Chapter 60

Porcii,plebejisch geslacht. De familiën derLicinien derLaecaehebben geene geschiedkundig belangrijke personen opgeleverd, wel daarentegen die derCatōnes. 1)M. Porcius Cato, bijgenaamdmaiorofcensorius, was in 234 te Tusculum geboren. Op zeventienjarigen leeftijd nam hij deel aan den oorlog tegen Hannibal, in 209 deed hij als miles dienst in het leger van Fabius Maximus (Fabiino. 16), die Tarentum heroverde. Zijne quaestuur valt in 205 en wel op Sicilia en in Africa, waarheen hij P. Scipio begeleidde. Over Sardinia terugkeerend bracht hij van daar Q. Ennius mede naar Rome. Als praetor in 198 bestuurde hij Sardinia. In 195 was hij consul. Als proconsul bedwong hij een opstand in Hispania, nam daarna deel aan den syrischen oorlog (o. a. droeg hij als krijgstribuun zeer bij tot de overwinning bij de Thermopylae 191),en werd in 184 censor. Hij stierf in 149, gezond van geest en lichaam. Cato was een ouderwetsch Romein, sterk gekant tegen alles wat niet nationaal was en dus ook tegen grieksche letteren en kunst, in welk opzicht hij lijnrecht tegenover de Scipio’s stond. Ook als democraat en verdediger van de rechten van den kleinen boeren- en burgerstand bestreed hij met groote heftigheid de Scipio’s en hun aanhang. Met groote gestrengheid ging hij als censortegenalles te keer, wat in zijne oogen naar weelde zweemde of de eenvoudigheid van zeden kon ondermijnen. Hij was een man van strenge tucht en van stipte rechtvaardigheid, behalve waar het Carthago gold, getuige zijn onophoudelijk:censeo Carthaginem esse delendam. Geen tegenstand ontmoedigde hem; tot zijn dood toe bleef hij de kampioen voor het oude, hoewel hij op zijn ouden dag toch nog grieksch ging leeren. Hij is de eerste romeinsche prozaschrijver geweest. Van zijne talrijke werken en redevoeringen is, behalve fragmenten, slechts één werk overgebleven:de agri culturaofde re rustica. Hij heeft ook een geschiedkundig werk geschreven onder den titel vanOrigines, dat van Rome’s stichting tot op Cato’s tijd moet geloopen hebben. Dedisticha Catoniszijn niet van hem, maar uit de 3deeeuw n. C. Als censor bouwde hij debasilica Porcia.—2)M. Porcius Cato, zoon van no. 1, een bekwaam rechtsgeleerde en een veelbelovend jong man,stierf vóór zijn vader in 152.—3)M. Porcius Cato Licinianus, zoon van no. 2, was consul in 118.—4)C. Porcius Cato, zoon van no. 3, werd als consul in 114 door de Scordisci verslagen, werd later beschuldigd zich door Jugurtha te hebben laten omkoopen, en ging in ballingschap.—5)L. Porcius Cato, sneuvelde als consul in 89 in den bondgenootenoorlog.—6)M. Porcius Cato, vader van Cato Uticensis (no. 8), stierf terwijl hij candidaat was voor de praetuur.—7)C. Porcius Cato, een vrij woelziek persoon, behoorde onder de vrienden van P. Clodius en was eerst een tegenstander van Pompeius, doch verzoende zich met dezen.—8)M. Porcius Cato, bijgenaamdUticensis, zoon van no. 6, was een der edelste karakters uit de laatste halve eeuw der republiek. Hij werd geboren in 95, was in 65 quaestor urbanus, en beheerde toen de finantiën van den staat op voortreffelijke wijze; hij werd voor het jaar 62 tot volkstribuun gekozen, en werkte in het laatst van 63 mede, om de vier aanhangers van Catilīna ter dood te doen veroordeelen. Als voorvechter der aristocratie kantte hij zich met kracht tegen het streven van Caesar, Pompeius en Crassus, doch bracht door zijn tegenstand juist een nauwere aansluiting tusschen de drie te weeg. In 58 werd hij tijdelijk uit Rome verwijderd, zieClodiae legesno. 7. Hij kweet zich voortreffelijk van de hem opgedragen taak. In den burgeroorlog koos Cato de partij van Pompeius, die hem echter om zijne republikeinsche gezindheid met koelheid bejegende en zijne raadgevingen in den wind sloeg, zoodat Cato zich naar Rhodus begaf. Na Pompeius’ nederlaag en dood en na den slag bij Thapsus sloot Cato zich binnen Utica op, met het plan zich tegen Caesar te verdedigen. De aanwezige Rom. deelden echter zijn moed niet. Cato liet nu allen die weg wilden, aan boord zijner vloot gaan en toen deze uitgezeild was, stiet hij zich, na eerst in Plato’s Phaedo gelezen te hebben, het zwaard in de borst. De wond was niet terstond doodelijk; hij rukte echter het aangelegde verband af en liet zich doodbloeden, daar hij den ondergang der republiek niet overleven wilde (April 46).—9)M. Porcius Cato, zoon van no. 8, was bij zijns vaders dood aanwezig. Hij verzoende zich met Caesar, ging na diens dood tot Brutus over en sneuvelde bij Philippi.—10)Porcia, zuster van no. 9, de waardige dochter van een heldhaftigen en edelen vader, was eerst met M. Calpurnius Bibulus (Calpurniino. 17) en na diens dood met M. Brutus (Juniino. 9) gehuwd.—11)M. Porcius Latro, beroemd rhetor onder Augustus, uit Hispania afkomstig, leermeester van Ovidius en vriend van Seneca (den vader).—12)M. Porcius Laeca, deelgenoot aan de samenzwering van Catilina. In zijn huis had de samenkomst plaats, waar besloten werd, den daarop volgenden morgen Cicero te vermoorden.—13)Porcius Festus, z.Festusno. 1.Πορισταί, beambten bij het financiewezen te Athene, van wier werkkring en bevoegdheid niets naders vermeld wordt, dan dat zij voor de inkomsten van den staat te zorgen hadden.Misschien dienden zij alleen in buitengewone gevallen tot bijstand van denταμίας.Porphyreon,Πορφυρέων, stad in Phoenīce, ten N. van Sidon.Porphyrio(Pomponius), uitlegger van Horatius uit de 3deeeuw na C. Zijn commentaar op Horatius is nog grootendeels bewaard gebleven.Porphyrio,Πορφυρίων, een gigant, een van de aanvoerders bij de Gigantomachia, werd door Heracles verslagen.Porphyrius,Πορφύριος, van Batanēa in Syrië, geb. 233 na C., ontving zijne eerste opleiding te Tyrus, en kwam later naar Athene, waar hij de leerling werd van Longīnus, die zijn oorspronkelijken naam Malchus in P. vertaalde. 30 jaar oud ging hij naar Rome, waar hij 6 jaar lang met den grootsten ijver de lessen van Plotīnus volgde. Tot herstel zijner gezondheid bracht hij vervolgens 5 jaar op Sicilië door, daarna keerde hij naar Rome terug en na den dood van Plotinus trad hij als leeraar der wijsbegeerte op. Hij stelt zich voornamelijk ten doel de leer van Plotinus te verdedigen en te verklaren, en te bewijzen dat deze in den grond der zaak hetzelfde geleerd heeft als Plato en Aristoteles. Zijn voornaamste leerling was Iamblichus. Op vrij hoogen leeftijd trouwde hij met Marcella, een arme weduwe met zeven kinderen; hijstierfin 304. Zijne veelomvattende geleerdheid, de duidelijkheiden nauwkeurigheid van zijne werken, en vooral zijne eerlijkheid werd algemeen, ook door zijne tegenstanders, erkend; ook hebben zijne werken tot laat in de middeleeuwen grooten invloed op de studie der wijsbegeerte gehad. De meeste er van, o.a. een in 15 boekenκατὰ Χριστιανῶν, zijn verloren gegaan; van die, welke bewaard gebleven zijn, zijn de voornaamste het leven van Plotinus en dat van Pythagoras en zijne verklaringen van Homerus.Porrima, z.Carmenta.PorsennaofPorsēna,Πορσήνας, koning of lars der etrurische stad Clusium, belegerde op verzoek van den verdreven Tarquinius Superbus de stad Rome. Hoewel hij Tarq. niet op den troon terugbracht, moesten de Rom. toch door afstand van grond den vrede verkrijgen. Het volksverhaal echter vermeldt, dat P., door den moed van Horatius Cocles en van Mucius met bewondering en ontzag vervuld, onverrichter zake aftrok. Dit is de gewone voorstelling. Volgens oudere berichten heeft P. de stad ingenomen, en is ze een tijdlang aan hem onderworpen geweest; de Romeinen mochten geen ander ijzer gebruiken dan wat ze voor den landbouw noodig hadden.Portentum, zieauguria.Porthāon, -theus,Πορθάων, -θεύς=Parthāon.Porthmus,Πορθμός, haven in het gebied van Eretria op Euboea, aan de Z.-kust, ten O. van die stad.Portuensis(via), van Rome naar Portus Augusti.Portūnus, Portumnus, oorspronkelijk een god van de deuren en poorten, evenals Janus, later havengod bij de Rom., had te Rome een tempel bij de haven van den Tiber, waar jaarlijks den 17denAugustus dePortumnaliagevierd werden. Hij werd afgebeeld met een sleutel in de hand. Later werd hij geheel geïdentificeerd met Palaemon.Portus Augusti, de nieuwe haven aan den mond van den Tiber, door keizer Claudius ten N. van Ostia aangelegd.Portus Herculis, zieCosa.Porus,Πῶρος, vorst van een indisch rijk tusschen den Hydaspes en den Acesīnes, trachtte Alexander den overtocht van den Hydaspes te beletten, maar werd met zijn groot leger verslagen (326). Getroffen door zijn edel karakter, liet Alexander hem de regeering behouden en vergrootte hij zijn gebied nog door toevoeging van een naburig rijk, waarover een anderen P. regeerde. Hij werd later (318) door Eudēmus, den bevelhebber der grieksche troepen in Indië, verraderlijk gedood.Porus,ΠῶροςofΠώρινος λίθος, tufsteen, waarvan de tempel van Delphi, behalve de voorgevel, en ook die van Zeus te Olympia gebouwd was. De voorgevel van den Delphischen tempel was van marmer,Πάριος λίθος, z.DelphienAlcmaeonidae.Poseidon v. h. Museum Chiaramonte.Poseidon v. h. Museum Chiaramonte.Poseidon,Ποσειδῶν, -δάων,Neptūnus, zoon van Cronus en Rhea, kreeg bij de verdeeling der heerschappij over het heelal de regeering over de zee, op welker bodem hij met Amphitrīte en hunne kinderen zijn gouden paleis bewoont. Hij omvat en steunt de geheele aarde (Γαιήοχος), heerscht over alle godheden en veroorzaakt alle verschijnselen der zee,met zijn drietand doet hij naar verkiezing stormen opsteken en bedaren, rotsen splijten, de aarde schudden (Ἐννοσίγαιος, Ἐνοσίχθων), eilanden uit zee oprijzen; als hij op zijn wagen, bespannen met paarden met koperen hoeven, over de zee rijdt, dan leggen de golven zich neder en vormen voor hem een effen vlakte, terwijl zeemonsters opduiken en om hem heen dartelen. Voor allen, die met de zee in betrekking staan, is hij een beschermend god, daarentegen vervolgt hij met alle macht hen, die zijn toorn opgewekt hebben. Zoo moet bijv. Odysseus jaren lang op zee rondzwerven, omdat hij P.’s zoon Polyphēmus blind gemaakt heeft, zoo was hij een onverzoenlijk vijand van de Trojanen, wegens de trouweloosheid van Laomedon (z. a.); zelfs tegen Zeus durft hij zich soms verzetten en eens spande hij zelfs met Hera en Athēna samen om hem te boeien (z.Aegaeon).—De dienst van P. was over geheel Griekenland verbreid en van vele steden beweerde men dat zij door een van zijne talrijke zonen gesticht waren, het meest werd hij echter natuurlijk vereerd in kuststreken en op eilanden, in de Peloponnēsus vooral op de landengte van Corinthe, waar te zijner eer de isthmische spelen gevierd werden, en op de Noordkust, verder in de ionische steden van Klein-Azië (z.Panionia), enz. Toch was zijne vereering vroeger nog meer algemeen geweest, toen hij als god van het water in het algemeen, dus ook van bronnen, rivieren, enz., ook in het binnenland als bevruchtend en voedselgevend god beschouwd werd. Vandaarverscheiden verhalen van zijne twisten met andere goden over het bezit van een of ander land, bijv. met Athēna (z. a.) over Attica en Troezen, niet Hera over Argolis (z.Inachus). Onder de dieren zijn hem de dolfijn en de stier, maar vooral het paard, gewijd. In vele verhalen wordt hij met paarden in betrekking gebracht (z.BaliusenOenomaüs), hij zou het paard geschapen en den menschen geleerd hebben zich er van te bedienen (Ἵππιος), hij wordt de vader genoemd van de paarden Arīon en Pegasus. Daarom schept hij ook behagen in wedrennen met paarden en wagens, zooals op verscheiden plaatsen, vooral te Onchestus en op de landengte van Corinthe, te zijner eere gehouden werden. Men offerde hem stieren, liefst zwarte, evers, rammen, soms ook paarden. De denneboom, die hout voor den scheepsbouw levert, was hem heilig. Zijne beelden gelijken veel op die van Zeus, hoewel zijne trekken scherper en zijne haren gewoonlijk verward zijn; hij is kenbaar aan zijn drietand of aan den dolfijn, die hem vergezelt, ook is hij dikwijls in het gezelschap van Amphitrīte e. a. zeegodheden. Dichters noemen hem donker van haar (Κυανοχαίτης).Posideon,Ποσειδέων, 6demaand van het Attische jaar (Dec.–Jan.), z.Annus.Posidēum,Ποσείδειον, -δήιον, 1) stad op de grens van Cilicia en Syria, tegenover Cyprus.—2)stad in Cassiōtis (Syria).Posidippus,Ποσείδιππος, 1) van Cassandrēa, een van de beste dichters der nieuwe attische comedie. Hij schreef ongeveer 40 stukken, waarvan een,Δίδυμοιgenaamd, waarschijnlijk door Plautus in zijn Menaechmi is nagevolgd. Hij trad voor het eerst op omstreeks 287.—2)grieksch epigrammendichter, ongeveer gelijktijdig met den vorigen, waarschijnlijk van Sicilië.Posidium=Posidonium.Posidonia,Ποσειδωνία, oude naam vanPaestum.Posidonium,Ποσειδώνιον, Z.W. kaap van het chalcidische schiereiland Pallēne.Posidonius,Ποσειδώνιος, 1) van Olbiopolis, geschiedschrijver uit de eerste helft van de 2deeeuw.—2)van Apamēa, gewoonlijk naar zijn verblijf op Rhodus de Rhodiër genoemd, geb. omstreeks 135, was een leerling van Panaetius. Na diens dood reisde hij naar Italië, Hispanië, enz., en trad daarna als hoofd der stoicijnsche school op Rhodus op. Hij wordt de geleerdste onder de stoicijnen genoemd en trachtte de leer van Plato en Aristoteles met de stoicijnsche te vereenigen. Cicero en Pompeius woonden zijne voordrachten bij. Ook aan de staatszaken nam hij deel en in 86 kwam hij als gezant naar Rome. Van zijne talrijke werken over geschiedenis en natuurwetenschappen, waaronder een vervolg op Polybius in 52 boeken was, zijn slechts fragmenten bewaard. Hij heeft een ontzaglijken invloed gehad op de denkrichting van zijn tijd en van latere geslachten.Possessio, het feitelijk bezit eener zaak, in tegenstelling vandominiumof eigendom volgens streng rom. recht. Ziebonorum possessio.Postliminium, zieius postliminii.Postumia(via), in Gallia Cisalpīna, van Genua over Cremōna en Mantua naar Aquileia. Deze weg is in het jaar 148 door den consul Sp. Postumius aangelegd.Postumii, patricisch geslacht, misschien van etruscischen oorsprong. 1)P. Postumius Tubertus, consul in 505 en 503, bracht den Sabijnen zware nederlagen toe, hoewel hij eenmaal zelf verslagen werd.—2)A. Postumius Albus Regillensis, consul in 496, legde zijn consulaat neder om tot dictator benoemd te kunnen worden (v. a. was hij dictator in 498) en behaalde toen op de Latijnen de schitterende overwinning bij het meer Regillus. Zijn zoon Sp. was een der drie mannen, die in 454 naar Griekenland gezonden werden om aldaar de wetten te bestudeeren.—3)A. Post. Albus Reg., zoon van no. 2, consul in 464, overwon de Aequers.—4)A. Postumius Tubertus, dictator in 431, bracht aan de Aequers en Volscers eene schrikkelijke nederlaag toe bij den berg Algidus. Het verhaal, dat T. Manlius Capitolīnus Imperiōsus (zieManliino. 10) zijn zoon zou hebben ter dood gebracht wegens ongehoorzaamheid, wordt door oudere schrijvers op naam van dezen Postumius gesteld.—5)M. Post. Albus Regill.werd als consulairtribuun in 426 door de Vejenten verslagen en hiervoor met een geldboete gestraft.—6)P. Post. Albinus Regill., consulairtribuun in 414, werd door zijn troepen gesteenigd.—7)Sp. Postumius Albīnus, consul in 334 en 321 met T. Veturius Calvīnus, zieVeturiino. 6.—8)L. Postumius Megellus, consul in 305, 294 en 291, versloeg bij herhaling Samnieten en Etruscers en hield tweemaal een triumftocht tegen den wil van den senaat onder de bescherming van eenige volkstribunen.—9)L. Post. Megellus, zoon van no. 8, consul in 262, veroverde de stad Agrigentum op Sicilia.—10)L. Post. Albinus, consul in 234 en 229, overwon de Liguriërs en de Illyriërs, doch sneuvelde in 216 toen hij consul designatus was, in de Litāna Silva tegen de Bojers.—11)Sp. Post. Albinus, zoon van no. 10, consul in 186, werd door den senaat belast met een onderzoek naar de Bacchanalia (z. a.). Zie ookMarciino. 14.—12)A. Post. Albinus, consul in 180, voerde in 174 met strengheid de censuur, terwijlSp. Post. AlbinusPaullulus(misschien zijn broeder) consul was. EenL. Post. Albinus(wellicht een derde broeder) was in 173 consul en gaf den eersten stoot aan de oprichting vantabernaevoor rom. ambtenaren op reis.—13)A. Post. Albinus, een der 10 gezanten, die in 146 de provincie Achaia moesten organiseeren, schreef eene geschiedenis van Rome in het Grieksch.—14)Sp. Post. Albinus, consul in 110, voerde in den oorlog tegen Jugurtha niets uit. Zijn broederA. Post. Albinus, die als legaat onder hem diende, nam het legerbevel op zich, toen Sp. naar Rome vertrok om de comitia te houden, doch werd door Jugurtha verslagen,waarna het rom. leger onder het juk moest doorgaan.—15)Behalve deze RomeinschePostumii, wordt er ook nog melding gemaakt van een Etruscisch zeeroover,Postumiusgenaamd, die in het jaar 342 (339) met twaalf kaperschepen als vriend de haven van Syracūsae binnenliep, maar door Timoleon terechtgesteld werd.Postumus(M. Cassianius Latinius), één van de zoogenaamde dertig tyrannen (zietriginta tyranniII). Toen keizer Galliēnus uit Gallië tegen Ingenuus (z. a.) optrok, vielen de Franken in Gallië en Spanje, en plunderden o.a. Tarraco, maar werden daarop door Postumus verslagen, die vervolgens (winter van 258/59 n. C.) zich tot keizer liet uitroepen, en den jongen Valeriānus, den zoon van Gallienus, te Keulen liet vermoorden. Vijf jaar lang (259–264) heeft hij Gallië tegen de Franken verdedigd, maar het rechtsrijnsche gebied is waarschijnlijk in dien tijd aan de Alamannen verloren gegaan. Toen Postumus door de generaals van Gallienus in het nauw werd gebracht, nam hij tot mede-keizer Victorīnus aan (waarschijnlijk begin van 268). Hij heerschte als keizer, evenals zijne opvolgers Victorinus (268–269) en Tetricus (270–273), over Gallië, Britannië en Spanje, en wilde een afzonderlijk westersch rijk stichten. Zijne regeering was voor Gallië een tijdperk van vrede en bloei. Postumus werd, nadat hij een anderen pretendent, Lollianus, had overwonnen, door zijn soldaten te Mainz vermoord (268/9).Postvorta, z.Carmenta.Potamides,Ποταμίδες, rivier- en stroomnimfen.Potentia, 1) stad in Picēnum, sedert 184 rom. kolonie.—2)stad in het Noorden van Lucania, aan de grens van Apulia.Potidaea,Ποτίδαια, Ποτείδαια, corinthische volkplanting op de landengte, die Pallēne met Chalcidice verbindt, sterke vesting. In den perzischen oorlog sloeg P. de aanvallen der Perzen af en trad tot het atheensch verbond toe. In den peloponnesischen oorlog viel het af, doch moest zich weder aan de Atheners overgeven, die tot straf de inwoners dwongen de stad te verlaten (430/29) en van Potidaea eene cleruchie maakten. In 356 werd Pot. door Philippus van Macedonia veroverd en verwoest, doch om de gunstige ligging liet Cassander het onder den naam Cassandrēa herbouwen.Potidania,Ποτιδανία, vesting in Aetolia op de locrische grenzen.Potitii, ziePinarii.Potniades,Ποτνιάδες, bijnaam van de Eumeniden en de Bacchanten; ook de paarden van Glaucus no. 2 worden zoo genoemd.Potniae,Ποτνίαι, eerwaardigen, bijnaam van Demēter, Persephone en de Erinyes.Potniae,Πότνιαι, stadje in Boeotia aan den weg van Thebae naar Plataeae, aan den Asōpus. Men vertelde, dat het gras van de weiden in den omtrek de paarden razend maakte. Z.Glaucusno. 2.Practius,Πράκτιος, riviertje in Troas, dat langs Percōte in den Hellespont uitstroomt.Praecōnesbij de Rom. moeten niet op ééne lijn gesteld worden met deκήρυκεςbij de Grieken. Eenpraecowas niets meer dan een openbaar omroeper, die ook gebruikt werd om iets af te kondigen of in de volksvergadering met luider stem voor te lezen. Zij riepen decomitiaen soms ook den senaat te zamen. Zieapparitores.Praefectizijn in het algemeen allen, die ergens over gesteld zijn; zoo heet b.v. de scheepskapiteinpraefectus navis, de admiraalpraefectus classis, het hoofd der roeiers,pr. remigumenz. Eenige praefecti echter zijn er, die hieronder eene afzonderlijke vermelding behoeven.Praefecti aerario, twee ambtenaren, die door sommige keizers, als Augustus, Tiberius, Caligula, Nero, met het administratief beheer van hetaerariumbelast waren, in plaats derquaestores urbani, totdat het aerarium met de keizerlijke schatkist (fiscus) samensmolt.Praefecti Capuam Cumas, ookIV viri in CampaniamofIV viri iuri dicundogeheeten, werden sedert 318 naar de campaansche steden Capua, Cumae, Casilīnum, Volturnum, Liternum, Puteoli, Acerrae, Suessula, Atella en Calatia gezonden om recht te spreken. Ook voor andere deelen van het romeinsch gebied werden door den praetor, niet door het volk,praefecti iuri dicundobenoemd, die in zijn naam recht spraken. ZiePraefectura.Praefecti iuri dicundo, ziePraefectura.Praefecti sociorum. Evenals over een rom. legioen zestribuni militumstonden, stonden over elk legioen italischesocii, alageheeten, zes praefecten, die door de rom. legeraanvoerders werden aangesteld.Praefectūra.Het geheele Romeinsche burgergebied, met uitzondering van de coloniae Romanae, wier overheden zelf mochten rechtspreken, en van Latium, was in districten (praefecturae) verdeeld, en de rechtspraak was daar opgedragen aan een voor elkepraefecturajaarlijks door den praetor urbanus te benoemenpraefectus iuri dicundo. Alleen de praefecti voor N.W. Campania, dePraefecti Capuam Cumas(z. a.) werden in de comitia tributa gekozen.—Onder Constantijn den Gr. kregen de 4 groote deelen, waarin het rom. keizerrijk gesplitst werd, ook den naampraefecturae.Praefectus Augustālisofpraef. Aegypti, de keizerlijke stadhouder van Aegypte.Praefectus praetorio, bevelhebber der door Augustus ingesteldecohortes praetorianaeof keizerlijke garde. Onder Augustus waren er twee, later afwisselend één, twee of eene enkele maal drie.Praefectus Urbi(s).Toen de consuls nog de eenige hooge overheden te Rome waren, stelden zij, wanneer beiden de stad moesten verlaten, onder den titelpraef. UrbisofUrbieen stadhouder aan. Met de instelling der praetuur in 366 werd deze maatregel overbodig, daar depraetor urbanusnu in zoodaniggeval als plaatsvervanger der consuls optrad. Eénmaal ’s jaars echter, tijdens deferiae Latinae, die op den albaanschen berg gevierd en door alle overheden bijgewoond werden, werd in de alsdan bijna verlaten stad een jongeling van aanzienlijken huize met het politietoezicht belast onder den titelpraef. Urbi feriarum Latinarum causa.—Augustus stelde onder den naam vanpraef. Urbieen vasten gouverneur van Rome aan, wiens politietoezicht en rechtsmacht zich later tot op 100 mijlen buiten Rome uitstrekte.Praefectus vigilum, kommandant der nacht- en brandwacht te Rome.Praeficae, gehuurde vrouwen, die bij de begrafenissen van aanzienlijke lieden jammerden en klaagzangen aanhieven.Praeneste,Πραίνεστος, thans Palestrina, oude stad van Latium, op eene rots gelegen en door zijne hooge ligging koel en een aangenaam zomerverblijf (frigidum Praeneste). Er was een beroemde Fortuna-tempel met een orakel. De weg, die van Pr. over Gabii naar Rome liep, heettevia Praenestina. Praeneste was na 338 eencivitas foederata, en bekleedde onder hetnomen Latinumeen bevoorrechte plaats. In 216 weigerde de stad het romeinsche burgerrecht, dat de senaat haar aanbod wegens de dappere verdediging van Casilīnum. In 82 werd de stad door Sulla belegerd, en door den jongen Marius verdedigd. Kort na den slag bij de Porta Collina (1 Nov. 82) gaf het zich over, en werd toen uitgeplunderd en zwaar gestraft. Later bracht Sulla er eene kolonie heen.Praerogatīva, een woord, dat bij de comitia centuriata te huis behoort. In het eerst stemden de 18 riddercenturiën het eerst en werden hierompraerogativaegenoemd; na de hervorming dezer comitia werd door het lot eene centurie der eerste klasse aangewezen om voor te stemmen, die dancenturia praerogativawas. Z. ookprincipium.Praes, zievas.Praesentēius(P.), onderbevelhebber van Q. Pompaedius Silo in den marsischen oorlog.Praesus,Πραῖσος, Πρᾶσος, stad in oostelijk Creta, in het gebied der Eteocrētes, in 140 door de Grieken van het eiland vernietigd.Praetexta, toga met purperen rand omweven, zooals te Rome de curulische overheden en kinderen droegen.Praetexta, n.l.fabula, eene tragoedia, die op rom. bodem speelt en waarin de spelers, die de hoofdrollen vervullen en beroemde of hooggeplaatste Rom. voorstellen, de toga praetexta dragen. In het algemeen zag men te Rome niet gaarne Rom. ten tooneele gevoerd.Praetor,ἡγεμών, στρατηγός. In 367, toen delex Licinia Sextiaden toegang tot het consulaat voor de plebejers had opengesteld, werd voor de civiele rechtspraak het praetorsambt in het leven geroepen. In 337 werd ook de praetuur voor plebejers opengesteld; de eerste plebejische praetor was Q. Publilius Philo. In 241 werd het getal praetoren op twee gebracht; de een, die nupraetor urbānusgenoemd werd, was belast met de rechtspraak tusschen rom. burgers, de andere,praetor inter peregrīnos, met die tusschen burgers en peregrini. Over den aard dezer rechtspraak zieiudex. Praetor iudicem dat,ius dicit, rem iudicatam addicit.De pr. urb. trad tevens bij afwezigheid van beide consuls als hun plaatsvervanger op. Hij is decollega minorder consuls, en wordt evenals deze in decomitia centuriatagekozen onder voorzitting van een consul of dictator; hij heeft hetius cum patribus agendien hetius agendi cum populo. Na den eersten punischen oorlog kwamen er (in 227) 2 praetoren bij als stadhouders van Sicilia en Sardinia en na de verovering van Hispania (in 197) nog 2. Welk praetorschap aan ieder ten deel zou vallen, werd door het lot beslist. Door Sulla en Caesar werd het aantal praetoren achtereenvolgens tot 8, 10, 14 en 16 vermeerderd. Sedert de invoering derquaestiones perpetuae(zieiudicium publicumeniudex) in 149 werd het gewoonte, dat de praetoren gedurende hun ambtsjaar te Rome bleven en eerst daarna een stadhouderschap kregen (zieprovincia). Krachtens hun imperium konden de praetoren ook een leger aanvoeren. Hunne insignia waren desella curulis, detoga praetextaen 2 lictoren binnen Rome (zielex Plaetoria), daarbuiten 6. Wanneer een praetor op het forum zijn ambt uitoefende stond zijn zetel op eene verhevenheid,tribūnal.Praetoris ook de oudste en algemeene naam voor stadhouder, ziepropraetor.Praetoriāni, ziecohortes praetoriae.Praetorium, de ruimte in de legerplaats, 200 voet lang en 200 voet breed, waar de tent van den veldheer was opgeslagen, ook de veldheerstent zelf.Praetorium Agrippīnae, rom. vesting in het land der Bataven, gesticht ten tijde van keizer Claudius, tgw. Arentsburg bij Voorburg. Hier was tevens een station van de romeinsche Rijnvloot. DeFossa Corbulonis, gegraven in 47 n. C. (de tegenwoordige Vliet) loopt hierlangs.PraetutiiofPraetutiāni, een stam in het Z. van Picēnum.Praevaricatio(vanvarus, krom) is het heulen van een aanklager met den beschuldigde. Daar bij de Rom. in rechten hetnon bis in idemgold, zocht een schuldige, die eene ernstige aanklacht vreesde, wel eens een zijner vrienden te bewegen hem aan te klagen, natuurlijk met het doel om door scheeve of verdraaide behandeling der zaak de aanklacht te verliezen en den schuldige te hooren vrijspreken. Het bewijs van praevaricatio was moeielijk te leveren; werd zij echter bewezen, dan was eerloosheid er het gevolg van en kon de aanklacht door een ander worden opgevat.Πράκτορες, beambten bij het financiewezen te Athene, die boeten e. dgl., voor zoover zij ten bate van den staat kwamen, moesten innen.Prandium, ontbijt, doch niet zooals wij inden ochtend gebruiken, datientaculumheet en niet algemeen in zwang was, maar een soort van lunch omstreeks den middag (12 uur).Prasiae,Πρασιαί, 1) stad op de Oostkust van Laconica.