Chapter 24

Crāter.Crāter,κρατήρ, een groote vaas, die in de eetzaal stond, waarin wijn met water vermengd werd en waaruit dit mengsel in de bekers der gasten geschept werd.Craterus,Κράτερος, 1) veldheer onder Alexander d. G., aanvoerder van het landleger op den terugtocht uit Indië, voerde de veteranen uit Azië naar hun vaderland terug (324), en zou Antipater als regent van Macedonië vervangen, toen Alex. stierf. In den lamischen oorlog besliste zijne komst den slag bij Crannon ten gunste van Antipater, met wien hij daarna Perdiccas en Eumenes bestreed; in een slag tegen laatstgenoemde sneuvelde hij (321).—2)Macedoniër, v. s. zoon van den vorigen, schrijver eenerΨηφισμάτων Συναγωγή, verzamelduit de te Athene bewaarde origineelen, van welk werk nog enkele overblijfsels bestaan.—3)beroemd geneesheer, tijdgenoot van Cicero.Crates,Κράτης, 1) atheensch blijspeldichter omstreeks 450, een van de grondleggers der oude attische comedie; men schreef hem 14 stukken toe.—2)Athener, leerling van Polemo en na diens dood gedurende korten tijd hoofd der academie.—3)Thebaan, de voornaamste leerling van den cynicus Diogenes en gedurende eenigen tijd leeraar van Zeno.—4)van Mallus, te Tarsus opgevoed, werd aan het hof van Attalus de stichter der pergameensche school van taalgeleerden; in zijne werken over Homerus bestreed hij Aristarchus. In 167 begeleidde hij Attalus II naar Rome en bleef daar wegens ziekte langen tijd. Hij is de eerste van de Stoici, die Homerus vooral op het gebied van de geographie voor onfeilbaar verklaart, en door allegorische uitlegging alles wat men weet, bij Homerus meent terug te vinden. Zoodoende is hij de schepper geweest van een nieuwe denkrichting, die ook op latere geslachten grooten invloed heeft geoefend en nog oefent. Zie o. a.Philo Judaeus.Crates, Cratis, vlechtwerk, horde, schanskorf en dgl. Enkele malen komt de uitdrukking voor:sub crate necari. De veroordeelde werd op den grond uitgestrekt onder eene teenen horde, die zóólang met steenen werd bezwaard, tot de ongelukkige onder het gewicht den geest gaf.Crathis,Κρᾶθίς, rivier in het land der Bruttii, die bij Thurii in densinus Tarentīnusuitstroomt. De Sybaris is een zijriviertje hiervan, maar stroomde oorspronkelijk ten N. van de Crathis in zee. Ook een kuststroompje in Achaia.Cratīnus,Κρατῖνος, 1) Athener (520–423), de eigenlijke schepper der oude attische comedie. Hij was de eerste die in zijne stukken een politieke strekking legde en drie acteurs liet optreden. Hij trad tamelijk laat als dichter op en behaalde met 21 stukken negenmaal de overwinning, o. a. met zijn laatste stukΠυτίνη(de wijnflesch), kort voor zijn dood opgevoerd, waarin hij zijn eigen gebrek, dronkenschap, aan de bespotting van het publiek prijsgaf.—2)atheensch blijspeldichter, die ongeveer eene eeuw later leefde dan de vorige; van hem worden 8 stukken genoemd.Cratippus,Κράτιππος, 1) schreef een vervolg op de geschiedenis van Thucydides, tot welk werk, naar men meent, een onlangs in Egypte gevonden fragment behoort. ZieTheopompus.—2)van Mytilēne, peripatetisch wijsgeer te Athene, leermeester van Cicero’s zoon.Cratis=Crates.Cratylus,Κρατύλος, leerling van Heraclītus en van Protagoras, leermeester van Plato, die een zijner werken naar hem noemde.Cremaste,Κρεμαστή, goudhoudende streek in Troas nabij Abȳdus.—Zie ookLarissano. 2.Cremera, zijtak van den Tiber in Etruria, die langs Veii stroomt, en bij wiens uitmonding in den Tiber in 479 de 306 Fabii sneuvelden.Cremni,Κρημνοί, scythische koopstad aan den mond van den Tanaïs (Don) in de Maeōtis.Cremōna,Κρεμώνη, romeinsche kolonie met latijnsch recht, in 219 aan den linkeroever van den Padus (Po) aangelegd, in 190 versterkt met 6000 nieuwe kolonisten, een van de rijkste steden van Gallia Cisalpīna. Behalve tal van prachtige gebouwen had Cr. het grootste amphitheater van Italië. In 41 leed het door de soldaten van Antonius, in 69 na C. werd het door die van Vespasiānus verwoest. Hoewel Vespasianus de stad herbouwde, keerde de oude welstand niet terug.Cremōnis iugum, een berg der Alpen, thans Cramont of Grammont, tusschen den Mont Blanc en den kleinen St. Bernard, ten Z. van Courmayeur.Cremutius Cordus, geschiedschrijver ten tijde van Augustus en Tiberius, die zijne vrijmoedige taal met den dood moest boeten, en wiens geschiedwerken verbrand werden (25 n. C.).Crenides,Κρηνίδες, ziePhilippi.Creon,Κρέων, 1) koning van Corinthe, vader van Creūsa.—2)zoon van Menoeceus, regeerde over Thebe van den dood van zijn zwager Laius tot de troonsbestijging van Oedipus en wederom na den dood van Eteocles en Polynīces; z.Antigone.—3)koning van Thebe, schoonvader van Heracles, z.Amphitryo.Creophȳlus,Κρεώφυλος, cyclisch dichter van Samus of Chius, wordt de vriend, leermeester of schoonzoon van Homerus genoemd. Een van zijne nakomelingen zou de gedichten van Homerus naar Sparta gebracht en aan Lycurgus gegeven hebben.Crepida.Crepida, een zool met of zonder hakleder, die op den voet werd vastgeregen.Ne sutor ultra crepidam= schoenmaker, houd u bij uw leest.Crepundia(plur.), kleine stukjes kinderspeelgoed, die soms den kinderen om den hals werden gehangen, hetzij als talisman, hetzij als herkenningsteeken.Cresilas,Κρησίλας, uit Cydonia op Creta, een van de beroemdste bronsgieters van de 5deeeuw. Tot zijn beroemdste werken behoorden een stervende gewonde, een gewonde Amazone (wedstrijd tusschen Phidias, Polycletus en Cresilas) en een portretstatue van Pericles. Van de laatste zijn nog een paar replieken over.Cresphontes,Κρεσφόντης, een van de drie zonen van Aristomachus, den achterkleinzoon van Heracles, die de Peloponnēsus heroverden; bij de verdeeling kreeg hij Messenia, waar hij later bij een opstand met twee van zijne zonen gedood werd.Cressa,Κρῆσσα, cretensische vrouw, bijnaamvan Ariadne en Aërope;Cressa bos= Pasiphaë.Crestonia,Κρηστωνία, met de hoofdstad Crestōne of Creston,Κρηστώνη, Κρηστών, streek in Macedonia tusschen den Strymon en den Axius.Creta,Κρήτη, thans Candia of Creta, het grootste der grieksche eilanden, van havens ruim voorzien, vruchtbaar, gezond van klimaat, was reeds vroeg (zieCnossusenPhaestus) het middelpunt van een zeer hoog ontwikkelde beschaving, die men tegenwoordig in een vóórgrieksch en een achaeisch tijdperk pleegt te onderscheiden. Na het verval der myceensche beschaving dringen de Doriërs het eiland binnen. Bij Homerus heet Creta nogἑκατόμπολιςen vooral in de Odyssēa vindt men nog vele herinneringen aan de vroegere macht en rijkdom van het eiland. De bevolking was zeer gemengd, doch de dorische stam had het overwicht. De dorische bevolking vormde de heerschende kaste, de burgers. Deὑπήκοοι, eene vrije, doch onderworpen bevolking, kwamen overeen met deπερίοικοιin Laconica. Dan volgden twee klassen van lijfeigenen: deμνωῖται, lijfeigenen van den staat, en deκλαρῶταιofἀφαμιῶται, lijfeigenen op de goederen van particulieren. Opvoeding der jeugd vanwege den staat en gemeenschappelijke maaltijden waren ook op Creta wet. Na de afschaffing van het koningschap had men 10 archonten met een senaat en een collegie van ephoren. Allengs splitste Creta zich in verschillende republieken (de belangrijkste steden zijn dan: Cnosus, Gortyn, Lyttus of Lyctus, Praesus, later Hierapytna, en in het W. Cydonia), totdat Q. Caecilius Metellus Creticus 68–64 het eiland onderwierp en als provincie inrichtte. Sedert kwam Creta, ook zedelijk, in diep verval, zoodat de bewoners met de Capadociërs, Ciliciërs of Cariërs onder deκάππα κακάgerekend werden:Κρῆτες ἀεὶ ψεῦσται, κακὰ θηρία, γαστέρες ἀργαί. Op Creta behooren de mythen te huis van Minos, Daedalus, den Minotaurus, den cretensischen Zeus, wiens graf men er liet zien, e. a. Naar Creta is het krijtcretagenoemd; de cretische aarde is echter niet krijt, maar porseleinaarde.Crēteus=Catreus.Crētheus,Κρηθεύς, 1) zoon van Aeolus en Enarete, stichter van Iolcus, vader van Aeson, Pheres, Amythāon en Hippolyte.—2)een zanger, die Aenēas op zijne tochten vergezelde en door Turnus gedood werd.—3)vader van Neleus.Cretio.Cretio hereditatisis de uitdrukkelijke verklaring, dat men eene erfenis aanvaardt.Creūsa,Κρέουσα, 1) dochter van Oceanus en Gaea, bij Penēus moeder van Hypseus.—2)dochter van Erechtheus, echtgenoote van Xuthus, moeder van Achaeus en Ion.—3)dochter van Priamus, gemalin van Aenēas, moeder van Ascanius; zij zoude in den nacht, waarin Troje genomen werd, met Aeneas vluchten, maar zij raakte in de verwarring verloren en werd door de moeder der goden op wonderbare wijze van de aarde weggenomen.—4)dochter van Creon, onder wiens regeering Iāson en Medēa te Corinthe kwamen. Om met Creusa te trouwen erstiet Iason Medea, die zich wreekte door aan hare mededingster een vergiftigd kleed te zenden, dat zich aan het lichaam vasthechtte en haar onder vreeselijke pijnen deed omkomen.CrimissusofCrimīsus,Κριμισσός, Κριμισός, rivier in het W. van Sicilia, zijrivier van den Hypsus, bekend door de overwinning van Timoleon op de Carthagers in 339.Criobolia, zieRhea (Cybele).Crisa,Κρῖσα=Crissa.Crispus, (= kroeskop), rom. familienaam in verscheidene geslachten. ZieMarcii(no. 11),Salustii, Vibii(no. 6).—Flavius Julius Crispus, oudste zoon van Constantijn den Gr., een rijk begaafd jongeling, zoowel in vrede als in den oorlog uitstekend, werd in 326 na C. te Pola in Istria, op bevel zijns vaders vermoord.Crissa,Κρίσσα, oude handelsstad in Phocis, met de haven Cirrha, werd in 590 op last der Amphictyonen verwoest, daar het van de bedevaartgangers naar Delphi tollen hief. Cirrha werd later als havenstad van Delphi herbouwd.Crithōte,Κριθώτη, stad in het N. van de thracische Chersonēsus, aan den Hellespont gelegen.Critias,Κριτίας, 1) zoon van Dropides, vriend van Solon, overgrootvader van Plato.—2)achterkleinzoon van den vorigen, leerling van Gorgias en Socrates, verdienstelijk dichter en redenaar, dikwijls in de werken van Plato vermeld, die een van zijne gesprekken naar hem noemde. Aanvankelijk aanhanger der democratie, werd hij later om onbekende redenen verbannen en kwam hij eerst na afloop van den peloponnesischen oorlog naar Athene terug, waar hij zich als hoofd van de dertigmannen zeer gehaat maakte door zijne gewelddadige handelingen. Hij sneuvelde in 403 in een gevecht tegen Thrasybūlus.Crito,Κρίτων, 1) leerling en vriend van Socrates, naar wien Plato een van zijne werken noemde.—2)dichter der nieuwe comedie; één zijner stukken is in 168/7 opgevoerd.Critolāus,Κριτόλαος, 1) van Phasēlis, opvolger van Ariston als hoofd der peripatetische school, een van de drie wijsgeeren, die in 155 door de Atheners als gezanten naar Rome gezonden werden en die het eerst de Rom. met grieksche welsprekendheid en wijsbegeerte bekend maakten. Hij bleef te Rome, waar hij in hoogen ouderdom stierf.—2)strateeg van het achaeisch verbond, heftig tegenstander der Romeinen, werd in 146 door Metellus bij Scarphe verslagen en verdween daarna spoorloos.Crius,Κρῖος, Κρεῖος, zoon van Uranus en Gaea, een van de Titanen.Crobylus,κρωβύλος, ouderwetsch kapsel der Atheners, in het bizonder der atheensche mannen, en van eenige barbaarsche volken, overigens =Corymbus.Crocodilopolis,Κροκοδείλων πόλις, stad in Midden-Aegypte aan het meer Moeris, later Arsinoë geheeten.Croesus,Κροῖσος, zoon van Alyattes, laatste koning der Lydiërs, regeerde 560–546. Hij maakte de aziatische Grieken schatplichtig, sloot een verbond met de grieksche eilandbewoners, en strekte zijn rijk oostwaarts tot den Halys uit. Toen zijn zwager Astyages door Cyrus onttroond was, verbond hij zich met de koningen van Aegypte en Babylon tot een oorlog tegen het jonge perzische rijk, doch voordat zijne bondgenooten hem hulp hadden kunnen zenden, trok Croesus, door dubbelzinnige orakels misleid, over den Halys; na een onbeslisten slag evenwel trok hij terug naar Sardes om zich beter tot den oorlog voor te bereiden, maar Cyrus volgde hem, belegerde de stad en nam haar na veertien dagen in. Croesus verloor zijn rijk, maar behield het leven, naar het heette door goddelijke tusschenkomst; Cyrus behandelde hem altijd met achting, hield hem steeds als een vriend en raadsman bij zich en beval hem bij zijn dood ook aan Cambȳses aan. De rijkdom van Croesus is spreekwoordelijk geworden en zijne geschiedenis werd beschouwd als een treffend voorbeeld van de onbestendigheid van het geluk, waarop Solon hem reeds zou gewezen hebben, toen hij hem in zijne gelukkigste dagen te Sardes bezocht.Crommyon,Κρομμυών, stad op de Corinthische landengte, aan de Saronische golf. Hier doodde Theseus het beruchte everzwijn.Cromnus,Κρῶμνος, stadje in het Z. van Arcadia, bij Megalopolis.Cronides, Cronīon,Κρονίδης, Κρονίων, Zeus, de zoon van Cronus.Cronium mare, het noordelijkste gedeelte van de Noordzee, ook wel de zee ten Noorden van Schotland. De oude schrijvers bevatten allerlei phantastische verhalen hieromtrent; volgens sommigen is ze gestold, volgens anderen zoo drabbig, dat men er met de roeispanen nauwelijks door kan komen. Al deze verhalen zijn een gevolg van de ontdekkingsvaart van Pytheas van Massilia.Cronus,Κρόνος,Saturnus(z. a.), de jongste der Titanen, zonen van Uranus en Gaea. Op aansporing zijner moeder, die verbitterd was omdat Uranus zijne jongere zonen, de Cyclopen en Hecatonchiren, in den Tartarus geworpen had, overviel hij zijn vader, verminkte hem met een sikkel op gruwelijke wijze, en dwong hem van de wereldheerschappij afstand te doen. Sedert dien tijd regeerde Cr. met de Titanen gedurende de gouden eeuw, hij huwde zijne zuster Rhea, maar daar zijn vader hem voorspeld had, dat ook hij eens door een zijner kinderen onttroond zou worden, verslond hij hen terstond na hunne geboorte; alleen Zeus werd door zijne moeder gered, terwijl Cr. in plaats van hem een grooten in doeken gewikkelden steen verslond. Toen Zeus opgegroeid was, kwam hij in opstand tegen zijn vader; door Gaea en Metis ondersteund, dwong hij hem eerst de verslonden kinderen uit te braken en daarop begon hij den oorlog, waarvan de uitslag was dat Cr. met de Titanen, die zijne partij gekozen hadden, in den Tartarus geworpen werd. Later kwam echter eene verzoening tusschen vader en zoon tot stand, en sedert dien tijd heerscht Cr. op de eilanden der gelukzaligen. Te Athene vierde men zijn feest, deΚρόνια, onder gebruiken, die aan den gouden tijd moesten doen denken, z.Saturnalia.—Cr. wordt algemeen beschouwd als een oogstgod, door sommigen als een god van den tijd. Hij wordt afgebeeld als een oud man, met langen baard, gezeten op een troon, met het kleed over het hoofd getrokken en een sikkel in de hand.Crossaea,Κροσσαία, streek op de grens van Chalcidice aan de golf van Thermae.Croton,Κρότων, thans Crotone, welvarende en machtige stad in het land der Bruttii, tusschen 700 en 650 door Achaeërs gesticht. De stad was beroemd door hare wetgeving, door reinheid van zeden, door de school van Pythagoras, en door voorliefde der inwoners voor lichaamsoefeningen. Zij was de geboorteplaats van den kampvechter Milo. Wel leden omstreeks 550 de Crotoniaten eene zware nederlaag door de bewoners van Locri Epizephyrii, doch Croton herstelde zich en kon nog in 510 het verwijfde Sybaris ten val brengen. Verdeeldheid was evenwel oorzaak, dat de grieksche steden in Zuid-Italië zich op den duur niet konden handhaven tegen de Syracusanen aan den éénen en de Lucaniërs aan den anderen kant.—In den tweeden punischen oorlog maakte Hannibal Croton tot een steunpunt zijner krijgsoperatiën, waarop de Romeinen er in 194 eene rom. kolonie van maakten.Crotōna=Cortona.Crustae, 1) goud- of zilverbeslag (ciseleerwerk), dat op zilveren of bronzen vaatwerk werd opgelegd, in tegenstelling vanemblemata, inlegwerk.—2)marmeren platen, waarmede de wanden bekleed werden.Crustumerium, oude latijnsche stad, reeds vroeg door de Romeinen veroverd. Op het veroverde land werd detribus Crustuminaingericht.Crux, het kruis, een paal met een dwarshout er aan. De veroordeelde werd eerst gegeeseld, vervolgens aan touwen omhoog geheschen en dan aan handen en voeten aan het kruis vastgenageld, waarna men hem liet hangen tot hij gestorven was. Deze straf werd alleen toegepast op slaven, vreemdelingen en burgers van lagen stand.Crypta,κρύπτη. Hieronder moet men niet een ondergrondsche ruimte van eenig gebouw verstaan, zooals wij onder eenecryptedoen; maar een lange gang met lichtopeningen of vensters in de muren, bij groote hitte of slecht weder tot wandelplaats dienende. Meestal liep zulk eenecryptaom eenig groot gebouw of om eene binnenplaats heen. Zie ookcryptoporticus.Cryptoporticus, overdekte gaanderij, aan ééne zijde gesloten, aan de andere zijde open in den vorm eener kolonnade, terwijl eenecryptater weerszijden muren had.Cteatus,Κτέατος, z.Actoriones.Ctesias,Κτησίας, van Cnidus, uit het geslachtder Asclepiaden, van 404/401 tot 387/4 lijfarts aan het perzische hof, waarna hij naar zijne vaderstad terugkeerde. Ook in 397 had hij een tijd in zijn vaderstad vertoefd. Hij is de schrijver van verscheiden werken; zijne perzische geschiedenis,Περσικά, in 23 boeken, wordt veel door oude schrijvers gebruikt, ofschoon hem dikwijls gebrek aan waarheidsliefde verweten wordt. Van dit werk zijn, evenals van een ander,Ἰνδικά, slechts eenige fragmenten bewaard gebleven. Ctesias is meer een op sensatie belust romanschrijver (vandaar zijn populariteit) dan een ernstig historicus. ZijnἸνδικάzijn belangrijker, omdat daarin de eerste berichten omtrent Indië, vooral de dieren- en plantenwereld, voorkomen.Ctesibius,Κτησίβιος, beroemd werktuigkundige te Alexandrië onder Ptolemaeus Euergetes, leermeester van Hero, met wien hij o. a. verscheiden toepassingen van luchtdruk uitvond. Hij of een naamgenoot, die omstreeks 125 leefde, was de uitvinder van het orgel.Ctesiphon,Κτησιφῶν, z.Demosthenes.Ctesiphon,Κτησιφῶν, stad aan den Tigris, na den dood van Alexander d. Gr. gesticht, tegenover Seleucīa. Ctesiphon was lang het winterverblijf der parthische koningen en eene sterke grensvesting. In den keizertijd werd het bij herhaling door de Rom. veroverd, n.m. in 116 door keizer Traiānus, in 165 door de legaten van Lucius Verus, in 198 door Septimius Sevērus.Cuberni=Gugerni.Cubi, zieBituriges.Cubiculum, klein vertrek, van een rustbed of eene slaapstede voorzien. Men onderscheidde decubiculaindiurnaennocturna. Lezen, studeeren, zelfs schrijven geschiedde bij de Rom. veeltijds in liggende houding.