Chapter 70

Tempelruïnen te Paestum.Tempelruïnen te Paestum.Telphūsa,Τέλφου(σ)σα, Τελφοῦ(σ)σα, stad in het N.W. van Arcadia aan den Ladon, die haren naam heeft gekregen naar een stroomnimf, dochter van den stroomgod Ladon.Telus,Τῆλος, klein eiland, tot de Sporaden gerekend, halverwege tusschen de eilanden Rhodus en Cos, met dorische bevolking.Telys,Τῆλυς, tyran van Sybaris, toen de stad door de inwoners van Croton verwoest werd.Temenītisof-tes,Τεμενῖτις, -ιτής, bergkruin met een aan Apollo gewijde plek ofτέμενος, waarnaar de geheele kruin ookΤέμενοςwerd genoemd en Apollo ook wel Temenītes wordt bijgenaamd. Deze plaats werd vervolgens onder den naam Neapolis bij Syracusae getrokken.Temenus,Τήμενος, oudste zoon van Aristomachus, een van de Heracliden, die de Peloponnēsus veroverden. Bij de verdeeling van het schiereiland kreeg hij de regeering over Argos, die zijne nakomelingen, de Temeniden (Τημενίδαι), bleven behouden. Hij werd door zijn eigen zoon gedood, omdat hij zijn dochter en haar echtgenoot Deiphontes boven hem begunstigde. Ook de koningen van Macedonië noemden zich afstammelingen van T., ziePerdiccasno. 1.Temesa,Τεμέση, 1) zieTamassus.—2)ookTempsa,Τέμψα, genoemd, oude ausonische stad op de Westkust van Brutii, iets ten N. van Terīna en den sinus Terinaeus, sedert 194 rom. kolonie.Temnus,Τῆμνος, 1) stad in het aeolisch-aziatische kustland, aan den Hermus, een eind boven de monding gelegen, onder keizer Tiberius door eene aardbeving verwoest.—2)Τῆμνον ὄρος, gebergte in Mysia, dicht bij de grenzen van Lydia.Tempe,τὰ Τέμπη, eene meestal smalle vallei of bergkloof in het N.O. van Thessalia, tusschen den Olympus ten N. en den Ossa ten Z., thans de bergpas van Lycostomo. Door dit dal stroomt de Penēus naar zee. Voordat Poseidon door eene aardbeving dezen uitweg voor de wateren van Thessalië opende, zou dit gewest een groot meer zijn geweest. Xerxes beweerde dat, zoo de Thessaliërs zich niet hadden willen onderwerpen, hij het dal Tempe slechts door een dam had behoeven af te sluiten, om hen allen te doen verdrinken. Wegens hare stoute en verhevene, doch tevens liefelijke en bekoorlijke natuur is deze vallei door de ouden veelvuldig geprezen. Dichters hebben den naam ook op andere liefelijke dalen toegepast, b.v.Heloria Tempe= het dal van denHelōrusop Sicilia,Heliconia Tempein Boeotia, enz.Romeinsche tempel (maison carrée) te Nîmes.Romeinsche tempel (maison carrée) te Nîmes.Plattegrond van een romeinsche tempel.Templum,τέμενος, elke afgebakende en van de omringende ruimte afgescheiden plaats. Bij de Rom. heet aldus het waarnemingsveld, dat de augur onder het uitspreken van een zeker formulier aan den hemel met zijn staf afbakent, zieauguria. Op aarde verstaan de Rom. er eene plek gronds onder, die onder zekere vormen tot gewijden grond is gemaakten van de omliggende ongewijde ruimte zichtbaar is afgescheiden, onverschillig hoe, hetzij door een muur, een wal, een staketsel, ja zelfs door een andere ligging van het plaveisel. Zoo was o.a. eene rom. legerplaats eentemplum, evenzoo het comitium; een tempel werd eerst tottemplumwanneer hij volgens bepaalde regelen gewijd was (zieaedes).—Wat de tempelgebouwen betreft, zij stonden altijd op een vierzijdig voetstuk, waartoe men langs een of meer zijden met trappen opklom. Was het voorportaal,πρόναος, ofπρόδομοςgeheeten, aan drie zijden open, dan heette de tempelprostylus,πρόστυλος. Was het alleen aan de voorzijde open, dan was de tempel een antentempel, zieantae. Loopt er een zuilengang rondom den tempel (zie blz. 101 en 102), dan heet dezeperipterus,περίπτερος; waren er ter zijde in plaats van zuilen alleen pilasters tegen den muur aangebracht, die dus alleen tot versiering dienden en niet om het dak te dragen, dan noemde men ditpseudoperipterus,ψευδοπερίπτερος. Deze laatste vorm werd door de Rom. boven den anderen verkozen. Soms had men achter den tempel, die danναὸς ἀμφιπρόστυλοςheet, nog een achterbouw,ὀπισθόδομος, onder hetzelfde dak, doch met een afzonderlijken ingang, welk gedeelte wel gebezigd werd tot bewaarplaats van zaken, niet met den godsdienst in verband staande, als staatsarchieven, schatkist en dgl. Vroege grieksche tempels hebben in plaats van eenὀπισθόδομοςeenἄδυτον, zieadytum. Ook had men dubbeltempels, zooals dien van Roma en Venus te Rome, twee tempels, geheel aan elkander gelijk, onder één dak, met de achterzijde tegen elkander gebouwd, zoodat de beelden elkander den rug toekeeren. De gesloten binnenruimte van den eigenlijken tempel heette decella,ναός, σηκός. Bij de Grieken was deze meestal langwerpig, bij de Rom. in navolging der Etruscers een kwadraat, dikwijls groot genoeg voor senaatsvergaderingen. Een voorbeeld van een griekschen dubbeltempel, uit twee niet gelijke gebouwen bestaande levert het Erechthēum op, waarvan de plattegrond op blz. 102 te zien is. De Rom. bouwden ook nog ronde tempels met gewelfd koepeldak, zooals het Pantheon (z. a.), somsperipteri, soms ook als geheel open koepels, alleen bestaande uit het voetstuk en het door zuilen gedragen dak, diemonopteriheetten. Eene groote, dubbele deur verleende toegangtot den tempel, gaf deze geen licht genoeg, dan werd er in het dak eene schuine opening gelaten, die het licht liet vallen op het godenbeeld; was de hoogte van het dak boven den beganen grond te hoog voor de lengte van eene zuil, dan plaatste men twee rijen zuilen boven elkander, zoodat de tweede door den architraaf der benedenrij gedragen werd, zooals in de bijgevoegde teekening van een tempel te Paestum is te zien. Een driedubbele tempel was die van Jupiter, Juno en Minerva op het Capitool, waarvan hiervóór de plattegrond is weergegeven volgens het vermoeden van den italiaanschen bouwkundige L. Canina. Het voetstuk vormt een zuiver kwadraat, langs drie zijden zijn trappen. De aan drie zijden open voorhal gaf toegang tot de driecellae, waarvan de middelste voor Jupiter was bestemd. Ten slotte is hier nog bijgevoegd eene afbeelding van den buitengewoon goed bewaard gebleven tempel te Nemausus (Nîmes), door Agrippa gebouwd.Tempsa=Temesano. 2.Tempȳra,τὰ Τέμπυρα, vlek in Thracia, dicht bij de kust, ten W. van Doriscus. Bij T. lag een enge bergpas.Tenc(h)tēri,Τέγκτηροι, Τέγκτεροι, germaansch volk, meestal met de stamverwante Usipetes verbonden. Door de Suēbi opgejaagd, trokken zij over den Rijn naar Gallia, doch werden door Caesar teruggedreven en vestigden zich toen aan den rechteroever (tusschen Ruhr en Sieg). Zij waren uitstekende ruiters.Tenea,Τενέα, stad tusschen Corinthus en Mycēnae met een Apollo-tempel.Tenedus,Τένεδος(=Τέννου ἕδος, zieTenesofTennes), eiland met een gelijknamige stad en twee havens, tegenover de kust van Troas gelegen. Er was een beroemde tempel van Apollo Smintheus. In de perzische oorlogen werd T. eerst perzisch, later een trouwe bondgenoot van Athene, doch door den vrede van Antalcidas opnieuw aan Perzië prijsgegeven, door Alex. d. Gr. vrij verklaard, later rom.Te(n)nes,Τέ(ν)νης, zoon van Cycnus (z. a. no. 2). Hij werd op Tenedus als heros vereerd en had er een tempel, waar de naam van Achilles niet mocht worden genoemd en geen fluitspeler mocht binnentreden, omdat een fluitspeler bij Cycnus valsche getuigenis tegen T. had afgelegd.Tensa, thensa, een praalwagen, met goud en ivoor versierd en van een hemel voorzien, waarin bij plechtige optochten, o. a. bij de opening derludi Romanien derMegalesia, de beelden van verschillende godheden, op matrassen en kostbare spreien uitgestrekt, door de straten en over het forum te Rome werden gevoerd.Tentyra,τὰ Τέντυρα, hoofdstad van dennomus Tentyrītisin Boven-Aegypte, stroomafwaarts van Thebae. De inwoners waren bekend als voortreffelijke krokodillenjagers. Thans Denderah met belangrijke overblijfselen, o. a. van de tempels van Isis en Hathor. In dien van Hathor (1steeeuw n. C.) heeft men den beroemden dierenriem gevonden, die thans te Parijs is.Tenus,Τῆνος, een der cycladische eilanden, tusschen Delus en Andrus, met een beroemden tempel van Poseidon, die het eiland bevrijd had van de talrijke slangen, waarnaar het oudtijdsOphiussaheette. De hoofdstad heette ook Tenus. Hier zou de dichteres Erinna geboren zijn.Teos,Τέως, ionische stad op de aziatische kust, ten Z. van Clazomenae en ten N.W. van Ephesus, geboorteplaats van den lierdichter Anacreon, daarom spreekt Horatius vanTeia fides= anacreontische lier. Omstreeks het midden der 6deeeuw verhuisde een groot gedeelte der inwoners, de perzische heerschappij moede, deels naar het verwoeste Abdēra, dat zij herbouwden, deels naar Phanagoria. Teos had twee havens.Tepidarium, ziebalneum.Terēdon,Τερηδών, stad in Babylonia aan den Euphraat nabij de Perzische golf, belangrijke stapelplaats voor den arabischen handel, vooral voor wierook.Terentia Cassia(lex)frumentariavan 73, z.Cassia Terentia(lex). Het koren, dat voor deze uitdeelingen noodig was, moest door Sicilië geleverd worden tegen een vastgestelden prijs.Terentiānus Maurus, uit Africa, leefde in de 2dehelft van de 3deeeuw na C., en schreef een werk in dichtmaat in 4 boeken:de litteris, syllabis, pedibus et metris.Terentii, rom. geslacht, misschien van sabijnsche afkomst, dat geen andere vermeldenswaardige familie heeft opgeleverd, dan deVarrōnes.—1)C. Terentius Varro, de zoon van een slachter, die eerst in zijns vaders vleeschhal werkzaam was, maar als voorvechter van de rechten des volks door dit laatste tot verschillende ambten werd verheven en in 216 consul werd. Door zijne onberadenheid verloor hij den noodlottigen slag bij Cannae, waaruit hij zelf ter nauwernood met een gevolg van 70 ruiters ontkwam. Toch betuigde de senaat hem dank, dat hij niet aan het behoud van den staat wanhoopte, en droeg hem in 215 het bevel in Picēnum op.—2)A. Terentius Varro, streed in 184–182 als propraetor zegevierend tegen de Celtiberiërs in Hispania.—3)A. Terentius Varrowerd in 75 aangeklaagd wegens afpersingen, in Asia gepleegd en had zijne vrijspraak slechts te danken aan de schaamtelooze wijze, waarop zijn verdediger en bloedverwant, de redenaar Q. Hortensius Hortalus, de rechters omkocht. Daar Hortensius echter de rechters niet te best vertrouwde, liet hij de stembordjes met was van verschillende kleur bestrijken, zoodat hij kon zien, welke stem ieder in de bus wierp.—4)M. Terentius Varro Reatīnus, uit Reāte in het sabijnsche land (116–27), een der geleerdste mannen van zijn tijd en een vruchtbaar schrijver, was volkstribuun en in 67 legaat van Pompeius in den zeerooversoorlog; in 49 streed hij in Hispania tegen Caesar, met wien hij zich na den slag bij Pharsālus verzoende. Vervolgens leefde hij stil en afgezonderd geheel voor de wetenschap, doch had de grievende smart, bij devogelvrijverklaringen van Octaviānus zijne kostbare boekerij te zien plunderen en vernielen, terwijl hij ter nauwernood zijn leven redde. Om zijne buitengewone werkzaamheid als schrijver wordt hij door Ciceroπολυγραφώτατοςgenoemd. Het aantal zijner werken beliep meer dan 74. De voornaamste zijn:de lingua Latinain 24 boeken, waarvan er 6 vrij volledig zijn bewaard gebleven,antiquitates rerum humanarum(25b.)et divinarum(16 b.), over Italia en Rome en den ouden godsdienst loopende, waarvan belangrijke gedeelten bij Augustīnus voorkomen,hebdomadesofimagines, 700 beeltenissen van beroemde mannen, met schetsen uit hun leven, waarvan er telkens 7 bijeengevoegd waren, vandaar de titelhebdomades(het werk was verdeeld in 15 boeken), deora maritima, waaruit Plinius voor het geographische gedeelte van zijn encyclopaedie geput heeft,de re rustica, door hem op zijn 80stejaar geschreven en dat nog bestaat,satirae Menippēae, in 150 boeken over allerlei onderwerpen, waarvan slechts fragmenten bewaard zijn, zieSatira.—5)P. Terentius Varro Atacīnus(zieAtax), in 82 geboren te Narbo, een uitstekend kenner der grieksche letteren, maakte gedichten, o. a.de bello Sequanico, eeneArgonautica(naar Apollonius Rhodius), en schreef ook een sterrenkundig werk. Verder moet hij nog satiren en elegieën gedicht hebben.—6)M. Terentius Varro LucullusofM. Terentius Licinianus Varro, consul in 73, zieLiciniino. 25 enlex Cassia Terentia.—7)A. Terentius Varro Murēna, zieLiciniino. 32.