—2)demus aan de Z.O. kust van Attica.Prasias lacus,Πρασιὰς λίμνη, meer in Thracië, door den Strymon. gevormd, even ten N. van Amphipolis.Prasii,Πράσιοι, machtig indisch volk aan den Ganges, met de hoofdstad Palibothra. Omstreeks 300 bracht hun koning Sandracottus een leger van ± 500000 man met 3000 olifanten op de been.Pratinas,Πρατίνας, van Phlius, een van de oudste treurspeldichters te Athene, tijdgenoot van Aeschylus. Hij wordt de eerste dichter genoemd, die te Athene een satyrdrama liet opvoeren.Praxagoras,Πραξαγόρας, Athener, schrijver eener geschiedenis van Constantijn den Groote, van Alexander en van de koningen van Attica, die bijna geheel verloren zijn. Hij leefde in de 4deeeuw n. C.Praxilla,Πράξιλλα, van Sicyon, lyrische dichteres omstreeks het midden der 5deeeuw.Praxiphanes,Πραξιφάνης, van Mytilēne of van Rhodus, leerling van Theophrastus, later zelf leeraar der peripatetische wijsbegeerte, hield zich voornamelijk met grammatische studiën bezig.—Een ander van denzelfden naam wordt onder de leermeesters van Epicūrus genoemd.Praxiteles,Πραξιτέλης, Athener, een van de grootste beeldhouwers, wiens beelden uitmuntten door schoonheid van vormen en bevalligheid van stand (± 350). Een van zijne meesterstukken was de Aphrodīte, die hij voor de Cnidiërs maakte. Een Hermeskop van Pr. is op blz. 311 afgebeeld.Prelius lacus, moeras op de etruscische kust, ten Z.W. van Rusellae.Prexaspes,Πρηξάσπης, een gunsteling van Cambȳses, op wiens bevel hij Smerdis doodde. Na den dood van Cambyses (522) maakte hij, om den valschen Smerdis te ontmaskeren, zijne daad aan het volk bekend, terwijl hij op een toren stond, daarop wierp hij zich naar beneden.Priamides,Πριαμίδης, Hector, Paris e. a. zonen van Priamus.Priamus,Πρίαμος, 1), zoon van Laomedon en Strymo. Toen Heracles Troje had ingenomen, werd hij gevangen genomen, maar door zijne zuster Hesione vrijgekocht, vandaar werd zijn oorspronkelijke naam Podarces in Pr. (vanπρίασθαι) veranderd. Na het vertrek van Heracles volgde hij zijn vader op, hij ondernam als bondgenoot der Phrygiërs een krijgstocht tegen de Amazonen, huwde met Arisbe, later met Hecabe, en leefde met het talrijk kroost (50 zoons en 50 dochters), dat hij bij deze en andere vrouwen had, gelukkig en tevreden, totdat de trojaansche oorlog uitbrak, die hem eerst van bijna al zijne zonen beroofde en hem eindelijk regeering en leven kostte. Aan den oorlog neemt hij wegens zijn hoogen leeftijd persoonlijk geen deel, slechts tweemaal komt hij buiten de stad, eerst om een verdrag te sluiten, waarbij de oorlog door een tweegevecht tusschen Paris en Menelāus beslist zou worden, later onder geleide van Hermes, om van Achilles de uitlevering van het lijk van Hector af te smeeken. Toen de Grieken de stad binnendrongen, zocht de grijze koning met zijn vrouw en dochters een schuilplaats bij het altaar van Zeus, maar toen hij zijn zoon Polītes door Neoptolemus zag dooden, slingerde hij zijne lans naar den vijand, die daarop in woede op hem toeliep en hem met zijn zwaard doorstak.—2)zoon van Polītes no. 1, tochtgenoot van Aenēas.Priāpus,Πρίαπος, zoon van Dionȳsus, Hermes, Pan of Adōnis en Aphrodīte of Chione, een god van wijn- en tuinbouw, van vee- en bijenteelt, ook van visscherij, vooral te Lampsacus vereerd, van waar zijn dienst zich over het overige Griekenland schijnt te hebben uitgebreid. De Rom. identificeerden hem met Mutīnus. Zijne beelden werden veelal in tuinen en wijnbergen geplaatst om als vogelverschrikker te dienen. Men offerde hem de eerstelingen der vruchten, melk, honig, bokken en ezels. Hij wordt soms afgebeeld als een knaap, soms als een grijsaard, gewoonlijk met vruchten, een snoeimes of een horen van overvloed in de hand.Priēne,Πριήνη, aziatisch-ionische stad op de zuidelijke helling van den berg Mycale en aan de Latmische golf. In de 4deeeuw is de stad zeer regelmatig herbouwd, en, nu ze door de Duitschers opgegraven is, geeft ze een goed denkbeeld van een hellenistische stad. De wijsgeer Bias was hier geboren.Primigenia, bijnaam van Fortuna, waaronder zij vooral te Praeneste vereerd werd. Zij werd daar als de oudste dochter van Jupiter, maar later als de moeder van Jupiter en Juno beschouwd en had een beroemd orakel, dat geraadpleegd werd door het werpen met eikenhouten staafjes, waarin ouderwetsche letters gesneden waren.Primipilus, Primus Pilus, ziecenturio.Primus, zieAntoniino. 15.Princeps, de oorspronkelijke keizerstitel, door Augustus aangenomen als natuurlijkeprinceps senatus.Princeps inventūtis. Degenen, die bij het opmaken der ridderlijsten door de censoren bovenaan geplaatst waren, werdenprincipes inventutisgenoemd. Onder Augustus werden zijne beide kleinzoons C. en L. Caesar door de ridderschap totprincipes inventutisuitgeroepen, en vervolgens werd het gebruikelijk dat de vermoedelijke troonopvolger dezen titel voerde.Princeps senātus.Hij, die bij het opmaken van de lijst der senatoren door de censoren als de meest waardige bovenaan werd geplaatst, werdprinceps senatusgenoemd. Het was een groot eerbewijs, en zoolang het gebruikelijk bleef, in senaatszittingen den princeps het eerst naar zijn gevoelen te vragen, was deze waardigheid niet van belang ontbloot.Principes, ziecenturia.Principium.Bij decomitia curiataentributastemden alle afdeelingen tegelijk. Als nu de stemmen geteld waren, kwamen derogatores(stemopnemers) op hettemplum(de spreekplaats), waar de voorzitter der vergadering zich bevond, bijeen. Nu werd bij loting vastgesteld, in welke volgorde elke afdeeling den uitslag zou mededeelen. De naam van de eerstgevraagde afdeeling, zoowel bij de curiae als bij de tribus, heetteprincipium, en werd, als het een wet gold, met den naam van den burger, die daarin het eerst gestemd had (qui primus scivit) aan het hoofd van de wet vermeld. Z. ookpraerogativa.Prisciānus, van Caesarēa, rom. taalgeleerde te Constantinopel (± 500 na C.), wiensinstitutiones grammaticaein de middeleeuwen nog lang als latijnsche spraakleer werden gebezigd.Priscus, 1) zieHelvidius Priscus.—2)een Thraciër, die door Theodosius II als keizerlijk gezant tot Attila werd gezonden en eene geschiedenis van het rom. rijk en van de oorlogen met Attila schreef. Er zijn nog fragmenten van over.—3)Attius Priscus, schilder onder de regeering van Vespasiānus.Privernum, oude volscische stad in Latium, reeds vroeg door de Rom. tot kolonie gemaakt. Het lag aan den Amasēnus en had belangrijken wijnbouw.Privilegium(vanprivusenlex), 1) eene wet, die tegen één enkelen persoon gericht is, zooals delex Clodiategen Cicero.—2)een wet of besluit ten gunste van één persoon of van enkele personen, vandaar voorrecht.Προβολή, te Athene een aanklacht bij de volksvergadering, waarop echter alleen eene voorloopige veroordeeling konde volgen; daarna werd de zaak voor een van de gewone rechtbanken gebracht. Deπρ.werd alleen in bizonder ernstige gevallen toegepast, de uitwerking er van bestond, naar het schijnt, alleen in den invloed, dien zulk een uitspraak van het volk op de rechters uitoefende.Προβούλευμα, praeadvies van den raad, eene voorloopige voordracht, waarop de goedkeuring der volksvergadering gevraagd werd.Πρόβουλοι, 1) in oligarchisch geregeerde staten eene commissie uit den raad om de aangelegenheden die voor den raad kwamen, vooraf te onderzoeken en praeadvies erover uit te brengen.—2) een college van 10 mannen, te Athene na de nederlaag op Sicilië (413) ingesteld, om in den daardoor veroorzaakten nood te voorzien. Zij werkten in het belang der oligarchie en waren twee jaar later met alle macht behulpzaam bij het invoeren van de regeering der 400.—3) de afgevaardigden bij de bondsvergadering der 12 ionische staten.Probus.1)M. Aurelius Probus, rom. keizer (276–282 na C.), geb. te Sirmium (232), een man van geringe afkomst. Van zijn militaire loopbaan vóór zijn verheffing tot keizer is niets zekers bekend. Hij was een uitstekend keizer, die de Alemannen en de met hen verbonden Longiones, Franken en Burgundiërs terugdrong en aan het van alle zijden bedreigde rom. rijk aldus verademing schonk. Hij herstelde de Rijngrens, en beschermde de steden aan den Rijn, door aan de overzijdecastella, observatieposten, op te richten. Hij overwon de tegenkeizers Proculus en Bonosus, verplaatste 100000 Bastarners naar het bijna ontvolkte Thracia en had eindelijk rondom vrede. Daar hij echter ook in vredestijd de soldaten arbeid liet verrichten en hen gebruikte om langs den Donau moerassen droog te leggen en wijngaarden aan te leggen, en omdat hij zich had uitgelaten, dat hij eenmaal geen soldaten meer hoopte noodig te hebben, brak er een oproer uit, waarin hij werd doodgeslagen.—2)M. Valerius Probus, uit Berȳtus, beroemd rom. taalgeleerde tijdens Nero.Procas(Silvius), koning van Alba Longa, vader van Numitor en Amulius.Prochyta, eiland op de kust van Campania, bij kaap Misēnum, thans Procida.Procilii.Cicero vermeldt twee mannen van dezen naam, een volkstribuun, die in slechten roep stond en veroordeeld werd, en een geschiedschrijver. Overigens zijn beiden onbekend.Proclēa,Πρόκλεια, dochter van Laomedon, gehuwd met Cycnus no. 2, moeder van Tenes en Hemithea.Procles,Προκλῆς, zoon van Aristodēmus no. 1, regeerde na den dood van zijn vader met zijn broeder Eurysthenes over Lacedaemon; hij is de stamvader van het koninklijk geslacht der Procliden.Proclus,Πρόκλος, van Constantinopel, geb. 410 na C., beroemd neo-platonisch wijsgeer uit de atheensche school, aan welker hoofd hij geruimen tijd stond. Hij wordt beschreven als een edel en waardig man, die zeer streng en matig leefde, zijn aanzienlijk vermogen aan liefdadige werken besteedde, en zijn best deed aan het heidendom door de wijsbegeerte nieuwen steun te verschaffen. Hij stierf in 485.—Pr. was een zeer vruchtbaar schrijver, behalve commentaren op Plato bezitten wij van hem taal-, wis- en sterrenkundige werken en gedichten.Procne,Πρόκνη, dochter van Pandīon, gehuwd met Tereus, bij wien zij moeder was van Itys. Eens ging Tereus naar Athene om zijn schoonvader te bezoeken, en Pr. verzocht hem, als hij terugkwam, hare zuster Philomēla mede te brengen. Tereus deed dit, maar onderweg onteerde hij zijne schoonzuster, en opdat zij deze daad niet aan Procne konde verraden, hield hij de zusters van elkander gescheiden en sneed hij ten overvloede aan Philomēla de tong uit. Toch vond deze middel, door een kunstig weefsel hare zuster op de hoogte van het gebeurde te brengen; om zich te wreken doodden zij gezamenlijk den kleinen Itys, en zetten zij zijn vleesch aan Tereus als spijs voor. Toen deze bemerkte wat zij gedaan hadden, vervolgde hij beide zusters met een bijl om ze te dooden, maar op het oogenblik dat hij haar zoude inhalen, werd hij in een hoppe of een havik veranderd,Procne werd een nachtegaal en Philomēla een zwaluw of omgekeerd.Proconnēsus,Προκόννησος(reeëneiland), eiland en stad in de Propontis, door de Milesiërs gesticht, met beroemde marmergroeven, thans Marmara. ZieCyzicus.Proconsulofpro consule. Wanneer de consuls hun ambtsjaar volbracht hadden en naar hunne provinciën gingen als stadhouders, waren zij eigenlijkprivati, maar de senaat verlengde hun imperium en bekleedde hen voor het bestuur hunner provincie met consulaire macht. Zieprorogatio. Er waren enkele belangrijke provincies, die bij voorkeur aan consuls werden opgedragen en waarvan de stadhouder, ook al was hij geen consul geweest, tochpro consulewerd uitgezonden. Toen Pompeius den senaat dwong, hem naar Hispania te zenden, om in den oorlog tegen Sertorius den proconsul Metellus ter zijde te staan, moest de senaat hem wel met een consulair imperium bekleeden enpro consulelaten uittrekken. Zie ookpropraetor.Procopius, vriend en bloedverwant van keizer Iuliānus, bevelhebber van het leger in Mesopotamia, liet zich onder keizer Valens tot keizer uitroepen (365 na C.), maar werd reeds spoedig (366) door zijn leger in den steek gelaten, en door de zijnen aan Valens uitgeleverd.Procris,Πρόκρις, dochter van Erechtheus, gehuwd met Cephalus.Procrustes,Προκρούστης, uitrekker, bijnaam van Damastes of Polypēmon, een wreed roover, die bij Eleusis woonde. Hij had twee bedden, een zeer lang en een zeer kort, wanneer nu een vreemdeling in zijne handen viel, dan legde hij hem op een van die bedden, lange personen bracht hij op de maat van het korte bed door een stuk van hen af te snijden, korte rekte hij in het lange zoo lang uit, totdat zij stierven. Theseus doodde hem.Proculēius Varro Murēna(C.), rom. ridder, wien door Augustus was opgedragen, Cleopatra als gevangene naar Rome over te brengen. Horatius prijst hem, omdat hij zijn vermogen gedeeld had met zijne broeders, die in den burgeroorlog alles verloren hadden. Hij bracht zichzelf, toen hij ziek werd, door vergif om het leven.Proculi.1)Julius Proculusverhaalde aan het rom. volk, dat Romulus in een onweder ten hemel was gevaren.—2)Sempronius Proculus, beroemd rom. jurist uit de school van Q. Antistius Labeo, naar wien diens volgelingenProculianiworden geheeten. In de Pandecten vindt men nog uittreksels uit zijne werken. Hij leefde ten tijde van Nero.—3)Proculusbeproefde in 280 na C. een opstand tegen keizer Probus, hij moest echter de wijk nemen naar de Franken, die hem uitleverden, waarna Probus hem ter dood liet brengen.Proculiāni, zieProculino. 2.Procuratio, 1) de werkzaamheid van een procurator.—2)het nemen van maatregelen om ongelukken en rampen af te weren, die doorprodigiaenportentawerden aangekondigd.Procurātor, degene die voor een ander eene zaak bezorgt, de zaakwaarnemer, in het huiselijk leven de huishouder, de slaaf die de geheele huishouding bestuurde. Onder de keizers werd in de keizerlijke provinciën het geldelijk beheer opgedragen aanprocuratores Caesaris, die dus de vroegere quaestoren vervingen en ook wel belast werden met het stadhouderschap over kleine provinciën, die als onderdeelen eener grootere werden beschouwd. Zoo was b.v. Pontius Pilātus procurator van Judaea, dat als een aanhangsel van Syria werd gerekend. Ook de bestuurders van verschillende takken van het financiewezen droegen wel dezen naam, b.v.procurator rei privatae, bestuurder van ’s keizers vermogen,procurator metallorum, enz. Voor deze betrekkingen werden gewoonlijkequitesgenomen.Procyon,Προκύων, z.Canis minor.Prodictātorofpro dictatore. Het eenige bekende geval van iemand, die, zonder eigenlijk den titel van dictator te hebben, toch met deze waardigheid werd bekleed, is dat van Q. Fabius Maximus in 217. Ziedictator.Prodicus,Πρόδικος, 1) uit Phocaea, episch dichter uit zeer ouden tijd, aan wien eeneΜινυάςwerd toegeschreven.—2)van Iūlis op het eiland Ceos, beroemd sophist, kwam als gezant naar Athene, en vond er zooveel bijval, dat hij er zich vestigde. Hij stond in vriendschappelijke betrekking met Socrates, Xenophon, Plato, Euripides, Isocrates en vele andere mannen van naam, waaronder sommige zijne leerlingen genoemd worden. Hij besteedde vooral veel studie aan de verschillende beteekenissen van synonieme woorden, met een spitsvondigheid, waarmede Plato dikwijls den spot drijft; overigens spreekt deze van hem altijd met groote achting,σοφώτερος Προδίκουwas een soort van spreekwoordelijke uitdrukking. Bekend is zijne allegorie van Heracles op den tweesprong (z. Xenophon’s Memorabilia II 1. 21 sq.); overigens is niets van hem bewaard gebleven.Prodigium, zieauguria.Πρόδικος, de voogd van een minderjarig koning te Sparta, die in naam van zijn pupil de regeering uitoefende.Prodomus,πρόδομος, zietemplum.Προεδρία, 1) het recht vooraan te zitten, in het bizonder in den schouwburg, een recht dat te Athene als eerbewijs verleend werd aan aanzienlijke of verdienstelijke personen, ook vreemdelingen.—2) voorzitterschap, in het bizonder het voorzitterschap van den raad en de volksvergadering te Athene. Dit werd vroeger bekleed door denἐπιστάτης(z.Πρυτάνεις), maar sedert omstreeks 378 door een van deπρόεδροι, waarvan bij het begin van iedere prytanie 9 door het lot werden aangewezen, nl. een uit iedere phyle behalve die, welke de prytanie had.Προεισφορά, het voorschieten van deεἰσφορά. In iedere symmorie waren 15 van de rijkste leden verplicht om, wanneer eeneεἰσφοράuitgeschreven werd, in spoedeischende gevallen het geheele aandeel der symmorie voor teschieten, waarbij zij natuurlijk het recht hadden het voorgeschotene van hunne medeleden terug te vorderen.Proërna, Proherna,Πρόερνα, stad in het W. van het thessalische landschap Phthiōtis.Proërosia,Προηρόσια, feest bij het begin van den bloeitijd, den 13enBoëdromion te Eleusis uit naam van alle grieksche staten ter eere van Demēter gevierd.Proetides,Προιτίδες, de drie dochters van Proetus: Lysippe, Iphianassa en Iphinoë; zij werden met waanzin gestraft, omdat zij zich schooner genoemd hadden dan Hera of omdat zij den dienst van Dionȳsus veracht hadden. Terwijl zij, in den waan dat zij koeien waren, door bosschen en weiden ronddwaalden, sloeg de kwaal ook op andere vrouwen van Argos over. Zij werden door Melampus (z. a.) genezen.Proetus,Προῖτος, z.AcrisiusenBellerophon. V. s. verjoeg hij Acrisius uit Argos en werd hij door Perseus met het Medūsahoofd versteend.Profesti(dies), werkdagen, zieFesti(dies).Προγάμ(ε)ια, ookπροτέλεια γάμων, een plechtig offer, dat men, alvorens zich in den echt te begeven, aan de beschermgoden van het huwelijk bracht.Προίξ, bruidschat, werd aan den man in vruchtgebruik, niet in eigendom gegeven. Daar een huwelijk zonder bruidschat tot de zeldzaamheden behoorde, vereenigden rijke lieden zich soms om arme meisjes aan een bruidschat te helpen.Πρόκλησις, de eisch om zekere documenten over te leggen, die als bewijsstukken in een proces moesten dienen. Werd die eisch door een van de partijen aan zijn tegenpartij gedaan, dan behoefde deze daaraan niet te voldoen, ofschoon hij natuurlijk door eene weigering zijne zaak in een ongunstig licht stelde; waren echter de bedoelde stukken in handen van een ander, dan konde deze, naar het schijnt, gedwongen worden er een afschrift van te laten nemen.Proletarii, vanprolesafgeleid. Het zijn de arme burgers, die geen belasting betalen en dus den staat niet dienden met hun geld, maar alleen door het verwekken van kinderen. Hun vermogen bedroeg minder dan 4000 as. Zij, die een hoogeren census hadden, heettenadsiduioflocupletes. Deprol. werden slechts bij uitzondering opgeroepen om te dienen. Eerst Marius nam hen en decapite censiin het leger op, dat zoodoende een huurleger werd.Prologus,πρόλογος, in een tooneelstuk het gedeelte, dat bij wijze van inleiding de toestanden uiteenzet en aan de eigenlijke handeling voorafgaat; in stukken, waarin koren optreden, het gedeelte, dat aan deπάροδοςvoorafgaat.Promachus,Πρόμαχος, 1) zoon van Parthenopaeus, een van de Epigonen.—2)zoon van Aeson, werd met zijn vader door Pelias gedood, terwijl Iāson afwezig was.—3)bijnaam van Athēna, van Heracles te Thebae, van Hermes te Tanagra.Promētheus,Προμηθεύς, zoon van Iapetus en Clymene, waagde het de wijsheid van Zeus op de proef te stellen. Na de overwinning der Titanen, tegen wie Pr., ofschoon hij tot hen behoorde, Zeus had geholpen, zoude vastgesteld worden, welke offers den goden toekwamen. Pr. doodde nu, als vertegenwoordiger der menschen, een stier, en wikkelde het vleesch en de ingewanden in de huid, terwijl hij de beenderen met vet bedekte, daarop verzocht hij Zeus zelf te kiezen, en hoewel deze zijn list doorzag, koos hij het slechtste deel. Tot straf voor de bedriegelijke bedoeling van Pr. ontnam hij echter den menschen het vuur, maar Pr. stal het weder van den Olympus en bracht het op aarde terug. Nog meer vertoornd, strafte Zeus de menschen nu door hun Pandōra (z. a.) te zenden. Pr. echter werd aan een rots geklonken, waar een arend hem iederen dag aan de lever knaagt, die echter ’s nachts weder aangroeit.—In andere verhalen heeft Pr. ook nog door andere weldaden, aan de menschen bewezen, den toorn van Zeus opgewekt, die juist het plan had opgevat het menschengeslacht te verdelgen. Niet alleen had hij hun het vuur gebracht, maar ook door hun vele kunsten te leeren (bouwkunst, sterrenkunde, letters, cijfers, geneeskunde, waarzeggen) trachtte hij hen tot hoogere beschaving te leiden. Daarvoor aan een rots vastgeklonken, verklaarde hij, dat hij alleen door de mededeeling van een geheim Zeus konde redden van een gevaar, dat eens zijne regeering zoude bedreigen, en daar hij hardnekkig weigerde dit geheim te openbaren voordat Zeus hem van zijne boeien bevrijd zou hebben, werd hij met de rots in den Tartarus geworpen. Daar hij ook nu niet toegaf, werd hij na lange jaren weder op aarde teruggebracht en nu werd de arend gezonden, die aan zijn lever knaagde, wat niet zou ophouden voordat een onsterfelijke in zijn plaats wilde sterven. Na 30 jaar was Chiron (z.a.) hiertoe bereid, en nu doodde Heracles met toestemming van Zeus den arend en bevrijdde Pr. Deze openbaarde nu van zijn kant het bedoelde geheim, nl. dat Zeus, wanneer hij met Thetis huwde, bij haar een zoon zou krijgen, die hem van de heerschappij zoude berooven.—V. s. had Pr. bij het ontstaan van de wereld of na den watervloed van Deucalion den mensch uit aarde en water geschapen. Aan zijn zoon Deucalion had hij den raad gegeven een schip te bouwen, waarmede hij zich bij de komende overstrooming zou kunnen redden.—Op vele plaatsen genoot Pr. goddelijke eer, dikwijls in vereeniging met Athēna en Hephaestus; te Athene had hij een heiligdom in de Academie, waar jaarlijks een feest (Προμήθεια) te zijner eer gevierd werd; het voornaamste van dit feest was een wedloop met fakkels.Promulgatio(rogationis), het openlijk bekendmaken van een wetsvoorstel, zieTrinundinum.Promulsis, ziecoena.Προναία, bijnaam van Athēna te Delphi, waar haar tempel vóór het groote heiligdom van Apollo stond.Pronaos,πρόναος, zietemplum.Pro(n)ni,Πρόννοι, stad aan de O.-zijde van het eiland Cephallenia.Pronuba, 1) bijnaam van Juno, als huwelijkstichteres.—2)bruidsdame, wier taak het was, van de zijde der bruid het noodige in orde te brengen en haar in het huwelijksleven in te leiden. Voorpronubaekoos men liefst jonggehuwde vrouwen van onbesproken gedrag.Propertius(Sex.), vermoedelijk in of omstreeks 50 te Asisium (Assisi) in Umbria geboren, was reeds vroeg vaderloos en werd door eene der landverdeelingen van Octaviānus van zijn vaderlijk erfgoed beroofd. Naar Rome gekomen, ontbrandde hij in liefde voor de schoone Hostia, die hij in zijne minnedichten onder den naam van Cynthia bezong. Hoewel zij hem door hare wispelturigheid en ontrouw meermalen grievend leed aandeed, bleef de liefde voor haar in het hart van Pr. geworteld. Zijne elegieën, fijn gepenseeld, dragen de sporen van gloeiende bezieling en vereenigen natuur enkunstin zich. Door veelvuldige zinspelingen op oude mythen is hij echter dikwerf moeilijk te begrijpen. Hij stierf jong, waarschijnlijk in of omstreeks het jaar 15.Propoetides, meisjes van Amathus, die de godheid van Aphrodīte loochenden en tot straf daarvoor in steenen veranderd werden.Propontis,Προποντίς, de Voorzee (vóór den Pontus Euxīnus), thans zee van Marmara.Propraetorofpro praetore. Wat van de consuls is gezegd, die als stadhouders door den senaat met consulair imperium werden bekleed (zieproconsul), geldt ook voor de praetoren, die na het verstrijken van hun ambtsjaarpro praetorenaar hunne provinciën gingen. Daar echter de algemeene naam voor stadhouderpraetoris, geldt de titelpro praetoreook van hem, die een stadhouderschap tijdelijk waarneemt. Kwam b. v. een stadhouder te overlijden en viel dan zijn quaestor in zijne plaats in, dan was dezequaestor pro praetore, d. w. z. quaestor met stadhouderlijke macht. Zoo vindt men ook wel eens eenlegatus pro praetore. In den keizertijd is dit de titel van de stadhouders der groote keizerlijke provincies, die voor den keizer het bewind voerden, zielegatus.Propylaea,Προπύλαια, zieAthēnae.Proquaestorofpro quaestore, hij, die tijdelijk het ambt waarneemt van een overleden of tusschentijds afgetreden quaestor. Daar hiervoor door den stadhouder meestal een legatus wordt aangewezen, draagt deze den titel:legatus pro quaestore. Enkele malen vindt men ook, dat het ambt van een quaestor doorprorogatioverlengd wordt (zie hieroverproconsul), denkelijk wanneer er quaestoren te kort kwamen. In zoodanig geval was de titularisproquaestor.Prorogatio, is het verlengen van iemands ambt. Voor de eerste maal is dit voorgekomen in 326, toen het volk op verzoek van den senaat besloot, dat de consul Q. Publilius Philo ook na afloop van zijn ambtstijd hetimperiumzou behouden met den titelpro consule. Sedert dien tijd werd door deprorogatio imperiidikwijls in een tekort aan beschikbare ambtenaren voorzien. In den beginne werd hetimperiumverlengd door een volksbesluit, sedert den tweeden Punischen oorlog, v. a. sedert 250, meest door den senaat. Door Sulla werd deprorogatiovan het consulaat en de praetuur tot regel gemaakt. ZieProconsulenPropraetor.Prorsa, z.Carmenta.Proscenium,προσκήνιον, het tooneel in engeren zin, d. i. de door achter- en zijwanden begrensde ruimte.Proschium,Πρόσχιον, vroeger Pylene,Πυλήνη, stad in Aetolia aan den Zuidkant van den berg Aracynthus.Proselēni,Προσέληνοι, z.Arcadia.Προσήλυτοι, proselyten, Jodengenooten. Van af de 3deeeuw maken de Joden, evenals de aanhangers van andere Oostersche godsdiensten, veel propaganda voor hun geloof, en telkens vindt men er melding van gemaakt, dat velen, ook in Rome, zooals blijkt uit de Romeinsche dichters, zooal niet geheel tot het Jodendom over gingen, toch zich nauw daarbij aansloten, en enkele gebruiken, zooals de Sabbathviering, overnamen. Zij worden in het N. T.προσήλυτοι, die zich aangesloten hebben, of ook welσεβόμενοι, -αι(τὸν Θεόν), Godsdienstigen, genoemd. Zij blijken zeer toegankelijk voor het Christendom, en hebben de verspreiding daarvan in de Heidenwereld bevorderd.Proserpina=Persephone. De dienst van Proserpina en Dis werd in Rome ingevoerd tengevolge van een uitspraak der Sibyllijnsche boeken, zieCeres, Terentini ludienTerentum.Προσκεφάλαιονkussen, ook om te zitten en om op de rustbanken, waarop men bij den maaltijd aanlag, den linkerarm tot steun te dienen.Πρόσκλησις,z.κλητήρ.Προσκύνησις,z.AdoratioenAdulatio, door de Grieken als een teeken van uiterste slaafschheid beschouwd. De wensch van Alexander d. Gr., om deπρ.ook bij Grieken en Macedoniërs in te voeren, vond veel tegenstand.Prosodia,προσόδια, hymnen, onder begeleiding van fluitspel door een koor gezongen, wanneer het zich op feestdagen in optocht naar een tempel begaf.Prosopītis,Προσωπῖτις, eiland en provincie (νομός) in de Zuidspits der Nijldelta.Προστάτης, z.μέτοικος.Πρόςταξις, z.ἀτιμία.Προστίμημα, z.δίκη.Πρόστοα, de vier overdekte zuilengangen, die deαὐλήvan een woonh)is omgeven, v. a. alleen de galerij, die aan de zijde van den inganggelegenis, of deze met de tegenoverliggende.Prostylus,πρόστυλος, z.templumen vergelijk de teekening bijAmphiprostylus.Protagoras,Πρωταγόρας, van Abdēra, een der beroemdste grieksche sophisten (485–416). Nadat hij zich met taalstudie en rhetoricabeziggehouden had en de stelsels der oudere wijsgeeren grondig bestudeerd had, trad hij als leeraar op. Hijzelf was de eerste, die zich sophist noemde en liet zich voor zijn onderwijs 100 minae betalen. Hij loochende het bestaan van absolute, objectieve waarheid en leerde, dat voor den mensch alles was zooals het hem toescheen. Te Athene, waar hij zich sedert 450 meestal ophield, vond hij grooten bijval, v. s. werd hij door Pericles naar Thurii gezonden om er de wetten te herzien. Daar hij in een van zijne werken gezegd had, dat hij niet wist of er goden waren en dat een menschenleven te kort was om zulk een duistere zaak te onderzoeken, werd hij als atheïst aangeklaagd en veroordeeld. Zijn werk werd op de markt verbrand, en v. s. werd hij verbannen. Hij begaf zich naar Sicilië, maar verdronk op reis.Prote,Πρώτη, eiland en reede op de W. kust van Messenia.Protesilāus,Πρωτεσίλαος, zoon van Iphiclus, koning van Phylace, nam deel aan den tocht tegen Troje. Hij was de eerste, die bij de aankomst van de vloot aan land sprong, maar hij werd terstond door Hector gedood. Te Elaeus was zijn graf met een rijken tempel, ook te Phylace had hij een heiligdom, z. ookLaodamīa.

