T.

T.Tabae,Τάβαι, 1) stad in het perzisch-medische distrikt Paraetacēne, aan den heerweg van Persepolis naar Ecbatana.—2)bergstad aan de O. grens van Caria.Tabella, zietabula.Tabellariae(leges), de 4 wetten, waarbij geheime stemming met stembordjes,tesseraeoftabellae, in de comitiën werd ingevoerd. 1)lex Gabinia, van een overigens onbekenden volkstribuun A. Gabinius, voor de kiescomitiën, in 139.—2)lex Cassia, van den volkstribuun L. Cassius Longīnus, 137, voor rechterlijke comitiën, behalve in zaken van perduellio.—3)lex Papiria, van den volkstribuun C. Papirius Carbo, 131, voor wetgevende comitiën.—4)lex Caeliavan den volkstribuun L. Caelius, 107, ook voor perduellio. Zie ooktabula.Tabellarius, postbode. De ouden kenden geene geregelde postverzending, doch menschen, die geregeld in betrekking stonden met het buitenland of die een werkkring in de provinciën hadden, hielden er eigen tabellarii op na, die de correspondentie over en weer brachten en dan ook voor de vrienden hunner patroons brieven medenamen, zoodat er op deze wijze een vrij levendig brievenverkeer tusschen Rome en de verschillende deelen des rijks plaats had. De stadhouders hadden hunne koeriers,statores. Augustus organiseerde eene keizerlijke koerierpost, waartoe op verschillende punten wisselplaatsen,mutationes, waren gevestigd, om versche paarden te verkrijgen, en op sommige halten gelegenheid was te overnachten,mansiones. Behalve de keizerlijke koeriers,speculatores, en ambtenaren in dienst, mocht niemand van de postrijtuigen gebruik maken zonder speciale schriftelijke vergunning,diploma.—De perzische koningen hadden eene uitstekend ingerichte koerierpost te paard. De dépêches werden in vollen ren van het eene station naar het andere overgebracht, waar steeds een koerier,ἀγγαρεύς, met een gezadeld paard gereed stond om de dépêches van den aankomenden koerier over te nemen en onverwijld verder te brengen.Tabernae, naam van onderscheidene pleisterplaatsen aan de rom. heerwegen, o.a. tusschen Argentorātum (Straatsburg) en Noviomagus Nemētum (Spiers), thans Rheinzabern en ééne ten O. daarvan, thans Bergzabern in den Elzas, en een versterking ten W. van Straatsburg, op weg naar Decempagi (Dieuze), gewoonlijkTres Tabernaegeheeten, tegenw. Zabern in denElzas.Tres Tabernaewas verder eene halteplaats in Latium aan de via Appia, tusschen Aricia en Forum Appii, een andere halte van dezen naam lag in Gallia Transpadāna tusschen Placentia (Piacenza) en Mediolanium (Milaan).Tablīnum, een vertrek in rom. huizen, in den regel achter hetatriumgelegen en oudtijds ingericht tot bureau van den heer des huizes, tot familie-archief en dgl., later ook tot andere doeleinden gebezigd, o. a. ook wel voor eetvertrek.Tabula, tabella, tessera.Tabulais een plank of houten bord,tabellais er een verkleinwoord van,tesseraeen vierkant plaatje of blokje, onverschillig van welke stof, evengoed een plankje als een kubus. De drie benamingen werden niet streng gescheiden.Tabula picta, schilderij, ook landkaart.Tabula votīva, eene schilderij, welke iemand, die uit een groot gevaar gered was, van deze redding liet vervaardigen en als dankbewijs in den tempel van eene of andere godheid ophing, of wel eene plechtige, op eene tabula geschreven dankbetuiging aan de reddende godheid.Tabulae cerātaezijn met was bestreken plankjes, op de manier van dichtslaande leitjes, zooals ze vroeger in Indië veelvuldig werden gebezigd. Men gebruikte ze voor briefwisseling, zij werden met een draad,linum, kruiswijze omwonden en de knoop werd verzegeld.Tabulaeheetten ook de rekenborden, die de kinderen op school gebruikten, zooals bij ons leien in gebruik zijn.Tabulae publicaezijn alle openbare oorkonden en bekendmakingen, b.v.tabulae proscriptionum, aankondiging van publieke verkoopingen, in de burgeroorlogen de openbaar gemaakte lijsten van vogelvrijverklaarden.Tabulae accepti et expensi, boek van ontvangst en uitgaaf, kasboek.Tabulae Caeritum, de lijsten der aerarii (z.a.). Ook de groote marmeren of koperen platen, waarop dikwerf wetten en besluiten werden gebeiteld of gegrift, wordentabulaegenoemd, vandaar de naamleges duodecim tabularum. De stembordjes of stemplankjes bij de comitia en iudicia worden somstabellae, doch meesttesseraegeheeten; bij het stemmen over wetsvoorstellen beteekende Aantiquo= ik ben voor het oude, dus = tegen, V. R.uti rogas= zooals gij voorstelt, dus = vóór. Bij rechterlijke comitia was Llibero, Ddamno. Bij de quaestiones perpetuae had men nog bovendien N. L.,non liquet, waardoor men te kennen gaf, nog niet voldoende te zijn ingelicht, zieAcilia lex de repetundis. Bij de eigenlijke stemming gebruikte men voor vrijspraak en veroordeeling: Aabsolvo, Ccondemno. Over detessera frumentariazie men het artikelannōna. Ook het toegangsbewijs voor het theatrum, den circus en dgl. heettetessera. Tesseraezijn ook dobbelsteenen, ziealea. Tessera hospitalisis het bewijs van een verbond van gastvriendschap tusschen twee familiën in verschillende plaatsen; op een plankje werden de namen der beide familiën geschreven, een aan elken kant, vervolgens werd het middendoor gebroken en kreeg elke familie de helft; op vertoon van dit stuk was men zeker van eene gastvrije ontvangst.Tessera militariswas eene, waarop het wachtwoord geschreven stond; degenen, die dit woord moesten weten, teekenden ze voor gezien, en zoo kwam zij bij den bevelhebber terug; ook bevelen in het legerkamp werden dikwerf op deze manier gegeven. Bij een zoo veelvuldig gebruik werd niet altijd de vierzijdige vorm bewaard; eenetessera theatralis, te Pompeii gevonden, heeft den vorm van een penning met het opschrift:CAV.IICVN.IIIGRAD.VIII.CASINAPLAVTId. w. z.caveaII = 2derang,cuneusIII = 3desector,gradusVIII = 8sterij, voor de Casina (eene comoedia) van Plautus.Tabularium, het rijksarchief. Voor defoederawas er een archief op het Capitool, vooralles wat het geldelijk beheer betrof, was het archief, met hetaerariumvereenigd, in een achtergebouw van den Saturnustempel. Het archief der volkstribunen was evenzoo in den tempel van Ceres, hier werden de plebiscita en senatusconsulta bewaard. Na den brand van het Capitool in 83 werd er in 78 door Q. Lutatius Catulus (zieLutatiino. 5) een algemeen rijksarchief gebouwd (tabularium) in de inzinking tusschen de twee toppen van het Capitool, met den voorkant naar het forum, op welks grondslagen in de Middeleeuwen het tegenwoordig stadhuis van Rome (Palazzo del Senatore) is opgetrokken. Het keizerlijk archief heettabularium Caesaris.Tabularum(leges XII), de eerste verzameling geschreven wetten, op twaalftabulaegegrift, waarvan volgens de overlevering 10 in 451 en 450 onder de decemviri werden vervaardigd en de laatste twee in 449 onder het consulaat van M. Horatius Barbātus en L. Valerius Poplicola. Zij warenfons omnis publici privatique iurisen bleven voor het burgerlijk recht tot het einde toe de grondslag der rom. wetgeving, waaraan de edicten der praetoren (zieius honorarium) zich aansloten. Tot meer dan twee eeuwen na C. stonden zij te Rome op het forum ten toon gesteld. Wat wij er echter van weten, berust op aanhalingen en uitleggingen van rom. rechtsgeleerden en is gedeeltelijk van jongeren datum.Taburnus, een bergrug op de grenzen van Samnium en Campania, waardoor de bergpas van Caudium aan de Zuidzijde werd begrensd. De noordelijke helling was ruw, de zuidelijke daarentegen rijk aan vruchtboomen.Tacfarinas(gen.-ātis), een Numidiër, die eerst onder Tiberius in de rom. gelederen diende, doch deserteerde en een opstand verwekte (17 na C.), welke eerst onderdrukt werd, doch weder opvlamde (19) en eerst met groote inspanning in 24 door P. Cornelius Dolabella werd onderdrukt.Tachompso,Ταχομψώ, half aegyptische stad in het aethiopische distrikt Dodecaschoenus, op een eiland in den Nijl gelegen, doch overschaduwd en in verval geraakt door den aanwas van de tegenoverliggende stad Pselchis.Tachos,Ταχώς, zoon en opvolger van Nectanabis I. Geholpen door grieksche troepen onder Agesilāus (361) en Chabrias wist hij eenigen tijd weerstand te bieden aan de aanvallen van Perzië, maar toen zijn neef Nectanabis II tegen hem opstond en Agesilāus zich bij dezen aansloot, onderwierp T. zich aan Artaxerxes, aan wiens hof hij zijn verder leven doorbracht.Tacitus(M. Claudius), rom. keizer, geb. te Interamna, in 275 na C. op meer gevorderden leeftijd door den senaat als opvolger van Aureliānus verkozen, een ernstig, fijn beschaafd en waardig man. Hij werd na een voorspoedigen veldtocht tegen de Gothen, die van uit Zuid-Rusland langs de Oostkust van de Zwarte Zee in Klein-Azië gevallen waren, door zijn soldaten, na eene regeering van 6 maanden, waarschijnlijk te Tyana, vermoord (276). Hij regeerde geheel naar den zin van den senaat, waartoe hij behoord had.Tacitus(P. Cornelius), beroemd rom. geschiedschrijver, schoonzoon van Cn. Iulius Agricola, met wiens dochter hij in 78 na C. huwde. In 80 of 81 werd hij quaestor, vervolgens aediel of volkstribuun, in 88 praetor en in 97 (onder Nerva) consul. Dat hij ook, evenals keizer Tacitus, die hem onder zijne voorzaten rekende, te Interamna in Umbria geboren is, is niet waarschijnlijk, hoewel er in die stad (thans Terni) in 1514 een gedenkteeken voor hem is opgericht. In 89 verliet hij met zijne vrouw Rome, naar men vermoedt alslegatus pro praetore provinciae Belgicae, en keerde daarheen in 93 wegens het overlijden van zijn schoonvader terug. In 111 of 112 was hijproconsulvan Asia. Hij was bevriend met den jongen Plinius. Tacitus heeft zijn naam vereeuwigd door zijne geschriften: 1º.Dialogus de oratoribus, waarschijnlijk in 81 nog in ciceroniaanschen stijl geschreven, in den vorm van een gesprek een zeer belangrijke verhandeling bevattend over de geschiedenis der romeinsche litteratuur. 2º.de vita et moribus Cn. Iulii Agricolae, in 98 uitgegeven, een levensbeschrijving van zijn schoonvader, en een historisch-geographische bespreking van Britannia bevattend. 3º.Germaniaofde origine situ moribus ac populis Germanorum, uitgegeven in 98; het eerste deel bespreekt in het algemeen den oorsprong en de zeden der Germanen, het tweede de verschillendevolksstammen. 4º.Historiae, waarschijnlijk 14 boeken, uitgegeven na elkaar in de jaren 104–111; ze beschreven de geschiedenis van Galba tot aan den dood van Domitiānus. Over zijn nog: boek I–IV en het begin van V, waarin de jaren 69 en 70 (gedeeltelijk) behandeld worden. 5o.ab excessu Divi Augusti libri XVI, ookannalesgeheeten, van den dood van Augustus tot op dien van Nero, waarvan echter slechts boek I–IV in hun geheel, V en VI met eene groote gaping, van XI een gedeelte, XII-XV weder geheel en XVI gedeeltelijk over zijn. Ze zijn geschreven en uitgegeven in de jaren 115–117. De stijl van Tacitus is levendig en kernachtig, doch door zucht tot beknoptheid menigmaal duister. In weerwil zijner waarheidsliefde wordt hij door sommigen niet altijd billijk in zijne waardeering van enkele keizers geacht, met name jegens Tiberius. Het is er Tacitus niet in de eerste plaats om te doen, de waarheid mede te deelen, maar om de gebeurtenissen, door anderen beschreven testiliseeren. Aan hem moet men vooral zijn woordkunst bewonderen. Zijne geschriften hebben niet slechts eene wetenschappelijke, maar ook eene zedelijke strekking, die hij (ann. III. 65) uitdrukt in de woorden:quod praecipuum munus annalium reor, ne virtutes sileantur, utque pravis dictis factisque ex posteritate et infamia metus sit.Tader, rivier in het Z. van Hispania Tarraconensis,niet ver ten N. van Carthago Nova, tgw. Segura.Tadii, rom. geslacht, waarvan een paar leden in het procestegenVerres als diens vrienden voorkomen.Taenarum,Ταίναρον, thans kaap Matapan, de middelste Zuidpunt van de Peloponnesus. Daar stond een tempel van PoseidonἈσφάλειος, ook als vrijplaats beroemd. In de nabijheid was eene grot, die een van de toegangen tot de onderwereld was en waardoor Heracles het monster Cerberus naar boven bracht. Ook zou hier Arīon (z. a.) door zijn dolfijn aan land zijn gebracht. Er lag ook eene stadTaenarusofTaenarium; in den omtrek vond men aanzienlijke marmergroeven.Tagae,Ταγαί, stad in Parthia op de grenzen van Hyrcania, ten W. van Hecatompylus.Taephaliof-lae, westgothische stam, die in de 4deeeuw n. C. in Dacia woonde.Tages, zoon van een genius, kleinzoon van Jupiter, kwam eens bij Tarquinii, terwijl een boer bezig was zijn land om te ploegen, als knaap uit een diepe vore te voorschijn. Op het geroep van den verschrikten landman kwamen velen toesnellen; T. onderwees hen in de etruscische voorspellingskunst (haruspicina) en stierf terstond daarop. Sommige van zijne lessen waren opgeteekend in deAcheruntici libri.Ταγός, in Thessalië titel van den opperbevelhebber van het leger, later ook van den hoogsten overheidspersoon.Tagus,Τάγος, rivier in Hispania, thans de Taag (Tajo, Tejo), rijk aan stofgoud, visschen en aan den mond met oesterbanken.Taifali=Taephali.Talaonides,Ταλα(ι)ονίδης, Adrastus, zoon van Talaüs.Talassio, -sius, romeinsch huwelijksgod, die bij het geleiden van de bruid naar het huis van haar echtgenoot luide werd aangeroepen. Men verhaalde dat iemand, die bij den sabijnschen maagdenroof het schoonste meisje gegrepen had, om haar tegen aanranding te vrijwaren voorgewend had, dat zij voor Talassius, een aanzienlijk en algemeen bemind Romein, bestemd was. Maar het volk, dat zijn list doorzag, hield hem bij zijn woord en allen hielpen hem nu het meisje naar T. brengen, terwijl men schertsend luide riep: Talassio.Talaüs,Ταλαός, zoon van Bias en Pero, koning van Argos, een van de Argonauten, vader van Adrastus, Eriphȳle e. a.Talentum,τάλαντον, oorspronkelijk de weegschaal, vervolgens een bepaald gewicht = 26.2 kilo, eindelijk een geldsom, overeenkomend met de waarde van dit gewicht in zilver. Men rekent het attische talent = ƒ2820, het aeginetische en babylonische = 1⅔, het euboeïsche = 1-7/18 att. tal. Het talent was verdeeld in 60 minen, de mina in 100 drachmen.Talos,Τάλος, 1) zoon eener zuster van Daedalus, vond verscheiden werktuigen uit, waarom zijn oom afgunstig werd op zijn roem en hem verraderlijk van de acropolis wierp. V. a. was zijn naam Perdix.—2)een koperen reus, die slechts één ader had, welke van het hoofd tot de voeten liep en daar met een pen gesloten was. Hij was door Hephaestus of Zeus aan Minos of Europa geschonken om Creta te bewaken; dagelijks liep hij driemaal om het eiland heen, en als hij vreemdelingen zag, maakte hij zich in een groot vuur gloeiend en drukte hij hen in zijne armen dood. Toen de Argonauten op Creta landden, doodde Medēa hem door de pen uit zijn ader te trekken, zoodat hij doodbloedde; v. a. doodde Poeas hem met zijne pijlen.Talthybius,Ταλθύβιος, heraut van Agamemnon, te Sparta en Argos als heros vereerd. Van hem was het geslacht der Talthybiaden (Ταλθυβιάδαι) te Sparta afkomstig, waaruit de herauten genomen werden; z. ookBulis.Talus, dobbelsteen, ziealea.Tamassus, Tamasus,Ταμα(σ)σός, stad op Cyprus, beroemd om hare kopermijnen, door sommigen voor het homerische Temesa gehouden.Tamesaof-sis,Τάμεσα, rivier in Britannia, thans de Theems.Ταμίας, in ’t algemeen rentmeester, penningmeester. Te Athene was sedert het einde der vierde eeuw deτ.ofἐπιμελητὴς τῆς κοινῆς προσόδου, ook kortwegὁ ἐπὶ τῇ διοικήσειgenoemd, een soort minister van financiën, die het beheer over de geheele schatkist voerde; hij werd door volkskeuze aangewezen en bekleedde zijn ambt vier jaar. Zijn departement was in talrijke onderafdeelingen verdeeld, waarvan ieder een eigen kas en een eigen beheerder had, die eveneensτ.heette.Tamna,Τάμνα, groote, welvarende hoofdstad der Catabani in het Z. W. van Arabia felix, volgens het verhaal met 65 tempels en met een levendigen handel in specerijen en myrrhe.Tamos,Ταμώς, een Aegyptenaar, onder Tissaphernes stadhouder van Ionië, later bevelhebber der vloot van den jongen Cyrus.Tamphilus, familienaam in degens Baebia.Tamynae,Ταμύναι, Ταμῦναι, euboeïsche stad tot het gebied van Eretria behoorende, aan de Z. kust, ten O. van Eretria gelegen, in welker nabijheid Phocion den eretrischen tyran Callias versloeg.Tanager, rivier in Lucania met een gedeeltelijk onderaardschen loop, bij Forum Popilii. Hij stroomt naar het N. en valt in den Silarus.Tanagra,Τάναγρα, beroemde en belangrijke stad van Boeotia, aan den Asōpus gelegen, niet ver van de grens van Attica. In den omtrek groeide de beste wijn van Boeotia. In 457 werden de Atheners hier door de Spartanen verslagen.Tanais, 1) rivier in Sarmatia, thans de Don, door de ouden als grensrivier tusschen Europa en Azië aangenomen. Dikwijls wordt deze stroom verward met den Jaxartes (Syr-Daria). Hij valt in den N.O. hoek der Palus Maeōtis (zee van Azow).