Chapter 45

Lyra.Lyra,Λύρα, 1) zeer oud muziekinstrument, met 3–9 snaren bespannen, dat men met de vingers van beide handen bespeelde, of met een plectrum in de eene hand en de vingers van de andere. De uitvinding er van wordt aan Hermes toegeschreven.—2)sterrenbeeld, naar men meende de lier van Orpheus.Lyrische poëzie, omvat in het algemeen alle gedichten, die niet tot de epische of dramatische poëzie behooren, in het bijzonder echter die gedichten, die bestemd waren onder begeleiding van muziek en dans gezongen te worden. Hiertoe behooren de melische en de chorische poëzie, waarvan de eerstgenoemde liederen bevat, die door een enkel persoon onder begeleiding van muziek voorgedragen werden, en waarin de dichter, geheel anders dan in het epos of drama, aan zijne persoonlijke gevoelens en gedachten uiting geeft, terwijl tot de andere hymnen en gezangen behooren, die bij godsdienstige plechtigheden, feesten, enz., door een koor onder het uitvoeren van reidansen werden gezongen. De melische (aeolische) poëzie bloeide in de 7deen 6eeeuw, en werd vooral door dichters van den aeolischen stam (Alcaeus, Sappho) beoefend, de chorische (dorische) was reeds in zeer ouden tijd een deel van den eeredienst en bleef lang in handen der Doriërs, totdat zij in de 7deeeuw door Stesichorus, Arīon e. a. tot een hoogen trap van volmaaktheid gebracht werd en sedert overal in Griekenland beoefenaars vond (Ibycus, Simonides, Pindarus, Bacchylides).—De Rom. hebben eerst tegen het einde der republiek op dit gebied iets geleverd, hun eerste lyrische dichter is Catullus, hun voornaamste Horatius.Lyrnessus,Λυρνησσός, stad in Mysia, ten Z.O. van Adramyttium. Hier hadden de Grieken Hippodamīa, de dochter van Briseus (Brisēis) buit gemaakt. ZieBrisēis.Lysander,Λύσανδρος, 1) Lacedaemoniër, werd in 407 aan het hoofd van de vloot geplaatst. Daar hij zijne macht niet tegen die der Atheners opgewassen achtte, vermeed hij een open gevecht en trachtte hij zich ten eerste in alle staten met de oligarchische partijen in betrekking te stellen. Van de goede gezindheid van Cyrus, die kort te voren als satraap aan de kust gekomen was, maakte hij gebruik om zich ruime middelen voor het onderhoud van zijn vloot te verschaffen. Daar echter na afloop van zijn ambtsjaar de toestand niet merkbaar veranderd was, en hij vreesde dat zijn opvolger Callicratidas, een man van een geheel ander karakter dan hij, zijn werk ongedaan zoude maken, liet hij dezen door zijne vrienden en bondgenooten allerlei moeielijkheden in den weg leggen. Toen Callicratidas in den slag bij de Arginusen het leven verloren had, kreeg L. weder het opperbevel, ofschoon hij volgens de wet niet voor de tweede maal den titel van opperbevelhebber (ναύαρχος) voeren mocht. Door Cyrus weder ruim met geld ondersteund, zoodat hij na afloop van den oorlog nog 470 talenten naar Sparta medebracht, wist hij de Atheners in den waan te brengen, dat hij het weder niet tot een slag zou laten komen; ondertusschen wachtte hij het gunstige oogenblik af, totdat hij bij Aegospotami bij verrassing de geheele atheensche vloot van 180 schepen konde nemen; 3000 gevangenen werden ter dood gebracht. Alle aziatische en thracische bondgenooten van Athene vielen nu af, overal stelde L. eene regeering van 10 mannen in, waarvoor overal personen gekozen werden, bereid om alles te doen wat hij wilde. Daarop belegerde en nam hij Athene, liet hij de muren afbreken en stelde hij de regeering der 30 in, eindelijk dwong hij ook Samus, den eenigen staat die zich nog verzette, tot overgave. L. was toen de meest gevierde man in Griekenland, zijn roem werd door dichters bezongen, en menige stad richtte voor hem een altaar op als voor een god; hij had zijn doel bereikt, en Sparta tot den eersten staat in Griekenland, zichzelf