XIII.

In sierlijke dorpen hoorde men telkens kreten van verbaasdheid.Eenige oogenblikken daarna waren drie koppen rondgediend engebruikten zij een stevig ontbijt, gekruid door de goede luim der gasten; vervolgens ging ieder op zijn post van waarneming.Het land onderscheidde zich door eene buitengewone vruchtbaarheid. Kronkelende en nauwe voetpaden drongen door onder gewelven van groen. Men ging over velden, bebouwd met tabak,maïs, gierst, die reeds rijp waren; hier en daar zagmenuitgestrekte rijstvelden met hunne rechtopgaande halmen en purperkleurige bloemen. Men bemerkte schapen en geiten in groote kooien, die op paalwerk stonden om hen tegen de luipaarden te beschermen. Een weelderige plantengroei versierde kwistig deze streken. In sierlijke dorpen hoorde men telkens kreten van verbaasdheid op het gezicht van de Victoria, en doctor Ferguson hield zich voorzichtig buiten het bereik der palen; de inwoners om hunne hutten verzameld, vervolgden de reizigers langen tijd met ijdele verwenschingen.Op den middag geloofde de doctor, zijne kaart raadplegende, dat hij zich boven het land Uzaramo2bevond. Het veld vertoonde zich vol met kokosboomen en katoenboomen. Joe vond dezen plantengroei zeer natuurlijk in Afrika. Kennedy bemerkte hazen en krekels, die er slechts op schenen te wachten om een kogel te ontvangen, maar dat zou kruit verspild zijn omdat men het wild niet kon opnemen.De luchtreizigers gingen met eene snelheid van twaalf mijlen in het uur en bevonden zich weldra op eene lengte van 38° 20′ boven het dorp Tounda.“Daar werden Burton en Speke door hevige koortsen aangetast,” zeide de doctor, “en geloofden zij voor een oogenblik dat hunne onderneming mislukt was. En echter waren zij nog niet ver van de kust, maar reeds deden zich de vermoeienis en de ontberingen ernstig voelen.”Inderdaad heerscht in deze landstreek voortdurend eene ongezonde lucht, en de doctor kon den invloed daarvan niet ontgaan dan door den ballon boven de besmettingen dezer vochtige aarde te verheffen.Van tijd tot tijd bemerkte men eene karavaan, die in eene “kraal” rustte en de koelte van den avond afwachtte om zijn weg te vervolgen. Deze kralen zijn uitgestrekte gronden, omringd met hagen, waarin de kooplieden niet alleen bescherming zoeken tegen de wilde dieren, maar ook tegen de plunderende stammen der landstreek. Men zag de inlanders loopen en zich verspreiden op het gezicht van de Victoria. Kennedy wilde hen meer van nabij bezien, maar Samuel verzette zich standvastig daartegen.Uzaramo. Blz. 58.Uzaramo. Blz.58.“De opperhoofden zijn met musketten gewapend,” zeide hij, “en onze ballon zou een te gemakkelijk mikpunt zijn voor een kogel.”—“Zou een gat, door een kogel gemaakt, een val veroorzaken?” vroeg Joe.—“Niet onmiddellijk, maar weldra zou dat gat eene wijde scheur worden, waardoor al ons gas zou ontsnappen.”—“Laat ons dan op een eerbiedigen afstand van die goddeloozen blijven. Wat moeten zij wel denken als zij ons in de lucht zien zweven? Ik ben zeker dat zij lust hebben om ons te aanbidden.”“Laat hen ons aanbidden,” antwoordde de doctor, “maar van verre. Men wint altijd daarbij. Ziet, het land verandert reeds van aanzien; de dorpen worden zeldzamer, de wortelboomen zijn verdwenen, hun groei houdt op deze breedte op. De grond wordt bergachtig en doet naburige bergen vermoeden.”“Inderdaad,” zeide Kennedy, “ik meen eenige hoogten aan dezen kant te bemerken.”—“In het westen ..., het zijn de eerste bergketens van Ourizara, de berg Duthumi, zonder twijfel, achter welken ik hoop den nacht door te brengen. Ik zal de vlam van de gaspijp wat meer opstoken; wij zijn verplicht op eene hoogte van vijf à zes honderd voet te blijven.”“Het is toch een goed denkbeeld dat gij daar hebt, mijnheer,” zeide Joe, “het is noch moeielijk noch vermoeiend, men draait eene kraan om en alles is afgeloopen.”—“Hier zijn wij meer op ons gemak,” zeide de jager, toen de ballon gestegen was, “de weerkaatsing der zonnestralen in dit roode zand wordt onverdraaglijk.”—“Welke prachtige boomen!” riep Joe uit, “hoewel zeer natuurlijk, is het toch schoon! Men zou geen twaalf stuks daarvan noodig hebben om een bosch te maken.”—“Het zijn baobabs,” antwoordde doctor Ferguson, “ziet, hier is er een, wiens stam 100 voet omtrek zal hebben. Het is misschien aan den voet van dezen zelfden boom, dat de Franschman Maizan in 1845 stierf, want wij zijn boven Deje-la-Mhora, waar hij zich alleen waagde; hij werd door het opperhoofd dier streek gevat, aan den voet van een baobab vastgebonden, en die woeste neger sneed hem langzaam zijne ledematen af, terwijl de oorlogszang weergalmde; vervolgens sneed hij hem in de keel, hield op om zijn stomp geworden mes te slijpen, en rukte het hoofd van den ongelukkige af, voordat het was afgesneden! Die arme Franschman was 26 jaar oud.”“En Frankrijk heeft geen wraak genomen over zulk eene misdaad?” vroeg Kennedy.—“Frankrijk heeft gereclameerd; de Sultan van Zanzibar heeft alles gedaan om den moordenaar machtig te worden, maar is er niet in geslaagd.”—“Ik verzoek, dat wij ons niet onderweg ophouden,” zeide Joe, “laat ons stijgen, mijn meester.”—“Des te liever, Joe, daar de berg Duthumi voor ons ligt. Als mijne berekeningen nauwkeurig zijn, zullen wij hem overgetrokken zijn vóór heden avond zeven uur.”—“Zullen wij des nachts niet reizen?” vroeg de jager.—“Als het niet behoeft, neen; met voorzorgen en waakzaamheid zou men het zonder gevaar doen, maar het is niet voldoende Afrika door te reizen, wij moeten het zien.”—“Tot hiertoe hebben wij geen klagen, meester. Het is het best bebouwde en vruchtbaarste land der wereld, in plaats van eenwoestijn. Sla maar geloof aan aardrijkskundigen.”—“Wacht maar Joe, later zullen wij zien.”De luchtballon vastgemaakt aan een Cactus. Blz. 62.De luchtballon vastgemaakt aan een Cactus. Blz.62.Ongeveer half zeven uur des avonds bevond de Victoria zichtegenover den berg Duthumi; om hem over te trekken, moest men meer dan 3000 voet hoog stijgen en daarvoor behoefde de doctor de temperatuur slechts met 18° Fahrenheit te verhoogen. Men kan zeggen dat hij zijn ballon naar zijne hand zette. Kennedy wees hem de hinderpalen aan, en de Victoria vloog door de lucht over de bergen.Te acht uur daalde hij aan den anderen kant waar de helling glooiender was; de ankers werden uit het schuitje geworpen en een van hen viel in de takken van een Cochenilje-Cactus en bleef er stevig in vastzitten. Terstond liet Joe zich langs het touw afglijden en maakte het stevig vast. Men wierp hem de zijden ladder toe, en hij klom vlug weder naar boven. De luchtballon bleef bijna onbeweeglijk, beschut tegen den oostenwind.De avondmaaltijd werd gereed gemaakt; de reizigers maakten een groot gat in hun voorraad, hongerig geworden door hunne luchtreis.—“Welken weg hebben wij van daag afgelegd?” vroeg Kennedy, terwijl hij groote brokken naar binnen sloeg.—De doctor berekende zijne plaats door middel van waarnemingen van de maan en raadpleegde de uitmuntende kaart, die hem tot gids diende; zij behoorde tot den atlas der nieuwste ontdekkingen in Afrika, door zijn geleerden vriend Petermann te Gotha uitgegeven en aan hem opgedragen. Deze atlas moest voor de geheele reis van den doctor dienen, want hij bevatte den reisweg van Burton en Speke naar de groote meren, Soedan volgens doctor Barth, den Beneden-Senegal volgens Guillaume Lejean en de Delta van den Niger door doctor Baikie.Ferguson had zich ook nog voorzien van een werk, dat in één deel alles bevatte, wat men over den Nijl wist, getiteld: “De bronnen van den Nijl, een algemeen overzicht van de kom dier rivier en haren hoofdstroom, met de geschiedenis van de ontdekkingen te dien opzichte door Charles Beke th. d.”Hij bezat ook de uitmuntende kaarten, uitgegeven in de “bulletins van het Aardrijkskundig genootschap te Londen,” en geen enkel punt der ontdekte landen kon hem ontgaan.Toen hij op zijne kaart zag, vond hij, dat zijn weg in breedte 2 graden of 120 mijlen naar het westen was.Kennedy merkte op dat de weg zich naar het zuiden richtte; deze richting voldeed echter den doctor, die zooveel mogelijk de sporen zijner voorgangers wilde verkennen.Men besloot den nacht in drie wachten te verdeelen, opdat ieder op zijne beurt voor de veiligheid der twee anderen zou kunnen waken. De doctor nam de wacht van 9 uur, Kennedy die van middernacht en Joe die van 3 uur ’s morgens.Kennedy en Joe, in hunne dekens gewikkeld, strekten zich dus uit onder de tent en sliepen rustig, terwijl doctor Ferguson waakte.1Bijna 5 centimeter. De drukking is ongeveer een centimeter bij elke 100 meter hoogte.2U,oebeteekent in de landtaallandstreek.XIII.Verandering van weder.—Koorts van Kennedy.—Het geneesmiddel van den doctor.—Reizen te land.—De kom van Imengé.—De berg Rubeho.—Op zesduizend voet.—Een halt van een dag.De nacht was kalm; echter klaagde Kennedy Zaterdag morgen bij zijn ontwaken over loomheid en koortshuivering. Het weder veranderde; de hemel, bedekt met dikke wolken, scheen voor een nieuwen zondvloed voorraad op te doen. Dit land Zungomoro is een akelig land, waar het bijna altijd regent, behalve misschien ongeveer veertien dagen in Januari.Deze hevige regen overviel weldra de reizigers; beneden hen werden de wegen door “nullahs,” eene soort van oogenblikkelijke stortvloeden, doorsneden, onbegaanbaar, terwijl zij daarenboven nog bezet waren met doornstruiken en reusachtige klimopplanten. Men bemerkte terstond de uitdampingen van zwavel-waterstof-gas, waarvan kapitein Burton spreekt.