Chapter 36

Hermeskop van Praxiteles (Olympia).Hermeskop van Praxiteles (Olympia).Hermae,Ἑρμαῖ, vierhoekige zuilen met een kop, v. s. zoo genoemd omdat de Pelasgen Hermes zonder handen en voeten afbeeldden. Te Athene stonden op verschillende plaatsen in het midden van de stad en voor de huizen zulke hermen; binnenshuis vond men ze veelal als versiering aangebracht; in Italië werden zij vooral als grenspalen gebruikt. De kop stelde gewoonlijk Hermes voor, een dergelijke zuil met een kop van Athēna, Heracles e. a. noemde men Hermathena, Hermeracles, enz.Hermaeum promunturium,Ἑρμαία ἄκρα, naam van eenige kapen. 1) N.O. punt van het carthaagsche gebied, door de Rom.Mercurii prom.geheeten, thans kaap Bon.—2)N.O. punt van het eiland Lemnus.—3)kaap aan de europeesche zijde van den thracischen Bosporus (straat v. Constantinopel), waar Darīus een brug sloeg.—4)Ἑρμαῖος λόφος, heuvel op Ithaca, het eiland van Ulysses.Hermagoras,Ἑρμαγόρας, 1) grieksch rhetor uit de 2deeeuw, die door zijne stelselmatige behandeling der redekunst groot aanzien verwierf. Zijne leerlingen noemden zich Hermagorēi.—2)grieksch rhetor onder Augustus en Tiberius, leerling van Theodōrus van Gadara.Hermaphroditus,Ἑρμαφρόδιτος, zoon van Hermes en Aphrodīte. Als knaap baadde hij zich eens in een bron, en bekoorde door zijn schoonheid de bronnimf Salmacis zoozeer, dat zij hem om zijne liefde smeekte. Toen zij geen gehoor vond, bad zij dat hunne lichamen altijd tot één verbonden mochten worden, hare bede werd verhoord, en uit hunne vereeniging ontstond een tweeslachtig wezen half man, half vrouw.Hermarchus,Ἕρμαρχος, van Mytilēne, leerling van Epicūrus en diens opvolger als hoofd der school.Hermēas,Ἑρμείας, vriend van Aristoteles, had eenigen tijd de regeering over Atarneus, die hem in 345 door de Perzen ontnomen werd.Hermes,Ἑρμῆς, Ἑρμείας,Mercurius, zoon van Zeus en Maia, geboren op den berg Cyllēne (Κυλλήνιος), een god van alles, waarbij behendigheid, gevatheid en list te pas komen, en beschermer van allen, die in deze eigenschappen uitmunten. Reeds op den dag zijner geboorte stal hij 50 runderen van Apollo, en wist hij ze zoo behendig weg te leiden en te verbergen, dat Apollo ze nauwelijks vinden kon en de tusschenkomst van Zeus moest inroepen om ze terug te krijgen. Hij liet ze hem echter behouden in ruil voor de lier, die Hermes gemaakt had van de schaal eener schildpad, die hij op zijn eersten tocht had gevonden. Wegens zijne schranderheid maakte Zeus hem heraut der goden en zendt hij hem in menig geval uit om zijn wil ten uitvoer te brengen (Διάκτορος); in deze hoedanigheid geleidt hij ook de schimmen der afgestorvenen naar de onderwereld (Ψυχοπομπός, Ψυχαγωγός). Voor de menschen is hij een welwillend en zegenend god (Ἐριούνιος, Ἀκάκητα), gids bij moeielijke en gevaarlijke ondernemingen (Ἡγεμόνιος), vooral voor herauten en gezanten, god van den koophandel, waarbij men door verstand en overleg winst behaalt, om dezelfde reden trouwens ook van diefstal en bedrog; ieder onverwacht voordeel, bijv. als men op weg iets vindt, is een geschenk van hem (ἕρμαιον). Vele dingen, die het leven veraangenamen, hebben de menschen hem te danken (Χαριδότης), hij geeft rijkdom (Πλουτοδότης), vooral van vee (Νόμιος), en welbespraaktheid (Λόγιος,Facundus), hij is de uitvinder van de lier, veldfluit, letters, getallen, maten, gewichten, gymnastiek (Ἐναγώνιος), enz. Eindelijk zorgt hij, evenals Apollo, voor de veiligheid op straten en wegen (Ἐνόδιος); van geen god vond men zooveel beelden op den openbaren weg als van hem (z.Hermae).—Zijn eeredienst heeft zich van Arcadië uit reeds vroeg over geheel Griekenland verbreid. Men offerde hem den 4denvan elke maand zwijnen, lammeren, rammen, honig, wierook, enz. Hij wordt afgebeeld als een schoon en welgemaakt jong man met verstandige en vriendelijke gelaatstrekken; als bode van Zeus heeft hij soms vleugels aan de voeten (Alipes)en aan zijn breedgeranden reishoed (πέτασος), in de hand heeft hij dencaduceus, een tooverstaf, die hem door Apollo geschonken was en waarvan men later een herautsstaf maakte (Caducifer), of een geldbeurs, schildpad, harp, zwaard, enz.Hermesianax,Ἑρμησιάναξ, van Colophon, elegisch dichter ten tijde van Alexander d. G. Van een zijner werken is een moeilijk verstaanbaar fragment bewaard gebleven.Herminii, een geslacht, waarschijnlijk van etruscische afkomst. 1)T. Herminius Aquilinus, was met Horatius Cocles een der verdedigers van de Tiberbrug tegen de benden van Porsēna (508). In 506 was hij consul. Hij sneuvelde in 496 bij het meer Regillus.—2)Lar Herminius, consul in 448.Herminius mons,Ἑρμίνιον ὄρος, gebergte in Lusitania (Portugal), thans Sierra de la Estrella, tusschen den Durius (Duero) en den Tagus (Taag).Hermi(n)ones, algemeene naam voor de volksstammen van Midden-Germania, als: Cheruscers, Chatten, Hermunduren, Marcomannen, Quaden.Hermione,Ἑρμιόνη, dochter van Menelāus en Helena, was vóór den trojaanschen oorlog door haar vader, of gedurende dien oorlog door haar grootvader, aan Orestes verloofd; toen Menelaus echter terugkwam, huwde hij haar aan Neoptolemus uit, volgens eene belofte, die hij dezen voor Troje gedaan had. Daardoor ontstond een twist tusschen Orestes en Neoptolemus, waarbij deze door Orestes, of op diens aandrijven door de Delphiërs, gedood werd. Bij Orestes werd zij daarna moeder van Tisamenus.Hermione,Ἑρμιόνη, stad der Dryopes aan de Z. O. kust van Argolis.Hermippus,Ἕρμιππος, 1) dichter der oude comedie, die in zijne stukken vooral Pericles, Aspasia en Hyperbolus aanviel. Ook parodieën en iamben van hem worden vermeld.—2)van Smyrna, leerling van Callimachus no. 3, beschreef de levens van de zeven wijzen en latere wijsgeeren.—3)van Berȳtus, grammaticus ten tijde van Traiānus en Hadriānus.Hermocopidae,Ἑρμοκοπίδαι, personen, beschuldigd van het verminken der Hermen te Athene. Z.Alcibiades.Bronzen Hermesbeeld van Herculaneum.Bronzen Hermesbeeld van Herculaneum.Hermocrates,Ἑρμοκράτης, staatsman en veldheer te Syracuse, leidde onder groote tegenwerking van de democratische partij de verdediging van de stad tegen de Atheners (414). Later onderscheidde hij zich als aanvoerder van de sicilische vloot, die de Spartanen in den peloponnesischen oorlog ondersteunde. In 410 werd hij als aristocraat verbannen; daarop wist hij door ondernemingen tegen de Carthagers de gunst van het volk te winnen en eene omwenteling te bewerken. Hij werd echter niet teruggeroepen, en toen hij nu beproefde met geweld terug te keeren, werd hij in een gevecht gedood (407). Hij was de schoonvader van den ouden Dionysius, wiens vader eveneens Herm. heette.Hermodōrus,Ἑρμόδωρος, 1) van Ephesus, door zijne medeburgers verbannen, hielp te Rome, naar men verhaalde, de tienmannen bij het samenstellen der twaalf tafelen.—2)van Salamis, bouwmeester te Rome omstreeks 140.Hermogenes,Ἑρμογένης, 1)Tigellius Herm., toonkunstenaar ten tijde van Augustus, naar het schijnt een vijand van Horatius.—2)van Tarsus, trad reeds op zijn 15dejaar (omstreeks 170 na C.) als rhetor te Rome op en werd algemeen bewonderd, na 10 jaar verloor hij zijne geestvermogens; hij stierf op hoogen leeftijd. Van zijne geschriften over de redekunst, die bij lateren veel gezag hadden, zijn eenige bewaard gebleven.Hermolāus,Ἑρμόλαος, page van Alexander d. G., aanhanger van Callisthenes no. 1. Door Alex. beleedigd, smeedde hij een aanslag tegen diens leven, die echter ontdekt werd, waarna hij met zijne medeplichtigen gesteenigd werd.Hermon,Ἕρμων, gebergte aan de N.-grens van Palaestina, een zuidwestelijke uitlooper van den Antilibanon.Hermopolis,Ἑρμοῦ πόλις, naam van twee aegyptische steden: 1)H. maior, in Midden-Aegypte, aan den Nijl, waar de tol geheven werd van de uit Thebaïs afkomende schepen.—2)H. minor, in de Delta aan den Canobischen Nijlarm.Hermotīmus,Ἑρμότιμος, van Clazomenae, had het vermogen met zijn geest in verre landen rond te zwerven, terwijl zijn lichaamin diepen slaap achterbleef. Bij zulk eene gelegenheid werd zijn lichaam door zijne vijanden verbrand, zoodat de ziel niet er in terug kon keeren. Zijne stadgenooten richtten hem een tempel op.Hermundūri,Ἑρμουνδοῦροι, suevische volksstam in Midden-Germania, waarvan de naam nog voortleeft in den naam Thuringen. In den tijd van Tacitus waren ze met de Romeinen bevriend. Tot aan den raetischen limes wonende (ten Westen van de Marcomannen), mochten ze vrij de grens passeeren, en in Augusta Vindelicorum (Augsburg) handeldrijven. Sedert den Marcomannenoorlog worden ze niet meer genoemd, en verdwijnen zij onder den algemeenen naam Suēvi.Hermus,Ἕρμος, rivier, die op den mons Dindymus in Phrygia ontspringt, in allerlei bochten door de phrygische vlakte en vervolgens door Lydia loopt en zich ten laatste ten N. van Smyrna in de Hermaeische golf stort. Een zijriviertje hiervan is de Pactōlus.Hernici,Ἑρνικοί, klein sabijnsch volk met de hoofdstad Anagnia, dat zich in 486 bij de Latijnen aansloot en sedert dezen tijd tot Latium werd gerekend. V. a. dateert dit verbond eerst uit de 4deeeuw. Zij traden toen tevens tot het rom.-latijnsche verbond toe. Toen dit verbond uiteenspatte, werden de Hernici na herhaalde oorlogen eindelijk in 306 geheel tot onderwerping gebracht. ZieAnagnia.Hero,Ἡρώ, z.Leander.Hero,Ἥρων, van Alexandrië, uit de 2dehelft der 2deeeuw, beroemd wiskundige, de grootste natuurkundige der oudheid, leerling van Ctesibius; van zijne werken zijn sommige bewaard gebleven, andere alleen in een arabische vertaling.Herōdes,Ἡρώδης, bijgenaamd de Groote, een Idumaeër van geboorte, werd in 37 door M. Antonius tot koning van Judaea aangesteld. Om zijne macht te bevestigen, huwde hij eene afstammeling der Makkabaeën, Mariamne, die om hare schoonheid bekend was. Met rom. hulp weerde hij de Syriërs af, nam Jerusalem in, dat hij verfraaide, en waar hij den tempel liet afbreken en veel schooner en grooter herbouwen, maar bleef toch bij de Joden als Edomiet en overweldiger gehaat. Hij beging ongehoorde wreedheden, zooals den bethlehemschen kindermoord, de uitroeiing der Makkabaeën; ook zijne vrouw en twee zijner zonen liet hij ombrengen. Hij stierf in het jaar na Christus’ geboorte (v. a. echter 4 v. C.) en liet drie zoons na, die ieder van Augustus een stuk van huns vaders gebied kregen. De oudste,Archelāus, werd ethnarch van Judaea, Samaria en Idumaea; doch reeds 6 na C. werd hij door den keizer afgezet en verbannen, en zijn land onder een procurator bij de provincie Syria ingedeeld. De tweede zoon,Herodes Antipas, kreeg Galilaea en Peraea als tetrarch, en werd in 39 na C. door Caligula verbannen. Hij was het, die Johannes den Dooper aan de wraak zijner gemalin opofferde. Om zijn slimheid wordt hij door Jezusde vosgenoemd (Lucas 13, 32). De derde,Philippus, werd tetrarch van de overjordaansche gewesten Trachonītis, Auranītis, Batanaea, Graulonītis en Ituraea, en bleef dit tot aan zijn dood, 34 na C.Herōdes Agrippa I, kleinzoon van Herodes den Gr., was te Rome opgevoed en behoorde tot de vrienden van Caligula. In 38 n. C. werd hij door dezen over een gedeelte van Palaestina aangesteld. Keizer Claudius voegde er in 41 het overige bij. Agrippa stierf in 44 te Caesarēa, door zijne onderdanen zeer betreurd.—Zijn zoon,Herodes Agrippa II, werd later tetrarch van een gedeelte van Palaestina. De Joden verdreven hem; hij nam deel aan het beleg van Jerusalem door Titus, en hield zich vervolgens te Rome op, waar hij in 100 stierf.Herodes Atticus(Tib. Claudius). ZieAtticus Herodes.Herodiānus,Ἡρωδιανός, 1)Aelius Her., van Alexandrië, zoon van Apollonius Dyscolus, kwam onder M. Aurelius naar Rome en werd rom. burger. Van zijne talrijke werken over grieksche taalstudie, die langen tijd zeer groot gezag hadden, is slechts een enkel weinig belangrijk fragment over; bizonder uitvoerig behandelde hij de prosodie, de accentenleer, enz.—2)grieksch geschiedschrijver in de 3deeeuw na C., die een niet onbelangrijke geschiedenis van zijn tijd, van den dood van M. Aurelius tot het begin der regeering van Gordianus III, heeft nagelaten. Hij leefde meestal te Rome in ondergeschikte betrekkingen.Herodicus,Ἡρόδικος, 1) van Selymbria, leerling van Hippocrates, omstreeks 420, schreef als geneeskundige over gezondheidsleer en heilgymnastiek.—2)van Leontīni, broeder van Gorgias.