Cerae (open).Cerae (open).Cephēis,Κηφηίς, Andromeda, dochter van Cepheus.Cepheus,Κηφεύς, 1) zoon van Belus en Anchinoë, koning van Aethiopië, vader van Andromeda, werd met zijne vrouw en dochter onder de sterren verplaatst.—2)Arcadiër, zoon van Lycurgus, nam deel aan de calydonische jacht.—3)van Tegea, zoon van Aleüs en Neaera, een van de Argonauten.Cephisodotus,Κηφισόδοτος, 1) Athener, werd in 359 met eene vloot naar Thracië gezonden, waar hij zich door Charidēmus liet overhalen tot het sluiten van een zoo schandelijken vrede, dat hij bijna ter dood veroordeeld werd; hij werd echter afgezet en voor vijf talenten beboet.—2)atheensch beeldhouwer, vader van Praxiteles, van wien nog een beeld, Vrede en Rijkdom, bestaat.Cephīs(s)us,Κηφισός, ook welΚηφισσός, naam van verscheidene rivieren, o. a. 1) in Phocis en Boeotia. Naar deze rivier, die in het meer Copaïs uitloopt, heet dit laatste bij Homerus ookΚηφισίς. De riviergod van dit stroompje was de vader van Narcissus.—2)riv. in Attica, die aan de Westzijde langs Athenae vloeide.—3)rivier in Argolis, die van links in den Inachus uitstroomt.Cephren, =Chephren.Cera,κηρός, was, werd door de ouden tot verschillende doeleinden gebruikt. Men bestreek er de houten schrijfplankjes mede, waarop men dan met een stalen schrijfstift ofstilusschreef (tabulae ceratae). Soms waren eenige van zulke plankjes tot een boekje vereenigd, zooals bij ons wel met leitjes het geval is; zulk een boekje heettecerae;cera prima, secunda, enz. beteekende dan de eerste, tweede bladzijde. Voor geschriften, die bewaard moesten worden, om zoo noodig in rechten tot bewijsstuk te kunnen dienen, had men tafeltjes, welker inrichting uit nevenstaande afbeelding blijkt. Het eigenlijke stuk staat op de binnenzijde van het eerste en tweede tafeltje, deze twee zijn dichtgebonden met een touw, dat door een opzettelijk daarvoor gemaakte gleuf loopt, en dat bevestigd is door de zegels van getuigen, wier namen naast hun zegel geschreven zijn. Z. de afb. op blz. 162. Op de binnenzijde van het derde tafeltje staat een korte opgave van den inhoud van het document.—Ook werd het was gebezigd tot boetseeren, vooral voor de borstbeelden (of liever maskers) van beroemde voorzaten,imagines maiorum.—Ook schilderde men met wasverven, die vervolgens werden ingebrand, welke bewerking encaustiek heet,ἐγκαυστική, (z.encaustica).Ceramīcus,Κεραμεικός= pottenbakkersmarkt, plein en fraaie voorstad van Athenae, gedeeltelijk buiten, gedeeltelijk binnen denmuur gelegen. In het buitengedeelte werden zij, die in den strijd gevallen waren, van staatswege begraven.Ceramus,Κέραμος, stad in Caria, aan de golf, die naar haarsinus Ceramicuswordt genoemd.Cerasus,Κερασοῦς= het kersenrijke, de kersenstad, op de kust van Pontus, een kolonie van Sinōpe, vanwaar L. Licinius Lucullus in 74 de eerste kersen naar Rome overbracht. Een ander Cerasus, meer westelijk gelegen, is later verdoopt in Pharnacia (z. a.).Cerae (gesloten en verzegeld).Cerae (gesloten en verzegeld).Ceraunii montes,Κεραύνια ὄρη, gebergte op de kust van Epīrus, berucht door de vele onweders (κεραυνός). Zie ookAcroceraunia.Cerberus,Κέρβερος, zoon van Typhon en Echidna, een hond met drie, vijftig of honderd koppen, slangen in plaats van haren, en een staart met een drakekop. Hij hield verblijf in een hol aan gene zijde van de Styx en zorgde dat niemand de onderwereld verlaten konde; daarom moesten zij, die levend in de onderwereld afdaalden, dit monster bedwingen om zich den terugtocht te verzekeren. Orpheus deed hem door de tonen zijner lier in slaap vallen. Het laatste der twaalf werken van Heracles was dat hij den Cerberus naar de bovenwereld bracht, wat des te moeilijker was, daar hij van Pluto slechts verlof er toe gekregen had op die voorwaarde, dat hij hem ongewapend zoude vangen.Cercasōrum,Κερκάσωρον, stad aan den Nijl, juist waar deze zich in verschillende armen begint te splitsen.Cercīna,ΚέρκιναofΚέρκιννα, twee door eene brug verbonden eilandjes met gelijknamige havenstad op de kust van Africa, in de kleine Syrte. Het kleinste eilandje wordt ookCercinītisgenoemd.Cercīne,Κερκίνη, gebergte in Macedonia tusschen den Axius (Vardar) en den Strymon (Karasu). Ook een meer, waardoor de Strymon loopt.Cercinium,Κερκίνιον, sterkte in Thessalia aan het meer Boebēis.Cercius=Circius.Cercōpes,Κέρκωπες, een soort kabouters, die bij de Thermopylae, op Euboea of in Lydië woonden. Zij ontstalen Heracles zijne wapenen en werden tot straf door hem aan een balk gebonden, maar hun berouw vermaakte den held zoo, dat hij hen weder losliet.—V.a. een volk dat het eiland Pithecūsa bewoonde. Zij beloofden Zeus hun bijstand tegen de Titanen, maar toen zij het daarvoor bedongen loon ontvangen hadden, hielden zij hun woord niet. Tot straf werden zij in apen veranderd.—Een plaats te Athene, waar veelal gestolen goed verkocht werd, heetteΚερκώπων ἀγορά.Cercyon,Κερκύων, zoon van Poseidon of Hephaestus, vader van Alope. Hij woonde bij Eleusis en dwong alle vreemdelingen zich met hem in het vuistgevecht te meten; de overwonnenen bracht hij ter dood. Eerst Theseus gelukte het hem te overwinnen en te dooden.Cerdiciātes, volk in Liguria, ten Z. van den Padus.Cerealia, feesten den 19denApril te Rome ter eere van Ceres gevierd, met wedrennen en tooneelvertooningen. Sedert 202 begon het feest reeds den 12denApril en duurde tot en met den 19den. Men ging in het wit gekleed, zond elkander bloemkransen en noodigde elkander ten maaltijd.Cereālis, familienaam in degens Petillia.Ceres, eene italiaansche godin van den landbouw, die samen met Tellus (z. a.) vereerd werd, maar later door de Romeinen geïdentificeerd werd met Demēter. De eeredienst van de grieksche Ceres werd te Rome ingevoerd en haar eerste tempel gebouwd in493 gedurende een door misgewas ontstanen hongersnood, en ingewijd door den consul Sp. Cassius Viscellīnus. In dezen tempel, waarin zij te zamen met Liber (Dionȳsus) en Libera (Core) vereerd werd (men noemde den tempelaedes Cereris Liberi Liberaeque) en die de aandacht trok als eerste voorbeeld van griekschen bouwstijl, deden grieksche vrouwen, vooral uit Neapolis, dienst, en alle mythen, die op Demeter betrekking hebben, werden op Ceres overgedragen. Vooral den roof en het terugvinden van Proserpina herdachten de romeinsche vrouwen met groote plechtigheid in de maand Augustus en keizer Claudius trachtte zelfs de eleusinische mysteriën naar Rome over te brengen. Haar voornaamste feest bleef echter de Cerealia (z. a.). Ceres werd vooral als eene godin der plebejers beschouwd; haar tempel, waarin hetplebejischarchief en afschriften van wetten en senaatsbesluiten bewaard werden, stond in een geheel plebejisch gedeelte van de stad (bij den Circus Maximus aan den kant van den Aventīnus), haar dienst stond onder toezicht der aediles plebeii.Cerinthus,Κήρινθος, stad aan de O.-kust van Euboea, van Chalcis afhankelijk.Cermalus, het N.W. gedeelte van den Palatīnus. Het was een onderdeel van het Septimontium, zieRoma.Cerretāni,Κερρητανοί, iberisch herdersvolk in de zuidelijke dalen der Pyrenaeën, in het tegenw. Cerdagne.Cersobleptes,Κερσοβλέπτης, zoon van Cotys, werd in 358 koning der odrysische Thraciërs. De thracische Chersonēsus, die door zijn vader veroverd was, moest hij aan de Atheners teruggeven; in 347 ontnam Philippus van Macedonië hem een deel van zijn rijk, en in 342 verloor hij het geheel en moest hij zich aan Philippus onderwerpen.Cersus,Κέρσος=Carsus,Κάρσος.Cervi, soort van palissaden of van zoogenaamde spaansche ruiters, uit boomstammen of zware takken bestaande, waaraan men andere takken had laten zitten als het gewei van een hert.Cerynia,Κερύνεια, stad op de N.-kust van Cyprus.Ceryx,Κήρυξ, zoon van Hermes en Pandrosus, stamvader van het atheensche priestergeslacht der Cerȳces (ΚήρυκεςofΚηρυκίδαι).Cessio, overdracht van eene zaak of van een recht. Eenein iure cessiois eene formeele overdracht ten overstaan van den praetor. Zie ookbonorum cessio.Cestius, naam van een rom. geslacht. 1) de bouwer van de brug,pons Cestius, die deinsula Tiberinamet deregio Transtiberinaverbindt.—2)C. Cestius, rom. ridder, volkstribuun en praetor, tegenstander van Antonius, waarschijnlijk bij de proscriptiën van 43 omgekomen.—3)C. Cestius Epulo, de man tot wiens gedachtenis door eenige zijner erfgenamen de “pyramide van Cestius” werd opgericht, 37 meter hoog, op een grondvlak van 30 meter lang en breed. Het gevaarte, dat in 330 dagen voltooid werd, bevat slechts eene kleine lijkenkamer.—4)Cestius Gallus, onder Nero stadhouder van Syria, had in 66 na C. met een opstand der Joden te kampen, die de rom. onderdrukking moede waren.Cestrīne,Κεστρίνη, landschap in Epīrus tegenover Corcȳra.Cestus,κεστός, de geborduurde gordel van Aphrodīte, die onwederstaanbare bekoorlijkheid gaf.Cetēi,Κήτειοι, oude stam in Mysia aan de rivier Cetēus, die bij Pergamum in den Caïcus valt.Cethēgus, zeer oude familie in degens Cornelia, z.Corneliino. 30–34.Ceto,Κητώ, dochter van Pontus en Gaea, gehuwd met haar broeder Phorcys, en bij hem moeder van de Gorgonen, de Sirenen e. a. monsters.Cetra, klein rond schild, met leder overtrokken, van spaanschen oorsprong, ten tijde van Caesar ook door lichtgewapende rom. troepen gebruikt.Ceutrōnes, alpenvolk in de provincia Alpes Poenīnae. De weg van Italia naar Lugdunum liep door hun gebied.Cevenna, =Cebenna.Ceyx,Κήυξ, 1) koning van Trachis, bij wien Heracles gastvrij opgenomen werd.—2)zoon van Hesperus en Philōnis, gemaal van Alcyone (z. a.).Chabōras,Χαβώρας, ookἈβόρρας, rivier in Mesopotamia, ontspringt bij Resaïna, stroomt door Gauzanītis, neemt den Mygdonius en den Saocoras op, en valt bij Circesium in den Euphraat.Chabrias,Χαβρίας, atheensch veldheer, die het bevel voerde over de troepen, welke de Atheners aan Euagoras van Cyprus te hulp zonden (388), en later (385) aan het hoofd stond van de grieksche huurlingen in dienst eerst van Acoris en daarna van Nectanebis van Aegypte. Op verlangen der Perzen door de Atheners teruggeroepen, verijdelde hij (378) een inval van Agesilāus in Boeotië door goed bedachte en geheel nieuwe manoeuvres, waardoor hij zich vooral grooten roem verwierf. Nadat hij in den zeeslag bij Naxus de Spartanen had overwonnen (376), werd hij naar Thracië gezonden, waar hij vele bondgenooten voor Athene won, en beschermde hij Abdēra tegen de aanvallen van Charidēmus. Na afloop van den thebaanschen oorlog voerde hij nog het bevel over de vloot van Tachos van Aegypte in diens oorlog tegen de Perzen. Hij sneuvelde in den bondgenootenoorlog bij het beleg van Chius (357), toen zijn schip in de haven van de vloot afgesneden en bijna reeds gezonken was.Chaerea, hoofd der saamgezworenen tegen Caligula. ZieCassiino. 15.Chaerēmon,Χαιρήμων, 1) atheensch treurspeldichter, wiens werken, in weerwil van hunne letterkundige waarde, wegens hunne moeilijkheid meer geschikt werden geacht om gelezen, dan om opgevoerd te worden. Hij leefde omstreeks 375.