—“Volgens hem,” zeide de doctor, “zou men haast gelooven, dat een lijk achter elk kreupelbosch verborgen was.”—“Een leelijk land,” antwoordde Joe, “het schijnt, dat mijnheer Kennedy niet te wel is, tengevolge dat hij er een nacht heeft doorgebracht.”—“Inderdaad, ik heb eene hevige koorts,” zeide de jager.—“Dat is niet te verwonderen, mijn waarde Dick, wij zijn in een der ongezondste streken van Afrika, maar wij zullen niet lang daar blijven. Op weg.”Dank zij eene behendige beweging van Joe, werd het anker losgemaakt, en Joe kwam langs de touwladder weder in het schuitje. De doctor deed het gas uitzetten en de Victoria hernam zijne vlucht, door een vrij hevigen wind voortgestuurd.Eenige hutten kwamen nauwelijks te voorschijn uit dien verpestenden mist. Het land veranderde van gedaante. Het gebeurt dikwijls in Afrika dat eene ongezonde landstreek aan volmaakt gezonde landen grenst. Kennedy leed zichtbaar, en de koorts tastte zijne krachtige natuur sterk aan.—“Wij hebben toch nu geen tijd om ziek te zijn,” zeide hij, zich in zijn deken wikkelende en zich onder de tent nederleggende.—“Een weinig geduld, mijn waarde Dick,” antwoordde doctor Ferguson, “en gij zult spoedig genezen zijn.”—“Genezen, waarachtig Samuel, als gij in uwe medicijnkist een drankje hebt, dat mij weder op de been brengt, geef het mij dan terstond. Ik zal met gesloten oogen alles inslikken.”—“Ik heb iets beters dan dat, vriend Dick, en ik zal u een koortsverdrijvend middel geven, dat u niets zal kosten.”—“En hoe zult gij dit aanleggen?”—“Zeer eenvoudig. Ik zal boven deze wolken stijgen,die ons overstroomen en ons van dezen verpestenden dampkring verwijderen. Ik vraag u slechts tien minuten, om het waterstofgas uit te zetten.”De tien minuten waren nog niet verloopen, toen de reizigers reeds den vochtigen dampkring te boven waren.—“Wacht een weinig, Dick, dan zult gij den invloed der zuivere lucht en zon voelen.”—“Dat is eerst een wondermiddel!” zei Joe.—“Neen, het is zeer natuurlijk.”—“O, daaraan twijfel ik niet.”—“Ik zend Dick naar een gezonde lucht, zooals men dat dagelijks in Europa doet, en te Martinique zou ik hem naar de Pitons1zenden, om de gele koorts te ontkomen.”—“Deze ballon is waarlijk een paradijs,” zeide Kennedy, die reeds meer op zijn gemak was.—“In alle gevallen leidt hij er heen,” antwoordde Joe ernstig.Het schouwspel der wolken, die zich op dit oogenblik beneden het schuitje samenpakten, was merkwaardig; zij schoven over elkander en boden een schitterenden glans aan door het terugkaatsen der zonnestralen. De Victoria bereikte eene hoogte van 4000 voet. De thermometer wees een vermindering van temperatuur aan. Men zag de aarde niet meer. Op een afstand van 50 mijlen westwaarts verhief de berg Rubeho zijn fonkelende kruin, hij vormde de grens van het land Ugogo op 36° 20′ lengte. De wind woei met eene snelheid van 20 mijlen in het uur; maar de reizigers voelden niets van die snelheid, zij ondervonden geen enkelen schok, terwijl zij niet eens bemerkten dat zij voortgingen.Drie uren later verwezenlijkte zich de voorzegging van den doctor. Kennedy gevoelde geene koortshuivering meer en ontbeet met eetlust.—“Dat is beter dan de kinine,” zeide hij vergenoegd.—“Hier zal ik mij op mijn ouden dag nederzetten,” zeide Joe.Ongeveer tien uur ’s morgens werd de dampkring helder. Er kwam eene opening in de wolken, de aarde werd weder zichtbaar; de Victoria naderde haar langzamerhand. Doctor Ferguson zocht een luchtstroom, die hen meer naar het noordoosten dreef en hij ontmoette dien op 600 voet boven den grond. Het land werd oneffen, zelfs bergachtig. Het district van den Zungomoro verdween in het oosten met de laatste kokosboomen op deze breedte. Weldra begonnen de kruinen der bergen meer vooruit te steken. Eenige toppen verhieven zich hier en daar. Men moest zich elk oogenblik in acht nemen voor de scherpe kegels, die onverwachts uit den grond schenen te komen.“Wij zijn te midden der blinde klippen,” zeide Kennedy.—“Wees gerust, Dick! wij zullen ze niet raken.”—“Het is tocheene mooie manier van reizen,” zeide Joe.—Inderdaad stuurde de doctor zijn ballon met eene bewonderenswaardige behendigheid.De berg Rubeho. Blz. 66.De berg Rubeho. Blz.66.“Als wij op dezen doorweekten grond moesten loopen,” zeidehij, “dan zouden wij in een ongezond slijk rondplassen. Sedert ons vertrek naar Zanzibar zou de helft onzer lastdieren reeds van vermoeienis gestorven zijn. Wij zouden er uitzien als schimmen en wanhopig worden. Wij zouden onophoudelijk moeten worstelen met onze gidsen en dragers, blootgesteld aan hunne teugellooze onbeschoftheid. Des daags heerscht daar eene vochtige, onverdraaglijke, drukkende hitte, des nachts eene dikwijls onverdraaglijke koude en men voelt de steken van zekere vliegen, wier beten het dikste linnen doorboren en die krankzinnigheid veroorzaken! En dat alles zonder nog eens te spreken van de wilde dieren en woeste volksstammen.”—“Ik wil er geene proef van nemen,” zeide Joe.—“Ik overdrijf niets,” zeide doctor Ferguson, “want bij het verhaal der reizigers, die de stoutheid hebben gehad zich in die streken te wagen, zouden u de tranen in de oogen komen.”Tegen 11 uur trok men de kom van Imengé over; de op deze heuvels verstrooide stammen dreigden te vergeefs den Victoria met hunne wapens. Eindelijk kwam men aan de laatste golvingen van den grond, die den Rubeho voorafgaan; zij vormen den derden en hoogsten bergketen van Usagara.De reizigers gaven zich rekenschap van de bergbeschrijving van dit land. Deze drie vertakkingen, waarvan de Duthumi den eersten trap vormt, zijn door uitgestrekte vlakten gescheiden; deze verheven kruinen bestaan uit afgeronde kegels, waartusschen de grond bezaaid is met ongeregelde rotsblokken en keien. De steilste helling dezer bergen is aan den kant van de kust van Zanzibar; de westelijke hellingen zijn slechts hellende vlakten. De lage gronden zijn bedekt met eene zwarte en vruchtbare aarde, waar de plantengroei weelderig is. Verschillende riviertjes loopen naar het oosten en vereenigen zich met den Kingani te midden van reusachtige bosschen, egyptische vijgeboomen, tamarindeboomen, kalebasboomen en palmyras.“Let op!” zeide doctor Ferguson, “wij naderen den Ruhebo, wiens naam in de landtaal ‘doortocht der winden’ beteekent; wij zullen wel doen zijne scherpe kanten op eene zekere hoogte om te trekken. Als mijne kaart goed is, moeten wij hooger dan 5000 voet stijgen.”—“Zullen wij dikwijls gelegenheid hebben eene hoogere luchtstreek te bereiken?”—“Zelden; de hoogte der bergen in Afrika schijnt gering in vergelijking van die in Europa en Azië. Maar in alle gevallen zal onze Victoria er over trekken.”In korten tijd steeg de ballon aanmerkelijk. De uitzetting van het waterstofgas had overigens niets gevaarlijks, en de groote ruimte van den luchtballon was slechts voor drie-vierde deelen gevuld; de barometer wees, door eene daling van bijna 8 Eng. duim, eene hoogte aan van 6000 voet.—“Zouden wij lang zoo kunnen voortgaan?” vroeg Joe.—“De dampkring der aarde heeft eene hoogtevan 6000 toises2. Met een grooteren ballon zou men ver komen. Dit hebben Brioschi en Gay-Lussac gedaan, maar toen kwam het bloed hun uit mond en ooren. De lucht om in te ademen ontbrak. Eenige jaren geleden waagden twee stoutmoedige Franschen, Barral en Bixio, zich ook in de hoogere luchtstreken, maar hun ballon scheurde.”—“En zij vielen?” vroeg Kennedy levendig.—“Zonder twijfel, maar, zoo als geleerden moeten vallen, zonder eenig letsel te bekomen.”—“Welnu, heeren!” zeide Joe, “het staat u vrij hun val na te volgen, maar ik voor mij, die slechts een domoor ben, houd liever den middelweg, noch te laag noch te hoog. Men moet niet eerzuchtig zijn.”Op 6000 voet hoogte is de dichtheid der lucht reeds aanmerkelijk verminderd; het geluid verspreidt er zich moeielijk en de stem doet zich niet zoo goed hooren. Het gezicht der voorwerpen wordt verward. De blik ontdekt slechts onbepaalde massa’s; de menschen en dieren worden geheel onzichtbaar; de wegen gelijken op koordjes en de meren op vijvers.De doctor en zijne reisgezellen gevoelden zich niet in hun gewonen toestand; een luchtstroom van eene ontzettende snelheid sleepte hen mede boven de kale bergen, op wier top uitgestrekte sneeuwmassa’s den blik verbaasden. Zij droegen de sporen van de eene of andere werking der zee in de eerste dagen der wereld.De zon schitterde in het toppunt en hare stralen vielen loodrechtopdeze naakte toppen. De doctor nam eene nauwkeurige afteekening op van die bergen, die uit vier verschillende kruinen, bijna in eene rechte lijn gelegen, bestaan en waarvan de noordelijkste de langwerpigste is.Weldra daalde de Victoria aan den anderen kant van den Rubeho, langs een met bosschen en donkergroene boomen begroeiden rand; daarop volgden kruinen en kloven in eene soort van woestenij, die het land Ugogo voorafging; lager spreidden zich gele, verbrande en geberste vlakten uit, hier en daar met doornstruiken bedekt.Eenig kreupelhout, dat verderop bosch werd, versierde den horizon. De doctor naderde den grond, de ankers werden uitgeworpen en een daarvan hechtte zich weldra vast in de takken van een grooten egyptischen vijgeboom. Joe, zich snel langs den boom latende afglijden, maakte het anker zorgvuldig vast; de doctor liet zijne gaspijp in werking om eene zekere stijgkracht in den luchtballon te bewaren, die dezen recht op deed blijven. De wind was bijna plotseling gaan liggen.