Chapter 68

Sycurium,Συκούριον, Συκύριον, plaats aan den voet van den Ossa, in Pelasgiōtis (Thessalia). Hier werd C. Licinius Crassus (Liciniino. 8) in 171 door Perseus van Macedonia verslagen.Syēne,Συήνη, tegenwoordig Assoean, stad aan den Nijl, tot Aegypte behoorende, juist aan de aethiopische grenzen gelegen even beneden den eersten waterval. Wegens de ligging juist onder den kreeftskeerkring trok de aardrijkskundige Eratosthenes een zijner parallelcirkels over deze plaats. Onder de rom. keizers was Syene grensvesting.Syennesis,Συέννεσις, titel der vorsten van Cilicië, door de Grieken als eigennaam beschouwd.Sygambri,Σύγαμβροι, ookSicambri, Sugambri, machtige germaansche volksstam in Germania op den rechter Rijnoever tusschen Colonia Agrippīna (Keulen) en de Luppia (Lippe). Onder de regeering van Augustus werden zij door Drusus en Tiberius overwonnen en door den laatsten gedeeltelijk naar den linker Rijnoever overgebracht (9), v. s. in de streek tusschen Rijn en Maas, waar ze dan later onder den naam Gugerni (z. a.) voorkomen, v. a. werden ze naar Nederland naar den IJssel of naar de landen ten Zuiden van Waal en Maas verplaatst. Ze verdwijnen dan een poos uit de geschiedenis, doch komen v. s. later weder te voorschijn, als hoofdbestanddeel van de Salische Franken.Syllium,Σύλλιον, bergvesting in Pamphylia, ten N.W. van Aspendus.Syloson,Συλοσῶν, jongere broeder van Polycrates, met wien hij aanvankelijk over Samus regeerde. Later ging hij naar Aegypte en leerde hij Darīus Hystaspis kennen, die hem na den dood van Polycrates de regeering over Samus teruggaf (omstreeks 516).Symaethus,Σύμαιθος, rivier op Sicilia, die ten W. van den Aetna naar het Z.O. stroomt en ten Z. van Catana in zee vloeit.Symaethius herosbij Ovidius = Acis.Syme,Σύμη, eilandje in de dorische golf op de kust van Caria met eene gelijknamige stad en acht havens. Vroeger heette het Aegle en Metapontis, en kreeg den naam Syme naar eene dochter van Ialysus.Symmachus(Q. Aurelius), gevierd rom. redenaar uit den tijd van Theodosius den Gr., proconsul in Africa in 373 na C., praefect van Rome in 384 en 385, consul in 391, was een ijverig kampioen voor het herstel der oude goden, waartegen Ambrosius, bisschop van Milaan, in het strijdperk trad. Wij bezitten van hem nog eene verzameling brieven in 10 boeken en fragmenten van eenige redevoeringen.Symphoniaci, n.l.servi, een muziekkorps, dat aanzienlijke Romeinen er als huiskapel op nahielden.Symplegades,Συμπληγάδες, z.Cyaneae insulae.Symposium,συμπόσιον, z.Conviviumenδεῖπνον.Synesius,Συνέσιος, wijsgeer uit Cyrēne, geb. omstreeks 370 na C. In 410 ging hij, niet zonder gemoedsbezwaren, tot het Christendom over en werd bisschop van Cyrene. Zijne wijsgeerige en godsdienstige werken, die voor een gedeelte bewaard gebleven zijn, behooren tot de beste voortbrengselen der letterkunde van dien tijd.Synnada,τὰ Σύνναδα, stad in het O. van Phrygia, met rijke marmergroeven. Het werd eerst onder de Rom. belangrijk als zetel van eenconventusen vervolgens als hoofdstad der provinciePhrygia salutaris.Synthesis, een gemakkelijk gewaad van griekschen snit, waarvan men alleen weet, dat het in huis en vooral aan tafel werd gedragen.Syphax, koning der Massaesylii in Numidia, werd in 213 de bondgenoot der Rom. tegen Carthago en werd door Masinissa, die op Carthago’s hand was, tijdelijk uit zijn rijk verdreven. Hierdoor en door den dood der gebroeders P. en C. Scipio in Hispania ging het verbond te niet, doch het werd hersteld door den jongeren Scipio (Africānus maior), die tijdens zijn verblijf in Hispania in persoon Syphax opzocht, op welke reis hij bijna in handen der Carthagers was gevallen. Doch de Carthager Hasdrubal (no. 4) wist door de hand der schoone Sophonisbe, die reeds met Masinissa verloofd was, Syphax te winnen, zoodat deze