VI.Hier houdt men opene tafel!Wij stapten uit de koets ter plaatse, waar mijn vriendC...gewoonlijk zijne graage maag onthaalde, en deze maagversterkende woning werd in de Engelsche taalChop-housegenoemd. Maar, hoe nu dit woord in onze taal over te brengen?—Zal ik zeggen, wij stapten af bij denkok?—Neen; deze uitdrukking is te grootsch, en voldoet geenszins aan het bedoelde.—Zal ik dan het woordherbergbezigen? Neen; deze beduiding is wederom te gering: ook is het in den eigenlijken zin geene herberg; dewijl men er wel kan eten, maar geen nachtverblijf houden. Willen wij hetgaarkeukennoemen?—ja, dit heeft er wel zoo iets van, maar het is zoo gaarkeukenachtig, en bevalt mij ook niet ten volle.—Hier dunkt mij, den driftig gebakerden lezer te hooren uitroepen: noem het, zoo als gij wilt, en vervolg slechts! Geduld, lieve vrienden; geduld! ik zal trachten, u genoegen te geven, en mij door eene kleine omschrijving uit dezeverlegenheid te redden. Ik neem dus de vrijheid, om een uithangbord voor het, ter voeding en verkwikking geschikte, huis op te hangen, met de volgende, voor ieder eerlijk christenmensch verstaanbare, woorden:—Hier houdt men opene tafel!—Ha! Nu geloof ik, zijn wij er zoo ten naasten bij, en indien dit opschrift den geëerden lezer al geen volledig denkbeeld kunne geven, dan kan ik hem echter, op mijn geweten, verzekeren, dat het ten minste het best geschikte middel is, hetwelk onze taal oplevert, om de ware bedoeling vanChop-housete bevatten.In verscheidene kamers staan gedekte tafels met de noodige stoelen, van des middags te drie tot des avonds te zeven ure voor den gaanden en komenden man gereed. Zoodra men gezeten is, komt de knecht u de keukenceel van dien dag aanbieden. De hoofdschotels zijn altijd gebraden ossen-, schapen-, kalfs- en varkensvleesch, somwijlen ook hetzelfde vleesch op eene andere wijze gereed gemaakt, bij voorbeeld, een, stuk gekookt ossen- of schapenvleesch, eene warme kalfs- of schildpadpastei (maar waarom toch bestempelt men inEngeland, zoo wel als inFrankrijk, een geregt met den naam vanSchildpadpastei, waar mogelijk nimmer een greintje vleesch van dit tweeslachtigedier in gevonden wordt?) Somtijds werd mij ook een stuk van een gebraden hart,coeur roti, voorgediend, doch nooit heb ik harts genoeg gehad, om er van te proeven. In het algemeen is al het gebradene, dat inEngelandwordt opgedischt, zeer goed, vrij malsch en sappig, en het is dus bezijden de waarheid, dat het vleesch half gaar wordt gegeten: in tegendeel heb ik het dikwijls eerder te veel dan te weinig gebrade bevonden. Maar zoo gij immer inEngelandmogt komen, mijne waarde landgenooten, waagt uwe tong en u verhemelte dan vooral niet aan deragouts; ik herhaal het ernstig, wacht u voor deragouts! De bekende vergiftigerMignot, van wienBoileauspreekt, zou hier, als een uitstekend kunstenaar, den grootsten opgang hebben kunnen maken, en zijnen naam tot aan de wolken verheffen. De eenige smaak, welken men in deze Engelscheragoutskanontdekken, is de peper, waarmede zoo ruimschoots wordt omgesprongen, dat, niettegenstaande dezelve altijd met eene tamelijke portie water vergezeld is, nogtans en tong en mond in lichtelaaije vlam schijnen te staan. Daar men inEngelandaltijd groenten bij het vleesch gebruikt, kan men zich, naar verkiezing, van aardappelen, wortelen, rapen, kool, erwten of spinazie bedienen, namelijkzoodanig, als moeder natuur ze heeft voortgebragt, (dat is te zeggen) ongestoofd en enkel in water gekookt.Vervolgens worden, overeenkomstig het saizoen, pruimen-, appelen-, peren- en rozijnentaarten, als ook verschillende soorten vanpuddingsopgedist. Deze laatste benaming geeft men aan alle tusschengeregten, welke uit gebak bestaan, bij voorbeeld, onze rijsttaarten noemt men hierrijstpuddings. Hunneplumb-pudding, onder anderen, is een welgesuikerd gebak, vol met rozijnen, waarvan de Engelschen veel werk maken, schoon het een zeer middelmatig geregt is. Dezeplumb-puddingwordt warm gegeten, sommigen doen er boter bij, anderen brandewijn, en anderen wederom nuttigen dezelve met peper en mosterd.Men heeft hier tweederlei brood, het eene heet Engelsch en het andere Fransch, het laatste is ook inderdaad een weinigje minder hard en bruin, dan het eerste. Meer dan eens heb ik opgemerkt, dat de Engelschen, niettegenstaande hunne nationale trotschheid en vooringenomenheid, altijd de voorkeur aan het vreemde brood gaven, en dat hun oog even zoo geoefend in het onderscheiden, als hunne hand vaardig in het grijpen was, wanneer er nogslechts twee of drie stukken in den broodkorf lagen.In dezeChop-housesmogen geene wijnen noch sterke dranken verkocht worden: men kan er derhalve niets anders dan klaar water bekomen, en daar den tafelhouders verboden is, het water op prijs te stellen, hebben zij de edelmoedigheid, het voor niet te geven. Maar daarentegen houdt de eene of andere tappersjongen uit de buurt, vlak bij de deur van de eetzaal post, en van dezen kan men bier krijgen zoo veel, en van welke soort men verlangt, mids boter bij den visch, hetgeen ook zeer goed is; want door het gewoel en de drukte zou de verkooper er zeer ligt eenigepencesbij kunnen inschieten, welke hij voor het aan hem uitgereikte bier zijnen meester zou moeten vergoeden.Ja, heeren Franschen! bier, van welke soort gij verlangt! Gij zijt trotsch op uwe wijnen vanBourdeaux,BourgogneenChampagne; maar de Engelschen kunnen drie voorname bieren opnoemen. 