Pantheon, in doorsnede van binnen gezien.Pantheon, in doorsnede van binnen gezien.Panthoides,Πανθοΐδης, Euphorbus, zoon van Panthous; ook Pythagoras, die beweerde dat hij vroeger als Euphorbus op aarde geleefd had.Panthous, -thus,Πάνθοος, -θους, zoon van Othrys, een van de oudsten van Troje, priester van Apollo en dapper krijgsman.Panticapaeum,Παντικάπαιον, milesische volkplanting in de taurische Chersonēsus (Krim), gewoonlijk Bosporus geheeten, later hoofdstad van het bosporaansche rijk. Thans Kertsch.Pantomīmus,Παντόμιμος, een tooneelstuk waarin de geheele handeling door lichaamsbewegingen en gebarenspel werd uitgedrukt (saltare fabulam). De pantomimen waren van rom. oorsprong en vielen zeer in den smaak. De stichter van hetgenreis waarschijnlijk Bathyllus (z. a. no. 2.) Keizer Nero trad er gaarne in op.Panyasis,Πανύασις, van Halicarnassus, oom van Herodotus, werd door den tyran Lygdamis gedood. Als episch dichter vond hij bij zijne tijdgenooten niet veel bijval, lateren schatten hem echter zeer hoog en sommigen stelden hem in den canon der epici onmiddellijk na Homerus. Van zijne werken,ἩρὰκλειαenἸωνικά, zijn weinige maar schoone fragmenten bewaard gebleven.Paphia,Παφία, bijnaam van Aphrodīte, naar Paphus, waar zij zich het liefst ophield en een beroemden tempel had.Paphlagonia,Παφλαγονία, gewest van Asia minor aan den Pontus Euxīnus (Zwarte zee), tusschen den Parthenius en den Halys, bergachtig en meer voor veeteelt dan voor landbouw geschikt. Het leverde voortreffelijk hout voor den scheepsbouw op. De bewoners, Paphlagones,Παφλαγόνες, worden reeds bij Homerus vermeld. De geschiedenis van dit landje is van belang ontbloot. Het was achtereenvolgens lydisch, perzisch, macedonisch, na Alexanders dood onafhankelijk. In 220 veroverden de paphlagonische vorsten Pontus; van 180 tot 120 was Paphl. weder van Pontus gescheiden, daarna er mede hereenigd, tot het in handen der Romeinen viel.Paphus,Πάφος, zoon vanPygmalion(z.a.), stamheros der stad Paphus.Paphus,Πάφος, naam van twee aan Aphrodīte geheiligde steden op de Z.W. kust van Cyprus. Te Oud-Paphus,Παλαίπαφος, een phoenicische kolonie, was de godin aan land gestegen. Dáár had zij een prachtigen tempel, waar op 100 altaren voortdurend wierook werd gebrand. Dáár en op Cythēra was haar meest geliefdkoosd verblijf. Nieuw-Paphos,νέα Πάφος, lag landwaarts in.Papia (lex)de virginibus Vestalibus, misschien van 65. Volgens deze wet moest de pontifex maximus voor de keuze eener Vestalin 20 meisjes uitkiezen, waaruit dan in eencontiodoor het lot ééne zou worden aangewezen.Papia (lex)de peregrinis, plebisciet van 65, waarbij den niet-burgers het verblijf te Rome werd ontzegd, en straf bedreigd werd tegen hen, die zich het burgerrecht hadden aangematigd. ZieJunia (lex).Papia Poppaea (lex), z.Julia et Papia Poppaea (lex).Papii, geslacht uit Samnium afkomstig. Bekend is vooralC. Papius Mutilus, een van de aanvoerders der bondgenooten in denMarsischen oorlog. Later trad hij op als een van de aanvoerders der democratische partij, en hield hij de verdediging van Nola tegen Sulla vol tot het jaar 80. Toen hij daarop naar zijn huis te Teanum vluchtte, weigerdezijn vrouw Bastia hem den toegang, omdat hij op de lijst derproscriptistond, waarop hij zich van kant maakte.Papiniānus(Aemilius), zeer beroemd rom. rechtsgeleerde uit den tijd van keizer Septimius Sevērus, bij wien hij in hoog aanzien stond en onder wien hij als praefectus praetorio den veldtocht naar Britannia mede maakte (208 n. C.). Hij schreef verscheidene rechtsgeleerde werken. De voornaamste hiervan zijn deQuaestiones(37 boeken) en deResponsa(17 boeken), die in de wetboeken van Justiniānus vaak aangehaald worden. Na Sevērus’ dood zocht hij als bemiddelaar tusschen Caracalla en Geta op te treden. Daarom liet Caracalla hem, na de vermoording van Geta, ombrengen (212 n. C.).Papinius, zieStatiino. 7.Papiria (lex), waarschijnlijk van 304, dat niemand een gebouw of altaar mocht wijden zonder goedkeuring van het volk of, volgens andere lezing, zonder verlof van den senaat of de meerderheid der volkstribunen.Papiria (lex)van den volkstribuun L.Papirius, z.Tresvirino. 2.Papiria (lex)semiunciaria, van den volkstribuun C. Papirius Carbo Arvīna (Papiriino. 13), van 89, waarbij deastot op een halveunciaverkleind werd, maar de waarde dezelfde bleef = ¼ sestertius. Z.As.Papiria (lex)de libertinorum suffragiisvan den zelfden, werd door Sulla opgeheven.Papiriae (leges)van den volkstribuun C. Papirius Carbo, 131. De eene dezer wetten,de tribunis plebis reficiendis, bepalende dat dezen zonder beperking herkiesbaar zouden zijn, werd verworpen. De andere, eenelex tabellaria, voerde de geheime stemming ook bij wetgevende comitiën in, zieTabellariae (leges).Papirii, rom. geslacht, waarin de plebejischeCarbōnesen de patricischeCrassienCursōresde voornaamste familiën zijn. 1)M’. Papirius Crassuswas in 441 de eerste consul uit dit geslacht.—2)L. Papirius Crassus, consul in 436, oorloogde tegen de Vejenten.—3)L. Papirius Crassuswas in 340 dictator, terwijl L. Papirius Cursor (no. 6) zijn magister equitum was. Hij voerde echter niet veel uit. In 336 was hij consul en evenzoo in 330, in welk laatste jaar hij tegen de stad Privernum streed. Hij was de eerste van zijn geslacht, die zijn naam met eenrschreef, vroeger heetten zij Papisii.—4)M. Papirius Crassus, broeder van no. 3, was dictator tegen de Galliërs in 332.—5)L. Papirius Cursorwas censor in 393. Toen zijn ambtgenoot C. Iulius Iulus gestorven was, werd M. Cornelius Maluginensis in diens plaats gekozen. Daar echter in den loop van dit lustrum Rome door de Galliërs werd ingenomen, is er na dien tijd nooit meer eencensor suffectusgekozen, maar werd de censor genoodzaakt na den dood van zijn ambtgenoot af te treden. De opgegeven reden is echter waarschijnlijk niet de ware.—6)L. Papirius Cursor, reeds genoemd bij no. 3, was in 325 dictator tegen de Samnieten. Toen zijn magister equitum (z.Fabiino. 14) in zijne afwezigheid tegen zijn bevel slag geleverd en eene luisterrijke overwinning behaald had, wilde Papirius, die woedend was, Fabius met den dood straffen. Het leger kwam in verzet en Fabius vluchtte naar Rome, waarheen Papirius hem volgde. Senaat, volksvergadering, tribunen, alles moest er aan te pas komen, eer de dictator zich liet vermurwen. Hij koos echter een anderen mag. eq., L. Pap. Crassus (no. 3). Het leger was hierover zoo verbitterd, dat het in den volgenden slag met opzet den dictator eene nederlaag bezorgde. Hierop matigde Papirius zijne strengheid, en met zijne soldaten verzoend, behaalde hij eene beslissende overwinning. Dit verhaal is niet geheel betrouwbaar. In 320 was hij consul, en wischte de schande van de nederlaag bij Caudium (321) uit, door de Samnieten te verslaan. De berichten hieromtrent zijn tamelijk waardeloos. In 315 en 313 bekleedde P. nogmaals het consulaat; in 310—deFasti Capitolinigeven ten onrechte het jaar 309—was hij dictator. Hij was een uitstekend veldheer.—7)L. Papirius Cursor, zoon van no. 6, bracht samen met zijn ambtgenootSp. Carvilius Maximusals consul in 293 den Samnieten, in 272 den Tarentijnen beslissende nederlagen toe en maakte een einde aan den oorlog met Tarentum; de berichten hieromtrent zijn echter niet betrouwbaar. Hij bouwde in 293 een nieuwen tempel voor Quirinus.—8)C. Papirius Maso, consul in 231, had de Corsen overwonnen, de senaat echter weigerde hem de eer van een zegetocht. Toen was Maso de eerste, die een triumftocht op den albaanschen berg hield.—9)Papiria, dochter van no. 8, was de vrouw van L. Aemilius Paullus, den overwinnaar bij Pydna, en de moeder van Scipio Africānus minor.—10)L. Papirius Mugillānus, consul in 444, censor in 443, maakte zich in 420 als interrex verdienstelijk door een twist te bezweren tusschen senaat en volkstribunen.—11)C. Papirius Carbo, volkstribuun in 131, een begaafd redenaar, geraakte over zijn wetsvoorstelde tribunis plebis reficiendis(zieCorneliino. 18 enPapiriae (leges)), in hevigen strijd met Scipio Africānus minor en werd later van medeplichtigheid aan diens dood verdacht (129). Zie omtrent hem ook onderAgrariae leges,Lex Sempronia agraria van den volkstribuun Tib. Gracchus van 133. In 120 sloot hij zich als consul bij de senaatspartij aan, maar werd toch na den afloop van zijn consulaat door L. Licinius Crassus (zieLiciniino. 12) wegens deelneming aan de woelingen der Gracchen aangeklaagd, waarop hij zich door vergif van kant maakte.—12)Cn. Papirius Carbo, broeder van no. 11, consul in 113, werd bij Noreia door de Cimbren verslagen.—13)C. Papirius Carbo Arvīna, zoon van no. 11, werd als aanhanger van Sulla op last van den jongen Marius omgebracht. Z.Papiria (lex) semiunciaria.—14)Cn. Papirius Carbo, aanhanger van Marius, was in 85 en84 consul met L. Cornelius Cinna, na wiens dood hij alleen het consulaat bekleedde. In 82 was hij opnieuw consul, maar, bij herhaling in 83 en 82 door Sulla verslagen, vluchtte hij naar Sicilia, waar hij in handen van den jongen Pompeius viel, die hem liet ombrengen.—15)L. Papirius Paetuswas een van Cicero’s vrienden, hij had een afkeer van de politiek.—16)M. Papirius, romeinsch ridder, die bij een schermutseling op de via Appia door de schuld van Clodius omkwam (58). De aanleiding tot deze schermutseling was het ontsnappen uit de hechtenis van Tigrānes (zieTigranesno. 2).Pappus,Πάππος, van Alexandrië, leefde ten tijde van Diocletianus, en schreef verscheiden werken over aardrijkskunde enὈνειροκριτικά. Een belangrijk meetkundig werk van hem,Μαθηματικὴ Συναγωγή, is bewaard gebleven.Papus, familienaam in degens Aemilia.Parabasis,παράβασις, z.Comoedia.Παράβολον, -βόλιον, het geld, dat bij de rechtbank gedeponeerd wordt door iemand, die van een vonnis appelleert.Παράβυστον, een gebouw, in een afgelegen wijk van Athene gelegen, waar de elfmannen geheime zittingen hielden.Paracheloītis,Παραχαλωῖτις, vruchtbare landstreek aan den mond van den Achelous, in Aetolia.Paraebates,Παραιβάτης, van Alexandrië, cyrenaeïsch wijsgeer, leermeester van Hegesias.Paraetacēne,Παραιτακηνή, perzisch = bergland; 1) op de grenzen van Persis en Media.—2)in het N.O. van Bactriāna.Paraetonium,Παραιτόνιον, aegyptische havenstad op de kust van Marmarica, met Pelusium de sleutels van Aegypte,cornua Aegypti, genoemd.Παραγραφή, exceptie van niet-ontvankelijkheid eener aanklacht, door den aangeklaagde opgeworpen. De verliezende partij moest aan de tegenpartij deἐπωβελίαbetalen, wanneer hij minder dan een vijfde der stemmen kreeg.Παρακαταβολή, eene geldsom, die bij sommige processen door den aanklager als waarborg gestort werd. Won hij het proces, dan werd hem het geld teruggegeven, anders verviel het aan de staatskas of aan de tegenpartij.Paralia,Παραλία, eene smalle strook lands op Attica’s Westkust, van kaap Sunium tot nabij de havens van Athene. De Paraliërs vormden tijdens Solon de middenpartij, de gematigde partij tusschen de aristocratische Pediaeërs en de democratische Diacriërs.Paralii,Παράλιοι, eigenlijk bewoners van de Paralia, die gedurende de burgertwisten ten tijde van Pisistratus de gematigde partij vormden; vandaar werd de naam ook aan die partij als zoodanig gegeven.Paralus,Πάραλος, 1) =Paralia.—2)kuststreek van Malis.Paralus,Πάραλος, een schip dat door den atheenschen staat gebruikt werd om gezanten bij feesten of godsdienstige plechtigheden naar de plaats hunner bestemming te brengen, boodschappen over te brengen naar de vloten, die in zee waren of in vreemde havens lagen, enz. De bemanning werdΠὰραλοιgenoemd.Παρανόμων γραφή, aanklacht wegens het voorstellen van een wet of volksbesluit, dat met de bestaande wetten in strijd is. Zoodra men met een eed (ὑπωμοσία) verklaarde, dat men iemand wegens zulk een wetsvoorstel wilde aanklagen, werd de behandeling van het voorstel geschorst, totdat over de aanklacht beslist was. De zaak werd voor de archonten behandeld, de straf was niet bij de wet bepaald, maar in ieder geval verloor hij, die driemaal op zulk een aanklacht veroordeeld was, het recht om wetten of besluiten voor te stellen.—Zelfs wanneer het voorstel reeds tot wet verheven was, kon men nog gedurende een jaar eeneγραφὴ παρανόμωνtegen den voorsteller indienen, na dien tijd kon hem persoonlijk geen straf meer treffen, en kon het doel van zulk eeneγραφήslechts zijn, de wet om genoemde reden te doen intrekken.Παράνυμφος, iemand, die een jonggehuwd paar vergezelt, wanneer de man op den avond van denbruiloftsdagzijne vrouw van haar huis naar het zijne brengt, gewoonlijk een van de naaste bloedverwanten.—Was de man reeds vroeger getrouwd geweest, dan kwam hij zijne vrouw niet zelf halen, maar werd zij hem door een bloedverwant of vriend,νυμφαγωγός, gebracht.Parapotamii,Παραποτάμιοι, stad in Phocis op de boeotische grenzen, aan den linkeroever van den Cephīsus.Παραπρεσβείας γραφή, aanklacht tegen iemand, die van zijne betrekking van gezant ten nadeele van zijne lastgevers misbruik maakt. Zulke zaken werden voor de euthynen behandeld, het bepalen van de straf was aan de rechters overgelaten.Parasange,παρασάγγης, perzische maat, ook door grieksche schrijvers dikwijls gebruikt om afstanden te bepalen; 1 par. = 30 stadiën, ongeveer een uur gaans.Parasītus,παράσιτος, helpers of ondergeschikten van overheidspersonen en priesters; in de comedie een klaplooper, iemand die voor een goed maal zich tot allerlei diensten laat gebruiken en zich de spotternijen van gastheer en gasten laat welgevallen.Παραστάδες, zieAntae.Παραστάς, z.Οἰκία.Παράστασις, eene kleine som geld, misschien een drachme, die men bij het indienen eenerγραφήdeponeerde, als het ware als onderpand dat de aanklacht ernstig gemeend was.Parauaea, landstreek in het N. van Epīrus, in het binnenland.Parcae, romeinsche naam der schikgodinnen, geheel geïdentificeerd met de Moerae.Πάρεδροι, bijzitters, aan verschillende overheidspersonen toegevoegd om hen van een deel hunner werkzaamheden te ontlasten, bijv. aan de archonten, euthynen e. a.Παρέγγραπτοι, wederrechtelijk als burgers ingeschrevenen, z.Διαψήφισις.Parentalia, zieferalia.Parilia=Palilia.Paris,Πάρις, zoon van Priamus en Hecabe. Na zijne geboorte gaf zijn vader hem aan een herder om hem op den Ida te vondeling te leggen (z.Aesacus), hij werd echter door een berin gezoogd, en toen de herder na vijf dagen het kind nog gezond en wel vond, nam hij het mede en voedde hij het met zijn eigen zoon op. P. groeide als een schoon jongeling onder de herders op; wegens de dapperheid, waarmede hij meermalen de kudden tegen roovers verdedigde, gaf men hem den naam Alexander. Hij trouwde met Oenōne, leefde gelukkig met haar, en werd na verloop van tijd ook weder door zijne ouders herkend. Kort daarna kwam Hermes hem uit naam van Zeus de opdracht brengen om als rechter op te treden in een strijd tusschen Hera, Athēna en Aphrodīte. Daar namelijk op de bruiloft van Peleus en Thetis alle goden en godinnen genoodigd waren behalve Eris, die men uit vrees voor onaangenaamheden uitgesloten had, wreekte deze zich door onder de gasten een gouden appel te werpen met het opschrift: aan de schoonste. Op dezen appel maakten nu de genoemde drie godinnen aanspraak, en weldra ontbrandde tusschenheneen hevige twist, die nu op raad van Zeus door P. beslecht zou worden. Hera beloofde hem indien de beslissing gunstig voor haar was, rijkdom en macht, Athēna wijsheid en krijgsroem, Aphrodīte de schoonste vrouw. P. gaf den appel aan Aphrodīte, en van dien tijd vervolgen de beide andere godinnen hem en alle Trojanen met bittere vijandschap. Hij gaat daarop naar Sparta, waar hij gastvrij ontvangen wordt, en gedurende eene afwezigheid van Menelāus schaakt hij de schoone Helena en voert hij haar mede naar zijn vaderland, in alles geholpen door Aphrodīte, die op deze wijze hare belofte vervulde. De trojaansche oorlog is hiervan het gevolg. In dien oorlog toonde hij zich over het algemeen onstandvastig en verwijfd, en hoewel hij soms dapper strijdt en o.a. ook Achilles doodt, haat het volk hem als de oorzaak van den oorlog. Kort voor de inneming van Troje werd hij door Philoctētes gedood. Z.Oenōne.Parisii, volksstam aan de Sequana. Hoofdstad:Lutetia Parisiorum, in den lateren keizertijd residentiestad, thans Parijs.Parium,Πάριον, havenstad in Mysia, milesische kolonie aan de Propontis bij den Hellespont, sedert den tijd van Augustus rom. kolonie. Aan de stichting hadden ook kolonisten uit Erythrae medegewerkt.Parma,Πάρμα, stad der Boii in Gallia Cispadāna, sedert 183 rom. kolonie, aan de via Aemilia. De parmaansche schapenwol was beroemd.Parmenides,Παρμενίδης, van Elea, geb. omstreeks 540, uit een rijk en aanzienlijk geslacht, aanhanger van Xenophanes, met wien hij nog persoonlijk bekend was. Van zijn leven is weinig bekend, als man van edel karakter, diepzinnig denker en verstandig wetgever was hij in zijn vaderstad hoog geëerd; reeds tamelijk bejaard kwam hij te Athene, waar hij den jongen Socrates ontmoette.—Het leerdicht van P., waarvan slechts weinige fragmenten bewaard gebleven zijn, heeft voornamelijk ten doel de eenheid en onveranderlijkheid van het heelal te betoogen. Slechts het zijn bestaat, het niet-zijn, dus ook het worden en te niet gaan, bestaat niet; het zijnde bestaat in den vorm van een bol, eeuwig, onveranderlijk, overal aan zichzelf gelijk. Veelheid en afwisseling is slechts een ijdele vertooning, waarin de menschen door zinsbedrog iets waars meenen te erkennen, het ware inzicht in de eenheid van het bestaande kan men alleen door denken verkrijgen, zelfs het denken en dat, waarop de gedachte zich richt, is hetzelfde. P. was, naar het schijnt, de eerste, die de goden als personificaties van natuurkrachten enz. verklaarde.Parmenio,Παρμενίων, 1) Macedoniër, een van de bekwaamste generaals van Philippus en Alexander. Hij overwon de Illyriërs, onderhandelde met de Atheners over den vrede van 346, stond later aan het hoofd der macedonische troepen op Euboea, en werd in 336 naar Azië gezonden om toebereidselen te maken voor den oorlog tegen Perzië. Onder Alexander voerde hij het bevel over het voetvolk, dikwijls vermaande hij Alexander tot voorzichtigheid en gematigdheid, maar zijne raadgevingen vonden weinig ingang. Na den slag bij Arbēla, waarin hij den linkervleugel aanvoerde, gaf Alexander hem het bestuur over Medië, na den dood van Philōtas meende hij echter diens vader niet langer te moeten vertrouwen en liet hij hem heimelijk uit den weg ruimen.—2)Macedoniër, dichter van eenige grieksche epigrammen, waarschijnlijk tijdgenoot van Augustus.—3)een bouwmeester, die door Alexander bij de stichting van Alexandrië gebruikt werd.Parmeniscus,Παρμενίσκος, leerling van Aristarchus, schreef commentaren op Homerus en de tragici.Parnassides,Παρνασίδες, de Muzen, naar haar verblijf op den Parnassus.Parnassus,Παρνα(σ)σός, gebergte in Phocis, aan Apollo, Dionȳsus en de Muzen geheiligd. Naar de twee hooge, meestal met sneeuw bedekte bergspitsen Lycorēa of Hyampēa en Tithorea (Λυκώρεια, Ὑάμπεια, Τιθορέα) werd de Parnassus dikwijls de tweetoppige genoemd. Van boven was hij met dennebosschen bedekt, in de laagte tierden mirten, laurieren en olijven. Het gebergte was rijk aan kloven, valleien, bronnen en beken. Men vond er Delphi met zijn tempel en orakel, de bron Castalia, de Corycische grot, de rotsen Phaedriades, van waar tempelroovers en godslasteraars in den afgrond werden geworpen. Onder den naam Cirphis scheidde zich een zijtak naar het Z. af. Door een diep ravijn tusschen beide bergen in stroomde de Plistus en liep de weg van Delphi naar Daulis met een zijweg naar Stiris. Op den daardoor gevormden driesprong (σχιστὴ ὁδός) versloeg Oedipus zijn vader Laïus.Parnes, gen.-ēthis,Πάρνης, -ηθος, een woest en ruw boschrijk gebergte in N.W. Attica. Bovenop stonden altaren en een standbeeld van Zeus Parnethius.Parnon,Πάρνων, bergketen tusschen Laconica en de landstreek Cynuria of Thyreātis.