Porcii,plebejisch geslacht. De familiën derLicinien derLaecaehebben geene geschiedkundig belangrijke personen opgeleverd, wel daarentegen die derCatōnes. 1)M. Porcius Cato, bijgenaamdmaiorofcensorius, was in 234 te Tusculum geboren. Op zeventienjarigen leeftijd nam hij deel aan den oorlog tegen Hannibal, in 209 deed hij als miles dienst in het leger van Fabius Maximus (Fabiino. 16), die Tarentum heroverde. Zijne quaestuur valt in 205 en wel op Sicilia en in Africa, waarheen hij P. Scipio begeleidde. Over Sardinia terugkeerend bracht hij van daar Q. Ennius mede naar Rome. Als praetor in 198 bestuurde hij Sardinia. In 195 was hij consul. Als proconsul bedwong hij een opstand in Hispania, nam daarna deel aan den syrischen oorlog (o. a. droeg hij als krijgstribuun zeer bij tot de overwinning bij de Thermopylae 191),en werd in 184 censor. Hij stierf in 149, gezond van geest en lichaam. Cato was een ouderwetsch Romein, sterk gekant tegen alles wat niet nationaal was en dus ook tegen grieksche letteren en kunst, in welk opzicht hij lijnrecht tegenover de Scipio’s stond. Ook als democraat en verdediger van de rechten van den kleinen boeren- en burgerstand bestreed hij met groote heftigheid de Scipio’s en hun aanhang. Met groote gestrengheid ging hij als censortegenalles te keer, wat in zijne oogen naar weelde zweemde of de eenvoudigheid van zeden kon ondermijnen. Hij was een man van strenge tucht en van stipte rechtvaardigheid, behalve waar het Carthago gold, getuige zijn onophoudelijk:censeo Carthaginem esse delendam. Geen tegenstand ontmoedigde hem; tot zijn dood toe bleef hij de kampioen voor het oude, hoewel hij op zijn ouden dag toch nog grieksch ging leeren. Hij is de eerste romeinsche prozaschrijver geweest. Van zijne talrijke werken en redevoeringen is, behalve fragmenten, slechts één werk overgebleven:de agri culturaofde re rustica. Hij heeft ook een geschiedkundig werk geschreven onder den titel vanOrigines, dat van Rome’s stichting tot op Cato’s tijd moet geloopen hebben. Dedisticha Catoniszijn niet van hem, maar uit de 3deeeuw n. C. Als censor bouwde hij debasilica Porcia.—2)M. Porcius Cato, zoon van no. 1, een bekwaam rechtsgeleerde en een veelbelovend jong man,stierf vóór zijn vader in 152.—3)M. Porcius Cato Licinianus, zoon van no. 2, was consul in 118.—4)C. Porcius Cato, zoon van no. 3, werd als consul in 114 door de Scordisci verslagen, werd later beschuldigd zich door Jugurtha te hebben laten omkoopen, en ging in ballingschap.—5)L. Porcius Cato, sneuvelde als consul in 89 in den bondgenootenoorlog.—6)M. Porcius Cato, vader van Cato Uticensis (no. 8), stierf terwijl hij candidaat was voor de praetuur.—7)C. Porcius Cato, een vrij woelziek persoon, behoorde onder de vrienden van P. Clodius en was eerst een tegenstander van Pompeius, doch verzoende zich met dezen.—8)M. Porcius Cato, bijgenaamdUticensis, zoon van no. 6, was een der edelste karakters uit de laatste halve eeuw der republiek. Hij werd geboren in 95, was in 65 quaestor urbanus, en beheerde toen de finantiën van den staat op voortreffelijke wijze; hij werd voor het jaar 62 tot volkstribuun gekozen, en werkte in het laatst van 63 mede, om de vier aanhangers van Catilīna ter dood te doen veroordeelen. Als voorvechter der aristocratie kantte hij zich met kracht tegen het streven van Caesar, Pompeius en Crassus, doch bracht door zijn tegenstand juist een nauwere aansluiting tusschen de drie te weeg. In 58 werd hij tijdelijk uit Rome verwijderd, zieClodiae legesno. 7. Hij kweet zich voortreffelijk van de hem opgedragen taak. In den burgeroorlog koos Cato de partij van Pompeius, die hem echter om zijne republikeinsche gezindheid met koelheid bejegende en zijne raadgevingen in den wind sloeg, zoodat Cato zich naar Rhodus begaf. Na Pompeius’ nederlaag en dood en na den slag bij Thapsus sloot Cato zich binnen Utica op, met het plan zich tegen Caesar te verdedigen. De aanwezige Rom. deelden echter zijn moed niet. Cato liet nu allen die weg wilden, aan boord zijner vloot gaan en toen deze uitgezeild was, stiet hij zich, na eerst in Plato’s Phaedo gelezen te hebben, het zwaard in de borst. De wond was niet terstond doodelijk; hij rukte echter het aangelegde verband af en liet zich doodbloeden, daar hij den ondergang der republiek niet overleven wilde (April 46).—9)M. Porcius Cato, zoon van no. 8, was bij zijns vaders dood aanwezig. Hij verzoende zich met Caesar, ging na diens dood tot Brutus over en sneuvelde bij Philippi.—10)Porcia, zuster van no. 9, de waardige dochter van een heldhaftigen en edelen vader, was eerst met M. Calpurnius Bibulus (Calpurniino. 17) en na diens dood met M. Brutus (Juniino. 9) gehuwd.—11)M. Porcius Latro, beroemd rhetor onder Augustus, uit Hispania afkomstig, leermeester van Ovidius en vriend van Seneca (den vader).—12)M. Porcius Laeca, deelgenoot aan de samenzwering van Catilina. In zijn huis had de samenkomst plaats, waar besloten werd, den daarop volgenden morgen Cicero te vermoorden.—13)Porcius Festus, z.Festusno. 1.Πορισταί, beambten bij het financiewezen te Athene, van wier werkkring en bevoegdheid niets naders vermeld wordt, dan dat zij voor de inkomsten van den staat te zorgen hadden.Misschien dienden zij alleen in buitengewone gevallen tot bijstand van denταμίας.Porphyreon,Πορφυρέων, stad in Phoenīce, ten N. van Sidon.Porphyrio(Pomponius), uitlegger van Horatius uit de 3deeeuw na C. Zijn commentaar op Horatius is nog grootendeels bewaard gebleven.Porphyrio,Πορφυρίων, een gigant, een van de aanvoerders bij de Gigantomachia, werd door Heracles verslagen.Porphyrius,Πορφύριος, van Batanēa in Syrië, geb. 233 na C., ontving zijne eerste opleiding te Tyrus, en kwam later naar Athene, waar hij de leerling werd van Longīnus, die zijn oorspronkelijken naam Malchus in P. vertaalde. 30 jaar oud ging hij naar Rome, waar hij 6 jaar lang met den grootsten ijver de lessen van Plotīnus volgde. Tot herstel zijner gezondheid bracht hij vervolgens 5 jaar op Sicilië door, daarna keerde hij naar Rome terug en na den dood van Plotinus trad hij als leeraar der wijsbegeerte op. Hij stelt zich voornamelijk ten doel de leer van Plotinus te verdedigen en te verklaren, en te bewijzen dat deze in den grond der zaak hetzelfde geleerd heeft als Plato en Aristoteles. Zijn voornaamste leerling was Iamblichus. Op vrij hoogen leeftijd trouwde hij met Marcella, een arme weduwe met zeven kinderen; hijstierfin 304. Zijne veelomvattende geleerdheid, de duidelijkheiden nauwkeurigheid van zijne werken, en vooral zijne eerlijkheid werd algemeen, ook door zijne tegenstanders, erkend; ook hebben zijne werken tot laat in de middeleeuwen grooten invloed op de studie der wijsbegeerte gehad. De meeste er van, o.a. een in 15 boekenκατὰ Χριστιανῶν, zijn verloren gegaan; van die, welke bewaard gebleven zijn, zijn de voornaamste het leven van Plotinus en dat van Pythagoras en zijne verklaringen van Homerus.Porrima, z.Carmenta.PorsennaofPorsēna,Πορσήνας, koning of lars der etrurische stad Clusium, belegerde op verzoek van den verdreven Tarquinius Superbus de stad Rome. Hoewel hij Tarq. niet op den troon terugbracht, moesten de Rom. toch door afstand van grond den vrede verkrijgen. Het volksverhaal echter vermeldt, dat P., door den moed van Horatius Cocles en van Mucius met bewondering en ontzag vervuld, onverrichter zake aftrok. Dit is de gewone voorstelling. Volgens oudere berichten heeft P. de stad ingenomen, en is ze een tijdlang aan hem onderworpen geweest; de Romeinen mochten geen ander ijzer gebruiken dan wat ze voor den landbouw noodig hadden.Portentum, zieauguria.Porthāon, -theus,Πορθάων, -θεύς=Parthāon.Porthmus,Πορθμός, haven in het gebied van Eretria op Euboea, aan de Z.-kust, ten O. van die stad.Portuensis(via), van Rome naar Portus Augusti.Portūnus, Portumnus, oorspronkelijk een god van de deuren en poorten, evenals Janus, later havengod bij de Rom., had te Rome een tempel bij de haven van den Tiber, waar jaarlijks den 17denAugustus dePortumnaliagevierd werden. Hij werd afgebeeld met een sleutel in de hand. Later werd hij geheel geïdentificeerd met Palaemon.Portus Augusti, de nieuwe haven aan den mond van den Tiber, door keizer Claudius ten N. van Ostia aangelegd.Portus Herculis, zieCosa.Porus,Πῶρος, vorst van een indisch rijk tusschen den Hydaspes en den Acesīnes, trachtte Alexander den overtocht van den Hydaspes te beletten, maar werd met zijn groot leger verslagen (326). Getroffen door zijn edel karakter, liet Alexander hem de regeering behouden en vergrootte hij zijn gebied nog door toevoeging van een naburig rijk, waarover een anderen P. regeerde. Hij werd later (318) door Eudēmus, den bevelhebber der grieksche troepen in Indië, verraderlijk gedood.Porus,ΠῶροςofΠώρινος λίθος, tufsteen, waarvan de tempel van Delphi, behalve de voorgevel, en ook die van Zeus te Olympia gebouwd was. De voorgevel van den Delphischen tempel was van marmer,Πάριος λίθος, z.DelphienAlcmaeonidae.Poseidon v. h. Museum Chiaramonte.Poseidon v. h. Museum Chiaramonte.Poseidon,Ποσειδῶν, -δάων,Neptūnus, zoon van Cronus en Rhea, kreeg bij de verdeeling der heerschappij over het heelal de regeering over de zee, op welker bodem hij met Amphitrīte en hunne kinderen zijn gouden paleis bewoont. Hij omvat en steunt de geheele aarde (Γαιήοχος), heerscht over alle godheden en veroorzaakt alle verschijnselen der zee,met zijn drietand doet hij naar verkiezing stormen opsteken en bedaren, rotsen splijten, de aarde schudden (Ἐννοσίγαιος, Ἐνοσίχθων), eilanden uit zee oprijzen; als hij op zijn wagen, bespannen met paarden met koperen hoeven, over de zee rijdt, dan leggen de golven zich neder en vormen voor hem een effen vlakte, terwijl zeemonsters opduiken en om hem heen dartelen. Voor allen, die met de zee in betrekking staan, is hij een beschermend god, daarentegen vervolgt hij met alle macht hen, die zijn toorn opgewekt hebben. Zoo moet bijv. Odysseus jaren lang op zee rondzwerven, omdat hij P.’s zoon Polyphēmus blind gemaakt heeft, zoo was hij een onverzoenlijk vijand van de Trojanen, wegens de trouweloosheid van Laomedon (z. a.); zelfs tegen Zeus durft hij zich soms verzetten en eens spande hij zelfs met Hera en Athēna samen om hem te boeien (z.Aegaeon).—De dienst van P. was over geheel Griekenland verbreid en van vele steden beweerde men dat zij door een van zijne talrijke zonen gesticht waren, het meest werd hij echter natuurlijk vereerd in kuststreken en op eilanden, in de Peloponnēsus vooral op de landengte van Corinthe, waar te zijner eer de isthmische spelen gevierd werden, en op de Noordkust, verder in de ionische steden van Klein-Azië (z.Panionia), enz. Toch was zijne vereering vroeger nog meer algemeen geweest, toen hij als god van het water in het algemeen, dus ook van bronnen, rivieren, enz., ook in het binnenland als bevruchtend en voedselgevend god beschouwd werd. Vandaarverscheiden verhalen van zijne twisten met andere goden over het bezit van een of ander land, bijv. met Athēna (z. a.) over Attica en Troezen, niet Hera over Argolis (z.Inachus). Onder de dieren zijn hem de dolfijn en de stier, maar vooral het paard, gewijd. In vele verhalen wordt hij met paarden in betrekking gebracht (z.BaliusenOenomaüs), hij zou het paard geschapen en den menschen geleerd hebben zich er van te bedienen (Ἵππιος), hij wordt de vader genoemd van de paarden Arīon en Pegasus. Daarom schept hij ook behagen in wedrennen met paarden en wagens, zooals op verscheiden plaatsen, vooral te Onchestus en op de landengte van Corinthe, te zijner eere gehouden werden. Men offerde hem stieren, liefst zwarte, evers, rammen, soms ook paarden. De denneboom, die hout voor den scheepsbouw levert, was hem heilig. Zijne beelden gelijken veel op die van Zeus, hoewel zijne trekken scherper en zijne haren gewoonlijk verward zijn; hij is kenbaar aan zijn drietand of aan den dolfijn, die hem vergezelt, ook is hij dikwijls in het gezelschap van Amphitrīte e. a. zeegodheden. Dichters noemen hem donker van haar (Κυανοχαίτης).Posideon,Ποσειδέων, 6demaand van het Attische jaar (Dec.–Jan.), z.Annus.Posidēum,Ποσείδειον, -δήιον, 1) stad op de grens van Cilicia en Syria, tegenover Cyprus.—2)stad in Cassiōtis (Syria).Posidippus,Ποσείδιππος, 1) van Cassandrēa, een van de beste dichters der nieuwe attische comedie. Hij schreef ongeveer 40 stukken, waarvan een,Δίδυμοιgenaamd, waarschijnlijk door Plautus in zijn Menaechmi is nagevolgd. Hij trad voor het eerst op omstreeks 287.—2)grieksch epigrammendichter, ongeveer gelijktijdig met den vorigen, waarschijnlijk van Sicilië.Posidium=Posidonium.Posidonia,Ποσειδωνία, oude naam vanPaestum.Posidonium,Ποσειδώνιον, Z.W. kaap van het chalcidische schiereiland Pallēne.Posidonius,Ποσειδώνιος, 1) van Olbiopolis, geschiedschrijver uit de eerste helft van de 2deeeuw.—2)van Apamēa, gewoonlijk naar zijn verblijf op Rhodus de Rhodiër genoemd, geb. omstreeks 135, was een leerling van Panaetius. Na diens dood reisde hij naar Italië, Hispanië, enz., en trad daarna als hoofd der stoicijnsche school op Rhodus op. Hij wordt de geleerdste onder de stoicijnen genoemd en trachtte de leer van Plato en Aristoteles met de stoicijnsche te vereenigen. Cicero en Pompeius woonden zijne voordrachten bij. Ook aan de staatszaken nam hij deel en in 86 kwam hij als gezant naar Rome. Van zijne talrijke werken over geschiedenis en natuurwetenschappen, waaronder een vervolg op Polybius in 52 boeken was, zijn slechts fragmenten bewaard. Hij heeft een ontzaglijken invloed gehad op de denkrichting van zijn tijd en van latere geslachten.Possessio, het feitelijk bezit eener zaak, in tegenstelling vandominiumof eigendom volgens streng rom. recht. Ziebonorum possessio.Postliminium, zieius postliminii.Postumia(via), in Gallia Cisalpīna, van Genua over Cremōna en Mantua naar Aquileia. Deze weg is in het jaar 148 door den consul Sp. Postumius aangelegd.Postumii, patricisch geslacht, misschien van etruscischen oorsprong. 1)P. Postumius Tubertus, consul in 505 en 503, bracht den Sabijnen zware nederlagen toe, hoewel hij eenmaal zelf verslagen werd.—2)A. Postumius Albus Regillensis, consul in 496, legde zijn consulaat neder om tot dictator benoemd te kunnen worden (v. a. was hij dictator in 498) en behaalde toen op de Latijnen de schitterende overwinning bij het meer Regillus. Zijn zoon Sp. was een der drie mannen, die in 454 naar Griekenland gezonden werden om aldaar de wetten te bestudeeren.—3)A. Post. Albus Reg., zoon van no. 2, consul in 464, overwon de Aequers.—4)A. Postumius Tubertus, dictator in 431, bracht aan de Aequers en Volscers eene schrikkelijke nederlaag toe bij den berg Algidus. Het verhaal, dat T. Manlius Capitolīnus Imperiōsus (zieManliino. 10) zijn zoon zou hebben ter dood gebracht wegens ongehoorzaamheid, wordt door oudere schrijvers op naam van dezen Postumius gesteld.—5)M. Post. Albus Regill.werd als consulairtribuun in 426 door de Vejenten verslagen en hiervoor met een geldboete gestraft.—6)P. Post. Albinus Regill., consulairtribuun in 414, werd door zijn troepen gesteenigd.—7)Sp. Postumius Albīnus, consul in 334 en 321 met T. Veturius Calvīnus, zieVeturiino. 6.—8)L. Postumius Megellus, consul in 305, 294 en 291, versloeg bij herhaling Samnieten en Etruscers en hield tweemaal een triumftocht tegen den wil van den senaat onder de bescherming van eenige volkstribunen.—9)L. Post. Megellus, zoon van no. 8, consul in 262, veroverde de stad Agrigentum op Sicilia.—10)L. Post. Albinus, consul in 234 en 229, overwon de Liguriërs en de Illyriërs, doch sneuvelde in 216 toen hij consul designatus was, in de Litāna Silva tegen de Bojers.—11)Sp. Post. Albinus, zoon van no. 10, consul in 186, werd door den senaat belast met een onderzoek naar de Bacchanalia (z. a.). Zie ookMarciino. 14.—12)A. Post. Albinus, consul in 180, voerde in 174 met strengheid de censuur, terwijlSp. Post. AlbinusPaullulus(misschien zijn broeder) consul was. EenL. Post. Albinus(wellicht een derde broeder) was in 173 consul en gaf den eersten stoot aan de oprichting vantabernaevoor rom. ambtenaren op reis.—13)A. Post. Albinus, een der 10 gezanten, die in 146 de provincie Achaia moesten organiseeren, schreef eene geschiedenis van Rome in het Grieksch.—14)Sp. Post. Albinus, consul in 110, voerde in den oorlog tegen Jugurtha niets uit. Zijn broederA. Post. Albinus, die als legaat onder hem diende, nam het legerbevel op zich, toen Sp. naar Rome vertrok om de comitia te houden, doch werd door Jugurtha verslagen,waarna het rom. leger onder het juk moest doorgaan.—15)Behalve deze RomeinschePostumii, wordt er ook nog melding gemaakt van een Etruscisch zeeroover,Postumiusgenaamd, die in het jaar 342 (339) met twaalf kaperschepen als vriend de haven van Syracūsae binnenliep, maar door Timoleon terechtgesteld werd.Postumus(M. Cassianius Latinius), één van de zoogenaamde dertig tyrannen (zietriginta tyranniII). Toen keizer Galliēnus uit Gallië tegen Ingenuus (z. a.) optrok, vielen de Franken in Gallië en Spanje, en plunderden o.a. Tarraco, maar werden daarop door Postumus verslagen, die vervolgens (winter van 258/59 n. C.) zich tot keizer liet uitroepen, en den jongen Valeriānus, den zoon van Gallienus, te Keulen liet vermoorden. Vijf jaar lang (259–264) heeft hij Gallië tegen de Franken verdedigd, maar het rechtsrijnsche gebied is waarschijnlijk in dien tijd aan de Alamannen verloren gegaan. Toen Postumus door de generaals van Gallienus in het nauw werd gebracht, nam hij tot mede-keizer Victorīnus aan (waarschijnlijk begin van 268). Hij heerschte als keizer, evenals zijne opvolgers Victorinus (268–269) en Tetricus (270–273), over Gallië, Britannië en Spanje, en wilde een afzonderlijk westersch rijk stichten. Zijne regeering was voor Gallië een tijdperk van vrede en bloei. Postumus werd, nadat hij een anderen pretendent, Lollianus, had overwonnen, door zijn soldaten te Mainz vermoord (268/9).Postvorta, z.Carmenta.Potamides,Ποταμίδες, rivier- en stroomnimfen.Potentia, 1) stad in Picēnum, sedert 184 rom. kolonie.—2)stad in het Noorden van Lucania, aan de grens van Apulia.Potidaea,Ποτίδαια, Ποτείδαια, corinthische volkplanting op de landengte, die Pallēne met Chalcidice verbindt, sterke vesting. In den perzischen oorlog sloeg P. de aanvallen der Perzen af en trad tot het atheensch verbond toe. In den peloponnesischen oorlog viel het af, doch moest zich weder aan de Atheners overgeven, die tot straf de inwoners dwongen de stad te verlaten (430/29) en van Potidaea eene cleruchie maakten. In 356 werd Pot. door Philippus van Macedonia veroverd en verwoest, doch om de gunstige ligging liet Cassander het onder den naam Cassandrēa herbouwen.Potidania,Ποτιδανία, vesting in Aetolia op de locrische grenzen.Potitii, ziePinarii.Potniades,Ποτνιάδες, bijnaam van de Eumeniden en de Bacchanten; ook de paarden van Glaucus no. 2 worden zoo genoemd.Potniae,Ποτνίαι, eerwaardigen, bijnaam van Demēter, Persephone en de Erinyes.Potniae,Πότνιαι, stadje in Boeotia aan den weg van Thebae naar Plataeae, aan den Asōpus. Men vertelde, dat het gras van de weiden in den omtrek de paarden razend maakte. Z.Glaucusno. 2.Practius,Πράκτιος, riviertje in Troas, dat langs Percōte in den Hellespont uitstroomt.Praecōnesbij de Rom. moeten niet op ééne lijn gesteld worden met deκήρυκεςbij de Grieken. Eenpraecowas niets meer dan een openbaar omroeper, die ook gebruikt werd om iets af te kondigen of in de volksvergadering met luider stem voor te lezen. Zij riepen decomitiaen soms ook den senaat te zamen. Zieapparitores.Praefectizijn in het algemeen allen, die ergens over gesteld zijn; zoo heet b.v. de scheepskapiteinpraefectus navis, de admiraalpraefectus classis, het hoofd der roeiers,pr. remigumenz. Eenige praefecti echter zijn er, die hieronder eene afzonderlijke vermelding behoeven.Praefecti aerario, twee ambtenaren, die door sommige keizers, als Augustus, Tiberius, Caligula, Nero, met het administratief beheer van hetaerariumbelast waren, in plaats derquaestores urbani, totdat het aerarium met de keizerlijke schatkist (fiscus) samensmolt.Praefecti Capuam Cumas, ookIV viri in CampaniamofIV viri iuri dicundogeheeten, werden sedert 318 naar de campaansche steden Capua, Cumae, Casilīnum, Volturnum, Liternum, Puteoli, Acerrae, Suessula, Atella en Calatia gezonden om recht te spreken. Ook voor andere deelen van het romeinsch gebied werden door den praetor, niet door het volk,praefecti iuri dicundobenoemd, die in zijn naam recht spraken. ZiePraefectura.Praefecti iuri dicundo, ziePraefectura.Praefecti sociorum. Evenals over een rom. legioen zestribuni militumstonden, stonden over elk legioen italischesocii, alageheeten, zes praefecten, die door de rom. legeraanvoerders werden aangesteld.Praefectūra.Het geheele Romeinsche burgergebied, met uitzondering van de coloniae Romanae, wier overheden zelf mochten rechtspreken, en van Latium, was in districten (praefecturae) verdeeld, en de rechtspraak was daar opgedragen aan een voor elkepraefecturajaarlijks door den praetor urbanus te benoemenpraefectus iuri dicundo. Alleen de praefecti voor N.W. Campania, dePraefecti Capuam Cumas(z. a.) werden in de comitia tributa gekozen.—Onder Constantijn den Gr. kregen de 4 groote deelen, waarin het rom. keizerrijk gesplitst werd, ook den naampraefecturae.Praefectus Augustālisofpraef. Aegypti, de keizerlijke stadhouder van Aegypte.Praefectus praetorio, bevelhebber der door Augustus ingesteldecohortes praetorianaeof keizerlijke garde. Onder Augustus waren er twee, later afwisselend één, twee of eene enkele maal drie.Praefectus Urbi(s).Toen de consuls nog de eenige hooge overheden te Rome waren, stelden zij, wanneer beiden de stad moesten verlaten, onder den titelpraef. UrbisofUrbieen stadhouder aan. Met de instelling der praetuur in 366 werd deze maatregel overbodig, daar depraetor urbanusnu in zoodaniggeval als plaatsvervanger der consuls optrad. Eénmaal ’s jaars echter, tijdens deferiae Latinae, die op den albaanschen berg gevierd en door alle overheden bijgewoond werden, werd in de alsdan bijna verlaten stad een jongeling van aanzienlijken huize met het politietoezicht belast onder den titelpraef. Urbi feriarum Latinarum causa.—Augustus stelde onder den naam vanpraef. Urbieen vasten gouverneur van Rome aan, wiens politietoezicht en rechtsmacht zich later tot op 100 mijlen buiten Rome uitstrekte.Praefectus vigilum, kommandant der nacht- en brandwacht te Rome.Praeficae, gehuurde vrouwen, die bij de begrafenissen van aanzienlijke lieden jammerden en klaagzangen aanhieven.Praeneste,Πραίνεστος, thans Palestrina, oude stad van Latium, op eene rots gelegen en door zijne hooge ligging koel en een aangenaam zomerverblijf (frigidum Praeneste). Er was een beroemde Fortuna-tempel met een orakel. De weg, die van Pr. over Gabii naar Rome liep, heettevia Praenestina. Praeneste was na 338 eencivitas foederata, en bekleedde onder hetnomen Latinumeen bevoorrechte plaats. In 216 weigerde de stad het romeinsche burgerrecht, dat de senaat haar aanbod wegens de dappere verdediging van Casilīnum. In 82 werd de stad door Sulla belegerd, en door den jongen Marius verdedigd. Kort na den slag bij de Porta Collina (1 Nov. 82) gaf het zich over, en werd toen uitgeplunderd en zwaar gestraft. Later bracht Sulla er eene kolonie heen.Praerogatīva, een woord, dat bij de comitia centuriata te huis behoort. In het eerst stemden de 18 riddercenturiën het eerst en werden hierompraerogativaegenoemd; na de hervorming dezer comitia werd door het lot eene centurie der eerste klasse aangewezen om voor te stemmen, die dancenturia praerogativawas. Z. ookprincipium.Praes, zievas.Praesentēius(P.), onderbevelhebber van Q. Pompaedius Silo in den marsischen oorlog.Praesus,Πραῖσος, Πρᾶσος, stad in oostelijk Creta, in het gebied der Eteocrētes, in 140 door de Grieken van het eiland vernietigd.Praetexta, toga met purperen rand omweven, zooals te Rome de curulische overheden en kinderen droegen.Praetexta, n.l.fabula, eene tragoedia, die op rom. bodem speelt en waarin de spelers, die de hoofdrollen vervullen en beroemde of hooggeplaatste Rom. voorstellen, de toga praetexta dragen. In het algemeen zag men te Rome niet gaarne Rom. ten tooneele gevoerd.Praetor,ἡγεμών, στρατηγός. In 367, toen delex Licinia Sextiaden toegang tot het consulaat voor de plebejers had opengesteld, werd voor de civiele rechtspraak het praetorsambt in het leven geroepen. In 337 werd ook de praetuur voor plebejers opengesteld; de eerste plebejische praetor was Q. Publilius Philo. In 241 werd het getal praetoren op twee gebracht; de een, die nupraetor urbānusgenoemd werd, was belast met de rechtspraak tusschen rom. burgers, de andere,praetor inter peregrīnos, met die tusschen burgers en peregrini. Over den aard dezer rechtspraak zieiudex. Praetor iudicem dat,ius dicit, rem iudicatam addicit.De pr. urb. trad tevens bij afwezigheid van beide consuls als hun plaatsvervanger op. Hij is decollega minorder consuls, en wordt evenals deze in decomitia centuriatagekozen onder voorzitting van een consul of dictator; hij heeft hetius cum patribus agendien hetius agendi cum populo. Na den eersten punischen oorlog kwamen er (in 227) 2 praetoren bij als stadhouders van Sicilia en Sardinia en na de verovering van Hispania (in 197) nog 2. Welk praetorschap aan ieder ten deel zou vallen, werd door het lot beslist. Door Sulla en Caesar werd het aantal praetoren achtereenvolgens tot 8, 10, 14 en 16 vermeerderd. Sedert de invoering derquaestiones perpetuae(zieiudicium publicumeniudex) in 149 werd het gewoonte, dat de praetoren gedurende hun ambtsjaar te Rome bleven en eerst daarna een stadhouderschap kregen (zieprovincia). Krachtens hun imperium konden de praetoren ook een leger aanvoeren. Hunne insignia waren desella curulis, detoga praetextaen 2 lictoren binnen Rome (zielex Plaetoria), daarbuiten 6. Wanneer een praetor op het forum zijn ambt uitoefende stond zijn zetel op eene verhevenheid,tribūnal.Praetoris ook de oudste en algemeene naam voor stadhouder, ziepropraetor.Praetoriāni, ziecohortes praetoriae.Praetorium, de ruimte in de legerplaats, 200 voet lang en 200 voet breed, waar de tent van den veldheer was opgeslagen, ook de veldheerstent zelf.Praetorium Agrippīnae, rom. vesting in het land der Bataven, gesticht ten tijde van keizer Claudius, tgw. Arentsburg bij Voorburg. Hier was tevens een station van de romeinsche Rijnvloot. DeFossa Corbulonis, gegraven in 47 n. C. (de tegenwoordige Vliet) loopt hierlangs.PraetutiiofPraetutiāni, een stam in het Z. van Picēnum.Praevaricatio(vanvarus, krom) is het heulen van een aanklager met den beschuldigde. Daar bij de Rom. in rechten hetnon bis in idemgold, zocht een schuldige, die eene ernstige aanklacht vreesde, wel eens een zijner vrienden te bewegen hem aan te klagen, natuurlijk met het doel om door scheeve of verdraaide behandeling der zaak de aanklacht te verliezen en den schuldige te hooren vrijspreken. Het bewijs van praevaricatio was moeielijk te leveren; werd zij echter bewezen, dan was eerloosheid er het gevolg van en kon de aanklacht door een ander worden opgevat.Πράκτορες, beambten bij het financiewezen te Athene, die boeten e. dgl., voor zoover zij ten bate van den staat kwamen, moesten innen.Prandium, ontbijt, doch niet zooals wij inden ochtend gebruiken, datientaculumheet en niet algemeen in zwang was, maar een soort van lunch omstreeks den middag (12 uur).Prasiae,Πρασιαί, 1) stad op de Oostkust van Laconica.