XVI.De Speculant.„Ik moet niet vergeten”—zeide ik tegen mijnen vriendC...den anderen dag, toen ik hem afhaalde, om naarsir Robert D...te gaan, waar wij het middagmaal nemen zouden—„u rekenschap te doen van een zeldzaam bezoek, dat ik dezen morgen gehad heb. Gij moet dan weten, dat ik eenige malen bij eenen zekeren boekverkooper hier in de stad geweest ben, die mij verscheidene nieuwe werkjes bezorgd heeft, en met wien ik zelfs overeengekomen was, na mijne terugkomst inFrankrijkeene geregelde briefwisseling te onderhouden. Daar hij derhalve wist, dat ik mij met de letteroefeningen bezig hield, kwam hij heden morgen bij mij, om mij het buitensporigste voorstel te doen, waarvan ik ooit heb hooren spreken.”„Ik kom,”zeide hij, terwijl hij twee groote rollen papier in 8vo uit zijne zakken haalde,„u eenen zeer voordeeligen voorslag doen. Zie hier een werk, dat ik onlangs gedrukt heb: het is uit het Hoogduitsch vertaald, en vaneenen zeer bekenden en hooggeachten schrijver, wiens werken echter nimmer in het Engelsch, ja zelfs, zoo ik het wel heb, ook niet in het Fransch vertaald zijn geworden. Een Fransch schrijver, die thans veel opgang maakt, heeft daaruit niet alleen de grondstof, maar zelfs ook eene groote menigte van kleine bijzonderheden ontleend, waarmede hij een boekdeel heeft opgesierd, hetwelk hij inFrankrijkals een werk, geheel van zijne vinding, heeft uitgegeven. De aanteekeningen, waarmede deze vertaling verrijkt is, toonen al de plaatsen aan, welke de Fransche schrijver in beslag heeft genomen; en daar dit werk van dien schrijver door geheelFrankrijkverspreid is, geloof ik, dat eene Fransche overzetting van dit, hetwelk ik u hier aanbied, veel fortuin zou maken. Ik doe u derhalve het edelmoedige aanbod, om mij dertig pond te geven (720francs), waarvoor ik u dit uitmuntend werk zal laten, terwijl ik mij tevens verbind, deze overzetting niet uit te geven, voordat de uwe geheel klaar is, opdat gij geene mededinging behoeft te vreezen. Daar gij een mijner kalanten zijt, geef ik u de voorkeur; want gij moogt u verzekerd houden, dat verscheiden Fransche boekverkoopers inLondendit voorstel met verrukking zouden aannemen.„Uw voorstel is, buiten twijfel, zeer aanlokkend, mijn waarde vriend!”antwoordde ik hem;„maar ik kan er geen gebruik van maken. Daarenboven moet ik u doen opmerken, dat inFrankrijkde letterdieverijen voor geene doodzonde gerekend worden, en dat men er nog nooit iemand om gehangen heeft. Voor eenigen tijd heeft men, wel is waar, veel geruchts gemaakt over de uitgave van deConaxa, onder den naam vanLes deux Gendres; maar de reden hiervan is, dat de schrijver van dit laatste stuk de onvoorzigtigheid heeft gehad, om zich den haat van een groot aantal zijner medebroeders, hetgenus irritabile vatum, op den hals te laden. Doch nooit is er een woord gerept van deSchool der Zeden, een stuk, bijna woordelijk uit het Engelsche tooneelspelSchool for Scandal, vanSheridan, overgenomen, evenmin vande Jeugd van Hendrik den Vijfden, waarvan de inhoud, de rangschikking, ja de kleinste bijzonderheden getrokken zijn uit een Hoogduitsch werk vanMeissner, onder den titel vanSkitzen und Erzählungenuitgegeven. De voornaamste verandering, welke de Fransche schrijver heeft gemaakt, is, dat hijHendrik den Vijfdende rol laat spelen, die in het oorspronkelijke stuk aan uwen koningKarel den Tweedenis toegedeeldgeworden. Maar hoe zou men een werk willen vertalen uit eene vertaling? Dit zou immers even zoo goed zijn, als eene oorspronkelijke schilderij naar eene kopij te vervaardigen; men zou er de hand des meesters niet meer in kunnen ontdekken.”