tot den eersten man in Sparta gemaakt. Maar niet alleen dat zijn geluk veel afgunst verwekte, de middelen, die hij te baat nam om zijne macht te handhaven, maakten hem algemeen gehaat; met dobbelsteenen, zeide hij, bedriegt men kinderen, met eeden mannen. Toen de 30 mannen te Athene door de atheensche ballingen bedreigd werden, en L. hen met zijn leger kwam verdedigen, bewerkte koning Pausanias een vergelijk tusschen de partijen, waarvan het herstel der democratie het gevolg was. Ook in de andere staten moesten de ephoren, ten gevolge van de luide klachten der bevolking, een einde maken aan de regeering der 10 mannen. En toen L. later de verloren macht poogde te herwinnen, terwijl hij Agesilāus, die door zijn toedoen de regeering gekregen had, op zijn veldtocht in Azië vergezelde, trad deze zoo vastberaden tegen hem op, dat L. spoedig naar Europa terugkeerde. Door Pausanias tegengewerkt en door Agesilāus gekrenkt, beraamde hij nu het plan tot eene omwenteling, ten einde het erfelijk koningschap omver te werpen en de regeering voor alle Heracliden, waartoe ook hij behoorde, toegankelijk te maken. Om zich hiervoor steun te verschaffen, deed hij reizen naar de orakels van Delphi, Dodōna en Ammon, maar hij vond, naar het schijnt, nergens wat hij wenschte. Zijne plannen kwamen ook niet tot uitvoering, want inmiddels brak de corinthische oorlog uit. L. werd naar Boeotië gezonden om zich bij Haliartus met Pausanias te vereenigen, het plan mislukte, hetzij Pausanias te laat kwam, hetzij L. met overijling te werk ging, en bij een aanval opHaliartus sneuvelde hij (395).—2)ephoor ten tijde van Agis III en begunstiger van diens hervormingsplannen.Lysanoridas,Λυσανορίδας, een van de spartaansche harmosten, die in 379 de Cadmēa aan de Thebanen overgaven; om zich aan de zware boete te onttrekken, waartoe hij hiervoor veroordeeld werd, ging hij in ballingschap.Lysias,Λυσίας, zoon van Cephalus no. 2, geb. ± 445, ging, nadat hij eene voortreffelijke opvoeding genoten had, op den leeftijd van 15 jaar naar de atheensche volkplanting te Thurii. Daar beoefende hij onder leiding van Tisias welsprekendheid en wijsbegeerte, en stond hij, gedeeltelijk ook wegens zijn aanzienlijk vermogen, in hoog aanzien. Ten gevolge van de Athene vijandige stemming, die na den ongelukkigen afloop van de expeditie naar Sicilië in Thurii opkwam, moest hij echter met zijn broeder Polemarchus en 300 anderen, allen erkende aanhangers der democratie, van daar vluchten, en keerde hij in 412 naar Athene terug. Ook daar genoot hij, evenals zijn broeder, aller achting en vermeerderden zij hun vermogen door eene fabriek van schilden, waarin 120 slaven werkten. Door de 30 werden zij echter hiervan beroofd, Polemarchus werd gedood en L. moest naar Megara vluchten, van waar hij, zooveel als zijn verminderd vermogen het toeliet, krachtig medewerkte tot herstel der democratie. Zoodra hij teruggekeerd was, klaagde hij Eratosthenes, een van de 30, aan wegens den moord van Polemarchus, en de redevoering, die hij bij deze gelegenheid hield, verwierf zoo grooten lof, dat hij besloot voortaan zijn beroep te maken van het schrijven van pleitredenen. Zijne tijdgenooten waren zoo ingenomen met zijn werk, dat hij 233 redevoeringen geschreven heeft, waarvan hij alleen de genoemde zelf hield; de nog bestaande, 34 in aantal, die echter waarschijnlijk niet alle echt zijn, munten uit door zuivere taal, duidelijkheid, en vooral door een afwisselenden stijl, die met zeldzame bekwaamheid steeds in overeenstemming gebracht is met het karakter en de omstandigheden der verschillende sprekers. Door de alexandrijnsche geleerden werd hij onder de 10 attische redenaars opgenomen. Hij bereikte den leeftijd van 80 jaar.Lysicles,Λυσικλῆς, 1) atheensch demagoog, na den dood van Pericles met Aspasia gehuwd.