Chapter 71

Plattegrond van het theatrum te Herculaneum.Plattegrond van het theatrum te Herculaneum.Theatrum te Aspendus.Theatrum te Aspendus.Theātrum,θέατρον. Na hetgeen onder het artikelamphitheatrumover de zitplaatsen is gezegd, zal de inrichting van het theater der ouden gemakkelijk te begrijpen zijn uit achterstaande teekeningen, waarvan de eene den plattegrond van het theater te Herculaneum voorstelt, de andere een gedeelte der overblijfselen van het theater te Aspendus in Pamphylia. Op de eerste ziet men de concentrische rijen zitbanken (B B), door de trapsgewijze oploopende tusschenpaden (a a) in wiggen (cunei,κερκίδες) afgedeeld. Dezecuneihebben uitgangen (b b) op de rondloopende corridors,διαζώματα(A A, zie de afbeelding bijbalteus). C is deorchestra,ὀρχήστρα, bij de Grieken bestemd voor de reidansen der koren, te Rome sedert 194 tot zitplaatsen voor de senatoren dienende;cis de lage voormuur van het tooneel D D, waarvan de gemetselde achterwand drie openingen (e e e) heeft; dat deze achterwand niet recht doorloopend, maar gebogen is, zal aan den smaak van den bouwmeester hebben gelegen. Het tooneel vóór dezen wand heettescena,σκηνή, en wordt ookproscenium,προσκήνιον, genoemd in tegenstelling van de ruimte (E E) daarachter, hetpostscenium, (wij zouden zeggen: achter de schermen), waar zich kleedkamers, bergplaatsen enmachinerieënbevonden. De ruimte onder het tooneel was hetὑποσκήνιον; moesten er schimmen of riviergoden opstijgen, dan kwamen zij uit deze benedenruimte langs een trap of ladder, den zoogenaamden charonischen trapχαρώνειοι κλίμακες, door een luik op het tooneel.Παρασκήνιαzijn de zijwanden van het tooneel, rechts en links. Ook had men toestellen, waarmede men goden uit de zoldering liet nederdalen; vandaar de uitdrukkingdeus exmachina, om een knoop door te hakken en het stuk tot een slot te brengen, wanneer geene natuurlijke ontknooping mogelijk was. De ruimten ƒ zijn misschien eereplaatsen of loges voor personen van rang geweest. De achterwand van het tooneel en ook het postscenium waren met verdiepingen, zooals de tweede teekening te zien geeft. De gemetselde uitstekken, die men er op aantreft, dienden tot bevestiging van het houten raamwerk, waarop de schermen of coulissen gespannen waren. Het tooneel had dus eene groote breedte, doch eene geringe diepte. De ruimte vóór het achterscherm (dat natuurlijk uit verschillende naast elkander geplaatste stukken bestond), heette vermoedelijkpulpitum,λογεῖον. De zijschermen waren op eene eigenaardige manier ingericht. Zij heettenπερίακτοι,versūrae, en bestonden uit vertikale driehoekige prisma’s, die op een spil draaiden en dus drie verschillende decoraties vertoonden, terwijl het achterscherm door verschuiving werd veranderd. Hetθεολογεῖονwas een zweeftoestel, van waar in sommige stukken een god uit den hoogen zijn wil verkondigde. Over enkele verschillen tusschen het rom. en grieksche theater, b.v. dat de ruimte voor het publiek bij het eerste juist een halven cirkel vormde, bij het tweede nog over de middellijn vooruitsprong, kunnen wij hier heenstappen.Te Athene begon men met den bouw van het eerste steenen theater in het begin der 5deeeuw, nadat de houten zitplaatsen en stellingen, waarop men tot dien tijd de voorstellingen aanschouwd en gegeven had, waren ingestort. Te Rome heeft het lang geduurd, eer er een steenen theater gebouwd werd. Bijludi sceniciwerd er een tooneel van hout opgeslagen en na afloop der feesten weder afgebroken. Zitplaatsen waren niet aangebracht, men moest staan of een stoel medebrengen. In 174 lieten de censoren Q. Fulvius Flaccus (Fulviino. 6) en A. Postumius Albīnus (Postumiino. 12) eene vaste steenenscenabouwen. Twintig jaar later beproefden de censoren M. Messalla en C. Cassius Longīnus (Cassiino. 6) aan de helling van den Palatīnus een steenen theater te bouwen, doch P. Cornelius Scipio Nasica, die op dat tijdstip nog consul was (ten tweeden male) liet het afbreken en de materialen publiek verkoopen, terwijl bij senaatsbesluit het zitten bij tooneelvoorstellingen werd verboden. In 146 verrees een volledig theater met zitplaatsen, doch wederom van hout en slechts tijdelijk. Eerst in 55 liet Pompeius een geheel steenen theater bouwen met 40000 zitplaatsen, in 13 verrees het tweede, door L. Cornelius Balbus (Corneliino. 29) bekostigd en voor 30000 personen ingericht, en later het theatrum Marcelli, door Augustus aan de nagedachtenis van zijn schoonzoon gewijd, ook met 30000 plaatsen. De toeschouwers zaten in de open lucht; later spande men zeilen boven hun hoofd uit (zieamphitheatrum). Te Athene werd een entree van 2 obolen geheven (zieθεωρικόν); te Rome betaalde men geen entree, want de spelen waren geschenken, aan het volk aangeboden; evenwel moest men een bewijs van toegang (tessera, zie ondertabula) hebben. Het voorscherm werd bij het begin der voorstelling niet opgehaald, maar zakte weg en werd bij het einde weder omhoog getrokken (zieaulaeum), vandaaraulaeum manere= tot het einde toe blijven, het einde afwachten.Thebaansche oorlog, 1) de oorlog, door Adrastus (z. a.) en zijne bondgenooten tegen Thebe gevoerd om Polynīces in diens rechten te herstellen.—2)de oorlog tusschen Thebe en Sparta, die volgde op de verdrijving der Spartanen uit de Cadmēa en de omverwerping der oligarchische regeering te Thebe (378). In dezen oorlog, waarvan het doel was de oppermacht van Sparta te fnuiken, werden de Thebanen in het begin bijgestaan door de Atheners, later door de meeste peloponnesische staten; toen het echter bleek, dat de Thebanen naar de hegemonie streefden, koos Athene de zijde der Spartanen, en de verdeeldheden onder de Peloponnesiërs maakten, dat het bondgenootschap met hen weinig waarde had. Wel behaalden de Thebanen in de groote slagen bij Leuctra (371) en Mantinēa (362) schitterende overwinningen, deed Epaminondas tweemaal (369 en 362) een tocht naar Sparta, werden de Messeniërs in hun land teruggebracht en eene nieuwe hoofdstad Messēne gebouwd, vereenigden de Arcadiërs zich tot één staat en stichtten zij de bondsstad Megalopolis, maar hoezeer de Spartanen door dit alles vernederd werden, het gelukte Thebe niet zich tot den eersten staat van Griekenland te verheffen. Na den dood van Epaminondas en Pelopidas was er niemand om hen op te volgen, en bij den vrede (362) werden alle grieksche staten autonoom verklaard.Thebae,Θῆβαι, 1) oudtijdsΘήβη, hoofdstad van Boeotia, aan de rivier Ismēnus en de bron Dirce, met den burcht Cadmēa, volgens de sage door Cadmus gesticht. De stad lag in eene heuvelachtige, bronrijke en vruchtbare streek, zeer geschikt voor paardenfokkerij; zij was ommuurd door een hoogen, zwaren muur, waarvan de steenen op de tonen van Amphīons gouden lier zichzelven hadden opeengestapeld. Zij had zeven poorten en wordt hiernaarἑπτάπυλοςgenoemd. Buiten de Electrische poort lagen de zeer heilige tempel van den ismenischen Apollo en de tempel van Amphiarāus (z. a.). Aan den laatsten was een droomorakel verbonden, waartoe echter den Thebanen de toegang was ontzegd, omdat zij op de vraag, of zij den heros als waarzegger of als strijdmakker hebben wilden, het laatste hadden verkozen. Thebae was de geboorteplaats van Heracles, van Amphīon, van Tiresias, van Oedipus, ook Semele, de moeder van Dionȳsus, behoorde er te huis. Tot den mythischen tijd behooren de oorlog der zeven vorsten tegen Thebe (zieAdrastus) en die der Epigonen. In den perzischen oorlog gaf Thebe zich gewillig aan Xerxes over. In den peloponnesischen krijg koos het als bittere vijandin van Athene de partij van Sparta. De overrompeling der Cadmēa door den Spartaan Phoebidas in 383 en de daarop gevolgde instelling eener oligarchische regeering bracht een ommekeer te weeg, en na de bevrijding der stad in 379 was het Thebe, dat onder de leiding van Epaminondas en Pelopidas Sparta’s overmacht gevoelig fnuikte (slagen bij Leuctra, 371, en bij Mantinēa, 362). Later liet het zich eerst door Philippus van Macedonia om den tuin leiden, doch sloot zich op het laatste oogenblik nog bij Athene aan, hoewel vergeefs (nederlaag bij Chaeronēa, 338). Bij de troonsbeklimming van Alexander den Gr. viel Thebe af (334); tot straf werd het door Alex. verwoest, op de tempels en het gewezen huis van den dichter Pindarus na. Van de 40000 inwoners werden 6000 gedood en 20000 als slaven verkocht. Cassander liet wel in 316 de stad herbouwen, doch zij had in 290 weder veel te lijden van Demetrius Poliorcētes en in 86 van L. Cornelius Sulla. Thans Thiva.—2)groote stad van Aegypte, volgens Diodōrus Siculus de oudste stad ter wereld, aan den Nijl, hoofdstad van Opper-Aegypte, laterDiospolis magna,Διόσπολις ἡ μεγάλη, geheeten. Het was de residentie van de aegyptische koningen van verschillende dynastieën. Het was rijk aan grootsche en prachtige tempels, paleizen en andere gebouwen.Boven alles muntte de tempel van Ammon uit, van waar een weg tusschen twee rijen sphinxen, elk van 100 stuks, naar het paleis van Amenhotep of Amenophis III (zieMemnonno. 1) voerde. Thebae had, volgens het verhaal, 100 poorten, en werdἑκατόμπυλοςgenoemd, en was 140 stadiën = 4⅔ uur gaans in den omtrek. Het had een drukken handel. Aan den tegenoverliggenden rechter Nijloever lag de necropolis, waar men ook nog tempels en paleizen aantrof. Na de plundering door Cambȳses was het met Thebe’s grootsten bloei gedaan. Tusschen de puinhoopen liggen thans 4 dorpen, Luxor en Karnak op den rechter-, Goernah en Medinet-Aboe op den linkeroever van den Nijl.—3)stad in het thessalische landschap Phthiōtis,Θῆβαι Φθιώτιδες, havenstad, aan de golf van Pagasae.Thebais,Θηβαΐς, 1) Boven-Aegypte, van de aethiopische grenzen (24° N.B.) tot omstreeks 27⅔° N.B. Het omvatte dus in lengte ongeveer de helft van het aegyptische Nijldal.—2)het gebied der stad Thēbae in Boeotia.Thebe,Θήβη, stad in Mysia, aan den boschrijken berg Placus en daaromὑποπλακίηgeheeten. Andromache was hier geboren, evenals Chrysēis, die buit gemaakt werd, toen Achilles de stad verwoestte. Thebe laglandinwaartsachter de golf van Adramyttium, waar men later nog den Thebānus campus,τὸ Θήβης πεδίον, had. Zie ookThebaeno. 1.Theches,Θήχης, een der toppen van den Paryādres op de pontisch-armenische grenzen, vanwaar de 10000 Grieken onder Xenophon het eerst de zee in het gezicht kregen.Thelepte, stad in het binnenland van Africa vetus, in Byzacium, ten Z. van Thala.Thelpūsa,Θέλπουσα=Telphusa.Thelxion,Θελξίων, zoon van koning Apis (z. a.).Themis,Θέμις, dochter van Uranus en Gaea, bij Zeus moeder der Moerae en Horae, godin van wet en orde, die zoowel op den Olympus als in de vergaderingen der menschen recht en orde handhaaft. Zij is de verstandige raadgeefster van Zeus, zit bij hem, wanneer hij zijne besluiten neemt, en verkondigt zijn wil als orakelgevende godin, vóór Apollo was zij in het bezit van het delphische orakel. Hare beelden gelijken op die van Pallas Athēna, gewoonlijk heeft zij een horen van overvloed en een weegschaal in de handen.Themiscȳra,Θεμίσκυρα, water- en grasrijke vlakte, tot het gebied der stad Amīsus in Pontus behoorende, tusschen de rivieren Iris en Thermōdon gelegen, en als het gebied der Amazonen beschouwd. De stad Themiscyra, aan den mond van den Thermodon, was in Augustus’ tijd reeds verdwenen.Themiso,Θεμίσων, tyran van Eretria, tijdgenoot van Demosthenes, ontnam den Atheners bij verrassing in vredestijd Orōpus; later werd hij door de Thebanen aangevallen, maar door de Atheners tegen hen geholpen.Themista,Θεμίστα, uit Lampsacus, vriendin en volgelinge van Epicūrus.Leonteusno. 2.Themistius,Θεμίστιος, van Paphlagonië, leeraar van en schrijver over rhetorica en wijsbegeerte (ongeveer 317–390 n. C.), leefde meestal te Constantinopel. Hij stond in hoog aanzien bij de keizers Constantius en Iuliānus en bekleedde verscheiden hooge betrekkingen; onder Theodosius werd hij praef. urbi (384); tot zijne leerlingen behoorde ook de latere keizer Arcadius. Van zijne werken zijn 34 redevoeringen en 4 paraphrasen op Aristoteles bewaard gebleven.Themisto,Θεμιστώ, dochter van Hypseus. Athamas nam haar tot vrouw, toen hij Ino verstooten had, toen hij echter later vernam, dat Ino nog leefde, liet hij deze terughalen. Hierover vertoornd, wilde Th. Ino’s kinderen des nachts dooden en liet hen daarom in het zwart kleeden, terwijl zij haar eigen kinderen witte kleederen aantrok, doch Ino, die het plan bemerkt had, verwisselde heimelijk de kleederen, zoodat Th. in het donker haar eigen kinderen om het leven bracht; toen zij dit ontdekte, doodde zij ook zichzelve.Themistocles,Θεμιστοκλῆς, Athener, zoon van Neocles. In zijn jeugd weinig geacht om zijn losbandig leven en misschien ook omdat zijn moeder een vreemdelinge was, trad hij, toen hij begon zich aan staatszaken te wijden, door zijne buitengemeene begaafdheden spoedig op den voorgrond. Hij was de eerste die inzag, dat de toekomstige macht van Athene op de zee berustte, daarom werd reeds in 493 onder zijn archontaat met den aanleg van den Piraeus begonnen, en overreedde hij het volk om de opbrengst van de zilvermijnen in Laurium, die vroeger verdeeld werd, voor het bouwen eener vloot te besteden. Het verzet, dat deze maatregelen bij de meer behoudende partij vonden, moest opgegeven worden, toen Aristides in 483 door het ostracisme verbannen was. Bij de nadering van Xerxes tot strateeg gekozen, deed Th. in de eerste plaats zijn best om te zorgen, dat de verdediging door alle grieksche staten eendrachtig volgens een vast plan en vooral op zee zou gevoerd worden; de houten muur, die volgens het delphische orakel Athene tot redding zou strekken, was naar zijne verklaring de vloot. Toch werd hij gezonden om in vereeniging met een spartaansch leger de Tempepassen te bezetten, toen de Grieken zich echter wegens de ongeschiktheid van het terrein van hier teruggetrokken hadden, voegde hij zich met de atheensche schepen bij de vloot, die bij Artemisium lag. In weerwil van de verliezen, die deze vloot door een hevigen storm leed, werd hier op aanmoediging van Th. drie dagen lang tegen de Perzen slag geleverd, maar hoewel deze slag onbeslist bleef, moest men zich na de nederlaag der Spartanen bij de Thermopylae terugtrekken. Bij den terugtocht trachtte Th. nog door list de Ioniërs in het perzische leger onschadelijk te maken. Te Athene teruggekeerd, bewerkte hij nu dat de Atheners hun stad verlieten, hun vrouwen, kinderen en bezittingen naar Salamis en Troezen overbrachten, en zich op de vloot bij Salamis begaven. Toen nu Athenedoor de Perzen ingenomen en verbrand was, en men op aandringen der Corinthiërs en andere Peloponnesiërs op het punt stond de voordeelige positie bij Salamis op te geven om zich tot de verdediging van de Peloponnēsus te beperken, maakte Th., nadat hij zich vruchteloos met alle macht tegen dit plan verzet had, de uitvoering er van door list onmogelijk. Hij liet namelijk Xerxes in het geheim verwittigen, dat de Grieken op het punt waren zich te verspreiden en dat hem daardoor de gelegenheid zou ontsnappen, hen in één slag ten onder te brengen. Hierdoor aangemoedigd, waagde Xerxes den aanval, de grieksche vloot werd omsingeld en tot tegenweer genoodzaakt en won den beroemden zeeslag bij Salamis (Sept. 480). Door nieuwe boodschappen, waarin den Grieken het plan toegedicht werd, de brug over den Hellespont af te breken, wist Th. daarop Xerxes tot een overhaasten terugtocht uit Europa te bewegen. Nadat hij nog de eilanden, die met de Perzen geheuld hadden, had getuchtigd, hield hij zich meer met binnenlandsche aangelegenheden bezig. Op zijn raad werd Athene met muren omgeven, terwijl hij door list en met levensgevaar den tegenstand der Spartanen tegen dezen maatregel verijdelde; ook werd de Piraeus vergroot en versterkt. Th. was toen op het toppunt van zijn roem, maar met het terugkeeren van rustiger tijden stak zijn tegenpartij het hoofd weder op; vooral wegens de vijandige houding, die hij tegen Sparta aannam, trachtte men hem onschadelijk te maken, hij werd beschuldigd van oneerlijkheid, knevelarij en persoonlijke eerzucht, en eindelijk bracht men het zoo ver, dat hij door het ostracismus verbannen werd. Hij ging naar Argos, maar na eenige jaren werd hij van medeplichtigheid aan de plannen van Pausanias beschuldigd, waarop hij zich te Argos niet meer veilig achtte; hij vluchtte naar Corcȳra, van daar afgewezen naar Admētus, koning der Molossers, die zorgde dat hij veilig naar Pydna kwam (± 466), van waar hij naar Ephesus overstak. Hij wendde zich nu tot Artaxerxes, beriep zich op zijne diensten, aan Xerxes bewezen, en beloofde hem zijne medewerking bij de onderwerping van Griekenland; de koning overlaadde hem met gunstbewijzen en gaf hem de steden Magnesia, Lampsacus en Myus voor zijn levensonderhoud. Maar voordat van perzische zijde weder iets tegen Griekenland was ondernomen, stierf Th. (omstreeks 459), v. s. door eigen hand, omdat hij zijne beloften aan Artaxerxes niet konde of wilde vervullen. Zijn gebeente werd door zijne vrienden heimelijk naar Attica overgebracht en daar begraven.Themistogenes,Θεμιστογένης, van Syracuse, wordt door Xenophon genoemd als de schrijver van een werk over den krijgstocht van den jongen Cyrus en den terugtocht der 10000 Grieken. Men gelooft, dat met dit werk de Anabasis van Xenophon zelf bedoeld is, en dat de schrijver het uit bescheidenheid onder een vreemden naam aanhaalt.Theoclymenus,Θεοκλύμενος, van Hyperesia in Argolis, een waarzegger, die wegens een moord naar Lacedaemon vluchtte, waar hij Telemachus ontmoette. Met dezen ging hij naar Ithaca, waar hij de terugkomst van Odysseus, enz. voorspelde.Theocritus,Θεόκριτος, van Syracuse (v. a. van Cos), studeerde te Alexandrië en genoot wegens zijne geleerdheid en dichterlijk talent hooge gunst bij Ptolemaeus Philadelphus en bij Hiero II. Uitgaande van eenvoudige sicilische herdersliedjes, werd hij de schepper van een nieuwe dichtsoort, debucolischepoëzie of het herdersdicht, hij dichtte een aantal tafereelen (Εἰδύλλια βουκολικά), meest uit het leven van sicilische herders en landlieden, waarvan ongeveer 30 bewaard gebleven zijn, die door dramatische inkleeding, natuurlijkheid en eenvoud, door het ongekunstelde van taal en metrum vol aantrekkelijkheid zijn. Th. stierf omstreeks 245, op den leeftijd van 60 jaar.Theodectes,Θεοδέκτης, van Phasēlis, leerling van Isocrates, Plato en Aristoteles, beroemd als redenaar, maar vooral als treurspeldichter. In den tragischen wedstrijd bij de lijkfeesten van Mausōlus (352) behaalde hij den eersten prijs. Van zijne talrijke werken is bijna niets bewaard gebleven.TheoderīcusofTheodorīcus, Theoderik, 1) koning der Westgothen (418–451 na C.), die in den slag op de catalaunische velden tegen Attila sneuvelde.—2)koning der Westgothen (452–466), zoon van no. 1, een beschaafd vorst, begunstiger van kunst en wetenschap, door zijn broeder Eurik omgebracht.Theodōrus,Θεόδωρος, 1) van Samus, zoon, leerling en medewerker van Rhoecus (z. a.), tevens beroemd goud- en zilversmid, hij maakte o. a. den ring van Polycrates.—2)van Byzantium, rhetor en sophist, tijdgenoot van Socrates.—3)van Cyrēne, beroemd wiskundige, leermeester van Plato.