TWEEDE BEDRIJF,

[Inhoud]TWEEDE BEDRIJF,(Smaakvolle jongezelle-kamer—weelderig-intiem gemeubeld. Tweede en derde plan, rechts, de gebeeldhouwde deurenvrije toegang tot een bibliotheek, waarvan een deel zichtbaar is—daarnaast een sierlijk schrijfbureau, bestapeld met kunstvoorwerpen, tijdschriften, portretten. Tegen den achterwand, die in het midden een deur met gobelin heeft, dressoirs en standaards met curiositeiten, aquarellen enz. Eerste plan, links, deur-met-gobelin van de slaapkamer. In den schuinen hoek van tweede en derde plan, links, een rustbank met smyrna-kleed. In het midden der kamer een eikenhouten tafel gebeeldhouwd, met gemakkelijke leeren fauteuils. Vroegmiddag.)[Inhoud]Eerste Tooneel.Jaap, Dolf.Jaap(die juist af geruimd heeft, plaatst den dienbak bij de achterdeur, spreidt een gebattikt tafelkleed over de tafel—De telefoon, op de schrijftafel, gaat over. Rustig neemt hij de gehoorbuis).Jawel. Met Van Walden—met de huisknecht—ja, met Jaap—wil u even wachten?(aarzelend)’k Geloof niet dat meneer thuis is—’k zal zien(legt de buis op het tafelblad).Dolf(in de deuropening der slaapkamer).Wat fantaseer je?Jaap.Zachies, meneer … Mevrouw Lebeau: of ze u …[176]Dolf(wenkt met de hand, dat hij er niet is—heel zacht).Op reis!Jaap(bij de telefoon).Hallo!… Spijt me, mevrouw, meneer is niet alleen niet thuis—zooals ’k dacht—hij moet op reis zijn gegaan.… Waarheen? Waarheen?… Ja, dàt weet ’k niet … Wanneer terug?… ’k Zou ’t niet kunnen zeggen—misschien de volgende week.…Dolf(fluisterend roepend).Langer!Jaap.Misschien langer …(houdt z’n lachen in)… ’k Zal ’t meneer zeggen, mevrouw.… Adieu, mevrouw …(hangt gehoorbuis op).Dolf.Nou?… De boodschap?Jaap.Nom de Dieu!… Sacrénom!… Fiche moi le camp … Je me fou de lui …Dolf(hartelijk lachend).Hahaha!… Je ben niet verkeerd verbonden geweest …(de antieke klok slaat twaalf)… Twaalf?… Twaalf!…Jaap.Meneer mag zich wel haasten—om negen heb ’k geklopt—om half tien—om …Dolf(zich uitrekkend).… Man hou je mond—die klok maakt genoeg spektakel(geeuwt).’t Slagwerk haal je ’r vanmiddag uit.…Jaap.Jawel meneer, hahaha!.…Dolf.En lach als je buiten de kamer ben!Jaap.Als ’t u hinder.…[177]Dolf.Ja, ’t hindert me—’k ben bang dat je je gebit kwijt raakt, als je schik in je leven krijgt …(geeuwt)… Wie komt—wachten(af in slaapkamer).[Inhoud]Tweede Tooneel.Jaap,Dr Linden.Jaap(legt eenige boeken op ’t gebattikt tafelkleed, neemt den dienbak—wijkt bij achterdeur voor Linden uit)… Pardon, dokter.Dokter.Is meneer hier?Jaap.Meneer is nog niet bij de hand—heeft pas ontbeten.Dokter.Goed. Dan wacht ’k in de bibliotheek.Jaap.Zal ’k meneer liever?.…Dokter.Nee, Jaapje—dat doe ’k zèlf(Jaap af—hij doet een paar passen naar de zijde der bibliotheek, neemt een fauteuil, slaat ’n boek open, fluit een studente-signaal).Dolf(beantwoordt dat, opent lachend de deur).Excuseer m’n overhemd, kerel … In twee seconden!(wil in z’n kamer terug—draait zich nog even om)Zeg, Jan, fluit dat deuntje geen tweede keer, asjeblief! ’k Wor straks meer dan me lief is, an m’n vervloekten studente-tijd herinnerd—De sigaren staan achter je—in die schedel … Tien tellen!(af—Linden neemt een sigaar, leest—telefoonschel[178]—hij wil luisteren)… Ik ben op reis—op reis!.…Dokter.Wie daar? Madame Lebeau?… Op reis … Pischt, waar ben je na toe?…Dolf.Naar ’n sanatorium in Duitschland—overspannen!Dokter(in den toestel pratend)… Naar Duitschland(verwonderd)… Dank u wel—’k zal ’m telegrafeeren.(hangt toestel in haak)… Of ’k je positief zeggen wou, dat je ’n sale type, ’n cochon …Dolf …Jawel, jawel—ken ’k droomen!(weer af).Dokter(van ’t schrijfbureau ’n paar maal iets opnemend, lacht, gaat opnieuw voor de tafel lezen).Morgen, morgen!Dolf(z’n jas aanschietend)… Morgen!… Kerel ’k ben zoo verdraaid katterig!Dokter.Mooi zoo. En dat vandaag. Is dit de oorzaak?Dolf.Haarspelden? Vond je die hier?… Nee, op m’n woord niet. In geen maanden ’n vrouw bij me gehad! Leg ze nou niet op de tafel! Haal geen grapjes uit!(werpt ze in de snippermand, naast schrijftafel).Dat zul je nu niet gelooven, Jan, maar die dingen vinden we met grossen—of ze jongen. Elk verleden begint bij ’n haarspeld.…Dokter.’t Verleden van die twee kan, zou ’k denken zoo ver niet zijn … Van je bureau opgepikt, haha![179]Dolf.Attentie van dien smakker van ’n Jaap—is geestig op zijn manier!… Nee maar, Jan, vent, kind, hart—kijk me niet zoo guitig an—of je me half gelooft! ’k Wou dàt je gelijk had, wóú dat ’k je slimme schalksche oogjes verdiende! Ach! Ach! Nog ’n kwartier, nog ’n half uur—en ’k zit met m’n katterig gezicht—zie je ’t me an?—in bedrijf nummer zooveel van de allerdolste komedie. Geef me ’n lucifer, vent. Merci. Even ’n trekje. In presentie van m’n collectie dochters—vijf, zegge vijf, zijn op de annonce afgekomen—zal m’n vaderhart fatsoenshalve te actief werkzaam moeten zijn, om ’n Henry-Clay te kunnen rooken. Kind, wat ben ’k slap!Dokter.Hoe laat ben je thuis gekomen?Dolf …Hoe vroeg! ’k Heb drie uur—nee, nou overdrijf ’k—vier uur gemaft(telefoonschel)… Zou je zoo’n créature … Je hoeft niet te twijfelen: Snipje, Snipje … ’k Schaf me telefoon af … Dat is vervloekt als je liaisons je nummer weten.…(telefoonschel).… Jawel, Jawel.… Dat hou ìk ’t langste uit … Is me verleden jaar gebeurd, dat-ie driemaal in ’t uur overging tegen kinderbedtijd, hahaha! Zeldzaam-zenuwachtige tijd!(telefoonschel)… Nou, nou, nou!… Dit volk is hardnekkig.…’k Zal me stem veranderen …(praat in toestel)… Meneer is op reis—ik ben de huishoudster …(schrikkend).Excuse me, Hope, darling—ik had ’t zoo enorm druk—Over ’n kwartier.… Kom je zelf ook?… Je eerste bezoek op m’n kamer!… Je zal als ’n koningin ontvangen worden! Hoeft dat niet? Daar door de telefoon ’n kus … Moet ’k uitscheiden met[180]m’n gekheid?… Ze krijgt ’r ’n kleur van, Jan! Hahaha!… Ja, Linden zit bij me—hoofdcontroleur!… Eén oogenblikje nog, darling! Moeten die vijf dochters van me—’k wil ze àllemaal ongezien adopteeren, om van de last af te zijn!—moeten die op ’t een of ander getrakteerd worden? Chocolade, anijsmelk … Wat?… Wat dan?…(hangt gehoorbuis op)… Laat me staan … Is ’r van door, hahaha!…(schelt electrische knop boven de tafel).Daar had ’k bijna ’n blunder begaan, hè?(geeuwt)… Excuseer! ’k Zou ’r zoo ’n paar uur onder kunnen kruipen.…Dokter …Ik wacht geduldig, om te hooren wat je uitgehaald heb.…Dolf.Uitgehaald?… Eerst met Beelaart, na ’t diner, ’n partij geschaakt—remise, na ’n zit van negen tot eenen … Ja!(tot Jaap)… Haal jij ’ns vlug ’n bouquet witte rozen.…[Inhoud]Derde Tooneel.De vorigen, Jaap.Jaap.Jawel meneer.Dolf.Jaapje—nou nòg eens: lach met meer overleg!(tot Linden).’k Heb ’m de vorige week, voor moed, beleid—vooral beleid!—en trouw ’n nieuw gebit cadeau gegeven, omdat ’k z’n ruine om esthetische overwegingen niet zien kon—en nou lacht dat schaap telkens met z’n tanden óver mekaar!… Schiet op!… De mooiste theerozen, die je krijgen kan! Nou?[181]Jaap(met bedwongen grijns)… D’r zit benejen ’n juffrouw.…Dolf.Wat voor ’n juffrouw?Jaap.Van ’n advertentie—met de moeder d’r bij …Dolf.Zoo. Wachten(geprikkeld)… Wat sta je met je hand? Moet je boksen?Jaap(de gehandschoende hand openen).Me duim is ’r door.…Dolf.Zoo—je duim ’r door? Marsch! En vlug![Inhoud]Vierde Tooneel.Dolf, Dokter.Dokter.Hahaha! Heeft-ie z’n witte handschoenen voor de gelegenheid aangetrokken!Dolf..Zoo’n kaffer! Informeer ’k nou nièt, dan loopt-ie den heelen dag of-ie ’n misvormde knuist heeft! Wat was ’k bezig te vertellen? De partij schaak. Juist. Bij half twee, van plan bijtijds in bed te eenzamen—voor de belangwekkende conferentie!—ontmoet ’k Bannema, Kareltje, enétat de désespoir—driekwart zelfmoord-ideejen—aan de beurs gedobbeld—Jantje, wat ’k zeg is vertrouwelijk!Dokter.Natuurlijk.…Dolf.Gedobbeld, om den staat van z’n vrouw bij te houden. Had ’t al met ’n open gaskraan geprobeerd—niet gelukt—kan ’k niemand aanraden: de weduwe[182]krijgt de gasrekening!—liep gewoon te huilen—’n gat van ’n halve ton, en ’n vermogen naar de weerlicht, als de baisse aanhoudt!—’n Vrouw, die huilt, doet me verbazend weinig—kwestie van gewoonte—’n màn—en wat ’n door en door braaf ventje!—maakt me ondersteboven. Heb ’m geholpen.Dokter.Zoo maar?Dolf.Ruineeren zal ’t me niet. Mama’s aandeel—de goeie ziel: dat is nou net drie maanden geleden!—heb ’k voor veertien dagen met m’n nobelen neef geschikt—et zut!—Je had z’n blijdschap moeten zien! ’k Moest met ’m mee—naar z’n huis—en daar hebben we allebei tot vijf uur zitten pimpelen, de eene flesch Rijnwijn na de andere. ’k Heb ’m ’n tikje om gekregen—hahaha!Dokter.Dolf, Dolf—ik heb geen enkel recht je raad te geven—maar ’t lijkt me toch zacht gesproken onverantwoordelijk ’n dobbelaar, zonder eenig verder onderzoek te steunen—en voor dàt bedrag.…Dolf.Jan, nuchtere kerel, ik ben te katterig, om je ongelijk te geven—maar m’n woord is m’n woord en m’n handteekening m’n handteekening—de cheque is binnen—en de kinderen hebben Kareltje in ’n prachtig humeur gezien, als-ie ook niet te katterig is!Dokter.De kinderen?[183]Dolf.Vier. Ja vier! Hij heeft ’t verder gebracht dan jij … Vannacht om bij half vijf, toen ’k die smerige zaken in orde gebracht had, zei-ie: loop even op je teenen mee, dan zal ’k je de kinder-slaapkamer laten kijken. Ik verzeker je, Jantje—en zonder groote woorden!—dat ik die slapende kopjes niet zal vergeten—zulke hoofdjes—en zulke mondjes—en.… Hahaha! Goud waard! Goud waard! Stel je voor—tegen ’t afscheid staat Kareltje onzeker op, zet nog ’n zes, zeven wijnglazen op de tafel, giet ’r scheutjes in! Wat voer je uit vraag ik.… Ik ben bang, zegt-ie—goddelijk, pyramidaal!—dat me vrouw of de meisjes twéé glazen bij ’n half dozijn leege flesschen zullen zien! Hahaha! Hoe is-ie? ’t Modernste préservatif voor getrouwde mannen, die ’n buitensporigheid doen!.… Ja. Ja.… Binnen![Inhoud]Vijfde Tooneel.De vorigen, Jaap.Jaap.Asjeblief meneer—de rozen.Dolf.Netjes. Daar in de vaas.Jaap.D’r zijn d’r al drie, meneer.Dolf.Allemaal met moeders?Jaap.Nee, meneer—alleen de eerste. En dan is ’r die detective, die al ’n paar maal geweest is.Dolf.Die met.…Jaap.Ja meneer.[184]Dolf.Wat nou ja meneer? Wat heb ’k bedoeld?Jaap.Dat weet ’k niet—ik dacht.…Dolf.Lach niet!… Lach niet!… ’k waarschuw je: ’k neem ’t weer af!… Laat die met—waarvan jij dàcht … laat die boven komen.Jaap.Ja meneer(af).[Inhoud]Zesde Tooneel.Dolf, Dokter.Dokter.Is dat de man die aan ’t snorren geweest is?Dolf.Ja-ja, ’n Gladekker,first class, door den chargé-d’affaires van de goeie ziel, ergens bij de politie opgeduikeld, ’n gewezen inspecteur, gesjeesd omdat-ie te handig voor z’n supérieuren werd!(plukt een knop uit den bouquet, steekt die in z’n knoopsgat).Jan, voortreffelijke kerel, Jan, ouwe boemelaar—als ’t vandaag niet lukt—als geen van de vijf m’n—’t kriewelt in m’n keel, als ’k ’t fatale woord uitspreek!—geen van de vijf m’n dòch-ter blijkt, ga ’k in ’n klooster, om Hope d’r oogen, d’r prachtige oogen te ontloopen … Had je ook niet voor drie maanden kunnen denken, dat ik, ik, door ’n menschje, dat om ’n haverklap m’n uitstekend humeur bederft, dat ’k bij tijden gewoon niet zetten kan—schrikkelijke individuën, die hyper-moderne wijfjes!—dat ìk door zóo een aan ’n zijden draadje rond word geleid!… Als de goeie ziel ’t vodje van ’n brief niet bewaard had—en dien avond van ’r dood niet de obsessie van de Stichting en ’t kinderen-asyl, die groteske belofte.… Entrez! Ga zitten. Steek ’n sigaar op.[185][Inhoud]Zevende Tooneel.De vorigen, Schmidt.Schmidt(nadat Jaap de deur gesloten heeft)… Ze zijn ’r. Kan ’k praten waar meneer bij is?Dolf.Sans gêne! Dokter Linden—ook uit dien tijd—rechercheur Schmidt.Schmidt.Detective, als ’t u ’t zelfde is.Dolf.Je mag je precies noemen zooals je wil, als je ’r maar heb! ’t Zit me tot hier!Schmidt.Over mij heeft u geen reden van klagen! ’t Onmogelijkste, ’t bijna bovenmenschelijke, heb ’k gedaan. Voor niet één zaak moest zoo gesnuffeld worden—niet één was zoo ingewikkeld. Dat behoef ’k zeker niet te resumeeren!.…Dolf.Resumeer gerust—laat m’n vriend, den dokter meesmuilen—die denkt honderd tegen een, dat we stil hebben gezeten! Moordenaarswerk! In ’n woestijn vind je iemand makkelijker, dan in de zoogenaamde geordende samenleving! ’n Schande, ’n schande.… Niet rooken?.…Schmidt.’k Steek ’m liever bij me. Dank u. Dokter, die vrouwspersoon is met of zonder ’r kind radikaal, spoorloos verdwenen—spoorloos. Toen de zaakgelastigde van wijlen mevrouw me bij zich ontbood, zonder te zeggen wat ’r aan ’t handje was, zei ’k, zoo zeker als van ’t uur van m’n dood, dat ’t bagatel—’t bagatel: ’k had lastiger zaakjes uitgepluisd[186]—binnen ’n week afgehandeld zou worden. Dat kon ’k beloven, kon ’k, omdat we aan de kleine strafzaak tegen meneer houvast hadden, dat van.…Dolf.Jawel jawel—meneer is me zelf met nòg wat vrienden met ’n tweespan aan de gevangenis komen afhalen, hahaha! Herinner je je, Jantje?Dokter.Hahaha, en hoe!Schmidt.De dossiers heb ’k nageslagen—vond den naam van den koloniaal—werkte den Burgerlijken Stand ’89,’90,’91 af, zag dat de koloniaal in’94 in Atjeh stierf—geen zuster ingeschreven—niet één zuster.…Dokter.Hoe is dat mogelijk? Hij trok toch voor z’n zùster partij!Dolf.Val nou niet in de rede, Jantje, kind! Je hoort toch de feiten! Natuurlijk ’n uit z’n duim gezogen zuster, om zelf geen straf op te loopen—we hebben allebei legio zusters in die dagen gehad!Schmidt.Toen zat ’k vast. De brief aan mevrouw, dien ’k in ’t begin niet lezen mocht, was met Sofie onderteekend—en meneer had ’r nooit anders dan, dan.…Dolf.Dan kreeftje genoemd—omdat ze zulk magnifiek rood haar had—en gek met kreeft was—één avond twee heele bussen.…Schmidt.Toch erg onverstandig, als ik ’t opmerken mag—’n verhouding zonder vàn.…[187]Dolf.Gebeurt me ook nooit meer. Kreeftje, Puckje, Snipje—’k moet ’t me afwennen.Schmidt.’n Volle maand ben ’k bezig geweest—de sigarenwinkel was verdwenen—de handschoenenwinkel sinds jaren op de flesch. De college-vrienden van meneer, die ’k zoo voorzichtig mogelijk en met de wanhopigste tact polsen wou, hadden niet zooveel geheugen meer—getrouwde menschen mèt posities—alleen ’n ongetrouwd lid van de Rechtbank sprak óók van Kreeftje.…Dolf.Hahaha! Plums! Herinner je je Plums nog—Plums met z’n museum schelknoppen en andere gemoerde dingen! En vertel ’ns van je bezoek aan Baars, Schmidt—Kostelijk! Kostelijk!Schmidt.Mr. Plums zei dat Dominee Baars ’r mogelijk ook gekend kon hebben—mógelijk. Die was juist naar ’t Noorden beroepen. Die vroeg ’k met ’n niet te beschrijven tact, dokter—’k zette overal ’t gesprek in, of ’n erfenis losgekomen was—of hij Kreeftje.… Net kwam z’n vrouw de studeerkamer in. Dominee keek me niet bepaald aangenaam aan, liet me tot an de deur uit, sméét die achter me toe—met ’n bons.…Dokter.Vermakelijk!Dolf.’k Had er bij willen zijn!Schmidt.Op de registers van den Burgerlijken Stand van die jaren heb ’k gezweet, dokter—ben ’t monnikenwerk begonnen na te gaan welke juffrouwen[188]met den voornaam Sophie—aan Kreeftje had ’k bijzonder weinig—verhuisd of.… bevallen.… of gestorven waren. Hielp niemendal. Een Sophie, dochter van ’n slager, was naar Antwerpen vertrokken—een, dat was onder de onechte geboorten, had ’n tweeling gekregen.…Dolf.De hemel beware me!Schmidt.…Later getrouwd met ’n aannemer—geen sprake van ’n bijnaam Kreeftje.… Drie waren ’r gestorven, dochters van bekende ingezetenen—een was in ’n bordeel beland, stond in de ouwe politieregisters geboekt met zwàrt haar. Ik verzeker u, dat ik ’r nachten voor opgezeten heb—en namen overgeslagen, in die kleine universiteitsstad, behoort tot de wetenschappelijke onmogelijkheden, zou ’k durven beweren. Jammer dat mevrouw destijds dien allereersten dreigbrief mèt ’t goeie adres verscheurd heeft—dan waren we ’r geweest.Dokter.En waar haalt u dan die vijf meisjes, die beneden wachten, vandaan?Schmidt.Waar? Als niets je meer helpt—je niet ’t minste, geringste spoor vindt—de jonge dames die zich met studenten afgeven, zijn dikwijls overdag fatsoenlijk in betrekking.…Dolf.Zij ook—in die handschoenenwinkel.…..Schmidt.…Op de flesch en zonder adres vertrokken—voor schulden—Als je uitgepraat ben, kun je nog enkel aanhoudend adverteeren.…[189]Dokter.Gezocht ’n juffrouw met rood haar, die in ’90 den bijnaam Kreeftje had?Schmidt.Nee, dokter.Dolf.Heb ik je de kranten nog niet laten zien?Dokter.Jij mij? Wanneer?Dolf.Heeft Hope je niet ingelicht?Dokter.Hope? Die wordt al stil en gesloten als ze je náám hoort!Dolf(pakket van de schrijftafel nemend).Dossier van de … verloren dochter. Die blauwe potloodhalen! Je hoeft ’r maar een te lezen—allemaal ’t zelfde! Ach, ach, wat ’n fumisterie, om m’n woord tegenover de goeie, geëxalteerde ziel te houden!Dokter(lezend).„Erfgenaam opgeroepen”? Is ’t dat?Schmidt.Natuurlijk. Om met tact—met tact—achter de waarheid te raken, moet je ’n gevatten aanloop zoeken.…Dolf.Wou jij soms liever, dat ik annonceerde:Adolf van Walden, zoekt de dochter van ’n zekere Sofie, bijgenaamd Kreeftje, aan wie hij in ’90(korzelig)… alle duivels, de historie hangt me de keel uit!… De nonsens, om iemand zoo’n absurditeit op te dringen.…Dokter.„Erfgenaam opgeroepen”. Dat zijn advertenties, die ’r inhakken!(lezend).„Deexécuteur-testamentair[190]van wijlen kapiteìn Van Reessen”… Ben jij dat?Dolf.Doe me ’t genoegen en lees zachtjes!Dokter.Veel te merkwaardig, om in je eentje te genieten!… „van wijlen kapitein Van Reessen, bij leven gezagvoerder ter koopvaardij, heeft in opdracht een belangrijk legaat uit te keeren, aan de dochter van zekere juffrouw Sofie, achternaam onbekend, dewelke dochter einde 1890 of begin 1891 geboren werd, vader onbekend”.Dat is niet bijzonder duidelijk!Dolf.Zeg, zou jij ’r de zegen niet van af willen nemen?… De vijf komen toch niet uit de lucht vallen!Dokter.En àls—áls—’t gelúk je meeloopt: wat dan?… Wat doe je dan met zoo’n meisje?Dolf.Ik doe niets—kapitein Van Reessen, oud-gezagvoerder doet. ’n Betamelijk jaargeld—’n centje om te trouwen—’n … Als mama me zoo in de klem zag, zou ze meelijden met me hebben!… In geen drie maanden rust, om ’n caprice! Heb jij—die daar zoo genoegelijk zit te grunneken—makkelijk lachen van ’n ander z’n pech!—heb jij zekerheid, dat ’r niet ergens ’n Lindentje zwerft? Dat kleine rooie Kreeftje—nee kwaad mag ’k niet van ’r spreken—’t was ’n aardig ding.… Als ’k ’n enkele, dood-enkele keer op m’n kamer zat te zwóégen, zwerend dat ’k niet naar de kroeg zou gaan, dan kon je zoo zachies in de straat(imiteert het signaal van daareven)hooren fluiten—en als je dan je[191]kop door ’t raam stak, zag je de leuke rooie pruik … Dan smeet je de sleutel naar beneden—en dan—dan leien je gedrochtelijke boeken ’s morgens net zoo eender—Jammer toch—jammer—verdomd jammer van de meìd—heeft nooit geld van mìj willen aannemen—Plums, Baars moesten dubbel betalen.… Nou, Schmidt—waar wachten we op?[Inhoud]Achtste Tooneel.De vorigen, Hope.Hope(door de bibliotheek binnentredend).Goeien morgen, heeren.Dolf.Was jij daar al làng?Hope.Pardon. Ik kom zoo juist binnen—stoor toch niet?—Dag dokter—dat is charmant van u.…Dolf.Heeft die ezel van ’n Jaap je den weg niet gewezen?Hope.Jawel—zou u me even.…Dokter.Meneer Schmidt, detective—zuster Hope.Hope(na wederzijdsche buiging).Jawel zeker heeft ie den weg naar de wachtkamer gewezen. Hij dacht dat ik ook.…Dolf.Hahaha! Onbetaalbaar!.… Buitengewoon!Hope.Toe meneer—we zijn niet „onder ons”.Dolf.’k Zie ’t ’m zoo doen met dat gebit, dat-ie nog[192]’ns inslikt, als-ie strooppannekoeken eet—en met z’n gedistingeerden duim, hahaha!… Hope, wat kijk je weer als ’t laatste kwartier achter ’n wolk! Mag ik je even ontlasten?Hope.Nee meneer—ik hou liever alles aan.Dolf.Ook je hoed?Hope.Ook m’n hoed.Dolf(haar de rozen presenteerend).Met m’n eerbiedigst welkom bij je eerste bezoek—en als souvenir aan de plechtige gebeurtenis van vandaag.…Hope(koeltjes).Dank u wel. En mogen die meisjes nu boven komen? ’n Bijzonder genoegen voor ze..Dolf.Wat bedoel je?Hope.Ik bedoel—nee niets. Of ja! Waarom zou ’k ’t niet?.… Héél kiesch lijkt ’t niet, meneer, vijf in elkander’s tegenwoordigheid te brengen die nu van mekaar wéten dat ze onechte kinderen zijn.….Dokter.Kom, vindt u dat zoo erg.…Hope.Ik ja—Als kind heb ’k dat óók erg gevoeld.…Dolf.Hope—we zijn niet alléén.…Hope.Nee—dat zei ’k juist zelf. Meneer—meneer.…Schmidt.Schmidt.…[193]Hope.Meneer Schmidt blijft voor ’t.…. kruisverhoor?Dolf.Schmidt is opzettelijk gekomen, om met de stukken te verifieeren of de identiteit kan worden.…Hope …Vastgesteld?Dolf.Jà, Hope!… Of moet ìk in ’n vloek en ’n zucht pà van ’n anderman’s pa-lóós kind worden?Hope.Op weg hier na toe, dacht ’k, dat ik als vróúw—als eenige vrouw met de zaak bekend—de aangewezen ondervraagster van die meisjes kon zijn—uw mama zou ’t beslist hebben gedaan, als ze nog leefde.…Schmidt.Pardon, zuster—en neem me niet kwalijk, als ik me in ’t gesprek meng—ik geef in overweging, dat uitsluitend ik en niemand anders de noodige vragen stel. U heeft den ondergrond van ’t geval in uw gedachten—zij weten niet beter dan voor ’n erfenis, ’n èrfenis, opgeroepen te zijn. En zelfs als een van de vijf de meest frappante antwoorden geeft, dienen we nog gereserveerd te blijven—moet ’t aan mij worden overgelaten de laatste informaties in te winnen op ’t bevolkingsregister, bij buren en zoo voort.…Hope.Dus dan ben ìk niet noodig?Schmidt.Direct nee!—Noodig zijn meneer Van Walden en misschien de dokter, die Kreeftje—pardon juffrouw Sofie—’n paar maal gezien meent te hebben.…[194]Hope.Dan wensch ’k de heeren veel succes.…Dolf.Is dat ernst, Hope? We staan ’r op, Jan Linden en ik—wat Jan?—dat je de vertooning van a tot z volgt.…Hope.Ik houd niet van dat soort vertooningen.….Dolf.Val je weer over ’n woord, hahaha!…Dokter.Zuster, heel, heel erg verkeerd! Gesteld dat we slagen—begint dan niet uw taak?…Hope.Nee, de zijne.Dokter.(haar in een fauteuil neerdrukkend)Stribbel niet verder tegen!—Uw opmerking straks was niet onjuist—wij kunnen den raad van ’n zuivervoelende vrouw uitnemend gebruiken—’t spijt me dat ’k m’n eigen Annie niet meebrengen mocht.…Dolf.Diplomaat!(schelt)Nu exécuteur-testamentair van wijlen kapitein Van Reesen—in positie asjeblief!(tot Jaap in de deur)Opdienen! Die met ’r móéder ’t allerlaatst.… Ze weer uitlaten als ’k schel—’n nieuwe bovenlaten als ’k voor de tweede maal roep.En avant. Den heelen middag spendeeren we ’r nièt aan.…(telefoonschel—tot Linden, met angstige stem)… Wil jij even, Jantje—of nee: jij gaat ’r te onstuimig mee om!(vraagt met veranderde stem)Wie daar?… Hallo?(opnieuw gewoon)Ben jij ’t Bannema?… Kerel, ’k ben gekookt!… Nee, geen dankjes!… ’t Eenige wat ’k je kwalijk neem, is dat je me zoolang onder de wijn heb gehouen! Geen vier uur getukt! Goed, goed—[195]maar op ’t oogenblik heb ’k belet. Adieu! Tot vanmiddag!(tot het meisje dat de laatste woorden gehoord heeft, en bij de deur verlegen lacht).Ben jij?… Pardon—ik zou m’n mond houden!Laat ’r gaan zitten, meneer Schmidt.[Inhoud]Negende Tooneel.De vorigen, Grete Donker.Schmidt.Hoe heet u?Grete.Grete Donker.…Schmidt.(in portefeuille snuffelend)Juist—u heeft op de advertentie geantwoord—en ik heb u verzocht om een uur bij meneer Van Walden te komen met uw papieren. Heeft u die meegebracht?Grete(verlegen)…Da’s te zegge, meneer—me geboortebewijs hè-’k—en me getuigschrifte van me laaste betrekking.…Schmidt.(het geboortebewijs inkijkend)Bij wie dient u?Grete.In de winkel van Sannes, as.…Schmidt.(nauwelijks luisterend).Geboren 5 December ’90.…Dolf.5 December—Sinterklaasavond.…Grete.(verlegen)Ja. Hèhèhè!.…Schmidt.Waar woonde uw moéder—uw vader, heeft u die gekend?.…[196]Grete.(giftig).Nee, die smeerlap het me moeder voor alles alléén late opdraaie, toen-ie voor de Oost teekende.…Schmidt.Waar woonde uw moeder, toen u geboren werd?Grete.Weet ik dat!.…Schmidt.Ik bedoel geen naam van ’n straat—de plaats—de stad.…Grete.Dat staat toch in ’t geboortebewijs.…Dolf.Jongen, Schmidt—da’s niet listig van je!Schmidt.(’n tikje geergerd).Ik heb daar m’n reden voor, meneer.(tot Grete).Dus dan is u zéker in Amsterdam geboren—en daar woonde uw moeder al vóór dien tijd?Grete.Me benne d’r nooit vedaan geweest. Me moeder is d’r gebore en gestorreve.Schmidt.Nog één vraag, meisje—dan weet ik voorloopig genoeg, tenzij een van de andere heeren nog iets wil weten—welke kleur haar had uw moeder?Grete.Bruin—maar ’t laaste jaar in ’t gasthuis wit.Schmidt.Dank u. Ik geloof nièt, juffrouw Donker, dat u in aanmerking zal komen—maar in ieder geval hoort u nader van me.Grete.As ’k maar ’n klèin beetje krijg—’k ha-d’r zoo op gevlast.…[197]Dolf.Daar zullen we over denken—iets schiet ’r altijd op over. Dus uw vader kan nooit ’n student zijn geweest.…?Grete.’n Stedent? ’n Stedent? Nee, daar had moeder de smoor an, omdat ze in ’t gasthuis zoo om d’r bed zworreve.…Dolf.Dan kan ze gaan, hè? Dag juffrouw.(schelt).Grete.Dag heere—dag zuster.(af).Dolf.Da’s één niet uit de loterij.(schelt)Nummer twee!(tot Hope welke bij de laatste vragen op is gestaan—bij den doorgang naar de bibliotheek boeken uit de rekken nemend).Blameer me niet—’r zijn ’r geen zes opengesnejen—allemaal mise-en-scène!—geleerdheidspatserij!—en die wèl in handen geweest zijn, kunnen ’n luchtje hebben!..(Hope glimlacht pijnlijk, zit weer in den fauteuil)Weet je, Jantje, dat ’k vannacht, voor ’k eindelijk insliep, ontdekt heb, dat de vrouw ’t heelal regeert? Mathematisch bewijs?…Vox populi vox Dei: de stem van ’t volk is de stem van God. Dat is een. En ’t nòg bekender:Ce que femme veut, Dieu veut: Wat de vrouw wil, wil God. Ergo de stem van God is de stem van de vrouw.… De stem van de vrouw is de stem van … Binnen![Inhoud]Tiende Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, Suze Meier.Schmidt.Hoe heet u?[198]Suze.Suus.…Schmidt.Verder?Suze.Meier.Dolf.Ga d’r bij zitten, Suze.Schmidt.Ik heb u geschreven …Suze.Asjeblief. ’k Hè de pepiere in ’n pakkie bij mekaar. Me moeder hiet Sefie Meier, ha zellef meegekomme as ze geen mankement an d’r been ha gehad—van ’t water.… D’r fotegrawie leit d’r tussche, toe ze zoo oud as ik was—me vader hiette Cornelis van der Vliet—en ha femilie die Van Reesum hiette—en ha geen tijd met me moeder te trouwe, omdat-ie sjecheerder bij de Spoor was en in negetig overreeje wier vlak voor ze anteekene zoue … Nou da’s geen schande voor mijn. En me moeder ken d’r ook niks an doen. En de naam Reesum het ze meer as eens hoore noeme—die was toe stuurman op de paketdienst.…Schmidt.Ho! Ho!… Niet zoo doorslaan, juffrouw Meier …Suze.Me vader.…Schmidt.Suscht!.. Even inkijken.(leest de papieren, die hij in de hand gehouden heeft)Dolf.Geef u mij ’t portret, meneer Schmidt.(bekijkt het)Nee. Nooit gezien. Onmogelijk.(droog)… En[199]’t is natuurlijk onwaarschijnlijk, dat uw moeder in ’90 den bijnaam Kreeftje had?Suze.Kreefie?… Hèhèhè!… Kreefie … Da’s me ook ’n verneukerij!… Wie hiet ’r Kreefie?…Schmidt.Ik heb van mijn kant niets meer te vragen, meneer …Dolf.Ik evenmin, geachte exécuteur-testamentair!Schmidt.Dan wordt u wel bedankt, juffrouw.Suze.Gossie—is ’t al afgeloope?—U het me pepiere haast niet ingekeke … De brieve van me vader an me moeder, toe-ie nog vree … In die eene met de inktveeg d’r op zeit-ie dat z’n oome Reesum.…Schmidt.Ik zal u morgen bericht geven en op vergoeding van de reiskosten kan u rekenen.…Suze.Gossie, gossie meneer—me broeie d’r zoo allejeezis op!—Door me moeder d’r water in d’r beene, staat de helleft van ’t boeltje achter de schuine deur.… ’t Klopt toch met de avvertentie.…Dolf.Vergeten zullen we u niet.(schelt)Suze.(opstaand naar de zij der deur)… As meneer dan me nieuw adres wil schrijve … Van de Tolsteeg gane me verhuize—morrege—na de Zijp nommero 78 bove—dan ben ’k dichter bij de febriek. Het u ’t?.…Schmidt.Ja, ja.Suze.Heere … Heere … Jefrouw …(af).[200][Inhoud]Elfde Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, SofieDelange, Agnes Delange.Dolf.Hahaha!.. ’k Had waarachtig moeite me goed te houen. Dat schepseltje heeft nou ook geen seconde d’r handen stil in d’r schoot gehad, terwijl ze bezig was—of ze ’r den St. Vitusdans in te pakken had!—Uit je humeur, Hope?—Kind, we zijn nog niet op de helft. ’n Goed hengelaar doet ’t met geduld. M’n kans is nog niet verkeken.…(tot de binnentredenden)… Ja!… Kom binnen!… Twee?… Twee tegelijk?… Schmidt: da’s je tweeling!.…Schmidt(tot Agnes)… Wil ù sivoeplee weer na de wachtkamer teruggaan?… Een voor een sivoeplee!Sofie.Da’s me zus, meneer.Schmidt.We kunnen ’t zònder getuigen af.Agnes(driest)… De heer van me zus wou niet dat ze alléén.…Dolf.Is-die fameuze heer bang dat uw zuster opgegeten zal worden?Agnes.(driest)Opete nee. Opete late me zus en ik ons niet—maar me kenne de foefies van de heere—me benne niet van gister … Ik zee: je vliegt ’r niet in—en de heer van Fie zee óók je vliegt ’r niet in.… Daar het u niet zoo zuur om te kijke—want mijn.…[201]Dolf.…Spreek uit.…Agnes …Nee ik smoes niks meer. Je zeit licht meer as je verantwoorde ken, waar Fie?.….Schmidt.(haar in de rede vallend)… ’t Is welletjes, juffrouw …(tot Sofie)… Dus ù komt op de advertentie?Sofie.Ja ik—ìk kreeg ’n briefie, om hier bij meneer te komme.Dolf.…Gaat u zitten.Agnes.O, wat ’n lèkkere stoele! Om in te sterve! Precies as bij …(slaat de vingers in gebaar van iets in te houden voor den mond).Sofie …De papiere, die op ’t lijstje stonde, hè-’k meegebracht—me geboorteacte.….Schmidt.…Asjeblief.…Agnes …Jawel—met ’n máár d’r bij—me late niks achter as tegen bewijs.…Sofie …As tegen bewijs.…Schmidt.We geven u alles dàdelijk weer terug.Agnes.Dan is ’t goeie, Fietje.Schmidt.…Geboren 17 Februari’91 in—Leiden …Dolf.…In Leiden?… Sakkerloot!… Opletten, Jantje boy!.…Schmidt.…Woont uw moeder nòg in Leiden?[202]Sofie …Of ze d’r …?… Wéte me dat, Agnes?Agnes …Nou da’s niet te denke, hahaha! Ze hèt ’r in negetig en zoo gewoond.Schmidt …Zou u wat duidelijker willen antwoorden? We zitten hier niet om raadseltjes op te lossen.Agnes.Nee, me zitte wel as onze lieve Heer zèlf in die stoele van leer—maar voor cherades benne me hier niet. Mòt dat nou an zoo’n bóél mensche verteld worde?.…Schmidt …’t Is in ’t belang van de erfenis, niet waar?Agnes …As ’t dan geen pan en geen kul is—ù hoeft niet weg te gaan, zuster!.…Hope …Zoo als u wil.…Agnes …Blijf op uw gemak!—(Hope zit weer).In u hebbe me meer vertrouwe as in die meneer …Dolf.Dank je wel—wat ’n zeldzame.…Agnes … Googemert, wat!—Zeg me kenne de wereld, me zus en ik!—Me moeder, meneer van de politie—nou herken ’k je, hahaha!—is d’r in ’95 met de een of andere druif vandoor gesjeesd.…Schmidt …Toe, toe, toe!Agnes.Je vraagt ’t toch!… Toe het tante ons in d’r huis genome—Me hebbe geen van twee ’n vader—wat Fie?—de mijne is getrouwd en woont in Den Haag—béwijze ken ’k niks—die van haar—[203]nou, Fie, doe ook ’n mondje open—jij ben de oudste en mijn laat je klesse.….Sofie …Ik ken me vader niet—Ik ben in Leiden gebore—zij in Brussel.….Schmidt …Had uw moeder in Leiden ’n bijnaam?Sofie …Weet ’k niet.Agnes …Dat zal wel. En die zal ze gloeiend verdiend hebbe, ’t mensch!.…Schmidt …Dat vragen we niet.Agnes …O.Schmidt …Herinnert u zich—’95 is ’n heele tijd—welke kleur haar uw moeder had?.…Sofie.Rood—as me zus.Agnes.Dat hoef-ie ’r niet bij te zegge—ze zijn blind.….Dolf …Rood?… En ze heette Sofie?Sofie …As ik.(een stilte).Agnes …Nou zeit niemand wat?Dokter.(tot de twee)… Ik zou wel graag willen hooren wàt uw moeder in ’90 in Leiden dee? Weet ù dat of ù?Agnes.Niet veel bijzonders ken je wel denke.Dokter.Dàt bedoel ik niet. Had ze de een of andere betrekking?[204]Sofie.Hoe kenne wìj dat raje?Agnes.Toe tante nog leefde, zee ze dat moeder—nou laa’k ’t maar nièt zegge.…Sofie …Nee, zeg ’t niet. ’t Het ’r niks mee uit te staan.….Dolf …(aarzelend).… Kan uw moeder ’n relatie met ’n student hebben gehad?Sofie …Wat geloof jij, Agnes?Agnes.Ik geloof niks. Student of geen student—’n pàtser was ’t gedorie—om me zus te late stikke.…Schmidt …Jawel, jawel. Maar nu de puntjes op de i—wat noodzakelijk is!—Zou een van uw andere familieleden zich misschien kunnen herinneren.….Sofie …Me hebbe ènkel ’n neef, die we nooit zien.Schmidt …Zou die weten.….Agnes.Dat broekie!… Die weet enkel van vuile en schoone kinnen—die barbiert.…Dokter …Kàn uw moeder bijvoorbeeld in ’n sigaren- of in ’n manufacturen- of in ’n handschoenenwinkel in betrekking zijn geweest?Sofie …Alles ken.…Agnes …Wij benne op ’n atelier—dan ken zij.… Kan òns ’t schelen!Hope.Wil u mij eens antwoorden?[205]Sofie.Natuurlijk juffrouw.Agnes.(verbeterend)… Zuster—zie je toch!Hope.Hindert niet. Heeft uw moeder nooit aan uw tante ’n woordje geschreven?Sofie.Jawel juffr.…—zùster.Hope.Uitstekend. Dat móét zekerheid geven—voor de erfenis—als u een of meer brieven bewáárd heeft..Agnes …Ja. Me hebbe d’r ’n berg van—uit Amerika, wat Fie?… Van ’96 en ’97—as ze cente an tante stuurde—en toe nog is een van ’99—sekuur hoor—twee negetjes naast mekaar—dat was de laatste.….Sofie …Vergis je je niet?Agnes …Nee hoor!.. D’r was vijftien dollar bij …Hope.…Zouen wij die brieven.….?Dolf …Waarvoor?… Voor wat?Dokter …Ja, zuster, is dat nóódig?Hope …Nee. Dat is te omslachtig. We kunnen ’t makkelijker af!(tot Dolf)… Heeft u den brief, die bij ’t testament van.… van.… kapitein van Reesen lag, bij de hand, meneer?.…Schmidt …Voortreffelijk, zuster! Bravo! Ik begrijp uw bedoeling!—Ja, meneer Van Walden: die brief kan den doorslag geven, bijna volkomen.….Dolf.(een la van het bureau opensluitend)… Ja, dien[206]heb ’k ergens gestopt—gestopt—gestopt—Nee, hier niet(andere la openend)… Da’s ’n sla overal—’n hutspot—moet ’k toch eens probeeren te ordenen.… Wel wat drommel, gevlogen kan-ie niet zijn …(zoekend).Nee—nee—nee … Waar kan-ie dan? Curieus: gebeurt altijd als je iets noodig heb!.… Eureka!.… Eureka!.… ’t Lag vlak voor m’n neus …(neemt den brief uit den sigaren-schedel).… Zeker door Jaapje verlegd.… Voilà, monsieur Schmidt.… Snappen doe ’k ’t niet.…Schmidt.(fluistert Hope iets toe—zij knikt)… Zoo dames—nu hou ik dezen brief ’n beetje gevouwen—den héélen inhoud hoeft u niet te lezen!—en antwoordt nu eens vooral niet te haastig of de handteekening Sofie èn of ’t handschrift op dat van uw moeder lijken. Zegt u ja—dan moeten wij op onze beurt uw brieven inkijken. Niet haastig—’r hangt ’n boel van af!.…(een aangehouden, nieuwsgierige stilte. Agnes buigt over Sofie’s schouder, leest hardop).Agnes.…„..Ik—ik”.….—ja daar staat „ik”—„ik ben wel lichtzinnig maar niet slecht mevrouw”…(tot Sofie).… Hou je duim opzij!.…. „en ik lieg niet.… Zoo.… zoo”—hou dan stil, Fie!—„zoo ferachtig as God me hoort.… het is het kind van u zoon … Die zich noempt … Sophie …”Sofie.(haar zuster aankijkend).… Nee, hè?.… Wat vin jij?Agnes …Vraag-ie dat nog?.… Da’s ’n keukenmeidepootje!… Of ze met d’r linkerhand het geschreve![207]Nee—moeder het ’n lóópende hand—dat lijkt op niks!—„ferachtig as God me hoort”.… Ferachtig.… Ferachtig!.… Daar hoef-ie geen twee telle over te prakkizeere.… Da’s zoo min van onze móéder as ìk van me schooier van ’n vader ben.Dolf.(opgelucht)… En is ’t ònmogelijk, dat uw moeder vroeger Kreeftje heette?Sofie …Kreefje, hahaha!Agnes …Nou beginne me te merreke hoe laat ’t is! Wat ’n flauwe bak! Goed da-je niet alleen op visite gegaan ben, Fie. Magge me de papiere terug asjeblief?Hope.’t Was geen aardigheid, juffrouw—ìk zal zoo vrij zijn nog eens persoonlijk bij u aan te komen.Agnes.As ’t voor die brieve is, hoeft ’t niet, zuster—moeder d’r schrift is met dat vuur en water. Blijf jij nog zitte?… Dag mensche!…Sofie.…Dag juffr … zùster. Dag heere …Agnes.(bij de deur)… As ’t géén aardigheid met dat Kreeftje was—dan het de màn van die Kreeftje toch zeker óók ’n fijne bijnaam gehad … Bejour allemaal!(geprikkeld af. Hope is bij de laatste woorden de bibliotheek ingeschuifeld.)Dolf.(schellend)… Dat was ’n stelletje! En die kleinste … nou! ’n Verbazend vief ding! Twee, drie jaar ouwer, dacht ’k terwijl ze bezig was—en ze zou … Complicatie voor ’n roman fin-de-siècle: de[208]zuster van je dochter trouwen—grootpapa van je dochter—goed dat Hope me niet corrigeert …(tot Jaap)… Nou? Waar blijft de moeder met … ’k Had je toch gezegd …[Inhoud]Twaalfde Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, Jaap.Jaap …’k Wou daarnet niet storen, meneer—maar dat meissie is benejen niet goed geworden—het ’n toeval of zoo iets.…Dolf.Had je niet eerder.…(naar deur).Dokter …Ik zal even kijken, Dolf—blijf jij.….(af door Jaap gevolgd).Dolf.Dan kunnen wij de séance opbreken, meneer Schmidt—Mocht voor die twee beneden uw advies noodig blijken, dan telefoneer ik.Schmidt.Goed meneer.Dolf.En uw declaratie ontvang ’k graag met zeer bekwamen spoed.Schmidt.Dank u, meneer. Dus nièt langer adverteeren?Dolf.(luchtig).Nee—nee. ’t Heeft geenZweck. Ik heb m’nSchuldigkeitgedaan—”derMohrkann gehen”… Een moment nog. U zendt me de adressen van die erfenisjaagsters. Licht dat ze ’n kleine verrassing krijgen!Bonjour! Bonjour![209]Schmidt.Uw dienaar, meneer—u heeft me maar te ontbieden.(bij de deur voor Jaap uitwijkend).Uw dienaar, meneer.Dolf.En?Jaap.Of ’k effen om ’n rijtuig mag telefoneeren?Dolf.(in de bibliotheek kijkend).Ga je gang.Jaap …1290 … Rijnders?… Met Van Walden. Dadelijk vigelante—dadelijk.(schelt af).Dokter …’k Ga ’r vandoor Dolf—Zijn de anderen al weg?(Jaap af)… ’k Zal ’r met ’n rijtuig thuis brengen.Dolf.Toch niet sérieus, boy?Dokter.’n Epileptisch toeval, de stakker—is alweer bij kennis …Hope …Kan ik behulpzaam zijn, dokter?(komt uit doorgang van de bibliotheek).Dokter.…Nee zuster. De eigen moeder is ’r óók bij—en dan rijd ik meteen door.(tot Dolf)… En geen sprake van dat!… Heeft nooit ’n voetstap in Leiden gehad … Kind van ’n marinier die in ’t gekkenhuis overleden is … Wat ’n stakker, wat ’n wurm!… Zit benejen te snikken, nou ze ’r positieven terug heeft, dat je ’r beroerd bij wordt.… Adieu. Tot ziens, Dolf … Tot straks, zuster.(af).[210][Inhoud]Dertiende Tooneel.Dolf, Hope.Dolf.Je heb toch gehoord, dat Linden ’t alleen af kan?Hope.Ik word aan de Stichting gewacht.Dolf.Lunchen we samen—kom zeg nou niet nee!(wil schellen).’k Zal orders geven, dat ze in vijf minuten.Hope.Dank u. Dag meneer.Dolf.Dag meneer! Dag meneer! Hope, je behandelt me niet fair, niet loyaal! Al m’n voorkomendheden stuiten af—op ’k weet niet wat.… Ik buig me—ik gehoorzaam, om ’t zoo te zeggen, aan élk van de dingen, die jij nog niet eens uitgesproken heb, en jij—jij gaat voort—met ’n stugheid, die me razend maakt …Hope.Meneer …Dolf …Schei uit met je ge-meneer—voor jou ben ’k Dolf!…Hope …Dat laat zich niet dwingen …Dolf …Niet dwingen?… niet dwìngen?… Kan ’k je niet volkomen eerlijk in je oogen kijken, als ’kbeweerdat ’k nà dien nacht bij mama’s lijk van elk gebaar, van ieder uur rekenschap kan geven? Dat wordt op die manier ’n soort coqueteeren, ’n misbruik maken van dat ééne incident …[211]Hope …Meneer …Dolf …Ik wìil je meneer niet meer hooren!Hope.(wrevelig)… Daar zal u toch aan moeten wennen. Ik heb niet één reden vertrouwelijker met u om te gaan …Dolf …Dus die onzinnige jacht op ’n kind—doorgezet, om de belofte aan mama—maar nòg meer om jóú—wat je wist, wat je voelde!—die was je geen afdoend bewijs, hoe me dat vroegere speet, hoe ik van jou.…Hope …Nee—die onzinnige jacht heeft me … Dag meneer. Ik geloof dat ’t beter is, op ’t oogenblik allerminst met elkaar uit te spreken.Dolf.Hope—ik sta ’r juist op. Misschien zet je hier in geen tijden ’n voet.…Hope …Nóóit meer.Dolf.(gebelgd)… Heb ’k de minste onhoffelijkheid begaan?… Was m’n welkom geen bloemen-attentie?Hope …Meneer, meneer—ik ben op ’t moment in zoo’n verbitterde stemming, sta zoo wanhopig-vervreemd tegenover u, dat ’k bang ben voor ’n explicatie.Dolf …Heb ìk tot die „verbitterde stemming” aanleiding gegeven? Ik.…Hope …(neerzittend—gejaagd-smartelijk)… Ik heb daarstraks zoo’n moeite gehad me in te houden—u niet in ’t bijzijn van de anderen te … te beleedigen …[212]U is zoo gezond—zoo gezond—zoo stevig—zoo stellig—zoo geestig—ik zoo zwaar op de hand—zoo aarzelend … O, wat háát ik u—wat heb ’k u innig zitten haten—vanaf m’n binnenkomen hier, toen u enkel vernuft, vernuft, vernuft in plaats hàrt, hàrt toonde …Dolf …Hope.…Hope …’t Was „onbetaalbaar, buitengewoon” dat uw bediende me in de wachtkamer bij die kinderen liet—door de telefoon vroeg u of ze chocolade, anijsmelk moesten hebben … De belofte aan dat prachtige menschje, dat nog geen minuut nadat ’k ’r verlaten had, dood uit ’r bed viel, is voor u ’n hartelooze grap, ’n „plechtige gebeurtenis”.…Dolf …Hope.…Hope …Hou uw mond! Verzin geen nieuwe vernuftsdingen—ik haal uw eigen woorden aan!… ’t Heette ’n „plechtige gebeurtenis”, ’n „vertooning”… Geen seconde had u de ernst van ’n misdadiger, die bang is z’n òffer te zien!… Wat is dat niet te vinden—in die radelooze Zee van menschen verdwenen kind, anders dan ’n misdadig offer geworden?(heftig)… En nu nòg staat u te glimlachen, met dien ellendigen supérieuren glimlach!… Met die roos in uw knoopsgat—na „de heele nacht onder de wijn te hebben gezeten”—dat is toch zoo, nietwaar?…Dolf.(glimlachend)… Ja, ja …Hope …Met die roos—of ’t ’n studentikooze fuif was—of u ’n „typisch” uurtje meeleefde, heeft u[213]in uw luxe-kamer—wat heb ù anders dan luxe, luxe, luxe, van af uw geboorte gekend?—die kleine optocht van verlatenenen, verwaarloosden gezien … die op ’n brokje erfenis hoopten!… Die stumper, waarvan de moeder met witte haren in ’t Gasthuis gestorven is—de stumper op „Sinterklaasavond” op de wereld geschopt—was de eerste „niet uit de loterij”—aan de fabrieksmeid, voor ’r moeder sjouwend, moest u nog ’ns droog vragen over den bijnaam Kreeftje—en ’r handen hadden den St. Vitusdans!—bij de twee zusters, was u angstig, niet verheugd, niet blij iets te kunnen herstellen—toen weer, terwijl ’k in de boekerij was, sprak u van ’n roman fin-de-siècle!… Jammer dat de laatste niet hièr ’r epileptisch toeval gekregen heeft—u zou ’r nog glossen en glossen bij gemaakt hebben!.…Dolf …Hope—dat gaat te ver!Hope …Te ver?… Te ver?… Die brief, die wanhoopsbrief van Kreeftje, Kreeftje …Dolf.…Die ìk niet verleid heb!…Hope …Die brief heeft u laten slingeren—was zoek, zoek—kwam uit dat ding daar tevoorschijn—die brief, dien ’k haast van buiten ken, waarin ze smeekte, smeekte, als ’n bedelares—voor jouw, jouw kind!.…Dolf.(driftig)… ’n Vrouw die met Plums en Baars en anderen leefde … Wie zwetst dat ’t mijn kind?…Hope …Ik! Zij! Je eigen moeder! Jijzelf!… Heeft je[214]vernuft, je hatelijk vernuft straks niet gezegd, dat de stem van de vrouw de stem van God is?.… Hoe durfjijdan vragen, twijfelen, ontkennen, bij de woorden in dien simpelen brief?.…(’t papier van tafel grijpend—en driftig lezend)… „Ik lieg niet, ik lieg niet—het is het kind van uw zoon!”.…Dolf.…Nonsens! Nonsens!… ’t Kind van ’n studentenscharrel!—Wiè, wiè, wiè zou zich daar, zònder bewijs, zorgen van aantrekken?Hope.…Heeft ze geld van je aangenomen, die schàrrel?… Is ze je vrouw niet geweest, je passe-temps, die scharrel? Heb je de „opvoeding” van je dochter niet aan ’r overgelaten, aan die schàrrel! Is m’n eigen moeder niet op dezelfde manier … Wat voel jij met je glimlach van dat alles?… Wat raakt ’t jou met je roos in je knoopsgat?…(in snikken uitbarstend)… O, ik hààt je zoo, hààt je zoo, hààt je zoo.…Dolf.…Hope—Hope—laat me.…Hope …(wild haar tranen drogend en opspringend)… Redeneer niet meer—praat niet meer—ik kan je stem niet meer hooren!…(af door boekerij—hij staat even houdingloos—maakt een gebaar of hij den brief wil verscheuren—zakt in nadenken op een stoel—begint hem te lezen).DOEK.[215]