1o.Klein bier, hetgeen zij, bij verkiezing,tafelbiernoemen, omdat het woordjekleinjuist niet welluidend genoeg klinkt in de ooren van lieden, die voor hetgrootegeboren zijn. Ook is dit bier de gewone drank van het gemeen, en kost nietmeer dan vier Fransche stuivers het pintje. 2o. Deale, die voor negentien stuivers verkocht wordt, en inderdaad zeer goed en smakelijk en oneindig beter, dan onze beste Fransche bieren, is. 3o. Deporter, die tusschen beiden staat, en waarvoor men zes stuivers bij het pint betaalt. Deze-alleen kan op den duur bewaard worden, en op flesschen of kruikjes getapt, wordt hij hoe langer hoe beter, en, naar mate van zijnen ouderdom, des te duurder verkocht. Eindelijk worden deze onderscheidene soorten van bieren nogmaals in bijzondere klassen en onder verschillende benamingen gerangschikt, even als wijBourgogne-wijn vanPomard,Beauneen vanClos-Vougeothebben.Voor het overige doen de Engelschen zelden voorraad van bier op: zelfs in de voornaamste huizen wordt dagelijks uit de eene of andere herberg zoo veel gebragt, als men rekent, dien dag te zullen gebruiken. Den geheelen dag door ziet men de tappersjongens de stad op en neer draven, om kannen bier aan de huizen rond te brengen. Zij geven aldus het volle pint over en nemen het ledige van den vorigen dag mede. Ook hebben zij gewoonlijk eenen lederen riem als eenen bandelier over den schouder en de borst hangen, en zijn derhalvevan voren en van achteren, zoo wel op den buik als op den rug, rondom met ledige pintjes, als met eenen krans, behangen, zoo dat men hen, dus uitgedost, veilig voor den EngelschenBacchuskan houden.Zoodanig is het onthaal, dat men inEngeland, ten huize der opentafelhouders, geniet. Ook vindt men er somwijlen gebraden of gekookten visch, maar altijd zeer zeker lamscarbonnaden enbeef-steaks. Dit laatste artikel vindt men echter merkelijk tot zijn voordeel veranderd, zoodra men de zee weder overgestoken is en voet aan land heeft gezet; want debeaf-steaksinFrankrijksmaakt mij oneindig beter, dan al, die ik ooit inEngelandheb gebruikt. Het is dus een van die waarlijk zeldzame gevallen, waar de kopij het origineel overtreft.Maar ik vergeet den gewigtigsten schotel, het oogelijn en den hartelust der Fransche maag, de zoo onontbeerlijkesoep. Hiermede dan zullen wij ditvreetzameen eetlustwekkende hoofdstuk, in plaats van dat wij er mede hadden moeten beginnen, eindigen. Echter raad ik mijnen Franschen soepminnenden medebroeders, die immer teLondenmogten komen, dezelve, wat het proeven betreft, maarblaauw blaauw te laten blijven, even als ik met de beschrijving ben te werk gegaan.De soep is geenszins in dit land, even als inFrankrijk, het eerste en voornaamste vereischte van het middagmaal; meestal wordt zij niet eenmaal voorgezet. Nogtans heeft men soepen van onderscheidene soorten, van welke alle ik geproefd heb. Hunnesoupe au jusheeft de meeste overeenkomst met de onze. Het is eene soort van vleeschnat, waarin men, naar goedvinden, eenige stukken geroosterd brood doet; doch het smaakt niet half zoo lekker en aangenaam, als onze Franschebouillon; ja, het is veeleer eene wrange saus, waarin men niets anders dan peper kan proeven, en (de goedhartige lezer vergeve mij dezen kunstterm!) welke eenen muffen en Limburgschen kaasachtigen smaak oplevert. Nog hebben zij eene magere soep (in de volle beteekenis van dat woord,) welke zij de eer aandoen vanerwtensoepte noemen: deze heeft ten minste den walgelijken smaak van de vorige niet, doch is overigens, op den man af afgesproken, niets anders dan erwten met lang nat. Hunne hoendersoep is uit twee bestanddeelen zamengesteld, te weten, uit eenige, meestal niet regt gaar gekookte brokken van eenen ouden haan of hen, en het water, waarin deze gekooktzijn. Men moet dus al eenen zeer bijzonderen smaak hebben, om ze goed te kunnen vinden. Eindelijk heeft men nog eene warmoessoep, welke uit eenige groenten en gekapt vleesch wordt toebereid, dat in eenen oceaan van gepeperd water met mosterd en zout zwemt.InLondenzijn ook eenige Fransche tafelhouders, maar hunne keuken verschilt vrij wat van die onzerVeri’senBeauvilliers. Het eenige onderscheid tusschen hen en de Engelsche koks is, dat de eerstgemelden, op eene waarlijk zeer beleefde wijze, uwen zak van eenige schellingenmeerweten te ontlasten.
