XXVII.

XXVII.De Tower.„Hebt gij pleizier, om een reisje met mij te ondernemen, waartoe een lange adem vereischt wordt?” vroeg mij mijn vriendC...op zekeren morgen.„—Juist ben ik willens, er een te ondernemen. De tijd, welke ik hier zou doorbrengen, is bijna verstreken, en ik verzeker u, dat ik er geenen enkelen dag zal aanknoopen.”„—Daarover wilde ik u niet spreken. Maar gij kunt toch onmogelijk deze stad verlaten, zonder de EngelscheBastillegezien te hebben. Ik kwam hier, om u eene wandeling naar denTowervoor te slaan. Onderweg zal ik u een en ander aanwijzen, dat gij tot hiertoe nog niet gezien hebt.”Met deze woorden begaven wij ons op weg: het kon naar waarheid een reisje genoemd worden; want de straat, waarin ik woonde, was twee groote uren van denTowergelegen.Toen wij, na eenen marsch van een uur, de gevangenis vanNewgatebereikt hadden, zagen wij eene groote menigte volks bij elkander,welke vol verlangen en met ongeduld op iets scheen te wachten, even als de liefhebbers het ophalen van de gordijn in den schouwburg reikhalzende te gemoet zien.„Weet gij ook de reden van dezedrukkebijeenkomst? vroeg ik mijnen vriend.”—„Er zal een misdadiger opgehangen worden. Ziedaar, hij is reeds op het schavot!”—„Ei, ei! is dat eene der zeldzaamheden, welke gij beloofd hebt mij onder weg te laten zien?”—„O neen, mijn vriend! dit is een louter toeval. Daarenboven behoort dit schouwspel onder het kleine getal van die dingen, welke men teLonden gratiskan zien.”—„Hartelijk dank! Ik zou er integendeel wel iets voor willen betalen, om hetniette zien. Ik bid u derhalve, mijn waarde! laat ons eenen anderen weg nemen.”—„Zoo als gij verkiest.—Voormaals plagt men de strafoefeningen inTijburnte verrigten, maar tegenwoordig hebben zij altijd voor de gevangenis vanNewgateplaats. Men zet tegen een venster van eene kamer der gevangenis een schavot op. De veroordeelde stapt uit het raam op het straftooneel, en is vergezeld door eenige geestelijken, welke hem trachten te bemoedigen. Terstond werpt de scherpregterhem de koord om den hals, maakt het eene einde aan de galg vast, en laat den misdadiger aldus eenige oogenblikken staan. Eensklaps wordt de plank, waarop de ongelukkige staat, gewipt, en ziedaar hem met de koorde gestraft, dat er de dood na volgt, waarvoor de Engelschen in hunne taal eene bijzondere uitdrukking hebben en het noemen:Iemand in de eeuwigheid overslingeren. Voor de strafoefening wordt den lijder een glas bieraangeboden, en men gunt hem den tijd, om hetzelve op zijn gemak uit te drinken.Een zeker misdadiger, zoo het scheen, niet begeerig, om de groote plegtigheid te vertragen, bedankte voor het aanbod van dezencomfortabledrank; doch naauwelijks had hij den grooten sprong gedaan, of er werdpardonvoor hem aangekondigd. Hiervandaan het Engelsche spreekwoord:„Had hij zijn glas bier uitgedronken, hij zou nog leven!”Aldus zamen koutende, waren wij ongemerkt aan den kruisweg gekomen, waar dePrince-,Poultrij-,Cornhill-enLombard-streetsop uitloopen.In dezen omtrek zijn de bank, de beurs en het stadhuis gelegen. Mijn vriendC...liet mij deze drie gestichten bezigtigen. Het uitwendige dezer gebouwen is niet onbevallig en kenschetst zelfs zeer veel smaak; maar vanbinnen is alles ten uiterste slecht gerangschikt en verdeeld. Men vindt er niets dan eenige ruime zalen, die allen zeer donker, treurig en somber zijn.Eindelijk kwamen wij aan denTower, ofden Toren, die echter, in den eigenlijken zin van het woord, geentorenkan genoemd worden, maar die veeleer eene vesting gelijkt, met verscheidene torens voorzien, in welke men verschillende straten en gebouwen aantreft.Hier zoude ik met weinig moeite een vrij lang hoofdstuk vol van beschrijvingen en geleerde onderzoekingen kunnen inlasschen, doch daar ik eenmaal bij al, wat heilig is, gezworen heb, mijnen lezers nimmer voorbedachtelijk een slaapdrankje in te geven, zal ik mij geenszins verdiepen in het nasporen, ofJulius CaesardenTowerheeft laten bouwen, die zijnen naam voert, en of de zoogenaamdeWitte Toren, die nogtans even zoo zwart en berookt is, als al de anderen,Willem den Veroveraartot stichter gehad heeft: ook wil ik mij in geen geschil inlaten, in welk vertrekHendrik VI., op last vanEduardIV., den dood heeft ondergaan; of in welk eene andere kamer deze en gene inEngelandberoemde, schoon in andere landen geheel onbekende, personaadjes zijn opgesloten geweest; maar mij liever alleen bepalen tot de verschillende publieke stichtingen, welke in dituitgestrekte gebouw vervat zijn, en welke allen wij gingen bezigtigen.Lieden, die met een beestenspel van stad tot