tot de zijde der Carthagers overging, terwijl daarentegen Masinissa hun verbitterde vijand werd en op zijn beurt door Syphax werd verjaagd. Toen Scipio in Africa landde, beschikte Syphax over een leger van 60000 man, waarbij zich zijn schoonvader met 30000 man carthaagsche troepen aansloot. Het gelukte Scipio echter, Syphax driemaal te verslaan en ten slotte nam Masinissa hem gevangen (203); hij moest de zegepraal des overwinnaars opluisteren en stierf als gevangene te Tibur. Masinissa wilde Sophonisbe redden door zelf haar te huwen, doch tevergeefs.Syracūsae,Συρακοῦσαι, thans Siragossa, de aanzienlijkste stad van Sicilia, met Agrigentum de oogen des lands genoemd, omstreeks 735 door Doriërs onder aanvoering van zekeren Archias van Corinthe gesticht. Tijdens zijn grootsten bloei had Syr. eene bevolking van een half millioen en een omtrek van 6 uren gaans. Het bestond eigenlijk uit vijf afzonderlijk ommuurde steden. Het oudste gedeelte was het eilandOrtygiaook wel alleenNasus(dorisch =νῆσος) geheeten, met de bron Arethūsa, de tempels van Athēna en Artemis, en het paleis van Hiero, waar later de rom. praetoren verblijf hielden. Door een dam, later door een brug, was dit gedeelte met het vaste land verbonden. Men kwam dan inAchradīna, het fraaiste gedeelte, op de steile hoogte langs de kust gebouwd, met prachtige gebouwen, als: het theater, het prytanēum, den tempel van Zeus Olympicus. Tijdens den peloponnesischen oorlog bestond de stad nog slechts uit deze beide kwartieren. Aan Achradina sloten zich laterTycheenNeapolisaan. Tyche droeg zijn naam naar den tempel derΤύχηen was het meest bevolkte deel der stad. Neapolis, ook Temenites (z. a.) geheeten, had vele tempels en het grootste theater van Sicilia. Dan kwam nogEpipolae, op een bergrug gelegen en van buiten ongenaakbaar, met de kasteelen Euryalus en Labdalum. Nabij Achradina vond men de groote steengroeven of catacomben,lautumiae, die tevens tot gevangenis dienden. Daar Ortygia aan den ingang eener baai lag, vormde zich daarachter een natuurlijke haven, degroote havengenoemd, die 2⅔ uur gaans in omtrek was en waarvan de ingangen met kettingen konden worden afgesloten. Aan den anderen kant, ten N.O. lag dekleine haven, Portus LacciusofMarmoreus, met werven, arsenalen, enz.—De geschiedenis van Syracusae is eene aaneenschakeling van oorlogen, burgertwisten, omwentelingen, tyrannieën. De regeering was eerst aristocratisch; omstreeks 500 joegen het volk en de slaven de rijken uit de stad, doch Gelo, tyran van Gela, bracht de verdrevenen terug en maakte zich van Syr. meester (485). Onder Gelo en diens broeder Hiero I werd de stad machtig en bloeiend door het overbrengen van inwoners uit andere veroverde plaatsen. Een derde broeder, Thrasybūlus, speelde den dwingeland, doch werd verdreven. Over den oorlog met Athene z.Nicias. In den strijd tegen Carthago, toen in 410 een leger van meer dan 100000 man op Sicilia landde, vertrouwde Syr. hetlegerbevel aan een burger, Dionysius, toe, die zijne macht misbruikte om zich tot tyran op te werpen (405). Hij bouwde ook op Ortygia eene acropolis. In 367 werd hij opgevolgd door zijn zoon Dionysius II, die in 344 door Timoleon werd verdreven; Syr. ademde weer vrij en de Carthagers werden bij den Crimīsus geheel verslagen (339). Weldra echter dook opnieuw de tyrannenheerschappij op; o. a. kwamen aan het bewind Agathocles (317–289), Hicetas (289–280), Hiero II (270–215), de trouwe bondgenoot der Romeinen, die den titel van koning aannam. Na zijn dood geraakte Syr. in onmin met Rome en werd na een tweejarig beleg in 212 door M. Claudius Marcellus veroverd. Sedert dien tijd ging de stad achteruit, zoodat, toen Augustus er eene kolonie heenzond, Ortygia voldoende ruimte aanbood. Behalve de wis- en werktuigkundige Archimēdes (gest. 212) waren ook