—4)ὁ ἄθεος, cyrenaisch wijsgeer, die wegens ongeloof uit Athene verbannen, naar Alexandrië bij Ptolemaeus I ging.—5)van Gadara, een rhetor, wiens lessen Tiberius gedurende zijn verblijf op Rhodus hoorde. Zijne leerlingen noemden zich naar hemΘεοδώρειοι.Theodosia,Θεοδοσία, bloeiende volkplanting van Milētus in de taurische Chersonēsus (Krim), thans Kaffa of Feodosia.Theodosiopolis,Θεοδοσιούπολις, zieResaïna.Theodosius(Flavius), 1) Hispaniër van geboorte, werd door keizer Valentiniānus I in 367 na C. naar Britannia gezonden, dat gedeeltelijk in opstand was. Hij versloeg de Britten, dreef de Schotten in hun bergland terug en herstelde den wal van Agricola of van Hadriānus. Later dempte hij nog een opstand in Africa (373), die echter opnieuw uitbarstte, waarop Theod. hem andermaal, thans met groote gestrengheid, onderdrukte. In 376 werd hij vermoord, op last van keizer Gratiānus, die hem haatte.—2)Theodosius Iofde Groote, rom. keizer 379–395 na C., in 346 te Cauca in Hispania geboren, zoonvan no. 1. Nog jong vergezelde hij reeds zijn vader op diens tochten naar Britannia en Africa en leerde onder hem de krijgskunst. In 378 zond Gratiānus hem naar Thracië tegen de Gothen en in 379 nam hij hem tot medekeizer aan. Bij herhaling versloeg Theod. de Gothen. In 380, na eene ziekte, nam Theod. in zijne residentie Thessalonīca hetChristendomaan. Hij kon niet verhinderen dat Gratianus in Britannia vermoord en Maximus (z. a.) tot keizer werd uitgeroepen; hij erkende dezen zelfs als medekeizer, doch toen Maximus aan Gratianus’ zoontje Valentiniānus II Italië wilde ontnemen (387), zond Theod. den Frank Arbogastes tegen hem af; Maximus werd verslagen en ter dood gebracht (388). Theod. stelde nu den 17-jarigen Valentinianus II tot keizer over het geheele Westen aan, begaf zich in 389 als diens voogd naar Rome, waar hij het heidendom met geweld onderdrukte, en strafte in 390 met gruwzame wreedheid den moord, te Thessalonīca in een oproer op een zijner bevelhebbers gepleegd, eene daad, waarvoor bisschop Ambrosius van Milaan den keizer den toegang tot de kerk belette en waarover Theod. zelf groot berouw had. In 392 werd Valentinianus door Arbogastes vermoord en Eugenius in het W. op den troon geplaatst. Met zijne voortreffelijke veldheeren Stilicho, een Vandaal, en Gaenas, een Goth, versloeg Th. Arbogastes en Eugenius bij Aquileia (394), Eug. werd ter dood gebracht, Arb. sloeg de hand aan zichzelf. In 395 stierf Theod. te Milaan. Het rijk kwam nu aan zijne beide zonen, Arcadius en Honorius, en door den twist van beider ministers, Rufinus en Stilicho, kwam nu feitelijk een deeling van het rijk tot stand, die op den duur den ondergang van het West-Romeinsche rijk ten gevolge heeft gehad.—3)Theodosius II, zoon van Arcadius en dus een kleinzoon van no. 2, volgde in 408, slechts acht jaar oud, zijn vader op, onder regentschap van den veldheer Anthemius, die de invallen der Hunnen afweerde. De zuster van den jongen keizer, Pulcheria, eene vrome en geleerde vrouw, nam diens opvoeding ter hand, zijn zwak karakter was oorzaak, dat hij feitelijk zijn leven lang onder hare voogdij bleef. Zijne regeering werd gekenmerkt door voortdurende godsdiensttwisten, ongelukkige oorlogen met de Vandalen in Afrika, opstanden in Palaestina en Syrië en een zware brand te Constantinopel. In 438 had de plechtige afkondiging plaats van dencodex Theodosiānus, eene verzameling van wetten en verordeningen sedert Constantijn den Gr. De keizer huwde in 421 met Athenais, als Christin gedoopt met den naam Aelia Eudocia, z.Athenaisno. 2; ’s keizers dochter Eudocia werd in 437 de bruid van Valentiniānus III, keizer van het W., den zoon van Constantius en Placidia. Theodosius II stierf in 450, na zich eenige jaren van te voren van zijne vrouw te hebben laten scheiden en na in zijne laatste regeeringsjaren veel last te hebben gehad van de invallen van Attila, den Hunnenvorst. Na zijn dood werd Pulcheria tot keizerin uitgeroepen, die tot 454 leefde, kloosters en kerken stichtte en haar geheele vermogen aan de armen vermaakte. In 453 huwde zij in het belang van het rijk—doch zonder de vroeger door haar afgelegde gelofte van kuischheid te schenden—met Marciānus, een Thraciër, die tot 457 regeerde, en een wakker en beleidvol man was.Theodotus,Θεόδοτος, 1) voerde voor Lysimachus het bevel over Sardes en gaf die stad aan Seleucus over.—2)bevelhebber eener vloot van Antigonus, verloor een zeeslag tegen Ptolemaeus I (315).—3)Aetoliër, veldheer van Ptolemaeus in den oorlog tegen Antiochus III.—4)leermeester van Ptolemaeus XI, gaf den raad Pompeius te vermoorden, moest daarom voor Caesar vluchten en viel eindelijk in handen van Brutus, die hem ter dood liet brengen (43).Theognis,Θέογνις, 1) van Megara, leefde omstreeks het einde der 6deeeuw. Hij behoorde tot den rijken adel en was met hart en ziel aristocraat; bij eene democratische omwenteling verloor hij zijne goederen en werd hij uit zijn vaderland verdreven, waar hij eerst na lange jaren als balling te hebben rondgezworven terugkeerde. Hij gaf aan zijne ontevredenheid over de bestaande toestanden lucht in een aantal elegieën, waarin hij zich dikwijls met groote bitterheid over zijne tegenpartij beklaagt; wij bezitten daarvan nog een vrij groot aantal uittreksels, voor het meerendeel korte staat- en zedekundige spreuken (gnomen); vele daarvan zijn echter niet van Th., maar zijn of omgewerkt of bij latere uitgaven toegevoegd.—2)een van deτριάκονταte Athene, ook als treurspeldichter genoemd.Θεολογεῖον, z.theatrum.Theomestor,Θεομήστωρ, van Samus, streed in den slag bij Salamis aan de zijde der Perzen en werd wegens zijne dapperheid door Xerxes tot tyran over Samus aangesteld.Theomnestus,Θεόμνηστος, 1) van Naucratis, academisch wijsgeer, wiens lessen M. Brutus bijwoonde (43).—2)van Sardes, maakte verscheiden beroemde metalen beelden van athleten, jagers, enz. Hij leefde waarschijnlijk in den hellenistischen tijd.Theon,Θέων, 1) van Samus, verdienstelijk schilder omstreeks 300.—2)van Smyrna, wiskundige onder Hadriānus; hij schreef ook commentaren op Plato.—3)van Alexandrië, wis- en sterrenkundige onder Theodosius I, schrijver van verscheiden werken over wiskunde en eenige gedichten. Hij was de vader van Hypatia.—4)Aelius Th., van Alexandrië, platonisch wijsgeer, schrijver van verscheiden commentaren op oude schrijvers en van een nog bestaand leerboek der rhetorica,Προγυμνάσματα. Hij leefde waarschijnlijk in de eerste eeuw n. C.Theonoë,Θεονόη, 1) =Idothea.—2)dochter van Thestor (z. a.).Theophanes,Θεοφάνης, van Mytilēne, volgeling en raadsman van Pompeius, die hemmet het rom. burgerrecht begiftigde en wiens krijgsdaden hij beschreef.Theophrastus,Θεόφραστος, van Eresus, geb. 372, leerling van Plato en later van Aristoteles. Deze laatste, die hem de voorkeur gaf boven al zijne andere leerlingen, benoemde hem tot zijn opvolger, tot voogd over zijn zoon en tot erfgenaam zijner bibliotheek, ook zou hij den oorspronkelijken naam Tyrtamus in Th. veranderd hebben wegens zijn uitmuntende voordracht. Na den dood van den meester (322) stond Th. 35 jaar, door talrijke leerlingen bemind en bewonderd, aan het hoofd der peripatetische school, totdat hij in den ouderdom van 85 jaar stierf. Zonder zijne zelfstandigheid op te offeren, liet hij zijn onderwijs voornamelijk strekken tot verklaringenontwikkeling van het stelsel zijns leermeesters. Van zijne talrijke geschriften bezitten wij nog 30 karakterschetsen (ἠθικοὶ χαρακτῆρες) en eenige werken over plantkunde, mineralogie, enz. (περὶ φυτῶν ἱστορίας, περὶ αἰτιῶν φυτῶν, e. a.).Theopompus,Θεόπομπος, 1) koning van Sparta, onder wiens regeering de eerste messenische oorlog gevoerd werd; v. s. stelde hij het ephoraat in.—2)van Chius, geb. omstreeks 380, verliet als knaap met zijn vader Damasistratus, die verbannen was, zijn vaderland, kwam te Athene, waar hij het onderwijs van Isocrates genoot, en trad in vele steden als pleitbezorger en feestredenaar op. Bij de lijkfeesten ter eere van Mausōlus behaalde hij als redenaar den eersten prijs. Later wijdde hij al zijn tijd en een groot deel van zijn vermogen aan de beoefening der geschiedenis, en legde hij de vruchten van zijn onderzoek neer in twee werken (Ἑλληνικά, Φιλιππικά), die bijna geheel verloren zijn gegaan, zoodat wij niet in staat zijn te beoordeelen, of men hem met recht de hardheid van zijn oordeel over personen verwijt; wel meent men bij hem sporen te vinden van groote partijdigheid voor Alexander d. G. Door den invloed van Alex. in zijn vaderstad teruggeroepen, moest hij deze echter later weder verlaten, daar hij door zijn trotsche houding zijn staatkundige tegenstanders zoozeer verbitterde, dat hij voor de openbare rust gevaarlijk scheen (306). Hij ging naar Aegypte, waar hij echter bij Ptolemaeus geen gunstig onthaal vond. Van zijne verdere lotgevallen is niets bekend. Een onlangs in Egypte gevonden fragment van een geschiedkundig werk wordt door velen aan Th., door anderen aan Cratippus toegeschreven.—3)atheensch blijspeldichter, jonger tijdgenoot van Aristophanes.Θεωρία, een gezantschap, dat uitgezonden wordt om den staat bij godsdienstige feesten te vertegenwoordigen, in zijn naam te offeren, een orakel te ondervragen, enz.Θεωρικόν, het entréegeld in den schouwburg te Athene, ten bedrage van 2 obolen (διωβελία) per persoon. Voor de arme burgers betaalde de staat sedert Pericles dit geld, ten minste bij de Dionysusfeesten, later maakten ook rijkere aanspraak er op en werd het ook op andere feesten gegeven, zoodat hetθεωρικόνeen zeer drukkende last voor den staat werd; ten slotte werden alle overschotten van den gewonen dienst in de kas van hetθεωρ. gestort. Eerst kort voor den slag bij Chaeronēa, toen door geldgebrek de verdedigingsmiddelen geheel verwaarloosd waren, gelukte het Demosthenes het volk te bewegen dit geld liever voor oorlogstoerustingen te bestemmen.Thera,Θήρα, vroeger Calliste geheeten, thans Santorin, een der Sporaden, ten Z. van Naxus gelegen. Met Therasia vormt het als het ware den wand van een ontzaggelijk kratermeer, dat met de zee in verbinding staat. In voorhistorischen tijd is de krater tot uitbarsting gekomen, en daarna ingezakt. In historische tijden zijn er in dit bekken uitbarstingen geweest in 197/6 v. C. en in 46/47 n. C., misschien ook in 66 v. C. In 197 of in 66 is het kleine eilandje Hiera, in 46 n. C. is Thia uit zee opgerezen. Cyrēne in Afrika was eene kolonie van Thera (631).Theramenes,Θηραμένης, van Athene, Chius of Ceos, zoon of aangenomen zoon van den Athener Hagnon, een beschaafd en welsprekend, maar hebzuchtig en karakterloos man, was een van hen, die in 411 bij de invoering van de regeering der 400, waartoe hij ook zelf behoorde, den meesten ijver betoonden. Door deze regeering in zijne verwachtingen teleurgesteld en waarschijnlijk ook wel inziende, dat zij niet lang zou kunnen blijven bestaan, stelde hij zich aan het hoofd der democraten om haar omver te werpen; door deze verandering van partij haalde hij zich den spotnaamcothurnus(z. a.) op den hals. Gedurende eenigen tijd behoorde hij nu tot de gematigde volkspartij en verwierf hij grooten invloed; na den slag bij de Arginusen was hij het voornamelijk, die bewerkte dat de strategen ter dood veroordeeld werden, omdat zij verzuimd hadden de in dien slag verongelukten uit zee op te visschen, ofschoon hij wellicht aan dit verzuim meer schuld had dan zij. Toen Athene na den slag bij Aegospotami door Lysander belegerd werd, wist Ther. door schoone beloften te verkrijgen, dat hij afgevaardigd werd om over den vrede te onderhandelen, hij bleef echter opzettelijk zoo lang weg, dat de belegerden zich eindelijk door honger genoodzaakt zagen alles toe te geven. Daarna werd hij een van de 30, doch toen hij zich tegen de gewelddadige handelingen zijner ambtgenooten verzette, en men vreesde, dat hij dezelfde rol als vroeger zoude spelen, beschuldigde Critias hem van hoogverraad, en toen deze bemerkte, dat de verdediging van Th. op den raad indruk maakte, liet hij hem met geweld naar de gevangenis sleepen en ter dood brengen. Als slachtoffer van de 30 en door de vastberadenheid, waarmede hij den giftbeker dronk, heeft hij na zijn dood een populariteit verworven, die hij door zijn leven niet verdiend had.Therapnaeen-ne,Θέραπναι, -νη, 1) stadje in Boeotia aan den weg van Thebae naar de rivier Asōpus en naar Attica.—2)stadje niet ver ten O. van Sparta, met de gravenvan Menelāus en Helena en een tempel der Dioscuren, die v. s. daar geboren zouden zijn.Theras,Θήρας, afstammeling van Polynīces, wiens vader koning van Thebe geweest was, maar op bevel van een orakel naar Lacedaemon was verhuisd. Hij bracht eene volkplanting van Lacedaemoniërs en Minyers naar het eiland Calliste, dat sedert dien tijd Thera genoemd werd.Therasia,Θηρασία, zieThera.Theres,Θῆρες=Pheres.Therma,τὰ Θέρμα, 1) grieksche stad in Macedonia, aan de golf van Therma, den sinus Thermaicus, ten W. van Chalcidice. Op de plaats van dit Therma stichtte Cassander omstreeks 315 eene nieuwe stad, die hij naar zijne gemalinThessalonīcanoemde, eene sterke vesting met goede haven, thans Saloniki. Dit werd eene bloeiende handelsplaats, vooral onder de Rom., door hare ligging aan devia Egnatia. Zij werd in 168 de hoofdstad van een der vier distrikten, waarin toen Macedonia gesplitst werd, later werd zij hoofdst. der prov. en is zelfs wel keizerlijke residentie geweest.—2)warme bron bij Lechaeum in Corinthia.—3)=Thermum.Thermae,Θέρμαι, stad aan de Noordkust van Sicilia, bevolkt met de overgebleven inwoners van het door de Carthagers verwoeste Himera (z. a.). De naam Thermae komt van de warme bronnen, die de stad tot eene zeer gezochte badplaats maakten.Thermae.Thermae.Onder dezen naam verstond men warme bronnen met de daardoor gevoede badhuizen, vervolgens ook elk badhuis, waar men nevens koude baden ook warme kon nemen. In zoover isthermaedus synoniem metbalneae(ziebalneum). Sedert het tijdperk van Augustus evenwel wordtthermaemeer in het bijzonder gebezigd van de prachtige badinrichtingen der Rom., die volgens het model van een grieksch gymnasium (z. a.) waren aangelegd, doch op veel grooter schaal, en waar men nevens allerlei soort van baden ook conversatiezalen, zalen voor voorlezingen, bibliotheken, gelegenheid tot balspel en gymnastische oefeningen, wandelparken, gaanderijen, enz., aantrof. Van drie zoodanige gebouwen zijn te Rome nog belangrijke overblijfselen aanwezig, n.l. van dat van Titus op den Esquilijnschen berg, van dat van Diocletiānus op den Quirinālis, waarvan ééne enkele zaal door Michel Angelo in eene ruime kerk werd herschapen, en van dethermae Antoninianaevan Caracalla. In deze laatste vond men o. a. eene rotonde van 50 meter doorsnede, gedekt met eene flauw gewelfde zoldering, een meesterstuk van bouwkunst. Daarachter volgden twee zalen, elk van 56 M. lang en 22 M. breed, aan welker uiteinden weder kleinere zaaltjes waren, door kolonnades van de groote gescheiden. De bijgevoegde teekening geeft een gezicht op de groote middenzaal, zooals deze er vermoedelijk heeft uitgezien. De hier genoemde ruimten vormden slechts het middengedeelte, ter weerszijden strekten zich nog kolossale vleugels uit.Thermaicus sinus, zieThermano. 1.Thermessa=Hierano. 1.Thermōdon,Θερμώδων, 1) beek in Boeotia, die bij Tanagra in den Asōpus uitliep.—2)rivier in het W. van Pontus, kort van loop, doch breed, aan welker oevers de Amazonen zouden gewoond hebben; zieThemiscyra.Thermopylae,Θερμοπύλαι, een enge bergpas, de toegangsweg van Thessalia naar Locris en het oostelijk Hellas. Op sommige plaatsen was hij zoo smal, dat twee wagens elkander niet konden passeeren. Voor een gedeelte liep hij tusschen de uitloopers van het Oetagebergte en een moeras aan den binnensten hoek der Malische golf, terwijl hij door den Sperchēus en nog een paar kleinere stroompjes werd doorsneden. Waar de pas naar de zijde van Anthēla breeder werd, stonden de tempels van Demēter en van Amphictyon. In dezen pas sneuvelde in 480 Leonidas met zijne getrouwen. Door de aanslibbing der kust en den geheel veranderden loop vanden Spercheus is de pas aanmerkelijk van gedaante veranderd.Thermum,Θέρμον, ookτὰ Θέρμα, sterke en fraaie hoofdstad van Aetolia ten tijde van het aetolisch verbond, door Philippus III (V) van Macedonië verwoest (218 en 206).Thermus, familienaam in degens Minucia(Minuciino. 6–8).Theron,Θήρων, tyran van Agrigentum, 487–472, wordt geprezen als een zacht en wijs vorst, en versloeg met Gelo de Carthagers bij Himera, 480.Thersander,Θέρσανδρος, zoon van Polynīces en Argēa, een der Epigonen, kreeg de regeering over Thebe. Later trok hij met de Grieken naar Troje, hij sneuvelde echter bij den inval in Mysië door de hand van Telephus. V. a. was hij een van hen, die met het houten paard in de stad gekomen waren. Te Elaea in Mysië werd hij als heros vereerd en het geslacht der Emmeniden te Agrigentum beweerde van hem af te stammen.Thersītes,Θερσίτης, de leelijkste van alle Grieken voor Troje, die er een boosaardig genoegen in vond de aanvoerders te beschimpen, waarom hij algemeen gehaat was. Achilles doodde hem, toen hij aan het lijk van Penthesilēa de oogen wilde uitsteken.Theseidae,Θησείδαι, afstammelingen van Theseus, bij dichters = Atheners.Theseus,Θησεύς, de nationale held der Atheners, wiens lotgevallen in menig opzicht op die van Heracles gelijken, hoewel hij niet zoo grooten roem verwierf als deze. Hij was de zoon van Aegeus en Aethra en was te Troezen geboren en opgevoed. Toen Aegeus hem als kind daar achterliet, verborg hij zijn zwaard en sandalen onder een grooten steen en droeg hij aan Aethra op hun zoon met deze herkenningsteekenen naar Athene te zenden, wanneer hij sterk genoeg was om den steen te verplaatsen. Op zestienjarigen leeftijd was hij hiertoe in staat en terstond ondernam hij de reis naar zijn vader. Op weg doodde hij Periphētes, Sinis, Sciron, Cercyon en Procrustes (z. deze art.), verder nog het wilde zwijn van Crommyon, een reusachtig dier, dat de grenzen van Megaris en Attica onveilig maakte. Eindelijk kwam hij bij Aegeus en bijna had hij hier door de lagen van Medēa, die zijn invloed vreesde, den dood gevonden; toen hij echter zijn zwaard trok, herkende zijn vader hem en Medea moest vluchten. Th. bezorgde zijn vader de regeering terug, die hem door zijne neven, de Pallantiden, ontnomen was, daarna doodde hij den stier van Marathon (z.Heraclesbl. 307), dien hij aan Apollo offerde. Hij liet zich vrijwillig opnemen onder de 14 jongelieden, die als offer voor den Minotaurus naar Creta gezonden moesten worden, en door de hulp van Ariadne (z. a.), die liefde voor hem opvatte en hem een kluwen touw verschafte, waardoor hij een uitweg uit het labyrinth kon vinden, doodde hij het monster, waarmede Athene van de schatplichtigheid aan Creta bevrijd werd. Door een misverstand benam Aegeus (z. a.) zich het leven, toen het schip van Creta terugkwam, en Th. volgde hem op. Hij bewerkte de vereeniging van de verschillende gemeenten van Attica tot één staat met Athene als hoofdstad (συνοικισμός) en stelde ter herinnering aan dit feit de Panathenaea in; ook wordt hem de verdeeling van het volk in 3 phylae (z.