—3)Babyloniër, grammaticus van de pergameensche school, leerling van Crates.Herodōrus,Ἡρόδωρος, van Heraclēa, logograaf omstreeks 400, verzamelde de mythen betreffende Heracles, de Argonauten, e.a.Herodotus,Ἡρόδοτος, 1) geb. omstreeks 484 te Halicarnassus, zoon van Lyxes, werd reeds vroeg door den tyran Lygdamis genoodzaakt zijn vaderstad te verlaten; hij begaf zich naar Samus, van waar hij eerst terugkeerde om bij het verdrijven van den tyran behulpzaam te zijn; hij was echter bij zijne medeburgers niet bemind, en ging na eenigen tijd te Athene verblijf gehouden te hebben, waar hij veel met Pericles en Sophocles omging, zich in 444 te Thurii vestigen, dat toen juist door de Atheners op de plaats van het oude Sybaris gesticht was; hier stierf hij omstreeks 424. De door Her. nagelaten geschiedenis in 9 boeken, waaraan de alexandrijnsche geleerden de namen der Muzen gegeven hebben, munt zoozeer uit boven de werken zijner voorgangers op dit gebied, dat men hem niet zonder reden den vader der geschiedenis genoemd heeft. Hij is de eerste, die zich niet tevreden stelt met het bijeenzoeken en te boek stellen der overlevering, maar ook de geloofwaardigheid er van onderzoekt en kritiek uitoefent, wanneer hem ditalthans niet onmogelijk wordt gemaakt door zijne onbekendheid met de talen van de volken, die hij bezocht, of door zijn blind geloof aan de mededeelingen van priesters, door wie hij zich bij voorkeur laat inlichten. Hij onderscheidt zich vooral daardoor van de logografen, dat hij zich van het begin af schijnt voorgesteld te hebben een omvangrijk werk te schrijven, waarin wel bij gelegenheid het wetenswaardige uit de geschiedenis van vele landen en volken wordt ingevlochten, maar dat ten slotte toch één hoofdonderwerp heeft: den eeuwenouden strijd tusschen Grieken en barbaren, die in de perzische oorlogen tot eene beslissing komt. Naar dit plan loopt zijn verhaal geregeld voort van de troonsbestijging van Gyges tot de inneming van Sestus na den slag bij Mycale, en, hoe talrijke en soms omvangrijke episoden en uitweidingen ook den draad er van schijnen af te breken, altijd keert hij weder tot zijn onderwerp terug en overal blijft hij belangrijk en onderhoudend. Als bronnen voor zijn werk heeft hij ongetwijfeld oudere epische dichters en logografen geraadpleegd, voornamelijk echter bevat zijn werk dat, wat hij op zijne verre reizen zelf gezien en vernomen heeft, want Her. heeft bijna alle in zijn tijd voor Grieken toegankelijke landen bezocht: Klein-Azië, het O. tot Babylon, de kusten der Zwarte zee, Aegypte, Griekenland, Beneden-Italië en vele eilanden, overal nasporingen gedaan, gedenkteekenen van oude tijden onderzocht, enz. Aan zijn werk arbeidde hij met lange tusschenpoozen gedurende zijn geheele leven, waarschijnlijk heeft hij er niet de laatste hand aan gelegd en is het niet bij zijn leven uitgegeven; wel hield hij nu en dan, bij feestelijke vergaderingen, te Olympia, Athene, Thebe en Corinthe, onder grooten bijval voorlezingen van enkele gedeelten. Hoewel in eene dorische stad geboren, schreef Her., in navolging van epici en logografen, in het ionisch dialect, dat trouwens te Halicarnassus ook gesproken werd; zijn eenvoudige, verhalende stijl weerspiegelt als het ware zijn waarheidsliefde en onpartijdigheid, die soms in twijfel getrokken zijn, maar bij ieder nieuw onderzoek meer boven bedenking verheven blijken.—2)van Thebe, overwinnaar in de isthmische spelen.—3)beeldhouwer, tijdgenoot van Praxiteles.—4)van Tarsus, leermeester van Sextus Empiricus.—5)beroemd geneesheer, die ten tijde van Hadriānus te Rome leefde.Heroöpolis,Ἡρώων πόλις, stad in Aegypte aan het kanaal van Traiānus (zieAugustamnica), eene voorname stapelplaats voor den karavaanhandel en de zetel van den Typhondienst. Naar deze stad droeg de N.W. inham der Arabische golf den naam vansinus Heroöpoliticus.Herophilus,Ἡρόφιλος, van Chalcēdon, beroemd geneesheer te Alexandrië ten tijde van en na Alexander d. G., groot ontleedkundige, de grondlegger der empirische school, die door eenige van zijne zeer talrijke leerlingen gesticht werd.Heros,Ἥρως, was de naam, dien de Grieken gaven aan personen uit oude tijden, die door hun moed, deugd en verstand als grondleggers en verbreiders der beschaving beschouwd kunnen worden en wier groote daden tot zegen der menschheid hadden gestrekt. Zij worden kinderen der goden (διογενεῖς) genoemd, maar zijn evenals de menschen sterfelijk, hoewel zij door hunne buitengewone eigenschappen ver boven gewone menschen verheven zijn. Van lateren oorsprong is het geloof, dat zij na hun dood niet naar de onderwereld afdalen, maar als halfgoden op de eilanden der gelukzaligen een beter leven blijven leiden. Daarbij kwam dan de voorstelling, dat zij belang bleven stellen in dat, waaraan zij hun leven gewijd hadden, en dat zij door hun voorspraak bij de goden trachtten te bewerken, dat hun werk ook na hun dood vruchten bleef dragen. Daarom was het raadzaam, zich van hunne welwillendheid te verzekeren, en daarom genoten zeer vele heroën op bepaalde plaatsen of van wege bepaalde personen goddelijke eer; zoo vereerde bijna iedere stad haar stichter als heros; zelden gebeurde het echter dat de vereering van een heros algemeen werd. Men bouwde hun ter eere tempels en altaren; de offers, die men hun bracht, verschilden echter veel van de offers voor de goden en waren in hoofdzaak niets anders dan doodenoffers. Het woord wordt ook als eerenaam gebruikt voor personen, die in een of ander opzicht uitmunten.Herostratus,Ἡρόστρατος, van Ephesus, stak den tempel van Artemis te Ephesus in brand, ten einde zijn naam onsterfelijk te maken. Hij werd met den dood gestraft, maar het besluit der ionische steden, dat zijn naam niet genoemd zou mogen worden, bleef natuurlijk zonder gevolg. Denzelfden nacht, waarin Her. zijne misdaad pleegde, werd Alexander d. G. geboren.Herse,Ἕρση, dochter van Cecrops, bij Hermes moeder van Cephalus, z.Agraulus.Hersilia, gemalin van Romulus, na haar dood onder den naam Hora Quirīni als godin vereerd.HeruliofEruli,Ἕρουλοι, ofἜρ., een germaansche nomadenstam. Zij waren uitmuntende krijgslieden en leverden huurtroepen, nu eens aan andere Germanen, dan weder aan de Rom. Zoo vindt men ze bij de Gothen in de derde eeuw na C.; ze woonden toen, en ook in de vierde eeuw aan de Zuidkust van de Maeōtis, in het N. van de Krim, waar vroeger Scythen gewoond hadden, en later in Italië, waar hun aanvoerder Odoācer in 476 het westrom. rijk vernietigde.Hesiodus,Ἡσίοδος, geb. te Ascra, waarheen zijn vader uit het aeolische Cyme verhuisd was, werd door zijn broeder Perses met behulp van omgekochte rechters van zijn erfdeel beroofd, waarom hij zijn vaderland verliet en zich waarschijnlijk te Naupactus vestigde; v.s. werd hij vermoord en werd zijn lichaam naar Orchomenus in Boeotië overgebracht. Door zijneἚργα καὶ Ἡμέραι, een werk, waarvan het begin tegen zijn broeder gericht is, en dat verder lessen bevat overlandbouw, scheepvaart, enz., werd hij de schepper van het didactische epos. Onder de andere werken, die te recht of ten onrechte aan Hes. worden toegeschreven, is het voornaamste deΘεογονία, eene eerste poging om eenigen samenhang te brengen in de verwarde verhalen omtrent de familiebetrekkingen der goden. Hes. leefde in de 8steeeuw.Hesione,Ἡσιόνη, z.LaomedonenTelamon.Hesperia,Ἑσπερία, het avondland, het Westland, bij de Grieken een naam voor Italia, bij de Rom. voor Hispania. Ter onderscheiding wordt dit laatste ook welHesperia ultimageheeten.Hesperides,Ἑσπερίδες, 3, 4 of 7 dochters van Nyx en Erebus of van Atlas en Hesperis, bewaakten met behulp van den draak Ladon in een tuin in het verre Westen de gouden appelen, die Gaea aan Hera als bruiloftsgeschenk gegeven had. De drie appelen, die Heracles op bevel van Eurystheus gehaald had, werden door Athēna bij de Hesp. teruggebracht.HesperidesofHesperis, stad in Cyrenaïca, zieBereniceno. 2.Hesperidum insulaeaan de kust van Afrika, buiten de straat van Gibraltar. Sommige schrijvers bedoelen hiermede de Fortunatorum insulae (de Canarische eilanden), anderen de Kaap-Verdische eilanden.Hesperium promunturium,Ἑσπέριον κέρας, voorgebergte aan de Westkust van Afrika, tgw. kaap Verde, zieHesperidum insulae.Hesperus,Ἕσπερος,Vesper, zoon van Astraeus of Cephalus en Eos, of van Atlas, werd, toen hij op den berg Atlas astronomische waarnemingen deed, van de aarde weggenomen en als avondster aan den hemel geplaatst. Hij was de vader van Hesperis en dus de grootvader der Hesperiden.Hestia,Ἑστία, Ἱστίη,Vesta, dochter van Cronus en Rhea, godin van den huiselijken haard. Poseidon en Apollo hadden om hare hand gedongen, maar zij had gezworen eeuwig maagd te blijven, en had daarvoor van Zeus de gunst verworven, dat zij aan ieder offer aandeel zou hebben, in ieder huis als beschermende godin vereerd zou worden. De haard, het middelpunt van het huiselijk leven, en volgens oud gebruik het altaar der familie, was haar heiligdom, waar de huisvader haar bij iedere gewichtige gebeurtenis offers bracht. Voor zoo heilig werd deze plaats gehouden, dat smeekelingen en vervolgden daar een veilige wijkplaats vonden, en dat men zwoer bij Zeus, de gastvrije tafel en den huiselijken haard; vandaar dat smeekelingen en de heiligheid van den eed onder bescherming van Zeus en Hestia stonden. De staat, als een groot huisgezin beschouwd, had ook zijn gemeenschappelijken haard in het prytanēum waar ter eere der godin (Πρυτανῖτις) een eeuwig vuur onderhouden werd; bij het uitzenden van volkplantingen wordt van dit vuur medegegeven, om daarmede het vuur op haar altaar in de nieuwe stad te ontsteken.—Eigen tempels had zij weinig, maar in vele tempels van andere goden had zij een afzonderlijk altaar, bovendien werden haar bij het begin en het einde van ieder bizonder plechtig offermaal plengoffers gebracht. Men offerde haar eerstelingen der vruchten, jonge koeien, enz. Zij wordt afgebeeld met ernstige en waardige gelaatstrekken, in een eenvoudig sluitend kleed.Hestia, Museum Torlonia te Rome.Hestia, Museum Torlonia te Rome.Hestiaea,Ἑστίαια, later Oreüs, z. a.Hestiaeōtis,Ἑστιαιῶτις, 1) het gebied der euboeïsche stad Hestiaea.—2)landschap in het N.W. van Thessalia.Hesychius,Ἡσύχιος, van Alexandrië, schrijver van een belangrijk grieksch woordenboek, leefde waarschijnlijk op het einde der 6deeeuw n. C.Ἑταῖραι, eigl. vriendinnen, in het bizonder publieke vrouwen. Door haar vrijeren omgang met mannen bereikten zij dikwijls een trap van geestbeschaving, waarop andere vrouwen zich op verre na niet plaatsen konden; te Athene wisten zij dikwijls ook de voortreffelijkste mannen te boeien. In sommige steden, bijv. te Corinthe, waren zij alsἱερόδουλοι, aan den tempel van Aphrodīte verbonden, en kwam de opbrengst van haar bedrijf ten bate van dien tempel. Aphrodite zelve had te Athene, Ephesus, enz., den bijnaam vanἙταίρα.Ἑταιρίαι, politieke clubs, te Athene en ook wel in andere democratische staten vereenigingen van oligarchen, waarvan de ledenelkander onderling beschermden tegen onderdrukking van de regeerende partij en in processen en bij verkiezingen bijstonden, en die, wanneer de kans schoon scheen, ook medewerkten tot omverwerping der democratie. In aristocratisch geregeerde staten bestonden waarschijnlijk ook dergelijke clubs van vijanden der bestaande staatsinrichting.Ἕταιροι, naam van de zware ruiterij in het macedonische leger. Zij stonden op den rechtervleugel, en bij de veldslagen van Alexander d. G. beginnen zij in den regel het gevecht.Hetruria=Etruria.HiarbasofIarbas,Ἰάρβας, 1) zoon van Jupiter Ammon en eene garamantische (= lībysche) nymf, koning der Gaetuliërs, van wien Dido een stuk land kocht tot den bouw van Carthago, en die vruchteloos naar hare hand dong.—2)koning van Numidia. In den burgeroorlog van Marius en Sulla koos hij de partij van Marius, doch werd door Pompeius tot de overgave genoodzaakt en ter dood gebracht (81).Hibernia, ookIuverna, Iverna, Ivernia, Iërnagenoemd,Ἰουερνία, Ἰέρνη, thans Ierland. De Romeinen kenden het bij name, doch hebben er nimmer vasten voet trachten te krijgen.Hibērus, zieIberus.Hicetas,Ἱκέτας, 1) tyran van Leontīni, door de Syracusanen te hulp geroepen tegen den jongen Dionysius; toen men echter merkte dat hij zich van de stad trachtte meester te maken, vroeg men de Corinthiërs om hulp; hij werd door Timoleon tweemaal verslagen, eindelijk gevangen genomen en ter dood gebracht (339).—2)tyran van Syracuse, opvolger van Agathocles, na eene regeering van negen jaar verdreven (278).—3)van Syracuse, pythagoreïsch wijsgeer, leerde v.s. het eerst de beweging der aarde om hare as.Hiëmpsal,Ἰάμψας, 1) zoon van den numidischen koning Micipsa en neef van Jugurtha. Terstond na zijns vaders dood (118) geraakte hij met Jugurtha in twist en werd door dezen uit den weg geruimd, in 116.—2)numidische prins, door Hiarbas verdreven, maar door Pompeius hersteld.Hiera,Ἱερά, 1) een der Liparische eilanden, ook Thermessa genaamd, ten N. van Sicilia.—2)een der Aegatische eilanden, ten W. van Sicilia.—3)eilandje in de zee tusschen Thera en Therasia, door een uitbarsting ontstaan, in 197 of in 66.Hierapolis,Ἱεράπολις, stad in Phrygia nabij de grenzen van Caria, niet ver van den Maeander, met een tempel van Cybele. Ook eene stad in Syria, W.-waarts van den Euphraat, vroeger Bambyce geheeten, zetel van den eeredienst der godin Atargatis (Derceto, z. a.).Hierapytna,Ἱεράπυτνα, grieksche stad aan de Z.-kust van Creta, in 140 gesticht in het gebied der Eteocrētes.Hiericus,Ἱεριχοῦς, Jericho = palmstad, sterke stad van Palaestina, ten N.O. van Jerusalem. In den omtrek groeide de beroemde balsemstruik, uit welks bast door insnijdingen de balsem werd verkregen. De weg van Jericho naar Jerusalem liep door eene wildernis, die om haar onveiligheid berucht was.Hiero,Ἱέρων, 1) oudste broeder van Gelo, regeerde tijdens diens leven over Gela en volgde hem, hoewel hij volgens G.’s testament gedurende de minderjarigheid van diens zoon het regentschap zou bekleeden, als tyran van Syracuse op (478). In het begin had hij met veel tegenstand, zelfs van den kant van zijn broeder Polyzēlus, te kampen, en kwam het zelfs tot een oorlog met Agrigentum; de twisten werden echter door het verstandig gedrag van H. weldra bijgelegd en hij wist zich in de regeering te handhaven. Hij onderwierp Naxus en Catana, versloeg als bondgenoot der Cumaeërs de Etruriërs ter zee (474), en verjoeg den wreeden tyran Thrasydaeus uit Agrigentum (473). Hij wordt hoog geroemd als beschermer van kunsten en letteren, Aeschylus, Simonides, Bacchylides leefden langen tijd aan zijn hof. Hij stierf in 467 in de door hem gestichte stad Aetna.—2)Syracusaan van koninklijke afkomst, dapper en bekwaam legeraanvoerder, werd in 270, toen te Syracūsae een democratische opstand uitbrak, door het leger tot veldheer gekozen, kwam door de hulp der aristocratische partij in de stad, dempte den opstand, wist zich van de muitende huurtroepen te ontslaan en een nieuw leger te vormen, waarmede hij de Mamertijnen bij Mylae versloeg. Daarop werd hij tot koning uitgeroepen (264) en poogde hij de macht van Syracusae te herstellen; inderdaad bereikte de stad door zijne wijze regeering zekere mate van welvaart, maar in de oorlogen tusschen de Romeinen en Carthagers kon hij niet onzijdig blijven. Aanvankelijk koos hij de partij der Carthagers, maar reeds na een jaar ging hij na de overwinning van App. Claudius tot de Rom.over, verplichtte zich schatting te betalen, stond een deel van zijn gebied af en regeerde over het overige onder romeinsche bescherming; hij bleef de getrouwe bondgenoot der Romeinen tot zijn dood (215).