Chapter 53

Ὀπτήρια, geschenken, die de jonggehuwde vrouw van haar echtgenoot, bloedverwanten en vrienden kreeg, wanneer zij zich voor het eerst na het huwelijk zonder sluier vertoonde.Optimātes, de aristocratie te Rome, tegenovergesteld aan depopulares, de volkspartij. In engeren zin =nobiles.Optio, luitenant of adjudant, die in den beginne door den centurio of decurio zelf uit zijne manschappen gekozen werd (optare). Later ging de keus op de krijgstribunen over.Opus quadratum, incertum, reticulatum,latericium. Met deze woorden duidt men in den Romeinschen tijd verschillende wijzen van bouwen aan. Terwijl de Grieken naastprachtige bouwwerken van gehouwen steen en marmer, vooral lucht- of zonsteenen gebruikt hebben voor huizen en tempels (zelfs het Heraeum te Olympia was van zonsteen opgetrokken op een onderbouw van natuursteen), hebben de Romeinen naast natuursteen, waarvan delapis Tiburtinus(Travertino) de beste soort is, vooral veel baksteen voor de kern hunner reusachtige gebouwen gebruikt. Hetopus quadratumder Romeinen is een bouw uit vierhoekige steenblokken, op elkaar gelegd zonder eenige verbinding. Hetopusincertumgeeft de oudste wijze van metselen weer. In een soort kalk van bijzondere sterkte werden allerlei steenen, vooral veldkeien, ingevoegd; alles werd dan later met een dikke laag kalk overdekt, die weer door het aanbrengen van een laag fijnere kalk, de italiaanschestucco, gelegenheid tot beschildering aanbood. Deze wijze van bouwen vindt men in de geheele eerste eeuw vóór Christus. Iets later komt hetopus reticulatumop. Dit zijn vierkante baksteenen, op de scherpe kant gezet, en zoodanig aan elkaar gemetseld, dat de voegen schuine lijnen in twee richtingen vormen, die den indruk van een net maken. Dan volgt in het begin van den keizertijd hetopus latericium, dat is een baksteenbouw, die slechts in zoover van den onzen verschilt, dat de Romeinsche baksteenen platter, langer en breeder zijn dan de onze.Opus,Ὀποῦς, hoofdstad der Opuntische Locriërs aan de golf van Euboea, de geboorteplaats van Patroclus.Orbēlus,Ὄρβηλος, gebergte in Paeonia ten W. van den Strymon.Orbi et orbae. Volgens de opgaven bij den census verkregen, werd door de censoren aangelegd een register van belastingschuldigen, waarop voorkwamen: 1o.de mannelijke burgers, die in een tribus waren ingeschreven, en onderhevig waren aan hettributum(z. a.). 2o. deaerarii(z. a.). 3o. deorbi et orbae. Orbi zijn de mannelijke weezen beneden 15 jaar, die door sterfgevalsui iuriszijn geworden, en onder voogdij staan. Orbae zijn de vrouwelijke weezen en de weduwen, diesui iuriswaren. Samen betaalden zij het benoodigde voor hetaes equestreen hetaes hordearium(z. a.).Orbilius Pupillus, uit Beneventum, eerst klerk, vervolgens soldaat, ten slotte schoolmeester te Rome. Bij hem ging Horatius school, die hemplagosusnoemt, ter herinnering aan de klappen, die Orbilius uitdeelde. Orbilius stierf in den ouderdom van bijna 100 jaar. Hij was een verdienstelijk man, die echter veel met geldgebrek te kampen had.Orbis, in het algemeen een kring of schijf, o. a. ook een rond tafelblad uit één stuk; bij het leger een vierkant of carré, doch niet hol, maar geheel met manschappen opgevuld.Orbius(P.), praetor in Asia in 63, door Cicero als bekwaam, schoon niet welsprekend, jurist geprezen.Orbōna, oud-romeinsche godin, die aangeroepen werd door ouders, die kinderen verloren hadden en weder kinderen wenschten te krijgen. Zij had een altaar bij den tempel der Lares.Orcades insulae,Ὀρκάδες νῆσοι, de Orkney-eilanden ten N. van Schotland.Orchamus,Ὄρχαμος, vader van Leucothoë.Orchestra,ὀρχήστρα, in het algemeen een dansplaats, in het bizonder de plaats waar de dithyrambische koren ter eere van Dionȳsus zongen en dansten. In den schouwburg is de orch. de ruimte tusschen de zitplaatsen der toeschouwers en het tooneel, waarop bij tooneelvoorstellingen een houten stelling opgeslagen werd, die even hoog of weinig lager was dan het tooneel en op welke de plaats van het koor was. In rom. schouwburgen werd ook de orchestra door zitplaatsen ingenomen; hier zaten de senatoren.Orchia (lex)sumptuaria, van den volkstribuun C. Orchius in ± 181. Zij beperkte het getal gasten bij maaltijden.Orchomenus,Ὀρχομενός, 1) oude en rijke hoofdstad van westelijk Boeotia, bij HomerusΜινύειοςgeheeten naar de Minyers en hun koning Minyas, aan den Cephi(s)sus gelegen. Het bestond reeds in den myceenschen en vóór-myceenschen tijd. Tijdens den trojaanschen oorlog was Orch. reeds niet meer zoo machtig als vroeger; later kwam het onder de hegemonie der Thebanen, die het in 367 zelfs verwoestten. Hoewel Philippus van Macedonia de stad liet herbouwen, werd zij van geene beteekenis meer.—2)oude stad in Arcadia, bij Homerusπολύμηλοςgenoemd.Orcīni, slaven die bij testament rechtstreeks waren vrijverklaard en wier patroon dus in denOrcuswas. Spottend noemt Cicero aldus de nieuwbakken senatoren, die door Antonius, zoogenaamd uit Caesars aanteekeningen, in den senaat werden gebracht.Orcus, bij de Romeinen de god der onderwereld = Hades, ook de onderwereld zelf.Ordessus,Ὀρδησσός, thans Sereth, zijtak van den Ister (Donau) in het tegenw. Walachije.Ordovices, volk in Britannia, in het N.W. van het tegenw. Wales.Oreades,Ὀρειάδες, Ὀροδεμνιάδες, bergnimfen, komen vooral dikwijls als gezellinnen van Artemis voor.Orestae,Ὀρέσται, volk in Epīrus, in het gewest Orestis, later bij Macedonia ingelijfd. De sage leidt den naam af van Orestes, die tot dit volk zou gevlucht zijn. Het is een illyrischen stam.Orestēa,Ὀρεστεία, bijnaam van Artemis, wier beeld Orestes uit Tauris naar Griekenland had overgebracht.Orestes,Ὀρέστης, 1) zoon van Agamemnon en Clytaemnestra. Bij het vermoorden van zijn vader was hij nog een kind, en daar ook zijn leven gevaar liep, zond zijne zuster Electra hem heimelijk naar Phocis, waar hij bij zijn oom Strophius opgevoed werd. De zoon van Strophius, Pylades, werd zijn trouwe vriend en stond hem in zijn verder leven in alle moeilijkheden en gevaren trouw ter zijde. Met hem kwam hij na acht jaren naarMycēnae terug, nadat hij eerst zelf het gerucht had verspreid, dat hij bij een wedren verongelukt was, en te zamen doodden zij Aegisthus en Clytaemnestra. Maar ofschoon O. door Apollo zelf tot die daad was aangemoedigd, werd hij door de Erinyen zijner moeder vervolgd, hij verviel tot razernij en dwaalde langen tijd rond zonder rust te vinden. Eindelijk begaf hij zich op raad van Apollo naar Athene en riep hij daar de hulp der godin Athēna in, deze bracht hem voor de opzettelijk hiervoor bijeengebrachte rechtbank van den Areopagus, die sedert bestaan bleef, en voor deze rechtbank werd nu O. door de Erinyen aangeklaagd, door Apollo verdedigd. Toen bij de stemming bleek dat evenveel rechters voor vrijspraak als voor veroordeeling gestemd hadden, wierp Athena een wit steentje (calculus Minervae) in de bus, zoodat O. vrijgesproken was. De Erinyen waren verzoend en kregen onder den naam van Eumenides een heiligdom in Attica.—V.a. moest O., om van zijn waanzin genezen te worden, naar Tauris gaan en van daar het beeld van Artemis naar Griekenland brengen. Zoodra hij daar met Pylades aankwam, werden zij gevangen genomen om aan Artemis (z. a.) geofferd te worden, maar toen zij voor het altaar stonden, bleek het dat de priesteres, die het offer zou verrichten, Iphigenīa (z. a.), de zuster van O., was. Na de herkenning verschafte zij hun door list de middelen om te ontvluchten, zij zelve ging mede en, om aan het bevel van Apollo te voldoen, namen zij ook het beeld der godin mede.—V. a. had Orestes gedurende den tijd van zijne razernij in Arcadië rondgezworven, en niet ver van Megalopolis was de plaats van zijne genezing (Ἄκη) met een heiligdom der Eumeniden.—Naar Mycēnae teruggekeerd, doodde hij Alētes (z. a.) en regeerde hij na dien tijd lang en gelukkig. Hij huwde met Hermione, zond spartaansche volkplantingen naar Aeolis, en sloeg den eersten inval der Heracliden onder Hyllus af. Op hoogen ouderdom stierf hij te Tegea aan een slangebeet, zijne beenderen werden later naar Sparta overgebracht. In beide steden werd hij als heros vereerd.—2)zoon van den thessalischen vorst Echecratides, werd omstreeks 450 verbannen; de Atheners ondernamen een veldtocht tegen Pharsālus om hem terug te brengen, maar moesten onverrichter zake terugkeeren.Oresthasium, OresthēumofOrestēum,Ὀρεσθάσιον, Ὀρέσθειον, -στειον, stad in het Z. van Arcadia, ten O. van het latere Megalopolis.Orestheus,Ὀρεσθεύς, 1) zoon van Lyeāon, stichter van Oresthasium, het latere Orestēum.—2)zoon van Deucalion, koning der Aetoliërs en der aangrenzende Locriërs. Zijn hond bracht een kluwen ter wereld, dat hij in de aarde liet begraven; in het voorjaar ontsproot daaruit een wijnstok, naar welks ranken (ὄζοι) de Locriërs zichὈζόλαιnoemden.Oretāni,Ὠρητανοί, aanzienlijke volksstam in Hispania aan den Boven-Anas (Guadiana) tot aan het brongebied van den Baetis (Guadalquivir). Hoofdstad: Castulo.Oreüs,Ὠρεός, vroeger Hestiaea, stad aan de N.W. kust van Euboea, door Pericles in 445 gestraft met verdrijving der inwoners, waarna het met 2000 atheensche cleruchen werd bevolkt. Als strategisch punt speelde het in de oorlogen der diadochen en later eene gewichtige rol.Ὀργεῶνες, heetten te Athene de personen, die met elkander zekere offers brachten en plechtigheden verrichtten, welke niet van staatswege uitgingen. Ze bestonden al in den tijd vóór Solon. Later verdwijnt het verschil tusschen hen en de deelnemers aan eenθίασος(z.a.) (θιασῶται) ofἔρανος(z.a.) (ἐρανισταί).Orgetorix, aanvoerder der Helvetiërs, die het plan ontwierp tot de groote verhuizing van dit volk in 61, doch van streven naar de alleenheerschappij beticht werd en, om de doodstraf te ontgaan, een einde aan zijn leven maakte.Orgia,Ὄργια, werden de mysteriën genoemd met het oog op enthusiastische gemoedsbeweging, die deze geheime plechtigheden bij de deelnemers te weeg brachten; ook de luidruchtige feesten van Dionȳsus (z.a.).Oribasius,Ὀρειβάσιος, van Pergamus of Sardes, beroemd geneesheer, lijfarts en raadsman van keizer Iuliānus. Door Valens en Valentiniānus verbannen, verwierf hij door zijne kunst ook onder de barbaren groot aanzien, en eindelijk moesten de keizers toegeven aan het algemeen verlangen, hem terugroepen, en zelfs de door hem geleden verliezen vergoeden. Hij was de schrijver van een uittreksel uit alle beroemde geneeskundige werken, waarvan een gedeelte in Latijnsche vertaling bewaard gebleven is, en waarvan hij later zelf weer een uittreksel gemaakt heeft. Ook heeft hij eenὙπόμνημα, memoires, geschreven, waarin hij de herinneringen van zijn omgang met Julianus heeft te boek gesteld. Hiervan heeft Eunapius gebruik gemaakt, waaruit later wederom Zosimus geput heeft.Oricum, -us,Ὠρικόν, -ός, grieksche zeestad in het Noorden van Epīrus nabij de Ceraunische bergen.Origenes,Ὠριγένης, 1) de kerkvader, zoon van Leonidas, geb. 185 na. C. te Alexandrië, gest. 254 te Tyrus, leerling van Clemens Alexandrīnus. Nadat hij zich in zijne jeugd met taalkundige en wijsgeerige studiën had bezig gehouden en v. s. ook de school van Ammonius Saccas bezocht had, verdedigde hij in verscheidene werken (z. ookCelsus) het Christendom, ook op gronden, aan de oude grieksche wijsgeeren ontleend. Zijn buitengewone werkzaamheid verwierf hem den naam vanἀδαμάντινος.