—2)atheensch veldheer in den slag bij Chaeronēa, op eene aanklacht van Lycurgus (no. 7) ter dood veroordeeld.Lysicrates,Λυσικράτης, Athener, die als choreeg in 334 den prijs won; het door hem volgens gewoonte opgerichte gedenkteeken (χορηγικὸς τρίπους, z.Choragus) bestaat nog; zie de afbeelding bijAthenae, blz. 103.Lysimachēa,Λυσιμάχεια, bij de Rom.Lysimachīa, vesting door Lysimachus na de verwoesting van Cardia op de thracische Chersonēsus gesticht op de plaats, waar de Hellespont in de Propontis overgaat (309). De inwoners van Cardia en Pactye en andere plaatsen in de buurt gelegen, werden hierheen overgebracht. De plaats diende als hoofdstad van zijn nieuw gesticht rijk.Lysimachus,Λυσίμαχος, van Pella, zoon van Agathocles, geb. omstreeks 355, generaal en later vertrouwd vriend van Alexander d. G., onderscheidde zich vooral bij den indischen veldtocht en werd bij Sangala gewond. Na den dood van Alexander kreeg hij Thracië (323), en had daar zooveel te doen met het bestrijden zijner barbaarsche buren, dat hij zich lang buiten de twisten tusschen de andere veldheeren van Alex. hield. In 316 vereenigde hij zich echter met Ptolemaeus en Seleucus tegen Antigonus, doch deze wist hem nog lang in zijn eigen land bezig te houden. In 309 stichtte hij Lysimachēa (z. a.). In 306 nam hij, evenals Antigonus, Ptolemaeus e. a., den titel van koning aan. In 302 begon hij den oorlog in Azië tegen Antigonus, en hoewel hij eerst voor de overmacht van zijn vijand moest wijken, behaalde hij in het volgende jaar met Seleucus de groote overwinning bij Ipsus. Hij verstiet toen zijne eerste gemalin, Amastris (no. 2), en huwde met Arsinoë (no. 7). In 297 begon Demetrius Poliorcētes de vijandelijkheden op nieuw en in 294 moest L. hem als koning van Macedonië erkennen, doch na eene mislukte poging om de Geten te onderwerpen, waarbij hij overwonnen en gevangen genomen, maar weldra weder vrij gelaten werd, verdreef hij hem met de hulp van Ptolemaeus en Seleucus (287), gaf de regeering aan Pyrrhus van Epīrus, doch ontnam hem die weder na een jaar. Toen hij nu zijn zoon Agathocles op aandrijven van Arsinoë en van Ptolemaeus Ceraunus had laten vermoorden, vielen vele bloedverwanten en getrouwen van hem af, zijn achterdocht en wreedheid verwekte allerwege ontevredenheid, en weldra was geheel Klein-Azië tegen hem in opstand. Haastig trok hij over den Hellespont om de afvalligen te onderwerpen, maar in de vlakte van Corus,Κόρου πεδίον, ontmoette hij Seleucus, tot wien de weduwe van Agathocles gevlucht was; het kwam tot een gevecht, waarin L. overwonnen werd en sneuvelde (281).Lysimelēa palus,Λυσιμελεία λίμνη, meer bij Syracūsae, vroeger Syraco genoemd, waarvan dan de naam der stad zou afgeleid zijn.Lysippe,Λυσίππη, eene van de Proetides.Lysippus,Λύσιππος, van Sicyon, eerst smidsleerling, later beroemd beeldhouwer, die vooral voor Alexander d. G. en diens omgeving werkte. Alex. wilde zich door geen ander kunstenaar laten afbeelden. De op blz. 81 afgebeelde Ares wordt voor een copie van een werk van hem gehouden. Zijn meest bekende werk is de Apoxyomenus, waarvan het Vaticaansche Museum een voortreffelijke copie bezit. Hij beeldde de menschen niet af zooals ze zijn, maar zooals ze zich voordoen,quales esse videntur.Lysis,Λύσις, 1) Athener, leerling van Socrates; een van de gesprekken van Plato is naar hem genoemd.—2)van Tarentum, pythagoreïsch wijsgeer, ging na het vernietigenvan het pythagoreïsch verbond naar Thebe, en werd de leermeester van Epaminondas.Lysistratus,Λυσίστρατος, 1) arm Athener, betrokken in het proces der Hermocopiden, hij werd ter dood veroordeeld, maar vluchtte.—2)beroemd beeldhouwer, broeder van Lysippus.Lysius,Λύσιος=Lyaeus.Lystra,Λύστρα, stad in Isauria, ten Z. van Iconium.Lyttus=Lyctus.