φυλή) toegeschreven. Vervolgens vergezelde hij Heracles op diens tocht tegen de Amazonen (z. a.) en ontvoerde hij Antiope (z. a.) of Hippolyte, die bij hem moeder werd van Hippolytus, na haar dood huwde hij met Phaedra (z.a.), bij wie hij twee zonen kreeg, Acamas en Demophon. Hij nam ook deel aan de calydonische jacht en den Argonautentocht, verleende een schuilplaats aan Oedipus, toen deze uit Thebe verjaagd was, en dwong de Thebanen de gesneuvelde medestrijders van Adrastus op eervolle wijze te laten begraven. Zijn vriend Pirithous stond hij bij in den strijd tegen de Centauren en door zijne dapperheid verschafte hij hem de overwinning. Met behulp van Pirithous schaakte hij Helena (z.a.), toen hij echter wederkeerig zijn vriend zoude helpen bij de ontvoering van Persephone en daartoe met hem in de onderwereld afgedaald was, liet Hades beiden vastgroeien aan een rots, waarop zij zich vermoeid nedergezet hadden. Wel werd Th. kort daarna door Heracles bevrijd, maar in zijne afwezigheid was Helena met Aethra door de Dioscuren ontvoerd, en had Menestheus zich van de regeering meester gemaakt, terwijl het volk, ontevreden over het lot van Hippolytus (z. a.) en over zijne lange afwezigheid, hem niet weder wilde erkennen. Verbitterd verliet hij Athene en ging hij naar Scyrus, waar hij door koning Lycomēdes verraderlijk vermoord werd. Hij werd te Athene als heros vereerd, zijn gebeente werd op bevel van het delphische orakel door Cimon naar Athene teruggehaald (465) en een prachtige tempel werd te zijner eer opgericht. De achtste dag van iedere maand was hem gewijd, zijn voornaamste feest, deΘήσεια, viel op den 8stenPyanepsion.Θεσμία, Θεσμοφόρος, bijnamen van Demēter, die door invoering van den akkerbouw de menschen tot zachtere zeden en een geregeld leven onder vaste wetten gebracht had.Thesmophoria,Θεσμοφόρια, feest ter eere van DemēterΘεσμοφόροςen hare dochter in vele deelen van Griekenland met groote plechtigheid gevierd, vooral te Athene, in Arcadië en Argolis, op Sicilië e. e. Te Athene begon het den 9denof 10denPyanepsion en duurde het vijf dagen; het werd uitsluitend door gehuwde vrouwen gevierd, terwijl het aan mannen ten strengste verboden was er bij tegenwoordig te zijn.Θεσμοθέται, z.Ἄρχοντες.Thespiades,Θεσπίαδες, 1) de Muzen, zoo genoemd naar Thespiae, waar zij hooge vereering genoten.—2)de dochters van Thespius.Thespiae,Θεσπιαί, bij HomerusΘέσπεια, oude aanzienlijke stad in Boeotia aan den voet van den Helicon, door Xerxes verbrand (480), doch na den slag bij Plataeae herbouwd. Eros, die hier zou geboren zijn, had hier een tempelmet een standbeeld, door Praxiteles gebeiteld. In 374 sloopten de Spartanen de muren van Thespiae, waarna het een plaats van minderen rang werd.Thespis,Θέσπις, Athener, tijdgenoot van Solon en Pisistratus, de eerste die bij de Dionysusfeesten de dithyrambische koorliederen door gesprekken tusschen het koor en een tooneelspeler liet afwisselen en daardoor de grondlegger werd van het treurspel. In 534 voerde hij het eerst te Athene een treurspel op. Hijzelf was zoowel dichter als tooneelspeler, v. s. trad hij reeds geblanket, later gemaskerd, op.Thespītes=Thospites.Thespius,Θέσπιος, zoon van Erechtheus, mythisch stichter van Thespiae, vader van 50 dochters, bij welke Heracles 50 zonen verwekte, waarvan later 40 naar Sardinië gezonden werden om er een volkplanting te stichten.Thesprōti,Θεσπρωτοί, een van de hoofdstammen van Epīrus, die eerst het geheele zuidelijke deel bewoonden en in wier gebied het orakel van Dodōna lag. Zij woonden meest in open vlekken en dorpen en waren ten tijde van Homerus nog het eenige hoofdvolk van Epīrus. De Molossers, die later in Epirus kwamen, verdrongen de Thesprotiërs uit het binnenland, zoodat dezen slechts de kuststreek behielden, welke naar henThesprotiaheet.Thessalia,Θεσσαλία, vroeger ook Hellas, Aeolis, Haemonia, Pelasgia, Pyrrhaea (naar de vrouw van Deucalion) geheeten, lag tusschen Macedonia, Epīrus, Midden-Griekenland en de zee. Het was een land vol schilderachtige natuurtafereelen, zeer geschikt voor veeteelt en paardenfokkerij, vruchtbaar aan olie en wijn, aan geneeskrachtige, maar ook aan vergiftige planten en aan tooverkruiden. Als oudste bewoners komen o. a.Pelasgen(z. a.) voor, in de vlakte van Larīsa of Larissa, ookΠελασγικὸν Ἄργοςgeheeten, verder worden als oudste stammen genoemd Myrmidones, Hellēnes, Achaei in Phthiōtis, Magnētes in Magnesia. Tijdens de volksverhuizing zijn uit Illyria deThessali,Θεσσαλοί, in de vlakte van den Penēus en zijn bijrivieren ingedrongen, en hebben langzamerhand de oorspronkelijke bevolking onderworpen en tot een soort van heloten onder den naamPenestae,Πενέσται, gemaakt. Later zijn ook de bergstammen, de Perrhaebi, Magnetes en Achaei onderworpen, en soms zijn ook de Dolopes, Aeniānes en Malii van hen afhankelijk. Thessalia bestond uit de volgende landschappen: 1)HestiaeōtismetPerrhaebia, 2)Pelasgiōtis, 3)Magnesia, 4)Thessaliōtis, 5)Phthiōtis. Het was in verschillende staatjes verdeeld, die samen een bond vormden. Aan het hoofd van dezen bond stond in tijden van oorlog soms een legeraanvoerder, die koninklijke macht had,ταγόςofβασιλεύςgeheeten. De adel, geharnast en op geharnaste paarden gezeten, vormde eene zware ruiterij; het voetvolk, licht gewapend, bestond uit Penesten. Nu en dan stonden enkele streken, o. a. het gebied van Pherae, onder tyrannen, doch de thessalische adel, wiens liefhebberij in ridderspelen en strooptochten gelegen was, was te bandeloos en wispelturig, om een monarchalen regeeringsvorm op den duur mogelijk te maken. In Thessalia behooren de mythen te huis van Deucalion en Pyrrha en van de Centauren.Thessaliōtis,Θεσσαλιῶτις, landschap van Thessalia, ten N. van de Dolopes en van Phthiōtis, vroeger Aeolis geheeten.Thessalonīca,Θεσσαλονίκη, zieThermano. 1.Thestiades,Θεστιάδης, Iphicles en Meleager, zoon en kleinzoon van Thestius.Thestias,Θεστιάς, Leda en Althaea, dochters van Thestius.Thestius,Θέστιος, zoon van Ares of Agēnor en Demonīce of Andronīce, koning van Aetolië, vader van Iphicles, Leda, Althaea e. a.Thestor,Θέστωρ, zoon van Idmon en Laothoë, vader van Calchas, Leucippe en Theonoë. Deze laatste wordt nog zeer jong zijnde door zeeroovers weggevoerd en verkocht aan den carischen koning Icarus, wiens liefde zij wint. Th. gaat op reis om haar te zoeken, maar valt ook in de handen van zeeroovers en wordt eveneens aan Icarus verkocht; deze geeft hem als slaaf aan Theonoë, die hem niet herkent. Eindelijk gaat ook Leucippe op bevel van een orakel in manskleederen naar Carië, Theonoë wordt op haar verliefd en daar hare liefde onbeantwoord blijft, geeft zij aan Th. bevel den vreemdeling te dooden. Als deze nu in zijn droefheid hierover zijn lot bejammert, herkennen vader en dochter elkander door sommige uitdrukkingen, waarop Icarus alle drie naar hun vaderland terugzendt, na hen met rijke geschenken begiftigd te hebben.Thestorides,Θεστορίδης, Calchas, zoon van Thestor.Θῆτες, atheensche burgers van de laagste klasse volgens de verdeeling van Solon, zij die jaarlijks minder dan 150 medimnen of metreten van hun grond oogstten. Vóór Aristīdes konden zij geen overheidsambten bekleeden en dienden zij alleen als lichtgewapenden of op de vloot, en ook nog veel later kon niet licht iemand uit deze klasse archont worden.Thetis,Θέτις, eene Nereïde, die door Zeus en Poseidon bemind werd; daar echter Promētheus voorspeld had, dat zij een zoon zoude ter wereld brengen, die grooter zou worden dan zijn vader, gaven zij haar tegen haar wil ten huwelijk aan Peleus (z. a.), bij wien zij moeder werd van Achilles. Zij verleende in de onderzeesche woning van haar vader een schuilplaats aan Dionȳsus, toen hij door Lycurgus vervolgd werd, en aan Hephaestus, toen hij door Zeus uit den hemel geworpen was. Ook verijdelde zij eens een samenzwering, door Hera, Poseidon en Athēna tegen Zeus gesmeed (z.Aegaeon). Op hare smeekingen liet Zeus, toen Achilles door Agamemnon beleedigd was, de Grieken voor Troje tot den hoogsten nood komen, totdat aan Achilles eene schitterende voldoening gegeven was.Θῆτται, z.ἐπίκληρος.Theudoria, stad der Athamānes in het Z.O. van Epirus.Theveste, stad in het binnenland van de provincie Numidia of Africa nova, aan de grens van Byzacium, in den keizertijd tot bloei gekomen.Thia, 1) =Thea.—2)eilandje in de zee tusschen Thera en Therasia, ontstaan door een uitbarsting in het jaar 46 n. C.Thiasus,θίασος, z.Dionysus. Verder noemde men zoo alle vereenigingen, die gemeenschappelijke offers of andere godsdienstige plechtigheden verrichtten, ook deze plechtigheden zelve.Thi(m)bron,Θί(μ)βρων, 1) spartaansch veldheer, werd in 399 met een leger naar Klein-Azië gezonden om de grieksche steden tegen Tissaphernes te verdedigen. Wel behaalde hij eenige voordeelen, maar daar hij de tucht in zijn leger niet wist te handhaven, werd hij spoedig door Dercylidas vervangen. In 391 voerde hij weder het bevel over een leger in Azië en sneuvelde hij in een gevecht tegen den perzischen generaal Struthas.—2)Spartaan, die Harpalus vermoordde, zich aan het hoofd stelde van de door dezen geworven huurtroepen en daarmede Cyrēne veroverde, maar door aegyptische troepen onder Ophellas verslagen en ten slotte gekruisigd werd (322).Thinae,Θῖναι, aanzienlijke handelsplaats in het tegenw. China, waarschijnlijk in het N., in het land der Seres.Thisbe,Θίσβη, z.Pyramus.Thisbe,Θίσβη, oude stad van Boeotia, ten Z. van den Helicon, dicht bij de kust der Corinthische golf. Bij Homerus heet hetπολυτρήρωνnaar de massa wilde duiven, die tusschen de rotsen nestelden.Thmuis,Θμοῦις, gen.-εως, stad in de Nijldelta tusschen den Mendesischen en den Phatnitischen arm.Thoana=Dana.Thoantea, bijnaam van de taurische Artemis, naar Thoas, koning van Tauris.Thoantias,Θοαντιάς, Hypsipyle, dochter van Thoas.Thoas,Θόας, 1) zoon van Borysthenes, koning van Tauris, onder wiens regeering Iphigenīa priesteres van Artemis was.—2)koning van Lemnus, vader van Hypsipyle. Toen alle mannen van Lemnus door de vrouwen van dat eiland gedood werden (z.Hypsipyle), werd hij alleen door zijn dochter gered en verborgen gehouden; later werd hij echter gevonden en ter dood gebracht. V. a. ontkwam hij naar Tauris of Oenoë.—3)zoon van Iāson en Hipsipyle.Θόλος, koepelvormig gebouw, te Athene een gebouw met koepeldak, waar de prytanen hunne zittingen en maaltijden hadden.Thonis, Thōn,Θῶνις, Θών, koning van Aegypte, bij wien Menelāus op zijn terugreis van Troje gastvrij ontvangen werd.Thoon,Θόων, een Gigant, die bij de Gigantomachie door de Moerae gedood werd.Thoōsa,Θόωσα, dochter van Phorcys en Ceto, bij Poseidon moeder van Polyphēmus.Thorax,Θώραξ, 1) bergrug in Messenië.—2)berg in Lydia.Thoria(lex), zieagrariae leges.Thoricus,Θορικός, attische demus aan de Oostkust van Attica’s Zuidspits, een weinig ten N. van kaap Sunium.Thospītes, Thespītes(lacus), ook Arsissa genoemd, groot meer in Armenia Maior, tgw. meer van Wan.Thracia,Θρᾴκη, Θρηικίη, het land ten N. der Aegaeïsche zee en der Propontis tot aan den Pontus Euxīnus, met grieksche volkplantingen bezet, overigens door krijgshaftige en roofzieke, eeuwig twistende, aan dronkenschap verslaafde, doch niet onbeschaafde stammen bewoond. Ten gevolge van hunne verdeeldheden werden zij gemakkelijk door de Perzen onderworpen. Na de nederlagen der Perzen in Griekenland gelukte het aan een thracisch vorst, Sitalces, zijn volk, de Odrysen (z. a.), tot het heerschende te maken en een thracisch rijk te stichten (zieSitalcesenSeuthes). Onder Philippus en Alex. den Gr. lijfde Macedonia het eene stuk van Thracia na het andere in, doch na den dood van Lysimachus ging de macedonische overheersching allengs te gronde en werd Thracië weder een tooneel van verwarring, totdat het land voor en na onder de Rom. kwam. De Rom. gaven aan de streek tusschen den Donau en den Haemus den naam van Moesia (z. a.). De voornaamste volken van Thracia waren deCiconesaan de Zuidkust, deOdrysaeaan den Hebrus, deBessiin het Haemusgebergte. In Thracia behoort de mythe van Orpheus te huis.Thracium,Θρᾴκιον, een plein in Byzantium.Thrasea Paetus(P. Clodius), senator onder de regeering van Nero, gevoelde een diepen afkeer van den keizer en onttrok zich sedert 63 n. C. op in het oog loopende wijze aan alle staatszaken, feestmalen en openbare samenkomsten. Zelfs het theater meed hij. Zijne vijanden maakten hem bij den keizer verdacht en hij werd door den senaat veroordeeld. Men liet hem de keus van zijn dood, waarop hij zich de aderen liet openen en met stoicijnsche kalmte stierf (66), naar het voorbeeld van Cato van Utica, op wien hij vroeger eene lofrede had geschreven. Zijne vrouw Arria was eene dochter der heldhaftige Arria, die met Caecīna Paetus gehuwd was.Thraso,Θράσων, 1) Athener, die de thebaansche vluchtelingen bijstond bij het verdrijven van de Spartanen uit de Cadmēa.—2)beroemd beeldgieter ten tijde van Alexander d. G.—3)in de nieuwe comedie komt geregeld de rol voor van een snoevend soldaat, die den naam Th. (Durfal) draagt.Thrasybūlus,Θρασύβουλος, 1) tyran van Milētus, vriend van Periander van Corinthe. Hij werd 11 jaar lang door Sadyattes en Alyattes beoorloogd, maar wist laatstgenoemde door list tot vrede te bewegen.—2)tyran van Syracuse, opvolger van Hiero, werd binnen het jaar van de regeering ontzet (466) en stierf als balling bij de Locriërs.—3)z.Phrynichusno. 4.—4)Athener uit den demus Stiria (ὁ Στειριεύς), zoon van Lycon,was in 411 een van de bevelhebbers der atheensche vloot op Samus en verzette zich met zijn ambtgenoot Thrasyllus hevig tegen het instellen van de oligarchie der 400. In de volgende jaren streed hij met roem, vooral in den slag bij Cynossēma, ook was hij als triërarch bij den slag bij de Arginusen. Hoewel hij met Theramenes de opdracht kreeg om de verongelukten in dien slag op te visschen, schijnt hij in het daarover gevoerde proces niet betrokken geweest te zijn. Als hoofd der democratische partij werd hij onder de 30 verbannen, hij ging naar Thebe, doch keerde weldra met een zeventigtal aanhangers terug en bezette bij verrassing de vesting Phyle. Na eenige gelukkige gevechten tegen de partij van de 30 nam het aantal zijner strijders dagelijks toe, en weldra zag hij zich in staat den Piraeus te nemen. Toen de 30 ook hier een slag tegen hem verloren hadden, zonden zij naar Sparta om hulp, maar door toedoen van koning Pausanias (z. a. no. 2) werd vrede gesloten en de democratie hersteld. Th. trok met de zijnen Athene binnen en bewerkte eene verzoening tusschen de partijen, terwijl hij eene amnestie liet bezweren. In den corinthischen oorlog met een vloot naar de Aegaeische zee gezonden, herstelde hij den atheenschen invloed te Byzantium, op Thasus, Lesbus, enz.; toen zijne soldaten zich te Aspendus aan gewelddadige handelingen hadden schuldig gemaakt, overvielen de inwoners dier stad des nachts zijn kamp en ontstond er een gevecht, waarbij Th. gedood werd (389). Dat hij zich gedurende zijn laatsten veldtocht aan verduistering van gelden en onderdrukking der bondgenooten zou schuldig gemaakt hebben, zooals na zijn dood gezegd werd, is niet bewezen.—5)Athener uit den demus Collytus (ὁ Κολλυτεύς), nam met den vorigen deel aan de bevrijding van Athene. In 388 viel hij met acht schepen in handen van Antalcidas. Na den vrede van Antalcidas is hij een van de leidende personen in den staat, en aan zijne gematigde politiek is voor een deel het tot stand komen van den tweeden attischen zeebond te danken.Thrasydaeus,Θρασυδαῖος, 1) zoon van Theron en diens opvolger als tyran van Agrigentum, na een korte regeering om zijne wreedheid verdreven (473). Z.Hierono. 1.—2)Eleër, aanvoerder der democratische partij tijdens den oorlog tusschen Sparta en Elis (400).Thrasyllus,Θράσυλλος, 1) bevelhebber der atheensche vloot in 411, verzette zich evenals Thrasybūlus tegen de regeering der 400 en behaalde met dezen de overwinning bij Cynossēma. Ook in de volgende jaren onderscheidde hij zich en na het vertrek van Alcibiades kwam hij weder aan het hoofd van de vloot; na den slag bij de Arginusen werd hij met zijne ambtgenooten ter dood veroordeeld.—2) van Rhodus, astroloog, die te Rome woonde en Tiberius zijne kunst leerde, doch later in ongenade viel.Thrasymachus,Θρασύμαχος, 1) van Chalcēdon, kwam in 430 naar Athene, waar hij zich op wijsbegeerte en rhetorica toelegde. Als redenaar wordt hij geroemd. Plato laat hem de stelling verdedigen, dat wat voor de machthebbenden voordeelig is, recht genoemd wordt.—2)van Corinthe, leermeester van Stilpo.Thrasymēdes,Θρασυμήδης, zoon van Nestor en Anaxibia, die met zijn vader naar Troje trok en behouden terugkeerde.Θρηνῳδοί, personen, die zich verhuurden om bij begrafenissen of lijkfeesten klaagliederen (Θρῆνοι) te zingen of ze met de fluit te begeleiden.Thria,Θρία, vlek in Attica, nabij Eleusis. De omtrek werd de thriasische vlakte genoemd,Θριάσιον πέδιον.Thriae,Θριαί, gevleugelde jonkvrouwen, die op den Parnassus woonden en de gave der voorspelling hadden, waarin zij ook Hermes onderrichtten.Thrinacia,Θρινακία, mythisch eiland, door de latere Grieken voor Sicilië gehouden en gelijk gesteld met Trinacria,Τρινακρία; z.HeliusenOdysseus.Thronium,Θρόνιον, hoofdstad der epicnemidische Locriërs aan het riviertje Boagrius. In den heiligen oorlog werd het door de huurtroepen der Phocensers onder Onomarchus geplunderd en verwoest, doch later herbouwd.Thryoessa,Θρυόεσσα=Thryum.Thryum,Θρύον, stad in Elis aan den Alphēus, het latere Epitalium.Thucydides,Θουκυδίδης, 1) Athener uit den demus Alopece, zoon van Milesias, na den dood van Cimon hoofd der aristocratische partij, moest het onderspit delven voor Pericles en werd in 442 door het ostracisme verbannen.—2)Athener uit den demus Halimus, zoon van Olorus, van thracische afkomst, was in 423 bevelhebber eener vloot aan de kusten van Thracië en Macedonië; daar hij Amphipolis niet tijdig tegen Brasidas beschermd had, werd hij van verraad beschuldigd, en om zich aan het vonnis te onttrekken, ging hij in ballingschap. Hij leefde nu ongeveer 20 jaren als balling te Scapte Hyle, waar hij rijke goudmijnen bezat, en deed reizen naar Sicilië, Italië en Macedonië; eerst bij het einde van den peloponnesischen oorlog werd hij naar Athene teruggeroepen, doch weinige jaren later stierf hij. Gedurende en na zijne ballingschap hield hij zich bezig met het verzamelen van bouwstoffen voor en het schrijven van zijne beroemde geschiedenis van den peloponnesischen oorlog, welk werk hij echter bij zijn dood slechts tot den slag bij Cynossēma (411) afgewerkt had. Th. is de eerste geschiedschrijver, die door hem zelf beleefde gebeurtenissen beschreef, en kan als de eerste attische prozaschrijver van beteekenis beschouwd worden. Zijn diep inzicht in den samenhang en de oorzaken der gebeurtenissen, zijne soms als redevoeringen of brieven ingekleede fijne en juiste schetsen van toestanden, zijn waarheidsliefde en streven naar onpartijdigheid, zijnkernachtige en gedrongen, soms harde en duistere, taal en stijl, als het ware een spiegel van den ernst, waarmede hij zijn taak opvatte, maken zijne geschiedenis (ξυγγραφή) tot een meesterwerk van den eersten rang, zooals het dan ook te allen tijde door ouderen en nieuweren beoordeeld is.

