P.Paches,Πάχης, atheensch veldheer, die het afvallige Mytilēne tot overgave dwong (427) en bij verrassing Notium bezette. Te Athene teruggekeerd, werd hij aangeklaagd, en doodde hij zich zelf voor het gerecht.Pachȳnumof-us,Πάχυνος, Z.O. kaap van Sicilia, thans kaap Passaro. De aangrenzende baai werdportus Pachynigenoemd.Paconii, rom. geslacht, waarvan onder de eerste keizers enkele leden voorkomen.Pacorus,Πάκορος, parthische koningsnaam in de dynastie der Arsaciden. 1) De voornaamste is de parthische prins, die door zijn vader Orōdes I in 52 en 51 tegen Syria werd afgezonden, doch door C. Cassius, quaestor van den in 53 gesneuvelden Crassus, verslagen werd. In 40 veroverde Pac. Syria, Phoenīce, Palaestīna en Cilicia met behulp van den rom. uitgewekene Q. Attius Labiēnus, doch P. Ventidius Bassus versloeg de Parthen bij herhaling, Labienus sneuvelde in 39 en Pac. in 38, de laatste juist op de verjaardag van Crassus’ dood.—2)een koning Pacorus regeerde tijdens Domitiānus en Traiānus.Pactōlus,Πακτωλός, riviertje in Lydia, ontspringt op den Tmolus, stroomt langs Sardes en valt in den Hermus. Oudtijds voerde het veel goudstof mede, weshalve hetχρυσορρόαςwerd genoemd. Hier behoort de mythe van koning Midas te huis, die zijn goudmakende kracht aan de bron van den P. moest afspoelen.Pactye,Πακτύη, stad aan de O. kust der thracische Chersonēsus, verblijf van Alcibiades. Zie ookLysimachea.Pactyes,Πακτύης, een Lydiër, die voor Cyrus de schatten van Croesus beheerde. Hij verwekte een opstand tegen den perzischen stadhouder, maar bij het aanrukken van een perzisch leger vluchtte hij; na een poos gezworven te hebben kwam hij op Chius, van waar hij aan de Perzen uitgeleverd werd.Pactyica,Πακτυϊκή, land der Pactyes, oostelijk gewest van het perzische rijk, ten Z. van den Paropanīsus, een onderdeel van hetlatere Arachosia. De Pactyes zijn de tegenwoordige Afghanen.Pacuvii. 1)Pacuvius Calaviusbekleedde tijdens den tweeden punischen oorlog te Capua de hoogste waardigheid en werkte mede om Hannibal binnen te halen. Zijn zoon daarentegen wapende zich met een dolk om Hannibal te vermoorden, maar liet zich door zijn vader van dat plan afbrengen.—2)M. Pacuvius, zusterszoon van Ennius, te Brundisium ± 220 geboren, was schilder en vooral treurspeldichter. Hij volgde grieksche modellen, met name Sophocles en Euripides, en schreef ééne comoedia, doch 12 tragoediae, waaronder éénepraetexta, Paullus getiteld, waarvan vermoedelijk L. Aemilius Paullus, die den slag bij Pydna won, de hoofdpersoon was. Zijne laatste jaren sleet hij te Tarentum, waar hij in 132 stierf.—Later komen er nog andere Pacuvii voor, o. a. in Caesars leger in Gallia. Ook wordt er een Pacuvius vermeld, die tijdens keizer Tiberius na Piso (Calpurniino. 7) eerst alslegatusvan Cn. Sentius, daarna tot 32 voor L. Aelius Lamia, dien Tiberius dwong te Rome te blijven, Syrië bestuurd heeft. Hij was berucht om zijn losbandige levenswijze.Padaei,Παδαῖοι, een nomadenvolk in het N.W. van India, dat rauw vleesch at en zelfs ouden van dagen en zieken opat.Padus, rivier in Gallia Cisalpīna, thans de Po. Hij stortte zich in zee door 7 mondingen, waarvan enkele door menschenhanden waren gegraven:Padūsa, Spineticum ostium, ost. Sagis, Volane, ostia plenaenfossae Philistīnae. Zie ookEridanus.Padūsa, thans niet meer bestaande Po-arm, die langs Ravenna liep. ZiePadus.Paean,Παιάν, Παιών, Παιήων, 1) de geneesheer der goden. Verder bijnaam van verschillende goden, wanneer men hen om genezing van ziekte of bevrijding van smart aanroept, zoo van Apollo, Asclepius, Dionȳsus, Thanatus e. a.—2)een lied, waarin Apollo onder den naam Paean aangeroepen en geprezen wordt; later werden met dien naam lof- en dankliederen ter eere van verschillende goden aangeduid, in het bizonder de liederen die men in den oorlog bij den aanval en na de overwinning zong.Paeania,Παιανία, demus van Attica, ten O. van den Hymettus, geboorteplaats van den redenaar Demosthenes (Παιανιεύς).Paeanius,Παιάνιος, sophist, die het Breviarium van Eutropius in het Grieksch vertaalde (380 n. C.).Paedagōgus,παιδαγωγός, een slaaf, die met de opvoeding van de kinderen zijns meesters belast was; hij behoefde hun geen onderwijs te geven, maar zijne taak was, hen overal te vergezellen en op hun gedrag toe te zien. Bij de Romeinen, die zich meer zelf met de opvoeding hunner kinderen bezig hielden, vond dit grieksche gebruik eerst in lateren tijd en slechts bij enkelen ingang.Paeligni=Peligni.Paemāni, germaansche stam in Belgica aan de Mosa (Maas), bij het tegenw. Luik.Paenula, een regenmantel, alleen met eene opening om het hoofd door te steken, overigens gesloten en van achteren van een kap voorzien.Paeon,Παιών, Παιήων, z.Paean.Paeon,Παίων, zoon van Endymion, broeder van Epēus (z. a.); v.s. was Paeonië naar hem genoemd.Paeones,Παίονες, thracisch volk aan den bovenloop van den Axius.Paeonia,Παιονία, het land derPaeones, gewest in het N. van Macedonia (z. a.).Paeonia,Παιονία, ofPaeonidae,Παιονίδαι, demus van Attica, ten N. van Acharnae.Paeonius,Παιώνιος, 1) van Ephesus, bouwmeester in de 5deeeuw, werkte mede bij de voltooiing van den tempel van Artemis te Ephesus (± 400) en bouwde den tempel van Apollo Didymeus bij Milētus.—2)van Mende, bekwaam beeldhouwer in de 5deeeuw, van wien een beroemd beeld, voorstellend de godin der overwinning (Νίκη), hoewel niet ongeschonden, te Olympia is opgegraven. Onjuist is het, dat ook een deel van de (eveneens bewaard gebleven) beeldhouwwerken ter versiering van den tempel van Zeus te Olympia van Pae. zouden zijn. V. s. zijn deze beeldhouwwerken van Panaenus (z. a.), die in Olympia gewerkt heeft.Paeoplae,Παιόπλαι, paeonische stam aan de macedonische kust, aan den Strymon en den mons Pangaeus.Paestum,Παῖστον, vroegerPosidonia, stad op de lucanische kust aan densinus Paestānus(golf van Salerno), kolonie van Sybaris, in 524 gesticht. ± 400 viel de stad in handen van de Lucaniërs, en heette voortaan Paestum. In 273 brachten de Rom. er eene kolonie van Latijnen heen. Paestum was beroemd om zijne rozenteelt. Men vindt er nu nog de overblijfselen van drie grieksche tempels, die voor de geschiedenis der grieksche bouwkunst van groot belang zijn. OnderTemplumvindt men een afbeelding van den meest bekenden, den zoogenaamden Poseidonstempel.Paesus,Παισός, stad en rivier in Troas, aan het begin van de Propontis. De stad is door Milete gesticht.Paetus, een familienaam, die in verschillende gentes voorkomt, en als adjectieflonkendbeteekent. 1) beroemd rechtsgeleerde, zieAelii.—2)echtgenoot der heldhaftige Arria, zieCaecīnae.—3)vriend van Cicero, ziePapiriino. 14.—4)senator onder Nero, zieThrasea.Pagae, Pegae,Παγαί, Πηγαί, versterkte havenstad in Megaris aan de Corinthische golf.Paganalia, door Servius Tullius ingesteld, feesten door de inwoners van iederenpagusgevierd. Ze behooren tot deferiaeconceptivae, zieferiae.Pagāni, ziepagus.Pagasae,Παγασαί, stad in het Z. van Thessalia, in het landschap Pelasgiōtis, dicht bij de grens van Magnesia, aan densinus Pagasaeus(golf v. Volo). DichterlijkPagasaeus= thessalisch.Pagus, landelijk distrikt, plattelandsgemeente. Soms behoorden depagitot het gebiedeener stad en kan het woord door dorp worden overgezet, somtijds ook hadden zij eene grootere uitgebreidheid en vormden zij een zelfstandig geheel, overeenkomende met hetgeen wij een kanton of distrikt zouden noemen. De inwoners warenpagāni. De dorpen, vlekken en gehuchten in zoo’n distrikt heettenvici(zievicusno. 3). Te Rome werden de bewoners der vroegere buitenwijken ookpaganigenoemd.Paganusbeteekent ook: boersch, landelijk; onder de keizers wordt de naam gebezigd in tegenstelling metmilites, en bij de kerkelijke schrijvers = heidenen.Παιδεραστία, knapenliefde, eene betrekking tusschen een volwassen man en een knaap, die medebracht, dat zij zooveel mogelijk in elkanders gezelschap waren, dat de man door goede voorbeelden en lessen een gunstigen invloed op de zedelijke ontwikkeling van den knaap trachtte uit te oefenen, en dat de knaap zich naar het voorbeeld van den man trachtte te vormen. Deze verhouding bestond vooral in dorische staten, in het bijzonder op Creta, waar de knaap evenals eene bruid uit het huis zijner ouders geroofd werd, na twee maanden vrijgelaten werd, maar zich dikwijls levenslang bij den man aansloot, waaruit soms de innigste vriendschap en broederschap, vooral in den oorlog, ontstond.—De man heette op Cretaφιλήτωρ, te Spartaεἰσπνήλας(inblazer), de knaap op Cretaκλεινός(geroemde), te Spartaἀίτας(toehoorder).—Werd van zulk een verkeer op onzedelijke wijze misbruik gemaakt, wat in oude tijden slechts zelden schijnt voorgekomen te zijn, dan konde de man gestraft worden met atimie, verbanning of zelfs met den dood, de knaap werd van openbare betrekkingen en van godsdienstige feesten uitgesloten. In lateren tijd verloor de zaak echter geheel en al hare oorspronkelijke beteekenis en ontaardde zij tot eene door en door onzedelijke verhouding, in welken vorm zij ook bij de Romeinen, vooral in den keizertijd, ingang vond.Παιδονόμος, te Sparta en op Creta een magistraat, die met het toezicht op de opvoeding der knapen belast was; hij werd bijgestaan door deβίδυοι, en onder hem stonden deμαστιγοφόροι, om door hem opgelegde straffen te voltrekken.Παιστική, landstreek in het N. van Thracia.Palaegambrīum,Παλαιγάμβρειον, stad in Aeolis aan den Caīcus.Palaemon,Παλαίμων, z.Melicertes.Palaepolis,Παλαίπολις, zieNeapolis.Palaephatus,Παλαίφατος, 1) van Abȳdus, vriend van Aristoteles, schrijver van verscheiden geschiedkundige werken, die op enkele fragmenten na verloren gegaan zijn.—2)Aegyptenaar of Athener, wordt geroemd als schrijver van verscheiden thans verloren mythologische werken. Waarschijnlijk is van hem ook een nog behouden werkjeπερὶ ἀπίστων, dat op de wijze van Euhemerus, van wien P. een tijdgenoot schijnt geweest te zijn, allegorische of historische verklaringen van verscheiden mythen bevat. Het is langen tijd als schoolboek gebruikt.Palaerus,Παλαιρός, zeestad in het N.W. van Acarnania.Palaescepsis,Παλαίσκηψις, zieScepsis.Palaeste,Παλαίστη, kustplaats in het N.W. van Epīrus, bij de Acroceraunische bergen, waar Caesar landde, toen hij tegen Pompeius optrok.Palaestīna,Παλαιστίνη= land der Philistijnen,Philistaei,Φιλισταῖοι, die langs de kust der Middellandsche zee van deaegyptischegrenzen N.waarts tot aan den berg Carmel woonden. Later werd de naam uitgebreid over het binnenland, tot zelfs over het transjordaansche gedeelte van het joodsche land. Over zijne geheele uitgestrektheid werd Pal. verdeeld in de volgende landschappen: ten W. van den Jordaan: Galilaea in het N., Samaria in het midden en Judaea in het Z. Het overjordaansche land werd Peraea geheeten; het N. gedeelte werd Batanaea of Basan (het weeke, vruchtbare land) genoemd en langs de rivier meer in het bijzonder Gaulonītis; het Z. deel heette Galaädītis (het harde, ruwe land). Onder Salomo had het rijk der Israëlieten zijne grootste uitgebreidheid, het reikte toen tot aan den Euphraat. Nog bij Salomo’s leven echter ging Syria weder verloren, en na zijn dood splitste zich de staat in twee deelen; het rijk der 10 stammen, dat in 722 door Salmanezer werd vernietigd, en dat van Juda, waaraan Nebukadrezar in 588 een einde maakte. Onder Cyrus werd het land perzisch, onder Alexander d. G. macedonisch. Na diens dood kwam het in den beginne onder Aegypte, was een tijd lang een twistappel tusschen dit rijk en Syrië, tot het eindelijk onder Antiochus III aan Syrië bleef. De poging van Antiochus IV Epiphanes, om den mozaischen eeredienst met geweld door den griekschen te doen verdringen, had een opstand ten gevolge, en van 130 tot 64 vormde Pal. nogmaals een vrijen staat onder het vorstenhuis der Maccabaeën. Broedertwisten tusschen Aristobūlus en Hyrcānus hadden de inmenging der Rom. ten gevolge. Zie verderHerōdesenHerōdes Agrippa.Palaestra,παλαίστρα, het gedeelte van een gymnasium, dat meer bepaald tot beoefening der gymnastiek bestemd is. Soms wordt de naam echter voor afzonderlijke gebouwen gebruikt, die weinig van de gymnasia schijnen te verschillen, en waarschijnlijk meer in het bizonder door athleten van beroep bezocht werden.Palaetyrus,Παλαίτυρος, zieTyrus.Palamēdes,Παλαμήδης, zoon van Nauplius en Clymene, een wijs, dapper en rechtvaardig man, wien de uitvinding van vuurtorens, maten en gewichten, eenige letters, dobbelspel e.a. toegeschreven wordt. Toen Odysseus zich poogde te onttrekken aan zijne verplichting om deel te nemen aan den tocht tegen Troje, werd P. met anderen gezonden om hem daartoe te nopen. Zij vonden Odysseus, terwijl hij in geveinsde waanzinnigheid ploegde met een ploeg, waarvoor hij een os en een ezel gespannen had, en zout in plaats van koren in de voren zaaide. P. legde denjongen Telemachus voor den ploeg, en daar Odysseus vermeed over het kind heen te rijden, toonde hij dat zijne krankzinnigheid slechts voorgewend was. Daardoor verbitterd, bewerkte Odysseus zijn ondergang. Hij liet namelijk voor Troje een brief onderscheppen, dien hijzelf geschreven had, maar die schijnbaar door Priamus aan P. gericht was, en waaruit blijken moest, dat P. had aangeboden de Grieken voor geld te verraden. Toen de inhoud van dezen brief bekend gemaakt was, en men in de tent van P. een som gelds gevonden had, waarvan in den brief sprake was, maar die door Odysseus zelf daar verborgen was, was het hem gemakkelijk zijn vijand door het volk ter dood te doen veroordeelen, vooral daar ook Agamemnon en Diomēdes, naijverig op den roem van P., zijn dood wenschten.—Hij had later een heiligdom op de kust van Klein-Azië, tegenover Lesbus.Palatīnus, bijnaam van Apollo, naar zijn tempel op den mons Palatīnus.Palatīnus (mons), een der heuvels van Rome. Op dezen heuvel heeft het oudste Rome,Roma quadrata, gelegen. Het N.W. gedeelte van den berg heette Cermalus, terwijl de ten N. gelegen Velia ook bij deze oudste nederzetting behoorde. Op of bij den Palatinus lagen zeer oude heiligdommen, o.a. het Lupercal; ook vond men er tot in late tijden de met stroo gedekteCasa Romuli. In den laatsten tijd der republiek woonden hier vele aanzienlijke Romeinen, o.a. M. Tullius Cicero, Crassus, Hortensius, Catilīna en Clodius. Uit iets lateren tijd is nog over een particulier huis, gewoonlijk het huis van Livia, de eerste keizerin van Rome, genoemd. In den keizertijd werd de geheele berg eigendom van de keizers, die er hun verschillende paleizen (het woord is vanpalatiumafgeleid) gebouwd hebben. Bekend zijn vooral dedomus Augustāna, met daarnaast den Apollo-tempel en de bibliotheek, dedomus Tiberii, het paleis der Flavische keizers, het Stadium, door Domitiānus of één der latere keizers in den berg uitgegraven, en het Septizonium, door Septimius Sevērus gebouwd.