimlachend kijken)… Nu dan!

Regent.(kwaadaardig)Die vrouw, je moer—gaat mij dat aan! ’k Praat toch geen Spaansch! Hoe dikwijls was je bij ’r?(zij staat in angstige aarzeling bevreesd voor Sero’s glimlachend kijken)… Nu dan!

Droomelot.(benepen, zonder iemand aan te zien)Dat was, geloof ’k ééns …(ziet vluchtig naar Sero).

Droomelot.(benepen, zonder iemand aan te zien)Dat was, geloof ’k ééns …(ziet vluchtig naar Sero).

Regent.(woest)Eens! Eens in de kerk—eens in ’t bordeel—’t blijft altijd eens! ’t Heele nest dat is bevuild! Hij heeft de waarheid in z’n schaduw—zij liegt—en zij, zij slaapt, maar liegt ’t hardst van allemaal!(tot Jus)Zijn klaar de stukken, Jus?

Regent.(woest)Eens! Eens in de kerk—eens in ’t bordeel—’t blijft altijd eens! ’t Heele nest dat is bevuild! Hij heeft de waarheid in z’n schaduw—zij liegt—en zij, zij slaapt, maar liegt ’t hardst van allemaal!(tot Jus)Zijn klaar de stukken, Jus?

[424]

Jus.(een ganzeveer overreikend)Ja, Excellentie. Als u ze teekenen wil?

Jus.(een ganzeveer overreikend)Ja, Excellentie. Als u ze teekenen wil?

Regent(indoopend).Goed zoo. De schalk, die tienmaal door de mazen glee, die tienmaal jou te glad was, Jus, de schalk die overal op plein en markt „verhaalt”—ja, ja!—„vertelt”—ja, ja!—en zulk een teeder nekvel heeft—gaat opdieet!… Ho, ho!… Dat is een vonnis met ’n monsterpen, hahaha!… ’t Lijkje van m’n lijkenvlieg! Net door ’r taster en ’r kop geregen! Adieu mijn vriend: de laatste eer, hahaha!(tipt met den middelvinger tegen den penhouder en wrijft met den voet over het doode insect)Rust zacht en met ’n R. I. P.!(teekent de stukken)… Zoo gaat ’t beter, zonder inktgemors … Die vrouw is vrij!

Regent(indoopend).Goed zoo. De schalk, die tienmaal door de mazen glee, die tienmaal jou te glad was, Jus, de schalk die overal op plein en markt „verhaalt”—ja, ja!—„vertelt”—ja, ja!—en zulk een teeder nekvel heeft—gaat opdieet!… Ho, ho!… Dat is een vonnis met ’n monsterpen, hahaha!… ’t Lijkje van m’n lijkenvlieg! Net door ’r taster en ’r kop geregen! Adieu mijn vriend: de laatste eer, hahaha!(tipt met den middelvinger tegen den penhouder en wrijft met den voet over het doode insect)Rust zacht en met ’n R. I. P.!(teekent de stukken)… Zoo gaat ’t beter, zonder inktgemors … Die vrouw is vrij!

Regina.Goddank!

Regina.Goddank!

Regent(tot Droomelot).En jij—heb jij ’n keus—bij hem, bij haar?

Regent(tot Droomelot).En jij—heb jij ’n keus—bij hem, bij haar?

Droomelot.Blijft vader hier?

Droomelot.Blijft vader hier?

Regent.Ja, ja,—en kosteloos!

Regent.Ja, ja,—en kosteloos!

Droomelot.Dan blijf ik bij mijn vader.

Droomelot.Dan blijf ik bij mijn vader.

Sero.Dat kan niet, Droomelot!

Sero.Dat kan niet, Droomelot!

Regent.O, ’t kan! ’t Hoofd van Staat—de Staat—heeft ruìmte voor z’n kinderen!

Regent.O, ’t kan! ’t Hoofd van Staat—de Staat—heeft ruìmte voor z’n kinderen!