—De latere keizers namen ook de gewoonte aan, bij de openbare spelen niet op eenpodiumof balkon te zitten, maar in eene soort loge ofcubiculumop een rustbed liggende de spelen gade te slaan.Cubitus, rom. lengtemaat = 1½ rom. voet = bijna 45 centimeter.Cucullus, kap aan een mantel, om bij slecht weder over het hoofd te trekken.Cugerni=Gugerni.Cularo, zieGratianopolis.Culex, titel van een klein gedicht, dat op naam van Vergilius staat en waarin de schim eener gedoode mug om eene begrafenis vraagt.Culleus, 1) lederen zak, waarin deparricidaegenaaid en in het water geworpen werden.—2)rom. maat voor vloeistoffen = ruim 500 liter.Cumae,Κύμη, stad in Campania, de oudste grieksche volkplanting in Italia, in de 8steeeuw (737?) door de Chalcidiërs van Euboea, met medewerking van kolonisten uit Eretria en uit Cyme (aan de Oostkust van Euboea), waaraan de naam ontleend is, en van de Grai (z. a.) uit Boeotië, gesticht. Vooral door toedoen van Cumae is de grieksche beschaving in Italië doorgedrongen. Dáár hield volgens de sage de beroemde Sibylle haar verblijf; dáár landde Aeneas en stierf Tarquinius Superbus. Dicaearchia, later Puteoli geheeten, was de havenstad van Cumae. In 474/3 kwam Hiero van Syracusae de stad tegen de Etruscers te hulp, en versloeg hen in een bloedigen zeeslag. Toen tusschen 443 en 415 de Samnieten Campania veroverden, viel ook Cumae in hunne handen (421). De inwoners werden grootendeels als slaven verkocht. In 338 werd de stad met Capua en andere Campaansche stedencivitas sine suffragio. Z.Praefecti Capuam Cumas.Cunaxa,Κούναξα, stadje in Babylonia aan den Euphraat, waarbij Cyrus de jongere sneuvelde in den slag tegen zijn broeder Artaxerxes Mnemon (401).Cuneus, wig. In den circus, het amphitheater en het theater zijncuneide wigvormige afdeelingen, waarin de zitplaatsen der toeschouwers door de gangpaden verdeeld worden. In den oorlog is decuneuseene wigvormige slagorde, om door de gelederen van den vijand heen te breken. De soldaten noemden ze ook welcaput porcīnum, zwijnskop. Zie verder:forceps(forfex). Later beteekentcuneusdikwijls slechts eene kolonne, zonder dat men daarbij aan den wigvorm behoeft te denken, ook wel een dichtgesloten vierkant.Cuneus, de Zuidkust van Lusitania.Cunobelinus, ten tijde van keizer Caligula, koning van de Trinobantes, vader van Caratacus.Cupīdo, z.Eros.Cupra maritima, belangrijke zeestad in Picēnum, tusschen Castrum Firmanorum en Truentum, met een tempel van de in Picenum vereerde godinCupra mater= Juno.Cupressus. De cipres, uit Creta afkomstig, was aan Pluto geheiligd. Een cipres, vóór een huis in den grond geplaatst, gaf te kennen, dat er een doode was. Evenzoo plaatste men hem bij brandstapels en plantte men hem op graven. In de tuinen werden zij dikwijls, evenals palmen, in allerlei vormen gesnoeid.Curaofcuratio, curateele. Deze werd uitgeoefend over krankzinnigen en verkwisters. De curator had dan het beheer over het vermogen. Volgens eenelex Plaetoria(z. a.) werd er ook eencura minorumingesteld, om jongelieden, diesui iurisgeworden en de voogdij reeds ontwassen, maar nog geen 25 jaar oud waren, in bescherming te nemen tegen aanslagen op hunne onervarenheid. Voor zekere rechtsgeldige verrichtingen, b.v. het voeren van een proces, was de medewerking van den curator noodig.Curātoris in het algemeen hij, die eenecurauitoefent.Curatoresnoemde men ook zekere ondergeschikte beambten, opzieners, b.v.curatores aquarum, cloacarum, viarum,monumentorum publicorum tuendorum, enz. Zoo was o.a. Q. Catuluscurator restituendi Capitolii.Cures,Κυρεῖς, oude hoofdstad der Sabijnen in het zuidelijkste gedeelte van het Sabijnsche land, dat reeds vroeg bij Rome is ingelijfd, geboorteplaats van Titus Tatius en NumaPompilius. De inwoners heeten Curenses of Curenses Sabini. De naam Quirites is dus niet van Cures afgeleid, zooals men wel eens vermoed heeft.Curētes,Κουρῆτες, 1) de oudsteinwonersvan Acarnanië en Aetolië, werden in een oorlog tegen Calydon door Meleager overwonnen.—2)z.Rhea(Cybele).Curia, vergaderzaal, in het bijzonder voor de vergaderingen van den rom. senaat. De oudste was decuria Hostilia, waarvan de eerste bouw aan Tullus Hostilius werd toegeschreven. Ze had een hooge vooruitspringende stoep. Ze werd vergroot door Sulla, maar brandde in 52 af bij de begrafenis van Clodius. De nieuwe Curia, door Caesar begonnen, door Augustus voltooid en gewijd,Curia Juliageheeten, nam een groot gedeelte van het vroegere Comitium in beslag. Verder had men decuria Pompeia. Decuria Calabraop het Capitolium (z.Capitolinus (mons)) diende tot priesterlijk gebruik. Vóór dit gebouw hadden decomitia curiata calataplaats.Curiae. Elke der drie oude rom. stamtribus,Tities, RamnesenLuceres, was in 10 afdeelingen verdeeld, die elk haar eigen vergaderlokaal,curia, haar eigensacra, en haar eigen priester,curio, hadden. Bij decomitia curiatabracht elke curie ééne stem uit. Acht dercuriaezijn ons met name bekend:Foriensis, Rapta, Veliensis, Velitia, Titia,Faucia, AcculeiaenTifāta. De leden eener curia warencuriales. Ze vierden twee feesten: deFornacalia(z. a.) en deFordicidia.Curiāta (lex), zieComitia Curiata.Curiatii, de drie albaansche gebroeders, die, volgens het bekende poëtische verhaal, in den oorlog tusschen Alba Longa en Rome met de drie rom. Horatii streden. In het Albaansch gebergte, aan den weg van Albano naar Aricia, vindt men een etruscisch grafmonument, dat langen tijd voor het graf der Horatii en Curiatii gehouden is. Later komt deze naam ook te Rome voor. In 453 vindt men in een overigens geheel ongeloofwaardig verhaal een consulP. Curiatius Fistus Trigeminusvermeld, die in 451 een der tienmannen was, en in 188 een volkstribuunC. Curiatius, die de beide consuls van dat jaar in hechtenis liet nemen.Curiatius Maternus, redenaar en dichter tijdens Domitiānus, van wiens geschriften echter niets meer overig is. Hij is de hoofdpersoon in Tacitus’Dialogus de Oratoribus, in 77 n. C. ten zijnen huize gehouden.Curii, een plebejisch geslacht. 1)M’. Curius Dentātustrad als volkstribuun in 296 tegen den consul App. Claudius (later Caecus) op, toen deze de verkiezing van een plebejer zocht tegen te gaan. Dit verhaal is onhistorisch. In 290 was hij zelf consul, versloeg met zijn ambtgenoot P. Cornelius Rufīnus de Samnieten, en onderwierp de Sabijnen. In 275 ten tweede male consul zijnde, bracht hij aan koning Pyrrhus een nederlaag toe, hetzij bij Beneventum, dat toen nog Maluentum heette, hetzij ergens in Lucania inArusinis campis. Het dankbare volk verkoos hem terstond ten derden male, waarop Curius de verbonden volken van Zuid-Italië overwon. In 272 stierf hij, terwijl hij censor was. Uit den buit, op Pyrrhus behaald, liet hij de tweede waterleiding van Rome, deAnio vetus(zieAnio) bouwen, welk werk eerst eenige jaren na zijn dood voltooid werd. In 290 had hij, na de onderwerping der Sabijnen, aan het water van denlacus Velinuseen uitloop gegeven, zieAvens. Bekend is zijne eenvoudige levenswijze en zijne weigering, van de gezanten der Samnieten geschenken aan te nemen, onder bijvoeging, dat hij liever over rijken wilde heerschen, dan zelf rijk zijn.—2)Q. Curius, deelgenoot van Catilīna’s samenzwering, verklapte de geheimen er van aan zijne minnares Fulvia, die ze op hare beurt aan Cicero overbracht.Curio, familienaam in degens Scribonia, z.Scriboniino. 2 en 4–6.Curio, priester eenercuria. Aan het hoofd der 30curionesstond eencurio maximus. Deze werd reeds in de 3deeeuw in decomitia sacerdotumgekozen.Curiosolites, gallisch volk in Aremorica.Curium,Κούριον, stad aan de Zuidkust van Cyprus, bij Kaap Curias,ἡ Κουριὰς ἄκρα, naar men zeide, een volkplanting der Argivers.Cursor, familienaam in degens Papiria, z.Papiriino. 5–7.Cursus, wedrennen met twee- of vierspannen. Bij een vierspan liepen de vier paarden naast elkander; de twee middelste waren op de gewone wijze aangespannen; de twee buitenste trokken aan touwen, die ter zijde van den wagen waren vastgehaakt, en werden daaromequi funalesgeheeten. Zie verder de artikelsaurigaencircus.Cursus publicus, de staatspost, door keizer Augustus ingesteld. Daar de kosten hiervan door de provinciales werden gedragen, werd dit in latere eeuwen een drukkende finantiëele last voor de bevolking.Curtii. 1)MettusofMettius Curtius, een Sabijn, die na den maagdenroof tegen Rome streed en op de vlucht bijna in een moeras omkwam. Later vestigde hij zich te Rome.—2)M. Curtius, een moedig jongeling, sprong in 362 gewapend en te paard in een kloof, die zich te Rome op het forum had gevormd en niet te dempen was. De godspraak had verklaard, dat het kostbaarste, wat Rome bezat, er in moest worden geworpen. Na Curtius’ zelfopoffering sloot de kloof zich weder. De plek werd ommuurd en behield den naam vanlacus Curtius.—3)C. Curtius PhiloofChilo, consul 445, bestreed de wetsvoorstellen van den volkstribuun C. Canulēius. Het verhaal, en de geheele persoon is waarschijnlijk onhistorisch.—4)Q. Curtius Rufus, rom. geschiedschrijver ten tijde van keizer Claudius. Hij schreef een werkde rebus gestis Alexandri Magniin 10 boeken, waarvan de eerste twee en stukken van de andere boeken verloren zijn.Curtius (lacus), zieCurtiino. 2 enMundus.Curubis, stad aan de Oostkust van Africa (Zeugitana), ten Z. van Clupea (Aspis).Curūlis(magistratusensella). Curulische overheden te Rome waren zij, die het recht hadden in het openbaar eensella curulisals zetel te bezigen, n.l. een tabouret met ivoren onderstel en over elkaar gekruiste pooten, zooals onder het koningschap de koning bezigde. Zulk een curulischen zetel hadden de consuls, de praetoren, de censoren, omdat deze, ieder voor zijn deel, de erfgenamen waren der koninklijke macht; verder deinterrex, de dictator en zijnmagister equitum, terwijl ook aan de curulische aedilen deze onderscheiding was verleend. Ook de tijdelijk ingesteldedecemviri legibus scribundisentribuni militum consulari potestatewaren curulische overheden, derhalve allemagistratus maioresen deaediles curules. Bij desella curulisbehoorde ook de purpergerande toga,toga praetexta.Custodia libera, vrijwillige hechtenis in het huis van een of anderen aanzienlijken burger, als waarborg, dat de beschuldigde niet zou trachten te ontvluchten. Onder de keizers vindt men decustodia militaris, waarbij de beschuldigde onder de bewaking van één of twee soldaten staat, doch zich overigens met dezen vrij mocht bewegen.In custodia militaribevond zich o.a. de apostel Paulus, toen hij te Rome gevangen zat.Cutiliae, oude sabijnsche stad, aan een meertje gelegen. De eigenlijke stad was reeds vroeg verdwenen, doch dicht bij het meer, aan welks water geneeskracht werd toegeschreven, vormde zich eene badplaatsCutiliaeofaquae Cutiliae. In het meer lag een drijvend eilandje, dat men voor denumbilicus Italiaehield. In de nabijheid lag de villa, waar Vespasiānus stierf.Cyaneae insulae,Κυανέια νῆσοι, twee drijvende rotsen in zee aan den thracischen Bosporus (straat v. Constantinopel). Door de felle branding sloegen deze rotsen voortdurend tegen elkander en verbrijzelden alles wat er tusschen kwam. De Argonauten lieten eene duif er tusschen door vliegen, en toen deze het er levend had afgebracht, stonden de rotsen plotseling voorgoed stil. Zij werden ook Symplegades,Συμπληγάδες, genoemd.Cyathus,κύαθος, 1) een lepel, waarmede wijn uit het mengvat in de bekers geschept werd.—2)als maat bij Grieken en Rom. het 72ste deel van eenχοῦςofcongius, het 192ste van eenἑκτεύςofmodius.Cyaxares,Κυαξάρης, zoon en opvolger van Phraortes, koning van Medië (625–585). Den oorlog tegen Assyrië, dien hij als bondgenoot van Nabopolassar voerde, moest hij ten gevolge van een inval der Scythen staken; toen hij hen na een verblijf van 15 (v. a. 28) jaar uit Azië verdreven had, werd Niniveh omstreeks 606 veroverd en het assyrische rijk vernietigd, z.Alyattes.Cybēbe, Cybele,Κυβήβη, Κυβέλη, z.Rhea.Cybistra,τὰ Κύβιστρα, oude stad in Cataonia aan den noordelijken voet van den Taurus, aan de zijde van Lycaonia; in den keizertijd behoort de stad tot Cappadocia.Cychreus,Κυχρεύς, zoon van Poseidon en Salamis, dochter van Asōpus. Hij bevrijdde het eiland Salamis van een draak, die het onbewoonbaar maakte, stichtte er een volkplanting, en regeerde er tot zijn dood; daar hij geene kinderen had, liet hij de regeering aan Telamon na.Cyclades,Κυκλάδες, de eilandengroep, die het heilige eilandje Delus omringde voor zoover de eilanden doorIoniërsbewoond waren. Het waren: Andrus, Tenus, Myconus, Syrus, Ceos, Cythnus, Siphnus, Naxus, Parus. De ouden namen er 12 aan, doch omtrent de hier ontbrekende is men het niet eens.Cyclici,Κυκλικοί, een groep epische dichters, navolgers van Homerus, die echter meer dan deze een mythus of kring van mythen in zijn geheel ter behandeling namen; bij voorkeur sloten zij zich, ook wat den inhoud hunner werken betreft, bij Homerus aan. De eerste cyclici leefden omstreeks het begin der 8ste eeuw.Cyclōpes,Κύκλωπες, drie zonen van Uranus en Gaea, die door hun vader en later weder door Cronus in den Tartarus werden geworpen, maar door Zeus bevrijd werden, hem hielpen in den strijd tegen de Titanen en den bliksem voor hem smeedden; Apollo doodde hen in zijn toorn, toen Asclepius door Zeus met den bliksem gedood was. Als smeden noemde men hen later dienaren van Hephaestus, waarvan echter meer dan drie waren; hun werkplaats was in den Aetna of op het eiland Lipara, waar zij niet alleen den bliksem, maar ook wapenen voor goden en helden vervaardigden. Ook sommige zeer oude bouwwerken, samengesteld uit reusachtige steenklompen, waarvan de bewerking meer dan menschelijke kracht scheen vereischt te hebben (cyclopische muren), worden aan Cyclopen toegeschreven, die met Proetus uit Lycië naar Argolis gekomen zouden zijn.—Bij Homerus zijn de Cyclopen een volk van wilden en menscheneters, zij kennen recht, wet, noch godsdienst en houden zich alleen met veeteelt bezig, terwijl zij zelfs met elkander geen verkeer hebben; hun vruchtbaar land brengt zonder handenarbeid alles voort wat zij noodig hebben.—De Cyclopen worden voorgesteld als geweldige reuzen met één oog in het midden van het voorhoofd.Cycnus,Κύκνος, 1) zoon van Apollo en Thyria of Hyria, leefde als jager tusschen Pleuron en Calydon. In weerwil van zijne buitengewone schoonheid, verlieten hem al zijne vrienden om zijne terugstootende manieren; alleen Phylius bleef hem getrouw en bewees hem allerlei diensten. Eindelijk verloor echter ook deze het geduld en weigerde een stier over te geven, dien hij op last van Cycnus gevangen had, waarop deze zich in drift van een rots stortte; Apollo veranderde hem echter gedurende den val in een zwaan. Zijne moeder weende zoo om zijn verlies, dat zij wegkwijnde en in het meer Hyria veranderde.—2)zoon van Poseidon en Calyce, door zijne moeder te vondelinggelegd, maar door visschers gevonden en opgevoed; toen hij volwassen was, maakte Poseidon hem koning van Colōnae in Troas. Zijne beide kinderen, Tenes en Hemithea, liet hij, op valsche aanklachten van hun stiefmoeder, in een kist in zee werpen; zij landden op Tenedus, waar Tenes koning werd. Later zag Cycnus zijn ongelijk in en kwam hij zijn zoon terughalen; beiden kwamen den Trojanen te hulp toen de Grieken landden, en reeds dadelijk geraakten zij in strijd met Achilles, die aan Cycnus, daar hij onkwetsbaar was, een hevigen slag op het hoofd gaf, die hem in onmacht deed vallen, waarop hij hem met den riem van zijn eigen helm wurgde. Poseidon veranderde hem in een zwaan.—3)zoon van Ares en Pelopēa, een wreede reus, die bij Iton in Thessalië woonde en alle reizigers aanviel om van hunne schedels een tempel voor zijn vader te bouwen. Hij werd door Heracles gedood.