VI.Hier houdt men opene tafel!Wij stapten uit de koets ter plaatse, waar mijn vriendC...gewoonlijk zijne graage maag onthaalde, en deze maagversterkende woning werd in de Engelsche taalChop-housegenoemd. Maar, hoe nu dit woord in onze taal over te brengen?—Zal ik zeggen, wij stapten af bij denkok?—Neen; deze uitdrukking is te grootsch, en voldoet geenszins aan het bedoelde.—Zal ik dan het woordherbergbezigen? Neen; deze beduiding is wederom te gering: ook is het in den eigenlijken zin geene herberg; dewijl men er wel kan eten, maar geen nachtverblijf houden. Willen wij hetgaarkeukennoemen?—ja, dit heeft er wel zoo iets van, maar het is zoo gaarkeukenachtig, en bevalt mij ook niet ten volle.—Hier dunkt mij, den driftig gebakerden lezer te hooren uitroepen: noem het, zoo als gij wilt, en vervolg slechts! Geduld, lieve vrienden; geduld! ik zal trachten, u genoegen te geven, en mij door eene kleine omschrijving uit dezeverlegenheid te redden. Ik neem dus de vrijheid, om een uithangbord voor het, ter voeding en verkwikking geschikte, huis op te hangen, met de volgende, voor ieder eerlijk christenmensch verstaanbare, woorden:—Hier houdt men opene tafel!—Ha! Nu geloof ik, zijn wij er zoo ten naasten bij, en indien dit opschrift den geëerden lezer al geen volledig denkbeeld kunne geven, dan kan ik hem echter, op mijn geweten, verzekeren, dat het ten minste het best geschikte middel is, hetwelk onze taal oplevert, om de ware bedoeling vanChop-housete bevatten.In verscheidene kamers staan gedekte tafels met de noodige stoelen, van des middags te drie tot des avonds te zeven ure voor den gaanden en komenden man gereed. Zoodra men gezeten is, komt de knecht u de keukenceel van dien dag aanbieden. De hoofdschotels zijn altijd gebraden ossen-, schapen-, kalfs- en varkensvleesch, somwijlen ook hetzelfde vleesch op eene andere wijze gereed gemaakt, bij voorbeeld, een, stuk gekookt ossen- of schapenvleesch, eene warme kalfs- of schildpadpastei (maar waarom toch bestempelt men inEngeland, zoo wel als inFrankrijk, een geregt met den naam vanSchildpadpastei, waar mogelijk nimmer een greintje vleesch van dit tweeslachtigedier in gevonden wordt?) Somtijds werd mij ook een stuk van een gebraden hart,coeur roti, voorgediend, doch nooit heb ik harts genoeg gehad, om er van te proeven. In het algemeen is al het gebradene, dat inEngelandwordt opgedischt, zeer goed, vrij malsch en sappig, en het is dus bezijden de waarheid, dat het vleesch half gaar wordt gegeten: in tegendeel heb ik het dikwijls eerder te veel dan te weinig gebrade bevonden. Maar zoo gij immer inEngelandmogt komen, mijne waarde landgenooten, waagt uwe tong en u verhemelte dan vooral niet aan deragouts; ik herhaal het ernstig, wacht u voor deragouts! De bekende vergiftigerMignot, van wienBoileauspreekt, zou hier, als een uitstekend kunstenaar, den grootsten opgang hebben kunnen maken, en zijnen naam tot aan de wolken verheffen. De eenige smaak, welken men in deze Engelscheragoutskanontdekken, is de peper, waarmede zoo ruimschoots wordt omgesprongen, dat, niettegenstaande dezelve altijd met eene tamelijke portie water vergezeld is, nogtans en tong en mond in lichtelaaije vlam schijnen te staan. Daar men inEngelandaltijd groenten bij het vleesch gebruikt, kan men zich, naar verkiezing, van aardappelen, wortelen, rapen, kool, erwten of spinazie bedienen, namelijkzoodanig, als moeder natuur ze heeft voortgebragt, (dat is te zeggen) ongestoofd en enkel in water gekookt.Vervolgens worden, overeenkomstig het saizoen, pruimen-, appelen-, peren- en rozijnentaarten, als ook verschillende soorten vanpuddingsopgedist. Deze laatste benaming geeft men aan alle tusschengeregten, welke uit gebak bestaan, bij voorbeeld, onze rijsttaarten noemt men hierrijstpuddings. Hunneplumb-pudding, onder anderen, is een welgesuikerd gebak, vol met rozijnen, waarvan de Engelschen veel werk maken, schoon het een zeer middelmatig geregt is. Dezeplumb-puddingwordt warm gegeten, sommigen doen er boter bij, anderen brandewijn, en anderen wederom nuttigen dezelve met peper en mosterd.Men heeft hier tweederlei brood, het eene heet Engelsch en het andere Fransch, het laatste is ook inderdaad een weinigje minder hard en bruin, dan het eerste. Meer dan eens heb ik opgemerkt, dat de Engelschen, niettegenstaande hunne nationale trotschheid en vooringenomenheid, altijd de voorkeur aan het vreemde brood gaven, en dat hun oog even zoo geoefend in het onderscheiden, als hunne hand vaardig in het grijpen was, wanneer er nogslechts twee of drie stukken in den broodkorf lagen.In dezeChop-housesmogen geene wijnen noch sterke dranken verkocht worden: men kan er derhalve niets anders dan klaar water bekomen, en daar den tafelhouders verboden is, het water op prijs te stellen, hebben zij de edelmoedigheid, het voor niet te geven. Maar daarentegen houdt de eene of andere tappersjongen uit de buurt, vlak bij de deur van de eetzaal post, en van dezen kan men bier krijgen zoo veel, en van welke soort men verlangt, mids boter bij den visch, hetgeen ook zeer goed is; want door het gewoel en de drukte zou de verkooper er zeer ligt eenigepencesbij kunnen inschieten, welke hij voor het aan hem uitgereikte bier zijnen meester zou moeten vergoeden.Ja, heeren Franschen! bier, van welke soort gij verlangt! Gij zijt trotsch op uwe wijnen vanBourdeaux,BourgogneenChampagne; maar de Engelschen kunnen drie voorname bieren opnoemen. 