“Neem nu twee geweren, vriend Dick!” zeide Ferguson, “eenvoor u, het andere voor Joe, en tracht met u beiden eenige heerlijke antilopen te schieten. Dit zal voor ons middagmaal dienen.”—“Op de jacht dan!” riep Kennedy uit.Hij klom uit het schuitje. Joe was van den eenen tak op den anderen gegaan en wachtte hem. De doctor kon zijne gaspijp geheel laten uitgaan, daar de ballon door het vertrek zijner twee reisgezellen zeer verlicht was.“Vlieg niet weg, meester!” zeide Joe.—“Wees gerust, mijn jongen! ik wordt stevig vastgehouden. Ik ga mijne aanteekeningen in orde brengen. Een goede vangst, en wees voorzichtig. Van mijn post zal ik het land in oogenschouw nemen en, bij het minste dat verdacht is, zal ik schieten, dat zal het verzamelingsteeken zijn.”—“Goed,” antwoordde de jager.1Hooge berg op Martinique.2Ruim 11694 Meter.XIV.Het bosch van gomboomen.—De blauwe antiloop.—Het verzamelingsteeken.—Een onverwachte aanval.—De Kanyenye.—Een nacht in de lucht.—De Manunguru.—Jihoue la Mkoa.—Voorraad water.—Aankomst te Kazeh.Het dorre, uitgedroogde land, bestaande uit eene kleiachtige aarde, die door de hitte spleet, scheen verlaten; hier en daar zag men eenige sporen van karavanen, uitgebleekte beenderen van menschen en dieren, half afgeknaagd en in hetzelfde stof bij elkander liggende.Na een half uur geloopen te hebben drongen Dick en Joe in een bosch van gomboomen, het oog op de loer en den vinger aan den trekker van het geweer. Men wist niet met wien men te doen zou kunnen hebben. Zonder een scherpschutter te zijn, hanteerde Joe vrij goed een vuurwapen.“Het loopen doet goed, mijnheer Dick, maar op dezen grond niet zeer gemakkelijk,” zeide hij, terwijl hij tegen stukken kwarts stootte, die er in menigte lagen.Kennedy gaf een teeken aan zijn metgezel om te zwijgen en stil te staan. Men moest het zonder honden zien te doen, en hoe vlug Joe ook was, hij kon toch den reuk van een brak of hazewind niet hebben.Aan de bedding van een bergstroom, waar nog eenige paden waren, leschten een tiental antilopen haren dorst. Deze bevallige dieren, gevaar bemerkende, schenen onrustig; bij elken dronkhieven zij hun fraaien kop omhoog, terwijl zij met hunne neusgaten de lucht in den wind der reizigers opsnoven.De Antilopenjacht. Blz. 69.De Antilopenjacht. Blz.69.Kennedy liep eenige boschjes om, terwijl Joe onbeweeglijk bleef,hij kwam dicht bij genoeg en gaf vuur. De troep verdween in een oogwenk, maar een mannetjes-antiloop, aan den schouder getroffen, viel dood neder. Kennedy wierp zich op zijn buit.Het was een prachtig dier van eene grijsachtig blauwe kleur, en onder den buik en tusschen de pooten sneeuwwit. “Welk een fraai schot!” riep de jager uit. “Het is eene zeer zeldzame antilopensoort, en ik hoop haar vel te bereiden om het te kunnen bewaren.”—“Meent gij dit, mijnheer Dick?”—“Zeker! zie eens dit heerlijke haar.”—“Maar doctor Ferguson zal zulk eene vermeerdering van gewicht niet toestaan.”—“Gij hebt gelijk, Joe! Het is toch jammer dat schoone dier zoo geheel achter te laten.”—“Geheel! neen, mijnheer Dick, wij zullen er de voedingsvoordeelen, die het bezit, van trekken en, als gij het veroorlooft, zal ik mij daarvan even goed kwijten als de syndicus van het geëerde slachtersgild te Londen.”—“Zoo als gij wilt, mijn vriend, maar gij weet dat ik, in mijne hoedanigheid als jager, even goed een stuk wildbraad kan villen als vellen.”—“Daarvan ben ik zeker, mijnheer Dick, geneer u niet om een fornuis op drie steenen te maken; gij zult dood hout in menigte hebben, en ik vraag u slechts eenige minuten om uwe kolen aan te leggen.”—“Dat zal niet lang duren,” hernam Kennedy.Terstond ging hij over tot het samenstellen van zijn brandstapel, die eenige oogenblikken later ontvlamde.—Joe had van het lichaam der antiloop een dozijn koteletten en de malschte stukken van de lendenen genomen, die weldra in sappig gebraden vleesch veranderden.—“Dit zal onzen vriend Samuel genoegen doen,” zeide de jager.—“Weet gij waaraan ik denk, mijnheer Dick ?”—“Aan wat gij doet; zonder twijfel, aan uw biefstuk.”—“Geenszins. Ik denk er aan hoe gek wij zouden staan te kijken als wij den luchtballon niet terugvonden.”—“Welk een denkbeeld! Gij wilt dat de doctor ons verlaat.”—“Neen; maar als zijn anker eens was losgegaan?”—“Geen nood. Overigens zou Samuel niet in verlegenheid zijn met zijn ballon te dalen, hij heeft hem goed in zijne macht.”—“Maar als de wind hem medevoerde, als hij niet bij ons kon terugkomen?”—“Houd op met uwe onderstellingen, zij zijn niet aangenaam.”—“Alles wat in deze wereld gebeurt, mijnheer, is natuurlijk; alles kàn gebeuren, men moet dus alles voorzien...”Op dit oogenblik hoorde men een geweerschot.—“Wat is dat?” zeide Joe.—“Mijne karabijn; ik herken haar schot.”—“Een teeken!”—“Een gevaar dat ons dreigt.”—“Hem misschien,” hernam Joe.—“Op weg dan!”De jagers hadden spoedig opgenomen, wat hunne jacht had opgeleverd en zij hernamen hun weg, geleid wordende door takken, die Kennedy had afgebroken. De dichtheid van het bosch verhinderde hun den Victoria te zien, waarvan zij niet veraf konden zijn.Een tweede schot knalde.—“Er is haast bij,” zeide Joe.—“Goed! nog eene andere losbranding.”—“Dit schijnt wel eene persoonlijke verdediging.”—“Laat ons haast maken.”En zij liepen wat zij loopen konden. Aan den rand van het bosch gekomen, zagen zij eerst den Victoria op zijne plaats en den doctor in het schuitje.—“Wat is er?” vroeg Kennedy.—“Groote God!” riep Joe uit.—“Wat ziet gij?”—“Daar ginds een troep negers, die den ballon belegeren.”Inderdaad zag men op twee mijlen vandaar een dertigtal wezens, gebaren makende, huilende, huppelende aan den voet van een egyptischen vijgeboom. Eenigen in den boom geklommen, naderden tot op de hoogste takken. Het gevaar scheen dreigend.—“Mijn meester is verloren.” riep Joe uit.—“Komaan, Joe, koelbloedig en een goed oog. Wij hebben het leven van vier dezer zwarten in onze handen. Voorwaarts!”Zij hadden buitengewoon spoedig een mijl afstands afgelegd, toen een nieuw schot uit het schuitje werd gelost; het trof een grooten duivel, die zich langs het touw van het anker opheesch.Een levenloos lichaam viel van tak tot tak en bleef op twintig voet van den grond hangen, terwijl zijne armen en beenen in de lucht slingerden.“He!” zeide Joe stilstaande, “waar duivel houdt dit dier zich aan vast?”—“Het komt er weinig op aan,” antwoordde Kennedy, “laat ons loopen!”—“Ach mijnheer Kennedy,” riep Joe uit, in lachen uitbarstende, “bij zijn staart! Het is een aap! Het zijn maar apen!”—“Dat is nog beter dan menschen,” hernam Kennedy, terwijl hij zich onder den huilenden troep wierp.Het was een troep apen met hondekoppen, die vrij geducht, woest en onbeschoft waren, afschuwelijk om te zien met hunne hondesnuiten. Eenige geweerschoten echter joegen deze grijnzende bende weldra op de vlucht, velen der hunnen achterlatende.In een oogenblik greep Kennedy de ladder; Joe klom in de vijgeboomen en maakte het anker los; het schuitje daalde tot hem af en hij klom er zonder moeite in. Eenige minuten later steeg de Victoria op en richtte zich naar het oosten door een matigen wind voortgestuwd.—“Dat was eene bestorming!” zeide Joe.—“Wij geloofden dat gij door de inlanders werdt belegerd.”—“Het waren gelukkig slechts apen,” antwoordde de doctor.—“Van verre is het verschil niet zeer groot, mijn waarde Samuel!”—“Zelfs van dichtbij niet,” zeide Joe.—“Hoe het ook zij,” hernam Ferguson, “deze aanval van apen kon de ernstigste gevolgen hebben. Als het anker onder hunne herhaalde schokken had losgelaten, wie weet, waarheen mij de wind zou hebben medegesleept!”—“Wat zeide ik u, mijnheer Kennedy?”—“Gij hadt gelijk, Joe, maar desniettemin bereiddet gij toen biefstuk van antilopen, waarvan hetgezicht alleen mij eetlust deed krijgen.”—“Dat geloof ik wel,” antwoordde de doctor, “het antilopenvleesch is uitmuntend.”—“Gij kunt er over oordeelen, mijnheer, de tafel is gedekt.”—“Op mijn woord,” zeide de jager, “dit wild heeft een smaak, die niet te verachten is.”—“Ik voor mij zou mijn leven lang van antilopen kunnen leven,” zeide Joe met een vollen mond, “vooral met een glas grog om de vertering te bevorderen.”—Joe maakte den drank gereed, die met genoegen werd gebruikt.—“Tot hiertoe gaat alles vrij goed,” zeide hij.—“Zeer goed,” zeide Kennedy.—“Laat ons zien, mijnheer Dick, hebt gij berouw ons vergezeld te hebben.”