Stadhuis te BrusselStadhuis te Brussel
Door haar aangename ligging, door haar inrichtingen op allerlei gebied, haar kunstschatten en nijverheid is zij een der schoonste hoofdsteden der wereld. Bij het binnenkomen valt onmiddellijk de mooi gelegen Kruidtuin in het oog; verder op, in het midden der Koningstraat, heeft men de hooge Congreskolom, waar een heerlijk panorama van de geheele benedenstad zich ontrolt. Onuitwischbaar is de indruk van dit prachtig tafereel met de grootsche Goedelekerk en den slanken St.-Michielstoren van 't stadhuis. Langsheen de Wetstraat zijn de Ministeries en de Wetgevende Kamers, alsook de Warande of het Park met zijn herinneringen aan 1830; aan de overzijde staat het Koninklijk Paleis, het ruiterstandbeeld van Godfried van Bouillon, den held van den eersten kruistocht; links de Rijksbibliotheek met 250,000 boekdeelen en 23,000 kostbare handschriften; daarnaast het algemeen Staatsarchief en het prachtig Museum van moderne schilderstukken. Het Museum van natuurlijke historie met zijn gevulde zalen van allerlei voorwerpen uit het steenen en bronzen tijdperk, en zijn reusachtige geraamten van vóórhistorische dieren, bevindt zich thans in een ander lokaal in de nabijheid van het Wiertz-museum. In de monumentale Regentiestraat heeft men op het einde een verrukkelijk gezicht op het Justitiepaleis, dat als een reusachtige Babylonische godentempel in volle majesteit omhoogrijst. Behalve het paleis van den graaf van Vlaanderen treft men langs den overkant een ander aan, waar de schatten onzer oude schilderschool, meer dan 400 doeken, bewaard en bewonderd worden. Verder komt men aan den Kleinen Zavel met zijn schoone herstelde Gothische kerk, en in den daaroverliggenden tuin de martelaarsgroep van Egmond en Hoorn. Op het kunstig gesmeed hek, dat den tuin omringt, staan op granietkolommen de 48 verschillende neringen der XVIeeeuw door bronzen figuren afgebeeld, terwijl rondom de hoofdgroep in nissen van levend groen, tien marmeren standbeelden zijn geschaard, voorstellende even zooveel beroemde mannen uit die merkwaardige eeuw, waaronder Willem den Zwijger en Marnix van St.-Aldegonde. Daarnaast bevindt zich 't Muziekconservatorium; hoogerop hetvermelde Justitiepaleis van den bouwmeesterPoelaert, dat door zijn grootsche afmetingen een machtigen indruk teweegbrengt, evenals het verrukkelijk uitzicht op de benedenstad, die thans onze belangstelling wekt. Wat het eerst in het oog valt is de statige Goedelekerk, een weinig verder de Groote Markt, de rijkste en schoonste van Noord-Europa. Met haar keurig Stadhuis en zijn edelen slanken toren, ter hoogte van 96m63, de nieuw herbouwde broodhalle of Broodhuis naar het oorspronkelijk plan van 1515, en zijn krans van rijk versierde gildehuizen van omstreeks 1700, dwingt zij elken vreemden bezoeker tot bewondering. Het is majesteit, bevalligheid en weelde.Busken Huet[20]noemt het «breed kantwerk, goudsmederij, een zonnestraal op den weg der bouwkunst». Onder de moderne gebouwen der benedenstad vermelden wij verder de Beurs, het Postkantoor, de Anspach-fontein, benevens de heerlijke boulevards met de rijke hotels en magazijnen, een uitstalling van 't kostbaarste en 't meesterlijkste der nijverheid, al de verleiding van kunst en verfijnde weelde, die verbluft en verrukt.
Paleis van Justitie te BrusselPaleis van Justitie te Brussel
Ten zuiden der hoofdstad in de richting van Henegouwen ontmoet men de kleine stadHalle(12,000 inw.), een druk bezochte bedevaartplaats, en dicht bij de taalgrens, aan de Romeinsche heirbaan van Bavaai naar Atrecht,Edingen(Enghien), in de buurt van een der schoonste parken van Europa.
Volgt men van hier met het spoor nagenoeg den loop van den Dender, tot aan zijn monding in de Schelde, dan ontmoet men langs dien weg de stedenGeeraardsbergen(12,000 inw.),Ninove(7,500 inw.),Aalst(30,000 inw.), met grooten handel in hoppe, vlas en koolzaad, met fabrieken van linnen, katoenen, wollen en zijden weefsels. In de prachtig onvoltooide St.-Maartenskerk te Aalst met een schoon doksaal en een meesterlijke schilderij van Rubens, is het graf vanDirk Martens, die in 1473 het eerst de boekdrukkunst in België bracht. Hij was een der geleerdste mannen van zijn tijd.
Dendermonde(10,600 inw.). De collegiale kerk bevat merkwaardige schilderijen en beeldhouwwerken van groote meesters. Het is de geboorteplaats van den beroemden toonkundigeJan Ockegem(†1430) en van de Vlaamsche dichtersPrudens van Duyse, die er zijn bronzen standbeeld heeft, enEm. Hiel.
Lakenhalle, Belfort en Stadhuis te GentLakenhalle, Belfort en Stadhuis te Gent
Gent(163,000 inw., met zijn voorsteden meer dan 200,000). Hoe verschillend moet de indruk zijn, dien de reiziger ondervindt, als hij voor het eerst hier binnenkomt en een moderne stad meent te zien. Nog is hij de Vlaanderenstraat niet door, of de illusie verdwijnt bij het zicht van een reeks oude gebouwen, waarin zich de luister dier trotsche stad van weleer zoo duidelijk afspiegelt. Het eerste gebouw, dat ons treft, is het Geeraard-duivelsteen (13eeeuw), daarnaast de statige kathedraal van St.-Baafs met haar hoogen toren, de oude Lakenhalle met het nog oudere Belfort, welks zware klokken bij feestgetij hun machtige tonen doen hooren. Die trouwe wachter en die bronzen stem onzer aloude gemeentevrijheden behooren onafscheidelijk bij elkaar. Geen dertig meter verder verrijst het prachtige stadhuis, dat uit twee ongelijke deelen bestaat: de jongste gevel in Renaissancestijl der 17eeeuw, de oudere in Gothiek naar het plan vanDomien De WaghemackereenRombout Keldermans(1481-1517). Moest het opgebouwd en voltrokken zijn, het zou nergens zijn weerga hebben. Ook de oude Romaansch-Gothische kerken van St.-Nikolaas en St.-Jakobs staan in de onmiddellijke nabijheid. Plaats u slechts vijftig meter verder met het zicht op de schilderachtige Graslei, vroeger de stapelplaats voor de granen van Artois, rechts hebt ge de grauwe massa der St.-Michielskerk, vóór u het nieuwe Gothische postkantoor met zijn drie torens, waarboven in de blauwe lucht de klokketoren der St.-Nikolaaskerk en de spits met vergulden draak van het Belfort zich afteekenen; bemerk die rij van oude gebouwen, het «vrije Schippershuis», een der fraaiste Gothische woningen der XVeeeuw, het oude Stapelhuis der XIIIeeeuw in Romaanschen bouwtrant; links, waar de Lieve zich met de Lei vereenigt, den ouden slottoren van 't Gravensteen, en zeg, of het mogelijk is zich een tafereel voor te stellen, zoo keurig en rijk, zoo schilderachtig door samenvoeging van vormen en lijnen, en dit alles op een betrekkelijk kleine ruimte, in het centrum der stad? Doch 't is vooral de St-Baafskerk, die den kunstminnenden reiziger in zoo hooge mate aantrekt. Reeds bij het binnenkomen is deindruk overweldigend. Haar verheven hoogaltaar, dat bijna tot aan het gewelf reikt, het weidsche koor met zijn marmeren praalgraven, de talrijke kapellen met de kostbare gedreven koperen deuren, ieder van deze is op zich zelve een kunstheiligdom. In de eene bewondert men het meesterstuk vanHubertenJan van Eyck«de Aanbidding van 't LamGods» (1411-1432), zoo verheven en dichterlijk van opvatting, zoo volmaakt van samenstelling en techniek, zoo rijk van koloriet; in de andere een der heerlijkste doeken vanRubens«de aanvaarding van den H. Bavo in 't klooster»; in den middelbeuk den zeldzamen schoonen predikstoel vanLaurens Delvaux(18eeeuw); aan den ingang links de doopvont, waarin Karel V in 1500 werd gedoopt, en meer andere gewrochten van onschatbare waarde. Wie van karakter en oorspronkelijkheid houdt, begeve zich naar Gent, het Venetië van 't Noorden, door zijn rivieren (Lei en Schelde, Lieve en Moere) en vaarten in verscheidene eilanden verdeeld, die door 65 bruggen met elkander gemeenschap hebben.