—2)stoicijnsch wijsgeer van Alexandrië, hoofd der bibliotheekaldaar, kwam naar Rome en werd een der opvoeders van Nero. Van zijne geschied- en oudheidkundige werken is slechts weinig over.Chaerephon,Χαιρεφῶν, Athener, een van de vurigste vereerders van Socrates. Aan hem werd het bekende orakel gegeven, dat Socrates den wijsten aller menschen noemde. Ook als dichter van een treurspel wordt hij genoemd.Chaeronēa,Χαιρώνεια, stad in Boeotia, geboorteplaats van Plutarchus, bekend door een drietal overwinningen: 1) van de Boeotiërs op de Atheners in 447;—2)van Philippus van Macedonia op de vereenigde Atheners en Thebanen in 338;—3)van Sulla op Mithradātes’ veldheer Archelāus, in 86. In de 5deeeuw behoorde het tot Orchomenos, later werd het een zelfstandig lid van den boeotischen bond (zieBoeotia).Chalaeum,Χάλαιον, havenstad der Locri Ozolae aan de noordpunt van de Crisaeïsche golf.Chalastra,Χαλάστρα, stad in Macedonia aan den mond van den Axius (Vardar).Chalce,Χάλκη, eilandje ten W. van Rhodus.Chalcēdon,Χαλκηδών, megarensische kolonie op de kust van Bithynia tegenover het jongere Byzantium, meermalen belegerd en veroverd. In haar gebied lag de havenstad Chrysopolis. Het was de geboortestad van den wijsgeer Xenocrates en had een beroemden Apollo-tempel. Eene andere schrijfwijze isCalchedon,Καλχηδών.Chalcidice,Χαλκιδική, groot schiereiland aan de macedonische kust, bezet met grieksche volksplantingen, vooral van de euboeïsche stad Chalcis (8steeeuw). Het splitst zich in drie landtongen: Acte met den berg Athos, Sithonia en Pallēne.Chalcidicum,χαλκιδικόν, overdekt, van voren open voorportaal of portiek, waarvan het dak door zuilen werd gedragen.Chalcioecus,Χαλκίοικος, bijnaam van Athēna te Sparta, naar haar met koper versierden tempel, waarin een koperen beeld van de godin stond en waar op de Chalcioecia (Χαλκιοίκια) gewapende jongelingen offerden.Chalcis,Χαλκίς, oude hoofdstad van Euboea, aan het smalste gedeelte van den Eurīpus gelegen, en sedert 411 door eene brug met het vasteland van Attica verbonden. Chalcis was eenmaal een bloeiende stad, die een groot aantal koloniën uitzond, o.a. naar Chalcidice, Cumae in Italia, Naxus op Sicilia, enz. Met Eretria, dat 3 uur ten Z. van Chalcis ligt, heeft het gedurende een halve eeuw (± 700–± 650) strijd gevoerd om de oppermacht op Euboea en het bezit van de Lelantische vlakte (zieLelantius Campus), die met de nederlaag van Eretria eindigde. In dezen strijd werd Chalcis door Samus en Corinthe, Eretria door Milete en Megara geholpen. In 506 leed de adel van Chalcis, deἱπποβόται, een zware nederlaag tegen het democratische Athene, en Chalcis moest deLelantischevlakte aan Athene afstaan, dat er 4000 kolonisten,κληροῦχοι, heenzond, die echter in 490, bij den aanval der Perzen op Eretria, naar hun land terugtrokken. Sedert 506 is de bloei van Chalcis voorbij, zieEuboea. In den tijd der Diadochen was Chalcis een der sterkste plaatsen van Griekenland, meestal in de macht van Macedonië. De Romeinen konden het in 207 niet innemen. Bij den vrede in 194 werd de stad vrij. In 146 werd ze na den opstand door de rom. troepen geplunderd en de muren gesloopt. Chalcis was de geboortestad van de dichters Lycophron en Euphorion en den redenaar Isaeus.—Ook in Aetolia en in Syria (Ch. ad Belumten Z. van Beroea), vond men eene stad Chalcis.Chaldaea,Χαλδαία, het zuidelijke deel van Babylonia, later ook wel als algemeene naam voor het geheele land gebezigd. Zie overigensBabyloniaenChalybes.Chaldaïcae rationes. ZieBabylonii numeri.Chaleium,Χάλειον=Chalaeum.Chalus,Χάλος, riviertje in N. Syria, waaraan Beroea en Chalcis lagen en dat in de woestijn wegsterft.Chalybes,Χάλυβες, een volk van mijnwerkers in het O. van Pontus, onderdanen der Mossynoeci. Het Grieksche woord voor staal,χάλυψ, is aan hen ontleend. Hiervan moeten die Chalybes onderscheiden worden, die als een strijdhaftig en dapper volk geschilderd worden, en ook wel Chaldaei genoemd worden. Met de babylonische Chaldaei hebben ze niets te maken.Chalybon,Χαλύβων, stad ten N. van Damascus in Syria, tgw. Helbun. De stad was beroemd om haar wijn.Chamāvi,Χαμαυοί, Χάμαβοι, germaansche stam, eerst aan den Rijn gevestigd en later aan den Visurgis (Weser). In de 4deeeuw n. Chr. wonen ze wederom aan den Rijn in het latere Hamaland, tusschen Ouden Yssel en Rijn, en behooren zij tot de Salische Franken.Chaones,Χάονες, ruwe volksstam in Epīrus, wier land, Chaonia, zich langs de kust uitstrekte, van Acroceraunia tot aan de rivier de Thyamis. Bij romeinsche dichters isChaonius pater= Zeus van Dodona, encolumbae Chaoniae= de duiven van Dodona.Chaos,Χάος, oorspronkelijk de onmetelijke ledige ruimte, die bestond voordat iets geschapen was; volgens lateren de vormlooze massa, waarin alles, wat later een afzonderlijk bestaan kreeg, verward dooreen lag. Chaos bracht Gaea, Tartarus en Eros, later nog Erebus en Nyx voort.Characēne, dat gedeelte van Susiāna, dat boven Spasinu (Pasinu) Charax (zieCharaxno. 1) ligt.Charādra,Χαράδρα, stad in het N.W. van Phocis, ten O. van Lilaea, aan het riviertje Charādrus, op een rots gelegen. Ook in Messenia en in Zuid-Epīrus vond men eene stad van dezen naam.Charax,Χάραξ(= palissade, legerkamp), naam van onderscheiden steden. 1) stad in Susiāne aan de monding van den Tigris, door Alexander den Gr. gesticht en Alexandria geheeten, vervolgens verdoopt in Antiochīa naarden syrischen koning Antiochus IV Epiphanes, en ten slotte Charax Spasinu (Pasinu) genoemd naar den arabischen vorst Spasines (Pasines), die de plaats door dammen tegen overstrooming beveiligde.—2)stad op Corsica.—3)stad in Media, nabij de Caspiae portae.Chares,Χάρης, 1) atheensch veldheer, die door zijne hebzucht en onrechtvaardigheid zoowel als door zijn gebrek aan beleid in den oorlog dikwijls reden tot ontevredenheid gaf, maar zich toch door kunstgrepen en zelfs door omkooping wist staande te houden. Toen hij in den bondgenootenoorloggedurendeeen hevigen storm bij een aanval op Samus de nederlaag geleden had (356), bewerkte hij door valsche berichten dat zijne ambtgenooten, Iphicrates en Timotheüs, die den aanval afgeraden hadden, teruggeroepen en beboet werden. Toen hij zich echter door geldgebrek tot een grooten rooftocht tegen eenige perzische steden genoodzaakt zag en bovendien den oproerigen satraap Artabāzus tegen den koning van Perzië steunde, werd hij op verzoek van dezen teruggeroepen. Vruchteloos trachtte hij eenige malen Olynthus tegen Philippus te beschermen, en Byzantium, dat hij eveneens tegen Philippus verdedigen zoude, weigerde zelfs hem te ontvangen. Waarschijnlijk sneuvelde hij in den slag bij Chaeronēa.—2)bronsgieter uit Lindus, maker van het beroemde kolossale beeld van den zonnegod op Rhodus, omstreeks 290. Reeds in 222 is het beeld, dat ± 30 Meter hoog was, tengevolge van een aardbeving ingestort, en zijn de overblijfselen blijven liggen, totdat ze in den byzantijnschen tijd door een arabisch generaal aan een Jood verkocht zijn, die voor het vervoer de beschikking noodig had over 900 kameellasten.Charicles,Χαρικλῆς, 1) admiraal in den peloponnesischen oorlog, later een van de dertig.—2)schoonzoon van Phocion, liet zich door Harpalus omkoopen en werd ter dood veroordeeld, doch vluchtte (319).Charidēmus,Χαρίδημος, van Oreüs op Euboea, aanvoerder van huurlingen in atheenschen, perzischen en thracischen dienst. Door zijne verraderlijke handelingen kwam hij dikwijls in moeilijkheden, toch werd hij in Thracië onder de regeering van zijn schoonvader Cotys en van Cersobleptes een man van veel invloed. Hoewel hem door de Atheners het burgerrecht geschonken was, was zijn politiek hun in den regel vijandig; niettemin wist hij sommigen zoo omtrent zijne bedoelingen te misleiden, dat men zelfs voorstelde hem bij eene afzonderlijke wet buitengewone bescherming tegen zijne vijanden toe te zeggen, welk voorstel echter door den tegenstand van Demosthenes en anderen waarschijnlijk verworpen werd (352). Tegen Philippus strijdt hij in 351 in de Chersonesus, in 349 in Chalcidice, in 338 bij Chaeronēa. Hij was een van de mannen wier uitlevering door Alexander na het bedwingen van den thebaanschen opstand geëischt werd. Toen Alexander zich op verzoek van het volk met zijne verbanning tevreden stelde, vluchtte hij naar Perzië, waar hij, wegens al te vrijmoedige afkeuring van de maatregelen van Darīus, door dezen ter dood gebracht werd (333).Charietto,Χαριέττων, bandiet, die eerst op eigen houtje van Trier uit den strijd begon tegen de in het rijk ingevallen Franken, en daarna door den onderkeizer (Caesar) Julianus aangeworven, door hem gebruikt werd in een guerilla tegen de in de Betuwe en Noord-Braband ingevallen Chamaven, waarbij hij den zoon van hun koning gevangen nam (358 n. C.). Ook gebruikte Julianus hem als gids tegen de Alamannen. Alscomes Germaniae utriusquesneuvelde hij in 365 n. C. tegen Alamannen, die wederom in Gallië waren ingevallen.Charilāus, Charillus,Χαρίλαος, -λεως, Χάριλλος, nageboren zoon van Polydectes, neef en pupil van den wetgever Lycurgus, koning van Sparta. Hij voerde oorlog tegen de Argiven en Tegeaten maar werd door laatstgenoemden gevangen genomen en niet vrijgelaten, voor hij hun beloofd had hen niet weder te bestrijden.Charis, Charites,Χάρις, Χάριτες,Gratiae, dochters van Zeus en Hera of de Oceanide Eurynome of van Helius en Aegle of van Dionȳsus en Aphrodīte. Zij zijn de godinnen der bevalligheid, zonder wier medewerking ieder feest, ieder kunstwerk, alles wat vreugde en genot schenken kan, zijn rechte waarde mist. Daarom zijn zij de vriendinnen der Muzen, de gezellinnen van Aphrodite, Peitho, Hermes, Apollo en Dionysus, en worden zij dikwijls gemeenschappelijk met deze godheden in dezelfde tempels vereerd, hoewel zij ook op vele plaatsen eigen tempels hadden. Bij Homerus is Charis de gemalin van Hephaestus, de Atheners vereerden twee Chariten, Auxo en Hegemone, de Spartanen eveneens twee, Cleta en Phaënna, gewoonlijk vindt men echter drie genoemd, Euphrosyne, Aglaïa en Thalia. De dienst der Charites verbreidde zich uit het boeotische Orchomenus over geheel Griekenland; aldaar vierde men te harer eer een feest, de Charisia of Charitesia.—Te Athene werden zij met de Horen in verband gebracht en werd haar ook invloed op het weder toegeschreven.—In lateren tijd golden zij ook voor godinnen van dankbaarheid en weldoen.—Gewoonlijk worden de drie Charites met elkander afgebeeld, als schoone, slanke, jonge vrouwen, somtijds met muziekinstrumenten, dobbelsteenen, rozen en mirten als attributen.Charisius (Flavius Sosipater), taalgeleerde uit Campania, schrijver van een werk, getiteldars grammaticain vijf boeken, waarvan nog gedeelten van het 1ste, 4deen 5deboek overig zijn. Hij leefde waarschijnlijk in het midden van de vierde eeuw na C.Charistia, z.Caristia.Charito,Χαρίτων, van Aphrodisias in Phrygië, schrijver van een griekschen roman in acht boeken:Chaereas en Callirrhoë(waarschijnlijk uit de 2deeeuw n. C.).Charmādas,Χαρμαδας, een academisch wijsgeer, leerling van Carneades, omstreeks 110 leeraar der wijsbegeerte en redekunst te Athene, v. s. stichter der vierde academie. Cicero roemt zijne welsprekendheid en zijn merkwaardig geheugen.Charmande,Χαρμάνδη, aanzienlijke stad in Mesopotamia aan den rechteroever van den Euphraat.Charmides,Χαρμίδης, oom van Plato, sneuvelde in het voorjaar van 403 in een gevecht tegen Thrasybūlus.Charmīnus,Χαρμῖνος, atheensch vlootvoogd in den peloponnesischen oorlog, leed in 411 de nederlaag in een zeegevecht tegen Astyochus en steunde later de oligarchische bewegingen op Samus.Charoeades,Χαροιάδης, atheensch veldheer, ondersteunde Leontīni met eene vloot in den oorlog tegen Syracūsae, maar sneuvelde (427).Charon,Χάρων, 1) zoon van Erebus en Nyx, de veerman der onderwereld, die de schimmen der afgestorvenen van Hermes in ontvangst nam en ze over Styx, Cocȳtus en Acheron naar het rijk der dooden bracht. Tot betaling van het veergeld legde men den dooden een obool in den mond. Slechts zij werden overgezet, wier lichamen behoorlijk begraven of verbrand waren, zoolang dit niet geschied was, bleven zij aan de oevers van de Styx zwerven. Levenden moesten, indien zij overgezet wilden worden, een gouden tak toonen, tot bewijs dat de goden het veroorloofden.—Charon wordt afgebeeld als een oud, vuil en armoedig gekleed man.—2)van Lampsacus, logograaf in de 5deeeuw.Charondas,Χαρώνδας, beroemd wetgever te Catana op Sicilia (± 550), wiens veelgeprezen wetten in vele chalcidische volkplantingen van Sicilië en Beneden-Italië in zwang waren. Zij waren wel streng, doch rechtvaardig, kort en ondubbelzinnig. Niemand mocht daarin eene verandering voorstellen, tenzij met een strop om den hals, om terstond gewurgd te worden, indien het voorstel werd verworpen. Eens van de jacht komende, kwam hij in de volksvergadering, zonder er aan te denken, dat hij nog gewapend was, en toen een der burgers hem op de overtreding zijner eigene wetten opmerkzaam maakte, bezegelde hij zijne voorschriften met zijn bloed, door zich op staanden voet het zwaard in de borst te stooten.Charta,χάρτης, papier. De ouden vervaardigden dit uit het merg der papyrusplant. Dit merg werd met een scherp voorwerp in zeer dunne lagen verdeeld, die zoo breed mogelijk genomen werden. De strooken, die men daardoor kreeg, werden op een vochtige plaat naast elkaar uitgespreid, en daarover dwarsstrooken met lijm vastgeplakt. Dan werd het geheel geperst, en in de zon gedroogd; daarop werden de verschillende bladen die men zoodoende kreeg, aan elkaar verbonden tot een rol, en wel zóó, dat de betere bladen aan den buitenkant, die het meest te lijden had, kwamen te liggen. Plinius onderscheidt acht soorten; de fijnste heetteAugustea, de daaropvolgendeLiviana, de minste soort wascharta emporeuticaof pakpapier. Bovendien vindt men nog vermeld:charta dentata, dat met een tand (misschien een stuk olifantstand of ivoor) was gladgewreven en gepolijst, encharta bibula, een doorschijnend soort vloeipapier. Naast papyrusrollen gebruikte men ook perkament, en in de 3deen 4deeeuw n. C. werd in het Westen de papyrusrol geheel door het perkament vervangen, terwijl in het Oosten eerst in de 8steeeuw het katoen- en linnenpapier (charta bombycina) er voor in de plaats komt.Charūdes,Χαροῦδες=Harūdes.Charybdis,Χάρυβδις, z.Scylla.Chasuariiof-ri,Χαττουάριοι, vermoedelijk dezelfden als deChattuariiofAttuarii, een germaansch volk, eerst aan het Teutoburgerwoud, later aan den Beneden-Rijn en denIJsselwoonachtig. Zij maakten later deel uit van het verbond der Franken.Chatti=Catti.Chauci,Χαῦκοι, onderscheiden inmaioresenminores, een machtige germaansche stam aan de Noordzeekust tusschen de Amisia (Eems) en den Albis (Elbe). Drusus onderwierp ze; in 70 n. C. verbonden zij zich met de Batavieren onder Claudius Civīlis. Later gaan ze op in de Saxones (z. a.).