Lyra.Lyra,Λύρα, 1) zeer oud muziekinstrument, met 3–9 snaren bespannen, dat men met de vingers van beide handen bespeelde, of met een plectrum in de eene hand en de vingers van de andere. De uitvinding er van wordt aan Hermes toegeschreven.—2)sterrenbeeld, naar men meende de lier van Orpheus.Lyrische poëzie, omvat in het algemeen alle gedichten, die niet tot de epische of dramatische poëzie behooren, in het bijzonder echter die gedichten, die bestemd waren onder begeleiding van muziek en dans gezongen te worden. Hiertoe behooren de melische en de chorische poëzie, waarvan de eerstgenoemde liederen bevat, die door een enkel persoon onder begeleiding van muziek voorgedragen werden, en waarin de dichter, geheel anders dan in het epos of drama, aan zijne persoonlijke gevoelens en gedachten uiting geeft, terwijl tot de andere hymnen en gezangen behooren, die bij godsdienstige plechtigheden, feesten, enz., door een koor onder het uitvoeren van reidansen werden gezongen. De melische (aeolische) poëzie bloeide in de 7deen 6eeeuw, en werd vooral door dichters van den aeolischen stam (Alcaeus, Sappho) beoefend, de chorische (dorische) was reeds in zeer ouden tijd een deel van den eeredienst en bleef lang in handen der Doriërs, totdat zij in de 7deeeuw door Stesichorus, Arīon e. a. tot een hoogen trap van volmaaktheid gebracht werd en sedert overal in Griekenland beoefenaars vond (Ibycus, Simonides, Pindarus, Bacchylides).—De Rom. hebben eerst tegen het einde der republiek op dit gebied iets geleverd, hun eerste lyrische dichter is Catullus, hun voornaamste Horatius.Lyrnessus,Λυρνησσός, stad in Mysia, ten Z.O. van Adramyttium. Hier hadden de Grieken Hippodamīa, de dochter van Briseus (Brisēis) buit gemaakt. ZieBrisēis.Lysander,Λύσανδρος, 1) Lacedaemoniër, werd in 407 aan het hoofd van de vloot geplaatst. Daar hij zijne macht niet tegen die der Atheners opgewassen achtte, vermeed hij een open gevecht en trachtte hij zich ten eerste in alle staten met de oligarchische partijen in betrekking te stellen. Van de goede gezindheid van Cyrus, die kort te voren als satraap aan de kust gekomen was, maakte hij gebruik om zich ruime middelen voor het onderhoud van zijn vloot te verschaffen. Daar echter na afloop van zijn ambtsjaar de toestand niet merkbaar veranderd was, en hij vreesde dat zijn opvolger Callicratidas, een man van een geheel ander karakter dan hij, zijn werk ongedaan zoude maken, liet hij dezen door zijne vrienden en bondgenooten allerlei moeielijkheden in den weg leggen. Toen Callicratidas in den slag bij de Arginusen het leven verloren had, kreeg L. weder het opperbevel, ofschoon hij volgens de wet niet voor de tweede maal den titel van opperbevelhebber (ναύαρχος) voeren mocht. Door Cyrus weder ruim met geld ondersteund, zoodat hij na afloop van den oorlog nog 470 talenten naar Sparta medebracht, wist hij de Atheners in den waan te brengen, dat hij het weder niet tot een slag zou laten komen; ondertusschen wachtte hij het gunstige oogenblik af, totdat hij bij Aegospotami bij verrassing de geheele atheensche vloot van 180 schepen konde nemen; 3000 gevangenen werden ter dood gebracht. Alle aziatische en thracische bondgenooten van Athene vielen nu af, overal stelde L. eene regeering van 10 mannen in, waarvoor overal personen gekozen werden, bereid om alles te doen wat hij wilde. Daarop belegerde en nam hij Athene, liet hij de muren afbreken en stelde hij de regeering der 30 in, eindelijk dwong hij ook Samus, den eenigen staat die zich nog verzette, tot overgave. L. was toen de meest gevierde man in Griekenland, zijn roem werd door dichters bezongen, en menige stad richtte voor hem een altaar op als voor een god; hij had zijn doel bereikt, en Sparta tot den eersten staat in Griekenland, zichzelf tot den eersten man in Sparta gemaakt. Maar niet alleen dat zijn geluk veel afgunst verwekte, de middelen, die hij te baat nam om zijne macht te handhaven, maakten hem algemeen gehaat; met dobbelsteenen, zeide hij, bedriegt men kinderen, met eeden mannen. Toen de 30 mannen te Athene door de atheensche ballingen bedreigd werden, en L. hen met zijn leger kwam verdedigen, bewerkte koning Pausanias een vergelijk tusschen de partijen, waarvan het herstel der democratie het gevolg was. Ook in de andere staten moesten de ephoren, ten gevolge van de luide klachten der bevolking, een einde maken aan de regeering der 10 mannen. En toen L. later de verloren macht poogde te herwinnen, terwijl hij Agesilāus, die door zijn toedoen de regeering gekregen had, op zijn veldtocht in Azië vergezelde, trad deze zoo vastberaden tegen hem op, dat L. spoedig naar Europa terugkeerde. Door Pausanias tegengewerkt en door Agesilāus gekrenkt, beraamde hij nu het plan tot eene omwenteling, ten einde het erfelijk koningschap omver te werpen en de regeering voor alle Heracliden, waartoe ook hij behoorde, toegankelijk te maken. Om zich hiervoor steun te verschaffen, deed hij reizen naar de orakels van Delphi, Dodōna en Ammon, maar hij vond, naar het schijnt, nergens wat hij wenschte. Zijne plannen kwamen ook niet tot uitvoering, want inmiddels brak de corinthische oorlog uit. L. werd naar Boeotië gezonden om zich bij Haliartus met Pausanias te vereenigen, het plan mislukte, hetzij Pausanias te laat kwam, hetzij L. met overijling te werk ging, en bij een aanval opHaliartus sneuvelde hij (395).