1o.Klein bier, hetgeen zij, bij verkiezing,tafelbiernoemen, omdat het woordjekleinjuist niet welluidend genoeg klinkt in de ooren van lieden, die voor hetgrootegeboren zijn. Ook is dit bier de gewone drank van het gemeen, en kost nietmeer dan vier Fransche stuivers het pintje. 2o. Deale, die voor negentien stuivers verkocht wordt, en inderdaad zeer goed en smakelijk en oneindig beter, dan onze beste Fransche bieren, is. 3o. Deporter, die tusschen beiden staat, en waarvoor men zes stuivers bij het pint betaalt. Deze-alleen kan op den duur bewaard worden, en op flesschen of kruikjes getapt, wordt hij hoe langer hoe beter, en, naar mate van zijnen ouderdom, des te duurder verkocht. Eindelijk worden deze onderscheidene soorten van bieren nogmaals in bijzondere klassen en onder verschillende benamingen gerangschikt, even als wijBourgogne-wijn vanPomard,Beauneen vanClos-Vougeothebben.Voor het overige doen de Engelschen zelden voorraad van bier op: zelfs in de voornaamste huizen wordt dagelijks uit de eene of andere herberg zoo veel gebragt, als men rekent, dien dag te zullen gebruiken. Den geheelen dag door ziet men de tappersjongens de stad op en neer draven, om kannen bier aan de huizen rond te brengen. Zij geven aldus het volle pint over en nemen het ledige van den vorigen dag mede. Ook hebben zij gewoonlijk eenen lederen riem als eenen bandelier over den schouder en de borst hangen, en zijn derhalvevan voren en van achteren, zoo wel op den buik als op den rug, rondom met ledige pintjes, als met eenen krans, behangen, zoo dat men hen, dus uitgedost, veilig voor den EngelschenBacchuskan houden.Zoodanig is het onthaal, dat men inEngeland, ten huize der opentafelhouders, geniet. Ook vindt men er somwijlen gebraden of gekookten visch, maar altijd zeer zeker lamscarbonnaden enbeef-steaks. Dit laatste artikel vindt men echter merkelijk tot zijn voordeel veranderd, zoodra men de zee weder overgestoken is en voet aan land heeft gezet; want debeaf-steaksinFrankrijksmaakt mij oneindig beter, dan al, die ik ooit inEngelandheb gebruikt. Het is dus een van die waarlijk zeldzame gevallen, waar de kopij het origineel overtreft.Maar ik vergeet den gewigtigsten schotel, het oogelijn en den hartelust der Fransche maag, de zoo onontbeerlijkesoep. Hiermede dan zullen wij ditvreetzameen eetlustwekkende hoofdstuk, in plaats van dat wij er mede hadden moeten beginnen, eindigen. Echter raad ik mijnen Franschen soepminnenden medebroeders, die immer teLondenmogten komen, dezelve, wat het proeven betreft, maarblaauw blaauw te laten blijven, even als ik met de beschrijving ben te werk gegaan.De soep is geenszins in dit land, even als inFrankrijk, het eerste en voornaamste vereischte van het middagmaal; meestal wordt zij niet eenmaal voorgezet. Nogtans heeft men soepen van onderscheidene soorten, van welke alle ik geproefd heb. Hunnesoupe au jusheeft de meeste overeenkomst met de onze. Het is eene soort van vleeschnat, waarin men, naar goedvinden, eenige stukken geroosterd brood doet; doch het smaakt niet half zoo lekker en aangenaam, als onze Franschebouillon; ja, het is veeleer eene wrange saus, waarin men niets anders dan peper kan proeven, en (de goedhartige lezer vergeve mij dezen kunstterm!) welke eenen muffen en Limburgschen kaasachtigen smaak oplevert. Nog hebben zij eene magere soep (in de volle beteekenis van dat woord,) welke zij de eer aandoen vanerwtensoepte noemen: deze heeft ten minste den walgelijken smaak van de vorige niet, doch is overigens, op den man af afgesproken, niets anders dan erwten met lang nat. Hunne hoendersoep is uit twee bestanddeelen zamengesteld, te weten, uit eenige, meestal niet regt gaar gekookte brokken van eenen ouden haan of hen, en het water, waarin deze gekooktzijn. Men moet dus al eenen zeer bijzonderen smaak hebben, om ze goed te kunnen vinden. Eindelijk heeft men nog eene warmoessoep, welke uit eenige groenten en gekapt vleesch wordt toebereid, dat in eenen oceaan van gepeperd water met mosterd en zout zwemt.InLondenzijn ook eenige Fransche tafelhouders, maar hunne keuken verschilt vrij wat van die onzerVeri’senBeauvilliers. Het eenige onderscheid tusschen hen en de Engelsche koks is, dat de eerstgemelden, op eene waarlijk zeer beleefde wijze, uwen zak van eenige schellingenmeerweten te ontlasten.