—3)beroemd vazenfabrikant in Athene, uit het begin van de 5deeeuw.Hierocles,Ἱεροκλῆς, beroemd rhetor van Alabanda, wiens voordrachten Cicero hoorde.Ἱερόδουλοι, ἄνδρες(γυναῖκες, παρθένοι)ἱεροί(-ραί), tempeldienaars van minderen rang, die bij het brengen van offers, den priester bijstonden, den tempel onderhielden, enz. Z. ookἙταῖραι.Ἱεροκήρυξ, z.Eleusinia.Ἱερομηνία, heilige maand, schorsing van alle openbare bezigheden wegens een godsdienstig feest. In weerwil van den naam duurde deἱερομηνία, gewoonlijk slechts eenige dagen, een maand alleen bij de groote nationale feesten; in het laatste geval was er ook een algemeene schorsing van vijandelijkheden (ἐκεχειρία) mede verbonden.Ἱερομνήμονες, z.Amphictyones.Ἱερὸν ὄρος,Mons Sacer, berg in Thracië, aan de Propontis, dicht bij de Chersonēsus Thracica. Hierop lag een versterking.Hieronica (lex) frumentaria, de door Hiero II van Syracūsae vastgestelde verordening voor de verpachting der korentienden, enz., die door de Rom. was in stand gehouden.Hieronymus,Ἱερώνυμος, 1) treurspel- en dithyrambendichter, tijdgenoot van Aristophanes, die hem om zijn hoogdravenden stijl bespot.—2)van Rhodus, peripatetisch wijsgeer, leerling van Aristoteles, schrijver van verscheiden philosophische en geschiedkundige werken.—3)van Cardia, diende onder Alexander d. G., werd na diens dood in de oorlogen tusschen zijne opvolgers door Antigonus gevangen genomen, en bekleedde sedert onder dezen en onder zijn opvolgers tot in hoogen ouderdom burgerlijke en militaire betrekkingen. Hij schreef eene belangrijke geschiedenis van zijn tijd.—4)van Syracuse, kleinzoon en opvolger van Hiero (no. 2), koos in den tweeden punischen oorlog de zijde der Carthagers. Wegens zijne wreedheid en verkwisting gehaat, werd hij na 13 maanden geregeerd te hebben vermoord.—5)van Stridon, de kerkvader (348–420 n. C.), leefde sedert 386 in een klooster te Bethlehem, vertaalde den bijbel en de kroniek van Eusebius (z.a.), en schreef een werkDe viris illustribus, dat uitsluitend Christenen behandelt.Ἱεροφάντης, de voornaamste priester bij de eleusinische mysteriën; de waardigheid was erfelijk in het geslacht der Eumolpiden.Hierosolȳma(plur.),τὰ Ἱεροσόλυμα, Jerusalem, hebr. Jerûsjalajim, vroeger Jebus, door David op de Jebusieten veroverd en tot hoofdstad verheven. Na Salomo bleef J. de hoofdstad van het rijk van Juda tot aan de verovering en verwoesting door Nebukadnezar (586). Na den terugkeer der Joden uit de babylonische ballingschap (537) werd de stad herbouwd. In 70 na C. werd zij door Titus geheel verwoest. In 130 legde Hadriānus er eene rom. kolonie aan,Aelia Capitolina. De stad van David bepaalde zich tot den heuvelSion(burg) en den bergMoryah, waarop Salomo zijn tempel bouwde.Omstreeks700 werd de heuvelOphelmet het Kaasmakersdal ofTyropoëonbinnen den muur getrokken, benevens de N.-waarts van Sion gelegen stadswijkAcra. Herōdes Agrippa ommuurde ook de zoogenaamde nieuwe stad,Bezetha. Ten N. en O. lag het dal van Josaphat met de beek Kedron, en aan de overzijde de Olijfberg (mons Olivēti).Hilaīra,Ἱλάειρα, eene van de dochters van Leucippus, z.Apharetidae.Hilarotragoedia, z.Rhinthon.Hilleviones, naam, dien de ouden aan de bewoners van Scandia of Scandinavië gaven. Het zijn Germanen. ZieScandia.Ἱμάτιον, z.Pallium.Himella, beek in het sabijnsche land, in den Avens uitloopende.Himera,Ἱμέρα, naam van eene stad op de N.-Kust van Sicilia en van twee rivieren, waarvan de eene noordwaarts stroomt en bij de gelijknamige stad in zee valt, en de andere, zuidwaarts stroomende, de grensscheiding vormde tusschen het gebied van Gela en dat van Agrigentum. Dat zij denzelfden naam dragen, komt hiervandaan, dat men oudtijds in de dwaling verkeerde, dat beide rivieren uit dezelfde bron ontsprongen.—De stad Himera was eene volkplanting van Zancle (Messina). In het begin der vijfde eeuw heerschte in H. zekere Terillus. Door Thero, tyran van Agrigentum verdreven, wendde hij zich om hulp tot de Carthagers, die een leger onder Hamilcar zonden. Toen had in 480 de verschrikkelijke slag aan de Himera plaats, waarin Hamilcar sneuvelde en Thero, met Gelo van Syracusae vereenigd, het carthaagsche leger vernietigde. Later gelukte het den Himeraeërs, met behulp van Hiero van Syracūsae, zich van Agrigentum vrij te maken. In 409 evenwel landde een carthaagsch leger van 100.000 man onder Hamilcars kleinzonen Hannibal en Himilco op Sicilia. Selīnus viel, vervolgens Himera, daarna Agrigentum. Op de plek, waar Hamilcar gesneuveld was, werden 3000 gevangenen als zoenoffer geslacht. Himera werd met den grond gelijk gemaakt en aan de overzijde der rivier eene nieuwe stad Thermae,τὰ Θερμά, gesticht. De badplaats zelf heet gewoonlijkΘερμαὶ αἱ Ἱμεραῖαι, de inwonersΘερμῖται, Thermitani. Te Himera was de lierdichter Stesichorus (± 600) geboren; Thermae was de geboortestad van den tyran Agathocles.Himerius,Ἱμέριος, van Prusa (315–386 n. C.), Grieksch rhetor en sophist, deed verscheiden reizen en vestigde zich te Athene, vanwaar Iuliānus hem naar Antiochië liet komen en hem tot zijn secretaris aanstelde. 24 redevoeringen van hem zijn bewaard gebleven.Himilco,Ἱμίλκων, naam van een carthaagsch zeevaarder, die (± 550) een tocht langs de Westkust van Europa, tot aan de tineilanden (Cassiterides insulae) ondernam. Hij wordt als bron vermeld bij Aviēnus (z.a.). Ook werd deze naam door verschillende carthaagsche veldheeren in de sicilische en punische oorlogen gedragen.Ἵππαρχος, bevelhebber der ruiterij. Te Athene was de ruiterij over de beide vleugels van het leger verdeeld, en waren er dus twee hipparchen, die jaarlijks bij stemming verkozen werden; bovendien was er een hipparch voor Lemnus. In het achaeisch en aetolisch verbond waren zij na de strategen de voornaamste ambtenaars.Hipparchus,Ἵππαρχος, 1) zoon van Pisistratus, had onder de regeering van zijn broeder Hippias veel invloed, dien hij vooral ten gunste van dichters en letterkundigen aanwendde; hij werd in 514 vermoord (z.Harmodius).—2)dichter der nieuwe attische comedie.—3)van Nicaea in Bithynië, werkte 160–120 te Rhodus en Alexandrië, maar ook in zijn vaderstad als wis- en sterrenkundige, en verwierf zeer grooten roem door de nauwkeurigheid zijner waarnemingen en berekeningen en door zijne ongeloofelijke werkzaamheid. Hij is de eerste Griek, die de trigonometrie beoefend heeft. Van zijne geschriften is er nogéén op sterrenkundig gebied over. Zijne aardrijkskundige werken (πρὸς Ἐρατοσθένην) worden vaak door Strabo geciteerd.Hipparīnus,Ἱππαρῖνος, 1) vader van Dio.—2)zoon van den ouden Dionysius, na Dio’s dood tyran van Syracuse (353–350).Hipparis,Ἵππαρις, rivier die door het moeras van Camarīna, op de Z.kust van Sicilia, stroomde.Hippemolgi,Ἱππημολγοί, een scythische nomadenstam in het N., wier voedsel hoofdzakelijk uit paardenmelk bestond.Ἱππῆς, atheensche burgers uit de tweede der vier door Solon ingestelde phylen, met een eigendom, dat 300–500 medimnen of metreten kon opleveren; zij waren verplicht een strijdros te onderhouden en voornamelijk deze klasse leverde ruiters voor het leger; daar de ruiterij ten tijde van Solon echter niet meer dan 100, en nooit meer dan 1200 man sterk was, dienden de meeste burgers ook uit deze klasse als hoplieten. Ook de spartaanscheἱππῆς, eene koninklijke lijfwacht van 300 man, streden te voet, eerst in den peloponnesischen oorlog werd een werkelijk ruitercorps opgericht. Bij de Grieksche wijze van oorlogvoeren, was de beteekenis der ruiterij gering. Antieke ruiterij is niet in staat een charge uit te voeren. De ruiterij rijdt dus op den vijand in, en, dichtbij gekomen, tracht ieder ruiter afzonderlijk den vijand schade toe te brengen. Daar echter de stijgbeugel nog niet uitgevonden was, was de ruiter niet in staat, met zijn lans krachtige stooten toe te brengen; de lans werd dus meestal gebruikt om te werpen.Hippias,Ἱππίας, 1) zoon en opvolger van Pisistratus (528). Hij regeerde verstandig en gematigd, verminderde de belastingen, en begunstigde dichtkunst en letterkundige studiën. Na den dood van Hipparchus begon hij, niet gerust over de toekomst, strenger te regeeren en maakte hij zich soms aan gewelddadige handelingen schuldig. Inderdaad kregen kort daarna, terwijl hij bezig was Munychia te versterken, de Spartanen van het delphische orakel het bevel, Athene te bevrijden (z.Alcmaeonidae). Een eersten aanval sloeg H. met behulp van thessalische ruiterij af, maar toen bij een tweeden tocht zijne kinderen in handen vielen van Cleomenes I, die het spartaansche leger aanvoerde, zag hij zich genoodzaakt Attica te verlaten (510). Hij begaf zich naar Sigēum. Hij gaf echter de hoop niet op eens terug te keeren, en knoopte daartoe betrekkingen aan met de Lacedaemoniërs en later met Darius Hystaspis; hij volgde de Perzen naar Attica en stierf in of kort na den slag bij Marathon.—2)van Elis, tijdgenoot van Socrates, sophist van zeer uitgebreide kennis, die te Athene en in andere grieksche steden openbare voordrachten hield, waarin hij de geldigheid van conventie en geschreven recht betwistte, en aandrong op zoo sterk mogelijke ontwikkeling van ieders individualiteit. In de twee werken van Plato, die zijn naam dragen, wordt hij als ijdel en oppervlakkig ten toon gesteld.Hippius, Hippia,Ἵππιος, Ἱππία, bijnaam van Poseidon, Athēna, Hera e. a. goden en godinnen.Hippo,Ἱππών, 1)Hippo Regius,βασιλικός, thans Bona, op de numidische kust aan de golf van Hippo, later rom. kolonie, met ijzermijnen in den omtrek. In 430 n. C. werd de stad door de Vandalen verwoest.—2)Hippo Diarrhytus,διάρρυτος, in dat gedeelte van het carthaagsche gebied, dat Zeugitāna heette.—3)stad der Carpetāni in Tarraconensis, ten O. van Tolētum.—4)HippoofHipponium, als rom. kolonie Vibo Valentia geheeten, z.a.Hippocentauri,Ἱπποκένταυροι, z.Centauri.Hippocles,Ἱπποκλῆς, zoon van Menippus, atheensch strateeg, trachtte in 412 te vergeefs de peloponnesische schepen te nemen, die van Sicilië terug kwamen. Een van de tien mannen, die tusschen de afzetting van de 30 en het herstel der democratie te Athene de regeering in handen hadden, draagt denzelfden naam; of het dezelfde persoon is, is onzeker.Hippocoon,Ἱπποκόων, 1) zoon van Oebalus en Batēa, verdreef met de hulp zijner 12 zonen zijn broeder Tyndareos en maakte zich meester van de regeering over Sparta; hij werd met zijne zonen door Heracles gedood.—2)Thraciër, vergezelde Rhesus naar Troje.—3)tochtgenoot van Aenēas, bekwaam boogschutter.Hippocrates,Ἱπποκράτης, 1) vader van Pisistratus.—2)Alcmaeonide, grootvader van Pericles.—3)broeder en opvolger van Cleander als tyran van Gela. Door de inwoners van Zancle, zijne bondgenooten, tegen de Samiërs te hulp geroepen, breidde hij, steunend op zijn talrijk huurleger, zijne macht door schandelijk verraad uit, onderwierp ook Naxus, Callipolis en Leontīni, noodzaakte de Syracusanen door zijne overwinning bij de rivier Helōrus (492) hem Camarīna af te staan, en sneuvelde bij een aanslag op Hybla (491).—4)zoon van Ariphron, atheensch strateeg, sneuvelde in den slag bij Delium (424).—5)van Chius, schrijver van het oudste leerboek der meetkunde. Hij leefde in de 2dehelft van de 5deeeuw.—6)van Cos, de beroemde grieksche geneesheer, geb. 460. Hij behoorde tot het geslacht der Asclepiaden en ontving het eerste onderwijs in de geneeskunde van zijn vader Heraclīdes en van andere artsen in zijn vaderland; ook de sophisten Prodicus en Gorgias worden zijne leermeesters genoemd, door sommigen ook Democritus. Van zijn leven is weinig bekend; in zijn jeugd deed hij groote reizen, tijdens de pest in den peloponnesischen oorlog hield hij zich te Athene op, hij stierf in zeer hoogen ouderdom te Larīsa in Thessalië. Door nauwkeurige waarnemingen en grondig onderzoek verhief hij de geneeskunde tot wetenschap, zijne werken werden dan ook door Grieken, Romeinen en Arabieren ijverig bestudeerd en dikwijls van commentaren voorzien. Vele daarvan werden echter reeds door de ouden voor onecht gehouden, van de 72, die nu nog zijn naam dragen, worden gewoonlijk slechts 6 als echtbeschouwd; het meest bekende draagt den naamἈφορισμοί.—Ook zijne beide zonen, Thessalus en Draco, zijn schoonzoon, Polybus, en zijne twee naar hem genoemde kleinzonen waren artsen van naam en schrijvers van geneeskundige werken.Hippocrēne,Ἵππου κρήνη, Ἱπποκρήνη,Fons Caballīnus, bron op den Helicon, ontstaan door den hoefslag van Pegasus, waarvan het water ieder, die er van dronk, in dichterlijke geestvervoering bracht.Hippodamēa,Ἱπποδάμεια, 1) dochter van Oenomaüs (z.a.), koning van Elis, en Asterope. Bij Pelops werd zij moeder van Atreus, Thyestes en nog 4 of 11 zonen en 2 dochters. Zij spoorde hare zonen aan tot den moord van Chrysippus, zoon van Pelops en Axioche, en werd daarom door haar gemaal verstooten; zij stierf in Argolis.—2)echtgenoote van Pirithous; op hun bruiloft ontstond de strijd tusschen de Centauren en Lapithen.—3)=Brisēis.—4)echtgenoote van Amyntor, moeder van Phoenix.—5)dochter van Anchīses, gemalin van Alcathous.Hippodamus,Ἱππόδαμος, van Milētus, beroemd bouwmeester ten tijde van Pericles, de eerste die in Griekenland regelmatig gebouwde straten aanlegde. Hij werd vooral beroemd door zijn werk aan den Piraeus, te Thurii en te Rhodus. Ook wordt hij genoemd als de schrijver van een ontwerp eener ideale staatsinrichting.