HUB. en JAN VAN EYCK. Aanbidding van het Lam GodsHub. enJan Van Eyck. Aanbidding van het Lam Gods
Vervolgen wij onzen weg tot op de Veerleplaats, waar de trotsche oude burcht met zijn hoogen slottoren en versterkten ringmuur uit de wateren omhoogrijst. Dit bewonderenswaardig specimen van militaire bouwkunst, waarvan de onderbouw wellicht opklimt tot de IXeeeuw en waarschijnlijk als sterkte diende tegen de Noormannen, werd door Filips van den Elzas in 1180 vergroot en opgebouwd. Dit slot, dat den geest terugvoert naar overoude tijden, zou een lange geschiedenis kunnen verhalen van Vlaanderens strijden wee, evenals de Vrijdagmarkt, het forum der oude Gentenaars, waar het standbeeld prijkt van hun grooten burger uit het roemrijk tijdvak van de gemeenten der XIVeeeuw,Jacob van Artevelde.
Predikstoel van St-Baafskerk te GentPredikstoel van St-Baafskerk te Gent
Hoeveel vaderlandsche helden en groote mannen zijn hier niet geboren, ook de machtige Keizer Karel V, die zijn geboorteplaats zoo vreeselijk kastijdde.
HUB. en JAN VAN EYCK. Aanbidding van het Lam Gods (vijf van de zeven bovenpaneelen)Hub. enJan Van Eyck. Aanbidding van het Lam Gods (vijf van de zeven bovenpaneelen)
HUB. en JAN VAN EYCK. Aanbidding van het Lam Gods (hoofdpaneel)Hub.enJan Van Eyck. Aanbidding van het Lam Gods (hoofdpaneel)
De liefhebber van oudheden vindt hier nog zooveel dat zijn weetgierigheid bevredigen kan, vooral de indrukwekkende bouwvallen der aloudeSt.-Baafsabdij, gesticht in de VIIeeeuw, tijdgenoote van St-Amand, die in 636 hier het evangelie kwam prediken, en herbouwd in de IXe.
Het Stadhuis te OudenaardeHet Stadhuis te Oudenaarde
Door twee belangrijke kanalen is Gent in gemeenschap met de zee: door de vaart van Brugge en Oostende en doordie van Terneuzen, welke, gegraven op last van koning Willem I (1825), thans verbreed en verdiept, een der schoonste kanalen van Europa is geworden.
Door zijn inrichtingen van onderwijs op elk gebied en van elken graad, door zijn hoogeschool in 1817 door Willem I gesticht, door zijn museums en kostbare bibliotheek, door zijn aanzienlijke fabrieken van metaal, linnen en katoen, door zijn tuinbouw en bloementeelt, die thans de eerste plaats in de wereld bekleedt, heeft Gent, ondanks al de uitgestane rampen, zich allengs weten op te richten, dank zij de levenskracht van dat taaie ras, dat in onze dagen zich nog altoos kloek, even vrijzinnig en gevoelig toont voor al wat schoon is en groot, even flink en nijverig als zijn Vaderen van voorheen.
Met dit bemoedigend beeld voor oogen, begeven we ons naarOudenaarde(7,000 inw.), mede een der oudste en heldhaftigste steden van 't land. Haar rang, evenals haar vermaarde nijverheid van tapijten en gobelins, die in de 15een 16eeeuw tot 14,000 personen bezighield en voor welke de grootste kunstenaars de modellen en teekeningen leverden, heeft ze laten verloren gaan. Lodewijk XIII gelastteFilips Robijnsvan Oudenaarde de beroemde manufacturen der Gobelins naar Parijs over te brengen en de werkhuizen van Beauvais in te richten.
Haar muren hebben aan menige bestorming kloeken weerstand geboden. De gebouwen, die ze heeft bewaard, getuigen van haar vroegere welvaart: het Stadhuis, dat pronkjuweel van een uit steen gebeiteld kantwerk met zijn torentinne in vorm van kroon (1525-1537), is het werk van den BrusselaarHendrik van Pede, en moet in schoonheid voor dat van Leuven niet onderdoen. Gelukkig heeft het van de woede der beeldstormers niet te lijden gehad. Het innerlijke bevat een paar mooie schoorsteenen en een prachtige hoofddeur, een meesterstuk der zestiende-eeuwsche Renaissance. Verder heeft men het statig koor van de oude St.-Walburgis-kerk, den Romaanschen tempel van O.-L.-Vrouw van Pamele met zijn edelen vorm en eerwaardig voorkomen.
Oudenaarde is de geboorteplaats vanMargareta vanParma, de beroemde landvoogdes der Nederlanden (1560-1567), van den vermaarden schilderAdriaan Brouwer(1608-1640) en van andere befaamde personen.
Voorbij de stad begint een heuvelachtige streek, een der schoonste van België, met zachte hellingen, vriendelijke valleien en boschrijke hoogten, die Vlaanderen van Henegouwen scheiden en ook de taalgrens vormen tusschen de beide stammen. De hoogste punten der provincie zijn: de Kluisberg (150 M.), in de omgeving van Ronse, de Muziekberg (150 M.), waaraan de legende van Daneelken, den Vlaamschen Tannhäuser, is verbonden, en de Hootond (180 M.). Richt men van een dier hoogten den blik in het ronde, dan kan men moeielijk een uitroep van bewondering weerhouden. Diep, verreweg kronkelt de Schelde als een zilveren streep door de heerlijke landerijen, terwijl naar het zuiden het oog rust op de zachte omtrekken van den Drievuldigheidsberg, die als een baak de plaats aanwijst, waar de Waalsche stadDoornikmet de meest indrukwekkende hoofdkerk en haar vijf Romaansche torens zich verheft.
Ronse(20,000 inw.) was reeds ten tijde der Romeinen een bewoond centrum. Thans is het een zeer bedrijvig midden met fabrieken van allerhande weefsels.
De weg naar Kortrijk is niet lang, maar zeer afwisselend.