—„Laat ons elkander wel verstaan: ik bedoelde, dat gij het oorspronkelijke Hoogduitsche werk zoudt vertalen.”—„Gij hebt dit dan?”—„Neen, maar gij moest het ontbieden.”—„En waarvoor, mijn waarde vriend! zou ik u dan de dertig pond betalen?”—„Maar de aanteekeningen, mijnheer! de aanteekeningen!”—„Zouden, om u de waarheid te zeggen, een weinigje te duur betaald zijn; wijl zij nu volstrekt geen ander nut zouden kunnen aanbrengen, dan mij het spoor der navolging aan te wijzen, hetgeen ik gemakkelijk zelf zou kunnen ontdekken.”En nu verliet hij mij, zijne twee aangebodene deelen met zich nemende, welke hij, volgens zijn zeggen, eenen anderen ging aanbieden.—„Welnu,mijn vriend! wat zegt gij van die grap?”„Hieraan erken ik het Engelsche genie, dat altijd en op alles speculeert. De handelis de ziel en het leven van eenen Engelschman, het zij hij waakt of droomt. Hoor slechts twee Engelschen spreken, en in tien minuten tijds zal het woordspeculationu herhaalde malen in de ooren klinken. Het plan, bij voorbeeld, dat uw boekverkoper de edelmoedigheid had u voor te slaan, moge misschien voor u niet voordeelig zijn geweest; maar gij zult toch wel willen bekennen, dat het uitmuntend voor hem was. Gij herinnert u dien Engelschman nog wel, die, nu drie dagen geleden, met ons aan tafel zat? Hij heeft veel gereisd, en geenszins die dwaze vooringenomenheid voor zijnen landaard, welke hunne trotschheid met de sterkste kleuren schetst. „Er is,”zeide bij tegen ons,„volstrekt geen middelstand inLonden. Zonder de voorname lieden uit, en al de overigen zijn uwe onderdanige dienaars, of, om mij beter uit te drukken, de dienaars van uwe guinies en banknoten. Ieder burger, die slechts eene kamer te missen heeft, meubelt en verhuurt dezelve, en wordt derhalve, ten gevalle van uwe beurs, uw kok en bediende.” En dit is in vollen nadruk waar. Vandaar die kwakzalverij, welke gij bijna in alle winkels hebt moeten opmerken. Aan het eene huis, bij voorbeeld, hangt een bord meteen opschrift, dat gij in geenen anderen winkel teLondenzoodanige waren tegen zulken geringen prijs kunt bekomen; aan het andere vindt men ieder uitgestald artikel met het Engelsche woordOnly!in groote letters, versierd, hetgeen zoo veel zeggen wil, als:nergens anders te bekomen!De eene koopman laat een’ van zijne bedienden, met eenen langen staak, aan welken van boven een bord is gehecht, met de bekendmaking, dat in zijn magazijn-alleen deze of dergelijke goederen tegen dien matigen prijs te koop zijn, de geheele stad doorkruisen. Een andere wederom laat kaartjes aanzijne vrienden, te weten, aaniederen voorbijganger, uitreiken, waardoor hij bekend maakt, dat hij voornemens is, zijnen winkel uit te verkoopen, en dus de goederen, welke hem nog overig zijn, voor halven prijs aanbiedt. Intusschen is hij even min van zins, zijnen handel op te geven, als gij er aan denkt, om denzelven te beginnen. Dit alles is Engelschespeculatie. In een woord, de eerste gedachte van eenen Engelschman, bij zijn ontwaken, de laatste bij zijn inslapen, de beelden, welke hem zelfs droomende voor den geest zweven, zijnplannenenspeculatien.