—“Ik zou wel eens hebben willen zien, wie mij dat zou belet hebben!” antwoordde de jager met vaste stem.Het was vier uur na den middag; de Victoria kwam in een snelleren luchtstroom, de grond rees langzamerhand en weldra wees de barometer eene hoogte aan van 1500 voet boven de oppervlakte der zee. De doctor was toen verplicht zijn ballon door eene vrij sterke uitzetting van het gas op die hoogte te houden en de gaspijp werkte onophoudelijk.Tegen zeven uur zweefde de Victoria boven de kom van Kanyenye, de doctor herkende terstond die uitgebreide ontginning van tien mijlen uitgestrektheid, met hare dorpen, die zich verliezen te midden der baobabs en kalebasboomen. Daar is de residentie van een der sultans van het land Ugogo, waar de beschaving misschien minder achterlijk is; men verkoopt er zeldzamer de leden zijner familie, maar beesten en menschen leven bijeen in ronde, zonder eenig plan gebouwde hutten, die op hooischelven gelijken.Na Kanyenye werd de grond droog en rotsachtig, maar na een uur hernam de plantengroei, in eene vruchtbare, laag gelegen streek al hare weelderigheid, op eenigen afstand van Mdaburu. De wind ging met het einde van den dag liggen en de dampkring scheen in diepe rust. De doctor zocht op verschillende hoogten te vergeefs een luchtstroom, en deze kalmte ziende, besloot hij den nacht in de lucht door te brengen, en voor grootere zekerheid verhief hij zich tot op ongeveer 1000 voet. De Victoria bleef onbeweeglijk, de nacht, door een prachtigen sterrenhemel opgeluisterd, begon rustig.Dick en Joe strekten zich op hunne vreedzame legerstede uit en sliepen vast gedurende de wacht van den doctor. Deze werd te middernacht door den Schot vervangen. “Als het minste toeval mocht gebeuren, moet gij mij roepen,” zeide hij, “en verlies vooral den barometer niet uit het oog, het is ons kompas.”De nacht was koud; er was tot zelfs 27 graden Fahrenheit verschil in temperatuur met den dag. Bij het opkomen der duisternis hoorde men het nachtelijk concert der dieren, die door honger en dorst uit hunne holen worden gejaagd; de kikvorschen lieten hunne sopraanstem weergalmen, geaccompagneerd door hetgekef der jakhalzen, terwijl de zware bas der leeuwen de akkoorden van dit levend orkest ondersteunde.Jihoue la-Mkoa. Blz. 74.Jihoue la-Mkoa. Blz.74.Toen doctor Ferguson des morgens weder op zijn post stond,raadpleegde hij zijn kompas en bemerkte, dat de richting van den wind gedurende den nacht was veranderd. De Victoria was sedert ongeveer twee uren 30 mijlen naar het noordwesten afgedreven; hij zweefde boven Mabunguru, een steenachtig land, doorzaaid met fraai gepolijste blokken syeniet, dat geheel en al met rotsen was bezet in den vorm van een ezelsrug; kegelvormige massa’s, gelijk aan de rotsen van Karnak, bezetten den grond, even als zoovele grafrotsen der druïden1; eene groote menigte beenderen van buffels en olifanten lagen hier en daar; er waren weinig boomen, maar in het oosten dikke bosschen, die eenige dorpen verbergden.Tegen zeven uur verscheen eene ronde rots, van bijna twee mijlen lang, even als een ontzaglijk schild. “Wij zijn op den goeden weg,” zeide doctor Ferguson. “Daar is Jihoue-la-Mkoa, waar wij eenige oogenblikken halt zullen houden. Ik zal den voorraad water, die benoodigd is voor mijne gaspijp, vernieuwen; laat ons trachten ons ergens aan vast te hechten.”—“Er zijn weinig boomen,” zeide de jager.—“Laat ons toch beproeven; Joe werp de ankers uit.”De ballon, die langzamerhand zijne stijgkracht verloor, naderde de aarde, de ankers slingerden voort, een daarvan bleef vastzitten in eene rotsspleet en de Victoria bleef onbeweeglijk. Men moet niet denken dat de doctor op elke plaats waar hij stil hield zijne gaspijp volmaakt kon uitdooven. Het evenwicht van den ballon was berekend op het oppervlak der zee, maar het land rees altijd, en als men zich op eene hoogte van 600 à 700 voeten bevond, zou de ballon eene geneigdheid hebben om lager te dalen dan de grond zelf; daarom moest men hem door eene zekere uitzetting van gas omhoog houden. Slechts in het geval dat de doctor, als er in het geheel geen wind was, het schuitje op de aarde had doen rusten, zou de luchtballon, aanzienlijk verlicht, zonder de hulp van de gaspijp omhoog gehouden worden.De kaarten wezen uitgestrekte waterkolken aan op de westelijke helling van Jihoue-la-Mkoa. Joe begaf zich alleen daarheen met een vat, dat tien gallons2kon bevatten; hij vond zonder moeite de aangewezen plaats, niet ver van een verlaten dorp, nam zijn voorraad water in en kwam binnen drie kwartier terug; hij had niets bijzonders gezien dan groote olifantsvallen; hij viel bijna in een daarvan, waarin een half afgeknaagd geraamte lag.Hij bracht van zijn uitstapje eene soort van klaver mede, die door apen gretig werd verslonden. De doctor herkende de vrucht van den “mbenhu”, een boom, die zeer veel voorkomt in het westelijk gedeelte van Jihoue-la-Mkoa. Ferguson wachtte Joe met eenzeker ongeduld, want een, al ware het nog zoo kort verblijf in dit ongastvrije land, boezemde hem altijd vrees in.Het water werd zonder moeite ingeladen, want het schuitje daalde tot bijna op den grond; Joe kon het anker los maken en klom vlug bij zijn meester. Dadelijk stookte deze zijn vuur aan en de Victoria verhief zich weder in de lucht.Men bevond zich op ongeveer 100 mijlen van Kazeh, een belangrijk etablissement in het binnenland van Afrika, waar de reizigers, dank zij een luchtstroom uit het zuid-zuidwesten, hopen konden dezen dag aan te komen; zij gingen met eene snelheid van 14 mijlen in het uur; het bestuur van den luchtballon werd toen zeer moeielijk; men kon niet te hoog stijgen zonder het gas te veel uit te zetten, want het land had reeds eene gemiddelde hoogte van 3000 voet. Zoo lang mogelijk wilde de doctor de uitzetting niet te sterk maken, hij volgde dus zeer behendig de kronkelingen van eene vrij steile helling en ging vlak langs de dorpen Thembo en Tura Wels. Dit laatste maakt een deel uit van Unyamwezy, eene prachtige landstreek, waar de boomen hunne grootste hoogte en dikte bereiken, onder anderen de cactussen, die reusachtig worden.Tegen twee uur, bij prachtig weder, onder eene heete zon, die den minsten luchtstroom verdreef, zweefde de Victoria boven de stad Kazeh op 350 mijlen van de kust gelegen.“Wij zijn ten 9 ure des morgens van Zanzibar vertrokken,” zeide de doctor, zijne aanteekeningen raadplegende, “en na twee dagen reis hebben wij door onze afwijkingen bijna 500 geographische mijlen afgelegd. De kapiteins Burton en Speke besteedden vier en een halve maand over denzelfden weg.”1Priesters bij de oude Galliërs.244,53 Liter.XV.Kazeh.—De woelige markt.—Verschijning van den Victoria.—De Wanganga.—De zonen der Maan.—Wandeling des doctors.—Bevolking.—De koninklijke tembé.—De vrouwen des Sultans.—Eene koninklijke dronkenschap.—Joe wordt aangebeden.—Hoe men in de Maan danst.—Omkeering.—Twee manen aan het uitspansel.—Vergankelijkheid der goddelijke grootheid.Kazeh, een belangrijk punt van Midden-Afrika, is geene stad; eigenlijk gezegd is er geene stad in het binnenland. Kazeh is slechts eene verzameling van zes groote uitgravingen. Daarin vindt men hutten, hokken voor slaven, met kleine zorgvuldig bebouwde tuinen;uien, aardappelen, witte morellen, pompoenen en paddestoelen van een heerlijken smaak groeien er welig.Unyamwezy is het land der Maan bij uitnemendheid, het vruchtbare en prachtige park van Afrika; in het midden ligt het district Unyanembé, eene heerlijke landstreek, waar eenige familiën van Omanen, die van eene zuivere Arabische afkomst zijn, een werkeloos leven leiden. Ze hebben langen tijd handel gedreven in het binnenland van Afrika en in Arabië, in gom, ivoor, sits en slaven; hunne karavanen doorkruisten deze streken onder den evenaar gelegen; zij gaan nog op de kust de voorwerpen van weelde en vermaak voor deze rijke kooplieden halen, die te midden van vrouwen en dienaars, in deze bekoorlijke luchtstreek een rustig arkadisch leven leiden zonder de minste ongerustheid. Zij liggen, lachen, rooken en slapen altijd.Rondom deze uitgravingen zag men talrijke hutten van inlanders, uitgestrekte ruimten voor de markten, schoone boomen, frissche schaduwen, ziedaar Kazeh. Daar is de algemeene samenkomst der karavanen, uit het zuiden met hare slaven en haar ivoor, en van het westen, die katoen en snuisterijen van glas naar de stammen der Groote Meeren overbrengen. Ook heerscht er op de markten eene voortdurende beweging, een verward geschreeuw zonder naam, samengesteld uit de kreten der mestiesche dragers, het geluid der trommels en hoorns, het gehinnik der muilezels, het gebalk der ezels, het gezang der vrouwen, het gehuil der kinderen en de rottingslagen van den Jemadar1, die de maat slaat bij deze herderssymphonie. Daar spreiden zich zonder orde en zelfs in bekoorlijke wanorde de opzichtigste stoffen uit, benevens glazen kralen, ivoor, de tanden van den rhinoceros, de haaietanden, de honig, de tabak, de katoen, daar worden de vreemdste koopen gesloten, waarbij elk voorwerp slechts gewaardeerd wordt naar dat er vraag naar is.Eensklaps hield deze beweging en dit geraas op. De ballon was in de lucht verschenen; hij zweefde sierlijk en daalde langzamerhand, zonder van den loodrechten stand af te wijken. Mannen, vrouwen, kinderen, slaven, kooplieden, Arabieren en Negers, alles verdween en verborg zich in de “tembés” en de hutten.“Mijn waarde Samuel,” zeide Kennedy, “als wij meer zulken invloed uitoefenen, zullen wij moeite hebben handelsbetrekkingen met die lieden aan te knoopen.”—“Men moest echter,” zeide Joe, “eene zeer eenvoudige handelwijze volgen. Dit zou zijn, stil neder te dalen en de kostbaarste koopwaren mede te voeren, zonder ons om de kooplieden te bekommeren. Men zou rijk worden.”—hernam de doctor, “deze inlanders zijn reeds op het eerste oogenblik bang geweest, maar zij zullen uit bijgeloof of nieuwsgierigheidweldra terugkomen.”—“Gelooft gij dat, meester?”—“Wij zullen het weldra zien, maar het zal voorzichtig zijn, hen niet te dicht te naderen; de Victoria is geen geharnaste ballon,hij is dus niet bestand tegen een kogel of een pijl.”—“Zult gij dan met deze Afrikanen in onderhandeling treden?”—“Als dat kan, waarom niet?” antwoordde de doctor; “er moeten te Kazeh minder woeste Arabische kooplieden zijn. Ik herinner mij dat de heeren Burton en Speke zich over de gastvrijheid der inwoners van de stad niet te beklagen hadden. Wij kunnen dus de zaak beproeven.”