Πάλη,lucta, luctatio, het worstelen, een van de voornaamste spelen bij de grieksche feesten. De worstelaars trachtten elkander op den grond te werpen, en alle middelen waren daartoe geoorloofd behalve slaan; daarbij lette men echter zeer op bevalligheid in houding en bewegingen. Zoodra een van beiden viel, liet zijn tegenstander hem opstaan, en eerst wanneer de een den ander driemaal op den grond geworpen had, was de strijd beslist; later werd het gevecht echter, wanneer een van beiden neergeworpen was, op den grond voortgezet, totdat hij geen kans zag zich weder op te richten en zich overwonnen moest verklaren. De worstelaars hadden hun lichaam met fijn zand bestrooid en de grond van het worstelperk was met zand bedekt.Palenses,Παλῆς, inwoners der stad Pale,Πάλη, in het W. van het eiland Cephallenia.Pales, eene godin of een god der romeinsche herders die de kudden vruchtbaar maakte en voedde, ziePalilia.Palibothra,Παλιβόθρα, groote en bijzonder sterke hoofdstad der Prasii in India, aan den Ganges, bij het tegenw. Patna.Palīce,Παλική, stad der Siculi, door Ducetius gesticht (453/2), ten N.W. van Syracūsae, bij het heiligdom der Palīci (z. a.).Palici,Παλικοί, daemonen, die op Sicilië vereerd werden, tweelingzonen van Zeus en een sicilische nimf. Uit vrees voor de jaloerschheid van Hera had hun moeder zich voor hunne geboorte onder de aarde verborgen, maar zoodra zij geboren waren, opende de aarde zich en werden zij door het daglicht beschenen. Ten N.W. van Syracūsae (ziePalice) waren twee aan hen gewijde, kleine, diepe meren met warm water, waaruit zwaveldampen opstegen. Wie van een misdaad beschuldigd was en zijne onschuld durfde bezweren, werd bij een van deze meren gebracht, zijn eed werd op een schrijftafeltje geschreven en dit werd in het water geworpen. Bleef het drijven, dan was de aangeklaagde vrijgesproken, zonk het, dan gold de eed voor valsch, en de meineedige werd onmiddellijk in den krater van den Aetna geworpen of van het gezicht beroofd. In de nabijheid was de tempel der P., waar slaven, die door hunne meesters hard behandeld werden, een toevluchtsoord vonden.Palilia, feest ter eere van Pales den 21stenApril door romeinsche herders gevierd. Men stak stroovuren aan, dreef het vee driemaal er om heen, en sprong zelf driemaal er over, om vergiffenis te verwerven voor onopzettelijke verontreiniging van heilige wouden en bronnen. Het was een uitgelaten vroolijk feest en gold tevens als gedenkdag van de stichting van Rome.Palimbothra=Palibothra.Παλινδικία, ἀναδικία, tweede behandeling van een proces. Men konde nl. vernietiging van een vonnis vragen (παλινδικεῖν, ἀναδικάζεσθαι), wanneer dit door een openbaar scheidsrechter (z.διαιτητής) was uitgesproken, of wanneer men bij verstek (z.ἔρημος δίκη) of op grond van valsche getuigenissen (z.ψευδομαρτυριῶν δίκη) veroordeeld was.Παλινῳδία, een gedicht, waarin men herroept wat in een vroeger gedicht gezegd is, ook in het algemeen het herroepen van een vroeger gezegde. Beroemd is deπαλ.van Stesichorus (z.a.).Palinurus,Παλίνουρος, stuurman van Aenēas, viel bij de naar hem genoemde kaap Palinūrum, ten Z. van Velia, in zee; hij zwom aan land, maar werd door de Lucaniërs gedood. Op bevel van een orakel werd hij later eervol begraven en werden lijkspelen te zijner eere ingesteld.Palla, 1) vrouwengewaad, een overkleed, dat men omwierp en dat tot op de voeten afhing, doch bij nimfen en jageressen door de dichters meermalen wordt geschilderd als slechts tot de knie reikende. De rom. dames gebruikten het dikwijls in plaats der meerdeftigestola.—2)bij goden, heroën, dichters en zangers, een dergelijk gewaad, tot op den grond hangende en dikwijls slepende, ten einde hun een rijziger gestalte te geven.Pallacopas,ΠαλλακόπαςofPallacottas,Παλλακόττας, zijkanaal van den Euphraat in de richting der arabische woestijn, waar het doodliep.Palladium,Παλλάδιον, een beeld van Pallas Athēna of van Pallas, de dochter van Triton, door de godin Athēne zelve gemaakt en door Zeus aan Ilus (z.a.) of aan Dardanus gegeven. Het was een staande houten beeld, drie el hoog, met aaneengesloten voeten, het hield in de rechterhand een speer, in de linker een spinrokken. Toen de Grieken door Helenus vernomen hadden, dat Troje niet genomen konde worden, zoolang het Palladium binnen zijne muren was, slopenOdysseusen Dīomēdes in de stad en roofden het. Zoo kwam het naar Argos of Athene (z.DiomēdesenDemophon). De Rom. beweerden echter dat Aenēas het naar Italië had medegebracht, zij bewaarden het in den tempel van Vesta, waar zelfs de pontifex maximus het niet zien of aanraken mocht.Palladius(Rutilius Taurus Aemiliānus), rom. schrijver van een uitvoerig werk over den landbouw in 14 boeken, vermoedelijk uit de 4deeeuw na C.Pallantia, dochter van Euander, geliefde van Heracles; naar haar is de Mons Palatīnus genoemd.Pallantia,Παλλαντία, hoofdst. der Vaccaei in Hispania Tarraconensis, thans Palencia, aan den Pisoraca (Pisuerga), een zijtak van den Durius (Douro).Pallantias, -tis, Aurōra, kleindochter van Pallas.Pallantidae,Παλλαντίδαι, de 50 zonen van Pallas no. 5, die Aegeus van de regeering beroofden, maar later door Theseus deels gedood, deels verjaagd werden.—Ook eene atheensche familie, die van dezen Pallas beweerde af te stammen, noemde zich zoo.Pallantium,Παλλάντιον, oude stad in Zuid-Arcadia, ten W. van Tegea, vanwaar Euander met eene kolonie naar Latium verhuisde, waar hij ergens aan den Tiber eene gelijknamige stad zou gesticht hebben. Het arcadisch Pallantium werd in 369 ontvolkt ten behoeve van Megalopolis.Pallas,Παλλάς, gen.-άδος, 1)P. Athēnaz.Athēna.—2)eene gezellin van Athena, door wie zij bij ongeluk gedood werd; haar beeld was v. s. het Palladium. Zij wordt dochter van Triton genoemd en is eigenlijk niemand anders dan de godin zelve.Pallas,Πάλλας, gen.-αντος1) een van de Titanen, zoon van Crius en Eurybia.—2)een van de Giganten, door Athēna gedood en gevild; met zijne huid bekleedde zij haar schild.—3)zoon van Lycāon, grootvader van Euander, stichter van Pallantium in Arcadië.—4)zoon van Euander (z. a.), sneuvelde door de hand van Turnus.—5)zoon van Pandīon, broeder van Aegeus, in wiens plaats hij eenigen tijd regeerde; hij werd door Theseus gedood.—6)een vrijgelaten slaaf, broeder vanAntonius Felix, procurator van Judaea, evenals deze vrijgelatene vanAntonia minor(zijn vollen naam luidt: M. Antonius Pallas), die zich in de gunst van keizer Claudius wist in te dringen, en zich grooten invloed en rijkdom verwierf (hij bekleedde het ambta rationibus). Het huwelijk van Claudius met Agrippīna en de adoptie van Nero was voor een groot deel zijn werk. Onder Nero geraakte hij echter op den achtergrond, hij moest zich (55 n. C.) uit het openbare leven terugtrekken en werd in 62 ter dood gebracht.Pallēne,Παλλήνη, 1) W. landtong van Chalcidice.—2)demus in Attica.Palliāta,sc. fabula, eene romeinsche comoedie, die in Griekenland speelt en waarbij de acteurs in grieksch gewaad optraden.Pallium.Pallium,ἱμάτιον, φᾶρος, lange wollen mantel, meestal wit, bij de Grieken door mannen en vrouwen gedragen, en wel gewoonlijk op dezelfde wijzen als de toga der Romeinen. Het dragen van een pallium over den chiton was echter volstrekt niet algemeen en gold bij de Romeinen zelfs lang als een teeken van verwijfdheid, in lateren tijd was het de geliefkoosde dracht van wijsgeeren of hen die daarvoor gehouden wilden worden.Palma, rom. of lat. kolonie (123) op het eiland Baleāris maior.Palmȳra,Παλμύρα, ofThadmôr= palmenstad, door Salomo aangelegd in een oase der syrische woestijn. Als middelpunt van karavaanwegen bereikte het een hoogen trapvan bloei. Gebruik makende van de verwarring in het rom. rijk, stichtte de stadhouder Odenāthus er in 260 na C. een zelfstandig rijk, dat zich onder zijne gemalin en opvolgster Zenobia over Syrië, Aegypte en een deel van Voor-Azië uitbreidde. Doch in 272 werd Palmyra door keizer Aureliānus ingenomen en, na een opstand, verwoest; Zenobia werd als gevangene naar Rome gevoerd. De stad had een prachtigen zonnetempel. In 1691 heeft men belangrijke overblijfselen der schoone en uitgestrekte stad teruggevonden, die in het laatst der vorige eeuw wetenschappelijk onderzocht en beschreven zijn.Paludamentum, witte of purperroode krijgsmantel der rom. veldheeren.Paludātus= met den veldheersmantel bekleed.Palumbīnum, stadje in Samnium, ligging onbekend.Pamīsus,Πάμισος, 1) zuidelijke zijtak van den Penēus in Thessalia.—2)rivier in Messenia, stroomt door de vruchtbare vlakte Macaria.—3)oude grensrivier tusschen Messenia en Laconica, die even ten N. van Thalamae in de Messenische golf uitloopt.Pammenes,Παμμένης, 1) Thebaan, tijdgenoot van Epaminondas, onderscheidde zich in de oorlogen tegen Sparta en bleef met een leger in de Peloponnēsus om de Arcadiërs gedurende de stichting van Megalopolis te beschermen; ook als bevelhebber over de thebaansche hulptroepen van Artabāzus no. 2 verwierf hij grooten roem (353). Toen hij echter met de vijanden van Artabāzus onderhandelingen aanknoopte, liet deze hem gevangen nemen. Philippus van Macedonië woonde gedurende zijn verblijf te Thebe als gijzelaar in het huis van P.—2)leeraar der welsprekendheid te Athene, tijdgenoot van Cicero, die met lof van hem spreekt.Pammerope,Παμμερόπη, dochter van Celeüs, eerste priesteres bij de eleusinische mysteriën.Pamphila,Παμφίλη, 1) van Cos, uitvindster van het zijdeweven. Zij leefde in het begin der vierde eeuw.—2)aegyptische of epidaurische vrouw, die een aantal bijzonderheden op het gebied van geschiedenis, wijsbegeerte, rhetorica, enz., te boek stelde, zooals zij die gedurende haar dertienjarig huwelijk uit de gesprekken van haar man en zijne talrijke bezoekers had opgevangen of uit haar lectuur had opgeteekend. Zij leefde ten tijde van Nero.Pamphilus,Πάμφιλος, 1) atheensch veldheer, landde in den corinthischen oorlog op Aegīna en belegerde de stad (389), daar zijne vloot echter verjaagd werd, kwam hij in groote verlegenheid; na 5 maanden werd hij ontzet. Hij werd veroordeeld, en stierf voor hij de boete betaald had.—2)leerling van Plato, leeraar der wijsbegeerte op Samus, waar Epicūrus zijne voordrachten hoorde.—3)van Amphipolis, beroemd schilder, leerling van Eupompus en leermeester van Apelles; ook werken van hem over schilderkunst worden genoemd.—4)uit Alexandrīa, grammaticus ten tijde van Nero, schreef een uitgebreid woordenboek.Pamphos,Παμφώς, episch dichter, ouder dan Homerus, aan wien hymnen ter eere van verschillende goden werden toegeschreven.Πάμφυλοι, naam van een der drie dorische phylae (z.φυλή), zoo genoemd naar Pamphȳlus.Pamphylia,Παμφυλία, gewest aan de Zuidkust van Asia minor. De bevolking was zeer gemengd en bestond uit inboorlingen, Ciliciërs en Grieken, hieraan was ook de naam Pamphȳli,Πάμφυλοι, ontleend. Het land stond achtereenvolgens onder perzische, macedonische, syrische, pergameensche en romeinsche heerschappij. De voornaamste steden zijn Aspendus, Perge, Side en Attalēa.Pamphȳlus,Πάμφυλος, zoon van Aegimius, trok met de Heracliden naar de Peloponnēsus en sneuvelde daar.Pan,Πάν, veld-, bosch- en herdersgod, zoon van Hermes of Zeus en Callisto of de nimf Penelope. Reeds bij zijne geboorte was hij bijna geheel volwassen, hij had horens, een krommen neus, spitse ooren, een staart en bokspooten (Αἰγιπόδης,Semicaper), bovendien was hij geheel met haar begroeid. Hij beschermt kudden (Νόμιος), bosschen en weiden, jacht (Ἀγρεύς), visscherij en bijenteelt. Het liefst zwerft hij in Arcadië, over de bergen (Ὀρεσσιβάτης), waar hij jaagt, de nimfen bij den dans aanvoert (Φιλόχορος) of zich vermaakt met het spelen op de door hem uitgevonden herdersfluit (z.Syrinx), waarin hij het zoover gebracht had, dat hij zelfs Apollo tot een wedstrijd durfde uitdagen (z.Midas). De Atheners geloofden, dat zij aan zijne hulp de overwinning bij Marathon te danken hadden, hij kon n.l. in den strijd gewichtige diensten bewijzen, door met zijne vervaarlijke stem den vijanden schrik en ontzetting aan te jagen; van dit vermogen maakt hij echter ook misbruik, om bij onschuldige reizigers of wandelaars in eenzame wouden een plotselingen (panischen) schrik te veroorzaken. Zoo had hij ook de Titanen in hun strijd tegen de goden door trompetgeschal op de vlucht gedreven. Met zijne kinderen en verdere afstammelingen (Πᾶνες, Πανίσκοι,Panisci) sluit hij zich gaarne bij den luidruchtigen stoet van Dionȳsus aan. De nimfen, die hij met zijne liefde dikwijls hardnekkig vervolgt, ontvluchten hem gewoonlijk of worden door de goden tegen hem beschermd.—In lateren tijd beschouwden sommigen hem naar aanleiding van zijn naam als een symbool van het heelal, zijn dans stelde dan de eeuwige beweging voor, zijn horens en baard waren de zonnestralen, enz.—Pan werd vooral in Arcadië, maar ook elders in Griekenland vereerd, aan sommige van zijne tempels waren orakels verbonden. Te Athene hield men jaarlijks te zijner eer een wedloop met fakkels.—Men offerde hem bokken, lammeren, koeien, melk, honig en most; de steeneik en de pijnboom waren hem gewijd.—De Romeinen vereenzelfdigden hem met Faunus.Panacēa,Πανάκεια, dochter van Asclepius.Panachaicus (mons),Παναχαϊκὸν ὄρος, berg in Achaia, ten Z. van de invaart der Corinthische golf.Panactum,Πάνακτον, grensvesting tusschen Attica en Boeotia, ten N. van Eleusis.Panaei,Παναῖοι, thracisch volk, in den omtrek van Amphipolis woonachtig.Panaenus,Πάναινος, beroemd schilder te Athene, broeder van Phidias, medewerker aan de beroemde schilderij van den slag bij Marathon in deποικίλη στοάte Athene. Ook het schilderwerk aan den troon van het Zeusbeeld te Olympia was van hem. Z. ookPaeonius.Panaetius,Παναίτιος, van Rhodus, zoon van Nicagoras, geb. omstreeks 180, genoot te Athene het onderwijs van Diogenes den Babyloniër en Antipater van Tarsus. Te Rome vond hij vele leerlingen en leefde hij op vertrouwden voet met Laelius en den jongen Scipio, dien hij op eene reis naar Azië en Aegypte vergezelde (140). Later keerde hij naar Athene terug, waar hij Antipater als hoofd der stoicijnsche school opvolgde (129), talrijke leerlingen vormde en omstreeks 112 stierf. Hij heeft tot de verbreiding der stoicijnsche leer, vooral te Rome, zeer veel bijgedragen en wordt vooral door Cicero dikwijls met lof genoemd; evenwel schijnt hij het gestrenge van die leer in vele opzichten verzacht en zich ook tot de peripatetische school aangetrokken gevoeld te hebben. Zijne geschriften zijn grootendeels verloren, zijn voornaamste werkπερὶ τοῦ καθήκοντοςwerd door Cicero in zijn werkde officiisnagevolgd.Panaetolicus (mons),Παναιτωλικὸν ὄρος, berg in het hart van Aetolia, ten N. van den Trichonius lacus.Panathenaea,Παναθήναια, het voornaamste feest der Atheners in het derde jaar van iedere Olympiade, van den 24sten, v. s. van den 21sten, tot den 28stenHecatombaeon ter eere van Athēna Polias gevierd. De invoering er van als een landelijk feest onder den naamἈθήναιαwordt aan Erichthonius toegeschreven, zijn eigenaardig karakter als feest van de geheele attische burgerij en zijn naam had het van Theseus gekregen, door Pisistratus waren voordrachten van gedichten van Homerus aan de feestelijkheden toegevoegd, die later door Pericles nog verdere uitbreiding kregen. Behalve de wedstrijden in muziek, gymnastiek, rijden, enz., waarbij vele prijzen uit kruiken met olie van de heilige olijfboomen bestonden, moet vooral vermeld worden de groote optocht (πομπή), waarmede aan de godin een nieuw kleed (πέπλος) gebracht werd. Dit kleed was saffraankleurig, door atheensche vrouwen geweven en met het prachtigste borduurwerk, waarvan patroon en uitvoering van staatswege goedgekeurd moesten zijn, versierd. Het werd als zeil aan den mast van een schip vastgehecht, en dit werd op rollen naar de acropolis voortbewogen, gevolgd door grijsaards met olijftakken in de handen (θαλλοφόροι), dochters van edele burgers, die mandjes met offergereedschap droegen (κανηφόροι), terwijl stoelen en zonneschermen haar nagedragen werden door vrouwen en dochters der metoeci (διφροφόροι, σκιαδηφόροι), verder volgde de ruiterij en verdere krijgslieden in de schoonste wapenrusting, overwinnaars in de feestspelen bij vroegere Panathenaea gevierd, eindelijk de geheele burgerij in feestgewaad, meestal nog gezantschappen van atheensche kolonies en andere staten. Op den optocht volgde een offerfeest, groot genoeg om het geheele volk te onthalen.