—4)zoon van Ares en Pyrēne, eveneens een geweldige reus, die door Heracles gedood werd, ofschoon Ares zelf hem bijstond; ook van hem zeide men dat hij in een zwaan veranderd was. De strijd tusschen Ares en Heracles was zoo hevig, dat Zeus hen door den bliksem scheiden moest.—5)zoon van Sthenelus, koning der Liguriërs, die den dood van zijn vriend Phaëthon zoo hevig betreurde, dat Apollo hem uit medelijden in een zwaan veranderde en onder de sterren plaatste.Cȳdippe,Κυδίππη, z.Acontius.Cydnus,Κύδνος, ijskoude rivier in Cilicia, die door de stad Tarsus stroomt en waar Alexander de Groote zich eene ernstige ziekte op den hals haalde.Cydonia,Κυδωνία, thans Canea, oude, machtige stad op de N.W. kust van Creta, het middelpunt van den voor-griekschen stam der Cydōnes,Κύδωνες. De inwoners waren uitstekende boogschutters.Cydonia mala= kweeperen.Cylipēnus, bij vroege schrijvers de naam van de Oostzee.Cyllēne,Κυλλήνη, ookmons Cyllenius, op de grenzen van Achaia en Arcadia, de hoogste berg der Peloponnēsus, geboorteplek van Hermes of Mercurius, die er een tempel had en dikwijls door de dichtersCylleniuswordt genoemd.—Ook eene havenstad in het N. van Elis.Cyllenius,Κυλλήνιος, bijnaam van Hermes, z.Cyllēne.Cylon,Κύλων, 1) atheensch eupatride, overwinnaar in de olympische spelen (640), schoonzoon van Theagenes, den tyran van Megara. Hij trachtte zich van de alleenheerschappij meester te maken en bezette, door een dubbelzinnig orakel misleid, de acropolis (612), doch kon zich niet staande houden en werd door gebrek aan levensmiddelen gedwongen te vluchten. Zijne aanhangers werden, hoewel hun lijfsbehoud toegezegd was, verraderlijk vermoord, z.Alcmaeonidae.—2)van Croton, een aanzienlijk man, die aan het hoofd der volkspartij de aristocratische regeering en de aanhangers van Pythagoras (z. a.) verdreef.Cymbalum,κύμβαλον, muziekinstrument ongeveer gelijk aan onze bekkens, in gebruik bij de feesten van Bacchus en Cybele.Cyme,Κύμη, 1) bijgenaamdἡ Αἰολική(in onderscheiding van het Italiaansche Cumae) ofἡ Φρικωνίς, beroemde aeolische havenstad op de aziatische kust, geboorteplaats van Ephorus. Hier overwinterde de vloot van Xerxes na diens terugkeer uit Griekenland. In 17 na C. leed het zwaar door eene aardbeving. Van de Cymaeërs deden in Griekenland allerlei dwaasheden de ronde.—2)stad aan de Oostkust van Euboea, z.Cumae.Cynegīrus,Κυνέγειρος, v. s. een broeder van Aeschylus. Toen hij na den slag bij Marathon een van de vertrekkende perzische schepen met de handen wilde terughouden, werd hem de arm afgehouwen, ten gevolge waarvan hij stierf.Cynaetha,Κύναιθα, stad in het N. van Arcadia, met een ruw slag van inwoners.Cynaethus,Κύναιθος, beroemd rhapsode van Chius, zoude omstreeks 500 de gedichten van Homērus op Sicilië bekend gemaakt hebben; v. s. was hij de dichter van een der zoogenaamde homerische hymnen.Cynesii,Κυνήσιοι, Κύνητες, een volk in het W., bij Herodotus vermeld, waarschijnlijk Iberiërs.Cynici,Κύνες, Κυνικοί, heetten de wijsgeeren uit de school van Antisthenes; waarschijnlijk is de naam afgeleid van het gymnasium Cynosarges, waar Antisthenes, als niet volbloed Athener, onderwijs geven moest; tevens vond men echter er in eene toespeling op het leven der Cynici, dat door hun overdreven onthouding van genot en beperking van behoeften naar veler oordeel iets dierlijks had. In later tijd treden ze vooral op als boetpredikers. Ze hebben samen met de Stoici, die meer voor de hoogere standen werkten, een enormen invloed geoefend op het moderne denken.Cynosarges,Κυνόσαργες, een worstelperk voor onechte kinderen, buiten Athene gelegen, aan de Zuidkant, en aan Heracles gewijd. Hier onderwees Antisthenes (± 400) zijne wijsbegeerte, welke naar deze plaats de cynische is genoemd.Cynoscephalae,Κυνὸς κεφαλαί, naam van twee heuvels in het Z.O. van Thessalia, bij Scotussa, die van verre gezien op hondskoppen gelijken. Hier behaalde T. Quinctius Flaminīnus in 197 de overwinning op Philippus van Macedonia.Cynossēma,Κυνὸς σῆμα, kaap van de thracische Chersonēsus, daar waar de Hellespont het nauwst is, ten Z. van Madytus, met het graf der in een hond veranderde Hecuba.Cynosūra,Κυνόσουρα, 1) voorgebergte in Attica, dat de baai van Marathon in het O. afsluit.—2)smalle landtong aan de Oostkust van Salamis, waar het zegeteeken van den grooten zeeslag van 480 opgericht werd.—3)het zuidwestelijke deel van de stad Sparta.—4)eene nimf van het gebergte Ida, voedster van Zeus, die onder de sterren verplaatst werd, v. s. de Kleine Beer.Cynthia, de pseudonym voor de geliefde van Propertius (z. a.); in werkelijkheid heette ze Hostia.Cynthius, -a,Κύνθιος, -θία, Apollo en Artemis, naar den berg Cynthus, hun geboorteplaats.Cynthus,Κύνθος, kale berg op het eil. Delus, z. a.Cynuria,Κυνουρία, distrikt ten O. van den Parnon, tusschen Argolis en Laconica, een twistappel tusschen beide staten, tot het eindelijk omstreeks 540 door de Spartanen voor goed aan de Argoliërs ontrukt werd. Onder Philippus van Macedonia werd het weder met Argos vereenigd (338). Naar de stad Thyrea wordt het landschap ook Thyreātis geheeten.Cynus,Κῦνος, stad der opuntische Locriërs aan de Euboeïsche zeeëngte.Cyparissia,Κυπαρισσία, de cipressenstad, op de W.-kust van Messenia aan de Cyparissische golf.Cyparissus,Κυπάρισσος, 1) zoon van Telephus, die van verdriet verkwijnde omdat hij bij ongeluk een geliefkoosd hert had gedood, dat hem door Apollo geschonken was; hij werd in een cipres veranderd.—2)stadje in Phocis bij Delphi.Cypria, Cypris,Κυπρία, Κύπρις, Aphrodīte, zoo genoemd naar het eiland Cyprus, den hoofdzetel van haar eeredienst.Cypriānus(Thascius Caecilius), vroeger heidensch rhetor, later christen en bisschop van Carthago, onderging in 258 na C. onder de regeering van keizer Valeriānus met grooten moed den marteldood. Hij heeft verscheidene godsdienstige geschriften nagelaten. Vele werken echter, die op zijn naam staan, zijn van oudere of jongere tijdgenooten.Cyprus,Κύπρος, voornaam grieksch eiland in den oosthoek der Middellandsche zee. Reeds vroeg zijn de oudste bewoners door Phoeniciërs teruggedrongen; na den trojaanschen oorlog kwamen er grieksche volkplanters, en sedert dien tijd vindt men de oude bevolking slechts in Amathus aan de Z. kust, de Phoeniciërs in het nabij gelegen Cition; de andere steden zijn grieksch. Omstreeks 560 werd Cyprus door Aegypte onderworpen en werd vervolgens met Aegypte perzisch. Het heeft toen verscheidene malen gepoogd, zich zelfstandig te maken. In 499 sloot het zich bij den ionischen opstand aan, maar werd spoedig weer onderworpen. Onder atheensche hegemonie was het eiland vrij van 478–449. Ook koning Euagoras van Salamis (z. a.) wist het eiland een tijdlang vrij te houden van de Perzen. In de 4e eeuw is het geheel vergriekscht. Na den val van het perzische rijk werd het macedonisch, kwam toen onder een zijtak der Ptolemaeën en werd in 58 rom. provincie. Het eiland was rijk aan koper (aes Cyprium) en aan timmerhout. De scheepsbouw werd er zoo veelvuldig uitgeoefend, dat dichterlijktrabs Cypriavoor schip gebezigd wordt. Het eiland was zeer vruchtbaar. De ouden vergeleken den vorm van het eiland met dien eener ossenhuid en noemden de N.O.-puntβοὸς οὐρά, ossestaart. Cyprus was de hoofdzetel der Aphrodīte- of Venusvereering; vandaar dat Venus dikwerfCypriawordt geheeten. De voornaamste steden zijn: Salamis, Paphus, Soli, en de hierboven genoemde: Amathus en Cition.Cypsela,τὰ Κύψελα, 1) versterkte stad in Thracia aan den Hebrus (Maritza) en aan de via Egnatia.—2)vesting in Parrhasia, in het Z. van Arcadia.Cypselus,Κύψελος, 1) koning van Arcadië ten tijde van de terugkomst der Heracliden; hij behield zijn rijk door zijne dochter Merope aan Cresphontes tot vrouw te geven.—2)zoon van Eëtion en Labda, van moederszijde verwant met de Bacchiaden. Daar dezen hem reeds als kind trachtten te dooden, omdat hij hun volgens een orakel de heerschappij over Corinthe zoude ontnemen, verborg zijne moeder hem in een kist (κυψέλη), die later te Delphi gewijd werd en nog in de 2e eeuw na C. daar te zien was. Toen hij volwassen was, werd het orakel vervuld; hij stelde zich aan het hoofd der volkspartij, verjoeg de Bacchiaden, en regeerde sedert gelukkig en zacht (657–627), bevorderde handel en verkeer, en liet de stad met vele kunstwerken verfraaien. Zijn zoon Periander volgde hem op.Cyrenaica,Κυρηναϊκή, klein, maar bloeiend landschap op de N.-kust van Afrika (thans plateau van Barca). Naar de vijf grieksche steden: Cyrēne en de bijbehoorende havenstad Apollonia, Barca, later haar havenstad Ptolemaïs, Tauchīra of Arsinoë, en Hesperis of Berenīce werd het staatje ookPentapolis Cyrenaïcagenoemd. Het land was rijk aan water en hierdoor zeer vruchtbaar. In 322 kwam het onder de Ptolemaeën. De laatste heerscher uit dit vorstenhuis, Ptolemaeus Apion, vermaakte in 95 zijn land aan de Rom., die het later met Creta tot ééne provincie vereenigden. Onder Traiānus kwamen de in Cyr. gevestigde Joden in opstand, waardoor het land grootendeels ontvolkt werd, daar er op de Rom. en Cyrenaïkers een algemeene moord werd gepleegd.Cyrēne,Κυρήνη, dochter van Hypseus of Penēus, beminde van Apollo, die haar uit Thessalië naar Libye wegvoerde, waar hij haar naam aan de stad Cyrēne gaf; zij was de moeder van Aristaeus.Cyrēne,Κυρήνη, hoofdstad van Cyrenaïca, in een heerlijk oord gelegen, gesticht door Battus van het eiland Thera (631), wiens afstammelingen, de Battiaden, tot 450 over de stad heerschten, zieBattus. Cyrene was beroemd door zijne artsen. Het was de uitvoerhaven van het kostbare silphium (σίλφιον), dat als kruiderij en als geneesmiddel gebruikt werd. Cyrene was de geboorteplaats o.a. van den wijsgeer Aristippus, den aardrijkskundige Eratosthenes, den dichter Callimachus.Cyrenius,Κυρήνιος=P. Sulpicius Quirinius(z.Sulpiciino. 21).Cyreschata,τὰ Κυρέσχατα, in Sogdiāna, de uiterste grensvesting van Cyrus’ gebied aan den Jaxartes, door Alexander d. G. verwoest.Cyrnus,Κύρνος=Corsica.Cyropolis,Κυρούπολις=Cyreschata.Cyrrhestice,Κυρρηστική, landschap in het N. van Syria, tusschen het Amānusgebergte en den Euphraat, ten Z. van Commagēne. Het droeg zijn naam naar de stad Cyrrhus.Cyrrhus,Κύρρος, 1) stad in Cyrrhestice.—2)stad in het macedonische gewest Emathia tusschen den Axius (Vardar) en den Haliacmon (Vistritza), ten N. van Pella.Cyrus,Κῦρος, 1) de stichter van het perzische rijk, zoon van Cambȳses, die als aan Medië onderhoorig vorst over Perzië regeerde, en Mandane, de dochter van Astyages. Naar aanleiding van onheilspellende droomen gaf zijn grootvader bij zijne geboorte aan Harpagus bevel het kind te dooden; door toeval werd hij echter gespaard, op lateren leeftijd herkend en aan zijne ouders teruggegeven. Maar Harpagus, die door Astyages op wreede wijze voor zijne ongehoorzaamheid gestraft was, spoorde Cyrus, nadat deze zijn vader was opgevolgd, tot opstand aan, en door een enkelen slag, waarin Harpagus met een groot deel van het leger tot hem overliep, bracht hij de heerschappij van de Mediërs op de Perzen over (550). Hij breidde zijn rijk uit door de verovering van Lydië (z.Croesus) en liet de grieksche steden van Klein-Azië door zijn veldheeren Mazares en Harpagus onderwerpen, hij voerde ook oorlog tegen Babylonië en nam de hoofdstad in door den Euphraat uit zijne bedding af te leiden (538); den Joden gaf hij verlof naar hun land terug te keeren. Hij sneuvelde in een slag tegen de Massageten (z.Oxus), die hij aanvankelijk door list overwonnen had (529). Niet minder groot dan als veroveraar was C. als koning; ook de veroverde landen behandelde hij met zachtheid en met zorg voor hunne afzonderlijke belangen; door verstandige maatregelen wist hij de eenheid van zijn uitgestrekt rijk te bewerken.—V. a. was Cyrus niet met Astyages verwant, maar nam hij als overwinnaar diens dochter Amytis tot vrouw; ook zou hij in den oorlog tegen de Derbices (evenals de Massageten een scythisch volk) gestorven zijn aan de gevolgen van een val van zijn olifant.—Verdicht is het verhaal dat Cyrus zonder omwenteling, als opvolger van zijn oom Cyaxares, den zoon en opvolger van Astyages, de regeering verkregen zou hebben.—2)de jongere, tweede zoon van Darīus Nothus, satraap van Lydië, Phrygië en Cappadocië, ondersteunde Lysander krachtig met geld in den oorlog tegen de Atheners, waarvoor hij later door de Spartanen in zijne onderneming geholpen werd. Zijne moeder had getracht hem, met voorbijgaan van zijn ouderen broeder Artaxerxes, tot troonopvolger te doen benoemen, op grond dat hij geboren was nadat zijn vader de regeering aanvaard had; dit mislukte echter, en Artaxerxes, die hem niet vertrouwde en bovendien gehoor gaf aan de inblazingen van Tissaphernes, nam hem spoedig na den dood van Darius gevangen en veroordeelde hem ter dood, doch liet hem op voorspraak zijner moeder weder vrij. Verbitterd door deze behandeling, vormde Cyrus het plan zijn broeder te onttronen. Hij trachtte zich overal vrienden en bondgenooten te verwerven, versterkte zijne krijgsmacht, terwijl hij voor den schijn Tissaphernes beoorloogde, en nam troepen grieksche huurlingen, te zamen ongeveer 13000, in dienst, die hij hier en daar liet bezig houden totdat hij hen zoude noodig hebben. In 401 verzamelde hij zijn leger te Sardes en trok hij, de Grieken over het doel van zijn tocht misleidende, eerst naar Cilicië, vervolgens over den Euphraat tot Cunaxa, waar hij het veel sterkere leger van zijn broeder ontmoette. Door de overwinning der Grieken, die op den rechtervleugel stonden, scheen de slag reeds ten voordeele van Cyrus beslist te zijn, toen hij, in drift op Artaxerxes toesnellende, door een van de begeleiders des konings gedood werd.—De Grieken volbrachten hun terugtocht, eerst onder Clearchus, later onder Xenophon, te midden van moeilijkheden van allerlei aard.Cyrus,Κῦρος, rivier, die op denmons Moschicusop de N. grenzen van Armenia ontspringt, door de caucasische landschappen Iberia en Albania stroomt en, door een zijarm met den Araxes vereenigd, zich in de Caspische zee ontlast.Cyssus,Κυσσοῦς, haven van Erythrae op de ionisch-aziatische kust.Cytaeïs,Κυταϊκή, Medēa, naar de stad Cytaea in Colchis.Cytaea,Κύταια, stad in Colchis aan den Phasis.Cythēra, Cytherēa, Cytherēis, Cytheria,Κυθήρη, Κυθέρεια, Κυθερηίς, Κυθηρία, Aphrodīte, zoo genoemd naar het eiland Cythēra, waar zij hoog vereerd werd.Cythēra,τὰ Κύθηρα, thans Cerigo, eiland ten Z. van Laconica met de gelijknamige stad en de haven Scandēa, en met een beroemden tempel van Aphrodīte of Venus, die dan ook dikwijlsCytherēagenoemd wordt. Het eiland was eerst in het bezit van Phoeniciërs, vervolgens kwam het achtereenvolgens in handen der Argiven, Spartanen en Atheners. Door zijne ligging was het tegenover Sparta een strategisch punt van groot gewicht.Cynthus,Κύθνος, eiland van de Cycladengroep, met warme bronnen, ten Z. van Ceos gelegen. Het was bewoond door Dryopes.Cytinium,Κυτίνιον, een van de vier steden der dorische tetrapolis (Cytinium, Boeum, Erīneus, Acypha of Pindus).Cytissorus,Κυτίσσωρος, zoon van Phrixus en Chalciope. Toen Athamas na de vlucht van Phrixus geofferd zou worden, waarschijnlijk ter verzoening van de bloedschuld, die hij door den dood van dezen op zich meende geladen te hebben, kwam Cyt. met het bericht dat Phrixus nog leefde en belette daardoor dat het offer plaats had. Daardoor rustte op hem de toorn van Zeus Laphystius, en werd bepaald dat de oudste van zijn geslacht altijd aan dien god geofferd zoude worden, welke straf later alleen toegepast werd op hen, diebetrapt werden op de poging om het prytanēum te betreden. Deden zij geene poging hiertoe of gelukte het hun onbemerkt binnen te komen, dan waren zij behouden.Cytōrus,Κύτωρος, oude stad aan de kust van Paphlagonia, stapelplaats van Sinōpe. Het lag op of aan een berg van denzelfden naam, die rijk aan buks- of palmboomen was.Cyzicus,Κύζικος, bloeiende milesische kolonie op de zuidkust der Propontis (zee van Marmara), op den hals van het schiereiland Arctonnēsus (= bereneiland), gesticht 756. Aan weerszijden der landengte had de stad uitstekende havens, door eene doorgraving met elkander verbonden. Tot het gebied der stad behoorde ook het versterkte eiland Proconnēsus (= reeëneiland), dat een gezocht, zwart en wit gevlamd, marmer opleverde, waarnaar het in de middeleeuwen Marmara werd genoemd. Hier versloeg Alcibiades in 410 de Spartanen te land en ter zee, waarbij Mindarus sneuvelde. De groote bloei van Cyzicus dagteekent van het verval van Milētus en Athene. Toen de vrede van Antalcidas (387) de aziatische Grieken aan Perzië had prijsgegeven, gelukte het den Cyziceners in 365, de perzische bezetting te verdrijven. Later kwam de stad onder Macedonia, vervolgens bij Pergamus en ten slotte onder Rome. Uit trouw aan de Rom. doorstond zij in 75 een zwaar beleg van den pontischen koning Mithradātes, en werd zij tot belooning door L. Lucullus tot eenecivitas liberaverheven. Onder keizer Nero ging deze vrijheid te loor, wegens mishandeling van rom. burgers. De gouden munten der stad,κυζικηνοί, waren alom in de handelswereld bekend en gangbaar. Ook de cyziceensche balsem, uit het sap der irisplant bereid,unguentum Cyzicenumofirinum,μύρον κυζικηνόν, was beroemd.