[Inhoud]TWEEDE BEDRIJF,(Smaakvolle jongezelle-kamer—weelderig-intiem gemeubeld. Tweede en derde plan, rechts, de gebeeldhouwde deurenvrije toegang tot een bibliotheek, waarvan een deel zichtbaar is—daarnaast een sierlijk schrijfbureau, bestapeld met kunstvoorwerpen, tijdschriften, portretten. Tegen den achterwand, die in het midden een deur met gobelin heeft, dressoirs en standaards met curiositeiten, aquarellen enz. Eerste plan, links, deur-met-gobelin van de slaapkamer. In den schuinen hoek van tweede en derde plan, links, een rustbank met smyrna-kleed. In het midden der kamer een eikenhouten tafel gebeeldhouwd, met gemakkelijke leeren fauteuils. Vroegmiddag.)[Inhoud]Eerste Tooneel.Jaap, Dolf.Jaap(die juist af geruimd heeft, plaatst den dienbak bij de achterdeur, spreidt een gebattikt tafelkleed over de tafel—De telefoon, op de schrijftafel, gaat over. Rustig neemt hij de gehoorbuis).Jawel. Met Van Walden—met de huisknecht—ja, met Jaap—wil u even wachten?(aarzelend)’k Geloof niet dat meneer thuis is—’k zal zien(legt de buis op het tafelblad).Dolf(in de deuropening der slaapkamer).Wat fantaseer je?Jaap.Zachies, meneer … Mevrouw Lebeau: of ze u …[176]Dolf(wenkt met de hand, dat hij er niet is—heel zacht).Op reis!Jaap(bij de telefoon).Hallo!… Spijt me, mevrouw, meneer is niet alleen niet thuis—zooals ’k dacht—hij moet op reis zijn gegaan.… Waarheen? Waarheen?… Ja, dàt weet ’k niet … Wanneer terug?… ’k Zou ’t niet kunnen zeggen—misschien de volgende week.…Dolf(fluisterend roepend).Langer!Jaap.Misschien langer …(houdt z’n lachen in)… ’k Zal ’t meneer zeggen, mevrouw.… Adieu, mevrouw …(hangt gehoorbuis op).Dolf.Nou?… De boodschap?Jaap.Nom de Dieu!… Sacrénom!… Fiche moi le camp … Je me fou de lui …Dolf(hartelijk lachend).Hahaha!… Je ben niet verkeerd verbonden geweest …(de antieke klok slaat twaalf)… Twaalf?… Twaalf!…Jaap.Meneer mag zich wel haasten—om negen heb ’k geklopt—om half tien—om …Dolf(zich uitrekkend).… Man hou je mond—die klok maakt genoeg spektakel(geeuwt).’t Slagwerk haal je ’r vanmiddag uit.…Jaap.Jawel meneer, hahaha!.…Dolf.En lach als je buiten de kamer ben!Jaap.Als ’t u hinder.…[177]Dolf.Ja, ’t hindert me—’k ben bang dat je je gebit kwijt raakt, als je schik in je leven krijgt …(geeuwt)… Wie komt—wachten(af in slaapkamer).[Inhoud]Tweede Tooneel.Jaap,Dr Linden.Jaap(legt eenige boeken op ’t gebattikt tafelkleed, neemt den dienbak—wijkt bij achterdeur voor Linden uit)… Pardon, dokter.Dokter.Is meneer hier?Jaap.Meneer is nog niet bij de hand—heeft pas ontbeten.Dokter.Goed. Dan wacht ’k in de bibliotheek.Jaap.Zal ’k meneer liever?.…Dokter.Nee, Jaapje—dat doe ’k zèlf(Jaap af—hij doet een paar passen naar de zijde der bibliotheek, neemt een fauteuil, slaat ’n boek open, fluit een studente-signaal).Dolf(beantwoordt dat, opent lachend de deur).Excuseer m’n overhemd, kerel … In twee seconden!(wil in z’n kamer terug—draait zich nog even om)Zeg, Jan, fluit dat deuntje geen tweede keer, asjeblief! ’k Wor straks meer dan me lief is, an m’n vervloekten studente-tijd herinnerd—De sigaren staan achter je—in die schedel … Tien tellen!(af—Linden neemt een sigaar, leest—telefoonschel[178]—hij wil luisteren)… Ik ben op reis—op reis!.…Dokter.Wie daar? Madame Lebeau?… Op reis … Pischt, waar ben je na toe?…Dolf.Naar ’n sanatorium in Duitschland—overspannen!Dokter(in den toestel pratend)… Naar Duitschland(verwonderd)… Dank u wel—’k zal ’m telegrafeeren.(hangt toestel in haak)… Of ’k je positief zeggen wou, dat je ’n sale type, ’n cochon …Dolf …Jawel, jawel—ken ’k droomen!(weer af).Dokter(van ’t schrijfbureau ’n paar maal iets opnemend, lacht, gaat opnieuw voor de tafel lezen).Morgen, morgen!Dolf(z’n jas aanschietend)… Morgen!… Kerel ’k ben zoo verdraaid katterig!Dokter.Mooi zoo. En dat vandaag. Is dit de oorzaak?Dolf.Haarspelden? Vond je die hier?… Nee, op m’n woord niet. In geen maanden ’n vrouw bij me gehad! Leg ze nou niet op de tafel! Haal geen grapjes uit!(werpt ze in de snippermand, naast schrijftafel).Dat zul je nu niet gelooven, Jan, maar die dingen vinden we met grossen—of ze jongen. Elk verleden begint bij ’n haarspeld.…Dokter.’t Verleden van die twee kan, zou ’k denken zoo ver niet zijn … Van je bureau opgepikt, haha![179]Dolf.Attentie van dien smakker van ’n Jaap—is geestig op zijn manier!… Nee maar, Jan, vent, kind, hart—kijk me niet zoo guitig an—of je me half gelooft! ’k Wou dàt je gelijk had, wóú dat ’k je slimme schalksche oogjes verdiende! Ach! Ach! Nog ’n kwartier, nog ’n half uur—en ’k zit met m’n katterig gezicht—zie je ’t me an?—in bedrijf nummer zooveel van de allerdolste komedie. Geef me ’n lucifer, vent. Merci. Even ’n trekje. In presentie van m’n collectie dochters—vijf, zegge vijf, zijn op de annonce afgekomen—zal m’n vaderhart fatsoenshalve te actief werkzaam moeten zijn, om ’n Henry-Clay te kunnen rooken. Kind, wat ben ’k slap!Dokter.Hoe laat ben je thuis gekomen?Dolf …Hoe vroeg! ’k Heb drie uur—nee, nou overdrijf ’k—vier uur gemaft(telefoonschel)… Zou je zoo’n créature … Je hoeft niet te twijfelen: Snipje, Snipje … ’k Schaf me telefoon af … Dat is vervloekt als je liaisons je nummer weten.…(telefoonschel).… Jawel, Jawel.… Dat hou ìk ’t langste uit … Is me verleden jaar gebeurd, dat-ie driemaal in ’t uur overging tegen kinderbedtijd, hahaha! Zeldzaam-zenuwachtige tijd!(telefoonschel)… Nou, nou, nou!… Dit volk is hardnekkig.…’k Zal me stem veranderen …(praat in toestel)… Meneer is op reis—ik ben de huishoudster …(schrikkend).Excuse me, Hope, darling—ik had ’t zoo enorm druk—Over ’n kwartier.… Kom je zelf ook?… Je eerste bezoek op m’n kamer!… Je zal als ’n koningin ontvangen worden! Hoeft dat niet? Daar door de telefoon ’n kus … Moet ’k uitscheiden met[180]m’n gekheid?… Ze krijgt ’r ’n kleur van, Jan! Hahaha!… Ja, Linden zit bij me—hoofdcontroleur!… Eén oogenblikje nog, darling! Moeten die vijf dochters van me—’k wil ze àllemaal ongezien adopteeren, om van de last af te zijn!—moeten die op ’t een of ander getrakteerd worden? Chocolade, anijsmelk … Wat?… Wat dan?…(hangt gehoorbuis op)… Laat me staan … Is ’r van door, hahaha!…(schelt electrische knop boven de tafel).Daar had ’k bijna ’n blunder begaan, hè?(geeuwt)… Excuseer! ’k Zou ’r zoo ’n paar uur onder kunnen kruipen.…Dokter …Ik wacht geduldig, om te hooren wat je uitgehaald heb.…Dolf.Uitgehaald?… Eerst met Beelaart, na ’t diner, ’n partij geschaakt—remise, na ’n zit van negen tot eenen … Ja!(tot Jaap)… Haal jij ’ns vlug ’n bouquet witte rozen.…[Inhoud]Derde Tooneel.De vorigen, Jaap.Jaap.Jawel meneer.Dolf.Jaapje—nou nòg eens: lach met meer overleg!(tot Linden).’k Heb ’m de vorige week, voor moed, beleid—vooral beleid!—en trouw ’n nieuw gebit cadeau gegeven, omdat ’k z’n ruine om esthetische overwegingen niet zien kon—en nou lacht dat schaap telkens met z’n tanden óver mekaar!… Schiet op!… De mooiste theerozen, die je krijgen kan! Nou?[181]Jaap(met bedwongen grijns)… D’r zit benejen ’n juffrouw.…Dolf.Wat voor ’n juffrouw?Jaap.Van ’n advertentie—met de moeder d’r bij …Dolf.Zoo. Wachten(geprikkeld)… Wat sta je met je hand? Moet je boksen?Jaap(de gehandschoende hand openen).Me duim is ’r door.…Dolf.Zoo—je duim ’r door? Marsch! En vlug![Inhoud]Vierde Tooneel.Dolf, Dokter.Dokter.Hahaha! Heeft-ie z’n witte handschoenen voor de gelegenheid aangetrokken!Dolf..Zoo’n kaffer! Informeer ’k nou nièt, dan loopt-ie den heelen dag of-ie ’n misvormde knuist heeft! Wat was ’k bezig te vertellen? De partij schaak. Juist. Bij half twee, van plan bijtijds in bed te eenzamen—voor de belangwekkende conferentie!—ontmoet ’k Bannema, Kareltje, enétat de désespoir—driekwart zelfmoord-ideejen—aan de beurs gedobbeld—Jantje, wat ’k zeg is vertrouwelijk!Dokter.Natuurlijk.…Dolf.Gedobbeld, om den staat van z’n vrouw bij te houden. Had ’t al met ’n open gaskraan geprobeerd—niet gelukt—kan ’k niemand aanraden: de weduwe[182]krijgt de gasrekening!—liep gewoon te huilen—’n gat van ’n halve ton, en ’n vermogen naar de weerlicht, als de baisse aanhoudt!—’n Vrouw, die huilt, doet me verbazend weinig—kwestie van gewoonte—’n màn—en wat ’n door en door braaf ventje!—maakt me ondersteboven. Heb ’m geholpen.Dokter.Zoo maar?Dolf.Ruineeren zal ’t me niet. Mama’s aandeel—de goeie ziel: dat is nou net drie maanden geleden!—heb ’k voor veertien dagen met m’n nobelen neef geschikt—et zut!—Je had z’n blijdschap moeten zien! ’k Moest met ’m mee—naar z’n huis—en daar hebben we allebei tot vijf uur zitten pimpelen, de eene flesch Rijnwijn na de andere. ’k Heb ’m ’n tikje om gekregen—hahaha!Dokter.Dolf, Dolf—ik heb geen enkel recht je raad te geven—maar ’t lijkt me toch zacht gesproken onverantwoordelijk ’n dobbelaar, zonder eenig verder onderzoek te steunen—en voor dàt bedrag.…Dolf.Jan, nuchtere kerel, ik ben te katterig, om je ongelijk te geven—maar m’n woord is m’n woord en m’n handteekening m’n handteekening—de cheque is binnen—en de kinderen hebben Kareltje in ’n prachtig humeur gezien, als-ie ook niet te katterig is!Dokter.De kinderen?[183]Dolf.Vier. Ja vier! Hij heeft ’t verder gebracht dan jij … Vannacht om bij half vijf, toen ’k die smerige zaken in orde gebracht had, zei-ie: loop even op je teenen mee, dan zal ’k je de kinder-slaapkamer laten kijken. Ik verzeker je, Jantje—en zonder groote woorden!—dat ik die slapende kopjes niet zal vergeten—zulke hoofdjes—en zulke mondjes—en.… Hahaha! Goud waard! Goud waard! Stel je voor—tegen ’t afscheid staat Kareltje onzeker op, zet nog ’n zes, zeven wijnglazen op de tafel, giet ’r scheutjes in! Wat voer je uit vraag ik.… Ik ben bang, zegt-ie—goddelijk, pyramidaal!—dat me vrouw of de meisjes twéé glazen bij ’n half dozijn leege flesschen zullen zien! Hahaha! Hoe is-ie? ’t Modernste préservatif voor getrouwde mannen, die ’n buitensporigheid doen!.… Ja. Ja.… Binnen![Inhoud]Vijfde Tooneel.De vorigen, Jaap.Jaap.Asjeblief meneer—de rozen.Dolf.Netjes. Daar in de vaas.Jaap.D’r zijn d’r al drie, meneer.Dolf.Allemaal met moeders?Jaap.Nee, meneer—alleen de eerste. En dan is ’r die detective, die al ’n paar maal geweest is.Dolf.Die met.…Jaap.Ja meneer.[184]Dolf.Wat nou ja meneer? Wat heb ’k bedoeld?Jaap.Dat weet ’k niet—ik dacht.…Dolf.Lach niet!… Lach niet!… ’k waarschuw je: ’k neem ’t weer af!… Laat die met—waarvan jij dàcht … laat die boven komen.Jaap.Ja meneer(af).[Inhoud]Zesde Tooneel.Dolf, Dokter.Dokter.Is dat de man die aan ’t snorren geweest is?Dolf.Ja-ja, ’n Gladekker,first class, door den chargé-d’affaires van de goeie ziel, ergens bij de politie opgeduikeld, ’n gewezen inspecteur, gesjeesd omdat-ie te handig voor z’n supérieuren werd!(plukt een knop uit den bouquet, steekt die in z’n knoopsgat).Jan, voortreffelijke kerel, Jan, ouwe boemelaar—als ’t vandaag niet lukt—als geen van de vijf m’n—’t kriewelt in m’n keel, als ’k ’t fatale woord uitspreek!—geen van de vijf m’n dòch-ter blijkt, ga ’k in ’n klooster, om Hope d’r oogen, d’r prachtige oogen te ontloopen … Had je ook niet voor drie maanden kunnen denken, dat ik, ik, door ’n menschje, dat om ’n haverklap m’n uitstekend humeur bederft, dat ’k bij tijden gewoon niet zetten kan—schrikkelijke individuën, die hyper-moderne wijfjes!—dat ìk door zóo een aan ’n zijden draadje rond word geleid!… Als de goeie ziel ’t vodje van ’n brief niet bewaard had—en dien avond van ’r dood niet de obsessie van de Stichting en ’t kinderen-asyl, die groteske belofte.… Entrez! Ga zitten. Steek ’n sigaar op.[185][Inhoud]Zevende Tooneel.De vorigen, Schmidt.Schmidt(nadat Jaap de deur gesloten heeft)… Ze zijn ’r. Kan ’k praten waar meneer bij is?Dolf.Sans gêne! Dokter Linden—ook uit dien tijd—rechercheur Schmidt.Schmidt.Detective, als ’t u ’t zelfde is.Dolf.Je mag je precies noemen zooals je wil, als je ’r maar heb! ’t Zit me tot hier!Schmidt.Over mij heeft u geen reden van klagen! ’t Onmogelijkste, ’t bijna bovenmenschelijke, heb ’k gedaan. Voor niet één zaak moest zoo gesnuffeld worden—niet één was zoo ingewikkeld. Dat behoef ’k zeker niet te resumeeren!.…Dolf.Resumeer gerust—laat m’n vriend, den dokter meesmuilen—die denkt honderd tegen een, dat we stil hebben gezeten! Moordenaarswerk! In ’n woestijn vind je iemand makkelijker, dan in de zoogenaamde geordende samenleving! ’n Schande, ’n schande.… Niet rooken?.…Schmidt.’k Steek ’m liever bij me. Dank u. Dokter, die vrouwspersoon is met of zonder ’r kind radikaal, spoorloos verdwenen—spoorloos. Toen de zaakgelastigde van wijlen mevrouw me bij zich ontbood, zonder te zeggen wat ’r aan ’t handje was, zei ’k, zoo zeker als van ’t uur van m’n dood, dat ’t bagatel—’t bagatel: ’k had lastiger zaakjes uitgepluisd[186]—binnen ’n week afgehandeld zou worden. Dat kon ’k beloven, kon ’k, omdat we aan de kleine strafzaak tegen meneer houvast hadden, dat van.…Dolf.Jawel jawel—meneer is me zelf met nòg wat vrienden met ’n tweespan aan de gevangenis komen afhalen, hahaha! Herinner je je, Jantje?Dokter.Hahaha, en hoe!Schmidt.De dossiers heb ’k nageslagen—vond den naam van den koloniaal—werkte den Burgerlijken Stand ’89,’90,’91 af, zag dat de koloniaal in’94 in Atjeh stierf—geen zuster ingeschreven—niet één zuster.…Dokter.Hoe is dat mogelijk? Hij trok toch voor z’n zùster partij!Dolf.Val nou niet in de rede, Jantje, kind! Je hoort toch de feiten! Natuurlijk ’n uit z’n duim gezogen zuster, om zelf geen straf op te loopen—we hebben allebei legio zusters in die dagen gehad!Schmidt.Toen zat ’k vast. De brief aan mevrouw, dien ’k in ’t begin niet lezen mocht, was met Sofie onderteekend—en meneer had ’r nooit anders dan, dan.…Dolf.Dan kreeftje genoemd—omdat ze zulk magnifiek rood haar had—en gek met kreeft was—één avond twee heele bussen.…Schmidt.Toch erg onverstandig, als ik ’t opmerken mag—’n verhouding zonder vàn.…[187]Dolf.Gebeurt me ook nooit meer. Kreeftje, Puckje, Snipje—’k moet ’t me afwennen.Schmidt.’n Volle maand ben ’k bezig geweest—de sigarenwinkel was verdwenen—de handschoenenwinkel sinds jaren op de flesch. De college-vrienden van meneer, die ’k zoo voorzichtig mogelijk en met de wanhopigste tact polsen wou, hadden niet zooveel geheugen meer—getrouwde menschen mèt posities—alleen ’n ongetrouwd lid van de Rechtbank sprak óók van Kreeftje.…Dolf.Hahaha! Plums! Herinner je je Plums nog—Plums met z’n museum schelknoppen en andere gemoerde dingen! En vertel ’ns van je bezoek aan Baars, Schmidt—Kostelijk! Kostelijk!Schmidt.Mr. Plums zei dat Dominee Baars ’r mogelijk ook gekend kon hebben—mógelijk. Die was juist naar ’t Noorden beroepen. Die vroeg ’k met ’n niet te beschrijven tact, dokter—’k zette overal ’t gesprek in, of ’n erfenis losgekomen was—of hij Kreeftje.… Net kwam z’n vrouw de studeerkamer in. Dominee keek me niet bepaald aangenaam aan, liet me tot an de deur uit, sméét die achter me toe—met ’n bons.…Dokter.Vermakelijk!Dolf.’k Had er bij willen zijn!Schmidt.Op de registers van den Burgerlijken Stand van die jaren heb ’k gezweet, dokter—ben ’t monnikenwerk begonnen na te gaan welke juffrouwen[188]met den voornaam Sophie—aan Kreeftje had ’k bijzonder weinig—verhuisd of.… bevallen.… of gestorven waren. Hielp niemendal. Een Sophie, dochter van ’n slager, was naar Antwerpen vertrokken—een, dat was onder de onechte geboorten, had ’n tweeling gekregen.…Dolf.De hemel beware me!Schmidt.…Later getrouwd met ’n aannemer—geen sprake van ’n bijnaam Kreeftje.… Drie waren ’r gestorven, dochters van bekende ingezetenen—een was in ’n bordeel beland, stond in de ouwe politieregisters geboekt met zwàrt haar. Ik verzeker u, dat ik ’r nachten voor opgezeten heb—en namen overgeslagen, in die kleine universiteitsstad, behoort tot de wetenschappelijke onmogelijkheden, zou ’k durven beweren. Jammer dat mevrouw destijds dien allereersten dreigbrief mèt ’t goeie adres verscheurd heeft—dan waren we ’r geweest.Dokter.En waar haalt u dan die vijf meisjes, die beneden wachten, vandaan?Schmidt.Waar? Als niets je meer helpt—je niet ’t minste, geringste spoor vindt—de jonge dames die zich met studenten afgeven, zijn dikwijls overdag fatsoenlijk in betrekking.…Dolf.Zij ook—in die handschoenenwinkel.…..Schmidt.…Op de flesch en zonder adres vertrokken—voor schulden—Als je uitgepraat ben, kun je nog enkel aanhoudend adverteeren.…[189]Dokter.Gezocht ’n juffrouw met rood haar, die in ’90 den bijnaam Kreeftje had?Schmidt.Nee, dokter.Dolf.Heb ik je de kranten nog niet laten zien?Dokter.Jij mij? Wanneer?Dolf.Heeft Hope je niet ingelicht?Dokter.Hope? Die wordt al stil en gesloten als ze je náám hoort!Dolf(pakket van de schrijftafel nemend).Dossier van de … verloren dochter. Die blauwe potloodhalen! Je hoeft ’r maar een te lezen—allemaal ’t zelfde! Ach, ach, wat ’n fumisterie, om m’n woord tegenover de goeie, geëxalteerde ziel te houden!Dokter(lezend).„Erfgenaam opgeroepen”? Is ’t dat?Schmidt.Natuurlijk. Om met tact—met tact—achter de waarheid te raken, moet je ’n gevatten aanloop zoeken.…Dolf.Wou jij soms liever, dat ik annonceerde:Adolf van Walden, zoekt de dochter van ’n zekere Sofie, bijgenaamd Kreeftje, aan wie hij in ’90(korzelig)… alle duivels, de historie hangt me de keel uit!… De nonsens, om iemand zoo’n absurditeit op te dringen.…Dokter.„Erfgenaam opgeroepen”. Dat zijn advertenties, die ’r inhakken!(lezend).„Deexécuteur-testamentair[190]van wijlen kapiteìn Van Reessen”… Ben jij dat?Dolf.Doe me ’t genoegen en lees zachtjes!Dokter.Veel te merkwaardig, om in je eentje te genieten!… „van wijlen kapitein Van Reessen, bij leven gezagvoerder ter koopvaardij, heeft in opdracht een belangrijk legaat uit te keeren, aan de dochter van zekere juffrouw Sofie, achternaam onbekend, dewelke dochter einde 1890 of begin 1891 geboren werd, vader onbekend”.Dat is niet bijzonder duidelijk!Dolf.Zeg, zou jij ’r de zegen niet van af willen nemen?… De vijf komen toch niet uit de lucht vallen!Dokter.En àls—áls—’t gelúk je meeloopt: wat dan?… Wat doe je dan met zoo’n meisje?Dolf.Ik doe niets—kapitein Van Reessen, oud-gezagvoerder doet. ’n Betamelijk jaargeld—’n centje om te trouwen—’n … Als mama me zoo in de klem zag, zou ze meelijden met me hebben!… In geen drie maanden rust, om ’n caprice! Heb jij—die daar zoo genoegelijk zit te grunneken—makkelijk lachen van ’n ander z’n pech!—heb jij zekerheid, dat ’r niet ergens ’n Lindentje zwerft? Dat kleine rooie Kreeftje—nee kwaad mag ’k niet van ’r spreken—’t was ’n aardig ding.… Als ’k ’n enkele, dood-enkele keer op m’n kamer zat te zwóégen, zwerend dat ’k niet naar de kroeg zou gaan, dan kon je zoo zachies in de straat(imiteert het signaal van daareven)hooren fluiten—en als je dan je[191]kop door ’t raam stak, zag je de leuke rooie pruik … Dan smeet je de sleutel naar beneden—en dan—dan leien je gedrochtelijke boeken ’s morgens net zoo eender—Jammer toch—jammer—verdomd jammer van de meìd—heeft nooit geld van mìj willen aannemen—Plums, Baars moesten dubbel betalen.… Nou, Schmidt—waar wachten we op?[Inhoud]Achtste Tooneel.De vorigen, Hope.Hope(door de bibliotheek binnentredend).Goeien morgen, heeren.Dolf.Was jij daar al làng?Hope.Pardon. Ik kom zoo juist binnen—stoor toch niet?—Dag dokter—dat is charmant van u.…Dolf.Heeft die ezel van ’n Jaap je den weg niet gewezen?Hope.Jawel—zou u me even.…Dokter.Meneer Schmidt, detective—zuster Hope.Hope(na wederzijdsche buiging).Jawel zeker heeft ie den weg naar de wachtkamer gewezen. Hij dacht dat ik ook.…Dolf.Hahaha! Onbetaalbaar!.… Buitengewoon!Hope.Toe meneer—we zijn niet „onder ons”.Dolf.’k Zie ’t ’m zoo doen met dat gebit, dat-ie nog[192]’ns inslikt, als-ie strooppannekoeken eet—en met z’n gedistingeerden duim, hahaha!… Hope, wat kijk je weer als ’t laatste kwartier achter ’n wolk! Mag ik je even ontlasten?Hope.Nee meneer—ik hou liever alles aan.Dolf.Ook je hoed?Hope.Ook m’n hoed.Dolf(haar de rozen presenteerend).Met m’n eerbiedigst welkom bij je eerste bezoek—en als souvenir aan de plechtige gebeurtenis van vandaag.…Hope(koeltjes).Dank u wel. En mogen die meisjes nu boven komen? ’n Bijzonder genoegen voor ze..Dolf.Wat bedoel je?Hope.Ik bedoel—nee niets. Of ja! Waarom zou ’k ’t niet?.… Héél kiesch lijkt ’t niet, meneer, vijf in elkander’s tegenwoordigheid te brengen die nu van mekaar wéten dat ze onechte kinderen zijn.….Dokter.Kom, vindt u dat zoo erg.…Hope.Ik ja—Als kind heb ’k dat óók erg gevoeld.…Dolf.Hope—we zijn niet alléén.…Hope.Nee—dat zei ’k juist zelf. Meneer—meneer.…Schmidt.Schmidt.…[193]Hope.Meneer Schmidt blijft voor ’t.…. kruisverhoor?Dolf.Schmidt is opzettelijk gekomen, om met de stukken te verifieeren of de identiteit kan worden.…Hope …Vastgesteld?Dolf.Jà, Hope!… Of moet ìk in ’n vloek en ’n zucht pà van ’n anderman’s pa-lóós kind worden?Hope.Op weg hier na toe, dacht ’k, dat ik als vróúw—als eenige vrouw met de zaak bekend—de aangewezen ondervraagster van die meisjes kon zijn—uw mama zou ’t beslist hebben gedaan, als ze nog leefde.…Schmidt.Pardon, zuster—en neem me niet kwalijk, als ik me in ’t gesprek meng—ik geef in overweging, dat uitsluitend ik en niemand anders de noodige vragen stel. U heeft den ondergrond van ’t geval in uw gedachten—zij weten niet beter dan voor ’n erfenis, ’n èrfenis, opgeroepen te zijn. En zelfs als een van de vijf de meest frappante antwoorden geeft, dienen we nog gereserveerd te blijven—moet ’t aan mij worden overgelaten de laatste informaties in te winnen op ’t bevolkingsregister, bij buren en zoo voort.…Hope.Dus dan ben ìk niet noodig?Schmidt.Direct nee!—Noodig zijn meneer Van Walden en misschien de dokter, die Kreeftje—pardon juffrouw Sofie—’n paar maal gezien meent te hebben.…[194]Hope.Dan wensch ’k de heeren veel succes.…Dolf.Is dat ernst, Hope? We staan ’r op, Jan Linden en ik—wat Jan?—dat je de vertooning van a tot z volgt.…Hope.Ik houd niet van dat soort vertooningen.….Dolf.Val je weer over ’n woord, hahaha!…Dokter.Zuster, heel, heel erg verkeerd! Gesteld dat we slagen—begint dan niet uw taak?…Hope.Nee, de zijne.Dokter.(haar in een fauteuil neerdrukkend)Stribbel niet verder tegen!—Uw opmerking straks was niet onjuist—wij kunnen den raad van ’n zuivervoelende vrouw uitnemend gebruiken—’t spijt me dat ’k m’n eigen Annie niet meebrengen mocht.…Dolf.Diplomaat!(schelt)Nu exécuteur-testamentair van wijlen kapitein Van Reesen—in positie asjeblief!(tot Jaap in de deur)Opdienen! Die met ’r móéder ’t allerlaatst.… Ze weer uitlaten als ’k schel—’n nieuwe bovenlaten als ’k voor de tweede maal roep.En avant. Den heelen middag spendeeren we ’r nièt aan.…(telefoonschel—tot Linden, met angstige stem)… Wil jij even, Jantje—of nee: jij gaat ’r te onstuimig mee om!(vraagt met veranderde stem)Wie daar?… Hallo?(opnieuw gewoon)Ben jij ’t Bannema?… Kerel, ’k ben gekookt!… Nee, geen dankjes!… ’t Eenige wat ’k je kwalijk neem, is dat je me zoolang onder de wijn heb gehouen! Geen vier uur getukt! Goed, goed—[195]maar op ’t oogenblik heb ’k belet. Adieu! Tot vanmiddag!(tot het meisje dat de laatste woorden gehoord heeft, en bij de deur verlegen lacht).Ben jij?… Pardon—ik zou m’n mond houden!Laat ’r gaan zitten, meneer Schmidt.[Inhoud]Negende Tooneel.De vorigen, Grete Donker.Schmidt.Hoe heet u?Grete.Grete Donker.…Schmidt.(in portefeuille snuffelend)Juist—u heeft op de advertentie geantwoord—en ik heb u verzocht om een uur bij meneer Van Walden te komen met uw papieren. Heeft u die meegebracht?Grete(verlegen)…Da’s te zegge, meneer—me geboortebewijs hè-’k—en me getuigschrifte van me laaste betrekking.…Schmidt.(het geboortebewijs inkijkend)Bij wie dient u?Grete.In de winkel van Sannes, as.…Schmidt.(nauwelijks luisterend).Geboren 5 December ’90.…Dolf.5 December—Sinterklaasavond.…Grete.(verlegen)Ja. Hèhèhè!.…Schmidt.Waar woonde uw moéder—uw vader, heeft u die gekend?.…[196]Grete.(giftig).Nee, die smeerlap het me moeder voor alles alléén late opdraaie, toen-ie voor de Oost teekende.…Schmidt.Waar woonde uw moeder, toen u geboren werd?Grete.Weet ik dat!.…Schmidt.Ik bedoel geen naam van ’n straat—de plaats—de stad.…Grete.Dat staat toch in ’t geboortebewijs.…Dolf.Jongen, Schmidt—da’s niet listig van je!Schmidt.(’n tikje geergerd).Ik heb daar m’n reden voor, meneer.(tot Grete).Dus dan is u zéker in Amsterdam geboren—en daar woonde uw moeder al vóór dien tijd?Grete.Me benne d’r nooit vedaan geweest. Me moeder is d’r gebore en gestorreve.Schmidt.Nog één vraag, meisje—dan weet ik voorloopig genoeg, tenzij een van de andere heeren nog iets wil weten—welke kleur haar had uw moeder?Grete.Bruin—maar ’t laaste jaar in ’t gasthuis wit.Schmidt.Dank u. Ik geloof nièt, juffrouw Donker, dat u in aanmerking zal komen—maar in ieder geval hoort u nader van me.Grete.As ’k maar ’n klèin beetje krijg—’k ha-d’r zoo op gevlast.…[197]Dolf.Daar zullen we over denken—iets schiet ’r altijd op over. Dus uw vader kan nooit ’n student zijn geweest.…?Grete.’n Stedent? ’n Stedent? Nee, daar had moeder de smoor an, omdat ze in ’t gasthuis zoo om d’r bed zworreve.…Dolf.Dan kan ze gaan, hè? Dag juffrouw.(schelt).Grete.Dag heere—dag zuster.(af).Dolf.Da’s één niet uit de loterij.(schelt)Nummer twee!(tot Hope welke bij de laatste vragen op is gestaan—bij den doorgang naar de bibliotheek boeken uit de rekken nemend).Blameer me niet—’r zijn ’r geen zes opengesnejen—allemaal mise-en-scène!—geleerdheidspatserij!—en die wèl in handen geweest zijn, kunnen ’n luchtje hebben!..(Hope glimlacht pijnlijk, zit weer in den fauteuil)Weet je, Jantje, dat ’k vannacht, voor ’k eindelijk insliep, ontdekt heb, dat de vrouw ’t heelal regeert? Mathematisch bewijs?…Vox populi vox Dei: de stem van ’t volk is de stem van God. Dat is een. En ’t nòg bekender:Ce que femme veut, Dieu veut: Wat de vrouw wil, wil God. Ergo de stem van God is de stem van de vrouw.… De stem van de vrouw is de stem van … Binnen![Inhoud]Tiende Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, Suze Meier.Schmidt.Hoe heet u?[198]Suze.Suus.…Schmidt.Verder?Suze.Meier.Dolf.Ga d’r bij zitten, Suze.Schmidt.Ik heb u geschreven …Suze.Asjeblief. ’k Hè de pepiere in ’n pakkie bij mekaar. Me moeder hiet Sefie Meier, ha zellef meegekomme as ze geen mankement an d’r been ha gehad—van ’t water.… D’r fotegrawie leit d’r tussche, toe ze zoo oud as ik was—me vader hiette Cornelis van der Vliet—en ha femilie die Van Reesum hiette—en ha geen tijd met me moeder te trouwe, omdat-ie sjecheerder bij de Spoor was en in negetig overreeje wier vlak voor ze anteekene zoue … Nou da’s geen schande voor mijn. En me moeder ken d’r ook niks an doen. En de naam Reesum het ze meer as eens hoore noeme—die was toe stuurman op de paketdienst.…Schmidt.Ho! Ho!… Niet zoo doorslaan, juffrouw Meier …Suze.Me vader.…Schmidt.Suscht!.. Even inkijken.(leest de papieren, die hij in de hand gehouden heeft)Dolf.Geef u mij ’t portret, meneer Schmidt.(bekijkt het)Nee. Nooit gezien. Onmogelijk.(droog)… En[199]’t is natuurlijk onwaarschijnlijk, dat uw moeder in ’90 den bijnaam Kreeftje had?Suze.Kreefie?… Hèhèhè!… Kreefie … Da’s me ook ’n verneukerij!… Wie hiet ’r Kreefie?…Schmidt.Ik heb van mijn kant niets meer te vragen, meneer …Dolf.Ik evenmin, geachte exécuteur-testamentair!Schmidt.Dan wordt u wel bedankt, juffrouw.Suze.Gossie—is ’t al afgeloope?—U het me pepiere haast niet ingekeke … De brieve van me vader an me moeder, toe-ie nog vree … In die eene met de inktveeg d’r op zeit-ie dat z’n oome Reesum.…Schmidt.Ik zal u morgen bericht geven en op vergoeding van de reiskosten kan u rekenen.…Suze.Gossie, gossie meneer—me broeie d’r zoo allejeezis op!—Door me moeder d’r water in d’r beene, staat de helleft van ’t boeltje achter de schuine deur.… ’t Klopt toch met de avvertentie.…Dolf.Vergeten zullen we u niet.(schelt)Suze.(opstaand naar de zij der deur)… As meneer dan me nieuw adres wil schrijve … Van de Tolsteeg gane me verhuize—morrege—na de Zijp nommero 78 bove—dan ben ’k dichter bij de febriek. Het u ’t?.…Schmidt.Ja, ja.Suze.Heere … Heere … Jefrouw …(af).[200][Inhoud]Elfde Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, SofieDelange, Agnes Delange.Dolf.Hahaha!.. ’k Had waarachtig moeite me goed te houen. Dat schepseltje heeft nou ook geen seconde d’r handen stil in d’r schoot gehad, terwijl ze bezig was—of ze ’r den St. Vitusdans in te pakken had!—Uit je humeur, Hope?—Kind, we zijn nog niet op de helft. ’n Goed hengelaar doet ’t met geduld. M’n kans is nog niet verkeken.…(tot de binnentredenden)… Ja!… Kom binnen!… Twee?… Twee tegelijk?… Schmidt: da’s je tweeling!.…Schmidt(tot Agnes)… Wil ù sivoeplee weer na de wachtkamer teruggaan?… Een voor een sivoeplee!Sofie.Da’s me zus, meneer.Schmidt.We kunnen ’t zònder getuigen af.Agnes(driest)… De heer van me zus wou niet dat ze alléén.…Dolf.Is-die fameuze heer bang dat uw zuster opgegeten zal worden?Agnes.(driest)Opete nee. Opete late me zus en ik ons niet—maar me kenne de foefies van de heere—me benne niet van gister … Ik zee: je vliegt ’r niet in—en de heer van Fie zee óók je vliegt ’r niet in.… Daar het u niet zoo zuur om te kijke—want mijn.…[201]Dolf.…Spreek uit.…Agnes …Nee ik smoes niks meer. Je zeit licht meer as je verantwoorde ken, waar Fie?.….Schmidt.(haar in de rede vallend)… ’t Is welletjes, juffrouw …(tot Sofie)… Dus ù komt op de advertentie?Sofie.Ja ik—ìk kreeg ’n briefie, om hier bij meneer te komme.Dolf.…Gaat u zitten.Agnes.O, wat ’n lèkkere stoele! Om in te sterve! Precies as bij …(slaat de vingers in gebaar van iets in te houden voor den mond).Sofie …De papiere, die op ’t lijstje stonde, hè-’k meegebracht—me geboorteacte.….Schmidt.…Asjeblief.…Agnes …Jawel—met ’n máár d’r bij—me late niks achter as tegen bewijs.…Sofie …As tegen bewijs.…Schmidt.We geven u alles dàdelijk weer terug.Agnes.Dan is ’t goeie, Fietje.Schmidt.…Geboren 17 Februari’91 in—Leiden …Dolf.…In Leiden?… Sakkerloot!… Opletten, Jantje boy!.…Schmidt.…Woont uw moeder nòg in Leiden?[202]Sofie …Of ze d’r …?… Wéte me dat, Agnes?Agnes …Nou da’s niet te denke, hahaha! Ze hèt ’r in negetig en zoo gewoond.Schmidt …Zou u wat duidelijker willen antwoorden? We zitten hier niet om raadseltjes op te lossen.Agnes.Nee, me zitte wel as onze lieve Heer zèlf in die stoele van leer—maar voor cherades benne me hier niet. Mòt dat nou an zoo’n bóél mensche verteld worde?.…Schmidt …’t Is in ’t belang van de erfenis, niet waar?Agnes …As ’t dan geen pan en geen kul is—ù hoeft niet weg te gaan, zuster!.…Hope …Zoo als u wil.…Agnes …Blijf op uw gemak!—(Hope zit weer).In u hebbe me meer vertrouwe as in die meneer …Dolf.Dank je wel—wat ’n zeldzame.…Agnes … Googemert, wat!—Zeg me kenne de wereld, me zus en ik!—Me moeder, meneer van de politie—nou herken ’k je, hahaha!—is d’r in ’95 met de een of andere druif vandoor gesjeesd.…Schmidt …Toe, toe, toe!Agnes.Je vraagt ’t toch!… Toe het tante ons in d’r huis genome—Me hebbe geen van twee ’n vader—wat Fie?—de mijne is getrouwd en woont in Den Haag—béwijze ken ’k niks—die van haar—[203]nou, Fie, doe ook ’n mondje open—jij ben de oudste en mijn laat je klesse.….Sofie …Ik ken me vader niet—Ik ben in Leiden gebore—zij in Brussel.….Schmidt …Had uw moeder in Leiden ’n bijnaam?Sofie …Weet ’k niet.Agnes …Dat zal wel. En die zal ze gloeiend verdiend hebbe, ’t mensch!.…Schmidt …Dat vragen we niet.Agnes …O.Schmidt …Herinnert u zich—’95 is ’n heele tijd—welke kleur haar uw moeder had?.…Sofie.Rood—as me zus.Agnes.Dat hoef-ie ’r niet bij te zegge—ze zijn blind.….Dolf …Rood?… En ze heette Sofie?Sofie …As ik.(een stilte).Agnes …Nou zeit niemand wat?Dokter.(tot de twee)… Ik zou wel graag willen hooren wàt uw moeder in ’90 in Leiden dee? Weet ù dat of ù?Agnes.Niet veel bijzonders ken je wel denke.Dokter.Dàt bedoel ik niet. Had ze de een of andere betrekking?[204]Sofie.Hoe kenne wìj dat raje?Agnes.Toe tante nog leefde, zee ze dat moeder—nou laa’k ’t maar nièt zegge.…Sofie …Nee, zeg ’t niet. ’t Het ’r niks mee uit te staan.….Dolf …(aarzelend).… Kan uw moeder ’n relatie met ’n student hebben gehad?Sofie …Wat geloof jij, Agnes?Agnes.Ik geloof niks. Student of geen student—’n pàtser was ’t gedorie—om me zus te late stikke.…Schmidt …Jawel, jawel. Maar nu de puntjes op de i—wat noodzakelijk is!—Zou een van uw andere familieleden zich misschien kunnen herinneren.….Sofie …Me hebbe ènkel ’n neef, die we nooit zien.Schmidt …Zou die weten.….Agnes.Dat broekie!… Die weet enkel van vuile en schoone kinnen—die barbiert.…Dokter …Kàn uw moeder bijvoorbeeld in ’n sigaren- of in ’n manufacturen- of in ’n handschoenenwinkel in betrekking zijn geweest?Sofie …Alles ken.…Agnes …Wij benne op ’n atelier—dan ken zij.… Kan òns ’t schelen!Hope.Wil u mij eens antwoorden?[205]Sofie.Natuurlijk juffrouw.Agnes.(verbeterend)… Zuster—zie je toch!Hope.Hindert niet. Heeft uw moeder nooit aan uw tante ’n woordje geschreven?Sofie.Jawel juffr.…—zùster.Hope.Uitstekend. Dat móét zekerheid geven—voor de erfenis—als u een of meer brieven bewáárd heeft..Agnes …Ja. Me hebbe d’r ’n berg van—uit Amerika, wat Fie?… Van ’96 en ’97—as ze cente an tante stuurde—en toe nog is een van ’99—sekuur hoor—twee negetjes naast mekaar—dat was de laatste.….Sofie …Vergis je je niet?Agnes …Nee hoor!.. D’r was vijftien dollar bij …Hope.…Zouen wij die brieven.….?Dolf …Waarvoor?… Voor wat?Dokter …Ja, zuster, is dat nóódig?Hope …Nee. Dat is te omslachtig. We kunnen ’t makkelijker af!(tot Dolf)… Heeft u den brief, die bij ’t testament van.… van.… kapitein van Reesen lag, bij de hand, meneer?.…Schmidt …Voortreffelijk, zuster! Bravo! Ik begrijp uw bedoeling!—Ja, meneer Van Walden: die brief kan den doorslag geven, bijna volkomen.….Dolf.(een la van het bureau opensluitend)… Ja, dien[206]heb ’k ergens gestopt—gestopt—gestopt—Nee, hier niet(andere la openend)… Da’s ’n sla overal—’n hutspot—moet ’k toch eens probeeren te ordenen.… Wel wat drommel, gevlogen kan-ie niet zijn …(zoekend).Nee—nee—nee … Waar kan-ie dan? Curieus: gebeurt altijd als je iets noodig heb!.… Eureka!.… Eureka!.… ’t Lag vlak voor m’n neus …(neemt den brief uit den sigaren-schedel).… Zeker door Jaapje verlegd.… Voilà, monsieur Schmidt.… Snappen doe ’k ’t niet.…Schmidt.(fluistert Hope iets toe—zij knikt)… Zoo dames—nu hou ik dezen brief ’n beetje gevouwen—den héélen inhoud hoeft u niet te lezen!—en antwoordt nu eens vooral niet te haastig of de handteekening Sofie èn of ’t handschrift op dat van uw moeder lijken. Zegt u ja—dan moeten wij op onze beurt uw brieven inkijken. Niet haastig—’r hangt ’n boel van af!.…(een aangehouden, nieuwsgierige stilte. Agnes buigt over Sofie’s schouder, leest hardop).Agnes.…„..Ik—ik”.….—ja daar staat „ik”—„ik ben wel lichtzinnig maar niet slecht mevrouw”…(tot Sofie).… Hou je duim opzij!.…. „en ik lieg niet.… Zoo.… zoo”—hou dan stil, Fie!—„zoo ferachtig as God me hoort.… het is het kind van u zoon … Die zich noempt … Sophie …”Sofie.(haar zuster aankijkend).… Nee, hè?.… Wat vin jij?Agnes …Vraag-ie dat nog?.… Da’s ’n keukenmeidepootje!… Of ze met d’r linkerhand het geschreve![207]Nee—moeder het ’n lóópende hand—dat lijkt op niks!—„ferachtig as God me hoort”.… Ferachtig.… Ferachtig!.… Daar hoef-ie geen twee telle over te prakkizeere.… Da’s zoo min van onze móéder as ìk van me schooier van ’n vader ben.Dolf.(opgelucht)… En is ’t ònmogelijk, dat uw moeder vroeger Kreeftje heette?Sofie …Kreefje, hahaha!Agnes …Nou beginne me te merreke hoe laat ’t is! Wat ’n flauwe bak! Goed da-je niet alleen op visite gegaan ben, Fie. Magge me de papiere terug asjeblief?Hope.’t Was geen aardigheid, juffrouw—ìk zal zoo vrij zijn nog eens persoonlijk bij u aan te komen.Agnes.As ’t voor die brieve is, hoeft ’t niet, zuster—moeder d’r schrift is met dat vuur en water. Blijf jij nog zitte?… Dag mensche!…Sofie.…Dag juffr … zùster. Dag heere …Agnes.(bij de deur)… As ’t géén aardigheid met dat Kreeftje was—dan het de màn van die Kreeftje toch zeker óók ’n fijne bijnaam gehad … Bejour allemaal!(geprikkeld af. Hope is bij de laatste woorden de bibliotheek ingeschuifeld.)Dolf.(schellend)… Dat was ’n stelletje! En die kleinste … nou! ’n Verbazend vief ding! Twee, drie jaar ouwer, dacht ’k terwijl ze bezig was—en ze zou … Complicatie voor ’n roman fin-de-siècle: de[208]zuster van je dochter trouwen—grootpapa van je dochter—goed dat Hope me niet corrigeert …(tot Jaap)… Nou? Waar blijft de moeder met … ’k Had je toch gezegd …[Inhoud]Twaalfde Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, Jaap.Jaap …’k Wou daarnet niet storen, meneer—maar dat meissie is benejen niet goed geworden—het ’n toeval of zoo iets.…Dolf.Had je niet eerder.…(naar deur).Dokter …Ik zal even kijken, Dolf—blijf jij.….(af door Jaap gevolgd).Dolf.Dan kunnen wij de séance opbreken, meneer Schmidt—Mocht voor die twee beneden uw advies noodig blijken, dan telefoneer ik.Schmidt.Goed meneer.Dolf.En uw declaratie ontvang ’k graag met zeer bekwamen spoed.Schmidt.Dank u, meneer. Dus nièt langer adverteeren?Dolf.(luchtig).Nee—nee. ’t Heeft geenZweck. Ik heb m’nSchuldigkeitgedaan—”derMohrkann gehen”… Een moment nog. U zendt me de adressen van die erfenisjaagsters. Licht dat ze ’n kleine verrassing krijgen!Bonjour! Bonjour![209]Schmidt.Uw dienaar, meneer—u heeft me maar te ontbieden.(bij de deur voor Jaap uitwijkend).Uw dienaar, meneer.Dolf.En?Jaap.Of ’k effen om ’n rijtuig mag telefoneeren?Dolf.(in de bibliotheek kijkend).Ga je gang.Jaap …1290 … Rijnders?… Met Van Walden. Dadelijk vigelante—dadelijk.(schelt af).Dokter …’k Ga ’r vandoor Dolf—Zijn de anderen al weg?(Jaap af)… ’k Zal ’r met ’n rijtuig thuis brengen.Dolf.Toch niet sérieus, boy?Dokter.’n Epileptisch toeval, de stakker—is alweer bij kennis …Hope …Kan ik behulpzaam zijn, dokter?(komt uit doorgang van de bibliotheek).Dokter.…Nee zuster. De eigen moeder is ’r óók bij—en dan rijd ik meteen door.(tot Dolf)… En geen sprake van dat!… Heeft nooit ’n voetstap in Leiden gehad … Kind van ’n marinier die in ’t gekkenhuis overleden is … Wat ’n stakker, wat ’n wurm!… Zit benejen te snikken, nou ze ’r positieven terug heeft, dat je ’r beroerd bij wordt.… Adieu. Tot ziens, Dolf … Tot straks, zuster.(af).[210][Inhoud]Dertiende Tooneel.Dolf, Hope.Dolf.Je heb toch gehoord, dat Linden ’t alleen af kan?Hope.Ik word aan de Stichting gewacht.Dolf.Lunchen we samen—kom zeg nou niet nee!(wil schellen).’k Zal orders geven, dat ze in vijf minuten.Hope.Dank u. Dag meneer.Dolf.Dag meneer! Dag meneer! Hope, je behandelt me niet fair, niet loyaal! Al m’n voorkomendheden stuiten af—op ’k weet niet wat.… Ik buig me—ik gehoorzaam, om ’t zoo te zeggen, aan élk van de dingen, die jij nog niet eens uitgesproken heb, en jij—jij gaat voort—met ’n stugheid, die me razend maakt …Hope.Meneer …Dolf …Schei uit met je ge-meneer—voor jou ben ’k Dolf!…Hope …Dat laat zich niet dwingen …Dolf …Niet dwingen?… niet dwìngen?… Kan ’k je niet volkomen eerlijk in je oogen kijken, als ’kbeweerdat ’k nà dien nacht bij mama’s lijk van elk gebaar, van ieder uur rekenschap kan geven? Dat wordt op die manier ’n soort coqueteeren, ’n misbruik maken van dat ééne incident …[211]Hope …Meneer …Dolf …Ik wìil je meneer niet meer hooren!Hope.(wrevelig)… Daar zal u toch aan moeten wennen. Ik heb niet één reden vertrouwelijker met u om te gaan …Dolf …Dus die onzinnige jacht op ’n kind—doorgezet, om de belofte aan mama—maar nòg meer om jóú—wat je wist, wat je voelde!—die was je geen afdoend bewijs, hoe me dat vroegere speet, hoe ik van jou.…Hope …Nee—die onzinnige jacht heeft me … Dag meneer. Ik geloof dat ’t beter is, op ’t oogenblik allerminst met elkaar uit te spreken.Dolf.Hope—ik sta ’r juist op. Misschien zet je hier in geen tijden ’n voet.…Hope …Nóóit meer.Dolf.(gebelgd)… Heb ’k de minste onhoffelijkheid begaan?… Was m’n welkom geen bloemen-attentie?Hope …Meneer, meneer—ik ben op ’t moment in zoo’n verbitterde stemming, sta zoo wanhopig-vervreemd tegenover u, dat ’k bang ben voor ’n explicatie.Dolf …Heb ìk tot die „verbitterde stemming” aanleiding gegeven? Ik.…Hope …(neerzittend—gejaagd-smartelijk)… Ik heb daarstraks zoo’n moeite gehad me in te houden—u niet in ’t bijzijn van de anderen te … te beleedigen …[212]U is zoo gezond—zoo gezond—zoo stevig—zoo stellig—zoo geestig—ik zoo zwaar op de hand—zoo aarzelend … O, wat háát ik u—wat heb ’k u innig zitten haten—vanaf m’n binnenkomen hier, toen u enkel vernuft, vernuft, vernuft in plaats hàrt, hàrt toonde …Dolf …Hope.…Hope …’t Was „onbetaalbaar, buitengewoon” dat uw bediende me in de wachtkamer bij die kinderen liet—door de telefoon vroeg u of ze chocolade, anijsmelk moesten hebben … De belofte aan dat prachtige menschje, dat nog geen minuut nadat ’k ’r verlaten had, dood uit ’r bed viel, is voor u ’n hartelooze grap, ’n „plechtige gebeurtenis”.…Dolf …Hope.…Hope …Hou uw mond! Verzin geen nieuwe vernuftsdingen—ik haal uw eigen woorden aan!… ’t Heette ’n „plechtige gebeurtenis”, ’n „vertooning”… Geen seconde had u de ernst van ’n misdadiger, die bang is z’n òffer te zien!… Wat is dat niet te vinden—in die radelooze Zee van menschen verdwenen kind, anders dan ’n misdadig offer geworden?(heftig)… En nu nòg staat u te glimlachen, met dien ellendigen supérieuren glimlach!… Met die roos in uw knoopsgat—na „de heele nacht onder de wijn te hebben gezeten”—dat is toch zoo, nietwaar?…Dolf.(glimlachend)… Ja, ja …Hope …Met die roos—of ’t ’n studentikooze fuif was—of u ’n „typisch” uurtje meeleefde, heeft u[213]in uw luxe-kamer—wat heb ù anders dan luxe, luxe, luxe, van af uw geboorte gekend?—die kleine optocht van verlatenenen, verwaarloosden gezien … die op ’n brokje erfenis hoopten!… Die stumper, waarvan de moeder met witte haren in ’t Gasthuis gestorven is—de stumper op „Sinterklaasavond” op de wereld geschopt—was de eerste „niet uit de loterij”—aan de fabrieksmeid, voor ’r moeder sjouwend, moest u nog ’ns droog vragen over den bijnaam Kreeftje—en ’r handen hadden den St. Vitusdans!—bij de twee zusters, was u angstig, niet verheugd, niet blij iets te kunnen herstellen—toen weer, terwijl ’k in de boekerij was, sprak u van ’n roman fin-de-siècle!… Jammer dat de laatste niet hièr ’r epileptisch toeval gekregen heeft—u zou ’r nog glossen en glossen bij gemaakt hebben!.…Dolf …Hope—dat gaat te ver!Hope …Te ver?… Te ver?… Die brief, die wanhoopsbrief van Kreeftje, Kreeftje …Dolf.…Die ìk niet verleid heb!…Hope …Die brief heeft u laten slingeren—was zoek, zoek—kwam uit dat ding daar tevoorschijn—die brief, dien ’k haast van buiten ken, waarin ze smeekte, smeekte, als ’n bedelares—voor jouw, jouw kind!.…Dolf.(driftig)… ’n Vrouw die met Plums en Baars en anderen leefde … Wie zwetst dat ’t mijn kind?…Hope …Ik! Zij! Je eigen moeder! Jijzelf!… Heeft je[214]vernuft, je hatelijk vernuft straks niet gezegd, dat de stem van de vrouw de stem van God is?.… Hoe durfjijdan vragen, twijfelen, ontkennen, bij de woorden in dien simpelen brief?.…(’t papier van tafel grijpend—en driftig lezend)… „Ik lieg niet, ik lieg niet—het is het kind van uw zoon!”.…Dolf.…Nonsens! Nonsens!… ’t Kind van ’n studentenscharrel!—Wiè, wiè, wiè zou zich daar, zònder bewijs, zorgen van aantrekken?Hope.…Heeft ze geld van je aangenomen, die schàrrel?… Is ze je vrouw niet geweest, je passe-temps, die scharrel? Heb je de „opvoeding” van je dochter niet aan ’r overgelaten, aan die schàrrel! Is m’n eigen moeder niet op dezelfde manier … Wat voel jij met je glimlach van dat alles?… Wat raakt ’t jou met je roos in je knoopsgat?…(in snikken uitbarstend)… O, ik hààt je zoo, hààt je zoo, hààt je zoo.…Dolf.…Hope—Hope—laat me.…Hope …(wild haar tranen drogend en opspringend)… Redeneer niet meer—praat niet meer—ik kan je stem niet meer hooren!…(af door boekerij—hij staat even houdingloos—maakt een gebaar of hij den brief wil verscheuren—zakt in nadenken op een stoel—begint hem te lezen).DOEK.[215]

[Inhoud]TWEEDE BEDRIJF,(Smaakvolle jongezelle-kamer—weelderig-intiem gemeubeld. Tweede en derde plan, rechts, de gebeeldhouwde deurenvrije toegang tot een bibliotheek, waarvan een deel zichtbaar is—daarnaast een sierlijk schrijfbureau, bestapeld met kunstvoorwerpen, tijdschriften, portretten. Tegen den achterwand, die in het midden een deur met gobelin heeft, dressoirs en standaards met curiositeiten, aquarellen enz. Eerste plan, links, deur-met-gobelin van de slaapkamer. In den schuinen hoek van tweede en derde plan, links, een rustbank met smyrna-kleed. In het midden der kamer een eikenhouten tafel gebeeldhouwd, met gemakkelijke leeren fauteuils. Vroegmiddag.)[Inhoud]Eerste Tooneel.Jaap, Dolf.Jaap(die juist af geruimd heeft, plaatst den dienbak bij de achterdeur, spreidt een gebattikt tafelkleed over de tafel—De telefoon, op de schrijftafel, gaat over. Rustig neemt hij de gehoorbuis).Jawel. Met Van Walden—met de huisknecht—ja, met Jaap—wil u even wachten?(aarzelend)’k Geloof niet dat meneer thuis is—’k zal zien(legt de buis op het tafelblad).Dolf(in de deuropening der slaapkamer).Wat fantaseer je?Jaap.Zachies, meneer … Mevrouw Lebeau: of ze u …[176]Dolf(wenkt met de hand, dat hij er niet is—heel zacht).Op reis!Jaap(bij de telefoon).Hallo!… Spijt me, mevrouw, meneer is niet alleen niet thuis—zooals ’k dacht—hij moet op reis zijn gegaan.… Waarheen? Waarheen?… Ja, dàt weet ’k niet … Wanneer terug?… ’k Zou ’t niet kunnen zeggen—misschien de volgende week.…Dolf(fluisterend roepend).Langer!Jaap.Misschien langer …(houdt z’n lachen in)… ’k Zal ’t meneer zeggen, mevrouw.… Adieu, mevrouw …(hangt gehoorbuis op).Dolf.Nou?… De boodschap?Jaap.Nom de Dieu!… Sacrénom!… Fiche moi le camp … Je me fou de lui …Dolf(hartelijk lachend).Hahaha!… Je ben niet verkeerd verbonden geweest …(de antieke klok slaat twaalf)… Twaalf?… Twaalf!…Jaap.Meneer mag zich wel haasten—om negen heb ’k geklopt—om half tien—om …Dolf(zich uitrekkend).… Man hou je mond—die klok maakt genoeg spektakel(geeuwt).’t Slagwerk haal je ’r vanmiddag uit.…Jaap.Jawel meneer, hahaha!.…Dolf.En lach als je buiten de kamer ben!Jaap.Als ’t u hinder.…[177]Dolf.Ja, ’t hindert me—’k ben bang dat je je gebit kwijt raakt, als je schik in je leven krijgt …(geeuwt)… Wie komt—wachten(af in slaapkamer).[Inhoud]Tweede Tooneel.Jaap,Dr Linden.Jaap(legt eenige boeken op ’t gebattikt tafelkleed, neemt den dienbak—wijkt bij achterdeur voor Linden uit)… Pardon, dokter.Dokter.Is meneer hier?Jaap.Meneer is nog niet bij de hand—heeft pas ontbeten.Dokter.Goed. Dan wacht ’k in de bibliotheek.Jaap.Zal ’k meneer liever?.…Dokter.Nee, Jaapje—dat doe ’k zèlf(Jaap af—hij doet een paar passen naar de zijde der bibliotheek, neemt een fauteuil, slaat ’n boek open, fluit een studente-signaal).Dolf(beantwoordt dat, opent lachend de deur).Excuseer m’n overhemd, kerel … In twee seconden!(wil in z’n kamer terug—draait zich nog even om)Zeg, Jan, fluit dat deuntje geen tweede keer, asjeblief! ’k Wor straks meer dan me lief is, an m’n vervloekten studente-tijd herinnerd—De sigaren staan achter je—in die schedel … Tien tellen!(af—Linden neemt een sigaar, leest—telefoonschel[178]—hij wil luisteren)… Ik ben op reis—op reis!.…Dokter.Wie daar? Madame Lebeau?… Op reis … Pischt, waar ben je na toe?…Dolf.Naar ’n sanatorium in Duitschland—overspannen!Dokter(in den toestel pratend)… Naar Duitschland(verwonderd)… Dank u wel—’k zal ’m telegrafeeren.(hangt toestel in haak)… Of ’k je positief zeggen wou, dat je ’n sale type, ’n cochon …Dolf …Jawel, jawel—ken ’k droomen!(weer af).Dokter(van ’t schrijfbureau ’n paar maal iets opnemend, lacht, gaat opnieuw voor de tafel lezen).Morgen, morgen!Dolf(z’n jas aanschietend)… Morgen!… Kerel ’k ben zoo verdraaid katterig!Dokter.Mooi zoo. En dat vandaag. Is dit de oorzaak?Dolf.Haarspelden? Vond je die hier?… Nee, op m’n woord niet. In geen maanden ’n vrouw bij me gehad! Leg ze nou niet op de tafel! Haal geen grapjes uit!(werpt ze in de snippermand, naast schrijftafel).Dat zul je nu niet gelooven, Jan, maar die dingen vinden we met grossen—of ze jongen. Elk verleden begint bij ’n haarspeld.…Dokter.’t Verleden van die twee kan, zou ’k denken zoo ver niet zijn … Van je bureau opgepikt, haha![179]Dolf.Attentie van dien smakker van ’n Jaap—is geestig op zijn manier!… Nee maar, Jan, vent, kind, hart—kijk me niet zoo guitig an—of je me half gelooft! ’k Wou dàt je gelijk had, wóú dat ’k je slimme schalksche oogjes verdiende! Ach! Ach! Nog ’n kwartier, nog ’n half uur—en ’k zit met m’n katterig gezicht—zie je ’t me an?—in bedrijf nummer zooveel van de allerdolste komedie. Geef me ’n lucifer, vent. Merci. Even ’n trekje. In presentie van m’n collectie dochters—vijf, zegge vijf, zijn op de annonce afgekomen—zal m’n vaderhart fatsoenshalve te actief werkzaam moeten zijn, om ’n Henry-Clay te kunnen rooken. Kind, wat ben ’k slap!Dokter.Hoe laat ben je thuis gekomen?Dolf …Hoe vroeg! ’k Heb drie uur—nee, nou overdrijf ’k—vier uur gemaft(telefoonschel)… Zou je zoo’n créature … Je hoeft niet te twijfelen: Snipje, Snipje … ’k Schaf me telefoon af … Dat is vervloekt als je liaisons je nummer weten.…(telefoonschel).… Jawel, Jawel.… Dat hou ìk ’t langste uit … Is me verleden jaar gebeurd, dat-ie driemaal in ’t uur overging tegen kinderbedtijd, hahaha! Zeldzaam-zenuwachtige tijd!(telefoonschel)… Nou, nou, nou!… Dit volk is hardnekkig.…’k Zal me stem veranderen …(praat in toestel)… Meneer is op reis—ik ben de huishoudster …(schrikkend).Excuse me, Hope, darling—ik had ’t zoo enorm druk—Over ’n kwartier.… Kom je zelf ook?… Je eerste bezoek op m’n kamer!… Je zal als ’n koningin ontvangen worden! Hoeft dat niet? Daar door de telefoon ’n kus … Moet ’k uitscheiden met[180]m’n gekheid?… Ze krijgt ’r ’n kleur van, Jan! Hahaha!… Ja, Linden zit bij me—hoofdcontroleur!… Eén oogenblikje nog, darling! Moeten die vijf dochters van me—’k wil ze àllemaal ongezien adopteeren, om van de last af te zijn!—moeten die op ’t een of ander getrakteerd worden? Chocolade, anijsmelk … Wat?… Wat dan?…(hangt gehoorbuis op)… Laat me staan … Is ’r van door, hahaha!…(schelt electrische knop boven de tafel).Daar had ’k bijna ’n blunder begaan, hè?(geeuwt)… Excuseer! ’k Zou ’r zoo ’n paar uur onder kunnen kruipen.…Dokter …Ik wacht geduldig, om te hooren wat je uitgehaald heb.…Dolf.Uitgehaald?… Eerst met Beelaart, na ’t diner, ’n partij geschaakt—remise, na ’n zit van negen tot eenen … Ja!(tot Jaap)… Haal jij ’ns vlug ’n bouquet witte rozen.…[Inhoud]Derde Tooneel.De vorigen, Jaap.Jaap.Jawel meneer.Dolf.Jaapje—nou nòg eens: lach met meer overleg!(tot Linden).’k Heb ’m de vorige week, voor moed, beleid—vooral beleid!—en trouw ’n nieuw gebit cadeau gegeven, omdat ’k z’n ruine om esthetische overwegingen niet zien kon—en nou lacht dat schaap telkens met z’n tanden óver mekaar!… Schiet op!… De mooiste theerozen, die je krijgen kan! Nou?[181]Jaap(met bedwongen grijns)… D’r zit benejen ’n juffrouw.…Dolf.Wat voor ’n juffrouw?Jaap.Van ’n advertentie—met de moeder d’r bij …Dolf.Zoo. Wachten(geprikkeld)… Wat sta je met je hand? Moet je boksen?Jaap(de gehandschoende hand openen).Me duim is ’r door.…Dolf.Zoo—je duim ’r door? Marsch! En vlug![Inhoud]Vierde Tooneel.Dolf, Dokter.Dokter.Hahaha! Heeft-ie z’n witte handschoenen voor de gelegenheid aangetrokken!Dolf..Zoo’n kaffer! Informeer ’k nou nièt, dan loopt-ie den heelen dag of-ie ’n misvormde knuist heeft! Wat was ’k bezig te vertellen? De partij schaak. Juist. Bij half twee, van plan bijtijds in bed te eenzamen—voor de belangwekkende conferentie!—ontmoet ’k Bannema, Kareltje, enétat de désespoir—driekwart zelfmoord-ideejen—aan de beurs gedobbeld—Jantje, wat ’k zeg is vertrouwelijk!Dokter.Natuurlijk.…Dolf.Gedobbeld, om den staat van z’n vrouw bij te houden. Had ’t al met ’n open gaskraan geprobeerd—niet gelukt—kan ’k niemand aanraden: de weduwe[182]krijgt de gasrekening!—liep gewoon te huilen—’n gat van ’n halve ton, en ’n vermogen naar de weerlicht, als de baisse aanhoudt!—’n Vrouw, die huilt, doet me verbazend weinig—kwestie van gewoonte—’n màn—en wat ’n door en door braaf ventje!—maakt me ondersteboven. Heb ’m geholpen.Dokter.Zoo maar?Dolf.Ruineeren zal ’t me niet. Mama’s aandeel—de goeie ziel: dat is nou net drie maanden geleden!—heb ’k voor veertien dagen met m’n nobelen neef geschikt—et zut!—Je had z’n blijdschap moeten zien! ’k Moest met ’m mee—naar z’n huis—en daar hebben we allebei tot vijf uur zitten pimpelen, de eene flesch Rijnwijn na de andere. ’k Heb ’m ’n tikje om gekregen—hahaha!Dokter.Dolf, Dolf—ik heb geen enkel recht je raad te geven—maar ’t lijkt me toch zacht gesproken onverantwoordelijk ’n dobbelaar, zonder eenig verder onderzoek te steunen—en voor dàt bedrag.…Dolf.Jan, nuchtere kerel, ik ben te katterig, om je ongelijk te geven—maar m’n woord is m’n woord en m’n handteekening m’n handteekening—de cheque is binnen—en de kinderen hebben Kareltje in ’n prachtig humeur gezien, als-ie ook niet te katterig is!Dokter.De kinderen?[183]Dolf.Vier. Ja vier! Hij heeft ’t verder gebracht dan jij … Vannacht om bij half vijf, toen ’k die smerige zaken in orde gebracht had, zei-ie: loop even op je teenen mee, dan zal ’k je de kinder-slaapkamer laten kijken. Ik verzeker je, Jantje—en zonder groote woorden!—dat ik die slapende kopjes niet zal vergeten—zulke hoofdjes—en zulke mondjes—en.… Hahaha! Goud waard! Goud waard! Stel je voor—tegen ’t afscheid staat Kareltje onzeker op, zet nog ’n zes, zeven wijnglazen op de tafel, giet ’r scheutjes in! Wat voer je uit vraag ik.… Ik ben bang, zegt-ie—goddelijk, pyramidaal!—dat me vrouw of de meisjes twéé glazen bij ’n half dozijn leege flesschen zullen zien! Hahaha! Hoe is-ie? ’t Modernste préservatif voor getrouwde mannen, die ’n buitensporigheid doen!.… Ja. Ja.… Binnen![Inhoud]Vijfde Tooneel.De vorigen, Jaap.Jaap.Asjeblief meneer—de rozen.Dolf.Netjes. Daar in de vaas.Jaap.D’r zijn d’r al drie, meneer.Dolf.Allemaal met moeders?Jaap.Nee, meneer—alleen de eerste. En dan is ’r die detective, die al ’n paar maal geweest is.Dolf.Die met.…Jaap.Ja meneer.[184]Dolf.Wat nou ja meneer? Wat heb ’k bedoeld?Jaap.Dat weet ’k niet—ik dacht.…Dolf.Lach niet!… Lach niet!… ’k waarschuw je: ’k neem ’t weer af!… Laat die met—waarvan jij dàcht … laat die boven komen.Jaap.Ja meneer(af).[Inhoud]Zesde Tooneel.Dolf, Dokter.Dokter.Is dat de man die aan ’t snorren geweest is?Dolf.Ja-ja, ’n Gladekker,first class, door den chargé-d’affaires van de goeie ziel, ergens bij de politie opgeduikeld, ’n gewezen inspecteur, gesjeesd omdat-ie te handig voor z’n supérieuren werd!(plukt een knop uit den bouquet, steekt die in z’n knoopsgat).Jan, voortreffelijke kerel, Jan, ouwe boemelaar—als ’t vandaag niet lukt—als geen van de vijf m’n—’t kriewelt in m’n keel, als ’k ’t fatale woord uitspreek!—geen van de vijf m’n dòch-ter blijkt, ga ’k in ’n klooster, om Hope d’r oogen, d’r prachtige oogen te ontloopen … Had je ook niet voor drie maanden kunnen denken, dat ik, ik, door ’n menschje, dat om ’n haverklap m’n uitstekend humeur bederft, dat ’k bij tijden gewoon niet zetten kan—schrikkelijke individuën, die hyper-moderne wijfjes!—dat ìk door zóo een aan ’n zijden draadje rond word geleid!… Als de goeie ziel ’t vodje van ’n brief niet bewaard had—en dien avond van ’r dood niet de obsessie van de Stichting en ’t kinderen-asyl, die groteske belofte.… Entrez! Ga zitten. Steek ’n sigaar op.[185][Inhoud]Zevende Tooneel.De vorigen, Schmidt.Schmidt(nadat Jaap de deur gesloten heeft)… Ze zijn ’r. Kan ’k praten waar meneer bij is?Dolf.Sans gêne! Dokter Linden—ook uit dien tijd—rechercheur Schmidt.Schmidt.Detective, als ’t u ’t zelfde is.Dolf.Je mag je precies noemen zooals je wil, als je ’r maar heb! ’t Zit me tot hier!Schmidt.Over mij heeft u geen reden van klagen! ’t Onmogelijkste, ’t bijna bovenmenschelijke, heb ’k gedaan. Voor niet één zaak moest zoo gesnuffeld worden—niet één was zoo ingewikkeld. Dat behoef ’k zeker niet te resumeeren!.…Dolf.Resumeer gerust—laat m’n vriend, den dokter meesmuilen—die denkt honderd tegen een, dat we stil hebben gezeten! Moordenaarswerk! In ’n woestijn vind je iemand makkelijker, dan in de zoogenaamde geordende samenleving! ’n Schande, ’n schande.… Niet rooken?.…Schmidt.’k Steek ’m liever bij me. Dank u. Dokter, die vrouwspersoon is met of zonder ’r kind radikaal, spoorloos verdwenen—spoorloos. Toen de zaakgelastigde van wijlen mevrouw me bij zich ontbood, zonder te zeggen wat ’r aan ’t handje was, zei ’k, zoo zeker als van ’t uur van m’n dood, dat ’t bagatel—’t bagatel: ’k had lastiger zaakjes uitgepluisd[186]—binnen ’n week afgehandeld zou worden. Dat kon ’k beloven, kon ’k, omdat we aan de kleine strafzaak tegen meneer houvast hadden, dat van.…Dolf.Jawel jawel—meneer is me zelf met nòg wat vrienden met ’n tweespan aan de gevangenis komen afhalen, hahaha! Herinner je je, Jantje?Dokter.Hahaha, en hoe!Schmidt.De dossiers heb ’k nageslagen—vond den naam van den koloniaal—werkte den Burgerlijken Stand ’89,’90,’91 af, zag dat de koloniaal in’94 in Atjeh stierf—geen zuster ingeschreven—niet één zuster.…Dokter.Hoe is dat mogelijk? Hij trok toch voor z’n zùster partij!Dolf.Val nou niet in de rede, Jantje, kind! Je hoort toch de feiten! Natuurlijk ’n uit z’n duim gezogen zuster, om zelf geen straf op te loopen—we hebben allebei legio zusters in die dagen gehad!Schmidt.Toen zat ’k vast. De brief aan mevrouw, dien ’k in ’t begin niet lezen mocht, was met Sofie onderteekend—en meneer had ’r nooit anders dan, dan.…Dolf.Dan kreeftje genoemd—omdat ze zulk magnifiek rood haar had—en gek met kreeft was—één avond twee heele bussen.…Schmidt.Toch erg onverstandig, als ik ’t opmerken mag—’n verhouding zonder vàn.…[187]Dolf.Gebeurt me ook nooit meer. Kreeftje, Puckje, Snipje—’k moet ’t me afwennen.Schmidt.’n Volle maand ben ’k bezig geweest—de sigarenwinkel was verdwenen—de handschoenenwinkel sinds jaren op de flesch. De college-vrienden van meneer, die ’k zoo voorzichtig mogelijk en met de wanhopigste tact polsen wou, hadden niet zooveel geheugen meer—getrouwde menschen mèt posities—alleen ’n ongetrouwd lid van de Rechtbank sprak óók van Kreeftje.…Dolf.Hahaha! Plums! Herinner je je Plums nog—Plums met z’n museum schelknoppen en andere gemoerde dingen! En vertel ’ns van je bezoek aan Baars, Schmidt—Kostelijk! Kostelijk!Schmidt.Mr. Plums zei dat Dominee Baars ’r mogelijk ook gekend kon hebben—mógelijk. Die was juist naar ’t Noorden beroepen. Die vroeg ’k met ’n niet te beschrijven tact, dokter—’k zette overal ’t gesprek in, of ’n erfenis losgekomen was—of hij Kreeftje.… Net kwam z’n vrouw de studeerkamer in. Dominee keek me niet bepaald aangenaam aan, liet me tot an de deur uit, sméét die achter me toe—met ’n bons.…Dokter.Vermakelijk!Dolf.’k Had er bij willen zijn!Schmidt.Op de registers van den Burgerlijken Stand van die jaren heb ’k gezweet, dokter—ben ’t monnikenwerk begonnen na te gaan welke juffrouwen[188]met den voornaam Sophie—aan Kreeftje had ’k bijzonder weinig—verhuisd of.… bevallen.… of gestorven waren. Hielp niemendal. Een Sophie, dochter van ’n slager, was naar Antwerpen vertrokken—een, dat was onder de onechte geboorten, had ’n tweeling gekregen.…Dolf.De hemel beware me!Schmidt.…Later getrouwd met ’n aannemer—geen sprake van ’n bijnaam Kreeftje.… Drie waren ’r gestorven, dochters van bekende ingezetenen—een was in ’n bordeel beland, stond in de ouwe politieregisters geboekt met zwàrt haar. Ik verzeker u, dat ik ’r nachten voor opgezeten heb—en namen overgeslagen, in die kleine universiteitsstad, behoort tot de wetenschappelijke onmogelijkheden, zou ’k durven beweren. Jammer dat mevrouw destijds dien allereersten dreigbrief mèt ’t goeie adres verscheurd heeft—dan waren we ’r geweest.Dokter.En waar haalt u dan die vijf meisjes, die beneden wachten, vandaan?Schmidt.Waar? Als niets je meer helpt—je niet ’t minste, geringste spoor vindt—de jonge dames die zich met studenten afgeven, zijn dikwijls overdag fatsoenlijk in betrekking.…Dolf.Zij ook—in die handschoenenwinkel.…..Schmidt.…Op de flesch en zonder adres vertrokken—voor schulden—Als je uitgepraat ben, kun je nog enkel aanhoudend adverteeren.…[189]Dokter.Gezocht ’n juffrouw met rood haar, die in ’90 den bijnaam Kreeftje had?Schmidt.Nee, dokter.Dolf.Heb ik je de kranten nog niet laten zien?Dokter.Jij mij? Wanneer?Dolf.Heeft Hope je niet ingelicht?Dokter.Hope? Die wordt al stil en gesloten als ze je náám hoort!Dolf(pakket van de schrijftafel nemend).Dossier van de … verloren dochter. Die blauwe potloodhalen! Je hoeft ’r maar een te lezen—allemaal ’t zelfde! Ach, ach, wat ’n fumisterie, om m’n woord tegenover de goeie, geëxalteerde ziel te houden!Dokter(lezend).„Erfgenaam opgeroepen”? Is ’t dat?Schmidt.Natuurlijk. Om met tact—met tact—achter de waarheid te raken, moet je ’n gevatten aanloop zoeken.…Dolf.Wou jij soms liever, dat ik annonceerde:Adolf van Walden, zoekt de dochter van ’n zekere Sofie, bijgenaamd Kreeftje, aan wie hij in ’90(korzelig)… alle duivels, de historie hangt me de keel uit!… De nonsens, om iemand zoo’n absurditeit op te dringen.…Dokter.„Erfgenaam opgeroepen”. Dat zijn advertenties, die ’r inhakken!(lezend).„Deexécuteur-testamentair[190]van wijlen kapiteìn Van Reessen”… Ben jij dat?Dolf.Doe me ’t genoegen en lees zachtjes!Dokter.Veel te merkwaardig, om in je eentje te genieten!… „van wijlen kapitein Van Reessen, bij leven gezagvoerder ter koopvaardij, heeft in opdracht een belangrijk legaat uit te keeren, aan de dochter van zekere juffrouw Sofie, achternaam onbekend, dewelke dochter einde 1890 of begin 1891 geboren werd, vader onbekend”.Dat is niet bijzonder duidelijk!Dolf.Zeg, zou jij ’r de zegen niet van af willen nemen?… De vijf komen toch niet uit de lucht vallen!Dokter.En àls—áls—’t gelúk je meeloopt: wat dan?… Wat doe je dan met zoo’n meisje?Dolf.Ik doe niets—kapitein Van Reessen, oud-gezagvoerder doet. ’n Betamelijk jaargeld—’n centje om te trouwen—’n … Als mama me zoo in de klem zag, zou ze meelijden met me hebben!… In geen drie maanden rust, om ’n caprice! Heb jij—die daar zoo genoegelijk zit te grunneken—makkelijk lachen van ’n ander z’n pech!—heb jij zekerheid, dat ’r niet ergens ’n Lindentje zwerft? Dat kleine rooie Kreeftje—nee kwaad mag ’k niet van ’r spreken—’t was ’n aardig ding.… Als ’k ’n enkele, dood-enkele keer op m’n kamer zat te zwóégen, zwerend dat ’k niet naar de kroeg zou gaan, dan kon je zoo zachies in de straat(imiteert het signaal van daareven)hooren fluiten—en als je dan je[191]kop door ’t raam stak, zag je de leuke rooie pruik … Dan smeet je de sleutel naar beneden—en dan—dan leien je gedrochtelijke boeken ’s morgens net zoo eender—Jammer toch—jammer—verdomd jammer van de meìd—heeft nooit geld van mìj willen aannemen—Plums, Baars moesten dubbel betalen.… Nou, Schmidt—waar wachten we op?[Inhoud]Achtste Tooneel.De vorigen, Hope.Hope(door de bibliotheek binnentredend).Goeien morgen, heeren.Dolf.Was jij daar al làng?Hope.Pardon. Ik kom zoo juist binnen—stoor toch niet?—Dag dokter—dat is charmant van u.…Dolf.Heeft die ezel van ’n Jaap je den weg niet gewezen?Hope.Jawel—zou u me even.…Dokter.Meneer Schmidt, detective—zuster Hope.Hope(na wederzijdsche buiging).Jawel zeker heeft ie den weg naar de wachtkamer gewezen. Hij dacht dat ik ook.…Dolf.Hahaha! Onbetaalbaar!.… Buitengewoon!Hope.Toe meneer—we zijn niet „onder ons”.Dolf.’k Zie ’t ’m zoo doen met dat gebit, dat-ie nog[192]’ns inslikt, als-ie strooppannekoeken eet—en met z’n gedistingeerden duim, hahaha!… Hope, wat kijk je weer als ’t laatste kwartier achter ’n wolk! Mag ik je even ontlasten?Hope.Nee meneer—ik hou liever alles aan.Dolf.Ook je hoed?Hope.Ook m’n hoed.Dolf(haar de rozen presenteerend).Met m’n eerbiedigst welkom bij je eerste bezoek—en als souvenir aan de plechtige gebeurtenis van vandaag.…Hope(koeltjes).Dank u wel. En mogen die meisjes nu boven komen? ’n Bijzonder genoegen voor ze..Dolf.Wat bedoel je?Hope.Ik bedoel—nee niets. Of ja! Waarom zou ’k ’t niet?.… Héél kiesch lijkt ’t niet, meneer, vijf in elkander’s tegenwoordigheid te brengen die nu van mekaar wéten dat ze onechte kinderen zijn.….Dokter.Kom, vindt u dat zoo erg.…Hope.Ik ja—Als kind heb ’k dat óók erg gevoeld.…Dolf.Hope—we zijn niet alléén.…Hope.Nee—dat zei ’k juist zelf. Meneer—meneer.…Schmidt.Schmidt.…[193]Hope.Meneer Schmidt blijft voor ’t.…. kruisverhoor?Dolf.Schmidt is opzettelijk gekomen, om met de stukken te verifieeren of de identiteit kan worden.…Hope …Vastgesteld?Dolf.Jà, Hope!… Of moet ìk in ’n vloek en ’n zucht pà van ’n anderman’s pa-lóós kind worden?Hope.Op weg hier na toe, dacht ’k, dat ik als vróúw—als eenige vrouw met de zaak bekend—de aangewezen ondervraagster van die meisjes kon zijn—uw mama zou ’t beslist hebben gedaan, als ze nog leefde.…Schmidt.Pardon, zuster—en neem me niet kwalijk, als ik me in ’t gesprek meng—ik geef in overweging, dat uitsluitend ik en niemand anders de noodige vragen stel. U heeft den ondergrond van ’t geval in uw gedachten—zij weten niet beter dan voor ’n erfenis, ’n èrfenis, opgeroepen te zijn. En zelfs als een van de vijf de meest frappante antwoorden geeft, dienen we nog gereserveerd te blijven—moet ’t aan mij worden overgelaten de laatste informaties in te winnen op ’t bevolkingsregister, bij buren en zoo voort.…Hope.Dus dan ben ìk niet noodig?Schmidt.Direct nee!—Noodig zijn meneer Van Walden en misschien de dokter, die Kreeftje—pardon juffrouw Sofie—’n paar maal gezien meent te hebben.…[194]Hope.Dan wensch ’k de heeren veel succes.…Dolf.Is dat ernst, Hope? We staan ’r op, Jan Linden en ik—wat Jan?—dat je de vertooning van a tot z volgt.…Hope.Ik houd niet van dat soort vertooningen.….Dolf.Val je weer over ’n woord, hahaha!…Dokter.Zuster, heel, heel erg verkeerd! Gesteld dat we slagen—begint dan niet uw taak?…Hope.Nee, de zijne.Dokter.(haar in een fauteuil neerdrukkend)Stribbel niet verder tegen!—Uw opmerking straks was niet onjuist—wij kunnen den raad van ’n zuivervoelende vrouw uitnemend gebruiken—’t spijt me dat ’k m’n eigen Annie niet meebrengen mocht.…Dolf.Diplomaat!(schelt)Nu exécuteur-testamentair van wijlen kapitein Van Reesen—in positie asjeblief!(tot Jaap in de deur)Opdienen! Die met ’r móéder ’t allerlaatst.… Ze weer uitlaten als ’k schel—’n nieuwe bovenlaten als ’k voor de tweede maal roep.En avant. Den heelen middag spendeeren we ’r nièt aan.…(telefoonschel—tot Linden, met angstige stem)… Wil jij even, Jantje—of nee: jij gaat ’r te onstuimig mee om!(vraagt met veranderde stem)Wie daar?… Hallo?(opnieuw gewoon)Ben jij ’t Bannema?… Kerel, ’k ben gekookt!… Nee, geen dankjes!… ’t Eenige wat ’k je kwalijk neem, is dat je me zoolang onder de wijn heb gehouen! Geen vier uur getukt! Goed, goed—[195]maar op ’t oogenblik heb ’k belet. Adieu! Tot vanmiddag!(tot het meisje dat de laatste woorden gehoord heeft, en bij de deur verlegen lacht).Ben jij?… Pardon—ik zou m’n mond houden!Laat ’r gaan zitten, meneer Schmidt.[Inhoud]Negende Tooneel.De vorigen, Grete Donker.Schmidt.Hoe heet u?Grete.Grete Donker.…Schmidt.(in portefeuille snuffelend)Juist—u heeft op de advertentie geantwoord—en ik heb u verzocht om een uur bij meneer Van Walden te komen met uw papieren. Heeft u die meegebracht?Grete(verlegen)…Da’s te zegge, meneer—me geboortebewijs hè-’k—en me getuigschrifte van me laaste betrekking.…Schmidt.(het geboortebewijs inkijkend)Bij wie dient u?Grete.In de winkel van Sannes, as.…Schmidt.(nauwelijks luisterend).Geboren 5 December ’90.…Dolf.5 December—Sinterklaasavond.…Grete.(verlegen)Ja. Hèhèhè!.…Schmidt.Waar woonde uw moéder—uw vader, heeft u die gekend?.…[196]Grete.(giftig).Nee, die smeerlap het me moeder voor alles alléén late opdraaie, toen-ie voor de Oost teekende.…Schmidt.Waar woonde uw moeder, toen u geboren werd?Grete.Weet ik dat!.…Schmidt.Ik bedoel geen naam van ’n straat—de plaats—de stad.…Grete.Dat staat toch in ’t geboortebewijs.…Dolf.Jongen, Schmidt—da’s niet listig van je!Schmidt.(’n tikje geergerd).Ik heb daar m’n reden voor, meneer.(tot Grete).Dus dan is u zéker in Amsterdam geboren—en daar woonde uw moeder al vóór dien tijd?Grete.Me benne d’r nooit vedaan geweest. Me moeder is d’r gebore en gestorreve.Schmidt.Nog één vraag, meisje—dan weet ik voorloopig genoeg, tenzij een van de andere heeren nog iets wil weten—welke kleur haar had uw moeder?Grete.Bruin—maar ’t laaste jaar in ’t gasthuis wit.Schmidt.Dank u. Ik geloof nièt, juffrouw Donker, dat u in aanmerking zal komen—maar in ieder geval hoort u nader van me.Grete.As ’k maar ’n klèin beetje krijg—’k ha-d’r zoo op gevlast.…[197]Dolf.Daar zullen we over denken—iets schiet ’r altijd op over. Dus uw vader kan nooit ’n student zijn geweest.…?Grete.’n Stedent? ’n Stedent? Nee, daar had moeder de smoor an, omdat ze in ’t gasthuis zoo om d’r bed zworreve.…Dolf.Dan kan ze gaan, hè? Dag juffrouw.(schelt).Grete.Dag heere—dag zuster.(af).Dolf.Da’s één niet uit de loterij.(schelt)Nummer twee!(tot Hope welke bij de laatste vragen op is gestaan—bij den doorgang naar de bibliotheek boeken uit de rekken nemend).Blameer me niet—’r zijn ’r geen zes opengesnejen—allemaal mise-en-scène!—geleerdheidspatserij!—en die wèl in handen geweest zijn, kunnen ’n luchtje hebben!..(Hope glimlacht pijnlijk, zit weer in den fauteuil)Weet je, Jantje, dat ’k vannacht, voor ’k eindelijk insliep, ontdekt heb, dat de vrouw ’t heelal regeert? Mathematisch bewijs?…Vox populi vox Dei: de stem van ’t volk is de stem van God. Dat is een. En ’t nòg bekender:Ce que femme veut, Dieu veut: Wat de vrouw wil, wil God. Ergo de stem van God is de stem van de vrouw.… De stem van de vrouw is de stem van … Binnen![Inhoud]Tiende Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, Suze Meier.Schmidt.Hoe heet u?[198]Suze.Suus.…Schmidt.Verder?Suze.Meier.Dolf.Ga d’r bij zitten, Suze.Schmidt.Ik heb u geschreven …Suze.Asjeblief. ’k Hè de pepiere in ’n pakkie bij mekaar. Me moeder hiet Sefie Meier, ha zellef meegekomme as ze geen mankement an d’r been ha gehad—van ’t water.… D’r fotegrawie leit d’r tussche, toe ze zoo oud as ik was—me vader hiette Cornelis van der Vliet—en ha femilie die Van Reesum hiette—en ha geen tijd met me moeder te trouwe, omdat-ie sjecheerder bij de Spoor was en in negetig overreeje wier vlak voor ze anteekene zoue … Nou da’s geen schande voor mijn. En me moeder ken d’r ook niks an doen. En de naam Reesum het ze meer as eens hoore noeme—die was toe stuurman op de paketdienst.…Schmidt.Ho! Ho!… Niet zoo doorslaan, juffrouw Meier …Suze.Me vader.…Schmidt.Suscht!.. Even inkijken.(leest de papieren, die hij in de hand gehouden heeft)Dolf.Geef u mij ’t portret, meneer Schmidt.(bekijkt het)Nee. Nooit gezien. Onmogelijk.(droog)… En[199]’t is natuurlijk onwaarschijnlijk, dat uw moeder in ’90 den bijnaam Kreeftje had?Suze.Kreefie?… Hèhèhè!… Kreefie … Da’s me ook ’n verneukerij!… Wie hiet ’r Kreefie?…Schmidt.Ik heb van mijn kant niets meer te vragen, meneer …Dolf.Ik evenmin, geachte exécuteur-testamentair!Schmidt.Dan wordt u wel bedankt, juffrouw.Suze.Gossie—is ’t al afgeloope?—U het me pepiere haast niet ingekeke … De brieve van me vader an me moeder, toe-ie nog vree … In die eene met de inktveeg d’r op zeit-ie dat z’n oome Reesum.…Schmidt.Ik zal u morgen bericht geven en op vergoeding van de reiskosten kan u rekenen.…Suze.Gossie, gossie meneer—me broeie d’r zoo allejeezis op!—Door me moeder d’r water in d’r beene, staat de helleft van ’t boeltje achter de schuine deur.… ’t Klopt toch met de avvertentie.…Dolf.Vergeten zullen we u niet.(schelt)Suze.(opstaand naar de zij der deur)… As meneer dan me nieuw adres wil schrijve … Van de Tolsteeg gane me verhuize—morrege—na de Zijp nommero 78 bove—dan ben ’k dichter bij de febriek. Het u ’t?.…Schmidt.Ja, ja.Suze.Heere … Heere … Jefrouw …(af).[200][Inhoud]Elfde Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, SofieDelange, Agnes Delange.Dolf.Hahaha!.. ’k Had waarachtig moeite me goed te houen. Dat schepseltje heeft nou ook geen seconde d’r handen stil in d’r schoot gehad, terwijl ze bezig was—of ze ’r den St. Vitusdans in te pakken had!—Uit je humeur, Hope?—Kind, we zijn nog niet op de helft. ’n Goed hengelaar doet ’t met geduld. M’n kans is nog niet verkeken.…(tot de binnentredenden)… Ja!… Kom binnen!… Twee?… Twee tegelijk?… Schmidt: da’s je tweeling!.…Schmidt(tot Agnes)… Wil ù sivoeplee weer na de wachtkamer teruggaan?… Een voor een sivoeplee!Sofie.Da’s me zus, meneer.Schmidt.We kunnen ’t zònder getuigen af.Agnes(driest)… De heer van me zus wou niet dat ze alléén.…Dolf.Is-die fameuze heer bang dat uw zuster opgegeten zal worden?Agnes.(driest)Opete nee. Opete late me zus en ik ons niet—maar me kenne de foefies van de heere—me benne niet van gister … Ik zee: je vliegt ’r niet in—en de heer van Fie zee óók je vliegt ’r niet in.… Daar het u niet zoo zuur om te kijke—want mijn.…[201]Dolf.…Spreek uit.…Agnes …Nee ik smoes niks meer. Je zeit licht meer as je verantwoorde ken, waar Fie?.….Schmidt.(haar in de rede vallend)… ’t Is welletjes, juffrouw …(tot Sofie)… Dus ù komt op de advertentie?Sofie.Ja ik—ìk kreeg ’n briefie, om hier bij meneer te komme.Dolf.…Gaat u zitten.Agnes.O, wat ’n lèkkere stoele! Om in te sterve! Precies as bij …(slaat de vingers in gebaar van iets in te houden voor den mond).Sofie …De papiere, die op ’t lijstje stonde, hè-’k meegebracht—me geboorteacte.….Schmidt.…Asjeblief.…Agnes …Jawel—met ’n máár d’r bij—me late niks achter as tegen bewijs.…Sofie …As tegen bewijs.…Schmidt.We geven u alles dàdelijk weer terug.Agnes.Dan is ’t goeie, Fietje.Schmidt.…Geboren 17 Februari’91 in—Leiden …Dolf.…In Leiden?… Sakkerloot!… Opletten, Jantje boy!.…Schmidt.…Woont uw moeder nòg in Leiden?[202]Sofie …Of ze d’r …?… Wéte me dat, Agnes?Agnes …Nou da’s niet te denke, hahaha! Ze hèt ’r in negetig en zoo gewoond.Schmidt …Zou u wat duidelijker willen antwoorden? We zitten hier niet om raadseltjes op te lossen.Agnes.Nee, me zitte wel as onze lieve Heer zèlf in die stoele van leer—maar voor cherades benne me hier niet. Mòt dat nou an zoo’n bóél mensche verteld worde?.…Schmidt …’t Is in ’t belang van de erfenis, niet waar?Agnes …As ’t dan geen pan en geen kul is—ù hoeft niet weg te gaan, zuster!.…Hope …Zoo als u wil.…Agnes …Blijf op uw gemak!—(Hope zit weer).In u hebbe me meer vertrouwe as in die meneer …Dolf.Dank je wel—wat ’n zeldzame.…Agnes … Googemert, wat!—Zeg me kenne de wereld, me zus en ik!—Me moeder, meneer van de politie—nou herken ’k je, hahaha!—is d’r in ’95 met de een of andere druif vandoor gesjeesd.…Schmidt …Toe, toe, toe!Agnes.Je vraagt ’t toch!… Toe het tante ons in d’r huis genome—Me hebbe geen van twee ’n vader—wat Fie?—de mijne is getrouwd en woont in Den Haag—béwijze ken ’k niks—die van haar—[203]nou, Fie, doe ook ’n mondje open—jij ben de oudste en mijn laat je klesse.….Sofie …Ik ken me vader niet—Ik ben in Leiden gebore—zij in Brussel.….Schmidt …Had uw moeder in Leiden ’n bijnaam?Sofie …Weet ’k niet.Agnes …Dat zal wel. En die zal ze gloeiend verdiend hebbe, ’t mensch!.…Schmidt …Dat vragen we niet.Agnes …O.Schmidt …Herinnert u zich—’95 is ’n heele tijd—welke kleur haar uw moeder had?.…Sofie.Rood—as me zus.Agnes.Dat hoef-ie ’r niet bij te zegge—ze zijn blind.….Dolf …Rood?… En ze heette Sofie?Sofie …As ik.(een stilte).Agnes …Nou zeit niemand wat?Dokter.(tot de twee)… Ik zou wel graag willen hooren wàt uw moeder in ’90 in Leiden dee? Weet ù dat of ù?Agnes.Niet veel bijzonders ken je wel denke.Dokter.Dàt bedoel ik niet. Had ze de een of andere betrekking?[204]Sofie.Hoe kenne wìj dat raje?Agnes.Toe tante nog leefde, zee ze dat moeder—nou laa’k ’t maar nièt zegge.…Sofie …Nee, zeg ’t niet. ’t Het ’r niks mee uit te staan.….Dolf …(aarzelend).… Kan uw moeder ’n relatie met ’n student hebben gehad?Sofie …Wat geloof jij, Agnes?Agnes.Ik geloof niks. Student of geen student—’n pàtser was ’t gedorie—om me zus te late stikke.…Schmidt …Jawel, jawel. Maar nu de puntjes op de i—wat noodzakelijk is!—Zou een van uw andere familieleden zich misschien kunnen herinneren.….Sofie …Me hebbe ènkel ’n neef, die we nooit zien.Schmidt …Zou die weten.….Agnes.Dat broekie!… Die weet enkel van vuile en schoone kinnen—die barbiert.…Dokter …Kàn uw moeder bijvoorbeeld in ’n sigaren- of in ’n manufacturen- of in ’n handschoenenwinkel in betrekking zijn geweest?Sofie …Alles ken.…Agnes …Wij benne op ’n atelier—dan ken zij.… Kan òns ’t schelen!Hope.Wil u mij eens antwoorden?[205]Sofie.Natuurlijk juffrouw.Agnes.(verbeterend)… Zuster—zie je toch!Hope.Hindert niet. Heeft uw moeder nooit aan uw tante ’n woordje geschreven?Sofie.Jawel juffr.…—zùster.Hope.Uitstekend. Dat móét zekerheid geven—voor de erfenis—als u een of meer brieven bewáárd heeft..Agnes …Ja. Me hebbe d’r ’n berg van—uit Amerika, wat Fie?… Van ’96 en ’97—as ze cente an tante stuurde—en toe nog is een van ’99—sekuur hoor—twee negetjes naast mekaar—dat was de laatste.….Sofie …Vergis je je niet?Agnes …Nee hoor!.. D’r was vijftien dollar bij …Hope.…Zouen wij die brieven.….?Dolf …Waarvoor?… Voor wat?Dokter …Ja, zuster, is dat nóódig?Hope …Nee. Dat is te omslachtig. We kunnen ’t makkelijker af!(tot Dolf)… Heeft u den brief, die bij ’t testament van.… van.… kapitein van Reesen lag, bij de hand, meneer?.…Schmidt …Voortreffelijk, zuster! Bravo! Ik begrijp uw bedoeling!—Ja, meneer Van Walden: die brief kan den doorslag geven, bijna volkomen.….Dolf.(een la van het bureau opensluitend)… Ja, dien[206]heb ’k ergens gestopt—gestopt—gestopt—Nee, hier niet(andere la openend)… Da’s ’n sla overal—’n hutspot—moet ’k toch eens probeeren te ordenen.… Wel wat drommel, gevlogen kan-ie niet zijn …(zoekend).Nee—nee—nee … Waar kan-ie dan? Curieus: gebeurt altijd als je iets noodig heb!.… Eureka!.… Eureka!.… ’t Lag vlak voor m’n neus …(neemt den brief uit den sigaren-schedel).… Zeker door Jaapje verlegd.… Voilà, monsieur Schmidt.… Snappen doe ’k ’t niet.…Schmidt.(fluistert Hope iets toe—zij knikt)… Zoo dames—nu hou ik dezen brief ’n beetje gevouwen—den héélen inhoud hoeft u niet te lezen!—en antwoordt nu eens vooral niet te haastig of de handteekening Sofie èn of ’t handschrift op dat van uw moeder lijken. Zegt u ja—dan moeten wij op onze beurt uw brieven inkijken. Niet haastig—’r hangt ’n boel van af!.…(een aangehouden, nieuwsgierige stilte. Agnes buigt over Sofie’s schouder, leest hardop).Agnes.…„..Ik—ik”.….—ja daar staat „ik”—„ik ben wel lichtzinnig maar niet slecht mevrouw”…(tot Sofie).… Hou je duim opzij!.…. „en ik lieg niet.… Zoo.… zoo”—hou dan stil, Fie!—„zoo ferachtig as God me hoort.… het is het kind van u zoon … Die zich noempt … Sophie …”Sofie.(haar zuster aankijkend).… Nee, hè?.… Wat vin jij?Agnes …Vraag-ie dat nog?.… Da’s ’n keukenmeidepootje!… Of ze met d’r linkerhand het geschreve![207]Nee—moeder het ’n lóópende hand—dat lijkt op niks!—„ferachtig as God me hoort”.… Ferachtig.… Ferachtig!.… Daar hoef-ie geen twee telle over te prakkizeere.… Da’s zoo min van onze móéder as ìk van me schooier van ’n vader ben.Dolf.(opgelucht)… En is ’t ònmogelijk, dat uw moeder vroeger Kreeftje heette?Sofie …Kreefje, hahaha!Agnes …Nou beginne me te merreke hoe laat ’t is! Wat ’n flauwe bak! Goed da-je niet alleen op visite gegaan ben, Fie. Magge me de papiere terug asjeblief?Hope.’t Was geen aardigheid, juffrouw—ìk zal zoo vrij zijn nog eens persoonlijk bij u aan te komen.Agnes.As ’t voor die brieve is, hoeft ’t niet, zuster—moeder d’r schrift is met dat vuur en water. Blijf jij nog zitte?… Dag mensche!…Sofie.…Dag juffr … zùster. Dag heere …Agnes.(bij de deur)… As ’t géén aardigheid met dat Kreeftje was—dan het de màn van die Kreeftje toch zeker óók ’n fijne bijnaam gehad … Bejour allemaal!(geprikkeld af. Hope is bij de laatste woorden de bibliotheek ingeschuifeld.)Dolf.(schellend)… Dat was ’n stelletje! En die kleinste … nou! ’n Verbazend vief ding! Twee, drie jaar ouwer, dacht ’k terwijl ze bezig was—en ze zou … Complicatie voor ’n roman fin-de-siècle: de[208]zuster van je dochter trouwen—grootpapa van je dochter—goed dat Hope me niet corrigeert …(tot Jaap)… Nou? Waar blijft de moeder met … ’k Had je toch gezegd …[Inhoud]Twaalfde Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, Jaap.Jaap …’k Wou daarnet niet storen, meneer—maar dat meissie is benejen niet goed geworden—het ’n toeval of zoo iets.…Dolf.Had je niet eerder.…(naar deur).Dokter …Ik zal even kijken, Dolf—blijf jij.….(af door Jaap gevolgd).Dolf.Dan kunnen wij de séance opbreken, meneer Schmidt—Mocht voor die twee beneden uw advies noodig blijken, dan telefoneer ik.Schmidt.Goed meneer.Dolf.En uw declaratie ontvang ’k graag met zeer bekwamen spoed.Schmidt.Dank u, meneer. Dus nièt langer adverteeren?Dolf.(luchtig).Nee—nee. ’t Heeft geenZweck. Ik heb m’nSchuldigkeitgedaan—”derMohrkann gehen”… Een moment nog. U zendt me de adressen van die erfenisjaagsters. Licht dat ze ’n kleine verrassing krijgen!Bonjour! Bonjour![209]Schmidt.Uw dienaar, meneer—u heeft me maar te ontbieden.(bij de deur voor Jaap uitwijkend).Uw dienaar, meneer.Dolf.En?Jaap.Of ’k effen om ’n rijtuig mag telefoneeren?Dolf.(in de bibliotheek kijkend).Ga je gang.Jaap …1290 … Rijnders?… Met Van Walden. Dadelijk vigelante—dadelijk.(schelt af).Dokter …’k Ga ’r vandoor Dolf—Zijn de anderen al weg?(Jaap af)… ’k Zal ’r met ’n rijtuig thuis brengen.Dolf.Toch niet sérieus, boy?Dokter.’n Epileptisch toeval, de stakker—is alweer bij kennis …Hope …Kan ik behulpzaam zijn, dokter?(komt uit doorgang van de bibliotheek).Dokter.…Nee zuster. De eigen moeder is ’r óók bij—en dan rijd ik meteen door.(tot Dolf)… En geen sprake van dat!… Heeft nooit ’n voetstap in Leiden gehad … Kind van ’n marinier die in ’t gekkenhuis overleden is … Wat ’n stakker, wat ’n wurm!… Zit benejen te snikken, nou ze ’r positieven terug heeft, dat je ’r beroerd bij wordt.… Adieu. Tot ziens, Dolf … Tot straks, zuster.(af).[210][Inhoud]Dertiende Tooneel.Dolf, Hope.Dolf.Je heb toch gehoord, dat Linden ’t alleen af kan?Hope.Ik word aan de Stichting gewacht.Dolf.Lunchen we samen—kom zeg nou niet nee!(wil schellen).’k Zal orders geven, dat ze in vijf minuten.Hope.Dank u. Dag meneer.Dolf.Dag meneer! Dag meneer! Hope, je behandelt me niet fair, niet loyaal! Al m’n voorkomendheden stuiten af—op ’k weet niet wat.… Ik buig me—ik gehoorzaam, om ’t zoo te zeggen, aan élk van de dingen, die jij nog niet eens uitgesproken heb, en jij—jij gaat voort—met ’n stugheid, die me razend maakt …Hope.Meneer …Dolf …Schei uit met je ge-meneer—voor jou ben ’k Dolf!…Hope …Dat laat zich niet dwingen …Dolf …Niet dwingen?… niet dwìngen?… Kan ’k je niet volkomen eerlijk in je oogen kijken, als ’kbeweerdat ’k nà dien nacht bij mama’s lijk van elk gebaar, van ieder uur rekenschap kan geven? Dat wordt op die manier ’n soort coqueteeren, ’n misbruik maken van dat ééne incident …[211]Hope …Meneer …Dolf …Ik wìil je meneer niet meer hooren!Hope.(wrevelig)… Daar zal u toch aan moeten wennen. Ik heb niet één reden vertrouwelijker met u om te gaan …Dolf …Dus die onzinnige jacht op ’n kind—doorgezet, om de belofte aan mama—maar nòg meer om jóú—wat je wist, wat je voelde!—die was je geen afdoend bewijs, hoe me dat vroegere speet, hoe ik van jou.…Hope …Nee—die onzinnige jacht heeft me … Dag meneer. Ik geloof dat ’t beter is, op ’t oogenblik allerminst met elkaar uit te spreken.Dolf.Hope—ik sta ’r juist op. Misschien zet je hier in geen tijden ’n voet.…Hope …Nóóit meer.Dolf.(gebelgd)… Heb ’k de minste onhoffelijkheid begaan?… Was m’n welkom geen bloemen-attentie?Hope …Meneer, meneer—ik ben op ’t moment in zoo’n verbitterde stemming, sta zoo wanhopig-vervreemd tegenover u, dat ’k bang ben voor ’n explicatie.Dolf …Heb ìk tot die „verbitterde stemming” aanleiding gegeven? Ik.…Hope …(neerzittend—gejaagd-smartelijk)… Ik heb daarstraks zoo’n moeite gehad me in te houden—u niet in ’t bijzijn van de anderen te … te beleedigen …[212]U is zoo gezond—zoo gezond—zoo stevig—zoo stellig—zoo geestig—ik zoo zwaar op de hand—zoo aarzelend … O, wat háát ik u—wat heb ’k u innig zitten haten—vanaf m’n binnenkomen hier, toen u enkel vernuft, vernuft, vernuft in plaats hàrt, hàrt toonde …Dolf …Hope.…Hope …’t Was „onbetaalbaar, buitengewoon” dat uw bediende me in de wachtkamer bij die kinderen liet—door de telefoon vroeg u of ze chocolade, anijsmelk moesten hebben … De belofte aan dat prachtige menschje, dat nog geen minuut nadat ’k ’r verlaten had, dood uit ’r bed viel, is voor u ’n hartelooze grap, ’n „plechtige gebeurtenis”.…Dolf …Hope.…Hope …Hou uw mond! Verzin geen nieuwe vernuftsdingen—ik haal uw eigen woorden aan!… ’t Heette ’n „plechtige gebeurtenis”, ’n „vertooning”… Geen seconde had u de ernst van ’n misdadiger, die bang is z’n òffer te zien!… Wat is dat niet te vinden—in die radelooze Zee van menschen verdwenen kind, anders dan ’n misdadig offer geworden?(heftig)… En nu nòg staat u te glimlachen, met dien ellendigen supérieuren glimlach!… Met die roos in uw knoopsgat—na „de heele nacht onder de wijn te hebben gezeten”—dat is toch zoo, nietwaar?…Dolf.(glimlachend)… Ja, ja …Hope …Met die roos—of ’t ’n studentikooze fuif was—of u ’n „typisch” uurtje meeleefde, heeft u[213]in uw luxe-kamer—wat heb ù anders dan luxe, luxe, luxe, van af uw geboorte gekend?—die kleine optocht van verlatenenen, verwaarloosden gezien … die op ’n brokje erfenis hoopten!… Die stumper, waarvan de moeder met witte haren in ’t Gasthuis gestorven is—de stumper op „Sinterklaasavond” op de wereld geschopt—was de eerste „niet uit de loterij”—aan de fabrieksmeid, voor ’r moeder sjouwend, moest u nog ’ns droog vragen over den bijnaam Kreeftje—en ’r handen hadden den St. Vitusdans!—bij de twee zusters, was u angstig, niet verheugd, niet blij iets te kunnen herstellen—toen weer, terwijl ’k in de boekerij was, sprak u van ’n roman fin-de-siècle!… Jammer dat de laatste niet hièr ’r epileptisch toeval gekregen heeft—u zou ’r nog glossen en glossen bij gemaakt hebben!.…Dolf …Hope—dat gaat te ver!Hope …Te ver?… Te ver?… Die brief, die wanhoopsbrief van Kreeftje, Kreeftje …Dolf.…Die ìk niet verleid heb!…Hope …Die brief heeft u laten slingeren—was zoek, zoek—kwam uit dat ding daar tevoorschijn—die brief, dien ’k haast van buiten ken, waarin ze smeekte, smeekte, als ’n bedelares—voor jouw, jouw kind!.…Dolf.(driftig)… ’n Vrouw die met Plums en Baars en anderen leefde … Wie zwetst dat ’t mijn kind?…Hope …Ik! Zij! Je eigen moeder! Jijzelf!… Heeft je[214]vernuft, je hatelijk vernuft straks niet gezegd, dat de stem van de vrouw de stem van God is?.… Hoe durfjijdan vragen, twijfelen, ontkennen, bij de woorden in dien simpelen brief?.…(’t papier van tafel grijpend—en driftig lezend)… „Ik lieg niet, ik lieg niet—het is het kind van uw zoon!”.…Dolf.…Nonsens! Nonsens!… ’t Kind van ’n studentenscharrel!—Wiè, wiè, wiè zou zich daar, zònder bewijs, zorgen van aantrekken?Hope.…Heeft ze geld van je aangenomen, die schàrrel?… Is ze je vrouw niet geweest, je passe-temps, die scharrel? Heb je de „opvoeding” van je dochter niet aan ’r overgelaten, aan die schàrrel! Is m’n eigen moeder niet op dezelfde manier … Wat voel jij met je glimlach van dat alles?… Wat raakt ’t jou met je roos in je knoopsgat?…(in snikken uitbarstend)… O, ik hààt je zoo, hààt je zoo, hààt je zoo.…Dolf.…Hope—Hope—laat me.…Hope …(wild haar tranen drogend en opspringend)… Redeneer niet meer—praat niet meer—ik kan je stem niet meer hooren!…(af door boekerij—hij staat even houdingloos—maakt een gebaar of hij den brief wil verscheuren—zakt in nadenken op een stoel—begint hem te lezen).DOEK.[215]