—De fries van het Parthenon was door Phidias versierd met eene afbeelding in relief van den optocht der Panathenaea, en een groot gedeelte van dit beeldhouwwerk is nog bewaard gebleven.—Behalve dit groote feest werden ieder jaar kleine Panathenaea gevierd, waarschijnlijk bestaande in wedstrijden en offers.Panchaea,Παγχαία, fabelachtig eiland in den Erythraeïschen oceaan tegenover Gelukkig Arabië, met een heerlijk klimaat en voortbrengselen van verschillenden aard, z.Euhemerus.Pancration,παγκράτιον, worsteling en vuistgevecht tusschen athleten. De strijders waren geheel naakt en hadden ook geen caestus.Panda Cela, italiaansche oogstgodin, die te Rome aan den voet van het Capitolium een tempel had.Pandareüs,Πανδάρεος, zoon van Merops, stal voor Tantalus een gouden hond uit den tempel van Zeus op Creta, en toen Zeus hem terugeischte, vluchtte hij naar Athene en van daar naar Sicilië, waar hij stierf. Eene van zijne dochters was Aēdon; de andere twee werden na de vlucht van P. door de godinnen Aphrodīte, Hera, Artemis en Athēna met vele goede eigenschappen begiftigd, doch toen zij zouden trouwen, werden zij door de Harpyieën weggeroofd en aan de Erinyen tot dienaressen gegeven.Pandarus,Πάνδαρος, 1) zoon van Lycāon, aanvoerder van de lycische bondgenooten der Trojanen, zeer bekwaam boogschutter. Toen door de strijdende partijen vastgesteld was, dat de oorlog door een tweegevecht tusschen Menelāus en Paris beslist zoude worden, schond P. op aansporing van Athēna dit verdrag door op Menelaus een pijl af te schieten. Hij werd door Diomēdes gedood.—2)zoon van Alcānor, tochtgenoot van Aenēas, met zijn broeder Bitias door Turnus gedood.Pandataria,Πανδαταρία, eiland op de kust van Campania, waarheen Augustus zijne dochter Julia verbande. Ook Agrippīna de oude werd hierheen door keizer Tiberius verbannen, enstierfer in 33 n. C. den hongerdood.Πανδέκται, zieDigesta.Pandēmus,Πάνδημος, bijnaam van Aphrodīte (z. a.).Pandīon,Πανδίων, 1) zoon van Phineus en Cleopatra. Ten gevolge van de valsche beschuldigingen hunner stiefmoeder Idaea, werd hij met zijn broeder Plexippus door Phineus van het gezicht beroofd en gevangen gehouden, z.Calais.—2)koning van Athene, vader van Erechtheus, Butes, Procne en Philomēla.—3)zoon van Cecrops, koning van Athene, van waar hij door de Metioniden verdreven werd. Hij vluchtte naar Megara, waar hij de dochter van koning Pylas huwde, de regeeringkreeg, en na zijn dood als heros vereerd werd. Zijne zonen waren Aegeus, Pallas, Nisus e. a.Pandionis,Πανδιονίς, een van de 10 phylae, waarin de bevolking van Attica door Clisthenes verdeeld werd.Pandōra,Πανδώρα, de eerste vrouw, door alle goden (vandaar de naam) met schoonheid, lieftalligheid en kunstvaardigheid begiftigd, had van Zeus een doos gekregen, waarin alle ongelukken opgesloten waren. Daarop liet hij haar door Hermes naar Epimētheus brengen, die haar tegen den raad van Promētheus ontving. Uit nieuwsgierigheid opende zij het deksel van de doos, waarop alle rampen zich over de aarde verspreidden; alleen de hoop bleef op den bodem er van liggen, toen P. het deksel spoedig sloot.Pandōrus,Πάνδωρος, zoon van Erechtheus en Praxithea, stichter eener atheensche volkplanting op Euboa.Pandosia,Πανδοσία, 1) stad in het epirotische landschap Thesprotia aan den Acheron.—2)stad in Lucania, ten W. van Heraclēa.—3)stad in Bruttii bij Consentia.Pandotīra,Πανδότειρα, geefster van alles, bijnaam van Demēter.Pandrosus,Πάνδροσος, dochter van Cecrops, had te Athene naast den tempel van Athēna Polias een heiligdom, waarin de heilige olijfboom stond. Athene zelve heeft ook den bijnaam Pand.Panegyris,πανήγυρις, groote feestvergadering, zooals bijv. bij de viering van de groote nationale feesten der Grieken gehouden werd. De feestredenen (πανηγυρικοὶ λογοί) bij zulke gelegenheden uitgesproken, waren dikwijls schitterendevoorbeeldenvan welsprekendheid en stijl. Zij strekten meestal tot verheerlijking van het feest of de feestvierenden, soms ook van enkele personen; in het laatste geval waren het lofredenen, en in deze beteekenis komen Panegyrici ook bij de Rom. voor.Pangaeus(mons),Πάγγαιον ὂρος, gebergte op de macedonische kust, ten O. van Amphipolis, tot welks gebied het behoorde. Het leverde goud en zilver op.Panhellenius,Πανελλήνιος, bijnaam van Zeus als den nationalen god van alle Grieken. Onder dien naam had hij op Aegīna een tempel, het Panhellenium, en werden voor hem op verscheiden plaatsen feesten, Panhellenia, gevierd.Panhormus=Panormus.Panionia,Πανιώνια, vergadering der 12 steden van Ionië bij den bondstempel, het Panionium, nabij Mycale gehouden en verbonden met feesten ter eere van Poseidon.Panionium,Πανιώνιον, tempel van Poseidon bij kaap Mycale, bondstempel der aziatisch-ionische steden.Paniscus,Πανίσκος, z.Pan.Pannonia,Παννονία, rom. Donauprovincie, door den Donau begrensd, van omstreeks Vindobōna (Weenen) af tot aan de samenvloeiing met de Tisia (Theiss). De inwoners waren hoofdzakelijk van illyrischen stam. Er waren echter sedert de 4deeeuw vele keltische stammen ingedrongen, o. a. de Scordisci. Onder Augustus werd Pann. tot rom. provincie gemaakt, maar eerst na de demping van den pannonischen opstand (6–9 n. C.) door Tiberias werd de rom. heerschappij er bevestigd. Het land werd ingedeeld in P. Superior en P. Inferior. In den lateren keizertijd werd de indeeling herhaaldelijk gewijzigd, en o. a. Valeria (zieValeriano. 3) er van afgescheiden.Panomphaeus,Πανομφαῖος, bijnaam van Zeus als den god, die door hoorbare teekens de toekomst voorspelt.Panope, Panopeus,Πανόπη, Πανοπεύς, oude belangrijke stad in Phocis, dicht bij de grenzen van Boeotia, later vervallen.Panopeus,Πανοπεύς, zoon van Phocus, vergezelde Amphitryo op zijn tocht tegen de Taphiërs en nam deel aan de calydonische jacht. Hij was de vader van Epēus no. 2.Πανοπλία, de geheele uitrusting van een zwaargewapende, schild, helm, borstharnas, scheenplaten, zwaard en lans. Deze moest ieder hopliet zich zelf aanschaffen. Vandaar dat het aantal zwaargewapenden in de Grieksche staten steeds tamelijk gering gebleven is, en men gerust kan aannemen, dat ieder boerengezin, iedere familie vanζευγῖται, slechts één hopliet behoefde te leveren. Z. ookὁπλῖταιenψίλοι.Panopolis,Πανόπολις, oudtijdsChemmis,Χεμμίς, Χεμμώ, oude stad in Aegypte, aan den Nijl, stroomafwaarts van Thebae, grootendeels door linnenwevers en metselaars bewoond.Panoptes,Πανόπτης, bijnaam van Argus naar de vele oogen, waarmede zijn lichaam bezaaid was.Panormus, doch beterPanhormus,Πάνορμος(= geheel en al haven). 1) havenstad op Sicilia, thans Palermo, phoenicische volkplanting, later carthaagsch, sedert 254 in handen der Rom.—2)in Achaia, aan de invaart der Corinthische golf.—3)haven van Ephesus.Pansa, familienaam in degentes Vibia,Titinia, Appuleia.Pantagias,Παντακύας, riviertje op de O.-kust van Sicilia, ten N. van Syracūsae, bij Trotilum.Pantaleon,Πανταλέων, wierp zich in 660 tot tyran van Pisa op en regeerde overmoedig. Hij beoorloogde de Eleërs en ontnam hun het beheer over de olympische spelen.Panteus,Παντεύς, Spartaan, vriend van Cleomenes III, dien hij bij al zijne ondernemingen getrouw ter zijde stond; hij vergezelde hem ook na den slag bij Sellasia naar Aegypte en doodde zich te gelijk met hem.Pantheon, prachtige tempel, in 25 door M. Agrippa te Rome opgericht op den Campus Martius en in de 2deeeuw n. Chr. door keizer Hadriānus herbouwd. Het gebouw, dat nog een sieraad is van het hedendaagsche Rome, is cirkelvormig en heeft eene middellijn van 132 voet binnenwerks. In den 19 voet dikken muur zijn 7 ruime nissen aangebracht, waarvan het verwulfsel telkens door twee zuilen wordt gesteund, met uitzonderingvan de nis over den uitgang. Het gebouw is gedekt door een ontzaglijk koepeldak, met eene opening van 40 voet middellijn in het midden. Het dak rust alleen op de muren. Vóór den ingang is een ruim voorportaal aangebracht, in drie schepen verdeeld. Het trotsche gebouw was waarschijnlijk in de eerste plaats aan Mars en Venus gewijd als de godheden dergens Iulia, v. s. in de eerste plaats aan Jupiter Ultor. Welke goden en heroën verder de nissen vulden, is onbekend.
P.Paches,Πάχης, atheensch veldheer, die het afvallige Mytilēne tot overgave dwong (427) en bij verrassing Notium bezette. Te Athene teruggekeerd, werd hij aangeklaagd, en doodde hij zich zelf voor het gerecht.Pachȳnumof-us,Πάχυνος, Z.O. kaap van Sicilia, thans kaap Passaro. De aangrenzende baai werdportus Pachynigenoemd.Paconii, rom. geslacht, waarvan onder de eerste keizers enkele leden voorkomen.Pacorus,Πάκορος, parthische koningsnaam in de dynastie der Arsaciden. 1) De voornaamste is de parthische prins, die door zijn vader Orōdes I in 52 en 51 tegen Syria werd afgezonden, doch door C. Cassius, quaestor van den in 53 gesneuvelden Crassus, verslagen werd. In 40 veroverde Pac. Syria, Phoenīce, Palaestīna en Cilicia met behulp van den rom. uitgewekene Q. Attius Labiēnus, doch P. Ventidius Bassus versloeg de Parthen bij herhaling, Labienus sneuvelde in 39 en Pac. in 38, de laatste juist op de verjaardag van Crassus’ dood.—2)een koning Pacorus regeerde tijdens Domitiānus en Traiānus.Pactōlus,Πακτωλός, riviertje in Lydia, ontspringt op den Tmolus, stroomt langs Sardes en valt in den Hermus. Oudtijds voerde het veel goudstof mede, weshalve hetχρυσορρόαςwerd genoemd. Hier behoort de mythe van koning Midas te huis, die zijn goudmakende kracht aan de bron van den P. moest afspoelen.Pactye,Πακτύη, stad aan de O. kust der thracische Chersonēsus, verblijf van Alcibiades. Zie ookLysimachea.Pactyes,Πακτύης, een Lydiër, die voor Cyrus de schatten van Croesus beheerde. Hij verwekte een opstand tegen den perzischen stadhouder, maar bij het aanrukken van een perzisch leger vluchtte hij; na een poos gezworven te hebben kwam hij op Chius, van waar hij aan de Perzen uitgeleverd werd.Pactyica,Πακτυϊκή, land der Pactyes, oostelijk gewest van het perzische rijk, ten Z. van den Paropanīsus, een onderdeel van hetlatere Arachosia. De Pactyes zijn de tegenwoordige Afghanen.Pacuvii. 1)Pacuvius Calaviusbekleedde tijdens den tweeden punischen oorlog te Capua de hoogste waardigheid en werkte mede om Hannibal binnen te halen. Zijn zoon daarentegen wapende zich met een dolk om Hannibal te vermoorden, maar liet zich door zijn vader van dat plan afbrengen.—2)M. Pacuvius, zusterszoon van Ennius, te Brundisium ± 220 geboren, was schilder en vooral treurspeldichter. Hij volgde grieksche modellen, met name Sophocles en Euripides, en schreef ééne comoedia, doch 12 tragoediae, waaronder éénepraetexta, Paullus getiteld, waarvan vermoedelijk L. Aemilius Paullus, die den slag bij Pydna won, de hoofdpersoon was. Zijne laatste jaren sleet hij te Tarentum, waar hij in 132 stierf.—Later komen er nog andere Pacuvii voor, o. a. in Caesars leger in Gallia. Ook wordt er een Pacuvius vermeld, die tijdens keizer Tiberius na Piso (Calpurniino. 7) eerst alslegatusvan Cn. Sentius, daarna tot 32 voor L. Aelius Lamia, dien Tiberius dwong te Rome te blijven, Syrië bestuurd heeft. Hij was berucht om zijn losbandige levenswijze.Padaei,Παδαῖοι, een nomadenvolk in het N.W. van India, dat rauw vleesch at en zelfs ouden van dagen en zieken opat.Padus, rivier in Gallia Cisalpīna, thans de Po. Hij stortte zich in zee door 7 mondingen, waarvan enkele door menschenhanden waren gegraven:Padūsa, Spineticum ostium, ost. Sagis, Volane, ostia plenaenfossae Philistīnae. Zie ookEridanus.Padūsa, thans niet meer bestaande Po-arm, die langs Ravenna liep. ZiePadus.Paean,Παιάν, Παιών, Παιήων, 1) de geneesheer der goden. Verder bijnaam van verschillende goden, wanneer men hen om genezing van ziekte of bevrijding van smart aanroept, zoo van Apollo, Asclepius, Dionȳsus, Thanatus e. a.—2)een lied, waarin Apollo onder den naam Paean aangeroepen en geprezen wordt; later werden met dien naam lof- en dankliederen ter eere van verschillende goden aangeduid, in het bizonder de liederen die men in den oorlog bij den aanval en na de overwinning zong.Paeania,Παιανία, demus van Attica, ten O. van den Hymettus, geboorteplaats van den redenaar Demosthenes (Παιανιεύς).Paeanius,Παιάνιος, sophist, die het Breviarium van Eutropius in het Grieksch vertaalde (380 n. C.).Paedagōgus,παιδαγωγός, een slaaf, die met de opvoeding van de kinderen zijns meesters belast was; hij behoefde hun geen onderwijs te geven, maar zijne taak was, hen overal te vergezellen en op hun gedrag toe te zien. Bij de Romeinen, die zich meer zelf met de opvoeding hunner kinderen bezig hielden, vond dit grieksche gebruik eerst in lateren tijd en slechts bij enkelen ingang.Paeligni=Peligni.Paemāni, germaansche stam in Belgica aan de Mosa (Maas), bij het tegenw. Luik.Paenula, een regenmantel, alleen met eene opening om het hoofd door te steken, overigens gesloten en van achteren van een kap voorzien.Paeon,Παιών, Παιήων, z.Paean.Paeon,Παίων, zoon van Endymion, broeder van Epēus (z. a.); v.s. was Paeonië naar hem genoemd.Paeones,Παίονες, thracisch volk aan den bovenloop van den Axius.Paeonia,Παιονία, het land derPaeones, gewest in het N. van Macedonia (z. a.).Paeonia,Παιονία, ofPaeonidae,Παιονίδαι, demus van Attica, ten N. van Acharnae.Paeonius,Παιώνιος, 1) van Ephesus, bouwmeester in de 5deeeuw, werkte mede bij de voltooiing van den tempel van Artemis te Ephesus (± 400) en bouwde den tempel van Apollo Didymeus bij Milētus.