de dichters Theocritus en Moschus te Syr. geboren.Syria,Συρία. Onder dezen naam verstond men oudtijds het oostelijke kustland der Middellandsche zee, van de golf van Issus tot Aegypte, met inbegrip van Phoenicië en Palaestina, en landwaarts in tot aan de woestijn. Neemt men Phoenicië en Palaestina er af, dan blijft voor Syria in engeren zin het volgende over:Commagēnein het N.O.,Syria superiorenCoelesyria. Het land was arm aan water; de grootste rivieren zijn de Orontes en de Jordaan, Syrië bestond oudtijds uit verschillende rijkjes, die herhaaldelijk met de Israëlieten in oorlog waren en evenals de rijken van Israël en Juda de prooi werden van Assyrië en Babylonië en daarmede onder Perzië kwamen. Na den dood van Alex. d. Gr. ontstond het machtige Seleucidenrijk, dat bijna het geheele aziatische gedeelte van Alexanders rijk omvatte. Bithynia, Paphlagonia, Pontus en Cappadocia erkenden Seleucus’ opperhoogheid, Pergamus stelde zich in 284 onder zijne bescherming. Onder Seleucus’ zoon Antiochus I Soter (280–261) ging het gezag over de genoemde vasalstaten verloren; onder Antiochus II Theos (261–247) het geheele oosten van het rijk, waaruit twee nieuwe staten, Bactrië en Parthië ontstonden; Antiochus III de Groote (224–187) verloor aan de Rom. wat hij nog in Voor-Azië bezat; daarentegen won hij Phoenicië en Judaea van Aegypte (200), welke gewesten hij echter niet behield. Onder Antiochus IV Epiphanes (175–164) werden Phoenicia en Palaestina wel opnieuw veroverd, doch in den opstand der Maccabaeën vochten de getergde Joden zich vrij. Van nu af aan is Syrië een rijk van ondergeschikt belang. In 70 werd het door Tigrānes van Armenië veroverd; twee jaar later, toen Tigranes verslagen was, werd door L. Licinius Lucullus wel nog een Seleucide op den troon van Syrië geplaatst, Antiochus XIII, doch Pompeius zette dezen eenvoudig af en gaf hem Commagēne, met de bewering, dat na de nederlaag van Tigranes de door dezen verdreven Seleuciden niet billijkerwijze over Syrië konden blijven heerschen. Syria werd nu rom. provincie (63). Het werd niet dadelijk geheel bij Rome ingelijfd; enkele distrikten, als Chalcidēne, Emesa, Abilēne, Damascus, werden nog voor korter of langer tijd aan schijnkoninkjes afgestaan (zie ookPalaestina), doch ten tijde van Hadriānus was alles voor goed ingelijfd. Syria werd toen gesplitst inSyria CoeleofMagna Syria, ook kortwegSyriagenoemd,Syria PhoenīceenSyria Palaestina, het laatste met Caesarēa tot hoofdstad. In 430 na C. was Syria aldus verdeeld: Syria I met Antiochia, S. II met Apamēa, Phoenicia I met Tyrus, Ph. II met Damascus, Palaestina I met Caesarēa, Pal. II met Scythopolis, Pal. III met Petra tot hoofdstad.Syria dea,Συρία θεός=DercetisenAstarte.Syriae portae, zieAmānus.Syrinx,Σύριγξ, dochter van den riviergod Ladon. Toen zij voor Pan vluchtte, die haar met zijne liefde vervolgde, werd zij op hare bede door haar vader in riet veranderd, waaruit Pan zich de eerste herdersfluit sneed, die haar naam kreeg. Deze fluit (fistula) bestaat uit 7 of meer rietpijpen van ongelijke lengte of dikte, met was aan elkander verbonden. De herders maakten zich zulk een instrument gewoonlijk zelf en bespeelden het dikwijls met groote bekwaamheid.Syrma,σύρμα, slepend tooneelgewaad, door de tooneelspelers gedragen, die goden of heroën voorstelden. Zij schenen door deze dracht grooter.Syrtes,Σύρτεις, twee inhammen op de kustvanhet tegenw. Tripoli; deSyrtis magnaheet thans golf van Sidra, deSyrtis minorgolf van Cabes; de naam komt vanσύρειν.Syrtica regio,Συρτική, het kustland tusschen de Syrten, ook Tripolitāna genaamd naar de steden Leptis, Oea en Sabrata.Syrus(Publilius), ziePubliliusSyrus.Syrus,Σύρος, thans Syra, een der Cycladische eilanden, bij HomerusΣυρίηgenoemd en door hem afgeschilderd als rijk aan koren, wijn en vee.