Crāter.Crāter,κρατήρ, een groote vaas, die in de eetzaal stond, waarin wijn met water vermengd werd en waaruit dit mengsel in de bekers der gasten geschept werd.Craterus,Κράτερος, 1) veldheer onder Alexander d. G., aanvoerder van het landleger op den terugtocht uit Indië, voerde de veteranen uit Azië naar hun vaderland terug (324), en zou Antipater als regent van Macedonië vervangen, toen Alex. stierf. In den lamischen oorlog besliste zijne komst den slag bij Crannon ten gunste van Antipater, met wien hij daarna Perdiccas en Eumenes bestreed; in een slag tegen laatstgenoemde sneuvelde hij (321).—2)Macedoniër, v. s. zoon van den vorigen, schrijver eenerΨηφισμάτων Συναγωγή, verzamelduit de te Athene bewaarde origineelen, van welk werk nog enkele overblijfsels bestaan.—3)beroemd geneesheer, tijdgenoot van Cicero.Crates,Κράτης, 1) atheensch blijspeldichter omstreeks 450, een van de grondleggers der oude attische comedie; men schreef hem 14 stukken toe.—2)Athener, leerling van Polemo en na diens dood gedurende korten tijd hoofd der academie.—3)Thebaan, de voornaamste leerling van den cynicus Diogenes en gedurende eenigen tijd leeraar van Zeno.—4)van Mallus, te Tarsus opgevoed, werd aan het hof van Attalus de stichter der pergameensche school van taalgeleerden; in zijne werken over Homerus bestreed hij Aristarchus. In 167 begeleidde hij Attalus II naar Rome en bleef daar wegens ziekte langen tijd. Hij is de eerste van de Stoici, die Homerus vooral op het gebied van de geographie voor onfeilbaar verklaart, en door allegorische uitlegging alles wat men weet, bij Homerus meent terug te vinden. Zoodoende is hij de schepper geweest van een nieuwe denkrichting, die ook op latere geslachten grooten invloed heeft geoefend en nog oefent. Zie o. a.Philo Judaeus.Crates, Cratis, vlechtwerk, horde, schanskorf en dgl. Enkele malen komt de uitdrukking voor:sub crate necari. De veroordeelde werd op den grond uitgestrekt onder eene teenen horde, die zóólang met steenen werd bezwaard, tot de ongelukkige onder het gewicht den geest gaf.Crathis,Κρᾶθίς, rivier in het land der Bruttii, die bij Thurii in densinus Tarentīnusuitstroomt. De Sybaris is een zijriviertje hiervan, maar stroomde oorspronkelijk ten N. van de Crathis in zee. Ook een kuststroompje in Achaia.Cratīnus,Κρατῖνος, 1) Athener (520–423), de eigenlijke schepper der oude attische comedie. Hij was de eerste die in zijne stukken een politieke strekking legde en drie acteurs liet optreden. Hij trad tamelijk laat als dichter op en behaalde met 21 stukken negenmaal de overwinning, o. a. met zijn laatste stukΠυτίνη(de wijnflesch), kort voor zijn dood opgevoerd, waarin hij zijn eigen gebrek, dronkenschap, aan de bespotting van het publiek prijsgaf.—2)atheensch blijspeldichter, die ongeveer eene eeuw later leefde dan de vorige; van hem worden 8 stukken genoemd.Cratippus,Κράτιππος, 1) schreef een vervolg op de geschiedenis van Thucydides, tot welk werk, naar men meent, een onlangs in Egypte gevonden fragment behoort. ZieTheopompus.—2)van Mytilēne, peripatetisch wijsgeer te Athene, leermeester van Cicero’s zoon.Cratis=Crates.Cratylus,Κρατύλος, leerling van Heraclītus en van Protagoras, leermeester van Plato, die een zijner werken naar hem noemde.Cremaste,Κρεμαστή, goudhoudende streek in Troas nabij Abȳdus.—Zie ookLarissano. 2.Cremera, zijtak van den Tiber in Etruria, die langs Veii stroomt, en bij wiens uitmonding in den Tiber in 479 de 306 Fabii sneuvelden.Cremni,Κρημνοί, scythische koopstad aan den mond van den Tanaïs (Don) in de Maeōtis.Cremōna,Κρεμώνη, romeinsche kolonie met latijnsch recht, in 219 aan den linkeroever van den Padus (Po) aangelegd, in 190 versterkt met 6000 nieuwe kolonisten, een van de rijkste steden van Gallia Cisalpīna. Behalve tal van prachtige gebouwen had Cr. het grootste amphitheater van Italië. In 41 leed het door de soldaten van Antonius, in 69 na C. werd het door die van Vespasiānus verwoest. Hoewel Vespasianus de stad herbouwde, keerde de oude welstand niet terug.Cremōnis iugum, een berg der Alpen, thans Cramont of Grammont, tusschen den Mont Blanc en den kleinen St. Bernard, ten Z. van Courmayeur.Cremutius Cordus, geschiedschrijver ten tijde van Augustus en Tiberius, die zijne vrijmoedige taal met den dood moest boeten, en wiens geschiedwerken verbrand werden (25 n. C.).Crenides,Κρηνίδες, ziePhilippi.Creon,Κρέων, 1) koning van Corinthe, vader van Creūsa.—2)zoon van Menoeceus, regeerde over Thebe van den dood van zijn zwager Laius tot de troonsbestijging van Oedipus en wederom na den dood van Eteocles en Polynīces; z.Antigone.—3)koning van Thebe, schoonvader van Heracles, z.Amphitryo.Creophȳlus,Κρεώφυλος, cyclisch dichter van Samus of Chius, wordt de vriend, leermeester of schoonzoon van Homerus genoemd. Een van zijne nakomelingen zou de gedichten van Homerus naar Sparta gebracht en aan Lycurgus gegeven hebben.Crepida.Crepida, een zool met of zonder hakleder, die op den voet werd vastgeregen.Ne sutor ultra crepidam= schoenmaker, houd u bij uw leest.Crepundia(plur.), kleine stukjes kinderspeelgoed, die soms den kinderen om den hals werden gehangen, hetzij als talisman, hetzij als herkenningsteeken.Cresilas,Κρησίλας, uit Cydonia op Creta, een van de beroemdste bronsgieters van de 5deeeuw. Tot zijn beroemdste werken behoorden een stervende gewonde, een gewonde Amazone (wedstrijd tusschen Phidias, Polycletus en Cresilas) en een portretstatue van Pericles. Van de laatste zijn nog een paar replieken over.Cresphontes,Κρεσφόντης, een van de drie zonen van Aristomachus, den achterkleinzoon van Heracles, die de Peloponnēsus heroverden; bij de verdeeling kreeg hij Messenia, waar hij later bij een opstand met twee van zijne zonen gedood werd.Cressa,Κρῆσσα, cretensische vrouw, bijnaamvan Ariadne en Aërope;Cressa bos= Pasiphaë.Crestonia,Κρηστωνία, met de hoofdstad Crestōne of Creston,Κρηστώνη, Κρηστών, streek in Macedonia tusschen den Strymon en den Axius.Creta,Κρήτη, thans Candia of Creta, het grootste der grieksche eilanden, van havens ruim voorzien, vruchtbaar, gezond van klimaat, was reeds vroeg (zieCnossusenPhaestus) het middelpunt van een zeer hoog ontwikkelde beschaving, die men tegenwoordig in een vóórgrieksch en een achaeisch tijdperk pleegt te onderscheiden. Na het verval der myceensche beschaving dringen de Doriërs het eiland binnen. Bij Homerus heet Creta nogἑκατόμπολιςen vooral in de Odyssēa vindt men nog vele herinneringen aan de vroegere macht en rijkdom van het eiland. De bevolking was zeer gemengd, doch de dorische stam had het overwicht. De dorische bevolking vormde de heerschende kaste, de burgers. Deὑπήκοοι, eene vrije, doch onderworpen bevolking, kwamen overeen met deπερίοικοιin Laconica. Dan volgden twee klassen van lijfeigenen: deμνωῖται, lijfeigenen van den staat, en deκλαρῶταιofἀφαμιῶται, lijfeigenen op de goederen van particulieren. Opvoeding der jeugd vanwege den staat en gemeenschappelijke maaltijden waren ook op Creta wet. Na de afschaffing van het koningschap had men 10 archonten met een senaat en een collegie van ephoren. Allengs splitste Creta zich in verschillende republieken (de belangrijkste steden zijn dan: Cnosus, Gortyn, Lyttus of Lyctus, Praesus, later Hierapytna, en in het W. Cydonia), totdat Q. Caecilius Metellus Creticus 68–64 het eiland onderwierp en als provincie inrichtte. Sedert kwam Creta, ook zedelijk, in diep verval, zoodat de bewoners met de Capadociërs, Ciliciërs of Cariërs onder deκάππα κακάgerekend werden:Κρῆτες ἀεὶ ψεῦσται, κακὰ θηρία, γαστέρες ἀργαί. Op Creta behooren de mythen te huis van Minos, Daedalus, den Minotaurus, den cretensischen Zeus, wiens graf men er liet zien, e. a. Naar Creta is het krijtcretagenoemd; de cretische aarde is echter niet krijt, maar porseleinaarde.Crēteus=Catreus.Crētheus,Κρηθεύς, 1) zoon van Aeolus en Enarete, stichter van Iolcus, vader van Aeson, Pheres, Amythāon en Hippolyte.—2)een zanger, die Aenēas op zijne tochten vergezelde en door Turnus gedood werd.—3)vader van Neleus.Cretio.Cretio hereditatisis de uitdrukkelijke verklaring, dat men eene erfenis aanvaardt.Creūsa,Κρέουσα, 1) dochter van Oceanus en Gaea, bij Penēus moeder van Hypseus.—2)dochter van Erechtheus, echtgenoote van Xuthus, moeder van Achaeus en Ion.—3)dochter van Priamus, gemalin van Aenēas, moeder van Ascanius; zij zoude in den nacht, waarin Troje genomen werd, met Aeneas vluchten, maar zij raakte in de verwarring verloren en werd door de moeder der goden op wonderbare wijze van de aarde weggenomen.—4)dochter van Creon, onder wiens regeering Iāson en Medēa te Corinthe kwamen. Om met Creusa te trouwen erstiet Iason Medea, die zich wreekte door aan hare mededingster een vergiftigd kleed te zenden, dat zich aan het lichaam vasthechtte en haar onder vreeselijke pijnen deed omkomen.CrimissusofCrimīsus,Κριμισσός, Κριμισός, rivier in het W. van Sicilia, zijrivier van den Hypsus, bekend door de overwinning van Timoleon op de Carthagers in 339.Criobolia, zieRhea (Cybele).Crisa,Κρῖσα=Crissa.Crispus, (= kroeskop), rom. familienaam in verscheidene geslachten. ZieMarcii(no. 11),Salustii, Vibii(no. 6).—Flavius Julius Crispus, oudste zoon van Constantijn den Gr., een rijk begaafd jongeling, zoowel in vrede als in den oorlog uitstekend, werd in 326 na C. te Pola in Istria, op bevel zijns vaders vermoord.Crissa,Κρίσσα, oude handelsstad in Phocis, met de haven Cirrha, werd in 590 op last der Amphictyonen verwoest, daar het van de bedevaartgangers naar Delphi tollen hief. Cirrha werd later als havenstad van Delphi herbouwd.Crithōte,Κριθώτη, stad in het N. van de thracische Chersonēsus, aan den Hellespont gelegen.Critias,Κριτίας, 1) zoon van Dropides, vriend van Solon, overgrootvader van Plato.—2)achterkleinzoon van den vorigen, leerling van Gorgias en Socrates, verdienstelijk dichter en redenaar, dikwijls in de werken van Plato vermeld, die een van zijne gesprekken naar hem noemde. Aanvankelijk aanhanger der democratie, werd hij later om onbekende redenen verbannen en kwam hij eerst na afloop van den peloponnesischen oorlog naar Athene terug, waar hij zich als hoofd van de dertigmannen zeer gehaat maakte door zijne gewelddadige handelingen. Hij sneuvelde in 403 in een gevecht tegen Thrasybūlus.Crito,Κρίτων, 1) leerling en vriend van Socrates, naar wien Plato een van zijne werken noemde.—2)dichter der nieuwe comedie; één zijner stukken is in 168/7 opgevoerd.Critolāus,Κριτόλαος, 1) van Phasēlis, opvolger van Ariston als hoofd der peripatetische school, een van de drie wijsgeeren, die in 155 door de Atheners als gezanten naar Rome gezonden werden en die het eerst de Rom. met grieksche welsprekendheid en wijsbegeerte bekend maakten. Hij bleef te Rome, waar hij in hoogen ouderdom stierf.—2)strateeg van het achaeisch verbond, heftig tegenstander der Romeinen, werd in 146 door Metellus bij Scarphe verslagen en verdween daarna spoorloos.Crius,Κρῖος, Κρεῖος, zoon van Uranus en Gaea, een van de Titanen.Crobylus,κρωβύλος, ouderwetsch kapsel der Atheners, in het bizonder der atheensche mannen, en van eenige barbaarsche volken, overigens =Corymbus.Crocodilopolis,Κροκοδείλων πόλις, stad in Midden-Aegypte aan het meer Moeris, later Arsinoë geheeten.Croesus,Κροῖσος, zoon van Alyattes, laatste koning der Lydiërs, regeerde 560–546. Hij maakte de aziatische Grieken schatplichtig, sloot een verbond met de grieksche eilandbewoners, en strekte zijn rijk oostwaarts tot den Halys uit. Toen zijn zwager Astyages door Cyrus onttroond was, verbond hij zich met de koningen van Aegypte en Babylon tot een oorlog tegen het jonge perzische rijk, doch voordat zijne bondgenooten hem hulp hadden kunnen zenden, trok Croesus, door dubbelzinnige orakels misleid, over den Halys; na een onbeslisten slag evenwel trok hij terug naar Sardes om zich beter tot den oorlog voor te bereiden, maar Cyrus volgde hem, belegerde de stad en nam haar na veertien dagen in. Croesus verloor zijn rijk, maar behield het leven, naar het heette door goddelijke tusschenkomst; Cyrus behandelde hem altijd met achting, hield hem steeds als een vriend en raadsman bij zich en beval hem bij zijn dood ook aan Cambȳses aan. De rijkdom van Croesus is spreekwoordelijk geworden en zijne geschiedenis werd beschouwd als een treffend voorbeeld van de onbestendigheid van het geluk, waarop Solon hem reeds zou gewezen hebben, toen hij hem in zijne gelukkigste dagen te Sardes bezocht.Crommyon,Κρομμυών, stad op de Corinthische landengte, aan de Saronische golf. Hier doodde Theseus het beruchte everzwijn.Cromnus,Κρῶμνος, stadje in het Z. van Arcadia, bij Megalopolis.Cronides, Cronīon,Κρονίδης, Κρονίων, Zeus, de zoon van Cronus.Cronium mare, het noordelijkste gedeelte van de Noordzee, ook wel de zee ten Noorden van Schotland. De oude schrijvers bevatten allerlei phantastische verhalen hieromtrent; volgens sommigen is ze gestold, volgens anderen zoo drabbig, dat men er met de roeispanen nauwelijks door kan komen. Al deze verhalen zijn een gevolg van de ontdekkingsvaart van Pytheas van Massilia.Cronus,Κρόνος,Saturnus(z. a.), de jongste der Titanen, zonen van Uranus en Gaea. Op aansporing zijner moeder, die verbitterd was omdat Uranus zijne jongere zonen, de Cyclopen en Hecatonchiren, in den Tartarus geworpen had, overviel hij zijn vader, verminkte hem met een sikkel op gruwelijke wijze, en dwong hem van de wereldheerschappij afstand te doen. Sedert dien tijd regeerde Cr. met de Titanen gedurende de gouden eeuw, hij huwde zijne zuster Rhea, maar daar zijn vader hem voorspeld had, dat ook hij eens door een zijner kinderen onttroond zou worden, verslond hij hen terstond na hunne geboorte; alleen Zeus werd door zijne moeder gered, terwijl Cr. in plaats van hem een grooten in doeken gewikkelden steen verslond. Toen Zeus opgegroeid was, kwam hij in opstand tegen zijn vader; door Gaea en Metis ondersteund, dwong hij hem eerst de verslonden kinderen uit te braken en daarop begon hij den oorlog, waarvan de uitslag was dat Cr. met de Titanen, die zijne partij gekozen hadden, in den Tartarus geworpen werd. Later kwam echter eene verzoening tusschen vader en zoon tot stand, en sedert dien tijd heerscht Cr. op de eilanden der gelukzaligen. Te Athene vierde men zijn feest, deΚρόνια, onder gebruiken, die aan den gouden tijd moesten doen denken, z.Saturnalia.—Cr. wordt algemeen beschouwd als een oogstgod, door sommigen als een god van den tijd. Hij wordt afgebeeld als een oud man, met langen baard, gezeten op een troon, met het kleed over het hoofd getrokken en een sikkel in de hand.Crossaea,Κροσσαία, streek op de grens van Chalcidice aan de golf van Thermae.Croton,Κρότων, thans Crotone, welvarende en machtige stad in het land der Bruttii, tusschen 700 en 650 door Achaeërs gesticht. De stad was beroemd door hare wetgeving, door reinheid van zeden, door de school van Pythagoras, en door voorliefde der inwoners voor lichaamsoefeningen. Zij was de geboorteplaats van den kampvechter Milo. Wel leden omstreeks 550 de Crotoniaten eene zware nederlaag door de bewoners van Locri Epizephyrii, doch Croton herstelde zich en kon nog in 510 het verwijfde Sybaris ten val brengen. Verdeeldheid was evenwel oorzaak, dat de grieksche steden in Zuid-Italië zich op den duur niet konden handhaven tegen de Syracusanen aan den éénen en de Lucaniërs aan den anderen kant.—In den tweeden punischen oorlog maakte Hannibal Croton tot een steunpunt zijner krijgsoperatiën, waarop de Romeinen er in 194 eene rom. kolonie van maakten.Crotōna=Cortona.Crustae, 1) goud- of zilverbeslag (ciseleerwerk), dat op zilveren of bronzen vaatwerk werd opgelegd, in tegenstelling vanemblemata, inlegwerk.—2)marmeren platen, waarmede de wanden bekleed werden.Crustumerium, oude latijnsche stad, reeds vroeg door de Romeinen veroverd. Op het veroverde land werd detribus Crustuminaingericht.Crux, het kruis, een paal met een dwarshout er aan. De veroordeelde werd eerst gegeeseld, vervolgens aan touwen omhoog geheschen en dan aan handen en voeten aan het kruis vastgenageld, waarna men hem liet hangen tot hij gestorven was. Deze straf werd alleen toegepast op slaven, vreemdelingen en burgers van lagen stand.Crypta,κρύπτη. Hieronder moet men niet een ondergrondsche ruimte van eenig gebouw verstaan, zooals wij onder eenecryptedoen; maar een lange gang met lichtopeningen of vensters in de muren, bij groote hitte of slecht weder tot wandelplaats dienende. Meestal liep zulk eenecryptaom eenig groot gebouw of om eene binnenplaats heen. Zie ookcryptoporticus.Cryptoporticus, overdekte gaanderij, aan ééne zijde gesloten, aan de andere zijde open in den vorm eener kolonnade, terwijl eenecryptater weerszijden muren had.Cteatus,Κτέατος, z.Actoriones.Ctesias,Κτησίας, van Cnidus, uit het geslachtder Asclepiaden, van 404/401 tot 387/4 lijfarts aan het perzische hof, waarna hij naar zijne vaderstad terugkeerde. Ook in 397 had hij een tijd in zijn vaderstad vertoefd. Hij is de schrijver van verscheiden werken; zijne perzische geschiedenis,Περσικά, in 23 boeken, wordt veel door oude schrijvers gebruikt, ofschoon hem dikwijls gebrek aan waarheidsliefde verweten wordt. Van dit werk zijn, evenals van een ander,Ἰνδικά, slechts eenige fragmenten bewaard gebleven. Ctesias is meer een op sensatie belust romanschrijver (vandaar zijn populariteit) dan een ernstig historicus. ZijnἸνδικάzijn belangrijker, omdat daarin de eerste berichten omtrent Indië, vooral de dieren- en plantenwereld, voorkomen.Ctesibius,Κτησίβιος, beroemd werktuigkundige te Alexandrië onder Ptolemaeus Euergetes, leermeester van Hero, met wien hij o. a. verscheiden toepassingen van luchtdruk uitvond. Hij of een naamgenoot, die omstreeks 125 leefde, was de uitvinder van het orgel.Ctesiphon,Κτησιφῶν, z.Demosthenes.Ctesiphon,Κτησιφῶν, stad aan den Tigris, na den dood van Alexander d. Gr. gesticht, tegenover Seleucīa. Ctesiphon was lang het winterverblijf der parthische koningen en eene sterke grensvesting. In den keizertijd werd het bij herhaling door de Rom. veroverd, n.m. in 116 door keizer Traiānus, in 165 door de legaten van Lucius Verus, in 198 door Septimius Sevērus.Cuberni=Gugerni.Cubi, zieBituriges.Cubiculum, klein vertrek, van een rustbed of eene slaapstede voorzien. Men onderscheidde decubiculaindiurnaennocturna. Lezen, studeeren, zelfs schrijven geschiedde bij de Rom. veeltijds in liggende houding.—De latere keizers namen ook de gewoonte aan, bij de openbare spelen niet op eenpodiumof balkon te zitten, maar in eene soort loge ofcubiculumop een rustbed liggende de spelen gade te slaan.Cubitus, rom. lengtemaat = 1½ rom. voet = bijna 45 centimeter.Cucullus, kap aan een mantel, om bij slecht weder over het hoofd te trekken.Cugerni=Gugerni.Cularo, zieGratianopolis.Culex, titel van een klein gedicht, dat op naam van Vergilius staat en waarin de schim eener gedoode mug om eene begrafenis vraagt.Culleus, 1) lederen zak, waarin deparricidaegenaaid en in het water geworpen werden.—2)rom. maat voor vloeistoffen = ruim 500 liter.Cumae,Κύμη, stad in Campania, de oudste grieksche volkplanting in Italia, in de 8steeeuw (737?) door de Chalcidiërs van Euboea, met medewerking van kolonisten uit Eretria en uit Cyme (aan de Oostkust van Euboea), waaraan de naam ontleend is, en van de Grai (z. a.) uit Boeotië, gesticht. Vooral door toedoen van Cumae is de grieksche beschaving in Italië doorgedrongen. Dáár hield volgens de sage de beroemde Sibylle haar verblijf; dáár landde Aeneas en stierf Tarquinius Superbus. Dicaearchia, later Puteoli geheeten, was de havenstad van Cumae. In 474/3 kwam Hiero van Syracusae de stad tegen de Etruscers te hulp, en versloeg hen in een bloedigen zeeslag. Toen tusschen 443 en 415 de Samnieten Campania veroverden, viel ook Cumae in hunne handen (421). De inwoners werden grootendeels als slaven verkocht. In 338 werd de stad met Capua en andere Campaansche stedencivitas sine suffragio. Z.Praefecti Capuam Cumas.Cunaxa,Κούναξα, stadje in Babylonia aan den Euphraat, waarbij Cyrus de jongere sneuvelde in den slag tegen zijn broeder Artaxerxes Mnemon (401).Cuneus, wig. In den circus, het amphitheater en het theater zijncuneide wigvormige afdeelingen, waarin de zitplaatsen der toeschouwers door de gangpaden verdeeld worden. In den oorlog is decuneuseene wigvormige slagorde, om door de gelederen van den vijand heen te breken. De soldaten noemden ze ook welcaput porcīnum, zwijnskop. Zie verder:forceps(forfex). Later beteekentcuneusdikwijls slechts eene kolonne, zonder dat men daarbij aan den wigvorm behoeft te denken, ook wel een dichtgesloten vierkant.Cuneus, de Zuidkust van Lusitania.Cunobelinus, ten tijde van keizer Caligula, koning van de Trinobantes, vader van Caratacus.Cupīdo, z.Eros.Cupra maritima, belangrijke zeestad in Picēnum, tusschen Castrum Firmanorum en Truentum, met een tempel van de in Picenum vereerde godinCupra mater= Juno.Cupressus. De cipres, uit Creta afkomstig, was aan Pluto geheiligd. Een cipres, vóór een huis in den grond geplaatst, gaf te kennen, dat er een doode was. Evenzoo plaatste men hem bij brandstapels en plantte men hem op graven. In de tuinen werden zij dikwijls, evenals palmen, in allerlei vormen gesnoeid.Curaofcuratio, curateele. Deze werd uitgeoefend over krankzinnigen en verkwisters. De curator had dan het beheer over het vermogen. Volgens eenelex Plaetoria(z. a.) werd er ook eencura minorumingesteld, om jongelieden, diesui iurisgeworden en de voogdij reeds ontwassen, maar nog geen 25 jaar oud waren, in bescherming te nemen tegen aanslagen op hunne onervarenheid. Voor zekere rechtsgeldige verrichtingen, b.v. het voeren van een proces, was de medewerking van den curator noodig.Curātoris in het algemeen hij, die eenecurauitoefent.Curatoresnoemde men ook zekere ondergeschikte beambten, opzieners, b.v.curatores aquarum, cloacarum, viarum,monumentorum publicorum tuendorum, enz. Zoo was o.a. Q. Catuluscurator restituendi Capitolii.Cures,Κυρεῖς, oude hoofdstad der Sabijnen in het zuidelijkste gedeelte van het Sabijnsche land, dat reeds vroeg bij Rome is ingelijfd, geboorteplaats van Titus Tatius en NumaPompilius. De inwoners heeten Curenses of Curenses Sabini. De naam Quirites is dus niet van Cures afgeleid, zooals men wel eens vermoed heeft.Curētes,Κουρῆτες, 1) de oudsteinwonersvan Acarnanië en Aetolië, werden in een oorlog tegen Calydon door Meleager overwonnen.—2)z.Rhea(Cybele).Curia, vergaderzaal, in het bijzonder voor de vergaderingen van den rom. senaat. De oudste was decuria Hostilia, waarvan de eerste bouw aan Tullus Hostilius werd toegeschreven. Ze had een hooge vooruitspringende stoep. Ze werd vergroot door Sulla, maar brandde in 52 af bij de begrafenis van Clodius. De nieuwe Curia, door Caesar begonnen, door Augustus voltooid en gewijd,Curia Juliageheeten, nam een groot gedeelte van het vroegere Comitium in beslag. Verder had men decuria Pompeia. Decuria Calabraop het Capitolium (z.Capitolinus (mons)) diende tot priesterlijk gebruik. Vóór dit gebouw hadden decomitia curiata calataplaats.Curiae. Elke der drie oude rom. stamtribus,Tities, RamnesenLuceres, was in 10 afdeelingen verdeeld, die elk haar eigen vergaderlokaal,curia, haar eigensacra, en haar eigen priester,curio, hadden. Bij decomitia curiatabracht elke curie ééne stem uit. Acht dercuriaezijn ons met name bekend:Foriensis, Rapta, Veliensis, Velitia, Titia,Faucia, AcculeiaenTifāta. De leden eener curia warencuriales. Ze vierden twee feesten: deFornacalia(z. a.) en deFordicidia.Curiāta (lex), zieComitia Curiata.Curiatii, de drie albaansche gebroeders, die, volgens het bekende poëtische verhaal, in den oorlog tusschen Alba Longa en Rome met de drie rom. Horatii streden. In het Albaansch gebergte, aan den weg van Albano naar Aricia, vindt men een etruscisch grafmonument, dat langen tijd voor het graf der Horatii en Curiatii gehouden is. Later komt deze naam ook te Rome voor. In 453 vindt men in een overigens geheel ongeloofwaardig verhaal een consulP. Curiatius Fistus Trigeminusvermeld, die in 451 een der tienmannen was, en in 188 een volkstribuunC. Curiatius, die de beide consuls van dat jaar in hechtenis liet nemen.Curiatius Maternus, redenaar en dichter tijdens Domitiānus, van wiens geschriften echter niets meer overig is. Hij is de hoofdpersoon in Tacitus’Dialogus de Oratoribus, in 77 n. C. ten zijnen huize gehouden.Curii, een plebejisch geslacht. 1)M’. Curius Dentātustrad als volkstribuun in 296 tegen den consul App. Claudius (later Caecus) op, toen deze de verkiezing van een plebejer zocht tegen te gaan. Dit verhaal is onhistorisch. In 290 was hij zelf consul, versloeg met zijn ambtgenoot P. Cornelius Rufīnus de Samnieten, en onderwierp de Sabijnen. In 275 ten tweede male consul zijnde, bracht hij aan koning Pyrrhus een nederlaag toe, hetzij bij Beneventum, dat toen nog Maluentum heette, hetzij ergens in Lucania inArusinis campis. Het dankbare volk verkoos hem terstond ten derden male, waarop Curius de verbonden volken van Zuid-Italië overwon. In 272 stierf hij, terwijl hij censor was. Uit den buit, op Pyrrhus behaald, liet hij de tweede waterleiding van Rome, deAnio vetus(zieAnio) bouwen, welk werk eerst eenige jaren na zijn dood voltooid werd. In 290 had hij, na de onderwerping der Sabijnen, aan het water van denlacus Velinuseen uitloop gegeven, zieAvens. Bekend is zijne eenvoudige levenswijze en zijne weigering, van de gezanten der Samnieten geschenken aan te nemen, onder bijvoeging, dat hij liever over rijken wilde heerschen, dan zelf rijk zijn.—2)Q. Curius, deelgenoot van Catilīna’s samenzwering, verklapte de geheimen er van aan zijne minnares Fulvia, die ze op hare beurt aan Cicero overbracht.Curio, familienaam in degens Scribonia, z.Scriboniino. 