—8)Terentia, echtgenoote van Cicero, zette haar man tot strengheid tegen de Catilinarii aan. Na Cicero’s terugkeer uit zijne ballingschap waren zijne geldelijke omstandigheden in de war. Huiselijke oneenigheden waren hiervan het gevolg, die zóó hoog liepen, dat zij eindigden met eene scheiding (46).—9)Terentia, echtgenoote van Maecēnas, leefde eenigen tijd van haren man gescheiden, doch verzoende zich weder met hem.—10)P. Terentius Afer, beroemd blijspeldichter, was in 185 te Carthago geboren en reeds vroeg als slaaf te Rome in het bezit van den senator P. Terentius Lucānus gekomen, in wiens huis hij den naam Afer droeg. Om zijne schoone gestalte en zijn voortreffelijken aanleg liet zijn meester hem een goede opvoeding geven en liet hem vervolgens vrij. Het eerste stuk, dat de dichter den aedielen ter opvoering aanbood, deAndria, opgevoerd in 166, moest hij eerst aan het oordeel van den gevierden dichter C. Caecilius Statius onderwerpen. Diens onverdeelde goedkeuring verzekerde het welslagen van Terentius, wiens karakter en beschaving hem bovendien de achting en vriendschap verwierven van Scipio (later Africānus minor) en diens vriend Laelius. In 159 stierf Terentius op een reis door Griekenland. De zes stukken, die wij van hem bezitten,Andria, Hecyra, Heautontimorumenos,Ennuchus, Phormio, Adelphoe, behooren tot defabulae palliataeen zijn naar grieksche modellen bewerkt, vooral naar Menander, in zooverre echter, dat Ter. niet grieksche stukken gewoon vertaalde, maar uit verschillende blijspelen verschillende karakters overnam en daaruit wat hem aanstond tot één geheel verwerkte. Zijne stukken, op het tooneel vertolkt doordenberoemden acteur Ambivius Turpio, oogstten grooten bijval, doch het ontbrak hem niet aan benijders, waaronder een overigens onbekende dichter voorkomt, Luscius Lanuvīnus, door Terentius eenmalevolus vetus poëtagenoemd. O. a. strooide men uit, dat zijne aanzienlijke vrienden Scipio en Laelius hem bij het maken zijner stukken hielpen, welk verwijt Ter. zich echter niet tot schande, maar tot eer rekent. Van zijne stukken bestaan nog de officiëeledidascalia(z. a.), alsmede een commentaar van Aelius Donātus.Terentilla(lex) of v.s.lex Terentiliatot het bekomen van geschreven wetten,de legibus scribendis, van den volkstribuun C. Terentillus (of -lius) Arsa (Harsa). Het wetsvoorstel werd in 462 voor het eerst in het concilium plebis te berde gebracht, doch eerst in 454 door depatriciërsaangenomen. Zietabularum(leges XII).Terentīni ludi, spelen ter eere van Dis en Proserpina, gedurende de rom. republiek viermaal gevierd op het Terentum of Tarentum, eene vulkanische plek op den campus Martius te Rome, met wedrennen en lectisternia. Zij zouden bij gelegenheid eener pest in 509 ingesteld zijn door den consul P. Valerius Poplicola. Volgens een ander verhaal, zou een Sabijn, Marius Valesius Tarentīnus op de bovengenoemde plek diep onder den grond een altaar van Dis en Proserpina ontdekt hebben, ook tijdens het heerschen eener pest. In werkelijkheid zijn deze spelen voor het eerst gehouden in 249, volgens een uitspraak der Sibyllijnsche boeken, en moesten zij elke 100 jaar herhaald worden, hetgeen in 146 en tijdens Augustus gebeurd is. ZieSaeculares ludi.Terentum, zieTerentini.Tereus,Τηρεύς, zoon van Ares en Bistōnis, koning der Thraciërs in Daulis (Phocis); z.Procne.Tergeste,Τεργέστη, stad in Histria, thans Triëst aan densinus Tergestīnus, reeds onder de Rom. eene belangrijke handelsplaats, sedert Vespasiānus rom. kolonie.Tergiversatio, intrekking eener aanklacht door den aanklager (vantergum vertere).Terias,Τηρίας, riviertje op de Oostkust van Sicilia, dat dicht bij Leontīni langs stroomde.Terillus,Τήριλλος, tyran van Himera, werd door Theron van Agrigentum verdreven. Op zijn verzoek zonden de Carthagers een groot leger om hem in de regeering te herstellen, dat echter door Theron en Gelo volkomen verslagen werd (480).Terīna,Τέρινα, Τέρεινα, kol. van Croton aan de Westkust van het land der Bruttii, door Hannibal verwoest en niet weder opgebouwd. De aanliggende golf heettesinus Terinaeus,Τεριναῖος κόλπος, ooksinus Hipponiātesnaar de stad Hipponium.Teriolis, ookTeriola castra, sterkte in Raetia. Hiervan wordt de naam Tyrol afgeleid.Termera,τὰ Τέρμερα, dorische stad in Caria, aan den mond van den sinus Ceramicus, tegenover het eil. Cos.Termerus,Τέρμερος, een roover in Thessalië, die met zijn sterk voorhoofd zijn tegenstanders den schedel placht te verbrijzelen. Heracles doodde hem.Termes, Termentia,Τερμησός, stad der Arevaci in Hispania Tarraconensis, in het brongebied van den Durius (Douro), ten Z.W. van Numantia. De Rom. stieten bij herhaling het hoofd voor de sterke, op eene hoogte gelegen stad. In 98 noodzaakten zij de inwoners, hunne woonplaats te verlaten en in de vlakte eene nieuwe stad te bouwen.Termessus=Telmissusno. 2.Termilae,Τερμίλαι, Τερμιλῆς, oude, inheemsche naam voor de Lyciërs, zieLycia.Terminalia, zieTerminus.Terminus, romeinsch god der grenssteenen. Men offerde hem bij het plaatsen van een nieuwen grenssteen, en op zijn feestdag, deTerminalia(23 Februari), kwamen buren bij den gemeenschappelijken grenssteen bij elkander en brachten er een offer, dat door een gemeenschappelijken maaltijd besloten werd. Ook van staatswege werden op dien dag aan de grenzen Terminalia gevierd. Toen bij het bouwen van het Capitolium het beeld van Terminus in den weg stond, verboden de auspicia het te verplaatsen, het bleef daarom in den tempel van Jupiter staan, die vandaar eveneens als een beschermer der grenzen (J. TerminalisofTerminus) beschouwd werd. In werkelijkheid was Terminus een nevenvorm van Jupiter, die dus zelf als beschermer der grenssteenen (termini) optreedt.Terpander,Τέρπανδρος, van Antissa op Lesbus, de eigenlijke schepper der grieksche muziek en uitvinder der citer met 7 snaren. Op bevel van het orakel van Delphi werd hij naar Sparta geroepen om er burgertwisten te beslechten en sedert dien tijd schijnt hij er gebleven te zijn. Hij behaalde o. a. den prijs bij den eersten muzikalen wedstrijd ter gelegenheid der Carnēa (z.Carnēus), 676. Sparta was in de 7deeeuw, na de verovering van Messene, de plaats waar muziek het meest beoefend werd.Terpsichore,Τερψιχόρα, Muze van reidansen en koorzangen; zij wordt gewoonlijk afgebeeld in dansende houding, met een lier en een plectrum in de handen.Terracīna=Tarracīna.Tertulliānus, 1) beroemd rom. jurist en schrijver van onderscheidene juridische geschriften, tijdgenoot van Papiniānus, ± 200 na C.; v. s. is deze identisch met no. 2.—2)Q. Septimus Florens Tertullianus, uit Carthago, (± 150 tot 230 n. Chr.), één der eersten, die het Christendom in vele latijnsche geschriften verdedigd heeft. Zijn stijl is vurig en heftig, maar duister.Teruncius, rom. gewicht en zilveren muntstukje = 3 unciae of ¼ as.Tervingi, naam der Visi-Gothi of West-Gothen, tijdens hun verblijf in Dacia (± 257–± 376).Tessera, zietabula.Testa, zieTrebatius.Testamentum.Er zijn oudtijds in Rome drie soorten van testamenten:—1)hettestamentum in comitiis calatis(ziecomitia), waartoe tweemaal in het jaar (waarschijnlijk op 24 Maart en 24 Mei) gelegenheid werd gegeven. Oorspronkelijk gold dit slechts voor de patriciërs.—2)hettestamentum in procinctu, dat de soldaten vóór den slag konden maken, en waarbij het leger getuige was.—3)hettestamentum per aes et libram, waarbij de erflater doormancipatio(z. a.) zijn goed tegen een schijnprijs verkocht aan den erfgenaam, later aan een tusschenpersoon (familiae emptor), die na den dood van den erflater de nalatenschap volgens diens wil verdeelde. Het werd langzamerhand gebruik dezen wil op schrift te brengen (tabulae testamenti), en de praetor gaf aan zulk een geschreven testament rechtskracht, ook al waren de formaliteiten dermancipatiodaarbij verzuimd, indien het stuk maar voorzien was van de zegels van zeven getuigen (testamentum praetorium), zieceraen de afbeeldingen op bl. 161 en 162. Zie verderhereditas.Testūdo, schildpad, 1) een muziekinstrument, eene soort van lier of citer, vermoedelijk in den oudsten vorm eene met snaren bespannen schildpadschaal, hetgeen later weder de kunstenaars op het denkbeeld gebracht kan hebben, onder de snaren een klankbodem aan te brengen.—2)een schutdak, gevormd doordat eene afdeeling soldaten de schilden boven hun hoofd aaneengesloten hielden en aldus voortmarcheerden om tegen projectielen van belegerden beveiligd te zijn. De rom. soldaten waren hierin zóó geoefend, dat soms boven op dit schildendak eene andere afdeeling strijders post vatte.—3)een schutdak van balken, waaronder de stormram werkte,testudo arietaria, ziearies.Tethys,Τηθύς, dochter van Uranus en Gaea, bij Oceanus moeder der Oceaniden en riviergoden.Tetradrachmum,τετράδραχμον, attische zilveren munt ter waarde van 4 drachmen.Τετρακόσιοι, een raad van 400 personen, die gedurende eenige maanden van het jaar 411 te Athene de regeering in handen had. Ontevredenheid en mismoedigheid wegens den loop, dien de peloponnesische oorlog begon te nemen, vooral wegens het ongelukkig einde van de onderneming tegen Sicilië, had reeds vroeger bij velen het verlangen naar een of andere verandering in het staatsbestuur doen ontstaan, en bij de verkiezing derπρόβουλοι(z. a.) in 413 had, naar het schijnt, de oligarchische partij een belangrijke overwinning behaald. Van den daardoor verkregen invloed wist men, voor zoover de omstandigheden het toelieten, behendig gebruik te maken om de gemoederen op de voorgenomen omwenteling voor te bereiden, en toen er geruchten verspreid werden, dat door Alcibiades, die toen bij Tissaphernes in hoogaanzien stond, een bondgenootschap met den koning van Perzië tot stand gebracht zou kunnen worden, mits de regeering in oligarchischen zin veranderd was, achtte men het tijd handelend op te treden. Aan Pisander (z. a.) en de zijnen gaf het volk, hoewel met grooten tegenzin, volmacht om met Alcibiades en Tissaphernes te onderhandelen, en ofschoon deze onderhandelingen tot niets leidden, meende de oligarchische partij nu niet te moeten terugtreden. Te Athene hadden zich ondertusschen de oligarchische clubs (ἑταιρίαι, z. a.) vereenigd en voerden er in het duister een soort schrikbewind, de hevigste voorstanders der democratie werden heimelijk uit den weg geruimd en den anderen daardoor zoo groote schrik aangejaagd, dat de volksvergadering bij de terugkomst van Pisander alles aannam wat hij wilde. Wel werd vooreerst slechts besloten, dat deπρόβουλοι, voor deze gelegenheid ten getale van 30, zouden belast worden met het doen van de noodige wetsvoorstellen, en bepaalde zich ook de door hen voorgestelde verandering tot de opheffing derγραφὴ παρανόμων, maar de oligarchen, zonder twijfel hierop voorbereid, kwamen terstond na aanneming daarvan met verschillende voorstellen voor den dag, waarvan de strekking was, dat zoolang de oorlog duurde geen ambt meer bezoldigd zou worden, dat de regeering voorloopig zou berusten in handen van een raad van 400, dat de volksvergadering tot de meergegoeden, minstens 5000 personen, beperkt zou worden en bijeengeroepen, wanneer de raad het noodig vond. Deze raad werd aldus saamgesteld: het volk wees 5 mannen aan, die op hun beurt 100 kozen, van welke ieder zich 3 moest coöpteeren. Doch hoewel dit alles gereedelijk werd aangenomen, was de nieuwe toestand niet van langen duur. De vloot, die bij Samus lag, verklaarde zich reeds dadelijk tegen de regeering der 400, riep Alcibiades uit de ballingschap terug, en liet zich slechts met moeite door dezen weerhouden van pogingen tot gewelddadig herstel van den ouden regeeringsvorm. Ook in de stad zelve openbaarde zich spoedig groote ontevredenheid; de 5000 werden nooit ter vergadering opgeroepen, van het beloofde bondgenootschap met Perzië zag men niets komen, en in plaats van den oorlog krachtig te voeren, trachtten de 400 met Sparta te onderhandelen. Het duurde niet lang of ook onder henzelf ontstond verdeeldheid; de meesten (Phrynichus, Pisander, Antiphon) bleven pogingen doen tot het verkrijgen van een vrede, op welke voorwaarden dan ook, en werden zelfs wel niet geheel zonder grond van verraderlijke plannen beschuldigd, anderen, waaronder Theramenes, die niet zoo ver wilden gaan of, bij den te verwachten omkeer van zaken, de gunst van het volk niet wilden verbeuren, onthielden zich van al wat verdacht kon schijnen en traden zelfs in het openbaar tegen hunne ambtgenooten op. Toen nu onder deze omstandigheden Euboea inderdaad door verraad verloren ging, kwam het tot een uitbarsting, de 400 werden na eene regeering van vier maanden afgezet, de verdachten onder hen vluchtten, en de oude toestanden werden hersteld, ofschoon nog eenigen tijd de volksvergadering tot 5000 (v. a. 9000) personen beperkt en eenige ultra-democratische instellingen afgeschaft bleven.Tetralogia,τετραλογία. Te Athene was het sedert Phrynichus of Aeschylus gebruikelijk, dat ieder dichter, die bij den tragischen wedstrijd naar den prijs mededong, vier stukken ten tooneele bracht; deze vier stukken werden te zamen tetralogie genoemd. Drie er van waren eigenlijke treurspelen en vormden eenetrilogie, het vierde was een satyrdrama (z.satyrica fabula). De oudere dichters behandelden gewoonlijk in de drie treurspelen, en soms ook in het satyrdrama, mythen, die in nauw verband met elkander stonden; bij Sophocles en lateren is er tusschen de verschillende deelen der tetralogie geen samenhang. De Agamemnon, Choëphori en Eumenides van Aeschylus zijn de eenige thans nog bewaard gebleven treurspelen, die eene trilogie vormen, zij hebben achtereenvolgens tot onderwerp: den moord van Agamemnon, de wraak van Orestes, de verzoening der wraakgodinnen van Clytaemnestra. Het bijbehoorend satyrdrama Proteus is verloren gegaan. Van geen andere tetralogie bezitten wij nu nog meer dan één stuk.Tetrapolis, vierstedenverbond; 1) in Attica de vlekken Oenoë, Marathon, Probalinthus en Tricorythus.