—2)stad, milesischevolkplanting, aan den Zuidermond van bovengenoemde rivier.Tanaquil,Τανακυλλίς, gemalin van den rom. koning Tarquinius Priscus. Later schijnt zij met een rom. godin van het spinnen vereenzelvigd en te Rome onder den naamGaia Caeciliavereerd te zijn.Tanarus, rechter zijrivier van den Padus (Po), stroomt langs Pollentia en Hasta (Asta), en valt boven Clastidium in den Padus.Tanaüs=Tanus.Tanētum,Τάνητον, stad der Boii in Gallia Cispadāna, tusschen Parma en Mutina.Tanfāna, Tamf., germaansche god of godin, had een tempel in het gebied der Marsi, die in 14 na C. door Germanicus verwoest werd.Tanis,Τάνις, stad in de Nijldelta, op den rechteroever van den Tanitischen Nijlarm, hoofdplaats van het distrikt Tanītes, residentie van eene der oude aegyptische dynastieën.Taniticum ostium,Τανιτικὸν στόμα, een van de Nijlmonden, ten W. van den Pelusischen Nijlmond gelegen.Tannētum=Tanetum.Tantalides,Τανταλίδης, Pelops, Atreus, Thyestes, Agamemnon en Orestes, zoon en verdere nakomelingen van Tantalus.Tantalis,Τανταλίς, Niobe en Hermione, dochter en achterkleindochter van Tantalus.Tantalus,Τάνταλος, 1) zoon van Zeus of Tmolus en Pluto, zeer rijk koning van Phrygië, Lydië, Paphlagonië, Argos of Corinthe, genoot in hooge mate de gunst der goden, zoodat hij zelfs bij hunne maaltijden en vergaderingen werd toegelaten. Maar door zijn geluk overmoedig geworden, verried hij hunne geheimen, of hij stal nectar en ambrosia van hun tafel om die aan de menschen te geven, ook liet hij door Pandareüs een gouden hond uit den tempel van Zeus stelen en zwoer hij later, dat hij hem niet gekregen had; z. ookPelops. Tot straf voor zijne misdaden moet hij in de onderwereld in een water staan, dat tot zijne lippen reikt, terwijl de heerlijkste vruchten boven zijn hoofd hangen, maar wanneer hij van het water of de vruchten tracht te genieten, dan wijken zij onmiddellijk totdat zij buiten zijn bereik zijn, zoodat hij altijd door honger en dorst gekweld wordt. V. a. hangt steeds boven zijn hoofd een zwaar rotsblok, dat dreigt hem te verpletteren.—Zijn rijkdom en zijn straf zijn spreekwoordelijk geworden:Ταντάλου τάλαντα, χρήματα, δίψα. De vloek van zijne misdaden rustte op zijne kinderen, Pelops en Niobe, en op zijn geheel geslacht (Pelopiden).—2)een van de twee zonen van Thyestes, door Atreus (z. a.) gedood.—3)zoon van Amphīon en Niobe.TanusofTanaüs,Τὰνος, Ταναός, rivier in Thyreātis of Cynuria, op de grenzen van Argolis.Tanusii, rom. geslacht, waarvan één lid tijdens Sulla’s proscripties door Catilīna werd omgebracht en een ander,Tanusius Geminus, de samenzwering van Catilina in een historisch werk behandelde, waarin ook van Caesar als deelgenoot werd gesproken. Z.Volusii.Taochi,Τάοχοι, volksstam in het N.O. van Pontus, aan de grens van Armenia, ten Z. van de Moschi.Taphiae insulae,Ταφίων νῆσοι, vroegerTeleboae insulae,Τηλεβοῶν νῆσοι, geheeten, eene eilandengroep in de ionische zee tusschen het eiland Leucas en de acarnanische kust, oudtijds bewoond door de zeevarende Taphiërs of Teleboërs. Homerus noemt het grootste dezer eilandenTaphus,Τάφος, later heette hetTaphius,Ταφιοῦς.Taphius,Τάφιος, zoon van Poseidon en Hippothoë, stichter van de stad Taphus op het eiland van dien naam.Taphrae,Τάφραι, Τάφρος(= gracht), vestingwerk tot afsluiting van den hals der Chersonēsus Taurica, op het smalste gedeelte der landengte (thans landengte van Perekop).Taphrus,Τάφρος(= gracht, kanaal), 1) =Taphrae.—2)de doorvaart tusschen Sardinia en Corsica,fretum Gallicum(straat v. Bonifacio).Taphus, zieTaphiae insulae.Taprobane,Ταπροβάνη, oude naam voor het eiland Ceylon.Tapūri,Τάπουροι, wilde volksstam in Hyrcania.Taras,Τάρας, zoon van Poseidon, kwam van kaap Taenarum naar Italië en stichtte Tarentum.Taras=Tarentumno. 2.Ταράξιππος, een rond altaar in de renbaan te Olympia, staande op een plaats, waar de paarden dikwijls schichtig werden, naar men meende door den invloed van den geest van Myrtilus of Oenomaüs, die daar begraven was; z. ookGlaucusno. 2.Tarbelli,Τάρβελλοι, volk in Aquitania, tusschen den Atūrus (Adour) en de Pyrenaeën. Hoofdstad:Aquae Tarbellicae.Tarchon,Τάρχων, Τάρκων, zoon of broeder van Tyrrhēnus, stichter van 12 steden in Etrurië, waarvan eene naar hem Tarchonium (later Tarquinii) heette. Hij hielp Aenēas in zijn strijd tegen Turnus.Tarentini ludi=Terentini ludi.Tarentum, 1) =Terentum.—2)Τάρας, thans Taranto, Tarente, voorname stad in het Z. van Italia, aan een inham in den N.O. hoek van densinus Tarentinusgesticht door Iapygiërs, doch later gekoloniseerd door de uit Sparta verdrevenPartheniaeonder aanvoering van Phalanthus (707), vandaar bij Horatius de benamingLacedaemonium Tarentium. Tarentum, in eene allerbekoorlijkste streek gelegen, machtig door zeevaart, handel en nijverheid, verhief zich spoedig boven de andere grieksche volkplantingen van Magna Graecia, doch verviel ook tot een weelderigheid, die zijn ondergang ten gevolge had. De houding der Tarentijnen gedurende de samnietische oorlogen bracht hen in botsing met Rome. Zij riepen Pyrrhus, koning van Epīrus, te hulp, die echter na twee overwinningen en ééne nederlaag Italia moest verlaten (275). De strijd, thans al te ongelijk, eindigde in 272 met de verovering der stad,die daarbij half werd verwoest. In 212 trachtten de tarentijnsche gijzelaars te Rome te ontvluchten, doch werden bij Tarracīna achterhaald, teruggebracht en, na gegeeseld te zijn, van de Tarpejische rots geworpen. Op het bericht hiervan zwoeren eenige aanzienlijke jongelingen te T. samen, en hun verraad, geholpen door de zorgeloosheid van den rom. bevelhebber, speelde de stad aan Hannibal in handen. De burcht bleef echter in het bezit der Rom. In 209 werd T. door de Rom. heroverd en geplunderd, terwijl alles, wat de soldaten ontmoetten, over de kling werd gejaagd en 30000 inwoners als slaven werden verkocht. In 122 werd er door C. Gracchus eene rom. kolonie heen gebracht, en dank zij hare ligging, verhief de stad zich weder tot een ongemeenen bloei, doch met de welvaart keerden ook weelderigheid en verwijfdheid terug (molle Tarentum).Tarichēa, -chĕae,Ταριχεῖα, -χέαι, stad in Galilaea aan den westelijken oever van het meer van Tiberias of Gennesareth. De hoofdbron van bestaan was het zouten van visch,ταριχεύειν, vandaar de naam.Tarne,Τάρνη, stad in Maeonia, bij Homerus vermeld.Tarpa, zieMaecius Tarpa.Tarpēii.1)Sp. Tarpeius, bevelhebber van den burcht op den capitolijnschen berg in den oorlog na den sabijnschen maagdenroof, zou, volgens de sage, Rome aan de Sabijnen hebben willen overleveren, doch werd door Romulus met zijne dochterTarpēiater dood gebracht. Volgens een ander verhaal zou Tarpeia de Sabijnen hebben binnengelaten, onder belofte dat deze haar zouden geven wat zij aan den linkerarm droegen, waarmede T. een gouden armband bedoelde. Toen zij echter het Capitool bezet hadden, wierpen zij hunne schilden, die zij ook aan den linkerarm droegen, op het meisje, dat daaronder verpletterd werd. De steile rots, op welks top dit gebeurd was, aan den zuidhoek van het Capitool, kreeg en behield den naamsaxum Tarpēium. Van deze rots werden soms ter dood veroordeelde staatsmisdadigers afgeworpen. ZieCapitolinus(mons).—2)Sp. Tarpēius Montānus Capitolīnus, consul in 454; zielex Aternia Tarpeia.Tarpēium(saxum), zieTarpeiino. 1 enGemoniae scalae, enCapitolinus(mons).Tarpēius, bijnaam van Jupiter Capitolīnus, naar de Tarpejische rots nabij zijn tempel.Tarphe,Τάρφη, locrische stad in een boschrijke streek aan den berg Cnemis, bij Homerus vermeld, met een tempel van Hera. LaterPharygae,Φαρύγαι.Tarquinii, een etruscisch geslacht. 1)L. Tarquinius Priscus, vijfde koning van Rome. Volgens de sage zou hij de oudste zoon geweest zijn van den te Tarquinii gevestigden Corinthiër Demarātus (z. a. no. 2), op raad zijner echtgenoote Tanaquil zou hij naar Rome verhuisd zijn en daar zijn etrurischen naam Lucumo tegen dien van Tarquinius verwisseld hebben. Op zijn tocht, toen hij Rome reeds in het gezicht had, was een arend op hem toegevlogen, had hem den hoed afgenomen en dien weder op zijn hoofd laten vallen, waaruit Tanaquil hem een luisterrijke toekomst voorspelde. Te Rome maakte hij zich door vriendelijkheid en mildheid bemind en won het vertrouwen van Ancus Marcius, die hem tot voogd over zijne zonen benoemde. Na Ancus’ dood nam Tarq. echter zelf bezit van den troon, met goedkeuring van senaat en volk. Hij verfraaide Rome, liet o. a. den circus maximus en de beroemdecloacaebouwen (volgens sommige nieuweren zijn decloacaeeerst in het begin der 2deeeuw aangelegd), legde op den Capitolinus de fundamenten van den grooten tempel van Jupiter, Juno en Minerva, nam nieuwe geslachten onder de patriciërs en 100 nieuwe leden in den senaat op (patres minorum gentium), verdubbelde het getalequites, oorloogde voorspoedig tegen Sabijnen en Latijnen, stelde deludi Romaniin, enz. Na eene 38-jarige regeering (616–579) werd hij door de zoons van Ancus Marcius vermoord en door Servius Tullius (z. a.) opgevolgd. Hetzij Tarquinius Priscus langs vreedzamen weg op den troon is gekomen, hetzij de Etruscers als veroveraars zijn opgetreden, met zijne troonsbeklimming treedt eene etrurische dynastie op, en etrurische invloed op de rom. instellingen, vooral wat koninklijke praal en godenvereering betreft, is niet te loochenen.—2)L. Tarquinius Superbus, laatste koning van Rome (534–510), schoonzoon van Servius Tullius, beklom den troon door eene omwenteling, die aan Servius het leven kostte. Hij bracht ook het zijne bij tot verfraaiing der stad, en voltooide o. a. den tempel op het Capitool; hij breidde door list zoowel als door kracht van wapenen het rom. gebied uit, versloeg de Volscen, maakte Rome tot hoofd van het latijnsche verbond en stichtte tot teeken daarvan op den Aventīnus den bondstempel van Diana. Doch hij regeerde als een dwingeland, ontzag de patriciërs evenmin als de plebejers en stoorde zich aan senaat noch wetten. De overmoed zijner zoons, waarvan een, Sextus, de kuische Lucretia met geweld onteerde, deed de maat overloopen; Tarquinius, die juist de stad Ardea belegerde, vond bij zijne terugkomst de poorten van Rome gesloten en de koninklijke waardigheid afgeschaft. Hij zocht eerst hulp bij de etrurische steden Tarquinii en Veii, daarna bij koning Porsēna van Clusium, vervolgens bij zijn schoonzoon Mamilius Octavius, dictator van Tusculum, die de Latijnen tot het verleenen van bijstand overhaalde. De slag bij het meer Regillus verijdelde ook deze laatste hoop en de verdreven koning begaf zich naar Cumae, waar hij overleed. De andereTarquiniiverhuisden naar Caere, waar hun familiegraf in 1847 ontdekt is. Toch vindt men ook later nog Tarquinii in Rome.—3)L. Tarquinius Collatīnus, aldus genoemd omdat hij te Collatia, een uur gaans van Rome, woonde, bekleedde na de onteering en den zelfmoord zijner gemalin Lucretia (zieLucretiino. 2) in 509 met L. Iunius Brutus het eerste consulaat.Toen echter het volk besloot, dat al wie tot degens Tarquiniabehoorde, met verbanning zou worden getroffen, legde T. zijn ambt neder en trok naar Lavinium.Tarquinii,Ταρκυνία, oude, beroemde stad in Etruria, aan de kust en de via Aurelia gelegen, wellicht eenmaal het hoofd der 12 etruscische bondssteden. Door de oorlogen met Rome geraakte de stad in een staat van verval, waaruit zij zich niet weder verhief. De necropolis der plaats (bij Corneto) heeft bij de opgravingen nog merkwaardige vondsten opgeleverd.Tarquitii, een rom. geslacht van weinig beteekenis. Vermeld zij slechtsTarquitius Priscus, de aanklager van T. Statilius Taurus (Statiliino. 5), wienslegatushij geweest was. In 61 n. C. werd hij zelf wegens knevelarij veroordeeld.Tarracīna,Ταρρακίνη, latere naam vanAnxur(z. a.), thans Terracina.Tarraco,Ταρρακών, massilische volkplanting aan de hispanische kust, N.O.waarts van de monding van den Ibērus (Ebro). In den tweeden punischen oorlog werd het door de Scipio’s zeer versterkt en tot een hoofdarsenaal gemaakt. Onder Augustus werd het de hoofdplaats der provincieHispania Tarraconensis. Thans Tarragona.Tarsus,Ταρσόςen-σοί, oude hoofdstad van Cilicia, aan den Cydnus in eene heerlijke streek gelegen, de geboorteplaats van den apostel Paulus. Het was eene groote, welvarende stad, waar de studie van letteren en wijsbegeerte bloeide, en die ook onder rom. heerschappij belangrijk bleef, ofschoon zij meermalen te lijden had door de invallen van roofzieke bergstammen, de Isauriërs. Ter eere van C. Julius Caesar nam zij den naamIuliopolisaan. Keizer Iuliānus (Apostata) werd er begraven.Tartarus,Τάρταρος, rivier in Gallia Transpadāna, thans Tartaro. Hij stroomt tusschen Athesis en Padus, en stort zich vervolgens te midden van moerassen in zee. Aan deze rivier lag Atria (Adria).Tartarus, -ra,Τάρταρος, -ρα, de onderaardsche diepte, waar de Titanen, Cyclopen, Danaïden, Tantalus, Ixīon e. a. hunne straffen wegens ernstige vergrijpen tegen de goden ondergaan, even ver beneden als de hemel boven de aarde, de woonplaats der Erinyen, Nyx e. a., door eeuwige duisternis bedekt. Soms algemeen = de onderwereld. Gepersonifiëerd is T. de zoon van Aether en Gaea, de vader van Typhoëus, Echidna en de Giganten.Tartessus,Ταρτησσός. Dit is de oude naam voor Baetica, het stroomgebied van de Baetis (Guadalquivir), die zelf ook Tartessus genoemd wordt. De bewoners, Iberiërs, in het oude Testament Tarschisch, bij de Grieken Tartessii, (Ταρτήσ(σ)ιοι), bij de Romeinen Turti geheeten, splitsen zich later in de twee stammen der Turduli (in het binnenland) en der Turdetāni (aan de kust). De hoofdstad van het land, ook Tartessus geheeten, lag op een eiland aan den mond der Guadalquivir. Het land voerde al in de hooge oudheid edele metalen, vooral zilver, uit. Bovendien zochten de inwoners met hun zeilschepen, die beter dan de phoenicische tegen eb en vloed bestand waren, de tin- en zilvermijnen van het N.W. van Spanje, en later de Cassiterides insulae (z. a.) op. Hun handel maakte hen rijk en welvarend.Taruenna, thans Thérouanne, stad der Morīni, een volksstam op de tegenw. vlaamsche kust.Tarusātes, volksstam in Aquitania, in de tegenw. Landes.Tarutius, een geleerd wijsgeer, wiskunstenaar en astroloog, een vriend van Varro en Cicero.Tatiānus,Τατιανός, bijg.ὁ Σύρος, een Assyriër, die in de laatste helft der 2deeeuw n. C. leefde, en na het bestudeeren der grieksche wijsbegeerte tot het Christendom overging, dat hij in verscheiden geschriften verdedigde. Hij hield eenigen tijd te Rome verblijf; na den dood van Justinus Martyr (in 167 onthoofd) keerde hij naar het Oosten terug, waar men hem later vindt als hoofd eener naar hem genoemde secte (Τατιανοί), die zich door een streng ascetisch leven onderscheidde.Tatius(Titus), koning der Sabijnen, die na den sabijnschen maagdenroof op Rome lostrok, maar na de verzoening tusschen Sabijnen en Rom. vijf jaren gezamenlijk met Romulus over de vereenigde Tities en Ramnes regeerde, tot hij bij een offer te Lavinium of te Laurentum vermoord werd.Tatta, groot zoutmeer op de grenzen van Lycaonia, Cappadocia en voor een klein gedeelte ook van Galatia.Tauchīra,Ταύχειρα, stad op de kust van Cyrenaica, met een beroemden tempel van Cybele, later Arsinoë geheeten.Taulantii,Ταυλάντιοι, illyrische volksstam bij Epidamnus (Dyrrachium).Taüm, baai aan de Oostkust van Caledonia (Schotland), thans Firth of Tay.Taunus mons, gebergte in Germania, in het latere Nassau, thans nog Taunus geheeten, bij Aquae Mattiacae (Wiesbaden).Tauranitium, distrikt van Armenia, ten N. van Tigranocerta, ten O. grenzende aan het meer Thospītis.Taurasia, hoofdstad der Taurīni, sedert Augustus rom. kol. onder den naamAugusta Taurinorum, thans Turijn.Taurentum, -roëntium,-rois,Ταυρόεις, sterk kasteel in het gebied van Massilia (Marseille), op de kust van Narbonensis. Tgw.Tarente.Tauri,Ταῦροι, wilde, ruwe volksstam in het Z.W. van deChersonēsus Taurica, de tegenw. Krim, terwijl in het vlakke Noorden Scythen woonden. Zij stonden onder een koning en leefden van roof en oorlog. Aan hunne godin (Taurica dea,Ταυριώνη, Ταυροπόλος), die door de Grieken met Artemis vereenzelvigd werd, brachten zij menschenoffers. Schipbreukelingen en krijgsgevangenen werden tot offers bestemd, vooral als het Grieken waren. Wanneer de koning overleed, werden zij, die hem het liefst waren, met hem begraven.Taurii ludi, taurische spelen, door Tarquinius Superbus ingesteld ter gelegenheid eener pest, tot verzoening der onderaardsche goden Dis en Proserpina, ook werden Apollo als afweerder der pest en Diana Lucīna, benevens Jupiter en Juno aangeroepen. Het offer had ’s nachts plaats vóór de Porta Carmentālis. De spelen zelf werden gehouden in het Circus Flaminius. De eenige keer, dat ze in historischen tijd gevierd zijn, was in het jaar 186.Taurica dea,Ταυριώνη, Ταυρώ, Ταυροπόλος, Artemis, zoo genoemd naar haar tempel in Tauris, waar haar menschenoffers gebracht werden, z.Iphigenia.Taurīni,ΤαυρῖνοιofΤαυρινοί, ligurischevolksstamten Z. van den Padus (Po). Hoofdstad Taurasia (Turijn). In hun gebied lag desaltus Taurinus, waardoor de Galliërs en later Hannibal trokken bij hun inval in Italië.Taurisci, keltische stam in Noricum, waarvan de naam nog voortleeft in het duitsche woord Tauern. Later worden ze gewoonlijk Norici genoemd.Tauriscus,Ταυρίσκος, beeldhouwer van Tralles; van hem en zijn broeder Apollonius, is een beroemd werk, de farnesische stier, bewaard gebleven.Taurobolia, z.Rhea(Cybele).Tauroëntium, Taurois=Taurentum.Tauromenium,Ταυρομένιον, thans Taormina, aanzienlijke stad aan de Oostkust van Sicilia op den berg Taurus gelegen. Na de verwoesting van het nabijgelegen Naxus in 358 door Dionysius I van Syracuse vestigden zich de overgebleven Naxiërs in T., dat hierdoor aanmerkelijk werd vergroot. In den sicilischen slavenopstand (141–132) had T. veel te lijden. In Cicero’s tijd was het eenecivitas foederata, doch in de burgeroorlogen moest het boeten voor zijn heulen met S. Pompeius en werd er eene kolonie van rom. veteranen heengezonden. Nog vindt men er belangrijke overblijfselen van het gedeeltelijk in de rotsen uitgehouwen theater, dat meer dan 30000 toeschouwers kon bevatten.Taurus, familienaam bij deStatilii(Statiliino. 