Πάροχος, naam, die soms aan denπαράνυμφοςgegeven wordt, omdat hij met het jonggehuwde paar op denzelfden wagen zat.Parodia,παρῳδία, verdraaiing van een algemeen bekend gedicht, zoodatdooreene kleine verandering in de woorden een geheel andere zin ontstaat, liefst iets belachelijks. In de blijspelen van Aristophanes zijn op deze wijze een aantal verzen van verschillende dichters, voornamelijk van Euripides, geparodiëerd.Πάροδος, het eerste optreden van het koor in een tooneelstuk, ook de deur ter zijde van de orchestra door welke het binnenkomt, verder het lied dat bij het eerste optreden gezongen wordt.Paropanīsus,Παροπάνισος, soms Paropamīsus, het hooggebergte aan de bronnen van den Oxus en den Indus. Het W. deel draagt nog dezen naam, het O. gedeelte wordt Hindoe-Koh geheeten. Het is hetzelfde gebergte als de Caucasus Indicus. De omwonende volksstammen werden Paropanisadae genoemd.Parōpus,Πάρωπος, stadje op Sicilia nabij Himera.Paroreātae,Παρωρεᾶται, met de Caucōnes de oudste bewoners van het triphylische bergland in Elis.Parorēa, -īa,Παρώρεια, streek in het N.O. van Epīrus, in Molossis, aan de grens van Macedonia.Paros=Parus.Parrhasia,Παρρασία, stad en landstreek in het Z.W. van Arcadia.Parrhasius= arcadisch.Parrhasis, arcadische vrouw, in het bijzonder bijnaam van Callisto.Parrhasius,Παρράσιος, 1) z.Parrhasia.—2)van Ephesus, een van de beroemdste grieksche schilders, leefde in het begin der 4deeeuw te Athene. Vooral de levendigheid en bevalligheid in de gelaatstrekken zijner beelden worden geroemd. Hij was zeer overmoedig en trotsch, droeg een purperen mantel, kroon en met goud versierden staf. Hij ging eens een wedstrijd aan met Zeuxis, en terwijl deze een tros druiven zoo natuurlijk schilderde, dat de vogels er op toevlogen, bedroog P. zijn mededinger zelven met een geschilderd gordijn, dat deze voor eenwerkelijkgordijn hield, zoodat hij op het puntstondhet te willen wegschuiven.Parthāon,Παρθάων, zoon van Agēnor en Epicaste, koning van Calydon en Pleuron, vader van Oeneus.Parthaonides, Meleager, kleinzoon van Parthāon.Parthēni=Parthini.Parthenia,παρθένια, -νεια, hymnen, die door een koor van jonkvrouwen met begeleiding van fluitspel gezongen worden, terwijl het zich op feestdagen in optocht naar een tempel begaf. Als dichters van Parthenia zijn bekend Alcman, Pindarus, Simonides e.a.Partheniae,παρθενίαι, zonen van spartaansche vrouwen en heloten, geboren gedurende de lange afwezigheid der Spartanen in den eersten messenischen oorlog. Daar hun niet de rechten van burgers gegeven werden, verlieten zij hun vaderland; zij gingen onder aanvoering van Phalanthus naar Italië en stichtten Tarentum.Parthenium,Παρθένιον, stad in de mysische landstreek Teuthrania, ten Z. van den Caīcus.Parthenius,Παρθένιος, 1) episch dichter van Chius, naar men zeide afstammeling van Homerus.—2)van Nicaea in Bithynië, werd in den mithradatischen oorlog gevangen en naar Rome gebracht (72). Hij werd spoedig vrijgelaten en bleef, na een kort verblijf te Neapolis, te Rome wonen, waar hij met Cornelius Gallus bevriend werd.Vergiliusleerde bij hem Grieksch. Hij schijnt vooral elegieën gedicht te hebben, bewaard gebleven is een werk onder den titelἘρωτικὰ παθήματα, bevattende 36 liefdesgeschiedenissen in proza, dat vooral waarde heeft door de vele fragmenten van alexandrijnsche geleerden, die met opgave van bronnen er in opgenomen zijn.—3)grammaticusin de 1steeeuw na C.—4)gunsteling van Domitiānus, nam deel aan de samenzwering, die den keizer het leven kostte; onder Nerva werd hij bij een soldatenoproer gedood.Parthenius mons,Παρθένιον ὄρος, bergketen op de arcadisch-argolische grenzen, ten N.O. van Tegea, met een heiligdom van Pan.Parthenius,Παρθένιος, rivier in het W. van Paphlagonia.Parthenon,Παρθενών, de beroemde tempel van Pallas Athēna, de maagd (παρθένος). ZieAthenae.Parthenopaeus,Παρθενοπαῖος, zoon van Ares, Milanion of Meleager en Atalanta, een van de zeven vorsten die met Adrastus tegen Thebae optrokken.Parthenope,Παρθενόπη, eene van de Sirenen.Parthenope,Παρθενόπη, oude naam voor Neapolis (Napels).Parthenus,Παρθένος, 1) bijnaam van de maagdelijke godin Athēna, waarnaar haar beroemde tempel, het Parthenon te Athene, genoemd was.—2)het sterrenbeeld de Maagd, waarin men Erigone no. 1 meende te herkennen.Parthia,Παρθία, Παρθυαία, Παρθυηνή, het land der Parthen (Parthi,Πάρθοι), ten O. van Media gelegen, over het algemeen woest en onvruchtbaar. De Parthen waren van oorsprong een turanisch nomadenvolk en uiterst geoefende ruiters en tevens voortreffelijke boogschutters. Terwijl zij schijnbaar vluchtten, keerden zij zich op hunne paarden om en troffen met goed gemikt schot den vervolgenden vijand (fugaces Parthi). Eerst waren zij onderworpen aan het perzische rijk, vervolgens aan het macedonische, daarna aan het syrische. Doch tijdens koningAntiochus II Theos stonden de Parthen op (248) en stichtten een eigen rijk, dat, in den beginne klein, zich allengs door veroveringen van den Indus tot aan den Euphraat uitbreidde (± 150). Zij bleven een barbaarsch volk, maar hunne vorsten namen, evenals de andere oostersche koningen, de hellenistische beschaving aan. Hunne 31 koningen hadden allen, behalve hun bijzonderen naam, nog dien van Arsaces. In plaats van het, oude Hecatompylus werd Ctesiphon tot hoofdstad verheven. De Parthen betoonden zich verbitterde vijanden van het rom. rijk. In 227 na C. maakte een Pers, Artaxerxes, zoon van Sassan, zich van het bewind meester en stichtte zoo het nieuw-perzische rijk onder de dynastie der Sassaniden.ParthīniofParthēni,Παρθινοί, Παρθηνοί, illyrisch volk bij Dyrrachium. Stad: Parthus.Parthiscus, bij latere schrijvers de naam van den Tisia (Theiss).Parthyaea, Parthyēne=Parthia.Parus,Πάρος, thans Paro, eil. van de groep der Cycladen, beroemd door het schitterend witte marmer,Parius lapis, uit den berg Marpessus. Oudtijds heette het Minōa, ook Demetrias. De eerste iambendichter, Archilochus, was er geboren. Geschiedkundig is het o.a. bekend door de vergeefsche expeditie van Miltiades. In 1627 werd hier eene marmeren plaat gevonden met 93 regels historische en letterkundige aanteekeningen. Zij werd aangekocht door lord Thomas Arundel en door diens kleinzoon Henry Howard in 1667 aan de bibliotheek van Oxford ten geschenke gegeven, waar zij nog is (marmorofchronicon Parium, ArundeliumofOxoniense).Paryādres,Παρυάδρης, gebergte in het O. van Pontus, langs de grens van Armenia minor, eene voortzetting van den mons Moschicus.Parysatis,Παρύσατις, stiefzuster en gemalin van Darīus Nothus, onder wiens regeering zij grooten invloed had, zoodat de spartaanschgezinde politiek van den koning in den peloponnesischen oorlog aan haar werd toegeschreven; ook haar zoon Artaxerxes Mnemon beheerschte zij geheel en al, ofschoon zij duidelijk genoeg liet blijken, dat zij aan haar anderen zoon, Cyrus, de voorkeur boven hem gaf, o. a. door de wreedheid waarmede zij allen vervolgde, die aan zijn dood schuld schenen te hebben. Wegens het vergiftigen van Statīra, de gemalin van Artaxerxes, werd zij eenigen tijd van het hof verwijderd.Pasargadaof-dae,Πασαργάδα, -δαι, oude hoofdstad van Persis, benoemd naar de Pasargadae (z.a.). De stad lag in den Z.O. hoek van Persis, aan de grens van Carmania. Hier was het graf van Cyrus.Pasargadae,Πασαργάδαι, de edelste stam der Perzen, waartoe ook de Achaemeniden behoorden.Pasicrates,Πασικράτης, vorst van Soli op Cyprus, die zich aan Alexander d. G. onderwierp.Pasinu(Spasinu)Charax, zieCharax.Pasion,Πασίων, een geldwisselaar, die als metoeke te Athene leefde en wegens zijne mildheid jegens den staat het burgerrecht kreeg; zijne strenge eerlijkheid was in geheel Griekenland bekend. Hij stierf in 370.Pasiphaë,Πασιφάη, 1) dochter van Helius en Persēis, gemalin van Minos (z. a.), moeder van den Minotaurus.—2)eene godin, die te Thalamae no. 2 een tempel had, waar droomorakels gegeven werden.Pasiphaēia, Phaedra, dochter van Pasiphaë.Pasiteles,Πασιτέλης, beroemd beeldhouwer, bronsgieter en ciseleur uit Zuid-Italië, werkte in de 1steeeuw te Rome. Hij heeft ook over kunst geschreven. Hij was de leermeester van Stephanus.Pasitelides,Πασιτελίδης, spartaansch veldheer in den peloponnesischen oorlog. In 422 werd hij harmost van Torōne, maar het volgende jaar namen de Atheners die stad weder, en P. werd krijgsgevangen gemaakt.Pasithea,Πασιθέα, 1) eene van de Charites.—2)Nereïde.—3)Najade, gemalin van Erichthonius, moeder van Pandīon.Pasitigris,Πασίτιγρις= kleine Tigris, thans Karoen, zijrivier van den Tigris, door Susiāne stroomende. De benedenloop heet Eulaeus.Passaron,Πασσάρων, oude molossische hoofdstad in Epīrus, in 169 door de Rom. vermeesterd.Passiēni. 1)L. Passienus Rufus, consul in 4, verwierf als proconsul van Africa deornamenta triumphalia, en was de beste redenaar van zijn tijd.—2)C. Passienus Crispus, zoon van no. 1, schatrijk vriend van Seneca. Hij was met Nero’s tante Domitia gehuwd, doch liet zich van haar scheiden om de tweede man van Agrippīna te worden. Deze laatste liet hem, naar verhaald wordt, kort daarna van kant maken.Passus, rom. lengtemaat = 2gradusof stappen = 5 rom. voeten = 1,478 meter.Mille passus= 1478,70 meter of ongeveer 16 minuten gaans.Pataeci,Παταικοί, dwergachtige godenbeelden, waarmede de phoenicische schepen aan voor- of achtersteven versierd waren.Patala=Pattala.Patara,τὰ Πάταρα, aanzienlijke zeestad in Lycia met een orakel van Apollo Patareus (Παταρεύς), die er vereerd werd.Patavium,Παταούιον, thans Padua, stad in het land der Veneti, in Gallia Cisalpīna aan den Medoacus minor (Brenta). Haar gebied strekte zich tot aan zee uit, zij kon 20000 man te velde brengen. Tijdens Augustus gold het na Rome voor de rijkste stad van Italië. Het is de geboorteplaats van Livius. De sage schrijft de stichting aan den Trojaan Antēnor toe.Paterculus, zieVellēii.Pater patrātus, de woordvoerder onder defetiales(z. a.).Patmus,Πάτμος, eil. op de aziatische kust, tot de Sporades behoorend, ten Z. van Samus.Patrae,Πάτραι, Πατρεῖς, eene der 12 achaeische bondssteden, thans Patras, aan de invaart der Corinthische golf.Patreszijn de (adellijke) hoofden dergentes, die gedurende den koningstijd en ook later te Rome zitting hadden in den Senaat.Patres conscripti, de titel waarmede later vaak de senatoren worden toegesproken, beteekent dus: patricische en (later) bijgevoegde (plebejische) senatoren. Depatresonder de senatoren hadden bijzondere voorrechten: 1o. het recht om uit hun midden eeninterrexte verkiezen (z. a.), hetgeen voor de laatste maal gebeurd is in 52; 2o. het recht om door depatrum auctoritasde wetten en keuzen dercomitiate bekrachtigen, m. a. w. depatreskonden alle wetten en keuzen dercomitiavernietigen, zoo deze in strijd waren met deauspiciaof ’s lands wetten. Van de wetten, die dit recht waardeloos maakten, zijn twee bekend: delex Publilia Philonisen delex Maenia. Voortaan gaat depatrum auctoritasover op den geheelen senaat (senatus auctoritas), die echter alleen de wetgeving in decom. centuriatakon beletten. Men verwarre dezesenatus auctoritasniet met het senaatsbesluit, dat doorintercessiogetroffen was.Patricii, de rom. geboorte-adel. Samen met den koning bestuurden zij den staat; alleen zij hadden oorspronkelijk zitting in den senaat (ziepatres). Ze zijn in verschillendegentesverdeeld, die ieder een zeker aantalclienteshadden. Ze worden onderscheiden in ouderen en jongeren adel,patres maiorum et minorum gentium; volgens de traditie stammen de jongere geslachten uit Alba Longa. Ook tijdens de republiek zijn nog de Claudii onder de patriciërs opgenomen. Caesar in 45 en Augustus in 29 (krachtens de lex Saenia van 30) en ook latere keizers hebben het patriciaat aangevuld door plebejische geslachten in den adelstand op te nemen. Onder Constantijn den Gr. werd het patriciaat aan hooge ambtenaren als persoonlijke adelstitel geschonken, zonder erfelijk te zijn.Patrii dii, goden, wier dienst men van zijne voorouders in engeren zin geërfd heeft, die dus alleen door een enkel geslacht of stam vereerd werden. Hiertoe behooren dus de Penātes, enkele godheden, van wie sommige edele familiën beweerden af te stammen, e. dgl.Patrīmi matrīmi, kinderen die nog een rom. vader en eene rom. moeder hebben, dus wier ouderscivesen nog in leven zijn, en die nog onder depatria potestasstaan. Bij sommige godsdienstige plechtigheden werd de bijstand van zulke kinderen alscamilliencamillaevereischt. Ook het meisje, dat tot vestaalsche maagd werd uitverkoren, moestpatrima matrimazijn.Patrocles,Πατροκλῆς, vriend van Seleucus I. Als bevelhebber over diens vloot in de Caspische zee verzamelde hij bouwstoffen voor belangrijke werken over de omliggende landen en volken.Patroclus,Πάτροκλος, zoon van Menoetius, den koning van Opus. Nog zeer jong doodde hij bij ongeluk zijn speelmakker Clysonymus (z. a.), en om hem aan de wraak van diens bloedverwanten te onttrekken, bracht Menoetius hem bij Peleus. Hij werd met Achilles opgevoed, werd zijn boezemvriend en wapenbroeder, ging met hem naar Troje en werd daar door Hector gedood, z.Achilles.Patrōnus, beschermheer. 1) In den oudsten tijd het patricische familiehoofd, onder wiens hoede en toezicht de cliënten stonden. De cliënt was verplicht den patroon eerbied te betoonen, bij gewichtige familiezaken diens raad in te winnen, met en voor hem de wapenen te dragen; hij moest ook, wanneer de dochter van den patroon huwde, bijdragen tot den bruidschat, en evenzoo tot den losprijs, wanneer de patroon uit vreemde krijgsgevangenschap moest worden losgekocht. De patroon moest zijnerzijds den cliënten hulp en bescherming verleenen en inrechtszakenvoor hen optreden. De band was heilig:patronus si clienti fraudem fecerit, sacer esto.—2)Causarum patronus, nietadvocatus, is de advocaat, die in rechtsgedingen pleit.—3) ook steden, gewesten en provinciën hadden dikwijls te Rome hunnepatronionder wier bescherming zij zich stelden en die hunne belangen moesten behartigen. Zoo waren o. a. de Marcelli patronen van Sicilië. Dit patronaat komt eenigermate overeen met de hedendaagsche instelling der consulaten.Pattala, Pattalēne,Πάτταγλα, Πατταληνή, het Delta-land van den Indus, met de stad Pattala.Patulcius, bijnaam van Janus (z.a.).Patūmus,Πάτουμος, stad aan den Nijl, van waar Necho een kanaal liet graven naar de Arabische golf = het latere Heroöpolis.Paul(l)inus, familienaam bij deSuetonii.Paul(l)us, familienaam in degens Aemilia(Aemiliino. 8–10).Paulus,Παῦλος, de Apostel der Heidenen. Hij was te Tarsus in Cilicia geboren uit Joodsche ouders, en heette oorspronkelijk Saulus,Σαῦλος, maar zijn vader was reeds Romeinsch burger, hetgeen hem zijn geheele leven door uit allerlei moeilijkheden heeft geholpen. Hij werd door zijn vader voor zijn opvoeding naar Jeruzalem gezonden, en behoorde tot de secte der Pharisaeën. Oorspronkelijk heeft hij de Christenen te Jeruzalem vervolgd, maar op weg naar Damascus, om ook daar de Christenen te vervolgen, is hij tot het Christendom bekeerd (± 30 n. C. of later). Hij heeft een tijd lang te Antiochia gewoond, waar toen reeds een Christengemeente was. Zijne zendingsreizen vallen ongeveer in de jaren 46–47, 48–51 (in Athene einde 49, te Corinthe begin 50 tot Juli 51), en 52–57. Op aanklacht der Joden is hij te Jeruzalem gevangen genomen, onder het procuratorschap van Felix, en heeft 2 jaren (tot 59) te Caesarēa gevangen gezeten. Toen hij zich bij den opvolger van Felix, Festus, op zijn Romeinsch burgerrecht beriep, is hij met vele andere gevangenen in den winter van 59/60 naar Rome gevoerd (schipbreuk en verblijf te Malta Nov. 59). In Rome is hijin custodia militarigeweest, maar mocht een eigen huurhuis bewonen en prediken.Wat na 62 met hem gebeurd is, is niet zeker overgeleverd. Men meent, dat hij in 64 met Petrus door Nero terecht gesteld is. Zijn brieven en de Handelingen der Apostelen, waarin zijn leven beschreven wordt, zijn niet alleen belangrijk uit een godsdienstig oogpunt, maar ook een buitengewoon belangrijke bron voor de cultuurgeschiedenis van de 1steeeuw n. C. Paulus sprak en schreef, zooals waarschijnlijk de meeste Joden van zijn tijd, behalve Philo en Flavius Josephus, in deκοινή(z.a.).Paulus(Diaconus), z.Festusno. 2.Paulus(Iulius), rom. jurist onder de regeering der Sevēri. Met Papiniānus was hij lid van hetconsilium principis, met Ulpiānuspraefectus praetorio. Hij heeft ontzaglijk veel geschreven, doch in wijze van voorstelling staat hij achter bij Papinianus en Ulpianus.Paulus(IuliusofClaudius), broeder van Civīlis, onder keizer Nero ter dood gebracht onder beschuldiging vanrebellio.Pausanias,Παυσανίας, 1) zoon van Cleombrotus, regeerde over Sparta als voogd van Plistarchus, den zoon van Leonidas. Hij verwierf grooten roem als opperbevelhebber van het grieksche leger in den slag bij Plataeae (479), tuchtigde daarna Thebe, dat met de Perzen geheuld had, onderwierp Cyprus en veroverde Byzantium. Hier geraakte hij weldra onder den invloed van perzische zeden en gewoonten, hij nam de kleeding en de manieren van een perzisch satraap aan, en maakte zich door zijn overmoed zoo gehaat, dat ook daardoor de grieksche bondgenooten zich van Sparta afscheidden en de hegemonie aan Athene aanboden. Hij knoopte met Xerxes onderhandelingen aan, vroeg zijne dochter ten huwelijk, en bood aan hem de heerschappij over Griekenland te bezorgen. Van verschillende kanten aangeklaagd, dat hij zich meer als tyran dan als strateeg gedroeg, werd P. teruggeroepen, en ofschoon hij vrijgesproken werd, werd hem het opperbevel ontnomen. Op eigen gezag keerde hij echter naar Byzantium terug, en door de Atheners van daar verdreven, zette hij van Colonae uit zijne onderhandelingen met Xerxes voort, totdat hij opnieuw teruggeroepen werd (469). Wederom waren er duidelijke bewijzen dat hij met den perzischen koning heulde, ook werd gezegd dat hij de Heloten tot opstand aangespoord had, toch durfden de ephoren hem nog niet te straffen, totdat zij door een van de vertrouwden van P. een brief van hem aan Xerxes in handen kregen en in de gelegenheid gesteld werden hem met eigen mond den inhoud er van te hooren bevestigen. Toen hij gevangen genomen zou worden, vluchtte hij in den tempel van Athēna Chalcioecus, daar werd hij ingesloten, het dak werd van den tempel afgenomen, de deuren dichtgemetseld en zoo stierf hij van honger. Op het oogenblik, waarop hij den geest zoude geven, werd hij uit den tempel gedragen om het heiligdom niet te bezoedelen (468).—De geheimzinnigheid, waarmede deze zaak op echt spartaansche wijze door de ephoren behandeld werd, is de oorzaak, dat reeds in de oudheid velen aan het verraad van P. getwijfeld hebben, en ook sommige nieuweren zijn van meening, dat de ephoren zelf het gerucht er van verbreid hebben om de ware beweegredenen van hunne handelwijze, welke die dan ook mogen geweest zijn, te bedekken.—2)kleinzoon van den vorigen, had de koninklijke waardigheid gedurende de ballingschap van zijn vader Plistoanax (444–426), en volgde hem na zijn dood op (408). Gedurende de burgertwisten te Athene na afloop van den peloponnesischen oorlog, werd hij met een leger gezonden om de 30 tegen Thrasybūlus te helpen; in plaats daarvan bewerkte hij echter, hetzij uit sympathie voor de atheensche democraten of om Lysander tegen te werken, dat de democratie hersteld werd en de 30 Athene moesten verlaten. Reeds dit werd hem toen zeer kwalijk genomen, en toen hij nu in het begin van den corinthischen oorlog door te laat op de afgesproken plaats te komen de oorzaak was van de nederlaag bij Haliartus (395), werd hij in staat van beschuldiging gesteld; hij vluchtte naar Tegea, waar hij in 385 stierf.—3)Macedoniër, diePerdiccasII vruchteloos de regeering betwistte (450).—4)koning van Macedonië, die door Amyntas onttroond werd (393).—5)Macedoniër, die na den dood van Perdiccas III (360) aanspraak op de regeering maakte; hij werd door de Thraciërs ondersteund, maar toen Philippus hen voor zich had gewonnen, moest P. van zijne eischen afzien.