—2)neo-platonisch wijsgeer, leerling van Ammonius Saccas, leermeester van Longīnus.Orīon,Ὠρίων, 1) zoon van Hyrieus of Poseidon, of v. a. uit de aarde geboren. Hij was een geweldig jager, buitengewoon schoon, en zoo groot dat zijn hoofd ver boven de wolken reikte en hij veilig door het diepste der zee konde gaan. De Pleiaden vervolgde hij zevenjaar, totdat Zeus ze uit medelijden onder de sterren opnam. Op Chius werd hij door Oenopion, wiens dochter Merope hij onteerd had, dronken en vervolgens blind gemaakt; op raad van Hephaestus begaf hij zich toen naar het paleis van Helios, waar hij zijn gezicht terugkreeg; hij keerde naar Chius terug om zich op Oenopion te wreken, maar deze hield zich onder de aarde verborgen. Later werd Eos op hem verliefd, zij ontvoerde hem naar Delus, maar dit verwekte bij de goden zooveel ergernis, dat zij aan Artemis last gaven hem te dooden.—V. a. doodde Artemis hem, omdat hij haar of de nimf Upis met zijne liefde vervolgde, of omdat hij beweerd had beter den discus te kunnen werpen dan zij. V. a. werd hij gedood door de steken van een schorpioen, dien Gaea op hem had afgezonden, omdat hij gezegd had, dat hij al het wild van de aarde zou uitroeien.—Hij werd in volle wapenrusting aan den sterrenhemel geplaatst.—2)van Thebe in Aegypte, schrijver van een etymologisch werk en van een bloemlezing van spreuken uit oude grieksche dichters; hij leefde waarschijnlijk in het midden der 5deeeuw na C.Orītae,Ὠρεῖται, volk in het perzisch landschap Gedrosia, aan de Zuidkust, aan de grens van India, uit India afkomstig.Orithyia,Ὠρείθυια, dochter van Erechtheus. Zij werd door Boreas geschaakt en naar Thracië gebracht, waar zij bij hem moeder werd van Calais, Zetes en Cleopatra.Ormenis,Ὀρμενίς, Astydamēa, kleindochter van Ormenus.Ormenium, Armenium, Orminium,Ὀρμένιον, Ἀρμένιον, Ὀρμίνιον, stadje in Thessalia, in de buurt van Pherae en Iolcus.Ormenus,Ὄρμενος, kleinzoon van Aeolus, stichter van Ormenium in Thessalië.Orneae,Ὀρνεαί, oude argolische stad nabij de grenzen van Phliasia.Orneātae,Ὀρνεᾱται, eigenlijk inwoners van Orneae, schijnt de gemeenschappelijke naam geworden te zijn van de oude bevolking van Argolis, die na de verovering der Doriërs in denzelfden toestand kwam als de lacedaemonischeπερίοικοι.Oroanda,Ὀρόανδα, bergstad in Isauria.Orobiae,Ὀροβίαι, stad in het N. van Euboea, aan de Euboeïsche golf.Orobii, stam in Gallia Transpadāna; in hun gebied ligt Bergōmum.Orōdes, naam van twee parthische koningen. Orōdes I of Arsaces XIV (57–37) voerde tegen de Rom. den oorlog, waarin Crassus bij Carrhae omkwam (53). Later (39 en 38) zag hij zijne legers door Ventidius Bassus vernietigd, terwijl zijn zoon Pacorus sneuvelde. Door een anderen zoon, Phraātes, werd hij vermoord.—Orodes II of Araces XVII (5–6 na C.) was een wreedaard en werd spoedig omgebracht.Orontes,Ὀρόντης, 1) perzisch edelman, vergezelde den jongen Cyrus op diens tocht tegen Artaxerxes, en werd wegens pogingen tot verraad ter dood gebracht.—2)schoonzoon van Artaxerxes II, tijdens den tocht der 10.000 Grieken satraap van Armenia, later (381) aanvoerder van een leger tegen Euagoras; in 361, toen hij satraap van Aeolis en Ionia was, viel hij met andere satrapen, o.a. Maussolus, van den koning af, maar verried hen spoedig. In 349 viel hij nogmaals af, en verbond zich toen met Athene.Orontes,Ὀρόντης, rivier in Syria, ontspringt in het dal tusschen den Libanus en den Antilibanus, en stroomt langs Emesa, Apamēa en Antiochīa naar zee.Orontobates,Ὀροντοβάτης, vorst van Carië, verdedigde zich lang tegen Alexander d. G., maar moest zich eindelijk aan Ptolemaeus overgeven (333), z.Ada.Orōpus,Ὠρωπός, havenstad aan den Eurīpus, op de grenzen van Attica en Boeotia, hoofdplaats van de Grai (z.Graecia). De stad was bij voortduring een twistappel tusschen de beide staten, ten slotte bleef zij aan de Atheners. Hier was de beroemde tempel van Amphiarāus (z. a.).Orosius(Paulus), christelijk presbyter uit Tarraco in Hispania, schrijver eener beknopte wereldgeschiedenis, die nog bestaat:Historiarum libri VII adversus pagānos. Het werk kwam uit omstreeks 420 na C.Orospeda, gebergte in Hispania, thans Sierra Sagra, aan de bronnen van den Tader (Segura).Orpheus,Ὀρφεύς, zoon van Oeager of Apollo en de Muze Calliope, broeder of leerling van Linus. De invloed van zijn liefelijk gezang dat hij met de heerlijke tonen zijner lier begeleidde, was zoo groot, dat hij daardoor niet alleen de menschen tot zachtheid en meer beschaafde zeden bracht, maar zelfs wilde dieren konde temmen en ook de onbezielde natuur er door bewogen werd. Daarom waagde hij het ook na den dood zijner gemalin Eurydice naar de onderwereld af te dalen om haar terug te vragen, en inderdaad wist hij door zijn spel en gezang Persephone te bewegen zijn verzoek toe te staan. Eurydice mocht hem volgen, maar op voorwaarde dat O. niet naar haar omzag, voordat zij de aarde bereikt zouden hebben. O. konde zich echter niet zoo lang bedwingen, hij zag om, en Eurydice moest naar de onderwereld terugkeeren. In zijn droefheid leidde O. nu een eenzaam en zwervend leven, hij kwam ook in Azië en Aegypte, en voerde na zijn terugkomst bij de thracische stammen wetten en godsdienst in. Op hoogen leeftijd maakte hij nog den tocht der Argonauten mede en redde hij zijne reisgenooten door de macht van zijn spel uit vele gevaren. Kort daarna werd hij door een troep Maenaden verscheurd, v.s. omdat hij sedert den dood van Eurydice als vrouwenhater bekend stond. Zijn hoofd en zijne lier werden in den Hebrus geworpen en dreven naar Lesbus, zijne overige lichaamsdeelen werden door de Muzen bijeen gezocht en te Libēthra begraven; de lier werd onder de sterren geplaatst.—Aan O. werd ook de instelling van de zgn. orphische mysteriën toegeschreven, die sedert de 7deeeuw bestonden; deze mysteriën verkondigden de van het volksgeloof afwijkende leer, datde ziel door zonde van haar oorspronkelijken toestand van reinheid vervallen is, en dat zij door deugd en een ascetisch leven (βίος Ὀρφικός) daartoe kan terugkeeren; zoolang dit niet geschied is, verschijnt zij in verschillende lichamelijke omhulsels telkens weder op aarde; de god, wiens hulp men vooral inriep om verlossing en zaligheid deelachtig te worden, was Dionȳsus-Zagreus, wiens bloed voorgesteld werd door den slok wijn, dien de ingewijden dronken.—De gedichten, die den naam van Orpheus dragen (Ὀρφικά), zijn op eene enkele uitzondering van vrij laten tijd en van ongelijke waarde. Maar ook die, welke aan de ouden bekend waren, werden reeds vroeg door velen als onecht beschouwd, en sommigen, o. a. Aristoteles, betwijfelden of O. wel ooit bestaan had.Orrhoēne=Osroēne.Orsilochīa, z.Iphigenīa.Orta=Horta.Orthagoras,Ὀρθαγόρας, Sicyoniër van lage afkomst, die zich met de hulp van de volkspartij tot tyran opwierp (665) en wijs en gematigd regeerde.Orthagorēa=Maronēa.Orthia,Ὀρθία, bijnaam van Artemis (z. a.) te Sparta.Orthrus,Ὄρθρος, de hond van Geryones (z. a.).Ortōna,Ὄρτων, 1) havenstad der Frentāni in Samnium.—2)stad in Latium, in de nabijheid van Corbio, aan de N.O. zijde van het Albaansch gebergte.Ortygia,Ὀρτυγία= kwartelland, 1) deel van Syracūsae (z. a.).—2)oude naam van het eiland Delus;Ortygia dea= Diāna,Ortygiae boves, de runderen van Apollo.—3)heilig bosch bij Ephesus.Orxīnes, Orsines,Ὀρξίνης, perzisch veldheer, die bij Gaugamēla streed, afstammeling van Cyrus. Terwijl Alexander in Indië was, regeerde O. als satraap over Persis, bij de terugkomst van den koning werd hij op ware of valsche beschuldigingen van gewelddadigheden en knevelarij opgehangen.Osca,Ὄσκα, voorname stad der Ilergetes in Tarraconensis, thans Huesca in Arragon.Oschophoria,Ὠσχοφόρια, ὀσχοφόρια, feest ter eere van Athēna, Dionȳsus en Ariadne, naar men zeide door Theseus bij zijne terugkomst van Creta ingesteld, te Athene den 7denPyanepsion gevierd. Twintig epheben, met wijnranken beladen, hielden een wedloop, en de tien overwinnaars kregen een schaal met een drank,πενταπλόα, uit wijn, honing, kaas, meel en olie gemengd.Osci, oud-italisch volk (zieAusonesenItalia). Later geven de Romeinen den naamOsciaan de samnietische veroveraars van Campania en aan hun stamgenooten in het achterland. Hunne taal bleef als plattelandsdialect in een gedeelte van Midden- en Beneden-Italië lang in wezen; vandaaroscus= boersch, lomp;ludi Osciwaren landelijke kluchtspelen.Oscines, zieAuguria.Osi, volksstam waarschijnlijk van Keltischen oorsprong in Germanië wonende, ten Oosten van Bohemen, en onderworpen aan Quaden en Sarmaten.Osīris,Ὄσιρις, aegyptisch zonnegod of god van den Nijl, broeder en echtgenoot van Isis, vader van Horus. Zijn broeder Typhon sloot hem in een kist, die hij in den Nijl wierp, en toen hij bemerkte, dat Isis de kist gevonden had, nam hij des nachts het lichaam er uit, sneed het in 14 stukken en verstrooide ze naar alle kanten. Isis zocht de stukken weder bij elkander en begroef ze op Philae of te Abȳdus. O. verscheen daarna aan Horus en spoorde hem tot den strijd tegen Typhon aan, waarin deze na eene lange verdediging volkomen overwonnen werd.Osismii,Ὀσισμίοι, keltisch volk in het W. van het tegenw. Bretagne.Osroēne,Ὀσροηνή, gewest in Mesopotamia ten W. van den Chabōras, met de hoofdstad Osroë of Edessa.Ossa,Ὄσσα, Φήμη,Fama, personificatie van het los gerucht, bode van Zeus.Ossa,Ὄσσα, gebergte in het N. van het thessalische kustland Magnesia, 5000 voet hoog. Ten Z. hing de Ossa met den Pelion samen; ten N. was hij van den Olympus gescheiden door het dal Tempe.Ostentum, zieauguria.Osteodes,Ὀστεώδης=Usticano. 