Kortrijk(35,000 inw.), te midden der licht groene vlasakkers en het weelderig bouwland, is niet ingeslapen en mag fier zijn op de producten zijner nijverheid. De stad bezit de grootste lijnwaadmarkt van België. Haar fijne linnen weefsels, haar tafellakens en servetten, haar mooie kanten, haar bleekerijen en oliefabrieken bezorgen haar rijkdom en welvaart. Binnen de grenzen der tegenwoordige stad ligt een deel van den Groeningerkouter, waar den 11nJuli 1302 onze ambachtslieden het groote Fransche leger versloegen in den slag der Gulden Sporen, en door hun heldenmoed het bestaan en de toekomst van den heelen Dietschen stam van een gewissen ondergang redden.
Dicht in de nabijheid ligt het aloudeHarelbeke, dat beschouwd wordt als de bakermat van Vlaanderen. Dit dorpis de geboorteplaats van den grooten Vlaamschen toondichterPeter Benoit.
Gaan we van Kortrijk naar Ieperen, dan stoomt de trein voorbijMeenen(19,000 inw.),Wervik(8,700 inw.), een zeer oude stad,Komen(5,700 inw.), waar de Fransche kronijkschrijver van Lodewijk XI en Karel VI,Philippe de Comines, geboren werd, alsookAuger Busbecq, beroemd natuurkundige, die uit Azië de jasmijn en tulp in Europa bracht. MetWaasten(13,600 inw.) drijven de genoemde steden grooten handel in tabak en nemen een belangrijk deel aan de linnen- en katoennijverheid.
Ieperen(17,000 inw.), thans een stad van den derden rang, was in de middeleeuwen de machtige mededingster van Brugge en Gent, die te zamen over het lot van Vlaanderen beslisten. Haar omvang was in dien tijd veel grooter dan in onze dagen. Aan haar uitstekend laken, aan de overvloedige productie van dekens en wollen stoffen, aan haar uitgebreiden handel dankte zij voor een groot deel haar voorspoed en welvaart. Doch van al dien rijkdom en geduchte macht is weinig overgebleven: alleen haar monumenten zijn van den eersten rang, waaronder een zeker getal merkwaardige huizen, de oude vleeschhal en inzonderheid de grootsche St.-Maartenskerk en de indrukwekkende lakenhalle.
Grootsch en schoon in den verheven zin is die oude St.-Maartenskerk (1221), haar monumentaal koor met de weidsche praalgraven der oude bisschoppen, en de eenvoudige zerk vanCornelis Jansenius, in leven den geëerbiedigden kerkvoogd, den 6nMei 1638 door de pest weggerukt, doch na zijn dood, ter oorzake zijner schriften, als ketter gedoemd.
Doch het is de welberoemde halle, die het meest de aandacht trekt. Een gevoel van eerbiedige bewondering maakt zich van ons meester, als we staan tegenover dien reuzenbouw met zijn honderd vensters in den voorgevel en zijn zwaren wachttoren. De indruk dien zij maakt, is des te aangrijpender, omdat niemand zulk een wonder verwacht in deze verlaten stad. Het is verreweg het grootste burgerlijk gebouw der middeleeuwen.
Op dit uitgestrekte plein was het, dat de beroemde jaarmarkten gehouden werden, dat de gilden en ambachtslieden vergaderden, en de beroemde rederijkerskamer, deAlpha en Omega, haar vermaarde landjuweelen hield.
Niet ver van Ieperen ligtPoperinge(11,500 inw.) te midden van rijke velden met hoppe, die overal gezocht wordt.
Vervolgen wij onze reis naar het noorden, dan ontmoeten we eerstRoeselare(23,000 inw.) op de Mandel, na Kortrijk de nijverigste stad van West-Vlaanderen, met een belangrijke linnen- en hennepmarkt, alsmede fabrieken van katoen, lijnwaad en linten. Het is de geboorteplaats van den te vroeg gestorven West-Vlaamschen dichterAlbrecht Rodenbach.
Izegem(12,000 inw.) met belangrijke schoen- en borstelfabrieken, enTielt(11,000 inw.) met linnenweverijen, vlas- en grooten veehandel, laten we terzijde, evenalsTourhout(10,000 inw.), een zeer oude vervallen stad, wier oorsprong ongetwijfeld opklimt tot den tijd onzer heidensche voorouders. Tijdens de middeleeuwen was zij de groote stapelplaats van de Spaansche en Engelsche wolsoorten; door haar jaarmarkten en handel in paarden een der bedrijvigste steden van Vlaanderen.
Ten noord-oosten der stad, op 3 Km. afstand, ligt een deel van 't oude grafelijk slot vanWijnendale, het voormalig zomerverblijf der graven van Vlaanderen, te beginnen met Robrecht den Vries tot en met Lodewijk van Nevers. Maria van Bourgondië, dochter van Karel den Stoute, overleed er in 1482, ten gevolge van een val van haar paard.
Hoe verder men naar het noorden en westen trekt, hoe meer de grond zich effent, tot hij overgaat in de lage vlakte.
Diksmuideaan den IJzer (4,000 inw.) was eenmaal een aanzienlijke haven- en handelsstad, wier jaarmarkten langs de heele kust bekend waren. Zij bezit een doksaal, dat te recht om zijn keurige uitvoering als een der schoonste van West-Europa is bekend. Sedert drie eeuwen geniet de Diksmuidsche boter een welverdiende faam.
Veurne(5,800 inw.) is de westelijkste, maar ook de meest Vlaamschsprekende stad van België. De oude kastelenij met haar talrijke dorpen volgde Brugge en Gent in macht enaanzien op. De groote markt met haar antieke gevels, haar raadhuis en gerechtshof, met daarachter de indrukwekkende kerk en toren van St.-Walburgis, is nog altijd een der schilderachtigste pleinen van geheel Vlaanderen en onder de kleine pleinen van Europa een der allerliefste. Jaarlijks, op den laatsten Zondag van Juli, lokt de vermaarde boetprocessie, met haar eigenaardig zeventiende-eeuwsch karakter, duizenden toeschouwers.
Groote Markt te VeurneGroote Markt te Veurne
Heeft men van Diksmuide en Veurne een indruk van verlatenheid meegenomen, nog droeviger is het gevoel, dat ons bevangt, als menNieuwpoortbinnentreedt. De groote markt met haar ruime, zeer eigenaardige Gothische hal, vroeger het middelpunt van haar bedrijvig leven, is thans ledig en verlaten. Ten jare 1600 was Nieuwpoorts strand getuige van een der schoonste wapenfeiten, waarvan de geschiedenis gewaagt, de overwinning van prins Mauritsmet zijn Geuzenvloot op het Spaansche leger, aangevoerd door den aartshertog Albert van Oostenrijk.
Klimmen we thans de duinen over, om langs de kust met haar aaneenschakeling van kleine en groote badplaatsen, Oostende, het middelpunt van allen, te bereiken.