Χειρονομία, de beweging der handen, in het algemeen de mimische beweging van het lichaam volgens vaste regels bij het dansen; ook een soort spiegelgevecht.Χειροτονία, het opsteken der handen, de meest gebruikelijke wijze van stemmen in de grieksche volksvergaderingen. De op deze wijze gekozen magistraten werdenχειροτονητοί(ookαἱρετοί) genoemd.Chelidoniae insulae,Χελιδόνιαι νῆσοι= zwaluweilanden, vijf eilandjes tegenover kaap Chelidonium.Chelidonium promunturium,Χελιδονία ἄκραookPromunturium Sacrumgenoemd, kaap in Lycia, ten Z. van Phasēlis, uitlooper van den Taurus.Chelonātas,Χελωνάτας, kaap in Elis, westelijkste punt der Peloponnēsus, de eerste kaap ten Z. van Cyllene.Cheops,Χέοψ, aegyptisch koning der4dedynastie, omstreeks 2500, liet de grootste pyramide bouwen.Chephren,Χεφρήν, broeder of zoon en opvolger van Cheops, die eene pyramide liet bouwen, welke alleen door die van Cheops in grootte werd overtroffen.Chersonēsus,Χερσόνησος, schiereiland, vanχέρσοςofχέρρος, vast, enνῆσος, eiland. De meest bekende zijn de volgende: 1)Ch. Thracica, dikwerf kortweg Chersonesus geheeten, het smalle schiereiland tusschen den Hellespont ten O. en den sinus Melas ten W. De hals van het schiereiland was door een muur van 36 stadiën lengte verdedigd tegen invallen van thracische stammen. Er waren vele grieksche, vooral atheensche koloniën, die eerst onder de Perzen, daarna onder de Macedoniërs, ten laatste onder de Romeinenkwamen. Onder Augustus was de geheele Chersonēsus in het bezit van M. Vipsanius Agrippa, en na diens dood van Augustus.—Ook een atheensche stad op de Chersonesus heet Chersonesus (of Agora).—2)Ch. Taurica, thans de Krim, waaruit Griekenland veel koren trok. Dit schiereil. werd ook welCh. ScythicaofCimmericageheeten. In het Z.W. in de bergen woonden de Tauri; in het vlakke Noorden woonden Scythen. Op kaap Parthenium lag de tempel van Artemis Tauropolos, waar ook menschenoffers plaats vonden (mythe van Iphigenīa en Orestes). Ook een stad aan de Zuidwestkust der Chersonesus heet Chersonesus, en werd door de inwoners van Heraclēa Taurica gesticht.—3)Ch. Caria, waarvan het westelijk deelCh. Cnidiaofἀπό Κνίδου, het oostelijk X.τῆς Βυβασσίηςheet.—4)Ch. ThrachēaofRhodiategenover Rhodus.—5)Ch. magna, op de kust van Cyrenaïca.—6)Ch. aurea,χρυσῆ, thans Malakka, in Achter-Indië.—7)Ch. Cimbrica, thans Jutland.—8)landtongen: in Argolis naar het N. gekeerd, tegenover Aegīna (hierop lag Methāna); verder: van Athos, bij Sinōpe, bij Carthāgo, enz.Cherusci,Χερουσκοί, machtig germaansch volk in den omtrek van het tegenw. Brunswijk, van den Albis (Elbe) tot over den Visurgis (Weser). Drusus sloot in 9 met hen een verbond, doch in 9 na C. vielen zij weder af en versloegen in het Teutoburgerwoud de legioenen van Quinctilius Varus. Inwendige verdeeldheden, vooral tusschen Arminius en diens schoonvader Segestes, verzwakten hen, evenwel hielden zij met de hulp van Longobarden en Semnonen den strijd vol tegen Maroboduus en de Marcomannen. In Tacitus’ tijd (± 100 n. C.) waren ze door inwendige twisten zeer verzwakt.Chiliarchus,Χιλίαρχος, Χιλιάρχης, aanvoerder eenerχιλιαρχία, eene afdeeling van 1000 of waarschijnlijk 1024 man, 64 man breed en 16 diep. Men vindt deze regeling bij het Macedonische leger en later bij de Ptolemaeën. Bij de Perzen de aanvoerder der koninklijke lijfwacht, de voornaamste persoon in het rijk na den koning. Het woord wordt ook gebruikt als vertaling van het latijnschetribunus militum.Chilo,Χείλων, spartaansch ephoor, als type van een spartaansch staatsman geroemd. Hij was ephoor in 560 of 556, en is misschien de eerste geweest, die dit ambt bekleed heeft. Als een van de zeven wijzen wordt hem de spreukγνῶθι σαυτόνofτέλος ὁρᾶν μακροῦ βίουtoegeschreven.Chimaera,Χιμαίρα, een vuurspuwend monster, dochter van Typhon en Echidna, door den lycischen koning Amisodārus opgevoed, dat in Lycië groote verwoestingen aanrichtte en door Bellerophon met de hulp van Athēna gedood werd. Haar lichaam was van voren dat van een leeuw, in het midden van een geit, van achteren van een draak; v. a. had zij drie koppen, namelijk die van de genoemde dieren.Chione,Χιόνη, 1) dochter van Boreas en Orithyia, moeder van Eumolpus.—2)dochter van Daedalion, werd door Hermes en Apollo bemind en, omdat zij op hare schoonheid trotsch was, door Artemis gedood.Chionides,Χιονίδης, 1) Eumolpus, zoon van Chione.—2)dichter der oude comedie, omstreeks 450.Chiridōta,χειριδωτός, sc.χιτών, tunica met lange mouwen, eene dracht, welke bij de Romeinen wel goed voor vrouwen, doch ongepast voor mannen werd geacht. Bij barbaren komen kleederen met lange mouwen zeer veel voor.Chirisophus,Χειρίσοφος, Spartaan, streed in den slag bij Cunaxa onder Cyrus en was met Xenophon aanvoerder der Grieken op hun terugtocht.Chiron,Χείρων, zoon van Cronus en Philyra, de voortreffelijkste der Centauren, uitmuntend door wijsheid, rechtvaardigheid en kennis. Hij was door Apollo en Artemis onderwezen en werd op zijne beurt de leermeester en opvoeder van vele jonge helden, zooals Iāson, Theseus, Castor en Pollux, Achilles, e. a.; zelfs Asclepius had van hem de geneeskunst geleerd. Toen Heracles hem bij ongeluk met een zijner pijlen eene ongeneeslijke wonde had toegebracht, stond hij, opdat de dood een einde aan de ondragelijke pijn zou kunnen maken, zijne onsterfelijkheid aan Promētheus af, zoodat deze tevens, volgens eene vroegere belofte van Zeus, van zijn lijden bevrijd werd. Chiron werd als boogschutter onder de sterren geplaatst.Χιτών, het voornaamste kleedingstuk der Grieken, dat zoowel door mannen als vrouwen gedragen werd. De dorische ch. voor mannen was van wol, kort en zonder mouwen; de ionische van linnen, langer en met mouwen. Slaven en arbeiders droegen een ch. waaraan alleen voor den linkerarm een mouw was, (ἑτερομάσχαλος, daarentegen wordt de gewone ch.ἀμφιμάσχαλοςgenoemd), of soms ontbrak ook deze en werden de twee losse slippen over den linkerschouder vastgeknoopt (ἐξωμίς). De dorische ch. voor vrouwen was eveneens van wol, en niet zeer lang; de voorste en achterste helft waren eerst van onder de armen aan elkander vastgenaaid, terwijl de losse einden op de schouders met haken (περόναι) werden vastgehouden; de ionische was van linnen, zeer lang, wijd en met wijde mouwen. De ch. werd door mannen op het bloote lichaam gedragen; vrouwen droegen gewoonlijk nog een onderhemd (χιτώνιον).Chius, Chios,Χίος, thans Scio, groot en machtig eiland op de ionisch-aziatische kust. Als oorspronkelijke bewoners worden Lelegers en Pelasgen genoemd; later is het gekoloniseerd van uit Boeotië en Euboea. In den opstand der Ioniërs tegen de Perzen leverde het honderd schepen. In 494 door de Perzen onderworpen, bleef het 15 jaar schatplichtig, viel na den slag bij Lade (479) van Perzië af, en werd (477) als zelfstandig lid in het atheensche zeeverbond opgenomen. In 413 valt Chios van Athene af, en nu volgt voor het eiland een periode van oorlog,binnenlandschen strijd en verwoesting. Van 377–357 is het lid van den tweeden attischen zeebond; toen het van dezen bond was afgevallen, werd het weldra afhankelijk van den Cariër Mausōlus. Het eiland leverde voortreffelijken wijn, mastik, marmer, vijgen en fijne porceleinaarde op. Het was de geboorteplaats van den treurspeldichter Ion, den geschiedschrijver Theopompus en beweerde ook het vaderland van Homerus te zijn. De hoofdstad aan de O.-zijde gelegen, heette ook Chius of Chios.
Cerae (open).Cerae (open).Cephēis,Κηφηίς, Andromeda, dochter van Cepheus.Cepheus,Κηφεύς, 1) zoon van Belus en Anchinoë, koning van Aethiopië, vader van Andromeda, werd met zijne vrouw en dochter onder de sterren verplaatst.—2)Arcadiër, zoon van Lycurgus, nam deel aan de calydonische jacht.—3)van Tegea, zoon van Aleüs en Neaera, een van de Argonauten.Cephisodotus,Κηφισόδοτος, 1) Athener, werd in 359 met eene vloot naar Thracië gezonden, waar hij zich door Charidēmus liet overhalen tot het sluiten van een zoo schandelijken vrede, dat hij bijna ter dood veroordeeld werd; hij werd echter afgezet en voor vijf talenten beboet.—2)atheensch beeldhouwer, vader van Praxiteles, van wien nog een beeld, Vrede en Rijkdom, bestaat.Cephīs(s)us,Κηφισός, ook welΚηφισσός, naam van verscheidene rivieren, o. a. 1) in Phocis en Boeotia. Naar deze rivier, die in het meer Copaïs uitloopt, heet dit laatste bij Homerus ookΚηφισίς. De riviergod van dit stroompje was de vader van Narcissus.—2)riv. in Attica, die aan de Westzijde langs Athenae vloeide.—3)rivier in Argolis, die van links in den Inachus uitstroomt.Cephren, =Chephren.Cera,κηρός, was, werd door de ouden tot verschillende doeleinden gebruikt. Men bestreek er de houten schrijfplankjes mede, waarop men dan met een stalen schrijfstift ofstilusschreef (tabulae ceratae). Soms waren eenige van zulke plankjes tot een boekje vereenigd, zooals bij ons wel met leitjes het geval is; zulk een boekje heettecerae;cera prima, secunda, enz. beteekende dan de eerste, tweede bladzijde. Voor geschriften, die bewaard moesten worden, om zoo noodig in rechten tot bewijsstuk te kunnen dienen, had men tafeltjes, welker inrichting uit nevenstaande afbeelding blijkt. Het eigenlijke stuk staat op de binnenzijde van het eerste en tweede tafeltje, deze twee zijn dichtgebonden met een touw, dat door een opzettelijk daarvoor gemaakte gleuf loopt, en dat bevestigd is door de zegels van getuigen, wier namen naast hun zegel geschreven zijn. Z. de afb. op blz. 162. Op de binnenzijde van het derde tafeltje staat een korte opgave van den inhoud van het document.—Ook werd het was gebezigd tot boetseeren, vooral voor de borstbeelden (of liever maskers) van beroemde voorzaten,imagines maiorum.—Ook schilderde men met wasverven, die vervolgens werden ingebrand, welke bewerking encaustiek heet,ἐγκαυστική, (z.encaustica).Ceramīcus,Κεραμεικός= pottenbakkersmarkt, plein en fraaie voorstad van Athenae, gedeeltelijk buiten, gedeeltelijk binnen denmuur gelegen. In het buitengedeelte werden zij, die in den strijd gevallen waren, van staatswege begraven.Ceramus,Κέραμος, stad in Caria, aan de golf, die naar haarsinus Ceramicuswordt genoemd.Cerasus,Κερασοῦς= het kersenrijke, de kersenstad, op de kust van Pontus, een kolonie van Sinōpe, vanwaar L. Licinius Lucullus in 74 de eerste kersen naar Rome overbracht. Een ander Cerasus, meer westelijk gelegen, is later verdoopt in Pharnacia (z. a.).Cerae (gesloten en verzegeld).Cerae (gesloten en verzegeld).Ceraunii montes,Κεραύνια ὄρη, gebergte op de kust van Epīrus, berucht door de vele onweders (κεραυνός). Zie ookAcroceraunia.Cerberus,Κέρβερος, zoon van Typhon en Echidna, een hond met drie, vijftig of honderd koppen, slangen in plaats van haren, en een staart met een drakekop. Hij hield verblijf in een hol aan gene zijde van de Styx en zorgde dat niemand de onderwereld verlaten konde; daarom moesten zij, die levend in de onderwereld afdaalden, dit monster bedwingen om zich den terugtocht te verzekeren. Orpheus deed hem door de tonen zijner lier in slaap vallen. Het laatste der twaalf werken van Heracles was dat hij den Cerberus naar de bovenwereld bracht, wat des te moeilijker was, daar hij van Pluto slechts verlof er toe gekregen had op die voorwaarde, dat hij hem ongewapend zoude vangen.Cercasōrum,Κερκάσωρον, stad aan den Nijl, juist waar deze zich in verschillende armen begint te splitsen.Cercīna,ΚέρκιναofΚέρκιννα, twee door eene brug verbonden eilandjes met gelijknamige havenstad op de kust van Africa, in de kleine Syrte. Het kleinste eilandje wordt ookCercinītisgenoemd.Cercīne,Κερκίνη, gebergte in Macedonia tusschen den Axius (Vardar) en den Strymon (Karasu). Ook een meer, waardoor de Strymon loopt.Cercinium,Κερκίνιον, sterkte in Thessalia aan het meer Boebēis.Cercius=Circius.Cercōpes,Κέρκωπες, een soort kabouters, die bij de Thermopylae, op Euboea of in Lydië woonden. Zij ontstalen Heracles zijne wapenen en werden tot straf door hem aan een balk gebonden, maar hun berouw vermaakte den held zoo, dat hij hen weder losliet.