—6)een van de lijfwachten van Philippus van Macedonië, dien hij om persoonlijke grieven vermoordde; hij vluchtte, maar werd gevat en gekruisigd.—7)ὁ περιηγητής, een Lydiër, die onder Hadriānus en de Antonijnen te Rome leefde. Hij beschreef in 10 boeken eene reis door het grootste gedeelte van Griekenland, waarbij hij vooral let op oude gebouwen en gedenkteekenen en hunne godsdienstige of artistieke beteekenis; daarnevens vermeldt hij verscheiden geschied- en aardrijkskundige bijzonderheden. Of hij inderdaad alle plaatsen zelf bezocht heeft, die hij beschrijft, is twijfelachtig; in ieder geval heeft hij niet alleen zijn eigen waarnemingen te boek gesteld, maar ook oudere schrijvers als bronnen gebruikt. Het werk is ontstaan tusschen 161 en 177.—8)van Caesarēa in Cappadocië, leerling van Herōdes Atticus, leeraar der welsprekendheid te Athene en te Rome in de tweede eeuw na C.Pausias,Παυσίας, van Sicyon, beroemd schilder kort voor Alexander d. G., die vele leerlingen vormde; hij wordt genoemd als de eerste, die de zolderingen met bloemen, kinderfiguren en arabesken beschilderde.Pausilȳpum,Παυσίλυπον, (smartverdrijvend = Sans souci) (Posilippo) heerlijke villa ten W. van Napels, door Vedius Pollio aan Augustus vermaakt. Agrippa liet daar een onderaardschen gang uithouwen, thans de grot van Posilippo genaamd.Pauson,Παύσων, arm caricatuurschilder te Athene, tijdgenoot van Aristophanes.Paxi,Παξοί, twee eilandjes tusschen Corcȳra en Leucas, thans Paxo en Antipaxo.Peculātus, verduistering van staats- of tempeleigendom.Peculium, wordt het vermogen genoemd, dat de paterfamilias aan een zoonin potestateof aan een slaaf toestond te verwerven of te bezitten. Hij kon het hem echter te allen tijde ontnemen.Peculium castrenseis wat de zoon zich verwerft, terwijl hij in krijgsdienst is;quasi castrense, terwijl hij een openbaar ambt bekleedt. Augustus bepaalde, dat defilius familiasde vrije beschikking zou hebben over hetpeculium castrense.Pedaneus, zieiudex pedaneus.Pedanii, plebejisch geslacht. Over den geneesheer Pedanius Dioscorides zieDioscorides.Pedariizijn sedert delex Ovinia(z.a.) die senatoren, die geen curulisch ambt bekleed hadden. De voorzitter was niet verplicht hun meening te vragen, zoodat in den regel hun rol zich bepaalde tot het deelnemen aan de stemming:ibant pedibus in sententiam alienam; vandaar hun naam.Pedasa,τὰ Πήδασα, stad in Caria, ten O. van Halicarnassus.Pedasus,Πήδασος, 1) oude stad der Leleges in het zuiden van Troas,aanden Satnioīs.—2)stad in Messenia, later Methōne, thans Modon.Pediaei,Πεδιαῖοι, eigenlijk bewoners van de Pedias, het vlakke land in het Noorden en Noordwesten van Attica, meest rijke grondeigenaars; in de burgertwisten ten tijde van Pisistratus vormden zij voornamelijk de oligarchische partij, vandaar wordt de naam ook aan die partij als zoodanig gegeven.Pedias,Πεδιάς, het vlakke gedeelte van Attica ten N. en N.W. van Athene, waar de groote grondbezittingen gelegen waren. De Pediaeërs,Πεδιαῖοι, vormden in Solons tijd de aristocratische partij.Pedia(lex) van den consul Q. Pedius in 43, tot vogelvrijverklaring (aqua et igni interdictio) van Caesars moordenaars.Pediēa,Πεδίεια, vlek in Phocis ten N. vandenCephissus.Pedii, eene familie, die in den laatsten tijd der rom. republiek opkwam.Q. Pedius, zusterszoon van Caesar, diende onder hem in Gallia en was in 45 legaat in Hispania. In 48 bekleedde hij de praetuur. Na Caesars dood stond Pedius het hem gemaakte legaat aan Octaviānus af en werd toen in 43 diens medeconsul, ziePedia lex. Hij stierf reeds in ditzelfde jaar.Pednelissus,Πεδνηλισσός, stad in Pisidia.Pedo Albinovānus(C.), episch dichter, vertrouwd vriend van Ovidius. Hij schijnt eeneThesēiste hebben geschreven, terwijl van een gedicht over Germanicus nog een fragment bij Seneca (de beschrijving van een tocht op de Noordzee) wordt gevonden. Ook moet hij epigrammen hebben gedicht.Peducaea(lex), plebisciet van Sex. Peducaeus, volkstribuun in 113. In het voorgaande jaar waren drie vestaalsche maagden vanincestusbeschuldigd; het college der pontifices had slechts ééne, Aemilia, veroordeeld en de beide andere, Marcia en Licinia, vrijgesproken. Laatstgenoemde was op schitterende wijze verdedigd door L. Crassus. Delex Ped.beval een nieuw onderzoek, met het gevolg dat ook Marcia en Licinia veroordeeld werden.Peducaei, 1) ziePeducaea lex.—2)Sex. Peducaeus, stadhouder van Sicilia in 75, onder wien Cicero als quaestor te Lilybaeum werkzaam was, een man van groote rechtvaardigheid, die zich algemeene liefde en achting verwierf.—3)S. Peducaeus, zoon van no. 2, een geleerd man, wiens oordeel door T. Pomponius Atticus op hoogen prijs werd gesteld. In de burgeroorlogen was hij op de zijde van Caesar en van Octaviānus.Pedum, oude stad van Latium, aan de via Labicāna.Pegae=Pagae.Pegasides,Πηγασίδες, z.Pegasus.Pegasus,Πήγασος, een gevleugeld paard, door Poseidon bij Medūsa (z. a.) verwekt. Het steeg terstond na zijne geboorte ten hemel op en draagt voor Zeus den donder en bliksem, later stond Zeus het aan Eos af en eindelijk werd het onder de sterren geplaatst. Het werd door Bellerophon (z. a.) gevangen, toen het aan de bron Pirēne dronk, of hij kreeg het van Athēna of Poseidon. Toen de Helicon, in verrukking gebracht door het gezang der Muzen, opsprong, bracht P. den berg op bevel van Poseidon met een hoefslag tot rust, en deed met denzelfden slag de bron Hippocrēne ontspringen, waaruit de Muzen en dichters drinken om zich in geestvervoering boven het aardsche te verheffen. Denzelfden oorsprong en dezelfde eigenschap hebben ook de bronnen Hippocrēne te Troezen en Pirēne te Corinthe, vandaar worden zij en verder ook de Muzen zelvePegasides(Πηγασίδες) genoemd.Pela,Πήλη, eil. op de ionische kust bij Clazomenae.Pelagones,Πελαγόνες, paeonischevolksstamin Macedonia, die eerst aan de boorden van den Axius (Vardar) woonde, doch van daar naar het W. van Paeonia verhuisde, welke nieuwe woonplaats naar hen Pelagonia werd geheeten. Geheel in het N. van Thessalia lag nog eene pelagonische tripolis, uit de steden Azorus, Pythium en Doliche bestaande.Πελαργικόν(τεῖχος) =Πελασγικόν(τεῖχος).Pelasgi,Πελασγοί. De grieksche schrijvers nemen aan, dat er vóór de eigenlijke Hellenen in verschillende deelen van Griekenland, vooral in de Peloponnēsus, in Thessalië en Epīrus, en ook aan de Westkust van Klein-Azië en in Italië een volk gewoond heeft, dat Pelasgi heette. In werkelijkheid hebben ze alleen in Thessalia, aan de Penēus gewoond, waar het gewest Pelasgiōtis naar hen genoemd is.Pelasgia,Πελασγία, oude naam voor Griekenland, voor dePeloponnēsusen voor Lesbus.Πελασγικόν, Πελαργικόν(τεῖχος), een oude versterking aan den westkant van deAcropolis, behoorende tot het oudste gedeelte van Athene.Pelasgiōtis,Πελασγιῶτις, gewest van Thessalia ten Z. van den Penēus, met de hoofdstad Larisa of Larissa, genoemd naar de Pelasgen.Pelasgis,Πελασγίς, bijnaam van Hera en Demēter als oude pelasgische godinnen.Pelasgus,Πελασγός, 1) mythisch stamvader der Pelasgen. Zijne afstamming wordt zeer verschillend opgegeven: als zijn vader worden genoemd Zeus, Poseidon, Phorōneus, Arestor e. a., als zijne moeder Niobe of Larissa, gewoonlijk wordt hij echter als autochthoon beschouwd. Hij zoude Parrhasia, Argos in dePeloponnēsusof in Thessalië gesticht hebben, den landbouw in Argos ingevoerd hebben, enz.—2)koning van Argos, bij wien Danaüs en zijne dochters een toevlucht zochten. Hij verdedigde hen tegen Aegyptus, maar werd overwonnen en verliet het land.Πελέται=Ἑκτήμοροι.Peleus,Πηλεύς, zoon van Aeacus en Endēis. Hij of zijn broeder Telamon doodde bij het spelen met den discus een zoon van Aeacus en Psamathe, Phōcus, daarom waren beiden genoodzaakt uit Aegīna te vluchten. Nadat zij aan den tocht der Argonauten hadden deelgenomen, werd hij gastvrijopgenomendoor Eurytion, koning van Phthia, die hem van zijn schuld reinigde, hem zijne dochter Antigone tot vrouw gaf en een deel van zijn rijk afstond. Hij leefde hier eenigen tijd gelukkig, maar daar hij bij de calydonische jacht het ongeluk had zijn schoonvader te dooden, moest hij opnieuw vluchten; hij begaf zich naar Iolcus, z.Acastus. Op bevel der goden werd hem nu, daar Antigone (z. a.) gestorven was, de Nereïde Thetis tot gemalin gegeven, en toen zij hem onder allerlei gedaanten trachtte te ontvlieden, leerde Chiron hem de kunst om telkens dezelfde gedaante aan tenemenals zij, zoodat zij zich na langen strijd aan hem moest overgeven. Op de bruiloft waren alle goden en godinnen tegenwoordig, behalve Eris, z.Paris. P. regeerde sedert gelukkig over Phthia, doch toen hij Thetis stoorde bij hare pogingen om hun zoon Achilles onsterfelijk te maken, verliet zij hem en keerde zij naar de zee terug. Na den dood van Achilles werd P., die toen reeds zeer oud was, uit zijn rijk verjaagd, later door Neoptolemus in de regeering hersteld, doch toen na diens dood Orestes Phthia veroverde, moest hij weder in ballingschap gaan en zoo eindigde hij zijn leven. In de onderwereld werd hij bij Aeacus en Achilles geplaatst.—V. a. verzoende Thetis zich met hem na den dood van Neoptolemus, en volgde hij haar naar de diepte der zee, waar hij aan hare zijde voortleeft.Peliades,Πελιάδες, de dochters van Pelias (z. a.).Pelias,Πελίας, zoon van Poseidon en Tyro, maakte zich na den dood van Cretheus, die met Tyro gehuwd was, van de regeering over Iolcus meester. Om alleen te kunnen regeeren verdreef hij zijne broeders Neleus (z. a.) en Aeson (z. a.) en zond hij Iāson uit om het gulden vlies te halen. Maar toen deze van Colchis terugkwam, wist Medēa de dochters van P., Pisidice, Pelopēa en Hippothoë, te overreden haar ouden vader een verjongingskuur te laten ondergaan. Nadat zij bewijzen van haar tooverkunst gegeven had, sneden de zusters op haar bevel P. in stukken, die zij kookten, doch toen dit geschied was, weigerde Medēa hare verdere hulp. De Peliaden vluchtten daarop naar Mantinēa in Arcadië.Pelīdes,Πηλείδης, Achilles en Neoptolemus, zoon en kleinzoon van Peleus.Peligni, sabijnsch volk in Midden-Italia, met de hoofdstad Corfinium (z. a.). Met de Vestīni en Marrucīni hadden zij gemeenschappelijk de havenstad Aternum.Pelinnaof-naeum,Πέλιννα, -ναιον, versterkte stad ten N. van den Penēus, in het thessalische landschap Hestiaeōtis.—Ook de naam van een gebergte in het Noorden van Chius.Pelion,Πήλιον, woest en boschrijk gebergte in het thessalische landschap Magnesia, een der bergen, die door de Giganten opeengestapeld werden (de Ossa en de Olympus waren de andere), toen zij den hemel wilden bestormen. Op den top stond een tempel van Zeus Actaeus met de grot van den Centaur Chiron in de nabijheid.Pelium, stad der Dassarētae inzuidelijkIllyria.Pella,Πέλλα, 1) oude stad van Macedonia in het distrikt Bottiaea, nabij het meer Borborus, dat door den Ludias wordt gevormd. Philippus van Macedonia maakte er zijne residentie van. Alexander de Gr. werd er geboren.—2)stad in Peraea, niet ver O.-waarts van den Jordaan, tegenover Scythopolis, door Alexander Jannaeus verwoest, later door Pompeius herbouwd.Pellana,τὰ Πέλλανα, stad aan den Eurōtas in Laconica, ten N. van Sparta.Pellēne,Πελλήνη, de meest oostelijke der 12 bondssteden van Achaia, met de haven Aristonautae.Pelopēa,Πελοπεία, dochter van Thyestes, bij wien zij moeder werd van Aegisthus.Pelopidae,Πελοπίδαι, afstammelingen van Pelops: Atreus, Thyestes, Agamemnon e. a.Pelopidas,Πελοπίδας, zoon van Hippocles, rijk en edel Thebaan, moest als aanhanger der democratische partij bij de bezetting der Cadmēa door de Spartanen Thebe verlaten, en vluchtte naar Athene (382). Weldra trad hij aan het hoofd der uitgewekenen, en onder zijne leiding kwam de omwenteling tot stand, waardoor de Spartanen verdreven werden en de democratie hersteld werd (379). Daarop werd hij tot boeotarch gekozen. Als aanvoerder der heilige schaar versloeg hij twee spartaansche morae bij Tegȳra (375) en nam hij deel aan den slag bij Leuctra (371); met zijn vriend Epaminondas deed hij een inval in de Peloponnēsus, evenals deze werd hij aangeklaagd, omdat zij tegen de wet 4 maanden te lang de betrekking van boeotarchen hadden behouden, maar beiden werden vrijgesproken (369).Toen de thessalische steden de hulp van Thebe tegen Alexander van Pherae inriepen, ging P. met een leger naar Thessalië en dwong hij Alexander zijne voorwaarden aan te nemen; daarop trok hij naar Macedonië als scheidsrechter in de twisten over de troonopvolging en nam hij Philippus als gijzelaar mede naar Thebe. Doch nieuwe woelingen noodzaakten hem nogmaals tot een tocht naar het Noorden, door zijne huurtroepen verlaten kon hij nu in Macedonië niets uitrichten, en toen hij als gezant naar Thessalië ging, werd hij zelfs door Alexander gevangen genomen (368) en eerst losgelaten, toen Epaminondas met een leger aanrukte. Te Susa werd hij als gezant eervol ontvangen, ofschoon zijne pogingen om door den perzischen koning den vrede te laten voorschrijven geen gevolg hadden (367). Eindelijk trok hij ten derden male naar Thessalië om Alexander te beoorlogen, bij Cynoscephalae kwam het tot een slag, waarin de Thebanen de overwinning behaalden, doch toen P. een aanval op Alexander zelf deed, werd hij door diens lijfwachten gedood (364).
Pantheon, in doorsnede van binnen gezien.Pantheon, in doorsnede van binnen gezien.Panthoides,Πανθοΐδης, Euphorbus, zoon van Panthous; ook Pythagoras, die beweerde dat hij vroeger als Euphorbus op aarde geleefd had.Panthous, -thus,Πάνθοος, -θους, zoon van Othrys, een van de oudsten van Troje, priester van Apollo en dapper krijgsman.Panticapaeum,Παντικάπαιον, milesische volkplanting in de taurische Chersonēsus (Krim), gewoonlijk Bosporus geheeten, later hoofdstad van het bosporaansche rijk. Thans Kertsch.Pantomīmus,Παντόμιμος, een tooneelstuk waarin de geheele handeling door lichaamsbewegingen en gebarenspel werd uitgedrukt (saltare fabulam). De pantomimen waren van rom. oorsprong en vielen zeer in den smaak. De stichter van hetgenreis waarschijnlijk Bathyllus (z. a. no. 2.) Keizer Nero trad er gaarne in op.Panyasis,Πανύασις, van Halicarnassus, oom van Herodotus, werd door den tyran Lygdamis gedood. Als episch dichter vond hij bij zijne tijdgenooten niet veel bijval, lateren schatten hem echter zeer hoog en sommigen stelden hem in den canon der epici onmiddellijk na Homerus. Van zijne werken,ἩρὰκλειαenἸωνικά, zijn weinige maar schoone fragmenten bewaard gebleven.Paphia,Παφία, bijnaam van Aphrodīte, naar Paphus, waar zij zich het liefst ophield en een beroemden tempel had.Paphlagonia,Παφλαγονία, gewest van Asia minor aan den Pontus Euxīnus (Zwarte zee), tusschen den Parthenius en den Halys, bergachtig en meer voor veeteelt dan voor landbouw geschikt. Het leverde voortreffelijk hout voor den scheepsbouw op. De bewoners, Paphlagones,Παφλαγόνες, worden reeds bij Homerus vermeld. De geschiedenis van dit landje is van belang ontbloot. Het was achtereenvolgens lydisch, perzisch, macedonisch, na Alexanders dood onafhankelijk. In 220 veroverden de paphlagonische vorsten Pontus; van 180 tot 120 was Paphl. weder van Pontus gescheiden, daarna er mede hereenigd, tot het in handen der Romeinen viel.Paphus,Πάφος, zoon vanPygmalion(z.a.), stamheros der stad Paphus.Paphus,Πάφος, naam van twee aan Aphrodīte geheiligde steden op de Z.W. kust van Cyprus. Te Oud-Paphus,Παλαίπαφος, een phoenicische kolonie, was de godin aan land gestegen. Dáár had zij een prachtigen tempel, waar op 100 altaren voortdurend wierook werd gebrand. Dáár en op Cythēra was haar meest geliefdkoosd verblijf. Nieuw-Paphos,νέα Πάφος, lag landwaarts in.Papia (lex)de virginibus Vestalibus, misschien van 65. Volgens deze wet moest de pontifex maximus voor de keuze eener Vestalin 20 meisjes uitkiezen, waaruit dan in eencontiodoor het lot ééne zou worden aangewezen.Papia (lex)de peregrinis, plebisciet van 65, waarbij den niet-burgers het verblijf te Rome werd ontzegd, en straf bedreigd werd tegen hen, die zich het burgerrecht hadden aangematigd. ZieJunia (lex).Papia Poppaea (lex), z.Julia et Papia Poppaea (lex).Papii, geslacht uit Samnium afkomstig. Bekend is vooralC. Papius Mutilus, een van de aanvoerders der bondgenooten in denMarsischen oorlog. Later trad hij op als een van de aanvoerders der democratische partij, en hield hij de verdediging van Nola tegen Sulla vol tot het jaar 80. Toen hij daarop naar zijn huis te Teanum vluchtte, weigerdezijn vrouw Bastia hem den toegang, omdat hij op de lijst derproscriptistond, waarop hij zich van kant maakte.Papiniānus(Aemilius), zeer beroemd rom. rechtsgeleerde uit den tijd van keizer Septimius Sevērus, bij wien hij in hoog aanzien stond en onder wien hij als praefectus praetorio den veldtocht naar Britannia mede maakte (208 n. C.). Hij schreef verscheidene rechtsgeleerde werken. De voornaamste hiervan zijn deQuaestiones(37 boeken) en deResponsa(17 boeken), die in de wetboeken van Justiniānus vaak aangehaald worden. Na Sevērus’ dood zocht hij als bemiddelaar tusschen Caracalla en Geta op te treden. Daarom liet Caracalla hem, na de vermoording van Geta, ombrengen (212 n. C.).Papinius, zieStatiino. 7.Papiria (lex), waarschijnlijk van 304, dat niemand een gebouw of altaar mocht wijden zonder goedkeuring van het volk of, volgens andere lezing, zonder verlof van den senaat of de meerderheid der volkstribunen.Papiria (lex)van den volkstribuun L.Papirius, z.Tresvirino. 2.Papiria (lex)semiunciaria, van den volkstribuun C. Papirius Carbo Arvīna (Papiriino. 13), van 89, waarbij deastot op een halveunciaverkleind werd, maar de waarde dezelfde bleef = ¼ sestertius. Z.As.Papiria (lex)de libertinorum suffragiisvan den zelfden, werd door Sulla opgeheven.Papiriae (leges)van den volkstribuun C. Papirius Carbo, 131. De eene dezer wetten,de tribunis plebis reficiendis, bepalende dat dezen zonder beperking herkiesbaar zouden zijn, werd verworpen. De andere, eenelex tabellaria, voerde de geheime stemming ook bij wetgevende comitiën in, zieTabellariae (leges).Papirii, rom. geslacht, waarin de plebejischeCarbōnesen de patricischeCrassienCursōresde voornaamste familiën zijn. 1)M’. Papirius Crassuswas in 441 de eerste consul uit dit geslacht.—2)L. Papirius Crassus, consul in 436, oorloogde tegen de Vejenten.—3)L. Papirius Crassuswas in 340 dictator, terwijl L. Papirius Cursor (no. 6) zijn magister equitum was. Hij voerde echter niet veel uit. In 336 was hij consul en evenzoo in 330, in welk laatste jaar hij tegen de stad Privernum streed. Hij was de eerste van zijn geslacht, die zijn naam met eenrschreef, vroeger heetten zij Papisii.—4)M. Papirius Crassus, broeder van no. 3, was dictator tegen de Galliërs in 332.—5)L. Papirius Cursorwas censor in 393. Toen zijn ambtgenoot C. Iulius Iulus gestorven was, werd M. Cornelius Maluginensis in diens plaats gekozen. Daar echter in den loop van dit lustrum Rome door de Galliërs werd ingenomen, is er na dien tijd nooit meer eencensor suffectusgekozen, maar werd de censor genoodzaakt na den dood van zijn ambtgenoot af te treden. De opgegeven reden is echter waarschijnlijk niet de ware.—6)L. Papirius Cursor, reeds genoemd bij no. 3, was in 325 dictator tegen de Samnieten. Toen zijn magister equitum (z.Fabiino. 14) in zijne afwezigheid tegen zijn bevel slag geleverd en eene luisterrijke overwinning behaald had, wilde Papirius, die woedend was, Fabius met den dood straffen. Het leger kwam in verzet en Fabius vluchtte naar Rome, waarheen Papirius hem volgde. Senaat, volksvergadering, tribunen, alles moest er aan te pas komen, eer de dictator zich liet vermurwen. Hij koos echter een anderen mag. eq., L. Pap. Crassus (no. 3). Het leger was hierover zoo verbitterd, dat het in den volgenden slag met opzet den dictator eene nederlaag bezorgde. Hierop matigde Papirius zijne strengheid, en met zijne soldaten verzoend, behaalde hij eene beslissende overwinning. Dit verhaal is niet geheel betrouwbaar. In 320 was hij consul, en wischte de schande van de nederlaag bij Caudium (321) uit, door de Samnieten te verslaan. De berichten hieromtrent zijn tamelijk waardeloos. In 315 en 313 bekleedde P. nogmaals het consulaat; in 310—deFasti Capitolinigeven ten onrechte het jaar 309—was hij dictator. Hij was een uitstekend veldheer.