Plattegrond van het theatrum te Herculaneum.Plattegrond van het theatrum te Herculaneum.Theatrum te Aspendus.Theatrum te Aspendus.Theātrum,θέατρον. Na hetgeen onder het artikelamphitheatrumover de zitplaatsen is gezegd, zal de inrichting van het theater der ouden gemakkelijk te begrijpen zijn uit achterstaande teekeningen, waarvan de eene den plattegrond van het theater te Herculaneum voorstelt, de andere een gedeelte der overblijfselen van het theater te Aspendus in Pamphylia. Op de eerste ziet men de concentrische rijen zitbanken (B B), door de trapsgewijze oploopende tusschenpaden (a a) in wiggen (cunei,κερκίδες) afgedeeld. Dezecuneihebben uitgangen (b b) op de rondloopende corridors,διαζώματα(A A, zie de afbeelding bijbalteus). C is deorchestra,ὀρχήστρα, bij de Grieken bestemd voor de reidansen der koren, te Rome sedert 194 tot zitplaatsen voor de senatoren dienende;cis de lage voormuur van het tooneel D D, waarvan de gemetselde achterwand drie openingen (e e e) heeft; dat deze achterwand niet recht doorloopend, maar gebogen is, zal aan den smaak van den bouwmeester hebben gelegen. Het tooneel vóór dezen wand heettescena,σκηνή, en wordt ookproscenium,προσκήνιον, genoemd in tegenstelling van de ruimte (E E) daarachter, hetpostscenium, (wij zouden zeggen: achter de schermen), waar zich kleedkamers, bergplaatsen enmachinerieënbevonden. De ruimte onder het tooneel was hetὑποσκήνιον; moesten er schimmen of riviergoden opstijgen, dan kwamen zij uit deze benedenruimte langs een trap of ladder, den zoogenaamden charonischen trapχαρώνειοι κλίμακες, door een luik op het tooneel.Παρασκήνιαzijn de zijwanden van het tooneel, rechts en links. Ook had men toestellen, waarmede men goden uit de zoldering liet nederdalen; vandaar de uitdrukkingdeus exmachina, om een knoop door te hakken en het stuk tot een slot te brengen, wanneer geene natuurlijke ontknooping mogelijk was. De ruimten ƒ zijn misschien eereplaatsen of loges voor personen van rang geweest. De achterwand van het tooneel en ook het postscenium waren met verdiepingen, zooals de tweede teekening te zien geeft. De gemetselde uitstekken, die men er op aantreft, dienden tot bevestiging van het houten raamwerk, waarop de schermen of coulissen gespannen waren. Het tooneel had dus eene groote breedte, doch eene geringe diepte. De ruimte vóór het achterscherm (dat natuurlijk uit verschillende naast elkander geplaatste stukken bestond), heette vermoedelijkpulpitum,λογεῖον. De zijschermen waren op eene eigenaardige manier ingericht. Zij heettenπερίακτοι,versūrae, en bestonden uit vertikale driehoekige prisma’s, die op een spil draaiden en dus drie verschillende decoraties vertoonden, terwijl het achterscherm door verschuiving werd veranderd. Hetθεολογεῖονwas een zweeftoestel, van waar in sommige stukken een god uit den hoogen zijn wil verkondigde. Over enkele verschillen tusschen het rom. en grieksche theater, b.v. dat de ruimte voor het publiek bij het eerste juist een halven cirkel vormde, bij het tweede nog over de middellijn vooruitsprong, kunnen wij hier heenstappen.Te Athene begon men met den bouw van het eerste steenen theater in het begin der 5deeeuw, nadat de houten zitplaatsen en stellingen, waarop men tot dien tijd de voorstellingen aanschouwd en gegeven had, waren ingestort. Te Rome heeft het lang geduurd, eer er een steenen theater gebouwd werd. Bijludi sceniciwerd er een tooneel van hout opgeslagen en na afloop der feesten weder afgebroken. Zitplaatsen waren niet aangebracht, men moest staan of een stoel medebrengen. In 174 lieten de censoren Q. Fulvius Flaccus (Fulviino. 6) en A. Postumius Albīnus (Postumiino. 12) eene vaste steenenscenabouwen. Twintig jaar later beproefden de censoren M. Messalla en C. Cassius Longīnus (Cassiino. 6) aan de helling van den Palatīnus een steenen theater te bouwen, doch P. Cornelius Scipio Nasica, die op dat tijdstip nog consul was (ten tweeden male) liet het afbreken en de materialen publiek verkoopen, terwijl bij senaatsbesluit het zitten bij tooneelvoorstellingen werd verboden. In 146 verrees een volledig theater met zitplaatsen, doch wederom van hout en slechts tijdelijk. Eerst in 55 liet Pompeius een geheel steenen theater bouwen met 40000 zitplaatsen, in 13 verrees het tweede, door L. Cornelius Balbus (Corneliino. 29) bekostigd en voor 30000 personen ingericht, en later het theatrum Marcelli, door Augustus aan de nagedachtenis van zijn schoonzoon gewijd, ook met 30000 plaatsen. De toeschouwers zaten in de open lucht; later spande men zeilen boven hun hoofd uit (zieamphitheatrum). Te Athene werd een entree van 2 obolen geheven (zieθεωρικόν); te Rome betaalde men geen entree, want de spelen waren geschenken, aan het volk aangeboden; evenwel moest men een bewijs van toegang (tessera, zie ondertabula) hebben. Het voorscherm werd bij het begin der voorstelling niet opgehaald, maar zakte weg en werd bij het einde weder omhoog getrokken (zieaulaeum), vandaaraulaeum manere= tot het einde toe blijven, het einde afwachten.Thebaansche oorlog, 1) de oorlog, door Adrastus (z. a.) en zijne bondgenooten tegen Thebe gevoerd om Polynīces in diens rechten te herstellen.—2)de oorlog tusschen Thebe en Sparta, die volgde op de verdrijving der Spartanen uit de Cadmēa en de omverwerping der oligarchische regeering te Thebe (378). In dezen oorlog, waarvan het doel was de oppermacht van Sparta te fnuiken, werden de Thebanen in het begin bijgestaan door de Atheners, later door de meeste peloponnesische staten; toen het echter bleek, dat de Thebanen naar de hegemonie streefden, koos Athene de zijde der Spartanen, en de verdeeldheden onder de Peloponnesiërs maakten, dat het bondgenootschap met hen weinig waarde had. Wel behaalden de Thebanen in de groote slagen bij Leuctra (371) en Mantinēa (362) schitterende overwinningen, deed Epaminondas tweemaal (369 en 362) een tocht naar Sparta, werden de Messeniërs in hun land teruggebracht en eene nieuwe hoofdstad Messēne gebouwd, vereenigden de Arcadiërs zich tot één staat en stichtten zij de bondsstad Megalopolis, maar hoezeer de Spartanen door dit alles vernederd werden, het gelukte Thebe niet zich tot den eersten staat van Griekenland te verheffen. Na den dood van Epaminondas en Pelopidas was er niemand om hen op te volgen, en bij den vrede (362) werden alle grieksche staten autonoom verklaard.Thebae,Θῆβαι, 1) oudtijdsΘήβη, hoofdstad van Boeotia, aan de rivier Ismēnus en de bron Dirce, met den burcht Cadmēa, volgens de sage door Cadmus gesticht. De stad lag in eene heuvelachtige, bronrijke en vruchtbare streek, zeer geschikt voor paardenfokkerij; zij was ommuurd door een hoogen, zwaren muur, waarvan de steenen op de tonen van Amphīons gouden lier zichzelven hadden opeengestapeld. Zij had zeven poorten en wordt hiernaarἑπτάπυλοςgenoemd. Buiten de Electrische poort lagen de zeer heilige tempel van den ismenischen Apollo en de tempel van Amphiarāus (z. a.). Aan den laatsten was een droomorakel verbonden, waartoe echter den Thebanen de toegang was ontzegd, omdat zij op de vraag, of zij den heros als waarzegger of als strijdmakker hebben wilden, het laatste hadden verkozen. Thebae was de geboorteplaats van Heracles, van Amphīon, van Tiresias, van Oedipus, ook Semele, de moeder van Dionȳsus, behoorde er te huis. Tot den mythischen tijd behooren de oorlog der zeven vorsten tegen Thebe (zieAdrastus) en die der Epigonen. In den perzischen oorlog gaf Thebe zich gewillig aan Xerxes over. In den peloponnesischen krijg koos het als bittere vijandin van Athene de partij van Sparta. De overrompeling der Cadmēa door den Spartaan Phoebidas in 383 en de daarop gevolgde instelling eener oligarchische regeering bracht een ommekeer te weeg, en na de bevrijding der stad in 379 was het Thebe, dat onder de leiding van Epaminondas en Pelopidas Sparta’s overmacht gevoelig fnuikte (slagen bij Leuctra, 371, en bij Mantinēa, 362). Later liet het zich eerst door Philippus van Macedonia om den tuin leiden, doch sloot zich op het laatste oogenblik nog bij Athene aan, hoewel vergeefs (nederlaag bij Chaeronēa, 338). Bij de troonsbeklimming van Alexander den Gr. viel Thebe af (334); tot straf werd het door Alex. verwoest, op de tempels en het gewezen huis van den dichter Pindarus na. Van de 40000 inwoners werden 6000 gedood en 20000 als slaven verkocht. Cassander liet wel in 316 de stad herbouwen, doch zij had in 290 weder veel te lijden van Demetrius Poliorcētes en in 86 van L. Cornelius Sulla. Thans Thiva.—2)groote stad van Aegypte, volgens Diodōrus Siculus de oudste stad ter wereld, aan den Nijl, hoofdstad van Opper-Aegypte, laterDiospolis magna,Διόσπολις ἡ μεγάλη, geheeten. Het was de residentie van de aegyptische koningen van verschillende dynastieën. Het was rijk aan grootsche en prachtige tempels, paleizen en andere gebouwen.Boven alles muntte de tempel van Ammon uit, van waar een weg tusschen twee rijen sphinxen, elk van 100 stuks, naar het paleis van Amenhotep of Amenophis III (zieMemnonno. 1) voerde. Thebae had, volgens het verhaal, 100 poorten, en werdἑκατόμπυλοςgenoemd, en was 140 stadiën = 4⅔ uur gaans in den omtrek. Het had een drukken handel. Aan den tegenoverliggenden rechter Nijloever lag de necropolis, waar men ook nog tempels en paleizen aantrof. Na de plundering door Cambȳses was het met Thebe’s grootsten bloei gedaan. Tusschen de puinhoopen liggen thans 4 dorpen, Luxor en Karnak op den rechter-, Goernah en Medinet-Aboe op den linkeroever van den Nijl.—3)stad in het thessalische landschap Phthiōtis,Θῆβαι Φθιώτιδες, havenstad, aan de golf van Pagasae.Thebais,Θηβαΐς, 1) Boven-Aegypte, van de aethiopische grenzen (24° N.B.) tot omstreeks 27⅔° N.B. Het omvatte dus in lengte ongeveer de helft van het aegyptische Nijldal.—2)het gebied der stad Thēbae in Boeotia.Thebe,Θήβη, stad in Mysia, aan den boschrijken berg Placus en daaromὑποπλακίηgeheeten. Andromache was hier geboren, evenals Chrysēis, die buit gemaakt werd, toen Achilles de stad verwoestte. Thebe laglandinwaartsachter de golf van Adramyttium, waar men later nog den Thebānus campus,τὸ Θήβης πεδίον, had. Zie ookThebaeno. 1.Theches,Θήχης, een der toppen van den Paryādres op de pontisch-armenische grenzen, vanwaar de 10000 Grieken onder Xenophon het eerst de zee in het gezicht kregen.Thelepte, stad in het binnenland van Africa vetus, in Byzacium, ten Z. van Thala.Thelpūsa,Θέλπουσα=Telphusa.Thelxion,Θελξίων, zoon van koning Apis (z. a.).Themis,Θέμις, dochter van Uranus en Gaea, bij Zeus moeder der Moerae en Horae, godin van wet en orde, die zoowel op den Olympus als in de vergaderingen der menschen recht en orde handhaaft. Zij is de verstandige raadgeefster van Zeus, zit bij hem, wanneer hij zijne besluiten neemt, en verkondigt zijn wil als orakelgevende godin, vóór Apollo was zij in het bezit van het delphische orakel. Hare beelden gelijken op die van Pallas Athēna, gewoonlijk heeft zij een horen van overvloed en een weegschaal in de handen.Themiscȳra,Θεμίσκυρα, water- en grasrijke vlakte, tot het gebied der stad Amīsus in Pontus behoorende, tusschen de rivieren Iris en Thermōdon gelegen, en als het gebied der Amazonen beschouwd. De stad Themiscyra, aan den mond van den Thermodon, was in Augustus’ tijd reeds verdwenen.Themiso,Θεμίσων, tyran van Eretria, tijdgenoot van Demosthenes, ontnam den Atheners bij verrassing in vredestijd Orōpus; later werd hij door de Thebanen aangevallen, maar door de Atheners tegen hen geholpen.Themista,Θεμίστα, uit Lampsacus, vriendin en volgelinge van Epicūrus.Leonteusno. 2.Themistius,Θεμίστιος, van Paphlagonië, leeraar van en schrijver over rhetorica en wijsbegeerte (ongeveer 317–390 n. C.), leefde meestal te Constantinopel. Hij stond in hoog aanzien bij de keizers Constantius en Iuliānus en bekleedde verscheiden hooge betrekkingen; onder Theodosius werd hij praef. urbi (384); tot zijne leerlingen behoorde ook de latere keizer Arcadius. Van zijne werken zijn 34 redevoeringen en 4 paraphrasen op Aristoteles bewaard gebleven.Themisto,Θεμιστώ, dochter van Hypseus. Athamas nam haar tot vrouw, toen hij Ino verstooten had, toen hij echter later vernam, dat Ino nog leefde, liet hij deze terughalen. Hierover vertoornd, wilde Th. Ino’s kinderen des nachts dooden en liet hen daarom in het zwart kleeden, terwijl zij haar eigen kinderen witte kleederen aantrok, doch Ino, die het plan bemerkt had, verwisselde heimelijk de kleederen, zoodat Th. in het donker haar eigen kinderen om het leven bracht; toen zij dit ontdekte, doodde zij ook zichzelve.Themistocles,Θεμιστοκλῆς, Athener, zoon van Neocles. In zijn jeugd weinig geacht om zijn losbandig leven en misschien ook omdat zijn moeder een vreemdelinge was, trad hij, toen hij begon zich aan staatszaken te wijden, door zijne buitengemeene begaafdheden spoedig op den voorgrond. Hij was de eerste die inzag, dat de toekomstige macht van Athene op de zee berustte, daarom werd reeds in 493 onder zijn archontaat met den aanleg van den Piraeus begonnen, en overreedde hij het volk om de opbrengst van de zilvermijnen in Laurium, die vroeger verdeeld werd, voor het bouwen eener vloot te besteden. Het verzet, dat deze maatregelen bij de meer behoudende partij vonden, moest opgegeven worden, toen Aristides in 483 door het ostracisme verbannen was. Bij de nadering van Xerxes tot strateeg gekozen, deed Th. in de eerste plaats zijn best om te zorgen, dat de verdediging door alle grieksche staten eendrachtig volgens een vast plan en vooral op zee zou gevoerd worden; de houten muur, die volgens het delphische orakel Athene tot redding zou strekken, was naar zijne verklaring de vloot. Toch werd hij gezonden om in vereeniging met een spartaansch leger de Tempepassen te bezetten, toen de Grieken zich echter wegens de ongeschiktheid van het terrein van hier teruggetrokken hadden, voegde hij zich met de atheensche schepen bij de vloot, die bij Artemisium lag. In weerwil van de verliezen, die deze vloot door een hevigen storm leed, werd hier op aanmoediging van Th. drie dagen lang tegen de Perzen slag geleverd, maar hoewel deze slag onbeslist bleef, moest men zich na de nederlaag der Spartanen bij de Thermopylae terugtrekken. Bij den terugtocht trachtte Th. nog door list de Ioniërs in het perzische leger onschadelijk te maken. Te Athene teruggekeerd, bewerkte hij nu dat de Atheners hun stad verlieten, hun vrouwen, kinderen en bezittingen naar Salamis en Troezen overbrachten, en zich op de vloot bij Salamis begaven. Toen nu Athenedoor de Perzen ingenomen en verbrand was, en men op aandringen der Corinthiërs en andere Peloponnesiërs op het punt stond de voordeelige positie bij Salamis op te geven om zich tot de verdediging van de Peloponnēsus te beperken, maakte Th., nadat hij zich vruchteloos met alle macht tegen dit plan verzet had, de uitvoering er van door list onmogelijk. Hij liet namelijk Xerxes in het geheim verwittigen, dat de Grieken op het punt waren zich te verspreiden en dat hem daardoor de gelegenheid zou ontsnappen, hen in één slag ten onder te brengen. Hierdoor aangemoedigd, waagde Xerxes den aanval, de grieksche vloot werd omsingeld en tot tegenweer genoodzaakt en won den beroemden zeeslag bij Salamis (Sept. 480). Door nieuwe boodschappen, waarin den Grieken het plan toegedicht werd, de brug over den Hellespont af te breken, wist Th. daarop Xerxes tot een overhaasten terugtocht uit Europa te bewegen. Nadat hij nog de eilanden, die met de Perzen geheuld hadden, had getuchtigd, hield hij zich meer met binnenlandsche aangelegenheden bezig. Op zijn raad werd Athene met muren omgeven, terwijl hij door list en met levensgevaar den tegenstand der Spartanen tegen dezen maatregel verijdelde; ook werd de Piraeus vergroot en versterkt. Th. was toen op het toppunt van zijn roem, maar met het terugkeeren van rustiger tijden stak zijn tegenpartij het hoofd weder op; vooral wegens de vijandige houding, die hij tegen Sparta aannam, trachtte men hem onschadelijk te maken, hij werd beschuldigd van oneerlijkheid, knevelarij en persoonlijke eerzucht, en eindelijk bracht men het zoo ver, dat hij door het ostracismus verbannen werd. Hij ging naar Argos, maar na eenige jaren werd hij van medeplichtigheid aan de plannen van Pausanias beschuldigd, waarop hij zich te Argos niet meer veilig achtte; hij vluchtte naar Corcȳra, van daar afgewezen naar Admētus, koning der Molossers, die zorgde dat hij veilig naar Pydna kwam (± 466), van waar hij naar Ephesus overstak. Hij wendde zich nu tot Artaxerxes, beriep zich op zijne diensten, aan Xerxes bewezen, en beloofde hem zijne medewerking bij de onderwerping van Griekenland; de koning overlaadde hem met gunstbewijzen en gaf hem de steden Magnesia, Lampsacus en Myus voor zijn levensonderhoud. Maar voordat van perzische zijde weder iets tegen Griekenland was ondernomen, stierf Th. (omstreeks 459), v. s. door eigen hand, omdat hij zijne beloften aan Artaxerxes niet konde of wilde vervullen. Zijn gebeente werd door zijne vrienden heimelijk naar Attica overgebracht en daar begraven.Themistogenes,Θεμιστογένης, van Syracuse, wordt door Xenophon genoemd als de schrijver van een werk over den krijgstocht van den jongen Cyrus en den terugtocht der 10000 Grieken. Men gelooft, dat met dit werk de Anabasis van Xenophon zelf bedoeld is, en dat de schrijver het uit bescheidenheid onder een vreemden naam aanhaalt.Theoclymenus,Θεοκλύμενος, van Hyperesia in Argolis, een waarzegger, die wegens een moord naar Lacedaemon vluchtte, waar hij Telemachus ontmoette. Met dezen ging hij naar Ithaca, waar hij de terugkomst van Odysseus, enz. voorspelde.Theocritus,Θεόκριτος, van Syracuse (v. a. van Cos), studeerde te Alexandrië en genoot wegens zijne geleerdheid en dichterlijk talent hooge gunst bij Ptolemaeus Philadelphus en bij Hiero II. Uitgaande van eenvoudige sicilische herdersliedjes, werd hij de schepper van een nieuwe dichtsoort, debucolischepoëzie of het herdersdicht, hij dichtte een aantal tafereelen (Εἰδύλλια βουκολικά), meest uit het leven van sicilische herders en landlieden, waarvan ongeveer 30 bewaard gebleven zijn, die door dramatische inkleeding, natuurlijkheid en eenvoud, door het ongekunstelde van taal en metrum vol aantrekkelijkheid zijn. Th. stierf omstreeks 245, op den leeftijd van 60 jaar.Theodectes,Θεοδέκτης, van Phasēlis, leerling van Isocrates, Plato en Aristoteles, beroemd als redenaar, maar vooral als treurspeldichter. In den tragischen wedstrijd bij de lijkfeesten van Mausōlus (352) behaalde hij den eersten prijs. Van zijne talrijke werken is bijna niets bewaard gebleven.TheoderīcusofTheodorīcus, Theoderik, 1) koning der Westgothen (418–451 na C.), die in den slag op de catalaunische velden tegen Attila sneuvelde.—2)koning der Westgothen (452–466), zoon van no. 1, een beschaafd vorst, begunstiger van kunst en wetenschap, door zijn broeder Eurik omgebracht.Theodōrus,Θεόδωρος, 1) van Samus, zoon, leerling en medewerker van Rhoecus (z. a.), tevens beroemd goud- en zilversmid, hij maakte o. a. den ring van Polycrates.—2)van Byzantium, rhetor en sophist, tijdgenoot van Socrates.—3)van Cyrēne, beroemd wiskundige, leermeester van Plato.—4)ὁ ἄθεος, cyrenaisch wijsgeer, die wegens ongeloof uit Athene verbannen, naar Alexandrië bij Ptolemaeus I ging.—5)van Gadara, een rhetor, wiens lessen Tiberius gedurende zijn verblijf op Rhodus hoorde. Zijne leerlingen noemden zich naar hemΘεοδώρειοι.Theodosia,Θεοδοσία, bloeiende volkplanting van Milētus in de taurische Chersonēsus (Krim), thans Kaffa of Feodosia.Theodosiopolis,Θεοδοσιούπολις, zieResaïna.Theodosius(Flavius), 1) Hispaniër van geboorte, werd door keizer Valentiniānus I in 367 na C. naar Britannia gezonden, dat gedeeltelijk in opstand was. Hij versloeg de Britten, dreef de Schotten in hun bergland terug en herstelde den wal van Agricola of van Hadriānus. Later dempte hij nog een opstand in Africa (373), die echter opnieuw uitbarstte, waarop Theod. hem andermaal, thans met groote gestrengheid, onderdrukte. In 376 werd hij vermoord, op last van keizer Gratiānus, die hem haatte.—2)Theodosius Iofde Groote, rom. keizer 379–395 na C., in 346 te Cauca in Hispania geboren, zoonvan no. 1. Nog jong vergezelde hij reeds zijn vader op diens tochten naar Britannia en Africa en leerde onder hem de krijgskunst. In 378 zond Gratiānus hem naar Thracië tegen de Gothen en in 379 nam hij hem tot medekeizer aan. Bij herhaling versloeg Theod. de Gothen. In 380, na eene ziekte, nam Theod. in zijne residentie Thessalonīca hetChristendomaan. Hij kon niet verhinderen dat Gratianus in Britannia vermoord en Maximus (z. a.) tot keizer werd uitgeroepen; hij erkende dezen zelfs als medekeizer, doch toen Maximus aan Gratianus’ zoontje Valentiniānus II Italië wilde ontnemen (387), zond Theod. den Frank Arbogastes tegen hem af; Maximus werd verslagen en ter dood gebracht (388). Theod. stelde nu den 17-jarigen Valentinianus II tot keizer over het geheele Westen aan, begaf zich in 389 als diens voogd naar Rome, waar hij het heidendom met geweld onderdrukte, en strafte in 390 met gruwzame wreedheid den moord, te Thessalonīca in een oproer op een zijner bevelhebbers gepleegd, eene daad, waarvoor bisschop Ambrosius van Milaan den keizer den toegang tot de kerk belette en waarover Theod. zelf groot berouw had. In 392 werd Valentinianus door Arbogastes vermoord en Eugenius in het W. op den troon geplaatst. Met zijne voortreffelijke veldheeren Stilicho, een Vandaal, en Gaenas, een Goth, versloeg Th. Arbogastes en Eugenius bij Aquileia (394), Eug. werd ter dood gebracht, Arb. sloeg de hand aan zichzelf. In 395 stierf Theod. te Milaan. Het rijk kwam nu aan zijne beide zonen, Arcadius en Honorius, en door den twist van beider ministers, Rufinus en Stilicho, kwam nu feitelijk een deeling van het rijk tot stand, die op den duur den ondergang van het West-Romeinsche rijk ten gevolge heeft gehad.—3)Theodosius II, zoon van Arcadius en dus een kleinzoon van no. 2, volgde in 408, slechts acht jaar oud, zijn vader op, onder regentschap van den veldheer Anthemius, die de invallen der Hunnen afweerde. De zuster van den jongen keizer, Pulcheria, eene vrome en geleerde vrouw, nam diens opvoeding ter hand, zijn zwak karakter was oorzaak, dat hij feitelijk zijn leven lang onder hare voogdij bleef. Zijne regeering werd gekenmerkt door voortdurende godsdiensttwisten, ongelukkige oorlogen met de Vandalen in Afrika, opstanden in Palaestina en Syrië en een zware brand te Constantinopel. In 438 had de plechtige afkondiging plaats van dencodex Theodosiānus, eene verzameling van wetten en verordeningen sedert Constantijn den Gr. De keizer huwde in 421 met Athenais, als Christin gedoopt met den naam Aelia Eudocia, z.Athenaisno. 2; ’s keizers dochter Eudocia werd in 437 de bruid van Valentiniānus III, keizer van het W., den zoon van Constantius en Placidia. Theodosius II stierf in 450, na zich eenige jaren van te voren van zijne vrouw te hebben laten scheiden en na in zijne laatste regeeringsjaren veel last te hebben gehad van de invallen van Attila, den Hunnenvorst. Na zijn dood werd Pulcheria tot keizerin uitgeroepen, die tot 454 leefde, kloosters en kerken stichtte en haar geheele vermogen aan de armen vermaakte. In 453 huwde zij in het belang van het rijk—doch zonder de vroeger door haar afgelegde gelofte van kuischheid te schenden—met Marciānus, een Thraciër, die tot 457 regeerde, en een wakker en beleidvol man was.Theodotus,Θεόδοτος, 1) voerde voor Lysimachus het bevel over Sardes en gaf die stad aan Seleucus over.—2)bevelhebber eener vloot van Antigonus, verloor een zeeslag tegen Ptolemaeus I (315).—3)Aetoliër, veldheer van Ptolemaeus in den oorlog tegen Antiochus III.—4)leermeester van Ptolemaeus XI, gaf den raad Pompeius te vermoorden, moest daarom voor Caesar vluchten en viel eindelijk in handen van Brutus, die hem ter dood liet brengen (43).Theognis,Θέογνις, 1) van Megara, leefde omstreeks het einde der 6deeeuw. Hij behoorde tot den rijken adel en was met hart en ziel aristocraat; bij eene democratische omwenteling verloor hij zijne goederen en werd hij uit zijn vaderland verdreven, waar hij eerst na lange jaren als balling te hebben rondgezworven terugkeerde. Hij gaf aan zijne ontevredenheid over de bestaande toestanden lucht in een aantal elegieën, waarin hij zich dikwijls met groote bitterheid over zijne tegenpartij beklaagt; wij bezitten daarvan nog een vrij groot aantal uittreksels, voor het meerendeel korte staat- en zedekundige spreuken (gnomen); vele daarvan zijn echter niet van Th., maar zijn of omgewerkt of bij latere uitgaven toegevoegd.—2)een van deτριάκονταte Athene, ook als treurspeldichter genoemd.Θεολογεῖον, z.theatrum.Theomestor,Θεομήστωρ, van Samus, streed in den slag bij Salamis aan de zijde der Perzen en werd wegens zijne dapperheid door Xerxes tot tyran over Samus aangesteld.Theomnestus,Θεόμνηστος, 1) van Naucratis, academisch wijsgeer, wiens lessen M. Brutus bijwoonde (43).—2)van Sardes, maakte verscheiden beroemde metalen beelden van athleten, jagers, enz. Hij leefde waarschijnlijk in den hellenistischen tijd.Theon,Θέων, 1) van Samus, verdienstelijk schilder omstreeks 300.—2)van Smyrna, wiskundige onder Hadriānus; hij schreef ook commentaren op Plato.—3)van Alexandrië, wis- en sterrenkundige onder Theodosius I, schrijver van verscheiden werken over wiskunde en eenige gedichten. Hij was de vader van Hypatia.—4)Aelius Th., van Alexandrië, platonisch wijsgeer, schrijver van verscheiden commentaren op oude schrijvers en van een nog bestaand leerboek der rhetorica,Προγυμνάσματα. Hij leefde waarschijnlijk in de eerste eeuw n. C.Theonoë,Θεονόη, 1) =Idothea.—2)dochter van Thestor (z. a.).Theophanes,Θεοφάνης, van Mytilēne, volgeling en raadsman van Pompeius, die hemmet het rom. burgerrecht begiftigde en wiens krijgsdaden hij beschreef.Theophrastus,Θεόφραστος, van Eresus, geb. 372, leerling van Plato en later van Aristoteles. Deze laatste, die hem de voorkeur gaf boven al zijne andere leerlingen, benoemde hem tot zijn opvolger, tot voogd over zijn zoon en tot erfgenaam zijner bibliotheek, ook zou hij den oorspronkelijken naam Tyrtamus in Th. veranderd hebben wegens zijn uitmuntende voordracht. Na den dood van den meester (322) stond Th. 35 jaar, door talrijke leerlingen bemind en bewonderd, aan het hoofd der peripatetische school, totdat hij in den ouderdom van 85 jaar stierf. Zonder zijne zelfstandigheid op te offeren, liet hij zijn onderwijs voornamelijk strekken tot verklaringenontwikkeling van het stelsel zijns leermeesters. Van zijne talrijke geschriften bezitten wij nog 30 karakterschetsen (ἠθικοὶ χαρακτῆρες) en eenige werken over plantkunde, mineralogie, enz. (περὶ φυτῶν ἱστορίας, περὶ αἰτιῶν φυτῶν, e. a.).Theopompus,Θεόπομπος, 1) koning van Sparta, onder wiens regeering de eerste messenische oorlog gevoerd werd; v. s. stelde hij het ephoraat in.—2)van Chius, geb. omstreeks 380, verliet als knaap met zijn vader Damasistratus, die verbannen was, zijn vaderland, kwam te Athene, waar hij het onderwijs van Isocrates genoot, en trad in vele steden als pleitbezorger en feestredenaar op. Bij de lijkfeesten ter eere van Mausōlus behaalde hij als redenaar den eersten prijs. Later wijdde hij al zijn tijd en een groot deel van zijn vermogen aan de beoefening der geschiedenis, en legde hij de vruchten van zijn onderzoek neer in twee werken (Ἑλληνικά, Φιλιππικά), die bijna geheel verloren zijn gegaan, zoodat wij niet in staat zijn te beoordeelen, of men hem met recht de hardheid van zijn oordeel over personen verwijt; wel meent men bij hem sporen te vinden van groote partijdigheid voor Alexander d. G. Door den invloed van Alex. in zijn vaderstad teruggeroepen, moest hij deze echter later weder verlaten, daar hij door zijn trotsche houding zijn staatkundige tegenstanders zoozeer verbitterde, dat hij voor de openbare rust gevaarlijk scheen (306). Hij ging naar Aegypte, waar hij echter bij Ptolemaeus geen gunstig onthaal vond. Van zijne verdere lotgevallen is niets bekend. Een onlangs in Egypte gevonden fragment van een geschiedkundig werk wordt door velen aan Th., door anderen aan Cratippus toegeschreven.—3)atheensch blijspeldichter, jonger tijdgenoot van Aristophanes.Θεωρία, een gezantschap, dat uitgezonden wordt om den staat bij godsdienstige feesten te vertegenwoordigen, in zijn naam te offeren, een orakel te ondervragen, enz.