XVI.De Speculant.„Ik moet niet vergeten”—zeide ik tegen mijnen vriendC...den anderen dag, toen ik hem afhaalde, om naarsir Robert D...te gaan, waar wij het middagmaal nemen zouden—„u rekenschap te doen van een zeldzaam bezoek, dat ik dezen morgen gehad heb. Gij moet dan weten, dat ik eenige malen bij eenen zekeren boekverkooper hier in de stad geweest ben, die mij verscheidene nieuwe werkjes bezorgd heeft, en met wien ik zelfs overeengekomen was, na mijne terugkomst inFrankrijkeene geregelde briefwisseling te onderhouden. Daar hij derhalve wist, dat ik mij met de letteroefeningen bezig hield, kwam hij heden morgen bij mij, om mij het buitensporigste voorstel te doen, waarvan ik ooit heb hooren spreken.”„Ik kom,”zeide hij, terwijl hij twee groote rollen papier in 8vo uit zijne zakken haalde,„u eenen zeer voordeeligen voorslag doen. Zie hier een werk, dat ik onlangs gedrukt heb: het is uit het Hoogduitsch vertaald, en vaneenen zeer bekenden en hooggeachten schrijver, wiens werken echter nimmer in het Engelsch, ja zelfs, zoo ik het wel heb, ook niet in het Fransch vertaald zijn geworden. Een Fransch schrijver, die thans veel opgang maakt, heeft daaruit niet alleen de grondstof, maar zelfs ook eene groote menigte van kleine bijzonderheden ontleend, waarmede hij een boekdeel heeft opgesierd, hetwelk hij inFrankrijkals een werk, geheel van zijne vinding, heeft uitgegeven. De aanteekeningen, waarmede deze vertaling verrijkt is, toonen al de plaatsen aan, welke de Fransche schrijver in beslag heeft genomen; en daar dit werk van dien schrijver door geheelFrankrijkverspreid is, geloof ik, dat eene Fransche overzetting van dit, hetwelk ik u hier aanbied, veel fortuin zou maken. Ik doe u derhalve het edelmoedige aanbod, om mij dertig pond te geven (720francs), waarvoor ik u dit uitmuntend werk zal laten, terwijl ik mij tevens verbind, deze overzetting niet uit te geven, voordat de uwe geheel klaar is, opdat gij geene mededinging behoeft te vreezen. Daar gij een mijner kalanten zijt, geef ik u de voorkeur; want gij moogt u verzekerd houden, dat verscheiden Fransche boekverkoopers inLondendit voorstel met verrukking zouden aannemen.„Uw voorstel is, buiten twijfel, zeer aanlokkend, mijn waarde vriend!”antwoordde ik hem;„maar ik kan er geen gebruik van maken. Daarenboven moet ik u doen opmerken, dat inFrankrijkde letterdieverijen voor geene doodzonde gerekend worden, en dat men er nog nooit iemand om gehangen heeft. Voor eenigen tijd heeft men, wel is waar, veel geruchts gemaakt over de uitgave van deConaxa, onder den naam vanLes deux Gendres; maar de reden hiervan is, dat de schrijver van dit laatste stuk de onvoorzigtigheid heeft gehad, om zich den haat van een groot aantal zijner medebroeders, hetgenus irritabile vatum, op den hals te laden. Doch nooit is er een woord gerept van deSchool der Zeden, een stuk, bijna woordelijk uit het Engelsche tooneelspelSchool for Scandal, vanSheridan, overgenomen, evenmin vande Jeugd van Hendrik den Vijfden, waarvan de inhoud, de rangschikking, ja de kleinste bijzonderheden getrokken zijn uit een Hoogduitsch werk vanMeissner, onder den titel vanSkitzen und Erzählungenuitgegeven. De voornaamste verandering, welke de Fransche schrijver heeft gemaakt, is, dat hijHendrik den Vijfdende rol laat spelen, die in het oorspronkelijke stuk aan uwen koningKarel den Tweedenis toegedeeldgeworden. Maar hoe zou men een werk willen vertalen uit eene vertaling? Dit zou immers even zoo goed zijn, als eene oorspronkelijke schilderij naar eene kopij te vervaardigen; men zou er de hand des meesters niet meer in kunnen ontdekken.”