Hermeskop van Praxiteles (Olympia).Hermeskop van Praxiteles (Olympia).Hermae,Ἑρμαῖ, vierhoekige zuilen met een kop, v. s. zoo genoemd omdat de Pelasgen Hermes zonder handen en voeten afbeeldden. Te Athene stonden op verschillende plaatsen in het midden van de stad en voor de huizen zulke hermen; binnenshuis vond men ze veelal als versiering aangebracht; in Italië werden zij vooral als grenspalen gebruikt. De kop stelde gewoonlijk Hermes voor, een dergelijke zuil met een kop van Athēna, Heracles e. a. noemde men Hermathena, Hermeracles, enz.Hermaeum promunturium,Ἑρμαία ἄκρα, naam van eenige kapen. 1) N.O. punt van het carthaagsche gebied, door de Rom.Mercurii prom.geheeten, thans kaap Bon.—2)N.O. punt van het eiland Lemnus.—3)kaap aan de europeesche zijde van den thracischen Bosporus (straat v. Constantinopel), waar Darīus een brug sloeg.—4)Ἑρμαῖος λόφος, heuvel op Ithaca, het eiland van Ulysses.Hermagoras,Ἑρμαγόρας, 1) grieksch rhetor uit de 2deeeuw, die door zijne stelselmatige behandeling der redekunst groot aanzien verwierf. Zijne leerlingen noemden zich Hermagorēi.—2)grieksch rhetor onder Augustus en Tiberius, leerling van Theodōrus van Gadara.Hermaphroditus,Ἑρμαφρόδιτος, zoon van Hermes en Aphrodīte. Als knaap baadde hij zich eens in een bron, en bekoorde door zijn schoonheid de bronnimf Salmacis zoozeer, dat zij hem om zijne liefde smeekte. Toen zij geen gehoor vond, bad zij dat hunne lichamen altijd tot één verbonden mochten worden, hare bede werd verhoord, en uit hunne vereeniging ontstond een tweeslachtig wezen half man, half vrouw.Hermarchus,Ἕρμαρχος, van Mytilēne, leerling van Epicūrus en diens opvolger als hoofd der school.Hermēas,Ἑρμείας, vriend van Aristoteles, had eenigen tijd de regeering over Atarneus, die hem in 345 door de Perzen ontnomen werd.Hermes,Ἑρμῆς, Ἑρμείας,Mercurius, zoon van Zeus en Maia, geboren op den berg Cyllēne (Κυλλήνιος), een god van alles, waarbij behendigheid, gevatheid en list te pas komen, en beschermer van allen, die in deze eigenschappen uitmunten. Reeds op den dag zijner geboorte stal hij 50 runderen van Apollo, en wist hij ze zoo behendig weg te leiden en te verbergen, dat Apollo ze nauwelijks vinden kon en de tusschenkomst van Zeus moest inroepen om ze terug te krijgen. Hij liet ze hem echter behouden in ruil voor de lier, die Hermes gemaakt had van de schaal eener schildpad, die hij op zijn eersten tocht had gevonden. Wegens zijne schranderheid maakte Zeus hem heraut der goden en zendt hij hem in menig geval uit om zijn wil ten uitvoer te brengen (Διάκτορος); in deze hoedanigheid geleidt hij ook de schimmen der afgestorvenen naar de onderwereld (Ψυχοπομπός, Ψυχαγωγός). Voor de menschen is hij een welwillend en zegenend god (Ἐριούνιος, Ἀκάκητα), gids bij moeielijke en gevaarlijke ondernemingen (Ἡγεμόνιος), vooral voor herauten en gezanten, god van den koophandel, waarbij men door verstand en overleg winst behaalt, om dezelfde reden trouwens ook van diefstal en bedrog; ieder onverwacht voordeel, bijv. als men op weg iets vindt, is een geschenk van hem (ἕρμαιον). Vele dingen, die het leven veraangenamen, hebben de menschen hem te danken (Χαριδότης), hij geeft rijkdom (Πλουτοδότης), vooral van vee (Νόμιος), en welbespraaktheid (Λόγιος,Facundus), hij is de uitvinder van de lier, veldfluit, letters, getallen, maten, gewichten, gymnastiek (Ἐναγώνιος), enz. Eindelijk zorgt hij, evenals Apollo, voor de veiligheid op straten en wegen (Ἐνόδιος); van geen god vond men zooveel beelden op den openbaren weg als van hem (z.Hermae).—Zijn eeredienst heeft zich van Arcadië uit reeds vroeg over geheel Griekenland verbreid. Men offerde hem den 4denvan elke maand zwijnen, lammeren, rammen, honig, wierook, enz. Hij wordt afgebeeld als een schoon en welgemaakt jong man met verstandige en vriendelijke gelaatstrekken; als bode van Zeus heeft hij soms vleugels aan de voeten (Alipes)en aan zijn breedgeranden reishoed (πέτασος), in de hand heeft hij dencaduceus, een tooverstaf, die hem door Apollo geschonken was en waarvan men later een herautsstaf maakte (Caducifer), of een geldbeurs, schildpad, harp, zwaard, enz.Hermesianax,Ἑρμησιάναξ, van Colophon, elegisch dichter ten tijde van Alexander d. G. Van een zijner werken is een moeilijk verstaanbaar fragment bewaard gebleven.Herminii, een geslacht, waarschijnlijk van etruscische afkomst. 1)T. Herminius Aquilinus, was met Horatius Cocles een der verdedigers van de Tiberbrug tegen de benden van Porsēna (508). In 506 was hij consul. Hij sneuvelde in 496 bij het meer Regillus.—2)Lar Herminius, consul in 448.Herminius mons,Ἑρμίνιον ὄρος, gebergte in Lusitania (Portugal), thans Sierra de la Estrella, tusschen den Durius (Duero) en den Tagus (Taag).Hermi(n)ones, algemeene naam voor de volksstammen van Midden-Germania, als: Cheruscers, Chatten, Hermunduren, Marcomannen, Quaden.Hermione,Ἑρμιόνη, dochter van Menelāus en Helena, was vóór den trojaanschen oorlog door haar vader, of gedurende dien oorlog door haar grootvader, aan Orestes verloofd; toen Menelaus echter terugkwam, huwde hij haar aan Neoptolemus uit, volgens eene belofte, die hij dezen voor Troje gedaan had. Daardoor ontstond een twist tusschen Orestes en Neoptolemus, waarbij deze door Orestes, of op diens aandrijven door de Delphiërs, gedood werd. Bij Orestes werd zij daarna moeder van Tisamenus.Hermione,Ἑρμιόνη, stad der Dryopes aan de Z. O. kust van Argolis.Hermippus,Ἕρμιππος, 1) dichter der oude comedie, die in zijne stukken vooral Pericles, Aspasia en Hyperbolus aanviel. Ook parodieën en iamben van hem worden vermeld.—2)van Smyrna, leerling van Callimachus no. 3, beschreef de levens van de zeven wijzen en latere wijsgeeren.—3)van Berȳtus, grammaticus ten tijde van Traiānus en Hadriānus.Hermocopidae,Ἑρμοκοπίδαι, personen, beschuldigd van het verminken der Hermen te Athene. Z.Alcibiades.Bronzen Hermesbeeld van Herculaneum.Bronzen Hermesbeeld van Herculaneum.Hermocrates,Ἑρμοκράτης, staatsman en veldheer te Syracuse, leidde onder groote tegenwerking van de democratische partij de verdediging van de stad tegen de Atheners (414). Later onderscheidde hij zich als aanvoerder van de sicilische vloot, die de Spartanen in den peloponnesischen oorlog ondersteunde. In 410 werd hij als aristocraat verbannen; daarop wist hij door ondernemingen tegen de Carthagers de gunst van het volk te winnen en eene omwenteling te bewerken. Hij werd echter niet teruggeroepen, en toen hij nu beproefde met geweld terug te keeren, werd hij in een gevecht gedood (407). Hij was de schoonvader van den ouden Dionysius, wiens vader eveneens Herm. heette.Hermodōrus,Ἑρμόδωρος, 1) van Ephesus, door zijne medeburgers verbannen, hielp te Rome, naar men verhaalde, de tienmannen bij het samenstellen der twaalf tafelen.—2)van Salamis, bouwmeester te Rome omstreeks 140.Hermogenes,Ἑρμογένης, 1)Tigellius Herm., toonkunstenaar ten tijde van Augustus, naar het schijnt een vijand van Horatius.—2)van Tarsus, trad reeds op zijn 15dejaar (omstreeks 170 na C.) als rhetor te Rome op en werd algemeen bewonderd, na 10 jaar verloor hij zijne geestvermogens; hij stierf op hoogen leeftijd. Van zijne geschriften over de redekunst, die bij lateren veel gezag hadden, zijn eenige bewaard gebleven.Hermolāus,Ἑρμόλαος, page van Alexander d. G., aanhanger van Callisthenes no. 1. Door Alex. beleedigd, smeedde hij een aanslag tegen diens leven, die echter ontdekt werd, waarna hij met zijne medeplichtigen gesteenigd werd.Hermon,Ἕρμων, gebergte aan de N.-grens van Palaestina, een zuidwestelijke uitlooper van den Antilibanon.Hermopolis,Ἑρμοῦ πόλις, naam van twee aegyptische steden: 1)H. maior, in Midden-Aegypte, aan den Nijl, waar de tol geheven werd van de uit Thebaïs afkomende schepen.—2)H. minor, in de Delta aan den Canobischen Nijlarm.Hermotīmus,Ἑρμότιμος, van Clazomenae, had het vermogen met zijn geest in verre landen rond te zwerven, terwijl zijn lichaamin diepen slaap achterbleef. Bij zulk eene gelegenheid werd zijn lichaam door zijne vijanden verbrand, zoodat de ziel niet er in terug kon keeren. Zijne stadgenooten richtten hem een tempel op.Hermundūri,Ἑρμουνδοῦροι, suevische volksstam in Midden-Germania, waarvan de naam nog voortleeft in den naam Thuringen. In den tijd van Tacitus waren ze met de Romeinen bevriend. Tot aan den raetischen limes wonende (ten Westen van de Marcomannen), mochten ze vrij de grens passeeren, en in Augusta Vindelicorum (Augsburg) handeldrijven. Sedert den Marcomannenoorlog worden ze niet meer genoemd, en verdwijnen zij onder den algemeenen naam Suēvi.Hermus,Ἕρμος, rivier, die op den mons Dindymus in Phrygia ontspringt, in allerlei bochten door de phrygische vlakte en vervolgens door Lydia loopt en zich ten laatste ten N. van Smyrna in de Hermaeische golf stort. Een zijriviertje hiervan is de Pactōlus.Hernici,Ἑρνικοί, klein sabijnsch volk met de hoofdstad Anagnia, dat zich in 486 bij de Latijnen aansloot en sedert dezen tijd tot Latium werd gerekend. V. a. dateert dit verbond eerst uit de 4deeeuw. Zij traden toen tevens tot het rom.-latijnsche verbond toe. Toen dit verbond uiteenspatte, werden de Hernici na herhaalde oorlogen eindelijk in 306 geheel tot onderwerping gebracht. ZieAnagnia.Hero,Ἡρώ, z.Leander.Hero,Ἥρων, van Alexandrië, uit de 2dehelft der 2deeeuw, beroemd wiskundige, de grootste natuurkundige der oudheid, leerling van Ctesibius; van zijne werken zijn sommige bewaard gebleven, andere alleen in een arabische vertaling.Herōdes,Ἡρώδης, bijgenaamd de Groote, een Idumaeër van geboorte, werd in 37 door M. Antonius tot koning van Judaea aangesteld. Om zijne macht te bevestigen, huwde hij eene afstammeling der Makkabaeën, Mariamne, die om hare schoonheid bekend was. Met rom. hulp weerde hij de Syriërs af, nam Jerusalem in, dat hij verfraaide, en waar hij den tempel liet afbreken en veel schooner en grooter herbouwen, maar bleef toch bij de Joden als Edomiet en overweldiger gehaat. Hij beging ongehoorde wreedheden, zooals den bethlehemschen kindermoord, de uitroeiing der Makkabaeën; ook zijne vrouw en twee zijner zonen liet hij ombrengen. Hij stierf in het jaar na Christus’ geboorte (v. a. echter 4 v. C.) en liet drie zoons na, die ieder van Augustus een stuk van huns vaders gebied kregen. De oudste,Archelāus, werd ethnarch van Judaea, Samaria en Idumaea; doch reeds 6 na C. werd hij door den keizer afgezet en verbannen, en zijn land onder een procurator bij de provincie Syria ingedeeld. De tweede zoon,Herodes Antipas, kreeg Galilaea en Peraea als tetrarch, en werd in 39 na C. door Caligula verbannen. Hij was het, die Johannes den Dooper aan de wraak zijner gemalin opofferde. Om zijn slimheid wordt hij door Jezusde vosgenoemd (Lucas 13, 32). De derde,Philippus, werd tetrarch van de overjordaansche gewesten Trachonītis, Auranītis, Batanaea, Graulonītis en Ituraea, en bleef dit tot aan zijn dood, 34 na C.Herōdes Agrippa I, kleinzoon van Herodes den Gr., was te Rome opgevoed en behoorde tot de vrienden van Caligula. In 38 n. C. werd hij door dezen over een gedeelte van Palaestina aangesteld. Keizer Claudius voegde er in 41 het overige bij. Agrippa stierf in 44 te Caesarēa, door zijne onderdanen zeer betreurd.—Zijn zoon,Herodes Agrippa II, werd later tetrarch van een gedeelte van Palaestina. De Joden verdreven hem; hij nam deel aan het beleg van Jerusalem door Titus, en hield zich vervolgens te Rome op, waar hij in 100 stierf.Herodes Atticus(Tib. Claudius). ZieAtticus Herodes.Herodiānus,Ἡρωδιανός, 1)Aelius Her., van Alexandrië, zoon van Apollonius Dyscolus, kwam onder M. Aurelius naar Rome en werd rom. burger. Van zijne talrijke werken over grieksche taalstudie, die langen tijd zeer groot gezag hadden, is slechts een enkel weinig belangrijk fragment over; bizonder uitvoerig behandelde hij de prosodie, de accentenleer, enz.—2)grieksch geschiedschrijver in de 3deeeuw na C., die een niet onbelangrijke geschiedenis van zijn tijd, van den dood van M. Aurelius tot het begin der regeering van Gordianus III, heeft nagelaten. Hij leefde meestal te Rome in ondergeschikte betrekkingen.Herodicus,Ἡρόδικος, 1) van Selymbria, leerling van Hippocrates, omstreeks 420, schreef als geneeskundige over gezondheidsleer en heilgymnastiek.—2)van Leontīni, broeder van Gorgias.—3)Babyloniër, grammaticus van de pergameensche school, leerling van Crates.Herodōrus,Ἡρόδωρος, van Heraclēa, logograaf omstreeks 400, verzamelde de mythen betreffende Heracles, de Argonauten, e.a.Herodotus,Ἡρόδοτος, 1) geb. omstreeks 484 te Halicarnassus, zoon van Lyxes, werd reeds vroeg door den tyran Lygdamis genoodzaakt zijn vaderstad te verlaten; hij begaf zich naar Samus, van waar hij eerst terugkeerde om bij het verdrijven van den tyran behulpzaam te zijn; hij was echter bij zijne medeburgers niet bemind, en ging na eenigen tijd te Athene verblijf gehouden te hebben, waar hij veel met Pericles en Sophocles omging, zich in 444 te Thurii vestigen, dat toen juist door de Atheners op de plaats van het oude Sybaris gesticht was; hier stierf hij omstreeks 424. De door Her. nagelaten geschiedenis in 9 boeken, waaraan de alexandrijnsche geleerden de namen der Muzen gegeven hebben, munt zoozeer uit boven de werken zijner voorgangers op dit gebied, dat men hem niet zonder reden den vader der geschiedenis genoemd heeft. Hij is de eerste, die zich niet tevreden stelt met het bijeenzoeken en te boek stellen der overlevering, maar ook de geloofwaardigheid er van onderzoekt en kritiek uitoefent, wanneer hem ditalthans niet onmogelijk wordt gemaakt door zijne onbekendheid met de talen van de volken, die hij bezocht, of door zijn blind geloof aan de mededeelingen van priesters, door wie hij zich bij voorkeur laat inlichten. Hij onderscheidt zich vooral daardoor van de logografen, dat hij zich van het begin af schijnt voorgesteld te hebben een omvangrijk werk te schrijven, waarin wel bij gelegenheid het wetenswaardige uit de geschiedenis van vele landen en volken wordt ingevlochten, maar dat ten slotte toch één hoofdonderwerp heeft: den eeuwenouden strijd tusschen Grieken en barbaren, die in de perzische oorlogen tot eene beslissing komt. Naar dit plan loopt zijn verhaal geregeld voort van de troonsbestijging van Gyges tot de inneming van Sestus na den slag bij Mycale, en, hoe talrijke en soms omvangrijke episoden en uitweidingen ook den draad er van schijnen af te breken, altijd keert hij weder tot zijn onderwerp terug en overal blijft hij belangrijk en onderhoudend. Als bronnen voor zijn werk heeft hij ongetwijfeld oudere epische dichters en logografen geraadpleegd, voornamelijk echter bevat zijn werk dat, wat hij op zijne verre reizen zelf gezien en vernomen heeft, want Her. heeft bijna alle in zijn tijd voor Grieken toegankelijke landen bezocht: Klein-Azië, het O. tot Babylon, de kusten der Zwarte zee, Aegypte, Griekenland, Beneden-Italië en vele eilanden, overal nasporingen gedaan, gedenkteekenen van oude tijden onderzocht, enz. Aan zijn werk arbeidde hij met lange tusschenpoozen gedurende zijn geheele leven, waarschijnlijk heeft hij er niet de laatste hand aan gelegd en is het niet bij zijn leven uitgegeven; wel hield hij nu en dan, bij feestelijke vergaderingen, te Olympia, Athene, Thebe en Corinthe, onder grooten bijval voorlezingen van enkele gedeelten. Hoewel in eene dorische stad geboren, schreef Her., in navolging van epici en logografen, in het ionisch dialect, dat trouwens te Halicarnassus ook gesproken werd; zijn eenvoudige, verhalende stijl weerspiegelt als het ware zijn waarheidsliefde en onpartijdigheid, die soms in twijfel getrokken zijn, maar bij ieder nieuw onderzoek meer boven bedenking verheven blijken.—2)van Thebe, overwinnaar in de isthmische spelen.—3)beeldhouwer, tijdgenoot van Praxiteles.—4)van Tarsus, leermeester van Sextus Empiricus.—5)beroemd geneesheer, die ten tijde van Hadriānus te Rome leefde.Heroöpolis,Ἡρώων πόλις, stad in Aegypte aan het kanaal van Traiānus (zieAugustamnica), eene voorname stapelplaats voor den karavaanhandel en de zetel van den Typhondienst. Naar deze stad droeg de N.W. inham der Arabische golf den naam vansinus Heroöpoliticus.Herophilus,Ἡρόφιλος, van Chalcēdon, beroemd geneesheer te Alexandrië ten tijde van en na Alexander d. G., groot ontleedkundige, de grondlegger der empirische school, die door eenige van zijne zeer talrijke leerlingen gesticht werd.Heros,Ἥρως, was de naam, dien de Grieken gaven aan personen uit oude tijden, die door hun moed, deugd en verstand als grondleggers en verbreiders der beschaving beschouwd kunnen worden en wier groote daden tot zegen der menschheid hadden gestrekt. Zij worden kinderen der goden (διογενεῖς) genoemd, maar zijn evenals de menschen sterfelijk, hoewel zij door hunne buitengewone eigenschappen ver boven gewone menschen verheven zijn. Van lateren oorsprong is het geloof, dat zij na hun dood niet naar de onderwereld afdalen, maar als halfgoden op de eilanden der gelukzaligen een beter leven blijven leiden. Daarbij kwam dan de voorstelling, dat zij belang bleven stellen in dat, waaraan zij hun leven gewijd hadden, en dat zij door hun voorspraak bij de goden trachtten te bewerken, dat hun werk ook na hun dood vruchten bleef dragen. Daarom was het raadzaam, zich van hunne welwillendheid te verzekeren, en daarom genoten zeer vele heroën op bepaalde plaatsen of van wege bepaalde personen goddelijke eer; zoo vereerde bijna iedere stad haar stichter als heros; zelden gebeurde het echter dat de vereering van een heros algemeen werd. Men bouwde hun ter eere tempels en altaren; de offers, die men hun bracht, verschilden echter veel van de offers voor de goden en waren in hoofdzaak niets anders dan doodenoffers. Het woord wordt ook als eerenaam gebruikt voor personen, die in een of ander opzicht uitmunten.Herostratus,Ἡρόστρατος, van Ephesus, stak den tempel van Artemis te Ephesus in brand, ten einde zijn naam onsterfelijk te maken. Hij werd met den dood gestraft, maar het besluit der ionische steden, dat zijn naam niet genoemd zou mogen worden, bleef natuurlijk zonder gevolg. Denzelfden nacht, waarin Her. zijne misdaad pleegde, werd Alexander d. G. geboren.Herse,Ἕρση, dochter van Cecrops, bij Hermes moeder van Cephalus, z.Agraulus.Hersilia, gemalin van Romulus, na haar dood onder den naam Hora Quirīni als godin vereerd.HeruliofEruli,Ἕρουλοι, ofἜρ., een germaansche nomadenstam. Zij waren uitmuntende krijgslieden en leverden huurtroepen, nu eens aan andere Germanen, dan weder aan de Rom. Zoo vindt men ze bij de Gothen in de derde eeuw na C.; ze woonden toen, en ook in de vierde eeuw aan de Zuidkust van de Maeōtis, in het N. van de Krim, waar vroeger Scythen gewoond hadden, en later in Italië, waar hun aanvoerder Odoācer in 476 het westrom. rijk vernietigde.Hesiodus,Ἡσίοδος, geb. te Ascra, waarheen zijn vader uit het aeolische Cyme verhuisd was, werd door zijn broeder Perses met behulp van omgekochte rechters van zijn erfdeel beroofd, waarom hij zijn vaderland verliet en zich waarschijnlijk te Naupactus vestigde; v.s. werd hij vermoord en werd zijn lichaam naar Orchomenus in Boeotië overgebracht. Door zijneἚργα καὶ Ἡμέραι, een werk, waarvan het begin tegen zijn broeder gericht is, en dat verder lessen bevat overlandbouw, scheepvaart, enz., werd hij de schepper van het didactische epos. Onder de andere werken, die te recht of ten onrechte aan Hes. worden toegeschreven, is het voornaamste deΘεογονία, eene eerste poging om eenigen samenhang te brengen in de verwarde verhalen omtrent de familiebetrekkingen der goden. Hes. leefde in de 8steeeuw.Hesione,Ἡσιόνη, z.LaomedonenTelamon.Hesperia,Ἑσπερία, het avondland, het Westland, bij de Grieken een naam voor Italia, bij de Rom. voor Hispania. Ter onderscheiding wordt dit laatste ook welHesperia ultimageheeten.Hesperides,Ἑσπερίδες, 3, 4 of 7 dochters van Nyx en Erebus of van Atlas en Hesperis, bewaakten met behulp van den draak Ladon in een tuin in het verre Westen de gouden appelen, die Gaea aan Hera als bruiloftsgeschenk gegeven had. De drie appelen, die Heracles op bevel van Eurystheus gehaald had, werden door Athēna bij de Hesp. teruggebracht.HesperidesofHesperis, stad in Cyrenaïca, zieBereniceno. 