Θεωρικόν, het entréegeld in den schouwburg te Athene, ten bedrage van 2 obolen (διωβελία) per persoon. Voor de arme burgers betaalde de staat sedert Pericles dit geld, ten minste bij de Dionysusfeesten, later maakten ook rijkere aanspraak er op en werd het ook op andere feesten gegeven, zoodat hetθεωρικόνeen zeer drukkende last voor den staat werd; ten slotte werden alle overschotten van den gewonen dienst in de kas van hetθεωρ. gestort. Eerst kort voor den slag bij Chaeronēa, toen door geldgebrek de verdedigingsmiddelen geheel verwaarloosd waren, gelukte het Demosthenes het volk te bewegen dit geld liever voor oorlogstoerustingen te bestemmen.Thera,Θήρα, vroeger Calliste geheeten, thans Santorin, een der Sporaden, ten Z. van Naxus gelegen. Met Therasia vormt het als het ware den wand van een ontzaggelijk kratermeer, dat met de zee in verbinding staat. In voorhistorischen tijd is de krater tot uitbarsting gekomen, en daarna ingezakt. In historische tijden zijn er in dit bekken uitbarstingen geweest in 197/6 v. C. en in 46/47 n. C., misschien ook in 66 v. C. In 197 of in 66 is het kleine eilandje Hiera, in 46 n. C. is Thia uit zee opgerezen. Cyrēne in Afrika was eene kolonie van Thera (631).Theramenes,Θηραμένης, van Athene, Chius of Ceos, zoon of aangenomen zoon van den Athener Hagnon, een beschaafd en welsprekend, maar hebzuchtig en karakterloos man, was een van hen, die in 411 bij de invoering van de regeering der 400, waartoe hij ook zelf behoorde, den meesten ijver betoonden. Door deze regeering in zijne verwachtingen teleurgesteld en waarschijnlijk ook wel inziende, dat zij niet lang zou kunnen blijven bestaan, stelde hij zich aan het hoofd der democraten om haar omver te werpen; door deze verandering van partij haalde hij zich den spotnaamcothurnus(z. a.) op den hals. Gedurende eenigen tijd behoorde hij nu tot de gematigde volkspartij en verwierf hij grooten invloed; na den slag bij de Arginusen was hij het voornamelijk, die bewerkte dat de strategen ter dood veroordeeld werden, omdat zij verzuimd hadden de in dien slag verongelukten uit zee op te visschen, ofschoon hij wellicht aan dit verzuim meer schuld had dan zij. Toen Athene na den slag bij Aegospotami door Lysander belegerd werd, wist Ther. door schoone beloften te verkrijgen, dat hij afgevaardigd werd om over den vrede te onderhandelen, hij bleef echter opzettelijk zoo lang weg, dat de belegerden zich eindelijk door honger genoodzaakt zagen alles toe te geven. Daarna werd hij een van de 30, doch toen hij zich tegen de gewelddadige handelingen zijner ambtgenooten verzette, en men vreesde, dat hij dezelfde rol als vroeger zoude spelen, beschuldigde Critias hem van hoogverraad, en toen deze bemerkte, dat de verdediging van Th. op den raad indruk maakte, liet hij hem met geweld naar de gevangenis sleepen en ter dood brengen. Als slachtoffer van de 30 en door de vastberadenheid, waarmede hij den giftbeker dronk, heeft hij na zijn dood een populariteit verworven, die hij door zijn leven niet verdiend had.Therapnaeen-ne,Θέραπναι, -νη, 1) stadje in Boeotia aan den weg van Thebae naar de rivier Asōpus en naar Attica.—2)stadje niet ver ten O. van Sparta, met de gravenvan Menelāus en Helena en een tempel der Dioscuren, die v. s. daar geboren zouden zijn.Theras,Θήρας, afstammeling van Polynīces, wiens vader koning van Thebe geweest was, maar op bevel van een orakel naar Lacedaemon was verhuisd. Hij bracht eene volkplanting van Lacedaemoniërs en Minyers naar het eiland Calliste, dat sedert dien tijd Thera genoemd werd.Therasia,Θηρασία, zieThera.Theres,Θῆρες=Pheres.Therma,τὰ Θέρμα, 1) grieksche stad in Macedonia, aan de golf van Therma, den sinus Thermaicus, ten W. van Chalcidice. Op de plaats van dit Therma stichtte Cassander omstreeks 315 eene nieuwe stad, die hij naar zijne gemalinThessalonīcanoemde, eene sterke vesting met goede haven, thans Saloniki. Dit werd eene bloeiende handelsplaats, vooral onder de Rom., door hare ligging aan devia Egnatia. Zij werd in 168 de hoofdstad van een der vier distrikten, waarin toen Macedonia gesplitst werd, later werd zij hoofdst. der prov. en is zelfs wel keizerlijke residentie geweest.—2)warme bron bij Lechaeum in Corinthia.—3)=Thermum.Thermae,Θέρμαι, stad aan de Noordkust van Sicilia, bevolkt met de overgebleven inwoners van het door de Carthagers verwoeste Himera (z. a.). De naam Thermae komt van de warme bronnen, die de stad tot eene zeer gezochte badplaats maakten.Thermae.Thermae.Onder dezen naam verstond men warme bronnen met de daardoor gevoede badhuizen, vervolgens ook elk badhuis, waar men nevens koude baden ook warme kon nemen. In zoover isthermaedus synoniem metbalneae(ziebalneum). Sedert het tijdperk van Augustus evenwel wordtthermaemeer in het bijzonder gebezigd van de prachtige badinrichtingen der Rom., die volgens het model van een grieksch gymnasium (z. a.) waren aangelegd, doch op veel grooter schaal, en waar men nevens allerlei soort van baden ook conversatiezalen, zalen voor voorlezingen, bibliotheken, gelegenheid tot balspel en gymnastische oefeningen, wandelparken, gaanderijen, enz., aantrof. Van drie zoodanige gebouwen zijn te Rome nog belangrijke overblijfselen aanwezig, n.l. van dat van Titus op den Esquilijnschen berg, van dat van Diocletiānus op den Quirinālis, waarvan ééne enkele zaal door Michel Angelo in eene ruime kerk werd herschapen, en van dethermae Antoninianaevan Caracalla. In deze laatste vond men o. a. eene rotonde van 50 meter doorsnede, gedekt met eene flauw gewelfde zoldering, een meesterstuk van bouwkunst. Daarachter volgden twee zalen, elk van 56 M. lang en 22 M. breed, aan welker uiteinden weder kleinere zaaltjes waren, door kolonnades van de groote gescheiden. De bijgevoegde teekening geeft een gezicht op de groote middenzaal, zooals deze er vermoedelijk heeft uitgezien. De hier genoemde ruimten vormden slechts het middengedeelte, ter weerszijden strekten zich nog kolossale vleugels uit.Thermaicus sinus, zieThermano. 1.Thermessa=Hierano. 1.Thermōdon,Θερμώδων, 1) beek in Boeotia, die bij Tanagra in den Asōpus uitliep.—2)rivier in het W. van Pontus, kort van loop, doch breed, aan welker oevers de Amazonen zouden gewoond hebben; zieThemiscyra.Thermopylae,Θερμοπύλαι, een enge bergpas, de toegangsweg van Thessalia naar Locris en het oostelijk Hellas. Op sommige plaatsen was hij zoo smal, dat twee wagens elkander niet konden passeeren. Voor een gedeelte liep hij tusschen de uitloopers van het Oetagebergte en een moeras aan den binnensten hoek der Malische golf, terwijl hij door den Sperchēus en nog een paar kleinere stroompjes werd doorsneden. Waar de pas naar de zijde van Anthēla breeder werd, stonden de tempels van Demēter en van Amphictyon. In dezen pas sneuvelde in 480 Leonidas met zijne getrouwen. Door de aanslibbing der kust en den geheel veranderden loop vanden Spercheus is de pas aanmerkelijk van gedaante veranderd.Thermum,Θέρμον, ookτὰ Θέρμα, sterke en fraaie hoofdstad van Aetolia ten tijde van het aetolisch verbond, door Philippus III (V) van Macedonië verwoest (218 en 206).Thermus, familienaam in degens Minucia(Minuciino. 6–8).Theron,Θήρων, tyran van Agrigentum, 487–472, wordt geprezen als een zacht en wijs vorst, en versloeg met Gelo de Carthagers bij Himera, 480.Thersander,Θέρσανδρος, zoon van Polynīces en Argēa, een der Epigonen, kreeg de regeering over Thebe. Later trok hij met de Grieken naar Troje, hij sneuvelde echter bij den inval in Mysië door de hand van Telephus. V. a. was hij een van hen, die met het houten paard in de stad gekomen waren. Te Elaea in Mysië werd hij als heros vereerd en het geslacht der Emmeniden te Agrigentum beweerde van hem af te stammen.Thersītes,Θερσίτης, de leelijkste van alle Grieken voor Troje, die er een boosaardig genoegen in vond de aanvoerders te beschimpen, waarom hij algemeen gehaat was. Achilles doodde hem, toen hij aan het lijk van Penthesilēa de oogen wilde uitsteken.Theseidae,Θησείδαι, afstammelingen van Theseus, bij dichters = Atheners.Theseus,Θησεύς, de nationale held der Atheners, wiens lotgevallen in menig opzicht op die van Heracles gelijken, hoewel hij niet zoo grooten roem verwierf als deze. Hij was de zoon van Aegeus en Aethra en was te Troezen geboren en opgevoed. Toen Aegeus hem als kind daar achterliet, verborg hij zijn zwaard en sandalen onder een grooten steen en droeg hij aan Aethra op hun zoon met deze herkenningsteekenen naar Athene te zenden, wanneer hij sterk genoeg was om den steen te verplaatsen. Op zestienjarigen leeftijd was hij hiertoe in staat en terstond ondernam hij de reis naar zijn vader. Op weg doodde hij Periphētes, Sinis, Sciron, Cercyon en Procrustes (z. deze art.), verder nog het wilde zwijn van Crommyon, een reusachtig dier, dat de grenzen van Megaris en Attica onveilig maakte. Eindelijk kwam hij bij Aegeus en bijna had hij hier door de lagen van Medēa, die zijn invloed vreesde, den dood gevonden; toen hij echter zijn zwaard trok, herkende zijn vader hem en Medea moest vluchten. Th. bezorgde zijn vader de regeering terug, die hem door zijne neven, de Pallantiden, ontnomen was, daarna doodde hij den stier van Marathon (z.Heraclesbl. 307), dien hij aan Apollo offerde. Hij liet zich vrijwillig opnemen onder de 14 jongelieden, die als offer voor den Minotaurus naar Creta gezonden moesten worden, en door de hulp van Ariadne (z. a.), die liefde voor hem opvatte en hem een kluwen touw verschafte, waardoor hij een uitweg uit het labyrinth kon vinden, doodde hij het monster, waarmede Athene van de schatplichtigheid aan Creta bevrijd werd. Door een misverstand benam Aegeus (z. a.) zich het leven, toen het schip van Creta terugkwam, en Th. volgde hem op. Hij bewerkte de vereeniging van de verschillende gemeenten van Attica tot één staat met Athene als hoofdstad (συνοικισμός) en stelde ter herinnering aan dit feit de Panathenaea in; ook wordt hem de verdeeling van het volk in 3 phylae (z.φυλή) toegeschreven. Vervolgens vergezelde hij Heracles op diens tocht tegen de Amazonen (z. a.) en ontvoerde hij Antiope (z. a.) of Hippolyte, die bij hem moeder werd van Hippolytus, na haar dood huwde hij met Phaedra (z.a.), bij wie hij twee zonen kreeg, Acamas en Demophon. Hij nam ook deel aan de calydonische jacht en den Argonautentocht, verleende een schuilplaats aan Oedipus, toen deze uit Thebe verjaagd was, en dwong de Thebanen de gesneuvelde medestrijders van Adrastus op eervolle wijze te laten begraven. Zijn vriend Pirithous stond hij bij in den strijd tegen de Centauren en door zijne dapperheid verschafte hij hem de overwinning. Met behulp van Pirithous schaakte hij Helena (z.a.), toen hij echter wederkeerig zijn vriend zoude helpen bij de ontvoering van Persephone en daartoe met hem in de onderwereld afgedaald was, liet Hades beiden vastgroeien aan een rots, waarop zij zich vermoeid nedergezet hadden. Wel werd Th. kort daarna door Heracles bevrijd, maar in zijne afwezigheid was Helena met Aethra door de Dioscuren ontvoerd, en had Menestheus zich van de regeering meester gemaakt, terwijl het volk, ontevreden over het lot van Hippolytus (z. a.) en over zijne lange afwezigheid, hem niet weder wilde erkennen. Verbitterd verliet hij Athene en ging hij naar Scyrus, waar hij door koning Lycomēdes verraderlijk vermoord werd. Hij werd te Athene als heros vereerd, zijn gebeente werd op bevel van het delphische orakel door Cimon naar Athene teruggehaald (465) en een prachtige tempel werd te zijner eer opgericht. De achtste dag van iedere maand was hem gewijd, zijn voornaamste feest, deΘήσεια, viel op den 8stenPyanepsion.Θεσμία, Θεσμοφόρος, bijnamen van Demēter, die door invoering van den akkerbouw de menschen tot zachtere zeden en een geregeld leven onder vaste wetten gebracht had.Thesmophoria,Θεσμοφόρια, feest ter eere van DemēterΘεσμοφόροςen hare dochter in vele deelen van Griekenland met groote plechtigheid gevierd, vooral te Athene, in Arcadië en Argolis, op Sicilië e. e. Te Athene begon het den 9denof 10denPyanepsion en duurde het vijf dagen; het werd uitsluitend door gehuwde vrouwen gevierd, terwijl het aan mannen ten strengste verboden was er bij tegenwoordig te zijn.Θεσμοθέται, z.Ἄρχοντες.Thespiades,Θεσπίαδες, 1) de Muzen, zoo genoemd naar Thespiae, waar zij hooge vereering genoten.—2)de dochters van Thespius.Thespiae,Θεσπιαί, bij HomerusΘέσπεια, oude aanzienlijke stad in Boeotia aan den voet van den Helicon, door Xerxes verbrand (480), doch na den slag bij Plataeae herbouwd. Eros, die hier zou geboren zijn, had hier een tempelmet een standbeeld, door Praxiteles gebeiteld. In 374 sloopten de Spartanen de muren van Thespiae, waarna het een plaats van minderen rang werd.Thespis,Θέσπις, Athener, tijdgenoot van Solon en Pisistratus, de eerste die bij de Dionysusfeesten de dithyrambische koorliederen door gesprekken tusschen het koor en een tooneelspeler liet afwisselen en daardoor de grondlegger werd van het treurspel. In 534 voerde hij het eerst te Athene een treurspel op. Hijzelf was zoowel dichter als tooneelspeler, v. s. trad hij reeds geblanket, later gemaskerd, op.Thespītes=Thospites.Thespius,Θέσπιος, zoon van Erechtheus, mythisch stichter van Thespiae, vader van 50 dochters, bij welke Heracles 50 zonen verwekte, waarvan later 40 naar Sardinië gezonden werden om er een volkplanting te stichten.Thesprōti,Θεσπρωτοί, een van de hoofdstammen van Epīrus, die eerst het geheele zuidelijke deel bewoonden en in wier gebied het orakel van Dodōna lag. Zij woonden meest in open vlekken en dorpen en waren ten tijde van Homerus nog het eenige hoofdvolk van Epīrus. De Molossers, die later in Epirus kwamen, verdrongen de Thesprotiërs uit het binnenland, zoodat dezen slechts de kuststreek behielden, welke naar henThesprotiaheet.Thessalia,Θεσσαλία, vroeger ook Hellas, Aeolis, Haemonia, Pelasgia, Pyrrhaea (naar de vrouw van Deucalion) geheeten, lag tusschen Macedonia, Epīrus, Midden-Griekenland en de zee. Het was een land vol schilderachtige natuurtafereelen, zeer geschikt voor veeteelt en paardenfokkerij, vruchtbaar aan olie en wijn, aan geneeskrachtige, maar ook aan vergiftige planten en aan tooverkruiden. Als oudste bewoners komen o. a.Pelasgen(z. a.) voor, in de vlakte van Larīsa of Larissa, ookΠελασγικὸν Ἄργοςgeheeten, verder worden als oudste stammen genoemd Myrmidones, Hellēnes, Achaei in Phthiōtis, Magnētes in Magnesia. Tijdens de volksverhuizing zijn uit Illyria deThessali,Θεσσαλοί, in de vlakte van den Penēus en zijn bijrivieren ingedrongen, en hebben langzamerhand de oorspronkelijke bevolking onderworpen en tot een soort van heloten onder den naamPenestae,Πενέσται, gemaakt. Later zijn ook de bergstammen, de Perrhaebi, Magnetes en Achaei onderworpen, en soms zijn ook de Dolopes, Aeniānes en Malii van hen afhankelijk. Thessalia bestond uit de volgende landschappen: 1)HestiaeōtismetPerrhaebia, 2)Pelasgiōtis, 3)Magnesia, 4)Thessaliōtis, 5)Phthiōtis. Het was in verschillende staatjes verdeeld, die samen een bond vormden. Aan het hoofd van dezen bond stond in tijden van oorlog soms een legeraanvoerder, die koninklijke macht had,ταγόςofβασιλεύςgeheeten. De adel, geharnast en op geharnaste paarden gezeten, vormde eene zware ruiterij; het voetvolk, licht gewapend, bestond uit Penesten. Nu en dan stonden enkele streken, o. a. het gebied van Pherae, onder tyrannen, doch de thessalische adel, wiens liefhebberij in ridderspelen en strooptochten gelegen was, was te bandeloos en wispelturig, om een monarchalen regeeringsvorm op den duur mogelijk te maken. In Thessalia behooren de mythen te huis van Deucalion en Pyrrha en van de Centauren.Thessaliōtis,Θεσσαλιῶτις, landschap van Thessalia, ten N. van de Dolopes en van Phthiōtis, vroeger Aeolis geheeten.Thessalonīca,Θεσσαλονίκη, zieThermano. 1.Thestiades,Θεστιάδης, Iphicles en Meleager, zoon en kleinzoon van Thestius.Thestias,Θεστιάς, Leda en Althaea, dochters van Thestius.Thestius,Θέστιος, zoon van Ares of Agēnor en Demonīce of Andronīce, koning van Aetolië, vader van Iphicles, Leda, Althaea e. a.Thestor,Θέστωρ, zoon van Idmon en Laothoë, vader van Calchas, Leucippe en Theonoë. Deze laatste wordt nog zeer jong zijnde door zeeroovers weggevoerd en verkocht aan den carischen koning Icarus, wiens liefde zij wint. Th. gaat op reis om haar te zoeken, maar valt ook in de handen van zeeroovers en wordt eveneens aan Icarus verkocht; deze geeft hem als slaaf aan Theonoë, die hem niet herkent. Eindelijk gaat ook Leucippe op bevel van een orakel in manskleederen naar Carië, Theonoë wordt op haar verliefd en daar hare liefde onbeantwoord blijft, geeft zij aan Th. bevel den vreemdeling te dooden. Als deze nu in zijn droefheid hierover zijn lot bejammert, herkennen vader en dochter elkander door sommige uitdrukkingen, waarop Icarus alle drie naar hun vaderland terugzendt, na hen met rijke geschenken begiftigd te hebben.Thestorides,Θεστορίδης, Calchas, zoon van Thestor.Θῆτες, atheensche burgers van de laagste klasse volgens de verdeeling van Solon, zij die jaarlijks minder dan 150 medimnen of metreten van hun grond oogstten. Vóór Aristīdes konden zij geen overheidsambten bekleeden en dienden zij alleen als lichtgewapenden of op de vloot, en ook nog veel later kon niet licht iemand uit deze klasse archont worden.Thetis,Θέτις, eene Nereïde, die door Zeus en Poseidon bemind werd; daar echter Promētheus voorspeld had, dat zij een zoon zoude ter wereld brengen, die grooter zou worden dan zijn vader, gaven zij haar tegen haar wil ten huwelijk aan Peleus (z. a.), bij wien zij moeder werd van Achilles. Zij verleende in de onderzeesche woning van haar vader een schuilplaats aan Dionȳsus, toen hij door Lycurgus vervolgd werd, en aan Hephaestus, toen hij door Zeus uit den hemel geworpen was. Ook verijdelde zij eens een samenzwering, door Hera, Poseidon en Athēna tegen Zeus gesmeed (z.Aegaeon). Op hare smeekingen liet Zeus, toen Achilles door Agamemnon beleedigd was, de Grieken voor Troje tot den hoogsten nood komen, totdat aan Achilles eene schitterende voldoening gegeven was.Θῆτται, z.ἐπίκληρος.Theudoria, stad der Athamānes in het Z.O. van Epirus.Theveste, stad in het binnenland van de provincie Numidia of Africa nova, aan de grens van Byzacium, in den keizertijd tot bloei gekomen.Thia, 1) =Thea.—2)eilandje in de zee tusschen Thera en Therasia, ontstaan door een uitbarsting in het jaar 46 n. C.Thiasus,θίασος, z.Dionysus. Verder noemde men zoo alle vereenigingen, die gemeenschappelijke offers of andere godsdienstige plechtigheden verrichtten, ook deze plechtigheden zelve.Thi(m)bron,Θί(μ)βρων, 1) spartaansch veldheer, werd in 399 met een leger naar Klein-Azië gezonden om de grieksche steden tegen Tissaphernes te verdedigen. Wel behaalde hij eenige voordeelen, maar daar hij de tucht in zijn leger niet wist te handhaven, werd hij spoedig door Dercylidas vervangen. In 391 voerde hij weder het bevel over een leger in Azië en sneuvelde hij in een gevecht tegen den perzischen generaal Struthas.—2)Spartaan, die Harpalus vermoordde, zich aan het hoofd stelde van de door dezen geworven huurtroepen en daarmede Cyrēne veroverde, maar door aegyptische troepen onder Ophellas verslagen en ten slotte gekruisigd werd (322).Thinae,Θῖναι, aanzienlijke handelsplaats in het tegenw. China, waarschijnlijk in het N., in het land der Seres.Thisbe,Θίσβη, z.Pyramus.Thisbe,Θίσβη, oude stad van Boeotia, ten Z. van den Helicon, dicht bij de kust der Corinthische golf. Bij Homerus heet hetπολυτρήρωνnaar de massa wilde duiven, die tusschen de rotsen nestelden.Thmuis,Θμοῦις, gen.-εως, stad in de Nijldelta tusschen den Mendesischen en den Phatnitischen arm.Thoana=Dana.Thoantea, bijnaam van de taurische Artemis, naar Thoas, koning van Tauris.Thoantias,Θοαντιάς, Hypsipyle, dochter van Thoas.Thoas,Θόας, 1) zoon van Borysthenes, koning van Tauris, onder wiens regeering Iphigenīa priesteres van Artemis was.—2)koning van Lemnus, vader van Hypsipyle. Toen alle mannen van Lemnus door de vrouwen van dat eiland gedood werden (z.Hypsipyle), werd hij alleen door zijn dochter gered en verborgen gehouden; later werd hij echter gevonden en ter dood gebracht. V. a. ontkwam hij naar Tauris of Oenoë.—3)zoon van Iāson en Hipsipyle.Θόλος, koepelvormig gebouw, te Athene een gebouw met koepeldak, waar de prytanen hunne zittingen en maaltijden hadden.Thonis, Thōn,Θῶνις, Θών, koning van Aegypte, bij wien Menelāus op zijn terugreis van Troje gastvrij ontvangen werd.Thoon,Θόων, een Gigant, die bij de Gigantomachie door de Moerae gedood werd.Thoōsa,Θόωσα, dochter van Phorcys en Ceto, bij Poseidon moeder van Polyphēmus.Thorax,Θώραξ, 1) bergrug in Messenië.—2)berg in Lydia.Thoria(lex), zieagrariae leges.Thoricus,Θορικός, attische demus aan de Oostkust van Attica’s Zuidspits, een weinig ten N. van kaap Sunium.Thospītes, Thespītes(lacus), ook Arsissa genoemd, groot meer in Armenia Maior, tgw. meer van Wan.Thracia,Θρᾴκη, Θρηικίη, het land ten N. der Aegaeïsche zee en der Propontis tot aan den Pontus Euxīnus, met grieksche volkplantingen bezet, overigens door krijgshaftige en roofzieke, eeuwig twistende, aan dronkenschap verslaafde, doch niet onbeschaafde stammen bewoond. Ten gevolge van hunne verdeeldheden werden zij gemakkelijk door de Perzen onderworpen. Na de nederlagen der Perzen in Griekenland gelukte het aan een thracisch vorst, Sitalces, zijn volk, de Odrysen (z. a.), tot het heerschende te maken en een thracisch rijk te stichten (zieSitalcesenSeuthes). Onder Philippus en Alex. den Gr. lijfde Macedonia het eene stuk van Thracia na het andere in, doch na den dood van Lysimachus ging de macedonische overheersching allengs te gronde en werd Thracië weder een tooneel van verwarring, totdat het land voor en na onder de Rom. kwam. De Rom. gaven aan de streek tusschen den Donau en den Haemus den naam van Moesia (z. a.). De voornaamste volken van Thracia waren deCiconesaan de Zuidkust, deOdrysaeaan den Hebrus, deBessiin het Haemusgebergte. In Thracia behoort de mythe van Orpheus te huis.Thracium,Θρᾴκιον, een plein in Byzantium.Thrasea Paetus(P. Clodius), senator onder de regeering van Nero, gevoelde een diepen afkeer van den keizer en onttrok zich sedert 63 n. C. op in het oog loopende wijze aan alle staatszaken, feestmalen en openbare samenkomsten. Zelfs het theater meed hij. Zijne vijanden maakten hem bij den keizer verdacht en hij werd door den senaat veroordeeld. Men liet hem de keus van zijn dood, waarop hij zich de aderen liet openen en met stoicijnsche kalmte stierf (66), naar het voorbeeld van Cato van Utica, op wien hij vroeger eene lofrede had geschreven. Zijne vrouw Arria was eene dochter der heldhaftige Arria, die met Caecīna Paetus gehuwd was.Thraso,Θράσων, 1) Athener, die de thebaansche vluchtelingen bijstond bij het verdrijven van de Spartanen uit de Cadmēa.—2)beroemd beeldgieter ten tijde van Alexander d. G.—3)in de nieuwe comedie komt geregeld de rol voor van een snoevend soldaat, die den naam Th. (Durfal) draagt.Thrasybūlus,Θρασύβουλος, 1) tyran van Milētus, vriend van Periander van Corinthe. Hij werd 11 jaar lang door Sadyattes en Alyattes beoorloogd, maar wist laatstgenoemde door list tot vrede te bewegen.—2)tyran van Syracuse, opvolger van Hiero, werd binnen het jaar van de regeering ontzet (466) en stierf als balling bij de Locriërs.—3)z.Phrynichusno. 4.—4)Athener uit den demus Stiria (ὁ Στειριεύς), zoon van Lycon,was in 411 een van de bevelhebbers der atheensche vloot op Samus en verzette zich met zijn ambtgenoot Thrasyllus hevig tegen het instellen van de oligarchie der 400. In de volgende jaren streed hij met roem, vooral in den slag bij Cynossēma, ook was hij als triërarch bij den slag bij de Arginusen. Hoewel hij met Theramenes de opdracht kreeg om de verongelukten in dien slag op te visschen, schijnt hij in het daarover gevoerde proces niet betrokken geweest te zijn. Als hoofd der democratische partij werd hij onder de 30 verbannen, hij ging naar Thebe, doch keerde weldra met een zeventigtal aanhangers terug en bezette bij verrassing de vesting Phyle. Na eenige gelukkige gevechten tegen de partij van de 30 nam het aantal zijner strijders dagelijks toe, en weldra zag hij zich in staat den Piraeus te nemen. Toen de 30 ook hier een slag tegen hem verloren hadden, zonden zij naar Sparta om hulp, maar door toedoen van koning Pausanias (z. a. no. 2) werd vrede gesloten en de democratie hersteld. Th. trok met de zijnen Athene binnen en bewerkte eene verzoening tusschen de partijen, terwijl hij eene amnestie liet bezweren. In den corinthischen oorlog met een vloot naar de Aegaeische zee gezonden, herstelde hij den atheenschen invloed te Byzantium, op Thasus, Lesbus, enz.; toen zijne soldaten zich te Aspendus aan gewelddadige handelingen hadden schuldig gemaakt, overvielen de inwoners dier stad des nachts zijn kamp en ontstond er een gevecht, waarbij Th. gedood werd (389). Dat hij zich gedurende zijn laatsten veldtocht aan verduistering van gelden en onderdrukking der bondgenooten zou schuldig gemaakt hebben, zooals na zijn dood gezegd werd, is niet bewezen.—5)Athener uit den demus Collytus (ὁ Κολλυτεύς), nam met den vorigen deel aan de bevrijding van Athene. In 388 viel hij met acht schepen in handen van Antalcidas. Na den vrede van Antalcidas is hij een van de leidende personen in den staat, en aan zijne gematigde politiek is voor een deel het tot stand komen van den tweeden attischen zeebond te danken.Thrasydaeus,Θρασυδαῖος, 1) zoon van Theron en diens opvolger als tyran van Agrigentum, na een korte regeering om zijne wreedheid verdreven (473). Z.Hierono. 1.—2)Eleër, aanvoerder der democratische partij tijdens den oorlog tusschen Sparta en Elis (400).Thrasyllus,Θράσυλλος, 1) bevelhebber der atheensche vloot in 411, verzette zich evenals Thrasybūlus tegen de regeering der 400 en behaalde met dezen de overwinning bij Cynossēma. Ook in de volgende jaren onderscheidde hij zich en na het vertrek van Alcibiades kwam hij weder aan het hoofd van de vloot; na den slag bij de Arginusen werd hij met zijne ambtgenooten ter dood veroordeeld.—2) van Rhodus, astroloog, die te Rome woonde en Tiberius zijne kunst leerde, doch later in ongenade viel.Thrasymachus,Θρασύμαχος, 1) van Chalcēdon, kwam in 430 naar Athene, waar hij zich op wijsbegeerte en rhetorica toelegde. Als redenaar wordt hij geroemd. Plato laat hem de stelling verdedigen, dat wat voor de machthebbenden voordeelig is, recht genoemd wordt.—2)van Corinthe, leermeester van Stilpo.Thrasymēdes,Θρασυμήδης, zoon van Nestor en Anaxibia, die met zijn vader naar Troje trok en behouden terugkeerde.Θρηνῳδοί, personen, die zich verhuurden om bij begrafenissen of lijkfeesten klaagliederen (Θρῆνοι) te zingen of ze met de fluit te begeleiden.Thria,Θρία, vlek in Attica, nabij Eleusis. De omtrek werd de thriasische vlakte genoemd,Θριάσιον πέδιον.Thriae,Θριαί, gevleugelde jonkvrouwen, die op den Parnassus woonden en de gave der voorspelling hadden, waarin zij ook Hermes onderrichtten.Thrinacia,Θρινακία, mythisch eiland, door de latere Grieken voor Sicilië gehouden en gelijk gesteld met Trinacria,Τρινακρία; z.HeliusenOdysseus.Thronium,Θρόνιον, hoofdstad der epicnemidische Locriërs aan het riviertje Boagrius. In den heiligen oorlog werd het door de huurtroepen der Phocensers onder Onomarchus geplunderd en verwoest, doch later herbouwd.Thryoessa,Θρυόεσσα=Thryum.Thryum,Θρύον, stad in Elis aan den Alphēus, het latere Epitalium.Thucydides,Θουκυδίδης, 1) Athener uit den demus Alopece, zoon van Milesias, na den dood van Cimon hoofd der aristocratische partij, moest het onderspit delven voor Pericles en werd in 442 door het ostracisme verbannen.—2)Athener uit den demus Halimus, zoon van Olorus, van thracische afkomst, was in 423 bevelhebber eener vloot aan de kusten van Thracië en Macedonië; daar hij Amphipolis niet tijdig tegen Brasidas beschermd had, werd hij van verraad beschuldigd, en om zich aan het vonnis te onttrekken, ging hij in ballingschap. Hij leefde nu ongeveer 20 jaren als balling te Scapte Hyle, waar hij rijke goudmijnen bezat, en deed reizen naar Sicilië, Italië en Macedonië; eerst bij het einde van den peloponnesischen oorlog werd hij naar Athene teruggeroepen, doch weinige jaren later stierf hij. Gedurende en na zijne ballingschap hield hij zich bezig met het verzamelen van bouwstoffen voor en het schrijven van zijne beroemde geschiedenis van den peloponnesischen oorlog, welk werk hij echter bij zijn dood slechts tot den slag bij Cynossēma (411) afgewerkt had. Th. is de eerste geschiedschrijver, die door hem zelf beleefde gebeurtenissen beschreef, en kan als de eerste attische prozaschrijver van beteekenis beschouwd worden. Zijn diep inzicht in den samenhang en de oorzaken der gebeurtenissen, zijne soms als redevoeringen of brieven ingekleede fijne en juiste schetsen van toestanden, zijn waarheidsliefde en streven naar onpartijdigheid, zijnkernachtige en gedrongen, soms harde en duistere, taal en stijl, als het ware een spiegel van den ernst, waarmede hij zijn taak opvatte, maken zijne geschiedenis (ξυγγραφή) tot een meesterwerk van den eersten rang, zooals het dan ook te allen tijde door ouderen en nieuweren beoordeeld is.