Zoo stil en rustig Nieuwpoort is, zoo levendig en woelig isOostende, in het badseizoen vooral. Zonder tegenspraak is zij de schitterendste en meest bezochte badstad van Europa. Het uitzicht, als men haar van den zeekant nadert, is ongemeen betooverend. Haar breede, met zorg onderhouden dijk, welke een der schoonste zeestranden beheerscht, is bezoomd met kostbare villa's in allerlei bouwtrant, met prachtige hotels, paleizen en heerlijke woningen, de eene al weelderiger dan de andere. Meer en meer wordt Oostende de internationale paradeplaats van het rijke Europa. Een geregelde stoomvaartlijn op Dover onderhoudt de gemeenschap met Engeland, waaruit de prachtige en welingelichte mailbooten des zomers duizenden reizigers overbrengen. Wie denkt bij het zien van dit woelig strand, aan den ouden tijd waarop de schoonste bladzijde harer geschiedenis met stroomen bloeds beschreven is, aan de belegering van Albertus en Isabella, waarbij 60,000 strijders den dood vonden (1601-1604)?
Had zij door het beleg en den oorlog veel geleden, de vrede en het sluiten der Schelde hergaven haar een deel van haar voormaligen luister. De stad telt thans 40,000 inw.; meer dan 200 schuiten en een twintigtal stoombooten gebruikt zij voor de vischvangst; ook houdt ze zich bezig met alles wat bij den scheepsbouw behoort.
Van het oude Oostende is weinig overgebleven. Haar prachtige Kurzaal met haar rijke zalen, haar nieuwe schouwburg en postkantoor in Renaissance, haar bijna voltooide sierlijke Gothische kerk, van den Brugschen bouwmeesterDe la Censerie, bewijzen, dat de smaak voor edele kunst nog steeds onze Vlaamsche meesters weet te bezielen.
NaBlankenberge, sedert weinige jaren de mededingster van Oostende, enHeist, de laatste plaats van belang op de Vlaamsche kust, steken we de groene velden over, ontwoekerd aan de baren van de zee. Die nieuw veroverde grond was de oorzaak van de verzanding van 't Zwin, den grooten zeeboezem tijdens de Middeleeuwen, ruim genoeg, om een gansche vloot te bergen, tevens van den dood van Damme en Sluis en het verval van Brugge.
Damme. — Geen rechtgeaard Nederlander bezoekt Brugge zonder zijn groet en dank te brengen aan 't stille Damme, de vroegere voorhaven, waarmee het door een zeekanaal verbonden werd, toen de golven zich voor goed terugtrokken. Gedurende twee eeuwen was de welvaart van Damme ongehoord. Thans is het een onbeduidend dorp met een alleenstaanden vierkanten kerktoren en een vervallen raadhuis, en te midden van het plein het standbeeld vanJacob van Maerlant, «den Vader der Dietscher Dichtre algader», die reeds van in de XIIIeeeuw «den Nederlanders den weg der vrijheid en der verlichting wees», de rechten zijner medemenschen kloekmoedig verdedigde tegen de aanmatiging van adel en geestelijkheid.
Brugge(53,000 inw.). Niet zonder een gevoel van ontroering en weemoed nadert een Vlaming het stille Brugge, tevens zoo belangrijk voor den geschied- en oudheidkenner als voor den vriend der kunst. Geen stad heeft zoo trouw haar middeleeuwsch karakter bewaard, en voortdurend streeft ze er naar, om dit eigenaardige te behouden. Wat een weelde van hooge torentransen, die uit alle deelen der stad zoo rustig en fier ten hemel klimmen, van merkwaardige gebouwen met beeldhouwwerken, waaraan zoo menige herinnering is verbonden! Wat een rij van schilderachtige hoekjes en grachten met hun mooie omlijsting, die den blik bekoren en den geest terugvoeren naar lang vervlogen tijden! Zie, bijna zonder het te weten, staan we op de Groote Markt vóór den Halletoren, die met zijn vorstelijke stedekroon de trotsche macht der Vlaamsche gemeente zoo aanschouwelijk uitdrukt, en dit juist tegenover een andere verpersoonlijking van wilskracht en heldenmoed, van Breidel en De Coninc, de helden uit den Gulden-Sporenslag, toonbeelden van vaderlandsliefde.
De Halletoren te BruggeDe Halletoren te Brugge
Griffie, Stadhuis en H. Bloedkapel te BruggeGriffie, Stadhuis en H. Bloedkapel te Brugge
Op het burchtplein bewonderen wij het stadhuis (1376)met de kapel van 't H. Bloed; links de oude griffie in de zestiende-eeuwsche Renaissance; in het justitiepaleis, de vermaarde schouw van «'t Vrije»[21], een wonder van Renaissance-houtsnijkunst, uitgevoerd naar de teekening vanLancelot Blondeel(1529-1531). Gaat men de overdekte straat naast het raadhuis door, dan heeft men langs de gracht niet alleen een verrukkelijk gezichtspunt op het achtergedeelte van «den vrijen burcht»[22], maar op al de omliggende gebouwen, op zoo menig schilderachtig plekje, gelijk men er in Brugge aantreft. Steekt men den Dijver over, een heerlijk tafereel, gevormd door de grootsche lijnen der O.-L.-Vrouwenkerk met haar 122 M. hoogen toren, als een oude vesting des geloofs, en de prachtige woning der Heeren van Gruuthuse, teekent zich af tegen het verzilverde blauw van den hemel. De oude kerk bezit een schat van kunstwerken, een groot getal schilderijen van groote meesters, een overheerlijk madonnabeeld van Michel Angelo, alsook de prachtige graftomben van Karel den Stoute en Maria van Bourgondië. Het paleis der familie Gruuthuse is ingericht tot een museum met wonderbare handschriften, kostbare kanten en drijfwerk. Van de andere zijde der plaats trekt ons de donkere gevel van St.-Jans-gasthuis onweerstaanbaar aan, om binnen zijn muren de meesterstukken te bewonderen van den grooten schilderHans Memlinc. Daar vindt men hem in al zijn teederheid en bewogen uitdrukking, in al zijn glorie en volmaaktheid.
Een aantal merkwaardige doeken van dien meester, ook van Jan van Eyck en andere primitieven berusten in het stedelijk museum.
Van hier begeven wij ons naar de kathedraal van St.-Salvator met haar rijke kunstschatten en haar toren in de gedaante van een hoog versterkt kasteel.
Al die monumenten, die mooie gevels, die weergalooze kunst, wier roem sedert eeuwen nog niets verloren heeft van hun grootheid, staven zij niet de vroegere macht en glorie onzer Vlaamsche steden, maar ook den schoonheidszin en de bedrevenheid onzer kunstenaars? Onvergankelijk is deroem onzer voorouders op dit gebied. Maar groot en machtig was eens Brugge, de eerste handelsstad van Noord-Europa. Twintig naties hadden er hun handelsfactorijen. In 1365 waren er veertig Duitsche handelshuizen, die deel uitmaakten van deHanze[23]. De Spanjaarden en Italianen waren nog talrijker. In dien tijd werd de eerste beurs gehouden, waarop de Bruggeling zoo trotsch was. De eenstemmige berichten omtrent Brugge's rijkdom, pracht en schoonheid, grenzen bijna aan het ongelooflijke. Allen spreken van haar met een soort van geestvervoering[24]. In de XVeeeuw telde zij niet minder dan 80 neringen. Helaas! die roem is ondergegaan. Burgeroorlogen en de verzanding van het Zwin, haar voorhaven, hebben haar den doodslag toegebracht. Onder Maximiliaan van Oostenrijk begon haar welvaart snel te zinken, haar bevolking te verminderen. In 1516 bracht de Hanze den zetel van haar zaken naar Antwerpen over. Sedertdien geraakte zij meer en meer in verval, in een soort van doodslaap, die nog slechts gestoord zou worden door de godsdienstige woelingen der XVIeeeuw. Droevig tijdperk, waaraan een Vlaming niet kan denken, zonder dat hij naar de reden vraagt van zulk «een hachlijk lot»[25].