—2)in Doris de stadjes Erineüs, Boeüm, Pindus en Cytinium.—3)in Syria de steden Antiochīa, Apamēa, Laodicēa en Seleucīa.—4)in Lycia: Cibyra, Oenoanda, Bubon en Balbūra.Tetrica rupes, steile, woeste berg in het sabijnsche land nabij de grenzen van Picēnum.Tetricus(P. Esuvius), een der zoogenaamde 30 tyrannen onder de rom. keizers, regeerde van 270–274 na C. over Gallia en Hispania, doch riep, toen hij met boerenopstanden en muiterij onder zijn troepen te kampen had, Aureliānus heimelijk te hulp. In den slag bij Durocatalauni (Châlons-sur-Marne) werden toen de opstandelingen door Aurelianus verslagen (274) en Tetricus afgezet.Τετταράκοντα,z.δικασταί.Teucer,Τεῦκρος, 1) zoon van den riviergod Scamander en de nimf Idaea, eerste koning van Troje, naar wien de Trojanen Teucriërs genoemd worden. Hij nam Dardanus gastvrij bij zich op en gaf hem zijne dochter Batēa of Arisbe tot vrouw. V. a. kwam hij met Scamander van Creta en werden zij door Dardanus in Troas ontvangen, waar zij den dienst van Apollo Smintheus instelden.—2)zoon van Telamon en Hesione, de bekwaamste boogschutter onder de Grieken voor Troje. Toen hij na de inneming van Troje naar zijn vaderland terugkeerde, werd hij door Telamon verstooten, omdat hij den dood van Aiax niet had gewroken, hij ging naar Cyprus en stichtte daar de stad Salamis, waar zijne nakomelingen de regeering behielden. V. s. keerde hij na den dood van zijn vadernogmaals naar zijn vaderland terug, maar werd nu door Eurysaces, den zoon van Aiax, verdreven, waarop hij zich naar Gallaecia in Hispania begaf.Teucri,Τεῦκροι, dichterlijke naam der Trojanen, naar Teucer.Teumessus,Τευμησσός, berg en stad in Boeotia ten N.O. van Thebae.Teuta,Τεῦτα, koningin van Illyrië, die na den dood van haar gemaal Agron (231) de voogdij voerde over haar minderjarigen zoon Pinnes. De Rom. zonden de gebroeders C. en L. Coruncanius als gezanten tot haar om op beteugeling van den zeeroof aan te dringen, doch Teuta werd zoo toornig over hunne vrijmoedige taal, dat zij een van beiden liet vermoorden. Daarop volgde een wreedaardige oorlog, 229–228. Door het verraad van Demetrius van Pharus, Teuta’s stadhouder op Corcȳra, moest zij om vrede vragen, oorlogsschatting betalen, het zuidelijk gedeelte van haar gebied (meest veroverd land) afstaan ten behoeve van Demetrius (z. a. no. 7) en ook de voogdij aan hem overgeven.Teutātes, Theut., gallisch god, wien soms menschenoffers gebracht werden, door de Rom. met Mercurius vergeleken.Teuthrania,Τευθρανία, het Z.W. gedeelte van Mysia, aldus genoemd naar eene oude stad Teuthrania, de residentie der oude mysische koningen, aan den Caīcus door Teuthras gesticht.Teuthras,Τεύθρας, 1) koning van Mysië, die Auge en later Telephus gastvrij opnam.—2)ofTeleutas, vader van Tecmessa.—3)een van de tochtgenooten van Aenēas.Teutobochus(Teutobodus), vorst der Teutones in den slag bij Aquae Sextiae tegen Marius (102).Teutoburgiensis silva, het tegenw. Teutoburgerwoud, waar in 9 na C. Varus met drie legioenen door den Cheruscer Arminius overvallen en verslagen werd.Teutones, -ni,Τεύτονες, een germaansche volksstam, in 102 door C. Marius vernietigd. Ze woonden in de nabijheid der Cimbren, en worden reeds in de 4deeeuw genoemd als opkoopers van het barnsteen, dat op de Noordzee-eilanden en vooral op Borkum (zieGlaesariae Insulae) gewonnen werd. Evenals van de Cimbren was ook van de Teutonen bij den uittocht van 113 een gedeelte in het land achter gebleven. Zie verderCimbri. V. s. zijn de Teutones identisch met de keltische Toygeni, een gouw der Helvetii.TexuandriofToxandri, waarschijnlijk een afdeeling der Menapii, woonden in Braband, in de latere gouw Toxandria.Thaenae, stad in het Z. van Africa vetus, aan de kust.Thais,Θαΐς, eene om haar schoonheid beroemde hetaere van Athene, ging met Alexander d. G. naar Azië, en werd na zijn dood de bijzit van Ptolemaeus Lagi. V. s. zou zij Alex. aangespoord hebben Persepolis in brand te steken.Thala,Θάλα, groote stad in Numidia, in het Z.O. aan den rand der woestijn; later behoorde het tot Africa vetus; het ligt in den N.W. hoek van Byzacium.Thalamae,Θαλάμαι, 1) stad in Messenia, aan de Messenische golf nabij Pherae.—2)stad aan de Westkust van Laconië, aan diezelfde golf, eenigszins zuidelijker.—3)sterkte in Acrorēa, in Elis.Thalassio, -sius=Talassio.Thales,Θαλῆς, van Milētus (640 of 624–546), de eerste der grieksche wijsgeeren, nam als grondstof van het bestaande het water aan, waarop volgens hem de aarde, die den vorm van een schijf heeft, drijft. Hij wordt ook de grondlegger van de grieksche wis- en sterrenkunde genoemd en zoude de zonsverduistering van 28 Mei 585 voorspeld hebben. Hij hielp Croesus op zijn tocht tegen Cyrus bij het afdammen van de rivier Halys en stelde de vorming van een ionischen bondsstaat voor ter verdediging tegen de aanvallen der Perzen. Als een van de zeven wijzen, onder welke hij de wijste genoemd wordt, had hij tot spreuk,τί δύσκολον;τὸ γνῶναι ἑαυτόν.τί δ’ εὔκολον;τὸ ἄλλῳ ὑποτίθεσθαι. Geschriften heeft hij waarschijnlijk niet nagelaten.Thalētas,Θαλήτας, beroemd lierzanger en toonkunstenaar van Creta, die op bevel van het delphische orakel naar Sparta geroepen werd om na een pest de stad door godsdienstige plechtigheden te reinigen. Hij bleef er verder verblijf houden en voerde er verscheiden godsdienstige gezangen in, door dans begeleid. Hij leefde waarschijnlijk op het einde der 7deeeuw, hoewel hij soms een vriend van den wetgever Lycurgus genoemd wordt.Thalīa,Θάλεια, 1) de Muze van het blijspel, wordt afgebeeld met een comisch masker en een thyrsusstaf in de hand en een klimopkrans op het hoofd.—2)moeder der Palīci.Thalia,Θαλία, eene van de Charites.Thallo,Θαλλώ, te Athene eene van de Horae.Θαλλοφόροι, z.Panathenaea.Thalna, familienaam in degens Iuventia.Thamugadi, stad door Traiānus aangelegd in de provincie Numidia of Africa Nova, ten N. van het Audusgebergte. De stad, die onder het woestijnzand bedolven was, is in de laatste jaren der vorige eeuw door de Franschen weer opgegraven, en wordt om zijn goed bewaard gebleven gebouwen uit den keizertijd het afrikaansche Pompeii genoemd. Tgw. Timgad.Thamyris,Θάμυρις, Θαμύρας, zoon van Philammon en de nimf Argiope, oud-thracisch zanger, een van de oudste grieksche epische dichters. Nadat hij bij de pythische spelen verscheiden overwinningen had behaald, werd hij zoo trotsch, dat hij de Muzen tot een wedstrijd durfde uitdagen, hij werd overwonnen en tot straf van het gezicht en van de gave van het gezang beroofd.Thapsacus,Θάψακος(=vadum), aan den Euphraat, belangrijke oude stad en de zuidelijkste plaats waar de rivier nog te doorwadenwas voor kameelen. Seleucus Nicātor herdoopte het in Amphipolis. Th. was eenmaal de noordelijkste stad in het rijk van Salomo.Thapsus,Θάψος, 1) stad op de kust van Byzacium in Africa propria, bekend door de overwinning, die Caesar in 46 op het pompejaansche leger en op Juba behaalde.—2)megarensische volkplanting op de Oostkust van Sicilia ten N. van Syracuse.Thargelia,Θαργήλια, het voornaamste feest der Atheners ter eere van Apollo, den 6enen 7denThargelion, de geboortedagen van Artemis en Apollo, gevierd. Oorspronkelijk een feest ter eere van het rijpen der veldvruchten of v. a. tot afwering van booze geesten, werd het later hoofdzakelijk een reinigings- en verzoeningsfeest, waarop men nog tot in de zesde eeuw twee ter dood veroordeelde misdadigers onder fluitspel buiten de stad voerde en als zoenoffers voor den geheelen staat ter dood bracht. Overigens was het een vroolijk feest, waarbij men den tocht van Theseus naar Creta en zijne overwinning op den Minotaurus herdacht. Ter herinnering hieraan vertrok jaarlijks omstreeks denzelfden tijd een schip uit Athene, om een feestgezantschap naar Delus te voeren, dat daar aan Apollo offers brengen moest.—Ook in de ionische koloniën werden de Th. gevierd.Thargelion,Θαργηλιών, 11demaand van het Attische jaar (Mei–Juni), z.Annus.Thasus,Θάσος, eiland nabij de thracische kust tegenover den mond van den Nestus, een eiland, rijk aan wit marmer en hout, oudtijds ook aan koren, wijn en goud. De goudmijnen, door de Phoeniciërs ontdekt, zijn geheel uitgeput. Het werd in de 7deeeuw van uit Parus gekoloniseerd. De Thasiërs onderwierpen zich in 492 aan de Perzen, doch traden later tot het attische zeeverbond toe, waarvan zij wel in 465 en 411 poogden af te vallen, doch zonder ander gevolg dan dat hun eiland in 463 door Cimon, in 407 door Thrasybūlus heroverd werd. Na den peloponnesischen oorlog legde Sparta de hand op het eiland, later kwam het onder Macedonia.Thaumantias,Θαυμαντιάς, -τίς, Iris, dochter van Thaumas.Thaumas,Θαύμας, zoon van Pontus en Gaea, een zeegod, bij de Oceanide Electra vader van Iris en de Harpyieën.Thaumacia,Θαυμακία, zeestad aan de kust van Magnesia, in Thessalia.Thea,Θεία, dochter van Uranus en Gaea, bij haar broeder Hyperīon moeder van Helius, Eos en Selēne.Theaetētus,Θεαίτητος, van Sunium, leerling van Socrates, naar wien Plato een van zijne dialogen genoemd heeft.Theagenes,Θεαγένης, 1) van Thasus, zoon van Heracles of van Timosthenes, een priester van Heracles. Hij muntte uit door buitengewone lichaamskracht en behaalde bij alle wedstrijden de overwinning, zoodat hem op vele plaatsen standbeelden werden opgericht. Ook op Thasus stond zulk een beeld, en toen Th. gestorven was, ging een zijner vijanden des nachts naar dit beeld en geeselde het, totdat het van zijn voetstuk viel en den man verpletterde. Toen echter de Thasiërs het beeld daarom in zee geworpen hadden, kwam er hongersnood in het land, en deze eindigde eerst, toen het beeld door visschers weder opgehaald en op bevel van een orakel op zijn oude plaats hersteld was.—2)van Rhegium, wordt genoemd als de eerste, die over Homerus geschreven heeft. Hij was een tijdgenoot van Cambȳses.—3)van Nisaea, wist zich den steun der armere burgers tegen de rijken en edelen te verzekeren en maakte zich zoo van de tyrannie over Megara meester, later werd hij echter verdreven. Hij was de schoonvader van Cylon, dien hij bij zijn aanslag met troepen steunde.—4)veldheer der Atheners in den slag bij Chaeronēa.Theāno,Θεανώ, 1) eene van de Danaiden.—2)dochter van Cisseus, gemalin van Antēnor, priesteres van Athēna te Troje.—3)echtgenoote, dochter of leerlinge van Pythagoras, aan wie eenige werken over zijn leven en leer toegeschreven werden.—4)priesteres te Athene, die weigerde te gehoorzamen aan het bevel, dat alle priesters en priesteressen Alcibiades zouden vervloeken.