stad op de kermissen rond reizen, om het geëerde publiek, tegen billijke betaling, eenige vreemde en uit verre landen aangebragte dieren en vogels te laten zien, hebben altijd de gewoonte, om boven of naast den ingang van hunne vertoonplaats eene schilderij op te hangen, waarop eenige van die merkwaardige voorwerpen zijn afgebeeld. Evenzoo wijst ook hier een geschilderde leeuw den vreemdelingen den ingang van hetdierenparkaan. De poort is van eene groote schel voorzien, en de deurwachter staat altijd gereed, om u, tegen betaling van eenenshilling, en nog iets, dat de Engelschen eeneerkentenisnoemen, en dat in eene vrijwillige extragift bestaat, binnen te laten. Wij behoefden echter niet aan te schellen; want zoo als wij aan de deur kwamen, werd zij juist geopend voor eenen man, die met den deurwachter in gesprek was.„Jezus mein Gott!riep hij uit,Geld, Geld, und immer Geld!”„Deze heer is een Duitscher,” zeide ik tegen mijnen vriend. Dit had hij gehoord, en zeide daarop terstond tegen mij „Ach, mein Herr, ich kann wohl Englisch und Französich sprechen; es ist aber abscheulich, dassman in diesem fatalen Lande gar nichts sehen und haben kann, ohne Geld!”—„Ja, dat is hier zoo het gebruik, mijnheer! en daarnaar dient men zich te schikken.”Intusschen hadden wij de taks betaald, en de deurwachter wees ons al de daar logerende gasten, den eenen na den anderen, aan. Het getal der beesten is niet zeer groot: even als teParijs, zijn zij in naauwe hokken opgesloten, waarin zij, van lucht en beweging verstoken, een plantenleven leiden, en den aanschouwers niets anders aanbieden dan de schaduwe van hetgene zij in waarheid moesten zijn. Laat ons echter hopen, dat wij in de laatstgenoemde stad eenmaal de leeuwen, tijgers en al de andere vreemde dieren met dezelfde onderscheiding zullen zien behandelen, welke men, sedert eenige jaren, voor de beeren gehad heeft, en dan eerst zalParijszich kunnen beroemen, eendierenparkte bezitten, hetwelk der hoofdstad vanEuropaeer aandoet.Nu verlieten wij het verblijf, waar deze verwoestende schepsels waren opgesloten, om eene plaats te bezigtigen, die diende ter bewaring der stoffe en werktuigen, om voedsel te verschaffen aan de woede en wraakzucht van een schepsel, nog duizendmaal wreeder en bloeddorstiger dan de verschrikkelijkste woudbewoners.De lezer begrijpt ligtelijk, dat ik hier het arsenaal bedoel.„Wie viel?” vroeg mij de Duitscher, ziende, dat wij de handen in den zak staken.„Maar drieshillings!”antwoordde ik hem,„en dan deerkentenis!”„Der Teufel!” riep hij uit, terwijl hij inmiddels zijne schellingen ten offer bragt.Het arsenaal bestaat uit zes groote afdeelingen. In vier derzelve vindt men eene ongemeen talrijke verzameling van allerlei wapenen en geschut, zoo wel voor voet- en paardenvolk, als voor den zeedienst. In de twee andere afdeelingen wordt een groot aantal zeldzaamheden bewaard, als oude wapenrustingen, schilden, standaarden en andere veroverde eereteekenen, door de Engelschen, ter herinnering van hunne voormalige overwinningen, alhier ten toon gesteld. Ook wordt hier den bezigtiger de bijl vertoond, waarmede de ongelukkigeAnnais onthoofd geworden, alsmede een afbeeldsel van de koninginElizabeth, enz. Van hier kwamen wij in een vertrek, waar de meubelen der Kroon bewaard werden. Intusschen vermaakten mijn vriend en ik ons niet weinig met de grappige houding van onzen Duitscher; want bij iedere andere deur, welke ons geopend werd, trok hij zulke benaauwde gezigten, als of hij op naalden en speldenzat, telkens eene uitroeping doende, welke, hoe langer hoe meer, in den kruistoon eindigde.„Sacrement!” zeide hij, terwijl hij, met een gespannen en strak gelaat, zijnenshillingaan deze deur paste; „So etwas braucht man zu Wien nicht zu bezahlen. Ich bin zu Neapel, Paris und Madrid gewesen, habe dajedeMerkwürdigkeit gesehen, aber immer gratis!”Men moet echter toestemmen, dat het beschouwen der kostbare en zeldzame voorwerpen, die aldaar bewaard worden, en die op twee millioenen sterling (48,000,000liv.) geschat zijn, wel eenigeshillingswaardig is.Nu bleef de kapel nog ter bezigtiging over, maar mijnheer de Duitscher hield volmondig staande, dat het gezigt van eene Engelsche kapel geenen schelling waardig was, en nam hier afscheid van ons. Wij beiden, mijn vriend en ik, bleven echter bij ons voornemen, doch zagen welhaast, dat hij geen ongelijk had gehad, want wij vonden volstrekt niets, dat eenige aanmerking verdiende.Hiermede eindigde mijn bezoek aan denTower, hetwelk mij nu tienshillings(12fr.) kostte, de verschillendeerkentenissenhieronder begrepen.