Sycurium,Συκούριον, Συκύριον, plaats aan den voet van den Ossa, in Pelasgiōtis (Thessalia). Hier werd C. Licinius Crassus (Liciniino. 8) in 171 door Perseus van Macedonia verslagen.Syēne,Συήνη, tegenwoordig Assoean, stad aan den Nijl, tot Aegypte behoorende, juist aan de aethiopische grenzen gelegen even beneden den eersten waterval. Wegens de ligging juist onder den kreeftskeerkring trok de aardrijkskundige Eratosthenes een zijner parallelcirkels over deze plaats. Onder de rom. keizers was Syene grensvesting.Syennesis,Συέννεσις, titel der vorsten van Cilicië, door de Grieken als eigennaam beschouwd.Sygambri,Σύγαμβροι, ookSicambri, Sugambri, machtige germaansche volksstam in Germania op den rechter Rijnoever tusschen Colonia Agrippīna (Keulen) en de Luppia (Lippe). Onder de regeering van Augustus werden zij door Drusus en Tiberius overwonnen en door den laatsten gedeeltelijk naar den linker Rijnoever overgebracht (9), v. s. in de streek tusschen Rijn en Maas, waar ze dan later onder den naam Gugerni (z. a.) voorkomen, v. a. werden ze naar Nederland naar den IJssel of naar de landen ten Zuiden van Waal en Maas verplaatst. Ze verdwijnen dan een poos uit de geschiedenis, doch komen v. s. later weder te voorschijn, als hoofdbestanddeel van de Salische Franken.Syllium,Σύλλιον, bergvesting in Pamphylia, ten N.W. van Aspendus.Syloson,Συλοσῶν, jongere broeder van Polycrates, met wien hij aanvankelijk over Samus regeerde. Later ging hij naar Aegypte en leerde hij Darīus Hystaspis kennen, die hem na den dood van Polycrates de regeering over Samus teruggaf (omstreeks 516).Symaethus,Σύμαιθος, rivier op Sicilia, die ten W. van den Aetna naar het Z.O. stroomt en ten Z. van Catana in zee vloeit.Symaethius herosbij Ovidius = Acis.Syme,Σύμη, eilandje in de dorische golf op de kust van Caria met eene gelijknamige stad en acht havens. Vroeger heette het Aegle en Metapontis, en kreeg den naam Syme naar eene dochter van Ialysus.Symmachus(Q. Aurelius), gevierd rom. redenaar uit den tijd van Theodosius den Gr., proconsul in Africa in 373 na C., praefect van Rome in 384 en 385, consul in 391, was een ijverig kampioen voor het herstel der oude goden, waartegen Ambrosius, bisschop van Milaan, in het strijdperk trad. Wij bezitten van hem nog eene verzameling brieven in 10 boeken en fragmenten van eenige redevoeringen.Symphoniaci, n.l.servi, een muziekkorps, dat aanzienlijke Romeinen er als huiskapel op nahielden.Symplegades,Συμπληγάδες, z.Cyaneae insulae.Symposium,συμπόσιον, z.Conviviumenδεῖπνον.Synesius,Συνέσιος, wijsgeer uit Cyrēne, geb. omstreeks 370 na C. In 410 ging hij, niet zonder gemoedsbezwaren, tot het Christendom over en werd bisschop van Cyrene. Zijne wijsgeerige en godsdienstige werken, die voor een gedeelte bewaard gebleven zijn, behooren tot de beste voortbrengselen der letterkunde van dien tijd.Synnada,τὰ Σύνναδα, stad in het O. van Phrygia, met rijke marmergroeven. Het werd eerst onder de Rom. belangrijk als zetel van eenconventusen vervolgens als hoofdstad der provinciePhrygia salutaris.Synthesis, een gemakkelijk gewaad van griekschen snit, waarvan men alleen weet, dat het in huis en vooral aan tafel werd gedragen.Syphax, koning der Massaesylii in Numidia, werd in 213 de bondgenoot der Rom. tegen Carthago en werd door Masinissa, die op Carthago’s hand was, tijdelijk uit zijn rijk verdreven. Hierdoor en door den dood der gebroeders P. en C. Scipio in Hispania ging het verbond te niet, doch het werd hersteld door den jongeren Scipio (Africānus maior), die tijdens zijn verblijf in Hispania in persoon Syphax opzocht, op welke reis hij bijna in handen der Carthagers was gevallen. Doch de Carthager Hasdrubal (no. 4) wist door de hand der schoone Sophonisbe, die reeds met Masinissa verloofd was, Syphax te winnen, zoodat deze tot de zijde der Carthagers overging, terwijl daarentegen Masinissa hun verbitterde vijand werd en op zijn beurt door Syphax werd verjaagd. Toen Scipio in Africa landde, beschikte Syphax over een leger van 60000 man, waarbij zich zijn schoonvader met 30000 man carthaagsche troepen aansloot. Het gelukte Scipio echter, Syphax driemaal te verslaan en ten slotte nam Masinissa hem gevangen (203); hij moest de zegepraal des overwinnaars opluisteren en stierf als gevangene te Tibur. Masinissa wilde Sophonisbe redden door zelf haar te huwen, doch tevergeefs.Syracūsae,Συρακοῦσαι, thans Siragossa, de aanzienlijkste stad van Sicilia, met Agrigentum de oogen des lands genoemd, omstreeks 735 door Doriërs onder aanvoering van zekeren Archias van Corinthe gesticht. Tijdens zijn grootsten bloei had Syr. eene bevolking van een half millioen en een omtrek van 6 uren gaans. Het bestond eigenlijk uit vijf afzonderlijk ommuurde steden. Het oudste gedeelte was het eilandOrtygiaook wel alleenNasus(dorisch =νῆσος) geheeten, met de bron Arethūsa, de tempels van Athēna en Artemis, en het paleis van Hiero, waar later de rom. praetoren verblijf hielden. Door een dam, later door een brug, was dit gedeelte met het vaste land verbonden. Men kwam dan inAchradīna, het fraaiste gedeelte, op de steile hoogte langs de kust gebouwd, met prachtige gebouwen, als: het theater, het prytanēum, den tempel van Zeus Olympicus. Tijdens den peloponnesischen oorlog bestond de stad nog slechts uit deze beide kwartieren. Aan Achradina sloten zich laterTycheenNeapolisaan. Tyche droeg zijn naam naar den tempel derΤύχηen was het meest bevolkte deel der stad. Neapolis, ook Temenites (z. a.) geheeten, had vele tempels en het grootste theater van Sicilia. Dan kwam nogEpipolae, op een bergrug gelegen en van buiten ongenaakbaar, met de kasteelen Euryalus en Labdalum. Nabij Achradina vond men de groote steengroeven of catacomben,lautumiae, die tevens tot gevangenis dienden. Daar Ortygia aan den ingang eener baai lag, vormde zich daarachter een natuurlijke haven, degroote havengenoemd, die 2⅔ uur gaans in omtrek was en waarvan de ingangen met kettingen konden worden afgesloten. Aan den anderen kant, ten N.O. lag dekleine haven, Portus LacciusofMarmoreus, met werven, arsenalen, enz.