—2)demus aan de Z.O. kust van Attica.Prasias lacus,Πρασιὰς λίμνη, meer in Thracië, door den Strymon. gevormd, even ten N. van Amphipolis.Prasii,Πράσιοι, machtig indisch volk aan den Ganges, met de hoofdstad Palibothra. Omstreeks 300 bracht hun koning Sandracottus een leger van ± 500000 man met 3000 olifanten op de been.Pratinas,Πρατίνας, van Phlius, een van de oudste treurspeldichters te Athene, tijdgenoot van Aeschylus. Hij wordt de eerste dichter genoemd, die te Athene een satyrdrama liet opvoeren.Praxagoras,Πραξαγόρας, Athener, schrijver eener geschiedenis van Constantijn den Groote, van Alexander en van de koningen van Attica, die bijna geheel verloren zijn. Hij leefde in de 4deeeuw n. C.Praxilla,Πράξιλλα, van Sicyon, lyrische dichteres omstreeks het midden der 5deeeuw.Praxiphanes,Πραξιφάνης, van Mytilēne of van Rhodus, leerling van Theophrastus, later zelf leeraar der peripatetische wijsbegeerte, hield zich voornamelijk met grammatische studiën bezig.—Een ander van denzelfden naam wordt onder de leermeesters van Epicūrus genoemd.Praxiteles,Πραξιτέλης, Athener, een van de grootste beeldhouwers, wiens beelden uitmuntten door schoonheid van vormen en bevalligheid van stand (± 350). Een van zijne meesterstukken was de Aphrodīte, die hij voor de Cnidiërs maakte. Een Hermeskop van Pr. is op blz. 311 afgebeeld.Prelius lacus, moeras op de etruscische kust, ten Z.W. van Rusellae.Prexaspes,Πρηξάσπης, een gunsteling van Cambȳses, op wiens bevel hij Smerdis doodde. Na den dood van Cambyses (522) maakte hij, om den valschen Smerdis te ontmaskeren, zijne daad aan het volk bekend, terwijl hij op een toren stond, daarop wierp hij zich naar beneden.Priamides,Πριαμίδης, Hector, Paris e. a. zonen van Priamus.Priamus,Πρίαμος, 1), zoon van Laomedon en Strymo. Toen Heracles Troje had ingenomen, werd hij gevangen genomen, maar door zijne zuster Hesione vrijgekocht, vandaar werd zijn oorspronkelijke naam Podarces in Pr. (vanπρίασθαι) veranderd. Na het vertrek van Heracles volgde hij zijn vader op, hij ondernam als bondgenoot der Phrygiërs een krijgstocht tegen de Amazonen, huwde met Arisbe, later met Hecabe, en leefde met het talrijk kroost (50 zoons en 50 dochters), dat hij bij deze en andere vrouwen had, gelukkig en tevreden, totdat de trojaansche oorlog uitbrak, die hem eerst van bijna al zijne zonen beroofde en hem eindelijk regeering en leven kostte. Aan den oorlog neemt hij wegens zijn hoogen leeftijd persoonlijk geen deel, slechts tweemaal komt hij buiten de stad, eerst om een verdrag te sluiten, waarbij de oorlog door een tweegevecht tusschen Paris en Menelāus beslist zou worden, later onder geleide van Hermes, om van Achilles de uitlevering van het lijk van Hector af te smeeken. Toen de Grieken de stad binnendrongen, zocht de grijze koning met zijn vrouw en dochters een schuilplaats bij het altaar van Zeus, maar toen hij zijn zoon Polītes door Neoptolemus zag dooden, slingerde hij zijne lans naar den vijand, die daarop in woede op hem toeliep en hem met zijn zwaard doorstak.—2)zoon van Polītes no. 1, tochtgenoot van Aenēas.Priāpus,Πρίαπος, zoon van Dionȳsus, Hermes, Pan of Adōnis en Aphrodīte of Chione, een god van wijn- en tuinbouw, van vee- en bijenteelt, ook van visscherij, vooral te Lampsacus vereerd, van waar zijn dienst zich over het overige Griekenland schijnt te hebben uitgebreid. De Rom. identificeerden hem met Mutīnus. Zijne beelden werden veelal in tuinen en wijnbergen geplaatst om als vogelverschrikker te dienen. Men offerde hem de eerstelingen der vruchten, melk, honig, bokken en ezels. Hij wordt soms afgebeeld als een knaap, soms als een grijsaard, gewoonlijk met vruchten, een snoeimes of een horen van overvloed in de hand.Priēne,Πριήνη, aziatisch-ionische stad op de zuidelijke helling van den berg Mycale en aan de Latmische golf. In de 4deeeuw is de stad zeer regelmatig herbouwd, en, nu ze door de Duitschers opgegraven is, geeft ze een goed denkbeeld van een hellenistische stad. De wijsgeer Bias was hier geboren.Primigenia, bijnaam van Fortuna, waaronder zij vooral te Praeneste vereerd werd. Zij werd daar als de oudste dochter van Jupiter, maar later als de moeder van Jupiter en Juno beschouwd en had een beroemd orakel, dat geraadpleegd werd door het werpen met eikenhouten staafjes, waarin ouderwetsche letters gesneden waren.Primipilus, Primus Pilus, ziecenturio.Primus, zieAntoniino. 15.Princeps, de oorspronkelijke keizerstitel, door Augustus aangenomen als natuurlijkeprinceps senatus.Princeps inventūtis. Degenen, die bij het opmaken der ridderlijsten door de censoren bovenaan geplaatst waren, werdenprincipes inventutisgenoemd. Onder Augustus werden zijne beide kleinzoons C. en L. Caesar door de ridderschap totprincipes inventutisuitgeroepen, en vervolgens werd het gebruikelijk dat de vermoedelijke troonopvolger dezen titel voerde.Princeps senātus.Hij, die bij het opmaken van de lijst der senatoren door de censoren als de meest waardige bovenaan werd geplaatst, werdprinceps senatusgenoemd. Het was een groot eerbewijs, en zoolang het gebruikelijk bleef, in senaatszittingen den princeps het eerst naar zijn gevoelen te vragen, was deze waardigheid niet van belang ontbloot.Principes, ziecenturia.Principium.Bij decomitia curiataentributastemden alle afdeelingen tegelijk. Als nu de stemmen geteld waren, kwamen derogatores(stemopnemers) op hettemplum(de spreekplaats), waar de voorzitter der vergadering zich bevond, bijeen. Nu werd bij loting vastgesteld, in welke volgorde elke afdeeling den uitslag zou mededeelen. De naam van de eerstgevraagde afdeeling, zoowel bij de curiae als bij de tribus, heetteprincipium, en werd, als het een wet gold, met den naam van den burger, die daarin het eerst gestemd had (qui primus scivit) aan het hoofd van de wet vermeld. Z. ookpraerogativa.Prisciānus, van Caesarēa, rom. taalgeleerde te Constantinopel (± 500 na C.), wiensinstitutiones grammaticaein de middeleeuwen nog lang als latijnsche spraakleer werden gebezigd.Priscus, 1) zieHelvidius Priscus.—2)een Thraciër, die door Theodosius II als keizerlijk gezant tot Attila werd gezonden en eene geschiedenis van het rom. rijk en van de oorlogen met Attila schreef. Er zijn nog fragmenten van over.—3)Attius Priscus, schilder onder de regeering van Vespasiānus.Privernum, oude volscische stad in Latium, reeds vroeg door de Rom. tot kolonie gemaakt. Het lag aan den Amasēnus en had belangrijken wijnbouw.Privilegium(vanprivusenlex), 1) eene wet, die tegen één enkelen persoon gericht is, zooals delex Clodiategen Cicero.—2)een wet of besluit ten gunste van één persoon of van enkele personen, vandaar voorrecht.Προβολή, te Athene een aanklacht bij de volksvergadering, waarop echter alleen eene voorloopige veroordeeling konde volgen; daarna werd de zaak voor een van de gewone rechtbanken gebracht. Deπρ.werd alleen in bizonder ernstige gevallen toegepast, de uitwerking er van bestond, naar het schijnt, alleen in den invloed, dien zulk een uitspraak van het volk op de rechters uitoefende.Προβούλευμα, praeadvies van den raad, eene voorloopige voordracht, waarop de goedkeuring der volksvergadering gevraagd werd.Πρόβουλοι, 1) in oligarchisch geregeerde staten eene commissie uit den raad om de aangelegenheden die voor den raad kwamen, vooraf te onderzoeken en praeadvies erover uit te brengen.—2) een college van 10 mannen, te Athene na de nederlaag op Sicilië (413) ingesteld, om in den daardoor veroorzaakten nood te voorzien. Zij werkten in het belang der oligarchie en waren twee jaar later met alle macht behulpzaam bij het invoeren van de regeering der 400.—3) de afgevaardigden bij de bondsvergadering der 12 ionische staten.Probus.1)M. Aurelius Probus, rom. keizer (276–282 na C.), geb. te Sirmium (232), een man van geringe afkomst. Van zijn militaire loopbaan vóór zijn verheffing tot keizer is niets zekers bekend. Hij was een uitstekend keizer, die de Alemannen en de met hen verbonden Longiones, Franken en Burgundiërs terugdrong en aan het van alle zijden bedreigde rom. rijk aldus verademing schonk. Hij herstelde de Rijngrens, en beschermde de steden aan den Rijn, door aan de overzijdecastella, observatieposten, op te richten. Hij overwon de tegenkeizers Proculus en Bonosus, verplaatste 100000 Bastarners naar het bijna ontvolkte Thracia en had eindelijk rondom vrede. Daar hij echter ook in vredestijd de soldaten arbeid liet verrichten en hen gebruikte om langs den Donau moerassen droog te leggen en wijngaarden aan te leggen, en omdat hij zich had uitgelaten, dat hij eenmaal geen soldaten meer hoopte noodig te hebben, brak er een oproer uit, waarin hij werd doodgeslagen.—2)M. Valerius Probus, uit Berȳtus, beroemd rom. taalgeleerde tijdens Nero.Procas(Silvius), koning van Alba Longa, vader van Numitor en Amulius.Prochyta, eiland op de kust van Campania, bij kaap Misēnum, thans Procida.Procilii.Cicero vermeldt twee mannen van dezen naam, een volkstribuun, die in slechten roep stond en veroordeeld werd, en een geschiedschrijver. Overigens zijn beiden onbekend.Proclēa,Πρόκλεια, dochter van Laomedon, gehuwd met Cycnus no. 2, moeder van Tenes en Hemithea.Procles,Προκλῆς, zoon van Aristodēmus no. 1, regeerde na den dood van zijn vader met zijn broeder Eurysthenes over Lacedaemon; hij is de stamvader van het koninklijk geslacht der Procliden.Proclus,Πρόκλος, van Constantinopel, geb. 410 na C., beroemd neo-platonisch wijsgeer uit de atheensche school, aan welker hoofd hij geruimen tijd stond. Hij wordt beschreven als een edel en waardig man, die zeer streng en matig leefde, zijn aanzienlijk vermogen aan liefdadige werken besteedde, en zijn best deed aan het heidendom door de wijsbegeerte nieuwen steun te verschaffen. Hij stierf in 485.—Pr. was een zeer vruchtbaar schrijver, behalve commentaren op Plato bezitten wij van hem taal-, wis- en sterrenkundige werken en gedichten.Procne,Πρόκνη, dochter van Pandīon, gehuwd met Tereus, bij wien zij moeder was van Itys. Eens ging Tereus naar Athene om zijn schoonvader te bezoeken, en Pr. verzocht hem, als hij terugkwam, hare zuster Philomēla mede te brengen. Tereus deed dit, maar onderweg onteerde hij zijne schoonzuster, en opdat zij deze daad niet aan Procne konde verraden, hield hij de zusters van elkander gescheiden en sneed hij ten overvloede aan Philomēla de tong uit. Toch vond deze middel, door een kunstig weefsel hare zuster op de hoogte van het gebeurde te brengen; om zich te wreken doodden zij gezamenlijk den kleinen Itys, en zetten zij zijn vleesch aan Tereus als spijs voor. Toen deze bemerkte wat zij gedaan hadden, vervolgde hij beide zusters met een bijl om ze te dooden, maar op het oogenblik dat hij haar zoude inhalen, werd hij in een hoppe of een havik veranderd,Procne werd een nachtegaal en Philomēla een zwaluw of omgekeerd.Proconnēsus,Προκόννησος(reeëneiland), eiland en stad in de Propontis, door de Milesiërs gesticht, met beroemde marmergroeven, thans Marmara. ZieCyzicus.Proconsulofpro consule. Wanneer de consuls hun ambtsjaar volbracht hadden en naar hunne provinciën gingen als stadhouders, waren zij eigenlijkprivati, maar de senaat verlengde hun imperium en bekleedde hen voor het bestuur hunner provincie met consulaire macht. Zieprorogatio. Er waren enkele belangrijke provincies, die bij voorkeur aan consuls werden opgedragen en waarvan de stadhouder, ook al was hij geen consul geweest, tochpro consulewerd uitgezonden. Toen Pompeius den senaat dwong, hem naar Hispania te zenden, om in den oorlog tegen Sertorius den proconsul Metellus ter zijde te staan, moest de senaat hem wel met een consulair imperium bekleeden enpro consulelaten uittrekken. Zie ookpropraetor.Procopius, vriend en bloedverwant van keizer Iuliānus, bevelhebber van het leger in Mesopotamia, liet zich onder keizer Valens tot keizer uitroepen (365 na C.), maar werd reeds spoedig (366) door zijn leger in den steek gelaten, en door de zijnen aan Valens uitgeleverd.Procris,Πρόκρις, dochter van Erechtheus, gehuwd met Cephalus.Procrustes,Προκρούστης, uitrekker, bijnaam van Damastes of Polypēmon, een wreed roover, die bij Eleusis woonde. Hij had twee bedden, een zeer lang en een zeer kort, wanneer nu een vreemdeling in zijne handen viel, dan legde hij hem op een van die bedden, lange personen bracht hij op de maat van het korte bed door een stuk van hen af te snijden, korte rekte hij in het lange zoo lang uit, totdat zij stierven. Theseus doodde hem.Proculēius Varro Murēna(C.), rom. ridder, wien door Augustus was opgedragen, Cleopatra als gevangene naar Rome over te brengen. Horatius prijst hem, omdat hij zijn vermogen gedeeld had met zijne broeders, die in den burgeroorlog alles verloren hadden. Hij bracht zichzelf, toen hij ziek werd, door vergif om het leven.Proculi.1)Julius Proculusverhaalde aan het rom. volk, dat Romulus in een onweder ten hemel was gevaren.—2)Sempronius Proculus, beroemd rom. jurist uit de school van Q. Antistius Labeo, naar wien diens volgelingenProculianiworden geheeten. In de Pandecten vindt men nog uittreksels uit zijne werken. Hij leefde ten tijde van Nero.—3)Proculusbeproefde in 280 na C. een opstand tegen keizer Probus, hij moest echter de wijk nemen naar de Franken, die hem uitleverden, waarna Probus hem ter dood liet brengen.Proculiāni, zieProculino. 2.Procuratio, 1) de werkzaamheid van een procurator.—2)het nemen van maatregelen om ongelukken en rampen af te weren, die doorprodigiaenportentawerden aangekondigd.Procurātor, degene die voor een ander eene zaak bezorgt, de zaakwaarnemer, in het huiselijk leven de huishouder, de slaaf die de geheele huishouding bestuurde. Onder de keizers werd in de keizerlijke provinciën het geldelijk beheer opgedragen aanprocuratores Caesaris, die dus de vroegere quaestoren vervingen en ook wel belast werden met het stadhouderschap over kleine provinciën, die als onderdeelen eener grootere werden beschouwd. Zoo was b.v. Pontius Pilātus procurator van Judaea, dat als een aanhangsel van Syria werd gerekend. Ook de bestuurders van verschillende takken van het financiewezen droegen wel dezen naam, b.v.procurator rei privatae, bestuurder van ’s keizers vermogen,procurator metallorum, enz. Voor deze betrekkingen werden gewoonlijkequitesgenomen.Procyon,Προκύων, z.Canis minor.Prodictātorofpro dictatore. Het eenige bekende geval van iemand, die, zonder eigenlijk den titel van dictator te hebben, toch met deze waardigheid werd bekleed, is dat van Q. Fabius Maximus in 217. Ziedictator.Prodicus,Πρόδικος, 1) uit Phocaea, episch dichter uit zeer ouden tijd, aan wien eeneΜινυάςwerd toegeschreven.—2)van Iūlis op het eiland Ceos, beroemd sophist, kwam als gezant naar Athene, en vond er zooveel bijval, dat hij er zich vestigde. Hij stond in vriendschappelijke betrekking met Socrates, Xenophon, Plato, Euripides, Isocrates en vele andere mannen van naam, waaronder sommige zijne leerlingen genoemd worden. Hij besteedde vooral veel studie aan de verschillende beteekenissen van synonieme woorden, met een spitsvondigheid, waarmede Plato dikwijls den spot drijft; overigens spreekt deze van hem altijd met groote achting,σοφώτερος Προδίκουwas een soort van spreekwoordelijke uitdrukking. Bekend is zijne allegorie van Heracles op den tweesprong (z. Xenophon’s Memorabilia II 1. 21 sq.); overigens is niets van hem bewaard gebleven.Prodigium, zieauguria.Πρόδικος, de voogd van een minderjarig koning te Sparta, die in naam van zijn pupil de regeering uitoefende.Prodomus,πρόδομος, zietemplum.Προεδρία, 1) het recht vooraan te zitten, in het bizonder in den schouwburg, een recht dat te Athene als eerbewijs verleend werd aan aanzienlijke of verdienstelijke personen, ook vreemdelingen.—2) voorzitterschap, in het bizonder het voorzitterschap van den raad en de volksvergadering te Athene. Dit werd vroeger bekleed door denἐπιστάτης(z.Πρυτάνεις), maar sedert omstreeks 378 door een van deπρόεδροι, waarvan bij het begin van iedere prytanie 9 door het lot werden aangewezen, nl. een uit iedere phyle behalve die, welke de prytanie had.Προεισφορά, het voorschieten van deεἰσφορά. In iedere symmorie waren 15 van de rijkste leden verplicht om, wanneer eeneεἰσφοράuitgeschreven werd, in spoedeischende gevallen het geheele aandeel der symmorie voor teschieten, waarbij zij natuurlijk het recht hadden het voorgeschotene van hunne medeleden terug te vorderen.Proërna, Proherna,Πρόερνα, stad in het W. van het thessalische landschap Phthiōtis.Proërosia,Προηρόσια, feest bij het begin van den bloeitijd, den 13enBoëdromion te Eleusis uit naam van alle grieksche staten ter eere van Demēter gevierd.Proetides,Προιτίδες, de drie dochters van Proetus: Lysippe, Iphianassa en Iphinoë; zij werden met waanzin gestraft, omdat zij zich schooner genoemd hadden dan Hera of omdat zij den dienst van Dionȳsus veracht hadden. Terwijl zij, in den waan dat zij koeien waren, door bosschen en weiden ronddwaalden, sloeg de kwaal ook op andere vrouwen van Argos over. Zij werden door Melampus (z. a.) genezen.Proetus,Προῖτος, z.AcrisiusenBellerophon. V. s. verjoeg hij Acrisius uit Argos en werd hij door Perseus met het Medūsahoofd versteend.Profesti(dies), werkdagen, zieFesti(dies).Προγάμ(ε)ια, ookπροτέλεια γάμων, een plechtig offer, dat men, alvorens zich in den echt te begeven, aan de beschermgoden van het huwelijk bracht.Προίξ, bruidschat, werd aan den man in vruchtgebruik, niet in eigendom gegeven. Daar een huwelijk zonder bruidschat tot de zeldzaamheden behoorde, vereenigden rijke lieden zich soms om arme meisjes aan een bruidschat te helpen.Πρόκλησις, de eisch om zekere documenten over te leggen, die als bewijsstukken in een proces moesten dienen. Werd die eisch door een van de partijen aan zijn tegenpartij gedaan, dan behoefde deze daaraan niet te voldoen, ofschoon hij natuurlijk door eene weigering zijne zaak in een ongunstig licht stelde; waren echter de bedoelde stukken in handen van een ander, dan konde deze, naar het schijnt, gedwongen worden er een afschrift van te laten nemen.Proletarii, vanprolesafgeleid. Het zijn de arme burgers, die geen belasting betalen en dus den staat niet dienden met hun geld, maar alleen door het verwekken van kinderen. Hun vermogen bedroeg minder dan 4000 as. Zij, die een hoogeren census hadden, heettenadsiduioflocupletes. Deprol. werden slechts bij uitzondering opgeroepen om te dienen. Eerst Marius nam hen en decapite censiin het leger op, dat zoodoende een huurleger werd.Prologus,πρόλογος, in een tooneelstuk het gedeelte, dat bij wijze van inleiding de toestanden uiteenzet en aan de eigenlijke handeling voorafgaat; in stukken, waarin koren optreden, het gedeelte, dat aan deπάροδοςvoorafgaat.Promachus,Πρόμαχος, 1) zoon van Parthenopaeus, een van de Epigonen.—2)zoon van Aeson, werd met zijn vader door Pelias gedood, terwijl Iāson afwezig was.—3)bijnaam van Athēna, van Heracles te Thebae, van Hermes te Tanagra.Promētheus,Προμηθεύς, zoon van Iapetus en Clymene, waagde het de wijsheid van Zeus op de proef te stellen. Na de overwinning der Titanen, tegen wie Pr., ofschoon hij tot hen behoorde, Zeus had geholpen, zoude vastgesteld worden, welke offers den goden toekwamen. Pr. doodde nu, als vertegenwoordiger der menschen, een stier, en wikkelde het vleesch en de ingewanden in de huid, terwijl hij de beenderen met vet bedekte, daarop verzocht hij Zeus zelf te kiezen, en hoewel deze zijn list doorzag, koos hij het slechtste deel. Tot straf voor de bedriegelijke bedoeling van Pr. ontnam hij echter den menschen het vuur, maar Pr. stal het weder van den Olympus en bracht het op aarde terug. Nog meer vertoornd, strafte Zeus de menschen nu door hun Pandōra (z. a.) te zenden. Pr. echter werd aan een rots geklonken, waar een arend hem iederen dag aan de lever knaagt, die echter ’s nachts weder aangroeit.—In andere verhalen heeft Pr. ook nog door andere weldaden, aan de menschen bewezen, den toorn van Zeus opgewekt, die juist het plan had opgevat het menschengeslacht te verdelgen. Niet alleen had hij hun het vuur gebracht, maar ook door hun vele kunsten te leeren (bouwkunst, sterrenkunde, letters, cijfers, geneeskunde, waarzeggen) trachtte hij hen tot hoogere beschaving te leiden. Daarvoor aan een rots vastgeklonken, verklaarde hij, dat hij alleen door de mededeeling van een geheim Zeus konde redden van een gevaar, dat eens zijne regeering zoude bedreigen, en daar hij hardnekkig weigerde dit geheim te openbaren voordat Zeus hem van zijne boeien bevrijd zou hebben, werd hij met de rots in den Tartarus geworpen. Daar hij ook nu niet toegaf, werd hij na lange jaren weder op aarde teruggebracht en nu werd de arend gezonden, die aan zijn lever knaagde, wat niet zou ophouden voordat een onsterfelijke in zijn plaats wilde sterven. Na 30 jaar was Chiron (z.a.) hiertoe bereid, en nu doodde Heracles met toestemming van Zeus den arend en bevrijdde Pr. Deze openbaarde nu van zijn kant het bedoelde geheim, nl. dat Zeus, wanneer hij met Thetis huwde, bij haar een zoon zou krijgen, die hem van de heerschappij zoude berooven.—V. s. had Pr. bij het ontstaan van de wereld of na den watervloed van Deucalion den mensch uit aarde en water geschapen. Aan zijn zoon Deucalion had hij den raad gegeven een schip te bouwen, waarmede hij zich bij de komende overstrooming zou kunnen redden.—Op vele plaatsen genoot Pr. goddelijke eer, dikwijls in vereeniging met Athēna en Hephaestus; te Athene had hij een heiligdom in de Academie, waar jaarlijks een feest (Προμήθεια) te zijner eer gevierd werd; het voornaamste van dit feest was een wedloop met fakkels.Promulgatio(rogationis), het openlijk bekendmaken van een wetsvoorstel, zieTrinundinum.Promulsis, ziecoena.Προναία, bijnaam van Athēna te Delphi, waar haar tempel vóór het groote heiligdom van Apollo stond.Pronaos,πρόναος, zietemplum.Pro(n)ni,Πρόννοι, stad aan de O.-zijde van het eiland Cephallenia.Pronuba, 1) bijnaam van Juno, als huwelijkstichteres.—2)bruidsdame, wier taak het was, van de zijde der bruid het noodige in orde te brengen en haar in het huwelijksleven in te leiden. Voorpronubaekoos men liefst jonggehuwde vrouwen van onbesproken gedrag.Propertius(Sex.), vermoedelijk in of omstreeks 50 te Asisium (Assisi) in Umbria geboren, was reeds vroeg vaderloos en werd door eene der landverdeelingen van Octaviānus van zijn vaderlijk erfgoed beroofd. Naar Rome gekomen, ontbrandde hij in liefde voor de schoone Hostia, die hij in zijne minnedichten onder den naam van Cynthia bezong. Hoewel zij hem door hare wispelturigheid en ontrouw meermalen grievend leed aandeed, bleef de liefde voor haar in het hart van Pr. geworteld. Zijne elegieën, fijn gepenseeld, dragen de sporen van gloeiende bezieling en vereenigen natuur enkunstin zich. Door veelvuldige zinspelingen op oude mythen is hij echter dikwerf moeilijk te begrijpen. Hij stierf jong, waarschijnlijk in of omstreeks het jaar 15.Propoetides, meisjes van Amathus, die de godheid van Aphrodīte loochenden en tot straf daarvoor in steenen veranderd werden.Propontis,Προποντίς, de Voorzee (vóór den Pontus Euxīnus), thans zee van Marmara.Propraetorofpro praetore. Wat van de consuls is gezegd, die als stadhouders door den senaat met consulair imperium werden bekleed (zieproconsul), geldt ook voor de praetoren, die na het verstrijken van hun ambtsjaarpro praetorenaar hunne provinciën gingen. Daar echter de algemeene naam voor stadhouderpraetoris, geldt de titelpro praetoreook van hem, die een stadhouderschap tijdelijk waarneemt. Kwam b. v. een stadhouder te overlijden en viel dan zijn quaestor in zijne plaats in, dan was dezequaestor pro praetore, d. w. z. quaestor met stadhouderlijke macht. Zoo vindt men ook wel eens eenlegatus pro praetore. In den keizertijd is dit de titel van de stadhouders der groote keizerlijke provincies, die voor den keizer het bewind voerden, zielegatus.Propylaea,Προπύλαια, zieAthēnae.Proquaestorofpro quaestore, hij, die tijdelijk het ambt waarneemt van een overleden of tusschentijds afgetreden quaestor. Daar hiervoor door den stadhouder meestal een legatus wordt aangewezen, draagt deze den titel:legatus pro quaestore. Enkele malen vindt men ook, dat het ambt van een quaestor doorprorogatioverlengd wordt (zie hieroverproconsul), denkelijk wanneer er quaestoren te kort kwamen. In zoodanig geval was de titularisproquaestor.Prorogatio, is het verlengen van iemands ambt. Voor de eerste maal is dit voorgekomen in 326, toen het volk op verzoek van den senaat besloot, dat de consul Q. Publilius Philo ook na afloop van zijn ambtstijd hetimperiumzou behouden met den titelpro consule. Sedert dien tijd werd door deprorogatio imperiidikwijls in een tekort aan beschikbare ambtenaren voorzien. In den beginne werd hetimperiumverlengd door een volksbesluit, sedert den tweeden Punischen oorlog, v. a. sedert 250, meest door den senaat. Door Sulla werd deprorogatiovan het consulaat en de praetuur tot regel gemaakt. ZieProconsulenPropraetor.Prorsa, z.Carmenta.Proscenium,προσκήνιον, het tooneel in engeren zin, d. i. de door achter- en zijwanden begrensde ruimte.Proschium,Πρόσχιον, vroeger Pylene,Πυλήνη, stad in Aetolia aan den Zuidkant van den berg Aracynthus.Proselēni,Προσέληνοι, z.Arcadia.Προσήλυτοι, proselyten, Jodengenooten. Van af de 3deeeuw maken de Joden, evenals de aanhangers van andere Oostersche godsdiensten, veel propaganda voor hun geloof, en telkens vindt men er melding van gemaakt, dat velen, ook in Rome, zooals blijkt uit de Romeinsche dichters, zooal niet geheel tot het Jodendom over gingen, toch zich nauw daarbij aansloten, en enkele gebruiken, zooals de Sabbathviering, overnamen. Zij worden in het N. T.προσήλυτοι, die zich aangesloten hebben, of ook welσεβόμενοι, -αι(τὸν Θεόν), Godsdienstigen, genoemd. Zij blijken zeer toegankelijk voor het Christendom, en hebben de verspreiding daarvan in de Heidenwereld bevorderd.Proserpina=Persephone. De dienst van Proserpina en Dis werd in Rome ingevoerd tengevolge van een uitspraak der Sibyllijnsche boeken, zieCeres, Terentini ludienTerentum.Προσκεφάλαιονkussen, ook om te zitten en om op de rustbanken, waarop men bij den maaltijd aanlag, den linkerarm tot steun te dienen.Πρόσκλησις,z.κλητήρ.Προσκύνησις,z.AdoratioenAdulatio, door de Grieken als een teeken van uiterste slaafschheid beschouwd. De wensch van Alexander d. Gr., om deπρ.ook bij Grieken en Macedoniërs in te voeren, vond veel tegenstand.Prosodia,προσόδια, hymnen, onder begeleiding van fluitspel door een koor gezongen, wanneer het zich op feestdagen in optocht naar een tempel begaf.Prosopītis,Προσωπῖτις, eiland en provincie (νομός) in de Zuidspits der Nijldelta.Προστάτης, z.μέτοικος.Πρόςταξις, z.ἀτιμία.Προστίμημα, z.δίκη.Πρόστοα, de vier overdekte zuilengangen, die deαὐλήvan een woonh)is omgeven, v. a. alleen de galerij, die aan de zijde van den inganggelegenis, of deze met de tegenoverliggende.Prostylus,πρόστυλος, z.templumen vergelijk de teekening bijAmphiprostylus.Protagoras,Πρωταγόρας, van Abdēra, een der beroemdste grieksche sophisten (485–416). Nadat hij zich met taalstudie en rhetoricabeziggehouden had en de stelsels der oudere wijsgeeren grondig bestudeerd had, trad hij als leeraar op. Hijzelf was de eerste, die zich sophist noemde en liet zich voor zijn onderwijs 100 minae betalen. Hij loochende het bestaan van absolute, objectieve waarheid en leerde, dat voor den mensch alles was zooals het hem toescheen. Te Athene, waar hij zich sedert 450 meestal ophield, vond hij grooten bijval, v. s. werd hij door Pericles naar Thurii gezonden om er de wetten te herzien. Daar hij in een van zijne werken gezegd had, dat hij niet wist of er goden waren en dat een menschenleven te kort was om zulk een duistere zaak te onderzoeken, werd hij als atheïst aangeklaagd en veroordeeld. Zijn werk werd op de markt verbrand, en v. s. werd hij verbannen. Hij begaf zich naar Sicilië, maar verdronk op reis.Prote,Πρώτη, eiland en reede op de W. kust van Messenia.Protesilāus,Πρωτεσίλαος, zoon van Iphiclus, koning van Phylace, nam deel aan den tocht tegen Troje. Hij was de eerste, die bij de aankomst van de vloot aan land sprong, maar hij werd terstond door Hector gedood. Te Elaeus was zijn graf met een rijken tempel, ook te Phylace had hij een heiligdom, z. ookLaodamīa.