4 en 5).Taurus,Ταῦρος, het sterrenbeeld de Stier, werd gehouden voor den stier, die Eurōpa ontvoerd had, of dien Poseidon aan Minos had geschonken.Taurus,Ταῦρος, thans nog Taurus of Ala-Dagh geheeten, groote bergketen in Asia minor, die op de kust van Lycia bij kaap Chelidonium begint en door Pisidia en langs de N. grens van Cilicia loopt. Van daar gaat een tak alsAntitaurusN. O. waarts, doorsnijdt Cappadocia en Armenia minor, om zich aan den mons Moschicus aan te sluiten, die weder de verbinding met den Caucasus vormt. De andere tak behoudt den naam Taurus en blijft in oostelijke richting doorloopen tot aan de samenhangende meren Thospītis en Arsissa. De Euphraat breekt in zijn loop door het gebergte heen. Een zijtak van den Taurus vormt de Amānus (z. a.). De Taurus is tot aan zijn top met bosch begroeid.Tavium, -via,Ταούιον, -ία, hoofdstad der keltische Trocmi in het O. van Galatia, aan het kruispunt van verschillende groote wegen gelegen en hierdoor belangrijk als stapel- en handelsplaats. Men vond er een tempel en een kolossus van Zeus.Ταξίαρχοι, te Athene 10 officieren, een uit iedere phyle. Zij voerden het bevel over de door hun phyle geleverde troepen; in rang volgden zij terstond op den opperbevelhebber.Taxila,τὰ Τάξιλα, hoofdstad van den indischen vorst Taxiles ten tijde van Alexander den Gr., tusschen den Indus en den Hydaspes gelegen.Taxiles,Ταξίλης, koning van Taxila, onderwierp zich aan Alexander d. G. en voerde later voor hem tijdelijk het bewind over een deel van Indië.Τάξις, de opstelling van een Grieksch leger vóór den slag. In den Trojaanschen oorlog, zooals die door Homerus beschreven wordt, valt het gevecht gewoonlijk uiteen in vele tweegevechten derβασιλῆες, die met hun strijdwagens vóór de infanterie uitrijden, en het voetvolk in veleφάλαγγεςopgesteld, heeft in het geheel geen invloed op den uitslag van den strijd. In den historischen tijd zijn de strijdwagens verdwenen, en het Grieksche leger bestaat uit één aanééngeschakelde slaglinie (z.phalanx) van dichtopeengeplaatste zich met hun schilden dekkende hopliten (z.ὁπλῖται), die gewoonlijk 8 man diep opgesteld worden.Naast dit hoofdwapen had men dan nog de hulpwapens derἱππῆς, τοξόται, πελτάσται, en andereψίλοι(zie onder deze artikelen). Talrijk waren deze burgerlegers niet; bij Marathon stonden hoogsten 5000 hopliten tegenover 4000 Perzen; bij Plataeae, de grootste slag, dien de vrije Grieken ooit geleverd hebben, stonden 20000 man tegen 18000 Perzen en op de hand der Perzen strijdende Grieken.—Ieder hopliet had tot zijn bediening een oppasser (z.ψίλοι). De hopliten waren, behalve in Sparta de 2000 eigenlijke Spartiaten, geen beroepsoldaten. Maar de algemeene voorliefde voor sport, ten minste bij de welvarenden, maakte dat ze met geringe voorbereiding bekwaam waren voor het leveren van een gevecht. Men naderde elkaar tot op 100à150 voet, en dan viel men in draf aan. Daar nu alleen de linkerzijde door het schild gedekt was, had elk grieksch leger de neiging, zich naar rechts te keeren, om zoodoende een aanval in zijn rechterflank te vermijden. Ook stonden op den rechtervleugel steeds de beste troepen. Zoodoende kwam het vaak voor, dat de rechtervleugel van beide partijen het won, en na het verslaan der linkervleugels met omgekeerd front met elkaar afrekende. Eerst Epaminondas heeft met deze dwaze wijze van vechten gebroken, en, door zijn kerntroepen 50 man diep op den linkervleugel op te stellen (ziePhalanx) bij Leuctra de macht van Sparta gebroken. Zie ookἅμιπποι. Omtrent de legers van Philippus en Alexander van Macedonië zie men de artikelen:πεζέταιροι, ἕταιροι, sarissa (het verschil tusschenἓταιροιenσαρισσόφοροιbestaat daarin, dat de eersten van adel zijn).Voor de uitrusting van den soldaat zie men onder:πανοπλία.Taygete,Ταϋγέτη, eene van de Pleiaden, bij Zeus moeder van Lacedaemon en Eurōtas. V. a. werd zij door Artemis in eene hinde veranderd om haar aan de vervolgingen van Zeus te onttrekken.Taygetus, -um,Ταΰγετος, -ον, ruw en woest grensgebergte tusschen Laconica en Messenia, in kaap Taenarum (Matapan) uitloopende, met loodmijnen en marmergroeven.Teānum,Τέανον, 1)Teānum Apulum, in het N. van Apulia nabij de kust, aan den Frento.—2)Teānum Sidicīnum, stad der Sidicini, geheel in het N. van Campania, met warme baden.Tearus,Τέαρος, rivier in Thracia, waarvan het water eene genezende kracht uitoefende op huidziekten. De Tearus was een zijtak van den Agriānes, die zich op zijne beurt in den Beneden-Hebrus stortte.Teāte, hoofdstad der Marrucīni, op een steilen heuvel gelegen, niet ver van de Adriatische zee.Tecmessa,Τέκμησσα, dochter van den phrygischen koning Teuthras. Zij werd door Aiax, den zoon van Telamon, op een strooptocht gevangen genomen en werd bij hem moeder van Eurysaces.Tectosages,Τεκτόσαγες, een hoofdstam der keltische Volcae in het Z. van Gallia Narbonensis, met de hoofdstad Tolōsa (Toulouse). Ook Narbo Martius (Narbonne) lag in hun gebied. Een gedeelte van dit volk vindt men na verschillende zwerftochten in het W.-deel van Galatia (z. a.) in Asia minor; hoofdstad: Ancȳra.Tegea,Τεγέα, belangrijke stad in het Z.O. van Arcadia in het landschapTegeātis,Τεγεᾶτις, met een krijgshaftige bevolking, die herhaaldelijk hare vrijheid verdedigde tegen de aanslagen van Sparta. Bij de Thermopylae en bij Plataeae gaven zij bewijzen van groote dapperheid. Uit haat en naijver tegenover Mantinēa koos Tegea in den peloponnesischen oorlog partij voor Sparta, waaraan het ook in den corinthischen oorlog trouw bleef; de slag bij Leuctra evenwel (371) maakte de Tegeaten voor hunne eigene toekomst bezorgd en zij sloten zich bij Epaminondas en de Thebanen aan. Later verloor Tegea veel van zijn gewicht.Tegeaea, Atalante, dochter van Iasus uit Tegea.Tegȳra,Τέγυρα, stad in Boeotia, ten N. van het meer Copāis, met een tempel van Apollo.Τειχοποιοί, eene commissie te Athene, die het toezicht had over de werken tot onderhoud en vernieuwing van de stadsmuren, en de daarvoor bestemde gelden beheerde.Telamon,Τελαμών, zoon van Aeacus en Endēis. Na den moord van zijn stiefbroeder Phocus vluchtte hij naar Salamis, hij huwde met de dochter van koning Cychreus en volgde hem in de regeering op. Hij nam deel aan den tocht der Argonauten en aan de calydonische jacht, ook volgde hij Heracles op zijne tochten tegen de Amazonen en tegen Laomedon en was hij de eerste die den muur van Troje beklom. Tot loon voor zijne dapperheid werd hem de schoone Hesione, de dochter van Laomedon, gegeven. Hij werd bij haar vader van Teucer en Trambēlus, bij eene andere gemalin, Eriboea, van Aiax. De stad Telamon in Etrurië was door hem op zijn terugreis van den Argonautentocht gesticht.Telamon, stad aan de kust van Etruria, ten N.W. van Cosa.Telamoniades, -nius,Τελαμωνιάδης, -νιος, Aiax en Teucer, zonen van Telamon.Telchin,Τελχίν, zoon of v. a. vader van koning Apis (z. a.)Telchīnes,Τελχῖνες, een priestergeslacht, dat in overoude tijden van Creta naar Cyprus en van daar naar Rhodus trok. Zij worden zonen van Thalassa en opvoeders van Poseidon genoemd. Zij waren groote kunstenaars en uitvinders van de meeste handwerken, vooral waren zij bekwaam in het bearbeiden van metaal, vandaar dat zij dikwijls met de Cyclopen en idaeïsche Dactylen en verder met de Cureten en Corybanten verwisseld werden. Ook waren zij machtige toovenaars, doch daar zij hun macht ten nadeele van goden en menschen gebruikten, werden zij door Apollo of door Zeus gedood.—V. a. verlieten zij Rhodus, omdat zij eene overstrooming voorzagen, en begaven zij zich deels naar Sicyon, deels naar Teumessus.—Naar hen wordt RhodusΤελχινίς, Creta en SicyonΤελχινίαgenoemd.Telchinia,Τελχινία, oude naam van Crēta en Sicyon.Telchinius, -nia,Τελχίνιος, -νία, bijnaam vanApollo, Hera en Athēna, wier eeredienst door de Telchinen op Rhodus was ingevoerd.Teleboae,Τηλεβόαι, z.Taphilae insulae.Teleboas,Τηλεβόας, zijtak van den Euphraat, in Armenia.Teleclīdes,Τηλεκλείδης, dichter der oude attische comedie, tegenstander van Pericles.Telegonus,Τηλέγονος, 1) z.Proteus.—2)zoon van Odysseus en Circe. Door zijne moeder uitgezonden om Odysseus te zoeken, landde hij bij toeval op Ithaca, waar hij, door honger gedreven, begon te plunderen en veel schade aanrichtte. Odysseus en Telemachus trokken hem te gemoet, en in den strijd, die hierop ontstond, doodde T. zijn vader zonder hem te kennen. Later huwde hij met Penelope en trok hij naar Italië, waar hij Tusculum en Praeneste stichtte.Telemachus,Τηλέμαχος, zoon van Odysseus en Penelope, was nog een zeer jong kind, toen zijn vader naar Troje vertrok. Toen deze 20 jaar afwezig was geweest, ging T., op raad en gedeeltelijk onder geleide van Athēna, Nestor en Menelāus bezoeken om inlichtingen omtrent zijn vader in te winnen. Bij zijne terugkomst ontkwam hij gelukkig aan een hinderlaag, hem door de vrijers van Penelope gelegd; kort daarop vond hij zijn vader weder on hielp hij dezen bij de wraak, die hij op de vrijers nam. Na den dood van zijn vader ginghij met Telegonus naar Aeaea, hij huwde met Circe en kreeg bij haar een zoon, Latīnus, die echter v. a. een zoon van Odysseus en Circe was. Of hij huwde met de dochter van Circe, Cassiphone, die hem doodde, nadat hij hare moeder had omgebracht. V. a. huwde hij met Nausicaa, de dochter van Alcinous, of met Polycaste, de dochter van Menelāus, en had hij bij eene van deze beide een zoon, Ptoliporthes. Ook wordt nog verhaald, dat hij naar Italië gegaan zou zijn, en dat daar zijne dochter Roma met Aenēas huwde.Telemus,Τήλεμος, zoon van Eurymus, waarzegger bij de Cyclopen.Τελέοντες, v. s. betere lezing voorΓελέοντες.Telephanes,Τηλεφάνης, 1) van Sicyon, een van de oudste grieksche teekenaars.—2)bekwaam metaalgieter van Phocis of Phocaea, weinig populair, omdat hij voor Darīus en Xerxes werkte of omdat hij in Thessalië woonde.Telephassa,Τηλέφασσα, echtgenoote van Agēnor, vergezelde haar zoon Cadmus op zijne tochten, totdat zij in Thracië stierf.Telephus,Τήλεφος, zoon van Heracles en Auge, werd na zijne geboorte te vondeling gelegd en door herders opgevoed. Toen hij volwassen was, ging hij op raad van het delphische orakel naar Mysië, waar hij zijne moeder vond, met de dochter van koning Teuthras trouwde en zijn schoonvader in de regeering opvolgde. Toen de Grieken op hun tocht naar Troje bij vergissing een inval in Mysië deden, werden zij door T. teruggeslagen, maar hijzelf struikelde over een wijnstok en werd door Achilles gewond. Bij deze gelegenheid vernamen de Grieken wie hij was, maar aan hun verzoek om mede tegen Troje op te trekken weigerde hij te voldoen, daar hij met een dochter van Priamus, Astyoche of Laodice, gehuwd was. De Grieken vertrokken daarop, maar werden door een storm naar hun vaderland teruggedreven. Daar de wond van T. niet genezen wilde, raadpleegde hij een orakel en ontving hij tot antwoord, dat alleen degene, die de wond had toegebracht, haar ook konde genezen. Hij begaf zich nu als bedelaar verkleed naar Griekenland en bad Agamemnon, terwijl hij met den kleinen Orestes in de armen als smeekeling aan den haard zat, hem te helpen. Daar Agamemnon intusschen een orakel had gekregen, dat alleen met de hulp van T. Troje konde genomen worden, bewerkte hij bij Achilles dat deze aan zijne bede zoude voldoen; door een weinig roest van de lans, waarmede de wond was toegebracht, genas zij terstond, waarop T. den Grieken de noodige inlichtingen gaf, zonder echter zelf aan den tocht deel te nemen.—Hij werd te Pergamus en op den berg Parthenius, waar hij te vondeling gelegd was, als heros vereerd.Teles,Τέλης, Cynicus uit het midden van de 3deeeuw.Telesia,Τελεσία, stad in Samnium, ten N. W. van Beneventum. Hier was Pontius Telesīnus, de beroemde veldheer in den marsischen oorlog, geboren.Telesilla,Τελέσιλλα, van Argos, beroemde lierdichteres. Toen de spartaansche koning Cleomenes een inval in Argos deed, omstreeks 510, trok zij hem aan het hoofd der argivische vrouwen te gemoet en vuurde zij door hare liederen de mannen tot dapperheid aan. Van hare gedichten is zeer weinig bewaard gebleven.Telesphorus,Τελέσφορος, zoon van Asclepius, een genezing aanbrengend god, soms ook bijnaam van Asclepius.Telestes,Τελέστης, 1) laatste koning van Corinthe, 758–747.—2)van Selīnus, beroemd dithyrambendichter omstreeks het midden der 4deeeuw.Τελετή, ieder zoenoffer of godsdienstige handeling, die van zonde bevrijdt, in het bizonder wordt de inwijding in mysteriën zoo genoemd met het oog op hun van schuld reinigende kracht.Teleutas,Τελεύτας, z.Teuthras.Teleutias,Τελευτίας, broeder van Agesilāus, voerde met roem het bevel over de spartaansche vloot in den corinthischen oorlog. In 382 werd hem het opperbevel in den oorlog tegen Olynthus opgedragen, waar hij het volgende jaar door onbezonnenheid een slag verloor en sneuvelde.Tellēnae,Τελλῆναι, oude stad in Latium, vermoedelijk een paar uren gaans van Rome naar den kant van Antium of van Ardea gelegen, door Ancus Marcius verwoest.Telliadae,Τελλιάδαι, oud beroemd geslacht van waarzeggers in Elis.Tellias,Τελλίας, z.Gellias.Tellumo, z.Tellus.Tellus mater, bij de Rom. de godin van het bouwland, later gelijkgesteld met de grieksche Gaea. Aan haar zijn de Fordicidia (z. a.) gewijd. Als voortbrengster van alle voedsel is zij nauw verwant met Ceres. Ter eere van beide godinnen te samen worden deferiae sementivae(z. a.) gevierd. Tellus behoort oorspronkelijk ook tot de goden van de onderwereld; onder den invloed van de grieksche Demeter komt hiervoor later Ceres in de plaats. Nevens Tellus stond een mannelijk wezen van geheel gelijken aard,Tellumo.Telmessus,Τελμησσός=Telmissus.Telmissis,Τελμισσίς, kaap in Lycia, zieTelmissusno. 1.Telmissus,Τελμισσός, 1) stad aan de Westkust van Lycia aan de Telmissische golf en nabij kaap Telmissis, een uitlooper van den Anticragus. Er zijn o. a. nog overblijfselen van een theater en van grafkelders, in de rotsen uitgehouwen.—2)stad in Pisidia, ookTermessusgeheeten, sterke vesting, aan een bergpas in den Taurus gelegen.Telo Martius, havenstad in Gallia Narbonensis aan de Middellandsche zee, thans Toulon.Τελῶναι, te Athene pachters der staatsinkomsten. Voor de behoorlijke betaling der pachtsom werden borgen gesteld, bleef de betaling niettemin achterwege, dan verloor de schuldenaar zijne burgerrechten, ofschoon hem uitstel gegeven werd tot de 9deprytanie;had hij dan echter nog niet betaald, dan werd de schuld verdubbeld, en indien zij niet terstond betaald werd, werden zijne goederen verbeurd verklaard, bovendien kon de nalatige pachter gevangen genomen worden. Deze straffen troffen, naar het schijnt, zoowel den pachter als zijne borgen.—Voor zaken, die veel kapitaal vereischten, vereenigden zich dikwijls verscheiden pachters tot een vennootschap onder het bestuur van eenτελωνάρχηςofἀρχώνης.Telōnus, onzekere lezing voorTolenus.