2 en 4–6.Curio, priester eenercuria. Aan het hoofd der 30curionesstond eencurio maximus. Deze werd reeds in de 3deeeuw in decomitia sacerdotumgekozen.Curiosolites, gallisch volk in Aremorica.Curium,Κούριον, stad aan de Zuidkust van Cyprus, bij Kaap Curias,ἡ Κουριὰς ἄκρα, naar men zeide, een volkplanting der Argivers.Cursor, familienaam in degens Papiria, z.Papiriino. 5–7.Cursus, wedrennen met twee- of vierspannen. Bij een vierspan liepen de vier paarden naast elkander; de twee middelste waren op de gewone wijze aangespannen; de twee buitenste trokken aan touwen, die ter zijde van den wagen waren vastgehaakt, en werden daaromequi funalesgeheeten. Zie verder de artikelsaurigaencircus.Cursus publicus, de staatspost, door keizer Augustus ingesteld. Daar de kosten hiervan door de provinciales werden gedragen, werd dit in latere eeuwen een drukkende finantiëele last voor de bevolking.Curtii. 1)MettusofMettius Curtius, een Sabijn, die na den maagdenroof tegen Rome streed en op de vlucht bijna in een moeras omkwam. Later vestigde hij zich te Rome.—2)M. Curtius, een moedig jongeling, sprong in 362 gewapend en te paard in een kloof, die zich te Rome op het forum had gevormd en niet te dempen was. De godspraak had verklaard, dat het kostbaarste, wat Rome bezat, er in moest worden geworpen. Na Curtius’ zelfopoffering sloot de kloof zich weder. De plek werd ommuurd en behield den naam vanlacus Curtius.—3)C. Curtius PhiloofChilo, consul 445, bestreed de wetsvoorstellen van den volkstribuun C. Canulēius. Het verhaal, en de geheele persoon is waarschijnlijk onhistorisch.—4)Q. Curtius Rufus, rom. geschiedschrijver ten tijde van keizer Claudius. Hij schreef een werkde rebus gestis Alexandri Magniin 10 boeken, waarvan de eerste twee en stukken van de andere boeken verloren zijn.Curtius (lacus), zieCurtiino. 2 enMundus.Curubis, stad aan de Oostkust van Africa (Zeugitana), ten Z. van Clupea (Aspis).Curūlis(magistratusensella). Curulische overheden te Rome waren zij, die het recht hadden in het openbaar eensella curulisals zetel te bezigen, n.l. een tabouret met ivoren onderstel en over elkaar gekruiste pooten, zooals onder het koningschap de koning bezigde. Zulk een curulischen zetel hadden de consuls, de praetoren, de censoren, omdat deze, ieder voor zijn deel, de erfgenamen waren der koninklijke macht; verder deinterrex, de dictator en zijnmagister equitum, terwijl ook aan de curulische aedilen deze onderscheiding was verleend. Ook de tijdelijk ingesteldedecemviri legibus scribundisentribuni militum consulari potestatewaren curulische overheden, derhalve allemagistratus maioresen deaediles curules. Bij desella curulisbehoorde ook de purpergerande toga,toga praetexta.Custodia libera, vrijwillige hechtenis in het huis van een of anderen aanzienlijken burger, als waarborg, dat de beschuldigde niet zou trachten te ontvluchten. Onder de keizers vindt men decustodia militaris, waarbij de beschuldigde onder de bewaking van één of twee soldaten staat, doch zich overigens met dezen vrij mocht bewegen.In custodia militaribevond zich o.a. de apostel Paulus, toen hij te Rome gevangen zat.Cutiliae, oude sabijnsche stad, aan een meertje gelegen. De eigenlijke stad was reeds vroeg verdwenen, doch dicht bij het meer, aan welks water geneeskracht werd toegeschreven, vormde zich eene badplaatsCutiliaeofaquae Cutiliae. In het meer lag een drijvend eilandje, dat men voor denumbilicus Italiaehield. In de nabijheid lag de villa, waar Vespasiānus stierf.Cyaneae insulae,Κυανέια νῆσοι, twee drijvende rotsen in zee aan den thracischen Bosporus (straat v. Constantinopel). Door de felle branding sloegen deze rotsen voortdurend tegen elkander en verbrijzelden alles wat er tusschen kwam. De Argonauten lieten eene duif er tusschen door vliegen, en toen deze het er levend had afgebracht, stonden de rotsen plotseling voorgoed stil. Zij werden ook Symplegades,Συμπληγάδες, genoemd.Cyathus,κύαθος, 1) een lepel, waarmede wijn uit het mengvat in de bekers geschept werd.—2)als maat bij Grieken en Rom. het 72ste deel van eenχοῦςofcongius, het 192ste van eenἑκτεύςofmodius.Cyaxares,Κυαξάρης, zoon en opvolger van Phraortes, koning van Medië (625–585). Den oorlog tegen Assyrië, dien hij als bondgenoot van Nabopolassar voerde, moest hij ten gevolge van een inval der Scythen staken; toen hij hen na een verblijf van 15 (v. a. 28) jaar uit Azië verdreven had, werd Niniveh omstreeks 606 veroverd en het assyrische rijk vernietigd, z.Alyattes.Cybēbe, Cybele,Κυβήβη, Κυβέλη, z.Rhea.Cybistra,τὰ Κύβιστρα, oude stad in Cataonia aan den noordelijken voet van den Taurus, aan de zijde van Lycaonia; in den keizertijd behoort de stad tot Cappadocia.Cychreus,Κυχρεύς, zoon van Poseidon en Salamis, dochter van Asōpus. Hij bevrijdde het eiland Salamis van een draak, die het onbewoonbaar maakte, stichtte er een volkplanting, en regeerde er tot zijn dood; daar hij geene kinderen had, liet hij de regeering aan Telamon na.Cyclades,Κυκλάδες, de eilandengroep, die het heilige eilandje Delus omringde voor zoover de eilanden doorIoniërsbewoond waren. Het waren: Andrus, Tenus, Myconus, Syrus, Ceos, Cythnus, Siphnus, Naxus, Parus. De ouden namen er 12 aan, doch omtrent de hier ontbrekende is men het niet eens.Cyclici,Κυκλικοί, een groep epische dichters, navolgers van Homerus, die echter meer dan deze een mythus of kring van mythen in zijn geheel ter behandeling namen; bij voorkeur sloten zij zich, ook wat den inhoud hunner werken betreft, bij Homerus aan. De eerste cyclici leefden omstreeks het begin der 8ste eeuw.Cyclōpes,Κύκλωπες, drie zonen van Uranus en Gaea, die door hun vader en later weder door Cronus in den Tartarus werden geworpen, maar door Zeus bevrijd werden, hem hielpen in den strijd tegen de Titanen en den bliksem voor hem smeedden; Apollo doodde hen in zijn toorn, toen Asclepius door Zeus met den bliksem gedood was. Als smeden noemde men hen later dienaren van Hephaestus, waarvan echter meer dan drie waren; hun werkplaats was in den Aetna of op het eiland Lipara, waar zij niet alleen den bliksem, maar ook wapenen voor goden en helden vervaardigden. Ook sommige zeer oude bouwwerken, samengesteld uit reusachtige steenklompen, waarvan de bewerking meer dan menschelijke kracht scheen vereischt te hebben (cyclopische muren), worden aan Cyclopen toegeschreven, die met Proetus uit Lycië naar Argolis gekomen zouden zijn.—Bij Homerus zijn de Cyclopen een volk van wilden en menscheneters, zij kennen recht, wet, noch godsdienst en houden zich alleen met veeteelt bezig, terwijl zij zelfs met elkander geen verkeer hebben; hun vruchtbaar land brengt zonder handenarbeid alles voort wat zij noodig hebben.—De Cyclopen worden voorgesteld als geweldige reuzen met één oog in het midden van het voorhoofd.Cycnus,Κύκνος, 1) zoon van Apollo en Thyria of Hyria, leefde als jager tusschen Pleuron en Calydon. In weerwil van zijne buitengewone schoonheid, verlieten hem al zijne vrienden om zijne terugstootende manieren; alleen Phylius bleef hem getrouw en bewees hem allerlei diensten. Eindelijk verloor echter ook deze het geduld en weigerde een stier over te geven, dien hij op last van Cycnus gevangen had, waarop deze zich in drift van een rots stortte; Apollo veranderde hem echter gedurende den val in een zwaan. Zijne moeder weende zoo om zijn verlies, dat zij wegkwijnde en in het meer Hyria veranderde.—2)zoon van Poseidon en Calyce, door zijne moeder te vondelinggelegd, maar door visschers gevonden en opgevoed; toen hij volwassen was, maakte Poseidon hem koning van Colōnae in Troas. Zijne beide kinderen, Tenes en Hemithea, liet hij, op valsche aanklachten van hun stiefmoeder, in een kist in zee werpen; zij landden op Tenedus, waar Tenes koning werd. Later zag Cycnus zijn ongelijk in en kwam hij zijn zoon terughalen; beiden kwamen den Trojanen te hulp toen de Grieken landden, en reeds dadelijk geraakten zij in strijd met Achilles, die aan Cycnus, daar hij onkwetsbaar was, een hevigen slag op het hoofd gaf, die hem in onmacht deed vallen, waarop hij hem met den riem van zijn eigen helm wurgde. Poseidon veranderde hem in een zwaan.—3)zoon van Ares en Pelopēa, een wreede reus, die bij Iton in Thessalië woonde en alle reizigers aanviel om van hunne schedels een tempel voor zijn vader te bouwen. Hij werd door Heracles gedood.—4)zoon van Ares en Pyrēne, eveneens een geweldige reus, die door Heracles gedood werd, ofschoon Ares zelf hem bijstond; ook van hem zeide men dat hij in een zwaan veranderd was. De strijd tusschen Ares en Heracles was zoo hevig, dat Zeus hen door den bliksem scheiden moest.—5)zoon van Sthenelus, koning der Liguriërs, die den dood van zijn vriend Phaëthon zoo hevig betreurde, dat Apollo hem uit medelijden in een zwaan veranderde en onder de sterren plaatste.Cȳdippe,Κυδίππη, z.Acontius.Cydnus,Κύδνος, ijskoude rivier in Cilicia, die door de stad Tarsus stroomt en waar Alexander de Groote zich eene ernstige ziekte op den hals haalde.Cydonia,Κυδωνία, thans Canea, oude, machtige stad op de N.W. kust van Creta, het middelpunt van den voor-griekschen stam der Cydōnes,Κύδωνες. De inwoners waren uitstekende boogschutters.Cydonia mala= kweeperen.Cylipēnus, bij vroege schrijvers de naam van de Oostzee.Cyllēne,Κυλλήνη, ookmons Cyllenius, op de grenzen van Achaia en Arcadia, de hoogste berg der Peloponnēsus, geboorteplek van Hermes of Mercurius, die er een tempel had en dikwijls door de dichtersCylleniuswordt genoemd.—Ook eene havenstad in het N. van Elis.Cyllenius,Κυλλήνιος, bijnaam van Hermes, z.Cyllēne.Cylon,Κύλων, 1) atheensch eupatride, overwinnaar in de olympische spelen (640), schoonzoon van Theagenes, den tyran van Megara. Hij trachtte zich van de alleenheerschappij meester te maken en bezette, door een dubbelzinnig orakel misleid, de acropolis (612), doch kon zich niet staande houden en werd door gebrek aan levensmiddelen gedwongen te vluchten. Zijne aanhangers werden, hoewel hun lijfsbehoud toegezegd was, verraderlijk vermoord, z.Alcmaeonidae.—2)van Croton, een aanzienlijk man, die aan het hoofd der volkspartij de aristocratische regeering en de aanhangers van Pythagoras (z. a.) verdreef.Cymbalum,κύμβαλον, muziekinstrument ongeveer gelijk aan onze bekkens, in gebruik bij de feesten van Bacchus en Cybele.Cyme,Κύμη, 1) bijgenaamdἡ Αἰολική(in onderscheiding van het Italiaansche Cumae) ofἡ Φρικωνίς, beroemde aeolische havenstad op de aziatische kust, geboorteplaats van Ephorus. Hier overwinterde de vloot van Xerxes na diens terugkeer uit Griekenland. In 17 na C. leed het zwaar door eene aardbeving. Van de Cymaeërs deden in Griekenland allerlei dwaasheden de ronde.—2)stad aan de Oostkust van Euboea, z.Cumae.Cynegīrus,Κυνέγειρος, v. s. een broeder van Aeschylus. Toen hij na den slag bij Marathon een van de vertrekkende perzische schepen met de handen wilde terughouden, werd hem de arm afgehouwen, ten gevolge waarvan hij stierf.Cynaetha,Κύναιθα, stad in het N. van Arcadia, met een ruw slag van inwoners.Cynaethus,Κύναιθος, beroemd rhapsode van Chius, zoude omstreeks 500 de gedichten van Homērus op Sicilië bekend gemaakt hebben; v. s. was hij de dichter van een der zoogenaamde homerische hymnen.Cynesii,Κυνήσιοι, Κύνητες, een volk in het W., bij Herodotus vermeld, waarschijnlijk Iberiërs.Cynici,Κύνες, Κυνικοί, heetten de wijsgeeren uit de school van Antisthenes; waarschijnlijk is de naam afgeleid van het gymnasium Cynosarges, waar Antisthenes, als niet volbloed Athener, onderwijs geven moest; tevens vond men echter er in eene toespeling op het leven der Cynici, dat door hun overdreven onthouding van genot en beperking van behoeften naar veler oordeel iets dierlijks had. In later tijd treden ze vooral op als boetpredikers. Ze hebben samen met de Stoici, die meer voor de hoogere standen werkten, een enormen invloed geoefend op het moderne denken.Cynosarges,Κυνόσαργες, een worstelperk voor onechte kinderen, buiten Athene gelegen, aan de Zuidkant, en aan Heracles gewijd. Hier onderwees Antisthenes (± 400) zijne wijsbegeerte, welke naar deze plaats de cynische is genoemd.Cynoscephalae,Κυνὸς κεφαλαί, naam van twee heuvels in het Z.O. van Thessalia, bij Scotussa, die van verre gezien op hondskoppen gelijken. Hier behaalde T. Quinctius Flaminīnus in 197 de overwinning op Philippus van Macedonia.Cynossēma,Κυνὸς σῆμα, kaap van de thracische Chersonēsus, daar waar de Hellespont het nauwst is, ten Z. van Madytus, met het graf der in een hond veranderde Hecuba.Cynosūra,Κυνόσουρα, 1) voorgebergte in Attica, dat de baai van Marathon in het O. afsluit.—2)smalle landtong aan de Oostkust van Salamis, waar het zegeteeken van den grooten zeeslag van 480 opgericht werd.—3)het zuidwestelijke deel van de stad Sparta.—4)eene nimf van het gebergte Ida, voedster van Zeus, die onder de sterren verplaatst werd, v. s. de Kleine Beer.Cynthia, de pseudonym voor de geliefde van Propertius (z. a.); in werkelijkheid heette ze Hostia.Cynthius, -a,Κύνθιος, -θία, Apollo en Artemis, naar den berg Cynthus, hun geboorteplaats.Cynthus,Κύνθος, kale berg op het eil. Delus, z. a.Cynuria,Κυνουρία, distrikt ten O. van den Parnon, tusschen Argolis en Laconica, een twistappel tusschen beide staten, tot het eindelijk omstreeks 540 door de Spartanen voor goed aan de Argoliërs ontrukt werd. Onder Philippus van Macedonia werd het weder met Argos vereenigd (338). Naar de stad Thyrea wordt het landschap ook Thyreātis geheeten.Cynus,Κῦνος, stad der opuntische Locriërs aan de Euboeïsche zeeëngte.Cyparissia,Κυπαρισσία, de cipressenstad, op de W.-kust van Messenia aan de Cyparissische golf.Cyparissus,Κυπάρισσος, 1) zoon van Telephus, die van verdriet verkwijnde omdat hij bij ongeluk een geliefkoosd hert had gedood, dat hem door Apollo geschonken was; hij werd in een cipres veranderd.—2)stadje in Phocis bij Delphi.Cypria, Cypris,Κυπρία, Κύπρις, Aphrodīte, zoo genoemd naar het eiland Cyprus, den hoofdzetel van haar eeredienst.Cypriānus(Thascius Caecilius), vroeger heidensch rhetor, later christen en bisschop van Carthago, onderging in 258 na C. onder de regeering van keizer Valeriānus met grooten moed den marteldood. Hij heeft verscheidene godsdienstige geschriften nagelaten. Vele werken echter, die op zijn naam staan, zijn van oudere of jongere tijdgenooten.Cyprus,Κύπρος, voornaam grieksch eiland in den oosthoek der Middellandsche zee. Reeds vroeg zijn de oudste bewoners door Phoeniciërs teruggedrongen; na den trojaanschen oorlog kwamen er grieksche volkplanters, en sedert dien tijd vindt men de oude bevolking slechts in Amathus aan de Z. kust, de Phoeniciërs in het nabij gelegen Cition; de andere steden zijn grieksch. Omstreeks 560 werd Cyprus door Aegypte onderworpen en werd vervolgens met Aegypte perzisch. Het heeft toen verscheidene malen gepoogd, zich zelfstandig te maken. In 499 sloot het zich bij den ionischen opstand aan, maar werd spoedig weer onderworpen. Onder atheensche hegemonie was het eiland vrij van 478–449. Ook koning Euagoras van Salamis (z. a.) wist het eiland een tijdlang vrij te houden van de Perzen. In de 4e eeuw is het geheel vergriekscht. Na den val van het perzische rijk werd het macedonisch, kwam toen onder een zijtak der Ptolemaeën en werd in 58 rom. provincie. Het eiland was rijk aan koper (aes Cyprium) en aan timmerhout. De scheepsbouw werd er zoo veelvuldig uitgeoefend, dat dichterlijktrabs Cypriavoor schip gebezigd wordt. Het eiland was zeer vruchtbaar. De ouden vergeleken den vorm van het eiland met dien eener ossenhuid en noemden de N.O.-puntβοὸς οὐρά, ossestaart. Cyprus was de hoofdzetel der Aphrodīte- of Venusvereering; vandaar dat Venus dikwerfCypriawordt geheeten. De voornaamste steden zijn: Salamis, Paphus, Soli, en de hierboven genoemde: Amathus en Cition.Cypsela,τὰ Κύψελα, 1) versterkte stad in Thracia aan den Hebrus (Maritza) en aan de via Egnatia.—2)vesting in Parrhasia, in het Z. van Arcadia.Cypselus,Κύψελος, 1) koning van Arcadië ten tijde van de terugkomst der Heracliden; hij behield zijn rijk door zijne dochter Merope aan Cresphontes tot vrouw te geven.—2)zoon van Eëtion en Labda, van moederszijde verwant met de Bacchiaden. Daar dezen hem reeds als kind trachtten te dooden, omdat hij hun volgens een orakel de heerschappij over Corinthe zoude ontnemen, verborg zijne moeder hem in een kist (κυψέλη), die later te Delphi gewijd werd en nog in de 2e eeuw na C. daar te zien was. Toen hij volwassen was, werd het orakel vervuld; hij stelde zich aan het hoofd der volkspartij, verjoeg de Bacchiaden, en regeerde sedert gelukkig en zacht (657–627), bevorderde handel en verkeer, en liet de stad met vele kunstwerken verfraaien. Zijn zoon Periander volgde hem op.Cyrenaica,Κυρηναϊκή, klein, maar bloeiend landschap op de N.-kust van Afrika (thans plateau van Barca). Naar de vijf grieksche steden: Cyrēne en de bijbehoorende havenstad Apollonia, Barca, later haar havenstad Ptolemaïs, Tauchīra of Arsinoë, en Hesperis of Berenīce werd het staatje ookPentapolis Cyrenaïcagenoemd. Het land was rijk aan water en hierdoor zeer vruchtbaar. In 322 kwam het onder de Ptolemaeën. De laatste heerscher uit dit vorstenhuis, Ptolemaeus Apion, vermaakte in 95 zijn land aan de Rom., die het later met Creta tot ééne provincie vereenigden. Onder Traiānus kwamen de in Cyr. gevestigde Joden in opstand, waardoor het land grootendeels ontvolkt werd, daar er op de Rom. en Cyrenaïkers een algemeene moord werd gepleegd.Cyrēne,Κυρήνη, dochter van Hypseus of Penēus, beminde van Apollo, die haar uit Thessalië naar Libye wegvoerde, waar hij haar naam aan de stad Cyrēne gaf; zij was de moeder van Aristaeus.Cyrēne,Κυρήνη, hoofdstad van Cyrenaïca, in een heerlijk oord gelegen, gesticht door Battus van het eiland Thera (631), wiens afstammelingen, de Battiaden, tot 450 over de stad heerschten, zieBattus. Cyrene was beroemd door zijne artsen. Het was de uitvoerhaven van het kostbare silphium (σίλφιον), dat als kruiderij en als geneesmiddel gebruikt werd. Cyrene was de geboorteplaats o.a. van den wijsgeer Aristippus, den aardrijkskundige Eratosthenes, den dichter Callimachus.Cyrenius,Κυρήνιος=P. Sulpicius Quirinius(z.Sulpiciino. 21).Cyreschata,τὰ Κυρέσχατα, in Sogdiāna, de uiterste grensvesting van Cyrus’ gebied aan den Jaxartes, door Alexander d. G. verwoest.Cyrnus,Κύρνος=Corsica.Cyropolis,Κυρούπολις=Cyreschata.Cyrrhestice,Κυρρηστική, landschap in het N. van Syria, tusschen het Amānusgebergte en den Euphraat, ten Z. van Commagēne. Het droeg zijn naam naar de stad Cyrrhus.Cyrrhus,Κύρρος, 1) stad in Cyrrhestice.—2)stad in het macedonische gewest Emathia tusschen den Axius (Vardar) en den Haliacmon (Vistritza), ten N. van Pella.Cyrus,Κῦρος, 1) de stichter van het perzische rijk, zoon van Cambȳses, die als aan Medië onderhoorig vorst over Perzië regeerde, en Mandane, de dochter van Astyages. Naar aanleiding van onheilspellende droomen gaf zijn grootvader bij zijne geboorte aan Harpagus bevel het kind te dooden; door toeval werd hij echter gespaard, op lateren leeftijd herkend en aan zijne ouders teruggegeven. Maar Harpagus, die door Astyages op wreede wijze voor zijne ongehoorzaamheid gestraft was, spoorde Cyrus, nadat deze zijn vader was opgevolgd, tot opstand aan, en door een enkelen slag, waarin Harpagus met een groot deel van het leger tot hem overliep, bracht hij de heerschappij van de Mediërs op de Perzen over (550). Hij breidde zijn rijk uit door de verovering van Lydië (z.Croesus) en liet de grieksche steden van Klein-Azië door zijn veldheeren Mazares en Harpagus onderwerpen, hij voerde ook oorlog tegen Babylonië en nam de hoofdstad in door den Euphraat uit zijne bedding af te leiden (538); den Joden gaf hij verlof naar hun land terug te keeren. Hij sneuvelde in een slag tegen de Massageten (z.Oxus), die hij aanvankelijk door list overwonnen had (529). Niet minder groot dan als veroveraar was C. als koning; ook de veroverde landen behandelde hij met zachtheid en met zorg voor hunne afzonderlijke belangen; door verstandige maatregelen wist hij de eenheid van zijn uitgestrekt rijk te bewerken.—V. a. was Cyrus niet met Astyages verwant, maar nam hij als overwinnaar diens dochter Amytis tot vrouw; ook zou hij in den oorlog tegen de Derbices (evenals de Massageten een scythisch volk) gestorven zijn aan de gevolgen van een val van zijn olifant.—Verdicht is het verhaal dat Cyrus zonder omwenteling, als opvolger van zijn oom Cyaxares, den zoon en opvolger van Astyages, de regeering verkregen zou hebben.—2)de jongere, tweede zoon van Darīus Nothus, satraap van Lydië, Phrygië en Cappadocië, ondersteunde Lysander krachtig met geld in den oorlog tegen de Atheners, waarvoor hij later door de Spartanen in zijne onderneming geholpen werd. Zijne moeder had getracht hem, met voorbijgaan van zijn ouderen broeder Artaxerxes, tot troonopvolger te doen benoemen, op grond dat hij geboren was nadat zijn vader de regeering aanvaard had; dit mislukte echter, en Artaxerxes, die hem niet vertrouwde en bovendien gehoor gaf aan de inblazingen van Tissaphernes, nam hem spoedig na den dood van Darius gevangen en veroordeelde hem ter dood, doch liet hem op voorspraak zijner moeder weder vrij. Verbitterd door deze behandeling, vormde Cyrus het plan zijn broeder te onttronen. Hij trachtte zich overal vrienden en bondgenooten te verwerven, versterkte zijne krijgsmacht, terwijl hij voor den schijn Tissaphernes beoorloogde, en nam troepen grieksche huurlingen, te zamen ongeveer 13000, in dienst, die hij hier en daar liet bezig houden totdat hij hen zoude noodig hebben. In 401 verzamelde hij zijn leger te Sardes en trok hij, de Grieken over het doel van zijn tocht misleidende, eerst naar Cilicië, vervolgens over den Euphraat tot Cunaxa, waar hij het veel sterkere leger van zijn broeder ontmoette. Door de overwinning der Grieken, die op den rechtervleugel stonden, scheen de slag reeds ten voordeele van Cyrus beslist te zijn, toen hij, in drift op Artaxerxes toesnellende, door een van de begeleiders des konings gedood werd.—De Grieken volbrachten hun terugtocht, eerst onder Clearchus, later onder Xenophon, te midden van moeilijkheden van allerlei aard.Cyrus,Κῦρος, rivier, die op denmons Moschicusop de N. grenzen van Armenia ontspringt, door de caucasische landschappen Iberia en Albania stroomt en, door een zijarm met den Araxes vereenigd, zich in de Caspische zee ontlast.Cyssus,Κυσσοῦς, haven van Erythrae op de ionisch-aziatische kust.Cytaeïs,Κυταϊκή, Medēa, naar de stad Cytaea in Colchis.Cytaea,Κύταια, stad in Colchis aan den Phasis.Cythēra, Cytherēa, Cytherēis, Cytheria,Κυθήρη, Κυθέρεια, Κυθερηίς, Κυθηρία, Aphrodīte, zoo genoemd naar het eiland Cythēra, waar zij hoog vereerd werd.Cythēra,τὰ Κύθηρα, thans Cerigo, eiland ten Z. van Laconica met de gelijknamige stad en de haven Scandēa, en met een beroemden tempel van Aphrodīte of Venus, die dan ook dikwijlsCytherēagenoemd wordt. Het eiland was eerst in het bezit van Phoeniciërs, vervolgens kwam het achtereenvolgens in handen der Argiven, Spartanen en Atheners. Door zijne ligging was het tegenover Sparta een strategisch punt van groot gewicht.Cynthus,Κύθνος, eiland van de Cycladengroep, met warme bronnen, ten Z. van Ceos gelegen. Het was bewoond door Dryopes.Cytinium,Κυτίνιον, een van de vier steden der dorische tetrapolis (Cytinium, Boeum, Erīneus, Acypha of Pindus).Cytissorus,Κυτίσσωρος, zoon van Phrixus en Chalciope. Toen Athamas na de vlucht van Phrixus geofferd zou worden, waarschijnlijk ter verzoening van de bloedschuld, die hij door den dood van dezen op zich meende geladen te hebben, kwam Cyt. met het bericht dat Phrixus nog leefde en belette daardoor dat het offer plaats had. Daardoor rustte op hem de toorn van Zeus Laphystius, en werd bepaald dat de oudste van zijn geslacht altijd aan dien god geofferd zoude worden, welke straf later alleen toegepast werd op hen, diebetrapt werden op de poging om het prytanēum te betreden. Deden zij geene poging hiertoe of gelukte het hun onbemerkt binnen te komen, dan waren zij behouden.Cytōrus,Κύτωρος, oude stad aan de kust van Paphlagonia, stapelplaats van Sinōpe. Het lag op of aan een berg van denzelfden naam, die rijk aan buks- of palmboomen was.Cyzicus,Κύζικος, bloeiende milesische kolonie op de zuidkust der Propontis (zee van Marmara), op den hals van het schiereiland Arctonnēsus (= bereneiland), gesticht 756. Aan weerszijden der landengte had de stad uitstekende havens, door eene doorgraving met elkander verbonden. Tot het gebied der stad behoorde ook het versterkte eiland Proconnēsus (= reeëneiland), dat een gezocht, zwart en wit gevlamd, marmer opleverde, waarnaar het in de middeleeuwen Marmara werd genoemd. Hier versloeg Alcibiades in 410 de Spartanen te land en ter zee, waarbij Mindarus sneuvelde. De groote bloei van Cyzicus dagteekent van het verval van Milētus en Athene. Toen de vrede van Antalcidas (387) de aziatische Grieken aan Perzië had prijsgegeven, gelukte het den Cyziceners in 365, de perzische bezetting te verdrijven. Later kwam de stad onder Macedonia, vervolgens bij Pergamus en ten slotte onder Rome. Uit trouw aan de Rom. doorstond zij in 75 een zwaar beleg van den pontischen koning Mithradātes, en werd zij tot belooning door L. Lucullus tot eenecivitas liberaverheven. Onder keizer Nero ging deze vrijheid te loor, wegens mishandeling van rom. burgers. De gouden munten der stad,κυζικηνοί, waren alom in de handelswereld bekend en gangbaar. Ook de cyziceensche balsem, uit het sap der irisplant bereid,unguentum Cyzicenumofirinum,μύρον κυζικηνόν, was beroemd.