VI.Hier houdt men opene tafel!
Wij stapten uit de koets ter plaatse, waar mijn vriendC...gewoonlijk zijne graage maag onthaalde, en deze maagversterkende woning werd in de Engelsche taalChop-housegenoemd. Maar, hoe nu dit woord in onze taal over te brengen?—Zal ik zeggen, wij stapten af bij denkok?—Neen; deze uitdrukking is te grootsch, en voldoet geenszins aan het bedoelde.—Zal ik dan het woordherbergbezigen? Neen; deze beduiding is wederom te gering: ook is het in den eigenlijken zin geene herberg; dewijl men er wel kan eten, maar geen nachtverblijf houden. Willen wij hetgaarkeukennoemen?—ja, dit heeft er wel zoo iets van, maar het is zoo gaarkeukenachtig, en bevalt mij ook niet ten volle.—Hier dunkt mij, den driftig gebakerden lezer te hooren uitroepen: noem het, zoo als gij wilt, en vervolg slechts! Geduld, lieve vrienden; geduld! ik zal trachten, u genoegen te geven, en mij door eene kleine omschrijving uit dezeverlegenheid te redden. Ik neem dus de vrijheid, om een uithangbord voor het, ter voeding en verkwikking geschikte, huis op te hangen, met de volgende, voor ieder eerlijk christenmensch verstaanbare, woorden:—Hier houdt men opene tafel!—Ha! Nu geloof ik, zijn wij er zoo ten naasten bij, en indien dit opschrift den geëerden lezer al geen volledig denkbeeld kunne geven, dan kan ik hem echter, op mijn geweten, verzekeren, dat het ten minste het best geschikte middel is, hetwelk onze taal oplevert, om de ware bedoeling vanChop-housete bevatten.In verscheidene kamers staan gedekte tafels met de noodige stoelen, van des middags te drie tot des avonds te zeven ure voor den gaanden en komenden man gereed. Zoodra men gezeten is, komt de knecht u de keukenceel van dien dag aanbieden. De hoofdschotels zijn altijd gebraden ossen-, schapen-, kalfs- en varkensvleesch, somwijlen ook hetzelfde vleesch op eene andere wijze gereed gemaakt, bij voorbeeld, een, stuk gekookt ossen- of schapenvleesch, eene warme kalfs- of schildpadpastei (maar waarom toch bestempelt men inEngeland, zoo wel als inFrankrijk, een geregt met den naam vanSchildpadpastei, waar mogelijk nimmer een greintje vleesch van dit tweeslachtigedier in gevonden wordt?) Somtijds werd mij ook een stuk van een gebraden hart,coeur roti, voorgediend, doch nooit heb ik harts genoeg gehad, om er van te proeven. In het algemeen is al het gebradene, dat inEngelandwordt opgedischt, zeer goed, vrij malsch en sappig, en het is dus bezijden de waarheid, dat het vleesch half gaar wordt gegeten: in tegendeel heb ik het dikwijls eerder te veel dan te weinig gebrade bevonden. Maar zoo gij immer inEngelandmogt komen, mijne waarde landgenooten, waagt uwe tong en u verhemelte dan vooral niet aan deragouts; ik herhaal het ernstig, wacht u voor deragouts! De bekende vergiftigerMignot, van wienBoileauspreekt, zou hier, als een uitstekend kunstenaar, den grootsten opgang hebben kunnen maken, en zijnen naam tot aan de wolken verheffen. De eenige smaak, welken men in deze Engelscheragoutskanontdekken, is de peper, waarmede zoo ruimschoots wordt omgesprongen, dat, niettegenstaande dezelve altijd met eene tamelijke portie water vergezeld is, nogtans en tong en mond in lichtelaaije vlam schijnen te staan. Daar men inEngelandaltijd groenten bij het vleesch gebruikt, kan men zich, naar verkiezing, van aardappelen, wortelen, rapen, kool, erwten of spinazie bedienen, namelijkzoodanig, als moeder natuur ze heeft voortgebragt, (dat is te zeggen) ongestoofd en enkel in water gekookt.Vervolgens worden, overeenkomstig het saizoen, pruimen-, appelen-, peren- en rozijnentaarten, als ook verschillende soorten vanpuddingsopgedist. Deze laatste benaming geeft men aan alle tusschengeregten, welke uit gebak bestaan, bij voorbeeld, onze rijsttaarten noemt men hierrijstpuddings. Hunneplumb-pudding, onder anderen, is een welgesuikerd gebak, vol met rozijnen, waarvan de Engelschen veel werk maken, schoon het een zeer middelmatig geregt is. Dezeplumb-puddingwordt warm gegeten, sommigen doen er boter bij, anderen brandewijn, en anderen wederom nuttigen dezelve met peper en mosterd.Men heeft hier tweederlei brood, het eene heet Engelsch en het andere Fransch, het laatste is ook inderdaad een weinigje minder hard en bruin, dan het eerste. Meer dan eens heb ik opgemerkt, dat de Engelschen, niettegenstaande hunne nationale trotschheid en vooringenomenheid, altijd de voorkeur aan het vreemde brood gaven, en dat hun oog even zoo geoefend in het onderscheiden, als hunne hand vaardig in het grijpen was, wanneer er nogslechts twee of drie stukken in den broodkorf lagen.In dezeChop-housesmogen geene wijnen noch sterke dranken verkocht worden: men kan er derhalve niets anders dan klaar water bekomen, en daar den tafelhouders verboden is, het water op prijs te stellen, hebben zij de edelmoedigheid, het voor niet te geven. Maar daarentegen houdt de eene of andere tappersjongen uit de buurt, vlak bij de deur van de eetzaal post, en van dezen kan men bier krijgen zoo veel, en van welke soort men verlangt, mids boter bij den visch, hetgeen ook zeer goed is; want door het gewoel en de drukte zou de verkooper er zeer ligt eenigepencesbij kunnen inschieten, welke hij voor het aan hem uitgereikte bier zijnen meester zou moeten vergoeden.Ja, heeren Franschen! bier, van welke soort gij verlangt! Gij zijt trotsch op uwe wijnen vanBourdeaux,BourgogneenChampagne; maar de Engelschen kunnen drie voorname bieren opnoemen. 