—De geschiedenis van Syracusae is eene aaneenschakeling van oorlogen, burgertwisten, omwentelingen, tyrannieën. De regeering was eerst aristocratisch; omstreeks 500 joegen het volk en de slaven de rijken uit de stad, doch Gelo, tyran van Gela, bracht de verdrevenen terug en maakte zich van Syr. meester (485). Onder Gelo en diens broeder Hiero I werd de stad machtig en bloeiend door het overbrengen van inwoners uit andere veroverde plaatsen. Een derde broeder, Thrasybūlus, speelde den dwingeland, doch werd verdreven. Over den oorlog met Athene z.Nicias. In den strijd tegen Carthago, toen in 410 een leger van meer dan 100000 man op Sicilia landde, vertrouwde Syr. hetlegerbevel aan een burger, Dionysius, toe, die zijne macht misbruikte om zich tot tyran op te werpen (405). Hij bouwde ook op Ortygia eene acropolis. In 367 werd hij opgevolgd door zijn zoon Dionysius II, die in 344 door Timoleon werd verdreven; Syr. ademde weer vrij en de Carthagers werden bij den Crimīsus geheel verslagen (339). Weldra echter dook opnieuw de tyrannenheerschappij op; o. a. kwamen aan het bewind Agathocles (317–289), Hicetas (289–280), Hiero II (270–215), de trouwe bondgenoot der Romeinen, die den titel van koning aannam. Na zijn dood geraakte Syr. in onmin met Rome en werd na een tweejarig beleg in 212 door M. Claudius Marcellus veroverd. Sedert dien tijd ging de stad achteruit, zoodat, toen Augustus er eene kolonie heenzond, Ortygia voldoende ruimte aanbood. Behalve de wis- en werktuigkundige Archimēdes (gest. 212) waren ook de dichters Theocritus en Moschus te Syr. geboren.Syria,Συρία. Onder dezen naam verstond men oudtijds het oostelijke kustland der Middellandsche zee, van de golf van Issus tot Aegypte, met inbegrip van Phoenicië en Palaestina, en landwaarts in tot aan de woestijn. Neemt men Phoenicië en Palaestina er af, dan blijft voor Syria in engeren zin het volgende over:Commagēnein het N.O.,Syria superiorenCoelesyria. Het land was arm aan water; de grootste rivieren zijn de Orontes en de Jordaan, Syrië bestond oudtijds uit verschillende rijkjes, die herhaaldelijk met de Israëlieten in oorlog waren en evenals de rijken van Israël en Juda de prooi werden van Assyrië en Babylonië en daarmede onder Perzië kwamen. Na den dood van Alex. d. Gr. ontstond het machtige Seleucidenrijk, dat bijna het geheele aziatische gedeelte van Alexanders rijk omvatte. Bithynia, Paphlagonia, Pontus en Cappadocia erkenden Seleucus’ opperhoogheid, Pergamus stelde zich in 284 onder zijne bescherming. Onder Seleucus’ zoon Antiochus I Soter (280–261) ging het gezag over de genoemde vasalstaten verloren; onder Antiochus II Theos (261–247) het geheele oosten van het rijk, waaruit twee nieuwe staten, Bactrië en Parthië ontstonden; Antiochus III de Groote (224–187) verloor aan de Rom. wat hij nog in Voor-Azië bezat; daarentegen won hij Phoenicië en Judaea van Aegypte (200), welke gewesten hij echter niet behield. Onder Antiochus IV Epiphanes (175–164) werden Phoenicia en Palaestina wel opnieuw veroverd, doch in den opstand der Maccabaeën vochten de getergde Joden zich vrij. Van nu af aan is Syrië een rijk van ondergeschikt belang. In 70 werd het door Tigrānes van Armenië veroverd; twee jaar later, toen Tigranes verslagen was, werd door L. Licinius Lucullus wel nog een Seleucide op den troon van Syrië geplaatst, Antiochus XIII, doch Pompeius zette dezen eenvoudig af en gaf hem Commagēne, met de bewering, dat na de nederlaag van Tigranes de door dezen verdreven Seleuciden niet billijkerwijze over Syrië konden blijven heerschen. Syria werd nu rom. provincie (63). Het werd niet dadelijk geheel bij Rome ingelijfd; enkele distrikten, als Chalcidēne, Emesa, Abilēne, Damascus, werden nog voor korter of langer tijd aan schijnkoninkjes afgestaan (zie ookPalaestina), doch ten tijde van Hadriānus was alles voor goed ingelijfd. Syria werd toen gesplitst inSyria CoeleofMagna Syria, ook kortwegSyriagenoemd,Syria PhoenīceenSyria Palaestina, het laatste met Caesarēa tot hoofdstad. In 430 na C. was Syria aldus verdeeld: Syria I met Antiochia, S. II met Apamēa, Phoenicia I met Tyrus, Ph. II met Damascus, Palaestina I met Caesarēa, Pal. II met Scythopolis, Pal. III met Petra tot hoofdstad.Syria dea,Συρία θεός=DercetisenAstarte.Syriae portae, zieAmānus.Syrinx,Σύριγξ, dochter van den riviergod Ladon. Toen zij voor Pan vluchtte, die haar met zijne liefde vervolgde, werd zij op hare bede door haar vader in riet veranderd, waaruit Pan zich de eerste herdersfluit sneed, die haar naam kreeg. Deze fluit (fistula) bestaat uit 7 of meer rietpijpen van ongelijke lengte of dikte, met was aan elkander verbonden. De herders maakten zich zulk een instrument gewoonlijk zelf en bespeelden het dikwijls met groote bekwaamheid.Syrma,σύρμα, slepend tooneelgewaad, door de tooneelspelers gedragen, die goden of heroën voorstelden. Zij schenen door deze dracht grooter.Syrtes,Σύρτεις, twee inhammen op de kustvanhet tegenw. Tripoli; deSyrtis magnaheet thans golf van Sidra, deSyrtis minorgolf van Cabes; de naam komt vanσύρειν.Syrtica regio,Συρτική, het kustland tusschen de Syrten, ook Tripolitāna genaamd naar de steden Leptis, Oea en Sabrata.Syrus(Publilius), ziePubliliusSyrus.Syrus,Σύρος, thans Syra, een der Cycladische eilanden, bij HomerusΣυρίηgenoemd en door hem afgeschilderd als rijk aan koren, wijn en vee.