—„Laat ons elkander wel verstaan: ik bedoelde, dat gij het oorspronkelijke Hoogduitsche werk zoudt vertalen.”—„Gij hebt dit dan?”—„Neen, maar gij moest het ontbieden.”—„En waarvoor, mijn waarde vriend! zou ik u dan de dertig pond betalen?”—„Maar de aanteekeningen, mijnheer! de aanteekeningen!”—„Zouden, om u de waarheid te zeggen, een weinigje te duur betaald zijn; wijl zij nu volstrekt geen ander nut zouden kunnen aanbrengen, dan mij het spoor der navolging aan te wijzen, hetgeen ik gemakkelijk zelf zou kunnen ontdekken.”En nu verliet hij mij, zijne twee aangebodene deelen met zich nemende, welke hij, volgens zijn zeggen, eenen anderen ging aanbieden.—„Welnu,mijn vriend! wat zegt gij van die grap?”„Hieraan erken ik het Engelsche genie, dat altijd en op alles speculeert. De handelis de ziel en het leven van eenen Engelschman, het zij hij waakt of droomt. Hoor slechts twee Engelschen spreken, en in tien minuten tijds zal het woordspeculationu herhaalde malen in de ooren klinken. Het plan, bij voorbeeld, dat uw boekverkoper de edelmoedigheid had u voor te slaan, moge misschien voor u niet voordeelig zijn geweest; maar gij zult toch wel willen bekennen, dat het uitmuntend voor hem was. Gij herinnert u dien Engelschman nog wel, die, nu drie dagen geleden, met ons aan tafel zat? Hij heeft veel gereisd, en geenszins die dwaze vooringenomenheid voor zijnen landaard, welke hunne trotschheid met de sterkste kleuren schetst. „Er is,”zeide bij tegen ons,„volstrekt geen middelstand inLonden. Zonder de voorname lieden uit, en al de overigen zijn uwe onderdanige dienaars, of, om mij beter uit te drukken, de dienaars van uwe guinies en banknoten. Ieder burger, die slechts eene kamer te missen heeft, meubelt en verhuurt dezelve, en wordt derhalve, ten gevalle van uwe beurs, uw kok en bediende.” En dit is in vollen nadruk waar. Vandaar die kwakzalverij, welke gij bijna in alle winkels hebt moeten opmerken. Aan het eene huis, bij voorbeeld, hangt een bord meteen opschrift, dat gij in geenen anderen winkel teLondenzoodanige waren tegen zulken geringen prijs kunt bekomen; aan het andere vindt men ieder uitgestald artikel met het Engelsche woordOnly!in groote letters, versierd, hetgeen zoo veel zeggen wil, als:nergens anders te bekomen!De eene koopman laat een’ van zijne bedienden, met eenen langen staak, aan welken van boven een bord is gehecht, met de bekendmaking, dat in zijn magazijn-alleen deze of dergelijke goederen tegen dien matigen prijs te koop zijn, de geheele stad doorkruisen. Een andere wederom laat kaartjes aanzijne vrienden, te weten, aaniederen voorbijganger, uitreiken, waardoor hij bekend maakt, dat hij voornemens is, zijnen winkel uit te verkoopen, en dus de goederen, welke hem nog overig zijn, voor halven prijs aanbiedt. Intusschen is hij even min van zins, zijnen handel op te geven, als gij er aan denkt, om denzelven te beginnen. Dit alles is Engelschespeculatie. In een woord, de eerste gedachte van eenen Engelschman, bij zijn ontwaken, de laatste bij zijn inslapen, de beelden, welke hem zelfs droomende voor den geest zweven, zijnplannenenspeculatien.