XXVII.De Tower.„Hebt gij pleizier, om een reisje met mij te ondernemen, waartoe een lange adem vereischt wordt?” vroeg mij mijn vriendC...op zekeren morgen.„—Juist ben ik willens, er een te ondernemen. De tijd, welke ik hier zou doorbrengen, is bijna verstreken, en ik verzeker u, dat ik er geenen enkelen dag zal aanknoopen.”„—Daarover wilde ik u niet spreken. Maar gij kunt toch onmogelijk deze stad verlaten, zonder de EngelscheBastillegezien te hebben. Ik kwam hier, om u eene wandeling naar denTowervoor te slaan. Onderweg zal ik u een en ander aanwijzen, dat gij tot hiertoe nog niet gezien hebt.”Met deze woorden begaven wij ons op weg: het kon naar waarheid een reisje genoemd worden; want de straat, waarin ik woonde, was twee groote uren van denTowergelegen.Toen wij, na eenen marsch van een uur, de gevangenis vanNewgatebereikt hadden, zagen wij eene groote menigte volks bij elkander,welke vol verlangen en met ongeduld op iets scheen te wachten, even als de liefhebbers het ophalen van de gordijn in den schouwburg reikhalzende te gemoet zien.„Weet gij ook de reden van dezedrukkebijeenkomst? vroeg ik mijnen vriend.”—„Er zal een misdadiger opgehangen worden. Ziedaar, hij is reeds op het schavot!”—„Ei, ei! is dat eene der zeldzaamheden, welke gij beloofd hebt mij onder weg te laten zien?”—„O neen, mijn vriend! dit is een louter toeval. Daarenboven behoort dit schouwspel onder het kleine getal van die dingen, welke men teLonden gratiskan zien.”—„Hartelijk dank! Ik zou er integendeel wel iets voor willen betalen, om hetniette zien. Ik bid u derhalve, mijn waarde! laat ons eenen anderen weg nemen.”—„Zoo als gij verkiest.—Voormaals plagt men de strafoefeningen inTijburnte verrigten, maar tegenwoordig hebben zij altijd voor de gevangenis vanNewgateplaats. Men zet tegen een venster van eene kamer der gevangenis een schavot op. De veroordeelde stapt uit het raam op het straftooneel, en is vergezeld door eenige geestelijken, welke hem trachten te bemoedigen. Terstond werpt de scherpregterhem de koord om den hals, maakt het eene einde aan de galg vast, en laat den misdadiger aldus eenige oogenblikken staan. Eensklaps wordt de plank, waarop de ongelukkige staat, gewipt, en ziedaar hem met de koorde gestraft, dat er de dood na volgt, waarvoor de Engelschen in hunne taal eene bijzondere uitdrukking hebben en het noemen:Iemand in de eeuwigheid overslingeren. Voor de strafoefening wordt den lijder een glas bieraangeboden, en men gunt hem den tijd, om hetzelve op zijn gemak uit te drinken.Een zeker misdadiger, zoo het scheen, niet begeerig, om de groote plegtigheid te vertragen, bedankte voor het aanbod van dezencomfortabledrank; doch naauwelijks had hij den grooten sprong gedaan, of er werdpardonvoor hem aangekondigd. Hiervandaan het Engelsche spreekwoord:„Had hij zijn glas bier uitgedronken, hij zou nog leven!”Aldus zamen koutende, waren wij ongemerkt aan den kruisweg gekomen, waar dePrince-,Poultrij-,Cornhill-enLombard-streetsop uitloopen.In dezen omtrek zijn de bank, de beurs en het stadhuis gelegen. Mijn vriendC...liet mij deze drie gestichten bezigtigen. Het uitwendige dezer gebouwen is niet onbevallig en kenschetst zelfs zeer veel smaak; maar vanbinnen is alles ten uiterste slecht gerangschikt en verdeeld. Men vindt er niets dan eenige ruime zalen, die allen zeer donker, treurig en somber zijn.Eindelijk kwamen wij aan denTower, ofden Toren, die echter, in den eigenlijken zin van het woord, geentorenkan genoemd worden, maar die veeleer eene vesting gelijkt, met verscheidene torens voorzien, in welke men verschillende straten en gebouwen aantreft.Hier zoude ik met weinig moeite een vrij lang hoofdstuk vol van beschrijvingen en geleerde onderzoekingen kunnen inlasschen, doch daar ik eenmaal bij al, wat heilig is, gezworen heb, mijnen lezers nimmer voorbedachtelijk een slaapdrankje in te geven, zal ik mij geenszins verdiepen in het nasporen, ofJulius CaesardenTowerheeft laten bouwen, die zijnen naam voert, en of de zoogenaamdeWitte Toren, die nogtans even zoo zwart en berookt is, als al de anderen,Willem den Veroveraartot stichter gehad heeft: ook wil ik mij in geen geschil inlaten, in welk vertrekHendrik VI., op last vanEduardIV., den dood heeft ondergaan; of in welk eene andere kamer deze en gene inEngelandberoemde, schoon in andere landen geheel onbekende, personaadjes zijn opgesloten geweest; maar mij liever alleen bepalen tot de verschillende publieke stichtingen, welke in dituitgestrekte gebouw vervat zijn, en welke allen wij gingen bezigtigen.Lieden, die met een beestenspel van stad tot stad