Crāter.

Crāter,κρατήρ, een groote vaas, die in de eetzaal stond, waarin wijn met water vermengd werd en waaruit dit mengsel in de bekers der gasten geschept werd.

Craterus,Κράτερος, 1) veldheer onder Alexander d. G., aanvoerder van het landleger op den terugtocht uit Indië, voerde de veteranen uit Azië naar hun vaderland terug (324), en zou Antipater als regent van Macedonië vervangen, toen Alex. stierf. In den lamischen oorlog besliste zijne komst den slag bij Crannon ten gunste van Antipater, met wien hij daarna Perdiccas en Eumenes bestreed; in een slag tegen laatstgenoemde sneuvelde hij (321).—2)Macedoniër, v. s. zoon van den vorigen, schrijver eenerΨηφισμάτων Συναγωγή, verzamelduit de te Athene bewaarde origineelen, van welk werk nog enkele overblijfsels bestaan.—3)beroemd geneesheer, tijdgenoot van Cicero.

Crates,Κράτης, 1) atheensch blijspeldichter omstreeks 450, een van de grondleggers der oude attische comedie; men schreef hem 14 stukken toe.—2)Athener, leerling van Polemo en na diens dood gedurende korten tijd hoofd der academie.—3)Thebaan, de voornaamste leerling van den cynicus Diogenes en gedurende eenigen tijd leeraar van Zeno.—4)van Mallus, te Tarsus opgevoed, werd aan het hof van Attalus de stichter der pergameensche school van taalgeleerden; in zijne werken over Homerus bestreed hij Aristarchus. In 167 begeleidde hij Attalus II naar Rome en bleef daar wegens ziekte langen tijd. Hij is de eerste van de Stoici, die Homerus vooral op het gebied van de geographie voor onfeilbaar verklaart, en door allegorische uitlegging alles wat men weet, bij Homerus meent terug te vinden. Zoodoende is hij de schepper geweest van een nieuwe denkrichting, die ook op latere geslachten grooten invloed heeft geoefend en nog oefent. Zie o. a.Philo Judaeus.

Crates, Cratis, vlechtwerk, horde, schanskorf en dgl. Enkele malen komt de uitdrukking voor:sub crate necari. De veroordeelde werd op den grond uitgestrekt onder eene teenen horde, die zóólang met steenen werd bezwaard, tot de ongelukkige onder het gewicht den geest gaf.

Crathis,Κρᾶθίς, rivier in het land der Bruttii, die bij Thurii in densinus Tarentīnusuitstroomt. De Sybaris is een zijriviertje hiervan, maar stroomde oorspronkelijk ten N. van de Crathis in zee. Ook een kuststroompje in Achaia.

Cratīnus,Κρατῖνος, 1) Athener (520–423), de eigenlijke schepper der oude attische comedie. Hij was de eerste die in zijne stukken een politieke strekking legde en drie acteurs liet optreden. Hij trad tamelijk laat als dichter op en behaalde met 21 stukken negenmaal de overwinning, o. a. met zijn laatste stukΠυτίνη(de wijnflesch), kort voor zijn dood opgevoerd, waarin hij zijn eigen gebrek, dronkenschap, aan de bespotting van het publiek prijsgaf.—2)atheensch blijspeldichter, die ongeveer eene eeuw later leefde dan de vorige; van hem worden 8 stukken genoemd.

Cratippus,Κράτιππος, 1) schreef een vervolg op de geschiedenis van Thucydides, tot welk werk, naar men meent, een onlangs in Egypte gevonden fragment behoort. ZieTheopompus.—2)van Mytilēne, peripatetisch wijsgeer te Athene, leermeester van Cicero’s zoon.

Cratis=Crates.

Cratylus,Κρατύλος, leerling van Heraclītus en van Protagoras, leermeester van Plato, die een zijner werken naar hem noemde.

Cremaste,Κρεμαστή, goudhoudende streek in Troas nabij Abȳdus.—Zie ookLarissano. 2.

Cremera, zijtak van den Tiber in Etruria, die langs Veii stroomt, en bij wiens uitmonding in den Tiber in 479 de 306 Fabii sneuvelden.

Cremni,Κρημνοί, scythische koopstad aan den mond van den Tanaïs (Don) in de Maeōtis.

Cremōna,Κρεμώνη, romeinsche kolonie met latijnsch recht, in 219 aan den linkeroever van den Padus (Po) aangelegd, in 190 versterkt met 6000 nieuwe kolonisten, een van de rijkste steden van Gallia Cisalpīna. Behalve tal van prachtige gebouwen had Cr. het grootste amphitheater van Italië. In 41 leed het door de soldaten van Antonius, in 69 na C. werd het door die van Vespasiānus verwoest. Hoewel Vespasianus de stad herbouwde, keerde de oude welstand niet terug.

Cremōnis iugum, een berg der Alpen, thans Cramont of Grammont, tusschen den Mont Blanc en den kleinen St. Bernard, ten Z. van Courmayeur.

Cremutius Cordus, geschiedschrijver ten tijde van Augustus en Tiberius, die zijne vrijmoedige taal met den dood moest boeten, en wiens geschiedwerken verbrand werden (25 n. C.).

Crenides,Κρηνίδες, ziePhilippi.

Creon,Κρέων, 1) koning van Corinthe, vader van Creūsa.—2)zoon van Menoeceus, regeerde over Thebe van den dood van zijn zwager Laius tot de troonsbestijging van Oedipus en wederom na den dood van Eteocles en Polynīces; z.Antigone.—3)koning van Thebe, schoonvader van Heracles, z.Amphitryo.

Creophȳlus,Κρεώφυλος, cyclisch dichter van Samus of Chius, wordt de vriend, leermeester of schoonzoon van Homerus genoemd. Een van zijne nakomelingen zou de gedichten van Homerus naar Sparta gebracht en aan Lycurgus gegeven hebben.

Crepida.

Crepida, een zool met of zonder hakleder, die op den voet werd vastgeregen.Ne sutor ultra crepidam= schoenmaker, houd u bij uw leest.

Crepundia(plur.), kleine stukjes kinderspeelgoed, die soms den kinderen om den hals werden gehangen, hetzij als talisman, hetzij als herkenningsteeken.

Cresilas,Κρησίλας, uit Cydonia op Creta, een van de beroemdste bronsgieters van de 5deeeuw. Tot zijn beroemdste werken behoorden een stervende gewonde, een gewonde Amazone (wedstrijd tusschen Phidias, Polycletus en Cresilas) en een portretstatue van Pericles. Van de laatste zijn nog een paar replieken over.

Cresphontes,Κρεσφόντης, een van de drie zonen van Aristomachus, den achterkleinzoon van Heracles, die de Peloponnēsus heroverden; bij de verdeeling kreeg hij Messenia, waar hij later bij een opstand met twee van zijne zonen gedood werd.

Cressa,Κρῆσσα, cretensische vrouw, bijnaamvan Ariadne en Aërope;Cressa bos= Pasiphaë.

Crestonia,Κρηστωνία, met de hoofdstad Crestōne of Creston,Κρηστώνη, Κρηστών, streek in Macedonia tusschen den Strymon en den Axius.

Creta,Κρήτη, thans Candia of Creta, het grootste der grieksche eilanden, van havens ruim voorzien, vruchtbaar, gezond van klimaat, was reeds vroeg (zieCnossusenPhaestus) het middelpunt van een zeer hoog ontwikkelde beschaving, die men tegenwoordig in een vóórgrieksch en een achaeisch tijdperk pleegt te onderscheiden. Na het verval der myceensche beschaving dringen de Doriërs het eiland binnen. Bij Homerus heet Creta nogἑκατόμπολιςen vooral in de Odyssēa vindt men nog vele herinneringen aan de vroegere macht en rijkdom van het eiland. De bevolking was zeer gemengd, doch de dorische stam had het overwicht. De dorische bevolking vormde de heerschende kaste, de burgers. Deὑπήκοοι, eene vrije, doch onderworpen bevolking, kwamen overeen met deπερίοικοιin Laconica. Dan volgden twee klassen van lijfeigenen: deμνωῖται, lijfeigenen van den staat, en deκλαρῶταιofἀφαμιῶται, lijfeigenen op de goederen van particulieren. Opvoeding der jeugd vanwege den staat en gemeenschappelijke maaltijden waren ook op Creta wet. Na de afschaffing van het koningschap had men 10 archonten met een senaat en een collegie van ephoren. Allengs splitste Creta zich in verschillende republieken (de belangrijkste steden zijn dan: Cnosus, Gortyn, Lyttus of Lyctus, Praesus, later Hierapytna, en in het W. Cydonia), totdat Q. Caecilius Metellus Creticus 68–64 het eiland onderwierp en als provincie inrichtte. Sedert kwam Creta, ook zedelijk, in diep verval, zoodat de bewoners met de Capadociërs, Ciliciërs of Cariërs onder deκάππα κακάgerekend werden:Κρῆτες ἀεὶ ψεῦσται, κακὰ θηρία, γαστέρες ἀργαί. Op Creta behooren de mythen te huis van Minos, Daedalus, den Minotaurus, den cretensischen Zeus, wiens graf men er liet zien, e. a. Naar Creta is het krijtcretagenoemd; de cretische aarde is echter niet krijt, maar porseleinaarde.

Crēteus=Catreus.

Crētheus,Κρηθεύς, 1) zoon van Aeolus en Enarete, stichter van Iolcus, vader van Aeson, Pheres, Amythāon en Hippolyte.—2)een zanger, die Aenēas op zijne tochten vergezelde en door Turnus gedood werd.—3)vader van Neleus.

Cretio.Cretio hereditatisis de uitdrukkelijke verklaring, dat men eene erfenis aanvaardt.

Creūsa,Κρέουσα, 1) dochter van Oceanus en Gaea, bij Penēus moeder van Hypseus.—2)dochter van Erechtheus, echtgenoote van Xuthus, moeder van Achaeus en Ion.—3)dochter van Priamus, gemalin van Aenēas, moeder van Ascanius; zij zoude in den nacht, waarin Troje genomen werd, met Aeneas vluchten, maar zij raakte in de verwarring verloren en werd door de moeder der goden op wonderbare wijze van de aarde weggenomen.—4)dochter van Creon, onder wiens regeering Iāson en Medēa te Corinthe kwamen. Om met Creusa te trouwen erstiet Iason Medea, die zich wreekte door aan hare mededingster een vergiftigd kleed te zenden, dat zich aan het lichaam vasthechtte en haar onder vreeselijke pijnen deed omkomen.

CrimissusofCrimīsus,Κριμισσός, Κριμισός, rivier in het W. van Sicilia, zijrivier van den Hypsus, bekend door de overwinning van Timoleon op de Carthagers in 339.

Criobolia, zieRhea (Cybele).

Crisa,Κρῖσα=Crissa.

Crispus, (= kroeskop), rom. familienaam in verscheidene geslachten. ZieMarcii(no. 11),Salustii, Vibii(no. 6).—Flavius Julius Crispus, oudste zoon van Constantijn den Gr., een rijk begaafd jongeling, zoowel in vrede als in den oorlog uitstekend, werd in 326 na C. te Pola in Istria, op bevel zijns vaders vermoord.

Crissa,Κρίσσα, oude handelsstad in Phocis, met de haven Cirrha, werd in 590 op last der Amphictyonen verwoest, daar het van de bedevaartgangers naar Delphi tollen hief. Cirrha werd later als havenstad van Delphi herbouwd.

Crithōte,Κριθώτη, stad in het N. van de thracische Chersonēsus, aan den Hellespont gelegen.

Critias,Κριτίας, 1) zoon van Dropides, vriend van Solon, overgrootvader van Plato.—2)achterkleinzoon van den vorigen, leerling van Gorgias en Socrates, verdienstelijk dichter en redenaar, dikwijls in de werken van Plato vermeld, die een van zijne gesprekken naar hem noemde. Aanvankelijk aanhanger der democratie, werd hij later om onbekende redenen verbannen en kwam hij eerst na afloop van den peloponnesischen oorlog naar Athene terug, waar hij zich als hoofd van de dertigmannen zeer gehaat maakte door zijne gewelddadige handelingen. Hij sneuvelde in 403 in een gevecht tegen Thrasybūlus.

Crito,Κρίτων, 1) leerling en vriend van Socrates, naar wien Plato een van zijne werken noemde.—2)dichter der nieuwe comedie; één zijner stukken is in 168/7 opgevoerd.

Critolāus,Κριτόλαος, 1) van Phasēlis, opvolger van Ariston als hoofd der peripatetische school, een van de drie wijsgeeren, die in 155 door de Atheners als gezanten naar Rome gezonden werden en die het eerst de Rom. met grieksche welsprekendheid en wijsbegeerte bekend maakten. Hij bleef te Rome, waar hij in hoogen ouderdom stierf.—2)strateeg van het achaeisch verbond, heftig tegenstander der Romeinen, werd in 146 door Metellus bij Scarphe verslagen en verdween daarna spoorloos.

Crius,Κρῖος, Κρεῖος, zoon van Uranus en Gaea, een van de Titanen.

Crobylus,κρωβύλος, ouderwetsch kapsel der Atheners, in het bizonder der atheensche mannen, en van eenige barbaarsche volken, overigens =Corymbus.

Crocodilopolis,Κροκοδείλων πόλις, stad in Midden-Aegypte aan het meer Moeris, later Arsinoë geheeten.

Croesus,Κροῖσος, zoon van Alyattes, laatste koning der Lydiërs, regeerde 560–546. Hij maakte de aziatische Grieken schatplichtig, sloot een verbond met de grieksche eilandbewoners, en strekte zijn rijk oostwaarts tot den Halys uit. Toen zijn zwager Astyages door Cyrus onttroond was, verbond hij zich met de koningen van Aegypte en Babylon tot een oorlog tegen het jonge perzische rijk, doch voordat zijne bondgenooten hem hulp hadden kunnen zenden, trok Croesus, door dubbelzinnige orakels misleid, over den Halys; na een onbeslisten slag evenwel trok hij terug naar Sardes om zich beter tot den oorlog voor te bereiden, maar Cyrus volgde hem, belegerde de stad en nam haar na veertien dagen in. Croesus verloor zijn rijk, maar behield het leven, naar het heette door goddelijke tusschenkomst; Cyrus behandelde hem altijd met achting, hield hem steeds als een vriend en raadsman bij zich en beval hem bij zijn dood ook aan Cambȳses aan. De rijkdom van Croesus is spreekwoordelijk geworden en zijne geschiedenis werd beschouwd als een treffend voorbeeld van de onbestendigheid van het geluk, waarop Solon hem reeds zou gewezen hebben, toen hij hem in zijne gelukkigste dagen te Sardes bezocht.

Crommyon,Κρομμυών, stad op de Corinthische landengte, aan de Saronische golf. Hier doodde Theseus het beruchte everzwijn.

Cromnus,Κρῶμνος, stadje in het Z. van Arcadia, bij Megalopolis.

Cronides, Cronīon,Κρονίδης, Κρονίων, Zeus, de zoon van Cronus.

Cronium mare, het noordelijkste gedeelte van de Noordzee, ook wel de zee ten Noorden van Schotland. De oude schrijvers bevatten allerlei phantastische verhalen hieromtrent; volgens sommigen is ze gestold, volgens anderen zoo drabbig, dat men er met de roeispanen nauwelijks door kan komen. Al deze verhalen zijn een gevolg van de ontdekkingsvaart van Pytheas van Massilia.