XVI.De Speculant.
„Ik moet niet vergeten”—zeide ik tegen mijnen vriendC...den anderen dag, toen ik hem afhaalde, om naarsir Robert D...te gaan, waar wij het middagmaal nemen zouden—„u rekenschap te doen van een zeldzaam bezoek, dat ik dezen morgen gehad heb. Gij moet dan weten, dat ik eenige malen bij eenen zekeren boekverkooper hier in de stad geweest ben, die mij verscheidene nieuwe werkjes bezorgd heeft, en met wien ik zelfs overeengekomen was, na mijne terugkomst inFrankrijkeene geregelde briefwisseling te onderhouden. Daar hij derhalve wist, dat ik mij met de letteroefeningen bezig hield, kwam hij heden morgen bij mij, om mij het buitensporigste voorstel te doen, waarvan ik ooit heb hooren spreken.”„Ik kom,”zeide hij, terwijl hij twee groote rollen papier in 8vo uit zijne zakken haalde,„u eenen zeer voordeeligen voorslag doen. Zie hier een werk, dat ik onlangs gedrukt heb: het is uit het Hoogduitsch vertaald, en vaneenen zeer bekenden en hooggeachten schrijver, wiens werken echter nimmer in het Engelsch, ja zelfs, zoo ik het wel heb, ook niet in het Fransch vertaald zijn geworden. Een Fransch schrijver, die thans veel opgang maakt, heeft daaruit niet alleen de grondstof, maar zelfs ook eene groote menigte van kleine bijzonderheden ontleend, waarmede hij een boekdeel heeft opgesierd, hetwelk hij inFrankrijkals een werk, geheel van zijne vinding, heeft uitgegeven. De aanteekeningen, waarmede deze vertaling verrijkt is, toonen al de plaatsen aan, welke de Fransche schrijver in beslag heeft genomen; en daar dit werk van dien schrijver door geheelFrankrijkverspreid is, geloof ik, dat eene Fransche overzetting van dit, hetwelk ik u hier aanbied, veel fortuin zou maken. Ik doe u derhalve het edelmoedige aanbod, om mij dertig pond te geven (720francs), waarvoor ik u dit uitmuntend werk zal laten, terwijl ik mij tevens verbind, deze overzetting niet uit te geven, voordat de uwe geheel klaar is, opdat gij geene mededinging behoeft te vreezen. Daar gij een mijner kalanten zijt, geef ik u de voorkeur; want gij moogt u verzekerd houden, dat verscheiden Fransche boekverkoopers inLondendit voorstel met verrukking zouden aannemen.„Uw voorstel is, buiten twijfel, zeer aanlokkend, mijn waarde vriend!”antwoordde ik hem;„maar ik kan er geen gebruik van maken. Daarenboven moet ik u doen opmerken, dat inFrankrijkde letterdieverijen voor geene doodzonde gerekend worden, en dat men er nog nooit iemand om gehangen heeft. Voor eenigen tijd heeft men, wel is waar, veel geruchts gemaakt over de uitgave van deConaxa, onder den naam vanLes deux Gendres; maar de reden hiervan is, dat de schrijver van dit laatste stuk de onvoorzigtigheid heeft gehad, om zich den haat van een groot aantal zijner medebroeders, hetgenus irritabile vatum, op den hals te laden. Doch nooit is er een woord gerept van deSchool der Zeden, een stuk, bijna woordelijk uit het Engelsche tooneelspelSchool for Scandal, vanSheridan, overgenomen, evenmin vande Jeugd van Hendrik den Vijfden, waarvan de inhoud, de rangschikking, ja de kleinste bijzonderheden getrokken zijn uit een Hoogduitsch werk vanMeissner, onder den titel vanSkitzen und Erzählungenuitgegeven. De voornaamste verandering, welke de Fransche schrijver heeft gemaakt, is, dat hijHendrik den Vijfdende rol laat spelen, die in het oorspronkelijke stuk aan uwen koningKarel den Tweedenis toegedeeldgeworden. Maar hoe zou men een werk willen vertalen uit eene vertaling? Dit zou immers even zoo goed zijn, als eene oorspronkelijke schilderij naar eene kopij te vervaardigen; men zou er de hand des meesters niet meer in kunnen ontdekken.”