—2)ephoor ten tijde van Agis III en begunstiger van diens hervormingsplannen.Lysanoridas,Λυσανορίδας, een van de spartaansche harmosten, die in 379 de Cadmēa aan de Thebanen overgaven; om zich aan de zware boete te onttrekken, waartoe hij hiervoor veroordeeld werd, ging hij in ballingschap.Lysias,Λυσίας, zoon van Cephalus no. 2, geb. ± 445, ging, nadat hij eene voortreffelijke opvoeding genoten had, op den leeftijd van 15 jaar naar de atheensche volkplanting te Thurii. Daar beoefende hij onder leiding van Tisias welsprekendheid en wijsbegeerte, en stond hij, gedeeltelijk ook wegens zijn aanzienlijk vermogen, in hoog aanzien. Ten gevolge van de Athene vijandige stemming, die na den ongelukkigen afloop van de expeditie naar Sicilië in Thurii opkwam, moest hij echter met zijn broeder Polemarchus en 300 anderen, allen erkende aanhangers der democratie, van daar vluchten, en keerde hij in 412 naar Athene terug. Ook daar genoot hij, evenals zijn broeder, aller achting en vermeerderden zij hun vermogen door eene fabriek van schilden, waarin 120 slaven werkten. Door de 30 werden zij echter hiervan beroofd, Polemarchus werd gedood en L. moest naar Megara vluchten, van waar hij, zooveel als zijn verminderd vermogen het toeliet, krachtig medewerkte tot herstel der democratie. Zoodra hij teruggekeerd was, klaagde hij Eratosthenes, een van de 30, aan wegens den moord van Polemarchus, en de redevoering, die hij bij deze gelegenheid hield, verwierf zoo grooten lof, dat hij besloot voortaan zijn beroep te maken van het schrijven van pleitredenen. Zijne tijdgenooten waren zoo ingenomen met zijn werk, dat hij 233 redevoeringen geschreven heeft, waarvan hij alleen de genoemde zelf hield; de nog bestaande, 34 in aantal, die echter waarschijnlijk niet alle echt zijn, munten uit door zuivere taal, duidelijkheid, en vooral door een afwisselenden stijl, die met zeldzame bekwaamheid steeds in overeenstemming gebracht is met het karakter en de omstandigheden der verschillende sprekers. Door de alexandrijnsche geleerden werd hij onder de 10 attische redenaars opgenomen. Hij bereikte den leeftijd van 80 jaar.Lysicles,Λυσικλῆς, 1) atheensch demagoog, na den dood van Pericles met Aspasia gehuwd.—2)atheensch veldheer in den slag bij Chaeronēa, op eene aanklacht van Lycurgus (no. 7) ter dood veroordeeld.Lysicrates,Λυσικράτης, Athener, die als choreeg in 334 den prijs won; het door hem volgens gewoonte opgerichte gedenkteeken (χορηγικὸς τρίπους, z.Choragus) bestaat nog; zie de afbeelding bijAthenae, blz. 103.Lysimachēa,Λυσιμάχεια, bij de Rom.Lysimachīa, vesting door Lysimachus na de verwoesting van Cardia op de thracische Chersonēsus gesticht op de plaats, waar de Hellespont in de Propontis overgaat (309). De inwoners van Cardia en Pactye en andere plaatsen in de buurt gelegen, werden hierheen overgebracht. De plaats diende als hoofdstad van zijn nieuw gesticht rijk.Lysimachus,Λυσίμαχος, van Pella, zoon van Agathocles, geb. omstreeks 355, generaal en later vertrouwd vriend van Alexander d. G., onderscheidde zich vooral bij den indischen veldtocht en werd bij Sangala gewond. Na den dood van Alexander kreeg hij Thracië (323), en had daar zooveel te doen met het bestrijden zijner barbaarsche buren, dat hij zich lang buiten de twisten tusschen de andere veldheeren van Alex. hield. In 316 vereenigde hij zich echter met Ptolemaeus en Seleucus tegen Antigonus, doch deze wist hem nog lang in zijn eigen land bezig te houden. In 309 stichtte hij Lysimachēa (z. a.). In 306 nam hij, evenals Antigonus, Ptolemaeus e. a., den titel van koning aan. In 302 begon hij den oorlog in Azië tegen Antigonus, en hoewel hij eerst voor de overmacht van zijn vijand moest wijken, behaalde hij in het volgende jaar met Seleucus de groote overwinning bij Ipsus. Hij verstiet toen zijne eerste gemalin, Amastris (no. 2), en huwde met Arsinoë (no. 7). In 297 begon Demetrius Poliorcētes de vijandelijkheden op nieuw en in 294 moest L. hem als koning van Macedonië erkennen, doch na eene mislukte poging om de Geten te onderwerpen, waarbij hij overwonnen en gevangen genomen, maar weldra weder vrij gelaten werd, verdreef hij hem met de hulp van Ptolemaeus en Seleucus (287), gaf de regeering aan Pyrrhus van Epīrus, doch ontnam hem die weder na een jaar. Toen hij nu zijn zoon Agathocles op aandrijven van Arsinoë en van Ptolemaeus Ceraunus had laten vermoorden, vielen vele bloedverwanten en getrouwen van hem af, zijn achterdocht en wreedheid verwekte allerwege ontevredenheid, en weldra was geheel Klein-Azië tegen hem in opstand. Haastig trok hij over den Hellespont om de afvalligen te onderwerpen, maar in de vlakte van Corus,Κόρου πεδίον, ontmoette hij Seleucus, tot wien de weduwe van Agathocles gevlucht was; het kwam tot een gevecht, waarin L. overwonnen werd en sneuvelde (281).Lysimelēa palus,Λυσιμελεία λίμνη, meer bij Syracūsae, vroeger Syraco genoemd, waarvan dan de naam der stad zou afgeleid zijn.Lysippe,Λυσίππη, eene van de Proetides.Lysippus,Λύσιππος, van Sicyon, eerst smidsleerling, later beroemd beeldhouwer, die vooral voor Alexander d. G. en diens omgeving werkte. Alex. wilde zich door geen ander kunstenaar laten afbeelden. De op blz. 81 afgebeelde Ares wordt voor een copie van een werk van hem gehouden. Zijn meest bekende werk is de Apoxyomenus, waarvan het Vaticaansche Museum een voortreffelijke copie bezit. Hij beeldde de menschen niet af zooals ze zijn, maar zooals ze zich voordoen,quales esse videntur.Lysis,Λύσις, 1) Athener, leerling van Socrates; een van de gesprekken van Plato is naar hem genoemd.—2)van Tarentum, pythagoreïsch wijsgeer, ging na het vernietigenvan het pythagoreïsch verbond naar Thebe, en werd de leermeester van Epaminondas.Lysistratus,Λυσίστρατος, 1) arm Athener, betrokken in het proces der Hermocopiden, hij werd ter dood veroordeeld, maar vluchtte.—2)beroemd beeldhouwer, broeder van Lysippus.Lysius,Λύσιος=Lyaeus.Lystra,Λύστρα, stad in Isauria, ten Z. van Iconium.Lyttus=Lyctus.