2.Hesperidum insulaeaan de kust van Afrika, buiten de straat van Gibraltar. Sommige schrijvers bedoelen hiermede de Fortunatorum insulae (de Canarische eilanden), anderen de Kaap-Verdische eilanden.Hesperium promunturium,Ἑσπέριον κέρας, voorgebergte aan de Westkust van Afrika, tgw. kaap Verde, zieHesperidum insulae.Hesperus,Ἕσπερος,Vesper, zoon van Astraeus of Cephalus en Eos, of van Atlas, werd, toen hij op den berg Atlas astronomische waarnemingen deed, van de aarde weggenomen en als avondster aan den hemel geplaatst. Hij was de vader van Hesperis en dus de grootvader der Hesperiden.Hestia,Ἑστία, Ἱστίη,Vesta, dochter van Cronus en Rhea, godin van den huiselijken haard. Poseidon en Apollo hadden om hare hand gedongen, maar zij had gezworen eeuwig maagd te blijven, en had daarvoor van Zeus de gunst verworven, dat zij aan ieder offer aandeel zou hebben, in ieder huis als beschermende godin vereerd zou worden. De haard, het middelpunt van het huiselijk leven, en volgens oud gebruik het altaar der familie, was haar heiligdom, waar de huisvader haar bij iedere gewichtige gebeurtenis offers bracht. Voor zoo heilig werd deze plaats gehouden, dat smeekelingen en vervolgden daar een veilige wijkplaats vonden, en dat men zwoer bij Zeus, de gastvrije tafel en den huiselijken haard; vandaar dat smeekelingen en de heiligheid van den eed onder bescherming van Zeus en Hestia stonden. De staat, als een groot huisgezin beschouwd, had ook zijn gemeenschappelijken haard in het prytanēum waar ter eere der godin (Πρυτανῖτις) een eeuwig vuur onderhouden werd; bij het uitzenden van volkplantingen wordt van dit vuur medegegeven, om daarmede het vuur op haar altaar in de nieuwe stad te ontsteken.—Eigen tempels had zij weinig, maar in vele tempels van andere goden had zij een afzonderlijk altaar, bovendien werden haar bij het begin en het einde van ieder bizonder plechtig offermaal plengoffers gebracht. Men offerde haar eerstelingen der vruchten, jonge koeien, enz. Zij wordt afgebeeld met ernstige en waardige gelaatstrekken, in een eenvoudig sluitend kleed.Hestia, Museum Torlonia te Rome.Hestia, Museum Torlonia te Rome.Hestiaea,Ἑστίαια, later Oreüs, z. a.Hestiaeōtis,Ἑστιαιῶτις, 1) het gebied der euboeïsche stad Hestiaea.—2)landschap in het N.W. van Thessalia.Hesychius,Ἡσύχιος, van Alexandrië, schrijver van een belangrijk grieksch woordenboek, leefde waarschijnlijk op het einde der 6deeeuw n. C.Ἑταῖραι, eigl. vriendinnen, in het bizonder publieke vrouwen. Door haar vrijeren omgang met mannen bereikten zij dikwijls een trap van geestbeschaving, waarop andere vrouwen zich op verre na niet plaatsen konden; te Athene wisten zij dikwijls ook de voortreffelijkste mannen te boeien. In sommige steden, bijv. te Corinthe, waren zij alsἱερόδουλοι, aan den tempel van Aphrodīte verbonden, en kwam de opbrengst van haar bedrijf ten bate van dien tempel. Aphrodite zelve had te Athene, Ephesus, enz., den bijnaam vanἙταίρα.Ἑταιρίαι, politieke clubs, te Athene en ook wel in andere democratische staten vereenigingen van oligarchen, waarvan de ledenelkander onderling beschermden tegen onderdrukking van de regeerende partij en in processen en bij verkiezingen bijstonden, en die, wanneer de kans schoon scheen, ook medewerkten tot omverwerping der democratie. In aristocratisch geregeerde staten bestonden waarschijnlijk ook dergelijke clubs van vijanden der bestaande staatsinrichting.Ἕταιροι, naam van de zware ruiterij in het macedonische leger. Zij stonden op den rechtervleugel, en bij de veldslagen van Alexander d. G. beginnen zij in den regel het gevecht.Hetruria=Etruria.HiarbasofIarbas,Ἰάρβας, 1) zoon van Jupiter Ammon en eene garamantische (= lībysche) nymf, koning der Gaetuliërs, van wien Dido een stuk land kocht tot den bouw van Carthago, en die vruchteloos naar hare hand dong.—2)koning van Numidia. In den burgeroorlog van Marius en Sulla koos hij de partij van Marius, doch werd door Pompeius tot de overgave genoodzaakt en ter dood gebracht (81).Hibernia, ookIuverna, Iverna, Ivernia, Iërnagenoemd,Ἰουερνία, Ἰέρνη, thans Ierland. De Romeinen kenden het bij name, doch hebben er nimmer vasten voet trachten te krijgen.Hibērus, zieIberus.Hicetas,Ἱκέτας, 1) tyran van Leontīni, door de Syracusanen te hulp geroepen tegen den jongen Dionysius; toen men echter merkte dat hij zich van de stad trachtte meester te maken, vroeg men de Corinthiërs om hulp; hij werd door Timoleon tweemaal verslagen, eindelijk gevangen genomen en ter dood gebracht (339).—2)tyran van Syracuse, opvolger van Agathocles, na eene regeering van negen jaar verdreven (278).—3)van Syracuse, pythagoreïsch wijsgeer, leerde v.s. het eerst de beweging der aarde om hare as.Hiëmpsal,Ἰάμψας, 1) zoon van den numidischen koning Micipsa en neef van Jugurtha. Terstond na zijns vaders dood (118) geraakte hij met Jugurtha in twist en werd door dezen uit den weg geruimd, in 116.—2)numidische prins, door Hiarbas verdreven, maar door Pompeius hersteld.Hiera,Ἱερά, 1) een der Liparische eilanden, ook Thermessa genaamd, ten N. van Sicilia.—2)een der Aegatische eilanden, ten W. van Sicilia.—3)eilandje in de zee tusschen Thera en Therasia, door een uitbarsting ontstaan, in 197 of in 66.Hierapolis,Ἱεράπολις, stad in Phrygia nabij de grenzen van Caria, niet ver van den Maeander, met een tempel van Cybele. Ook eene stad in Syria, W.-waarts van den Euphraat, vroeger Bambyce geheeten, zetel van den eeredienst der godin Atargatis (Derceto, z. a.).Hierapytna,Ἱεράπυτνα, grieksche stad aan de Z.-kust van Creta, in 140 gesticht in het gebied der Eteocrētes.Hiericus,Ἱεριχοῦς, Jericho = palmstad, sterke stad van Palaestina, ten N.O. van Jerusalem. In den omtrek groeide de beroemde balsemstruik, uit welks bast door insnijdingen de balsem werd verkregen. De weg van Jericho naar Jerusalem liep door eene wildernis, die om haar onveiligheid berucht was.Hiero,Ἱέρων, 1) oudste broeder van Gelo, regeerde tijdens diens leven over Gela en volgde hem, hoewel hij volgens G.’s testament gedurende de minderjarigheid van diens zoon het regentschap zou bekleeden, als tyran van Syracuse op (478). In het begin had hij met veel tegenstand, zelfs van den kant van zijn broeder Polyzēlus, te kampen, en kwam het zelfs tot een oorlog met Agrigentum; de twisten werden echter door het verstandig gedrag van H. weldra bijgelegd en hij wist zich in de regeering te handhaven. Hij onderwierp Naxus en Catana, versloeg als bondgenoot der Cumaeërs de Etruriërs ter zee (474), en verjoeg den wreeden tyran Thrasydaeus uit Agrigentum (473). Hij wordt hoog geroemd als beschermer van kunsten en letteren, Aeschylus, Simonides, Bacchylides leefden langen tijd aan zijn hof. Hij stierf in 467 in de door hem gestichte stad Aetna.—2)Syracusaan van koninklijke afkomst, dapper en bekwaam legeraanvoerder, werd in 270, toen te Syracūsae een democratische opstand uitbrak, door het leger tot veldheer gekozen, kwam door de hulp der aristocratische partij in de stad, dempte den opstand, wist zich van de muitende huurtroepen te ontslaan en een nieuw leger te vormen, waarmede hij de Mamertijnen bij Mylae versloeg. Daarop werd hij tot koning uitgeroepen (264) en poogde hij de macht van Syracusae te herstellen; inderdaad bereikte de stad door zijne wijze regeering zekere mate van welvaart, maar in de oorlogen tusschen de Romeinen en Carthagers kon hij niet onzijdig blijven. Aanvankelijk koos hij de partij der Carthagers, maar reeds na een jaar ging hij na de overwinning van App. Claudius tot de Rom.over, verplichtte zich schatting te betalen, stond een deel van zijn gebied af en regeerde over het overige onder romeinsche bescherming; hij bleef de getrouwe bondgenoot der Romeinen tot zijn dood (215).—3)beroemd vazenfabrikant in Athene, uit het begin van de 5deeeuw.Hierocles,Ἱεροκλῆς, beroemd rhetor van Alabanda, wiens voordrachten Cicero hoorde.Ἱερόδουλοι, ἄνδρες(γυναῖκες, παρθένοι)ἱεροί(-ραί), tempeldienaars van minderen rang, die bij het brengen van offers, den priester bijstonden, den tempel onderhielden, enz. Z. ookἙταῖραι.Ἱεροκήρυξ, z.Eleusinia.Ἱερομηνία, heilige maand, schorsing van alle openbare bezigheden wegens een godsdienstig feest. In weerwil van den naam duurde deἱερομηνία, gewoonlijk slechts eenige dagen, een maand alleen bij de groote nationale feesten; in het laatste geval was er ook een algemeene schorsing van vijandelijkheden (ἐκεχειρία) mede verbonden.Ἱερομνήμονες, z.Amphictyones.Ἱερὸν ὄρος,Mons Sacer, berg in Thracië, aan de Propontis, dicht bij de Chersonēsus Thracica. Hierop lag een versterking.Hieronica (lex) frumentaria, de door Hiero II van Syracūsae vastgestelde verordening voor de verpachting der korentienden, enz., die door de Rom. was in stand gehouden.Hieronymus,Ἱερώνυμος, 1) treurspel- en dithyrambendichter, tijdgenoot van Aristophanes, die hem om zijn hoogdravenden stijl bespot.—2)van Rhodus, peripatetisch wijsgeer, leerling van Aristoteles, schrijver van verscheiden philosophische en geschiedkundige werken.—3)van Cardia, diende onder Alexander d. G., werd na diens dood in de oorlogen tusschen zijne opvolgers door Antigonus gevangen genomen, en bekleedde sedert onder dezen en onder zijn opvolgers tot in hoogen ouderdom burgerlijke en militaire betrekkingen. Hij schreef eene belangrijke geschiedenis van zijn tijd.—4)van Syracuse, kleinzoon en opvolger van Hiero (no. 2), koos in den tweeden punischen oorlog de zijde der Carthagers. Wegens zijne wreedheid en verkwisting gehaat, werd hij na 13 maanden geregeerd te hebben vermoord.—5)van Stridon, de kerkvader (348–420 n. C.), leefde sedert 386 in een klooster te Bethlehem, vertaalde den bijbel en de kroniek van Eusebius (z.a.), en schreef een werkDe viris illustribus, dat uitsluitend Christenen behandelt.Ἱεροφάντης, de voornaamste priester bij de eleusinische mysteriën; de waardigheid was erfelijk in het geslacht der Eumolpiden.Hierosolȳma(plur.),τὰ Ἱεροσόλυμα, Jerusalem, hebr. Jerûsjalajim, vroeger Jebus, door David op de Jebusieten veroverd en tot hoofdstad verheven. Na Salomo bleef J. de hoofdstad van het rijk van Juda tot aan de verovering en verwoesting door Nebukadnezar (586). Na den terugkeer der Joden uit de babylonische ballingschap (537) werd de stad herbouwd. In 70 na C. werd zij door Titus geheel verwoest. In 130 legde Hadriānus er eene rom. kolonie aan,Aelia Capitolina. De stad van David bepaalde zich tot den heuvelSion(burg) en den bergMoryah, waarop Salomo zijn tempel bouwde.Omstreeks700 werd de heuvelOphelmet het Kaasmakersdal ofTyropoëonbinnen den muur getrokken, benevens de N.-waarts van Sion gelegen stadswijkAcra. Herōdes Agrippa ommuurde ook de zoogenaamde nieuwe stad,Bezetha. Ten N. en O. lag het dal van Josaphat met de beek Kedron, en aan de overzijde de Olijfberg (mons Olivēti).Hilaīra,Ἱλάειρα, eene van de dochters van Leucippus, z.Apharetidae.Hilarotragoedia, z.Rhinthon.Hilleviones, naam, dien de ouden aan de bewoners van Scandia of Scandinavië gaven. Het zijn Germanen. ZieScandia.Ἱμάτιον, z.Pallium.Himella, beek in het sabijnsche land, in den Avens uitloopende.Himera,Ἱμέρα, naam van eene stad op de N.-Kust van Sicilia en van twee rivieren, waarvan de eene noordwaarts stroomt en bij de gelijknamige stad in zee valt, en de andere, zuidwaarts stroomende, de grensscheiding vormde tusschen het gebied van Gela en dat van Agrigentum. Dat zij denzelfden naam dragen, komt hiervandaan, dat men oudtijds in de dwaling verkeerde, dat beide rivieren uit dezelfde bron ontsprongen.—De stad Himera was eene volkplanting van Zancle (Messina). In het begin der vijfde eeuw heerschte in H. zekere Terillus. Door Thero, tyran van Agrigentum verdreven, wendde hij zich om hulp tot de Carthagers, die een leger onder Hamilcar zonden. Toen had in 480 de verschrikkelijke slag aan de Himera plaats, waarin Hamilcar sneuvelde en Thero, met Gelo van Syracusae vereenigd, het carthaagsche leger vernietigde. Later gelukte het den Himeraeërs, met behulp van Hiero van Syracūsae, zich van Agrigentum vrij te maken. In 409 evenwel landde een carthaagsch leger van 100.000 man onder Hamilcars kleinzonen Hannibal en Himilco op Sicilia. Selīnus viel, vervolgens Himera, daarna Agrigentum. Op de plek, waar Hamilcar gesneuveld was, werden 3000 gevangenen als zoenoffer geslacht. Himera werd met den grond gelijk gemaakt en aan de overzijde der rivier eene nieuwe stad Thermae,τὰ Θερμά, gesticht. De badplaats zelf heet gewoonlijkΘερμαὶ αἱ Ἱμεραῖαι, de inwonersΘερμῖται, Thermitani. Te Himera was de lierdichter Stesichorus (± 600) geboren; Thermae was de geboortestad van den tyran Agathocles.Himerius,Ἱμέριος, van Prusa (315–386 n. C.), Grieksch rhetor en sophist, deed verscheiden reizen en vestigde zich te Athene, vanwaar Iuliānus hem naar Antiochië liet komen en hem tot zijn secretaris aanstelde. 24 redevoeringen van hem zijn bewaard gebleven.Himilco,Ἱμίλκων, naam van een carthaagsch zeevaarder, die (± 550) een tocht langs de Westkust van Europa, tot aan de tineilanden (Cassiterides insulae) ondernam. Hij wordt als bron vermeld bij Aviēnus (z.a.). Ook werd deze naam door verschillende carthaagsche veldheeren in de sicilische en punische oorlogen gedragen.Ἵππαρχος, bevelhebber der ruiterij. Te Athene was de ruiterij over de beide vleugels van het leger verdeeld, en waren er dus twee hipparchen, die jaarlijks bij stemming verkozen werden; bovendien was er een hipparch voor Lemnus. In het achaeisch en aetolisch verbond waren zij na de strategen de voornaamste ambtenaars.Hipparchus,Ἵππαρχος, 1) zoon van Pisistratus, had onder de regeering van zijn broeder Hippias veel invloed, dien hij vooral ten gunste van dichters en letterkundigen aanwendde; hij werd in 514 vermoord (z.Harmodius).—2)dichter der nieuwe attische comedie.—3)van Nicaea in Bithynië, werkte 160–120 te Rhodus en Alexandrië, maar ook in zijn vaderstad als wis- en sterrenkundige, en verwierf zeer grooten roem door de nauwkeurigheid zijner waarnemingen en berekeningen en door zijne ongeloofelijke werkzaamheid. Hij is de eerste Griek, die de trigonometrie beoefend heeft. Van zijne geschriften is er nogéén op sterrenkundig gebied over. Zijne aardrijkskundige werken (πρὸς Ἐρατοσθένην) worden vaak door Strabo geciteerd.Hipparīnus,Ἱππαρῖνος, 1) vader van Dio.—2)zoon van den ouden Dionysius, na Dio’s dood tyran van Syracuse (353–350).Hipparis,Ἵππαρις, rivier die door het moeras van Camarīna, op de Z.kust van Sicilia, stroomde.Hippemolgi,Ἱππημολγοί, een scythische nomadenstam in het N., wier voedsel hoofdzakelijk uit paardenmelk bestond.Ἱππῆς, atheensche burgers uit de tweede der vier door Solon ingestelde phylen, met een eigendom, dat 300–500 medimnen of metreten kon opleveren; zij waren verplicht een strijdros te onderhouden en voornamelijk deze klasse leverde ruiters voor het leger; daar de ruiterij ten tijde van Solon echter niet meer dan 100, en nooit meer dan 1200 man sterk was, dienden de meeste burgers ook uit deze klasse als hoplieten. Ook de spartaanscheἱππῆς, eene koninklijke lijfwacht van 300 man, streden te voet, eerst in den peloponnesischen oorlog werd een werkelijk ruitercorps opgericht. Bij de Grieksche wijze van oorlogvoeren, was de beteekenis der ruiterij gering. Antieke ruiterij is niet in staat een charge uit te voeren. De ruiterij rijdt dus op den vijand in, en, dichtbij gekomen, tracht ieder ruiter afzonderlijk den vijand schade toe te brengen. Daar echter de stijgbeugel nog niet uitgevonden was, was de ruiter niet in staat, met zijn lans krachtige stooten toe te brengen; de lans werd dus meestal gebruikt om te werpen.Hippias,Ἱππίας, 1) zoon en opvolger van Pisistratus (528). Hij regeerde verstandig en gematigd, verminderde de belastingen, en begunstigde dichtkunst en letterkundige studiën. Na den dood van Hipparchus begon hij, niet gerust over de toekomst, strenger te regeeren en maakte hij zich soms aan gewelddadige handelingen schuldig. Inderdaad kregen kort daarna, terwijl hij bezig was Munychia te versterken, de Spartanen van het delphische orakel het bevel, Athene te bevrijden (z.Alcmaeonidae). Een eersten aanval sloeg H. met behulp van thessalische ruiterij af, maar toen bij een tweeden tocht zijne kinderen in handen vielen van Cleomenes I, die het spartaansche leger aanvoerde, zag hij zich genoodzaakt Attica te verlaten (510). Hij begaf zich naar Sigēum. Hij gaf echter de hoop niet op eens terug te keeren, en knoopte daartoe betrekkingen aan met de Lacedaemoniërs en later met Darius Hystaspis; hij volgde de Perzen naar Attica en stierf in of kort na den slag bij Marathon.—2)van Elis, tijdgenoot van Socrates, sophist van zeer uitgebreide kennis, die te Athene en in andere grieksche steden openbare voordrachten hield, waarin hij de geldigheid van conventie en geschreven recht betwistte, en aandrong op zoo sterk mogelijke ontwikkeling van ieders individualiteit. In de twee werken van Plato, die zijn naam dragen, wordt hij als ijdel en oppervlakkig ten toon gesteld.Hippius, Hippia,Ἵππιος, Ἱππία, bijnaam van Poseidon, Athēna, Hera e. a. goden en godinnen.Hippo,Ἱππών, 1)Hippo Regius,βασιλικός, thans Bona, op de numidische kust aan de golf van Hippo, later rom. kolonie, met ijzermijnen in den omtrek. In 430 n. C. werd de stad door de Vandalen verwoest.—2)Hippo Diarrhytus,διάρρυτος, in dat gedeelte van het carthaagsche gebied, dat Zeugitāna heette.—3)stad der Carpetāni in Tarraconensis, ten O. van Tolētum.—4)HippoofHipponium, als rom. kolonie Vibo Valentia geheeten, z.a.Hippocentauri,Ἱπποκένταυροι, z.Centauri.Hippocles,Ἱπποκλῆς, zoon van Menippus, atheensch strateeg, trachtte in 412 te vergeefs de peloponnesische schepen te nemen, die van Sicilië terug kwamen. Een van de tien mannen, die tusschen de afzetting van de 30 en het herstel der democratie te Athene de regeering in handen hadden, draagt denzelfden naam; of het dezelfde persoon is, is onzeker.Hippocoon,Ἱπποκόων, 1) zoon van Oebalus en Batēa, verdreef met de hulp zijner 12 zonen zijn broeder Tyndareos en maakte zich meester van de regeering over Sparta; hij werd met zijne zonen door Heracles gedood.—2)Thraciër, vergezelde Rhesus naar Troje.—3)tochtgenoot van Aenēas, bekwaam boogschutter.Hippocrates,Ἱπποκράτης, 1) vader van Pisistratus.—2)Alcmaeonide, grootvader van Pericles.—3)broeder en opvolger van Cleander als tyran van Gela. Door de inwoners van Zancle, zijne bondgenooten, tegen de Samiërs te hulp geroepen, breidde hij, steunend op zijn talrijk huurleger, zijne macht door schandelijk verraad uit, onderwierp ook Naxus, Callipolis en Leontīni, noodzaakte de Syracusanen door zijne overwinning bij de rivier Helōrus (492) hem Camarīna af te staan, en sneuvelde bij een aanslag op Hybla (491).—4)zoon van Ariphron, atheensch strateeg, sneuvelde in den slag bij Delium (424).—5)van Chius, schrijver van het oudste leerboek der meetkunde. Hij leefde in de 2dehelft van de 5deeeuw.—6)van Cos, de beroemde grieksche geneesheer, geb. 460. Hij behoorde tot het geslacht der Asclepiaden en ontving het eerste onderwijs in de geneeskunde van zijn vader Heraclīdes en van andere artsen in zijn vaderland; ook de sophisten Prodicus en Gorgias worden zijne leermeesters genoemd, door sommigen ook Democritus. Van zijn leven is weinig bekend; in zijn jeugd deed hij groote reizen, tijdens de pest in den peloponnesischen oorlog hield hij zich te Athene op, hij stierf in zeer hoogen ouderdom te Larīsa in Thessalië. Door nauwkeurige waarnemingen en grondig onderzoek verhief hij de geneeskunde tot wetenschap, zijne werken werden dan ook door Grieken, Romeinen en Arabieren ijverig bestudeerd en dikwijls van commentaren voorzien. Vele daarvan werden echter reeds door de ouden voor onecht gehouden, van de 72, die nu nog zijn naam dragen, worden gewoonlijk slechts 6 als echtbeschouwd; het meest bekende draagt den naamἈφορισμοί.—Ook zijne beide zonen, Thessalus en Draco, zijn schoonzoon, Polybus, en zijne twee naar hem genoemde kleinzonen waren artsen van naam en schrijvers van geneeskundige werken.Hippocrēne,Ἵππου κρήνη, Ἱπποκρήνη,Fons Caballīnus, bron op den Helicon, ontstaan door den hoefslag van Pegasus, waarvan het water ieder, die er van dronk, in dichterlijke geestvervoering bracht.Hippodamēa,Ἱπποδάμεια, 1) dochter van Oenomaüs (z.a.), koning van Elis, en Asterope. Bij Pelops werd zij moeder van Atreus, Thyestes en nog 4 of 11 zonen en 2 dochters. Zij spoorde hare zonen aan tot den moord van Chrysippus, zoon van Pelops en Axioche, en werd daarom door haar gemaal verstooten; zij stierf in Argolis.—2)echtgenoote van Pirithous; op hun bruiloft ontstond de strijd tusschen de Centauren en Lapithen.—3)=Brisēis.—4)echtgenoote van Amyntor, moeder van Phoenix.—5)dochter van Anchīses, gemalin van Alcathous.Hippodamus,Ἱππόδαμος, van Milētus, beroemd bouwmeester ten tijde van Pericles, de eerste die in Griekenland regelmatig gebouwde straten aanlegde. Hij werd vooral beroemd door zijn werk aan den Piraeus, te Thurii en te Rhodus. Ook wordt hij genoemd als de schrijver van een ontwerp eener ideale staatsinrichting.