1o.Klein bier, hetgeen zij, bij verkiezing,tafelbiernoemen, omdat het woordjekleinjuist niet welluidend genoeg klinkt in de ooren van lieden, die voor hetgrootegeboren zijn. Ook is dit bier de gewone drank van het gemeen, en kost nietmeer dan vier Fransche stuivers het pintje. 2o. Deale, die voor negentien stuivers verkocht wordt, en inderdaad zeer goed en smakelijk en oneindig beter, dan onze beste Fransche bieren, is. 3o. Deporter, die tusschen beiden staat, en waarvoor men zes stuivers bij het pint betaalt. Deze-alleen kan op den duur bewaard worden, en op flesschen of kruikjes getapt, wordt hij hoe langer hoe beter, en, naar mate van zijnen ouderdom, des te duurder verkocht. Eindelijk worden deze onderscheidene soorten van bieren nogmaals in bijzondere klassen en onder verschillende benamingen gerangschikt, even als wijBourgogne-wijn vanPomard,Beauneen vanClos-Vougeothebben.Voor het overige doen de Engelschen zelden voorraad van bier op: zelfs in de voornaamste huizen wordt dagelijks uit de eene of andere herberg zoo veel gebragt, als men rekent, dien dag te zullen gebruiken. Den geheelen dag door ziet men de tappersjongens de stad op en neer draven, om kannen bier aan de huizen rond te brengen. Zij geven aldus het volle pint over en nemen het ledige van den vorigen dag mede. Ook hebben zij gewoonlijk eenen lederen riem als eenen bandelier over den schouder en de borst hangen, en zijn derhalvevan voren en van achteren, zoo wel op den buik als op den rug, rondom met ledige pintjes, als met eenen krans, behangen, zoo dat men hen, dus uitgedost, veilig voor den EngelschenBacchuskan houden.Zoodanig is het onthaal, dat men inEngeland, ten huize der opentafelhouders, geniet. Ook vindt men er somwijlen gebraden of gekookten visch, maar altijd zeer zeker lamscarbonnaden enbeef-steaks. Dit laatste artikel vindt men echter merkelijk tot zijn voordeel veranderd, zoodra men de zee weder overgestoken is en voet aan land heeft gezet; want debeaf-steaksinFrankrijksmaakt mij oneindig beter, dan al, die ik ooit inEngelandheb gebruikt. Het is dus een van die waarlijk zeldzame gevallen, waar de kopij het origineel overtreft.Maar ik vergeet den gewigtigsten schotel, het oogelijn en den hartelust der Fransche maag, de zoo onontbeerlijkesoep. Hiermede dan zullen wij ditvreetzameen eetlustwekkende hoofdstuk, in plaats van dat wij er mede hadden moeten beginnen, eindigen. Echter raad ik mijnen Franschen soepminnenden medebroeders, die immer teLondenmogten komen, dezelve, wat het proeven betreft, maarblaauw blaauw te laten blijven, even als ik met de beschrijving ben te werk gegaan.De soep is geenszins in dit land, even als inFrankrijk, het eerste en voornaamste vereischte van het middagmaal; meestal wordt zij niet eenmaal voorgezet. Nogtans heeft men soepen van onderscheidene soorten, van welke alle ik geproefd heb. Hunnesoupe au jusheeft de meeste overeenkomst met de onze. Het is eene soort van vleeschnat, waarin men, naar goedvinden, eenige stukken geroosterd brood doet; doch het smaakt niet half zoo lekker en aangenaam, als onze Franschebouillon; ja, het is veeleer eene wrange saus, waarin men niets anders dan peper kan proeven, en (de goedhartige lezer vergeve mij dezen kunstterm!) welke eenen muffen en Limburgschen kaasachtigen smaak oplevert. Nog hebben zij eene magere soep (in de volle beteekenis van dat woord,) welke zij de eer aandoen vanerwtensoepte noemen: deze heeft ten minste den walgelijken smaak van de vorige niet, doch is overigens, op den man af afgesproken, niets anders dan erwten met lang nat. Hunne hoendersoep is uit twee bestanddeelen zamengesteld, te weten, uit eenige, meestal niet regt gaar gekookte brokken van eenen ouden haan of hen, en het water, waarin deze gekooktzijn. Men moet dus al eenen zeer bijzonderen smaak hebben, om ze goed te kunnen vinden. Eindelijk heeft men nog eene warmoessoep, welke uit eenige groenten en gekapt vleesch wordt toebereid, dat in eenen oceaan van gepeperd water met mosterd en zout zwemt.InLondenzijn ook eenige Fransche tafelhouders, maar hunne keuken verschilt vrij wat van die onzerVeri’senBeauvilliers. Het eenige onderscheid tusschen hen en de Engelsche koks is, dat de eerstgemelden, op eene waarlijk zeer beleefde wijze, uwen zak van eenige schellingenmeerweten te ontlasten.