[Inhoud]TWEEDE BEDRIJF,(Smaakvolle jongezelle-kamer—weelderig-intiem gemeubeld. Tweede en derde plan, rechts, de gebeeldhouwde deurenvrije toegang tot een bibliotheek, waarvan een deel zichtbaar is—daarnaast een sierlijk schrijfbureau, bestapeld met kunstvoorwerpen, tijdschriften, portretten. Tegen den achterwand, die in het midden een deur met gobelin heeft, dressoirs en standaards met curiositeiten, aquarellen enz. Eerste plan, links, deur-met-gobelin van de slaapkamer. In den schuinen hoek van tweede en derde plan, links, een rustbank met smyrna-kleed. In het midden der kamer een eikenhouten tafel gebeeldhouwd, met gemakkelijke leeren fauteuils. Vroegmiddag.)[Inhoud]Eerste Tooneel.Jaap, Dolf.Jaap(die juist af geruimd heeft, plaatst den dienbak bij de achterdeur, spreidt een gebattikt tafelkleed over de tafel—De telefoon, op de schrijftafel, gaat over. Rustig neemt hij de gehoorbuis).Jawel. Met Van Walden—met de huisknecht—ja, met Jaap—wil u even wachten?(aarzelend)’k Geloof niet dat meneer thuis is—’k zal zien(legt de buis op het tafelblad).Dolf(in de deuropening der slaapkamer).Wat fantaseer je?Jaap.Zachies, meneer … Mevrouw Lebeau: of ze u …[176]Dolf(wenkt met de hand, dat hij er niet is—heel zacht).Op reis!Jaap(bij de telefoon).Hallo!… Spijt me, mevrouw, meneer is niet alleen niet thuis—zooals ’k dacht—hij moet op reis zijn gegaan.… Waarheen? Waarheen?… Ja, dàt weet ’k niet … Wanneer terug?… ’k Zou ’t niet kunnen zeggen—misschien de volgende week.…Dolf(fluisterend roepend).Langer!Jaap.Misschien langer …(houdt z’n lachen in)… ’k Zal ’t meneer zeggen, mevrouw.… Adieu, mevrouw …(hangt gehoorbuis op).Dolf.Nou?… De boodschap?Jaap.Nom de Dieu!… Sacrénom!… Fiche moi le camp … Je me fou de lui …Dolf(hartelijk lachend).Hahaha!… Je ben niet verkeerd verbonden geweest …(de antieke klok slaat twaalf)… Twaalf?… Twaalf!…Jaap.Meneer mag zich wel haasten—om negen heb ’k geklopt—om half tien—om …Dolf(zich uitrekkend).… Man hou je mond—die klok maakt genoeg spektakel(geeuwt).’t Slagwerk haal je ’r vanmiddag uit.…Jaap.Jawel meneer, hahaha!.…Dolf.En lach als je buiten de kamer ben!Jaap.Als ’t u hinder.…[177]Dolf.Ja, ’t hindert me—’k ben bang dat je je gebit kwijt raakt, als je schik in je leven krijgt …(geeuwt)… Wie komt—wachten(af in slaapkamer).[Inhoud]Tweede Tooneel.Jaap,Dr Linden.Jaap(legt eenige boeken op ’t gebattikt tafelkleed, neemt den dienbak—wijkt bij achterdeur voor Linden uit)… Pardon, dokter.Dokter.Is meneer hier?Jaap.Meneer is nog niet bij de hand—heeft pas ontbeten.Dokter.Goed. Dan wacht ’k in de bibliotheek.Jaap.Zal ’k meneer liever?.…Dokter.Nee, Jaapje—dat doe ’k zèlf(Jaap af—hij doet een paar passen naar de zijde der bibliotheek, neemt een fauteuil, slaat ’n boek open, fluit een studente-signaal).Dolf(beantwoordt dat, opent lachend de deur).Excuseer m’n overhemd, kerel … In twee seconden!(wil in z’n kamer terug—draait zich nog even om)Zeg, Jan, fluit dat deuntje geen tweede keer, asjeblief! ’k Wor straks meer dan me lief is, an m’n vervloekten studente-tijd herinnerd—De sigaren staan achter je—in die schedel … Tien tellen!(af—Linden neemt een sigaar, leest—telefoonschel[178]—hij wil luisteren)… Ik ben op reis—op reis!.…Dokter.Wie daar? Madame Lebeau?… Op reis … Pischt, waar ben je na toe?…Dolf.Naar ’n sanatorium in Duitschland—overspannen!Dokter(in den toestel pratend)… Naar Duitschland(verwonderd)… Dank u wel—’k zal ’m telegrafeeren.(hangt toestel in haak)… Of ’k je positief zeggen wou, dat je ’n sale type, ’n cochon …Dolf …Jawel, jawel—ken ’k droomen!(weer af).Dokter(van ’t schrijfbureau ’n paar maal iets opnemend, lacht, gaat opnieuw voor de tafel lezen).Morgen, morgen!Dolf(z’n jas aanschietend)… Morgen!… Kerel ’k ben zoo verdraaid katterig!Dokter.Mooi zoo. En dat vandaag. Is dit de oorzaak?Dolf.Haarspelden? Vond je die hier?… Nee, op m’n woord niet. In geen maanden ’n vrouw bij me gehad! Leg ze nou niet op de tafel! Haal geen grapjes uit!(werpt ze in de snippermand, naast schrijftafel).Dat zul je nu niet gelooven, Jan, maar die dingen vinden we met grossen—of ze jongen. Elk verleden begint bij ’n haarspeld.…Dokter.’t Verleden van die twee kan, zou ’k denken zoo ver niet zijn … Van je bureau opgepikt, haha![179]Dolf.Attentie van dien smakker van ’n Jaap—is geestig op zijn manier!… Nee maar, Jan, vent, kind, hart—kijk me niet zoo guitig an—of je me half gelooft! ’k Wou dàt je gelijk had, wóú dat ’k je slimme schalksche oogjes verdiende! Ach! Ach! Nog ’n kwartier, nog ’n half uur—en ’k zit met m’n katterig gezicht—zie je ’t me an?—in bedrijf nummer zooveel van de allerdolste komedie. Geef me ’n lucifer, vent. Merci. Even ’n trekje. In presentie van m’n collectie dochters—vijf, zegge vijf, zijn op de annonce afgekomen—zal m’n vaderhart fatsoenshalve te actief werkzaam moeten zijn, om ’n Henry-Clay te kunnen rooken. Kind, wat ben ’k slap!Dokter.Hoe laat ben je thuis gekomen?Dolf …Hoe vroeg! ’k Heb drie uur—nee, nou overdrijf ’k—vier uur gemaft(telefoonschel)… Zou je zoo’n créature … Je hoeft niet te twijfelen: Snipje, Snipje … ’k Schaf me telefoon af … Dat is vervloekt als je liaisons je nummer weten.…(telefoonschel).… Jawel, Jawel.… Dat hou ìk ’t langste uit … Is me verleden jaar gebeurd, dat-ie driemaal in ’t uur overging tegen kinderbedtijd, hahaha! Zeldzaam-zenuwachtige tijd!(telefoonschel)… Nou, nou, nou!… Dit volk is hardnekkig.…’k Zal me stem veranderen …(praat in toestel)… Meneer is op reis—ik ben de huishoudster …(schrikkend).Excuse me, Hope, darling—ik had ’t zoo enorm druk—Over ’n kwartier.… Kom je zelf ook?… Je eerste bezoek op m’n kamer!… Je zal als ’n koningin ontvangen worden! Hoeft dat niet? Daar door de telefoon ’n kus … Moet ’k uitscheiden met[180]m’n gekheid?… Ze krijgt ’r ’n kleur van, Jan! Hahaha!… Ja, Linden zit bij me—hoofdcontroleur!… Eén oogenblikje nog, darling! Moeten die vijf dochters van me—’k wil ze àllemaal ongezien adopteeren, om van de last af te zijn!—moeten die op ’t een of ander getrakteerd worden? Chocolade, anijsmelk … Wat?… Wat dan?…(hangt gehoorbuis op)… Laat me staan … Is ’r van door, hahaha!…(schelt electrische knop boven de tafel).Daar had ’k bijna ’n blunder begaan, hè?(geeuwt)… Excuseer! ’k Zou ’r zoo ’n paar uur onder kunnen kruipen.…Dokter …Ik wacht geduldig, om te hooren wat je uitgehaald heb.…Dolf.Uitgehaald?… Eerst met Beelaart, na ’t diner, ’n partij geschaakt—remise, na ’n zit van negen tot eenen … Ja!(tot Jaap)… Haal jij ’ns vlug ’n bouquet witte rozen.…[Inhoud]Derde Tooneel.De vorigen, Jaap.Jaap.Jawel meneer.Dolf.Jaapje—nou nòg eens: lach met meer overleg!(tot Linden).’k Heb ’m de vorige week, voor moed, beleid—vooral beleid!—en trouw ’n nieuw gebit cadeau gegeven, omdat ’k z’n ruine om esthetische overwegingen niet zien kon—en nou lacht dat schaap telkens met z’n tanden óver mekaar!… Schiet op!… De mooiste theerozen, die je krijgen kan! Nou?[181]Jaap(met bedwongen grijns)… D’r zit benejen ’n juffrouw.…Dolf.Wat voor ’n juffrouw?Jaap.Van ’n advertentie—met de moeder d’r bij …Dolf.Zoo. Wachten(geprikkeld)… Wat sta je met je hand? Moet je boksen?Jaap(de gehandschoende hand openen).Me duim is ’r door.…Dolf.Zoo—je duim ’r door? Marsch! En vlug![Inhoud]Vierde Tooneel.Dolf, Dokter.Dokter.Hahaha! Heeft-ie z’n witte handschoenen voor de gelegenheid aangetrokken!Dolf..Zoo’n kaffer! Informeer ’k nou nièt, dan loopt-ie den heelen dag of-ie ’n misvormde knuist heeft! Wat was ’k bezig te vertellen? De partij schaak. Juist. Bij half twee, van plan bijtijds in bed te eenzamen—voor de belangwekkende conferentie!—ontmoet ’k Bannema, Kareltje, enétat de désespoir—driekwart zelfmoord-ideejen—aan de beurs gedobbeld—Jantje, wat ’k zeg is vertrouwelijk!Dokter.Natuurlijk.…Dolf.Gedobbeld, om den staat van z’n vrouw bij te houden. Had ’t al met ’n open gaskraan geprobeerd—niet gelukt—kan ’k niemand aanraden: de weduwe[182]krijgt de gasrekening!—liep gewoon te huilen—’n gat van ’n halve ton, en ’n vermogen naar de weerlicht, als de baisse aanhoudt!—’n Vrouw, die huilt, doet me verbazend weinig—kwestie van gewoonte—’n màn—en wat ’n door en door braaf ventje!—maakt me ondersteboven. Heb ’m geholpen.Dokter.Zoo maar?Dolf.Ruineeren zal ’t me niet. Mama’s aandeel—de goeie ziel: dat is nou net drie maanden geleden!—heb ’k voor veertien dagen met m’n nobelen neef geschikt—et zut!—Je had z’n blijdschap moeten zien! ’k Moest met ’m mee—naar z’n huis—en daar hebben we allebei tot vijf uur zitten pimpelen, de eene flesch Rijnwijn na de andere. ’k Heb ’m ’n tikje om gekregen—hahaha!Dokter.Dolf, Dolf—ik heb geen enkel recht je raad te geven—maar ’t lijkt me toch zacht gesproken onverantwoordelijk ’n dobbelaar, zonder eenig verder onderzoek te steunen—en voor dàt bedrag.…Dolf.Jan, nuchtere kerel, ik ben te katterig, om je ongelijk te geven—maar m’n woord is m’n woord en m’n handteekening m’n handteekening—de cheque is binnen—en de kinderen hebben Kareltje in ’n prachtig humeur gezien, als-ie ook niet te katterig is!Dokter.De kinderen?[183]Dolf.Vier. Ja vier! Hij heeft ’t verder gebracht dan jij … Vannacht om bij half vijf, toen ’k die smerige zaken in orde gebracht had, zei-ie: loop even op je teenen mee, dan zal ’k je de kinder-slaapkamer laten kijken. Ik verzeker je, Jantje—en zonder groote woorden!—dat ik die slapende kopjes niet zal vergeten—zulke hoofdjes—en zulke mondjes—en.… Hahaha! Goud waard! Goud waard! Stel je voor—tegen ’t afscheid staat Kareltje onzeker op, zet nog ’n zes, zeven wijnglazen op de tafel, giet ’r scheutjes in! Wat voer je uit vraag ik.… Ik ben bang, zegt-ie—goddelijk, pyramidaal!—dat me vrouw of de meisjes twéé glazen bij ’n half dozijn leege flesschen zullen zien! Hahaha! Hoe is-ie? ’t Modernste préservatif voor getrouwde mannen, die ’n buitensporigheid doen!.… Ja. Ja.… Binnen![Inhoud]Vijfde Tooneel.De vorigen, Jaap.Jaap.Asjeblief meneer—de rozen.Dolf.Netjes. Daar in de vaas.Jaap.D’r zijn d’r al drie, meneer.Dolf.Allemaal met moeders?Jaap.Nee, meneer—alleen de eerste. En dan is ’r die detective, die al ’n paar maal geweest is.Dolf.Die met.…Jaap.Ja meneer.[184]Dolf.Wat nou ja meneer? Wat heb ’k bedoeld?Jaap.Dat weet ’k niet—ik dacht.…Dolf.Lach niet!… Lach niet!… ’k waarschuw je: ’k neem ’t weer af!… Laat die met—waarvan jij dàcht … laat die boven komen.Jaap.Ja meneer(af).[Inhoud]Zesde Tooneel.Dolf, Dokter.Dokter.Is dat de man die aan ’t snorren geweest is?Dolf.Ja-ja, ’n Gladekker,first class, door den chargé-d’affaires van de goeie ziel, ergens bij de politie opgeduikeld, ’n gewezen inspecteur, gesjeesd omdat-ie te handig voor z’n supérieuren werd!(plukt een knop uit den bouquet, steekt die in z’n knoopsgat).Jan, voortreffelijke kerel, Jan, ouwe boemelaar—als ’t vandaag niet lukt—als geen van de vijf m’n—’t kriewelt in m’n keel, als ’k ’t fatale woord uitspreek!—geen van de vijf m’n dòch-ter blijkt, ga ’k in ’n klooster, om Hope d’r oogen, d’r prachtige oogen te ontloopen … Had je ook niet voor drie maanden kunnen denken, dat ik, ik, door ’n menschje, dat om ’n haverklap m’n uitstekend humeur bederft, dat ’k bij tijden gewoon niet zetten kan—schrikkelijke individuën, die hyper-moderne wijfjes!—dat ìk door zóo een aan ’n zijden draadje rond word geleid!… Als de goeie ziel ’t vodje van ’n brief niet bewaard had—en dien avond van ’r dood niet de obsessie van de Stichting en ’t kinderen-asyl, die groteske belofte.… Entrez! Ga zitten. Steek ’n sigaar op.[185][Inhoud]Zevende Tooneel.De vorigen, Schmidt.Schmidt(nadat Jaap de deur gesloten heeft)… Ze zijn ’r. Kan ’k praten waar meneer bij is?Dolf.Sans gêne! Dokter Linden—ook uit dien tijd—rechercheur Schmidt.Schmidt.Detective, als ’t u ’t zelfde is.Dolf.Je mag je precies noemen zooals je wil, als je ’r maar heb! ’t Zit me tot hier!Schmidt.Over mij heeft u geen reden van klagen! ’t Onmogelijkste, ’t bijna bovenmenschelijke, heb ’k gedaan. Voor niet één zaak moest zoo gesnuffeld worden—niet één was zoo ingewikkeld. Dat behoef ’k zeker niet te resumeeren!.…Dolf.Resumeer gerust—laat m’n vriend, den dokter meesmuilen—die denkt honderd tegen een, dat we stil hebben gezeten! Moordenaarswerk! In ’n woestijn vind je iemand makkelijker, dan in de zoogenaamde geordende samenleving! ’n Schande, ’n schande.… Niet rooken?.…Schmidt.’k Steek ’m liever bij me. Dank u. Dokter, die vrouwspersoon is met of zonder ’r kind radikaal, spoorloos verdwenen—spoorloos. Toen de zaakgelastigde van wijlen mevrouw me bij zich ontbood, zonder te zeggen wat ’r aan ’t handje was, zei ’k, zoo zeker als van ’t uur van m’n dood, dat ’t bagatel—’t bagatel: ’k had lastiger zaakjes uitgepluisd[186]—binnen ’n week afgehandeld zou worden. Dat kon ’k beloven, kon ’k, omdat we aan de kleine strafzaak tegen meneer houvast hadden, dat van.…Dolf.Jawel jawel—meneer is me zelf met nòg wat vrienden met ’n tweespan aan de gevangenis komen afhalen, hahaha! Herinner je je, Jantje?Dokter.Hahaha, en hoe!Schmidt.De dossiers heb ’k nageslagen—vond den naam van den koloniaal—werkte den Burgerlijken Stand ’89,’90,’91 af, zag dat de koloniaal in’94 in Atjeh stierf—geen zuster ingeschreven—niet één zuster.…Dokter.Hoe is dat mogelijk? Hij trok toch voor z’n zùster partij!Dolf.Val nou niet in de rede, Jantje, kind! Je hoort toch de feiten! Natuurlijk ’n uit z’n duim gezogen zuster, om zelf geen straf op te loopen—we hebben allebei legio zusters in die dagen gehad!Schmidt.Toen zat ’k vast. De brief aan mevrouw, dien ’k in ’t begin niet lezen mocht, was met Sofie onderteekend—en meneer had ’r nooit anders dan, dan.…Dolf.Dan kreeftje genoemd—omdat ze zulk magnifiek rood haar had—en gek met kreeft was—één avond twee heele bussen.…Schmidt.Toch erg onverstandig, als ik ’t opmerken mag—’n verhouding zonder vàn.…[187]Dolf.Gebeurt me ook nooit meer. Kreeftje, Puckje, Snipje—’k moet ’t me afwennen.Schmidt.’n Volle maand ben ’k bezig geweest—de sigarenwinkel was verdwenen—de handschoenenwinkel sinds jaren op de flesch. De college-vrienden van meneer, die ’k zoo voorzichtig mogelijk en met de wanhopigste tact polsen wou, hadden niet zooveel geheugen meer—getrouwde menschen mèt posities—alleen ’n ongetrouwd lid van de Rechtbank sprak óók van Kreeftje.…Dolf.Hahaha! Plums! Herinner je je Plums nog—Plums met z’n museum schelknoppen en andere gemoerde dingen! En vertel ’ns van je bezoek aan Baars, Schmidt—Kostelijk! Kostelijk!Schmidt.Mr. Plums zei dat Dominee Baars ’r mogelijk ook gekend kon hebben—mógelijk. Die was juist naar ’t Noorden beroepen. Die vroeg ’k met ’n niet te beschrijven tact, dokter—’k zette overal ’t gesprek in, of ’n erfenis losgekomen was—of hij Kreeftje.… Net kwam z’n vrouw de studeerkamer in. Dominee keek me niet bepaald aangenaam aan, liet me tot an de deur uit, sméét die achter me toe—met ’n bons.…Dokter.Vermakelijk!Dolf.’k Had er bij willen zijn!Schmidt.Op de registers van den Burgerlijken Stand van die jaren heb ’k gezweet, dokter—ben ’t monnikenwerk begonnen na te gaan welke juffrouwen[188]met den voornaam Sophie—aan Kreeftje had ’k bijzonder weinig—verhuisd of.… bevallen.… of gestorven waren. Hielp niemendal. Een Sophie, dochter van ’n slager, was naar Antwerpen vertrokken—een, dat was onder de onechte geboorten, had ’n tweeling gekregen.…Dolf.De hemel beware me!Schmidt.…Later getrouwd met ’n aannemer—geen sprake van ’n bijnaam Kreeftje.… Drie waren ’r gestorven, dochters van bekende ingezetenen—een was in ’n bordeel beland, stond in de ouwe politieregisters geboekt met zwàrt haar. Ik verzeker u, dat ik ’r nachten voor opgezeten heb—en namen overgeslagen, in die kleine universiteitsstad, behoort tot de wetenschappelijke onmogelijkheden, zou ’k durven beweren. Jammer dat mevrouw destijds dien allereersten dreigbrief mèt ’t goeie adres verscheurd heeft—dan waren we ’r geweest.Dokter.En waar haalt u dan die vijf meisjes, die beneden wachten, vandaan?Schmidt.Waar? Als niets je meer helpt—je niet ’t minste, geringste spoor vindt—de jonge dames die zich met studenten afgeven, zijn dikwijls overdag fatsoenlijk in betrekking.…Dolf.Zij ook—in die handschoenenwinkel.…..Schmidt.…Op de flesch en zonder adres vertrokken—voor schulden—Als je uitgepraat ben, kun je nog enkel aanhoudend adverteeren.…[189]Dokter.Gezocht ’n juffrouw met rood haar, die in ’90 den bijnaam Kreeftje had?Schmidt.Nee, dokter.Dolf.Heb ik je de kranten nog niet laten zien?Dokter.Jij mij? Wanneer?Dolf.Heeft Hope je niet ingelicht?Dokter.Hope? Die wordt al stil en gesloten als ze je náám hoort!Dolf(pakket van de schrijftafel nemend).Dossier van de … verloren dochter. Die blauwe potloodhalen! Je hoeft ’r maar een te lezen—allemaal ’t zelfde! Ach, ach, wat ’n fumisterie, om m’n woord tegenover de goeie, geëxalteerde ziel te houden!Dokter(lezend).„Erfgenaam opgeroepen”? Is ’t dat?Schmidt.Natuurlijk. Om met tact—met tact—achter de waarheid te raken, moet je ’n gevatten aanloop zoeken.…Dolf.Wou jij soms liever, dat ik annonceerde:Adolf van Walden, zoekt de dochter van ’n zekere Sofie, bijgenaamd Kreeftje, aan wie hij in ’90(korzelig)… alle duivels, de historie hangt me de keel uit!… De nonsens, om iemand zoo’n absurditeit op te dringen.…Dokter.„Erfgenaam opgeroepen”. Dat zijn advertenties, die ’r inhakken!(lezend).„Deexécuteur-testamentair[190]van wijlen kapiteìn Van Reessen”… Ben jij dat?Dolf.Doe me ’t genoegen en lees zachtjes!Dokter.Veel te merkwaardig, om in je eentje te genieten!… „van wijlen kapitein Van Reessen, bij leven gezagvoerder ter koopvaardij, heeft in opdracht een belangrijk legaat uit te keeren, aan de dochter van zekere juffrouw Sofie, achternaam onbekend, dewelke dochter einde 1890 of begin 1891 geboren werd, vader onbekend”.Dat is niet bijzonder duidelijk!Dolf.Zeg, zou jij ’r de zegen niet van af willen nemen?… De vijf komen toch niet uit de lucht vallen!Dokter.En àls—áls—’t gelúk je meeloopt: wat dan?… Wat doe je dan met zoo’n meisje?Dolf.Ik doe niets—kapitein Van Reessen, oud-gezagvoerder doet. ’n Betamelijk jaargeld—’n centje om te trouwen—’n … Als mama me zoo in de klem zag, zou ze meelijden met me hebben!… In geen drie maanden rust, om ’n caprice! Heb jij—die daar zoo genoegelijk zit te grunneken—makkelijk lachen van ’n ander z’n pech!—heb jij zekerheid, dat ’r niet ergens ’n Lindentje zwerft? Dat kleine rooie Kreeftje—nee kwaad mag ’k niet van ’r spreken—’t was ’n aardig ding.… Als ’k ’n enkele, dood-enkele keer op m’n kamer zat te zwóégen, zwerend dat ’k niet naar de kroeg zou gaan, dan kon je zoo zachies in de straat(imiteert het signaal van daareven)hooren fluiten—en als je dan je[191]kop door ’t raam stak, zag je de leuke rooie pruik … Dan smeet je de sleutel naar beneden—en dan—dan leien je gedrochtelijke boeken ’s morgens net zoo eender—Jammer toch—jammer—verdomd jammer van de meìd—heeft nooit geld van mìj willen aannemen—Plums, Baars moesten dubbel betalen.… Nou, Schmidt—waar wachten we op?[Inhoud]Achtste Tooneel.De vorigen, Hope.Hope(door de bibliotheek binnentredend).Goeien morgen, heeren.Dolf.Was jij daar al làng?Hope.Pardon. Ik kom zoo juist binnen—stoor toch niet?—Dag dokter—dat is charmant van u.…Dolf.Heeft die ezel van ’n Jaap je den weg niet gewezen?Hope.Jawel—zou u me even.…Dokter.Meneer Schmidt, detective—zuster Hope.Hope(na wederzijdsche buiging).Jawel zeker heeft ie den weg naar de wachtkamer gewezen. Hij dacht dat ik ook.…Dolf.Hahaha! Onbetaalbaar!.… Buitengewoon!Hope.Toe meneer—we zijn niet „onder ons”.Dolf.’k Zie ’t ’m zoo doen met dat gebit, dat-ie nog[192]’ns inslikt, als-ie strooppannekoeken eet—en met z’n gedistingeerden duim, hahaha!… Hope, wat kijk je weer als ’t laatste kwartier achter ’n wolk! Mag ik je even ontlasten?Hope.Nee meneer—ik hou liever alles aan.Dolf.Ook je hoed?Hope.Ook m’n hoed.Dolf(haar de rozen presenteerend).Met m’n eerbiedigst welkom bij je eerste bezoek—en als souvenir aan de plechtige gebeurtenis van vandaag.…Hope(koeltjes).Dank u wel. En mogen die meisjes nu boven komen? ’n Bijzonder genoegen voor ze..Dolf.Wat bedoel je?Hope.Ik bedoel—nee niets. Of ja! Waarom zou ’k ’t niet?.… Héél kiesch lijkt ’t niet, meneer, vijf in elkander’s tegenwoordigheid te brengen die nu van mekaar wéten dat ze onechte kinderen zijn.….Dokter.Kom, vindt u dat zoo erg.…Hope.Ik ja—Als kind heb ’k dat óók erg gevoeld.…Dolf.Hope—we zijn niet alléén.…Hope.Nee—dat zei ’k juist zelf. Meneer—meneer.…Schmidt.Schmidt.…[193]Hope.Meneer Schmidt blijft voor ’t.…. kruisverhoor?Dolf.Schmidt is opzettelijk gekomen, om met de stukken te verifieeren of de identiteit kan worden.…Hope …Vastgesteld?Dolf.Jà, Hope!… Of moet ìk in ’n vloek en ’n zucht pà van ’n anderman’s pa-lóós kind worden?Hope.Op weg hier na toe, dacht ’k, dat ik als vróúw—als eenige vrouw met de zaak bekend—de aangewezen ondervraagster van die meisjes kon zijn—uw mama zou ’t beslist hebben gedaan, als ze nog leefde.…Schmidt.Pardon, zuster—en neem me niet kwalijk, als ik me in ’t gesprek meng—ik geef in overweging, dat uitsluitend ik en niemand anders de noodige vragen stel. U heeft den ondergrond van ’t geval in uw gedachten—zij weten niet beter dan voor ’n erfenis, ’n èrfenis, opgeroepen te zijn. En zelfs als een van de vijf de meest frappante antwoorden geeft, dienen we nog gereserveerd te blijven—moet ’t aan mij worden overgelaten de laatste informaties in te winnen op ’t bevolkingsregister, bij buren en zoo voort.…Hope.Dus dan ben ìk niet noodig?Schmidt.Direct nee!—Noodig zijn meneer Van Walden en misschien de dokter, die Kreeftje—pardon juffrouw Sofie—’n paar maal gezien meent te hebben.…[194]Hope.Dan wensch ’k de heeren veel succes.…Dolf.Is dat ernst, Hope? We staan ’r op, Jan Linden en ik—wat Jan?—dat je de vertooning van a tot z volgt.…Hope.Ik houd niet van dat soort vertooningen.….Dolf.Val je weer over ’n woord, hahaha!…Dokter.Zuster, heel, heel erg verkeerd! Gesteld dat we slagen—begint dan niet uw taak?…Hope.Nee, de zijne.Dokter.(haar in een fauteuil neerdrukkend)Stribbel niet verder tegen!—Uw opmerking straks was niet onjuist—wij kunnen den raad van ’n zuivervoelende vrouw uitnemend gebruiken—’t spijt me dat ’k m’n eigen Annie niet meebrengen mocht.…Dolf.Diplomaat!(schelt)Nu exécuteur-testamentair van wijlen kapitein Van Reesen—in positie asjeblief!(tot Jaap in de deur)Opdienen! Die met ’r móéder ’t allerlaatst.… Ze weer uitlaten als ’k schel—’n nieuwe bovenlaten als ’k voor de tweede maal roep.En avant. Den heelen middag spendeeren we ’r nièt aan.…(telefoonschel—tot Linden, met angstige stem)… Wil jij even, Jantje—of nee: jij gaat ’r te onstuimig mee om!(vraagt met veranderde stem)Wie daar?… Hallo?(opnieuw gewoon)Ben jij ’t Bannema?… Kerel, ’k ben gekookt!… Nee, geen dankjes!… ’t Eenige wat ’k je kwalijk neem, is dat je me zoolang onder de wijn heb gehouen! Geen vier uur getukt! Goed, goed—[195]maar op ’t oogenblik heb ’k belet. Adieu! Tot vanmiddag!(tot het meisje dat de laatste woorden gehoord heeft, en bij de deur verlegen lacht).Ben jij?… Pardon—ik zou m’n mond houden!Laat ’r gaan zitten, meneer Schmidt.[Inhoud]Negende Tooneel.De vorigen, Grete Donker.Schmidt.Hoe heet u?Grete.Grete Donker.…Schmidt.(in portefeuille snuffelend)Juist—u heeft op de advertentie geantwoord—en ik heb u verzocht om een uur bij meneer Van Walden te komen met uw papieren. Heeft u die meegebracht?Grete(verlegen)…Da’s te zegge, meneer—me geboortebewijs hè-’k—en me getuigschrifte van me laaste betrekking.…Schmidt.(het geboortebewijs inkijkend)Bij wie dient u?Grete.In de winkel van Sannes, as.…Schmidt.(nauwelijks luisterend).Geboren 5 December ’90.…Dolf.5 December—Sinterklaasavond.…Grete.(verlegen)Ja. Hèhèhè!.…Schmidt.Waar woonde uw moéder—uw vader, heeft u die gekend?.…[196]Grete.(giftig).Nee, die smeerlap het me moeder voor alles alléén late opdraaie, toen-ie voor de Oost teekende.…Schmidt.Waar woonde uw moeder, toen u geboren werd?Grete.Weet ik dat!.…Schmidt.Ik bedoel geen naam van ’n straat—de plaats—de stad.…Grete.Dat staat toch in ’t geboortebewijs.…Dolf.Jongen, Schmidt—da’s niet listig van je!Schmidt.(’n tikje geergerd).Ik heb daar m’n reden voor, meneer.(tot Grete).Dus dan is u zéker in Amsterdam geboren—en daar woonde uw moeder al vóór dien tijd?Grete.Me benne d’r nooit vedaan geweest. Me moeder is d’r gebore en gestorreve.Schmidt.Nog één vraag, meisje—dan weet ik voorloopig genoeg, tenzij een van de andere heeren nog iets wil weten—welke kleur haar had uw moeder?Grete.Bruin—maar ’t laaste jaar in ’t gasthuis wit.Schmidt.Dank u. Ik geloof nièt, juffrouw Donker, dat u in aanmerking zal komen—maar in ieder geval hoort u nader van me.Grete.As ’k maar ’n klèin beetje krijg—’k ha-d’r zoo op gevlast.…[197]Dolf.Daar zullen we over denken—iets schiet ’r altijd op over. Dus uw vader kan nooit ’n student zijn geweest.…?Grete.’n Stedent? ’n Stedent? Nee, daar had moeder de smoor an, omdat ze in ’t gasthuis zoo om d’r bed zworreve.…Dolf.Dan kan ze gaan, hè? Dag juffrouw.(schelt).Grete.Dag heere—dag zuster.(af).Dolf.Da’s één niet uit de loterij.(schelt)Nummer twee!(tot Hope welke bij de laatste vragen op is gestaan—bij den doorgang naar de bibliotheek boeken uit de rekken nemend).Blameer me niet—’r zijn ’r geen zes opengesnejen—allemaal mise-en-scène!—geleerdheidspatserij!—en die wèl in handen geweest zijn, kunnen ’n luchtje hebben!..(Hope glimlacht pijnlijk, zit weer in den fauteuil)Weet je, Jantje, dat ’k vannacht, voor ’k eindelijk insliep, ontdekt heb, dat de vrouw ’t heelal regeert? Mathematisch bewijs?…Vox populi vox Dei: de stem van ’t volk is de stem van God. Dat is een. En ’t nòg bekender:Ce que femme veut, Dieu veut: Wat de vrouw wil, wil God. Ergo de stem van God is de stem van de vrouw.… De stem van de vrouw is de stem van … Binnen![Inhoud]Tiende Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, Suze Meier.Schmidt.Hoe heet u?[198]Suze.Suus.…Schmidt.Verder?Suze.Meier.Dolf.Ga d’r bij zitten, Suze.Schmidt.Ik heb u geschreven …Suze.Asjeblief. ’k Hè de pepiere in ’n pakkie bij mekaar. Me moeder hiet Sefie Meier, ha zellef meegekomme as ze geen mankement an d’r been ha gehad—van ’t water.… D’r fotegrawie leit d’r tussche, toe ze zoo oud as ik was—me vader hiette Cornelis van der Vliet—en ha femilie die Van Reesum hiette—en ha geen tijd met me moeder te trouwe, omdat-ie sjecheerder bij de Spoor was en in negetig overreeje wier vlak voor ze anteekene zoue … Nou da’s geen schande voor mijn. En me moeder ken d’r ook niks an doen. En de naam Reesum het ze meer as eens hoore noeme—die was toe stuurman op de paketdienst.…Schmidt.Ho! Ho!… Niet zoo doorslaan, juffrouw Meier …Suze.Me vader.…Schmidt.Suscht!.. Even inkijken.(leest de papieren, die hij in de hand gehouden heeft)Dolf.Geef u mij ’t portret, meneer Schmidt.(bekijkt het)Nee. Nooit gezien. Onmogelijk.(droog)… En[199]’t is natuurlijk onwaarschijnlijk, dat uw moeder in ’90 den bijnaam Kreeftje had?Suze.Kreefie?… Hèhèhè!… Kreefie … Da’s me ook ’n verneukerij!… Wie hiet ’r Kreefie?…Schmidt.Ik heb van mijn kant niets meer te vragen, meneer …Dolf.Ik evenmin, geachte exécuteur-testamentair!Schmidt.Dan wordt u wel bedankt, juffrouw.Suze.Gossie—is ’t al afgeloope?—U het me pepiere haast niet ingekeke … De brieve van me vader an me moeder, toe-ie nog vree … In die eene met de inktveeg d’r op zeit-ie dat z’n oome Reesum.…Schmidt.Ik zal u morgen bericht geven en op vergoeding van de reiskosten kan u rekenen.…Suze.Gossie, gossie meneer—me broeie d’r zoo allejeezis op!—Door me moeder d’r water in d’r beene, staat de helleft van ’t boeltje achter de schuine deur.… ’t Klopt toch met de avvertentie.…Dolf.Vergeten zullen we u niet.(schelt)Suze.(opstaand naar de zij der deur)… As meneer dan me nieuw adres wil schrijve … Van de Tolsteeg gane me verhuize—morrege—na de Zijp nommero 78 bove—dan ben ’k dichter bij de febriek. Het u ’t?.…Schmidt.Ja, ja.Suze.Heere … Heere … Jefrouw …(af).[200][Inhoud]Elfde Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, SofieDelange, Agnes Delange.Dolf.Hahaha!.. ’k Had waarachtig moeite me goed te houen. Dat schepseltje heeft nou ook geen seconde d’r handen stil in d’r schoot gehad, terwijl ze bezig was—of ze ’r den St. Vitusdans in te pakken had!—Uit je humeur, Hope?—Kind, we zijn nog niet op de helft. ’n Goed hengelaar doet ’t met geduld. M’n kans is nog niet verkeken.…(tot de binnentredenden)… Ja!… Kom binnen!… Twee?… Twee tegelijk?… Schmidt: da’s je tweeling!.…Schmidt(tot Agnes)… Wil ù sivoeplee weer na de wachtkamer teruggaan?… Een voor een sivoeplee!Sofie.Da’s me zus, meneer.Schmidt.We kunnen ’t zònder getuigen af.Agnes(driest)… De heer van me zus wou niet dat ze alléén.…Dolf.Is-die fameuze heer bang dat uw zuster opgegeten zal worden?Agnes.(driest)Opete nee. Opete late me zus en ik ons niet—maar me kenne de foefies van de heere—me benne niet van gister … Ik zee: je vliegt ’r niet in—en de heer van Fie zee óók je vliegt ’r niet in.… Daar het u niet zoo zuur om te kijke—want mijn.…[201]Dolf.…Spreek uit.…Agnes …Nee ik smoes niks meer. Je zeit licht meer as je verantwoorde ken, waar Fie?.….Schmidt.(haar in de rede vallend)… ’t Is welletjes, juffrouw …(tot Sofie)… Dus ù komt op de advertentie?Sofie.Ja ik—ìk kreeg ’n briefie, om hier bij meneer te komme.Dolf.…Gaat u zitten.Agnes.O, wat ’n lèkkere stoele! Om in te sterve! Precies as bij …(slaat de vingers in gebaar van iets in te houden voor den mond).Sofie …De papiere, die op ’t lijstje stonde, hè-’k meegebracht—me geboorteacte.….Schmidt.…Asjeblief.…Agnes …Jawel—met ’n máár d’r bij—me late niks achter as tegen bewijs.…Sofie …As tegen bewijs.…Schmidt.We geven u alles dàdelijk weer terug.Agnes.Dan is ’t goeie, Fietje.Schmidt.…Geboren 17 Februari’91 in—Leiden …Dolf.…In Leiden?… Sakkerloot!… Opletten, Jantje boy!.…Schmidt.…Woont uw moeder nòg in Leiden?[202]Sofie …Of ze d’r …?… Wéte me dat, Agnes?Agnes …Nou da’s niet te denke, hahaha! Ze hèt ’r in negetig en zoo gewoond.Schmidt …Zou u wat duidelijker willen antwoorden? We zitten hier niet om raadseltjes op te lossen.Agnes.Nee, me zitte wel as onze lieve Heer zèlf in die stoele van leer—maar voor cherades benne me hier niet. Mòt dat nou an zoo’n bóél mensche verteld worde?.…Schmidt …’t Is in ’t belang van de erfenis, niet waar?Agnes …As ’t dan geen pan en geen kul is—ù hoeft niet weg te gaan, zuster!.…Hope …Zoo als u wil.…Agnes …Blijf op uw gemak!—(Hope zit weer).In u hebbe me meer vertrouwe as in die meneer …Dolf.Dank je wel—wat ’n zeldzame.…Agnes … Googemert, wat!—Zeg me kenne de wereld, me zus en ik!—Me moeder, meneer van de politie—nou herken ’k je, hahaha!—is d’r in ’95 met de een of andere druif vandoor gesjeesd.…Schmidt …Toe, toe, toe!Agnes.Je vraagt ’t toch!… Toe het tante ons in d’r huis genome—Me hebbe geen van twee ’n vader—wat Fie?—de mijne is getrouwd en woont in Den Haag—béwijze ken ’k niks—die van haar—[203]nou, Fie, doe ook ’n mondje open—jij ben de oudste en mijn laat je klesse.….Sofie …Ik ken me vader niet—Ik ben in Leiden gebore—zij in Brussel.….Schmidt …Had uw moeder in Leiden ’n bijnaam?Sofie …Weet ’k niet.Agnes …Dat zal wel. En die zal ze gloeiend verdiend hebbe, ’t mensch!.…Schmidt …Dat vragen we niet.Agnes …O.Schmidt …Herinnert u zich—’95 is ’n heele tijd—welke kleur haar uw moeder had?.…Sofie.Rood—as me zus.Agnes.Dat hoef-ie ’r niet bij te zegge—ze zijn blind.….Dolf …Rood?… En ze heette Sofie?Sofie …As ik.(een stilte).Agnes …Nou zeit niemand wat?Dokter.(tot de twee)… Ik zou wel graag willen hooren wàt uw moeder in ’90 in Leiden dee? Weet ù dat of ù?Agnes.Niet veel bijzonders ken je wel denke.Dokter.Dàt bedoel ik niet. Had ze de een of andere betrekking?[204]Sofie.Hoe kenne wìj dat raje?Agnes.Toe tante nog leefde, zee ze dat moeder—nou laa’k ’t maar nièt zegge.…Sofie …Nee, zeg ’t niet. ’t Het ’r niks mee uit te staan.….Dolf …(aarzelend).… Kan uw moeder ’n relatie met ’n student hebben gehad?Sofie …Wat geloof jij, Agnes?Agnes.Ik geloof niks. Student of geen student—’n pàtser was ’t gedorie—om me zus te late stikke.…Schmidt …Jawel, jawel. Maar nu de puntjes op de i—wat noodzakelijk is!—Zou een van uw andere familieleden zich misschien kunnen herinneren.….Sofie …Me hebbe ènkel ’n neef, die we nooit zien.Schmidt …Zou die weten.….Agnes.Dat broekie!… Die weet enkel van vuile en schoone kinnen—die barbiert.…Dokter …Kàn uw moeder bijvoorbeeld in ’n sigaren- of in ’n manufacturen- of in ’n handschoenenwinkel in betrekking zijn geweest?Sofie …Alles ken.…Agnes …Wij benne op ’n atelier—dan ken zij.… Kan òns ’t schelen!Hope.Wil u mij eens antwoorden?[205]Sofie.Natuurlijk juffrouw.Agnes.(verbeterend)… Zuster—zie je toch!Hope.Hindert niet. Heeft uw moeder nooit aan uw tante ’n woordje geschreven?Sofie.Jawel juffr.…—zùster.Hope.Uitstekend. Dat móét zekerheid geven—voor de erfenis—als u een of meer brieven bewáárd heeft..Agnes …Ja. Me hebbe d’r ’n berg van—uit Amerika, wat Fie?… Van ’96 en ’97—as ze cente an tante stuurde—en toe nog is een van ’99—sekuur hoor—twee negetjes naast mekaar—dat was de laatste.….Sofie …Vergis je je niet?Agnes …Nee hoor!.. D’r was vijftien dollar bij …Hope.…Zouen wij die brieven.….?Dolf …Waarvoor?… Voor wat?Dokter …Ja, zuster, is dat nóódig?Hope …Nee. Dat is te omslachtig. We kunnen ’t makkelijker af!(tot Dolf)… Heeft u den brief, die bij ’t testament van.… van.… kapitein van Reesen lag, bij de hand, meneer?.…Schmidt …Voortreffelijk, zuster! Bravo! Ik begrijp uw bedoeling!—Ja, meneer Van Walden: die brief kan den doorslag geven, bijna volkomen.….Dolf.(een la van het bureau opensluitend)… Ja, dien[206]heb ’k ergens gestopt—gestopt—gestopt—Nee, hier niet(andere la openend)… Da’s ’n sla overal—’n hutspot—moet ’k toch eens probeeren te ordenen.… Wel wat drommel, gevlogen kan-ie niet zijn …(zoekend).Nee—nee—nee … Waar kan-ie dan? Curieus: gebeurt altijd als je iets noodig heb!.… Eureka!.… Eureka!.… ’t Lag vlak voor m’n neus …(neemt den brief uit den sigaren-schedel).… Zeker door Jaapje verlegd.… Voilà, monsieur Schmidt.… Snappen doe ’k ’t niet.…Schmidt.(fluistert Hope iets toe—zij knikt)… Zoo dames—nu hou ik dezen brief ’n beetje gevouwen—den héélen inhoud hoeft u niet te lezen!—en antwoordt nu eens vooral niet te haastig of de handteekening Sofie èn of ’t handschrift op dat van uw moeder lijken. Zegt u ja—dan moeten wij op onze beurt uw brieven inkijken. Niet haastig—’r hangt ’n boel van af!.…(een aangehouden, nieuwsgierige stilte. Agnes buigt over Sofie’s schouder, leest hardop).Agnes.…„..Ik—ik”.….—ja daar staat „ik”—„ik ben wel lichtzinnig maar niet slecht mevrouw”…(tot Sofie).… Hou je duim opzij!.…. „en ik lieg niet.… Zoo.… zoo”—hou dan stil, Fie!—„zoo ferachtig as God me hoort.… het is het kind van u zoon … Die zich noempt … Sophie …”Sofie.(haar zuster aankijkend).… Nee, hè?.… Wat vin jij?Agnes …Vraag-ie dat nog?.… Da’s ’n keukenmeidepootje!… Of ze met d’r linkerhand het geschreve![207]Nee—moeder het ’n lóópende hand—dat lijkt op niks!—„ferachtig as God me hoort”.… Ferachtig.… Ferachtig!.… Daar hoef-ie geen twee telle over te prakkizeere.… Da’s zoo min van onze móéder as ìk van me schooier van ’n vader ben.Dolf.(opgelucht)… En is ’t ònmogelijk, dat uw moeder vroeger Kreeftje heette?Sofie …Kreefje, hahaha!Agnes …Nou beginne me te merreke hoe laat ’t is! Wat ’n flauwe bak! Goed da-je niet alleen op visite gegaan ben, Fie. Magge me de papiere terug asjeblief?Hope.’t Was geen aardigheid, juffrouw—ìk zal zoo vrij zijn nog eens persoonlijk bij u aan te komen.Agnes.As ’t voor die brieve is, hoeft ’t niet, zuster—moeder d’r schrift is met dat vuur en water. Blijf jij nog zitte?… Dag mensche!…Sofie.…Dag juffr … zùster. Dag heere …Agnes.(bij de deur)… As ’t géén aardigheid met dat Kreeftje was—dan het de màn van die Kreeftje toch zeker óók ’n fijne bijnaam gehad … Bejour allemaal!(geprikkeld af. Hope is bij de laatste woorden de bibliotheek ingeschuifeld.)Dolf.(schellend)… Dat was ’n stelletje! En die kleinste … nou! ’n Verbazend vief ding! Twee, drie jaar ouwer, dacht ’k terwijl ze bezig was—en ze zou … Complicatie voor ’n roman fin-de-siècle: de[208]zuster van je dochter trouwen—grootpapa van je dochter—goed dat Hope me niet corrigeert …(tot Jaap)… Nou? Waar blijft de moeder met … ’k Had je toch gezegd …[Inhoud]Twaalfde Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, Jaap.Jaap …’k Wou daarnet niet storen, meneer—maar dat meissie is benejen niet goed geworden—het ’n toeval of zoo iets.…Dolf.Had je niet eerder.…(naar deur).Dokter …Ik zal even kijken, Dolf—blijf jij.….(af door Jaap gevolgd).Dolf.Dan kunnen wij de séance opbreken, meneer Schmidt—Mocht voor die twee beneden uw advies noodig blijken, dan telefoneer ik.Schmidt.Goed meneer.Dolf.En uw declaratie ontvang ’k graag met zeer bekwamen spoed.Schmidt.Dank u, meneer. Dus nièt langer adverteeren?Dolf.(luchtig).Nee—nee. ’t Heeft geenZweck. Ik heb m’nSchuldigkeitgedaan—”derMohrkann gehen”… Een moment nog. U zendt me de adressen van die erfenisjaagsters. Licht dat ze ’n kleine verrassing krijgen!Bonjour! Bonjour![209]Schmidt.Uw dienaar, meneer—u heeft me maar te ontbieden.(bij de deur voor Jaap uitwijkend).Uw dienaar, meneer.Dolf.En?Jaap.Of ’k effen om ’n rijtuig mag telefoneeren?Dolf.(in de bibliotheek kijkend).Ga je gang.Jaap …1290 … Rijnders?… Met Van Walden. Dadelijk vigelante—dadelijk.(schelt af).Dokter …’k Ga ’r vandoor Dolf—Zijn de anderen al weg?(Jaap af)… ’k Zal ’r met ’n rijtuig thuis brengen.Dolf.Toch niet sérieus, boy?Dokter.’n Epileptisch toeval, de stakker—is alweer bij kennis …Hope …Kan ik behulpzaam zijn, dokter?(komt uit doorgang van de bibliotheek).Dokter.…Nee zuster. De eigen moeder is ’r óók bij—en dan rijd ik meteen door.(tot Dolf)… En geen sprake van dat!… Heeft nooit ’n voetstap in Leiden gehad … Kind van ’n marinier die in ’t gekkenhuis overleden is … Wat ’n stakker, wat ’n wurm!… Zit benejen te snikken, nou ze ’r positieven terug heeft, dat je ’r beroerd bij wordt.… Adieu. Tot ziens, Dolf … Tot straks, zuster.(af).[210][Inhoud]Dertiende Tooneel.Dolf, Hope.Dolf.Je heb toch gehoord, dat Linden ’t alleen af kan?Hope.Ik word aan de Stichting gewacht.Dolf.Lunchen we samen—kom zeg nou niet nee!(wil schellen).’k Zal orders geven, dat ze in vijf minuten.Hope.Dank u. Dag meneer.Dolf.Dag meneer! Dag meneer! Hope, je behandelt me niet fair, niet loyaal! Al m’n voorkomendheden stuiten af—op ’k weet niet wat.… Ik buig me—ik gehoorzaam, om ’t zoo te zeggen, aan élk van de dingen, die jij nog niet eens uitgesproken heb, en jij—jij gaat voort—met ’n stugheid, die me razend maakt …Hope.Meneer …Dolf …Schei uit met je ge-meneer—voor jou ben ’k Dolf!…Hope …Dat laat zich niet dwingen …Dolf …Niet dwingen?… niet dwìngen?… Kan ’k je niet volkomen eerlijk in je oogen kijken, als ’kbeweerdat ’k nà dien nacht bij mama’s lijk van elk gebaar, van ieder uur rekenschap kan geven? Dat wordt op die manier ’n soort coqueteeren, ’n misbruik maken van dat ééne incident …[211]Hope …Meneer …Dolf …Ik wìil je meneer niet meer hooren!Hope.(wrevelig)… Daar zal u toch aan moeten wennen. Ik heb niet één reden vertrouwelijker met u om te gaan …Dolf …Dus die onzinnige jacht op ’n kind—doorgezet, om de belofte aan mama—maar nòg meer om jóú—wat je wist, wat je voelde!—die was je geen afdoend bewijs, hoe me dat vroegere speet, hoe ik van jou.…Hope …Nee—die onzinnige jacht heeft me … Dag meneer. Ik geloof dat ’t beter is, op ’t oogenblik allerminst met elkaar uit te spreken.Dolf.Hope—ik sta ’r juist op. Misschien zet je hier in geen tijden ’n voet.…Hope …Nóóit meer.Dolf.(gebelgd)… Heb ’k de minste onhoffelijkheid begaan?… Was m’n welkom geen bloemen-attentie?Hope …Meneer, meneer—ik ben op ’t moment in zoo’n verbitterde stemming, sta zoo wanhopig-vervreemd tegenover u, dat ’k bang ben voor ’n explicatie.Dolf …Heb ìk tot die „verbitterde stemming” aanleiding gegeven? Ik.…Hope …(neerzittend—gejaagd-smartelijk)… Ik heb daarstraks zoo’n moeite gehad me in te houden—u niet in ’t bijzijn van de anderen te … te beleedigen …[212]U is zoo gezond—zoo gezond—zoo stevig—zoo stellig—zoo geestig—ik zoo zwaar op de hand—zoo aarzelend … O, wat háát ik u—wat heb ’k u innig zitten haten—vanaf m’n binnenkomen hier, toen u enkel vernuft, vernuft, vernuft in plaats hàrt, hàrt toonde …Dolf …Hope.…Hope …’t Was „onbetaalbaar, buitengewoon” dat uw bediende me in de wachtkamer bij die kinderen liet—door de telefoon vroeg u of ze chocolade, anijsmelk moesten hebben … De belofte aan dat prachtige menschje, dat nog geen minuut nadat ’k ’r verlaten had, dood uit ’r bed viel, is voor u ’n hartelooze grap, ’n „plechtige gebeurtenis”.…Dolf …Hope.…Hope …Hou uw mond! Verzin geen nieuwe vernuftsdingen—ik haal uw eigen woorden aan!… ’t Heette ’n „plechtige gebeurtenis”, ’n „vertooning”… Geen seconde had u de ernst van ’n misdadiger, die bang is z’n òffer te zien!… Wat is dat niet te vinden—in die radelooze Zee van menschen verdwenen kind, anders dan ’n misdadig offer geworden?(heftig)… En nu nòg staat u te glimlachen, met dien ellendigen supérieuren glimlach!… Met die roos in uw knoopsgat—na „de heele nacht onder de wijn te hebben gezeten”—dat is toch zoo, nietwaar?…Dolf.(glimlachend)… Ja, ja …Hope …Met die roos—of ’t ’n studentikooze fuif was—of u ’n „typisch” uurtje meeleefde, heeft u[213]in uw luxe-kamer—wat heb ù anders dan luxe, luxe, luxe, van af uw geboorte gekend?—die kleine optocht van verlatenenen, verwaarloosden gezien … die op ’n brokje erfenis hoopten!… Die stumper, waarvan de moeder met witte haren in ’t Gasthuis gestorven is—de stumper op „Sinterklaasavond” op de wereld geschopt—was de eerste „niet uit de loterij”—aan de fabrieksmeid, voor ’r moeder sjouwend, moest u nog ’ns droog vragen over den bijnaam Kreeftje—en ’r handen hadden den St. Vitusdans!—bij de twee zusters, was u angstig, niet verheugd, niet blij iets te kunnen herstellen—toen weer, terwijl ’k in de boekerij was, sprak u van ’n roman fin-de-siècle!… Jammer dat de laatste niet hièr ’r epileptisch toeval gekregen heeft—u zou ’r nog glossen en glossen bij gemaakt hebben!.…Dolf …Hope—dat gaat te ver!Hope …Te ver?… Te ver?… Die brief, die wanhoopsbrief van Kreeftje, Kreeftje …Dolf.…Die ìk niet verleid heb!…Hope …Die brief heeft u laten slingeren—was zoek, zoek—kwam uit dat ding daar tevoorschijn—die brief, dien ’k haast van buiten ken, waarin ze smeekte, smeekte, als ’n bedelares—voor jouw, jouw kind!.…Dolf.(driftig)… ’n Vrouw die met Plums en Baars en anderen leefde … Wie zwetst dat ’t mijn kind?…Hope …Ik! Zij! Je eigen moeder! Jijzelf!… Heeft je[214]vernuft, je hatelijk vernuft straks niet gezegd, dat de stem van de vrouw de stem van God is?.… Hoe durfjijdan vragen, twijfelen, ontkennen, bij de woorden in dien simpelen brief?.…(’t papier van tafel grijpend—en driftig lezend)… „Ik lieg niet, ik lieg niet—het is het kind van uw zoon!”.…Dolf.…Nonsens! Nonsens!… ’t Kind van ’n studentenscharrel!—Wiè, wiè, wiè zou zich daar, zònder bewijs, zorgen van aantrekken?Hope.…Heeft ze geld van je aangenomen, die schàrrel?… Is ze je vrouw niet geweest, je passe-temps, die scharrel? Heb je de „opvoeding” van je dochter niet aan ’r overgelaten, aan die schàrrel! Is m’n eigen moeder niet op dezelfde manier … Wat voel jij met je glimlach van dat alles?… Wat raakt ’t jou met je roos in je knoopsgat?…(in snikken uitbarstend)… O, ik hààt je zoo, hààt je zoo, hààt je zoo.…Dolf.…Hope—Hope—laat me.…Hope …(wild haar tranen drogend en opspringend)… Redeneer niet meer—praat niet meer—ik kan je stem niet meer hooren!…(af door boekerij—hij staat even houdingloos—maakt een gebaar of hij den brief wil verscheuren—zakt in nadenken op een stoel—begint hem te lezen).DOEK.[215]