Toch blijft ze voor den denker en den droomer nog bekoorlijk in haar alouden luister, de onttroonde stedekoningin, met haar schilderachtig Minnewater en haar eenig oud Begijnhof.
Van Brugge vervolgen wij onze reis door het Meetjesland naarEekloo(13,000 inw.) met linnenweverijen, wol- en katoenfabrieken, de geboorteplaats van den dichter K. L.Ledeganck, wien zijn stamgenooten onlangs een standbeeld hebben opgericht.
Spoedig hebben we de grens van dien zandgrond achter ons, om straks het kanaal van Terneuzen over te stoomen, en het vruchtbare Waasland binnen te treden.
Ons eerste bezoek geldt het nijverigeLokeren(25,000 inw.) aan de Durme, met fabrieken van katoenen en wollen stoffen, van zeildoek en vellen; haar bleekerijen en linnenweefsels zijn algemeen gekend, ook haar handel in granen, hennep, olie en koolzaad.
Thans volgtSt.-Nikolaas(32,000 inw.), de vriendelijke hoofdplaats van 't Land van Waas. Haar fabrieken van katoenen, wollen en fluweelen stoffen, van linten en galons, van kousen en hoeden, vormen een van de schakels der nijverheidsketen, die Vlaanderen aan de hoofdstad verbindt.
Intusschen hebben weAntwerpen, de koningin der Schelde bereikt. Met haar heerlijke ligging aan den breeden Scheldestroom, waar schepen uit alle zeeën binnenloopen, en in haar dokken de schatten der vijf werelddeelen komen uitstorten; door haar uitgebreiden handel verrijkt en getooid met de schoonste voortbrengselen der kunst, is zij een der prachtigste en bloeiendste steden van 't vasteland. In de jaarboeken der geschiedenis en der kunst prijkt haar naam met onvergankelijken luister. Toen zij onder Karel V de rijke erfgename werd der vervallen grootheid van Brugge, was het zielental reeds tot 90,000 geklommen. Wil men zich een denkbeeld vormen van haar spoedige macht en grootheid als handelsstad, men leze Guicciardini, waar hij schrijft, dat «de kooplieden van alle natiën er hun kantoren hadden en zij welhaast alle andere steden der wereld overtrof.»
P. P. RUBENS. Afdoening van het Kruis (O. L. Vr. Kerk te Antwerpen)P. P. Rubens. Afdoening van het Kruis (O. L. Vr. Kerk te Antwerpen)
Met de regeering van Filips II en vooral met de komst van Alva, begon voor ons land een tijdperk van vervolging, van jammer en ellende, maar ook van hardnekkigen strijd voor de vrijheid van geweten, voor godsdienstige verdraagzaamheid, zoo onmisbaar voor de grootheid van een volk. En toen na de heldhaftige verdediging van Antwerpen, Marnix genoodzaakt was de stad over te geven aan Alexander Farnese, en het Spaansche leger haar muren binnentrok,begon voor haar een sombere tijd. Met haar val in 1585 ging de wereldhandel naar Amsterdam, en toen bij den Vrede van Munster in 1648 de Scheldemonden niet heropend, maar voor goed gesloten werden, was het voor lang met haar welvaart gedaan. Gedurende twee eeuwen trachtte zij nog te leven voor de kunst, wier glans nog immer op haar afstraalt van haar groote zonen, van Quanten Metsijs, Jordaens, Van Dyck, Teniers, Rubens bovenal, die in heel de stad zijn glorierijk spoor heeft achtergelaten. De Fransche sansculotten openden weer de Schelde en eerst in 1803, onder Napoleon, begon men groote verbeteringen aan de haven te brengen, en er voorname scheepstimmerwerven te vestigen.
O. L. Vrouwenkerk te AntwerpenO. L. Vrouwenkerk te Antwerpen
Sinds den afkoop van den Scheldetol in 1863, nam haar handel en welvaart dagelijks toe. Thans is zij na Londen de meest bezochte handels- en havenstad van Europa, want in de laatste jaren heeft zij Liverpool en Hamburg voorbij gestreefd. Meer dan 5000 schepen van alle natiën en grootte varen er jaarlijks binnen. Haar zielental is thans tot 282,000 geklommen, zonder de dichtbevolkte voorsteden. De diamantslijperijen en goudsmeedkunst, haar zijde, kanten en tapijten, haar suiker-, zeep-, tabak-, touw- en zeilfabrieken, haar stokerijen, brouwerijen en scheepstimmerwerven, evenals haar uitgebreide handel bezorgen aan al die duizenden werk en voorspoed. Doch niet alleen als handels-metropool is Antwerpen een bezoek overwaard; ook om haar rijke museums, haar monumenten en heerlijke kerken, gevuld met meesterstukken van schilder- en beeldhouwkunst. Onder al die merkwaardige gebouwen is de O.-L.-Vrouwenkerk de schoonste en prachtigste. Die ruime Gothische tempel met zijn vijf beuken en zijn weergalooze torenspits, een steenen kantwerk, dat zich 123 M. hoog in de lucht verheft, bevat o. a. drie wereldberoemde schilderijen van den grooten Rubens. Ook de met marmer zoo rijk versierde kerk van St.-Jacob, waar de groote schilder begraven ligt, en die der Jezuïeten, de schoonste proef van Rubens talent als bouwmeester, verdienen bewonderd te worden. Onder de burgerlijke gebouwen noemen we slechts het stadhuis met de bekende Leyszaal, de mooie omringende gildehuizen en defontein van Lambeaux, die de legende van Antwerpen voorstelt; de Handelsbeurs, het Museum van schilderijen, zoo rijk aan heerlijke doeken van Vlaamsche meesters; verder het Museum Plantijn-Moretus, eenig in zijn soort, met een overvloed van familie-relieken, bibliotheek en archief, alsmede het drukkersmaterieel uit de 16een 17eeeuwen, een rijke verzameling hout- en koperplaten, schilderijen, enz. Aan standbeelden van groote mannen, die hier geleefd en gewerkt hebben voor den roem van 't Vaderland, ontbreekt het in Antwerpen niet; onder de moderne gebouwen vermelden we alleen het Justitiepaleis, de Nationale Bank, den Nederlandschen Schouwburg, het prachtig Stationsgebouwen den vermaarden Dierentuin, een der heerlijkste van Europa.
Hier zijn we aan het einde van onze omwandeling door het Vlaamsche land met zijn nijverige steden. Moge dit vluchtig overzicht van wat het op het gebied van natuurschoon, van kunst en nijverheid te genieten geeft, van alles wat ons volk door vlijt en werkzaamheid heeft voortgebracht en door 't voorgeslacht is nagelaten, er toe bijdragen, om den lust bij allen op te wekken ons land en volk beter te leeren kennen in zijn geschiedenis en taal, in zijn streven en werken, en alzoo den band, die ons allen vereenigt, nauwer en duurzamer te maken.
Gent, 1905.