op de kermissen rond reizen, om het geëerde publiek, tegen billijke betaling, eenige vreemde en uit verre landen aangebragte dieren en vogels te laten zien, hebben altijd de gewoonte, om boven of naast den ingang van hunne vertoonplaats eene schilderij op te hangen, waarop eenige van die merkwaardige voorwerpen zijn afgebeeld. Evenzoo wijst ook hier een geschilderde leeuw den vreemdelingen den ingang van hetdierenparkaan. De poort is van eene groote schel voorzien, en de deurwachter staat altijd gereed, om u, tegen betaling van eenenshilling, en nog iets, dat de Engelschen eeneerkentenisnoemen, en dat in eene vrijwillige extragift bestaat, binnen te laten. Wij behoefden echter niet aan te schellen; want zoo als wij aan de deur kwamen, werd zij juist geopend voor eenen man, die met den deurwachter in gesprek was.„Jezus mein Gott!riep hij uit,Geld, Geld, und immer Geld!”„Deze heer is een Duitscher,” zeide ik tegen mijnen vriend. Dit had hij gehoord, en zeide daarop terstond tegen mij „Ach, mein Herr, ich kann wohl Englisch und Französich sprechen; es ist aber abscheulich, dassman in diesem fatalen Lande gar nichts sehen und haben kann, ohne Geld!”—„Ja, dat is hier zoo het gebruik, mijnheer! en daarnaar dient men zich te schikken.”Intusschen hadden wij de taks betaald, en de deurwachter wees ons al de daar logerende gasten, den eenen na den anderen, aan. Het getal der beesten is niet zeer groot: even als teParijs, zijn zij in naauwe hokken opgesloten, waarin zij, van lucht en beweging verstoken, een plantenleven leiden, en den aanschouwers niets anders aanbieden dan de schaduwe van hetgene zij in waarheid moesten zijn. Laat ons echter hopen, dat wij in de laatstgenoemde stad eenmaal de leeuwen, tijgers en al de andere vreemde dieren met dezelfde onderscheiding zullen zien behandelen, welke men, sedert eenige jaren, voor de beeren gehad heeft, en dan eerst zalParijszich kunnen beroemen, eendierenparkte bezitten, hetwelk der hoofdstad vanEuropaeer aandoet.Nu verlieten wij het verblijf, waar deze verwoestende schepsels waren opgesloten, om eene plaats te bezigtigen, die diende ter bewaring der stoffe en werktuigen, om voedsel te verschaffen aan de woede en wraakzucht van een schepsel, nog duizendmaal wreeder en bloeddorstiger dan de verschrikkelijkste woudbewoners.De lezer begrijpt ligtelijk, dat ik hier het arsenaal bedoel.„Wie viel?” vroeg mij de Duitscher, ziende, dat wij de handen in den zak staken.„Maar drieshillings!”antwoordde ik hem,„en dan deerkentenis!”„Der Teufel!” riep hij uit, terwijl hij inmiddels zijne schellingen ten offer bragt.Het arsenaal bestaat uit zes groote afdeelingen. In vier derzelve vindt men eene ongemeen talrijke verzameling van allerlei wapenen en geschut, zoo wel voor voet- en paardenvolk, als voor den zeedienst. In de twee andere afdeelingen wordt een groot aantal zeldzaamheden bewaard, als oude wapenrustingen, schilden, standaarden en andere veroverde eereteekenen, door de Engelschen, ter herinnering van hunne voormalige overwinningen, alhier ten toon gesteld. Ook wordt hier den bezigtiger de bijl vertoond, waarmede de ongelukkigeAnnais onthoofd geworden, alsmede een afbeeldsel van de koninginElizabeth, enz. Van hier kwamen wij in een vertrek, waar de meubelen der Kroon bewaard werden. Intusschen vermaakten mijn vriend en ik ons niet weinig met de grappige houding van onzen Duitscher; want bij iedere andere deur, welke ons geopend werd, trok hij zulke benaauwde gezigten, als of hij op naalden en speldenzat, telkens eene uitroeping doende, welke, hoe langer hoe meer, in den kruistoon eindigde.„Sacrement!” zeide hij, terwijl hij, met een gespannen en strak gelaat, zijnenshillingaan deze deur paste; „So etwas braucht man zu Wien nicht zu bezahlen. Ich bin zu Neapel, Paris und Madrid gewesen, habe dajedeMerkwürdigkeit gesehen, aber immer gratis!”Men moet echter toestemmen, dat het beschouwen der kostbare en zeldzame voorwerpen, die aldaar bewaard worden, en die op twee millioenen sterling (48,000,000liv.) geschat zijn, wel eenigeshillingswaardig is.Nu bleef de kapel nog ter bezigtiging over, maar mijnheer de Duitscher hield volmondig staande, dat het gezigt van eene Engelsche kapel geenen schelling waardig was, en nam hier afscheid van ons. Wij beiden, mijn vriend en ik, bleven echter bij ons voornemen, doch zagen welhaast, dat hij geen ongelijk had gehad, want wij vonden volstrekt niets, dat eenige aanmerking verdiende.Hiermede eindigde mijn bezoek aan denTower, hetwelk mij nu tienshillings(12fr.) kostte, de verschillendeerkentenissenhieronder begrepen.