Tempelruïnen te Paestum.Tempelruïnen te Paestum.Telphūsa,Τέλφου(σ)σα, Τελφοῦ(σ)σα, stad in het N.W. van Arcadia aan den Ladon, die haren naam heeft gekregen naar een stroomnimf, dochter van den stroomgod Ladon.Telus,Τῆλος, klein eiland, tot de Sporaden gerekend, halverwege tusschen de eilanden Rhodus en Cos, met dorische bevolking.Telys,Τῆλυς, tyran van Sybaris, toen de stad door de inwoners van Croton verwoest werd.Temenītisof-tes,Τεμενῖτις, -ιτής, bergkruin met een aan Apollo gewijde plek ofτέμενος, waarnaar de geheele kruin ookΤέμενοςwerd genoemd en Apollo ook wel Temenītes wordt bijgenaamd. Deze plaats werd vervolgens onder den naam Neapolis bij Syracusae getrokken.Temenus,Τήμενος, oudste zoon van Aristomachus, een van de Heracliden, die de Peloponnēsus veroverden. Bij de verdeeling van het schiereiland kreeg hij de regeering over Argos, die zijne nakomelingen, de Temeniden (Τημενίδαι), bleven behouden. Hij werd door zijn eigen zoon gedood, omdat hij zijn dochter en haar echtgenoot Deiphontes boven hem begunstigde. Ook de koningen van Macedonië noemden zich afstammelingen van T., ziePerdiccasno. 1.Temesa,Τεμέση, 1) zieTamassus.—2)ookTempsa,Τέμψα, genoemd, oude ausonische stad op de Westkust van Brutii, iets ten N. van Terīna en den sinus Terinaeus, sedert 194 rom. kolonie.Temnus,Τῆμνος, 1) stad in het aeolisch-aziatische kustland, aan den Hermus, een eind boven de monding gelegen, onder keizer Tiberius door eene aardbeving verwoest.—2)Τῆμνον ὄρος, gebergte in Mysia, dicht bij de grenzen van Lydia.Tempe,τὰ Τέμπη, eene meestal smalle vallei of bergkloof in het N.O. van Thessalia, tusschen den Olympus ten N. en den Ossa ten Z., thans de bergpas van Lycostomo. Door dit dal stroomt de Penēus naar zee. Voordat Poseidon door eene aardbeving dezen uitweg voor de wateren van Thessalië opende, zou dit gewest een groot meer zijn geweest. Xerxes beweerde dat, zoo de Thessaliërs zich niet hadden willen onderwerpen, hij het dal Tempe slechts door een dam had behoeven af te sluiten, om hen allen te doen verdrinken. Wegens hare stoute en verhevene, doch tevens liefelijke en bekoorlijke natuur is deze vallei door de ouden veelvuldig geprezen. Dichters hebben den naam ook op andere liefelijke dalen toegepast, b.v.Heloria Tempe= het dal van denHelōrusop Sicilia,Heliconia Tempein Boeotia, enz.Romeinsche tempel (maison carrée) te Nîmes.Romeinsche tempel (maison carrée) te Nîmes.Plattegrond van een romeinsche tempel.Templum,τέμενος, elke afgebakende en van de omringende ruimte afgescheiden plaats. Bij de Rom. heet aldus het waarnemingsveld, dat de augur onder het uitspreken van een zeker formulier aan den hemel met zijn staf afbakent, zieauguria. Op aarde verstaan de Rom. er eene plek gronds onder, die onder zekere vormen tot gewijden grond is gemaakten van de omliggende ongewijde ruimte zichtbaar is afgescheiden, onverschillig hoe, hetzij door een muur, een wal, een staketsel, ja zelfs door een andere ligging van het plaveisel. Zoo was o.a. eene rom. legerplaats eentemplum, evenzoo het comitium; een tempel werd eerst tottemplumwanneer hij volgens bepaalde regelen gewijd was (zieaedes).—Wat de tempelgebouwen betreft, zij stonden altijd op een vierzijdig voetstuk, waartoe men langs een of meer zijden met trappen opklom. Was het voorportaal,πρόναος, ofπρόδομοςgeheeten, aan drie zijden open, dan heette de tempelprostylus,πρόστυλος. Was het alleen aan de voorzijde open, dan was de tempel een antentempel, zieantae. Loopt er een zuilengang rondom den tempel (zie blz. 101 en 102), dan heet dezeperipterus,περίπτερος; waren er ter zijde in plaats van zuilen alleen pilasters tegen den muur aangebracht, die dus alleen tot versiering dienden en niet om het dak te dragen, dan noemde men ditpseudoperipterus,ψευδοπερίπτερος. Deze laatste vorm werd door de Rom. boven den anderen verkozen. Soms had men achter den tempel, die danναὸς ἀμφιπρόστυλοςheet, nog een achterbouw,ὀπισθόδομος, onder hetzelfde dak, doch met een afzonderlijken ingang, welk gedeelte wel gebezigd werd tot bewaarplaats van zaken, niet met den godsdienst in verband staande, als staatsarchieven, schatkist en dgl. Vroege grieksche tempels hebben in plaats van eenὀπισθόδομοςeenἄδυτον, zieadytum. Ook had men dubbeltempels, zooals dien van Roma en Venus te Rome, twee tempels, geheel aan elkander gelijk, onder één dak, met de achterzijde tegen elkander gebouwd, zoodat de beelden elkander den rug toekeeren. De gesloten binnenruimte van den eigenlijken tempel heette decella,ναός, σηκός. Bij de Grieken was deze meestal langwerpig, bij de Rom. in navolging der Etruscers een kwadraat, dikwijls groot genoeg voor senaatsvergaderingen. Een voorbeeld van een griekschen dubbeltempel, uit twee niet gelijke gebouwen bestaande levert het Erechthēum op, waarvan de plattegrond op blz. 102 te zien is. De Rom. bouwden ook nog ronde tempels met gewelfd koepeldak, zooals het Pantheon (z. a.), somsperipteri, soms ook als geheel open koepels, alleen bestaande uit het voetstuk en het door zuilen gedragen dak, diemonopteriheetten. Eene groote, dubbele deur verleende toegangtot den tempel, gaf deze geen licht genoeg, dan werd er in het dak eene schuine opening gelaten, die het licht liet vallen op het godenbeeld; was de hoogte van het dak boven den beganen grond te hoog voor de lengte van eene zuil, dan plaatste men twee rijen zuilen boven elkander, zoodat de tweede door den architraaf der benedenrij gedragen werd, zooals in de bijgevoegde teekening van een tempel te Paestum is te zien. Een driedubbele tempel was die van Jupiter, Juno en Minerva op het Capitool, waarvan hiervóór de plattegrond is weergegeven volgens het vermoeden van den italiaanschen bouwkundige L. Canina. Het voetstuk vormt een zuiver kwadraat, langs drie zijden zijn trappen. De aan drie zijden open voorhal gaf toegang tot de driecellae, waarvan de middelste voor Jupiter was bestemd. Ten slotte is hier nog bijgevoegd eene afbeelding van den buitengewoon goed bewaard gebleven tempel te Nemausus (Nîmes), door Agrippa gebouwd.Tempsa=Temesano. 2.Tempȳra,τὰ Τέμπυρα, vlek in Thracia, dicht bij de kust, ten W. van Doriscus. Bij T. lag een enge bergpas.Tenc(h)tēri,Τέγκτηροι, Τέγκτεροι, germaansch volk, meestal met de stamverwante Usipetes verbonden. Door de Suēbi opgejaagd, trokken zij over den Rijn naar Gallia, doch werden door Caesar teruggedreven en vestigden zich toen aan den rechteroever (tusschen Ruhr en Sieg). Zij waren uitstekende ruiters.Tenea,Τενέα, stad tusschen Corinthus en Mycēnae met een Apollo-tempel.Tenedus,Τένεδος(=Τέννου ἕδος, zieTenesofTennes), eiland met een gelijknamige stad en twee havens, tegenover de kust van Troas gelegen. Er was een beroemde tempel van Apollo Smintheus. In de perzische oorlogen werd T. eerst perzisch, later een trouwe bondgenoot van Athene, doch door den vrede van Antalcidas opnieuw aan Perzië prijsgegeven, door Alex. d. Gr. vrij verklaard, later rom.Te(n)nes,Τέ(ν)νης, zoon van Cycnus (z. a. no. 2). Hij werd op Tenedus als heros vereerd en had er een tempel, waar de naam van Achilles niet mocht worden genoemd en geen fluitspeler mocht binnentreden, omdat een fluitspeler bij Cycnus valsche getuigenis tegen T. had afgelegd.Tensa, thensa, een praalwagen, met goud en ivoor versierd en van een hemel voorzien, waarin bij plechtige optochten, o. a. bij de opening derludi Romanien derMegalesia, de beelden van verschillende godheden, op matrassen en kostbare spreien uitgestrekt, door de straten en over het forum te Rome werden gevoerd.Tentyra,τὰ Τέντυρα, hoofdstad van dennomus Tentyrītisin Boven-Aegypte, stroomafwaarts van Thebae. De inwoners waren bekend als voortreffelijke krokodillenjagers. Thans Denderah met belangrijke overblijfselen, o. a. van de tempels van Isis en Hathor. In dien van Hathor (1steeeuw n. C.) heeft men den beroemden dierenriem gevonden, die thans te Parijs is.Tenus,Τῆνος, een der cycladische eilanden, tusschen Delus en Andrus, met een beroemden tempel van Poseidon, die het eiland bevrijd had van de talrijke slangen, waarnaar het oudtijdsOphiussaheette. De hoofdstad heette ook Tenus. Hier zou de dichteres Erinna geboren zijn.Teos,Τέως, ionische stad op de aziatische kust, ten Z. van Clazomenae en ten N.W. van Ephesus, geboorteplaats van den lierdichter Anacreon, daarom spreekt Horatius vanTeia fides= anacreontische lier. Omstreeks het midden der 6deeeuw verhuisde een groot gedeelte der inwoners, de perzische heerschappij moede, deels naar het verwoeste Abdēra, dat zij herbouwden, deels naar Phanagoria. Teos had twee havens.Tepidarium, ziebalneum.Terēdon,Τερηδών, stad in Babylonia aan den Euphraat nabij de Perzische golf, belangrijke stapelplaats voor den arabischen handel, vooral voor wierook.Terentia Cassia(lex)frumentariavan 73, z.Cassia Terentia(lex). Het koren, dat voor deze uitdeelingen noodig was, moest door Sicilië geleverd worden tegen een vastgestelden prijs.Terentiānus Maurus, uit Africa, leefde in de 2dehelft van de 3deeeuw na C., en schreef een werk in dichtmaat in 4 boeken:de litteris, syllabis, pedibus et metris.Terentii, rom. geslacht, misschien van sabijnsche afkomst, dat geen andere vermeldenswaardige familie heeft opgeleverd, dan deVarrōnes.—1)C. Terentius Varro, de zoon van een slachter, die eerst in zijns vaders vleeschhal werkzaam was, maar als voorvechter van de rechten des volks door dit laatste tot verschillende ambten werd verheven en in 216 consul werd. Door zijne onberadenheid verloor hij den noodlottigen slag bij Cannae, waaruit hij zelf ter nauwernood met een gevolg van 70 ruiters ontkwam. Toch betuigde de senaat hem dank, dat hij niet aan het behoud van den staat wanhoopte, en droeg hem in 215 het bevel in Picēnum op.—2)A. Terentius Varro, streed in 184–182 als propraetor zegevierend tegen de Celtiberiërs in Hispania.—3)A. Terentius Varrowerd in 75 aangeklaagd wegens afpersingen, in Asia gepleegd en had zijne vrijspraak slechts te danken aan de schaamtelooze wijze, waarop zijn verdediger en bloedverwant, de redenaar Q. Hortensius Hortalus, de rechters omkocht. Daar Hortensius echter de rechters niet te best vertrouwde, liet hij de stembordjes met was van verschillende kleur bestrijken, zoodat hij kon zien, welke stem ieder in de bus wierp.—4)M. Terentius Varro Reatīnus, uit Reāte in het sabijnsche land (116–27), een der geleerdste mannen van zijn tijd en een vruchtbaar schrijver, was volkstribuun en in 67 legaat van Pompeius in den zeerooversoorlog; in 49 streed hij in Hispania tegen Caesar, met wien hij zich na den slag bij Pharsālus verzoende. Vervolgens leefde hij stil en afgezonderd geheel voor de wetenschap, doch had de grievende smart, bij devogelvrijverklaringen van Octaviānus zijne kostbare boekerij te zien plunderen en vernielen, terwijl hij ter nauwernood zijn leven redde. Om zijne buitengewone werkzaamheid als schrijver wordt hij door Ciceroπολυγραφώτατοςgenoemd. Het aantal zijner werken beliep meer dan 74. De voornaamste zijn:de lingua Latinain 24 boeken, waarvan er 6 vrij volledig zijn bewaard gebleven,antiquitates rerum humanarum(25b.)et divinarum(16 b.), over Italia en Rome en den ouden godsdienst loopende, waarvan belangrijke gedeelten bij Augustīnus voorkomen,hebdomadesofimagines, 700 beeltenissen van beroemde mannen, met schetsen uit hun leven, waarvan er telkens 7 bijeengevoegd waren, vandaar de titelhebdomades(het werk was verdeeld in 15 boeken), deora maritima, waaruit Plinius voor het geographische gedeelte van zijn encyclopaedie geput heeft,de re rustica, door hem op zijn 80stejaar geschreven en dat nog bestaat,satirae Menippēae, in 150 boeken over allerlei onderwerpen, waarvan slechts fragmenten bewaard zijn, zieSatira.—5)P. Terentius Varro Atacīnus(zieAtax), in 82 geboren te Narbo, een uitstekend kenner der grieksche letteren, maakte gedichten, o. a.de bello Sequanico, eeneArgonautica(naar Apollonius Rhodius), en schreef ook een sterrenkundig werk. Verder moet hij nog satiren en elegieën gedicht hebben.—6)M. Terentius Varro LucullusofM. Terentius Licinianus Varro, consul in 73, zieLiciniino. 25 enlex Cassia Terentia.—7)A. Terentius Varro Murēna, zieLiciniino. 32.—8)Terentia, echtgenoote van Cicero, zette haar man tot strengheid tegen de Catilinarii aan. Na Cicero’s terugkeer uit zijne ballingschap waren zijne geldelijke omstandigheden in de war. Huiselijke oneenigheden waren hiervan het gevolg, die zóó hoog liepen, dat zij eindigden met eene scheiding (46).—9)Terentia, echtgenoote van Maecēnas, leefde eenigen tijd van haren man gescheiden, doch verzoende zich weder met hem.—10)P. Terentius Afer, beroemd blijspeldichter, was in 185 te Carthago geboren en reeds vroeg als slaaf te Rome in het bezit van den senator P. Terentius Lucānus gekomen, in wiens huis hij den naam Afer droeg. Om zijne schoone gestalte en zijn voortreffelijken aanleg liet zijn meester hem een goede opvoeding geven en liet hem vervolgens vrij. Het eerste stuk, dat de dichter den aedielen ter opvoering aanbood, deAndria, opgevoerd in 166, moest hij eerst aan het oordeel van den gevierden dichter C. Caecilius Statius onderwerpen. Diens onverdeelde goedkeuring verzekerde het welslagen van Terentius, wiens karakter en beschaving hem bovendien de achting en vriendschap verwierven van Scipio (later Africānus minor) en diens vriend Laelius. In 159 stierf Terentius op een reis door Griekenland. De zes stukken, die wij van hem bezitten,Andria, Hecyra, Heautontimorumenos,Ennuchus, Phormio, Adelphoe, behooren tot defabulae palliataeen zijn naar grieksche modellen bewerkt, vooral naar Menander, in zooverre echter, dat Ter. niet grieksche stukken gewoon vertaalde, maar uit verschillende blijspelen verschillende karakters overnam en daaruit wat hem aanstond tot één geheel verwerkte. Zijne stukken, op het tooneel vertolkt doordenberoemden acteur Ambivius Turpio, oogstten grooten bijval, doch het ontbrak hem niet aan benijders, waaronder een overigens onbekende dichter voorkomt, Luscius Lanuvīnus, door Terentius eenmalevolus vetus poëtagenoemd. O. a. strooide men uit, dat zijne aanzienlijke vrienden Scipio en Laelius hem bij het maken zijner stukken hielpen, welk verwijt Ter. zich echter niet tot schande, maar tot eer rekent. Van zijne stukken bestaan nog de officiëeledidascalia(z. a.), alsmede een commentaar van Aelius Donātus.Terentilla(lex) of v.s.lex Terentiliatot het bekomen van geschreven wetten,de legibus scribendis, van den volkstribuun C. Terentillus (of -lius) Arsa (Harsa). Het wetsvoorstel werd in 462 voor het eerst in het concilium plebis te berde gebracht, doch eerst in 454 door depatriciërsaangenomen. Zietabularum(leges XII).Terentīni ludi, spelen ter eere van Dis en Proserpina, gedurende de rom. republiek viermaal gevierd op het Terentum of Tarentum, eene vulkanische plek op den campus Martius te Rome, met wedrennen en lectisternia. Zij zouden bij gelegenheid eener pest in 509 ingesteld zijn door den consul P. Valerius Poplicola. Volgens een ander verhaal, zou een Sabijn, Marius Valesius Tarentīnus op de bovengenoemde plek diep onder den grond een altaar van Dis en Proserpina ontdekt hebben, ook tijdens het heerschen eener pest. In werkelijkheid zijn deze spelen voor het eerst gehouden in 249, volgens een uitspraak der Sibyllijnsche boeken, en moesten zij elke 100 jaar herhaald worden, hetgeen in 146 en tijdens Augustus gebeurd is. ZieSaeculares ludi.Terentum, zieTerentini.Tereus,Τηρεύς, zoon van Ares en Bistōnis, koning der Thraciërs in Daulis (Phocis); z.Procne.Tergeste,Τεργέστη, stad in Histria, thans Triëst aan densinus Tergestīnus, reeds onder de Rom. eene belangrijke handelsplaats, sedert Vespasiānus rom. kolonie.Tergiversatio, intrekking eener aanklacht door den aanklager (vantergum vertere).Terias,Τηρίας, riviertje op de Oostkust van Sicilia, dat dicht bij Leontīni langs stroomde.Terillus,Τήριλλος, tyran van Himera, werd door Theron van Agrigentum verdreven. Op zijn verzoek zonden de Carthagers een groot leger om hem in de regeering te herstellen, dat echter door Theron en Gelo volkomen verslagen werd (480).Terīna,Τέρινα, Τέρεινα, kol. van Croton aan de Westkust van het land der Bruttii, door Hannibal verwoest en niet weder opgebouwd. De aanliggende golf heettesinus Terinaeus,Τεριναῖος κόλπος, ooksinus Hipponiātesnaar de stad Hipponium.Teriolis, ookTeriola castra, sterkte in Raetia. Hiervan wordt de naam Tyrol afgeleid.Termera,τὰ Τέρμερα, dorische stad in Caria, aan den mond van den sinus Ceramicus, tegenover het eil. Cos.Termerus,Τέρμερος, een roover in Thessalië, die met zijn sterk voorhoofd zijn tegenstanders den schedel placht te verbrijzelen. Heracles doodde hem.Termes, Termentia,Τερμησός, stad der Arevaci in Hispania Tarraconensis, in het brongebied van den Durius (Douro), ten Z.W. van Numantia. De Rom. stieten bij herhaling het hoofd voor de sterke, op eene hoogte gelegen stad. In 98 noodzaakten zij de inwoners, hunne woonplaats te verlaten en in de vlakte eene nieuwe stad te bouwen.Termessus=Telmissusno. 2.Termilae,Τερμίλαι, Τερμιλῆς, oude, inheemsche naam voor de Lyciërs, zieLycia.Terminalia, zieTerminus.Terminus, romeinsch god der grenssteenen. Men offerde hem bij het plaatsen van een nieuwen grenssteen, en op zijn feestdag, deTerminalia(23 Februari), kwamen buren bij den gemeenschappelijken grenssteen bij elkander en brachten er een offer, dat door een gemeenschappelijken maaltijd besloten werd. Ook van staatswege werden op dien dag aan de grenzen Terminalia gevierd. Toen bij het bouwen van het Capitolium het beeld van Terminus in den weg stond, verboden de auspicia het te verplaatsen, het bleef daarom in den tempel van Jupiter staan, die vandaar eveneens als een beschermer der grenzen (J. TerminalisofTerminus) beschouwd werd. In werkelijkheid was Terminus een nevenvorm van Jupiter, die dus zelf als beschermer der grenssteenen (termini) optreedt.Terpander,Τέρπανδρος, van Antissa op Lesbus, de eigenlijke schepper der grieksche muziek en uitvinder der citer met 7 snaren. Op bevel van het orakel van Delphi werd hij naar Sparta geroepen om er burgertwisten te beslechten en sedert dien tijd schijnt hij er gebleven te zijn. Hij behaalde o. a. den prijs bij den eersten muzikalen wedstrijd ter gelegenheid der Carnēa (z.Carnēus), 676. Sparta was in de 7deeeuw, na de verovering van Messene, de plaats waar muziek het meest beoefend werd.Terpsichore,Τερψιχόρα, Muze van reidansen en koorzangen; zij wordt gewoonlijk afgebeeld in dansende houding, met een lier en een plectrum in de handen.Terracīna=Tarracīna.Tertulliānus, 1) beroemd rom. jurist en schrijver van onderscheidene juridische geschriften, tijdgenoot van Papiniānus, ± 200 na C.; v. s. is deze identisch met no. 2.