Plattegrond van het theatrum te Herculaneum.Plattegrond van het theatrum te Herculaneum.

Plattegrond van het theatrum te Herculaneum.

Theatrum te Aspendus.Theatrum te Aspendus.

Theatrum te Aspendus.

Theātrum,θέατρον. Na hetgeen onder het artikelamphitheatrumover de zitplaatsen is gezegd, zal de inrichting van het theater der ouden gemakkelijk te begrijpen zijn uit achterstaande teekeningen, waarvan de eene den plattegrond van het theater te Herculaneum voorstelt, de andere een gedeelte der overblijfselen van het theater te Aspendus in Pamphylia. Op de eerste ziet men de concentrische rijen zitbanken (B B), door de trapsgewijze oploopende tusschenpaden (a a) in wiggen (cunei,κερκίδες) afgedeeld. Dezecuneihebben uitgangen (b b) op de rondloopende corridors,διαζώματα(A A, zie de afbeelding bijbalteus). C is deorchestra,ὀρχήστρα, bij de Grieken bestemd voor de reidansen der koren, te Rome sedert 194 tot zitplaatsen voor de senatoren dienende;cis de lage voormuur van het tooneel D D, waarvan de gemetselde achterwand drie openingen (e e e) heeft; dat deze achterwand niet recht doorloopend, maar gebogen is, zal aan den smaak van den bouwmeester hebben gelegen. Het tooneel vóór dezen wand heettescena,σκηνή, en wordt ookproscenium,προσκήνιον, genoemd in tegenstelling van de ruimte (E E) daarachter, hetpostscenium, (wij zouden zeggen: achter de schermen), waar zich kleedkamers, bergplaatsen enmachinerieënbevonden. De ruimte onder het tooneel was hetὑποσκήνιον; moesten er schimmen of riviergoden opstijgen, dan kwamen zij uit deze benedenruimte langs een trap of ladder, den zoogenaamden charonischen trapχαρώνειοι κλίμακες, door een luik op het tooneel.Παρασκήνιαzijn de zijwanden van het tooneel, rechts en links. Ook had men toestellen, waarmede men goden uit de zoldering liet nederdalen; vandaar de uitdrukkingdeus exmachina, om een knoop door te hakken en het stuk tot een slot te brengen, wanneer geene natuurlijke ontknooping mogelijk was. De ruimten ƒ zijn misschien eereplaatsen of loges voor personen van rang geweest. De achterwand van het tooneel en ook het postscenium waren met verdiepingen, zooals de tweede teekening te zien geeft. De gemetselde uitstekken, die men er op aantreft, dienden tot bevestiging van het houten raamwerk, waarop de schermen of coulissen gespannen waren. Het tooneel had dus eene groote breedte, doch eene geringe diepte. De ruimte vóór het achterscherm (dat natuurlijk uit verschillende naast elkander geplaatste stukken bestond), heette vermoedelijkpulpitum,λογεῖον. De zijschermen waren op eene eigenaardige manier ingericht. Zij heettenπερίακτοι,versūrae, en bestonden uit vertikale driehoekige prisma’s, die op een spil draaiden en dus drie verschillende decoraties vertoonden, terwijl het achterscherm door verschuiving werd veranderd. Hetθεολογεῖονwas een zweeftoestel, van waar in sommige stukken een god uit den hoogen zijn wil verkondigde. Over enkele verschillen tusschen het rom. en grieksche theater, b.v. dat de ruimte voor het publiek bij het eerste juist een halven cirkel vormde, bij het tweede nog over de middellijn vooruitsprong, kunnen wij hier heenstappen.Te Athene begon men met den bouw van het eerste steenen theater in het begin der 5deeeuw, nadat de houten zitplaatsen en stellingen, waarop men tot dien tijd de voorstellingen aanschouwd en gegeven had, waren ingestort. Te Rome heeft het lang geduurd, eer er een steenen theater gebouwd werd. Bijludi sceniciwerd er een tooneel van hout opgeslagen en na afloop der feesten weder afgebroken. Zitplaatsen waren niet aangebracht, men moest staan of een stoel medebrengen. In 174 lieten de censoren Q. Fulvius Flaccus (Fulviino. 6) en A. Postumius Albīnus (Postumiino. 12) eene vaste steenenscenabouwen. Twintig jaar later beproefden de censoren M. Messalla en C. Cassius Longīnus (Cassiino. 6) aan de helling van den Palatīnus een steenen theater te bouwen, doch P. Cornelius Scipio Nasica, die op dat tijdstip nog consul was (ten tweeden male) liet het afbreken en de materialen publiek verkoopen, terwijl bij senaatsbesluit het zitten bij tooneelvoorstellingen werd verboden. In 146 verrees een volledig theater met zitplaatsen, doch wederom van hout en slechts tijdelijk. Eerst in 55 liet Pompeius een geheel steenen theater bouwen met 40000 zitplaatsen, in 13 verrees het tweede, door L. Cornelius Balbus (Corneliino. 29) bekostigd en voor 30000 personen ingericht, en later het theatrum Marcelli, door Augustus aan de nagedachtenis van zijn schoonzoon gewijd, ook met 30000 plaatsen. De toeschouwers zaten in de open lucht; later spande men zeilen boven hun hoofd uit (zieamphitheatrum). Te Athene werd een entree van 2 obolen geheven (zieθεωρικόν); te Rome betaalde men geen entree, want de spelen waren geschenken, aan het volk aangeboden; evenwel moest men een bewijs van toegang (tessera, zie ondertabula) hebben. Het voorscherm werd bij het begin der voorstelling niet opgehaald, maar zakte weg en werd bij het einde weder omhoog getrokken (zieaulaeum), vandaaraulaeum manere= tot het einde toe blijven, het einde afwachten.

Thebaansche oorlog, 1) de oorlog, door Adrastus (z. a.) en zijne bondgenooten tegen Thebe gevoerd om Polynīces in diens rechten te herstellen.—2)de oorlog tusschen Thebe en Sparta, die volgde op de verdrijving der Spartanen uit de Cadmēa en de omverwerping der oligarchische regeering te Thebe (378). In dezen oorlog, waarvan het doel was de oppermacht van Sparta te fnuiken, werden de Thebanen in het begin bijgestaan door de Atheners, later door de meeste peloponnesische staten; toen het echter bleek, dat de Thebanen naar de hegemonie streefden, koos Athene de zijde der Spartanen, en de verdeeldheden onder de Peloponnesiërs maakten, dat het bondgenootschap met hen weinig waarde had. Wel behaalden de Thebanen in de groote slagen bij Leuctra (371) en Mantinēa (362) schitterende overwinningen, deed Epaminondas tweemaal (369 en 362) een tocht naar Sparta, werden de Messeniërs in hun land teruggebracht en eene nieuwe hoofdstad Messēne gebouwd, vereenigden de Arcadiërs zich tot één staat en stichtten zij de bondsstad Megalopolis, maar hoezeer de Spartanen door dit alles vernederd werden, het gelukte Thebe niet zich tot den eersten staat van Griekenland te verheffen. Na den dood van Epaminondas en Pelopidas was er niemand om hen op te volgen, en bij den vrede (362) werden alle grieksche staten autonoom verklaard.

Thebae,Θῆβαι, 1) oudtijdsΘήβη, hoofdstad van Boeotia, aan de rivier Ismēnus en de bron Dirce, met den burcht Cadmēa, volgens de sage door Cadmus gesticht. De stad lag in eene heuvelachtige, bronrijke en vruchtbare streek, zeer geschikt voor paardenfokkerij; zij was ommuurd door een hoogen, zwaren muur, waarvan de steenen op de tonen van Amphīons gouden lier zichzelven hadden opeengestapeld. Zij had zeven poorten en wordt hiernaarἑπτάπυλοςgenoemd. Buiten de Electrische poort lagen de zeer heilige tempel van den ismenischen Apollo en de tempel van Amphiarāus (z. a.). Aan den laatsten was een droomorakel verbonden, waartoe echter den Thebanen de toegang was ontzegd, omdat zij op de vraag, of zij den heros als waarzegger of als strijdmakker hebben wilden, het laatste hadden verkozen. Thebae was de geboorteplaats van Heracles, van Amphīon, van Tiresias, van Oedipus, ook Semele, de moeder van Dionȳsus, behoorde er te huis. Tot den mythischen tijd behooren de oorlog der zeven vorsten tegen Thebe (zieAdrastus) en die der Epigonen. In den perzischen oorlog gaf Thebe zich gewillig aan Xerxes over. In den peloponnesischen krijg koos het als bittere vijandin van Athene de partij van Sparta. De overrompeling der Cadmēa door den Spartaan Phoebidas in 383 en de daarop gevolgde instelling eener oligarchische regeering bracht een ommekeer te weeg, en na de bevrijding der stad in 379 was het Thebe, dat onder de leiding van Epaminondas en Pelopidas Sparta’s overmacht gevoelig fnuikte (slagen bij Leuctra, 371, en bij Mantinēa, 362). Later liet het zich eerst door Philippus van Macedonia om den tuin leiden, doch sloot zich op het laatste oogenblik nog bij Athene aan, hoewel vergeefs (nederlaag bij Chaeronēa, 338). Bij de troonsbeklimming van Alexander den Gr. viel Thebe af (334); tot straf werd het door Alex. verwoest, op de tempels en het gewezen huis van den dichter Pindarus na. Van de 40000 inwoners werden 6000 gedood en 20000 als slaven verkocht. Cassander liet wel in 316 de stad herbouwen, doch zij had in 290 weder veel te lijden van Demetrius Poliorcētes en in 86 van L. Cornelius Sulla. Thans Thiva.—2)groote stad van Aegypte, volgens Diodōrus Siculus de oudste stad ter wereld, aan den Nijl, hoofdstad van Opper-Aegypte, laterDiospolis magna,Διόσπολις ἡ μεγάλη, geheeten. Het was de residentie van de aegyptische koningen van verschillende dynastieën. Het was rijk aan grootsche en prachtige tempels, paleizen en andere gebouwen.Boven alles muntte de tempel van Ammon uit, van waar een weg tusschen twee rijen sphinxen, elk van 100 stuks, naar het paleis van Amenhotep of Amenophis III (zieMemnonno. 1) voerde. Thebae had, volgens het verhaal, 100 poorten, en werdἑκατόμπυλοςgenoemd, en was 140 stadiën = 4⅔ uur gaans in den omtrek. Het had een drukken handel. Aan den tegenoverliggenden rechter Nijloever lag de necropolis, waar men ook nog tempels en paleizen aantrof. Na de plundering door Cambȳses was het met Thebe’s grootsten bloei gedaan. Tusschen de puinhoopen liggen thans 4 dorpen, Luxor en Karnak op den rechter-, Goernah en Medinet-Aboe op den linkeroever van den Nijl.—3)stad in het thessalische landschap Phthiōtis,Θῆβαι Φθιώτιδες, havenstad, aan de golf van Pagasae.

Thebais,Θηβαΐς, 1) Boven-Aegypte, van de aethiopische grenzen (24° N.B.) tot omstreeks 27⅔° N.B. Het omvatte dus in lengte ongeveer de helft van het aegyptische Nijldal.—2)het gebied der stad Thēbae in Boeotia.

Thebe,Θήβη, stad in Mysia, aan den boschrijken berg Placus en daaromὑποπλακίηgeheeten. Andromache was hier geboren, evenals Chrysēis, die buit gemaakt werd, toen Achilles de stad verwoestte. Thebe laglandinwaartsachter de golf van Adramyttium, waar men later nog den Thebānus campus,τὸ Θήβης πεδίον, had. Zie ookThebaeno. 1.

Theches,Θήχης, een der toppen van den Paryādres op de pontisch-armenische grenzen, vanwaar de 10000 Grieken onder Xenophon het eerst de zee in het gezicht kregen.

Thelepte, stad in het binnenland van Africa vetus, in Byzacium, ten Z. van Thala.

Thelpūsa,Θέλπουσα=Telphusa.

Thelxion,Θελξίων, zoon van koning Apis (z. a.).

Themis,Θέμις, dochter van Uranus en Gaea, bij Zeus moeder der Moerae en Horae, godin van wet en orde, die zoowel op den Olympus als in de vergaderingen der menschen recht en orde handhaaft. Zij is de verstandige raadgeefster van Zeus, zit bij hem, wanneer hij zijne besluiten neemt, en verkondigt zijn wil als orakelgevende godin, vóór Apollo was zij in het bezit van het delphische orakel. Hare beelden gelijken op die van Pallas Athēna, gewoonlijk heeft zij een horen van overvloed en een weegschaal in de handen.

Themiscȳra,Θεμίσκυρα, water- en grasrijke vlakte, tot het gebied der stad Amīsus in Pontus behoorende, tusschen de rivieren Iris en Thermōdon gelegen, en als het gebied der Amazonen beschouwd. De stad Themiscyra, aan den mond van den Thermodon, was in Augustus’ tijd reeds verdwenen.

Themiso,Θεμίσων, tyran van Eretria, tijdgenoot van Demosthenes, ontnam den Atheners bij verrassing in vredestijd Orōpus; later werd hij door de Thebanen aangevallen, maar door de Atheners tegen hen geholpen.

Themista,Θεμίστα, uit Lampsacus, vriendin en volgelinge van Epicūrus.Leonteusno. 2.

Themistius,Θεμίστιος, van Paphlagonië, leeraar van en schrijver over rhetorica en wijsbegeerte (ongeveer 317–390 n. C.), leefde meestal te Constantinopel. Hij stond in hoog aanzien bij de keizers Constantius en Iuliānus en bekleedde verscheiden hooge betrekkingen; onder Theodosius werd hij praef. urbi (384); tot zijne leerlingen behoorde ook de latere keizer Arcadius. Van zijne werken zijn 34 redevoeringen en 4 paraphrasen op Aristoteles bewaard gebleven.

Themisto,Θεμιστώ, dochter van Hypseus. Athamas nam haar tot vrouw, toen hij Ino verstooten had, toen hij echter later vernam, dat Ino nog leefde, liet hij deze terughalen. Hierover vertoornd, wilde Th. Ino’s kinderen des nachts dooden en liet hen daarom in het zwart kleeden, terwijl zij haar eigen kinderen witte kleederen aantrok, doch Ino, die het plan bemerkt had, verwisselde heimelijk de kleederen, zoodat Th. in het donker haar eigen kinderen om het leven bracht; toen zij dit ontdekte, doodde zij ook zichzelve.