—V.a. een volk dat het eiland Pithecūsa bewoonde. Zij beloofden Zeus hun bijstand tegen de Titanen, maar toen zij het daarvoor bedongen loon ontvangen hadden, hielden zij hun woord niet. Tot straf werden zij in apen veranderd.—Een plaats te Athene, waar veelal gestolen goed verkocht werd, heetteΚερκώπων ἀγορά.Cercyon,Κερκύων, zoon van Poseidon of Hephaestus, vader van Alope. Hij woonde bij Eleusis en dwong alle vreemdelingen zich met hem in het vuistgevecht te meten; de overwonnenen bracht hij ter dood. Eerst Theseus gelukte het hem te overwinnen en te dooden.Cerdiciātes, volk in Liguria, ten Z. van den Padus.Cerealia, feesten den 19denApril te Rome ter eere van Ceres gevierd, met wedrennen en tooneelvertooningen. Sedert 202 begon het feest reeds den 12denApril en duurde tot en met den 19den. Men ging in het wit gekleed, zond elkander bloemkransen en noodigde elkander ten maaltijd.Cereālis, familienaam in degens Petillia.Ceres, eene italiaansche godin van den landbouw, die samen met Tellus (z. a.) vereerd werd, maar later door de Romeinen geïdentificeerd werd met Demēter. De eeredienst van de grieksche Ceres werd te Rome ingevoerd en haar eerste tempel gebouwd in493 gedurende een door misgewas ontstanen hongersnood, en ingewijd door den consul Sp. Cassius Viscellīnus. In dezen tempel, waarin zij te zamen met Liber (Dionȳsus) en Libera (Core) vereerd werd (men noemde den tempelaedes Cereris Liberi Liberaeque) en die de aandacht trok als eerste voorbeeld van griekschen bouwstijl, deden grieksche vrouwen, vooral uit Neapolis, dienst, en alle mythen, die op Demeter betrekking hebben, werden op Ceres overgedragen. Vooral den roof en het terugvinden van Proserpina herdachten de romeinsche vrouwen met groote plechtigheid in de maand Augustus en keizer Claudius trachtte zelfs de eleusinische mysteriën naar Rome over te brengen. Haar voornaamste feest bleef echter de Cerealia (z. a.). Ceres werd vooral als eene godin der plebejers beschouwd; haar tempel, waarin hetplebejischarchief en afschriften van wetten en senaatsbesluiten bewaard werden, stond in een geheel plebejisch gedeelte van de stad (bij den Circus Maximus aan den kant van den Aventīnus), haar dienst stond onder toezicht der aediles plebeii.Cerinthus,Κήρινθος, stad aan de O.-kust van Euboea, van Chalcis afhankelijk.Cermalus, het N.W. gedeelte van den Palatīnus. Het was een onderdeel van het Septimontium, zieRoma.Cerretāni,Κερρητανοί, iberisch herdersvolk in de zuidelijke dalen der Pyrenaeën, in het tegenw. Cerdagne.Cersobleptes,Κερσοβλέπτης, zoon van Cotys, werd in 358 koning der odrysische Thraciërs. De thracische Chersonēsus, die door zijn vader veroverd was, moest hij aan de Atheners teruggeven; in 347 ontnam Philippus van Macedonië hem een deel van zijn rijk, en in 342 verloor hij het geheel en moest hij zich aan Philippus onderwerpen.Cersus,Κέρσος=Carsus,Κάρσος.Cervi, soort van palissaden of van zoogenaamde spaansche ruiters, uit boomstammen of zware takken bestaande, waaraan men andere takken had laten zitten als het gewei van een hert.Cerynia,Κερύνεια, stad op de N.-kust van Cyprus.Ceryx,Κήρυξ, zoon van Hermes en Pandrosus, stamvader van het atheensche priestergeslacht der Cerȳces (ΚήρυκεςofΚηρυκίδαι).Cessio, overdracht van eene zaak of van een recht. Eenein iure cessiois eene formeele overdracht ten overstaan van den praetor. Zie ookbonorum cessio.Cestius, naam van een rom. geslacht. 1) de bouwer van de brug,pons Cestius, die deinsula Tiberinamet deregio Transtiberinaverbindt.—2)C. Cestius, rom. ridder, volkstribuun en praetor, tegenstander van Antonius, waarschijnlijk bij de proscriptiën van 43 omgekomen.—3)C. Cestius Epulo, de man tot wiens gedachtenis door eenige zijner erfgenamen de “pyramide van Cestius” werd opgericht, 37 meter hoog, op een grondvlak van 30 meter lang en breed. Het gevaarte, dat in 330 dagen voltooid werd, bevat slechts eene kleine lijkenkamer.—4)Cestius Gallus, onder Nero stadhouder van Syria, had in 66 na C. met een opstand der Joden te kampen, die de rom. onderdrukking moede waren.Cestrīne,Κεστρίνη, landschap in Epīrus tegenover Corcȳra.Cestus,κεστός, de geborduurde gordel van Aphrodīte, die onwederstaanbare bekoorlijkheid gaf.Cetēi,Κήτειοι, oude stam in Mysia aan de rivier Cetēus, die bij Pergamum in den Caïcus valt.Cethēgus, zeer oude familie in degens Cornelia, z.Corneliino. 30–34.Ceto,Κητώ, dochter van Pontus en Gaea, gehuwd met haar broeder Phorcys, en bij hem moeder van de Gorgonen, de Sirenen e. a. monsters.Cetra, klein rond schild, met leder overtrokken, van spaanschen oorsprong, ten tijde van Caesar ook door lichtgewapende rom. troepen gebruikt.Ceutrōnes, alpenvolk in de provincia Alpes Poenīnae. De weg van Italia naar Lugdunum liep door hun gebied.Cevenna, =Cebenna.Ceyx,Κήυξ, 1) koning van Trachis, bij wien Heracles gastvrij opgenomen werd.—2)zoon van Hesperus en Philōnis, gemaal van Alcyone (z. a.).Chabōras,Χαβώρας, ookἈβόρρας, rivier in Mesopotamia, ontspringt bij Resaïna, stroomt door Gauzanītis, neemt den Mygdonius en den Saocoras op, en valt bij Circesium in den Euphraat.Chabrias,Χαβρίας, atheensch veldheer, die het bevel voerde over de troepen, welke de Atheners aan Euagoras van Cyprus te hulp zonden (388), en later (385) aan het hoofd stond van de grieksche huurlingen in dienst eerst van Acoris en daarna van Nectanebis van Aegypte. Op verlangen der Perzen door de Atheners teruggeroepen, verijdelde hij (378) een inval van Agesilāus in Boeotië door goed bedachte en geheel nieuwe manoeuvres, waardoor hij zich vooral grooten roem verwierf. Nadat hij in den zeeslag bij Naxus de Spartanen had overwonnen (376), werd hij naar Thracië gezonden, waar hij vele bondgenooten voor Athene won, en beschermde hij Abdēra tegen de aanvallen van Charidēmus. Na afloop van den thebaanschen oorlog voerde hij nog het bevel over de vloot van Tachos van Aegypte in diens oorlog tegen de Perzen. Hij sneuvelde in den bondgenootenoorlog bij het beleg van Chius (357), toen zijn schip in de haven van de vloot afgesneden en bijna reeds gezonken was.Chaerea, hoofd der saamgezworenen tegen Caligula. ZieCassiino. 15.Chaerēmon,Χαιρήμων, 1) atheensch treurspeldichter, wiens werken, in weerwil van hunne letterkundige waarde, wegens hunne moeilijkheid meer geschikt werden geacht om gelezen, dan om opgevoerd te worden. Hij leefde omstreeks 375.—2)stoicijnsch wijsgeer van Alexandrië, hoofd der bibliotheekaldaar, kwam naar Rome en werd een der opvoeders van Nero. Van zijne geschied- en oudheidkundige werken is slechts weinig over.Chaerephon,Χαιρεφῶν, Athener, een van de vurigste vereerders van Socrates. Aan hem werd het bekende orakel gegeven, dat Socrates den wijsten aller menschen noemde. Ook als dichter van een treurspel wordt hij genoemd.Chaeronēa,Χαιρώνεια, stad in Boeotia, geboorteplaats van Plutarchus, bekend door een drietal overwinningen: 1) van de Boeotiërs op de Atheners in 447;—2)van Philippus van Macedonia op de vereenigde Atheners en Thebanen in 338;—3)van Sulla op Mithradātes’ veldheer Archelāus, in 86. In de 5deeeuw behoorde het tot Orchomenos, later werd het een zelfstandig lid van den boeotischen bond (zieBoeotia).Chalaeum,Χάλαιον, havenstad der Locri Ozolae aan de noordpunt van de Crisaeïsche golf.Chalastra,Χαλάστρα, stad in Macedonia aan den mond van den Axius (Vardar).Chalce,Χάλκη, eilandje ten W. van Rhodus.Chalcēdon,Χαλκηδών, megarensische kolonie op de kust van Bithynia tegenover het jongere Byzantium, meermalen belegerd en veroverd. In haar gebied lag de havenstad Chrysopolis. Het was de geboortestad van den wijsgeer Xenocrates en had een beroemden Apollo-tempel. Eene andere schrijfwijze isCalchedon,Καλχηδών.Chalcidice,Χαλκιδική, groot schiereiland aan de macedonische kust, bezet met grieksche volksplantingen, vooral van de euboeïsche stad Chalcis (8steeeuw). Het splitst zich in drie landtongen: Acte met den berg Athos, Sithonia en Pallēne.Chalcidicum,χαλκιδικόν, overdekt, van voren open voorportaal of portiek, waarvan het dak door zuilen werd gedragen.Chalcioecus,Χαλκίοικος, bijnaam van Athēna te Sparta, naar haar met koper versierden tempel, waarin een koperen beeld van de godin stond en waar op de Chalcioecia (Χαλκιοίκια) gewapende jongelingen offerden.Chalcis,Χαλκίς, oude hoofdstad van Euboea, aan het smalste gedeelte van den Eurīpus gelegen, en sedert 411 door eene brug met het vasteland van Attica verbonden. Chalcis was eenmaal een bloeiende stad, die een groot aantal koloniën uitzond, o.a. naar Chalcidice, Cumae in Italia, Naxus op Sicilia, enz. Met Eretria, dat 3 uur ten Z. van Chalcis ligt, heeft het gedurende een halve eeuw (± 700–± 650) strijd gevoerd om de oppermacht op Euboea en het bezit van de Lelantische vlakte (zieLelantius Campus), die met de nederlaag van Eretria eindigde. In dezen strijd werd Chalcis door Samus en Corinthe, Eretria door Milete en Megara geholpen. In 506 leed de adel van Chalcis, deἱπποβόται, een zware nederlaag tegen het democratische Athene, en Chalcis moest deLelantischevlakte aan Athene afstaan, dat er 4000 kolonisten,κληροῦχοι, heenzond, die echter in 490, bij den aanval der Perzen op Eretria, naar hun land terugtrokken. Sedert 506 is de bloei van Chalcis voorbij, zieEuboea. In den tijd der Diadochen was Chalcis een der sterkste plaatsen van Griekenland, meestal in de macht van Macedonië. De Romeinen konden het in 207 niet innemen. Bij den vrede in 194 werd de stad vrij. In 146 werd ze na den opstand door de rom. troepen geplunderd en de muren gesloopt. Chalcis was de geboortestad van de dichters Lycophron en Euphorion en den redenaar Isaeus.—Ook in Aetolia en in Syria (Ch. ad Belumten Z. van Beroea), vond men eene stad Chalcis.Chaldaea,Χαλδαία, het zuidelijke deel van Babylonia, later ook wel als algemeene naam voor het geheele land gebezigd. Zie overigensBabyloniaenChalybes.Chaldaïcae rationes. ZieBabylonii numeri.Chaleium,Χάλειον=Chalaeum.Chalus,Χάλος, riviertje in N. Syria, waaraan Beroea en Chalcis lagen en dat in de woestijn wegsterft.Chalybes,Χάλυβες, een volk van mijnwerkers in het O. van Pontus, onderdanen der Mossynoeci. Het Grieksche woord voor staal,χάλυψ, is aan hen ontleend. Hiervan moeten die Chalybes onderscheiden worden, die als een strijdhaftig en dapper volk geschilderd worden, en ook wel Chaldaei genoemd worden. Met de babylonische Chaldaei hebben ze niets te maken.Chalybon,Χαλύβων, stad ten N. van Damascus in Syria, tgw. Helbun. De stad was beroemd om haar wijn.Chamāvi,Χαμαυοί, Χάμαβοι, germaansche stam, eerst aan den Rijn gevestigd en later aan den Visurgis (Weser). In de 4deeeuw n. Chr. wonen ze wederom aan den Rijn in het latere Hamaland, tusschen Ouden Yssel en Rijn, en behooren zij tot de Salische Franken.Chaones,Χάονες, ruwe volksstam in Epīrus, wier land, Chaonia, zich langs de kust uitstrekte, van Acroceraunia tot aan de rivier de Thyamis. Bij romeinsche dichters isChaonius pater= Zeus van Dodona, encolumbae Chaoniae= de duiven van Dodona.Chaos,Χάος, oorspronkelijk de onmetelijke ledige ruimte, die bestond voordat iets geschapen was; volgens lateren de vormlooze massa, waarin alles, wat later een afzonderlijk bestaan kreeg, verward dooreen lag. Chaos bracht Gaea, Tartarus en Eros, later nog Erebus en Nyx voort.Characēne, dat gedeelte van Susiāna, dat boven Spasinu (Pasinu) Charax (zieCharaxno. 1) ligt.Charādra,Χαράδρα, stad in het N.W. van Phocis, ten O. van Lilaea, aan het riviertje Charādrus, op een rots gelegen. Ook in Messenia en in Zuid-Epīrus vond men eene stad van dezen naam.Charax,Χάραξ(= palissade, legerkamp), naam van onderscheiden steden. 1) stad in Susiāne aan de monding van den Tigris, door Alexander den Gr. gesticht en Alexandria geheeten, vervolgens verdoopt in Antiochīa naarden syrischen koning Antiochus IV Epiphanes, en ten slotte Charax Spasinu (Pasinu) genoemd naar den arabischen vorst Spasines (Pasines), die de plaats door dammen tegen overstrooming beveiligde.—2)stad op Corsica.