—7)L. Papirius Cursor, zoon van no. 6, bracht samen met zijn ambtgenootSp. Carvilius Maximusals consul in 293 den Samnieten, in 272 den Tarentijnen beslissende nederlagen toe en maakte een einde aan den oorlog met Tarentum; de berichten hieromtrent zijn echter niet betrouwbaar. Hij bouwde in 293 een nieuwen tempel voor Quirinus.—8)C. Papirius Maso, consul in 231, had de Corsen overwonnen, de senaat echter weigerde hem de eer van een zegetocht. Toen was Maso de eerste, die een triumftocht op den albaanschen berg hield.—9)Papiria, dochter van no. 8, was de vrouw van L. Aemilius Paullus, den overwinnaar bij Pydna, en de moeder van Scipio Africānus minor.—10)L. Papirius Mugillānus, consul in 444, censor in 443, maakte zich in 420 als interrex verdienstelijk door een twist te bezweren tusschen senaat en volkstribunen.—11)C. Papirius Carbo, volkstribuun in 131, een begaafd redenaar, geraakte over zijn wetsvoorstelde tribunis plebis reficiendis(zieCorneliino. 18 enPapiriae (leges)), in hevigen strijd met Scipio Africānus minor en werd later van medeplichtigheid aan diens dood verdacht (129). Zie omtrent hem ook onderAgrariae leges,Lex Sempronia agraria van den volkstribuun Tib. Gracchus van 133. In 120 sloot hij zich als consul bij de senaatspartij aan, maar werd toch na den afloop van zijn consulaat door L. Licinius Crassus (zieLiciniino. 12) wegens deelneming aan de woelingen der Gracchen aangeklaagd, waarop hij zich door vergif van kant maakte.—12)Cn. Papirius Carbo, broeder van no. 11, consul in 113, werd bij Noreia door de Cimbren verslagen.—13)C. Papirius Carbo Arvīna, zoon van no. 11, werd als aanhanger van Sulla op last van den jongen Marius omgebracht. Z.Papiria (lex) semiunciaria.—14)Cn. Papirius Carbo, aanhanger van Marius, was in 85 en84 consul met L. Cornelius Cinna, na wiens dood hij alleen het consulaat bekleedde. In 82 was hij opnieuw consul, maar, bij herhaling in 83 en 82 door Sulla verslagen, vluchtte hij naar Sicilia, waar hij in handen van den jongen Pompeius viel, die hem liet ombrengen.—15)L. Papirius Paetuswas een van Cicero’s vrienden, hij had een afkeer van de politiek.—16)M. Papirius, romeinsch ridder, die bij een schermutseling op de via Appia door de schuld van Clodius omkwam (58). De aanleiding tot deze schermutseling was het ontsnappen uit de hechtenis van Tigrānes (zieTigranesno. 2).Pappus,Πάππος, van Alexandrië, leefde ten tijde van Diocletianus, en schreef verscheiden werken over aardrijkskunde enὈνειροκριτικά. Een belangrijk meetkundig werk van hem,Μαθηματικὴ Συναγωγή, is bewaard gebleven.Papus, familienaam in degens Aemilia.Parabasis,παράβασις, z.Comoedia.Παράβολον, -βόλιον, het geld, dat bij de rechtbank gedeponeerd wordt door iemand, die van een vonnis appelleert.Παράβυστον, een gebouw, in een afgelegen wijk van Athene gelegen, waar de elfmannen geheime zittingen hielden.Paracheloītis,Παραχαλωῖτις, vruchtbare landstreek aan den mond van den Achelous, in Aetolia.Paraebates,Παραιβάτης, van Alexandrië, cyrenaeïsch wijsgeer, leermeester van Hegesias.Paraetacēne,Παραιτακηνή, perzisch = bergland; 1) op de grenzen van Persis en Media.—2)in het N.O. van Bactriāna.Paraetonium,Παραιτόνιον, aegyptische havenstad op de kust van Marmarica, met Pelusium de sleutels van Aegypte,cornua Aegypti, genoemd.Παραγραφή, exceptie van niet-ontvankelijkheid eener aanklacht, door den aangeklaagde opgeworpen. De verliezende partij moest aan de tegenpartij deἐπωβελίαbetalen, wanneer hij minder dan een vijfde der stemmen kreeg.Παρακαταβολή, eene geldsom, die bij sommige processen door den aanklager als waarborg gestort werd. Won hij het proces, dan werd hem het geld teruggegeven, anders verviel het aan de staatskas of aan de tegenpartij.Paralia,Παραλία, eene smalle strook lands op Attica’s Westkust, van kaap Sunium tot nabij de havens van Athene. De Paraliërs vormden tijdens Solon de middenpartij, de gematigde partij tusschen de aristocratische Pediaeërs en de democratische Diacriërs.Paralii,Παράλιοι, eigenlijk bewoners van de Paralia, die gedurende de burgertwisten ten tijde van Pisistratus de gematigde partij vormden; vandaar werd de naam ook aan die partij als zoodanig gegeven.Paralus,Πάραλος, 1) =Paralia.—2)kuststreek van Malis.Paralus,Πάραλος, een schip dat door den atheenschen staat gebruikt werd om gezanten bij feesten of godsdienstige plechtigheden naar de plaats hunner bestemming te brengen, boodschappen over te brengen naar de vloten, die in zee waren of in vreemde havens lagen, enz. De bemanning werdΠὰραλοιgenoemd.Παρανόμων γραφή, aanklacht wegens het voorstellen van een wet of volksbesluit, dat met de bestaande wetten in strijd is. Zoodra men met een eed (ὑπωμοσία) verklaarde, dat men iemand wegens zulk een wetsvoorstel wilde aanklagen, werd de behandeling van het voorstel geschorst, totdat over de aanklacht beslist was. De zaak werd voor de archonten behandeld, de straf was niet bij de wet bepaald, maar in ieder geval verloor hij, die driemaal op zulk een aanklacht veroordeeld was, het recht om wetten of besluiten voor te stellen.—Zelfs wanneer het voorstel reeds tot wet verheven was, kon men nog gedurende een jaar eeneγραφὴ παρανόμωνtegen den voorsteller indienen, na dien tijd kon hem persoonlijk geen straf meer treffen, en kon het doel van zulk eeneγραφήslechts zijn, de wet om genoemde reden te doen intrekken.Παράνυμφος, iemand, die een jonggehuwd paar vergezelt, wanneer de man op den avond van denbruiloftsdagzijne vrouw van haar huis naar het zijne brengt, gewoonlijk een van de naaste bloedverwanten.—Was de man reeds vroeger getrouwd geweest, dan kwam hij zijne vrouw niet zelf halen, maar werd zij hem door een bloedverwant of vriend,νυμφαγωγός, gebracht.Parapotamii,Παραποτάμιοι, stad in Phocis op de boeotische grenzen, aan den linkeroever van den Cephīsus.Παραπρεσβείας γραφή, aanklacht tegen iemand, die van zijne betrekking van gezant ten nadeele van zijne lastgevers misbruik maakt. Zulke zaken werden voor de euthynen behandeld, het bepalen van de straf was aan de rechters overgelaten.Parasange,παρασάγγης, perzische maat, ook door grieksche schrijvers dikwijls gebruikt om afstanden te bepalen; 1 par. = 30 stadiën, ongeveer een uur gaans.Parasītus,παράσιτος, helpers of ondergeschikten van overheidspersonen en priesters; in de comedie een klaplooper, iemand die voor een goed maal zich tot allerlei diensten laat gebruiken en zich de spotternijen van gastheer en gasten laat welgevallen.Παραστάδες, zieAntae.Παραστάς, z.Οἰκία.Παράστασις, eene kleine som geld, misschien een drachme, die men bij het indienen eenerγραφήdeponeerde, als het ware als onderpand dat de aanklacht ernstig gemeend was.Parauaea, landstreek in het N. van Epīrus, in het binnenland.Parcae, romeinsche naam der schikgodinnen, geheel geïdentificeerd met de Moerae.Πάρεδροι, bijzitters, aan verschillende overheidspersonen toegevoegd om hen van een deel hunner werkzaamheden te ontlasten, bijv. aan de archonten, euthynen e. a.Παρέγγραπτοι, wederrechtelijk als burgers ingeschrevenen, z.Διαψήφισις.Parentalia, zieferalia.Parilia=Palilia.Paris,Πάρις, zoon van Priamus en Hecabe. Na zijne geboorte gaf zijn vader hem aan een herder om hem op den Ida te vondeling te leggen (z.Aesacus), hij werd echter door een berin gezoogd, en toen de herder na vijf dagen het kind nog gezond en wel vond, nam hij het mede en voedde hij het met zijn eigen zoon op. P. groeide als een schoon jongeling onder de herders op; wegens de dapperheid, waarmede hij meermalen de kudden tegen roovers verdedigde, gaf men hem den naam Alexander. Hij trouwde met Oenōne, leefde gelukkig met haar, en werd na verloop van tijd ook weder door zijne ouders herkend. Kort daarna kwam Hermes hem uit naam van Zeus de opdracht brengen om als rechter op te treden in een strijd tusschen Hera, Athēna en Aphrodīte. Daar namelijk op de bruiloft van Peleus en Thetis alle goden en godinnen genoodigd waren behalve Eris, die men uit vrees voor onaangenaamheden uitgesloten had, wreekte deze zich door onder de gasten een gouden appel te werpen met het opschrift: aan de schoonste. Op dezen appel maakten nu de genoemde drie godinnen aanspraak, en weldra ontbrandde tusschenheneen hevige twist, die nu op raad van Zeus door P. beslecht zou worden. Hera beloofde hem indien de beslissing gunstig voor haar was, rijkdom en macht, Athēna wijsheid en krijgsroem, Aphrodīte de schoonste vrouw. P. gaf den appel aan Aphrodīte, en van dien tijd vervolgen de beide andere godinnen hem en alle Trojanen met bittere vijandschap. Hij gaat daarop naar Sparta, waar hij gastvrij ontvangen wordt, en gedurende eene afwezigheid van Menelāus schaakt hij de schoone Helena en voert hij haar mede naar zijn vaderland, in alles geholpen door Aphrodīte, die op deze wijze hare belofte vervulde. De trojaansche oorlog is hiervan het gevolg. In dien oorlog toonde hij zich over het algemeen onstandvastig en verwijfd, en hoewel hij soms dapper strijdt en o.a. ook Achilles doodt, haat het volk hem als de oorzaak van den oorlog. Kort voor de inneming van Troje werd hij door Philoctētes gedood. Z.Oenōne.Parisii, volksstam aan de Sequana. Hoofdstad:Lutetia Parisiorum, in den lateren keizertijd residentiestad, thans Parijs.Parium,Πάριον, havenstad in Mysia, milesische kolonie aan de Propontis bij den Hellespont, sedert den tijd van Augustus rom. kolonie. Aan de stichting hadden ook kolonisten uit Erythrae medegewerkt.Parma,Πάρμα, stad der Boii in Gallia Cispadāna, sedert 183 rom. kolonie, aan de via Aemilia. De parmaansche schapenwol was beroemd.Parmenides,Παρμενίδης, van Elea, geb. omstreeks 540, uit een rijk en aanzienlijk geslacht, aanhanger van Xenophanes, met wien hij nog persoonlijk bekend was. Van zijn leven is weinig bekend, als man van edel karakter, diepzinnig denker en verstandig wetgever was hij in zijn vaderstad hoog geëerd; reeds tamelijk bejaard kwam hij te Athene, waar hij den jongen Socrates ontmoette.—Het leerdicht van P., waarvan slechts weinige fragmenten bewaard gebleven zijn, heeft voornamelijk ten doel de eenheid en onveranderlijkheid van het heelal te betoogen. Slechts het zijn bestaat, het niet-zijn, dus ook het worden en te niet gaan, bestaat niet; het zijnde bestaat in den vorm van een bol, eeuwig, onveranderlijk, overal aan zichzelf gelijk. Veelheid en afwisseling is slechts een ijdele vertooning, waarin de menschen door zinsbedrog iets waars meenen te erkennen, het ware inzicht in de eenheid van het bestaande kan men alleen door denken verkrijgen, zelfs het denken en dat, waarop de gedachte zich richt, is hetzelfde. P. was, naar het schijnt, de eerste, die de goden als personificaties van natuurkrachten enz. verklaarde.Parmenio,Παρμενίων, 1) Macedoniër, een van de bekwaamste generaals van Philippus en Alexander. Hij overwon de Illyriërs, onderhandelde met de Atheners over den vrede van 346, stond later aan het hoofd der macedonische troepen op Euboea, en werd in 336 naar Azië gezonden om toebereidselen te maken voor den oorlog tegen Perzië. Onder Alexander voerde hij het bevel over het voetvolk, dikwijls vermaande hij Alexander tot voorzichtigheid en gematigdheid, maar zijne raadgevingen vonden weinig ingang. Na den slag bij Arbēla, waarin hij den linkervleugel aanvoerde, gaf Alexander hem het bestuur over Medië, na den dood van Philōtas meende hij echter diens vader niet langer te moeten vertrouwen en liet hij hem heimelijk uit den weg ruimen.—2)Macedoniër, dichter van eenige grieksche epigrammen, waarschijnlijk tijdgenoot van Augustus.—3)een bouwmeester, die door Alexander bij de stichting van Alexandrië gebruikt werd.Parmeniscus,Παρμενίσκος, leerling van Aristarchus, schreef commentaren op Homerus en de tragici.Parnassides,Παρνασίδες, de Muzen, naar haar verblijf op den Parnassus.Parnassus,Παρνα(σ)σός, gebergte in Phocis, aan Apollo, Dionȳsus en de Muzen geheiligd. Naar de twee hooge, meestal met sneeuw bedekte bergspitsen Lycorēa of Hyampēa en Tithorea (Λυκώρεια, Ὑάμπεια, Τιθορέα) werd de Parnassus dikwijls de tweetoppige genoemd. Van boven was hij met dennebosschen bedekt, in de laagte tierden mirten, laurieren en olijven. Het gebergte was rijk aan kloven, valleien, bronnen en beken. Men vond er Delphi met zijn tempel en orakel, de bron Castalia, de Corycische grot, de rotsen Phaedriades, van waar tempelroovers en godslasteraars in den afgrond werden geworpen. Onder den naam Cirphis scheidde zich een zijtak naar het Z. af. Door een diep ravijn tusschen beide bergen in stroomde de Plistus en liep de weg van Delphi naar Daulis met een zijweg naar Stiris. Op den daardoor gevormden driesprong (σχιστὴ ὁδός) versloeg Oedipus zijn vader Laïus.Parnes, gen.-ēthis,Πάρνης, -ηθος, een woest en ruw boschrijk gebergte in N.W. Attica. Bovenop stonden altaren en een standbeeld van Zeus Parnethius.Parnon,Πάρνων, bergketen tusschen Laconica en de landstreek Cynuria of Thyreātis.Πάροχος, naam, die soms aan denπαράνυμφοςgegeven wordt, omdat hij met het jonggehuwde paar op denzelfden wagen zat.Parodia,παρῳδία, verdraaiing van een algemeen bekend gedicht, zoodatdooreene kleine verandering in de woorden een geheel andere zin ontstaat, liefst iets belachelijks. In de blijspelen van Aristophanes zijn op deze wijze een aantal verzen van verschillende dichters, voornamelijk van Euripides, geparodiëerd.Πάροδος, het eerste optreden van het koor in een tooneelstuk, ook de deur ter zijde van de orchestra door welke het binnenkomt, verder het lied dat bij het eerste optreden gezongen wordt.Paropanīsus,Παροπάνισος, soms Paropamīsus, het hooggebergte aan de bronnen van den Oxus en den Indus. Het W. deel draagt nog dezen naam, het O. gedeelte wordt Hindoe-Koh geheeten. Het is hetzelfde gebergte als de Caucasus Indicus. De omwonende volksstammen werden Paropanisadae genoemd.Parōpus,Πάρωπος, stadje op Sicilia nabij Himera.Paroreātae,Παρωρεᾶται, met de Caucōnes de oudste bewoners van het triphylische bergland in Elis.Parorēa, -īa,Παρώρεια, streek in het N.O. van Epīrus, in Molossis, aan de grens van Macedonia.Paros=Parus.Parrhasia,Παρρασία, stad en landstreek in het Z.W. van Arcadia.Parrhasius= arcadisch.Parrhasis, arcadische vrouw, in het bijzonder bijnaam van Callisto.Parrhasius,Παρράσιος, 1) z.Parrhasia.—2)van Ephesus, een van de beroemdste grieksche schilders, leefde in het begin der 4deeeuw te Athene. Vooral de levendigheid en bevalligheid in de gelaatstrekken zijner beelden worden geroemd. Hij was zeer overmoedig en trotsch, droeg een purperen mantel, kroon en met goud versierden staf. Hij ging eens een wedstrijd aan met Zeuxis, en terwijl deze een tros druiven zoo natuurlijk schilderde, dat de vogels er op toevlogen, bedroog P. zijn mededinger zelven met een geschilderd gordijn, dat deze voor eenwerkelijkgordijn hield, zoodat hij op het puntstondhet te willen wegschuiven.Parthāon,Παρθάων, zoon van Agēnor en Epicaste, koning van Calydon en Pleuron, vader van Oeneus.Parthaonides, Meleager, kleinzoon van Parthāon.Parthēni=Parthini.Parthenia,παρθένια, -νεια, hymnen, die door een koor van jonkvrouwen met begeleiding van fluitspel gezongen worden, terwijl het zich op feestdagen in optocht naar een tempel begaf. Als dichters van Parthenia zijn bekend Alcman, Pindarus, Simonides e.a.Partheniae,παρθενίαι, zonen van spartaansche vrouwen en heloten, geboren gedurende de lange afwezigheid der Spartanen in den eersten messenischen oorlog. Daar hun niet de rechten van burgers gegeven werden, verlieten zij hun vaderland; zij gingen onder aanvoering van Phalanthus naar Italië en stichtten Tarentum.Parthenium,Παρθένιον, stad in de mysische landstreek Teuthrania, ten Z. van den Caīcus.Parthenius,Παρθένιος, 1) episch dichter van Chius, naar men zeide afstammeling van Homerus.—2)van Nicaea in Bithynië, werd in den mithradatischen oorlog gevangen en naar Rome gebracht (72). Hij werd spoedig vrijgelaten en bleef, na een kort verblijf te Neapolis, te Rome wonen, waar hij met Cornelius Gallus bevriend werd.Vergiliusleerde bij hem Grieksch. Hij schijnt vooral elegieën gedicht te hebben, bewaard gebleven is een werk onder den titelἘρωτικὰ παθήματα, bevattende 36 liefdesgeschiedenissen in proza, dat vooral waarde heeft door de vele fragmenten van alexandrijnsche geleerden, die met opgave van bronnen er in opgenomen zijn.—3)grammaticusin de 1steeeuw na C.—4)gunsteling van Domitiānus, nam deel aan de samenzwering, die den keizer het leven kostte; onder Nerva werd hij bij een soldatenoproer gedood.Parthenius mons,Παρθένιον ὄρος, bergketen op de arcadisch-argolische grenzen, ten N.O. van Tegea, met een heiligdom van Pan.Parthenius,Παρθένιος, rivier in het W. van Paphlagonia.Parthenon,Παρθενών, de beroemde tempel van Pallas Athēna, de maagd (παρθένος). ZieAthenae.Parthenopaeus,Παρθενοπαῖος, zoon van Ares, Milanion of Meleager en Atalanta, een van de zeven vorsten die met Adrastus tegen Thebae optrokken.Parthenope,Παρθενόπη, eene van de Sirenen.Parthenope,Παρθενόπη, oude naam voor Neapolis (Napels).Parthenus,Παρθένος, 1) bijnaam van de maagdelijke godin Athēna, waarnaar haar beroemde tempel, het Parthenon te Athene, genoemd was.—2)het sterrenbeeld de Maagd, waarin men Erigone no. 1 meende te herkennen.Parthia,Παρθία, Παρθυαία, Παρθυηνή, het land der Parthen (Parthi,Πάρθοι), ten O. van Media gelegen, over het algemeen woest en onvruchtbaar. De Parthen waren van oorsprong een turanisch nomadenvolk en uiterst geoefende ruiters en tevens voortreffelijke boogschutters. Terwijl zij schijnbaar vluchtten, keerden zij zich op hunne paarden om en troffen met goed gemikt schot den vervolgenden vijand (fugaces Parthi). Eerst waren zij onderworpen aan het perzische rijk, vervolgens aan het macedonische, daarna aan het syrische. Doch tijdens koningAntiochus II Theos stonden de Parthen op (248) en stichtten een eigen rijk, dat, in den beginne klein, zich allengs door veroveringen van den Indus tot aan den Euphraat uitbreidde (± 150). Zij bleven een barbaarsch volk, maar hunne vorsten namen, evenals de andere oostersche koningen, de hellenistische beschaving aan. Hunne 31 koningen hadden allen, behalve hun bijzonderen naam, nog dien van Arsaces. In plaats van het, oude Hecatompylus werd Ctesiphon tot hoofdstad verheven. De Parthen betoonden zich verbitterde vijanden van het rom. rijk. In 227 na C. maakte een Pers, Artaxerxes, zoon van Sassan, zich van het bewind meester en stichtte zoo het nieuw-perzische rijk onder de dynastie der Sassaniden.ParthīniofParthēni,Παρθινοί, Παρθηνοί, illyrisch volk bij Dyrrachium. Stad: Parthus.Parthiscus, bij latere schrijvers de naam van den Tisia (Theiss).Parthyaea, Parthyēne=Parthia.Parus,Πάρος, thans Paro, eil. van de groep der Cycladen, beroemd door het schitterend witte marmer,Parius lapis, uit den berg Marpessus. Oudtijds heette het Minōa, ook Demetrias. De eerste iambendichter, Archilochus, was er geboren. Geschiedkundig is het o.a. bekend door de vergeefsche expeditie van Miltiades. In 1627 werd hier eene marmeren plaat gevonden met 93 regels historische en letterkundige aanteekeningen. Zij werd aangekocht door lord Thomas Arundel en door diens kleinzoon Henry Howard in 1667 aan de bibliotheek van Oxford ten geschenke gegeven, waar zij nog is (marmorofchronicon Parium, ArundeliumofOxoniense).Paryādres,Παρυάδρης, gebergte in het O. van Pontus, langs de grens van Armenia minor, eene voortzetting van den mons Moschicus.Parysatis,Παρύσατις, stiefzuster en gemalin van Darīus Nothus, onder wiens regeering zij grooten invloed had, zoodat de spartaanschgezinde politiek van den koning in den peloponnesischen oorlog aan haar werd toegeschreven; ook haar zoon Artaxerxes Mnemon beheerschte zij geheel en al, ofschoon zij duidelijk genoeg liet blijken, dat zij aan haar anderen zoon, Cyrus, de voorkeur boven hem gaf, o. a. door de wreedheid waarmede zij allen vervolgde, die aan zijn dood schuld schenen te hebben. Wegens het vergiftigen van Statīra, de gemalin van Artaxerxes, werd zij eenigen tijd van het hof verwijderd.Pasargadaof-dae,Πασαργάδα, -δαι, oude hoofdstad van Persis, benoemd naar de Pasargadae (z.a.). De stad lag in den Z.O. hoek van Persis, aan de grens van Carmania. Hier was het graf van Cyrus.Pasargadae,Πασαργάδαι, de edelste stam der Perzen, waartoe ook de Achaemeniden behoorden.Pasicrates,Πασικράτης, vorst van Soli op Cyprus, die zich aan Alexander d. G. onderwierp.Pasinu(Spasinu)Charax, zieCharax.Pasion,Πασίων, een geldwisselaar, die als metoeke te Athene leefde en wegens zijne mildheid jegens den staat het burgerrecht kreeg; zijne strenge eerlijkheid was in geheel Griekenland bekend. Hij stierf in 370.Pasiphaë,Πασιφάη, 1) dochter van Helius en Persēis, gemalin van Minos (z. a.), moeder van den Minotaurus.