[Inhoud]TWEEDE BEDRIJF,(Smaakvolle jongezelle-kamer—weelderig-intiem gemeubeld. Tweede en derde plan, rechts, de gebeeldhouwde deurenvrije toegang tot een bibliotheek, waarvan een deel zichtbaar is—daarnaast een sierlijk schrijfbureau, bestapeld met kunstvoorwerpen, tijdschriften, portretten. Tegen den achterwand, die in het midden een deur met gobelin heeft, dressoirs en standaards met curiositeiten, aquarellen enz. Eerste plan, links, deur-met-gobelin van de slaapkamer. In den schuinen hoek van tweede en derde plan, links, een rustbank met smyrna-kleed. In het midden der kamer een eikenhouten tafel gebeeldhouwd, met gemakkelijke leeren fauteuils. Vroegmiddag.)[Inhoud]Eerste Tooneel.Jaap, Dolf.Jaap(die juist af geruimd heeft, plaatst den dienbak bij de achterdeur, spreidt een gebattikt tafelkleed over de tafel—De telefoon, op de schrijftafel, gaat over. Rustig neemt hij de gehoorbuis).Jawel. Met Van Walden—met de huisknecht—ja, met Jaap—wil u even wachten?(aarzelend)’k Geloof niet dat meneer thuis is—’k zal zien(legt de buis op het tafelblad).Dolf(in de deuropening der slaapkamer).Wat fantaseer je?Jaap.Zachies, meneer … Mevrouw Lebeau: of ze u …[176]Dolf(wenkt met de hand, dat hij er niet is—heel zacht).Op reis!Jaap(bij de telefoon).Hallo!… Spijt me, mevrouw, meneer is niet alleen niet thuis—zooals ’k dacht—hij moet op reis zijn gegaan.… Waarheen? Waarheen?… Ja, dàt weet ’k niet … Wanneer terug?… ’k Zou ’t niet kunnen zeggen—misschien de volgende week.…Dolf(fluisterend roepend).Langer!Jaap.Misschien langer …(houdt z’n lachen in)… ’k Zal ’t meneer zeggen, mevrouw.… Adieu, mevrouw …(hangt gehoorbuis op).Dolf.Nou?… De boodschap?Jaap.Nom de Dieu!… Sacrénom!… Fiche moi le camp … Je me fou de lui …Dolf(hartelijk lachend).Hahaha!… Je ben niet verkeerd verbonden geweest …(de antieke klok slaat twaalf)… Twaalf?… Twaalf!…Jaap.Meneer mag zich wel haasten—om negen heb ’k geklopt—om half tien—om …Dolf(zich uitrekkend).… Man hou je mond—die klok maakt genoeg spektakel(geeuwt).’t Slagwerk haal je ’r vanmiddag uit.…Jaap.Jawel meneer, hahaha!.…Dolf.En lach als je buiten de kamer ben!Jaap.Als ’t u hinder.…[177]Dolf.Ja, ’t hindert me—’k ben bang dat je je gebit kwijt raakt, als je schik in je leven krijgt …(geeuwt)… Wie komt—wachten(af in slaapkamer).[Inhoud]Tweede Tooneel.Jaap,Dr Linden.Jaap(legt eenige boeken op ’t gebattikt tafelkleed, neemt den dienbak—wijkt bij achterdeur voor Linden uit)… Pardon, dokter.Dokter.Is meneer hier?Jaap.Meneer is nog niet bij de hand—heeft pas ontbeten.Dokter.Goed. Dan wacht ’k in de bibliotheek.Jaap.Zal ’k meneer liever?.…Dokter.Nee, Jaapje—dat doe ’k zèlf(Jaap af—hij doet een paar passen naar de zijde der bibliotheek, neemt een fauteuil, slaat ’n boek open, fluit een studente-signaal).Dolf(beantwoordt dat, opent lachend de deur).Excuseer m’n overhemd, kerel … In twee seconden!(wil in z’n kamer terug—draait zich nog even om)Zeg, Jan, fluit dat deuntje geen tweede keer, asjeblief! ’k Wor straks meer dan me lief is, an m’n vervloekten studente-tijd herinnerd—De sigaren staan achter je—in die schedel … Tien tellen!(af—Linden neemt een sigaar, leest—telefoonschel[178]—hij wil luisteren)… Ik ben op reis—op reis!.…Dokter.Wie daar? Madame Lebeau?… Op reis … Pischt, waar ben je na toe?…Dolf.Naar ’n sanatorium in Duitschland—overspannen!Dokter(in den toestel pratend)… Naar Duitschland(verwonderd)… Dank u wel—’k zal ’m telegrafeeren.(hangt toestel in haak)… Of ’k je positief zeggen wou, dat je ’n sale type, ’n cochon …Dolf …Jawel, jawel—ken ’k droomen!(weer af).Dokter(van ’t schrijfbureau ’n paar maal iets opnemend, lacht, gaat opnieuw voor de tafel lezen).Morgen, morgen!Dolf(z’n jas aanschietend)… Morgen!… Kerel ’k ben zoo verdraaid katterig!Dokter.Mooi zoo. En dat vandaag. Is dit de oorzaak?Dolf.Haarspelden? Vond je die hier?… Nee, op m’n woord niet. In geen maanden ’n vrouw bij me gehad! Leg ze nou niet op de tafel! Haal geen grapjes uit!(werpt ze in de snippermand, naast schrijftafel).Dat zul je nu niet gelooven, Jan, maar die dingen vinden we met grossen—of ze jongen. Elk verleden begint bij ’n haarspeld.…Dokter.’t Verleden van die twee kan, zou ’k denken zoo ver niet zijn … Van je bureau opgepikt, haha![179]Dolf.Attentie van dien smakker van ’n Jaap—is geestig op zijn manier!… Nee maar, Jan, vent, kind, hart—kijk me niet zoo guitig an—of je me half gelooft! ’k Wou dàt je gelijk had, wóú dat ’k je slimme schalksche oogjes verdiende! Ach! Ach! Nog ’n kwartier, nog ’n half uur—en ’k zit met m’n katterig gezicht—zie je ’t me an?—in bedrijf nummer zooveel van de allerdolste komedie. Geef me ’n lucifer, vent. Merci. Even ’n trekje. In presentie van m’n collectie dochters—vijf, zegge vijf, zijn op de annonce afgekomen—zal m’n vaderhart fatsoenshalve te actief werkzaam moeten zijn, om ’n Henry-Clay te kunnen rooken. Kind, wat ben ’k slap!Dokter.Hoe laat ben je thuis gekomen?Dolf …Hoe vroeg! ’k Heb drie uur—nee, nou overdrijf ’k—vier uur gemaft(telefoonschel)… Zou je zoo’n créature … Je hoeft niet te twijfelen: Snipje, Snipje … ’k Schaf me telefoon af … Dat is vervloekt als je liaisons je nummer weten.…(telefoonschel).… Jawel, Jawel.… Dat hou ìk ’t langste uit … Is me verleden jaar gebeurd, dat-ie driemaal in ’t uur overging tegen kinderbedtijd, hahaha! Zeldzaam-zenuwachtige tijd!(telefoonschel)… Nou, nou, nou!… Dit volk is hardnekkig.…’k Zal me stem veranderen …(praat in toestel)… Meneer is op reis—ik ben de huishoudster …(schrikkend).Excuse me, Hope, darling—ik had ’t zoo enorm druk—Over ’n kwartier.… Kom je zelf ook?… Je eerste bezoek op m’n kamer!… Je zal als ’n koningin ontvangen worden! Hoeft dat niet? Daar door de telefoon ’n kus … Moet ’k uitscheiden met[180]m’n gekheid?… Ze krijgt ’r ’n kleur van, Jan! Hahaha!… Ja, Linden zit bij me—hoofdcontroleur!… Eén oogenblikje nog, darling! Moeten die vijf dochters van me—’k wil ze àllemaal ongezien adopteeren, om van de last af te zijn!—moeten die op ’t een of ander getrakteerd worden? Chocolade, anijsmelk … Wat?… Wat dan?…(hangt gehoorbuis op)… Laat me staan … Is ’r van door, hahaha!…(schelt electrische knop boven de tafel).Daar had ’k bijna ’n blunder begaan, hè?(geeuwt)… Excuseer! ’k Zou ’r zoo ’n paar uur onder kunnen kruipen.…Dokter …Ik wacht geduldig, om te hooren wat je uitgehaald heb.…Dolf.Uitgehaald?… Eerst met Beelaart, na ’t diner, ’n partij geschaakt—remise, na ’n zit van negen tot eenen … Ja!(tot Jaap)… Haal jij ’ns vlug ’n bouquet witte rozen.…[Inhoud]Derde Tooneel.De vorigen, Jaap.Jaap.Jawel meneer.Dolf.Jaapje—nou nòg eens: lach met meer overleg!(tot Linden).’k Heb ’m de vorige week, voor moed, beleid—vooral beleid!—en trouw ’n nieuw gebit cadeau gegeven, omdat ’k z’n ruine om esthetische overwegingen niet zien kon—en nou lacht dat schaap telkens met z’n tanden óver mekaar!… Schiet op!… De mooiste theerozen, die je krijgen kan! Nou?[181]Jaap(met bedwongen grijns)… D’r zit benejen ’n juffrouw.…Dolf.Wat voor ’n juffrouw?Jaap.Van ’n advertentie—met de moeder d’r bij …Dolf.Zoo. Wachten(geprikkeld)… Wat sta je met je hand? Moet je boksen?Jaap(de gehandschoende hand openen).Me duim is ’r door.…Dolf.Zoo—je duim ’r door? Marsch! En vlug![Inhoud]Vierde Tooneel.Dolf, Dokter.Dokter.Hahaha! Heeft-ie z’n witte handschoenen voor de gelegenheid aangetrokken!Dolf..Zoo’n kaffer! Informeer ’k nou nièt, dan loopt-ie den heelen dag of-ie ’n misvormde knuist heeft! Wat was ’k bezig te vertellen? De partij schaak. Juist. Bij half twee, van plan bijtijds in bed te eenzamen—voor de belangwekkende conferentie!—ontmoet ’k Bannema, Kareltje, enétat de désespoir—driekwart zelfmoord-ideejen—aan de beurs gedobbeld—Jantje, wat ’k zeg is vertrouwelijk!Dokter.Natuurlijk.…Dolf.Gedobbeld, om den staat van z’n vrouw bij te houden. Had ’t al met ’n open gaskraan geprobeerd—niet gelukt—kan ’k niemand aanraden: de weduwe[182]krijgt de gasrekening!—liep gewoon te huilen—’n gat van ’n halve ton, en ’n vermogen naar de weerlicht, als de baisse aanhoudt!—’n Vrouw, die huilt, doet me verbazend weinig—kwestie van gewoonte—’n màn—en wat ’n door en door braaf ventje!—maakt me ondersteboven. Heb ’m geholpen.Dokter.Zoo maar?Dolf.Ruineeren zal ’t me niet. Mama’s aandeel—de goeie ziel: dat is nou net drie maanden geleden!—heb ’k voor veertien dagen met m’n nobelen neef geschikt—et zut!—Je had z’n blijdschap moeten zien! ’k Moest met ’m mee—naar z’n huis—en daar hebben we allebei tot vijf uur zitten pimpelen, de eene flesch Rijnwijn na de andere. ’k Heb ’m ’n tikje om gekregen—hahaha!Dokter.Dolf, Dolf—ik heb geen enkel recht je raad te geven—maar ’t lijkt me toch zacht gesproken onverantwoordelijk ’n dobbelaar, zonder eenig verder onderzoek te steunen—en voor dàt bedrag.…Dolf.Jan, nuchtere kerel, ik ben te katterig, om je ongelijk te geven—maar m’n woord is m’n woord en m’n handteekening m’n handteekening—de cheque is binnen—en de kinderen hebben Kareltje in ’n prachtig humeur gezien, als-ie ook niet te katterig is!Dokter.De kinderen?[183]Dolf.Vier. Ja vier! Hij heeft ’t verder gebracht dan jij … Vannacht om bij half vijf, toen ’k die smerige zaken in orde gebracht had, zei-ie: loop even op je teenen mee, dan zal ’k je de kinder-slaapkamer laten kijken. Ik verzeker je, Jantje—en zonder groote woorden!—dat ik die slapende kopjes niet zal vergeten—zulke hoofdjes—en zulke mondjes—en.… Hahaha! Goud waard! Goud waard! Stel je voor—tegen ’t afscheid staat Kareltje onzeker op, zet nog ’n zes, zeven wijnglazen op de tafel, giet ’r scheutjes in! Wat voer je uit vraag ik.… Ik ben bang, zegt-ie—goddelijk, pyramidaal!—dat me vrouw of de meisjes twéé glazen bij ’n half dozijn leege flesschen zullen zien! Hahaha! Hoe is-ie? ’t Modernste préservatif voor getrouwde mannen, die ’n buitensporigheid doen!.… Ja. Ja.… Binnen![Inhoud]Vijfde Tooneel.De vorigen, Jaap.Jaap.Asjeblief meneer—de rozen.Dolf.Netjes. Daar in de vaas.Jaap.D’r zijn d’r al drie, meneer.Dolf.Allemaal met moeders?Jaap.Nee, meneer—alleen de eerste. En dan is ’r die detective, die al ’n paar maal geweest is.Dolf.Die met.…Jaap.Ja meneer.[184]Dolf.Wat nou ja meneer? Wat heb ’k bedoeld?Jaap.Dat weet ’k niet—ik dacht.…Dolf.Lach niet!… Lach niet!… ’k waarschuw je: ’k neem ’t weer af!… Laat die met—waarvan jij dàcht … laat die boven komen.Jaap.Ja meneer(af).[Inhoud]Zesde Tooneel.Dolf, Dokter.Dokter.Is dat de man die aan ’t snorren geweest is?Dolf.Ja-ja, ’n Gladekker,first class, door den chargé-d’affaires van de goeie ziel, ergens bij de politie opgeduikeld, ’n gewezen inspecteur, gesjeesd omdat-ie te handig voor z’n supérieuren werd!(plukt een knop uit den bouquet, steekt die in z’n knoopsgat).Jan, voortreffelijke kerel, Jan, ouwe boemelaar—als ’t vandaag niet lukt—als geen van de vijf m’n—’t kriewelt in m’n keel, als ’k ’t fatale woord uitspreek!—geen van de vijf m’n dòch-ter blijkt, ga ’k in ’n klooster, om Hope d’r oogen, d’r prachtige oogen te ontloopen … Had je ook niet voor drie maanden kunnen denken, dat ik, ik, door ’n menschje, dat om ’n haverklap m’n uitstekend humeur bederft, dat ’k bij tijden gewoon niet zetten kan—schrikkelijke individuën, die hyper-moderne wijfjes!—dat ìk door zóo een aan ’n zijden draadje rond word geleid!… Als de goeie ziel ’t vodje van ’n brief niet bewaard had—en dien avond van ’r dood niet de obsessie van de Stichting en ’t kinderen-asyl, die groteske belofte.… Entrez! Ga zitten. Steek ’n sigaar op.[185][Inhoud]Zevende Tooneel.De vorigen, Schmidt.Schmidt(nadat Jaap de deur gesloten heeft)… Ze zijn ’r. Kan ’k praten waar meneer bij is?Dolf.Sans gêne! Dokter Linden—ook uit dien tijd—rechercheur Schmidt.Schmidt.Detective, als ’t u ’t zelfde is.Dolf.Je mag je precies noemen zooals je wil, als je ’r maar heb! ’t Zit me tot hier!Schmidt.Over mij heeft u geen reden van klagen! ’t Onmogelijkste, ’t bijna bovenmenschelijke, heb ’k gedaan. Voor niet één zaak moest zoo gesnuffeld worden—niet één was zoo ingewikkeld. Dat behoef ’k zeker niet te resumeeren!.…Dolf.Resumeer gerust—laat m’n vriend, den dokter meesmuilen—die denkt honderd tegen een, dat we stil hebben gezeten! Moordenaarswerk! In ’n woestijn vind je iemand makkelijker, dan in de zoogenaamde geordende samenleving! ’n Schande, ’n schande.… Niet rooken?.…Schmidt.’k Steek ’m liever bij me. Dank u. Dokter, die vrouwspersoon is met of zonder ’r kind radikaal, spoorloos verdwenen—spoorloos. Toen de zaakgelastigde van wijlen mevrouw me bij zich ontbood, zonder te zeggen wat ’r aan ’t handje was, zei ’k, zoo zeker als van ’t uur van m’n dood, dat ’t bagatel—’t bagatel: ’k had lastiger zaakjes uitgepluisd[186]—binnen ’n week afgehandeld zou worden. Dat kon ’k beloven, kon ’k, omdat we aan de kleine strafzaak tegen meneer houvast hadden, dat van.…Dolf.Jawel jawel—meneer is me zelf met nòg wat vrienden met ’n tweespan aan de gevangenis komen afhalen, hahaha! Herinner je je, Jantje?Dokter.Hahaha, en hoe!Schmidt.De dossiers heb ’k nageslagen—vond den naam van den koloniaal—werkte den Burgerlijken Stand ’89,’90,’91 af, zag dat de koloniaal in’94 in Atjeh stierf—geen zuster ingeschreven—niet één zuster.…Dokter.Hoe is dat mogelijk? Hij trok toch voor z’n zùster partij!Dolf.Val nou niet in de rede, Jantje, kind! Je hoort toch de feiten! Natuurlijk ’n uit z’n duim gezogen zuster, om zelf geen straf op te loopen—we hebben allebei legio zusters in die dagen gehad!Schmidt.Toen zat ’k vast. De brief aan mevrouw, dien ’k in ’t begin niet lezen mocht, was met Sofie onderteekend—en meneer had ’r nooit anders dan, dan.…Dolf.Dan kreeftje genoemd—omdat ze zulk magnifiek rood haar had—en gek met kreeft was—één avond twee heele bussen.…Schmidt.Toch erg onverstandig, als ik ’t opmerken mag—’n verhouding zonder vàn.…[187]Dolf.Gebeurt me ook nooit meer. Kreeftje, Puckje, Snipje—’k moet ’t me afwennen.Schmidt.’n Volle maand ben ’k bezig geweest—de sigarenwinkel was verdwenen—de handschoenenwinkel sinds jaren op de flesch. De college-vrienden van meneer, die ’k zoo voorzichtig mogelijk en met de wanhopigste tact polsen wou, hadden niet zooveel geheugen meer—getrouwde menschen mèt posities—alleen ’n ongetrouwd lid van de Rechtbank sprak óók van Kreeftje.…Dolf.Hahaha! Plums! Herinner je je Plums nog—Plums met z’n museum schelknoppen en andere gemoerde dingen! En vertel ’ns van je bezoek aan Baars, Schmidt—Kostelijk! Kostelijk!Schmidt.Mr. Plums zei dat Dominee Baars ’r mogelijk ook gekend kon hebben—mógelijk. Die was juist naar ’t Noorden beroepen. Die vroeg ’k met ’n niet te beschrijven tact, dokter—’k zette overal ’t gesprek in, of ’n erfenis losgekomen was—of hij Kreeftje.… Net kwam z’n vrouw de studeerkamer in. Dominee keek me niet bepaald aangenaam aan, liet me tot an de deur uit, sméét die achter me toe—met ’n bons.…Dokter.Vermakelijk!Dolf.’k Had er bij willen zijn!Schmidt.Op de registers van den Burgerlijken Stand van die jaren heb ’k gezweet, dokter—ben ’t monnikenwerk begonnen na te gaan welke juffrouwen[188]met den voornaam Sophie—aan Kreeftje had ’k bijzonder weinig—verhuisd of.… bevallen.… of gestorven waren. Hielp niemendal. Een Sophie, dochter van ’n slager, was naar Antwerpen vertrokken—een, dat was onder de onechte geboorten, had ’n tweeling gekregen.…Dolf.De hemel beware me!Schmidt.…Later getrouwd met ’n aannemer—geen sprake van ’n bijnaam Kreeftje.… Drie waren ’r gestorven, dochters van bekende ingezetenen—een was in ’n bordeel beland, stond in de ouwe politieregisters geboekt met zwàrt haar. Ik verzeker u, dat ik ’r nachten voor opgezeten heb—en namen overgeslagen, in die kleine universiteitsstad, behoort tot de wetenschappelijke onmogelijkheden, zou ’k durven beweren. Jammer dat mevrouw destijds dien allereersten dreigbrief mèt ’t goeie adres verscheurd heeft—dan waren we ’r geweest.Dokter.En waar haalt u dan die vijf meisjes, die beneden wachten, vandaan?Schmidt.Waar? Als niets je meer helpt—je niet ’t minste, geringste spoor vindt—de jonge dames die zich met studenten afgeven, zijn dikwijls overdag fatsoenlijk in betrekking.…Dolf.Zij ook—in die handschoenenwinkel.…..Schmidt.…Op de flesch en zonder adres vertrokken—voor schulden—Als je uitgepraat ben, kun je nog enkel aanhoudend adverteeren.…[189]Dokter.Gezocht ’n juffrouw met rood haar, die in ’90 den bijnaam Kreeftje had?Schmidt.Nee, dokter.Dolf.Heb ik je de kranten nog niet laten zien?Dokter.Jij mij? Wanneer?Dolf.Heeft Hope je niet ingelicht?Dokter.Hope? Die wordt al stil en gesloten als ze je náám hoort!Dolf(pakket van de schrijftafel nemend).Dossier van de … verloren dochter. Die blauwe potloodhalen! Je hoeft ’r maar een te lezen—allemaal ’t zelfde! Ach, ach, wat ’n fumisterie, om m’n woord tegenover de goeie, geëxalteerde ziel te houden!Dokter(lezend).„Erfgenaam opgeroepen”? Is ’t dat?Schmidt.Natuurlijk. Om met tact—met tact—achter de waarheid te raken, moet je ’n gevatten aanloop zoeken.…Dolf.Wou jij soms liever, dat ik annonceerde:Adolf van Walden, zoekt de dochter van ’n zekere Sofie, bijgenaamd Kreeftje, aan wie hij in ’90(korzelig)… alle duivels, de historie hangt me de keel uit!… De nonsens, om iemand zoo’n absurditeit op te dringen.…Dokter.„Erfgenaam opgeroepen”. Dat zijn advertenties, die ’r inhakken!(lezend).„Deexécuteur-testamentair[190]van wijlen kapiteìn Van Reessen”… Ben jij dat?Dolf.Doe me ’t genoegen en lees zachtjes!Dokter.Veel te merkwaardig, om in je eentje te genieten!… „van wijlen kapitein Van Reessen, bij leven gezagvoerder ter koopvaardij, heeft in opdracht een belangrijk legaat uit te keeren, aan de dochter van zekere juffrouw Sofie, achternaam onbekend, dewelke dochter einde 1890 of begin 1891 geboren werd, vader onbekend”.Dat is niet bijzonder duidelijk!Dolf.Zeg, zou jij ’r de zegen niet van af willen nemen?… De vijf komen toch niet uit de lucht vallen!Dokter.En àls—áls—’t gelúk je meeloopt: wat dan?… Wat doe je dan met zoo’n meisje?Dolf.Ik doe niets—kapitein Van Reessen, oud-gezagvoerder doet. ’n Betamelijk jaargeld—’n centje om te trouwen—’n … Als mama me zoo in de klem zag, zou ze meelijden met me hebben!… In geen drie maanden rust, om ’n caprice! Heb jij—die daar zoo genoegelijk zit te grunneken—makkelijk lachen van ’n ander z’n pech!—heb jij zekerheid, dat ’r niet ergens ’n Lindentje zwerft? Dat kleine rooie Kreeftje—nee kwaad mag ’k niet van ’r spreken—’t was ’n aardig ding.… Als ’k ’n enkele, dood-enkele keer op m’n kamer zat te zwóégen, zwerend dat ’k niet naar de kroeg zou gaan, dan kon je zoo zachies in de straat(imiteert het signaal van daareven)hooren fluiten—en als je dan je[191]kop door ’t raam stak, zag je de leuke rooie pruik … Dan smeet je de sleutel naar beneden—en dan—dan leien je gedrochtelijke boeken ’s morgens net zoo eender—Jammer toch—jammer—verdomd jammer van de meìd—heeft nooit geld van mìj willen aannemen—Plums, Baars moesten dubbel betalen.… Nou, Schmidt—waar wachten we op?[Inhoud]Achtste Tooneel.De vorigen, Hope.Hope(door de bibliotheek binnentredend).Goeien morgen, heeren.Dolf.Was jij daar al làng?Hope.Pardon. Ik kom zoo juist binnen—stoor toch niet?—Dag dokter—dat is charmant van u.…Dolf.Heeft die ezel van ’n Jaap je den weg niet gewezen?Hope.Jawel—zou u me even.…Dokter.Meneer Schmidt, detective—zuster Hope.Hope(na wederzijdsche buiging).Jawel zeker heeft ie den weg naar de wachtkamer gewezen. Hij dacht dat ik ook.…Dolf.Hahaha! Onbetaalbaar!.… Buitengewoon!Hope.Toe meneer—we zijn niet „onder ons”.Dolf.’k Zie ’t ’m zoo doen met dat gebit, dat-ie nog[192]’ns inslikt, als-ie strooppannekoeken eet—en met z’n gedistingeerden duim, hahaha!… Hope, wat kijk je weer als ’t laatste kwartier achter ’n wolk! Mag ik je even ontlasten?Hope.Nee meneer—ik hou liever alles aan.Dolf.Ook je hoed?Hope.Ook m’n hoed.Dolf(haar de rozen presenteerend).Met m’n eerbiedigst welkom bij je eerste bezoek—en als souvenir aan de plechtige gebeurtenis van vandaag.…Hope(koeltjes).Dank u wel. En mogen die meisjes nu boven komen? ’n Bijzonder genoegen voor ze..Dolf.Wat bedoel je?Hope.Ik bedoel—nee niets. Of ja! Waarom zou ’k ’t niet?.… Héél kiesch lijkt ’t niet, meneer, vijf in elkander’s tegenwoordigheid te brengen die nu van mekaar wéten dat ze onechte kinderen zijn.….Dokter.Kom, vindt u dat zoo erg.…Hope.Ik ja—Als kind heb ’k dat óók erg gevoeld.…Dolf.Hope—we zijn niet alléén.…Hope.Nee—dat zei ’k juist zelf. Meneer—meneer.…Schmidt.Schmidt.…[193]Hope.Meneer Schmidt blijft voor ’t.…. kruisverhoor?Dolf.Schmidt is opzettelijk gekomen, om met de stukken te verifieeren of de identiteit kan worden.…Hope …Vastgesteld?Dolf.Jà, Hope!… Of moet ìk in ’n vloek en ’n zucht pà van ’n anderman’s pa-lóós kind worden?Hope.Op weg hier na toe, dacht ’k, dat ik als vróúw—als eenige vrouw met de zaak bekend—de aangewezen ondervraagster van die meisjes kon zijn—uw mama zou ’t beslist hebben gedaan, als ze nog leefde.…Schmidt.Pardon, zuster—en neem me niet kwalijk, als ik me in ’t gesprek meng—ik geef in overweging, dat uitsluitend ik en niemand anders de noodige vragen stel. U heeft den ondergrond van ’t geval in uw gedachten—zij weten niet beter dan voor ’n erfenis, ’n èrfenis, opgeroepen te zijn. En zelfs als een van de vijf de meest frappante antwoorden geeft, dienen we nog gereserveerd te blijven—moet ’t aan mij worden overgelaten de laatste informaties in te winnen op ’t bevolkingsregister, bij buren en zoo voort.…Hope.Dus dan ben ìk niet noodig?Schmidt.Direct nee!—Noodig zijn meneer Van Walden en misschien de dokter, die Kreeftje—pardon juffrouw Sofie—’n paar maal gezien meent te hebben.…[194]Hope.Dan wensch ’k de heeren veel succes.…Dolf.Is dat ernst, Hope? We staan ’r op, Jan Linden en ik—wat Jan?—dat je de vertooning van a tot z volgt.…Hope.Ik houd niet van dat soort vertooningen.….Dolf.Val je weer over ’n woord, hahaha!…Dokter.Zuster, heel, heel erg verkeerd! Gesteld dat we slagen—begint dan niet uw taak?…Hope.Nee, de zijne.Dokter.(haar in een fauteuil neerdrukkend)Stribbel niet verder tegen!—Uw opmerking straks was niet onjuist—wij kunnen den raad van ’n zuivervoelende vrouw uitnemend gebruiken—’t spijt me dat ’k m’n eigen Annie niet meebrengen mocht.…Dolf.Diplomaat!(schelt)Nu exécuteur-testamentair van wijlen kapitein Van Reesen—in positie asjeblief!(tot Jaap in de deur)Opdienen! Die met ’r móéder ’t allerlaatst.… Ze weer uitlaten als ’k schel—’n nieuwe bovenlaten als ’k voor de tweede maal roep.En avant. Den heelen middag spendeeren we ’r nièt aan.…(telefoonschel—tot Linden, met angstige stem)… Wil jij even, Jantje—of nee: jij gaat ’r te onstuimig mee om!(vraagt met veranderde stem)Wie daar?… Hallo?(opnieuw gewoon)Ben jij ’t Bannema?… Kerel, ’k ben gekookt!… Nee, geen dankjes!… ’t Eenige wat ’k je kwalijk neem, is dat je me zoolang onder de wijn heb gehouen! Geen vier uur getukt! Goed, goed—[195]maar op ’t oogenblik heb ’k belet. Adieu! Tot vanmiddag!(tot het meisje dat de laatste woorden gehoord heeft, en bij de deur verlegen lacht).Ben jij?… Pardon—ik zou m’n mond houden!Laat ’r gaan zitten, meneer Schmidt.[Inhoud]Negende Tooneel.De vorigen, Grete Donker.Schmidt.Hoe heet u?Grete.Grete Donker.…Schmidt.(in portefeuille snuffelend)Juist—u heeft op de advertentie geantwoord—en ik heb u verzocht om een uur bij meneer Van Walden te komen met uw papieren. Heeft u die meegebracht?Grete(verlegen)…Da’s te zegge, meneer—me geboortebewijs hè-’k—en me getuigschrifte van me laaste betrekking.…Schmidt.(het geboortebewijs inkijkend)Bij wie dient u?Grete.In de winkel van Sannes, as.…Schmidt.(nauwelijks luisterend).Geboren 5 December ’90.…Dolf.5 December—Sinterklaasavond.…Grete.(verlegen)Ja. Hèhèhè!.…Schmidt.Waar woonde uw moéder—uw vader, heeft u die gekend?.…[196]Grete.(giftig).Nee, die smeerlap het me moeder voor alles alléén late opdraaie, toen-ie voor de Oost teekende.…Schmidt.Waar woonde uw moeder, toen u geboren werd?Grete.Weet ik dat!.…Schmidt.Ik bedoel geen naam van ’n straat—de plaats—de stad.…Grete.Dat staat toch in ’t geboortebewijs.…Dolf.Jongen, Schmidt—da’s niet listig van je!Schmidt.(’n tikje geergerd).Ik heb daar m’n reden voor, meneer.(tot Grete).Dus dan is u zéker in Amsterdam geboren—en daar woonde uw moeder al vóór dien tijd?Grete.Me benne d’r nooit vedaan geweest. Me moeder is d’r gebore en gestorreve.Schmidt.Nog één vraag, meisje—dan weet ik voorloopig genoeg, tenzij een van de andere heeren nog iets wil weten—welke kleur haar had uw moeder?Grete.Bruin—maar ’t laaste jaar in ’t gasthuis wit.Schmidt.Dank u. Ik geloof nièt, juffrouw Donker, dat u in aanmerking zal komen—maar in ieder geval hoort u nader van me.Grete.As ’k maar ’n klèin beetje krijg—’k ha-d’r zoo op gevlast.…[197]Dolf.Daar zullen we over denken—iets schiet ’r altijd op over. Dus uw vader kan nooit ’n student zijn geweest.…?Grete.’n Stedent? ’n Stedent? Nee, daar had moeder de smoor an, omdat ze in ’t gasthuis zoo om d’r bed zworreve.…Dolf.Dan kan ze gaan, hè? Dag juffrouw.(schelt).Grete.Dag heere—dag zuster.(af).Dolf.Da’s één niet uit de loterij.(schelt)Nummer twee!(tot Hope welke bij de laatste vragen op is gestaan—bij den doorgang naar de bibliotheek boeken uit de rekken nemend).Blameer me niet—’r zijn ’r geen zes opengesnejen—allemaal mise-en-scène!—geleerdheidspatserij!—en die wèl in handen geweest zijn, kunnen ’n luchtje hebben!..(Hope glimlacht pijnlijk, zit weer in den fauteuil)Weet je, Jantje, dat ’k vannacht, voor ’k eindelijk insliep, ontdekt heb, dat de vrouw ’t heelal regeert? Mathematisch bewijs?…Vox populi vox Dei: de stem van ’t volk is de stem van God. Dat is een. En ’t nòg bekender:Ce que femme veut, Dieu veut: Wat de vrouw wil, wil God. Ergo de stem van God is de stem van de vrouw.… De stem van de vrouw is de stem van … Binnen![Inhoud]Tiende Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, Suze Meier.Schmidt.Hoe heet u?[198]Suze.Suus.…Schmidt.Verder?Suze.Meier.Dolf.Ga d’r bij zitten, Suze.Schmidt.Ik heb u geschreven …Suze.Asjeblief. ’k Hè de pepiere in ’n pakkie bij mekaar. Me moeder hiet Sefie Meier, ha zellef meegekomme as ze geen mankement an d’r been ha gehad—van ’t water.… D’r fotegrawie leit d’r tussche, toe ze zoo oud as ik was—me vader hiette Cornelis van der Vliet—en ha femilie die Van Reesum hiette—en ha geen tijd met me moeder te trouwe, omdat-ie sjecheerder bij de Spoor was en in negetig overreeje wier vlak voor ze anteekene zoue … Nou da’s geen schande voor mijn. En me moeder ken d’r ook niks an doen. En de naam Reesum het ze meer as eens hoore noeme—die was toe stuurman op de paketdienst.…Schmidt.Ho! Ho!… Niet zoo doorslaan, juffrouw Meier …Suze.Me vader.…Schmidt.Suscht!.. Even inkijken.(leest de papieren, die hij in de hand gehouden heeft)Dolf.Geef u mij ’t portret, meneer Schmidt.(bekijkt het)Nee. Nooit gezien. Onmogelijk.(droog)… En[199]’t is natuurlijk onwaarschijnlijk, dat uw moeder in ’90 den bijnaam Kreeftje had?Suze.Kreefie?… Hèhèhè!… Kreefie … Da’s me ook ’n verneukerij!… Wie hiet ’r Kreefie?…Schmidt.Ik heb van mijn kant niets meer te vragen, meneer …Dolf.Ik evenmin, geachte exécuteur-testamentair!Schmidt.Dan wordt u wel bedankt, juffrouw.Suze.Gossie—is ’t al afgeloope?—U het me pepiere haast niet ingekeke … De brieve van me vader an me moeder, toe-ie nog vree … In die eene met de inktveeg d’r op zeit-ie dat z’n oome Reesum.…Schmidt.Ik zal u morgen bericht geven en op vergoeding van de reiskosten kan u rekenen.…Suze.Gossie, gossie meneer—me broeie d’r zoo allejeezis op!—Door me moeder d’r water in d’r beene, staat de helleft van ’t boeltje achter de schuine deur.… ’t Klopt toch met de avvertentie.…Dolf.Vergeten zullen we u niet.(schelt)Suze.(opstaand naar de zij der deur)… As meneer dan me nieuw adres wil schrijve … Van de Tolsteeg gane me verhuize—morrege—na de Zijp nommero 78 bove—dan ben ’k dichter bij de febriek. Het u ’t?.…Schmidt.Ja, ja.Suze.Heere … Heere … Jefrouw …(af).[200][Inhoud]Elfde Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, SofieDelange, Agnes Delange.Dolf.Hahaha!.. ’k Had waarachtig moeite me goed te houen. Dat schepseltje heeft nou ook geen seconde d’r handen stil in d’r schoot gehad, terwijl ze bezig was—of ze ’r den St. Vitusdans in te pakken had!—Uit je humeur, Hope?—Kind, we zijn nog niet op de helft. ’n Goed hengelaar doet ’t met geduld. M’n kans is nog niet verkeken.…(tot de binnentredenden)… Ja!… Kom binnen!… Twee?… Twee tegelijk?… Schmidt: da’s je tweeling!.…Schmidt(tot Agnes)… Wil ù sivoeplee weer na de wachtkamer teruggaan?… Een voor een sivoeplee!Sofie.Da’s me zus, meneer.Schmidt.We kunnen ’t zònder getuigen af.Agnes(driest)… De heer van me zus wou niet dat ze alléén.…Dolf.Is-die fameuze heer bang dat uw zuster opgegeten zal worden?Agnes.(driest)Opete nee. Opete late me zus en ik ons niet—maar me kenne de foefies van de heere—me benne niet van gister … Ik zee: je vliegt ’r niet in—en de heer van Fie zee óók je vliegt ’r niet in.… Daar het u niet zoo zuur om te kijke—want mijn.…[201]Dolf.…Spreek uit.…Agnes …Nee ik smoes niks meer. Je zeit licht meer as je verantwoorde ken, waar Fie?.….Schmidt.(haar in de rede vallend)… ’t Is welletjes, juffrouw …(tot Sofie)… Dus ù komt op de advertentie?Sofie.Ja ik—ìk kreeg ’n briefie, om hier bij meneer te komme.Dolf.…Gaat u zitten.Agnes.O, wat ’n lèkkere stoele! Om in te sterve! Precies as bij …(slaat de vingers in gebaar van iets in te houden voor den mond).Sofie …De papiere, die op ’t lijstje stonde, hè-’k meegebracht—me geboorteacte.….Schmidt.…Asjeblief.…Agnes …Jawel—met ’n máár d’r bij—me late niks achter as tegen bewijs.…Sofie …As tegen bewijs.…Schmidt.We geven u alles dàdelijk weer terug.Agnes.Dan is ’t goeie, Fietje.Schmidt.…Geboren 17 Februari’91 in—Leiden …Dolf.…In Leiden?… Sakkerloot!… Opletten, Jantje boy!.…Schmidt.…Woont uw moeder nòg in Leiden?[202]Sofie …Of ze d’r …?… Wéte me dat, Agnes?Agnes …Nou da’s niet te denke, hahaha! Ze hèt ’r in negetig en zoo gewoond.Schmidt …Zou u wat duidelijker willen antwoorden? We zitten hier niet om raadseltjes op te lossen.Agnes.Nee, me zitte wel as onze lieve Heer zèlf in die stoele van leer—maar voor cherades benne me hier niet. Mòt dat nou an zoo’n bóél mensche verteld worde?.…Schmidt …’t Is in ’t belang van de erfenis, niet waar?Agnes …As ’t dan geen pan en geen kul is—ù hoeft niet weg te gaan, zuster!.…Hope …Zoo als u wil.…Agnes …Blijf op uw gemak!—(Hope zit weer).In u hebbe me meer vertrouwe as in die meneer …Dolf.Dank je wel—wat ’n zeldzame.…Agnes … Googemert, wat!—Zeg me kenne de wereld, me zus en ik!—Me moeder, meneer van de politie—nou herken ’k je, hahaha!—is d’r in ’95 met de een of andere druif vandoor gesjeesd.…Schmidt …Toe, toe, toe!Agnes.Je vraagt ’t toch!… Toe het tante ons in d’r huis genome—Me hebbe geen van twee ’n vader—wat Fie?—de mijne is getrouwd en woont in Den Haag—béwijze ken ’k niks—die van haar—[203]nou, Fie, doe ook ’n mondje open—jij ben de oudste en mijn laat je klesse.….Sofie …Ik ken me vader niet—Ik ben in Leiden gebore—zij in Brussel.….Schmidt …Had uw moeder in Leiden ’n bijnaam?Sofie …Weet ’k niet.Agnes …Dat zal wel. En die zal ze gloeiend verdiend hebbe, ’t mensch!.…Schmidt …Dat vragen we niet.Agnes …O.Schmidt …Herinnert u zich—’95 is ’n heele tijd—welke kleur haar uw moeder had?.…Sofie.Rood—as me zus.Agnes.Dat hoef-ie ’r niet bij te zegge—ze zijn blind.….Dolf …Rood?… En ze heette Sofie?Sofie …As ik.(een stilte).Agnes …Nou zeit niemand wat?Dokter.(tot de twee)… Ik zou wel graag willen hooren wàt uw moeder in ’90 in Leiden dee? Weet ù dat of ù?Agnes.Niet veel bijzonders ken je wel denke.Dokter.Dàt bedoel ik niet. Had ze de een of andere betrekking?[204]Sofie.Hoe kenne wìj dat raje?Agnes.Toe tante nog leefde, zee ze dat moeder—nou laa’k ’t maar nièt zegge.…Sofie …Nee, zeg ’t niet. ’t Het ’r niks mee uit te staan.….Dolf …(aarzelend).… Kan uw moeder ’n relatie met ’n student hebben gehad?Sofie …Wat geloof jij, Agnes?Agnes.Ik geloof niks. Student of geen student—’n pàtser was ’t gedorie—om me zus te late stikke.…Schmidt …Jawel, jawel. Maar nu de puntjes op de i—wat noodzakelijk is!—Zou een van uw andere familieleden zich misschien kunnen herinneren.….Sofie …Me hebbe ènkel ’n neef, die we nooit zien.Schmidt …Zou die weten.….Agnes.Dat broekie!… Die weet enkel van vuile en schoone kinnen—die barbiert.…Dokter …Kàn uw moeder bijvoorbeeld in ’n sigaren- of in ’n manufacturen- of in ’n handschoenenwinkel in betrekking zijn geweest?Sofie …Alles ken.…Agnes …Wij benne op ’n atelier—dan ken zij.… Kan òns ’t schelen!Hope.Wil u mij eens antwoorden?[205]Sofie.Natuurlijk juffrouw.Agnes.(verbeterend)… Zuster—zie je toch!Hope.Hindert niet. Heeft uw moeder nooit aan uw tante ’n woordje geschreven?Sofie.Jawel juffr.…—zùster.Hope.Uitstekend. Dat móét zekerheid geven—voor de erfenis—als u een of meer brieven bewáárd heeft..Agnes …Ja. Me hebbe d’r ’n berg van—uit Amerika, wat Fie?… Van ’96 en ’97—as ze cente an tante stuurde—en toe nog is een van ’99—sekuur hoor—twee negetjes naast mekaar—dat was de laatste.….Sofie …Vergis je je niet?Agnes …Nee hoor!.. D’r was vijftien dollar bij …Hope.…Zouen wij die brieven.….?Dolf …Waarvoor?… Voor wat?Dokter …Ja, zuster, is dat nóódig?Hope …Nee. Dat is te omslachtig. We kunnen ’t makkelijker af!(tot Dolf)… Heeft u den brief, die bij ’t testament van.… van.… kapitein van Reesen lag, bij de hand, meneer?.…Schmidt …Voortreffelijk, zuster! Bravo! Ik begrijp uw bedoeling!—Ja, meneer Van Walden: die brief kan den doorslag geven, bijna volkomen.….Dolf.(een la van het bureau opensluitend)… Ja, dien[206]heb ’k ergens gestopt—gestopt—gestopt—Nee, hier niet(andere la openend)… Da’s ’n sla overal—’n hutspot—moet ’k toch eens probeeren te ordenen.… Wel wat drommel, gevlogen kan-ie niet zijn …(zoekend).Nee—nee—nee … Waar kan-ie dan? Curieus: gebeurt altijd als je iets noodig heb!.… Eureka!.… Eureka!.… ’t Lag vlak voor m’n neus …(neemt den brief uit den sigaren-schedel).… Zeker door Jaapje verlegd.… Voilà, monsieur Schmidt.… Snappen doe ’k ’t niet.…Schmidt.(fluistert Hope iets toe—zij knikt)… Zoo dames—nu hou ik dezen brief ’n beetje gevouwen—den héélen inhoud hoeft u niet te lezen!—en antwoordt nu eens vooral niet te haastig of de handteekening Sofie èn of ’t handschrift op dat van uw moeder lijken. Zegt u ja—dan moeten wij op onze beurt uw brieven inkijken. Niet haastig—’r hangt ’n boel van af!.…(een aangehouden, nieuwsgierige stilte. Agnes buigt over Sofie’s schouder, leest hardop).Agnes.…„..Ik—ik”.….—ja daar staat „ik”—„ik ben wel lichtzinnig maar niet slecht mevrouw”…(tot Sofie).… Hou je duim opzij!.…. „en ik lieg niet.… Zoo.… zoo”—hou dan stil, Fie!—„zoo ferachtig as God me hoort.… het is het kind van u zoon … Die zich noempt … Sophie …”Sofie.(haar zuster aankijkend).… Nee, hè?.… Wat vin jij?Agnes …Vraag-ie dat nog?.… Da’s ’n keukenmeidepootje!… Of ze met d’r linkerhand het geschreve![207]Nee—moeder het ’n lóópende hand—dat lijkt op niks!—„ferachtig as God me hoort”.… Ferachtig.… Ferachtig!.… Daar hoef-ie geen twee telle over te prakkizeere.… Da’s zoo min van onze móéder as ìk van me schooier van ’n vader ben.Dolf.(opgelucht)… En is ’t ònmogelijk, dat uw moeder vroeger Kreeftje heette?Sofie …Kreefje, hahaha!Agnes …Nou beginne me te merreke hoe laat ’t is! Wat ’n flauwe bak! Goed da-je niet alleen op visite gegaan ben, Fie. Magge me de papiere terug asjeblief?Hope.’t Was geen aardigheid, juffrouw—ìk zal zoo vrij zijn nog eens persoonlijk bij u aan te komen.Agnes.As ’t voor die brieve is, hoeft ’t niet, zuster—moeder d’r schrift is met dat vuur en water. Blijf jij nog zitte?… Dag mensche!…Sofie.…Dag juffr … zùster. Dag heere …Agnes.(bij de deur)… As ’t géén aardigheid met dat Kreeftje was—dan het de màn van die Kreeftje toch zeker óók ’n fijne bijnaam gehad … Bejour allemaal!(geprikkeld af. Hope is bij de laatste woorden de bibliotheek ingeschuifeld.)Dolf.(schellend)… Dat was ’n stelletje! En die kleinste … nou! ’n Verbazend vief ding! Twee, drie jaar ouwer, dacht ’k terwijl ze bezig was—en ze zou … Complicatie voor ’n roman fin-de-siècle: de[208]zuster van je dochter trouwen—grootpapa van je dochter—goed dat Hope me niet corrigeert …(tot Jaap)… Nou? Waar blijft de moeder met … ’k Had je toch gezegd …[Inhoud]Twaalfde Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, Jaap.Jaap …’k Wou daarnet niet storen, meneer—maar dat meissie is benejen niet goed geworden—het ’n toeval of zoo iets.…Dolf.Had je niet eerder.…(naar deur).Dokter …Ik zal even kijken, Dolf—blijf jij.….(af door Jaap gevolgd).Dolf.Dan kunnen wij de séance opbreken, meneer Schmidt—Mocht voor die twee beneden uw advies noodig blijken, dan telefoneer ik.Schmidt.Goed meneer.Dolf.En uw declaratie ontvang ’k graag met zeer bekwamen spoed.Schmidt.Dank u, meneer. Dus nièt langer adverteeren?Dolf.(luchtig).Nee—nee. ’t Heeft geenZweck. Ik heb m’nSchuldigkeitgedaan—”derMohrkann gehen”… Een moment nog. U zendt me de adressen van die erfenisjaagsters. Licht dat ze ’n kleine verrassing krijgen!Bonjour! Bonjour![209]Schmidt.Uw dienaar, meneer—u heeft me maar te ontbieden.(bij de deur voor Jaap uitwijkend).Uw dienaar, meneer.Dolf.En?Jaap.Of ’k effen om ’n rijtuig mag telefoneeren?Dolf.(in de bibliotheek kijkend).Ga je gang.Jaap …1290 … Rijnders?… Met Van Walden. Dadelijk vigelante—dadelijk.(schelt af).Dokter …’k Ga ’r vandoor Dolf—Zijn de anderen al weg?(Jaap af)… ’k Zal ’r met ’n rijtuig thuis brengen.Dolf.Toch niet sérieus, boy?Dokter.’n Epileptisch toeval, de stakker—is alweer bij kennis …Hope …Kan ik behulpzaam zijn, dokter?(komt uit doorgang van de bibliotheek).Dokter.…Nee zuster. De eigen moeder is ’r óók bij—en dan rijd ik meteen door.(tot Dolf)… En geen sprake van dat!… Heeft nooit ’n voetstap in Leiden gehad … Kind van ’n marinier die in ’t gekkenhuis overleden is … Wat ’n stakker, wat ’n wurm!… Zit benejen te snikken, nou ze ’r positieven terug heeft, dat je ’r beroerd bij wordt.… Adieu. Tot ziens, Dolf … Tot straks, zuster.(af).[210][Inhoud]Dertiende Tooneel.Dolf, Hope.Dolf.Je heb toch gehoord, dat Linden ’t alleen af kan?Hope.Ik word aan de Stichting gewacht.Dolf.Lunchen we samen—kom zeg nou niet nee!(wil schellen).’k Zal orders geven, dat ze in vijf minuten.Hope.Dank u. Dag meneer.Dolf.Dag meneer! Dag meneer! Hope, je behandelt me niet fair, niet loyaal! Al m’n voorkomendheden stuiten af—op ’k weet niet wat.… Ik buig me—ik gehoorzaam, om ’t zoo te zeggen, aan élk van de dingen, die jij nog niet eens uitgesproken heb, en jij—jij gaat voort—met ’n stugheid, die me razend maakt …Hope.Meneer …Dolf …Schei uit met je ge-meneer—voor jou ben ’k Dolf!…Hope …Dat laat zich niet dwingen …Dolf …Niet dwingen?… niet dwìngen?… Kan ’k je niet volkomen eerlijk in je oogen kijken, als ’kbeweerdat ’k nà dien nacht bij mama’s lijk van elk gebaar, van ieder uur rekenschap kan geven? Dat wordt op die manier ’n soort coqueteeren, ’n misbruik maken van dat ééne incident …[211]Hope …Meneer …Dolf …Ik wìil je meneer niet meer hooren!Hope.(wrevelig)… Daar zal u toch aan moeten wennen. Ik heb niet één reden vertrouwelijker met u om te gaan …Dolf …Dus die onzinnige jacht op ’n kind—doorgezet, om de belofte aan mama—maar nòg meer om jóú—wat je wist, wat je voelde!—die was je geen afdoend bewijs, hoe me dat vroegere speet, hoe ik van jou.…Hope …Nee—die onzinnige jacht heeft me … Dag meneer. Ik geloof dat ’t beter is, op ’t oogenblik allerminst met elkaar uit te spreken.Dolf.Hope—ik sta ’r juist op. Misschien zet je hier in geen tijden ’n voet.…Hope …Nóóit meer.Dolf.(gebelgd)… Heb ’k de minste onhoffelijkheid begaan?… Was m’n welkom geen bloemen-attentie?Hope …Meneer, meneer—ik ben op ’t moment in zoo’n verbitterde stemming, sta zoo wanhopig-vervreemd tegenover u, dat ’k bang ben voor ’n explicatie.Dolf …Heb ìk tot die „verbitterde stemming” aanleiding gegeven? Ik.…Hope …(neerzittend—gejaagd-smartelijk)… Ik heb daarstraks zoo’n moeite gehad me in te houden—u niet in ’t bijzijn van de anderen te … te beleedigen …[212]U is zoo gezond—zoo gezond—zoo stevig—zoo stellig—zoo geestig—ik zoo zwaar op de hand—zoo aarzelend … O, wat háát ik u—wat heb ’k u innig zitten haten—vanaf m’n binnenkomen hier, toen u enkel vernuft, vernuft, vernuft in plaats hàrt, hàrt toonde …Dolf …Hope.…Hope …’t Was „onbetaalbaar, buitengewoon” dat uw bediende me in de wachtkamer bij die kinderen liet—door de telefoon vroeg u of ze chocolade, anijsmelk moesten hebben … De belofte aan dat prachtige menschje, dat nog geen minuut nadat ’k ’r verlaten had, dood uit ’r bed viel, is voor u ’n hartelooze grap, ’n „plechtige gebeurtenis”.…Dolf …Hope.…Hope …Hou uw mond! Verzin geen nieuwe vernuftsdingen—ik haal uw eigen woorden aan!… ’t Heette ’n „plechtige gebeurtenis”, ’n „vertooning”… Geen seconde had u de ernst van ’n misdadiger, die bang is z’n òffer te zien!… Wat is dat niet te vinden—in die radelooze Zee van menschen verdwenen kind, anders dan ’n misdadig offer geworden?(heftig)… En nu nòg staat u te glimlachen, met dien ellendigen supérieuren glimlach!… Met die roos in uw knoopsgat—na „de heele nacht onder de wijn te hebben gezeten”—dat is toch zoo, nietwaar?…Dolf.(glimlachend)… Ja, ja …Hope …Met die roos—of ’t ’n studentikooze fuif was—of u ’n „typisch” uurtje meeleefde, heeft u[213]in uw luxe-kamer—wat heb ù anders dan luxe, luxe, luxe, van af uw geboorte gekend?—die kleine optocht van verlatenenen, verwaarloosden gezien … die op ’n brokje erfenis hoopten!… Die stumper, waarvan de moeder met witte haren in ’t Gasthuis gestorven is—de stumper op „Sinterklaasavond” op de wereld geschopt—was de eerste „niet uit de loterij”—aan de fabrieksmeid, voor ’r moeder sjouwend, moest u nog ’ns droog vragen over den bijnaam Kreeftje—en ’r handen hadden den St. Vitusdans!—bij de twee zusters, was u angstig, niet verheugd, niet blij iets te kunnen herstellen—toen weer, terwijl ’k in de boekerij was, sprak u van ’n roman fin-de-siècle!… Jammer dat de laatste niet hièr ’r epileptisch toeval gekregen heeft—u zou ’r nog glossen en glossen bij gemaakt hebben!.…Dolf …Hope—dat gaat te ver!Hope …Te ver?… Te ver?… Die brief, die wanhoopsbrief van Kreeftje, Kreeftje …Dolf.…Die ìk niet verleid heb!…Hope …Die brief heeft u laten slingeren—was zoek, zoek—kwam uit dat ding daar tevoorschijn—die brief, dien ’k haast van buiten ken, waarin ze smeekte, smeekte, als ’n bedelares—voor jouw, jouw kind!.…Dolf.(driftig)… ’n Vrouw die met Plums en Baars en anderen leefde … Wie zwetst dat ’t mijn kind?…Hope …Ik! Zij! Je eigen moeder! Jijzelf!… Heeft je[214]vernuft, je hatelijk vernuft straks niet gezegd, dat de stem van de vrouw de stem van God is?.… Hoe durfjijdan vragen, twijfelen, ontkennen, bij de woorden in dien simpelen brief?.…(’t papier van tafel grijpend—en driftig lezend)… „Ik lieg niet, ik lieg niet—het is het kind van uw zoon!”.…Dolf.…Nonsens! Nonsens!… ’t Kind van ’n studentenscharrel!—Wiè, wiè, wiè zou zich daar, zònder bewijs, zorgen van aantrekken?Hope.…Heeft ze geld van je aangenomen, die schàrrel?… Is ze je vrouw niet geweest, je passe-temps, die scharrel? Heb je de „opvoeding” van je dochter niet aan ’r overgelaten, aan die schàrrel! Is m’n eigen moeder niet op dezelfde manier … Wat voel jij met je glimlach van dat alles?… Wat raakt ’t jou met je roos in je knoopsgat?…(in snikken uitbarstend)… O, ik hààt je zoo, hààt je zoo, hààt je zoo.…Dolf.…Hope—Hope—laat me.…Hope …(wild haar tranen drogend en opspringend)… Redeneer niet meer—praat niet meer—ik kan je stem niet meer hooren!…(af door boekerij—hij staat even houdingloos—maakt een gebaar of hij den brief wil verscheuren—zakt in nadenken op een stoel—begint hem te lezen).DOEK.[215]