T.Tabae,Τάβαι, 1) stad in het perzisch-medische distrikt Paraetacēne, aan den heerweg van Persepolis naar Ecbatana.—2)bergstad aan de O. grens van Caria.Tabella, zietabula.Tabellariae(leges), de 4 wetten, waarbij geheime stemming met stembordjes,tesseraeoftabellae, in de comitiën werd ingevoerd. 1)lex Gabinia, van een overigens onbekenden volkstribuun A. Gabinius, voor de kiescomitiën, in 139.—2)lex Cassia, van den volkstribuun L. Cassius Longīnus, 137, voor rechterlijke comitiën, behalve in zaken van perduellio.—3)lex Papiria, van den volkstribuun C. Papirius Carbo, 131, voor wetgevende comitiën.—4)lex Caeliavan den volkstribuun L. Caelius, 107, ook voor perduellio. Zie ooktabula.Tabellarius, postbode. De ouden kenden geene geregelde postverzending, doch menschen, die geregeld in betrekking stonden met het buitenland of die een werkkring in de provinciën hadden, hielden er eigen tabellarii op na, die de correspondentie over en weer brachten en dan ook voor de vrienden hunner patroons brieven medenamen, zoodat er op deze wijze een vrij levendig brievenverkeer tusschen Rome en de verschillende deelen des rijks plaats had. De stadhouders hadden hunne koeriers,statores. Augustus organiseerde eene keizerlijke koerierpost, waartoe op verschillende punten wisselplaatsen,mutationes, waren gevestigd, om versche paarden te verkrijgen, en op sommige halten gelegenheid was te overnachten,mansiones. Behalve de keizerlijke koeriers,speculatores, en ambtenaren in dienst, mocht niemand van de postrijtuigen gebruik maken zonder speciale schriftelijke vergunning,diploma.—De perzische koningen hadden eene uitstekend ingerichte koerierpost te paard. De dépêches werden in vollen ren van het eene station naar het andere overgebracht, waar steeds een koerier,ἀγγαρεύς, met een gezadeld paard gereed stond om de dépêches van den aankomenden koerier over te nemen en onverwijld verder te brengen.Tabernae, naam van onderscheidene pleisterplaatsen aan de rom. heerwegen, o.a. tusschen Argentorātum (Straatsburg) en Noviomagus Nemētum (Spiers), thans Rheinzabern en ééne ten O. daarvan, thans Bergzabern in den Elzas, en een versterking ten W. van Straatsburg, op weg naar Decempagi (Dieuze), gewoonlijkTres Tabernaegeheeten, tegenw. Zabern in denElzas.Tres Tabernaewas verder eene halteplaats in Latium aan de via Appia, tusschen Aricia en Forum Appii, een andere halte van dezen naam lag in Gallia Transpadāna tusschen Placentia (Piacenza) en Mediolanium (Milaan).Tablīnum, een vertrek in rom. huizen, in den regel achter hetatriumgelegen en oudtijds ingericht tot bureau van den heer des huizes, tot familie-archief en dgl., later ook tot andere doeleinden gebezigd, o. a. ook wel voor eetvertrek.Tabula, tabella, tessera.Tabulais een plank of houten bord,tabellais er een verkleinwoord van,tesseraeen vierkant plaatje of blokje, onverschillig van welke stof, evengoed een plankje als een kubus. De drie benamingen werden niet streng gescheiden.Tabula picta, schilderij, ook landkaart.Tabula votīva, eene schilderij, welke iemand, die uit een groot gevaar gered was, van deze redding liet vervaardigen en als dankbewijs in den tempel van eene of andere godheid ophing, of wel eene plechtige, op eene tabula geschreven dankbetuiging aan de reddende godheid.Tabulae cerātaezijn met was bestreken plankjes, op de manier van dichtslaande leitjes, zooals ze vroeger in Indië veelvuldig werden gebezigd. Men gebruikte ze voor briefwisseling, zij werden met een draad,linum, kruiswijze omwonden en de knoop werd verzegeld.Tabulaeheetten ook de rekenborden, die de kinderen op school gebruikten, zooals bij ons leien in gebruik zijn.Tabulae publicaezijn alle openbare oorkonden en bekendmakingen, b.v.tabulae proscriptionum, aankondiging van publieke verkoopingen, in de burgeroorlogen de openbaar gemaakte lijsten van vogelvrijverklaarden.Tabulae accepti et expensi, boek van ontvangst en uitgaaf, kasboek.Tabulae Caeritum, de lijsten der aerarii (z.a.). Ook de groote marmeren of koperen platen, waarop dikwerf wetten en besluiten werden gebeiteld of gegrift, wordentabulaegenoemd, vandaar de naamleges duodecim tabularum. De stembordjes of stemplankjes bij de comitia en iudicia worden somstabellae, doch meesttesseraegeheeten; bij het stemmen over wetsvoorstellen beteekende Aantiquo= ik ben voor het oude, dus = tegen, V. R.uti rogas= zooals gij voorstelt, dus = vóór. Bij rechterlijke comitia was Llibero, Ddamno. Bij de quaestiones perpetuae had men nog bovendien N. L.,non liquet, waardoor men te kennen gaf, nog niet voldoende te zijn ingelicht, zieAcilia lex de repetundis. Bij de eigenlijke stemming gebruikte men voor vrijspraak en veroordeeling: Aabsolvo, Ccondemno. Over detessera frumentariazie men het artikelannōna. Ook het toegangsbewijs voor het theatrum, den circus en dgl. heettetessera. Tesseraezijn ook dobbelsteenen, ziealea. Tessera hospitalisis het bewijs van een verbond van gastvriendschap tusschen twee familiën in verschillende plaatsen; op een plankje werden de namen der beide familiën geschreven, een aan elken kant, vervolgens werd het middendoor gebroken en kreeg elke familie de helft; op vertoon van dit stuk was men zeker van eene gastvrije ontvangst.Tessera militariswas eene, waarop het wachtwoord geschreven stond; degenen, die dit woord moesten weten, teekenden ze voor gezien, en zoo kwam zij bij den bevelhebber terug; ook bevelen in het legerkamp werden dikwerf op deze manier gegeven. Bij een zoo veelvuldig gebruik werd niet altijd de vierzijdige vorm bewaard; eenetessera theatralis, te Pompeii gevonden, heeft den vorm van een penning met het opschrift:CAV.IICVN.IIIGRAD.VIII.CASINAPLAVTId. w. z.caveaII = 2derang,cuneusIII = 3desector,gradusVIII = 8sterij, voor de Casina (eene comoedia) van Plautus.Tabularium, het rijksarchief. Voor defoederawas er een archief op het Capitool, vooralles wat het geldelijk beheer betrof, was het archief, met hetaerariumvereenigd, in een achtergebouw van den Saturnustempel. Het archief der volkstribunen was evenzoo in den tempel van Ceres, hier werden de plebiscita en senatusconsulta bewaard. Na den brand van het Capitool in 83 werd er in 78 door Q. Lutatius Catulus (zieLutatiino. 5) een algemeen rijksarchief gebouwd (tabularium) in de inzinking tusschen de twee toppen van het Capitool, met den voorkant naar het forum, op welks grondslagen in de Middeleeuwen het tegenwoordig stadhuis van Rome (Palazzo del Senatore) is opgetrokken. Het keizerlijk archief heettabularium Caesaris.Tabularum(leges XII), de eerste verzameling geschreven wetten, op twaalftabulaegegrift, waarvan volgens de overlevering 10 in 451 en 450 onder de decemviri werden vervaardigd en de laatste twee in 449 onder het consulaat van M. Horatius Barbātus en L. Valerius Poplicola. Zij warenfons omnis publici privatique iurisen bleven voor het burgerlijk recht tot het einde toe de grondslag der rom. wetgeving, waaraan de edicten der praetoren (zieius honorarium) zich aansloten. Tot meer dan twee eeuwen na C. stonden zij te Rome op het forum ten toon gesteld. Wat wij er echter van weten, berust op aanhalingen en uitleggingen van rom. rechtsgeleerden en is gedeeltelijk van jongeren datum.Taburnus, een bergrug op de grenzen van Samnium en Campania, waardoor de bergpas van Caudium aan de Zuidzijde werd begrensd. De noordelijke helling was ruw, de zuidelijke daarentegen rijk aan vruchtboomen.Tacfarinas(gen.-ātis), een Numidiër, die eerst onder Tiberius in de rom. gelederen diende, doch deserteerde en een opstand verwekte (17 na C.), welke eerst onderdrukt werd, doch weder opvlamde (19) en eerst met groote inspanning in 24 door P. Cornelius Dolabella werd onderdrukt.Tachompso,Ταχομψώ, half aegyptische stad in het aethiopische distrikt Dodecaschoenus, op een eiland in den Nijl gelegen, doch overschaduwd en in verval geraakt door den aanwas van de tegenoverliggende stad Pselchis.Tachos,Ταχώς, zoon en opvolger van Nectanabis I. Geholpen door grieksche troepen onder Agesilāus (361) en Chabrias wist hij eenigen tijd weerstand te bieden aan de aanvallen van Perzië, maar toen zijn neef Nectanabis II tegen hem opstond en Agesilāus zich bij dezen aansloot, onderwierp T. zich aan Artaxerxes, aan wiens hof hij zijn verder leven doorbracht.Tacitus(M. Claudius), rom. keizer, geb. te Interamna, in 275 na C. op meer gevorderden leeftijd door den senaat als opvolger van Aureliānus verkozen, een ernstig, fijn beschaafd en waardig man. Hij werd na een voorspoedigen veldtocht tegen de Gothen, die van uit Zuid-Rusland langs de Oostkust van de Zwarte Zee in Klein-Azië gevallen waren, door zijn soldaten, na eene regeering van 6 maanden, waarschijnlijk te Tyana, vermoord (276). Hij regeerde geheel naar den zin van den senaat, waartoe hij behoord had.Tacitus(P. Cornelius), beroemd rom. geschiedschrijver, schoonzoon van Cn. Iulius Agricola, met wiens dochter hij in 78 na C. huwde. In 80 of 81 werd hij quaestor, vervolgens aediel of volkstribuun, in 88 praetor en in 97 (onder Nerva) consul. Dat hij ook, evenals keizer Tacitus, die hem onder zijne voorzaten rekende, te Interamna in Umbria geboren is, is niet waarschijnlijk, hoewel er in die stad (thans Terni) in 1514 een gedenkteeken voor hem is opgericht. In 89 verliet hij met zijne vrouw Rome, naar men vermoedt alslegatus pro praetore provinciae Belgicae, en keerde daarheen in 93 wegens het overlijden van zijn schoonvader terug. In 111 of 112 was hijproconsulvan Asia. Hij was bevriend met den jongen Plinius. Tacitus heeft zijn naam vereeuwigd door zijne geschriften: 1º.Dialogus de oratoribus, waarschijnlijk in 81 nog in ciceroniaanschen stijl geschreven, in den vorm van een gesprek een zeer belangrijke verhandeling bevattend over de geschiedenis der romeinsche litteratuur. 2º.de vita et moribus Cn. Iulii Agricolae, in 98 uitgegeven, een levensbeschrijving van zijn schoonvader, en een historisch-geographische bespreking van Britannia bevattend. 3º.Germaniaofde origine situ moribus ac populis Germanorum, uitgegeven in 98; het eerste deel bespreekt in het algemeen den oorsprong en de zeden der Germanen, het tweede de verschillendevolksstammen. 4º.Historiae, waarschijnlijk 14 boeken, uitgegeven na elkaar in de jaren 104–111; ze beschreven de geschiedenis van Galba tot aan den dood van Domitiānus. Over zijn nog: boek I–IV en het begin van V, waarin de jaren 69 en 70 (gedeeltelijk) behandeld worden. 5o.ab excessu Divi Augusti libri XVI, ookannalesgeheeten, van den dood van Augustus tot op dien van Nero, waarvan echter slechts boek I–IV in hun geheel, V en VI met eene groote gaping, van XI een gedeelte, XII-XV weder geheel en XVI gedeeltelijk over zijn. Ze zijn geschreven en uitgegeven in de jaren 115–117. De stijl van Tacitus is levendig en kernachtig, doch door zucht tot beknoptheid menigmaal duister. In weerwil zijner waarheidsliefde wordt hij door sommigen niet altijd billijk in zijne waardeering van enkele keizers geacht, met name jegens Tiberius. Het is er Tacitus niet in de eerste plaats om te doen, de waarheid mede te deelen, maar om de gebeurtenissen, door anderen beschreven testiliseeren. Aan hem moet men vooral zijn woordkunst bewonderen. Zijne geschriften hebben niet slechts eene wetenschappelijke, maar ook eene zedelijke strekking, die hij (ann. III. 65) uitdrukt in de woorden:quod praecipuum munus annalium reor, ne virtutes sileantur, utque pravis dictis factisque ex posteritate et infamia metus sit.Tader, rivier in het Z. van Hispania Tarraconensis,niet ver ten N. van Carthago Nova, tgw. Segura.Tadii, rom. geslacht, waarvan een paar leden in het procestegenVerres als diens vrienden voorkomen.Taenarum,Ταίναρον, thans kaap Matapan, de middelste Zuidpunt van de Peloponnesus. Daar stond een tempel van PoseidonἈσφάλειος, ook als vrijplaats beroemd. In de nabijheid was eene grot, die een van de toegangen tot de onderwereld was en waardoor Heracles het monster Cerberus naar boven bracht. Ook zou hier Arīon (z. a.) door zijn dolfijn aan land zijn gebracht. Er lag ook eene stadTaenarusofTaenarium; in den omtrek vond men aanzienlijke marmergroeven.Tagae,Ταγαί, stad in Parthia op de grenzen van Hyrcania, ten W. van Hecatompylus.Taephaliof-lae, westgothische stam, die in de 4deeeuw n. C. in Dacia woonde.Tages, zoon van een genius, kleinzoon van Jupiter, kwam eens bij Tarquinii, terwijl een boer bezig was zijn land om te ploegen, als knaap uit een diepe vore te voorschijn. Op het geroep van den verschrikten landman kwamen velen toesnellen; T. onderwees hen in de etruscische voorspellingskunst (haruspicina) en stierf terstond daarop. Sommige van zijne lessen waren opgeteekend in deAcheruntici libri.Ταγός, in Thessalië titel van den opperbevelhebber van het leger, later ook van den hoogsten overheidspersoon.Tagus,Τάγος, rivier in Hispania, thans de Taag (Tajo, Tejo), rijk aan stofgoud, visschen en aan den mond met oesterbanken.Taifali=Taephali.Talaonides,Ταλα(ι)ονίδης, Adrastus, zoon van Talaüs.Talassio, -sius, romeinsch huwelijksgod, die bij het geleiden van de bruid naar het huis van haar echtgenoot luide werd aangeroepen. Men verhaalde dat iemand, die bij den sabijnschen maagdenroof het schoonste meisje gegrepen had, om haar tegen aanranding te vrijwaren voorgewend had, dat zij voor Talassius, een aanzienlijk en algemeen bemind Romein, bestemd was. Maar het volk, dat zijn list doorzag, hield hem bij zijn woord en allen hielpen hem nu het meisje naar T. brengen, terwijl men schertsend luide riep: Talassio.Talaüs,Ταλαός, zoon van Bias en Pero, koning van Argos, een van de Argonauten, vader van Adrastus, Eriphȳle e. a.Talentum,τάλαντον, oorspronkelijk de weegschaal, vervolgens een bepaald gewicht = 26.2 kilo, eindelijk een geldsom, overeenkomend met de waarde van dit gewicht in zilver. Men rekent het attische talent = ƒ2820, het aeginetische en babylonische = 1⅔, het euboeïsche = 1-7/18 att. tal. Het talent was verdeeld in 60 minen, de mina in 100 drachmen.Talos,Τάλος, 1) zoon eener zuster van Daedalus, vond verscheiden werktuigen uit, waarom zijn oom afgunstig werd op zijn roem en hem verraderlijk van de acropolis wierp. V. a. was zijn naam Perdix.—2)een koperen reus, die slechts één ader had, welke van het hoofd tot de voeten liep en daar met een pen gesloten was. Hij was door Hephaestus of Zeus aan Minos of Europa geschonken om Creta te bewaken; dagelijks liep hij driemaal om het eiland heen, en als hij vreemdelingen zag, maakte hij zich in een groot vuur gloeiend en drukte hij hen in zijne armen dood. Toen de Argonauten op Creta landden, doodde Medēa hem door de pen uit zijn ader te trekken, zoodat hij doodbloedde; v. a. doodde Poeas hem met zijne pijlen.Talthybius,Ταλθύβιος, heraut van Agamemnon, te Sparta en Argos als heros vereerd. Van hem was het geslacht der Talthybiaden (Ταλθυβιάδαι) te Sparta afkomstig, waaruit de herauten genomen werden; z. ookBulis.Talus, dobbelsteen, ziealea.Tamassus, Tamasus,Ταμα(σ)σός, stad op Cyprus, beroemd om hare kopermijnen, door sommigen voor het homerische Temesa gehouden.Tamesaof-sis,Τάμεσα, rivier in Britannia, thans de Theems.Ταμίας, in ’t algemeen rentmeester, penningmeester. Te Athene was sedert het einde der vierde eeuw deτ.ofἐπιμελητὴς τῆς κοινῆς προσόδου, ook kortwegὁ ἐπὶ τῇ διοικήσειgenoemd, een soort minister van financiën, die het beheer over de geheele schatkist voerde; hij werd door volkskeuze aangewezen en bekleedde zijn ambt vier jaar. Zijn departement was in talrijke onderafdeelingen verdeeld, waarvan ieder een eigen kas en een eigen beheerder had, die eveneensτ.heette.Tamna,Τάμνα, groote, welvarende hoofdstad der Catabani in het Z. W. van Arabia felix, volgens het verhaal met 65 tempels en met een levendigen handel in specerijen en myrrhe.Tamos,Ταμώς, een Aegyptenaar, onder Tissaphernes stadhouder van Ionië, later bevelhebber der vloot van den jongen Cyrus.Tamphilus, familienaam in degens Baebia.Tamynae,Ταμύναι, Ταμῦναι, euboeïsche stad tot het gebied van Eretria behoorende, aan de Z. kust, ten O. van Eretria gelegen, in welker nabijheid Phocion den eretrischen tyran Callias versloeg.Tanager, rivier in Lucania met een gedeeltelijk onderaardschen loop, bij Forum Popilii. Hij stroomt naar het N. en valt in den Silarus.Tanagra,Τάναγρα, beroemde en belangrijke stad van Boeotia, aan den Asōpus gelegen, niet ver van de grens van Attica. In den omtrek groeide de beste wijn van Boeotia. In 457 werden de Atheners hier door de Spartanen verslagen.Tanais, 1) rivier in Sarmatia, thans de Don, door de ouden als grensrivier tusschen Europa en Azië aangenomen. Dikwijls wordt deze stroom verward met den Jaxartes (Syr-Daria). Hij valt in den N.O. hoek der Palus Maeōtis (zee van Azow).—2)stad, milesischevolkplanting, aan den Zuidermond van bovengenoemde rivier.Tanaquil,Τανακυλλίς, gemalin van den rom. koning Tarquinius Priscus. Later schijnt zij met een rom. godin van het spinnen vereenzelvigd en te Rome onder den naamGaia Caeciliavereerd te zijn.Tanarus, rechter zijrivier van den Padus (Po), stroomt langs Pollentia en Hasta (Asta), en valt boven Clastidium in den Padus.Tanaüs=Tanus.Tanētum,Τάνητον, stad der Boii in Gallia Cispadāna, tusschen Parma en Mutina.Tanfāna, Tamf., germaansche god of godin, had een tempel in het gebied der Marsi, die in 14 na C. door Germanicus verwoest werd.Tanis,Τάνις, stad in de Nijldelta, op den rechteroever van den Tanitischen Nijlarm, hoofdplaats van het distrikt Tanītes, residentie van eene der oude aegyptische dynastieën.Taniticum ostium,Τανιτικὸν στόμα, een van de Nijlmonden, ten W. van den Pelusischen Nijlmond gelegen.Tannētum=Tanetum.Tantalides,Τανταλίδης, Pelops, Atreus, Thyestes, Agamemnon en Orestes, zoon en verdere nakomelingen van Tantalus.Tantalis,Τανταλίς, Niobe en Hermione, dochter en achterkleindochter van Tantalus.Tantalus,Τάνταλος, 1) zoon van Zeus of Tmolus en Pluto, zeer rijk koning van Phrygië, Lydië, Paphlagonië, Argos of Corinthe, genoot in hooge mate de gunst der goden, zoodat hij zelfs bij hunne maaltijden en vergaderingen werd toegelaten. Maar door zijn geluk overmoedig geworden, verried hij hunne geheimen, of hij stal nectar en ambrosia van hun tafel om die aan de menschen te geven, ook liet hij door Pandareüs een gouden hond uit den tempel van Zeus stelen en zwoer hij later, dat hij hem niet gekregen had; z. ookPelops. Tot straf voor zijne misdaden moet hij in de onderwereld in een water staan, dat tot zijne lippen reikt, terwijl de heerlijkste vruchten boven zijn hoofd hangen, maar wanneer hij van het water of de vruchten tracht te genieten, dan wijken zij onmiddellijk totdat zij buiten zijn bereik zijn, zoodat hij altijd door honger en dorst gekweld wordt. V. a. hangt steeds boven zijn hoofd een zwaar rotsblok, dat dreigt hem te verpletteren.—Zijn rijkdom en zijn straf zijn spreekwoordelijk geworden:Ταντάλου τάλαντα, χρήματα, δίψα. De vloek van zijne misdaden rustte op zijne kinderen, Pelops en Niobe, en op zijn geheel geslacht (Pelopiden).—2)een van de twee zonen van Thyestes, door Atreus (z. a.) gedood.—3)zoon van Amphīon en Niobe.TanusofTanaüs,Τὰνος, Ταναός, rivier in Thyreātis of Cynuria, op de grenzen van Argolis.Tanusii, rom. geslacht, waarvan één lid tijdens Sulla’s proscripties door Catilīna werd omgebracht en een ander,Tanusius Geminus, de samenzwering van Catilina in een historisch werk behandelde, waarin ook van Caesar als deelgenoot werd gesproken. Z.Volusii.Taochi,Τάοχοι, volksstam in het N.O. van Pontus, aan de grens van Armenia, ten Z. van de Moschi.Taphiae insulae,Ταφίων νῆσοι, vroegerTeleboae insulae,Τηλεβοῶν νῆσοι, geheeten, eene eilandengroep in de ionische zee tusschen het eiland Leucas en de acarnanische kust, oudtijds bewoond door de zeevarende Taphiërs of Teleboërs. Homerus noemt het grootste dezer eilandenTaphus,Τάφος, later heette hetTaphius,Ταφιοῦς.Taphius,Τάφιος, zoon van Poseidon en Hippothoë, stichter van de stad Taphus op het eiland van dien naam.Taphrae,Τάφραι, Τάφρος(= gracht), vestingwerk tot afsluiting van den hals der Chersonēsus Taurica, op het smalste gedeelte der landengte (thans landengte van Perekop).Taphrus,Τάφρος(= gracht, kanaal), 1) =Taphrae.—2)de doorvaart tusschen Sardinia en Corsica,fretum Gallicum(straat v. Bonifacio).Taphus, zieTaphiae insulae.Taprobane,Ταπροβάνη, oude naam voor het eiland Ceylon.Tapūri,Τάπουροι, wilde volksstam in Hyrcania.Taras,Τάρας, zoon van Poseidon, kwam van kaap Taenarum naar Italië en stichtte Tarentum.Taras=Tarentumno. 2.Ταράξιππος, een rond altaar in de renbaan te Olympia, staande op een plaats, waar de paarden dikwijls schichtig werden, naar men meende door den invloed van den geest van Myrtilus of Oenomaüs, die daar begraven was; z. ookGlaucusno. 2.Tarbelli,Τάρβελλοι, volk in Aquitania, tusschen den Atūrus (Adour) en de Pyrenaeën. Hoofdstad:Aquae Tarbellicae.Tarchon,Τάρχων, Τάρκων, zoon of broeder van Tyrrhēnus, stichter van 12 steden in Etrurië, waarvan eene naar hem Tarchonium (later Tarquinii) heette. Hij hielp Aenēas in zijn strijd tegen Turnus.Tarentini ludi=Terentini ludi.Tarentum, 1) =Terentum.—2)Τάρας, thans Taranto, Tarente, voorname stad in het Z. van Italia, aan een inham in den N.O. hoek van densinus Tarentinusgesticht door Iapygiërs, doch later gekoloniseerd door de uit Sparta verdrevenPartheniaeonder aanvoering van Phalanthus (707), vandaar bij Horatius de benamingLacedaemonium Tarentium. Tarentum, in eene allerbekoorlijkste streek gelegen, machtig door zeevaart, handel en nijverheid, verhief zich spoedig boven de andere grieksche volkplantingen van Magna Graecia, doch verviel ook tot een weelderigheid, die zijn ondergang ten gevolge had. De houding der Tarentijnen gedurende de samnietische oorlogen bracht hen in botsing met Rome. Zij riepen Pyrrhus, koning van Epīrus, te hulp, die echter na twee overwinningen en ééne nederlaag Italia moest verlaten (275). De strijd, thans al te ongelijk, eindigde in 272 met de verovering der stad,die daarbij half werd verwoest. In 212 trachtten de tarentijnsche gijzelaars te Rome te ontvluchten, doch werden bij Tarracīna achterhaald, teruggebracht en, na gegeeseld te zijn, van de Tarpejische rots geworpen. Op het bericht hiervan zwoeren eenige aanzienlijke jongelingen te T. samen, en hun verraad, geholpen door de zorgeloosheid van den rom. bevelhebber, speelde de stad aan Hannibal in handen. De burcht bleef echter in het bezit der Rom. In 209 werd T. door de Rom. heroverd en geplunderd, terwijl alles, wat de soldaten ontmoetten, over de kling werd gejaagd en 30000 inwoners als slaven werden verkocht. In 122 werd er door C. Gracchus eene rom. kolonie heen gebracht, en dank zij hare ligging, verhief de stad zich weder tot een ongemeenen bloei, doch met de welvaart keerden ook weelderigheid en verwijfdheid terug (molle Tarentum).Tarichēa, -chĕae,Ταριχεῖα, -χέαι, stad in Galilaea aan den westelijken oever van het meer van Tiberias of Gennesareth. De hoofdbron van bestaan was het zouten van visch,ταριχεύειν, vandaar de naam.Tarne,Τάρνη, stad in Maeonia, bij Homerus vermeld.Tarpa, zieMaecius Tarpa.Tarpēii.1)Sp. Tarpeius, bevelhebber van den burcht op den capitolijnschen berg in den oorlog na den sabijnschen maagdenroof, zou, volgens de sage, Rome aan de Sabijnen hebben willen overleveren, doch werd door Romulus met zijne dochterTarpēiater dood gebracht. Volgens een ander verhaal zou Tarpeia de Sabijnen hebben binnengelaten, onder belofte dat deze haar zouden geven wat zij aan den linkerarm droegen, waarmede T. een gouden armband bedoelde. Toen zij echter het Capitool bezet hadden, wierpen zij hunne schilden, die zij ook aan den linkerarm droegen, op het meisje, dat daaronder verpletterd werd. De steile rots, op welks top dit gebeurd was, aan den zuidhoek van het Capitool, kreeg en behield den naamsaxum Tarpēium. Van deze rots werden soms ter dood veroordeelde staatsmisdadigers afgeworpen. ZieCapitolinus(mons).—2)Sp. Tarpēius Montānus Capitolīnus, consul in 454; zielex Aternia Tarpeia.Tarpēium(saxum), zieTarpeiino. 1 enGemoniae scalae, enCapitolinus(mons).Tarpēius, bijnaam van Jupiter Capitolīnus, naar de Tarpejische rots nabij zijn tempel.Tarphe,Τάρφη, locrische stad in een boschrijke streek aan den berg Cnemis, bij Homerus vermeld, met een tempel van Hera. LaterPharygae,Φαρύγαι.Tarquinii, een etruscisch geslacht. 