—3)stad in Media, nabij de Caspiae portae.Chares,Χάρης, 1) atheensch veldheer, die door zijne hebzucht en onrechtvaardigheid zoowel als door zijn gebrek aan beleid in den oorlog dikwijls reden tot ontevredenheid gaf, maar zich toch door kunstgrepen en zelfs door omkooping wist staande te houden. Toen hij in den bondgenootenoorloggedurendeeen hevigen storm bij een aanval op Samus de nederlaag geleden had (356), bewerkte hij door valsche berichten dat zijne ambtgenooten, Iphicrates en Timotheüs, die den aanval afgeraden hadden, teruggeroepen en beboet werden. Toen hij zich echter door geldgebrek tot een grooten rooftocht tegen eenige perzische steden genoodzaakt zag en bovendien den oproerigen satraap Artabāzus tegen den koning van Perzië steunde, werd hij op verzoek van dezen teruggeroepen. Vruchteloos trachtte hij eenige malen Olynthus tegen Philippus te beschermen, en Byzantium, dat hij eveneens tegen Philippus verdedigen zoude, weigerde zelfs hem te ontvangen. Waarschijnlijk sneuvelde hij in den slag bij Chaeronēa.—2)bronsgieter uit Lindus, maker van het beroemde kolossale beeld van den zonnegod op Rhodus, omstreeks 290. Reeds in 222 is het beeld, dat ± 30 Meter hoog was, tengevolge van een aardbeving ingestort, en zijn de overblijfselen blijven liggen, totdat ze in den byzantijnschen tijd door een arabisch generaal aan een Jood verkocht zijn, die voor het vervoer de beschikking noodig had over 900 kameellasten.Charicles,Χαρικλῆς, 1) admiraal in den peloponnesischen oorlog, later een van de dertig.—2)schoonzoon van Phocion, liet zich door Harpalus omkoopen en werd ter dood veroordeeld, doch vluchtte (319).Charidēmus,Χαρίδημος, van Oreüs op Euboea, aanvoerder van huurlingen in atheenschen, perzischen en thracischen dienst. Door zijne verraderlijke handelingen kwam hij dikwijls in moeilijkheden, toch werd hij in Thracië onder de regeering van zijn schoonvader Cotys en van Cersobleptes een man van veel invloed. Hoewel hem door de Atheners het burgerrecht geschonken was, was zijn politiek hun in den regel vijandig; niettemin wist hij sommigen zoo omtrent zijne bedoelingen te misleiden, dat men zelfs voorstelde hem bij eene afzonderlijke wet buitengewone bescherming tegen zijne vijanden toe te zeggen, welk voorstel echter door den tegenstand van Demosthenes en anderen waarschijnlijk verworpen werd (352). Tegen Philippus strijdt hij in 351 in de Chersonesus, in 349 in Chalcidice, in 338 bij Chaeronēa. Hij was een van de mannen wier uitlevering door Alexander na het bedwingen van den thebaanschen opstand geëischt werd. Toen Alexander zich op verzoek van het volk met zijne verbanning tevreden stelde, vluchtte hij naar Perzië, waar hij, wegens al te vrijmoedige afkeuring van de maatregelen van Darīus, door dezen ter dood gebracht werd (333).Charietto,Χαριέττων, bandiet, die eerst op eigen houtje van Trier uit den strijd begon tegen de in het rijk ingevallen Franken, en daarna door den onderkeizer (Caesar) Julianus aangeworven, door hem gebruikt werd in een guerilla tegen de in de Betuwe en Noord-Braband ingevallen Chamaven, waarbij hij den zoon van hun koning gevangen nam (358 n. C.). Ook gebruikte Julianus hem als gids tegen de Alamannen. Alscomes Germaniae utriusquesneuvelde hij in 365 n. C. tegen Alamannen, die wederom in Gallië waren ingevallen.Charilāus, Charillus,Χαρίλαος, -λεως, Χάριλλος, nageboren zoon van Polydectes, neef en pupil van den wetgever Lycurgus, koning van Sparta. Hij voerde oorlog tegen de Argiven en Tegeaten maar werd door laatstgenoemden gevangen genomen en niet vrijgelaten, voor hij hun beloofd had hen niet weder te bestrijden.Charis, Charites,Χάρις, Χάριτες,Gratiae, dochters van Zeus en Hera of de Oceanide Eurynome of van Helius en Aegle of van Dionȳsus en Aphrodīte. Zij zijn de godinnen der bevalligheid, zonder wier medewerking ieder feest, ieder kunstwerk, alles wat vreugde en genot schenken kan, zijn rechte waarde mist. Daarom zijn zij de vriendinnen der Muzen, de gezellinnen van Aphrodite, Peitho, Hermes, Apollo en Dionysus, en worden zij dikwijls gemeenschappelijk met deze godheden in dezelfde tempels vereerd, hoewel zij ook op vele plaatsen eigen tempels hadden. Bij Homerus is Charis de gemalin van Hephaestus, de Atheners vereerden twee Chariten, Auxo en Hegemone, de Spartanen eveneens twee, Cleta en Phaënna, gewoonlijk vindt men echter drie genoemd, Euphrosyne, Aglaïa en Thalia. De dienst der Charites verbreidde zich uit het boeotische Orchomenus over geheel Griekenland; aldaar vierde men te harer eer een feest, de Charisia of Charitesia.—Te Athene werden zij met de Horen in verband gebracht en werd haar ook invloed op het weder toegeschreven.—In lateren tijd golden zij ook voor godinnen van dankbaarheid en weldoen.—Gewoonlijk worden de drie Charites met elkander afgebeeld, als schoone, slanke, jonge vrouwen, somtijds met muziekinstrumenten, dobbelsteenen, rozen en mirten als attributen.Charisius (Flavius Sosipater), taalgeleerde uit Campania, schrijver van een werk, getiteldars grammaticain vijf boeken, waarvan nog gedeelten van het 1ste, 4deen 5deboek overig zijn. Hij leefde waarschijnlijk in het midden van de vierde eeuw na C.Charistia, z.Caristia.Charito,Χαρίτων, van Aphrodisias in Phrygië, schrijver van een griekschen roman in acht boeken:Chaereas en Callirrhoë(waarschijnlijk uit de 2deeeuw n. C.).Charmādas,Χαρμαδας, een academisch wijsgeer, leerling van Carneades, omstreeks 110 leeraar der wijsbegeerte en redekunst te Athene, v. s. stichter der vierde academie. Cicero roemt zijne welsprekendheid en zijn merkwaardig geheugen.Charmande,Χαρμάνδη, aanzienlijke stad in Mesopotamia aan den rechteroever van den Euphraat.Charmides,Χαρμίδης, oom van Plato, sneuvelde in het voorjaar van 403 in een gevecht tegen Thrasybūlus.Charmīnus,Χαρμῖνος, atheensch vlootvoogd in den peloponnesischen oorlog, leed in 411 de nederlaag in een zeegevecht tegen Astyochus en steunde later de oligarchische bewegingen op Samus.Charoeades,Χαροιάδης, atheensch veldheer, ondersteunde Leontīni met eene vloot in den oorlog tegen Syracūsae, maar sneuvelde (427).Charon,Χάρων, 1) zoon van Erebus en Nyx, de veerman der onderwereld, die de schimmen der afgestorvenen van Hermes in ontvangst nam en ze over Styx, Cocȳtus en Acheron naar het rijk der dooden bracht. Tot betaling van het veergeld legde men den dooden een obool in den mond. Slechts zij werden overgezet, wier lichamen behoorlijk begraven of verbrand waren, zoolang dit niet geschied was, bleven zij aan de oevers van de Styx zwerven. Levenden moesten, indien zij overgezet wilden worden, een gouden tak toonen, tot bewijs dat de goden het veroorloofden.—Charon wordt afgebeeld als een oud, vuil en armoedig gekleed man.—2)van Lampsacus, logograaf in de 5deeeuw.Charondas,Χαρώνδας, beroemd wetgever te Catana op Sicilia (± 550), wiens veelgeprezen wetten in vele chalcidische volkplantingen van Sicilië en Beneden-Italië in zwang waren. Zij waren wel streng, doch rechtvaardig, kort en ondubbelzinnig. Niemand mocht daarin eene verandering voorstellen, tenzij met een strop om den hals, om terstond gewurgd te worden, indien het voorstel werd verworpen. Eens van de jacht komende, kwam hij in de volksvergadering, zonder er aan te denken, dat hij nog gewapend was, en toen een der burgers hem op de overtreding zijner eigene wetten opmerkzaam maakte, bezegelde hij zijne voorschriften met zijn bloed, door zich op staanden voet het zwaard in de borst te stooten.Charta,χάρτης, papier. De ouden vervaardigden dit uit het merg der papyrusplant. Dit merg werd met een scherp voorwerp in zeer dunne lagen verdeeld, die zoo breed mogelijk genomen werden. De strooken, die men daardoor kreeg, werden op een vochtige plaat naast elkaar uitgespreid, en daarover dwarsstrooken met lijm vastgeplakt. Dan werd het geheel geperst, en in de zon gedroogd; daarop werden de verschillende bladen die men zoodoende kreeg, aan elkaar verbonden tot een rol, en wel zóó, dat de betere bladen aan den buitenkant, die het meest te lijden had, kwamen te liggen. Plinius onderscheidt acht soorten; de fijnste heetteAugustea, de daaropvolgendeLiviana, de minste soort wascharta emporeuticaof pakpapier. Bovendien vindt men nog vermeld:charta dentata, dat met een tand (misschien een stuk olifantstand of ivoor) was gladgewreven en gepolijst, encharta bibula, een doorschijnend soort vloeipapier. Naast papyrusrollen gebruikte men ook perkament, en in de 3deen 4deeeuw n. C. werd in het Westen de papyrusrol geheel door het perkament vervangen, terwijl in het Oosten eerst in de 8steeeuw het katoen- en linnenpapier (charta bombycina) er voor in de plaats komt.Charūdes,Χαροῦδες=Harūdes.Charybdis,Χάρυβδις, z.Scylla.Chasuariiof-ri,Χαττουάριοι, vermoedelijk dezelfden als deChattuariiofAttuarii, een germaansch volk, eerst aan het Teutoburgerwoud, later aan den Beneden-Rijn en denIJsselwoonachtig. Zij maakten later deel uit van het verbond der Franken.Chatti=Catti.Chauci,Χαῦκοι, onderscheiden inmaioresenminores, een machtige germaansche stam aan de Noordzeekust tusschen de Amisia (Eems) en den Albis (Elbe). Drusus onderwierp ze; in 70 n. C. verbonden zij zich met de Batavieren onder Claudius Civīlis. Later gaan ze op in de Saxones (z. a.).Χειρονομία, de beweging der handen, in het algemeen de mimische beweging van het lichaam volgens vaste regels bij het dansen; ook een soort spiegelgevecht.Χειροτονία, het opsteken der handen, de meest gebruikelijke wijze van stemmen in de grieksche volksvergaderingen. De op deze wijze gekozen magistraten werdenχειροτονητοί(ookαἱρετοί) genoemd.Chelidoniae insulae,Χελιδόνιαι νῆσοι= zwaluweilanden, vijf eilandjes tegenover kaap Chelidonium.Chelidonium promunturium,Χελιδονία ἄκραookPromunturium Sacrumgenoemd, kaap in Lycia, ten Z. van Phasēlis, uitlooper van den Taurus.Chelonātas,Χελωνάτας, kaap in Elis, westelijkste punt der Peloponnēsus, de eerste kaap ten Z. van Cyllene.Cheops,Χέοψ, aegyptisch koning der4dedynastie, omstreeks 2500, liet de grootste pyramide bouwen.Chephren,Χεφρήν, broeder of zoon en opvolger van Cheops, die eene pyramide liet bouwen, welke alleen door die van Cheops in grootte werd overtroffen.Chersonēsus,Χερσόνησος, schiereiland, vanχέρσοςofχέρρος, vast, enνῆσος, eiland. De meest bekende zijn de volgende: 1)Ch. Thracica, dikwerf kortweg Chersonesus geheeten, het smalle schiereiland tusschen den Hellespont ten O. en den sinus Melas ten W. De hals van het schiereiland was door een muur van 36 stadiën lengte verdedigd tegen invallen van thracische stammen. Er waren vele grieksche, vooral atheensche koloniën, die eerst onder de Perzen, daarna onder de Macedoniërs, ten laatste onder de Romeinenkwamen. Onder Augustus was de geheele Chersonēsus in het bezit van M. Vipsanius Agrippa, en na diens dood van Augustus.—Ook een atheensche stad op de Chersonesus heet Chersonesus (of Agora).—2)Ch. Taurica, thans de Krim, waaruit Griekenland veel koren trok. Dit schiereil. werd ook welCh. ScythicaofCimmericageheeten. In het Z.W. in de bergen woonden de Tauri; in het vlakke Noorden woonden Scythen. Op kaap Parthenium lag de tempel van Artemis Tauropolos, waar ook menschenoffers plaats vonden (mythe van Iphigenīa en Orestes). Ook een stad aan de Zuidwestkust der Chersonesus heet Chersonesus, en werd door de inwoners van Heraclēa Taurica gesticht.—3)Ch. Caria, waarvan het westelijk deelCh. Cnidiaofἀπό Κνίδου, het oostelijk X.τῆς Βυβασσίηςheet.—4)Ch. ThrachēaofRhodiategenover Rhodus.—5)Ch. magna, op de kust van Cyrenaïca.—6)Ch. aurea,χρυσῆ, thans Malakka, in Achter-Indië.—7)Ch. Cimbrica, thans Jutland.—8)landtongen: in Argolis naar het N. gekeerd, tegenover Aegīna (hierop lag Methāna); verder: van Athos, bij Sinōpe, bij Carthāgo, enz.Cherusci,Χερουσκοί, machtig germaansch volk in den omtrek van het tegenw. Brunswijk, van den Albis (Elbe) tot over den Visurgis (Weser). Drusus sloot in 9 met hen een verbond, doch in 9 na C. vielen zij weder af en versloegen in het Teutoburgerwoud de legioenen van Quinctilius Varus. Inwendige verdeeldheden, vooral tusschen Arminius en diens schoonvader Segestes, verzwakten hen, evenwel hielden zij met de hulp van Longobarden en Semnonen den strijd vol tegen Maroboduus en de Marcomannen. In Tacitus’ tijd (± 100 n. C.) waren ze door inwendige twisten zeer verzwakt.Chiliarchus,Χιλίαρχος, Χιλιάρχης, aanvoerder eenerχιλιαρχία, eene afdeeling van 1000 of waarschijnlijk 1024 man, 64 man breed en 16 diep. Men vindt deze regeling bij het Macedonische leger en later bij de Ptolemaeën. Bij de Perzen de aanvoerder der koninklijke lijfwacht, de voornaamste persoon in het rijk na den koning. Het woord wordt ook gebruikt als vertaling van het latijnschetribunus militum.Chilo,Χείλων, spartaansch ephoor, als type van een spartaansch staatsman geroemd. Hij was ephoor in 560 of 556, en is misschien de eerste geweest, die dit ambt bekleed heeft. Als een van de zeven wijzen wordt hem de spreukγνῶθι σαυτόνofτέλος ὁρᾶν μακροῦ βίουtoegeschreven.Chimaera,Χιμαίρα, een vuurspuwend monster, dochter van Typhon en Echidna, door den lycischen koning Amisodārus opgevoed, dat in Lycië groote verwoestingen aanrichtte en door Bellerophon met de hulp van Athēna gedood werd. Haar lichaam was van voren dat van een leeuw, in het midden van een geit, van achteren van een draak; v. a. had zij drie koppen, namelijk die van de genoemde dieren.Chione,Χιόνη, 1) dochter van Boreas en Orithyia, moeder van Eumolpus.