Porcii,plebejisch geslacht. De familiën derLicinien derLaecaehebben geene geschiedkundig belangrijke personen opgeleverd, wel daarentegen die derCatōnes. 1)M. Porcius Cato, bijgenaamdmaiorofcensorius, was in 234 te Tusculum geboren. Op zeventienjarigen leeftijd nam hij deel aan den oorlog tegen Hannibal, in 209 deed hij als miles dienst in het leger van Fabius Maximus (Fabiino. 16), die Tarentum heroverde. Zijne quaestuur valt in 205 en wel op Sicilia en in Africa, waarheen hij P. Scipio begeleidde. Over Sardinia terugkeerend bracht hij van daar Q. Ennius mede naar Rome. Als praetor in 198 bestuurde hij Sardinia. In 195 was hij consul. Als proconsul bedwong hij een opstand in Hispania, nam daarna deel aan den syrischen oorlog (o. a. droeg hij als krijgstribuun zeer bij tot de overwinning bij de Thermopylae 191),en werd in 184 censor. Hij stierf in 149, gezond van geest en lichaam. Cato was een ouderwetsch Romein, sterk gekant tegen alles wat niet nationaal was en dus ook tegen grieksche letteren en kunst, in welk opzicht hij lijnrecht tegenover de Scipio’s stond. Ook als democraat en verdediger van de rechten van den kleinen boeren- en burgerstand bestreed hij met groote heftigheid de Scipio’s en hun aanhang. Met groote gestrengheid ging hij als censortegenalles te keer, wat in zijne oogen naar weelde zweemde of de eenvoudigheid van zeden kon ondermijnen. Hij was een man van strenge tucht en van stipte rechtvaardigheid, behalve waar het Carthago gold, getuige zijn onophoudelijk:censeo Carthaginem esse delendam. Geen tegenstand ontmoedigde hem; tot zijn dood toe bleef hij de kampioen voor het oude, hoewel hij op zijn ouden dag toch nog grieksch ging leeren. Hij is de eerste romeinsche prozaschrijver geweest. Van zijne talrijke werken en redevoeringen is, behalve fragmenten, slechts één werk overgebleven:de agri culturaofde re rustica. Hij heeft ook een geschiedkundig werk geschreven onder den titel vanOrigines, dat van Rome’s stichting tot op Cato’s tijd moet geloopen hebben. Dedisticha Catoniszijn niet van hem, maar uit de 3deeeuw n. C. Als censor bouwde hij debasilica Porcia.—2)M. Porcius Cato, zoon van no. 1, een bekwaam rechtsgeleerde en een veelbelovend jong man,stierf vóór zijn vader in 152.—3)M. Porcius Cato Licinianus, zoon van no. 2, was consul in 118.—4)C. Porcius Cato, zoon van no. 3, werd als consul in 114 door de Scordisci verslagen, werd later beschuldigd zich door Jugurtha te hebben laten omkoopen, en ging in ballingschap.—5)L. Porcius Cato, sneuvelde als consul in 89 in den bondgenootenoorlog.—6)M. Porcius Cato, vader van Cato Uticensis (no. 8), stierf terwijl hij candidaat was voor de praetuur.—7)C. Porcius Cato, een vrij woelziek persoon, behoorde onder de vrienden van P. Clodius en was eerst een tegenstander van Pompeius, doch verzoende zich met dezen.—8)M. Porcius Cato, bijgenaamdUticensis, zoon van no. 6, was een der edelste karakters uit de laatste halve eeuw der republiek. Hij werd geboren in 95, was in 65 quaestor urbanus, en beheerde toen de finantiën van den staat op voortreffelijke wijze; hij werd voor het jaar 62 tot volkstribuun gekozen, en werkte in het laatst van 63 mede, om de vier aanhangers van Catilīna ter dood te doen veroordeelen. Als voorvechter der aristocratie kantte hij zich met kracht tegen het streven van Caesar, Pompeius en Crassus, doch bracht door zijn tegenstand juist een nauwere aansluiting tusschen de drie te weeg. In 58 werd hij tijdelijk uit Rome verwijderd, zieClodiae legesno. 7. Hij kweet zich voortreffelijk van de hem opgedragen taak. In den burgeroorlog koos Cato de partij van Pompeius, die hem echter om zijne republikeinsche gezindheid met koelheid bejegende en zijne raadgevingen in den wind sloeg, zoodat Cato zich naar Rhodus begaf. Na Pompeius’ nederlaag en dood en na den slag bij Thapsus sloot Cato zich binnen Utica op, met het plan zich tegen Caesar te verdedigen. De aanwezige Rom. deelden echter zijn moed niet. Cato liet nu allen die weg wilden, aan boord zijner vloot gaan en toen deze uitgezeild was, stiet hij zich, na eerst in Plato’s Phaedo gelezen te hebben, het zwaard in de borst. De wond was niet terstond doodelijk; hij rukte echter het aangelegde verband af en liet zich doodbloeden, daar hij den ondergang der republiek niet overleven wilde (April 46).—9)M. Porcius Cato, zoon van no. 8, was bij zijns vaders dood aanwezig. Hij verzoende zich met Caesar, ging na diens dood tot Brutus over en sneuvelde bij Philippi.—10)Porcia, zuster van no. 9, de waardige dochter van een heldhaftigen en edelen vader, was eerst met M. Calpurnius Bibulus (Calpurniino. 17) en na diens dood met M. Brutus (Juniino. 9) gehuwd.—11)M. Porcius Latro, beroemd rhetor onder Augustus, uit Hispania afkomstig, leermeester van Ovidius en vriend van Seneca (den vader).—12)M. Porcius Laeca, deelgenoot aan de samenzwering van Catilina. In zijn huis had de samenkomst plaats, waar besloten werd, den daarop volgenden morgen Cicero te vermoorden.—13)Porcius Festus, z.Festusno. 1.