XXVII.De Tower.

„Hebt gij pleizier, om een reisje met mij te ondernemen, waartoe een lange adem vereischt wordt?” vroeg mij mijn vriendC...op zekeren morgen.„—Juist ben ik willens, er een te ondernemen. De tijd, welke ik hier zou doorbrengen, is bijna verstreken, en ik verzeker u, dat ik er geenen enkelen dag zal aanknoopen.”„—Daarover wilde ik u niet spreken. Maar gij kunt toch onmogelijk deze stad verlaten, zonder de EngelscheBastillegezien te hebben. Ik kwam hier, om u eene wandeling naar denTowervoor te slaan. Onderweg zal ik u een en ander aanwijzen, dat gij tot hiertoe nog niet gezien hebt.”Met deze woorden begaven wij ons op weg: het kon naar waarheid een reisje genoemd worden; want de straat, waarin ik woonde, was twee groote uren van denTowergelegen.Toen wij, na eenen marsch van een uur, de gevangenis vanNewgatebereikt hadden, zagen wij eene groote menigte volks bij elkander,welke vol verlangen en met ongeduld op iets scheen te wachten, even als de liefhebbers het ophalen van de gordijn in den schouwburg reikhalzende te gemoet zien.„Weet gij ook de reden van dezedrukkebijeenkomst? vroeg ik mijnen vriend.”—„Er zal een misdadiger opgehangen worden. Ziedaar, hij is reeds op het schavot!”—„Ei, ei! is dat eene der zeldzaamheden, welke gij beloofd hebt mij onder weg te laten zien?”—„O neen, mijn vriend! dit is een louter toeval. Daarenboven behoort dit schouwspel onder het kleine getal van die dingen, welke men teLonden gratiskan zien.”—„Hartelijk dank! Ik zou er integendeel wel iets voor willen betalen, om hetniette zien. Ik bid u derhalve, mijn waarde! laat ons eenen anderen weg nemen.”—„Zoo als gij verkiest.—Voormaals plagt men de strafoefeningen inTijburnte verrigten, maar tegenwoordig hebben zij altijd voor de gevangenis vanNewgateplaats. Men zet tegen een venster van eene kamer der gevangenis een schavot op. De veroordeelde stapt uit het raam op het straftooneel, en is vergezeld door eenige geestelijken, welke hem trachten te bemoedigen. Terstond werpt de scherpregterhem de koord om den hals, maakt het eene einde aan de galg vast, en laat den misdadiger aldus eenige oogenblikken staan. Eensklaps wordt de plank, waarop de ongelukkige staat, gewipt, en ziedaar hem met de koorde gestraft, dat er de dood na volgt, waarvoor de Engelschen in hunne taal eene bijzondere uitdrukking hebben en het noemen:Iemand in de eeuwigheid overslingeren. Voor de strafoefening wordt den lijder een glas bieraangeboden, en men gunt hem den tijd, om hetzelve op zijn gemak uit te drinken.Een zeker misdadiger, zoo het scheen, niet begeerig, om de groote plegtigheid te vertragen, bedankte voor het aanbod van dezencomfortabledrank; doch naauwelijks had hij den grooten sprong gedaan, of er werdpardonvoor hem aangekondigd. Hiervandaan het Engelsche spreekwoord:„Had hij zijn glas bier uitgedronken, hij zou nog leven!”Aldus zamen koutende, waren wij ongemerkt aan den kruisweg gekomen, waar dePrince-,Poultrij-,Cornhill-enLombard-streetsop uitloopen.In dezen omtrek zijn de bank, de beurs en het stadhuis gelegen. Mijn vriendC...liet mij deze drie gestichten bezigtigen. Het uitwendige dezer gebouwen is niet onbevallig en kenschetst zelfs zeer veel smaak; maar vanbinnen is alles ten uiterste slecht gerangschikt en verdeeld. Men vindt er niets dan eenige ruime zalen, die allen zeer donker, treurig en somber zijn.Eindelijk kwamen wij aan denTower, ofden Toren, die echter, in den eigenlijken zin van het woord, geentorenkan genoemd worden, maar die veeleer eene vesting gelijkt, met verscheidene torens voorzien, in welke men verschillende straten en gebouwen aantreft.Hier zoude ik met weinig moeite een vrij lang hoofdstuk vol van beschrijvingen en geleerde onderzoekingen kunnen inlasschen, doch daar ik eenmaal bij al, wat heilig is, gezworen heb, mijnen lezers nimmer voorbedachtelijk een slaapdrankje in te geven, zal ik mij geenszins verdiepen in het nasporen, ofJulius CaesardenTowerheeft laten bouwen, die zijnen naam voert, en of de zoogenaamdeWitte Toren, die nogtans even zoo zwart en berookt is, als al de anderen,Willem den Veroveraartot stichter gehad heeft: ook wil ik mij in geen geschil inlaten, in welk vertrekHendrik VI., op last vanEduardIV., den dood heeft ondergaan; of in welk eene andere kamer deze en gene inEngelandberoemde, schoon in andere landen geheel onbekende, personaadjes zijn opgesloten geweest; maar mij liever alleen bepalen tot de verschillende publieke stichtingen, welke in dituitgestrekte gebouw vervat zijn, en welke allen wij gingen bezigtigen.Lieden, die met een beestenspel van stad tot