—2)van Mende, bekwaam beeldhouwer in de 5deeeuw, van wien een beroemd beeld, voorstellend de godin der overwinning (Νίκη), hoewel niet ongeschonden, te Olympia is opgegraven. Onjuist is het, dat ook een deel van de (eveneens bewaard gebleven) beeldhouwwerken ter versiering van den tempel van Zeus te Olympia van Pae. zouden zijn. V. s. zijn deze beeldhouwwerken van Panaenus (z. a.), die in Olympia gewerkt heeft.Paeoplae,Παιόπλαι, paeonische stam aan de macedonische kust, aan den Strymon en den mons Pangaeus.Paestum,Παῖστον, vroegerPosidonia, stad op de lucanische kust aan densinus Paestānus(golf van Salerno), kolonie van Sybaris, in 524 gesticht. ± 400 viel de stad in handen van de Lucaniërs, en heette voortaan Paestum. In 273 brachten de Rom. er eene kolonie van Latijnen heen. Paestum was beroemd om zijne rozenteelt. Men vindt er nu nog de overblijfselen van drie grieksche tempels, die voor de geschiedenis der grieksche bouwkunst van groot belang zijn. OnderTemplumvindt men een afbeelding van den meest bekenden, den zoogenaamden Poseidonstempel.Paesus,Παισός, stad en rivier in Troas, aan het begin van de Propontis. De stad is door Milete gesticht.Paetus, een familienaam, die in verschillende gentes voorkomt, en als adjectieflonkendbeteekent. 1) beroemd rechtsgeleerde, zieAelii.—2)echtgenoot der heldhaftige Arria, zieCaecīnae.—3)vriend van Cicero, ziePapiriino. 14.—4)senator onder Nero, zieThrasea.Pagae, Pegae,Παγαί, Πηγαί, versterkte havenstad in Megaris aan de Corinthische golf.Paganalia, door Servius Tullius ingesteld, feesten door de inwoners van iederenpagusgevierd. Ze behooren tot deferiaeconceptivae, zieferiae.Pagāni, ziepagus.Pagasae,Παγασαί, stad in het Z. van Thessalia, in het landschap Pelasgiōtis, dicht bij de grens van Magnesia, aan densinus Pagasaeus(golf v. Volo). DichterlijkPagasaeus= thessalisch.Pagus, landelijk distrikt, plattelandsgemeente. Soms behoorden depagitot het gebiedeener stad en kan het woord door dorp worden overgezet, somtijds ook hadden zij eene grootere uitgebreidheid en vormden zij een zelfstandig geheel, overeenkomende met hetgeen wij een kanton of distrikt zouden noemen. De inwoners warenpagāni. De dorpen, vlekken en gehuchten in zoo’n distrikt heettenvici(zievicusno. 3). Te Rome werden de bewoners der vroegere buitenwijken ookpaganigenoemd.Paganusbeteekent ook: boersch, landelijk; onder de keizers wordt de naam gebezigd in tegenstelling metmilites, en bij de kerkelijke schrijvers = heidenen.Παιδεραστία, knapenliefde, eene betrekking tusschen een volwassen man en een knaap, die medebracht, dat zij zooveel mogelijk in elkanders gezelschap waren, dat de man door goede voorbeelden en lessen een gunstigen invloed op de zedelijke ontwikkeling van den knaap trachtte uit te oefenen, en dat de knaap zich naar het voorbeeld van den man trachtte te vormen. Deze verhouding bestond vooral in dorische staten, in het bijzonder op Creta, waar de knaap evenals eene bruid uit het huis zijner ouders geroofd werd, na twee maanden vrijgelaten werd, maar zich dikwijls levenslang bij den man aansloot, waaruit soms de innigste vriendschap en broederschap, vooral in den oorlog, ontstond.—De man heette op Cretaφιλήτωρ, te Spartaεἰσπνήλας(inblazer), de knaap op Cretaκλεινός(geroemde), te Spartaἀίτας(toehoorder).—Werd van zulk een verkeer op onzedelijke wijze misbruik gemaakt, wat in oude tijden slechts zelden schijnt voorgekomen te zijn, dan konde de man gestraft worden met atimie, verbanning of zelfs met den dood, de knaap werd van openbare betrekkingen en van godsdienstige feesten uitgesloten. In lateren tijd verloor de zaak echter geheel en al hare oorspronkelijke beteekenis en ontaardde zij tot eene door en door onzedelijke verhouding, in welken vorm zij ook bij de Romeinen, vooral in den keizertijd, ingang vond.Παιδονόμος, te Sparta en op Creta een magistraat, die met het toezicht op de opvoeding der knapen belast was; hij werd bijgestaan door deβίδυοι, en onder hem stonden deμαστιγοφόροι, om door hem opgelegde straffen te voltrekken.Παιστική, landstreek in het N. van Thracia.Palaegambrīum,Παλαιγάμβρειον, stad in Aeolis aan den Caīcus.Palaemon,Παλαίμων, z.Melicertes.Palaepolis,Παλαίπολις, zieNeapolis.Palaephatus,Παλαίφατος, 1) van Abȳdus, vriend van Aristoteles, schrijver van verscheiden geschiedkundige werken, die op enkele fragmenten na verloren gegaan zijn.—2)Aegyptenaar of Athener, wordt geroemd als schrijver van verscheiden thans verloren mythologische werken. Waarschijnlijk is van hem ook een nog behouden werkjeπερὶ ἀπίστων, dat op de wijze van Euhemerus, van wien P. een tijdgenoot schijnt geweest te zijn, allegorische of historische verklaringen van verscheiden mythen bevat. Het is langen tijd als schoolboek gebruikt.Palaerus,Παλαιρός, zeestad in het N.W. van Acarnania.Palaescepsis,Παλαίσκηψις, zieScepsis.Palaeste,Παλαίστη, kustplaats in het N.W. van Epīrus, bij de Acroceraunische bergen, waar Caesar landde, toen hij tegen Pompeius optrok.Palaestīna,Παλαιστίνη= land der Philistijnen,Philistaei,Φιλισταῖοι, die langs de kust der Middellandsche zee van deaegyptischegrenzen N.waarts tot aan den berg Carmel woonden. Later werd de naam uitgebreid over het binnenland, tot zelfs over het transjordaansche gedeelte van het joodsche land. Over zijne geheele uitgestrektheid werd Pal. verdeeld in de volgende landschappen: ten W. van den Jordaan: Galilaea in het N., Samaria in het midden en Judaea in het Z. Het overjordaansche land werd Peraea geheeten; het N. gedeelte werd Batanaea of Basan (het weeke, vruchtbare land) genoemd en langs de rivier meer in het bijzonder Gaulonītis; het Z. deel heette Galaädītis (het harde, ruwe land). Onder Salomo had het rijk der Israëlieten zijne grootste uitgebreidheid, het reikte toen tot aan den Euphraat. Nog bij Salomo’s leven echter ging Syria weder verloren, en na zijn dood splitste zich de staat in twee deelen; het rijk der 10 stammen, dat in 722 door Salmanezer werd vernietigd, en dat van Juda, waaraan Nebukadrezar in 588 een einde maakte. Onder Cyrus werd het land perzisch, onder Alexander d. G. macedonisch. Na diens dood kwam het in den beginne onder Aegypte, was een tijd lang een twistappel tusschen dit rijk en Syrië, tot het eindelijk onder Antiochus III aan Syrië bleef. De poging van Antiochus IV Epiphanes, om den mozaischen eeredienst met geweld door den griekschen te doen verdringen, had een opstand ten gevolge, en van 130 tot 64 vormde Pal. nogmaals een vrijen staat onder het vorstenhuis der Maccabaeën. Broedertwisten tusschen Aristobūlus en Hyrcānus hadden de inmenging der Rom. ten gevolge. Zie verderHerōdesenHerōdes Agrippa.Palaestra,παλαίστρα, het gedeelte van een gymnasium, dat meer bepaald tot beoefening der gymnastiek bestemd is. Soms wordt de naam echter voor afzonderlijke gebouwen gebruikt, die weinig van de gymnasia schijnen te verschillen, en waarschijnlijk meer in het bizonder door athleten van beroep bezocht werden.Palaetyrus,Παλαίτυρος, zieTyrus.Palamēdes,Παλαμήδης, zoon van Nauplius en Clymene, een wijs, dapper en rechtvaardig man, wien de uitvinding van vuurtorens, maten en gewichten, eenige letters, dobbelspel e.a. toegeschreven wordt. Toen Odysseus zich poogde te onttrekken aan zijne verplichting om deel te nemen aan den tocht tegen Troje, werd P. met anderen gezonden om hem daartoe te nopen. Zij vonden Odysseus, terwijl hij in geveinsde waanzinnigheid ploegde met een ploeg, waarvoor hij een os en een ezel gespannen had, en zout in plaats van koren in de voren zaaide. P. legde denjongen Telemachus voor den ploeg, en daar Odysseus vermeed over het kind heen te rijden, toonde hij dat zijne krankzinnigheid slechts voorgewend was. Daardoor verbitterd, bewerkte Odysseus zijn ondergang. Hij liet namelijk voor Troje een brief onderscheppen, dien hijzelf geschreven had, maar die schijnbaar door Priamus aan P. gericht was, en waaruit blijken moest, dat P. had aangeboden de Grieken voor geld te verraden. Toen de inhoud van dezen brief bekend gemaakt was, en men in de tent van P. een som gelds gevonden had, waarvan in den brief sprake was, maar die door Odysseus zelf daar verborgen was, was het hem gemakkelijk zijn vijand door het volk ter dood te doen veroordeelen, vooral daar ook Agamemnon en Diomēdes, naijverig op den roem van P., zijn dood wenschten.—Hij had later een heiligdom op de kust van Klein-Azië, tegenover Lesbus.Palatīnus, bijnaam van Apollo, naar zijn tempel op den mons Palatīnus.Palatīnus (mons), een der heuvels van Rome. Op dezen heuvel heeft het oudste Rome,Roma quadrata, gelegen. Het N.W. gedeelte van den berg heette Cermalus, terwijl de ten N. gelegen Velia ook bij deze oudste nederzetting behoorde. Op of bij den Palatinus lagen zeer oude heiligdommen, o.a. het Lupercal; ook vond men er tot in late tijden de met stroo gedekteCasa Romuli. In den laatsten tijd der republiek woonden hier vele aanzienlijke Romeinen, o.a. M. Tullius Cicero, Crassus, Hortensius, Catilīna en Clodius. Uit iets lateren tijd is nog over een particulier huis, gewoonlijk het huis van Livia, de eerste keizerin van Rome, genoemd. In den keizertijd werd de geheele berg eigendom van de keizers, die er hun verschillende paleizen (het woord is vanpalatiumafgeleid) gebouwd hebben. Bekend zijn vooral dedomus Augustāna, met daarnaast den Apollo-tempel en de bibliotheek, dedomus Tiberii, het paleis der Flavische keizers, het Stadium, door Domitiānus of één der latere keizers in den berg uitgegraven, en het Septizonium, door Septimius Sevērus gebouwd.Πάλη,lucta, luctatio, het worstelen, een van de voornaamste spelen bij de grieksche feesten. De worstelaars trachtten elkander op den grond te werpen, en alle middelen waren daartoe geoorloofd behalve slaan; daarbij lette men echter zeer op bevalligheid in houding en bewegingen. Zoodra een van beiden viel, liet zijn tegenstander hem opstaan, en eerst wanneer de een den ander driemaal op den grond geworpen had, was de strijd beslist; later werd het gevecht echter, wanneer een van beiden neergeworpen was, op den grond voortgezet, totdat hij geen kans zag zich weder op te richten en zich overwonnen moest verklaren. De worstelaars hadden hun lichaam met fijn zand bestrooid en de grond van het worstelperk was met zand bedekt.Palenses,Παλῆς, inwoners der stad Pale,Πάλη, in het W. van het eiland Cephallenia.Pales, eene godin of een god der romeinsche herders die de kudden vruchtbaar maakte en voedde, ziePalilia.Palibothra,Παλιβόθρα, groote en bijzonder sterke hoofdstad der Prasii in India, aan den Ganges, bij het tegenw. Patna.Palīce,Παλική, stad der Siculi, door Ducetius gesticht (453/2), ten N.W. van Syracūsae, bij het heiligdom der Palīci (z. a.).Palici,Παλικοί, daemonen, die op Sicilië vereerd werden, tweelingzonen van Zeus en een sicilische nimf. Uit vrees voor de jaloerschheid van Hera had hun moeder zich voor hunne geboorte onder de aarde verborgen, maar zoodra zij geboren waren, opende de aarde zich en werden zij door het daglicht beschenen. Ten N.W. van Syracūsae (ziePalice) waren twee aan hen gewijde, kleine, diepe meren met warm water, waaruit zwaveldampen opstegen. Wie van een misdaad beschuldigd was en zijne onschuld durfde bezweren, werd bij een van deze meren gebracht, zijn eed werd op een schrijftafeltje geschreven en dit werd in het water geworpen. Bleef het drijven, dan was de aangeklaagde vrijgesproken, zonk het, dan gold de eed voor valsch, en de meineedige werd onmiddellijk in den krater van den Aetna geworpen of van het gezicht beroofd. In de nabijheid was de tempel der P., waar slaven, die door hunne meesters hard behandeld werden, een toevluchtsoord vonden.Palilia, feest ter eere van Pales den 21stenApril door romeinsche herders gevierd. Men stak stroovuren aan, dreef het vee driemaal er om heen, en sprong zelf driemaal er over, om vergiffenis te verwerven voor onopzettelijke verontreiniging van heilige wouden en bronnen. Het was een uitgelaten vroolijk feest en gold tevens als gedenkdag van de stichting van Rome.Palimbothra=Palibothra.Παλινδικία, ἀναδικία, tweede behandeling van een proces. Men konde nl. vernietiging van een vonnis vragen (παλινδικεῖν, ἀναδικάζεσθαι), wanneer dit door een openbaar scheidsrechter (z.διαιτητής) was uitgesproken, of wanneer men bij verstek (z.ἔρημος δίκη) of op grond van valsche getuigenissen (z.ψευδομαρτυριῶν δίκη) veroordeeld was.Παλινῳδία, een gedicht, waarin men herroept wat in een vroeger gedicht gezegd is, ook in het algemeen het herroepen van een vroeger gezegde. Beroemd is deπαλ.van Stesichorus (z.a.).Palinurus,Παλίνουρος, stuurman van Aenēas, viel bij de naar hem genoemde kaap Palinūrum, ten Z. van Velia, in zee; hij zwom aan land, maar werd door de Lucaniërs gedood. Op bevel van een orakel werd hij later eervol begraven en werden lijkspelen te zijner eere ingesteld.Palla, 1) vrouwengewaad, een overkleed, dat men omwierp en dat tot op de voeten afhing, doch bij nimfen en jageressen door de dichters meermalen wordt geschilderd als slechts tot de knie reikende. De rom. dames gebruikten het dikwijls in plaats der meerdeftigestola.—2)bij goden, heroën, dichters en zangers, een dergelijk gewaad, tot op den grond hangende en dikwijls slepende, ten einde hun een rijziger gestalte te geven.Pallacopas,ΠαλλακόπαςofPallacottas,Παλλακόττας, zijkanaal van den Euphraat in de richting der arabische woestijn, waar het doodliep.Palladium,Παλλάδιον, een beeld van Pallas Athēna of van Pallas, de dochter van Triton, door de godin Athēne zelve gemaakt en door Zeus aan Ilus (z.a.) of aan Dardanus gegeven. Het was een staande houten beeld, drie el hoog, met aaneengesloten voeten, het hield in de rechterhand een speer, in de linker een spinrokken. Toen de Grieken door Helenus vernomen hadden, dat Troje niet genomen konde worden, zoolang het Palladium binnen zijne muren was, slopenOdysseusen Dīomēdes in de stad en roofden het. Zoo kwam het naar Argos of Athene (z.DiomēdesenDemophon). De Rom. beweerden echter dat Aenēas het naar Italië had medegebracht, zij bewaarden het in den tempel van Vesta, waar zelfs de pontifex maximus het niet zien of aanraken mocht.Palladius(Rutilius Taurus Aemiliānus), rom. schrijver van een uitvoerig werk over den landbouw in 14 boeken, vermoedelijk uit de 4deeeuw na C.Pallantia, dochter van Euander, geliefde van Heracles; naar haar is de Mons Palatīnus genoemd.Pallantia,Παλλαντία, hoofdst. der Vaccaei in Hispania Tarraconensis, thans Palencia, aan den Pisoraca (Pisuerga), een zijtak van den Durius (Douro).Pallantias, -tis, Aurōra, kleindochter van Pallas.Pallantidae,Παλλαντίδαι, de 50 zonen van Pallas no. 5, die Aegeus van de regeering beroofden, maar later door Theseus deels gedood, deels verjaagd werden.