Regina.Mag ik ’r niet …

Regina.Mag ik ’r niet …

[425]

Regent.Hahaha! Of zij! Of zij!… Hahaha! Wat jij ’r leeren kan—dat is mij toevertrouwd! En hoe! Hahaha!(tot Hopman)Hier is ’t bevel! Je plicht! Vooruit! Hahaha! Of zij! Of zij!…(af over trap met Jus).

Regent.Hahaha! Of zij! Of zij!… Hahaha! Wat jij ’r leeren kan—dat is mij toevertrouwd! En hoe! Hahaha!(tot Hopman)Hier is ’t bevel! Je plicht! Vooruit! Hahaha! Of zij! Of zij!…(af over trap met Jus).

Hopman.(tot de rakkers)Wat slapen jullie nou! Weet je geen raad!(zij brengen Sero naar het hok, sluiten de traliedeur. Dan wenkt hij ze Regina heen te voeren).

Hopman.(tot de rakkers)Wat slapen jullie nou! Weet je geen raad!(zij brengen Sero naar het hok, sluiten de traliedeur. Dan wenkt hij ze Regina heen te voeren).

Regina.Mag ik ’t kind …

Regina.Mag ik ’t kind …

Hopman.(grof)Nee, nee!

Hopman.(grof)Nee, nee!

Regina.Ik wou ’r enkel …

Regina.Ik wou ’r enkel …

Hopman.(haar zelf bij een arm grijpend)Nee zeg ik, nee!(duwt haar met de rakkers door de gaanderij-opening).

Hopman.(haar zelf bij een arm grijpend)Nee zeg ik, nee!(duwt haar met de rakkers door de gaanderij-opening).

[Inhoud]Achtste tooneel.Sero, Droomelot.Droomelot(staart als in bewusteloosheid rond, ziet Sero achter de tralies).Vader.…Sero.Kom hier, m’n kind.… Je heb daar straks gelogen!(zij stort op het traliewerk toe, kust knielend z’n hand).Waarom?.… Waarom?.… Dacht jij dat ik op haar afgunstig ben?.… Sta op!… Geknield wordt hiér genoeg! En geef m’n schoentjes en ’t testament.…(zij raapt het Testament op. De soldenier begint op en neer te loopen).—DOEK.—[426]

Achtste tooneel.Sero, Droomelot.Droomelot(staart als in bewusteloosheid rond, ziet Sero achter de tralies).Vader.…Sero.Kom hier, m’n kind.… Je heb daar straks gelogen!(zij stort op het traliewerk toe, kust knielend z’n hand).Waarom?.… Waarom?.… Dacht jij dat ik op haar afgunstig ben?.… Sta op!… Geknield wordt hiér genoeg! En geef m’n schoentjes en ’t testament.…(zij raapt het Testament op. De soldenier begint op en neer te loopen).

Sero, Droomelot.

Droomelot(staart als in bewusteloosheid rond, ziet Sero achter de tralies).Vader.…

Droomelot(staart als in bewusteloosheid rond, ziet Sero achter de tralies).Vader.…

Sero.Kom hier, m’n kind.… Je heb daar straks gelogen!(zij stort op het traliewerk toe, kust knielend z’n hand).Waarom?.… Waarom?.… Dacht jij dat ik op haar afgunstig ben?.… Sta op!… Geknield wordt hiér genoeg! En geef m’n schoentjes en ’t testament.…(zij raapt het Testament op. De soldenier begint op en neer te loopen).

Sero.Kom hier, m’n kind.… Je heb daar straks gelogen!(zij stort op het traliewerk toe, kust knielend z’n hand).Waarom?.… Waarom?.… Dacht jij dat ik op haar afgunstig ben?.… Sta op!… Geknield wordt hiér genoeg! En geef m’n schoentjes en ’t testament.…(zij raapt het Testament op. De soldenier begint op en neer te loopen).

—DOEK.—[426]

—DOEK.—[426]


Back to IndexNext