stad op de kermissen rond reizen, om het geëerde publiek, tegen billijke betaling, eenige vreemde en uit verre landen aangebragte dieren en vogels te laten zien, hebben altijd de gewoonte, om boven of naast den ingang van hunne vertoonplaats eene schilderij op te hangen, waarop eenige van die merkwaardige voorwerpen zijn afgebeeld. Evenzoo wijst ook hier een geschilderde leeuw den vreemdelingen den ingang van hetdierenparkaan. De poort is van eene groote schel voorzien, en de deurwachter staat altijd gereed, om u, tegen betaling van eenenshilling, en nog iets, dat de Engelschen eeneerkentenisnoemen, en dat in eene vrijwillige extragift bestaat, binnen te laten. Wij behoefden echter niet aan te schellen; want zoo als wij aan de deur kwamen, werd zij juist geopend voor eenen man, die met den deurwachter in gesprek was.„Jezus mein Gott!riep hij uit,Geld, Geld, und immer Geld!”„Deze heer is een Duitscher,” zeide ik tegen mijnen vriend. Dit had hij gehoord, en zeide daarop terstond tegen mij „Ach, mein Herr, ich kann wohl Englisch und Französich sprechen; es ist aber abscheulich, dassman in diesem fatalen Lande gar nichts sehen und haben kann, ohne Geld!”—„Ja, dat is hier zoo het gebruik, mijnheer! en daarnaar dient men zich te schikken.”Intusschen hadden wij de taks betaald, en de deurwachter wees ons al de daar logerende gasten, den eenen na den anderen, aan. Het getal der beesten is niet zeer groot: even als teParijs, zijn zij in naauwe hokken opgesloten, waarin zij, van lucht en beweging verstoken, een plantenleven leiden, en den aanschouwers niets anders aanbieden dan de schaduwe van hetgene zij in waarheid moesten zijn. Laat ons echter hopen, dat wij in de laatstgenoemde stad eenmaal de leeuwen, tijgers en al de andere vreemde dieren met dezelfde onderscheiding zullen zien behandelen, welke men, sedert eenige jaren, voor de beeren gehad heeft, en dan eerst zalParijszich kunnen beroemen, eendierenparkte bezitten, hetwelk der hoofdstad vanEuropaeer aandoet.Nu verlieten wij het verblijf, waar deze verwoestende schepsels waren opgesloten, om eene plaats te bezigtigen, die diende ter bewaring der stoffe en werktuigen, om voedsel te verschaffen aan de woede en wraakzucht van een schepsel, nog duizendmaal wreeder en bloeddorstiger dan de verschrikkelijkste woudbewoners.De lezer begrijpt ligtelijk, dat ik hier het arsenaal bedoel.„Wie viel?” vroeg mij de Duitscher, ziende, dat wij de handen in den zak staken.„Maar drieshillings!”antwoordde ik hem,„en dan deerkentenis!”„Der Teufel!” riep hij uit, terwijl hij inmiddels zijne schellingen ten offer bragt.Het arsenaal bestaat uit zes groote afdeelingen. In vier derzelve vindt men eene ongemeen talrijke verzameling van allerlei wapenen en geschut, zoo wel voor voet- en paardenvolk, als voor den zeedienst. In de twee andere afdeelingen wordt een groot aantal zeldzaamheden bewaard, als oude wapenrustingen, schilden, standaarden en andere veroverde eereteekenen, door de Engelschen, ter herinnering van hunne voormalige overwinningen, alhier ten toon gesteld. Ook wordt hier den bezigtiger de bijl vertoond, waarmede de ongelukkigeAnnais onthoofd geworden, alsmede een afbeeldsel van de koninginElizabeth, enz. Van hier kwamen wij in een vertrek, waar de meubelen der Kroon bewaard werden. Intusschen vermaakten mijn vriend en ik ons niet weinig met de grappige houding van onzen Duitscher; want bij iedere andere deur, welke ons geopend werd, trok hij zulke benaauwde gezigten, als of hij op naalden en speldenzat, telkens eene uitroeping doende, welke, hoe langer hoe meer, in den kruistoon eindigde.„Sacrement!” zeide hij, terwijl hij, met een gespannen en strak gelaat, zijnenshillingaan deze deur paste; „So etwas braucht man zu Wien nicht zu bezahlen. Ich bin zu Neapel, Paris und Madrid gewesen, habe dajedeMerkwürdigkeit gesehen, aber immer gratis!”Men moet echter toestemmen, dat het beschouwen der kostbare en zeldzame voorwerpen, die aldaar bewaard worden, en die op twee millioenen sterling (48,000,000liv.) geschat zijn, wel eenigeshillingswaardig is.Nu bleef de kapel nog ter bezigtiging over, maar mijnheer de Duitscher hield volmondig staande, dat het gezigt van eene Engelsche kapel geenen schelling waardig was, en nam hier afscheid van ons. Wij beiden, mijn vriend en ik, bleven echter bij ons voornemen, doch zagen welhaast, dat hij geen ongelijk had gehad, want wij vonden volstrekt niets, dat eenige aanmerking verdiende.Hiermede eindigde mijn bezoek aan denTower, hetwelk mij nu tienshillings(12fr.) kostte, de verschillendeerkentenissenhieronder begrepen.