Πορισταί, beambten bij het financiewezen te Athene, van wier werkkring en bevoegdheid niets naders vermeld wordt, dan dat zij voor de inkomsten van den staat te zorgen hadden.Misschien dienden zij alleen in buitengewone gevallen tot bijstand van denταμίας.

Porphyreon,Πορφυρέων, stad in Phoenīce, ten N. van Sidon.

Porphyrio(Pomponius), uitlegger van Horatius uit de 3deeeuw na C. Zijn commentaar op Horatius is nog grootendeels bewaard gebleven.

Porphyrio,Πορφυρίων, een gigant, een van de aanvoerders bij de Gigantomachia, werd door Heracles verslagen.

Porphyrius,Πορφύριος, van Batanēa in Syrië, geb. 233 na C., ontving zijne eerste opleiding te Tyrus, en kwam later naar Athene, waar hij de leerling werd van Longīnus, die zijn oorspronkelijken naam Malchus in P. vertaalde. 30 jaar oud ging hij naar Rome, waar hij 6 jaar lang met den grootsten ijver de lessen van Plotīnus volgde. Tot herstel zijner gezondheid bracht hij vervolgens 5 jaar op Sicilië door, daarna keerde hij naar Rome terug en na den dood van Plotinus trad hij als leeraar der wijsbegeerte op. Hij stelt zich voornamelijk ten doel de leer van Plotinus te verdedigen en te verklaren, en te bewijzen dat deze in den grond der zaak hetzelfde geleerd heeft als Plato en Aristoteles. Zijn voornaamste leerling was Iamblichus. Op vrij hoogen leeftijd trouwde hij met Marcella, een arme weduwe met zeven kinderen; hijstierfin 304. Zijne veelomvattende geleerdheid, de duidelijkheiden nauwkeurigheid van zijne werken, en vooral zijne eerlijkheid werd algemeen, ook door zijne tegenstanders, erkend; ook hebben zijne werken tot laat in de middeleeuwen grooten invloed op de studie der wijsbegeerte gehad. De meeste er van, o.a. een in 15 boekenκατὰ Χριστιανῶν, zijn verloren gegaan; van die, welke bewaard gebleven zijn, zijn de voornaamste het leven van Plotinus en dat van Pythagoras en zijne verklaringen van Homerus.

Porrima, z.Carmenta.

PorsennaofPorsēna,Πορσήνας, koning of lars der etrurische stad Clusium, belegerde op verzoek van den verdreven Tarquinius Superbus de stad Rome. Hoewel hij Tarq. niet op den troon terugbracht, moesten de Rom. toch door afstand van grond den vrede verkrijgen. Het volksverhaal echter vermeldt, dat P., door den moed van Horatius Cocles en van Mucius met bewondering en ontzag vervuld, onverrichter zake aftrok. Dit is de gewone voorstelling. Volgens oudere berichten heeft P. de stad ingenomen, en is ze een tijdlang aan hem onderworpen geweest; de Romeinen mochten geen ander ijzer gebruiken dan wat ze voor den landbouw noodig hadden.

Portentum, zieauguria.

Porthāon, -theus,Πορθάων, -θεύς=Parthāon.

Porthmus,Πορθμός, haven in het gebied van Eretria op Euboea, aan de Z.-kust, ten O. van die stad.

Portuensis(via), van Rome naar Portus Augusti.

Portūnus, Portumnus, oorspronkelijk een god van de deuren en poorten, evenals Janus, later havengod bij de Rom., had te Rome een tempel bij de haven van den Tiber, waar jaarlijks den 17denAugustus dePortumnaliagevierd werden. Hij werd afgebeeld met een sleutel in de hand. Later werd hij geheel geïdentificeerd met Palaemon.

Portus Augusti, de nieuwe haven aan den mond van den Tiber, door keizer Claudius ten N. van Ostia aangelegd.

Portus Herculis, zieCosa.

Porus,Πῶρος, vorst van een indisch rijk tusschen den Hydaspes en den Acesīnes, trachtte Alexander den overtocht van den Hydaspes te beletten, maar werd met zijn groot leger verslagen (326). Getroffen door zijn edel karakter, liet Alexander hem de regeering behouden en vergrootte hij zijn gebied nog door toevoeging van een naburig rijk, waarover een anderen P. regeerde. Hij werd later (318) door Eudēmus, den bevelhebber der grieksche troepen in Indië, verraderlijk gedood.

Porus,ΠῶροςofΠώρινος λίθος, tufsteen, waarvan de tempel van Delphi, behalve de voorgevel, en ook die van Zeus te Olympia gebouwd was. De voorgevel van den Delphischen tempel was van marmer,Πάριος λίθος, z.DelphienAlcmaeonidae.

Poseidon v. h. Museum Chiaramonte.Poseidon v. h. Museum Chiaramonte.

Poseidon v. h. Museum Chiaramonte.

Poseidon,Ποσειδῶν, -δάων,Neptūnus, zoon van Cronus en Rhea, kreeg bij de verdeeling der heerschappij over het heelal de regeering over de zee, op welker bodem hij met Amphitrīte en hunne kinderen zijn gouden paleis bewoont. Hij omvat en steunt de geheele aarde (Γαιήοχος), heerscht over alle godheden en veroorzaakt alle verschijnselen der zee,met zijn drietand doet hij naar verkiezing stormen opsteken en bedaren, rotsen splijten, de aarde schudden (Ἐννοσίγαιος, Ἐνοσίχθων), eilanden uit zee oprijzen; als hij op zijn wagen, bespannen met paarden met koperen hoeven, over de zee rijdt, dan leggen de golven zich neder en vormen voor hem een effen vlakte, terwijl zeemonsters opduiken en om hem heen dartelen. Voor allen, die met de zee in betrekking staan, is hij een beschermend god, daarentegen vervolgt hij met alle macht hen, die zijn toorn opgewekt hebben. Zoo moet bijv. Odysseus jaren lang op zee rondzwerven, omdat hij P.’s zoon Polyphēmus blind gemaakt heeft, zoo was hij een onverzoenlijk vijand van de Trojanen, wegens de trouweloosheid van Laomedon (z. a.); zelfs tegen Zeus durft hij zich soms verzetten en eens spande hij zelfs met Hera en Athēna samen om hem te boeien (z.Aegaeon).—De dienst van P. was over geheel Griekenland verbreid en van vele steden beweerde men dat zij door een van zijne talrijke zonen gesticht waren, het meest werd hij echter natuurlijk vereerd in kuststreken en op eilanden, in de Peloponnēsus vooral op de landengte van Corinthe, waar te zijner eer de isthmische spelen gevierd werden, en op de Noordkust, verder in de ionische steden van Klein-Azië (z.Panionia), enz. Toch was zijne vereering vroeger nog meer algemeen geweest, toen hij als god van het water in het algemeen, dus ook van bronnen, rivieren, enz., ook in het binnenland als bevruchtend en voedselgevend god beschouwd werd. Vandaarverscheiden verhalen van zijne twisten met andere goden over het bezit van een of ander land, bijv. met Athēna (z. a.) over Attica en Troezen, niet Hera over Argolis (z.Inachus). Onder de dieren zijn hem de dolfijn en de stier, maar vooral het paard, gewijd. In vele verhalen wordt hij met paarden in betrekking gebracht (z.BaliusenOenomaüs), hij zou het paard geschapen en den menschen geleerd hebben zich er van te bedienen (Ἵππιος), hij wordt de vader genoemd van de paarden Arīon en Pegasus. Daarom schept hij ook behagen in wedrennen met paarden en wagens, zooals op verscheiden plaatsen, vooral te Onchestus en op de landengte van Corinthe, te zijner eere gehouden werden. Men offerde hem stieren, liefst zwarte, evers, rammen, soms ook paarden. De denneboom, die hout voor den scheepsbouw levert, was hem heilig. Zijne beelden gelijken veel op die van Zeus, hoewel zijne trekken scherper en zijne haren gewoonlijk verward zijn; hij is kenbaar aan zijn drietand of aan den dolfijn, die hem vergezelt, ook is hij dikwijls in het gezelschap van Amphitrīte e. a. zeegodheden. Dichters noemen hem donker van haar (Κυανοχαίτης).

Posideon,Ποσειδέων, 6demaand van het Attische jaar (Dec.–Jan.), z.Annus.

Posidēum,Ποσείδειον, -δήιον, 1) stad op de grens van Cilicia en Syria, tegenover Cyprus.—2)stad in Cassiōtis (Syria).

Posidippus,Ποσείδιππος, 1) van Cassandrēa, een van de beste dichters der nieuwe attische comedie. Hij schreef ongeveer 40 stukken, waarvan een,Δίδυμοιgenaamd, waarschijnlijk door Plautus in zijn Menaechmi is nagevolgd. Hij trad voor het eerst op omstreeks 287.—2)grieksch epigrammendichter, ongeveer gelijktijdig met den vorigen, waarschijnlijk van Sicilië.

Posidium=Posidonium.

Posidonia,Ποσειδωνία, oude naam vanPaestum.

Posidonium,Ποσειδώνιον, Z.W. kaap van het chalcidische schiereiland Pallēne.

Posidonius,Ποσειδώνιος, 1) van Olbiopolis, geschiedschrijver uit de eerste helft van de 2deeeuw.—2)van Apamēa, gewoonlijk naar zijn verblijf op Rhodus de Rhodiër genoemd, geb. omstreeks 135, was een leerling van Panaetius. Na diens dood reisde hij naar Italië, Hispanië, enz., en trad daarna als hoofd der stoicijnsche school op Rhodus op. Hij wordt de geleerdste onder de stoicijnen genoemd en trachtte de leer van Plato en Aristoteles met de stoicijnsche te vereenigen. Cicero en Pompeius woonden zijne voordrachten bij. Ook aan de staatszaken nam hij deel en in 86 kwam hij als gezant naar Rome. Van zijne talrijke werken over geschiedenis en natuurwetenschappen, waaronder een vervolg op Polybius in 52 boeken was, zijn slechts fragmenten bewaard. Hij heeft een ontzaglijken invloed gehad op de denkrichting van zijn tijd en van latere geslachten.

Possessio, het feitelijk bezit eener zaak, in tegenstelling vandominiumof eigendom volgens streng rom. recht. Ziebonorum possessio.

Postliminium, zieius postliminii.

Postumia(via), in Gallia Cisalpīna, van Genua over Cremōna en Mantua naar Aquileia. Deze weg is in het jaar 148 door den consul Sp. Postumius aangelegd.