2.Ostia, havenstad van Rome aan den linker Tibermond, door Ancus Marcius gesticht. Het had een bloeienden handel en groote zoutketen,salinae. Door Marius verwoest, herrees het nog prachtiger dan te voren. Toen echter keizer Claudius aan den rechter riviermond eene betere haven,portus Augustiofportus Romanus, aangelegd had, verplaatste zich Ostia’s handel, alleen de zoutwinning bleef. Tusschen de genoemde riviermonden lag deinsula sacra.Ostippo, Astapa,Ἄσταπα, stad in Baetica, niet ver van Munda.Ostorii, rom. geslacht. 1)Ostorius Scapula, sedert 47 na C.legatus pro praetorevan Britannia, streed daar met geluk tegen Caractacus die in zijn handen viel, maar later begon zijn voorspoed te tanen, hetgeen hij zich zoozeer aantrok, dat hij ziek werd en stierf.—2)M. Ostorius Scapula, zoon van no. 1, diende met roem onder zijn vader. In 62 na C. benam hij, uit vrees voor Nero’s bedreigingen, zichzelf het leven.Ostracismus,Ὀστρακισμός, verbanning door stemming met scherven, door Clisthenes ingevoerd. Te Athene werd jaarlijks in eene daarvoor bij de wet aangewezen volksvergadering aan het volk de vraag voorgelegd, of het wenschelijk was, iemand door het ostracismus te verbannen. Werd die vraag bevestigend beantwoord, dan werd in eene volgende vergadering, waarin minstens 6000 stemmen moesten uitgebracht zijn, beslist, wien dit lot zou treffen, ieder schreef een naam op een scherf, en degene, die de meeste stemmen gekregen had, moest voor 10 jaar Attica verlaten. Deze maatregel moest strekken om de democratie tegen aanslagen van eerzuchtigen te beveiligen, de verbanning door hetostracismus is dus geen straf, en gaat niet gepaard met verlies van goederen of rechten, en daar zij alleen tegenover aanzienlijke en invloedrijke burgers doeltreffend kan zijn, is zij eerder als eer dan als schande te beschouwen. De grenzen, binnen welke zoo iemand zich gedurende den tijd van zijne verbanning mocht vestigen, waren bepaald door een wet van 480, die echter niet streng gehandhaafd schijnt te zijn.—Nadat, door kuiperijen van Alcibiades en Nicias, Hyperbolus door het ostracisme verbannen was (417), werd deze instelling niet meer toegepast.Otacilii, rom. geslacht. 1)M. Otacilius Crassus, consul in 263, dwong met zijn ambtgenoot M. Valerius Maximus (Valeriino. 16), den syracusaanschen koning Hiero tot den vrede.—2)T. Otacilius Crassus, broeder van no. 1, consul in 261, streed ook op Sicilia.—3)T. Otacilius Crassus, praetor op Sicilia in 217 en propraetor in 216, streed, met Hiero verbonden, tegen Carthago en ondernam een strooptocht naar Africa. Later werd hij nogmaals stadhouder van Sicilia en deed opnieuw strooptochten op de carthaagsche kust. Hij trachtte tweemaal te vergeefs consul te worden.—4)Otacilius Crassus, aanhanger van Pompeius, bezoedelde zijn naam door het ombrengen van weerlooze gevangenen uit de tegenpartij (48).—5)L. Otacilius Pilitus, zieL. Voltacilius Pilutus.Otanes,Ὀτάνης, 1) hoofd van de samenzwering der zeven perzische edelen, die den valschen Smerdis van den troon stieten.—2)opvolger van Magabazus no. 1, als veldheer van Darīus, veroverde verscheidene Grieksche steden, en ook Lemnus en Imbrus.Otho, familienaam in degens Salvia.Otho(M. Salvius), rom. keizer van Jan. tot April 69 na C., geb. 32, behoorde in zijne jeugd tot de vrienden van Nero, wiens uitspattingen hij ook deelde en aan wien hij zijne schoone, maar zedelooze gemalin Poppaea Sabīna overliet. Als stadhouder van Lusitania was hij 10 jaar lang een rechtvaardig bestuurder. Bij Nero’s dood omhelsde hij de partij van Galba, tegen wien hij echter uit gekrenkte eerzucht in opstand kwam, waarop hijzelf tot keizer werd uitgeroepen. Door de legioenen aan den Rijn werd echter Vitellius tot keizer gekozen. Otho leed bij Bedriācum eene zware nederlaag, en benam zich hierop te Brixellum het leven, niet uit vrees, maar om den strijd te doen eindigen.Othryades,Ὀθρυάδης, -δας, 1) Panthoüs, zoon van Othrys.—2)de eenig overgeblevene van de 300 Spartanen, die tegen evenveel Argiven een beslissenden strijd om het bezit van Cynuria zouden leveren (550). Van de Argiven waren bij het vallen van den nacht twee overgebleven, die naar huis snelden om hunne overwinning te berichten, maar O. bleef als overwinnaar op het slagveld. Daardoor was de twist niet beslecht en werd den volgenden dag een slag geleverd, waarin de Spartanen overwonnen. O. wilde echter zijne wapenbroeders niet overleven, en bracht zichzelf een doodelijke wonde toe. V. a. had hij vooraf op de buitgemaakte wapenrustingen met bloed zijn naam geschreven. Bij de Gymnopaediën werd zijn heldhaftig gedrag in liederen herdacht.Othryoneus,Ὀθρυονεύς, thracisch vorst, die Priamus te hulp kwam en daarvoor Cassandra tot vrouw zoude krijgen. Hij werd door Idomeneus gedood.Othrys,Ὄθρυς, boschrijk gebergte in het Z. van Thessalia, in het gewest Phthiōtis.Otrēra,Ὀτρήρα, koningin der Amazonen, bij Ares moeder van Penthesilēa en Hippolyte. V. s. stichtte zij met Antiope den tempel van Artemis te Ephesus.Otus,Ὦτος, een van de Aloaden.Otys,Ὄτυς, vorst van Paphlagonië, verbond zich met Agesilāus tegen den perzischen koning.Ovatio, een kleine triumftocht,ἐλάττων θρίαμβος, die somtijds aan een veldheer werd toegekend, wanneer zijne verdiensten niet groot genoeg schenen voor een werkelijken zegetocht. De veldheer reed dan niet op een triumfwagen, maar was te voet of te paard, hij droeg geen lauwer-, maar een myrtenkrans, geen veldheersmantel, maar eenetoga praetexta, hij offerde geen stier, maar slechts een schaap.Ovidius Naso(P.), den 20 Maart 43 te Sulmo uit eene ridderfamilie geboren, toonde reeds vroeg een buitengewonen aanleg voor de dichtkunst. Zijn vader had hem door eene zorgvuldige opvoeding den weg willen banen tot hooge eereambten, doch rhetorische oefeningen en staatszaken vielen niet in den smaak van den zoon, die gemakkelijker dicht dan ondicht schreef. Ovidius bekleedde dan ook slechts ondergeschikte ambten, namelijk dat vantriumvir capitalisen vandecemvir stlitibus iudicandis. Hij wijdde zich liever geheel aan de dichtkunst. Hij schreef treurspelen, die verloren zijn gegaan, doch waarvan deMedēaalgemeenen lof verwierf, schreef zijneHeroïdes,Amores, Medicamina faciei, Ars amatoria, Remedium amoris, en zijn groot dichtwerk,Metamorphoseon libri XV. In 9 na C. werd hij door Augustus naar Tomi in Moesia verbannen, aan de onherbergzame kusten van den Pontus Euxīnus. Over de reden dezer verbanning (relegatio) ligt een sluier, men weet alleen, dat hij (volgens hem zelven onschuldig) verwikkeld was geworden in de uitspattingen van Augustus’ kleindochter Iulia. Uit het oord der ballingschap schreef hij nog zijneTristia, Epistulae ex Ponto, Ibis, Halieuticaen de half voltooideFasti. Deze laatste waren reeds vóór zijne verbanning gedicht, maar werden eerst na Augustus’ dood met eene opdracht aan Germanicus uitgegeven. Andere gedichten van hem zijn verloren. Hij stierf in 17 na C. te Tomi, waar hij ook begraven is.Ovīleofsaeptum, afgesloten ruimte, die gebruikt werd voor de stemmingen dercomitia centuriataop denCampus Martius, ten einde te zorgen, dat elke burger in zijne afdeeling stemde. De omheining bestond waarschijnlijk uit paal- en traliewerk ter halvemanshoogte, en had zooveel uitgangen (pontes) als er centuriae tegelijk stemden. Aan het einde van elkeponsstond de uit teenen gevlochten stembus, z.Maria (lex) de suffragiis ferendis. Desaeptawerden telkens weder afgebroken, totdat Caesar op den Campus Martius marmerensaeptaliet bouwen.Ovinia (lex), eenplebiscitumwaarschijnlijk van ± 320ut censores ex omni ordine optimum quemque iurati in senatum legerent, droeg delectio senatus, die tot dien tijd door de consuls werd verricht, aan de censoren op. Met deordines, waaruit de censoren de keuze moesten doen, zijn de verschillende klassen der gewezen curulische ambtenaren bedoeld. Reeds spoedig (± 300) is ook aan de gewezenaediles plebistoegang tot den senaat verleend; eerst in ± 102 werden de volkstribunen (z.Atinia (lex)en in 81 (z.Corneliae legesvan 81 aan het einde) de quaestoren in den senaat opgenomen. Zoodoende werd de senaat indirekt door het volk gekozen, terwijl de taak der censoren zich bepaalde tot het uitstooten der onwaardigen (senatu movere, eicere, legendo praeterire). Terwijl de consuls tot nu toe in de eerste plaats patriciërs hadden gekozen, werd nu de senaat in hoofdzaak plebejisch, daar het meerendeel der ambtenaren tot dien stand behoorde.Oxathres,Ὀξάθρης, broeder van Darīus Codomannus, streed roemrijk bij Issus; later onderwierp hij zich aan de Macedoniërs.Oxines,Ὀξίνης, kustrivier in Bithynia, die zich in den Pontus Euxīnus stort.Oxiones, wilde, half mythische stam in het Noorden van Europa. Volgens andere lezing heeten ze Etiones.Oxus,Ὄξος, beterὮξος, thans Amoe-Darja of Gihon, groote rivier in Midden-Azië, die op den Paropanīsus ontspringt en zich in het meer Aral, Oxia palus, uitstort. In ouden tijd moet ook een arm naar de Caspische zee gestroomd hebben. Deze liep uit in het bekken Sary-Kamisch, dat toen veel hooger gevuld was, en stroomde dan, tusschen den Grooten en Kleinen Balkan doorloopend, uit in de Koschu-odek-baai tegenover het eiland Ogurschinsk. Vóór Alexander den Groote wordt hij bij de oude schrijvers Araxes genoemd. Over deze rivier, waarvan de verlande stroom den naam Usboi draagt, trok Cyrus om de Massageten te bestrijden. Hij heeft in de oudheid als scheepvaartroute gediend: Indische waren gaan langs den Oxus naar de Hyrcanische zee (het zuidelijk gedeelte der Caspische zee), vandaar naar het land der Albani, en langs de rivier den Cyrus naar de Zwarte zee. Zie verderIaxartes.Oxyartes,Ὀξυάρτης, 1) =Oxathres.—2)bactrisch edelman, die zich lang tegen Alexander verdedigde. Na zijne onderwerping maakte Alexander hem satraap van de landen aan den Paropanīsus, waar hij zich ook na Alexander’s dood staande hield. Hij was de vader van Roxane.Oxydracae,Ὀξυδράκαι, dapper indisch volk aan beide oevers van den Acesīnes.Oxylus,Ὄξυλος, zoon van Haemon, den koning van Aetolië. De Heracliden, die volgens de uitspraak van het orakel voor hun inval in de Peloponnēsus een gids met drie oogen moesten zoeken, vonden dien gids in den eenoogigen O. met den muilezel, waarop hij gezeten was, toen zij hem ontmoetten. Na de verovering van de Peloponnesus kreeg hij Elis tot belooning.Ozolae,Ὀζόλαι, zieLocris.