—2)eene godin, die te Thalamae no. 2 een tempel had, waar droomorakels gegeven werden.Pasiphaēia, Phaedra, dochter van Pasiphaë.Pasiteles,Πασιτέλης, beroemd beeldhouwer, bronsgieter en ciseleur uit Zuid-Italië, werkte in de 1steeeuw te Rome. Hij heeft ook over kunst geschreven. Hij was de leermeester van Stephanus.Pasitelides,Πασιτελίδης, spartaansch veldheer in den peloponnesischen oorlog. In 422 werd hij harmost van Torōne, maar het volgende jaar namen de Atheners die stad weder, en P. werd krijgsgevangen gemaakt.Pasithea,Πασιθέα, 1) eene van de Charites.—2)Nereïde.—3)Najade, gemalin van Erichthonius, moeder van Pandīon.Pasitigris,Πασίτιγρις= kleine Tigris, thans Karoen, zijrivier van den Tigris, door Susiāne stroomende. De benedenloop heet Eulaeus.Passaron,Πασσάρων, oude molossische hoofdstad in Epīrus, in 169 door de Rom. vermeesterd.Passiēni. 1)L. Passienus Rufus, consul in 4, verwierf als proconsul van Africa deornamenta triumphalia, en was de beste redenaar van zijn tijd.—2)C. Passienus Crispus, zoon van no. 1, schatrijk vriend van Seneca. Hij was met Nero’s tante Domitia gehuwd, doch liet zich van haar scheiden om de tweede man van Agrippīna te worden. Deze laatste liet hem, naar verhaald wordt, kort daarna van kant maken.Passus, rom. lengtemaat = 2gradusof stappen = 5 rom. voeten = 1,478 meter.Mille passus= 1478,70 meter of ongeveer 16 minuten gaans.Pataeci,Παταικοί, dwergachtige godenbeelden, waarmede de phoenicische schepen aan voor- of achtersteven versierd waren.Patala=Pattala.Patara,τὰ Πάταρα, aanzienlijke zeestad in Lycia met een orakel van Apollo Patareus (Παταρεύς), die er vereerd werd.Patavium,Παταούιον, thans Padua, stad in het land der Veneti, in Gallia Cisalpīna aan den Medoacus minor (Brenta). Haar gebied strekte zich tot aan zee uit, zij kon 20000 man te velde brengen. Tijdens Augustus gold het na Rome voor de rijkste stad van Italië. Het is de geboorteplaats van Livius. De sage schrijft de stichting aan den Trojaan Antēnor toe.Paterculus, zieVellēii.Pater patrātus, de woordvoerder onder defetiales(z. a.).Patmus,Πάτμος, eil. op de aziatische kust, tot de Sporades behoorend, ten Z. van Samus.Patrae,Πάτραι, Πατρεῖς, eene der 12 achaeische bondssteden, thans Patras, aan de invaart der Corinthische golf.Patreszijn de (adellijke) hoofden dergentes, die gedurende den koningstijd en ook later te Rome zitting hadden in den Senaat.Patres conscripti, de titel waarmede later vaak de senatoren worden toegesproken, beteekent dus: patricische en (later) bijgevoegde (plebejische) senatoren. Depatresonder de senatoren hadden bijzondere voorrechten: 1o. het recht om uit hun midden eeninterrexte verkiezen (z. a.), hetgeen voor de laatste maal gebeurd is in 52; 2o. het recht om door depatrum auctoritasde wetten en keuzen dercomitiate bekrachtigen, m. a. w. depatreskonden alle wetten en keuzen dercomitiavernietigen, zoo deze in strijd waren met deauspiciaof ’s lands wetten. Van de wetten, die dit recht waardeloos maakten, zijn twee bekend: delex Publilia Philonisen delex Maenia. Voortaan gaat depatrum auctoritasover op den geheelen senaat (senatus auctoritas), die echter alleen de wetgeving in decom. centuriatakon beletten. Men verwarre dezesenatus auctoritasniet met het senaatsbesluit, dat doorintercessiogetroffen was.Patricii, de rom. geboorte-adel. Samen met den koning bestuurden zij den staat; alleen zij hadden oorspronkelijk zitting in den senaat (ziepatres). Ze zijn in verschillendegentesverdeeld, die ieder een zeker aantalclienteshadden. Ze worden onderscheiden in ouderen en jongeren adel,patres maiorum et minorum gentium; volgens de traditie stammen de jongere geslachten uit Alba Longa. Ook tijdens de republiek zijn nog de Claudii onder de patriciërs opgenomen. Caesar in 45 en Augustus in 29 (krachtens de lex Saenia van 30) en ook latere keizers hebben het patriciaat aangevuld door plebejische geslachten in den adelstand op te nemen. Onder Constantijn den Gr. werd het patriciaat aan hooge ambtenaren als persoonlijke adelstitel geschonken, zonder erfelijk te zijn.Patrii dii, goden, wier dienst men van zijne voorouders in engeren zin geërfd heeft, die dus alleen door een enkel geslacht of stam vereerd werden. Hiertoe behooren dus de Penātes, enkele godheden, van wie sommige edele familiën beweerden af te stammen, e. dgl.Patrīmi matrīmi, kinderen die nog een rom. vader en eene rom. moeder hebben, dus wier ouderscivesen nog in leven zijn, en die nog onder depatria potestasstaan. Bij sommige godsdienstige plechtigheden werd de bijstand van zulke kinderen alscamilliencamillaevereischt. Ook het meisje, dat tot vestaalsche maagd werd uitverkoren, moestpatrima matrimazijn.Patrocles,Πατροκλῆς, vriend van Seleucus I. Als bevelhebber over diens vloot in de Caspische zee verzamelde hij bouwstoffen voor belangrijke werken over de omliggende landen en volken.Patroclus,Πάτροκλος, zoon van Menoetius, den koning van Opus. Nog zeer jong doodde hij bij ongeluk zijn speelmakker Clysonymus (z. a.), en om hem aan de wraak van diens bloedverwanten te onttrekken, bracht Menoetius hem bij Peleus. Hij werd met Achilles opgevoed, werd zijn boezemvriend en wapenbroeder, ging met hem naar Troje en werd daar door Hector gedood, z.Achilles.Patrōnus, beschermheer. 1) In den oudsten tijd het patricische familiehoofd, onder wiens hoede en toezicht de cliënten stonden. De cliënt was verplicht den patroon eerbied te betoonen, bij gewichtige familiezaken diens raad in te winnen, met en voor hem de wapenen te dragen; hij moest ook, wanneer de dochter van den patroon huwde, bijdragen tot den bruidschat, en evenzoo tot den losprijs, wanneer de patroon uit vreemde krijgsgevangenschap moest worden losgekocht. De patroon moest zijnerzijds den cliënten hulp en bescherming verleenen en inrechtszakenvoor hen optreden. De band was heilig:patronus si clienti fraudem fecerit, sacer esto.—2)Causarum patronus, nietadvocatus, is de advocaat, die in rechtsgedingen pleit.—3) ook steden, gewesten en provinciën hadden dikwijls te Rome hunnepatronionder wier bescherming zij zich stelden en die hunne belangen moesten behartigen. Zoo waren o. a. de Marcelli patronen van Sicilië. Dit patronaat komt eenigermate overeen met de hedendaagsche instelling der consulaten.Pattala, Pattalēne,Πάτταγλα, Πατταληνή, het Delta-land van den Indus, met de stad Pattala.Patulcius, bijnaam van Janus (z.a.).Patūmus,Πάτουμος, stad aan den Nijl, van waar Necho een kanaal liet graven naar de Arabische golf = het latere Heroöpolis.Paul(l)inus, familienaam bij deSuetonii.Paul(l)us, familienaam in degens Aemilia(Aemiliino. 8–10).Paulus,Παῦλος, de Apostel der Heidenen. Hij was te Tarsus in Cilicia geboren uit Joodsche ouders, en heette oorspronkelijk Saulus,Σαῦλος, maar zijn vader was reeds Romeinsch burger, hetgeen hem zijn geheele leven door uit allerlei moeilijkheden heeft geholpen. Hij werd door zijn vader voor zijn opvoeding naar Jeruzalem gezonden, en behoorde tot de secte der Pharisaeën. Oorspronkelijk heeft hij de Christenen te Jeruzalem vervolgd, maar op weg naar Damascus, om ook daar de Christenen te vervolgen, is hij tot het Christendom bekeerd (± 30 n. C. of later). Hij heeft een tijd lang te Antiochia gewoond, waar toen reeds een Christengemeente was. Zijne zendingsreizen vallen ongeveer in de jaren 46–47, 48–51 (in Athene einde 49, te Corinthe begin 50 tot Juli 51), en 52–57. Op aanklacht der Joden is hij te Jeruzalem gevangen genomen, onder het procuratorschap van Felix, en heeft 2 jaren (tot 59) te Caesarēa gevangen gezeten. Toen hij zich bij den opvolger van Felix, Festus, op zijn Romeinsch burgerrecht beriep, is hij met vele andere gevangenen in den winter van 59/60 naar Rome gevoerd (schipbreuk en verblijf te Malta Nov. 59). In Rome is hijin custodia militarigeweest, maar mocht een eigen huurhuis bewonen en prediken.Wat na 62 met hem gebeurd is, is niet zeker overgeleverd. Men meent, dat hij in 64 met Petrus door Nero terecht gesteld is. Zijn brieven en de Handelingen der Apostelen, waarin zijn leven beschreven wordt, zijn niet alleen belangrijk uit een godsdienstig oogpunt, maar ook een buitengewoon belangrijke bron voor de cultuurgeschiedenis van de 1steeeuw n. C. Paulus sprak en schreef, zooals waarschijnlijk de meeste Joden van zijn tijd, behalve Philo en Flavius Josephus, in deκοινή(z.a.).Paulus(Diaconus), z.Festusno. 2.Paulus(Iulius), rom. jurist onder de regeering der Sevēri. Met Papiniānus was hij lid van hetconsilium principis, met Ulpiānuspraefectus praetorio. Hij heeft ontzaglijk veel geschreven, doch in wijze van voorstelling staat hij achter bij Papinianus en Ulpianus.Paulus(IuliusofClaudius), broeder van Civīlis, onder keizer Nero ter dood gebracht onder beschuldiging vanrebellio.Pausanias,Παυσανίας, 1) zoon van Cleombrotus, regeerde over Sparta als voogd van Plistarchus, den zoon van Leonidas. Hij verwierf grooten roem als opperbevelhebber van het grieksche leger in den slag bij Plataeae (479), tuchtigde daarna Thebe, dat met de Perzen geheuld had, onderwierp Cyprus en veroverde Byzantium. Hier geraakte hij weldra onder den invloed van perzische zeden en gewoonten, hij nam de kleeding en de manieren van een perzisch satraap aan, en maakte zich door zijn overmoed zoo gehaat, dat ook daardoor de grieksche bondgenooten zich van Sparta afscheidden en de hegemonie aan Athene aanboden. Hij knoopte met Xerxes onderhandelingen aan, vroeg zijne dochter ten huwelijk, en bood aan hem de heerschappij over Griekenland te bezorgen. Van verschillende kanten aangeklaagd, dat hij zich meer als tyran dan als strateeg gedroeg, werd P. teruggeroepen, en ofschoon hij vrijgesproken werd, werd hem het opperbevel ontnomen. Op eigen gezag keerde hij echter naar Byzantium terug, en door de Atheners van daar verdreven, zette hij van Colonae uit zijne onderhandelingen met Xerxes voort, totdat hij opnieuw teruggeroepen werd (469). Wederom waren er duidelijke bewijzen dat hij met den perzischen koning heulde, ook werd gezegd dat hij de Heloten tot opstand aangespoord had, toch durfden de ephoren hem nog niet te straffen, totdat zij door een van de vertrouwden van P. een brief van hem aan Xerxes in handen kregen en in de gelegenheid gesteld werden hem met eigen mond den inhoud er van te hooren bevestigen. Toen hij gevangen genomen zou worden, vluchtte hij in den tempel van Athēna Chalcioecus, daar werd hij ingesloten, het dak werd van den tempel afgenomen, de deuren dichtgemetseld en zoo stierf hij van honger. Op het oogenblik, waarop hij den geest zoude geven, werd hij uit den tempel gedragen om het heiligdom niet te bezoedelen (468).—De geheimzinnigheid, waarmede deze zaak op echt spartaansche wijze door de ephoren behandeld werd, is de oorzaak, dat reeds in de oudheid velen aan het verraad van P. getwijfeld hebben, en ook sommige nieuweren zijn van meening, dat de ephoren zelf het gerucht er van verbreid hebben om de ware beweegredenen van hunne handelwijze, welke die dan ook mogen geweest zijn, te bedekken.—2)kleinzoon van den vorigen, had de koninklijke waardigheid gedurende de ballingschap van zijn vader Plistoanax (444–426), en volgde hem na zijn dood op (408). Gedurende de burgertwisten te Athene na afloop van den peloponnesischen oorlog, werd hij met een leger gezonden om de 30 tegen Thrasybūlus te helpen; in plaats daarvan bewerkte hij echter, hetzij uit sympathie voor de atheensche democraten of om Lysander tegen te werken, dat de democratie hersteld werd en de 30 Athene moesten verlaten. Reeds dit werd hem toen zeer kwalijk genomen, en toen hij nu in het begin van den corinthischen oorlog door te laat op de afgesproken plaats te komen de oorzaak was van de nederlaag bij Haliartus (395), werd hij in staat van beschuldiging gesteld; hij vluchtte naar Tegea, waar hij in 385 stierf.—3)Macedoniër, diePerdiccasII vruchteloos de regeering betwistte (450).—4)koning van Macedonië, die door Amyntas onttroond werd (393).—5)Macedoniër, die na den dood van Perdiccas III (360) aanspraak op de regeering maakte; hij werd door de Thraciërs ondersteund, maar toen Philippus hen voor zich had gewonnen, moest P. van zijne eischen afzien.—6)een van de lijfwachten van Philippus van Macedonië, dien hij om persoonlijke grieven vermoordde; hij vluchtte, maar werd gevat en gekruisigd.—7)ὁ περιηγητής, een Lydiër, die onder Hadriānus en de Antonijnen te Rome leefde. Hij beschreef in 10 boeken eene reis door het grootste gedeelte van Griekenland, waarbij hij vooral let op oude gebouwen en gedenkteekenen en hunne godsdienstige of artistieke beteekenis; daarnevens vermeldt hij verscheiden geschied- en aardrijkskundige bijzonderheden. Of hij inderdaad alle plaatsen zelf bezocht heeft, die hij beschrijft, is twijfelachtig; in ieder geval heeft hij niet alleen zijn eigen waarnemingen te boek gesteld, maar ook oudere schrijvers als bronnen gebruikt. Het werk is ontstaan tusschen 161 en 177.—8)van Caesarēa in Cappadocië, leerling van Herōdes Atticus, leeraar der welsprekendheid te Athene en te Rome in de tweede eeuw na C.Pausias,Παυσίας, van Sicyon, beroemd schilder kort voor Alexander d. G., die vele leerlingen vormde; hij wordt genoemd als de eerste, die de zolderingen met bloemen, kinderfiguren en arabesken beschilderde.Pausilȳpum,Παυσίλυπον, (smartverdrijvend = Sans souci) (Posilippo) heerlijke villa ten W. van Napels, door Vedius Pollio aan Augustus vermaakt. Agrippa liet daar een onderaardschen gang uithouwen, thans de grot van Posilippo genaamd.Pauson,Παύσων, arm caricatuurschilder te Athene, tijdgenoot van Aristophanes.Paxi,Παξοί, twee eilandjes tusschen Corcȳra en Leucas, thans Paxo en Antipaxo.Peculātus, verduistering van staats- of tempeleigendom.Peculium, wordt het vermogen genoemd, dat de paterfamilias aan een zoonin potestateof aan een slaaf toestond te verwerven of te bezitten. Hij kon het hem echter te allen tijde ontnemen.Peculium castrenseis wat de zoon zich verwerft, terwijl hij in krijgsdienst is;quasi castrense, terwijl hij een openbaar ambt bekleedt. Augustus bepaalde, dat defilius familiasde vrije beschikking zou hebben over hetpeculium castrense.Pedaneus, zieiudex pedaneus.Pedanii, plebejisch geslacht. Over den geneesheer Pedanius Dioscorides zieDioscorides.Pedariizijn sedert delex Ovinia(z.a.) die senatoren, die geen curulisch ambt bekleed hadden. De voorzitter was niet verplicht hun meening te vragen, zoodat in den regel hun rol zich bepaalde tot het deelnemen aan de stemming:ibant pedibus in sententiam alienam; vandaar hun naam.Pedasa,τὰ Πήδασα, stad in Caria, ten O. van Halicarnassus.Pedasus,Πήδασος, 1) oude stad der Leleges in het zuiden van Troas,aanden Satnioīs.—2)stad in Messenia, later Methōne, thans Modon.Pediaei,Πεδιαῖοι, eigenlijk bewoners van de Pedias, het vlakke land in het Noorden en Noordwesten van Attica, meest rijke grondeigenaars; in de burgertwisten ten tijde van Pisistratus vormden zij voornamelijk de oligarchische partij, vandaar wordt de naam ook aan die partij als zoodanig gegeven.Pedias,Πεδιάς, het vlakke gedeelte van Attica ten N. en N.W. van Athene, waar de groote grondbezittingen gelegen waren. De Pediaeërs,Πεδιαῖοι, vormden in Solons tijd de aristocratische partij.Pedia(lex) van den consul Q. Pedius in 43, tot vogelvrijverklaring (aqua et igni interdictio) van Caesars moordenaars.Pediēa,Πεδίεια, vlek in Phocis ten N. vandenCephissus.Pedii, eene familie, die in den laatsten tijd der rom. republiek opkwam.Q. Pedius, zusterszoon van Caesar, diende onder hem in Gallia en was in 45 legaat in Hispania. In 48 bekleedde hij de praetuur. Na Caesars dood stond Pedius het hem gemaakte legaat aan Octaviānus af en werd toen in 43 diens medeconsul, ziePedia lex. Hij stierf reeds in ditzelfde jaar.Pednelissus,Πεδνηλισσός, stad in Pisidia.Pedo Albinovānus(C.), episch dichter, vertrouwd vriend van Ovidius. Hij schijnt eeneThesēiste hebben geschreven, terwijl van een gedicht over Germanicus nog een fragment bij Seneca (de beschrijving van een tocht op de Noordzee) wordt gevonden. Ook moet hij epigrammen hebben gedicht.Peducaea(lex), plebisciet van Sex. Peducaeus, volkstribuun in 113. In het voorgaande jaar waren drie vestaalsche maagden vanincestusbeschuldigd; het college der pontifices had slechts ééne, Aemilia, veroordeeld en de beide andere, Marcia en Licinia, vrijgesproken. Laatstgenoemde was op schitterende wijze verdedigd door L. Crassus. Delex Ped.beval een nieuw onderzoek, met het gevolg dat ook Marcia en Licinia veroordeeld werden.Peducaei, 1) ziePeducaea lex.—2)Sex. Peducaeus, stadhouder van Sicilia in 75, onder wien Cicero als quaestor te Lilybaeum werkzaam was, een man van groote rechtvaardigheid, die zich algemeene liefde en achting verwierf.—3)S. Peducaeus, zoon van no. 2, een geleerd man, wiens oordeel door T. Pomponius Atticus op hoogen prijs werd gesteld. In de burgeroorlogen was hij op de zijde van Caesar en van Octaviānus.Pedum, oude stad van Latium, aan de via Labicāna.Pegae=Pagae.Pegasides,Πηγασίδες, z.Pegasus.Pegasus,Πήγασος, een gevleugeld paard, door Poseidon bij Medūsa (z. a.) verwekt. Het steeg terstond na zijne geboorte ten hemel op en draagt voor Zeus den donder en bliksem, later stond Zeus het aan Eos af en eindelijk werd het onder de sterren geplaatst. Het werd door Bellerophon (z. a.) gevangen, toen het aan de bron Pirēne dronk, of hij kreeg het van Athēna of Poseidon. Toen de Helicon, in verrukking gebracht door het gezang der Muzen, opsprong, bracht P. den berg op bevel van Poseidon met een hoefslag tot rust, en deed met denzelfden slag de bron Hippocrēne ontspringen, waaruit de Muzen en dichters drinken om zich in geestvervoering boven het aardsche te verheffen. Denzelfden oorsprong en dezelfde eigenschap hebben ook de bronnen Hippocrēne te Troezen en Pirēne te Corinthe, vandaar worden zij en verder ook de Muzen zelvePegasides(Πηγασίδες) genoemd.Pela,Πήλη, eil. op de ionische kust bij Clazomenae.Pelagones,Πελαγόνες, paeonischevolksstamin Macedonia, die eerst aan de boorden van den Axius (Vardar) woonde, doch van daar naar het W. van Paeonia verhuisde, welke nieuwe woonplaats naar hen Pelagonia werd geheeten. Geheel in het N. van Thessalia lag nog eene pelagonische tripolis, uit de steden Azorus, Pythium en Doliche bestaande.Πελαργικόν(τεῖχος) =Πελασγικόν(τεῖχος).Pelasgi,Πελασγοί. De grieksche schrijvers nemen aan, dat er vóór de eigenlijke Hellenen in verschillende deelen van Griekenland, vooral in de Peloponnēsus, in Thessalië en Epīrus, en ook aan de Westkust van Klein-Azië en in Italië een volk gewoond heeft, dat Pelasgi heette. In werkelijkheid hebben ze alleen in Thessalia, aan de Penēus gewoond, waar het gewest Pelasgiōtis naar hen genoemd is.Pelasgia,Πελασγία, oude naam voor Griekenland, voor dePeloponnēsusen voor Lesbus.