—„Laat ons elkander wel verstaan: ik bedoelde, dat gij het oorspronkelijke Hoogduitsche werk zoudt vertalen.”—„Gij hebt dit dan?”—„Neen, maar gij moest het ontbieden.”—„En waarvoor, mijn waarde vriend! zou ik u dan de dertig pond betalen?”—„Maar de aanteekeningen, mijnheer! de aanteekeningen!”—„Zouden, om u de waarheid te zeggen, een weinigje te duur betaald zijn; wijl zij nu volstrekt geen ander nut zouden kunnen aanbrengen, dan mij het spoor der navolging aan te wijzen, hetgeen ik gemakkelijk zelf zou kunnen ontdekken.”En nu verliet hij mij, zijne twee aangebodene deelen met zich nemende, welke hij, volgens zijn zeggen, eenen anderen ging aanbieden.—„Welnu,mijn vriend! wat zegt gij van die grap?”„Hieraan erken ik het Engelsche genie, dat altijd en op alles speculeert. De handelis de ziel en het leven van eenen Engelschman, het zij hij waakt of droomt. Hoor slechts twee Engelschen spreken, en in tien minuten tijds zal het woordspeculationu herhaalde malen in de ooren klinken. Het plan, bij voorbeeld, dat uw boekverkoper de edelmoedigheid had u voor te slaan, moge misschien voor u niet voordeelig zijn geweest; maar gij zult toch wel willen bekennen, dat het uitmuntend voor hem was. Gij herinnert u dien Engelschman nog wel, die, nu drie dagen geleden, met ons aan tafel zat? Hij heeft veel gereisd, en geenszins die dwaze vooringenomenheid voor zijnen landaard, welke hunne trotschheid met de sterkste kleuren schetst. „Er is,”zeide bij tegen ons,„volstrekt geen middelstand inLonden. Zonder de voorname lieden uit, en al de overigen zijn uwe onderdanige dienaars, of, om mij beter uit te drukken, de dienaars van uwe guinies en banknoten. Ieder burger, die slechts eene kamer te missen heeft, meubelt en verhuurt dezelve, en wordt derhalve, ten gevalle van uwe beurs, uw kok en bediende.” En dit is in vollen nadruk waar. Vandaar die kwakzalverij, welke gij bijna in alle winkels hebt moeten opmerken. Aan het eene huis, bij voorbeeld, hangt een bord meteen opschrift, dat gij in geenen anderen winkel teLondenzoodanige waren tegen zulken geringen prijs kunt bekomen; aan het andere vindt men ieder uitgestald artikel met het Engelsche woordOnly!in groote letters, versierd, hetgeen zoo veel zeggen wil, als:nergens anders te bekomen!De eene koopman laat een’ van zijne bedienden, met eenen langen staak, aan welken van boven een bord is gehecht, met de bekendmaking, dat in zijn magazijn-alleen deze of dergelijke goederen tegen dien matigen prijs te koop zijn, de geheele stad doorkruisen. Een andere wederom laat kaartjes aanzijne vrienden, te weten, aaniederen voorbijganger, uitreiken, waardoor hij bekend maakt, dat hij voornemens is, zijnen winkel uit te verkoopen, en dus de goederen, welke hem nog overig zijn, voor halven prijs aanbiedt. Intusschen is hij even min van zins, zijnen handel op te geven, als gij er aan denkt, om denzelven te beginnen. Dit alles is Engelschespeculatie. In een woord, de eerste gedachte van eenen Engelschman, bij zijn ontwaken, de laatste bij zijn inslapen, de beelden, welke hem zelfs droomende voor den geest zweven, zijnplannenenspeculatien.