Ὀπτήρια, geschenken, die de jonggehuwde vrouw van haar echtgenoot, bloedverwanten en vrienden kreeg, wanneer zij zich voor het eerst na het huwelijk zonder sluier vertoonde.Optimātes, de aristocratie te Rome, tegenovergesteld aan depopulares, de volkspartij. In engeren zin =nobiles.Optio, luitenant of adjudant, die in den beginne door den centurio of decurio zelf uit zijne manschappen gekozen werd (optare). Later ging de keus op de krijgstribunen over.Opus quadratum, incertum, reticulatum,latericium. Met deze woorden duidt men in den Romeinschen tijd verschillende wijzen van bouwen aan. Terwijl de Grieken naastprachtige bouwwerken van gehouwen steen en marmer, vooral lucht- of zonsteenen gebruikt hebben voor huizen en tempels (zelfs het Heraeum te Olympia was van zonsteen opgetrokken op een onderbouw van natuursteen), hebben de Romeinen naast natuursteen, waarvan delapis Tiburtinus(Travertino) de beste soort is, vooral veel baksteen voor de kern hunner reusachtige gebouwen gebruikt. Hetopus quadratumder Romeinen is een bouw uit vierhoekige steenblokken, op elkaar gelegd zonder eenige verbinding. Hetopusincertumgeeft de oudste wijze van metselen weer. In een soort kalk van bijzondere sterkte werden allerlei steenen, vooral veldkeien, ingevoegd; alles werd dan later met een dikke laag kalk overdekt, die weer door het aanbrengen van een laag fijnere kalk, de italiaanschestucco, gelegenheid tot beschildering aanbood. Deze wijze van bouwen vindt men in de geheele eerste eeuw vóór Christus. Iets later komt hetopus reticulatumop. Dit zijn vierkante baksteenen, op de scherpe kant gezet, en zoodanig aan elkaar gemetseld, dat de voegen schuine lijnen in twee richtingen vormen, die den indruk van een net maken. Dan volgt in het begin van den keizertijd hetopus latericium, dat is een baksteenbouw, die slechts in zoover van den onzen verschilt, dat de Romeinsche baksteenen platter, langer en breeder zijn dan de onze.Opus,Ὀποῦς, hoofdstad der Opuntische Locriërs aan de golf van Euboea, de geboorteplaats van Patroclus.Orbēlus,Ὄρβηλος, gebergte in Paeonia ten W. van den Strymon.Orbi et orbae. Volgens de opgaven bij den census verkregen, werd door de censoren aangelegd een register van belastingschuldigen, waarop voorkwamen: 1o.de mannelijke burgers, die in een tribus waren ingeschreven, en onderhevig waren aan hettributum(z. a.). 2o. deaerarii(z. a.). 3o. deorbi et orbae. Orbi zijn de mannelijke weezen beneden 15 jaar, die door sterfgevalsui iuriszijn geworden, en onder voogdij staan. Orbae zijn de vrouwelijke weezen en de weduwen, diesui iuriswaren. Samen betaalden zij het benoodigde voor hetaes equestreen hetaes hordearium(z. a.).Orbilius Pupillus, uit Beneventum, eerst klerk, vervolgens soldaat, ten slotte schoolmeester te Rome. Bij hem ging Horatius school, die hemplagosusnoemt, ter herinnering aan de klappen, die Orbilius uitdeelde. Orbilius stierf in den ouderdom van bijna 100 jaar. Hij was een verdienstelijk man, die echter veel met geldgebrek te kampen had.Orbis, in het algemeen een kring of schijf, o. a. ook een rond tafelblad uit één stuk; bij het leger een vierkant of carré, doch niet hol, maar geheel met manschappen opgevuld.Orbius(P.), praetor in Asia in 63, door Cicero als bekwaam, schoon niet welsprekend, jurist geprezen.Orbōna, oud-romeinsche godin, die aangeroepen werd door ouders, die kinderen verloren hadden en weder kinderen wenschten te krijgen. Zij had een altaar bij den tempel der Lares.Orcades insulae,Ὀρκάδες νῆσοι, de Orkney-eilanden ten N. van Schotland.Orchamus,Ὄρχαμος, vader van Leucothoë.Orchestra,ὀρχήστρα, in het algemeen een dansplaats, in het bizonder de plaats waar de dithyrambische koren ter eere van Dionȳsus zongen en dansten. In den schouwburg is de orch. de ruimte tusschen de zitplaatsen der toeschouwers en het tooneel, waarop bij tooneelvoorstellingen een houten stelling opgeslagen werd, die even hoog of weinig lager was dan het tooneel en op welke de plaats van het koor was. In rom. schouwburgen werd ook de orchestra door zitplaatsen ingenomen; hier zaten de senatoren.Orchia (lex)sumptuaria, van den volkstribuun C. Orchius in ± 181. Zij beperkte het getal gasten bij maaltijden.Orchomenus,Ὀρχομενός, 1) oude en rijke hoofdstad van westelijk Boeotia, bij HomerusΜινύειοςgeheeten naar de Minyers en hun koning Minyas, aan den Cephi(s)sus gelegen. Het bestond reeds in den myceenschen en vóór-myceenschen tijd. Tijdens den trojaanschen oorlog was Orch. reeds niet meer zoo machtig als vroeger; later kwam het onder de hegemonie der Thebanen, die het in 367 zelfs verwoestten. Hoewel Philippus van Macedonia de stad liet herbouwen, werd zij van geene beteekenis meer.—2)oude stad in Arcadia, bij Homerusπολύμηλοςgenoemd.Orcīni, slaven die bij testament rechtstreeks waren vrijverklaard en wier patroon dus in denOrcuswas. Spottend noemt Cicero aldus de nieuwbakken senatoren, die door Antonius, zoogenaamd uit Caesars aanteekeningen, in den senaat werden gebracht.Orcus, bij de Romeinen de god der onderwereld = Hades, ook de onderwereld zelf.Ordessus,Ὀρδησσός, thans Sereth, zijtak van den Ister (Donau) in het tegenw. Walachije.Ordovices, volk in Britannia, in het N.W. van het tegenw. Wales.Oreades,Ὀρειάδες, Ὀροδεμνιάδες, bergnimfen, komen vooral dikwijls als gezellinnen van Artemis voor.Orestae,Ὀρέσται, volk in Epīrus, in het gewest Orestis, later bij Macedonia ingelijfd. De sage leidt den naam af van Orestes, die tot dit volk zou gevlucht zijn. Het is een illyrischen stam.Orestēa,Ὀρεστεία, bijnaam van Artemis, wier beeld Orestes uit Tauris naar Griekenland had overgebracht.Orestes,Ὀρέστης, 1) zoon van Agamemnon en Clytaemnestra. Bij het vermoorden van zijn vader was hij nog een kind, en daar ook zijn leven gevaar liep, zond zijne zuster Electra hem heimelijk naar Phocis, waar hij bij zijn oom Strophius opgevoed werd. De zoon van Strophius, Pylades, werd zijn trouwe vriend en stond hem in zijn verder leven in alle moeilijkheden en gevaren trouw ter zijde. Met hem kwam hij na acht jaren naarMycēnae terug, nadat hij eerst zelf het gerucht had verspreid, dat hij bij een wedren verongelukt was, en te zamen doodden zij Aegisthus en Clytaemnestra. Maar ofschoon O. door Apollo zelf tot die daad was aangemoedigd, werd hij door de Erinyen zijner moeder vervolgd, hij verviel tot razernij en dwaalde langen tijd rond zonder rust te vinden. Eindelijk begaf hij zich op raad van Apollo naar Athene en riep hij daar de hulp der godin Athēna in, deze bracht hem voor de opzettelijk hiervoor bijeengebrachte rechtbank van den Areopagus, die sedert bestaan bleef, en voor deze rechtbank werd nu O. door de Erinyen aangeklaagd, door Apollo verdedigd. Toen bij de stemming bleek dat evenveel rechters voor vrijspraak als voor veroordeeling gestemd hadden, wierp Athena een wit steentje (calculus Minervae) in de bus, zoodat O. vrijgesproken was. De Erinyen waren verzoend en kregen onder den naam van Eumenides een heiligdom in Attica.—V.a. moest O., om van zijn waanzin genezen te worden, naar Tauris gaan en van daar het beeld van Artemis naar Griekenland brengen. Zoodra hij daar met Pylades aankwam, werden zij gevangen genomen om aan Artemis (z. a.) geofferd te worden, maar toen zij voor het altaar stonden, bleek het dat de priesteres, die het offer zou verrichten, Iphigenīa (z. a.), de zuster van O., was. Na de herkenning verschafte zij hun door list de middelen om te ontvluchten, zij zelve ging mede en, om aan het bevel van Apollo te voldoen, namen zij ook het beeld der godin mede.—V. a. had Orestes gedurende den tijd van zijne razernij in Arcadië rondgezworven, en niet ver van Megalopolis was de plaats van zijne genezing (Ἄκη) met een heiligdom der Eumeniden.—Naar Mycēnae teruggekeerd, doodde hij Alētes (z. a.) en regeerde hij na dien tijd lang en gelukkig. Hij huwde met Hermione, zond spartaansche volkplantingen naar Aeolis, en sloeg den eersten inval der Heracliden onder Hyllus af. Op hoogen ouderdom stierf hij te Tegea aan een slangebeet, zijne beenderen werden later naar Sparta overgebracht. In beide steden werd hij als heros vereerd.—2)zoon van den thessalischen vorst Echecratides, werd omstreeks 450 verbannen; de Atheners ondernamen een veldtocht tegen Pharsālus om hem terug te brengen, maar moesten onverrichter zake terugkeeren.Oresthasium, OresthēumofOrestēum,Ὀρεσθάσιον, Ὀρέσθειον, -στειον, stad in het Z. van Arcadia, ten O. van het latere Megalopolis.Orestheus,Ὀρεσθεύς, 1) zoon van Lyeāon, stichter van Oresthasium, het latere Orestēum.—2)zoon van Deucalion, koning der Aetoliërs en der aangrenzende Locriërs. Zijn hond bracht een kluwen ter wereld, dat hij in de aarde liet begraven; in het voorjaar ontsproot daaruit een wijnstok, naar welks ranken (ὄζοι) de Locriërs zichὈζόλαιnoemden.Oretāni,Ὠρητανοί, aanzienlijke volksstam in Hispania aan den Boven-Anas (Guadiana) tot aan het brongebied van den Baetis (Guadalquivir). Hoofdstad: Castulo.Oreüs,Ὠρεός, vroeger Hestiaea, stad aan de N.W. kust van Euboea, door Pericles in 445 gestraft met verdrijving der inwoners, waarna het met 2000 atheensche cleruchen werd bevolkt. Als strategisch punt speelde het in de oorlogen der diadochen en later eene gewichtige rol.Ὀργεῶνες, heetten te Athene de personen, die met elkander zekere offers brachten en plechtigheden verrichtten, welke niet van staatswege uitgingen. Ze bestonden al in den tijd vóór Solon. Later verdwijnt het verschil tusschen hen en de deelnemers aan eenθίασος(z.a.) (θιασῶται) ofἔρανος(z.a.) (ἐρανισταί).Orgetorix, aanvoerder der Helvetiërs, die het plan ontwierp tot de groote verhuizing van dit volk in 61, doch van streven naar de alleenheerschappij beticht werd en, om de doodstraf te ontgaan, een einde aan zijn leven maakte.Orgia,Ὄργια, werden de mysteriën genoemd met het oog op enthusiastische gemoedsbeweging, die deze geheime plechtigheden bij de deelnemers te weeg brachten; ook de luidruchtige feesten van Dionȳsus (z.a.).Oribasius,Ὀρειβάσιος, van Pergamus of Sardes, beroemd geneesheer, lijfarts en raadsman van keizer Iuliānus. Door Valens en Valentiniānus verbannen, verwierf hij door zijne kunst ook onder de barbaren groot aanzien, en eindelijk moesten de keizers toegeven aan het algemeen verlangen, hem terugroepen, en zelfs de door hem geleden verliezen vergoeden. Hij was de schrijver van een uittreksel uit alle beroemde geneeskundige werken, waarvan een gedeelte in Latijnsche vertaling bewaard gebleven is, en waarvan hij later zelf weer een uittreksel gemaakt heeft. Ook heeft hij eenὙπόμνημα, memoires, geschreven, waarin hij de herinneringen van zijn omgang met Julianus heeft te boek gesteld. Hiervan heeft Eunapius gebruik gemaakt, waaruit later wederom Zosimus geput heeft.Oricum, -us,Ὠρικόν, -ός, grieksche zeestad in het Noorden van Epīrus nabij de Ceraunische bergen.Origenes,Ὠριγένης, 1) de kerkvader, zoon van Leonidas, geb. 185 na. C. te Alexandrië, gest. 254 te Tyrus, leerling van Clemens Alexandrīnus. Nadat hij zich in zijne jeugd met taalkundige en wijsgeerige studiën had bezig gehouden en v. s. ook de school van Ammonius Saccas bezocht had, verdedigde hij in verscheidene werken (z. ookCelsus) het Christendom, ook op gronden, aan de oude grieksche wijsgeeren ontleend. Zijn buitengewone werkzaamheid verwierf hem den naam vanἀδαμάντινος.—2)neo-platonisch wijsgeer, leerling van Ammonius Saccas, leermeester van Longīnus.Orīon,Ὠρίων, 1) zoon van Hyrieus of Poseidon, of v. a. uit de aarde geboren. Hij was een geweldig jager, buitengewoon schoon, en zoo groot dat zijn hoofd ver boven de wolken reikte en hij veilig door het diepste der zee konde gaan. De Pleiaden vervolgde hij zevenjaar, totdat Zeus ze uit medelijden onder de sterren opnam. Op Chius werd hij door Oenopion, wiens dochter Merope hij onteerd had, dronken en vervolgens blind gemaakt; op raad van Hephaestus begaf hij zich toen naar het paleis van Helios, waar hij zijn gezicht terugkreeg; hij keerde naar Chius terug om zich op Oenopion te wreken, maar deze hield zich onder de aarde verborgen. Later werd Eos op hem verliefd, zij ontvoerde hem naar Delus, maar dit verwekte bij de goden zooveel ergernis, dat zij aan Artemis last gaven hem te dooden.—V. a. doodde Artemis hem, omdat hij haar of de nimf Upis met zijne liefde vervolgde, of omdat hij beweerd had beter den discus te kunnen werpen dan zij. V. a. werd hij gedood door de steken van een schorpioen, dien Gaea op hem had afgezonden, omdat hij gezegd had, dat hij al het wild van de aarde zou uitroeien.—Hij werd in volle wapenrusting aan den sterrenhemel geplaatst.—2)van Thebe in Aegypte, schrijver van een etymologisch werk en van een bloemlezing van spreuken uit oude grieksche dichters; hij leefde waarschijnlijk in het midden der 5deeeuw na C.Orītae,Ὠρεῖται, volk in het perzisch landschap Gedrosia, aan de Zuidkust, aan de grens van India, uit India afkomstig.Orithyia,Ὠρείθυια, dochter van Erechtheus. Zij werd door Boreas geschaakt en naar Thracië gebracht, waar zij bij hem moeder werd van Calais, Zetes en Cleopatra.Ormenis,Ὀρμενίς, Astydamēa, kleindochter van Ormenus.Ormenium, Armenium, Orminium,Ὀρμένιον, Ἀρμένιον, Ὀρμίνιον, stadje in Thessalia, in de buurt van Pherae en Iolcus.Ormenus,Ὄρμενος, kleinzoon van Aeolus, stichter van Ormenium in Thessalië.Orneae,Ὀρνεαί, oude argolische stad nabij de grenzen van Phliasia.Orneātae,Ὀρνεᾱται, eigenlijk inwoners van Orneae, schijnt de gemeenschappelijke naam geworden te zijn van de oude bevolking van Argolis, die na de verovering der Doriërs in denzelfden toestand kwam als de lacedaemonischeπερίοικοι.Oroanda,Ὀρόανδα, bergstad in Isauria.Orobiae,Ὀροβίαι, stad in het N. van Euboea, aan de Euboeïsche golf.Orobii, stam in Gallia Transpadāna; in hun gebied ligt Bergōmum.Orōdes, naam van twee parthische koningen. Orōdes I of Arsaces XIV (57–37) voerde tegen de Rom. den oorlog, waarin Crassus bij Carrhae omkwam (53). Later (39 en 38) zag hij zijne legers door Ventidius Bassus vernietigd, terwijl zijn zoon Pacorus sneuvelde. Door een anderen zoon, Phraātes, werd hij vermoord.—Orodes II of Araces XVII (5–6 na C.) was een wreedaard en werd spoedig omgebracht.Orontes,Ὀρόντης, 1) perzisch edelman, vergezelde den jongen Cyrus op diens tocht tegen Artaxerxes, en werd wegens pogingen tot verraad ter dood gebracht.