[7]Men heeft berekend dat de Rijn jaarlijks 5200 M3slib en gerolde steenen aan den Oceaan levert, en kalk genoeg om 33200 millioen oesterschalen te vormen. Deze scheikundig opgeloste stof is niet zichtbaar en ontneemt niets aan de kleur van het water. De Mississippi stort meer dan 450 millioen M3en de Ganges meer dan 600 millioen M3slib jaarlijks in zee.[8]Diluvium= het ten gevolge van overstrooming, door bezinking ontstane land, bestaande uit zand, grint en leem.[9]Alluvium= de bovenste en jongste lagen der vaste aardkorst: zij bestaan uit van elders aangevoerde stoffen, geleverd door planten, door zee en stroomen of door den wind. Waar bepaalde plantensoorten werkzaam waren, daar ontstonden bij nagenoeg geheele afsluiting der lucht, waardoor verrotting werd tegengegaan,venen.[10]Die hooge venen, in het Waalsch «Hautes Fagnes» genoemd, hebben gewis hun ontstaan te danken aan de ophoopingen van plantenlagen in het dichte woud, dat de kruinen der Ardennen bedekte. Deze plantenlagen deden den grond verzuren, waardoor het woud zelf moest sterven, en langzamerhand verkoolden zij met de andere planten, die in dien zuren bodem nog konden groeien.[11]Het is in die krijtlagen dat men in 1878 te Bernissart bij Doornik, verscheidene geraamten van het reusachtigiguanodon, een monsterachtig kruipdier, dat de diep ingesloten valleien in de steenkolengronden bewoonde, heeft ontdekt. Deze kolossale geraamten bevinden zich in het Museum van natuurlijke historie te Brussel.[12]Volgens sommige geologen dankt die brandstof haar ontstaan aan een weelderigen plantengroei, die ter plaatse uit poel en moeras oprees, en die later door overstrooming neergesmakt en na tal van eeuwen met slijklagen bedekt werd. De planten, van de lucht afgesloten, verkoolden. Die afwisseling van droog en vochtig herhaalde zich en zoo ontstonden na duizenden jaren onderscheidene lagen boven elkander van planten en dan weer van klei. — Volgens andere zouden de bestanddeelen, die tot de vorming der steenkoollagen meewerkten en voornamelijk bestaan uit ontzettende massa's van plantenafval, als takken, stengels van rietgewassen, schors, bladeren, palmvarens, ringplanten, enz. van elders aangevoerd zijn door rivier en overstrooming, en evenals bij de vorming van turf in venen, door afsluiting van lucht, na duizenden jaren verkoold zijn (Zie: Jules Cornet,Premières notions de Géologie).[13]ZieDe Landbouwkunst in de Nederlanden: I. België, door Emile De Laveleye.[14]Die strook gronds, rijk aan zink- of galmeimijnen(calamine)heeft den vorm van een gelijkbeenigen driehoek, waarvan het toppunt ligt aan den zuid-oosthoek van Ned. Limburg. Zij is niet meer dan 350 Ha. groot. Bij de vaststelling der grenslijn in 1815 kon men het niet eens worden tusschen Pruisen en Nederland, en dus bleef het landje voorloopig onzijdig gebied tusschen België en Pruisen.[15]Zie DeLandbouwkunst in de Nederlanden: I. België.[16]Antonius Sanderus of Sanders, geb. te Antwerpen, † in 1664 in de abdij van Affligem, bijna 90 jaar oud, schrijver van deFlandria Illustrata(1641).[17]Luigi Guicciardini, geb. te Florence in 1533, † te Antwerpen in 1589. Zie zijnDescrizione de tutti i Paesi-Bassi(1567).[18]Cornelius Tacitus, beroemd Romeinsch geschiedschrijver, geboren 61 jaren na Chr. en waarschijnlijk overleden in 117. Onder zijn werken behoort het boekDe origine, vitu, moribus ac populis Germanorum liber, een beschrijving der Germaansche volkeren.[19]Studies in Volkskracht. — 1eSerie, NrVIII.Opmerkingen over het Nederlandsch Volkskarakterdoor Prof. H. Kern. Haarlem. De Erven F. Bohn, 1904.[20]ZieHet Land van Rubensdoor CdBusken Huet. Amsterdam, J. C. Loman Jr. 1881.[21]Die vermaarde schoorsteen, een der parels van de kunstkroon van Brugge, is een geschenk aan Karel V na zijn overwinning op Frans I, koning van Frankrijk, in den veldslag van Pavia (1525).[22]HetVrije Brugsche Ambachtwas een district van het land, dat nimmer aan de staat van leenroerigheid tegenover de drie groote steden van het graafschap onderworpen was.[23]HanzeofHansa= een handelsverbond van Duitsche steden (Hamburg, Lubek, Bremen, Keulen, Dantzig), in 1241 gesticht, om hun handel te beschutten en uit te breiden, en de van de vorsten verkregen rechten en vrijheden te handhaven. Ook Nederlandsche en een enkele Vlaamsche stad behoorden er toe.[24]Judocus Damhouder, beroemd rechtsgeleerde († 1581) wijdt een geheel hoofdstuk aan haar pracht. Sanderus(Flandria illustrata)noemt haar «de ster van België». Cassander vergelijkt haar met Athenen. Men raadplege verder Marchantius, Aeneas Sylvius, Guicciardini, Chastellein en meer andere.[25]Lees K. L. Ledeganck,De Drie Zustersteden: Aan Brugge.
[7]Men heeft berekend dat de Rijn jaarlijks 5200 M3slib en gerolde steenen aan den Oceaan levert, en kalk genoeg om 33200 millioen oesterschalen te vormen. Deze scheikundig opgeloste stof is niet zichtbaar en ontneemt niets aan de kleur van het water. De Mississippi stort meer dan 450 millioen M3en de Ganges meer dan 600 millioen M3slib jaarlijks in zee.
[7]Men heeft berekend dat de Rijn jaarlijks 5200 M3slib en gerolde steenen aan den Oceaan levert, en kalk genoeg om 33200 millioen oesterschalen te vormen. Deze scheikundig opgeloste stof is niet zichtbaar en ontneemt niets aan de kleur van het water. De Mississippi stort meer dan 450 millioen M3en de Ganges meer dan 600 millioen M3slib jaarlijks in zee.
[8]Diluvium= het ten gevolge van overstrooming, door bezinking ontstane land, bestaande uit zand, grint en leem.
[8]Diluvium= het ten gevolge van overstrooming, door bezinking ontstane land, bestaande uit zand, grint en leem.
[9]Alluvium= de bovenste en jongste lagen der vaste aardkorst: zij bestaan uit van elders aangevoerde stoffen, geleverd door planten, door zee en stroomen of door den wind. Waar bepaalde plantensoorten werkzaam waren, daar ontstonden bij nagenoeg geheele afsluiting der lucht, waardoor verrotting werd tegengegaan,venen.
[9]Alluvium= de bovenste en jongste lagen der vaste aardkorst: zij bestaan uit van elders aangevoerde stoffen, geleverd door planten, door zee en stroomen of door den wind. Waar bepaalde plantensoorten werkzaam waren, daar ontstonden bij nagenoeg geheele afsluiting der lucht, waardoor verrotting werd tegengegaan,venen.
[10]Die hooge venen, in het Waalsch «Hautes Fagnes» genoemd, hebben gewis hun ontstaan te danken aan de ophoopingen van plantenlagen in het dichte woud, dat de kruinen der Ardennen bedekte. Deze plantenlagen deden den grond verzuren, waardoor het woud zelf moest sterven, en langzamerhand verkoolden zij met de andere planten, die in dien zuren bodem nog konden groeien.