„Ik moet niet vergeten”—zeide ik tegen mijnen vriendC...den anderen dag, toen ik hem afhaalde, om naarsir Robert D...te gaan, waar wij het middagmaal nemen zouden—„u rekenschap te doen van een zeldzaam bezoek, dat ik dezen morgen gehad heb. Gij moet dan weten, dat ik eenige malen bij eenen zekeren boekverkooper hier in de stad geweest ben, die mij verscheidene nieuwe werkjes bezorgd heeft, en met wien ik zelfs overeengekomen was, na mijne terugkomst inFrankrijkeene geregelde briefwisseling te onderhouden. Daar hij derhalve wist, dat ik mij met de letteroefeningen bezig hield, kwam hij heden morgen bij mij, om mij het buitensporigste voorstel te doen, waarvan ik ooit heb hooren spreken.”
„Ik kom,”zeide hij, terwijl hij twee groote rollen papier in 8vo uit zijne zakken haalde,„u eenen zeer voordeeligen voorslag doen. Zie hier een werk, dat ik onlangs gedrukt heb: het is uit het Hoogduitsch vertaald, en vaneenen zeer bekenden en hooggeachten schrijver, wiens werken echter nimmer in het Engelsch, ja zelfs, zoo ik het wel heb, ook niet in het Fransch vertaald zijn geworden. Een Fransch schrijver, die thans veel opgang maakt, heeft daaruit niet alleen de grondstof, maar zelfs ook eene groote menigte van kleine bijzonderheden ontleend, waarmede hij een boekdeel heeft opgesierd, hetwelk hij inFrankrijkals een werk, geheel van zijne vinding, heeft uitgegeven. De aanteekeningen, waarmede deze vertaling verrijkt is, toonen al de plaatsen aan, welke de Fransche schrijver in beslag heeft genomen; en daar dit werk van dien schrijver door geheelFrankrijkverspreid is, geloof ik, dat eene Fransche overzetting van dit, hetwelk ik u hier aanbied, veel fortuin zou maken. Ik doe u derhalve het edelmoedige aanbod, om mij dertig pond te geven (720francs), waarvoor ik u dit uitmuntend werk zal laten, terwijl ik mij tevens verbind, deze overzetting niet uit te geven, voordat de uwe geheel klaar is, opdat gij geene mededinging behoeft te vreezen. Daar gij een mijner kalanten zijt, geef ik u de voorkeur; want gij moogt u verzekerd houden, dat verscheiden Fransche boekverkoopers inLondendit voorstel met verrukking zouden aannemen.
„Uw voorstel is, buiten twijfel, zeer aanlokkend, mijn waarde vriend!”antwoordde ik hem;„maar ik kan er geen gebruik van maken. Daarenboven moet ik u doen opmerken, dat inFrankrijkde letterdieverijen voor geene doodzonde gerekend worden, en dat men er nog nooit iemand om gehangen heeft. Voor eenigen tijd heeft men, wel is waar, veel geruchts gemaakt over de uitgave van deConaxa, onder den naam vanLes deux Gendres; maar de reden hiervan is, dat de schrijver van dit laatste stuk de onvoorzigtigheid heeft gehad, om zich den haat van een groot aantal zijner medebroeders, hetgenus irritabile vatum, op den hals te laden. Doch nooit is er een woord gerept van deSchool der Zeden, een stuk, bijna woordelijk uit het Engelsche tooneelspelSchool for Scandal, vanSheridan, overgenomen, evenmin vande Jeugd van Hendrik den Vijfden, waarvan de inhoud, de rangschikking, ja de kleinste bijzonderheden getrokken zijn uit een Hoogduitsch werk vanMeissner, onder den titel vanSkitzen und Erzählungenuitgegeven. De voornaamste verandering, welke de Fransche schrijver heeft gemaakt, is, dat hijHendrik den Vijfdende rol laat spelen, die in het oorspronkelijke stuk aan uwen koningKarel den Tweedenis toegedeeldgeworden. Maar hoe zou men een werk willen vertalen uit eene vertaling? Dit zou immers even zoo goed zijn, als eene oorspronkelijke schilderij naar eene kopij te vervaardigen; men zou er de hand des meesters niet meer in kunnen ontdekken.”