—2)schoonzoon van Artaxerxes II, tijdens den tocht der 10.000 Grieken satraap van Armenia, later (381) aanvoerder van een leger tegen Euagoras; in 361, toen hij satraap van Aeolis en Ionia was, viel hij met andere satrapen, o.a. Maussolus, van den koning af, maar verried hen spoedig. In 349 viel hij nogmaals af, en verbond zich toen met Athene.Orontes,Ὀρόντης, rivier in Syria, ontspringt in het dal tusschen den Libanus en den Antilibanus, en stroomt langs Emesa, Apamēa en Antiochīa naar zee.Orontobates,Ὀροντοβάτης, vorst van Carië, verdedigde zich lang tegen Alexander d. G., maar moest zich eindelijk aan Ptolemaeus overgeven (333), z.Ada.Orōpus,Ὠρωπός, havenstad aan den Eurīpus, op de grenzen van Attica en Boeotia, hoofdplaats van de Grai (z.Graecia). De stad was bij voortduring een twistappel tusschen de beide staten, ten slotte bleef zij aan de Atheners. Hier was de beroemde tempel van Amphiarāus (z. a.).Orosius(Paulus), christelijk presbyter uit Tarraco in Hispania, schrijver eener beknopte wereldgeschiedenis, die nog bestaat:Historiarum libri VII adversus pagānos. Het werk kwam uit omstreeks 420 na C.Orospeda, gebergte in Hispania, thans Sierra Sagra, aan de bronnen van den Tader (Segura).Orpheus,Ὀρφεύς, zoon van Oeager of Apollo en de Muze Calliope, broeder of leerling van Linus. De invloed van zijn liefelijk gezang dat hij met de heerlijke tonen zijner lier begeleidde, was zoo groot, dat hij daardoor niet alleen de menschen tot zachtheid en meer beschaafde zeden bracht, maar zelfs wilde dieren konde temmen en ook de onbezielde natuur er door bewogen werd. Daarom waagde hij het ook na den dood zijner gemalin Eurydice naar de onderwereld af te dalen om haar terug te vragen, en inderdaad wist hij door zijn spel en gezang Persephone te bewegen zijn verzoek toe te staan. Eurydice mocht hem volgen, maar op voorwaarde dat O. niet naar haar omzag, voordat zij de aarde bereikt zouden hebben. O. konde zich echter niet zoo lang bedwingen, hij zag om, en Eurydice moest naar de onderwereld terugkeeren. In zijn droefheid leidde O. nu een eenzaam en zwervend leven, hij kwam ook in Azië en Aegypte, en voerde na zijn terugkomst bij de thracische stammen wetten en godsdienst in. Op hoogen leeftijd maakte hij nog den tocht der Argonauten mede en redde hij zijne reisgenooten door de macht van zijn spel uit vele gevaren. Kort daarna werd hij door een troep Maenaden verscheurd, v.s. omdat hij sedert den dood van Eurydice als vrouwenhater bekend stond. Zijn hoofd en zijne lier werden in den Hebrus geworpen en dreven naar Lesbus, zijne overige lichaamsdeelen werden door de Muzen bijeen gezocht en te Libēthra begraven; de lier werd onder de sterren geplaatst.—Aan O. werd ook de instelling van de zgn. orphische mysteriën toegeschreven, die sedert de 7deeeuw bestonden; deze mysteriën verkondigden de van het volksgeloof afwijkende leer, datde ziel door zonde van haar oorspronkelijken toestand van reinheid vervallen is, en dat zij door deugd en een ascetisch leven (βίος Ὀρφικός) daartoe kan terugkeeren; zoolang dit niet geschied is, verschijnt zij in verschillende lichamelijke omhulsels telkens weder op aarde; de god, wiens hulp men vooral inriep om verlossing en zaligheid deelachtig te worden, was Dionȳsus-Zagreus, wiens bloed voorgesteld werd door den slok wijn, dien de ingewijden dronken.—De gedichten, die den naam van Orpheus dragen (Ὀρφικά), zijn op eene enkele uitzondering van vrij laten tijd en van ongelijke waarde. Maar ook die, welke aan de ouden bekend waren, werden reeds vroeg door velen als onecht beschouwd, en sommigen, o. a. Aristoteles, betwijfelden of O. wel ooit bestaan had.Orrhoēne=Osroēne.Orsilochīa, z.Iphigenīa.Orta=Horta.Orthagoras,Ὀρθαγόρας, Sicyoniër van lage afkomst, die zich met de hulp van de volkspartij tot tyran opwierp (665) en wijs en gematigd regeerde.Orthagorēa=Maronēa.Orthia,Ὀρθία, bijnaam van Artemis (z. a.) te Sparta.Orthrus,Ὄρθρος, de hond van Geryones (z. a.).Ortōna,Ὄρτων, 1) havenstad der Frentāni in Samnium.—2)stad in Latium, in de nabijheid van Corbio, aan de N.O. zijde van het Albaansch gebergte.Ortygia,Ὀρτυγία= kwartelland, 1) deel van Syracūsae (z. a.).—2)oude naam van het eiland Delus;Ortygia dea= Diāna,Ortygiae boves, de runderen van Apollo.—3)heilig bosch bij Ephesus.Orxīnes, Orsines,Ὀρξίνης, perzisch veldheer, die bij Gaugamēla streed, afstammeling van Cyrus. Terwijl Alexander in Indië was, regeerde O. als satraap over Persis, bij de terugkomst van den koning werd hij op ware of valsche beschuldigingen van gewelddadigheden en knevelarij opgehangen.Osca,Ὄσκα, voorname stad der Ilergetes in Tarraconensis, thans Huesca in Arragon.Oschophoria,Ὠσχοφόρια, ὀσχοφόρια, feest ter eere van Athēna, Dionȳsus en Ariadne, naar men zeide door Theseus bij zijne terugkomst van Creta ingesteld, te Athene den 7denPyanepsion gevierd. Twintig epheben, met wijnranken beladen, hielden een wedloop, en de tien overwinnaars kregen een schaal met een drank,πενταπλόα, uit wijn, honing, kaas, meel en olie gemengd.Osci, oud-italisch volk (zieAusonesenItalia). Later geven de Romeinen den naamOsciaan de samnietische veroveraars van Campania en aan hun stamgenooten in het achterland. Hunne taal bleef als plattelandsdialect in een gedeelte van Midden- en Beneden-Italië lang in wezen; vandaaroscus= boersch, lomp;ludi Osciwaren landelijke kluchtspelen.Oscines, zieAuguria.Osi, volksstam waarschijnlijk van Keltischen oorsprong in Germanië wonende, ten Oosten van Bohemen, en onderworpen aan Quaden en Sarmaten.Osīris,Ὄσιρις, aegyptisch zonnegod of god van den Nijl, broeder en echtgenoot van Isis, vader van Horus. Zijn broeder Typhon sloot hem in een kist, die hij in den Nijl wierp, en toen hij bemerkte, dat Isis de kist gevonden had, nam hij des nachts het lichaam er uit, sneed het in 14 stukken en verstrooide ze naar alle kanten. Isis zocht de stukken weder bij elkander en begroef ze op Philae of te Abȳdus. O. verscheen daarna aan Horus en spoorde hem tot den strijd tegen Typhon aan, waarin deze na eene lange verdediging volkomen overwonnen werd.Osismii,Ὀσισμίοι, keltisch volk in het W. van het tegenw. Bretagne.Osroēne,Ὀσροηνή, gewest in Mesopotamia ten W. van den Chabōras, met de hoofdstad Osroë of Edessa.Ossa,Ὄσσα, Φήμη,Fama, personificatie van het los gerucht, bode van Zeus.Ossa,Ὄσσα, gebergte in het N. van het thessalische kustland Magnesia, 5000 voet hoog. Ten Z. hing de Ossa met den Pelion samen; ten N. was hij van den Olympus gescheiden door het dal Tempe.Ostentum, zieauguria.Osteodes,Ὀστεώδης=Usticano. 2.Ostia, havenstad van Rome aan den linker Tibermond, door Ancus Marcius gesticht. Het had een bloeienden handel en groote zoutketen,salinae. Door Marius verwoest, herrees het nog prachtiger dan te voren. Toen echter keizer Claudius aan den rechter riviermond eene betere haven,portus Augustiofportus Romanus, aangelegd had, verplaatste zich Ostia’s handel, alleen de zoutwinning bleef. Tusschen de genoemde riviermonden lag deinsula sacra.Ostippo, Astapa,Ἄσταπα, stad in Baetica, niet ver van Munda.Ostorii, rom. geslacht. 1)Ostorius Scapula, sedert 47 na C.legatus pro praetorevan Britannia, streed daar met geluk tegen Caractacus die in zijn handen viel, maar later begon zijn voorspoed te tanen, hetgeen hij zich zoozeer aantrok, dat hij ziek werd en stierf.—2)M. Ostorius Scapula, zoon van no. 1, diende met roem onder zijn vader. In 62 na C. benam hij, uit vrees voor Nero’s bedreigingen, zichzelf het leven.Ostracismus,Ὀστρακισμός, verbanning door stemming met scherven, door Clisthenes ingevoerd. Te Athene werd jaarlijks in eene daarvoor bij de wet aangewezen volksvergadering aan het volk de vraag voorgelegd, of het wenschelijk was, iemand door het ostracismus te verbannen. Werd die vraag bevestigend beantwoord, dan werd in eene volgende vergadering, waarin minstens 6000 stemmen moesten uitgebracht zijn, beslist, wien dit lot zou treffen, ieder schreef een naam op een scherf, en degene, die de meeste stemmen gekregen had, moest voor 10 jaar Attica verlaten. Deze maatregel moest strekken om de democratie tegen aanslagen van eerzuchtigen te beveiligen, de verbanning door hetostracismus is dus geen straf, en gaat niet gepaard met verlies van goederen of rechten, en daar zij alleen tegenover aanzienlijke en invloedrijke burgers doeltreffend kan zijn, is zij eerder als eer dan als schande te beschouwen. De grenzen, binnen welke zoo iemand zich gedurende den tijd van zijne verbanning mocht vestigen, waren bepaald door een wet van 480, die echter niet streng gehandhaafd schijnt te zijn.—Nadat, door kuiperijen van Alcibiades en Nicias, Hyperbolus door het ostracisme verbannen was (417), werd deze instelling niet meer toegepast.Otacilii, rom. geslacht. 1)M. Otacilius Crassus, consul in 263, dwong met zijn ambtgenoot M. Valerius Maximus (Valeriino. 16), den syracusaanschen koning Hiero tot den vrede.—2)T. Otacilius Crassus, broeder van no. 1, consul in 261, streed ook op Sicilia.—3)T. Otacilius Crassus, praetor op Sicilia in 217 en propraetor in 216, streed, met Hiero verbonden, tegen Carthago en ondernam een strooptocht naar Africa. Later werd hij nogmaals stadhouder van Sicilia en deed opnieuw strooptochten op de carthaagsche kust. Hij trachtte tweemaal te vergeefs consul te worden.—4)Otacilius Crassus, aanhanger van Pompeius, bezoedelde zijn naam door het ombrengen van weerlooze gevangenen uit de tegenpartij (48).—5)L. Otacilius Pilitus, zieL. Voltacilius Pilutus.Otanes,Ὀτάνης, 1) hoofd van de samenzwering der zeven perzische edelen, die den valschen Smerdis van den troon stieten.—2)opvolger van Magabazus no. 1, als veldheer van Darīus, veroverde verscheidene Grieksche steden, en ook Lemnus en Imbrus.Otho, familienaam in degens Salvia.Otho(M. Salvius), rom. keizer van Jan. tot April 69 na C., geb. 32, behoorde in zijne jeugd tot de vrienden van Nero, wiens uitspattingen hij ook deelde en aan wien hij zijne schoone, maar zedelooze gemalin Poppaea Sabīna overliet. Als stadhouder van Lusitania was hij 10 jaar lang een rechtvaardig bestuurder. Bij Nero’s dood omhelsde hij de partij van Galba, tegen wien hij echter uit gekrenkte eerzucht in opstand kwam, waarop hijzelf tot keizer werd uitgeroepen. Door de legioenen aan den Rijn werd echter Vitellius tot keizer gekozen. Otho leed bij Bedriācum eene zware nederlaag, en benam zich hierop te Brixellum het leven, niet uit vrees, maar om den strijd te doen eindigen.Othryades,Ὀθρυάδης, -δας, 1) Panthoüs, zoon van Othrys.—2)de eenig overgeblevene van de 300 Spartanen, die tegen evenveel Argiven een beslissenden strijd om het bezit van Cynuria zouden leveren (550). Van de Argiven waren bij het vallen van den nacht twee overgebleven, die naar huis snelden om hunne overwinning te berichten, maar O. bleef als overwinnaar op het slagveld. Daardoor was de twist niet beslecht en werd den volgenden dag een slag geleverd, waarin de Spartanen overwonnen. O. wilde echter zijne wapenbroeders niet overleven, en bracht zichzelf een doodelijke wonde toe. V. a. had hij vooraf op de buitgemaakte wapenrustingen met bloed zijn naam geschreven. Bij de Gymnopaediën werd zijn heldhaftig gedrag in liederen herdacht.Othryoneus,Ὀθρυονεύς, thracisch vorst, die Priamus te hulp kwam en daarvoor Cassandra tot vrouw zoude krijgen. Hij werd door Idomeneus gedood.Othrys,Ὄθρυς, boschrijk gebergte in het Z. van Thessalia, in het gewest Phthiōtis.Otrēra,Ὀτρήρα, koningin der Amazonen, bij Ares moeder van Penthesilēa en Hippolyte. V. s. stichtte zij met Antiope den tempel van Artemis te Ephesus.Otus,Ὦτος, een van de Aloaden.Otys,Ὄτυς, vorst van Paphlagonië, verbond zich met Agesilāus tegen den perzischen koning.Ovatio, een kleine triumftocht,ἐλάττων θρίαμβος, die somtijds aan een veldheer werd toegekend, wanneer zijne verdiensten niet groot genoeg schenen voor een werkelijken zegetocht. De veldheer reed dan niet op een triumfwagen, maar was te voet of te paard, hij droeg geen lauwer-, maar een myrtenkrans, geen veldheersmantel, maar eenetoga praetexta, hij offerde geen stier, maar slechts een schaap.Ovidius Naso(P.), den 20 Maart 43 te Sulmo uit eene ridderfamilie geboren, toonde reeds vroeg een buitengewonen aanleg voor de dichtkunst. Zijn vader had hem door eene zorgvuldige opvoeding den weg willen banen tot hooge eereambten, doch rhetorische oefeningen en staatszaken vielen niet in den smaak van den zoon, die gemakkelijker dicht dan ondicht schreef. Ovidius bekleedde dan ook slechts ondergeschikte ambten, namelijk dat vantriumvir capitalisen vandecemvir stlitibus iudicandis. Hij wijdde zich liever geheel aan de dichtkunst. Hij schreef treurspelen, die verloren zijn gegaan, doch waarvan deMedēaalgemeenen lof verwierf, schreef zijneHeroïdes,Amores, Medicamina faciei, Ars amatoria, Remedium amoris, en zijn groot dichtwerk,Metamorphoseon libri XV. In 9 na C. werd hij door Augustus naar Tomi in Moesia verbannen, aan de onherbergzame kusten van den Pontus Euxīnus. Over de reden dezer verbanning (relegatio) ligt een sluier, men weet alleen, dat hij (volgens hem zelven onschuldig) verwikkeld was geworden in de uitspattingen van Augustus’ kleindochter Iulia. Uit het oord der ballingschap schreef hij nog zijneTristia, Epistulae ex Ponto, Ibis, Halieuticaen de half voltooideFasti. Deze laatste waren reeds vóór zijne verbanning gedicht, maar werden eerst na Augustus’ dood met eene opdracht aan Germanicus uitgegeven. Andere gedichten van hem zijn verloren. Hij stierf in 17 na C. te Tomi, waar hij ook begraven is.Ovīleofsaeptum, afgesloten ruimte, die gebruikt werd voor de stemmingen dercomitia centuriataop denCampus Martius, ten einde te zorgen, dat elke burger in zijne afdeeling stemde. De omheining bestond waarschijnlijk uit paal- en traliewerk ter halvemanshoogte, en had zooveel uitgangen (pontes) als er centuriae tegelijk stemden. Aan het einde van elkeponsstond de uit teenen gevlochten stembus, z.Maria (lex) de suffragiis ferendis. Desaeptawerden telkens weder afgebroken, totdat Caesar op den Campus Martius marmerensaeptaliet bouwen.Ovinia (lex), eenplebiscitumwaarschijnlijk van ± 320ut censores ex omni ordine optimum quemque iurati in senatum legerent, droeg delectio senatus, die tot dien tijd door de consuls werd verricht, aan de censoren op. Met deordines, waaruit de censoren de keuze moesten doen, zijn de verschillende klassen der gewezen curulische ambtenaren bedoeld. Reeds spoedig (± 300) is ook aan de gewezenaediles plebistoegang tot den senaat verleend; eerst in ± 102 werden de volkstribunen (z.Atinia (lex)en in 81 (z.Corneliae legesvan 81 aan het einde) de quaestoren in den senaat opgenomen. Zoodoende werd de senaat indirekt door het volk gekozen, terwijl de taak der censoren zich bepaalde tot het uitstooten der onwaardigen (senatu movere, eicere, legendo praeterire). Terwijl de consuls tot nu toe in de eerste plaats patriciërs hadden gekozen, werd nu de senaat in hoofdzaak plebejisch, daar het meerendeel der ambtenaren tot dien stand behoorde.Oxathres,Ὀξάθρης, broeder van Darīus Codomannus, streed roemrijk bij Issus; later onderwierp hij zich aan de Macedoniërs.Oxines,Ὀξίνης, kustrivier in Bithynia, die zich in den Pontus Euxīnus stort.Oxiones, wilde, half mythische stam in het Noorden van Europa. Volgens andere lezing heeten ze Etiones.Oxus,Ὄξος, beterὮξος, thans Amoe-Darja of Gihon, groote rivier in Midden-Azië, die op den Paropanīsus ontspringt en zich in het meer Aral, Oxia palus, uitstort. In ouden tijd moet ook een arm naar de Caspische zee gestroomd hebben. Deze liep uit in het bekken Sary-Kamisch, dat toen veel hooger gevuld was, en stroomde dan, tusschen den Grooten en Kleinen Balkan doorloopend, uit in de Koschu-odek-baai tegenover het eiland Ogurschinsk. Vóór Alexander den Groote wordt hij bij de oude schrijvers Araxes genoemd. Over deze rivier, waarvan de verlande stroom den naam Usboi draagt, trok Cyrus om de Massageten te bestrijden. Hij heeft in de oudheid als scheepvaartroute gediend: Indische waren gaan langs den Oxus naar de Hyrcanische zee (het zuidelijk gedeelte der Caspische zee), vandaar naar het land der Albani, en langs de rivier den Cyrus naar de Zwarte zee. Zie verderIaxartes.Oxyartes,Ὀξυάρτης, 1) =Oxathres.—2)bactrisch edelman, die zich lang tegen Alexander verdedigde. Na zijne onderwerping maakte Alexander hem satraap van de landen aan den Paropanīsus, waar hij zich ook na Alexander’s dood staande hield. Hij was de vader van Roxane.Oxydracae,Ὀξυδράκαι, dapper indisch volk aan beide oevers van den Acesīnes.Oxylus,Ὄξυλος, zoon van Haemon, den koning van Aetolië. De Heracliden, die volgens de uitspraak van het orakel voor hun inval in de Peloponnēsus een gids met drie oogen moesten zoeken, vonden dien gids in den eenoogigen O. met den muilezel, waarop hij gezeten was, toen zij hem ontmoetten. Na de verovering van de Peloponnesus kreeg hij Elis tot belooning.Ozolae,Ὀζόλαι, zieLocris.