Cronus,Κρόνος,Saturnus(z. a.), de jongste der Titanen, zonen van Uranus en Gaea. Op aansporing zijner moeder, die verbitterd was omdat Uranus zijne jongere zonen, de Cyclopen en Hecatonchiren, in den Tartarus geworpen had, overviel hij zijn vader, verminkte hem met een sikkel op gruwelijke wijze, en dwong hem van de wereldheerschappij afstand te doen. Sedert dien tijd regeerde Cr. met de Titanen gedurende de gouden eeuw, hij huwde zijne zuster Rhea, maar daar zijn vader hem voorspeld had, dat ook hij eens door een zijner kinderen onttroond zou worden, verslond hij hen terstond na hunne geboorte; alleen Zeus werd door zijne moeder gered, terwijl Cr. in plaats van hem een grooten in doeken gewikkelden steen verslond. Toen Zeus opgegroeid was, kwam hij in opstand tegen zijn vader; door Gaea en Metis ondersteund, dwong hij hem eerst de verslonden kinderen uit te braken en daarop begon hij den oorlog, waarvan de uitslag was dat Cr. met de Titanen, die zijne partij gekozen hadden, in den Tartarus geworpen werd. Later kwam echter eene verzoening tusschen vader en zoon tot stand, en sedert dien tijd heerscht Cr. op de eilanden der gelukzaligen. Te Athene vierde men zijn feest, deΚρόνια, onder gebruiken, die aan den gouden tijd moesten doen denken, z.Saturnalia.—Cr. wordt algemeen beschouwd als een oogstgod, door sommigen als een god van den tijd. Hij wordt afgebeeld als een oud man, met langen baard, gezeten op een troon, met het kleed over het hoofd getrokken en een sikkel in de hand.

Crossaea,Κροσσαία, streek op de grens van Chalcidice aan de golf van Thermae.

Croton,Κρότων, thans Crotone, welvarende en machtige stad in het land der Bruttii, tusschen 700 en 650 door Achaeërs gesticht. De stad was beroemd door hare wetgeving, door reinheid van zeden, door de school van Pythagoras, en door voorliefde der inwoners voor lichaamsoefeningen. Zij was de geboorteplaats van den kampvechter Milo. Wel leden omstreeks 550 de Crotoniaten eene zware nederlaag door de bewoners van Locri Epizephyrii, doch Croton herstelde zich en kon nog in 510 het verwijfde Sybaris ten val brengen. Verdeeldheid was evenwel oorzaak, dat de grieksche steden in Zuid-Italië zich op den duur niet konden handhaven tegen de Syracusanen aan den éénen en de Lucaniërs aan den anderen kant.—In den tweeden punischen oorlog maakte Hannibal Croton tot een steunpunt zijner krijgsoperatiën, waarop de Romeinen er in 194 eene rom. kolonie van maakten.

Crotōna=Cortona.

Crustae, 1) goud- of zilverbeslag (ciseleerwerk), dat op zilveren of bronzen vaatwerk werd opgelegd, in tegenstelling vanemblemata, inlegwerk.—2)marmeren platen, waarmede de wanden bekleed werden.

Crustumerium, oude latijnsche stad, reeds vroeg door de Romeinen veroverd. Op het veroverde land werd detribus Crustuminaingericht.

Crux, het kruis, een paal met een dwarshout er aan. De veroordeelde werd eerst gegeeseld, vervolgens aan touwen omhoog geheschen en dan aan handen en voeten aan het kruis vastgenageld, waarna men hem liet hangen tot hij gestorven was. Deze straf werd alleen toegepast op slaven, vreemdelingen en burgers van lagen stand.

Crypta,κρύπτη. Hieronder moet men niet een ondergrondsche ruimte van eenig gebouw verstaan, zooals wij onder eenecryptedoen; maar een lange gang met lichtopeningen of vensters in de muren, bij groote hitte of slecht weder tot wandelplaats dienende. Meestal liep zulk eenecryptaom eenig groot gebouw of om eene binnenplaats heen. Zie ookcryptoporticus.

Cryptoporticus, overdekte gaanderij, aan ééne zijde gesloten, aan de andere zijde open in den vorm eener kolonnade, terwijl eenecryptater weerszijden muren had.

Cteatus,Κτέατος, z.Actoriones.

Ctesias,Κτησίας, van Cnidus, uit het geslachtder Asclepiaden, van 404/401 tot 387/4 lijfarts aan het perzische hof, waarna hij naar zijne vaderstad terugkeerde. Ook in 397 had hij een tijd in zijn vaderstad vertoefd. Hij is de schrijver van verscheiden werken; zijne perzische geschiedenis,Περσικά, in 23 boeken, wordt veel door oude schrijvers gebruikt, ofschoon hem dikwijls gebrek aan waarheidsliefde verweten wordt. Van dit werk zijn, evenals van een ander,Ἰνδικά, slechts eenige fragmenten bewaard gebleven. Ctesias is meer een op sensatie belust romanschrijver (vandaar zijn populariteit) dan een ernstig historicus. ZijnἸνδικάzijn belangrijker, omdat daarin de eerste berichten omtrent Indië, vooral de dieren- en plantenwereld, voorkomen.

Ctesibius,Κτησίβιος, beroemd werktuigkundige te Alexandrië onder Ptolemaeus Euergetes, leermeester van Hero, met wien hij o. a. verscheiden toepassingen van luchtdruk uitvond. Hij of een naamgenoot, die omstreeks 125 leefde, was de uitvinder van het orgel.

Ctesiphon,Κτησιφῶν, z.Demosthenes.

Ctesiphon,Κτησιφῶν, stad aan den Tigris, na den dood van Alexander d. Gr. gesticht, tegenover Seleucīa. Ctesiphon was lang het winterverblijf der parthische koningen en eene sterke grensvesting. In den keizertijd werd het bij herhaling door de Rom. veroverd, n.m. in 116 door keizer Traiānus, in 165 door de legaten van Lucius Verus, in 198 door Septimius Sevērus.

Cuberni=Gugerni.

Cubi, zieBituriges.

Cubiculum, klein vertrek, van een rustbed of eene slaapstede voorzien. Men onderscheidde decubiculaindiurnaennocturna. Lezen, studeeren, zelfs schrijven geschiedde bij de Rom. veeltijds in liggende houding.—De latere keizers namen ook de gewoonte aan, bij de openbare spelen niet op eenpodiumof balkon te zitten, maar in eene soort loge ofcubiculumop een rustbed liggende de spelen gade te slaan.

Cubitus, rom. lengtemaat = 1½ rom. voet = bijna 45 centimeter.

Cucullus, kap aan een mantel, om bij slecht weder over het hoofd te trekken.

Cugerni=Gugerni.

Cularo, zieGratianopolis.

Culex, titel van een klein gedicht, dat op naam van Vergilius staat en waarin de schim eener gedoode mug om eene begrafenis vraagt.

Culleus, 1) lederen zak, waarin deparricidaegenaaid en in het water geworpen werden.—2)rom. maat voor vloeistoffen = ruim 500 liter.

Cumae,Κύμη, stad in Campania, de oudste grieksche volkplanting in Italia, in de 8steeeuw (737?) door de Chalcidiërs van Euboea, met medewerking van kolonisten uit Eretria en uit Cyme (aan de Oostkust van Euboea), waaraan de naam ontleend is, en van de Grai (z. a.) uit Boeotië, gesticht. Vooral door toedoen van Cumae is de grieksche beschaving in Italië doorgedrongen. Dáár hield volgens de sage de beroemde Sibylle haar verblijf; dáár landde Aeneas en stierf Tarquinius Superbus. Dicaearchia, later Puteoli geheeten, was de havenstad van Cumae. In 474/3 kwam Hiero van Syracusae de stad tegen de Etruscers te hulp, en versloeg hen in een bloedigen zeeslag. Toen tusschen 443 en 415 de Samnieten Campania veroverden, viel ook Cumae in hunne handen (421). De inwoners werden grootendeels als slaven verkocht. In 338 werd de stad met Capua en andere Campaansche stedencivitas sine suffragio. Z.Praefecti Capuam Cumas.

Cunaxa,Κούναξα, stadje in Babylonia aan den Euphraat, waarbij Cyrus de jongere sneuvelde in den slag tegen zijn broeder Artaxerxes Mnemon (401).

Cuneus, wig. In den circus, het amphitheater en het theater zijncuneide wigvormige afdeelingen, waarin de zitplaatsen der toeschouwers door de gangpaden verdeeld worden. In den oorlog is decuneuseene wigvormige slagorde, om door de gelederen van den vijand heen te breken. De soldaten noemden ze ook welcaput porcīnum, zwijnskop. Zie verder:forceps(forfex). Later beteekentcuneusdikwijls slechts eene kolonne, zonder dat men daarbij aan den wigvorm behoeft te denken, ook wel een dichtgesloten vierkant.

Cuneus, de Zuidkust van Lusitania.

Cunobelinus, ten tijde van keizer Caligula, koning van de Trinobantes, vader van Caratacus.

Cupīdo, z.Eros.

Cupra maritima, belangrijke zeestad in Picēnum, tusschen Castrum Firmanorum en Truentum, met een tempel van de in Picenum vereerde godinCupra mater= Juno.

Cupressus. De cipres, uit Creta afkomstig, was aan Pluto geheiligd. Een cipres, vóór een huis in den grond geplaatst, gaf te kennen, dat er een doode was. Evenzoo plaatste men hem bij brandstapels en plantte men hem op graven. In de tuinen werden zij dikwijls, evenals palmen, in allerlei vormen gesnoeid.

Curaofcuratio, curateele. Deze werd uitgeoefend over krankzinnigen en verkwisters. De curator had dan het beheer over het vermogen. Volgens eenelex Plaetoria(z. a.) werd er ook eencura minorumingesteld, om jongelieden, diesui iurisgeworden en de voogdij reeds ontwassen, maar nog geen 25 jaar oud waren, in bescherming te nemen tegen aanslagen op hunne onervarenheid. Voor zekere rechtsgeldige verrichtingen, b.v. het voeren van een proces, was de medewerking van den curator noodig.

Curātoris in het algemeen hij, die eenecurauitoefent.Curatoresnoemde men ook zekere ondergeschikte beambten, opzieners, b.v.curatores aquarum, cloacarum, viarum,monumentorum publicorum tuendorum, enz. Zoo was o.a. Q. Catuluscurator restituendi Capitolii.

Cures,Κυρεῖς, oude hoofdstad der Sabijnen in het zuidelijkste gedeelte van het Sabijnsche land, dat reeds vroeg bij Rome is ingelijfd, geboorteplaats van Titus Tatius en NumaPompilius. De inwoners heeten Curenses of Curenses Sabini. De naam Quirites is dus niet van Cures afgeleid, zooals men wel eens vermoed heeft.

Curētes,Κουρῆτες, 1) de oudsteinwonersvan Acarnanië en Aetolië, werden in een oorlog tegen Calydon door Meleager overwonnen.—2)z.Rhea(Cybele).

Curia, vergaderzaal, in het bijzonder voor de vergaderingen van den rom. senaat. De oudste was decuria Hostilia, waarvan de eerste bouw aan Tullus Hostilius werd toegeschreven. Ze had een hooge vooruitspringende stoep. Ze werd vergroot door Sulla, maar brandde in 52 af bij de begrafenis van Clodius. De nieuwe Curia, door Caesar begonnen, door Augustus voltooid en gewijd,Curia Juliageheeten, nam een groot gedeelte van het vroegere Comitium in beslag. Verder had men decuria Pompeia. Decuria Calabraop het Capitolium (z.Capitolinus (mons)) diende tot priesterlijk gebruik. Vóór dit gebouw hadden decomitia curiata calataplaats.

Curiae. Elke der drie oude rom. stamtribus,Tities, RamnesenLuceres, was in 10 afdeelingen verdeeld, die elk haar eigen vergaderlokaal,curia, haar eigensacra, en haar eigen priester,curio, hadden. Bij decomitia curiatabracht elke curie ééne stem uit. Acht dercuriaezijn ons met name bekend:Foriensis, Rapta, Veliensis, Velitia, Titia,Faucia, AcculeiaenTifāta. De leden eener curia warencuriales. Ze vierden twee feesten: deFornacalia(z. a.) en deFordicidia.

Curiāta (lex), zieComitia Curiata.

Curiatii, de drie albaansche gebroeders, die, volgens het bekende poëtische verhaal, in den oorlog tusschen Alba Longa en Rome met de drie rom. Horatii streden. In het Albaansch gebergte, aan den weg van Albano naar Aricia, vindt men een etruscisch grafmonument, dat langen tijd voor het graf der Horatii en Curiatii gehouden is. Later komt deze naam ook te Rome voor. In 453 vindt men in een overigens geheel ongeloofwaardig verhaal een consulP. Curiatius Fistus Trigeminusvermeld, die in 451 een der tienmannen was, en in 188 een volkstribuunC. Curiatius, die de beide consuls van dat jaar in hechtenis liet nemen.

Curiatius Maternus, redenaar en dichter tijdens Domitiānus, van wiens geschriften echter niets meer overig is. Hij is de hoofdpersoon in Tacitus’Dialogus de Oratoribus, in 77 n. C. ten zijnen huize gehouden.

Curii, een plebejisch geslacht. 1)M’. Curius Dentātustrad als volkstribuun in 296 tegen den consul App. Claudius (later Caecus) op, toen deze de verkiezing van een plebejer zocht tegen te gaan. Dit verhaal is onhistorisch. In 290 was hij zelf consul, versloeg met zijn ambtgenoot P. Cornelius Rufīnus de Samnieten, en onderwierp de Sabijnen. In 275 ten tweede male consul zijnde, bracht hij aan koning Pyrrhus een nederlaag toe, hetzij bij Beneventum, dat toen nog Maluentum heette, hetzij ergens in Lucania inArusinis campis. Het dankbare volk verkoos hem terstond ten derden male, waarop Curius de verbonden volken van Zuid-Italië overwon. In 272 stierf hij, terwijl hij censor was. Uit den buit, op Pyrrhus behaald, liet hij de tweede waterleiding van Rome, deAnio vetus(zieAnio) bouwen, welk werk eerst eenige jaren na zijn dood voltooid werd. In 290 had hij, na de onderwerping der Sabijnen, aan het water van denlacus Velinuseen uitloop gegeven, zieAvens. Bekend is zijne eenvoudige levenswijze en zijne weigering, van de gezanten der Samnieten geschenken aan te nemen, onder bijvoeging, dat hij liever over rijken wilde heerschen, dan zelf rijk zijn.—2)Q. Curius, deelgenoot van Catilīna’s samenzwering, verklapte de geheimen er van aan zijne minnares Fulvia, die ze op hare beurt aan Cicero overbracht.

Curio, familienaam in degens Scribonia, z.Scriboniino. 2 en 4–6.

Curio, priester eenercuria. Aan het hoofd der 30curionesstond eencurio maximus. Deze werd reeds in de 3deeeuw in decomitia sacerdotumgekozen.

Curiosolites, gallisch volk in Aremorica.

Curium,Κούριον, stad aan de Zuidkust van Cyprus, bij Kaap Curias,ἡ Κουριὰς ἄκρα, naar men zeide, een volkplanting der Argivers.

Cursor, familienaam in degens Papiria, z.Papiriino. 5–7.

Cursus, wedrennen met twee- of vierspannen. Bij een vierspan liepen de vier paarden naast elkander; de twee middelste waren op de gewone wijze aangespannen; de twee buitenste trokken aan touwen, die ter zijde van den wagen waren vastgehaakt, en werden daaromequi funalesgeheeten. Zie verder de artikelsaurigaencircus.

Cursus publicus, de staatspost, door keizer Augustus ingesteld. Daar de kosten hiervan door de provinciales werden gedragen, werd dit in latere eeuwen een drukkende finantiëele last voor de bevolking.

Curtii. 1)MettusofMettius Curtius, een Sabijn, die na den maagdenroof tegen Rome streed en op de vlucht bijna in een moeras omkwam. Later vestigde hij zich te Rome.—2)M. Curtius, een moedig jongeling, sprong in 362 gewapend en te paard in een kloof, die zich te Rome op het forum had gevormd en niet te dempen was. De godspraak had verklaard, dat het kostbaarste, wat Rome bezat, er in moest worden geworpen. Na Curtius’ zelfopoffering sloot de kloof zich weder. De plek werd ommuurd en behield den naam vanlacus Curtius.—3)C. Curtius PhiloofChilo, consul 445, bestreed de wetsvoorstellen van den volkstribuun C. Canulēius. Het verhaal, en de geheele persoon is waarschijnlijk onhistorisch.—4)Q. Curtius Rufus, rom. geschiedschrijver ten tijde van keizer Claudius. Hij schreef een werkde rebus gestis Alexandri Magniin 10 boeken, waarvan de eerste twee en stukken van de andere boeken verloren zijn.

Curtius (lacus), zieCurtiino. 2 enMundus.

Curubis, stad aan de Oostkust van Africa (Zeugitana), ten Z. van Clupea (Aspis).

Curūlis(magistratusensella). Curulische overheden te Rome waren zij, die het recht hadden in het openbaar eensella curulisals zetel te bezigen, n.l. een tabouret met ivoren onderstel en over elkaar gekruiste pooten, zooals onder het koningschap de koning bezigde. Zulk een curulischen zetel hadden de consuls, de praetoren, de censoren, omdat deze, ieder voor zijn deel, de erfgenamen waren der koninklijke macht; verder deinterrex, de dictator en zijnmagister equitum, terwijl ook aan de curulische aedilen deze onderscheiding was verleend. Ook de tijdelijk ingesteldedecemviri legibus scribundisentribuni militum consulari potestatewaren curulische overheden, derhalve allemagistratus maioresen deaediles curules. Bij desella curulisbehoorde ook de purpergerande toga,toga praetexta.

Custodia libera, vrijwillige hechtenis in het huis van een of anderen aanzienlijken burger, als waarborg, dat de beschuldigde niet zou trachten te ontvluchten. Onder de keizers vindt men decustodia militaris, waarbij de beschuldigde onder de bewaking van één of twee soldaten staat, doch zich overigens met dezen vrij mocht bewegen.In custodia militaribevond zich o.a. de apostel Paulus, toen hij te Rome gevangen zat.

Cutiliae, oude sabijnsche stad, aan een meertje gelegen. De eigenlijke stad was reeds vroeg verdwenen, doch dicht bij het meer, aan welks water geneeskracht werd toegeschreven, vormde zich eene badplaatsCutiliaeofaquae Cutiliae. In het meer lag een drijvend eilandje, dat men voor denumbilicus Italiaehield. In de nabijheid lag de villa, waar Vespasiānus stierf.

Cyaneae insulae,Κυανέια νῆσοι, twee drijvende rotsen in zee aan den thracischen Bosporus (straat v. Constantinopel). Door de felle branding sloegen deze rotsen voortdurend tegen elkander en verbrijzelden alles wat er tusschen kwam. De Argonauten lieten eene duif er tusschen door vliegen, en toen deze het er levend had afgebracht, stonden de rotsen plotseling voorgoed stil. Zij werden ook Symplegades,Συμπληγάδες, genoemd.

Cyathus,κύαθος, 1) een lepel, waarmede wijn uit het mengvat in de bekers geschept werd.—2)als maat bij Grieken en Rom. het 72ste deel van eenχοῦςofcongius, het 192ste van eenἑκτεύςofmodius.

Cyaxares,Κυαξάρης, zoon en opvolger van Phraortes, koning van Medië (625–585). Den oorlog tegen Assyrië, dien hij als bondgenoot van Nabopolassar voerde, moest hij ten gevolge van een inval der Scythen staken; toen hij hen na een verblijf van 15 (v. a. 28) jaar uit Azië verdreven had, werd Niniveh omstreeks 606 veroverd en het assyrische rijk vernietigd, z.Alyattes.

Cybēbe, Cybele,Κυβήβη, Κυβέλη, z.Rhea.

Cybistra,τὰ Κύβιστρα, oude stad in Cataonia aan den noordelijken voet van den Taurus, aan de zijde van Lycaonia; in den keizertijd behoort de stad tot Cappadocia.

Cychreus,Κυχρεύς, zoon van Poseidon en Salamis, dochter van Asōpus. Hij bevrijdde het eiland Salamis van een draak, die het onbewoonbaar maakte, stichtte er een volkplanting, en regeerde er tot zijn dood; daar hij geene kinderen had, liet hij de regeering aan Telamon na.

Cyclades,Κυκλάδες, de eilandengroep, die het heilige eilandje Delus omringde voor zoover de eilanden doorIoniërsbewoond waren. Het waren: Andrus, Tenus, Myconus, Syrus, Ceos, Cythnus, Siphnus, Naxus, Parus. De ouden namen er 12 aan, doch omtrent de hier ontbrekende is men het niet eens.

Cyclici,Κυκλικοί, een groep epische dichters, navolgers van Homerus, die echter meer dan deze een mythus of kring van mythen in zijn geheel ter behandeling namen; bij voorkeur sloten zij zich, ook wat den inhoud hunner werken betreft, bij Homerus aan. De eerste cyclici leefden omstreeks het begin der 8ste eeuw.

Cyclōpes,Κύκλωπες, drie zonen van Uranus en Gaea, die door hun vader en later weder door Cronus in den Tartarus werden geworpen, maar door Zeus bevrijd werden, hem hielpen in den strijd tegen de Titanen en den bliksem voor hem smeedden; Apollo doodde hen in zijn toorn, toen Asclepius door Zeus met den bliksem gedood was. Als smeden noemde men hen later dienaren van Hephaestus, waarvan echter meer dan drie waren; hun werkplaats was in den Aetna of op het eiland Lipara, waar zij niet alleen den bliksem, maar ook wapenen voor goden en helden vervaardigden. Ook sommige zeer oude bouwwerken, samengesteld uit reusachtige steenklompen, waarvan de bewerking meer dan menschelijke kracht scheen vereischt te hebben (cyclopische muren), worden aan Cyclopen toegeschreven, die met Proetus uit Lycië naar Argolis gekomen zouden zijn.—Bij Homerus zijn de Cyclopen een volk van wilden en menscheneters, zij kennen recht, wet, noch godsdienst en houden zich alleen met veeteelt bezig, terwijl zij zelfs met elkander geen verkeer hebben; hun vruchtbaar land brengt zonder handenarbeid alles voort wat zij noodig hebben.—De Cyclopen worden voorgesteld als geweldige reuzen met één oog in het midden van het voorhoofd.