Sycurium,Συκούριον, Συκύριον, plaats aan den voet van den Ossa, in Pelasgiōtis (Thessalia). Hier werd C. Licinius Crassus (Liciniino. 8) in 171 door Perseus van Macedonia verslagen.

Syēne,Συήνη, tegenwoordig Assoean, stad aan den Nijl, tot Aegypte behoorende, juist aan de aethiopische grenzen gelegen even beneden den eersten waterval. Wegens de ligging juist onder den kreeftskeerkring trok de aardrijkskundige Eratosthenes een zijner parallelcirkels over deze plaats. Onder de rom. keizers was Syene grensvesting.

Syennesis,Συέννεσις, titel der vorsten van Cilicië, door de Grieken als eigennaam beschouwd.

Sygambri,Σύγαμβροι, ookSicambri, Sugambri, machtige germaansche volksstam in Germania op den rechter Rijnoever tusschen Colonia Agrippīna (Keulen) en de Luppia (Lippe). Onder de regeering van Augustus werden zij door Drusus en Tiberius overwonnen en door den laatsten gedeeltelijk naar den linker Rijnoever overgebracht (9), v. s. in de streek tusschen Rijn en Maas, waar ze dan later onder den naam Gugerni (z. a.) voorkomen, v. a. werden ze naar Nederland naar den IJssel of naar de landen ten Zuiden van Waal en Maas verplaatst. Ze verdwijnen dan een poos uit de geschiedenis, doch komen v. s. later weder te voorschijn, als hoofdbestanddeel van de Salische Franken.

Syllium,Σύλλιον, bergvesting in Pamphylia, ten N.W. van Aspendus.

Syloson,Συλοσῶν, jongere broeder van Polycrates, met wien hij aanvankelijk over Samus regeerde. Later ging hij naar Aegypte en leerde hij Darīus Hystaspis kennen, die hem na den dood van Polycrates de regeering over Samus teruggaf (omstreeks 516).

Symaethus,Σύμαιθος, rivier op Sicilia, die ten W. van den Aetna naar het Z.O. stroomt en ten Z. van Catana in zee vloeit.Symaethius herosbij Ovidius = Acis.

Syme,Σύμη, eilandje in de dorische golf op de kust van Caria met eene gelijknamige stad en acht havens. Vroeger heette het Aegle en Metapontis, en kreeg den naam Syme naar eene dochter van Ialysus.

Symmachus(Q. Aurelius), gevierd rom. redenaar uit den tijd van Theodosius den Gr., proconsul in Africa in 373 na C., praefect van Rome in 384 en 385, consul in 391, was een ijverig kampioen voor het herstel der oude goden, waartegen Ambrosius, bisschop van Milaan, in het strijdperk trad. Wij bezitten van hem nog eene verzameling brieven in 10 boeken en fragmenten van eenige redevoeringen.

Symphoniaci, n.l.servi, een muziekkorps, dat aanzienlijke Romeinen er als huiskapel op nahielden.

Symplegades,Συμπληγάδες, z.Cyaneae insulae.

Symposium,συμπόσιον, z.Conviviumenδεῖπνον.

Synesius,Συνέσιος, wijsgeer uit Cyrēne, geb. omstreeks 370 na C. In 410 ging hij, niet zonder gemoedsbezwaren, tot het Christendom over en werd bisschop van Cyrene. Zijne wijsgeerige en godsdienstige werken, die voor een gedeelte bewaard gebleven zijn, behooren tot de beste voortbrengselen der letterkunde van dien tijd.