1)L. Tarquinius Priscus, vijfde koning van Rome. Volgens de sage zou hij de oudste zoon geweest zijn van den te Tarquinii gevestigden Corinthiër Demarātus (z. a. no. 2), op raad zijner echtgenoote Tanaquil zou hij naar Rome verhuisd zijn en daar zijn etrurischen naam Lucumo tegen dien van Tarquinius verwisseld hebben. Op zijn tocht, toen hij Rome reeds in het gezicht had, was een arend op hem toegevlogen, had hem den hoed afgenomen en dien weder op zijn hoofd laten vallen, waaruit Tanaquil hem een luisterrijke toekomst voorspelde. Te Rome maakte hij zich door vriendelijkheid en mildheid bemind en won het vertrouwen van Ancus Marcius, die hem tot voogd over zijne zonen benoemde. Na Ancus’ dood nam Tarq. echter zelf bezit van den troon, met goedkeuring van senaat en volk. Hij verfraaide Rome, liet o. a. den circus maximus en de beroemdecloacaebouwen (volgens sommige nieuweren zijn decloacaeeerst in het begin der 2deeeuw aangelegd), legde op den Capitolinus de fundamenten van den grooten tempel van Jupiter, Juno en Minerva, nam nieuwe geslachten onder de patriciërs en 100 nieuwe leden in den senaat op (patres minorum gentium), verdubbelde het getalequites, oorloogde voorspoedig tegen Sabijnen en Latijnen, stelde deludi Romaniin, enz. Na eene 38-jarige regeering (616–579) werd hij door de zoons van Ancus Marcius vermoord en door Servius Tullius (z. a.) opgevolgd. Hetzij Tarquinius Priscus langs vreedzamen weg op den troon is gekomen, hetzij de Etruscers als veroveraars zijn opgetreden, met zijne troonsbeklimming treedt eene etrurische dynastie op, en etrurische invloed op de rom. instellingen, vooral wat koninklijke praal en godenvereering betreft, is niet te loochenen.—2)L. Tarquinius Superbus, laatste koning van Rome (534–510), schoonzoon van Servius Tullius, beklom den troon door eene omwenteling, die aan Servius het leven kostte. Hij bracht ook het zijne bij tot verfraaiing der stad, en voltooide o. a. den tempel op het Capitool; hij breidde door list zoowel als door kracht van wapenen het rom. gebied uit, versloeg de Volscen, maakte Rome tot hoofd van het latijnsche verbond en stichtte tot teeken daarvan op den Aventīnus den bondstempel van Diana. Doch hij regeerde als een dwingeland, ontzag de patriciërs evenmin als de plebejers en stoorde zich aan senaat noch wetten. De overmoed zijner zoons, waarvan een, Sextus, de kuische Lucretia met geweld onteerde, deed de maat overloopen; Tarquinius, die juist de stad Ardea belegerde, vond bij zijne terugkomst de poorten van Rome gesloten en de koninklijke waardigheid afgeschaft. Hij zocht eerst hulp bij de etrurische steden Tarquinii en Veii, daarna bij koning Porsēna van Clusium, vervolgens bij zijn schoonzoon Mamilius Octavius, dictator van Tusculum, die de Latijnen tot het verleenen van bijstand overhaalde. De slag bij het meer Regillus verijdelde ook deze laatste hoop en de verdreven koning begaf zich naar Cumae, waar hij overleed. De andereTarquiniiverhuisden naar Caere, waar hun familiegraf in 1847 ontdekt is. Toch vindt men ook later nog Tarquinii in Rome.—3)L. Tarquinius Collatīnus, aldus genoemd omdat hij te Collatia, een uur gaans van Rome, woonde, bekleedde na de onteering en den zelfmoord zijner gemalin Lucretia (zieLucretiino. 2) in 509 met L. Iunius Brutus het eerste consulaat.Toen echter het volk besloot, dat al wie tot degens Tarquiniabehoorde, met verbanning zou worden getroffen, legde T. zijn ambt neder en trok naar Lavinium.Tarquinii,Ταρκυνία, oude, beroemde stad in Etruria, aan de kust en de via Aurelia gelegen, wellicht eenmaal het hoofd der 12 etruscische bondssteden. Door de oorlogen met Rome geraakte de stad in een staat van verval, waaruit zij zich niet weder verhief. De necropolis der plaats (bij Corneto) heeft bij de opgravingen nog merkwaardige vondsten opgeleverd.Tarquitii, een rom. geslacht van weinig beteekenis. Vermeld zij slechtsTarquitius Priscus, de aanklager van T. Statilius Taurus (Statiliino. 5), wienslegatushij geweest was. In 61 n. C. werd hij zelf wegens knevelarij veroordeeld.Tarracīna,Ταρρακίνη, latere naam vanAnxur(z. a.), thans Terracina.Tarraco,Ταρρακών, massilische volkplanting aan de hispanische kust, N.O.waarts van de monding van den Ibērus (Ebro). In den tweeden punischen oorlog werd het door de Scipio’s zeer versterkt en tot een hoofdarsenaal gemaakt. Onder Augustus werd het de hoofdplaats der provincieHispania Tarraconensis. Thans Tarragona.Tarsus,Ταρσόςen-σοί, oude hoofdstad van Cilicia, aan den Cydnus in eene heerlijke streek gelegen, de geboorteplaats van den apostel Paulus. Het was eene groote, welvarende stad, waar de studie van letteren en wijsbegeerte bloeide, en die ook onder rom. heerschappij belangrijk bleef, ofschoon zij meermalen te lijden had door de invallen van roofzieke bergstammen, de Isauriërs. Ter eere van C. Julius Caesar nam zij den naamIuliopolisaan. Keizer Iuliānus (Apostata) werd er begraven.Tartarus,Τάρταρος, rivier in Gallia Transpadāna, thans Tartaro. Hij stroomt tusschen Athesis en Padus, en stort zich vervolgens te midden van moerassen in zee. Aan deze rivier lag Atria (Adria).Tartarus, -ra,Τάρταρος, -ρα, de onderaardsche diepte, waar de Titanen, Cyclopen, Danaïden, Tantalus, Ixīon e. a. hunne straffen wegens ernstige vergrijpen tegen de goden ondergaan, even ver beneden als de hemel boven de aarde, de woonplaats der Erinyen, Nyx e. a., door eeuwige duisternis bedekt. Soms algemeen = de onderwereld. Gepersonifiëerd is T. de zoon van Aether en Gaea, de vader van Typhoëus, Echidna en de Giganten.Tartessus,Ταρτησσός. Dit is de oude naam voor Baetica, het stroomgebied van de Baetis (Guadalquivir), die zelf ook Tartessus genoemd wordt. De bewoners, Iberiërs, in het oude Testament Tarschisch, bij de Grieken Tartessii, (Ταρτήσ(σ)ιοι), bij de Romeinen Turti geheeten, splitsen zich later in de twee stammen der Turduli (in het binnenland) en der Turdetāni (aan de kust). De hoofdstad van het land, ook Tartessus geheeten, lag op een eiland aan den mond der Guadalquivir. Het land voerde al in de hooge oudheid edele metalen, vooral zilver, uit. Bovendien zochten de inwoners met hun zeilschepen, die beter dan de phoenicische tegen eb en vloed bestand waren, de tin- en zilvermijnen van het N.W. van Spanje, en later de Cassiterides insulae (z. a.) op. Hun handel maakte hen rijk en welvarend.Taruenna, thans Thérouanne, stad der Morīni, een volksstam op de tegenw. vlaamsche kust.Tarusātes, volksstam in Aquitania, in de tegenw. Landes.Tarutius, een geleerd wijsgeer, wiskunstenaar en astroloog, een vriend van Varro en Cicero.Tatiānus,Τατιανός, bijg.ὁ Σύρος, een Assyriër, die in de laatste helft der 2deeeuw n. C. leefde, en na het bestudeeren der grieksche wijsbegeerte tot het Christendom overging, dat hij in verscheiden geschriften verdedigde. Hij hield eenigen tijd te Rome verblijf; na den dood van Justinus Martyr (in 167 onthoofd) keerde hij naar het Oosten terug, waar men hem later vindt als hoofd eener naar hem genoemde secte (Τατιανοί), die zich door een streng ascetisch leven onderscheidde.Tatius(Titus), koning der Sabijnen, die na den sabijnschen maagdenroof op Rome lostrok, maar na de verzoening tusschen Sabijnen en Rom. vijf jaren gezamenlijk met Romulus over de vereenigde Tities en Ramnes regeerde, tot hij bij een offer te Lavinium of te Laurentum vermoord werd.Tatta, groot zoutmeer op de grenzen van Lycaonia, Cappadocia en voor een klein gedeelte ook van Galatia.Tauchīra,Ταύχειρα, stad op de kust van Cyrenaica, met een beroemden tempel van Cybele, later Arsinoë geheeten.Taulantii,Ταυλάντιοι, illyrische volksstam bij Epidamnus (Dyrrachium).Taüm, baai aan de Oostkust van Caledonia (Schotland), thans Firth of Tay.Taunus mons, gebergte in Germania, in het latere Nassau, thans nog Taunus geheeten, bij Aquae Mattiacae (Wiesbaden).Tauranitium, distrikt van Armenia, ten N. van Tigranocerta, ten O. grenzende aan het meer Thospītis.Taurasia, hoofdstad der Taurīni, sedert Augustus rom. kol. onder den naamAugusta Taurinorum, thans Turijn.Taurentum, -roëntium,-rois,Ταυρόεις, sterk kasteel in het gebied van Massilia (Marseille), op de kust van Narbonensis. Tgw.Tarente.Tauri,Ταῦροι, wilde, ruwe volksstam in het Z.W. van deChersonēsus Taurica, de tegenw. Krim, terwijl in het vlakke Noorden Scythen woonden. Zij stonden onder een koning en leefden van roof en oorlog. Aan hunne godin (Taurica dea,Ταυριώνη, Ταυροπόλος), die door de Grieken met Artemis vereenzelvigd werd, brachten zij menschenoffers. Schipbreukelingen en krijgsgevangenen werden tot offers bestemd, vooral als het Grieken waren. Wanneer de koning overleed, werden zij, die hem het liefst waren, met hem begraven.Taurii ludi, taurische spelen, door Tarquinius Superbus ingesteld ter gelegenheid eener pest, tot verzoening der onderaardsche goden Dis en Proserpina, ook werden Apollo als afweerder der pest en Diana Lucīna, benevens Jupiter en Juno aangeroepen. Het offer had ’s nachts plaats vóór de Porta Carmentālis. De spelen zelf werden gehouden in het Circus Flaminius. De eenige keer, dat ze in historischen tijd gevierd zijn, was in het jaar 186.Taurica dea,Ταυριώνη, Ταυρώ, Ταυροπόλος, Artemis, zoo genoemd naar haar tempel in Tauris, waar haar menschenoffers gebracht werden, z.Iphigenia.Taurīni,ΤαυρῖνοιofΤαυρινοί, ligurischevolksstamten Z. van den Padus (Po). Hoofdstad Taurasia (Turijn). In hun gebied lag desaltus Taurinus, waardoor de Galliërs en later Hannibal trokken bij hun inval in Italië.Taurisci, keltische stam in Noricum, waarvan de naam nog voortleeft in het duitsche woord Tauern. Later worden ze gewoonlijk Norici genoemd.Tauriscus,Ταυρίσκος, beeldhouwer van Tralles; van hem en zijn broeder Apollonius, is een beroemd werk, de farnesische stier, bewaard gebleven.Taurobolia, z.Rhea(Cybele).Tauroëntium, Taurois=Taurentum.Tauromenium,Ταυρομένιον, thans Taormina, aanzienlijke stad aan de Oostkust van Sicilia op den berg Taurus gelegen. Na de verwoesting van het nabijgelegen Naxus in 358 door Dionysius I van Syracuse vestigden zich de overgebleven Naxiërs in T., dat hierdoor aanmerkelijk werd vergroot. In den sicilischen slavenopstand (141–132) had T. veel te lijden. In Cicero’s tijd was het eenecivitas foederata, doch in de burgeroorlogen moest het boeten voor zijn heulen met S. Pompeius en werd er eene kolonie van rom. veteranen heengezonden. Nog vindt men er belangrijke overblijfselen van het gedeeltelijk in de rotsen uitgehouwen theater, dat meer dan 30000 toeschouwers kon bevatten.Taurus, familienaam bij deStatilii(Statiliino. 4 en 5).Taurus,Ταῦρος, het sterrenbeeld de Stier, werd gehouden voor den stier, die Eurōpa ontvoerd had, of dien Poseidon aan Minos had geschonken.Taurus,Ταῦρος, thans nog Taurus of Ala-Dagh geheeten, groote bergketen in Asia minor, die op de kust van Lycia bij kaap Chelidonium begint en door Pisidia en langs de N. grens van Cilicia loopt. Van daar gaat een tak alsAntitaurusN. O. waarts, doorsnijdt Cappadocia en Armenia minor, om zich aan den mons Moschicus aan te sluiten, die weder de verbinding met den Caucasus vormt. De andere tak behoudt den naam Taurus en blijft in oostelijke richting doorloopen tot aan de samenhangende meren Thospītis en Arsissa. De Euphraat breekt in zijn loop door het gebergte heen. Een zijtak van den Taurus vormt de Amānus (z. a.). De Taurus is tot aan zijn top met bosch begroeid.Tavium, -via,Ταούιον, -ία, hoofdstad der keltische Trocmi in het O. van Galatia, aan het kruispunt van verschillende groote wegen gelegen en hierdoor belangrijk als stapel- en handelsplaats. Men vond er een tempel en een kolossus van Zeus.Ταξίαρχοι, te Athene 10 officieren, een uit iedere phyle. Zij voerden het bevel over de door hun phyle geleverde troepen; in rang volgden zij terstond op den opperbevelhebber.Taxila,τὰ Τάξιλα, hoofdstad van den indischen vorst Taxiles ten tijde van Alexander den Gr., tusschen den Indus en den Hydaspes gelegen.Taxiles,Ταξίλης, koning van Taxila, onderwierp zich aan Alexander d. G. en voerde later voor hem tijdelijk het bewind over een deel van Indië.Τάξις, de opstelling van een Grieksch leger vóór den slag. In den Trojaanschen oorlog, zooals die door Homerus beschreven wordt, valt het gevecht gewoonlijk uiteen in vele tweegevechten derβασιλῆες, die met hun strijdwagens vóór de infanterie uitrijden, en het voetvolk in veleφάλαγγεςopgesteld, heeft in het geheel geen invloed op den uitslag van den strijd. In den historischen tijd zijn de strijdwagens verdwenen, en het Grieksche leger bestaat uit één aanééngeschakelde slaglinie (z.phalanx) van dichtopeengeplaatste zich met hun schilden dekkende hopliten (z.ὁπλῖται), die gewoonlijk 8 man diep opgesteld worden.Naast dit hoofdwapen had men dan nog de hulpwapens derἱππῆς, τοξόται, πελτάσται, en andereψίλοι(zie onder deze artikelen). Talrijk waren deze burgerlegers niet; bij Marathon stonden hoogsten 5000 hopliten tegenover 4000 Perzen; bij Plataeae, de grootste slag, dien de vrije Grieken ooit geleverd hebben, stonden 20000 man tegen 18000 Perzen en op de hand der Perzen strijdende Grieken.—Ieder hopliet had tot zijn bediening een oppasser (z.ψίλοι). De hopliten waren, behalve in Sparta de 2000 eigenlijke Spartiaten, geen beroepsoldaten. Maar de algemeene voorliefde voor sport, ten minste bij de welvarenden, maakte dat ze met geringe voorbereiding bekwaam waren voor het leveren van een gevecht. Men naderde elkaar tot op 100à150 voet, en dan viel men in draf aan. Daar nu alleen de linkerzijde door het schild gedekt was, had elk grieksch leger de neiging, zich naar rechts te keeren, om zoodoende een aanval in zijn rechterflank te vermijden. Ook stonden op den rechtervleugel steeds de beste troepen. Zoodoende kwam het vaak voor, dat de rechtervleugel van beide partijen het won, en na het verslaan der linkervleugels met omgekeerd front met elkaar afrekende. Eerst Epaminondas heeft met deze dwaze wijze van vechten gebroken, en, door zijn kerntroepen 50 man diep op den linkervleugel op te stellen (ziePhalanx) bij Leuctra de macht van Sparta gebroken. Zie ookἅμιπποι. Omtrent de legers van Philippus en Alexander van Macedonië zie men de artikelen:πεζέταιροι, ἕταιροι, sarissa (het verschil tusschenἓταιροιenσαρισσόφοροιbestaat daarin, dat de eersten van adel zijn).Voor de uitrusting van den soldaat zie men onder:πανοπλία.Taygete,Ταϋγέτη, eene van de Pleiaden, bij Zeus moeder van Lacedaemon en Eurōtas. V. a. werd zij door Artemis in eene hinde veranderd om haar aan de vervolgingen van Zeus te onttrekken.Taygetus, -um,Ταΰγετος, -ον, ruw en woest grensgebergte tusschen Laconica en Messenia, in kaap Taenarum (Matapan) uitloopende, met loodmijnen en marmergroeven.Teānum,Τέανον, 1)Teānum Apulum, in het N. van Apulia nabij de kust, aan den Frento.—2)Teānum Sidicīnum, stad der Sidicini, geheel in het N. van Campania, met warme baden.Tearus,Τέαρος, rivier in Thracia, waarvan het water eene genezende kracht uitoefende op huidziekten. De Tearus was een zijtak van den Agriānes, die zich op zijne beurt in den Beneden-Hebrus stortte.Teāte, hoofdstad der Marrucīni, op een steilen heuvel gelegen, niet ver van de Adriatische zee.Tecmessa,Τέκμησσα, dochter van den phrygischen koning Teuthras. Zij werd door Aiax, den zoon van Telamon, op een strooptocht gevangen genomen en werd bij hem moeder van Eurysaces.Tectosages,Τεκτόσαγες, een hoofdstam der keltische Volcae in het Z. van Gallia Narbonensis, met de hoofdstad Tolōsa (Toulouse). Ook Narbo Martius (Narbonne) lag in hun gebied. Een gedeelte van dit volk vindt men na verschillende zwerftochten in het W.-deel van Galatia (z. a.) in Asia minor; hoofdstad: Ancȳra.Tegea,Τεγέα, belangrijke stad in het Z.O. van Arcadia in het landschapTegeātis,Τεγεᾶτις, met een krijgshaftige bevolking, die herhaaldelijk hare vrijheid verdedigde tegen de aanslagen van Sparta. Bij de Thermopylae en bij Plataeae gaven zij bewijzen van groote dapperheid. Uit haat en naijver tegenover Mantinēa koos Tegea in den peloponnesischen oorlog partij voor Sparta, waaraan het ook in den corinthischen oorlog trouw bleef; de slag bij Leuctra evenwel (371) maakte de Tegeaten voor hunne eigene toekomst bezorgd en zij sloten zich bij Epaminondas en de Thebanen aan. Later verloor Tegea veel van zijn gewicht.Tegeaea, Atalante, dochter van Iasus uit Tegea.Tegȳra,Τέγυρα, stad in Boeotia, ten N. van het meer Copāis, met een tempel van Apollo.Τειχοποιοί, eene commissie te Athene, die het toezicht had over de werken tot onderhoud en vernieuwing van de stadsmuren, en de daarvoor bestemde gelden beheerde.Telamon,Τελαμών, zoon van Aeacus en Endēis. Na den moord van zijn stiefbroeder Phocus vluchtte hij naar Salamis, hij huwde met de dochter van koning Cychreus en volgde hem in de regeering op. Hij nam deel aan den tocht der Argonauten en aan de calydonische jacht, ook volgde hij Heracles op zijne tochten tegen de Amazonen en tegen Laomedon en was hij de eerste die den muur van Troje beklom. Tot loon voor zijne dapperheid werd hem de schoone Hesione, de dochter van Laomedon, gegeven. Hij werd bij haar vader van Teucer en Trambēlus, bij eene andere gemalin, Eriboea, van Aiax. De stad Telamon in Etrurië was door hem op zijn terugreis van den Argonautentocht gesticht.Telamon, stad aan de kust van Etruria, ten N.W. van Cosa.Telamoniades, -nius,Τελαμωνιάδης, -νιος, Aiax en Teucer, zonen van Telamon.Telchin,Τελχίν, zoon of v. a. vader van koning Apis (z. a.)Telchīnes,Τελχῖνες, een priestergeslacht, dat in overoude tijden van Creta naar Cyprus en van daar naar Rhodus trok. Zij worden zonen van Thalassa en opvoeders van Poseidon genoemd. Zij waren groote kunstenaars en uitvinders van de meeste handwerken, vooral waren zij bekwaam in het bearbeiden van metaal, vandaar dat zij dikwijls met de Cyclopen en idaeïsche Dactylen en verder met de Cureten en Corybanten verwisseld werden. Ook waren zij machtige toovenaars, doch daar zij hun macht ten nadeele van goden en menschen gebruikten, werden zij door Apollo of door Zeus gedood.—V. a. verlieten zij Rhodus, omdat zij eene overstrooming voorzagen, en begaven zij zich deels naar Sicyon, deels naar Teumessus.—Naar hen wordt RhodusΤελχινίς, Creta en SicyonΤελχινίαgenoemd.Telchinia,Τελχινία, oude naam van Crēta en Sicyon.Telchinius, -nia,Τελχίνιος, -νία, bijnaam vanApollo, Hera en Athēna, wier eeredienst door de Telchinen op Rhodus was ingevoerd.Teleboae,Τηλεβόαι, z.Taphilae insulae.Teleboas,Τηλεβόας, zijtak van den Euphraat, in Armenia.Teleclīdes,Τηλεκλείδης, dichter der oude attische comedie, tegenstander van Pericles.Telegonus,Τηλέγονος, 1) z.Proteus.—2)zoon van Odysseus en Circe. Door zijne moeder uitgezonden om Odysseus te zoeken, landde hij bij toeval op Ithaca, waar hij, door honger gedreven, begon te plunderen en veel schade aanrichtte. Odysseus en Telemachus trokken hem te gemoet, en in den strijd, die hierop ontstond, doodde T. zijn vader zonder hem te kennen. Later huwde hij met Penelope en trok hij naar Italië, waar hij Tusculum en Praeneste stichtte.Telemachus,Τηλέμαχος, zoon van Odysseus en Penelope, was nog een zeer jong kind, toen zijn vader naar Troje vertrok. Toen deze 20 jaar afwezig was geweest, ging T., op raad en gedeeltelijk onder geleide van Athēna, Nestor en Menelāus bezoeken om inlichtingen omtrent zijn vader in te winnen. Bij zijne terugkomst ontkwam hij gelukkig aan een hinderlaag, hem door de vrijers van Penelope gelegd; kort daarop vond hij zijn vader weder on hielp hij dezen bij de wraak, die hij op de vrijers nam. Na den dood van zijn vader ginghij met Telegonus naar Aeaea, hij huwde met Circe en kreeg bij haar een zoon, Latīnus, die echter v. a. een zoon van Odysseus en Circe was. Of hij huwde met de dochter van Circe, Cassiphone, die hem doodde, nadat hij hare moeder had omgebracht. V. a. huwde hij met Nausicaa, de dochter van Alcinous, of met Polycaste, de dochter van Menelāus, en had hij bij eene van deze beide een zoon, Ptoliporthes. Ook wordt nog verhaald, dat hij naar Italië gegaan zou zijn, en dat daar zijne dochter Roma met Aenēas huwde.Telemus,Τήλεμος, zoon van Eurymus, waarzegger bij de Cyclopen.Τελέοντες, v. s. betere lezing voorΓελέοντες.Telephanes,Τηλεφάνης, 1) van Sicyon, een van de oudste grieksche teekenaars.—2)bekwaam metaalgieter van Phocis of Phocaea, weinig populair, omdat hij voor Darīus en Xerxes werkte of omdat hij in Thessalië woonde.Telephassa,Τηλέφασσα, echtgenoote van Agēnor, vergezelde haar zoon Cadmus op zijne tochten, totdat zij in Thracië stierf.Telephus,Τήλεφος, zoon van Heracles en Auge, werd na zijne geboorte te vondeling gelegd en door herders opgevoed. Toen hij volwassen was, ging hij op raad van het delphische orakel naar Mysië, waar hij zijne moeder vond, met de dochter van koning Teuthras trouwde en zijn schoonvader in de regeering opvolgde. Toen de Grieken op hun tocht naar Troje bij vergissing een inval in Mysië deden, werden zij door T. teruggeslagen, maar hijzelf struikelde over een wijnstok en werd door Achilles gewond. Bij deze gelegenheid vernamen de Grieken wie hij was, maar aan hun verzoek om mede tegen Troje op te trekken weigerde hij te voldoen, daar hij met een dochter van Priamus, Astyoche of Laodice, gehuwd was. De Grieken vertrokken daarop, maar werden door een storm naar hun vaderland teruggedreven. Daar de wond van T. niet genezen wilde, raadpleegde hij een orakel en ontving hij tot antwoord, dat alleen degene, die de wond had toegebracht, haar ook konde genezen. Hij begaf zich nu als bedelaar verkleed naar Griekenland en bad Agamemnon, terwijl hij met den kleinen Orestes in de armen als smeekeling aan den haard zat, hem te helpen. Daar Agamemnon intusschen een orakel had gekregen, dat alleen met de hulp van T. Troje konde genomen worden, bewerkte hij bij Achilles dat deze aan zijne bede zoude voldoen; door een weinig roest van de lans, waarmede de wond was toegebracht, genas zij terstond, waarop T. den Grieken de noodige inlichtingen gaf, zonder echter zelf aan den tocht deel te nemen.—Hij werd te Pergamus en op den berg Parthenius, waar hij te vondeling gelegd was, als heros vereerd.Teles,Τέλης, Cynicus uit het midden van de 3deeeuw.Telesia,Τελεσία, stad in Samnium, ten N. W. van Beneventum. Hier was Pontius Telesīnus, de beroemde veldheer in den marsischen oorlog, geboren.Telesilla,Τελέσιλλα, van Argos, beroemde lierdichteres. Toen de spartaansche koning Cleomenes een inval in Argos deed, omstreeks 510, trok zij hem aan het hoofd der argivische vrouwen te gemoet en vuurde zij door hare liederen de mannen tot dapperheid aan. Van hare gedichten is zeer weinig bewaard gebleven.Telesphorus,Τελέσφορος, zoon van Asclepius, een genezing aanbrengend god, soms ook bijnaam van Asclepius.Telestes,Τελέστης, 1) laatste koning van Corinthe, 758–747.—2)van Selīnus, beroemd dithyrambendichter omstreeks het midden der 4deeeuw.Τελετή, ieder zoenoffer of godsdienstige handeling, die van zonde bevrijdt, in het bizonder wordt de inwijding in mysteriën zoo genoemd met het oog op hun van schuld reinigende kracht.Teleutas,Τελεύτας, z.Teuthras.Teleutias,Τελευτίας, broeder van Agesilāus, voerde met roem het bevel over de spartaansche vloot in den corinthischen oorlog. In 382 werd hem het opperbevel in den oorlog tegen Olynthus opgedragen, waar hij het volgende jaar door onbezonnenheid een slag verloor en sneuvelde.Tellēnae,Τελλῆναι, oude stad in Latium, vermoedelijk een paar uren gaans van Rome naar den kant van Antium of van Ardea gelegen, door Ancus Marcius verwoest.Telliadae,Τελλιάδαι, oud beroemd geslacht van waarzeggers in Elis.Tellias,Τελλίας, z.Gellias.Tellumo, z.Tellus.Tellus mater, bij de Rom. de godin van het bouwland, later gelijkgesteld met de grieksche Gaea. Aan haar zijn de Fordicidia (z. a.) gewijd. Als voortbrengster van alle voedsel is zij nauw verwant met Ceres. Ter eere van beide godinnen te samen worden deferiae sementivae(z. a.) gevierd. Tellus behoort oorspronkelijk ook tot de goden van de onderwereld; onder den invloed van de grieksche Demeter komt hiervoor later Ceres in de plaats. Nevens Tellus stond een mannelijk wezen van geheel gelijken aard,Tellumo.Telmessus,Τελμησσός=Telmissus.Telmissis,Τελμισσίς, kaap in Lycia, zieTelmissusno. 1.Telmissus,Τελμισσός, 1) stad aan de Westkust van Lycia aan de Telmissische golf en nabij kaap Telmissis, een uitlooper van den Anticragus. Er zijn o. a. nog overblijfselen van een theater en van grafkelders, in de rotsen uitgehouwen.—2)stad in Pisidia, ookTermessusgeheeten, sterke vesting, aan een bergpas in den Taurus gelegen.Telo Martius, havenstad in Gallia Narbonensis aan de Middellandsche zee, thans Toulon.Τελῶναι, te Athene pachters der staatsinkomsten. Voor de behoorlijke betaling der pachtsom werden borgen gesteld, bleef de betaling niettemin achterwege, dan verloor de schuldenaar zijne burgerrechten, ofschoon hem uitstel gegeven werd tot de 9deprytanie;had hij dan echter nog niet betaald, dan werd de schuld verdubbeld, en indien zij niet terstond betaald werd, werden zijne goederen verbeurd verklaard, bovendien kon de nalatige pachter gevangen genomen worden. Deze straffen troffen, naar het schijnt, zoowel den pachter als zijne borgen.—Voor zaken, die veel kapitaal vereischten, vereenigden zich dikwijls verscheiden pachters tot een vennootschap onder het bestuur van eenτελωνάρχηςofἀρχώνης.Telōnus, onzekere lezing voorTolenus.