—Ook eene atheensche familie, die van dezen Pallas beweerde af te stammen, noemde zich zoo.Pallantium,Παλλάντιον, oude stad in Zuid-Arcadia, ten W. van Tegea, vanwaar Euander met eene kolonie naar Latium verhuisde, waar hij ergens aan den Tiber eene gelijknamige stad zou gesticht hebben. Het arcadisch Pallantium werd in 369 ontvolkt ten behoeve van Megalopolis.Pallas,Παλλάς, gen.-άδος, 1)P. Athēnaz.Athēna.—2)eene gezellin van Athena, door wie zij bij ongeluk gedood werd; haar beeld was v. s. het Palladium. Zij wordt dochter van Triton genoemd en is eigenlijk niemand anders dan de godin zelve.Pallas,Πάλλας, gen.-αντος1) een van de Titanen, zoon van Crius en Eurybia.—2)een van de Giganten, door Athēna gedood en gevild; met zijne huid bekleedde zij haar schild.—3)zoon van Lycāon, grootvader van Euander, stichter van Pallantium in Arcadië.—4)zoon van Euander (z. a.), sneuvelde door de hand van Turnus.—5)zoon van Pandīon, broeder van Aegeus, in wiens plaats hij eenigen tijd regeerde; hij werd door Theseus gedood.—6)een vrijgelaten slaaf, broeder vanAntonius Felix, procurator van Judaea, evenals deze vrijgelatene vanAntonia minor(zijn vollen naam luidt: M. Antonius Pallas), die zich in de gunst van keizer Claudius wist in te dringen, en zich grooten invloed en rijkdom verwierf (hij bekleedde het ambta rationibus). Het huwelijk van Claudius met Agrippīna en de adoptie van Nero was voor een groot deel zijn werk. Onder Nero geraakte hij echter op den achtergrond, hij moest zich (55 n. C.) uit het openbare leven terugtrekken en werd in 62 ter dood gebracht.Pallēne,Παλλήνη, 1) W. landtong van Chalcidice.—2)demus in Attica.Palliāta,sc. fabula, eene romeinsche comoedie, die in Griekenland speelt en waarbij de acteurs in grieksch gewaad optraden.Pallium.Pallium,ἱμάτιον, φᾶρος, lange wollen mantel, meestal wit, bij de Grieken door mannen en vrouwen gedragen, en wel gewoonlijk op dezelfde wijzen als de toga der Romeinen. Het dragen van een pallium over den chiton was echter volstrekt niet algemeen en gold bij de Romeinen zelfs lang als een teeken van verwijfdheid, in lateren tijd was het de geliefkoosde dracht van wijsgeeren of hen die daarvoor gehouden wilden worden.Palma, rom. of lat. kolonie (123) op het eiland Baleāris maior.Palmȳra,Παλμύρα, ofThadmôr= palmenstad, door Salomo aangelegd in een oase der syrische woestijn. Als middelpunt van karavaanwegen bereikte het een hoogen trapvan bloei. Gebruik makende van de verwarring in het rom. rijk, stichtte de stadhouder Odenāthus er in 260 na C. een zelfstandig rijk, dat zich onder zijne gemalin en opvolgster Zenobia over Syrië, Aegypte en een deel van Voor-Azië uitbreidde. Doch in 272 werd Palmyra door keizer Aureliānus ingenomen en, na een opstand, verwoest; Zenobia werd als gevangene naar Rome gevoerd. De stad had een prachtigen zonnetempel. In 1691 heeft men belangrijke overblijfselen der schoone en uitgestrekte stad teruggevonden, die in het laatst der vorige eeuw wetenschappelijk onderzocht en beschreven zijn.Paludamentum, witte of purperroode krijgsmantel der rom. veldheeren.Paludātus= met den veldheersmantel bekleed.Palumbīnum, stadje in Samnium, ligging onbekend.Pamīsus,Πάμισος, 1) zuidelijke zijtak van den Penēus in Thessalia.—2)rivier in Messenia, stroomt door de vruchtbare vlakte Macaria.—3)oude grensrivier tusschen Messenia en Laconica, die even ten N. van Thalamae in de Messenische golf uitloopt.Pammenes,Παμμένης, 1) Thebaan, tijdgenoot van Epaminondas, onderscheidde zich in de oorlogen tegen Sparta en bleef met een leger in de Peloponnēsus om de Arcadiërs gedurende de stichting van Megalopolis te beschermen; ook als bevelhebber over de thebaansche hulptroepen van Artabāzus no. 2 verwierf hij grooten roem (353). Toen hij echter met de vijanden van Artabāzus onderhandelingen aanknoopte, liet deze hem gevangen nemen. Philippus van Macedonië woonde gedurende zijn verblijf te Thebe als gijzelaar in het huis van P.—2)leeraar der welsprekendheid te Athene, tijdgenoot van Cicero, die met lof van hem spreekt.Pammerope,Παμμερόπη, dochter van Celeüs, eerste priesteres bij de eleusinische mysteriën.Pamphila,Παμφίλη, 1) van Cos, uitvindster van het zijdeweven. Zij leefde in het begin der vierde eeuw.—2)aegyptische of epidaurische vrouw, die een aantal bijzonderheden op het gebied van geschiedenis, wijsbegeerte, rhetorica, enz., te boek stelde, zooals zij die gedurende haar dertienjarig huwelijk uit de gesprekken van haar man en zijne talrijke bezoekers had opgevangen of uit haar lectuur had opgeteekend. Zij leefde ten tijde van Nero.Pamphilus,Πάμφιλος, 1) atheensch veldheer, landde in den corinthischen oorlog op Aegīna en belegerde de stad (389), daar zijne vloot echter verjaagd werd, kwam hij in groote verlegenheid; na 5 maanden werd hij ontzet. Hij werd veroordeeld, en stierf voor hij de boete betaald had.—2)leerling van Plato, leeraar der wijsbegeerte op Samus, waar Epicūrus zijne voordrachten hoorde.—3)van Amphipolis, beroemd schilder, leerling van Eupompus en leermeester van Apelles; ook werken van hem over schilderkunst worden genoemd.—4)uit Alexandrīa, grammaticus ten tijde van Nero, schreef een uitgebreid woordenboek.Pamphos,Παμφώς, episch dichter, ouder dan Homerus, aan wien hymnen ter eere van verschillende goden werden toegeschreven.Πάμφυλοι, naam van een der drie dorische phylae (z.φυλή), zoo genoemd naar Pamphȳlus.Pamphylia,Παμφυλία, gewest aan de Zuidkust van Asia minor. De bevolking was zeer gemengd en bestond uit inboorlingen, Ciliciërs en Grieken, hieraan was ook de naam Pamphȳli,Πάμφυλοι, ontleend. Het land stond achtereenvolgens onder perzische, macedonische, syrische, pergameensche en romeinsche heerschappij. De voornaamste steden zijn Aspendus, Perge, Side en Attalēa.Pamphȳlus,Πάμφυλος, zoon van Aegimius, trok met de Heracliden naar de Peloponnēsus en sneuvelde daar.Pan,Πάν, veld-, bosch- en herdersgod, zoon van Hermes of Zeus en Callisto of de nimf Penelope. Reeds bij zijne geboorte was hij bijna geheel volwassen, hij had horens, een krommen neus, spitse ooren, een staart en bokspooten (Αἰγιπόδης,Semicaper), bovendien was hij geheel met haar begroeid. Hij beschermt kudden (Νόμιος), bosschen en weiden, jacht (Ἀγρεύς), visscherij en bijenteelt. Het liefst zwerft hij in Arcadië, over de bergen (Ὀρεσσιβάτης), waar hij jaagt, de nimfen bij den dans aanvoert (Φιλόχορος) of zich vermaakt met het spelen op de door hem uitgevonden herdersfluit (z.Syrinx), waarin hij het zoover gebracht had, dat hij zelfs Apollo tot een wedstrijd durfde uitdagen (z.Midas). De Atheners geloofden, dat zij aan zijne hulp de overwinning bij Marathon te danken hadden, hij kon n.l. in den strijd gewichtige diensten bewijzen, door met zijne vervaarlijke stem den vijanden schrik en ontzetting aan te jagen; van dit vermogen maakt hij echter ook misbruik, om bij onschuldige reizigers of wandelaars in eenzame wouden een plotselingen (panischen) schrik te veroorzaken. Zoo had hij ook de Titanen in hun strijd tegen de goden door trompetgeschal op de vlucht gedreven. Met zijne kinderen en verdere afstammelingen (Πᾶνες, Πανίσκοι,Panisci) sluit hij zich gaarne bij den luidruchtigen stoet van Dionȳsus aan. De nimfen, die hij met zijne liefde dikwijls hardnekkig vervolgt, ontvluchten hem gewoonlijk of worden door de goden tegen hem beschermd.—In lateren tijd beschouwden sommigen hem naar aanleiding van zijn naam als een symbool van het heelal, zijn dans stelde dan de eeuwige beweging voor, zijn horens en baard waren de zonnestralen, enz.—Pan werd vooral in Arcadië, maar ook elders in Griekenland vereerd, aan sommige van zijne tempels waren orakels verbonden. Te Athene hield men jaarlijks te zijner eer een wedloop met fakkels.—Men offerde hem bokken, lammeren, koeien, melk, honig en most; de steeneik en de pijnboom waren hem gewijd.—De Romeinen vereenzelfdigden hem met Faunus.Panacēa,Πανάκεια, dochter van Asclepius.Panachaicus (mons),Παναχαϊκὸν ὄρος, berg in Achaia, ten Z. van de invaart der Corinthische golf.Panactum,Πάνακτον, grensvesting tusschen Attica en Boeotia, ten N. van Eleusis.Panaei,Παναῖοι, thracisch volk, in den omtrek van Amphipolis woonachtig.Panaenus,Πάναινος, beroemd schilder te Athene, broeder van Phidias, medewerker aan de beroemde schilderij van den slag bij Marathon in deποικίλη στοάte Athene. Ook het schilderwerk aan den troon van het Zeusbeeld te Olympia was van hem. Z. ookPaeonius.Panaetius,Παναίτιος, van Rhodus, zoon van Nicagoras, geb. omstreeks 180, genoot te Athene het onderwijs van Diogenes den Babyloniër en Antipater van Tarsus. Te Rome vond hij vele leerlingen en leefde hij op vertrouwden voet met Laelius en den jongen Scipio, dien hij op eene reis naar Azië en Aegypte vergezelde (140). Later keerde hij naar Athene terug, waar hij Antipater als hoofd der stoicijnsche school opvolgde (129), talrijke leerlingen vormde en omstreeks 112 stierf. Hij heeft tot de verbreiding der stoicijnsche leer, vooral te Rome, zeer veel bijgedragen en wordt vooral door Cicero dikwijls met lof genoemd; evenwel schijnt hij het gestrenge van die leer in vele opzichten verzacht en zich ook tot de peripatetische school aangetrokken gevoeld te hebben. Zijne geschriften zijn grootendeels verloren, zijn voornaamste werkπερὶ τοῦ καθήκοντοςwerd door Cicero in zijn werkde officiisnagevolgd.Panaetolicus (mons),Παναιτωλικὸν ὄρος, berg in het hart van Aetolia, ten N. van den Trichonius lacus.Panathenaea,Παναθήναια, het voornaamste feest der Atheners in het derde jaar van iedere Olympiade, van den 24sten, v. s. van den 21sten, tot den 28stenHecatombaeon ter eere van Athēna Polias gevierd. De invoering er van als een landelijk feest onder den naamἈθήναιαwordt aan Erichthonius toegeschreven, zijn eigenaardig karakter als feest van de geheele attische burgerij en zijn naam had het van Theseus gekregen, door Pisistratus waren voordrachten van gedichten van Homerus aan de feestelijkheden toegevoegd, die later door Pericles nog verdere uitbreiding kregen. Behalve de wedstrijden in muziek, gymnastiek, rijden, enz., waarbij vele prijzen uit kruiken met olie van de heilige olijfboomen bestonden, moet vooral vermeld worden de groote optocht (πομπή), waarmede aan de godin een nieuw kleed (πέπλος) gebracht werd. Dit kleed was saffraankleurig, door atheensche vrouwen geweven en met het prachtigste borduurwerk, waarvan patroon en uitvoering van staatswege goedgekeurd moesten zijn, versierd. Het werd als zeil aan den mast van een schip vastgehecht, en dit werd op rollen naar de acropolis voortbewogen, gevolgd door grijsaards met olijftakken in de handen (θαλλοφόροι), dochters van edele burgers, die mandjes met offergereedschap droegen (κανηφόροι), terwijl stoelen en zonneschermen haar nagedragen werden door vrouwen en dochters der metoeci (διφροφόροι, σκιαδηφόροι), verder volgde de ruiterij en verdere krijgslieden in de schoonste wapenrusting, overwinnaars in de feestspelen bij vroegere Panathenaea gevierd, eindelijk de geheele burgerij in feestgewaad, meestal nog gezantschappen van atheensche kolonies en andere staten. Op den optocht volgde een offerfeest, groot genoeg om het geheele volk te onthalen.—De fries van het Parthenon was door Phidias versierd met eene afbeelding in relief van den optocht der Panathenaea, en een groot gedeelte van dit beeldhouwwerk is nog bewaard gebleven.—Behalve dit groote feest werden ieder jaar kleine Panathenaea gevierd, waarschijnlijk bestaande in wedstrijden en offers.Panchaea,Παγχαία, fabelachtig eiland in den Erythraeïschen oceaan tegenover Gelukkig Arabië, met een heerlijk klimaat en voortbrengselen van verschillenden aard, z.Euhemerus.Pancration,παγκράτιον, worsteling en vuistgevecht tusschen athleten. De strijders waren geheel naakt en hadden ook geen caestus.Panda Cela, italiaansche oogstgodin, die te Rome aan den voet van het Capitolium een tempel had.Pandareüs,Πανδάρεος, zoon van Merops, stal voor Tantalus een gouden hond uit den tempel van Zeus op Creta, en toen Zeus hem terugeischte, vluchtte hij naar Athene en van daar naar Sicilië, waar hij stierf. Eene van zijne dochters was Aēdon; de andere twee werden na de vlucht van P. door de godinnen Aphrodīte, Hera, Artemis en Athēna met vele goede eigenschappen begiftigd, doch toen zij zouden trouwen, werden zij door de Harpyieën weggeroofd en aan de Erinyen tot dienaressen gegeven.Pandarus,Πάνδαρος, 1) zoon van Lycāon, aanvoerder van de lycische bondgenooten der Trojanen, zeer bekwaam boogschutter. Toen door de strijdende partijen vastgesteld was, dat de oorlog door een tweegevecht tusschen Menelāus en Paris beslist zoude worden, schond P. op aansporing van Athēna dit verdrag door op Menelaus een pijl af te schieten. Hij werd door Diomēdes gedood.—2)zoon van Alcānor, tochtgenoot van Aenēas, met zijn broeder Bitias door Turnus gedood.Pandataria,Πανδαταρία, eiland op de kust van Campania, waarheen Augustus zijne dochter Julia verbande. Ook Agrippīna de oude werd hierheen door keizer Tiberius verbannen, enstierfer in 33 n. C. den hongerdood.Πανδέκται, zieDigesta.Pandēmus,Πάνδημος, bijnaam van Aphrodīte (z. a.).Pandīon,Πανδίων, 1) zoon van Phineus en Cleopatra. Ten gevolge van de valsche beschuldigingen hunner stiefmoeder Idaea, werd hij met zijn broeder Plexippus door Phineus van het gezicht beroofd en gevangen gehouden, z.Calais.—2)koning van Athene, vader van Erechtheus, Butes, Procne en Philomēla.—3)zoon van Cecrops, koning van Athene, van waar hij door de Metioniden verdreven werd. Hij vluchtte naar Megara, waar hij de dochter van koning Pylas huwde, de regeeringkreeg, en na zijn dood als heros vereerd werd. Zijne zonen waren Aegeus, Pallas, Nisus e. a.Pandionis,Πανδιονίς, een van de 10 phylae, waarin de bevolking van Attica door Clisthenes verdeeld werd.Pandōra,Πανδώρα, de eerste vrouw, door alle goden (vandaar de naam) met schoonheid, lieftalligheid en kunstvaardigheid begiftigd, had van Zeus een doos gekregen, waarin alle ongelukken opgesloten waren. Daarop liet hij haar door Hermes naar Epimētheus brengen, die haar tegen den raad van Promētheus ontving. Uit nieuwsgierigheid opende zij het deksel van de doos, waarop alle rampen zich over de aarde verspreidden; alleen de hoop bleef op den bodem er van liggen, toen P. het deksel spoedig sloot.Pandōrus,Πάνδωρος, zoon van Erechtheus en Praxithea, stichter eener atheensche volkplanting op Euboa.Pandosia,Πανδοσία, 1) stad in het epirotische landschap Thesprotia aan den Acheron.—2)stad in Lucania, ten W. van Heraclēa.