Synnada,τὰ Σύνναδα, stad in het O. van Phrygia, met rijke marmergroeven. Het werd eerst onder de Rom. belangrijk als zetel van eenconventusen vervolgens als hoofdstad der provinciePhrygia salutaris.

Synthesis, een gemakkelijk gewaad van griekschen snit, waarvan men alleen weet, dat het in huis en vooral aan tafel werd gedragen.

Syphax, koning der Massaesylii in Numidia, werd in 213 de bondgenoot der Rom. tegen Carthago en werd door Masinissa, die op Carthago’s hand was, tijdelijk uit zijn rijk verdreven. Hierdoor en door den dood der gebroeders P. en C. Scipio in Hispania ging het verbond te niet, doch het werd hersteld door den jongeren Scipio (Africānus maior), die tijdens zijn verblijf in Hispania in persoon Syphax opzocht, op welke reis hij bijna in handen der Carthagers was gevallen. Doch de Carthager Hasdrubal (no. 4) wist door de hand der schoone Sophonisbe, die reeds met Masinissa verloofd was, Syphax te winnen, zoodat deze tot de zijde der Carthagers overging, terwijl daarentegen Masinissa hun verbitterde vijand werd en op zijn beurt door Syphax werd verjaagd. Toen Scipio in Africa landde, beschikte Syphax over een leger van 60000 man, waarbij zich zijn schoonvader met 30000 man carthaagsche troepen aansloot. Het gelukte Scipio echter, Syphax driemaal te verslaan en ten slotte nam Masinissa hem gevangen (203); hij moest de zegepraal des overwinnaars opluisteren en stierf als gevangene te Tibur. Masinissa wilde Sophonisbe redden door zelf haar te huwen, doch tevergeefs.

Syracūsae,Συρακοῦσαι, thans Siragossa, de aanzienlijkste stad van Sicilia, met Agrigentum de oogen des lands genoemd, omstreeks 735 door Doriërs onder aanvoering van zekeren Archias van Corinthe gesticht. Tijdens zijn grootsten bloei had Syr. eene bevolking van een half millioen en een omtrek van 6 uren gaans. Het bestond eigenlijk uit vijf afzonderlijk ommuurde steden. Het oudste gedeelte was het eilandOrtygiaook wel alleenNasus(dorisch =νῆσος) geheeten, met de bron Arethūsa, de tempels van Athēna en Artemis, en het paleis van Hiero, waar later de rom. praetoren verblijf hielden. Door een dam, later door een brug, was dit gedeelte met het vaste land verbonden. Men kwam dan inAchradīna, het fraaiste gedeelte, op de steile hoogte langs de kust gebouwd, met prachtige gebouwen, als: het theater, het prytanēum, den tempel van Zeus Olympicus. Tijdens den peloponnesischen oorlog bestond de stad nog slechts uit deze beide kwartieren. Aan Achradina sloten zich laterTycheenNeapolisaan. Tyche droeg zijn naam naar den tempel derΤύχηen was het meest bevolkte deel der stad. Neapolis, ook Temenites (z. a.) geheeten, had vele tempels en het grootste theater van Sicilia. Dan kwam nogEpipolae, op een bergrug gelegen en van buiten ongenaakbaar, met de kasteelen Euryalus en Labdalum. Nabij Achradina vond men de groote steengroeven of catacomben,lautumiae, die tevens tot gevangenis dienden. Daar Ortygia aan den ingang eener baai lag, vormde zich daarachter een natuurlijke haven, degroote havengenoemd, die 2⅔ uur gaans in omtrek was en waarvan de ingangen met kettingen konden worden afgesloten. Aan den anderen kant, ten N.O. lag dekleine haven, Portus LacciusofMarmoreus, met werven, arsenalen, enz.—De geschiedenis van Syracusae is eene aaneenschakeling van oorlogen, burgertwisten, omwentelingen, tyrannieën. De regeering was eerst aristocratisch; omstreeks 500 joegen het volk en de slaven de rijken uit de stad, doch Gelo, tyran van Gela, bracht de verdrevenen terug en maakte zich van Syr. meester (485). Onder Gelo en diens broeder Hiero I werd de stad machtig en bloeiend door het overbrengen van inwoners uit andere veroverde plaatsen. Een derde broeder, Thrasybūlus, speelde den dwingeland, doch werd verdreven. Over den oorlog met Athene z.Nicias. In den strijd tegen Carthago, toen in 410 een leger van meer dan 100000 man op Sicilia landde, vertrouwde Syr. hetlegerbevel aan een burger, Dionysius, toe, die zijne macht misbruikte om zich tot tyran op te werpen (405). Hij bouwde ook op Ortygia eene acropolis. In 367 werd hij opgevolgd door zijn zoon Dionysius II, die in 344 door Timoleon werd verdreven; Syr. ademde weer vrij en de Carthagers werden bij den Crimīsus geheel verslagen (339). Weldra echter dook opnieuw de tyrannenheerschappij op; o. a. kwamen aan het bewind Agathocles (317–289), Hicetas (289–280), Hiero II (270–215), de trouwe bondgenoot der Romeinen, die den titel van koning aannam. Na zijn dood geraakte Syr. in onmin met Rome en werd na een tweejarig beleg in 212 door M. Claudius Marcellus veroverd. Sedert dien tijd ging de stad achteruit, zoodat, toen Augustus er eene kolonie heenzond, Ortygia voldoende ruimte aanbood. Behalve de wis- en werktuigkundige Archimēdes (gest. 212) waren ook de dichters Theocritus en Moschus te Syr. geboren.