[Inhoud]TWEEDE BEDRIJF,(Smaakvolle jongezelle-kamer—weelderig-intiem gemeubeld. Tweede en derde plan, rechts, de gebeeldhouwde deurenvrije toegang tot een bibliotheek, waarvan een deel zichtbaar is—daarnaast een sierlijk schrijfbureau, bestapeld met kunstvoorwerpen, tijdschriften, portretten. Tegen den achterwand, die in het midden een deur met gobelin heeft, dressoirs en standaards met curiositeiten, aquarellen enz. Eerste plan, links, deur-met-gobelin van de slaapkamer. In den schuinen hoek van tweede en derde plan, links, een rustbank met smyrna-kleed. In het midden der kamer een eikenhouten tafel gebeeldhouwd, met gemakkelijke leeren fauteuils. Vroegmiddag.)[Inhoud]Eerste Tooneel.Jaap, Dolf.Jaap(die juist af geruimd heeft, plaatst den dienbak bij de achterdeur, spreidt een gebattikt tafelkleed over de tafel—De telefoon, op de schrijftafel, gaat over. Rustig neemt hij de gehoorbuis).Jawel. Met Van Walden—met de huisknecht—ja, met Jaap—wil u even wachten?(aarzelend)’k Geloof niet dat meneer thuis is—’k zal zien(legt de buis op het tafelblad).Dolf(in de deuropening der slaapkamer).Wat fantaseer je?Jaap.Zachies, meneer … Mevrouw Lebeau: of ze u …[176]Dolf(wenkt met de hand, dat hij er niet is—heel zacht).Op reis!Jaap(bij de telefoon).Hallo!… Spijt me, mevrouw, meneer is niet alleen niet thuis—zooals ’k dacht—hij moet op reis zijn gegaan.… Waarheen? Waarheen?… Ja, dàt weet ’k niet … Wanneer terug?… ’k Zou ’t niet kunnen zeggen—misschien de volgende week.…Dolf(fluisterend roepend).Langer!Jaap.Misschien langer …(houdt z’n lachen in)… ’k Zal ’t meneer zeggen, mevrouw.… Adieu, mevrouw …(hangt gehoorbuis op).Dolf.Nou?… De boodschap?Jaap.Nom de Dieu!… Sacrénom!… Fiche moi le camp … Je me fou de lui …Dolf(hartelijk lachend).Hahaha!… Je ben niet verkeerd verbonden geweest …(de antieke klok slaat twaalf)… Twaalf?… Twaalf!…Jaap.Meneer mag zich wel haasten—om negen heb ’k geklopt—om half tien—om …Dolf(zich uitrekkend).… Man hou je mond—die klok maakt genoeg spektakel(geeuwt).’t Slagwerk haal je ’r vanmiddag uit.…Jaap.Jawel meneer, hahaha!.…Dolf.En lach als je buiten de kamer ben!Jaap.Als ’t u hinder.…[177]Dolf.Ja, ’t hindert me—’k ben bang dat je je gebit kwijt raakt, als je schik in je leven krijgt …(geeuwt)… Wie komt—wachten(af in slaapkamer).[Inhoud]Tweede Tooneel.Jaap,Dr Linden.Jaap(legt eenige boeken op ’t gebattikt tafelkleed, neemt den dienbak—wijkt bij achterdeur voor Linden uit)… Pardon, dokter.Dokter.Is meneer hier?Jaap.Meneer is nog niet bij de hand—heeft pas ontbeten.Dokter.Goed. Dan wacht ’k in de bibliotheek.Jaap.Zal ’k meneer liever?.…Dokter.Nee, Jaapje—dat doe ’k zèlf(Jaap af—hij doet een paar passen naar de zijde der bibliotheek, neemt een fauteuil, slaat ’n boek open, fluit een studente-signaal).Dolf(beantwoordt dat, opent lachend de deur).Excuseer m’n overhemd, kerel … In twee seconden!(wil in z’n kamer terug—draait zich nog even om)Zeg, Jan, fluit dat deuntje geen tweede keer, asjeblief! ’k Wor straks meer dan me lief is, an m’n vervloekten studente-tijd herinnerd—De sigaren staan achter je—in die schedel … Tien tellen!(af—Linden neemt een sigaar, leest—telefoonschel[178]—hij wil luisteren)… Ik ben op reis—op reis!.…Dokter.Wie daar? Madame Lebeau?… Op reis … Pischt, waar ben je na toe?…Dolf.Naar ’n sanatorium in Duitschland—overspannen!Dokter(in den toestel pratend)… Naar Duitschland(verwonderd)… Dank u wel—’k zal ’m telegrafeeren.(hangt toestel in haak)… Of ’k je positief zeggen wou, dat je ’n sale type, ’n cochon …Dolf …Jawel, jawel—ken ’k droomen!(weer af).Dokter(van ’t schrijfbureau ’n paar maal iets opnemend, lacht, gaat opnieuw voor de tafel lezen).Morgen, morgen!Dolf(z’n jas aanschietend)… Morgen!… Kerel ’k ben zoo verdraaid katterig!Dokter.Mooi zoo. En dat vandaag. Is dit de oorzaak?Dolf.Haarspelden? Vond je die hier?… Nee, op m’n woord niet. In geen maanden ’n vrouw bij me gehad! Leg ze nou niet op de tafel! Haal geen grapjes uit!(werpt ze in de snippermand, naast schrijftafel).Dat zul je nu niet gelooven, Jan, maar die dingen vinden we met grossen—of ze jongen. Elk verleden begint bij ’n haarspeld.…Dokter.’t Verleden van die twee kan, zou ’k denken zoo ver niet zijn … Van je bureau opgepikt, haha![179]Dolf.Attentie van dien smakker van ’n Jaap—is geestig op zijn manier!… Nee maar, Jan, vent, kind, hart—kijk me niet zoo guitig an—of je me half gelooft! ’k Wou dàt je gelijk had, wóú dat ’k je slimme schalksche oogjes verdiende! Ach! Ach! Nog ’n kwartier, nog ’n half uur—en ’k zit met m’n katterig gezicht—zie je ’t me an?—in bedrijf nummer zooveel van de allerdolste komedie. Geef me ’n lucifer, vent. Merci. Even ’n trekje. In presentie van m’n collectie dochters—vijf, zegge vijf, zijn op de annonce afgekomen—zal m’n vaderhart fatsoenshalve te actief werkzaam moeten zijn, om ’n Henry-Clay te kunnen rooken. Kind, wat ben ’k slap!Dokter.Hoe laat ben je thuis gekomen?Dolf …Hoe vroeg! ’k Heb drie uur—nee, nou overdrijf ’k—vier uur gemaft(telefoonschel)… Zou je zoo’n créature … Je hoeft niet te twijfelen: Snipje, Snipje … ’k Schaf me telefoon af … Dat is vervloekt als je liaisons je nummer weten.…(telefoonschel).… Jawel, Jawel.… Dat hou ìk ’t langste uit … Is me verleden jaar gebeurd, dat-ie driemaal in ’t uur overging tegen kinderbedtijd, hahaha! Zeldzaam-zenuwachtige tijd!(telefoonschel)… Nou, nou, nou!… Dit volk is hardnekkig.…’k Zal me stem veranderen …(praat in toestel)… Meneer is op reis—ik ben de huishoudster …(schrikkend).Excuse me, Hope, darling—ik had ’t zoo enorm druk—Over ’n kwartier.… Kom je zelf ook?… Je eerste bezoek op m’n kamer!… Je zal als ’n koningin ontvangen worden! Hoeft dat niet? Daar door de telefoon ’n kus … Moet ’k uitscheiden met[180]m’n gekheid?… Ze krijgt ’r ’n kleur van, Jan! Hahaha!… Ja, Linden zit bij me—hoofdcontroleur!… Eén oogenblikje nog, darling! Moeten die vijf dochters van me—’k wil ze àllemaal ongezien adopteeren, om van de last af te zijn!—moeten die op ’t een of ander getrakteerd worden? Chocolade, anijsmelk … Wat?… Wat dan?…(hangt gehoorbuis op)… Laat me staan … Is ’r van door, hahaha!…(schelt electrische knop boven de tafel).Daar had ’k bijna ’n blunder begaan, hè?(geeuwt)… Excuseer! ’k Zou ’r zoo ’n paar uur onder kunnen kruipen.…Dokter …Ik wacht geduldig, om te hooren wat je uitgehaald heb.…Dolf.Uitgehaald?… Eerst met Beelaart, na ’t diner, ’n partij geschaakt—remise, na ’n zit van negen tot eenen … Ja!(tot Jaap)… Haal jij ’ns vlug ’n bouquet witte rozen.…[Inhoud]Derde Tooneel.De vorigen, Jaap.Jaap.Jawel meneer.Dolf.Jaapje—nou nòg eens: lach met meer overleg!(tot Linden).’k Heb ’m de vorige week, voor moed, beleid—vooral beleid!—en trouw ’n nieuw gebit cadeau gegeven, omdat ’k z’n ruine om esthetische overwegingen niet zien kon—en nou lacht dat schaap telkens met z’n tanden óver mekaar!… Schiet op!… De mooiste theerozen, die je krijgen kan! Nou?[181]Jaap(met bedwongen grijns)… D’r zit benejen ’n juffrouw.…Dolf.Wat voor ’n juffrouw?Jaap.Van ’n advertentie—met de moeder d’r bij …Dolf.Zoo. Wachten(geprikkeld)… Wat sta je met je hand? Moet je boksen?Jaap(de gehandschoende hand openen).Me duim is ’r door.…Dolf.Zoo—je duim ’r door? Marsch! En vlug![Inhoud]Vierde Tooneel.Dolf, Dokter.Dokter.Hahaha! Heeft-ie z’n witte handschoenen voor de gelegenheid aangetrokken!Dolf..Zoo’n kaffer! Informeer ’k nou nièt, dan loopt-ie den heelen dag of-ie ’n misvormde knuist heeft! Wat was ’k bezig te vertellen? De partij schaak. Juist. Bij half twee, van plan bijtijds in bed te eenzamen—voor de belangwekkende conferentie!—ontmoet ’k Bannema, Kareltje, enétat de désespoir—driekwart zelfmoord-ideejen—aan de beurs gedobbeld—Jantje, wat ’k zeg is vertrouwelijk!Dokter.Natuurlijk.…Dolf.Gedobbeld, om den staat van z’n vrouw bij te houden. Had ’t al met ’n open gaskraan geprobeerd—niet gelukt—kan ’k niemand aanraden: de weduwe[182]krijgt de gasrekening!—liep gewoon te huilen—’n gat van ’n halve ton, en ’n vermogen naar de weerlicht, als de baisse aanhoudt!—’n Vrouw, die huilt, doet me verbazend weinig—kwestie van gewoonte—’n màn—en wat ’n door en door braaf ventje!—maakt me ondersteboven. Heb ’m geholpen.Dokter.Zoo maar?Dolf.Ruineeren zal ’t me niet. Mama’s aandeel—de goeie ziel: dat is nou net drie maanden geleden!—heb ’k voor veertien dagen met m’n nobelen neef geschikt—et zut!—Je had z’n blijdschap moeten zien! ’k Moest met ’m mee—naar z’n huis—en daar hebben we allebei tot vijf uur zitten pimpelen, de eene flesch Rijnwijn na de andere. ’k Heb ’m ’n tikje om gekregen—hahaha!Dokter.Dolf, Dolf—ik heb geen enkel recht je raad te geven—maar ’t lijkt me toch zacht gesproken onverantwoordelijk ’n dobbelaar, zonder eenig verder onderzoek te steunen—en voor dàt bedrag.…Dolf.Jan, nuchtere kerel, ik ben te katterig, om je ongelijk te geven—maar m’n woord is m’n woord en m’n handteekening m’n handteekening—de cheque is binnen—en de kinderen hebben Kareltje in ’n prachtig humeur gezien, als-ie ook niet te katterig is!Dokter.De kinderen?[183]Dolf.Vier. Ja vier! Hij heeft ’t verder gebracht dan jij … Vannacht om bij half vijf, toen ’k die smerige zaken in orde gebracht had, zei-ie: loop even op je teenen mee, dan zal ’k je de kinder-slaapkamer laten kijken. Ik verzeker je, Jantje—en zonder groote woorden!—dat ik die slapende kopjes niet zal vergeten—zulke hoofdjes—en zulke mondjes—en.… Hahaha! Goud waard! Goud waard! Stel je voor—tegen ’t afscheid staat Kareltje onzeker op, zet nog ’n zes, zeven wijnglazen op de tafel, giet ’r scheutjes in! Wat voer je uit vraag ik.… Ik ben bang, zegt-ie—goddelijk, pyramidaal!—dat me vrouw of de meisjes twéé glazen bij ’n half dozijn leege flesschen zullen zien! Hahaha! Hoe is-ie? ’t Modernste préservatif voor getrouwde mannen, die ’n buitensporigheid doen!.… Ja. Ja.… Binnen![Inhoud]Vijfde Tooneel.De vorigen, Jaap.Jaap.Asjeblief meneer—de rozen.Dolf.Netjes. Daar in de vaas.Jaap.D’r zijn d’r al drie, meneer.Dolf.Allemaal met moeders?Jaap.Nee, meneer—alleen de eerste. En dan is ’r die detective, die al ’n paar maal geweest is.Dolf.Die met.…Jaap.Ja meneer.[184]Dolf.Wat nou ja meneer? Wat heb ’k bedoeld?Jaap.Dat weet ’k niet—ik dacht.…Dolf.Lach niet!… Lach niet!… ’k waarschuw je: ’k neem ’t weer af!… Laat die met—waarvan jij dàcht … laat die boven komen.Jaap.Ja meneer(af).[Inhoud]Zesde Tooneel.Dolf, Dokter.Dokter.Is dat de man die aan ’t snorren geweest is?Dolf.Ja-ja, ’n Gladekker,first class, door den chargé-d’affaires van de goeie ziel, ergens bij de politie opgeduikeld, ’n gewezen inspecteur, gesjeesd omdat-ie te handig voor z’n supérieuren werd!(plukt een knop uit den bouquet, steekt die in z’n knoopsgat).Jan, voortreffelijke kerel, Jan, ouwe boemelaar—als ’t vandaag niet lukt—als geen van de vijf m’n—’t kriewelt in m’n keel, als ’k ’t fatale woord uitspreek!—geen van de vijf m’n dòch-ter blijkt, ga ’k in ’n klooster, om Hope d’r oogen, d’r prachtige oogen te ontloopen … Had je ook niet voor drie maanden kunnen denken, dat ik, ik, door ’n menschje, dat om ’n haverklap m’n uitstekend humeur bederft, dat ’k bij tijden gewoon niet zetten kan—schrikkelijke individuën, die hyper-moderne wijfjes!—dat ìk door zóo een aan ’n zijden draadje rond word geleid!… Als de goeie ziel ’t vodje van ’n brief niet bewaard had—en dien avond van ’r dood niet de obsessie van de Stichting en ’t kinderen-asyl, die groteske belofte.… Entrez! Ga zitten. Steek ’n sigaar op.[185][Inhoud]Zevende Tooneel.De vorigen, Schmidt.Schmidt(nadat Jaap de deur gesloten heeft)… Ze zijn ’r. Kan ’k praten waar meneer bij is?Dolf.Sans gêne! Dokter Linden—ook uit dien tijd—rechercheur Schmidt.Schmidt.Detective, als ’t u ’t zelfde is.Dolf.Je mag je precies noemen zooals je wil, als je ’r maar heb! ’t Zit me tot hier!Schmidt.Over mij heeft u geen reden van klagen! ’t Onmogelijkste, ’t bijna bovenmenschelijke, heb ’k gedaan. Voor niet één zaak moest zoo gesnuffeld worden—niet één was zoo ingewikkeld. Dat behoef ’k zeker niet te resumeeren!.…Dolf.Resumeer gerust—laat m’n vriend, den dokter meesmuilen—die denkt honderd tegen een, dat we stil hebben gezeten! Moordenaarswerk! In ’n woestijn vind je iemand makkelijker, dan in de zoogenaamde geordende samenleving! ’n Schande, ’n schande.… Niet rooken?.…Schmidt.’k Steek ’m liever bij me. Dank u. Dokter, die vrouwspersoon is met of zonder ’r kind radikaal, spoorloos verdwenen—spoorloos. Toen de zaakgelastigde van wijlen mevrouw me bij zich ontbood, zonder te zeggen wat ’r aan ’t handje was, zei ’k, zoo zeker als van ’t uur van m’n dood, dat ’t bagatel—’t bagatel: ’k had lastiger zaakjes uitgepluisd[186]—binnen ’n week afgehandeld zou worden. Dat kon ’k beloven, kon ’k, omdat we aan de kleine strafzaak tegen meneer houvast hadden, dat van.…Dolf.Jawel jawel—meneer is me zelf met nòg wat vrienden met ’n tweespan aan de gevangenis komen afhalen, hahaha! Herinner je je, Jantje?Dokter.Hahaha, en hoe!Schmidt.De dossiers heb ’k nageslagen—vond den naam van den koloniaal—werkte den Burgerlijken Stand ’89,’90,’91 af, zag dat de koloniaal in’94 in Atjeh stierf—geen zuster ingeschreven—niet één zuster.…Dokter.Hoe is dat mogelijk? Hij trok toch voor z’n zùster partij!Dolf.Val nou niet in de rede, Jantje, kind! Je hoort toch de feiten! Natuurlijk ’n uit z’n duim gezogen zuster, om zelf geen straf op te loopen—we hebben allebei legio zusters in die dagen gehad!Schmidt.Toen zat ’k vast. De brief aan mevrouw, dien ’k in ’t begin niet lezen mocht, was met Sofie onderteekend—en meneer had ’r nooit anders dan, dan.…Dolf.Dan kreeftje genoemd—omdat ze zulk magnifiek rood haar had—en gek met kreeft was—één avond twee heele bussen.…Schmidt.Toch erg onverstandig, als ik ’t opmerken mag—’n verhouding zonder vàn.…[187]Dolf.Gebeurt me ook nooit meer. Kreeftje, Puckje, Snipje—’k moet ’t me afwennen.Schmidt.’n Volle maand ben ’k bezig geweest—de sigarenwinkel was verdwenen—de handschoenenwinkel sinds jaren op de flesch. De college-vrienden van meneer, die ’k zoo voorzichtig mogelijk en met de wanhopigste tact polsen wou, hadden niet zooveel geheugen meer—getrouwde menschen mèt posities—alleen ’n ongetrouwd lid van de Rechtbank sprak óók van Kreeftje.…Dolf.Hahaha! Plums! Herinner je je Plums nog—Plums met z’n museum schelknoppen en andere gemoerde dingen! En vertel ’ns van je bezoek aan Baars, Schmidt—Kostelijk! Kostelijk!Schmidt.Mr. Plums zei dat Dominee Baars ’r mogelijk ook gekend kon hebben—mógelijk. Die was juist naar ’t Noorden beroepen. Die vroeg ’k met ’n niet te beschrijven tact, dokter—’k zette overal ’t gesprek in, of ’n erfenis losgekomen was—of hij Kreeftje.… Net kwam z’n vrouw de studeerkamer in. Dominee keek me niet bepaald aangenaam aan, liet me tot an de deur uit, sméét die achter me toe—met ’n bons.…Dokter.Vermakelijk!Dolf.’k Had er bij willen zijn!Schmidt.Op de registers van den Burgerlijken Stand van die jaren heb ’k gezweet, dokter—ben ’t monnikenwerk begonnen na te gaan welke juffrouwen[188]met den voornaam Sophie—aan Kreeftje had ’k bijzonder weinig—verhuisd of.… bevallen.… of gestorven waren. Hielp niemendal. Een Sophie, dochter van ’n slager, was naar Antwerpen vertrokken—een, dat was onder de onechte geboorten, had ’n tweeling gekregen.…Dolf.De hemel beware me!Schmidt.…Later getrouwd met ’n aannemer—geen sprake van ’n bijnaam Kreeftje.… Drie waren ’r gestorven, dochters van bekende ingezetenen—een was in ’n bordeel beland, stond in de ouwe politieregisters geboekt met zwàrt haar. Ik verzeker u, dat ik ’r nachten voor opgezeten heb—en namen overgeslagen, in die kleine universiteitsstad, behoort tot de wetenschappelijke onmogelijkheden, zou ’k durven beweren. Jammer dat mevrouw destijds dien allereersten dreigbrief mèt ’t goeie adres verscheurd heeft—dan waren we ’r geweest.Dokter.En waar haalt u dan die vijf meisjes, die beneden wachten, vandaan?Schmidt.Waar? Als niets je meer helpt—je niet ’t minste, geringste spoor vindt—de jonge dames die zich met studenten afgeven, zijn dikwijls overdag fatsoenlijk in betrekking.…Dolf.Zij ook—in die handschoenenwinkel.…..Schmidt.…Op de flesch en zonder adres vertrokken—voor schulden—Als je uitgepraat ben, kun je nog enkel aanhoudend adverteeren.…[189]Dokter.Gezocht ’n juffrouw met rood haar, die in ’90 den bijnaam Kreeftje had?Schmidt.Nee, dokter.Dolf.Heb ik je de kranten nog niet laten zien?Dokter.Jij mij? Wanneer?Dolf.Heeft Hope je niet ingelicht?Dokter.Hope? Die wordt al stil en gesloten als ze je náám hoort!Dolf(pakket van de schrijftafel nemend).Dossier van de … verloren dochter. Die blauwe potloodhalen! Je hoeft ’r maar een te lezen—allemaal ’t zelfde! Ach, ach, wat ’n fumisterie, om m’n woord tegenover de goeie, geëxalteerde ziel te houden!Dokter(lezend).„Erfgenaam opgeroepen”? Is ’t dat?Schmidt.Natuurlijk. Om met tact—met tact—achter de waarheid te raken, moet je ’n gevatten aanloop zoeken.…Dolf.Wou jij soms liever, dat ik annonceerde:Adolf van Walden, zoekt de dochter van ’n zekere Sofie, bijgenaamd Kreeftje, aan wie hij in ’90(korzelig)… alle duivels, de historie hangt me de keel uit!… De nonsens, om iemand zoo’n absurditeit op te dringen.…Dokter.„Erfgenaam opgeroepen”. Dat zijn advertenties, die ’r inhakken!(lezend).„Deexécuteur-testamentair[190]van wijlen kapiteìn Van Reessen”… Ben jij dat?Dolf.Doe me ’t genoegen en lees zachtjes!Dokter.Veel te merkwaardig, om in je eentje te genieten!… „van wijlen kapitein Van Reessen, bij leven gezagvoerder ter koopvaardij, heeft in opdracht een belangrijk legaat uit te keeren, aan de dochter van zekere juffrouw Sofie, achternaam onbekend, dewelke dochter einde 1890 of begin 1891 geboren werd, vader onbekend”.Dat is niet bijzonder duidelijk!Dolf.Zeg, zou jij ’r de zegen niet van af willen nemen?… De vijf komen toch niet uit de lucht vallen!Dokter.En àls—áls—’t gelúk je meeloopt: wat dan?… Wat doe je dan met zoo’n meisje?Dolf.Ik doe niets—kapitein Van Reessen, oud-gezagvoerder doet. ’n Betamelijk jaargeld—’n centje om te trouwen—’n … Als mama me zoo in de klem zag, zou ze meelijden met me hebben!… In geen drie maanden rust, om ’n caprice! Heb jij—die daar zoo genoegelijk zit te grunneken—makkelijk lachen van ’n ander z’n pech!—heb jij zekerheid, dat ’r niet ergens ’n Lindentje zwerft? Dat kleine rooie Kreeftje—nee kwaad mag ’k niet van ’r spreken—’t was ’n aardig ding.… Als ’k ’n enkele, dood-enkele keer op m’n kamer zat te zwóégen, zwerend dat ’k niet naar de kroeg zou gaan, dan kon je zoo zachies in de straat(imiteert het signaal van daareven)hooren fluiten—en als je dan je[191]kop door ’t raam stak, zag je de leuke rooie pruik … Dan smeet je de sleutel naar beneden—en dan—dan leien je gedrochtelijke boeken ’s morgens net zoo eender—Jammer toch—jammer—verdomd jammer van de meìd—heeft nooit geld van mìj willen aannemen—Plums, Baars moesten dubbel betalen.… Nou, Schmidt—waar wachten we op?[Inhoud]Achtste Tooneel.De vorigen, Hope.Hope(door de bibliotheek binnentredend).Goeien morgen, heeren.Dolf.Was jij daar al làng?Hope.Pardon. Ik kom zoo juist binnen—stoor toch niet?—Dag dokter—dat is charmant van u.…Dolf.Heeft die ezel van ’n Jaap je den weg niet gewezen?Hope.Jawel—zou u me even.…Dokter.Meneer Schmidt, detective—zuster Hope.Hope(na wederzijdsche buiging).Jawel zeker heeft ie den weg naar de wachtkamer gewezen. Hij dacht dat ik ook.…Dolf.Hahaha! Onbetaalbaar!.… Buitengewoon!Hope.Toe meneer—we zijn niet „onder ons”.Dolf.’k Zie ’t ’m zoo doen met dat gebit, dat-ie nog[192]’ns inslikt, als-ie strooppannekoeken eet—en met z’n gedistingeerden duim, hahaha!… Hope, wat kijk je weer als ’t laatste kwartier achter ’n wolk! Mag ik je even ontlasten?Hope.Nee meneer—ik hou liever alles aan.Dolf.Ook je hoed?Hope.Ook m’n hoed.Dolf(haar de rozen presenteerend).Met m’n eerbiedigst welkom bij je eerste bezoek—en als souvenir aan de plechtige gebeurtenis van vandaag.…Hope(koeltjes).Dank u wel. En mogen die meisjes nu boven komen? ’n Bijzonder genoegen voor ze..Dolf.Wat bedoel je?Hope.Ik bedoel—nee niets. Of ja! Waarom zou ’k ’t niet?.… Héél kiesch lijkt ’t niet, meneer, vijf in elkander’s tegenwoordigheid te brengen die nu van mekaar wéten dat ze onechte kinderen zijn.….Dokter.Kom, vindt u dat zoo erg.…Hope.Ik ja—Als kind heb ’k dat óók erg gevoeld.…Dolf.Hope—we zijn niet alléén.…Hope.Nee—dat zei ’k juist zelf. Meneer—meneer.…Schmidt.Schmidt.…[193]Hope.Meneer Schmidt blijft voor ’t.…. kruisverhoor?Dolf.Schmidt is opzettelijk gekomen, om met de stukken te verifieeren of de identiteit kan worden.…Hope …Vastgesteld?Dolf.Jà, Hope!… Of moet ìk in ’n vloek en ’n zucht pà van ’n anderman’s pa-lóós kind worden?Hope.Op weg hier na toe, dacht ’k, dat ik als vróúw—als eenige vrouw met de zaak bekend—de aangewezen ondervraagster van die meisjes kon zijn—uw mama zou ’t beslist hebben gedaan, als ze nog leefde.…Schmidt.Pardon, zuster—en neem me niet kwalijk, als ik me in ’t gesprek meng—ik geef in overweging, dat uitsluitend ik en niemand anders de noodige vragen stel. U heeft den ondergrond van ’t geval in uw gedachten—zij weten niet beter dan voor ’n erfenis, ’n èrfenis, opgeroepen te zijn. En zelfs als een van de vijf de meest frappante antwoorden geeft, dienen we nog gereserveerd te blijven—moet ’t aan mij worden overgelaten de laatste informaties in te winnen op ’t bevolkingsregister, bij buren en zoo voort.…Hope.Dus dan ben ìk niet noodig?Schmidt.Direct nee!—Noodig zijn meneer Van Walden en misschien de dokter, die Kreeftje—pardon juffrouw Sofie—’n paar maal gezien meent te hebben.…[194]Hope.Dan wensch ’k de heeren veel succes.…Dolf.Is dat ernst, Hope? We staan ’r op, Jan Linden en ik—wat Jan?—dat je de vertooning van a tot z volgt.…Hope.Ik houd niet van dat soort vertooningen.….Dolf.Val je weer over ’n woord, hahaha!…Dokter.Zuster, heel, heel erg verkeerd! Gesteld dat we slagen—begint dan niet uw taak?…Hope.Nee, de zijne.Dokter.(haar in een fauteuil neerdrukkend)Stribbel niet verder tegen!—Uw opmerking straks was niet onjuist—wij kunnen den raad van ’n zuivervoelende vrouw uitnemend gebruiken—’t spijt me dat ’k m’n eigen Annie niet meebrengen mocht.…Dolf.Diplomaat!(schelt)Nu exécuteur-testamentair van wijlen kapitein Van Reesen—in positie asjeblief!(tot Jaap in de deur)Opdienen! Die met ’r móéder ’t allerlaatst.… Ze weer uitlaten als ’k schel—’n nieuwe bovenlaten als ’k voor de tweede maal roep.En avant. Den heelen middag spendeeren we ’r nièt aan.…(telefoonschel—tot Linden, met angstige stem)… Wil jij even, Jantje—of nee: jij gaat ’r te onstuimig mee om!(vraagt met veranderde stem)Wie daar?… Hallo?(opnieuw gewoon)Ben jij ’t Bannema?… Kerel, ’k ben gekookt!… Nee, geen dankjes!… ’t Eenige wat ’k je kwalijk neem, is dat je me zoolang onder de wijn heb gehouen! Geen vier uur getukt! Goed, goed—[195]maar op ’t oogenblik heb ’k belet. Adieu! Tot vanmiddag!(tot het meisje dat de laatste woorden gehoord heeft, en bij de deur verlegen lacht).Ben jij?… Pardon—ik zou m’n mond houden!Laat ’r gaan zitten, meneer Schmidt.[Inhoud]Negende Tooneel.De vorigen, Grete Donker.Schmidt.Hoe heet u?Grete.Grete Donker.…Schmidt.(in portefeuille snuffelend)Juist—u heeft op de advertentie geantwoord—en ik heb u verzocht om een uur bij meneer Van Walden te komen met uw papieren. Heeft u die meegebracht?Grete(verlegen)…Da’s te zegge, meneer—me geboortebewijs hè-’k—en me getuigschrifte van me laaste betrekking.…Schmidt.(het geboortebewijs inkijkend)Bij wie dient u?Grete.In de winkel van Sannes, as.…Schmidt.(nauwelijks luisterend).Geboren 5 December ’90.…Dolf.5 December—Sinterklaasavond.…Grete.(verlegen)Ja. Hèhèhè!.…Schmidt.Waar woonde uw moéder—uw vader, heeft u die gekend?.…[196]Grete.(giftig).Nee, die smeerlap het me moeder voor alles alléén late opdraaie, toen-ie voor de Oost teekende.…Schmidt.Waar woonde uw moeder, toen u geboren werd?Grete.Weet ik dat!.…Schmidt.Ik bedoel geen naam van ’n straat—de plaats—de stad.…Grete.Dat staat toch in ’t geboortebewijs.…Dolf.Jongen, Schmidt—da’s niet listig van je!Schmidt.(’n tikje geergerd).Ik heb daar m’n reden voor, meneer.(tot Grete).Dus dan is u zéker in Amsterdam geboren—en daar woonde uw moeder al vóór dien tijd?Grete.Me benne d’r nooit vedaan geweest. Me moeder is d’r gebore en gestorreve.Schmidt.Nog één vraag, meisje—dan weet ik voorloopig genoeg, tenzij een van de andere heeren nog iets wil weten—welke kleur haar had uw moeder?Grete.Bruin—maar ’t laaste jaar in ’t gasthuis wit.Schmidt.Dank u. Ik geloof nièt, juffrouw Donker, dat u in aanmerking zal komen—maar in ieder geval hoort u nader van me.Grete.As ’k maar ’n klèin beetje krijg—’k ha-d’r zoo op gevlast.…[197]Dolf.Daar zullen we over denken—iets schiet ’r altijd op over. Dus uw vader kan nooit ’n student zijn geweest.…?Grete.’n Stedent? ’n Stedent? Nee, daar had moeder de smoor an, omdat ze in ’t gasthuis zoo om d’r bed zworreve.…Dolf.Dan kan ze gaan, hè? Dag juffrouw.(schelt).Grete.Dag heere—dag zuster.(af).Dolf.Da’s één niet uit de loterij.(schelt)Nummer twee!(tot Hope welke bij de laatste vragen op is gestaan—bij den doorgang naar de bibliotheek boeken uit de rekken nemend).Blameer me niet—’r zijn ’r geen zes opengesnejen—allemaal mise-en-scène!—geleerdheidspatserij!—en die wèl in handen geweest zijn, kunnen ’n luchtje hebben!..(Hope glimlacht pijnlijk, zit weer in den fauteuil)Weet je, Jantje, dat ’k vannacht, voor ’k eindelijk insliep, ontdekt heb, dat de vrouw ’t heelal regeert? Mathematisch bewijs?…Vox populi vox Dei: de stem van ’t volk is de stem van God. Dat is een. En ’t nòg bekender:Ce que femme veut, Dieu veut: Wat de vrouw wil, wil God. Ergo de stem van God is de stem van de vrouw.… De stem van de vrouw is de stem van … Binnen![Inhoud]Tiende Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, Suze Meier.Schmidt.Hoe heet u?[198]Suze.Suus.…Schmidt.Verder?Suze.Meier.Dolf.Ga d’r bij zitten, Suze.Schmidt.Ik heb u geschreven …Suze.Asjeblief. ’k Hè de pepiere in ’n pakkie bij mekaar. Me moeder hiet Sefie Meier, ha zellef meegekomme as ze geen mankement an d’r been ha gehad—van ’t water.… D’r fotegrawie leit d’r tussche, toe ze zoo oud as ik was—me vader hiette Cornelis van der Vliet—en ha femilie die Van Reesum hiette—en ha geen tijd met me moeder te trouwe, omdat-ie sjecheerder bij de Spoor was en in negetig overreeje wier vlak voor ze anteekene zoue … Nou da’s geen schande voor mijn. En me moeder ken d’r ook niks an doen. En de naam Reesum het ze meer as eens hoore noeme—die was toe stuurman op de paketdienst.…Schmidt.Ho! Ho!… Niet zoo doorslaan, juffrouw Meier …Suze.Me vader.…Schmidt.Suscht!.. Even inkijken.(leest de papieren, die hij in de hand gehouden heeft)Dolf.Geef u mij ’t portret, meneer Schmidt.(bekijkt het)Nee. Nooit gezien. Onmogelijk.(droog)… En[199]’t is natuurlijk onwaarschijnlijk, dat uw moeder in ’90 den bijnaam Kreeftje had?Suze.Kreefie?… Hèhèhè!… Kreefie … Da’s me ook ’n verneukerij!… Wie hiet ’r Kreefie?…Schmidt.Ik heb van mijn kant niets meer te vragen, meneer …Dolf.Ik evenmin, geachte exécuteur-testamentair!Schmidt.Dan wordt u wel bedankt, juffrouw.Suze.Gossie—is ’t al afgeloope?—U het me pepiere haast niet ingekeke … De brieve van me vader an me moeder, toe-ie nog vree … In die eene met de inktveeg d’r op zeit-ie dat z’n oome Reesum.…Schmidt.Ik zal u morgen bericht geven en op vergoeding van de reiskosten kan u rekenen.…Suze.Gossie, gossie meneer—me broeie d’r zoo allejeezis op!—Door me moeder d’r water in d’r beene, staat de helleft van ’t boeltje achter de schuine deur.… ’t Klopt toch met de avvertentie.…Dolf.Vergeten zullen we u niet.(schelt)Suze.(opstaand naar de zij der deur)… As meneer dan me nieuw adres wil schrijve … Van de Tolsteeg gane me verhuize—morrege—na de Zijp nommero 78 bove—dan ben ’k dichter bij de febriek. Het u ’t?.…Schmidt.Ja, ja.Suze.Heere … Heere … Jefrouw …(af).[200][Inhoud]Elfde Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, SofieDelange, Agnes Delange.Dolf.Hahaha!.. ’k Had waarachtig moeite me goed te houen. Dat schepseltje heeft nou ook geen seconde d’r handen stil in d’r schoot gehad, terwijl ze bezig was—of ze ’r den St. Vitusdans in te pakken had!—Uit je humeur, Hope?—Kind, we zijn nog niet op de helft. ’n Goed hengelaar doet ’t met geduld. M’n kans is nog niet verkeken.…(tot de binnentredenden)… Ja!… Kom binnen!… Twee?… Twee tegelijk?… Schmidt: da’s je tweeling!.…Schmidt(tot Agnes)… Wil ù sivoeplee weer na de wachtkamer teruggaan?… Een voor een sivoeplee!Sofie.Da’s me zus, meneer.Schmidt.We kunnen ’t zònder getuigen af.Agnes(driest)… De heer van me zus wou niet dat ze alléén.…Dolf.Is-die fameuze heer bang dat uw zuster opgegeten zal worden?Agnes.(driest)Opete nee. Opete late me zus en ik ons niet—maar me kenne de foefies van de heere—me benne niet van gister … Ik zee: je vliegt ’r niet in—en de heer van Fie zee óók je vliegt ’r niet in.… Daar het u niet zoo zuur om te kijke—want mijn.…[201]Dolf.…Spreek uit.…Agnes …Nee ik smoes niks meer. Je zeit licht meer as je verantwoorde ken, waar Fie?.….Schmidt.(haar in de rede vallend)… ’t Is welletjes, juffrouw …(tot Sofie)… Dus ù komt op de advertentie?Sofie.Ja ik—ìk kreeg ’n briefie, om hier bij meneer te komme.Dolf.…Gaat u zitten.Agnes.O, wat ’n lèkkere stoele! Om in te sterve! Precies as bij …(slaat de vingers in gebaar van iets in te houden voor den mond).Sofie …De papiere, die op ’t lijstje stonde, hè-’k meegebracht—me geboorteacte.….Schmidt.…Asjeblief.…Agnes …Jawel—met ’n máár d’r bij—me late niks achter as tegen bewijs.…Sofie …As tegen bewijs.…Schmidt.We geven u alles dàdelijk weer terug.Agnes.Dan is ’t goeie, Fietje.Schmidt.…Geboren 17 Februari’91 in—Leiden …Dolf.…In Leiden?… Sakkerloot!… Opletten, Jantje boy!.…Schmidt.…Woont uw moeder nòg in Leiden?[202]Sofie …Of ze d’r …?… Wéte me dat, Agnes?Agnes …Nou da’s niet te denke, hahaha! Ze hèt ’r in negetig en zoo gewoond.Schmidt …Zou u wat duidelijker willen antwoorden? We zitten hier niet om raadseltjes op te lossen.Agnes.Nee, me zitte wel as onze lieve Heer zèlf in die stoele van leer—maar voor cherades benne me hier niet. Mòt dat nou an zoo’n bóél mensche verteld worde?.…Schmidt …’t Is in ’t belang van de erfenis, niet waar?Agnes …As ’t dan geen pan en geen kul is—ù hoeft niet weg te gaan, zuster!.…Hope …Zoo als u wil.…Agnes …Blijf op uw gemak!—(Hope zit weer).In u hebbe me meer vertrouwe as in die meneer …Dolf.Dank je wel—wat ’n zeldzame.…Agnes … Googemert, wat!—Zeg me kenne de wereld, me zus en ik!—Me moeder, meneer van de politie—nou herken ’k je, hahaha!—is d’r in ’95 met de een of andere druif vandoor gesjeesd.…Schmidt …Toe, toe, toe!Agnes.Je vraagt ’t toch!… Toe het tante ons in d’r huis genome—Me hebbe geen van twee ’n vader—wat Fie?—de mijne is getrouwd en woont in Den Haag—béwijze ken ’k niks—die van haar—[203]nou, Fie, doe ook ’n mondje open—jij ben de oudste en mijn laat je klesse.….Sofie …Ik ken me vader niet—Ik ben in Leiden gebore—zij in Brussel.….Schmidt …Had uw moeder in Leiden ’n bijnaam?Sofie …Weet ’k niet.Agnes …Dat zal wel. En die zal ze gloeiend verdiend hebbe, ’t mensch!.…Schmidt …Dat vragen we niet.Agnes …O.Schmidt …Herinnert u zich—’95 is ’n heele tijd—welke kleur haar uw moeder had?.…Sofie.Rood—as me zus.Agnes.Dat hoef-ie ’r niet bij te zegge—ze zijn blind.….Dolf …Rood?… En ze heette Sofie?Sofie …As ik.(een stilte).Agnes …Nou zeit niemand wat?Dokter.(tot de twee)… Ik zou wel graag willen hooren wàt uw moeder in ’90 in Leiden dee? Weet ù dat of ù?Agnes.Niet veel bijzonders ken je wel denke.Dokter.Dàt bedoel ik niet. Had ze de een of andere betrekking?[204]Sofie.Hoe kenne wìj dat raje?Agnes.Toe tante nog leefde, zee ze dat moeder—nou laa’k ’t maar nièt zegge.…Sofie …Nee, zeg ’t niet. ’t Het ’r niks mee uit te staan.….Dolf …(aarzelend).… Kan uw moeder ’n relatie met ’n student hebben gehad?Sofie …Wat geloof jij, Agnes?Agnes.Ik geloof niks. Student of geen student—’n pàtser was ’t gedorie—om me zus te late stikke.…Schmidt …Jawel, jawel. Maar nu de puntjes op de i—wat noodzakelijk is!—Zou een van uw andere familieleden zich misschien kunnen herinneren.….Sofie …Me hebbe ènkel ’n neef, die we nooit zien.Schmidt …Zou die weten.….Agnes.Dat broekie!… Die weet enkel van vuile en schoone kinnen—die barbiert.…Dokter …Kàn uw moeder bijvoorbeeld in ’n sigaren- of in ’n manufacturen- of in ’n handschoenenwinkel in betrekking zijn geweest?Sofie …Alles ken.…Agnes …Wij benne op ’n atelier—dan ken zij.… Kan òns ’t schelen!Hope.Wil u mij eens antwoorden?[205]Sofie.Natuurlijk juffrouw.Agnes.(verbeterend)… Zuster—zie je toch!Hope.Hindert niet. Heeft uw moeder nooit aan uw tante ’n woordje geschreven?Sofie.Jawel juffr.…—zùster.Hope.Uitstekend. Dat móét zekerheid geven—voor de erfenis—als u een of meer brieven bewáárd heeft..Agnes …Ja. Me hebbe d’r ’n berg van—uit Amerika, wat Fie?… Van ’96 en ’97—as ze cente an tante stuurde—en toe nog is een van ’99—sekuur hoor—twee negetjes naast mekaar—dat was de laatste.….Sofie …Vergis je je niet?Agnes …Nee hoor!.. D’r was vijftien dollar bij …Hope.…Zouen wij die brieven.….?Dolf …Waarvoor?… Voor wat?Dokter …Ja, zuster, is dat nóódig?Hope …Nee. Dat is te omslachtig. We kunnen ’t makkelijker af!(tot Dolf)… Heeft u den brief, die bij ’t testament van.… van.… kapitein van Reesen lag, bij de hand, meneer?.…Schmidt …Voortreffelijk, zuster! Bravo! Ik begrijp uw bedoeling!—Ja, meneer Van Walden: die brief kan den doorslag geven, bijna volkomen.….Dolf.(een la van het bureau opensluitend)… Ja, dien[206]heb ’k ergens gestopt—gestopt—gestopt—Nee, hier niet(andere la openend)… Da’s ’n sla overal—’n hutspot—moet ’k toch eens probeeren te ordenen.… Wel wat drommel, gevlogen kan-ie niet zijn …(zoekend).Nee—nee—nee … Waar kan-ie dan? Curieus: gebeurt altijd als je iets noodig heb!.… Eureka!.… Eureka!.… ’t Lag vlak voor m’n neus …(neemt den brief uit den sigaren-schedel).… Zeker door Jaapje verlegd.… Voilà, monsieur Schmidt.… Snappen doe ’k ’t niet.…Schmidt.(fluistert Hope iets toe—zij knikt)… Zoo dames—nu hou ik dezen brief ’n beetje gevouwen—den héélen inhoud hoeft u niet te lezen!—en antwoordt nu eens vooral niet te haastig of de handteekening Sofie èn of ’t handschrift op dat van uw moeder lijken. Zegt u ja—dan moeten wij op onze beurt uw brieven inkijken. Niet haastig—’r hangt ’n boel van af!.…(een aangehouden, nieuwsgierige stilte. Agnes buigt over Sofie’s schouder, leest hardop).Agnes.…„..Ik—ik”.….—ja daar staat „ik”—„ik ben wel lichtzinnig maar niet slecht mevrouw”…(tot Sofie).… Hou je duim opzij!.…. „en ik lieg niet.… Zoo.… zoo”—hou dan stil, Fie!—„zoo ferachtig as God me hoort.… het is het kind van u zoon … Die zich noempt … Sophie …”Sofie.(haar zuster aankijkend).… Nee, hè?.… Wat vin jij?Agnes …Vraag-ie dat nog?.… Da’s ’n keukenmeidepootje!… Of ze met d’r linkerhand het geschreve![207]Nee—moeder het ’n lóópende hand—dat lijkt op niks!—„ferachtig as God me hoort”.… Ferachtig.… Ferachtig!.… Daar hoef-ie geen twee telle over te prakkizeere.… Da’s zoo min van onze móéder as ìk van me schooier van ’n vader ben.Dolf.(opgelucht)… En is ’t ònmogelijk, dat uw moeder vroeger Kreeftje heette?Sofie …Kreefje, hahaha!Agnes …Nou beginne me te merreke hoe laat ’t is! Wat ’n flauwe bak! Goed da-je niet alleen op visite gegaan ben, Fie. Magge me de papiere terug asjeblief?Hope.’t Was geen aardigheid, juffrouw—ìk zal zoo vrij zijn nog eens persoonlijk bij u aan te komen.Agnes.As ’t voor die brieve is, hoeft ’t niet, zuster—moeder d’r schrift is met dat vuur en water. Blijf jij nog zitte?… Dag mensche!…Sofie.…Dag juffr … zùster. Dag heere …Agnes.(bij de deur)… As ’t géén aardigheid met dat Kreeftje was—dan het de màn van die Kreeftje toch zeker óók ’n fijne bijnaam gehad … Bejour allemaal!(geprikkeld af. Hope is bij de laatste woorden de bibliotheek ingeschuifeld.)Dolf.(schellend)… Dat was ’n stelletje! En die kleinste … nou! ’n Verbazend vief ding! Twee, drie jaar ouwer, dacht ’k terwijl ze bezig was—en ze zou … Complicatie voor ’n roman fin-de-siècle: de[208]zuster van je dochter trouwen—grootpapa van je dochter—goed dat Hope me niet corrigeert …(tot Jaap)… Nou? Waar blijft de moeder met … ’k Had je toch gezegd …[Inhoud]Twaalfde Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, Jaap.Jaap …’k Wou daarnet niet storen, meneer—maar dat meissie is benejen niet goed geworden—het ’n toeval of zoo iets.…Dolf.Had je niet eerder.…(naar deur).Dokter …Ik zal even kijken, Dolf—blijf jij.….(af door Jaap gevolgd).Dolf.Dan kunnen wij de séance opbreken, meneer Schmidt—Mocht voor die twee beneden uw advies noodig blijken, dan telefoneer ik.Schmidt.Goed meneer.Dolf.En uw declaratie ontvang ’k graag met zeer bekwamen spoed.Schmidt.Dank u, meneer. Dus nièt langer adverteeren?Dolf.(luchtig).Nee—nee. ’t Heeft geenZweck. Ik heb m’nSchuldigkeitgedaan—”derMohrkann gehen”… Een moment nog. U zendt me de adressen van die erfenisjaagsters. Licht dat ze ’n kleine verrassing krijgen!Bonjour! Bonjour![209]Schmidt.Uw dienaar, meneer—u heeft me maar te ontbieden.(bij de deur voor Jaap uitwijkend).Uw dienaar, meneer.Dolf.En?Jaap.Of ’k effen om ’n rijtuig mag telefoneeren?Dolf.(in de bibliotheek kijkend).Ga je gang.Jaap …1290 … Rijnders?… Met Van Walden. Dadelijk vigelante—dadelijk.(schelt af).Dokter …’k Ga ’r vandoor Dolf—Zijn de anderen al weg?(Jaap af)… ’k Zal ’r met ’n rijtuig thuis brengen.Dolf.Toch niet sérieus, boy?Dokter.’n Epileptisch toeval, de stakker—is alweer bij kennis …Hope …Kan ik behulpzaam zijn, dokter?(komt uit doorgang van de bibliotheek).Dokter.…Nee zuster. De eigen moeder is ’r óók bij—en dan rijd ik meteen door.(tot Dolf)… En geen sprake van dat!… Heeft nooit ’n voetstap in Leiden gehad … Kind van ’n marinier die in ’t gekkenhuis overleden is … Wat ’n stakker, wat ’n wurm!… Zit benejen te snikken, nou ze ’r positieven terug heeft, dat je ’r beroerd bij wordt.… Adieu. Tot ziens, Dolf … Tot straks, zuster.(af).[210][Inhoud]Dertiende Tooneel.Dolf, Hope.Dolf.Je heb toch gehoord, dat Linden ’t alleen af kan?Hope.Ik word aan de Stichting gewacht.Dolf.Lunchen we samen—kom zeg nou niet nee!(wil schellen).’k Zal orders geven, dat ze in vijf minuten.Hope.Dank u. Dag meneer.Dolf.Dag meneer! Dag meneer! Hope, je behandelt me niet fair, niet loyaal! Al m’n voorkomendheden stuiten af—op ’k weet niet wat.… Ik buig me—ik gehoorzaam, om ’t zoo te zeggen, aan élk van de dingen, die jij nog niet eens uitgesproken heb, en jij—jij gaat voort—met ’n stugheid, die me razend maakt …Hope.Meneer …Dolf …Schei uit met je ge-meneer—voor jou ben ’k Dolf!…Hope …Dat laat zich niet dwingen …Dolf …Niet dwingen?… niet dwìngen?… Kan ’k je niet volkomen eerlijk in je oogen kijken, als ’kbeweerdat ’k nà dien nacht bij mama’s lijk van elk gebaar, van ieder uur rekenschap kan geven? Dat wordt op die manier ’n soort coqueteeren, ’n misbruik maken van dat ééne incident …[211]Hope …Meneer …Dolf …Ik wìil je meneer niet meer hooren!Hope.(wrevelig)… Daar zal u toch aan moeten wennen. Ik heb niet één reden vertrouwelijker met u om te gaan …Dolf …Dus die onzinnige jacht op ’n kind—doorgezet, om de belofte aan mama—maar nòg meer om jóú—wat je wist, wat je voelde!—die was je geen afdoend bewijs, hoe me dat vroegere speet, hoe ik van jou.…Hope …Nee—die onzinnige jacht heeft me … Dag meneer. Ik geloof dat ’t beter is, op ’t oogenblik allerminst met elkaar uit te spreken.Dolf.Hope—ik sta ’r juist op. Misschien zet je hier in geen tijden ’n voet.…Hope …Nóóit meer.Dolf.(gebelgd)… Heb ’k de minste onhoffelijkheid begaan?… Was m’n welkom geen bloemen-attentie?Hope …Meneer, meneer—ik ben op ’t moment in zoo’n verbitterde stemming, sta zoo wanhopig-vervreemd tegenover u, dat ’k bang ben voor ’n explicatie.Dolf …Heb ìk tot die „verbitterde stemming” aanleiding gegeven? Ik.…Hope …(neerzittend—gejaagd-smartelijk)… Ik heb daarstraks zoo’n moeite gehad me in te houden—u niet in ’t bijzijn van de anderen te … te beleedigen …[212]U is zoo gezond—zoo gezond—zoo stevig—zoo stellig—zoo geestig—ik zoo zwaar op de hand—zoo aarzelend … O, wat háát ik u—wat heb ’k u innig zitten haten—vanaf m’n binnenkomen hier, toen u enkel vernuft, vernuft, vernuft in plaats hàrt, hàrt toonde …Dolf …Hope.…Hope …’t Was „onbetaalbaar, buitengewoon” dat uw bediende me in de wachtkamer bij die kinderen liet—door de telefoon vroeg u of ze chocolade, anijsmelk moesten hebben … De belofte aan dat prachtige menschje, dat nog geen minuut nadat ’k ’r verlaten had, dood uit ’r bed viel, is voor u ’n hartelooze grap, ’n „plechtige gebeurtenis”.…Dolf …Hope.…Hope …Hou uw mond! Verzin geen nieuwe vernuftsdingen—ik haal uw eigen woorden aan!… ’t Heette ’n „plechtige gebeurtenis”, ’n „vertooning”… Geen seconde had u de ernst van ’n misdadiger, die bang is z’n òffer te zien!… Wat is dat niet te vinden—in die radelooze Zee van menschen verdwenen kind, anders dan ’n misdadig offer geworden?(heftig)… En nu nòg staat u te glimlachen, met dien ellendigen supérieuren glimlach!… Met die roos in uw knoopsgat—na „de heele nacht onder de wijn te hebben gezeten”—dat is toch zoo, nietwaar?…Dolf.(glimlachend)… Ja, ja …Hope …Met die roos—of ’t ’n studentikooze fuif was—of u ’n „typisch” uurtje meeleefde, heeft u[213]in uw luxe-kamer—wat heb ù anders dan luxe, luxe, luxe, van af uw geboorte gekend?—die kleine optocht van verlatenenen, verwaarloosden gezien … die op ’n brokje erfenis hoopten!… Die stumper, waarvan de moeder met witte haren in ’t Gasthuis gestorven is—de stumper op „Sinterklaasavond” op de wereld geschopt—was de eerste „niet uit de loterij”—aan de fabrieksmeid, voor ’r moeder sjouwend, moest u nog ’ns droog vragen over den bijnaam Kreeftje—en ’r handen hadden den St. Vitusdans!—bij de twee zusters, was u angstig, niet verheugd, niet blij iets te kunnen herstellen—toen weer, terwijl ’k in de boekerij was, sprak u van ’n roman fin-de-siècle!… Jammer dat de laatste niet hièr ’r epileptisch toeval gekregen heeft—u zou ’r nog glossen en glossen bij gemaakt hebben!.…Dolf …Hope—dat gaat te ver!Hope …Te ver?… Te ver?… Die brief, die wanhoopsbrief van Kreeftje, Kreeftje …Dolf.…Die ìk niet verleid heb!…Hope …Die brief heeft u laten slingeren—was zoek, zoek—kwam uit dat ding daar tevoorschijn—die brief, dien ’k haast van buiten ken, waarin ze smeekte, smeekte, als ’n bedelares—voor jouw, jouw kind!.…Dolf.(driftig)… ’n Vrouw die met Plums en Baars en anderen leefde … Wie zwetst dat ’t mijn kind?…Hope …Ik! Zij! Je eigen moeder! Jijzelf!… Heeft je[214]vernuft, je hatelijk vernuft straks niet gezegd, dat de stem van de vrouw de stem van God is?.… Hoe durfjijdan vragen, twijfelen, ontkennen, bij de woorden in dien simpelen brief?.…(’t papier van tafel grijpend—en driftig lezend)… „Ik lieg niet, ik lieg niet—het is het kind van uw zoon!”.…Dolf.…Nonsens! Nonsens!… ’t Kind van ’n studentenscharrel!—Wiè, wiè, wiè zou zich daar, zònder bewijs, zorgen van aantrekken?Hope.…Heeft ze geld van je aangenomen, die schàrrel?… Is ze je vrouw niet geweest, je passe-temps, die scharrel? Heb je de „opvoeding” van je dochter niet aan ’r overgelaten, aan die schàrrel! Is m’n eigen moeder niet op dezelfde manier … Wat voel jij met je glimlach van dat alles?… Wat raakt ’t jou met je roos in je knoopsgat?…(in snikken uitbarstend)… O, ik hààt je zoo, hààt je zoo, hààt je zoo.…Dolf.…Hope—Hope—laat me.…Hope …(wild haar tranen drogend en opspringend)… Redeneer niet meer—praat niet meer—ik kan je stem niet meer hooren!…(af door boekerij—hij staat even houdingloos—maakt een gebaar of hij den brief wil verscheuren—zakt in nadenken op een stoel—begint hem te lezen).DOEK.[215]

TWEEDE BEDRIJF,(Smaakvolle jongezelle-kamer—weelderig-intiem gemeubeld. Tweede en derde plan, rechts, de gebeeldhouwde deurenvrije toegang tot een bibliotheek, waarvan een deel zichtbaar is—daarnaast een sierlijk schrijfbureau, bestapeld met kunstvoorwerpen, tijdschriften, portretten. Tegen den achterwand, die in het midden een deur met gobelin heeft, dressoirs en standaards met curiositeiten, aquarellen enz. Eerste plan, links, deur-met-gobelin van de slaapkamer. In den schuinen hoek van tweede en derde plan, links, een rustbank met smyrna-kleed. In het midden der kamer een eikenhouten tafel gebeeldhouwd, met gemakkelijke leeren fauteuils. Vroegmiddag.)

(Smaakvolle jongezelle-kamer—weelderig-intiem gemeubeld. Tweede en derde plan, rechts, de gebeeldhouwde deurenvrije toegang tot een bibliotheek, waarvan een deel zichtbaar is—daarnaast een sierlijk schrijfbureau, bestapeld met kunstvoorwerpen, tijdschriften, portretten. Tegen den achterwand, die in het midden een deur met gobelin heeft, dressoirs en standaards met curiositeiten, aquarellen enz. Eerste plan, links, deur-met-gobelin van de slaapkamer. In den schuinen hoek van tweede en derde plan, links, een rustbank met smyrna-kleed. In het midden der kamer een eikenhouten tafel gebeeldhouwd, met gemakkelijke leeren fauteuils. Vroegmiddag.)

[Inhoud]Eerste Tooneel.Jaap, Dolf.Jaap(die juist af geruimd heeft, plaatst den dienbak bij de achterdeur, spreidt een gebattikt tafelkleed over de tafel—De telefoon, op de schrijftafel, gaat over. Rustig neemt hij de gehoorbuis).Jawel. Met Van Walden—met de huisknecht—ja, met Jaap—wil u even wachten?(aarzelend)’k Geloof niet dat meneer thuis is—’k zal zien(legt de buis op het tafelblad).Dolf(in de deuropening der slaapkamer).Wat fantaseer je?Jaap.Zachies, meneer … Mevrouw Lebeau: of ze u …[176]Dolf(wenkt met de hand, dat hij er niet is—heel zacht).Op reis!Jaap(bij de telefoon).Hallo!… Spijt me, mevrouw, meneer is niet alleen niet thuis—zooals ’k dacht—hij moet op reis zijn gegaan.… Waarheen? Waarheen?… Ja, dàt weet ’k niet … Wanneer terug?… ’k Zou ’t niet kunnen zeggen—misschien de volgende week.…Dolf(fluisterend roepend).Langer!Jaap.Misschien langer …(houdt z’n lachen in)… ’k Zal ’t meneer zeggen, mevrouw.… Adieu, mevrouw …(hangt gehoorbuis op).Dolf.Nou?… De boodschap?Jaap.Nom de Dieu!… Sacrénom!… Fiche moi le camp … Je me fou de lui …Dolf(hartelijk lachend).Hahaha!… Je ben niet verkeerd verbonden geweest …(de antieke klok slaat twaalf)… Twaalf?… Twaalf!…Jaap.Meneer mag zich wel haasten—om negen heb ’k geklopt—om half tien—om …Dolf(zich uitrekkend).… Man hou je mond—die klok maakt genoeg spektakel(geeuwt).’t Slagwerk haal je ’r vanmiddag uit.…Jaap.Jawel meneer, hahaha!.…Dolf.En lach als je buiten de kamer ben!Jaap.Als ’t u hinder.…[177]Dolf.Ja, ’t hindert me—’k ben bang dat je je gebit kwijt raakt, als je schik in je leven krijgt …(geeuwt)… Wie komt—wachten(af in slaapkamer).[Inhoud]Tweede Tooneel.Jaap,Dr Linden.Jaap(legt eenige boeken op ’t gebattikt tafelkleed, neemt den dienbak—wijkt bij achterdeur voor Linden uit)… Pardon, dokter.Dokter.Is meneer hier?Jaap.Meneer is nog niet bij de hand—heeft pas ontbeten.Dokter.Goed. Dan wacht ’k in de bibliotheek.Jaap.Zal ’k meneer liever?.…Dokter.Nee, Jaapje—dat doe ’k zèlf(Jaap af—hij doet een paar passen naar de zijde der bibliotheek, neemt een fauteuil, slaat ’n boek open, fluit een studente-signaal).Dolf(beantwoordt dat, opent lachend de deur).Excuseer m’n overhemd, kerel … In twee seconden!(wil in z’n kamer terug—draait zich nog even om)Zeg, Jan, fluit dat deuntje geen tweede keer, asjeblief! ’k Wor straks meer dan me lief is, an m’n vervloekten studente-tijd herinnerd—De sigaren staan achter je—in die schedel … Tien tellen!(af—Linden neemt een sigaar, leest—telefoonschel[178]—hij wil luisteren)… Ik ben op reis—op reis!.…Dokter.Wie daar? Madame Lebeau?… Op reis … Pischt, waar ben je na toe?…Dolf.Naar ’n sanatorium in Duitschland—overspannen!Dokter(in den toestel pratend)… Naar Duitschland(verwonderd)… Dank u wel—’k zal ’m telegrafeeren.(hangt toestel in haak)… Of ’k je positief zeggen wou, dat je ’n sale type, ’n cochon …Dolf …Jawel, jawel—ken ’k droomen!(weer af).Dokter(van ’t schrijfbureau ’n paar maal iets opnemend, lacht, gaat opnieuw voor de tafel lezen).Morgen, morgen!Dolf(z’n jas aanschietend)… Morgen!… Kerel ’k ben zoo verdraaid katterig!Dokter.Mooi zoo. En dat vandaag. Is dit de oorzaak?Dolf.Haarspelden? Vond je die hier?… Nee, op m’n woord niet. In geen maanden ’n vrouw bij me gehad! Leg ze nou niet op de tafel! Haal geen grapjes uit!(werpt ze in de snippermand, naast schrijftafel).Dat zul je nu niet gelooven, Jan, maar die dingen vinden we met grossen—of ze jongen. Elk verleden begint bij ’n haarspeld.…Dokter.’t Verleden van die twee kan, zou ’k denken zoo ver niet zijn … Van je bureau opgepikt, haha![179]Dolf.Attentie van dien smakker van ’n Jaap—is geestig op zijn manier!… Nee maar, Jan, vent, kind, hart—kijk me niet zoo guitig an—of je me half gelooft! ’k Wou dàt je gelijk had, wóú dat ’k je slimme schalksche oogjes verdiende! Ach! Ach! Nog ’n kwartier, nog ’n half uur—en ’k zit met m’n katterig gezicht—zie je ’t me an?—in bedrijf nummer zooveel van de allerdolste komedie. Geef me ’n lucifer, vent. Merci. Even ’n trekje. In presentie van m’n collectie dochters—vijf, zegge vijf, zijn op de annonce afgekomen—zal m’n vaderhart fatsoenshalve te actief werkzaam moeten zijn, om ’n Henry-Clay te kunnen rooken. Kind, wat ben ’k slap!Dokter.Hoe laat ben je thuis gekomen?Dolf …Hoe vroeg! ’k Heb drie uur—nee, nou overdrijf ’k—vier uur gemaft(telefoonschel)… Zou je zoo’n créature … Je hoeft niet te twijfelen: Snipje, Snipje … ’k Schaf me telefoon af … Dat is vervloekt als je liaisons je nummer weten.…(telefoonschel).… Jawel, Jawel.… Dat hou ìk ’t langste uit … Is me verleden jaar gebeurd, dat-ie driemaal in ’t uur overging tegen kinderbedtijd, hahaha! Zeldzaam-zenuwachtige tijd!(telefoonschel)… Nou, nou, nou!… Dit volk is hardnekkig.…’k Zal me stem veranderen …(praat in toestel)… Meneer is op reis—ik ben de huishoudster …(schrikkend).Excuse me, Hope, darling—ik had ’t zoo enorm druk—Over ’n kwartier.… Kom je zelf ook?… Je eerste bezoek op m’n kamer!… Je zal als ’n koningin ontvangen worden! Hoeft dat niet? Daar door de telefoon ’n kus … Moet ’k uitscheiden met[180]m’n gekheid?… Ze krijgt ’r ’n kleur van, Jan! Hahaha!… Ja, Linden zit bij me—hoofdcontroleur!… Eén oogenblikje nog, darling! Moeten die vijf dochters van me—’k wil ze àllemaal ongezien adopteeren, om van de last af te zijn!—moeten die op ’t een of ander getrakteerd worden? Chocolade, anijsmelk … Wat?… Wat dan?…(hangt gehoorbuis op)… Laat me staan … Is ’r van door, hahaha!…(schelt electrische knop boven de tafel).Daar had ’k bijna ’n blunder begaan, hè?(geeuwt)… Excuseer! ’k Zou ’r zoo ’n paar uur onder kunnen kruipen.…Dokter …Ik wacht geduldig, om te hooren wat je uitgehaald heb.…Dolf.Uitgehaald?… Eerst met Beelaart, na ’t diner, ’n partij geschaakt—remise, na ’n zit van negen tot eenen … Ja!(tot Jaap)… Haal jij ’ns vlug ’n bouquet witte rozen.…[Inhoud]Derde Tooneel.De vorigen, Jaap.Jaap.Jawel meneer.Dolf.Jaapje—nou nòg eens: lach met meer overleg!(tot Linden).’k Heb ’m de vorige week, voor moed, beleid—vooral beleid!—en trouw ’n nieuw gebit cadeau gegeven, omdat ’k z’n ruine om esthetische overwegingen niet zien kon—en nou lacht dat schaap telkens met z’n tanden óver mekaar!… Schiet op!… De mooiste theerozen, die je krijgen kan! Nou?[181]Jaap(met bedwongen grijns)… D’r zit benejen ’n juffrouw.…Dolf.Wat voor ’n juffrouw?Jaap.Van ’n advertentie—met de moeder d’r bij …Dolf.Zoo. Wachten(geprikkeld)… Wat sta je met je hand? Moet je boksen?Jaap(de gehandschoende hand openen).Me duim is ’r door.…Dolf.Zoo—je duim ’r door? Marsch! En vlug![Inhoud]Vierde Tooneel.Dolf, Dokter.Dokter.Hahaha! Heeft-ie z’n witte handschoenen voor de gelegenheid aangetrokken!Dolf..Zoo’n kaffer! Informeer ’k nou nièt, dan loopt-ie den heelen dag of-ie ’n misvormde knuist heeft! Wat was ’k bezig te vertellen? De partij schaak. Juist. Bij half twee, van plan bijtijds in bed te eenzamen—voor de belangwekkende conferentie!—ontmoet ’k Bannema, Kareltje, enétat de désespoir—driekwart zelfmoord-ideejen—aan de beurs gedobbeld—Jantje, wat ’k zeg is vertrouwelijk!Dokter.Natuurlijk.…Dolf.Gedobbeld, om den staat van z’n vrouw bij te houden. Had ’t al met ’n open gaskraan geprobeerd—niet gelukt—kan ’k niemand aanraden: de weduwe[182]krijgt de gasrekening!—liep gewoon te huilen—’n gat van ’n halve ton, en ’n vermogen naar de weerlicht, als de baisse aanhoudt!—’n Vrouw, die huilt, doet me verbazend weinig—kwestie van gewoonte—’n màn—en wat ’n door en door braaf ventje!—maakt me ondersteboven. Heb ’m geholpen.Dokter.Zoo maar?Dolf.Ruineeren zal ’t me niet. Mama’s aandeel—de goeie ziel: dat is nou net drie maanden geleden!—heb ’k voor veertien dagen met m’n nobelen neef geschikt—et zut!—Je had z’n blijdschap moeten zien! ’k Moest met ’m mee—naar z’n huis—en daar hebben we allebei tot vijf uur zitten pimpelen, de eene flesch Rijnwijn na de andere. ’k Heb ’m ’n tikje om gekregen—hahaha!Dokter.Dolf, Dolf—ik heb geen enkel recht je raad te geven—maar ’t lijkt me toch zacht gesproken onverantwoordelijk ’n dobbelaar, zonder eenig verder onderzoek te steunen—en voor dàt bedrag.…Dolf.Jan, nuchtere kerel, ik ben te katterig, om je ongelijk te geven—maar m’n woord is m’n woord en m’n handteekening m’n handteekening—de cheque is binnen—en de kinderen hebben Kareltje in ’n prachtig humeur gezien, als-ie ook niet te katterig is!Dokter.De kinderen?[183]Dolf.Vier. Ja vier! Hij heeft ’t verder gebracht dan jij … Vannacht om bij half vijf, toen ’k die smerige zaken in orde gebracht had, zei-ie: loop even op je teenen mee, dan zal ’k je de kinder-slaapkamer laten kijken. Ik verzeker je, Jantje—en zonder groote woorden!—dat ik die slapende kopjes niet zal vergeten—zulke hoofdjes—en zulke mondjes—en.… Hahaha! Goud waard! Goud waard! Stel je voor—tegen ’t afscheid staat Kareltje onzeker op, zet nog ’n zes, zeven wijnglazen op de tafel, giet ’r scheutjes in! Wat voer je uit vraag ik.… Ik ben bang, zegt-ie—goddelijk, pyramidaal!—dat me vrouw of de meisjes twéé glazen bij ’n half dozijn leege flesschen zullen zien! Hahaha! Hoe is-ie? ’t Modernste préservatif voor getrouwde mannen, die ’n buitensporigheid doen!.… Ja. Ja.… Binnen![Inhoud]Vijfde Tooneel.De vorigen, Jaap.Jaap.Asjeblief meneer—de rozen.Dolf.Netjes. Daar in de vaas.Jaap.D’r zijn d’r al drie, meneer.Dolf.Allemaal met moeders?Jaap.Nee, meneer—alleen de eerste. En dan is ’r die detective, die al ’n paar maal geweest is.Dolf.Die met.…Jaap.Ja meneer.[184]Dolf.Wat nou ja meneer? Wat heb ’k bedoeld?Jaap.Dat weet ’k niet—ik dacht.…Dolf.Lach niet!… Lach niet!… ’k waarschuw je: ’k neem ’t weer af!… Laat die met—waarvan jij dàcht … laat die boven komen.Jaap.Ja meneer(af).[Inhoud]Zesde Tooneel.Dolf, Dokter.Dokter.Is dat de man die aan ’t snorren geweest is?Dolf.Ja-ja, ’n Gladekker,first class, door den chargé-d’affaires van de goeie ziel, ergens bij de politie opgeduikeld, ’n gewezen inspecteur, gesjeesd omdat-ie te handig voor z’n supérieuren werd!(plukt een knop uit den bouquet, steekt die in z’n knoopsgat).Jan, voortreffelijke kerel, Jan, ouwe boemelaar—als ’t vandaag niet lukt—als geen van de vijf m’n—’t kriewelt in m’n keel, als ’k ’t fatale woord uitspreek!—geen van de vijf m’n dòch-ter blijkt, ga ’k in ’n klooster, om Hope d’r oogen, d’r prachtige oogen te ontloopen … Had je ook niet voor drie maanden kunnen denken, dat ik, ik, door ’n menschje, dat om ’n haverklap m’n uitstekend humeur bederft, dat ’k bij tijden gewoon niet zetten kan—schrikkelijke individuën, die hyper-moderne wijfjes!—dat ìk door zóo een aan ’n zijden draadje rond word geleid!… Als de goeie ziel ’t vodje van ’n brief niet bewaard had—en dien avond van ’r dood niet de obsessie van de Stichting en ’t kinderen-asyl, die groteske belofte.… Entrez! Ga zitten. Steek ’n sigaar op.[185][Inhoud]Zevende Tooneel.De vorigen, Schmidt.Schmidt(nadat Jaap de deur gesloten heeft)… Ze zijn ’r. Kan ’k praten waar meneer bij is?Dolf.Sans gêne! Dokter Linden—ook uit dien tijd—rechercheur Schmidt.Schmidt.Detective, als ’t u ’t zelfde is.Dolf.Je mag je precies noemen zooals je wil, als je ’r maar heb! ’t Zit me tot hier!Schmidt.Over mij heeft u geen reden van klagen! ’t Onmogelijkste, ’t bijna bovenmenschelijke, heb ’k gedaan. Voor niet één zaak moest zoo gesnuffeld worden—niet één was zoo ingewikkeld. Dat behoef ’k zeker niet te resumeeren!.…Dolf.Resumeer gerust—laat m’n vriend, den dokter meesmuilen—die denkt honderd tegen een, dat we stil hebben gezeten! Moordenaarswerk! In ’n woestijn vind je iemand makkelijker, dan in de zoogenaamde geordende samenleving! ’n Schande, ’n schande.… Niet rooken?.…Schmidt.’k Steek ’m liever bij me. Dank u. Dokter, die vrouwspersoon is met of zonder ’r kind radikaal, spoorloos verdwenen—spoorloos. Toen de zaakgelastigde van wijlen mevrouw me bij zich ontbood, zonder te zeggen wat ’r aan ’t handje was, zei ’k, zoo zeker als van ’t uur van m’n dood, dat ’t bagatel—’t bagatel: ’k had lastiger zaakjes uitgepluisd[186]—binnen ’n week afgehandeld zou worden. Dat kon ’k beloven, kon ’k, omdat we aan de kleine strafzaak tegen meneer houvast hadden, dat van.…Dolf.Jawel jawel—meneer is me zelf met nòg wat vrienden met ’n tweespan aan de gevangenis komen afhalen, hahaha! Herinner je je, Jantje?Dokter.Hahaha, en hoe!Schmidt.De dossiers heb ’k nageslagen—vond den naam van den koloniaal—werkte den Burgerlijken Stand ’89,’90,’91 af, zag dat de koloniaal in’94 in Atjeh stierf—geen zuster ingeschreven—niet één zuster.…Dokter.Hoe is dat mogelijk? Hij trok toch voor z’n zùster partij!Dolf.Val nou niet in de rede, Jantje, kind! Je hoort toch de feiten! Natuurlijk ’n uit z’n duim gezogen zuster, om zelf geen straf op te loopen—we hebben allebei legio zusters in die dagen gehad!Schmidt.Toen zat ’k vast. De brief aan mevrouw, dien ’k in ’t begin niet lezen mocht, was met Sofie onderteekend—en meneer had ’r nooit anders dan, dan.…Dolf.Dan kreeftje genoemd—omdat ze zulk magnifiek rood haar had—en gek met kreeft was—één avond twee heele bussen.…Schmidt.Toch erg onverstandig, als ik ’t opmerken mag—’n verhouding zonder vàn.…[187]Dolf.Gebeurt me ook nooit meer. Kreeftje, Puckje, Snipje—’k moet ’t me afwennen.Schmidt.’n Volle maand ben ’k bezig geweest—de sigarenwinkel was verdwenen—de handschoenenwinkel sinds jaren op de flesch. De college-vrienden van meneer, die ’k zoo voorzichtig mogelijk en met de wanhopigste tact polsen wou, hadden niet zooveel geheugen meer—getrouwde menschen mèt posities—alleen ’n ongetrouwd lid van de Rechtbank sprak óók van Kreeftje.…Dolf.Hahaha! Plums! Herinner je je Plums nog—Plums met z’n museum schelknoppen en andere gemoerde dingen! En vertel ’ns van je bezoek aan Baars, Schmidt—Kostelijk! Kostelijk!Schmidt.Mr. Plums zei dat Dominee Baars ’r mogelijk ook gekend kon hebben—mógelijk. Die was juist naar ’t Noorden beroepen. Die vroeg ’k met ’n niet te beschrijven tact, dokter—’k zette overal ’t gesprek in, of ’n erfenis losgekomen was—of hij Kreeftje.… Net kwam z’n vrouw de studeerkamer in. Dominee keek me niet bepaald aangenaam aan, liet me tot an de deur uit, sméét die achter me toe—met ’n bons.…Dokter.Vermakelijk!Dolf.’k Had er bij willen zijn!Schmidt.Op de registers van den Burgerlijken Stand van die jaren heb ’k gezweet, dokter—ben ’t monnikenwerk begonnen na te gaan welke juffrouwen[188]met den voornaam Sophie—aan Kreeftje had ’k bijzonder weinig—verhuisd of.… bevallen.… of gestorven waren. Hielp niemendal. Een Sophie, dochter van ’n slager, was naar Antwerpen vertrokken—een, dat was onder de onechte geboorten, had ’n tweeling gekregen.…Dolf.De hemel beware me!Schmidt.…Later getrouwd met ’n aannemer—geen sprake van ’n bijnaam Kreeftje.… Drie waren ’r gestorven, dochters van bekende ingezetenen—een was in ’n bordeel beland, stond in de ouwe politieregisters geboekt met zwàrt haar. Ik verzeker u, dat ik ’r nachten voor opgezeten heb—en namen overgeslagen, in die kleine universiteitsstad, behoort tot de wetenschappelijke onmogelijkheden, zou ’k durven beweren. Jammer dat mevrouw destijds dien allereersten dreigbrief mèt ’t goeie adres verscheurd heeft—dan waren we ’r geweest.Dokter.En waar haalt u dan die vijf meisjes, die beneden wachten, vandaan?Schmidt.Waar? Als niets je meer helpt—je niet ’t minste, geringste spoor vindt—de jonge dames die zich met studenten afgeven, zijn dikwijls overdag fatsoenlijk in betrekking.…Dolf.Zij ook—in die handschoenenwinkel.…..Schmidt.…Op de flesch en zonder adres vertrokken—voor schulden—Als je uitgepraat ben, kun je nog enkel aanhoudend adverteeren.…[189]Dokter.Gezocht ’n juffrouw met rood haar, die in ’90 den bijnaam Kreeftje had?Schmidt.Nee, dokter.Dolf.Heb ik je de kranten nog niet laten zien?Dokter.Jij mij? Wanneer?Dolf.Heeft Hope je niet ingelicht?Dokter.Hope? Die wordt al stil en gesloten als ze je náám hoort!Dolf(pakket van de schrijftafel nemend).Dossier van de … verloren dochter. Die blauwe potloodhalen! Je hoeft ’r maar een te lezen—allemaal ’t zelfde! Ach, ach, wat ’n fumisterie, om m’n woord tegenover de goeie, geëxalteerde ziel te houden!Dokter(lezend).„Erfgenaam opgeroepen”? Is ’t dat?Schmidt.Natuurlijk. Om met tact—met tact—achter de waarheid te raken, moet je ’n gevatten aanloop zoeken.…Dolf.Wou jij soms liever, dat ik annonceerde:Adolf van Walden, zoekt de dochter van ’n zekere Sofie, bijgenaamd Kreeftje, aan wie hij in ’90(korzelig)… alle duivels, de historie hangt me de keel uit!… De nonsens, om iemand zoo’n absurditeit op te dringen.…Dokter.„Erfgenaam opgeroepen”. Dat zijn advertenties, die ’r inhakken!(lezend).„Deexécuteur-testamentair[190]van wijlen kapiteìn Van Reessen”… Ben jij dat?Dolf.Doe me ’t genoegen en lees zachtjes!Dokter.Veel te merkwaardig, om in je eentje te genieten!… „van wijlen kapitein Van Reessen, bij leven gezagvoerder ter koopvaardij, heeft in opdracht een belangrijk legaat uit te keeren, aan de dochter van zekere juffrouw Sofie, achternaam onbekend, dewelke dochter einde 1890 of begin 1891 geboren werd, vader onbekend”.Dat is niet bijzonder duidelijk!Dolf.Zeg, zou jij ’r de zegen niet van af willen nemen?… De vijf komen toch niet uit de lucht vallen!Dokter.En àls—áls—’t gelúk je meeloopt: wat dan?… Wat doe je dan met zoo’n meisje?Dolf.Ik doe niets—kapitein Van Reessen, oud-gezagvoerder doet. ’n Betamelijk jaargeld—’n centje om te trouwen—’n … Als mama me zoo in de klem zag, zou ze meelijden met me hebben!… In geen drie maanden rust, om ’n caprice! Heb jij—die daar zoo genoegelijk zit te grunneken—makkelijk lachen van ’n ander z’n pech!—heb jij zekerheid, dat ’r niet ergens ’n Lindentje zwerft? Dat kleine rooie Kreeftje—nee kwaad mag ’k niet van ’r spreken—’t was ’n aardig ding.… Als ’k ’n enkele, dood-enkele keer op m’n kamer zat te zwóégen, zwerend dat ’k niet naar de kroeg zou gaan, dan kon je zoo zachies in de straat(imiteert het signaal van daareven)hooren fluiten—en als je dan je[191]kop door ’t raam stak, zag je de leuke rooie pruik … Dan smeet je de sleutel naar beneden—en dan—dan leien je gedrochtelijke boeken ’s morgens net zoo eender—Jammer toch—jammer—verdomd jammer van de meìd—heeft nooit geld van mìj willen aannemen—Plums, Baars moesten dubbel betalen.… Nou, Schmidt—waar wachten we op?[Inhoud]Achtste Tooneel.De vorigen, Hope.Hope(door de bibliotheek binnentredend).Goeien morgen, heeren.Dolf.Was jij daar al làng?Hope.Pardon. Ik kom zoo juist binnen—stoor toch niet?—Dag dokter—dat is charmant van u.…Dolf.Heeft die ezel van ’n Jaap je den weg niet gewezen?Hope.Jawel—zou u me even.…Dokter.Meneer Schmidt, detective—zuster Hope.Hope(na wederzijdsche buiging).Jawel zeker heeft ie den weg naar de wachtkamer gewezen. Hij dacht dat ik ook.…Dolf.Hahaha! Onbetaalbaar!.… Buitengewoon!Hope.Toe meneer—we zijn niet „onder ons”.Dolf.’k Zie ’t ’m zoo doen met dat gebit, dat-ie nog[192]’ns inslikt, als-ie strooppannekoeken eet—en met z’n gedistingeerden duim, hahaha!… Hope, wat kijk je weer als ’t laatste kwartier achter ’n wolk! Mag ik je even ontlasten?Hope.Nee meneer—ik hou liever alles aan.Dolf.Ook je hoed?Hope.Ook m’n hoed.Dolf(haar de rozen presenteerend).Met m’n eerbiedigst welkom bij je eerste bezoek—en als souvenir aan de plechtige gebeurtenis van vandaag.…Hope(koeltjes).Dank u wel. En mogen die meisjes nu boven komen? ’n Bijzonder genoegen voor ze..Dolf.Wat bedoel je?Hope.Ik bedoel—nee niets. Of ja! Waarom zou ’k ’t niet?.… Héél kiesch lijkt ’t niet, meneer, vijf in elkander’s tegenwoordigheid te brengen die nu van mekaar wéten dat ze onechte kinderen zijn.….Dokter.Kom, vindt u dat zoo erg.…Hope.Ik ja—Als kind heb ’k dat óók erg gevoeld.…Dolf.Hope—we zijn niet alléén.…Hope.Nee—dat zei ’k juist zelf. Meneer—meneer.…Schmidt.Schmidt.…[193]Hope.Meneer Schmidt blijft voor ’t.…. kruisverhoor?Dolf.Schmidt is opzettelijk gekomen, om met de stukken te verifieeren of de identiteit kan worden.…Hope …Vastgesteld?Dolf.Jà, Hope!… Of moet ìk in ’n vloek en ’n zucht pà van ’n anderman’s pa-lóós kind worden?Hope.Op weg hier na toe, dacht ’k, dat ik als vróúw—als eenige vrouw met de zaak bekend—de aangewezen ondervraagster van die meisjes kon zijn—uw mama zou ’t beslist hebben gedaan, als ze nog leefde.…Schmidt.Pardon, zuster—en neem me niet kwalijk, als ik me in ’t gesprek meng—ik geef in overweging, dat uitsluitend ik en niemand anders de noodige vragen stel. U heeft den ondergrond van ’t geval in uw gedachten—zij weten niet beter dan voor ’n erfenis, ’n èrfenis, opgeroepen te zijn. En zelfs als een van de vijf de meest frappante antwoorden geeft, dienen we nog gereserveerd te blijven—moet ’t aan mij worden overgelaten de laatste informaties in te winnen op ’t bevolkingsregister, bij buren en zoo voort.…Hope.Dus dan ben ìk niet noodig?Schmidt.Direct nee!—Noodig zijn meneer Van Walden en misschien de dokter, die Kreeftje—pardon juffrouw Sofie—’n paar maal gezien meent te hebben.…[194]Hope.Dan wensch ’k de heeren veel succes.…Dolf.Is dat ernst, Hope? We staan ’r op, Jan Linden en ik—wat Jan?—dat je de vertooning van a tot z volgt.…Hope.Ik houd niet van dat soort vertooningen.….Dolf.Val je weer over ’n woord, hahaha!…Dokter.Zuster, heel, heel erg verkeerd! Gesteld dat we slagen—begint dan niet uw taak?…Hope.Nee, de zijne.Dokter.(haar in een fauteuil neerdrukkend)Stribbel niet verder tegen!—Uw opmerking straks was niet onjuist—wij kunnen den raad van ’n zuivervoelende vrouw uitnemend gebruiken—’t spijt me dat ’k m’n eigen Annie niet meebrengen mocht.…Dolf.Diplomaat!(schelt)Nu exécuteur-testamentair van wijlen kapitein Van Reesen—in positie asjeblief!(tot Jaap in de deur)Opdienen! Die met ’r móéder ’t allerlaatst.… Ze weer uitlaten als ’k schel—’n nieuwe bovenlaten als ’k voor de tweede maal roep.En avant. Den heelen middag spendeeren we ’r nièt aan.…(telefoonschel—tot Linden, met angstige stem)… Wil jij even, Jantje—of nee: jij gaat ’r te onstuimig mee om!(vraagt met veranderde stem)Wie daar?… Hallo?(opnieuw gewoon)Ben jij ’t Bannema?… Kerel, ’k ben gekookt!… Nee, geen dankjes!… ’t Eenige wat ’k je kwalijk neem, is dat je me zoolang onder de wijn heb gehouen! Geen vier uur getukt! Goed, goed—[195]maar op ’t oogenblik heb ’k belet. Adieu! Tot vanmiddag!(tot het meisje dat de laatste woorden gehoord heeft, en bij de deur verlegen lacht).Ben jij?… Pardon—ik zou m’n mond houden!Laat ’r gaan zitten, meneer Schmidt.[Inhoud]Negende Tooneel.De vorigen, Grete Donker.Schmidt.Hoe heet u?Grete.Grete Donker.…Schmidt.(in portefeuille snuffelend)Juist—u heeft op de advertentie geantwoord—en ik heb u verzocht om een uur bij meneer Van Walden te komen met uw papieren. Heeft u die meegebracht?Grete(verlegen)…Da’s te zegge, meneer—me geboortebewijs hè-’k—en me getuigschrifte van me laaste betrekking.…Schmidt.(het geboortebewijs inkijkend)Bij wie dient u?Grete.In de winkel van Sannes, as.…Schmidt.(nauwelijks luisterend).Geboren 5 December ’90.…Dolf.5 December—Sinterklaasavond.…Grete.(verlegen)Ja. Hèhèhè!.…Schmidt.Waar woonde uw moéder—uw vader, heeft u die gekend?.…[196]Grete.(giftig).Nee, die smeerlap het me moeder voor alles alléén late opdraaie, toen-ie voor de Oost teekende.…Schmidt.Waar woonde uw moeder, toen u geboren werd?Grete.Weet ik dat!.…Schmidt.Ik bedoel geen naam van ’n straat—de plaats—de stad.…Grete.Dat staat toch in ’t geboortebewijs.…Dolf.Jongen, Schmidt—da’s niet listig van je!Schmidt.(’n tikje geergerd).Ik heb daar m’n reden voor, meneer.(tot Grete).Dus dan is u zéker in Amsterdam geboren—en daar woonde uw moeder al vóór dien tijd?Grete.Me benne d’r nooit vedaan geweest. Me moeder is d’r gebore en gestorreve.Schmidt.Nog één vraag, meisje—dan weet ik voorloopig genoeg, tenzij een van de andere heeren nog iets wil weten—welke kleur haar had uw moeder?Grete.Bruin—maar ’t laaste jaar in ’t gasthuis wit.Schmidt.Dank u. Ik geloof nièt, juffrouw Donker, dat u in aanmerking zal komen—maar in ieder geval hoort u nader van me.Grete.As ’k maar ’n klèin beetje krijg—’k ha-d’r zoo op gevlast.…[197]Dolf.Daar zullen we over denken—iets schiet ’r altijd op over. Dus uw vader kan nooit ’n student zijn geweest.…?Grete.’n Stedent? ’n Stedent? Nee, daar had moeder de smoor an, omdat ze in ’t gasthuis zoo om d’r bed zworreve.…Dolf.Dan kan ze gaan, hè? Dag juffrouw.(schelt).Grete.Dag heere—dag zuster.(af).Dolf.Da’s één niet uit de loterij.(schelt)Nummer twee!(tot Hope welke bij de laatste vragen op is gestaan—bij den doorgang naar de bibliotheek boeken uit de rekken nemend).Blameer me niet—’r zijn ’r geen zes opengesnejen—allemaal mise-en-scène!—geleerdheidspatserij!—en die wèl in handen geweest zijn, kunnen ’n luchtje hebben!..(Hope glimlacht pijnlijk, zit weer in den fauteuil)Weet je, Jantje, dat ’k vannacht, voor ’k eindelijk insliep, ontdekt heb, dat de vrouw ’t heelal regeert? Mathematisch bewijs?…Vox populi vox Dei: de stem van ’t volk is de stem van God. Dat is een. En ’t nòg bekender:Ce que femme veut, Dieu veut: Wat de vrouw wil, wil God. Ergo de stem van God is de stem van de vrouw.… De stem van de vrouw is de stem van … Binnen![Inhoud]Tiende Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, Suze Meier.Schmidt.Hoe heet u?[198]Suze.Suus.…Schmidt.Verder?Suze.Meier.Dolf.Ga d’r bij zitten, Suze.Schmidt.Ik heb u geschreven …Suze.Asjeblief. ’k Hè de pepiere in ’n pakkie bij mekaar. Me moeder hiet Sefie Meier, ha zellef meegekomme as ze geen mankement an d’r been ha gehad—van ’t water.… D’r fotegrawie leit d’r tussche, toe ze zoo oud as ik was—me vader hiette Cornelis van der Vliet—en ha femilie die Van Reesum hiette—en ha geen tijd met me moeder te trouwe, omdat-ie sjecheerder bij de Spoor was en in negetig overreeje wier vlak voor ze anteekene zoue … Nou da’s geen schande voor mijn. En me moeder ken d’r ook niks an doen. En de naam Reesum het ze meer as eens hoore noeme—die was toe stuurman op de paketdienst.…Schmidt.Ho! Ho!… Niet zoo doorslaan, juffrouw Meier …Suze.Me vader.…Schmidt.Suscht!.. Even inkijken.(leest de papieren, die hij in de hand gehouden heeft)Dolf.Geef u mij ’t portret, meneer Schmidt.(bekijkt het)Nee. Nooit gezien. Onmogelijk.(droog)… En[199]’t is natuurlijk onwaarschijnlijk, dat uw moeder in ’90 den bijnaam Kreeftje had?Suze.Kreefie?… Hèhèhè!… Kreefie … Da’s me ook ’n verneukerij!… Wie hiet ’r Kreefie?…Schmidt.Ik heb van mijn kant niets meer te vragen, meneer …Dolf.Ik evenmin, geachte exécuteur-testamentair!Schmidt.Dan wordt u wel bedankt, juffrouw.Suze.Gossie—is ’t al afgeloope?—U het me pepiere haast niet ingekeke … De brieve van me vader an me moeder, toe-ie nog vree … In die eene met de inktveeg d’r op zeit-ie dat z’n oome Reesum.…Schmidt.Ik zal u morgen bericht geven en op vergoeding van de reiskosten kan u rekenen.…Suze.Gossie, gossie meneer—me broeie d’r zoo allejeezis op!—Door me moeder d’r water in d’r beene, staat de helleft van ’t boeltje achter de schuine deur.… ’t Klopt toch met de avvertentie.…Dolf.Vergeten zullen we u niet.(schelt)Suze.(opstaand naar de zij der deur)… As meneer dan me nieuw adres wil schrijve … Van de Tolsteeg gane me verhuize—morrege—na de Zijp nommero 78 bove—dan ben ’k dichter bij de febriek. Het u ’t?.…Schmidt.Ja, ja.Suze.Heere … Heere … Jefrouw …(af).[200][Inhoud]Elfde Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, SofieDelange, Agnes Delange.Dolf.Hahaha!.. ’k Had waarachtig moeite me goed te houen. Dat schepseltje heeft nou ook geen seconde d’r handen stil in d’r schoot gehad, terwijl ze bezig was—of ze ’r den St. Vitusdans in te pakken had!—Uit je humeur, Hope?—Kind, we zijn nog niet op de helft. ’n Goed hengelaar doet ’t met geduld. M’n kans is nog niet verkeken.…(tot de binnentredenden)… Ja!… Kom binnen!… Twee?… Twee tegelijk?… Schmidt: da’s je tweeling!.…Schmidt(tot Agnes)… Wil ù sivoeplee weer na de wachtkamer teruggaan?… Een voor een sivoeplee!Sofie.Da’s me zus, meneer.Schmidt.We kunnen ’t zònder getuigen af.Agnes(driest)… De heer van me zus wou niet dat ze alléén.…Dolf.Is-die fameuze heer bang dat uw zuster opgegeten zal worden?Agnes.(driest)Opete nee. Opete late me zus en ik ons niet—maar me kenne de foefies van de heere—me benne niet van gister … Ik zee: je vliegt ’r niet in—en de heer van Fie zee óók je vliegt ’r niet in.… Daar het u niet zoo zuur om te kijke—want mijn.…[201]Dolf.…Spreek uit.…Agnes …Nee ik smoes niks meer. Je zeit licht meer as je verantwoorde ken, waar Fie?.….Schmidt.(haar in de rede vallend)… ’t Is welletjes, juffrouw …(tot Sofie)… Dus ù komt op de advertentie?Sofie.Ja ik—ìk kreeg ’n briefie, om hier bij meneer te komme.Dolf.…Gaat u zitten.Agnes.O, wat ’n lèkkere stoele! Om in te sterve! Precies as bij …(slaat de vingers in gebaar van iets in te houden voor den mond).Sofie …De papiere, die op ’t lijstje stonde, hè-’k meegebracht—me geboorteacte.….Schmidt.…Asjeblief.…Agnes …Jawel—met ’n máár d’r bij—me late niks achter as tegen bewijs.…Sofie …As tegen bewijs.…Schmidt.We geven u alles dàdelijk weer terug.Agnes.Dan is ’t goeie, Fietje.Schmidt.…Geboren 17 Februari’91 in—Leiden …Dolf.…In Leiden?… Sakkerloot!… Opletten, Jantje boy!.…Schmidt.…Woont uw moeder nòg in Leiden?[202]Sofie …Of ze d’r …?… Wéte me dat, Agnes?Agnes …Nou da’s niet te denke, hahaha! Ze hèt ’r in negetig en zoo gewoond.Schmidt …Zou u wat duidelijker willen antwoorden? We zitten hier niet om raadseltjes op te lossen.Agnes.Nee, me zitte wel as onze lieve Heer zèlf in die stoele van leer—maar voor cherades benne me hier niet. Mòt dat nou an zoo’n bóél mensche verteld worde?.…Schmidt …’t Is in ’t belang van de erfenis, niet waar?Agnes …As ’t dan geen pan en geen kul is—ù hoeft niet weg te gaan, zuster!.…Hope …Zoo als u wil.…Agnes …Blijf op uw gemak!—(Hope zit weer).In u hebbe me meer vertrouwe as in die meneer …Dolf.Dank je wel—wat ’n zeldzame.…Agnes … Googemert, wat!—Zeg me kenne de wereld, me zus en ik!—Me moeder, meneer van de politie—nou herken ’k je, hahaha!—is d’r in ’95 met de een of andere druif vandoor gesjeesd.…Schmidt …Toe, toe, toe!Agnes.Je vraagt ’t toch!… Toe het tante ons in d’r huis genome—Me hebbe geen van twee ’n vader—wat Fie?—de mijne is getrouwd en woont in Den Haag—béwijze ken ’k niks—die van haar—[203]nou, Fie, doe ook ’n mondje open—jij ben de oudste en mijn laat je klesse.….Sofie …Ik ken me vader niet—Ik ben in Leiden gebore—zij in Brussel.….Schmidt …Had uw moeder in Leiden ’n bijnaam?Sofie …Weet ’k niet.Agnes …Dat zal wel. En die zal ze gloeiend verdiend hebbe, ’t mensch!.…Schmidt …Dat vragen we niet.Agnes …O.Schmidt …Herinnert u zich—’95 is ’n heele tijd—welke kleur haar uw moeder had?.…Sofie.Rood—as me zus.Agnes.Dat hoef-ie ’r niet bij te zegge—ze zijn blind.….Dolf …Rood?… En ze heette Sofie?Sofie …As ik.(een stilte).Agnes …Nou zeit niemand wat?Dokter.(tot de twee)… Ik zou wel graag willen hooren wàt uw moeder in ’90 in Leiden dee? Weet ù dat of ù?Agnes.Niet veel bijzonders ken je wel denke.Dokter.Dàt bedoel ik niet. Had ze de een of andere betrekking?[204]Sofie.Hoe kenne wìj dat raje?Agnes.Toe tante nog leefde, zee ze dat moeder—nou laa’k ’t maar nièt zegge.…Sofie …Nee, zeg ’t niet. ’t Het ’r niks mee uit te staan.….Dolf …(aarzelend).… Kan uw moeder ’n relatie met ’n student hebben gehad?Sofie …Wat geloof jij, Agnes?Agnes.Ik geloof niks. Student of geen student—’n pàtser was ’t gedorie—om me zus te late stikke.…Schmidt …Jawel, jawel. Maar nu de puntjes op de i—wat noodzakelijk is!—Zou een van uw andere familieleden zich misschien kunnen herinneren.….Sofie …Me hebbe ènkel ’n neef, die we nooit zien.Schmidt …Zou die weten.….Agnes.Dat broekie!… Die weet enkel van vuile en schoone kinnen—die barbiert.…Dokter …Kàn uw moeder bijvoorbeeld in ’n sigaren- of in ’n manufacturen- of in ’n handschoenenwinkel in betrekking zijn geweest?Sofie …Alles ken.…Agnes …Wij benne op ’n atelier—dan ken zij.… Kan òns ’t schelen!Hope.Wil u mij eens antwoorden?[205]Sofie.Natuurlijk juffrouw.Agnes.(verbeterend)… Zuster—zie je toch!Hope.Hindert niet. Heeft uw moeder nooit aan uw tante ’n woordje geschreven?Sofie.Jawel juffr.…—zùster.Hope.Uitstekend. Dat móét zekerheid geven—voor de erfenis—als u een of meer brieven bewáárd heeft..Agnes …Ja. Me hebbe d’r ’n berg van—uit Amerika, wat Fie?… Van ’96 en ’97—as ze cente an tante stuurde—en toe nog is een van ’99—sekuur hoor—twee negetjes naast mekaar—dat was de laatste.….Sofie …Vergis je je niet?Agnes …Nee hoor!.. D’r was vijftien dollar bij …Hope.…Zouen wij die brieven.….?Dolf …Waarvoor?… Voor wat?Dokter …Ja, zuster, is dat nóódig?Hope …Nee. Dat is te omslachtig. We kunnen ’t makkelijker af!(tot Dolf)… Heeft u den brief, die bij ’t testament van.… van.… kapitein van Reesen lag, bij de hand, meneer?.…Schmidt …Voortreffelijk, zuster! Bravo! Ik begrijp uw bedoeling!—Ja, meneer Van Walden: die brief kan den doorslag geven, bijna volkomen.….Dolf.(een la van het bureau opensluitend)… Ja, dien[206]heb ’k ergens gestopt—gestopt—gestopt—Nee, hier niet(andere la openend)… Da’s ’n sla overal—’n hutspot—moet ’k toch eens probeeren te ordenen.… Wel wat drommel, gevlogen kan-ie niet zijn …(zoekend).Nee—nee—nee … Waar kan-ie dan? Curieus: gebeurt altijd als je iets noodig heb!.… Eureka!.… Eureka!.… ’t Lag vlak voor m’n neus …(neemt den brief uit den sigaren-schedel).… Zeker door Jaapje verlegd.… Voilà, monsieur Schmidt.… Snappen doe ’k ’t niet.…Schmidt.(fluistert Hope iets toe—zij knikt)… Zoo dames—nu hou ik dezen brief ’n beetje gevouwen—den héélen inhoud hoeft u niet te lezen!—en antwoordt nu eens vooral niet te haastig of de handteekening Sofie èn of ’t handschrift op dat van uw moeder lijken. Zegt u ja—dan moeten wij op onze beurt uw brieven inkijken. Niet haastig—’r hangt ’n boel van af!.…(een aangehouden, nieuwsgierige stilte. Agnes buigt over Sofie’s schouder, leest hardop).Agnes.…„..Ik—ik”.….—ja daar staat „ik”—„ik ben wel lichtzinnig maar niet slecht mevrouw”…(tot Sofie).… Hou je duim opzij!.…. „en ik lieg niet.… Zoo.… zoo”—hou dan stil, Fie!—„zoo ferachtig as God me hoort.… het is het kind van u zoon … Die zich noempt … Sophie …”Sofie.(haar zuster aankijkend).… Nee, hè?.… Wat vin jij?Agnes …Vraag-ie dat nog?.… Da’s ’n keukenmeidepootje!… Of ze met d’r linkerhand het geschreve![207]Nee—moeder het ’n lóópende hand—dat lijkt op niks!—„ferachtig as God me hoort”.… Ferachtig.… Ferachtig!.… Daar hoef-ie geen twee telle over te prakkizeere.… Da’s zoo min van onze móéder as ìk van me schooier van ’n vader ben.Dolf.(opgelucht)… En is ’t ònmogelijk, dat uw moeder vroeger Kreeftje heette?Sofie …Kreefje, hahaha!Agnes …Nou beginne me te merreke hoe laat ’t is! Wat ’n flauwe bak! Goed da-je niet alleen op visite gegaan ben, Fie. Magge me de papiere terug asjeblief?Hope.’t Was geen aardigheid, juffrouw—ìk zal zoo vrij zijn nog eens persoonlijk bij u aan te komen.Agnes.As ’t voor die brieve is, hoeft ’t niet, zuster—moeder d’r schrift is met dat vuur en water. Blijf jij nog zitte?… Dag mensche!…Sofie.…Dag juffr … zùster. Dag heere …Agnes.(bij de deur)… As ’t géén aardigheid met dat Kreeftje was—dan het de màn van die Kreeftje toch zeker óók ’n fijne bijnaam gehad … Bejour allemaal!(geprikkeld af. Hope is bij de laatste woorden de bibliotheek ingeschuifeld.)Dolf.(schellend)… Dat was ’n stelletje! En die kleinste … nou! ’n Verbazend vief ding! Twee, drie jaar ouwer, dacht ’k terwijl ze bezig was—en ze zou … Complicatie voor ’n roman fin-de-siècle: de[208]zuster van je dochter trouwen—grootpapa van je dochter—goed dat Hope me niet corrigeert …(tot Jaap)… Nou? Waar blijft de moeder met … ’k Had je toch gezegd …[Inhoud]Twaalfde Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, Jaap.Jaap …’k Wou daarnet niet storen, meneer—maar dat meissie is benejen niet goed geworden—het ’n toeval of zoo iets.…Dolf.Had je niet eerder.…(naar deur).Dokter …Ik zal even kijken, Dolf—blijf jij.….(af door Jaap gevolgd).Dolf.Dan kunnen wij de séance opbreken, meneer Schmidt—Mocht voor die twee beneden uw advies noodig blijken, dan telefoneer ik.Schmidt.Goed meneer.Dolf.En uw declaratie ontvang ’k graag met zeer bekwamen spoed.Schmidt.Dank u, meneer. Dus nièt langer adverteeren?Dolf.(luchtig).Nee—nee. ’t Heeft geenZweck. Ik heb m’nSchuldigkeitgedaan—”derMohrkann gehen”… Een moment nog. U zendt me de adressen van die erfenisjaagsters. Licht dat ze ’n kleine verrassing krijgen!Bonjour! Bonjour![209]Schmidt.Uw dienaar, meneer—u heeft me maar te ontbieden.(bij de deur voor Jaap uitwijkend).Uw dienaar, meneer.Dolf.En?Jaap.Of ’k effen om ’n rijtuig mag telefoneeren?Dolf.(in de bibliotheek kijkend).Ga je gang.Jaap …1290 … Rijnders?… Met Van Walden. Dadelijk vigelante—dadelijk.(schelt af).Dokter …’k Ga ’r vandoor Dolf—Zijn de anderen al weg?(Jaap af)… ’k Zal ’r met ’n rijtuig thuis brengen.Dolf.Toch niet sérieus, boy?Dokter.’n Epileptisch toeval, de stakker—is alweer bij kennis …Hope …Kan ik behulpzaam zijn, dokter?(komt uit doorgang van de bibliotheek).Dokter.…Nee zuster. De eigen moeder is ’r óók bij—en dan rijd ik meteen door.(tot Dolf)… En geen sprake van dat!… Heeft nooit ’n voetstap in Leiden gehad … Kind van ’n marinier die in ’t gekkenhuis overleden is … Wat ’n stakker, wat ’n wurm!… Zit benejen te snikken, nou ze ’r positieven terug heeft, dat je ’r beroerd bij wordt.… Adieu. Tot ziens, Dolf … Tot straks, zuster.(af).[210][Inhoud]Dertiende Tooneel.Dolf, Hope.Dolf.Je heb toch gehoord, dat Linden ’t alleen af kan?Hope.Ik word aan de Stichting gewacht.Dolf.Lunchen we samen—kom zeg nou niet nee!(wil schellen).’k Zal orders geven, dat ze in vijf minuten.Hope.Dank u. Dag meneer.Dolf.Dag meneer! Dag meneer! Hope, je behandelt me niet fair, niet loyaal! Al m’n voorkomendheden stuiten af—op ’k weet niet wat.… Ik buig me—ik gehoorzaam, om ’t zoo te zeggen, aan élk van de dingen, die jij nog niet eens uitgesproken heb, en jij—jij gaat voort—met ’n stugheid, die me razend maakt …Hope.Meneer …Dolf …Schei uit met je ge-meneer—voor jou ben ’k Dolf!…Hope …Dat laat zich niet dwingen …Dolf …Niet dwingen?… niet dwìngen?… Kan ’k je niet volkomen eerlijk in je oogen kijken, als ’kbeweerdat ’k nà dien nacht bij mama’s lijk van elk gebaar, van ieder uur rekenschap kan geven? Dat wordt op die manier ’n soort coqueteeren, ’n misbruik maken van dat ééne incident …[211]Hope …Meneer …Dolf …Ik wìil je meneer niet meer hooren!Hope.(wrevelig)… Daar zal u toch aan moeten wennen. Ik heb niet één reden vertrouwelijker met u om te gaan …Dolf …Dus die onzinnige jacht op ’n kind—doorgezet, om de belofte aan mama—maar nòg meer om jóú—wat je wist, wat je voelde!—die was je geen afdoend bewijs, hoe me dat vroegere speet, hoe ik van jou.…Hope …Nee—die onzinnige jacht heeft me … Dag meneer. Ik geloof dat ’t beter is, op ’t oogenblik allerminst met elkaar uit te spreken.Dolf.Hope—ik sta ’r juist op. Misschien zet je hier in geen tijden ’n voet.…Hope …Nóóit meer.Dolf.(gebelgd)… Heb ’k de minste onhoffelijkheid begaan?… Was m’n welkom geen bloemen-attentie?Hope …Meneer, meneer—ik ben op ’t moment in zoo’n verbitterde stemming, sta zoo wanhopig-vervreemd tegenover u, dat ’k bang ben voor ’n explicatie.Dolf …Heb ìk tot die „verbitterde stemming” aanleiding gegeven? Ik.…Hope …(neerzittend—gejaagd-smartelijk)… Ik heb daarstraks zoo’n moeite gehad me in te houden—u niet in ’t bijzijn van de anderen te … te beleedigen …[212]U is zoo gezond—zoo gezond—zoo stevig—zoo stellig—zoo geestig—ik zoo zwaar op de hand—zoo aarzelend … O, wat háát ik u—wat heb ’k u innig zitten haten—vanaf m’n binnenkomen hier, toen u enkel vernuft, vernuft, vernuft in plaats hàrt, hàrt toonde …Dolf …Hope.…Hope …’t Was „onbetaalbaar, buitengewoon” dat uw bediende me in de wachtkamer bij die kinderen liet—door de telefoon vroeg u of ze chocolade, anijsmelk moesten hebben … De belofte aan dat prachtige menschje, dat nog geen minuut nadat ’k ’r verlaten had, dood uit ’r bed viel, is voor u ’n hartelooze grap, ’n „plechtige gebeurtenis”.…Dolf …Hope.…Hope …Hou uw mond! Verzin geen nieuwe vernuftsdingen—ik haal uw eigen woorden aan!… ’t Heette ’n „plechtige gebeurtenis”, ’n „vertooning”… Geen seconde had u de ernst van ’n misdadiger, die bang is z’n òffer te zien!… Wat is dat niet te vinden—in die radelooze Zee van menschen verdwenen kind, anders dan ’n misdadig offer geworden?(heftig)… En nu nòg staat u te glimlachen, met dien ellendigen supérieuren glimlach!… Met die roos in uw knoopsgat—na „de heele nacht onder de wijn te hebben gezeten”—dat is toch zoo, nietwaar?…Dolf.(glimlachend)… Ja, ja …Hope …Met die roos—of ’t ’n studentikooze fuif was—of u ’n „typisch” uurtje meeleefde, heeft u[213]in uw luxe-kamer—wat heb ù anders dan luxe, luxe, luxe, van af uw geboorte gekend?—die kleine optocht van verlatenenen, verwaarloosden gezien … die op ’n brokje erfenis hoopten!… Die stumper, waarvan de moeder met witte haren in ’t Gasthuis gestorven is—de stumper op „Sinterklaasavond” op de wereld geschopt—was de eerste „niet uit de loterij”—aan de fabrieksmeid, voor ’r moeder sjouwend, moest u nog ’ns droog vragen over den bijnaam Kreeftje—en ’r handen hadden den St. Vitusdans!—bij de twee zusters, was u angstig, niet verheugd, niet blij iets te kunnen herstellen—toen weer, terwijl ’k in de boekerij was, sprak u van ’n roman fin-de-siècle!… Jammer dat de laatste niet hièr ’r epileptisch toeval gekregen heeft—u zou ’r nog glossen en glossen bij gemaakt hebben!.…Dolf …Hope—dat gaat te ver!Hope …Te ver?… Te ver?… Die brief, die wanhoopsbrief van Kreeftje, Kreeftje …Dolf.…Die ìk niet verleid heb!…Hope …Die brief heeft u laten slingeren—was zoek, zoek—kwam uit dat ding daar tevoorschijn—die brief, dien ’k haast van buiten ken, waarin ze smeekte, smeekte, als ’n bedelares—voor jouw, jouw kind!.…Dolf.(driftig)… ’n Vrouw die met Plums en Baars en anderen leefde … Wie zwetst dat ’t mijn kind?…Hope …Ik! Zij! Je eigen moeder! Jijzelf!… Heeft je[214]vernuft, je hatelijk vernuft straks niet gezegd, dat de stem van de vrouw de stem van God is?.… Hoe durfjijdan vragen, twijfelen, ontkennen, bij de woorden in dien simpelen brief?.…(’t papier van tafel grijpend—en driftig lezend)… „Ik lieg niet, ik lieg niet—het is het kind van uw zoon!”.…Dolf.…Nonsens! Nonsens!… ’t Kind van ’n studentenscharrel!—Wiè, wiè, wiè zou zich daar, zònder bewijs, zorgen van aantrekken?Hope.…Heeft ze geld van je aangenomen, die schàrrel?… Is ze je vrouw niet geweest, je passe-temps, die scharrel? Heb je de „opvoeding” van je dochter niet aan ’r overgelaten, aan die schàrrel! Is m’n eigen moeder niet op dezelfde manier … Wat voel jij met je glimlach van dat alles?… Wat raakt ’t jou met je roos in je knoopsgat?…(in snikken uitbarstend)… O, ik hààt je zoo, hààt je zoo, hààt je zoo.…Dolf.…Hope—Hope—laat me.…Hope …(wild haar tranen drogend en opspringend)… Redeneer niet meer—praat niet meer—ik kan je stem niet meer hooren!…(af door boekerij—hij staat even houdingloos—maakt een gebaar of hij den brief wil verscheuren—zakt in nadenken op een stoel—begint hem te lezen).DOEK.[215]

[Inhoud]Eerste Tooneel.Jaap, Dolf.Jaap(die juist af geruimd heeft, plaatst den dienbak bij de achterdeur, spreidt een gebattikt tafelkleed over de tafel—De telefoon, op de schrijftafel, gaat over. Rustig neemt hij de gehoorbuis).Jawel. Met Van Walden—met de huisknecht—ja, met Jaap—wil u even wachten?(aarzelend)’k Geloof niet dat meneer thuis is—’k zal zien(legt de buis op het tafelblad).Dolf(in de deuropening der slaapkamer).Wat fantaseer je?Jaap.Zachies, meneer … Mevrouw Lebeau: of ze u …[176]Dolf(wenkt met de hand, dat hij er niet is—heel zacht).Op reis!Jaap(bij de telefoon).Hallo!… Spijt me, mevrouw, meneer is niet alleen niet thuis—zooals ’k dacht—hij moet op reis zijn gegaan.… Waarheen? Waarheen?… Ja, dàt weet ’k niet … Wanneer terug?… ’k Zou ’t niet kunnen zeggen—misschien de volgende week.…Dolf(fluisterend roepend).Langer!Jaap.Misschien langer …(houdt z’n lachen in)… ’k Zal ’t meneer zeggen, mevrouw.… Adieu, mevrouw …(hangt gehoorbuis op).Dolf.Nou?… De boodschap?Jaap.Nom de Dieu!… Sacrénom!… Fiche moi le camp … Je me fou de lui …Dolf(hartelijk lachend).Hahaha!… Je ben niet verkeerd verbonden geweest …(de antieke klok slaat twaalf)… Twaalf?… Twaalf!…Jaap.Meneer mag zich wel haasten—om negen heb ’k geklopt—om half tien—om …Dolf(zich uitrekkend).… Man hou je mond—die klok maakt genoeg spektakel(geeuwt).’t Slagwerk haal je ’r vanmiddag uit.…Jaap.Jawel meneer, hahaha!.…Dolf.En lach als je buiten de kamer ben!Jaap.Als ’t u hinder.…[177]Dolf.Ja, ’t hindert me—’k ben bang dat je je gebit kwijt raakt, als je schik in je leven krijgt …(geeuwt)… Wie komt—wachten(af in slaapkamer).