Tabae,Τάβαι, 1) stad in het perzisch-medische distrikt Paraetacēne, aan den heerweg van Persepolis naar Ecbatana.—2)bergstad aan de O. grens van Caria.

Tabella, zietabula.

Tabellariae(leges), de 4 wetten, waarbij geheime stemming met stembordjes,tesseraeoftabellae, in de comitiën werd ingevoerd. 1)lex Gabinia, van een overigens onbekenden volkstribuun A. Gabinius, voor de kiescomitiën, in 139.—2)lex Cassia, van den volkstribuun L. Cassius Longīnus, 137, voor rechterlijke comitiën, behalve in zaken van perduellio.—3)lex Papiria, van den volkstribuun C. Papirius Carbo, 131, voor wetgevende comitiën.—4)lex Caeliavan den volkstribuun L. Caelius, 107, ook voor perduellio. Zie ooktabula.

Tabellarius, postbode. De ouden kenden geene geregelde postverzending, doch menschen, die geregeld in betrekking stonden met het buitenland of die een werkkring in de provinciën hadden, hielden er eigen tabellarii op na, die de correspondentie over en weer brachten en dan ook voor de vrienden hunner patroons brieven medenamen, zoodat er op deze wijze een vrij levendig brievenverkeer tusschen Rome en de verschillende deelen des rijks plaats had. De stadhouders hadden hunne koeriers,statores. Augustus organiseerde eene keizerlijke koerierpost, waartoe op verschillende punten wisselplaatsen,mutationes, waren gevestigd, om versche paarden te verkrijgen, en op sommige halten gelegenheid was te overnachten,mansiones. Behalve de keizerlijke koeriers,speculatores, en ambtenaren in dienst, mocht niemand van de postrijtuigen gebruik maken zonder speciale schriftelijke vergunning,diploma.—De perzische koningen hadden eene uitstekend ingerichte koerierpost te paard. De dépêches werden in vollen ren van het eene station naar het andere overgebracht, waar steeds een koerier,ἀγγαρεύς, met een gezadeld paard gereed stond om de dépêches van den aankomenden koerier over te nemen en onverwijld verder te brengen.

Tabernae, naam van onderscheidene pleisterplaatsen aan de rom. heerwegen, o.a. tusschen Argentorātum (Straatsburg) en Noviomagus Nemētum (Spiers), thans Rheinzabern en ééne ten O. daarvan, thans Bergzabern in den Elzas, en een versterking ten W. van Straatsburg, op weg naar Decempagi (Dieuze), gewoonlijkTres Tabernaegeheeten, tegenw. Zabern in denElzas.Tres Tabernaewas verder eene halteplaats in Latium aan de via Appia, tusschen Aricia en Forum Appii, een andere halte van dezen naam lag in Gallia Transpadāna tusschen Placentia (Piacenza) en Mediolanium (Milaan).

Tablīnum, een vertrek in rom. huizen, in den regel achter hetatriumgelegen en oudtijds ingericht tot bureau van den heer des huizes, tot familie-archief en dgl., later ook tot andere doeleinden gebezigd, o. a. ook wel voor eetvertrek.

Tabula, tabella, tessera.Tabulais een plank of houten bord,tabellais er een verkleinwoord van,tesseraeen vierkant plaatje of blokje, onverschillig van welke stof, evengoed een plankje als een kubus. De drie benamingen werden niet streng gescheiden.Tabula picta, schilderij, ook landkaart.Tabula votīva, eene schilderij, welke iemand, die uit een groot gevaar gered was, van deze redding liet vervaardigen en als dankbewijs in den tempel van eene of andere godheid ophing, of wel eene plechtige, op eene tabula geschreven dankbetuiging aan de reddende godheid.Tabulae cerātaezijn met was bestreken plankjes, op de manier van dichtslaande leitjes, zooals ze vroeger in Indië veelvuldig werden gebezigd. Men gebruikte ze voor briefwisseling, zij werden met een draad,linum, kruiswijze omwonden en de knoop werd verzegeld.Tabulaeheetten ook de rekenborden, die de kinderen op school gebruikten, zooals bij ons leien in gebruik zijn.Tabulae publicaezijn alle openbare oorkonden en bekendmakingen, b.v.tabulae proscriptionum, aankondiging van publieke verkoopingen, in de burgeroorlogen de openbaar gemaakte lijsten van vogelvrijverklaarden.Tabulae accepti et expensi, boek van ontvangst en uitgaaf, kasboek.Tabulae Caeritum, de lijsten der aerarii (z.a.). Ook de groote marmeren of koperen platen, waarop dikwerf wetten en besluiten werden gebeiteld of gegrift, wordentabulaegenoemd, vandaar de naamleges duodecim tabularum. De stembordjes of stemplankjes bij de comitia en iudicia worden somstabellae, doch meesttesseraegeheeten; bij het stemmen over wetsvoorstellen beteekende Aantiquo= ik ben voor het oude, dus = tegen, V. R.uti rogas= zooals gij voorstelt, dus = vóór. Bij rechterlijke comitia was Llibero, Ddamno. Bij de quaestiones perpetuae had men nog bovendien N. L.,non liquet, waardoor men te kennen gaf, nog niet voldoende te zijn ingelicht, zieAcilia lex de repetundis. Bij de eigenlijke stemming gebruikte men voor vrijspraak en veroordeeling: Aabsolvo, Ccondemno. Over detessera frumentariazie men het artikelannōna. Ook het toegangsbewijs voor het theatrum, den circus en dgl. heettetessera. Tesseraezijn ook dobbelsteenen, ziealea. Tessera hospitalisis het bewijs van een verbond van gastvriendschap tusschen twee familiën in verschillende plaatsen; op een plankje werden de namen der beide familiën geschreven, een aan elken kant, vervolgens werd het middendoor gebroken en kreeg elke familie de helft; op vertoon van dit stuk was men zeker van eene gastvrije ontvangst.Tessera militariswas eene, waarop het wachtwoord geschreven stond; degenen, die dit woord moesten weten, teekenden ze voor gezien, en zoo kwam zij bij den bevelhebber terug; ook bevelen in het legerkamp werden dikwerf op deze manier gegeven. Bij een zoo veelvuldig gebruik werd niet altijd de vierzijdige vorm bewaard; eenetessera theatralis, te Pompeii gevonden, heeft den vorm van een penning met het opschrift:

CAV.IICVN.IIIGRAD.VIII.CASINAPLAVTI

CAV.IICVN.IIIGRAD.VIII.CASINAPLAVTI

d. w. z.caveaII = 2derang,cuneusIII = 3desector,gradusVIII = 8sterij, voor de Casina (eene comoedia) van Plautus.

Tabularium, het rijksarchief. Voor defoederawas er een archief op het Capitool, vooralles wat het geldelijk beheer betrof, was het archief, met hetaerariumvereenigd, in een achtergebouw van den Saturnustempel. Het archief der volkstribunen was evenzoo in den tempel van Ceres, hier werden de plebiscita en senatusconsulta bewaard. Na den brand van het Capitool in 83 werd er in 78 door Q. Lutatius Catulus (zieLutatiino. 5) een algemeen rijksarchief gebouwd (tabularium) in de inzinking tusschen de twee toppen van het Capitool, met den voorkant naar het forum, op welks grondslagen in de Middeleeuwen het tegenwoordig stadhuis van Rome (Palazzo del Senatore) is opgetrokken. Het keizerlijk archief heettabularium Caesaris.

Tabularum(leges XII), de eerste verzameling geschreven wetten, op twaalftabulaegegrift, waarvan volgens de overlevering 10 in 451 en 450 onder de decemviri werden vervaardigd en de laatste twee in 449 onder het consulaat van M. Horatius Barbātus en L. Valerius Poplicola. Zij warenfons omnis publici privatique iurisen bleven voor het burgerlijk recht tot het einde toe de grondslag der rom. wetgeving, waaraan de edicten der praetoren (zieius honorarium) zich aansloten. Tot meer dan twee eeuwen na C. stonden zij te Rome op het forum ten toon gesteld. Wat wij er echter van weten, berust op aanhalingen en uitleggingen van rom. rechtsgeleerden en is gedeeltelijk van jongeren datum.

Taburnus, een bergrug op de grenzen van Samnium en Campania, waardoor de bergpas van Caudium aan de Zuidzijde werd begrensd. De noordelijke helling was ruw, de zuidelijke daarentegen rijk aan vruchtboomen.

Tacfarinas(gen.-ātis), een Numidiër, die eerst onder Tiberius in de rom. gelederen diende, doch deserteerde en een opstand verwekte (17 na C.), welke eerst onderdrukt werd, doch weder opvlamde (19) en eerst met groote inspanning in 24 door P. Cornelius Dolabella werd onderdrukt.

Tachompso,Ταχομψώ, half aegyptische stad in het aethiopische distrikt Dodecaschoenus, op een eiland in den Nijl gelegen, doch overschaduwd en in verval geraakt door den aanwas van de tegenoverliggende stad Pselchis.

Tachos,Ταχώς, zoon en opvolger van Nectanabis I. Geholpen door grieksche troepen onder Agesilāus (361) en Chabrias wist hij eenigen tijd weerstand te bieden aan de aanvallen van Perzië, maar toen zijn neef Nectanabis II tegen hem opstond en Agesilāus zich bij dezen aansloot, onderwierp T. zich aan Artaxerxes, aan wiens hof hij zijn verder leven doorbracht.

Tacitus(M. Claudius), rom. keizer, geb. te Interamna, in 275 na C. op meer gevorderden leeftijd door den senaat als opvolger van Aureliānus verkozen, een ernstig, fijn beschaafd en waardig man. Hij werd na een voorspoedigen veldtocht tegen de Gothen, die van uit Zuid-Rusland langs de Oostkust van de Zwarte Zee in Klein-Azië gevallen waren, door zijn soldaten, na eene regeering van 6 maanden, waarschijnlijk te Tyana, vermoord (276). Hij regeerde geheel naar den zin van den senaat, waartoe hij behoord had.

Tacitus(P. Cornelius), beroemd rom. geschiedschrijver, schoonzoon van Cn. Iulius Agricola, met wiens dochter hij in 78 na C. huwde. In 80 of 81 werd hij quaestor, vervolgens aediel of volkstribuun, in 88 praetor en in 97 (onder Nerva) consul. Dat hij ook, evenals keizer Tacitus, die hem onder zijne voorzaten rekende, te Interamna in Umbria geboren is, is niet waarschijnlijk, hoewel er in die stad (thans Terni) in 1514 een gedenkteeken voor hem is opgericht. In 89 verliet hij met zijne vrouw Rome, naar men vermoedt alslegatus pro praetore provinciae Belgicae, en keerde daarheen in 93 wegens het overlijden van zijn schoonvader terug. In 111 of 112 was hijproconsulvan Asia. Hij was bevriend met den jongen Plinius. Tacitus heeft zijn naam vereeuwigd door zijne geschriften: 1º.Dialogus de oratoribus, waarschijnlijk in 81 nog in ciceroniaanschen stijl geschreven, in den vorm van een gesprek een zeer belangrijke verhandeling bevattend over de geschiedenis der romeinsche litteratuur. 2º.de vita et moribus Cn. Iulii Agricolae, in 98 uitgegeven, een levensbeschrijving van zijn schoonvader, en een historisch-geographische bespreking van Britannia bevattend. 3º.Germaniaofde origine situ moribus ac populis Germanorum, uitgegeven in 98; het eerste deel bespreekt in het algemeen den oorsprong en de zeden der Germanen, het tweede de verschillendevolksstammen. 4º.Historiae, waarschijnlijk 14 boeken, uitgegeven na elkaar in de jaren 104–111; ze beschreven de geschiedenis van Galba tot aan den dood van Domitiānus. Over zijn nog: boek I–IV en het begin van V, waarin de jaren 69 en 70 (gedeeltelijk) behandeld worden. 5o.ab excessu Divi Augusti libri XVI, ookannalesgeheeten, van den dood van Augustus tot op dien van Nero, waarvan echter slechts boek I–IV in hun geheel, V en VI met eene groote gaping, van XI een gedeelte, XII-XV weder geheel en XVI gedeeltelijk over zijn. Ze zijn geschreven en uitgegeven in de jaren 115–117. De stijl van Tacitus is levendig en kernachtig, doch door zucht tot beknoptheid menigmaal duister. In weerwil zijner waarheidsliefde wordt hij door sommigen niet altijd billijk in zijne waardeering van enkele keizers geacht, met name jegens Tiberius. Het is er Tacitus niet in de eerste plaats om te doen, de waarheid mede te deelen, maar om de gebeurtenissen, door anderen beschreven testiliseeren. Aan hem moet men vooral zijn woordkunst bewonderen. Zijne geschriften hebben niet slechts eene wetenschappelijke, maar ook eene zedelijke strekking, die hij (ann. III. 65) uitdrukt in de woorden:quod praecipuum munus annalium reor, ne virtutes sileantur, utque pravis dictis factisque ex posteritate et infamia metus sit.

Tader, rivier in het Z. van Hispania Tarraconensis,niet ver ten N. van Carthago Nova, tgw. Segura.

Tadii, rom. geslacht, waarvan een paar leden in het procestegenVerres als diens vrienden voorkomen.

Taenarum,Ταίναρον, thans kaap Matapan, de middelste Zuidpunt van de Peloponnesus. Daar stond een tempel van PoseidonἈσφάλειος, ook als vrijplaats beroemd. In de nabijheid was eene grot, die een van de toegangen tot de onderwereld was en waardoor Heracles het monster Cerberus naar boven bracht. Ook zou hier Arīon (z. a.) door zijn dolfijn aan land zijn gebracht. Er lag ook eene stadTaenarusofTaenarium; in den omtrek vond men aanzienlijke marmergroeven.

Tagae,Ταγαί, stad in Parthia op de grenzen van Hyrcania, ten W. van Hecatompylus.

Taephaliof-lae, westgothische stam, die in de 4deeeuw n. C. in Dacia woonde.

Tages, zoon van een genius, kleinzoon van Jupiter, kwam eens bij Tarquinii, terwijl een boer bezig was zijn land om te ploegen, als knaap uit een diepe vore te voorschijn. Op het geroep van den verschrikten landman kwamen velen toesnellen; T. onderwees hen in de etruscische voorspellingskunst (haruspicina) en stierf terstond daarop. Sommige van zijne lessen waren opgeteekend in deAcheruntici libri.

Ταγός, in Thessalië titel van den opperbevelhebber van het leger, later ook van den hoogsten overheidspersoon.

Tagus,Τάγος, rivier in Hispania, thans de Taag (Tajo, Tejo), rijk aan stofgoud, visschen en aan den mond met oesterbanken.

Taifali=Taephali.

Talaonides,Ταλα(ι)ονίδης, Adrastus, zoon van Talaüs.