Postumii, patricisch geslacht, misschien van etruscischen oorsprong. 1)P. Postumius Tubertus, consul in 505 en 503, bracht den Sabijnen zware nederlagen toe, hoewel hij eenmaal zelf verslagen werd.—2)A. Postumius Albus Regillensis, consul in 496, legde zijn consulaat neder om tot dictator benoemd te kunnen worden (v. a. was hij dictator in 498) en behaalde toen op de Latijnen de schitterende overwinning bij het meer Regillus. Zijn zoon Sp. was een der drie mannen, die in 454 naar Griekenland gezonden werden om aldaar de wetten te bestudeeren.—3)A. Post. Albus Reg., zoon van no. 2, consul in 464, overwon de Aequers.—4)A. Postumius Tubertus, dictator in 431, bracht aan de Aequers en Volscers eene schrikkelijke nederlaag toe bij den berg Algidus. Het verhaal, dat T. Manlius Capitolīnus Imperiōsus (zieManliino. 10) zijn zoon zou hebben ter dood gebracht wegens ongehoorzaamheid, wordt door oudere schrijvers op naam van dezen Postumius gesteld.—5)M. Post. Albus Regill.werd als consulairtribuun in 426 door de Vejenten verslagen en hiervoor met een geldboete gestraft.—6)P. Post. Albinus Regill., consulairtribuun in 414, werd door zijn troepen gesteenigd.—7)Sp. Postumius Albīnus, consul in 334 en 321 met T. Veturius Calvīnus, zieVeturiino. 6.—8)L. Postumius Megellus, consul in 305, 294 en 291, versloeg bij herhaling Samnieten en Etruscers en hield tweemaal een triumftocht tegen den wil van den senaat onder de bescherming van eenige volkstribunen.—9)L. Post. Megellus, zoon van no. 8, consul in 262, veroverde de stad Agrigentum op Sicilia.—10)L. Post. Albinus, consul in 234 en 229, overwon de Liguriërs en de Illyriërs, doch sneuvelde in 216 toen hij consul designatus was, in de Litāna Silva tegen de Bojers.—11)Sp. Post. Albinus, zoon van no. 10, consul in 186, werd door den senaat belast met een onderzoek naar de Bacchanalia (z. a.). Zie ookMarciino. 14.—12)A. Post. Albinus, consul in 180, voerde in 174 met strengheid de censuur, terwijlSp. Post. AlbinusPaullulus(misschien zijn broeder) consul was. EenL. Post. Albinus(wellicht een derde broeder) was in 173 consul en gaf den eersten stoot aan de oprichting vantabernaevoor rom. ambtenaren op reis.—13)A. Post. Albinus, een der 10 gezanten, die in 146 de provincie Achaia moesten organiseeren, schreef eene geschiedenis van Rome in het Grieksch.—14)Sp. Post. Albinus, consul in 110, voerde in den oorlog tegen Jugurtha niets uit. Zijn broederA. Post. Albinus, die als legaat onder hem diende, nam het legerbevel op zich, toen Sp. naar Rome vertrok om de comitia te houden, doch werd door Jugurtha verslagen,waarna het rom. leger onder het juk moest doorgaan.—15)Behalve deze RomeinschePostumii, wordt er ook nog melding gemaakt van een Etruscisch zeeroover,Postumiusgenaamd, die in het jaar 342 (339) met twaalf kaperschepen als vriend de haven van Syracūsae binnenliep, maar door Timoleon terechtgesteld werd.

Postumus(M. Cassianius Latinius), één van de zoogenaamde dertig tyrannen (zietriginta tyranniII). Toen keizer Galliēnus uit Gallië tegen Ingenuus (z. a.) optrok, vielen de Franken in Gallië en Spanje, en plunderden o.a. Tarraco, maar werden daarop door Postumus verslagen, die vervolgens (winter van 258/59 n. C.) zich tot keizer liet uitroepen, en den jongen Valeriānus, den zoon van Gallienus, te Keulen liet vermoorden. Vijf jaar lang (259–264) heeft hij Gallië tegen de Franken verdedigd, maar het rechtsrijnsche gebied is waarschijnlijk in dien tijd aan de Alamannen verloren gegaan. Toen Postumus door de generaals van Gallienus in het nauw werd gebracht, nam hij tot mede-keizer Victorīnus aan (waarschijnlijk begin van 268). Hij heerschte als keizer, evenals zijne opvolgers Victorinus (268–269) en Tetricus (270–273), over Gallië, Britannië en Spanje, en wilde een afzonderlijk westersch rijk stichten. Zijne regeering was voor Gallië een tijdperk van vrede en bloei. Postumus werd, nadat hij een anderen pretendent, Lollianus, had overwonnen, door zijn soldaten te Mainz vermoord (268/9).

Postvorta, z.Carmenta.

Potamides,Ποταμίδες, rivier- en stroomnimfen.

Potentia, 1) stad in Picēnum, sedert 184 rom. kolonie.—2)stad in het Noorden van Lucania, aan de grens van Apulia.

Potidaea,Ποτίδαια, Ποτείδαια, corinthische volkplanting op de landengte, die Pallēne met Chalcidice verbindt, sterke vesting. In den perzischen oorlog sloeg P. de aanvallen der Perzen af en trad tot het atheensch verbond toe. In den peloponnesischen oorlog viel het af, doch moest zich weder aan de Atheners overgeven, die tot straf de inwoners dwongen de stad te verlaten (430/29) en van Potidaea eene cleruchie maakten. In 356 werd Pot. door Philippus van Macedonia veroverd en verwoest, doch om de gunstige ligging liet Cassander het onder den naam Cassandrēa herbouwen.

Potidania,Ποτιδανία, vesting in Aetolia op de locrische grenzen.

Potitii, ziePinarii.

Potniades,Ποτνιάδες, bijnaam van de Eumeniden en de Bacchanten; ook de paarden van Glaucus no. 2 worden zoo genoemd.

Potniae,Ποτνίαι, eerwaardigen, bijnaam van Demēter, Persephone en de Erinyes.

Potniae,Πότνιαι, stadje in Boeotia aan den weg van Thebae naar Plataeae, aan den Asōpus. Men vertelde, dat het gras van de weiden in den omtrek de paarden razend maakte. Z.Glaucusno. 2.

Practius,Πράκτιος, riviertje in Troas, dat langs Percōte in den Hellespont uitstroomt.

Praecōnesbij de Rom. moeten niet op ééne lijn gesteld worden met deκήρυκεςbij de Grieken. Eenpraecowas niets meer dan een openbaar omroeper, die ook gebruikt werd om iets af te kondigen of in de volksvergadering met luider stem voor te lezen. Zij riepen decomitiaen soms ook den senaat te zamen. Zieapparitores.

Praefectizijn in het algemeen allen, die ergens over gesteld zijn; zoo heet b.v. de scheepskapiteinpraefectus navis, de admiraalpraefectus classis, het hoofd der roeiers,pr. remigumenz. Eenige praefecti echter zijn er, die hieronder eene afzonderlijke vermelding behoeven.

Praefecti aerario, twee ambtenaren, die door sommige keizers, als Augustus, Tiberius, Caligula, Nero, met het administratief beheer van hetaerariumbelast waren, in plaats derquaestores urbani, totdat het aerarium met de keizerlijke schatkist (fiscus) samensmolt.

Praefecti Capuam Cumas, ookIV viri in CampaniamofIV viri iuri dicundogeheeten, werden sedert 318 naar de campaansche steden Capua, Cumae, Casilīnum, Volturnum, Liternum, Puteoli, Acerrae, Suessula, Atella en Calatia gezonden om recht te spreken. Ook voor andere deelen van het romeinsch gebied werden door den praetor, niet door het volk,praefecti iuri dicundobenoemd, die in zijn naam recht spraken. ZiePraefectura.

Praefecti iuri dicundo, ziePraefectura.

Praefecti sociorum. Evenals over een rom. legioen zestribuni militumstonden, stonden over elk legioen italischesocii, alageheeten, zes praefecten, die door de rom. legeraanvoerders werden aangesteld.

Praefectūra.Het geheele Romeinsche burgergebied, met uitzondering van de coloniae Romanae, wier overheden zelf mochten rechtspreken, en van Latium, was in districten (praefecturae) verdeeld, en de rechtspraak was daar opgedragen aan een voor elkepraefecturajaarlijks door den praetor urbanus te benoemenpraefectus iuri dicundo. Alleen de praefecti voor N.W. Campania, dePraefecti Capuam Cumas(z. a.) werden in de comitia tributa gekozen.—Onder Constantijn den Gr. kregen de 4 groote deelen, waarin het rom. keizerrijk gesplitst werd, ook den naampraefecturae.

Praefectus Augustālisofpraef. Aegypti, de keizerlijke stadhouder van Aegypte.

Praefectus praetorio, bevelhebber der door Augustus ingesteldecohortes praetorianaeof keizerlijke garde. Onder Augustus waren er twee, later afwisselend één, twee of eene enkele maal drie.

Praefectus Urbi(s).Toen de consuls nog de eenige hooge overheden te Rome waren, stelden zij, wanneer beiden de stad moesten verlaten, onder den titelpraef. UrbisofUrbieen stadhouder aan. Met de instelling der praetuur in 366 werd deze maatregel overbodig, daar depraetor urbanusnu in zoodaniggeval als plaatsvervanger der consuls optrad. Eénmaal ’s jaars echter, tijdens deferiae Latinae, die op den albaanschen berg gevierd en door alle overheden bijgewoond werden, werd in de alsdan bijna verlaten stad een jongeling van aanzienlijken huize met het politietoezicht belast onder den titelpraef. Urbi feriarum Latinarum causa.—Augustus stelde onder den naam vanpraef. Urbieen vasten gouverneur van Rome aan, wiens politietoezicht en rechtsmacht zich later tot op 100 mijlen buiten Rome uitstrekte.

Praefectus vigilum, kommandant der nacht- en brandwacht te Rome.

Praeficae, gehuurde vrouwen, die bij de begrafenissen van aanzienlijke lieden jammerden en klaagzangen aanhieven.

Praeneste,Πραίνεστος, thans Palestrina, oude stad van Latium, op eene rots gelegen en door zijne hooge ligging koel en een aangenaam zomerverblijf (frigidum Praeneste). Er was een beroemde Fortuna-tempel met een orakel. De weg, die van Pr. over Gabii naar Rome liep, heettevia Praenestina. Praeneste was na 338 eencivitas foederata, en bekleedde onder hetnomen Latinumeen bevoorrechte plaats. In 216 weigerde de stad het romeinsche burgerrecht, dat de senaat haar aanbod wegens de dappere verdediging van Casilīnum. In 82 werd de stad door Sulla belegerd, en door den jongen Marius verdedigd. Kort na den slag bij de Porta Collina (1 Nov. 82) gaf het zich over, en werd toen uitgeplunderd en zwaar gestraft. Later bracht Sulla er eene kolonie heen.

Praerogatīva, een woord, dat bij de comitia centuriata te huis behoort. In het eerst stemden de 18 riddercenturiën het eerst en werden hierompraerogativaegenoemd; na de hervorming dezer comitia werd door het lot eene centurie der eerste klasse aangewezen om voor te stemmen, die dancenturia praerogativawas. Z. ookprincipium.

Praes, zievas.

Praesentēius(P.), onderbevelhebber van Q. Pompaedius Silo in den marsischen oorlog.

Praesus,Πραῖσος, Πρᾶσος, stad in oostelijk Creta, in het gebied der Eteocrētes, in 140 door de Grieken van het eiland vernietigd.

Praetexta, toga met purperen rand omweven, zooals te Rome de curulische overheden en kinderen droegen.

Praetexta, n.l.fabula, eene tragoedia, die op rom. bodem speelt en waarin de spelers, die de hoofdrollen vervullen en beroemde of hooggeplaatste Rom. voorstellen, de toga praetexta dragen. In het algemeen zag men te Rome niet gaarne Rom. ten tooneele gevoerd.

Praetor,ἡγεμών, στρατηγός. In 367, toen delex Licinia Sextiaden toegang tot het consulaat voor de plebejers had opengesteld, werd voor de civiele rechtspraak het praetorsambt in het leven geroepen. In 337 werd ook de praetuur voor plebejers opengesteld; de eerste plebejische praetor was Q. Publilius Philo. In 241 werd het getal praetoren op twee gebracht; de een, die nupraetor urbānusgenoemd werd, was belast met de rechtspraak tusschen rom. burgers, de andere,praetor inter peregrīnos, met die tusschen burgers en peregrini. Over den aard dezer rechtspraak zieiudex. Praetor iudicem dat,ius dicit, rem iudicatam addicit.De pr. urb. trad tevens bij afwezigheid van beide consuls als hun plaatsvervanger op. Hij is decollega minorder consuls, en wordt evenals deze in decomitia centuriatagekozen onder voorzitting van een consul of dictator; hij heeft hetius cum patribus agendien hetius agendi cum populo. Na den eersten punischen oorlog kwamen er (in 227) 2 praetoren bij als stadhouders van Sicilia en Sardinia en na de verovering van Hispania (in 197) nog 2. Welk praetorschap aan ieder ten deel zou vallen, werd door het lot beslist. Door Sulla en Caesar werd het aantal praetoren achtereenvolgens tot 8, 10, 14 en 16 vermeerderd. Sedert de invoering derquaestiones perpetuae(zieiudicium publicumeniudex) in 149 werd het gewoonte, dat de praetoren gedurende hun ambtsjaar te Rome bleven en eerst daarna een stadhouderschap kregen (zieprovincia). Krachtens hun imperium konden de praetoren ook een leger aanvoeren. Hunne insignia waren desella curulis, detoga praetextaen 2 lictoren binnen Rome (zielex Plaetoria), daarbuiten 6. Wanneer een praetor op het forum zijn ambt uitoefende stond zijn zetel op eene verhevenheid,tribūnal.Praetoris ook de oudste en algemeene naam voor stadhouder, ziepropraetor.

Praetoriāni, ziecohortes praetoriae.

Praetorium, de ruimte in de legerplaats, 200 voet lang en 200 voet breed, waar de tent van den veldheer was opgeslagen, ook de veldheerstent zelf.

Praetorium Agrippīnae, rom. vesting in het land der Bataven, gesticht ten tijde van keizer Claudius, tgw. Arentsburg bij Voorburg. Hier was tevens een station van de romeinsche Rijnvloot. DeFossa Corbulonis, gegraven in 47 n. C. (de tegenwoordige Vliet) loopt hierlangs.

PraetutiiofPraetutiāni, een stam in het Z. van Picēnum.

Praevaricatio(vanvarus, krom) is het heulen van een aanklager met den beschuldigde. Daar bij de Rom. in rechten hetnon bis in idemgold, zocht een schuldige, die eene ernstige aanklacht vreesde, wel eens een zijner vrienden te bewegen hem aan te klagen, natuurlijk met het doel om door scheeve of verdraaide behandeling der zaak de aanklacht te verliezen en den schuldige te hooren vrijspreken. Het bewijs van praevaricatio was moeielijk te leveren; werd zij echter bewezen, dan was eerloosheid er het gevolg van en kon de aanklacht door een ander worden opgevat.

Πράκτορες, beambten bij het financiewezen te Athene, die boeten e. dgl., voor zoover zij ten bate van den staat kwamen, moesten innen.

Prandium, ontbijt, doch niet zooals wij inden ochtend gebruiken, datientaculumheet en niet algemeen in zwang was, maar een soort van lunch omstreeks den middag (12 uur).

Prasiae,Πρασιαί, 1) stad op de Oostkust van Laconica.—2)demus aan de Z.O. kust van Attica.

Prasias lacus,Πρασιὰς λίμνη, meer in Thracië, door den Strymon. gevormd, even ten N. van Amphipolis.

Prasii,Πράσιοι, machtig indisch volk aan den Ganges, met de hoofdstad Palibothra. Omstreeks 300 bracht hun koning Sandracottus een leger van ± 500000 man met 3000 olifanten op de been.

Pratinas,Πρατίνας, van Phlius, een van de oudste treurspeldichters te Athene, tijdgenoot van Aeschylus. Hij wordt de eerste dichter genoemd, die te Athene een satyrdrama liet opvoeren.

Praxagoras,Πραξαγόρας, Athener, schrijver eener geschiedenis van Constantijn den Groote, van Alexander en van de koningen van Attica, die bijna geheel verloren zijn. Hij leefde in de 4deeeuw n. C.

Praxilla,Πράξιλλα, van Sicyon, lyrische dichteres omstreeks het midden der 5deeeuw.

Praxiphanes,Πραξιφάνης, van Mytilēne of van Rhodus, leerling van Theophrastus, later zelf leeraar der peripatetische wijsbegeerte, hield zich voornamelijk met grammatische studiën bezig.—Een ander van denzelfden naam wordt onder de leermeesters van Epicūrus genoemd.

Praxiteles,Πραξιτέλης, Athener, een van de grootste beeldhouwers, wiens beelden uitmuntten door schoonheid van vormen en bevalligheid van stand (± 350). Een van zijne meesterstukken was de Aphrodīte, die hij voor de Cnidiërs maakte. Een Hermeskop van Pr. is op blz. 311 afgebeeld.

Prelius lacus, moeras op de etruscische kust, ten Z.W. van Rusellae.

Prexaspes,Πρηξάσπης, een gunsteling van Cambȳses, op wiens bevel hij Smerdis doodde. Na den dood van Cambyses (522) maakte hij, om den valschen Smerdis te ontmaskeren, zijne daad aan het volk bekend, terwijl hij op een toren stond, daarop wierp hij zich naar beneden.

Priamides,Πριαμίδης, Hector, Paris e. a. zonen van Priamus.

Priamus,Πρίαμος, 1), zoon van Laomedon en Strymo. Toen Heracles Troje had ingenomen, werd hij gevangen genomen, maar door zijne zuster Hesione vrijgekocht, vandaar werd zijn oorspronkelijke naam Podarces in Pr. (vanπρίασθαι) veranderd. Na het vertrek van Heracles volgde hij zijn vader op, hij ondernam als bondgenoot der Phrygiërs een krijgstocht tegen de Amazonen, huwde met Arisbe, later met Hecabe, en leefde met het talrijk kroost (50 zoons en 50 dochters), dat hij bij deze en andere vrouwen had, gelukkig en tevreden, totdat de trojaansche oorlog uitbrak, die hem eerst van bijna al zijne zonen beroofde en hem eindelijk regeering en leven kostte. Aan den oorlog neemt hij wegens zijn hoogen leeftijd persoonlijk geen deel, slechts tweemaal komt hij buiten de stad, eerst om een verdrag te sluiten, waarbij de oorlog door een tweegevecht tusschen Paris en Menelāus beslist zou worden, later onder geleide van Hermes, om van Achilles de uitlevering van het lijk van Hector af te smeeken. Toen de Grieken de stad binnendrongen, zocht de grijze koning met zijn vrouw en dochters een schuilplaats bij het altaar van Zeus, maar toen hij zijn zoon Polītes door Neoptolemus zag dooden, slingerde hij zijne lans naar den vijand, die daarop in woede op hem toeliep en hem met zijn zwaard doorstak.—2)zoon van Polītes no. 1, tochtgenoot van Aenēas.

Priāpus,Πρίαπος, zoon van Dionȳsus, Hermes, Pan of Adōnis en Aphrodīte of Chione, een god van wijn- en tuinbouw, van vee- en bijenteelt, ook van visscherij, vooral te Lampsacus vereerd, van waar zijn dienst zich over het overige Griekenland schijnt te hebben uitgebreid. De Rom. identificeerden hem met Mutīnus. Zijne beelden werden veelal in tuinen en wijnbergen geplaatst om als vogelverschrikker te dienen. Men offerde hem de eerstelingen der vruchten, melk, honig, bokken en ezels. Hij wordt soms afgebeeld als een knaap, soms als een grijsaard, gewoonlijk met vruchten, een snoeimes of een horen van overvloed in de hand.

Priēne,Πριήνη, aziatisch-ionische stad op de zuidelijke helling van den berg Mycale en aan de Latmische golf. In de 4deeeuw is de stad zeer regelmatig herbouwd, en, nu ze door de Duitschers opgegraven is, geeft ze een goed denkbeeld van een hellenistische stad. De wijsgeer Bias was hier geboren.

Primigenia, bijnaam van Fortuna, waaronder zij vooral te Praeneste vereerd werd. Zij werd daar als de oudste dochter van Jupiter, maar later als de moeder van Jupiter en Juno beschouwd en had een beroemd orakel, dat geraadpleegd werd door het werpen met eikenhouten staafjes, waarin ouderwetsche letters gesneden waren.

Primipilus, Primus Pilus, ziecenturio.

Primus, zieAntoniino. 15.

Princeps, de oorspronkelijke keizerstitel, door Augustus aangenomen als natuurlijkeprinceps senatus.

Princeps inventūtis. Degenen, die bij het opmaken der ridderlijsten door de censoren bovenaan geplaatst waren, werdenprincipes inventutisgenoemd. Onder Augustus werden zijne beide kleinzoons C. en L. Caesar door de ridderschap totprincipes inventutisuitgeroepen, en vervolgens werd het gebruikelijk dat de vermoedelijke troonopvolger dezen titel voerde.

Princeps senātus.Hij, die bij het opmaken van de lijst der senatoren door de censoren als de meest waardige bovenaan werd geplaatst, werdprinceps senatusgenoemd. Het was een groot eerbewijs, en zoolang het gebruikelijk bleef, in senaatszittingen den princeps het eerst naar zijn gevoelen te vragen, was deze waardigheid niet van belang ontbloot.

Principes, ziecenturia.

Principium.Bij decomitia curiataentributastemden alle afdeelingen tegelijk. Als nu de stemmen geteld waren, kwamen derogatores(stemopnemers) op hettemplum(de spreekplaats), waar de voorzitter der vergadering zich bevond, bijeen. Nu werd bij loting vastgesteld, in welke volgorde elke afdeeling den uitslag zou mededeelen. De naam van de eerstgevraagde afdeeling, zoowel bij de curiae als bij de tribus, heetteprincipium, en werd, als het een wet gold, met den naam van den burger, die daarin het eerst gestemd had (qui primus scivit) aan het hoofd van de wet vermeld. Z. ookpraerogativa.

Prisciānus, van Caesarēa, rom. taalgeleerde te Constantinopel (± 500 na C.), wiensinstitutiones grammaticaein de middeleeuwen nog lang als latijnsche spraakleer werden gebezigd.

Priscus, 1) zieHelvidius Priscus.—2)een Thraciër, die door Theodosius II als keizerlijk gezant tot Attila werd gezonden en eene geschiedenis van het rom. rijk en van de oorlogen met Attila schreef. Er zijn nog fragmenten van over.—3)Attius Priscus, schilder onder de regeering van Vespasiānus.

Privernum, oude volscische stad in Latium, reeds vroeg door de Rom. tot kolonie gemaakt. Het lag aan den Amasēnus en had belangrijken wijnbouw.

Privilegium(vanprivusenlex), 1) eene wet, die tegen één enkelen persoon gericht is, zooals delex Clodiategen Cicero.—2)een wet of besluit ten gunste van één persoon of van enkele personen, vandaar voorrecht.

Προβολή, te Athene een aanklacht bij de volksvergadering, waarop echter alleen eene voorloopige veroordeeling konde volgen; daarna werd de zaak voor een van de gewone rechtbanken gebracht. Deπρ.werd alleen in bizonder ernstige gevallen toegepast, de uitwerking er van bestond, naar het schijnt, alleen in den invloed, dien zulk een uitspraak van het volk op de rechters uitoefende.

Προβούλευμα, praeadvies van den raad, eene voorloopige voordracht, waarop de goedkeuring der volksvergadering gevraagd werd.