Eerste Tooneel.Jaap, Dolf.Jaap(die juist af geruimd heeft, plaatst den dienbak bij de achterdeur, spreidt een gebattikt tafelkleed over de tafel—De telefoon, op de schrijftafel, gaat over. Rustig neemt hij de gehoorbuis).Jawel. Met Van Walden—met de huisknecht—ja, met Jaap—wil u even wachten?(aarzelend)’k Geloof niet dat meneer thuis is—’k zal zien(legt de buis op het tafelblad).Dolf(in de deuropening der slaapkamer).Wat fantaseer je?Jaap.Zachies, meneer … Mevrouw Lebeau: of ze u …[176]Dolf(wenkt met de hand, dat hij er niet is—heel zacht).Op reis!Jaap(bij de telefoon).Hallo!… Spijt me, mevrouw, meneer is niet alleen niet thuis—zooals ’k dacht—hij moet op reis zijn gegaan.… Waarheen? Waarheen?… Ja, dàt weet ’k niet … Wanneer terug?… ’k Zou ’t niet kunnen zeggen—misschien de volgende week.…Dolf(fluisterend roepend).Langer!Jaap.Misschien langer …(houdt z’n lachen in)… ’k Zal ’t meneer zeggen, mevrouw.… Adieu, mevrouw …(hangt gehoorbuis op).Dolf.Nou?… De boodschap?Jaap.Nom de Dieu!… Sacrénom!… Fiche moi le camp … Je me fou de lui …Dolf(hartelijk lachend).Hahaha!… Je ben niet verkeerd verbonden geweest …(de antieke klok slaat twaalf)… Twaalf?… Twaalf!…Jaap.Meneer mag zich wel haasten—om negen heb ’k geklopt—om half tien—om …Dolf(zich uitrekkend).… Man hou je mond—die klok maakt genoeg spektakel(geeuwt).’t Slagwerk haal je ’r vanmiddag uit.…Jaap.Jawel meneer, hahaha!.…Dolf.En lach als je buiten de kamer ben!Jaap.Als ’t u hinder.…[177]Dolf.Ja, ’t hindert me—’k ben bang dat je je gebit kwijt raakt, als je schik in je leven krijgt …(geeuwt)… Wie komt—wachten(af in slaapkamer).

Jaap, Dolf.

Jaap(die juist af geruimd heeft, plaatst den dienbak bij de achterdeur, spreidt een gebattikt tafelkleed over de tafel—De telefoon, op de schrijftafel, gaat over. Rustig neemt hij de gehoorbuis).Jawel. Met Van Walden—met de huisknecht—ja, met Jaap—wil u even wachten?(aarzelend)’k Geloof niet dat meneer thuis is—’k zal zien(legt de buis op het tafelblad).

Jaap(die juist af geruimd heeft, plaatst den dienbak bij de achterdeur, spreidt een gebattikt tafelkleed over de tafel—De telefoon, op de schrijftafel, gaat over. Rustig neemt hij de gehoorbuis).Jawel. Met Van Walden—met de huisknecht—ja, met Jaap—wil u even wachten?(aarzelend)’k Geloof niet dat meneer thuis is—’k zal zien(legt de buis op het tafelblad).

Dolf(in de deuropening der slaapkamer).Wat fantaseer je?

Dolf(in de deuropening der slaapkamer).Wat fantaseer je?

Jaap.Zachies, meneer … Mevrouw Lebeau: of ze u …

Jaap.Zachies, meneer … Mevrouw Lebeau: of ze u …

[176]

Dolf(wenkt met de hand, dat hij er niet is—heel zacht).Op reis!

Dolf(wenkt met de hand, dat hij er niet is—heel zacht).Op reis!

Jaap(bij de telefoon).Hallo!… Spijt me, mevrouw, meneer is niet alleen niet thuis—zooals ’k dacht—hij moet op reis zijn gegaan.… Waarheen? Waarheen?… Ja, dàt weet ’k niet … Wanneer terug?… ’k Zou ’t niet kunnen zeggen—misschien de volgende week.…

Jaap(bij de telefoon).Hallo!… Spijt me, mevrouw, meneer is niet alleen niet thuis—zooals ’k dacht—hij moet op reis zijn gegaan.… Waarheen? Waarheen?… Ja, dàt weet ’k niet … Wanneer terug?… ’k Zou ’t niet kunnen zeggen—misschien de volgende week.…

Dolf(fluisterend roepend).Langer!

Dolf(fluisterend roepend).Langer!

Jaap.Misschien langer …(houdt z’n lachen in)… ’k Zal ’t meneer zeggen, mevrouw.… Adieu, mevrouw …(hangt gehoorbuis op).

Jaap.Misschien langer …(houdt z’n lachen in)… ’k Zal ’t meneer zeggen, mevrouw.… Adieu, mevrouw …(hangt gehoorbuis op).

Dolf.Nou?… De boodschap?

Dolf.Nou?… De boodschap?

Jaap.Nom de Dieu!… Sacrénom!… Fiche moi le camp … Je me fou de lui …

Jaap.Nom de Dieu!… Sacrénom!… Fiche moi le camp … Je me fou de lui …

Dolf(hartelijk lachend).Hahaha!… Je ben niet verkeerd verbonden geweest …(de antieke klok slaat twaalf)… Twaalf?… Twaalf!…

Dolf(hartelijk lachend).Hahaha!… Je ben niet verkeerd verbonden geweest …(de antieke klok slaat twaalf)… Twaalf?… Twaalf!…

Jaap.Meneer mag zich wel haasten—om negen heb ’k geklopt—om half tien—om …

Jaap.Meneer mag zich wel haasten—om negen heb ’k geklopt—om half tien—om …

Dolf(zich uitrekkend).… Man hou je mond—die klok maakt genoeg spektakel(geeuwt).’t Slagwerk haal je ’r vanmiddag uit.…

Dolf(zich uitrekkend).… Man hou je mond—die klok maakt genoeg spektakel(geeuwt).’t Slagwerk haal je ’r vanmiddag uit.…

Jaap.Jawel meneer, hahaha!.…

Jaap.Jawel meneer, hahaha!.…

Dolf.En lach als je buiten de kamer ben!

Dolf.En lach als je buiten de kamer ben!

Jaap.Als ’t u hinder.…

Jaap.Als ’t u hinder.…

[177]

Dolf.Ja, ’t hindert me—’k ben bang dat je je gebit kwijt raakt, als je schik in je leven krijgt …(geeuwt)… Wie komt—wachten(af in slaapkamer).

Dolf.Ja, ’t hindert me—’k ben bang dat je je gebit kwijt raakt, als je schik in je leven krijgt …(geeuwt)… Wie komt—wachten(af in slaapkamer).

[Inhoud]Tweede Tooneel.Jaap,Dr Linden.Jaap(legt eenige boeken op ’t gebattikt tafelkleed, neemt den dienbak—wijkt bij achterdeur voor Linden uit)… Pardon, dokter.Dokter.Is meneer hier?Jaap.Meneer is nog niet bij de hand—heeft pas ontbeten.Dokter.Goed. Dan wacht ’k in de bibliotheek.Jaap.Zal ’k meneer liever?.…Dokter.Nee, Jaapje—dat doe ’k zèlf(Jaap af—hij doet een paar passen naar de zijde der bibliotheek, neemt een fauteuil, slaat ’n boek open, fluit een studente-signaal).Dolf(beantwoordt dat, opent lachend de deur).Excuseer m’n overhemd, kerel … In twee seconden!(wil in z’n kamer terug—draait zich nog even om)Zeg, Jan, fluit dat deuntje geen tweede keer, asjeblief! ’k Wor straks meer dan me lief is, an m’n vervloekten studente-tijd herinnerd—De sigaren staan achter je—in die schedel … Tien tellen!(af—Linden neemt een sigaar, leest—telefoonschel[178]—hij wil luisteren)… Ik ben op reis—op reis!.…Dokter.Wie daar? Madame Lebeau?… Op reis … Pischt, waar ben je na toe?…Dolf.Naar ’n sanatorium in Duitschland—overspannen!Dokter(in den toestel pratend)… Naar Duitschland(verwonderd)… Dank u wel—’k zal ’m telegrafeeren.(hangt toestel in haak)… Of ’k je positief zeggen wou, dat je ’n sale type, ’n cochon …Dolf …Jawel, jawel—ken ’k droomen!(weer af).Dokter(van ’t schrijfbureau ’n paar maal iets opnemend, lacht, gaat opnieuw voor de tafel lezen).Morgen, morgen!Dolf(z’n jas aanschietend)… Morgen!… Kerel ’k ben zoo verdraaid katterig!Dokter.Mooi zoo. En dat vandaag. Is dit de oorzaak?Dolf.Haarspelden? Vond je die hier?… Nee, op m’n woord niet. In geen maanden ’n vrouw bij me gehad! Leg ze nou niet op de tafel! Haal geen grapjes uit!(werpt ze in de snippermand, naast schrijftafel).Dat zul je nu niet gelooven, Jan, maar die dingen vinden we met grossen—of ze jongen. Elk verleden begint bij ’n haarspeld.…Dokter.’t Verleden van die twee kan, zou ’k denken zoo ver niet zijn … Van je bureau opgepikt, haha![179]Dolf.Attentie van dien smakker van ’n Jaap—is geestig op zijn manier!… Nee maar, Jan, vent, kind, hart—kijk me niet zoo guitig an—of je me half gelooft! ’k Wou dàt je gelijk had, wóú dat ’k je slimme schalksche oogjes verdiende! Ach! Ach! Nog ’n kwartier, nog ’n half uur—en ’k zit met m’n katterig gezicht—zie je ’t me an?—in bedrijf nummer zooveel van de allerdolste komedie. Geef me ’n lucifer, vent. Merci. Even ’n trekje. In presentie van m’n collectie dochters—vijf, zegge vijf, zijn op de annonce afgekomen—zal m’n vaderhart fatsoenshalve te actief werkzaam moeten zijn, om ’n Henry-Clay te kunnen rooken. Kind, wat ben ’k slap!Dokter.Hoe laat ben je thuis gekomen?Dolf …Hoe vroeg! ’k Heb drie uur—nee, nou overdrijf ’k—vier uur gemaft(telefoonschel)… Zou je zoo’n créature … Je hoeft niet te twijfelen: Snipje, Snipje … ’k Schaf me telefoon af … Dat is vervloekt als je liaisons je nummer weten.…(telefoonschel).… Jawel, Jawel.… Dat hou ìk ’t langste uit … Is me verleden jaar gebeurd, dat-ie driemaal in ’t uur overging tegen kinderbedtijd, hahaha! Zeldzaam-zenuwachtige tijd!(telefoonschel)… Nou, nou, nou!… Dit volk is hardnekkig.…’k Zal me stem veranderen …(praat in toestel)… Meneer is op reis—ik ben de huishoudster …(schrikkend).Excuse me, Hope, darling—ik had ’t zoo enorm druk—Over ’n kwartier.… Kom je zelf ook?… Je eerste bezoek op m’n kamer!… Je zal als ’n koningin ontvangen worden! Hoeft dat niet? Daar door de telefoon ’n kus … Moet ’k uitscheiden met[180]m’n gekheid?… Ze krijgt ’r ’n kleur van, Jan! Hahaha!… Ja, Linden zit bij me—hoofdcontroleur!… Eén oogenblikje nog, darling! Moeten die vijf dochters van me—’k wil ze àllemaal ongezien adopteeren, om van de last af te zijn!—moeten die op ’t een of ander getrakteerd worden? Chocolade, anijsmelk … Wat?… Wat dan?…(hangt gehoorbuis op)… Laat me staan … Is ’r van door, hahaha!…(schelt electrische knop boven de tafel).Daar had ’k bijna ’n blunder begaan, hè?(geeuwt)… Excuseer! ’k Zou ’r zoo ’n paar uur onder kunnen kruipen.…Dokter …Ik wacht geduldig, om te hooren wat je uitgehaald heb.…Dolf.Uitgehaald?… Eerst met Beelaart, na ’t diner, ’n partij geschaakt—remise, na ’n zit van negen tot eenen … Ja!(tot Jaap)… Haal jij ’ns vlug ’n bouquet witte rozen.…

Tweede Tooneel.Jaap,Dr Linden.Jaap(legt eenige boeken op ’t gebattikt tafelkleed, neemt den dienbak—wijkt bij achterdeur voor Linden uit)… Pardon, dokter.Dokter.Is meneer hier?Jaap.Meneer is nog niet bij de hand—heeft pas ontbeten.Dokter.Goed. Dan wacht ’k in de bibliotheek.Jaap.Zal ’k meneer liever?.…Dokter.Nee, Jaapje—dat doe ’k zèlf(Jaap af—hij doet een paar passen naar de zijde der bibliotheek, neemt een fauteuil, slaat ’n boek open, fluit een studente-signaal).Dolf(beantwoordt dat, opent lachend de deur).Excuseer m’n overhemd, kerel … In twee seconden!(wil in z’n kamer terug—draait zich nog even om)Zeg, Jan, fluit dat deuntje geen tweede keer, asjeblief! ’k Wor straks meer dan me lief is, an m’n vervloekten studente-tijd herinnerd—De sigaren staan achter je—in die schedel … Tien tellen!(af—Linden neemt een sigaar, leest—telefoonschel[178]—hij wil luisteren)… Ik ben op reis—op reis!.…Dokter.Wie daar? Madame Lebeau?… Op reis … Pischt, waar ben je na toe?…Dolf.Naar ’n sanatorium in Duitschland—overspannen!Dokter(in den toestel pratend)… Naar Duitschland(verwonderd)… Dank u wel—’k zal ’m telegrafeeren.(hangt toestel in haak)… Of ’k je positief zeggen wou, dat je ’n sale type, ’n cochon …Dolf …Jawel, jawel—ken ’k droomen!(weer af).Dokter(van ’t schrijfbureau ’n paar maal iets opnemend, lacht, gaat opnieuw voor de tafel lezen).Morgen, morgen!Dolf(z’n jas aanschietend)… Morgen!… Kerel ’k ben zoo verdraaid katterig!Dokter.Mooi zoo. En dat vandaag. Is dit de oorzaak?Dolf.Haarspelden? Vond je die hier?… Nee, op m’n woord niet. In geen maanden ’n vrouw bij me gehad! Leg ze nou niet op de tafel! Haal geen grapjes uit!(werpt ze in de snippermand, naast schrijftafel).Dat zul je nu niet gelooven, Jan, maar die dingen vinden we met grossen—of ze jongen. Elk verleden begint bij ’n haarspeld.…Dokter.’t Verleden van die twee kan, zou ’k denken zoo ver niet zijn … Van je bureau opgepikt, haha![179]Dolf.Attentie van dien smakker van ’n Jaap—is geestig op zijn manier!… Nee maar, Jan, vent, kind, hart—kijk me niet zoo guitig an—of je me half gelooft! ’k Wou dàt je gelijk had, wóú dat ’k je slimme schalksche oogjes verdiende! Ach! Ach! Nog ’n kwartier, nog ’n half uur—en ’k zit met m’n katterig gezicht—zie je ’t me an?—in bedrijf nummer zooveel van de allerdolste komedie. Geef me ’n lucifer, vent. Merci. Even ’n trekje. In presentie van m’n collectie dochters—vijf, zegge vijf, zijn op de annonce afgekomen—zal m’n vaderhart fatsoenshalve te actief werkzaam moeten zijn, om ’n Henry-Clay te kunnen rooken. Kind, wat ben ’k slap!Dokter.Hoe laat ben je thuis gekomen?Dolf …Hoe vroeg! ’k Heb drie uur—nee, nou overdrijf ’k—vier uur gemaft(telefoonschel)… Zou je zoo’n créature … Je hoeft niet te twijfelen: Snipje, Snipje … ’k Schaf me telefoon af … Dat is vervloekt als je liaisons je nummer weten.…(telefoonschel).… Jawel, Jawel.… Dat hou ìk ’t langste uit … Is me verleden jaar gebeurd, dat-ie driemaal in ’t uur overging tegen kinderbedtijd, hahaha! Zeldzaam-zenuwachtige tijd!(telefoonschel)… Nou, nou, nou!… Dit volk is hardnekkig.…’k Zal me stem veranderen …(praat in toestel)… Meneer is op reis—ik ben de huishoudster …(schrikkend).Excuse me, Hope, darling—ik had ’t zoo enorm druk—Over ’n kwartier.… Kom je zelf ook?… Je eerste bezoek op m’n kamer!… Je zal als ’n koningin ontvangen worden! Hoeft dat niet? Daar door de telefoon ’n kus … Moet ’k uitscheiden met[180]m’n gekheid?… Ze krijgt ’r ’n kleur van, Jan! Hahaha!… Ja, Linden zit bij me—hoofdcontroleur!… Eén oogenblikje nog, darling! Moeten die vijf dochters van me—’k wil ze àllemaal ongezien adopteeren, om van de last af te zijn!—moeten die op ’t een of ander getrakteerd worden? Chocolade, anijsmelk … Wat?… Wat dan?…(hangt gehoorbuis op)… Laat me staan … Is ’r van door, hahaha!…(schelt electrische knop boven de tafel).Daar had ’k bijna ’n blunder begaan, hè?(geeuwt)… Excuseer! ’k Zou ’r zoo ’n paar uur onder kunnen kruipen.…Dokter …Ik wacht geduldig, om te hooren wat je uitgehaald heb.…Dolf.Uitgehaald?… Eerst met Beelaart, na ’t diner, ’n partij geschaakt—remise, na ’n zit van negen tot eenen … Ja!(tot Jaap)… Haal jij ’ns vlug ’n bouquet witte rozen.…

Jaap,Dr Linden.

Jaap(legt eenige boeken op ’t gebattikt tafelkleed, neemt den dienbak—wijkt bij achterdeur voor Linden uit)… Pardon, dokter.

Jaap(legt eenige boeken op ’t gebattikt tafelkleed, neemt den dienbak—wijkt bij achterdeur voor Linden uit)… Pardon, dokter.

Dokter.Is meneer hier?

Dokter.Is meneer hier?

Jaap.Meneer is nog niet bij de hand—heeft pas ontbeten.

Jaap.Meneer is nog niet bij de hand—heeft pas ontbeten.

Dokter.Goed. Dan wacht ’k in de bibliotheek.

Dokter.Goed. Dan wacht ’k in de bibliotheek.

Jaap.Zal ’k meneer liever?.…

Jaap.Zal ’k meneer liever?.…

Dokter.Nee, Jaapje—dat doe ’k zèlf(Jaap af—hij doet een paar passen naar de zijde der bibliotheek, neemt een fauteuil, slaat ’n boek open, fluit een studente-signaal).

Dokter.Nee, Jaapje—dat doe ’k zèlf(Jaap af—hij doet een paar passen naar de zijde der bibliotheek, neemt een fauteuil, slaat ’n boek open, fluit een studente-signaal).

Dolf(beantwoordt dat, opent lachend de deur).Excuseer m’n overhemd, kerel … In twee seconden!(wil in z’n kamer terug—draait zich nog even om)Zeg, Jan, fluit dat deuntje geen tweede keer, asjeblief! ’k Wor straks meer dan me lief is, an m’n vervloekten studente-tijd herinnerd—De sigaren staan achter je—in die schedel … Tien tellen!(af—Linden neemt een sigaar, leest—telefoonschel[178]—hij wil luisteren)… Ik ben op reis—op reis!.…

Dolf(beantwoordt dat, opent lachend de deur).Excuseer m’n overhemd, kerel … In twee seconden!(wil in z’n kamer terug—draait zich nog even om)Zeg, Jan, fluit dat deuntje geen tweede keer, asjeblief! ’k Wor straks meer dan me lief is, an m’n vervloekten studente-tijd herinnerd—De sigaren staan achter je—in die schedel … Tien tellen!(af—Linden neemt een sigaar, leest—telefoonschel[178]—hij wil luisteren)… Ik ben op reis—op reis!.…

Dokter.Wie daar? Madame Lebeau?… Op reis … Pischt, waar ben je na toe?…

Dokter.Wie daar? Madame Lebeau?… Op reis … Pischt, waar ben je na toe?…

Dolf.Naar ’n sanatorium in Duitschland—overspannen!

Dolf.Naar ’n sanatorium in Duitschland—overspannen!

Dokter(in den toestel pratend)… Naar Duitschland(verwonderd)… Dank u wel—’k zal ’m telegrafeeren.(hangt toestel in haak)… Of ’k je positief zeggen wou, dat je ’n sale type, ’n cochon …

Dokter(in den toestel pratend)… Naar Duitschland(verwonderd)… Dank u wel—’k zal ’m telegrafeeren.(hangt toestel in haak)… Of ’k je positief zeggen wou, dat je ’n sale type, ’n cochon …

Dolf …Jawel, jawel—ken ’k droomen!(weer af).

Dolf …Jawel, jawel—ken ’k droomen!(weer af).

Dokter(van ’t schrijfbureau ’n paar maal iets opnemend, lacht, gaat opnieuw voor de tafel lezen).Morgen, morgen!

Dokter(van ’t schrijfbureau ’n paar maal iets opnemend, lacht, gaat opnieuw voor de tafel lezen).Morgen, morgen!

Dolf(z’n jas aanschietend)… Morgen!… Kerel ’k ben zoo verdraaid katterig!

Dolf(z’n jas aanschietend)… Morgen!… Kerel ’k ben zoo verdraaid katterig!

Dokter.Mooi zoo. En dat vandaag. Is dit de oorzaak?

Dokter.Mooi zoo. En dat vandaag. Is dit de oorzaak?

Dolf.Haarspelden? Vond je die hier?… Nee, op m’n woord niet. In geen maanden ’n vrouw bij me gehad! Leg ze nou niet op de tafel! Haal geen grapjes uit!(werpt ze in de snippermand, naast schrijftafel).Dat zul je nu niet gelooven, Jan, maar die dingen vinden we met grossen—of ze jongen. Elk verleden begint bij ’n haarspeld.…

Dolf.Haarspelden? Vond je die hier?… Nee, op m’n woord niet. In geen maanden ’n vrouw bij me gehad! Leg ze nou niet op de tafel! Haal geen grapjes uit!(werpt ze in de snippermand, naast schrijftafel).Dat zul je nu niet gelooven, Jan, maar die dingen vinden we met grossen—of ze jongen. Elk verleden begint bij ’n haarspeld.…

Dokter.’t Verleden van die twee kan, zou ’k denken zoo ver niet zijn … Van je bureau opgepikt, haha!

Dokter.’t Verleden van die twee kan, zou ’k denken zoo ver niet zijn … Van je bureau opgepikt, haha!

[179]

Dolf.Attentie van dien smakker van ’n Jaap—is geestig op zijn manier!… Nee maar, Jan, vent, kind, hart—kijk me niet zoo guitig an—of je me half gelooft! ’k Wou dàt je gelijk had, wóú dat ’k je slimme schalksche oogjes verdiende! Ach! Ach! Nog ’n kwartier, nog ’n half uur—en ’k zit met m’n katterig gezicht—zie je ’t me an?—in bedrijf nummer zooveel van de allerdolste komedie. Geef me ’n lucifer, vent. Merci. Even ’n trekje. In presentie van m’n collectie dochters—vijf, zegge vijf, zijn op de annonce afgekomen—zal m’n vaderhart fatsoenshalve te actief werkzaam moeten zijn, om ’n Henry-Clay te kunnen rooken. Kind, wat ben ’k slap!

Dolf.Attentie van dien smakker van ’n Jaap—is geestig op zijn manier!… Nee maar, Jan, vent, kind, hart—kijk me niet zoo guitig an—of je me half gelooft! ’k Wou dàt je gelijk had, wóú dat ’k je slimme schalksche oogjes verdiende! Ach! Ach! Nog ’n kwartier, nog ’n half uur—en ’k zit met m’n katterig gezicht—zie je ’t me an?—in bedrijf nummer zooveel van de allerdolste komedie. Geef me ’n lucifer, vent. Merci. Even ’n trekje. In presentie van m’n collectie dochters—vijf, zegge vijf, zijn op de annonce afgekomen—zal m’n vaderhart fatsoenshalve te actief werkzaam moeten zijn, om ’n Henry-Clay te kunnen rooken. Kind, wat ben ’k slap!

Dokter.Hoe laat ben je thuis gekomen?

Dokter.Hoe laat ben je thuis gekomen?

Dolf …Hoe vroeg! ’k Heb drie uur—nee, nou overdrijf ’k—vier uur gemaft(telefoonschel)… Zou je zoo’n créature … Je hoeft niet te twijfelen: Snipje, Snipje … ’k Schaf me telefoon af … Dat is vervloekt als je liaisons je nummer weten.…(telefoonschel).… Jawel, Jawel.… Dat hou ìk ’t langste uit … Is me verleden jaar gebeurd, dat-ie driemaal in ’t uur overging tegen kinderbedtijd, hahaha! Zeldzaam-zenuwachtige tijd!(telefoonschel)… Nou, nou, nou!… Dit volk is hardnekkig.…’k Zal me stem veranderen …(praat in toestel)… Meneer is op reis—ik ben de huishoudster …(schrikkend).Excuse me, Hope, darling—ik had ’t zoo enorm druk—Over ’n kwartier.… Kom je zelf ook?… Je eerste bezoek op m’n kamer!… Je zal als ’n koningin ontvangen worden! Hoeft dat niet? Daar door de telefoon ’n kus … Moet ’k uitscheiden met[180]m’n gekheid?… Ze krijgt ’r ’n kleur van, Jan! Hahaha!… Ja, Linden zit bij me—hoofdcontroleur!… Eén oogenblikje nog, darling! Moeten die vijf dochters van me—’k wil ze àllemaal ongezien adopteeren, om van de last af te zijn!—moeten die op ’t een of ander getrakteerd worden? Chocolade, anijsmelk … Wat?… Wat dan?…(hangt gehoorbuis op)… Laat me staan … Is ’r van door, hahaha!…(schelt electrische knop boven de tafel).Daar had ’k bijna ’n blunder begaan, hè?(geeuwt)… Excuseer! ’k Zou ’r zoo ’n paar uur onder kunnen kruipen.…

Dolf …Hoe vroeg! ’k Heb drie uur—nee, nou overdrijf ’k—vier uur gemaft(telefoonschel)… Zou je zoo’n créature … Je hoeft niet te twijfelen: Snipje, Snipje … ’k Schaf me telefoon af … Dat is vervloekt als je liaisons je nummer weten.…(telefoonschel).… Jawel, Jawel.… Dat hou ìk ’t langste uit … Is me verleden jaar gebeurd, dat-ie driemaal in ’t uur overging tegen kinderbedtijd, hahaha! Zeldzaam-zenuwachtige tijd!(telefoonschel)… Nou, nou, nou!… Dit volk is hardnekkig.…’k Zal me stem veranderen …(praat in toestel)… Meneer is op reis—ik ben de huishoudster …(schrikkend).Excuse me, Hope, darling—ik had ’t zoo enorm druk—Over ’n kwartier.… Kom je zelf ook?… Je eerste bezoek op m’n kamer!… Je zal als ’n koningin ontvangen worden! Hoeft dat niet? Daar door de telefoon ’n kus … Moet ’k uitscheiden met[180]m’n gekheid?… Ze krijgt ’r ’n kleur van, Jan! Hahaha!… Ja, Linden zit bij me—hoofdcontroleur!… Eén oogenblikje nog, darling! Moeten die vijf dochters van me—’k wil ze àllemaal ongezien adopteeren, om van de last af te zijn!—moeten die op ’t een of ander getrakteerd worden? Chocolade, anijsmelk … Wat?… Wat dan?…(hangt gehoorbuis op)… Laat me staan … Is ’r van door, hahaha!…(schelt electrische knop boven de tafel).Daar had ’k bijna ’n blunder begaan, hè?(geeuwt)… Excuseer! ’k Zou ’r zoo ’n paar uur onder kunnen kruipen.…

Dokter …Ik wacht geduldig, om te hooren wat je uitgehaald heb.…

Dokter …Ik wacht geduldig, om te hooren wat je uitgehaald heb.…

Dolf.Uitgehaald?… Eerst met Beelaart, na ’t diner, ’n partij geschaakt—remise, na ’n zit van negen tot eenen … Ja!(tot Jaap)… Haal jij ’ns vlug ’n bouquet witte rozen.…

Dolf.Uitgehaald?… Eerst met Beelaart, na ’t diner, ’n partij geschaakt—remise, na ’n zit van negen tot eenen … Ja!(tot Jaap)… Haal jij ’ns vlug ’n bouquet witte rozen.…

[Inhoud]Derde Tooneel.De vorigen, Jaap.Jaap.Jawel meneer.Dolf.Jaapje—nou nòg eens: lach met meer overleg!(tot Linden).’k Heb ’m de vorige week, voor moed, beleid—vooral beleid!—en trouw ’n nieuw gebit cadeau gegeven, omdat ’k z’n ruine om esthetische overwegingen niet zien kon—en nou lacht dat schaap telkens met z’n tanden óver mekaar!… Schiet op!… De mooiste theerozen, die je krijgen kan! Nou?[181]Jaap(met bedwongen grijns)… D’r zit benejen ’n juffrouw.…Dolf.Wat voor ’n juffrouw?Jaap.Van ’n advertentie—met de moeder d’r bij …Dolf.Zoo. Wachten(geprikkeld)… Wat sta je met je hand? Moet je boksen?Jaap(de gehandschoende hand openen).Me duim is ’r door.…Dolf.Zoo—je duim ’r door? Marsch! En vlug!

Derde Tooneel.De vorigen, Jaap.Jaap.Jawel meneer.Dolf.Jaapje—nou nòg eens: lach met meer overleg!(tot Linden).’k Heb ’m de vorige week, voor moed, beleid—vooral beleid!—en trouw ’n nieuw gebit cadeau gegeven, omdat ’k z’n ruine om esthetische overwegingen niet zien kon—en nou lacht dat schaap telkens met z’n tanden óver mekaar!… Schiet op!… De mooiste theerozen, die je krijgen kan! Nou?[181]Jaap(met bedwongen grijns)… D’r zit benejen ’n juffrouw.…Dolf.Wat voor ’n juffrouw?Jaap.Van ’n advertentie—met de moeder d’r bij …Dolf.Zoo. Wachten(geprikkeld)… Wat sta je met je hand? Moet je boksen?Jaap(de gehandschoende hand openen).Me duim is ’r door.…Dolf.Zoo—je duim ’r door? Marsch! En vlug!

De vorigen, Jaap.

Jaap.Jawel meneer.

Jaap.Jawel meneer.

Dolf.Jaapje—nou nòg eens: lach met meer overleg!(tot Linden).’k Heb ’m de vorige week, voor moed, beleid—vooral beleid!—en trouw ’n nieuw gebit cadeau gegeven, omdat ’k z’n ruine om esthetische overwegingen niet zien kon—en nou lacht dat schaap telkens met z’n tanden óver mekaar!… Schiet op!… De mooiste theerozen, die je krijgen kan! Nou?

Dolf.Jaapje—nou nòg eens: lach met meer overleg!(tot Linden).’k Heb ’m de vorige week, voor moed, beleid—vooral beleid!—en trouw ’n nieuw gebit cadeau gegeven, omdat ’k z’n ruine om esthetische overwegingen niet zien kon—en nou lacht dat schaap telkens met z’n tanden óver mekaar!… Schiet op!… De mooiste theerozen, die je krijgen kan! Nou?

[181]

Jaap(met bedwongen grijns)… D’r zit benejen ’n juffrouw.…

Jaap(met bedwongen grijns)… D’r zit benejen ’n juffrouw.…

Dolf.Wat voor ’n juffrouw?

Dolf.Wat voor ’n juffrouw?

Jaap.Van ’n advertentie—met de moeder d’r bij …

Jaap.Van ’n advertentie—met de moeder d’r bij …

Dolf.Zoo. Wachten(geprikkeld)… Wat sta je met je hand? Moet je boksen?

Dolf.Zoo. Wachten(geprikkeld)… Wat sta je met je hand? Moet je boksen?

Jaap(de gehandschoende hand openen).Me duim is ’r door.…

Jaap(de gehandschoende hand openen).Me duim is ’r door.…

Dolf.Zoo—je duim ’r door? Marsch! En vlug!

Dolf.Zoo—je duim ’r door? Marsch! En vlug!

[Inhoud]Vierde Tooneel.Dolf, Dokter.Dokter.Hahaha! Heeft-ie z’n witte handschoenen voor de gelegenheid aangetrokken!Dolf..Zoo’n kaffer! Informeer ’k nou nièt, dan loopt-ie den heelen dag of-ie ’n misvormde knuist heeft! Wat was ’k bezig te vertellen? De partij schaak. Juist. Bij half twee, van plan bijtijds in bed te eenzamen—voor de belangwekkende conferentie!—ontmoet ’k Bannema, Kareltje, enétat de désespoir—driekwart zelfmoord-ideejen—aan de beurs gedobbeld—Jantje, wat ’k zeg is vertrouwelijk!Dokter.Natuurlijk.…Dolf.Gedobbeld, om den staat van z’n vrouw bij te houden. Had ’t al met ’n open gaskraan geprobeerd—niet gelukt—kan ’k niemand aanraden: de weduwe[182]krijgt de gasrekening!—liep gewoon te huilen—’n gat van ’n halve ton, en ’n vermogen naar de weerlicht, als de baisse aanhoudt!—’n Vrouw, die huilt, doet me verbazend weinig—kwestie van gewoonte—’n màn—en wat ’n door en door braaf ventje!—maakt me ondersteboven. Heb ’m geholpen.Dokter.Zoo maar?Dolf.Ruineeren zal ’t me niet. Mama’s aandeel—de goeie ziel: dat is nou net drie maanden geleden!—heb ’k voor veertien dagen met m’n nobelen neef geschikt—et zut!—Je had z’n blijdschap moeten zien! ’k Moest met ’m mee—naar z’n huis—en daar hebben we allebei tot vijf uur zitten pimpelen, de eene flesch Rijnwijn na de andere. ’k Heb ’m ’n tikje om gekregen—hahaha!Dokter.Dolf, Dolf—ik heb geen enkel recht je raad te geven—maar ’t lijkt me toch zacht gesproken onverantwoordelijk ’n dobbelaar, zonder eenig verder onderzoek te steunen—en voor dàt bedrag.…Dolf.Jan, nuchtere kerel, ik ben te katterig, om je ongelijk te geven—maar m’n woord is m’n woord en m’n handteekening m’n handteekening—de cheque is binnen—en de kinderen hebben Kareltje in ’n prachtig humeur gezien, als-ie ook niet te katterig is!Dokter.De kinderen?[183]Dolf.Vier. Ja vier! Hij heeft ’t verder gebracht dan jij … Vannacht om bij half vijf, toen ’k die smerige zaken in orde gebracht had, zei-ie: loop even op je teenen mee, dan zal ’k je de kinder-slaapkamer laten kijken. Ik verzeker je, Jantje—en zonder groote woorden!—dat ik die slapende kopjes niet zal vergeten—zulke hoofdjes—en zulke mondjes—en.… Hahaha! Goud waard! Goud waard! Stel je voor—tegen ’t afscheid staat Kareltje onzeker op, zet nog ’n zes, zeven wijnglazen op de tafel, giet ’r scheutjes in! Wat voer je uit vraag ik.… Ik ben bang, zegt-ie—goddelijk, pyramidaal!—dat me vrouw of de meisjes twéé glazen bij ’n half dozijn leege flesschen zullen zien! Hahaha! Hoe is-ie? ’t Modernste préservatif voor getrouwde mannen, die ’n buitensporigheid doen!.… Ja. Ja.… Binnen!

Vierde Tooneel.Dolf, Dokter.Dokter.Hahaha! Heeft-ie z’n witte handschoenen voor de gelegenheid aangetrokken!Dolf..Zoo’n kaffer! Informeer ’k nou nièt, dan loopt-ie den heelen dag of-ie ’n misvormde knuist heeft! Wat was ’k bezig te vertellen? De partij schaak. Juist. Bij half twee, van plan bijtijds in bed te eenzamen—voor de belangwekkende conferentie!—ontmoet ’k Bannema, Kareltje, enétat de désespoir—driekwart zelfmoord-ideejen—aan de beurs gedobbeld—Jantje, wat ’k zeg is vertrouwelijk!Dokter.Natuurlijk.…Dolf.Gedobbeld, om den staat van z’n vrouw bij te houden. Had ’t al met ’n open gaskraan geprobeerd—niet gelukt—kan ’k niemand aanraden: de weduwe[182]krijgt de gasrekening!—liep gewoon te huilen—’n gat van ’n halve ton, en ’n vermogen naar de weerlicht, als de baisse aanhoudt!—’n Vrouw, die huilt, doet me verbazend weinig—kwestie van gewoonte—’n màn—en wat ’n door en door braaf ventje!—maakt me ondersteboven. Heb ’m geholpen.Dokter.Zoo maar?Dolf.Ruineeren zal ’t me niet. Mama’s aandeel—de goeie ziel: dat is nou net drie maanden geleden!—heb ’k voor veertien dagen met m’n nobelen neef geschikt—et zut!—Je had z’n blijdschap moeten zien! ’k Moest met ’m mee—naar z’n huis—en daar hebben we allebei tot vijf uur zitten pimpelen, de eene flesch Rijnwijn na de andere. ’k Heb ’m ’n tikje om gekregen—hahaha!Dokter.Dolf, Dolf—ik heb geen enkel recht je raad te geven—maar ’t lijkt me toch zacht gesproken onverantwoordelijk ’n dobbelaar, zonder eenig verder onderzoek te steunen—en voor dàt bedrag.…Dolf.Jan, nuchtere kerel, ik ben te katterig, om je ongelijk te geven—maar m’n woord is m’n woord en m’n handteekening m’n handteekening—de cheque is binnen—en de kinderen hebben Kareltje in ’n prachtig humeur gezien, als-ie ook niet te katterig is!Dokter.De kinderen?[183]Dolf.Vier. Ja vier! Hij heeft ’t verder gebracht dan jij … Vannacht om bij half vijf, toen ’k die smerige zaken in orde gebracht had, zei-ie: loop even op je teenen mee, dan zal ’k je de kinder-slaapkamer laten kijken. Ik verzeker je, Jantje—en zonder groote woorden!—dat ik die slapende kopjes niet zal vergeten—zulke hoofdjes—en zulke mondjes—en.… Hahaha! Goud waard! Goud waard! Stel je voor—tegen ’t afscheid staat Kareltje onzeker op, zet nog ’n zes, zeven wijnglazen op de tafel, giet ’r scheutjes in! Wat voer je uit vraag ik.… Ik ben bang, zegt-ie—goddelijk, pyramidaal!—dat me vrouw of de meisjes twéé glazen bij ’n half dozijn leege flesschen zullen zien! Hahaha! Hoe is-ie? ’t Modernste préservatif voor getrouwde mannen, die ’n buitensporigheid doen!.… Ja. Ja.… Binnen!

Dolf, Dokter.

Dokter.Hahaha! Heeft-ie z’n witte handschoenen voor de gelegenheid aangetrokken!

Dokter.Hahaha! Heeft-ie z’n witte handschoenen voor de gelegenheid aangetrokken!

Dolf..Zoo’n kaffer! Informeer ’k nou nièt, dan loopt-ie den heelen dag of-ie ’n misvormde knuist heeft! Wat was ’k bezig te vertellen? De partij schaak. Juist. Bij half twee, van plan bijtijds in bed te eenzamen—voor de belangwekkende conferentie!—ontmoet ’k Bannema, Kareltje, enétat de désespoir—driekwart zelfmoord-ideejen—aan de beurs gedobbeld—Jantje, wat ’k zeg is vertrouwelijk!

Dolf..Zoo’n kaffer! Informeer ’k nou nièt, dan loopt-ie den heelen dag of-ie ’n misvormde knuist heeft! Wat was ’k bezig te vertellen? De partij schaak. Juist. Bij half twee, van plan bijtijds in bed te eenzamen—voor de belangwekkende conferentie!—ontmoet ’k Bannema, Kareltje, enétat de désespoir—driekwart zelfmoord-ideejen—aan de beurs gedobbeld—Jantje, wat ’k zeg is vertrouwelijk!

Dokter.Natuurlijk.…

Dokter.Natuurlijk.…

Dolf.Gedobbeld, om den staat van z’n vrouw bij te houden. Had ’t al met ’n open gaskraan geprobeerd—niet gelukt—kan ’k niemand aanraden: de weduwe[182]krijgt de gasrekening!—liep gewoon te huilen—’n gat van ’n halve ton, en ’n vermogen naar de weerlicht, als de baisse aanhoudt!—’n Vrouw, die huilt, doet me verbazend weinig—kwestie van gewoonte—’n màn—en wat ’n door en door braaf ventje!—maakt me ondersteboven. Heb ’m geholpen.

Dolf.Gedobbeld, om den staat van z’n vrouw bij te houden. Had ’t al met ’n open gaskraan geprobeerd—niet gelukt—kan ’k niemand aanraden: de weduwe[182]krijgt de gasrekening!—liep gewoon te huilen—’n gat van ’n halve ton, en ’n vermogen naar de weerlicht, als de baisse aanhoudt!—’n Vrouw, die huilt, doet me verbazend weinig—kwestie van gewoonte—’n màn—en wat ’n door en door braaf ventje!—maakt me ondersteboven. Heb ’m geholpen.

Dokter.Zoo maar?

Dokter.Zoo maar?

Dolf.Ruineeren zal ’t me niet. Mama’s aandeel—de goeie ziel: dat is nou net drie maanden geleden!—heb ’k voor veertien dagen met m’n nobelen neef geschikt—et zut!—Je had z’n blijdschap moeten zien! ’k Moest met ’m mee—naar z’n huis—en daar hebben we allebei tot vijf uur zitten pimpelen, de eene flesch Rijnwijn na de andere. ’k Heb ’m ’n tikje om gekregen—hahaha!

Dolf.Ruineeren zal ’t me niet. Mama’s aandeel—de goeie ziel: dat is nou net drie maanden geleden!—heb ’k voor veertien dagen met m’n nobelen neef geschikt—et zut!—Je had z’n blijdschap moeten zien! ’k Moest met ’m mee—naar z’n huis—en daar hebben we allebei tot vijf uur zitten pimpelen, de eene flesch Rijnwijn na de andere. ’k Heb ’m ’n tikje om gekregen—hahaha!

Dokter.Dolf, Dolf—ik heb geen enkel recht je raad te geven—maar ’t lijkt me toch zacht gesproken onverantwoordelijk ’n dobbelaar, zonder eenig verder onderzoek te steunen—en voor dàt bedrag.…

Dokter.Dolf, Dolf—ik heb geen enkel recht je raad te geven—maar ’t lijkt me toch zacht gesproken onverantwoordelijk ’n dobbelaar, zonder eenig verder onderzoek te steunen—en voor dàt bedrag.…

Dolf.Jan, nuchtere kerel, ik ben te katterig, om je ongelijk te geven—maar m’n woord is m’n woord en m’n handteekening m’n handteekening—de cheque is binnen—en de kinderen hebben Kareltje in ’n prachtig humeur gezien, als-ie ook niet te katterig is!

Dolf.Jan, nuchtere kerel, ik ben te katterig, om je ongelijk te geven—maar m’n woord is m’n woord en m’n handteekening m’n handteekening—de cheque is binnen—en de kinderen hebben Kareltje in ’n prachtig humeur gezien, als-ie ook niet te katterig is!

Dokter.De kinderen?

Dokter.De kinderen?

[183]

Dolf.Vier. Ja vier! Hij heeft ’t verder gebracht dan jij … Vannacht om bij half vijf, toen ’k die smerige zaken in orde gebracht had, zei-ie: loop even op je teenen mee, dan zal ’k je de kinder-slaapkamer laten kijken. Ik verzeker je, Jantje—en zonder groote woorden!—dat ik die slapende kopjes niet zal vergeten—zulke hoofdjes—en zulke mondjes—en.… Hahaha! Goud waard! Goud waard! Stel je voor—tegen ’t afscheid staat Kareltje onzeker op, zet nog ’n zes, zeven wijnglazen op de tafel, giet ’r scheutjes in! Wat voer je uit vraag ik.… Ik ben bang, zegt-ie—goddelijk, pyramidaal!—dat me vrouw of de meisjes twéé glazen bij ’n half dozijn leege flesschen zullen zien! Hahaha! Hoe is-ie? ’t Modernste préservatif voor getrouwde mannen, die ’n buitensporigheid doen!.… Ja. Ja.… Binnen!

Dolf.Vier. Ja vier! Hij heeft ’t verder gebracht dan jij … Vannacht om bij half vijf, toen ’k die smerige zaken in orde gebracht had, zei-ie: loop even op je teenen mee, dan zal ’k je de kinder-slaapkamer laten kijken. Ik verzeker je, Jantje—en zonder groote woorden!—dat ik die slapende kopjes niet zal vergeten—zulke hoofdjes—en zulke mondjes—en.… Hahaha! Goud waard! Goud waard! Stel je voor—tegen ’t afscheid staat Kareltje onzeker op, zet nog ’n zes, zeven wijnglazen op de tafel, giet ’r scheutjes in! Wat voer je uit vraag ik.… Ik ben bang, zegt-ie—goddelijk, pyramidaal!—dat me vrouw of de meisjes twéé glazen bij ’n half dozijn leege flesschen zullen zien! Hahaha! Hoe is-ie? ’t Modernste préservatif voor getrouwde mannen, die ’n buitensporigheid doen!.… Ja. Ja.… Binnen!

[Inhoud]Vijfde Tooneel.De vorigen, Jaap.Jaap.Asjeblief meneer—de rozen.Dolf.Netjes. Daar in de vaas.Jaap.D’r zijn d’r al drie, meneer.Dolf.Allemaal met moeders?Jaap.Nee, meneer—alleen de eerste. En dan is ’r die detective, die al ’n paar maal geweest is.Dolf.Die met.…Jaap.Ja meneer.[184]Dolf.Wat nou ja meneer? Wat heb ’k bedoeld?Jaap.Dat weet ’k niet—ik dacht.…Dolf.Lach niet!… Lach niet!… ’k waarschuw je: ’k neem ’t weer af!… Laat die met—waarvan jij dàcht … laat die boven komen.Jaap.Ja meneer(af).

Vijfde Tooneel.De vorigen, Jaap.Jaap.Asjeblief meneer—de rozen.Dolf.Netjes. Daar in de vaas.Jaap.D’r zijn d’r al drie, meneer.Dolf.Allemaal met moeders?Jaap.Nee, meneer—alleen de eerste. En dan is ’r die detective, die al ’n paar maal geweest is.Dolf.Die met.…Jaap.Ja meneer.[184]Dolf.Wat nou ja meneer? Wat heb ’k bedoeld?Jaap.Dat weet ’k niet—ik dacht.…Dolf.Lach niet!… Lach niet!… ’k waarschuw je: ’k neem ’t weer af!… Laat die met—waarvan jij dàcht … laat die boven komen.Jaap.Ja meneer(af).

De vorigen, Jaap.

Jaap.Asjeblief meneer—de rozen.

Jaap.Asjeblief meneer—de rozen.

Dolf.Netjes. Daar in de vaas.

Dolf.Netjes. Daar in de vaas.

Jaap.D’r zijn d’r al drie, meneer.

Jaap.D’r zijn d’r al drie, meneer.

Dolf.Allemaal met moeders?

Dolf.Allemaal met moeders?

Jaap.Nee, meneer—alleen de eerste. En dan is ’r die detective, die al ’n paar maal geweest is.

Jaap.Nee, meneer—alleen de eerste. En dan is ’r die detective, die al ’n paar maal geweest is.

Dolf.Die met.…

Dolf.Die met.…

Jaap.Ja meneer.

Jaap.Ja meneer.

[184]

Dolf.Wat nou ja meneer? Wat heb ’k bedoeld?

Dolf.Wat nou ja meneer? Wat heb ’k bedoeld?

Jaap.Dat weet ’k niet—ik dacht.…

Jaap.Dat weet ’k niet—ik dacht.…

Dolf.Lach niet!… Lach niet!… ’k waarschuw je: ’k neem ’t weer af!… Laat die met—waarvan jij dàcht … laat die boven komen.

Dolf.Lach niet!… Lach niet!… ’k waarschuw je: ’k neem ’t weer af!… Laat die met—waarvan jij dàcht … laat die boven komen.

Jaap.Ja meneer(af).

Jaap.Ja meneer(af).

[Inhoud]Zesde Tooneel.Dolf, Dokter.Dokter.Is dat de man die aan ’t snorren geweest is?Dolf.Ja-ja, ’n Gladekker,first class, door den chargé-d’affaires van de goeie ziel, ergens bij de politie opgeduikeld, ’n gewezen inspecteur, gesjeesd omdat-ie te handig voor z’n supérieuren werd!(plukt een knop uit den bouquet, steekt die in z’n knoopsgat).Jan, voortreffelijke kerel, Jan, ouwe boemelaar—als ’t vandaag niet lukt—als geen van de vijf m’n—’t kriewelt in m’n keel, als ’k ’t fatale woord uitspreek!—geen van de vijf m’n dòch-ter blijkt, ga ’k in ’n klooster, om Hope d’r oogen, d’r prachtige oogen te ontloopen … Had je ook niet voor drie maanden kunnen denken, dat ik, ik, door ’n menschje, dat om ’n haverklap m’n uitstekend humeur bederft, dat ’k bij tijden gewoon niet zetten kan—schrikkelijke individuën, die hyper-moderne wijfjes!—dat ìk door zóo een aan ’n zijden draadje rond word geleid!… Als de goeie ziel ’t vodje van ’n brief niet bewaard had—en dien avond van ’r dood niet de obsessie van de Stichting en ’t kinderen-asyl, die groteske belofte.… Entrez! Ga zitten. Steek ’n sigaar op.[185]

Zesde Tooneel.Dolf, Dokter.Dokter.Is dat de man die aan ’t snorren geweest is?Dolf.Ja-ja, ’n Gladekker,first class, door den chargé-d’affaires van de goeie ziel, ergens bij de politie opgeduikeld, ’n gewezen inspecteur, gesjeesd omdat-ie te handig voor z’n supérieuren werd!(plukt een knop uit den bouquet, steekt die in z’n knoopsgat).Jan, voortreffelijke kerel, Jan, ouwe boemelaar—als ’t vandaag niet lukt—als geen van de vijf m’n—’t kriewelt in m’n keel, als ’k ’t fatale woord uitspreek!—geen van de vijf m’n dòch-ter blijkt, ga ’k in ’n klooster, om Hope d’r oogen, d’r prachtige oogen te ontloopen … Had je ook niet voor drie maanden kunnen denken, dat ik, ik, door ’n menschje, dat om ’n haverklap m’n uitstekend humeur bederft, dat ’k bij tijden gewoon niet zetten kan—schrikkelijke individuën, die hyper-moderne wijfjes!—dat ìk door zóo een aan ’n zijden draadje rond word geleid!… Als de goeie ziel ’t vodje van ’n brief niet bewaard had—en dien avond van ’r dood niet de obsessie van de Stichting en ’t kinderen-asyl, die groteske belofte.… Entrez! Ga zitten. Steek ’n sigaar op.[185]

Dolf, Dokter.

Dokter.Is dat de man die aan ’t snorren geweest is?

Dokter.Is dat de man die aan ’t snorren geweest is?

Dolf.Ja-ja, ’n Gladekker,first class, door den chargé-d’affaires van de goeie ziel, ergens bij de politie opgeduikeld, ’n gewezen inspecteur, gesjeesd omdat-ie te handig voor z’n supérieuren werd!(plukt een knop uit den bouquet, steekt die in z’n knoopsgat).Jan, voortreffelijke kerel, Jan, ouwe boemelaar—als ’t vandaag niet lukt—als geen van de vijf m’n—’t kriewelt in m’n keel, als ’k ’t fatale woord uitspreek!—geen van de vijf m’n dòch-ter blijkt, ga ’k in ’n klooster, om Hope d’r oogen, d’r prachtige oogen te ontloopen … Had je ook niet voor drie maanden kunnen denken, dat ik, ik, door ’n menschje, dat om ’n haverklap m’n uitstekend humeur bederft, dat ’k bij tijden gewoon niet zetten kan—schrikkelijke individuën, die hyper-moderne wijfjes!—dat ìk door zóo een aan ’n zijden draadje rond word geleid!… Als de goeie ziel ’t vodje van ’n brief niet bewaard had—en dien avond van ’r dood niet de obsessie van de Stichting en ’t kinderen-asyl, die groteske belofte.… Entrez! Ga zitten. Steek ’n sigaar op.

Dolf.Ja-ja, ’n Gladekker,first class, door den chargé-d’affaires van de goeie ziel, ergens bij de politie opgeduikeld, ’n gewezen inspecteur, gesjeesd omdat-ie te handig voor z’n supérieuren werd!(plukt een knop uit den bouquet, steekt die in z’n knoopsgat).Jan, voortreffelijke kerel, Jan, ouwe boemelaar—als ’t vandaag niet lukt—als geen van de vijf m’n—’t kriewelt in m’n keel, als ’k ’t fatale woord uitspreek!—geen van de vijf m’n dòch-ter blijkt, ga ’k in ’n klooster, om Hope d’r oogen, d’r prachtige oogen te ontloopen … Had je ook niet voor drie maanden kunnen denken, dat ik, ik, door ’n menschje, dat om ’n haverklap m’n uitstekend humeur bederft, dat ’k bij tijden gewoon niet zetten kan—schrikkelijke individuën, die hyper-moderne wijfjes!—dat ìk door zóo een aan ’n zijden draadje rond word geleid!… Als de goeie ziel ’t vodje van ’n brief niet bewaard had—en dien avond van ’r dood niet de obsessie van de Stichting en ’t kinderen-asyl, die groteske belofte.… Entrez! Ga zitten. Steek ’n sigaar op.

[185]

[Inhoud]Zevende Tooneel.De vorigen, Schmidt.Schmidt(nadat Jaap de deur gesloten heeft)… Ze zijn ’r. Kan ’k praten waar meneer bij is?Dolf.Sans gêne! Dokter Linden—ook uit dien tijd—rechercheur Schmidt.Schmidt.Detective, als ’t u ’t zelfde is.Dolf.Je mag je precies noemen zooals je wil, als je ’r maar heb! ’t Zit me tot hier!Schmidt.Over mij heeft u geen reden van klagen! ’t Onmogelijkste, ’t bijna bovenmenschelijke, heb ’k gedaan. Voor niet één zaak moest zoo gesnuffeld worden—niet één was zoo ingewikkeld. Dat behoef ’k zeker niet te resumeeren!.…Dolf.Resumeer gerust—laat m’n vriend, den dokter meesmuilen—die denkt honderd tegen een, dat we stil hebben gezeten! Moordenaarswerk! In ’n woestijn vind je iemand makkelijker, dan in de zoogenaamde geordende samenleving! ’n Schande, ’n schande.… Niet rooken?.…Schmidt.’k Steek ’m liever bij me. Dank u. Dokter, die vrouwspersoon is met of zonder ’r kind radikaal, spoorloos verdwenen—spoorloos. Toen de zaakgelastigde van wijlen mevrouw me bij zich ontbood, zonder te zeggen wat ’r aan ’t handje was, zei ’k, zoo zeker als van ’t uur van m’n dood, dat ’t bagatel—’t bagatel: ’k had lastiger zaakjes uitgepluisd[186]—binnen ’n week afgehandeld zou worden. Dat kon ’k beloven, kon ’k, omdat we aan de kleine strafzaak tegen meneer houvast hadden, dat van.…Dolf.Jawel jawel—meneer is me zelf met nòg wat vrienden met ’n tweespan aan de gevangenis komen afhalen, hahaha! Herinner je je, Jantje?Dokter.Hahaha, en hoe!Schmidt.De dossiers heb ’k nageslagen—vond den naam van den koloniaal—werkte den Burgerlijken Stand ’89,’90,’91 af, zag dat de koloniaal in’94 in Atjeh stierf—geen zuster ingeschreven—niet één zuster.…Dokter.Hoe is dat mogelijk? Hij trok toch voor z’n zùster partij!Dolf.Val nou niet in de rede, Jantje, kind! Je hoort toch de feiten! Natuurlijk ’n uit z’n duim gezogen zuster, om zelf geen straf op te loopen—we hebben allebei legio zusters in die dagen gehad!Schmidt.Toen zat ’k vast. De brief aan mevrouw, dien ’k in ’t begin niet lezen mocht, was met Sofie onderteekend—en meneer had ’r nooit anders dan, dan.…Dolf.Dan kreeftje genoemd—omdat ze zulk magnifiek rood haar had—en gek met kreeft was—één avond twee heele bussen.…Schmidt.Toch erg onverstandig, als ik ’t opmerken mag—’n verhouding zonder vàn.…[187]Dolf.Gebeurt me ook nooit meer. Kreeftje, Puckje, Snipje—’k moet ’t me afwennen.Schmidt.’n Volle maand ben ’k bezig geweest—de sigarenwinkel was verdwenen—de handschoenenwinkel sinds jaren op de flesch. De college-vrienden van meneer, die ’k zoo voorzichtig mogelijk en met de wanhopigste tact polsen wou, hadden niet zooveel geheugen meer—getrouwde menschen mèt posities—alleen ’n ongetrouwd lid van de Rechtbank sprak óók van Kreeftje.…Dolf.Hahaha! Plums! Herinner je je Plums nog—Plums met z’n museum schelknoppen en andere gemoerde dingen! En vertel ’ns van je bezoek aan Baars, Schmidt—Kostelijk! Kostelijk!Schmidt.Mr. Plums zei dat Dominee Baars ’r mogelijk ook gekend kon hebben—mógelijk. Die was juist naar ’t Noorden beroepen. Die vroeg ’k met ’n niet te beschrijven tact, dokter—’k zette overal ’t gesprek in, of ’n erfenis losgekomen was—of hij Kreeftje.… Net kwam z’n vrouw de studeerkamer in. Dominee keek me niet bepaald aangenaam aan, liet me tot an de deur uit, sméét die achter me toe—met ’n bons.…Dokter.Vermakelijk!Dolf.’k Had er bij willen zijn!Schmidt.Op de registers van den Burgerlijken Stand van die jaren heb ’k gezweet, dokter—ben ’t monnikenwerk begonnen na te gaan welke juffrouwen[188]met den voornaam Sophie—aan Kreeftje had ’k bijzonder weinig—verhuisd of.… bevallen.… of gestorven waren. Hielp niemendal. Een Sophie, dochter van ’n slager, was naar Antwerpen vertrokken—een, dat was onder de onechte geboorten, had ’n tweeling gekregen.…Dolf.De hemel beware me!Schmidt.…Later getrouwd met ’n aannemer—geen sprake van ’n bijnaam Kreeftje.… Drie waren ’r gestorven, dochters van bekende ingezetenen—een was in ’n bordeel beland, stond in de ouwe politieregisters geboekt met zwàrt haar. Ik verzeker u, dat ik ’r nachten voor opgezeten heb—en namen overgeslagen, in die kleine universiteitsstad, behoort tot de wetenschappelijke onmogelijkheden, zou ’k durven beweren. Jammer dat mevrouw destijds dien allereersten dreigbrief mèt ’t goeie adres verscheurd heeft—dan waren we ’r geweest.Dokter.En waar haalt u dan die vijf meisjes, die beneden wachten, vandaan?Schmidt.Waar? Als niets je meer helpt—je niet ’t minste, geringste spoor vindt—de jonge dames die zich met studenten afgeven, zijn dikwijls overdag fatsoenlijk in betrekking.…Dolf.Zij ook—in die handschoenenwinkel.…..Schmidt.…Op de flesch en zonder adres vertrokken—voor schulden—Als je uitgepraat ben, kun je nog enkel aanhoudend adverteeren.…[189]Dokter.Gezocht ’n juffrouw met rood haar, die in ’90 den bijnaam Kreeftje had?Schmidt.Nee, dokter.Dolf.Heb ik je de kranten nog niet laten zien?Dokter.Jij mij? Wanneer?Dolf.Heeft Hope je niet ingelicht?Dokter.Hope? Die wordt al stil en gesloten als ze je náám hoort!Dolf(pakket van de schrijftafel nemend).Dossier van de … verloren dochter. Die blauwe potloodhalen! Je hoeft ’r maar een te lezen—allemaal ’t zelfde! Ach, ach, wat ’n fumisterie, om m’n woord tegenover de goeie, geëxalteerde ziel te houden!Dokter(lezend).„Erfgenaam opgeroepen”? Is ’t dat?Schmidt.Natuurlijk. Om met tact—met tact—achter de waarheid te raken, moet je ’n gevatten aanloop zoeken.…Dolf.Wou jij soms liever, dat ik annonceerde:Adolf van Walden, zoekt de dochter van ’n zekere Sofie, bijgenaamd Kreeftje, aan wie hij in ’90(korzelig)… alle duivels, de historie hangt me de keel uit!… De nonsens, om iemand zoo’n absurditeit op te dringen.…Dokter.„Erfgenaam opgeroepen”. Dat zijn advertenties, die ’r inhakken!(lezend).„Deexécuteur-testamentair[190]van wijlen kapiteìn Van Reessen”… Ben jij dat?Dolf.Doe me ’t genoegen en lees zachtjes!Dokter.Veel te merkwaardig, om in je eentje te genieten!… „van wijlen kapitein Van Reessen, bij leven gezagvoerder ter koopvaardij, heeft in opdracht een belangrijk legaat uit te keeren, aan de dochter van zekere juffrouw Sofie, achternaam onbekend, dewelke dochter einde 1890 of begin 1891 geboren werd, vader onbekend”.Dat is niet bijzonder duidelijk!Dolf.Zeg, zou jij ’r de zegen niet van af willen nemen?… De vijf komen toch niet uit de lucht vallen!Dokter.En àls—áls—’t gelúk je meeloopt: wat dan?… Wat doe je dan met zoo’n meisje?Dolf.Ik doe niets—kapitein Van Reessen, oud-gezagvoerder doet. ’n Betamelijk jaargeld—’n centje om te trouwen—’n … Als mama me zoo in de klem zag, zou ze meelijden met me hebben!… In geen drie maanden rust, om ’n caprice! Heb jij—die daar zoo genoegelijk zit te grunneken—makkelijk lachen van ’n ander z’n pech!—heb jij zekerheid, dat ’r niet ergens ’n Lindentje zwerft? Dat kleine rooie Kreeftje—nee kwaad mag ’k niet van ’r spreken—’t was ’n aardig ding.… Als ’k ’n enkele, dood-enkele keer op m’n kamer zat te zwóégen, zwerend dat ’k niet naar de kroeg zou gaan, dan kon je zoo zachies in de straat(imiteert het signaal van daareven)hooren fluiten—en als je dan je[191]kop door ’t raam stak, zag je de leuke rooie pruik … Dan smeet je de sleutel naar beneden—en dan—dan leien je gedrochtelijke boeken ’s morgens net zoo eender—Jammer toch—jammer—verdomd jammer van de meìd—heeft nooit geld van mìj willen aannemen—Plums, Baars moesten dubbel betalen.… Nou, Schmidt—waar wachten we op?