—3)stad in Bruttii bij Consentia.Pandotīra,Πανδότειρα, geefster van alles, bijnaam van Demēter.Pandrosus,Πάνδροσος, dochter van Cecrops, had te Athene naast den tempel van Athēna Polias een heiligdom, waarin de heilige olijfboom stond. Athene zelve heeft ook den bijnaam Pand.Panegyris,πανήγυρις, groote feestvergadering, zooals bijv. bij de viering van de groote nationale feesten der Grieken gehouden werd. De feestredenen (πανηγυρικοὶ λογοί) bij zulke gelegenheden uitgesproken, waren dikwijls schitterendevoorbeeldenvan welsprekendheid en stijl. Zij strekten meestal tot verheerlijking van het feest of de feestvierenden, soms ook van enkele personen; in het laatste geval waren het lofredenen, en in deze beteekenis komen Panegyrici ook bij de Rom. voor.Pangaeus(mons),Πάγγαιον ὂρος, gebergte op de macedonische kust, ten O. van Amphipolis, tot welks gebied het behoorde. Het leverde goud en zilver op.Panhellenius,Πανελλήνιος, bijnaam van Zeus als den nationalen god van alle Grieken. Onder dien naam had hij op Aegīna een tempel, het Panhellenium, en werden voor hem op verscheiden plaatsen feesten, Panhellenia, gevierd.Panhormus=Panormus.Panionia,Πανιώνια, vergadering der 12 steden van Ionië bij den bondstempel, het Panionium, nabij Mycale gehouden en verbonden met feesten ter eere van Poseidon.Panionium,Πανιώνιον, tempel van Poseidon bij kaap Mycale, bondstempel der aziatisch-ionische steden.Paniscus,Πανίσκος, z.Pan.Pannonia,Παννονία, rom. Donauprovincie, door den Donau begrensd, van omstreeks Vindobōna (Weenen) af tot aan de samenvloeiing met de Tisia (Theiss). De inwoners waren hoofdzakelijk van illyrischen stam. Er waren echter sedert de 4deeeuw vele keltische stammen ingedrongen, o. a. de Scordisci. Onder Augustus werd Pann. tot rom. provincie gemaakt, maar eerst na de demping van den pannonischen opstand (6–9 n. C.) door Tiberias werd de rom. heerschappij er bevestigd. Het land werd ingedeeld in P. Superior en P. Inferior. In den lateren keizertijd werd de indeeling herhaaldelijk gewijzigd, en o. a. Valeria (zieValeriano. 3) er van afgescheiden.Panomphaeus,Πανομφαῖος, bijnaam van Zeus als den god, die door hoorbare teekens de toekomst voorspelt.Panope, Panopeus,Πανόπη, Πανοπεύς, oude belangrijke stad in Phocis, dicht bij de grenzen van Boeotia, later vervallen.Panopeus,Πανοπεύς, zoon van Phocus, vergezelde Amphitryo op zijn tocht tegen de Taphiërs en nam deel aan de calydonische jacht. Hij was de vader van Epēus no. 2.Πανοπλία, de geheele uitrusting van een zwaargewapende, schild, helm, borstharnas, scheenplaten, zwaard en lans. Deze moest ieder hopliet zich zelf aanschaffen. Vandaar dat het aantal zwaargewapenden in de Grieksche staten steeds tamelijk gering gebleven is, en men gerust kan aannemen, dat ieder boerengezin, iedere familie vanζευγῖται, slechts één hopliet behoefde te leveren. Z. ookὁπλῖταιenψίλοι.Panopolis,Πανόπολις, oudtijdsChemmis,Χεμμίς, Χεμμώ, oude stad in Aegypte, aan den Nijl, stroomafwaarts van Thebae, grootendeels door linnenwevers en metselaars bewoond.Panoptes,Πανόπτης, bijnaam van Argus naar de vele oogen, waarmede zijn lichaam bezaaid was.Panormus, doch beterPanhormus,Πάνορμος(= geheel en al haven). 1) havenstad op Sicilia, thans Palermo, phoenicische volkplanting, later carthaagsch, sedert 254 in handen der Rom.—2)in Achaia, aan de invaart der Corinthische golf.—3)haven van Ephesus.Pansa, familienaam in degentes Vibia,Titinia, Appuleia.Pantagias,Παντακύας, riviertje op de O.-kust van Sicilia, ten N. van Syracūsae, bij Trotilum.Pantaleon,Πανταλέων, wierp zich in 660 tot tyran van Pisa op en regeerde overmoedig. Hij beoorloogde de Eleërs en ontnam hun het beheer over de olympische spelen.Panteus,Παντεύς, Spartaan, vriend van Cleomenes III, dien hij bij al zijne ondernemingen getrouw ter zijde stond; hij vergezelde hem ook na den slag bij Sellasia naar Aegypte en doodde zich te gelijk met hem.Pantheon, prachtige tempel, in 25 door M. Agrippa te Rome opgericht op den Campus Martius en in de 2deeeuw n. Chr. door keizer Hadriānus herbouwd. Het gebouw, dat nog een sieraad is van het hedendaagsche Rome, is cirkelvormig en heeft eene middellijn van 132 voet binnenwerks. In den 19 voet dikken muur zijn 7 ruime nissen aangebracht, waarvan het verwulfsel telkens door twee zuilen wordt gesteund, met uitzonderingvan de nis over den uitgang. Het gebouw is gedekt door een ontzaglijk koepeldak, met eene opening van 40 voet middellijn in het midden. Het dak rust alleen op de muren. Vóór den ingang is een ruim voorportaal aangebracht, in drie schepen verdeeld. Het trotsche gebouw was waarschijnlijk in de eerste plaats aan Mars en Venus gewijd als de godheden dergens Iulia, v. s. in de eerste plaats aan Jupiter Ultor. Welke goden en heroën verder de nissen vulden, is onbekend.
Paches,Πάχης, atheensch veldheer, die het afvallige Mytilēne tot overgave dwong (427) en bij verrassing Notium bezette. Te Athene teruggekeerd, werd hij aangeklaagd, en doodde hij zich zelf voor het gerecht.
Pachȳnumof-us,Πάχυνος, Z.O. kaap van Sicilia, thans kaap Passaro. De aangrenzende baai werdportus Pachynigenoemd.
Paconii, rom. geslacht, waarvan onder de eerste keizers enkele leden voorkomen.
Pacorus,Πάκορος, parthische koningsnaam in de dynastie der Arsaciden. 1) De voornaamste is de parthische prins, die door zijn vader Orōdes I in 52 en 51 tegen Syria werd afgezonden, doch door C. Cassius, quaestor van den in 53 gesneuvelden Crassus, verslagen werd. In 40 veroverde Pac. Syria, Phoenīce, Palaestīna en Cilicia met behulp van den rom. uitgewekene Q. Attius Labiēnus, doch P. Ventidius Bassus versloeg de Parthen bij herhaling, Labienus sneuvelde in 39 en Pac. in 38, de laatste juist op de verjaardag van Crassus’ dood.—2)een koning Pacorus regeerde tijdens Domitiānus en Traiānus.
Pactōlus,Πακτωλός, riviertje in Lydia, ontspringt op den Tmolus, stroomt langs Sardes en valt in den Hermus. Oudtijds voerde het veel goudstof mede, weshalve hetχρυσορρόαςwerd genoemd. Hier behoort de mythe van koning Midas te huis, die zijn goudmakende kracht aan de bron van den P. moest afspoelen.
Pactye,Πακτύη, stad aan de O. kust der thracische Chersonēsus, verblijf van Alcibiades. Zie ookLysimachea.
Pactyes,Πακτύης, een Lydiër, die voor Cyrus de schatten van Croesus beheerde. Hij verwekte een opstand tegen den perzischen stadhouder, maar bij het aanrukken van een perzisch leger vluchtte hij; na een poos gezworven te hebben kwam hij op Chius, van waar hij aan de Perzen uitgeleverd werd.
Pactyica,Πακτυϊκή, land der Pactyes, oostelijk gewest van het perzische rijk, ten Z. van den Paropanīsus, een onderdeel van hetlatere Arachosia. De Pactyes zijn de tegenwoordige Afghanen.
Pacuvii. 1)Pacuvius Calaviusbekleedde tijdens den tweeden punischen oorlog te Capua de hoogste waardigheid en werkte mede om Hannibal binnen te halen. Zijn zoon daarentegen wapende zich met een dolk om Hannibal te vermoorden, maar liet zich door zijn vader van dat plan afbrengen.—2)M. Pacuvius, zusterszoon van Ennius, te Brundisium ± 220 geboren, was schilder en vooral treurspeldichter. Hij volgde grieksche modellen, met name Sophocles en Euripides, en schreef ééne comoedia, doch 12 tragoediae, waaronder éénepraetexta, Paullus getiteld, waarvan vermoedelijk L. Aemilius Paullus, die den slag bij Pydna won, de hoofdpersoon was. Zijne laatste jaren sleet hij te Tarentum, waar hij in 132 stierf.—Later komen er nog andere Pacuvii voor, o. a. in Caesars leger in Gallia. Ook wordt er een Pacuvius vermeld, die tijdens keizer Tiberius na Piso (Calpurniino. 7) eerst alslegatusvan Cn. Sentius, daarna tot 32 voor L. Aelius Lamia, dien Tiberius dwong te Rome te blijven, Syrië bestuurd heeft. Hij was berucht om zijn losbandige levenswijze.
Padaei,Παδαῖοι, een nomadenvolk in het N.W. van India, dat rauw vleesch at en zelfs ouden van dagen en zieken opat.
Padus, rivier in Gallia Cisalpīna, thans de Po. Hij stortte zich in zee door 7 mondingen, waarvan enkele door menschenhanden waren gegraven:Padūsa, Spineticum ostium, ost. Sagis, Volane, ostia plenaenfossae Philistīnae. Zie ookEridanus.
Padūsa, thans niet meer bestaande Po-arm, die langs Ravenna liep. ZiePadus.
Paean,Παιάν, Παιών, Παιήων, 1) de geneesheer der goden. Verder bijnaam van verschillende goden, wanneer men hen om genezing van ziekte of bevrijding van smart aanroept, zoo van Apollo, Asclepius, Dionȳsus, Thanatus e. a.—2)een lied, waarin Apollo onder den naam Paean aangeroepen en geprezen wordt; later werden met dien naam lof- en dankliederen ter eere van verschillende goden aangeduid, in het bizonder de liederen die men in den oorlog bij den aanval en na de overwinning zong.
Paeania,Παιανία, demus van Attica, ten O. van den Hymettus, geboorteplaats van den redenaar Demosthenes (Παιανιεύς).
Paeanius,Παιάνιος, sophist, die het Breviarium van Eutropius in het Grieksch vertaalde (380 n. C.).
Paedagōgus,παιδαγωγός, een slaaf, die met de opvoeding van de kinderen zijns meesters belast was; hij behoefde hun geen onderwijs te geven, maar zijne taak was, hen overal te vergezellen en op hun gedrag toe te zien. Bij de Romeinen, die zich meer zelf met de opvoeding hunner kinderen bezig hielden, vond dit grieksche gebruik eerst in lateren tijd en slechts bij enkelen ingang.
Paeligni=Peligni.
Paemāni, germaansche stam in Belgica aan de Mosa (Maas), bij het tegenw. Luik.
Paenula, een regenmantel, alleen met eene opening om het hoofd door te steken, overigens gesloten en van achteren van een kap voorzien.
Paeon,Παιών, Παιήων, z.Paean.
Paeon,Παίων, zoon van Endymion, broeder van Epēus (z. a.); v.s. was Paeonië naar hem genoemd.
Paeones,Παίονες, thracisch volk aan den bovenloop van den Axius.
Paeonia,Παιονία, het land derPaeones, gewest in het N. van Macedonia (z. a.).
Paeonia,Παιονία, ofPaeonidae,Παιονίδαι, demus van Attica, ten N. van Acharnae.
Paeonius,Παιώνιος, 1) van Ephesus, bouwmeester in de 5deeeuw, werkte mede bij de voltooiing van den tempel van Artemis te Ephesus (± 400) en bouwde den tempel van Apollo Didymeus bij Milētus.—2)van Mende, bekwaam beeldhouwer in de 5deeeuw, van wien een beroemd beeld, voorstellend de godin der overwinning (Νίκη), hoewel niet ongeschonden, te Olympia is opgegraven. Onjuist is het, dat ook een deel van de (eveneens bewaard gebleven) beeldhouwwerken ter versiering van den tempel van Zeus te Olympia van Pae. zouden zijn. V. s. zijn deze beeldhouwwerken van Panaenus (z. a.), die in Olympia gewerkt heeft.
Paeoplae,Παιόπλαι, paeonische stam aan de macedonische kust, aan den Strymon en den mons Pangaeus.
Paestum,Παῖστον, vroegerPosidonia, stad op de lucanische kust aan densinus Paestānus(golf van Salerno), kolonie van Sybaris, in 524 gesticht. ± 400 viel de stad in handen van de Lucaniërs, en heette voortaan Paestum. In 273 brachten de Rom. er eene kolonie van Latijnen heen. Paestum was beroemd om zijne rozenteelt. Men vindt er nu nog de overblijfselen van drie grieksche tempels, die voor de geschiedenis der grieksche bouwkunst van groot belang zijn. OnderTemplumvindt men een afbeelding van den meest bekenden, den zoogenaamden Poseidonstempel.
Paesus,Παισός, stad en rivier in Troas, aan het begin van de Propontis. De stad is door Milete gesticht.
Paetus, een familienaam, die in verschillende gentes voorkomt, en als adjectieflonkendbeteekent. 1) beroemd rechtsgeleerde, zieAelii.—2)echtgenoot der heldhaftige Arria, zieCaecīnae.—3)vriend van Cicero, ziePapiriino. 14.—4)senator onder Nero, zieThrasea.
Pagae, Pegae,Παγαί, Πηγαί, versterkte havenstad in Megaris aan de Corinthische golf.
Paganalia, door Servius Tullius ingesteld, feesten door de inwoners van iederenpagusgevierd. Ze behooren tot deferiaeconceptivae, zieferiae.
Pagāni, ziepagus.
Pagasae,Παγασαί, stad in het Z. van Thessalia, in het landschap Pelasgiōtis, dicht bij de grens van Magnesia, aan densinus Pagasaeus(golf v. Volo). DichterlijkPagasaeus= thessalisch.
Pagus, landelijk distrikt, plattelandsgemeente. Soms behoorden depagitot het gebiedeener stad en kan het woord door dorp worden overgezet, somtijds ook hadden zij eene grootere uitgebreidheid en vormden zij een zelfstandig geheel, overeenkomende met hetgeen wij een kanton of distrikt zouden noemen. De inwoners warenpagāni. De dorpen, vlekken en gehuchten in zoo’n distrikt heettenvici(zievicusno. 3). Te Rome werden de bewoners der vroegere buitenwijken ookpaganigenoemd.Paganusbeteekent ook: boersch, landelijk; onder de keizers wordt de naam gebezigd in tegenstelling metmilites, en bij de kerkelijke schrijvers = heidenen.
Παιδεραστία, knapenliefde, eene betrekking tusschen een volwassen man en een knaap, die medebracht, dat zij zooveel mogelijk in elkanders gezelschap waren, dat de man door goede voorbeelden en lessen een gunstigen invloed op de zedelijke ontwikkeling van den knaap trachtte uit te oefenen, en dat de knaap zich naar het voorbeeld van den man trachtte te vormen. Deze verhouding bestond vooral in dorische staten, in het bijzonder op Creta, waar de knaap evenals eene bruid uit het huis zijner ouders geroofd werd, na twee maanden vrijgelaten werd, maar zich dikwijls levenslang bij den man aansloot, waaruit soms de innigste vriendschap en broederschap, vooral in den oorlog, ontstond.—De man heette op Cretaφιλήτωρ, te Spartaεἰσπνήλας(inblazer), de knaap op Cretaκλεινός(geroemde), te Spartaἀίτας(toehoorder).—Werd van zulk een verkeer op onzedelijke wijze misbruik gemaakt, wat in oude tijden slechts zelden schijnt voorgekomen te zijn, dan konde de man gestraft worden met atimie, verbanning of zelfs met den dood, de knaap werd van openbare betrekkingen en van godsdienstige feesten uitgesloten. In lateren tijd verloor de zaak echter geheel en al hare oorspronkelijke beteekenis en ontaardde zij tot eene door en door onzedelijke verhouding, in welken vorm zij ook bij de Romeinen, vooral in den keizertijd, ingang vond.
Παιδονόμος, te Sparta en op Creta een magistraat, die met het toezicht op de opvoeding der knapen belast was; hij werd bijgestaan door deβίδυοι, en onder hem stonden deμαστιγοφόροι, om door hem opgelegde straffen te voltrekken.
Παιστική, landstreek in het N. van Thracia.
Palaegambrīum,Παλαιγάμβρειον, stad in Aeolis aan den Caīcus.
Palaemon,Παλαίμων, z.Melicertes.
Palaepolis,Παλαίπολις, zieNeapolis.
Palaephatus,Παλαίφατος, 1) van Abȳdus, vriend van Aristoteles, schrijver van verscheiden geschiedkundige werken, die op enkele fragmenten na verloren gegaan zijn.—2)Aegyptenaar of Athener, wordt geroemd als schrijver van verscheiden thans verloren mythologische werken. Waarschijnlijk is van hem ook een nog behouden werkjeπερὶ ἀπίστων, dat op de wijze van Euhemerus, van wien P. een tijdgenoot schijnt geweest te zijn, allegorische of historische verklaringen van verscheiden mythen bevat. Het is langen tijd als schoolboek gebruikt.