—2)Q. Septimus Florens Tertullianus, uit Carthago, (± 150 tot 230 n. Chr.), één der eersten, die het Christendom in vele latijnsche geschriften verdedigd heeft. Zijn stijl is vurig en heftig, maar duister.Teruncius, rom. gewicht en zilveren muntstukje = 3 unciae of ¼ as.Tervingi, naam der Visi-Gothi of West-Gothen, tijdens hun verblijf in Dacia (± 257–± 376).Tessera, zietabula.Testa, zieTrebatius.Testamentum.Er zijn oudtijds in Rome drie soorten van testamenten:—1)hettestamentum in comitiis calatis(ziecomitia), waartoe tweemaal in het jaar (waarschijnlijk op 24 Maart en 24 Mei) gelegenheid werd gegeven. Oorspronkelijk gold dit slechts voor de patriciërs.—2)hettestamentum in procinctu, dat de soldaten vóór den slag konden maken, en waarbij het leger getuige was.—3)hettestamentum per aes et libram, waarbij de erflater doormancipatio(z. a.) zijn goed tegen een schijnprijs verkocht aan den erfgenaam, later aan een tusschenpersoon (familiae emptor), die na den dood van den erflater de nalatenschap volgens diens wil verdeelde. Het werd langzamerhand gebruik dezen wil op schrift te brengen (tabulae testamenti), en de praetor gaf aan zulk een geschreven testament rechtskracht, ook al waren de formaliteiten dermancipatiodaarbij verzuimd, indien het stuk maar voorzien was van de zegels van zeven getuigen (testamentum praetorium), zieceraen de afbeeldingen op bl. 161 en 162. Zie verderhereditas.Testūdo, schildpad, 1) een muziekinstrument, eene soort van lier of citer, vermoedelijk in den oudsten vorm eene met snaren bespannen schildpadschaal, hetgeen later weder de kunstenaars op het denkbeeld gebracht kan hebben, onder de snaren een klankbodem aan te brengen.—2)een schutdak, gevormd doordat eene afdeeling soldaten de schilden boven hun hoofd aaneengesloten hielden en aldus voortmarcheerden om tegen projectielen van belegerden beveiligd te zijn. De rom. soldaten waren hierin zóó geoefend, dat soms boven op dit schildendak eene andere afdeeling strijders post vatte.—3)een schutdak van balken, waaronder de stormram werkte,testudo arietaria, ziearies.Tethys,Τηθύς, dochter van Uranus en Gaea, bij Oceanus moeder der Oceaniden en riviergoden.Tetradrachmum,τετράδραχμον, attische zilveren munt ter waarde van 4 drachmen.Τετρακόσιοι, een raad van 400 personen, die gedurende eenige maanden van het jaar 411 te Athene de regeering in handen had. Ontevredenheid en mismoedigheid wegens den loop, dien de peloponnesische oorlog begon te nemen, vooral wegens het ongelukkig einde van de onderneming tegen Sicilië, had reeds vroeger bij velen het verlangen naar een of andere verandering in het staatsbestuur doen ontstaan, en bij de verkiezing derπρόβουλοι(z. a.) in 413 had, naar het schijnt, de oligarchische partij een belangrijke overwinning behaald. Van den daardoor verkregen invloed wist men, voor zoover de omstandigheden het toelieten, behendig gebruik te maken om de gemoederen op de voorgenomen omwenteling voor te bereiden, en toen er geruchten verspreid werden, dat door Alcibiades, die toen bij Tissaphernes in hoogaanzien stond, een bondgenootschap met den koning van Perzië tot stand gebracht zou kunnen worden, mits de regeering in oligarchischen zin veranderd was, achtte men het tijd handelend op te treden. Aan Pisander (z. a.) en de zijnen gaf het volk, hoewel met grooten tegenzin, volmacht om met Alcibiades en Tissaphernes te onderhandelen, en ofschoon deze onderhandelingen tot niets leidden, meende de oligarchische partij nu niet te moeten terugtreden. Te Athene hadden zich ondertusschen de oligarchische clubs (ἑταιρίαι, z. a.) vereenigd en voerden er in het duister een soort schrikbewind, de hevigste voorstanders der democratie werden heimelijk uit den weg geruimd en den anderen daardoor zoo groote schrik aangejaagd, dat de volksvergadering bij de terugkomst van Pisander alles aannam wat hij wilde. Wel werd vooreerst slechts besloten, dat deπρόβουλοι, voor deze gelegenheid ten getale van 30, zouden belast worden met het doen van de noodige wetsvoorstellen, en bepaalde zich ook de door hen voorgestelde verandering tot de opheffing derγραφὴ παρανόμων, maar de oligarchen, zonder twijfel hierop voorbereid, kwamen terstond na aanneming daarvan met verschillende voorstellen voor den dag, waarvan de strekking was, dat zoolang de oorlog duurde geen ambt meer bezoldigd zou worden, dat de regeering voorloopig zou berusten in handen van een raad van 400, dat de volksvergadering tot de meergegoeden, minstens 5000 personen, beperkt zou worden en bijeengeroepen, wanneer de raad het noodig vond. Deze raad werd aldus saamgesteld: het volk wees 5 mannen aan, die op hun beurt 100 kozen, van welke ieder zich 3 moest coöpteeren. Doch hoewel dit alles gereedelijk werd aangenomen, was de nieuwe toestand niet van langen duur. De vloot, die bij Samus lag, verklaarde zich reeds dadelijk tegen de regeering der 400, riep Alcibiades uit de ballingschap terug, en liet zich slechts met moeite door dezen weerhouden van pogingen tot gewelddadig herstel van den ouden regeeringsvorm. Ook in de stad zelve openbaarde zich spoedig groote ontevredenheid; de 5000 werden nooit ter vergadering opgeroepen, van het beloofde bondgenootschap met Perzië zag men niets komen, en in plaats van den oorlog krachtig te voeren, trachtten de 400 met Sparta te onderhandelen. Het duurde niet lang of ook onder henzelf ontstond verdeeldheid; de meesten (Phrynichus, Pisander, Antiphon) bleven pogingen doen tot het verkrijgen van een vrede, op welke voorwaarden dan ook, en werden zelfs wel niet geheel zonder grond van verraderlijke plannen beschuldigd, anderen, waaronder Theramenes, die niet zoo ver wilden gaan of, bij den te verwachten omkeer van zaken, de gunst van het volk niet wilden verbeuren, onthielden zich van al wat verdacht kon schijnen en traden zelfs in het openbaar tegen hunne ambtgenooten op. Toen nu onder deze omstandigheden Euboea inderdaad door verraad verloren ging, kwam het tot een uitbarsting, de 400 werden na eene regeering van vier maanden afgezet, de verdachten onder hen vluchtten, en de oude toestanden werden hersteld, ofschoon nog eenigen tijd de volksvergadering tot 5000 (v. a. 9000) personen beperkt en eenige ultra-democratische instellingen afgeschaft bleven.Tetralogia,τετραλογία. Te Athene was het sedert Phrynichus of Aeschylus gebruikelijk, dat ieder dichter, die bij den tragischen wedstrijd naar den prijs mededong, vier stukken ten tooneele bracht; deze vier stukken werden te zamen tetralogie genoemd. Drie er van waren eigenlijke treurspelen en vormden eenetrilogie, het vierde was een satyrdrama (z.satyrica fabula). De oudere dichters behandelden gewoonlijk in de drie treurspelen, en soms ook in het satyrdrama, mythen, die in nauw verband met elkander stonden; bij Sophocles en lateren is er tusschen de verschillende deelen der tetralogie geen samenhang. De Agamemnon, Choëphori en Eumenides van Aeschylus zijn de eenige thans nog bewaard gebleven treurspelen, die eene trilogie vormen, zij hebben achtereenvolgens tot onderwerp: den moord van Agamemnon, de wraak van Orestes, de verzoening der wraakgodinnen van Clytaemnestra. Het bijbehoorend satyrdrama Proteus is verloren gegaan. Van geen andere tetralogie bezitten wij nu nog meer dan één stuk.Tetrapolis, vierstedenverbond; 1) in Attica de vlekken Oenoë, Marathon, Probalinthus en Tricorythus.—2)in Doris de stadjes Erineüs, Boeüm, Pindus en Cytinium.—3)in Syria de steden Antiochīa, Apamēa, Laodicēa en Seleucīa.—4)in Lycia: Cibyra, Oenoanda, Bubon en Balbūra.Tetrica rupes, steile, woeste berg in het sabijnsche land nabij de grenzen van Picēnum.Tetricus(P. Esuvius), een der zoogenaamde 30 tyrannen onder de rom. keizers, regeerde van 270–274 na C. over Gallia en Hispania, doch riep, toen hij met boerenopstanden en muiterij onder zijn troepen te kampen had, Aureliānus heimelijk te hulp. In den slag bij Durocatalauni (Châlons-sur-Marne) werden toen de opstandelingen door Aurelianus verslagen (274) en Tetricus afgezet.Τετταράκοντα,z.δικασταί.Teucer,Τεῦκρος, 1) zoon van den riviergod Scamander en de nimf Idaea, eerste koning van Troje, naar wien de Trojanen Teucriërs genoemd worden. Hij nam Dardanus gastvrij bij zich op en gaf hem zijne dochter Batēa of Arisbe tot vrouw. V. a. kwam hij met Scamander van Creta en werden zij door Dardanus in Troas ontvangen, waar zij den dienst van Apollo Smintheus instelden.—2)zoon van Telamon en Hesione, de bekwaamste boogschutter onder de Grieken voor Troje. Toen hij na de inneming van Troje naar zijn vaderland terugkeerde, werd hij door Telamon verstooten, omdat hij den dood van Aiax niet had gewroken, hij ging naar Cyprus en stichtte daar de stad Salamis, waar zijne nakomelingen de regeering behielden. V. s. keerde hij na den dood van zijn vadernogmaals naar zijn vaderland terug, maar werd nu door Eurysaces, den zoon van Aiax, verdreven, waarop hij zich naar Gallaecia in Hispania begaf.Teucri,Τεῦκροι, dichterlijke naam der Trojanen, naar Teucer.Teumessus,Τευμησσός, berg en stad in Boeotia ten N.O. van Thebae.Teuta,Τεῦτα, koningin van Illyrië, die na den dood van haar gemaal Agron (231) de voogdij voerde over haar minderjarigen zoon Pinnes. De Rom. zonden de gebroeders C. en L. Coruncanius als gezanten tot haar om op beteugeling van den zeeroof aan te dringen, doch Teuta werd zoo toornig over hunne vrijmoedige taal, dat zij een van beiden liet vermoorden. Daarop volgde een wreedaardige oorlog, 229–228. Door het verraad van Demetrius van Pharus, Teuta’s stadhouder op Corcȳra, moest zij om vrede vragen, oorlogsschatting betalen, het zuidelijk gedeelte van haar gebied (meest veroverd land) afstaan ten behoeve van Demetrius (z. a. no. 7) en ook de voogdij aan hem overgeven.Teutātes, Theut., gallisch god, wien soms menschenoffers gebracht werden, door de Rom. met Mercurius vergeleken.Teuthrania,Τευθρανία, het Z.W. gedeelte van Mysia, aldus genoemd naar eene oude stad Teuthrania, de residentie der oude mysische koningen, aan den Caīcus door Teuthras gesticht.Teuthras,Τεύθρας, 1) koning van Mysië, die Auge en later Telephus gastvrij opnam.—2)ofTeleutas, vader van Tecmessa.—3)een van de tochtgenooten van Aenēas.Teutobochus(Teutobodus), vorst der Teutones in den slag bij Aquae Sextiae tegen Marius (102).Teutoburgiensis silva, het tegenw. Teutoburgerwoud, waar in 9 na C. Varus met drie legioenen door den Cheruscer Arminius overvallen en verslagen werd.Teutones, -ni,Τεύτονες, een germaansche volksstam, in 102 door C. Marius vernietigd. Ze woonden in de nabijheid der Cimbren, en worden reeds in de 4deeeuw genoemd als opkoopers van het barnsteen, dat op de Noordzee-eilanden en vooral op Borkum (zieGlaesariae Insulae) gewonnen werd. Evenals van de Cimbren was ook van de Teutonen bij den uittocht van 113 een gedeelte in het land achter gebleven. Zie verderCimbri. V. s. zijn de Teutones identisch met de keltische Toygeni, een gouw der Helvetii.TexuandriofToxandri, waarschijnlijk een afdeeling der Menapii, woonden in Braband, in de latere gouw Toxandria.Thaenae, stad in het Z. van Africa vetus, aan de kust.Thais,Θαΐς, eene om haar schoonheid beroemde hetaere van Athene, ging met Alexander d. G. naar Azië, en werd na zijn dood de bijzit van Ptolemaeus Lagi. V. s. zou zij Alex. aangespoord hebben Persepolis in brand te steken.Thala,Θάλα, groote stad in Numidia, in het Z.O. aan den rand der woestijn; later behoorde het tot Africa vetus; het ligt in den N.W. hoek van Byzacium.Thalamae,Θαλάμαι, 1) stad in Messenia, aan de Messenische golf nabij Pherae.—2)stad aan de Westkust van Laconië, aan diezelfde golf, eenigszins zuidelijker.—3)sterkte in Acrorēa, in Elis.Thalassio, -sius=Talassio.Thales,Θαλῆς, van Milētus (640 of 624–546), de eerste der grieksche wijsgeeren, nam als grondstof van het bestaande het water aan, waarop volgens hem de aarde, die den vorm van een schijf heeft, drijft. Hij wordt ook de grondlegger van de grieksche wis- en sterrenkunde genoemd en zoude de zonsverduistering van 28 Mei 585 voorspeld hebben. Hij hielp Croesus op zijn tocht tegen Cyrus bij het afdammen van de rivier Halys en stelde de vorming van een ionischen bondsstaat voor ter verdediging tegen de aanvallen der Perzen. Als een van de zeven wijzen, onder welke hij de wijste genoemd wordt, had hij tot spreuk,τί δύσκολον;τὸ γνῶναι ἑαυτόν.τί δ’ εὔκολον;τὸ ἄλλῳ ὑποτίθεσθαι. Geschriften heeft hij waarschijnlijk niet nagelaten.Thalētas,Θαλήτας, beroemd lierzanger en toonkunstenaar van Creta, die op bevel van het delphische orakel naar Sparta geroepen werd om na een pest de stad door godsdienstige plechtigheden te reinigen. Hij bleef er verder verblijf houden en voerde er verscheiden godsdienstige gezangen in, door dans begeleid. Hij leefde waarschijnlijk op het einde der 7deeeuw, hoewel hij soms een vriend van den wetgever Lycurgus genoemd wordt.Thalīa,Θάλεια, 1) de Muze van het blijspel, wordt afgebeeld met een comisch masker en een thyrsusstaf in de hand en een klimopkrans op het hoofd.—2)moeder der Palīci.Thalia,Θαλία, eene van de Charites.Thallo,Θαλλώ, te Athene eene van de Horae.Θαλλοφόροι, z.Panathenaea.Thalna, familienaam in degens Iuventia.Thamugadi, stad door Traiānus aangelegd in de provincie Numidia of Africa Nova, ten N. van het Audusgebergte. De stad, die onder het woestijnzand bedolven was, is in de laatste jaren der vorige eeuw door de Franschen weer opgegraven, en wordt om zijn goed bewaard gebleven gebouwen uit den keizertijd het afrikaansche Pompeii genoemd. Tgw. Timgad.Thamyris,Θάμυρις, Θαμύρας, zoon van Philammon en de nimf Argiope, oud-thracisch zanger, een van de oudste grieksche epische dichters. Nadat hij bij de pythische spelen verscheiden overwinningen had behaald, werd hij zoo trotsch, dat hij de Muzen tot een wedstrijd durfde uitdagen, hij werd overwonnen en tot straf van het gezicht en van de gave van het gezang beroofd.Thapsacus,Θάψακος(=vadum), aan den Euphraat, belangrijke oude stad en de zuidelijkste plaats waar de rivier nog te doorwadenwas voor kameelen. Seleucus Nicātor herdoopte het in Amphipolis. Th. was eenmaal de noordelijkste stad in het rijk van Salomo.Thapsus,Θάψος, 1) stad op de kust van Byzacium in Africa propria, bekend door de overwinning, die Caesar in 46 op het pompejaansche leger en op Juba behaalde.—2)megarensische volkplanting op de Oostkust van Sicilia ten N. van Syracuse.Thargelia,Θαργήλια, het voornaamste feest der Atheners ter eere van Apollo, den 6enen 7denThargelion, de geboortedagen van Artemis en Apollo, gevierd. Oorspronkelijk een feest ter eere van het rijpen der veldvruchten of v. a. tot afwering van booze geesten, werd het later hoofdzakelijk een reinigings- en verzoeningsfeest, waarop men nog tot in de zesde eeuw twee ter dood veroordeelde misdadigers onder fluitspel buiten de stad voerde en als zoenoffers voor den geheelen staat ter dood bracht. Overigens was het een vroolijk feest, waarbij men den tocht van Theseus naar Creta en zijne overwinning op den Minotaurus herdacht. Ter herinnering hieraan vertrok jaarlijks omstreeks denzelfden tijd een schip uit Athene, om een feestgezantschap naar Delus te voeren, dat daar aan Apollo offers brengen moest.—Ook in de ionische koloniën werden de Th. gevierd.Thargelion,Θαργηλιών, 11demaand van het Attische jaar (Mei–Juni), z.Annus.Thasus,Θάσος, eiland nabij de thracische kust tegenover den mond van den Nestus, een eiland, rijk aan wit marmer en hout, oudtijds ook aan koren, wijn en goud. De goudmijnen, door de Phoeniciërs ontdekt, zijn geheel uitgeput. Het werd in de 7deeeuw van uit Parus gekoloniseerd. De Thasiërs onderwierpen zich in 492 aan de Perzen, doch traden later tot het attische zeeverbond toe, waarvan zij wel in 465 en 411 poogden af te vallen, doch zonder ander gevolg dan dat hun eiland in 463 door Cimon, in 407 door Thrasybūlus heroverd werd. Na den peloponnesischen oorlog legde Sparta de hand op het eiland, later kwam het onder Macedonia.Thaumantias,Θαυμαντιάς, -τίς, Iris, dochter van Thaumas.Thaumas,Θαύμας, zoon van Pontus en Gaea, een zeegod, bij de Oceanide Electra vader van Iris en de Harpyieën.Thaumacia,Θαυμακία, zeestad aan de kust van Magnesia, in Thessalia.Thea,Θεία, dochter van Uranus en Gaea, bij haar broeder Hyperīon moeder van Helius, Eos en Selēne.Theaetētus,Θεαίτητος, van Sunium, leerling van Socrates, naar wien Plato een van zijne dialogen genoemd heeft.Theagenes,Θεαγένης, 1) van Thasus, zoon van Heracles of van Timosthenes, een priester van Heracles. Hij muntte uit door buitengewone lichaamskracht en behaalde bij alle wedstrijden de overwinning, zoodat hem op vele plaatsen standbeelden werden opgericht. Ook op Thasus stond zulk een beeld, en toen Th. gestorven was, ging een zijner vijanden des nachts naar dit beeld en geeselde het, totdat het van zijn voetstuk viel en den man verpletterde. Toen echter de Thasiërs het beeld daarom in zee geworpen hadden, kwam er hongersnood in het land, en deze eindigde eerst, toen het beeld door visschers weder opgehaald en op bevel van een orakel op zijn oude plaats hersteld was.—2)van Rhegium, wordt genoemd als de eerste, die over Homerus geschreven heeft. Hij was een tijdgenoot van Cambȳses.—3)van Nisaea, wist zich den steun der armere burgers tegen de rijken en edelen te verzekeren en maakte zich zoo van de tyrannie over Megara meester, later werd hij echter verdreven. Hij was de schoonvader van Cylon, dien hij bij zijn aanslag met troepen steunde.—4)veldheer der Atheners in den slag bij Chaeronēa.Theāno,Θεανώ, 1) eene van de Danaiden.—2)dochter van Cisseus, gemalin van Antēnor, priesteres van Athēna te Troje.—3)echtgenoote, dochter of leerlinge van Pythagoras, aan wie eenige werken over zijn leven en leer toegeschreven werden.—4)priesteres te Athene, die weigerde te gehoorzamen aan het bevel, dat alle priesters en priesteressen Alcibiades zouden vervloeken.