Πρόβουλοι, 1) in oligarchisch geregeerde staten eene commissie uit den raad om de aangelegenheden die voor den raad kwamen, vooraf te onderzoeken en praeadvies erover uit te brengen.—2) een college van 10 mannen, te Athene na de nederlaag op Sicilië (413) ingesteld, om in den daardoor veroorzaakten nood te voorzien. Zij werkten in het belang der oligarchie en waren twee jaar later met alle macht behulpzaam bij het invoeren van de regeering der 400.—3) de afgevaardigden bij de bondsvergadering der 12 ionische staten.

Probus.1)M. Aurelius Probus, rom. keizer (276–282 na C.), geb. te Sirmium (232), een man van geringe afkomst. Van zijn militaire loopbaan vóór zijn verheffing tot keizer is niets zekers bekend. Hij was een uitstekend keizer, die de Alemannen en de met hen verbonden Longiones, Franken en Burgundiërs terugdrong en aan het van alle zijden bedreigde rom. rijk aldus verademing schonk. Hij herstelde de Rijngrens, en beschermde de steden aan den Rijn, door aan de overzijdecastella, observatieposten, op te richten. Hij overwon de tegenkeizers Proculus en Bonosus, verplaatste 100000 Bastarners naar het bijna ontvolkte Thracia en had eindelijk rondom vrede. Daar hij echter ook in vredestijd de soldaten arbeid liet verrichten en hen gebruikte om langs den Donau moerassen droog te leggen en wijngaarden aan te leggen, en omdat hij zich had uitgelaten, dat hij eenmaal geen soldaten meer hoopte noodig te hebben, brak er een oproer uit, waarin hij werd doodgeslagen.—2)M. Valerius Probus, uit Berȳtus, beroemd rom. taalgeleerde tijdens Nero.

Procas(Silvius), koning van Alba Longa, vader van Numitor en Amulius.

Prochyta, eiland op de kust van Campania, bij kaap Misēnum, thans Procida.

Procilii.Cicero vermeldt twee mannen van dezen naam, een volkstribuun, die in slechten roep stond en veroordeeld werd, en een geschiedschrijver. Overigens zijn beiden onbekend.

Proclēa,Πρόκλεια, dochter van Laomedon, gehuwd met Cycnus no. 2, moeder van Tenes en Hemithea.

Procles,Προκλῆς, zoon van Aristodēmus no. 1, regeerde na den dood van zijn vader met zijn broeder Eurysthenes over Lacedaemon; hij is de stamvader van het koninklijk geslacht der Procliden.

Proclus,Πρόκλος, van Constantinopel, geb. 410 na C., beroemd neo-platonisch wijsgeer uit de atheensche school, aan welker hoofd hij geruimen tijd stond. Hij wordt beschreven als een edel en waardig man, die zeer streng en matig leefde, zijn aanzienlijk vermogen aan liefdadige werken besteedde, en zijn best deed aan het heidendom door de wijsbegeerte nieuwen steun te verschaffen. Hij stierf in 485.—Pr. was een zeer vruchtbaar schrijver, behalve commentaren op Plato bezitten wij van hem taal-, wis- en sterrenkundige werken en gedichten.

Procne,Πρόκνη, dochter van Pandīon, gehuwd met Tereus, bij wien zij moeder was van Itys. Eens ging Tereus naar Athene om zijn schoonvader te bezoeken, en Pr. verzocht hem, als hij terugkwam, hare zuster Philomēla mede te brengen. Tereus deed dit, maar onderweg onteerde hij zijne schoonzuster, en opdat zij deze daad niet aan Procne konde verraden, hield hij de zusters van elkander gescheiden en sneed hij ten overvloede aan Philomēla de tong uit. Toch vond deze middel, door een kunstig weefsel hare zuster op de hoogte van het gebeurde te brengen; om zich te wreken doodden zij gezamenlijk den kleinen Itys, en zetten zij zijn vleesch aan Tereus als spijs voor. Toen deze bemerkte wat zij gedaan hadden, vervolgde hij beide zusters met een bijl om ze te dooden, maar op het oogenblik dat hij haar zoude inhalen, werd hij in een hoppe of een havik veranderd,Procne werd een nachtegaal en Philomēla een zwaluw of omgekeerd.

Proconnēsus,Προκόννησος(reeëneiland), eiland en stad in de Propontis, door de Milesiërs gesticht, met beroemde marmergroeven, thans Marmara. ZieCyzicus.

Proconsulofpro consule. Wanneer de consuls hun ambtsjaar volbracht hadden en naar hunne provinciën gingen als stadhouders, waren zij eigenlijkprivati, maar de senaat verlengde hun imperium en bekleedde hen voor het bestuur hunner provincie met consulaire macht. Zieprorogatio. Er waren enkele belangrijke provincies, die bij voorkeur aan consuls werden opgedragen en waarvan de stadhouder, ook al was hij geen consul geweest, tochpro consulewerd uitgezonden. Toen Pompeius den senaat dwong, hem naar Hispania te zenden, om in den oorlog tegen Sertorius den proconsul Metellus ter zijde te staan, moest de senaat hem wel met een consulair imperium bekleeden enpro consulelaten uittrekken. Zie ookpropraetor.

Procopius, vriend en bloedverwant van keizer Iuliānus, bevelhebber van het leger in Mesopotamia, liet zich onder keizer Valens tot keizer uitroepen (365 na C.), maar werd reeds spoedig (366) door zijn leger in den steek gelaten, en door de zijnen aan Valens uitgeleverd.

Procris,Πρόκρις, dochter van Erechtheus, gehuwd met Cephalus.

Procrustes,Προκρούστης, uitrekker, bijnaam van Damastes of Polypēmon, een wreed roover, die bij Eleusis woonde. Hij had twee bedden, een zeer lang en een zeer kort, wanneer nu een vreemdeling in zijne handen viel, dan legde hij hem op een van die bedden, lange personen bracht hij op de maat van het korte bed door een stuk van hen af te snijden, korte rekte hij in het lange zoo lang uit, totdat zij stierven. Theseus doodde hem.

Proculēius Varro Murēna(C.), rom. ridder, wien door Augustus was opgedragen, Cleopatra als gevangene naar Rome over te brengen. Horatius prijst hem, omdat hij zijn vermogen gedeeld had met zijne broeders, die in den burgeroorlog alles verloren hadden. Hij bracht zichzelf, toen hij ziek werd, door vergif om het leven.

Proculi.1)Julius Proculusverhaalde aan het rom. volk, dat Romulus in een onweder ten hemel was gevaren.—2)Sempronius Proculus, beroemd rom. jurist uit de school van Q. Antistius Labeo, naar wien diens volgelingenProculianiworden geheeten. In de Pandecten vindt men nog uittreksels uit zijne werken. Hij leefde ten tijde van Nero.—3)Proculusbeproefde in 280 na C. een opstand tegen keizer Probus, hij moest echter de wijk nemen naar de Franken, die hem uitleverden, waarna Probus hem ter dood liet brengen.

Proculiāni, zieProculino. 2.

Procuratio, 1) de werkzaamheid van een procurator.—2)het nemen van maatregelen om ongelukken en rampen af te weren, die doorprodigiaenportentawerden aangekondigd.

Procurātor, degene die voor een ander eene zaak bezorgt, de zaakwaarnemer, in het huiselijk leven de huishouder, de slaaf die de geheele huishouding bestuurde. Onder de keizers werd in de keizerlijke provinciën het geldelijk beheer opgedragen aanprocuratores Caesaris, die dus de vroegere quaestoren vervingen en ook wel belast werden met het stadhouderschap over kleine provinciën, die als onderdeelen eener grootere werden beschouwd. Zoo was b.v. Pontius Pilātus procurator van Judaea, dat als een aanhangsel van Syria werd gerekend. Ook de bestuurders van verschillende takken van het financiewezen droegen wel dezen naam, b.v.procurator rei privatae, bestuurder van ’s keizers vermogen,procurator metallorum, enz. Voor deze betrekkingen werden gewoonlijkequitesgenomen.

Procyon,Προκύων, z.Canis minor.

Prodictātorofpro dictatore. Het eenige bekende geval van iemand, die, zonder eigenlijk den titel van dictator te hebben, toch met deze waardigheid werd bekleed, is dat van Q. Fabius Maximus in 217. Ziedictator.

Prodicus,Πρόδικος, 1) uit Phocaea, episch dichter uit zeer ouden tijd, aan wien eeneΜινυάςwerd toegeschreven.—2)van Iūlis op het eiland Ceos, beroemd sophist, kwam als gezant naar Athene, en vond er zooveel bijval, dat hij er zich vestigde. Hij stond in vriendschappelijke betrekking met Socrates, Xenophon, Plato, Euripides, Isocrates en vele andere mannen van naam, waaronder sommige zijne leerlingen genoemd worden. Hij besteedde vooral veel studie aan de verschillende beteekenissen van synonieme woorden, met een spitsvondigheid, waarmede Plato dikwijls den spot drijft; overigens spreekt deze van hem altijd met groote achting,σοφώτερος Προδίκουwas een soort van spreekwoordelijke uitdrukking. Bekend is zijne allegorie van Heracles op den tweesprong (z. Xenophon’s Memorabilia II 1. 21 sq.); overigens is niets van hem bewaard gebleven.

Prodigium, zieauguria.

Πρόδικος, de voogd van een minderjarig koning te Sparta, die in naam van zijn pupil de regeering uitoefende.

Prodomus,πρόδομος, zietemplum.

Προεδρία, 1) het recht vooraan te zitten, in het bizonder in den schouwburg, een recht dat te Athene als eerbewijs verleend werd aan aanzienlijke of verdienstelijke personen, ook vreemdelingen.—2) voorzitterschap, in het bizonder het voorzitterschap van den raad en de volksvergadering te Athene. Dit werd vroeger bekleed door denἐπιστάτης(z.Πρυτάνεις), maar sedert omstreeks 378 door een van deπρόεδροι, waarvan bij het begin van iedere prytanie 9 door het lot werden aangewezen, nl. een uit iedere phyle behalve die, welke de prytanie had.

Προεισφορά, het voorschieten van deεἰσφορά. In iedere symmorie waren 15 van de rijkste leden verplicht om, wanneer eeneεἰσφοράuitgeschreven werd, in spoedeischende gevallen het geheele aandeel der symmorie voor teschieten, waarbij zij natuurlijk het recht hadden het voorgeschotene van hunne medeleden terug te vorderen.

Proërna, Proherna,Πρόερνα, stad in het W. van het thessalische landschap Phthiōtis.

Proërosia,Προηρόσια, feest bij het begin van den bloeitijd, den 13enBoëdromion te Eleusis uit naam van alle grieksche staten ter eere van Demēter gevierd.

Proetides,Προιτίδες, de drie dochters van Proetus: Lysippe, Iphianassa en Iphinoë; zij werden met waanzin gestraft, omdat zij zich schooner genoemd hadden dan Hera of omdat zij den dienst van Dionȳsus veracht hadden. Terwijl zij, in den waan dat zij koeien waren, door bosschen en weiden ronddwaalden, sloeg de kwaal ook op andere vrouwen van Argos over. Zij werden door Melampus (z. a.) genezen.

Proetus,Προῖτος, z.AcrisiusenBellerophon. V. s. verjoeg hij Acrisius uit Argos en werd hij door Perseus met het Medūsahoofd versteend.

Profesti(dies), werkdagen, zieFesti(dies).

Προγάμ(ε)ια, ookπροτέλεια γάμων, een plechtig offer, dat men, alvorens zich in den echt te begeven, aan de beschermgoden van het huwelijk bracht.

Προίξ, bruidschat, werd aan den man in vruchtgebruik, niet in eigendom gegeven. Daar een huwelijk zonder bruidschat tot de zeldzaamheden behoorde, vereenigden rijke lieden zich soms om arme meisjes aan een bruidschat te helpen.

Πρόκλησις, de eisch om zekere documenten over te leggen, die als bewijsstukken in een proces moesten dienen. Werd die eisch door een van de partijen aan zijn tegenpartij gedaan, dan behoefde deze daaraan niet te voldoen, ofschoon hij natuurlijk door eene weigering zijne zaak in een ongunstig licht stelde; waren echter de bedoelde stukken in handen van een ander, dan konde deze, naar het schijnt, gedwongen worden er een afschrift van te laten nemen.

Proletarii, vanprolesafgeleid. Het zijn de arme burgers, die geen belasting betalen en dus den staat niet dienden met hun geld, maar alleen door het verwekken van kinderen. Hun vermogen bedroeg minder dan 4000 as. Zij, die een hoogeren census hadden, heettenadsiduioflocupletes. Deprol. werden slechts bij uitzondering opgeroepen om te dienen. Eerst Marius nam hen en decapite censiin het leger op, dat zoodoende een huurleger werd.

Prologus,πρόλογος, in een tooneelstuk het gedeelte, dat bij wijze van inleiding de toestanden uiteenzet en aan de eigenlijke handeling voorafgaat; in stukken, waarin koren optreden, het gedeelte, dat aan deπάροδοςvoorafgaat.

Promachus,Πρόμαχος, 1) zoon van Parthenopaeus, een van de Epigonen.—2)zoon van Aeson, werd met zijn vader door Pelias gedood, terwijl Iāson afwezig was.—3)bijnaam van Athēna, van Heracles te Thebae, van Hermes te Tanagra.

Promētheus,Προμηθεύς, zoon van Iapetus en Clymene, waagde het de wijsheid van Zeus op de proef te stellen. Na de overwinning der Titanen, tegen wie Pr., ofschoon hij tot hen behoorde, Zeus had geholpen, zoude vastgesteld worden, welke offers den goden toekwamen. Pr. doodde nu, als vertegenwoordiger der menschen, een stier, en wikkelde het vleesch en de ingewanden in de huid, terwijl hij de beenderen met vet bedekte, daarop verzocht hij Zeus zelf te kiezen, en hoewel deze zijn list doorzag, koos hij het slechtste deel. Tot straf voor de bedriegelijke bedoeling van Pr. ontnam hij echter den menschen het vuur, maar Pr. stal het weder van den Olympus en bracht het op aarde terug. Nog meer vertoornd, strafte Zeus de menschen nu door hun Pandōra (z. a.) te zenden. Pr. echter werd aan een rots geklonken, waar een arend hem iederen dag aan de lever knaagt, die echter ’s nachts weder aangroeit.—In andere verhalen heeft Pr. ook nog door andere weldaden, aan de menschen bewezen, den toorn van Zeus opgewekt, die juist het plan had opgevat het menschengeslacht te verdelgen. Niet alleen had hij hun het vuur gebracht, maar ook door hun vele kunsten te leeren (bouwkunst, sterrenkunde, letters, cijfers, geneeskunde, waarzeggen) trachtte hij hen tot hoogere beschaving te leiden. Daarvoor aan een rots vastgeklonken, verklaarde hij, dat hij alleen door de mededeeling van een geheim Zeus konde redden van een gevaar, dat eens zijne regeering zoude bedreigen, en daar hij hardnekkig weigerde dit geheim te openbaren voordat Zeus hem van zijne boeien bevrijd zou hebben, werd hij met de rots in den Tartarus geworpen. Daar hij ook nu niet toegaf, werd hij na lange jaren weder op aarde teruggebracht en nu werd de arend gezonden, die aan zijn lever knaagde, wat niet zou ophouden voordat een onsterfelijke in zijn plaats wilde sterven. Na 30 jaar was Chiron (z.a.) hiertoe bereid, en nu doodde Heracles met toestemming van Zeus den arend en bevrijdde Pr. Deze openbaarde nu van zijn kant het bedoelde geheim, nl. dat Zeus, wanneer hij met Thetis huwde, bij haar een zoon zou krijgen, die hem van de heerschappij zoude berooven.—V. s. had Pr. bij het ontstaan van de wereld of na den watervloed van Deucalion den mensch uit aarde en water geschapen. Aan zijn zoon Deucalion had hij den raad gegeven een schip te bouwen, waarmede hij zich bij de komende overstrooming zou kunnen redden.—Op vele plaatsen genoot Pr. goddelijke eer, dikwijls in vereeniging met Athēna en Hephaestus; te Athene had hij een heiligdom in de Academie, waar jaarlijks een feest (Προμήθεια) te zijner eer gevierd werd; het voornaamste van dit feest was een wedloop met fakkels.

Promulgatio(rogationis), het openlijk bekendmaken van een wetsvoorstel, zieTrinundinum.

Promulsis, ziecoena.

Προναία, bijnaam van Athēna te Delphi, waar haar tempel vóór het groote heiligdom van Apollo stond.

Pronaos,πρόναος, zietemplum.

Pro(n)ni,Πρόννοι, stad aan de O.-zijde van het eiland Cephallenia.

Pronuba, 1) bijnaam van Juno, als huwelijkstichteres.—2)bruidsdame, wier taak het was, van de zijde der bruid het noodige in orde te brengen en haar in het huwelijksleven in te leiden. Voorpronubaekoos men liefst jonggehuwde vrouwen van onbesproken gedrag.

Propertius(Sex.), vermoedelijk in of omstreeks 50 te Asisium (Assisi) in Umbria geboren, was reeds vroeg vaderloos en werd door eene der landverdeelingen van Octaviānus van zijn vaderlijk erfgoed beroofd. Naar Rome gekomen, ontbrandde hij in liefde voor de schoone Hostia, die hij in zijne minnedichten onder den naam van Cynthia bezong. Hoewel zij hem door hare wispelturigheid en ontrouw meermalen grievend leed aandeed, bleef de liefde voor haar in het hart van Pr. geworteld. Zijne elegieën, fijn gepenseeld, dragen de sporen van gloeiende bezieling en vereenigen natuur enkunstin zich. Door veelvuldige zinspelingen op oude mythen is hij echter dikwerf moeilijk te begrijpen. Hij stierf jong, waarschijnlijk in of omstreeks het jaar 15.

Propoetides, meisjes van Amathus, die de godheid van Aphrodīte loochenden en tot straf daarvoor in steenen veranderd werden.

Propontis,Προποντίς, de Voorzee (vóór den Pontus Euxīnus), thans zee van Marmara.

Propraetorofpro praetore. Wat van de consuls is gezegd, die als stadhouders door den senaat met consulair imperium werden bekleed (zieproconsul), geldt ook voor de praetoren, die na het verstrijken van hun ambtsjaarpro praetorenaar hunne provinciën gingen. Daar echter de algemeene naam voor stadhouderpraetoris, geldt de titelpro praetoreook van hem, die een stadhouderschap tijdelijk waarneemt. Kwam b. v. een stadhouder te overlijden en viel dan zijn quaestor in zijne plaats in, dan was dezequaestor pro praetore, d. w. z. quaestor met stadhouderlijke macht. Zoo vindt men ook wel eens eenlegatus pro praetore. In den keizertijd is dit de titel van de stadhouders der groote keizerlijke provincies, die voor den keizer het bewind voerden, zielegatus.

Propylaea,Προπύλαια, zieAthēnae.

Proquaestorofpro quaestore, hij, die tijdelijk het ambt waarneemt van een overleden of tusschentijds afgetreden quaestor. Daar hiervoor door den stadhouder meestal een legatus wordt aangewezen, draagt deze den titel:legatus pro quaestore. Enkele malen vindt men ook, dat het ambt van een quaestor doorprorogatioverlengd wordt (zie hieroverproconsul), denkelijk wanneer er quaestoren te kort kwamen. In zoodanig geval was de titularisproquaestor.

Prorogatio, is het verlengen van iemands ambt. Voor de eerste maal is dit voorgekomen in 326, toen het volk op verzoek van den senaat besloot, dat de consul Q. Publilius Philo ook na afloop van zijn ambtstijd hetimperiumzou behouden met den titelpro consule. Sedert dien tijd werd door deprorogatio imperiidikwijls in een tekort aan beschikbare ambtenaren voorzien. In den beginne werd hetimperiumverlengd door een volksbesluit, sedert den tweeden Punischen oorlog, v. a. sedert 250, meest door den senaat. Door Sulla werd deprorogatiovan het consulaat en de praetuur tot regel gemaakt. ZieProconsulenPropraetor.

Prorsa, z.Carmenta.

Proscenium,προσκήνιον, het tooneel in engeren zin, d. i. de door achter- en zijwanden begrensde ruimte.

Proschium,Πρόσχιον, vroeger Pylene,Πυλήνη, stad in Aetolia aan den Zuidkant van den berg Aracynthus.

Proselēni,Προσέληνοι, z.Arcadia.

Προσήλυτοι, proselyten, Jodengenooten. Van af de 3deeeuw maken de Joden, evenals de aanhangers van andere Oostersche godsdiensten, veel propaganda voor hun geloof, en telkens vindt men er melding van gemaakt, dat velen, ook in Rome, zooals blijkt uit de Romeinsche dichters, zooal niet geheel tot het Jodendom over gingen, toch zich nauw daarbij aansloten, en enkele gebruiken, zooals de Sabbathviering, overnamen. Zij worden in het N. T.προσήλυτοι, die zich aangesloten hebben, of ook welσεβόμενοι, -αι(τὸν Θεόν), Godsdienstigen, genoemd. Zij blijken zeer toegankelijk voor het Christendom, en hebben de verspreiding daarvan in de Heidenwereld bevorderd.

Proserpina=Persephone. De dienst van Proserpina en Dis werd in Rome ingevoerd tengevolge van een uitspraak der Sibyllijnsche boeken, zieCeres, Terentini ludienTerentum.

Προσκεφάλαιονkussen, ook om te zitten en om op de rustbanken, waarop men bij den maaltijd aanlag, den linkerarm tot steun te dienen.

Πρόσκλησις,z.κλητήρ.

Προσκύνησις,z.AdoratioenAdulatio, door de Grieken als een teeken van uiterste slaafschheid beschouwd. De wensch van Alexander d. Gr., om deπρ.ook bij Grieken en Macedoniërs in te voeren, vond veel tegenstand.

Prosodia,προσόδια, hymnen, onder begeleiding van fluitspel door een koor gezongen, wanneer het zich op feestdagen in optocht naar een tempel begaf.

Prosopītis,Προσωπῖτις, eiland en provincie (νομός) in de Zuidspits der Nijldelta.

Προστάτης, z.μέτοικος.

Πρόςταξις, z.ἀτιμία.

Προστίμημα, z.δίκη.

Πρόστοα, de vier overdekte zuilengangen, die deαὐλήvan een woonh)is omgeven, v. a. alleen de galerij, die aan de zijde van den inganggelegenis, of deze met de tegenoverliggende.

Prostylus,πρόστυλος, z.templumen vergelijk de teekening bijAmphiprostylus.

Protagoras,Πρωταγόρας, van Abdēra, een der beroemdste grieksche sophisten (485–416). Nadat hij zich met taalstudie en rhetoricabeziggehouden had en de stelsels der oudere wijsgeeren grondig bestudeerd had, trad hij als leeraar op. Hijzelf was de eerste, die zich sophist noemde en liet zich voor zijn onderwijs 100 minae betalen. Hij loochende het bestaan van absolute, objectieve waarheid en leerde, dat voor den mensch alles was zooals het hem toescheen. Te Athene, waar hij zich sedert 450 meestal ophield, vond hij grooten bijval, v. s. werd hij door Pericles naar Thurii gezonden om er de wetten te herzien. Daar hij in een van zijne werken gezegd had, dat hij niet wist of er goden waren en dat een menschenleven te kort was om zulk een duistere zaak te onderzoeken, werd hij als atheïst aangeklaagd en veroordeeld. Zijn werk werd op de markt verbrand, en v. s. werd hij verbannen. Hij begaf zich naar Sicilië, maar verdronk op reis.

Prote,Πρώτη, eiland en reede op de W. kust van Messenia.

Protesilāus,Πρωτεσίλαος, zoon van Iphiclus, koning van Phylace, nam deel aan den tocht tegen Troje. Hij was de eerste, die bij de aankomst van de vloot aan land sprong, maar hij werd terstond door Hector gedood. Te Elaeus was zijn graf met een rijken tempel, ook te Phylace had hij een heiligdom, z. ookLaodamīa.


Back to IndexNext