Palaerus,Παλαιρός, zeestad in het N.W. van Acarnania.
Palaescepsis,Παλαίσκηψις, zieScepsis.
Palaeste,Παλαίστη, kustplaats in het N.W. van Epīrus, bij de Acroceraunische bergen, waar Caesar landde, toen hij tegen Pompeius optrok.
Palaestīna,Παλαιστίνη= land der Philistijnen,Philistaei,Φιλισταῖοι, die langs de kust der Middellandsche zee van deaegyptischegrenzen N.waarts tot aan den berg Carmel woonden. Later werd de naam uitgebreid over het binnenland, tot zelfs over het transjordaansche gedeelte van het joodsche land. Over zijne geheele uitgestrektheid werd Pal. verdeeld in de volgende landschappen: ten W. van den Jordaan: Galilaea in het N., Samaria in het midden en Judaea in het Z. Het overjordaansche land werd Peraea geheeten; het N. gedeelte werd Batanaea of Basan (het weeke, vruchtbare land) genoemd en langs de rivier meer in het bijzonder Gaulonītis; het Z. deel heette Galaädītis (het harde, ruwe land). Onder Salomo had het rijk der Israëlieten zijne grootste uitgebreidheid, het reikte toen tot aan den Euphraat. Nog bij Salomo’s leven echter ging Syria weder verloren, en na zijn dood splitste zich de staat in twee deelen; het rijk der 10 stammen, dat in 722 door Salmanezer werd vernietigd, en dat van Juda, waaraan Nebukadrezar in 588 een einde maakte. Onder Cyrus werd het land perzisch, onder Alexander d. G. macedonisch. Na diens dood kwam het in den beginne onder Aegypte, was een tijd lang een twistappel tusschen dit rijk en Syrië, tot het eindelijk onder Antiochus III aan Syrië bleef. De poging van Antiochus IV Epiphanes, om den mozaischen eeredienst met geweld door den griekschen te doen verdringen, had een opstand ten gevolge, en van 130 tot 64 vormde Pal. nogmaals een vrijen staat onder het vorstenhuis der Maccabaeën. Broedertwisten tusschen Aristobūlus en Hyrcānus hadden de inmenging der Rom. ten gevolge. Zie verderHerōdesenHerōdes Agrippa.
Palaestra,παλαίστρα, het gedeelte van een gymnasium, dat meer bepaald tot beoefening der gymnastiek bestemd is. Soms wordt de naam echter voor afzonderlijke gebouwen gebruikt, die weinig van de gymnasia schijnen te verschillen, en waarschijnlijk meer in het bizonder door athleten van beroep bezocht werden.
Palaetyrus,Παλαίτυρος, zieTyrus.
Palamēdes,Παλαμήδης, zoon van Nauplius en Clymene, een wijs, dapper en rechtvaardig man, wien de uitvinding van vuurtorens, maten en gewichten, eenige letters, dobbelspel e.a. toegeschreven wordt. Toen Odysseus zich poogde te onttrekken aan zijne verplichting om deel te nemen aan den tocht tegen Troje, werd P. met anderen gezonden om hem daartoe te nopen. Zij vonden Odysseus, terwijl hij in geveinsde waanzinnigheid ploegde met een ploeg, waarvoor hij een os en een ezel gespannen had, en zout in plaats van koren in de voren zaaide. P. legde denjongen Telemachus voor den ploeg, en daar Odysseus vermeed over het kind heen te rijden, toonde hij dat zijne krankzinnigheid slechts voorgewend was. Daardoor verbitterd, bewerkte Odysseus zijn ondergang. Hij liet namelijk voor Troje een brief onderscheppen, dien hijzelf geschreven had, maar die schijnbaar door Priamus aan P. gericht was, en waaruit blijken moest, dat P. had aangeboden de Grieken voor geld te verraden. Toen de inhoud van dezen brief bekend gemaakt was, en men in de tent van P. een som gelds gevonden had, waarvan in den brief sprake was, maar die door Odysseus zelf daar verborgen was, was het hem gemakkelijk zijn vijand door het volk ter dood te doen veroordeelen, vooral daar ook Agamemnon en Diomēdes, naijverig op den roem van P., zijn dood wenschten.—Hij had later een heiligdom op de kust van Klein-Azië, tegenover Lesbus.
Palatīnus, bijnaam van Apollo, naar zijn tempel op den mons Palatīnus.
Palatīnus (mons), een der heuvels van Rome. Op dezen heuvel heeft het oudste Rome,Roma quadrata, gelegen. Het N.W. gedeelte van den berg heette Cermalus, terwijl de ten N. gelegen Velia ook bij deze oudste nederzetting behoorde. Op of bij den Palatinus lagen zeer oude heiligdommen, o.a. het Lupercal; ook vond men er tot in late tijden de met stroo gedekteCasa Romuli. In den laatsten tijd der republiek woonden hier vele aanzienlijke Romeinen, o.a. M. Tullius Cicero, Crassus, Hortensius, Catilīna en Clodius. Uit iets lateren tijd is nog over een particulier huis, gewoonlijk het huis van Livia, de eerste keizerin van Rome, genoemd. In den keizertijd werd de geheele berg eigendom van de keizers, die er hun verschillende paleizen (het woord is vanpalatiumafgeleid) gebouwd hebben. Bekend zijn vooral dedomus Augustāna, met daarnaast den Apollo-tempel en de bibliotheek, dedomus Tiberii, het paleis der Flavische keizers, het Stadium, door Domitiānus of één der latere keizers in den berg uitgegraven, en het Septizonium, door Septimius Sevērus gebouwd.
Πάλη,lucta, luctatio, het worstelen, een van de voornaamste spelen bij de grieksche feesten. De worstelaars trachtten elkander op den grond te werpen, en alle middelen waren daartoe geoorloofd behalve slaan; daarbij lette men echter zeer op bevalligheid in houding en bewegingen. Zoodra een van beiden viel, liet zijn tegenstander hem opstaan, en eerst wanneer de een den ander driemaal op den grond geworpen had, was de strijd beslist; later werd het gevecht echter, wanneer een van beiden neergeworpen was, op den grond voortgezet, totdat hij geen kans zag zich weder op te richten en zich overwonnen moest verklaren. De worstelaars hadden hun lichaam met fijn zand bestrooid en de grond van het worstelperk was met zand bedekt.
Palenses,Παλῆς, inwoners der stad Pale,Πάλη, in het W. van het eiland Cephallenia.
Pales, eene godin of een god der romeinsche herders die de kudden vruchtbaar maakte en voedde, ziePalilia.
Palibothra,Παλιβόθρα, groote en bijzonder sterke hoofdstad der Prasii in India, aan den Ganges, bij het tegenw. Patna.
Palīce,Παλική, stad der Siculi, door Ducetius gesticht (453/2), ten N.W. van Syracūsae, bij het heiligdom der Palīci (z. a.).
Palici,Παλικοί, daemonen, die op Sicilië vereerd werden, tweelingzonen van Zeus en een sicilische nimf. Uit vrees voor de jaloerschheid van Hera had hun moeder zich voor hunne geboorte onder de aarde verborgen, maar zoodra zij geboren waren, opende de aarde zich en werden zij door het daglicht beschenen. Ten N.W. van Syracūsae (ziePalice) waren twee aan hen gewijde, kleine, diepe meren met warm water, waaruit zwaveldampen opstegen. Wie van een misdaad beschuldigd was en zijne onschuld durfde bezweren, werd bij een van deze meren gebracht, zijn eed werd op een schrijftafeltje geschreven en dit werd in het water geworpen. Bleef het drijven, dan was de aangeklaagde vrijgesproken, zonk het, dan gold de eed voor valsch, en de meineedige werd onmiddellijk in den krater van den Aetna geworpen of van het gezicht beroofd. In de nabijheid was de tempel der P., waar slaven, die door hunne meesters hard behandeld werden, een toevluchtsoord vonden.
Palilia, feest ter eere van Pales den 21stenApril door romeinsche herders gevierd. Men stak stroovuren aan, dreef het vee driemaal er om heen, en sprong zelf driemaal er over, om vergiffenis te verwerven voor onopzettelijke verontreiniging van heilige wouden en bronnen. Het was een uitgelaten vroolijk feest en gold tevens als gedenkdag van de stichting van Rome.
Palimbothra=Palibothra.
Παλινδικία, ἀναδικία, tweede behandeling van een proces. Men konde nl. vernietiging van een vonnis vragen (παλινδικεῖν, ἀναδικάζεσθαι), wanneer dit door een openbaar scheidsrechter (z.διαιτητής) was uitgesproken, of wanneer men bij verstek (z.ἔρημος δίκη) of op grond van valsche getuigenissen (z.ψευδομαρτυριῶν δίκη) veroordeeld was.
Παλινῳδία, een gedicht, waarin men herroept wat in een vroeger gedicht gezegd is, ook in het algemeen het herroepen van een vroeger gezegde. Beroemd is deπαλ.van Stesichorus (z.a.).
Palinurus,Παλίνουρος, stuurman van Aenēas, viel bij de naar hem genoemde kaap Palinūrum, ten Z. van Velia, in zee; hij zwom aan land, maar werd door de Lucaniërs gedood. Op bevel van een orakel werd hij later eervol begraven en werden lijkspelen te zijner eere ingesteld.
Palla, 1) vrouwengewaad, een overkleed, dat men omwierp en dat tot op de voeten afhing, doch bij nimfen en jageressen door de dichters meermalen wordt geschilderd als slechts tot de knie reikende. De rom. dames gebruikten het dikwijls in plaats der meerdeftigestola.—2)bij goden, heroën, dichters en zangers, een dergelijk gewaad, tot op den grond hangende en dikwijls slepende, ten einde hun een rijziger gestalte te geven.
Pallacopas,ΠαλλακόπαςofPallacottas,Παλλακόττας, zijkanaal van den Euphraat in de richting der arabische woestijn, waar het doodliep.
Palladium,Παλλάδιον, een beeld van Pallas Athēna of van Pallas, de dochter van Triton, door de godin Athēne zelve gemaakt en door Zeus aan Ilus (z.a.) of aan Dardanus gegeven. Het was een staande houten beeld, drie el hoog, met aaneengesloten voeten, het hield in de rechterhand een speer, in de linker een spinrokken. Toen de Grieken door Helenus vernomen hadden, dat Troje niet genomen konde worden, zoolang het Palladium binnen zijne muren was, slopenOdysseusen Dīomēdes in de stad en roofden het. Zoo kwam het naar Argos of Athene (z.DiomēdesenDemophon). De Rom. beweerden echter dat Aenēas het naar Italië had medegebracht, zij bewaarden het in den tempel van Vesta, waar zelfs de pontifex maximus het niet zien of aanraken mocht.
Palladius(Rutilius Taurus Aemiliānus), rom. schrijver van een uitvoerig werk over den landbouw in 14 boeken, vermoedelijk uit de 4deeeuw na C.
Pallantia, dochter van Euander, geliefde van Heracles; naar haar is de Mons Palatīnus genoemd.
Pallantia,Παλλαντία, hoofdst. der Vaccaei in Hispania Tarraconensis, thans Palencia, aan den Pisoraca (Pisuerga), een zijtak van den Durius (Douro).
Pallantias, -tis, Aurōra, kleindochter van Pallas.
Pallantidae,Παλλαντίδαι, de 50 zonen van Pallas no. 5, die Aegeus van de regeering beroofden, maar later door Theseus deels gedood, deels verjaagd werden.—Ook eene atheensche familie, die van dezen Pallas beweerde af te stammen, noemde zich zoo.
Pallantium,Παλλάντιον, oude stad in Zuid-Arcadia, ten W. van Tegea, vanwaar Euander met eene kolonie naar Latium verhuisde, waar hij ergens aan den Tiber eene gelijknamige stad zou gesticht hebben. Het arcadisch Pallantium werd in 369 ontvolkt ten behoeve van Megalopolis.
Pallas,Παλλάς, gen.-άδος, 1)P. Athēnaz.Athēna.—2)eene gezellin van Athena, door wie zij bij ongeluk gedood werd; haar beeld was v. s. het Palladium. Zij wordt dochter van Triton genoemd en is eigenlijk niemand anders dan de godin zelve.
Pallas,Πάλλας, gen.-αντος1) een van de Titanen, zoon van Crius en Eurybia.—2)een van de Giganten, door Athēna gedood en gevild; met zijne huid bekleedde zij haar schild.—3)zoon van Lycāon, grootvader van Euander, stichter van Pallantium in Arcadië.—4)zoon van Euander (z. a.), sneuvelde door de hand van Turnus.—5)zoon van Pandīon, broeder van Aegeus, in wiens plaats hij eenigen tijd regeerde; hij werd door Theseus gedood.—6)een vrijgelaten slaaf, broeder vanAntonius Felix, procurator van Judaea, evenals deze vrijgelatene vanAntonia minor(zijn vollen naam luidt: M. Antonius Pallas), die zich in de gunst van keizer Claudius wist in te dringen, en zich grooten invloed en rijkdom verwierf (hij bekleedde het ambta rationibus). Het huwelijk van Claudius met Agrippīna en de adoptie van Nero was voor een groot deel zijn werk. Onder Nero geraakte hij echter op den achtergrond, hij moest zich (55 n. C.) uit het openbare leven terugtrekken en werd in 62 ter dood gebracht.
Pallēne,Παλλήνη, 1) W. landtong van Chalcidice.—2)demus in Attica.
Palliāta,sc. fabula, eene romeinsche comoedie, die in Griekenland speelt en waarbij de acteurs in grieksch gewaad optraden.
Pallium.
Pallium,ἱμάτιον, φᾶρος, lange wollen mantel, meestal wit, bij de Grieken door mannen en vrouwen gedragen, en wel gewoonlijk op dezelfde wijzen als de toga der Romeinen. Het dragen van een pallium over den chiton was echter volstrekt niet algemeen en gold bij de Romeinen zelfs lang als een teeken van verwijfdheid, in lateren tijd was het de geliefkoosde dracht van wijsgeeren of hen die daarvoor gehouden wilden worden.
Palma, rom. of lat. kolonie (123) op het eiland Baleāris maior.
Palmȳra,Παλμύρα, ofThadmôr= palmenstad, door Salomo aangelegd in een oase der syrische woestijn. Als middelpunt van karavaanwegen bereikte het een hoogen trapvan bloei. Gebruik makende van de verwarring in het rom. rijk, stichtte de stadhouder Odenāthus er in 260 na C. een zelfstandig rijk, dat zich onder zijne gemalin en opvolgster Zenobia over Syrië, Aegypte en een deel van Voor-Azië uitbreidde. Doch in 272 werd Palmyra door keizer Aureliānus ingenomen en, na een opstand, verwoest; Zenobia werd als gevangene naar Rome gevoerd. De stad had een prachtigen zonnetempel. In 1691 heeft men belangrijke overblijfselen der schoone en uitgestrekte stad teruggevonden, die in het laatst der vorige eeuw wetenschappelijk onderzocht en beschreven zijn.
Paludamentum, witte of purperroode krijgsmantel der rom. veldheeren.Paludātus= met den veldheersmantel bekleed.
Palumbīnum, stadje in Samnium, ligging onbekend.
Pamīsus,Πάμισος, 1) zuidelijke zijtak van den Penēus in Thessalia.—2)rivier in Messenia, stroomt door de vruchtbare vlakte Macaria.—3)oude grensrivier tusschen Messenia en Laconica, die even ten N. van Thalamae in de Messenische golf uitloopt.
Pammenes,Παμμένης, 1) Thebaan, tijdgenoot van Epaminondas, onderscheidde zich in de oorlogen tegen Sparta en bleef met een leger in de Peloponnēsus om de Arcadiërs gedurende de stichting van Megalopolis te beschermen; ook als bevelhebber over de thebaansche hulptroepen van Artabāzus no. 2 verwierf hij grooten roem (353). Toen hij echter met de vijanden van Artabāzus onderhandelingen aanknoopte, liet deze hem gevangen nemen. Philippus van Macedonië woonde gedurende zijn verblijf te Thebe als gijzelaar in het huis van P.—2)leeraar der welsprekendheid te Athene, tijdgenoot van Cicero, die met lof van hem spreekt.
Pammerope,Παμμερόπη, dochter van Celeüs, eerste priesteres bij de eleusinische mysteriën.
Pamphila,Παμφίλη, 1) van Cos, uitvindster van het zijdeweven. Zij leefde in het begin der vierde eeuw.—2)aegyptische of epidaurische vrouw, die een aantal bijzonderheden op het gebied van geschiedenis, wijsbegeerte, rhetorica, enz., te boek stelde, zooals zij die gedurende haar dertienjarig huwelijk uit de gesprekken van haar man en zijne talrijke bezoekers had opgevangen of uit haar lectuur had opgeteekend. Zij leefde ten tijde van Nero.