Lyra.

Lyra,Λύρα, 1) zeer oud muziekinstrument, met 3–9 snaren bespannen, dat men met de vingers van beide handen bespeelde, of met een plectrum in de eene hand en de vingers van de andere. De uitvinding er van wordt aan Hermes toegeschreven.—2)sterrenbeeld, naar men meende de lier van Orpheus.

Lyrische poëzie, omvat in het algemeen alle gedichten, die niet tot de epische of dramatische poëzie behooren, in het bijzonder echter die gedichten, die bestemd waren onder begeleiding van muziek en dans gezongen te worden. Hiertoe behooren de melische en de chorische poëzie, waarvan de eerstgenoemde liederen bevat, die door een enkel persoon onder begeleiding van muziek voorgedragen werden, en waarin de dichter, geheel anders dan in het epos of drama, aan zijne persoonlijke gevoelens en gedachten uiting geeft, terwijl tot de andere hymnen en gezangen behooren, die bij godsdienstige plechtigheden, feesten, enz., door een koor onder het uitvoeren van reidansen werden gezongen. De melische (aeolische) poëzie bloeide in de 7deen 6eeeuw, en werd vooral door dichters van den aeolischen stam (Alcaeus, Sappho) beoefend, de chorische (dorische) was reeds in zeer ouden tijd een deel van den eeredienst en bleef lang in handen der Doriërs, totdat zij in de 7deeeuw door Stesichorus, Arīon e. a. tot een hoogen trap van volmaaktheid gebracht werd en sedert overal in Griekenland beoefenaars vond (Ibycus, Simonides, Pindarus, Bacchylides).—De Rom. hebben eerst tegen het einde der republiek op dit gebied iets geleverd, hun eerste lyrische dichter is Catullus, hun voornaamste Horatius.

Lyrnessus,Λυρνησσός, stad in Mysia, ten Z.O. van Adramyttium. Hier hadden de Grieken Hippodamīa, de dochter van Briseus (Brisēis) buit gemaakt. ZieBrisēis.