In sierlijke dorpen hoorde men telkens kreten van verbaasdheid.

In sierlijke dorpen hoorde men telkens kreten van verbaasdheid.

Eenige oogenblikken daarna waren drie koppen rondgediend engebruikten zij een stevig ontbijt, gekruid door de goede luim der gasten; vervolgens ging ieder op zijn post van waarneming.

Het land onderscheidde zich door eene buitengewone vruchtbaarheid. Kronkelende en nauwe voetpaden drongen door onder gewelven van groen. Men ging over velden, bebouwd met tabak,maïs, gierst, die reeds rijp waren; hier en daar zagmenuitgestrekte rijstvelden met hunne rechtopgaande halmen en purperkleurige bloemen. Men bemerkte schapen en geiten in groote kooien, die op paalwerk stonden om hen tegen de luipaarden te beschermen. Een weelderige plantengroei versierde kwistig deze streken. In sierlijke dorpen hoorde men telkens kreten van verbaasdheid op het gezicht van de Victoria, en doctor Ferguson hield zich voorzichtig buiten het bereik der palen; de inwoners om hunne hutten verzameld, vervolgden de reizigers langen tijd met ijdele verwenschingen.

Op den middag geloofde de doctor, zijne kaart raadplegende, dat hij zich boven het land Uzaramo2bevond. Het veld vertoonde zich vol met kokosboomen en katoenboomen. Joe vond dezen plantengroei zeer natuurlijk in Afrika. Kennedy bemerkte hazen en krekels, die er slechts op schenen te wachten om een kogel te ontvangen, maar dat zou kruit verspild zijn omdat men het wild niet kon opnemen.

De luchtreizigers gingen met eene snelheid van twaalf mijlen in het uur en bevonden zich weldra op eene lengte van 38° 20′ boven het dorp Tounda.

“Daar werden Burton en Speke door hevige koortsen aangetast,” zeide de doctor, “en geloofden zij voor een oogenblik dat hunne onderneming mislukt was. En echter waren zij nog niet ver van de kust, maar reeds deden zich de vermoeienis en de ontberingen ernstig voelen.”

Inderdaad heerscht in deze landstreek voortdurend eene ongezonde lucht, en de doctor kon den invloed daarvan niet ontgaan dan door den ballon boven de besmettingen dezer vochtige aarde te verheffen.

Van tijd tot tijd bemerkte men eene karavaan, die in eene “kraal” rustte en de koelte van den avond afwachtte om zijn weg te vervolgen. Deze kralen zijn uitgestrekte gronden, omringd met hagen, waarin de kooplieden niet alleen bescherming zoeken tegen de wilde dieren, maar ook tegen de plunderende stammen der landstreek. Men zag de inlanders loopen en zich verspreiden op het gezicht van de Victoria. Kennedy wilde hen meer van nabij bezien, maar Samuel verzette zich standvastig daartegen.

Uzaramo. Blz. 58.Uzaramo. Blz.58.

Uzaramo. Blz. 58.

Uzaramo. Blz.58.

“De opperhoofden zijn met musketten gewapend,” zeide hij, “en onze ballon zou een te gemakkelijk mikpunt zijn voor een kogel.”—“Zou een gat, door een kogel gemaakt, een val veroorzaken?” vroeg Joe.—“Niet onmiddellijk, maar weldra zou dat gat eene wijde scheur worden, waardoor al ons gas zou ontsnappen.”—“Laat ons dan op een eerbiedigen afstand van die goddeloozen blijven. Wat moeten zij wel denken als zij ons in de lucht zien zweven? Ik ben zeker dat zij lust hebben om ons te aanbidden.”

“Laat hen ons aanbidden,” antwoordde de doctor, “maar van verre. Men wint altijd daarbij. Ziet, het land verandert reeds van aanzien; de dorpen worden zeldzamer, de wortelboomen zijn verdwenen, hun groei houdt op deze breedte op. De grond wordt bergachtig en doet naburige bergen vermoeden.”

“Inderdaad,” zeide Kennedy, “ik meen eenige hoogten aan dezen kant te bemerken.”—“In het westen ..., het zijn de eerste bergketens van Ourizara, de berg Duthumi, zonder twijfel, achter welken ik hoop den nacht door te brengen. Ik zal de vlam van de gaspijp wat meer opstoken; wij zijn verplicht op eene hoogte van vijf à zes honderd voet te blijven.”

“Het is toch een goed denkbeeld dat gij daar hebt, mijnheer,” zeide Joe, “het is noch moeielijk noch vermoeiend, men draait eene kraan om en alles is afgeloopen.”—“Hier zijn wij meer op ons gemak,” zeide de jager, toen de ballon gestegen was, “de weerkaatsing der zonnestralen in dit roode zand wordt onverdraaglijk.”—“Welke prachtige boomen!” riep Joe uit, “hoewel zeer natuurlijk, is het toch schoon! Men zou geen twaalf stuks daarvan noodig hebben om een bosch te maken.”—“Het zijn baobabs,” antwoordde doctor Ferguson, “ziet, hier is er een, wiens stam 100 voet omtrek zal hebben. Het is misschien aan den voet van dezen zelfden boom, dat de Franschman Maizan in 1845 stierf, want wij zijn boven Deje-la-Mhora, waar hij zich alleen waagde; hij werd door het opperhoofd dier streek gevat, aan den voet van een baobab vastgebonden, en die woeste neger sneed hem langzaam zijne ledematen af, terwijl de oorlogszang weergalmde; vervolgens sneed hij hem in de keel, hield op om zijn stomp geworden mes te slijpen, en rukte het hoofd van den ongelukkige af, voordat het was afgesneden! Die arme Franschman was 26 jaar oud.”

“En Frankrijk heeft geen wraak genomen over zulk eene misdaad?” vroeg Kennedy.—“Frankrijk heeft gereclameerd; de Sultan van Zanzibar heeft alles gedaan om den moordenaar machtig te worden, maar is er niet in geslaagd.”—“Ik verzoek, dat wij ons niet onderweg ophouden,” zeide Joe, “laat ons stijgen, mijn meester.”—“Des te liever, Joe, daar de berg Duthumi voor ons ligt. Als mijne berekeningen nauwkeurig zijn, zullen wij hem overgetrokken zijn vóór heden avond zeven uur.”—“Zullen wij des nachts niet reizen?” vroeg de jager.—“Als het niet behoeft, neen; met voorzorgen en waakzaamheid zou men het zonder gevaar doen, maar het is niet voldoende Afrika door te reizen, wij moeten het zien.”—“Tot hiertoe hebben wij geen klagen, meester. Het is het best bebouwde en vruchtbaarste land der wereld, in plaats van eenwoestijn. Sla maar geloof aan aardrijkskundigen.”—“Wacht maar Joe, later zullen wij zien.”

De luchtballon vastgemaakt aan een Cactus. Blz. 62.De luchtballon vastgemaakt aan een Cactus. Blz.62.

De luchtballon vastgemaakt aan een Cactus. Blz. 62.

De luchtballon vastgemaakt aan een Cactus. Blz.62.

Ongeveer half zeven uur des avonds bevond de Victoria zichtegenover den berg Duthumi; om hem over te trekken, moest men meer dan 3000 voet hoog stijgen en daarvoor behoefde de doctor de temperatuur slechts met 18° Fahrenheit te verhoogen. Men kan zeggen dat hij zijn ballon naar zijne hand zette. Kennedy wees hem de hinderpalen aan, en de Victoria vloog door de lucht over de bergen.

Te acht uur daalde hij aan den anderen kant waar de helling glooiender was; de ankers werden uit het schuitje geworpen en een van hen viel in de takken van een Cochenilje-Cactus en bleef er stevig in vastzitten. Terstond liet Joe zich langs het touw afglijden en maakte het stevig vast. Men wierp hem de zijden ladder toe, en hij klom vlug weder naar boven. De luchtballon bleef bijna onbeweeglijk, beschut tegen den oostenwind.

De avondmaaltijd werd gereed gemaakt; de reizigers maakten een groot gat in hun voorraad, hongerig geworden door hunne luchtreis.—“Welken weg hebben wij van daag afgelegd?” vroeg Kennedy, terwijl hij groote brokken naar binnen sloeg.—De doctor berekende zijne plaats door middel van waarnemingen van de maan en raadpleegde de uitmuntende kaart, die hem tot gids diende; zij behoorde tot den atlas der nieuwste ontdekkingen in Afrika, door zijn geleerden vriend Petermann te Gotha uitgegeven en aan hem opgedragen. Deze atlas moest voor de geheele reis van den doctor dienen, want hij bevatte den reisweg van Burton en Speke naar de groote meren, Soedan volgens doctor Barth, den Beneden-Senegal volgens Guillaume Lejean en de Delta van den Niger door doctor Baikie.

Ferguson had zich ook nog voorzien van een werk, dat in één deel alles bevatte, wat men over den Nijl wist, getiteld: “De bronnen van den Nijl, een algemeen overzicht van de kom dier rivier en haren hoofdstroom, met de geschiedenis van de ontdekkingen te dien opzichte door Charles Beke th. d.”

Hij bezat ook de uitmuntende kaarten, uitgegeven in de “bulletins van het Aardrijkskundig genootschap te Londen,” en geen enkel punt der ontdekte landen kon hem ontgaan.

Toen hij op zijne kaart zag, vond hij, dat zijn weg in breedte 2 graden of 120 mijlen naar het westen was.

Kennedy merkte op dat de weg zich naar het zuiden richtte; deze richting voldeed echter den doctor, die zooveel mogelijk de sporen zijner voorgangers wilde verkennen.

Men besloot den nacht in drie wachten te verdeelen, opdat ieder op zijne beurt voor de veiligheid der twee anderen zou kunnen waken. De doctor nam de wacht van 9 uur, Kennedy die van middernacht en Joe die van 3 uur ’s morgens.

Kennedy en Joe, in hunne dekens gewikkeld, strekten zich dus uit onder de tent en sliepen rustig, terwijl doctor Ferguson waakte.

1Bijna 5 centimeter. De drukking is ongeveer een centimeter bij elke 100 meter hoogte.2U,oebeteekent in de landtaallandstreek.

1Bijna 5 centimeter. De drukking is ongeveer een centimeter bij elke 100 meter hoogte.

2U,oebeteekent in de landtaallandstreek.

Verandering van weder.—Koorts van Kennedy.—Het geneesmiddel van den doctor.—Reizen te land.—De kom van Imengé.—De berg Rubeho.—Op zesduizend voet.—Een halt van een dag.

Verandering van weder.—Koorts van Kennedy.—Het geneesmiddel van den doctor.—Reizen te land.—De kom van Imengé.—De berg Rubeho.—Op zesduizend voet.—Een halt van een dag.

De nacht was kalm; echter klaagde Kennedy Zaterdag morgen bij zijn ontwaken over loomheid en koortshuivering. Het weder veranderde; de hemel, bedekt met dikke wolken, scheen voor een nieuwen zondvloed voorraad op te doen. Dit land Zungomoro is een akelig land, waar het bijna altijd regent, behalve misschien ongeveer veertien dagen in Januari.

Deze hevige regen overviel weldra de reizigers; beneden hen werden de wegen door “nullahs,” eene soort van oogenblikkelijke stortvloeden, doorsneden, onbegaanbaar, terwijl zij daarenboven nog bezet waren met doornstruiken en reusachtige klimopplanten. Men bemerkte terstond de uitdampingen van zwavel-waterstof-gas, waarvan kapitein Burton spreekt.—“Volgens hem,” zeide de doctor, “zou men haast gelooven, dat een lijk achter elk kreupelbosch verborgen was.”—“Een leelijk land,” antwoordde Joe, “het schijnt, dat mijnheer Kennedy niet te wel is, tengevolge dat hij er een nacht heeft doorgebracht.”—“Inderdaad, ik heb eene hevige koorts,” zeide de jager.—“Dat is niet te verwonderen, mijn waarde Dick, wij zijn in een der ongezondste streken van Afrika, maar wij zullen niet lang daar blijven. Op weg.”