Ὀπτήρια, geschenken, die de jonggehuwde vrouw van haar echtgenoot, bloedverwanten en vrienden kreeg, wanneer zij zich voor het eerst na het huwelijk zonder sluier vertoonde.

Optimātes, de aristocratie te Rome, tegenovergesteld aan depopulares, de volkspartij. In engeren zin =nobiles.

Optio, luitenant of adjudant, die in den beginne door den centurio of decurio zelf uit zijne manschappen gekozen werd (optare). Later ging de keus op de krijgstribunen over.

Opus quadratum, incertum, reticulatum,latericium. Met deze woorden duidt men in den Romeinschen tijd verschillende wijzen van bouwen aan. Terwijl de Grieken naastprachtige bouwwerken van gehouwen steen en marmer, vooral lucht- of zonsteenen gebruikt hebben voor huizen en tempels (zelfs het Heraeum te Olympia was van zonsteen opgetrokken op een onderbouw van natuursteen), hebben de Romeinen naast natuursteen, waarvan delapis Tiburtinus(Travertino) de beste soort is, vooral veel baksteen voor de kern hunner reusachtige gebouwen gebruikt. Hetopus quadratumder Romeinen is een bouw uit vierhoekige steenblokken, op elkaar gelegd zonder eenige verbinding. Hetopusincertumgeeft de oudste wijze van metselen weer. In een soort kalk van bijzondere sterkte werden allerlei steenen, vooral veldkeien, ingevoegd; alles werd dan later met een dikke laag kalk overdekt, die weer door het aanbrengen van een laag fijnere kalk, de italiaanschestucco, gelegenheid tot beschildering aanbood. Deze wijze van bouwen vindt men in de geheele eerste eeuw vóór Christus. Iets later komt hetopus reticulatumop. Dit zijn vierkante baksteenen, op de scherpe kant gezet, en zoodanig aan elkaar gemetseld, dat de voegen schuine lijnen in twee richtingen vormen, die den indruk van een net maken. Dan volgt in het begin van den keizertijd hetopus latericium, dat is een baksteenbouw, die slechts in zoover van den onzen verschilt, dat de Romeinsche baksteenen platter, langer en breeder zijn dan de onze.

Opus,Ὀποῦς, hoofdstad der Opuntische Locriërs aan de golf van Euboea, de geboorteplaats van Patroclus.

Orbēlus,Ὄρβηλος, gebergte in Paeonia ten W. van den Strymon.

Orbi et orbae. Volgens de opgaven bij den census verkregen, werd door de censoren aangelegd een register van belastingschuldigen, waarop voorkwamen: 1o.de mannelijke burgers, die in een tribus waren ingeschreven, en onderhevig waren aan hettributum(z. a.). 2o. deaerarii(z. a.). 3o. deorbi et orbae. Orbi zijn de mannelijke weezen beneden 15 jaar, die door sterfgevalsui iuriszijn geworden, en onder voogdij staan. Orbae zijn de vrouwelijke weezen en de weduwen, diesui iuriswaren. Samen betaalden zij het benoodigde voor hetaes equestreen hetaes hordearium(z. a.).

Orbilius Pupillus, uit Beneventum, eerst klerk, vervolgens soldaat, ten slotte schoolmeester te Rome. Bij hem ging Horatius school, die hemplagosusnoemt, ter herinnering aan de klappen, die Orbilius uitdeelde. Orbilius stierf in den ouderdom van bijna 100 jaar. Hij was een verdienstelijk man, die echter veel met geldgebrek te kampen had.

Orbis, in het algemeen een kring of schijf, o. a. ook een rond tafelblad uit één stuk; bij het leger een vierkant of carré, doch niet hol, maar geheel met manschappen opgevuld.

Orbius(P.), praetor in Asia in 63, door Cicero als bekwaam, schoon niet welsprekend, jurist geprezen.

Orbōna, oud-romeinsche godin, die aangeroepen werd door ouders, die kinderen verloren hadden en weder kinderen wenschten te krijgen. Zij had een altaar bij den tempel der Lares.

Orcades insulae,Ὀρκάδες νῆσοι, de Orkney-eilanden ten N. van Schotland.

Orchamus,Ὄρχαμος, vader van Leucothoë.

Orchestra,ὀρχήστρα, in het algemeen een dansplaats, in het bizonder de plaats waar de dithyrambische koren ter eere van Dionȳsus zongen en dansten. In den schouwburg is de orch. de ruimte tusschen de zitplaatsen der toeschouwers en het tooneel, waarop bij tooneelvoorstellingen een houten stelling opgeslagen werd, die even hoog of weinig lager was dan het tooneel en op welke de plaats van het koor was. In rom. schouwburgen werd ook de orchestra door zitplaatsen ingenomen; hier zaten de senatoren.

Orchia (lex)sumptuaria, van den volkstribuun C. Orchius in ± 181. Zij beperkte het getal gasten bij maaltijden.

Orchomenus,Ὀρχομενός, 1) oude en rijke hoofdstad van westelijk Boeotia, bij HomerusΜινύειοςgeheeten naar de Minyers en hun koning Minyas, aan den Cephi(s)sus gelegen. Het bestond reeds in den myceenschen en vóór-myceenschen tijd. Tijdens den trojaanschen oorlog was Orch. reeds niet meer zoo machtig als vroeger; later kwam het onder de hegemonie der Thebanen, die het in 367 zelfs verwoestten. Hoewel Philippus van Macedonia de stad liet herbouwen, werd zij van geene beteekenis meer.—2)oude stad in Arcadia, bij Homerusπολύμηλοςgenoemd.

Orcīni, slaven die bij testament rechtstreeks waren vrijverklaard en wier patroon dus in denOrcuswas. Spottend noemt Cicero aldus de nieuwbakken senatoren, die door Antonius, zoogenaamd uit Caesars aanteekeningen, in den senaat werden gebracht.

Orcus, bij de Romeinen de god der onderwereld = Hades, ook de onderwereld zelf.

Ordessus,Ὀρδησσός, thans Sereth, zijtak van den Ister (Donau) in het tegenw. Walachije.

Ordovices, volk in Britannia, in het N.W. van het tegenw. Wales.

Oreades,Ὀρειάδες, Ὀροδεμνιάδες, bergnimfen, komen vooral dikwijls als gezellinnen van Artemis voor.

Orestae,Ὀρέσται, volk in Epīrus, in het gewest Orestis, later bij Macedonia ingelijfd. De sage leidt den naam af van Orestes, die tot dit volk zou gevlucht zijn. Het is een illyrischen stam.

Orestēa,Ὀρεστεία, bijnaam van Artemis, wier beeld Orestes uit Tauris naar Griekenland had overgebracht.

Orestes,Ὀρέστης, 1) zoon van Agamemnon en Clytaemnestra. Bij het vermoorden van zijn vader was hij nog een kind, en daar ook zijn leven gevaar liep, zond zijne zuster Electra hem heimelijk naar Phocis, waar hij bij zijn oom Strophius opgevoed werd. De zoon van Strophius, Pylades, werd zijn trouwe vriend en stond hem in zijn verder leven in alle moeilijkheden en gevaren trouw ter zijde. Met hem kwam hij na acht jaren naarMycēnae terug, nadat hij eerst zelf het gerucht had verspreid, dat hij bij een wedren verongelukt was, en te zamen doodden zij Aegisthus en Clytaemnestra. Maar ofschoon O. door Apollo zelf tot die daad was aangemoedigd, werd hij door de Erinyen zijner moeder vervolgd, hij verviel tot razernij en dwaalde langen tijd rond zonder rust te vinden. Eindelijk begaf hij zich op raad van Apollo naar Athene en riep hij daar de hulp der godin Athēna in, deze bracht hem voor de opzettelijk hiervoor bijeengebrachte rechtbank van den Areopagus, die sedert bestaan bleef, en voor deze rechtbank werd nu O. door de Erinyen aangeklaagd, door Apollo verdedigd. Toen bij de stemming bleek dat evenveel rechters voor vrijspraak als voor veroordeeling gestemd hadden, wierp Athena een wit steentje (calculus Minervae) in de bus, zoodat O. vrijgesproken was. De Erinyen waren verzoend en kregen onder den naam van Eumenides een heiligdom in Attica.—V.a. moest O., om van zijn waanzin genezen te worden, naar Tauris gaan en van daar het beeld van Artemis naar Griekenland brengen. Zoodra hij daar met Pylades aankwam, werden zij gevangen genomen om aan Artemis (z. a.) geofferd te worden, maar toen zij voor het altaar stonden, bleek het dat de priesteres, die het offer zou verrichten, Iphigenīa (z. a.), de zuster van O., was. Na de herkenning verschafte zij hun door list de middelen om te ontvluchten, zij zelve ging mede en, om aan het bevel van Apollo te voldoen, namen zij ook het beeld der godin mede.—V. a. had Orestes gedurende den tijd van zijne razernij in Arcadië rondgezworven, en niet ver van Megalopolis was de plaats van zijne genezing (Ἄκη) met een heiligdom der Eumeniden.—Naar Mycēnae teruggekeerd, doodde hij Alētes (z. a.) en regeerde hij na dien tijd lang en gelukkig. Hij huwde met Hermione, zond spartaansche volkplantingen naar Aeolis, en sloeg den eersten inval der Heracliden onder Hyllus af. Op hoogen ouderdom stierf hij te Tegea aan een slangebeet, zijne beenderen werden later naar Sparta overgebracht. In beide steden werd hij als heros vereerd.—2)zoon van den thessalischen vorst Echecratides, werd omstreeks 450 verbannen; de Atheners ondernamen een veldtocht tegen Pharsālus om hem terug te brengen, maar moesten onverrichter zake terugkeeren.