Tempelruïnen te Paestum.Tempelruïnen te Paestum.

Tempelruïnen te Paestum.

Telphūsa,Τέλφου(σ)σα, Τελφοῦ(σ)σα, stad in het N.W. van Arcadia aan den Ladon, die haren naam heeft gekregen naar een stroomnimf, dochter van den stroomgod Ladon.

Telus,Τῆλος, klein eiland, tot de Sporaden gerekend, halverwege tusschen de eilanden Rhodus en Cos, met dorische bevolking.

Telys,Τῆλυς, tyran van Sybaris, toen de stad door de inwoners van Croton verwoest werd.

Temenītisof-tes,Τεμενῖτις, -ιτής, bergkruin met een aan Apollo gewijde plek ofτέμενος, waarnaar de geheele kruin ookΤέμενοςwerd genoemd en Apollo ook wel Temenītes wordt bijgenaamd. Deze plaats werd vervolgens onder den naam Neapolis bij Syracusae getrokken.

Temenus,Τήμενος, oudste zoon van Aristomachus, een van de Heracliden, die de Peloponnēsus veroverden. Bij de verdeeling van het schiereiland kreeg hij de regeering over Argos, die zijne nakomelingen, de Temeniden (Τημενίδαι), bleven behouden. Hij werd door zijn eigen zoon gedood, omdat hij zijn dochter en haar echtgenoot Deiphontes boven hem begunstigde. Ook de koningen van Macedonië noemden zich afstammelingen van T., ziePerdiccasno. 1.

Temesa,Τεμέση, 1) zieTamassus.—2)ookTempsa,Τέμψα, genoemd, oude ausonische stad op de Westkust van Brutii, iets ten N. van Terīna en den sinus Terinaeus, sedert 194 rom. kolonie.

Temnus,Τῆμνος, 1) stad in het aeolisch-aziatische kustland, aan den Hermus, een eind boven de monding gelegen, onder keizer Tiberius door eene aardbeving verwoest.—2)Τῆμνον ὄρος, gebergte in Mysia, dicht bij de grenzen van Lydia.

Tempe,τὰ Τέμπη, eene meestal smalle vallei of bergkloof in het N.O. van Thessalia, tusschen den Olympus ten N. en den Ossa ten Z., thans de bergpas van Lycostomo. Door dit dal stroomt de Penēus naar zee. Voordat Poseidon door eene aardbeving dezen uitweg voor de wateren van Thessalië opende, zou dit gewest een groot meer zijn geweest. Xerxes beweerde dat, zoo de Thessaliërs zich niet hadden willen onderwerpen, hij het dal Tempe slechts door een dam had behoeven af te sluiten, om hen allen te doen verdrinken. Wegens hare stoute en verhevene, doch tevens liefelijke en bekoorlijke natuur is deze vallei door de ouden veelvuldig geprezen. Dichters hebben den naam ook op andere liefelijke dalen toegepast, b.v.Heloria Tempe= het dal van denHelōrusop Sicilia,Heliconia Tempein Boeotia, enz.

Romeinsche tempel (maison carrée) te Nîmes.Romeinsche tempel (maison carrée) te Nîmes.

Romeinsche tempel (maison carrée) te Nîmes.

Plattegrond van een romeinsche tempel.

Templum,τέμενος, elke afgebakende en van de omringende ruimte afgescheiden plaats. Bij de Rom. heet aldus het waarnemingsveld, dat de augur onder het uitspreken van een zeker formulier aan den hemel met zijn staf afbakent, zieauguria. Op aarde verstaan de Rom. er eene plek gronds onder, die onder zekere vormen tot gewijden grond is gemaakten van de omliggende ongewijde ruimte zichtbaar is afgescheiden, onverschillig hoe, hetzij door een muur, een wal, een staketsel, ja zelfs door een andere ligging van het plaveisel. Zoo was o.a. eene rom. legerplaats eentemplum, evenzoo het comitium; een tempel werd eerst tottemplumwanneer hij volgens bepaalde regelen gewijd was (zieaedes).—Wat de tempelgebouwen betreft, zij stonden altijd op een vierzijdig voetstuk, waartoe men langs een of meer zijden met trappen opklom. Was het voorportaal,πρόναος, ofπρόδομοςgeheeten, aan drie zijden open, dan heette de tempelprostylus,πρόστυλος. Was het alleen aan de voorzijde open, dan was de tempel een antentempel, zieantae. Loopt er een zuilengang rondom den tempel (zie blz. 101 en 102), dan heet dezeperipterus,περίπτερος; waren er ter zijde in plaats van zuilen alleen pilasters tegen den muur aangebracht, die dus alleen tot versiering dienden en niet om het dak te dragen, dan noemde men ditpseudoperipterus,ψευδοπερίπτερος. Deze laatste vorm werd door de Rom. boven den anderen verkozen. Soms had men achter den tempel, die danναὸς ἀμφιπρόστυλοςheet, nog een achterbouw,ὀπισθόδομος, onder hetzelfde dak, doch met een afzonderlijken ingang, welk gedeelte wel gebezigd werd tot bewaarplaats van zaken, niet met den godsdienst in verband staande, als staatsarchieven, schatkist en dgl. Vroege grieksche tempels hebben in plaats van eenὀπισθόδομοςeenἄδυτον, zieadytum. Ook had men dubbeltempels, zooals dien van Roma en Venus te Rome, twee tempels, geheel aan elkander gelijk, onder één dak, met de achterzijde tegen elkander gebouwd, zoodat de beelden elkander den rug toekeeren. De gesloten binnenruimte van den eigenlijken tempel heette decella,ναός, σηκός. Bij de Grieken was deze meestal langwerpig, bij de Rom. in navolging der Etruscers een kwadraat, dikwijls groot genoeg voor senaatsvergaderingen. Een voorbeeld van een griekschen dubbeltempel, uit twee niet gelijke gebouwen bestaande levert het Erechthēum op, waarvan de plattegrond op blz. 102 te zien is. De Rom. bouwden ook nog ronde tempels met gewelfd koepeldak, zooals het Pantheon (z. a.), somsperipteri, soms ook als geheel open koepels, alleen bestaande uit het voetstuk en het door zuilen gedragen dak, diemonopteriheetten. Eene groote, dubbele deur verleende toegangtot den tempel, gaf deze geen licht genoeg, dan werd er in het dak eene schuine opening gelaten, die het licht liet vallen op het godenbeeld; was de hoogte van het dak boven den beganen grond te hoog voor de lengte van eene zuil, dan plaatste men twee rijen zuilen boven elkander, zoodat de tweede door den architraaf der benedenrij gedragen werd, zooals in de bijgevoegde teekening van een tempel te Paestum is te zien. Een driedubbele tempel was die van Jupiter, Juno en Minerva op het Capitool, waarvan hiervóór de plattegrond is weergegeven volgens het vermoeden van den italiaanschen bouwkundige L. Canina. Het voetstuk vormt een zuiver kwadraat, langs drie zijden zijn trappen. De aan drie zijden open voorhal gaf toegang tot de driecellae, waarvan de middelste voor Jupiter was bestemd. Ten slotte is hier nog bijgevoegd eene afbeelding van den buitengewoon goed bewaard gebleven tempel te Nemausus (Nîmes), door Agrippa gebouwd.

Tempsa=Temesano. 2.

Tempȳra,τὰ Τέμπυρα, vlek in Thracia, dicht bij de kust, ten W. van Doriscus. Bij T. lag een enge bergpas.

Tenc(h)tēri,Τέγκτηροι, Τέγκτεροι, germaansch volk, meestal met de stamverwante Usipetes verbonden. Door de Suēbi opgejaagd, trokken zij over den Rijn naar Gallia, doch werden door Caesar teruggedreven en vestigden zich toen aan den rechteroever (tusschen Ruhr en Sieg). Zij waren uitstekende ruiters.

Tenea,Τενέα, stad tusschen Corinthus en Mycēnae met een Apollo-tempel.

Tenedus,Τένεδος(=Τέννου ἕδος, zieTenesofTennes), eiland met een gelijknamige stad en twee havens, tegenover de kust van Troas gelegen. Er was een beroemde tempel van Apollo Smintheus. In de perzische oorlogen werd T. eerst perzisch, later een trouwe bondgenoot van Athene, doch door den vrede van Antalcidas opnieuw aan Perzië prijsgegeven, door Alex. d. Gr. vrij verklaard, later rom.

Te(n)nes,Τέ(ν)νης, zoon van Cycnus (z. a. no. 2). Hij werd op Tenedus als heros vereerd en had er een tempel, waar de naam van Achilles niet mocht worden genoemd en geen fluitspeler mocht binnentreden, omdat een fluitspeler bij Cycnus valsche getuigenis tegen T. had afgelegd.

Tensa, thensa, een praalwagen, met goud en ivoor versierd en van een hemel voorzien, waarin bij plechtige optochten, o. a. bij de opening derludi Romanien derMegalesia, de beelden van verschillende godheden, op matrassen en kostbare spreien uitgestrekt, door de straten en over het forum te Rome werden gevoerd.

Tentyra,τὰ Τέντυρα, hoofdstad van dennomus Tentyrītisin Boven-Aegypte, stroomafwaarts van Thebae. De inwoners waren bekend als voortreffelijke krokodillenjagers. Thans Denderah met belangrijke overblijfselen, o. a. van de tempels van Isis en Hathor. In dien van Hathor (1steeeuw n. C.) heeft men den beroemden dierenriem gevonden, die thans te Parijs is.

Tenus,Τῆνος, een der cycladische eilanden, tusschen Delus en Andrus, met een beroemden tempel van Poseidon, die het eiland bevrijd had van de talrijke slangen, waarnaar het oudtijdsOphiussaheette. De hoofdstad heette ook Tenus. Hier zou de dichteres Erinna geboren zijn.

Teos,Τέως, ionische stad op de aziatische kust, ten Z. van Clazomenae en ten N.W. van Ephesus, geboorteplaats van den lierdichter Anacreon, daarom spreekt Horatius vanTeia fides= anacreontische lier. Omstreeks het midden der 6deeeuw verhuisde een groot gedeelte der inwoners, de perzische heerschappij moede, deels naar het verwoeste Abdēra, dat zij herbouwden, deels naar Phanagoria. Teos had twee havens.

Tepidarium, ziebalneum.

Terēdon,Τερηδών, stad in Babylonia aan den Euphraat nabij de Perzische golf, belangrijke stapelplaats voor den arabischen handel, vooral voor wierook.

Terentia Cassia(lex)frumentariavan 73, z.Cassia Terentia(lex). Het koren, dat voor deze uitdeelingen noodig was, moest door Sicilië geleverd worden tegen een vastgestelden prijs.

Terentiānus Maurus, uit Africa, leefde in de 2dehelft van de 3deeeuw na C., en schreef een werk in dichtmaat in 4 boeken:de litteris, syllabis, pedibus et metris.