Pamphilus,Πάμφιλος, 1) atheensch veldheer, landde in den corinthischen oorlog op Aegīna en belegerde de stad (389), daar zijne vloot echter verjaagd werd, kwam hij in groote verlegenheid; na 5 maanden werd hij ontzet. Hij werd veroordeeld, en stierf voor hij de boete betaald had.—2)leerling van Plato, leeraar der wijsbegeerte op Samus, waar Epicūrus zijne voordrachten hoorde.—3)van Amphipolis, beroemd schilder, leerling van Eupompus en leermeester van Apelles; ook werken van hem over schilderkunst worden genoemd.—4)uit Alexandrīa, grammaticus ten tijde van Nero, schreef een uitgebreid woordenboek.
Pamphos,Παμφώς, episch dichter, ouder dan Homerus, aan wien hymnen ter eere van verschillende goden werden toegeschreven.
Πάμφυλοι, naam van een der drie dorische phylae (z.φυλή), zoo genoemd naar Pamphȳlus.
Pamphylia,Παμφυλία, gewest aan de Zuidkust van Asia minor. De bevolking was zeer gemengd en bestond uit inboorlingen, Ciliciërs en Grieken, hieraan was ook de naam Pamphȳli,Πάμφυλοι, ontleend. Het land stond achtereenvolgens onder perzische, macedonische, syrische, pergameensche en romeinsche heerschappij. De voornaamste steden zijn Aspendus, Perge, Side en Attalēa.
Pamphȳlus,Πάμφυλος, zoon van Aegimius, trok met de Heracliden naar de Peloponnēsus en sneuvelde daar.
Pan,Πάν, veld-, bosch- en herdersgod, zoon van Hermes of Zeus en Callisto of de nimf Penelope. Reeds bij zijne geboorte was hij bijna geheel volwassen, hij had horens, een krommen neus, spitse ooren, een staart en bokspooten (Αἰγιπόδης,Semicaper), bovendien was hij geheel met haar begroeid. Hij beschermt kudden (Νόμιος), bosschen en weiden, jacht (Ἀγρεύς), visscherij en bijenteelt. Het liefst zwerft hij in Arcadië, over de bergen (Ὀρεσσιβάτης), waar hij jaagt, de nimfen bij den dans aanvoert (Φιλόχορος) of zich vermaakt met het spelen op de door hem uitgevonden herdersfluit (z.Syrinx), waarin hij het zoover gebracht had, dat hij zelfs Apollo tot een wedstrijd durfde uitdagen (z.Midas). De Atheners geloofden, dat zij aan zijne hulp de overwinning bij Marathon te danken hadden, hij kon n.l. in den strijd gewichtige diensten bewijzen, door met zijne vervaarlijke stem den vijanden schrik en ontzetting aan te jagen; van dit vermogen maakt hij echter ook misbruik, om bij onschuldige reizigers of wandelaars in eenzame wouden een plotselingen (panischen) schrik te veroorzaken. Zoo had hij ook de Titanen in hun strijd tegen de goden door trompetgeschal op de vlucht gedreven. Met zijne kinderen en verdere afstammelingen (Πᾶνες, Πανίσκοι,Panisci) sluit hij zich gaarne bij den luidruchtigen stoet van Dionȳsus aan. De nimfen, die hij met zijne liefde dikwijls hardnekkig vervolgt, ontvluchten hem gewoonlijk of worden door de goden tegen hem beschermd.—In lateren tijd beschouwden sommigen hem naar aanleiding van zijn naam als een symbool van het heelal, zijn dans stelde dan de eeuwige beweging voor, zijn horens en baard waren de zonnestralen, enz.—Pan werd vooral in Arcadië, maar ook elders in Griekenland vereerd, aan sommige van zijne tempels waren orakels verbonden. Te Athene hield men jaarlijks te zijner eer een wedloop met fakkels.—Men offerde hem bokken, lammeren, koeien, melk, honig en most; de steeneik en de pijnboom waren hem gewijd.—De Romeinen vereenzelfdigden hem met Faunus.
Panacēa,Πανάκεια, dochter van Asclepius.
Panachaicus (mons),Παναχαϊκὸν ὄρος, berg in Achaia, ten Z. van de invaart der Corinthische golf.
Panactum,Πάνακτον, grensvesting tusschen Attica en Boeotia, ten N. van Eleusis.
Panaei,Παναῖοι, thracisch volk, in den omtrek van Amphipolis woonachtig.
Panaenus,Πάναινος, beroemd schilder te Athene, broeder van Phidias, medewerker aan de beroemde schilderij van den slag bij Marathon in deποικίλη στοάte Athene. Ook het schilderwerk aan den troon van het Zeusbeeld te Olympia was van hem. Z. ookPaeonius.
Panaetius,Παναίτιος, van Rhodus, zoon van Nicagoras, geb. omstreeks 180, genoot te Athene het onderwijs van Diogenes den Babyloniër en Antipater van Tarsus. Te Rome vond hij vele leerlingen en leefde hij op vertrouwden voet met Laelius en den jongen Scipio, dien hij op eene reis naar Azië en Aegypte vergezelde (140). Later keerde hij naar Athene terug, waar hij Antipater als hoofd der stoicijnsche school opvolgde (129), talrijke leerlingen vormde en omstreeks 112 stierf. Hij heeft tot de verbreiding der stoicijnsche leer, vooral te Rome, zeer veel bijgedragen en wordt vooral door Cicero dikwijls met lof genoemd; evenwel schijnt hij het gestrenge van die leer in vele opzichten verzacht en zich ook tot de peripatetische school aangetrokken gevoeld te hebben. Zijne geschriften zijn grootendeels verloren, zijn voornaamste werkπερὶ τοῦ καθήκοντοςwerd door Cicero in zijn werkde officiisnagevolgd.
Panaetolicus (mons),Παναιτωλικὸν ὄρος, berg in het hart van Aetolia, ten N. van den Trichonius lacus.
Panathenaea,Παναθήναια, het voornaamste feest der Atheners in het derde jaar van iedere Olympiade, van den 24sten, v. s. van den 21sten, tot den 28stenHecatombaeon ter eere van Athēna Polias gevierd. De invoering er van als een landelijk feest onder den naamἈθήναιαwordt aan Erichthonius toegeschreven, zijn eigenaardig karakter als feest van de geheele attische burgerij en zijn naam had het van Theseus gekregen, door Pisistratus waren voordrachten van gedichten van Homerus aan de feestelijkheden toegevoegd, die later door Pericles nog verdere uitbreiding kregen. Behalve de wedstrijden in muziek, gymnastiek, rijden, enz., waarbij vele prijzen uit kruiken met olie van de heilige olijfboomen bestonden, moet vooral vermeld worden de groote optocht (πομπή), waarmede aan de godin een nieuw kleed (πέπλος) gebracht werd. Dit kleed was saffraankleurig, door atheensche vrouwen geweven en met het prachtigste borduurwerk, waarvan patroon en uitvoering van staatswege goedgekeurd moesten zijn, versierd. Het werd als zeil aan den mast van een schip vastgehecht, en dit werd op rollen naar de acropolis voortbewogen, gevolgd door grijsaards met olijftakken in de handen (θαλλοφόροι), dochters van edele burgers, die mandjes met offergereedschap droegen (κανηφόροι), terwijl stoelen en zonneschermen haar nagedragen werden door vrouwen en dochters der metoeci (διφροφόροι, σκιαδηφόροι), verder volgde de ruiterij en verdere krijgslieden in de schoonste wapenrusting, overwinnaars in de feestspelen bij vroegere Panathenaea gevierd, eindelijk de geheele burgerij in feestgewaad, meestal nog gezantschappen van atheensche kolonies en andere staten. Op den optocht volgde een offerfeest, groot genoeg om het geheele volk te onthalen.—De fries van het Parthenon was door Phidias versierd met eene afbeelding in relief van den optocht der Panathenaea, en een groot gedeelte van dit beeldhouwwerk is nog bewaard gebleven.—Behalve dit groote feest werden ieder jaar kleine Panathenaea gevierd, waarschijnlijk bestaande in wedstrijden en offers.
Panchaea,Παγχαία, fabelachtig eiland in den Erythraeïschen oceaan tegenover Gelukkig Arabië, met een heerlijk klimaat en voortbrengselen van verschillenden aard, z.Euhemerus.
Pancration,παγκράτιον, worsteling en vuistgevecht tusschen athleten. De strijders waren geheel naakt en hadden ook geen caestus.
Panda Cela, italiaansche oogstgodin, die te Rome aan den voet van het Capitolium een tempel had.
Pandareüs,Πανδάρεος, zoon van Merops, stal voor Tantalus een gouden hond uit den tempel van Zeus op Creta, en toen Zeus hem terugeischte, vluchtte hij naar Athene en van daar naar Sicilië, waar hij stierf. Eene van zijne dochters was Aēdon; de andere twee werden na de vlucht van P. door de godinnen Aphrodīte, Hera, Artemis en Athēna met vele goede eigenschappen begiftigd, doch toen zij zouden trouwen, werden zij door de Harpyieën weggeroofd en aan de Erinyen tot dienaressen gegeven.
Pandarus,Πάνδαρος, 1) zoon van Lycāon, aanvoerder van de lycische bondgenooten der Trojanen, zeer bekwaam boogschutter. Toen door de strijdende partijen vastgesteld was, dat de oorlog door een tweegevecht tusschen Menelāus en Paris beslist zoude worden, schond P. op aansporing van Athēna dit verdrag door op Menelaus een pijl af te schieten. Hij werd door Diomēdes gedood.—2)zoon van Alcānor, tochtgenoot van Aenēas, met zijn broeder Bitias door Turnus gedood.
Pandataria,Πανδαταρία, eiland op de kust van Campania, waarheen Augustus zijne dochter Julia verbande. Ook Agrippīna de oude werd hierheen door keizer Tiberius verbannen, enstierfer in 33 n. C. den hongerdood.
Πανδέκται, zieDigesta.
Pandēmus,Πάνδημος, bijnaam van Aphrodīte (z. a.).
Pandīon,Πανδίων, 1) zoon van Phineus en Cleopatra. Ten gevolge van de valsche beschuldigingen hunner stiefmoeder Idaea, werd hij met zijn broeder Plexippus door Phineus van het gezicht beroofd en gevangen gehouden, z.Calais.—2)koning van Athene, vader van Erechtheus, Butes, Procne en Philomēla.—3)zoon van Cecrops, koning van Athene, van waar hij door de Metioniden verdreven werd. Hij vluchtte naar Megara, waar hij de dochter van koning Pylas huwde, de regeeringkreeg, en na zijn dood als heros vereerd werd. Zijne zonen waren Aegeus, Pallas, Nisus e. a.
Pandionis,Πανδιονίς, een van de 10 phylae, waarin de bevolking van Attica door Clisthenes verdeeld werd.
Pandōra,Πανδώρα, de eerste vrouw, door alle goden (vandaar de naam) met schoonheid, lieftalligheid en kunstvaardigheid begiftigd, had van Zeus een doos gekregen, waarin alle ongelukken opgesloten waren. Daarop liet hij haar door Hermes naar Epimētheus brengen, die haar tegen den raad van Promētheus ontving. Uit nieuwsgierigheid opende zij het deksel van de doos, waarop alle rampen zich over de aarde verspreidden; alleen de hoop bleef op den bodem er van liggen, toen P. het deksel spoedig sloot.
Pandōrus,Πάνδωρος, zoon van Erechtheus en Praxithea, stichter eener atheensche volkplanting op Euboa.
Pandosia,Πανδοσία, 1) stad in het epirotische landschap Thesprotia aan den Acheron.—2)stad in Lucania, ten W. van Heraclēa.—3)stad in Bruttii bij Consentia.
Pandotīra,Πανδότειρα, geefster van alles, bijnaam van Demēter.
Pandrosus,Πάνδροσος, dochter van Cecrops, had te Athene naast den tempel van Athēna Polias een heiligdom, waarin de heilige olijfboom stond. Athene zelve heeft ook den bijnaam Pand.
Panegyris,πανήγυρις, groote feestvergadering, zooals bijv. bij de viering van de groote nationale feesten der Grieken gehouden werd. De feestredenen (πανηγυρικοὶ λογοί) bij zulke gelegenheden uitgesproken, waren dikwijls schitterendevoorbeeldenvan welsprekendheid en stijl. Zij strekten meestal tot verheerlijking van het feest of de feestvierenden, soms ook van enkele personen; in het laatste geval waren het lofredenen, en in deze beteekenis komen Panegyrici ook bij de Rom. voor.
Pangaeus(mons),Πάγγαιον ὂρος, gebergte op de macedonische kust, ten O. van Amphipolis, tot welks gebied het behoorde. Het leverde goud en zilver op.
Panhellenius,Πανελλήνιος, bijnaam van Zeus als den nationalen god van alle Grieken. Onder dien naam had hij op Aegīna een tempel, het Panhellenium, en werden voor hem op verscheiden plaatsen feesten, Panhellenia, gevierd.
Panhormus=Panormus.
Panionia,Πανιώνια, vergadering der 12 steden van Ionië bij den bondstempel, het Panionium, nabij Mycale gehouden en verbonden met feesten ter eere van Poseidon.
Panionium,Πανιώνιον, tempel van Poseidon bij kaap Mycale, bondstempel der aziatisch-ionische steden.
Paniscus,Πανίσκος, z.Pan.
Pannonia,Παννονία, rom. Donauprovincie, door den Donau begrensd, van omstreeks Vindobōna (Weenen) af tot aan de samenvloeiing met de Tisia (Theiss). De inwoners waren hoofdzakelijk van illyrischen stam. Er waren echter sedert de 4deeeuw vele keltische stammen ingedrongen, o. a. de Scordisci. Onder Augustus werd Pann. tot rom. provincie gemaakt, maar eerst na de demping van den pannonischen opstand (6–9 n. C.) door Tiberias werd de rom. heerschappij er bevestigd. Het land werd ingedeeld in P. Superior en P. Inferior. In den lateren keizertijd werd de indeeling herhaaldelijk gewijzigd, en o. a. Valeria (zieValeriano. 3) er van afgescheiden.
Panomphaeus,Πανομφαῖος, bijnaam van Zeus als den god, die door hoorbare teekens de toekomst voorspelt.
Panope, Panopeus,Πανόπη, Πανοπεύς, oude belangrijke stad in Phocis, dicht bij de grenzen van Boeotia, later vervallen.
Panopeus,Πανοπεύς, zoon van Phocus, vergezelde Amphitryo op zijn tocht tegen de Taphiërs en nam deel aan de calydonische jacht. Hij was de vader van Epēus no. 2.
Πανοπλία, de geheele uitrusting van een zwaargewapende, schild, helm, borstharnas, scheenplaten, zwaard en lans. Deze moest ieder hopliet zich zelf aanschaffen. Vandaar dat het aantal zwaargewapenden in de Grieksche staten steeds tamelijk gering gebleven is, en men gerust kan aannemen, dat ieder boerengezin, iedere familie vanζευγῖται, slechts één hopliet behoefde te leveren. Z. ookὁπλῖταιenψίλοι.
Panopolis,Πανόπολις, oudtijdsChemmis,Χεμμίς, Χεμμώ, oude stad in Aegypte, aan den Nijl, stroomafwaarts van Thebae, grootendeels door linnenwevers en metselaars bewoond.
Panoptes,Πανόπτης, bijnaam van Argus naar de vele oogen, waarmede zijn lichaam bezaaid was.
Panormus, doch beterPanhormus,Πάνορμος(= geheel en al haven). 1) havenstad op Sicilia, thans Palermo, phoenicische volkplanting, later carthaagsch, sedert 254 in handen der Rom.—2)in Achaia, aan de invaart der Corinthische golf.—3)haven van Ephesus.
Pansa, familienaam in degentes Vibia,Titinia, Appuleia.
Pantagias,Παντακύας, riviertje op de O.-kust van Sicilia, ten N. van Syracūsae, bij Trotilum.
Pantaleon,Πανταλέων, wierp zich in 660 tot tyran van Pisa op en regeerde overmoedig. Hij beoorloogde de Eleërs en ontnam hun het beheer over de olympische spelen.
Panteus,Παντεύς, Spartaan, vriend van Cleomenes III, dien hij bij al zijne ondernemingen getrouw ter zijde stond; hij vergezelde hem ook na den slag bij Sellasia naar Aegypte en doodde zich te gelijk met hem.
Pantheon, prachtige tempel, in 25 door M. Agrippa te Rome opgericht op den Campus Martius en in de 2deeeuw n. Chr. door keizer Hadriānus herbouwd. Het gebouw, dat nog een sieraad is van het hedendaagsche Rome, is cirkelvormig en heeft eene middellijn van 132 voet binnenwerks. In den 19 voet dikken muur zijn 7 ruime nissen aangebracht, waarvan het verwulfsel telkens door twee zuilen wordt gesteund, met uitzonderingvan de nis over den uitgang. Het gebouw is gedekt door een ontzaglijk koepeldak, met eene opening van 40 voet middellijn in het midden. Het dak rust alleen op de muren. Vóór den ingang is een ruim voorportaal aangebracht, in drie schepen verdeeld. Het trotsche gebouw was waarschijnlijk in de eerste plaats aan Mars en Venus gewijd als de godheden dergens Iulia, v. s. in de eerste plaats aan Jupiter Ultor. Welke goden en heroën verder de nissen vulden, is onbekend.