—2)dochter van Daedalion, werd door Hermes en Apollo bemind en, omdat zij op hare schoonheid trotsch was, door Artemis gedood.Chionides,Χιονίδης, 1) Eumolpus, zoon van Chione.—2)dichter der oude comedie, omstreeks 450.Chiridōta,χειριδωτός, sc.χιτών, tunica met lange mouwen, eene dracht, welke bij de Romeinen wel goed voor vrouwen, doch ongepast voor mannen werd geacht. Bij barbaren komen kleederen met lange mouwen zeer veel voor.Chirisophus,Χειρίσοφος, Spartaan, streed in den slag bij Cunaxa onder Cyrus en was met Xenophon aanvoerder der Grieken op hun terugtocht.Chiron,Χείρων, zoon van Cronus en Philyra, de voortreffelijkste der Centauren, uitmuntend door wijsheid, rechtvaardigheid en kennis. Hij was door Apollo en Artemis onderwezen en werd op zijne beurt de leermeester en opvoeder van vele jonge helden, zooals Iāson, Theseus, Castor en Pollux, Achilles, e. a.; zelfs Asclepius had van hem de geneeskunst geleerd. Toen Heracles hem bij ongeluk met een zijner pijlen eene ongeneeslijke wonde had toegebracht, stond hij, opdat de dood een einde aan de ondragelijke pijn zou kunnen maken, zijne onsterfelijkheid aan Promētheus af, zoodat deze tevens, volgens eene vroegere belofte van Zeus, van zijn lijden bevrijd werd. Chiron werd als boogschutter onder de sterren geplaatst.Χιτών, het voornaamste kleedingstuk der Grieken, dat zoowel door mannen als vrouwen gedragen werd. De dorische ch. voor mannen was van wol, kort en zonder mouwen; de ionische van linnen, langer en met mouwen. Slaven en arbeiders droegen een ch. waaraan alleen voor den linkerarm een mouw was, (ἑτερομάσχαλος, daarentegen wordt de gewone ch.ἀμφιμάσχαλοςgenoemd), of soms ontbrak ook deze en werden de twee losse slippen over den linkerschouder vastgeknoopt (ἐξωμίς). De dorische ch. voor vrouwen was eveneens van wol, en niet zeer lang; de voorste en achterste helft waren eerst van onder de armen aan elkander vastgenaaid, terwijl de losse einden op de schouders met haken (περόναι) werden vastgehouden; de ionische was van linnen, zeer lang, wijd en met wijde mouwen. De ch. werd door mannen op het bloote lichaam gedragen; vrouwen droegen gewoonlijk nog een onderhemd (χιτώνιον).Chius, Chios,Χίος, thans Scio, groot en machtig eiland op de ionisch-aziatische kust. Als oorspronkelijke bewoners worden Lelegers en Pelasgen genoemd; later is het gekoloniseerd van uit Boeotië en Euboea. In den opstand der Ioniërs tegen de Perzen leverde het honderd schepen. In 494 door de Perzen onderworpen, bleef het 15 jaar schatplichtig, viel na den slag bij Lade (479) van Perzië af, en werd (477) als zelfstandig lid in het atheensche zeeverbond opgenomen. In 413 valt Chios van Athene af, en nu volgt voor het eiland een periode van oorlog,binnenlandschen strijd en verwoesting. Van 377–357 is het lid van den tweeden attischen zeebond; toen het van dezen bond was afgevallen, werd het weldra afhankelijk van den Cariër Mausōlus. Het eiland leverde voortreffelijken wijn, mastik, marmer, vijgen en fijne porceleinaarde op. Het was de geboorteplaats van den treurspeldichter Ion, den geschiedschrijver Theopompus en beweerde ook het vaderland van Homerus te zijn. De hoofdstad aan de O.-zijde gelegen, heette ook Chius of Chios.
Cerae (open).Cerae (open).
Cerae (open).
Cephēis,Κηφηίς, Andromeda, dochter van Cepheus.
Cepheus,Κηφεύς, 1) zoon van Belus en Anchinoë, koning van Aethiopië, vader van Andromeda, werd met zijne vrouw en dochter onder de sterren verplaatst.—2)Arcadiër, zoon van Lycurgus, nam deel aan de calydonische jacht.—3)van Tegea, zoon van Aleüs en Neaera, een van de Argonauten.
Cephisodotus,Κηφισόδοτος, 1) Athener, werd in 359 met eene vloot naar Thracië gezonden, waar hij zich door Charidēmus liet overhalen tot het sluiten van een zoo schandelijken vrede, dat hij bijna ter dood veroordeeld werd; hij werd echter afgezet en voor vijf talenten beboet.—2)atheensch beeldhouwer, vader van Praxiteles, van wien nog een beeld, Vrede en Rijkdom, bestaat.
Cephīs(s)us,Κηφισός, ook welΚηφισσός, naam van verscheidene rivieren, o. a. 1) in Phocis en Boeotia. Naar deze rivier, die in het meer Copaïs uitloopt, heet dit laatste bij Homerus ookΚηφισίς. De riviergod van dit stroompje was de vader van Narcissus.—2)riv. in Attica, die aan de Westzijde langs Athenae vloeide.—3)rivier in Argolis, die van links in den Inachus uitstroomt.
Cephren, =Chephren.
Cera,κηρός, was, werd door de ouden tot verschillende doeleinden gebruikt. Men bestreek er de houten schrijfplankjes mede, waarop men dan met een stalen schrijfstift ofstilusschreef (tabulae ceratae). Soms waren eenige van zulke plankjes tot een boekje vereenigd, zooals bij ons wel met leitjes het geval is; zulk een boekje heettecerae;cera prima, secunda, enz. beteekende dan de eerste, tweede bladzijde. Voor geschriften, die bewaard moesten worden, om zoo noodig in rechten tot bewijsstuk te kunnen dienen, had men tafeltjes, welker inrichting uit nevenstaande afbeelding blijkt. Het eigenlijke stuk staat op de binnenzijde van het eerste en tweede tafeltje, deze twee zijn dichtgebonden met een touw, dat door een opzettelijk daarvoor gemaakte gleuf loopt, en dat bevestigd is door de zegels van getuigen, wier namen naast hun zegel geschreven zijn. Z. de afb. op blz. 162. Op de binnenzijde van het derde tafeltje staat een korte opgave van den inhoud van het document.—Ook werd het was gebezigd tot boetseeren, vooral voor de borstbeelden (of liever maskers) van beroemde voorzaten,imagines maiorum.—Ook schilderde men met wasverven, die vervolgens werden ingebrand, welke bewerking encaustiek heet,ἐγκαυστική, (z.encaustica).
Ceramīcus,Κεραμεικός= pottenbakkersmarkt, plein en fraaie voorstad van Athenae, gedeeltelijk buiten, gedeeltelijk binnen denmuur gelegen. In het buitengedeelte werden zij, die in den strijd gevallen waren, van staatswege begraven.
Ceramus,Κέραμος, stad in Caria, aan de golf, die naar haarsinus Ceramicuswordt genoemd.
Cerasus,Κερασοῦς= het kersenrijke, de kersenstad, op de kust van Pontus, een kolonie van Sinōpe, vanwaar L. Licinius Lucullus in 74 de eerste kersen naar Rome overbracht. Een ander Cerasus, meer westelijk gelegen, is later verdoopt in Pharnacia (z. a.).
Cerae (gesloten en verzegeld).Cerae (gesloten en verzegeld).
Cerae (gesloten en verzegeld).
Ceraunii montes,Κεραύνια ὄρη, gebergte op de kust van Epīrus, berucht door de vele onweders (κεραυνός). Zie ookAcroceraunia.
Cerberus,Κέρβερος, zoon van Typhon en Echidna, een hond met drie, vijftig of honderd koppen, slangen in plaats van haren, en een staart met een drakekop. Hij hield verblijf in een hol aan gene zijde van de Styx en zorgde dat niemand de onderwereld verlaten konde; daarom moesten zij, die levend in de onderwereld afdaalden, dit monster bedwingen om zich den terugtocht te verzekeren. Orpheus deed hem door de tonen zijner lier in slaap vallen. Het laatste der twaalf werken van Heracles was dat hij den Cerberus naar de bovenwereld bracht, wat des te moeilijker was, daar hij van Pluto slechts verlof er toe gekregen had op die voorwaarde, dat hij hem ongewapend zoude vangen.
Cercasōrum,Κερκάσωρον, stad aan den Nijl, juist waar deze zich in verschillende armen begint te splitsen.
Cercīna,ΚέρκιναofΚέρκιννα, twee door eene brug verbonden eilandjes met gelijknamige havenstad op de kust van Africa, in de kleine Syrte. Het kleinste eilandje wordt ookCercinītisgenoemd.
Cercīne,Κερκίνη, gebergte in Macedonia tusschen den Axius (Vardar) en den Strymon (Karasu). Ook een meer, waardoor de Strymon loopt.
Cercinium,Κερκίνιον, sterkte in Thessalia aan het meer Boebēis.
Cercius=Circius.
Cercōpes,Κέρκωπες, een soort kabouters, die bij de Thermopylae, op Euboea of in Lydië woonden. Zij ontstalen Heracles zijne wapenen en werden tot straf door hem aan een balk gebonden, maar hun berouw vermaakte den held zoo, dat hij hen weder losliet.—V.a. een volk dat het eiland Pithecūsa bewoonde. Zij beloofden Zeus hun bijstand tegen de Titanen, maar toen zij het daarvoor bedongen loon ontvangen hadden, hielden zij hun woord niet. Tot straf werden zij in apen veranderd.—Een plaats te Athene, waar veelal gestolen goed verkocht werd, heetteΚερκώπων ἀγορά.Cercyon,Κερκύων, zoon van Poseidon of Hephaestus, vader van Alope. Hij woonde bij Eleusis en dwong alle vreemdelingen zich met hem in het vuistgevecht te meten; de overwonnenen bracht hij ter dood. Eerst Theseus gelukte het hem te overwinnen en te dooden.
Cerdiciātes, volk in Liguria, ten Z. van den Padus.
Cerealia, feesten den 19denApril te Rome ter eere van Ceres gevierd, met wedrennen en tooneelvertooningen. Sedert 202 begon het feest reeds den 12denApril en duurde tot en met den 19den. Men ging in het wit gekleed, zond elkander bloemkransen en noodigde elkander ten maaltijd.
Cereālis, familienaam in degens Petillia.
Ceres, eene italiaansche godin van den landbouw, die samen met Tellus (z. a.) vereerd werd, maar later door de Romeinen geïdentificeerd werd met Demēter. De eeredienst van de grieksche Ceres werd te Rome ingevoerd en haar eerste tempel gebouwd in493 gedurende een door misgewas ontstanen hongersnood, en ingewijd door den consul Sp. Cassius Viscellīnus. In dezen tempel, waarin zij te zamen met Liber (Dionȳsus) en Libera (Core) vereerd werd (men noemde den tempelaedes Cereris Liberi Liberaeque) en die de aandacht trok als eerste voorbeeld van griekschen bouwstijl, deden grieksche vrouwen, vooral uit Neapolis, dienst, en alle mythen, die op Demeter betrekking hebben, werden op Ceres overgedragen. Vooral den roof en het terugvinden van Proserpina herdachten de romeinsche vrouwen met groote plechtigheid in de maand Augustus en keizer Claudius trachtte zelfs de eleusinische mysteriën naar Rome over te brengen. Haar voornaamste feest bleef echter de Cerealia (z. a.). Ceres werd vooral als eene godin der plebejers beschouwd; haar tempel, waarin hetplebejischarchief en afschriften van wetten en senaatsbesluiten bewaard werden, stond in een geheel plebejisch gedeelte van de stad (bij den Circus Maximus aan den kant van den Aventīnus), haar dienst stond onder toezicht der aediles plebeii.
Cerinthus,Κήρινθος, stad aan de O.-kust van Euboea, van Chalcis afhankelijk.
Cermalus, het N.W. gedeelte van den Palatīnus. Het was een onderdeel van het Septimontium, zieRoma.
Cerretāni,Κερρητανοί, iberisch herdersvolk in de zuidelijke dalen der Pyrenaeën, in het tegenw. Cerdagne.
Cersobleptes,Κερσοβλέπτης, zoon van Cotys, werd in 358 koning der odrysische Thraciërs. De thracische Chersonēsus, die door zijn vader veroverd was, moest hij aan de Atheners teruggeven; in 347 ontnam Philippus van Macedonië hem een deel van zijn rijk, en in 342 verloor hij het geheel en moest hij zich aan Philippus onderwerpen.
Cersus,Κέρσος=Carsus,Κάρσος.
Cervi, soort van palissaden of van zoogenaamde spaansche ruiters, uit boomstammen of zware takken bestaande, waaraan men andere takken had laten zitten als het gewei van een hert.
Cerynia,Κερύνεια, stad op de N.-kust van Cyprus.
Ceryx,Κήρυξ, zoon van Hermes en Pandrosus, stamvader van het atheensche priestergeslacht der Cerȳces (ΚήρυκεςofΚηρυκίδαι).
Cessio, overdracht van eene zaak of van een recht. Eenein iure cessiois eene formeele overdracht ten overstaan van den praetor. Zie ookbonorum cessio.
Cestius, naam van een rom. geslacht. 1) de bouwer van de brug,pons Cestius, die deinsula Tiberinamet deregio Transtiberinaverbindt.—2)C. Cestius, rom. ridder, volkstribuun en praetor, tegenstander van Antonius, waarschijnlijk bij de proscriptiën van 43 omgekomen.—3)C. Cestius Epulo, de man tot wiens gedachtenis door eenige zijner erfgenamen de “pyramide van Cestius” werd opgericht, 37 meter hoog, op een grondvlak van 30 meter lang en breed. Het gevaarte, dat in 330 dagen voltooid werd, bevat slechts eene kleine lijkenkamer.—4)Cestius Gallus, onder Nero stadhouder van Syria, had in 66 na C. met een opstand der Joden te kampen, die de rom. onderdrukking moede waren.