„Hebt gij pleizier, om een reisje met mij te ondernemen, waartoe een lange adem vereischt wordt?” vroeg mij mijn vriendC...op zekeren morgen.

„—Juist ben ik willens, er een te ondernemen. De tijd, welke ik hier zou doorbrengen, is bijna verstreken, en ik verzeker u, dat ik er geenen enkelen dag zal aanknoopen.”

„—Daarover wilde ik u niet spreken. Maar gij kunt toch onmogelijk deze stad verlaten, zonder de EngelscheBastillegezien te hebben. Ik kwam hier, om u eene wandeling naar denTowervoor te slaan. Onderweg zal ik u een en ander aanwijzen, dat gij tot hiertoe nog niet gezien hebt.”

Met deze woorden begaven wij ons op weg: het kon naar waarheid een reisje genoemd worden; want de straat, waarin ik woonde, was twee groote uren van denTowergelegen.

Toen wij, na eenen marsch van een uur, de gevangenis vanNewgatebereikt hadden, zagen wij eene groote menigte volks bij elkander,welke vol verlangen en met ongeduld op iets scheen te wachten, even als de liefhebbers het ophalen van de gordijn in den schouwburg reikhalzende te gemoet zien.

„Weet gij ook de reden van dezedrukkebijeenkomst? vroeg ik mijnen vriend.”

—„Er zal een misdadiger opgehangen worden. Ziedaar, hij is reeds op het schavot!”

—„Ei, ei! is dat eene der zeldzaamheden, welke gij beloofd hebt mij onder weg te laten zien?”

—„O neen, mijn vriend! dit is een louter toeval. Daarenboven behoort dit schouwspel onder het kleine getal van die dingen, welke men teLonden gratiskan zien.”

—„Hartelijk dank! Ik zou er integendeel wel iets voor willen betalen, om hetniette zien. Ik bid u derhalve, mijn waarde! laat ons eenen anderen weg nemen.”

—„Zoo als gij verkiest.—Voormaals plagt men de strafoefeningen inTijburnte verrigten, maar tegenwoordig hebben zij altijd voor de gevangenis vanNewgateplaats. Men zet tegen een venster van eene kamer der gevangenis een schavot op. De veroordeelde stapt uit het raam op het straftooneel, en is vergezeld door eenige geestelijken, welke hem trachten te bemoedigen. Terstond werpt de scherpregterhem de koord om den hals, maakt het eene einde aan de galg vast, en laat den misdadiger aldus eenige oogenblikken staan. Eensklaps wordt de plank, waarop de ongelukkige staat, gewipt, en ziedaar hem met de koorde gestraft, dat er de dood na volgt, waarvoor de Engelschen in hunne taal eene bijzondere uitdrukking hebben en het noemen:Iemand in de eeuwigheid overslingeren. Voor de strafoefening wordt den lijder een glas bieraangeboden, en men gunt hem den tijd, om hetzelve op zijn gemak uit te drinken.

Een zeker misdadiger, zoo het scheen, niet begeerig, om de groote plegtigheid te vertragen, bedankte voor het aanbod van dezencomfortabledrank; doch naauwelijks had hij den grooten sprong gedaan, of er werdpardonvoor hem aangekondigd. Hiervandaan het Engelsche spreekwoord:„Had hij zijn glas bier uitgedronken, hij zou nog leven!”

Aldus zamen koutende, waren wij ongemerkt aan den kruisweg gekomen, waar dePrince-,Poultrij-,Cornhill-enLombard-streetsop uitloopen.

In dezen omtrek zijn de bank, de beurs en het stadhuis gelegen. Mijn vriendC...liet mij deze drie gestichten bezigtigen. Het uitwendige dezer gebouwen is niet onbevallig en kenschetst zelfs zeer veel smaak; maar vanbinnen is alles ten uiterste slecht gerangschikt en verdeeld. Men vindt er niets dan eenige ruime zalen, die allen zeer donker, treurig en somber zijn.

Eindelijk kwamen wij aan denTower, ofden Toren, die echter, in den eigenlijken zin van het woord, geentorenkan genoemd worden, maar die veeleer eene vesting gelijkt, met verscheidene torens voorzien, in welke men verschillende straten en gebouwen aantreft.

Hier zoude ik met weinig moeite een vrij lang hoofdstuk vol van beschrijvingen en geleerde onderzoekingen kunnen inlasschen, doch daar ik eenmaal bij al, wat heilig is, gezworen heb, mijnen lezers nimmer voorbedachtelijk een slaapdrankje in te geven, zal ik mij geenszins verdiepen in het nasporen, ofJulius CaesardenTowerheeft laten bouwen, die zijnen naam voert, en of de zoogenaamdeWitte Toren, die nogtans even zoo zwart en berookt is, als al de anderen,Willem den Veroveraartot stichter gehad heeft: ook wil ik mij in geen geschil inlaten, in welk vertrekHendrik VI., op last vanEduardIV., den dood heeft ondergaan; of in welk eene andere kamer deze en gene inEngelandberoemde, schoon in andere landen geheel onbekende, personaadjes zijn opgesloten geweest; maar mij liever alleen bepalen tot de verschillende publieke stichtingen, welke in dituitgestrekte gebouw vervat zijn, en welke allen wij gingen bezigtigen.