Talassio, -sius, romeinsch huwelijksgod, die bij het geleiden van de bruid naar het huis van haar echtgenoot luide werd aangeroepen. Men verhaalde dat iemand, die bij den sabijnschen maagdenroof het schoonste meisje gegrepen had, om haar tegen aanranding te vrijwaren voorgewend had, dat zij voor Talassius, een aanzienlijk en algemeen bemind Romein, bestemd was. Maar het volk, dat zijn list doorzag, hield hem bij zijn woord en allen hielpen hem nu het meisje naar T. brengen, terwijl men schertsend luide riep: Talassio.

Talaüs,Ταλαός, zoon van Bias en Pero, koning van Argos, een van de Argonauten, vader van Adrastus, Eriphȳle e. a.

Talentum,τάλαντον, oorspronkelijk de weegschaal, vervolgens een bepaald gewicht = 26.2 kilo, eindelijk een geldsom, overeenkomend met de waarde van dit gewicht in zilver. Men rekent het attische talent = ƒ2820, het aeginetische en babylonische = 1⅔, het euboeïsche = 1-7/18 att. tal. Het talent was verdeeld in 60 minen, de mina in 100 drachmen.

Talos,Τάλος, 1) zoon eener zuster van Daedalus, vond verscheiden werktuigen uit, waarom zijn oom afgunstig werd op zijn roem en hem verraderlijk van de acropolis wierp. V. a. was zijn naam Perdix.—2)een koperen reus, die slechts één ader had, welke van het hoofd tot de voeten liep en daar met een pen gesloten was. Hij was door Hephaestus of Zeus aan Minos of Europa geschonken om Creta te bewaken; dagelijks liep hij driemaal om het eiland heen, en als hij vreemdelingen zag, maakte hij zich in een groot vuur gloeiend en drukte hij hen in zijne armen dood. Toen de Argonauten op Creta landden, doodde Medēa hem door de pen uit zijn ader te trekken, zoodat hij doodbloedde; v. a. doodde Poeas hem met zijne pijlen.

Talthybius,Ταλθύβιος, heraut van Agamemnon, te Sparta en Argos als heros vereerd. Van hem was het geslacht der Talthybiaden (Ταλθυβιάδαι) te Sparta afkomstig, waaruit de herauten genomen werden; z. ookBulis.

Talus, dobbelsteen, ziealea.

Tamassus, Tamasus,Ταμα(σ)σός, stad op Cyprus, beroemd om hare kopermijnen, door sommigen voor het homerische Temesa gehouden.

Tamesaof-sis,Τάμεσα, rivier in Britannia, thans de Theems.

Ταμίας, in ’t algemeen rentmeester, penningmeester. Te Athene was sedert het einde der vierde eeuw deτ.ofἐπιμελητὴς τῆς κοινῆς προσόδου, ook kortwegὁ ἐπὶ τῇ διοικήσειgenoemd, een soort minister van financiën, die het beheer over de geheele schatkist voerde; hij werd door volkskeuze aangewezen en bekleedde zijn ambt vier jaar. Zijn departement was in talrijke onderafdeelingen verdeeld, waarvan ieder een eigen kas en een eigen beheerder had, die eveneensτ.heette.

Tamna,Τάμνα, groote, welvarende hoofdstad der Catabani in het Z. W. van Arabia felix, volgens het verhaal met 65 tempels en met een levendigen handel in specerijen en myrrhe.

Tamos,Ταμώς, een Aegyptenaar, onder Tissaphernes stadhouder van Ionië, later bevelhebber der vloot van den jongen Cyrus.

Tamphilus, familienaam in degens Baebia.

Tamynae,Ταμύναι, Ταμῦναι, euboeïsche stad tot het gebied van Eretria behoorende, aan de Z. kust, ten O. van Eretria gelegen, in welker nabijheid Phocion den eretrischen tyran Callias versloeg.

Tanager, rivier in Lucania met een gedeeltelijk onderaardschen loop, bij Forum Popilii. Hij stroomt naar het N. en valt in den Silarus.

Tanagra,Τάναγρα, beroemde en belangrijke stad van Boeotia, aan den Asōpus gelegen, niet ver van de grens van Attica. In den omtrek groeide de beste wijn van Boeotia. In 457 werden de Atheners hier door de Spartanen verslagen.

Tanais, 1) rivier in Sarmatia, thans de Don, door de ouden als grensrivier tusschen Europa en Azië aangenomen. Dikwijls wordt deze stroom verward met den Jaxartes (Syr-Daria). Hij valt in den N.O. hoek der Palus Maeōtis (zee van Azow).—2)stad, milesischevolkplanting, aan den Zuidermond van bovengenoemde rivier.

Tanaquil,Τανακυλλίς, gemalin van den rom. koning Tarquinius Priscus. Later schijnt zij met een rom. godin van het spinnen vereenzelvigd en te Rome onder den naamGaia Caeciliavereerd te zijn.

Tanarus, rechter zijrivier van den Padus (Po), stroomt langs Pollentia en Hasta (Asta), en valt boven Clastidium in den Padus.

Tanaüs=Tanus.

Tanētum,Τάνητον, stad der Boii in Gallia Cispadāna, tusschen Parma en Mutina.

Tanfāna, Tamf., germaansche god of godin, had een tempel in het gebied der Marsi, die in 14 na C. door Germanicus verwoest werd.

Tanis,Τάνις, stad in de Nijldelta, op den rechteroever van den Tanitischen Nijlarm, hoofdplaats van het distrikt Tanītes, residentie van eene der oude aegyptische dynastieën.

Taniticum ostium,Τανιτικὸν στόμα, een van de Nijlmonden, ten W. van den Pelusischen Nijlmond gelegen.

Tannētum=Tanetum.

Tantalides,Τανταλίδης, Pelops, Atreus, Thyestes, Agamemnon en Orestes, zoon en verdere nakomelingen van Tantalus.

Tantalis,Τανταλίς, Niobe en Hermione, dochter en achterkleindochter van Tantalus.

Tantalus,Τάνταλος, 1) zoon van Zeus of Tmolus en Pluto, zeer rijk koning van Phrygië, Lydië, Paphlagonië, Argos of Corinthe, genoot in hooge mate de gunst der goden, zoodat hij zelfs bij hunne maaltijden en vergaderingen werd toegelaten. Maar door zijn geluk overmoedig geworden, verried hij hunne geheimen, of hij stal nectar en ambrosia van hun tafel om die aan de menschen te geven, ook liet hij door Pandareüs een gouden hond uit den tempel van Zeus stelen en zwoer hij later, dat hij hem niet gekregen had; z. ookPelops. Tot straf voor zijne misdaden moet hij in de onderwereld in een water staan, dat tot zijne lippen reikt, terwijl de heerlijkste vruchten boven zijn hoofd hangen, maar wanneer hij van het water of de vruchten tracht te genieten, dan wijken zij onmiddellijk totdat zij buiten zijn bereik zijn, zoodat hij altijd door honger en dorst gekweld wordt. V. a. hangt steeds boven zijn hoofd een zwaar rotsblok, dat dreigt hem te verpletteren.—Zijn rijkdom en zijn straf zijn spreekwoordelijk geworden:Ταντάλου τάλαντα, χρήματα, δίψα. De vloek van zijne misdaden rustte op zijne kinderen, Pelops en Niobe, en op zijn geheel geslacht (Pelopiden).—2)een van de twee zonen van Thyestes, door Atreus (z. a.) gedood.—3)zoon van Amphīon en Niobe.

TanusofTanaüs,Τὰνος, Ταναός, rivier in Thyreātis of Cynuria, op de grenzen van Argolis.

Tanusii, rom. geslacht, waarvan één lid tijdens Sulla’s proscripties door Catilīna werd omgebracht en een ander,Tanusius Geminus, de samenzwering van Catilina in een historisch werk behandelde, waarin ook van Caesar als deelgenoot werd gesproken. Z.Volusii.

Taochi,Τάοχοι, volksstam in het N.O. van Pontus, aan de grens van Armenia, ten Z. van de Moschi.

Taphiae insulae,Ταφίων νῆσοι, vroegerTeleboae insulae,Τηλεβοῶν νῆσοι, geheeten, eene eilandengroep in de ionische zee tusschen het eiland Leucas en de acarnanische kust, oudtijds bewoond door de zeevarende Taphiërs of Teleboërs. Homerus noemt het grootste dezer eilandenTaphus,Τάφος, later heette hetTaphius,Ταφιοῦς.

Taphius,Τάφιος, zoon van Poseidon en Hippothoë, stichter van de stad Taphus op het eiland van dien naam.

Taphrae,Τάφραι, Τάφρος(= gracht), vestingwerk tot afsluiting van den hals der Chersonēsus Taurica, op het smalste gedeelte der landengte (thans landengte van Perekop).

Taphrus,Τάφρος(= gracht, kanaal), 1) =Taphrae.—2)de doorvaart tusschen Sardinia en Corsica,fretum Gallicum(straat v. Bonifacio).

Taphus, zieTaphiae insulae.

Taprobane,Ταπροβάνη, oude naam voor het eiland Ceylon.

Tapūri,Τάπουροι, wilde volksstam in Hyrcania.

Taras,Τάρας, zoon van Poseidon, kwam van kaap Taenarum naar Italië en stichtte Tarentum.

Taras=Tarentumno. 2.

Ταράξιππος, een rond altaar in de renbaan te Olympia, staande op een plaats, waar de paarden dikwijls schichtig werden, naar men meende door den invloed van den geest van Myrtilus of Oenomaüs, die daar begraven was; z. ookGlaucusno. 2.

Tarbelli,Τάρβελλοι, volk in Aquitania, tusschen den Atūrus (Adour) en de Pyrenaeën. Hoofdstad:Aquae Tarbellicae.

Tarchon,Τάρχων, Τάρκων, zoon of broeder van Tyrrhēnus, stichter van 12 steden in Etrurië, waarvan eene naar hem Tarchonium (later Tarquinii) heette. Hij hielp Aenēas in zijn strijd tegen Turnus.

Tarentini ludi=Terentini ludi.

Tarentum, 1) =Terentum.—2)Τάρας, thans Taranto, Tarente, voorname stad in het Z. van Italia, aan een inham in den N.O. hoek van densinus Tarentinusgesticht door Iapygiërs, doch later gekoloniseerd door de uit Sparta verdrevenPartheniaeonder aanvoering van Phalanthus (707), vandaar bij Horatius de benamingLacedaemonium Tarentium. Tarentum, in eene allerbekoorlijkste streek gelegen, machtig door zeevaart, handel en nijverheid, verhief zich spoedig boven de andere grieksche volkplantingen van Magna Graecia, doch verviel ook tot een weelderigheid, die zijn ondergang ten gevolge had. De houding der Tarentijnen gedurende de samnietische oorlogen bracht hen in botsing met Rome. Zij riepen Pyrrhus, koning van Epīrus, te hulp, die echter na twee overwinningen en ééne nederlaag Italia moest verlaten (275). De strijd, thans al te ongelijk, eindigde in 272 met de verovering der stad,die daarbij half werd verwoest. In 212 trachtten de tarentijnsche gijzelaars te Rome te ontvluchten, doch werden bij Tarracīna achterhaald, teruggebracht en, na gegeeseld te zijn, van de Tarpejische rots geworpen. Op het bericht hiervan zwoeren eenige aanzienlijke jongelingen te T. samen, en hun verraad, geholpen door de zorgeloosheid van den rom. bevelhebber, speelde de stad aan Hannibal in handen. De burcht bleef echter in het bezit der Rom. In 209 werd T. door de Rom. heroverd en geplunderd, terwijl alles, wat de soldaten ontmoetten, over de kling werd gejaagd en 30000 inwoners als slaven werden verkocht. In 122 werd er door C. Gracchus eene rom. kolonie heen gebracht, en dank zij hare ligging, verhief de stad zich weder tot een ongemeenen bloei, doch met de welvaart keerden ook weelderigheid en verwijfdheid terug (molle Tarentum).

Tarichēa, -chĕae,Ταριχεῖα, -χέαι, stad in Galilaea aan den westelijken oever van het meer van Tiberias of Gennesareth. De hoofdbron van bestaan was het zouten van visch,ταριχεύειν, vandaar de naam.

Tarne,Τάρνη, stad in Maeonia, bij Homerus vermeld.

Tarpa, zieMaecius Tarpa.

Tarpēii.1)Sp. Tarpeius, bevelhebber van den burcht op den capitolijnschen berg in den oorlog na den sabijnschen maagdenroof, zou, volgens de sage, Rome aan de Sabijnen hebben willen overleveren, doch werd door Romulus met zijne dochterTarpēiater dood gebracht. Volgens een ander verhaal zou Tarpeia de Sabijnen hebben binnengelaten, onder belofte dat deze haar zouden geven wat zij aan den linkerarm droegen, waarmede T. een gouden armband bedoelde. Toen zij echter het Capitool bezet hadden, wierpen zij hunne schilden, die zij ook aan den linkerarm droegen, op het meisje, dat daaronder verpletterd werd. De steile rots, op welks top dit gebeurd was, aan den zuidhoek van het Capitool, kreeg en behield den naamsaxum Tarpēium. Van deze rots werden soms ter dood veroordeelde staatsmisdadigers afgeworpen. ZieCapitolinus(mons).—2)Sp. Tarpēius Montānus Capitolīnus, consul in 454; zielex Aternia Tarpeia.

Tarpēium(saxum), zieTarpeiino. 1 enGemoniae scalae, enCapitolinus(mons).

Tarpēius, bijnaam van Jupiter Capitolīnus, naar de Tarpejische rots nabij zijn tempel.

Tarphe,Τάρφη, locrische stad in een boschrijke streek aan den berg Cnemis, bij Homerus vermeld, met een tempel van Hera. LaterPharygae,Φαρύγαι.

Tarquinii, een etruscisch geslacht. 1)L. Tarquinius Priscus, vijfde koning van Rome. Volgens de sage zou hij de oudste zoon geweest zijn van den te Tarquinii gevestigden Corinthiër Demarātus (z. a. no. 2), op raad zijner echtgenoote Tanaquil zou hij naar Rome verhuisd zijn en daar zijn etrurischen naam Lucumo tegen dien van Tarquinius verwisseld hebben. Op zijn tocht, toen hij Rome reeds in het gezicht had, was een arend op hem toegevlogen, had hem den hoed afgenomen en dien weder op zijn hoofd laten vallen, waaruit Tanaquil hem een luisterrijke toekomst voorspelde. Te Rome maakte hij zich door vriendelijkheid en mildheid bemind en won het vertrouwen van Ancus Marcius, die hem tot voogd over zijne zonen benoemde. Na Ancus’ dood nam Tarq. echter zelf bezit van den troon, met goedkeuring van senaat en volk. Hij verfraaide Rome, liet o. a. den circus maximus en de beroemdecloacaebouwen (volgens sommige nieuweren zijn decloacaeeerst in het begin der 2deeeuw aangelegd), legde op den Capitolinus de fundamenten van den grooten tempel van Jupiter, Juno en Minerva, nam nieuwe geslachten onder de patriciërs en 100 nieuwe leden in den senaat op (patres minorum gentium), verdubbelde het getalequites, oorloogde voorspoedig tegen Sabijnen en Latijnen, stelde deludi Romaniin, enz. Na eene 38-jarige regeering (616–579) werd hij door de zoons van Ancus Marcius vermoord en door Servius Tullius (z. a.) opgevolgd. Hetzij Tarquinius Priscus langs vreedzamen weg op den troon is gekomen, hetzij de Etruscers als veroveraars zijn opgetreden, met zijne troonsbeklimming treedt eene etrurische dynastie op, en etrurische invloed op de rom. instellingen, vooral wat koninklijke praal en godenvereering betreft, is niet te loochenen.—2)L. Tarquinius Superbus, laatste koning van Rome (534–510), schoonzoon van Servius Tullius, beklom den troon door eene omwenteling, die aan Servius het leven kostte. Hij bracht ook het zijne bij tot verfraaiing der stad, en voltooide o. a. den tempel op het Capitool; hij breidde door list zoowel als door kracht van wapenen het rom. gebied uit, versloeg de Volscen, maakte Rome tot hoofd van het latijnsche verbond en stichtte tot teeken daarvan op den Aventīnus den bondstempel van Diana. Doch hij regeerde als een dwingeland, ontzag de patriciërs evenmin als de plebejers en stoorde zich aan senaat noch wetten. De overmoed zijner zoons, waarvan een, Sextus, de kuische Lucretia met geweld onteerde, deed de maat overloopen; Tarquinius, die juist de stad Ardea belegerde, vond bij zijne terugkomst de poorten van Rome gesloten en de koninklijke waardigheid afgeschaft. Hij zocht eerst hulp bij de etrurische steden Tarquinii en Veii, daarna bij koning Porsēna van Clusium, vervolgens bij zijn schoonzoon Mamilius Octavius, dictator van Tusculum, die de Latijnen tot het verleenen van bijstand overhaalde. De slag bij het meer Regillus verijdelde ook deze laatste hoop en de verdreven koning begaf zich naar Cumae, waar hij overleed. De andereTarquiniiverhuisden naar Caere, waar hun familiegraf in 1847 ontdekt is. Toch vindt men ook later nog Tarquinii in Rome.—3)L. Tarquinius Collatīnus, aldus genoemd omdat hij te Collatia, een uur gaans van Rome, woonde, bekleedde na de onteering en den zelfmoord zijner gemalin Lucretia (zieLucretiino. 2) in 509 met L. Iunius Brutus het eerste consulaat.Toen echter het volk besloot, dat al wie tot degens Tarquiniabehoorde, met verbanning zou worden getroffen, legde T. zijn ambt neder en trok naar Lavinium.

Tarquinii,Ταρκυνία, oude, beroemde stad in Etruria, aan de kust en de via Aurelia gelegen, wellicht eenmaal het hoofd der 12 etruscische bondssteden. Door de oorlogen met Rome geraakte de stad in een staat van verval, waaruit zij zich niet weder verhief. De necropolis der plaats (bij Corneto) heeft bij de opgravingen nog merkwaardige vondsten opgeleverd.

Tarquitii, een rom. geslacht van weinig beteekenis. Vermeld zij slechtsTarquitius Priscus, de aanklager van T. Statilius Taurus (Statiliino. 5), wienslegatushij geweest was. In 61 n. C. werd hij zelf wegens knevelarij veroordeeld.

Tarracīna,Ταρρακίνη, latere naam vanAnxur(z. a.), thans Terracina.

Tarraco,Ταρρακών, massilische volkplanting aan de hispanische kust, N.O.waarts van de monding van den Ibērus (Ebro). In den tweeden punischen oorlog werd het door de Scipio’s zeer versterkt en tot een hoofdarsenaal gemaakt. Onder Augustus werd het de hoofdplaats der provincieHispania Tarraconensis. Thans Tarragona.

Tarsus,Ταρσόςen-σοί, oude hoofdstad van Cilicia, aan den Cydnus in eene heerlijke streek gelegen, de geboorteplaats van den apostel Paulus. Het was eene groote, welvarende stad, waar de studie van letteren en wijsbegeerte bloeide, en die ook onder rom. heerschappij belangrijk bleef, ofschoon zij meermalen te lijden had door de invallen van roofzieke bergstammen, de Isauriërs. Ter eere van C. Julius Caesar nam zij den naamIuliopolisaan. Keizer Iuliānus (Apostata) werd er begraven.

Tartarus,Τάρταρος, rivier in Gallia Transpadāna, thans Tartaro. Hij stroomt tusschen Athesis en Padus, en stort zich vervolgens te midden van moerassen in zee. Aan deze rivier lag Atria (Adria).

Tartarus, -ra,Τάρταρος, -ρα, de onderaardsche diepte, waar de Titanen, Cyclopen, Danaïden, Tantalus, Ixīon e. a. hunne straffen wegens ernstige vergrijpen tegen de goden ondergaan, even ver beneden als de hemel boven de aarde, de woonplaats der Erinyen, Nyx e. a., door eeuwige duisternis bedekt. Soms algemeen = de onderwereld. Gepersonifiëerd is T. de zoon van Aether en Gaea, de vader van Typhoëus, Echidna en de Giganten.

Tartessus,Ταρτησσός. Dit is de oude naam voor Baetica, het stroomgebied van de Baetis (Guadalquivir), die zelf ook Tartessus genoemd wordt. De bewoners, Iberiërs, in het oude Testament Tarschisch, bij de Grieken Tartessii, (Ταρτήσ(σ)ιοι), bij de Romeinen Turti geheeten, splitsen zich later in de twee stammen der Turduli (in het binnenland) en der Turdetāni (aan de kust). De hoofdstad van het land, ook Tartessus geheeten, lag op een eiland aan den mond der Guadalquivir. Het land voerde al in de hooge oudheid edele metalen, vooral zilver, uit. Bovendien zochten de inwoners met hun zeilschepen, die beter dan de phoenicische tegen eb en vloed bestand waren, de tin- en zilvermijnen van het N.W. van Spanje, en later de Cassiterides insulae (z. a.) op. Hun handel maakte hen rijk en welvarend.

Taruenna, thans Thérouanne, stad der Morīni, een volksstam op de tegenw. vlaamsche kust.

Tarusātes, volksstam in Aquitania, in de tegenw. Landes.

Tarutius, een geleerd wijsgeer, wiskunstenaar en astroloog, een vriend van Varro en Cicero.

Tatiānus,Τατιανός, bijg.ὁ Σύρος, een Assyriër, die in de laatste helft der 2deeeuw n. C. leefde, en na het bestudeeren der grieksche wijsbegeerte tot het Christendom overging, dat hij in verscheiden geschriften verdedigde. Hij hield eenigen tijd te Rome verblijf; na den dood van Justinus Martyr (in 167 onthoofd) keerde hij naar het Oosten terug, waar men hem later vindt als hoofd eener naar hem genoemde secte (Τατιανοί), die zich door een streng ascetisch leven onderscheidde.