Wij stapten uit de koets ter plaatse, waar mijn vriendC...gewoonlijk zijne graage maag onthaalde, en deze maagversterkende woning werd in de Engelsche taalChop-housegenoemd. Maar, hoe nu dit woord in onze taal over te brengen?—Zal ik zeggen, wij stapten af bij denkok?—Neen; deze uitdrukking is te grootsch, en voldoet geenszins aan het bedoelde.—Zal ik dan het woordherbergbezigen? Neen; deze beduiding is wederom te gering: ook is het in den eigenlijken zin geene herberg; dewijl men er wel kan eten, maar geen nachtverblijf houden. Willen wij hetgaarkeukennoemen?—ja, dit heeft er wel zoo iets van, maar het is zoo gaarkeukenachtig, en bevalt mij ook niet ten volle.—Hier dunkt mij, den driftig gebakerden lezer te hooren uitroepen: noem het, zoo als gij wilt, en vervolg slechts! Geduld, lieve vrienden; geduld! ik zal trachten, u genoegen te geven, en mij door eene kleine omschrijving uit dezeverlegenheid te redden. Ik neem dus de vrijheid, om een uithangbord voor het, ter voeding en verkwikking geschikte, huis op te hangen, met de volgende, voor ieder eerlijk christenmensch verstaanbare, woorden:—Hier houdt men opene tafel!—Ha! Nu geloof ik, zijn wij er zoo ten naasten bij, en indien dit opschrift den geëerden lezer al geen volledig denkbeeld kunne geven, dan kan ik hem echter, op mijn geweten, verzekeren, dat het ten minste het best geschikte middel is, hetwelk onze taal oplevert, om de ware bedoeling vanChop-housete bevatten.
In verscheidene kamers staan gedekte tafels met de noodige stoelen, van des middags te drie tot des avonds te zeven ure voor den gaanden en komenden man gereed. Zoodra men gezeten is, komt de knecht u de keukenceel van dien dag aanbieden. De hoofdschotels zijn altijd gebraden ossen-, schapen-, kalfs- en varkensvleesch, somwijlen ook hetzelfde vleesch op eene andere wijze gereed gemaakt, bij voorbeeld, een, stuk gekookt ossen- of schapenvleesch, eene warme kalfs- of schildpadpastei (maar waarom toch bestempelt men inEngeland, zoo wel als inFrankrijk, een geregt met den naam vanSchildpadpastei, waar mogelijk nimmer een greintje vleesch van dit tweeslachtigedier in gevonden wordt?) Somtijds werd mij ook een stuk van een gebraden hart,coeur roti, voorgediend, doch nooit heb ik harts genoeg gehad, om er van te proeven. In het algemeen is al het gebradene, dat inEngelandwordt opgedischt, zeer goed, vrij malsch en sappig, en het is dus bezijden de waarheid, dat het vleesch half gaar wordt gegeten: in tegendeel heb ik het dikwijls eerder te veel dan te weinig gebrade bevonden. Maar zoo gij immer inEngelandmogt komen, mijne waarde landgenooten, waagt uwe tong en u verhemelte dan vooral niet aan deragouts; ik herhaal het ernstig, wacht u voor deragouts! De bekende vergiftigerMignot, van wienBoileauspreekt, zou hier, als een uitstekend kunstenaar, den grootsten opgang hebben kunnen maken, en zijnen naam tot aan de wolken verheffen. De eenige smaak, welken men in deze Engelscheragoutskanontdekken, is de peper, waarmede zoo ruimschoots wordt omgesprongen, dat, niettegenstaande dezelve altijd met eene tamelijke portie water vergezeld is, nogtans en tong en mond in lichtelaaije vlam schijnen te staan. Daar men inEngelandaltijd groenten bij het vleesch gebruikt, kan men zich, naar verkiezing, van aardappelen, wortelen, rapen, kool, erwten of spinazie bedienen, namelijkzoodanig, als moeder natuur ze heeft voortgebragt, (dat is te zeggen) ongestoofd en enkel in water gekookt.
Vervolgens worden, overeenkomstig het saizoen, pruimen-, appelen-, peren- en rozijnentaarten, als ook verschillende soorten vanpuddingsopgedist. Deze laatste benaming geeft men aan alle tusschengeregten, welke uit gebak bestaan, bij voorbeeld, onze rijsttaarten noemt men hierrijstpuddings. Hunneplumb-pudding, onder anderen, is een welgesuikerd gebak, vol met rozijnen, waarvan de Engelschen veel werk maken, schoon het een zeer middelmatig geregt is. Dezeplumb-puddingwordt warm gegeten, sommigen doen er boter bij, anderen brandewijn, en anderen wederom nuttigen dezelve met peper en mosterd.
Men heeft hier tweederlei brood, het eene heet Engelsch en het andere Fransch, het laatste is ook inderdaad een weinigje minder hard en bruin, dan het eerste. Meer dan eens heb ik opgemerkt, dat de Engelschen, niettegenstaande hunne nationale trotschheid en vooringenomenheid, altijd de voorkeur aan het vreemde brood gaven, en dat hun oog even zoo geoefend in het onderscheiden, als hunne hand vaardig in het grijpen was, wanneer er nogslechts twee of drie stukken in den broodkorf lagen.