Themistocles,Θεμιστοκλῆς, Athener, zoon van Neocles. In zijn jeugd weinig geacht om zijn losbandig leven en misschien ook omdat zijn moeder een vreemdelinge was, trad hij, toen hij begon zich aan staatszaken te wijden, door zijne buitengemeene begaafdheden spoedig op den voorgrond. Hij was de eerste die inzag, dat de toekomstige macht van Athene op de zee berustte, daarom werd reeds in 493 onder zijn archontaat met den aanleg van den Piraeus begonnen, en overreedde hij het volk om de opbrengst van de zilvermijnen in Laurium, die vroeger verdeeld werd, voor het bouwen eener vloot te besteden. Het verzet, dat deze maatregelen bij de meer behoudende partij vonden, moest opgegeven worden, toen Aristides in 483 door het ostracisme verbannen was. Bij de nadering van Xerxes tot strateeg gekozen, deed Th. in de eerste plaats zijn best om te zorgen, dat de verdediging door alle grieksche staten eendrachtig volgens een vast plan en vooral op zee zou gevoerd worden; de houten muur, die volgens het delphische orakel Athene tot redding zou strekken, was naar zijne verklaring de vloot. Toch werd hij gezonden om in vereeniging met een spartaansch leger de Tempepassen te bezetten, toen de Grieken zich echter wegens de ongeschiktheid van het terrein van hier teruggetrokken hadden, voegde hij zich met de atheensche schepen bij de vloot, die bij Artemisium lag. In weerwil van de verliezen, die deze vloot door een hevigen storm leed, werd hier op aanmoediging van Th. drie dagen lang tegen de Perzen slag geleverd, maar hoewel deze slag onbeslist bleef, moest men zich na de nederlaag der Spartanen bij de Thermopylae terugtrekken. Bij den terugtocht trachtte Th. nog door list de Ioniërs in het perzische leger onschadelijk te maken. Te Athene teruggekeerd, bewerkte hij nu dat de Atheners hun stad verlieten, hun vrouwen, kinderen en bezittingen naar Salamis en Troezen overbrachten, en zich op de vloot bij Salamis begaven. Toen nu Athenedoor de Perzen ingenomen en verbrand was, en men op aandringen der Corinthiërs en andere Peloponnesiërs op het punt stond de voordeelige positie bij Salamis op te geven om zich tot de verdediging van de Peloponnēsus te beperken, maakte Th., nadat hij zich vruchteloos met alle macht tegen dit plan verzet had, de uitvoering er van door list onmogelijk. Hij liet namelijk Xerxes in het geheim verwittigen, dat de Grieken op het punt waren zich te verspreiden en dat hem daardoor de gelegenheid zou ontsnappen, hen in één slag ten onder te brengen. Hierdoor aangemoedigd, waagde Xerxes den aanval, de grieksche vloot werd omsingeld en tot tegenweer genoodzaakt en won den beroemden zeeslag bij Salamis (Sept. 480). Door nieuwe boodschappen, waarin den Grieken het plan toegedicht werd, de brug over den Hellespont af te breken, wist Th. daarop Xerxes tot een overhaasten terugtocht uit Europa te bewegen. Nadat hij nog de eilanden, die met de Perzen geheuld hadden, had getuchtigd, hield hij zich meer met binnenlandsche aangelegenheden bezig. Op zijn raad werd Athene met muren omgeven, terwijl hij door list en met levensgevaar den tegenstand der Spartanen tegen dezen maatregel verijdelde; ook werd de Piraeus vergroot en versterkt. Th. was toen op het toppunt van zijn roem, maar met het terugkeeren van rustiger tijden stak zijn tegenpartij het hoofd weder op; vooral wegens de vijandige houding, die hij tegen Sparta aannam, trachtte men hem onschadelijk te maken, hij werd beschuldigd van oneerlijkheid, knevelarij en persoonlijke eerzucht, en eindelijk bracht men het zoo ver, dat hij door het ostracismus verbannen werd. Hij ging naar Argos, maar na eenige jaren werd hij van medeplichtigheid aan de plannen van Pausanias beschuldigd, waarop hij zich te Argos niet meer veilig achtte; hij vluchtte naar Corcȳra, van daar afgewezen naar Admētus, koning der Molossers, die zorgde dat hij veilig naar Pydna kwam (± 466), van waar hij naar Ephesus overstak. Hij wendde zich nu tot Artaxerxes, beriep zich op zijne diensten, aan Xerxes bewezen, en beloofde hem zijne medewerking bij de onderwerping van Griekenland; de koning overlaadde hem met gunstbewijzen en gaf hem de steden Magnesia, Lampsacus en Myus voor zijn levensonderhoud. Maar voordat van perzische zijde weder iets tegen Griekenland was ondernomen, stierf Th. (omstreeks 459), v. s. door eigen hand, omdat hij zijne beloften aan Artaxerxes niet konde of wilde vervullen. Zijn gebeente werd door zijne vrienden heimelijk naar Attica overgebracht en daar begraven.

Themistogenes,Θεμιστογένης, van Syracuse, wordt door Xenophon genoemd als de schrijver van een werk over den krijgstocht van den jongen Cyrus en den terugtocht der 10000 Grieken. Men gelooft, dat met dit werk de Anabasis van Xenophon zelf bedoeld is, en dat de schrijver het uit bescheidenheid onder een vreemden naam aanhaalt.

Theoclymenus,Θεοκλύμενος, van Hyperesia in Argolis, een waarzegger, die wegens een moord naar Lacedaemon vluchtte, waar hij Telemachus ontmoette. Met dezen ging hij naar Ithaca, waar hij de terugkomst van Odysseus, enz. voorspelde.

Theocritus,Θεόκριτος, van Syracuse (v. a. van Cos), studeerde te Alexandrië en genoot wegens zijne geleerdheid en dichterlijk talent hooge gunst bij Ptolemaeus Philadelphus en bij Hiero II. Uitgaande van eenvoudige sicilische herdersliedjes, werd hij de schepper van een nieuwe dichtsoort, debucolischepoëzie of het herdersdicht, hij dichtte een aantal tafereelen (Εἰδύλλια βουκολικά), meest uit het leven van sicilische herders en landlieden, waarvan ongeveer 30 bewaard gebleven zijn, die door dramatische inkleeding, natuurlijkheid en eenvoud, door het ongekunstelde van taal en metrum vol aantrekkelijkheid zijn. Th. stierf omstreeks 245, op den leeftijd van 60 jaar.

Theodectes,Θεοδέκτης, van Phasēlis, leerling van Isocrates, Plato en Aristoteles, beroemd als redenaar, maar vooral als treurspeldichter. In den tragischen wedstrijd bij de lijkfeesten van Mausōlus (352) behaalde hij den eersten prijs. Van zijne talrijke werken is bijna niets bewaard gebleven.

TheoderīcusofTheodorīcus, Theoderik, 1) koning der Westgothen (418–451 na C.), die in den slag op de catalaunische velden tegen Attila sneuvelde.—2)koning der Westgothen (452–466), zoon van no. 1, een beschaafd vorst, begunstiger van kunst en wetenschap, door zijn broeder Eurik omgebracht.

Theodōrus,Θεόδωρος, 1) van Samus, zoon, leerling en medewerker van Rhoecus (z. a.), tevens beroemd goud- en zilversmid, hij maakte o. a. den ring van Polycrates.—2)van Byzantium, rhetor en sophist, tijdgenoot van Socrates.—3)van Cyrēne, beroemd wiskundige, leermeester van Plato.—4)ὁ ἄθεος, cyrenaisch wijsgeer, die wegens ongeloof uit Athene verbannen, naar Alexandrië bij Ptolemaeus I ging.—5)van Gadara, een rhetor, wiens lessen Tiberius gedurende zijn verblijf op Rhodus hoorde. Zijne leerlingen noemden zich naar hemΘεοδώρειοι.

Theodosia,Θεοδοσία, bloeiende volkplanting van Milētus in de taurische Chersonēsus (Krim), thans Kaffa of Feodosia.

Theodosiopolis,Θεοδοσιούπολις, zieResaïna.

Theodosius(Flavius), 1) Hispaniër van geboorte, werd door keizer Valentiniānus I in 367 na C. naar Britannia gezonden, dat gedeeltelijk in opstand was. Hij versloeg de Britten, dreef de Schotten in hun bergland terug en herstelde den wal van Agricola of van Hadriānus. Later dempte hij nog een opstand in Africa (373), die echter opnieuw uitbarstte, waarop Theod. hem andermaal, thans met groote gestrengheid, onderdrukte. In 376 werd hij vermoord, op last van keizer Gratiānus, die hem haatte.—2)Theodosius Iofde Groote, rom. keizer 379–395 na C., in 346 te Cauca in Hispania geboren, zoonvan no. 1. Nog jong vergezelde hij reeds zijn vader op diens tochten naar Britannia en Africa en leerde onder hem de krijgskunst. In 378 zond Gratiānus hem naar Thracië tegen de Gothen en in 379 nam hij hem tot medekeizer aan. Bij herhaling versloeg Theod. de Gothen. In 380, na eene ziekte, nam Theod. in zijne residentie Thessalonīca hetChristendomaan. Hij kon niet verhinderen dat Gratianus in Britannia vermoord en Maximus (z. a.) tot keizer werd uitgeroepen; hij erkende dezen zelfs als medekeizer, doch toen Maximus aan Gratianus’ zoontje Valentiniānus II Italië wilde ontnemen (387), zond Theod. den Frank Arbogastes tegen hem af; Maximus werd verslagen en ter dood gebracht (388). Theod. stelde nu den 17-jarigen Valentinianus II tot keizer over het geheele Westen aan, begaf zich in 389 als diens voogd naar Rome, waar hij het heidendom met geweld onderdrukte, en strafte in 390 met gruwzame wreedheid den moord, te Thessalonīca in een oproer op een zijner bevelhebbers gepleegd, eene daad, waarvoor bisschop Ambrosius van Milaan den keizer den toegang tot de kerk belette en waarover Theod. zelf groot berouw had. In 392 werd Valentinianus door Arbogastes vermoord en Eugenius in het W. op den troon geplaatst. Met zijne voortreffelijke veldheeren Stilicho, een Vandaal, en Gaenas, een Goth, versloeg Th. Arbogastes en Eugenius bij Aquileia (394), Eug. werd ter dood gebracht, Arb. sloeg de hand aan zichzelf. In 395 stierf Theod. te Milaan. Het rijk kwam nu aan zijne beide zonen, Arcadius en Honorius, en door den twist van beider ministers, Rufinus en Stilicho, kwam nu feitelijk een deeling van het rijk tot stand, die op den duur den ondergang van het West-Romeinsche rijk ten gevolge heeft gehad.—3)Theodosius II, zoon van Arcadius en dus een kleinzoon van no. 2, volgde in 408, slechts acht jaar oud, zijn vader op, onder regentschap van den veldheer Anthemius, die de invallen der Hunnen afweerde. De zuster van den jongen keizer, Pulcheria, eene vrome en geleerde vrouw, nam diens opvoeding ter hand, zijn zwak karakter was oorzaak, dat hij feitelijk zijn leven lang onder hare voogdij bleef. Zijne regeering werd gekenmerkt door voortdurende godsdiensttwisten, ongelukkige oorlogen met de Vandalen in Afrika, opstanden in Palaestina en Syrië en een zware brand te Constantinopel. In 438 had de plechtige afkondiging plaats van dencodex Theodosiānus, eene verzameling van wetten en verordeningen sedert Constantijn den Gr. De keizer huwde in 421 met Athenais, als Christin gedoopt met den naam Aelia Eudocia, z.Athenaisno. 2; ’s keizers dochter Eudocia werd in 437 de bruid van Valentiniānus III, keizer van het W., den zoon van Constantius en Placidia. Theodosius II stierf in 450, na zich eenige jaren van te voren van zijne vrouw te hebben laten scheiden en na in zijne laatste regeeringsjaren veel last te hebben gehad van de invallen van Attila, den Hunnenvorst. Na zijn dood werd Pulcheria tot keizerin uitgeroepen, die tot 454 leefde, kloosters en kerken stichtte en haar geheele vermogen aan de armen vermaakte. In 453 huwde zij in het belang van het rijk—doch zonder de vroeger door haar afgelegde gelofte van kuischheid te schenden—met Marciānus, een Thraciër, die tot 457 regeerde, en een wakker en beleidvol man was.

Theodotus,Θεόδοτος, 1) voerde voor Lysimachus het bevel over Sardes en gaf die stad aan Seleucus over.—2)bevelhebber eener vloot van Antigonus, verloor een zeeslag tegen Ptolemaeus I (315).—3)Aetoliër, veldheer van Ptolemaeus in den oorlog tegen Antiochus III.—4)leermeester van Ptolemaeus XI, gaf den raad Pompeius te vermoorden, moest daarom voor Caesar vluchten en viel eindelijk in handen van Brutus, die hem ter dood liet brengen (43).

Theognis,Θέογνις, 1) van Megara, leefde omstreeks het einde der 6deeeuw. Hij behoorde tot den rijken adel en was met hart en ziel aristocraat; bij eene democratische omwenteling verloor hij zijne goederen en werd hij uit zijn vaderland verdreven, waar hij eerst na lange jaren als balling te hebben rondgezworven terugkeerde. Hij gaf aan zijne ontevredenheid over de bestaande toestanden lucht in een aantal elegieën, waarin hij zich dikwijls met groote bitterheid over zijne tegenpartij beklaagt; wij bezitten daarvan nog een vrij groot aantal uittreksels, voor het meerendeel korte staat- en zedekundige spreuken (gnomen); vele daarvan zijn echter niet van Th., maar zijn of omgewerkt of bij latere uitgaven toegevoegd.—2)een van deτριάκονταte Athene, ook als treurspeldichter genoemd.

Θεολογεῖον, z.theatrum.

Theomestor,Θεομήστωρ, van Samus, streed in den slag bij Salamis aan de zijde der Perzen en werd wegens zijne dapperheid door Xerxes tot tyran over Samus aangesteld.

Theomnestus,Θεόμνηστος, 1) van Naucratis, academisch wijsgeer, wiens lessen M. Brutus bijwoonde (43).—2)van Sardes, maakte verscheiden beroemde metalen beelden van athleten, jagers, enz. Hij leefde waarschijnlijk in den hellenistischen tijd.

Theon,Θέων, 1) van Samus, verdienstelijk schilder omstreeks 300.—2)van Smyrna, wiskundige onder Hadriānus; hij schreef ook commentaren op Plato.—3)van Alexandrië, wis- en sterrenkundige onder Theodosius I, schrijver van verscheiden werken over wiskunde en eenige gedichten. Hij was de vader van Hypatia.—4)Aelius Th., van Alexandrië, platonisch wijsgeer, schrijver van verscheiden commentaren op oude schrijvers en van een nog bestaand leerboek der rhetorica,Προγυμνάσματα. Hij leefde waarschijnlijk in de eerste eeuw n. C.

Theonoë,Θεονόη, 1) =Idothea.—2)dochter van Thestor (z. a.).

Theophanes,Θεοφάνης, van Mytilēne, volgeling en raadsman van Pompeius, die hemmet het rom. burgerrecht begiftigde en wiens krijgsdaden hij beschreef.

Theophrastus,Θεόφραστος, van Eresus, geb. 372, leerling van Plato en later van Aristoteles. Deze laatste, die hem de voorkeur gaf boven al zijne andere leerlingen, benoemde hem tot zijn opvolger, tot voogd over zijn zoon en tot erfgenaam zijner bibliotheek, ook zou hij den oorspronkelijken naam Tyrtamus in Th. veranderd hebben wegens zijn uitmuntende voordracht. Na den dood van den meester (322) stond Th. 35 jaar, door talrijke leerlingen bemind en bewonderd, aan het hoofd der peripatetische school, totdat hij in den ouderdom van 85 jaar stierf. Zonder zijne zelfstandigheid op te offeren, liet hij zijn onderwijs voornamelijk strekken tot verklaringenontwikkeling van het stelsel zijns leermeesters. Van zijne talrijke geschriften bezitten wij nog 30 karakterschetsen (ἠθικοὶ χαρακτῆρες) en eenige werken over plantkunde, mineralogie, enz. (περὶ φυτῶν ἱστορίας, περὶ αἰτιῶν φυτῶν, e. a.).

Theopompus,Θεόπομπος, 1) koning van Sparta, onder wiens regeering de eerste messenische oorlog gevoerd werd; v. s. stelde hij het ephoraat in.—2)van Chius, geb. omstreeks 380, verliet als knaap met zijn vader Damasistratus, die verbannen was, zijn vaderland, kwam te Athene, waar hij het onderwijs van Isocrates genoot, en trad in vele steden als pleitbezorger en feestredenaar op. Bij de lijkfeesten ter eere van Mausōlus behaalde hij als redenaar den eersten prijs. Later wijdde hij al zijn tijd en een groot deel van zijn vermogen aan de beoefening der geschiedenis, en legde hij de vruchten van zijn onderzoek neer in twee werken (Ἑλληνικά, Φιλιππικά), die bijna geheel verloren zijn gegaan, zoodat wij niet in staat zijn te beoordeelen, of men hem met recht de hardheid van zijn oordeel over personen verwijt; wel meent men bij hem sporen te vinden van groote partijdigheid voor Alexander d. G. Door den invloed van Alex. in zijn vaderstad teruggeroepen, moest hij deze echter later weder verlaten, daar hij door zijn trotsche houding zijn staatkundige tegenstanders zoozeer verbitterde, dat hij voor de openbare rust gevaarlijk scheen (306). Hij ging naar Aegypte, waar hij echter bij Ptolemaeus geen gunstig onthaal vond. Van zijne verdere lotgevallen is niets bekend. Een onlangs in Egypte gevonden fragment van een geschiedkundig werk wordt door velen aan Th., door anderen aan Cratippus toegeschreven.—3)atheensch blijspeldichter, jonger tijdgenoot van Aristophanes.

Θεωρία, een gezantschap, dat uitgezonden wordt om den staat bij godsdienstige feesten te vertegenwoordigen, in zijn naam te offeren, een orakel te ondervragen, enz.

Θεωρικόν, het entréegeld in den schouwburg te Athene, ten bedrage van 2 obolen (διωβελία) per persoon. Voor de arme burgers betaalde de staat sedert Pericles dit geld, ten minste bij de Dionysusfeesten, later maakten ook rijkere aanspraak er op en werd het ook op andere feesten gegeven, zoodat hetθεωρικόνeen zeer drukkende last voor den staat werd; ten slotte werden alle overschotten van den gewonen dienst in de kas van hetθεωρ. gestort. Eerst kort voor den slag bij Chaeronēa, toen door geldgebrek de verdedigingsmiddelen geheel verwaarloosd waren, gelukte het Demosthenes het volk te bewegen dit geld liever voor oorlogstoerustingen te bestemmen.

Thera,Θήρα, vroeger Calliste geheeten, thans Santorin, een der Sporaden, ten Z. van Naxus gelegen. Met Therasia vormt het als het ware den wand van een ontzaggelijk kratermeer, dat met de zee in verbinding staat. In voorhistorischen tijd is de krater tot uitbarsting gekomen, en daarna ingezakt. In historische tijden zijn er in dit bekken uitbarstingen geweest in 197/6 v. C. en in 46/47 n. C., misschien ook in 66 v. C. In 197 of in 66 is het kleine eilandje Hiera, in 46 n. C. is Thia uit zee opgerezen. Cyrēne in Afrika was eene kolonie van Thera (631).

Theramenes,Θηραμένης, van Athene, Chius of Ceos, zoon of aangenomen zoon van den Athener Hagnon, een beschaafd en welsprekend, maar hebzuchtig en karakterloos man, was een van hen, die in 411 bij de invoering van de regeering der 400, waartoe hij ook zelf behoorde, den meesten ijver betoonden. Door deze regeering in zijne verwachtingen teleurgesteld en waarschijnlijk ook wel inziende, dat zij niet lang zou kunnen blijven bestaan, stelde hij zich aan het hoofd der democraten om haar omver te werpen; door deze verandering van partij haalde hij zich den spotnaamcothurnus(z. a.) op den hals. Gedurende eenigen tijd behoorde hij nu tot de gematigde volkspartij en verwierf hij grooten invloed; na den slag bij de Arginusen was hij het voornamelijk, die bewerkte dat de strategen ter dood veroordeeld werden, omdat zij verzuimd hadden de in dien slag verongelukten uit zee op te visschen, ofschoon hij wellicht aan dit verzuim meer schuld had dan zij. Toen Athene na den slag bij Aegospotami door Lysander belegerd werd, wist Ther. door schoone beloften te verkrijgen, dat hij afgevaardigd werd om over den vrede te onderhandelen, hij bleef echter opzettelijk zoo lang weg, dat de belegerden zich eindelijk door honger genoodzaakt zagen alles toe te geven. Daarna werd hij een van de 30, doch toen hij zich tegen de gewelddadige handelingen zijner ambtgenooten verzette, en men vreesde, dat hij dezelfde rol als vroeger zoude spelen, beschuldigde Critias hem van hoogverraad, en toen deze bemerkte, dat de verdediging van Th. op den raad indruk maakte, liet hij hem met geweld naar de gevangenis sleepen en ter dood brengen. Als slachtoffer van de 30 en door de vastberadenheid, waarmede hij den giftbeker dronk, heeft hij na zijn dood een populariteit verworven, die hij door zijn leven niet verdiend had.

Therapnaeen-ne,Θέραπναι, -νη, 1) stadje in Boeotia aan den weg van Thebae naar de rivier Asōpus en naar Attica.—2)stadje niet ver ten O. van Sparta, met de gravenvan Menelāus en Helena en een tempel der Dioscuren, die v. s. daar geboren zouden zijn.

Theras,Θήρας, afstammeling van Polynīces, wiens vader koning van Thebe geweest was, maar op bevel van een orakel naar Lacedaemon was verhuisd. Hij bracht eene volkplanting van Lacedaemoniërs en Minyers naar het eiland Calliste, dat sedert dien tijd Thera genoemd werd.

Therasia,Θηρασία, zieThera.

Theres,Θῆρες=Pheres.

Therma,τὰ Θέρμα, 1) grieksche stad in Macedonia, aan de golf van Therma, den sinus Thermaicus, ten W. van Chalcidice. Op de plaats van dit Therma stichtte Cassander omstreeks 315 eene nieuwe stad, die hij naar zijne gemalinThessalonīcanoemde, eene sterke vesting met goede haven, thans Saloniki. Dit werd eene bloeiende handelsplaats, vooral onder de Rom., door hare ligging aan devia Egnatia. Zij werd in 168 de hoofdstad van een der vier distrikten, waarin toen Macedonia gesplitst werd, later werd zij hoofdst. der prov. en is zelfs wel keizerlijke residentie geweest.—2)warme bron bij Lechaeum in Corinthia.—3)=Thermum.

Thermae,Θέρμαι, stad aan de Noordkust van Sicilia, bevolkt met de overgebleven inwoners van het door de Carthagers verwoeste Himera (z. a.). De naam Thermae komt van de warme bronnen, die de stad tot eene zeer gezochte badplaats maakten.

Thermae.

Thermae.Onder dezen naam verstond men warme bronnen met de daardoor gevoede badhuizen, vervolgens ook elk badhuis, waar men nevens koude baden ook warme kon nemen. In zoover isthermaedus synoniem metbalneae(ziebalneum). Sedert het tijdperk van Augustus evenwel wordtthermaemeer in het bijzonder gebezigd van de prachtige badinrichtingen der Rom., die volgens het model van een grieksch gymnasium (z. a.) waren aangelegd, doch op veel grooter schaal, en waar men nevens allerlei soort van baden ook conversatiezalen, zalen voor voorlezingen, bibliotheken, gelegenheid tot balspel en gymnastische oefeningen, wandelparken, gaanderijen, enz., aantrof. Van drie zoodanige gebouwen zijn te Rome nog belangrijke overblijfselen aanwezig, n.l. van dat van Titus op den Esquilijnschen berg, van dat van Diocletiānus op den Quirinālis, waarvan ééne enkele zaal door Michel Angelo in eene ruime kerk werd herschapen, en van dethermae Antoninianaevan Caracalla. In deze laatste vond men o. a. eene rotonde van 50 meter doorsnede, gedekt met eene flauw gewelfde zoldering, een meesterstuk van bouwkunst. Daarachter volgden twee zalen, elk van 56 M. lang en 22 M. breed, aan welker uiteinden weder kleinere zaaltjes waren, door kolonnades van de groote gescheiden. De bijgevoegde teekening geeft een gezicht op de groote middenzaal, zooals deze er vermoedelijk heeft uitgezien. De hier genoemde ruimten vormden slechts het middengedeelte, ter weerszijden strekten zich nog kolossale vleugels uit.

Thermaicus sinus, zieThermano. 1.

Thermessa=Hierano. 1.

Thermōdon,Θερμώδων, 1) beek in Boeotia, die bij Tanagra in den Asōpus uitliep.—2)rivier in het W. van Pontus, kort van loop, doch breed, aan welker oevers de Amazonen zouden gewoond hebben; zieThemiscyra.

Thermopylae,Θερμοπύλαι, een enge bergpas, de toegangsweg van Thessalia naar Locris en het oostelijk Hellas. Op sommige plaatsen was hij zoo smal, dat twee wagens elkander niet konden passeeren. Voor een gedeelte liep hij tusschen de uitloopers van het Oetagebergte en een moeras aan den binnensten hoek der Malische golf, terwijl hij door den Sperchēus en nog een paar kleinere stroompjes werd doorsneden. Waar de pas naar de zijde van Anthēla breeder werd, stonden de tempels van Demēter en van Amphictyon. In dezen pas sneuvelde in 480 Leonidas met zijne getrouwen. Door de aanslibbing der kust en den geheel veranderden loop vanden Spercheus is de pas aanmerkelijk van gedaante veranderd.

Thermum,Θέρμον, ookτὰ Θέρμα, sterke en fraaie hoofdstad van Aetolia ten tijde van het aetolisch verbond, door Philippus III (V) van Macedonië verwoest (218 en 206).

Thermus, familienaam in degens Minucia(Minuciino. 6–8).

Theron,Θήρων, tyran van Agrigentum, 487–472, wordt geprezen als een zacht en wijs vorst, en versloeg met Gelo de Carthagers bij Himera, 480.

Thersander,Θέρσανδρος, zoon van Polynīces en Argēa, een der Epigonen, kreeg de regeering over Thebe. Later trok hij met de Grieken naar Troje, hij sneuvelde echter bij den inval in Mysië door de hand van Telephus. V. a. was hij een van hen, die met het houten paard in de stad gekomen waren. Te Elaea in Mysië werd hij als heros vereerd en het geslacht der Emmeniden te Agrigentum beweerde van hem af te stammen.

Thersītes,Θερσίτης, de leelijkste van alle Grieken voor Troje, die er een boosaardig genoegen in vond de aanvoerders te beschimpen, waarom hij algemeen gehaat was. Achilles doodde hem, toen hij aan het lijk van Penthesilēa de oogen wilde uitsteken.

Theseidae,Θησείδαι, afstammelingen van Theseus, bij dichters = Atheners.