Dank zij eene behendige beweging van Joe, werd het anker losgemaakt, en Joe kwam langs de touwladder weder in het schuitje. De doctor deed het gas uitzetten en de Victoria hernam zijne vlucht, door een vrij hevigen wind voortgestuurd.

Eenige hutten kwamen nauwelijks te voorschijn uit dien verpestenden mist. Het land veranderde van gedaante. Het gebeurt dikwijls in Afrika dat eene ongezonde landstreek aan volmaakt gezonde landen grenst. Kennedy leed zichtbaar, en de koorts tastte zijne krachtige natuur sterk aan.—“Wij hebben toch nu geen tijd om ziek te zijn,” zeide hij, zich in zijn deken wikkelende en zich onder de tent nederleggende.—“Een weinig geduld, mijn waarde Dick,” antwoordde doctor Ferguson, “en gij zult spoedig genezen zijn.”—“Genezen, waarachtig Samuel, als gij in uwe medicijnkist een drankje hebt, dat mij weder op de been brengt, geef het mij dan terstond. Ik zal met gesloten oogen alles inslikken.”—“Ik heb iets beters dan dat, vriend Dick, en ik zal u een koortsverdrijvend middel geven, dat u niets zal kosten.”—“En hoe zult gij dit aanleggen?”—“Zeer eenvoudig. Ik zal boven deze wolken stijgen,die ons overstroomen en ons van dezen verpestenden dampkring verwijderen. Ik vraag u slechts tien minuten, om het waterstofgas uit te zetten.”

De tien minuten waren nog niet verloopen, toen de reizigers reeds den vochtigen dampkring te boven waren.—“Wacht een weinig, Dick, dan zult gij den invloed der zuivere lucht en zon voelen.”—“Dat is eerst een wondermiddel!” zei Joe.—“Neen, het is zeer natuurlijk.”—“O, daaraan twijfel ik niet.”—“Ik zend Dick naar een gezonde lucht, zooals men dat dagelijks in Europa doet, en te Martinique zou ik hem naar de Pitons1zenden, om de gele koorts te ontkomen.”—“Deze ballon is waarlijk een paradijs,” zeide Kennedy, die reeds meer op zijn gemak was.—“In alle gevallen leidt hij er heen,” antwoordde Joe ernstig.

Het schouwspel der wolken, die zich op dit oogenblik beneden het schuitje samenpakten, was merkwaardig; zij schoven over elkander en boden een schitterenden glans aan door het terugkaatsen der zonnestralen. De Victoria bereikte eene hoogte van 4000 voet. De thermometer wees een vermindering van temperatuur aan. Men zag de aarde niet meer. Op een afstand van 50 mijlen westwaarts verhief de berg Rubeho zijn fonkelende kruin, hij vormde de grens van het land Ugogo op 36° 20′ lengte. De wind woei met eene snelheid van 20 mijlen in het uur; maar de reizigers voelden niets van die snelheid, zij ondervonden geen enkelen schok, terwijl zij niet eens bemerkten dat zij voortgingen.

Drie uren later verwezenlijkte zich de voorzegging van den doctor. Kennedy gevoelde geene koortshuivering meer en ontbeet met eetlust.—“Dat is beter dan de kinine,” zeide hij vergenoegd.—“Hier zal ik mij op mijn ouden dag nederzetten,” zeide Joe.

Ongeveer tien uur ’s morgens werd de dampkring helder. Er kwam eene opening in de wolken, de aarde werd weder zichtbaar; de Victoria naderde haar langzamerhand. Doctor Ferguson zocht een luchtstroom, die hen meer naar het noordoosten dreef en hij ontmoette dien op 600 voet boven den grond. Het land werd oneffen, zelfs bergachtig. Het district van den Zungomoro verdween in het oosten met de laatste kokosboomen op deze breedte. Weldra begonnen de kruinen der bergen meer vooruit te steken. Eenige toppen verhieven zich hier en daar. Men moest zich elk oogenblik in acht nemen voor de scherpe kegels, die onverwachts uit den grond schenen te komen.

“Wij zijn te midden der blinde klippen,” zeide Kennedy.—“Wees gerust, Dick! wij zullen ze niet raken.”—“Het is tocheene mooie manier van reizen,” zeide Joe.—Inderdaad stuurde de doctor zijn ballon met eene bewonderenswaardige behendigheid.

De berg Rubeho. Blz. 66.De berg Rubeho. Blz.66.

De berg Rubeho. Blz. 66.

De berg Rubeho. Blz.66.

“Als wij op dezen doorweekten grond moesten loopen,” zeidehij, “dan zouden wij in een ongezond slijk rondplassen. Sedert ons vertrek naar Zanzibar zou de helft onzer lastdieren reeds van vermoeienis gestorven zijn. Wij zouden er uitzien als schimmen en wanhopig worden. Wij zouden onophoudelijk moeten worstelen met onze gidsen en dragers, blootgesteld aan hunne teugellooze onbeschoftheid. Des daags heerscht daar eene vochtige, onverdraaglijke, drukkende hitte, des nachts eene dikwijls onverdraaglijke koude en men voelt de steken van zekere vliegen, wier beten het dikste linnen doorboren en die krankzinnigheid veroorzaken! En dat alles zonder nog eens te spreken van de wilde dieren en woeste volksstammen.”—“Ik wil er geene proef van nemen,” zeide Joe.—“Ik overdrijf niets,” zeide doctor Ferguson, “want bij het verhaal der reizigers, die de stoutheid hebben gehad zich in die streken te wagen, zouden u de tranen in de oogen komen.”

Tegen 11 uur trok men de kom van Imengé over; de op deze heuvels verstrooide stammen dreigden te vergeefs den Victoria met hunne wapens. Eindelijk kwam men aan de laatste golvingen van den grond, die den Rubeho voorafgaan; zij vormen den derden en hoogsten bergketen van Usagara.

De reizigers gaven zich rekenschap van de bergbeschrijving van dit land. Deze drie vertakkingen, waarvan de Duthumi den eersten trap vormt, zijn door uitgestrekte vlakten gescheiden; deze verheven kruinen bestaan uit afgeronde kegels, waartusschen de grond bezaaid is met ongeregelde rotsblokken en keien. De steilste helling dezer bergen is aan den kant van de kust van Zanzibar; de westelijke hellingen zijn slechts hellende vlakten. De lage gronden zijn bedekt met eene zwarte en vruchtbare aarde, waar de plantengroei weelderig is. Verschillende riviertjes loopen naar het oosten en vereenigen zich met den Kingani te midden van reusachtige bosschen, egyptische vijgeboomen, tamarindeboomen, kalebasboomen en palmyras.

“Let op!” zeide doctor Ferguson, “wij naderen den Ruhebo, wiens naam in de landtaal ‘doortocht der winden’ beteekent; wij zullen wel doen zijne scherpe kanten op eene zekere hoogte om te trekken. Als mijne kaart goed is, moeten wij hooger dan 5000 voet stijgen.”—“Zullen wij dikwijls gelegenheid hebben eene hoogere luchtstreek te bereiken?”—“Zelden; de hoogte der bergen in Afrika schijnt gering in vergelijking van die in Europa en Azië. Maar in alle gevallen zal onze Victoria er over trekken.”

In korten tijd steeg de ballon aanmerkelijk. De uitzetting van het waterstofgas had overigens niets gevaarlijks, en de groote ruimte van den luchtballon was slechts voor drie-vierde deelen gevuld; de barometer wees, door eene daling van bijna 8 Eng. duim, eene hoogte aan van 6000 voet.—“Zouden wij lang zoo kunnen voortgaan?” vroeg Joe.—“De dampkring der aarde heeft eene hoogtevan 6000 toises2. Met een grooteren ballon zou men ver komen. Dit hebben Brioschi en Gay-Lussac gedaan, maar toen kwam het bloed hun uit mond en ooren. De lucht om in te ademen ontbrak. Eenige jaren geleden waagden twee stoutmoedige Franschen, Barral en Bixio, zich ook in de hoogere luchtstreken, maar hun ballon scheurde.”—“En zij vielen?” vroeg Kennedy levendig.—“Zonder twijfel, maar, zoo als geleerden moeten vallen, zonder eenig letsel te bekomen.”—“Welnu, heeren!” zeide Joe, “het staat u vrij hun val na te volgen, maar ik voor mij, die slechts een domoor ben, houd liever den middelweg, noch te laag noch te hoog. Men moet niet eerzuchtig zijn.”

Op 6000 voet hoogte is de dichtheid der lucht reeds aanmerkelijk verminderd; het geluid verspreidt er zich moeielijk en de stem doet zich niet zoo goed hooren. Het gezicht der voorwerpen wordt verward. De blik ontdekt slechts onbepaalde massa’s; de menschen en dieren worden geheel onzichtbaar; de wegen gelijken op koordjes en de meren op vijvers.

De doctor en zijne reisgezellen gevoelden zich niet in hun gewonen toestand; een luchtstroom van eene ontzettende snelheid sleepte hen mede boven de kale bergen, op wier top uitgestrekte sneeuwmassa’s den blik verbaasden. Zij droegen de sporen van de eene of andere werking der zee in de eerste dagen der wereld.

De zon schitterde in het toppunt en hare stralen vielen loodrechtopdeze naakte toppen. De doctor nam eene nauwkeurige afteekening op van die bergen, die uit vier verschillende kruinen, bijna in eene rechte lijn gelegen, bestaan en waarvan de noordelijkste de langwerpigste is.

Weldra daalde de Victoria aan den anderen kant van den Rubeho, langs een met bosschen en donkergroene boomen begroeiden rand; daarop volgden kruinen en kloven in eene soort van woestenij, die het land Ugogo voorafging; lager spreidden zich gele, verbrande en geberste vlakten uit, hier en daar met doornstruiken bedekt.

Eenig kreupelhout, dat verderop bosch werd, versierde den horizon. De doctor naderde den grond, de ankers werden uitgeworpen en een daarvan hechtte zich weldra vast in de takken van een grooten egyptischen vijgeboom. Joe, zich snel langs den boom latende afglijden, maakte het anker zorgvuldig vast; de doctor liet zijne gaspijp in werking om eene zekere stijgkracht in den luchtballon te bewaren, die dezen recht op deed blijven. De wind was bijna plotseling gaan liggen.

“Neem nu twee geweren, vriend Dick!” zeide Ferguson, “eenvoor u, het andere voor Joe, en tracht met u beiden eenige heerlijke antilopen te schieten. Dit zal voor ons middagmaal dienen.”—“Op de jacht dan!” riep Kennedy uit.

Hij klom uit het schuitje. Joe was van den eenen tak op den anderen gegaan en wachtte hem. De doctor kon zijne gaspijp geheel laten uitgaan, daar de ballon door het vertrek zijner twee reisgezellen zeer verlicht was.