Lieden, die met een beestenspel van stad tot stad op de kermissen rond reizen, om het geëerde publiek, tegen billijke betaling, eenige vreemde en uit verre landen aangebragte dieren en vogels te laten zien, hebben altijd de gewoonte, om boven of naast den ingang van hunne vertoonplaats eene schilderij op te hangen, waarop eenige van die merkwaardige voorwerpen zijn afgebeeld. Evenzoo wijst ook hier een geschilderde leeuw den vreemdelingen den ingang van hetdierenparkaan. De poort is van eene groote schel voorzien, en de deurwachter staat altijd gereed, om u, tegen betaling van eenenshilling, en nog iets, dat de Engelschen eeneerkentenisnoemen, en dat in eene vrijwillige extragift bestaat, binnen te laten. Wij behoefden echter niet aan te schellen; want zoo als wij aan de deur kwamen, werd zij juist geopend voor eenen man, die met den deurwachter in gesprek was.

„Jezus mein Gott!riep hij uit,Geld, Geld, und immer Geld!”

„Deze heer is een Duitscher,” zeide ik tegen mijnen vriend. Dit had hij gehoord, en zeide daarop terstond tegen mij „Ach, mein Herr, ich kann wohl Englisch und Französich sprechen; es ist aber abscheulich, dassman in diesem fatalen Lande gar nichts sehen und haben kann, ohne Geld!”

—„Ja, dat is hier zoo het gebruik, mijnheer! en daarnaar dient men zich te schikken.”

Intusschen hadden wij de taks betaald, en de deurwachter wees ons al de daar logerende gasten, den eenen na den anderen, aan. Het getal der beesten is niet zeer groot: even als teParijs, zijn zij in naauwe hokken opgesloten, waarin zij, van lucht en beweging verstoken, een plantenleven leiden, en den aanschouwers niets anders aanbieden dan de schaduwe van hetgene zij in waarheid moesten zijn. Laat ons echter hopen, dat wij in de laatstgenoemde stad eenmaal de leeuwen, tijgers en al de andere vreemde dieren met dezelfde onderscheiding zullen zien behandelen, welke men, sedert eenige jaren, voor de beeren gehad heeft, en dan eerst zalParijszich kunnen beroemen, eendierenparkte bezitten, hetwelk der hoofdstad vanEuropaeer aandoet.

Nu verlieten wij het verblijf, waar deze verwoestende schepsels waren opgesloten, om eene plaats te bezigtigen, die diende ter bewaring der stoffe en werktuigen, om voedsel te verschaffen aan de woede en wraakzucht van een schepsel, nog duizendmaal wreeder en bloeddorstiger dan de verschrikkelijkste woudbewoners.De lezer begrijpt ligtelijk, dat ik hier het arsenaal bedoel.

„Wie viel?” vroeg mij de Duitscher, ziende, dat wij de handen in den zak staken.

„Maar drieshillings!”antwoordde ik hem,„en dan deerkentenis!”

„Der Teufel!” riep hij uit, terwijl hij inmiddels zijne schellingen ten offer bragt.

Het arsenaal bestaat uit zes groote afdeelingen. In vier derzelve vindt men eene ongemeen talrijke verzameling van allerlei wapenen en geschut, zoo wel voor voet- en paardenvolk, als voor den zeedienst. In de twee andere afdeelingen wordt een groot aantal zeldzaamheden bewaard, als oude wapenrustingen, schilden, standaarden en andere veroverde eereteekenen, door de Engelschen, ter herinnering van hunne voormalige overwinningen, alhier ten toon gesteld. Ook wordt hier den bezigtiger de bijl vertoond, waarmede de ongelukkigeAnnais onthoofd geworden, alsmede een afbeeldsel van de koninginElizabeth, enz. Van hier kwamen wij in een vertrek, waar de meubelen der Kroon bewaard werden. Intusschen vermaakten mijn vriend en ik ons niet weinig met de grappige houding van onzen Duitscher; want bij iedere andere deur, welke ons geopend werd, trok hij zulke benaauwde gezigten, als of hij op naalden en speldenzat, telkens eene uitroeping doende, welke, hoe langer hoe meer, in den kruistoon eindigde.

„Sacrement!” zeide hij, terwijl hij, met een gespannen en strak gelaat, zijnenshillingaan deze deur paste; „So etwas braucht man zu Wien nicht zu bezahlen. Ich bin zu Neapel, Paris und Madrid gewesen, habe dajedeMerkwürdigkeit gesehen, aber immer gratis!”

Men moet echter toestemmen, dat het beschouwen der kostbare en zeldzame voorwerpen, die aldaar bewaard worden, en die op twee millioenen sterling (48,000,000liv.) geschat zijn, wel eenigeshillingswaardig is.

Nu bleef de kapel nog ter bezigtiging over, maar mijnheer de Duitscher hield volmondig staande, dat het gezigt van eene Engelsche kapel geenen schelling waardig was, en nam hier afscheid van ons. Wij beiden, mijn vriend en ik, bleven echter bij ons voornemen, doch zagen welhaast, dat hij geen ongelijk had gehad, want wij vonden volstrekt niets, dat eenige aanmerking verdiende.

Hiermede eindigde mijn bezoek aan denTower, hetwelk mij nu tienshillings(12fr.) kostte, de verschillendeerkentenissenhieronder begrepen.


Back to IndexNext