Zevende Tooneel.De vorigen, Schmidt.Schmidt(nadat Jaap de deur gesloten heeft)… Ze zijn ’r. Kan ’k praten waar meneer bij is?Dolf.Sans gêne! Dokter Linden—ook uit dien tijd—rechercheur Schmidt.Schmidt.Detective, als ’t u ’t zelfde is.Dolf.Je mag je precies noemen zooals je wil, als je ’r maar heb! ’t Zit me tot hier!Schmidt.Over mij heeft u geen reden van klagen! ’t Onmogelijkste, ’t bijna bovenmenschelijke, heb ’k gedaan. Voor niet één zaak moest zoo gesnuffeld worden—niet één was zoo ingewikkeld. Dat behoef ’k zeker niet te resumeeren!.…Dolf.Resumeer gerust—laat m’n vriend, den dokter meesmuilen—die denkt honderd tegen een, dat we stil hebben gezeten! Moordenaarswerk! In ’n woestijn vind je iemand makkelijker, dan in de zoogenaamde geordende samenleving! ’n Schande, ’n schande.… Niet rooken?.…Schmidt.’k Steek ’m liever bij me. Dank u. Dokter, die vrouwspersoon is met of zonder ’r kind radikaal, spoorloos verdwenen—spoorloos. Toen de zaakgelastigde van wijlen mevrouw me bij zich ontbood, zonder te zeggen wat ’r aan ’t handje was, zei ’k, zoo zeker als van ’t uur van m’n dood, dat ’t bagatel—’t bagatel: ’k had lastiger zaakjes uitgepluisd[186]—binnen ’n week afgehandeld zou worden. Dat kon ’k beloven, kon ’k, omdat we aan de kleine strafzaak tegen meneer houvast hadden, dat van.…Dolf.Jawel jawel—meneer is me zelf met nòg wat vrienden met ’n tweespan aan de gevangenis komen afhalen, hahaha! Herinner je je, Jantje?Dokter.Hahaha, en hoe!Schmidt.De dossiers heb ’k nageslagen—vond den naam van den koloniaal—werkte den Burgerlijken Stand ’89,’90,’91 af, zag dat de koloniaal in’94 in Atjeh stierf—geen zuster ingeschreven—niet één zuster.…Dokter.Hoe is dat mogelijk? Hij trok toch voor z’n zùster partij!Dolf.Val nou niet in de rede, Jantje, kind! Je hoort toch de feiten! Natuurlijk ’n uit z’n duim gezogen zuster, om zelf geen straf op te loopen—we hebben allebei legio zusters in die dagen gehad!Schmidt.Toen zat ’k vast. De brief aan mevrouw, dien ’k in ’t begin niet lezen mocht, was met Sofie onderteekend—en meneer had ’r nooit anders dan, dan.…Dolf.Dan kreeftje genoemd—omdat ze zulk magnifiek rood haar had—en gek met kreeft was—één avond twee heele bussen.…Schmidt.Toch erg onverstandig, als ik ’t opmerken mag—’n verhouding zonder vàn.…[187]Dolf.Gebeurt me ook nooit meer. Kreeftje, Puckje, Snipje—’k moet ’t me afwennen.Schmidt.’n Volle maand ben ’k bezig geweest—de sigarenwinkel was verdwenen—de handschoenenwinkel sinds jaren op de flesch. De college-vrienden van meneer, die ’k zoo voorzichtig mogelijk en met de wanhopigste tact polsen wou, hadden niet zooveel geheugen meer—getrouwde menschen mèt posities—alleen ’n ongetrouwd lid van de Rechtbank sprak óók van Kreeftje.…Dolf.Hahaha! Plums! Herinner je je Plums nog—Plums met z’n museum schelknoppen en andere gemoerde dingen! En vertel ’ns van je bezoek aan Baars, Schmidt—Kostelijk! Kostelijk!Schmidt.Mr. Plums zei dat Dominee Baars ’r mogelijk ook gekend kon hebben—mógelijk. Die was juist naar ’t Noorden beroepen. Die vroeg ’k met ’n niet te beschrijven tact, dokter—’k zette overal ’t gesprek in, of ’n erfenis losgekomen was—of hij Kreeftje.… Net kwam z’n vrouw de studeerkamer in. Dominee keek me niet bepaald aangenaam aan, liet me tot an de deur uit, sméét die achter me toe—met ’n bons.…Dokter.Vermakelijk!Dolf.’k Had er bij willen zijn!Schmidt.Op de registers van den Burgerlijken Stand van die jaren heb ’k gezweet, dokter—ben ’t monnikenwerk begonnen na te gaan welke juffrouwen[188]met den voornaam Sophie—aan Kreeftje had ’k bijzonder weinig—verhuisd of.… bevallen.… of gestorven waren. Hielp niemendal. Een Sophie, dochter van ’n slager, was naar Antwerpen vertrokken—een, dat was onder de onechte geboorten, had ’n tweeling gekregen.…Dolf.De hemel beware me!Schmidt.…Later getrouwd met ’n aannemer—geen sprake van ’n bijnaam Kreeftje.… Drie waren ’r gestorven, dochters van bekende ingezetenen—een was in ’n bordeel beland, stond in de ouwe politieregisters geboekt met zwàrt haar. Ik verzeker u, dat ik ’r nachten voor opgezeten heb—en namen overgeslagen, in die kleine universiteitsstad, behoort tot de wetenschappelijke onmogelijkheden, zou ’k durven beweren. Jammer dat mevrouw destijds dien allereersten dreigbrief mèt ’t goeie adres verscheurd heeft—dan waren we ’r geweest.Dokter.En waar haalt u dan die vijf meisjes, die beneden wachten, vandaan?Schmidt.Waar? Als niets je meer helpt—je niet ’t minste, geringste spoor vindt—de jonge dames die zich met studenten afgeven, zijn dikwijls overdag fatsoenlijk in betrekking.…Dolf.Zij ook—in die handschoenenwinkel.…..Schmidt.…Op de flesch en zonder adres vertrokken—voor schulden—Als je uitgepraat ben, kun je nog enkel aanhoudend adverteeren.…[189]Dokter.Gezocht ’n juffrouw met rood haar, die in ’90 den bijnaam Kreeftje had?Schmidt.Nee, dokter.Dolf.Heb ik je de kranten nog niet laten zien?Dokter.Jij mij? Wanneer?Dolf.Heeft Hope je niet ingelicht?Dokter.Hope? Die wordt al stil en gesloten als ze je náám hoort!Dolf(pakket van de schrijftafel nemend).Dossier van de … verloren dochter. Die blauwe potloodhalen! Je hoeft ’r maar een te lezen—allemaal ’t zelfde! Ach, ach, wat ’n fumisterie, om m’n woord tegenover de goeie, geëxalteerde ziel te houden!Dokter(lezend).„Erfgenaam opgeroepen”? Is ’t dat?Schmidt.Natuurlijk. Om met tact—met tact—achter de waarheid te raken, moet je ’n gevatten aanloop zoeken.…Dolf.Wou jij soms liever, dat ik annonceerde:Adolf van Walden, zoekt de dochter van ’n zekere Sofie, bijgenaamd Kreeftje, aan wie hij in ’90(korzelig)… alle duivels, de historie hangt me de keel uit!… De nonsens, om iemand zoo’n absurditeit op te dringen.…Dokter.„Erfgenaam opgeroepen”. Dat zijn advertenties, die ’r inhakken!(lezend).„Deexécuteur-testamentair[190]van wijlen kapiteìn Van Reessen”… Ben jij dat?Dolf.Doe me ’t genoegen en lees zachtjes!Dokter.Veel te merkwaardig, om in je eentje te genieten!… „van wijlen kapitein Van Reessen, bij leven gezagvoerder ter koopvaardij, heeft in opdracht een belangrijk legaat uit te keeren, aan de dochter van zekere juffrouw Sofie, achternaam onbekend, dewelke dochter einde 1890 of begin 1891 geboren werd, vader onbekend”.Dat is niet bijzonder duidelijk!Dolf.Zeg, zou jij ’r de zegen niet van af willen nemen?… De vijf komen toch niet uit de lucht vallen!Dokter.En àls—áls—’t gelúk je meeloopt: wat dan?… Wat doe je dan met zoo’n meisje?Dolf.Ik doe niets—kapitein Van Reessen, oud-gezagvoerder doet. ’n Betamelijk jaargeld—’n centje om te trouwen—’n … Als mama me zoo in de klem zag, zou ze meelijden met me hebben!… In geen drie maanden rust, om ’n caprice! Heb jij—die daar zoo genoegelijk zit te grunneken—makkelijk lachen van ’n ander z’n pech!—heb jij zekerheid, dat ’r niet ergens ’n Lindentje zwerft? Dat kleine rooie Kreeftje—nee kwaad mag ’k niet van ’r spreken—’t was ’n aardig ding.… Als ’k ’n enkele, dood-enkele keer op m’n kamer zat te zwóégen, zwerend dat ’k niet naar de kroeg zou gaan, dan kon je zoo zachies in de straat(imiteert het signaal van daareven)hooren fluiten—en als je dan je[191]kop door ’t raam stak, zag je de leuke rooie pruik … Dan smeet je de sleutel naar beneden—en dan—dan leien je gedrochtelijke boeken ’s morgens net zoo eender—Jammer toch—jammer—verdomd jammer van de meìd—heeft nooit geld van mìj willen aannemen—Plums, Baars moesten dubbel betalen.… Nou, Schmidt—waar wachten we op?

De vorigen, Schmidt.

Schmidt(nadat Jaap de deur gesloten heeft)… Ze zijn ’r. Kan ’k praten waar meneer bij is?

Schmidt(nadat Jaap de deur gesloten heeft)… Ze zijn ’r. Kan ’k praten waar meneer bij is?

Dolf.Sans gêne! Dokter Linden—ook uit dien tijd—rechercheur Schmidt.

Dolf.Sans gêne! Dokter Linden—ook uit dien tijd—rechercheur Schmidt.

Schmidt.Detective, als ’t u ’t zelfde is.

Schmidt.Detective, als ’t u ’t zelfde is.

Dolf.Je mag je precies noemen zooals je wil, als je ’r maar heb! ’t Zit me tot hier!

Dolf.Je mag je precies noemen zooals je wil, als je ’r maar heb! ’t Zit me tot hier!

Schmidt.Over mij heeft u geen reden van klagen! ’t Onmogelijkste, ’t bijna bovenmenschelijke, heb ’k gedaan. Voor niet één zaak moest zoo gesnuffeld worden—niet één was zoo ingewikkeld. Dat behoef ’k zeker niet te resumeeren!.…

Schmidt.Over mij heeft u geen reden van klagen! ’t Onmogelijkste, ’t bijna bovenmenschelijke, heb ’k gedaan. Voor niet één zaak moest zoo gesnuffeld worden—niet één was zoo ingewikkeld. Dat behoef ’k zeker niet te resumeeren!.…

Dolf.Resumeer gerust—laat m’n vriend, den dokter meesmuilen—die denkt honderd tegen een, dat we stil hebben gezeten! Moordenaarswerk! In ’n woestijn vind je iemand makkelijker, dan in de zoogenaamde geordende samenleving! ’n Schande, ’n schande.… Niet rooken?.…

Dolf.Resumeer gerust—laat m’n vriend, den dokter meesmuilen—die denkt honderd tegen een, dat we stil hebben gezeten! Moordenaarswerk! In ’n woestijn vind je iemand makkelijker, dan in de zoogenaamde geordende samenleving! ’n Schande, ’n schande.… Niet rooken?.…

Schmidt.’k Steek ’m liever bij me. Dank u. Dokter, die vrouwspersoon is met of zonder ’r kind radikaal, spoorloos verdwenen—spoorloos. Toen de zaakgelastigde van wijlen mevrouw me bij zich ontbood, zonder te zeggen wat ’r aan ’t handje was, zei ’k, zoo zeker als van ’t uur van m’n dood, dat ’t bagatel—’t bagatel: ’k had lastiger zaakjes uitgepluisd[186]—binnen ’n week afgehandeld zou worden. Dat kon ’k beloven, kon ’k, omdat we aan de kleine strafzaak tegen meneer houvast hadden, dat van.…

Schmidt.’k Steek ’m liever bij me. Dank u. Dokter, die vrouwspersoon is met of zonder ’r kind radikaal, spoorloos verdwenen—spoorloos. Toen de zaakgelastigde van wijlen mevrouw me bij zich ontbood, zonder te zeggen wat ’r aan ’t handje was, zei ’k, zoo zeker als van ’t uur van m’n dood, dat ’t bagatel—’t bagatel: ’k had lastiger zaakjes uitgepluisd[186]—binnen ’n week afgehandeld zou worden. Dat kon ’k beloven, kon ’k, omdat we aan de kleine strafzaak tegen meneer houvast hadden, dat van.…

Dolf.Jawel jawel—meneer is me zelf met nòg wat vrienden met ’n tweespan aan de gevangenis komen afhalen, hahaha! Herinner je je, Jantje?

Dolf.Jawel jawel—meneer is me zelf met nòg wat vrienden met ’n tweespan aan de gevangenis komen afhalen, hahaha! Herinner je je, Jantje?

Dokter.Hahaha, en hoe!

Dokter.Hahaha, en hoe!

Schmidt.De dossiers heb ’k nageslagen—vond den naam van den koloniaal—werkte den Burgerlijken Stand ’89,’90,’91 af, zag dat de koloniaal in’94 in Atjeh stierf—geen zuster ingeschreven—niet één zuster.…

Schmidt.De dossiers heb ’k nageslagen—vond den naam van den koloniaal—werkte den Burgerlijken Stand ’89,’90,’91 af, zag dat de koloniaal in’94 in Atjeh stierf—geen zuster ingeschreven—niet één zuster.…

Dokter.Hoe is dat mogelijk? Hij trok toch voor z’n zùster partij!

Dokter.Hoe is dat mogelijk? Hij trok toch voor z’n zùster partij!

Dolf.Val nou niet in de rede, Jantje, kind! Je hoort toch de feiten! Natuurlijk ’n uit z’n duim gezogen zuster, om zelf geen straf op te loopen—we hebben allebei legio zusters in die dagen gehad!

Dolf.Val nou niet in de rede, Jantje, kind! Je hoort toch de feiten! Natuurlijk ’n uit z’n duim gezogen zuster, om zelf geen straf op te loopen—we hebben allebei legio zusters in die dagen gehad!

Schmidt.Toen zat ’k vast. De brief aan mevrouw, dien ’k in ’t begin niet lezen mocht, was met Sofie onderteekend—en meneer had ’r nooit anders dan, dan.…

Schmidt.Toen zat ’k vast. De brief aan mevrouw, dien ’k in ’t begin niet lezen mocht, was met Sofie onderteekend—en meneer had ’r nooit anders dan, dan.…

Dolf.Dan kreeftje genoemd—omdat ze zulk magnifiek rood haar had—en gek met kreeft was—één avond twee heele bussen.…

Dolf.Dan kreeftje genoemd—omdat ze zulk magnifiek rood haar had—en gek met kreeft was—één avond twee heele bussen.…

Schmidt.Toch erg onverstandig, als ik ’t opmerken mag—’n verhouding zonder vàn.…

Schmidt.Toch erg onverstandig, als ik ’t opmerken mag—’n verhouding zonder vàn.…

[187]

Dolf.Gebeurt me ook nooit meer. Kreeftje, Puckje, Snipje—’k moet ’t me afwennen.

Dolf.Gebeurt me ook nooit meer. Kreeftje, Puckje, Snipje—’k moet ’t me afwennen.

Schmidt.’n Volle maand ben ’k bezig geweest—de sigarenwinkel was verdwenen—de handschoenenwinkel sinds jaren op de flesch. De college-vrienden van meneer, die ’k zoo voorzichtig mogelijk en met de wanhopigste tact polsen wou, hadden niet zooveel geheugen meer—getrouwde menschen mèt posities—alleen ’n ongetrouwd lid van de Rechtbank sprak óók van Kreeftje.…

Schmidt.’n Volle maand ben ’k bezig geweest—de sigarenwinkel was verdwenen—de handschoenenwinkel sinds jaren op de flesch. De college-vrienden van meneer, die ’k zoo voorzichtig mogelijk en met de wanhopigste tact polsen wou, hadden niet zooveel geheugen meer—getrouwde menschen mèt posities—alleen ’n ongetrouwd lid van de Rechtbank sprak óók van Kreeftje.…

Dolf.Hahaha! Plums! Herinner je je Plums nog—Plums met z’n museum schelknoppen en andere gemoerde dingen! En vertel ’ns van je bezoek aan Baars, Schmidt—Kostelijk! Kostelijk!

Dolf.Hahaha! Plums! Herinner je je Plums nog—Plums met z’n museum schelknoppen en andere gemoerde dingen! En vertel ’ns van je bezoek aan Baars, Schmidt—Kostelijk! Kostelijk!

Schmidt.Mr. Plums zei dat Dominee Baars ’r mogelijk ook gekend kon hebben—mógelijk. Die was juist naar ’t Noorden beroepen. Die vroeg ’k met ’n niet te beschrijven tact, dokter—’k zette overal ’t gesprek in, of ’n erfenis losgekomen was—of hij Kreeftje.… Net kwam z’n vrouw de studeerkamer in. Dominee keek me niet bepaald aangenaam aan, liet me tot an de deur uit, sméét die achter me toe—met ’n bons.…

Schmidt.Mr. Plums zei dat Dominee Baars ’r mogelijk ook gekend kon hebben—mógelijk. Die was juist naar ’t Noorden beroepen. Die vroeg ’k met ’n niet te beschrijven tact, dokter—’k zette overal ’t gesprek in, of ’n erfenis losgekomen was—of hij Kreeftje.… Net kwam z’n vrouw de studeerkamer in. Dominee keek me niet bepaald aangenaam aan, liet me tot an de deur uit, sméét die achter me toe—met ’n bons.…

Dokter.Vermakelijk!

Dokter.Vermakelijk!

Dolf.’k Had er bij willen zijn!

Dolf.’k Had er bij willen zijn!

Schmidt.Op de registers van den Burgerlijken Stand van die jaren heb ’k gezweet, dokter—ben ’t monnikenwerk begonnen na te gaan welke juffrouwen[188]met den voornaam Sophie—aan Kreeftje had ’k bijzonder weinig—verhuisd of.… bevallen.… of gestorven waren. Hielp niemendal. Een Sophie, dochter van ’n slager, was naar Antwerpen vertrokken—een, dat was onder de onechte geboorten, had ’n tweeling gekregen.…

Schmidt.Op de registers van den Burgerlijken Stand van die jaren heb ’k gezweet, dokter—ben ’t monnikenwerk begonnen na te gaan welke juffrouwen[188]met den voornaam Sophie—aan Kreeftje had ’k bijzonder weinig—verhuisd of.… bevallen.… of gestorven waren. Hielp niemendal. Een Sophie, dochter van ’n slager, was naar Antwerpen vertrokken—een, dat was onder de onechte geboorten, had ’n tweeling gekregen.…

Dolf.De hemel beware me!

Dolf.De hemel beware me!

Schmidt.…Later getrouwd met ’n aannemer—geen sprake van ’n bijnaam Kreeftje.… Drie waren ’r gestorven, dochters van bekende ingezetenen—een was in ’n bordeel beland, stond in de ouwe politieregisters geboekt met zwàrt haar. Ik verzeker u, dat ik ’r nachten voor opgezeten heb—en namen overgeslagen, in die kleine universiteitsstad, behoort tot de wetenschappelijke onmogelijkheden, zou ’k durven beweren. Jammer dat mevrouw destijds dien allereersten dreigbrief mèt ’t goeie adres verscheurd heeft—dan waren we ’r geweest.

Schmidt.…Later getrouwd met ’n aannemer—geen sprake van ’n bijnaam Kreeftje.… Drie waren ’r gestorven, dochters van bekende ingezetenen—een was in ’n bordeel beland, stond in de ouwe politieregisters geboekt met zwàrt haar. Ik verzeker u, dat ik ’r nachten voor opgezeten heb—en namen overgeslagen, in die kleine universiteitsstad, behoort tot de wetenschappelijke onmogelijkheden, zou ’k durven beweren. Jammer dat mevrouw destijds dien allereersten dreigbrief mèt ’t goeie adres verscheurd heeft—dan waren we ’r geweest.

Dokter.En waar haalt u dan die vijf meisjes, die beneden wachten, vandaan?

Dokter.En waar haalt u dan die vijf meisjes, die beneden wachten, vandaan?

Schmidt.Waar? Als niets je meer helpt—je niet ’t minste, geringste spoor vindt—de jonge dames die zich met studenten afgeven, zijn dikwijls overdag fatsoenlijk in betrekking.…

Schmidt.Waar? Als niets je meer helpt—je niet ’t minste, geringste spoor vindt—de jonge dames die zich met studenten afgeven, zijn dikwijls overdag fatsoenlijk in betrekking.…

Dolf.Zij ook—in die handschoenenwinkel.…..

Dolf.Zij ook—in die handschoenenwinkel.…..

Schmidt.…Op de flesch en zonder adres vertrokken—voor schulden—Als je uitgepraat ben, kun je nog enkel aanhoudend adverteeren.…

Schmidt.…Op de flesch en zonder adres vertrokken—voor schulden—Als je uitgepraat ben, kun je nog enkel aanhoudend adverteeren.…

[189]

Dokter.Gezocht ’n juffrouw met rood haar, die in ’90 den bijnaam Kreeftje had?

Dokter.Gezocht ’n juffrouw met rood haar, die in ’90 den bijnaam Kreeftje had?

Schmidt.Nee, dokter.

Schmidt.Nee, dokter.

Dolf.Heb ik je de kranten nog niet laten zien?

Dolf.Heb ik je de kranten nog niet laten zien?

Dokter.Jij mij? Wanneer?

Dokter.Jij mij? Wanneer?

Dolf.Heeft Hope je niet ingelicht?

Dolf.Heeft Hope je niet ingelicht?

Dokter.Hope? Die wordt al stil en gesloten als ze je náám hoort!

Dokter.Hope? Die wordt al stil en gesloten als ze je náám hoort!

Dolf(pakket van de schrijftafel nemend).Dossier van de … verloren dochter. Die blauwe potloodhalen! Je hoeft ’r maar een te lezen—allemaal ’t zelfde! Ach, ach, wat ’n fumisterie, om m’n woord tegenover de goeie, geëxalteerde ziel te houden!

Dolf(pakket van de schrijftafel nemend).Dossier van de … verloren dochter. Die blauwe potloodhalen! Je hoeft ’r maar een te lezen—allemaal ’t zelfde! Ach, ach, wat ’n fumisterie, om m’n woord tegenover de goeie, geëxalteerde ziel te houden!

Dokter(lezend).„Erfgenaam opgeroepen”? Is ’t dat?

Dokter(lezend).„Erfgenaam opgeroepen”? Is ’t dat?

Schmidt.Natuurlijk. Om met tact—met tact—achter de waarheid te raken, moet je ’n gevatten aanloop zoeken.…

Schmidt.Natuurlijk. Om met tact—met tact—achter de waarheid te raken, moet je ’n gevatten aanloop zoeken.…

Dolf.Wou jij soms liever, dat ik annonceerde:Adolf van Walden, zoekt de dochter van ’n zekere Sofie, bijgenaamd Kreeftje, aan wie hij in ’90(korzelig)… alle duivels, de historie hangt me de keel uit!… De nonsens, om iemand zoo’n absurditeit op te dringen.…

Dolf.Wou jij soms liever, dat ik annonceerde:Adolf van Walden, zoekt de dochter van ’n zekere Sofie, bijgenaamd Kreeftje, aan wie hij in ’90(korzelig)… alle duivels, de historie hangt me de keel uit!… De nonsens, om iemand zoo’n absurditeit op te dringen.…

Dokter.„Erfgenaam opgeroepen”. Dat zijn advertenties, die ’r inhakken!(lezend).„Deexécuteur-testamentair[190]van wijlen kapiteìn Van Reessen”… Ben jij dat?

Dokter.„Erfgenaam opgeroepen”. Dat zijn advertenties, die ’r inhakken!(lezend).„Deexécuteur-testamentair[190]van wijlen kapiteìn Van Reessen”… Ben jij dat?

Dolf.Doe me ’t genoegen en lees zachtjes!

Dolf.Doe me ’t genoegen en lees zachtjes!

Dokter.Veel te merkwaardig, om in je eentje te genieten!… „van wijlen kapitein Van Reessen, bij leven gezagvoerder ter koopvaardij, heeft in opdracht een belangrijk legaat uit te keeren, aan de dochter van zekere juffrouw Sofie, achternaam onbekend, dewelke dochter einde 1890 of begin 1891 geboren werd, vader onbekend”.Dat is niet bijzonder duidelijk!

Dokter.Veel te merkwaardig, om in je eentje te genieten!… „van wijlen kapitein Van Reessen, bij leven gezagvoerder ter koopvaardij, heeft in opdracht een belangrijk legaat uit te keeren, aan de dochter van zekere juffrouw Sofie, achternaam onbekend, dewelke dochter einde 1890 of begin 1891 geboren werd, vader onbekend”.Dat is niet bijzonder duidelijk!

Dolf.Zeg, zou jij ’r de zegen niet van af willen nemen?… De vijf komen toch niet uit de lucht vallen!

Dolf.Zeg, zou jij ’r de zegen niet van af willen nemen?… De vijf komen toch niet uit de lucht vallen!

Dokter.En àls—áls—’t gelúk je meeloopt: wat dan?… Wat doe je dan met zoo’n meisje?

Dokter.En àls—áls—’t gelúk je meeloopt: wat dan?… Wat doe je dan met zoo’n meisje?

Dolf.Ik doe niets—kapitein Van Reessen, oud-gezagvoerder doet. ’n Betamelijk jaargeld—’n centje om te trouwen—’n … Als mama me zoo in de klem zag, zou ze meelijden met me hebben!… In geen drie maanden rust, om ’n caprice! Heb jij—die daar zoo genoegelijk zit te grunneken—makkelijk lachen van ’n ander z’n pech!—heb jij zekerheid, dat ’r niet ergens ’n Lindentje zwerft? Dat kleine rooie Kreeftje—nee kwaad mag ’k niet van ’r spreken—’t was ’n aardig ding.… Als ’k ’n enkele, dood-enkele keer op m’n kamer zat te zwóégen, zwerend dat ’k niet naar de kroeg zou gaan, dan kon je zoo zachies in de straat(imiteert het signaal van daareven)hooren fluiten—en als je dan je[191]kop door ’t raam stak, zag je de leuke rooie pruik … Dan smeet je de sleutel naar beneden—en dan—dan leien je gedrochtelijke boeken ’s morgens net zoo eender—Jammer toch—jammer—verdomd jammer van de meìd—heeft nooit geld van mìj willen aannemen—Plums, Baars moesten dubbel betalen.… Nou, Schmidt—waar wachten we op?

Dolf.Ik doe niets—kapitein Van Reessen, oud-gezagvoerder doet. ’n Betamelijk jaargeld—’n centje om te trouwen—’n … Als mama me zoo in de klem zag, zou ze meelijden met me hebben!… In geen drie maanden rust, om ’n caprice! Heb jij—die daar zoo genoegelijk zit te grunneken—makkelijk lachen van ’n ander z’n pech!—heb jij zekerheid, dat ’r niet ergens ’n Lindentje zwerft? Dat kleine rooie Kreeftje—nee kwaad mag ’k niet van ’r spreken—’t was ’n aardig ding.… Als ’k ’n enkele, dood-enkele keer op m’n kamer zat te zwóégen, zwerend dat ’k niet naar de kroeg zou gaan, dan kon je zoo zachies in de straat(imiteert het signaal van daareven)hooren fluiten—en als je dan je[191]kop door ’t raam stak, zag je de leuke rooie pruik … Dan smeet je de sleutel naar beneden—en dan—dan leien je gedrochtelijke boeken ’s morgens net zoo eender—Jammer toch—jammer—verdomd jammer van de meìd—heeft nooit geld van mìj willen aannemen—Plums, Baars moesten dubbel betalen.… Nou, Schmidt—waar wachten we op?

[Inhoud]Achtste Tooneel.De vorigen, Hope.Hope(door de bibliotheek binnentredend).Goeien morgen, heeren.Dolf.Was jij daar al làng?Hope.Pardon. Ik kom zoo juist binnen—stoor toch niet?—Dag dokter—dat is charmant van u.…Dolf.Heeft die ezel van ’n Jaap je den weg niet gewezen?Hope.Jawel—zou u me even.…Dokter.Meneer Schmidt, detective—zuster Hope.Hope(na wederzijdsche buiging).Jawel zeker heeft ie den weg naar de wachtkamer gewezen. Hij dacht dat ik ook.…Dolf.Hahaha! Onbetaalbaar!.… Buitengewoon!Hope.Toe meneer—we zijn niet „onder ons”.Dolf.’k Zie ’t ’m zoo doen met dat gebit, dat-ie nog[192]’ns inslikt, als-ie strooppannekoeken eet—en met z’n gedistingeerden duim, hahaha!… Hope, wat kijk je weer als ’t laatste kwartier achter ’n wolk! Mag ik je even ontlasten?Hope.Nee meneer—ik hou liever alles aan.Dolf.Ook je hoed?Hope.Ook m’n hoed.Dolf(haar de rozen presenteerend).Met m’n eerbiedigst welkom bij je eerste bezoek—en als souvenir aan de plechtige gebeurtenis van vandaag.…Hope(koeltjes).Dank u wel. En mogen die meisjes nu boven komen? ’n Bijzonder genoegen voor ze..Dolf.Wat bedoel je?Hope.Ik bedoel—nee niets. Of ja! Waarom zou ’k ’t niet?.… Héél kiesch lijkt ’t niet, meneer, vijf in elkander’s tegenwoordigheid te brengen die nu van mekaar wéten dat ze onechte kinderen zijn.….Dokter.Kom, vindt u dat zoo erg.…Hope.Ik ja—Als kind heb ’k dat óók erg gevoeld.…Dolf.Hope—we zijn niet alléén.…Hope.Nee—dat zei ’k juist zelf. Meneer—meneer.…Schmidt.Schmidt.…[193]Hope.Meneer Schmidt blijft voor ’t.…. kruisverhoor?Dolf.Schmidt is opzettelijk gekomen, om met de stukken te verifieeren of de identiteit kan worden.…Hope …Vastgesteld?Dolf.Jà, Hope!… Of moet ìk in ’n vloek en ’n zucht pà van ’n anderman’s pa-lóós kind worden?Hope.Op weg hier na toe, dacht ’k, dat ik als vróúw—als eenige vrouw met de zaak bekend—de aangewezen ondervraagster van die meisjes kon zijn—uw mama zou ’t beslist hebben gedaan, als ze nog leefde.…Schmidt.Pardon, zuster—en neem me niet kwalijk, als ik me in ’t gesprek meng—ik geef in overweging, dat uitsluitend ik en niemand anders de noodige vragen stel. U heeft den ondergrond van ’t geval in uw gedachten—zij weten niet beter dan voor ’n erfenis, ’n èrfenis, opgeroepen te zijn. En zelfs als een van de vijf de meest frappante antwoorden geeft, dienen we nog gereserveerd te blijven—moet ’t aan mij worden overgelaten de laatste informaties in te winnen op ’t bevolkingsregister, bij buren en zoo voort.…Hope.Dus dan ben ìk niet noodig?Schmidt.Direct nee!—Noodig zijn meneer Van Walden en misschien de dokter, die Kreeftje—pardon juffrouw Sofie—’n paar maal gezien meent te hebben.…[194]Hope.Dan wensch ’k de heeren veel succes.…Dolf.Is dat ernst, Hope? We staan ’r op, Jan Linden en ik—wat Jan?—dat je de vertooning van a tot z volgt.…Hope.Ik houd niet van dat soort vertooningen.….Dolf.Val je weer over ’n woord, hahaha!…Dokter.Zuster, heel, heel erg verkeerd! Gesteld dat we slagen—begint dan niet uw taak?…Hope.Nee, de zijne.Dokter.(haar in een fauteuil neerdrukkend)Stribbel niet verder tegen!—Uw opmerking straks was niet onjuist—wij kunnen den raad van ’n zuivervoelende vrouw uitnemend gebruiken—’t spijt me dat ’k m’n eigen Annie niet meebrengen mocht.…Dolf.Diplomaat!(schelt)Nu exécuteur-testamentair van wijlen kapitein Van Reesen—in positie asjeblief!(tot Jaap in de deur)Opdienen! Die met ’r móéder ’t allerlaatst.… Ze weer uitlaten als ’k schel—’n nieuwe bovenlaten als ’k voor de tweede maal roep.En avant. Den heelen middag spendeeren we ’r nièt aan.…(telefoonschel—tot Linden, met angstige stem)… Wil jij even, Jantje—of nee: jij gaat ’r te onstuimig mee om!(vraagt met veranderde stem)Wie daar?… Hallo?(opnieuw gewoon)Ben jij ’t Bannema?… Kerel, ’k ben gekookt!… Nee, geen dankjes!… ’t Eenige wat ’k je kwalijk neem, is dat je me zoolang onder de wijn heb gehouen! Geen vier uur getukt! Goed, goed—[195]maar op ’t oogenblik heb ’k belet. Adieu! Tot vanmiddag!(tot het meisje dat de laatste woorden gehoord heeft, en bij de deur verlegen lacht).Ben jij?… Pardon—ik zou m’n mond houden!Laat ’r gaan zitten, meneer Schmidt.

Achtste Tooneel.De vorigen, Hope.Hope(door de bibliotheek binnentredend).Goeien morgen, heeren.Dolf.Was jij daar al làng?Hope.Pardon. Ik kom zoo juist binnen—stoor toch niet?—Dag dokter—dat is charmant van u.…Dolf.Heeft die ezel van ’n Jaap je den weg niet gewezen?Hope.Jawel—zou u me even.…Dokter.Meneer Schmidt, detective—zuster Hope.Hope(na wederzijdsche buiging).Jawel zeker heeft ie den weg naar de wachtkamer gewezen. Hij dacht dat ik ook.…Dolf.Hahaha! Onbetaalbaar!.… Buitengewoon!Hope.Toe meneer—we zijn niet „onder ons”.Dolf.’k Zie ’t ’m zoo doen met dat gebit, dat-ie nog[192]’ns inslikt, als-ie strooppannekoeken eet—en met z’n gedistingeerden duim, hahaha!… Hope, wat kijk je weer als ’t laatste kwartier achter ’n wolk! Mag ik je even ontlasten?Hope.Nee meneer—ik hou liever alles aan.Dolf.Ook je hoed?Hope.Ook m’n hoed.Dolf(haar de rozen presenteerend).Met m’n eerbiedigst welkom bij je eerste bezoek—en als souvenir aan de plechtige gebeurtenis van vandaag.…Hope(koeltjes).Dank u wel. En mogen die meisjes nu boven komen? ’n Bijzonder genoegen voor ze..Dolf.Wat bedoel je?Hope.Ik bedoel—nee niets. Of ja! Waarom zou ’k ’t niet?.… Héél kiesch lijkt ’t niet, meneer, vijf in elkander’s tegenwoordigheid te brengen die nu van mekaar wéten dat ze onechte kinderen zijn.….Dokter.Kom, vindt u dat zoo erg.…Hope.Ik ja—Als kind heb ’k dat óók erg gevoeld.…Dolf.Hope—we zijn niet alléén.…Hope.Nee—dat zei ’k juist zelf. Meneer—meneer.…Schmidt.Schmidt.…[193]Hope.Meneer Schmidt blijft voor ’t.…. kruisverhoor?Dolf.Schmidt is opzettelijk gekomen, om met de stukken te verifieeren of de identiteit kan worden.…Hope …Vastgesteld?Dolf.Jà, Hope!… Of moet ìk in ’n vloek en ’n zucht pà van ’n anderman’s pa-lóós kind worden?Hope.Op weg hier na toe, dacht ’k, dat ik als vróúw—als eenige vrouw met de zaak bekend—de aangewezen ondervraagster van die meisjes kon zijn—uw mama zou ’t beslist hebben gedaan, als ze nog leefde.…Schmidt.Pardon, zuster—en neem me niet kwalijk, als ik me in ’t gesprek meng—ik geef in overweging, dat uitsluitend ik en niemand anders de noodige vragen stel. U heeft den ondergrond van ’t geval in uw gedachten—zij weten niet beter dan voor ’n erfenis, ’n èrfenis, opgeroepen te zijn. En zelfs als een van de vijf de meest frappante antwoorden geeft, dienen we nog gereserveerd te blijven—moet ’t aan mij worden overgelaten de laatste informaties in te winnen op ’t bevolkingsregister, bij buren en zoo voort.…Hope.Dus dan ben ìk niet noodig?Schmidt.Direct nee!—Noodig zijn meneer Van Walden en misschien de dokter, die Kreeftje—pardon juffrouw Sofie—’n paar maal gezien meent te hebben.…[194]Hope.Dan wensch ’k de heeren veel succes.…Dolf.Is dat ernst, Hope? We staan ’r op, Jan Linden en ik—wat Jan?—dat je de vertooning van a tot z volgt.…Hope.Ik houd niet van dat soort vertooningen.….Dolf.Val je weer over ’n woord, hahaha!…Dokter.Zuster, heel, heel erg verkeerd! Gesteld dat we slagen—begint dan niet uw taak?…Hope.Nee, de zijne.Dokter.(haar in een fauteuil neerdrukkend)Stribbel niet verder tegen!—Uw opmerking straks was niet onjuist—wij kunnen den raad van ’n zuivervoelende vrouw uitnemend gebruiken—’t spijt me dat ’k m’n eigen Annie niet meebrengen mocht.…Dolf.Diplomaat!(schelt)Nu exécuteur-testamentair van wijlen kapitein Van Reesen—in positie asjeblief!(tot Jaap in de deur)Opdienen! Die met ’r móéder ’t allerlaatst.… Ze weer uitlaten als ’k schel—’n nieuwe bovenlaten als ’k voor de tweede maal roep.En avant. Den heelen middag spendeeren we ’r nièt aan.…(telefoonschel—tot Linden, met angstige stem)… Wil jij even, Jantje—of nee: jij gaat ’r te onstuimig mee om!(vraagt met veranderde stem)Wie daar?… Hallo?(opnieuw gewoon)Ben jij ’t Bannema?… Kerel, ’k ben gekookt!… Nee, geen dankjes!… ’t Eenige wat ’k je kwalijk neem, is dat je me zoolang onder de wijn heb gehouen! Geen vier uur getukt! Goed, goed—[195]maar op ’t oogenblik heb ’k belet. Adieu! Tot vanmiddag!(tot het meisje dat de laatste woorden gehoord heeft, en bij de deur verlegen lacht).Ben jij?… Pardon—ik zou m’n mond houden!Laat ’r gaan zitten, meneer Schmidt.

De vorigen, Hope.

Hope(door de bibliotheek binnentredend).Goeien morgen, heeren.

Hope(door de bibliotheek binnentredend).Goeien morgen, heeren.

Dolf.Was jij daar al làng?

Dolf.Was jij daar al làng?

Hope.Pardon. Ik kom zoo juist binnen—stoor toch niet?—Dag dokter—dat is charmant van u.…

Hope.Pardon. Ik kom zoo juist binnen—stoor toch niet?—Dag dokter—dat is charmant van u.…

Dolf.Heeft die ezel van ’n Jaap je den weg niet gewezen?

Dolf.Heeft die ezel van ’n Jaap je den weg niet gewezen?

Hope.Jawel—zou u me even.…

Hope.Jawel—zou u me even.…

Dokter.Meneer Schmidt, detective—zuster Hope.

Dokter.Meneer Schmidt, detective—zuster Hope.

Hope(na wederzijdsche buiging).Jawel zeker heeft ie den weg naar de wachtkamer gewezen. Hij dacht dat ik ook.…

Hope(na wederzijdsche buiging).Jawel zeker heeft ie den weg naar de wachtkamer gewezen. Hij dacht dat ik ook.…

Dolf.Hahaha! Onbetaalbaar!.… Buitengewoon!

Dolf.Hahaha! Onbetaalbaar!.… Buitengewoon!

Hope.Toe meneer—we zijn niet „onder ons”.

Hope.Toe meneer—we zijn niet „onder ons”.

Dolf.’k Zie ’t ’m zoo doen met dat gebit, dat-ie nog[192]’ns inslikt, als-ie strooppannekoeken eet—en met z’n gedistingeerden duim, hahaha!… Hope, wat kijk je weer als ’t laatste kwartier achter ’n wolk! Mag ik je even ontlasten?

Dolf.’k Zie ’t ’m zoo doen met dat gebit, dat-ie nog[192]’ns inslikt, als-ie strooppannekoeken eet—en met z’n gedistingeerden duim, hahaha!… Hope, wat kijk je weer als ’t laatste kwartier achter ’n wolk! Mag ik je even ontlasten?

Hope.Nee meneer—ik hou liever alles aan.

Hope.Nee meneer—ik hou liever alles aan.

Dolf.Ook je hoed?

Dolf.Ook je hoed?

Hope.Ook m’n hoed.

Hope.Ook m’n hoed.

Dolf(haar de rozen presenteerend).Met m’n eerbiedigst welkom bij je eerste bezoek—en als souvenir aan de plechtige gebeurtenis van vandaag.…

Dolf(haar de rozen presenteerend).Met m’n eerbiedigst welkom bij je eerste bezoek—en als souvenir aan de plechtige gebeurtenis van vandaag.…

Hope(koeltjes).Dank u wel. En mogen die meisjes nu boven komen? ’n Bijzonder genoegen voor ze..

Hope(koeltjes).Dank u wel. En mogen die meisjes nu boven komen? ’n Bijzonder genoegen voor ze..

Dolf.Wat bedoel je?

Dolf.Wat bedoel je?

Hope.Ik bedoel—nee niets. Of ja! Waarom zou ’k ’t niet?.… Héél kiesch lijkt ’t niet, meneer, vijf in elkander’s tegenwoordigheid te brengen die nu van mekaar wéten dat ze onechte kinderen zijn.….

Hope.Ik bedoel—nee niets. Of ja! Waarom zou ’k ’t niet?.… Héél kiesch lijkt ’t niet, meneer, vijf in elkander’s tegenwoordigheid te brengen die nu van mekaar wéten dat ze onechte kinderen zijn.….

Dokter.Kom, vindt u dat zoo erg.…

Dokter.Kom, vindt u dat zoo erg.…

Hope.Ik ja—Als kind heb ’k dat óók erg gevoeld.…

Hope.Ik ja—Als kind heb ’k dat óók erg gevoeld.…

Dolf.Hope—we zijn niet alléén.…

Dolf.Hope—we zijn niet alléén.…

Hope.Nee—dat zei ’k juist zelf. Meneer—meneer.…

Hope.Nee—dat zei ’k juist zelf. Meneer—meneer.…

Schmidt.Schmidt.…

Schmidt.Schmidt.…

[193]

Hope.Meneer Schmidt blijft voor ’t.…. kruisverhoor?

Hope.Meneer Schmidt blijft voor ’t.…. kruisverhoor?

Dolf.Schmidt is opzettelijk gekomen, om met de stukken te verifieeren of de identiteit kan worden.…

Dolf.Schmidt is opzettelijk gekomen, om met de stukken te verifieeren of de identiteit kan worden.…

Hope …Vastgesteld?

Hope …Vastgesteld?

Dolf.Jà, Hope!… Of moet ìk in ’n vloek en ’n zucht pà van ’n anderman’s pa-lóós kind worden?

Dolf.Jà, Hope!… Of moet ìk in ’n vloek en ’n zucht pà van ’n anderman’s pa-lóós kind worden?

Hope.Op weg hier na toe, dacht ’k, dat ik als vróúw—als eenige vrouw met de zaak bekend—de aangewezen ondervraagster van die meisjes kon zijn—uw mama zou ’t beslist hebben gedaan, als ze nog leefde.…

Hope.Op weg hier na toe, dacht ’k, dat ik als vróúw—als eenige vrouw met de zaak bekend—de aangewezen ondervraagster van die meisjes kon zijn—uw mama zou ’t beslist hebben gedaan, als ze nog leefde.…

Schmidt.Pardon, zuster—en neem me niet kwalijk, als ik me in ’t gesprek meng—ik geef in overweging, dat uitsluitend ik en niemand anders de noodige vragen stel. U heeft den ondergrond van ’t geval in uw gedachten—zij weten niet beter dan voor ’n erfenis, ’n èrfenis, opgeroepen te zijn. En zelfs als een van de vijf de meest frappante antwoorden geeft, dienen we nog gereserveerd te blijven—moet ’t aan mij worden overgelaten de laatste informaties in te winnen op ’t bevolkingsregister, bij buren en zoo voort.…

Schmidt.Pardon, zuster—en neem me niet kwalijk, als ik me in ’t gesprek meng—ik geef in overweging, dat uitsluitend ik en niemand anders de noodige vragen stel. U heeft den ondergrond van ’t geval in uw gedachten—zij weten niet beter dan voor ’n erfenis, ’n èrfenis, opgeroepen te zijn. En zelfs als een van de vijf de meest frappante antwoorden geeft, dienen we nog gereserveerd te blijven—moet ’t aan mij worden overgelaten de laatste informaties in te winnen op ’t bevolkingsregister, bij buren en zoo voort.…

Hope.Dus dan ben ìk niet noodig?

Hope.Dus dan ben ìk niet noodig?

Schmidt.Direct nee!—Noodig zijn meneer Van Walden en misschien de dokter, die Kreeftje—pardon juffrouw Sofie—’n paar maal gezien meent te hebben.…

Schmidt.Direct nee!—Noodig zijn meneer Van Walden en misschien de dokter, die Kreeftje—pardon juffrouw Sofie—’n paar maal gezien meent te hebben.…

[194]

Hope.Dan wensch ’k de heeren veel succes.…

Hope.Dan wensch ’k de heeren veel succes.…

Dolf.Is dat ernst, Hope? We staan ’r op, Jan Linden en ik—wat Jan?—dat je de vertooning van a tot z volgt.…

Dolf.Is dat ernst, Hope? We staan ’r op, Jan Linden en ik—wat Jan?—dat je de vertooning van a tot z volgt.…

Hope.Ik houd niet van dat soort vertooningen.….

Hope.Ik houd niet van dat soort vertooningen.….

Dolf.Val je weer over ’n woord, hahaha!…

Dolf.Val je weer over ’n woord, hahaha!…

Dokter.Zuster, heel, heel erg verkeerd! Gesteld dat we slagen—begint dan niet uw taak?…

Dokter.Zuster, heel, heel erg verkeerd! Gesteld dat we slagen—begint dan niet uw taak?…

Hope.Nee, de zijne.

Hope.Nee, de zijne.

Dokter.(haar in een fauteuil neerdrukkend)Stribbel niet verder tegen!—Uw opmerking straks was niet onjuist—wij kunnen den raad van ’n zuivervoelende vrouw uitnemend gebruiken—’t spijt me dat ’k m’n eigen Annie niet meebrengen mocht.…

Dokter.(haar in een fauteuil neerdrukkend)Stribbel niet verder tegen!—Uw opmerking straks was niet onjuist—wij kunnen den raad van ’n zuivervoelende vrouw uitnemend gebruiken—’t spijt me dat ’k m’n eigen Annie niet meebrengen mocht.…

Dolf.Diplomaat!(schelt)Nu exécuteur-testamentair van wijlen kapitein Van Reesen—in positie asjeblief!(tot Jaap in de deur)Opdienen! Die met ’r móéder ’t allerlaatst.… Ze weer uitlaten als ’k schel—’n nieuwe bovenlaten als ’k voor de tweede maal roep.En avant. Den heelen middag spendeeren we ’r nièt aan.…(telefoonschel—tot Linden, met angstige stem)… Wil jij even, Jantje—of nee: jij gaat ’r te onstuimig mee om!(vraagt met veranderde stem)Wie daar?… Hallo?(opnieuw gewoon)Ben jij ’t Bannema?… Kerel, ’k ben gekookt!… Nee, geen dankjes!… ’t Eenige wat ’k je kwalijk neem, is dat je me zoolang onder de wijn heb gehouen! Geen vier uur getukt! Goed, goed—[195]maar op ’t oogenblik heb ’k belet. Adieu! Tot vanmiddag!(tot het meisje dat de laatste woorden gehoord heeft, en bij de deur verlegen lacht).Ben jij?… Pardon—ik zou m’n mond houden!Laat ’r gaan zitten, meneer Schmidt.

Dolf.Diplomaat!(schelt)Nu exécuteur-testamentair van wijlen kapitein Van Reesen—in positie asjeblief!(tot Jaap in de deur)Opdienen! Die met ’r móéder ’t allerlaatst.… Ze weer uitlaten als ’k schel—’n nieuwe bovenlaten als ’k voor de tweede maal roep.En avant. Den heelen middag spendeeren we ’r nièt aan.…(telefoonschel—tot Linden, met angstige stem)… Wil jij even, Jantje—of nee: jij gaat ’r te onstuimig mee om!(vraagt met veranderde stem)Wie daar?… Hallo?(opnieuw gewoon)Ben jij ’t Bannema?… Kerel, ’k ben gekookt!… Nee, geen dankjes!… ’t Eenige wat ’k je kwalijk neem, is dat je me zoolang onder de wijn heb gehouen! Geen vier uur getukt! Goed, goed—[195]maar op ’t oogenblik heb ’k belet. Adieu! Tot vanmiddag!(tot het meisje dat de laatste woorden gehoord heeft, en bij de deur verlegen lacht).Ben jij?… Pardon—ik zou m’n mond houden!Laat ’r gaan zitten, meneer Schmidt.

[Inhoud]Negende Tooneel.De vorigen, Grete Donker.Schmidt.Hoe heet u?Grete.Grete Donker.…Schmidt.(in portefeuille snuffelend)Juist—u heeft op de advertentie geantwoord—en ik heb u verzocht om een uur bij meneer Van Walden te komen met uw papieren. Heeft u die meegebracht?Grete(verlegen)…Da’s te zegge, meneer—me geboortebewijs hè-’k—en me getuigschrifte van me laaste betrekking.…Schmidt.(het geboortebewijs inkijkend)Bij wie dient u?Grete.In de winkel van Sannes, as.…Schmidt.(nauwelijks luisterend).Geboren 5 December ’90.…Dolf.5 December—Sinterklaasavond.…Grete.(verlegen)Ja. Hèhèhè!.…Schmidt.Waar woonde uw moéder—uw vader, heeft u die gekend?.…[196]Grete.(giftig).Nee, die smeerlap het me moeder voor alles alléén late opdraaie, toen-ie voor de Oost teekende.…Schmidt.Waar woonde uw moeder, toen u geboren werd?Grete.Weet ik dat!.…Schmidt.Ik bedoel geen naam van ’n straat—de plaats—de stad.…Grete.Dat staat toch in ’t geboortebewijs.…Dolf.Jongen, Schmidt—da’s niet listig van je!Schmidt.(’n tikje geergerd).Ik heb daar m’n reden voor, meneer.(tot Grete).Dus dan is u zéker in Amsterdam geboren—en daar woonde uw moeder al vóór dien tijd?Grete.Me benne d’r nooit vedaan geweest. Me moeder is d’r gebore en gestorreve.Schmidt.Nog één vraag, meisje—dan weet ik voorloopig genoeg, tenzij een van de andere heeren nog iets wil weten—welke kleur haar had uw moeder?Grete.Bruin—maar ’t laaste jaar in ’t gasthuis wit.Schmidt.Dank u. Ik geloof nièt, juffrouw Donker, dat u in aanmerking zal komen—maar in ieder geval hoort u nader van me.Grete.As ’k maar ’n klèin beetje krijg—’k ha-d’r zoo op gevlast.…[197]Dolf.Daar zullen we over denken—iets schiet ’r altijd op over. Dus uw vader kan nooit ’n student zijn geweest.…?Grete.’n Stedent? ’n Stedent? Nee, daar had moeder de smoor an, omdat ze in ’t gasthuis zoo om d’r bed zworreve.…Dolf.Dan kan ze gaan, hè? Dag juffrouw.(schelt).Grete.Dag heere—dag zuster.(af).Dolf.Da’s één niet uit de loterij.(schelt)Nummer twee!(tot Hope welke bij de laatste vragen op is gestaan—bij den doorgang naar de bibliotheek boeken uit de rekken nemend).Blameer me niet—’r zijn ’r geen zes opengesnejen—allemaal mise-en-scène!—geleerdheidspatserij!—en die wèl in handen geweest zijn, kunnen ’n luchtje hebben!..(Hope glimlacht pijnlijk, zit weer in den fauteuil)Weet je, Jantje, dat ’k vannacht, voor ’k eindelijk insliep, ontdekt heb, dat de vrouw ’t heelal regeert? Mathematisch bewijs?…Vox populi vox Dei: de stem van ’t volk is de stem van God. Dat is een. En ’t nòg bekender:Ce que femme veut, Dieu veut: Wat de vrouw wil, wil God. Ergo de stem van God is de stem van de vrouw.… De stem van de vrouw is de stem van … Binnen!

Negende Tooneel.De vorigen, Grete Donker.Schmidt.Hoe heet u?Grete.Grete Donker.…Schmidt.(in portefeuille snuffelend)Juist—u heeft op de advertentie geantwoord—en ik heb u verzocht om een uur bij meneer Van Walden te komen met uw papieren. Heeft u die meegebracht?Grete(verlegen)…Da’s te zegge, meneer—me geboortebewijs hè-’k—en me getuigschrifte van me laaste betrekking.…Schmidt.(het geboortebewijs inkijkend)Bij wie dient u?Grete.In de winkel van Sannes, as.…Schmidt.(nauwelijks luisterend).Geboren 5 December ’90.…Dolf.5 December—Sinterklaasavond.…Grete.(verlegen)Ja. Hèhèhè!.…Schmidt.Waar woonde uw moéder—uw vader, heeft u die gekend?.…[196]Grete.(giftig).Nee, die smeerlap het me moeder voor alles alléén late opdraaie, toen-ie voor de Oost teekende.…Schmidt.Waar woonde uw moeder, toen u geboren werd?Grete.Weet ik dat!.…Schmidt.Ik bedoel geen naam van ’n straat—de plaats—de stad.…Grete.Dat staat toch in ’t geboortebewijs.…Dolf.Jongen, Schmidt—da’s niet listig van je!Schmidt.(’n tikje geergerd).Ik heb daar m’n reden voor, meneer.(tot Grete).Dus dan is u zéker in Amsterdam geboren—en daar woonde uw moeder al vóór dien tijd?Grete.Me benne d’r nooit vedaan geweest. Me moeder is d’r gebore en gestorreve.Schmidt.Nog één vraag, meisje—dan weet ik voorloopig genoeg, tenzij een van de andere heeren nog iets wil weten—welke kleur haar had uw moeder?Grete.Bruin—maar ’t laaste jaar in ’t gasthuis wit.Schmidt.Dank u. Ik geloof nièt, juffrouw Donker, dat u in aanmerking zal komen—maar in ieder geval hoort u nader van me.Grete.As ’k maar ’n klèin beetje krijg—’k ha-d’r zoo op gevlast.…[197]Dolf.Daar zullen we over denken—iets schiet ’r altijd op over. Dus uw vader kan nooit ’n student zijn geweest.…?Grete.’n Stedent? ’n Stedent? Nee, daar had moeder de smoor an, omdat ze in ’t gasthuis zoo om d’r bed zworreve.…Dolf.Dan kan ze gaan, hè? Dag juffrouw.(schelt).Grete.Dag heere—dag zuster.(af).Dolf.Da’s één niet uit de loterij.(schelt)Nummer twee!(tot Hope welke bij de laatste vragen op is gestaan—bij den doorgang naar de bibliotheek boeken uit de rekken nemend).Blameer me niet—’r zijn ’r geen zes opengesnejen—allemaal mise-en-scène!—geleerdheidspatserij!—en die wèl in handen geweest zijn, kunnen ’n luchtje hebben!..(Hope glimlacht pijnlijk, zit weer in den fauteuil)Weet je, Jantje, dat ’k vannacht, voor ’k eindelijk insliep, ontdekt heb, dat de vrouw ’t heelal regeert? Mathematisch bewijs?…Vox populi vox Dei: de stem van ’t volk is de stem van God. Dat is een. En ’t nòg bekender:Ce que femme veut, Dieu veut: Wat de vrouw wil, wil God. Ergo de stem van God is de stem van de vrouw.… De stem van de vrouw is de stem van … Binnen!

De vorigen, Grete Donker.

Schmidt.Hoe heet u?

Schmidt.Hoe heet u?

Grete.Grete Donker.…

Grete.Grete Donker.…

Schmidt.(in portefeuille snuffelend)Juist—u heeft op de advertentie geantwoord—en ik heb u verzocht om een uur bij meneer Van Walden te komen met uw papieren. Heeft u die meegebracht?

Schmidt.(in portefeuille snuffelend)Juist—u heeft op de advertentie geantwoord—en ik heb u verzocht om een uur bij meneer Van Walden te komen met uw papieren. Heeft u die meegebracht?

Grete(verlegen)…Da’s te zegge, meneer—me geboortebewijs hè-’k—en me getuigschrifte van me laaste betrekking.…

Grete(verlegen)…Da’s te zegge, meneer—me geboortebewijs hè-’k—en me getuigschrifte van me laaste betrekking.…

Schmidt.(het geboortebewijs inkijkend)Bij wie dient u?

Schmidt.(het geboortebewijs inkijkend)Bij wie dient u?

Grete.In de winkel van Sannes, as.…

Grete.In de winkel van Sannes, as.…

Schmidt.(nauwelijks luisterend).Geboren 5 December ’90.…

Schmidt.(nauwelijks luisterend).Geboren 5 December ’90.…

Dolf.5 December—Sinterklaasavond.…

Dolf.5 December—Sinterklaasavond.…

Grete.(verlegen)Ja. Hèhèhè!.…

Grete.(verlegen)Ja. Hèhèhè!.…

Schmidt.Waar woonde uw moéder—uw vader, heeft u die gekend?.…

Schmidt.Waar woonde uw moéder—uw vader, heeft u die gekend?.…

[196]

Grete.(giftig).Nee, die smeerlap het me moeder voor alles alléén late opdraaie, toen-ie voor de Oost teekende.…

Grete.(giftig).Nee, die smeerlap het me moeder voor alles alléén late opdraaie, toen-ie voor de Oost teekende.…

Schmidt.Waar woonde uw moeder, toen u geboren werd?

Schmidt.Waar woonde uw moeder, toen u geboren werd?

Grete.Weet ik dat!.…

Grete.Weet ik dat!.…

Schmidt.Ik bedoel geen naam van ’n straat—de plaats—de stad.…

Schmidt.Ik bedoel geen naam van ’n straat—de plaats—de stad.…

Grete.Dat staat toch in ’t geboortebewijs.…

Grete.Dat staat toch in ’t geboortebewijs.…

Dolf.Jongen, Schmidt—da’s niet listig van je!

Dolf.Jongen, Schmidt—da’s niet listig van je!

Schmidt.(’n tikje geergerd).Ik heb daar m’n reden voor, meneer.(tot Grete).Dus dan is u zéker in Amsterdam geboren—en daar woonde uw moeder al vóór dien tijd?

Schmidt.(’n tikje geergerd).Ik heb daar m’n reden voor, meneer.(tot Grete).Dus dan is u zéker in Amsterdam geboren—en daar woonde uw moeder al vóór dien tijd?

Grete.Me benne d’r nooit vedaan geweest. Me moeder is d’r gebore en gestorreve.

Grete.Me benne d’r nooit vedaan geweest. Me moeder is d’r gebore en gestorreve.

Schmidt.Nog één vraag, meisje—dan weet ik voorloopig genoeg, tenzij een van de andere heeren nog iets wil weten—welke kleur haar had uw moeder?

Schmidt.Nog één vraag, meisje—dan weet ik voorloopig genoeg, tenzij een van de andere heeren nog iets wil weten—welke kleur haar had uw moeder?

Grete.Bruin—maar ’t laaste jaar in ’t gasthuis wit.

Grete.Bruin—maar ’t laaste jaar in ’t gasthuis wit.

Schmidt.Dank u. Ik geloof nièt, juffrouw Donker, dat u in aanmerking zal komen—maar in ieder geval hoort u nader van me.

Schmidt.Dank u. Ik geloof nièt, juffrouw Donker, dat u in aanmerking zal komen—maar in ieder geval hoort u nader van me.

Grete.As ’k maar ’n klèin beetje krijg—’k ha-d’r zoo op gevlast.…

Grete.As ’k maar ’n klèin beetje krijg—’k ha-d’r zoo op gevlast.…

[197]

Dolf.Daar zullen we over denken—iets schiet ’r altijd op over. Dus uw vader kan nooit ’n student zijn geweest.…?

Dolf.Daar zullen we over denken—iets schiet ’r altijd op over. Dus uw vader kan nooit ’n student zijn geweest.…?

Grete.’n Stedent? ’n Stedent? Nee, daar had moeder de smoor an, omdat ze in ’t gasthuis zoo om d’r bed zworreve.…

Grete.’n Stedent? ’n Stedent? Nee, daar had moeder de smoor an, omdat ze in ’t gasthuis zoo om d’r bed zworreve.…

Dolf.Dan kan ze gaan, hè? Dag juffrouw.(schelt).

Dolf.Dan kan ze gaan, hè? Dag juffrouw.(schelt).

Grete.Dag heere—dag zuster.(af).

Grete.Dag heere—dag zuster.(af).

Dolf.Da’s één niet uit de loterij.(schelt)Nummer twee!(tot Hope welke bij de laatste vragen op is gestaan—bij den doorgang naar de bibliotheek boeken uit de rekken nemend).Blameer me niet—’r zijn ’r geen zes opengesnejen—allemaal mise-en-scène!—geleerdheidspatserij!—en die wèl in handen geweest zijn, kunnen ’n luchtje hebben!..(Hope glimlacht pijnlijk, zit weer in den fauteuil)Weet je, Jantje, dat ’k vannacht, voor ’k eindelijk insliep, ontdekt heb, dat de vrouw ’t heelal regeert? Mathematisch bewijs?…Vox populi vox Dei: de stem van ’t volk is de stem van God. Dat is een. En ’t nòg bekender:Ce que femme veut, Dieu veut: Wat de vrouw wil, wil God. Ergo de stem van God is de stem van de vrouw.… De stem van de vrouw is de stem van … Binnen!

Dolf.Da’s één niet uit de loterij.(schelt)Nummer twee!(tot Hope welke bij de laatste vragen op is gestaan—bij den doorgang naar de bibliotheek boeken uit de rekken nemend).Blameer me niet—’r zijn ’r geen zes opengesnejen—allemaal mise-en-scène!—geleerdheidspatserij!—en die wèl in handen geweest zijn, kunnen ’n luchtje hebben!..(Hope glimlacht pijnlijk, zit weer in den fauteuil)Weet je, Jantje, dat ’k vannacht, voor ’k eindelijk insliep, ontdekt heb, dat de vrouw ’t heelal regeert? Mathematisch bewijs?…Vox populi vox Dei: de stem van ’t volk is de stem van God. Dat is een. En ’t nòg bekender:Ce que femme veut, Dieu veut: Wat de vrouw wil, wil God. Ergo de stem van God is de stem van de vrouw.… De stem van de vrouw is de stem van … Binnen!

[Inhoud]Tiende Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, Suze Meier.Schmidt.Hoe heet u?[198]Suze.Suus.…Schmidt.Verder?Suze.Meier.Dolf.Ga d’r bij zitten, Suze.Schmidt.Ik heb u geschreven …Suze.Asjeblief. ’k Hè de pepiere in ’n pakkie bij mekaar. Me moeder hiet Sefie Meier, ha zellef meegekomme as ze geen mankement an d’r been ha gehad—van ’t water.… D’r fotegrawie leit d’r tussche, toe ze zoo oud as ik was—me vader hiette Cornelis van der Vliet—en ha femilie die Van Reesum hiette—en ha geen tijd met me moeder te trouwe, omdat-ie sjecheerder bij de Spoor was en in negetig overreeje wier vlak voor ze anteekene zoue … Nou da’s geen schande voor mijn. En me moeder ken d’r ook niks an doen. En de naam Reesum het ze meer as eens hoore noeme—die was toe stuurman op de paketdienst.…Schmidt.Ho! Ho!… Niet zoo doorslaan, juffrouw Meier …Suze.Me vader.…Schmidt.Suscht!.. Even inkijken.(leest de papieren, die hij in de hand gehouden heeft)Dolf.Geef u mij ’t portret, meneer Schmidt.(bekijkt het)Nee. Nooit gezien. Onmogelijk.(droog)… En[199]’t is natuurlijk onwaarschijnlijk, dat uw moeder in ’90 den bijnaam Kreeftje had?Suze.Kreefie?… Hèhèhè!… Kreefie … Da’s me ook ’n verneukerij!… Wie hiet ’r Kreefie?…Schmidt.Ik heb van mijn kant niets meer te vragen, meneer …Dolf.Ik evenmin, geachte exécuteur-testamentair!Schmidt.Dan wordt u wel bedankt, juffrouw.Suze.Gossie—is ’t al afgeloope?—U het me pepiere haast niet ingekeke … De brieve van me vader an me moeder, toe-ie nog vree … In die eene met de inktveeg d’r op zeit-ie dat z’n oome Reesum.…Schmidt.Ik zal u morgen bericht geven en op vergoeding van de reiskosten kan u rekenen.…Suze.Gossie, gossie meneer—me broeie d’r zoo allejeezis op!—Door me moeder d’r water in d’r beene, staat de helleft van ’t boeltje achter de schuine deur.… ’t Klopt toch met de avvertentie.…Dolf.Vergeten zullen we u niet.(schelt)Suze.(opstaand naar de zij der deur)… As meneer dan me nieuw adres wil schrijve … Van de Tolsteeg gane me verhuize—morrege—na de Zijp nommero 78 bove—dan ben ’k dichter bij de febriek. Het u ’t?.…Schmidt.Ja, ja.Suze.Heere … Heere … Jefrouw …(af).[200]

Tiende Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, Suze Meier.Schmidt.Hoe heet u?[198]Suze.Suus.…Schmidt.Verder?Suze.Meier.Dolf.Ga d’r bij zitten, Suze.Schmidt.Ik heb u geschreven …Suze.Asjeblief. ’k Hè de pepiere in ’n pakkie bij mekaar. Me moeder hiet Sefie Meier, ha zellef meegekomme as ze geen mankement an d’r been ha gehad—van ’t water.… D’r fotegrawie leit d’r tussche, toe ze zoo oud as ik was—me vader hiette Cornelis van der Vliet—en ha femilie die Van Reesum hiette—en ha geen tijd met me moeder te trouwe, omdat-ie sjecheerder bij de Spoor was en in negetig overreeje wier vlak voor ze anteekene zoue … Nou da’s geen schande voor mijn. En me moeder ken d’r ook niks an doen. En de naam Reesum het ze meer as eens hoore noeme—die was toe stuurman op de paketdienst.…Schmidt.Ho! Ho!… Niet zoo doorslaan, juffrouw Meier …Suze.Me vader.…Schmidt.Suscht!.. Even inkijken.(leest de papieren, die hij in de hand gehouden heeft)Dolf.Geef u mij ’t portret, meneer Schmidt.(bekijkt het)Nee. Nooit gezien. Onmogelijk.(droog)… En[199]’t is natuurlijk onwaarschijnlijk, dat uw moeder in ’90 den bijnaam Kreeftje had?Suze.Kreefie?… Hèhèhè!… Kreefie … Da’s me ook ’n verneukerij!… Wie hiet ’r Kreefie?…Schmidt.Ik heb van mijn kant niets meer te vragen, meneer …Dolf.Ik evenmin, geachte exécuteur-testamentair!Schmidt.Dan wordt u wel bedankt, juffrouw.Suze.Gossie—is ’t al afgeloope?—U het me pepiere haast niet ingekeke … De brieve van me vader an me moeder, toe-ie nog vree … In die eene met de inktveeg d’r op zeit-ie dat z’n oome Reesum.…Schmidt.Ik zal u morgen bericht geven en op vergoeding van de reiskosten kan u rekenen.…Suze.Gossie, gossie meneer—me broeie d’r zoo allejeezis op!—Door me moeder d’r water in d’r beene, staat de helleft van ’t boeltje achter de schuine deur.… ’t Klopt toch met de avvertentie.…Dolf.Vergeten zullen we u niet.(schelt)Suze.(opstaand naar de zij der deur)… As meneer dan me nieuw adres wil schrijve … Van de Tolsteeg gane me verhuize—morrege—na de Zijp nommero 78 bove—dan ben ’k dichter bij de febriek. Het u ’t?.…Schmidt.Ja, ja.Suze.Heere … Heere … Jefrouw …(af).[200]

Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, Suze Meier.

Schmidt.Hoe heet u?

Schmidt.Hoe heet u?

[198]

Suze.Suus.…

Suze.Suus.…

Schmidt.Verder?

Schmidt.Verder?

Suze.Meier.

Suze.Meier.

Dolf.Ga d’r bij zitten, Suze.

Dolf.Ga d’r bij zitten, Suze.

Schmidt.Ik heb u geschreven …

Schmidt.Ik heb u geschreven …

Suze.Asjeblief. ’k Hè de pepiere in ’n pakkie bij mekaar. Me moeder hiet Sefie Meier, ha zellef meegekomme as ze geen mankement an d’r been ha gehad—van ’t water.… D’r fotegrawie leit d’r tussche, toe ze zoo oud as ik was—me vader hiette Cornelis van der Vliet—en ha femilie die Van Reesum hiette—en ha geen tijd met me moeder te trouwe, omdat-ie sjecheerder bij de Spoor was en in negetig overreeje wier vlak voor ze anteekene zoue … Nou da’s geen schande voor mijn. En me moeder ken d’r ook niks an doen. En de naam Reesum het ze meer as eens hoore noeme—die was toe stuurman op de paketdienst.…

Suze.Asjeblief. ’k Hè de pepiere in ’n pakkie bij mekaar. Me moeder hiet Sefie Meier, ha zellef meegekomme as ze geen mankement an d’r been ha gehad—van ’t water.… D’r fotegrawie leit d’r tussche, toe ze zoo oud as ik was—me vader hiette Cornelis van der Vliet—en ha femilie die Van Reesum hiette—en ha geen tijd met me moeder te trouwe, omdat-ie sjecheerder bij de Spoor was en in negetig overreeje wier vlak voor ze anteekene zoue … Nou da’s geen schande voor mijn. En me moeder ken d’r ook niks an doen. En de naam Reesum het ze meer as eens hoore noeme—die was toe stuurman op de paketdienst.…

Schmidt.Ho! Ho!… Niet zoo doorslaan, juffrouw Meier …

Schmidt.Ho! Ho!… Niet zoo doorslaan, juffrouw Meier …

Suze.Me vader.…

Suze.Me vader.…

Schmidt.Suscht!.. Even inkijken.(leest de papieren, die hij in de hand gehouden heeft)

Schmidt.Suscht!.. Even inkijken.(leest de papieren, die hij in de hand gehouden heeft)

Dolf.Geef u mij ’t portret, meneer Schmidt.(bekijkt het)Nee. Nooit gezien. Onmogelijk.(droog)… En[199]’t is natuurlijk onwaarschijnlijk, dat uw moeder in ’90 den bijnaam Kreeftje had?

Dolf.Geef u mij ’t portret, meneer Schmidt.(bekijkt het)Nee. Nooit gezien. Onmogelijk.(droog)… En[199]’t is natuurlijk onwaarschijnlijk, dat uw moeder in ’90 den bijnaam Kreeftje had?

Suze.Kreefie?… Hèhèhè!… Kreefie … Da’s me ook ’n verneukerij!… Wie hiet ’r Kreefie?…

Suze.Kreefie?… Hèhèhè!… Kreefie … Da’s me ook ’n verneukerij!… Wie hiet ’r Kreefie?…

Schmidt.Ik heb van mijn kant niets meer te vragen, meneer …

Schmidt.Ik heb van mijn kant niets meer te vragen, meneer …

Dolf.Ik evenmin, geachte exécuteur-testamentair!

Dolf.Ik evenmin, geachte exécuteur-testamentair!

Schmidt.Dan wordt u wel bedankt, juffrouw.

Schmidt.Dan wordt u wel bedankt, juffrouw.

Suze.Gossie—is ’t al afgeloope?—U het me pepiere haast niet ingekeke … De brieve van me vader an me moeder, toe-ie nog vree … In die eene met de inktveeg d’r op zeit-ie dat z’n oome Reesum.…

Suze.Gossie—is ’t al afgeloope?—U het me pepiere haast niet ingekeke … De brieve van me vader an me moeder, toe-ie nog vree … In die eene met de inktveeg d’r op zeit-ie dat z’n oome Reesum.…

Schmidt.Ik zal u morgen bericht geven en op vergoeding van de reiskosten kan u rekenen.…

Schmidt.Ik zal u morgen bericht geven en op vergoeding van de reiskosten kan u rekenen.…

Suze.Gossie, gossie meneer—me broeie d’r zoo allejeezis op!—Door me moeder d’r water in d’r beene, staat de helleft van ’t boeltje achter de schuine deur.… ’t Klopt toch met de avvertentie.…

Suze.Gossie, gossie meneer—me broeie d’r zoo allejeezis op!—Door me moeder d’r water in d’r beene, staat de helleft van ’t boeltje achter de schuine deur.… ’t Klopt toch met de avvertentie.…

Dolf.Vergeten zullen we u niet.(schelt)

Dolf.Vergeten zullen we u niet.(schelt)

Suze.(opstaand naar de zij der deur)… As meneer dan me nieuw adres wil schrijve … Van de Tolsteeg gane me verhuize—morrege—na de Zijp nommero 78 bove—dan ben ’k dichter bij de febriek. Het u ’t?.…

Suze.(opstaand naar de zij der deur)… As meneer dan me nieuw adres wil schrijve … Van de Tolsteeg gane me verhuize—morrege—na de Zijp nommero 78 bove—dan ben ’k dichter bij de febriek. Het u ’t?.…

Schmidt.Ja, ja.

Schmidt.Ja, ja.

Suze.Heere … Heere … Jefrouw …(af).

Suze.Heere … Heere … Jefrouw …(af).