“Vlieg niet weg, meester!” zeide Joe.—“Wees gerust, mijn jongen! ik wordt stevig vastgehouden. Ik ga mijne aanteekeningen in orde brengen. Een goede vangst, en wees voorzichtig. Van mijn post zal ik het land in oogenschouw nemen en, bij het minste dat verdacht is, zal ik schieten, dat zal het verzamelingsteeken zijn.”—“Goed,” antwoordde de jager.

1Hooge berg op Martinique.2Ruim 11694 Meter.

1Hooge berg op Martinique.

2Ruim 11694 Meter.

Het bosch van gomboomen.—De blauwe antiloop.—Het verzamelingsteeken.—Een onverwachte aanval.—De Kanyenye.—Een nacht in de lucht.—De Manunguru.—Jihoue la Mkoa.—Voorraad water.—Aankomst te Kazeh.

Het bosch van gomboomen.—De blauwe antiloop.—Het verzamelingsteeken.—Een onverwachte aanval.—De Kanyenye.—Een nacht in de lucht.—De Manunguru.—Jihoue la Mkoa.—Voorraad water.—Aankomst te Kazeh.

Het dorre, uitgedroogde land, bestaande uit eene kleiachtige aarde, die door de hitte spleet, scheen verlaten; hier en daar zag men eenige sporen van karavanen, uitgebleekte beenderen van menschen en dieren, half afgeknaagd en in hetzelfde stof bij elkander liggende.

Na een half uur geloopen te hebben drongen Dick en Joe in een bosch van gomboomen, het oog op de loer en den vinger aan den trekker van het geweer. Men wist niet met wien men te doen zou kunnen hebben. Zonder een scherpschutter te zijn, hanteerde Joe vrij goed een vuurwapen.

“Het loopen doet goed, mijnheer Dick, maar op dezen grond niet zeer gemakkelijk,” zeide hij, terwijl hij tegen stukken kwarts stootte, die er in menigte lagen.

Kennedy gaf een teeken aan zijn metgezel om te zwijgen en stil te staan. Men moest het zonder honden zien te doen, en hoe vlug Joe ook was, hij kon toch den reuk van een brak of hazewind niet hebben.

Aan de bedding van een bergstroom, waar nog eenige paden waren, leschten een tiental antilopen haren dorst. Deze bevallige dieren, gevaar bemerkende, schenen onrustig; bij elken dronkhieven zij hun fraaien kop omhoog, terwijl zij met hunne neusgaten de lucht in den wind der reizigers opsnoven.

De Antilopenjacht. Blz. 69.De Antilopenjacht. Blz.69.

De Antilopenjacht. Blz. 69.

De Antilopenjacht. Blz.69.

Kennedy liep eenige boschjes om, terwijl Joe onbeweeglijk bleef,hij kwam dicht bij genoeg en gaf vuur. De troep verdween in een oogwenk, maar een mannetjes-antiloop, aan den schouder getroffen, viel dood neder. Kennedy wierp zich op zijn buit.

Het was een prachtig dier van eene grijsachtig blauwe kleur, en onder den buik en tusschen de pooten sneeuwwit. “Welk een fraai schot!” riep de jager uit. “Het is eene zeer zeldzame antilopensoort, en ik hoop haar vel te bereiden om het te kunnen bewaren.”—“Meent gij dit, mijnheer Dick?”—“Zeker! zie eens dit heerlijke haar.”—“Maar doctor Ferguson zal zulk eene vermeerdering van gewicht niet toestaan.”—“Gij hebt gelijk, Joe! Het is toch jammer dat schoone dier zoo geheel achter te laten.”—“Geheel! neen, mijnheer Dick, wij zullen er de voedingsvoordeelen, die het bezit, van trekken en, als gij het veroorlooft, zal ik mij daarvan even goed kwijten als de syndicus van het geëerde slachtersgild te Londen.”—“Zoo als gij wilt, mijn vriend, maar gij weet dat ik, in mijne hoedanigheid als jager, even goed een stuk wildbraad kan villen als vellen.”—“Daarvan ben ik zeker, mijnheer Dick, geneer u niet om een fornuis op drie steenen te maken; gij zult dood hout in menigte hebben, en ik vraag u slechts eenige minuten om uwe kolen aan te leggen.”—“Dat zal niet lang duren,” hernam Kennedy.

Terstond ging hij over tot het samenstellen van zijn brandstapel, die eenige oogenblikken later ontvlamde.—Joe had van het lichaam der antiloop een dozijn koteletten en de malschte stukken van de lendenen genomen, die weldra in sappig gebraden vleesch veranderden.—“Dit zal onzen vriend Samuel genoegen doen,” zeide de jager.—“Weet gij waaraan ik denk, mijnheer Dick ?”—“Aan wat gij doet; zonder twijfel, aan uw biefstuk.”—“Geenszins. Ik denk er aan hoe gek wij zouden staan te kijken als wij den luchtballon niet terugvonden.”—“Welk een denkbeeld! Gij wilt dat de doctor ons verlaat.”—“Neen; maar als zijn anker eens was losgegaan?”—“Geen nood. Overigens zou Samuel niet in verlegenheid zijn met zijn ballon te dalen, hij heeft hem goed in zijne macht.”—“Maar als de wind hem medevoerde, als hij niet bij ons kon terugkomen?”—“Houd op met uwe onderstellingen, zij zijn niet aangenaam.”—“Alles wat in deze wereld gebeurt, mijnheer, is natuurlijk; alles kàn gebeuren, men moet dus alles voorzien...”

Op dit oogenblik hoorde men een geweerschot.—“Wat is dat?” zeide Joe.—“Mijne karabijn; ik herken haar schot.”—“Een teeken!”—“Een gevaar dat ons dreigt.”—“Hem misschien,” hernam Joe.—“Op weg dan!”

De jagers hadden spoedig opgenomen, wat hunne jacht had opgeleverd en zij hernamen hun weg, geleid wordende door takken, die Kennedy had afgebroken. De dichtheid van het bosch verhinderde hun den Victoria te zien, waarvan zij niet veraf konden zijn.

Een tweede schot knalde.—“Er is haast bij,” zeide Joe.—“Goed! nog eene andere losbranding.”—“Dit schijnt wel eene persoonlijke verdediging.”—“Laat ons haast maken.”

En zij liepen wat zij loopen konden. Aan den rand van het bosch gekomen, zagen zij eerst den Victoria op zijne plaats en den doctor in het schuitje.—“Wat is er?” vroeg Kennedy.—“Groote God!” riep Joe uit.—“Wat ziet gij?”—“Daar ginds een troep negers, die den ballon belegeren.”

Inderdaad zag men op twee mijlen vandaar een dertigtal wezens, gebaren makende, huilende, huppelende aan den voet van een egyptischen vijgeboom. Eenigen in den boom geklommen, naderden tot op de hoogste takken. Het gevaar scheen dreigend.—“Mijn meester is verloren.” riep Joe uit.—“Komaan, Joe, koelbloedig en een goed oog. Wij hebben het leven van vier dezer zwarten in onze handen. Voorwaarts!”

Zij hadden buitengewoon spoedig een mijl afstands afgelegd, toen een nieuw schot uit het schuitje werd gelost; het trof een grooten duivel, die zich langs het touw van het anker opheesch.

Een levenloos lichaam viel van tak tot tak en bleef op twintig voet van den grond hangen, terwijl zijne armen en beenen in de lucht slingerden.

“He!” zeide Joe stilstaande, “waar duivel houdt dit dier zich aan vast?”—“Het komt er weinig op aan,” antwoordde Kennedy, “laat ons loopen!”—“Ach mijnheer Kennedy,” riep Joe uit, in lachen uitbarstende, “bij zijn staart! Het is een aap! Het zijn maar apen!”—“Dat is nog beter dan menschen,” hernam Kennedy, terwijl hij zich onder den huilenden troep wierp.

Het was een troep apen met hondekoppen, die vrij geducht, woest en onbeschoft waren, afschuwelijk om te zien met hunne hondesnuiten. Eenige geweerschoten echter joegen deze grijnzende bende weldra op de vlucht, velen der hunnen achterlatende.

In een oogenblik greep Kennedy de ladder; Joe klom in de vijgeboomen en maakte het anker los; het schuitje daalde tot hem af en hij klom er zonder moeite in. Eenige minuten later steeg de Victoria op en richtte zich naar het oosten door een matigen wind voortgestuwd.—“Dat was eene bestorming!” zeide Joe.—“Wij geloofden dat gij door de inlanders werdt belegerd.”—“Het waren gelukkig slechts apen,” antwoordde de doctor.—“Van verre is het verschil niet zeer groot, mijn waarde Samuel!”—“Zelfs van dichtbij niet,” zeide Joe.—“Hoe het ook zij,” hernam Ferguson, “deze aanval van apen kon de ernstigste gevolgen hebben. Als het anker onder hunne herhaalde schokken had losgelaten, wie weet, waarheen mij de wind zou hebben medegesleept!”—“Wat zeide ik u, mijnheer Kennedy?”—“Gij hadt gelijk, Joe, maar desniettemin bereiddet gij toen biefstuk van antilopen, waarvan hetgezicht alleen mij eetlust deed krijgen.”—“Dat geloof ik wel,” antwoordde de doctor, “het antilopenvleesch is uitmuntend.”—“Gij kunt er over oordeelen, mijnheer, de tafel is gedekt.”—“Op mijn woord,” zeide de jager, “dit wild heeft een smaak, die niet te verachten is.”—“Ik voor mij zou mijn leven lang van antilopen kunnen leven,” zeide Joe met een vollen mond, “vooral met een glas grog om de vertering te bevorderen.”—Joe maakte den drank gereed, die met genoegen werd gebruikt.—“Tot hiertoe gaat alles vrij goed,” zeide hij.—“Zeer goed,” zeide Kennedy.—“Laat ons zien, mijnheer Dick, hebt gij berouw ons vergezeld te hebben.”—“Ik zou wel eens hebben willen zien, wie mij dat zou belet hebben!” antwoordde de jager met vaste stem.

Het was vier uur na den middag; de Victoria kwam in een snelleren luchtstroom, de grond rees langzamerhand en weldra wees de barometer eene hoogte aan van 1500 voet boven de oppervlakte der zee. De doctor was toen verplicht zijn ballon door eene vrij sterke uitzetting van het gas op die hoogte te houden en de gaspijp werkte onophoudelijk.

Tegen zeven uur zweefde de Victoria boven de kom van Kanyenye, de doctor herkende terstond die uitgebreide ontginning van tien mijlen uitgestrektheid, met hare dorpen, die zich verliezen te midden der baobabs en kalebasboomen. Daar is de residentie van een der sultans van het land Ugogo, waar de beschaving misschien minder achterlijk is; men verkoopt er zeldzamer de leden zijner familie, maar beesten en menschen leven bijeen in ronde, zonder eenig plan gebouwde hutten, die op hooischelven gelijken.