Cestrīne,Κεστρίνη, landschap in Epīrus tegenover Corcȳra.
Cestus,κεστός, de geborduurde gordel van Aphrodīte, die onwederstaanbare bekoorlijkheid gaf.
Cetēi,Κήτειοι, oude stam in Mysia aan de rivier Cetēus, die bij Pergamum in den Caïcus valt.
Cethēgus, zeer oude familie in degens Cornelia, z.Corneliino. 30–34.
Ceto,Κητώ, dochter van Pontus en Gaea, gehuwd met haar broeder Phorcys, en bij hem moeder van de Gorgonen, de Sirenen e. a. monsters.
Cetra, klein rond schild, met leder overtrokken, van spaanschen oorsprong, ten tijde van Caesar ook door lichtgewapende rom. troepen gebruikt.
Ceutrōnes, alpenvolk in de provincia Alpes Poenīnae. De weg van Italia naar Lugdunum liep door hun gebied.
Cevenna, =Cebenna.
Ceyx,Κήυξ, 1) koning van Trachis, bij wien Heracles gastvrij opgenomen werd.—2)zoon van Hesperus en Philōnis, gemaal van Alcyone (z. a.).
Chabōras,Χαβώρας, ookἈβόρρας, rivier in Mesopotamia, ontspringt bij Resaïna, stroomt door Gauzanītis, neemt den Mygdonius en den Saocoras op, en valt bij Circesium in den Euphraat.
Chabrias,Χαβρίας, atheensch veldheer, die het bevel voerde over de troepen, welke de Atheners aan Euagoras van Cyprus te hulp zonden (388), en later (385) aan het hoofd stond van de grieksche huurlingen in dienst eerst van Acoris en daarna van Nectanebis van Aegypte. Op verlangen der Perzen door de Atheners teruggeroepen, verijdelde hij (378) een inval van Agesilāus in Boeotië door goed bedachte en geheel nieuwe manoeuvres, waardoor hij zich vooral grooten roem verwierf. Nadat hij in den zeeslag bij Naxus de Spartanen had overwonnen (376), werd hij naar Thracië gezonden, waar hij vele bondgenooten voor Athene won, en beschermde hij Abdēra tegen de aanvallen van Charidēmus. Na afloop van den thebaanschen oorlog voerde hij nog het bevel over de vloot van Tachos van Aegypte in diens oorlog tegen de Perzen. Hij sneuvelde in den bondgenootenoorlog bij het beleg van Chius (357), toen zijn schip in de haven van de vloot afgesneden en bijna reeds gezonken was.
Chaerea, hoofd der saamgezworenen tegen Caligula. ZieCassiino. 15.
Chaerēmon,Χαιρήμων, 1) atheensch treurspeldichter, wiens werken, in weerwil van hunne letterkundige waarde, wegens hunne moeilijkheid meer geschikt werden geacht om gelezen, dan om opgevoerd te worden. Hij leefde omstreeks 375.—2)stoicijnsch wijsgeer van Alexandrië, hoofd der bibliotheekaldaar, kwam naar Rome en werd een der opvoeders van Nero. Van zijne geschied- en oudheidkundige werken is slechts weinig over.
Chaerephon,Χαιρεφῶν, Athener, een van de vurigste vereerders van Socrates. Aan hem werd het bekende orakel gegeven, dat Socrates den wijsten aller menschen noemde. Ook als dichter van een treurspel wordt hij genoemd.
Chaeronēa,Χαιρώνεια, stad in Boeotia, geboorteplaats van Plutarchus, bekend door een drietal overwinningen: 1) van de Boeotiërs op de Atheners in 447;—2)van Philippus van Macedonia op de vereenigde Atheners en Thebanen in 338;—3)van Sulla op Mithradātes’ veldheer Archelāus, in 86. In de 5deeeuw behoorde het tot Orchomenos, later werd het een zelfstandig lid van den boeotischen bond (zieBoeotia).
Chalaeum,Χάλαιον, havenstad der Locri Ozolae aan de noordpunt van de Crisaeïsche golf.
Chalastra,Χαλάστρα, stad in Macedonia aan den mond van den Axius (Vardar).
Chalce,Χάλκη, eilandje ten W. van Rhodus.
Chalcēdon,Χαλκηδών, megarensische kolonie op de kust van Bithynia tegenover het jongere Byzantium, meermalen belegerd en veroverd. In haar gebied lag de havenstad Chrysopolis. Het was de geboortestad van den wijsgeer Xenocrates en had een beroemden Apollo-tempel. Eene andere schrijfwijze isCalchedon,Καλχηδών.
Chalcidice,Χαλκιδική, groot schiereiland aan de macedonische kust, bezet met grieksche volksplantingen, vooral van de euboeïsche stad Chalcis (8steeeuw). Het splitst zich in drie landtongen: Acte met den berg Athos, Sithonia en Pallēne.
Chalcidicum,χαλκιδικόν, overdekt, van voren open voorportaal of portiek, waarvan het dak door zuilen werd gedragen.
Chalcioecus,Χαλκίοικος, bijnaam van Athēna te Sparta, naar haar met koper versierden tempel, waarin een koperen beeld van de godin stond en waar op de Chalcioecia (Χαλκιοίκια) gewapende jongelingen offerden.
Chalcis,Χαλκίς, oude hoofdstad van Euboea, aan het smalste gedeelte van den Eurīpus gelegen, en sedert 411 door eene brug met het vasteland van Attica verbonden. Chalcis was eenmaal een bloeiende stad, die een groot aantal koloniën uitzond, o.a. naar Chalcidice, Cumae in Italia, Naxus op Sicilia, enz. Met Eretria, dat 3 uur ten Z. van Chalcis ligt, heeft het gedurende een halve eeuw (± 700–± 650) strijd gevoerd om de oppermacht op Euboea en het bezit van de Lelantische vlakte (zieLelantius Campus), die met de nederlaag van Eretria eindigde. In dezen strijd werd Chalcis door Samus en Corinthe, Eretria door Milete en Megara geholpen. In 506 leed de adel van Chalcis, deἱπποβόται, een zware nederlaag tegen het democratische Athene, en Chalcis moest deLelantischevlakte aan Athene afstaan, dat er 4000 kolonisten,κληροῦχοι, heenzond, die echter in 490, bij den aanval der Perzen op Eretria, naar hun land terugtrokken. Sedert 506 is de bloei van Chalcis voorbij, zieEuboea. In den tijd der Diadochen was Chalcis een der sterkste plaatsen van Griekenland, meestal in de macht van Macedonië. De Romeinen konden het in 207 niet innemen. Bij den vrede in 194 werd de stad vrij. In 146 werd ze na den opstand door de rom. troepen geplunderd en de muren gesloopt. Chalcis was de geboortestad van de dichters Lycophron en Euphorion en den redenaar Isaeus.—Ook in Aetolia en in Syria (Ch. ad Belumten Z. van Beroea), vond men eene stad Chalcis.
Chaldaea,Χαλδαία, het zuidelijke deel van Babylonia, later ook wel als algemeene naam voor het geheele land gebezigd. Zie overigensBabyloniaenChalybes.
Chaldaïcae rationes. ZieBabylonii numeri.
Chaleium,Χάλειον=Chalaeum.
Chalus,Χάλος, riviertje in N. Syria, waaraan Beroea en Chalcis lagen en dat in de woestijn wegsterft.
Chalybes,Χάλυβες, een volk van mijnwerkers in het O. van Pontus, onderdanen der Mossynoeci. Het Grieksche woord voor staal,χάλυψ, is aan hen ontleend. Hiervan moeten die Chalybes onderscheiden worden, die als een strijdhaftig en dapper volk geschilderd worden, en ook wel Chaldaei genoemd worden. Met de babylonische Chaldaei hebben ze niets te maken.
Chalybon,Χαλύβων, stad ten N. van Damascus in Syria, tgw. Helbun. De stad was beroemd om haar wijn.
Chamāvi,Χαμαυοί, Χάμαβοι, germaansche stam, eerst aan den Rijn gevestigd en later aan den Visurgis (Weser). In de 4deeeuw n. Chr. wonen ze wederom aan den Rijn in het latere Hamaland, tusschen Ouden Yssel en Rijn, en behooren zij tot de Salische Franken.
Chaones,Χάονες, ruwe volksstam in Epīrus, wier land, Chaonia, zich langs de kust uitstrekte, van Acroceraunia tot aan de rivier de Thyamis. Bij romeinsche dichters isChaonius pater= Zeus van Dodona, encolumbae Chaoniae= de duiven van Dodona.
Chaos,Χάος, oorspronkelijk de onmetelijke ledige ruimte, die bestond voordat iets geschapen was; volgens lateren de vormlooze massa, waarin alles, wat later een afzonderlijk bestaan kreeg, verward dooreen lag. Chaos bracht Gaea, Tartarus en Eros, later nog Erebus en Nyx voort.
Characēne, dat gedeelte van Susiāna, dat boven Spasinu (Pasinu) Charax (zieCharaxno. 1) ligt.
Charādra,Χαράδρα, stad in het N.W. van Phocis, ten O. van Lilaea, aan het riviertje Charādrus, op een rots gelegen. Ook in Messenia en in Zuid-Epīrus vond men eene stad van dezen naam.
Charax,Χάραξ(= palissade, legerkamp), naam van onderscheiden steden. 1) stad in Susiāne aan de monding van den Tigris, door Alexander den Gr. gesticht en Alexandria geheeten, vervolgens verdoopt in Antiochīa naarden syrischen koning Antiochus IV Epiphanes, en ten slotte Charax Spasinu (Pasinu) genoemd naar den arabischen vorst Spasines (Pasines), die de plaats door dammen tegen overstrooming beveiligde.—2)stad op Corsica.—3)stad in Media, nabij de Caspiae portae.
Chares,Χάρης, 1) atheensch veldheer, die door zijne hebzucht en onrechtvaardigheid zoowel als door zijn gebrek aan beleid in den oorlog dikwijls reden tot ontevredenheid gaf, maar zich toch door kunstgrepen en zelfs door omkooping wist staande te houden. Toen hij in den bondgenootenoorloggedurendeeen hevigen storm bij een aanval op Samus de nederlaag geleden had (356), bewerkte hij door valsche berichten dat zijne ambtgenooten, Iphicrates en Timotheüs, die den aanval afgeraden hadden, teruggeroepen en beboet werden. Toen hij zich echter door geldgebrek tot een grooten rooftocht tegen eenige perzische steden genoodzaakt zag en bovendien den oproerigen satraap Artabāzus tegen den koning van Perzië steunde, werd hij op verzoek van dezen teruggeroepen. Vruchteloos trachtte hij eenige malen Olynthus tegen Philippus te beschermen, en Byzantium, dat hij eveneens tegen Philippus verdedigen zoude, weigerde zelfs hem te ontvangen. Waarschijnlijk sneuvelde hij in den slag bij Chaeronēa.—2)bronsgieter uit Lindus, maker van het beroemde kolossale beeld van den zonnegod op Rhodus, omstreeks 290. Reeds in 222 is het beeld, dat ± 30 Meter hoog was, tengevolge van een aardbeving ingestort, en zijn de overblijfselen blijven liggen, totdat ze in den byzantijnschen tijd door een arabisch generaal aan een Jood verkocht zijn, die voor het vervoer de beschikking noodig had over 900 kameellasten.
Charicles,Χαρικλῆς, 1) admiraal in den peloponnesischen oorlog, later een van de dertig.—2)schoonzoon van Phocion, liet zich door Harpalus omkoopen en werd ter dood veroordeeld, doch vluchtte (319).
Charidēmus,Χαρίδημος, van Oreüs op Euboea, aanvoerder van huurlingen in atheenschen, perzischen en thracischen dienst. Door zijne verraderlijke handelingen kwam hij dikwijls in moeilijkheden, toch werd hij in Thracië onder de regeering van zijn schoonvader Cotys en van Cersobleptes een man van veel invloed. Hoewel hem door de Atheners het burgerrecht geschonken was, was zijn politiek hun in den regel vijandig; niettemin wist hij sommigen zoo omtrent zijne bedoelingen te misleiden, dat men zelfs voorstelde hem bij eene afzonderlijke wet buitengewone bescherming tegen zijne vijanden toe te zeggen, welk voorstel echter door den tegenstand van Demosthenes en anderen waarschijnlijk verworpen werd (352). Tegen Philippus strijdt hij in 351 in de Chersonesus, in 349 in Chalcidice, in 338 bij Chaeronēa. Hij was een van de mannen wier uitlevering door Alexander na het bedwingen van den thebaanschen opstand geëischt werd. Toen Alexander zich op verzoek van het volk met zijne verbanning tevreden stelde, vluchtte hij naar Perzië, waar hij, wegens al te vrijmoedige afkeuring van de maatregelen van Darīus, door dezen ter dood gebracht werd (333).
Charietto,Χαριέττων, bandiet, die eerst op eigen houtje van Trier uit den strijd begon tegen de in het rijk ingevallen Franken, en daarna door den onderkeizer (Caesar) Julianus aangeworven, door hem gebruikt werd in een guerilla tegen de in de Betuwe en Noord-Braband ingevallen Chamaven, waarbij hij den zoon van hun koning gevangen nam (358 n. C.). Ook gebruikte Julianus hem als gids tegen de Alamannen. Alscomes Germaniae utriusquesneuvelde hij in 365 n. C. tegen Alamannen, die wederom in Gallië waren ingevallen.
Charilāus, Charillus,Χαρίλαος, -λεως, Χάριλλος, nageboren zoon van Polydectes, neef en pupil van den wetgever Lycurgus, koning van Sparta. Hij voerde oorlog tegen de Argiven en Tegeaten maar werd door laatstgenoemden gevangen genomen en niet vrijgelaten, voor hij hun beloofd had hen niet weder te bestrijden.