Oresthasium, OresthēumofOrestēum,Ὀρεσθάσιον, Ὀρέσθειον, -στειον, stad in het Z. van Arcadia, ten O. van het latere Megalopolis.

Orestheus,Ὀρεσθεύς, 1) zoon van Lyeāon, stichter van Oresthasium, het latere Orestēum.—2)zoon van Deucalion, koning der Aetoliërs en der aangrenzende Locriërs. Zijn hond bracht een kluwen ter wereld, dat hij in de aarde liet begraven; in het voorjaar ontsproot daaruit een wijnstok, naar welks ranken (ὄζοι) de Locriërs zichὈζόλαιnoemden.

Oretāni,Ὠρητανοί, aanzienlijke volksstam in Hispania aan den Boven-Anas (Guadiana) tot aan het brongebied van den Baetis (Guadalquivir). Hoofdstad: Castulo.

Oreüs,Ὠρεός, vroeger Hestiaea, stad aan de N.W. kust van Euboea, door Pericles in 445 gestraft met verdrijving der inwoners, waarna het met 2000 atheensche cleruchen werd bevolkt. Als strategisch punt speelde het in de oorlogen der diadochen en later eene gewichtige rol.

Ὀργεῶνες, heetten te Athene de personen, die met elkander zekere offers brachten en plechtigheden verrichtten, welke niet van staatswege uitgingen. Ze bestonden al in den tijd vóór Solon. Later verdwijnt het verschil tusschen hen en de deelnemers aan eenθίασος(z.a.) (θιασῶται) ofἔρανος(z.a.) (ἐρανισταί).

Orgetorix, aanvoerder der Helvetiërs, die het plan ontwierp tot de groote verhuizing van dit volk in 61, doch van streven naar de alleenheerschappij beticht werd en, om de doodstraf te ontgaan, een einde aan zijn leven maakte.

Orgia,Ὄργια, werden de mysteriën genoemd met het oog op enthusiastische gemoedsbeweging, die deze geheime plechtigheden bij de deelnemers te weeg brachten; ook de luidruchtige feesten van Dionȳsus (z.a.).

Oribasius,Ὀρειβάσιος, van Pergamus of Sardes, beroemd geneesheer, lijfarts en raadsman van keizer Iuliānus. Door Valens en Valentiniānus verbannen, verwierf hij door zijne kunst ook onder de barbaren groot aanzien, en eindelijk moesten de keizers toegeven aan het algemeen verlangen, hem terugroepen, en zelfs de door hem geleden verliezen vergoeden. Hij was de schrijver van een uittreksel uit alle beroemde geneeskundige werken, waarvan een gedeelte in Latijnsche vertaling bewaard gebleven is, en waarvan hij later zelf weer een uittreksel gemaakt heeft. Ook heeft hij eenὙπόμνημα, memoires, geschreven, waarin hij de herinneringen van zijn omgang met Julianus heeft te boek gesteld. Hiervan heeft Eunapius gebruik gemaakt, waaruit later wederom Zosimus geput heeft.

Oricum, -us,Ὠρικόν, -ός, grieksche zeestad in het Noorden van Epīrus nabij de Ceraunische bergen.

Origenes,Ὠριγένης, 1) de kerkvader, zoon van Leonidas, geb. 185 na. C. te Alexandrië, gest. 254 te Tyrus, leerling van Clemens Alexandrīnus. Nadat hij zich in zijne jeugd met taalkundige en wijsgeerige studiën had bezig gehouden en v. s. ook de school van Ammonius Saccas bezocht had, verdedigde hij in verscheidene werken (z. ookCelsus) het Christendom, ook op gronden, aan de oude grieksche wijsgeeren ontleend. Zijn buitengewone werkzaamheid verwierf hem den naam vanἀδαμάντινος.—2)neo-platonisch wijsgeer, leerling van Ammonius Saccas, leermeester van Longīnus.

Orīon,Ὠρίων, 1) zoon van Hyrieus of Poseidon, of v. a. uit de aarde geboren. Hij was een geweldig jager, buitengewoon schoon, en zoo groot dat zijn hoofd ver boven de wolken reikte en hij veilig door het diepste der zee konde gaan. De Pleiaden vervolgde hij zevenjaar, totdat Zeus ze uit medelijden onder de sterren opnam. Op Chius werd hij door Oenopion, wiens dochter Merope hij onteerd had, dronken en vervolgens blind gemaakt; op raad van Hephaestus begaf hij zich toen naar het paleis van Helios, waar hij zijn gezicht terugkreeg; hij keerde naar Chius terug om zich op Oenopion te wreken, maar deze hield zich onder de aarde verborgen. Later werd Eos op hem verliefd, zij ontvoerde hem naar Delus, maar dit verwekte bij de goden zooveel ergernis, dat zij aan Artemis last gaven hem te dooden.—V. a. doodde Artemis hem, omdat hij haar of de nimf Upis met zijne liefde vervolgde, of omdat hij beweerd had beter den discus te kunnen werpen dan zij. V. a. werd hij gedood door de steken van een schorpioen, dien Gaea op hem had afgezonden, omdat hij gezegd had, dat hij al het wild van de aarde zou uitroeien.—Hij werd in volle wapenrusting aan den sterrenhemel geplaatst.—2)van Thebe in Aegypte, schrijver van een etymologisch werk en van een bloemlezing van spreuken uit oude grieksche dichters; hij leefde waarschijnlijk in het midden der 5deeeuw na C.

Orītae,Ὠρεῖται, volk in het perzisch landschap Gedrosia, aan de Zuidkust, aan de grens van India, uit India afkomstig.

Orithyia,Ὠρείθυια, dochter van Erechtheus. Zij werd door Boreas geschaakt en naar Thracië gebracht, waar zij bij hem moeder werd van Calais, Zetes en Cleopatra.

Ormenis,Ὀρμενίς, Astydamēa, kleindochter van Ormenus.

Ormenium, Armenium, Orminium,Ὀρμένιον, Ἀρμένιον, Ὀρμίνιον, stadje in Thessalia, in de buurt van Pherae en Iolcus.

Ormenus,Ὄρμενος, kleinzoon van Aeolus, stichter van Ormenium in Thessalië.

Orneae,Ὀρνεαί, oude argolische stad nabij de grenzen van Phliasia.

Orneātae,Ὀρνεᾱται, eigenlijk inwoners van Orneae, schijnt de gemeenschappelijke naam geworden te zijn van de oude bevolking van Argolis, die na de verovering der Doriërs in denzelfden toestand kwam als de lacedaemonischeπερίοικοι.

Oroanda,Ὀρόανδα, bergstad in Isauria.

Orobiae,Ὀροβίαι, stad in het N. van Euboea, aan de Euboeïsche golf.

Orobii, stam in Gallia Transpadāna; in hun gebied ligt Bergōmum.

Orōdes, naam van twee parthische koningen. Orōdes I of Arsaces XIV (57–37) voerde tegen de Rom. den oorlog, waarin Crassus bij Carrhae omkwam (53). Later (39 en 38) zag hij zijne legers door Ventidius Bassus vernietigd, terwijl zijn zoon Pacorus sneuvelde. Door een anderen zoon, Phraātes, werd hij vermoord.—Orodes II of Araces XVII (5–6 na C.) was een wreedaard en werd spoedig omgebracht.

Orontes,Ὀρόντης, 1) perzisch edelman, vergezelde den jongen Cyrus op diens tocht tegen Artaxerxes, en werd wegens pogingen tot verraad ter dood gebracht.—2)schoonzoon van Artaxerxes II, tijdens den tocht der 10.000 Grieken satraap van Armenia, later (381) aanvoerder van een leger tegen Euagoras; in 361, toen hij satraap van Aeolis en Ionia was, viel hij met andere satrapen, o.a. Maussolus, van den koning af, maar verried hen spoedig. In 349 viel hij nogmaals af, en verbond zich toen met Athene.

Orontes,Ὀρόντης, rivier in Syria, ontspringt in het dal tusschen den Libanus en den Antilibanus, en stroomt langs Emesa, Apamēa en Antiochīa naar zee.

Orontobates,Ὀροντοβάτης, vorst van Carië, verdedigde zich lang tegen Alexander d. G., maar moest zich eindelijk aan Ptolemaeus overgeven (333), z.Ada.

Orōpus,Ὠρωπός, havenstad aan den Eurīpus, op de grenzen van Attica en Boeotia, hoofdplaats van de Grai (z.Graecia). De stad was bij voortduring een twistappel tusschen de beide staten, ten slotte bleef zij aan de Atheners. Hier was de beroemde tempel van Amphiarāus (z. a.).

Orosius(Paulus), christelijk presbyter uit Tarraco in Hispania, schrijver eener beknopte wereldgeschiedenis, die nog bestaat:Historiarum libri VII adversus pagānos. Het werk kwam uit omstreeks 420 na C.

Orospeda, gebergte in Hispania, thans Sierra Sagra, aan de bronnen van den Tader (Segura).

Orpheus,Ὀρφεύς, zoon van Oeager of Apollo en de Muze Calliope, broeder of leerling van Linus. De invloed van zijn liefelijk gezang dat hij met de heerlijke tonen zijner lier begeleidde, was zoo groot, dat hij daardoor niet alleen de menschen tot zachtheid en meer beschaafde zeden bracht, maar zelfs wilde dieren konde temmen en ook de onbezielde natuur er door bewogen werd. Daarom waagde hij het ook na den dood zijner gemalin Eurydice naar de onderwereld af te dalen om haar terug te vragen, en inderdaad wist hij door zijn spel en gezang Persephone te bewegen zijn verzoek toe te staan. Eurydice mocht hem volgen, maar op voorwaarde dat O. niet naar haar omzag, voordat zij de aarde bereikt zouden hebben. O. konde zich echter niet zoo lang bedwingen, hij zag om, en Eurydice moest naar de onderwereld terugkeeren. In zijn droefheid leidde O. nu een eenzaam en zwervend leven, hij kwam ook in Azië en Aegypte, en voerde na zijn terugkomst bij de thracische stammen wetten en godsdienst in. Op hoogen leeftijd maakte hij nog den tocht der Argonauten mede en redde hij zijne reisgenooten door de macht van zijn spel uit vele gevaren. Kort daarna werd hij door een troep Maenaden verscheurd, v.s. omdat hij sedert den dood van Eurydice als vrouwenhater bekend stond. Zijn hoofd en zijne lier werden in den Hebrus geworpen en dreven naar Lesbus, zijne overige lichaamsdeelen werden door de Muzen bijeen gezocht en te Libēthra begraven; de lier werd onder de sterren geplaatst.—Aan O. werd ook de instelling van de zgn. orphische mysteriën toegeschreven, die sedert de 7deeeuw bestonden; deze mysteriën verkondigden de van het volksgeloof afwijkende leer, datde ziel door zonde van haar oorspronkelijken toestand van reinheid vervallen is, en dat zij door deugd en een ascetisch leven (βίος Ὀρφικός) daartoe kan terugkeeren; zoolang dit niet geschied is, verschijnt zij in verschillende lichamelijke omhulsels telkens weder op aarde; de god, wiens hulp men vooral inriep om verlossing en zaligheid deelachtig te worden, was Dionȳsus-Zagreus, wiens bloed voorgesteld werd door den slok wijn, dien de ingewijden dronken.—De gedichten, die den naam van Orpheus dragen (Ὀρφικά), zijn op eene enkele uitzondering van vrij laten tijd en van ongelijke waarde. Maar ook die, welke aan de ouden bekend waren, werden reeds vroeg door velen als onecht beschouwd, en sommigen, o. a. Aristoteles, betwijfelden of O. wel ooit bestaan had.

Orrhoēne=Osroēne.

Orsilochīa, z.Iphigenīa.

Orta=Horta.

Orthagoras,Ὀρθαγόρας, Sicyoniër van lage afkomst, die zich met de hulp van de volkspartij tot tyran opwierp (665) en wijs en gematigd regeerde.

Orthagorēa=Maronēa.

Orthia,Ὀρθία, bijnaam van Artemis (z. a.) te Sparta.

Orthrus,Ὄρθρος, de hond van Geryones (z. a.).

Ortōna,Ὄρτων, 1) havenstad der Frentāni in Samnium.—2)stad in Latium, in de nabijheid van Corbio, aan de N.O. zijde van het Albaansch gebergte.

Ortygia,Ὀρτυγία= kwartelland, 1) deel van Syracūsae (z. a.).—2)oude naam van het eiland Delus;Ortygia dea= Diāna,Ortygiae boves, de runderen van Apollo.—3)heilig bosch bij Ephesus.

Orxīnes, Orsines,Ὀρξίνης, perzisch veldheer, die bij Gaugamēla streed, afstammeling van Cyrus. Terwijl Alexander in Indië was, regeerde O. als satraap over Persis, bij de terugkomst van den koning werd hij op ware of valsche beschuldigingen van gewelddadigheden en knevelarij opgehangen.

Osca,Ὄσκα, voorname stad der Ilergetes in Tarraconensis, thans Huesca in Arragon.

Oschophoria,Ὠσχοφόρια, ὀσχοφόρια, feest ter eere van Athēna, Dionȳsus en Ariadne, naar men zeide door Theseus bij zijne terugkomst van Creta ingesteld, te Athene den 7denPyanepsion gevierd. Twintig epheben, met wijnranken beladen, hielden een wedloop, en de tien overwinnaars kregen een schaal met een drank,πενταπλόα, uit wijn, honing, kaas, meel en olie gemengd.

Osci, oud-italisch volk (zieAusonesenItalia). Later geven de Romeinen den naamOsciaan de samnietische veroveraars van Campania en aan hun stamgenooten in het achterland. Hunne taal bleef als plattelandsdialect in een gedeelte van Midden- en Beneden-Italië lang in wezen; vandaaroscus= boersch, lomp;ludi Osciwaren landelijke kluchtspelen.