Hermeskop van Praxiteles (Olympia).Hermeskop van Praxiteles (Olympia).

Hermeskop van Praxiteles (Olympia).

Hermae,Ἑρμαῖ, vierhoekige zuilen met een kop, v. s. zoo genoemd omdat de Pelasgen Hermes zonder handen en voeten afbeeldden. Te Athene stonden op verschillende plaatsen in het midden van de stad en voor de huizen zulke hermen; binnenshuis vond men ze veelal als versiering aangebracht; in Italië werden zij vooral als grenspalen gebruikt. De kop stelde gewoonlijk Hermes voor, een dergelijke zuil met een kop van Athēna, Heracles e. a. noemde men Hermathena, Hermeracles, enz.

Hermaeum promunturium,Ἑρμαία ἄκρα, naam van eenige kapen. 1) N.O. punt van het carthaagsche gebied, door de Rom.Mercurii prom.geheeten, thans kaap Bon.—2)N.O. punt van het eiland Lemnus.—3)kaap aan de europeesche zijde van den thracischen Bosporus (straat v. Constantinopel), waar Darīus een brug sloeg.—4)Ἑρμαῖος λόφος, heuvel op Ithaca, het eiland van Ulysses.

Hermagoras,Ἑρμαγόρας, 1) grieksch rhetor uit de 2deeeuw, die door zijne stelselmatige behandeling der redekunst groot aanzien verwierf. Zijne leerlingen noemden zich Hermagorēi.—2)grieksch rhetor onder Augustus en Tiberius, leerling van Theodōrus van Gadara.

Hermaphroditus,Ἑρμαφρόδιτος, zoon van Hermes en Aphrodīte. Als knaap baadde hij zich eens in een bron, en bekoorde door zijn schoonheid de bronnimf Salmacis zoozeer, dat zij hem om zijne liefde smeekte. Toen zij geen gehoor vond, bad zij dat hunne lichamen altijd tot één verbonden mochten worden, hare bede werd verhoord, en uit hunne vereeniging ontstond een tweeslachtig wezen half man, half vrouw.

Hermarchus,Ἕρμαρχος, van Mytilēne, leerling van Epicūrus en diens opvolger als hoofd der school.

Hermēas,Ἑρμείας, vriend van Aristoteles, had eenigen tijd de regeering over Atarneus, die hem in 345 door de Perzen ontnomen werd.

Hermes,Ἑρμῆς, Ἑρμείας,Mercurius, zoon van Zeus en Maia, geboren op den berg Cyllēne (Κυλλήνιος), een god van alles, waarbij behendigheid, gevatheid en list te pas komen, en beschermer van allen, die in deze eigenschappen uitmunten. Reeds op den dag zijner geboorte stal hij 50 runderen van Apollo, en wist hij ze zoo behendig weg te leiden en te verbergen, dat Apollo ze nauwelijks vinden kon en de tusschenkomst van Zeus moest inroepen om ze terug te krijgen. Hij liet ze hem echter behouden in ruil voor de lier, die Hermes gemaakt had van de schaal eener schildpad, die hij op zijn eersten tocht had gevonden. Wegens zijne schranderheid maakte Zeus hem heraut der goden en zendt hij hem in menig geval uit om zijn wil ten uitvoer te brengen (Διάκτορος); in deze hoedanigheid geleidt hij ook de schimmen der afgestorvenen naar de onderwereld (Ψυχοπομπός, Ψυχαγωγός). Voor de menschen is hij een welwillend en zegenend god (Ἐριούνιος, Ἀκάκητα), gids bij moeielijke en gevaarlijke ondernemingen (Ἡγεμόνιος), vooral voor herauten en gezanten, god van den koophandel, waarbij men door verstand en overleg winst behaalt, om dezelfde reden trouwens ook van diefstal en bedrog; ieder onverwacht voordeel, bijv. als men op weg iets vindt, is een geschenk van hem (ἕρμαιον). Vele dingen, die het leven veraangenamen, hebben de menschen hem te danken (Χαριδότης), hij geeft rijkdom (Πλουτοδότης), vooral van vee (Νόμιος), en welbespraaktheid (Λόγιος,Facundus), hij is de uitvinder van de lier, veldfluit, letters, getallen, maten, gewichten, gymnastiek (Ἐναγώνιος), enz. Eindelijk zorgt hij, evenals Apollo, voor de veiligheid op straten en wegen (Ἐνόδιος); van geen god vond men zooveel beelden op den openbaren weg als van hem (z.Hermae).—Zijn eeredienst heeft zich van Arcadië uit reeds vroeg over geheel Griekenland verbreid. Men offerde hem den 4denvan elke maand zwijnen, lammeren, rammen, honig, wierook, enz. Hij wordt afgebeeld als een schoon en welgemaakt jong man met verstandige en vriendelijke gelaatstrekken; als bode van Zeus heeft hij soms vleugels aan de voeten (Alipes)en aan zijn breedgeranden reishoed (πέτασος), in de hand heeft hij dencaduceus, een tooverstaf, die hem door Apollo geschonken was en waarvan men later een herautsstaf maakte (Caducifer), of een geldbeurs, schildpad, harp, zwaard, enz.

Hermesianax,Ἑρμησιάναξ, van Colophon, elegisch dichter ten tijde van Alexander d. G. Van een zijner werken is een moeilijk verstaanbaar fragment bewaard gebleven.

Herminii, een geslacht, waarschijnlijk van etruscische afkomst. 1)T. Herminius Aquilinus, was met Horatius Cocles een der verdedigers van de Tiberbrug tegen de benden van Porsēna (508). In 506 was hij consul. Hij sneuvelde in 496 bij het meer Regillus.—2)Lar Herminius, consul in 448.

Herminius mons,Ἑρμίνιον ὄρος, gebergte in Lusitania (Portugal), thans Sierra de la Estrella, tusschen den Durius (Duero) en den Tagus (Taag).

Hermi(n)ones, algemeene naam voor de volksstammen van Midden-Germania, als: Cheruscers, Chatten, Hermunduren, Marcomannen, Quaden.

Hermione,Ἑρμιόνη, dochter van Menelāus en Helena, was vóór den trojaanschen oorlog door haar vader, of gedurende dien oorlog door haar grootvader, aan Orestes verloofd; toen Menelaus echter terugkwam, huwde hij haar aan Neoptolemus uit, volgens eene belofte, die hij dezen voor Troje gedaan had. Daardoor ontstond een twist tusschen Orestes en Neoptolemus, waarbij deze door Orestes, of op diens aandrijven door de Delphiërs, gedood werd. Bij Orestes werd zij daarna moeder van Tisamenus.

Hermione,Ἑρμιόνη, stad der Dryopes aan de Z. O. kust van Argolis.

Hermippus,Ἕρμιππος, 1) dichter der oude comedie, die in zijne stukken vooral Pericles, Aspasia en Hyperbolus aanviel. Ook parodieën en iamben van hem worden vermeld.—2)van Smyrna, leerling van Callimachus no. 3, beschreef de levens van de zeven wijzen en latere wijsgeeren.—3)van Berȳtus, grammaticus ten tijde van Traiānus en Hadriānus.

Hermocopidae,Ἑρμοκοπίδαι, personen, beschuldigd van het verminken der Hermen te Athene. Z.Alcibiades.

Bronzen Hermesbeeld van Herculaneum.Bronzen Hermesbeeld van Herculaneum.

Bronzen Hermesbeeld van Herculaneum.

Hermocrates,Ἑρμοκράτης, staatsman en veldheer te Syracuse, leidde onder groote tegenwerking van de democratische partij de verdediging van de stad tegen de Atheners (414). Later onderscheidde hij zich als aanvoerder van de sicilische vloot, die de Spartanen in den peloponnesischen oorlog ondersteunde. In 410 werd hij als aristocraat verbannen; daarop wist hij door ondernemingen tegen de Carthagers de gunst van het volk te winnen en eene omwenteling te bewerken. Hij werd echter niet teruggeroepen, en toen hij nu beproefde met geweld terug te keeren, werd hij in een gevecht gedood (407). Hij was de schoonvader van den ouden Dionysius, wiens vader eveneens Herm. heette.

Hermodōrus,Ἑρμόδωρος, 1) van Ephesus, door zijne medeburgers verbannen, hielp te Rome, naar men verhaalde, de tienmannen bij het samenstellen der twaalf tafelen.—2)van Salamis, bouwmeester te Rome omstreeks 140.

Hermogenes,Ἑρμογένης, 1)Tigellius Herm., toonkunstenaar ten tijde van Augustus, naar het schijnt een vijand van Horatius.—2)van Tarsus, trad reeds op zijn 15dejaar (omstreeks 170 na C.) als rhetor te Rome op en werd algemeen bewonderd, na 10 jaar verloor hij zijne geestvermogens; hij stierf op hoogen leeftijd. Van zijne geschriften over de redekunst, die bij lateren veel gezag hadden, zijn eenige bewaard gebleven.

Hermolāus,Ἑρμόλαος, page van Alexander d. G., aanhanger van Callisthenes no. 1. Door Alex. beleedigd, smeedde hij een aanslag tegen diens leven, die echter ontdekt werd, waarna hij met zijne medeplichtigen gesteenigd werd.

Hermon,Ἕρμων, gebergte aan de N.-grens van Palaestina, een zuidwestelijke uitlooper van den Antilibanon.

Hermopolis,Ἑρμοῦ πόλις, naam van twee aegyptische steden: 1)H. maior, in Midden-Aegypte, aan den Nijl, waar de tol geheven werd van de uit Thebaïs afkomende schepen.—2)H. minor, in de Delta aan den Canobischen Nijlarm.

Hermotīmus,Ἑρμότιμος, van Clazomenae, had het vermogen met zijn geest in verre landen rond te zwerven, terwijl zijn lichaamin diepen slaap achterbleef. Bij zulk eene gelegenheid werd zijn lichaam door zijne vijanden verbrand, zoodat de ziel niet er in terug kon keeren. Zijne stadgenooten richtten hem een tempel op.

Hermundūri,Ἑρμουνδοῦροι, suevische volksstam in Midden-Germania, waarvan de naam nog voortleeft in den naam Thuringen. In den tijd van Tacitus waren ze met de Romeinen bevriend. Tot aan den raetischen limes wonende (ten Westen van de Marcomannen), mochten ze vrij de grens passeeren, en in Augusta Vindelicorum (Augsburg) handeldrijven. Sedert den Marcomannenoorlog worden ze niet meer genoemd, en verdwijnen zij onder den algemeenen naam Suēvi.

Hermus,Ἕρμος, rivier, die op den mons Dindymus in Phrygia ontspringt, in allerlei bochten door de phrygische vlakte en vervolgens door Lydia loopt en zich ten laatste ten N. van Smyrna in de Hermaeische golf stort. Een zijriviertje hiervan is de Pactōlus.

Hernici,Ἑρνικοί, klein sabijnsch volk met de hoofdstad Anagnia, dat zich in 486 bij de Latijnen aansloot en sedert dezen tijd tot Latium werd gerekend. V. a. dateert dit verbond eerst uit de 4deeeuw. Zij traden toen tevens tot het rom.-latijnsche verbond toe. Toen dit verbond uiteenspatte, werden de Hernici na herhaalde oorlogen eindelijk in 306 geheel tot onderwerping gebracht. ZieAnagnia.

Hero,Ἡρώ, z.Leander.

Hero,Ἥρων, van Alexandrië, uit de 2dehelft der 2deeeuw, beroemd wiskundige, de grootste natuurkundige der oudheid, leerling van Ctesibius; van zijne werken zijn sommige bewaard gebleven, andere alleen in een arabische vertaling.

Herōdes,Ἡρώδης, bijgenaamd de Groote, een Idumaeër van geboorte, werd in 37 door M. Antonius tot koning van Judaea aangesteld. Om zijne macht te bevestigen, huwde hij eene afstammeling der Makkabaeën, Mariamne, die om hare schoonheid bekend was. Met rom. hulp weerde hij de Syriërs af, nam Jerusalem in, dat hij verfraaide, en waar hij den tempel liet afbreken en veel schooner en grooter herbouwen, maar bleef toch bij de Joden als Edomiet en overweldiger gehaat. Hij beging ongehoorde wreedheden, zooals den bethlehemschen kindermoord, de uitroeiing der Makkabaeën; ook zijne vrouw en twee zijner zonen liet hij ombrengen. Hij stierf in het jaar na Christus’ geboorte (v. a. echter 4 v. C.) en liet drie zoons na, die ieder van Augustus een stuk van huns vaders gebied kregen. De oudste,Archelāus, werd ethnarch van Judaea, Samaria en Idumaea; doch reeds 6 na C. werd hij door den keizer afgezet en verbannen, en zijn land onder een procurator bij de provincie Syria ingedeeld. De tweede zoon,Herodes Antipas, kreeg Galilaea en Peraea als tetrarch, en werd in 39 na C. door Caligula verbannen. Hij was het, die Johannes den Dooper aan de wraak zijner gemalin opofferde. Om zijn slimheid wordt hij door Jezusde vosgenoemd (Lucas 13, 32). De derde,Philippus, werd tetrarch van de overjordaansche gewesten Trachonītis, Auranītis, Batanaea, Graulonītis en Ituraea, en bleef dit tot aan zijn dood, 34 na C.