Charis, Charites,Χάρις, Χάριτες,Gratiae, dochters van Zeus en Hera of de Oceanide Eurynome of van Helius en Aegle of van Dionȳsus en Aphrodīte. Zij zijn de godinnen der bevalligheid, zonder wier medewerking ieder feest, ieder kunstwerk, alles wat vreugde en genot schenken kan, zijn rechte waarde mist. Daarom zijn zij de vriendinnen der Muzen, de gezellinnen van Aphrodite, Peitho, Hermes, Apollo en Dionysus, en worden zij dikwijls gemeenschappelijk met deze godheden in dezelfde tempels vereerd, hoewel zij ook op vele plaatsen eigen tempels hadden. Bij Homerus is Charis de gemalin van Hephaestus, de Atheners vereerden twee Chariten, Auxo en Hegemone, de Spartanen eveneens twee, Cleta en Phaënna, gewoonlijk vindt men echter drie genoemd, Euphrosyne, Aglaïa en Thalia. De dienst der Charites verbreidde zich uit het boeotische Orchomenus over geheel Griekenland; aldaar vierde men te harer eer een feest, de Charisia of Charitesia.—Te Athene werden zij met de Horen in verband gebracht en werd haar ook invloed op het weder toegeschreven.—In lateren tijd golden zij ook voor godinnen van dankbaarheid en weldoen.—Gewoonlijk worden de drie Charites met elkander afgebeeld, als schoone, slanke, jonge vrouwen, somtijds met muziekinstrumenten, dobbelsteenen, rozen en mirten als attributen.
Charisius (Flavius Sosipater), taalgeleerde uit Campania, schrijver van een werk, getiteldars grammaticain vijf boeken, waarvan nog gedeelten van het 1ste, 4deen 5deboek overig zijn. Hij leefde waarschijnlijk in het midden van de vierde eeuw na C.
Charistia, z.Caristia.
Charito,Χαρίτων, van Aphrodisias in Phrygië, schrijver van een griekschen roman in acht boeken:Chaereas en Callirrhoë(waarschijnlijk uit de 2deeeuw n. C.).
Charmādas,Χαρμαδας, een academisch wijsgeer, leerling van Carneades, omstreeks 110 leeraar der wijsbegeerte en redekunst te Athene, v. s. stichter der vierde academie. Cicero roemt zijne welsprekendheid en zijn merkwaardig geheugen.
Charmande,Χαρμάνδη, aanzienlijke stad in Mesopotamia aan den rechteroever van den Euphraat.
Charmides,Χαρμίδης, oom van Plato, sneuvelde in het voorjaar van 403 in een gevecht tegen Thrasybūlus.
Charmīnus,Χαρμῖνος, atheensch vlootvoogd in den peloponnesischen oorlog, leed in 411 de nederlaag in een zeegevecht tegen Astyochus en steunde later de oligarchische bewegingen op Samus.
Charoeades,Χαροιάδης, atheensch veldheer, ondersteunde Leontīni met eene vloot in den oorlog tegen Syracūsae, maar sneuvelde (427).
Charon,Χάρων, 1) zoon van Erebus en Nyx, de veerman der onderwereld, die de schimmen der afgestorvenen van Hermes in ontvangst nam en ze over Styx, Cocȳtus en Acheron naar het rijk der dooden bracht. Tot betaling van het veergeld legde men den dooden een obool in den mond. Slechts zij werden overgezet, wier lichamen behoorlijk begraven of verbrand waren, zoolang dit niet geschied was, bleven zij aan de oevers van de Styx zwerven. Levenden moesten, indien zij overgezet wilden worden, een gouden tak toonen, tot bewijs dat de goden het veroorloofden.—Charon wordt afgebeeld als een oud, vuil en armoedig gekleed man.—2)van Lampsacus, logograaf in de 5deeeuw.
Charondas,Χαρώνδας, beroemd wetgever te Catana op Sicilia (± 550), wiens veelgeprezen wetten in vele chalcidische volkplantingen van Sicilië en Beneden-Italië in zwang waren. Zij waren wel streng, doch rechtvaardig, kort en ondubbelzinnig. Niemand mocht daarin eene verandering voorstellen, tenzij met een strop om den hals, om terstond gewurgd te worden, indien het voorstel werd verworpen. Eens van de jacht komende, kwam hij in de volksvergadering, zonder er aan te denken, dat hij nog gewapend was, en toen een der burgers hem op de overtreding zijner eigene wetten opmerkzaam maakte, bezegelde hij zijne voorschriften met zijn bloed, door zich op staanden voet het zwaard in de borst te stooten.
Charta,χάρτης, papier. De ouden vervaardigden dit uit het merg der papyrusplant. Dit merg werd met een scherp voorwerp in zeer dunne lagen verdeeld, die zoo breed mogelijk genomen werden. De strooken, die men daardoor kreeg, werden op een vochtige plaat naast elkaar uitgespreid, en daarover dwarsstrooken met lijm vastgeplakt. Dan werd het geheel geperst, en in de zon gedroogd; daarop werden de verschillende bladen die men zoodoende kreeg, aan elkaar verbonden tot een rol, en wel zóó, dat de betere bladen aan den buitenkant, die het meest te lijden had, kwamen te liggen. Plinius onderscheidt acht soorten; de fijnste heetteAugustea, de daaropvolgendeLiviana, de minste soort wascharta emporeuticaof pakpapier. Bovendien vindt men nog vermeld:charta dentata, dat met een tand (misschien een stuk olifantstand of ivoor) was gladgewreven en gepolijst, encharta bibula, een doorschijnend soort vloeipapier. Naast papyrusrollen gebruikte men ook perkament, en in de 3deen 4deeeuw n. C. werd in het Westen de papyrusrol geheel door het perkament vervangen, terwijl in het Oosten eerst in de 8steeeuw het katoen- en linnenpapier (charta bombycina) er voor in de plaats komt.
Charūdes,Χαροῦδες=Harūdes.
Charybdis,Χάρυβδις, z.Scylla.
Chasuariiof-ri,Χαττουάριοι, vermoedelijk dezelfden als deChattuariiofAttuarii, een germaansch volk, eerst aan het Teutoburgerwoud, later aan den Beneden-Rijn en denIJsselwoonachtig. Zij maakten later deel uit van het verbond der Franken.
Chatti=Catti.
Chauci,Χαῦκοι, onderscheiden inmaioresenminores, een machtige germaansche stam aan de Noordzeekust tusschen de Amisia (Eems) en den Albis (Elbe). Drusus onderwierp ze; in 70 n. C. verbonden zij zich met de Batavieren onder Claudius Civīlis. Later gaan ze op in de Saxones (z. a.).
Χειρονομία, de beweging der handen, in het algemeen de mimische beweging van het lichaam volgens vaste regels bij het dansen; ook een soort spiegelgevecht.
Χειροτονία, het opsteken der handen, de meest gebruikelijke wijze van stemmen in de grieksche volksvergaderingen. De op deze wijze gekozen magistraten werdenχειροτονητοί(ookαἱρετοί) genoemd.
Chelidoniae insulae,Χελιδόνιαι νῆσοι= zwaluweilanden, vijf eilandjes tegenover kaap Chelidonium.
Chelidonium promunturium,Χελιδονία ἄκραookPromunturium Sacrumgenoemd, kaap in Lycia, ten Z. van Phasēlis, uitlooper van den Taurus.
Chelonātas,Χελωνάτας, kaap in Elis, westelijkste punt der Peloponnēsus, de eerste kaap ten Z. van Cyllene.
Cheops,Χέοψ, aegyptisch koning der4dedynastie, omstreeks 2500, liet de grootste pyramide bouwen.
Chephren,Χεφρήν, broeder of zoon en opvolger van Cheops, die eene pyramide liet bouwen, welke alleen door die van Cheops in grootte werd overtroffen.
Chersonēsus,Χερσόνησος, schiereiland, vanχέρσοςofχέρρος, vast, enνῆσος, eiland. De meest bekende zijn de volgende: 1)Ch. Thracica, dikwerf kortweg Chersonesus geheeten, het smalle schiereiland tusschen den Hellespont ten O. en den sinus Melas ten W. De hals van het schiereiland was door een muur van 36 stadiën lengte verdedigd tegen invallen van thracische stammen. Er waren vele grieksche, vooral atheensche koloniën, die eerst onder de Perzen, daarna onder de Macedoniërs, ten laatste onder de Romeinenkwamen. Onder Augustus was de geheele Chersonēsus in het bezit van M. Vipsanius Agrippa, en na diens dood van Augustus.—Ook een atheensche stad op de Chersonesus heet Chersonesus (of Agora).—2)Ch. Taurica, thans de Krim, waaruit Griekenland veel koren trok. Dit schiereil. werd ook welCh. ScythicaofCimmericageheeten. In het Z.W. in de bergen woonden de Tauri; in het vlakke Noorden woonden Scythen. Op kaap Parthenium lag de tempel van Artemis Tauropolos, waar ook menschenoffers plaats vonden (mythe van Iphigenīa en Orestes). Ook een stad aan de Zuidwestkust der Chersonesus heet Chersonesus, en werd door de inwoners van Heraclēa Taurica gesticht.—3)Ch. Caria, waarvan het westelijk deelCh. Cnidiaofἀπό Κνίδου, het oostelijk X.τῆς Βυβασσίηςheet.—4)Ch. ThrachēaofRhodiategenover Rhodus.—5)Ch. magna, op de kust van Cyrenaïca.—6)Ch. aurea,χρυσῆ, thans Malakka, in Achter-Indië.—7)Ch. Cimbrica, thans Jutland.—8)landtongen: in Argolis naar het N. gekeerd, tegenover Aegīna (hierop lag Methāna); verder: van Athos, bij Sinōpe, bij Carthāgo, enz.
Cherusci,Χερουσκοί, machtig germaansch volk in den omtrek van het tegenw. Brunswijk, van den Albis (Elbe) tot over den Visurgis (Weser). Drusus sloot in 9 met hen een verbond, doch in 9 na C. vielen zij weder af en versloegen in het Teutoburgerwoud de legioenen van Quinctilius Varus. Inwendige verdeeldheden, vooral tusschen Arminius en diens schoonvader Segestes, verzwakten hen, evenwel hielden zij met de hulp van Longobarden en Semnonen den strijd vol tegen Maroboduus en de Marcomannen. In Tacitus’ tijd (± 100 n. C.) waren ze door inwendige twisten zeer verzwakt.
Chiliarchus,Χιλίαρχος, Χιλιάρχης, aanvoerder eenerχιλιαρχία, eene afdeeling van 1000 of waarschijnlijk 1024 man, 64 man breed en 16 diep. Men vindt deze regeling bij het Macedonische leger en later bij de Ptolemaeën. Bij de Perzen de aanvoerder der koninklijke lijfwacht, de voornaamste persoon in het rijk na den koning. Het woord wordt ook gebruikt als vertaling van het latijnschetribunus militum.
Chilo,Χείλων, spartaansch ephoor, als type van een spartaansch staatsman geroemd. Hij was ephoor in 560 of 556, en is misschien de eerste geweest, die dit ambt bekleed heeft. Als een van de zeven wijzen wordt hem de spreukγνῶθι σαυτόνofτέλος ὁρᾶν μακροῦ βίουtoegeschreven.
Chimaera,Χιμαίρα, een vuurspuwend monster, dochter van Typhon en Echidna, door den lycischen koning Amisodārus opgevoed, dat in Lycië groote verwoestingen aanrichtte en door Bellerophon met de hulp van Athēna gedood werd. Haar lichaam was van voren dat van een leeuw, in het midden van een geit, van achteren van een draak; v. a. had zij drie koppen, namelijk die van de genoemde dieren.
Chione,Χιόνη, 1) dochter van Boreas en Orithyia, moeder van Eumolpus.—2)dochter van Daedalion, werd door Hermes en Apollo bemind en, omdat zij op hare schoonheid trotsch was, door Artemis gedood.
Chionides,Χιονίδης, 1) Eumolpus, zoon van Chione.—2)dichter der oude comedie, omstreeks 450.
Chiridōta,χειριδωτός, sc.χιτών, tunica met lange mouwen, eene dracht, welke bij de Romeinen wel goed voor vrouwen, doch ongepast voor mannen werd geacht. Bij barbaren komen kleederen met lange mouwen zeer veel voor.
Chirisophus,Χειρίσοφος, Spartaan, streed in den slag bij Cunaxa onder Cyrus en was met Xenophon aanvoerder der Grieken op hun terugtocht.
Chiron,Χείρων, zoon van Cronus en Philyra, de voortreffelijkste der Centauren, uitmuntend door wijsheid, rechtvaardigheid en kennis. Hij was door Apollo en Artemis onderwezen en werd op zijne beurt de leermeester en opvoeder van vele jonge helden, zooals Iāson, Theseus, Castor en Pollux, Achilles, e. a.; zelfs Asclepius had van hem de geneeskunst geleerd. Toen Heracles hem bij ongeluk met een zijner pijlen eene ongeneeslijke wonde had toegebracht, stond hij, opdat de dood een einde aan de ondragelijke pijn zou kunnen maken, zijne onsterfelijkheid aan Promētheus af, zoodat deze tevens, volgens eene vroegere belofte van Zeus, van zijn lijden bevrijd werd. Chiron werd als boogschutter onder de sterren geplaatst.
Χιτών, het voornaamste kleedingstuk der Grieken, dat zoowel door mannen als vrouwen gedragen werd. De dorische ch. voor mannen was van wol, kort en zonder mouwen; de ionische van linnen, langer en met mouwen. Slaven en arbeiders droegen een ch. waaraan alleen voor den linkerarm een mouw was, (ἑτερομάσχαλος, daarentegen wordt de gewone ch.ἀμφιμάσχαλοςgenoemd), of soms ontbrak ook deze en werden de twee losse slippen over den linkerschouder vastgeknoopt (ἐξωμίς). De dorische ch. voor vrouwen was eveneens van wol, en niet zeer lang; de voorste en achterste helft waren eerst van onder de armen aan elkander vastgenaaid, terwijl de losse einden op de schouders met haken (περόναι) werden vastgehouden; de ionische was van linnen, zeer lang, wijd en met wijde mouwen. De ch. werd door mannen op het bloote lichaam gedragen; vrouwen droegen gewoonlijk nog een onderhemd (χιτώνιον).
Chius, Chios,Χίος, thans Scio, groot en machtig eiland op de ionisch-aziatische kust. Als oorspronkelijke bewoners worden Lelegers en Pelasgen genoemd; later is het gekoloniseerd van uit Boeotië en Euboea. In den opstand der Ioniërs tegen de Perzen leverde het honderd schepen. In 494 door de Perzen onderworpen, bleef het 15 jaar schatplichtig, viel na den slag bij Lade (479) van Perzië af, en werd (477) als zelfstandig lid in het atheensche zeeverbond opgenomen. In 413 valt Chios van Athene af, en nu volgt voor het eiland een periode van oorlog,binnenlandschen strijd en verwoesting. Van 377–357 is het lid van den tweeden attischen zeebond; toen het van dezen bond was afgevallen, werd het weldra afhankelijk van den Cariër Mausōlus. Het eiland leverde voortreffelijken wijn, mastik, marmer, vijgen en fijne porceleinaarde op. Het was de geboorteplaats van den treurspeldichter Ion, den geschiedschrijver Theopompus en beweerde ook het vaderland van Homerus te zijn. De hoofdstad aan de O.-zijde gelegen, heette ook Chius of Chios.