Lysander,Λύσανδρος, 1) Lacedaemoniër, werd in 407 aan het hoofd van de vloot geplaatst. Daar hij zijne macht niet tegen die der Atheners opgewassen achtte, vermeed hij een open gevecht en trachtte hij zich ten eerste in alle staten met de oligarchische partijen in betrekking te stellen. Van de goede gezindheid van Cyrus, die kort te voren als satraap aan de kust gekomen was, maakte hij gebruik om zich ruime middelen voor het onderhoud van zijn vloot te verschaffen. Daar echter na afloop van zijn ambtsjaar de toestand niet merkbaar veranderd was, en hij vreesde dat zijn opvolger Callicratidas, een man van een geheel ander karakter dan hij, zijn werk ongedaan zoude maken, liet hij dezen door zijne vrienden en bondgenooten allerlei moeielijkheden in den weg leggen. Toen Callicratidas in den slag bij de Arginusen het leven verloren had, kreeg L. weder het opperbevel, ofschoon hij volgens de wet niet voor de tweede maal den titel van opperbevelhebber (ναύαρχος) voeren mocht. Door Cyrus weder ruim met geld ondersteund, zoodat hij na afloop van den oorlog nog 470 talenten naar Sparta medebracht, wist hij de Atheners in den waan te brengen, dat hij het weder niet tot een slag zou laten komen; ondertusschen wachtte hij het gunstige oogenblik af, totdat hij bij Aegospotami bij verrassing de geheele atheensche vloot van 180 schepen konde nemen; 3000 gevangenen werden ter dood gebracht. Alle aziatische en thracische bondgenooten van Athene vielen nu af, overal stelde L. eene regeering van 10 mannen in, waarvoor overal personen gekozen werden, bereid om alles te doen wat hij wilde. Daarop belegerde en nam hij Athene, liet hij de muren afbreken en stelde hij de regeering der 30 in, eindelijk dwong hij ook Samus, den eenigen staat die zich nog verzette, tot overgave. L. was toen de meest gevierde man in Griekenland, zijn roem werd door dichters bezongen, en menige stad richtte voor hem een altaar op als voor een god; hij had zijn doel bereikt, en Sparta tot den eersten staat in Griekenland, zichzelf tot den eersten man in Sparta gemaakt. Maar niet alleen dat zijn geluk veel afgunst verwekte, de middelen, die hij te baat nam om zijne macht te handhaven, maakten hem algemeen gehaat; met dobbelsteenen, zeide hij, bedriegt men kinderen, met eeden mannen. Toen de 30 mannen te Athene door de atheensche ballingen bedreigd werden, en L. hen met zijn leger kwam verdedigen, bewerkte koning Pausanias een vergelijk tusschen de partijen, waarvan het herstel der democratie het gevolg was. Ook in de andere staten moesten de ephoren, ten gevolge van de luide klachten der bevolking, een einde maken aan de regeering der 10 mannen. En toen L. later de verloren macht poogde te herwinnen, terwijl hij Agesilāus, die door zijn toedoen de regeering gekregen had, op zijn veldtocht in Azië vergezelde, trad deze zoo vastberaden tegen hem op, dat L. spoedig naar Europa terugkeerde. Door Pausanias tegengewerkt en door Agesilāus gekrenkt, beraamde hij nu het plan tot eene omwenteling, ten einde het erfelijk koningschap omver te werpen en de regeering voor alle Heracliden, waartoe ook hij behoorde, toegankelijk te maken. Om zich hiervoor steun te verschaffen, deed hij reizen naar de orakels van Delphi, Dodōna en Ammon, maar hij vond, naar het schijnt, nergens wat hij wenschte. Zijne plannen kwamen ook niet tot uitvoering, want inmiddels brak de corinthische oorlog uit. L. werd naar Boeotië gezonden om zich bij Haliartus met Pausanias te vereenigen, het plan mislukte, hetzij Pausanias te laat kwam, hetzij L. met overijling te werk ging, en bij een aanval opHaliartus sneuvelde hij (395).—2)ephoor ten tijde van Agis III en begunstiger van diens hervormingsplannen.

Lysanoridas,Λυσανορίδας, een van de spartaansche harmosten, die in 379 de Cadmēa aan de Thebanen overgaven; om zich aan de zware boete te onttrekken, waartoe hij hiervoor veroordeeld werd, ging hij in ballingschap.

Lysias,Λυσίας, zoon van Cephalus no. 2, geb. ± 445, ging, nadat hij eene voortreffelijke opvoeding genoten had, op den leeftijd van 15 jaar naar de atheensche volkplanting te Thurii. Daar beoefende hij onder leiding van Tisias welsprekendheid en wijsbegeerte, en stond hij, gedeeltelijk ook wegens zijn aanzienlijk vermogen, in hoog aanzien. Ten gevolge van de Athene vijandige stemming, die na den ongelukkigen afloop van de expeditie naar Sicilië in Thurii opkwam, moest hij echter met zijn broeder Polemarchus en 300 anderen, allen erkende aanhangers der democratie, van daar vluchten, en keerde hij in 412 naar Athene terug. Ook daar genoot hij, evenals zijn broeder, aller achting en vermeerderden zij hun vermogen door eene fabriek van schilden, waarin 120 slaven werkten. Door de 30 werden zij echter hiervan beroofd, Polemarchus werd gedood en L. moest naar Megara vluchten, van waar hij, zooveel als zijn verminderd vermogen het toeliet, krachtig medewerkte tot herstel der democratie. Zoodra hij teruggekeerd was, klaagde hij Eratosthenes, een van de 30, aan wegens den moord van Polemarchus, en de redevoering, die hij bij deze gelegenheid hield, verwierf zoo grooten lof, dat hij besloot voortaan zijn beroep te maken van het schrijven van pleitredenen. Zijne tijdgenooten waren zoo ingenomen met zijn werk, dat hij 233 redevoeringen geschreven heeft, waarvan hij alleen de genoemde zelf hield; de nog bestaande, 34 in aantal, die echter waarschijnlijk niet alle echt zijn, munten uit door zuivere taal, duidelijkheid, en vooral door een afwisselenden stijl, die met zeldzame bekwaamheid steeds in overeenstemming gebracht is met het karakter en de omstandigheden der verschillende sprekers. Door de alexandrijnsche geleerden werd hij onder de 10 attische redenaars opgenomen. Hij bereikte den leeftijd van 80 jaar.