Theseus,Θησεύς, de nationale held der Atheners, wiens lotgevallen in menig opzicht op die van Heracles gelijken, hoewel hij niet zoo grooten roem verwierf als deze. Hij was de zoon van Aegeus en Aethra en was te Troezen geboren en opgevoed. Toen Aegeus hem als kind daar achterliet, verborg hij zijn zwaard en sandalen onder een grooten steen en droeg hij aan Aethra op hun zoon met deze herkenningsteekenen naar Athene te zenden, wanneer hij sterk genoeg was om den steen te verplaatsen. Op zestienjarigen leeftijd was hij hiertoe in staat en terstond ondernam hij de reis naar zijn vader. Op weg doodde hij Periphētes, Sinis, Sciron, Cercyon en Procrustes (z. deze art.), verder nog het wilde zwijn van Crommyon, een reusachtig dier, dat de grenzen van Megaris en Attica onveilig maakte. Eindelijk kwam hij bij Aegeus en bijna had hij hier door de lagen van Medēa, die zijn invloed vreesde, den dood gevonden; toen hij echter zijn zwaard trok, herkende zijn vader hem en Medea moest vluchten. Th. bezorgde zijn vader de regeering terug, die hem door zijne neven, de Pallantiden, ontnomen was, daarna doodde hij den stier van Marathon (z.Heraclesbl. 307), dien hij aan Apollo offerde. Hij liet zich vrijwillig opnemen onder de 14 jongelieden, die als offer voor den Minotaurus naar Creta gezonden moesten worden, en door de hulp van Ariadne (z. a.), die liefde voor hem opvatte en hem een kluwen touw verschafte, waardoor hij een uitweg uit het labyrinth kon vinden, doodde hij het monster, waarmede Athene van de schatplichtigheid aan Creta bevrijd werd. Door een misverstand benam Aegeus (z. a.) zich het leven, toen het schip van Creta terugkwam, en Th. volgde hem op. Hij bewerkte de vereeniging van de verschillende gemeenten van Attica tot één staat met Athene als hoofdstad (συνοικισμός) en stelde ter herinnering aan dit feit de Panathenaea in; ook wordt hem de verdeeling van het volk in 3 phylae (z.φυλή) toegeschreven. Vervolgens vergezelde hij Heracles op diens tocht tegen de Amazonen (z. a.) en ontvoerde hij Antiope (z. a.) of Hippolyte, die bij hem moeder werd van Hippolytus, na haar dood huwde hij met Phaedra (z.a.), bij wie hij twee zonen kreeg, Acamas en Demophon. Hij nam ook deel aan de calydonische jacht en den Argonautentocht, verleende een schuilplaats aan Oedipus, toen deze uit Thebe verjaagd was, en dwong de Thebanen de gesneuvelde medestrijders van Adrastus op eervolle wijze te laten begraven. Zijn vriend Pirithous stond hij bij in den strijd tegen de Centauren en door zijne dapperheid verschafte hij hem de overwinning. Met behulp van Pirithous schaakte hij Helena (z.a.), toen hij echter wederkeerig zijn vriend zoude helpen bij de ontvoering van Persephone en daartoe met hem in de onderwereld afgedaald was, liet Hades beiden vastgroeien aan een rots, waarop zij zich vermoeid nedergezet hadden. Wel werd Th. kort daarna door Heracles bevrijd, maar in zijne afwezigheid was Helena met Aethra door de Dioscuren ontvoerd, en had Menestheus zich van de regeering meester gemaakt, terwijl het volk, ontevreden over het lot van Hippolytus (z. a.) en over zijne lange afwezigheid, hem niet weder wilde erkennen. Verbitterd verliet hij Athene en ging hij naar Scyrus, waar hij door koning Lycomēdes verraderlijk vermoord werd. Hij werd te Athene als heros vereerd, zijn gebeente werd op bevel van het delphische orakel door Cimon naar Athene teruggehaald (465) en een prachtige tempel werd te zijner eer opgericht. De achtste dag van iedere maand was hem gewijd, zijn voornaamste feest, deΘήσεια, viel op den 8stenPyanepsion.

Θεσμία, Θεσμοφόρος, bijnamen van Demēter, die door invoering van den akkerbouw de menschen tot zachtere zeden en een geregeld leven onder vaste wetten gebracht had.

Thesmophoria,Θεσμοφόρια, feest ter eere van DemēterΘεσμοφόροςen hare dochter in vele deelen van Griekenland met groote plechtigheid gevierd, vooral te Athene, in Arcadië en Argolis, op Sicilië e. e. Te Athene begon het den 9denof 10denPyanepsion en duurde het vijf dagen; het werd uitsluitend door gehuwde vrouwen gevierd, terwijl het aan mannen ten strengste verboden was er bij tegenwoordig te zijn.

Θεσμοθέται, z.Ἄρχοντες.

Thespiades,Θεσπίαδες, 1) de Muzen, zoo genoemd naar Thespiae, waar zij hooge vereering genoten.—2)de dochters van Thespius.

Thespiae,Θεσπιαί, bij HomerusΘέσπεια, oude aanzienlijke stad in Boeotia aan den voet van den Helicon, door Xerxes verbrand (480), doch na den slag bij Plataeae herbouwd. Eros, die hier zou geboren zijn, had hier een tempelmet een standbeeld, door Praxiteles gebeiteld. In 374 sloopten de Spartanen de muren van Thespiae, waarna het een plaats van minderen rang werd.

Thespis,Θέσπις, Athener, tijdgenoot van Solon en Pisistratus, de eerste die bij de Dionysusfeesten de dithyrambische koorliederen door gesprekken tusschen het koor en een tooneelspeler liet afwisselen en daardoor de grondlegger werd van het treurspel. In 534 voerde hij het eerst te Athene een treurspel op. Hijzelf was zoowel dichter als tooneelspeler, v. s. trad hij reeds geblanket, later gemaskerd, op.

Thespītes=Thospites.

Thespius,Θέσπιος, zoon van Erechtheus, mythisch stichter van Thespiae, vader van 50 dochters, bij welke Heracles 50 zonen verwekte, waarvan later 40 naar Sardinië gezonden werden om er een volkplanting te stichten.

Thesprōti,Θεσπρωτοί, een van de hoofdstammen van Epīrus, die eerst het geheele zuidelijke deel bewoonden en in wier gebied het orakel van Dodōna lag. Zij woonden meest in open vlekken en dorpen en waren ten tijde van Homerus nog het eenige hoofdvolk van Epīrus. De Molossers, die later in Epirus kwamen, verdrongen de Thesprotiërs uit het binnenland, zoodat dezen slechts de kuststreek behielden, welke naar henThesprotiaheet.

Thessalia,Θεσσαλία, vroeger ook Hellas, Aeolis, Haemonia, Pelasgia, Pyrrhaea (naar de vrouw van Deucalion) geheeten, lag tusschen Macedonia, Epīrus, Midden-Griekenland en de zee. Het was een land vol schilderachtige natuurtafereelen, zeer geschikt voor veeteelt en paardenfokkerij, vruchtbaar aan olie en wijn, aan geneeskrachtige, maar ook aan vergiftige planten en aan tooverkruiden. Als oudste bewoners komen o. a.Pelasgen(z. a.) voor, in de vlakte van Larīsa of Larissa, ookΠελασγικὸν Ἄργοςgeheeten, verder worden als oudste stammen genoemd Myrmidones, Hellēnes, Achaei in Phthiōtis, Magnētes in Magnesia. Tijdens de volksverhuizing zijn uit Illyria deThessali,Θεσσαλοί, in de vlakte van den Penēus en zijn bijrivieren ingedrongen, en hebben langzamerhand de oorspronkelijke bevolking onderworpen en tot een soort van heloten onder den naamPenestae,Πενέσται, gemaakt. Later zijn ook de bergstammen, de Perrhaebi, Magnetes en Achaei onderworpen, en soms zijn ook de Dolopes, Aeniānes en Malii van hen afhankelijk. Thessalia bestond uit de volgende landschappen: 1)HestiaeōtismetPerrhaebia, 2)Pelasgiōtis, 3)Magnesia, 4)Thessaliōtis, 5)Phthiōtis. Het was in verschillende staatjes verdeeld, die samen een bond vormden. Aan het hoofd van dezen bond stond in tijden van oorlog soms een legeraanvoerder, die koninklijke macht had,ταγόςofβασιλεύςgeheeten. De adel, geharnast en op geharnaste paarden gezeten, vormde eene zware ruiterij; het voetvolk, licht gewapend, bestond uit Penesten. Nu en dan stonden enkele streken, o. a. het gebied van Pherae, onder tyrannen, doch de thessalische adel, wiens liefhebberij in ridderspelen en strooptochten gelegen was, was te bandeloos en wispelturig, om een monarchalen regeeringsvorm op den duur mogelijk te maken. In Thessalia behooren de mythen te huis van Deucalion en Pyrrha en van de Centauren.

Thessaliōtis,Θεσσαλιῶτις, landschap van Thessalia, ten N. van de Dolopes en van Phthiōtis, vroeger Aeolis geheeten.

Thessalonīca,Θεσσαλονίκη, zieThermano. 1.

Thestiades,Θεστιάδης, Iphicles en Meleager, zoon en kleinzoon van Thestius.

Thestias,Θεστιάς, Leda en Althaea, dochters van Thestius.

Thestius,Θέστιος, zoon van Ares of Agēnor en Demonīce of Andronīce, koning van Aetolië, vader van Iphicles, Leda, Althaea e. a.

Thestor,Θέστωρ, zoon van Idmon en Laothoë, vader van Calchas, Leucippe en Theonoë. Deze laatste wordt nog zeer jong zijnde door zeeroovers weggevoerd en verkocht aan den carischen koning Icarus, wiens liefde zij wint. Th. gaat op reis om haar te zoeken, maar valt ook in de handen van zeeroovers en wordt eveneens aan Icarus verkocht; deze geeft hem als slaaf aan Theonoë, die hem niet herkent. Eindelijk gaat ook Leucippe op bevel van een orakel in manskleederen naar Carië, Theonoë wordt op haar verliefd en daar hare liefde onbeantwoord blijft, geeft zij aan Th. bevel den vreemdeling te dooden. Als deze nu in zijn droefheid hierover zijn lot bejammert, herkennen vader en dochter elkander door sommige uitdrukkingen, waarop Icarus alle drie naar hun vaderland terugzendt, na hen met rijke geschenken begiftigd te hebben.

Thestorides,Θεστορίδης, Calchas, zoon van Thestor.

Θῆτες, atheensche burgers van de laagste klasse volgens de verdeeling van Solon, zij die jaarlijks minder dan 150 medimnen of metreten van hun grond oogstten. Vóór Aristīdes konden zij geen overheidsambten bekleeden en dienden zij alleen als lichtgewapenden of op de vloot, en ook nog veel later kon niet licht iemand uit deze klasse archont worden.

Thetis,Θέτις, eene Nereïde, die door Zeus en Poseidon bemind werd; daar echter Promētheus voorspeld had, dat zij een zoon zoude ter wereld brengen, die grooter zou worden dan zijn vader, gaven zij haar tegen haar wil ten huwelijk aan Peleus (z. a.), bij wien zij moeder werd van Achilles. Zij verleende in de onderzeesche woning van haar vader een schuilplaats aan Dionȳsus, toen hij door Lycurgus vervolgd werd, en aan Hephaestus, toen hij door Zeus uit den hemel geworpen was. Ook verijdelde zij eens een samenzwering, door Hera, Poseidon en Athēna tegen Zeus gesmeed (z.Aegaeon). Op hare smeekingen liet Zeus, toen Achilles door Agamemnon beleedigd was, de Grieken voor Troje tot den hoogsten nood komen, totdat aan Achilles eene schitterende voldoening gegeven was.

Θῆτται, z.ἐπίκληρος.

Theudoria, stad der Athamānes in het Z.O. van Epirus.

Theveste, stad in het binnenland van de provincie Numidia of Africa nova, aan de grens van Byzacium, in den keizertijd tot bloei gekomen.

Thia, 1) =Thea.—2)eilandje in de zee tusschen Thera en Therasia, ontstaan door een uitbarsting in het jaar 46 n. C.

Thiasus,θίασος, z.Dionysus. Verder noemde men zoo alle vereenigingen, die gemeenschappelijke offers of andere godsdienstige plechtigheden verrichtten, ook deze plechtigheden zelve.

Thi(m)bron,Θί(μ)βρων, 1) spartaansch veldheer, werd in 399 met een leger naar Klein-Azië gezonden om de grieksche steden tegen Tissaphernes te verdedigen. Wel behaalde hij eenige voordeelen, maar daar hij de tucht in zijn leger niet wist te handhaven, werd hij spoedig door Dercylidas vervangen. In 391 voerde hij weder het bevel over een leger in Azië en sneuvelde hij in een gevecht tegen den perzischen generaal Struthas.—2)Spartaan, die Harpalus vermoordde, zich aan het hoofd stelde van de door dezen geworven huurtroepen en daarmede Cyrēne veroverde, maar door aegyptische troepen onder Ophellas verslagen en ten slotte gekruisigd werd (322).

Thinae,Θῖναι, aanzienlijke handelsplaats in het tegenw. China, waarschijnlijk in het N., in het land der Seres.

Thisbe,Θίσβη, z.Pyramus.

Thisbe,Θίσβη, oude stad van Boeotia, ten Z. van den Helicon, dicht bij de kust der Corinthische golf. Bij Homerus heet hetπολυτρήρωνnaar de massa wilde duiven, die tusschen de rotsen nestelden.

Thmuis,Θμοῦις, gen.-εως, stad in de Nijldelta tusschen den Mendesischen en den Phatnitischen arm.

Thoana=Dana.

Thoantea, bijnaam van de taurische Artemis, naar Thoas, koning van Tauris.

Thoantias,Θοαντιάς, Hypsipyle, dochter van Thoas.

Thoas,Θόας, 1) zoon van Borysthenes, koning van Tauris, onder wiens regeering Iphigenīa priesteres van Artemis was.—2)koning van Lemnus, vader van Hypsipyle. Toen alle mannen van Lemnus door de vrouwen van dat eiland gedood werden (z.Hypsipyle), werd hij alleen door zijn dochter gered en verborgen gehouden; later werd hij echter gevonden en ter dood gebracht. V. a. ontkwam hij naar Tauris of Oenoë.—3)zoon van Iāson en Hipsipyle.

Θόλος, koepelvormig gebouw, te Athene een gebouw met koepeldak, waar de prytanen hunne zittingen en maaltijden hadden.

Thonis, Thōn,Θῶνις, Θών, koning van Aegypte, bij wien Menelāus op zijn terugreis van Troje gastvrij ontvangen werd.

Thoon,Θόων, een Gigant, die bij de Gigantomachie door de Moerae gedood werd.

Thoōsa,Θόωσα, dochter van Phorcys en Ceto, bij Poseidon moeder van Polyphēmus.

Thorax,Θώραξ, 1) bergrug in Messenië.—2)berg in Lydia.

Thoria(lex), zieagrariae leges.

Thoricus,Θορικός, attische demus aan de Oostkust van Attica’s Zuidspits, een weinig ten N. van kaap Sunium.

Thospītes, Thespītes(lacus), ook Arsissa genoemd, groot meer in Armenia Maior, tgw. meer van Wan.

Thracia,Θρᾴκη, Θρηικίη, het land ten N. der Aegaeïsche zee en der Propontis tot aan den Pontus Euxīnus, met grieksche volkplantingen bezet, overigens door krijgshaftige en roofzieke, eeuwig twistende, aan dronkenschap verslaafde, doch niet onbeschaafde stammen bewoond. Ten gevolge van hunne verdeeldheden werden zij gemakkelijk door de Perzen onderworpen. Na de nederlagen der Perzen in Griekenland gelukte het aan een thracisch vorst, Sitalces, zijn volk, de Odrysen (z. a.), tot het heerschende te maken en een thracisch rijk te stichten (zieSitalcesenSeuthes). Onder Philippus en Alex. den Gr. lijfde Macedonia het eene stuk van Thracia na het andere in, doch na den dood van Lysimachus ging de macedonische overheersching allengs te gronde en werd Thracië weder een tooneel van verwarring, totdat het land voor en na onder de Rom. kwam. De Rom. gaven aan de streek tusschen den Donau en den Haemus den naam van Moesia (z. a.). De voornaamste volken van Thracia waren deCiconesaan de Zuidkust, deOdrysaeaan den Hebrus, deBessiin het Haemusgebergte. In Thracia behoort de mythe van Orpheus te huis.

Thracium,Θρᾴκιον, een plein in Byzantium.

Thrasea Paetus(P. Clodius), senator onder de regeering van Nero, gevoelde een diepen afkeer van den keizer en onttrok zich sedert 63 n. C. op in het oog loopende wijze aan alle staatszaken, feestmalen en openbare samenkomsten. Zelfs het theater meed hij. Zijne vijanden maakten hem bij den keizer verdacht en hij werd door den senaat veroordeeld. Men liet hem de keus van zijn dood, waarop hij zich de aderen liet openen en met stoicijnsche kalmte stierf (66), naar het voorbeeld van Cato van Utica, op wien hij vroeger eene lofrede had geschreven. Zijne vrouw Arria was eene dochter der heldhaftige Arria, die met Caecīna Paetus gehuwd was.

Thraso,Θράσων, 1) Athener, die de thebaansche vluchtelingen bijstond bij het verdrijven van de Spartanen uit de Cadmēa.—2)beroemd beeldgieter ten tijde van Alexander d. G.—3)in de nieuwe comedie komt geregeld de rol voor van een snoevend soldaat, die den naam Th. (Durfal) draagt.

Thrasybūlus,Θρασύβουλος, 1) tyran van Milētus, vriend van Periander van Corinthe. Hij werd 11 jaar lang door Sadyattes en Alyattes beoorloogd, maar wist laatstgenoemde door list tot vrede te bewegen.—2)tyran van Syracuse, opvolger van Hiero, werd binnen het jaar van de regeering ontzet (466) en stierf als balling bij de Locriërs.—3)z.Phrynichusno. 4.—4)Athener uit den demus Stiria (ὁ Στειριεύς), zoon van Lycon,was in 411 een van de bevelhebbers der atheensche vloot op Samus en verzette zich met zijn ambtgenoot Thrasyllus hevig tegen het instellen van de oligarchie der 400. In de volgende jaren streed hij met roem, vooral in den slag bij Cynossēma, ook was hij als triërarch bij den slag bij de Arginusen. Hoewel hij met Theramenes de opdracht kreeg om de verongelukten in dien slag op te visschen, schijnt hij in het daarover gevoerde proces niet betrokken geweest te zijn. Als hoofd der democratische partij werd hij onder de 30 verbannen, hij ging naar Thebe, doch keerde weldra met een zeventigtal aanhangers terug en bezette bij verrassing de vesting Phyle. Na eenige gelukkige gevechten tegen de partij van de 30 nam het aantal zijner strijders dagelijks toe, en weldra zag hij zich in staat den Piraeus te nemen. Toen de 30 ook hier een slag tegen hem verloren hadden, zonden zij naar Sparta om hulp, maar door toedoen van koning Pausanias (z. a. no. 2) werd vrede gesloten en de democratie hersteld. Th. trok met de zijnen Athene binnen en bewerkte eene verzoening tusschen de partijen, terwijl hij eene amnestie liet bezweren. In den corinthischen oorlog met een vloot naar de Aegaeische zee gezonden, herstelde hij den atheenschen invloed te Byzantium, op Thasus, Lesbus, enz.; toen zijne soldaten zich te Aspendus aan gewelddadige handelingen hadden schuldig gemaakt, overvielen de inwoners dier stad des nachts zijn kamp en ontstond er een gevecht, waarbij Th. gedood werd (389). Dat hij zich gedurende zijn laatsten veldtocht aan verduistering van gelden en onderdrukking der bondgenooten zou schuldig gemaakt hebben, zooals na zijn dood gezegd werd, is niet bewezen.—5)Athener uit den demus Collytus (ὁ Κολλυτεύς), nam met den vorigen deel aan de bevrijding van Athene. In 388 viel hij met acht schepen in handen van Antalcidas. Na den vrede van Antalcidas is hij een van de leidende personen in den staat, en aan zijne gematigde politiek is voor een deel het tot stand komen van den tweeden attischen zeebond te danken.

Thrasydaeus,Θρασυδαῖος, 1) zoon van Theron en diens opvolger als tyran van Agrigentum, na een korte regeering om zijne wreedheid verdreven (473). Z.Hierono. 1.—2)Eleër, aanvoerder der democratische partij tijdens den oorlog tusschen Sparta en Elis (400).

Thrasyllus,Θράσυλλος, 1) bevelhebber der atheensche vloot in 411, verzette zich evenals Thrasybūlus tegen de regeering der 400 en behaalde met dezen de overwinning bij Cynossēma. Ook in de volgende jaren onderscheidde hij zich en na het vertrek van Alcibiades kwam hij weder aan het hoofd van de vloot; na den slag bij de Arginusen werd hij met zijne ambtgenooten ter dood veroordeeld.—2) van Rhodus, astroloog, die te Rome woonde en Tiberius zijne kunst leerde, doch later in ongenade viel.

Thrasymachus,Θρασύμαχος, 1) van Chalcēdon, kwam in 430 naar Athene, waar hij zich op wijsbegeerte en rhetorica toelegde. Als redenaar wordt hij geroemd. Plato laat hem de stelling verdedigen, dat wat voor de machthebbenden voordeelig is, recht genoemd wordt.—2)van Corinthe, leermeester van Stilpo.

Thrasymēdes,Θρασυμήδης, zoon van Nestor en Anaxibia, die met zijn vader naar Troje trok en behouden terugkeerde.

Θρηνῳδοί, personen, die zich verhuurden om bij begrafenissen of lijkfeesten klaagliederen (Θρῆνοι) te zingen of ze met de fluit te begeleiden.

Thria,Θρία, vlek in Attica, nabij Eleusis. De omtrek werd de thriasische vlakte genoemd,Θριάσιον πέδιον.

Thriae,Θριαί, gevleugelde jonkvrouwen, die op den Parnassus woonden en de gave der voorspelling hadden, waarin zij ook Hermes onderrichtten.

Thrinacia,Θρινακία, mythisch eiland, door de latere Grieken voor Sicilië gehouden en gelijk gesteld met Trinacria,Τρινακρία; z.HeliusenOdysseus.

Thronium,Θρόνιον, hoofdstad der epicnemidische Locriërs aan het riviertje Boagrius. In den heiligen oorlog werd het door de huurtroepen der Phocensers onder Onomarchus geplunderd en verwoest, doch later herbouwd.

Thryoessa,Θρυόεσσα=Thryum.

Thryum,Θρύον, stad in Elis aan den Alphēus, het latere Epitalium.

Thucydides,Θουκυδίδης, 1) Athener uit den demus Alopece, zoon van Milesias, na den dood van Cimon hoofd der aristocratische partij, moest het onderspit delven voor Pericles en werd in 442 door het ostracisme verbannen.—2)Athener uit den demus Halimus, zoon van Olorus, van thracische afkomst, was in 423 bevelhebber eener vloot aan de kusten van Thracië en Macedonië; daar hij Amphipolis niet tijdig tegen Brasidas beschermd had, werd hij van verraad beschuldigd, en om zich aan het vonnis te onttrekken, ging hij in ballingschap. Hij leefde nu ongeveer 20 jaren als balling te Scapte Hyle, waar hij rijke goudmijnen bezat, en deed reizen naar Sicilië, Italië en Macedonië; eerst bij het einde van den peloponnesischen oorlog werd hij naar Athene teruggeroepen, doch weinige jaren later stierf hij. Gedurende en na zijne ballingschap hield hij zich bezig met het verzamelen van bouwstoffen voor en het schrijven van zijne beroemde geschiedenis van den peloponnesischen oorlog, welk werk hij echter bij zijn dood slechts tot den slag bij Cynossēma (411) afgewerkt had. Th. is de eerste geschiedschrijver, die door hem zelf beleefde gebeurtenissen beschreef, en kan als de eerste attische prozaschrijver van beteekenis beschouwd worden. Zijn diep inzicht in den samenhang en de oorzaken der gebeurtenissen, zijne soms als redevoeringen of brieven ingekleede fijne en juiste schetsen van toestanden, zijn waarheidsliefde en streven naar onpartijdigheid, zijnkernachtige en gedrongen, soms harde en duistere, taal en stijl, als het ware een spiegel van den ernst, waarmede hij zijn taak opvatte, maken zijne geschiedenis (ξυγγραφή) tot een meesterwerk van den eersten rang, zooals het dan ook te allen tijde door ouderen en nieuweren beoordeeld is.


Back to IndexNext