Herōdes Agrippa I, kleinzoon van Herodes den Gr., was te Rome opgevoed en behoorde tot de vrienden van Caligula. In 38 n. C. werd hij door dezen over een gedeelte van Palaestina aangesteld. Keizer Claudius voegde er in 41 het overige bij. Agrippa stierf in 44 te Caesarēa, door zijne onderdanen zeer betreurd.—Zijn zoon,Herodes Agrippa II, werd later tetrarch van een gedeelte van Palaestina. De Joden verdreven hem; hij nam deel aan het beleg van Jerusalem door Titus, en hield zich vervolgens te Rome op, waar hij in 100 stierf.

Herodes Atticus(Tib. Claudius). ZieAtticus Herodes.

Herodiānus,Ἡρωδιανός, 1)Aelius Her., van Alexandrië, zoon van Apollonius Dyscolus, kwam onder M. Aurelius naar Rome en werd rom. burger. Van zijne talrijke werken over grieksche taalstudie, die langen tijd zeer groot gezag hadden, is slechts een enkel weinig belangrijk fragment over; bizonder uitvoerig behandelde hij de prosodie, de accentenleer, enz.—2)grieksch geschiedschrijver in de 3deeeuw na C., die een niet onbelangrijke geschiedenis van zijn tijd, van den dood van M. Aurelius tot het begin der regeering van Gordianus III, heeft nagelaten. Hij leefde meestal te Rome in ondergeschikte betrekkingen.

Herodicus,Ἡρόδικος, 1) van Selymbria, leerling van Hippocrates, omstreeks 420, schreef als geneeskundige over gezondheidsleer en heilgymnastiek.—2)van Leontīni, broeder van Gorgias.—3)Babyloniër, grammaticus van de pergameensche school, leerling van Crates.

Herodōrus,Ἡρόδωρος, van Heraclēa, logograaf omstreeks 400, verzamelde de mythen betreffende Heracles, de Argonauten, e.a.

Herodotus,Ἡρόδοτος, 1) geb. omstreeks 484 te Halicarnassus, zoon van Lyxes, werd reeds vroeg door den tyran Lygdamis genoodzaakt zijn vaderstad te verlaten; hij begaf zich naar Samus, van waar hij eerst terugkeerde om bij het verdrijven van den tyran behulpzaam te zijn; hij was echter bij zijne medeburgers niet bemind, en ging na eenigen tijd te Athene verblijf gehouden te hebben, waar hij veel met Pericles en Sophocles omging, zich in 444 te Thurii vestigen, dat toen juist door de Atheners op de plaats van het oude Sybaris gesticht was; hier stierf hij omstreeks 424. De door Her. nagelaten geschiedenis in 9 boeken, waaraan de alexandrijnsche geleerden de namen der Muzen gegeven hebben, munt zoozeer uit boven de werken zijner voorgangers op dit gebied, dat men hem niet zonder reden den vader der geschiedenis genoemd heeft. Hij is de eerste, die zich niet tevreden stelt met het bijeenzoeken en te boek stellen der overlevering, maar ook de geloofwaardigheid er van onderzoekt en kritiek uitoefent, wanneer hem ditalthans niet onmogelijk wordt gemaakt door zijne onbekendheid met de talen van de volken, die hij bezocht, of door zijn blind geloof aan de mededeelingen van priesters, door wie hij zich bij voorkeur laat inlichten. Hij onderscheidt zich vooral daardoor van de logografen, dat hij zich van het begin af schijnt voorgesteld te hebben een omvangrijk werk te schrijven, waarin wel bij gelegenheid het wetenswaardige uit de geschiedenis van vele landen en volken wordt ingevlochten, maar dat ten slotte toch één hoofdonderwerp heeft: den eeuwenouden strijd tusschen Grieken en barbaren, die in de perzische oorlogen tot eene beslissing komt. Naar dit plan loopt zijn verhaal geregeld voort van de troonsbestijging van Gyges tot de inneming van Sestus na den slag bij Mycale, en, hoe talrijke en soms omvangrijke episoden en uitweidingen ook den draad er van schijnen af te breken, altijd keert hij weder tot zijn onderwerp terug en overal blijft hij belangrijk en onderhoudend. Als bronnen voor zijn werk heeft hij ongetwijfeld oudere epische dichters en logografen geraadpleegd, voornamelijk echter bevat zijn werk dat, wat hij op zijne verre reizen zelf gezien en vernomen heeft, want Her. heeft bijna alle in zijn tijd voor Grieken toegankelijke landen bezocht: Klein-Azië, het O. tot Babylon, de kusten der Zwarte zee, Aegypte, Griekenland, Beneden-Italië en vele eilanden, overal nasporingen gedaan, gedenkteekenen van oude tijden onderzocht, enz. Aan zijn werk arbeidde hij met lange tusschenpoozen gedurende zijn geheele leven, waarschijnlijk heeft hij er niet de laatste hand aan gelegd en is het niet bij zijn leven uitgegeven; wel hield hij nu en dan, bij feestelijke vergaderingen, te Olympia, Athene, Thebe en Corinthe, onder grooten bijval voorlezingen van enkele gedeelten. Hoewel in eene dorische stad geboren, schreef Her., in navolging van epici en logografen, in het ionisch dialect, dat trouwens te Halicarnassus ook gesproken werd; zijn eenvoudige, verhalende stijl weerspiegelt als het ware zijn waarheidsliefde en onpartijdigheid, die soms in twijfel getrokken zijn, maar bij ieder nieuw onderzoek meer boven bedenking verheven blijken.—2)van Thebe, overwinnaar in de isthmische spelen.—3)beeldhouwer, tijdgenoot van Praxiteles.—4)van Tarsus, leermeester van Sextus Empiricus.—5)beroemd geneesheer, die ten tijde van Hadriānus te Rome leefde.

Heroöpolis,Ἡρώων πόλις, stad in Aegypte aan het kanaal van Traiānus (zieAugustamnica), eene voorname stapelplaats voor den karavaanhandel en de zetel van den Typhondienst. Naar deze stad droeg de N.W. inham der Arabische golf den naam vansinus Heroöpoliticus.

Herophilus,Ἡρόφιλος, van Chalcēdon, beroemd geneesheer te Alexandrië ten tijde van en na Alexander d. G., groot ontleedkundige, de grondlegger der empirische school, die door eenige van zijne zeer talrijke leerlingen gesticht werd.

Heros,Ἥρως, was de naam, dien de Grieken gaven aan personen uit oude tijden, die door hun moed, deugd en verstand als grondleggers en verbreiders der beschaving beschouwd kunnen worden en wier groote daden tot zegen der menschheid hadden gestrekt. Zij worden kinderen der goden (διογενεῖς) genoemd, maar zijn evenals de menschen sterfelijk, hoewel zij door hunne buitengewone eigenschappen ver boven gewone menschen verheven zijn. Van lateren oorsprong is het geloof, dat zij na hun dood niet naar de onderwereld afdalen, maar als halfgoden op de eilanden der gelukzaligen een beter leven blijven leiden. Daarbij kwam dan de voorstelling, dat zij belang bleven stellen in dat, waaraan zij hun leven gewijd hadden, en dat zij door hun voorspraak bij de goden trachtten te bewerken, dat hun werk ook na hun dood vruchten bleef dragen. Daarom was het raadzaam, zich van hunne welwillendheid te verzekeren, en daarom genoten zeer vele heroën op bepaalde plaatsen of van wege bepaalde personen goddelijke eer; zoo vereerde bijna iedere stad haar stichter als heros; zelden gebeurde het echter dat de vereering van een heros algemeen werd. Men bouwde hun ter eere tempels en altaren; de offers, die men hun bracht, verschilden echter veel van de offers voor de goden en waren in hoofdzaak niets anders dan doodenoffers. Het woord wordt ook als eerenaam gebruikt voor personen, die in een of ander opzicht uitmunten.

Herostratus,Ἡρόστρατος, van Ephesus, stak den tempel van Artemis te Ephesus in brand, ten einde zijn naam onsterfelijk te maken. Hij werd met den dood gestraft, maar het besluit der ionische steden, dat zijn naam niet genoemd zou mogen worden, bleef natuurlijk zonder gevolg. Denzelfden nacht, waarin Her. zijne misdaad pleegde, werd Alexander d. G. geboren.

Herse,Ἕρση, dochter van Cecrops, bij Hermes moeder van Cephalus, z.Agraulus.

Hersilia, gemalin van Romulus, na haar dood onder den naam Hora Quirīni als godin vereerd.

HeruliofEruli,Ἕρουλοι, ofἜρ., een germaansche nomadenstam. Zij waren uitmuntende krijgslieden en leverden huurtroepen, nu eens aan andere Germanen, dan weder aan de Rom. Zoo vindt men ze bij de Gothen in de derde eeuw na C.; ze woonden toen, en ook in de vierde eeuw aan de Zuidkust van de Maeōtis, in het N. van de Krim, waar vroeger Scythen gewoond hadden, en later in Italië, waar hun aanvoerder Odoācer in 476 het westrom. rijk vernietigde.

Hesiodus,Ἡσίοδος, geb. te Ascra, waarheen zijn vader uit het aeolische Cyme verhuisd was, werd door zijn broeder Perses met behulp van omgekochte rechters van zijn erfdeel beroofd, waarom hij zijn vaderland verliet en zich waarschijnlijk te Naupactus vestigde; v.s. werd hij vermoord en werd zijn lichaam naar Orchomenus in Boeotië overgebracht. Door zijneἚργα καὶ Ἡμέραι, een werk, waarvan het begin tegen zijn broeder gericht is, en dat verder lessen bevat overlandbouw, scheepvaart, enz., werd hij de schepper van het didactische epos. Onder de andere werken, die te recht of ten onrechte aan Hes. worden toegeschreven, is het voornaamste deΘεογονία, eene eerste poging om eenigen samenhang te brengen in de verwarde verhalen omtrent de familiebetrekkingen der goden. Hes. leefde in de 8steeeuw.

Hesione,Ἡσιόνη, z.LaomedonenTelamon.

Hesperia,Ἑσπερία, het avondland, het Westland, bij de Grieken een naam voor Italia, bij de Rom. voor Hispania. Ter onderscheiding wordt dit laatste ook welHesperia ultimageheeten.

Hesperides,Ἑσπερίδες, 3, 4 of 7 dochters van Nyx en Erebus of van Atlas en Hesperis, bewaakten met behulp van den draak Ladon in een tuin in het verre Westen de gouden appelen, die Gaea aan Hera als bruiloftsgeschenk gegeven had. De drie appelen, die Heracles op bevel van Eurystheus gehaald had, werden door Athēna bij de Hesp. teruggebracht.

HesperidesofHesperis, stad in Cyrenaïca, zieBereniceno. 2.

Hesperidum insulaeaan de kust van Afrika, buiten de straat van Gibraltar. Sommige schrijvers bedoelen hiermede de Fortunatorum insulae (de Canarische eilanden), anderen de Kaap-Verdische eilanden.

Hesperium promunturium,Ἑσπέριον κέρας, voorgebergte aan de Westkust van Afrika, tgw. kaap Verde, zieHesperidum insulae.

Hesperus,Ἕσπερος,Vesper, zoon van Astraeus of Cephalus en Eos, of van Atlas, werd, toen hij op den berg Atlas astronomische waarnemingen deed, van de aarde weggenomen en als avondster aan den hemel geplaatst. Hij was de vader van Hesperis en dus de grootvader der Hesperiden.

Hestia,Ἑστία, Ἱστίη,Vesta, dochter van Cronus en Rhea, godin van den huiselijken haard. Poseidon en Apollo hadden om hare hand gedongen, maar zij had gezworen eeuwig maagd te blijven, en had daarvoor van Zeus de gunst verworven, dat zij aan ieder offer aandeel zou hebben, in ieder huis als beschermende godin vereerd zou worden. De haard, het middelpunt van het huiselijk leven, en volgens oud gebruik het altaar der familie, was haar heiligdom, waar de huisvader haar bij iedere gewichtige gebeurtenis offers bracht. Voor zoo heilig werd deze plaats gehouden, dat smeekelingen en vervolgden daar een veilige wijkplaats vonden, en dat men zwoer bij Zeus, de gastvrije tafel en den huiselijken haard; vandaar dat smeekelingen en de heiligheid van den eed onder bescherming van Zeus en Hestia stonden. De staat, als een groot huisgezin beschouwd, had ook zijn gemeenschappelijken haard in het prytanēum waar ter eere der godin (Πρυτανῖτις) een eeuwig vuur onderhouden werd; bij het uitzenden van volkplantingen wordt van dit vuur medegegeven, om daarmede het vuur op haar altaar in de nieuwe stad te ontsteken.—Eigen tempels had zij weinig, maar in vele tempels van andere goden had zij een afzonderlijk altaar, bovendien werden haar bij het begin en het einde van ieder bizonder plechtig offermaal plengoffers gebracht. Men offerde haar eerstelingen der vruchten, jonge koeien, enz. Zij wordt afgebeeld met ernstige en waardige gelaatstrekken, in een eenvoudig sluitend kleed.

Hestia, Museum Torlonia te Rome.Hestia, Museum Torlonia te Rome.

Hestia, Museum Torlonia te Rome.

Hestiaea,Ἑστίαια, later Oreüs, z. a.

Hestiaeōtis,Ἑστιαιῶτις, 1) het gebied der euboeïsche stad Hestiaea.—2)landschap in het N.W. van Thessalia.

Hesychius,Ἡσύχιος, van Alexandrië, schrijver van een belangrijk grieksch woordenboek, leefde waarschijnlijk op het einde der 6deeeuw n. C.

Ἑταῖραι, eigl. vriendinnen, in het bizonder publieke vrouwen. Door haar vrijeren omgang met mannen bereikten zij dikwijls een trap van geestbeschaving, waarop andere vrouwen zich op verre na niet plaatsen konden; te Athene wisten zij dikwijls ook de voortreffelijkste mannen te boeien. In sommige steden, bijv. te Corinthe, waren zij alsἱερόδουλοι, aan den tempel van Aphrodīte verbonden, en kwam de opbrengst van haar bedrijf ten bate van dien tempel. Aphrodite zelve had te Athene, Ephesus, enz., den bijnaam vanἙταίρα.

Ἑταιρίαι, politieke clubs, te Athene en ook wel in andere democratische staten vereenigingen van oligarchen, waarvan de ledenelkander onderling beschermden tegen onderdrukking van de regeerende partij en in processen en bij verkiezingen bijstonden, en die, wanneer de kans schoon scheen, ook medewerkten tot omverwerping der democratie. In aristocratisch geregeerde staten bestonden waarschijnlijk ook dergelijke clubs van vijanden der bestaande staatsinrichting.

Ἕταιροι, naam van de zware ruiterij in het macedonische leger. Zij stonden op den rechtervleugel, en bij de veldslagen van Alexander d. G. beginnen zij in den regel het gevecht.

Hetruria=Etruria.

HiarbasofIarbas,Ἰάρβας, 1) zoon van Jupiter Ammon en eene garamantische (= lībysche) nymf, koning der Gaetuliërs, van wien Dido een stuk land kocht tot den bouw van Carthago, en die vruchteloos naar hare hand dong.—2)koning van Numidia. In den burgeroorlog van Marius en Sulla koos hij de partij van Marius, doch werd door Pompeius tot de overgave genoodzaakt en ter dood gebracht (81).

Hibernia, ookIuverna, Iverna, Ivernia, Iërnagenoemd,Ἰουερνία, Ἰέρνη, thans Ierland. De Romeinen kenden het bij name, doch hebben er nimmer vasten voet trachten te krijgen.

Hibērus, zieIberus.

Hicetas,Ἱκέτας, 1) tyran van Leontīni, door de Syracusanen te hulp geroepen tegen den jongen Dionysius; toen men echter merkte dat hij zich van de stad trachtte meester te maken, vroeg men de Corinthiërs om hulp; hij werd door Timoleon tweemaal verslagen, eindelijk gevangen genomen en ter dood gebracht (339).—2)tyran van Syracuse, opvolger van Agathocles, na eene regeering van negen jaar verdreven (278).—3)van Syracuse, pythagoreïsch wijsgeer, leerde v.s. het eerst de beweging der aarde om hare as.

Hiëmpsal,Ἰάμψας, 1) zoon van den numidischen koning Micipsa en neef van Jugurtha. Terstond na zijns vaders dood (118) geraakte hij met Jugurtha in twist en werd door dezen uit den weg geruimd, in 116.—2)numidische prins, door Hiarbas verdreven, maar door Pompeius hersteld.

Hiera,Ἱερά, 1) een der Liparische eilanden, ook Thermessa genaamd, ten N. van Sicilia.—2)een der Aegatische eilanden, ten W. van Sicilia.—3)eilandje in de zee tusschen Thera en Therasia, door een uitbarsting ontstaan, in 197 of in 66.

Hierapolis,Ἱεράπολις, stad in Phrygia nabij de grenzen van Caria, niet ver van den Maeander, met een tempel van Cybele. Ook eene stad in Syria, W.-waarts van den Euphraat, vroeger Bambyce geheeten, zetel van den eeredienst der godin Atargatis (Derceto, z. a.).

Hierapytna,Ἱεράπυτνα, grieksche stad aan de Z.-kust van Creta, in 140 gesticht in het gebied der Eteocrētes.