Cycnus,Κύκνος, 1) zoon van Apollo en Thyria of Hyria, leefde als jager tusschen Pleuron en Calydon. In weerwil van zijne buitengewone schoonheid, verlieten hem al zijne vrienden om zijne terugstootende manieren; alleen Phylius bleef hem getrouw en bewees hem allerlei diensten. Eindelijk verloor echter ook deze het geduld en weigerde een stier over te geven, dien hij op last van Cycnus gevangen had, waarop deze zich in drift van een rots stortte; Apollo veranderde hem echter gedurende den val in een zwaan. Zijne moeder weende zoo om zijn verlies, dat zij wegkwijnde en in het meer Hyria veranderde.—2)zoon van Poseidon en Calyce, door zijne moeder te vondelinggelegd, maar door visschers gevonden en opgevoed; toen hij volwassen was, maakte Poseidon hem koning van Colōnae in Troas. Zijne beide kinderen, Tenes en Hemithea, liet hij, op valsche aanklachten van hun stiefmoeder, in een kist in zee werpen; zij landden op Tenedus, waar Tenes koning werd. Later zag Cycnus zijn ongelijk in en kwam hij zijn zoon terughalen; beiden kwamen den Trojanen te hulp toen de Grieken landden, en reeds dadelijk geraakten zij in strijd met Achilles, die aan Cycnus, daar hij onkwetsbaar was, een hevigen slag op het hoofd gaf, die hem in onmacht deed vallen, waarop hij hem met den riem van zijn eigen helm wurgde. Poseidon veranderde hem in een zwaan.—3)zoon van Ares en Pelopēa, een wreede reus, die bij Iton in Thessalië woonde en alle reizigers aanviel om van hunne schedels een tempel voor zijn vader te bouwen. Hij werd door Heracles gedood.—4)zoon van Ares en Pyrēne, eveneens een geweldige reus, die door Heracles gedood werd, ofschoon Ares zelf hem bijstond; ook van hem zeide men dat hij in een zwaan veranderd was. De strijd tusschen Ares en Heracles was zoo hevig, dat Zeus hen door den bliksem scheiden moest.—5)zoon van Sthenelus, koning der Liguriërs, die den dood van zijn vriend Phaëthon zoo hevig betreurde, dat Apollo hem uit medelijden in een zwaan veranderde en onder de sterren plaatste.

Cȳdippe,Κυδίππη, z.Acontius.

Cydnus,Κύδνος, ijskoude rivier in Cilicia, die door de stad Tarsus stroomt en waar Alexander de Groote zich eene ernstige ziekte op den hals haalde.

Cydonia,Κυδωνία, thans Canea, oude, machtige stad op de N.W. kust van Creta, het middelpunt van den voor-griekschen stam der Cydōnes,Κύδωνες. De inwoners waren uitstekende boogschutters.Cydonia mala= kweeperen.

Cylipēnus, bij vroege schrijvers de naam van de Oostzee.

Cyllēne,Κυλλήνη, ookmons Cyllenius, op de grenzen van Achaia en Arcadia, de hoogste berg der Peloponnēsus, geboorteplek van Hermes of Mercurius, die er een tempel had en dikwijls door de dichtersCylleniuswordt genoemd.—Ook eene havenstad in het N. van Elis.

Cyllenius,Κυλλήνιος, bijnaam van Hermes, z.Cyllēne.

Cylon,Κύλων, 1) atheensch eupatride, overwinnaar in de olympische spelen (640), schoonzoon van Theagenes, den tyran van Megara. Hij trachtte zich van de alleenheerschappij meester te maken en bezette, door een dubbelzinnig orakel misleid, de acropolis (612), doch kon zich niet staande houden en werd door gebrek aan levensmiddelen gedwongen te vluchten. Zijne aanhangers werden, hoewel hun lijfsbehoud toegezegd was, verraderlijk vermoord, z.Alcmaeonidae.—2)van Croton, een aanzienlijk man, die aan het hoofd der volkspartij de aristocratische regeering en de aanhangers van Pythagoras (z. a.) verdreef.

Cymbalum,κύμβαλον, muziekinstrument ongeveer gelijk aan onze bekkens, in gebruik bij de feesten van Bacchus en Cybele.

Cyme,Κύμη, 1) bijgenaamdἡ Αἰολική(in onderscheiding van het Italiaansche Cumae) ofἡ Φρικωνίς, beroemde aeolische havenstad op de aziatische kust, geboorteplaats van Ephorus. Hier overwinterde de vloot van Xerxes na diens terugkeer uit Griekenland. In 17 na C. leed het zwaar door eene aardbeving. Van de Cymaeërs deden in Griekenland allerlei dwaasheden de ronde.—2)stad aan de Oostkust van Euboea, z.Cumae.

Cynegīrus,Κυνέγειρος, v. s. een broeder van Aeschylus. Toen hij na den slag bij Marathon een van de vertrekkende perzische schepen met de handen wilde terughouden, werd hem de arm afgehouwen, ten gevolge waarvan hij stierf.

Cynaetha,Κύναιθα, stad in het N. van Arcadia, met een ruw slag van inwoners.

Cynaethus,Κύναιθος, beroemd rhapsode van Chius, zoude omstreeks 500 de gedichten van Homērus op Sicilië bekend gemaakt hebben; v. s. was hij de dichter van een der zoogenaamde homerische hymnen.

Cynesii,Κυνήσιοι, Κύνητες, een volk in het W., bij Herodotus vermeld, waarschijnlijk Iberiërs.

Cynici,Κύνες, Κυνικοί, heetten de wijsgeeren uit de school van Antisthenes; waarschijnlijk is de naam afgeleid van het gymnasium Cynosarges, waar Antisthenes, als niet volbloed Athener, onderwijs geven moest; tevens vond men echter er in eene toespeling op het leven der Cynici, dat door hun overdreven onthouding van genot en beperking van behoeften naar veler oordeel iets dierlijks had. In later tijd treden ze vooral op als boetpredikers. Ze hebben samen met de Stoici, die meer voor de hoogere standen werkten, een enormen invloed geoefend op het moderne denken.

Cynosarges,Κυνόσαργες, een worstelperk voor onechte kinderen, buiten Athene gelegen, aan de Zuidkant, en aan Heracles gewijd. Hier onderwees Antisthenes (± 400) zijne wijsbegeerte, welke naar deze plaats de cynische is genoemd.

Cynoscephalae,Κυνὸς κεφαλαί, naam van twee heuvels in het Z.O. van Thessalia, bij Scotussa, die van verre gezien op hondskoppen gelijken. Hier behaalde T. Quinctius Flaminīnus in 197 de overwinning op Philippus van Macedonia.

Cynossēma,Κυνὸς σῆμα, kaap van de thracische Chersonēsus, daar waar de Hellespont het nauwst is, ten Z. van Madytus, met het graf der in een hond veranderde Hecuba.

Cynosūra,Κυνόσουρα, 1) voorgebergte in Attica, dat de baai van Marathon in het O. afsluit.—2)smalle landtong aan de Oostkust van Salamis, waar het zegeteeken van den grooten zeeslag van 480 opgericht werd.—3)het zuidwestelijke deel van de stad Sparta.—4)eene nimf van het gebergte Ida, voedster van Zeus, die onder de sterren verplaatst werd, v. s. de Kleine Beer.

Cynthia, de pseudonym voor de geliefde van Propertius (z. a.); in werkelijkheid heette ze Hostia.

Cynthius, -a,Κύνθιος, -θία, Apollo en Artemis, naar den berg Cynthus, hun geboorteplaats.

Cynthus,Κύνθος, kale berg op het eil. Delus, z. a.

Cynuria,Κυνουρία, distrikt ten O. van den Parnon, tusschen Argolis en Laconica, een twistappel tusschen beide staten, tot het eindelijk omstreeks 540 door de Spartanen voor goed aan de Argoliërs ontrukt werd. Onder Philippus van Macedonia werd het weder met Argos vereenigd (338). Naar de stad Thyrea wordt het landschap ook Thyreātis geheeten.

Cynus,Κῦνος, stad der opuntische Locriërs aan de Euboeïsche zeeëngte.

Cyparissia,Κυπαρισσία, de cipressenstad, op de W.-kust van Messenia aan de Cyparissische golf.

Cyparissus,Κυπάρισσος, 1) zoon van Telephus, die van verdriet verkwijnde omdat hij bij ongeluk een geliefkoosd hert had gedood, dat hem door Apollo geschonken was; hij werd in een cipres veranderd.—2)stadje in Phocis bij Delphi.

Cypria, Cypris,Κυπρία, Κύπρις, Aphrodīte, zoo genoemd naar het eiland Cyprus, den hoofdzetel van haar eeredienst.

Cypriānus(Thascius Caecilius), vroeger heidensch rhetor, later christen en bisschop van Carthago, onderging in 258 na C. onder de regeering van keizer Valeriānus met grooten moed den marteldood. Hij heeft verscheidene godsdienstige geschriften nagelaten. Vele werken echter, die op zijn naam staan, zijn van oudere of jongere tijdgenooten.

Cyprus,Κύπρος, voornaam grieksch eiland in den oosthoek der Middellandsche zee. Reeds vroeg zijn de oudste bewoners door Phoeniciërs teruggedrongen; na den trojaanschen oorlog kwamen er grieksche volkplanters, en sedert dien tijd vindt men de oude bevolking slechts in Amathus aan de Z. kust, de Phoeniciërs in het nabij gelegen Cition; de andere steden zijn grieksch. Omstreeks 560 werd Cyprus door Aegypte onderworpen en werd vervolgens met Aegypte perzisch. Het heeft toen verscheidene malen gepoogd, zich zelfstandig te maken. In 499 sloot het zich bij den ionischen opstand aan, maar werd spoedig weer onderworpen. Onder atheensche hegemonie was het eiland vrij van 478–449. Ook koning Euagoras van Salamis (z. a.) wist het eiland een tijdlang vrij te houden van de Perzen. In de 4e eeuw is het geheel vergriekscht. Na den val van het perzische rijk werd het macedonisch, kwam toen onder een zijtak der Ptolemaeën en werd in 58 rom. provincie. Het eiland was rijk aan koper (aes Cyprium) en aan timmerhout. De scheepsbouw werd er zoo veelvuldig uitgeoefend, dat dichterlijktrabs Cypriavoor schip gebezigd wordt. Het eiland was zeer vruchtbaar. De ouden vergeleken den vorm van het eiland met dien eener ossenhuid en noemden de N.O.-puntβοὸς οὐρά, ossestaart. Cyprus was de hoofdzetel der Aphrodīte- of Venusvereering; vandaar dat Venus dikwerfCypriawordt geheeten. De voornaamste steden zijn: Salamis, Paphus, Soli, en de hierboven genoemde: Amathus en Cition.

Cypsela,τὰ Κύψελα, 1) versterkte stad in Thracia aan den Hebrus (Maritza) en aan de via Egnatia.—2)vesting in Parrhasia, in het Z. van Arcadia.

Cypselus,Κύψελος, 1) koning van Arcadië ten tijde van de terugkomst der Heracliden; hij behield zijn rijk door zijne dochter Merope aan Cresphontes tot vrouw te geven.—2)zoon van Eëtion en Labda, van moederszijde verwant met de Bacchiaden. Daar dezen hem reeds als kind trachtten te dooden, omdat hij hun volgens een orakel de heerschappij over Corinthe zoude ontnemen, verborg zijne moeder hem in een kist (κυψέλη), die later te Delphi gewijd werd en nog in de 2e eeuw na C. daar te zien was. Toen hij volwassen was, werd het orakel vervuld; hij stelde zich aan het hoofd der volkspartij, verjoeg de Bacchiaden, en regeerde sedert gelukkig en zacht (657–627), bevorderde handel en verkeer, en liet de stad met vele kunstwerken verfraaien. Zijn zoon Periander volgde hem op.

Cyrenaica,Κυρηναϊκή, klein, maar bloeiend landschap op de N.-kust van Afrika (thans plateau van Barca). Naar de vijf grieksche steden: Cyrēne en de bijbehoorende havenstad Apollonia, Barca, later haar havenstad Ptolemaïs, Tauchīra of Arsinoë, en Hesperis of Berenīce werd het staatje ookPentapolis Cyrenaïcagenoemd. Het land was rijk aan water en hierdoor zeer vruchtbaar. In 322 kwam het onder de Ptolemaeën. De laatste heerscher uit dit vorstenhuis, Ptolemaeus Apion, vermaakte in 95 zijn land aan de Rom., die het later met Creta tot ééne provincie vereenigden. Onder Traiānus kwamen de in Cyr. gevestigde Joden in opstand, waardoor het land grootendeels ontvolkt werd, daar er op de Rom. en Cyrenaïkers een algemeene moord werd gepleegd.

Cyrēne,Κυρήνη, dochter van Hypseus of Penēus, beminde van Apollo, die haar uit Thessalië naar Libye wegvoerde, waar hij haar naam aan de stad Cyrēne gaf; zij was de moeder van Aristaeus.

Cyrēne,Κυρήνη, hoofdstad van Cyrenaïca, in een heerlijk oord gelegen, gesticht door Battus van het eiland Thera (631), wiens afstammelingen, de Battiaden, tot 450 over de stad heerschten, zieBattus. Cyrene was beroemd door zijne artsen. Het was de uitvoerhaven van het kostbare silphium (σίλφιον), dat als kruiderij en als geneesmiddel gebruikt werd. Cyrene was de geboorteplaats o.a. van den wijsgeer Aristippus, den aardrijkskundige Eratosthenes, den dichter Callimachus.

Cyrenius,Κυρήνιος=P. Sulpicius Quirinius(z.Sulpiciino. 21).

Cyreschata,τὰ Κυρέσχατα, in Sogdiāna, de uiterste grensvesting van Cyrus’ gebied aan den Jaxartes, door Alexander d. G. verwoest.

Cyrnus,Κύρνος=Corsica.

Cyropolis,Κυρούπολις=Cyreschata.

Cyrrhestice,Κυρρηστική, landschap in het N. van Syria, tusschen het Amānusgebergte en den Euphraat, ten Z. van Commagēne. Het droeg zijn naam naar de stad Cyrrhus.

Cyrrhus,Κύρρος, 1) stad in Cyrrhestice.—2)stad in het macedonische gewest Emathia tusschen den Axius (Vardar) en den Haliacmon (Vistritza), ten N. van Pella.

Cyrus,Κῦρος, 1) de stichter van het perzische rijk, zoon van Cambȳses, die als aan Medië onderhoorig vorst over Perzië regeerde, en Mandane, de dochter van Astyages. Naar aanleiding van onheilspellende droomen gaf zijn grootvader bij zijne geboorte aan Harpagus bevel het kind te dooden; door toeval werd hij echter gespaard, op lateren leeftijd herkend en aan zijne ouders teruggegeven. Maar Harpagus, die door Astyages op wreede wijze voor zijne ongehoorzaamheid gestraft was, spoorde Cyrus, nadat deze zijn vader was opgevolgd, tot opstand aan, en door een enkelen slag, waarin Harpagus met een groot deel van het leger tot hem overliep, bracht hij de heerschappij van de Mediërs op de Perzen over (550). Hij breidde zijn rijk uit door de verovering van Lydië (z.Croesus) en liet de grieksche steden van Klein-Azië door zijn veldheeren Mazares en Harpagus onderwerpen, hij voerde ook oorlog tegen Babylonië en nam de hoofdstad in door den Euphraat uit zijne bedding af te leiden (538); den Joden gaf hij verlof naar hun land terug te keeren. Hij sneuvelde in een slag tegen de Massageten (z.Oxus), die hij aanvankelijk door list overwonnen had (529). Niet minder groot dan als veroveraar was C. als koning; ook de veroverde landen behandelde hij met zachtheid en met zorg voor hunne afzonderlijke belangen; door verstandige maatregelen wist hij de eenheid van zijn uitgestrekt rijk te bewerken.—V. a. was Cyrus niet met Astyages verwant, maar nam hij als overwinnaar diens dochter Amytis tot vrouw; ook zou hij in den oorlog tegen de Derbices (evenals de Massageten een scythisch volk) gestorven zijn aan de gevolgen van een val van zijn olifant.—Verdicht is het verhaal dat Cyrus zonder omwenteling, als opvolger van zijn oom Cyaxares, den zoon en opvolger van Astyages, de regeering verkregen zou hebben.—2)de jongere, tweede zoon van Darīus Nothus, satraap van Lydië, Phrygië en Cappadocië, ondersteunde Lysander krachtig met geld in den oorlog tegen de Atheners, waarvoor hij later door de Spartanen in zijne onderneming geholpen werd. Zijne moeder had getracht hem, met voorbijgaan van zijn ouderen broeder Artaxerxes, tot troonopvolger te doen benoemen, op grond dat hij geboren was nadat zijn vader de regeering aanvaard had; dit mislukte echter, en Artaxerxes, die hem niet vertrouwde en bovendien gehoor gaf aan de inblazingen van Tissaphernes, nam hem spoedig na den dood van Darius gevangen en veroordeelde hem ter dood, doch liet hem op voorspraak zijner moeder weder vrij. Verbitterd door deze behandeling, vormde Cyrus het plan zijn broeder te onttronen. Hij trachtte zich overal vrienden en bondgenooten te verwerven, versterkte zijne krijgsmacht, terwijl hij voor den schijn Tissaphernes beoorloogde, en nam troepen grieksche huurlingen, te zamen ongeveer 13000, in dienst, die hij hier en daar liet bezig houden totdat hij hen zoude noodig hebben. In 401 verzamelde hij zijn leger te Sardes en trok hij, de Grieken over het doel van zijn tocht misleidende, eerst naar Cilicië, vervolgens over den Euphraat tot Cunaxa, waar hij het veel sterkere leger van zijn broeder ontmoette. Door de overwinning der Grieken, die op den rechtervleugel stonden, scheen de slag reeds ten voordeele van Cyrus beslist te zijn, toen hij, in drift op Artaxerxes toesnellende, door een van de begeleiders des konings gedood werd.—De Grieken volbrachten hun terugtocht, eerst onder Clearchus, later onder Xenophon, te midden van moeilijkheden van allerlei aard.

Cyrus,Κῦρος, rivier, die op denmons Moschicusop de N. grenzen van Armenia ontspringt, door de caucasische landschappen Iberia en Albania stroomt en, door een zijarm met den Araxes vereenigd, zich in de Caspische zee ontlast.

Cyssus,Κυσσοῦς, haven van Erythrae op de ionisch-aziatische kust.

Cytaeïs,Κυταϊκή, Medēa, naar de stad Cytaea in Colchis.

Cytaea,Κύταια, stad in Colchis aan den Phasis.

Cythēra, Cytherēa, Cytherēis, Cytheria,Κυθήρη, Κυθέρεια, Κυθερηίς, Κυθηρία, Aphrodīte, zoo genoemd naar het eiland Cythēra, waar zij hoog vereerd werd.

Cythēra,τὰ Κύθηρα, thans Cerigo, eiland ten Z. van Laconica met de gelijknamige stad en de haven Scandēa, en met een beroemden tempel van Aphrodīte of Venus, die dan ook dikwijlsCytherēagenoemd wordt. Het eiland was eerst in het bezit van Phoeniciërs, vervolgens kwam het achtereenvolgens in handen der Argiven, Spartanen en Atheners. Door zijne ligging was het tegenover Sparta een strategisch punt van groot gewicht.

Cynthus,Κύθνος, eiland van de Cycladengroep, met warme bronnen, ten Z. van Ceos gelegen. Het was bewoond door Dryopes.

Cytinium,Κυτίνιον, een van de vier steden der dorische tetrapolis (Cytinium, Boeum, Erīneus, Acypha of Pindus).

Cytissorus,Κυτίσσωρος, zoon van Phrixus en Chalciope. Toen Athamas na de vlucht van Phrixus geofferd zou worden, waarschijnlijk ter verzoening van de bloedschuld, die hij door den dood van dezen op zich meende geladen te hebben, kwam Cyt. met het bericht dat Phrixus nog leefde en belette daardoor dat het offer plaats had. Daardoor rustte op hem de toorn van Zeus Laphystius, en werd bepaald dat de oudste van zijn geslacht altijd aan dien god geofferd zoude worden, welke straf later alleen toegepast werd op hen, diebetrapt werden op de poging om het prytanēum te betreden. Deden zij geene poging hiertoe of gelukte het hun onbemerkt binnen te komen, dan waren zij behouden.

Cytōrus,Κύτωρος, oude stad aan de kust van Paphlagonia, stapelplaats van Sinōpe. Het lag op of aan een berg van denzelfden naam, die rijk aan buks- of palmboomen was.

Cyzicus,Κύζικος, bloeiende milesische kolonie op de zuidkust der Propontis (zee van Marmara), op den hals van het schiereiland Arctonnēsus (= bereneiland), gesticht 756. Aan weerszijden der landengte had de stad uitstekende havens, door eene doorgraving met elkander verbonden. Tot het gebied der stad behoorde ook het versterkte eiland Proconnēsus (= reeëneiland), dat een gezocht, zwart en wit gevlamd, marmer opleverde, waarnaar het in de middeleeuwen Marmara werd genoemd. Hier versloeg Alcibiades in 410 de Spartanen te land en ter zee, waarbij Mindarus sneuvelde. De groote bloei van Cyzicus dagteekent van het verval van Milētus en Athene. Toen de vrede van Antalcidas (387) de aziatische Grieken aan Perzië had prijsgegeven, gelukte het den Cyziceners in 365, de perzische bezetting te verdrijven. Later kwam de stad onder Macedonia, vervolgens bij Pergamus en ten slotte onder Rome. Uit trouw aan de Rom. doorstond zij in 75 een zwaar beleg van den pontischen koning Mithradātes, en werd zij tot belooning door L. Lucullus tot eenecivitas liberaverheven. Onder keizer Nero ging deze vrijheid te loor, wegens mishandeling van rom. burgers. De gouden munten der stad,κυζικηνοί, waren alom in de handelswereld bekend en gangbaar. Ook de cyziceensche balsem, uit het sap der irisplant bereid,unguentum Cyzicenumofirinum,μύρον κυζικηνόν, was beroemd.


Back to IndexNext