Lysicles,Λυσικλῆς, 1) atheensch demagoog, na den dood van Pericles met Aspasia gehuwd.—2)atheensch veldheer in den slag bij Chaeronēa, op eene aanklacht van Lycurgus (no. 7) ter dood veroordeeld.

Lysicrates,Λυσικράτης, Athener, die als choreeg in 334 den prijs won; het door hem volgens gewoonte opgerichte gedenkteeken (χορηγικὸς τρίπους, z.Choragus) bestaat nog; zie de afbeelding bijAthenae, blz. 103.

Lysimachēa,Λυσιμάχεια, bij de Rom.Lysimachīa, vesting door Lysimachus na de verwoesting van Cardia op de thracische Chersonēsus gesticht op de plaats, waar de Hellespont in de Propontis overgaat (309). De inwoners van Cardia en Pactye en andere plaatsen in de buurt gelegen, werden hierheen overgebracht. De plaats diende als hoofdstad van zijn nieuw gesticht rijk.

Lysimachus,Λυσίμαχος, van Pella, zoon van Agathocles, geb. omstreeks 355, generaal en later vertrouwd vriend van Alexander d. G., onderscheidde zich vooral bij den indischen veldtocht en werd bij Sangala gewond. Na den dood van Alexander kreeg hij Thracië (323), en had daar zooveel te doen met het bestrijden zijner barbaarsche buren, dat hij zich lang buiten de twisten tusschen de andere veldheeren van Alex. hield. In 316 vereenigde hij zich echter met Ptolemaeus en Seleucus tegen Antigonus, doch deze wist hem nog lang in zijn eigen land bezig te houden. In 309 stichtte hij Lysimachēa (z. a.). In 306 nam hij, evenals Antigonus, Ptolemaeus e. a., den titel van koning aan. In 302 begon hij den oorlog in Azië tegen Antigonus, en hoewel hij eerst voor de overmacht van zijn vijand moest wijken, behaalde hij in het volgende jaar met Seleucus de groote overwinning bij Ipsus. Hij verstiet toen zijne eerste gemalin, Amastris (no. 2), en huwde met Arsinoë (no. 7). In 297 begon Demetrius Poliorcētes de vijandelijkheden op nieuw en in 294 moest L. hem als koning van Macedonië erkennen, doch na eene mislukte poging om de Geten te onderwerpen, waarbij hij overwonnen en gevangen genomen, maar weldra weder vrij gelaten werd, verdreef hij hem met de hulp van Ptolemaeus en Seleucus (287), gaf de regeering aan Pyrrhus van Epīrus, doch ontnam hem die weder na een jaar. Toen hij nu zijn zoon Agathocles op aandrijven van Arsinoë en van Ptolemaeus Ceraunus had laten vermoorden, vielen vele bloedverwanten en getrouwen van hem af, zijn achterdocht en wreedheid verwekte allerwege ontevredenheid, en weldra was geheel Klein-Azië tegen hem in opstand. Haastig trok hij over den Hellespont om de afvalligen te onderwerpen, maar in de vlakte van Corus,Κόρου πεδίον, ontmoette hij Seleucus, tot wien de weduwe van Agathocles gevlucht was; het kwam tot een gevecht, waarin L. overwonnen werd en sneuvelde (281).

Lysimelēa palus,Λυσιμελεία λίμνη, meer bij Syracūsae, vroeger Syraco genoemd, waarvan dan de naam der stad zou afgeleid zijn.

Lysippe,Λυσίππη, eene van de Proetides.

Lysippus,Λύσιππος, van Sicyon, eerst smidsleerling, later beroemd beeldhouwer, die vooral voor Alexander d. G. en diens omgeving werkte. Alex. wilde zich door geen ander kunstenaar laten afbeelden. De op blz. 81 afgebeelde Ares wordt voor een copie van een werk van hem gehouden. Zijn meest bekende werk is de Apoxyomenus, waarvan het Vaticaansche Museum een voortreffelijke copie bezit. Hij beeldde de menschen niet af zooals ze zijn, maar zooals ze zich voordoen,quales esse videntur.

Lysis,Λύσις, 1) Athener, leerling van Socrates; een van de gesprekken van Plato is naar hem genoemd.—2)van Tarentum, pythagoreïsch wijsgeer, ging na het vernietigenvan het pythagoreïsch verbond naar Thebe, en werd de leermeester van Epaminondas.

Lysistratus,Λυσίστρατος, 1) arm Athener, betrokken in het proces der Hermocopiden, hij werd ter dood veroordeeld, maar vluchtte.—2)beroemd beeldhouwer, broeder van Lysippus.

Lysius,Λύσιος=Lyaeus.

Lystra,Λύστρα, stad in Isauria, ten Z. van Iconium.

Lyttus=Lyctus.


Back to IndexNext