Terentii, rom. geslacht, misschien van sabijnsche afkomst, dat geen andere vermeldenswaardige familie heeft opgeleverd, dan deVarrōnes.—1)C. Terentius Varro, de zoon van een slachter, die eerst in zijns vaders vleeschhal werkzaam was, maar als voorvechter van de rechten des volks door dit laatste tot verschillende ambten werd verheven en in 216 consul werd. Door zijne onberadenheid verloor hij den noodlottigen slag bij Cannae, waaruit hij zelf ter nauwernood met een gevolg van 70 ruiters ontkwam. Toch betuigde de senaat hem dank, dat hij niet aan het behoud van den staat wanhoopte, en droeg hem in 215 het bevel in Picēnum op.—2)A. Terentius Varro, streed in 184–182 als propraetor zegevierend tegen de Celtiberiërs in Hispania.—3)A. Terentius Varrowerd in 75 aangeklaagd wegens afpersingen, in Asia gepleegd en had zijne vrijspraak slechts te danken aan de schaamtelooze wijze, waarop zijn verdediger en bloedverwant, de redenaar Q. Hortensius Hortalus, de rechters omkocht. Daar Hortensius echter de rechters niet te best vertrouwde, liet hij de stembordjes met was van verschillende kleur bestrijken, zoodat hij kon zien, welke stem ieder in de bus wierp.—4)M. Terentius Varro Reatīnus, uit Reāte in het sabijnsche land (116–27), een der geleerdste mannen van zijn tijd en een vruchtbaar schrijver, was volkstribuun en in 67 legaat van Pompeius in den zeerooversoorlog; in 49 streed hij in Hispania tegen Caesar, met wien hij zich na den slag bij Pharsālus verzoende. Vervolgens leefde hij stil en afgezonderd geheel voor de wetenschap, doch had de grievende smart, bij devogelvrijverklaringen van Octaviānus zijne kostbare boekerij te zien plunderen en vernielen, terwijl hij ter nauwernood zijn leven redde. Om zijne buitengewone werkzaamheid als schrijver wordt hij door Ciceroπολυγραφώτατοςgenoemd. Het aantal zijner werken beliep meer dan 74. De voornaamste zijn:de lingua Latinain 24 boeken, waarvan er 6 vrij volledig zijn bewaard gebleven,antiquitates rerum humanarum(25b.)et divinarum(16 b.), over Italia en Rome en den ouden godsdienst loopende, waarvan belangrijke gedeelten bij Augustīnus voorkomen,hebdomadesofimagines, 700 beeltenissen van beroemde mannen, met schetsen uit hun leven, waarvan er telkens 7 bijeengevoegd waren, vandaar de titelhebdomades(het werk was verdeeld in 15 boeken), deora maritima, waaruit Plinius voor het geographische gedeelte van zijn encyclopaedie geput heeft,de re rustica, door hem op zijn 80stejaar geschreven en dat nog bestaat,satirae Menippēae, in 150 boeken over allerlei onderwerpen, waarvan slechts fragmenten bewaard zijn, zieSatira.—5)P. Terentius Varro Atacīnus(zieAtax), in 82 geboren te Narbo, een uitstekend kenner der grieksche letteren, maakte gedichten, o. a.de bello Sequanico, eeneArgonautica(naar Apollonius Rhodius), en schreef ook een sterrenkundig werk. Verder moet hij nog satiren en elegieën gedicht hebben.—6)M. Terentius Varro LucullusofM. Terentius Licinianus Varro, consul in 73, zieLiciniino. 25 enlex Cassia Terentia.—7)A. Terentius Varro Murēna, zieLiciniino. 32.—8)Terentia, echtgenoote van Cicero, zette haar man tot strengheid tegen de Catilinarii aan. Na Cicero’s terugkeer uit zijne ballingschap waren zijne geldelijke omstandigheden in de war. Huiselijke oneenigheden waren hiervan het gevolg, die zóó hoog liepen, dat zij eindigden met eene scheiding (46).—9)Terentia, echtgenoote van Maecēnas, leefde eenigen tijd van haren man gescheiden, doch verzoende zich weder met hem.—10)P. Terentius Afer, beroemd blijspeldichter, was in 185 te Carthago geboren en reeds vroeg als slaaf te Rome in het bezit van den senator P. Terentius Lucānus gekomen, in wiens huis hij den naam Afer droeg. Om zijne schoone gestalte en zijn voortreffelijken aanleg liet zijn meester hem een goede opvoeding geven en liet hem vervolgens vrij. Het eerste stuk, dat de dichter den aedielen ter opvoering aanbood, deAndria, opgevoerd in 166, moest hij eerst aan het oordeel van den gevierden dichter C. Caecilius Statius onderwerpen. Diens onverdeelde goedkeuring verzekerde het welslagen van Terentius, wiens karakter en beschaving hem bovendien de achting en vriendschap verwierven van Scipio (later Africānus minor) en diens vriend Laelius. In 159 stierf Terentius op een reis door Griekenland. De zes stukken, die wij van hem bezitten,Andria, Hecyra, Heautontimorumenos,Ennuchus, Phormio, Adelphoe, behooren tot defabulae palliataeen zijn naar grieksche modellen bewerkt, vooral naar Menander, in zooverre echter, dat Ter. niet grieksche stukken gewoon vertaalde, maar uit verschillende blijspelen verschillende karakters overnam en daaruit wat hem aanstond tot één geheel verwerkte. Zijne stukken, op het tooneel vertolkt doordenberoemden acteur Ambivius Turpio, oogstten grooten bijval, doch het ontbrak hem niet aan benijders, waaronder een overigens onbekende dichter voorkomt, Luscius Lanuvīnus, door Terentius eenmalevolus vetus poëtagenoemd. O. a. strooide men uit, dat zijne aanzienlijke vrienden Scipio en Laelius hem bij het maken zijner stukken hielpen, welk verwijt Ter. zich echter niet tot schande, maar tot eer rekent. Van zijne stukken bestaan nog de officiëeledidascalia(z. a.), alsmede een commentaar van Aelius Donātus.

Terentilla(lex) of v.s.lex Terentiliatot het bekomen van geschreven wetten,de legibus scribendis, van den volkstribuun C. Terentillus (of -lius) Arsa (Harsa). Het wetsvoorstel werd in 462 voor het eerst in het concilium plebis te berde gebracht, doch eerst in 454 door depatriciërsaangenomen. Zietabularum(leges XII).

Terentīni ludi, spelen ter eere van Dis en Proserpina, gedurende de rom. republiek viermaal gevierd op het Terentum of Tarentum, eene vulkanische plek op den campus Martius te Rome, met wedrennen en lectisternia. Zij zouden bij gelegenheid eener pest in 509 ingesteld zijn door den consul P. Valerius Poplicola. Volgens een ander verhaal, zou een Sabijn, Marius Valesius Tarentīnus op de bovengenoemde plek diep onder den grond een altaar van Dis en Proserpina ontdekt hebben, ook tijdens het heerschen eener pest. In werkelijkheid zijn deze spelen voor het eerst gehouden in 249, volgens een uitspraak der Sibyllijnsche boeken, en moesten zij elke 100 jaar herhaald worden, hetgeen in 146 en tijdens Augustus gebeurd is. ZieSaeculares ludi.

Terentum, zieTerentini.

Tereus,Τηρεύς, zoon van Ares en Bistōnis, koning der Thraciërs in Daulis (Phocis); z.Procne.

Tergeste,Τεργέστη, stad in Histria, thans Triëst aan densinus Tergestīnus, reeds onder de Rom. eene belangrijke handelsplaats, sedert Vespasiānus rom. kolonie.

Tergiversatio, intrekking eener aanklacht door den aanklager (vantergum vertere).

Terias,Τηρίας, riviertje op de Oostkust van Sicilia, dat dicht bij Leontīni langs stroomde.

Terillus,Τήριλλος, tyran van Himera, werd door Theron van Agrigentum verdreven. Op zijn verzoek zonden de Carthagers een groot leger om hem in de regeering te herstellen, dat echter door Theron en Gelo volkomen verslagen werd (480).

Terīna,Τέρινα, Τέρεινα, kol. van Croton aan de Westkust van het land der Bruttii, door Hannibal verwoest en niet weder opgebouwd. De aanliggende golf heettesinus Terinaeus,Τεριναῖος κόλπος, ooksinus Hipponiātesnaar de stad Hipponium.

Teriolis, ookTeriola castra, sterkte in Raetia. Hiervan wordt de naam Tyrol afgeleid.

Termera,τὰ Τέρμερα, dorische stad in Caria, aan den mond van den sinus Ceramicus, tegenover het eil. Cos.

Termerus,Τέρμερος, een roover in Thessalië, die met zijn sterk voorhoofd zijn tegenstanders den schedel placht te verbrijzelen. Heracles doodde hem.

Termes, Termentia,Τερμησός, stad der Arevaci in Hispania Tarraconensis, in het brongebied van den Durius (Douro), ten Z.W. van Numantia. De Rom. stieten bij herhaling het hoofd voor de sterke, op eene hoogte gelegen stad. In 98 noodzaakten zij de inwoners, hunne woonplaats te verlaten en in de vlakte eene nieuwe stad te bouwen.

Termessus=Telmissusno. 2.

Termilae,Τερμίλαι, Τερμιλῆς, oude, inheemsche naam voor de Lyciërs, zieLycia.

Terminalia, zieTerminus.

Terminus, romeinsch god der grenssteenen. Men offerde hem bij het plaatsen van een nieuwen grenssteen, en op zijn feestdag, deTerminalia(23 Februari), kwamen buren bij den gemeenschappelijken grenssteen bij elkander en brachten er een offer, dat door een gemeenschappelijken maaltijd besloten werd. Ook van staatswege werden op dien dag aan de grenzen Terminalia gevierd. Toen bij het bouwen van het Capitolium het beeld van Terminus in den weg stond, verboden de auspicia het te verplaatsen, het bleef daarom in den tempel van Jupiter staan, die vandaar eveneens als een beschermer der grenzen (J. TerminalisofTerminus) beschouwd werd. In werkelijkheid was Terminus een nevenvorm van Jupiter, die dus zelf als beschermer der grenssteenen (termini) optreedt.

Terpander,Τέρπανδρος, van Antissa op Lesbus, de eigenlijke schepper der grieksche muziek en uitvinder der citer met 7 snaren. Op bevel van het orakel van Delphi werd hij naar Sparta geroepen om er burgertwisten te beslechten en sedert dien tijd schijnt hij er gebleven te zijn. Hij behaalde o. a. den prijs bij den eersten muzikalen wedstrijd ter gelegenheid der Carnēa (z.Carnēus), 676. Sparta was in de 7deeeuw, na de verovering van Messene, de plaats waar muziek het meest beoefend werd.

Terpsichore,Τερψιχόρα, Muze van reidansen en koorzangen; zij wordt gewoonlijk afgebeeld in dansende houding, met een lier en een plectrum in de handen.

Terracīna=Tarracīna.

Tertulliānus, 1) beroemd rom. jurist en schrijver van onderscheidene juridische geschriften, tijdgenoot van Papiniānus, ± 200 na C.; v. s. is deze identisch met no. 2.—2)Q. Septimus Florens Tertullianus, uit Carthago, (± 150 tot 230 n. Chr.), één der eersten, die het Christendom in vele latijnsche geschriften verdedigd heeft. Zijn stijl is vurig en heftig, maar duister.

Teruncius, rom. gewicht en zilveren muntstukje = 3 unciae of ¼ as.

Tervingi, naam der Visi-Gothi of West-Gothen, tijdens hun verblijf in Dacia (± 257–± 376).

Tessera, zietabula.

Testa, zieTrebatius.

Testamentum.Er zijn oudtijds in Rome drie soorten van testamenten:—1)hettestamentum in comitiis calatis(ziecomitia), waartoe tweemaal in het jaar (waarschijnlijk op 24 Maart en 24 Mei) gelegenheid werd gegeven. Oorspronkelijk gold dit slechts voor de patriciërs.—2)hettestamentum in procinctu, dat de soldaten vóór den slag konden maken, en waarbij het leger getuige was.—3)hettestamentum per aes et libram, waarbij de erflater doormancipatio(z. a.) zijn goed tegen een schijnprijs verkocht aan den erfgenaam, later aan een tusschenpersoon (familiae emptor), die na den dood van den erflater de nalatenschap volgens diens wil verdeelde. Het werd langzamerhand gebruik dezen wil op schrift te brengen (tabulae testamenti), en de praetor gaf aan zulk een geschreven testament rechtskracht, ook al waren de formaliteiten dermancipatiodaarbij verzuimd, indien het stuk maar voorzien was van de zegels van zeven getuigen (testamentum praetorium), zieceraen de afbeeldingen op bl. 161 en 162. Zie verderhereditas.

Testūdo, schildpad, 1) een muziekinstrument, eene soort van lier of citer, vermoedelijk in den oudsten vorm eene met snaren bespannen schildpadschaal, hetgeen later weder de kunstenaars op het denkbeeld gebracht kan hebben, onder de snaren een klankbodem aan te brengen.—2)een schutdak, gevormd doordat eene afdeeling soldaten de schilden boven hun hoofd aaneengesloten hielden en aldus voortmarcheerden om tegen projectielen van belegerden beveiligd te zijn. De rom. soldaten waren hierin zóó geoefend, dat soms boven op dit schildendak eene andere afdeeling strijders post vatte.—3)een schutdak van balken, waaronder de stormram werkte,testudo arietaria, ziearies.

Tethys,Τηθύς, dochter van Uranus en Gaea, bij Oceanus moeder der Oceaniden en riviergoden.

Tetradrachmum,τετράδραχμον, attische zilveren munt ter waarde van 4 drachmen.

Τετρακόσιοι, een raad van 400 personen, die gedurende eenige maanden van het jaar 411 te Athene de regeering in handen had. Ontevredenheid en mismoedigheid wegens den loop, dien de peloponnesische oorlog begon te nemen, vooral wegens het ongelukkig einde van de onderneming tegen Sicilië, had reeds vroeger bij velen het verlangen naar een of andere verandering in het staatsbestuur doen ontstaan, en bij de verkiezing derπρόβουλοι(z. a.) in 413 had, naar het schijnt, de oligarchische partij een belangrijke overwinning behaald. Van den daardoor verkregen invloed wist men, voor zoover de omstandigheden het toelieten, behendig gebruik te maken om de gemoederen op de voorgenomen omwenteling voor te bereiden, en toen er geruchten verspreid werden, dat door Alcibiades, die toen bij Tissaphernes in hoogaanzien stond, een bondgenootschap met den koning van Perzië tot stand gebracht zou kunnen worden, mits de regeering in oligarchischen zin veranderd was, achtte men het tijd handelend op te treden. Aan Pisander (z. a.) en de zijnen gaf het volk, hoewel met grooten tegenzin, volmacht om met Alcibiades en Tissaphernes te onderhandelen, en ofschoon deze onderhandelingen tot niets leidden, meende de oligarchische partij nu niet te moeten terugtreden. Te Athene hadden zich ondertusschen de oligarchische clubs (ἑταιρίαι, z. a.) vereenigd en voerden er in het duister een soort schrikbewind, de hevigste voorstanders der democratie werden heimelijk uit den weg geruimd en den anderen daardoor zoo groote schrik aangejaagd, dat de volksvergadering bij de terugkomst van Pisander alles aannam wat hij wilde. Wel werd vooreerst slechts besloten, dat deπρόβουλοι, voor deze gelegenheid ten getale van 30, zouden belast worden met het doen van de noodige wetsvoorstellen, en bepaalde zich ook de door hen voorgestelde verandering tot de opheffing derγραφὴ παρανόμων, maar de oligarchen, zonder twijfel hierop voorbereid, kwamen terstond na aanneming daarvan met verschillende voorstellen voor den dag, waarvan de strekking was, dat zoolang de oorlog duurde geen ambt meer bezoldigd zou worden, dat de regeering voorloopig zou berusten in handen van een raad van 400, dat de volksvergadering tot de meergegoeden, minstens 5000 personen, beperkt zou worden en bijeengeroepen, wanneer de raad het noodig vond. Deze raad werd aldus saamgesteld: het volk wees 5 mannen aan, die op hun beurt 100 kozen, van welke ieder zich 3 moest coöpteeren. Doch hoewel dit alles gereedelijk werd aangenomen, was de nieuwe toestand niet van langen duur. De vloot, die bij Samus lag, verklaarde zich reeds dadelijk tegen de regeering der 400, riep Alcibiades uit de ballingschap terug, en liet zich slechts met moeite door dezen weerhouden van pogingen tot gewelddadig herstel van den ouden regeeringsvorm. Ook in de stad zelve openbaarde zich spoedig groote ontevredenheid; de 5000 werden nooit ter vergadering opgeroepen, van het beloofde bondgenootschap met Perzië zag men niets komen, en in plaats van den oorlog krachtig te voeren, trachtten de 400 met Sparta te onderhandelen. Het duurde niet lang of ook onder henzelf ontstond verdeeldheid; de meesten (Phrynichus, Pisander, Antiphon) bleven pogingen doen tot het verkrijgen van een vrede, op welke voorwaarden dan ook, en werden zelfs wel niet geheel zonder grond van verraderlijke plannen beschuldigd, anderen, waaronder Theramenes, die niet zoo ver wilden gaan of, bij den te verwachten omkeer van zaken, de gunst van het volk niet wilden verbeuren, onthielden zich van al wat verdacht kon schijnen en traden zelfs in het openbaar tegen hunne ambtgenooten op. Toen nu onder deze omstandigheden Euboea inderdaad door verraad verloren ging, kwam het tot een uitbarsting, de 400 werden na eene regeering van vier maanden afgezet, de verdachten onder hen vluchtten, en de oude toestanden werden hersteld, ofschoon nog eenigen tijd de volksvergadering tot 5000 (v. a. 9000) personen beperkt en eenige ultra-democratische instellingen afgeschaft bleven.