Πελασγικόν, Πελαργικόν(τεῖχος), een oude versterking aan den westkant van deAcropolis, behoorende tot het oudste gedeelte van Athene.Pelasgiōtis,Πελασγιῶτις, gewest van Thessalia ten Z. van den Penēus, met de hoofdstad Larisa of Larissa, genoemd naar de Pelasgen.Pelasgis,Πελασγίς, bijnaam van Hera en Demēter als oude pelasgische godinnen.Pelasgus,Πελασγός, 1) mythisch stamvader der Pelasgen. Zijne afstamming wordt zeer verschillend opgegeven: als zijn vader worden genoemd Zeus, Poseidon, Phorōneus, Arestor e. a., als zijne moeder Niobe of Larissa, gewoonlijk wordt hij echter als autochthoon beschouwd. Hij zoude Parrhasia, Argos in dePeloponnēsusof in Thessalië gesticht hebben, den landbouw in Argos ingevoerd hebben, enz.—2)koning van Argos, bij wien Danaüs en zijne dochters een toevlucht zochten. Hij verdedigde hen tegen Aegyptus, maar werd overwonnen en verliet het land.Πελέται=Ἑκτήμοροι.Peleus,Πηλεύς, zoon van Aeacus en Endēis. Hij of zijn broeder Telamon doodde bij het spelen met den discus een zoon van Aeacus en Psamathe, Phōcus, daarom waren beiden genoodzaakt uit Aegīna te vluchten. Nadat zij aan den tocht der Argonauten hadden deelgenomen, werd hij gastvrijopgenomendoor Eurytion, koning van Phthia, die hem van zijn schuld reinigde, hem zijne dochter Antigone tot vrouw gaf en een deel van zijn rijk afstond. Hij leefde hier eenigen tijd gelukkig, maar daar hij bij de calydonische jacht het ongeluk had zijn schoonvader te dooden, moest hij opnieuw vluchten; hij begaf zich naar Iolcus, z.Acastus. Op bevel der goden werd hem nu, daar Antigone (z. a.) gestorven was, de Nereïde Thetis tot gemalin gegeven, en toen zij hem onder allerlei gedaanten trachtte te ontvlieden, leerde Chiron hem de kunst om telkens dezelfde gedaante aan tenemenals zij, zoodat zij zich na langen strijd aan hem moest overgeven. Op de bruiloft waren alle goden en godinnen tegenwoordig, behalve Eris, z.Paris. P. regeerde sedert gelukkig over Phthia, doch toen hij Thetis stoorde bij hare pogingen om hun zoon Achilles onsterfelijk te maken, verliet zij hem en keerde zij naar de zee terug. Na den dood van Achilles werd P., die toen reeds zeer oud was, uit zijn rijk verjaagd, later door Neoptolemus in de regeering hersteld, doch toen na diens dood Orestes Phthia veroverde, moest hij weder in ballingschap gaan en zoo eindigde hij zijn leven. In de onderwereld werd hij bij Aeacus en Achilles geplaatst.—V. a. verzoende Thetis zich met hem na den dood van Neoptolemus, en volgde hij haar naar de diepte der zee, waar hij aan hare zijde voortleeft.Peliades,Πελιάδες, de dochters van Pelias (z. a.).Pelias,Πελίας, zoon van Poseidon en Tyro, maakte zich na den dood van Cretheus, die met Tyro gehuwd was, van de regeering over Iolcus meester. Om alleen te kunnen regeeren verdreef hij zijne broeders Neleus (z. a.) en Aeson (z. a.) en zond hij Iāson uit om het gulden vlies te halen. Maar toen deze van Colchis terugkwam, wist Medēa de dochters van P., Pisidice, Pelopēa en Hippothoë, te overreden haar ouden vader een verjongingskuur te laten ondergaan. Nadat zij bewijzen van haar tooverkunst gegeven had, sneden de zusters op haar bevel P. in stukken, die zij kookten, doch toen dit geschied was, weigerde Medēa hare verdere hulp. De Peliaden vluchtten daarop naar Mantinēa in Arcadië.Pelīdes,Πηλείδης, Achilles en Neoptolemus, zoon en kleinzoon van Peleus.Peligni, sabijnsch volk in Midden-Italia, met de hoofdstad Corfinium (z. a.). Met de Vestīni en Marrucīni hadden zij gemeenschappelijk de havenstad Aternum.Pelinnaof-naeum,Πέλιννα, -ναιον, versterkte stad ten N. van den Penēus, in het thessalische landschap Hestiaeōtis.—Ook de naam van een gebergte in het Noorden van Chius.Pelion,Πήλιον, woest en boschrijk gebergte in het thessalische landschap Magnesia, een der bergen, die door de Giganten opeengestapeld werden (de Ossa en de Olympus waren de andere), toen zij den hemel wilden bestormen. Op den top stond een tempel van Zeus Actaeus met de grot van den Centaur Chiron in de nabijheid.Pelium, stad der Dassarētae inzuidelijkIllyria.Pella,Πέλλα, 1) oude stad van Macedonia in het distrikt Bottiaea, nabij het meer Borborus, dat door den Ludias wordt gevormd. Philippus van Macedonia maakte er zijne residentie van. Alexander de Gr. werd er geboren.—2)stad in Peraea, niet ver O.-waarts van den Jordaan, tegenover Scythopolis, door Alexander Jannaeus verwoest, later door Pompeius herbouwd.Pellana,τὰ Πέλλανα, stad aan den Eurōtas in Laconica, ten N. van Sparta.Pellēne,Πελλήνη, de meest oostelijke der 12 bondssteden van Achaia, met de haven Aristonautae.Pelopēa,Πελοπεία, dochter van Thyestes, bij wien zij moeder werd van Aegisthus.Pelopidae,Πελοπίδαι, afstammelingen van Pelops: Atreus, Thyestes, Agamemnon e. a.Pelopidas,Πελοπίδας, zoon van Hippocles, rijk en edel Thebaan, moest als aanhanger der democratische partij bij de bezetting der Cadmēa door de Spartanen Thebe verlaten, en vluchtte naar Athene (382). Weldra trad hij aan het hoofd der uitgewekenen, en onder zijne leiding kwam de omwenteling tot stand, waardoor de Spartanen verdreven werden en de democratie hersteld werd (379). Daarop werd hij tot boeotarch gekozen. Als aanvoerder der heilige schaar versloeg hij twee spartaansche morae bij Tegȳra (375) en nam hij deel aan den slag bij Leuctra (371); met zijn vriend Epaminondas deed hij een inval in de Peloponnēsus, evenals deze werd hij aangeklaagd, omdat zij tegen de wet 4 maanden te lang de betrekking van boeotarchen hadden behouden, maar beiden werden vrijgesproken (369).Toen de thessalische steden de hulp van Thebe tegen Alexander van Pherae inriepen, ging P. met een leger naar Thessalië en dwong hij Alexander zijne voorwaarden aan te nemen; daarop trok hij naar Macedonië als scheidsrechter in de twisten over de troonopvolging en nam hij Philippus als gijzelaar mede naar Thebe. Doch nieuwe woelingen noodzaakten hem nogmaals tot een tocht naar het Noorden, door zijne huurtroepen verlaten kon hij nu in Macedonië niets uitrichten, en toen hij als gezant naar Thessalië ging, werd hij zelfs door Alexander gevangen genomen (368) en eerst losgelaten, toen Epaminondas met een leger aanrukte. Te Susa werd hij als gezant eervol ontvangen, ofschoon zijne pogingen om door den perzischen koning den vrede te laten voorschrijven geen gevolg hadden (367). Eindelijk trok hij ten derden male naar Thessalië om Alexander te beoorlogen, bij Cynoscephalae kwam het tot een slag, waarin de Thebanen de overwinning behaalden, doch toen P. een aanval op Alexander zelf deed, werd hij door diens lijfwachten gedood (364).
Pantheon, in doorsnede van binnen gezien.Pantheon, in doorsnede van binnen gezien.
Pantheon, in doorsnede van binnen gezien.
Panthoides,Πανθοΐδης, Euphorbus, zoon van Panthous; ook Pythagoras, die beweerde dat hij vroeger als Euphorbus op aarde geleefd had.
Panthous, -thus,Πάνθοος, -θους, zoon van Othrys, een van de oudsten van Troje, priester van Apollo en dapper krijgsman.
Panticapaeum,Παντικάπαιον, milesische volkplanting in de taurische Chersonēsus (Krim), gewoonlijk Bosporus geheeten, later hoofdstad van het bosporaansche rijk. Thans Kertsch.
Pantomīmus,Παντόμιμος, een tooneelstuk waarin de geheele handeling door lichaamsbewegingen en gebarenspel werd uitgedrukt (saltare fabulam). De pantomimen waren van rom. oorsprong en vielen zeer in den smaak. De stichter van hetgenreis waarschijnlijk Bathyllus (z. a. no. 2.) Keizer Nero trad er gaarne in op.
Panyasis,Πανύασις, van Halicarnassus, oom van Herodotus, werd door den tyran Lygdamis gedood. Als episch dichter vond hij bij zijne tijdgenooten niet veel bijval, lateren schatten hem echter zeer hoog en sommigen stelden hem in den canon der epici onmiddellijk na Homerus. Van zijne werken,ἩρὰκλειαenἸωνικά, zijn weinige maar schoone fragmenten bewaard gebleven.
Paphia,Παφία, bijnaam van Aphrodīte, naar Paphus, waar zij zich het liefst ophield en een beroemden tempel had.
Paphlagonia,Παφλαγονία, gewest van Asia minor aan den Pontus Euxīnus (Zwarte zee), tusschen den Parthenius en den Halys, bergachtig en meer voor veeteelt dan voor landbouw geschikt. Het leverde voortreffelijk hout voor den scheepsbouw op. De bewoners, Paphlagones,Παφλαγόνες, worden reeds bij Homerus vermeld. De geschiedenis van dit landje is van belang ontbloot. Het was achtereenvolgens lydisch, perzisch, macedonisch, na Alexanders dood onafhankelijk. In 220 veroverden de paphlagonische vorsten Pontus; van 180 tot 120 was Paphl. weder van Pontus gescheiden, daarna er mede hereenigd, tot het in handen der Romeinen viel.
Paphus,Πάφος, zoon vanPygmalion(z.a.), stamheros der stad Paphus.
Paphus,Πάφος, naam van twee aan Aphrodīte geheiligde steden op de Z.W. kust van Cyprus. Te Oud-Paphus,Παλαίπαφος, een phoenicische kolonie, was de godin aan land gestegen. Dáár had zij een prachtigen tempel, waar op 100 altaren voortdurend wierook werd gebrand. Dáár en op Cythēra was haar meest geliefdkoosd verblijf. Nieuw-Paphos,νέα Πάφος, lag landwaarts in.
Papia (lex)de virginibus Vestalibus, misschien van 65. Volgens deze wet moest de pontifex maximus voor de keuze eener Vestalin 20 meisjes uitkiezen, waaruit dan in eencontiodoor het lot ééne zou worden aangewezen.
Papia (lex)de peregrinis, plebisciet van 65, waarbij den niet-burgers het verblijf te Rome werd ontzegd, en straf bedreigd werd tegen hen, die zich het burgerrecht hadden aangematigd. ZieJunia (lex).
Papia Poppaea (lex), z.Julia et Papia Poppaea (lex).
Papii, geslacht uit Samnium afkomstig. Bekend is vooralC. Papius Mutilus, een van de aanvoerders der bondgenooten in denMarsischen oorlog. Later trad hij op als een van de aanvoerders der democratische partij, en hield hij de verdediging van Nola tegen Sulla vol tot het jaar 80. Toen hij daarop naar zijn huis te Teanum vluchtte, weigerdezijn vrouw Bastia hem den toegang, omdat hij op de lijst derproscriptistond, waarop hij zich van kant maakte.
Papiniānus(Aemilius), zeer beroemd rom. rechtsgeleerde uit den tijd van keizer Septimius Sevērus, bij wien hij in hoog aanzien stond en onder wien hij als praefectus praetorio den veldtocht naar Britannia mede maakte (208 n. C.). Hij schreef verscheidene rechtsgeleerde werken. De voornaamste hiervan zijn deQuaestiones(37 boeken) en deResponsa(17 boeken), die in de wetboeken van Justiniānus vaak aangehaald worden. Na Sevērus’ dood zocht hij als bemiddelaar tusschen Caracalla en Geta op te treden. Daarom liet Caracalla hem, na de vermoording van Geta, ombrengen (212 n. C.).
Papinius, zieStatiino. 7.
Papiria (lex), waarschijnlijk van 304, dat niemand een gebouw of altaar mocht wijden zonder goedkeuring van het volk of, volgens andere lezing, zonder verlof van den senaat of de meerderheid der volkstribunen.
Papiria (lex)van den volkstribuun L.Papirius, z.Tresvirino. 2.
Papiria (lex)semiunciaria, van den volkstribuun C. Papirius Carbo Arvīna (Papiriino. 13), van 89, waarbij deastot op een halveunciaverkleind werd, maar de waarde dezelfde bleef = ¼ sestertius. Z.As.
Papiria (lex)de libertinorum suffragiisvan den zelfden, werd door Sulla opgeheven.
Papiriae (leges)van den volkstribuun C. Papirius Carbo, 131. De eene dezer wetten,de tribunis plebis reficiendis, bepalende dat dezen zonder beperking herkiesbaar zouden zijn, werd verworpen. De andere, eenelex tabellaria, voerde de geheime stemming ook bij wetgevende comitiën in, zieTabellariae (leges).
Papirii, rom. geslacht, waarin de plebejischeCarbōnesen de patricischeCrassienCursōresde voornaamste familiën zijn. 1)M’. Papirius Crassuswas in 441 de eerste consul uit dit geslacht.—2)L. Papirius Crassus, consul in 436, oorloogde tegen de Vejenten.—3)L. Papirius Crassuswas in 340 dictator, terwijl L. Papirius Cursor (no. 6) zijn magister equitum was. Hij voerde echter niet veel uit. In 336 was hij consul en evenzoo in 330, in welk laatste jaar hij tegen de stad Privernum streed. Hij was de eerste van zijn geslacht, die zijn naam met eenrschreef, vroeger heetten zij Papisii.—4)M. Papirius Crassus, broeder van no. 3, was dictator tegen de Galliërs in 332.—5)L. Papirius Cursorwas censor in 393. Toen zijn ambtgenoot C. Iulius Iulus gestorven was, werd M. Cornelius Maluginensis in diens plaats gekozen. Daar echter in den loop van dit lustrum Rome door de Galliërs werd ingenomen, is er na dien tijd nooit meer eencensor suffectusgekozen, maar werd de censor genoodzaakt na den dood van zijn ambtgenoot af te treden. De opgegeven reden is echter waarschijnlijk niet de ware.—6)L. Papirius Cursor, reeds genoemd bij no. 3, was in 325 dictator tegen de Samnieten. Toen zijn magister equitum (z.Fabiino. 14) in zijne afwezigheid tegen zijn bevel slag geleverd en eene luisterrijke overwinning behaald had, wilde Papirius, die woedend was, Fabius met den dood straffen. Het leger kwam in verzet en Fabius vluchtte naar Rome, waarheen Papirius hem volgde. Senaat, volksvergadering, tribunen, alles moest er aan te pas komen, eer de dictator zich liet vermurwen. Hij koos echter een anderen mag. eq., L. Pap. Crassus (no. 3). Het leger was hierover zoo verbitterd, dat het in den volgenden slag met opzet den dictator eene nederlaag bezorgde. Hierop matigde Papirius zijne strengheid, en met zijne soldaten verzoend, behaalde hij eene beslissende overwinning. Dit verhaal is niet geheel betrouwbaar. In 320 was hij consul, en wischte de schande van de nederlaag bij Caudium (321) uit, door de Samnieten te verslaan. De berichten hieromtrent zijn tamelijk waardeloos. In 315 en 313 bekleedde P. nogmaals het consulaat; in 310—deFasti Capitolinigeven ten onrechte het jaar 309—was hij dictator. Hij was een uitstekend veldheer.—7)L. Papirius Cursor, zoon van no. 6, bracht samen met zijn ambtgenootSp. Carvilius Maximusals consul in 293 den Samnieten, in 272 den Tarentijnen beslissende nederlagen toe en maakte een einde aan den oorlog met Tarentum; de berichten hieromtrent zijn echter niet betrouwbaar. Hij bouwde in 293 een nieuwen tempel voor Quirinus.—8)C. Papirius Maso, consul in 231, had de Corsen overwonnen, de senaat echter weigerde hem de eer van een zegetocht. Toen was Maso de eerste, die een triumftocht op den albaanschen berg hield.—9)Papiria, dochter van no. 8, was de vrouw van L. Aemilius Paullus, den overwinnaar bij Pydna, en de moeder van Scipio Africānus minor.—10)L. Papirius Mugillānus, consul in 444, censor in 443, maakte zich in 420 als interrex verdienstelijk door een twist te bezweren tusschen senaat en volkstribunen.—11)C. Papirius Carbo, volkstribuun in 131, een begaafd redenaar, geraakte over zijn wetsvoorstelde tribunis plebis reficiendis(zieCorneliino. 18 enPapiriae (leges)), in hevigen strijd met Scipio Africānus minor en werd later van medeplichtigheid aan diens dood verdacht (129). Zie omtrent hem ook onderAgrariae leges,Lex Sempronia agraria van den volkstribuun Tib. Gracchus van 133. In 120 sloot hij zich als consul bij de senaatspartij aan, maar werd toch na den afloop van zijn consulaat door L. Licinius Crassus (zieLiciniino. 12) wegens deelneming aan de woelingen der Gracchen aangeklaagd, waarop hij zich door vergif van kant maakte.—12)Cn. Papirius Carbo, broeder van no. 11, consul in 113, werd bij Noreia door de Cimbren verslagen.—13)C. Papirius Carbo Arvīna, zoon van no. 11, werd als aanhanger van Sulla op last van den jongen Marius omgebracht. Z.Papiria (lex) semiunciaria.—14)Cn. Papirius Carbo, aanhanger van Marius, was in 85 en84 consul met L. Cornelius Cinna, na wiens dood hij alleen het consulaat bekleedde. In 82 was hij opnieuw consul, maar, bij herhaling in 83 en 82 door Sulla verslagen, vluchtte hij naar Sicilia, waar hij in handen van den jongen Pompeius viel, die hem liet ombrengen.—15)L. Papirius Paetuswas een van Cicero’s vrienden, hij had een afkeer van de politiek.—16)M. Papirius, romeinsch ridder, die bij een schermutseling op de via Appia door de schuld van Clodius omkwam (58). De aanleiding tot deze schermutseling was het ontsnappen uit de hechtenis van Tigrānes (zieTigranesno. 2).
Pappus,Πάππος, van Alexandrië, leefde ten tijde van Diocletianus, en schreef verscheiden werken over aardrijkskunde enὈνειροκριτικά. Een belangrijk meetkundig werk van hem,Μαθηματικὴ Συναγωγή, is bewaard gebleven.
Papus, familienaam in degens Aemilia.
Parabasis,παράβασις, z.Comoedia.
Παράβολον, -βόλιον, het geld, dat bij de rechtbank gedeponeerd wordt door iemand, die van een vonnis appelleert.
Παράβυστον, een gebouw, in een afgelegen wijk van Athene gelegen, waar de elfmannen geheime zittingen hielden.
Paracheloītis,Παραχαλωῖτις, vruchtbare landstreek aan den mond van den Achelous, in Aetolia.
Paraebates,Παραιβάτης, van Alexandrië, cyrenaeïsch wijsgeer, leermeester van Hegesias.
Paraetacēne,Παραιτακηνή, perzisch = bergland; 1) op de grenzen van Persis en Media.—2)in het N.O. van Bactriāna.
Paraetonium,Παραιτόνιον, aegyptische havenstad op de kust van Marmarica, met Pelusium de sleutels van Aegypte,cornua Aegypti, genoemd.
Παραγραφή, exceptie van niet-ontvankelijkheid eener aanklacht, door den aangeklaagde opgeworpen. De verliezende partij moest aan de tegenpartij deἐπωβελίαbetalen, wanneer hij minder dan een vijfde der stemmen kreeg.
Παρακαταβολή, eene geldsom, die bij sommige processen door den aanklager als waarborg gestort werd. Won hij het proces, dan werd hem het geld teruggegeven, anders verviel het aan de staatskas of aan de tegenpartij.
Paralia,Παραλία, eene smalle strook lands op Attica’s Westkust, van kaap Sunium tot nabij de havens van Athene. De Paraliërs vormden tijdens Solon de middenpartij, de gematigde partij tusschen de aristocratische Pediaeërs en de democratische Diacriërs.
Paralii,Παράλιοι, eigenlijk bewoners van de Paralia, die gedurende de burgertwisten ten tijde van Pisistratus de gematigde partij vormden; vandaar werd de naam ook aan die partij als zoodanig gegeven.
Paralus,Πάραλος, 1) =Paralia.—2)kuststreek van Malis.
Paralus,Πάραλος, een schip dat door den atheenschen staat gebruikt werd om gezanten bij feesten of godsdienstige plechtigheden naar de plaats hunner bestemming te brengen, boodschappen over te brengen naar de vloten, die in zee waren of in vreemde havens lagen, enz. De bemanning werdΠὰραλοιgenoemd.
Παρανόμων γραφή, aanklacht wegens het voorstellen van een wet of volksbesluit, dat met de bestaande wetten in strijd is. Zoodra men met een eed (ὑπωμοσία) verklaarde, dat men iemand wegens zulk een wetsvoorstel wilde aanklagen, werd de behandeling van het voorstel geschorst, totdat over de aanklacht beslist was. De zaak werd voor de archonten behandeld, de straf was niet bij de wet bepaald, maar in ieder geval verloor hij, die driemaal op zulk een aanklacht veroordeeld was, het recht om wetten of besluiten voor te stellen.—Zelfs wanneer het voorstel reeds tot wet verheven was, kon men nog gedurende een jaar eeneγραφὴ παρανόμωνtegen den voorsteller indienen, na dien tijd kon hem persoonlijk geen straf meer treffen, en kon het doel van zulk eeneγραφήslechts zijn, de wet om genoemde reden te doen intrekken.
Παράνυμφος, iemand, die een jonggehuwd paar vergezelt, wanneer de man op den avond van denbruiloftsdagzijne vrouw van haar huis naar het zijne brengt, gewoonlijk een van de naaste bloedverwanten.—Was de man reeds vroeger getrouwd geweest, dan kwam hij zijne vrouw niet zelf halen, maar werd zij hem door een bloedverwant of vriend,νυμφαγωγός, gebracht.
Parapotamii,Παραποτάμιοι, stad in Phocis op de boeotische grenzen, aan den linkeroever van den Cephīsus.
Παραπρεσβείας γραφή, aanklacht tegen iemand, die van zijne betrekking van gezant ten nadeele van zijne lastgevers misbruik maakt. Zulke zaken werden voor de euthynen behandeld, het bepalen van de straf was aan de rechters overgelaten.
Parasange,παρασάγγης, perzische maat, ook door grieksche schrijvers dikwijls gebruikt om afstanden te bepalen; 1 par. = 30 stadiën, ongeveer een uur gaans.
Parasītus,παράσιτος, helpers of ondergeschikten van overheidspersonen en priesters; in de comedie een klaplooper, iemand die voor een goed maal zich tot allerlei diensten laat gebruiken en zich de spotternijen van gastheer en gasten laat welgevallen.
Παραστάδες, zieAntae.