Na Kanyenye werd de grond droog en rotsachtig, maar na een uur hernam de plantengroei, in eene vruchtbare, laag gelegen streek al hare weelderigheid, op eenigen afstand van Mdaburu. De wind ging met het einde van den dag liggen en de dampkring scheen in diepe rust. De doctor zocht op verschillende hoogten te vergeefs een luchtstroom, en deze kalmte ziende, besloot hij den nacht in de lucht door te brengen, en voor grootere zekerheid verhief hij zich tot op ongeveer 1000 voet. De Victoria bleef onbeweeglijk, de nacht, door een prachtigen sterrenhemel opgeluisterd, begon rustig.

Dick en Joe strekten zich op hunne vreedzame legerstede uit en sliepen vast gedurende de wacht van den doctor. Deze werd te middernacht door den Schot vervangen. “Als het minste toeval mocht gebeuren, moet gij mij roepen,” zeide hij, “en verlies vooral den barometer niet uit het oog, het is ons kompas.”

De nacht was koud; er was tot zelfs 27 graden Fahrenheit verschil in temperatuur met den dag. Bij het opkomen der duisternis hoorde men het nachtelijk concert der dieren, die door honger en dorst uit hunne holen worden gejaagd; de kikvorschen lieten hunne sopraanstem weergalmen, geaccompagneerd door hetgekef der jakhalzen, terwijl de zware bas der leeuwen de akkoorden van dit levend orkest ondersteunde.

Jihoue la-Mkoa. Blz. 74.Jihoue la-Mkoa. Blz.74.

Jihoue la-Mkoa. Blz. 74.

Jihoue la-Mkoa. Blz.74.

Toen doctor Ferguson des morgens weder op zijn post stond,raadpleegde hij zijn kompas en bemerkte, dat de richting van den wind gedurende den nacht was veranderd. De Victoria was sedert ongeveer twee uren 30 mijlen naar het noordwesten afgedreven; hij zweefde boven Mabunguru, een steenachtig land, doorzaaid met fraai gepolijste blokken syeniet, dat geheel en al met rotsen was bezet in den vorm van een ezelsrug; kegelvormige massa’s, gelijk aan de rotsen van Karnak, bezetten den grond, even als zoovele grafrotsen der druïden1; eene groote menigte beenderen van buffels en olifanten lagen hier en daar; er waren weinig boomen, maar in het oosten dikke bosschen, die eenige dorpen verbergden.

Tegen zeven uur verscheen eene ronde rots, van bijna twee mijlen lang, even als een ontzaglijk schild. “Wij zijn op den goeden weg,” zeide doctor Ferguson. “Daar is Jihoue-la-Mkoa, waar wij eenige oogenblikken halt zullen houden. Ik zal den voorraad water, die benoodigd is voor mijne gaspijp, vernieuwen; laat ons trachten ons ergens aan vast te hechten.”—“Er zijn weinig boomen,” zeide de jager.—“Laat ons toch beproeven; Joe werp de ankers uit.”

De ballon, die langzamerhand zijne stijgkracht verloor, naderde de aarde, de ankers slingerden voort, een daarvan bleef vastzitten in eene rotsspleet en de Victoria bleef onbeweeglijk. Men moet niet denken dat de doctor op elke plaats waar hij stil hield zijne gaspijp volmaakt kon uitdooven. Het evenwicht van den ballon was berekend op het oppervlak der zee, maar het land rees altijd, en als men zich op eene hoogte van 600 à 700 voeten bevond, zou de ballon eene geneigdheid hebben om lager te dalen dan de grond zelf; daarom moest men hem door eene zekere uitzetting van gas omhoog houden. Slechts in het geval dat de doctor, als er in het geheel geen wind was, het schuitje op de aarde had doen rusten, zou de luchtballon, aanzienlijk verlicht, zonder de hulp van de gaspijp omhoog gehouden worden.

De kaarten wezen uitgestrekte waterkolken aan op de westelijke helling van Jihoue-la-Mkoa. Joe begaf zich alleen daarheen met een vat, dat tien gallons2kon bevatten; hij vond zonder moeite de aangewezen plaats, niet ver van een verlaten dorp, nam zijn voorraad water in en kwam binnen drie kwartier terug; hij had niets bijzonders gezien dan groote olifantsvallen; hij viel bijna in een daarvan, waarin een half afgeknaagd geraamte lag.

Hij bracht van zijn uitstapje eene soort van klaver mede, die door apen gretig werd verslonden. De doctor herkende de vrucht van den “mbenhu”, een boom, die zeer veel voorkomt in het westelijk gedeelte van Jihoue-la-Mkoa. Ferguson wachtte Joe met eenzeker ongeduld, want een, al ware het nog zoo kort verblijf in dit ongastvrije land, boezemde hem altijd vrees in.

Het water werd zonder moeite ingeladen, want het schuitje daalde tot bijna op den grond; Joe kon het anker los maken en klom vlug bij zijn meester. Dadelijk stookte deze zijn vuur aan en de Victoria verhief zich weder in de lucht.

Men bevond zich op ongeveer 100 mijlen van Kazeh, een belangrijk etablissement in het binnenland van Afrika, waar de reizigers, dank zij een luchtstroom uit het zuid-zuidwesten, hopen konden dezen dag aan te komen; zij gingen met eene snelheid van 14 mijlen in het uur; het bestuur van den luchtballon werd toen zeer moeielijk; men kon niet te hoog stijgen zonder het gas te veel uit te zetten, want het land had reeds eene gemiddelde hoogte van 3000 voet. Zoo lang mogelijk wilde de doctor de uitzetting niet te sterk maken, hij volgde dus zeer behendig de kronkelingen van eene vrij steile helling en ging vlak langs de dorpen Thembo en Tura Wels. Dit laatste maakt een deel uit van Unyamwezy, eene prachtige landstreek, waar de boomen hunne grootste hoogte en dikte bereiken, onder anderen de cactussen, die reusachtig worden.

Tegen twee uur, bij prachtig weder, onder eene heete zon, die den minsten luchtstroom verdreef, zweefde de Victoria boven de stad Kazeh op 350 mijlen van de kust gelegen.

“Wij zijn ten 9 ure des morgens van Zanzibar vertrokken,” zeide de doctor, zijne aanteekeningen raadplegende, “en na twee dagen reis hebben wij door onze afwijkingen bijna 500 geographische mijlen afgelegd. De kapiteins Burton en Speke besteedden vier en een halve maand over denzelfden weg.”

1Priesters bij de oude Galliërs.244,53 Liter.

1Priesters bij de oude Galliërs.

244,53 Liter.

Kazeh.—De woelige markt.—Verschijning van den Victoria.—De Wanganga.—De zonen der Maan.—Wandeling des doctors.—Bevolking.—De koninklijke tembé.—De vrouwen des Sultans.—Eene koninklijke dronkenschap.—Joe wordt aangebeden.—Hoe men in de Maan danst.—Omkeering.—Twee manen aan het uitspansel.—Vergankelijkheid der goddelijke grootheid.

Kazeh.—De woelige markt.—Verschijning van den Victoria.—De Wanganga.—De zonen der Maan.—Wandeling des doctors.—Bevolking.—De koninklijke tembé.—De vrouwen des Sultans.—Eene koninklijke dronkenschap.—Joe wordt aangebeden.—Hoe men in de Maan danst.—Omkeering.—Twee manen aan het uitspansel.—Vergankelijkheid der goddelijke grootheid.

Kazeh, een belangrijk punt van Midden-Afrika, is geene stad; eigenlijk gezegd is er geene stad in het binnenland. Kazeh is slechts eene verzameling van zes groote uitgravingen. Daarin vindt men hutten, hokken voor slaven, met kleine zorgvuldig bebouwde tuinen;uien, aardappelen, witte morellen, pompoenen en paddestoelen van een heerlijken smaak groeien er welig.

Unyamwezy is het land der Maan bij uitnemendheid, het vruchtbare en prachtige park van Afrika; in het midden ligt het district Unyanembé, eene heerlijke landstreek, waar eenige familiën van Omanen, die van eene zuivere Arabische afkomst zijn, een werkeloos leven leiden. Ze hebben langen tijd handel gedreven in het binnenland van Afrika en in Arabië, in gom, ivoor, sits en slaven; hunne karavanen doorkruisten deze streken onder den evenaar gelegen; zij gaan nog op de kust de voorwerpen van weelde en vermaak voor deze rijke kooplieden halen, die te midden van vrouwen en dienaars, in deze bekoorlijke luchtstreek een rustig arkadisch leven leiden zonder de minste ongerustheid. Zij liggen, lachen, rooken en slapen altijd.

Rondom deze uitgravingen zag men talrijke hutten van inlanders, uitgestrekte ruimten voor de markten, schoone boomen, frissche schaduwen, ziedaar Kazeh. Daar is de algemeene samenkomst der karavanen, uit het zuiden met hare slaven en haar ivoor, en van het westen, die katoen en snuisterijen van glas naar de stammen der Groote Meeren overbrengen. Ook heerscht er op de markten eene voortdurende beweging, een verward geschreeuw zonder naam, samengesteld uit de kreten der mestiesche dragers, het geluid der trommels en hoorns, het gehinnik der muilezels, het gebalk der ezels, het gezang der vrouwen, het gehuil der kinderen en de rottingslagen van den Jemadar1, die de maat slaat bij deze herderssymphonie. Daar spreiden zich zonder orde en zelfs in bekoorlijke wanorde de opzichtigste stoffen uit, benevens glazen kralen, ivoor, de tanden van den rhinoceros, de haaietanden, de honig, de tabak, de katoen, daar worden de vreemdste koopen gesloten, waarbij elk voorwerp slechts gewaardeerd wordt naar dat er vraag naar is.

Eensklaps hield deze beweging en dit geraas op. De ballon was in de lucht verschenen; hij zweefde sierlijk en daalde langzamerhand, zonder van den loodrechten stand af te wijken. Mannen, vrouwen, kinderen, slaven, kooplieden, Arabieren en Negers, alles verdween en verborg zich in de “tembés” en de hutten.

“Mijn waarde Samuel,” zeide Kennedy, “als wij meer zulken invloed uitoefenen, zullen wij moeite hebben handelsbetrekkingen met die lieden aan te knoopen.”—“Men moest echter,” zeide Joe, “eene zeer eenvoudige handelwijze volgen. Dit zou zijn, stil neder te dalen en de kostbaarste koopwaren mede te voeren, zonder ons om de kooplieden te bekommeren. Men zou rijk worden.”—hernam de doctor, “deze inlanders zijn reeds op het eerste oogenblik bang geweest, maar zij zullen uit bijgeloof of nieuwsgierigheidweldra terugkomen.”—“Gelooft gij dat, meester?”—“Wij zullen het weldra zien, maar het zal voorzichtig zijn, hen niet te dicht te naderen; de Victoria is geen geharnaste ballon,hij is dus niet bestand tegen een kogel of een pijl.”—“Zult gij dan met deze Afrikanen in onderhandeling treden?”—“Als dat kan, waarom niet?” antwoordde de doctor; “er moeten te Kazeh minder woeste Arabische kooplieden zijn. Ik herinner mij dat de heeren Burton en Speke zich over de gastvrijheid der inwoners van de stad niet te beklagen hadden. Wij kunnen dus de zaak beproeven.”


Back to IndexNext