Tatius(Titus), koning der Sabijnen, die na den sabijnschen maagdenroof op Rome lostrok, maar na de verzoening tusschen Sabijnen en Rom. vijf jaren gezamenlijk met Romulus over de vereenigde Tities en Ramnes regeerde, tot hij bij een offer te Lavinium of te Laurentum vermoord werd.

Tatta, groot zoutmeer op de grenzen van Lycaonia, Cappadocia en voor een klein gedeelte ook van Galatia.

Tauchīra,Ταύχειρα, stad op de kust van Cyrenaica, met een beroemden tempel van Cybele, later Arsinoë geheeten.

Taulantii,Ταυλάντιοι, illyrische volksstam bij Epidamnus (Dyrrachium).

Taüm, baai aan de Oostkust van Caledonia (Schotland), thans Firth of Tay.

Taunus mons, gebergte in Germania, in het latere Nassau, thans nog Taunus geheeten, bij Aquae Mattiacae (Wiesbaden).

Tauranitium, distrikt van Armenia, ten N. van Tigranocerta, ten O. grenzende aan het meer Thospītis.

Taurasia, hoofdstad der Taurīni, sedert Augustus rom. kol. onder den naamAugusta Taurinorum, thans Turijn.

Taurentum, -roëntium,-rois,Ταυρόεις, sterk kasteel in het gebied van Massilia (Marseille), op de kust van Narbonensis. Tgw.Tarente.

Tauri,Ταῦροι, wilde, ruwe volksstam in het Z.W. van deChersonēsus Taurica, de tegenw. Krim, terwijl in het vlakke Noorden Scythen woonden. Zij stonden onder een koning en leefden van roof en oorlog. Aan hunne godin (Taurica dea,Ταυριώνη, Ταυροπόλος), die door de Grieken met Artemis vereenzelvigd werd, brachten zij menschenoffers. Schipbreukelingen en krijgsgevangenen werden tot offers bestemd, vooral als het Grieken waren. Wanneer de koning overleed, werden zij, die hem het liefst waren, met hem begraven.

Taurii ludi, taurische spelen, door Tarquinius Superbus ingesteld ter gelegenheid eener pest, tot verzoening der onderaardsche goden Dis en Proserpina, ook werden Apollo als afweerder der pest en Diana Lucīna, benevens Jupiter en Juno aangeroepen. Het offer had ’s nachts plaats vóór de Porta Carmentālis. De spelen zelf werden gehouden in het Circus Flaminius. De eenige keer, dat ze in historischen tijd gevierd zijn, was in het jaar 186.

Taurica dea,Ταυριώνη, Ταυρώ, Ταυροπόλος, Artemis, zoo genoemd naar haar tempel in Tauris, waar haar menschenoffers gebracht werden, z.Iphigenia.

Taurīni,ΤαυρῖνοιofΤαυρινοί, ligurischevolksstamten Z. van den Padus (Po). Hoofdstad Taurasia (Turijn). In hun gebied lag desaltus Taurinus, waardoor de Galliërs en later Hannibal trokken bij hun inval in Italië.

Taurisci, keltische stam in Noricum, waarvan de naam nog voortleeft in het duitsche woord Tauern. Later worden ze gewoonlijk Norici genoemd.

Tauriscus,Ταυρίσκος, beeldhouwer van Tralles; van hem en zijn broeder Apollonius, is een beroemd werk, de farnesische stier, bewaard gebleven.

Taurobolia, z.Rhea(Cybele).

Tauroëntium, Taurois=Taurentum.

Tauromenium,Ταυρομένιον, thans Taormina, aanzienlijke stad aan de Oostkust van Sicilia op den berg Taurus gelegen. Na de verwoesting van het nabijgelegen Naxus in 358 door Dionysius I van Syracuse vestigden zich de overgebleven Naxiërs in T., dat hierdoor aanmerkelijk werd vergroot. In den sicilischen slavenopstand (141–132) had T. veel te lijden. In Cicero’s tijd was het eenecivitas foederata, doch in de burgeroorlogen moest het boeten voor zijn heulen met S. Pompeius en werd er eene kolonie van rom. veteranen heengezonden. Nog vindt men er belangrijke overblijfselen van het gedeeltelijk in de rotsen uitgehouwen theater, dat meer dan 30000 toeschouwers kon bevatten.

Taurus, familienaam bij deStatilii(Statiliino. 4 en 5).

Taurus,Ταῦρος, het sterrenbeeld de Stier, werd gehouden voor den stier, die Eurōpa ontvoerd had, of dien Poseidon aan Minos had geschonken.

Taurus,Ταῦρος, thans nog Taurus of Ala-Dagh geheeten, groote bergketen in Asia minor, die op de kust van Lycia bij kaap Chelidonium begint en door Pisidia en langs de N. grens van Cilicia loopt. Van daar gaat een tak alsAntitaurusN. O. waarts, doorsnijdt Cappadocia en Armenia minor, om zich aan den mons Moschicus aan te sluiten, die weder de verbinding met den Caucasus vormt. De andere tak behoudt den naam Taurus en blijft in oostelijke richting doorloopen tot aan de samenhangende meren Thospītis en Arsissa. De Euphraat breekt in zijn loop door het gebergte heen. Een zijtak van den Taurus vormt de Amānus (z. a.). De Taurus is tot aan zijn top met bosch begroeid.

Tavium, -via,Ταούιον, -ία, hoofdstad der keltische Trocmi in het O. van Galatia, aan het kruispunt van verschillende groote wegen gelegen en hierdoor belangrijk als stapel- en handelsplaats. Men vond er een tempel en een kolossus van Zeus.

Ταξίαρχοι, te Athene 10 officieren, een uit iedere phyle. Zij voerden het bevel over de door hun phyle geleverde troepen; in rang volgden zij terstond op den opperbevelhebber.

Taxila,τὰ Τάξιλα, hoofdstad van den indischen vorst Taxiles ten tijde van Alexander den Gr., tusschen den Indus en den Hydaspes gelegen.

Taxiles,Ταξίλης, koning van Taxila, onderwierp zich aan Alexander d. G. en voerde later voor hem tijdelijk het bewind over een deel van Indië.

Τάξις, de opstelling van een Grieksch leger vóór den slag. In den Trojaanschen oorlog, zooals die door Homerus beschreven wordt, valt het gevecht gewoonlijk uiteen in vele tweegevechten derβασιλῆες, die met hun strijdwagens vóór de infanterie uitrijden, en het voetvolk in veleφάλαγγεςopgesteld, heeft in het geheel geen invloed op den uitslag van den strijd. In den historischen tijd zijn de strijdwagens verdwenen, en het Grieksche leger bestaat uit één aanééngeschakelde slaglinie (z.phalanx) van dichtopeengeplaatste zich met hun schilden dekkende hopliten (z.ὁπλῖται), die gewoonlijk 8 man diep opgesteld worden.

Naast dit hoofdwapen had men dan nog de hulpwapens derἱππῆς, τοξόται, πελτάσται, en andereψίλοι(zie onder deze artikelen). Talrijk waren deze burgerlegers niet; bij Marathon stonden hoogsten 5000 hopliten tegenover 4000 Perzen; bij Plataeae, de grootste slag, dien de vrije Grieken ooit geleverd hebben, stonden 20000 man tegen 18000 Perzen en op de hand der Perzen strijdende Grieken.—Ieder hopliet had tot zijn bediening een oppasser (z.ψίλοι). De hopliten waren, behalve in Sparta de 2000 eigenlijke Spartiaten, geen beroepsoldaten. Maar de algemeene voorliefde voor sport, ten minste bij de welvarenden, maakte dat ze met geringe voorbereiding bekwaam waren voor het leveren van een gevecht. Men naderde elkaar tot op 100à150 voet, en dan viel men in draf aan. Daar nu alleen de linkerzijde door het schild gedekt was, had elk grieksch leger de neiging, zich naar rechts te keeren, om zoodoende een aanval in zijn rechterflank te vermijden. Ook stonden op den rechtervleugel steeds de beste troepen. Zoodoende kwam het vaak voor, dat de rechtervleugel van beide partijen het won, en na het verslaan der linkervleugels met omgekeerd front met elkaar afrekende. Eerst Epaminondas heeft met deze dwaze wijze van vechten gebroken, en, door zijn kerntroepen 50 man diep op den linkervleugel op te stellen (ziePhalanx) bij Leuctra de macht van Sparta gebroken. Zie ookἅμιπποι. Omtrent de legers van Philippus en Alexander van Macedonië zie men de artikelen:πεζέταιροι, ἕταιροι, sarissa (het verschil tusschenἓταιροιenσαρισσόφοροιbestaat daarin, dat de eersten van adel zijn).

Voor de uitrusting van den soldaat zie men onder:πανοπλία.

Taygete,Ταϋγέτη, eene van de Pleiaden, bij Zeus moeder van Lacedaemon en Eurōtas. V. a. werd zij door Artemis in eene hinde veranderd om haar aan de vervolgingen van Zeus te onttrekken.

Taygetus, -um,Ταΰγετος, -ον, ruw en woest grensgebergte tusschen Laconica en Messenia, in kaap Taenarum (Matapan) uitloopende, met loodmijnen en marmergroeven.

Teānum,Τέανον, 1)Teānum Apulum, in het N. van Apulia nabij de kust, aan den Frento.—2)Teānum Sidicīnum, stad der Sidicini, geheel in het N. van Campania, met warme baden.

Tearus,Τέαρος, rivier in Thracia, waarvan het water eene genezende kracht uitoefende op huidziekten. De Tearus was een zijtak van den Agriānes, die zich op zijne beurt in den Beneden-Hebrus stortte.

Teāte, hoofdstad der Marrucīni, op een steilen heuvel gelegen, niet ver van de Adriatische zee.

Tecmessa,Τέκμησσα, dochter van den phrygischen koning Teuthras. Zij werd door Aiax, den zoon van Telamon, op een strooptocht gevangen genomen en werd bij hem moeder van Eurysaces.

Tectosages,Τεκτόσαγες, een hoofdstam der keltische Volcae in het Z. van Gallia Narbonensis, met de hoofdstad Tolōsa (Toulouse). Ook Narbo Martius (Narbonne) lag in hun gebied. Een gedeelte van dit volk vindt men na verschillende zwerftochten in het W.-deel van Galatia (z. a.) in Asia minor; hoofdstad: Ancȳra.

Tegea,Τεγέα, belangrijke stad in het Z.O. van Arcadia in het landschapTegeātis,Τεγεᾶτις, met een krijgshaftige bevolking, die herhaaldelijk hare vrijheid verdedigde tegen de aanslagen van Sparta. Bij de Thermopylae en bij Plataeae gaven zij bewijzen van groote dapperheid. Uit haat en naijver tegenover Mantinēa koos Tegea in den peloponnesischen oorlog partij voor Sparta, waaraan het ook in den corinthischen oorlog trouw bleef; de slag bij Leuctra evenwel (371) maakte de Tegeaten voor hunne eigene toekomst bezorgd en zij sloten zich bij Epaminondas en de Thebanen aan. Later verloor Tegea veel van zijn gewicht.Tegeaea, Atalante, dochter van Iasus uit Tegea.

Tegȳra,Τέγυρα, stad in Boeotia, ten N. van het meer Copāis, met een tempel van Apollo.

Τειχοποιοί, eene commissie te Athene, die het toezicht had over de werken tot onderhoud en vernieuwing van de stadsmuren, en de daarvoor bestemde gelden beheerde.

Telamon,Τελαμών, zoon van Aeacus en Endēis. Na den moord van zijn stiefbroeder Phocus vluchtte hij naar Salamis, hij huwde met de dochter van koning Cychreus en volgde hem in de regeering op. Hij nam deel aan den tocht der Argonauten en aan de calydonische jacht, ook volgde hij Heracles op zijne tochten tegen de Amazonen en tegen Laomedon en was hij de eerste die den muur van Troje beklom. Tot loon voor zijne dapperheid werd hem de schoone Hesione, de dochter van Laomedon, gegeven. Hij werd bij haar vader van Teucer en Trambēlus, bij eene andere gemalin, Eriboea, van Aiax. De stad Telamon in Etrurië was door hem op zijn terugreis van den Argonautentocht gesticht.

Telamon, stad aan de kust van Etruria, ten N.W. van Cosa.

Telamoniades, -nius,Τελαμωνιάδης, -νιος, Aiax en Teucer, zonen van Telamon.

Telchin,Τελχίν, zoon of v. a. vader van koning Apis (z. a.)

Telchīnes,Τελχῖνες, een priestergeslacht, dat in overoude tijden van Creta naar Cyprus en van daar naar Rhodus trok. Zij worden zonen van Thalassa en opvoeders van Poseidon genoemd. Zij waren groote kunstenaars en uitvinders van de meeste handwerken, vooral waren zij bekwaam in het bearbeiden van metaal, vandaar dat zij dikwijls met de Cyclopen en idaeïsche Dactylen en verder met de Cureten en Corybanten verwisseld werden. Ook waren zij machtige toovenaars, doch daar zij hun macht ten nadeele van goden en menschen gebruikten, werden zij door Apollo of door Zeus gedood.—V. a. verlieten zij Rhodus, omdat zij eene overstrooming voorzagen, en begaven zij zich deels naar Sicyon, deels naar Teumessus.—Naar hen wordt RhodusΤελχινίς, Creta en SicyonΤελχινίαgenoemd.

Telchinia,Τελχινία, oude naam van Crēta en Sicyon.

Telchinius, -nia,Τελχίνιος, -νία, bijnaam vanApollo, Hera en Athēna, wier eeredienst door de Telchinen op Rhodus was ingevoerd.

Teleboae,Τηλεβόαι, z.Taphilae insulae.

Teleboas,Τηλεβόας, zijtak van den Euphraat, in Armenia.

Teleclīdes,Τηλεκλείδης, dichter der oude attische comedie, tegenstander van Pericles.

Telegonus,Τηλέγονος, 1) z.Proteus.—2)zoon van Odysseus en Circe. Door zijne moeder uitgezonden om Odysseus te zoeken, landde hij bij toeval op Ithaca, waar hij, door honger gedreven, begon te plunderen en veel schade aanrichtte. Odysseus en Telemachus trokken hem te gemoet, en in den strijd, die hierop ontstond, doodde T. zijn vader zonder hem te kennen. Later huwde hij met Penelope en trok hij naar Italië, waar hij Tusculum en Praeneste stichtte.

Telemachus,Τηλέμαχος, zoon van Odysseus en Penelope, was nog een zeer jong kind, toen zijn vader naar Troje vertrok. Toen deze 20 jaar afwezig was geweest, ging T., op raad en gedeeltelijk onder geleide van Athēna, Nestor en Menelāus bezoeken om inlichtingen omtrent zijn vader in te winnen. Bij zijne terugkomst ontkwam hij gelukkig aan een hinderlaag, hem door de vrijers van Penelope gelegd; kort daarop vond hij zijn vader weder on hielp hij dezen bij de wraak, die hij op de vrijers nam. Na den dood van zijn vader ginghij met Telegonus naar Aeaea, hij huwde met Circe en kreeg bij haar een zoon, Latīnus, die echter v. a. een zoon van Odysseus en Circe was. Of hij huwde met de dochter van Circe, Cassiphone, die hem doodde, nadat hij hare moeder had omgebracht. V. a. huwde hij met Nausicaa, de dochter van Alcinous, of met Polycaste, de dochter van Menelāus, en had hij bij eene van deze beide een zoon, Ptoliporthes. Ook wordt nog verhaald, dat hij naar Italië gegaan zou zijn, en dat daar zijne dochter Roma met Aenēas huwde.

Telemus,Τήλεμος, zoon van Eurymus, waarzegger bij de Cyclopen.

Τελέοντες, v. s. betere lezing voorΓελέοντες.

Telephanes,Τηλεφάνης, 1) van Sicyon, een van de oudste grieksche teekenaars.—2)bekwaam metaalgieter van Phocis of Phocaea, weinig populair, omdat hij voor Darīus en Xerxes werkte of omdat hij in Thessalië woonde.

Telephassa,Τηλέφασσα, echtgenoote van Agēnor, vergezelde haar zoon Cadmus op zijne tochten, totdat zij in Thracië stierf.

Telephus,Τήλεφος, zoon van Heracles en Auge, werd na zijne geboorte te vondeling gelegd en door herders opgevoed. Toen hij volwassen was, ging hij op raad van het delphische orakel naar Mysië, waar hij zijne moeder vond, met de dochter van koning Teuthras trouwde en zijn schoonvader in de regeering opvolgde. Toen de Grieken op hun tocht naar Troje bij vergissing een inval in Mysië deden, werden zij door T. teruggeslagen, maar hijzelf struikelde over een wijnstok en werd door Achilles gewond. Bij deze gelegenheid vernamen de Grieken wie hij was, maar aan hun verzoek om mede tegen Troje op te trekken weigerde hij te voldoen, daar hij met een dochter van Priamus, Astyoche of Laodice, gehuwd was. De Grieken vertrokken daarop, maar werden door een storm naar hun vaderland teruggedreven. Daar de wond van T. niet genezen wilde, raadpleegde hij een orakel en ontving hij tot antwoord, dat alleen degene, die de wond had toegebracht, haar ook konde genezen. Hij begaf zich nu als bedelaar verkleed naar Griekenland en bad Agamemnon, terwijl hij met den kleinen Orestes in de armen als smeekeling aan den haard zat, hem te helpen. Daar Agamemnon intusschen een orakel had gekregen, dat alleen met de hulp van T. Troje konde genomen worden, bewerkte hij bij Achilles dat deze aan zijne bede zoude voldoen; door een weinig roest van de lans, waarmede de wond was toegebracht, genas zij terstond, waarop T. den Grieken de noodige inlichtingen gaf, zonder echter zelf aan den tocht deel te nemen.—Hij werd te Pergamus en op den berg Parthenius, waar hij te vondeling gelegd was, als heros vereerd.

Teles,Τέλης, Cynicus uit het midden van de 3deeeuw.

Telesia,Τελεσία, stad in Samnium, ten N. W. van Beneventum. Hier was Pontius Telesīnus, de beroemde veldheer in den marsischen oorlog, geboren.

Telesilla,Τελέσιλλα, van Argos, beroemde lierdichteres. Toen de spartaansche koning Cleomenes een inval in Argos deed, omstreeks 510, trok zij hem aan het hoofd der argivische vrouwen te gemoet en vuurde zij door hare liederen de mannen tot dapperheid aan. Van hare gedichten is zeer weinig bewaard gebleven.

Telesphorus,Τελέσφορος, zoon van Asclepius, een genezing aanbrengend god, soms ook bijnaam van Asclepius.

Telestes,Τελέστης, 1) laatste koning van Corinthe, 758–747.—2)van Selīnus, beroemd dithyrambendichter omstreeks het midden der 4deeeuw.

Τελετή, ieder zoenoffer of godsdienstige handeling, die van zonde bevrijdt, in het bizonder wordt de inwijding in mysteriën zoo genoemd met het oog op hun van schuld reinigende kracht.

Teleutas,Τελεύτας, z.Teuthras.

Teleutias,Τελευτίας, broeder van Agesilāus, voerde met roem het bevel over de spartaansche vloot in den corinthischen oorlog. In 382 werd hem het opperbevel in den oorlog tegen Olynthus opgedragen, waar hij het volgende jaar door onbezonnenheid een slag verloor en sneuvelde.

Tellēnae,Τελλῆναι, oude stad in Latium, vermoedelijk een paar uren gaans van Rome naar den kant van Antium of van Ardea gelegen, door Ancus Marcius verwoest.

Telliadae,Τελλιάδαι, oud beroemd geslacht van waarzeggers in Elis.

Tellias,Τελλίας, z.Gellias.

Tellumo, z.Tellus.

Tellus mater, bij de Rom. de godin van het bouwland, later gelijkgesteld met de grieksche Gaea. Aan haar zijn de Fordicidia (z. a.) gewijd. Als voortbrengster van alle voedsel is zij nauw verwant met Ceres. Ter eere van beide godinnen te samen worden deferiae sementivae(z. a.) gevierd. Tellus behoort oorspronkelijk ook tot de goden van de onderwereld; onder den invloed van de grieksche Demeter komt hiervoor later Ceres in de plaats. Nevens Tellus stond een mannelijk wezen van geheel gelijken aard,Tellumo.

Telmessus,Τελμησσός=Telmissus.

Telmissis,Τελμισσίς, kaap in Lycia, zieTelmissusno. 1.

Telmissus,Τελμισσός, 1) stad aan de Westkust van Lycia aan de Telmissische golf en nabij kaap Telmissis, een uitlooper van den Anticragus. Er zijn o. a. nog overblijfselen van een theater en van grafkelders, in de rotsen uitgehouwen.—2)stad in Pisidia, ookTermessusgeheeten, sterke vesting, aan een bergpas in den Taurus gelegen.

Telo Martius, havenstad in Gallia Narbonensis aan de Middellandsche zee, thans Toulon.

Τελῶναι, te Athene pachters der staatsinkomsten. Voor de behoorlijke betaling der pachtsom werden borgen gesteld, bleef de betaling niettemin achterwege, dan verloor de schuldenaar zijne burgerrechten, ofschoon hem uitstel gegeven werd tot de 9deprytanie;had hij dan echter nog niet betaald, dan werd de schuld verdubbeld, en indien zij niet terstond betaald werd, werden zijne goederen verbeurd verklaard, bovendien kon de nalatige pachter gevangen genomen worden. Deze straffen troffen, naar het schijnt, zoowel den pachter als zijne borgen.—Voor zaken, die veel kapitaal vereischten, vereenigden zich dikwijls verscheiden pachters tot een vennootschap onder het bestuur van eenτελωνάρχηςofἀρχώνης.

Telōnus, onzekere lezing voorTolenus.


Back to IndexNext