Παραστάς, z.Οἰκία.
Παράστασις, eene kleine som geld, misschien een drachme, die men bij het indienen eenerγραφήdeponeerde, als het ware als onderpand dat de aanklacht ernstig gemeend was.
Parauaea, landstreek in het N. van Epīrus, in het binnenland.
Parcae, romeinsche naam der schikgodinnen, geheel geïdentificeerd met de Moerae.
Πάρεδροι, bijzitters, aan verschillende overheidspersonen toegevoegd om hen van een deel hunner werkzaamheden te ontlasten, bijv. aan de archonten, euthynen e. a.
Παρέγγραπτοι, wederrechtelijk als burgers ingeschrevenen, z.Διαψήφισις.
Parentalia, zieferalia.
Parilia=Palilia.
Paris,Πάρις, zoon van Priamus en Hecabe. Na zijne geboorte gaf zijn vader hem aan een herder om hem op den Ida te vondeling te leggen (z.Aesacus), hij werd echter door een berin gezoogd, en toen de herder na vijf dagen het kind nog gezond en wel vond, nam hij het mede en voedde hij het met zijn eigen zoon op. P. groeide als een schoon jongeling onder de herders op; wegens de dapperheid, waarmede hij meermalen de kudden tegen roovers verdedigde, gaf men hem den naam Alexander. Hij trouwde met Oenōne, leefde gelukkig met haar, en werd na verloop van tijd ook weder door zijne ouders herkend. Kort daarna kwam Hermes hem uit naam van Zeus de opdracht brengen om als rechter op te treden in een strijd tusschen Hera, Athēna en Aphrodīte. Daar namelijk op de bruiloft van Peleus en Thetis alle goden en godinnen genoodigd waren behalve Eris, die men uit vrees voor onaangenaamheden uitgesloten had, wreekte deze zich door onder de gasten een gouden appel te werpen met het opschrift: aan de schoonste. Op dezen appel maakten nu de genoemde drie godinnen aanspraak, en weldra ontbrandde tusschenheneen hevige twist, die nu op raad van Zeus door P. beslecht zou worden. Hera beloofde hem indien de beslissing gunstig voor haar was, rijkdom en macht, Athēna wijsheid en krijgsroem, Aphrodīte de schoonste vrouw. P. gaf den appel aan Aphrodīte, en van dien tijd vervolgen de beide andere godinnen hem en alle Trojanen met bittere vijandschap. Hij gaat daarop naar Sparta, waar hij gastvrij ontvangen wordt, en gedurende eene afwezigheid van Menelāus schaakt hij de schoone Helena en voert hij haar mede naar zijn vaderland, in alles geholpen door Aphrodīte, die op deze wijze hare belofte vervulde. De trojaansche oorlog is hiervan het gevolg. In dien oorlog toonde hij zich over het algemeen onstandvastig en verwijfd, en hoewel hij soms dapper strijdt en o.a. ook Achilles doodt, haat het volk hem als de oorzaak van den oorlog. Kort voor de inneming van Troje werd hij door Philoctētes gedood. Z.Oenōne.
Parisii, volksstam aan de Sequana. Hoofdstad:Lutetia Parisiorum, in den lateren keizertijd residentiestad, thans Parijs.
Parium,Πάριον, havenstad in Mysia, milesische kolonie aan de Propontis bij den Hellespont, sedert den tijd van Augustus rom. kolonie. Aan de stichting hadden ook kolonisten uit Erythrae medegewerkt.
Parma,Πάρμα, stad der Boii in Gallia Cispadāna, sedert 183 rom. kolonie, aan de via Aemilia. De parmaansche schapenwol was beroemd.
Parmenides,Παρμενίδης, van Elea, geb. omstreeks 540, uit een rijk en aanzienlijk geslacht, aanhanger van Xenophanes, met wien hij nog persoonlijk bekend was. Van zijn leven is weinig bekend, als man van edel karakter, diepzinnig denker en verstandig wetgever was hij in zijn vaderstad hoog geëerd; reeds tamelijk bejaard kwam hij te Athene, waar hij den jongen Socrates ontmoette.—Het leerdicht van P., waarvan slechts weinige fragmenten bewaard gebleven zijn, heeft voornamelijk ten doel de eenheid en onveranderlijkheid van het heelal te betoogen. Slechts het zijn bestaat, het niet-zijn, dus ook het worden en te niet gaan, bestaat niet; het zijnde bestaat in den vorm van een bol, eeuwig, onveranderlijk, overal aan zichzelf gelijk. Veelheid en afwisseling is slechts een ijdele vertooning, waarin de menschen door zinsbedrog iets waars meenen te erkennen, het ware inzicht in de eenheid van het bestaande kan men alleen door denken verkrijgen, zelfs het denken en dat, waarop de gedachte zich richt, is hetzelfde. P. was, naar het schijnt, de eerste, die de goden als personificaties van natuurkrachten enz. verklaarde.
Parmenio,Παρμενίων, 1) Macedoniër, een van de bekwaamste generaals van Philippus en Alexander. Hij overwon de Illyriërs, onderhandelde met de Atheners over den vrede van 346, stond later aan het hoofd der macedonische troepen op Euboea, en werd in 336 naar Azië gezonden om toebereidselen te maken voor den oorlog tegen Perzië. Onder Alexander voerde hij het bevel over het voetvolk, dikwijls vermaande hij Alexander tot voorzichtigheid en gematigdheid, maar zijne raadgevingen vonden weinig ingang. Na den slag bij Arbēla, waarin hij den linkervleugel aanvoerde, gaf Alexander hem het bestuur over Medië, na den dood van Philōtas meende hij echter diens vader niet langer te moeten vertrouwen en liet hij hem heimelijk uit den weg ruimen.—2)Macedoniër, dichter van eenige grieksche epigrammen, waarschijnlijk tijdgenoot van Augustus.—3)een bouwmeester, die door Alexander bij de stichting van Alexandrië gebruikt werd.
Parmeniscus,Παρμενίσκος, leerling van Aristarchus, schreef commentaren op Homerus en de tragici.
Parnassides,Παρνασίδες, de Muzen, naar haar verblijf op den Parnassus.
Parnassus,Παρνα(σ)σός, gebergte in Phocis, aan Apollo, Dionȳsus en de Muzen geheiligd. Naar de twee hooge, meestal met sneeuw bedekte bergspitsen Lycorēa of Hyampēa en Tithorea (Λυκώρεια, Ὑάμπεια, Τιθορέα) werd de Parnassus dikwijls de tweetoppige genoemd. Van boven was hij met dennebosschen bedekt, in de laagte tierden mirten, laurieren en olijven. Het gebergte was rijk aan kloven, valleien, bronnen en beken. Men vond er Delphi met zijn tempel en orakel, de bron Castalia, de Corycische grot, de rotsen Phaedriades, van waar tempelroovers en godslasteraars in den afgrond werden geworpen. Onder den naam Cirphis scheidde zich een zijtak naar het Z. af. Door een diep ravijn tusschen beide bergen in stroomde de Plistus en liep de weg van Delphi naar Daulis met een zijweg naar Stiris. Op den daardoor gevormden driesprong (σχιστὴ ὁδός) versloeg Oedipus zijn vader Laïus.
Parnes, gen.-ēthis,Πάρνης, -ηθος, een woest en ruw boschrijk gebergte in N.W. Attica. Bovenop stonden altaren en een standbeeld van Zeus Parnethius.
Parnon,Πάρνων, bergketen tusschen Laconica en de landstreek Cynuria of Thyreātis.
Πάροχος, naam, die soms aan denπαράνυμφοςgegeven wordt, omdat hij met het jonggehuwde paar op denzelfden wagen zat.
Parodia,παρῳδία, verdraaiing van een algemeen bekend gedicht, zoodatdooreene kleine verandering in de woorden een geheel andere zin ontstaat, liefst iets belachelijks. In de blijspelen van Aristophanes zijn op deze wijze een aantal verzen van verschillende dichters, voornamelijk van Euripides, geparodiëerd.
Πάροδος, het eerste optreden van het koor in een tooneelstuk, ook de deur ter zijde van de orchestra door welke het binnenkomt, verder het lied dat bij het eerste optreden gezongen wordt.
Paropanīsus,Παροπάνισος, soms Paropamīsus, het hooggebergte aan de bronnen van den Oxus en den Indus. Het W. deel draagt nog dezen naam, het O. gedeelte wordt Hindoe-Koh geheeten. Het is hetzelfde gebergte als de Caucasus Indicus. De omwonende volksstammen werden Paropanisadae genoemd.
Parōpus,Πάρωπος, stadje op Sicilia nabij Himera.
Paroreātae,Παρωρεᾶται, met de Caucōnes de oudste bewoners van het triphylische bergland in Elis.
Parorēa, -īa,Παρώρεια, streek in het N.O. van Epīrus, in Molossis, aan de grens van Macedonia.
Paros=Parus.
Parrhasia,Παρρασία, stad en landstreek in het Z.W. van Arcadia.Parrhasius= arcadisch.
Parrhasis, arcadische vrouw, in het bijzonder bijnaam van Callisto.
Parrhasius,Παρράσιος, 1) z.Parrhasia.—2)van Ephesus, een van de beroemdste grieksche schilders, leefde in het begin der 4deeeuw te Athene. Vooral de levendigheid en bevalligheid in de gelaatstrekken zijner beelden worden geroemd. Hij was zeer overmoedig en trotsch, droeg een purperen mantel, kroon en met goud versierden staf. Hij ging eens een wedstrijd aan met Zeuxis, en terwijl deze een tros druiven zoo natuurlijk schilderde, dat de vogels er op toevlogen, bedroog P. zijn mededinger zelven met een geschilderd gordijn, dat deze voor eenwerkelijkgordijn hield, zoodat hij op het puntstondhet te willen wegschuiven.
Parthāon,Παρθάων, zoon van Agēnor en Epicaste, koning van Calydon en Pleuron, vader van Oeneus.
Parthaonides, Meleager, kleinzoon van Parthāon.
Parthēni=Parthini.
Parthenia,παρθένια, -νεια, hymnen, die door een koor van jonkvrouwen met begeleiding van fluitspel gezongen worden, terwijl het zich op feestdagen in optocht naar een tempel begaf. Als dichters van Parthenia zijn bekend Alcman, Pindarus, Simonides e.a.
Partheniae,παρθενίαι, zonen van spartaansche vrouwen en heloten, geboren gedurende de lange afwezigheid der Spartanen in den eersten messenischen oorlog. Daar hun niet de rechten van burgers gegeven werden, verlieten zij hun vaderland; zij gingen onder aanvoering van Phalanthus naar Italië en stichtten Tarentum.
Parthenium,Παρθένιον, stad in de mysische landstreek Teuthrania, ten Z. van den Caīcus.
Parthenius,Παρθένιος, 1) episch dichter van Chius, naar men zeide afstammeling van Homerus.—2)van Nicaea in Bithynië, werd in den mithradatischen oorlog gevangen en naar Rome gebracht (72). Hij werd spoedig vrijgelaten en bleef, na een kort verblijf te Neapolis, te Rome wonen, waar hij met Cornelius Gallus bevriend werd.Vergiliusleerde bij hem Grieksch. Hij schijnt vooral elegieën gedicht te hebben, bewaard gebleven is een werk onder den titelἘρωτικὰ παθήματα, bevattende 36 liefdesgeschiedenissen in proza, dat vooral waarde heeft door de vele fragmenten van alexandrijnsche geleerden, die met opgave van bronnen er in opgenomen zijn.—3)grammaticusin de 1steeeuw na C.—4)gunsteling van Domitiānus, nam deel aan de samenzwering, die den keizer het leven kostte; onder Nerva werd hij bij een soldatenoproer gedood.
Parthenius mons,Παρθένιον ὄρος, bergketen op de arcadisch-argolische grenzen, ten N.O. van Tegea, met een heiligdom van Pan.
Parthenius,Παρθένιος, rivier in het W. van Paphlagonia.
Parthenon,Παρθενών, de beroemde tempel van Pallas Athēna, de maagd (παρθένος). ZieAthenae.
Parthenopaeus,Παρθενοπαῖος, zoon van Ares, Milanion of Meleager en Atalanta, een van de zeven vorsten die met Adrastus tegen Thebae optrokken.
Parthenope,Παρθενόπη, eene van de Sirenen.
Parthenope,Παρθενόπη, oude naam voor Neapolis (Napels).
Parthenus,Παρθένος, 1) bijnaam van de maagdelijke godin Athēna, waarnaar haar beroemde tempel, het Parthenon te Athene, genoemd was.—2)het sterrenbeeld de Maagd, waarin men Erigone no. 1 meende te herkennen.
Parthia,Παρθία, Παρθυαία, Παρθυηνή, het land der Parthen (Parthi,Πάρθοι), ten O. van Media gelegen, over het algemeen woest en onvruchtbaar. De Parthen waren van oorsprong een turanisch nomadenvolk en uiterst geoefende ruiters en tevens voortreffelijke boogschutters. Terwijl zij schijnbaar vluchtten, keerden zij zich op hunne paarden om en troffen met goed gemikt schot den vervolgenden vijand (fugaces Parthi). Eerst waren zij onderworpen aan het perzische rijk, vervolgens aan het macedonische, daarna aan het syrische. Doch tijdens koningAntiochus II Theos stonden de Parthen op (248) en stichtten een eigen rijk, dat, in den beginne klein, zich allengs door veroveringen van den Indus tot aan den Euphraat uitbreidde (± 150). Zij bleven een barbaarsch volk, maar hunne vorsten namen, evenals de andere oostersche koningen, de hellenistische beschaving aan. Hunne 31 koningen hadden allen, behalve hun bijzonderen naam, nog dien van Arsaces. In plaats van het, oude Hecatompylus werd Ctesiphon tot hoofdstad verheven. De Parthen betoonden zich verbitterde vijanden van het rom. rijk. In 227 na C. maakte een Pers, Artaxerxes, zoon van Sassan, zich van het bewind meester en stichtte zoo het nieuw-perzische rijk onder de dynastie der Sassaniden.
ParthīniofParthēni,Παρθινοί, Παρθηνοί, illyrisch volk bij Dyrrachium. Stad: Parthus.
Parthiscus, bij latere schrijvers de naam van den Tisia (Theiss).
Parthyaea, Parthyēne=Parthia.
Parus,Πάρος, thans Paro, eil. van de groep der Cycladen, beroemd door het schitterend witte marmer,Parius lapis, uit den berg Marpessus. Oudtijds heette het Minōa, ook Demetrias. De eerste iambendichter, Archilochus, was er geboren. Geschiedkundig is het o.a. bekend door de vergeefsche expeditie van Miltiades. In 1627 werd hier eene marmeren plaat gevonden met 93 regels historische en letterkundige aanteekeningen. Zij werd aangekocht door lord Thomas Arundel en door diens kleinzoon Henry Howard in 1667 aan de bibliotheek van Oxford ten geschenke gegeven, waar zij nog is (marmorofchronicon Parium, ArundeliumofOxoniense).
Paryādres,Παρυάδρης, gebergte in het O. van Pontus, langs de grens van Armenia minor, eene voortzetting van den mons Moschicus.
Parysatis,Παρύσατις, stiefzuster en gemalin van Darīus Nothus, onder wiens regeering zij grooten invloed had, zoodat de spartaanschgezinde politiek van den koning in den peloponnesischen oorlog aan haar werd toegeschreven; ook haar zoon Artaxerxes Mnemon beheerschte zij geheel en al, ofschoon zij duidelijk genoeg liet blijken, dat zij aan haar anderen zoon, Cyrus, de voorkeur boven hem gaf, o. a. door de wreedheid waarmede zij allen vervolgde, die aan zijn dood schuld schenen te hebben. Wegens het vergiftigen van Statīra, de gemalin van Artaxerxes, werd zij eenigen tijd van het hof verwijderd.
Pasargadaof-dae,Πασαργάδα, -δαι, oude hoofdstad van Persis, benoemd naar de Pasargadae (z.a.). De stad lag in den Z.O. hoek van Persis, aan de grens van Carmania. Hier was het graf van Cyrus.
Pasargadae,Πασαργάδαι, de edelste stam der Perzen, waartoe ook de Achaemeniden behoorden.
Pasicrates,Πασικράτης, vorst van Soli op Cyprus, die zich aan Alexander d. G. onderwierp.
Pasinu(Spasinu)Charax, zieCharax.
Pasion,Πασίων, een geldwisselaar, die als metoeke te Athene leefde en wegens zijne mildheid jegens den staat het burgerrecht kreeg; zijne strenge eerlijkheid was in geheel Griekenland bekend. Hij stierf in 370.
Pasiphaë,Πασιφάη, 1) dochter van Helius en Persēis, gemalin van Minos (z. a.), moeder van den Minotaurus.—2)eene godin, die te Thalamae no. 2 een tempel had, waar droomorakels gegeven werden.
Pasiphaēia, Phaedra, dochter van Pasiphaë.
Pasiteles,Πασιτέλης, beroemd beeldhouwer, bronsgieter en ciseleur uit Zuid-Italië, werkte in de 1steeeuw te Rome. Hij heeft ook over kunst geschreven. Hij was de leermeester van Stephanus.
Pasitelides,Πασιτελίδης, spartaansch veldheer in den peloponnesischen oorlog. In 422 werd hij harmost van Torōne, maar het volgende jaar namen de Atheners die stad weder, en P. werd krijgsgevangen gemaakt.
Pasithea,Πασιθέα, 1) eene van de Charites.—2)Nereïde.—3)Najade, gemalin van Erichthonius, moeder van Pandīon.
Pasitigris,Πασίτιγρις= kleine Tigris, thans Karoen, zijrivier van den Tigris, door Susiāne stroomende. De benedenloop heet Eulaeus.
Passaron,Πασσάρων, oude molossische hoofdstad in Epīrus, in 169 door de Rom. vermeesterd.
Passiēni. 1)L. Passienus Rufus, consul in 4, verwierf als proconsul van Africa deornamenta triumphalia, en was de beste redenaar van zijn tijd.—2)C. Passienus Crispus, zoon van no. 1, schatrijk vriend van Seneca. Hij was met Nero’s tante Domitia gehuwd, doch liet zich van haar scheiden om de tweede man van Agrippīna te worden. Deze laatste liet hem, naar verhaald wordt, kort daarna van kant maken.
Passus, rom. lengtemaat = 2gradusof stappen = 5 rom. voeten = 1,478 meter.Mille passus= 1478,70 meter of ongeveer 16 minuten gaans.
Pataeci,Παταικοί, dwergachtige godenbeelden, waarmede de phoenicische schepen aan voor- of achtersteven versierd waren.
Patala=Pattala.
Patara,τὰ Πάταρα, aanzienlijke zeestad in Lycia met een orakel van Apollo Patareus (Παταρεύς), die er vereerd werd.
Patavium,Παταούιον, thans Padua, stad in het land der Veneti, in Gallia Cisalpīna aan den Medoacus minor (Brenta). Haar gebied strekte zich tot aan zee uit, zij kon 20000 man te velde brengen. Tijdens Augustus gold het na Rome voor de rijkste stad van Italië. Het is de geboorteplaats van Livius. De sage schrijft de stichting aan den Trojaan Antēnor toe.
Paterculus, zieVellēii.
Pater patrātus, de woordvoerder onder defetiales(z. a.).
Patmus,Πάτμος, eil. op de aziatische kust, tot de Sporades behoorend, ten Z. van Samus.
Patrae,Πάτραι, Πατρεῖς, eene der 12 achaeische bondssteden, thans Patras, aan de invaart der Corinthische golf.
Patreszijn de (adellijke) hoofden dergentes, die gedurende den koningstijd en ook later te Rome zitting hadden in den Senaat.Patres conscripti, de titel waarmede later vaak de senatoren worden toegesproken, beteekent dus: patricische en (later) bijgevoegde (plebejische) senatoren. Depatresonder de senatoren hadden bijzondere voorrechten: 1o. het recht om uit hun midden eeninterrexte verkiezen (z. a.), hetgeen voor de laatste maal gebeurd is in 52; 2o. het recht om door depatrum auctoritasde wetten en keuzen dercomitiate bekrachtigen, m. a. w. depatreskonden alle wetten en keuzen dercomitiavernietigen, zoo deze in strijd waren met deauspiciaof ’s lands wetten. Van de wetten, die dit recht waardeloos maakten, zijn twee bekend: delex Publilia Philonisen delex Maenia. Voortaan gaat depatrum auctoritasover op den geheelen senaat (senatus auctoritas), die echter alleen de wetgeving in decom. centuriatakon beletten. Men verwarre dezesenatus auctoritasniet met het senaatsbesluit, dat doorintercessiogetroffen was.
Patricii, de rom. geboorte-adel. Samen met den koning bestuurden zij den staat; alleen zij hadden oorspronkelijk zitting in den senaat (ziepatres). Ze zijn in verschillendegentesverdeeld, die ieder een zeker aantalclienteshadden. Ze worden onderscheiden in ouderen en jongeren adel,patres maiorum et minorum gentium; volgens de traditie stammen de jongere geslachten uit Alba Longa. Ook tijdens de republiek zijn nog de Claudii onder de patriciërs opgenomen. Caesar in 45 en Augustus in 29 (krachtens de lex Saenia van 30) en ook latere keizers hebben het patriciaat aangevuld door plebejische geslachten in den adelstand op te nemen. Onder Constantijn den Gr. werd het patriciaat aan hooge ambtenaren als persoonlijke adelstitel geschonken, zonder erfelijk te zijn.
Patrii dii, goden, wier dienst men van zijne voorouders in engeren zin geërfd heeft, die dus alleen door een enkel geslacht of stam vereerd werden. Hiertoe behooren dus de Penātes, enkele godheden, van wie sommige edele familiën beweerden af te stammen, e. dgl.
Patrīmi matrīmi, kinderen die nog een rom. vader en eene rom. moeder hebben, dus wier ouderscivesen nog in leven zijn, en die nog onder depatria potestasstaan. Bij sommige godsdienstige plechtigheden werd de bijstand van zulke kinderen alscamilliencamillaevereischt. Ook het meisje, dat tot vestaalsche maagd werd uitverkoren, moestpatrima matrimazijn.
Patrocles,Πατροκλῆς, vriend van Seleucus I. Als bevelhebber over diens vloot in de Caspische zee verzamelde hij bouwstoffen voor belangrijke werken over de omliggende landen en volken.
Patroclus,Πάτροκλος, zoon van Menoetius, den koning van Opus. Nog zeer jong doodde hij bij ongeluk zijn speelmakker Clysonymus (z. a.), en om hem aan de wraak van diens bloedverwanten te onttrekken, bracht Menoetius hem bij Peleus. Hij werd met Achilles opgevoed, werd zijn boezemvriend en wapenbroeder, ging met hem naar Troje en werd daar door Hector gedood, z.Achilles.