Hiericus,Ἱεριχοῦς, Jericho = palmstad, sterke stad van Palaestina, ten N.O. van Jerusalem. In den omtrek groeide de beroemde balsemstruik, uit welks bast door insnijdingen de balsem werd verkregen. De weg van Jericho naar Jerusalem liep door eene wildernis, die om haar onveiligheid berucht was.

Hiero,Ἱέρων, 1) oudste broeder van Gelo, regeerde tijdens diens leven over Gela en volgde hem, hoewel hij volgens G.’s testament gedurende de minderjarigheid van diens zoon het regentschap zou bekleeden, als tyran van Syracuse op (478). In het begin had hij met veel tegenstand, zelfs van den kant van zijn broeder Polyzēlus, te kampen, en kwam het zelfs tot een oorlog met Agrigentum; de twisten werden echter door het verstandig gedrag van H. weldra bijgelegd en hij wist zich in de regeering te handhaven. Hij onderwierp Naxus en Catana, versloeg als bondgenoot der Cumaeërs de Etruriërs ter zee (474), en verjoeg den wreeden tyran Thrasydaeus uit Agrigentum (473). Hij wordt hoog geroemd als beschermer van kunsten en letteren, Aeschylus, Simonides, Bacchylides leefden langen tijd aan zijn hof. Hij stierf in 467 in de door hem gestichte stad Aetna.—2)Syracusaan van koninklijke afkomst, dapper en bekwaam legeraanvoerder, werd in 270, toen te Syracūsae een democratische opstand uitbrak, door het leger tot veldheer gekozen, kwam door de hulp der aristocratische partij in de stad, dempte den opstand, wist zich van de muitende huurtroepen te ontslaan en een nieuw leger te vormen, waarmede hij de Mamertijnen bij Mylae versloeg. Daarop werd hij tot koning uitgeroepen (264) en poogde hij de macht van Syracusae te herstellen; inderdaad bereikte de stad door zijne wijze regeering zekere mate van welvaart, maar in de oorlogen tusschen de Romeinen en Carthagers kon hij niet onzijdig blijven. Aanvankelijk koos hij de partij der Carthagers, maar reeds na een jaar ging hij na de overwinning van App. Claudius tot de Rom.over, verplichtte zich schatting te betalen, stond een deel van zijn gebied af en regeerde over het overige onder romeinsche bescherming; hij bleef de getrouwe bondgenoot der Romeinen tot zijn dood (215).—3)beroemd vazenfabrikant in Athene, uit het begin van de 5deeeuw.

Hierocles,Ἱεροκλῆς, beroemd rhetor van Alabanda, wiens voordrachten Cicero hoorde.

Ἱερόδουλοι, ἄνδρες(γυναῖκες, παρθένοι)ἱεροί(-ραί), tempeldienaars van minderen rang, die bij het brengen van offers, den priester bijstonden, den tempel onderhielden, enz. Z. ookἙταῖραι.

Ἱεροκήρυξ, z.Eleusinia.

Ἱερομηνία, heilige maand, schorsing van alle openbare bezigheden wegens een godsdienstig feest. In weerwil van den naam duurde deἱερομηνία, gewoonlijk slechts eenige dagen, een maand alleen bij de groote nationale feesten; in het laatste geval was er ook een algemeene schorsing van vijandelijkheden (ἐκεχειρία) mede verbonden.

Ἱερομνήμονες, z.Amphictyones.

Ἱερὸν ὄρος,Mons Sacer, berg in Thracië, aan de Propontis, dicht bij de Chersonēsus Thracica. Hierop lag een versterking.

Hieronica (lex) frumentaria, de door Hiero II van Syracūsae vastgestelde verordening voor de verpachting der korentienden, enz., die door de Rom. was in stand gehouden.

Hieronymus,Ἱερώνυμος, 1) treurspel- en dithyrambendichter, tijdgenoot van Aristophanes, die hem om zijn hoogdravenden stijl bespot.—2)van Rhodus, peripatetisch wijsgeer, leerling van Aristoteles, schrijver van verscheiden philosophische en geschiedkundige werken.—3)van Cardia, diende onder Alexander d. G., werd na diens dood in de oorlogen tusschen zijne opvolgers door Antigonus gevangen genomen, en bekleedde sedert onder dezen en onder zijn opvolgers tot in hoogen ouderdom burgerlijke en militaire betrekkingen. Hij schreef eene belangrijke geschiedenis van zijn tijd.—4)van Syracuse, kleinzoon en opvolger van Hiero (no. 2), koos in den tweeden punischen oorlog de zijde der Carthagers. Wegens zijne wreedheid en verkwisting gehaat, werd hij na 13 maanden geregeerd te hebben vermoord.—5)van Stridon, de kerkvader (348–420 n. C.), leefde sedert 386 in een klooster te Bethlehem, vertaalde den bijbel en de kroniek van Eusebius (z.a.), en schreef een werkDe viris illustribus, dat uitsluitend Christenen behandelt.

Ἱεροφάντης, de voornaamste priester bij de eleusinische mysteriën; de waardigheid was erfelijk in het geslacht der Eumolpiden.

Hierosolȳma(plur.),τὰ Ἱεροσόλυμα, Jerusalem, hebr. Jerûsjalajim, vroeger Jebus, door David op de Jebusieten veroverd en tot hoofdstad verheven. Na Salomo bleef J. de hoofdstad van het rijk van Juda tot aan de verovering en verwoesting door Nebukadnezar (586). Na den terugkeer der Joden uit de babylonische ballingschap (537) werd de stad herbouwd. In 70 na C. werd zij door Titus geheel verwoest. In 130 legde Hadriānus er eene rom. kolonie aan,Aelia Capitolina. De stad van David bepaalde zich tot den heuvelSion(burg) en den bergMoryah, waarop Salomo zijn tempel bouwde.Omstreeks700 werd de heuvelOphelmet het Kaasmakersdal ofTyropoëonbinnen den muur getrokken, benevens de N.-waarts van Sion gelegen stadswijkAcra. Herōdes Agrippa ommuurde ook de zoogenaamde nieuwe stad,Bezetha. Ten N. en O. lag het dal van Josaphat met de beek Kedron, en aan de overzijde de Olijfberg (mons Olivēti).

Hilaīra,Ἱλάειρα, eene van de dochters van Leucippus, z.Apharetidae.

Hilarotragoedia, z.Rhinthon.

Hilleviones, naam, dien de ouden aan de bewoners van Scandia of Scandinavië gaven. Het zijn Germanen. ZieScandia.

Ἱμάτιον, z.Pallium.

Himella, beek in het sabijnsche land, in den Avens uitloopende.

Himera,Ἱμέρα, naam van eene stad op de N.-Kust van Sicilia en van twee rivieren, waarvan de eene noordwaarts stroomt en bij de gelijknamige stad in zee valt, en de andere, zuidwaarts stroomende, de grensscheiding vormde tusschen het gebied van Gela en dat van Agrigentum. Dat zij denzelfden naam dragen, komt hiervandaan, dat men oudtijds in de dwaling verkeerde, dat beide rivieren uit dezelfde bron ontsprongen.—De stad Himera was eene volkplanting van Zancle (Messina). In het begin der vijfde eeuw heerschte in H. zekere Terillus. Door Thero, tyran van Agrigentum verdreven, wendde hij zich om hulp tot de Carthagers, die een leger onder Hamilcar zonden. Toen had in 480 de verschrikkelijke slag aan de Himera plaats, waarin Hamilcar sneuvelde en Thero, met Gelo van Syracusae vereenigd, het carthaagsche leger vernietigde. Later gelukte het den Himeraeërs, met behulp van Hiero van Syracūsae, zich van Agrigentum vrij te maken. In 409 evenwel landde een carthaagsch leger van 100.000 man onder Hamilcars kleinzonen Hannibal en Himilco op Sicilia. Selīnus viel, vervolgens Himera, daarna Agrigentum. Op de plek, waar Hamilcar gesneuveld was, werden 3000 gevangenen als zoenoffer geslacht. Himera werd met den grond gelijk gemaakt en aan de overzijde der rivier eene nieuwe stad Thermae,τὰ Θερμά, gesticht. De badplaats zelf heet gewoonlijkΘερμαὶ αἱ Ἱμεραῖαι, de inwonersΘερμῖται, Thermitani. Te Himera was de lierdichter Stesichorus (± 600) geboren; Thermae was de geboortestad van den tyran Agathocles.

Himerius,Ἱμέριος, van Prusa (315–386 n. C.), Grieksch rhetor en sophist, deed verscheiden reizen en vestigde zich te Athene, vanwaar Iuliānus hem naar Antiochië liet komen en hem tot zijn secretaris aanstelde. 24 redevoeringen van hem zijn bewaard gebleven.

Himilco,Ἱμίλκων, naam van een carthaagsch zeevaarder, die (± 550) een tocht langs de Westkust van Europa, tot aan de tineilanden (Cassiterides insulae) ondernam. Hij wordt als bron vermeld bij Aviēnus (z.a.). Ook werd deze naam door verschillende carthaagsche veldheeren in de sicilische en punische oorlogen gedragen.

Ἵππαρχος, bevelhebber der ruiterij. Te Athene was de ruiterij over de beide vleugels van het leger verdeeld, en waren er dus twee hipparchen, die jaarlijks bij stemming verkozen werden; bovendien was er een hipparch voor Lemnus. In het achaeisch en aetolisch verbond waren zij na de strategen de voornaamste ambtenaars.

Hipparchus,Ἵππαρχος, 1) zoon van Pisistratus, had onder de regeering van zijn broeder Hippias veel invloed, dien hij vooral ten gunste van dichters en letterkundigen aanwendde; hij werd in 514 vermoord (z.Harmodius).—2)dichter der nieuwe attische comedie.—3)van Nicaea in Bithynië, werkte 160–120 te Rhodus en Alexandrië, maar ook in zijn vaderstad als wis- en sterrenkundige, en verwierf zeer grooten roem door de nauwkeurigheid zijner waarnemingen en berekeningen en door zijne ongeloofelijke werkzaamheid. Hij is de eerste Griek, die de trigonometrie beoefend heeft. Van zijne geschriften is er nogéén op sterrenkundig gebied over. Zijne aardrijkskundige werken (πρὸς Ἐρατοσθένην) worden vaak door Strabo geciteerd.

Hipparīnus,Ἱππαρῖνος, 1) vader van Dio.—2)zoon van den ouden Dionysius, na Dio’s dood tyran van Syracuse (353–350).

Hipparis,Ἵππαρις, rivier die door het moeras van Camarīna, op de Z.kust van Sicilia, stroomde.

Hippemolgi,Ἱππημολγοί, een scythische nomadenstam in het N., wier voedsel hoofdzakelijk uit paardenmelk bestond.

Ἱππῆς, atheensche burgers uit de tweede der vier door Solon ingestelde phylen, met een eigendom, dat 300–500 medimnen of metreten kon opleveren; zij waren verplicht een strijdros te onderhouden en voornamelijk deze klasse leverde ruiters voor het leger; daar de ruiterij ten tijde van Solon echter niet meer dan 100, en nooit meer dan 1200 man sterk was, dienden de meeste burgers ook uit deze klasse als hoplieten. Ook de spartaanscheἱππῆς, eene koninklijke lijfwacht van 300 man, streden te voet, eerst in den peloponnesischen oorlog werd een werkelijk ruitercorps opgericht. Bij de Grieksche wijze van oorlogvoeren, was de beteekenis der ruiterij gering. Antieke ruiterij is niet in staat een charge uit te voeren. De ruiterij rijdt dus op den vijand in, en, dichtbij gekomen, tracht ieder ruiter afzonderlijk den vijand schade toe te brengen. Daar echter de stijgbeugel nog niet uitgevonden was, was de ruiter niet in staat, met zijn lans krachtige stooten toe te brengen; de lans werd dus meestal gebruikt om te werpen.

Hippias,Ἱππίας, 1) zoon en opvolger van Pisistratus (528). Hij regeerde verstandig en gematigd, verminderde de belastingen, en begunstigde dichtkunst en letterkundige studiën. Na den dood van Hipparchus begon hij, niet gerust over de toekomst, strenger te regeeren en maakte hij zich soms aan gewelddadige handelingen schuldig. Inderdaad kregen kort daarna, terwijl hij bezig was Munychia te versterken, de Spartanen van het delphische orakel het bevel, Athene te bevrijden (z.Alcmaeonidae). Een eersten aanval sloeg H. met behulp van thessalische ruiterij af, maar toen bij een tweeden tocht zijne kinderen in handen vielen van Cleomenes I, die het spartaansche leger aanvoerde, zag hij zich genoodzaakt Attica te verlaten (510). Hij begaf zich naar Sigēum. Hij gaf echter de hoop niet op eens terug te keeren, en knoopte daartoe betrekkingen aan met de Lacedaemoniërs en later met Darius Hystaspis; hij volgde de Perzen naar Attica en stierf in of kort na den slag bij Marathon.—2)van Elis, tijdgenoot van Socrates, sophist van zeer uitgebreide kennis, die te Athene en in andere grieksche steden openbare voordrachten hield, waarin hij de geldigheid van conventie en geschreven recht betwistte, en aandrong op zoo sterk mogelijke ontwikkeling van ieders individualiteit. In de twee werken van Plato, die zijn naam dragen, wordt hij als ijdel en oppervlakkig ten toon gesteld.

Hippius, Hippia,Ἵππιος, Ἱππία, bijnaam van Poseidon, Athēna, Hera e. a. goden en godinnen.

Hippo,Ἱππών, 1)Hippo Regius,βασιλικός, thans Bona, op de numidische kust aan de golf van Hippo, later rom. kolonie, met ijzermijnen in den omtrek. In 430 n. C. werd de stad door de Vandalen verwoest.—2)Hippo Diarrhytus,διάρρυτος, in dat gedeelte van het carthaagsche gebied, dat Zeugitāna heette.—3)stad der Carpetāni in Tarraconensis, ten O. van Tolētum.—4)HippoofHipponium, als rom. kolonie Vibo Valentia geheeten, z.a.

Hippocentauri,Ἱπποκένταυροι, z.Centauri.

Hippocles,Ἱπποκλῆς, zoon van Menippus, atheensch strateeg, trachtte in 412 te vergeefs de peloponnesische schepen te nemen, die van Sicilië terug kwamen. Een van de tien mannen, die tusschen de afzetting van de 30 en het herstel der democratie te Athene de regeering in handen hadden, draagt denzelfden naam; of het dezelfde persoon is, is onzeker.

Hippocoon,Ἱπποκόων, 1) zoon van Oebalus en Batēa, verdreef met de hulp zijner 12 zonen zijn broeder Tyndareos en maakte zich meester van de regeering over Sparta; hij werd met zijne zonen door Heracles gedood.—2)Thraciër, vergezelde Rhesus naar Troje.—3)tochtgenoot van Aenēas, bekwaam boogschutter.

Hippocrates,Ἱπποκράτης, 1) vader van Pisistratus.—2)Alcmaeonide, grootvader van Pericles.—3)broeder en opvolger van Cleander als tyran van Gela. Door de inwoners van Zancle, zijne bondgenooten, tegen de Samiërs te hulp geroepen, breidde hij, steunend op zijn talrijk huurleger, zijne macht door schandelijk verraad uit, onderwierp ook Naxus, Callipolis en Leontīni, noodzaakte de Syracusanen door zijne overwinning bij de rivier Helōrus (492) hem Camarīna af te staan, en sneuvelde bij een aanslag op Hybla (491).—4)zoon van Ariphron, atheensch strateeg, sneuvelde in den slag bij Delium (424).—5)van Chius, schrijver van het oudste leerboek der meetkunde. Hij leefde in de 2dehelft van de 5deeeuw.—6)van Cos, de beroemde grieksche geneesheer, geb. 460. Hij behoorde tot het geslacht der Asclepiaden en ontving het eerste onderwijs in de geneeskunde van zijn vader Heraclīdes en van andere artsen in zijn vaderland; ook de sophisten Prodicus en Gorgias worden zijne leermeesters genoemd, door sommigen ook Democritus. Van zijn leven is weinig bekend; in zijn jeugd deed hij groote reizen, tijdens de pest in den peloponnesischen oorlog hield hij zich te Athene op, hij stierf in zeer hoogen ouderdom te Larīsa in Thessalië. Door nauwkeurige waarnemingen en grondig onderzoek verhief hij de geneeskunde tot wetenschap, zijne werken werden dan ook door Grieken, Romeinen en Arabieren ijverig bestudeerd en dikwijls van commentaren voorzien. Vele daarvan werden echter reeds door de ouden voor onecht gehouden, van de 72, die nu nog zijn naam dragen, worden gewoonlijk slechts 6 als echtbeschouwd; het meest bekende draagt den naamἈφορισμοί.—Ook zijne beide zonen, Thessalus en Draco, zijn schoonzoon, Polybus, en zijne twee naar hem genoemde kleinzonen waren artsen van naam en schrijvers van geneeskundige werken.

Hippocrēne,Ἵππου κρήνη, Ἱπποκρήνη,Fons Caballīnus, bron op den Helicon, ontstaan door den hoefslag van Pegasus, waarvan het water ieder, die er van dronk, in dichterlijke geestvervoering bracht.

Hippodamēa,Ἱπποδάμεια, 1) dochter van Oenomaüs (z.a.), koning van Elis, en Asterope. Bij Pelops werd zij moeder van Atreus, Thyestes en nog 4 of 11 zonen en 2 dochters. Zij spoorde hare zonen aan tot den moord van Chrysippus, zoon van Pelops en Axioche, en werd daarom door haar gemaal verstooten; zij stierf in Argolis.—2)echtgenoote van Pirithous; op hun bruiloft ontstond de strijd tusschen de Centauren en Lapithen.—3)=Brisēis.—4)echtgenoote van Amyntor, moeder van Phoenix.—5)dochter van Anchīses, gemalin van Alcathous.

Hippodamus,Ἱππόδαμος, van Milētus, beroemd bouwmeester ten tijde van Pericles, de eerste die in Griekenland regelmatig gebouwde straten aanlegde. Hij werd vooral beroemd door zijn werk aan den Piraeus, te Thurii en te Rhodus. Ook wordt hij genoemd als de schrijver van een ontwerp eener ideale staatsinrichting.


Back to IndexNext