In dezeChop-housesmogen geene wijnen noch sterke dranken verkocht worden: men kan er derhalve niets anders dan klaar water bekomen, en daar den tafelhouders verboden is, het water op prijs te stellen, hebben zij de edelmoedigheid, het voor niet te geven. Maar daarentegen houdt de eene of andere tappersjongen uit de buurt, vlak bij de deur van de eetzaal post, en van dezen kan men bier krijgen zoo veel, en van welke soort men verlangt, mids boter bij den visch, hetgeen ook zeer goed is; want door het gewoel en de drukte zou de verkooper er zeer ligt eenigepencesbij kunnen inschieten, welke hij voor het aan hem uitgereikte bier zijnen meester zou moeten vergoeden.
Ja, heeren Franschen! bier, van welke soort gij verlangt! Gij zijt trotsch op uwe wijnen vanBourdeaux,BourgogneenChampagne; maar de Engelschen kunnen drie voorname bieren opnoemen. 1o.Klein bier, hetgeen zij, bij verkiezing,tafelbiernoemen, omdat het woordjekleinjuist niet welluidend genoeg klinkt in de ooren van lieden, die voor hetgrootegeboren zijn. Ook is dit bier de gewone drank van het gemeen, en kost nietmeer dan vier Fransche stuivers het pintje. 2o. Deale, die voor negentien stuivers verkocht wordt, en inderdaad zeer goed en smakelijk en oneindig beter, dan onze beste Fransche bieren, is. 3o. Deporter, die tusschen beiden staat, en waarvoor men zes stuivers bij het pint betaalt. Deze-alleen kan op den duur bewaard worden, en op flesschen of kruikjes getapt, wordt hij hoe langer hoe beter, en, naar mate van zijnen ouderdom, des te duurder verkocht. Eindelijk worden deze onderscheidene soorten van bieren nogmaals in bijzondere klassen en onder verschillende benamingen gerangschikt, even als wijBourgogne-wijn vanPomard,Beauneen vanClos-Vougeothebben.
Voor het overige doen de Engelschen zelden voorraad van bier op: zelfs in de voornaamste huizen wordt dagelijks uit de eene of andere herberg zoo veel gebragt, als men rekent, dien dag te zullen gebruiken. Den geheelen dag door ziet men de tappersjongens de stad op en neer draven, om kannen bier aan de huizen rond te brengen. Zij geven aldus het volle pint over en nemen het ledige van den vorigen dag mede. Ook hebben zij gewoonlijk eenen lederen riem als eenen bandelier over den schouder en de borst hangen, en zijn derhalvevan voren en van achteren, zoo wel op den buik als op den rug, rondom met ledige pintjes, als met eenen krans, behangen, zoo dat men hen, dus uitgedost, veilig voor den EngelschenBacchuskan houden.
Zoodanig is het onthaal, dat men inEngeland, ten huize der opentafelhouders, geniet. Ook vindt men er somwijlen gebraden of gekookten visch, maar altijd zeer zeker lamscarbonnaden enbeef-steaks. Dit laatste artikel vindt men echter merkelijk tot zijn voordeel veranderd, zoodra men de zee weder overgestoken is en voet aan land heeft gezet; want debeaf-steaksinFrankrijksmaakt mij oneindig beter, dan al, die ik ooit inEngelandheb gebruikt. Het is dus een van die waarlijk zeldzame gevallen, waar de kopij het origineel overtreft.
Maar ik vergeet den gewigtigsten schotel, het oogelijn en den hartelust der Fransche maag, de zoo onontbeerlijkesoep. Hiermede dan zullen wij ditvreetzameen eetlustwekkende hoofdstuk, in plaats van dat wij er mede hadden moeten beginnen, eindigen. Echter raad ik mijnen Franschen soepminnenden medebroeders, die immer teLondenmogten komen, dezelve, wat het proeven betreft, maarblaauw blaauw te laten blijven, even als ik met de beschrijving ben te werk gegaan.
De soep is geenszins in dit land, even als inFrankrijk, het eerste en voornaamste vereischte van het middagmaal; meestal wordt zij niet eenmaal voorgezet. Nogtans heeft men soepen van onderscheidene soorten, van welke alle ik geproefd heb. Hunnesoupe au jusheeft de meeste overeenkomst met de onze. Het is eene soort van vleeschnat, waarin men, naar goedvinden, eenige stukken geroosterd brood doet; doch het smaakt niet half zoo lekker en aangenaam, als onze Franschebouillon; ja, het is veeleer eene wrange saus, waarin men niets anders dan peper kan proeven, en (de goedhartige lezer vergeve mij dezen kunstterm!) welke eenen muffen en Limburgschen kaasachtigen smaak oplevert. Nog hebben zij eene magere soep (in de volle beteekenis van dat woord,) welke zij de eer aandoen vanerwtensoepte noemen: deze heeft ten minste den walgelijken smaak van de vorige niet, doch is overigens, op den man af afgesproken, niets anders dan erwten met lang nat. Hunne hoendersoep is uit twee bestanddeelen zamengesteld, te weten, uit eenige, meestal niet regt gaar gekookte brokken van eenen ouden haan of hen, en het water, waarin deze gekooktzijn. Men moet dus al eenen zeer bijzonderen smaak hebben, om ze goed te kunnen vinden. Eindelijk heeft men nog eene warmoessoep, welke uit eenige groenten en gekapt vleesch wordt toebereid, dat in eenen oceaan van gepeperd water met mosterd en zout zwemt.
InLondenzijn ook eenige Fransche tafelhouders, maar hunne keuken verschilt vrij wat van die onzerVeri’senBeauvilliers. Het eenige onderscheid tusschen hen en de Engelsche koks is, dat de eerstgemelden, op eene waarlijk zeer beleefde wijze, uwen zak van eenige schellingenmeerweten te ontlasten.