[10]Die hooge venen, in het Waalsch «Hautes Fagnes» genoemd, hebben gewis hun ontstaan te danken aan de ophoopingen van plantenlagen in het dichte woud, dat de kruinen der Ardennen bedekte. Deze plantenlagen deden den grond verzuren, waardoor het woud zelf moest sterven, en langzamerhand verkoolden zij met de andere planten, die in dien zuren bodem nog konden groeien.
[11]Het is in die krijtlagen dat men in 1878 te Bernissart bij Doornik, verscheidene geraamten van het reusachtigiguanodon, een monsterachtig kruipdier, dat de diep ingesloten valleien in de steenkolengronden bewoonde, heeft ontdekt. Deze kolossale geraamten bevinden zich in het Museum van natuurlijke historie te Brussel.
[11]Het is in die krijtlagen dat men in 1878 te Bernissart bij Doornik, verscheidene geraamten van het reusachtigiguanodon, een monsterachtig kruipdier, dat de diep ingesloten valleien in de steenkolengronden bewoonde, heeft ontdekt. Deze kolossale geraamten bevinden zich in het Museum van natuurlijke historie te Brussel.
[12]Volgens sommige geologen dankt die brandstof haar ontstaan aan een weelderigen plantengroei, die ter plaatse uit poel en moeras oprees, en die later door overstrooming neergesmakt en na tal van eeuwen met slijklagen bedekt werd. De planten, van de lucht afgesloten, verkoolden. Die afwisseling van droog en vochtig herhaalde zich en zoo ontstonden na duizenden jaren onderscheidene lagen boven elkander van planten en dan weer van klei. — Volgens andere zouden de bestanddeelen, die tot de vorming der steenkoollagen meewerkten en voornamelijk bestaan uit ontzettende massa's van plantenafval, als takken, stengels van rietgewassen, schors, bladeren, palmvarens, ringplanten, enz. van elders aangevoerd zijn door rivier en overstrooming, en evenals bij de vorming van turf in venen, door afsluiting van lucht, na duizenden jaren verkoold zijn (Zie: Jules Cornet,Premières notions de Géologie).
[12]Volgens sommige geologen dankt die brandstof haar ontstaan aan een weelderigen plantengroei, die ter plaatse uit poel en moeras oprees, en die later door overstrooming neergesmakt en na tal van eeuwen met slijklagen bedekt werd. De planten, van de lucht afgesloten, verkoolden. Die afwisseling van droog en vochtig herhaalde zich en zoo ontstonden na duizenden jaren onderscheidene lagen boven elkander van planten en dan weer van klei. — Volgens andere zouden de bestanddeelen, die tot de vorming der steenkoollagen meewerkten en voornamelijk bestaan uit ontzettende massa's van plantenafval, als takken, stengels van rietgewassen, schors, bladeren, palmvarens, ringplanten, enz. van elders aangevoerd zijn door rivier en overstrooming, en evenals bij de vorming van turf in venen, door afsluiting van lucht, na duizenden jaren verkoold zijn (Zie: Jules Cornet,Premières notions de Géologie).
[13]ZieDe Landbouwkunst in de Nederlanden: I. België, door Emile De Laveleye.
[13]ZieDe Landbouwkunst in de Nederlanden: I. België, door Emile De Laveleye.
[14]Die strook gronds, rijk aan zink- of galmeimijnen(calamine)heeft den vorm van een gelijkbeenigen driehoek, waarvan het toppunt ligt aan den zuid-oosthoek van Ned. Limburg. Zij is niet meer dan 350 Ha. groot. Bij de vaststelling der grenslijn in 1815 kon men het niet eens worden tusschen Pruisen en Nederland, en dus bleef het landje voorloopig onzijdig gebied tusschen België en Pruisen.
[14]Die strook gronds, rijk aan zink- of galmeimijnen(calamine)heeft den vorm van een gelijkbeenigen driehoek, waarvan het toppunt ligt aan den zuid-oosthoek van Ned. Limburg. Zij is niet meer dan 350 Ha. groot. Bij de vaststelling der grenslijn in 1815 kon men het niet eens worden tusschen Pruisen en Nederland, en dus bleef het landje voorloopig onzijdig gebied tusschen België en Pruisen.
[15]Zie DeLandbouwkunst in de Nederlanden: I. België.
[15]Zie DeLandbouwkunst in de Nederlanden: I. België.
[16]Antonius Sanderus of Sanders, geb. te Antwerpen, † in 1664 in de abdij van Affligem, bijna 90 jaar oud, schrijver van deFlandria Illustrata(1641).
[16]Antonius Sanderus of Sanders, geb. te Antwerpen, † in 1664 in de abdij van Affligem, bijna 90 jaar oud, schrijver van deFlandria Illustrata(1641).
[17]Luigi Guicciardini, geb. te Florence in 1533, † te Antwerpen in 1589. Zie zijnDescrizione de tutti i Paesi-Bassi(1567).
[17]Luigi Guicciardini, geb. te Florence in 1533, † te Antwerpen in 1589. Zie zijnDescrizione de tutti i Paesi-Bassi(1567).
[18]Cornelius Tacitus, beroemd Romeinsch geschiedschrijver, geboren 61 jaren na Chr. en waarschijnlijk overleden in 117. Onder zijn werken behoort het boekDe origine, vitu, moribus ac populis Germanorum liber, een beschrijving der Germaansche volkeren.
[18]Cornelius Tacitus, beroemd Romeinsch geschiedschrijver, geboren 61 jaren na Chr. en waarschijnlijk overleden in 117. Onder zijn werken behoort het boekDe origine, vitu, moribus ac populis Germanorum liber, een beschrijving der Germaansche volkeren.
[19]Studies in Volkskracht. — 1eSerie, NrVIII.Opmerkingen over het Nederlandsch Volkskarakterdoor Prof. H. Kern. Haarlem. De Erven F. Bohn, 1904.
[19]Studies in Volkskracht. — 1eSerie, NrVIII.Opmerkingen over het Nederlandsch Volkskarakterdoor Prof. H. Kern. Haarlem. De Erven F. Bohn, 1904.
[20]ZieHet Land van Rubensdoor CdBusken Huet. Amsterdam, J. C. Loman Jr. 1881.
[20]ZieHet Land van Rubensdoor CdBusken Huet. Amsterdam, J. C. Loman Jr. 1881.
[21]Die vermaarde schoorsteen, een der parels van de kunstkroon van Brugge, is een geschenk aan Karel V na zijn overwinning op Frans I, koning van Frankrijk, in den veldslag van Pavia (1525).
[21]Die vermaarde schoorsteen, een der parels van de kunstkroon van Brugge, is een geschenk aan Karel V na zijn overwinning op Frans I, koning van Frankrijk, in den veldslag van Pavia (1525).
[22]HetVrije Brugsche Ambachtwas een district van het land, dat nimmer aan de staat van leenroerigheid tegenover de drie groote steden van het graafschap onderworpen was.
[22]HetVrije Brugsche Ambachtwas een district van het land, dat nimmer aan de staat van leenroerigheid tegenover de drie groote steden van het graafschap onderworpen was.
[23]HanzeofHansa= een handelsverbond van Duitsche steden (Hamburg, Lubek, Bremen, Keulen, Dantzig), in 1241 gesticht, om hun handel te beschutten en uit te breiden, en de van de vorsten verkregen rechten en vrijheden te handhaven. Ook Nederlandsche en een enkele Vlaamsche stad behoorden er toe.