Tetralogia,τετραλογία. Te Athene was het sedert Phrynichus of Aeschylus gebruikelijk, dat ieder dichter, die bij den tragischen wedstrijd naar den prijs mededong, vier stukken ten tooneele bracht; deze vier stukken werden te zamen tetralogie genoemd. Drie er van waren eigenlijke treurspelen en vormden eenetrilogie, het vierde was een satyrdrama (z.satyrica fabula). De oudere dichters behandelden gewoonlijk in de drie treurspelen, en soms ook in het satyrdrama, mythen, die in nauw verband met elkander stonden; bij Sophocles en lateren is er tusschen de verschillende deelen der tetralogie geen samenhang. De Agamemnon, Choëphori en Eumenides van Aeschylus zijn de eenige thans nog bewaard gebleven treurspelen, die eene trilogie vormen, zij hebben achtereenvolgens tot onderwerp: den moord van Agamemnon, de wraak van Orestes, de verzoening der wraakgodinnen van Clytaemnestra. Het bijbehoorend satyrdrama Proteus is verloren gegaan. Van geen andere tetralogie bezitten wij nu nog meer dan één stuk.

Tetrapolis, vierstedenverbond; 1) in Attica de vlekken Oenoë, Marathon, Probalinthus en Tricorythus.—2)in Doris de stadjes Erineüs, Boeüm, Pindus en Cytinium.—3)in Syria de steden Antiochīa, Apamēa, Laodicēa en Seleucīa.—4)in Lycia: Cibyra, Oenoanda, Bubon en Balbūra.

Tetrica rupes, steile, woeste berg in het sabijnsche land nabij de grenzen van Picēnum.

Tetricus(P. Esuvius), een der zoogenaamde 30 tyrannen onder de rom. keizers, regeerde van 270–274 na C. over Gallia en Hispania, doch riep, toen hij met boerenopstanden en muiterij onder zijn troepen te kampen had, Aureliānus heimelijk te hulp. In den slag bij Durocatalauni (Châlons-sur-Marne) werden toen de opstandelingen door Aurelianus verslagen (274) en Tetricus afgezet.

Τετταράκοντα,z.δικασταί.

Teucer,Τεῦκρος, 1) zoon van den riviergod Scamander en de nimf Idaea, eerste koning van Troje, naar wien de Trojanen Teucriërs genoemd worden. Hij nam Dardanus gastvrij bij zich op en gaf hem zijne dochter Batēa of Arisbe tot vrouw. V. a. kwam hij met Scamander van Creta en werden zij door Dardanus in Troas ontvangen, waar zij den dienst van Apollo Smintheus instelden.—2)zoon van Telamon en Hesione, de bekwaamste boogschutter onder de Grieken voor Troje. Toen hij na de inneming van Troje naar zijn vaderland terugkeerde, werd hij door Telamon verstooten, omdat hij den dood van Aiax niet had gewroken, hij ging naar Cyprus en stichtte daar de stad Salamis, waar zijne nakomelingen de regeering behielden. V. s. keerde hij na den dood van zijn vadernogmaals naar zijn vaderland terug, maar werd nu door Eurysaces, den zoon van Aiax, verdreven, waarop hij zich naar Gallaecia in Hispania begaf.

Teucri,Τεῦκροι, dichterlijke naam der Trojanen, naar Teucer.

Teumessus,Τευμησσός, berg en stad in Boeotia ten N.O. van Thebae.

Teuta,Τεῦτα, koningin van Illyrië, die na den dood van haar gemaal Agron (231) de voogdij voerde over haar minderjarigen zoon Pinnes. De Rom. zonden de gebroeders C. en L. Coruncanius als gezanten tot haar om op beteugeling van den zeeroof aan te dringen, doch Teuta werd zoo toornig over hunne vrijmoedige taal, dat zij een van beiden liet vermoorden. Daarop volgde een wreedaardige oorlog, 229–228. Door het verraad van Demetrius van Pharus, Teuta’s stadhouder op Corcȳra, moest zij om vrede vragen, oorlogsschatting betalen, het zuidelijk gedeelte van haar gebied (meest veroverd land) afstaan ten behoeve van Demetrius (z. a. no. 7) en ook de voogdij aan hem overgeven.

Teutātes, Theut., gallisch god, wien soms menschenoffers gebracht werden, door de Rom. met Mercurius vergeleken.

Teuthrania,Τευθρανία, het Z.W. gedeelte van Mysia, aldus genoemd naar eene oude stad Teuthrania, de residentie der oude mysische koningen, aan den Caīcus door Teuthras gesticht.

Teuthras,Τεύθρας, 1) koning van Mysië, die Auge en later Telephus gastvrij opnam.—2)ofTeleutas, vader van Tecmessa.—3)een van de tochtgenooten van Aenēas.

Teutobochus(Teutobodus), vorst der Teutones in den slag bij Aquae Sextiae tegen Marius (102).

Teutoburgiensis silva, het tegenw. Teutoburgerwoud, waar in 9 na C. Varus met drie legioenen door den Cheruscer Arminius overvallen en verslagen werd.

Teutones, -ni,Τεύτονες, een germaansche volksstam, in 102 door C. Marius vernietigd. Ze woonden in de nabijheid der Cimbren, en worden reeds in de 4deeeuw genoemd als opkoopers van het barnsteen, dat op de Noordzee-eilanden en vooral op Borkum (zieGlaesariae Insulae) gewonnen werd. Evenals van de Cimbren was ook van de Teutonen bij den uittocht van 113 een gedeelte in het land achter gebleven. Zie verderCimbri. V. s. zijn de Teutones identisch met de keltische Toygeni, een gouw der Helvetii.

TexuandriofToxandri, waarschijnlijk een afdeeling der Menapii, woonden in Braband, in de latere gouw Toxandria.

Thaenae, stad in het Z. van Africa vetus, aan de kust.

Thais,Θαΐς, eene om haar schoonheid beroemde hetaere van Athene, ging met Alexander d. G. naar Azië, en werd na zijn dood de bijzit van Ptolemaeus Lagi. V. s. zou zij Alex. aangespoord hebben Persepolis in brand te steken.

Thala,Θάλα, groote stad in Numidia, in het Z.O. aan den rand der woestijn; later behoorde het tot Africa vetus; het ligt in den N.W. hoek van Byzacium.

Thalamae,Θαλάμαι, 1) stad in Messenia, aan de Messenische golf nabij Pherae.—2)stad aan de Westkust van Laconië, aan diezelfde golf, eenigszins zuidelijker.—3)sterkte in Acrorēa, in Elis.

Thalassio, -sius=Talassio.

Thales,Θαλῆς, van Milētus (640 of 624–546), de eerste der grieksche wijsgeeren, nam als grondstof van het bestaande het water aan, waarop volgens hem de aarde, die den vorm van een schijf heeft, drijft. Hij wordt ook de grondlegger van de grieksche wis- en sterrenkunde genoemd en zoude de zonsverduistering van 28 Mei 585 voorspeld hebben. Hij hielp Croesus op zijn tocht tegen Cyrus bij het afdammen van de rivier Halys en stelde de vorming van een ionischen bondsstaat voor ter verdediging tegen de aanvallen der Perzen. Als een van de zeven wijzen, onder welke hij de wijste genoemd wordt, had hij tot spreuk,τί δύσκολον;τὸ γνῶναι ἑαυτόν.τί δ’ εὔκολον;τὸ ἄλλῳ ὑποτίθεσθαι. Geschriften heeft hij waarschijnlijk niet nagelaten.

Thalētas,Θαλήτας, beroemd lierzanger en toonkunstenaar van Creta, die op bevel van het delphische orakel naar Sparta geroepen werd om na een pest de stad door godsdienstige plechtigheden te reinigen. Hij bleef er verder verblijf houden en voerde er verscheiden godsdienstige gezangen in, door dans begeleid. Hij leefde waarschijnlijk op het einde der 7deeeuw, hoewel hij soms een vriend van den wetgever Lycurgus genoemd wordt.

Thalīa,Θάλεια, 1) de Muze van het blijspel, wordt afgebeeld met een comisch masker en een thyrsusstaf in de hand en een klimopkrans op het hoofd.—2)moeder der Palīci.

Thalia,Θαλία, eene van de Charites.

Thallo,Θαλλώ, te Athene eene van de Horae.

Θαλλοφόροι, z.Panathenaea.

Thalna, familienaam in degens Iuventia.

Thamugadi, stad door Traiānus aangelegd in de provincie Numidia of Africa Nova, ten N. van het Audusgebergte. De stad, die onder het woestijnzand bedolven was, is in de laatste jaren der vorige eeuw door de Franschen weer opgegraven, en wordt om zijn goed bewaard gebleven gebouwen uit den keizertijd het afrikaansche Pompeii genoemd. Tgw. Timgad.

Thamyris,Θάμυρις, Θαμύρας, zoon van Philammon en de nimf Argiope, oud-thracisch zanger, een van de oudste grieksche epische dichters. Nadat hij bij de pythische spelen verscheiden overwinningen had behaald, werd hij zoo trotsch, dat hij de Muzen tot een wedstrijd durfde uitdagen, hij werd overwonnen en tot straf van het gezicht en van de gave van het gezang beroofd.

Thapsacus,Θάψακος(=vadum), aan den Euphraat, belangrijke oude stad en de zuidelijkste plaats waar de rivier nog te doorwadenwas voor kameelen. Seleucus Nicātor herdoopte het in Amphipolis. Th. was eenmaal de noordelijkste stad in het rijk van Salomo.

Thapsus,Θάψος, 1) stad op de kust van Byzacium in Africa propria, bekend door de overwinning, die Caesar in 46 op het pompejaansche leger en op Juba behaalde.—2)megarensische volkplanting op de Oostkust van Sicilia ten N. van Syracuse.

Thargelia,Θαργήλια, het voornaamste feest der Atheners ter eere van Apollo, den 6enen 7denThargelion, de geboortedagen van Artemis en Apollo, gevierd. Oorspronkelijk een feest ter eere van het rijpen der veldvruchten of v. a. tot afwering van booze geesten, werd het later hoofdzakelijk een reinigings- en verzoeningsfeest, waarop men nog tot in de zesde eeuw twee ter dood veroordeelde misdadigers onder fluitspel buiten de stad voerde en als zoenoffers voor den geheelen staat ter dood bracht. Overigens was het een vroolijk feest, waarbij men den tocht van Theseus naar Creta en zijne overwinning op den Minotaurus herdacht. Ter herinnering hieraan vertrok jaarlijks omstreeks denzelfden tijd een schip uit Athene, om een feestgezantschap naar Delus te voeren, dat daar aan Apollo offers brengen moest.—Ook in de ionische koloniën werden de Th. gevierd.

Thargelion,Θαργηλιών, 11demaand van het Attische jaar (Mei–Juni), z.Annus.

Thasus,Θάσος, eiland nabij de thracische kust tegenover den mond van den Nestus, een eiland, rijk aan wit marmer en hout, oudtijds ook aan koren, wijn en goud. De goudmijnen, door de Phoeniciërs ontdekt, zijn geheel uitgeput. Het werd in de 7deeeuw van uit Parus gekoloniseerd. De Thasiërs onderwierpen zich in 492 aan de Perzen, doch traden later tot het attische zeeverbond toe, waarvan zij wel in 465 en 411 poogden af te vallen, doch zonder ander gevolg dan dat hun eiland in 463 door Cimon, in 407 door Thrasybūlus heroverd werd. Na den peloponnesischen oorlog legde Sparta de hand op het eiland, later kwam het onder Macedonia.

Thaumantias,Θαυμαντιάς, -τίς, Iris, dochter van Thaumas.

Thaumas,Θαύμας, zoon van Pontus en Gaea, een zeegod, bij de Oceanide Electra vader van Iris en de Harpyieën.

Thaumacia,Θαυμακία, zeestad aan de kust van Magnesia, in Thessalia.

Thea,Θεία, dochter van Uranus en Gaea, bij haar broeder Hyperīon moeder van Helius, Eos en Selēne.

Theaetētus,Θεαίτητος, van Sunium, leerling van Socrates, naar wien Plato een van zijne dialogen genoemd heeft.

Theagenes,Θεαγένης, 1) van Thasus, zoon van Heracles of van Timosthenes, een priester van Heracles. Hij muntte uit door buitengewone lichaamskracht en behaalde bij alle wedstrijden de overwinning, zoodat hem op vele plaatsen standbeelden werden opgericht. Ook op Thasus stond zulk een beeld, en toen Th. gestorven was, ging een zijner vijanden des nachts naar dit beeld en geeselde het, totdat het van zijn voetstuk viel en den man verpletterde. Toen echter de Thasiërs het beeld daarom in zee geworpen hadden, kwam er hongersnood in het land, en deze eindigde eerst, toen het beeld door visschers weder opgehaald en op bevel van een orakel op zijn oude plaats hersteld was.—2)van Rhegium, wordt genoemd als de eerste, die over Homerus geschreven heeft. Hij was een tijdgenoot van Cambȳses.—3)van Nisaea, wist zich den steun der armere burgers tegen de rijken en edelen te verzekeren en maakte zich zoo van de tyrannie over Megara meester, later werd hij echter verdreven. Hij was de schoonvader van Cylon, dien hij bij zijn aanslag met troepen steunde.—4)veldheer der Atheners in den slag bij Chaeronēa.

Theāno,Θεανώ, 1) eene van de Danaiden.—2)dochter van Cisseus, gemalin van Antēnor, priesteres van Athēna te Troje.—3)echtgenoote, dochter of leerlinge van Pythagoras, aan wie eenige werken over zijn leven en leer toegeschreven werden.—4)priesteres te Athene, die weigerde te gehoorzamen aan het bevel, dat alle priesters en priesteressen Alcibiades zouden vervloeken.


Back to IndexNext