Patrōnus, beschermheer. 1) In den oudsten tijd het patricische familiehoofd, onder wiens hoede en toezicht de cliënten stonden. De cliënt was verplicht den patroon eerbied te betoonen, bij gewichtige familiezaken diens raad in te winnen, met en voor hem de wapenen te dragen; hij moest ook, wanneer de dochter van den patroon huwde, bijdragen tot den bruidschat, en evenzoo tot den losprijs, wanneer de patroon uit vreemde krijgsgevangenschap moest worden losgekocht. De patroon moest zijnerzijds den cliënten hulp en bescherming verleenen en inrechtszakenvoor hen optreden. De band was heilig:patronus si clienti fraudem fecerit, sacer esto.—2)Causarum patronus, nietadvocatus, is de advocaat, die in rechtsgedingen pleit.—3) ook steden, gewesten en provinciën hadden dikwijls te Rome hunnepatronionder wier bescherming zij zich stelden en die hunne belangen moesten behartigen. Zoo waren o. a. de Marcelli patronen van Sicilië. Dit patronaat komt eenigermate overeen met de hedendaagsche instelling der consulaten.
Pattala, Pattalēne,Πάτταγλα, Πατταληνή, het Delta-land van den Indus, met de stad Pattala.
Patulcius, bijnaam van Janus (z.a.).
Patūmus,Πάτουμος, stad aan den Nijl, van waar Necho een kanaal liet graven naar de Arabische golf = het latere Heroöpolis.
Paul(l)inus, familienaam bij deSuetonii.
Paul(l)us, familienaam in degens Aemilia(Aemiliino. 8–10).
Paulus,Παῦλος, de Apostel der Heidenen. Hij was te Tarsus in Cilicia geboren uit Joodsche ouders, en heette oorspronkelijk Saulus,Σαῦλος, maar zijn vader was reeds Romeinsch burger, hetgeen hem zijn geheele leven door uit allerlei moeilijkheden heeft geholpen. Hij werd door zijn vader voor zijn opvoeding naar Jeruzalem gezonden, en behoorde tot de secte der Pharisaeën. Oorspronkelijk heeft hij de Christenen te Jeruzalem vervolgd, maar op weg naar Damascus, om ook daar de Christenen te vervolgen, is hij tot het Christendom bekeerd (± 30 n. C. of later). Hij heeft een tijd lang te Antiochia gewoond, waar toen reeds een Christengemeente was. Zijne zendingsreizen vallen ongeveer in de jaren 46–47, 48–51 (in Athene einde 49, te Corinthe begin 50 tot Juli 51), en 52–57. Op aanklacht der Joden is hij te Jeruzalem gevangen genomen, onder het procuratorschap van Felix, en heeft 2 jaren (tot 59) te Caesarēa gevangen gezeten. Toen hij zich bij den opvolger van Felix, Festus, op zijn Romeinsch burgerrecht beriep, is hij met vele andere gevangenen in den winter van 59/60 naar Rome gevoerd (schipbreuk en verblijf te Malta Nov. 59). In Rome is hijin custodia militarigeweest, maar mocht een eigen huurhuis bewonen en prediken.Wat na 62 met hem gebeurd is, is niet zeker overgeleverd. Men meent, dat hij in 64 met Petrus door Nero terecht gesteld is. Zijn brieven en de Handelingen der Apostelen, waarin zijn leven beschreven wordt, zijn niet alleen belangrijk uit een godsdienstig oogpunt, maar ook een buitengewoon belangrijke bron voor de cultuurgeschiedenis van de 1steeeuw n. C. Paulus sprak en schreef, zooals waarschijnlijk de meeste Joden van zijn tijd, behalve Philo en Flavius Josephus, in deκοινή(z.a.).
Paulus(Diaconus), z.Festusno. 2.
Paulus(Iulius), rom. jurist onder de regeering der Sevēri. Met Papiniānus was hij lid van hetconsilium principis, met Ulpiānuspraefectus praetorio. Hij heeft ontzaglijk veel geschreven, doch in wijze van voorstelling staat hij achter bij Papinianus en Ulpianus.
Paulus(IuliusofClaudius), broeder van Civīlis, onder keizer Nero ter dood gebracht onder beschuldiging vanrebellio.
Pausanias,Παυσανίας, 1) zoon van Cleombrotus, regeerde over Sparta als voogd van Plistarchus, den zoon van Leonidas. Hij verwierf grooten roem als opperbevelhebber van het grieksche leger in den slag bij Plataeae (479), tuchtigde daarna Thebe, dat met de Perzen geheuld had, onderwierp Cyprus en veroverde Byzantium. Hier geraakte hij weldra onder den invloed van perzische zeden en gewoonten, hij nam de kleeding en de manieren van een perzisch satraap aan, en maakte zich door zijn overmoed zoo gehaat, dat ook daardoor de grieksche bondgenooten zich van Sparta afscheidden en de hegemonie aan Athene aanboden. Hij knoopte met Xerxes onderhandelingen aan, vroeg zijne dochter ten huwelijk, en bood aan hem de heerschappij over Griekenland te bezorgen. Van verschillende kanten aangeklaagd, dat hij zich meer als tyran dan als strateeg gedroeg, werd P. teruggeroepen, en ofschoon hij vrijgesproken werd, werd hem het opperbevel ontnomen. Op eigen gezag keerde hij echter naar Byzantium terug, en door de Atheners van daar verdreven, zette hij van Colonae uit zijne onderhandelingen met Xerxes voort, totdat hij opnieuw teruggeroepen werd (469). Wederom waren er duidelijke bewijzen dat hij met den perzischen koning heulde, ook werd gezegd dat hij de Heloten tot opstand aangespoord had, toch durfden de ephoren hem nog niet te straffen, totdat zij door een van de vertrouwden van P. een brief van hem aan Xerxes in handen kregen en in de gelegenheid gesteld werden hem met eigen mond den inhoud er van te hooren bevestigen. Toen hij gevangen genomen zou worden, vluchtte hij in den tempel van Athēna Chalcioecus, daar werd hij ingesloten, het dak werd van den tempel afgenomen, de deuren dichtgemetseld en zoo stierf hij van honger. Op het oogenblik, waarop hij den geest zoude geven, werd hij uit den tempel gedragen om het heiligdom niet te bezoedelen (468).—De geheimzinnigheid, waarmede deze zaak op echt spartaansche wijze door de ephoren behandeld werd, is de oorzaak, dat reeds in de oudheid velen aan het verraad van P. getwijfeld hebben, en ook sommige nieuweren zijn van meening, dat de ephoren zelf het gerucht er van verbreid hebben om de ware beweegredenen van hunne handelwijze, welke die dan ook mogen geweest zijn, te bedekken.—2)kleinzoon van den vorigen, had de koninklijke waardigheid gedurende de ballingschap van zijn vader Plistoanax (444–426), en volgde hem na zijn dood op (408). Gedurende de burgertwisten te Athene na afloop van den peloponnesischen oorlog, werd hij met een leger gezonden om de 30 tegen Thrasybūlus te helpen; in plaats daarvan bewerkte hij echter, hetzij uit sympathie voor de atheensche democraten of om Lysander tegen te werken, dat de democratie hersteld werd en de 30 Athene moesten verlaten. Reeds dit werd hem toen zeer kwalijk genomen, en toen hij nu in het begin van den corinthischen oorlog door te laat op de afgesproken plaats te komen de oorzaak was van de nederlaag bij Haliartus (395), werd hij in staat van beschuldiging gesteld; hij vluchtte naar Tegea, waar hij in 385 stierf.—3)Macedoniër, diePerdiccasII vruchteloos de regeering betwistte (450).—4)koning van Macedonië, die door Amyntas onttroond werd (393).—5)Macedoniër, die na den dood van Perdiccas III (360) aanspraak op de regeering maakte; hij werd door de Thraciërs ondersteund, maar toen Philippus hen voor zich had gewonnen, moest P. van zijne eischen afzien.—6)een van de lijfwachten van Philippus van Macedonië, dien hij om persoonlijke grieven vermoordde; hij vluchtte, maar werd gevat en gekruisigd.—7)ὁ περιηγητής, een Lydiër, die onder Hadriānus en de Antonijnen te Rome leefde. Hij beschreef in 10 boeken eene reis door het grootste gedeelte van Griekenland, waarbij hij vooral let op oude gebouwen en gedenkteekenen en hunne godsdienstige of artistieke beteekenis; daarnevens vermeldt hij verscheiden geschied- en aardrijkskundige bijzonderheden. Of hij inderdaad alle plaatsen zelf bezocht heeft, die hij beschrijft, is twijfelachtig; in ieder geval heeft hij niet alleen zijn eigen waarnemingen te boek gesteld, maar ook oudere schrijvers als bronnen gebruikt. Het werk is ontstaan tusschen 161 en 177.—8)van Caesarēa in Cappadocië, leerling van Herōdes Atticus, leeraar der welsprekendheid te Athene en te Rome in de tweede eeuw na C.
Pausias,Παυσίας, van Sicyon, beroemd schilder kort voor Alexander d. G., die vele leerlingen vormde; hij wordt genoemd als de eerste, die de zolderingen met bloemen, kinderfiguren en arabesken beschilderde.
Pausilȳpum,Παυσίλυπον, (smartverdrijvend = Sans souci) (Posilippo) heerlijke villa ten W. van Napels, door Vedius Pollio aan Augustus vermaakt. Agrippa liet daar een onderaardschen gang uithouwen, thans de grot van Posilippo genaamd.
Pauson,Παύσων, arm caricatuurschilder te Athene, tijdgenoot van Aristophanes.
Paxi,Παξοί, twee eilandjes tusschen Corcȳra en Leucas, thans Paxo en Antipaxo.
Peculātus, verduistering van staats- of tempeleigendom.
Peculium, wordt het vermogen genoemd, dat de paterfamilias aan een zoonin potestateof aan een slaaf toestond te verwerven of te bezitten. Hij kon het hem echter te allen tijde ontnemen.Peculium castrenseis wat de zoon zich verwerft, terwijl hij in krijgsdienst is;quasi castrense, terwijl hij een openbaar ambt bekleedt. Augustus bepaalde, dat defilius familiasde vrije beschikking zou hebben over hetpeculium castrense.
Pedaneus, zieiudex pedaneus.
Pedanii, plebejisch geslacht. Over den geneesheer Pedanius Dioscorides zieDioscorides.
Pedariizijn sedert delex Ovinia(z.a.) die senatoren, die geen curulisch ambt bekleed hadden. De voorzitter was niet verplicht hun meening te vragen, zoodat in den regel hun rol zich bepaalde tot het deelnemen aan de stemming:ibant pedibus in sententiam alienam; vandaar hun naam.
Pedasa,τὰ Πήδασα, stad in Caria, ten O. van Halicarnassus.
Pedasus,Πήδασος, 1) oude stad der Leleges in het zuiden van Troas,aanden Satnioīs.—2)stad in Messenia, later Methōne, thans Modon.
Pediaei,Πεδιαῖοι, eigenlijk bewoners van de Pedias, het vlakke land in het Noorden en Noordwesten van Attica, meest rijke grondeigenaars; in de burgertwisten ten tijde van Pisistratus vormden zij voornamelijk de oligarchische partij, vandaar wordt de naam ook aan die partij als zoodanig gegeven.
Pedias,Πεδιάς, het vlakke gedeelte van Attica ten N. en N.W. van Athene, waar de groote grondbezittingen gelegen waren. De Pediaeërs,Πεδιαῖοι, vormden in Solons tijd de aristocratische partij.
Pedia(lex) van den consul Q. Pedius in 43, tot vogelvrijverklaring (aqua et igni interdictio) van Caesars moordenaars.
Pediēa,Πεδίεια, vlek in Phocis ten N. vandenCephissus.
Pedii, eene familie, die in den laatsten tijd der rom. republiek opkwam.Q. Pedius, zusterszoon van Caesar, diende onder hem in Gallia en was in 45 legaat in Hispania. In 48 bekleedde hij de praetuur. Na Caesars dood stond Pedius het hem gemaakte legaat aan Octaviānus af en werd toen in 43 diens medeconsul, ziePedia lex. Hij stierf reeds in ditzelfde jaar.
Pednelissus,Πεδνηλισσός, stad in Pisidia.
Pedo Albinovānus(C.), episch dichter, vertrouwd vriend van Ovidius. Hij schijnt eeneThesēiste hebben geschreven, terwijl van een gedicht over Germanicus nog een fragment bij Seneca (de beschrijving van een tocht op de Noordzee) wordt gevonden. Ook moet hij epigrammen hebben gedicht.
Peducaea(lex), plebisciet van Sex. Peducaeus, volkstribuun in 113. In het voorgaande jaar waren drie vestaalsche maagden vanincestusbeschuldigd; het college der pontifices had slechts ééne, Aemilia, veroordeeld en de beide andere, Marcia en Licinia, vrijgesproken. Laatstgenoemde was op schitterende wijze verdedigd door L. Crassus. Delex Ped.beval een nieuw onderzoek, met het gevolg dat ook Marcia en Licinia veroordeeld werden.
Peducaei, 1) ziePeducaea lex.—2)Sex. Peducaeus, stadhouder van Sicilia in 75, onder wien Cicero als quaestor te Lilybaeum werkzaam was, een man van groote rechtvaardigheid, die zich algemeene liefde en achting verwierf.—3)S. Peducaeus, zoon van no. 2, een geleerd man, wiens oordeel door T. Pomponius Atticus op hoogen prijs werd gesteld. In de burgeroorlogen was hij op de zijde van Caesar en van Octaviānus.
Pedum, oude stad van Latium, aan de via Labicāna.
Pegae=Pagae.
Pegasides,Πηγασίδες, z.Pegasus.
Pegasus,Πήγασος, een gevleugeld paard, door Poseidon bij Medūsa (z. a.) verwekt. Het steeg terstond na zijne geboorte ten hemel op en draagt voor Zeus den donder en bliksem, later stond Zeus het aan Eos af en eindelijk werd het onder de sterren geplaatst. Het werd door Bellerophon (z. a.) gevangen, toen het aan de bron Pirēne dronk, of hij kreeg het van Athēna of Poseidon. Toen de Helicon, in verrukking gebracht door het gezang der Muzen, opsprong, bracht P. den berg op bevel van Poseidon met een hoefslag tot rust, en deed met denzelfden slag de bron Hippocrēne ontspringen, waaruit de Muzen en dichters drinken om zich in geestvervoering boven het aardsche te verheffen. Denzelfden oorsprong en dezelfde eigenschap hebben ook de bronnen Hippocrēne te Troezen en Pirēne te Corinthe, vandaar worden zij en verder ook de Muzen zelvePegasides(Πηγασίδες) genoemd.
Pela,Πήλη, eil. op de ionische kust bij Clazomenae.
Pelagones,Πελαγόνες, paeonischevolksstamin Macedonia, die eerst aan de boorden van den Axius (Vardar) woonde, doch van daar naar het W. van Paeonia verhuisde, welke nieuwe woonplaats naar hen Pelagonia werd geheeten. Geheel in het N. van Thessalia lag nog eene pelagonische tripolis, uit de steden Azorus, Pythium en Doliche bestaande.
Πελαργικόν(τεῖχος) =Πελασγικόν(τεῖχος).
Pelasgi,Πελασγοί. De grieksche schrijvers nemen aan, dat er vóór de eigenlijke Hellenen in verschillende deelen van Griekenland, vooral in de Peloponnēsus, in Thessalië en Epīrus, en ook aan de Westkust van Klein-Azië en in Italië een volk gewoond heeft, dat Pelasgi heette. In werkelijkheid hebben ze alleen in Thessalia, aan de Penēus gewoond, waar het gewest Pelasgiōtis naar hen genoemd is.
Pelasgia,Πελασγία, oude naam voor Griekenland, voor dePeloponnēsusen voor Lesbus.
Πελασγικόν, Πελαργικόν(τεῖχος), een oude versterking aan den westkant van deAcropolis, behoorende tot het oudste gedeelte van Athene.
Pelasgiōtis,Πελασγιῶτις, gewest van Thessalia ten Z. van den Penēus, met de hoofdstad Larisa of Larissa, genoemd naar de Pelasgen.
Pelasgis,Πελασγίς, bijnaam van Hera en Demēter als oude pelasgische godinnen.
Pelasgus,Πελασγός, 1) mythisch stamvader der Pelasgen. Zijne afstamming wordt zeer verschillend opgegeven: als zijn vader worden genoemd Zeus, Poseidon, Phorōneus, Arestor e. a., als zijne moeder Niobe of Larissa, gewoonlijk wordt hij echter als autochthoon beschouwd. Hij zoude Parrhasia, Argos in dePeloponnēsusof in Thessalië gesticht hebben, den landbouw in Argos ingevoerd hebben, enz.—2)koning van Argos, bij wien Danaüs en zijne dochters een toevlucht zochten. Hij verdedigde hen tegen Aegyptus, maar werd overwonnen en verliet het land.
Πελέται=Ἑκτήμοροι.
Peleus,Πηλεύς, zoon van Aeacus en Endēis. Hij of zijn broeder Telamon doodde bij het spelen met den discus een zoon van Aeacus en Psamathe, Phōcus, daarom waren beiden genoodzaakt uit Aegīna te vluchten. Nadat zij aan den tocht der Argonauten hadden deelgenomen, werd hij gastvrijopgenomendoor Eurytion, koning van Phthia, die hem van zijn schuld reinigde, hem zijne dochter Antigone tot vrouw gaf en een deel van zijn rijk afstond. Hij leefde hier eenigen tijd gelukkig, maar daar hij bij de calydonische jacht het ongeluk had zijn schoonvader te dooden, moest hij opnieuw vluchten; hij begaf zich naar Iolcus, z.Acastus. Op bevel der goden werd hem nu, daar Antigone (z. a.) gestorven was, de Nereïde Thetis tot gemalin gegeven, en toen zij hem onder allerlei gedaanten trachtte te ontvlieden, leerde Chiron hem de kunst om telkens dezelfde gedaante aan tenemenals zij, zoodat zij zich na langen strijd aan hem moest overgeven. Op de bruiloft waren alle goden en godinnen tegenwoordig, behalve Eris, z.Paris. P. regeerde sedert gelukkig over Phthia, doch toen hij Thetis stoorde bij hare pogingen om hun zoon Achilles onsterfelijk te maken, verliet zij hem en keerde zij naar de zee terug. Na den dood van Achilles werd P., die toen reeds zeer oud was, uit zijn rijk verjaagd, later door Neoptolemus in de regeering hersteld, doch toen na diens dood Orestes Phthia veroverde, moest hij weder in ballingschap gaan en zoo eindigde hij zijn leven. In de onderwereld werd hij bij Aeacus en Achilles geplaatst.—V. a. verzoende Thetis zich met hem na den dood van Neoptolemus, en volgde hij haar naar de diepte der zee, waar hij aan hare zijde voortleeft.
Peliades,Πελιάδες, de dochters van Pelias (z. a.).
Pelias,Πελίας, zoon van Poseidon en Tyro, maakte zich na den dood van Cretheus, die met Tyro gehuwd was, van de regeering over Iolcus meester. Om alleen te kunnen regeeren verdreef hij zijne broeders Neleus (z. a.) en Aeson (z. a.) en zond hij Iāson uit om het gulden vlies te halen. Maar toen deze van Colchis terugkwam, wist Medēa de dochters van P., Pisidice, Pelopēa en Hippothoë, te overreden haar ouden vader een verjongingskuur te laten ondergaan. Nadat zij bewijzen van haar tooverkunst gegeven had, sneden de zusters op haar bevel P. in stukken, die zij kookten, doch toen dit geschied was, weigerde Medēa hare verdere hulp. De Peliaden vluchtten daarop naar Mantinēa in Arcadië.
Pelīdes,Πηλείδης, Achilles en Neoptolemus, zoon en kleinzoon van Peleus.
Peligni, sabijnsch volk in Midden-Italia, met de hoofdstad Corfinium (z. a.). Met de Vestīni en Marrucīni hadden zij gemeenschappelijk de havenstad Aternum.
Pelinnaof-naeum,Πέλιννα, -ναιον, versterkte stad ten N. van den Penēus, in het thessalische landschap Hestiaeōtis.—Ook de naam van een gebergte in het Noorden van Chius.
Pelion,Πήλιον, woest en boschrijk gebergte in het thessalische landschap Magnesia, een der bergen, die door de Giganten opeengestapeld werden (de Ossa en de Olympus waren de andere), toen zij den hemel wilden bestormen. Op den top stond een tempel van Zeus Actaeus met de grot van den Centaur Chiron in de nabijheid.
Pelium, stad der Dassarētae inzuidelijkIllyria.
Pella,Πέλλα, 1) oude stad van Macedonia in het distrikt Bottiaea, nabij het meer Borborus, dat door den Ludias wordt gevormd. Philippus van Macedonia maakte er zijne residentie van. Alexander de Gr. werd er geboren.—2)stad in Peraea, niet ver O.-waarts van den Jordaan, tegenover Scythopolis, door Alexander Jannaeus verwoest, later door Pompeius herbouwd.
Pellana,τὰ Πέλλανα, stad aan den Eurōtas in Laconica, ten N. van Sparta.
Pellēne,Πελλήνη, de meest oostelijke der 12 bondssteden van Achaia, met de haven Aristonautae.
Pelopēa,Πελοπεία, dochter van Thyestes, bij wien zij moeder werd van Aegisthus.
Pelopidae,Πελοπίδαι, afstammelingen van Pelops: Atreus, Thyestes, Agamemnon e. a.
Pelopidas,Πελοπίδας, zoon van Hippocles, rijk en edel Thebaan, moest als aanhanger der democratische partij bij de bezetting der Cadmēa door de Spartanen Thebe verlaten, en vluchtte naar Athene (382). Weldra trad hij aan het hoofd der uitgewekenen, en onder zijne leiding kwam de omwenteling tot stand, waardoor de Spartanen verdreven werden en de democratie hersteld werd (379). Daarop werd hij tot boeotarch gekozen. Als aanvoerder der heilige schaar versloeg hij twee spartaansche morae bij Tegȳra (375) en nam hij deel aan den slag bij Leuctra (371); met zijn vriend Epaminondas deed hij een inval in de Peloponnēsus, evenals deze werd hij aangeklaagd, omdat zij tegen de wet 4 maanden te lang de betrekking van boeotarchen hadden behouden, maar beiden werden vrijgesproken (369).Toen de thessalische steden de hulp van Thebe tegen Alexander van Pherae inriepen, ging P. met een leger naar Thessalië en dwong hij Alexander zijne voorwaarden aan te nemen; daarop trok hij naar Macedonië als scheidsrechter in de twisten over de troonopvolging en nam hij Philippus als gijzelaar mede naar Thebe. Doch nieuwe woelingen noodzaakten hem nogmaals tot een tocht naar het Noorden, door zijne huurtroepen verlaten kon hij nu in Macedonië niets uitrichten, en toen hij als gezant naar Thessalië ging, werd hij zelfs door Alexander gevangen genomen (368) en eerst losgelaten, toen Epaminondas met een leger aanrukte. Te Susa werd hij als gezant eervol ontvangen, ofschoon zijne pogingen om door den perzischen koning den vrede te laten voorschrijven geen gevolg hadden (367). Eindelijk trok hij ten derden male naar Thessalië om Alexander te beoorlogen, bij Cynoscephalae kwam het tot een slag, waarin de Thebanen de overwinning behaalden, doch toen P. een aanval op Alexander zelf deed, werd hij door diens lijfwachten gedood (364).