[23]HanzeofHansa= een handelsverbond van Duitsche steden (Hamburg, Lubek, Bremen, Keulen, Dantzig), in 1241 gesticht, om hun handel te beschutten en uit te breiden, en de van de vorsten verkregen rechten en vrijheden te handhaven. Ook Nederlandsche en een enkele Vlaamsche stad behoorden er toe.
[24]Judocus Damhouder, beroemd rechtsgeleerde († 1581) wijdt een geheel hoofdstuk aan haar pracht. Sanderus(Flandria illustrata)noemt haar «de ster van België». Cassander vergelijkt haar met Athenen. Men raadplege verder Marchantius, Aeneas Sylvius, Guicciardini, Chastellein en meer andere.
[24]Judocus Damhouder, beroemd rechtsgeleerde († 1581) wijdt een geheel hoofdstuk aan haar pracht. Sanderus(Flandria illustrata)noemt haar «de ster van België». Cassander vergelijkt haar met Athenen. Men raadplege verder Marchantius, Aeneas Sylvius, Guicciardini, Chastellein en meer andere.
[25]Lees K. L. Ledeganck,De Drie Zustersteden: Aan Brugge.
[25]Lees K. L. Ledeganck,De Drie Zustersteden: Aan Brugge.
DrF. W. C. Krecke,Handboek der Algemeene Natuurkundige Aardrijkskunde, vijfde uitgave. —Patria Belgica, publié sous la direction d'Eug. Van Bemmel. 3 deelen. 1873-75. — Émile De Laveleye,De Landbouwkunst in de Nederlanden; I. België. 1865. — Alf. Jourdain et L. Van Stalle,Dictionnaire encyclopédique de géographie historique du royaume de Belgique. 2 deelen. 1896. — DrH. Blink,Onze Aarde. Handboek der Natuurkundige Aardrijkskunde. 1890. —El. Reclus,Nouvelle Géographie Universelle. IV. 1879. — CdBusken-Huet,Het Land van Rubens. 1881. — Jules Cornet,Premières notions de Géologie. 1903. — Fr. von Hellwald,Die Erde und ihre Volker. 1878. — Henry Havard,La Terre des Gueux. 1877. — Prof. H. Kern,Opmerkingen over het Nederlandsch volkskarakter, nr8 vanStudies in Volkskracht. 1904. — Ant. Sanderus,Flandria illustrata. 1641. — Luigi Guicciardini,Descrizione de tutti i Paesi-Bassi.1567.
DOOR
PAUL FREDERICQ
Ruwe volksstammen bewoonden oudtijds Belgiës bodem, alsdan deels moerassig aan de kust en in het lage binnenland, deels heuvelachtig en met bosschen bedekt naar het Zuiden en het Oosten toe. Omstreeks 't jaar 50 vóór Christus' geboorte werden die «Barbaren» ontdekt en onderworpen door Julius Cæsar, den beroemden veldheer der Romeinsche Republiek, die ons in het verhaal zijner krijgstochten het eerste volledig en schilderachtig tafereel leverde van de toenmalige bewoners van ons Vaderland.
Alzoo werden, in de laatste jaren der negentiende eeuw, de negers van Middel-Afrika aan de watervallen der breede Congo-rivier door Stanley en de Belgische officieren van koning Leopold II ontdekt en in den stroom der beschaving getrokken.
Tusschen die twee ontdekkingen in van wilde stammen ligt onze geheele geschiedenis van België, die een tijdverloop van nagenoeg twee duizend jaren omvat.
In zijne gedenkschriften roemt Cæsar den moed dier Belgische volksstammen:Horum omnium fortissimi sunt Belgae(de Belgen zijn de dapperste aller bewoners van Gallië). Maar die Keltische of Gallische Belgen, door Romeveroverd, leerden en spraken weldra Latijn, de taal hunner beheerschers en beschavers, en zij werden de voorvaderen der Walen; terwijl later aangekomen Germanen, vooral Franken, en ook voor een deel Friezen en Saksen, de stamvaders der Vlamingen werden.
Onder die Franken stonden mannen op als Hlodowig (Clovis), koning van Doornik, die het koninkrijkFranciastichtte en zijne hoofdstad naar Parijs overbracht; Karel met den strijdhamer (Martellum), die in 732 bij Poitiers de wassende zee van den aanspoelenden Islam stuitte; en Karel de Groote (Carolus Magnus), die in 800 tot Keizer van 't Westen werd gekroond. Dat waren de eerste groote Vlamingen uit den voortijd.
Het machtig Rijk van Karel den Groote viel aan brokken en de Schelde werd de grens tusschenFranciaenAlemania. Aan beide oevers van den kalmen stroom ontstonden het graafschap Vlaanderen (863) en het hertogdom Lotharingen, die beide eerst geheel en al onder den invloed der Germaansche beschaving stonden, zelfs in de Waalsche gewesten, vooral te Luik en te Doornik.
Omtrent 't jaar 1000 werd integendeel de Fransche beschaving overheerschend. Het Duitsche Rijk was verdeeld en onmachtig geworden. De Fransche Kroon begon hare staatkundige, intellectueele en kunstheerschappij in West-Europa. Doch, in 't gebied van Schelde en Maas, waren bloeiende handels- en nijverheidssteden geboren, die een onafhankelijk leven wilden leiden tusschen Duitschland en Frankrijk.
Vooral de Dietsche gewesten streefden naar eene eigene Vlaamsche beschaving en in het midden der 13deeeuw verkondigde een West-Vlaming, Jacob van Maerlant, aan zijn volk in de moedertaal de geheimen van den godsdienst, van de natuurwetenschap en van de wereldgeschiedenis, zooals men ze alsdan slechts in de geleerde taal van den tijd, in 't Latijn op de Hoogescholen in andere landen leeren kon. Brugge, Gent en Ieperen, weldra ook Antwerpen, Leuven, enz., werden brandpunten van nijverheid, handel en stoffelijken welstand, vrijheid, volksverlichting en kunst.
En toen de overmoedige Fransche Koning in 1300 het graafschap Vlaanderen op den impopulairen landheer inpalmde en aldus een begin scheen te maken met de trapsgewijze verovering van ons tegenwoordig vaderland, stonden weldra de Vlaamsche ambachtslieden en boeren op het slagveld der Gulden Sporen, te Kortrijk (1302), om Vlaanderen en de naburige streek voor Fransche annexatie te redden. Breidel en De Coninc, Willem van Gulik, Zannekijn, de twee Arteveldes, Pieter Van den Bossche, Frans Ackerman en zooveel andere helden zijn dan de groote Vlamingen, die «de koningen doen beven» en aan de onderdrukte bevolkingen van Frankrijk en van Engeland tot lichtbaken in de duisternis dienen, zooals de gelijktijdige Waalsche kroniekschrijver Froissart met ontzetting te boek stelde.
De Vlaamsche lakenweverij bevoorraadt geheel Europa. De hallen, belforten en stadhuizen komen prachtig uit den grond te Ieperen, te Brugge, te Gent en in de kleinere gemeenten. De halle van Ieperen is het grootste burgerlijk gebouw der middeleeuwen. De didactische dichterschool van Maerlant en de mystieke prozaschrijvers met den grooten Brabander Jan van Ruusbroec aan het hoofd leveren het geestesvoedsel in de moedertaal aan de Vlamingen, terwijl de verfransching in de hoogere standen reeds aan 't woekeren is.