Oscines, zieAuguria.

Osi, volksstam waarschijnlijk van Keltischen oorsprong in Germanië wonende, ten Oosten van Bohemen, en onderworpen aan Quaden en Sarmaten.

Osīris,Ὄσιρις, aegyptisch zonnegod of god van den Nijl, broeder en echtgenoot van Isis, vader van Horus. Zijn broeder Typhon sloot hem in een kist, die hij in den Nijl wierp, en toen hij bemerkte, dat Isis de kist gevonden had, nam hij des nachts het lichaam er uit, sneed het in 14 stukken en verstrooide ze naar alle kanten. Isis zocht de stukken weder bij elkander en begroef ze op Philae of te Abȳdus. O. verscheen daarna aan Horus en spoorde hem tot den strijd tegen Typhon aan, waarin deze na eene lange verdediging volkomen overwonnen werd.

Osismii,Ὀσισμίοι, keltisch volk in het W. van het tegenw. Bretagne.

Osroēne,Ὀσροηνή, gewest in Mesopotamia ten W. van den Chabōras, met de hoofdstad Osroë of Edessa.

Ossa,Ὄσσα, Φήμη,Fama, personificatie van het los gerucht, bode van Zeus.

Ossa,Ὄσσα, gebergte in het N. van het thessalische kustland Magnesia, 5000 voet hoog. Ten Z. hing de Ossa met den Pelion samen; ten N. was hij van den Olympus gescheiden door het dal Tempe.

Ostentum, zieauguria.

Osteodes,Ὀστεώδης=Usticano. 2.

Ostia, havenstad van Rome aan den linker Tibermond, door Ancus Marcius gesticht. Het had een bloeienden handel en groote zoutketen,salinae. Door Marius verwoest, herrees het nog prachtiger dan te voren. Toen echter keizer Claudius aan den rechter riviermond eene betere haven,portus Augustiofportus Romanus, aangelegd had, verplaatste zich Ostia’s handel, alleen de zoutwinning bleef. Tusschen de genoemde riviermonden lag deinsula sacra.

Ostippo, Astapa,Ἄσταπα, stad in Baetica, niet ver van Munda.

Ostorii, rom. geslacht. 1)Ostorius Scapula, sedert 47 na C.legatus pro praetorevan Britannia, streed daar met geluk tegen Caractacus die in zijn handen viel, maar later begon zijn voorspoed te tanen, hetgeen hij zich zoozeer aantrok, dat hij ziek werd en stierf.—2)M. Ostorius Scapula, zoon van no. 1, diende met roem onder zijn vader. In 62 na C. benam hij, uit vrees voor Nero’s bedreigingen, zichzelf het leven.

Ostracismus,Ὀστρακισμός, verbanning door stemming met scherven, door Clisthenes ingevoerd. Te Athene werd jaarlijks in eene daarvoor bij de wet aangewezen volksvergadering aan het volk de vraag voorgelegd, of het wenschelijk was, iemand door het ostracismus te verbannen. Werd die vraag bevestigend beantwoord, dan werd in eene volgende vergadering, waarin minstens 6000 stemmen moesten uitgebracht zijn, beslist, wien dit lot zou treffen, ieder schreef een naam op een scherf, en degene, die de meeste stemmen gekregen had, moest voor 10 jaar Attica verlaten. Deze maatregel moest strekken om de democratie tegen aanslagen van eerzuchtigen te beveiligen, de verbanning door hetostracismus is dus geen straf, en gaat niet gepaard met verlies van goederen of rechten, en daar zij alleen tegenover aanzienlijke en invloedrijke burgers doeltreffend kan zijn, is zij eerder als eer dan als schande te beschouwen. De grenzen, binnen welke zoo iemand zich gedurende den tijd van zijne verbanning mocht vestigen, waren bepaald door een wet van 480, die echter niet streng gehandhaafd schijnt te zijn.—Nadat, door kuiperijen van Alcibiades en Nicias, Hyperbolus door het ostracisme verbannen was (417), werd deze instelling niet meer toegepast.

Otacilii, rom. geslacht. 1)M. Otacilius Crassus, consul in 263, dwong met zijn ambtgenoot M. Valerius Maximus (Valeriino. 16), den syracusaanschen koning Hiero tot den vrede.—2)T. Otacilius Crassus, broeder van no. 1, consul in 261, streed ook op Sicilia.—3)T. Otacilius Crassus, praetor op Sicilia in 217 en propraetor in 216, streed, met Hiero verbonden, tegen Carthago en ondernam een strooptocht naar Africa. Later werd hij nogmaals stadhouder van Sicilia en deed opnieuw strooptochten op de carthaagsche kust. Hij trachtte tweemaal te vergeefs consul te worden.—4)Otacilius Crassus, aanhanger van Pompeius, bezoedelde zijn naam door het ombrengen van weerlooze gevangenen uit de tegenpartij (48).—5)L. Otacilius Pilitus, zieL. Voltacilius Pilutus.

Otanes,Ὀτάνης, 1) hoofd van de samenzwering der zeven perzische edelen, die den valschen Smerdis van den troon stieten.—2)opvolger van Magabazus no. 1, als veldheer van Darīus, veroverde verscheidene Grieksche steden, en ook Lemnus en Imbrus.

Otho, familienaam in degens Salvia.

Otho(M. Salvius), rom. keizer van Jan. tot April 69 na C., geb. 32, behoorde in zijne jeugd tot de vrienden van Nero, wiens uitspattingen hij ook deelde en aan wien hij zijne schoone, maar zedelooze gemalin Poppaea Sabīna overliet. Als stadhouder van Lusitania was hij 10 jaar lang een rechtvaardig bestuurder. Bij Nero’s dood omhelsde hij de partij van Galba, tegen wien hij echter uit gekrenkte eerzucht in opstand kwam, waarop hijzelf tot keizer werd uitgeroepen. Door de legioenen aan den Rijn werd echter Vitellius tot keizer gekozen. Otho leed bij Bedriācum eene zware nederlaag, en benam zich hierop te Brixellum het leven, niet uit vrees, maar om den strijd te doen eindigen.

Othryades,Ὀθρυάδης, -δας, 1) Panthoüs, zoon van Othrys.—2)de eenig overgeblevene van de 300 Spartanen, die tegen evenveel Argiven een beslissenden strijd om het bezit van Cynuria zouden leveren (550). Van de Argiven waren bij het vallen van den nacht twee overgebleven, die naar huis snelden om hunne overwinning te berichten, maar O. bleef als overwinnaar op het slagveld. Daardoor was de twist niet beslecht en werd den volgenden dag een slag geleverd, waarin de Spartanen overwonnen. O. wilde echter zijne wapenbroeders niet overleven, en bracht zichzelf een doodelijke wonde toe. V. a. had hij vooraf op de buitgemaakte wapenrustingen met bloed zijn naam geschreven. Bij de Gymnopaediën werd zijn heldhaftig gedrag in liederen herdacht.

Othryoneus,Ὀθρυονεύς, thracisch vorst, die Priamus te hulp kwam en daarvoor Cassandra tot vrouw zoude krijgen. Hij werd door Idomeneus gedood.

Othrys,Ὄθρυς, boschrijk gebergte in het Z. van Thessalia, in het gewest Phthiōtis.

Otrēra,Ὀτρήρα, koningin der Amazonen, bij Ares moeder van Penthesilēa en Hippolyte. V. s. stichtte zij met Antiope den tempel van Artemis te Ephesus.

Otus,Ὦτος, een van de Aloaden.

Otys,Ὄτυς, vorst van Paphlagonië, verbond zich met Agesilāus tegen den perzischen koning.

Ovatio, een kleine triumftocht,ἐλάττων θρίαμβος, die somtijds aan een veldheer werd toegekend, wanneer zijne verdiensten niet groot genoeg schenen voor een werkelijken zegetocht. De veldheer reed dan niet op een triumfwagen, maar was te voet of te paard, hij droeg geen lauwer-, maar een myrtenkrans, geen veldheersmantel, maar eenetoga praetexta, hij offerde geen stier, maar slechts een schaap.

Ovidius Naso(P.), den 20 Maart 43 te Sulmo uit eene ridderfamilie geboren, toonde reeds vroeg een buitengewonen aanleg voor de dichtkunst. Zijn vader had hem door eene zorgvuldige opvoeding den weg willen banen tot hooge eereambten, doch rhetorische oefeningen en staatszaken vielen niet in den smaak van den zoon, die gemakkelijker dicht dan ondicht schreef. Ovidius bekleedde dan ook slechts ondergeschikte ambten, namelijk dat vantriumvir capitalisen vandecemvir stlitibus iudicandis. Hij wijdde zich liever geheel aan de dichtkunst. Hij schreef treurspelen, die verloren zijn gegaan, doch waarvan deMedēaalgemeenen lof verwierf, schreef zijneHeroïdes,Amores, Medicamina faciei, Ars amatoria, Remedium amoris, en zijn groot dichtwerk,Metamorphoseon libri XV. In 9 na C. werd hij door Augustus naar Tomi in Moesia verbannen, aan de onherbergzame kusten van den Pontus Euxīnus. Over de reden dezer verbanning (relegatio) ligt een sluier, men weet alleen, dat hij (volgens hem zelven onschuldig) verwikkeld was geworden in de uitspattingen van Augustus’ kleindochter Iulia. Uit het oord der ballingschap schreef hij nog zijneTristia, Epistulae ex Ponto, Ibis, Halieuticaen de half voltooideFasti. Deze laatste waren reeds vóór zijne verbanning gedicht, maar werden eerst na Augustus’ dood met eene opdracht aan Germanicus uitgegeven. Andere gedichten van hem zijn verloren. Hij stierf in 17 na C. te Tomi, waar hij ook begraven is.

Ovīleofsaeptum, afgesloten ruimte, die gebruikt werd voor de stemmingen dercomitia centuriataop denCampus Martius, ten einde te zorgen, dat elke burger in zijne afdeeling stemde. De omheining bestond waarschijnlijk uit paal- en traliewerk ter halvemanshoogte, en had zooveel uitgangen (pontes) als er centuriae tegelijk stemden. Aan het einde van elkeponsstond de uit teenen gevlochten stembus, z.Maria (lex) de suffragiis ferendis. Desaeptawerden telkens weder afgebroken, totdat Caesar op den Campus Martius marmerensaeptaliet bouwen.

Ovinia (lex), eenplebiscitumwaarschijnlijk van ± 320ut censores ex omni ordine optimum quemque iurati in senatum legerent, droeg delectio senatus, die tot dien tijd door de consuls werd verricht, aan de censoren op. Met deordines, waaruit de censoren de keuze moesten doen, zijn de verschillende klassen der gewezen curulische ambtenaren bedoeld. Reeds spoedig (± 300) is ook aan de gewezenaediles plebistoegang tot den senaat verleend; eerst in ± 102 werden de volkstribunen (z.Atinia (lex)en in 81 (z.Corneliae legesvan 81 aan het einde) de quaestoren in den senaat opgenomen. Zoodoende werd de senaat indirekt door het volk gekozen, terwijl de taak der censoren zich bepaalde tot het uitstooten der onwaardigen (senatu movere, eicere, legendo praeterire). Terwijl de consuls tot nu toe in de eerste plaats patriciërs hadden gekozen, werd nu de senaat in hoofdzaak plebejisch, daar het meerendeel der ambtenaren tot dien stand behoorde.

Oxathres,Ὀξάθρης, broeder van Darīus Codomannus, streed roemrijk bij Issus; later onderwierp hij zich aan de Macedoniërs.

Oxines,Ὀξίνης, kustrivier in Bithynia, die zich in den Pontus Euxīnus stort.

Oxiones, wilde, half mythische stam in het Noorden van Europa. Volgens andere lezing heeten ze Etiones.

Oxus,Ὄξος, beterὮξος, thans Amoe-Darja of Gihon, groote rivier in Midden-Azië, die op den Paropanīsus ontspringt en zich in het meer Aral, Oxia palus, uitstort. In ouden tijd moet ook een arm naar de Caspische zee gestroomd hebben. Deze liep uit in het bekken Sary-Kamisch, dat toen veel hooger gevuld was, en stroomde dan, tusschen den Grooten en Kleinen Balkan doorloopend, uit in de Koschu-odek-baai tegenover het eiland Ogurschinsk. Vóór Alexander den Groote wordt hij bij de oude schrijvers Araxes genoemd. Over deze rivier, waarvan de verlande stroom den naam Usboi draagt, trok Cyrus om de Massageten te bestrijden. Hij heeft in de oudheid als scheepvaartroute gediend: Indische waren gaan langs den Oxus naar de Hyrcanische zee (het zuidelijk gedeelte der Caspische zee), vandaar naar het land der Albani, en langs de rivier den Cyrus naar de Zwarte zee. Zie verderIaxartes.

Oxyartes,Ὀξυάρτης, 1) =Oxathres.—2)bactrisch edelman, die zich lang tegen Alexander verdedigde. Na zijne onderwerping maakte Alexander hem satraap van de landen aan den Paropanīsus, waar hij zich ook na Alexander’s dood staande hield. Hij was de vader van Roxane.

Oxydracae,Ὀξυδράκαι, dapper indisch volk aan beide oevers van den Acesīnes.

Oxylus,Ὄξυλος, zoon van Haemon, den koning van Aetolië. De Heracliden, die volgens de uitspraak van het orakel voor hun inval in de Peloponnēsus een gids met drie oogen moesten zoeken, vonden dien gids in den eenoogigen O. met den muilezel, waarop hij gezeten was, toen zij hem ontmoetten. Na de verovering van de Peloponnesus kreeg hij Elis tot belooning.

Ozolae,Ὀζόλαι, zieLocris.


Back to IndexNext