Syria,Συρία. Onder dezen naam verstond men oudtijds het oostelijke kustland der Middellandsche zee, van de golf van Issus tot Aegypte, met inbegrip van Phoenicië en Palaestina, en landwaarts in tot aan de woestijn. Neemt men Phoenicië en Palaestina er af, dan blijft voor Syria in engeren zin het volgende over:Commagēnein het N.O.,Syria superiorenCoelesyria. Het land was arm aan water; de grootste rivieren zijn de Orontes en de Jordaan, Syrië bestond oudtijds uit verschillende rijkjes, die herhaaldelijk met de Israëlieten in oorlog waren en evenals de rijken van Israël en Juda de prooi werden van Assyrië en Babylonië en daarmede onder Perzië kwamen. Na den dood van Alex. d. Gr. ontstond het machtige Seleucidenrijk, dat bijna het geheele aziatische gedeelte van Alexanders rijk omvatte. Bithynia, Paphlagonia, Pontus en Cappadocia erkenden Seleucus’ opperhoogheid, Pergamus stelde zich in 284 onder zijne bescherming. Onder Seleucus’ zoon Antiochus I Soter (280–261) ging het gezag over de genoemde vasalstaten verloren; onder Antiochus II Theos (261–247) het geheele oosten van het rijk, waaruit twee nieuwe staten, Bactrië en Parthië ontstonden; Antiochus III de Groote (224–187) verloor aan de Rom. wat hij nog in Voor-Azië bezat; daarentegen won hij Phoenicië en Judaea van Aegypte (200), welke gewesten hij echter niet behield. Onder Antiochus IV Epiphanes (175–164) werden Phoenicia en Palaestina wel opnieuw veroverd, doch in den opstand der Maccabaeën vochten de getergde Joden zich vrij. Van nu af aan is Syrië een rijk van ondergeschikt belang. In 70 werd het door Tigrānes van Armenië veroverd; twee jaar later, toen Tigranes verslagen was, werd door L. Licinius Lucullus wel nog een Seleucide op den troon van Syrië geplaatst, Antiochus XIII, doch Pompeius zette dezen eenvoudig af en gaf hem Commagēne, met de bewering, dat na de nederlaag van Tigranes de door dezen verdreven Seleuciden niet billijkerwijze over Syrië konden blijven heerschen. Syria werd nu rom. provincie (63). Het werd niet dadelijk geheel bij Rome ingelijfd; enkele distrikten, als Chalcidēne, Emesa, Abilēne, Damascus, werden nog voor korter of langer tijd aan schijnkoninkjes afgestaan (zie ookPalaestina), doch ten tijde van Hadriānus was alles voor goed ingelijfd. Syria werd toen gesplitst inSyria CoeleofMagna Syria, ook kortwegSyriagenoemd,Syria PhoenīceenSyria Palaestina, het laatste met Caesarēa tot hoofdstad. In 430 na C. was Syria aldus verdeeld: Syria I met Antiochia, S. II met Apamēa, Phoenicia I met Tyrus, Ph. II met Damascus, Palaestina I met Caesarēa, Pal. II met Scythopolis, Pal. III met Petra tot hoofdstad.

Syria dea,Συρία θεός=DercetisenAstarte.

Syriae portae, zieAmānus.

Syrinx,Σύριγξ, dochter van den riviergod Ladon. Toen zij voor Pan vluchtte, die haar met zijne liefde vervolgde, werd zij op hare bede door haar vader in riet veranderd, waaruit Pan zich de eerste herdersfluit sneed, die haar naam kreeg. Deze fluit (fistula) bestaat uit 7 of meer rietpijpen van ongelijke lengte of dikte, met was aan elkander verbonden. De herders maakten zich zulk een instrument gewoonlijk zelf en bespeelden het dikwijls met groote bekwaamheid.

Syrma,σύρμα, slepend tooneelgewaad, door de tooneelspelers gedragen, die goden of heroën voorstelden. Zij schenen door deze dracht grooter.

Syrtes,Σύρτεις, twee inhammen op de kustvanhet tegenw. Tripoli; deSyrtis magnaheet thans golf van Sidra, deSyrtis minorgolf van Cabes; de naam komt vanσύρειν.

Syrtica regio,Συρτική, het kustland tusschen de Syrten, ook Tripolitāna genaamd naar de steden Leptis, Oea en Sabrata.

Syrus(Publilius), ziePubliliusSyrus.

Syrus,Σύρος, thans Syra, een der Cycladische eilanden, bij HomerusΣυρίηgenoemd en door hem afgeschilderd als rijk aan koren, wijn en vee.


Back to IndexNext