[200]

[Inhoud]Elfde Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, SofieDelange, Agnes Delange.Dolf.Hahaha!.. ’k Had waarachtig moeite me goed te houen. Dat schepseltje heeft nou ook geen seconde d’r handen stil in d’r schoot gehad, terwijl ze bezig was—of ze ’r den St. Vitusdans in te pakken had!—Uit je humeur, Hope?—Kind, we zijn nog niet op de helft. ’n Goed hengelaar doet ’t met geduld. M’n kans is nog niet verkeken.…(tot de binnentredenden)… Ja!… Kom binnen!… Twee?… Twee tegelijk?… Schmidt: da’s je tweeling!.…Schmidt(tot Agnes)… Wil ù sivoeplee weer na de wachtkamer teruggaan?… Een voor een sivoeplee!Sofie.Da’s me zus, meneer.Schmidt.We kunnen ’t zònder getuigen af.Agnes(driest)… De heer van me zus wou niet dat ze alléén.…Dolf.Is-die fameuze heer bang dat uw zuster opgegeten zal worden?Agnes.(driest)Opete nee. Opete late me zus en ik ons niet—maar me kenne de foefies van de heere—me benne niet van gister … Ik zee: je vliegt ’r niet in—en de heer van Fie zee óók je vliegt ’r niet in.… Daar het u niet zoo zuur om te kijke—want mijn.…[201]Dolf.…Spreek uit.…Agnes …Nee ik smoes niks meer. Je zeit licht meer as je verantwoorde ken, waar Fie?.….Schmidt.(haar in de rede vallend)… ’t Is welletjes, juffrouw …(tot Sofie)… Dus ù komt op de advertentie?Sofie.Ja ik—ìk kreeg ’n briefie, om hier bij meneer te komme.Dolf.…Gaat u zitten.Agnes.O, wat ’n lèkkere stoele! Om in te sterve! Precies as bij …(slaat de vingers in gebaar van iets in te houden voor den mond).Sofie …De papiere, die op ’t lijstje stonde, hè-’k meegebracht—me geboorteacte.….Schmidt.…Asjeblief.…Agnes …Jawel—met ’n máár d’r bij—me late niks achter as tegen bewijs.…Sofie …As tegen bewijs.…Schmidt.We geven u alles dàdelijk weer terug.Agnes.Dan is ’t goeie, Fietje.Schmidt.…Geboren 17 Februari’91 in—Leiden …Dolf.…In Leiden?… Sakkerloot!… Opletten, Jantje boy!.…Schmidt.…Woont uw moeder nòg in Leiden?[202]Sofie …Of ze d’r …?… Wéte me dat, Agnes?Agnes …Nou da’s niet te denke, hahaha! Ze hèt ’r in negetig en zoo gewoond.Schmidt …Zou u wat duidelijker willen antwoorden? We zitten hier niet om raadseltjes op te lossen.Agnes.Nee, me zitte wel as onze lieve Heer zèlf in die stoele van leer—maar voor cherades benne me hier niet. Mòt dat nou an zoo’n bóél mensche verteld worde?.…Schmidt …’t Is in ’t belang van de erfenis, niet waar?Agnes …As ’t dan geen pan en geen kul is—ù hoeft niet weg te gaan, zuster!.…Hope …Zoo als u wil.…Agnes …Blijf op uw gemak!—(Hope zit weer).In u hebbe me meer vertrouwe as in die meneer …Dolf.Dank je wel—wat ’n zeldzame.…Agnes … Googemert, wat!—Zeg me kenne de wereld, me zus en ik!—Me moeder, meneer van de politie—nou herken ’k je, hahaha!—is d’r in ’95 met de een of andere druif vandoor gesjeesd.…Schmidt …Toe, toe, toe!Agnes.Je vraagt ’t toch!… Toe het tante ons in d’r huis genome—Me hebbe geen van twee ’n vader—wat Fie?—de mijne is getrouwd en woont in Den Haag—béwijze ken ’k niks—die van haar—[203]nou, Fie, doe ook ’n mondje open—jij ben de oudste en mijn laat je klesse.….Sofie …Ik ken me vader niet—Ik ben in Leiden gebore—zij in Brussel.….Schmidt …Had uw moeder in Leiden ’n bijnaam?Sofie …Weet ’k niet.Agnes …Dat zal wel. En die zal ze gloeiend verdiend hebbe, ’t mensch!.…Schmidt …Dat vragen we niet.Agnes …O.Schmidt …Herinnert u zich—’95 is ’n heele tijd—welke kleur haar uw moeder had?.…Sofie.Rood—as me zus.Agnes.Dat hoef-ie ’r niet bij te zegge—ze zijn blind.….Dolf …Rood?… En ze heette Sofie?Sofie …As ik.(een stilte).Agnes …Nou zeit niemand wat?Dokter.(tot de twee)… Ik zou wel graag willen hooren wàt uw moeder in ’90 in Leiden dee? Weet ù dat of ù?Agnes.Niet veel bijzonders ken je wel denke.Dokter.Dàt bedoel ik niet. Had ze de een of andere betrekking?[204]Sofie.Hoe kenne wìj dat raje?Agnes.Toe tante nog leefde, zee ze dat moeder—nou laa’k ’t maar nièt zegge.…Sofie …Nee, zeg ’t niet. ’t Het ’r niks mee uit te staan.….Dolf …(aarzelend).… Kan uw moeder ’n relatie met ’n student hebben gehad?Sofie …Wat geloof jij, Agnes?Agnes.Ik geloof niks. Student of geen student—’n pàtser was ’t gedorie—om me zus te late stikke.…Schmidt …Jawel, jawel. Maar nu de puntjes op de i—wat noodzakelijk is!—Zou een van uw andere familieleden zich misschien kunnen herinneren.….Sofie …Me hebbe ènkel ’n neef, die we nooit zien.Schmidt …Zou die weten.….Agnes.Dat broekie!… Die weet enkel van vuile en schoone kinnen—die barbiert.…Dokter …Kàn uw moeder bijvoorbeeld in ’n sigaren- of in ’n manufacturen- of in ’n handschoenenwinkel in betrekking zijn geweest?Sofie …Alles ken.…Agnes …Wij benne op ’n atelier—dan ken zij.… Kan òns ’t schelen!Hope.Wil u mij eens antwoorden?[205]Sofie.Natuurlijk juffrouw.Agnes.(verbeterend)… Zuster—zie je toch!Hope.Hindert niet. Heeft uw moeder nooit aan uw tante ’n woordje geschreven?Sofie.Jawel juffr.…—zùster.Hope.Uitstekend. Dat móét zekerheid geven—voor de erfenis—als u een of meer brieven bewáárd heeft..Agnes …Ja. Me hebbe d’r ’n berg van—uit Amerika, wat Fie?… Van ’96 en ’97—as ze cente an tante stuurde—en toe nog is een van ’99—sekuur hoor—twee negetjes naast mekaar—dat was de laatste.….Sofie …Vergis je je niet?Agnes …Nee hoor!.. D’r was vijftien dollar bij …Hope.…Zouen wij die brieven.….?Dolf …Waarvoor?… Voor wat?Dokter …Ja, zuster, is dat nóódig?Hope …Nee. Dat is te omslachtig. We kunnen ’t makkelijker af!(tot Dolf)… Heeft u den brief, die bij ’t testament van.… van.… kapitein van Reesen lag, bij de hand, meneer?.…Schmidt …Voortreffelijk, zuster! Bravo! Ik begrijp uw bedoeling!—Ja, meneer Van Walden: die brief kan den doorslag geven, bijna volkomen.….Dolf.(een la van het bureau opensluitend)… Ja, dien[206]heb ’k ergens gestopt—gestopt—gestopt—Nee, hier niet(andere la openend)… Da’s ’n sla overal—’n hutspot—moet ’k toch eens probeeren te ordenen.… Wel wat drommel, gevlogen kan-ie niet zijn …(zoekend).Nee—nee—nee … Waar kan-ie dan? Curieus: gebeurt altijd als je iets noodig heb!.… Eureka!.… Eureka!.… ’t Lag vlak voor m’n neus …(neemt den brief uit den sigaren-schedel).… Zeker door Jaapje verlegd.… Voilà, monsieur Schmidt.… Snappen doe ’k ’t niet.…Schmidt.(fluistert Hope iets toe—zij knikt)… Zoo dames—nu hou ik dezen brief ’n beetje gevouwen—den héélen inhoud hoeft u niet te lezen!—en antwoordt nu eens vooral niet te haastig of de handteekening Sofie èn of ’t handschrift op dat van uw moeder lijken. Zegt u ja—dan moeten wij op onze beurt uw brieven inkijken. Niet haastig—’r hangt ’n boel van af!.…(een aangehouden, nieuwsgierige stilte. Agnes buigt over Sofie’s schouder, leest hardop).Agnes.…„..Ik—ik”.….—ja daar staat „ik”—„ik ben wel lichtzinnig maar niet slecht mevrouw”…(tot Sofie).… Hou je duim opzij!.…. „en ik lieg niet.… Zoo.… zoo”—hou dan stil, Fie!—„zoo ferachtig as God me hoort.… het is het kind van u zoon … Die zich noempt … Sophie …”Sofie.(haar zuster aankijkend).… Nee, hè?.… Wat vin jij?Agnes …Vraag-ie dat nog?.… Da’s ’n keukenmeidepootje!… Of ze met d’r linkerhand het geschreve![207]Nee—moeder het ’n lóópende hand—dat lijkt op niks!—„ferachtig as God me hoort”.… Ferachtig.… Ferachtig!.… Daar hoef-ie geen twee telle over te prakkizeere.… Da’s zoo min van onze móéder as ìk van me schooier van ’n vader ben.Dolf.(opgelucht)… En is ’t ònmogelijk, dat uw moeder vroeger Kreeftje heette?Sofie …Kreefje, hahaha!Agnes …Nou beginne me te merreke hoe laat ’t is! Wat ’n flauwe bak! Goed da-je niet alleen op visite gegaan ben, Fie. Magge me de papiere terug asjeblief?Hope.’t Was geen aardigheid, juffrouw—ìk zal zoo vrij zijn nog eens persoonlijk bij u aan te komen.Agnes.As ’t voor die brieve is, hoeft ’t niet, zuster—moeder d’r schrift is met dat vuur en water. Blijf jij nog zitte?… Dag mensche!…Sofie.…Dag juffr … zùster. Dag heere …Agnes.(bij de deur)… As ’t géén aardigheid met dat Kreeftje was—dan het de màn van die Kreeftje toch zeker óók ’n fijne bijnaam gehad … Bejour allemaal!(geprikkeld af. Hope is bij de laatste woorden de bibliotheek ingeschuifeld.)Dolf.(schellend)… Dat was ’n stelletje! En die kleinste … nou! ’n Verbazend vief ding! Twee, drie jaar ouwer, dacht ’k terwijl ze bezig was—en ze zou … Complicatie voor ’n roman fin-de-siècle: de[208]zuster van je dochter trouwen—grootpapa van je dochter—goed dat Hope me niet corrigeert …(tot Jaap)… Nou? Waar blijft de moeder met … ’k Had je toch gezegd …

Elfde Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, SofieDelange, Agnes Delange.Dolf.Hahaha!.. ’k Had waarachtig moeite me goed te houen. Dat schepseltje heeft nou ook geen seconde d’r handen stil in d’r schoot gehad, terwijl ze bezig was—of ze ’r den St. Vitusdans in te pakken had!—Uit je humeur, Hope?—Kind, we zijn nog niet op de helft. ’n Goed hengelaar doet ’t met geduld. M’n kans is nog niet verkeken.…(tot de binnentredenden)… Ja!… Kom binnen!… Twee?… Twee tegelijk?… Schmidt: da’s je tweeling!.…Schmidt(tot Agnes)… Wil ù sivoeplee weer na de wachtkamer teruggaan?… Een voor een sivoeplee!Sofie.Da’s me zus, meneer.Schmidt.We kunnen ’t zònder getuigen af.Agnes(driest)… De heer van me zus wou niet dat ze alléén.…Dolf.Is-die fameuze heer bang dat uw zuster opgegeten zal worden?Agnes.(driest)Opete nee. Opete late me zus en ik ons niet—maar me kenne de foefies van de heere—me benne niet van gister … Ik zee: je vliegt ’r niet in—en de heer van Fie zee óók je vliegt ’r niet in.… Daar het u niet zoo zuur om te kijke—want mijn.…[201]Dolf.…Spreek uit.…Agnes …Nee ik smoes niks meer. Je zeit licht meer as je verantwoorde ken, waar Fie?.….Schmidt.(haar in de rede vallend)… ’t Is welletjes, juffrouw …(tot Sofie)… Dus ù komt op de advertentie?Sofie.Ja ik—ìk kreeg ’n briefie, om hier bij meneer te komme.Dolf.…Gaat u zitten.Agnes.O, wat ’n lèkkere stoele! Om in te sterve! Precies as bij …(slaat de vingers in gebaar van iets in te houden voor den mond).Sofie …De papiere, die op ’t lijstje stonde, hè-’k meegebracht—me geboorteacte.….Schmidt.…Asjeblief.…Agnes …Jawel—met ’n máár d’r bij—me late niks achter as tegen bewijs.…Sofie …As tegen bewijs.…Schmidt.We geven u alles dàdelijk weer terug.Agnes.Dan is ’t goeie, Fietje.Schmidt.…Geboren 17 Februari’91 in—Leiden …Dolf.…In Leiden?… Sakkerloot!… Opletten, Jantje boy!.…Schmidt.…Woont uw moeder nòg in Leiden?[202]Sofie …Of ze d’r …?… Wéte me dat, Agnes?Agnes …Nou da’s niet te denke, hahaha! Ze hèt ’r in negetig en zoo gewoond.Schmidt …Zou u wat duidelijker willen antwoorden? We zitten hier niet om raadseltjes op te lossen.Agnes.Nee, me zitte wel as onze lieve Heer zèlf in die stoele van leer—maar voor cherades benne me hier niet. Mòt dat nou an zoo’n bóél mensche verteld worde?.…Schmidt …’t Is in ’t belang van de erfenis, niet waar?Agnes …As ’t dan geen pan en geen kul is—ù hoeft niet weg te gaan, zuster!.…Hope …Zoo als u wil.…Agnes …Blijf op uw gemak!—(Hope zit weer).In u hebbe me meer vertrouwe as in die meneer …Dolf.Dank je wel—wat ’n zeldzame.…Agnes … Googemert, wat!—Zeg me kenne de wereld, me zus en ik!—Me moeder, meneer van de politie—nou herken ’k je, hahaha!—is d’r in ’95 met de een of andere druif vandoor gesjeesd.…Schmidt …Toe, toe, toe!Agnes.Je vraagt ’t toch!… Toe het tante ons in d’r huis genome—Me hebbe geen van twee ’n vader—wat Fie?—de mijne is getrouwd en woont in Den Haag—béwijze ken ’k niks—die van haar—[203]nou, Fie, doe ook ’n mondje open—jij ben de oudste en mijn laat je klesse.….Sofie …Ik ken me vader niet—Ik ben in Leiden gebore—zij in Brussel.….Schmidt …Had uw moeder in Leiden ’n bijnaam?Sofie …Weet ’k niet.Agnes …Dat zal wel. En die zal ze gloeiend verdiend hebbe, ’t mensch!.…Schmidt …Dat vragen we niet.Agnes …O.Schmidt …Herinnert u zich—’95 is ’n heele tijd—welke kleur haar uw moeder had?.…Sofie.Rood—as me zus.Agnes.Dat hoef-ie ’r niet bij te zegge—ze zijn blind.….Dolf …Rood?… En ze heette Sofie?Sofie …As ik.(een stilte).Agnes …Nou zeit niemand wat?Dokter.(tot de twee)… Ik zou wel graag willen hooren wàt uw moeder in ’90 in Leiden dee? Weet ù dat of ù?Agnes.Niet veel bijzonders ken je wel denke.Dokter.Dàt bedoel ik niet. Had ze de een of andere betrekking?[204]Sofie.Hoe kenne wìj dat raje?Agnes.Toe tante nog leefde, zee ze dat moeder—nou laa’k ’t maar nièt zegge.…Sofie …Nee, zeg ’t niet. ’t Het ’r niks mee uit te staan.….Dolf …(aarzelend).… Kan uw moeder ’n relatie met ’n student hebben gehad?Sofie …Wat geloof jij, Agnes?Agnes.Ik geloof niks. Student of geen student—’n pàtser was ’t gedorie—om me zus te late stikke.…Schmidt …Jawel, jawel. Maar nu de puntjes op de i—wat noodzakelijk is!—Zou een van uw andere familieleden zich misschien kunnen herinneren.….Sofie …Me hebbe ènkel ’n neef, die we nooit zien.Schmidt …Zou die weten.….Agnes.Dat broekie!… Die weet enkel van vuile en schoone kinnen—die barbiert.…Dokter …Kàn uw moeder bijvoorbeeld in ’n sigaren- of in ’n manufacturen- of in ’n handschoenenwinkel in betrekking zijn geweest?Sofie …Alles ken.…Agnes …Wij benne op ’n atelier—dan ken zij.… Kan òns ’t schelen!Hope.Wil u mij eens antwoorden?[205]Sofie.Natuurlijk juffrouw.Agnes.(verbeterend)… Zuster—zie je toch!Hope.Hindert niet. Heeft uw moeder nooit aan uw tante ’n woordje geschreven?Sofie.Jawel juffr.…—zùster.Hope.Uitstekend. Dat móét zekerheid geven—voor de erfenis—als u een of meer brieven bewáárd heeft..Agnes …Ja. Me hebbe d’r ’n berg van—uit Amerika, wat Fie?… Van ’96 en ’97—as ze cente an tante stuurde—en toe nog is een van ’99—sekuur hoor—twee negetjes naast mekaar—dat was de laatste.….Sofie …Vergis je je niet?Agnes …Nee hoor!.. D’r was vijftien dollar bij …Hope.…Zouen wij die brieven.….?Dolf …Waarvoor?… Voor wat?Dokter …Ja, zuster, is dat nóódig?Hope …Nee. Dat is te omslachtig. We kunnen ’t makkelijker af!(tot Dolf)… Heeft u den brief, die bij ’t testament van.… van.… kapitein van Reesen lag, bij de hand, meneer?.…Schmidt …Voortreffelijk, zuster! Bravo! Ik begrijp uw bedoeling!—Ja, meneer Van Walden: die brief kan den doorslag geven, bijna volkomen.….Dolf.(een la van het bureau opensluitend)… Ja, dien[206]heb ’k ergens gestopt—gestopt—gestopt—Nee, hier niet(andere la openend)… Da’s ’n sla overal—’n hutspot—moet ’k toch eens probeeren te ordenen.… Wel wat drommel, gevlogen kan-ie niet zijn …(zoekend).Nee—nee—nee … Waar kan-ie dan? Curieus: gebeurt altijd als je iets noodig heb!.… Eureka!.… Eureka!.… ’t Lag vlak voor m’n neus …(neemt den brief uit den sigaren-schedel).… Zeker door Jaapje verlegd.… Voilà, monsieur Schmidt.… Snappen doe ’k ’t niet.…Schmidt.(fluistert Hope iets toe—zij knikt)… Zoo dames—nu hou ik dezen brief ’n beetje gevouwen—den héélen inhoud hoeft u niet te lezen!—en antwoordt nu eens vooral niet te haastig of de handteekening Sofie èn of ’t handschrift op dat van uw moeder lijken. Zegt u ja—dan moeten wij op onze beurt uw brieven inkijken. Niet haastig—’r hangt ’n boel van af!.…(een aangehouden, nieuwsgierige stilte. Agnes buigt over Sofie’s schouder, leest hardop).Agnes.…„..Ik—ik”.….—ja daar staat „ik”—„ik ben wel lichtzinnig maar niet slecht mevrouw”…(tot Sofie).… Hou je duim opzij!.…. „en ik lieg niet.… Zoo.… zoo”—hou dan stil, Fie!—„zoo ferachtig as God me hoort.… het is het kind van u zoon … Die zich noempt … Sophie …”Sofie.(haar zuster aankijkend).… Nee, hè?.… Wat vin jij?Agnes …Vraag-ie dat nog?.… Da’s ’n keukenmeidepootje!… Of ze met d’r linkerhand het geschreve![207]Nee—moeder het ’n lóópende hand—dat lijkt op niks!—„ferachtig as God me hoort”.… Ferachtig.… Ferachtig!.… Daar hoef-ie geen twee telle over te prakkizeere.… Da’s zoo min van onze móéder as ìk van me schooier van ’n vader ben.Dolf.(opgelucht)… En is ’t ònmogelijk, dat uw moeder vroeger Kreeftje heette?Sofie …Kreefje, hahaha!Agnes …Nou beginne me te merreke hoe laat ’t is! Wat ’n flauwe bak! Goed da-je niet alleen op visite gegaan ben, Fie. Magge me de papiere terug asjeblief?Hope.’t Was geen aardigheid, juffrouw—ìk zal zoo vrij zijn nog eens persoonlijk bij u aan te komen.Agnes.As ’t voor die brieve is, hoeft ’t niet, zuster—moeder d’r schrift is met dat vuur en water. Blijf jij nog zitte?… Dag mensche!…Sofie.…Dag juffr … zùster. Dag heere …Agnes.(bij de deur)… As ’t géén aardigheid met dat Kreeftje was—dan het de màn van die Kreeftje toch zeker óók ’n fijne bijnaam gehad … Bejour allemaal!(geprikkeld af. Hope is bij de laatste woorden de bibliotheek ingeschuifeld.)Dolf.(schellend)… Dat was ’n stelletje! En die kleinste … nou! ’n Verbazend vief ding! Twee, drie jaar ouwer, dacht ’k terwijl ze bezig was—en ze zou … Complicatie voor ’n roman fin-de-siècle: de[208]zuster van je dochter trouwen—grootpapa van je dochter—goed dat Hope me niet corrigeert …(tot Jaap)… Nou? Waar blijft de moeder met … ’k Had je toch gezegd …

Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, SofieDelange, Agnes Delange.

Dolf.Hahaha!.. ’k Had waarachtig moeite me goed te houen. Dat schepseltje heeft nou ook geen seconde d’r handen stil in d’r schoot gehad, terwijl ze bezig was—of ze ’r den St. Vitusdans in te pakken had!—Uit je humeur, Hope?—Kind, we zijn nog niet op de helft. ’n Goed hengelaar doet ’t met geduld. M’n kans is nog niet verkeken.…(tot de binnentredenden)… Ja!… Kom binnen!… Twee?… Twee tegelijk?… Schmidt: da’s je tweeling!.…

Dolf.Hahaha!.. ’k Had waarachtig moeite me goed te houen. Dat schepseltje heeft nou ook geen seconde d’r handen stil in d’r schoot gehad, terwijl ze bezig was—of ze ’r den St. Vitusdans in te pakken had!—Uit je humeur, Hope?—Kind, we zijn nog niet op de helft. ’n Goed hengelaar doet ’t met geduld. M’n kans is nog niet verkeken.…(tot de binnentredenden)… Ja!… Kom binnen!… Twee?… Twee tegelijk?… Schmidt: da’s je tweeling!.…

Schmidt(tot Agnes)… Wil ù sivoeplee weer na de wachtkamer teruggaan?… Een voor een sivoeplee!

Schmidt(tot Agnes)… Wil ù sivoeplee weer na de wachtkamer teruggaan?… Een voor een sivoeplee!

Sofie.Da’s me zus, meneer.

Sofie.Da’s me zus, meneer.

Schmidt.We kunnen ’t zònder getuigen af.

Schmidt.We kunnen ’t zònder getuigen af.

Agnes(driest)… De heer van me zus wou niet dat ze alléén.…

Agnes(driest)… De heer van me zus wou niet dat ze alléén.…

Dolf.Is-die fameuze heer bang dat uw zuster opgegeten zal worden?

Dolf.Is-die fameuze heer bang dat uw zuster opgegeten zal worden?

Agnes.(driest)Opete nee. Opete late me zus en ik ons niet—maar me kenne de foefies van de heere—me benne niet van gister … Ik zee: je vliegt ’r niet in—en de heer van Fie zee óók je vliegt ’r niet in.… Daar het u niet zoo zuur om te kijke—want mijn.…

Agnes.(driest)Opete nee. Opete late me zus en ik ons niet—maar me kenne de foefies van de heere—me benne niet van gister … Ik zee: je vliegt ’r niet in—en de heer van Fie zee óók je vliegt ’r niet in.… Daar het u niet zoo zuur om te kijke—want mijn.…

[201]

Dolf.…Spreek uit.…

Dolf.…Spreek uit.…

Agnes …Nee ik smoes niks meer. Je zeit licht meer as je verantwoorde ken, waar Fie?.….

Agnes …Nee ik smoes niks meer. Je zeit licht meer as je verantwoorde ken, waar Fie?.….

Schmidt.(haar in de rede vallend)… ’t Is welletjes, juffrouw …(tot Sofie)… Dus ù komt op de advertentie?

Schmidt.(haar in de rede vallend)… ’t Is welletjes, juffrouw …(tot Sofie)… Dus ù komt op de advertentie?

Sofie.Ja ik—ìk kreeg ’n briefie, om hier bij meneer te komme.

Sofie.Ja ik—ìk kreeg ’n briefie, om hier bij meneer te komme.

Dolf.…Gaat u zitten.

Dolf.…Gaat u zitten.

Agnes.O, wat ’n lèkkere stoele! Om in te sterve! Precies as bij …(slaat de vingers in gebaar van iets in te houden voor den mond).

Agnes.O, wat ’n lèkkere stoele! Om in te sterve! Precies as bij …(slaat de vingers in gebaar van iets in te houden voor den mond).

Sofie …De papiere, die op ’t lijstje stonde, hè-’k meegebracht—me geboorteacte.….

Sofie …De papiere, die op ’t lijstje stonde, hè-’k meegebracht—me geboorteacte.….

Schmidt.…Asjeblief.…

Schmidt.…Asjeblief.…

Agnes …Jawel—met ’n máár d’r bij—me late niks achter as tegen bewijs.…

Agnes …Jawel—met ’n máár d’r bij—me late niks achter as tegen bewijs.…

Sofie …As tegen bewijs.…

Sofie …As tegen bewijs.…

Schmidt.We geven u alles dàdelijk weer terug.

Schmidt.We geven u alles dàdelijk weer terug.

Agnes.Dan is ’t goeie, Fietje.

Agnes.Dan is ’t goeie, Fietje.

Schmidt.…Geboren 17 Februari’91 in—Leiden …

Schmidt.…Geboren 17 Februari’91 in—Leiden …

Dolf.…In Leiden?… Sakkerloot!… Opletten, Jantje boy!.…

Dolf.…In Leiden?… Sakkerloot!… Opletten, Jantje boy!.…

Schmidt.…Woont uw moeder nòg in Leiden?

Schmidt.…Woont uw moeder nòg in Leiden?

[202]

Sofie …Of ze d’r …?… Wéte me dat, Agnes?

Sofie …Of ze d’r …?… Wéte me dat, Agnes?

Agnes …Nou da’s niet te denke, hahaha! Ze hèt ’r in negetig en zoo gewoond.

Agnes …Nou da’s niet te denke, hahaha! Ze hèt ’r in negetig en zoo gewoond.

Schmidt …Zou u wat duidelijker willen antwoorden? We zitten hier niet om raadseltjes op te lossen.

Schmidt …Zou u wat duidelijker willen antwoorden? We zitten hier niet om raadseltjes op te lossen.

Agnes.Nee, me zitte wel as onze lieve Heer zèlf in die stoele van leer—maar voor cherades benne me hier niet. Mòt dat nou an zoo’n bóél mensche verteld worde?.…

Agnes.Nee, me zitte wel as onze lieve Heer zèlf in die stoele van leer—maar voor cherades benne me hier niet. Mòt dat nou an zoo’n bóél mensche verteld worde?.…

Schmidt …’t Is in ’t belang van de erfenis, niet waar?

Schmidt …’t Is in ’t belang van de erfenis, niet waar?

Agnes …As ’t dan geen pan en geen kul is—ù hoeft niet weg te gaan, zuster!.…

Agnes …As ’t dan geen pan en geen kul is—ù hoeft niet weg te gaan, zuster!.…

Hope …Zoo als u wil.…

Hope …Zoo als u wil.…

Agnes …Blijf op uw gemak!—(Hope zit weer).In u hebbe me meer vertrouwe as in die meneer …

Agnes …Blijf op uw gemak!—(Hope zit weer).In u hebbe me meer vertrouwe as in die meneer …

Dolf.Dank je wel—wat ’n zeldzame.…Agnes … Googemert, wat!—Zeg me kenne de wereld, me zus en ik!—Me moeder, meneer van de politie—nou herken ’k je, hahaha!—is d’r in ’95 met de een of andere druif vandoor gesjeesd.…

Dolf.Dank je wel—wat ’n zeldzame.…

Agnes … Googemert, wat!—Zeg me kenne de wereld, me zus en ik!—Me moeder, meneer van de politie—nou herken ’k je, hahaha!—is d’r in ’95 met de een of andere druif vandoor gesjeesd.…

Schmidt …Toe, toe, toe!

Schmidt …Toe, toe, toe!

Agnes.Je vraagt ’t toch!… Toe het tante ons in d’r huis genome—Me hebbe geen van twee ’n vader—wat Fie?—de mijne is getrouwd en woont in Den Haag—béwijze ken ’k niks—die van haar—[203]nou, Fie, doe ook ’n mondje open—jij ben de oudste en mijn laat je klesse.….

Agnes.Je vraagt ’t toch!… Toe het tante ons in d’r huis genome—Me hebbe geen van twee ’n vader—wat Fie?—de mijne is getrouwd en woont in Den Haag—béwijze ken ’k niks—die van haar—[203]nou, Fie, doe ook ’n mondje open—jij ben de oudste en mijn laat je klesse.….

Sofie …Ik ken me vader niet—Ik ben in Leiden gebore—zij in Brussel.….

Sofie …Ik ken me vader niet—Ik ben in Leiden gebore—zij in Brussel.….

Schmidt …Had uw moeder in Leiden ’n bijnaam?

Schmidt …Had uw moeder in Leiden ’n bijnaam?

Sofie …Weet ’k niet.

Sofie …Weet ’k niet.

Agnes …Dat zal wel. En die zal ze gloeiend verdiend hebbe, ’t mensch!.…

Agnes …Dat zal wel. En die zal ze gloeiend verdiend hebbe, ’t mensch!.…

Schmidt …Dat vragen we niet.

Schmidt …Dat vragen we niet.

Agnes …O.

Agnes …O.

Schmidt …Herinnert u zich—’95 is ’n heele tijd—welke kleur haar uw moeder had?.…

Schmidt …Herinnert u zich—’95 is ’n heele tijd—welke kleur haar uw moeder had?.…

Sofie.Rood—as me zus.

Sofie.Rood—as me zus.

Agnes.Dat hoef-ie ’r niet bij te zegge—ze zijn blind.….

Agnes.Dat hoef-ie ’r niet bij te zegge—ze zijn blind.….

Dolf …Rood?… En ze heette Sofie?

Dolf …Rood?… En ze heette Sofie?

Sofie …As ik.(een stilte).

Sofie …As ik.(een stilte).

Agnes …Nou zeit niemand wat?

Agnes …Nou zeit niemand wat?

Dokter.(tot de twee)… Ik zou wel graag willen hooren wàt uw moeder in ’90 in Leiden dee? Weet ù dat of ù?

Dokter.(tot de twee)… Ik zou wel graag willen hooren wàt uw moeder in ’90 in Leiden dee? Weet ù dat of ù?

Agnes.Niet veel bijzonders ken je wel denke.

Agnes.Niet veel bijzonders ken je wel denke.

Dokter.Dàt bedoel ik niet. Had ze de een of andere betrekking?

Dokter.Dàt bedoel ik niet. Had ze de een of andere betrekking?

[204]

Sofie.Hoe kenne wìj dat raje?

Sofie.Hoe kenne wìj dat raje?

Agnes.Toe tante nog leefde, zee ze dat moeder—nou laa’k ’t maar nièt zegge.…

Agnes.Toe tante nog leefde, zee ze dat moeder—nou laa’k ’t maar nièt zegge.…

Sofie …Nee, zeg ’t niet. ’t Het ’r niks mee uit te staan.….

Sofie …Nee, zeg ’t niet. ’t Het ’r niks mee uit te staan.….

Dolf …(aarzelend).… Kan uw moeder ’n relatie met ’n student hebben gehad?

Dolf …(aarzelend).… Kan uw moeder ’n relatie met ’n student hebben gehad?

Sofie …Wat geloof jij, Agnes?

Sofie …Wat geloof jij, Agnes?

Agnes.Ik geloof niks. Student of geen student—’n pàtser was ’t gedorie—om me zus te late stikke.…

Agnes.Ik geloof niks. Student of geen student—’n pàtser was ’t gedorie—om me zus te late stikke.…

Schmidt …Jawel, jawel. Maar nu de puntjes op de i—wat noodzakelijk is!—Zou een van uw andere familieleden zich misschien kunnen herinneren.….

Schmidt …Jawel, jawel. Maar nu de puntjes op de i—wat noodzakelijk is!—Zou een van uw andere familieleden zich misschien kunnen herinneren.….

Sofie …Me hebbe ènkel ’n neef, die we nooit zien.

Sofie …Me hebbe ènkel ’n neef, die we nooit zien.

Schmidt …Zou die weten.….

Schmidt …Zou die weten.….

Agnes.Dat broekie!… Die weet enkel van vuile en schoone kinnen—die barbiert.…

Agnes.Dat broekie!… Die weet enkel van vuile en schoone kinnen—die barbiert.…

Dokter …Kàn uw moeder bijvoorbeeld in ’n sigaren- of in ’n manufacturen- of in ’n handschoenenwinkel in betrekking zijn geweest?

Dokter …Kàn uw moeder bijvoorbeeld in ’n sigaren- of in ’n manufacturen- of in ’n handschoenenwinkel in betrekking zijn geweest?

Sofie …Alles ken.…

Sofie …Alles ken.…

Agnes …Wij benne op ’n atelier—dan ken zij.… Kan òns ’t schelen!

Agnes …Wij benne op ’n atelier—dan ken zij.… Kan òns ’t schelen!

Hope.Wil u mij eens antwoorden?

Hope.Wil u mij eens antwoorden?

[205]

Sofie.Natuurlijk juffrouw.

Sofie.Natuurlijk juffrouw.

Agnes.(verbeterend)… Zuster—zie je toch!

Agnes.(verbeterend)… Zuster—zie je toch!

Hope.Hindert niet. Heeft uw moeder nooit aan uw tante ’n woordje geschreven?

Hope.Hindert niet. Heeft uw moeder nooit aan uw tante ’n woordje geschreven?

Sofie.Jawel juffr.…—zùster.

Sofie.Jawel juffr.…—zùster.

Hope.Uitstekend. Dat móét zekerheid geven—voor de erfenis—als u een of meer brieven bewáárd heeft..

Hope.Uitstekend. Dat móét zekerheid geven—voor de erfenis—als u een of meer brieven bewáárd heeft..

Agnes …Ja. Me hebbe d’r ’n berg van—uit Amerika, wat Fie?… Van ’96 en ’97—as ze cente an tante stuurde—en toe nog is een van ’99—sekuur hoor—twee negetjes naast mekaar—dat was de laatste.….

Agnes …Ja. Me hebbe d’r ’n berg van—uit Amerika, wat Fie?… Van ’96 en ’97—as ze cente an tante stuurde—en toe nog is een van ’99—sekuur hoor—twee negetjes naast mekaar—dat was de laatste.….

Sofie …Vergis je je niet?

Sofie …Vergis je je niet?

Agnes …Nee hoor!.. D’r was vijftien dollar bij …

Agnes …Nee hoor!.. D’r was vijftien dollar bij …

Hope.…Zouen wij die brieven.….?

Hope.…Zouen wij die brieven.….?

Dolf …Waarvoor?… Voor wat?

Dolf …Waarvoor?… Voor wat?

Dokter …Ja, zuster, is dat nóódig?

Dokter …Ja, zuster, is dat nóódig?

Hope …Nee. Dat is te omslachtig. We kunnen ’t makkelijker af!(tot Dolf)… Heeft u den brief, die bij ’t testament van.… van.… kapitein van Reesen lag, bij de hand, meneer?.…

Hope …Nee. Dat is te omslachtig. We kunnen ’t makkelijker af!(tot Dolf)… Heeft u den brief, die bij ’t testament van.… van.… kapitein van Reesen lag, bij de hand, meneer?.…

Schmidt …Voortreffelijk, zuster! Bravo! Ik begrijp uw bedoeling!—Ja, meneer Van Walden: die brief kan den doorslag geven, bijna volkomen.….

Schmidt …Voortreffelijk, zuster! Bravo! Ik begrijp uw bedoeling!—Ja, meneer Van Walden: die brief kan den doorslag geven, bijna volkomen.….

Dolf.(een la van het bureau opensluitend)… Ja, dien[206]heb ’k ergens gestopt—gestopt—gestopt—Nee, hier niet(andere la openend)… Da’s ’n sla overal—’n hutspot—moet ’k toch eens probeeren te ordenen.… Wel wat drommel, gevlogen kan-ie niet zijn …(zoekend).Nee—nee—nee … Waar kan-ie dan? Curieus: gebeurt altijd als je iets noodig heb!.… Eureka!.… Eureka!.… ’t Lag vlak voor m’n neus …(neemt den brief uit den sigaren-schedel).… Zeker door Jaapje verlegd.… Voilà, monsieur Schmidt.… Snappen doe ’k ’t niet.…

Dolf.(een la van het bureau opensluitend)… Ja, dien[206]heb ’k ergens gestopt—gestopt—gestopt—Nee, hier niet(andere la openend)… Da’s ’n sla overal—’n hutspot—moet ’k toch eens probeeren te ordenen.… Wel wat drommel, gevlogen kan-ie niet zijn …(zoekend).Nee—nee—nee … Waar kan-ie dan? Curieus: gebeurt altijd als je iets noodig heb!.… Eureka!.… Eureka!.… ’t Lag vlak voor m’n neus …(neemt den brief uit den sigaren-schedel).… Zeker door Jaapje verlegd.… Voilà, monsieur Schmidt.… Snappen doe ’k ’t niet.…

Schmidt.(fluistert Hope iets toe—zij knikt)… Zoo dames—nu hou ik dezen brief ’n beetje gevouwen—den héélen inhoud hoeft u niet te lezen!—en antwoordt nu eens vooral niet te haastig of de handteekening Sofie èn of ’t handschrift op dat van uw moeder lijken. Zegt u ja—dan moeten wij op onze beurt uw brieven inkijken. Niet haastig—’r hangt ’n boel van af!.…(een aangehouden, nieuwsgierige stilte. Agnes buigt over Sofie’s schouder, leest hardop).

Schmidt.(fluistert Hope iets toe—zij knikt)… Zoo dames—nu hou ik dezen brief ’n beetje gevouwen—den héélen inhoud hoeft u niet te lezen!—en antwoordt nu eens vooral niet te haastig of de handteekening Sofie èn of ’t handschrift op dat van uw moeder lijken. Zegt u ja—dan moeten wij op onze beurt uw brieven inkijken. Niet haastig—’r hangt ’n boel van af!.…(een aangehouden, nieuwsgierige stilte. Agnes buigt over Sofie’s schouder, leest hardop).

Agnes.…„..Ik—ik”.….—ja daar staat „ik”—„ik ben wel lichtzinnig maar niet slecht mevrouw”…(tot Sofie).… Hou je duim opzij!.…. „en ik lieg niet.… Zoo.… zoo”—hou dan stil, Fie!—„zoo ferachtig as God me hoort.… het is het kind van u zoon … Die zich noempt … Sophie …”

Agnes.…„..Ik—ik”.….—ja daar staat „ik”—„ik ben wel lichtzinnig maar niet slecht mevrouw”…(tot Sofie).… Hou je duim opzij!.…. „en ik lieg niet.… Zoo.… zoo”—hou dan stil, Fie!—„zoo ferachtig as God me hoort.… het is het kind van u zoon … Die zich noempt … Sophie …”

Sofie.(haar zuster aankijkend).… Nee, hè?.… Wat vin jij?

Sofie.(haar zuster aankijkend).… Nee, hè?.… Wat vin jij?

Agnes …Vraag-ie dat nog?.… Da’s ’n keukenmeidepootje!… Of ze met d’r linkerhand het geschreve![207]Nee—moeder het ’n lóópende hand—dat lijkt op niks!—„ferachtig as God me hoort”.… Ferachtig.… Ferachtig!.… Daar hoef-ie geen twee telle over te prakkizeere.… Da’s zoo min van onze móéder as ìk van me schooier van ’n vader ben.

Agnes …Vraag-ie dat nog?.… Da’s ’n keukenmeidepootje!… Of ze met d’r linkerhand het geschreve![207]Nee—moeder het ’n lóópende hand—dat lijkt op niks!—„ferachtig as God me hoort”.… Ferachtig.… Ferachtig!.… Daar hoef-ie geen twee telle over te prakkizeere.… Da’s zoo min van onze móéder as ìk van me schooier van ’n vader ben.

Dolf.(opgelucht)… En is ’t ònmogelijk, dat uw moeder vroeger Kreeftje heette?

Dolf.(opgelucht)… En is ’t ònmogelijk, dat uw moeder vroeger Kreeftje heette?

Sofie …Kreefje, hahaha!

Sofie …Kreefje, hahaha!

Agnes …Nou beginne me te merreke hoe laat ’t is! Wat ’n flauwe bak! Goed da-je niet alleen op visite gegaan ben, Fie. Magge me de papiere terug asjeblief?

Agnes …Nou beginne me te merreke hoe laat ’t is! Wat ’n flauwe bak! Goed da-je niet alleen op visite gegaan ben, Fie. Magge me de papiere terug asjeblief?

Hope.’t Was geen aardigheid, juffrouw—ìk zal zoo vrij zijn nog eens persoonlijk bij u aan te komen.

Hope.’t Was geen aardigheid, juffrouw—ìk zal zoo vrij zijn nog eens persoonlijk bij u aan te komen.

Agnes.As ’t voor die brieve is, hoeft ’t niet, zuster—moeder d’r schrift is met dat vuur en water. Blijf jij nog zitte?… Dag mensche!…

Agnes.As ’t voor die brieve is, hoeft ’t niet, zuster—moeder d’r schrift is met dat vuur en water. Blijf jij nog zitte?… Dag mensche!…

Sofie.…Dag juffr … zùster. Dag heere …

Sofie.…Dag juffr … zùster. Dag heere …

Agnes.(bij de deur)… As ’t géén aardigheid met dat Kreeftje was—dan het de màn van die Kreeftje toch zeker óók ’n fijne bijnaam gehad … Bejour allemaal!(geprikkeld af. Hope is bij de laatste woorden de bibliotheek ingeschuifeld.)

Agnes.(bij de deur)… As ’t géén aardigheid met dat Kreeftje was—dan het de màn van die Kreeftje toch zeker óók ’n fijne bijnaam gehad … Bejour allemaal!(geprikkeld af. Hope is bij de laatste woorden de bibliotheek ingeschuifeld.)

Dolf.(schellend)… Dat was ’n stelletje! En die kleinste … nou! ’n Verbazend vief ding! Twee, drie jaar ouwer, dacht ’k terwijl ze bezig was—en ze zou … Complicatie voor ’n roman fin-de-siècle: de[208]zuster van je dochter trouwen—grootpapa van je dochter—goed dat Hope me niet corrigeert …(tot Jaap)… Nou? Waar blijft de moeder met … ’k Had je toch gezegd …

Dolf.(schellend)… Dat was ’n stelletje! En die kleinste … nou! ’n Verbazend vief ding! Twee, drie jaar ouwer, dacht ’k terwijl ze bezig was—en ze zou … Complicatie voor ’n roman fin-de-siècle: de[208]zuster van je dochter trouwen—grootpapa van je dochter—goed dat Hope me niet corrigeert …(tot Jaap)… Nou? Waar blijft de moeder met … ’k Had je toch gezegd …

[Inhoud]Twaalfde Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, Jaap.Jaap …’k Wou daarnet niet storen, meneer—maar dat meissie is benejen niet goed geworden—het ’n toeval of zoo iets.…Dolf.Had je niet eerder.…(naar deur).Dokter …Ik zal even kijken, Dolf—blijf jij.….(af door Jaap gevolgd).Dolf.Dan kunnen wij de séance opbreken, meneer Schmidt—Mocht voor die twee beneden uw advies noodig blijken, dan telefoneer ik.Schmidt.Goed meneer.Dolf.En uw declaratie ontvang ’k graag met zeer bekwamen spoed.Schmidt.Dank u, meneer. Dus nièt langer adverteeren?Dolf.(luchtig).Nee—nee. ’t Heeft geenZweck. Ik heb m’nSchuldigkeitgedaan—”derMohrkann gehen”… Een moment nog. U zendt me de adressen van die erfenisjaagsters. Licht dat ze ’n kleine verrassing krijgen!Bonjour! Bonjour![209]Schmidt.Uw dienaar, meneer—u heeft me maar te ontbieden.(bij de deur voor Jaap uitwijkend).Uw dienaar, meneer.Dolf.En?Jaap.Of ’k effen om ’n rijtuig mag telefoneeren?Dolf.(in de bibliotheek kijkend).Ga je gang.Jaap …1290 … Rijnders?… Met Van Walden. Dadelijk vigelante—dadelijk.(schelt af).Dokter …’k Ga ’r vandoor Dolf—Zijn de anderen al weg?(Jaap af)… ’k Zal ’r met ’n rijtuig thuis brengen.Dolf.Toch niet sérieus, boy?Dokter.’n Epileptisch toeval, de stakker—is alweer bij kennis …Hope …Kan ik behulpzaam zijn, dokter?(komt uit doorgang van de bibliotheek).Dokter.…Nee zuster. De eigen moeder is ’r óók bij—en dan rijd ik meteen door.(tot Dolf)… En geen sprake van dat!… Heeft nooit ’n voetstap in Leiden gehad … Kind van ’n marinier die in ’t gekkenhuis overleden is … Wat ’n stakker, wat ’n wurm!… Zit benejen te snikken, nou ze ’r positieven terug heeft, dat je ’r beroerd bij wordt.… Adieu. Tot ziens, Dolf … Tot straks, zuster.(af).[210]

Twaalfde Tooneel.Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, Jaap.Jaap …’k Wou daarnet niet storen, meneer—maar dat meissie is benejen niet goed geworden—het ’n toeval of zoo iets.…Dolf.Had je niet eerder.…(naar deur).Dokter …Ik zal even kijken, Dolf—blijf jij.….(af door Jaap gevolgd).Dolf.Dan kunnen wij de séance opbreken, meneer Schmidt—Mocht voor die twee beneden uw advies noodig blijken, dan telefoneer ik.Schmidt.Goed meneer.Dolf.En uw declaratie ontvang ’k graag met zeer bekwamen spoed.Schmidt.Dank u, meneer. Dus nièt langer adverteeren?Dolf.(luchtig).Nee—nee. ’t Heeft geenZweck. Ik heb m’nSchuldigkeitgedaan—”derMohrkann gehen”… Een moment nog. U zendt me de adressen van die erfenisjaagsters. Licht dat ze ’n kleine verrassing krijgen!Bonjour! Bonjour![209]Schmidt.Uw dienaar, meneer—u heeft me maar te ontbieden.(bij de deur voor Jaap uitwijkend).Uw dienaar, meneer.Dolf.En?Jaap.Of ’k effen om ’n rijtuig mag telefoneeren?Dolf.(in de bibliotheek kijkend).Ga je gang.Jaap …1290 … Rijnders?… Met Van Walden. Dadelijk vigelante—dadelijk.(schelt af).Dokter …’k Ga ’r vandoor Dolf—Zijn de anderen al weg?(Jaap af)… ’k Zal ’r met ’n rijtuig thuis brengen.Dolf.Toch niet sérieus, boy?Dokter.’n Epileptisch toeval, de stakker—is alweer bij kennis …Hope …Kan ik behulpzaam zijn, dokter?(komt uit doorgang van de bibliotheek).Dokter.…Nee zuster. De eigen moeder is ’r óók bij—en dan rijd ik meteen door.(tot Dolf)… En geen sprake van dat!… Heeft nooit ’n voetstap in Leiden gehad … Kind van ’n marinier die in ’t gekkenhuis overleden is … Wat ’n stakker, wat ’n wurm!… Zit benejen te snikken, nou ze ’r positieven terug heeft, dat je ’r beroerd bij wordt.… Adieu. Tot ziens, Dolf … Tot straks, zuster.(af).[210]

Dolf, Dokter, Hope, Schmidt, Jaap.

Jaap …’k Wou daarnet niet storen, meneer—maar dat meissie is benejen niet goed geworden—het ’n toeval of zoo iets.…

Jaap …’k Wou daarnet niet storen, meneer—maar dat meissie is benejen niet goed geworden—het ’n toeval of zoo iets.…

Dolf.Had je niet eerder.…(naar deur).

Dolf.Had je niet eerder.…(naar deur).

Dokter …Ik zal even kijken, Dolf—blijf jij.….(af door Jaap gevolgd).

Dokter …Ik zal even kijken, Dolf—blijf jij.….(af door Jaap gevolgd).

Dolf.Dan kunnen wij de séance opbreken, meneer Schmidt—Mocht voor die twee beneden uw advies noodig blijken, dan telefoneer ik.

Dolf.Dan kunnen wij de séance opbreken, meneer Schmidt—Mocht voor die twee beneden uw advies noodig blijken, dan telefoneer ik.

Schmidt.Goed meneer.

Schmidt.Goed meneer.

Dolf.En uw declaratie ontvang ’k graag met zeer bekwamen spoed.

Dolf.En uw declaratie ontvang ’k graag met zeer bekwamen spoed.

Schmidt.Dank u, meneer. Dus nièt langer adverteeren?

Schmidt.Dank u, meneer. Dus nièt langer adverteeren?

Dolf.(luchtig).Nee—nee. ’t Heeft geenZweck. Ik heb m’nSchuldigkeitgedaan—”derMohrkann gehen”… Een moment nog. U zendt me de adressen van die erfenisjaagsters. Licht dat ze ’n kleine verrassing krijgen!Bonjour! Bonjour!

Dolf.(luchtig).Nee—nee. ’t Heeft geenZweck. Ik heb m’nSchuldigkeitgedaan—”derMohrkann gehen”… Een moment nog. U zendt me de adressen van die erfenisjaagsters. Licht dat ze ’n kleine verrassing krijgen!Bonjour! Bonjour!

[209]

Schmidt.Uw dienaar, meneer—u heeft me maar te ontbieden.(bij de deur voor Jaap uitwijkend).Uw dienaar, meneer.

Schmidt.Uw dienaar, meneer—u heeft me maar te ontbieden.(bij de deur voor Jaap uitwijkend).Uw dienaar, meneer.

Dolf.En?

Dolf.En?

Jaap.Of ’k effen om ’n rijtuig mag telefoneeren?

Jaap.Of ’k effen om ’n rijtuig mag telefoneeren?

Dolf.(in de bibliotheek kijkend).Ga je gang.

Dolf.(in de bibliotheek kijkend).Ga je gang.

Jaap …1290 … Rijnders?… Met Van Walden. Dadelijk vigelante—dadelijk.(schelt af).

Jaap …1290 … Rijnders?… Met Van Walden. Dadelijk vigelante—dadelijk.(schelt af).

Dokter …’k Ga ’r vandoor Dolf—Zijn de anderen al weg?(Jaap af)… ’k Zal ’r met ’n rijtuig thuis brengen.

Dokter …’k Ga ’r vandoor Dolf—Zijn de anderen al weg?(Jaap af)… ’k Zal ’r met ’n rijtuig thuis brengen.

Dolf.Toch niet sérieus, boy?

Dolf.Toch niet sérieus, boy?

Dokter.’n Epileptisch toeval, de stakker—is alweer bij kennis …

Dokter.’n Epileptisch toeval, de stakker—is alweer bij kennis …

Hope …Kan ik behulpzaam zijn, dokter?(komt uit doorgang van de bibliotheek).

Hope …Kan ik behulpzaam zijn, dokter?(komt uit doorgang van de bibliotheek).

Dokter.…Nee zuster. De eigen moeder is ’r óók bij—en dan rijd ik meteen door.(tot Dolf)… En geen sprake van dat!… Heeft nooit ’n voetstap in Leiden gehad … Kind van ’n marinier die in ’t gekkenhuis overleden is … Wat ’n stakker, wat ’n wurm!… Zit benejen te snikken, nou ze ’r positieven terug heeft, dat je ’r beroerd bij wordt.… Adieu. Tot ziens, Dolf … Tot straks, zuster.(af).

Dokter.…Nee zuster. De eigen moeder is ’r óók bij—en dan rijd ik meteen door.(tot Dolf)… En geen sprake van dat!… Heeft nooit ’n voetstap in Leiden gehad … Kind van ’n marinier die in ’t gekkenhuis overleden is … Wat ’n stakker, wat ’n wurm!… Zit benejen te snikken, nou ze ’r positieven terug heeft, dat je ’r beroerd bij wordt.… Adieu. Tot ziens, Dolf … Tot straks, zuster.(af).

[210]

[Inhoud]Dertiende Tooneel.Dolf, Hope.Dolf.Je heb toch gehoord, dat Linden ’t alleen af kan?Hope.Ik word aan de Stichting gewacht.Dolf.Lunchen we samen—kom zeg nou niet nee!(wil schellen).’k Zal orders geven, dat ze in vijf minuten.Hope.Dank u. Dag meneer.Dolf.Dag meneer! Dag meneer! Hope, je behandelt me niet fair, niet loyaal! Al m’n voorkomendheden stuiten af—op ’k weet niet wat.… Ik buig me—ik gehoorzaam, om ’t zoo te zeggen, aan élk van de dingen, die jij nog niet eens uitgesproken heb, en jij—jij gaat voort—met ’n stugheid, die me razend maakt …Hope.Meneer …Dolf …Schei uit met je ge-meneer—voor jou ben ’k Dolf!…Hope …Dat laat zich niet dwingen …Dolf …Niet dwingen?… niet dwìngen?… Kan ’k je niet volkomen eerlijk in je oogen kijken, als ’kbeweerdat ’k nà dien nacht bij mama’s lijk van elk gebaar, van ieder uur rekenschap kan geven? Dat wordt op die manier ’n soort coqueteeren, ’n misbruik maken van dat ééne incident …[211]Hope …Meneer …Dolf …Ik wìil je meneer niet meer hooren!Hope.(wrevelig)… Daar zal u toch aan moeten wennen. Ik heb niet één reden vertrouwelijker met u om te gaan …Dolf …Dus die onzinnige jacht op ’n kind—doorgezet, om de belofte aan mama—maar nòg meer om jóú—wat je wist, wat je voelde!—die was je geen afdoend bewijs, hoe me dat vroegere speet, hoe ik van jou.…Hope …Nee—die onzinnige jacht heeft me … Dag meneer. Ik geloof dat ’t beter is, op ’t oogenblik allerminst met elkaar uit te spreken.Dolf.Hope—ik sta ’r juist op. Misschien zet je hier in geen tijden ’n voet.…Hope …Nóóit meer.Dolf.(gebelgd)… Heb ’k de minste onhoffelijkheid begaan?… Was m’n welkom geen bloemen-attentie?Hope …Meneer, meneer—ik ben op ’t moment in zoo’n verbitterde stemming, sta zoo wanhopig-vervreemd tegenover u, dat ’k bang ben voor ’n explicatie.Dolf …Heb ìk tot die „verbitterde stemming” aanleiding gegeven? Ik.…Hope …(neerzittend—gejaagd-smartelijk)… Ik heb daarstraks zoo’n moeite gehad me in te houden—u niet in ’t bijzijn van de anderen te … te beleedigen …[212]U is zoo gezond—zoo gezond—zoo stevig—zoo stellig—zoo geestig—ik zoo zwaar op de hand—zoo aarzelend … O, wat háát ik u—wat heb ’k u innig zitten haten—vanaf m’n binnenkomen hier, toen u enkel vernuft, vernuft, vernuft in plaats hàrt, hàrt toonde …Dolf …Hope.…Hope …’t Was „onbetaalbaar, buitengewoon” dat uw bediende me in de wachtkamer bij die kinderen liet—door de telefoon vroeg u of ze chocolade, anijsmelk moesten hebben … De belofte aan dat prachtige menschje, dat nog geen minuut nadat ’k ’r verlaten had, dood uit ’r bed viel, is voor u ’n hartelooze grap, ’n „plechtige gebeurtenis”.…Dolf …Hope.…Hope …Hou uw mond! Verzin geen nieuwe vernuftsdingen—ik haal uw eigen woorden aan!… ’t Heette ’n „plechtige gebeurtenis”, ’n „vertooning”… Geen seconde had u de ernst van ’n misdadiger, die bang is z’n òffer te zien!… Wat is dat niet te vinden—in die radelooze Zee van menschen verdwenen kind, anders dan ’n misdadig offer geworden?(heftig)… En nu nòg staat u te glimlachen, met dien ellendigen supérieuren glimlach!… Met die roos in uw knoopsgat—na „de heele nacht onder de wijn te hebben gezeten”—dat is toch zoo, nietwaar?…Dolf.(glimlachend)… Ja, ja …Hope …Met die roos—of ’t ’n studentikooze fuif was—of u ’n „typisch” uurtje meeleefde, heeft u[213]in uw luxe-kamer—wat heb ù anders dan luxe, luxe, luxe, van af uw geboorte gekend?—die kleine optocht van verlatenenen, verwaarloosden gezien … die op ’n brokje erfenis hoopten!… Die stumper, waarvan de moeder met witte haren in ’t Gasthuis gestorven is—de stumper op „Sinterklaasavond” op de wereld geschopt—was de eerste „niet uit de loterij”—aan de fabrieksmeid, voor ’r moeder sjouwend, moest u nog ’ns droog vragen over den bijnaam Kreeftje—en ’r handen hadden den St. Vitusdans!—bij de twee zusters, was u angstig, niet verheugd, niet blij iets te kunnen herstellen—toen weer, terwijl ’k in de boekerij was, sprak u van ’n roman fin-de-siècle!… Jammer dat de laatste niet hièr ’r epileptisch toeval gekregen heeft—u zou ’r nog glossen en glossen bij gemaakt hebben!.…Dolf …Hope—dat gaat te ver!Hope …Te ver?… Te ver?… Die brief, die wanhoopsbrief van Kreeftje, Kreeftje …Dolf.…Die ìk niet verleid heb!…Hope …Die brief heeft u laten slingeren—was zoek, zoek—kwam uit dat ding daar tevoorschijn—die brief, dien ’k haast van buiten ken, waarin ze smeekte, smeekte, als ’n bedelares—voor jouw, jouw kind!.…Dolf.(driftig)… ’n Vrouw die met Plums en Baars en anderen leefde … Wie zwetst dat ’t mijn kind?…Hope …Ik! Zij! Je eigen moeder! Jijzelf!… Heeft je[214]vernuft, je hatelijk vernuft straks niet gezegd, dat de stem van de vrouw de stem van God is?.… Hoe durfjijdan vragen, twijfelen, ontkennen, bij de woorden in dien simpelen brief?.…(’t papier van tafel grijpend—en driftig lezend)… „Ik lieg niet, ik lieg niet—het is het kind van uw zoon!”.…Dolf.…Nonsens! Nonsens!… ’t Kind van ’n studentenscharrel!—Wiè, wiè, wiè zou zich daar, zònder bewijs, zorgen van aantrekken?Hope.…Heeft ze geld van je aangenomen, die schàrrel?… Is ze je vrouw niet geweest, je passe-temps, die scharrel? Heb je de „opvoeding” van je dochter niet aan ’r overgelaten, aan die schàrrel! Is m’n eigen moeder niet op dezelfde manier … Wat voel jij met je glimlach van dat alles?… Wat raakt ’t jou met je roos in je knoopsgat?…(in snikken uitbarstend)… O, ik hààt je zoo, hààt je zoo, hààt je zoo.…Dolf.…Hope—Hope—laat me.…Hope …(wild haar tranen drogend en opspringend)… Redeneer niet meer—praat niet meer—ik kan je stem niet meer hooren!…(af door boekerij—hij staat even houdingloos—maakt een gebaar of hij den brief wil verscheuren—zakt in nadenken op een stoel—begint hem te lezen).DOEK.[215]

Dertiende Tooneel.Dolf, Hope.Dolf.Je heb toch gehoord, dat Linden ’t alleen af kan?Hope.Ik word aan de Stichting gewacht.Dolf.Lunchen we samen—kom zeg nou niet nee!(wil schellen).’k Zal orders geven, dat ze in vijf minuten.Hope.Dank u. Dag meneer.Dolf.Dag meneer! Dag meneer! Hope, je behandelt me niet fair, niet loyaal! Al m’n voorkomendheden stuiten af—op ’k weet niet wat.… Ik buig me—ik gehoorzaam, om ’t zoo te zeggen, aan élk van de dingen, die jij nog niet eens uitgesproken heb, en jij—jij gaat voort—met ’n stugheid, die me razend maakt …Hope.Meneer …Dolf …Schei uit met je ge-meneer—voor jou ben ’k Dolf!…Hope …Dat laat zich niet dwingen …Dolf …Niet dwingen?… niet dwìngen?… Kan ’k je niet volkomen eerlijk in je oogen kijken, als ’kbeweerdat ’k nà dien nacht bij mama’s lijk van elk gebaar, van ieder uur rekenschap kan geven? Dat wordt op die manier ’n soort coqueteeren, ’n misbruik maken van dat ééne incident …[211]Hope …Meneer …Dolf …Ik wìil je meneer niet meer hooren!Hope.(wrevelig)… Daar zal u toch aan moeten wennen. Ik heb niet één reden vertrouwelijker met u om te gaan …Dolf …Dus die onzinnige jacht op ’n kind—doorgezet, om de belofte aan mama—maar nòg meer om jóú—wat je wist, wat je voelde!—die was je geen afdoend bewijs, hoe me dat vroegere speet, hoe ik van jou.…Hope …Nee—die onzinnige jacht heeft me … Dag meneer. Ik geloof dat ’t beter is, op ’t oogenblik allerminst met elkaar uit te spreken.Dolf.Hope—ik sta ’r juist op. Misschien zet je hier in geen tijden ’n voet.…Hope …Nóóit meer.Dolf.(gebelgd)… Heb ’k de minste onhoffelijkheid begaan?… Was m’n welkom geen bloemen-attentie?Hope …Meneer, meneer—ik ben op ’t moment in zoo’n verbitterde stemming, sta zoo wanhopig-vervreemd tegenover u, dat ’k bang ben voor ’n explicatie.Dolf …Heb ìk tot die „verbitterde stemming” aanleiding gegeven? Ik.…Hope …(neerzittend—gejaagd-smartelijk)… Ik heb daarstraks zoo’n moeite gehad me in te houden—u niet in ’t bijzijn van de anderen te … te beleedigen …[212]U is zoo gezond—zoo gezond—zoo stevig—zoo stellig—zoo geestig—ik zoo zwaar op de hand—zoo aarzelend … O, wat háát ik u—wat heb ’k u innig zitten haten—vanaf m’n binnenkomen hier, toen u enkel vernuft, vernuft, vernuft in plaats hàrt, hàrt toonde …Dolf …Hope.…Hope …’t Was „onbetaalbaar, buitengewoon” dat uw bediende me in de wachtkamer bij die kinderen liet—door de telefoon vroeg u of ze chocolade, anijsmelk moesten hebben … De belofte aan dat prachtige menschje, dat nog geen minuut nadat ’k ’r verlaten had, dood uit ’r bed viel, is voor u ’n hartelooze grap, ’n „plechtige gebeurtenis”.…Dolf …Hope.…Hope …Hou uw mond! Verzin geen nieuwe vernuftsdingen—ik haal uw eigen woorden aan!… ’t Heette ’n „plechtige gebeurtenis”, ’n „vertooning”… Geen seconde had u de ernst van ’n misdadiger, die bang is z’n òffer te zien!… Wat is dat niet te vinden—in die radelooze Zee van menschen verdwenen kind, anders dan ’n misdadig offer geworden?(heftig)… En nu nòg staat u te glimlachen, met dien ellendigen supérieuren glimlach!… Met die roos in uw knoopsgat—na „de heele nacht onder de wijn te hebben gezeten”—dat is toch zoo, nietwaar?…Dolf.(glimlachend)… Ja, ja …Hope …Met die roos—of ’t ’n studentikooze fuif was—of u ’n „typisch” uurtje meeleefde, heeft u[213]in uw luxe-kamer—wat heb ù anders dan luxe, luxe, luxe, van af uw geboorte gekend?—die kleine optocht van verlatenenen, verwaarloosden gezien … die op ’n brokje erfenis hoopten!… Die stumper, waarvan de moeder met witte haren in ’t Gasthuis gestorven is—de stumper op „Sinterklaasavond” op de wereld geschopt—was de eerste „niet uit de loterij”—aan de fabrieksmeid, voor ’r moeder sjouwend, moest u nog ’ns droog vragen over den bijnaam Kreeftje—en ’r handen hadden den St. Vitusdans!—bij de twee zusters, was u angstig, niet verheugd, niet blij iets te kunnen herstellen—toen weer, terwijl ’k in de boekerij was, sprak u van ’n roman fin-de-siècle!… Jammer dat de laatste niet hièr ’r epileptisch toeval gekregen heeft—u zou ’r nog glossen en glossen bij gemaakt hebben!.…Dolf …Hope—dat gaat te ver!Hope …Te ver?… Te ver?… Die brief, die wanhoopsbrief van Kreeftje, Kreeftje …Dolf.…Die ìk niet verleid heb!…Hope …Die brief heeft u laten slingeren—was zoek, zoek—kwam uit dat ding daar tevoorschijn—die brief, dien ’k haast van buiten ken, waarin ze smeekte, smeekte, als ’n bedelares—voor jouw, jouw kind!.…Dolf.(driftig)… ’n Vrouw die met Plums en Baars en anderen leefde … Wie zwetst dat ’t mijn kind?…Hope …Ik! Zij! Je eigen moeder! Jijzelf!… Heeft je[214]vernuft, je hatelijk vernuft straks niet gezegd, dat de stem van de vrouw de stem van God is?.… Hoe durfjijdan vragen, twijfelen, ontkennen, bij de woorden in dien simpelen brief?.…(’t papier van tafel grijpend—en driftig lezend)… „Ik lieg niet, ik lieg niet—het is het kind van uw zoon!”.…Dolf.…Nonsens! Nonsens!… ’t Kind van ’n studentenscharrel!—Wiè, wiè, wiè zou zich daar, zònder bewijs, zorgen van aantrekken?Hope.…Heeft ze geld van je aangenomen, die schàrrel?… Is ze je vrouw niet geweest, je passe-temps, die scharrel? Heb je de „opvoeding” van je dochter niet aan ’r overgelaten, aan die schàrrel! Is m’n eigen moeder niet op dezelfde manier … Wat voel jij met je glimlach van dat alles?… Wat raakt ’t jou met je roos in je knoopsgat?…(in snikken uitbarstend)… O, ik hààt je zoo, hààt je zoo, hààt je zoo.…Dolf.…Hope—Hope—laat me.…Hope …(wild haar tranen drogend en opspringend)… Redeneer niet meer—praat niet meer—ik kan je stem niet meer hooren!…(af door boekerij—hij staat even houdingloos—maakt een gebaar of hij den brief wil verscheuren—zakt in nadenken op een stoel—begint hem te lezen).

Dolf, Hope.

Dolf.Je heb toch gehoord, dat Linden ’t alleen af kan?

Dolf.Je heb toch gehoord, dat Linden ’t alleen af kan?

Hope.Ik word aan de Stichting gewacht.

Hope.Ik word aan de Stichting gewacht.

Dolf.Lunchen we samen—kom zeg nou niet nee!(wil schellen).’k Zal orders geven, dat ze in vijf minuten.

Dolf.Lunchen we samen—kom zeg nou niet nee!(wil schellen).’k Zal orders geven, dat ze in vijf minuten.

Hope.Dank u. Dag meneer.

Hope.Dank u. Dag meneer.

Dolf.Dag meneer! Dag meneer! Hope, je behandelt me niet fair, niet loyaal! Al m’n voorkomendheden stuiten af—op ’k weet niet wat.… Ik buig me—ik gehoorzaam, om ’t zoo te zeggen, aan élk van de dingen, die jij nog niet eens uitgesproken heb, en jij—jij gaat voort—met ’n stugheid, die me razend maakt …

Dolf.Dag meneer! Dag meneer! Hope, je behandelt me niet fair, niet loyaal! Al m’n voorkomendheden stuiten af—op ’k weet niet wat.… Ik buig me—ik gehoorzaam, om ’t zoo te zeggen, aan élk van de dingen, die jij nog niet eens uitgesproken heb, en jij—jij gaat voort—met ’n stugheid, die me razend maakt …

Hope.Meneer …

Hope.Meneer …

Dolf …Schei uit met je ge-meneer—voor jou ben ’k Dolf!…

Dolf …Schei uit met je ge-meneer—voor jou ben ’k Dolf!…

Hope …Dat laat zich niet dwingen …

Hope …Dat laat zich niet dwingen …

Dolf …Niet dwingen?… niet dwìngen?… Kan ’k je niet volkomen eerlijk in je oogen kijken, als ’kbeweerdat ’k nà dien nacht bij mama’s lijk van elk gebaar, van ieder uur rekenschap kan geven? Dat wordt op die manier ’n soort coqueteeren, ’n misbruik maken van dat ééne incident …

Dolf …Niet dwingen?… niet dwìngen?… Kan ’k je niet volkomen eerlijk in je oogen kijken, als ’kbeweerdat ’k nà dien nacht bij mama’s lijk van elk gebaar, van ieder uur rekenschap kan geven? Dat wordt op die manier ’n soort coqueteeren, ’n misbruik maken van dat ééne incident …

[211]

Hope …Meneer …

Hope …Meneer …

Dolf …Ik wìil je meneer niet meer hooren!

Dolf …Ik wìil je meneer niet meer hooren!

Hope.(wrevelig)… Daar zal u toch aan moeten wennen. Ik heb niet één reden vertrouwelijker met u om te gaan …

Hope.(wrevelig)… Daar zal u toch aan moeten wennen. Ik heb niet één reden vertrouwelijker met u om te gaan …

Dolf …Dus die onzinnige jacht op ’n kind—doorgezet, om de belofte aan mama—maar nòg meer om jóú—wat je wist, wat je voelde!—die was je geen afdoend bewijs, hoe me dat vroegere speet, hoe ik van jou.…

Dolf …Dus die onzinnige jacht op ’n kind—doorgezet, om de belofte aan mama—maar nòg meer om jóú—wat je wist, wat je voelde!—die was je geen afdoend bewijs, hoe me dat vroegere speet, hoe ik van jou.…

Hope …Nee—die onzinnige jacht heeft me … Dag meneer. Ik geloof dat ’t beter is, op ’t oogenblik allerminst met elkaar uit te spreken.

Hope …Nee—die onzinnige jacht heeft me … Dag meneer. Ik geloof dat ’t beter is, op ’t oogenblik allerminst met elkaar uit te spreken.

Dolf.Hope—ik sta ’r juist op. Misschien zet je hier in geen tijden ’n voet.…

Dolf.Hope—ik sta ’r juist op. Misschien zet je hier in geen tijden ’n voet.…

Hope …Nóóit meer.

Hope …Nóóit meer.

Dolf.(gebelgd)… Heb ’k de minste onhoffelijkheid begaan?… Was m’n welkom geen bloemen-attentie?

Dolf.(gebelgd)… Heb ’k de minste onhoffelijkheid begaan?… Was m’n welkom geen bloemen-attentie?

Hope …Meneer, meneer—ik ben op ’t moment in zoo’n verbitterde stemming, sta zoo wanhopig-vervreemd tegenover u, dat ’k bang ben voor ’n explicatie.

Hope …Meneer, meneer—ik ben op ’t moment in zoo’n verbitterde stemming, sta zoo wanhopig-vervreemd tegenover u, dat ’k bang ben voor ’n explicatie.

Dolf …Heb ìk tot die „verbitterde stemming” aanleiding gegeven? Ik.…

Dolf …Heb ìk tot die „verbitterde stemming” aanleiding gegeven? Ik.…

Hope …(neerzittend—gejaagd-smartelijk)… Ik heb daarstraks zoo’n moeite gehad me in te houden—u niet in ’t bijzijn van de anderen te … te beleedigen …[212]U is zoo gezond—zoo gezond—zoo stevig—zoo stellig—zoo geestig—ik zoo zwaar op de hand—zoo aarzelend … O, wat háát ik u—wat heb ’k u innig zitten haten—vanaf m’n binnenkomen hier, toen u enkel vernuft, vernuft, vernuft in plaats hàrt, hàrt toonde …

Hope …(neerzittend—gejaagd-smartelijk)… Ik heb daarstraks zoo’n moeite gehad me in te houden—u niet in ’t bijzijn van de anderen te … te beleedigen …[212]U is zoo gezond—zoo gezond—zoo stevig—zoo stellig—zoo geestig—ik zoo zwaar op de hand—zoo aarzelend … O, wat háát ik u—wat heb ’k u innig zitten haten—vanaf m’n binnenkomen hier, toen u enkel vernuft, vernuft, vernuft in plaats hàrt, hàrt toonde …

Dolf …Hope.…

Dolf …Hope.…

Hope …’t Was „onbetaalbaar, buitengewoon” dat uw bediende me in de wachtkamer bij die kinderen liet—door de telefoon vroeg u of ze chocolade, anijsmelk moesten hebben … De belofte aan dat prachtige menschje, dat nog geen minuut nadat ’k ’r verlaten had, dood uit ’r bed viel, is voor u ’n hartelooze grap, ’n „plechtige gebeurtenis”.…

Hope …’t Was „onbetaalbaar, buitengewoon” dat uw bediende me in de wachtkamer bij die kinderen liet—door de telefoon vroeg u of ze chocolade, anijsmelk moesten hebben … De belofte aan dat prachtige menschje, dat nog geen minuut nadat ’k ’r verlaten had, dood uit ’r bed viel, is voor u ’n hartelooze grap, ’n „plechtige gebeurtenis”.…

Dolf …Hope.…

Dolf …Hope.…

Hope …Hou uw mond! Verzin geen nieuwe vernuftsdingen—ik haal uw eigen woorden aan!… ’t Heette ’n „plechtige gebeurtenis”, ’n „vertooning”… Geen seconde had u de ernst van ’n misdadiger, die bang is z’n òffer te zien!… Wat is dat niet te vinden—in die radelooze Zee van menschen verdwenen kind, anders dan ’n misdadig offer geworden?(heftig)… En nu nòg staat u te glimlachen, met dien ellendigen supérieuren glimlach!… Met die roos in uw knoopsgat—na „de heele nacht onder de wijn te hebben gezeten”—dat is toch zoo, nietwaar?…

Hope …Hou uw mond! Verzin geen nieuwe vernuftsdingen—ik haal uw eigen woorden aan!… ’t Heette ’n „plechtige gebeurtenis”, ’n „vertooning”… Geen seconde had u de ernst van ’n misdadiger, die bang is z’n òffer te zien!… Wat is dat niet te vinden—in die radelooze Zee van menschen verdwenen kind, anders dan ’n misdadig offer geworden?(heftig)… En nu nòg staat u te glimlachen, met dien ellendigen supérieuren glimlach!… Met die roos in uw knoopsgat—na „de heele nacht onder de wijn te hebben gezeten”—dat is toch zoo, nietwaar?…

Dolf.(glimlachend)… Ja, ja …

Dolf.(glimlachend)… Ja, ja …

Hope …Met die roos—of ’t ’n studentikooze fuif was—of u ’n „typisch” uurtje meeleefde, heeft u[213]in uw luxe-kamer—wat heb ù anders dan luxe, luxe, luxe, van af uw geboorte gekend?—die kleine optocht van verlatenenen, verwaarloosden gezien … die op ’n brokje erfenis hoopten!… Die stumper, waarvan de moeder met witte haren in ’t Gasthuis gestorven is—de stumper op „Sinterklaasavond” op de wereld geschopt—was de eerste „niet uit de loterij”—aan de fabrieksmeid, voor ’r moeder sjouwend, moest u nog ’ns droog vragen over den bijnaam Kreeftje—en ’r handen hadden den St. Vitusdans!—bij de twee zusters, was u angstig, niet verheugd, niet blij iets te kunnen herstellen—toen weer, terwijl ’k in de boekerij was, sprak u van ’n roman fin-de-siècle!… Jammer dat de laatste niet hièr ’r epileptisch toeval gekregen heeft—u zou ’r nog glossen en glossen bij gemaakt hebben!.…

Hope …Met die roos—of ’t ’n studentikooze fuif was—of u ’n „typisch” uurtje meeleefde, heeft u[213]in uw luxe-kamer—wat heb ù anders dan luxe, luxe, luxe, van af uw geboorte gekend?—die kleine optocht van verlatenenen, verwaarloosden gezien … die op ’n brokje erfenis hoopten!… Die stumper, waarvan de moeder met witte haren in ’t Gasthuis gestorven is—de stumper op „Sinterklaasavond” op de wereld geschopt—was de eerste „niet uit de loterij”—aan de fabrieksmeid, voor ’r moeder sjouwend, moest u nog ’ns droog vragen over den bijnaam Kreeftje—en ’r handen hadden den St. Vitusdans!—bij de twee zusters, was u angstig, niet verheugd, niet blij iets te kunnen herstellen—toen weer, terwijl ’k in de boekerij was, sprak u van ’n roman fin-de-siècle!… Jammer dat de laatste niet hièr ’r epileptisch toeval gekregen heeft—u zou ’r nog glossen en glossen bij gemaakt hebben!.…

Dolf …Hope—dat gaat te ver!

Dolf …Hope—dat gaat te ver!

Hope …Te ver?… Te ver?… Die brief, die wanhoopsbrief van Kreeftje, Kreeftje …

Hope …Te ver?… Te ver?… Die brief, die wanhoopsbrief van Kreeftje, Kreeftje …

Dolf.…Die ìk niet verleid heb!…

Dolf.…Die ìk niet verleid heb!…

Hope …Die brief heeft u laten slingeren—was zoek, zoek—kwam uit dat ding daar tevoorschijn—die brief, dien ’k haast van buiten ken, waarin ze smeekte, smeekte, als ’n bedelares—voor jouw, jouw kind!.…

Hope …Die brief heeft u laten slingeren—was zoek, zoek—kwam uit dat ding daar tevoorschijn—die brief, dien ’k haast van buiten ken, waarin ze smeekte, smeekte, als ’n bedelares—voor jouw, jouw kind!.…

Dolf.(driftig)… ’n Vrouw die met Plums en Baars en anderen leefde … Wie zwetst dat ’t mijn kind?…

Dolf.(driftig)… ’n Vrouw die met Plums en Baars en anderen leefde … Wie zwetst dat ’t mijn kind?…

Hope …Ik! Zij! Je eigen moeder! Jijzelf!… Heeft je[214]vernuft, je hatelijk vernuft straks niet gezegd, dat de stem van de vrouw de stem van God is?.… Hoe durfjijdan vragen, twijfelen, ontkennen, bij de woorden in dien simpelen brief?.…(’t papier van tafel grijpend—en driftig lezend)… „Ik lieg niet, ik lieg niet—het is het kind van uw zoon!”.…

Hope …Ik! Zij! Je eigen moeder! Jijzelf!… Heeft je[214]vernuft, je hatelijk vernuft straks niet gezegd, dat de stem van de vrouw de stem van God is?.… Hoe durfjijdan vragen, twijfelen, ontkennen, bij de woorden in dien simpelen brief?.…(’t papier van tafel grijpend—en driftig lezend)… „Ik lieg niet, ik lieg niet—het is het kind van uw zoon!”.…

Dolf.…Nonsens! Nonsens!… ’t Kind van ’n studentenscharrel!—Wiè, wiè, wiè zou zich daar, zònder bewijs, zorgen van aantrekken?

Dolf.…Nonsens! Nonsens!… ’t Kind van ’n studentenscharrel!—Wiè, wiè, wiè zou zich daar, zònder bewijs, zorgen van aantrekken?

Hope.…Heeft ze geld van je aangenomen, die schàrrel?… Is ze je vrouw niet geweest, je passe-temps, die scharrel? Heb je de „opvoeding” van je dochter niet aan ’r overgelaten, aan die schàrrel! Is m’n eigen moeder niet op dezelfde manier … Wat voel jij met je glimlach van dat alles?… Wat raakt ’t jou met je roos in je knoopsgat?…(in snikken uitbarstend)… O, ik hààt je zoo, hààt je zoo, hààt je zoo.…

Hope.…Heeft ze geld van je aangenomen, die schàrrel?… Is ze je vrouw niet geweest, je passe-temps, die scharrel? Heb je de „opvoeding” van je dochter niet aan ’r overgelaten, aan die schàrrel! Is m’n eigen moeder niet op dezelfde manier … Wat voel jij met je glimlach van dat alles?… Wat raakt ’t jou met je roos in je knoopsgat?…(in snikken uitbarstend)… O, ik hààt je zoo, hààt je zoo, hààt je zoo.…

Dolf.…Hope—Hope—laat me.…

Dolf.…Hope—Hope—laat me.…

Hope …(wild haar tranen drogend en opspringend)… Redeneer niet meer—praat niet meer—ik kan je stem niet meer hooren!…(af door boekerij—hij staat even houdingloos—maakt een gebaar of hij den brief wil verscheuren—zakt in nadenken op een stoel—begint hem te lezen).

Hope …(wild haar tranen drogend en opspringend)… Redeneer niet meer—praat niet meer—ik kan je stem niet meer hooren!…(af door boekerij—hij staat even houdingloos—maakt een gebaar of hij den brief wil verscheuren—zakt in nadenken op een stoel—begint hem te lezen).

DOEK.[215]

DOEK.[215]


Back to IndexNext