—„Laat ons elkander wel verstaan: ik bedoelde, dat gij het oorspronkelijke Hoogduitsche werk zoudt vertalen.”
—„Gij hebt dit dan?”
—„Neen, maar gij moest het ontbieden.”
—„En waarvoor, mijn waarde vriend! zou ik u dan de dertig pond betalen?”
—„Maar de aanteekeningen, mijnheer! de aanteekeningen!”
—„Zouden, om u de waarheid te zeggen, een weinigje te duur betaald zijn; wijl zij nu volstrekt geen ander nut zouden kunnen aanbrengen, dan mij het spoor der navolging aan te wijzen, hetgeen ik gemakkelijk zelf zou kunnen ontdekken.”
En nu verliet hij mij, zijne twee aangebodene deelen met zich nemende, welke hij, volgens zijn zeggen, eenen anderen ging aanbieden.—„Welnu,mijn vriend! wat zegt gij van die grap?”
„Hieraan erken ik het Engelsche genie, dat altijd en op alles speculeert. De handelis de ziel en het leven van eenen Engelschman, het zij hij waakt of droomt. Hoor slechts twee Engelschen spreken, en in tien minuten tijds zal het woordspeculationu herhaalde malen in de ooren klinken. Het plan, bij voorbeeld, dat uw boekverkoper de edelmoedigheid had u voor te slaan, moge misschien voor u niet voordeelig zijn geweest; maar gij zult toch wel willen bekennen, dat het uitmuntend voor hem was. Gij herinnert u dien Engelschman nog wel, die, nu drie dagen geleden, met ons aan tafel zat? Hij heeft veel gereisd, en geenszins die dwaze vooringenomenheid voor zijnen landaard, welke hunne trotschheid met de sterkste kleuren schetst. „Er is,”zeide bij tegen ons,„volstrekt geen middelstand inLonden. Zonder de voorname lieden uit, en al de overigen zijn uwe onderdanige dienaars, of, om mij beter uit te drukken, de dienaars van uwe guinies en banknoten. Ieder burger, die slechts eene kamer te missen heeft, meubelt en verhuurt dezelve, en wordt derhalve, ten gevalle van uwe beurs, uw kok en bediende.” En dit is in vollen nadruk waar. Vandaar die kwakzalverij, welke gij bijna in alle winkels hebt moeten opmerken. Aan het eene huis, bij voorbeeld, hangt een bord meteen opschrift, dat gij in geenen anderen winkel teLondenzoodanige waren tegen zulken geringen prijs kunt bekomen; aan het andere vindt men ieder uitgestald artikel met het Engelsche woordOnly!in groote letters, versierd, hetgeen zoo veel zeggen wil, als:nergens anders te bekomen!
De eene koopman laat een’ van zijne bedienden, met eenen langen staak, aan welken van boven een bord is gehecht, met de bekendmaking, dat in zijn magazijn-alleen deze of dergelijke goederen tegen dien matigen prijs te koop zijn, de geheele stad doorkruisen. Een andere wederom laat kaartjes aanzijne vrienden, te weten, aaniederen voorbijganger, uitreiken, waardoor hij bekend maakt, dat hij voornemens is, zijnen winkel uit te verkoopen, en dus de goederen, welke hem nog overig zijn, voor halven prijs aanbiedt. Intusschen is hij even min van zins, zijnen handel op te geven, als gij er aan denkt, om denzelven te beginnen. Dit alles is Engelschespeculatie. In een woord, de eerste gedachte van eenen Engelschman, bij zijn ontwaken, de laatste bij zijn inslapen, de beelden, welke hem zelfs droomende voor den geest zweven, zijnplannenenspeculatien.